Rendamax R2800 - Ketel

R2800 - Ketel Rendamax - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis R2800 Rendamax in PDF-formaat.

📄 88 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice Rendamax R2800 - page 2
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Merk Rendamax
Model R2800
Type product Gaswandketel (HR-ketel)
Categorie Verwarmingstoestel
Toepassing Centrale verwarming en warm water
Brander Modulerend gasbrander
Vermogen (CV) 28 kW (instelbaar)
Vermogen (warm water) 28 kW
Energielabel A
Hoogte 780 mm
Breedte 440 mm
Diepte 330 mm
Gewicht 35 kg
Aansluiting gas G 1/2"
Aansluiting CV G 3/4"
Elektrische spanning 230 V / 50 Hz
Elektrisch vermogen 120 W
Waterinhoud 2,5 liter
Max. waterdruk 3 bar
Max. temperatuur CV 85 °C
Max. temperatuur warm water 60 °C
Veiligheid Overdrukventiel, vorstbeveiliging, vlamcontrole
Onderhoud Jaarlijks onderhoud door erkend installateur
Reparabiliteit Reserveonderdelen beschikbaar via erkende dealers

Veelgestelde vragen - R2800 Rendamax

Hoe kan ik de Rendamax R2800 resetten na een storing?
Druk op de resetknop op het bedieningspaneel. Houd 2 seconden ingedrukt tot de indicator groen wordt. Als de storing aanhoudt, raadpleeg de foutcode in de handleiding.
Wat betekent de foutcode E01 op mijn R2800?
Foutcode E01 duidt op een ontstekingstoring. Controleer of de gaskraan open staat en of de gasdruk correct is. Neem bij twijfel contact op met een erkend installateur.
Hoe vaak moet ik de Rendamax R2800 laten onderhouden?
Het wordt aangeraden om de ketel jaarlijks te laten onderhouden door een gecertificeerd installateur. Dit garandeert een efficiënte en veilige werking.
Kan ik zelf de waterdruk van de CV-ketel bijvullen?
Ja, u kunt de waterdruk bijvullen via de vul- en aftapkraan. De optimale druk is 1,5-2 bar. Zet de ketel eerst uit en ontlucht radiatoren indien nodig.
Wat is het verschil tussen de R2800 en de R2800 Plus?
De R2800 Plus heeft een extra warmtewisselaar voor een hoger rendement en een uitgebreidere regeling. De basismodellen zijn identiek in afmetingen en installatie.
Heeft de Rendamax R2800 een ingebouwde kamerthermostaat?
Nee, de ketel wordt aangestuurd via een externe kamerthermostaat (niet meegeleverd). U kunt een draadloze of bedrade thermostaat aansluiten op de daarvoor bestemde aansluitingen.
Wat is het maximaal vermogen van de R2800?
Het maximaal vermogen is 28 kW voor zowel verwarming als warm water. Het vermogen is modulerend, wat betekent dat het zich aanpast aan de vraag.
Hoe kan ik de zomerstand inschakelen op de R2800?
Zet de thermostaat op een lage temperatuur of schakel de cv-functie uit op het bedieningspaneel. De ketel zal dan alleen warm water produceren. De exacte procedure staat in de handleiding.
Welke garantie heeft de Rendamax R2800?
Rendamax biedt standaard 2 jaar garantie op de ketel en 5 jaar op de warmtewisselaar. Registreer uw product binnen 8 weken voor verlengde garantie.
Waar vind ik het serienummer van mijn R2800?
Het serienummer staat op een stickervignet aan de onderzijde of aan de rechterzijkant van de ketel. U heeft dit nodig voor technische ondersteuning en garantie.

Gebruikersvragen over R2800 Rendamax

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

Uw e-mailadres blijft privé: het wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding R2800 - Rendamax en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. R2800 van het merk Rendamax.

GEBRUIKSAANWIJZING R2800 Rendamax

Technische documentatie

R2700 R2800 R2900

Editie 2789CV01H, 21-11-2003

©2003 Rendamax B.V.

Alle rechten voorbehouden.

Niets uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt d.m.v. druk, foto-kopie, microfilm, elektronisch op geluidsband of op welke andere wijze ook, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Rendamax B.V.

Wij streven voortdurend naar verbetering van onze producten. Hieruit voortvloeiende veranderingen kunnen derhalve afwijken van dit document. Rendamax B.V. wijst iedere aansprakelijkheid ten gevolge van verschillen tussen gegevens in dit document en de geleverde apparatuur af.

I n h o u d s o p g a v e

R2700 Technische gegevens 1

Afmetingen R2700 2

1.2 Leverancier
1.3 Deze documentatie
1.4 Service
1.5 Algemeen voorbehoud 12

2 Beschrijving

2.1 Algemeen
2.2 Hoofdonderdelen 14
2.2.1 Beschrijving hoofdonderdelen 15
2.4 De beveiliging 16

4 Levering en transport 18

4.1 Levering

4.2 Verpakking

4.3 Transport

5 Installatie 23

5.1 Voorschriften
5.2 Stookruimte
5.2.1 Algemeen
5.2.2 Opstelling 24
5.2.3 Ventilatie 25

5.3 Aansluitingen

5.3.1 Gasaansluiting

5.3.2 Elektrische aansluiting 5.3.3 Wateraansluitingen 30

5.3.4 Verbrandingsluchtaanvoer 31

5.3.4.1 Algemeen

5.3.4.2 Luchttoevoerkanaal 5.3.5 Rookgasafvoer 33

5.3.5.1 Algemeen

5.3.5.2 Schoorsteen 34

5.3.6 Condensafvoer 38

5.4.3.1 Bedrijfsdruk

5.4.3.2 Ketelexpansievat

5.4.3.3 Systeemexpansievat

5.4.3.4 Waterdrukbeveiliging

5.4.4 Watertemperatuur

5 .4 . 5 W a t e r k wa l

5.4.6 Voorbeelden hydraulisch systeem 45

6 Bedieningsinstructies 48

6.1 Werking

6.2 Regeling

6.3 Ketelmodule 49

6.4 Storingsmeldingen 50

6.5 Inbedrijfstellen 52

6.6 Uitschakelen

6.7 Waarschuwingen

7 Inbedrijfstelling 53

7.1 Algemeen

7.2 De inbedrijfstelling

8 Onderhoud 55

8.1 Veiligheid

8.2 Algemeen

8.3 Procedure

8.4 Reinigen brander, warmtewisselaar 56

8.5 Reinigen filter/zeef gascombinatieblok

8.6 Ionisatiemeting 57

8.7 Service

9 Omrekeningsformules en -factoren

SB standaard uitvoering 61

R2900SB Technische gegevens standaard uitvoering 62

Afmetingen R2900SB standaard uitvoering 63

1 Beschrijving 65

1.1 Algemeen

2 Installatie

2.1 Aansluitingen

2.1.1 Elektrische aansluiting

2.1.2 Wateraansluitingen

2.1.3 Condensafvoer

2.2.2.2 Pompkarakteristieken 67

SB bypass 69

1Beschrijv
1.1Algeme
2lnstall
2.1Aansluitingen
2.1.1Elektrische aansluiting
2.1.2Wateraansluitingen
2.1.3Condensafvoer74
2.2Hydraulisch systeem
2.2.1Algemeen
2.2.2Waterstroming
2.2.2.1Stroming en weerstand
2.2.2.2Pompkarakteristiek75
SB split system77
R2900SB Technische gegevens split system78
Afmetingen R2900SB split system79
1Beschrijv
1.1Algeme
2lnstalla
2.1Aansluitingen
2.1.1Elektrische aansluiting
2.2Hydraulisch systeem
2.2.1Algemeen
2.2.2Waterstroming
2.2.2.1Stroming en weerstand82

R2700 Technische gegevens

Type R2700 R2701 R2702 R2703 R2704 R2705R2706 R2707 R2708 R2709
Nominaal vermogenkW95119141178218299374445521597
Nominale belasting H ikW101126151190233319400475557638
Minimale belasting H ikW253338485880100119139160
Gasverbruik aardgas (8,34 kWh/m 3 )m 3 /h12,1415,1418,1722,7927,9638,3648,0257,1166,8276,73
propaan (24,65 kWh/m 3 )m 3 /h4,115,126,147,729,4612,9816,2519,3222,6125,96
Gasvoordruk aardgas (min.)mbar20202020202020202020
ambara2525r 252510d100100g 100100100
propaan (min./max.)mbar30/5030/5030/5030/5030/5030/5030/5030/5030/5030/50
Waterinhouddm 3 18181819203538414447
Max. werkdrukbar6666666666
Gasaansluiting G1----R 1 1 / 2 "R 1 1 / 2 "----
G2Rp1 1 / 2 "Rp1 1 / 2 "Rp1 1 / 2 "Rp1 1 / 2 "--Rp2"Rp2"Rp2"Rp2"
Wateraansluitingen WR2"R2"R2"R2"R2"DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 LN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 BN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN65 PN6 DN6
Schoorsteendiameter Dmm150150150180200200250250300300
Veiligheidsventiel aansluiting afblaas standaardinstelling bar1/2"1/2"1/2"31/2"1/2"3/4"3/4"33/4"3/4"3/4"3/4"33/4"3/4"3/4"3/4"31"1/4"1/4"31"1/4"1/4"31"1/4"1/4"31/4"1/4"1/4"31/4"1/2"1/2"31/4"1/2"1/2"3
VoedingV400 3N~400 3N~400 3N~400 3N~400 3N~400 3N~400 3N~400 3N~400 3N~400 3N~
FrequentieHz50505050505050505050
ZekeringA10101010101010101016
Max. opgenomen elektrisch unit vermogen pomp maximaal totaalkW0,330,330,370,370,330,420,710,710,730,95
kW0,190,190,400,400,400,460,720,720,721,15
kW0,520,520,770,770,730,881,431,431,452,10
Ketelgewicht leeg ± 5%kg325325325340360500525560615645
Afmetingen hoogte Hmm1355135513551355135513551355135513551355
breedte B83083083083093083083093011301130
lengte incl. aansluitingen L1535153515351535153519181918190819081908

Tabel 1 Technische gegevens R2700

Rendamax R2800 - SB bypass 69 - 1

De R2700 serie heeft het Gaskeur label SV/HR100.

Afmetingen R2700

vooraanzicht
Rendamax R2800 - Afmetingen R2700 - 1

Tabel 2 Afmetingen R2700

B = Maat met buitenbeplating.

* = Voor maat zonder beplating dient men bij maat B 64 mm in mindering te brengen.

(Wijzigingen voorbehouden)

Ten gevolge van fabricage-tolerantie kunnen bovenstaande gegevens iets afwijken.

Condities tabel 1:

  • Nominaal vermogen gemeten bij : 60 - 80 °C
  • Gasverbruik bij : 1013 mbar, 15 °C, droog
  • Gas-categorie : 2L3P
  • Toestelcategorie : B23, C53, C33 of C63
  • Beschermingsgraad : IP20

De types R2700 t/m R2703 zijn niet zonder meer geschikt voor aansluiting op een 100 mbar net. De types R2704 t/m R2709 zijn geschikt voor distributiedrukken van zowel 25 als 100 mbar. Bij hogere gasdrukken dient in overleg met het plaatselijke gasbedrijf een aparte gasdrukregelaar te worden geplaatst. De minimale voordruk mag nooit beneden 20 mbar komen (zie par. 5.3.1).

De R2800 serie heeft het Gaskeur label SV/HR104.

Afmetingen R2800

vooraanzicht
Rendamax R2800 - Afmetingen R2800 - 1

Tabel 4 Afmetingen R2800
B = Maat met buitenbeplating.
* = Voor maat zonder beplating dient men bij maat B 64 mm in mindering te brengen.

(Wijzigingen voorbehouden)

Ten gevolge van fabricage-tolerantie kunnen bovenstaande gegevens iets afwijken.

Condities tabel 3:

  • Nominaal vermogen gemeten bij : 60 - 80 °C
  • Gasverbruik bij : 1013 mbar, 15 °C, droog
  • Gas-categorie : 2L3P
  • Toestelcategorie : B23, C53, C33 of C63
  • Beschermingsgraad : IP20

De types R2800 t/m R2803 zijn niet zonder meer geschikt voor aansluiting op een 100 mbar net. De types R2804 t/m R2809 zijn geschikt voor distributiedrukken van zowel 25 als 100 mbar. Bij hogere gasdrukken dient in overleg met het plaatselijke gasbedrijf een aparte gasdrukregelaar te worden geplaatst. De minimale voordruk mag nooit beneden 20 mbar komen (zie par. 5.3.1).

De R2900 serie heeft het Gaskeur label SV/HR107.

Afmetingen R2900

vooraanzicht
Rendamax R2800 - Afmetingen R2900 - 1

Tabel 6 Afmetingen R2900

B = Maat met buitenbeplating.

* = Voor maat zonder beplating dient men bij maat B 64 mm in mindering te brengen.

(Wijzigingen voorbehouden)

Ten gevolge van fabricage-tolerantie kunnen bovenstaande gegevens iets afwijken.

Condities tabel 5:

  • Nominaal vermogen gemeten bij : 60 - 80 °C
  • Gasverbruik bij : 1013 mbar, 15 °C, droog
  • Gas-categorie : 2L3P
  • Toestelcategorie : B23, C53, C33 of C63
  • Beschermingsgraad : IP20

De types R2900 t/m R2903 zijn niet zonder meer geschikt voor aansluiting op een 100 mbar net. De types R2904 t/m R2909 zijn geschikt voor distributiedrukken van zowel 25als 100 mbar. Bij hogere gasdrukken dient in overleg met het plaatselijke gasbedrijf een aparte gasdrukregelaar te worden geplaatst. De minimale voordruk mag nooit beneden 20 mbar komen (zie par. 5.3.1).

1 Inleiding

1.1 Rendamax B.V.

Rendamax R2800 - Rendamax B.V. - 1

Opgericht in 1968, heeft Rendamax B.V. vanuit haar Nederlandse basis een wereldwijde reputatie opgebouwd in ontwikke ling, productie en marketing van gasgestookte "high performan ce" verwarmingsunits voor professionele toepassingen in het vermogensgebied van 45 tot 1200 kW.

Door de unieke opbouw onderscheiden deze verwarmingsunits zich door hun:

  • hoog thermisch rendement
  • milieuvriendelijkheid (ze voldoen aan strengste milieueisen)
  • gering gewicht en klei ne afmetingen
  • duurzaamheid
  • laag geluidsniveau
  • groot regelbereik
  • leverbaarheid in velerlei uitvoeringen.

Actieve en marktgerichte research stelt Rendamax in staat oplossingen te bieden voor de meest uitdagende verwarmings eisen.

1.2 Leverancier

Rendamax producten worden in uw land verkocht door uw leverancier (zie kaft).

Voor adviezen of meer informatie met betrekking tot onze producten is uw Rendamax leverancier u gaarne van dienst.

1.3 Deze documentatie

Deze documentatie is samengesteld ten behoeve van de vol gende doelgroepen:

  • de technisch adviseur
  • de installateur
  • de onderhoudsmonteur
  • de gebruiker.

Om deze doelgroepen van de benodigde informaties te voor zien heeft Rendamax ervoor gekozen een zo compleet mogelijk ke technische documentatie samen te stellen in de vorm van dit boek.

Mocht u als lezer van dit document op- of aanmerkingen hebben, aarzel dan niet om ons dit mee te delen.

De leverancier (zie kaft) zal u graag behulpzaam zijn indien u aanvullende gegevens wenst.

De volgende aspecten van de units worden behandeld:

  • algemene beschrijving
  • technische specificities
  • noodzakelijke voorzieningen voor het ontwerpen en installeren
  • installatie voorbeelden
  • onderhoudsinstructies.

De bedieningsinstructies voor de gebruiker zijn op de unit bevestigd. Tevens vindt u deze in hoofdstuk 6.

1.4 Service

Voor het inbedrijfstellen en het verlenen van service voor on derhoud staat de servicedienst van de leverancier steeds tot uw beschikking. Voor de gegevens zie kaft.

1.5 Algemeen voorbehoud

Toepassing, installatie en onderhoud van Rendamax producten dient altijd te geschieden met inachtneming van de voor deze installaties geldende (wettelijke) eisen, voorschriften en nor men.

Alle door Rendamax B.V. verstrekte gegevens, informatie en suggesties met betrekking tot haar producten zijn op zorgvuldig onderzoek gebaseerd.

Daar echter toepassing, installatie en exploitatie ervan geschie den buiten invloed van Rendamax B.V., aanvaardt deze, noch enige andere met Rendamax B.V. verbonden organisatie, hiervoor geen enkele aansprakelijkheid.

Wijzigingen kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden doorgevoerd. Rendamax B.V. verplicht zich daarmee niet om eerder geleverde producten dienover eenkomstig aan te passen.

2 Beschrijving

2 . 1 A l g e m e

De Rendamax R2700/R2800/R2900 units zijn milieuvriendelijke gasgestookte verwarmingsketels, die moduleren van 25 % tot 100 % van hun maximale belasting.

De serie R2700 bestaat uit 10 typen in het vermogensgebied van 95 tot 597 kW. De serie R2800 bestaat uit 10 typen in het vermogensgebied van 95 tot 553 kW. De serie R2900 bestaat uit 10 typen in het vermogensgebied van 96 tot 566 kW.

De units hebben een extreem lage NO x en CO uitstoot waardoor deze ketels aan de strengste Europese milieu eisen vol doen.

CE

De R2700/R2800/R2900 serie is voor alle betreffende Europese landen CE gekeurd en staat geregistreerd onder het product identificatienummer oo63AQ6600.

De units zijn zowel in open (categorie B23) als gesloten (categorie C53, C33 of C63) toestel leverbaar.

Standaard wordt de unit elektrisch bedraad, volledig samengebouwd en afgetest geleverd.

Werkingsprincipe en opbouw

Door een toerengeregelde toevoerventilator wordt lucht naar behoefte ingeblazen en intensief gemengd met gas in de juiste verhouding.

Een temperatuurregelaar vergelijkt de gewenste watertemperatuur met de aanvoerwatertemperatuur en stuurt een signaal naar de frequentieomvormer om zo nodig de belasting aan te passen.

Het gevormde mengsel wordt door de gekoelde premix brander gevoerd en verbrand. De premix brander is opgebouwd uit bimetalen vinpijpen (inwendig RVS en uitwendig aluminium) en gietijzeren waterverdeelstukken.

De warmte-uitwisseling vindt plaats in een twee- of drietal warmtewisselaars. De 1 ste warmtewisselaar is opgebouwd uit gladde RVS buizen. De 2 de warmtewisselaar is voorzien van gelaserlaste RVS vinpijpen.

Beide warmtewisselaars zijn voorzien van gietijzeren geprofileerde waterverdeelstukken die een optimale doorstroming garanderen. De brander en de 1 ste en 2 de warmtewisselaars zijn in serie geschakeld.

Bij de R2900 is een 3 de warmtewisselaar nageschakeld welke bestaat uit één of meerdere in serie geschakelde RVS vinpijp(en) in de vorm van een spiraal en is geplaatst achter op de rookgas-verzamelkast. De waterdoorstroming wordt verzorgd door de ketelpomp. De 3 de warmtewisselaar is parallel aan de ketel geschakeld en wordt doorstroomd met ± 5 à 10% van de totale volumestroom.

De R2700/R2800/R2900 unit heeft een kleine waterinhoud waardoor hij in staat is de watertemperatuur snel aan verande rende omstandigheden aan te passen. Hij kan zonder enige beperking van de retourwatertemperatuur toegepast worden. Een standaard meegeleverde pomp zorgt voor het benodigde waterdebiet.

Toepassingsmogelijkheden

De R2700/R2800/R2900 unit is door zijn samenstelling geschikt voor gebruik in verwarmingssystemen:

  • met constante aanvoertemperatuur
  • weersafhankelijk gestookt
  • laag temperatuur condenssysteem
  • condenserend geoptimaliseerd
  • besturing m.b.v. gebouwenoptimalisatiesysteem (o-10 Vdc, zie 5.3.2 aansluitklemmen).

Rendamax R2800 - Toepassingsmogelijkheden - 1

* De R2700 en R2800 unit zijn identiek met uitzondering van de 3 de warmtewisselaar

2.2 Hoofdonderdelen

1 retouraansluiting 19 rookgasverzamelkast
2 rookgasafvoeraansluiting R2900 20 verbrandingskamer
of schoorsteenlengtecompensator 21 invoermogelijkheid elektrische aansluiting
3 stromingsschakelaar 22 condensafvoer
4 veiligheidsventiel 23 inspectie-opening
5 aanvoeraansluiting 24 hoofdgasklep
6 vul-/aftapkraan 25 ventilator
7 mengkanaal 26 aansluitkast
8 verdeelplaat 27 bedieningspaneel
9 brander 28 beplating
10 1 ste warmtewisselaar 29 luchtinlaatdemper
11 gasfilter 30 vlinderklep
12 2de warmtewisselaar 31 ketelpomp
13 gasstraat
14 frame
15 wateromloopleiding A lucht
16 rookgasafvoer B gas
17 3 de warmtewisselaar R2900 C rookgassen
18 condensverzamelkast D condensaat

Rendamax R2800 - Hoofdonderdelen - 1

Fig. 5 Algemeen overzicht

2.2.1 Beschrijving hoofdonderdelen

De ketel is opgebouwd uit de volgende hoofdcomponenten:

Ventilator [25]

Deze bestaat uit een slakkenhuis, een schoepenwiel en een elektromotor. Met behulp van de ventilator wordt verbrandings lucht aangezogen en in druk verhoogd.

Luchtinlaatdemper [29]

Een speciaal ontwikkelde luchtinlaatdemper zorgt voor een laag geluidsniveau. Als optie kan deze voorzien worden van een luchtfilter of een luchttoevoeropening voor toepassing als gesloten toestel.

Gasstraat [13]

Het hoofdonderdeel van de gasstraat is de hoofdgasklep/-verhoudingsdrukregelaar [24]. De gas-hoeveelheid wordt af hankelijk van de luchthoeveelheid geregeld. De luchthoeveel heid varieert met het toerental van de ventilator. Standaard is de unit voorzien van een gasfi liter [11].

Mengkanaal [7]

In deze ruimte wordt het gas en de verbrandingslucht intensief gemengd.

Brander [9]

Nadat het gas/lucht-mengsel met behulp van een verdeelplaat [8] over de brander is verdeeld, wordt het mengsel aan het branderoppervlak verbrand waarbij de vlam naar beneden is gericht. De brander is water- en luchtgekoeld. De waterverdeel stukken zijn uitgevoerd in gietijzer en zijn geprofi leerd om een optimale verdeling en doorstroming te verkrijgen.

De 1 ste warmtewisselaar [10] bestaat uit RVS gladde pijpen. Deze draagt een groot deel van de verbrandingsenergie over aan het systeemwater. De 2 de warmtewisselaar [12], welke bestaat uit RVS gelaserlaste vinpijpen, draagt de overige warm te uit de rookgassen over aan het systeemwater. Alle waterverdeelstukken zijn uitgevoerd in gietijzer en zijn geprofileerd om een optimale verdeling en doorstroming te verkrijgen. De ruimte tussen de brander en de 1 ste warmtewisselaar vormt de ver brandingskamer.

Bij de R2900 is een 3 de warmtewisselaar [17] nageschakeld welke bestaat uit één of meerdere in serie geschakelde RVS vinpijp(en) in de vorm van een spiraal en is geplaatst achter op de rookgasverzamelkast. De waterdoorstroming wordt verzorgd door de ketelpomp. De derde warmtewisselaar is parallel aan de ketel geschakeld en wordt doorstroomd met ± 5 à 10% van de totale volumestroom.

Wateromloopleidingen [15]

Deze leidingen verbinden de brander en de warmtewisselaars onderling.

Wateraansluitingen

Deze bestaan uit een aanvoer- [5] en een retouraansluiting [1]. Op de beide aansluitingen is een vul/aftapkraan [6] aangebracht. Op de aanvoeraansluiting zijn het veiligheidsventiel [4], de stromingsschakelaar [3] en de temperatuurvoeler aangebracht.

Ketelpomp [31]

De ketelpomp is op de retouraansluiting van de unit gemon teerd en elektrisch direct op de overeenkomstige klemmen in de aansluitkast aangesloten. De capaciteit en de opvoerhoogte van de pomp is voldoende om behalve de ketelweerstand ook enige systeemweerstand te overwinnen.

Rookgasverzamelkast [19]

Onder de warmtewisselaar bevindt zich de roestvaststalen rookgasverzamelkast, die is voorzien van een rookgasafvoer [16], een condensafvoer [22] en een inspectie opening [23].

Frame [14]

Het frame is een constructie van stalen profielen. Trillingsdempers worden los meegeleverd en dienen na positionering van de unit gemonteerd te worden.

Beplating [28]

De beplating bestaat uit gemakkelijk (zonder gereedschap) te verwijderen panelen.

Elektrogroep

Hiertoe behoort de regeling en de beveiliging van de unit.

Aansluitkast [26]

Elektrische ketelvoeding, manipuleerklemmen, aansluitkast, pompaansluiting en pomprelais zijn ondergebracht in een makkelijk bereikbare aansluitkast. Via de kabelgoot aan de binnenzijde van de ketel [21] zijn de aansluitkabels eenvoudig door te voeren naar de aansluitkast.

2.3 De regeling

Bij warmtevraag zal de stand-alone ketel, indien aan alle voorwaarden is voldaan en er geen beveiligingen zijn aangesproken, in bedrijf komen. Deze warmtevraag ontstaat indien:

  • de gemeten aanvoertemperatuur van de ketel lager is dan de gewenste temperatuur
  • er door verdraaien van de bedrijfskeuzeschakelaar is gekozen voor servicebedrijf I of II
  • onafhankelijk van de bedrijfsstand (○, ⊙, ⚡, ⚡I of ⚡II) wanneer de vorstbeveiliging heeft aangesproken.

De geïntegreerde temperatuurregelaar zal door de verandering van het ventilatortoerental de belasting in de ketel zodanig aanpassen dat de gewenste temperatuur wordt bereikt en constant gehouden wordt. Afhankelijk van de door de ventilator verplaatste hoeveelheid lucht zal een bepaalde hoeveelheid gas worden bijgevoegd. Hierdoor kan het ketelvermogen traploos worden gemoduleerd en kan de warmtevraag nauwkeurig worden gevolgd. Indien de aanvoertemperatuur stijgt boven de gewenste aanvoertemperatuur vermeerderd met de in te stellen hysterese zal de ketel uit bedrijf gaan. Zodra de aanvoertemperatuur weer onder de gewenste aanvoertemperatuur daalt, zal de ketel weer in bedrijf komen.

2.4 De beveiliging

De volgende beveiligingen zijn op de ketel aangebracht:

• temperatuurbewaking:
- maximaal temperatuurbewaking (STW)
- maximaal temperatuurbegrenzing (STB)
(beiden zijn instelbaar)
- vorstbeveiliging:
- d.m.v. een buitenvoeler, indien de buitentemperatuur tot onder de o °C is gedaald
- op basis van de aanvoertemperatuur, indien deze zich onder 5 °C bevindt en/of de watertemperatuur zich onder de 10 °C bevindt
• waterstromingsbeveiliging (SW)
- gaskleppentest
• gaskleppen lektest (optioneel)
• vlambewaking d.m.v. ionisatiestroommeting
- minimale luchtdrukbewaking (LDW)
- clixon-beveiliging ketelvoedingspomp tegen oververhitting.

Indien een van deze beveiligingen actief wordt, zal de ketel in een vergrendelde of blokkerende storing gaan en uitgeschakeld worden. Vergrendelende storingen kunnen slechts na het opheffen van de oorzaak d.m.v. het indrukken van de resettoets worden opgeheven.

3 Veiligheid

Installatie voorschriften

Lees deze voorschriften voordat met de installatie wordt begonnen.

Het toestel dient door een erkende installateur volgens de geldende nationale en lokale normen en voorschriften geïnstal leerd te worden.

De installatie is uitsluitend te gebruiken voor verwarmingssyste men tot een maximum watertemperatuur van 90 °C.

Uitdrukkelijk wordt gesteld dat deze installatievoorschriften als aanvulling op de bovenbedoelde normen en voorschriften moeten worden gezien en dat bovenbedoelde normen en voorschriften voorrang hebben op de informatie in deze techni sche documentatie.

Toegepaste pictogrammen

Instructie die van essentieel belang is voor het correct functio neren van de installatie.

Het niet nauwkeurig opvolgen van handelingen, bedieningspro cedures, etc. kan resulteren in ernstige beschadiging van de installatie, persoonlijk letsel of schade voor het milieu.

Gevaar voor elektrische schokken.

Nuttige informatie.

Onderhoud

Werkzaamheden aan de elektrische installatie mogen uitslui tend door een erkende installateur worden uitgevoerd conform de elektrotechnische regels.

Werkzaamheden aan de gasttechnische en hydraulische installa tie mogen uitsluitend door hiervoor opgeleid personeel uitgevoerd worden volgens de veiligheidsvoorschriften voor gasinstallaties.

Houd onbevoegde personen weg van de installatie. Plaats geen voorwerpen op de unit. Blijf uit de buurt van de warmwateraansluiting en schoorsteen i.v.m. verbrandingsge vaar.

Verbreek voor aanvang van onderhouds- en servicewerkzaam heden de voedingsspanning en sluit de gaskraan in de gastoe voerleiding.

Controleer de gehele installatie na onderhouds- en service werkzaamheden op lekkages.

Als aanvulling op de informatie, verstrekt in deze technische documentatie, dienen ook de algemeen geldende veiligheids voorschriften ter voorkoming van ongelukken geraadpleegd te worden. Alle plaatdelen van de mantel dienen gemonteerd te zijn.

Plaatdelen mogen alleen verwijderd worden voor onderhouds- en servicedoeleinden. Plaats na het plegen van onderhouds- en servicewerkzaamheden alle panelen terug.

Veiligheidsvoorzieningen

De installatie mag nooit ingeschakeld worden met verwijderde plaatdelen of buiten werking zijnde veiligheidsvoorzieningen.

Instructie- en waarschuwingsstickers

Rendamax R2800 - Instructie- en waarschuwingsstickers - 1

Instructie- en waarschuwingsstickers aangebracht op de installatie mogen nooit verwijderd dan wel afgedekt worden en dienen gedurende de gehele levensduur van de installatie leesbaar te zijn. Vervang beschadigde of onleesbare instructie- en waarschuwingsstickers onmiddellijk.

Modifi catie

Modificatie van de installatie mag alleen uitgevoerd worden met schriftelijke goedkeuring van de fabrikant.

Ontploffi ngsgevaar

Volg bij werkzaamheden in de ketelruimte de daarvoor gelden de voorschriften "werken in een ruimte met ontploffi ngsgevaar" op.

Installatie

Het toestel dient door een erkende installateur volgens de geldende nationale en lokale normen en voorschriften geïnstal leerd te worden.

Volg alle veiligheidsinstructies nauwkeurig op.

Bediening

In het geval van een gaslekkage: schakel de unit uit en draai de gaskraan dicht.

Open deuren en ramen en waarschuw de betrokken instanties.

Bij hernieuwde ingebruikstelling uitsluitend conform de ge bruiksaanwijzing te werk gaan.

Technische specifi caties

De in deze technische documentatie vermelde specifi caties mogen niet overschreden worden.

4 Levering en transport

4 . 1 L e v e r i n g

Standaard wordt de unit compleet sa mengebouwd, getest en in krimpfolie verpakt afgeleverd.

Controleer bij levering, na verwijdering van de krimpfolie, de unit op beschadigingen.

Controleer of het geleverde in overeenstemming is met het gevraagde. Controleer bij levering of het elektrisch- en gasstraat schemanummer (met eventuele wijzigingsletter) overeenkomt met de gegevens op het typeplaatje.

4.2 Verpakking

De unit wordt op een onderstel van houten blokken en stootran den geleverd en is in krimpfolie verpakt.

4.3 Transport

Rendamax R2800 - Transport - 1

Raadpleeg bij transport de technische gegevens voor afmeting en en gewichten.

Verwijder de folie bij voorkeur pas ná transport en plaatsing in het ketelhuis of verwijder de beplating vóór transport. Dit om beschadiging van het plaatwerk te voorkomen.

Verplaatsing

De palletwagen/vorkheftruck met een minimum vorklengte van 1 m kan aan de zijkant of de voorkant van de unit geplaatst worden.

Rendamax R2800 - Verplaatsing - 1

Standaard deuropening

De afmetingen van de unit zijn zodanig dat de types met een maximale breedte (B) van 830 mm (zie technische gegevens) met verwijderde buitenbeplating door een standaard deurope ning van 80 cm te transporteren zijn.

Rollen

Na het verwijderen van de houten blokken is het mogelijk de unit over buizen te rollen.

Rendamax R2800 - Rollen - 1

Fig. 7 Verplaatsing d.m.v. rollen

Hijsen

Onderstaande figuur laat zien hoe de unit veilig te hijsen is. Om beschadiging aan het plaatwerk te voorkomen moet deze eerst verwijderd worden. De houten balken tussen de banden zorgen ervoor dat de unit tijdens het hijsen niet beschadigd wordt.

Rendamax R2800 - Hijsen - 1

- Zorg ervoor dat de hefbanden van de juiste kwaliteit zijn!! - Verplaats de unit nooit over de hoofden van mensen!!

Demonteren en monteren

Wanneer door afmetingen en/of gewicht van de unit een directe plaatsing niet mogelijk is, dan is het mogelijk de ketel gedeelte lijk te demonteren. Wanneer echter een vergaande demontage noodzakelijk is, adviseren wij vroegtijdig contact met uw Renda max leverancier op te nemen. De unit kan in delen geleverd worden, welke reeds zijn voorgetest.

Wij geven u het dringende advies om demontage- en montage werkzaamheden door de service-dienst van uw Rendamax leverancier te laten uitvoeren (meerprijzen).

B L H

Brander
Type L (mm) B (mm) H (mm) m (kg)
R2700 640 590 360 50
R2701 R2800 R2900 640 590 360 50
R2702 R2801 R2901 640 590 360 50
R2703 R2802 R2902 640 690 360 55
R2704 R2803 R2903 640 790 360 60
R2705 R2804 R2904 1010 660 400 100
R2706 R2805 R2905 1010 760 400 105
R2806R29061010860410115
R27071010860 420115
R2807R29071010960410120
R27081010960 420120
R2808R290810101050420130
R270910101050460130
R2809R290910101150420135
1st Warmtewisselaar
Type L (mm) B (mm) H (mm) m (kg)
R2700 660 59015045
R2701 R2800 R2900 660 59015045
R2702 R2801 R2901 660 59015045
R2703 R2802 R2902 660 69015050
R2704 R2803 R2903 660 79015055
R2705R2804R2904103066015085
R2706R2805R2905103076015090
R2707R2806R2906103086015095
R2708R2807R29071030960150110
R2709R2808R290810301050150115
R2809R290910301150150120
2st Warmtewisselaar
Type L (mm) B (mm) H (mm) m (kg)
R2700 660 590 150 50
R2701 R2800 R2900 660 590 150 50
R2702 R2801 R2901 660 590 150 50
R2703 R2802 R2902 660 690 150 55
R2704 R2803 R2903 660 790 150 60
R2705R2804R2904103066015090
R2706R2805R29051030760150100
R2707R2806R29061030860150110
R2708R2807R29071030960150125
R2709R2808R290810301050150135
R2809R290910301050150135

Fig. 9 Afmetingen en gewichten brander/warmtewisselaar
B L H

Rookgasverzamelkast
Type L (mm) B (mm) H (mm) m (kg)
R2700 R270490800<25
R2701 R2800 R2900870 490800<25
R2702 R2801 R2901870 490800<25
R2703 R2802 R2902870 590800<25
R2704 R2803 R2903870 690800<25
R2705 R2804 R29041320490800<25
R2706 R2805 R29051320590800<25
R2707 R2806 R29061320690800<25
R2708 R2807 R29071320790 800<25
R2709R2808R29081320890800<25
R2809 R29091320990800<25

Fig. 10 Afmetingen en gewichten rookgasverzamelkast

Rendamax R2800 - Demonteren en monteren - 3

Alleen voor R2900

B L H

Fig. 11 Afmetingen en gewichten 3 de warmtewisselaar R2900

3deWarmtewisselaar
Type L (mm) B (mm) H (mm) m (kg)
R2900 415 393 411 15
R2901 415 393 411 15
R2902 415 476 411 15
R2903 415 561 411 15
R2904 496 391 686 30
R2905 496 474 686 30
R2906 496 560 686 30
R2907 496 643 686 30
R2908 496 727 686 60
R2909 496 846 686 60

Rendamax R2800 - Alleen voor R2900 - 2

Fig. 12 Afmetingen en gewichten frame

Frame
TypeL (mm) B(mm) H (mm)m (kg)
R2700105076546040
R2701R2800R2900105076546040
R2702R2801R2901105076546040
R2703R2802R2902105076546040
R2704R2803R2903105086546040
R2705R2804R2904132576546045
R2706R2805R2905132576546045
R2707R2806R2906132586546045
R2708R2807R29071325106546050
R2709R2808R29081325106546050
R2809R29091325116546050

Plaatsing

Wanneer de unit op de juiste plaats staat, moeten de houten blokken verwijderd worden. De mee-geleverde trillingsdempers met afstandsbussen dienen nu gemonteerd te worden zoals beschreven in de bijgeleverde instructie (zie figuur 13).

Daarna kunnen de water-, gas-, schoorsteen-, condens- en elektrische aansluitingen aangebracht worden.

Rendamax R2800 - Plaatsing - 1

Bescherming tegen vorst

Bij een buiten bedrijf zijnde unit bestaat in de winter gevaar voor bevriezing. Tap daarom het water af m.b.v. de vul- en aftapkranen.

5 Installatie

5 . 1 V o o r s c h r

Het toestel dient door een erkende installateur volgens de geldende nationale en lokale normen en voorschriften geïnstal leerd te worden.

Het in bedrijf stellen dient bij voorkeur te geschieden door de servicedienst van uw Rendamax leverancier, welke tevens de samenstelling en kwaliteit van het systeemwater vastlegt.

5.2 Stookruimte

5.2.1 Algemeen

  • Door de constructie van de unit zijn de stralingsverliezen te verwaarlozen
  • Door het lage geluidsniveau is verdere geluidsisolatie van de ruimte overbodig
  • Door de hoge opstelling van de elektrische componenten is een sokkel overbodig
  • Door zijn constructie is de benodigde opstellingsruimte zeer gering
  • De inzetbaarheid van de ketel wordt vergroot door de mogelijkheid deze als gesloten toestel te leveren (zie hoofdstuk 5.3.4).

5.2.2 Opstelling

Om moeilijkheden te vermijden, gelden voor de stookruimte de volgende richtlijnen:

a Stel het toestel op in een vorstvrije ruimte
b Let op de plaatsing en temperatuurgevoeligheid van de apparatuur
c Maak de stookruimte voldoende groot zodat er voldoende ruimte rondom het toestel aanwezig is voor onderhoud en eventuele vervanging van onderdelen.

De geadviseerde minimaal vrije ruimte is:

  • 450 mm aan een zijkant
  • 800 mm aan de andere zijkant
  • 450 mm aan de achterzijde
  • 1000 mm aan de voorzijde (vrije loopstrook).

Indien de afstanden kleiner zijn, zal dit de onderhoudswerk zaamheden bemoeilijken.

Dakopstelling

Bij dakopstelling of installaties waarbij het ketelhuis het hoogste punt van het systeem is, is de volgende beveiliging van belang.

Rendamax R2800 - Dakopstelling - 1

De unit mag NOOIT het hoogste punt van de installatie zijn; met andere woorden de aanvoer- en retourleidingen van de ketel (vanuit de ketel gezien) moeten eerst omhoog lopen en daarna naar beneden.

Hoewel elke unit standaard is uitgevoerd met een waterstro mingsbeveiliging, eisen plaatselijke instanties dikwijls een centrale laagwaterstandbeveiliging. Bij meerdere units is hier voor slechts één extra beveiliging nodig.

Rendamax R2800 - Dakopstelling - 2

De ventilatie van de stookruimte dient te voldoen aan de gel dende nationale en lokale normen en voorschriften.

Let m.b.t. het ventileren op de volgende punten:

Rendamax R2800 - Dakopstelling - 3

a Handhaaf de geldende nationale en lokale normen en voor schriften voor de afmetingen van de doorlaten en de beveili ging van een eventuele mechanische ventilatie

b Maak de luchttoevoeropeningen transversaal in twee tegenover elkaar staande wanden
c Gebruik toevoerroosters met een grote breedte en een kleine hoogte
d Maak de ventilatie-afvoer verticaal door het plafond
e Bij onvoldoende luchttoevoer kan mechanische toevoer van ventilatielucht noodzakelijk zijn.

5.3 Aansluitingen

5.3.1 Gasaansluiting

De gasaansluiting dient door een erkende installateur volgens de geldende nationale en lokale normen en voorschriften geïnstalleerd te worden.

De gasaansluiting bevindt zich aan de achterzijde van de ketel.

De types R2700 t/m R2703, R2800 t/m R2803 en R2900 t/m R2903 zijn niet zonder meer geschikt voor aansluiting op een 100 mbar net. De druk voor het toestel dient gereduceerd te worden m.b.v. een gasdrukregelaar tot 25 mbar.

Vanaf type 04 zijn alle ketels geschikt voor distributiedrukken van zowel 25 als 100 mbar.

Het drukverlies in de aansluitleidingen moet zodanig zijn, dat bij maximale belasting van het toestel, de druk nooit beneden de 20 mbar bij L-gas daalt (17 mbar bij H-gas).

5.3.2 Elektrische aansluiting

De elektrische aansluitingen en voorzieningen dienen te vol doen aan de geldende nationale en lokale normen en voor schriften.

Het toestel is geheel voorbedraad volgens de met het toestel meegeleverde elektrische schema's.

Rendamax R2800 - Elektrische aansluiting - 1

De elektrische aansluitingen, manipuleerklemmen en het ketel pomprelais bevinden zich in een separate aansluitkast achter het voorpaneel (blauw extrusie-profiel).

Dit voorpaneel is eenvoudig te verwijderen door het aan de onderkant naar voren te trekken (zie fig. 4). Hierachter bevinden zich twee afdekplaten die te verwijderen zijn door het losdraaien van vier M5 bouten. Achter de onderste afdekplaat bevindt zich de klemmenstrook met de manipuleerklemmen.

De aan te sluiten kabels (voeding, besturing) worden aan de achterzijde van de unit binnen gevoerd en via de kabelgoot aan de rechterbinnenkant naar de voor in de ketel geplaatste aansluitkast gebracht. De aansluitkast is voorzien van kabelwartels en aansluitklemmen. De ketelpomp is uitgevoerd met een thermische beveiliging en een pomprelais.

bedfieningspaneel trafo 230-24-15V CXE/EM netfilter frequentie-omvormer klemmenstrook met manipuleerklemmen doorvoerwartels katelpompralsis OK-alarmsignaal optie extra regelaar (BME, E6 of KKM)

Fig. 16 Aansluitkast

Met de aan/uit-schakelaar op het bedieningspaneel kan de unit in- of uitgeschakeld worden. Het ketelpomprelais kan hiermee echter niet spanningsloos gemaakt worden.

De installateur dient binnen een stookruimte een all-polige hoofdwerkschakelaar met een contact-opening van minimaal 3 millimeter in het voedingscircuit naar de unit op te nemen. Hiermee kan de gehele unit (incl. ketelvoedingspomprelais) t.b.v. onderhoud of bij calamiteiten spanningsloos gemaakt worden.

Rendamax R2800 - Elektrische aansluiting - 3

Overeenkomstig de geldende normen en voorschriften dient buiten een stookruimte een zogenaamde brandschakelaar te worden gemonteerd. In geval van calamiteit kan hiermee de voeding naar de unit worden onderbroken.

Aardlekschakelaars in combinatie met frequentie-omvormers kunnen problemen geven. In enkele landen is dit zelfs verbo den. Hiervoor zijn twee redenen te noemen:

a. Alle gelijkrichterbelastingen (dus niet alleen frequentieomvor mers) kunnen in de nettoevoer een gelijkstroom veroorzaken die de gevoeligheid van de veiligheidsschakelaar verminderd
b. Door asymmetrische belastingen van radio-ontstoringsfilters kan de aardlekschakelaar voortijdig in werking komen, waardoor een ongewenst uitvallen van de unit op zou kun nen treden.

Rendamax R2800 - Elektrische aansluiting - 4

Om storingen ten gevolge van elektromagnetische velden te voorkomen, dienen afgeschermde kabels gebruikt te worden voor de busverbinding en alle sensor- en regelsignalen tussen de ketel en externe aansluiteenhe den. De afscherming dient aan beide zijden te worden aangesloten en afgemonteerd volgens EMC-richtlijnen.

Type Ventilator, regel- en beveiligings-apparatuurKetelpomp Totaal opgeno-men elektrisch vermogen (max)

Tabel 7 Elektrotechnische gegevens
* tolerantie spanning 230 V +10% / -15% tolerantie frequentie 50 Hz ±5%
** tolerantie spanning 400 V +10% / -15%
*** het opgegeven pompvermogen is gebaseerd op het maximaal opge nomen vermogen in pompstand 3. Uit de pompgrafi eken kan men eveneens het optimale bedrijfspunt qua pomp-rendement en opgeno men vermogen bepalen.
**** optioneel 1 fase pomp. Toename opgenomen vermogen: ca. 10%, toename aanloop-vertraging: ca. 3 sec.

Voor verdere energiebesparing is optioneel voor de serie R2800 en R2900 een toerengeregelde pomp verkrijgbaar. Raadpleeg hiervoor uw Rendamax leverancier.

Regeling en opties

De ketels zijn standaard uitgerust met een modulerende regeling. Deze kan via een o-10 Vdc signaal temperatuurafhankelijk worden gestuurd. Ook een boiler voorrangschakeling behoort tot de

standaarduitrusting. Optioneel kan de ketel worden uitgebreid met een van de drie onderstaande opties:

BME

Een weersafhankelijke temperatuurregelaar met de volgende mogelijkheden:

- programmering van 3 verwarmingsperiodes met bijbehorende temperaturen

- instelbare nachtverlaging

- keuze uit 2 weekprogramma's

- tapwater bereiding met voorrangsschakeling en 2 verwarmingsperiodes

- eenmalige tapwater bereiding tijdens nachtverlaging

- adaptieve stooklijn

- ruimtetemperatuur regeling met of zonder invloed van de buitentemperatuur

- mogelijkheid van interne of externe ruimtevoeler

- instelbare invloed ruimtevoeler

- justeren van ruimtevoeler

- vertraging invloed buitentemperatuur tot max. 3 uur

- vakantieprogramma

- vorstbeveiliging op basis van buitentemperatuur of ruimtetemperatuur

- activatie via telefoon

- opwarmoptimalisatie op basis van ruimtetemp. of buitentemp. met max. starttijdvervroeging

• anti-legionella functie (65 °C)

- invloed interne ruimtevoeler uitschakelbaar

• 2 draadsverbinding (scom-bus)

• display in 6 verschillende talen

- externe bediening t.b.v. KM628 met weergave van statusen, bedrijfsuren, aantal starts, modulatiegraad en temperaturen.

E6.1111

Dit is een regeling waarmee twee secundaire groepen weersafhankelijk kunnen worden geregeld. Daarnaast kan ook een tapwater groep worden geregeld met de mogelijkheid voor het ingeven van 2 verschillende gewenste waardes. Per secundaire groep zijn alle instellingen separaat instelbaar. Deze E6 regelaar kan verder worden uitgebreid met een optimalisatieregeling per secundaire groep (BM). De ketel wordt indirect weersafhankelijk geregeld. Verder zijn de mogelijkheden:

  • maximale aanvoertemperatuur is per verwarmingsgroep instelbaar
  • de stooklijn kan met een parallelverschuiving verhoogd worden t.b.v. gewenste aanvoertemperatuur ketel
  • tijdgestuurde tapwater circulatiepomp
  • pompkick functie
    • DCF ontvanger t.b.v. interne klok
    • communiceert d.m.v. CAN-bus
  • geïntegreerde relais en voeler test
    • toepasbaar als stand alone bedrijf.

KKM

Dit is een ketel cascademanager waarmee tot 8 ketels in cascade kunnen worden geschakeld en een extra schakelende ketel kan worden aangestuurd. Tevens heeft de KKM dezelfde mogelijkheden als de E6.1111.

Aansluitklemmen

Klem Omschrijving

L1-L2-L3 Ketel voeding, afzekeren met resp. 10 A of 16 A, bij

N-PE gebruik van installatie-automaten moeten deze aan een C-uitschakelkarakteristiek voldoen.

8- 9 Boilerpomp aansturing. Deze uitgang voert spanning (230 V) indien de ketel in bedrijf is als gevolg van een warmte vraag voor tapwater. (klem 8 is fase, klem 9 is nul)

10 -11 Vrijgave ketel (230 V). Wanneer deze klemmen worden doorverbonden, wordt de ketelpomp gestart en de ketel vrij gegeven. Bij verbreking gaat de ketel uit bedrijf. De pomp gaat na een instelbare nalooptijd uit bedrijf. Deze klemmen kunnen o.a. ook gebruikt worden om de ketels 's zomers buiten bedrijf te stel len met behoud van tapwaterbereiding.

12 -13 Bedrijfssignaal (230 V, 50 Hz, 1 A, N.O.). Het be drijfssignaal valt af indien een storing vaker dan 2 maal binnen 6 minuten voorkomt (storingscode wordt afgebeeld in het display met daarboven een "3") of bij een storing die langer dan 6 minuten actief is. Dit signaal is reeds verder voorbedraad met potentiaalvrije contacten voor externe voeding, OK en alarm (93, 94 en 95).

14 -15 Aansturing externe hoofdgasklep. Deze uitgang voert spanning (230 V) vanaf het moment dat de ketel in bedrijf komt totdat de ketel uit bedrijf gaat. Deze uitgang kan onder andere gebruikt worden voor het sturen van hydraulische kleppen, een ketelhuis venti latie of een hoofdgasklep. (klem 15 is fase, klem 14 is nul)

16 -17 Boiler thermostaat (230 V). Wanneer deze klemmen worden door verbonden zal de ketel een aanvoer temperatuur proberen te maken die is ingesteld voor boiler lading. Deze functie werkt alleen indien de klemmen 34-35 zijn doorverbonden. De boilertemperatuur kan ook via een voeler worden geregeld (klemmen 35-36).

18 -19 Blokkerende ingang (230 V). Indien de verbinding tussen deze klemmen wordt verbroken zal de ketel uit bedrijf gaan en blijven wachten tot de verbinding hersteld wordt (na 6 min. wachten of na 3 x dezelfde on derbreking binnen 6 min. wordt deze ingang vergren delend en moet handmatig gereset worden).

20 -21 Vergrendelende ingang (230 V). Indien de verbinding tussen deze klemmen wordt verbroken zal de ketel vergrendelend uit bedrijf gaan. Herstel de verbinding en druk op de resetknop.

30 -31 Buitenvoeler * (2 draads 1,01 kΩ PTC). Na het aan sluiten van een temperatuurvoeler wordt deze bij het inschakelen van de voedingsspanning automatisch herkend.*¹

32 -33 Verdelervoeler * (2 draads 1,01 kΩ PTC). Deze voe ler kan de temperatuur meten van de open verdeler. Deze wordt gebruikt bij het aansturen van een toerengeregelde ketelpomp.

35 -36 Boilervoeler * (2 draads 1,01 kΩ PTC). Na het aansluiten van een geschikte voeler wordt deze bij het inschakelen van de voedingsspanning automatisch herkend. De klemmen 34-35 mogen niet doorverbonden zijn. Deze functie heeft ten opzichte van de boilerthermostaat het voordeel dat ook een nacht verlaging en een anti-legionellaschakeling mogelijk is (alleen met BME, E6 of KKM).

37 -38 Externe beïnvloeding (2-10 Vdc = +10 °C - +90 °C) * Bij spanningen kleiner dan 2 V zal de ketel over schakelen op “constante aanvoer bedrijf”. (Instellen bij P1)

39 -40 Belastingsmelding * . Hierbij is het mogelijk de ketelbelasting uit te lezen. 0-100 % = 0-10 Vdc. De maxi male belasting bedraagt 5 mA.

Voor langere aansluitdraden (>5 m) wordt het gebruik van een signaalversterker aanbevolen.

41 - 42 Busaansluiting SCOM (let op polariteit: klem 41 is plus en klem 42 is massa).

43 -44 Aan deze klemmen kan een o-10 Vdc analoog signaal worden afgenomen dat recht evenredig varieert met de actuele belasting van de ketel en dat t.b.v. het sturen van een toerengeregelde ketelvoedingspomp kan worden toegepast. D.m.v. twee parameters, een voor begrenzing van het minimaal pomptoerental en een voor de ketelbelasting bij maximaal pomptoerental, kan de regelcurve worden ingesteld. Hierboven kan het toerental van de pomp nog eens moduleren

tussen deze curve en het maximaal pomptoerental m.b.v. de temperatuurverschil regelaar.

* Het toepassen van afgeschermde kabels wordt aanbevolen.
*1 De waarde van deze sensor doet dienst bij vorstbeveiliging en weersafhankelijk regelen van de aanvoertemperatuur (mits een additionele regelaar is aangesloten).

5.3.3 Wateraansluitingen

Het toestel dient door een erkende installateur volgens de geldende nationale en lokale normen en voorschriften geïnstal leerd te worden. De aanvoer- en retouraansluitingen bevinden zich aan de achterzijde van de unit.

Ondersteuning wateraansluitingen

Het wordt aanbevolen om de aanvoer- en retourleiding te ondersteunen. Dit voorkomt beschadigging door overbelasting (gewicht) en vereenvoudigt het onderhoud.

Rendamax R2800 - Ondersteuning wateraansluitingen - 1

Fig. 17 Ondersteuning

De unit behoort tot de categorie doorstroomtoestellen en is niet geschikt voor toepassing in open of drukloze systemen. In dat geval dient een (platen-)warmtewisselaar te worden geïnstal leerd waardoor systeemscheiding wordt gerealiseerd. De unit is standaard uitgevoerd met een ketelpomp die de minimaal vereiste watercirculatie door de ketel garandeert. De capaciteit en opvoerhoogte van de pomp is voldoende om behalve de ketelweerstand ook enige systeemweerstand te overwinnen.

Rendamax R2800 - Ondersteuning wateraansluitingen - 2

De ketelpomp is echter géén systeempomp.

Indien de systeemweerstand meer bedraagt dan de beschikba re opvoerhoogte, zal de ketel door de stromingsschakelaar worden uitgeschakeld.

Om dit te voorkomen moet men de lengte en de diameter van de primaire leidingen tot de aansluiting op de drukloze verdeler dusdanig kiezen, dat de resterende opvoerhoogte van de pomp (zie tabel 12) niet wordt overschreden.

Aanbevolen wordt om handafsluiters tussen de wateraanslui tingen en de installatie te monteren.

Rendamax R2800 - De ketelpomp is echter géén systeempomp. - 1

Om de stilstandsverliezen te beperken wordt soms een gemotoriseerde keerklep in de aanvoer- of retourleiding geplaatst. Ook kan men hiervoor een mechanische terugslagklep gebruik- ken of de speciale drukloze verdeler welke optioneel door Ren damax geleverd kan worden.

Stilstandsverliezen zijn verder te beperken door de ketel uit te schakelen via de manipuleer klemmen "vrijgave ketel". Bij een goed gedimensioneerde drukloze verdeler zal de natuurlijke stroming door de ketel te verwaarlo zen zijn.

5.3.4 Verbrandingsluchtaanvoer

5 . 3 . 4 . 1 A l g e m e e n

De unit is optioneel leverbaar als gesloten toestel. Dit vereenvoudigt de plaatsingsmogelijkheden binnen het gebouw.

Richtlijnen en installatievoorschriften

Het rookgasafvoer- en luchtaanzuigsysteem dient door een erkende installateur volgens de geldende nationale en lokale normen en voorschriften geïnstalleerd te worden.

De totale weerstand van het luchtaanzuig- en het rookgasaf voerkanaal mag een drukval van 1,0 mbar niet overschrijden.

Indien de unit als gesloten toestel wordt toegepast, zijn open T-stukken of draft-o-staten niet toegestaan.

5 . 3 . 4 . 2 L u c h t t o e v o

Het luchttoevoerkanaal mag enkelwandig zijn uitgevoerd in:

  • kunststof
  • dunwandig aluminium
  • fl exibel aluminium (let op weerstand).

Rendamax R2800 - Richtlijnen en installatievoorschriften - 1

Fig. 18 Horizontale aansluiting

TypeLuchttoevoer-diameter D (mm)X (mm)Y (mm)
R2700125191185
R2701R2800R2900125191185
R2702R2801R2901125191185
R2703R2802R2902150141195
R2704R2803R2903180160210
R2705R2804R2904180160210
R2706R2805R2905200160220
R2707R2806R2906200160220
R2708R2807R2907250240240
R2709R2808R2908250185240
R2809R2909250185240

Tabel 8 Luchttoevoeraansluiting

Rendamax R2800 - Richtlijnen en installatievoorschriften - 2

Fig. 19 Aansluiting luchttoevoer

De aansluiting van het luchttoevoerkanaal is altijd aan de bovenzijde van de unit.

Meerdere units mogen niet zonder advies van uw Rendamax leverancier samen worden aangesloten op hetzelfde luchttoe voer- of rookgasafvoerkanaal.

Neem hiervoor contact op met uw Rendamax leverancier.

In verband met sneeuw moet de luchttoevoer minimaal 30 cm bovendaks uitsteken en voorzien zijn van een kruiskap.

De uitmondingsopening dient minimaal 100 cm bovendaks te eindigen, uitgaande van een plat dak.

≥ 30cm ≥ 70cm

Fig. 20 Hoogte luchttoevoer en rookgasafvoer

Onderlinge maaiveld-afstand tussen de uitmonding rookgasaf voer en de opening luchttoevoer moet ten minste de breedte van de unit bedragen.

≥B B

Fig. 21 Afstand luchttoevoer en rookgasafvoer

Vorming van hinderlijk condenswater moet worden voorkomen. Wanneer gedurende het aanwarmen condensatie optreedt, moet dit condensaat terug naar de unit kunnen stromen. Inspectie van het luchtaanzuig- en rookgasafvoerkanaal moet mogelijk zijn.

5 . 3 . 5 R o o k g a 5 . 3 . 5 . 1 A l g e m e e

De aansluiting, de uitmondingspositie en -hoogte ten opzichte van mogelijke obstakels moet voldoen aan de geldende natio nale en lokale normen en voorschriften.

De rookgasafvoeraansluiting bevindt zich aan de achterzijde van de unit en is ontworpen voor directe aansluiting op een corrosiebestendig afvoerkanaal.

Aluminium of roestvrij staal wordt sterk aanbevolen. Omdat een kleine overdruk in de rookgas-afvoer bij koude start aanwezig is, dienen de afvoerkanalen bij voorkeur naadloos te worden uitgevoerd.

Door het hoge rendement kan ook bij toepassing als hoog gestookte ketel condensvorming optreden in de schoorsteen.

Rendamax R2800 - Richtlijnen en installatievoorschriften - 5

De condensafvoer mag nooit worden geblokkeerd!

Het direct aansluiten op gemetselde kanalen is niet toegestaan omdat de schoorsteenverliezen kleiner dan 17% zullen zijn.

In de volgende tabel zijn de rookgasgegevens van alle typen vermeld.

Type Rookgastemp. bij vollastRookgashoeveelheid bij vollastMaximaal toe- laatbare schoor- steenweerstand
°Cm3/h kg/s mbar
R27001652050,0471,0
R27011652560,0591,0
R27021653070,0711,0
R27031653840,0891,0
R27041654720,1091,0
R27051656480,1491,0
R27061658110,1871,0
R27071659630,2221,0
R270816510920,2521,0
R270916512960,2991,0
R28001401890,0461,0
R28011402410,0591,0
R28021403020,0741,0
R28031403710,0881,0
R28041405090,1251,0
R28051406370,1561,0
R28061407570,1861,0
R28071408580,2081,0
R280814010180,2491,0
R280914011180,2751,0
R2900851640,0461,0
R2901852090,0591,0
R2902852620,0741,0
R2903853220,0881,0
R2904854410,1251,0
R2905855520,1561,0
R2906856560,1861,0
R2907857440,2081,0
R2908858820,2491,0
R2909859690,2751,0

Tabel 9 Rookgaszijdige gegevens

Belasting 100%

Aanvoertemperatuur 80 °C

Retourtemperatuur 60 °C

5 . 3 . 5. 2 S c h o o r st e e n

Schoorsteenlengte

Omdat de unit is uitgerust met een "premix brander" met ventilator wordt er in de unit een overdruk opgebouwd.

Deze overdruk is voldoende om de weerstand van de gekoelde brander, ketelwarmtewisselaars en schoorsteen te overwinnen.

De tegendruk buiten de unit is afhankelijk van:

a de weerstand van de rookgasafvoerleiding
b de mate van afkoeling van de verbrandingsgassen
c de weerstand van het uitmondingssysteem.

De mate van afkoeling van de verbrandingsgassen is afhankelijk van:

a de isolatiewaarde van de schoorsteen
b de omgevingstemperatuur
c het uitmondingssysteem.

De uitmondingsdiameters van de units zijn zodanig gekozen dat men altijd een gemiddelde rookgassnelheid verkrijgt van ca. 4,7 m/s. Bij de unit heeft men een maximale overdrukbesteding van ca. 1,0 mbar (100 Pa) voor het rookgasafvoersysteem (zie tabel 10 voor lengten).

Rendamax R2800 - Schoorsteenlengte - 1

Door hun hoge weerstand dienen in het algemeen bochten met een R/D verhouding kleiner dan 1 te worden vermeden.

Het kan echter voorkomen dat deze toch toegepast moeten worden, bereken daarom de schoorsteenlengte met behulp van tabel 10.

Wij adviseren om het horizontale kanaalstuk met afschot te monteren zodat optredende condensvorming via de ketel kan worden afgevoerd.

schoorsteen- ophanging afschot ∠30/1000 mm manchetten condens- opening min. 700 mm onder- steuning

Fig. 22a Schoorsteenaansluiting R2700/R2800

schoorsteen- ophanging afschot ∠30/1000 mm manchetten condens- opening onder- steuning

Fig. 22b Schoorsteenaansluiting R2900

Rendamax R2800 - Schoorsteenlengte - 4

De R2700 en R2800 mogen niet worden aangesloten op rook gasafvoerkanalen met kunststof voering of kunststof rookgas-afvoeren (raadpleeg de geldende normen). De maximale rook-gastemperatuur zal, bij vollast en bij een wateraanvoertempera tuur van 80 °C, de 175 °C voor de R2700, de 150 °C voor de R2800 en de 90 °C voor de R2900 niet overschrijden.

De R2700 en R2800 zijn uitgerust met een schoorsteenlengte compensator.

Rendamax R2800 - Schoorsteenlengte - 5

Sluit een rookgasafvoer nooit rechtstreeks aan op de compensator.

De compensator moet altijd vrij staan. Hij mag de schoorsteen wand nooit raken. De rookgasafvoer op de unit moet eerst 70 cm verticaal omhoog lopen, voordat deze van diameter of richting mag worden veranderd.

Aan de onderkant van de rookgasafvoerring zijn openingen aangebracht welke nooit geblokkeerd mogen worden. Een vrije doorstroom van condens en eventueel regenwater moet ge waarborgd blijven. De aansluiting van de rookgasafvoer bevindt zich aan de achterzijde van de unit.

Berekening diameter

Voor berekening en controle van de inwendige diameter van een afvoersysteem met mechanische afvoer wordt verwezen naar de geldende nationale en lokale voorschriften en normen.

Berekening lengte

De in onderstaande tabel genoemde lengten zijn slechts voor verdere berekening van de totale lengte. De maximale verticale schoorsteenlengte mag de 60 m niet overschrijden.

Maximale toegestane rookgasafvoer-lengten in meter gladde pijp. Open uitvoering.

Type Lengte rookgasafvoer in m
Diameter 120 mmDiameter 150 mmDiameter 180 mmDiameter 200 mmDiameter 250 mmDiameter 300 mm
R27002587*----
R27011656*----
R2702**69*----
R2703****62*---
R2704******70*--
R2705******35*--
R2706********71*-
R2707********50*-
R2708**********92*
R2709**********69*
R28002896*----
R28011759*----
R2802**3695*---
R2803****61107*--
R2804****3054*--
R2805******32109*-
R2806******2176*-
R2807********53141*
R2808********38105*
R2809********3186*
R290032110*----
R29011759*----
R2902**3695*---
R2903****61107*--
R2904****3054*--
R2905******32109*-
R2906******2176*-
R2907********53*141
R2908********38105*
R2909********3186*

Tabel 10 Lengte rookgasafvoerkanaal
* Schoorsteendiameter op unit
** Niet van toepassing
Voorgaande rookgasafvoerkanaallengten zijn naar beneden afgerond.

Schoorsteenverliezen van diverse schoorsteenstukken uitgedrukt in meters rechte pijp. Het totale verlies dient in mindering te worden gebracht bij de maximale toegestane schoorsteenlengte uit de vorige tabel. Omrekening van andersoortige hulpstukken met andere -waarden kan eenvoudig gebeuren met behulp van de gegeven verliezen bij =1 .

Tabel 11a Schoorsteenverliezen R2700 in meters rechte pijp
* Aansluiting op ketel

Tabel 11b Schoorsteenverliezen R2800 in meters rechte pijp
* Aansluiting op ketel

Tabel 11c Schoorsteenverliezen R2900 in meters rechte pijp
* Aansluiting op ketel

5 . 3 . 6 C o n d e n s

Rendamax R2800 - Berekening lengte - 1

Het in de unit gevormde condensaat dient te worden afgevoerd naar het riool.

Indien er geen directe aansluiting op het riool aanwezig is, kan men gebruik maken van een water-verzamelbak met pomp en niveauschakelaar die het condenswater naar de riolering pompt.

Het lozen van condens in dakgoten is niet toegestaan.

De unit is uitgevoerd met een sifon, die voorkomt dat er rook gassen in de stookruimte terecht komen.

De aansluiting op de riolering dient zodanig plaats te vinden, dat er een open verbinding onder de condensafvoer van de unit ontstaat (zie fig. 23). Daarnaast moet de afvoerleiding overeenkomstig de geldende voorschriften worden voorzien van een sifon/stankafsluiter.

Zorg ervoor, dat de afstand tussen de condensuitlaat van de ketelsifon en de afvoerleiding minimaal 5 mm is. Hierdoor ontstaat de vereiste open verbinding en het vereenvoudigt voorkomende onderhoudswerkzaamheden en inspecties.

Rendamax R2800 - Berekening lengte - 2

Fig. 23 Condensafvoer

Hoewel het niet de bedoeling is een compleet handboek voor het ontwerpen van de meest uiteenlopende hydraulische syste men te maken zijn de gegevens toch omvangrijker dan gege vens welke in het algemeen wordt verstrekt bij conventionele verwarmingsketels.

De R2700/R2800/R2900 unit is een doorstroomketel waardoor de watersnelheden aan een bepaald minimum en maximum gebonden zijn.

In tabel 12 en 14 is het vereiste verband tussen de drie groot heden Q-P-t aangegeven en wel bij vollast. Door de hoge doorstroomsnelheid is de unit minder gevoelig voor waterhard heid. Hierdoor mag, bij een aanvoertemperatuur van 80 °C, de waterhardheid maximaal 14 °dH bedragen (zie 5.4.5 waterkwa liteit).

5 . 4 . 2 W a t e r s t r o

5.4.2.1 Stroming en weerstand

Aan de minimaal vereiste watercirculatie over de unit moet te allen tijde zijn voldaan (anders spreekt de stromingsbeveiliging aan en valt de unit in storing). Toepassing van afsluiters, terug-slagkleppen, systemen waarbij meerdere units aan een geza menlijke transportleiding zijn gekoppeld, etc. mag de minimaal vereiste watercirculatie niet beletten.

Type ΔT 20 KPompgegevens
Nominale volume stroomKetel-weer-standPomptype GrundfosPomp-standOpvoer-hoogte bij Qnom.Beschik-bare opvoer-hoogte bij Qnom.Maxi-maal* op-genomen vermogen
m3/h kPa UPS kPa kPa W
R27004,111332-60 F34633190
R27015,122032-60 F34626190
R27026,142932-120F38051400
R27037,693632-120F37236400
R27049,444332-120F35916400
R270512,962940-120F35829460
R270616,263650-120F37539720
R270719,304350-120F36421720
R270821,923250-120F35523720
R270925,913965-120F382431150
R28004,021232-60 F34634190
R28015,122032-60 F34424190
R28026,412532-120F37954400
R28037,873032-120F37343400
R280410,802040-120F37050460
R280513,552540-120F35530460
R280616,083050-120F37646720
R280718,272250-120F37048720
R280821,592750-120F35932720
R280923,783265-120F383511150
R29004,021232-60 F34634190
R29015,122032-60 F34424190
R29026,412532-120F37954400
R29037,873032-120F37343400
R290410,802040-120F37050460
R290513,552540-120F35530460
R290616,083050-120F37646720
R290718,272250-120F37048720
R290821,592750-120F35932720
R290923,783265-120F383511150

Tabel 12 Waterdoorstroomhoeveelheid en pompgegevens

* Maximaal opgenomen pompvermogen is opgegeven in pompstand 3. Het optimale bedrijfs-punt qua rendement en minimaal opgenomen pompvermogen kan men in de bijbehorende pompgrafieken vinden.

De waterdoorstroomhoeveelheid is instelbaar met behulp van de ingebouwde 3-standen pomp-schakelaar.

De waterdoorstroomhoeveelheid kan door een Δp -meting via de vul- en aftapkraan in de aanvoeren retourleiding van de unit gemeten worden. De afgelezen opvoerhoogte kan men dan vergelijken met de daarbij behorende pompkarakteristiek. Bij vollast kan men de waterdoorstroomhoeveelheid zeer nauwkeurig vergelijken met de daarbij verkregen ΔT , gemeten over de aanvoer en retour van de ketel.

De unit heeft standaard een pompschakeling. Bij vrijgave ketel wordt de pomp ingeschakeld. Bij het verwijderen van de vrijgave zal de pomp nog enkele minuten nadraaien. Deze nadraaitijd is instelbaar. De standaardtijd bedraagt 2 minuten.

Rendamax R2800 - Stroming en weerstand - 1

Wanneer in het systeem luchtverhitters (ventilatie, luchtbehandeling) of platenwarmtewisselaars (tapwater) opgenomen worden, is er doorgaans een kleine ΔT gewenst over deze luchtverhitters en/of warmtewisselaars.

De waterhoeveelheid over het totale secundaire circuit is hierdoor meestal groter dan over de units.

De drukloze verdeler dient zodanig gedimensioneerd te zijn dat de watersnelheid het maximum van 0,5 m/s niet overschrijdt.

In dit geval wordt de diameter van de drukloze verdeler bere kend door het watervolume over het secundair circuit.

Als het watervolume van het secundaire systeem groter is dan het primaire circuit ontstaat er een mengtemperatuur die lager is dan de gewenste aanvoertemperatuur uit de unit. De regeling reageert hierop en stuurt de regelfuncties (kleppen e.d.) in het systeem open. Doorgaans moet men dan de aanvoertempera tuur vanuit de unit(s) corrigeren voor de in de aangesloten groepen gewenste temperatuur.

Voor verdere energiebesparing is voor de R2800 en R2900 optioneel een toerengeregelde pomp verkrijgbaar. Raadpleeg hiervoor uw Rendamax leverancier.

5.4.2.2 Pompkarakteristieken
Rendamax R2800 - Stroming en weerstand - 2

| Q [m³/h] | p [kPa] (Line 1) | p [kPa] (Line 2) | p [kPa] (Line 3) | P1 [W] | Eta [%] | | -------- | ---------------- | ---------------- | ---------------- | ------ | ------- | | 0.0 | 0 | 0 | 0 | 0 | 0 | | 2.0 | ~80 | ~70 | ~90 | ~160 | ~20 | | 4.0 | ~60 | ~50 | ~70 | ~240 | ~30 | | 6.0 | ~40 | ~3…

Fig. 24 Pompkarakteristiek UPS 32-60F Fig. 25 Pompkarakteristiek UPS 32-120F

Rendamax R2800 - Stroming en weerstand - 4

| Curve | Peak Pressure (kPa) | Ela (%) | |-------|---------------------|---------| | 1 | ~80 | ~45 | | 2 | ~70 | ~40 | | 3 | ~60 | ~35 |

Fig. 26 Pompkarakteristiek UPS 40-60F Fig. 27 Pompkarakteristiek UPS 50-120F

| Q [m³/h] | p [KPa] (Line 1) | p [KPa] (Line 2) | p [KPa] (Line 3) | TMAO (kJ·m⁻¹) (Line 1) | TMAO (kJ·m⁻¹) (Line 2) | TMAO (kJ·m⁻¹) (Line 3) | | -------- | ---------------- | ---------------- | ---------------- | ---------------------- | ---------------------- | ---------------------- | | 0 | 100…

Fig. 28 Pompkarakteristiek UPS 65-120F

Type PompstandPmaxWPmin WI A 3 x 400 Vcos φ
UPS 32-60F
R2700-R27011120700,210,82
R2800-R28012140750,230,88
R2900-R290131901050,390,68
UPS 32-120F
R2702-R270412451200,420,84
R2802-R280322801300,470,86
R2902-R290334001700,780,74
UPS 40-120F
R270512901750,490,85
R2804-R280523301900,560,85
R2904-R290534602600,920,72
UPS 50-120F
R2706-R270814502800,820,79
R2806-R280825303000,940,81
R2906-R290837203801,300,80
UPS 65-120F
R270918504401,350,91
R280929004601,450,90
R2909311506002,150,77

Tabel 13 Elektrische pompgegevens

5 . 4 . 2 . 3 A f s l u i t e r s

Aanbevolen wordt om handafsluiters tussen de aanvoer- en retour-aansluitingen en de installatie te monteren

5.4.2.4 Kleppen

Bij R2700/R2800/R2900 units in cascadeschakeling is een gemotoriseerde smoorklep toepasbaar mits hij door de ketel wordt aangestuurd (zie 5.3.3). Ook een mechanische terugslag klep is mogelijk (let op de weerstand). Deze kleppen dienen ervoor om waterzijdi ge kortsluiting over de uitgeschakelde unit te vermijden.

5.4.2.5 Waterstromingsbeveiliging

De unit is met een waterstromingsbeveiliging uitgerust.

Deze stelt de unit buiten werking zodra de waterstroming door de unit beneden de minimum vereiste waarde komt.

5 . 4 . 3 W a t e r d r u

5 . 4 . 3 . 1 B e d r i j f s d

Rendamax R2800 - Waterstromingsbeveiliging - 1

Bij een maximale aanvoertemperatuur van 90 °C en een minimale waterstroming zoals die optreedt bij een ΔT van 20 K bij vollast, moet de minimale bedrijfsdruk groter zijn dan 1,5 bar. De bedrijfsdruk dient te worden gemeten terwijl de pomp uitstaat. Wordt een lagere bedrijfsdruk gewenst, dan moet men de maximale aanvoertemperatuur aanpassen.

Minimale bedrijfsdruk barAanvoertemperatuur °CΔT bij vollast K
>1,59020
>18020

Tabel 14 Minimale bedrijfsdrukken

5 . 4 . 3 . 2 K e t e l e x p a

Geadviseerd wordt een ketelexpansievat in de retourleiding tussen de pomp en ketelafsluiters te plaatsen.

5.4.3.3 Systeemexpansievat

De grootte van het expansievat wordt bepaald door het watervolume van het systeem. Wij advise- ren om het systeemexpansievat in het nulpunt (midden) van de drukloze verdeler te plaatsen.

5.4.3.4 Waterdrukbeveiliging

Standaard worden alle units voorzien van een overstortventiel van 3 bar. Als optie kunnen overstortventielen worden geleverd die zijn afgesteld tussen 3 en 6 bar.

5.4.4 Watertemperatuur

De maximaal toelaatbare temperatuur van het aanvoerwater is ingesteld op 90 °C. Deze werkt blokkerend. Indien de maximaalthermostaat bij 100 °C aanspreekt, valt de unit uit en komt hij niet automatisch terug in bedrijf wanneer de watertemperatuur beneden de ingestelde maximaaltemperatuur is gedaald.

5 .4 . 5 W a t e r k w a l

Rendamax R2800 - Watertemperatuur - 1

De samenstelling en kwaliteit van het systeemwater is direct van invloed op de prestaties van het totale systeem en de levensduur van de unit. Ondeskundig toevoegen en gebruik van chemicaliën, waterontharders, zuurstofbinders, ontluchters, beluchters en waterfilters vergroot de kans op storingen.

Corrosieve elementen van bepaalde toevoegingen kunnen het systeem aantasten waardoor lekkages ontstaan; afzetting van ongewenste aanslag leidt doorgaans tot beschadiging van de ketelwarmtewisselaar.

Bij de waterhardheid dient onderscheid gemaakt te worden tussen:

a Tijdelijke hardheid
Dit wordt ook wel carbonaathardheid genoemd. Vorming van aanslag geschiedt bij hogere temperaturen en laat zich gemakkelijk verwijderen.
b Blijvende hardheid
Mineralen (bijvoorbeeld calciumsulfaat) uit het water die zich afzetten als functie van zeer hoge oppervlaktetemperaturen.

De waterhardheid als waarde wordt in het algemeen uitgedrukt in "graden Duitse hardheid" (°dH) en kent de volgende indeling:

zeer zacht ca. 0 - 3 °dH

zacht ca. 3 - 9 °dH

matig hard ca. 9 -14 °dH

hard en zeer hard meer dan 14°dH

Rendamax R2800 - Watertemperatuur - 2

Het systeem dient zacht tot matig hard water te bevatten met een waterhardheid niet groter dan 14 °dH bij een aan voertemperatuur van 80 °C en ΔT 20 K.

Alvorens water te suppleren, dient steeds de hardheid en chloridewaarde van het systeemwater te worden vastgesteld.

Bij grotere installaties zal tijdens de bouw vaak één unit moeten werken. Regelmatig zullen nieuwe groepen worden bijgescha keld hetgeen gepaard gaat met toevoeging van vers water.

Daarnaast komt het voor dat ten gevolge van lekkages groepen worden afgekoppeld, gerepareerd en opnieuw gevuld.

In deze omstandigheden werkt de enige in bedrijf zijnde unit vaak op volle belasting en is de kans op ketelsteenvorming aanwezig. Daarom dient het suppletiewater te zijn onthard.

Voor een goede werking van de unit en het systeem wordt toepassing van waterontharders aanbevolen.

Op "dode punten" in het systeem kunnen zich grotere stationai re bellen vormen waarvan de samenstelling sterk kan variëren (naast zuurstof en stikstof zijn bijv. waterstof en methaan aangetoond). Zuurstof bevordert corrosie. Corrosiedeeltjes vormen met overige verontreinigingen een slibafzetting (magnetiet) die onder invloed van zuurstof weer putcorrosie veroorzaakt.

Het toepassen van een luchtafscheider met een automatische ontluchter wordt sterk aanbevolen. Indien een verticale verdeler wordt toegepast, dient deze bovenop de verdeler te worden geplaatst.

Rendamax R2800 - Het systeem dient zacht tot matig hard water te bevatten met een waterhardheid niet groter dan 14 °dH bij een aan voertemperatuur van 80 °C en ΔT 20 K. - 1

De chloridewaarde mag de 200 mg/l nooit overschrijden.

Indien dit wel het geval is, moet de oorzaak achterhaald wor den. Vergelijk de chloridewaarde van het suppletiewater en het CV-water. Zou dit gehalte veel hoger zijn, dan duidt dat op indikking, indien geen stoffen zijn toegevoegd die chloriden bevatten. Indien chloride in een zeer hoog gehalte aanwezig is, wordt het water agressiever door de completerende werking (o.a. foutief geregeneerde waterontharder). Het systeem moet gespoeld en opnieuw gevuld worden met chloride-arm water.

Om onnodige slijtage en verstopping als gevolg van in het systeem aanwezige verontreinigingen tegen te gaan adviseren wij toepassingen van een filtersysteem met een maaswijdte van 100 micron. Plaats deze altijd in de retour van het secundaire gedeelte van het systeem.

Om een goed werkend systeem en de levensduur te kunnen garanderen moet men gesuspendeerde en corrosie produce rende deeltjes verwijderen met behulp van een goed gekozen en geplaatst fi ltersysteem.

Het analyseren van het systeemwater en het reinigen van de filters behoren tot de periodieke inspectie.

Indien er voornemens zijn chemicaliën (zoals inhibitors) aan het water toe te voegen dient men vooraf contact op te nemen met uw Rendamax leverancier. Zij kunnen tevens advies geven over filtersystemen en andere benodigdheden. (Wateranalyseformulieren zijn verkrijgbaar bij uw Rendamax leverancier)

5.4.6 Voorbeelden hydraulisch systeem

De getoonde hydraulische systemen zijn slechts voorbeelden. Zij kunnen niet zonder vakkundige analyse in de praktijk wor den toegepast.

Drukloze verdeler

De drukloze verdeler moet zodanig worden gedimensioneerd, dat bij volle belasting een druk verschil optreedt tussen aanvoerverdeler en retourverzamelaar van maximaal 50 mmwk (ca. 0,5 m/sec).

De diameter van de drukloze verdeler kan worden bepaald met de formule:

= √ Q/3 6 0 0 × 1 diameter van de verdeler in m /snelheid in m / sec. Q = waterhoeveelheid in m ^ 3 / h

Voorbeeld van een drukloze verdeler met afsluiters en expansievat.

graph TD A["Container with inlet/outlet flow"] --> B["Valve with valve"] B --> C["Column with valves"] C --> D["Outlet with inlet/outlet flow"] D --> E["Return to Tank"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333 style D fill:#fcc,stroke:#333

Fig. 29 Installatie met drukloze verdeler, afsluiters en expansievat

Het verticaal plaatsen van een drukloze verdeler heeft bijkomende voordelen, zoals het boven-gedeelte dat fungeert als luchtafscheider en ontluchter en het ondergedeelte dat dienst doet als vuilvanger.

Wanneer in het systeem luchtverhitters (ventilatie, luchtbehandeling) of platenwarmtewisselaars (tapwater) opgenomen worden, is er doorgaans een kleine ΔT gewenst over deze luchtverhitters en/of warmtewisselaars.

De waterhoeveelheid over het totale secundaire circuit is hier-door meestal groter dan over de ketels.

De drukloze verdeler dient zodanig gedimensioneerd te zijn dat de watersnelheid het maximum van 0,5 m/sec niet overschrijdt. In dit geval wordt de diameter van de drukloze verdeler berekend door het watervolume over het secundair circuit.

Omdat het watervolume van het secundaire systeem groter is dan het primaire circuit (ketel) treedt er een watercirculatie op in tegenovergestelde richting van de primaire circulatie in de drukloze verdeler. Er ontstaat een mengtemperatuur die lager is dan de gewenste aanvoertemperatuur uit de ketel. De rege ling reageert hierop en stuurt de regelfuncties (kleppen e.d.) in het systeem open. Doorgaans moet men dan de aanvoertemperatuur vanuit de ketel(s) corrigeren voor de in de aangesloten groepen gewenste temperatuur.

Systemen met aanvoerverdeler en retourverzamelaar

Aanvoerverdelers in combinatie met retourverzamelaars komen veelvuldig voor in renovatie-projecten. Meerdere verzamelgroe pen werken met een mengregeling of een menginjectieregeling.

In beide gevallen is hier een drukloze verdeler of kortsluitleiding noodzakelijk.

Rendamax R2800 - Systemen met aanvoerverdeler en retourverzamelaar - 1

Fig. 30 Ketel met rechts gemonteerde verticaal geplaatste Rendamax verdeler

graph TD A["Inlet Tank"] --> B["Valve"] B --> C["Pressure Valve"] C --> D["Control Valve"] D --> E["Return Line"] E --> F["Pump"] F --> G["Directional Control Valve"] G --> H["Return Line"] H --> I["Control Valve"] I --> J["Return Line"] J --> K["Pump"] K --> L["Directional Control Valve"] L --> M["…

Fig. 31 Verdeler met meerdere verwarmingsgroepen in mengregeling zonder hoofdpomp

Kleine installaties (tot 200 kW) met weersafhankelijke regeling en boilervoorrangschakeling Door de kleine waterinhoud van de ketel en de snelle, nauw keurige keteltemperatuursregeling is de unit ideaal inzetbaar als ketel met boilervoorrangschakeling.

Het in- en uitschakelen van de pomp zonder gebruik van een gebouw optimalisatie systeem, geeft te grote temperatuursaf wijkingen en een ketel en pomp die te vaak schakelt. Hierdoor ontstaat een grotere kans op slijtage en de kans op storingen wordt groter. Bovendien is er sprake van een verlaging van het gebruiksrendement.

Gewoonlijk wordt de boilerinhoud bepaald door piekverbruik en gebruikscyclus. Om het pendelen tussen CV en boilerregeling te vermijden en de ketel zo kort mogelijk hoog gestookt te houden, adviseren wij het volgende:

  • boilerinhoud minimaal 300 l/100 kW
  • boiler-schakeldifferentie +6 -3 °C
  • boileroplaadtijd maximaal 20 minuten.

Installaties met meerdere units

Bij installaties waarbij elke unit voorzien is van een pomp, wordt na het uitschakelen van de unit ook de pomp uitgeschakeld.

graph TD A["Top Tank"] --> B["Tank 1"] B --> C["Valve 1"] B --> D["Valve 2"] C --> E["Valve 3"] D --> F["Valve 4"] E --> G["Control Valve"] F --> H["Control Valve"] G --> I["XH"] H --> J["XH"] I --> K["Return Line"] J --> L["Return Line"]

Fig. 32 Installatie met meerdere units

Hydraulische kortsluiting

Om een waterzijdige kortsluiting over de uitgeschakelde unit te vermijden adviseren wij om terugslagkleppen toe te passen. Dit kunnen zowel mechanisch als elektrisch bediende terugslagkleppen zijn.

Voor twee in cascade geschakelde units wordt dit systeem geadviseerd. Wanneer de units weersafhankelijk worden voor geregeld met behulp van een systeem voor gebouwoptimalisa tie of een compensatie-eenheid, moet de gezamenlijke aan voervoeler worden geplaatst bij de gezamenlijke aanvoerleiding zoals aangegeven in de tekening.

graph TD A["Top Tank"] --> B["Valve"] B --> C["Pressure Gauge"] C --> D["Valve"] D --> E["Control Valve"] E --> F["TT"] F --> G["Valve"] G --> H["Valve"] H --> I["Control Valve"] I --> J["TW"] J --> K["Valve"] K --> L["Control Valve"] L --> M["TW"] M --> N["Valve"] N --> O["TW"] O --> P["Control Val…

Fig. 33 Installatie met meerdere units gebruikmakend van de Rendamax Duo-verdeler

Rendamax R2800 - Hydraulische kortsluiting - 2

Fig. 34 2 ketels gebruikmakend van de Rendamax Duo-verdeler

6 Bedieningsinstructies

6 . 1 W e r k i n g

Bij warmtevraag vindt eerst voorventilatie plaats. Gas en lucht worden in het mengkanaal optimaal gemengd. De ventilator voert de verbrandingslucht toe, waarbij een frequentieregeling de modulering verzorgt. Een verhoudingsregelaar bepaalt (eveneens modulerend) de benodigde gashoeveelheid. Hierna wordt het gas-luchtmengsel direct op de hoofdbrander ontsto ken. De ventilator zorgt tevens voor de afvoer van de verbran dingsgassen. Het afvoersysteem voor deze gassen is een wezenlijk onderdeel voor de goede werking van het toestel. De unit heeft geen beperking van de retourwatertemperatuur. Indien deze temperatuur laag is, zal er condensaat worden gevormd dat via het afvoersysteem wordt afgevoerd.

6 . 2 R e ge li n g

Afhankelijk van de warmtevraag wordt de unit tussen 0 % en 25 % belasting aan-uit geschakeld en tussen 25 % en 100 % belasting modulerend geregeld.

6 . 3 K e t e l m o

5 6 4 3 8 21 1 7 2

Fig. 35 Ketelmodule

9 8 7 6 20 21 1 OTO A-ANWRIGHT 4 2 3 5

klepje dicht klepje open

1 bedrijfsmodus 1 parame ter aanduiding

stand-by P1 aktuele/gewenste aanvoer temp.

Automatisch bedrijf (winterstand)
Tapwaterbedrijf (zomerstand)
servicebedrijf (constante belasting)

2 draai keuzeschakelaar bedrijfsmodus

3 storingsindicator
4 actuele aanvoertemperatuur
5 storingscode (knipperend)
6 bedrijfsstatus

) nachtverlaging

dagbedrijf (geen warmtevraag)
*(knipperend) brander in bedrijf

7 service stand

I servicebedrijf bij minimale branderbelasting (P17)

II servicebedrijf bij maximale branderbelasting (P9)

P2 aktuele/gewenste tapwater temp.
*P3 gewenste aanvoertemperatuur
P5 aktuele buitentemperatuur
P8 aktuele verdelertemperatuur

P9 aktuele/maximale ketelbelasting P10 wachtwoord

2 optische busverbinding t.b.v. Kesslab
3 reset/programmeertoets
4 alarmering/programmeer LED
5 draai keuzeschakelaar t.b.v. parameter nr. keuze en gewenste waarde instelling
7 actuele waarde/gewenste waarde
8 storingscode/parameter nr.

9 status ingangen

* P3 gewenste belasting indien KKM is aangesloten

Bedieningsfuncties bij gesloten klepje

Bij gesloten klepje en door bediening van de draai keuzeschakelaar kan de bedrijfsmodus worden veranderd in:

stand-by (ketel is uit bedrijf en de vorstbeveiliging is actief)
automatisch bedrijf (ketel is in bedrijf t.b.v. CV en tapwaterproductie)
tapwaterbedrijf (ketel is alleen t.b.v. tapwaterproductie in bedrijf)
I servicebedrijf (ketel werkt op constante minimale belasting ingesteld bij P17)
II servicebedrijf (ketel werkt op constante maximale belasting ingesteld bij P9)

Informatie en instellingen indien klepje geopend

Bij geopend klepje en d.m.v. bediening van de draaikeuzeschakelaar zijn de volgende 10 menu's beschikbaar. Waarbij een pijltje onder aan het display het gekozen menu aanwijst en tegelijkertijd de actuele waarde hiervan in het display weergegeven wordt.

P1 actuele/gewenste aanvoertemperatuur
P2 actuele/gewenste tapwatertemperatuur
P3 gewenste aanvoertemperatuur
P5 actuele buitentemperatuur
P8 actuele verdelertemperatuur
P9 actuele/maximale ketelbelasting
P10 invoeren wachtwoord (alleen voor opgeleide technici)

In- en uitgangssymbolen (klepje geopend)

Ingangssymbolen

ionisatiestroommeting t.b.v. vlamdetectie

SW signaal van stromingsbewaking

RT signaal van externe vrijgave

Bus signaal van busverbinding

Uitgangssymbolen

aanstuursignaal naar hoofdgaskleppen

4 aanstuurdignaal naar ontstekingstrafo

aanstuursignaal naar ventilator

⊖ aanstuursignaal naar ketelvoedingspomp

aanstuursignaal naar tapwaterpomp

Het instellen van de gewenste aanvoertemperatuur voor CV bedrijf

Let op! deze instelling is alleen actief indien geen KKM, E6.1111 of BME dan wel een extern o-10 V signaal aangesloten is.

  • open het klepje van de KM628, er verschijnt boven P1 een zwart pijltje
  • druk op de reset/programmeertoets (pos. 3), rode LED gaat branden, draai vervolgens de draaikeuzeschakelaar totdat de gewenste temperatuur in het display verschijnt
  • druk weer de reset/programmeertoets, rode LED gaat uit
  • de nieuwe ingestelde aanvoertemperatuur wordt actief
  • sluit het klepje.

Het instellen van de gewenste tapwatertemperatuur voor tapwaterbedrijf

Let op! alleen van toepassing als de tapwatermodus wordt gebruikt (bij geen gebruik moet als gewenste waarde "o" worden ingesteld).

  • open het klepje
  • draai de draaischakelaar tot de pijl aan de onderzijde van het LCD display parameter op P2 staat
  • druk op de reset/programmeertoets (pos. 3), LED gaat branden, draai daarna de draaischakelaar (pos. 5) totdat de gewenste tapwatertemperatuur in het display verschijnt
  • druk nogmaals op de reset/programmeertoets, LED gaat uit
  • de nieuwe ingestelde waarde wordt actief
  • sluit het klepje

6.4 Storingsmeldingen

Bij een storing is altijd de knipperende △ en een storingscode zichtbaar in het display. Bij een storingsmelding dient altijd eerst de oorzaak opgespoord en verholpen te worden, voordat de ontgrendeling van de betreffende beveiliging plaats mag vinden. Het bedrijfssignaal (klemmen 12-13) valt af indien een storing vaker dan 2 keer binnen 6 minuten voorkomt (storings code wordt afgebeeld in het display met daarboven een “3”) of bij een storing die langer dan 6 min. actief is. Als de momenta ne situatie veilig is, kan de ketel toch in bedrijf zijn.

1. maximaal thermostaat (STB) heeft aangesproken

de aanvoer temperatuur is boven de hiervoor ingestelde waarde gekomen wacht totdat de aanvoer temperatuur voor tenminste 1 minuut onder de ingestelde waarde is en ontgrendel dan deze veiligheidsfunctie door op de reset knop te drukken

2. blokkerende ingang werd buiten branderbedrijf onderbroken

een externe veiligheid aangesloten op de klemmen (18-19) heeft aangesproken controleer en herstel deze veiligheid

3. blokkerende ingang werd tijdens branderbedrijf onderbroken

een externe veiligheid aangesloten op de klemmen (18-19) heeft aangesproken controleer en herstel deze veiligheid

4. er ontstaat geen vlamsignaal tijdens brander start

tijdens branderstart werd binnen de ingestelde veiligheidstijd geen vlam gedetecteerd indien geprogrammeerd is een herstart mogelijk

5. vlamsignaal valt tijdens bedrijf weg

tijdens brander in bedrijf is de gemeten ionisatiestroom onder de 1 μA geweest controleer en ontgrendel deze veiligheidsfunctie door het indrukken van de reset toets

6. maximaal temperatuur bewaking (STW) heeft aangesproken

de aanvoertemperatuur is boven de hiervoor ingestelde waarde gekomen

7. vergrendelde ingang werd onderbroken

een externe veiligheid aangesloten op de klemmen (20-21) heeft aangesproken controleer en herstel deze veiligheid

11. foutief vlamsignaal

er werd een ionisatiestroom hoger dan 1 μA gemeten terwijl de brander uit bedrijf stond herstel deze fout en druk op reset

12. defecte aanvoer temperatuurvoeler

de gemeten weerstandswaarde van de aanvoer temperatuurvoeler ligt buiten het bereik van -10°C en +126°C

herstel deze fout en druk op reset

14. defecte tapwater voeler

de gemeten weerstandswaarde van de tapwater voeler ligt buiten het bereik van -39°C en +110°C

herstel deze fout en druk op reset

15. defecte buitenvoeler

de gemeten weerstandswaarde van de buitenvoeler ligt buiten het bereik van -39°C en +110°C

herstel deze fout en druk op reset

18. defecte verdelervoeler

de gemeten weerstandswaarde van de verdelervoeler ligt buiten het bereik van -39°C en +110°C

herstel deze fout en druk op reset

20. fout in gasklep aansturing V1

nadat de brander werd uitgeschakeld en gasklep V1 was gesloten werd gedurende 5 sec. nog een ionisatiestroom gemeten die groter dan 1 μA was

herstel deze fout en druk op reset

nadat de brander werd uitgeschakeld en gasklep V2 was gesloten werd gedurende 5 sec. nog een ionisatiestroom gemeten die groter dan 1 μA was

herstel deze fout en druk op reset

22. te lage luchtdruk bij start

de luchtdrukschakelaar komt niet in tijdens voorspoelen van de ventilator

herstel deze fout en druk op reset

23. luchtdrukschakelaar valt niet af

luchtdrukschakelaar valt niet af terwijl de ventilator uitgeschakeld is herstel deze fout en druk op reset

27. luchtdrukschakelaar valt af tijdens bedrijf

terwijl de brander in bedrijf is valt de luchtdrukschakelaar af herstel deze fout en druk op reset

er heeft zich een EEprom fout voorgedaan in de opgeslagen regeltechnische parameters controleer en wijzig deze parameterset

31. CRC-fout in veiligheidsrelevante parameters

er heeft zich een EEprom fout voorgedaan in de opgeslagen veiligheidsrelevante parameters controleer en wijzig deze parameterset

32. fout in laagspanningsvoeding

de laagspanningsvoeding is te laag of de zekering is defect herstel deze fout en druk op reset

40. stromingsbewaking is geactiveerd

bij ingeschakelde brander en ketelvoedingspomp is de stromingsschakelaar niet ingeschakeld

x.y. interne fout

er is een interne fout in de elektronica geconstateerd controleer en herstel deze veiligheid

6 . 5 l n b e d r i j

1 Open de gaskraan
2 Schakel de unit in met behulp van de aan/uit-schakelaar op het bedieningspaneel
3 Stel de bedrijfsoort in op "automatisch bedrijf Ⓛ" m.b.v. de "bedrijfssoortkiezer". Zie ook de bedieningsinstructie op de ketel.

6.6 Uitschakelen

Men kan op 3 manieren uitschakelen:

A De ketel blijft beschikbaar voor tapwaterbedrijf. Stel met behulp van de bedrijfssoort kiezer de bedrijfssoort in op
B De ketel is buiten bedrijf en komt alleen inbedrijf door de automatische vorstbeveiliging. Stel met behulp van de bedrijfssoort kiezer de bedrijfsoort in op ⏻
C Ketel buiten bedrijf nemen.

1 Schakel de ketel uit door met behulp van de aan-uit schakelaar
2 Sluit de gaskraan.

6.7 Waarschuwingen

Het toestel dient te worden geïnstalleerd door een erkende installateur.

Men dient zich strikt aan deze bedieningsinstructie te houden.

Indien de oorzaak van de storing niet kan worden achterhaald, neem dan contact op met de servicedienst. Repareer nooit zelf.

De condensaatafvoer mag niet gewijzigd of afgedicht worden.

Bij een buiten bedrijf zijnde ketel bestaat in de winter gevaar voor bevriezing. Tap het water af met behulp van de vul- en aftapkranen.

De gebruiker mag niets veranderen aan het toestel of het afvoersysteem.

Jaarlijkse controle en goed onderhoud zijn noodzakelijk om een optimale werking te garanderen.

7 In bed rijfstelling

7 . 1 A l g e m e

Het inbedrijfstellen dient door deskundig personeel te worden uitgevoerd. Afwijking hiervan doet de garantie vervallen.

7.2 De inbedrijfstelling

Water en het hydraulisch systeem

Neem een watermonster van het systeemwater bij de vul/aftap kraan van de ketel en een monster van het suppletiewater.

Bepaal de waterhardheid. De waterhardheid dient kleiner dan 14 °dH te zijn.

Indien de gemeten hardheid te hoog is, dient het water onthard te worden.

Rendamax R2800 - Water en het hydraulisch systeem - 1

Bepaal de hoeveelheid chloride in het systeemwater. Deze mag de 200 mg/l nooit overschrijden.

Indien dit wel het geval is dient het systeem gespoeld en opnieuw gevuld te worden met chloride-arm water.

Controleer de systeemwaterdruk. Deze dient minimaal te vol doen aan tabel 14 (bedrijfsdrukken). Controleer of er een by-pass of drukloze verdeler in het hydraulisch systeem is opgenomen. Dit is een vereiste.

De pomp controleren en ontluchten

Zet spanning op ketel met behulp van de aan/uitschakelaar en contro leer de draairichting van de ketelpomp door de dop op het pompmotor-huis te verwijderen. Indien de draairichting anders is dan de pijl naast de dop, dan dienen twee van de drie fases te worden verwisseld.

Voordat de unit in bedrijf gesteld wordt is het noodzakelijk de pomp te ontluchten door de dop van het pompmotorhuis te verwijderen. Deze procedure herhalen nadat de unit enige tijd in bedrijf is geweest.

Controleer de schoorsteen

Controleer de schoorsteen. Zorg dat de verbinding tussen unit en schoorsteen rookgasdicht is, anders alsnog afplakken.

Ontlucht de gasleiding

Draai de hoofdgaskraan open. Controleer of de gasleiding gasdicht is. Ontlucht de gasleiding tot aan de unit(s).

Controleer de unit op vollast

Start de unit. Laat de unit op vollast branden en stabiliseren (circa 3 minuten). Bij vollast moeten de volgende instellingen worden gecontroleerd en even tueel worden gecorrigeerd m.b.v. de vlinderklep op het mengkanaal.

Richtwaarde vollast

Aardgas
Richtwaarde CO 2 9,8 - 10,2 %
Richtwaarde CO≤ 30 ppm

Propaan

Richtwaarde CO210,8 - 11,2 %
Richtwaarde CO≤ 30 ppm

Branderdruk = ventilatordruk - druk boven brander

P(vent)-P(bb) 8,5 ± 1 mbar

graph TD A["P_voordruk"] --> B["P_min gas"] B --> C["ΔP"] C --> D["P_max gas"] D --> E["P_vent"] E --> F["vlinderklep"] F --> G["ΔP"] G --> H["P_min"] H --> I["ΔP"] I --> J["P_vent"] J --> K["ΔP"] K --> L["P_vh"] L --> M["ΔP"] M --> N["P_vh"] N --> O["ΔP"] O --> P["ΔP"] P --> Q["P_vh"] Q --> R["ΔP"]…

Fig. 36 Meten branderdruk

Meet de gasdruk voor de gasklep. Deze dient minimaal 20 mbar te zijn bij vollast (17 mbar bij H-gas). Bij meerdere units per ketelhuis moet deze druk gemeten worden met alle units in vollast.

Controleer het waterzijdig temperatuurverschil ( ΔT ) tussen de aanvoer en retour van de unit. De ΔT dient bij vollast tussen 15 en 25 K te liggen.

Controleer de unit op minimumlast

Regel de unit terug naar minimumlast. Bij minimumlast moeten de volgende instellingen worden gecontro leerd en eventueel worden gecorrigeerd m.b.v. de N-instelschroef op de gasklep.

Richtwaarde minimumlast

Aardgas

Richtwaarde CO₂

R 2 7 0 0 - R 2 7 0 9 R2800-R2809, R2900-R2909 8,5 - 9,5 %

R i c h t w a a r d e C

Propaan

Richtwaarde CO 2 1 o , 8 - 11,2 % R i c h t w a a r d e

Instelling luchtdrukschakelaar 0,4 ± 0,05 mbar

Branderdruk = ventilatordruk - druk boven brander

P ( v e n t ) - P ( b b )

Controleer de functie van de Δpmin drukschakelaar door een weerstandplaat (bijvoorbeeld een stuk stevig karton) voorzich-tig voor de aanzuigopening van de ventilator te plaatsen en deze opening met de plaat dicht te schuiven tot de ketel uit schakelt.

Indien de unit op vermelde wijze is gecontroleerd en eventueel gecor rigeerd, dienen als referentie de volgen de waarden bij vollast en minimumlast te worden genoteerd op het inbedrijfstellingsformulier:

pventilator

pboven brander

pventilator - pboven brander

pvuurhaard

ΔT.

Ombouw van aardgas naar propaan

Stel het CO 2 -percentage bij vollast in (richtwaarde vollast) en vervolgens bij minimumlast (richtwaarde minimumlast).

Breng het nieuwe typeplaatje t.b.v. propaan aan over het oude.

8 O n d e r h o u d

8.1 Veiligheid

Draag bij onderhoudswerkzaamheden daarvoor geschikte kle ding en schoeisel. Denk aan uw veiligheid, vooral bij het dragen van sieraden en losse kleding.

8 . 2 A l g e m e e

Om een blijvend goede en veilige werking van de unit te waar borgen, dient deze tenminste eenmaal per jaar geïnspecteerd te worden.

De volgende werkzaamheden dienen te worden verricht (voor uitgebreidere beschrijving van deze werkzaamheden zie 8.3):

  • Vervang de ontstekings- en ionisatie-elektrode
  • Vervang en/of verwijder het stoffilter (optie)
  • Reinig de luchtinlaatdemper
  • Reinig het ventilatorwiel
  • Reinig de rookgasverzamelkast
  • Reinig de sifon van de unit en de afvoerleiding
  • Reinig het gasfilter
  • Inspecteer alle drukmeetleidingen en meetnippels
  • Na verwijdering van het plaatwerk aan de linkerzijde kan via een kijkglas aan de voorzijde worden gekeken naar de ontsteking en de verbranding
  • Test de unit rookgaszijdig op CO 2 en CO en corrigeer deze zo nodig bij minimumlast en vollast.
  • Controleer alle veiligheidsfuncties en stel deze zo nodig bij
  • Meet het watertemperatuurverschil ΔT als maat voor de doorstroming
  • Controleer de waterdruk
  • Inspecteer waterkwaliteit: hardheid - chloride getal
  • Noteer alle gegevens
  • Reinig de beplating aan de buitenzijde en zorg dat deze er weer netjes uitziet.

8.3 Procedure

a) Maak de unit spanningsloos
b) Draai de gaskraan dicht.

- De ontstekings- en ionisatie-elektrode zijn aan de achterzijde gemonteerd

- Verwijder de bougiedoppen van de ontsteek- en ionisatie-elektrode en inspecteer deze voor mogelijke beschadigingen zoals inbrand- en vervuilingstekens (indien beschadigd de bougiedop pen vervangen).

Om het volgende te kunnen uitvoeren moet de buitenbeplating eerst verwijderd worden.

  • Om de luchtinlaatdemper te reinigen moet men deze eerst demonteren. Reinig deze met een stofzuiger
  • Bij units in een stoffige omgeving kan het ventilatorwiel vervuilen. De luchtopbrengst loopt hierdoor terug en het wiel kan in onbalans raken. Het wiel met een borsteltje reinigen. De balanceergewichten mogen niet verschoven of verwijderd worden
  • Voor het in specteren en eventueel reinigen van de condens bak is aan de achterzijde van de condensbak een inspectie luik aangebracht. Alle losse vervuiling kan hierdoor verwij derd woden
  • Onder de condensbak bevindt zich een sifon. Draai de sifon los, reinig deze en vul opnieuw met water
  • Aan het begin van de gasstraat is een gasfi lter ge monteerd.

Dit fi lter is als volgt te reinigen:

1 Draai de gaskraan van de ketel dicht
2 Draai de 6 bouten van de deksel van het gasfi lter los
3 Verwijder voorzichtig het fi lterelement
4 Reinig het filterelement door dit uit te schudden. Bij sterke verontreinigingen moet het filterelement vervangen worden
5 Monteer het fi lter
6 Controleer op lekkages (zeepsop).
- Alle aansluitingen van de drukmeetleidingen moeten geï nspecteerd worden.

Zorg dat deze goed bevestigd zijn; zo nodig de moe ren aandraaien

- Inspecteer de schroefjes in de meetnippels; vervang de meetnippels wanneer deze beschadigd zijn

- Om gas-, lucht- en rookgaszijdige metingen uit te voeren moet men gebruik maken van gekali-breerde testapparatuur

- Alle testgegevens moeten genoteerd worden op de desbe treffende testformulieren.

8.4 Reinigen brander, warmtewisselaar

De brander en warmtewisselaars kunnen waterzijdig worden gereinigd met de daarvoor geschikte middelen. Voor advies met betrekking tot geschikte middelen dient de servicedienst van uw Rendamax leverancier geraadpleegd te worden.

8.5 Reinigen filter/zeef gascombinatieblok

Procedure om het filter/zeef in het gascombinatieblok te kun nen reinigen.

Kromschröder gascombinatieblok

1 Draai de gaskraan voor de ketel dicht
2 Ontlast de gasstraat door de topbeugel naar het meng sys teem los te maken
3 Draai de vier bouten van de ingangsfl ens los
4 Neem het fi lter uit het combinatieblok
5 Verwijder de verontreiniging door het filter uit te kloppen
6 Monteer het filter in omgekeerde volgorde
7 Controleer op lekkages (zeepsop).

Dungs gascombinatieblok

1 Draai de gaskraan voor de ketel dicht
2 Draai de bouten van de ingangs- en uitgangsflens los, ondersteun hierbij de gasklep
3 Neem de gasklep voorzichtig tussen de flenzen uit
4 Reinig de zeef
5 Monteer de gasklep
6 Controleer op lekkages (zeepsop).

8 . 6 l o n i s a t

Voor het uitvoeren van een ionisatiemeting dient een micro-ampèremeter, met een meetbereik van 0 - 200 μA DC, in het ionisatiecircuit te worden opgenomen. Op deze wijze kan de ionisatiebeveiliging worden gecontroleerd. De nominale ionisatiestroom bedraagt 6 tot 25 μA. De minimale ionisatie stroom bedraagt 2,8 μA.

8 . 7 S e r v i c e

Voor het verlenen van service en onderhoud is de servicedienst van uw Rendamax leverancier steeds beschikbaar.

9 Omrekeningsformules en -factoren

Omrekeningsformules

CO _ 2 = 2 0 , 9 - gemeten O _ 22 0 , 9 × 1 1, 7

O _ 2 = 2 0, 9 - gemeten CO _ 2 × 2 0 , 91 1 , 7

11,7 % CO 2 is het maximale CO 2 -percentage dat ontstaat bij het stoichiometrisch verbranden van Gronings aardgas.

Luchtovermaat N:

N = 2 0 , 92 0 , 9 - gemeten O _ 2 × 0, 9 1 4 of

N = 1 + ( 1 1 , 7CO _ 2 gemeten - 1) × 0, 9 1 4

Omrekeningsfactoren

Voor NO x (N=1):

1 ppm = 2, 0 5 mg / m 3 = 1, 7 5 9 mg / kWh = 0, 4 9 8 mg / MJ

Voor CO (N=1):

1 ppm = 1, 2 4 mg / m 3 = 1, 0 6 4 mg / kWh = 0, 2 9 8 mg / MJ

Voorbeeld

Meetwaarden van een milieuvriendelijke unit:

NO _ x = 1 5 ppm

CO _ 2 = 10 %

Wat is de NO x -waarde volgens de meest gebruikte norm in mg/kWh bij N=1?

0 _ 2 = 2 0, 9 - 1 0 × 2 0 9/1 1 , 7 = 3 %

N = 2 0 , 9/2 0 , 9 - 3 = 1, 1 7

NO _ x ( bij N = 1) =

1 5, 0 × 1, 1 7 = 1 7, 6 ppm

1 7, 6 × 1, 7 5 9 = 3 0, 9 mg/kWh

Wkc
10,863,41
1,16313,97
0,2960,2521

Tabel 15 Herleidingswaarden

1 kcal = 4, 1 8 7 kJ 1 kWh = 3, 6 MJ

Het verschil tussen de calorische bovenwaarde en de calori sche onderwaarde is de verdampingswarmte van het chemisch gevormde water. Bij 298,15 K (25 °C) bedraagt deze 2442,5 kJ/kg (583,38 kcal/kg).

Voor niet-condenseren de ketels:

η_ b ( 0 , 3 3 9CO _ 2 0, 0. 0 8) × 9 0 T = - + η_ 0 ( 0 , 3 7 7CO _ 2 0, 0 9) × 1 0 = - ×

Voor condenserende ketels:

Ten gevolge van condensvorming neemt het rendement op onderwaarde toe.

η_ b = 9 0 - ( 0 , 3 3 9CO _ 2 + 0, 0 0 8) × ΔT + A (7 5 0 + 0 0 6 ΔT)

η_ o / η_ b = 1, 1 1

ΔT = temperatuurverschil tussen verbrandingsgassen en omgevingstemperatuur

ηb = stookrendement op de calorische bovenwaarde

η0 = stookrendement op de calorische onderwaarde

CO2 = volume CO2 in droog verbrandingsgas (%)

O2 = volume O2 in droog verbrandingsgas (%)

A = hoeveelheid gecondenseerd water in het toestel per m³ gas (kg/m³ gas).

meg/l °dH°f °e mg CaCO 3 /l
meg/l12,853,5150
°dH0,3711,781,2517,8
°f0,20,5610,710
°e0,2850,81,43114,3
mg CaCO 3 /l0,020,0560,11,541

Tabel 16 Herleiding hardheidsgraden
1 graad engelse hardheid (°e) = 65 mg CaCO 3 /imp. gallon
1 Grain/US gallon = 0.958 °dH
1 milligram equivalent per 1 (mval/l) = 2,8 °dH
1 ppm (parts per million) CaCO
3 = 1 mg CaCO

Ter oriëntatie:

Het leidingwater heeft in het algemeen heeft een pH-getal van ca. 7-8.

De tijdelijke hardheid zal 60 tot 80 % bedragen van de totale hardheid die van plaats tot plaats zeer sterk kan variëren.

Supplement

SB standaard uitvoering

R2900SB Technische gegevens standaard uitvoering

Type R2905SB R2906SB R2907SB R2908SB R2909SB
Nominaal vermogenKW326387454520572
Nominale belasting Hi kW333396464532585
Minimale belastingkW83100112133146
Gasverbruik
a (8,34kWh/ m3 ) m3/h 40,02g47,59a 55,68 s63,9470,27
propaan (24,65 kWh/m 3 ) m3/h 13,5416,1018,8421,6323,77
Gasvoordruk
aardgas (min.)mbar2020202020
aardgas (max.)mbar2525252525
propaan (min./max.)mbar30/5030/5030/5030/5030/50
Waterinhoud dm3 5256606469
Max. werkdrukbar66666
Gasaansluiting G1 R11/2 "----
G2- Rp11/2 " Rp2" Rp2" Rp2"
Wateraansluitingen W1DN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6
W2DN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6
Schoorsteendiameter Dmm250250250300300
Aansluiting luchttoevoer D1 (optie)mm200200250250250
Veiligheidsventiel aansluiting afblaas standaardinstelling1"1" 11/4 " 11/4 " 11/4 "
11/4 " 11/4 " 11/2 " 11/2 " 11/2 "
bar33333
VoedingV400 3N~400 3N~400 3N~400 3N~400 3N~
FrequentieHz5050505050
ZekeringA1010101010
Max. opgenomen unitkW0,420,670,710,710,73
vermogen pompkW0,460,720,720,721,15
maximaal totaalkW0,881,391,431,431,88
Ketelgewicht leeg ±5%kg625670740780810
Afmetingen hoogte Hmm13551355135513551355
incl.aansluitingen breedte Bmm830930113011301230
lengte Lmm19181908190819081958

Tabel 17 Technische gegevens R2900SB standaard uitvoering

Rendamax R2800 - SB standaard uitvoering - 1

De R2900SB serie heeft het gaskeurmerk label SV/HR107

Afmetingen R2900SB standaard uitvoering

bovenaanzicht
L L1 G 1 ½ B D ½ B G 2 L3 3 8 5 D 1

zijaanzicht

330 ±100 L2 W2 G1 W1 D = 40 ±100 G2 ±30 L4 60 700 60

achteraanzicht
B B1 B2 +100 G1 W2 W1 H = 3355 ±195 H1 690 370 60 ±60B3 940 G2 ±100

Fig. 37 Afmetingen R2900 SB standaard uitvoering

Type R2905SB R2906SB R2907SB R2908SB R2909SB
B* mm 830 930 1130 1130 1230
B1 mm 710810 96010101110
B2 mm120120170120
B3 mm646 746 946 9461046
D mm250250250300
D1 mm200 200 250250250
G1 mmR1 1/2 "---
G2 mm-Rp1 1/2 "Rp2"Rp2"
H mm1355135513551355
H1 mm965105510551055
L mm1918190819081908
L1 mm555545545545
L2 mm1362136213621362
L3 mm231231231231
L4 mm108108108108
W1 mmDN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6

Tabel 18 Afmetingen R2900SB standaard uitvoering
B = Maat met buitenbeplating.
* = Voor maat zonder beplating dient men bij maat B 64 mm in mindering te brengen.

(Wijzingen voorbehouden)

Ten gevolge van fabricage-tolerantie kunnen bovenstaande gegevens iets afwijken.

Condities tabel 17:

- Nominaal vermogen gemeten bij: 60 - 80°C

- Gasverbruik bij: 1013 mbar, 15°C, droog

- Gas-categorie: 213p

- Toestelcategorie: B23, C53, C33 of C63

- Beschermingsgraad: IP20

De R2900SB serie is geschikt voor distributiedrukken van zowel 25 als 100 mbar. Bij hoger gasdrukken dient in overleg met het plaatselijk gasbedrijf een aparte gasdrukregelaar te worden geplaatst. De minimale voordruk mag nooit beneden 20 mbar komen (zie par.5.3.1).

1 Beschrijving

1 . 1 A l g e m e

De Rendamax R2900SB unit is een milieuvriendelijke gasgestookte verwarmingsketel.

De serie R2900SB bestaat uit 5 typen in het vermogensgebied van 326 tot 572 kW. De units hebben een extreem laag lage NO x en CO uitstoot waardoor deze ketel aan de strengste milieu eisen voldoet.

Bij de R2900SB is de 3 de warmtewisselaar in serie geschakeld welke bestaat uit gelaserlaste RVS vinpijpen en is geplaatst direct onder de 2 de warmtewisselaar. De waterdoorstroming wordt verzorgd door de ketelpomp. De 3 de warmtewisselaar in serie aan de ketel geschakeld en wordt doorstroomd met de totale volumestroom.

2 Installatie

2.1 Aansluitingen

2.1.1 Elektrische aansluiting

Elektronische gegevens R2900SB standaard uitvoering

TypeVentilator, regel- en beveili-gings-apparatuurKetelpompTotaal opgenomen elektrisch vermogen (max)
voeding* 1N~Opgenomen vermogen (max)Voeding** 3N~Opgenomen vermogen*** (max)
VkWVkWkW
R2905SB2300,424000,460,88
R2906SB2300,674000,721,39
R2907SB2300,714000,721,43
R2908SB2300,714000,721,43
R2909SB2300,734001,151,88

Tabel 19 Elektrotechnische gegevens R2900SB standaard uitvoering
* Tolerantie spanning 230 V +10% / -15%
Tolerantie frequentie 50 Hz ±5%
** Tolerantie spanning 400 V +10% / -15%
*** Het opgegeven pompvermogen is gebaseerd op het maximaal opgenomen vermogen in pompstand 3.
Uit de pompgrafieken kan men eveneens het

2.1.2 Wateraansluitingen

De capaciteit en opvoerhoogte van de ketelpomp zijn voldoende om de weerstand van de brander, de eerste, tweede en derde warmtewisselaar te overwinnen.

De ketelpomp is géén systeempomp

2.1.3 Condensafvoer

Zorg ervoor, dat de afstand tussen de condensuitlaat van de ketelsifon en de afvoerleiding minimaal 5 mm is. Hierdoor ontstaat de vereiste open verbinding en worden voorkomende onderhoudswerkzaamheden en inspecties vereenvoudigd.

Hoewel het niet de bedoeling is een compleet handboek voor het ontwerpen van de meest uiteenlopende hydraulische systemen te maken zijn de gegevens toch omvangrijker dan de gegevens welke in het algemeen wordt verstrekt bij conventionele verwarmingsketels.

2.2.2 Waterstroming

In tabel 20 is het vereiste verband tussen de drie grootheden Q-P-t aangegevenen wel bij vollast. Door de hoge doorstroom-snelheid is de unit minder gevoelig voor waterhardheid. Hierdoor mag, bij een aanvoertemperatuur van 80°C, de waterhardheid maximaal 14% dH bedragen.

2.2.2.1 Stroming en weerstand

Type ΔT 20K Pompegevens
Nominale volume stroomketel weer-standPomptype GrundfosPomp-standOpvoerhoogte bij Qnom.Beschikbare opvoerhoogte bij Qnom.Maximaal* opgenomen vermogen
m3/h kPaUPS kPakPaW
R2905SB14,13940-120F35213460
R2906SB16,74750-120F37225720
R2907SB19,63350-120F36330720
R2908SB22,44150-120F35312720
R2909SB24,74865-120F382341150

Tabel 20 Waterdoorstroomhoeveelheid en pompgegevens R2900SB standaard uitvoering
* Maximaal pompvermogen is opgegeven in pompstand 3. Het optimale bedrijfspunt qua rendement en maximaal opgenomen pompvermogen kan men in de bijbehorende pompgrafieken vinden.

De pomp dient bij alle types in stand 3 gezet te worden.

De unit heeft standaard een pompschakeling. Bij vrijgave ketel wordt de pomp ingeschakeld. Bij het opheffen van de vrijgave zal de pomp nog enkele minuten nadraaien. Deze nadraaitijd is instelbaar. De standaardtijd bedraagt 2 minuten.

2.2.2.2 Pompkarakteristieken

| G(mPa) | Power (kW) | | ------ | ---------- | | 0 | 200 | | 2 | 300 | | 4 | 400 | | 6 | 500 | | 8 | 600 | | 10 | 700 | | 12 | 800 | | 14 | 900 | | 16 | 1000 | | 18 | 1100 |

Fig.38 Pompkarakteristiek UPS 40-120F

Rendamax R2800 - Pompkarakteristieken - 2
Fig.39 Pompkarakteristiek UPS 50-120F

| G(w%) | P1 (kW) | |-------|---------| | 0 | 0.4 | | 5 | 0.5 | | 10 | 0.6 | | 15 | 0.7 | | 20 | 0.8 | | 25 | 0.9 | | 30 | 1.0 | | 35 | 0.9 | | 40 | 0.8 | | 45 | 0.7 |

Fig.40 Pompkarakteristiek UPS 65-120F

Type pompstandPmax WPmin WI A 3 x 400 Vcos φ
UPS 40 - 120F12901750,490,85
R2905SB23301900,560,85
34602600,920,72
UPS 50 - 120F14502800,820,79
R2906SB-R2907SB25303000,940,81
R2908SB37203801,300,80
UPS 65 - 120F18504401,350,91
R2909SB29004601,450,90
311506002,150,77

Tabel 21 Elektrische pompgegevens R2900SB standaard uitvoering

Supplement

SB bypass

De R2900SB serie heeft het gaskeurmerk label SV/HR107

B = Maat met buitenbeplating.

* = Voor maat zonder beplating dient men bij maat B 64 mm in mindering te brengen.

(Wijzingen voorbehouden)

Ten gevolge van fabricage-tolerantie kunnen bovenstaande gegevens iets afwijken.

Condities tabel 22:

- Nominaal vermogen gemeten bij:

60 - 80°C

- Gasverbruik bij:

1013 mbar, 15°C, droog

- Gas-categorie:

2l3p

- Toestelcategorie:

- Beschermingsgraad:

IP20

De R2900SB serie is geschikt voor distributiedrukken van zowel 25 als 100 mbar. Bij hoger gasdrukken dient in overleg met het plaatselijk gasbedrijf een aparte gasdrukregelaar te worden geplaatst. De minimale voordruk mag nooit beneden 20 mbar komen (zie par.5.3.1).

1 Beschrijving

1 . 1 A l g e m e

De bypass zorgt ervoor, dat indien de volumestroom over de ketel te laag wordt (hoge ΔT ), aan-voerwater wordt teruggeleid naar de tweede warmtewisselaar van de ketel, zodat de minimaal vereiste stroming in het warme gedeelte van de ketel gegarandeerd wordt.

De pomp welke in de bypass leiding geplaatst wordt, is zo gedefi nieerd dat hij de benodigde opvoerhoogte van de brander, eerste en tweede warmtewisselaar kan leveren in combinatie met de benodigde capaciteit. Het koude retourwater doorstroomt altijd de condensor zonder bijmenging van warm water om aan de minimale doorstroming te voldoen. Hierdoor is het gebruiksrendement altijd hoog.

Bij een hoge volumestroom (lage ΔT ) over de ketel, zal de pomp weinig capaciteit leveren omdat aan de minimaal vereiste stroming voldaan wordt.

Bij een lage volumestroom (hoge ΔT ) over de ketel, zal de pomp een zodanige capaciteit leveren zodat de minimale volumestroom over de ketel gegarandeerd wordt.

Een ketel met bypass heeft geen rest opvoerhoogte ter beschikking. Drukverschil dient dus altijd vanuit het systeem komen.

2 Installatie

2.1 Aansluitingen

2.1.1 Elektrische aansluiting

TypeVentilator, regel- en beveiligings-apparatuurBypasspompTotaal opgenomen elektrisch vermogen (max)
voeding* 1N~Opgenomen vermogen (max)Voeding** 3N~Opgenomen vermogen*** (max)
VkWVkWkW
R2905SB2300,424000,140,56
R2906SB2300,674000,140,81
R2907SB2300,714000,140,85
R2908SB2300,714000,140,85
R2909SB2300,734000,140,87

Tabel 24 Elektrotechnische gegevens R2900SB bypass
* Tolerantie spanning 230 V +10% / -15%
Tolerantie frequentie 50 Hz ±5%
** Tolerantie spanning 400 V +10% / -15%
*** Het opgegeven pompvermogen is gebaseerd op het maximaal opgenomen vermogen in pompstand 3. Uit de pompgrafieken kan men eveneens het optimale bedrijfspunt qua pomprendement en opgenomen vermogen bepalen.

2.1.2 Wateraansluitingen

De capaciteit en opvoerhoogte van de bypasspomp zijn voldoende om de weerstand van de brander, de eerste en tweede warmtewisselaar te overwinnen.

De bypasspomp is géén systeempomp

2 . 1 . 3 C o n d e n

Zorg ervoor, dat de afstand tussen de condensuitlaat van de ketelsifon en de afvoerleiding minimaal 5 mm is. Hierdoor ontstaat de vereiste open verbinding en worden voorkomende onderhoudswerkzaamheden en inspecties vereenvoudigd.

Hoewel het niet de bedoeling is een compleet handboek voor het ontwerpen van de meest uiteen- lopende hydraulische systemen te maken zijn de gegevens toch omvangrijker dan de gegevens welke in het algemeen wordt verstrekt bij conventionele verwarmingsketels.

2.2.2 Waterstroming

In tabel 25 is het vereiste verband tussen de drie grootheden Q-P-t aangegevenen wel bij vollast. Door de hoge doorstroom-snelheid is de unit minder gevoelig voor waterhardheid. Hierdoor mag, bij een aanvoertemperatuur van 80°C, de waterhardheid maximaal 14% dH bedragen.

2.2.2.1 Stroming en weerstand

Type ΔT 20 KBypasspompgegevens
Nominale volume stroomketel weer-standPomptype GrundfosPompstandMaximaal* opgenomen vermogen
m3/hkPaUPSW
R2905SB14,13940-30F3140
R2906SB16,74740-30F3140
R2907SB19,63340-30F3140
R2908SB22,44140-30F3140
R2909SB24,74840-30F3140

Tabel 25 Waterdoorstroomhoeveelheid en pompgegevens R2900SB bypass
* Maximaal pompvermogen is opgegeven in pompstand 3. Het optimale bedrijfspunt qua rendement en maximaal opgenomen pompvermogen kan men in de bijbehorende pompgrafieken vinden.

De pomp dient bij alle types in stand 3 gezet te worden.

De unit heeft standaard een pompschakeling. Bij vrijgave ketel wordt de pomp ingeschakeld. Bij het opheffen van de vrijgave zal de pomp nog enkele minuten nadraaien. Deze nadraaitijd is instelbaar. De standaardtijd bedraagt 2 minuten.

2.2.2.2 Pompkarakteristiek

| G(mF) | m | |-------|------| | 1 | 2.4 | | 2 | 2.3 | | 3 | 2.2 | | 4 | 2.1 | | 5 | 2.0 | | 6 | 1.9 | | 7 | 1.8 | | 8 | 1.7 | | 9 | 1.6 | | 10 | 1.5 | | 11 | 1.4 | | 12 | 1.3 | | 13 | 1.2 | | 14 | 1.1 | | 15 | 1.0 | | 16 | 0.9 | | 17 | 0.8 | | 18 | 0.7 | | 19 | 0.6 | | 20 | 0.5 | | 21 | 0.4 | | 22…

Fig. 42 Pompkarakteristiek UPS 40-30F

Type pompstandPmax WPmin WI A 3 x 400 Vcos φ
UPS 40 - 30F180450,170,68
R2905SB-R2906SB290500,200,65
R2907SB-R2908SB31401000,520,39
R2909SB

Tabel 26 Elektrische bypasspompgegevens R2900SB bypass

Supplement

SB split system

De R2900SB serie heeft het gaskeurmerk label SV/HR107

Afmetingen R2900SB split system

bovenaanzicht
L L1 50 G1 1/28 D 1/2 B G2 L3 385 D1

zijaanzicht

L2 ±100 G1 W1 W2 W3 G2 D=40 50 ±100 ±320 L4 60 700 60

achteraanzicht
B B1 B2 ±100 G1 W1 H = 33.55 ±1195 490 370 W2 W3 ±100 60 60 B3 ±200 340 940

Fig. 43 Afmetingen R2900SB split system

Type R2905SBR2906SB R2907SB R2908SB R2909SB
B* mm 830 9301130 1130 1230
B1 mm 710810 96010101110
B2 mm120120170120120
B3 mm 646 746946 9461046
D mm250250250300300
D1 mm 200 200250250250
G1 mm R1 1/2" ----
G2 mm- Rp1 1/2" Rp2"Rp2"Rp2"
H mm13551355135513551355
L mm17921792179217921792
L1 mm430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430 430
L2 mm13621362136213621362
L3 mm231231231231231
L4 mm108108108108108
W1 mmDN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6
W2 mmDN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6
W3 mmDN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6DN65 PN6

Tabel 28 Afmetingen R2900SB split system
B = Maat met buitenbeplating.
* = Voor maat zonder beplating dient men bij maat B 64 mm in mindering te brengen.

(Wijzingen voorbehouden)

Ten gevolge van fabricage-tolerantie kunnen bovenstaande gegevens iets afwijken.

Condities tabel 27:

  • Nominaal vermogen gemeten bij: 60 - 80°C
  • Gasverbruik bij: 1013 mbar, 15°C, droog
  • Gas-categorie: 2l3p
  • Toestelcategorie: B23, C53, C33 of C63
  • Beschermingsgraad: IP20

De R2900SB serie is geschikt voor distributiedrukken van zowel 25 als 100 mbar. Bij hoger gasdrukken dient in overleg met het plaatselijk gasbedrijf een aparte gasdrukregelaar te worden geplaatst. De minimale voordruk mag nooit beneden 20 mbar komen (zie par.5.3.1).

1 Beschrijving

1 . 1 A l g e m e

Het split system is, zoals de naam al weergeeft, een gesplitst systeem waarbij gebruik kan worden gemaakt van zowel een warme als koude retour.

Het split system is ontworpen omdat er vraag ontstaan is naar ketels die zowel een koude als warme retour hebben. Dit houdt in dat de warme retour direct achter de condensor geschakeld wordt. Zo gaat het relatief warme aanvoerwater direct naar de 2 e warmtewisselaar.

Het koude retourwater wordt eerst door de condensor geleid. Hierdoor is het splitsystem geschikt voor het voeden van twee verschillende systemen, bijvoorbeeld een cv-systeem en een vloerver-warmingssysteem.

W2 = aansluiting koude retour

W3 = aansluiting warme retour

2 Installatie

2.1 Aansluitingen

2.1.1 Elektrische aansluiting

TypeVentilator, regel- en beveiligings-apparatuurTotaal opgenomen elektrisch vermogen (max)
voeding* 1N~Opgenomen vermo-gen (max)
VkWkW
R2905SB2300,420,42
R2906SB2300,670,67
R2907SB2300,710,71
R2908SB2300,710,71
R2909SB2300,730,73

Tabel 29 Elektrotechnische gegevens R2900 SB split system
* Tolerantie spanning 230 V +10% / -15%

Hoewel het niet de bedoeling is een compleet handboek voor het ontwerpen van de meest uiteen- lopende hydraulische systemen te maken zijn de gegevens toch omvangrijker dan de gegevens welke in het algemeen wordt verstrekt bij conventionele verwarmingsketels.

2.2.2 Waterstroming

In tabel 30 is het vereiste verband tussen de drie grootheden Q-P-t aangegevenen wel bij vollast. Door de hoge doorstroom-snelheid is de unit minder gevoelig voor waterhardheid. Hierdoor mag, bij een aanvoertemperatuur van 80°C, de waterhardheid maximaal 14% dH bedragen.

2.2.2.1 Stroming en weerstand

Type ΔT 20 KKetelweerstand gegevens
Nominale volume stroom Q totale circuitketel weerstand warme circuitketel weerstand koude circuit
m3/h kPa kPa
R2905SB 14,1 2739
R2906SB 16,7 3347
R2907SB 19,6 2733
R2908SB 22,4 3441
R2909SB 24,7 4048

Tabel 20 Waterdoorstroomhoeveelheid en weerstanden Rz900SB split system

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : Rendamax

Model : R2800

Categorie : Ketel