75230 GA - Vriezer AEG-ELECTROLUX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 75230 GA AEG-ELECTROLUX in PDF-formaat.
| Producttype | Vriezer (vriezen en koelen) |
| Merk | AEG-Electrolux |
| Model | 75230 GA |
| Energievoorziening | 220-240 V~, 50 Hz, minimaal 10 A |
| Klimaatklasse | SN tot T (10 °C tot 43 °C) |
| Vriestemperatuurbereik | -15 °C tot -24 °C |
| Koeltemperatuurbereik | 0 °C tot +16 °C |
| Invriesvermogen | Zie typeplaatje (max. hoeveelheid per 24 uur) |
| No-frost-systeem | Ja, automatische ontdooiing |
| Functies | Vriezen/Koelen, TURBO/FROSTMATIC, Alarmsysteem, Temperatuurgeheugen |
| Bediening | Elektronisch met bedieningspaneel en LED-indicatie |
| Deurdraring | Omkeerbaar (rechts of links) |
| Verlichting | Binnenlamp, max. 25 W, fitting E14 |
| Koelmiddel | Isobutaan (R600a), brandbaar |
| Koude-accu | Inbegrepen, verlengt bewaartijd bij stroomuitval |
| Aantal laden | Meerdere vakken en laden, inclusief Maxi-Box |
| Onderhoud | Automatische ontdooiing; reiniging met lauwwarm water; jaarlijks condensor reinigen |
| Veiligheid | Kinderslot op uitschakeling, alarm bij open deur en temperatuurstijging |
| Geluidsniveau | Normale koelapparaatgeluiden (klikken, zoemen, borrelen, ventilatorgeruis) |
| Garantie en service | Zie garantievoorwaarden; klantenservice: 0172 - 468 300 (storingen/reparaties) |
| Handleiding | 36 pagina's, beschikbaar in PDF |
Veelgestelde vragen - 75230 GA AEG-ELECTROLUX
Gebruikersvragen over 75230 GA AEG-ELECTROLUX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 75230 GA - AEG-ELECTROLUX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 75230 GA van het merk AEG-ELECTROLUX.
GEBRUIKSAANWIJZING 75230 GA AEG-ELECTROLUX
Lees eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door voordat u uw nieuwe apparaat in gebruik neemt. Hierin staat belangrijke informatie over een veilig gebruik, over het opstellen en over het onderhoud van het apparaat.
De gebruiksaanwijzing s.v.p. bewaren voor latere naslag. Aan eventuele volgende bezitters van het apparaat doorgeven.
Deze gebruiksaanwijzing is voor meerdere, technisch vergelijkbare modellen in diverse uitvoeringen bestemd. S.v.p. alleen op de aanwijzingen letten die op uw apparaat betrekking hebben.

Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden (Waarschuwing!, Voorzichtig!, Let op!) wordt de aandacht gevestigd op aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het juist functioneren van het apparaat. Hier absoluut op letten.

-
Dit symbool en nummeren voeren u stap voor stap door de bediening van het apparaat.
-
....

Na dit symbool wordt uitleg gegeven over de bediening en het praktisch gebruik van het apparaat.

Met het klaverblad worden tips en aanwijzingen voor een economisch en milieuvriendelijk gebruik van het apparaat gegeven.
Verklaringen van vaktermen die in de gebruiksaanwijzing gebruikt worden, vindt u aan het eind in het Hoofdstuk "Vaktermen".
Voor eventueel optredende storingen staan in de handleiding aanwijzingen om deze zelf op te lossen, zie Hoofdstuk "Wat te doen als...". Als deze aanwijzingen niet voldoende informatie bieden staat onze klantendienst u te allen tijde ter beschikking.
Gedrukt op milieuvriendelijk vervaardigd papier wie ecologisch denkt, handelt ook zo ...
Inhoud
Veiligheid 43
Weggooien 45
Transportbescherming verwijderen 46
Opstellen 47
Opstelplaats 47
Het apparaat heeft lucht nodig 48
Apparaat uitlijnen 48
Elektrische aansluiting 49
Draairichting van de deur wisselen 50
De belangrijkste kenmerken van het apparaat 52
Beschrijving apparaat 53
Vooraanzicht 53
Koude-accu 53
Bedieningspaneel 54
Toetsen voor het instellen van de temperatuur .... 54
Temperatuurindicatie 55
TURBO/FROSTMATIC-toets 56
Voor ingebruikneming 57
Ingebruikneming 57
"Vriezen" of "Koelen" kiezen 58
Temperatuur instellen 58
Apparaat uitschakelen 59
Controle- en informatiesysteem 60
"Open Deur"-waarschuwing 60
Temperatuurwaarschuwing 60
Temperatuurgeheugen 61
Functiestoringen 61
Tips voor energiebesparing 61
Invriezen 62
Bewaren van diepvriesproducten 63
Het maken van ijsblokjes 63
Symbolen bewaarde producten/Diepvrieskalender 64
Maximale belading 64
Het openen van de deur 64
Koelen 65
"longfresh"-koelen 65
"Standaard"-koelen 66
Dranken koelen 66
Reiniging en onderhoud 66
Wat te doen als ... 68
Hulp bij storingen 68
Lamp verwisselen 70
Geluiden als het apparaat in bedrijf is 71
Doel, normen, richtlijnen 71
Vaktermen 71
Klantenservice 72

Veiligheid
De veiligheid van onze apparaten voldoet aan de Europese en Nederlandse normen. Desondanks zien wij ons genoodzaakt U met de volgende veiligheidsaanwijzingen vertrouwd te maken:
Juist gebruik
- Het apparaat is voor huishoudelijk gebruik bedoeld. Naar gelang de ingestelde stand kan het apparaat gebruikt worden voor invriezen, diepgekoeld opslaan, voor het maken van ijs of voor het koelen van levensmiddelen. Als het apparaat anders dan bedoeld of verkeerd gebruikt wordt, is de fabrikant niet verantwoordelijk voor eventuele schaden.
- Het ombouwen van of veranderingen aan het apparaat aanbrengen is uit veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.
- Als het apparaat commercieel of voor andere doeleinden dan voor het invriezen en bewaren van diepgevroren levensmiddelen gebruikt wordt, s.v.p. letten op de hiervoor van kracht zijnde wettelijke bepa- lingen.
Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomen wordt
- Controleren of het apparaat transportschade heeft. Een beschadigd apparaat in geen geval aansluiten! In geval van schade dient u zich tot de leverancier te wenden.
- Controleer of het elektriciteitssnoer niet klem zit aan de achterzijde van het apparaat, waardoor dit beschadigd zou kunnen raken. Een beschadigd elektriciteitssnoer kan oververhit raken en brand veroorzaken.
- Steek de netstekker nooit in een loszittende of beschadigde contactdoos. Gevaar voor elektrische schokken en brand!
Koelmiddelen
Het apparaat bevat in het koelvloeistofcircuit de koelvloeistof Isobutaan (R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter wel brandbaar is.
- Waarschuwing - Bij het transport en het opstellen van het apparaat erop letten dat geen onderdelen van het koelvloeistofcircuit beschadigd worden.
- Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit:
- open vuur en brandhaarden absoluut vermijden;
- het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren.
Veiligheid van kinderen
- Verpakkingsonderdelen (bijv. folie, piepschuim) kunnen gevaarlijk zijn voor kinderen. Verstikkingsgevaar! Verpakkingsmateriaal weghouden bij kinderen!
- Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar maken voordat ze weggegooid worden. Stekker er afhalen, netsnoer doorknippen, eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Hierdoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten worden (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terechtkomen.
- Kinderen zien de gevaren die in het omgaan met huishoudelijke apparaten schuilen vaak niet. Zorg daarom voor het nodige toezicht en laat kinderen niet met het apparaat spelen!
Bij dagelijks gebruik
- Houders met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen door bevriezing lek raken. Explosiegevaar! Geen houders met brandbare stoffen, zoals sprays, aanstekervullingen etc. in het apparaat plaatsen.
- Flessen en dozen niet in de diepvriesruimte plaatsen. Deze kunnen springen als de inhoud bevriest - bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen! Geen limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in de diepvriesruimte bewaren. Uitzondering: Dranken met een hoog alcoholgehalte kunnen wel in de diepvriesruimte bewaard worden.
- Consumptieijs en ijsblokjes niet direct vanuit de diepvriesruimte in de mond stoppen. Zeer koud ijs kan aan de lippen of de tong vastvriezen en verwondingen veroorzaken.
- Diepgevroren producten niet met natte handen aanraken. De handen kunnen eraan vastvriezen.
- Waarschuwing - Geen elektrische apparaten (bijv. electrische ijsmachines, mixers etc.) in het apparaat gebruiken.
- Waarschuwing - Ventilatie-openingen in de ommanteling van het apparaat of in inbouwmeubelen niet afsluiten.
- Waarschuwing - Het apparaat wordt automatisch ontdooid. Voor bespoedigen van het ontdooiproces geen mechanische voorzieningen of andere kunstmatige middelen gebruiken die niet door de fabrikant worden aanbevolen.
-
Voordat met het schoonmaken van het apparaat begonnen wordt altijd het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de woning uitschakelen, er resp. uitdraaien.
-
Als u boven op het apparaat bevroren producten legt, kan zich door de kou in de holle ruimte van de opbergplaat condenswater vormen. In deze holle ruimte zitten elektronische onderdelen. Als er condenswater op deze onderdelen druppelt, kan kortsluiting het apparaat beschadigen. Leg daarom geen bevroren producten boven op het apparaat.
- De netstekker nooit aan het elektriciteitssnoer uit het stopcontact trekken. Een beschadiging van het elektriciteitssnoer kan leiden tot kortsluiting, brand en/of elektrische schokken.
- Plaats geen zware voorwerpen of het apparaat zelf op het elektriciteitssnoer. Gevaar voor kortsluiting en brand!
- Een beschadigd elektriciteitssnoer moet worden vervangen door een gekwalificeerd technicus of de klantenservice.
Bij storing
- Bij storing aan het apparaat eerst in deze handleiding onder "Wat te doen als..." kijken. Als de daar genoemde aanwijzingen niet verder helpen, niet zelf reparaties uitvoeren.
- Elektrische apparaten mogen alleen door vaklieden gerepareerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan. Wendt u zich voor reparaties s.v.p. tot de AEG klantenservice.

Weggooien
Informatie over de verpakking van het apparaat
Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn niet milieu-onvriendelijk en kunnen hergebruikt worden.
De grondstoffen: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt worden en worden als volgt gekarakteriseerd:
PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakken binnen in.
PS< voor schuimpolystyrol, bijv. bij de bekledingsdelen, in principe CFK-vrij.
De kartonnen delen zijn van oud papier gemaakt en kunnen ook weer bij het oud-papier gedaan worden.
Weggooien van oude apparaten
Wegens milieuredenen dienen koelapparaten vakkundig ontmanteld te worden. Dit geldt voor uw huidige apparaat en - als het ook aan vervanging toe is - ook voor uw nieuwe apparaat.

Waarschuwing! Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar maken voordat ze weggegooid worden. Stekker er afhalen, netsnoer doorknippen, eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Hierdoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten worden (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terechtkomen.
Aanwijzingen voor het weggooien:
- Het apparaat mag niet bij het huis- of grofvuil gezet worden.
- Het koelvloeistofcircuit, in het bijzonder de warmtewisselaar aan de achterkant, mag niet beschadigd worden.
- Informatie over afhaaltijden of inzamelplaatsen zijn te verkrijgen bij de plaatselijke reinigingsdienst of op het gemeentehuis.
Transport apparaat
Er zijn twee personen nodig om het apparaat te transporteren. Voor een betere grip zijn voor aan de onderkant en achter aan de bovenkant van het apparaat twee grepen aanwezig.

- Het apparaat vastpakken aan de grepen op de plaatsen zoals op de tekening afgebeeld en transporteren.

- Om het apparaat op de definitieve plaats te schuiven voorzichtig boven aan de deur duwen en het apparaat iets naar achteren kantelen. Het gewicht wordt daardoor naar de achterste rolletjes verplaatst, waardoor het apparaat gemakkelijker te schuiven is.
Transportbescherming verwijderen
Het apparaat alsmede delen van het interieur zijn voor het transport beschermd.

- Alle plakband en vulling uit het interieur van het apparaat verwijderen.

Eventuele plakbandresten kunnen met wasbenzine verwijderd worden.
- Aan de binnenkant van de deur de beschermende delen van de deurafsluiting verwijderen.

Het apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte neerzetten.
Een optimale plaats voor diepvrieskasten is de kelder.
De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik en het onberispelijk functioneren van het apparaat.
Het apparaat daarom
- niet aan directe straling van de zon blootstellen;
- niet bij radiatoren, naast een kachel of andere warmtebronnen plaatsen;
- alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatcategorie waarvoor het apparaat is ontworpen.
De klimaatcategorieën staan op het typeplaatje dat zich links aan de binnenkant van het apparaat bevindt.
De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welke klimaatcategorie behoort:
| Klimaatcategorie voor een omgevingstemperatuur van | |
| SN +10 tot +32 °C | |
| N +16 tot +32 °C | |
| ST +18 tot +38 °C | |
| T +18 tot +43 °C | |
Als het onvermijdelijk is het apparaat naast een warmtebron te plaatsen, aan weerszijden minimaal de volgende afstanden aanhouden:
- tot elektrische kachels 3 cm; - tot olie- en kolenkachels 30 cm.
Als men zich niet aan deze afstanden kan houden, is een warmte-isolatieplaat tussen kachel en koelapparaat aan te bevelen.
Het apparaat heeft lucht nodig
Lucht wordt onder de deur toegevoerd via de ventilatieopeningen in de sokkel en gaat dan via de ontluchting langs de achterwand naar boven. Deze ventilatieopeningen nooit afdekken of versperren zodat de lucht kan circuleren.
Let op! Als het apparaat bijv. onder een kast geplaatst wordt, dient een afstand van minstens 10 cm tussen de bovenkant van het apparaat en het daarboven aangebrachte meubel aangehouden te worden.

De beide wandafstandhouders die met het apparaat zijn meegeleverd plaatst u conform de afbeelding bovenaan de achterzijde van het apparaat. Op deze manier wordt de benodigde wandafstand gegaran-deerd voor de noodzakelijke ventilatie aan de achterzijde van het apparaat.

- Het apparaat dient horizontaal en stevig te staan. Oneffenheden van de bodem compenseren door in- of uitdraaien van de beide stelvoetjes aan de voorkant.
- Wanneer twee kasten naast elkaar opgesteld worden moeten de twee afstandhouders die in de plastic zak zijn meegeleverd tussen de kasten vastgeplakt worden, zoals op de afbeelding te zien is.

Elektrische aansluiting
Voor de elektrische aansluiting is een overeenkomstig de voorschriften geïnstalleerd, randgeaard stopcontact vereist. De elektrische beveiliging dient minstens 10 Ampère te bedragen.
Als het stopcontact na het opstellen van het apparaat niet meer bereikbaar is, dient een passende maatregel in de elektrische installatie ervoor te zorgen dat het apparaat van het lichtnet afgekoppeld kan worden (bijv. zekering, LS-schakelaar, foutstroomveiligheidsschakelaar e.d. met een contactopeningswijdte van minstens 3 mm).
- Voor ingebruikneming op het typeplaatje van het apparaat controleren of de netspanning en stroomsoort overeenkomen met de waarden van het lichtnet op de plaats waar het apparaat komt te staan.
bijv: AC 220 ... 240 V 50 Hz of
220 ... 240 V\~ 50 Hz
(d.w.z. 220 tot 240 Volt wisselstroom, 50 Hertz)
Het typeplaatje bevindt zich links aan de binnenkant van het apparaat.
Attentie: De netaansluiting mag alleen door een vakman worden vervangen. Wend u in geval van reparatie tot uw vakhandelaar of tot onze service-afdeling.
Waarschuwing: Het apparaat mag in geen geval worden aangesloten aan elektronische „energiezuinige stekkers“ en aan omvormers, die gelijkstroom omzetten in 230 V wisselstroom (bijv. solarinstallaties, scheepsnetten).
Draairichting van de deur wisselen
De draairichting van de deur kan van rechts (aflevertoestand) naar links omgezet worden, als dat voor de opstellingsplaats nodig is.

Waarschuwing! Tijdens het verwisselen van de deurdraairichting mag het apparaat niet op het elektriciteitsnet aangesloten zijn. Trek tevoren de stekker uit het stopcontact.
- Open de deur en trek de sokkelplaat er naar voren toe af. Zet de deurlagerafdekking op de sokkelplaat van links naar rechts om. Sluit de deur.

- Schroef bij gesloten deur de kruiskopschroeven uit het onderste deurlager en haal het deurlager er naar beneden toe uit.

- Haal het deurbeslag van het deurlager af (1, 2). Zet de scharnierstift van het rechter in het linker gat (3). Zet het meegeleverde deurbeslag op de scharnierstift (4, 5).

- Kruiskopschroef rechtsonder uit de deur draaien en het deurbeslag afnemen (1). Meegeleverde deurbeslag onder rechts in de deur plaatsen en met de kruiskopschroef bevestigen (2). Haal de deur er voorzichtig naar voren toe uit en zet hem opzij.
- Zet de bovenste scharnierstift naar links om.
- Schuif de deur voorzichtig op de bovenste scharnierstift en sluit hem.
- Zet de deurgreep van links naar rechts om en sluit de gaatjes met de bijgeleverde gatendopjes af.
- Zet de deurgreep alsmede de gatafdekstift volgens de afbeelding om.
- Open de deur en zet de sokkelplaat erop.

De belangrijkste kenmerken van het apparaat
- Naar gelang de behoefte kan het apparaat als diepvriesapparaat of als koelapparaat gebruikt worden. Hiervoor kan op het apparaat de stand "Vriezen" of "Koelen" gekozen worden.
- In de stand "Vriezen" is het apparaat te gebruiken voor het invriezen en diepgekoeld opslaan met temperaturen van -15 °C tot -24 °C.
- In de stand "Koelen" kan het apparaat als "longfresh"-koelapparaat gebruikt worden met temperaturen van 0 °C tot +2 °C, waarbij door de no-frost-technologie een droog binnenklimaat bereikt wordt. Door de instelbare temperatuur tot +16 °C kan het apparaat echter ook prima als vooraad- en drankenkoeler gebruikt worden. Natuurlijk is het ook als "normale" koelkast te gebruiken voor temperaturen rond de +5 °C.
- Voor TURBO/FROSTMATIC kan gekozen worden naar gelang het doel en de behoefte.
- De TURBO/FROSTMATIC-functie (op stand "Koelen") is geschikt voor het snel afkoelen van grotere hoeveelheden koelproducten in de koelruimte, bijv. voor dranken of salades voor een feestje. Daarbij wordt automatisch een GEWENSTE temperatuur van +2 °C ingesteld. Na 6 uur wordt de TURBO/FROSTMATIC-functie automatisch beëindigd.
- De TURBO/FROSTMATIC-functie (in de stand "Vriezen") zorgt voor snel invriezen van verse levensmiddelen en beschermt tegelijkertijd de reeds opgeslagen producten tegen ongewenste temperatuurstijgingen in de diepvriesruimte. De electronica van het apparaat herkent zelfstandig wanneer het snel invriezen beëindigd kan worden, en schakelt de TURBO/FROSTMATIC-functie dan automatisch uit (naar gelang de hoeveelheid in te vriezen producten na 30 tot maximaal 51 uur).
- Met het no-frost-systeem kunnen zowel verse levensmiddelen ingevroren worden als bevoren of gekoelde producten opgeslagen worden door koude lucht. Een verdamper koelt de lucht binnen in het apparaat af, die door een ventilator gecirculeerd en gelijkmatig verdeeld wordt. Deze gelijkmatig circulerende luchtstroom zorgt voor een droog klimaat, geringe temperatuurwisselingen en -verschillen in het gehele apparaat. De in de lucht aanwezige vochtigheid slaat op de verdamper neer als rijp. De verdamper wordt volautomatisch ontdooid, zodra dat nodig is. Het dooiwater wordt naar buiten naar de compressor gevoerd en verdampt daar door de opgewekte warmte. Daardoor blijven het interieur van het apparaat en de opgeslagen koel-, resp. diepvriesproducten steeds rijp- en ijsvrij. Handmatig ontdooien is niet nodig.
Beschrijving apparaat
Vooraanzicht
(diverse modellen)

① Bedieningspaneel
② Binnenverlichting
③ Koudevakken met laden
④ Maxi-Box
⑤ Lade (alleen voor bewaren)
Koude-accu
(niet bij alle modellen)
In het apparaat bevindt zich een koude-accu.
Lees voor het invriezen van de koude-accu hoofdstuk "Voor ingebruik-neming".
Als de stroom is uitgevallen of bij een storing aan het apparaat, verlengt de koudeaccu de tijd tot de ongeoorloofde opwarming van het ingevroren product met meerdere uren, wanneer u de koudeaccu in het bovenste vak voor op het ingevroren product legt.
De koude-accu kunt u ook tijdelijk als koelelement voor koeltassen gebruiken.
Bedieningspaneel

1 Toets AAN/UIT met lichtnetcontrolelampje (groen)
2 Temperatuurindicatie
3 Toetsen voor temperatuurinstelling
4 Toets TURBO/FROSTMATIC met indicatie voor ingeschakelde TURBO/FROSTMATIC-functie (geel)
5 Toets WAARSCHUWING UIT met waarschuwingslampje (rood) (zie hoofdstuk "Controle- en Informatiesysteem")
Toetsen voor het instellen van de temperatuur

De temperatuur wordt ingesteld via de toetsen „+“ (WARMER) en „-“ (KOUDER).
De toetsen staan in verbinding met de temperatuurindicatie.
- Door te drukken op één van de twee toetsen „+“ (WARMER) of „-“ (KOUDER) wordt de temperatuuraanwijzing van de WERKELIJKE temperatuur (temperatuurindicatie brandt) op de GEWENSTE temperatuur (temperatuurindicatie knippert) omgeschakeld.
- Met elke verdere druk op één van beide toetsen wordt de GEWENSTE temperatuur 1 °C verder gesteld.
- Als geen toets wordt ingedrukt, schakelt de temperatuuraanwijzing na korte tijd (ca. 5 sec.) automatisch weer op de WERKELIJKE temperatuur terug.
GEWENSTE temperatuur betekent:
De temperatuur die in het apparaat heerst. De GEWENSTE temperatuur wordt met knipperende cijfers aangegeven.
WERKELIJKE temperatuur betekent:
De temperatuuraanwijzing geeft de temperatuur aan die op dat moment werkelijk in het apparaat heerst. De WERKELIJKE temperatuur wordt met brandende cijfers aangegeven.

Bij ingeschakelde TURBO/FROSTMATIC-functie kan er geen wijziging in de temperatuurinstelling worden uitgevoerd.
Temperatuurindicatie

De temperatuurindicatie kan meerdere soorten informatie aangeven.
- Bij normaal gebruik wordt de temperatuur aangegeven die op dat moment in het apparaat heerst (WERKELIJKE temperatuur).
- Als de temperatuur wordt ingesteld, wordt knipperend de op dat moment ingestelde temperatuur getoond (GEWENSTE temperatuur).
- In de bedrijfsmodus „koelen“ verschijnt „IC“ voor intensief koelen in de temperatuurindicatie als de functie TURBO/FROSTMATIC is ingeschakeld.
In de bedrijfsmodus „vriezen“ verschijnt de actuele temperatuur in de vriesruimte in de temperatuurindicatie als de functie TURBO/ FROSTMATIC is ingeschakeld. Wanneer u drukt op een toets voor de temperatuurinstelling, verschijnt gedurende 5 seconden „SF“ voor supersnel vriezen in de indicatie. Vervolgens verschijnt de actuele temperatuur in de vriesruimte weer in de indicatie.
- Als bijv. door langere stroomuitval de diepvriesproducten gedeeltelijk of geheel ontdooid zijn, geeft de temperatuurindicatie, als u toets WAARSCHUWING UIT indrukt, de warmste temperatuur aan, die de diepvriesproducten bij het terugkeren van de stroomverzorging hebben bereikt.
- Is er sprake van een storing, dan verschijnt in de temperatuurindicatie een vierkant of een letter.
TURBO/FROSTMATIC-toets

In de bedrijfsmodus „vriezen“ versnelt de functie TURBO/FROSTMATIC het invriezen van verse levensmiddelen en beschermt tegelijk de reeds opgeslagen producten tegen ongewenste opwarming.
In de bedrijfsmodus „koelen“ is de functie TURBO/
FROSTMATIC geschikt om snel grotere hoeveelheden te koelen product af te koelen, bijvoorbeeld dranken of salades voor een feest. Daarbij wordt automatisch een SOLL-temperatuur van +2 °C aangegeven.
-
Door te drukken op de toets TURBO/FROSTMATIC schakelt u de functie TURBO/FROSTMATIC in. De gele indicatie gaat branden. In de bedrijfsmodus „vriezen“ verschijnt gedurende 5 seconden „SF“ in de temperatuurindicatie. Vervolgens verschijnt de actuele temperatuur in de vriesruimte weer in de indicatie.
In de bedrijfsmodus „koelen“ verschijnt „IC“ in de temperatuurindicatie. De compressor is continu in werking. -
Door opnieuw te drukken op de toets TURBO/FROSTMATIC kunt u de functie TURBO/FROSTMATIC op elk moment handmatig beëindigen. De gele indicatie gaat uit.
Als u de functie TURBO/FROSTMATIC niet handmatig beëindigt, schakelt de elektronica van het apparaat de functie TURBO/ FROSTMATIC in de bedrijfsmodus „vriezen“ uit na ca. 50 uur en in de bedrijfsmodus „koelen“ na 6 uur. De gele indicatie gaat uit.
Let op! Bij ingeschakelde TURBO/FROSTMATIC-functie kan de temperatuurinstelling niet worden gewijzigd.
Met de toets WAARSCHUWING UIT kan het akoestische waarschuwingssignaal uitgeschakeld worden, bijv. de "Open Deur"-waarschuwing als gedurende langere tijd diepvriesproducten in- of uitgeladen worden.
Bij ontdooiwaarschuwing geeft de temperatuurindicatie, als u toets WAARSCHUWING UIT indrukt, de warmste temperatuur aan, die de diepvriesproducten bij het terugkeren van de stroomverzorging hebben bereikt.
Voor ingebruikneming

Laat het apparaat, voordat u het op het elektriciteitsnet aansluit en voor de eerste ingebruikname, 30 minuten staan, als het rechtop vervoerd is. Als het liggend vervoerd is, moet het apparaat voor ingebruikname eerst 4 uur staan, zodat de olie naar de compressor kan terugstromen. Anders kan de compressor beschadigd worden.

- Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomen wordt eerst van binnen en alle accessoires schoonmaken (zie hoofdstuk "Reiniging en Onderhoud").
- Voordat het voor de eerste keer in gebruik wordt genomen dient het apparaat aan de hand van hoofdstuk "Opstellen en Aansluiten" juist opgesteld te worden. Let er in het bijzonder op dat de netspanning en netfrequentie met de gegevens van het apparaat overeenstemmen.
- De koude-accu uit het apparaat nemen.
- De koude-accu pas na het bereiken van de optimale bewaartemperatuur van -18 °C in een vak/lade leggen en laten bevriezen.
- Na ca. 24 uur de koude-accu vooraan in het bovenste vak leggen.
- Ontdooide koude-accu op dezelfde manier weer invriezen, bijv. na reiniging van het apparaat.
Ingebruikneming

-
Stekker in het stopcontact stoppen.
-
AAN/UIT toets indrukken. Er klinkt een alarmtoon en het rode waar- schuwingslampje gaat knipperen om aan te geven dat de noodzakelijke bewaartemperatuur nog niet bereikt is.
- Druk de toets WAARSCHUWING UIT in om het alarm uit te schakelen.
- Temperatuur op -18 °C of lager instellen (zie hoofdstuk "Temperatuur instellen").
Let op! Met het opbergen van diepvriesartikelen wachten tot de vriesruimtetemperatuur -18 °C is, resp. tot het rode waarschuwingslampje uit gaat.

Bij aflevering staat het apparaat op de stand "Vriezen".
Wanneer het apparaat al eerder in gebruik is geweest, wordt het apparaat weer gestart in de bedrijfsmodus die voor het uitschakelen was ingesteld.
"Vriezen" of "Koelen" kiezen
Desgewenst met de volgende stappen tussen "Vriezen" en "Koelen" schakelen:
-
Toets WAARSCHUWING UIT en toets „-“ (KOUDER) tegelijk 5 seconden ingedrukt houden.
-
Bij het omschakelen van "vriezen" op "koelen" verschijnt in de temperatuurindicatie "FC" (Freezing -> Cooling), een akoestisch signaal bevestigt dat er omgeschakeld is en de temperatuurindicatie gaat over op knipperende cijfers (GEWENSTE temperatuur voor koelen 5 °C) Met de toetsen voor temperatuurinstelling kan nu de gewenste temperatuur voor het koelen worden ingevoerd.
- Bij het omschakelen van "koelen" op "vriezen" verschijnt in de temperatuurindicatie "CF" (Cooling -> Freezing), een akoestisch signaal bevestigt dat er omgeschakeld is en de temperatuurindicatie gaat over op knipperende cijfers (GEWENSTE temperatuur voor vriezen - 18 °C). Met de toetsen voor temperatuurinstelling kan nu de gewenste temperatuur voor het vriezen worden ingevoerd.
De stand waarin het apparaat zich op dat moment bevindt is te herkennen aan het feit of temperaturen boven of onder 0 °C ingesteld kunnen worden.
- Temperatuur naar gelang de gekozen stand instellen (zie hoofdstuk "Temperatuur instellen").
Let op! Als het apparaat als vriezer gebruikt wordt: Met het opslaan van diepvriesproducten wachten tot de temperatuur in de diepvries- ruimte -18 °C bereikt heeft, resp. tot het rode waarschuwingslampje uit is.
Let op! Als het apparaat als koelapparaat gebruikt wordt, nadat het als diepvriesapparaat gebruikt is: Met het opslaan van producten wachten tot de temperatuur in de koelruimte tot boven 0 °C gestegen is.
Temperatuur instellen
- Druk op de toetsen „+“ (WARMER) of „-“ (KOUDER).
De temperatuurindicatie schakelt om en geeft knipperend de op dat moment ingestelde GEWENSTE temperatuur aan.
- Druk op de toets „+“ (WARMER) on hogere temperaturen in te stellen. Druk op de toets „-“ (KOUDER) om lagere temperaturen in te stellen.
Met elke verdere druk op één van beide toetsen wordt de GEWENSTE temperatuur 1 °C verder gesteld.
De volgende GEWENSTE temperatuurinstellingen zijn mogelijk:
- Stand "Vriezen": van -15 °C tot -24 °C in 1 °C-stappen;
- Stand "Koelen": van 0 °C tot 16 °C in 1 °C-stappen.
Aanwijzing: Uit voedingswetenschappelijk oogpunt is -18 °C een voldoende lage bewaartemperatuur.
Als na het instellen van de temperatuur de toetsen niet meer ingedrukt worden, schakelt de temperatuurindicatie na korte tijd (ca. 5 sec.) om en geeft weer de in de vriesruimte aanwezige WERKELIJKE temperatuur aan. De indicatie wisselt van knipperen op continu branden.
Belangrijk! Regelmatig via het rode alarmlampje en de temperatuur-indicatie de juiste bewaartemperatuur controleren.
Apparaat uitschakelen
Ter bescherming van de diepvriesproducten is het apparaat beschermd tegen abusievelijk uitschakelen (kinderbeveiliging).
- Om het apparaat uit te schakelen houdt u de toets AAN/UIT ca. 1 seconde ingedrukt. In de temperatuuraanwijzing volgt een zogenaamde "count down", waarbij terug geteld wordt van "3" naar "1". Als de "1" bereikt is, wordt het apparaat uitgeschakeld. De verlichting van de temperatuuraanwijzing gaat uit.
De stroomtoevoer is pas volledig verbroken wanneer de stekker uit het stopcontact is getrokken.
Aanwijzing:
De instelling van het apparaat kan niet veranderd worden, als de stekker uit het stopcontact getrokken is of als er anderszins geen elektrici- teit aanwezig is.
Na aansluiting op het elektriciteitsnet start het apparaat weer op de stand waar het voor de stroomonderbreking op stond.
Als het apparaat gedurende langere tijd buiten bedrijf wordt gesteld:
- Apparaat uitschakelen, daartoe AAN/UIT toets ca. 1 seconde ingedrukt houden.
- Stekker uit het stopcontact halen of zekering uitschakelen, er resp. uithalen.
- Apparaat grondig reinigen (zie hoofdstuk "Reiniging en Onderhoud").
- Deur daarna open laten ter vermijding van reukvorming.
Controle- en informatiesysteem
Het controle- en informatiesysteem bestaat uit temperatuurindicatie, optische waarschuwingsindicaties en akoestische waarschuwingsinrichting.
Het systeem waarschuwt:
- bij ingebruikneming van het apparaat (wanneer de opslagtemperatuur nog niet is bereikt);
- als de deur van het apparaat langer dan 80 seconden (in de stand "Vriezen") en langer dan 5 minuten (in de stand "Koelen") open staat;
- als de temperatuur in de vriesruimte te hoog wordt (alleen in de stand "Vriezen");
- bij functiestoringen aan het apparaat.
"Open Deur"-waarschuwing
Als de deur langer dan 80 seconden (in de stand "Vriezen") en langer dan 5 minuten (in de stand "Koelen") openstaat, knippert het rode waarschuwingslampje en klinkt tevens een alarm. Als er meer tijd nodig is voor het inruimen of eruit halen van diepvriesproducten kan het alarm gedurende 80 seconden (in de stand "Vriezen") en gedurende 5 minuten (in de stand "Koelen") uitgeschakeld worden door de toets WAARSCHUWING UIT in te drukken.
Het rode waarschuwingslampje gaat uit als de deur gesloten wordt.
Temperatuurwaarschuwing
(alleen in de stand "Vriezen")
De rode waarschuwingsindicatie knippert en er klinkt een waarschuwingssignaal zodra de temperatuur in de vriesruimte hoger dan -8 °C wordt.
Een dergelijke temperatuurstijging kan eventueel veroorzaakt worden door:
- het vaak en langdurig openen van de deur;
- het opslaan van grotere hoeveelheden warme levensmiddelen;
- hoge omgevingstemperatuur
-
een defect in het apparaat.
-
Met toets WAARSCHUWING UIT kunt u het signaal uitschakelen. De temperatuurindicatie voor de vriesruimte geeft de warmste temperatuur aan, die tijdens het temperatuuralarm in de vriesruimte is bereikt. Na ca. 5 seconden schakelt de temperatuurindicatie weer op de actuele vriesruimtetemperatuur om. De rode waarschuwingsindicatie wordt uitgeschakeld, zodra de temperatuur onder -8 °C daalt.
Temperatuurgeheugen
Zolang de actuele vriesruimtetemperatuur boven -8 °C ligt, is de warmste temperatuur, die tijdens het temperatuuralarm in de vriesruimte is bereikt, opgeslagen en kan deze met toets WAARSCHUWING UIT altijd weer worden opgeroepen.
Wanneer de temperatuur in de vriesruimte onder -8 °C daalt, zonder dat van te voren op de toets WAARSCHUWING UIT is gedrukt, wordt de waarschuwingstoon automatisch uitgeschakeld. De rode
waarschuwingsindicatie en de temperatuurindicatie blijven knipperen.
Wordt nu toets WAARSCHUWING UIT ingedrukt, dan wordt de rode waarschuwingsindicatie uitgeschakeld. Bovendien geeft de temperatuurindicatie vijf seconden lang de warmste temperatuur aan die de diepvriesproducten hebben bereikt. Daarna schakelt de indicatie op de actuele vriesruimtetemperatuur om. De opgeslagen warmste temperatuur is nu gewist.
Let op! Als de verdenking bestaat dat de levensmiddelen ontdooid zijn, de kwaliteit en het verdere gebruik ervan controleren.
Functiestoringen
Als de elektronica van het apparaat een technische storing heeft herkend, die door de service-afdeling moet worden verholpen, laat de temperatuurindicatie een vierkant of een letter in het onderste deel van de temperatuurindicatie zien. De rode waarschuwingsindicatie knippert. Het apparaat loopt in noodschakeling verder.

Tips voor energiebesparing
- Het apparaat niet bij kachels, verwarmingen of andere warmtebronnen zetten. Bij een hoge omgevingstemperatuur werkt de compressor vaker en langer.
- Zorgen voor voldoende be- en ontluchting aan de onder- en achterkant van het apparaat. Ventilatieopeningen nooit afdekken.
- Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerst laten afkoelen.
- Deur slechts zolang open laten staan als nodig is.
- De temperatuur niet kouder instellen dan nodig is.
- Diepvriesproducten om te ontdooien in de koelkast leggen. De koude van de diepvriesproducten wordt zo voor koeling van de koelkast gebruikt.
- De condensor aan de achterkant van het apparaat altijd schoon houden.
Invriezen
(alleen in de stand "Vriezen")
Behalve de onderste lade, die alleen voor bewaren bestemd is, kunnen alle andere vakken en laden voor invriezen van kleine hoeveelheden levensmiddelen gebruikt worden. Voor het invriezen van grotere hoeveelheden levensmiddelen zijn de twee bovenste vakken het best geschikt.
Let op!
- Voor het invriezen van levensmiddelen moet de WERKELIJKE temperatuur in de diepvriesruimte -18 °C of kouder zijn.
- Let op het invriesvermogen op het typeplaatje. Het invriesvermogen is de maximale hoeveelheid verse producten die binnen 24 uur ingevroren kan worden. Neem slechts 2/3 tot 3/4 van de hoeveelheid die aangegeven staat op het typeplaatje als er gedurende meerdere dagen achter elkaar ingevroren wordt.
- Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerst laten afkoelen.
- Bij het invriezen van grotere hoeveelheden levensmiddelen de bevoren koude-accu boven op de in te vriezen producten leggen.
-
Eenmaal ontdooide levensmiddelen zonder verdere verwerking (bereiden tot panklare gerechten) in geen geval een tweede keer invriezen.
-
Voor gebruik van de maximale invriesmogelijkheid de TURBO/FROST-MATIC toets 24 uur - bij kleinere hoeveelheden zijn 4 tot 6 uur voldoende - voor het invriezen indrukken. Het gele lampje gaat branden.
De TURBO/FROSTMATIC toets behoeft niet ingedrukt te worden bij kleine in te vriezen hoeveelheden tot 3 kg.
- Alle levensmiddelen voor het invriezen luchtdicht verpakken, zodat ze niet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de smaak niet op andere diepvriesproducten overgebracht wordt.
Voorzichtig! Niet met natte handen aan diepvriesproducten komen. De handen kunnen eraan vastvriezen.
- De verpakte levensmiddelen in de vakken of laden leggen. Niet bevoren producten mogen niet in aanraking komen met reeds bevoren producten omdat deze laatste dan kunnen ontdooien.
De elektronica van het apparaat schakelt de TURBO/FROSTMATIC-functie na ca. 50 uur automatisch uit. Het gele lampje gaat uit. U kunt de TURBO/FROSTMATIC-functie ook handmatig beëindigen door nog een keer op de TURBO/FROSTMATIC toets te drukken.
Tips:
- Geschikt voor het verpakken van diepvriesproducten zijn:
- diepvrieszakken en -folie van polyethyleen;
- speciale diepvriesdozen;
- aluminiumfolie, extra sterk.
- Voor het sluiten van zakken en folie zijn geschikt: plastic klemmen, elastiekjes of plakband.
- Voor het sluiten de lucht uit zakken en folie strijken, omdat lucht het uitdrogen van de diepvriesproducten bevordert.
- Maak platte pakjes, deze bevriezen sneller.
- Diepvriesdozen niet tot aan de bovenrand vullen met (half)vloeibare diepvriesproducten omdat vloeistof tijdens het invriezen uitzet.
Aanwijzing voor testinstituten:
Stapelschema's ter vaststelling van de diepvriesprestatie resp. opwarm- tijd kunnen direct bij de fabrikant aangevraagd worden.
Bewaren van diepvriesproducten
Let op! Voordat voor de eerste keer reeds bevoren diepvriesproducten in de diepvriesruimte worden gedaan, moet de vereiste bewaartemperatuur van -18 °C bereikt zijn.
- Alleen verpakte diepvriesproducten bewaren opdat ze niet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de geur- of smaak niet op andere producten overgedragen wordt.
- Let op de bewaartijd resp. houdbaarheidsdatum van de diepvriesproducten.

Diepvriesproducten zo mogelijk naar soort apart in de vakken/laden leggen. Daardoor heeft men een beter overzicht, staat de deur niet te lang open en wordt stroom bespaard.
Het maken van ijsblokjes
- Ijsbakje voor 3/4 met koud water vullen en in een la plaatsen en laten bevriezen.
- Als de ijsblokjes klaar zijn kunnen ze uit het ijsbakje gehaald worden door de schaal om te draaien of kort onder de kraan te houden.
Let op! Als het ijsbakje vastgevroren zit nooit met puntige of scherpe voorwerpen losmaken. Een pollepel of iets dergelijk gebruiken.
Symbolen bewaarde producten/Diepvrieska- lender
(niet bij alle modellen)
- De symbolen op de laden geven de diverse soorten diepvriesproducten aan.






- De getallen geven voor iedere soort diepvriesproduct de bewaartijd in maanden aan. Of de hoogste of de laagste waarde van de aangegeven bewaartijd geldt, hangt af van de kwaliteit van de levensmiddelen en de behandeling voorafgaand aan het invriezen. Voor levensmiddelen met een hoog vetgehalte geldt altijd de laagste waarde.
Maximale belading
Om grotere hoeveelheden of veel plaats in beslag nemende levensmiddelen op te bergen, kunt u er laden uithalen en de levensmiddelen direct op het verdamprooster neerleggen.
De onderste lade mag er niet uitgehaald worden, omdat deze zorgt voor correcte luchtcirculatie.
Als de laden eruit gehaald zijn, mogen de levensmiddelen niet over de voorkant van de roosters uitsteken.
Het openen van de deur
Als het apparaat ingeschakeld is en de deur gesloten wordt, kan hij niet direct weer geopend worden omdat er eerst een vacuum ontstaat dat de deur gesloten houdt tot de druk weer gelijk is. Na een paar minuten kan de deur weer geopend worden.
Als het apparaat van een QUICK-deuropener voorzien is - een in het deurhandvat geïntegreerd openingsmechanisme - kan de deur op elk moment gemakkelijk geopend worden.

Het apparaat is, afhankelijk van de ingestelde temperatuur, geschikt voor
- "longfresh"-koelen
- "standaard"-koelen
- koelen van dranken.
De laden van het apparaat kunnen er afzonderlijk uitgenomen worden. De mogelijkheid om deze eruit te nemen is een groot voordeel als diepvriesproducten die opgeslagen moeten worden te groot zijn om in een lade te leggen. In dat geval kan in de lade daaronder hoger opgestapeld worden.
In plaats van laden kunnen er ook roosters ingeschoven worden. De roosters kunnen als extra accessoires in de vakhandel aangeschaft worden.
"longfresh"-koelen
Door een GEWENSTE temperatuur van 0 °C tot +2 °C te kiezen kan het apparaat als "longfresh"-koelapparaat gebruikt worden.
Het "longfresh"-koelen schept optimale voorwaarden voor het opslaan van verse levensmiddelen. De levensmiddelen blijven tot driemaal zo lang vers vergeleken met opslag in de normale koelkast.
- Geschikt voor "longfresh"-koelen zijn:
- Vlees en vleeswaren
- vers gevogelte
-verse vis - melk, boter, kwark
- bessen, fruit en groente
- sla, paddestoelen.
- Niet geschikt voor "longfresh"-koelen zijn:
- koudegevoelig fruit, bijv. bananen, papaja's, passievruchten, avocado's en citrusfruit;
- koudegevoelige groentes, bijv. paprika, augurken, zucchini, aubergines, aardappelen en tomaten;
- fruit en groente dat nog moet rijpen, bijv. peren.
- Alle levensmiddelen voor het "longfresh"-koelen verpakken. Hierdoor blijven aroma, vochtigheid en kleur langer bewaard.
- Voor het verpakken zijn geschikt:
- vershoudzakken en -folie van polyethyleen
- afsluitbare plastic dozen
- aluminiumfolie.
"Standaard"-koelen
Door een GEWENSTE temperatuur rond +5 °C te kiezen kan het apparaat als normale koelkast gebruikt worden.
- Levensmiddelen dienen altijd afgedekt of verpakt in de koelruimte geplaatst te worden om te vermijden dat ze uitdrogen en de geur of smaak op andere producten overgebracht worden.
- Voor het verpakken zijn geschikt:
- vershoudzakken en -folie van polyethyleen
- plastic dozen met deksel
- speciale plastic kappen met rubberband
- aluminiumfolie.
Dranken koelen
Door de keuze van de GEWENSTE temperatuur tot +16 °C is het apparaat ook prima als koelapparaat voor dranken te gebruiken.
Reiniging en onderhoud
Om hygiënische redenen dient het apparaat aan de binnenkant met toebehoren geregeld gereinigd te worden.

Waarschuwing!
- Het apparaat mag tijdens het schoonmaken niet op het lichtnet aangesloten zijn. Gevaar voor elektrische schok! Voor het schoonmaken het apparaat uitschakelen en de stekker uit het stopcontact halen of de zekering uitschakelen er resp. uithalen.
- Het apparaat nooit met stoomapparaten schoonmaken. Er zou anders vocht in de elektrische onderdelen kunnen komen, gevaar voor elektrische schokken! Hete damp kan de kunststof onderdelen beschadi-gen.
- Het apparaat dient droog te zijn voordat het weer in gebruik genomen wordt.
- Het apparaat wordt automatisch ontdooid. Geen elektrische verwarmingsapparaten en andere mechanische of kunstmatige hulpmiddelen gebruiken om het ontdooien te versnellen.
Let op!
- Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststof onderdelen aantasten, bijv.
- sap van de schil van citroenen of sinaasappels;
- boterzuur;
- schoonmaakmiddelen die azijnzuur bevatten.
Dergelijke substanties niet met de apparaatonderdelen in contact brengen.
- Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
- Ca. 12 uur voor het ontdooien de TURBO/FROSTMATIC toets indrukken om in de diepvriesproducten genoeg koudereserve op te slaan voor het tijdelijk uitschakelen van het apparaat.
Voorzichtig! Niet met natte handen aan diepvriesproducten komen. De handen kunnen eraan vastvriezen.
- De diepvriesproducten eruit halen, in een aantal lagen krantenpapier wikkelen en afgedekt op een koele plaats leggen.
- Apparaat uitschakelen, daartoe AAN/UIT toets ca. 2 seconden ingedrukt houden.
- Stekker uit het stopcontact halen of zekering uitschakelen, er resp. uithalen.
- Apparaat binnen en buiten met een doek en lauwwarm water schoonmaken. Eventueel een beetje normaal afwasmiddel toevoegen.
- Daarna met schoon water afnemen en droogmaken.
- Controleer en reinig de magnetische deurvergrendelingen regelmatig.

Stof op de condensor verhoogt het energieverbruik. Daarom eenmaal per jaar de condensor aan de achterkant van het apparaat met een zachte borstel of met de stofzuiger voorzichtig schoonmaken.
- Als alles droog is het apparaat weer in gebruik nemen.
Wat te doen als ...
Hulp bij storingen
Het kan zich bij een storing om een klein defect handelen dat u zelf met behulp van de volgende aanwijzingen kunt oplossen. Geen verdere actie ondernemen als de volgende informatie in concrete gevallen niet verder helpt.

Waarschuwing! Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen door vakmensen uitgevoerd worden. Door verkeerd uitgevoerde reparaties kunnen grote gevaren voor de gebruiker ontstaan. Went u voor reparaties tot de AEG klantenservice wenden.
| Storing Mogelijke | oorzaak Hulp | |
| Apparaat werkt niet, temperatuur-indicatie is donker. | Apparaat is niet ingeschakeld. | Apparaat inschakelen. |
| Stekker zit niet in stopcontact of zit los. | Stekker in stopcontact steken. | |
| Zekering zit los of is kapot. | Zekering controleren, eventueel vernieuwen. | |
| Stopcontact is kapot. | Storingen in het lichtnet door uw elektrovakman laten verhelpen. | |
| Rode waarschuwingsindicatie knippert, temperatuurindicatie geeft temperatuur beneden -8 °C aan, deur is gesloten. | Temperatuur-waarschuwing.Temperatuur van diepvriesproducten is zo gestegen dat ze ontdooid zijn. | Nalezen in hoofdstuk "Controle- en Informatiesysteem". |
| Rode waarschuwingsindicatie knippert, waarschuwingssignaal klinkt, temperatuurindicatie geeft temperatuur boven -8 °C aan, deur is gesloten. | Temperatuur-waarschuwing.Temperatuur van diepvriesproducten is zo gestegen dat ze ontdooid zijn. | Nalezen in hoofdstuk "Controle- en Informatiesysteem". |
| Rode waarschuwingsindi-catie knippert, tempera-tuurindicatie geeft een vierkant of een letter aan. | Er is een functiestoring opgetreden. | Aangegeven storing note-ren en contact opnemen met de service-afdeling. Deur van het apparaat niet meer openen. |
| Apparaat koelt te sterk. | Temperatuur is te koud ingesteld. | Kies tijdelijk een warmere temperatuurinstelling. |
| De temperatuur in de diep-vriesruimte is te hoog. | Temperatuur is niet juist ingesteld. | Nalezen in hoofdstuk "Temperatuur instellen". |
| Deur heeft langere tijd opengestaan. | Deur niet langer openlaten dan nodig is. | |
| Tijdens de laatste 24 uur zijn grotere hoeveelheden warme levensmiddelen opgeslagen. | TURBO/FROSTMATIC toets indrukken. | |
| Het apparaat staat naast een warmtebron. | Nalezen in hoofdstuk "Opstelplaats". | |
| Sterke rijpvorming in het apparaat, eventueel ook op de deurafsluiting. | Deurafdichting is lek (eventueel na verwisseling van deurdraairichting). | Op lekkende plaatsen de deurafsluiting voorzichtig met een föhn verwarmen (niet warmer dan ca. 50 °C). Tegelijkertijd de verwarmde deurafsluiting met de hand in zodanige vorm trekken dat hij weer correct past. |
| Nadat de TURBO/FROST-MATIC toets ingedrukt is of nadat de temperatuurin-stelling veranderd is, start de compressor niet direct. | Dit is normaal, het betreft geen storing. | De compressor start na enige tijd automatisch. |
| Binnenverlichting werkt niet. | Lamp is kapot. | In dit hoofdstuk nalezen onder "Lamp verwisselen". |
| Ongewone geluiden. | Apparaat staat niet recht. | Voorste stelvoetjes bijstellen. |
| Apparaat staat tegen de muur of tegen andere voorwerpen aan. | Apparaat iets wegtrekken. | |
| Een onderdeel, bijv. een buis, aan de achterkant van het apparaat maakt contact met een ander onder-deel van het apparaat of met de muur | Eventueel dit onderdeel voorzichtig wegbuigen. | |
| Er kunnen alleen temperatuurwaarden boven 0 °C ingesteld worden, hoewel het apparaat als vriezer gebruikt moet worden. | Het apparaat staat op de stand "Koelen". | Stand "Vriezen" kiezen.Daartoe hoofdstuk "Vriezen of Koelen Kiezen" nalezen. |
| Er kunnen alleen temperatuurwaarden onder 0 °C ingesteld worden, hoewel het apparaat als koelapparaat gebruikt moet worden. | Het apparaat staat op de stand "Vriezen". | Stand "Koelen" kiezen.Daartoe hoofdstuk "Vriezen of Koelen Kiezen" nalezen. |
Lamp verwisselen

Waarschuwing! Gevaar voor electrische schok! Voor het wisselen van de lamp het apparaat uitzetten en de stekker uit het stopcontact halen of de zekering uitschakelen er resp. uithalen.
Gegevens lamp: 220-240 V, max. 25 W, fitting: E 14

-
De AAN/UIT toets ca. 1 seconde ingedrukt houden om het apparaat uit te schakelen.
-
Stekker uit het stopcontact trekken.
- Om de lamp te vervangen afdekrooster volgens de afbeelding platdrukken en naar beneden uitnemen.
- Kapotte lamp verwisselen.
- Afdekrooster weer inzetten.

Geluiden als het apparaat in bedrijf is
De volgende geluiden zijn karakteristiek voor koelapparaten:
- Klikken
Altijd als de compressor in- of uitgeschakeld wordt, is een klikgeluid te horen.
- Zoemen
Zodra de compressor werkt, is een zoemgeluid te horen.
- Borrelen/kabbelen
Als koelvloeistof door dunne buisjes stroomt, is een borrelend of kabbelend geluid te horen. Ook na het uitschakelen van de compressor is dit geluid nog korte tijd te horen.
- Geruis
De ventilator veroorzaakt luchtstromingen waardoor geruis kan ontstaan.
Doel, normen, richtlijnen
Het koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd en is met inachtneming van de voor deze apparaten geldende normen gemaakt. Bij de fabricage zijn speciaal die maatregelen genomen die vereist zijn volgens de Duitse wet op de veiligheid van toestellen (GSG), de Duitse voorschriften ter voorkoming van ongevallen bij koude-installaties (VBG 20) en de bepalingen van de vereiniging van Duitse elektrotechnici (VDE).
De koudecirculatie is op dichtheid getest.

Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtlijnen:
- 73/23/EEG van 19.2.1973 - Laagspanningsrichtlijn
- 89/336/EEG van 3.5.1989
(met inbegrip van Wijzigingsrichtlijn 92/31/EWG) - EMC-richtlijn
Vaktermen
- Koelmiddelen
Vloeistoffen die voor het opwekken van koude gebruikt kunnen worden noemt men koelmiddelen. Ze hebben een verhoudingsgewijs laag kookpunt, zo laag, dat de warmte van de in het koelapparaat opgeslagen levensmiddelen het koelmiddel tot koken resp. verdampen kan brengen.
- Koelmiddelcircuit
Gesloten circuit, waarin zich het koelmiddel bevindt. Het koelmiddel-circuit bestaat in principe uit een verdamper, een compressor, een condensor en pijpleidingen.
- Verdamper
In de verdamper verdampt het koelmiddel. Deze warmte wordt aan het interieur van het apparaat onttrokken, dat daardoor afkoelt. Net als alle vloeistoffen hebben koelmiddelen warmte nodig om te verdampen. Daarom zit de verdamper binnen in het apparaat of direct achter de binnenwand en is daardoor niet zichtbaar.
- Compressor
De compressor heeft de vorm van een kleine ton. Hij wordt door een ingebouwde eletromotor aangedreven en is aan de achterkant van de sokkel geplaatst. De taak van de compressor is dampvormige koelmiddelen aan de verdamper te onttrekken, samen te persen en verder naar de condensor te leiden.
- Condensor
De condensor heeft meestal de vorm van een rooster. In de condensor wordt het door de compressor samengeperste koelmiddel vloeibaar gemaakt. Daarbij komt warmte vrij, die via het oppervlak van de condensor aan de omringende lucht wordt afgegeven. De condensor wordt daarom aan de buitenkant, meestal aan de achterkant van het apparaat geplaatst.
Klantenservice
Als bij een storing geen oplossing in deze gebruiksaanwijzing gevonden kan worden, gelieve men zich tot de handelaar of tot onze klantenservice te wenden. Adressen en telefoonnummers staan in bijgevoegde boekje "Garantievoorwaarden/Klantendienst".
Een gerichte onderdeelvoorbereiding kan onnodige moeite en kosten besparen. Vermeld daarom de volgende gegevens van het apparaat:.
- Model naam
• Productnummer (PNC)
• Productienummer (S-No.)

Deze gegevens staan op het merk- en type-aanduidingsplaatje aan de binnenkant van het apparaat. Aanbevolen wordt deze gegevens hier in te vullen om ze snel bij de hand te hebben.
Aanwijzing: Voor het ten onrechte contact opnemen met de klantendienst tijdens de garantieperiode worden kosten berekend.
Klantenservice (Nederland)
Als u vragen hebt waar deze gebruiksaanwijzing geen antwoord op geeft, kunt u de volgende afdelingen raadplegen:
AEG fabrieksservice
Postbus 120
2400 AC Alphen aan den Rijn
Consumentenbelangen tel. 0172 - 468 172
(voor algemene, product- of gebruiksinformatie) fax 0172 - 468 470
Storingen / reparaties tel. 0172 - 468 300
(voor bezoek servicetechnicus) fax 0172 - 468 255
Onderdelenverkoop tel. 0172 - 468 400
fax 0172 - 468 376
www.aeg-huishoudelijk.nl
Belangrijk!
Houd bij het opgeven van een storing altijd het PNC- en S-nummer van uw apparaat bij de hand. Deze nummers vindt u op het typeplaatje aan de binnenkant van het apparaat en kunt u het beste hieronder en voorop deze gebruiksaanwijzing noteren.
- Model naam
• Productnummer (PNC)
• Productienummer (S-No.)

Aan de hand van deze nummers kan onze service afdeling de juiste voorbereidingen treffen, zodat de machine bij het eerste bezoek van de servicetechnicus weer hersteld kan worden. Op deze manier hoeft u slechts één maal thuis te blijven.
Als u toch voor één van de in deze gebruiksaanwijzing vermelde storingen of vanwege foutieve bediening de AEG service-afdeling inschakelt, wordt dit bezoek ook tijdens de garantietermijn niet door onze garantiebepalingen gedekt.
Élektrische toestellen van AEG voldoen aan de betreffende veiligheidsbepalingen. Reparaties aan elektrische toestellen mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Onvakkundige reparaties kunnen tot aanzienlijke risico's voor de gebruiker leiden. Wend u daarom altijd tot de AEG service-afdeling. Voor reparaties uitgevoerd door anderen kan AEG geen aansprakelijkheid aanvaarden. Alleen originele AEG-onderdelen voldoen aan alle eisen!
Onze service-afdeling voert reparaties uit overeenkomstig de voorwaarden die tussen de Consumentenbond en de VLEHAN (Vereniging Leveranciers Elektrotechnische Huishoudelijke Apparaten Nederland) zijn overeengekomen.

Wijzigingen voorbehouden