GSVI 8465 BS - Vaatwasser Imperial - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GSVI 8465 BS Imperial in PDF-formaat.
| Type product | Vaatwasser |
| Merk | Imperial |
| Model | GSVI 8465 BS |
| Afmetingen (H x B x D) | 85 x 60 x 60 cm |
| Netto gewicht | 45 kg |
| Voeding | 220-240 V, 50 Hz, 10 A |
| Waterverbruik | ca. 10 L per cyclus |
| Energieklasse | A+ |
| Capaciteit | 12 couverts |
| Geluidsniveau | 44 dB |
| Programma's | Intensief, Eco, Glas, Snel, Voorwas |
| Functies | Startuitstel, Half belading, AquaStop |
| Bedieningspaneel | Elektronisch met LED-display |
| Installatie | Inbouw |
| Materiaal kuip | Roestvrij staal |
| Filters | Zelfreinigend filtersysteem |
| Veiligheid | AquaStop, kinderslot |
| Onderhoud | Reinig filters en sproeiarmen regelmatig |
| Vervangingsonderdelen | Beschikbaar via service |
Veelgestelde vragen - GSVI 8465 BS Imperial
Gebruikersvragen over GSVI 8465 BS Imperial
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vaatwasser in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GSVI 8465 BS - Imperial en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GSVI 8465 BS van het merk Imperial.
GEBRUIKSAANWIJZING GSVI 8465 BS Imperial
voor de afwasautomaten
GSVI 8265-2
GSVI 8265-2 BS
GSVI 8465-2 BS (XXL-variant)

Het apparaat in één oogopslag 4
Bedieningsveld 5
Kort overzicht van de symbolen 5
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 6
Een bijdrage aan de bescherming van ons milieu 10
Het wegdoen van het verpakkingsmateriaal 10
Het afdanken van het apparaat 10
Economisch afwassen 10
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt 11
Wat u voor het eerste gebruik nodig heeft: 11
Het openen van de deur 12
Het sluiten van de deur 12
Waterontharder 13
Het controleren en wijzigen van de instelling van de waterontharder . . . . . . . . 13
Het programmeren van de hardheid van uw leidingwater . . . . . . . . . . . . . . 13
Het instellen van de waterhardheidsschakelaar.... 18
Het doseren van regenereerzout 19
Controlelampje voor zout (S).... 20
Naspoelmiddel....21
Het doseren van naspoelmiddel 21
Controlelampje voor naspoelmiddel (※) 22
Het instellen van de hoeveelheid te doseren naspoelmiddel 23
Het inruimen van serviesgoed en bestek. 24
Waar u bij het inruimen van serviesgoed en bestek op moet letten . . . . . . . . . 24
Voorbeelden van het inruimen 25
Bovenrek. 25
Kopjesrek 26
Steun (afhankelijk van het model). 26
Het verstellen van het bovenrek 27
Onderrek. 28
Bestek 29
Serviesgoed en bestek die niet geschikt zijn voor de afwasautomaat . . . . . . . 32
Bediening 33
Reinigingsmiddelen 33
Het doseren van reinigingsmiddel. 34
Het kiezen van een programma. 36
Het inschakelen van de afwasautomaat 37
Het starten van een programma 37
Einde van het programma 37
Het uitschakelen van de afwasautomaat 37
Wisseling van programma 38
Het onderbreken van het programma 38
Extra functies 39
Top Solo (39) 39
Voorkeuze (◇) 40
Zonder drogen 42
Zoemer aan het einde van het programma 44
Het uitruimen van de afwasautomaat 46
Reiniging en onderhoud 47
Het reinigen van de zeven in de spoelruimte 47
Het reinigen van de sproeiarmen. 49
Het reinigen van de spoelruimte 50
Het reinigen van de deurdichting en de deur 50
Het reinigen van het bedieningsveld 50
Het reinigen van het front van de afwasautomaat 50
Nuttige tips 51
Het verhelpen van storingen 58
Het reinigen van het zeefje in de schroefkoppeling van de watertoevoer. . . . . . . 58
Het controleren van de waterstand 59
Het reinigen van de afvoerpomp en de terugslagklep 62
Instructies voor vergelijkende onderzoeken 66
Transport 73
Programma-overzicht 74
Afwasautomaten van de modellen GSVI 82XX (Model apparaat zie typeplaatje). 74
Afwasautomaten van de modellen GSVI 84XX (Model apparaat zie typeplaatje). 76
Het apparaat in één oogopslag

1 Bovenste sproeiarm (niet zichtbaar)
2 Besteklade
(afhankelijk van het model)
3 Bovenrek
4 Watertoevoer voor de middelste sproeiarm
5 Middelste sproeiarm
6 Waterhardheidsschakelaar
7 Onderste sproeiarm
8 Reservoir voor naspoelmiddel (met keuzeknop)
9 Tweevaksdoseerbakje voor reinigingsmiddel
10 Typeplaatje
11 Bedieningsveld
12 Reservoir voor regenereerzout
13 Zeefcombinatie
14 Vier stelvoeten
Bedieningsveld (11)

15 Aan - toets /
Controlelampje van de Aan - toets
16 Uit - toets
17 Voorkeuze - aanduiding
18 Voorkeuze - toets
19 Top Solo - toets /
Controlelampje van de
Top Solo - toets
20 Controlelampjes
voor watertoevoer en waterafvoer,
voor zout
en voor naspoelmiddel
21 Programmatoetsen / Controlelampjes van de programmatoetsen
Kort overzicht van de symbolen
|Aan
○Uit
Voorkeuze
Top Solo
Controlelampjes
Watertoevoer / Waterafvoer
SZout
*Naspoelmiddel
Toetsen voor de volgende programma's:
Universeel
□ Universeel extra
Spaar
Speciaal
Koud voorspoelen
Wat de symbolen betekenen wordt in de desbetreffende hoofdstukken uitvoerig beschreven.
Deze afwasautomaat voldoet aan de voorgeschreven veiligheidsbepalingen.
Door ondeskundig gebruik kunnen personen echter letsel oplopen en kan er materiële schade ontstaan. Lees deze gebruiksaanwijzing daarom eerst aandachtig door voordat u dit apparaat in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt daarmee schade aan uw apparaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig.
Efficiënt gebruik
Deze afwasautomaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.
Gebruik deze afwasautomaat uit-sluitend voor het afwassen van huishoudservies.
Gebruik voor andere doeleinden is on- toelaatbaar en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant kan niet aansprakelijk wor- den gesteld voor schade die is ont- staan door gebruik voor andere doel- einden dan hier aangegeven of door een foutieve bediening.
Bij de levering
Een afwasautomaat die beschadigd is kan uw veiligheid in gevaar brengen. Controleer verpakking en afwasautomaat daarom direct op transportschade. Neem uw afwasautomaat in geen geval in gebruik als deze beschadigd is.
Zorg ervoor dat de verpakking kan worden hergebruikt.
Bij plaatsing en installatie
Neem bij plaatsing en aansluiting van de afwasautomaat de montage-instructies in acht.
Voor de stabiliteit van de afwasautomaat is het noodzakelijk dat onder of in te bouwen afwasautomaten uit-sluitend worden geplaatst onder een doorlopend werkblad dat is vastgeschroefd aan de kasten die ernaast staan.
De afwasautomaat mag niet onder een kookplaat worden geïnstalleerd. Een kookplaat straalt voor een deel hoge temperaturen af waardoor de afwasautomaat beschadigd zou kunnen raken.
Wanneer de afwasautomaat wordt geïnstalleerd mag deze niet op het elektriciteitsnet zijn aangesloten.
Controleer of de elektrische waarden van uw huisinstallatie (spanning, frequentie en zekering) overeenkomen met de gegevens op het typeplaatje.
De elektrische veiligheid van deze afwasautomaat is alleen dan ge-waarborgd als hij wordt aangesloten op een aardingssysteem dat volgens de geldende veiligheidsvoorschriften is geïnstalleerd.
Aan deze fundamentele veiligheids- voorwaarde moet zijn voldaan. Laat de huisinstallatie bij twijfel door een vakman/vakvrouw controleren.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die is ontstaan door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijv. een elektrische schok).
Een afwasautomaat die beschadigd is kan uw veiligheid in gevaar brengen. Stel het apparaat meteen buiten werking als het beschadigd is en neem contact op met uw leverancier of met de Technische Dienst van imperial.
De kunststof behuizing van de Waterproofventielen bevat een elektrisch onderdeel. Dompel de behuizing niet in vloeistof!
In de watertoevoerslang bevinden zich spanningsvoerende delen.
Knip de slang daarom niet door, ook al is hij te lang!
Gebruik geen verlengsnoer. Dit in verband met gevaar voor bijvoorbeeld oververhitting.
In het dagelijks gebruik
Gebruik geen oplosmiddelen in de spoelruimte.
Dit in verband met explosiegevaar.
Drink geen water uit de spoelruimte, want dit water is geen drinkwater!
Adem geen poedervormige reinigingsmiddelen in! Slik geen reinigingsmiddelen in! Reinigingsmiddelen kunnen brandwonden in neus, mond en keel veroorzaken. Ga direct naar de dokter wanneer u reinigingsmiddelen hebt ingeademd of ingeslikt.
Ga niet op de geopende deur van de afwasautomaat zitten of staan, want als u dat doet kan het apparaat kantelen. Daarbij kunt u letsel oplopen of kan het apparaat beschadigd raken.
Heeft u een afwasautomaat met een bestekkorf, kunt u het bestek het beste in de bestekkorf plaatsen met de grepen beneden en met de scherpe kant boven. Dan wordt het bestek makkelijker schoon en droog.
Wanneer u daardoor echter kans loopt om zich aan de scherpe kant van de messen en de punten van de vorken te verwonden, dan kunt u het bestek het beste met de grepen boven en met de scherpe kant beneden plaatsen.
Gebruik uitsluitend reinigingsmiddelen voor huishoudafwasautomaten.
Gebruik geen reinigingsmiddelen voor de handafwas!
Gebruik uitsluitend naspoelmidde-
len voor huishoudafwasautomaten!
Gebruik uitsluitend het speciale grofkorrelige regenereerzout.
Gebruik in geen geval andere soorten zout, bijv. keukenzout of strooizout. Deze soorten zout bevatten soms niet in water op te lossen deeltjes die een nadelig effect kunnen hebben op de werking van de ontharder.
Reinig geen kunststof vaatwerk in de afwasautomaat dat niet hittebestendig is zoals wegwerpbakjes of wegwerpbestek.
Dit soort vaatwerk kan door de hoge temperaturen vervormen.
Wees extra voorzichtig met apparaten met vrijliggend verwarmingselement
Zorg ervoor dat u een vrijliggend verwarmingselement tijdens een programma-onderbreking of direct na afloop van een afwasprogramma niet aanraakt. U kunt zich daaraan verbranden.
Kunststof servies kan smelten of vlam vatten wanneer het met het verwarmingselement in aanraking komt. Plaats kunststof servies daarom altijd in het bovenrek wanneer u niet zeker weet of het hittebestendig is. Zorg ervoor dat kleine stukken servies- goed niet op het het verwarmingselement kunnen vallen door ze zwaarder te maken of vast te zetten.
Als er kinderen in huis zijn
Zorg ervoor dat kleine kinderen niet met de afwasautomaat spelen of de automaat bedienen. Wanneer zij dit doen bestaat het gevaar dat ze zich in het apparaat opsluiten.
Zorg ervoor dat kinderen niet met reinigingsmiddelen in aanraking kunnen komen. Reinigingsmiddelen kunnen brandwonden in mond en keel veroorzaken of tot verstikking leiden. Ga direct naar de dokter, als uw kind reinigingsmiddel binnengekregen heeft.
Om te voorkomen dat kinderen met het reinigingsmiddel in aanraking kunnen komen, kunt u het middel beter pas dán toevoegen vlak voordat u het programma start. Sluit de deur bovendien met de vergrendeling (afhankelijk van het model).
Laat kinderen niet bij de afwasauto- maat komen als deze geopend is.
Er kunnen nog resten reinigingsmiddelen in de afwasautomaat aanwezig zijn.
Om te voorkomen dat kinderen met het reinigingsmiddel in aanraking kunnen komen, moet u het volgende in de gaten houden. Wanneer u de extra functie "Voorkeuze" gebruikt (afhankelijk van het model), moet u ervoor zorgen dat het doseerbakje voor het reinigingsmiddel droog is. Reinigingsmiddel gaat in een vochtig doseerbakje klonteren en wordt misschien niet volledig weggespoeld. Na afloop van het afwasprogramma zouden kinderen met deze resten reinigingsmiddel in aanraking kunnen komen wanneer de deur van de afwasautomaat geopend is.
Ter voorkoming van materiële schade
Doseer geen poedervormig of vloeibaar reinigingsmiddel in het reservoir voor naspoelmiddel, want dan gaat het reservoir kapot.
Doseer geen poedervormig of vloeibaar reinigingsmiddel in het reservoir voor het regenereerzout, want dan gaat de ontharder kapot.
Gebruik geen reinigingsmiddelen die voor bedrijfsafwasautomaten of industriereinigers bestemd zijn. Doet u dat wel kan er materiële schade ontstaan en kunnen er hevige chemische reacties optreden (bijv. een knalgasreactie).
Het imperial-Waterproofsysteem biedt een betrouwbare bescherming tegen waterschade, maar wel op de volgende voorwaarden:
- Het apparaat moet volgens de voorschriften geïnstalleerd zijn.
- Als er duidelijk sprake is van schade moet het apparaat worden gerepareerd, resp. moeten onderdelen worden vervangen.
- De kraan moet bij langere afwezigheid (bijv. vakantie) worden dichtgedraaid.
Bij reparaties en onderhoud
- Reparaties mogen uitsluitend door vakmensen worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparaties kan de gebruiker grote risico's lopen.
Bij onderhoudswerkzaamheden dient u altijd de spanning van het apparaat te halen.
Schakel daartoe de automaat uit en trek daarna de stekker uit het stopcontact of schakel de hoofdschakelaar van de elektrische huisinstallatie uit.
Bij het afdanken van de afwas- automaat
Maak afgedankte apparaten on-bruikbaar. Trek de stekker uit het stopcontact en knip de aansluitkabel door.
Om te voorkomen dat kinderen zich in het apparaat opsluiten moet u de sluit-haak van het deurslot verwijderen door de 2 kruiskopschroeven los te draaien. Zorg ervoor dat de afwasautomaat op milieuvriendelijke wijze kan worden af-gedankt.
Wanneer de veiligheidsinstructies niet worden opgevolgd kan de fabrikant niet verantwoordelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.
Het wegdoen van het verpak- kingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade.
Gekozen is voor verpakkingsmateriaal dat niet schadelijk is voor het milieu, op verantwoorde wijze kan worden afgedankt en dus voor hergebruik geschikt is.
Hergebruik van het verpakkingsmateriaal vermindert de afvalproductie en het gebruik van grondstoffen.
De vakhandelaar neemt de verpakking terug.
Het afdanken van het apparaat
Apparaten die u afdankt, bevatten nog waardevolle stoffen/materialen.
Zet uw apparaat daarom niet zomaar bij het grofvuil, maar informeer ook hiervoor bij de gemeente naar mogelijkheden voor hergebruik van het materiaal (bijv. schrootverwerking).
Zorg ervoor dat kinderen niet bij het afgedankte apparaat kunnen komen. Zie hiervoor hoofdstuk: "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen", paragraaf: "Bij het afdanken van de afwasautomaat".
Economisch afwassen
Deze afwasautomaat werkt uiterst water- en energiebesparend.
U kunt nog spaarzamer te werk gaan, indien u de volgende adviezen opvolgt:
■ Sluit de afwasautomaat aan op warm water, als u een moderne warmwaterinstallatie heeft. Hoewel er bij alle spoelgangen warm water wordt gebruikt,
- wordt er minder primaire energie verbruikt,
- is de C2uitstoot bij de stroom-opwekking minder,
- bespaart u nog meer kosten
- en duurt het spoelen minder lang.
Bij elektrisch verwarmde installaties is het echter aan te bevelen om de afwasautomaat op koud water aan te sluiten.
■ Benut de volledige beladingscapaciteit van de rekken zonder de afwasautomaat te overladen.
■ Kies een afwasprogramma dat past bij het soort vaatwerk en de mate van vervuiling.
■ Als er maar weinig vuil vaatwerk is, kies dan de extra functie "Top Solo" (☐). Zie paragraaf: "Extra functies".
■ Gebruik voor energiezuinig afwassen het 🔒 - programma!
■ Houdt u aan de doseeradviezen op de verpakking van het afwasmiddel.
■ Gebruik 2/3 van de aangegeven hoeveelheid reinigingsmiddel, wanneer de rekken maar half beladen zijn.
■ Schakel de extra functie: "Zonder drogen" in. Het vaatwerk droogt dan door zijn eigen warmte. Zie hoofdstuk: "Extra functies".
Wat u voor het eerste gebruik nodig heeft:
- ca. 2 l water;
– ca. 2 kg regenereerzout;
– reinigingsmiddel voor huishoud-afwasautomaten; - naspoelmiddel voor huishoudafwas- automaten.
ledere afwasautomaat wordt in de fabriek op zijn werking getest. Als gevolg van deze tests blijft er water in het apparaat achter. Dit water betekent niet dat het apparaat eerder door een andere consument is gebruikt.
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Het openen van de deur

■ Trek aan de deurgreep.
Wanneer de deur wordt geopend terwijl de automaat in gebruik is, worden alle functies automatisch onderbroken.
Tip:
Hoe u de deur van de afwasautomaat zonder frontpaneel kunt openen, kunt u lezen in de plaatsings- en installatie-in-structies en wel in paragraaf 3: "Het monteren van het frontpaneel".
Het sluiten van de deur
■ Schuif de rekken naar binnen.
■ Klap de deur omhoog en druk hem dicht totdat hij vastklikt.
Waterontharder
Om goede reinigingsresultaten te berei- ken heeft de afwasautomaat zacht (kalkarm) water nodig.
Bij hard water ontstaat er witte kalkaanslag op het vaatwerk en op de wanden van de spoelruimte.
Leidingwater met een waterhardheid van 4° dH (0,7 mmol/l) en hoger moet daarom worden onthard. Daar wordt in de ingebouwde waterontharder automatisch voor gezorgd.
Bedenk dat
- de waterontharder regenereerzout nodig heeft
- en dat de afwasautomaat precies moet worden geprogrammeerd naar de hardheid van uw leidingwater.
■ Informeer bij het plaatselijke water-leidingbedrijf wat voor hardheids-graad uw leidingwater precies heeft.
Wanneer de hardheid van uw leidingwater steeds onder de 4 °dH (= 0,7 mmol/l) ligt, hoeft u geen zout te dose-ren. U moet dan echter wel de afwasautomaat programmeren naar de hardheid van uw leidingwater.
Programmeer bij een variërende leidingwaterhardheid (bijv. 8 - 17 °dH) altijd de hoogste waarde (in dit voorbeeld 17°dH).
Bij een eventuele reparatie is het voor de monteur makkelijk om de hardheid van uw leidingwater te weten.
■ Noteer daarom de hardheid van uw leidingwater:
Leidingwaterhardheid: ° dH
Het controleren en wijzigen van de instelling van de water-ontharder
U moet met het bedieningsveld de hardheid van uw leidingwater programmeren.
De waterhardheidsschakelaar in de spoelruimte moet u daarna ook nog eens instellen conform de hardheid van uw leidingwater.
Het programmeren van de hardheid van uw leidingwater
U kunt de geprogrammeerde hardheid van uw leidingwater via de toetsen van het bedieningsveld tegelijk controleren en wijzigen.
Daarbij knipperen en branden iedere keer nadat u op een toets hebt gedrukt andere controlelampjes (-) op het bedieningsveld.
U kunt het programmeren te allen tijde zonder problemen afbreken en van vo- ren af aan beginnen, wanneer u de af- wasautomaat met de Uit - toets uitscha- kelt.
Vanuit de fabriek is een leidingwater-hardheid van 22 - 35 °dH (4,0 - 6,3 mmol/l) geprogrammeerd.
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
■ Open de deur.
■ Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (○) uit.
■ Druk op de toetsen ≧ 55° en ≧ 65°, blijf erop druk- Aan S ken en schakel tegelijk de afwasautomaat met behulp van de Aan - toets (I) in.
■ Laat de toetsen ≡ 55° en ≡ 65° weer los. Aan S + □
Attentie: Wanneer er een ander controlelampje begint te knipperen, begin dan nog eens van voren af aan.
Tegelijk met "Aan" kunnen de volgende controlelampjes gaan branden en wel in de volgende gevallen:
- Er is nog geen naspoelmiddel gedoseerd of er moet naspoelmiddel worden bijgevuld.
- De functie "Zonder drogen" is ingeschakeld. Zie paragraaf: "Extra functies".
- De waterstand is verhoogd. Zie paragraaf: "Het verhogen van de waterstand".
- De functie "Zonder zoemer" is ingeschakeld. Zie paragraaf: "Extra functies".




Wat u moet doen ...

brandt

knippert
... wanneer u wilt controlleren welke waterhardheid is geprogrammeerd.
■ Druk op toets 📄.
Aan S
Wanneer er een waterhardheid tussen de 1°dH en de 12°dH is geprogrammeerd, brandt er nog een controle-lampje:
1 - 4 °dH (0,2 - 0,7 mmol/l):

5 - 6 °dH (0,9 - 1,1 mmol/l):

7 °dH ( 1,3 mmol/l):

8 - 10 °dH (1,4 - 1,8 mmol/l):

11 - 12 °dH (2,0 - 2,2 mmol/l):
Brandt er verder geen controlelampje, dan is er een leidingwaterhardheid geprogrammeerd tussen de 13 °dH en de 70 °dH (2,3 -12,6 mmol/l).
In dit geval
■ Druk op toets ///.
Aan+/
S
Wanneer er een leidingwaterhardheid tussen de 13 °dH en de 70 °dH is geprogrammeerd, brandt er nog een controlelampje.
13 - 14 °dH (2,3 - 2,5 mmol/l):

15 - 17 °dH (2,7 - 3,1 mmol/l):

18 - 21 °dH (3,2 - 3,8 mmol/l):

22 - 35 °dH (4,0 - 6,3 mmol/l):

36 - 70 °dH (6,5 -12,6 mmol/l):

imperial

Bij een waterhardheid van 1 - 12 °dH
Wat u moet doen ...

brandt 🙏 knippert
... wanneer de juiste leidingwaterhardheid al is geprogrammeerd.
■ Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (○) uit.
... wanneer u een andere leidingwaterhardheid moet programmeren:
■ Zoek dan in de tabel de toets waar u voor deze leidingwaterhardheid op moet drukken. Zolang u op deze toets blijft drukken, brandt het controlelampje van de gekozen toets.
| 1 - 4 °dH (0,2 - 0,7 mmol/l): toets ≡ 55° | Aan+ ≡ 55° | S |
| 5 - 6 °dH (0,9 - 1,1 mmol/l): toets ☐ | Aan + ☐ | S |
| 7 °dH ( 1,3 mmol/l): toets ≡ 65° | Aan+ ≡ 65° | S |
| 8 - 10 °dH (1,4 - 1,8 mmol/l): toets ☐ | Aan + ☐ | S |
| 1 - 12 °dH (2,0 - 2,2 mmol/l): toets ☐ | Aan + ☐ | S |
13 - 70 °dH (2,3 -12,6 mmol/l): Druk op toets // en ga door op de volgende bladzijde.
Afhankelijk van de programmering branden daarbij weer de volgende controlelampjes:
55° ,
65°,
■ Druk op toets ///.
Aan + //S
■ Druk nog een keer op toets ////.
Aan S + //
■ Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (○) uit.
De geprogrammeerde waterhardheid van uw leidingwater is nu opgeslagen.
■ Controleer de stand van de waterhardheidsschakelaar in de spoelruimte en verander de instelling indien nodig. Zie paragraaf: "Het instellen van de waterhardheidsschakelaar".
Bij een waterhardheid van 13 - 70 °dH
Wat moet u doen ...
brandt knippert
... als de juiste waterhardheid al is geprogrammeerd.
■ Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (○) uit.
... als u een andere waterhardheid moet programmeren:
■ Zoek dan in de tabel de toets waar u voor deze leidingswaterhardheid op moet drukken. Zolang u op deze toets blijft drukken, brandt het controlelampje van de gekozen toets.
| 13 - 14 °dH (2,3 - 2,5 mmol/l): toets ≡ 55° | Aan+/+ ≡ 55° | S |
| 15 - 17 °dH (2,7 - 3,1 mmol/l): toets □ | Aan+/+ □ | S |
| 18 - 21 °dH (3,2 - 3,8 mmol/l): toets ≡ 65° | Aan+/+ ≡ 65° | S |
| 22 - 35 °dH (4,0 - 6,3 mmol/l): toets □ | Aan+/+ □ | S |
| 36 - 70 °dH (6,5 -12,6 mmol/l): toets □ | Aan+/+ □ | S |
Afhankelijk van de programmering branden daarbij de volgende controlelampjes:
55° , 65° ,
■ Druk op toets ///.
Aan + //S
■ Druk nog een keer op toets ////.
Aan S + //
■ Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (○) uit.
De geprogrammeerde waterhardheid van uw leidingwater is nu opgeslagen.
■ Controleer de stand van de waterhardheidsschakelaar in de spoelruimte en verander de instelling indien nodig. Zie paragraaf: "Het instellen van de waterhardheidsschakelaar".
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Het instellen van de waterhardheids- schakelaar
Stel de waterhardheidsschakelaar in de spoelruimte precies volgens de volgende tabel in.
U minimaliseert de negatieve uitwerking die een afwasautomaat bij het reinigen op glazen oppervlakten heeft door de hardheid van het afwaswater precies af te stemmen op de hardheid van het leidingwater.
Vooral wanneer de waterhardheids- schakelaar op een te hoge stand is ge- zet kan de reinigingswerking enigszins afnemen en kunnen er vlekken op ser- viesgoed en bestek ontstaan.
■ Haal de dop van de waterhardheidsschakelaar er met een schroeven-draaier af.

■ Zet de waterhardheidsschakelaar in de spoelruimte met een schroeven-draaier of met een munt op de stand die hoort bij de hardheid van uw lei-dingwater. U moet daarbij duidelijk een klik horen.
| °dH mmol/l °f Stand regenerer-schakelaar | |||
| 1-7 | 0,2-1,3 | 2-13 | 3 |
| 8-10 | 1,4-1,8 | 14-18 | 2 |
| 11-14 | 2,0-2,5 | 20-25 | 1 |
| 15-70 | 2,7-12,6 | 27-126 | 0 |
Vanuit de fabriek staat de waterhardheidsschakelaar op stand 1.
Voorbeeld:
De hardheid van uw leidingwater bedraagt 6 °dH.
De waterhardheidsschakelaar moet dan op stand 3 staan (1 - 7 °dH).
■ Zet de dop van de waterhardheidsschakelaar er weer op.
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Het doseren van regenereer- zout
Als u het zoutreservoir voor de eerste keer met regenereerzout wilt vullen, vul het dan eerst met ca. 2 l water. Zo kan het zout oplossen. Nadat u de afwasautomaat in gebruik hebt genomen zit er altijd genoeg water in het reservoir.
Doseer geen poedervormig of vloeibaar reinigingsmiddel in het reservoir voor het regenereerzout, want dan gaat de ontharder kapot.
Gebruik uitsluitend het speciale grofkorrelige regenereerzout. Gebruik in geen geval andere soorten zout, bijv. keukenzout of strooizout. Deze soorten zout bevatten soms niet in water op te lossen deeltjes die een nadelig effect kunnen hebben op de werking van de ontharder.
■ Haal het onderrek uit de spoelruimte en draai de dop van het zoutreservoir open. ■ Vul het zoutreservoir voordat u het apparaat voor de eerste keer gebruikt met ca. 2 l water.

■ Plaats een trechter in de opening van het zoutreservoir en doseer dan zoveel zout in het zoutreservoir totdat het vol is. In het zoutreservoir kan afhankelijk van het soort zout max. 2 kg.
Terwijl u zout in het reservoir doseert loopt er water over de rand van het reservoir.
■ Verwijder de zoutresten die zich rond het zoutreservoir bevinden en schroef de dop weer op het zoutreservoir. ■ Start direct daarna het programma //zodat eventueel gemorste zoutresten kunnen worden verdund en daarna weggepompt.
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Controlelampje voor zout (S)
Zolang het controlelampje S op het bedieningsveld niet brandt, zit er nog genoeg zout in het reservoir.
![graph TD A["PC"] --> B["阀门"] A --> C["水槽"] A --> D["储罐"] A --> E["容器"] A --> F[" (*)"]](/content/2026/05/1122420/images/ee6356970531d9fba723c9c6b1b9be0cbd1f4fa449a06552e8d689844e456382.jpg)
■ Vul zout bij zodra het controlelampje S gaat branden.
Zie hoofdstuk: "Het doseren van re-genereerzout".
Het is mogelijk dat het controlelampje nog korte tijd blijft branden, nadat u zout hebt bijgevuld.
Het lampje gaat uit, zodra zich een zoutconcentratie heeft gevormd die hoog genoeg is.
Attentie
Het controlelampje S gaat ook branden wanneer er geen regenererzout in het reservoir zit daar de hardheid van uw leidingwater onder de 4 °dH ligt. Dat het lampje brandt heeft in dit geval niets te betekenen!
Het controlelampje ⬆ zal in de toe- komst door de Technische Dienst wor- den gebruikt om de afwasprogramma's te updaten en in het geheugen van uw afwasautomaat op te slaan.
Vandaar dat achter dit controlelampje "PC" staat ("Programm Correction").
Zie hoofdstuk: "Technische Dienst".
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Naspoelmiddel
Naspoelmiddel is nodig om ervoor te zorgen dat het water tijdens het drogen als een film van het vaatwerk afloopt en het vaatwerk na het spoelen droogt zonder dat het vlekken gaat vertonen.
Het naspoelmiddel wordt in het reservoir voor naspoelmiddel gedoseerd en bij het naspoelen in de ingestelde hoeveelheid automatisch toegevoegd.
Doseer alleen naspoelmiddel voor huishoudafwasautomaten in het naspoelmiddelreservoir.
Doseer in geen geval reinigingsmiddelen voor afwasautomaten of reinigingsmiddelen voor de handafwas in het naspoelmiddelreservoir, want dan gaat het reservoir kapot.
Het doseren van naspoelmiddel

■ Open het klepje van het naspoelmiddelreservoir door het gele palletje in de richting van de pijl te drukken.
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt

■ Doseer zoveel naspoelmiddel totdat het in het zeefje in de vulopening zichtbaar is.
In het naspoelmiddelreservoir kan ca. 130 ml.
■ Sluit het klepje en wel zo dat het duidelijk vastklikt.
Is het klepje niet goed gesloten dan kan er tijdens het spoelen water in het naspoelmiddelreservoir lopen.
■ Veeg eventueel gemorst naspoelmiddel goed weg om bij de volgende afwasbeurt sterke schuimvorming te voorkomen.
Controlelampje voor naspoel- middel ( * )
Zolang het controlelampje ✱ op het bedieningsveld niet brandt, zit er nog genoeg naspoelmiddel in het reservoir.
![graph TD A[" "] --> B["PC"] B --> C[" "] C --> D[" "] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#bbf,stroke:#333 style C fill:#dfd,stroke:#333 style D fill:#dfd,stroke:#333](/content/2026/05/1122420/images/b7d53f3a196c41c4b65a5bae5141a91bb848d440ed1cd4286c8f278b23c8b12d.jpg)
Wanneer het controlelampje ✝ op het bedieningsveld gaat branden zit er nog een reserve in voor 2 - 3 afwasbeurten.
■ Vul op tijd naspoelmiddel bij.
Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt
Het instellen van de hoeveel- heid te doseren naspoelmiddel

De te doseren hoeveelheid naspoelmiddel is met behulp van de keuzeknop instelbaar. Men kan kiezen tussen 6 standen.
Vanuit de fabriek is de keuzeknop (zie pijl) op stand 3 ingesteld. Er wordt dan per programma ca. 3 ml naspoelmiddel verbruikt. Deze stand wordt geadviseerd.
Vertoont het vaatwerk vlekken:
■ zet de keuzeknop dan op een hogere stand.
Vertoont het vaatwerk strepen of sluiers:
■ zet de keuzeknop dan op een lagere stand.
Waar u bij het inruimen van serviesgoed en bestek op moet letten
■ Verwijder de ergste etensresten van het vaatwerk.
Het is niet nodig om het vaatwerk van te voren onder stromend water af te spoelen!
Was vaatwerk met as, zand, was, smeervet of verf niet in de afwasautomaat. As wordt niet opgelost, maar in de spoelruimte verdeeld. Door was, smeervet en verf raakt de afwasautomaat beschadigd.
U kunt ieder stuk servies in principe overal in de rekken inruimen.
Neem daar echter de volgende tips bij in acht.
■ Plaats serviesgoed en bestek zo dat het niet tegen of op elkaar ligt.
■ Plaats het serviesgoed om het goed schoon te krijgen zo in de rekken, dat het water er aan alle kanten bij kan.
■ Plaats al het serviesgoed zo, dat het stevig staat.
■ Plaats hol serviesgoed zoals kopjes, glazen en kommen met de openingen naar beneden in de rekken.
■ Plaats hoog, smal, hol serviesgoed niet in de hoeken van de rekken, maar zoveel mogelijk in het midden ervan. Het water kan er dan beter bij.
■ Plaats servies met een diepe bodem zoveel mogelijk schuin in het rek, zo- dat het water eraf kan lopen.
- Let erop dat de sproeiarmen niet door te hoog of door de rekken heenstekend vaatwerk worden geblokkeerd. U kunt dit controleren door de sproeiarmen een keer met de hand rond te draaien.
■ Let erop dat kleine stukken servies- goed niet door de spijlen van de rek- ken vallen.
Leg dit soort servies zoals deksel- tjes daarom in de besteklade of de bestekkorf.
Levensmiddelen zoals wortels, to- maten of ketchup kunnen natuurlijke kleurstoffen bevatten.
Door deze stoffen kunnen kunststof vaatwerk en kunststof onderdelen ervan verkleuren, wanneer zij in rui-me mate met het vaatwerk in de automaat terechtkomen.
Deze verkleuring heeft echter geen invloed op de stabiliteit van kunststof vaatwerk.
Wanneer u het vaatwerk inruimt dan kunnen er etens- en drankresten op de binnenkant van de deur van de afwasautomaat terechtkomen. Dit gedeelte hoort niet tot de spoelruimte en wordt dus niet afgespoeld.
Verwijder dus gemorste etensresten voordat u de deur sluit.
Voorbeelden van het inruimen
Bovenrek

Plaats in het bovenrek klein, licht en teer serviesgoed zoals kopjes, schotel- tjes, glazen, dessertschaaltjes en temperatuurgevoelig vaatwerk.
U kunt er ook een plat steelpannetje in plaatsen.

Leg erg lang bestek zoals soeplepels, pollepels en lange messen dwars aan de voorkant van het bovenrek.
Let bij "Top Solo" (☐) op het volgende
Wanneer u een afwasprogramma kiest met de extra functie: "Top Solo", moet u al het vaatwerk in het bovenrek en de besteklade plaatsen.
Hebt u een afwasautomaat met een bestekkorf, verdeel het bestek dan ruim over de bestekkorf.
Daar de middelste sproeiarm het water ook naar beneden sproeit, kunt u grote-re borden en platte schotels op ruime afstand van elkaar in het onderrek plaatsen.
Echter geen pannen, diepe schalen of ander hol serviesgoed.
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Kopjesrek

Klap het kopjesrek omhoog om hoog serviesgoed te kunnen inruimen.
Steun (afhankelijk van het model)

Om serviesgoed gemakkelijk te kunnen inruimen en er gemakkelijk weer uit te kunnen halen kunt u de steun omklap- pen naar het midden van het bovenrek.
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Het verstellen van het bovenrek
Om in het boven- of onderrek meer plaats te krijgen voor hoger servies- goed kunt u het bovenrek in hoogte ver- stellen. U kunt kiezen tussen 3 standen met een verschil van telkens ca. 2 cm.
U kunt het bovenrek ook schuin plaatsen, nl. met één kant hoog en met één kant laag.
Let er echter op dat u het rek zonder problemen in de spoelruimte kan schui- ven.
■ Trek het bovenrek naar buiten.

■ Trek de hendels aan de zijkanten van het bovenrek naar boven.
■ Zet het bovenrek in de gewenste positie.
Afhankelijk van de stand van het boven- rek kunt u bijv. borden met de volgen- de doorsneden in de rekken plaatsen.
Afwasautomaat met besteklade
Model GSVI 82XX
(Model zie typeplaatje)
| Stand van het bovenrek | bord-∅ in cm | |
| bovenrek onderrek | ||
| boven 15 | 30 | |
| midden 17 | 28 | |
| onder 19 | 26 | |
Model GSVI 84XX
(Model zie typeplaatje)
| Stand van het bovenrek | bord-∅ in cm | |
| bovenrek onderrek | ||
| boven 20 | 30 | |
| midden 22 | 28 | |
| onder 24 | 26 | |
Afwasautomaat met bestekkorf
| Stand van het bovenrek | bord-∅ in cm | |
| bovenrek on | onderrek | |
| boven 21 | 30 | |
| midden 23 | 28 | |
| onder 25 | 26 | |
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Onderrek
Plaats in het onderrek groot en zwaar serviesgoed zoals borden, platte scho- tels, potten en schalen.
U kunt ook ontbijtbordjes of schoteltjes in het onderrek zetten.
Plaats geen dun en fijn glaswerk in het onderrek, want daarvoor is een aparte inzet of een apart onderrek noodzakelijk.

Afwasautomaat met besteklade

Afwasautomaat met bestekkorf
Hoogte-indicator

Met de beugel aan het bovenrek kunt u zien hoe hoog het serviesgoed in het onderrek mag zijn, zonder dat de middelste sproeiarm daar tegenaan komt.
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Bestek
Afwasautomaat met bestekkorf

■ Plaats het bestek ongesorteerd en met de grepen beneden in de vakjes van de bestekkorf. Het water kan er dan beter bij.
Wanneer u daardoor echter kans loopt om zich aan de scherpe kant van de messen en de punten van de vorken te verwonden, dan kunt u het bestek het beste met de grepen boven en met de scherpe kant be- neden plaatsen.
Zet kleine lepels in de speciale lepel- segmenten aan weerszijden van de be- stekkorf.
Het inruimen van serviesgoed en bestek
Lepelhouders voor de bestekkorf
Met de bijgevoegde houders kunt u sterk vervuilde lepels, bijv. eetlepels en groentenlepels afwassen.
Doordat de lepels in deze houders apart worden opgehangen liggen ze niet op elkaar en kan het water er beter bij.

■ Plaats als dat nodig is een houder aan de voorkant en een houder aan de achterkant van de bestekkorf.
■ Druk wanneer u de lepelhouders wilt verwijderen de haken, waarmee de houders vastzitten, naar binnen. Gebruik daarvoor eventueel een lepel. Trek de lepelhouders naar boven en haal ze eraf.

■ Plaats de lepels in de houders met de grepen beneden. Laat tussen de lepels telkens een plaats vrij.
Afwasautomaat met besteklade (SC)

Wanneer u messen, vorken en lepels apart in de besteklade legt, kunt u ze er na het afwasprogramma makkelijker uithalen en opbergen.
Leg de messen met de snijkanten en de vorken met de tanden tussen de opstaande kammen. Leg de lepels daarentegen met de grepen tussen de opstaande kammen.
Lang bestek zoals sauslepels, taarscheppen, pollepels en lange messen kunt u in het dieper gelegen gedeelte in het midden van de besteklade leggen.
De bovenste sproeiarm mag niet door te hoog vaatwerk (bijv. een taartschep) worden geblokkeerd.
Het inzetstuk van de besteklade is uit- neembaar.

Leg de lepels met de grepen tussen de opstaande kammen. De lepelbladen liggen dan tussen de getande kammen, zodat ook de laatste waterdruppel er zonder problemen af kan lopen.

Wanneer de lepels niet met de grepen tussen de opstaande kammen passen, leg ze dan met de grepen op de getande kammen.
Let er daarbij op dat de lepelbladen rechtop staan, zodat al het water eraf kan lopen.
Serviesgoed en bestek die niet geschikt zijn voor de afwas-automaat
- Serviesgoed en bestek die óf helemaal óf voor een deel uit hout be-staan drogen uit en worden lelijk. Bovendien houdt de lijm niet in de afwasautomaat. Het gevolg daarvan is dat houten grepen los kunnen ra-ken.
- Kunstvoorwerpen, antieke vazen of glazen met decoraties zijn niet bestand tegen de afwasautomaat.
- Voorwerpen van niet hittebestendig kunststof kunnen vervormen.
- Voorwerpen van koper, messing, tin en aluminium kunnen verkleuren of dof worden.
- Kleurdecoraties op het glazuur kunnen na vele afwasbeurten verbleken.
- Teer glaswerk en kristallen voorwerpen kunnen na een tijd dof worden.
Wij raden u aan:
- Koop serviesgoed en bestek van materiaal dat geschikt is om in een af-wasautomaat te worden afgewassen.
- Wanneer u teer glaswerk per se in de afwasautomaat wilt afwassen doe dat dan uitsluitend bij lage temperaturen. Zie programma-overzicht. De kans dat het glaswerk dof wordt is dan kleiner.
- Blijf bijzonder waardevolle glazen met de hand afwassen.
Let verder op het volgende:
Zilver dat met zilverpoets is behandeld kan na afloop van het afwasprogramma nog vochtig zijn doordat het water er niet als een film afloopt. Het zilver moet dan met een doek worden afgedroogd.
Daarentegen is zilver dat in zilverpoets is ondergedompeld in de regel wel droog. Het zilver kan echter beslaan.
Zilver kan verkleuren wanneer het in aanraking komt met levensmiddelen die zwavel bevatten, bijv. eigeel, uien, mayonaise, mosterd, peulvruchten, vis, pekelsaus van vis en marinades.
Aluminium serviesgoed zoals vetfilters mag niet worden afgewassen met bijtende alkalische reinigingsmiddelen die in bedrijfsafwasautomaten of industriereinigers worden gebruikt.
Gebeurt dat wel dan kan er materiële schade ontstaan. In het ergste geval bestaat het gevaar dat er hevi-ge chemische reacties optreden die tot een explosie kunnen leiden (bijv. een knalgasreactie).
Reinigingsmiddelen
Gebruik uitsluitend reinigingsmidde- len voor huishoudafwasautomaten.
■ U kunt poedervormige of vloeibare reinigingsmiddelen of reinigingstabletten gebruiken.
■ Doseer poedervormige of vloeibare reinigingsmiddelen in de reinigings-middelvakjes.
■ Leg reinigingstabletten alleen in reini-gingsmiddelvakje II, als de fabrikant van deze tabletten dat adviseert. Adviseert de fabrikant om de rein- gingstabletten in de bestekkorf te leggen, leg ze in plaats daarvan dan aan de binnenkant van de deur of di- rect in de spoelruimte. De tabletten lossen dan volledig op.
De fabrikanten van reinigingsmiddelen geven op hun verpakkingen de totale hoeveelheid reinigingsmiddel aan die voor een programma nodig is.
- Gebruik wanneer uw afwasautomaat vol beladen is voor de volgende programma's minstens 30 ml reinigingsmiddel:
- de ≡ - programma's;
- het ☐ - programma;
- het 🔒 - programma.
Geeft de fabrikant een grotere hoeveeelheid aan, gebruik dan deze grotere hoeveelheid.
Attentie
Wanneer u minder reinigingsmiddel gebruikt dan is geadviseerd, is het mogelijk dat de vaat niet goed schoon wordt.
Er zijn op het moment drie soorten reinigingsmiddelen in de handel:
- Fosfaathoudend en chloorhoudend
- Fosfaathoudend en chloorvrij
- Fosfaatvrij en chloorvrij
Wij adviseren u reinigingsmiddelen van type 3 te gebruiken ter bescherming van ons milieu.
Fosfaatvrije reinigingsmiddelen reage- ren gevoeliger op de hardheid van uw leidingwater dan fosfaathoudende reini- gingsmiddelen. Dat kan invloed heb- ben op het reinigingsresulaat.
Na vele afwasbeurten is het mogelijk dat:
- er een blauwachtige waas op het glaswerk komt of dat het dof wordt;
- zilver verkleurt;
- kleurdecoraties op het glazuur verbleken.
Deze verschijnselen worden uitsluitend veroorzaakt door het reinigingsmiddel en niet door de werking van de afwasautomaat.
Mogelijke oplossingen:
- Ga over op een fosfaathoudend reinigingsmiddel (type 2) of op een fosfaathoudend en chloorhoudend reinigingsmiddel (type 1).
- Programmeer de waterontharder een stand hoger dan voor de hardheid van uw leidingwater nodig is.
Zie tabel in de paragraaf: "Wateront-harder" in het hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt".
De waterontharder levert dan zachter water.
Chloorvrije reinigingsmiddelen hebben een geringere blekende werking op natuurlijke kleurstoffen dan chloorhoudende, wat er bijv. toe kan leiden dat vaatwerk nog aanslag van theeresten vertoont of dat kunststof vaatwerk verkleurt.
Deze verschijnselen worden uitsluitend veroorzaakt door het reinigingsmiddel en niet door de werking van de afwasautomaat.
Mogelijke oplossingen:
- Verhoog de dosering van het reini- gingsmiddel om de blekende wer- king te versterken
of
– ga over op een chloorhoudend reini- gingstype (type 1).
Informeer bij twijfel bij de afdeling Consumentenservice van de reinigingsmiddelenfabriek.
Het doseren van reinigings- middel
Adem geen poedervormig reini- gingsmiddel in! Slik geen reinigings- middel in! Reinigingsmiddelen kun- nen brandwonden in neus, mond en keel veroorzaken. Ga direct naar de dokter wanneer u een reinigingsmid- del hebt ingeademd of ingeslikt.
Zorg ervoor dat kinderen niet met reinigingsmiddelen in aanraking kunnen komen.
Laat kinderen daarom niet bij de afwasautomaat komen als deze geopend is. Er zouden nog resten reinigingsmiddel in de afwasautomaat aanwezig kunnen zijn.
Bovendien kunt u het reinigingsmiddel beter pas dán toevoegen vlak voordat u het programma start.
Doe de deur bovendien met de vergrendeling dicht.
Verdeel de benodigde hoeveelheid reinigingsmiddel, afhankelijk van het soort reinigingsmiddel en afhankelijk van het programma, procentueel over de reinigingsmiddelenvakjes I en II.
Zo verkrijgt u het beste afwasresultaat.
Neem daarom in ieder geval de aanwijzingen met betrekking tot het doseren van reinigingsmiddel in acht. Deze staan in het programma-overzicht aan het einde van de gebruiksaanwijzing.

■ Open het klepje van het reinigings-middeldoseerbakje door het knopje opzij te drukken.
Na afloop van een afwasprogramma is het klepje van het reinigingsmiddelbak-je altijd geopend.

■ Doseer het reinigingsmiddel in de vakjes en sluit het klepje van het do-seerbakje.
■ Sluit ook het pak reinigingsmiddel om te voorkomen dat het middel aan reinigingskracht verliest.
Doseerhulp
In vakje I kan maximaal 20 m en in vakje II kan maximaal 70 ml reini-gingsmiddel.
In vakje II zijn markeringen aange- bracht om het doseren makkelijker te maken: 20, 25, 30. Wanneer de deur 90° geopend is geven deze streepjes in ml aan hoeveel reinigingsmiddel er ongeveer in zit.
Het kiezen van een programma
Laat de keuze voor een programma steeds afhangen van het soort vaatwerk en de mate waarin dat is vervuild.
In de meeste gevallen zult u één van de ☐ - programma's of het ☐ - programma kiezen.
Deze programma's zijn optimaal berekend voor de dagelijkse afwas.
Voor bijzondere situaties zijn de specia-le programma's ontwikkeld.
In het programma-overzicht aan het einde van deze gebruiksaanwijzing zijn de programma's beschreven en de toe-passingsmogelijkheden ervan.
U kunt bij ieder programma de extra functie "Top Solo" (☐) kiezen. Zie ook paragraaf: "Extra functies / Top Solo (☐)").

Het inschakelen van de afwas- automaat
■ Draai de waterkraan open indien deze nog gesloten is.
■ Open de deur.
■ Controleer of de sproeiarmen vrij kunnen draaien en niet worden geblokkeerd.
■ Druk op de Aan - toets (15).
Het controlelampje "Aan" (15) brandt.
Het starten van een programma
■ Neem bij het kiezen van een pro-
gramma het programma-overzicht
aan het einde van de gebruiksaanwij-
zing in acht.
■ Druk op de toets van het door u ge- wenste programma.
Nu brandt het controlelampje van de programmatoets waar u op hebt gedrukt.
Info: U kunt nu de extra functies "Top Solo" (≡) en "Voorkeuze" (♦) kiezen. Zie hoofdstuk: "Extra functies".
■ Sluit de deur.
Het programma start.
Breek een programma niet voortijdig af, want daardoor kunnen belangrijke programmafases (bijv. het regenereren in het volgende programma) worden overgeslagen!
Einde van het programma
Na afloop van een afwasprogramma klinkt er een zoemer.
Deze zoemer klinkt een uur lang om de 10 minuten en houdt op wanneer u de deur opent.
U kunt de zoemer ook helemaal uitschakelen. Zie: "Extra functies".
Het uitschakelen van de afwas- automaat
■ Zet na afloop van het programma de deur op een kier.
Zorg ervoor dat u ter bescherming van een kunststof werkblad de bijgevoegde roestvrij stalen beschermplaat heeft gemonteerd. Zie plaatsings- en installatie-instructies.
Het controlelampje van de programma-toets is uitgegaan.
Zolang het controlelampje van een programmatoets nog brandt, is het desbetreffende programma nog niet beëindigd.
Doe dan de deur weer dicht, zodat het programma helemaal kan worden uitgevoerd.
■ Druk op de Uit - toets (16).
Het controlelampje "Aan" (15) gaat uit.
De afwasautomaat verbruikt stroom zolang hij niet met de Uit - toets is uitgeschakeld.
U kunt nu het vaatwerk uit de automaat halen. Zie paragraaf: "Het uitruimen van de afwasautomaat".
Zorg ervoor dat u een vrijliggend verwarmingselement direct na af-loop van een afwasprogramma niet aanraakt.
U kunt zich daaraan verbranden.
Draai veiligheidshalve de kraan dicht als de afwasautomaat langere tijd niet wordt gebruikt, bijvoorbeeld in de vakantietijd.
Wisseling van programma
Zolang u de deur na het kiezen van een programma nog niet heeft gesloten, kunt u zich bedenken en een ander programma kiezen.
■ Druk op de toets van het door u ge-wenste programma.
■ Sluit de deur.
Het programma start.
Wanneer het door u in eerste instantie gekozen programma al is gestart, kunt u als volgt een ander programma kiezen:
■ Open de deur.
■ Druk op de Uit - toets (16).
■ Druk op de Aan - toets (15).
■ Druk op de toets van het door u ge- wenste programma.
■ Sluit de deur.
Het programma start.
Het onderbreken van het pro- gramma
Het afwasprogramma wordt onderbroken, zodra u de deur opendoet.
Wanneer u de deur weer dichtdoet, gaat het programma daar verder, waar het is onderbroken.
Wanneer het water in de afwasauto- maat heet is, loopt u het risico om zich te verbranden.
Als u de deur beslist moet openen, doe dat dan zeer voorzichtig.
Laat de deur voordat u die weer sluit ca. 20 seconden op een kier staan, zodat de temperatuur zich in de spoelruimte kan verdelen.
Druk de deur daarna stevig dicht, totdat hij vastklikt.
Zorg ervoor dat u een vrijliggend verwarmingselement tijdens een programma-onderbreking niet aanraakt.
U kunt zich daaraan verbranden.
Extra functies

Top Solo (☐)
Gebruik de extra functie "Top Solo" wanneer u maar weinig vuil vaatwerk heeft.
Bij "Top Solo" wordt het grootste ge- deelte van het water via de bovenste en middelste sproeiarm toegevoerd waardoor hoofdzakelijk in het bovenrek en indien aanwezig in de besteklade wordt afgewassen.
Daar de middelste sproeiarm het water ook naar beneden sproeit kunt u ook in het onderrek en indien aanwezig de bestekkorf vaatwerk plaatsen.
In het onderrek mag u alleen grotere borden en platte schotels plaatsen en wel op ruime afstand van elkaar. Echter geen pannen, diepe schalen of ander hol serviesgoed.
Verdeel het bestek ruim over de bestek- korf.
Omdat het om een geringere hoeveelheid vaatwerk gaat dan anders kan de door de fabrikant aangegeven totale hoeveelheid reinigingsmiddel worden gereduceerd. Neem ca. 2/3 van de totale hoeveelheid bij volle belading. Houd daarbij ook rekening met de mate van vervuiling.
Door Top Solo wordt er ook minder water en stroom verbruikt.
Zo bedraagt het waterverbuik in bijv. het programma 45° slechts 12 l en het stroomverbruik slechts ca. 0,90 kWh.
U kunt de extra functie "Top Solo" voor alle afwasprogramma's kiezen.
■ Druk op de Aan - toets (15).
Het controlelampje "Aan" (15) brandt.
■ Druk op de toets van het door u ge- wenste programma.
Nu brandt het controlelampje van de programmatoets waar u op hebt gedrukt.
■ Druk op toets (19).
Het controlelampje (19) brandt.
Info: U kunt nu ook de extra functie "Voorkeuze" (◀) kiezen. Zie volgende bladzijde.
■ Sluit de deur.
Het programma start.
Na afloop van het programma wordt de extra functie automatisch gewist.

Voorkeuze (◇)
U kunt het tijdstip dat het door u gekozen afwasprogramma start uitstellen. Dit kunt u bijvoorbeeld doen om gebruik te maken van het nachttarief.
U kunt de start minimaal één uur en maximaal 9 uur uitstellen.
De uitsteltijd wordt ingesteld in stappen van één uur.
■ Druk op de Aan - toets (15).
Het controlelampje "Aan" (15) brandt.
■ Druk op de toets van het door u ge- wenste programma.
Nu brandt het controlelampje van de programmatoets waar u op hebt gedrukt.
■ Druk op toets ◇ (18).
In de Voorkeuze - aanduiding (17) verschijnt een "1", d.w.z. dat er een uitsteltijd is ingesteld van één uur.
■ Druk zo vaak op toets ◆ (18) totdat in de tijdsaanduiding (17) de door u gewenste uitsteltijd verschijnt.
Wanneer u op de toets blijft drukken, verspringt de tijd automatisch.
De uitsteltijd verspringt van 1 tot 9 uur in stappen van één uur en begint daar- na weer bij 1 uur.
Info: U kunt nu ook de extra functie "Top Solo" (☐) kiezen. Zie vorige bladzijde.
■ Sluit de deur.
Na afloop van de ingestelde uitsteltijd start het gekozen afwasprogramma automatisch.
Let er bij gebruik van de extra functie "Voorkeuze" en bij het doseren van het reinigingsmiddel op, dat het doseerbakje voor het reinigingsmiddel droog is.
Zo voorkomt u dat kinderen met het reinigingsmiddel in aanraking kunnen komen.
Het starten van het programma voordat de uitsteltijd is afgelopen
U kunt het afwasprogramma starten vóórdat de uitsteltijd is afgelopen.
Ga daarvoor als volgt te werk:
■ Open de deur.
■ Druk op de Uit - toets (16).
■ Druk op de Aan - toets (15).
■ Druk op de toets van het door u ge-wenste programma.
Wanneer u de extra functie "Top Solo" (☐) al had gekozen, moet u deze opnieuw kiezen.
■ Sluit de deur.
Het programma start.
In alle programma's kan het vaatwerk met behulp van het verwarmingselement worden gedroogd. Dit is vanuit de fabriek ingesteld.
Het verwarmingselement kunt u uitschakelen en wel door de extra functie "Zonder drogen" in te schakelen.
Dan wordt er ca. 0,1 kWh energie bespaard.
Het vaatwerk is dan echter niet droog.
Het in- en uitschakelen van de extra functie "Zonder drogen"
Wat u moet doen ...

brandt

knippert
■ Open de deur.
■ Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (○) uit.
■ Druk op de toetsen ≡ 55° en ≡ 65°, blijf erop drukken en schakel tegelijk de afwasautomaat met behulp van de Aan - toets (I) in.
■ Laat de toetsen ≡ 55° en ≡ 65° weer los. Aan S + □
Attentie: Wanneer er een ander controlelampje begint te knipperen, begin dan nog eens van voren af aan.
Tegelijk met "Aan" kunnen de volgende controlelampjes gaan branden en wel in de volgende gevallen:
- Er is nog geen naspoelmiddel gedoseerd of er moet naspoelmiddel worden bijgevuld.
- De functie "Zonder drogen" is al ingeschakeld.
- De waterstand is verhoogd. Zie paragraaf: "Het verhogen van de waterstand".
- De functie "Zonder zoemer" is ingeschakeld.




Wat u moet doen ...
- De extra functie "Zonder drogen" is uitgeschakeld, wanneer:
– De extra functie "Zonder drogen" is ingeschakeld, wanneer:

brandt

knippert




... wanneer u naar wens "Zonder drogen" hebt uitgeschakeld of juist hebt ingeschakeld:
■ Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (○) uit.
... wanneer u dit wilt veranderen:
■ Druk dan op toets ≡ 55°.
■ Druk dan op toets ///.
■ Druk nog een keer op toets ///.
■ Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (○) uit.
Aan + /
S
Aan S + //
De gewijzigde instelling van de functie is nu opgeslagen.

imperial

Zoemer aan het einde van het programma
Na afloop van een afwasprogramma klinkt er een zoemer.
Deze zoemer is vanuit de fabriek ingesteld.
De zoemer kunt u uitschakelen en wel door de extra functie "Zonder zoemer" in te schakelen.
Het in- en uitschakelen van de extra functie "Zonder zoemer"
Wa u moet doen ...

brandt

knippert
■ Open de deur.
■ Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (○) uit.
■ Druk op de toetsen ≧ 55° en ≧ 65°, blijf erop druk- Aan S ken en schakel tegelijk de afwasautomaat met behulp van de Aan - toets (I) in.
■ Laat de toetsen ≡ 55° en ≡ 65° weer los. Aan S + □
Attentie: Wanneer er een ander controlelampje begint te knipperen, begin dan nog eens van voren af aan.
Tegelijk met "Aan" kunnen de volgende controlelampjes gaan branden en wel in de volgende gevallen:
- Er is nog geen naspoelmiddel gedoseerd of er moet naspoelmiddel worden bijgevuld.
- De functie "Zonder drogen" is al ingeschakeld. 55°
- De waterstand is verhoogd. Zie paragraaf: "Het verhogen van de waterstand".
- De functie "Zonder zoemer" is ingeschakeld.

Wat u moet doen ...
- De extra functie "Zonder zoemer" is uitgeschakeld, wanneer:
- De extra functie "Zonder zoemer" is ingeschakeld, wanneer:
... wanneer u naar wens "Zonder zoemer" hebt uitgeschakeld of juist hebt ingeschakeld.
■ Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (○) uit.
... wanneer u dit wilt veranderen.
■ Druk dan op toets 📁.
■ Druk dan op toets ///.
■ Druk nog een keer op toets ////.
■ Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (○) uit.
De gewijzigde instelling van de functie is nu opgeslagen.

brandt
Aan (+ ≡ 5 5 ^ °, 6 5 ^ °)
Aan + ↳
(+ ≡ 5 5 ^ °,
≡ 6 5 ^ °)

knippert
S +
S +
+
Aan + / /
S
Aan + / /
Het uitruimen van de afwas- automaat
■ Heet serviesgoed breekt snel! Laat het serviesgoed daarom na het uitschakelen van de automaat zo lang in de afwasautomaat afkoelen, totdat u het goed kunt vastpakken.
■ Wanneer u de deur na het uitschakelen van de automaat helemaal opent, koelt het vaatwerk sneller af.
■ Ruim eerst het onderrek, dan het bovenrek en tenslotte de besteklade uit, wanneer deze aanwezig is. Zo voorkomt u dat er druppels van het bovenrek of van de besteklade op het vaatwerk in het onderrek vallen.
Controleer regelmatig - ongeveer 2 tot 3 keer per jaar - de algehele toestand van uw afwasautomaat. De kans op storingen is daardoor geringer.
Zonder zeven mag niet worden af- gewassen!
Het reinigen van de zeven in de spoelruimte
Op de bodem van de spoelruimte bevindt zich een zeefcombinatie. Deze zeefcombinatie houdt het ergste vuil tegen dat in het afwaswater zit. Op deze manier wordt voorkomen dat het vuil in het circulatiesysteem en via de sproeiarmen weer in de spoelruimte terechtkomt.
De zeven kunnen door in de loop van de tijd door het vuil verstopt raken. Controleer de zeefcombinatie daarom regelmatig - ongeveer 2 tot 3 keer per jaar - en reinig de combinatie indien nodig.
■ Schakel eerst de afwasautomaat uit.

■ Ontgrendel de zeefcombinatie door de greep naar rechts te draaien.

■ Verwijder de zeefcombinatie.
■ Ontdoe de zeefcombinatie van grove resten.
■ Spoel de combinatie onder stromend water goed af. Gebruik daarbij eventueel een borstel.

Om de binnenkant van het tuitvormige gedeelte van de zeefcombinatie te reinigen moet u de sluiting opendoen.
■ Doe dat door de gele vergrendeling naar achteren te trekken.
■ Reinig alle delen met een afwasborstel onder stromend water.
■ Doe daarna de sluiting dicht. De vergrendeling moet daarbij vast- klikken.

■ Plaats de zeefcombinatie zo terug, dat ze plat tegen de bodem van de spoelruimte aanligt.
■ Vergrendel de zeefcombinatie door de greep van rechts naar links te draaien.
Het reinigen van de sproei- armen
Het is mogelijk dat er etensresten vast gaat zitten in de sproeikoppen en de lagering van de sproeiarmen.
Controleer de sproeiarmen derhalve regelmatig - ongeveer 2 tot 3 keer per jaar.
■ Schakel de afwasautomaat eerst uit.
■ Verwijder de sproeiarmen als volgt:
■ Trek (indien aanwezig) de bestekla-de naar buiten.
■ Druk de bovenste sproeiarm omhoog, zodat de tanden in elkaar grijpen en schroef de sproeiarm er af.

■ Druk de middelste sproeiarm iets op (①), zodat de tanden in elkaar grijpen en schroef de sproeiarm er af (②).
■ Trek het onderrek naar buiten.

■ Trek de onderste sproeiarm omhoog en haal hem er af.

■ Druk de etensresten in de sproeikoppen met een scherp voorwerp naar binnen.
■ Spoel de sproeiarmen onder stromend water goed af.
■ Zet de sproeiarmen weer terug en controleer of ze makkelijk ronddraai- en.
Het reinigen van de spoelruimte
Wanneer u altijd de juiste hoeveelheid reinigingsmiddel gebruikt houdt u daar-mee automatisch de spoelruimte schoon.
Wanneer zich echter toch kalk of vet heeft afgezet, kunt u deze aanslag met een speciaal reinigingsmiddel verwijderen. Deze speciale reinigingsmiddelen zijn in de handel te verkrijgen.
Het reinigen van de deurdich- ting en de deur
■ Neem de deurdichtingen regelmatig met een vochtige doek af en verwijder de etensresten.
■ Veeg gemorste etens- en drankresten van de zijkanten van de deur van de afwasautomaat af.
Deze gedeelten horen niet bij de spoelruimte en de waterstralen kunnen daar niet bijkomen.
Het reinigen van het bedie- ningsveld
■ Reinig het bedieningsveld alleen met een vochtige doek.
Gebruik geen schuurmiddelen en ook geen glas- of allesreinigers! Door hun chemische samenstelling kunnen deze namelijk het kunststof oppervlak flink beschadigen.
Het reinigen van het front van de afwasautomaat
■ Reinig het front met een voor uw keu-kenfront geschikt reinigingsmiddel.
Gebruik geen schoonmaakmidde- len met ammonia of nitraat- en kunstharsverdunningen.
Deze middelen kunnen het oppervlak beschadigen.
De meeste problemen die zich bij het dagelijkse gebruik voordoen kunt u zelf oplossen.
Doordat u dan geen beroep hoeft te doen op de Technische Dienst, bespaart u tijd en kosten!
Het nu volgende overzicht kan u helpen om de oorzaken van een probleem te vinden en uit de wereld te helpen. Vergeet echter niet:
Reparaties mogen uitsluitend door vakmensen worden uitgevoerd. Door ondeskundige reparaties kan de gebruiker grote risico's lopen.
| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| De afwasautomaat start niet. | De deur is niet goed ge-sloten. | Druk de deur goed dicht. |
| De stekker zit niet in het stopcontact. | Stop de stekker in het stopcontact. | |
| De zekering is defect. Activeer de zekering (min. zekering 16 A). | ||
| De afwasautomaat is niet ingeschakeld. | Druk op de Aan - toets. Kies een programma. | |
| Er is geen programma ge-kozen. | Druk op de toets van het door u gewenste pro-gramma. | |
| Kort nadat het programma is gestart stopt de automaat met afwassen. | De waterkraan is dicht. Wanneer u de deur open-doet knippert het contro-lelampje op het bedieningsveld. | Schakel de afwasauto-maat uit, draai de water-kraan open en start het programma opnieuw. |
| De automaat stopt met afwassen. | De zekering is defect. Activeer de zekering (min. zekering 16 A). | |
| De automaat stopt met afwassen. | Probleem bij de watertoevoer.Wanneer u de deur open-doet knippert het contro-lelampje op het bedieningsveld. | Schakel, voordat u het probleem gaat oplossen, eerst de afwasautomaat uit.- Draai de kraan hele-maal open.- Controleer het zeefje in de watertoevoer en reinig het indien nodig.Zie hoofdstuk: "Het ver-helpen van storingen".- Controleer de water-stand en verhoog deze indien nodig. Zie hoofdstuk: "Het verhelpen van storingen". |
| Probleem bij de wateraf-voer. Misschien zit er water in de spoelruimte.Wanneer u de deur open-doet knippert het contro-lelampje op het bedieningsveld. | Schakel, voordat u het probleem gaat oplossen, eerst de afwasautomaat uit.- Reinig de zeefcombi-natie. Zie hoofdstuk:"Reiniging en onder-houd".- Reinig de afvoerpomp.Zie hoofdstuk: "Het ver-helpen van storingen".- Reinig de terugslag-klep. Zie hoofdstuk:"Het verhelpen van storingen".- Verwijder de knikken in de afvoerslang. | |
| Wanneer u na afloop van het afwasprogramma de deur opent, ziet u dat de controlelampjes naast de eerste 5 programmatoetsen knippen. | Er kan sprake zijn van een technische storing. | – Schakel de afwasauto-maat uit.U kunt de volgende keer weer gewoon afwassen.Wanneer de controle-lampjes na afloop van het afwasprogramma echter weer gaan knippen, is er sprake van een technische storing.– Neem dan contact op met de Technische Dienst van imperial.Ondanks deze storing kan echter met alle pro-gramma's worden afgewassen. Het water wordt dan echter niet verwarmd. |
| Er is in de spoelruimte een kleppend geluid te horen. | De sproeiarm slaat tegen een stuk servies aan. | Onderbreek het programma en verplaats het stuk servies dat de sproeiarm blokkeert. |
| Er is in de spoelruimte een klepperend geluid te horen. | In de spoelruimte zijn er stukken serviesgoed aan het klepperen. | Onderbreek het programma en plaats de stukken servies zo stevig dat ze niet meer klepperen. |
| Terwijl de automaat aan het spoelen is hoort u een fluitend geluid. | De glijringdichting van de circulatiepomp fluit enige tijd. De oorzaak kan het reinigingsmiddel zijn. | Is geen probleem.Probeer een ander reini-gingsmiddel.Houdt het fluiten niet op, neem dan contact op met de Technische Dienst. |
| Er is in de waterleiding een kleppend geluid te horen. | Dit wordt waarschijnlijk ver-oorzaakt door de bevesti-ging of diameter van de waterleiding. | Dit heeft geen negatief ef-fect op de werking van de automaat.Vraag de installateur. |
| Het vaatwerk wordt niet droog of er zitten vlek-ken op de glazen en het bestek. | Er is te weinig of hele-maal geen naspoelmid-del gedoseerd. | Doseer (meer) naspoel-middel.Zie hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt". |
| De waterhardheidsscha-kelaar in de spoelruimte is op een te hoge stand gezet. | Zet de waterhardheidss-schakelaar op een lagere stand. Zie paragraaf: "Het instellen van de water-hardheidsschakelaar". | |
| Het vaatwerk is er te vroeg uitgehaald. | Haal het vaatwerk er later uit.Zie hoofdstuk: "Bedie-ning". | |
| De extra functie: "Zonder drogen" is ingeschakeld. | Schakel de extra functie "Zonder drogen" uit.Zie hoofdstuk: "Bedie-ning". | |
| Het vaatwerk is niet schoon. | Het is niet op de juiste wij-ze in de rekken ge-plaatst. Stukken vaatwerk hebben tegen of op el-kaar gelegen zodat het water er niet goed bij kon. | Neem de aanwijzingen in het hoofdstuk: "Het inrui-men van serviesgoed en bestek" in acht. |
| De opening van de watertoevoerbuis voor de mid-delste sproeiarm is ge-blokkeerd geweest waar-door er te weinig water in de sproeiarm is ge-stroomd. | Plaats het servies in het achterste gedeelte van het bovenrek zo, dat het de opening van de buis niet kan blokkeren. | |
| Het programma is niet krachtig genoeg. | Kies een krachtiger pro-gramma. Zie hoofdstuk: "Programma-overzicht" aan het einde van deze gebruiksaanwijzing. | |
| Er is te weinig reinigings-middel gedoseerd. | Gebruik meer middel.Zie: "Bediening". | |
| Het vaatwerk is niet schoon. | De sproeiarmen zijn door te hoog serviesgoed ge-blokkeerd geweest. | Plaats het servies anders en draai de sproeiarmen een keer met de hand. |
| De sproeikoppen van de sproeiarmen zijn verstopt. | Reinig de sproeikoppen.Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud". | |
| De zeefcombinatie in de spoelruimte is niet schoon of niet goed ge-plaatst. Als gevolg daar-van kunnen ook de sproeikoppen verstopt zijn. | Reinig de zeefcombinatie of plaats deze goed.Reinig indien nodig ook de sproeikoppen.Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud". | |
| De afvoerpomp of de te-rugslagklep is geblok-keerd. | Reinig de afvoerpomp of de terugslagklep.Zie hoofdstuk: "Het verhel-pen van storingen". | |
| Er is te weinig water in de spoelruimte gestroomd. | Controleer de waterstand en verhoog deze indien nodig.Zie hoofdstuk: "Het ver-helpen van storingen". | |
| Er zit nog thee of lippen-stift op het servies. | De temperatuur van het gekozen programma is te laag geweest. | Kies een programma met een hogere temperatuur. |
| De bleekwerking van het reinigingsmiddel is te ge-ring geweest. | Gebruik een chloorhou-dend reinigingsmiddel. | |
| Het serviesgoed en be-stek zijn wit uitgeslagen.Glazen zijn wit gewor-den.Aanslag is te verwijde-ren. | Er is te weinig naspoel-middel gedoseerd. | Doseer meer naspoelmid-del.Zie hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt". |
| Er zit geen zout in het zoutreservoir. | Doseer regenereerzout.Zie hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt". | |
| Het serviesgoed en be-stek zijn wit uitgeslagen. Glazen zijn wit gewor-den.Aanslag is te verwijde-ren. | De dop van het zoutreser-voir is niet goed dichtge-draaid of zit er scheef op. | Zet de dop er recht op en draai hem goed dicht. |
| De waterontharder is op een te lage stand gepro-grammeerd. | Programmeer de onthar-der op een hogere stand.Zie: "Wanneer u het appa-raat voor het eerst in ge-bruik neemt". | |
| U hebt een fosfaatvrij rei-nigingsmiddel gebruikt. | Probeer een fosfaathou-dend reinigingsmiddel. | |
| Op glazen en bestek blij-ven strepen achter. Glazen zijn blauw uitge-slagen. Aanslag is te verwijderen. | Er is te veel naspoelmid-del gedoseerd. | Doseer minder naspoel-middel.Zie hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt". |
| Glazen worden dof en verkleuren. Aanslag is niet te verwijderen. | De waterhardheidsscha-kelaar in de spoelruimte is niet goed ingesteld. | Stel de waterhardheids-schakelaar in de spoel-ruimte goed in.Zie hoofdstuk: "Wanneer u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt."De schade aan de glazen is onherroepelijk. |
| Deze glazen kunnen niet in de afwasautomaat worden gewassen. | Het enige wat u kunt doen is glazen kopen die wel geschikt zijn. | |
| Kunststof stukken vaat-werk zijn verkleurd. | Mogelijke oorzaak daar-van zijn natuurlijke kleur-stoffen in bijv. wortels, to-maten en ketchup. De hoeveelheid reinigings-middel of de bleekwer-king ervan zijn voor deze stoffen te gering geweest. | Gebruik een grotere hoe-veelheid reinigingsmiddel of een chloorhoudend rei-nigingsmiddel.Zie hoofdstuk: "Bedie-ning".Vaatwerk dat al verkleurd is krijgt zijn oorspronke-lijke kleur niet terug. |
| Er zitten roestvlekken op sommige stukken be-stek. | De dop van het zoutreser-voir is niet goed dichtge-draaid of zit er scheef op. | Zet de dop er recht op en draai hem goed dicht. |
| Deze stukken bestek zijn niet bestand tegen roest. | Het enige wat u kunt doen is bestek kopen dat wel geschikt is. | |
| Het klepje van het reini-gingsmiddeldoseerbak-je gaat niet goed dicht. | Er zijn resten reinigings-middel vast blijven zitten en deze blokkeren de sluiting. | Verwijder de resten. |
| In het reinigingsmiddel-doseerbakje zijn na het afwasprogramma res-ten reinigingsmiddel achtergebleven. | Het reinigingsmiddeldo-seerbakje was nog voch-tig toen het middel werd gedoseerd. | Doseer het reinigingsmid-del alleen als het bakje droog is. |
| Na afloop van het afwas-programma zit er water in de spoelruimte. | Schakel de afwasauto-maat uit voordat u het probleem gaat oplossen. | |
| De zeefcombinatie in de spoelruimte is verstopt. | Reinig de zeefcombinatie.Zie hoofdstuk: "Reini-ging en onderhoud". | |
| De afvoerpomp of de te-rugslagklep is geblok-keerd. | Reinig de afvoerpomp of de terugslagklep.Zie hoofdstuk: "Het verhel-pen van storingen". | |
| Er zit een knik in de toe-voerslang. | Haal de knik eruit. | |
Het reinigen van het zeefje in de schroefkoppeling van de watertoevoer
Om de watertoevoerslang tegen verontreinigingen in het leidingwater te beschermen is in de schroefkoppeling een zeefje ingebouwd.
Wanneer het zeefje vuil is dan loopt er te weinig water in de spoelruimte.
Zie paragraaf: "Het controleren van de waterstand".
De kunststof behuizing van de Waterproofventielen bevat een elektrisch onderdeel.
Dompel dit niet in vloeistof.
Tip
Is uw ervaring dat uw leidingwater veel bezinksel bevat raden wij u aan een grote zeef in de schroefkoppeling van de watertoevoer aan te brengen.
Zo'n zeefje is leverbaar bij de imperial-vakhandel of bij de Technische Dienst van imperial.
■ Haal de stroom van de afwasauto-maat door eerst het apparaat uit te schakelen en daarna de stekker uit het stopcontact te halen of de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uit de schakelen.
■ Draai de waterkaan dicht
■ en schroef de toevoerslang van de kraan af.

■ Pak het rubberen dichtingsringetje uit de schroefkoppeling.
■ Trek het zeefje met een combinatie- of punttang eruit en reinig het.
■ Zet het zeefje en het rubberen dichtingsringetje er weer in. Let er daarbij op of ze allebei goed zitten!
■ Schroef de wartel van de watertoevoerslang weer aan de waterkraan. Let er daarbij op dat wartel en kraan precies op elkaar passen.
■ Draai de waterkaan open.
Komt er water vrij dan hebt u de wartel en de kraan niet stevig genoeg aan elkaar vastgeschroefd of de wartel scheef aan de kraan geschroefd.
■ Zet de watertoevoerslang recht, schroef de wartel recht op de kraan en schroef wartel en kraan stevig vast.
Het controleren van de water- stand
Wanneer de waterdruk (bij het aftappunt) lager is dan 1,0 bar, stroomt er te weinig water in de spoelruimte en worden het servies en het bestek niet schoon.
Controleer of er genoeg water in de spoelruimte stroomt.
■ Draai de waterkaan helemaal open.
■ Laat het programma //y zonder vaatwerk helemaal aflopen, zodat de waterwegen vollopen.
■ Start het programma 📋 opnieuw.
■ Doe na ca. 3 minuten de deur open en haal het onderrek uit de spoel- ruimte.

Staat het water minstens 4 mm boven de grove zeef in het midden van de zeefcombinatie (hoogte "X"), is er genoeg water in de spoelruimte gestroomd.
Wanneer er te weinig water ingestroomd is, dan moet u de waterstand verhogen.
Het verhogen van de waterstand

imperial

Vanuit de fabriek is de waterstand op "normaal" ingesteld.
Wanneer de waterdruk lager is dan 1,0 bar, stroomt er te weinig water in de spoelruimte. Zie hoofdstuk: "Het controleren van de waterstand". In dit geval moet u de waterstand verhogen.
Wat u moet doen ...

brandt

knippert
■ Open de deur.
■ Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (○) uit.
■ Druk op de toetsen ≡ 55° en ≡ 65°, blijf erop drukken en schakel tegelijk de afwasautomaat met behulp van de Aan - toets (I) in.
Aan S
■ Laat de toetsen ≡ 55° en ≡ 65° weer los.
Aan S + □
Attentie: Wanneer er een ander controlelampje begint te knipperen, begin dan nog eens van voren af aan.
Tegelijk met "Aan" kunnen de volgende controlelampjes gaan branden en wel in de volgende gevallen:
– Er is nog geen naspoelmiddel gedoseerd of er moet naspoelmiddel worden bijgevuld.

- De functie "Zonder drogen" is ingeschakeld.
≡ 55°
- De waterstand is verhoogd.
≡ 65°
- De functie "Zonder zoemer" is ingeschakeld. Zie paragraaf: "Extra functies".

| Wat u moet doen ... | brandt | knippert |
| ... wanneer de waterstand reeds verhoogd is. | Aan+ 65°(+ 55°, ) | S + □ |
| ■ Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (○) uit. | ||
| ... wanneer de waterstand op "normaal" is ingesteld. | Aan(+ 55°, ) | S + □ |
| ■ Druk op toets ≈. | Aan+ 65°(+ 55°, ) | S + □ |
| ■ Druk op toets ∥∥. | Aan + ∥∥ | S |
| ■ Druk op nog een keer op toets ∥∥. | Aan S + ∥∥ | |
| ■ Schakel de afwasautomaat met de Uit - toets (○) uit. |
De waterstand is nu verhoogd.
Het reinigen van de afvoer- pomp en de terugslagklep
Is het water na afloop van een programma niet afgepompt, dan kan dat verschillende oorzaken hebben.
Het is mogelijk dat de afvoer door vet- aanslag verstopt is geraakt.
Om vetaanslag te voorkomen kunt u de afvoer het beste 1 x per 2 maanden met een machinereiniger behandelen.
Hoe u dat moet doen kunt u op de verpakking lezen.
Een andere mogelijkheid is dat bepaal- de voorwerpen de afvoerpomp of de te- rugslagklep blokkeren.
Deze kunt u makkelijk verwijderen.
■ Haal de zeefcombinatie uit de spoelruimte. Zie hoofdstuk: "Reiniging en onderhoud", paragraaf: "Het reinigen van de zeven in de spoelruimte".
■ Schep het water uit de spoelruimte.

■ Open de afsluitbeugel voor de terug- slagklep.

- Til de terugslagklep omhoog, verwijder de klep en spoel hem onder stromend water goed af.
■ Verwijder alle voorwerpen die de terugslagklep blokkeren.

Onder de terugslagklep bevindt zich de afvoerpomp (zie pijl).
■ Verwijder alle voorwerpen die de afvoerpomp blokkeren. Let erop dat glassplinters bijzonder moeilijk zijn te zien. Draai daartoe het loopwiel van de afvoerpomp met de hand.
■ Zet de terugslagklep weer zorgvuldig op zijn plaats
■ en sluit de afsluitbeugel.
Reparaties
■ Mocht u een opgetreden storing on- danks bovenstaande tips niet zelf kunnen verhelpen, neem dan contact op met:
- de imperial-vakhandel of
– de Technische Dienst van imperial.
Het adres en diverse telefoonnummers vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.
■ Als u de Technische Dienst inschakelt, geef dan het model en het nummer van de afwasautomaat op.
Beide gegevens vindt u op het type- plaatje aan de zijkant van de deur.
Programma-actualisering
Reinigingsmiddelen, afwasgewoonten en afwasvoorschriften zullen in de toekomst veranderingen ondergaan.
De spoel- en afwasprogramma's zullen daaraan moeten worden aangepast.
De Technische Dienst zal in de toekomst in staat zijn het afwasprogramma te updaten en in het Novotronic-geheugen van uw afwasautomaat op te slaan.
![graph TD A["PC"] --> B["O"] A --> C["O"] A --> D["O"] A --> E["O"] A --> F["O"] A --> G["O"] A --> H["O"] A --> I["O"] A --> J["O"]](/content/2026/05/1122420/images/a8ec436c930a6a11684b345a502ba55c9234133722c3e8923f3fe019bd9c9c01.jpg)
Dit zal gebeuren via het met de pijl aangegeven controlelampje (PC = Programme Correction).
imperial zal zelf aangeven wanneer de programma's kunnen worden geactualiseerd.
Voor een nog efficiënter gebruik van de afwasautomaat
Wanneer u ... hebt u nodig ...
... wijnglazen met een lange steel wilt afwassen
... een inzet voor glazen die in het bovenrek wordt geplaatst
.... grote borden wilt afwassen .... een inzet voor borden met een doorsnede van max. 32 cm.
Afwasautomaten van de modellen GSVI 82XX
(Model apparaat zie typeplaatje)
Onderzoeksnorm: EN 50242
Standaardprogramma Spaar 45° voor vergelijkende onderzoeken (energie-etiket):
Tip:
Wanneer het programma "Universeel Extra 55°" voor normaal vervuild vaatwerk wordt gebruikt, zijn de reinigings- en droogresultaten beter, duurt het programma korter maar wordt er meer energie verbruikt.
Beladingscapaciteit: 12 couverts
Hoeveelheid reinigings- Bij gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen:
middel: 5 g in vakje I en 25 g in vakje II.
Bij gebruik van chloorvrije reinigingsmiddelen: 30 g alleen in vakje II.
Hoeveelheid naspoel-
middel: Stand 3 (ca. 3 ml)
Waterhardheids-
schakelaar: Stand 0
Instructies voor vergelijkende onderzoeken
Afwasautomaat met bestekkorf
Lepelhouders voor Plaats de twee bijgevoegde lepelhouders op de
bestekkorf: bestekkorf. Zie hoofdstuk: "Het inruimen van servies-
goed en bestek". Plaats in iedere houder zes eetlepels.

Instructies voor vergelijkende onderzoeken
Afwasautomaat met besteklade

(Model apparaat zie typeplaatje)
Onderzoeksnorm: EN 50242
Standaardprogramma Spaar 45° voor vergelijkende onder- zoeken (energie-etiket):
Tip:
Wanneer het programma "Universeel Extra 55°" voor normaal vervuild vaatwerk wordt gebruikt, zijn de reinigings- en droogresultaten beter, duurt het programma korter maar wordt er meer energie verbruikt.
Beladingscapaciteit: 14 couverts
Hoeveelheid reinigings- Bij gebruik van chloorhoudende reinigingsmiddelen: middel: 5 g in vakje I en 25 g in vakje II.
Bij gebruik van chloorvrije reinigingsmiddelen: 30 g alleen in vakje II.
Hoeveelheid naspoel- middel: Stand 3 (ca. 3 ml)
Waterhardheids- schakelaar: Stand 0

Instructies voor vergelijkende onderzoeken

(Model apparaat zie typeplaatje)
Onderzoeksnorm: EN 50242
Standaardprogramma voor vergelijkende onderzoeken (energie-etiket): 45° met extra functie "Top Solo" (☐)
Tip: Wanneer het programma 📄
55°
met extra functie "Top Solo" (☐)
voor normaal vervuild vaatwerk wordt gebruikt, zijn de reinigings- en droogresultaten beter, duurt het programma korter maar wordt er meer energie verbruikt.
Beladingscapaciteit: 6 couverts
Reinigingsmiddel-
hoeveelheid: 20 g
alleen in vakje II.
Hoeveelheid naspoel-
middel: Stand 3 (ca. 3 ml)
Waterhardheids-
schakelaar: Stand 0
Afwasautomaat met bestekkof
Lepelhouders voor Plaats de twee bijgevoegde lepelhouders op de
bestekkorf: bestekkorf. Zie hoofdstuk: "Het inruimen van servies-
goed en bestek". Plaats in iedere houder zes eetlepels.

Instructies voor vergelijkende onderzoeken
Afwasautomaat met besteklade

Houd een afstand aan tussen het be- stek die dubbel zo groot is als anders.
Afwasautomaten van de modellen GSVI 84XX
(Model zie typeplaatje)
Belading:
vergelijkbaar met GSVI 82XX
Beladingscapaciteit: 7 couverts
Let wanneer u de afwasautomaat wilt transporteren, bijv. bij een verhuizing, op het volgende:
– Ruim de afwasautomaat uit.
- Maak alle losse onderdelen vast, bijv. slangen, kabels en bestekkorf.
- Transporteer de afwasautomaat rechtop.
Alleen in uitzonderingsgevallen mag de automaat op zijn rug worden ge-transporteerd.
De afwasautomaat mag niet op zijn kant of op de deur liggend worden getransporteerd, omdat er dan resten water uit kunnen lopen.
De resten water kunnen in de elektrische besturing terechtkomen en zo storingen veroorzaken.
Afwasautomaten van de modellen GSVI 82XX
(Model apparaat zie typeplaatje)
| Pro-gramma | Toets | Toepassing Reinigingsmiddel | |||
| chloorvrij1) | chloorhoudend2) | ||||
| VakjeII(Reinigen) | VakjeI(Voorspoelen) | VakjeII(Reinigen) | |||
| 55° | 55° | Voornormaal vervuildvaatwerk | 100% | 20% | 80% |
| 55° | 55° | Als 55°, maar met een langere reinigingstijd voor normaal vervuild vaatwerk met ingedroogde etensresten Bijzonder geschikt voor chloorvrije reinigingsresten | 100% 20 | 80% | |
| 65° | 65° | Als 55°, maar met een verhoogde reinigings-temperatuur voor ingedroogde, zet-meelhoudende etensresten | 100% 20 | 80% | |
| 45°3)4) | 45°3)4) | Voornormaal vervuildvaatwerk Bijzonder energiebesparend program-ma | 100% 100 | % | |
| Speciale programma's | |||||
| 45° | 45° | Behoedzaam programma voorlichtvervuilldaatwerk, bijv. partyservies | 50% 50% | ||
| ### | ### | Voor het voorspoelen van vaatwerk dat pas op een later tijdstip wordt afgewas-sen, bijv. wanneer de afwasautomaat nog niet vol is | 50% 50% | ||
Afhankelijk van het soort reinigingsmiddel moet u het middel verschillend doseren.
1) Deze reinigingsmiddeldosering kiest u voor:
- chloorvrije en fosfaatvrije reinigingsmiddelen
- chloorvrije en fosfaathoudende reinigingsmiddelen
- vloeibare reinigingsmiddelen
De totale hoeveelheid moet u in dit geval in vakje II doseren.
2) Deze reinigingsmiddeldosering kiest u voor:
- chloor- en fosfaathoudende reinigingsmiddelen (behalve vloeibare reinigingsmiddelen)
De totale hoeveelheid moet u in dit geval procentueel over vakje I en II verdelen.
Bij volle belading moet u voor de -programma's, het -programma en het -programma minstens 30 ml reinigingmiddel gebruiken. Geeft de fabrikant een grotere hoeveelheid aan, moet u deze grote- re hoeveelheid gebruiken.
Wanneer u de extra functie "Top Solo" ☐, hebt gekozen, doseer dan zoveel middel als nodig is om het vaatwerk schoon te krijgen en wel alleen in vakje II (ca. 2/3 van de totale hoeveelheid voor de volle belading).
| Programmaverloop Verbruik Duur | |||||||||
| Energie kWh Waasser Minuten (ca.) | |||||||||
| Voor-spoelen | Reinigen | Tussen-spoelen | Na-spoelen | Drogen Water koud (15 °C) | Water warm (55 °C) | Liter Water koud (15 °C) | Water warm (55 °C) | ||
| X | X 55° | X | X 65° | X 1,30 | 0,7 18 85 72 | ||||
| X | X 55° | X | X 65° | X 1,35 | 0,8 18 108 95 | ||||
| X | X 65° | X | X 65° | X 1,40 | 0,8 18 88 74 | ||||
| X 45° | X | X 50° | X 1,05 | 0,6 14 168 153 | |||||
| X | X 45° | X | X 55° | X 1,20 | 0,6 18 68 55 | ||||
| X 0,06 | 0,06 5 11 | 11 | |||||||
3) Programma voor vergelijkende onderzoeken
Zie hoofdstuk: "Instructies voor vergelijkende onderzoeken".
4) Programma met een sterk verlengde, geluidloze droogfase
De genoemde waarden zijn volgens EN 50242 berekend.
De waarden kunnen in de praktijk door wisselende omstandigheden duidelijk variëren.
Afwasautomaten van de modellen GSVI 84XX
(Model apparaat zie typeplaatje)
| Pro-gramma | Toets | Toepassing Reinigingsmiddel | ||||
| chloorvrij1) | chloorhoudend2) | |||||
| VakjeII(Reinigen) | VakjeI(Voorspoelen) | VakjeII(Reinigen) | ||||
| 55° | ≡ | Voornormaal vervuildvaatwerk | 100% | 20% | 80% | |
| 55 | ☐ | Als 55°, maar met een langere reinigingstijd voor normaal vervuild vaatwerk met ingedroogde etensresten Bijzonder geschikt voor chloorvrije reinigingsresten | 100% 20% | 80% | ||
| 65° | ≡ | Als 55°, maar met een verhoogde reinigings-temperatuur voor ingedroogde, zet-meelhoudende etensresten | 100% 20% | 80% | ||
| 45°3)4) | ☐ | Voornormaal vervuildvaatwerk Bijzonder energiebesparend program-ma | 100% 100% | % | ||
| Speciale programma's | ||||||
| 45° | Y | Behoedzaam programma voorlichtvervuillvaatwerk, bijv. partyservies | 50% 50% | |||
| /√ | /√ | Voor het voorspoelen van vaatwerk dat pas op een later tijdstip wordt afgewas-sen, bijv. wanneer de afwasautomaat nog niet vol is | ||||
Afhankelijk van het soort reinigingsmiddel moet u het middel verschillend doseren.
1) Deze reinigingsmiddeldosering kiest u voor:
- chloorvrije en fosfaatvrije reinigingsmiddelen
- chloorvrije en fosfaathoudende reinigingsmiddelen
- vloeibare reinigingsmiddelen
De totale hoeveelheid moet u in dit geval in vakje II doseren.
2) Deze reinigingsmiddeldosering kiest u voor:
- chloor- en fosfaathoudende reinigingsmiddelen (behalve vloeibare reinigingsmiddelen)
De totale hoeveelheid moet u in dit geval procentueel over vakje I en II verdelen.
Bij volle belading moet u voor de -programma's, het -programma en het -programma minstens 30 ml reinigingmiddel gebruiken. Geeft de fabrikant een grotere hoeveelheid aan, moet u deze grote- re hoeveelheid gebruiken.
Wanneer u de extra functie "Top Solo" ⚠: hebt gekozen, doseer dan zoveel middel als nodig is om het vaatwerk schoon te krijgen en wel alleen in vakje II (ca. 2/3 van de totale hoeveelheid voor de volle belading).
| Programmaverloop Verbruik Duur | |||||||||
| Energie kWh Water Minutes (ca.) | |||||||||
| Voor-spoelen | Reinigen | Tussen-spoelen | Na-spoelen | Drogen Water koud (15 °C) | Water warm (55 °C) | Liter Water koud (15 °C) | Water warm (55 °C) | ||
| X | X 55° | X | X 65° | X 1,40 | 0,8 18 85 72 | ||||
| X | X 55° | X | X 65° | X 1,45 | 0,9 18 108 95 | ||||
| X | X 65° | X | X 65° | X 1,50 | 0,9 18 88 74 | ||||
| X 45° | X | X 50° | X 1,08 | 0,7 14 168 153 | |||||
| X | X 45° | X | X 55° | X 1,30 | 0,7 18 68 55 | ||||
| X 0,06 | 0,06 5 11 | 11 | |||||||
3) Programma voor vergelijkende onderzoeken
Zie hoofdstuk: "Instructies voor vergelijkende onderzoeken".
4) Programma met een sterk verlengde, geluidloze droogfase
De genoemde waarden zijn volgens EN 50242 berekend.
De waarden kunnen in de praktijk door wisselende omstandigheden duidelijk variëren.
Model apparaat * GSVI 82XX GSVI 84XX
| Hoogte 82 cm | (verstelbaar + 5,0 cm) | 84 cm(verstelbaar + 5,0 cm) |
| Breedte 59,8 cm 59,8 cm | ||
| Breedte van de inbouwnis | 60 cm 60 cm | |
| Diepte 57 cm 57 cm | ||
| Diepte bij geopende deur | 115,5 cm 120,5 cm | |
| Gewicht volledig geïntegreerd | ca. 51 kg | |
| volledig geïntegreerd BS# | ca. 53 kg ca. 55 kg | |
| Spanning Aansluitwaarde Zie typeplaatje aan de rechter kant van de deur Zekering | ||
| Keurmerk KEMA KEMA | ||
| Waterdruk 1,0 - 10 bar 1,0 - 10 bar | ||
| Warmwateraansluiting | tot max. 60 °C | tot max. 60 °C |
| Opvoerhoogte | max. 1 m | max. 1 m |
| Afpomplengte | max. 4 m | max. 4 m |
| Aansluitkabel | ca. 1,7 m ca. 1,7 m | |
| Beladingscapaciteit | 12 couverts | 14 couverts |
* Model zie typeplaatje
BS = Afwasautomaat met besteklade
Voor informatie over het imperial Service Verzekering Certificaat kunt u zich wenden tot uw Imperial-handelaar of de bijgaande folder raadplegen.
imperial Keukenapparaten
De Limiet 2 - 4131 NR Vianen
Postbus 166 - 4130 ED Vianen
Telefoon 0347 - 37 88 98
Telefax 0347 - 37 84 49
brandt
knippert