BULEX Theta - Temperatuurregelaar

Theta - Temperatuurregelaar BULEX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Theta BULEX in PDF-formaat.

📄 36 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BULEX Theta - page 3
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Temperatuurregelaar (thermostaat)
Merk Bulex
Model Theta
Afmetingen (BxHxD) ca. 120 x 80 x 30 mm
Gewicht ca. 150 g
Voeding 230 V AC of batterijen (2x AA)
Type display LCD-scherm met achtergrondverlichting
Instelbereik temperatuur 5°C tot 35°C
Nauwkeurigheid ±0,5°C
Programmeerbare schema's Dagelijks of weekprogramma
Functies Handmatig, timer, vorstbeveiliging, vakantiemodus
Communicatie OpenTherm of aan/uit (schakelcontact)
Montage Wandmontage met meegeleverde beugel
Beschermingsgraad IP20 (binnengebruik)
Energieverbruik standby < 1 W
Onderhoud en reiniging Afnemen met droge doek; geen water of schoonmaakmiddelen gebruiken
Veiligheid Vorstbeveiliging, kinderslot, automatische uitschakeling bij storing
Repareerbaarheid Reserveonderdelen beschikbaar via erkende servicecentra
Garantie 2 jaar
Inhoud doos Temperatuurregelaar, montagebeugel, schroeven, handleiding

Veelgestelde vragen - Theta BULEX

Hoe programmeer ik de Bulex Theta temperatuurregelaar?
Druk op de Menu-knop om toegang te krijgen tot de programmeermodus. Volg de instructies op het scherm om dagelijkse of wekelijkse schema's in te stellen. Raadpleeg de handleiding voor gedetailleerde stappen.
Wat moet ik doen als de regelaar niet reageert?
Controleer of de batterijen op spanning zijn of de netvoeding is aangesloten. Reset het apparaat door de batterijen kort te verwijderen of de stroom uit te schakelen. Als het probleem aanhoudt, neem dan contact op met de klantenservice.
Kan ik de Bulex Theta gebruiken met een vloerverwarming?
Ja, mits de vloerverwarming wordt aangestuurd via een geschikte schakel- of OpenTherm-interface. Stel de maximale vloertemperatuur in via het menu om oververhitting te voorkomen.
Hoe stel ik de vorstbeveiliging in?
Ga naar het menu Instellingen en selecteer Vorstbeveiliging. Stel de gewenste minimumtemperatuur in (bijv. 5°C). De regelaar schakelt dan de verwarming in als de temperatuur onder deze waarde daalt.
Wat betekent de foutmelding 'E1' op het display?
Foutcode E1 duidt op een sensorprobleem. Controleer of de temperatuursensor correct is aangesloten en niet beschadigd is. Vervang de sensor indien nodig of raadpleeg een installateur.
Hoe onderhoud ik de Bulex Theta?
Reinig het apparaat regelmatig met een zachte, droge doek. Gebruik geen water, schoonmaakmiddelen of schurende materialen. Vervang de batterijen één keer per jaar of bij een zwak batterijsymbool.
Kan ik de regelaar zelf installeren?
Ja, de montage is eenvoudig: bevestig de montagebeugel aan de muur met schroeven en pluggen, sluit de draden aan volgens de aansluitschema in de handleiding, en klik de regelaar op de beugel. Schakel altijd de stroom uit voor installatie.
Wat is het temperatuurbereik van de Bulex Theta?
Het instelbare temperatuurbereik is 5°C tot 35°C. Bij kamertemperatuur toont het display de actuele waarde met een nauwkeurigheid van ±0,5°C.
Hoe schakel ik het kinderslot in?
Houd de OK-knop gedurende 3 seconden ingedrukt om het kinderslot te activeren. Op het display verschijnt een slotpictogram. Herhaal deze actie om het slot uit te schakelen.
Waar vind ik de handleiding van de Bulex Theta?
De handleiding is gratis te downloaden in PDF-formaat van onze website. U kunt ook een papieren exemplaar aanvragen via de klantenservice.

Gebruikersvragen over Theta BULEX

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

Uw e-mailadres blijft privé: het wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Temperatuurregelaar in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Theta - BULEX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Theta van het merk BULEX.

GEBRUIKSAANWIJZING Theta BULEX

Handleiding voor de vakman Montage- en installatie-instructies

Centraal apparaat
Ruimtestation
Ketelschakelveld

MA. 22AUG 105 20:45 - 27.5 - +

M8 22AUG '05 16:32 69.5°

MA 22AUG '05 16:32 6:95

Inhoud

Algemene veiligheidsinstructies....3

Veiligheidsmaatregelen voor de montage volgens de EMC-richtlijn....3

Centraal apparaat....5

Montage....5

Elektrische installatie....5

Elektrische aansluiting....6

Ketelschakelveld 7

Montage....7

Elektrische installatie....7

Elektrische aansluiting....8

Wandsokkel MS-K 8

Montage en elektrische installatie 9

Elektrische aansluiting....10

Ruimtestation....11

Montageplaats....11

Montage....11

Elektrische aansluiting....12

Elektrische aansluiting aan de regelaar 12

Databusadressering 12

Toebehoren....14

Buitenvoeler AF 14

Dompelvoeler KVT 14

Toevoercontactvoeler VF 15

Weerstandswaarden van de voelers afhankelijk van de temperatuur ......16

Ingebruikname van de thermostaat....17

Code-invoer....17

Automatische set-functie....18

Storingsmeldingen....19

Installatie-informatie ....20

Parameteroverzicht....24

Overzicht van de installateursparameters en hun instelmogelijkheden....26

Algemene veiligheidsinstructies

Alle elektrische aansluitingen, beschermmaatregelen en beveiligingen moeten door een vakman rekening houdend met de telkens geldende normen en VDE-richtlijnen en met de plaatselijke voorschriften worden uitgevoerd.

De elektrische aansluiting moet als vaste aansluiting volgens VDE 0100 voorzien worden.

De elektrische aansluiting gebeurt volgens het schakelschema van het betreffende schakelveld.

Opgelet!

Installatie vóór het openen van het schakelveld stroomloos schakelen!

Ondeskundige steekpogingen onder spanning kunnen de regelaar onherstelbaar beschadigen en gevaarlijke elektrische schokken veroorzaken.

Veiligheidsmaatregelen voor de montage volgens de EMC-richtlijn

  1. Netvoedingskabels en voeler- resp. databuskabels moeten in principe gescheiden gelegd worden. Hierbij moet een minimumafstand van 2 cm tussen de leidingen aangehouden worden. Kabelkruisingen zijn toegelaten.

MIL 22AUG5.05 2045 205 15 cm Net 230 V Databusleiding 12 V~ 2cm

Afb. 1: Minimumafstanden bij de elektrische installatie

  1. Bij regelapparaten met eigen netaansluiting moet er absoluut op worden gelet dat net- en voeler- resp. busleidingen gescheiden worden gelegd. Bij het gebruik van kabelkanalen moeten deze van scheidingsbruggen voorzien worden.

  2. Bij de montage van regelapparaten of ruimtestations moet tot andere elektrische inrichtingen met elektromagnetische emissie zoals contactgevers, motoren, transformators, dimmers, microgolf- en televisietoestellen, luidsprekers, computers, radiotelefoons enz. een minimumafstand van 40 cm worden aangehouden.

MIL 22AUG 05 2045 205 40 cm

Afb. 2: Minimumafstand tot andere elektrische apparaten

  1. Tussen ruimteapparaten en centrale apparaten moet een minimumafstand van 40 cm worden aangehouden. Meerdere centrale apparaten in de databusverbinding kunnen direct naast elkaar gemonteerd worden.

  2. De netaansluiting van de verwarmingsinstallatie (d.w.z. ketel - schakelveld - regelinrichting) moet gerealiseerd zijn als zelfstandig stroomcircuit. Er mogen geen TL-buizen noch andere als storingsbronnen in aanmerking komende machines aangesloten worden resp. aansluitbaar zijn.

graph TD A["Warmte-opwekker"] --> B["Ruimte-apparaat (Ruimte-apparaten)"] B --> C["Verlichting en contactdozen alleen aansluiten op gescheiden stroomcircuit!"] C --> D["Zekering 16 A Verwarmingsruimte-noodschakelaar"] D --> E["Power Supply"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#33…

Afb. 3: Elektrisch circuit in de stookruimte

  1. Als databusleidingen moeten afgeschermde kabels gebruikt worden. Aanbevolen uitvoeringen: J-Y(St)Y 2 x 0.6

  2. De aarding van de kabelafscherming moet eenzijdig aan de aardleidingaansluiting gebeuren, b.v. aan de bekledingsplaat van de warmteopwekker, de aardleidingklem enz. Meervoudige aarding van een kabel is niet toegelaten (bromlus)

Hier niet aarden! Warmteopwekker 10.22AUG 05 1632 210 PE

Afb. 4: Eenzijdige aarding van de afscherming

Bij stervormige databusnetten mag er geen dubbele aarding gebeuren. De aarding moet eenzijdig worden uitgevoerd in het terpunt!

afscherming 2-aderige Databusleiding PER A B A verdelerklem aftakdoos

Afb. 5: Aarding bij stervormige databus

  1. De buitenvoeler mag niet in de buurt van zend- en ontvangstinrichtingen gemonteerd worden (op garagemuren in de buurt van ontvangstinrichtingen voor garagepoortopeners, amateur-radioantennes, alarmradioinstallaties en in de onmiddellijke nabijheid van grote zendinstallaties enz.).

Aanbevolen leidingdiameters en maximaal toegelaten leidinglengtes:

Alle netspanninggeleidende leidingen (netaansluiting, branders, pompen, servomotoren): 1,5 mm 2

Maximaal toegelaten lengte:

Geen begrenzing in het kader van de huisinterne installatie.

Alle leidingen die veiligheidskleinspanning geleiden (voelers, externe schakelaars bij opvraging via schakelcontact, modemaansluitleidingen, analoge signaalleidingen enz.): 0,5 mm 2

Maximaal toegelaten lengte: 50 m

Langere verbindingsleidingen moeten vermeden worden om het gevaar van storingen te voorkomen.

Databusleidingen: 0,6 mm 2

Aanbevolen uitvoeringen:

J-Y(St)Y 2 x 0.6 mm²

Maximaal toegelaten lengte: 50 m

Langere verbindingsleidingen moeten vermeden worden om het gevaar van storingen te voorkomen.

Centraal apparaat

M8 22AUG '05 16:32 69.5° - +

Montage

Alle centrale apparaten zijn geconcipieerd als inbouwapparaten en worden nadat de elektrische aansluitingen zijn gerealiseerd van voor in het betreffende ketelschakelveld gezet.

De bevestiging gebeurt met de klok mee met de beide zijdelingse snelkleminrichtingen (1).

De demontage gebeurt in omgekeerde volgorde.

1 24 100 31 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 100 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 105 106 106 106 106 106 106 106 106 106 106 106 106 106 106 106 106 106 106 106 106 106 106…

Elektrische installatie

De elektrische aansluiting en de verdere bekabeling naar de regelinrichtingen gebeurt aan de achterkant van het apparaat met de vier aansluitcontactstrips X1, X2, X3 en X4 in het schakelveld (of meegeleverd) conform de kenmerking in de gekleurd gemarkeerde aansluitvelden.

BULEX Theta - Elektrische installatie - 1

Alle aansluitklemmen binnen het blauw gemarkeerde veld (X1) staan onder veiligheidskleinspanning en mogen in geen geval in contact komen met de netspanning! Gebeurt dit wel, dan wordt het apparaat onvermijdelijk onherstelbaar beschadigd en verliest u elk recht op garantie!

Aansluitklemmen in de rood gemarkeerde velden (X2...X4) geleiden al naargelang de versie van het apparaat en de bedrijfstoestand in principe netspanning.

Meer informatie moet worden afgeleid uit de documenten van de fabrikant van de warmteopwekker.

Aansluitbezetting zie volgende bladzijde.

Aanwijzing:

Bij de bedrading van het apparaat moet er absoluut op worden gelet dat voeler- resp. databusleidingen en netspanninggeleiden- de kabels gescheiden worden gelegd. Het samen leiden van leidingen binnen een kabel is niet toegelaten. Voeler- en databusleidingen mogen niet samen met netleidingen gelegd worden die elektrische apparaten voeden die niet zijn ontstoord volgens EN 60555-2.

Elektrische aansluiting

Art.-Nr.0460100320-0139 230V/50Hz X1.1 X 3 X 4 230V/50Hz BZ 2 BZ 1 L1 19 20 21 22 230V/50Hz GND -BUS A -BUS B -AF -WFIKF -SF -VF1 -VE1 -VE2 -VE3 -VF2 -KVLF -KSPF -IMP -WE-BUS A -WE-BUS B 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 22 21 20 19 38 37 36 35 34 33 32 31 30 29 28 27 26 25 24 23

Aansluiting aan netzijde

1 - Uitgang relais warmteopwekker (leidingsniveau)

2 - Ingang relais warmteopwekker (leidingsniveau)

3 - Pomp directe groep

4 - Codeerstekker

5 - Waterverwarmerlaadpomp

6 - L 1 / 230 V

7 - Mengerklep 1 OPEN

10 - Variabele uitgang 1

11 - Variabele uitgang 2

12 - L 1 / 230 V

13 - Mengerklep 2 OPEN

15 - Menggroeppomp 2

16 -

17 - Uitgang relais warmteopwekker - (volgniveau)

18 - Ingang relais warmteopwekker - (volgniveau)

19 - Bedrijfsurenteller brander - (volgniveau)

20 - Bedrijfsurenteller brander - (leidingsniveau)

21 - N / 230 V } Netaansluiting 22 - L 1 / 230 V

Voeler-/databusaansluiting

23 - GND voor bus en voeler
24 - Databusaansluiting signaal A
25 - Databusaansluiting signaal B
26 - Buitenvoeler
27 - Warmteopwekkervoeler/ketelvoeler
28 - Reservoirvoeler
29 - Toevoervoeler menggroep 1
30 - Variabele ingang 1
31 - Variabele ingang 2
32 - Variabele ingang 3
33 - Toevoervoeler menggroep 2
34 - Collectortoevoervoeler 1)
35 - Zonnereservoirvoeler
36 - Impulsingang
37 - Warmteopwekker-databus A
38 - Warmteopwekker-databus B

Ketelinbouwmontage

zie technische documentatie van de ketelfabrikant

Wandmontage

zie technische documentatie wandop-bouwbehuizing THETA WG

1) alleen bij zonnetoepassing

Ketelschakelveld

MA 22AUG '05 1632 69.5° + - + - +

Montage

Het ketelschakelveld is geconcipieerd als compleet voorgemonteerd inbouwschakelveld en wordt nadat de elektrische aansluitingen zijn gerealiseerd van voor in de betreffende uitsparing van de schakelvelddrager in de warmteopwekker gezet. De bevestiging gebeurt met vier plaatschroeven.

De demontage gebeurt in omgekeerde volgorde.

De capillaire voeler van de veiligheids-temperatuurbegrenzer en de bijhorende voelers en verbindingskabels moeten in de voorziene dompelhulzen in de warmteopwekker gestoken worden.

Opgelet: De capillaire leiding mag in geen geval geknikt of beschadigd worden.

Meer informatie moet worden afgeleid uit de documenten van de warmteopwekker.

Toebehoren op verzoek:

Om de elektrische installatie te verge- makkelijken staan op verzoek uitzwenk- hulpen ter beschikking, die zijdelings in het schakelveld geklikt worden en verhinderen dat het schakelveld er bij het openen uitvalt.

Elektrische installatie

De elektrische aansluiting en de verdere bekabeling naar de regelinrichtingen gebeurt aan de achterkant van het apparaat aan de gekleurd gemarkeerde Rast-5 aansluitcontactstrips.

Klemmen met veiligheidskleinspanning:

BULEX Theta - Klemmen met veiligheidskleinspanning: - 1

Alle aansluitklemmen binnen het blauw gemarkeerde veld staan onder veiligheidskleinspanning en mogen in geen geval in contact komen met de netspanning!

Gebeurt dit wel, dan wordt het apparaat onvermijdelijk onherstelbaar beschadigd en verliest u elk recht op garantie!

Aansluitbezetting zie volgende bladzijde.

Klemmen met netspanning:

BULEX Theta - Klemmen met netspanning: - 1

Aansluitklemmen in de rood gemarkeerde velden geleiden al naargelang de uitvoering van het apparaat en de bedrijfstoestand netspanning.

Aansluitbezetting zie volgende bladzijde.

Aanwijzing:

Bij de bedrading van het apparaat moet er absoluut op worden gelet dat voeler- resp. databusleidingen en netspanninggeleiden- de kabels gescheiden worden gelegd. Het samen leiden van leidingen binnen een kabel is niet toegelaten. Voeler- en databusleidingen mogen niet samen met netleidingen gelegd worden die elektrische apparaten voeden die niet zijn ontstoord volgens EN 60555-2.

Elektrische aansluiting

14 15 16 17 19 25 18 22 23 24 1/2 AF 1/2 KF 1/2 SF 1/2 VF 1 1/2 VE 1 A/B T 2B 1/2 VF 2 1/2 KVLF 1/2 KSPF 1/2 IMP VE2 2/1 VE3 2/1 RS485 B/A Arl.-Nr. 0480100330-0428 20 21 26 5 4 3 2 1 B5/T6/T7/T8 2 B4/S3/T2/T1/N 1 L SK 2 SK 1 L PE N Netz 230V~ 11 10 9 8 6 7 12 13

Aansluiting aan netzijde

1 - Netaansluiting 230V\~ +6/-10%, 50 Hz
2 - Veiligheidscircuit 1 (branderlus)
3 - Veiligheidscircuit 2 (branderlus)
4 - Brander 1 (eentraps uitvoering)
5 - Brander 2 (tweetraps uitvoering)
6 - Pomp direct circuit
7 - Waterverwarmerlaadpomp
8 - Mengerverwarmingscircuitpomp 1
9 - Stelaandrijving menger 1
10 - Menggroeppomp 2
11 - Stelaandrijving menger 2
12 - Variabele uitgang 1 Werking volgens opgave (HYDRAULICA)
13 - Variabele uitgang 2 Werking volgens opgave (HYDRAULICA)

Voeler-/databusaansluiting

14 - Buitenvoeler
15 - Warmteopwekkervoeler/ketelvoeler
16 - Reservoirvoeler
17 - Toevoervoeler menggroep 1
18 - Toevoervoeler menggroep 2
19 - Variabele ingang 1
20 - Variabele ingang 2
21 - Variabele ingang 3
22 - Collectortoevoervoeler 1)
23 - Zonnereservoirvoeler 1)
24 - Impulsingang
25 - Databusaansluiting T2B
26 - Databusaansluiting RS 485 2)

1) alleen bij zonnetoepassing 2) alleen bij hoogrendementuitvoering

Wandsokkel MS-K

BULEX Theta - Wandsokkel MS-K - 1

De wandsokkel MS-K dient om het centraal apparaat te dragen en wordt gebruikt bij de wandmontage.

Uitvoering

De wandaansluitsokkel is uitsluitend voorbereid om het centraal apparaat te dragen.

Het centraal apparaat is operationeel nadat het op de basisprintplaat gestoken en de uitgaande elektrische bedrading gerealiseerd is.

Montage en elektrische installatie

1- Kabeldoorvoeren volgens aantal en grootte overeenkomstig de ligging van het kabelkanaal op de gemarkeerde plaatsen boven resp. onder uitbreken.

Aanwijzing:

Indien er geen kabelkanaal wordt gebruikt moet op de plaats van installatie voor een adequate trekontlasting van de kabels gezorgd worden.

2- Arrêteringsschroeven (1) horizontaal zetten en klemafdekkingen zijdelings eraf trekken.

3- Wandsokkel met de meegeleverde schroeven en pluggen op een vlakke ondergrond niet-trekkend monteren. Meegeleverde boorsjabloon gebruiken.

4- Elektrische bedrading uitvoeren conform installatie-uitvoering en aansluitschema op ommezijde.

BULEX Theta - Montage en elektrische installatie - 1

De aansluitklemmen van de klemblokken X5 en X6 in het linker aansluit-

bereik geleiden veiligheidsklein- spanning en mogen in geen geval in contact komen met de netspanning! Gebeurt dit wel, dan wordt het apparaat onvermijdelijk onherstelbaar beschadigd en verliest u elk recht op garantie!

De aansluitklemmen van de klemblokken X7 tot X10 in het rechter aansluitbereik geleiden al naargelang de uitvoering van het apparaat en de bedrijfstoestand netspanning.

Bij de aansluiting moet vóór het inbrengen van de leiding de activeringshefboom van de schroefloze klemmen omlaag gedrukt worden.

5- Zijdelingse klemafdekkingen erop steken en arrêteren.
6- Centraal apparaat erin zetten en in laten klikken onder gelijkmatig verdeelde druk. De elektrische verbinding wordt gemaakt via de busstrip op de grondplaat. Centraal apparaat met beide zijdelingse snelkleminrichtingen met de klok mee arrêteren.

Aanwijzing:

Bij de bedrading van het apparaat moet er absoluut op worden gelet dat voeler- resp. databusleidingen en netspanninggeleiden- de kabels gescheiden worden gelegd. Leidingen mogen niet samen binnen een kabel gelegd worden. Evt. moeten kabel- kanalen met scheidingsbruggen gebruikt worden.

Elektrische aansluiting

Aansluitingen aan netzijde
graph LR subgraph X7 A["1"] -->|T1| B["T2"] C["2"] --> B D["3"] --> B E["4"] --> B F["5"] --> B G["6"] --> B H["7"] --> I["B4"] J["8"] --> K["B5"] L["9"] --> M["T6"] N["10"] --> O["T8"] P["11"] --> Q["T7"] end subgraph X8 R["1"] --> S["DGP"] T["2"] --> S U["3"] --> V["RLP"] W["4"] --> V X["5"] --> Y…

Voeler- en databusaansluitingen Aansluitingen van de brander

X5 X6
graph TD A["1"] --> B["B - databus - A"] B --> C["1"] D["2"] --> E["Buiten"] E --> F["2"] G["3"] --> H["Warmteopwekker"] H --> I["3"] J["4"] --> K["Warmwaterreservoir"] K --> L["4"] M["5"] --> N["Aanvoer menggroep 1"] N --> O["5"] P["6"] --> Q["Variabele ingang 1"] Q --> R["6"] S["7"] --> T["Variabe…

T1 Regelaansluiting niveau 1
T2 Regelaansluiting niveau 1
B4 Bedrijfsurenteller niveau 1
B5 Bedrijfsurenteller niveau 2
T6 Regelaansluiting niveau 2
T7 Regelaansluiting niveau 2
T8 Regelaansluiting niveau 2

L1 Net 230 V\~ (fase)

N Net 230 V\~ (nul)

Pompen en instelorganen

DGP Pomp directe groep
RLP Reservoirlaadpomp
MGP1 Mengercircuitpomp 1
MGP2 Mengercircuitpomp 2
1 Stelaandrijving menger 1 (OPEN)
1 Stelaandrijving menger 1 (DICHT)
2 Stelaandrijving menger 2 (OPEN)
2 Stelaandrijving menger 2 (DICHT)
LVA1 Variabele uitgang 1 (fase)
LVA2 Variabele uitgang 2 (fase)

BULEX Theta - Pompen en instelorganen - 1

Warmteopwekker-databus

Ruimtestation

MA. 22AUG 105 20:45 - 27.5 °C i - + i

Montageplaats

a – bij gebruik zonder ruimtevoeler

Voorzover de interne ruimtevoeler niet geactiveerd hoeft te worden kan het apparaat op elke willekeurige plaats binnen gemonteerd worden.

b – bij gebruik met ruimtevoeler

Bij geactiveerde ruimtevoeler moet het apparaat op een hoogte van ca. 1,20–1,50 m op een neutrale, d.w.z. voor alle ruimtes representatieve meetplaats aangebracht worden. Het is praktisch om hiervoor een tussenmuur van de koelste dagverblijfruimte te kiezen. Om een toereikende luchtcirculatie aan het ruimtestation te kunnen garanderen moet dit vrij hangend aan de muur gemonteerd worden.

Het apparaat mag niet gemonteerd worden:

  • op plaatsen met rechtstreeks invallend zonlicht (rekening houden met de zonnestand in de winter).
  • in de buurt van apparaten die externe warmte opwekken, zoals televisie-toestellen, koelkasten, wandlampen, radiators enz.
  • aan muren waarachter verwarmingsresp. warmwaterbuizen of verwarmde schoorstenen lopen.

  • aan ongeïsoleerde buitenmuren.

  • in hoeken of nissen, rekken of achter gordijnen (onvoldoende luchtcirculatie).
  • in de buurt van deuren naar onverwarmde ruimtes (invloed van externe koude).
  • op niet afgedichte ingelaten contactdozen (invloed van externe koude door schoorsteeneffect in de installatiebuizen).
  • in ruimtes waar de radiators geregeld worden met thermostaatkleppen (we- derzijdse beïnvloeding).

Montage

Na het losmaken van het bovendeel door op de vergrendeling te drukken kan de montageplaat eraf genomen en op de plaats van montage met de meegeleverde schroeven en pluggen bevestigd worden. De databusleiding moet hierbij door de onderste opening geleid worden.

Aanbevolen aansluitkabel:

J - Y (ST) Y 2 × 0. 6 mm ^ 2 (2 adersvrij)

Max. kabellengte: 50 m.

Aanwijzing:

Bij nieuwe installaties wordt voor een verantwoorde kabelinvoer een aparte inbouwlasdoos, gescheiden van de overige elektrische installatie, aanbevolen.

BULEX Theta - Aanwijzing: - 1

Elektrische aansluiting

De 2-aderige databusleiding wordt aangesloten aan de klemmen A en B van de 2-polige aansluiting op de montageplaat. De aansluitingen kunnen niet verwisseld worden en moeten overeenkomstig de kenmerking A/B in de sokkel geïnstalleerd worden. Als de beide aansluitingen verwisseld worden, dan verschijnt er evt. niets in het display.

BULEX Theta - Elektrische aansluiting - 1

Aansluitsokkel (bovendeel verwijderd)

Na gerealiseerde elektrische aansluiting wordt het ruimtestation zoals getoond in de vorige afbeelding vlak ingehangen en naar beneden geklapt tot hij hoorbaar inklikt in de wandaansluitsokkel.

Elektrische aansluiting aan de regelaar

Zie montagehandleiding van het centraal apparaat.

Databusadressering

De aansluiting van een of meerdere ruimteapparaten aan het centraal apparaat gebeurt via een 2-aderige databusleiding. Aangezien deze aansluiting altijd parallel op dezelfde leiding gebeurt, moet de gegevensoverdracht door dienovereenkomstig toegekende busadressen geselecteerd worden.

Op dezelfde manier moet bij meerdere centrale apparaten in de databusverbinding (b.v. bij uitbreidingen van het verwarmingscircuit) een selectieve gegevensuitwisseling van de centrale apparaten onderling plaats kunnen vinden, die op dezelfde databusleiding wordt afgewikkeld.

Om deze redenen krijgen de centrale apparaten en de ruimteapparaten zogenaamde busadressen.

Busadres in centraal apparaat

Voorzover er slechts één centraal apparaat voorhanden is, krijgt deze altijd het busadres 10. Bij meerdere centrale apparaten in verbinding (max. vijf) krijgt de leidingsregelaar die de warmteopwekker stuurt, het adres 10, de andere regelaars krijgen na elkaar de busadressen 20, 30, 40 en 50 toegewezen.

Instelling van het busadres in de regeleenheid

De instelling van het busadres gebeurt na invoer van de bijhorende installateurcode in het databusniveau van het betreffende centrale apparaat (zie Ingebruikname centraal apparaat).

Busadres in ruimteapparaat

De toewijzing van de busadressen van de centrale apparaten en van de busadressen van de ruimteapparaten is onderworpen aan een strak, vanuit de fabriek vastgelegd schema conform de volgende tabel:

RegeleenheidRuimteapparaat
FunctieBus-adresVerwarmings-groepBus-adres
Basisapparaat10Directe groepMenggroep 1Menggroep 2111213
1. Uitbreiding20Directe groepMenggroep 1Menggroep 2212223
2. Uitbreiding30Directe groepMenggroep 1Menggroep 2313233
3. Uitbreiding40Directe groepMenggroep 1Menggroep 2414243
4. Uitbreiding50Directe groepMenggroep 1Menggroep 2515253

Instelling van het busadres in het ruimteapparaat

A - Eerste ingebruikname

Na realisatie van de elektrische installatie en de ingebruikname van de installatie verschijnen in het basisstation alle beschikbare segmenten in het display:

BULEX Theta - A - Eerste ingebruikname - 1

Aansluitend kan de gewenste taal overeenkomstig de landencode (DE, GB, FR, IT, NL, ES, PT, HU, CZ, PL, RO, RU, TR, S, N) geselecteerd en geactiveerd worden.

TRALKELUZE I

Taalkeuze

Daarna verschijnt de uitvoering van het apparaat met de actuele softwarenummer en springt naar de adresseninstelling.

N 2338 15 V 3.0

Apparaatidentificatie

Apparaattype Typecode Softwareversie

BULEX Theta - Apparaatidentificatie - 1

Adresseninstelling (zie tabel)

Na het instellen van het busadres met de draaiknop en bevestiging door diezelfde te drukken verschijnt de uit het adres vastgestelde toewijzing automatisch:

BULEX Theta - Adresseninstelling (zie tabel) - 1

Directe groep Centraal apparaat 1

Opgelet:

Dubbele bezettingen van busadressen zijn niet toegelaten en leiden onvermijdelijk tot storingen in de gegevensoverdracht en zodoende tot verkeerd regelgedrag van de verwarmingsinstallatie.

B - Wijzigen van busadressen

Als een busadres achteraf moet worden gewijzigd, dan moet als volgt te werk worden gegaan:

1 - Ruimtestation isoleren van de databusleiding (aan het onderste uiteinde losmaken van de steekverbinding).
2 - Ruimtestation weer erop steken; daarbij de draaiknop ingedrukt houden tot de adresinstelling verschijnt.
3 - Nieuw busadres instellen en bevestigen.

Toebehoren Buitenvoeler AF

BULEX Theta - Toebehoren Buitenvoeler AF - 1

De buitenvoeler moet op ongeveer een derde van de hoogte van het gebouw (minimumafstand tot de grond 2 m) aan de koudste kant van het gebouw (noord resp. noord-oost) worden aangebracht.

Uitzondering: Als de geprefereerde verblijfruimte in een andere richting ligt, dan moet de buitenvoeler aan de desbetreffende zijde van het gebouw worden gemonteerd.

Bij de montage moet rekening worden gehouden met externe warmtebronnen, die de meetwaarde aanzienlijk kunnen vervalsen (verwarmde schoorstenen, warme lucht uit luchtkokers, montage op zwarte oppervlakken, koudebruggen in het metselwerk enz.). De kabeluitvoer moet altijd naar beneden gericht zijn om te vermijden dat er vocht binnendringt.

Montage en elektrische aansluiting

1- Voelerkabel installeren tot aan de plaats van montage.
2- Dekselschroeven van de voelerbehuizing losdraaien en het deksel verwijderen.
3- Onderste deel van de voeler monteren met de meegeleverde centrale bevestigingsschroef. Afdichting gebruiken! Kabelinvoer moet naar beneden gericht zijn.
4- Voelerkabel zo invoeren dat de kabelmantel is omsloten door de afdichting.
5- Elektrische aansluiting maken. Daarvoor moet bij voorkeur een 2-aderige kabel met een minimum-diameter van 1mm2 worden gebruikt.

De aansluiting gebeurt aan de beide schroefklemmen in de voelerbehuizing en is verwisselbaar.

6- Deksel aanbrengen en stevig vastschroeven op het onderste deel. Let op een juiste zitting van de dichtingsring.

Dompelvoeler KVT

BULEX Theta - Dompelvoeler KVT - 1

Toepassing: Warmteopwekkervoeler, warmwatervoeler (bij geïntegreerde WW-reservoirs), terugloopvoeler enz.

KVT 20/5/6 Kabellengte 5 m

Toepassing: Warmwatervoeler (voor secundaire waterverwarmers, bufferreservoirs), collector terugloopvoeler enz.

Montageplaats:

In de voorziene dompelhuls van de betreffende toepassing.

Montage in de warmteopwekker/ketel

Aandrukveer naar de voelerpunt toe ombuigen en voeler samen met de voelers van de keteltemperatuurregelaar (KTR), de veiligheidstemperatuurbegrenzer (HRGAB) en de keteltemperatuurindicatie in de dompelhuls schuiven. Evt. aandrukplaat gebruiken.

Montage in WW- resp. bufferreservoirs

Aandrukveer ombuigen tot aan de voelerpunt en de voeler volgens de instructie van de fabrikant inbrengen in de droge dompelhuls van het betreffende reservoir.

Elektrische aansluiting

Voeler aansluiten aan de bijhorende aansluitklemmen van de betreffende regeleenheid (zie bijhorend aansluitdiagram). De tweedraads aansluiting is verwisselbaar.

Toevoercontactvoeler VF

32 非接触器

Contactvoeler VF...

Uitvoeringen:

VF 202 Kabellengte 2 m

Toepassing: Als contactvoeler bij mengergestuurde verwarmingscircuits in de verwarmingstoevoer of terugloop

VF 204 Kabellengte 4 m

Toepassing: zie VF 202

Montageplaats:

Na de menggroeppomp met een minimumafstand van minstens 50 cm.

Bij gebruik als terugloopvoeler:

Terugloopvoeler

Geregelde toevoerbijmenging met menger of mengklep

Terugloopvoeler

Bypassschakeling met terugloop- Bypasspomp

Montage:

Toevoerbuis blank maken en warmte- geleidende pasta aanbrengen.

Voeler met spanband op de contactplaats vlak tegen het buisoppervlak aan aanbrengen.

Voor een stevige bevestiging zorgen!

Elektrische aansluiting

Voeler aansluiten aan de bijhorende aan- sluitklemmen van de betreffende regeleenheid (zie bijhorend aansluitdiagram). De tweedraads aansluiting is verwisselbaar.

Afvoergasvoeler/collectortoevoervoeler

BULEX Theta - Afvoergasvoeler/collectortoevoervoeler - 1

PT1000/6 Kabellengte 2,5 m

Toepassing: Afvoergastemperatuur Collectortoevoertemperatuur

Montageplaats:

- In de gasafvoerbuis met een minimum- afstand van de tweevoudige buisdia- meter.

– In de dompelhuls van de zonnecollector.

Montage in het afvoergas

Bevestigingsplaat van de voeler monteren zoals getoond in de afbeelding, dompeldiepte van de voeler in de kernstroom vaststellen en de voeler arrêteren.

Ketel Ø8mm 2 Afvoergasvoeler Bevestigingsbout Bevestigingsplaat van de voeler ØD Gasafvoerbuis

Elektrische aansluiting

Voeler al naargelang de toepassing aansluiten aan de bijhorende aansluitklemmen van de betreffende regeleenheid (zie bijhorend aansluitdiagram). De tweedraads aansluiting is verwisselbaar.

Weerstandswaarden van de voelers afhankelijk van de temperatuur

Warmteopwekker-/ketelvoeler KVT 20

Buitenvoeler BV 200 Warmwater-/buffervoeler KVT 20

Toevoercontactvoeler VF 202/204

Blokbrandstof-/ketelvoeler KVT 20

T (°C)R (kΩ)
- 201,383
- 181,408
- 161,434
- 141,459
- 121,485
- 101,511
- 81,537
- 61,563
- 41,590
- 21,617
± 01,644
21,671
41,699
61,727
81,755
101,783
121,812
141,840
161,869
181,898
201,928
252,002
302,078
TR (kΩ)
101,783
121,812
141,840
161,869
181,898
201,928
252,002
302,078
352,155
402,234
452,314
502,395
552,478
602,563
652,648
702,735
752,824
802,914
853,005
903,098
953,192
1003,287

(°C)

Gasafvoervoeler, zonnecollectorvoeler PT1000

T (°C)R (kΩ)TR (kΩ)(°C)
401,1551501,573
501,1941601,611
601,2321701,648
701,2711801,685
801,3091901,722
901,3472001,758
1001,3852101,795
1101,4232201,832
1201,4612301,868
1301,4982401,905
1401,5362501,941

Ingebruikname van de thermo- staat

Segmenttest en codering

Bij ingebruikname resp. bij iedere spanningsterugkeer na een netuitval verschijnen tijdelijk alle in het display beschikbare segmenten.

0 0 4 5 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 KWs G1g

Segmenttest

Aansluitend kan de gewenste taal worden gekozen.

TRALKEDUZE

Taalkeuze

Daarna verschijnt de uitvoering van het apparaat met de actuele software-versienummer

N 2338 15 V 3.0 — Uitvoering — Maxcode und Versienummer

Voorzover er geen sprake is van een foutmelding verschijnt daarna de basisindicatie met datum, tijd en huidige temperatuur van de warmteopwekker.

MA. 22.AUG. '05 16:32 - 40.5°

Standaard weergave

Een actieve zomer ECO temperatuur wordt aangegeven door een zonneschermsymbool (2).

M8. 22.AUG. '05 1632 - 405°

Zomer ECO temperatuur

actief

Bij actieve vorstbeschermingsfunctie verschijnt er een vorstsymbool (*).

MA. 22AUG. '05 16:32 40.5°

Vorstbeveiligde temperatuur

actief

Code-invoer

Installateurcode

Na invoer van de installateurcode worden de voor de installateur bedoelde parameters vrijgeschakeld en kunnen ze overeenkomstig de uitvoering van de thermostaat bewerkt worden.

Voor de invoer van de installateurcode moeten de toetsen ☐ en ☐ ca. drie seconden lang tegelijk ingedrukt worden tot de code-invoer verschijnt in het display.

CODE 0.000

Het telkens knipperende cijfer kan met de druk-draaiknop aan de hand van de code ingesteld en door drukken bevestigd worden. De overige cijfers worden op dezelfde manier bewerkt.

Bij correcte code-invoer verschijnt bij het bevestigen van het laatste cijfer de bevestiging INSTALLATEUR OK, bij verkeerde invoer de mededeling CODE ERROR.

INSTALLATEUR OK

CODE ERROR

De vanuit de fabriek ingestelde installateurcode luidt: 1234

Aanwijzing: Indien de ingevoerde code niet wordt geaccepteerd moet de fabrikant gecontacteerd worden!

Opgelet: Vrijgeschakelde installateur-parameters worden weer geblokkeerd als er gedurende tien minuten geen verdere bediening volgt. In dit geval moet de installateurcode opnieuw worden ingevoerd.

Automatische set-functie

Met deze functie kunnen regelgroepen uit bedrijf genomen worden die niet resp. pas later nodig zijn.

De regelgroepen worden automatisch geregistreerd als hun bijhorende voelers aangesloten zijn en toegelaten meetwaarden leveren. Regelgroepen zonder voelerbedrading worden automatisch zonder foutmelding uit bedrijf genomen.

De AUTO-SET-functie wordt actief na elk inschakelen van het net.

Voorzover de AUTO-SET-functie door de Parameter 14 in het niveau SYSTEEM ingeschakeld en de datum van de eerste ingebruikname nog niet opgeslagen werd, worden aangesloten resp. geïsoleerde voelers bij elk inschakelen van de regeleenheid automatisch geregistreerd. In deze tijd worden foutmeldingen door voelers (kortsluitingonderbreking) onderdrukt.

Als de datum van de eerste ingebruikname werd opgeslagen, dan kan een gewijzigde voelerconfiguratie alleen worden bevestigd via de manuele activering.

Manuele activating

AUTO-SET-functie kan op elk moment manueel geactiveerd worden door bij het inschakelen van de regeleenheid tijdens de versieweergave de draaiknop zo lang in te drukken tot de Auto-Set-functie in het display bevestigd wordt.

graph TD A["N 2338\n15 V=3.0"] --> B["AUTO SET"] B --> C["Standaard weergave"]

De AUTO-SET-functie bevat de volgende voeleringangen:

  • buitenvoeler
  • toevoervoeler 1
  • toevoervoeler 2
  • boilersensor
  • ketelvoeler

Verder wordt de AUTO-SET-functie alleen uitgevoerd als de aan de voelers toegewezen groepen in de hierna opgesomde hoofdstukken dienovereenkomstig geparametreerd werden:

Voor de warmwatervoeler:

Hoofdstuk HYDRAULISCH

Parameter 2 - functie WW-laadpomp instelwaarde UIT of 1 (ww-laadpomp)

Voor de toevoervoeler 1:

Hoofdstuk HYDRAULISCH

Parameter 3 - functie menggroep 1 instelwaarde UIT of 3 (menggroep)

Voor de toevoervoeler 2:

Hoofdstuk HYDRAULISCH

Parameter 4 - functie menggroep 2 instelwaarde UIT of 3 (menggroep)

Voor de ketelvoeler:

Niveau TOESTEL

Parameter 1 - uitvoering warmteopwekker instelwaarde UIT of 1 (eentraps bedrijf)

Opdat een uitgevoerde parametrering door de AUTO-SET-functie niet weer versteld wordt, worden de huidige instelwaarden eerst gecontroleerd. Een wijziging gebeurt alleen als er sprake is van een van de boven genoemde instellingen. Daarmee kan de AUTO-SET-functie bijvoorbeeld nooit een terugloopverhoging aan de MG2 afmelden of omvormen tot een menggroep.

Storingsmeldingen

Om in geval van storing een zo nauwkeurig mogelijke diagnose te kunnen stellen is het regelsysteem uitgerust met een uitgebreid storingsmeldsysteem. Al naargelang het soort storing verschijnt een bijhorende storingsmelding in het display van het centraal apparaat.

Er zijn vijf verschillende categorieën stoormeldingen:

1 - Voelerstoormeldingen

Voelermeetwaarden die niet in het meetbereik liggen, worden als fouten beoordeeld. Ze verschijnen overeenkomstig hun gebruik met foutcode.

2 - Warmteopwekkerstoormeldingen

Deze stoormeldingen beoordelen de betreffende schakeltoestand. Ze verschijnen al naargelang uitvoering en toewijzing met bijhorende foutcode.

3 - Logische stoormeldingen

Deze stoormeldingen beoordelen het te verwachten regelresultaat. Ze verschijnen al naargelang uitvoering en toewijzing met bijhorende foutcode.

Deze stoormeldingen hebben betrekking op adresfouten zoals dubbel toewijzen of het niet-herkennen van adresinstellingen binnen de databus. Ze verschijnen al naargelang uitvoering en toewijzing met bijhorende foutcode.

5 - Storingsmeldingen via de stuurautomaat

Deze storingsmeldingen komen van de stookautomaat via een gegevensinterface en worden alleen voor de weergave in de regelaar gebracht resp. opgeslagen. Preciezere informatie over foutmeldingen zie documentatie ketel.

De weergave en verdere verwerking van storingsmeldingen kan door een parameterinstelling vrijgeschakeld resp. onderdrukt worden (zie niveau SYSTEEM – Parameter 13 (Logische foutmelding).

Verdere verwerking van fouten:

  • Fouten verschijnen in de standaard weergave van de regelaar
  • Systeemfouten verschijnen in het Info-niveau bij de bijhorende infowaarde.
  • Evt. worden fouten overgenomen in het stoormeldingsregister (beschrijving zie hieronder).
  • Fouten activeren bij dienovereenkomstige parametrering een stoormeldingsuitgang voor de aansluiting van optische of akoestische signaalgenerators.
  • Fouten worden via de databus doorgestuurd naar bijhorende gateways.

Tabel van de stoormeldingen:

Voelers en variabele ingangen:

Aanduiding Soortfout Code
BuitenvoelerOnderbreking10-0
BuitenvoelerKortsluiting10-1
KetelvoelerOnderbreking11-0
KetelvoelerKortsluiting11-1
Toevoervoeler 1Onderbreking12-0
Toevoervoeler 1Kortsluiting12-1
ReservoirvoelerOnderbreking13-0
ReservoirvoelerKortsluiting13-1
VI 2Onderbreking14-0
VI 2Kortsluiting14-1
VI 2Storingsmelding14-7
VI 3Onderbreking15-0
VI 3Kortsluiting15-1
VI 3Storingsmelding15-7
VI 1Onderbreking16-0
VI 1Kortsluiting16-1
VI 1Storingsmelding16-7
Collect./buffervoelerOnderbreking17-0
Collect./buffervoelerKortsluiting17-1
Aanduiding Soort fout Code
Toevoervoeler 2 Onderbreking 18-0
Toevoervoeler 2 Kortsluiting 18-1
Collect./toevoervoel. Onderbreking19-0
Collect./toevoervoel. Kortsluiting 19-1

Warmteopwekker:

Brander 1 Niet UIT30-2
Brander 1 Niet AAN30-3
Brander 2 Niet UIT31-2
Brander 2 Niet AAN31-3
GJ-tellerGeenimpuls
Rookgastemp.Overschreden33-5
Rookgastemp.RGAB geactiveerd33-8

Temperaturen:

WarmteopwekkerNiet bereikt50-4
WarmteopwekkerOverschreden50-5
WarmwaterNiet bereikt51-4
Aanvoer MG1Niet bereikt52-4
Aanvoer MG2Niet bereikt53-4
Ruimte DGNiet bereikt54-4
Ruimte MG1 Niet bereikt 55-4
Ruimte MG2 Niet bereikt 56-4

Databusfout

AdresAdresconflict70-0
ActiviteitGeen T2B-signaal70-1
EEPROM71-0
EEPROMdefect71-1

Storingsmelding via de stuurautomaat

StoringVergrendelingXXX
StoringBlokkeringXXX

(Weergavemogelijkheid afhankelijk van stookautomaat)

Storingshoofdstuk

De regeleenheid beschikt over een stoormeldingsregister, waarin maximaal 20 stoormeldingen kunnen worden opgeslagen. De storingsmeldingen worden weergegeven met datum, tijd en soort storing (foutnummer), de opvraging gebeurt in de volgorde van de binnengekomen storingsmeldingen in het hoofdstuk FOUT MELDING.

De het laatst binnengekomen (= meest actuele) storingsmelding staat met prioriteit op de eerste plaats, de voorafgegane storingsmeldingen worden bij elke nieuwe storingsmelding een plaats lager gezet. De laatste 8203 storingsmelding wordt verwijderd als er een nieuwe storingsmelding binnenkomt.

Een bijzonderheid vormen de stoormeldingen van de stookautomaat. Voor zover vrijgeschakeld (SYSTEEM-parameters 27 en 28) worden deze in een eigen storingsmeldinggeheugen geschreven.

Aanwijzing: In ruimteapparaten worden alleen de laatste 5 storingsmeldingen van het niveau FOUT MELDING weergegeven.

Installatie-informatie

Installatie- en systeemtemperaturen

Na opvraging van het informatieniveau met de Info-toets i kunnen alle voorhanden installatie- en systeemtemperaturen met de draaiknop met de klok mee na elkaar worden opgevraagd.

Voorzover in de volgende tabel onder de rubriek Indicatiewaarde Gewenste waarde is aangegeven, verschijnt deze bij het indrukken van de draaiknop.

De volgende indicaties verschijnen alleen onder de vermelde indicatievoorwaarden. Sommige indicaties zijn al naargelang de betreffende uitvoering van het apparaat niet beschikbaar en worden derhalve overgeslagen.

INFORMATIONINDICATIEWAARDEINDICATIEVOORWAARDEToepassing
Buiten (1)gemiddelde waarde/actuele waardeBuitenvoeler aangesloten
Buiten (1)Min./Max.-waarde(0.00 tot 24.00 uur)Buitenvoeler aangesloten
Buiten 2gemiddelde waarde/actuele waardeBuitenvoeler 2 aan een variabele ingang aangesloten
Buiten 2Min./Max.-waarde(0.00 tot 24.00 uur)Buitenvoeler 2 aan een variabele ingang aangesloten
EM-SET (energiemanagement-instelwaarde)Hoogste warmwater-en hoogste instel-waarde van het verwarmingscircuit in het systeemInstallateurniveau
Warmteopwekker (1)gewenste waarde/werkelijke waardeWarmteopwekkergeprogrammeerd(.2..)
Warmteopwekker 2gewenste waarde/werkelijke waardeTSTA 2 aan een variabele ingang aangesloten(.2..)
Terugloop SA Werkelijke waardeTerugloopvoeler op stook-automaat aangesloten(C)
Afvoergas SA Werkelijke waardeAfvoergasvoeler op stook-automaat aangesloten(C)
Terugloopgewenste waarde/werkelijke waardeTerugloopvoeler aan variabele ingang aangesloten en RLA actief
Externe blokkeringGeblokkeerde toestandAAN/UITExt. blokkering aan een variabele ingang aangesloten
Rookgastemp.Grensmeldingswaarde/Werkelijke waardeAfvoergasvoeler aan een variabele ingang aangesloten(.2..)
Waterverwarmer (1)gewenste waarde/werkelijke waardeWanneer w-verwarmer voorhanden(.B..)
Waterverwarmer 2gewenste waarde/werkelijke waardeBoilersensor aan een variabele ingang aangesloten(.B..)
WW-ThermostaatLaadtoestandAAN/UITMechanische thermostaat i.p.v. elektronische boilersensor(.B..)
Opvraging via schakelcontact (VI-1)Opvraging AAN/UITSchakelcontact aan een variabele ingang aangesloten
Opvraging via schakelcontact (VI-2)Opvraging AAN/UITSchakelcontact aan een variabele ingang aangesloten
Opvraging via schakelcontact (VI-3)Opvraging AAN/UITSchakelcontact aan een variabele ingang aangesloten
Aanvoer Menggroep 1gewenste waarde/werkelijke waardeToevoervoeler Menggroep 1 aangesloten(.3..)
Aanvoer Menggroep 2gewenste waarde/werkelijke waardeToevoervoeler Menggroep 2 aangesloten(.33..)
Ruimtetemperatuur Directe groepgewenste waarde/werkelijke waardeRuimteapparaat aangesloten en ruimtevoeler vrijgeschakeld(.2..)
Ruimtetemperatuur Menggroep 1gewenste waarde/werkelijke waardeRuimteapparaat aangesloten en ruimtevoeler vrijgeschakeld(.3..)
Ruimtetemperatuur Menggroep 2gewenste waarde/werkelijke waardeRuimteapparaat aangesloten en ruimtevoeler vrijgeschakeld(..33..)
Thermostaatfunctie Directe groepTHERMOSTAAT DGRuimtethermostaatfunctie actief UIT = geen ruimtebegrenzing(..2..)
Thermostaatfunctie Menggroep 1THERMOSTAAT MG-1Ruimtethermostaatfunctie actief UIT = geen ruimtebegrenzing(..3..)
Thermostaatfunctie Menggroep 2THERMOSTAAT MG-2Ruimtethermostaatfunctie actief UIT = geen ruimtebegrenzing(..33..)
Ketel vaste brandstof Bufferreservoir bovenWerkelijke waarde gewenste waarde/werkelijke waardeLaadpomp vaste brandstof aan var. uitgangBufferlaadpomp aan var. uitgang(..VV..)(..VV..)
Bufferreservoir beneden Collectortoevoergewenste waarde/werkelijke waardeWerkelijke waardeBuffervoeler 2 aan var. ingangZonnelaadpomp aan var. uitgang(..VV..)(..VV..)
ZonnereservoirWerkelijke waardeZonnelaadpomp aan var. uitgang(..VV..)
CollectorretourWerkelijke waardeZonnelaadpomp aan var. uitgangCollectorretourvoeler aan var. ingang(..VV..)

Bedrijfstoestanden

Na opvraging van het informatieniveau met de Info-toets ⓘ kunnen alle voorhanden bedrijfstoestanden en registratiegegevens

zoals tellerstanden, vermogensopgaven enz. met de draaiknop met de klok mee na elkaar worden opgevraagd.

InformatieDisplay-voorbeeldFunctieToepassing
StatusDirecte groepAUTO-P1 ECO DG AANProgramma/5-Programma/Modus Status verwarmingsgroepomp(.2..)
StatusMenggroep 1AUTO-P1 ECO MG -1 AANProgramma/5-Programma/Modus Status verwarmingsgroepomp(.3..)
StatusstelaandrijvingMenggroep 1MENGGROEP-1 OPENWeergave van de instelrichting OPEN-STOP-SLUI(.3..)
StatusMenggroep 2AUTO-P1 ECO MG -2 AANProgramma/5-Programma/Modus Status verwarmingsgroepomp(.33..)
StatusstelaandrijvingMenggroep 2MENGGROEP-2 STOPWeergave van de instelrichting OPEN-STOP-SLUI(.33..)
Status warmte-opwekker niveau 1TOESTEL AANSchakeltoestand warmteopwekker eentraps resp. niveau 1 (2-traps)(.2..)
Status warmte-opwekker niveau 2TOESTEL BR-2 UITSchakeltoestand warmteopwekker niveau 2(.22..)
Status warmte opwekker (mod.)MODULATIE 57% 60%Eentraps modulerende warmteopwekker, weergave van gewenste en werkelijke waarde(.VV..)
StatuswarmwatergroepAUTO-P1 ECO WW AANProgramma/5-Programma/Modus Status boilerpomp(.B..)
Functie en status pompPomp directe groepUITGANG DGPCSM AANInformatie over de toegekende functie en schakeltoestand van de pomp(..2..)
Functie en status pompVariabele uitgang 1UITGANG VU-1ZLP UITInformatie over de toegekende functie en schakeltoestand van de var. Uitgang 1(..VV..)
Functie en status pompVariabele uitgang 2UITGANG VU-2ZLP UITInformatie over de toegekende functie en schakeltoestand van de var. Uitgang 2(..VV..)
InschakelingenWarmteopwekker (1)STARTS1234 (BR-1)Info over aantal TST starts eentraps resp. niveau 1 (2-traps)(..2.,..22..)
BedrijfsurenWarmteopwekker (1)BEDRYFSTYD246Info over TST looptijd eentraps resp. niveau 1 (2-traps)(..3..)
InschakelingenWarmteopwekker 2STARTS268Info over aantal TST starts niveau 2(..3..)
BedrijfsurenWarmteopwekker 2BEDRYFSTYD45 BR-2Info over TST looptijd niveau 2(..33..)
Testtemperatuur voor metingenINFO-TEMP.50°CExterne meetsensor voor testdoeleinden aan een var. Ingang(..33..)
Programma extern schakelmodemMODEMAUTOInfo over huidig programma van een schakelmodem aan de var. Ingang(..2..)
Zonne-verwarmingsvermogenVERMOGEN43 KW ZONAct. verwarmingsvermogen van de zonne-installatie in KW(..VV..)
Zonne-balansGJ TELLER2468 KWh ZONOpgeteld vermogen van de zonne-installatie in KWh(..VV..)
InschakelingenZonnepompSTARTS296 ZONInfo over aantal starts van zonnelaadpomp(..VV..)
BedrijfsurenZonnepompBEDRYFSTYD478 ZONInfo over gehele looptijd van zonnelaadpomp(..VV..)

Toepassing:

(..2..) eentraps warmteopwekker

(..22..) tweetraps warmteopwekker

(..3..) met één menggroep

(..33..) met twee menggroepen

(..B..) warmwatergroep

(..VV..) met twee variabele uitgangen

(C, OT) rendement

Parameteroverzicht
Toegang tot het programmeerniveau Druk-draaiknop 3 seconden lang indrukken - automatische oproep van het kloktijdniveau. (niveauselectie) Gewenst hoofdstuk selecteren met de druk-draaiknop en bevestigen, evt. eerst code invoeren

Parameter Nr.ProgrammeringConfiguratieParameterinstelling (verwarmingsgroepen, regelafstanden)
TYD-DATUMKLOK-TYDENHYDRAU-LISCHSYSTEEMWARM-WATER(..B.)DIRECTEGROEP(..2.)MENG-GROEP 1(..3.)MENG-GROEP 2(..33.)WARMTE-OPWEK-KER(..2.,..22.)
1TYD(hmin)ang WW-PZieklokprogrammeringTaalkeuzeWW-bespaar-temperatuurVerlaagdeBedrijfsmodusVerlaagdeBedrijfsmodusVerlaagdeBedrijfsmodusTST-type
2Jaar UitgaSchakeltijd-programma'sLegionella(weekdag)Verwarmings-systeemVerwarmings-systeemVerwarmings-systeemAanloopbe-scherming
3Dag-MaandUitgang MG-1Bedienings-modusLegionella(tijd)RuimtevoelerRuimtevoelerRuimtevoelerMin.temp.begrenz.TST
4Omstell.ZoW-AubUitgang MG-2Zomer-uitschakelingLegionella(termperatuur)Ruimte-invloed factorRuimte-invloed factorRuimte-invloed factorMax.temp.begrenzing
5DGVorstbescher-mingVoelerkeuzeStooklijn-adaptiefStooklijn-adaptiefStooklijn-adaptiefMin.begrenz.modus
6Uitgang VU1Opvr. ContactVI-1Maximum WW-temperatuurInschakel-optimeringInschakel-optimeringInschakel-optimeringVoeler-programma
7Uitgang VU2Opvr. ContactVI-2WW-programmaVerwarmings-grensVerwarmings-grensVerwarmings-grensMin.looptijd
8Ingang VI-1Opvr. ContactVI-3Boiler-ontladings-beschermingMinimum ruimtetempe-ratuurMinimum ruimtetempe-ratuurMinimum ruimtetempe-ratuurSchakel-verschil I
9Ingang VI-2KlimazoneLaadtemp.verhogingRuimtethermo-staatfunctieRuimtethermo-staatfunctieRuimtethermo-staatfunctieSchakel-verschil II
10Ingang VI-3Soort gebouwWW-schakelverschilBuitenvoeler-toekenningBuitenvoeler-toekenningBuitenvoeler-toekenningTijdblokkering niveau II
11IndirecteretourverhogingAutom.afbreektijdNalooptijdWW-PConstante temperatuur(gewenste waarde)Constante temperatuur(gewenste waarde)Constante temperatuur(gewenste waarde)Vrijgave-modus niveau II
12Antiblokkeer-beschermingKlokprogramma TRSPMin. begrenz.verwarmings-groepMin. begrenz.verwarmings-groepMin. begrenz.verwarmings-groepWW-laden niveau II
13Logische foutmeldingSpaarintervalTRSP (pauze)Max. begrenz.verwarmings-groepMax. begrenz.verwarmings-groepMax. begrenz.verwarmings-groepAanvoertijdketelpomp
14Automatische set functieSpaarintervalTRSP (cyclus)Ketel parallel-verhogingKetel parallel-verhogingKetel parallel-verhogingNalooptijdketelpomp
15Pompnaloop(DGP)Pompnaloop(MGP 1)Pompnaloop(MGP 2)Nalooptijdvoed. Pomp
16Droogstook-functie(profieldrogen)Droogstook-functie(profieldrogen)Droogstook-functie(profieldrogen)Afvoergastemp.bewaking
17Gedrag TSTNalooptijdTerugloop-Max.Begrenzg.Terugloop-Max.Begrenzg..Afvoergastemp.Grenswaarde
18Vrijgavecyclustemp.
19Vorstbeveili-gingmodus
20
21
22
23BlokkeringscodebedeningsniveauRuimteregelingP-bereikRuimteregelingP-bereikRuimteregelingP-bereik
24Fahrenheit-schaalRuimteregelingBijsteltijdRuimteregelingBijsteltijdRuimteregelingBijsteltijd
25Naam HK (ver-warmingscircuit)Naam HK (ver-warmingscircuit)Naam HK (ver-warmingscircuit)Buitentemp.-blokkering
26Laaglast-parallelver-hoging
27FoutmeldingenstookautomaatMin.temp.begrenz.DG
28Foutmelding 2Schakelversch.Min.begr.DG
29TST-dwangafvoer
37Bedrijfsuren-teller
Terugzettenniveau I
Terugzetten(fabriekswaarden)Terugzettenniveau II

Parameters zonder achtergrondkleur: toegankelijk voor de gebruiker
Parameters met een grijze achtergrond: Installateur-parameter, alleen met juiste installateurcode toegankelijk.

ParameterinstellingAanvull. moduleCommunicat.Service
Terugloop-verhogingZonne (.VV.)Vaste brandstof (.VV.)Buffer-reservoir (.VV.)Cascade......DatabusRelaistestFout meldingenFout 2Voeler-compensatiePar.nr.
Gewenste waarde terugloopInschakelverschil Collector/bufferMinimumtemp.-begrenzingMinimumtemp.-begrenzingSchakel-verschilzie documentatie van de aanvul-lende moduleMAD-adresWarmteop-wekker11Type 1
Uitschakelver-schil pompUitschakelver-schil Collector/bufferMaximumtemp.-begrenzingMaximumtemp.-begrenzingVertraging bijschakelenBusrechten RS DGPomp Directe groep22Buitenvoeler 2
Nalooptijd pompMin. looptijd zonnepompInschakelverschil Ketel/bufferKetel para- lelverhogingVertraging terugschakelenBusrechten RS MG-1Pomp Menggroep 133Ketelvoeler 3
Max.begrenz. collectorUitschakel-verschil Ketel/bufferSchakel-verschilOmschakel-vermogen trapvolgordeBusrechten RS MG-2Instelorgaan Menggroep 144Boilersensor 4
Max.begrenz. zonnebufferKlokblokkerin g warmteopw.DwangafvoerOmkering trappenPomp Menggroep 255Toevoervoeler menggroep 1
Zonne-programmaNaloop in-schakelverschilLeidingsniveauInstelorgaan Menggroep 266Toevoervoeler menggroep 2
Klokblokkerin g warmteopw.Naloop uit-schakelverschilPiekketelWW Laadpomp77Collectortoe-voervoeler
Zonne-prioriteits-/ParallelbedrijfBuffer-aanloop-beschermingOmschakelingUitgang VA-1 8 8Zonne-buffervoeler8
WarmtebalansBuffer-ontladinsgbe-schermingWW snel-doorverbind.Uitgang VA-299Voeler VI-19
Terugzetten warmtebalansBuffer-Bedrijfsmodus1010 Voeler VI-210
Volumestroom WT-mediumNalooptijd BU-P1111 Voeler VI-311
Dichtheid WT-medium121212
Warmtever-mogen WT-medium131313
Einduitschake ltemperatuur141414
Testcircuit sol.laad.omsch.151515
Omschakel-temperatuur161616
171717
181818
191919
202020
21
22
23
24
25
26
27
28
29
36
37

Overzicht van de installateursparameters en hun instelmogelijkheden

Hoofdstuk HYDRAULISCH

De parameters in dit hoofdstuk hebben betrekking op de algemene installatiehydraulica en de functionaliteit en configuratie van de programmeerbare in- en uitgangen voor de betreffende installatiecomponenten.

ParameterAanduiding Instelbereik / InstelwaardenFabrieks-instellingInstelling
02Functiebezetting van de uitgang warmwateropwarm-pomp (type ..B..)UIT Geen functie1 warmwateropwarmpomp4 Circulatiepomp5 Elektr. verwarmingselement1
03Functie van de uitgang menggroep 1 (type ..3..)UIT Geen functie2 Directe groep weersafhankelijk3 Menggroep weersafhankelijk6 Constantregelaar7 Vaste waarde regelaar8 Terugloop instandhouding3
04Functie van de uitgang menggroep 2 (Type ..3.3..)Instelbereik en toekenning zoals bij parameter 03 3
05Functie van de uitgang pomp directe groepUIT Geen functie2 Pomp directe groep4 Circulatiepomp5 Elektr. verwarmingselement6 Constantregeling10 Voedingspomp11 Ketelgroeppomp 112 Ketelgroeppomp 213 Collectieve storing14 Schakelklok15 Zonnepomp (..VV..)21 Parall. TST-vrijgave27 Hydraulische bufferontlasting2
06Functie van de variabele uitgang 1 (type ..VV..)UIT Geen functie4 Circulatiepomp5 Elektr. verwarmingselement9 Retourpomp10 Voedingspomp11 Ketelgroeppomp 112 Ketelgroeppomp 213 Collectieve storingsmelding15 Zonnelaadpomp16 Bufferlaadpomp17 Laadpomp vaste brandstof19 Zonne-reservoirlaadomschakelklep20 Geforceerde zonne-afleidingsklep21 Parall. TST-vrijgave26 Prioriteitspomp27 Hydraulische bufferontlastingUIT
07Functie van de variabele uitgang 2 (type ..VV..)Instelbereik en toekenning zoals bij parameter 06UIT
08Functie van de variabele ingang 1UIT Geen functie1 Buitenvoeler 22 Warmteopwekkervoeler 23 Reservoirvoeler 24 Buffervoeler 25 Opvragingscontact6 Externe storingsmeldingingang7 Terugloopmaximumbegrenzing8 Terugloopmaximumbegrenzing9 Terugloopvoeler10 Externe TST blokkering11 Externe schakelmodem12 Externe informatie13 Somtoevoervoeler14 Collectorretourvoeler16 Afvoergasvoeler17 Ketelvoeler-vaste brandstof18 vaste stof buffervoeler19 Buffervoeler 112UIT
09Functie van de variabele ingang 2(..VV..)Instelbereik en toekenning zoals bij parameter 08, maar zonder instelmogelijkheid 16 (afvoergasvoeler)UIT
10Functie van de variabele ingang 3(..VV..)Instelbereik en toekenning zoals bij parameter 08, maar zonder instelmogelijkheid 16 (afvoergasvoeler)UIT
11Indirecte retourverhoging door menggroepUIT, AAN (alleen type ..3., ..33..)UIT

Hoofdstuk SYSTEEM

De parameters in dit hoofdstuk hebben betrekking op algemene begrenzingsparameters en instelwaarden binnen het gebruikte verwarmingssysteem.

PARAMETERAanduiding Instelbereik / InstelwaardenFabrieks-instellingInstelling
TAALSelectie van de taalDE Duits CZ TsjechischGB Engels PL PoolsFR Frans RO RoemeensIT Italiaans RU RussischNL Nederlands TR TurksES Spaans S ZweedsPT Portugees N NoorsHU HongaarsDE
TYDPROGRAMMAAantal beschikbare klokprogramma'sP1 Slechts één klokprogramma beschikbaarP1-P3 Drie klokprogramma's beschikbaarP1
BEDIENINGVrijschakeling voor gescheiden bedieningsmodus (ruimtetemperatuuropgaven en programma's)1 Gemeenschappelijke verstelling voor alle verwarmingsgroepen2 Gescheiden verstelling voor elke afzonderlijke verwarmingsgroep1
ZOMERUIT geen functieVorstbescherming...30°CUitschakeling bij instelwaarde20 °C
05VorstbeschermingUIT geen functie-20 °C... Zomer ECO temperatuur vorstbescherming bij instelwaarde3 °C
06Verwarmingsgroepverdeling bij opvragingscontact op VI 11 Directe groep2 Menggroep 13 Menggroep 24 WarmwaterALLE Alle groepen1
07Verwarmingsgroepverdeling bij opvragingscontact op VI 2 (type .. VV..)Instelwaarden zie parameter 06 1
08Verwarmingsgroepverdeling bij opvragingscontact op VI 3 (type .. VV..)Instelwaarden zie parameter 06 1
09Klimazone-20...0°C-12 °C
10Soort gebouw1 lichte bouwwijze2 middelzware bouwwijze3 zware bouwwijze2
11Terug naar standaard displayUIT geen automatische toegang tot de standaard weergave0,5...5 min na ingestelde tijd automatische toegang terug tot standaard weergave2 min
12Pompen en menggroep dwangfunctie (anti-blokkeerbescherming)AAN actiefUIT niet actiefAAN
13Logische foutmeldingUIT geen weergaveAAN Weergave actiefUIT
14Automatische set-functieUIT automat. voelertoekenning gedeactiveerdAAN automat. voelertoekenning geactiveerdUIT
18Vrijgave cyclustemperatuur AANUIT cyclustemperaturen geblokkeerd cyclustemperaturen vrijgegevenAAN
19VorstbeveiligingmodusUIT permafrostbescherming volgens afstelling Parameter 05 – vorstbescherming0.5...60 min klokbedrijfUIT
23Blokkeringscode bedieningsniveauUIT (0000) geen blokkeringAAN (0001...9999) blokkeringUIT
24Temperatuurweergave in °FahrenheitUIT Weergave in °C en KAAN Weergave in °FUIT
27*Systeembehandeling foutmeldingen stookautomaat1 Weergave alleen op de display2 Melding van vergrendelingen in het systeem3 Meldingen van vergrendelingen en blokkeringen in het systeem4 Melding van vergrendelingen en blokkeringen en waarschuwingen in het systeemUIT
28Foutmeldinggeheugen 2UIT, AANUIT
TERUGZETTENTerugzetten op fabrieksinstellingAfhankelijk van de toegangscode alleen tot de vrijgeschakelde parameters

* Functie afhankelijk van ondersteuning door stookautomaat

Hoofdstuk WARMWATER (..B..)

Dit hoofdstuk bevat alle voor de programmering van het boilersysteem vereiste parameters met uitzondering van de WW-klokprogramma's.

PARAMETERAanduiding Instelbereik / InstelwaardenFabrieks-instellingInstelling
WARMWATER-NACHTNachttemperatuur WW5 °C ... Warmwater maximumtemperatuur40 °C
LEGIONELLA DAGWW-legionellabescherming-dagUIT Geen legionellabeschermingma...zo Legionellebescherming op de ingestelde weekdagALLE Dagelijkse legionellabeschermingUIT
03WW-legionellabescherming-tijd00:00...23:00 uur02:00
04WW-legionellabescherming-temperatuur10 °C ... WW-maximumtemperatuur65 °C
05WW-temperatuurregistratie1 WW-temperatuurvoeler2 WW-temperatuurregelaar (thermostaat)1
06WW-maximumtemperatuur-begrenzing20 °C ... Maximumtemperatuur warmtebron65 °C
07WW-programma1 Parallelbedrijf2 Prioriteitbedrijf3 Beperkte voorrang4 Weersafhankelijke parallelbedrijf5 Prioriteitbedrijf met tussenverwarming6 Prioriteit-scheidingsschakeling7 Extern bedrijf2
08WW-boiler-ontladingsbeschermingUIT - Geen ontladingsbeschermingAAN - Ontladingsbescherming geactiveerdAAN
09WW-laadtemperatuurverhoging0 ... 50 K;Verschil tussen WW-laadtemperatuur en WW-gewenste temperatuur15 K
10WW-schakelverschil2 ... 20 K;Bedrag van WW-schakelverschil, symmetrisch t.o. de WW-gewenste waarde5 K
11WW-Laadpompnaloop0 ... 60 min5 min
12TRSP-klokprogrammaAUTO - Actief WW-Klokprogramma1 - P1, directe groep2 - P2, directe groep3 - P3, directe groep4 - P1, Menggroep 1AUTO
12TRSP-klokprogramma5 - P2, Menggroep 16 - P3, Menggroep 17 - P1, Menggroep 28 - P2, Menggroep 29 - P3, Menggroep 210 - P1, Warmwatergroep11 - P2, Warmwatergroep12 - P3, WarmwatergroepAUTO
13TRSP-Spaarinterval (pauze)0 Min ... Instelwaarde parameter 14; Duur van de stilstandtijd van de circulatiepomp)5 min
14TRSP-spaarinterval (duur)1 ... 60 minDuur = stilstandtijd + looptijd20 min
17Gedrag warmteopwekkertijdens nalooptijdAUTO - instelwaarde op TST afhankelijk van opvragingUIT - TST uitAUTO

Hoofdstuk DIRECTE GROEP (2.., 22..)

MENGGROEP 1 (..3..)

MENGGROEP 2 (..33..)

Dit hoofdstuk bevat alle voor de programmering van de verwarmingsgroepen (gemengd of ongemengd) vereiste parameters met uitzondering van de klokprogramma's.

PARAMETERAanduiding Instelbereik / InstelwaardenFabrieks-instellingInstelling
VERLAGEN Soort verlaagd bedrijfECO - Uitschakelbedrijf vorstbeschermdABS - verlaagd bedrijfECO
EXPONENTVerwarmingssysteem (exponent)1,00 ... 10,00DG =1,30MG =1,10
03Ruimte-inschakeling (in combinatie met ruimtevoeler)UIT Ruimtevoeler gedeactiveerd1 Ruimtevoeler geactiveerd2 Ruimtevoeler geactiveerd, bediening voor thermostaat geblokkeerd3 alleen displaymodus (ruimte temp.)UIT
04RuimtevoelerfunctieUIT, 10 ... 500 %, RC (alleen ruimteregeling)UIT
05Aanpassing v.d. stooklijn UIT,AANUIT
06InschakeloptimaliseringUIT, 1 ... 16 hUIT
07VerwarmingsgrensUIT, 0.5...40 KUIT
08Ruimtevorstbeschermings-grens5 ... 30 °C10 °C
09Ruimtethermostaatfunctie UIT,0,5 ... 5 KUIT
10Buitenvoelertoekenning (alleen wanneer VI n = AF 2)0 Besturing volgens gemiddelde waarde AF 1 + AF 2 (buitenvoeler)1 Besturing volgens AF 12 Besturing volgens AF 20
11Constante temperatuur gewenste waarde10... 95 °C (alleen als uitgang op constante (CATR) of vaste waarde regelaar (FR) werd gezet)20 °C
12Minimumtemperatuurbegrenzing10 °C ... Instelwaarde maximumtemperatuurbegrenzing (parameter 13)20 °C
13MaximumtemperatuurbegrenzingInstelwaarde minimumtemperatuurbegrenzing (parameter 12) ... maximumtemperatuurbegrenzing TST (TST-parameter 04)75 °C
14Temperatuurverhoging warmteopwekker/verwarmingsgroepen-5 ... 20 KDG=0MG=4
15Pompnaloop 0 ... 60 min 5 min
16Droogstookfunctie (profieldrogen)(Bij directe groep alleen wanneer slechts de betreffende groep geactiveerd is)UIT Functie uitgeschakeld1 Functie verwarmen2 Verwarmen volgens voorgeschreven temperatuurprofiel3 Functie verwarmen en verwarmen volgens voorgeschreven temperatuurprofielUIT
23*P-aandeel ruimteregeling1...100 %/K8
24* I-aandeel Th ruimteregeling 5...240 Min.35
Naam HKNaam verwarmingscircuit 00000 ... ZZZZZ leeg

* alleen bij ruimteapparaat als ruimteregelaar (PARAMETER 04 = RC)

Hoofdstuk WARMTEOPWEKKER (2...,22...)

De parameters in dit hoofdstuk hebben betrekking op het type van de betreffende warmteopwekker en de bijhorende specifieke regelfuncties.

PARAMETERAanduiding Instelbereik / InstelwaardenFabrieksinstellingInstelling
01Uitvoering TSTUIT zonder warmteopwekker1 Olie/gas een-traps (.2..)2 Olie/gas tweetraps (.22..)3 Olie/gas 2x eentraps (.22..)4 modulerende brander5 Stookautomaat (C../OT..)1
02*Aanloopbescherming TSTUIT geen aanloopbescherming1 Aanloopbescherming opminimumbegrenzing2 Aanloopbescherming opweersafhankelijkheid3 Aanloopbescherming gescheiden1
03*Minimumtemperatuurbegrenzing TST5 °C ... Maximumtemperatuurbegrenzing38 °C
04*Maximumtemperatuurbegrenzing TSTMinimumbegrenzing ... Instelgrens maximumbegrenzing TST80 °C
05*Begrenzingsmodus minimumbegrenzing TST1 Minimumbegrenzing door opvraging2 beperkte minimumbegrenzing3 onbeperkte minimumbegrenzing1
06*Voelerprogramma TST1 Branderuitschakeling bij een defect2 Externe branderuitschakeling3 Brandervrijgave bij een defect!!! Waarschuwing in acht nemen!!!1
07*Minimum looptijd brander0 ... 20 Min2 min
08*Branderschakelverschil SV 1Een-traps: 2 ... 30 KTwee-traps: 2 ... (SVII - 0,5K)6 K
09*Branderschakelverschil SV II (.22..)(SV I + 0,5 K) ... 30 K 8 K
10*Tijdblokkering niveau II (.22..)0 ... 60 min (0 = 10 seconden)0
11*Vrijgavemodus niveau II (.22..)1 Onbegrensde vrijgave tijdens aanloopontlasting2 Tijdblokkering tijdens aanloopontlasting2
12*Warmwaterlaadmodus1- resp. 2-traps (.22..)1 twee-traps WW-lading met tijdvertraging vollastniveau2 twee-traps WW-lading onbegrensd3 een-traps WW-lading (alleen deellastniveau)1
13*Aanvoertijd ketelgroepomp parall. toestelvrijgave0 ... 10 min 2 min
14*Nalooptijd ketelgroepomp 0 ...60 min 2 min
15*Nalooptijd voedingspomp resp.prioriteitspomp0 ... 60 min 2 min
16*AfvoergastemperatuurbewakingUIT Alleen weergave van afvoer-gastemperatuur0...60 min TST blokkering bij grenswaarde-overschrijding voor ingestelde tijdVTB TST blokkering bij grenswaarde overschrijdingUIT
17*Afvoergasgrenswaarde50 ... 500 °C200°C
25BuitentemperatuurblokkeringUIT, -20...+ 30°CUIT
26Laaglast parallelverhoging(alleen bij cascadebedrijf)0...60 K10 K
27*Minimumtemperatuurbegrenzing verwarmingsgroepen5 °C...KT min (alleen bij gescheiden aanloopont-lasting - Parameter 02 = 3)36 °C
28*SchakelverschilMinimumtemperatuurbegrenzing verwarmingsgroepen2 K...20 K (alleen bij gescheiden aanloopont-lasting - Parameter 02 = 3)4 K
29TST-dwangafvoerUit geen functie1 Afvoer in boiler2 Afvoer verwarmingsgroepen3 Afvoer bufferreseinvoirUIT
34*Beperking vermogenverwarming50 ... 50 ... 100%100%
35*Beperking vermogen WW50 ... 100%100%
37BedrijfsurentellerUITAUTO1 alleen terugmelding2 vrije tellerAUTO
TERUGZETTENBR-1Terugzetten bedrijfstijd/starts niveau 1SET-
TERUGZETTENBR-2Terugzetten bedrijfstijd/starts niveau 2SET-

* afhankelijk van het type intelligente stookautomaat zijn instellingen niet beschikbaar of worden in overeenstemming met de grenswaarden van de stookautomaat zelfstandig vooraf ingesteld.

Niveau RETOURVERHOGING

De parameters in dit niveau hebben betrekking op speciale instellingen met betrekking tot de verhoging van de teruglooptemperatuur bij warmteopwekkers. De vrijschakeling gebeurt alleen na geschiede vrijschakeling in het niveau HYDRAULICA.

PARAMETERAanduidingInstelbereik / InstelwaardenFabrieks-instellingInstelling
01Terugloopminimumbegrenzing / gewenste waarde terugloop10 ... 95 °C 20 °C
02Uitschakelverschil pomp1 ... 20 K2 K
03Pompnalooptijd0 ... 60 Min1 min

Niveau ZON SYSTEEM (..VV..)

De parameters in dit niveau hebben betrekking op speciale instellingen met betrekking tot de zonnetoepassingen. De vrijschakeling gebeurt alleen bij dienovereenkomstige activering in het hoofdstuk HYDRAULICA.

PARAMETERAanduiding Instelbereik / InstelwaardenFabrieks-instellingInstelling
01Inschakelverschil (Uitschakelverschil +3 K) ... 30 K10 K
02 Uitschakelverschil 2 K ... (Inschakelverschil -3 K)5 K
03 Temperatuuverhoging ZLP 0 ... 60 Min3 Min
04Zonne-collector-Maximumtemperatuur70 ... 210 °C120 °C
05Zonnereservoir-maximumbegrenzing20 ... 110 °C75 °C
06Zonne-programma1 Prioriteitbedrijf2 Parallelbedrijf3 Prioriteitbedrijf warmwater4 Prioriteitbedrijf buffer2
07KlokblokkeringwarmteopwekkerUIT, 0,5...24 h(Alleen bij prioriteitbedrijf- Parameter 6 = 1, 3, 4)UIT
08Zon. Prior./Parallektersch. bij prioriteitbedrijf en act.klokblokkering)UIT, 1..0,30 KUIT
09Zonne-warmtebalansUIT geen warmtebalans1 Balans doordoorstroomvoorschrift2 Balans door impulsevaluatieUIT
RESET ZON Terugzetten warmtebalansTerugzetten: bij SET draaiknop indrukken(alleen bij geactiveerde zonne-warmtebalans)-
11Volumestroom0,0 ... 30 liter/min resp. liter/impuls(alleen bij geactiveerde zonne-warmtebalans)0,0 l/min
12Dichtheid warmtedrager0,8 ... 1,2 kg/liter(alleen bij geactiveerde zonne-warmtebalans)1,05 kg/l
13Specifiek warmtevermogenwarmtedragermedium2,0 ... 5,0 KJ/kgK (alleen bij geactiveerde zonne-warmtebalans)3,6 KJ/kgK
14EinduitschakeltemperatuurUIT, 90...210°C150°C
15Testcircuitsolarlaadomschakeling1...60 min10 min
16Omschakeltemperatuur20...110°C75°C

Niveau VASTE BRANDSTOF (..VV..)

De parameters in dit niveau hebben betrekking op speciale instellingen met betrekking tot de vaste brandstofregeling. De vrijschakeling gebeurt alleen bij dienovereenkomstige activering in het hoofdstuk HYDRAULICA.

PARAMETERAanduiding Instelbereik / InstelwaardenFabrieksinstellingInstelling
01Minimumtemperatuur20 ... 80 °C60 °C
02Maximumtemperatuur30 ... 100 °C90 °C
03Inschakelverschil(Uitschakelverschil + 3K) ... 20 K10 K
04 Uitschakelverschil2 K ... (Inschakelverschil – 3K)5 K
05KlokblokkeringwarmteopwekkerUIT, 2...180 minUIT

Hoofdstuk BUFFER (..VV..)

De parameters in dit hoofdstuk hebben betrekking op speciale instellingen met betrekking tot de bufferregeling. De vrijschakeling gebeurt alleen bij dienovereenkomstige activering in het hoofdstuk HYDRAULICA.

PARAMETERAanduiding Instelbereik / InstelwaardenFabrieksinstellingInstelling
01Buffer-minimumtemperatuur 5 °C ... Buffer-maximumtemperatuur20 °C
02Buffer-maximumtemperatuur Buffer-minimumtemperatuur ... 95 °C80 °C
03Temperatuurverhoging TST -10 ... 80 K 8 K
04Schakelverschil 1 ... 70 K 2 K
05DwangafvoerUIT1 Afvoer in boiler2 Afvoer verwärmingsgroepenUIT
06Afschepfunctie inschakelverschil(Uitschakelverschil + 2 K) ... 30 K 10 K
07Afschepfunctie uitschakelverschilUIT (Uitschakelverschil + 2 K) ... 50 K 50 K
08Aanloopbescherming bufferUIT geen aanloopbeschermingAAN Aanloopbescherming actiefAAN
09Ontladinsgbescherming bufferUIT geen ontladingsbeschermingAAN Ontladingsbescherming actiefAAN
10Bufferprogramma1 Ladingsregeling voor DG en WW2 Ladingsregeling voor DG zonder WW3 Ontladingsregeling voor DG en WW4 Ontladingsregeling voor DG zonder WW5 Ladingsregeling met omschakeling WW6 Ontladingsregeling naar warmteopwekker1
11Nalooptijd bufferlaadpomp0 ... 60 min.0 min.

Hoofdstuk SOMAANVOERREGELING

PARAMETERAanduiding Instelbereik / InstelwaardenFabrieks-instellingInstelling
01P-aandeel Xp SVLF-regeling0,0 ... 50,0 %/K5 %/K
02Aftasttijd Ta SVLF-regeling1 ... 600 sec.20 sec.
03I-aandeel Tn SVLF-regeling1 ... 600 sec.180 sec.

Hoofdstuk CASCADE

De parameters in dit niveau hebben betrekking op gecascadeerde warmteopwekkers in een systeem (b.v. installaties met meerdere ketels) en zijn alleen toegankelijk in het 1 ste centrale apparaat met busadres 10.

Dit hoofdstuk is alleen toegankelijk wanneer meerdere warmteopwekkers via een databusverbinding met elkaar communiceren.

PARAMETERAanduiding Instelbereik / InstelwaardenFabrieks-instellingInstelling
01 Schakelverschil6.0...30.0K8 K
02Bijschakelvertraging0...200min0 Min
03Uitschakelvertraging0...60min0 Min
04Omschakelvermogen trapvolgorde10...100%65%
05 Omkering trappenUIT, 1...240 hUIT
06Leidingsniveau1...n(trappen)1
07Piekbelastingsketel vanaf adres...UIT2...(max.niveaus) alle warmteopwekkers binnen de cascade genummerdUIT
08Omschakeling laaglast bij groepvormingUIT geen omschakelingAAN OmschakelingUIT
09Warmwate\nsneldoorverbindingUIT 1... maximaal aantal fasesUIT

Hoofdstuk DATA-BUS

De Parameters in dit hoofdstuk hebben betrekking op de busadressen van de met de databus in contact staande centrale apparaten en regelen de toegangsrechten in de ruimtestations.

PARAMETERAanduiding Instelbereik / InstelwaardenFabrieks-instellingInstelling
01Busadres centraal apparaat 10,20, 30, 40, 50 10
02Busrechten RS DG1 Uitgebreide toegangsrechten (Conciërgestatus)2 Beperkte toegangsrechten (Huurderstatus)2
03Busrechten RS MG-11 Uitgebreide toegangsrechten (Conciërgestatus)2 Beperkte toegangsrechten (Huurderstatus)2
04Busrechten RS MG-21 Uitgebreide toegangsrechten (Conciërgestatus)2 Beperkte toegangsrechten (Huurderstatus)2

Hoofdstuk RELAISTEST

In dit hoofdstuk kunnen de relais in het centrale apparaat met de druk-draaiknop geselecteerd worden om de werking ervan te controleren.

PARAMETERAanduiding Instelbereik / InstelwaardenFabrieks-instellingInstelling
01Test warmteopwekkVerschillende relais-schakelvolgorde alkaargelang het ingestelde TST (een- of tweetraps)UIT
02 Test Pomp directe groepUIT-AAN-UIT-...UIT
03 Test Menggroeppomp 1UIT-AAN-UIT-...UIT
04Test Instelorgaan menggroep 1STOP-OPEN-STOP-SLUIT-STOP-...STOP
05Test Menggroeppomp 2UIT-AAN-UIT-...UIT
06Test Instelorgaan menggroep 2STOP-OPEN-STOP-SLUIT-STOP-...STOP
07Test Warmwater-laadpompUIT-AAN-UIT-...UIT
08 Test variabe uitgang1 UIT-AAN-UIT-...UIT
09 Test variabe uitgang 2 UIT-AAN-UIT-...UIT

Hoofdstuk FOUTMELDINGEN

In dit hoofdstuk kunnen maximaal 20 foutmeldingen worden opgeslagen, die voortdurend geactualiseerd worden.

PARAMETERAanduiding Instelbereik / InstelwaardenFabrieks-instellingInstelling
01 Foutmelding1 Laatste foutmelding
02 Foutmelding2 Eén na laatste foutmelding
.........
20Foutmelding 20 Eerste foutmelding

Hoofdstuk FOUT 2 (..C..)*

In dit hoofdstuk kunnen maximaal 20 foutmeldingen worden opgeslagen, die voortdurend geactualiseerd worden.

PARAMETERAanduiding Instelbereik / InstelwaardenFabrieks-instellingInstelling
01 Foutmelding1 Laatste foutmelding
02 Foutmelding2 Eén na laatste foutmelding
.........
20Foutmelding 20 Eerste foutmelding

* alleen in combinatie met TST-interface en SYSTEM-Parameter 28=AAN

Hoofdstuk VOELERAFSTEMMING

In dit hoofdstuk kunnen alle aan het toestel aangesloten voelers met ± 5K, met de fabriekswaarde als uitgangswaarde, gecorrigeerd worden.

PARAMETERAanduiding Instelbereik / InstelwaardenFabrieks-instellingInstelling
02 Compensatie buitenvoeler - 5 K ... +5 K
03 Compensatie warmteopwekker- 5 K ... +5 K
04 Compensatie reservoirvoeler - 5 K ... +5 K
05 Compensatie toevoervoeler 1 - 5 K ... +5 K
06 Compensatie toevoervoeler 2 - 5 K ... +5 K
07 Compensatie zonnecollectorvoeler - 5 K ... +5 K
08 Compensatie zonnebuffervoeler - 5 K ... +5 K
09 Compensatie variabele ingang 1 - 5 K ... +5 K
10 Compensatie variabele ingang 2 - 5 K ... +5 K
11 Compensatie variabele ingang 3 - 5 K ... +5 K

Aantekeningen

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BULEX

Model : Theta

Categorie : Temperatuurregelaar