GT-1 (2076) - Vriezer AEG-ELECTROLUX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GT-1 (2076) AEG-ELECTROLUX in PDF-formaat.
| Producttype | Vriezer |
| Merk | AEG-Electrolux |
| Model | GT-1 (2076) |
| Spanning | 220-240 V ~ |
| Klimaatklasse | SN (10°C tot 32°C), N (16°C tot 32°C), ST (18°C tot 38°C), T (18°C tot 43°C) |
| Temperatuurregeling | Thermostaatknop, stand 1 (warm) tot 7 (koud) |
| Supervriesfunctie | Ja, inschakelen 4-24 uur voor invriezen; gele indicator |
| Alarm bij temperatuurstijging | Rood controlelampje en akoestisch signaal; uitschakelbaar met Super-knop |
| Laagvorstsysteem (Low Frost) | Vermindert rijpvorming met ca. 80%, langere periodes tussen ontdooiingen |
| Energiebesparingszone | Bij halfvolle of gedeeltelijk gevulde kist: draai knop naar groene zone |
| Ontdooien | Handmatig; dooiwaterafvoer via uitneembare scheidingswand (bij sommige modellen) |
| Reiniging | Lauw water met afwasmiddel; geen vloeistoffen op bedieningspaneel |
| Thermometer | Ingebouwd of losse thermometer (afhankelijk van model) |
| Stapelgrens | Tot onderkant van het kunststof afdekraam |
| Invriescapaciteit per 24 uur | Vermeld op typeplaatje aan binnenkant deksel |
| Drukvereffeningsklep | Ja (bij sommige modellen); automatisch, openingen vrijhouden |
| Slot | Inbouwslot (optioneel); sleutel buiten bereik kinderen bewaren |
| Accessoires | Bewaarkorven met draaibare grepen |
| Milieu-informatie | Verpakking recyclebaar; apparaat niet bij huishoudafval |
Veelgestelde vragen - GT-1 (2076) AEG-ELECTROLUX
Gebruikersvragen over GT-1 (2076) AEG-ELECTROLUX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GT-1 (2076) - AEG-ELECTROLUX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GT-1 (2076) van het merk AEG-ELECTROLUX.
GEBRUIKSAANWIJZING GT-1 (2076) AEG-ELECTROLUX
Afbeeldingen (uitklapbare pagina's) 4/5
Algemene aanwijzingen 34
Industrieel gebruik, Opstelling, Vóór het in 34 gebruik nemen, Aanbrengen van de korf-grepen
In gebruik nemen, Temperatuurregeling, 35 Energie besparen als de kast half of gedeeltelijk vol is
Invriezen, Opsiaan en met koude orngaan 36
Ontdooien en reinigenm Storingen en klantenservice 37
Uitschakelen van het toestel, Tips voor het besparen van energie, Extra leverbare accessoires 38
Rol van de
drukvereffeningsklep
Περιεγόμενα
σελίδα
Σχεδιαγράμματα 4/5
Γενικές οδηγίες 45
Als uw nieuwe toestel een ouder model vervangt, maakt u het oude toestel dan direkt onbruikbaar: steker uit de kontaktdoos trekken, aansluitsnoer alsnijden en de steker en de rest van het snoer apart weggooien. Een eventueel snap- ol grendelslot van het oude toestel Dok on- bruikbaar maken, voordatu het toestel wegdoet ol voor milieuvriendelijke verwerking zorgt.
U verhindert daardoor, dat spelende kinderen elkaar of zichzell erin opsluiten en daardoor in levensgevaar komen. Let u ercp dat de koelleidingen van uw oude koeltoestel tijdens het transport niet beschadigen Alleen dan is milieuvriendelijke verwerking (evt. recycling) mogelijk.
Infonnatie over de toestelverpakking
Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn niet milieu-onvriendelijk. le kunnen zonder gevaren bij het afval worden gezet en in een vulverbrandingsinstallatie worden verbrand! Over de materialen: de kunststoffen kunnen hergebruikt worden en hebben de volgende aanduidingen:
PE < voor polyethyleen, bijv. de doorzichtige folieverpakking en de plastic zakjes
EPS< voor geschuimd polystyreen, bijv. de hoekbescher- mers, volkomen clk-vrij
Het karton is van oud papier gemaakt en wij adviseren u dit ook weer in een container voor oud papier weg te gooien.
VAROITUS!
SF
Algemene aanwijzingen
U bent in het bezit gekomen van een huishouddlepvriestoestel dat is gefabriceerd volgens de voor deze toestellen geldende normen.
Bij de fabrikage zijn in het bijzonder die maatregelen getroffen dié worden vereist volgens de Duitse wét op de veiligheid van toestellen (GSG), volgens de Duitse voorschriften ter voorkoming v.an ongevallen bij icoude-installaties (VBG 20) en volgens de bepalingen van de vereniging van Duitse elektrotechnici (VDE).
De koudekringloop is op dichtheid beproefd.
Dit apparáat voldoet aan de eisen voor radio- en TV-ontstoring in de EG-richtlijn 821499 EG alsmede aan de norm voor netvervuiling EN 60 555, deel 1-3/DIN VDE 0838, deel 1-3, juni 1987.
Wij ráden u aan vóór het in gebruik nemen deze gebruiksaanwijzing te lezen; alleen dan kunt u alle voordelen van het toestel benutten.
Deze gebruiksaanwijzing is bedoeld voor verachillende modellen die technisch vergelijkbaar, maar verschillend uitgerust zijn.
Let u dus op dé aanwijzingen die ván toepassing zijn op uw toestel.
Industrieel gebruik
Indien u deze huishoud-diepvriezer voor industriële doeléinden wilt gebruiken, dient u de daarvoor geldende wettelijke bepalingen in acht te nemen.
Opstelling
Uw diepvrieskist moet in een zo goed mogelijk gevéntileerde, droge ruimte staan. Let u erop, dat de vrieskist rasp. de elektrische onderdélen niet in aanraking kunnen komen mét spotwater. Om zonder storingen te kunnen werken heeft het koelaggregaat een goede ventilatie nodig. Let erop, dat de buitenwand van het toestel niet afgedekt of afgeslóten wordt.
De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stróomverbruik van het koelaggregaat. Daarom moet hét toestel
- liever niet direkt in de zon, naast een verwárming of naast een fornuis staan en
- op een plaats staan wáarvan de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklasse waarvoor het toestel uitgevoerd is.
Aanwijzingen vindt u op het typeplaatje dat zich in de binnenruimte van het toestel bevindt. De volgende aan wijtingen zijn mogelijk:
Klimaat- Omgevingstemperatuur klasse van ... tot
SN + 10 tot + 32 °C
N + 16 tot + 32 °C
ST + 18 tot + 38 °C
T + 18 tot + 43 °C.
Het toestel moet stevig en waterpas staan. Oneffenheden in de vloer dienen door het onderleggen van geschikte middelen te worden opgeheven.
Als u de buitenkcant van de ingeschakelde diepvrieskist aanraakt, zult u vaststellen, dat deze warm is. Dat is een gevolg van het speciale koelsysteem, de géintegreerde koudekringloop (warmewandkondensor), die door z'n warmte voorkomt dat zich op dë buitenwanden kondensaanslag en daardoor roest kan vormen. Let u erop, dat alle vlakken (zijkanten) van uw diepvrieskist voldoende lucht krijgen, opdat de warmte afgevoerd kan wörden.
Thermometer
Bij sommige modellen bevindt zach op de scheidingswand tussen grote en kleine diepvriesruimte een thermometer.
Deze géeft de temperatuur aan van de levensmiddelen die ter hoogte van de stapelgrens liggén. Als de diepvrieskist niet geheel gevuld is, neemt u de thermometér uit de houder en legt hem op de diepvriesprodukten.
U kunt de thermometer losriemen door hem uit de houder naar opzij te trekken (afb. 1).
Als het deksel langere tijd openstaat, wordt de temperatuur die de thermometer aangeeft door de binrienstromende lucht beïnvloed. Let u erop, dat de bewaartemperatuur minstens -18 °C bedraagt.
Vóór het in gebruik nemen
Uw diepvrieskist heeft zoals alle nieuwe toestellen een bepaald "luchtje". Daarom dient u
vóór het in gebruik nemen de binnenzijde en alle accessoires tereinigen (zie ook "Ontdooien en reinigen"). U steekt de steker van het toe
Aanbrengen van de kortgrepen
Om de bewaarkorven in het kunststof afdekraam aan de bovenrand van de diepvrieskist te hangen, worden de grepen aangebracht volgens afb. 3.
Moeten de bewaarkorvew in de diepvrieskist op elkaar gestapeld worden, dan moeten de grepen volgens afb. 4 naar binnen gedraaid worden.
De korven worden dan steeds geplaatst op de grepen van de korf daaronder.
Spanning en stroomsoort
Kontroleert u of de aansluitspanning en de stroomsoort van het toestel (gegevens zie typeplaatje) overeenkomen met spanning en stroomsoort van uw stroomnet.
220/240 V \~ wil zeggen 220/240 Volt wisselspanning.
Kontaktdoos met randaarde
De voor de aansluiting van het toestel noodzakelijke kontaktdoos met randaarde dient zodanig géinstalleerd te zijn, dat altijd de mogelijkheid bestaat de steker uit te trekken.
Bedienings- en kontrole armatuur
Afb. 2
① temperatuurregeláar
② symbolen voor de energiebespaarzone als de kist half of gedeeltelijk vol is (niet bij alle modellen)
③ groen bedrijfskontrolelampje
4 rood temperatuurkontrolelampje (waarschuwing)
⑤ gele lampje
⑥ "super" knop
In gebruik nemen
Afb. 2
Het groene controlelampje geeft aan dat de vriezer is aangesloten. Het gele lampje licht op wanneer de "SUPER" knop is ingeschakeld. Zie "Invriezen".
Het rode lampje licht op wanneer de temperatuur in de vriezer hoger is dan ingesteld op de thermostaat (Alarm). Dit paneel is voorzien van een acoustisch alarm dat in werking treedt wanneer de rode lamp gaat branden. Het geluid kan worden stopgezet door op de "SUPER" knop te drukken (gele lamp gaat branden).
De rode lamp blijft branden zo lang de temperatuur in de vriezer hoger is dan de ingestelde thermostaattemperatuur. Wanneer de vriezer weer op normale temperatuur is en het rode lampje is uit, de "Super" knop opnieuw indrukken (gele lamp gaat uit).
De oorzaak hiervan kan zijn:
- Het inladen van grote hoeveelheden in te vriezen produkten.
- Het te lang openstaan van het deksel.
- De alarm zal in beide gevallen na verloop van tijd stoppen.
- Een defect in het koelsysteem. Zie "Storingen".
Temperatuurregeling
Afb. 7
De temperatuur in de vriezer wordt geregeld en konstant gehouden door middel van de thermostaat. De temperatuur instellen door de thermostaatknop met behulp van een muntstuk te draaien. Door de thermostaatknop naar „7“ te draaien, wordt de temperatuur in de vriezer kouder, door de knop naar „1“ te draaien wordt de temperatuur warmer.
De korrekte instelling kunt u vinden door de temperatuur van de bovenste verpakking in het midden van de vriezer te meten. Deze moet normaal gesproken kouder zijn dan -18°C.
Energie besparen als de kist slechts gedeeltelijk vol is
(niet bij alle modellen)
Als de diepvrieskist slechts voor de helft of nog minder gevuld is, kunt u energie besparen door de diepvriesprodukten onderin (niét hoger dan
NL
de groene markering in de scheidingswand) te leggen (afb. 6).
U draait dë temperatuurregelaar op de zuinige groene zone (afb. 5) en kontroleert de bewaartemperatuur m.b.v. een thermometer die u op de diepvriesprodukten, legt. De temperatuur moet minstens -1 8 °C zijn.
Als u de kist verder vult (tot boven de groene marking), moet u niet vergeten de temperatuurregelaar weer kouder in te stellen; stand 3 tot 7.
Maximale – beladingl/ stapelgrens
Denkt u erom, dat u de kist slechts tot de onderkant van het kunststof afdekraam met diepvriesprodukten mag vullen (afb. 8/pijl).
Invriezen
In de diepvrieskist kunt u deipvriesprodukten bewaren en verse levensmiddelen zelf invriezen. Voordat u het toestel voor de eerste keer met reeds bevoren levensmiddelen (diepvries-podukten) gaat vullen, moet de optimale bewaar-temperatuur van -18^ ter hoogte van de stapel-grens bereikt zijn.
Als u zelf levensmiddelen wilt invriezen, schakelt u 4 tot 24 uur van tevoren (alnaargelang de hoeveelheid) de snelvriesschakelaar in.
Alleen verse levensmiddelen van de beste kwaliteit invriezen.
Let u erop dat de levensmiddelen, die luchtdicht verpakt moeten zijn, bij het invriezen goed kontakt hebben met de koudevoerende zijwanden. Daardoor bevriezen de levensmiddelen sneller tot in de kern.
Na ongeveer 24 uur (bij kleine hoeveelheden éerder) kunt u de snelvriesschakelaar weer uitschakelen. Als er nog meer levensmiddelen ingevroren moeten worden, moet de snelvriesschakelaar ingeschakeld blijven.
Verplaats't u de levensmiddelen pas na het invriezen! Let u er vooral op; dat nog in te vriezen en reeds ingevróren levensmiddelen van elkaar gescheiden blijven.
Wij raden u daarom aan, voor het invriezen de kleine vriesruimte rechts in de binnenruimte te gebruikën. Alleen bij het invriezen van grotere hoeveelheden (bijv. een hoeveelheid die gelijk is aan de maximale invrieskapaciteit per 24 uur) moet u een deel van de levensmiddelen in de .grote vriesruimte invriezenïwaarbij goed kontakt tussen levensmiddelen en zijwanden moet bestaan.
De irivrieskapaciteit per 24 uurvan uw diepvrieskist vindt u op het typeplaatje. De aangegeven hoeveelheid mag niet overschreden worden. Als u verschillende dagen achter elkaar invriést, is het raadzaam, iets onder deze maximale kapaciteit te blijven, om een betere kwaliteit van het diepvriesprodukt te verkrijgen. Dat wil zeggen; als u verschillende dagen achter elkaar wilt invriezen, neemt u slechts 2/3 tot 3/4 van de hoeveelheid.
Aanwijzing voord onderzoeksinstanties
Stapelschema's voor het vaststellen van de invrieskapaciteit resp. opwarmtijd kunnen direkt bij de fabrikant worden aangevráagd.
Opslaan en met koude omgaan
Na het invriezen moeten de levensmiddelen worden bewaard bij een temperatuur van -18 °C of kouder en bij normaal bedrijf van het koelaggregaat (snélvriestoets uitgeschakeld).
Bij het bewaren van diepvriesprodukten dient u zich beslist aan de door de fabrikant aangegeven bewaartijd te houden.
Lèt erop, dát u alleen verpakte levensmiddelen in de . diepvriezer bewaart, anders léidt de koude tot uitdroging.
Niet in de diepvrieskist horen koolzuurhoudende limonade, vruchtensop, bier, wijn, ent. - want als de inhoud bevriest, kan de glazen fles knappen of zelfs uit elkaar springen. Gedistilleerd en dranken met een hoog alkoholpercentage kunt u daarentegen wel in de diepvrieskist leggen.
Konsumptie-ijs en vethoudende levensmiddelen moeten onderin de diepvrieskist (in de buurt van de bodem) worden bewaard.
Diepvriesprodukten niet met natte handen aanraken, de handen kunnen er dan aan vastvriezen. U mag geen warme levènsmiddelen in de diepvrieskist zetten om af te koelen, dat leidt tot sterke rijpvorming in de binnenruimte en kost stroom.
Als u de nuttigevinhoud van het toestel optimaal wilt benutten en bijzonder veel diepvries-
produkten moet onderbrengen, kunt u alle korven eruit nemen. Ook bij deze wijze van beladen is een juist funktioneren van uw toéstel gewaarborgd.
Ontdooien en reinigen
Tijdens het gebruik en bij het openen van het deksel slaat de vochtige lucht als rijp op de binnenruimte neer.
Deze rijp kunt u van tijd tot tijd met een kunststof schraper, bijv. deegkrabber (niet met een mes of iets dergelijks) verwijderen. Het toestel hoeft hiervoor niet te worden uitgeschakeld.
Sterke rijpvorming kunt u voorkomen door de diepvrieskist niet onnodig lang open te laten staan. U bespaart daardoor ook stroom, want een te dikke rijplaag beirivloedt de werking van het aggregaat. Het verdient aanbeveling uw diepvrieskist minstens één maal per jaar rasp. indien zich een te dikke rijplaag gevormd heeft, te ontdooien, bij voorkeur op een tijdstip waarop de kist leeg of slechts ten dele beladen is. Elke temperatuurstijging vermindert de houdbaarheid van de diepvriesprodukten. Schakelt u daarom vóór het ontdooien ca. 12 uur de snelvriesschakelaar in, zodat in de diepvriesprodukten een koudereserve ontstaat.
De diepvriesproduktén die zich nog in de kist bevinden, worden dan goed verpakt, in enkele lagen krantenpapier gewikkeld en op een koele plaats gelegd (bijv. in de koelkast).
Voor het ontdooien schakelt u de diepvrieskist uit (steker uit de kontaktdoos trekken of zekering losdraaien), het groene bedrijfskontrolelampje gaat uit.
U kunt het ontdooiproces bespoedigen door een schaal of pan met beef water in de kist te zetten en loskomende stukken ijs reeds te verwijdéren, voordat ze geheel zijn ontdood.
Nooit proberen, met behulp van elek'trische verwarmingstoesteilen het ontdooiproces te bespoedigen!
Daardoor zou voor u een akute kans op ongevallen en voor de vrieskist kans op beschadiging ontstaan. Let u er bij het réinigen op, dat er geen vloeistoffen (bijv. water of sop) op het bedienings- en kontrolearmatuur en op de elektrische onderdelen terechtkomen.
Dooiwateruitloop in uitneembare scheiding- swand (niet bij alle modellen):
Voor het opvangen van het dooiwater vervvijdert u de afsluitstop in de bódem van de vrieskist. U moet echter niet vergetèn, óm eerst de uitgenomen scheidingswand of een platte schaal of bak onder de uitloop te zetten (afb. 9).
Na beëindiging van het ontdooiproces moet de afsluitstop weer op zijn plaats gezet worden. Binnen- en buitenkant en de accessoires van de diepvrieskist reinigt u met lauw water met wat afwasmiddel. Daarna met schoon water afnemen en goed afdrogen.
De diepvrieskist weer in gebruik nemen. De diepvriesprodukten kunnen na ca. 10 minuten weer in de kist gelegd worden (zie ook "In gebruik nemen").
Storingen en klantenservice
Uit het oogpunt van veiligheid raden wij u aan réparaties, vooral aán elektrische onderdelen, door een elektro-installateur te laten uitvoeren. In geval van storing dient u zich daarom tot uw vakhandelaar of direkt tot de klantenservice te wenden.
Voordat u kontakt opneemt met de klantenservice, dient u te kontroleren of de kontrolelampjes branden, het koelaggregaat werkt en of de binnentemperatuur nog laag genoeg is:
Gaat bij voorbeeld het groerie lampje uit, terwijl de diepvrieskast wel ingeschakeld is, dan schakelt u de snelvriesschakelaar in.
Gaat nu het gele lampje br.anden, dan is het groene defekt.
Als bij inschakelen van de snelvriesschakelaar het gele lampje niet brandt, maar het koelaggregaat wel funktioneert, is het gele lampje defekt. Als er helemaal geen lampjes branden, kontroleert u eerst of de stroomtoevoer ónderbroken is (steker, zékerin in de zekeringkást; algehele stroomuitval in het verzorgingsgebied e.d.). Eventueel direkt kontakt opnemen met uw elektro-installateur.
Gaat het rode lampje branden en klinkt het akoestische temperatuursignaal, rasp. is dé temperatuur binnenin de diepvrieskist sterk gestegen, zonder dat u verse levensmiddelen in de kist hebt gelegd of het deksel lange tijd open heeft .gestaan, dan is er språke vén een storing. U schakelt de snelvriesschakelaat in, houdt dé diepvrieskist gesloten en neemt onmiddellijk
NL
kontakt op met de klantenservice. Voert u in dat geval zelf geen verdere werkzaamheden uit, vooral niet aan de elektrisché ondérdelen van het toestel.
Geeft u de klantenservice
– modelaanduiding,
- E-nummer en
- F-nummer van het toestel op.
Deze gegevens vindt u op het typeplaatje aan de binnénzijde van het deksel. Houdt u de diepvrieskist gesloten en meldt u de klantenservice of het toestel nog koelt. Indien het koelaggregaat niet trieer werkt, kan de koudereserve in de diepvriesprodukten een bepaalde periode overbruggen. Deze periode (bij volle belading) is aangegeven op de produktinformatie die bij het toestel gevoegd is rasp. in de folder.
Attentie! Wij wijzen u erop, dat monteursbezoek als gevolg van bedieningsfouten of onjuist gebruik ook tijdens de garantietermijn niet kosteloos kan geschieden.
Tip: kontroleert u regelmatig aan de hand van het rode temperatuurkontrólelampje én op een ingelegde thermometer of de bewaartemperatuur nog laag genoeg is.
Uitschakelen van het toestel
Als uw toestel voor langere tijd uitgeschakeld moet worden, moet u het spanningvrij maken (steker uit de kontaktd.oos trekken), ontdooáen, zorgvuldig reinigen en het deksel open laten om reukvorming te voorkomen.
Tips voor het besparen van energie
Wij geven u nog enkele tips voor het besparen van energie:
- Zet uw diépvrieskist niet naast een vérwarming of fornuis of direkt in de zon.
- Zet geen warme levensmiddelen in de diepvrieskist.
- Open het kistdeksel niet onnodig en sluit het weer zo snel mogelijk.
-
Kontroléer de bewaartémperàtuur van de vriesruimte met een thermometer.
-
Stel de bewaartemperatuur voor de diepvriesprodukten niet lager dan -18 °C in.
- Zorg voor goede ventilatie van alle vlakken (zijkanten) van uw diepvrieskist.
Als u gaat verhuizen
Als uw diepvrieskist niet volledig beladen is, verplaatst u alle diepvriesprodukten kompakt naar één plaats i'n de diepvrieskist.
24 uur voordat de verhuiswagen vertrekt, schakelt u de snelvriesschakelaar in, zodat een koudereserve in de diepvriesprodukten ontstaat. Zorg ervoor dat het deksel van de diepvrieskist tijdens het vervoer niet open kan gaan.
Zét de diepvrieskist als laatste in de verhuiswagen, zodat hij als eérste weer uitgeladen en aard het stroomnet aangesloten kan worden.
Inbouwslot
Als uw diepvrieskist van een slot is voorzien, bewaar dan de sleutel niet binnen het bereik van kinderen en niet in de buurt van het toestel. Kinderen kunnen dan niet in het toestel ingesloten worden.
Rol van de drukvereffeningsklep (niet bij alle modellen)
Abb. 10.
De in uw toestel ingebouwde drukvereffeningsklep verricht automatisch het opheffen van het drukverschil dat het openen van het deksel bemoeilijkt onderscheidenlijk onmogelijk maakt.
De werking is c. q. hoorbaar ingevolge van de door de ventilatieopening (aan de achterwand van de diepvrieskist) instromende lucht.
Wegens de zekere werking beide openingen van de klep open houden en niet toedekken!
LOW FROST SYSTEEM (niet bij alle modellen)
Het LOW FROST systeem vermindert de rijpvorming met zo'n 80% in de vriezer, hetgeen resulteert in een ca. 5 maal langere periode tussen twee ontdooiingen. Om het systeem goed te benutten, moet u op de volgende punten letten: De hoeveelheid rijp in elke vriezer is afhanke I ik van de luchtvochtigheid in de omgeving. De rijplaag zaj sneller groeien in een vochtig klimaat dan in een droog klimaat. Daarom adviseren wij dat de vriezer niet in een vochtige ruimte wordt ged'n stalleerd.
Het LOW FROST systeem vermindert de rijpvorming die veroorzaakt wordt door het natuurlijke temperatuurvertoop gedurende elke aan/uit cyclus van de vriezer. De rijpvorming die door andere invloeden veroorzaakt wordt, wordt erechter niet door vermindert. Andere belangrijke oorzaken zijn slecht ve rpakte levensmiddelen en wa rme lucht die binnenkomt bij het openen van de vriezer. Daarom is het van belang dat de deksel zo weinjg en kort mogelijk wordt geopend en de deksel niet wordt belemmerd door de levensmiddelen bij het sluiten.
Als de levensmiddelen in de vriezer niet goed zijn verpakt zaj het verdampende vocht bevriezen op de binnenwanden van de vriezer. De kwaliteit van levensmiddelen zaj hierdoor ook afnemen. Overtuig u ervan dat de levensmiddelen goed zijn verpakt.
Service en onderhoud
Het LOW FROT systeem behoeft geen onderhoud. Ve rder moet de vriezer van tijd tot tijd worden schoongemaakt Indien nodig kan het pijpje worden gereinigd met een zachte doek. Gebruik geen scherp gereedschap, aangezien dit het systeem kan beschadigen.

Het symbool op het product of op de verpakking wijst erop dat dit product niet als huishoudafval mag worden behandeld. Het moet echter naar een plaats worden gebracht waar elektrische en elektronische apparatuur wordt gerecycled. Als u ervoor zorgt dat dit product op de correcte manier wordt verwijderd, voorkomt u mogelijk voor mens en milieu negatieve gevolgen die zich zouden kunnen voordoen in geval van verkeerde afvalbehandeling. Voor meer details in verband met het recyclen van dit product, neemt u het best contact op met de gemeentelijke instanties, het bedrijf of de dienst belast met de verwijdering van huishoudafval of de winkel waar u het product hebt gekocht.

Wijzigingen voorbehouden