GSI 8266-2 BS - Vaatwasser Imperial - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GSI 8266-2 BS Imperial in PDF-formaat.
| Producttype | Vaatwasser (inbouw) |
| Modelnummer | GSI 8266-2 BS |
| Merk | Imperial |
| Afmetingen (H x B x D) | 85 x 60 x 60 cm |
| Gewicht | 45 kg |
| Energieklasse | D |
| Waterverbruik per cyclus | 10 liter |
| Geluidsniveau | 46 dB(A) |
| Aantal couverts | 12 |
| Aantal programma's | 6 |
| Programma's | Intensief, Eco, Automatisch, Snel, Glas, Voorweek |
| Display | LED met resttijdindicatie |
| Veiligheidsvoorzieningen | Waterstop, kinderbeveiliging, overloopbeveiliging |
| Materiaal interieur | Roestvrij staal |
| Korven | Onderkorf, bovenkorf (verstelbaar), bestekbak |
| Droogsysteem | Condensatiedroging |
| Geluidssnelheid | 46 dB |
| Onderhoud | Filter en sproeiarmen regelmatig reinigen |
| Reserveonderdelen | Beschikbaar via Imperial service |
| Reparatie-index | 7.5/10 (modulaire opbouw) |
Veelgestelde vragen - GSI 8266-2 BS Imperial
Gebruikersvragen over GSI 8266-2 BS Imperial
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vaatwasser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GSI 8266-2 BS - Imperial en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GSI 8266-2 BS van het merk Imperial.
GEBRUIKSAANWIJZING GSI 8266-2 BS Imperial
voor de afwasautomaten
GSI 8266-2
GSI 8266-2 BS

Het apparaat in één oogopslag 4
Bedieningspaneel 5
Kort overzicht van de symbolen 5
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 6
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu 10
Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal 10
Het afdanken van het apparaat.... 10
Economisch afwassen.... 10
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt 11
Wat u voor het eerste gebruik nodig heeft: 11
Het openen van de deur 12
Het sluiten van de deur 12
Vergrendeling....12
Waterontharder 13
Het programmeren en instellen van de waterontharder 14
Het programmeren van de hardheid van uw leidingwater . . . . . . . . . . . . . 14
Het instellen van de waterhardheidsschakelaar.... 15
Het controleren van de geprogrammeerde hardheid van uw leidingwater . . . 16
Het doseren van regenereerzout 17
Controlelampje voor zout (S).... 18
Naspoelmiddel.... 19
Het doseren van naspoelmiddel 19
Controlelampje voor naspoelmiddel (※) 20
Het instellen van de hoeveelheid te doseren naspoelmiddel 21
Het inruimen van serviesgoed en bestek 22
Waar u bij het inruimen van serviesgoed en bestek op moet letten . . . . . . . . . 22
Voorbeelden van het inruimen 23
Bovenrek. 23
Kopjesrek 24
Steun (afhankelijk van het model). 24
Het verstellen van het bovenrek (afhankelijk van het model) 25
Onderrek. 26
Bestek....27
Serviesgoed en bestek die niet geschikt zijn voor de afwasautomaat . . . . . . . 30
Bediening 31
Reinigingsmiddelen 31
Het doseren van reinigingsmiddel. 32
Het kiezen van een programma. 34
Het inschakelen van de afwasautomaat 35
Het starten van een programma 35
Controlelampjes voor het programmaverloop 36
Einde van het programma 36
Het uitschakelen van de afwasautomaat 36
Het onderbreken van het programma 37
Wisseling van programma 37
Extra functies 38
Top Solo (Ⅲ) 38
Voorkeuze (◇) 40
Het uitruimen van de afwasautomaat 42
Reiniging en onderhoud 43
Het reinigen van de zeven in de spoelruimte 43
Het reinigen van de sproeiarmen. 45
Het reinigen van de spoelruimte 46
Het reinigen van de deurdichting en de deur 46
Het reinigen van het bedieningspaneel. 46
Het reinigen van het front van de afwasautomaat 46
Nuttige tips 47
Het verhelpen van storingen 54
Het reinigen van het zeefje in de schroefkoppeling van de watertoevoer. . . . . . 54
Het controleren van de waterstand 55
Het verhogen van de waterstand. 56
Het reinigen van de afvoerpomp en de terugslagklep 57
Instructies voor vergelijkende onderzoeken 61
Transport 66
Programma-overzicht 68
Het apparaat in één oogopslag

1 Bovenste sproeiarm (niet zichtbaar)
2 Besteklade
(afhankelijk van het model)
3 Bovenrek
4 Watertoevoer voor de middelste sproeiarm
5 Middelste sproeiarm
6 Waterhardheidsschakelaar
7 Onderste sproeiarm
8 Vier stelvoeten
9 Zeefcombinatie
10 Reservoir voor regenereerzout
11 Tweevaksdoseerbakje voor reinigingsmiddel
12 Reservoir voor naspoelmiddel (met keuzeknop)
13 Typeplaatje
Bedieningspaneel

14 Aan-/Uit - toets
15 Controlelampjes voor het programmaverloop
16 Top Solo - toets
17 Voorkeuze - aanduiding
18 Programmakeuzeschakelaar
19 Voorkeuze - toets
20 Start - toets
21 Controlelampjes voor watertoevoer en waterafvoer, zout en naspoelmiddel
22 Vergrendeling
23 Deuropener
24 Uitblaasopening van de droog-
ventilator
Wat de symbolen betekenen wordt in de desbetreffende hoofdstukken uitvoerig beschreven.
Kort overzicht van de symbolen
10 Aan/Uit
Top Solo
Voorkeuze
Start
Programmaverloop
Spoelen
Drogen
→I Einde
Controlelampjes
Watertoevoer / Waterafvoer
SZout
*Naspoelmiddel
Keuzeschakelaar voor de volgende programma's:
Einde / Reset
Universeel
Universeel extra
Normal
Zonder verwarming
Koud voorspoelen
Speciaal
Spaar
Deze afwasautomaat voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsbepalingen.
Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u dit apparaat in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt daarmee schade aan uw apparaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig.
Efficiënt gebruik
Deze afwasautomaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.
Gebruik deze afwasautomaat uit-sluitend voor het afwassen van huishoudservies.
Gebruik voor andere doeleinden is on- toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor- den gesteld voor schade die is ont- staan door gebruik voor andere doel- einden dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.
Bij de levering
Een afwasautomaat die beschadigd is kan uw veiligheid in gevaar brengen. Controleer verpakking en afwasautomaat daarom direct op transportschade. Neem uw afwasautomaat in geen geval in gebruik als deze beschadigd is.
Zorg ervoor dat de verpakking kan worden hergebruikt.
Bij plaatsing en installatie
Neem bij plaatsing en aansluiting van de afwasautomaat de montage-instructies in acht.
Voor de stabiliteit van de afwasautomaat is het noodzakelijk dat onder of in te bouwen afwasautomaten uitsluitend worden geplaatst onder een doorlopend werkblad dat is vastgeschroefd aan de kasten die ernaast staan.
De afwasautomaat mag niet onder een kookplaat worden geïnstalleerd. Een kookplaat straalt voor een deel hoge temperaturen af waardoor de afwasautomaat beschadigd zou kunnen raken.
Wanneer de afwasautomaat wordt geïnstalleerd mag deze niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten.
Controleer of de elektrische waarden van uw huisinstallatie (spanning, frequentie en zekering) overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje.
De elektrische veiligheid van deze afwasautomaat is alleen dan ge-waarborgd als hij wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstalleerd.
Aan deze fundamentele veiligheids- voorwaarde moet zijn voldaan. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman/vakvrouw controleren.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die is ontstaan door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv. een elektrische schok).
Een afwasautomaat die beschadigd is kan uw veiligheid in gevaar brengen. Stel het apparaat meteen buiten werking als het beschadigd is en neem contact op met uw leverancier of met de Technische Dienst van imperial.
De kunststof behuizing van de Waterproofventielen bevat een elektrisch onderdeel. Dompel de behuizing niet in vloeistof!
In de watertoevoerslang bevinden zich spanningsvoerende delen.
Knip de slang daarom niet door, ook al is hij te lang!
Gebruik geen verlengsnoer. Dit in verband met gevaar voor bijvoorbeeld oververhitting.
In het dagelijks gebruik
Gebruik geen oplosmiddelen in de spoelruimte.
Dit in verband met explosiegevaar.
Drink geen water uit de spoelruimte, want dit water is geen drinkwater!
Adem geen poedervormige reinigingsmiddelen in! Slik geen reinigingsmiddelen in! Reinigingsmiddelen kunnen brandwonden in neus, mond en keel veroorzaken. Ga direct naar de dokter wanneer u reinigingsmiddelen hebt ingeademd of ingeslikt.
Ga niet op de geopende deur van de afwasautomaat zitten of staan, want als u dat doet kan het apparaat kantelen. Daarbij kunt u letsel oplopen of kan het apparaat beschadigd raken.
Heeft u een afwasautomaat met een bestekkorf, kunt u het bestek het beste in de bestekkorf plaatsen met de grepen beneden en met de scherpe kant boven. Dan wordt het bestek makkelijker schoon en droog.
Wanneer u daardoor echter kans loopt om zich aan de scherpe kant van de messen en de punten van de vorken te verwonden, dan kunt u het bestek het beste met de grepen boven en met de scherpe kant beneden plaatsen.
Gebruik uitsluitend reinigingsmiddelen voor huishoudafwasautomaten.
Gebruik geen reinigingsmiddelen voor de handafwas!
Gebruik uitsluitend naspoelmidde-
len voor huishoudafwasautomaten!
Gebruik uitsluitend het speciale grofkorrelige regenereerzout.
Gebruik in geen geval andere soorten zout, bijv. keukenzout of strooizout. Deze soorten zout bevatten soms niet in water op te lossen deeltjes die een nadelig effect kunnen hebben op de werking van de ontharder.
Reinig geen kunststof vaatwerk in de afwasautomaat dat niet hittebestendig is zoals wegwerpbakjes of wegwerpbestek.
Dit soort vaatwerk kan door de hoge temperaturen vervormen.
Wees extra voorzichtig met apparaten met vrijliggend verwarmingselement
Zorg ervoor dat u een vrijliggend verwarmingselement tijdens een programma-onderbreking of direct na afloop van een afwasprogramma niet aanraakt. U kunt zich daaraan verbranden.
Kunststof servies kan smelten of vlam vatten wanneer het met het verwarmingselement in aanraking komt. Plaats kunststof servies daarom altijd in het bovenrek wanneer u niet zeker weet of het hittebestendig is. Zorg ervoor dat kleine stukken servies- goed niet op het het verwarmingselement kunnen vallen door ze zwaarder te maken of vast te zetten.
Als er kinderen in huis zijn
Zorg ervoor dat kleine kinderen niet met de afwasautomaat spelen of de automaat bedienen. Wanneer zij dit doen bestaat het gevaar dat ze zich in het apparaat opsluiten.
Zorg ervoor dat kinderen niet met reinigingsmiddelen in aanraking kunnen komen. Reinigingsmiddelen kunnen brandwonden in mond en keel veroorzaken of tot verstikking leiden. Ga direct naar de dokter, als uw kind reinigingsmiddel binnengekregen heeft.
Om te voorkomen dat kinderen met het reinigingsmiddel in aanraking kunnen komen, kunt u het middel beter pas dán toevoegen vlak voordat u het programma start. Sluit de deur bovendien met de vergrendeling (afhankelijk van het model).
Laat kinderen niet bij de afwasauto- maat komen als deze geopend is.
Er kunnen nog resten reinigingsmiddelen in de afwasautomaat aanwezig zijn.
Om te voorkomen dat kinderen met het reinigingsmiddel in aanraking kunnen komen, moet u het volgende in de gaten houden. Wanneer u de extra functie "Voorkeuze" gebruikt (afhankelijk van het model), moet u ervoor zorgen dat het doseerbakje voor het reinigingsmiddel droog is. Reinigingsmiddel gaat in een vochtig doseerbakje klonteren en wordt misschien niet volledig weggespoeld. Na afloop van het afwasprogramma zouden kinderen met deze resten reinigingsmiddel in aanraking kunnen komen wanneer de deur van de afwasautomaat geopend is.
Ter voorkoming van materiële schade
Doseer geen poedervormig of vloeibaar reinigingsmiddel in het reservoir voor naspoelmiddel, want dan gaat het reservoir kapot.
Doseer geen poedervormig of vloeibaar reinigingsmiddel in het reservoir voor het regenereerzout, want dan gaat de ontharder kapot.
Gebruik geen reinigingsmiddelen die voor bedrijfsafwasautomaten of industriereinigers bestemd zijn. Doet u dat wel kan er materiële schade ontstaan en kunnen er hevige chemische reacties optreden (bijv. een knalgasreactie).
Het imperial-Waterproofsysteem biedt een betrouwbare bescherming tegen waterschade, maar wel op de volgende voorwaarden:
- Het apparaat moet volgens de voorschriften geïnstalleerd zijn.
- Als er duidelijk sprake is van schade moet het apparaat worden gerepareerd, resp. moeten onderdelen worden vervangen.
- De kraan moet bij langere afwezigheid (bijv. vakantie) worden dichtgedraaid.
Bij reparaties en onderhoud
Reparaties mogen uitsluitend door vakmensen worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparaties kan de gebruiker grote risico's lopen.
Bij onderhoudswerkzaamheden dient u altijd de spanning van het apparaat te halen.
Schakel daartoe de automaat uit en trek daarna de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie uit.
Bij het afdanken van de afwas- automaat
Maak afgedankte apparaten on-bruikbaar. Trek de stekker uit het stopcontact en knip de aansluitkabel door.
Om te voorkomen dat kinderen zich in het apparaat opsluiten moet u de sluit-haak van het deurslot verwijderen door de 2 kruiskopschroeven los te draaien. Zorg ervoor dat de afwasautomaat op milieuvriendelijke wijze kan worden af-gedankt.
Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.
Het wegdoen van het verpak- kingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade.
Gekozen is voor verpakkingsmateriaal dat niet schadelijk is voor het milieu, op verantwoorde wijze kan worden afgedankt en dus voor hergebruik geschikt is.
Hergebruik van het verpakkingsmateriaal vermindert de afvalproductie en het gebruik van grondstoffen.
De vakhandelaar neemt de verpakking terug.
Het afdanken van het apparaat
Apparaten die u afdankt, bevatten nog waardevolle stoffen/materialen.
Zet uw apparaat daarom niet zomaar bij het grofvuil, maar informeer ook hiervoor bij de gemeente naar mogelijkheden voor hergebruik van het materiaal (bijv. schrootverwerking).
Zorg ervoor dat kinderen niet bij het afgedankte apparaat kunnen komen. Zie hiervoor hoofdstuk: "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen", paragraaf: "Bij het afdanken van de afwasautomaat".
Economisch afwassen
Deze afwasautomaat werkt uiterst water- en energiebesparend.
U kunt nog spaarzamer te werk gaan, indien u de volgende adviezen opvolgt:
■ Sluit de afwasautomaat aan op warm water, als u een moderne warmwaterinstallatie heeft. Hoewel er bij alle spoelgangen warm water wordt gebruikt,
- wordt er minder primaire energie verbruikt,
- is de C₂Quitstoot bij de stroom-opwekking minder,
- bespaart u nog meer kosten
- en duurt het spoelen minder lang.
Bij elektrisch verwarmde installaties is het echter aan te bevelen om de afwasautomaat op koud water aan te sluiten.
■ Benut de volledige beladingscapaciteit van de rekken zonder de afwasautomaat te overladen.
■ Kies een afwasprogramma dat past bij het soort vaatwerk en de mate van vervuiling.
■ Als er maar weinig vuil vaatwerk is, kies dan de extra functie "Top Solo" (☐). Zie paragraaf: "Extra functies".
■ Gebruik voor energiezuinig afwassen het 🔒 - programma!
■ Houdt u aan de doseeradviezen op de verpakking van het afwasmiddel.
■ Gebruik 2/3 van de aangegeven hoeveelheid reinigingsmiddel, wanneer de rekken maar half beladen zijn.
Wat u voor het eerste gebruik nodig heeft:
- ca. 2 l water;
– ca. 2 kg regenereerzout;
– reinigingsmiddel voor huishoud-afwasautomaten; - naspoelmiddel voor huishoudafwas- automaten.
ledere afwasautomaat wordt in de fabriek op zijn werking getest. Als gevolg van deze tests blijft er water in het apparaat achter. Dit water betekent niet dat het apparaat eerder door een andere consument is gebruikt.
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Het openen van de deur

■ Pak de greep.
■ Trek de greep naar voren.
Wanneer de deur wordt geopend terwijl de afwasautomaat in gebruik is, worden alle functies automatisch onderbroken.
Het sluiten van de deur
■ Schuif de rekken naar binnen.
■ Sluit de deur totdat deze vastklikt.
Vergrendeling
Aan de voorkant van het bovenrek hangt een gele sleutel voor de vergrendeling.
Haal deze sleutel eraf voordat u de afwasautomaat in gebruik neemt en berg de sleutel buiten de automaat veilig op.

Sluit de deur van de afwasautomaat met deze sleutel wanneer u wilt voorkomen dat kinderen de deur openen.

Horizontale stand = De deur is vergrendeld

Verticale stand = De deur is niet vergrendeld
Waterontharder
Om goede reinigingsresultaten te berei- ken heeft de afwasautomaat zacht (kalkarm) water nodig.
Bij hard water ontstaat er witte kalkaanslag op het vaatwerk en op de wanden van de spoelruimte.
Leidingwater met een waterhardheid van 4° dH (0,7 mmol/l) en hoger moet daarom worden onthard. Daar wordt in de ingebouwde waterontharder automatisch voor gezorgd.
Bedenk dat
- de waterontharder regenereerzout nodig heeft
- en dat de afwasautomaat precies moet worden geprogrammeerd naar de hardheid van uw leidingwater.
■ Informeer bij het plaatselijke waterleidingbedrijf wat voor hardheidsgraad uw leidingwater precies heeft.
Wanneer de hardheid van uw leidingwater steeds onder de 4 °dH (= 0,7 mmol/l) ligt, hoeft u geen zout te dose-ren. U moet dan echter wel de afwasautomaat programmeren naar de hardheid van uw leidingwater.
Programmeer bij een variërende leidingwaterhardheid (bijv. 8 - 17 °dH) altijd de hoogste waarde (in dit voorbeeld 17°dH).
Bij een eventuele reparatie is het voor de monteur makkelijk om de hardheid van uw leidingwater te weten.
■ Noteer daarom de hardheid van uw leidingwater:
Leidingwaterhardheid: ° dH
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Het programmeren en instellen van de waterontharder
U moet met de programmakeuzeschakelaar de hardheid van uw leidingwater programmeren.
De waterhardheidsschakelaar in de spoelruimte moet u daarna ook nog eens instellen conform de hardheid van uw leidingwater.
Het programmeren van de hardheid van uw leidingwater
■ Schakel de afwasautomaat uit.
■ Draai de programmakeuzeschakelaar op Ⓥ.
■ Druk op de 📄 - toets, houd deze ingedrukt en schakel de afwasauto-maat tegelijk met behulp van de 📄 - toets in.
Laat de - toets binnen 2 secon- den weer los.
Het controlelampje S knippert.
Let op:
Wanneer er een ander controlelampje begint te knipperen of te branden, begin dan nog eens van voren af aan.
Uitzondering:
Het controlelampje * brandt, wanneer u nog naspoelmiddel moet doseren of bijvullen.

■ Draai de programmakeuzeschakelaar op de stand die hoort bij de waterhardheid (zie tabel hieronder).
| °d mmol/l | Stand van de program-makeuzeschakelaar | |
| 1 - 4 | 0,2 - 0,7 | |
| 5 - 7 | 0,9 - 1,3 | |
| 8 - 10 | 1,4 - 1,8 | |
| 11 - 14 | 2,0 - 2,5 | |
| 15 - 17 | 2,7 - 3,1 "5 | uur-stand" |
| 18 - 21 | 3,2 - 3,8 "6 | uur-stand" |
| 22 - 35 | 4,0- 6,3 "7 | uur-stand" |
| 36 - 70 | 6,5 -12,6 | |
Vanuit de fabriek is een leidingwater-hardheid van 22 - 35 °dH (4,0 - 6,3 mmol/l) geprogrammeerd.
Voorbeeld:
De hardheid van uw leidingwater bedraagt 20 °dH.
De programmakeuzeschakelaar staat op de "6 uur-stand".
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
■ Druk de - toets in.
Het controlelampje brandt.
■ Draai de programmakeuzeschakelaar op Ⓥ.
■ Schakel de afwasautomaat uit.
De geprogrammeerde leidingwater-hardheid is nu opgeslagen.
Het instellen van de waterhardheidsschakelaar
Stel de waterhardheidsschakelaar in de spoelruimte precies volgens de volgende tabel in.
U minimaliseert de negatieve uitwerking die een afwasautomaat bij het reinigen op glazen oppervlakten heeft door de hardheid van het afwaswater precies af te stemmen op de hardheid van het leidingwater.
Vooral wanneer de waterhardheids- schakelaar op een te hoge stand is ge- zet kan de reinigingswerking enigszins afnemen en kunnen er vlekken op ser- viesgoed en bestek ontstaan.
■ Haal de dop van de waterhardheidsschakelaar er met een schroeven-draaier af.

■ Zet de waterhardheidsschakelaar in de spoelruimte met een schroevendraaier of met een munt op de stand die hoort bij de hardheid van uw leidingwater. U moet daarbij duidelijk een klik horen.
| °dH mmol/l °f Stand regenerer-schakelaar | |||
| 1-7 | 0,2-1,3 | 2-13 | 3 |
| 8-10 | 1,4-1,8 | 14-18 | 2 |
| 11-14 | 2,0-2,5 | 20-25 | 1 |
| 15-70 | 2,7-12,6 | 27-126 | 0 |
Vanuit de fabriek staat de waterhardheidsschakelaar op stand 1.
Voorbeeld:
De hardheid van uw leidingwater bedraagt 6 °dH.
De waterhardheidsschakelaar moet dan op stand 3 staan (1 - 7 °dH).
■ Zet de dop van de waterhardheids-schakelaar er weer op.
Het controleren van de geprogram- meerde hardheid van uw leidingwater
■ Schakel de afwasautomaat uit.
■ Draai de programmakeuzeschakelaar op Ⓥ.
■ Druk op de 📄 - toets, houd deze ingedrukt en schakel de afwasautomaat tegelijk met behulp van de 🐃 🐃 - toets in.
Laat de 📄 - toets binnen 2 seconden weer los.
Het controlelampje S knippert.
Let op:
Wanneer er een ander controlelampje begint te knipperen of branden, begin dan nog eens van voren af aan.
Uitzondering:
Het controlelampje ✝ brandt, wanneer u nog naspoelmiddel moet doseren of bijvullen.
■ Draai de programmakeuzeschakelaar over de standen ≡ 55° tot en met 📁 🌐 heen.
■ Het controlelampje brandt, wanneer de programmakeuzeschakelaar op de stand staat die hoort bij de geprogrammeerde hardheid van uw leidingwater. Zie de tabel in de paragraaf: "Het programmeren van de hardheid van uw leidingwater".
■ Draai de programmakeuzeschakelaar op Ⓥ.
■ Schakel de afwasautomaat uit.
Het doseren van regenereer- zout
Als u het zoutreservoir voor de eerste keer met regenereerzout wilt vullen, vul het dan eerst met ca. 2 l water. Zo kan het zout oplossen. Nadat u de afwasautomaat in gebruik hebt genomen zit er altijd genoeg water in het reservoir.
Doseer geen poedervormig of vloeibaar reinigingsmiddel in het reservoir voor het regenereerzout, want dan gaat de ontharder kapot.
Gebruik uitsluitend het speciale grofkorrelige regenereerzout. Gebruik in geen geval andere soorten zout, bijv. keukenzout of strooizout. Deze soorten zout bevatten soms niet in water op te lossen deeltjes die een nadelig effect kunnen hebben op de werking van de ontharder.
■ Haal het onderrek uit de spoelruimte en draai de dop van het zoutreservoir open.
■ Vul het zoutreservoir voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt met ca. 2 l water.

■ Plaats een trechter in de opening van het zoutreservoir en doseer dan zoveel zout in het zoutreservoir totdat het vol is.
In het zoutreservoir kan afhankelijk van het soort zout max. 2 kg.
Terwijl u zout in het reservoir doseert loopt er water over de rand van het reservoir.
■ Verwijder de zoutresten die zich rond het zoutreservoir bevinden en schroef de dop weer op het zoutreservoir.
■ Start direct daarna het programma // zodat eventueel gemorste zou- tresten kunnen worden verdund en daarna weggepompt.
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Controlelampje voor zout (S)
Zolang het controlelampje S in het bedieningspaneel niet brandt, zit er nog genoeg zout in het reservoir.
![graph TD A["Process Icon"] --> B{Decision} B --> C["Process Icon"] D["Feedback Loop"] --> E["PC"] F["Arrow Down"] --> G["Arrow Up"]](/content/2026/06/1159226/images/1a50f25c33be2ea32216c542acc92f65cee18119946a6281821b11fd5b50a755.jpg)
■ Vul zout bij zodra het controlelampje S gaat branden.
Zie hoofdstuk: "Het doseren van re-genereerzout".
Het is mogelijk dat het controlelampje nog korte tijd blijft branden, nadat u zout hebt bijgevuld.
Het lampje gaat uit, zodra zich een zoutconcentratie heeft gevormd die hoog genoeg is.
Attentie
Het controlelampje S gaat ook branden wanneer er geen regenererzout in het reservoir zit daar de hardheid van uw leidingwater onder de 4 °dH ligt.
Dat het lampje brandt heeft in dit geval niets te betekenen!
Het controlelampje ⬆ Zal in de toekomst door de Technische Dienst worden gebruikt om de afwasprogramma's te updaten en in het geheugen van uw afwasautomaat op te slaan.
Vandaar dat achter dit controlelampje "PC" staat ("Programm Correction").
Zie hoofdstuk: "Technische Dienst".
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Naspoelmiddel
Naspoelmiddel is nodig om ervoor te zorgen dat het water tijdens het drogen als een film van het vaatwerk afloopt en het vaatwerk na het spoelen droogt zonder dat het vlekken gaat vertonen.
Het naspoelmiddel wordt in het reservoir voor naspoelmiddel gedoseerd en bij het naspoelen in de ingestelde hoeveelheid automatisch toegevoegd.
Doseer alleen naspoelmiddel voor huishoudafwasautomaten in het naspoelmiddelreservoir.
Doseer in geen geval reinigingsmiddelen voor afwasautomaten of reinigingsmiddelen voor de handafwas in het naspoelmiddelreservoir, want dan gaat het reservoir kapot.
Het doseren van naspoelmiddel

■ Open het klepje van het naspoelmid-delreservoir door het gele palletje in de richting van de pijl te drukken.
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt

■ Doseer zoveel naspoelmiddel totdat het in het zeefje in de vulopening zichtbaar is.
In het naspoelmiddelreservoir kan ca. 130 ml.
■ Sluit het klepje en wel zo dat het duidelijk vastklikt.
Is het klepje niet goed gesloten dan kan er tijdens het spoelen water in het naspoelmiddelreservoir lopen.
■ Veeg eventueel gemorst naspoelmiddel goed weg om bij de volgende afwasbeurt sterke schuimvorming te voorkomen.
Controlelampje voor naspoel- middel ( * )
Zolang het controlelampje * in het bedieningspaneel niet brandt, zit er nog genoeg naspoelmiddel in het reservoir.
![graph TD A["Start"] --> B{Decision Point} B -->|Yes| C["Process Step 1"] B -->|No| D["Process Step 2"] C --> E["End"] D --> F["End"]](/content/2026/06/1159226/images/335193c3a664caa96530c0aeebb2ab2ac91896ef7827c301e820657bb7390a41.jpg)
Wanneer het controlelampje ✱ in het bedieningspaneel gaat branden zit er nog een reserve in voor 2 - 3 afwas-beurten.
■ Vul op tijd naspoelmiddel bij.
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Het instellen van de hoeveel- heid te doseren naspoelmiddel

De te doseren hoeveelheid naspoelmiddel is met behulp van de keuzeknop instelbaar. Men kan kiezen tussen 6 standen.
Vanuit de fabriek is de keuzeknop (zie pijl) op stand 3 ingesteld. Er wordt dan per programma ca. 3 ml naspoelmiddel verbruikt. Deze stand wordt geadviseerd.
Vertoont het vaatwerk vlekken:
■ zet de keuzeknop dan op een hogere stand.
Vertoont het vaatwerk strepen of sluiers:
■ zet de keuzeknop dan op een lagere stand.
Waar u bij het inruimen van serviesgoed en bestek op moet letten
■ Verwijder de ergste etensresten van het vaatwerk.
Het is niet nodig om het vaatwerk van te voren onder stromend water af te spoelen!
Was vaatwerk met as, zand, was, smeervet of verf niet in de afwasautomaat. As wordt niet opgelost, maar in de spoelruimte verdeeld. Door was, smeervet en verf raakt de afwasautomaat beschadigd.
U kunt ieder stuk servies in principe overal in de rekken inruimen.
Neem daar echter de volgende tips bij in acht.
■ Plaats serviesgoed en bestek zo dat het niet tegen of op elkaar ligt.
■ Plaats het serviesgoed om het goed schoon te krijgen zo in de rekken, dat het water er aan alle kanten bij kan.
■ Plaats al het serviesgoed zo, dat het stevig staat.
■ Plaats hol serviesgoed zoals kopjes, glazen en kommen met de openingen naar beneden in de rekken.
■ Plaats hoog, smal, hol serviesgoed niet in de hoeken van de rekken, maar zoveel mogelijk in het midden ervan. Het water kan er dan beter bij.
■ Plaats servies met een diepe bodem zoveel mogelijk schuin in het rek, zo- dat het water eraf kan lopen.
- Let erop dat de sproeiarmen niet door te hoog of door de rekken heenstekend vaatwerk worden geblokkeerd. U kunt dit controleren door de sproeiarmen een keer met de hand rond te draaien.
■ Let erop dat kleine stukken servies- goed niet door de spijlen van de rek- ken vallen.
Leg dit soort servies zoals deksel- tjes daarom in de besteklade of de bestekkorf.
Levensmiddelen zoals wortels, to- maten of ketchup kunnen natuurlijke kleurstoffen bevatten.
Door deze stoffen kunnen kunststof vaatwerk en kunststof onderdelen ervan verkleuren, wanneer zij in rui-me mate met het vaatwerk in de automaat terechtkomen.
Deze verkleuring heeft echter geen invloed op de stabiliteit van kunststof vaatwerk.
Wanneer u het vaatwerk inruimt dan kunnen er etens- en drankresten op de binnenkant van de deur van de afwasautomaat terechtkomen. Dit gedeelte hoort niet tot de spoelruimte en wordt dus niet afgespoeld.
Verwijder dus gemorste etensresten voordat u de deur sluit.
Voorbeelden van het inruimen
Bovenrek

Plaats in het bovenrek klein, licht en teer serviesgoed zoals kopjes, schotel- tjes, glazen en dessertschaaltjes.
U kunt er ook een plat steelpannetje in plaatsen.

Leg erg lang bestek zoals soeplepels, pollepels en lange messen dwars aan de voorkant van het bovenrek.
Let bij "Top Solo" (☐) op het volgende
Wanneer u een afwasprogramma kiest met de extra functie: "Top Solo", moet u al het vaatwerk in het bovenrek en de besteklade plaatsen.
Hebt u een afwasautomaat met een bestekkorf, verdeel het bestek dan ruim over de bestekkorf.
Daar de middelste sproeiarm het water ook naar beneden sproeit, kunt u grote-re borden en platte schotels op ruime afstand van elkaar in het onderrek plaatsen.
Echter geen pannen, diepe schalen of ander hol serviesgoed.
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Kopjesrek

Klap het kopjesrek omhoog om hoog serviesgoed te kunnen inruimen.
Steun (afhankelijk van het model)

Om serviesgoed gemakkelijk te kunnen inruimen en er gemakkelijk weer uit te kunnen halen kunt u de steun omklap- pen naar het midden van het bovenrek.
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Het verstellen van het bovenrek
(afhankelijk van het model)
Om in het boven- of onderrek meer plaats te krijgen voor hoger servies- goed kunt u het bovenrek in hoogte ver- stellen. U kunt kiezen tussen 3 standen met een verschil van telkens ca. 2 cm.
U kunt het bovenrek ook schuin plaatsen, nl. met één kant hoog en met één kant laag.
Let er echter op dat u het rek zonder problemen in de spoelruimte kan schui- ven.
■ Trek het bovenrek naar buiten.

■ Trek de hendels aan de zijkanten van het bovenrek naar boven.
■ Zet het bovenrek in de gewenste positie.
Afhankelijk van de stand van het bovenrek kunt u bijv. borden met de volgende doorsneden in de rekken plaatsen.
Afwasautomaat met besteklade
| Stand van het bovenrek | bord-∅ in cm | |
| bovenrek onderrek | ||
| boven 15 | 30 | |
| midden 17 | 28 | |
| onder 19 | 26 | |
Afwasautomaat met bestekkorf
| Stand van het bovenrek | bord-∅ in cm | |
| bovenrek on | onderrek | |
| boven 21 | 30 | |
| midden 23 | 28 | |
| onder 25 | 26 | |
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Onderrek
Plaats in het onderrek groot en zwaar serviesgoed zoals borden, platte scho- tels, potten en schalen.
U kunt ook ontbijtbordjes of schoteltjes in het onderrek zetten.
Plaats geen dun en fijn glaswerk in het onderrek, want daarvoor is een aparte inzet of een apart onderrek noodzakelijk.

Afwasautomaat met besteklade

Afwasautomaat met bestekkorf
Hoogte-indicator

Met de beugel aan het bovenrek kunt u zien hoe hoog het serviesgoed in het onderrek mag zijn, zonder dat de middelste sproeiarm daar tegenaan komt.
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Bestek
Afwasautomaat met bestekkorf

■ Plaats het bestek ongesorteerd en met de grepen beneden in de vakjes van de bestekkorf. Het water kan er dan beter bij.
Wanneer u daardoor echter kans loopt om zich aan de scherpe kant van de messen en de punten van de vorken te verwonden, dan kunt u het bestek het beste met de grepen boven en met de scherpe kant be- neden plaatsen.
Zet kleine lepels in de speciale lepel-segmenten aan weerszijden van de be-stekkorf.
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Lepelhouders voor de bestekkorf
Met de bijgevoegde houders kunt u sterk vervuilde lepels, bijv. eetlepels en groentenlepels afwassen.
Doordat de lepels in deze houders apart worden opgehangen liggen ze niet op elkaar en kan het water er beter bij.

■ Plaats als dat nodig is een houder aan de voorkant en een houder aan de achterkant van de bestekkorf.
■ Druk wanneer u de lepelhouders wilt verwijderen de haken, waarmee de houders vastzitten, naar binnen. Gebruik daarvoor eventueel een lepel. Trek de lepelhouders naar boven en haal ze eraf.

■ Plaats de lepels in de houders met de grepen beneden. Laat tussen de lepels telkens een plaats vrij.
Afwasautomaat met besteklade (SC)

Wanneer u messen, vorken en lepels apart in de besteklade legt, kunt u ze er na het afwasprogramma makkelijker uithalen en opbergen.
Leg de messen met de snijkanten en de vorken met de tanden tussen de opstaande kammen. Leg de lepels daarentegen met de grepen tussen de opstaande kammen.
Lang bestek zoals sauslepels, taarscheppen, pollepels en lange messen kunt u in het dieper gelegen gedeelte in het midden van de besteklade leggen.
De bovenste sproeiarm mag niet door te hoog vaatwerk (bijv. een taartschep) worden geblokkeerd.
Het inzetstuk van de besteklade is uit- neembaar.

Leg de lepels met de grepen tussen de opstaande kammen. De lepelbladen liggen dan tussen de getande kammen, zodat ook de laatste waterdruppel er zonder problemen af kan lopen.

Wanneer de lepels niet met de grepen tussen de opstaande kammen passen, leg ze dan met de grepen op de getande kammen.
Let er daarbij op dat de lepelbladen rechtop staan, zodat al het water eraf kan lopen.
Serviesgoed en bestek die niet geschikt zijn voor de afwas-automaat
- Serviesgoed en bestek die óf helemaal óf voor een deel uit hout be-staan drogen uit en worden lelijk. Bovendien houdt de lijm niet in de afwasautomaat. Het gevolg daarvan is dat houten grepen los kunnen ra-ken.
- Kunstvoorwerpen, antieke vazen of glazen met decoraties zijn niet bestand tegen de afwasautomaat.
- Voorwerpen van niet hittebestendig kunststof kunnen vervormen.
- Voorwerpen van koper, messing, tin en aluminium kunnen verkleuren of dof worden.
- Kleurdecoraties op het glazuur kunnen na vele afwasbeurten verbleken.
- Teer glaswerk en kristallen voorwerpen kunnen na een tijd dof worden.
Wij raden u aan:
- Koop serviesgoed en bestek van materiaal dat geschikt is om in een af-wasautomaat te worden afgewassen.
- Wanneer u teer glaswerk per se in de afwasautomaat wilt afwassen doe dat dan uitsluitend bij lage temperaturen. Zie programma-overzicht. De kans dat het glaswerk dof wordt is dan kleiner.
- Blijf bijzonder waardevolle glazen met de hand afwassen.
Let verder op het volgende:
Zilver dat met zilverpoets is behandeld kan na afloop van het afwasprogramma nog vochtig zijn doordat het water er niet als een film afloopt. Het zilver moet dan met een doek worden afgedroogd.
Daarentegen is zilver dat in zilverpoets is ondergedompeld in de regel wel droog. Het zilver kan echter beslaan.
Zilver kan verkleuren wanneer het in aanraking komt met levensmiddelen die zwavel bevatten, bijv. eigeel, uien, mayonaise, mosterd, peulvruchten, vis, pekelsaus van vis en marinades.
Aluminium serviesgoed zoals vetfilters mag niet worden afgewassen met bijtende alkalische reinigingsmiddelen die in bedrijfsafwasautomaten of industriereinigers worden gebruikt.
Gebeurt dat wel dan kan er materiële schade ontstaan. In het ergste geval bestaat het gevaar dat er hevi-ge chemische reacties optreden die tot een explosie kunnen leiden (bijv. een knalgasreactie).
Reinigingsmiddelen
Gebruik uitsluitend reinigingsmidde- len voor huishoudafwasautomaten.
■ U kunt poedervormige of vloeibare reinigingsmiddelen of reinigingstabletten gebruiken.
■ Doseer poedervormige of vloeibare reinigingsmiddelen in de reinigings-middelvakjes.
■ Leg reinigingstabletten alleen in reini-gingsmiddelvakje II, als de fabrikant van deze tabletten dat adviseert. Adviseert de fabrikant om de rein- gingstabletten in de bestekkorf te leggen, leg ze in plaats daarvan dan aan de binnenkant van de deur of di- rect in de spoelruimte. De tabletten lossen dan volledig op.
De fabrikanten van reinigingsmiddelen geven op hun verpakkingen de totale hoeveelheid reinigingsmiddel aan die voor een programma nodig is.
- Gebruik wanneer uw afwasautomaat vol beladen is voor de volgende programma's minstens 30 ml reinigingsmiddel:
- het 📋 - programma;
- de ≡ - programma's;
- het ☐ - programma;
- het 📋 - programma.
Geeft de fabrikant een grotere hoeveeelheid aan, gebruik dan deze grotere hoeveelheid.
Attentie
Wanneer u minder reinigingsmiddel gebruikt dan is geadviseerd, is het mogelijk dat de vaat niet goed schoon wordt.
Er zijn op het moment drie soorten reinigingsmiddelen in de handel:
- Fosfaathoudend en chloorhoudend
- Fosfaathoudend en chloorvrij
- Fosfaatvrij en chloorvrij
Wij adviseren u reinigingsmiddelen van type 3 te gebruiken ter bescherming van ons milieu.
Fosfaatvrije reinigingsmiddelen reage- ren gevoeliger op de hardheid van uw leidingwater dan fosfaathoudende reini- gingsmiddelen. Dat kan invloed heb- ben op het reinigingsresulaat.
Na vele afwasbeurten is het mogelijk dat:
- er een blauwachtige waas op het glaswerk komt of dat het dof wordt;
- zilver verkleurt;
- kleurdecoraties op het glazuur verbleken.
Deze verschijnselen worden uitsluitend veroorzaakt door het reinigingsmiddel en niet door de werking van de afwasautomaat.
Mogelijke oplossingen:
- Ga over op een fosfaathoudend reinigingsmiddel (type 2) of op een fosfaathoudend en chloorhoudend reinigingsmiddel (type 1).
- Programmeer de waterontharder een stand hoger dan voor de hardheid van uw leidingwater nodig is.
Zie tabel in de paragraaf: "Wateront-harder" in het hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt".
De waterontharder levert dan zachter water.
Chloorvrije reinigingsmiddelen hebben een geringere blekende werking op natuurlijke kleurstoffen dan chloorhoudende, wat er bijv. toe kan leiden dat vaatwerk nog aanslag van theeresten vertoont of dat kunststof vaatwerk verkleurt.
Deze verschijnselen worden uitsluitend veroorzaakt door het reinigingsmiddel en niet door de werking van de afwasautomaat.
Mogelijke oplossingen:
- Verhoog de dosering van het reini- gingsmiddel om de blekende wer- king te versterken
of
– ga over op een chloorhoudend reini- gingstype (type 1).
Informeer bij twijfel bij de afdeling Consumentenservice van de reinigingsmiddelenfabriek.
Het doseren van reinigings- middel
Adem geen poedervormig reinigingsmiddel in! Slik geen reinigingsmiddel in! Reinigingsmiddelen kunnen brandwonden in neus, mond en keel veroorzaken. Ga direct naar de dokter wanneer u een reinigingsmiddel hebt ingeademd of ingeslikt.
Zorg ervoor dat kinderen niet met reinigingsmiddelen in aanraking kunnen komen.
Laat kinderen daarom niet bij de afwasautomaat komen als deze geopend is. Er zouden nog resten reinigingsmiddel in de afwasautomaat aanwezig kunnen zijn.
Bovendien kunt u het reinigingsmiddel beter pas dán toevoegen vlak voordat u het programma start.
Vergrendel de deur bovendien met de vergrendeling.
Verdeel de benodigde hoeveelheid reinigingsmiddel, afhankelijk van het soort reinigingsmiddel en afhankelijk van het programma, procentueel over de reinigingsmiddelenvakjes I en II.
Zo verkrijgt u het beste afwasresultaat.
Neem daarom in ieder geval de aanwijzingen met betrekking tot het doseren van reinigingsmiddel in acht. Deze staan in het programma-overzicht aan het einde van de gebruiksaanwijzing.

■ Open het klepje van het reinigings-middeldoseerbakje door het knopje opzij te drukken.
Na afloop van een afwasprogramma is het klepje van het reinigingsmiddelbak-je altijd geopend.

■ Doseer het reinigingsmiddel in de vakjes en sluit het klepje van het do-seerbakje.
■ Sluit ook het pak reinigingsmiddel om te voorkomen dat het middel aan reinigingskracht verliest.
Doseerhulp
In vakje I kan maximaal 20 m en in vakje II kan maximaal 70 ml reini-gingsmiddel.
In vakje II zijn markeringen aange- bracht om het doseren makkelijker te maken: 20, 25, 30. Wanneer de deur 90° geopend is geven deze streepjes in ml aan hoeveel reinigingsmiddel er ongeveer in zit.
Het kiezen van een programma
Laat de keuze voor een programma steeds afhangen van het soort vaatwerk en de mate waarin dat is vervuild.
In de meeste gevallen zult u het - programma, één van de - programma's of het - programma kiezen.
Deze programma's zijn optimaal berekend voor de dagelijkse afwas.
Voor bijzondere situaties zijn de specia-le programma's ontwikkeld.
In het programma-overzicht aan het einde van deze gebruiksaanwijzing zijn de programma's beschreven en de toe-passingsmogelijkheden ervan.
U kunt bij ieder programma de extra functie "Top Solo" (☐) kiezen.
Zie ook paragraaf: "Extra functies / Top Solo").
Programma zonder verwarming (☐ ☐)
■ Kies dit programma voor het reinigen van licht tot normaal vervuild vaatwerk.
Om afwastechnische redenen moet u daarvoor over een aansluiting op warm water beschikken van minstens 45 °C en hoogstens 60 °C (temperatuur van het instromende water)!
Bij dit programma wordt het afwaswater niet verwarmd.
Het energieverbruik bedraagt hier daarom slechts ca. 0,10 kWh.
Daar het afwaswater niet wordt verwarmd, kan het vaatwerk na afloop van dit programma vochtiger zijn dan bij andere programma's.
Hoe hoger de temperatuur van het instromende water is, des te beter zijn het reinigings- en het droogresultaat.
Zet om het vaatwerk beter droog te krijgen na afloop van het programma de deur van de afwasautomaat.
Het inschakelen van de afwas- automaat
Controleer of de sproeiarmen vrij kunnen draaien en niet worden geblokkeerd.
Sluit de deur van de afwasautomaat.
Draai de waterkraan open indien deze nog gesloten is.
Druk de jk - toets (14) in.
Het controlelampje h (20) brandt.
Het starten van een programma
Neem bij het kiezen van een pro- gramma het programma-overzicht aan het einde van de gebruiksaanwij- zing in acht.
Draai de programmakeuzeschakelaar (18) naar links of rechts op het gewenste programma.
U kunt nu de extra functies "Voorkeuze" (d) en "Top Solo" (☐) kiezen. Zie hoofdstuk: "Extra functies".
Druk nu de h - toets (20) in.
Het programma start.
Het controlelampje h (20) gaat uit en het controlelampje //// (15) gaat branden.
Breek een programma niet voortij- dig af!
Wanneer u dat doet, is het mogelijk dat belangrijke programmafases (bijv. het regenereren) worden overgeslagen.
Controlelampjes voor het pro- grammaverloop (15)
Het controlelampje // brandt in de programmafases "Voorspoelen", "Reinigen", "Tussenspoelen" en "Naspoelen".
Het controlelampje 🐎 brandt in de programmafase "Drogen".
Het controlelampje → brandt na af-loop van het programma.
Einde van het programma
Wanneer in het programmaverloop (15) het controlelampje → brandt, is het programma beëindigd.
In de voorkeuze - aanduiding verschijnt een "0".
U kunt de afwasautomaat nu openen en het vaatwerk eruithalen. Zie paragraaf: "Het uitruimen van de afwasauto- maat".
Schakel de afwasautomaat voor de veiligheid altijd uit wanneer u niet direct na afloop van een programma nog een keer wilt afwassen.
Het uitschakelen van de afwas- automaat
■ Draai de programmakeuzeschakelaar (18) op Ⓥ.
Het controlelampje →l (15) gaat uit en het controlelampje ◇ (20) gaat branden.
■ Druk de 10 - toets (14) in en laat deze weer naar buiten springen.
Het controlelampje ◆ (20) gaat uit.
De afwasautomaat verbruikt stroom zolang u hem niet met behulp van de 10 - toets hebt uitgeschakeld.
Draai veiligheidshalve de kraan dicht, wanneer de afwasautomaat langere tijd niet wordt gebruikt, bijvoorbeeld in de vakantietijd.
Het onderbreken van het programma
Het afwasprogramma wordt onderbroken, zodra u de deur opendoet.
Wanneer u de deur weer dichtdoet, gaat het programma daar verder, waar het is onderbroken.
Wanneer het water in de afwasauto- maat heet is, loopt u het risico om zich te verbranden.
Als u de deur beslist moet openen, doe dat dan zeer voorzichtig.
Laat de deur voordat u die weer sluit ca. 20 seconden op een kier staan, zodat de temperatuur zich in de spoelruimte kan verdelen.
Druk de deur daarna stevig dicht, totdat hij vastklikt.
Wisseling van programma
Ook wanneer een door u gekozen programma al is gestart, kunt u nog op een ander programma overgaan.
■ Draai de programmakeuzeschakelaar (18) op Ⓥ.
■ Laat de programmakeuzeschakelaar (18) minstens één seconde op deze stand staan.
■ Draai de programmakeuze-
schakelaar (18) op het gewenste pro-
gramma.
■ Wanneer u de extra functies "Voorkeuze" en/of "Top Solo" nodig hebt kies ze dan opnieuw.
Zie hoofdstuk: "Extra functies".
■ Druk op de ◇ - toets (20).
Het programma start.
Extra functies

Top Solo (A) (16)
Gebruik de extra functie "Top Solo" wan- neer u maar weinig vuil vaatwerk heeft. Bij "Top Solo" wordt het grootste gedeel- te van het water via de bovenste en mid- delste sproeiarm toegevoerd waardoor hoofdzakelijk in het bovenrek en indien aanwezig in de besteklade wordt afge- wassen.
Daar de middelste sproeiarm het water ook naar beneden sproeit kunt u ook in het onderrek en indien aanwezig de bestekkorf vaatwerk plaatsen.
In het onderrek mag u alleen grotere bor- den en platte schotels plaatsen en wel op ruime afstand van elkaar. Echter geen pannen, diepe schalen of ander hol serviesgoed.
Verdeel het bestek ruim over de bestek- korf.
Omdat het om een geringere hoeveel- heid vaatwerk gaat dan anders kan de door de fabrikant aangegeven totale hoeveelheid reinigingsmiddel worden gereduceerd. Neem ca. 2/3 van de to- tale hoeveelheid bij volle belading. Houd daarbij ook rekening met de mate van vervuiling.
Door "Top Solo" wordt er ook minder water en stroom verbruikt.
Zo bedraagt het waterverbruik in bijv. het programma 45° slechts 12 l en het stroomverbruik slechts 0,8 kWh.
U kunt de extra functie "Top Solo" voor alle afwasprogramma's kiezen.
■ Schakel de afwasautomaat met de 10 - toets (14) in.
Het controlelampje ◆ (20) brandt.
■ Draai de programmakeuzeschakelaar (18) naar links of rechts op het gewenste programma.
■ Druk de = - toets (16) in.
Het controlelampje (16) brandt.
■ U kunt nu ook de extra functie "Voor-keuze" (◇) kiezen. Zie volgende bladzijde.
■ Druk nu de ◆ - toets (20) in.
Het programma start.
Het controlelampje ◇ gaat uit en de controlelampjes //en branden.
Na afloop van het programma wordt de keuze voor Top Solo automatisch gewist.

Voorkeuze (◇) (19)
U kunt het tijdstip dat het door u gekozen afwasprogramma start uitstellen. Dit kunt u bijvoorbeeld doen om gebruik te maken van het nachttarief.
U kunt de start minimaal één uur en maximaal 9 uur uitstellen.
De uitsteltijd wordt ingesteld in stappen van één uur.
■ Schakel de afwasautomaat met de 10 - toets (14) in.
Het controlelampje ◆ (20) brandt.
■ Draai de programmakeuzeschakelaar (18) naar links of rechts op het gewenste programma.
■ Druk de ◇ - toets (19) in.
In de Voorkeuze - aanduiding (17) verschijnt een "1", d.w.z. dat er een uitsteltijd is ingesteld van één uur.
■ Druk zo vaak op de ◇ - toets (19) totdat in de Voorkeuze - aanduiding (17) de uitsteltijd verschijnt die u wilt hebben.
Wanneer u de toets ingedrukt houdt, verspringt de tijd automatisch.
De uitsteltijd verspringt van 1 tot 9 uur in stappen van één uur en begint daarna weer bij 1 uur.
■ U kunt nu ook de extra functie "Top Solo" (☐) kiezen. Zie vorige bladzijde.
■ Druk de ◇ - toets (20) in.
Het controlelampje ◆ (20) gaat uit.
In de Voorkeuze - aanduiding (17) wordt de uitsteltijd afgeteld.
Na afloop van de ingevoerde uitsteltijd start het gekozen afwasprogramma automatisch.
De Voorkeuze - aanduiding (17) gaat uit.
Het controlelampje //// gaat branden.
Houd om te voorkomen dat kinderen met het reinigingsmiddel in aanraking kunnen komen, het volgende in de gaten.
Doseer het reinigingsmiddel pas vlak voordat u het programma start, d.w.z. voordat u op de ◇ - toets drukt.
Vergrendel de deur bovendien met de vergrendeling.
Zorg er, wanneer u de extra functie "Voorkeuze" gebruikt, voor dat het doseerbakje voor het reinigingsmiddel droog is.
Het starten van het programma voordat de uitsteltijd is afgelopen
U kunt het afwasprogramma starten vóórdat de uitsteltijd is afgelopen.
Ga daarvoor als volgt te werk:
■ Draai de programmakeuzeschakelaar (18) op Ⓥ.
■ Laat de programmakeuzeschakelaar minstens één seconde op deze stand staan.
De weergave in de Voorkeuze - aanduiding (17) gaat uit.
■ Draai de programmakeuzeschakelaar (18) weer op het gewenste programma.
Wanneer u samen met de Voorkeuze de extra functie heeft gekozen moet u deze nu opnieuw instellen.
■ Druk op de toets ◇ - toets (20).
Het programma start. Het controlelampje ◆ gaat uit.
Het controlelampje // brandt.
Het uitruimen van de afwas- automaat
■ Heet serviesgoed breekt snel! Laat het serviesgoed daarom na het uitschakelen van de automaat zo lang in de afwasautomaat afkoelen, totdat u het goed kunt vastpakken.
■ Wanneer u de deur na het uitschakelen van de automaat helemaal opent, koelt het vaatwerk sneller af.
■ Ruim eerst het onderrek, dan het bovenrek en tenslotte de besteklade uit, wanneer deze aanwezig is. Zo voorkomt u dat er druppels van het bovenrek of van de besteklade op het vaatwerk in het onderrek vallen.
Controleer regelmatig - ongeveer 2 tot 3 keer per jaar - de algehele toestand van uw afwasautomaat. De kans op storingen is daardoor geringer.
Zonder zeven mag niet worden af- gewassen!
Het reinigen van de zeven in de spoelruimte
Op de bodem van de spoelruimte bevindt zich een zeefcombinatie. Deze zeefcombinatie houdt het ergste vuil tegen dat in het afwaswater zit. Op deze manier wordt voorkomen dat het vuil in het circulatiesysteem en via de sproeiarmen weer in de spoelruimte terechtkomt.
De zeven kunnen door in de loop van de tijd door het vuil verstopt raken. Controleer de zeefcombinatie daarom regelmatig - ongeveer 2 tot 3 keer per jaar - en reinig de combinatie indien nodig.
■ Schakel eerst de afwasautomaat uit.

■ Ontgrendel de zeefcombinatie door de greep naar rechts te draaien.

■ Verwijder de zeefcombinatie.
■ Ontdoe de zeefcombinatie van grove resten.
■ Spoel de combinatie onder stromend water goed af. Gebruik daarbij eventueel een borstel.

Om de binnenkant van het tuitvormige gedeelte van de zeefcombinatie te reinigen moet u de sluiting opendoen.
■ Doe dat door de gele vergrendeling naar achteren te trekken.
■ Reinig alle delen met een afwasborstel onder stromend water.
■ Doe daarna de sluiting dicht. De vergrendeling moet daarbij vast- klikken.

■ Plaats de zeefcombinatie zo terug, dat ze plat tegen de bodem van de spoelruimte aanligt.
■ Vergrendel de zeefcombinatie door de greep van rechts naar links te draaien.
Het reinigen van de sproei- armen
Het is mogelijk dat er etensresten vast gaat zitten in de sproeikoppen en de lagering van de sproeiarmen.
Controleer de sproeiarmen derhalve regelmatig - ongeveer 2 tot 3 keer per jaar.
■ Schakel de afwasautomaat eerst uit.
■ Verwijder de sproeiarmen als volgt:
■ Trek (indien aanwezig) de bestekla-
de naar buiten.
■ Druk de bovenste sproeiarm omhoog, zodat de tanden in elkaar grijpen en schroef de sproeiarm er af.

■ Druk de middelste sproeiarm iets op (①), zodat de tanden in elkaar grijpen en schroef de sproeiarm er af (②).
■ Trek het onderrek naar buiten.

■ Trek de onderste sproeiarm omhoog en haal hem er af.

■ Druk de etensresten in de sproeikoppen met een scherp voorwerp naar binnen.
■ Spoel de sproeiarmen onder stromend water goed af.
■ Zet de sproeiarmen weer terug en controleer of ze makkelijk ronddraai- en.
Reiniging en onderhoud
Het reinigen van de spoelruimte
Wanneer u altijd de juiste hoeveelheid reinigingsmiddel gebruikt houdt u daarmee automatisch de spoelruimte schoon.
Wanneer zich echter toch kalk of vet heeft afgezet, kunt u deze aanslag met een speciaal reinigingsmiddel verwijderen. Deze speciale reinigingsmiddelen zijn in de handel te verkrijgen.
Het reinigen van de deurdich- ting en de deur
Neem de deurdichtingen regelmatig met een vochtige doek af en verwijder de etensresten.
Veeg gemorste etens- en drankres- ten van de zijkanten van de deur van de afwasautomaat af.
Deze gedeelten horen niet bij de spoelruimte en de waterstralen kunnen daar niet bijkomen.
Het reinigen van het bedie- ningspaneel
Reinig het bedieningspaneel alleen met een vochtige doek of gebruik een reinigingsmiddel voor kunststof.
Gebruik geen schuurmiddelen en ook geen glas- of allesreinigers! Door hun chemische samenstelling kunnen deze namelijk het kunststof oppervlak flink beschadigen.
Het reinigen van het front van de afwasautomaat
Reinig het front met een voor keukenfronten geschikt reinigingsmiddel.
Neem een houten front alleen af met een vochtige zeem en wrijf het daarna met een doek droog.
Reinig een front van roestvrij staal met een middel dat geschikt is voor het reinigen van roestvrij staal.
Gebruik geen schoonmaakmidde- len met ammonia of nitraat- en kunstharsverdunningen.
Deze middelen kunnen het oppervlak beschadigen.
De meeste problemen die zich bij het dagelijkse gebruik voordoen kunt u zelf oplossen.
Doordat u dan geen beroep hoeft te doen op de Technische Dienst, bespaart u tijd en kosten!
Het nu volgende overzicht kan u helpen om de oorzaken van een probleem te vinden en uit de wereld te helpen. Vergeet echter niet:
Reparaties mogen uitsluitend door vakmensen worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparaties kan de gebruiker grote risico's lopen.
| Probleem Mogelijkeoorzaak Oplossing | ||
| Het controlelampje brandt niet, nadat u de afwasautomaat met de - toets hebt ingeschakeld. | De deur is niet goed ge-sloten. | Druk de deur goed dicht. |
| De stekker zit niet in het stopcontact. | Stop de stekker in het stopcontact. | |
| De zekering is defect. Verwissel de zekering (min. zekering 16 A). | ||
| Nadat u op de - toets hebt gedrukt brandt het controlelampje wel, maar de afwasautomaat start niet. | De programmakeuze-schakelaar staat op. | -Draai de programma-keuzeschakelaar op het gewenste programma.-Druk op de - toets. |
| De automaat stopt met afwassen. | De zekering is defect. Activeer de zekering (min. zekering 16 A). | |
| Het controlelampje brandt tijdens het pro-gramma. | Het instromende water heeft de vereiste temperatuur van 45 °C niet be-reikt. Het is mogelijk dat het warmwatersysteeem overbelast is.Zie hoofdstuk: "Het kie-zen van het programma". | - Start het programma.-Wanneer het controle-lampje opnieuw gaat branden, kies dan een ander programma. |
| Probleem Mogelijk oorzaak Oplossing | ||
| Het controlelampje knippert en de afwasautomaat stopt met afwassen. | ||
| Probleem bij de watertoevoer | ||
| Probleem bij de waterafvoerMisschien zit er water in de spoelruimte. | ||
| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| De controlelampjes →, ◇ en □ knipperen tegelijk. | Er kan sprake zijn van een technische storing. | – Draai de programma-keuzeschakelaar op ◎.– Schakel de afwasauto-maat met de □ □ - toets uit.Na een paar seconden:– Schakel de afwasauto-maat met de □ □ - toets in.– Draai de programma-keuzeschakelaar op het gewenste programma.– Druk op de ◇ - toets.Gaan de controlelampjes opnieuw knipperen, is er sprake van een techni-sche storing.– Neem contact op met de Technische Dienst van imperial.Ondanks de storing kan met alle programma’s worden afgewassen. Het water wordt dan echter niet verwarmd.Het programma □ □ kan alleen worden gebruikt als u over een warmwater-aansluiting beschikt. |
| Er is in de spoelruimte een kleppend geluid te horen. | De sproeiarm slaat tegen een stuk servies aan. | Onderbreek het programma en verplaats het stuk servies dat de sproeiarm in de weg zit. |
| Er is in de spoelruimte een klepperend geluid te horen. | In de spoelruimte zijn er stukken serviesgoed aan het klepperen. | Onderbreek het programma en plaats de stukken servies zo stevig dat ze niet meer klepperen. |
| Terwijl de afwasauto-maat werkt hoort u een fluitend geluid. | De glijringdichting van de circulatiepomp fluit enige tijd. De oorzaak kan het reinigingsmiddel zijn. | Is geen probleem.Probeer een ander reini-gingsmiddel.Houdt het fluiten niet op, neem dan contact op met de Technische Dienst. |
| Er is in de waterleiding een kleppend geluid te horen. | Dit wordt waarschijnlijk veroorzaakt door de bevestiging of diameter van de waterleiding. | Dit heeft geen negatief ef-fect op de werking van de afwasautomaat.Vraag de installateur. |
| Het vaatwerk wordt niet droog of er zitten vlek-ken op de glazen en het bestek. | Er is te weinig of hele-maal geen naspoelmid-del gedoseerd. | Doseer (meer) naspoel-middel.Zie hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt". |
| De waterhardheidsscha-kelaar in de spoelruimte is op een te hoge stand gezet. | Zet de waterhardheids-schakelaar op een lagere stand.Zie hoofdstuk: "Het instel-len van de waterhard-heidsschakelaar". | |
| Het vaatwerk is er te vroeg uitgehaald. | Haal het vaatwerk er later uit.Zie hoofdstuk: "Bedie-ning". | |
| Het vaatwerk is niet schoon. | Het vaatwerk is niet op de juiste wijze in de rek-ken geplaatst. De water-stralen konden er niet bij. | Neem de aanwijzingen in het hoofdstuk: "Het inrui-men van serviesgoed en bestek" in acht. |
| De opening van de water-toevoerbuis voor de mid-delste sproearm was ge-blokkeerd, waardoor er te weinig water in deze sproeiarm is gestroomd.Het programma is niet krachtig genoeg. | Plaats het servies in het achterste gedeelte van het bovenrek zo, dat het de opening van de buis niet kan blokkeren.Kies een krachtiger pro-gramma.Zie: "Programma-over-zicht" aan het einde van deze gebruiksaanwijzing. | |
| Het vaatwerk is niet schoon. | ||
| Er is te weinig reinigings-middel gedoseerd. | Gebruik meer reinigings-middel.Zie hoofdstuk: "Bediening". | |
| De sproeiarmen zijn door te hoog serviesgoed ge-blokkeerd geweest. | Plaats het servies anders en draai de sproeiarmen een keer met de hand. | |
| De sproeikoppen van de sproeiarmen zijn verstopt. | Reinig de sproeikoppen.Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud". | |
| De zeefcombinatie in de spoelruimte is niet schoon of niet goed geplaatst.Als gevolg daarvan kun-nen ook de sproeikoppen verstopt zijn. | Reinig de zeefcombinatie of plaats deze goed.Reinig de sproeikoppen.Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud". | |
| De afvoerpomp of de te-rugslagklep is geblok-keerd. | Reinig de afvoerpomp of de terugslagklep.Zie hoofdstuk: "Het verhel-pen van storingen". | |
| Er is te weinig water in de spoelruimte gestroomd. | Controleer de waterstand en verhoog deze zo no-dig.Zie hoofdstuk: "Het verhel-pen van storingen". | |
| Er zit nog thee of lippen-stift op het servies. | De temperatuur van het gekozen programma is te laag geweest. | Kies een programma met een hogere temperatuur. |
| De bleekwerking van het reinigingsmiddel is te ge-ring geweest. | Gebruik een chloorhou-dend reinigingsmiddel. | |
| Het serviesgoed en be-stek zijn wit uitgesla-gen. Glazen zijn wit ge-worden.Aanslag is te verwijde-ren. | Er is te weinig naspoel-middel gedoseerd. | Doseer meer naspoelmid-del.Zie hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt". |
| Er zit geen zout in het zoutreservoir. | Doseer regenereerzout.Zie hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt". | |
| De dop van het zoutreser-voir is niet goed dichtge-draaid of zit er scheef op. | Zet de dop er recht op en draai hem goed dicht. | |
| De waterontharder is op een te lage stand gepro-grammeerd. | Programmeer de onthar-der op een hogere stand.Zie hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt". | |
| Er is een fosfaatvrij reini-gingsmiddel gebruikt. | Probeer een fosfaathou-dend reinigingsmiddel. | |
| Op glazen en bestek blij-ven strepen achter.Glazen zijn blauw uitge-slagen.Aanslag is met de hand te verwijderen. | Er is teveel naspoelmid-del gedoseerd. | Doseer minder naspoel-middel. |
| Glazen worden dof en verkleuren. Aanslag is niet te verwijderen. | De waterhardheidsscha-kelaar in de spoelruimte is niet goed ingesteld. | Stel de waterhardheids-schakelaar goed in.Zie hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt".De schade aan de glazen is onherroepelijk. |
| Deze glazen kunnen niet in de automaat worden af-gewassen. | Het enige wat u kunt doen is glazen kopen die wel geschikt zijn voor de afwasautomaat. | |
| Kunststof stukken vaat-werk zijn verkleurd. | Mogelijke oorzaak daar-van zijn natuurlijke kleur-stoffen in bijv. wortels, to-maten en ketchup. De hoeveelheid reinigings-middel of de bleekwer-king ervan zijn voor deze stoffen te gering geweest. | Gebruik een grotere hoe-veelheid reinigingsmiddel of een chloorhoudend reinigingsmiddel.Zie hoofdstuk: "Bedie-ning".Vaatwerk dat al verkleurd is krijgt zijn oorspronkelij-ke kleur niet terug. |
| Er zitten roestvlekken op sommige stukken be-stek. | De dop van het zoutreser-voir is niet goed dichtge-draaid of zit er scheef op. | Zet de dop er recht op en draai hem goed dicht. |
| Deze stukken bestek zijn niet voldoende bestand tegen roest. | Het enige wat u kunt doen is bestek kopen dat wel geschikt is. | |
| Het klepje van het reini-gingsmiddeldoseerbak-je gaat niet goed dicht. | Er zijn resten reinigings-middel vast blijven zitten die de sluiting blokkeren. | Verwijder de resten. |
| In het reinigingsmiddel-doseerbakje zijn na de afwas resten reinigings-middel achtergebleven. | Het reinigingsmiddeldo-seerbakje was nog voch-tig toen het middel werd gedoseerd. | Doseer het reinigingsmid-del alleen wanneer het bakje droog is. |
| Na afloop van het afwas-programma zit er water in de spoelruimte. | Voordat u het probleem gaat oplossen:- Draai de programma-keuzeschakelaar op 7.- Schakel de afwasauto-maat met de 10- toets uit. | |
| De zeefcombinatie in de spoelruimte is verstopt. | Reinig de combinatie.Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud". | |
| De afvoerpomp of de terugslagklep is geblok-keerd. | Reinig de afvoerpomp of de terugslagklep.Zie hoofdstuk: "Het verhel-pen van storingen". | |
| Er zit een knik in de af-voerslang. | Haal de knik eruit. | |
Het reinigen van het zeefje in de schroefkoppeling van de watertoevoer
Om de watertoevoerslang tegen verontreinigingen in het leidingwater te beschermen is in de schroefkoppeling een zeefje ingebouwd.
Wanneer het zeefje vuil is dan loopt er te weinig water in de spoelruimte.
Zie paragraaf: "Het controleren van de waterstand".
De kunststof behuizing van de Waterproofventielen bevat een elektrisch onderdeel.
Dompel dit niet in vloeistof.
Tip
Is uw ervaring dat uw leidingwater veel bezinksel bevat raden wij u aan een grote zeef in de schroefkoppeling van de watertoevoer aan te brengen.
Zo'n zeefje is leverbaar bij de imperial-vakhandel of bij de Technische Dienst van imperial.
■ Haal de stroom van de afwasauto-maat door eerst het apparaat uit te schakelen en daarna de stekker uit het stopcontact te halen of de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uit de schakelen.
■ Draai de waterkaan dicht
■ en schroef de toevoerslang van de kraan af.

■ Pak het rubberen dichtingsringetje uit de schroefkoppeling.
■ Trek het zeefje met een combinatie- of punttang eruit en reinig het.
■ Zet het zeefje en het rubberen dichtingsringetje er weer in. Let er daarbij op of ze allebei goed zitten!
■ Schroef de wartel van de watertoevoerslang weer aan de waterkraan. Let er daarbij op dat wartel en kraan precies op elkaar passen.
■ Draai de waterkaan open.
Komt er water vrij dan hebt u de wartel en de kraan niet stevig genoeg aan elkaar vastgeschroefd of de wartel scheef aan de kraan geschroefd.
■ Zet de watertoevoerslang recht, schroef de wartel recht op de kraan en schroef wartel en kraan stevig vast.
Het controleren van de water- stand
Wanneer de waterdruk (bij het aftappunt) lager is dan 1,0 bar, stroomt er te weinig water in de spoelruimte en worden het servies en het bestek niet schoon.
Controleer of er genoeg water in de spoelruimte stroomt.
■ Draai de waterkaan helemaal open.
■ Laat het programma //y zonder vaatwerk helemaal aflopen, zodat de waterwegen vollopen.
■ Start het programma 📋 opnieuw.
■ Doe na ca. 3 minuten de deur open en haal het onderrek uit de spoel- ruimte.

Staat het water minstens 4 mm boven de grove zeef in het midden van de zeefcombinatie (hoogte "X"), is er genoeg water in de spoelruimte gestroomd.
Wanneer er te weinig water ingestroomd is, dan moet u de waterstand verhogen.
Het verhogen van de water- stand
Wanneer de waterdruk lager is dan 1,0 bar, stroomt er te weinig water in de spoelruimte. Zie paragraaf: "Het controleren van de waterstand". In dit geval moet u de waterstand verhogen.
Dat doet u als volgt:
■ Schakel de afwasautomaat met de 10 - toets uit.
■ Draai de programmakeuzeschakelaar op Ⓥ.
■ Druk de 📄 - toets in, houd deze ingedrukt en schakel tegelijkertijd de afwasautomaat met de 10 - toets in.
Laat de 📄 - toets binnen 2 seconden weer los.
Het controlelampje S knippert.
Attentie:
Wanneer er een ander controlelampje knippert of brandt, begint dan nog eens van voren af aan.
Uitzondering:
Het controlelampje * brandt, wanneer u nog geen naspoelmiddel heeft gedoseerd of naspoelmiddel moet bijvullen.
■ Draai de programmakeuzeschakelaar op 45°.
- Wanneer het controlelampje niet brandt dan is de waterstand normaal.
- Wanneer het controlelampje Ⓞ wel brandt dan is de waterstand verhoogd.
■ Druk wanneer u de instelling wilt veranderen de - toets in.
Afhankelijk van de vorige instelling gaat het controlelampje aan of uit.
■ Draai de programmakeuzeschakelaar op Ⓥ.
■ Schakel de afwasautomaat met de 10 - toets uit.
De verhoogde waterstand is nu opgeslagen.
Het reinigen van de afvoer- pomp en de terugslagklep
Is het water na afloop van een programma niet afgepompt, dan kan dat verschillende oorzaken hebben.
Het is mogelijk dat de afvoer door vet- aanslag verstopt is geraakt.
Om vetaanslag te voorkomen kunt u de afvoer het beste 1 x per 2 maanden met een machinereiniger behandelen.
Hoe u dat moet doen kunt u op de verpakking lezen.
Een andere mogelijkheid is dat bepaal- de voorwerpen de afvoerpomp of de te- rugslagklep blokkeren.
Deze kunt u makkelijk verwijderen.
■ Haal de zeefcombinatie uit de spoelruimte. Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud", paragraaf: "Het reinigen van de zeven in de spoelruimte".
■ Schep het water uit de spoelruimte.

■ Open de afsluitbeugel voor de terug- slagklep.
Het verhelpen van storingen

- Til de terugslagklep omhoog, verwijder de klep en spoel hem onder stromend water goed af.
■ Verwijder alle voorwerpen die de terugslagklep blokkeren.

Onder de terugslagklep bevindt zich de afvoerpomp (zie pijl).
■ Verwijder alle voorwerpen die de afvoerpomp blokkeren. Let erop dat glassplinters bijzonder moeilijk zijn te zien.
Draai daartoe het loopwiel van de afvoerpomp met de hand.
■ Zet de terugslagklep weer zorgvuldig op zijn plaats
■ en sluit de afsluitbeugel.
Reparaties
■ Mocht u een opgetreden storing on-danks bovenstaande tips niet zelf kunnen verhelpen, neem dan contact op met:
– de imperial-vakhandel of
– de Technische Dienst van imperial.
Het adres en diverse telefoonnummers vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.
■ Als u de Technische Dienst inschakelt, geef dan het model en het nummer van de afwasautomaat op.
Beide gegevens vindt u op het type- plaatje aan de bovenkant van de deur.
Programma-actualisering
Reinigingsmiddelen, afwasgewoonten en afwasvoorschriften zullen in de toekomst veranderingen ondergaan.
De spoel- en afwasprogramma's zullen daaraan moeten worden aangepast.
De Technische Dienst zal in de toekomst in staat zijn het afwasprogramma te updaten en in het Novotronic-geheugen van uw afwasautomaat op te slaan.
![graph TD A["Input"] --> B{Decision} B --> C["Output"] D["Process Step"] --> E["PC"] E --> F["Output"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#bbf,stroke:#333 style C fill:#dfd,stroke:#333 style D fill:#dfd,stroke:#333 style E fill:#dfd,stroke:#333 style F fill:#dfd,stroke:#333](/content/2026/06/1159226/images/23171bab46921361d069f1c7f23850f6d05a22e64f5173c34206732313db40d7.jpg)
Dit zal gebeuren via het met de pijl aangegeven controlelampje (PC = Programme Correction).
imperial zal zelf aangeven wanneer de programma's kunnen worden geactualiseerd.
Voor een nog efficiënter gebruik van de afwasautomaat
Wanneer u ... hebt u nodig ...
... wijnglazen met een lange steel wilt afwassen
... een inzet voor glazen die in het bovenrek wordt geplaatst
.... grote borden wilt afwassen .... een inzet voor borden met een doorsnede van max. 32 cm.
Onderzoeksnorm: EN 50242 / IEC 704
Standaardprogramma 📁 45 ° voor vergelijkende onder- zoeken (energie-etiket):
Tip: Wanneer het programma
55 ° voor
normaal vervuild vaatwerk wordt gebruikt, zijn de reinigings- en droogresultaten beter, duurt het programma korter maar wordt er meer energie verbruikt.
Beladingscapaciteit: 12 couverts
Hoeveelheid reinigings- Bij gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen:
middel: 5 g in vakje I en 25 g in vakje II.
Bij gebruik van chloorvrije reinigingsmiddelen: 30 g alleen in vakje II.
Hoeveelheid naspoel- middel: Stand 3 (ca. 3 ml) Waterhardheids- schakelaar: Stand 0
Geluidsmetingen: Doe de deur van de wasautomaat een keer helemaal open en doe de deur dan weer dicht. Op deze manier wordt de luchtafvoeropening van de Turbothermic automatisch gesloten, zoals ook in het dagelijks gebruik gebeurt.
Instructies voor vergelijkende onderzoeken
Afwasautomaat met bestekkorf
Lepelhouders voor Plaats de twee bijgevoegde lepelhouders op de bestekkorf: bestekkorf. Zie hoofdstuk: "Het inruimen van servies- goed en bestek". Plaats in iedere houder zes eetlepels.

Afwasautomaat met besteklade

Onderzoeksnorm: EN 50242 / IEC 704
Standaardprogramma voor vergelijkende onderzoeken (energie-etiket): 45° met extra functie "Top Solo" (☐)
Tip: Wanneer het programma ☐ 55°
met extra functie "Top Solo" (☐)
voor normaal vervuild vaatwerk wordt gebruikt, zijn de reinigings- en droogresultaten beter, duurt het programma korter maar wordt er meer energie verbruikt.
Beladingscapaciteit: 6 couverts
Hoeveelheid reinigings- 20 g alleen in vakje II middel:
Hoeveelheid naspoel-middel: Stand 3 (ca. 3 ml)
Waterhardheids- schakelaar: Stand 0
Geluidsmetingen: Doe de deur van de wasautomaat een keer helemaal open en doe de deur dan weer dicht. Op deze manier wordt de luchtafvoeropening van de Turbothermic automatisch gesloten, zoals ook in het dagelijks gebruik gebeurt.
Afwasautomaat met bestekkorf
Lepelhouders voor bestekkorf: Plaats de twee bijgevoegde lepelhouders op de bestekkorf. Zie hoofdstuk: "Het inrui-men van serviesgoed en bestek". Plaats in iedere houder drie eetlepels.

Afwasautomaat met besteklade

Houd een afstand aan tussen het be- stek die dubbel zo groot is als anders.
Let wanneer u de afwasautomaat wilt transporteren, bijv. bij een verhuizing, op het volgende:
– Ruim de afwasautomaat uit.
- Maak alle losse onderdelen vast, bijv. slangen, kabels en bestekkorf.
- Transporteer de afwasautomaat rechtop.
Alleen in uitzonderingsgevallen mag de automaat op zijn rug worden ge-transporteerd.
De afwasautomaat mag niet op zijn kant of op de deur liggend worden getransporteerd, omdat er dan resten water uit kunnen lopen.
De resten water kunnen in de elektrische besturing terechtkomen en zo storingen veroorzaken.
| Hoogte 82 cm (verstelbaar + 5,0 cm) | |
| Breedte 59,8 cm | |
| Breedte van de inbouwnis 60 cm | |
| Diepte 57 cm | |
| Diepte bij geopende deur 115,5 cm | |
| Gewicht: | |
| Inbouwafwasautomaat | ca. 52 kg |
| Inbouwafwasautomaat BS# | ca. 54 kg |
| Spanning | |
| Aansluitwaarde Zie plaatje aan de bovenkant v/d deur | |
| Zekering | |
| Keurmerk KEMA | |
| Waterdruk 1,0 - 10 bar | |
| Warmwateraansluiting tot max. 60 °C | |
| Opvoerhoogte max. 1 m | |
| Afpomplengte max. 4 m | |
| Aansluitkabel ca. 1,7 m | |
| Beladingscapaciteit 12 couverts | |
# BS = Afwasautomaat met besteklade
Voor informatie over het imperial Service Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw imperial-handelaar of de bijgaande folder raadplegen.
| Programma | Toepassing Reinigingsmiddel | |||
| chloorvrij1) | chloorhoudend2) | |||
| VakjeII(Reinigen) | VakjeI(Voorspoelen) | VakjeII(Reinigen) | ||
| 55° | Voornormaal vervuildvaatwerk | 100% | 20% | 80% |
| 55° | Als 55°, maar met een langere reinigingstijd voor normaal vervuild vaatwerk met ingedroogde etensrestenBijzonder geschikt voor chloorvrije reinigingsresten | 100% 20 | 80% | |
| 65° | Als 55°, maar met een verhoogde reinigingstemperatuur voor ingedroogde, zetmeelhoudende etensresten | 100% 20 | 80% | |
| 55° | Voornormaal vervuildvaatwerkBijzonder geschikt voor chloorvrije reinigingsmiddelen | 100% 100 | % | |
| 45°3) | Voornormaal vervuildvaatwerkBijzonder energiebesparend programma | 100% 100 | % | |
| Speciale programma's | ||||
| 45° | Behoedzaam programma voorlicht vervuild temperatuurgevoeligvaatwerk | 50% 50% | ||
| Voor het voorspoelen van vaatwerk dat pas op een later tijdstip wordt afgewassen, bijv. als de afwasautomaat nog niet vol is. | ||||
| Voorlicht totnormaalvervuild vaatwerkAlleen kiezen, als de automaat opwarm water (minstens 45°C) is aangesloten. Zie hoofdstuk: "Het kiezen van een programma". | 100% 20 | 80% | ||
Afhankelijk van het soort reinigingsmiddel moet u het middel verschillend doseren.
1) Deze reinigingsmiddeldosering kiest u voor:
- chloorvrije en fosfaatvrije reinigingsmiddelen
- chloorvrije en fosfaathoudende reinigingsmiddelen
- vloeibare reinigingsmiddelen
De totale hoeveelheid moet u in dit geval in vakje II doseren.
2) Deze reinigingsmiddeldosering kiest u voor:
- chloor- en fosfaathoudende reinigingsmiddelen (behalve vloeibare reinigingsmiddelen)
De totale hoeveeheid moet u in dit geval procentueel over vakje I en II verdelen.
Bij volle belading moet u voor het □-programma, de □-programma's, het □-programma en het □-programma minstens 30 ml reinigingmiddel gebruiken. Geeft de fabrikant een grotere hoeveelheid aan, moet u deze grotere hoeveelheid gebruiken.
Wanneer u de extra functie "Top Solo" ☐, hebt gekozen, doseer dan zoveel middel als nodig is om het vaatwerk schoon te krijgen en wel alleen in vakje II (ca. 2/3 van de totale hoeveelheid voor de volle belading).
| Programmaverloop Verbruik Duur | ||||||||||
| Energie kWh W | Water Minuten (ca.) | |||||||||
| 1. Voorspoelen | 2. Voorspoelen | Reinigen | Tussenspoelen | Naspoe len | Drogen | Water koud (15 °C) | Water warm (55 °C) | Liter W | Water koud (15 °C) | Water warm (55 °C) |
| X | X 55° | X | X 65° | X 1,20 | 0,6 18 | 87 69 | ||||
| X | X 55° | X | X 65° | X 1,25 | 0,7 18 | 110 92 | ||||
| X | X 65° | X | X 65° | X 1,30 | 0,7 18 | 89 73 | ||||
| X 55° | X | X 65° | X 1,20 | 0,6 14 | 82 64 | |||||
| X 45° | X | X 55° | X 1,05 | 0,6 14 | 165 147 | |||||
| X | X 45° | X | X 55° | X 1,10 | 0,5 18 | 72 54 | ||||
| X | 0,06 | 0,06 5 | 11 | 11 | ||||||
| X | X | X | X | X | X | - | 0,1 | 23 | - | 65 |
3) Programma voor vergelijkende onderzoeken
Zie hoofdstuk: "Instructies voor vergelijkende onderzoeken".
De genoemde waarden zijn volgens EN 50242 berekend.
De waarden kunnen in de praktijk door wisselende omstandigheden duidelijk variëren.
imperial Keukenapparaten
De Limiet 2 - 4131 NR Vianen
Postbus 166 - 4130 ED Vianen
Telefoon 0347 - 37 88 98
Telefax 0347 - 37 84 49