30 HRC II Turbo Tower - Ketel BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 30 HRC II Turbo Tower BOSCH in PDF-formaat.
| Type product | Combi-ketel met geïntegreerd voorraadsysteem |
| Merk | Bosch |
| Model | 30 HRC II Turbo Tower |
| Categorie | HR-ketel (hoogrendement) |
| Afmetingen (H x B x D) | 1730 x 600 x 650 mm (geschat) |
| Gewicht | 128 kg (zonder verpakking) |
| Elektrische voeding | 230 V AC, 50 Hz |
| Max. nominaal verwarmingsvermogen (40/30 °C) | 30,6 kW |
| Max. nominaal tapwatervermogen | 30,5 kW |
| Inhoud boiler | 148 liter |
| Max. doorstroomhoeveelheid tapwater | 16,5 l/min |
| Max. aanvoertemperatuur | Ongeveer 90 °C |
| Max. bedrijfsdruk verwarming | 3 bar |
| Max. bedrijfsdruk boiler | 10 bar |
| Gassoort | Aardgas L (G25) |
| Installatietype | C13, C33, C43, C53, C63, C83, B23, B33 |
| Energieklasse boilerpomp | A |
| Geluidsdrukniveau | ≤ 37 dB(A) |
| Beschermingsgraad | IP X4D |
| Functies | Modulerende regeling, warmwatervoorrangstoevoer, automatische ontluchting, pompblokkeringsbeveiliging, toetsblokkering, zomerbedrijf, vorstbeveiliging, thermische desinfectie, servicefuncties via Heatronic 3 |
| Beveiliging | Ionisatiebewaking, magneetventielen, temperatuurbegrenzer, rookgastemperatuurbewaking, veiligheidsventiel, droogloopbeveiliging |
| Onderhoud | Jaarlijkse inspectie en onderhoud door erkend installateur aanbevolen |
| Meegeleverde documentatie | Installatie- en onderhoudshandleiding, inbedrijfstellingsprotocol, sticker voor instellingen |
Veelgestelde vragen - 30 HRC II Turbo Tower BOSCH
Gebruikersvragen over 30 HRC II Turbo Tower BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 30 HRC II Turbo Tower - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 30 HRC II Turbo Tower van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING 30 HRC II Turbo Tower BOSCH
Installatie- en onderhoudshandleiding voor de installateur
Inhoudsopgave
1 Toelichting op de symbolen en veiligheidsaanwijzingen ....4
1.1 Uitleg van de symbolen 4
1.2 Voor uw veiligheid .... 4
2 Leveringsomvang 6
3 Toestelbeschrijving algemeen 8
3.1 Gebruik volgens de voorschriften .....8
3.2 EG-conformiteitsverklaring .....8
3.3 Typenoverzicht 8
3.4 Typeplaat 8
3.5 Toestelbeschrijving 9
3.6 Toebehoren 9
3.7 Afmetingen en minimale afstanden . . . . 10
3.8 Toestelopbouw 12
3.9 Elektrische bedrading ..... 14
3.10 Technische gegevens ..... 16
3.11 Technische gegevens met boiler ..... 17
3.12 Condensaatsamenstelling mg/l ..... 17
4 Voorschriften 18
5 Overzicht van rookgastoebehoren ..... 19
6 Installatie 24
6.1 Belangrijke opmerkingen ..... 24
6.2 Opstellingsplaats kiezen 25
6.3 Aansluiten van gas-, CV- en tapwaterleidingen .... 25
6.4 Toestel op boiler monteren en aansluiten .... 29
6.5 Slang van overstort monteren ..... 32
6.6 Aansluitingen controleren 32
6.7 Beplating monteren ..... 32
7 Basistoebehoren voor parallelaansluiting monteren....34
7.3 Montage parallel aansluitset ..... 34
7.4 Montage concentrisch afvoerkanaal ... 35
8 Elektrische aansluiting 36
8.1 Algemeen 36
8.2 Toestellen met aansluitkabel en netstekker aansluiten ....36
8.3 Toebehoren aansluiten 36
8.3.1 Bosch Kamerthermostaat of afstandsbedieningen aansluiten.....37
8.3.2 Temperatuurbewaker TB 1 van de aanvoer van een vloerverwarming aansluiten ....37
8.4 Externe toebehoren aansluiten ..... 38
8.4.1 Tweedraads kamerthermostaat aansluiten 38
8.4.2 OpenTherm-regelaar aansluiten ..... 39
8.4.3 Circulatiepomp aansluiten 39
8.4.4 Externe aanvoertemperatuurvoeler (b.v. open verdeler) aansluiten .....39
8.4.5 Externe CV-pomp (secundair circuit) aansluiten (AC 230 V, max. 100 W) ....40
8.4.6 Externe drietraps CV-pomp (primair circuit) aansluiten (AC 230 V, max. 100 W) ....40
9 Inbedrijfname 41
9.1 Voor het in bedrijf nemen ..... 42
9.2 Toestel in/uitschakelen 42
9.3 Verwarming inschakelen 43
9.4 Verwarmingsregeling (toebehoren) instellen 43
9.5 Na de ingebruikneming 43
9.6 Doorstroomhoeveelheid boiler begrenzen ....43
9.7 Warmwatertemperatuur instellen .... 44
9.8 Comfortbedrijf instellen ..... 44
9.9 Zomerbedrijf instellen 44
9.10 Vorstbeveiliging instellen 45
9.11 Toetsenblokkering inschakelen ..... 45
10 Thermische desinfectie uitvoeren ..... 46
11 Pompblokkeringsbeveiliging 47
12 Instellingen van de Heatronic 48
12.1 Algemeen 48
12.2 Overzicht servicefuncties ..... 49
12.2.1 Eerste serviceniveau (servicetoets net zolang indrukken, tot deze gaat branden). 49
12.2.2 Tweede serviceniveau vanuit het eerste servicenivieu, servicetoets brand (eco-toets en toetsblokkering tegelijkertijd indrukken, tot bijv. 8.A verschijnt)....49
12.3 Beschrijving van de servicefuncties ... 50
12.3.1 1e serviceniveau ..... 50
12.3.2 2e serviceniveau ..... 54
13 Aanpassing aan het soort gas 56
13.1 Gas-lucht-verhouding (CO 2 of O 2 ) instellen .... 56
13.2 Dynamische gasaansluitdruk controleren ....57
14 Rookgasmeting 58
14.1 Schoorsteenvegertoets 58
14.2 Dichtheidstest rookgaskanaal ..... 58
16 Inspectie en onderhoud 60
16.1 Beschrijving van de procedure ..... 61
16.1.1 Laatste opgeslagen storings code oproepen (servicefunctie 6.A) ... 61
16.1.2 Platenwarmtewisselaar demonteren/ vervangen 61
16.1.3 Elektroden controleren 61
16.1.4 Ketelblok controleren en reinigen .... 62
16.1.5 Brander controleren 63
16.1.6 Condens sifon reinigen 64
16.1.7 Membraan in mengkamer controleren 64
16.1.8 Expansievat (extern) controlleren ..... 64
16.1.9 Vuldruk van de verwarmingsinstallatie instellen ..... 65
16.1.10 Veiligheidsanode controleren ..... 65
16.1.11 Veiligheidsventiel van het ...... voorraadsysteem ...... 65
16.1.12 Elektrische bedrading controleren .... 65
16.2 Checklist voor de inspectie en het onderhoud (Inspectie- en onderhoudsverslag) .... 66
17 Weergaven in het display 67
18 Storingen 69
18.1 Storingen verhelpen 69
18.2 Storingen die in het display worden aangegeven 70
18.3 Storingen die niet in het display worden getoond 73
18.4 Voelerwaarden 74
18.4.1 Buitentemperatuurvoeler (bij weersafhankelijke regelaar, toebehoren) 74
18.4.2 Aanvoer-, retour-, boiler-, tapwater-, externe aanvoertemperatuurvoeler ... 74
18.5 Codeerstekker 74
19 Instelwaarde voor verwarmings-/tapwatervermogen 75
20 Ingebruiknemingsprotocol voor het toestel 76
Index 78
1 Toelichting op de symbolen en veiligheidsaanwijzingen
1.1 Uitleg van de symbolen
Waarschuwingssymbolen

Veiligheidsinstructies worden omkaderd en aangegeven met een uitroepteken in een gevarendriehoek met grijze achtergrond.

Bij gevaar door elektriciteit wordt het uitroepteken in de gevarendriehoek vervangen door een bliksemsymbool.
Signaalwoorden geven het soort en de mate van de gevolgen aan indien de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet worden nageleefd.
- OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan.
- VOORZICHTIG betekent dat licht tot middelzwaar li-chamelijk letsel kan ontstaan.
- WAARSCHUWING betekent dat zwaar lichamelijk letsel kan ontstaan.
- GEVAAR betekent dat levensgevaar kan ontstaan.
Informatiesymbool

Belangrijke informatie zonder gevaar voor personen en materialen, wordt tussen twee lijnen geplaatst en aangegeven met een i-symbol in een vierkant.
Aanvullende symbolen
Symbool Betekenis
▶Handeling
→ Verwijzing naar andere plaatsen in het document of naar andere documenten
- Opsomming
1.2 Voor uw veiligheid
Bij gaslucht
▶ Sluit de gaskraan (→ pagina 41).
▶Open vensters en deuren.
▶Bedien geen elektrische schakelaars.
▶Open vuur doven.
▶Direct gasbedrijf/gastechnisch installateur waarschuwen.
Gevaar bij rookgaslucht
▶ Schakel het toestel uit (→ pagina 42).
▶Open vensters en deuren.
▶Neem contact op met een erkend installatiebedrijf.
Bij toestellen met open bedrijf: gevaar voor vergiftiging door rookgassen bij onvoldoende toevoer van verbrandingslucht
▶ Waarborg voldoende toevoer van verbrandingslucht.
▶Be- en verluchtingsopeningen in deuren, vensters en wanden niet afsluiten of verkleinen.
▶ Waarborg voldoende toevoer van verbrandingslucht ook in geval van naderhand ingebouwde apparaten bijv. keukenventilatoren, afzuigventilatoren.
▶Bij onvoldoende toevoer van verbrandingslucht het toestel niet in bedrijf nemen.
Gevaar door explosie van ontvlambare gassen.
Werkzaamheden aan gasvoerende onderdelen alleen door een erkend installateur laten uitvoeren.
Opstelling en ombouw
Laat uw toestel alleen door een erkende installateur opstellen en ombouwen.
Voer geen veranderingen uit aan rookgasvoerende onderdelen.
Sluit in geen geval de uitloop van de overstort. Tijdens het opwarmen treedt water via de overstort van de boiler naar buiten.
Inspectie en onderhoud
De gebruiker is verantwoordelijk voor de veiligheid en de milieuvriendelijke werking van de CV-installatie (plaatselijke bepalingen van het betreffende land).
Sluit daarom met een erkend installateur een onderhouds- en inspectiecontract af, met jaarlijkse inspectie en behoefte-afhankelijk onderhoud. Daarmee verzekert u een hoog rendement bij milieuvriendelijke verbranding.
Explosieve en licht ontvlambare materialen
Licht ontvlambare materialen (papier, verdunningsmiddelen, verf, enz.) niet in de buurt van het toestel gebruiken of opslaan.
Verbrandings-/kamerlucht
Om corrosie te voorkomen, verbrandings-/ruimtelucht vrij houden van agressieve stoffen (b.v. halogeenkoolwaterstoffen, die chloor- of fluorverbindingen bevatten).
2 Leveringsomvang

Legenda bij afbeelding 1:
1 Hoog rendement ketel
2 Klem voor het borgen van de rookgastoebehoren
3 Afdekking boven
4 Zijpanelen
5 Afdekking voor
6 Slang voor overstort
7 Boilerlaadpomp
8 Koudwaterleiding
9 Tapwaterleiding
10 Tapwateraansluiting
11 Boiler
12 Set met toesteldocumentatie
13 Bevestigingsmateriaal bestaande uit:
13.1 Schroeven
13.2 Schroeven M5
13.3 Afdichtingen
13.4 Rubberen afdichtingen voor boilerlaadpomp
13.5 Borgnagels
13.6 Aansluitnippel koud wateraansluiting boiler G 1 op R 3/4 (voor externe aansluiting)
13.7 Aansluitnippels verwarming G 3/4 op R 3/4 (voor externe aan-sluiting)
13.8 Aansluitnippel gas G ½ op R ½ (voor externe aansluiting)
13.9 Adapter voor boilerlaadpomp
13.10 Borgklemmen
14 Basistoebehoren parallel aansluiting en gasaansluitnippel 1" x 1/2"
3 Toestelbeschrijving algemeen
Het 30 HRC II Turbo Tower-toestel is een combitoestels voor verwarming en warmwaterbereiding met een geïntegreerd voorraadsysteem.
3.1 Gebruik volgens de voorschriften
Het toestel mag alleen op gesloten warmwater-verwarmingssystemen volgens EN 12828 worden aangesloten.
Een ander gebruik is niet volgens de voorschriften. Voor daaruit voortkomende schade wordt geen aansprakelijkheid aanvaard.
- Gebruik het voorraadsysteem alleen voor het verwarmen van warm water voor huishoudelijk gebruik.
De bedrijfsmatige en industriële toepassing van de toestellen voor het opwekken van proceswarmte is uitgesloten.
3.2 EG-conformiteitsverklaring
Dit product voldoet aan de betreffende Europese richtlijnen en aanvullende nationale voorschriften. De conformiteit wordt middels een CE-markering aangeduid.
U kunt de conformiteitverklaring van het product aanvragen. Zie voor het contactadres de achterzijde van dit document.
Het voldoet aan de eisen aan HR-ketels in de zin van de energiebesparingsverordening.
Het toestel is gekeurd volgens EN 677.
| Prod.-ID-nr. CE-0085BT0096 | |
| Toestelcategorie (gassoort) | II2 L |
| Installatietype | C13 , C93 ( C33 ), C43 , C53 , C63 , C83 , B23 , B33 |
Tabel 2
3.3 Typenoverzicht
30 HRC II Turbo Tower
30 Verwarmingsvermogen 7 tot 30 kW
HR Hoogrendement
II Versie
C Combi toestel
Testgasgegevens met kencijfer en gasgroep volgens EN 437:
| Kencijfer | Wobbe-index (WS) (15 °C) Gasfamilie | |
| 5 10,5 - 13 kWh/m | 3 Aardgas, groep L | |
Tabel 3
3.4 Typeplaat
De typeplaat bevindt zich linkboven aan de binnenkant op de boiler (→afb. 3, [47], pagina 12).
Daar vindt u de specificaties van het toestelvermogen, toelatingsgegevens en het serienummer.
3.5 Toestelbeschrijving
- Op de vloer staand toestel, onafhankelijk van schoorsteen en grootte van de ruimte
-
Intelligente CV-pompschakeling bij aansluiting van een weersafhankelijke kamerthermostaat
• Elektronische CV-pomp: -
2 proportionele druk karakteristieken
- 3 constante druk karakteristieken
- 7 niveaus instelbaar
-
Droogloopbeveiliging en antiblokkeringsfunctie
-
Boilerlaadpomp energieklasse A
• Heatronic 3 met 2-draads-BUS
• Aansluitkabel met netstekker - display
• Automatische ontsteking - Continu traploos modulerende regeling
- Volledige beveiliging via de Heatronic met ionisatiebewaking en magneetventielen volgens EN 298
- Geen minimumhoeveelheid circulatiewater vereist
- Geschikt voor vloerverwarming.
- Dubbele leiding voor rookgas en verbrandingslucht met meetpunten
• Toerentalgeregelde ventilator
• Voorgemengde brander - Temperatuurvoeler en temperatuurregelaar voor verwarming
- Temperatuurvoeler in aanvoerleiding
- Temperatuurbeveiliging in 24 V-stroomcircuit
• Veiligheidsventiel, manometer
• Rookgastemperatuurbeveiliging (120 °C)
• Warmwater voorrangschakeling - Platenwarmtewisselaar
- Oplaadboiler met twee boilertemperatuurvoelers (NTC1 en NTC2) en aftapkraan
• Tapwaterleidingen kopervrij - Hardschuimwarmte-isolatie van het voorraadsysteem aan alle zijden
- Van buiten te controleren magnesiumveiligheidsanode
3.6 Toebehoren

Hier vindt u een lijst met typische toebehoren. Een volledig overzicht van alle beschikbare toebehoren is in onze hoofdcatalogus opgenomen.
- Rookgastoebehoren
- Weersafhankelijke regelaar b.v. FW 100, FW 200
• Kamerthermostaat b.v. FR 10, FR 100, FR 110 - Afvoergarnituur voor condensaat en overstort
• Aansluitleidingset links/rechts - OpenThermmodule OTM 4
3.7 Afmetingen en minimale afstanden


Fig. 2
Legenda bij afbeelding 2:
1 afdekplaat
2 CV-retour G 3/4
3 Gas G 3/4
4 CV-aanvoer G 3/4
5 Koud water G 1
6 Warm water G 3/4
7 Circulatieleiding G 1/2
8 Aansluiting boilerlaadpomp
9 Tapwateraansluiting van toestel
10 Trechtersifon (Oostenrijk)
3.8 Toestelopbouw

Legenda bij afbeelding 3:
1 Heatronic 3
2 Aan / uit schakelaar
3 Controlelamp branderbedrijf
4 serviceknop
5 Schoorsteenvegertoets
6 Aanvoertemperatuur regelaar
7 Hier kan een weersafhankelijke regelaar of een schakelklok zijn ingebouwd (toebehoren)
8 Temperatuurregelaar voor warm water
9 Toetsen blokkering
10 eco-toets
11 Resettoets
12 Display
13 Condens sifon
14 Drukmeetnippel aansluitvoordruk
15 Instelschroef min. gashoeveelheid
16 Warmwatertemperatuurvoeler
17 Boilerlaadpomp
18 Platenwarmtewisselaar
19 Instelschroef max. gashoeveelheid
20 Maximaal thermostaat rookgasafvoer
21 Aanzuigbuis
22 Rookgasafvoer leiding
23 Aanvoerleiding
24 Luchtmengkamer
25 Ventilator
26 Luchttoevoer leiding
27 Rookgasafvoer leiding
28 Rookgasmeetnippel
29 t.b.v. parallel aansluiting (Luchttoevoer)
30 Verbrandingsluchtmeetnippel
31 Kijkglas
32 Elektrodenset
33 Aanvoertemperatuur NTC
34 Maximaal thermostaat
35 Inspectie deksel
36 Condensbak
37 Automatische ontluchter (CV-groep)
38 Ontluchtingsventiel (tapwater)
39 NTC koudwater temperatuur
40 Circulatiepomp
41 Drukmeter
42 3-wegklep
43 Aftapkraan (CV-groep)
44 Condensafvoer slang
45 Overstort ventiel (verwarmingscircuit)
46 Slang van het overstortventiel
47 Boiler
48 Typeplaat
49 Beschermanode
50 Boilertemperatuurvoeler 2
51 Aftapkraan
52 Boilertemperatuurvoeler 1
53 Stelpoten
3.9 Elektrische bedrading

Legenda bij afbeelding 4:
1 Ontstekingstrafo
2 Aanvoertemperatuur regelaar
3 Stekkeraansluiting AC 230 V
4 Zekering T 2,5 A (AC 230 V)
5 Aansluiting externe CV-pomp (primair circuit)
6 Temperatuurregelaar voor warm water
7 Aansluiting externe temperatuur begrenzer TB1 (24 V DC)
8 Aansluiting circulatiepomp 1) of externeverwarmingspomp in ongemengde groep plaatsen (secundaire circuit) 1)
9 Zekering T 0,5 A (DC 5 V)
10 Zekering T 1,6 A (DC 24 V)
11 Codeerstekker
12 Transformer
13 Aan / uit schakelaar
14 Aansluitkabel met stekker
15 Aansluiting externe aanvoertemperatuurvoeler (b.v. open verdeler)
16 Gasblok
17 Maximaal thermostaat rookgasafvoer
18 Ventilator
19 Ionistatie pen
20 Ontstekingselektrode
21 Aanvoertemperatuur NTC
22 Maximaal thermostaat
23 NTC koudwater temperatuur
24 Boilerlaadpomp
25 Circulatiepomp
26 3-wegklep
27 Warmwatertemperatuurvoeler
28 Boilertemperatuurvoeler 1
29 Boilertemperatuurvoeler 2
30 Aansluiting BUS-deelnemer, b.v. kamerthermostaat
31.1 Aansluiting tweedraads kamerthermostaat
32 Aansluiting buitentemperatuurvoeler
| 30 HRC II Turbo Tower | ||
| Eenheid Aardgas | ||
| Max. nominaal verwarmingsvermogen (Pmax) 40/30 °C | kW | 30,6 |
| Max. nominaal verwarmingsvermogen (Pmax) 80/60 °C | kW | 29,4 |
| Min. nominale verwarmingsvermogen (Pmin) 40/30 °C | kW | 7,1 |
| Min. nominale verwarmingsvermogen (Pmin) 80/60 °C | kW | 6,4 |
| Max. nominale warmtevermogen (PNW) tapwater | kW | 30,5 |
| Gasaansluitwaarde | ||
| Aardgas L (HS=9,5 kWh/m3) | m3/h | 3,7 |
| Toegestane bedrijfs gasvoordruk | ||
| Aardgas L mbar 20 - 30 | ||
| Rekenwaarde voor de diameterberekening volgen EN 13384 | ||
| Rookgasmassastroom max./min. belasting g/s 13,5/3,2 | ||
| Rookgastemperatuur 80/60 °C max./min. belasting | °C | 72/55 |
| Rookgastemperatuur 40/30 °C max./min. belasting | °C | 56/32 |
| Restopvoerhoogte Pa 80 | ||
| CO2 bij max. nominaal warmtevermogen | % | 9,4 |
| CO2 bij min. nominaal warmtevermogen | % | 8,6 |
| NOx-klasse | 5 | |
| Condens | ||
| Max. hoeveelheid condens (tR=30 °C) | l/h | 2,4 |
| pH-waarde ca. 4,8 | ||
| Algemeen | ||
| Elektr. spanning AC ... V 230 | ||
| frequentie Hz 50 | ||
| Max. opgenomen vermogen verwarming | W | 121 |
| Max. opgenomen vermogen boilerbedrijf | W | 148 |
| EMC-grenswaardeklasse | - | B |
| Geluidsdrukniveau | ≤ dB(A) | 37 |
| Beschermingsklasse | IP | X4D |
| Max. aanvoertemperatuur | °C | ca. 90 |
| Max. toel. bedrijfsdruk (PMS) verwarming | bar | 3 |
| Toegestane omgevingstemperatuur | °C 0 - 50 | |
| Nominale inhoud (verwarming) | I | 3,5 |
Tabel 4
3.11 Technische gegevens met boiler
| 30 HRC II Turbo Tower | |
| Nuttige inhoud I 148 | |
| Uitstroomtemperatuur °C 40 - 70 | |
| Max. doorstroomhoeveelheid l/min 16,5 | |
| Stilstandsverliezen (24 uur) volgens DIN 4753 deel 81) | kWh/d 1,22 |
| Max. bedrijfsdruk bar 10 | |
| gewicht (zonder verpakking) kg 128 |
Tabel 5
1) normvergelijkingswaarde. Verdelingsverliezen buiten het voorraadsysteem zijn niet in acht genomen.
| tV | = Aanvoertemperatuur |
| tSp | = Boilertemperatuur |
| tK | = Aanvoertemperatuur koud water |
3.12 Condensaatsamenstelling mg/l
| Ammonium | 1,2 | Nikkel | 0,1 |
| Lood | ≤ 0,01 | Kwik | ≤ 0,0001 |
| Cadmium | ≤ 0,001 | Sulfaat | 1 |
| Chroom | ≤ 0,005 | Zink | ≤ 0,015 |
| Halogeenkool-waterstoffen | ≤ 0,002 | Tin | ≤ 0,01 |
| Kool-waterstoffen | 0,015 | Vanadium | ≤ 0,001 |
| Koper | 0,028 | pH-waarde | 4,8 |
Tabel 6
4 Voorschriften
Voor de Bosch HRC-ketels zijn de navolgende voorschriften van toepassing:
- NEN 3028 Veiligheidseisen voor centrale verwarming installaties.
- NEN 1078 Voorschriften voor aardgasinstallaties NPR 3378 toelichting bij NEN 1078.
- NEN 1010 Veiligheidsvoorschriften voor laagspanningsinstallaties
De ketel voldoet aan de richtlijnen 67/889/EEG en 76/890/EEG ten aanzien van radio en t.v. ontstoring.
- NEN 2757 Toevoer verbrandingslucht en afvoer van rookgassen van verbranding toestellen.
• BRL 5102
• AVWI NEN 1006
- Bouwbesluit
5 Overzicht van rookgastoebehoren
Rookgastoebehoren voor apparaten Dakuitmonding kombidoorvoer-vertikaal (schuin dak) C 33

Fig. 5
Dakuitmonding dubbel-pijpsdoorvoer vertikaal (plat dak) C 53

Fig. 6
Dakuitmonding combidoorvoer, vertikaal (plat dak) C33

Fig. 7
Dakuitmonding dubbelpijpsdoorvoer, vertikaal (bouwkundige schoorsteen of schuin dak) C 53

Fig. 8
Max. rechte leiding lengte parallel 2 x ∅ 80 mm
| Type lengte [m] | ||
| 30 HRC II Turbo Tower | horizontaal RG 20 | |
| verticaal RG | 20 | |
Tabel 7
Weerstand bocht 90° = 2,0 m
Weerstand bocht 45° = 1,0 m
Langere leidinglengte is mogelijk met grotere diameter.
C.6 toestellen
Alleen monteren met gecertificeerde
(Gastec QA 199 - Komokeur, en moet voldoen aan
BRL 5102)
Rookgas afvoermateriaal.
Temperatuurklasse T 120 (max. 120 °C)
Prefabschoorsteen (minimale konstruktie eisen)

Fig. 9
A Opening rookgasafvoer min. 150 cm per toestel
B Opening luchttoevoer min. 150 cm per toestel
Dakuitmonding prefabschoorsteen C 53

Fig. 10
A Opening luchttoevoer min. 150 cm per toestel.
Minimale doortocht van het gemeenschappelijke afvoersysteem
| Aantal toe-stellen | Minimale doortocht A cm2 | |
| Steenachtig afvoersysteem | Metalen afvoersysteem | |
| 2 150 150 | ||
| 3 200 200 | ||
| 4 250 250 | ||
| 5 350 315 | ||
| 6 450 380 | ||
| 7 550 440 | ||
| 8 650 505 | ||
| 9 700 565 | ||
| 10 750 630 | ||
| 11 800 660 | ||
| 12 850 720 | ||
| 13 900 780 | ||
| 14 950 840 | ||
| 15 1000 900 | ||
| 16 1050 910 | ||
| 17 1100 970 | ||
| 18 1150 1025 | ||
| 19 1200 1085 | ||
| 20 1250 1140 | ||
Tabel 8
Minimale doortocht van het gemeenschappelijke afvoersysteem
| Uitvoering CLV-systeem | Minimale doortocht cm2 |
| concentrisch 2,5 A tot en met 3,5 A | |
| parallel 2 A tot en met 3 A | |
Tabel 9
Dakuitmonding C.L.V.-systeem C43

Concentrische muurdoorvoer met broekstuk naar parallel 2 x 80 mm C 13

Afb. 12
Balkondoorvoer C 13

Fig. 13
Concentrische dakuitmonding vertikaal C 33

Fig. 14
Concentrische muurdoorvoer horizontaal C 13

Fig. 15
Dakuitmonding met luchttoever vanuit de gevel C53

Fig. 16
Centraal rookgas systeem C83

Fig. 17

Fig. 18
6 Installatie

GEVAAR: explosie!
▶De gaskraan eerst afsluiten voordat er aan de gasvoerende delen gewerkt wordt.
▶Na het ombouwen alle gasvoerende de-
len controleren op dichtheid.

Montage, gas-, afvoer- en stroomaansluiting en inbedrijfneming van de installatie moeten door een erkend installateur worden uitgevoerd.

WAARSCHUWING: Gevaar voor verbranding en watervervuiling!
Gebruik van het toestel zonder inlaatcombinatie beschadigt de boiler.
▶Inlaatcombinatienr. 429/430 in koudwateraanvoer monteren.
-Afblaasopening van de overstort niet sluiten.
6.1 Belangrijke opmerkingen
Het watervolume van de toestellen bedraagt minder dan 10 liter en voldoet aan de geldende voorschriften. Daarom is geen typegoedkeuring vereist.
▶Voor het installeren van het toestel moet er van uitgegaan worden, dat aan alle voorschriften wordt voldaan en alle voorschriften worden opgevolgd.
Open verwarmingsinstallaties
▶Open installaties ombouwen naar gesloten circuits.
Vloerverwarming
▶Specificatieblad over de toepassing van Bosch gas-toestellen bij vloerverwarmingen aanhouden.
Gebruik van een ruimtetemperatuurregelaar
▶In de referentieruimte geen thermosstatische radiatorkranen toepassen
Antivries middel
Navolgende antivriesmiddelen zijn toegestaan:
benaming concentratie
| Varidos FSK 22 - 55 % |
| Alphi - 11 |
| Glythermin NF 20 - 62 % |
Tabel 10
Corrosie beschermingsmiddel
Navolgende corrosie beschermingsmiddelen zijn toegestaan:
benaming concentratie
| Nalco 77381 1 - 2 % |
| Sentinel X 100 1,1 % |
| Copal 1 % |
Tabel 11
Afdichtingsmiddel
Het toevoegen van afdichtingsmiddel in het verwarmingswater kan naar onze ervaring problemen opleveren (neerslag in de warmtewisselaar). Wij raden daarom het gebruik ervan af.
6.2 Opstellingsplaats kiezen
Voorschriften ten opzichte van de opstellingsruimte
Neem voor alle installaties de desbetreffende voorschriften in acht.
▶Desbetreffende normen toepassen.
▶Installatieleiding van de rookgasafvoer monteren met voldoende afstand ten opzichte van andere materialen.
Verbrandingslucht
Om corrosie te vermijden, dient de verbrandingslucht vrij van agressieve stoffen te zijn.
Als sterk corrosiebevorderende stoffen gelden o.a. halogeenkoolwaterstoffen, die chloor- of fluorverbindingen bevatten, welke bijvoorbeeld in oplosmiddelen, verf, kleefstoffen, drijfgassen en huishoudelijke reinigingsmiddelen kunnen voorkomen.
Industriële bronnen
| Chemische reini-gingen | Trichloorethyleen, tetrachloor-ethyleen, fluorkoolwaterstoffen |
| Ontvettingsbaden | Perchloorethyleen, trichloor-ethyleen, methylchloroform |
| Drukkerijen Trichloorethyleen | |
| Kapperszaken Spuitbusdrijfmiddel, fluor-enchloorhoudende koolwaterstof-fen | |
Bronnen in het huishouden
| Reinigings- en ontvettingsmiddelen | Perchloorethyleen, methylchloroform, trichloorethyleen, methyleenchloride,tetrachloorkoolstof, zoutzuur |
Hobbyruimten
| Oplosmiddelen en verdunner | Verschillende gechloreerde koolwaterstoffen |
Spuitbussen Chloorfluor koolwaterstoffen
Tabel 12 Corrosiebevorderende stoffen
Oppervlakte temperatuur
De max. oppervlaktetemperatuur van het toestel is lager dan 85 °C.
6.3 Aansluiten van gas-, CV- en tapwater-leidingen
- Verwijder de verpakking, let op de aanwijzingen op de verpakking en let op het bijgeleverde bevestigingsmateriaal.
▶Warmwater aansluiting met afdichting op boiler monteren.

Fig. 19 Warmwater aansluiting

Fig. 20 Aansluitingen op boiler
▶Op de typeplaat de markering van het land van bestemming en goedkeuring voor het door het gasbedrijf geleverde soort gas controleren (→pagina 12).
▶Leiding voor de gastoevoer bepalen conform de voorschriften.
▶Voor het vullen en aftappen van de installatie moet door de installateur op het diepste punt een vul- en aftapkraan aangebracht worden.

OPMERKING: Door vervuiling in het cv-systeem kan het toestel beschadigd worden
▶Spoel de installatie om vuil te verwijderen.
▶Eerst alle leidingen monteren en aansluitend het toestel op de boiler monteren.

Voor externe aansluitingen kunt u de optionele aansluitsets gebruiken.

Fig. 21 Voorbeeld: aansluitingen naar rechts

Oneffenheden op de vloer kunt u met de stelpoten op de boiler compenseren.

Fig. 23

Fig. 22 Voorbeeld: aansluitingen naar links
Circulatieaansluiting en warmwater circulatieleiding

De afmetingen van circulatieleidingen moeten volgens KIWA voorschriften worden bepaald.
Bij een- tot viergezinswoningen kan van een uitgebreide berekening worden afgezien wanneer de volgende voorwaarden in acht worden genomen:
- Circulatieleidingen, enkele leidingen en verzamelleidingen met een inwendige diameter van minstens 10 mm.
- Circulatiepomp in DN 15 met een opvoerstroom van max. 200 l/h en een opvoerdruk van 100 mbar.
- Lengte van de warmwaterleidingen max. 30 m.
- Lengte van de circulatieleiding max. 20 m.
- Het temperatuurverval mag 5 K niet overschrijden

Voor eenvoudig aanhouden van deze voorschriften:
▶Monteer een regelventiel met thermometer.
Elektrische aansluiting van de circulatiepomp (→pagina 39).

Laat de circulatiepomp niet continu lopen om elektrische en thermische energie te besparen.
Gasleidingen
▶Leiding voor de gastoevoer bepalen conform de voorschriften.
Inlaatcombinatie

WAARSCHUWING: Gevaar voor verbranding en watervervuiling!
Gebruik van het toestel zonder inlaatcombinatie beschadigd de boiler.
▶Inlaatcombinatie in koudwateraanvoer monteren.
▶Afblaasopening van de overstort niet sluiten.
In de koudwatertoevoer is volgens KIWA voorschrift een inlaatcombinatie vereist.
Wanneer de rustdruk in de koudwateraanvoer 80% van de aanspreekdruk van het veiligheidsventiel overschrijdt, is bovendien een drukverminderaar vereist.
Afvoergarnituur
Om het uit de overstort tredende water en het condens betrouwbaar te kunnen afleiden, is afvoergarnituur bedoeld.
▶Afvoer van corrosiebestendige materialen maken. Daartoe behoren: gresbuizen, hard-PVC buizen, PVC-buizen, PE HD buizen, PP-buizen, ABS/ASA-buizen, gietbuizen met inwendige emaillering of coating, sta- len buizen met kunststof coating, niet roestende sta- len buizen, boorsilicaatbuizen.
▶Afvoer direct op een externe aansluiting DN 50 monteren.

OPMERKING:
▶Afvoer niet veranderen of afsluiten.
▶Slangen alleen onder afschot leggen.

Fig. 25
6.4 Toestel op boiler monteren en aansluiten
▶ Boilerlaadpomp met rubberen pakking monteren.
▶ Adapter met rubberen pakking monteren.

Fig. 26
▶Pakkingen op boiler plaatsen.

Fig. 27
▶Afsluitstrook verwijderen.

▶Toestel op boiler plaatsen.
▶Toestel met twee schroeven M5 borgen.

Fig. 29
▶Afdekking van de boiler afnemen.

Fig. 30
▶Heatronic naar onderen klappen.

Fig. 31
Thermische isolatie van de NTC-aansluitingen op de boiler verwijderen.
Kabel met NTC-stekker installeren, met de meegeleverde nagels vastzetten, stekker plaatsen en thermische isolatie weer aanbrengen.

Fig. 32
▶Draai alle schroefverbindingen vast.

Fig. 33
▶O-ringen op koudwaterleiding invetten, koudwaterleiding monteren en borgklem plaatsen.

Fig. 34
▶O-ring op tapwaterleiding invetten, tapwaterleiding monteren en vastzetten.

Fig. 35
▶Pompstekker van toestel op boilerlaadpomp aansluiten.

6.5 Slang van overstort monteren
▶Slang op aansluiting van overstort plaatsen.

▶Slang van overstort op afvoergarnituur aansluiten (→ afb. 25, pagina 28).
6.6 Aansluitingen controleren
Wateraansluiting
▶Servicekraan aanvoerleiding en servicekraan retourleiding openen en CV-installatie vullen.
▶Koppelingen op dichtheid controleren (testdruk: max. 2,5 bar op manometer).
▶Open de koudwaterkraan van het toestel en de warmwaterkraan van een tappunt tot er water naar buiten komt (testdruk: max. 10 bar).
Gasleiding
▶Om het gasblok tegen overdrukschade te beschermen, gaskraan sluiten.
Koppelingen op dichtheid controleren (testdruk: max. 150 mbar).
▶Druk ontlasting doorvoeren.
6.7 Beplating monteren
▶Afdekking van de boiler monteren.

Fig. 38
▶Afdekking bovenkant toestel met twee schroeven monteren.

Zijpanelen van het toestel ieder met twee schroeven monteren.

▶Afdekking voor aan bovenkant inhangen en aan onderkant vastklikken.
▶Met meegeleverde schroef links en rechts vastzetten tegen onbevoegd openen.

Fig. 41
7 Basistoebehoren voor parallelaansluiting monteren
7.1 Leveringsomvang

Fig. 42
1: Afdichtverloopring
2: Aansluitstuk luchttoevoer
3: Pakking
7.2 Algemeen
- Met het monteren van deze aansluitset is vertikale of horizontale uitvoering mogelijk.
- De maximale toegelaten leidinglengte luchttoevoer/ rookgasafvoer is afhankelijk van het type toestel en het aantal toegepaste bochten.
- De luchttoevoer- en rookgasafvoerleidingen met een stijging van 3 % (3 cm per meter) in de rookgasafvoerstromingsrichting monteren.
- In vochtige ruimtes de luchttoevoerleiding isoleren
7.3 Montage parallel aansluitset
▶Afdichtverloopring (1) door licht te draaien over de rookgasafvoermof van het toestel steken. De overige delen monteren en met de bij het toestel geleverde beugel bevestigen.

Fig. 43

Fig. 44
▶Deksel van de parallel aansluiting op het toestel demonteren:
- schroeven losdraaien
- deksel met pakking losnemen.
▶Rookgasaansluitstuk (2) en pakking (3) met de schroeven monteren en vastzetten.

Fig. 45

Bij luchttoevoer uit de opstellingsruimte (B 23 ): beschermingsgraad IP 00 (niet spatwaterdicht).
Wanneer het toestel de verbrandingslucht uit de geventileerde ruimte haalt moet de bladvanger (toebehoren 8 715 504 323 0) in de luchttoevoer worden gemonteerd.
7.4 Montage concentrisch afvoerkanaal

Raadpleeg de installatiehandleiding van het rookgastoebehoren voor meer informatie over de installatie.
▶Monteer het rookgastoebehoren op het toestel.
Zet het rookgastoebehoren vast met de meegeleverde klem.

▶ Rookgasafvoerleiding op dichtheid controleren (→ hoofdstuk 14.2).
8 Elektrische aansluiting
8.1 Algemeen

GEVAAR: Gevaar voor stroomschok!
▶Bij het aansluiten en werken aan elektrische delen altijd toestel spanningsvrij maken: (zekering, hoofdschakelaar).
Alle regel-, stuur- en veiligheidsonderdelen van het toestel zijn bedrijfsklaar bedraad en getest.
Veiligheidsmaatregelen conform NEN 1010 en speciale voorschriften van de lokale energiebedrijven respecteren.
In ruimten met badkuipen of douche mag het toestel alleen via een FI-aardlekschakelaar worden aangesloten.
Op de aansluitkabel mogen geen andere verbruikers worden aangesloten.

Fig. 47
Zone 1, direct boven de badkuip
Zone 2, cirkel van 60 cm rondom badkuip/douche
Zekeringen
Het toestel is met drie zekeringen gezekerd. Deze bevin- den zich op de printplaat (→ afb. 4, pagina 14).

Reservezekeringen bevinden zich aan de achterzijde van de afdekking (→ afb. 49).
8.2 Toestellen met aansluitkabel en netstekker aansluiten
▶Netstekker in een geaarde wandcontactdoos steken (buiten zone 1 en 2).
▶Bij niet voldoende kabellengte kabel demonteren, → hoofdstuk 8.3.
Volgende kabeltypen gebruiken:
- HO 5 VV - F 3 × 0. 7 5 mm ^ 2 of
- HO 5 VV - F 3 × 1, 0 mm ^ 2
▶Wanneer het toestel in zone 1 of 2 wordt aangesloten kabel uitbouwen, →hoofdstuk 8.3 en kabeltypen NYM-I 3 x 1,5 mm² gebruiken.
8.3 Toebehoren aansluiten
Heatronic openen

OPMERKING: Kabel- en bedradingsresten kunnen de Heatronic beschadigen.
Kabel en bedrading alleen buiten de Heatronica van isolatie ontdoen.
▶Heatronic naar onderen klappen.

Fig. 48
▶Drie schroeven verwijderen, kabel naar buiten hangen en deksel wegnemen.

Fig. 49
▶Voor de spuitwaterdichtheid (IP) altijd de trekontlasting overeenkomstig de diameter van de kabel afsnijden.

Fig. 50
Kabel door de trekontlasting leiden en overeenkomstig aansluiten.
▶Kabel met trekontlasting en beveiligen vastzetten.
8.3.1 Bosch Kamerthermostaat of afstandsbedieningen aansluiten.
Het toestel kan met een Bosch regelaar of een aan-uit regelaar worden aangesloten. De aansluiting voor de Bosch regelaar FR-FW is B-B.
Bij een Open-therm thermostaat dient u een Opentherm modul bij het toestel apart bij te bestellen.
Inbouw en elektrische aansluiting zie betreffende installatiehandleiding.

Fig. 51 Voorbeeld: weersafhankelijke Bosch regelaar FW met buitentemperatuurvoeler AF
De weersafhankelijke Bosch thermostaten FW 100 en FW 200 kunnen ook direct voor in de Heatronic 3 worden ingebouwd.
8.3.2 Temperatuurbewaker TB 1 van de aanvoer van een vloerverwarming aansluiten
Bij verwarmingsinstallaties alleen met vloerverwarming en directe hydraulische aansluiting op het apparaat.

Fig. 52
Bij het aanspreken van de temperatuurbewaking worden verwarmings- en tapwaterbedrijf onderbroken.
8.4 Externe toebehoren aansluiten
8.4.1 Tweedraads kamerthermostaat aansluiten
Om een tweedraads aan/uit kamerthermostaat met een potentiaal vrij kontakt te kunnen aansluiten, is het noodzakelijk de volgende handelingen te verrichten:
▶Sluit de bedrading van de tweedraads kamerthermostaat aan op klem 2 en klem 4.

Fig. 53
▶Servicefunctie 7.F overeenkomstig de regelaar instellen op 04.

Als op het toestel eerst een Aan-Uit kamerthermostaat aangesloten is geweest en vervangen wordt voor een FR-FW regelaar Bosch moet service functie 7.F weer op 1 ingesteld worden.
Aansluitmogelijkheden voor ruimte of weersafhankelijke regelaars:
• B-B Bosch FR-FW regelaar
- 2-4 Aan-uit kamerthermostaat (potentiaal vrij contact)
• 1-2-4 TR regelaars (oude bv TR 21 - TR 100)
- 2-4 Modulerende 0-10 volt regeling (4= - 2= +)
• F-A Buitenvoeler aansluiting
Instellen en opslaan van de gekozen parameter instelling

Fig. 54 Overzicht bedieningselementen
1 Schoorsteenvegertoets
2 Serviceknop
3 Display
4 Eco-toets, servicefuncties „naar boven“
5 Toetsblokkering, servicefuncties „naar beneden“
▶Servicetoets (2) net zolang indrukken, tot deze gaat branden.
Het display toont b.v. 1.A. (eerste serviceniveau).
▶Toetsblokkering of eco-toets indrukken tot de gewenste servicefunctie wordt getoond.
Waarde instellen
▶Schoorsteenvegertoets (3) 1maal indrukken tot de gewenste waarde van de servicefunctie wordt getoond.
▶Toetsblokkering of Eco indrukken tot de gewenste waarde is ingesteld.
Mogelijke instellingen zijn:
• 00: ingang uitgeschakeld
• 01: 0-24 V ingang, Bosch regelaar FR-FW (B-B)
• 02: 0-10 V ingang, vermogensinstelling
• 03: 0-10 V ingang, temperatuurinstelling
- 04: Aan/Uit-Thermostaat (warmtevraag bij gesloten contact (2-4))
(1) indrukken tot het dis-
8.4.2 OpenTherm-regelaar aansluiten
De OpenTherm-regelaar wordt via de toebehoren OTM 4 aangesloten.
▶Monteer de OTM 4 conform de meegeleverde handleiding in de Heatronic.
▶Sluit de OT-regelaar aan conform afbeelding 55.

Fig. 55 Aansluiting OpenTherm-regelaar
De aansluiting van de thermostaat dient op het contact 0-T te worden gemonteerd.
Indien de Opentherm Thermostaat gecombineerd wordt met een Bosch buitenvoeler, dient de buitenvoeler aangesloten te worden op het contact A-F van de Open-Therm 4 module.
8.4.3 Circulatiepomp aansluiten

Fig. 56
▶ Met servicefunctie 5.E aansluiting NP - LP op 1 (circulationeopomp) instellen, → pagina 53.

De circulatiepomp wordt via de Boschkamerthermostaat gestuurd.
8.4.4 Externe aanvoertemperatuurvoeler (b.v. open verdeler) aansluiten

De servicefunctie 7.d Aansluiting externe aanvoertemperatuurvoeler wordt automatisch op 1 ingesteld,
→ pagina 54.
8.4.5 Externe CV-pomp (secundair circuit) aansluiten (AC 230 V, max. 100 W)

Fig. 58
▶ Met servicefunctie 5.E Aansluiting NP - LP op 2 (externe CV-pomp in ongemengd verbruikerscircuit) instellen, →pagina 53.
Bij aansluiting op NP - LP draait de CV-pomp altijd bij verwarmingsbedrijf. Pompschakeltypen zijn niet mogelijk.
8.4.6 Externe drietraps CV-pomp (primair circuit) aansluiten (AC 230 V, max. 100 W)

Fig. 59
De aansluiting LZ - NZ is ale een ingebouwde CV-pomp geschakeld.
9 Inbedrijfname

Fig. 60
1 Schoorsteenvegertoets
2 serviceknop
3 Controlelamp branderbedrijf
4 Aan / uit schakelaar
5 Toetsen blokkering
6 eco-toets
7 Resettoets
8 Display
9 Automatische ontluchter (CV-groep)
10 Ontluchtingsventiel (tapwater)
11 Aanvoertemperatuur regelaar
12 Temperatuurregelaar voor warm water
13 Manometer
14 Kraan CV-aanvoer (toebehoren)
15 Warmtapwater
16 Gaskraan gesloten (toebehoren)
17 Koudwaterventiel (toebehoren)
18 Kraan CV-retour (toebehoren)
19 Vulkraan (toebehoren)
20 Afvoergarnituur (toebehoren)
21 Aftapkraan
9.1 Voor het in bedrijf nemen

WAARSCHUWING: wanneer het toestel zonder water in gebruik wordt genomen, wordt het onherstelbaar beschadigd!
▶Gebruik het toestel niet zonder water.
▶Open de radiatorventielen.
- Kraan CV-aanvoer en kraan CV-retour (→ afb. 60, [14] en [18]) openen.
▶Slang op vulkraan [19] monteren en met water vullen.
▶Slang op aftapkraan [21] monteren.
▶CV-installatie tot 1 ... 2 bar vullen.
▶Ontlucht de radiatoren.
▶Vul de verwarmingsinstallatie opnieuw tot 1 - 2 bar.
▶Vulkraan [19] en aftapkraan [21] sluiten en slangverbinding losmaken.
▶Afdekkap op koudwaterventiel [17] verwijderen en ventiel openen.
▶Slangvan het ontluchtingsventiel [10] in een container (bijv. fles) leiden en ontluchtingsventiel net zo- lang openen tot er water uittreedt
▶Controleren of de gassoort overeenkomt met de gassoort op het typeplaat.
Instellen op de nominale warmtebelasting is niet nodig.
▶Gaskraan [16] openen.
9.2 Toestel in/uitschakelen
Inschakelen
▶Toestel via hoofdschakelaar inschakelen.
Het display toont de aanvoertemperatuur van het CV-water.

Tijdens de eerste ingebruikname wordt het toestel eenmalig ontlucht. Daarvoor schakelt de CV-pomp in intervallen aan en uit (ca. 4 minuten lang).
Het display toont afwisselend met de aanvoertemperatuur.
▶Automatische ontluchter (9) openen en na het ontluchten weer sluiten (→pagina 41).

Wanneer in het display afwisselend met de aanvoertemperatuur verschijnt, blijft het toestel 15 minuten lang op het laagste warmtevermogen.
Toestel uitschakelen
▶Toestel via hoofdschakelaar uitschakelen.
Het display gaat uit.
▶Als het toestel langer buiten bedrijf moet worden gesteld: Neem de vorstbeveiliging in acht (→ hoofdstuk 9.10).

Het toestel heeft een pompblokkeringsbeveiliging voor de CV- en boilerlaadpomp, die het vastlopen van de pomp na een langere bedrijfspauze voorkomt. Bij een uitgeschakeld toestel is de pompblokkeringsbeveiliging niet actief.
9.3 Verwarming inschakelen
De maximale aanvoertemperatuur kan tussen 35 °C en 90 °C worden ingesteld. De momentele aanvoertemperatuur wordt op het display getoond.

Neem bij vloerverwarmingen de maximaal toegestane aanvoertemperaturen in acht.
▶De maximale aanvoertemperatuur met de aanvoertemperatuurregelaar 10p de verwarmingsinstallatie aanpassen:
- Vloerverwarming bijv. stand 3 (ca. 50 °C)
- Lagetemperatuurverwarming: stand 6 (ca. 75 °C)
- Verwarming voor aanvoertemperaturen tot 90 °C: Stand max.

Fig. 62
Wanneer de brander in bedrijf is, brandt de controle-lamp groen.
| Aanvoertemperatuurregelaar | Aanvoertemperatuur | |
| 1 | c | a |
| 2 | c | a |
| 3 ca. 50 °C | ||
| 4 | c | a |
| 5 | c | a |
| 6 | c | a |
| max ca. 90 °C | ||
Tabel 13
9.4 Verwarmingsregeling (toebehoren) in- stellen

Houdt het bedieningsvoorschrift van de gebruikte verwarmingsregelaar aan. Daar vindt u:
▶hoe u de bedrijfsstand en de verwarming-scurve bij weersgestuurde regelaars kunt instellen,
▶hoe u de kamertemperatuur kunt instellen,
▶hoe u economisch kunt verwarmen en energie kunt besparen.

Fig. 63
9.5 Na de ingebruikneming
▶ Gasvoordruk controleren (→ pagina 57).
▶Controleer of er condenswater uit de slang van de condenswatersifon komt. Als dit niet het geval is, dient u de hoofdschakelaar uit (0) en weer in (1) te schakelen. Daardoor wordt het sifonvulprogramma (→ pagina 52) geactiveerd. Herhaal deze handeling indien nodig enkele keren tot er condenswater uit de slang komt.
▶ Vul het inbedrijfstellingsprotocol in (→ pagina 76).
- Plak de sticker „Instellingen van de Bosch Heatronic“ zichtbaar op de mantelbeplafing (→ pagina 48). 7
. 7 5
9.6 Doorstroomhoeveelheid boiler begrenzen
Voor het best mogelijke gebruik van de boilercapaciteit en ter voorkoming van een vroegtijdge menging.
- Doorstroomhoeveelheid 1) Iokaal begrenzen (debietbegrenzer).
9.7 Warmwatertemperatuur instellen
Kies de warmwatertemperatuur altijd zo laag mogelijk.
Een lage instelling op de warmwatertemperatuurregelaar betekent veel energiebesparing.
Bovendien hebben hoge warmwatertemperaturen meer verkalking tot gevolg waardoor het goed functioneren van het toestel nadelig wordt beïnvloed (bijv. langere opwarmtijden of minder capaciteit).

▶Temperatuur in normaal bedrijf niet hoger dan 60 °C instellen.
▶Warmwatertemperatuur op de warmwater-temperatuurregelaar ↘ instellen.
In het display knippert de ingestelde warmwater temperatuur voor ongeveer 30 seconden.

Fig. 64
Warmwater-temperatuurregelaar
Warmwatertemperatuur
Water met een totale hardheid meer dan 15 °dH (hardheidsklasse III)
Om verhoogde verkalking te voorkomen:
▶stel de warmwatertemperatuur lager dan 55 °C in.
9.8 Comfortbedrijf instellen
Basisinstelling is de spaarfunctie, de eco-toets brand. Door het indrukken van de eco-toets, kan worden gekozen tussen Spaarfunctie en Comfortbedrijf.
- Spaarfunctie
In spaarfunctie wordt alleen het bovenste deel van de boiler bijgeladen, wanneer een grotere tapwaterhoeveelheid is afgenomen.
Door het minder vaak laden van de boiler en het lagere boileraandeel wordt energie bespaard.
- Comforbedrijf
In comfortbedrijf wordt de gehele boiler permanent op de ingestelde temperatuur gehouden. Daardoor wordt een maximaal tapwatercomfort gewaarborgd.
9.9 Zomerbedrijf instellen
De verwarmingspomp stopt en daarmee is de verwarming buiten werking. De warmwatervoorziening evenals de verzorging van de spanning voor de verwarmingsregelaar en schakelklok blijft gehandhaafd.

OPMERKING: Gevaar voor bevriezing van de verwarmingsinstallatie. In zomerbedrijf is al- elen toestelvorstbeveiliging aanwezig.
▶bij vorstgevaar de vorstbeveiliging waar- borgen (→ pagina 45).
▶Stand van de aanvoertemperatuurregelaar niteren.
▶Aanvoertemperatuurregelaar gheel naar links draaien.
note-


Fig. 65
Voor verdere aanwijzingen raadpleeg het bedieningsvoorschrift van de verwarmingsregelaar.
9.10 Vorstbeveiliging instellen
Vorstbeveiliging voor de CV-installatie
▶Toestel ingeschakeld laten, aanvoertemperauturregelaar Tminimaal op stand 1.

Fig. 66
-of- Wanneer u het toestel uitgeschakeld wilt laten:
▶Bij een uitgeschakeld toestel vorstbeschermend middel door het CV-water mengen (→ pagina 24) en warmwatercircuit legen.

Meer informatie vindt u in de gebruikershandleiging van de verwarmingsregelaar.
Vorstbeveiliging voor het voorraadsysteem:
▶Warmwater-temperatuurregelaar tot aan de linker aanslag draaien.

Fig. 67
9.11 Toetsenblokkering inschakelen
De toetsblokkering werkt voor de aanvoertemperatuurregelaar, de tapwater-temperatuurregelaar en alle toetsen behalve de hoofdschakelaar en de schoorsteenvegertoets.
Toetsenblokkering inschakelen:
▶Toets indrukken tot in het displayafwisselend en de CV-aanvoertemperatuur wordt getoond.

Fig. 68
Toetsblokkering uitschakelen:
▶Toets indrukken tot in het display alleen nog de CV-aanvoertemperatuur wordt getoond.
10 Thermische desinfectie uitvoeren
Om een bacteriële verontreiniging van het tapwater door bijv. legionella, te voorkomen, bevelen wij aan, na langere stilstandtijden een thermische desinfectie uit te voeren.

Bij bepaalde kamerthermostaten kan de thermische legionelladesinfectie op een vast tijdstip worden geprogrammeerd, zie gebruikershandleiding van de kamerthermostaat.
De thermische legionelladesinfectie omvat het totale tapwatersysteem inclusief alle aftappunten. Bij zonne-boilers wordt het solaraandeel van de boiler niet mee-genomen.

WAARSCHUWING: Gevaar voor verbranding!
Heet water kan zware brandwonden veroorzaken.
▶De thermische desinfectie alleen buiten de normale bedrijfstijden uitvoeren.
▶De boilerinhoud koelt na de thermische desinfectie slechts geleidelijk door thermische verliezen weer tot de ingestelde warmwatertemperatuur af. Daarom kan de warmwatertemperatuur gedurende enkele uren hoger zijn dan de ingestelde temperatuur.
▶Sluit de warmwateraftappunten.
▶Wijs de bewoners op verbrandingsgevaar.
▶Evt. aanwezige circulatiepomp op permanent bedrijf instellen.
▶Schoorsteenvegertoets en toetsblokkering tegelijkertijd indrukken en ingedrukt houden tot het display aangeeft.

Fig. 69
▶Wacht tot de maximale temperatuur is bereikt.
▶Opeenvolgend van het dichtstbij gelegen tapwateraftappunt tot aan het verst verwijderde net zolang tapwater afnemen, tot 3 minuten lang 70 °C heet water is uitgestroomd.
▶Circulatiepomp weer op normaal bedrijf instellen.
Nadat het water 35 minuten lang op 75 °C is gehouden, wordt de thermische legionelladesinfectie beëindigd.

Wanneer u de thermische desinfectie wilt onderbreken:
▶Schakel het toestel uit en weer in. Het toestel treedt weer in werking en de aanvoertemperatuur wordt aangegeven.
11 Pompblokkeringsbeveiliging

Deze functie verhindert het vastzitten van de CV-pomp en boilerlaadpomp na langere bedrijfsstilstand.
Na elke uitschakeling van de pomp vindt een tijdmeting plaats; na 24 uur wordt de verwarmingspomp kort ingeschakeld.
12 Instellingen van de Heatronic
12.1 Algemeen
De Heatronic maakt één comfortabele instelling mogelijk, tevens kan men veel toestelfuncties controlleren.
U vindt een overzicht van de servicefuncties in hoofdstuk 12.2 op pagina 49.

Fig. 70 Overzicht bedieningselementen
1 Schoorsteenvegertoets
2 serviceknop
3 Display
4 eco-toets, servicefuncties „naar boven“
5 Toetsblokkering, servicefuncties „naar beneden“
Servicefunctie kiezen.
De servicefuncties zijn onderverdeeld over twee niveaus: het 1e niveau omvat servicefuncties tot 0.A, het 2e niveau omvat servicefuncties vanaf 8.A.
▶Servicetoets net zolang indrukken, tot deze gaat branden.
Het display toont b.v. 1.A. (eerste serviceniveau)
▶Eco-toets en toetsblokkering tegelijkertijd indrukken, tot b.v. 8.A verschijnt (tweede servicenivea).
▶Toetsblokkering of eco-toets indrukken tot de gewenste servicefunctie wordt getoond.
▶Schoorsteenvegertoets indrukken en loslaten De schoorsteenvegertoets brandt en het display toont het kengetal voor de gekozen servicefunctie.
Waarde instellen
▶Toetsblokkering of eco-toets indrukken tot de gewenste waarde van de servicefunctie wordt getoond.
▶Waarde op de bijgevoegde sticker „Instellingen van de Bosch Heatronic“ invullen en sticker zichtbaar opplakken.

Met de sticker "Instellingen van de Heatronic" is het voor de installateur later gemakkelijker bij onderhoud veranderde servicefuncties in te stellen.

Fig. 71
Waarde opslaan
▶Schoorsteenvegertoets [] toont.

indrukken tot het display

Wanneer gedurende 15 minuten geen toets wordt bediend, wordt het serviceniveau automatisch verlaten.
Verlaten van de servicefunctie zonder opslaan van waarden
▶Schoorsteenvegertoets De schoorsteenvegert
kort indrukken. ets gaat uit.
Toestel resetten
▶Resettoets gedurende 3 seconden indrukken en loslaten. Na het loslaten start het toestel opnieuw zonder paramterreset (→ Parameterreset).
Waarden terugzetten naar basisinstelling
Om alle waarden van de serviceniveaus 1 en 2 naar de basisinstelling terug te zetten:
In het tweede serviceniveau de servicefunctie 8.E kiezen en waarde 00 opslaan. Het toestel start met de basisinstelling.
12.2 Overzicht servicefuncties
12.2.1 Eerste serviceniveau (servicetoets met zo- lang indrukken, tot deze gaat branden).
| Servicefunctie | |
| Display | Pagina |
| 1.A Maximaal verwarmingsvermogen 50 | |
| 1.b Geen functie 50 | |
| 1.C Pompidentificatieveld 50 | |
| 1.d Pompkarakteristiek 51 | |
| 1.E Soort pompschakeling 51 | |
| 2.b Max. aanvoertemperatuur 51 | |
| 2.C Ontluchtingsfunctie 51 | |
| 2.d Geen functie 51 | |
| 2.F Modus 51 | |
| 3.A Automatisch antipendelprogramma | 52 |
| 3.b Antipendelprogramma 52 | |
| 3.C Schakelverschil 52 | |
| 3.d Minimale nominale warmtevermogen (verwarming en tapwater) | 52 |
| 4.d Waarschuwingstoon 52 | |
| 4.F Sifonvulprogramma 52 | |
| 5.A Inspectie-interval resetten 53 | |
| 5.b Ventilatornalooptijd 53 | |
| 5.C Schakelklok kanaal instellen 53 | |
| 5.E Aansluiting NP - LP 53 | |
| 5.F Inspectieinterval instellen | 53 |
| 6.A Laatste storing 53 | |
| 6.b Kamerthermostaat, actuele spanning klem 2 | 53 |
| 6.C Door weergestuurde regelaar gevraagde aanvoertemperatuur | 53 |
| 6.d Geen functie 53 | |
| 6.E Schakelklok ingang 53 | |
| 7.A Geen functie 53 | |
| 7.b 3-wegklep in middenpositie zetten | 53 |
Tabel 15
| Servicefunctie | |
| Display | Pagina |
| 7.d Aansluiting externe aanvoertemperatuurvoeler (b.v. open verde-ler) | 54 |
| 7.E Gebouwdroogfunctie | 54 |
| 7.F Kamerthermostaat, configuratie van de klemmen 1-2-4 | 54 |
| 0.A Geen functie 54 | |
Tabel 15
12.2.2 Tweede serviceniveau vanuit het eerste servicenivieu, servicetoets brand (eco-toets en toetsblokkering tegelijkertijd indrukken, tot bijv. 8.A verschijnt)
| Servicefunctie | ||
| Display | Pagina | |
| 8.A | Softwareversie | 54 |
| 8.b Codeerstekker nummer | 54 | |
| 8.C | GFA-status | 54 |
| 8.d GFA-storing | 54 | |
| 8.E | Alle parameters resetten | 54 |
| 8.F Permanente ontsteking | 55 | |
| 9.A | Bedrijfssoort permanent | 55 |
| 9.b | Actuele toerental ventilator | 55 |
| 9.E Geen functie | 55 | |
| 9.F Nadraaitijd CV-pomp | 55 | |
| A.A | Temperatuur aan aanvoertempe-ratuurvoeler | 55 |
| A.b | Warmwatertemperatuur | 55 |
| A.C | Geen functie | 55 |
| C.b | Geen functie | 55 |
Tabel 16
12.3 Beschrijving van de servicefuncties
12.3.1 1e serviceniveau
Servicefunctie 1.A: verwarmingsvermogen
Het is mogelijk om het toestel verwarmingszijdig op de juiste transmissieberekening in te stellen.
Het verwarmingsvermogen kan in procenten tussen het minimale nominale warmtevermogen en het maximale nominale warmtevermogen op het gewenste vermogen worden ingesteld.

Ook bij een begrensd verwarmingsvermo- gen staat bij de tapwatervoorziening het maximale nominale verwarmingsvermogen ter beschikking.
Basisinstelling is het maximale nominale warmtevermogen tapwater: U0.
▶Servicefunctie 1.A kiezen.
▶Verwarmingsvermogen in kW en bijbehorende kengetal uit de insteltabellen aflezen (→ pagina 75).
▶Kengetal instellen.
▶Meet de gashoeveelheid en vergelijk deze met de gegevens over het weergegeven kengetal. Corrigeer het kengetal bij afwijkingen.
▶Kengetal opslaan.
▶Vul het ingestelde verwarmingsvermogen op de meegeleverde sticker „Instellingen van de Heatronic“ in (→ pagina 48).
▶Servicefuncties verlaten. Het display toont weer de aanvoertemperatuur.
Servicefunctie 1.b: geen functie
Servicefunctie 1.C: pompidentificatieveld
Het pompidentificatieveld geeft aan, hoe de CV-pomp wordt geregeld. De CV-pomp schakelt daarbij zodanig, dat het gekozen pompidentificatieveld wordt aangehouden.
Een verandering van het identificatieveld is zinvol, wanneer een lagere resterende opvoerhoogte voldoende is, om de benodigde circulatiewaterhoeveelheid te waarborgen.

Om zo veel mogelijk energie te besparen en evt. stromingsgeluiden laag te houden een lagere karakteristiek kiezen.
Als pompidentificatieveld kan gekozen worden:
- 0 pompkarakteristiek instelbaar, servicefunctie 1.d
(→ pagina 51 )
• 1 constante druk hoog
• 2 constante druk gemiddeld
• 3 constante druk laag
• 4 proportionele druk hoog
• 5 proportionele druk laag
Legenda bij afb. 72 en 73:
1-5 Pompidentificatieveld
H Restopvoerhoogte
v Circulatiewaterhoeveelheid
Servicefunctie 1.d: pompkarakteristiek
Deze servicefunctie komt overeen met de schakelaar pomptoerental en is alleen actief, wanneer bij pompidentificatievel (servicefunctie 1.C) 0 is gekozen.
Fig. 74 Pompkarakteristiek
Legenda bij afb. 74:
1-7 Pompkarakteristiek
H Restopvoerhoogte
Circulatiewaterhoeveelheid
Servicefunctie 1.E: pompschakeltype voor CV-bedrijf

Bij aansluiting van een buitentemperatuurvoeler voor een weersafhankelijke regelaar wordt automatisch het pompschakeltype 4 ingesteld.
- Pompschakeltype 00 (automatisch bedrijf, basisinstelling):
de BUS-regelaar stuurt de CV-pomp.
• Pompschakeltype 01:
voor CV-installaties zonder regeling.
De aanvoertemperatuurregelaar schakelt de CV-pomp. Bij warmtevraag start de CV-pomp met de brander.
• Pompschakeltype 02:
voor CV-installaties met kamerthermostaataansluiting op 1, 2, 4 (24 V).
• Pompschakeltype 03:
de CV-pomp draait continu (uitzonderingen: zie bedie- ningshandleiding van de kamerthermostaat).
• Pompschakeltype 04:
intelligente CV-pompafschakeling bij CV-installaties met weersafhankelijke regelaar. De CV-pomp wordt alleen indien nodig ingeschakeld.
Servicefunctie 2.A: geen functie
Servicefunctie 2.b: maximale aanvoertemperatuur
De maximale aanvoertemperatuur kan tussen 35 °C en 88 °C worden ingesteld.
Servicefunctie 2C: ontluchtingsfunctie

Tijdens de eerste ingebruikname wordt het toestel eenmalig ontlucht. Daarvoor schakelt de CV-pomp in intervallen aan en uit (ca. 4 minuten lang).
Het display toont afwisselend met de aanvoertemperatuur.

Na onderhoudswerkzaamheden kan de ont- luchtingsfunctie worden ingeschakeld.
Verschillende pompschakelingen:
• 0: Ontluchtingsfunctie uit
- 1: De ontluchtingsfunctie is uitgeschakeld en wordt na afloop automatisch weer op 0 teruggezet
- 2: De ontluchtingsfunctie is continu ingeschakeld en wordt niet op 0 teruggezet
Servicefunctie 2.d: geen functie
Servicefunctie 2.F: bedrijfssoort
Met deze servicefunctie kunt u de bedrijfssoort van het toestel tijdelijk veranderen.
Verschillende pompschakelingen:
- 00: normaal bedrijf, het toestel werkt volgens de regelaarinstelling.
- 01: het toestel draait 15 min lang met minimaal vermogen. Het display toont de aanvoertemperatuur afwisselend met . Na 15 minuten gaat het toestel over naar de normale bedrijfssoort.
- 02: het toestel draait 15 minuten met maximaal vermogen. Het display toont de aanvoertemperatuur afwisselend met : Na 15 minuten gaat het toestel over naar de normale bedrijfssoort.
Servicefunctie 3.A: automatische schakelblokkering
Met de servicefunctie 3.A kan de automatische aanpassing van de schakelblokkering worden ingeschakeld. Dit kan bij ongunstig gedimensioneerde CV-installaties nodig zijn.
Bij uitgeschakelde aanpassing van de schakelblokkering moet de schakelblokkering met servicefunctie 3.b worden ingesteld (→pagina 52).
Basisinstelling is 00 (uitgeschakeld).
Servicefunctie 3.b: schakelblokkering
Alleen wanneer de automatische schakelblokkering (servicefunctie 3.A) is uitgeschakeld, is deze servicefunctie actief.
De schakelblokkering kan worden ingesteld van 00 tot 15 (0 minuten tot 15 minuten).
Basisinstelling is 3 minuten.
Bij 00 is het antipendelprogramma uitgeschakeld.
De kortste schakelafstand bedraagt 1 minuut (geadviseerd bij eenpijp- en luchtverwarmingssystemen).
Servicefunctie 3.C: schakelverschil
Alleen wanneer de automatische schakelblokkering (servicefunctie 3.A) is uitgeschakeld, is deze servicefunctie actief.
Het schakeldifferentie is de toegestane afwijking van de gewenste aanvoertemperatuur. Deze kan in stappen van 1 K worden ingesteld. De minimale aanvoertempe is 35 °C.
Het schakelverschil kan van 0 tot 30 K worden ingesteld.
Servicefunctie 3.d: minimale nominale warmtevermogen (verwarming en tapwater)
Het CV- en het tapwatervermogen kunnen in procenten op iedere willekeurige waarde tussen minimale nominale warmtevermogen en maximale nominale warmtevermogen worden ingesteld.
Basisinstelling is het minimale nominale warmtevermogen (verwarming en tapwater) - deze is afhankelijk van het betreffende toestel.
Servicefunctie 4.d: waarschuwingstoon
Bij een storing klinkt een waarschuwingstoon. Met de servicefunctie 4.d kan de waarschuwingstoon worden uitgeschakeld.
De basisinstelling is 01 (ingeschakeld).
Servicefunctie 4.F: sifonvulprogramma
Het sifonvulprogramma zorgt ervoor dat de condenswatersifon na de installatie of na langdurige stilstand van het toestel gevuld wordt.
Het sifonvulprogramma wordt geactiveerd wanneer:
- het toestel wordt ingeschakeld met de hoofdschakelaar,
- de brander minimaal 28 dagen niet in bedrijf was.
- er wordt overgeschakeld tussen zomer- en winterstand
Bij de volgende warmtevraag voor CV- of boilerbedrijf evondt het toestel gedurende 15 minuten op laag warm- tevermogen gehouden. Het sifonvulprogramma blijft net zolang actief, tot de 15 minuten op laag warmtevermo- gen zijn afgelopen.Op het display verschijnt afwisse- lend met de aanvoertemperatuur.
Basisinstelling is 01: sifonvulprogramma met minimaal verwarmingsvermogen.
Kengetal 02: sifonvulprogramma met laagste ingestelde verwarmingsvermogen.
Kengetal 00: sifonprogramma is uitgeschakeld.

GEVAAR: Als de condenswatersifon niet is gevuld, kan er rookgas naar buiten komen!
▶Schakel het sifonvulprogramma alleen voor onderhoudswerkzaamheden uit.
▶Schakel het sifonvulprogramma aan het einde van de onderhoudswerkzaamheden beslist weer in.
Servicefunctie 5.A: inspectie resetten
Met deze servicefunctie kunt u na een uitgevoerde inspectie/onderhoud de weergave |m het display resetten.
Instelling 00.
Servicefunctie 5.b: ventilatornalooptijd
Met deze servicefunctie kunt u de nalooptijd van de ventilator instellen.
De nalooptijd kan van 01 tot 18 (10 - 180 seconden) worden ingesteld.
Servicefunctie 5.C: gebruik van het kanaal bij een 1-kanaals schakelklok veranderen
Met deze servicefunctie kunt u het gebruik van het kanaal veranderen van verwarming naar warm water.
Verschillende pompschakelingen:
- 0: 2-kanaals (verwarming en warm water)
• 1: 1-kanaals verwarming
• 2: 1-kanaals warm water
Servicefunctie 5.E: aansluiting NP-LP instellen
Met deze servicefunctie kunt u de aansluiting NP - LP instellen.
Verschillende pompschakelingen:
• 00: uit
• 01: circulatiepomp
- 02: externe CV-pomp in ongemengde verbruikerscircuit
Servicefunctie 5.F: inspectie tonen
Met deze servicefunctie kunt u het aantal maanden instellen waarna in het display (inspectie) afwisselend met de aanvoertemperatuur moet worden weergegeven.
Het aantal maanden kan van 00 - 72 (0 tot 72 maanden) worden ingesteld.
Basisinstelling is 00 (niet actief).

Wanneer op het display U0 verschijnt, werd deze functie op de regelaar al ingesteld.
Servicefunctie 6.A: de laatst opgeslagen fout oproepen
Met deze servicefunctie kunt u de laatst opgeslagen storingscode oproepen.
Servicefunctie 6.b: kamerthermostaat, actuele spanning klem 2
De actuele regelaarspanning van de analoge regelaar op klem 2 wordt getoond.
Mogelijke aanwijzingen zijn:
• 00 - 24: 0 V tot 24 V in 1 V-stappen
Servicefunctie 6.C: door weergestuurde regelaar gevraagde aanvoertemperatuur
Met deze servicefunctie kunt u de door de weergestuur- de regelaar gevraagde aanvoertemperatuur weergeven
Servicefunctie 6.d: geen functie
Servicefunctie 6.E: schakelklokingang
Het linker cijfer toont de actuele status van de verwarming. De verwarmingsmodus wordt conform de instellingen op de schakelklok geactiveerd.
Het rechter cijfer toont de actuele status tapwater. De tapwatermodus wordt conform de instellingen op de schakelklok geactiveerd.
Mogelijke aanwijzingen zijn:
• 00: CV niet actief, tapwater niet actief.
• 01: CV niet actief, tapwater actief.
• 10: CV actief, tapwater niet actief.
• 11: CV actief, tapwater actief.
Servicefunctie 7.A: geen functie
Servicefunctie 7.b: 3-wegklep in middenpositie
Na opslaan van de waarde 01 gaat de 3-wegklep naar de middenpositie. Daarmee wordt het volledig aftappen van het systeem en de eenvoudige demontage van de motor gewaarborgd.
Bij het verlaten van deze servicefunctie wordt automatisch weer de waarde 00 opgeslagen.
Servicefunctie 7.d: aansluiting externe aanvoertemperatuurvoeler b.v. open verdeler
Vanuit de basisinstelling wordt de aansluiting automatisch eenmalig herkend, u hoeft niets in te stellen.

Wanneer een aangesloten aanvoertemperatuursensor weer wordt losgemaakt, zet u de basisinstelling weer op 00.
Verschillende pompschakelingen:
- 00: eenmalige automatische aansluitherkenning
- 01: aansluiting externe aanvoertemperatuurvoeler op de Heatronic 3.
- 02: aansluiting externe aanvoertemperatuurvoeler op IPM1 of IPM2.
Servicefunctie 7.E: gebouwdroogfunctie
Met deze functie wordt de gebouwdroogfunctie in- resp. uitgeschakeld.

De gebouwdroogfunctie van het toestel niet met de afwerkvloerdroogfunctie (dry functie) van de weersafhankelijke regelaar verwisselen!

Bij ingeschakelde gebouwdroogfunctie is geen gasinstelling op het toestel mogelijk.
Mogelijke instellingen zijn:
• 00: uitgeschakeld
- 01: alleen verwarmingsbedrijf conform toestel- resp. regelaarinstelling, d.w.z. alle andere warmtevragen zijn geblokkeerd.
Servicefunctie 7.F: kamerthermostaat, configuratie van de klemmen 1-2-4
Met deze servicefunctie kan de door de kamerthermostaat gebruikte ingangsspanning worden ingesteld:
Mogelijke instellingen zijn:
• 00: ingang uitgeschakeld
• 01: 0-24 V ingang, Bosch FR-FW regelaar (B-B)
• 02: 0-10 V ingang, vermogensinstelling
• 03: 0-10 V ingang, temperatuurinstelling
- 04: Aan/Uit-Thermostaat (warmtevraag bij gesloten contact (2-4))
Servicefunctie 0.A: geen functie
12.3.2 2e serviceniveau
Servicefunctie 8.A: softwareversie
De actuele softwareversie wordt getoond.
Servicefunctie 8.b: codeerstekker nummer

De laatste vier posities van de codeerstekker worden getoond.
De codeerstekker bepaalt de toestelfuncties. Indien het toestel van aardgas naar vloeibaar gas wordt omgebouwd (of omgekeerd), dan moet de codeerstekker worden vervangen.
Servicefunctie 8.C: GFA-status
Interne parameter.
Servicefunctie 8.d: GFA-storing
Interne parameter.
Servicefunctie 8.E: toestel (Heatronic 3) op basisinstelling resetten
Met deze servicefunctie kunt u het toestel naar de basisinstelling resetten. Alle gewijzigde servicefuncties worden naar de basisinstelling teruggezet.
▶Servicetoets net zolang indrukken, tot deze gaat branden.
Het display toont b.v. 1.A.
▶ eco-toets en toetsblokkering tegelijkertijd indrukken, tot b.v. 8.A verschijnt.
▶ Met eco-toets of toetsblokkering de servicefunctie 8.E kiezen.
▶Schoorsteenvegertoets indrukken en loslaten De schoorsteenvegertoets dicht op en het display toont 00.
▶Schoorsteenvegertoets 📋 indrukken tot het display [] toont.
Alle instellingen worden teruggezet en het toestel start weer met de basisinstelling.
▶Ingestelde servicefuncties conform de sticker „Instellingen van de Heatronic“ weer instellen.
Servicefunctie 8.F: permanente onsteking

OPMERKING: Beschadiging van de ontstekingstrafo mogelijk!
▶Functie niet langer dan 2 minuten ingeschakeld laten.
Deze functie maakt permanente ontsteking zonder gastoevoer mogelijk, om de ontsteking te testen.
Mogelijke instellingen zijn:
• 00: uit
• 01: aan
Servicefunctie 9.A: bedrijfssoort permanent
Deze functie stelt een bedrijfssoort (00, 01 en 02→ Servicefunctie 2.F: bedrijfssoort, pagina 51) permanent in. De waarden 03 en 06 hebben alleen-lezen status
Servicefunctie 9.b: actuele toerental ventilator
Met deze servicefunctie wordt het actuele toerental van de ventilator (in 1/s) getoond.
Servicefunctie 9.E: geen functie
Servicefunctie 9.F: nalooptijd pomp (verwarming
Met deze servicefunctie kan de nalooptijd van de pomp na afloop van de warmtevraag door de externe regelaar worden ingesteld.
De pompnalooptijd kan van 00 tot 10 (0 tot 10 minuten) in stappen van 1 minuut worden ingesteld.
Basisinstelling is 03 (3 minuten).
Servicefunctie A.A: temperatuur op aanvoertemperatuurvoeler
Met deze servicefunctie kunt u de temperatuur aan de aanvoertemperatuurvoeler weergeven.
Servicefunctie A.b: tapwatertemperatuur
Met deze servicefunctie kunt u de tapwatertemperatuur weergeven.
Servicefunctie A.C: geen functie
Servicefunctie C.b: geen functie
13 Aanpassing aan het soort gas
De fabrieksinstelling van de aardgastoestellen komt overeen met EE-L.

Een instelling op de nominale warmtebelasting en minimale warmtebelasting is niet nodig.
De gas-lucht-verhouding mag alleen via een CO 2 - of O 2 -meting bij maximaal nominaal warmtevermogen en minimaal nominaal wamtevermogen, met een elektronisch meetinstrument, worden ingesteld.
Een afstemming op verschillend rookgastoebehoren met reduceerafschermingen en stuwplaten is niet vereist.
Aardgas
- Toestellen van de aardgasgroep 2L (G25) zijn in de fabriek op wobbe-index 12,2 kWh/m 3 en 25 mbar aan-sluitdruk ingesteld en met lood verzegeld.
13.1 Gas-lucht-verhouding (CO 2 of O 2 ) instellen
▶Toestel via hoofdschakelaar uitschakelen.
▶Neem de ommanteling weg.
▶Toestel via hoofdschakelaar inschakelen.
▶Afsluitplug op rookgasmeetpunt verwijderen.
▶ Steek de voelersonde ca. 135 mm in het rookgasmeet-aansluitstuk en dicht de meetplaats af.

▶De schoorsteenvertoets ingedrukt houden tot het lampje brandt. Het display geeft de aanvoertemperatuur weer afgewisseld met -maximale ingestelde CV vermogen.
▶De schoorsteenveger toets kort indrukken.
Het display geeft de aanvoertemperatuur weer afgewisseld met maximale CV vermogen.
▶O 2 - of CO 2 waarde meten.
▶Doorsteek de verzegeling van de gasinstelklep en verwijder deze.

Fig. 76
▶Op de gassmoring CO 2 - of O 2 -waarde voor maximale nominale warmtevermogen conform tabel instellen.

Fig. 77
| Max. nominale warmtevermo-gen | Min. nominale warmtevermo-gen | |||
| Gassoort CO | 2 | O2 | CO2 | O2 |
| Aardgas L 9,4 % | 4,0 % | 8,6 % | 5,5 % | |
Tabel 17
▶De schoorsteenveger toets kort indrukken.
Het display toont de aanvoertemperauur afwisselend met = minimale nominale warmtevermogen.
▶O 2 - of CO 2 waarde meten.
Zegel op de instelschroef van het gasblok verwijderen en CO 2 - en O 2 -waarde voor minimale nominale warmtevermogen instellen.

Fig. 78
▶Controleer de instelling bij maximaal nominaal warmtevermogen en minimaal nominaal warmtevermogen en verander de instelling indien nodig.
▶De schoorsteenveger toets ingedrukt houden tot deze niet meer brand.
Het display toont weer de aanvoertemperatuur.
▶CO 2 - en O 2 -waarde in inbedrijfnameprotocol invullen.
▶Rookgassonde uit het rookgasmeetpunt verwijderen en afsluitplug monteren.
▶Verzegel gasblok en gasinstelklep.
13.2 Dynamische gasaansluitdruk controle- ren
▶Schakel het toestel uit en sluit de gaskraan.
▶Schroef op meetpunt voor gasvoordruk losmaken en drukmeetinstrument aansluiten.

Fig. 79
▶Gaskraan openen en toestel inschakelen.
▶De schoorsteenvertoets ingedrukt houden tot het lampje brandt.
Het display geeft de aanvoertemperatuur weer afgewisseld met -maximale ingestelde CV vermogen.
▶De schoorsteenveger toets kort indrukken.
Het display geeft de aanvoertemperatuur weer afgewisseld met maximale CV vermogen.
▶Controleer de vereiste voordruk volgens de tabel.
| Gassoort | Nominalde druk[mbar] | Toegestane drukbereik bij maximaalnominaal warmtevermogen[mbar] |
| Aardgas L 25 | 20 - 30 |
Tabel 18

Onder of boven deze waarden mag geen inbedrijfname plaatsvinden. De oorzaak moet worden vastgesteld en de storing worden verholpen. Als dit niet mogelijk is, gaszijdig blokkeren en contact opnemen met de plaatselijke gasleverancier gasbedrijf.
▶De schoorsteenveger toets ingedrukt houden tot deze niet meer brand.
Het display toont weer de aanvoertemperatuur.
▶Toestel uitschakelen, gaskraan sluiten, drukmeetinstrument wegnemen en schroef vastschroeven.
▶Omkasting weer monteren.
14 Rookgasmeting
14.1 Schoorsteenvegertoets
Door indrukken van de schoorsteenvegertoets ⚡ tot deze gaat branden kunnen de volgende instellingen worden uitgevoerd:

Fig. 80
- =maximaal ingestelde verwarmingsvermogen
- maximale nom. warmtevermogen
- minimale nom. warmtevermogen

U hebt 15 minuten tijd om de waarden te meten. Daarna wordt de schoorsteenveegmodus weer vervangen door de normale modus.
14.2 Dichtheidstest rookgaskanaal
O2 - of CO2 -meting van de verbrandingslucht.
Voor de meting een ringspleet-rookgassonde gebruiken.

Met een O 2 - of CO 2 -meting van de verbrandingslucht kan bij een rookgasvoering volgens C 13 , C 33 en C 43 de dichtheid van het rookgasafvoer worden gecontroleerd. De O 2 -waarde mag niet onder 20,6 % dalen. De CO 2 -waarde mag 0,2 % niet overschrijden.
▶Afsluitplug op de verbrandingsluchtmeetnippel (2) verwijderen (→ afb. 81).
▶Rookgassonde in de nippel schuiven en meetpunt af-dichten.
▶Met de schoorsteenvegertoets = maximale nominale warmtevermogen kiezen.

Fig. 81
▶Meet de O 2 - en CO 2 -waarde.
▶Monteer de sluitdop weer.
Voor de meting een meergas-rookgassonde gebruiken.
▶Afsluitplug op rookgasmeetpunt (1) verwijderen (→afb. 81).
▶Rookgassonde tot aan de aanslag in de nippel schuiven en meetpunt afdichten.
▶Met de schoorsteenvegertoets = maximale nominale warmtevermogen kiezen.
▶CO-waarden meten.
▶Schoorsteenvegertoets zo vaak indrukken, tot deze niet meer brandt.
Het display toont weer de aanvoertemperatuur.
▶Afsluitplug weer monteren.
15 Milieubescherming
Milieubescherming is een belangrijk beginsel van Bosch. Kwaliteit van de producten, spaarzaamheid en milieubescherming zijn voor ons doelen die even belangrijk zijn. Wetten en voorschriften ten aanzien van de milieubescherming worden strikt in acht genomen.
Ter bescherming van het milieu passen wij met inachtneming van economische gezichtspunten de best mogelijke techniek en materialen toe.
Verpakking
Wat betreft de verpakking nemen wij deel aan de recyclingssystemen in de verschillende landen, die een optimale recyclage waarborgen.
Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn onschadelijk voor het milieu en kunnen worden gerecycled.
Oud toestel
Oude toestellen bevatten waardevolle stoffen die moeten worden gerecycleerd.
De componenten kunnen gemakkelijk worden gescheiden en de kunststoffen zijn gekenmerkt. Daardoor kunnen de verschillende componenten worden gesorteerd en gerecycleerd resp. afgevoerd.
16 Inspectie en onderhoud
Om het gasverbruik en de milieubelasting gedurende lange tijd zo laag mogelijk te houden, adviseren wij om bij een erkend installatiebedrijf een inspectie- en onderhoudscontract met jaarlijkse inspectie en onderhoud naar behoefte af te sluiten.

GEVAAR: explosie!
▶De gaskraan eerst afsluiten voordat er aan de gasvoerende delen gewerkt wordt.
▶Na het ombouwen alle gasvoerende de-
len controleren op dichtheid.

GEVAAR: door vergiftiging!
▶Dichtheidscontrole uitvoeren na werkzaamheden aan rookgasvoerende onderdelen.

GEVAAR: Gevaar voor stroomschok!
▶Bij het aansluiten en werken aan elektrische delen altijd toestel spanningsvrij maken: (zekering, hoofdschakelaar).

WAARSCHUWING: Gevaar voor verbranding!
Heet water kan zware brandwonden veroorzaken.
▶Voor werkzaamheden aan watervoerende delen het toestel aftappen.

OPMERKING: Uittredend water kan de Heatronic beschadigen.
▶Heatronic afdekken voordat werkzaamheden aan de watertransporterende onderdelen worden uitgevoerd.
Belangrijke opmerkingen

Een overzicht van de storingen vindt u op pagina 70.
- De volgende meetapparaten zijn nodig:
- Elektronisch rookgasmeetinstrument voor CO 2 , CO en rookgastemperatuur
- Drukmeetapparaat 0 - 30 mbar (resolutie minstens 0,1 mbar)
- Speciaal gereedschap is niet nodig.
- Toegestane vetsoorten zijn:
– Waterdeel: Unisilkon L 641 (8709918413) - Schroefverbindingen: HFt 1 v 5 (8709918010).
▶Als warmtegeleidende pasta 8 719 918 658 gebruiken.
▶Er mogen alleen originele onderdelen gemonteerd worden!
▶Reserve-onderdelen aanvragen aan de hand van de reserve-onderdelencatalogus.
▶Vervang verwijderde afdichtingen en O-ringen door nieuwe onderdelen.
Na de inspectie of het onderhoud
▶Alle losgedraaide schroefverbindingen natrekken.
▶ Toestel weer in bedrijf nemen (→ pagina 41).
▶Koppelingen op dichtheid controleren.
▶Gas-lucht-verhouding controleren en evt. instellen (→pagina 56).
16.1 Beschrijving van de procedure
16.1.1 Laatste opgeslagen storings code oproepen (servicefunctie 6.A)
▶ Servicefunctie 6.A selecteren (→ pagina 48).

Een overzicht van de storingen vindt u op pagina 70.
16.1.2 Platenwarmtewisselaar demonteren/vervangen
Bij onvoldoende warmwatervermogen:
- Platenwarmtewisselaar demonteren en vervangen, -of-
▶met een voor roestvrijstaal (1.4401) vrijgegeven ontkalkingsmiddel ontkalken.
Demonteer de platenwarmtewisselaar:
- Platenwarmtewisselaar afschroeven.

Fig. 82
▶Plaats een nieuwe platenwarmtewisselaar met nieuwe pakkingen en controleer deze op lekdichtheid.
16.1.3 Elektroden controleren
▶ Elektrodenset (→ pagina 12) met pakking wegnemen en elektroden op vervuiling controleren evt. reinigen of vervangen.
▶Elektrodenset weer monteren en op dichtheid controleren.

Fig. 83

Fig. 84
16.1.4 Ketelblok controleren en reinigen
Voor de reiniging van de warmtewisselaar is een borstel, toebehoren nr. 1060, en een reiniging mes, toebehoren nr. 1061, verkrijgbaar.
▶Stuurdruk bij maximaal nominaal warmtevermogen op de mengkamer controleren.

Fig. 85
Toestel Stuurdruk Reiniging?
| 30 HRC II Turbo Tower | ≥ 5,4 mbar Nee | |
| < 5,4 mbar | Ja | |
Tabel 19
Als een reiniging vereist is:
▶ Deksel van de reinigingsopening (→ pagina 12) en eventueel daaronder liggende plaat verwijderen.
▶Condens sifon demonteren en een geschikte opvangbak daaronder plaatsen.

Fig. 86
▶Maak de warmtewisselaar met het reinigings mes van boven naar onderen schoon.

▶Reinig de warmtewisselaar met de borstel van onderen naar boven.

- Brander demonteren (→ hoofdstuk 16.1.5„Brander controleren“) en de warmtewisselaar van boven spoelen.

Fig. 89
▶Reinig de condenswaterbak (met omgekeerde borstel) en de sifonaansluiting.

▶Sluit de reinigingsopening weer met een nieuwe pakking en draai de schroeven met ca. 5 Nm vast.
16.1.5 Brander controleren
▶Demonteer de branderdeksel.

Fig. 91
▶Verwijder de brander en reinig de onderdelen.

▶Monteer de brander met een nieuwe dichting in omgekeerde volgorde.
▶ Stel de gas/lucht-verhouding in (→pagina 56).
16.1.6 Condens sifon reinigen
▶Trek de condenswatersifon naar buiten en controleer de opening naar de warmtewisselaar op verstoppingen.

Fig. 93
▶Verwijder het deksel van de condenswatersifon en reinig het.
▶Condens slang controleren en evt. reinigen.
▶Condenswatersifon met ca. 1/4 L water vullen en weer monteren.
16.1.7 Membraan in mengkamer controleren

VOORZICHTIG: Bij demonteren en monte- ren het membraan niet beschadigen!
▶Mengkamer openen.
▶Membraan voorzichtig uit de ventilatoraanzuigsok trekken en controleren op vervuiling en scheuren.

Fig. 94
▶Membraan voorzichtig zijwaarts in de ventilatoraanzuigsok steken.

De kleppen van het membraan moeten naar boven toe open gaan.
▶Mengkamer sluiten.
16.1.8 Expansievat (extern) controlleren
▶Apparaat drukvrij maken.
- Indien nodig inlaatdruk van het expansievat op de statische hoogte van de verwarmingsinstallatie brengen.
16.1.9 Vuldruk van de verwarmingsinstallatie instellen

VOORZICHTIG: Het toestel kan beschadigd raken.
▶Vul de installatie alleen bij als het toestel koud is.
Aanduiding op manometer
1 bar Minimale vuldruk (bij koude installatie)
1 - 2 bar Optimale vuldruk
3 bar Maximale vuldruk bij hoogste temperatuur van verwarmingswater: mag niet worden overschreden (overstort opent).
Tabel 20
▶Staat de wijzer onder de 1 bar (in koude toestand) dan moet u bijvullen totdat de wijzer weer tussen de 1 bar en 2 bar staat.

Voor het bijvullen de slang met water vullen. Daarmee wordt voorkomen, dat lucht in het verwarmingswater binnendringt.
- Als de druk niet constant blijft: verwarmingsinstallatie en indien nodig expansievat op lekkage controleren.
16.1.10 Veiligheidsanode controleren
De magnesiumveiligheidsanode vormt een minimumbescherming voor eventuele fouten in het email.
Verwaarlozing van de veiligheidsanode kan tot vroegtijdige corrosieschade leiden
▶Verwijder de leiding van de anode naar het voorraadsysteem.

Na het meten of na het wisselen:
▶ Steek de leiding beslist weer vast omdat de anode anders buiten werking is.
▶Meet met een in serie geschakeld stroommeetapparaat (mA).
De stroom moet boven 0,3 mA liggen wanneer het voorraadsysteem gevuld is.

Fig. 95
▶Bij te geringe stroom: Vervang de veiligheidsanode.
16.1.11 Veiligheidsventiel van het voorraadsysteem
- Controleer het veiligheidsventiel en spoel het door meermaals beluchten.
16.1.12 Elektrische bedrading controleren
▶Controleer de elektrische bedrading op mechanische beschadigingen en vervang defecte kabels.
16.2 Checklist voor de inspectie en het onderhoud (Inspectie- en onderhoudsverslag)
| Datum | |||||
| 1 De laatst opgeslagen storings code in de Heatronic oproepen, servicefunctie 6.A(→ blz. 61). | |||||
| 2 Controleer verbrandingslucht en rook-gas. | |||||
| 3 Controleer de gasvoordruk, mbar(→ pagina 57). | |||||
| 4 Gas-lucht-verhouding voor min. %min./max. controleren(→ pagina 56). max. % | |||||
| 5 Dichtheidscontrole aan gas- en waterzij-de, (→ pagina 32). | |||||
| 6 Warmtewisselaar controleren,(→ blz. 62). | |||||
| 7 Brander controleren (→ pagina 63). | |||||
| 8 Elektroden controleren (→ pagina 61). | |||||
| 9 Membraan in de luchtmengkamer con-troleren (→ pagina 64). | |||||
| 10 Reinig de condens sifon (→ pagina 64). | |||||
| 11 Controleer de voordruk van barhet expansievat (extern) voorde statische hoogte van deverwarmingsinstallatie. | |||||
| 12 Controleer de vuldruk van de barverwarmingsinstallatie. | |||||
| 13 Controleer de veiligheidsano- mAde van het voorraadsysteem(→ pagina 65). | |||||
| 14 Controleer het veiligheidsventiel van hetvoorraadsysteem (→ pagina 65). | |||||
| 15 Controleer de instellingen van de ver-warmingsregelaar. | |||||
| 16 Controleer de elektrische bedrading opbeschadigingen. | |||||
| 17 Controleer de ingestelde servicefunc-ties volgens de sticker „Instellingen vande Bosch Heatronic“. |
Tabel 21
17 Weergaven in het display
Het display toont de volgende aanwijzingen (tab. 22 en 23):
| Aangewezenwaarde Beschrijving bereik | ||
| Cijfer of letter,punt gevolgddoor letter | Servicefunctie(→ tab. 15/ 16,pagina 49) | |
| Letter gevolgddoor cijfer of let-ter | Storingscode(→ tab. 24, pagina 70) | |
| Twee cijfers Decimale waarde b.v.aanvoertemperatuur | 00..99 | |
| U gevolgd door0..9 | Decimale waarde;100..109 wordt weerge-geven als U0..U9 | 0..109 |
| Een cijfer (langweergegeven)gevolgd doortweemaal tweecijfers (kortweergegeven) | Decimale waarde (driecijfers);eerste cijfer wordt ge-toond afwisselend metde beide laatste cijfers(b.v.: 1...69..69 voor169) | 0..999 |
| Twee strepen ge-volgd door twee-maal twee cijfers | Nummer codeerstek-ker;Waarde wordt in driestappen getoond:1. twee strepen2. twee eerste cijfers3. twee laatste cijfers(b.v.: -- 10 04) | 1000...9999 |
| Twee letters ge-volgd door twee-maal twee cijfers | Versienummer;Waarde wordt in driestappen getoond:1. twee eerste letters2. twee eerste cijfers3. twee laatste cijfers(b.v.: CV 10 20) | |
Tabel 22Displayweergave
| Specia-le aan-wijzing | Beschrijving |
![]() | Bevestiging na indrukken van een toets (uitgezonderd resettoets). |
![]() | Bevestiging na indrukken van twee toet-sen tegelijkertijd. |
![]() | Bevestiging na indrukken van de toetslanger dan 3 seconden (geheugenfunc-tie). |
![]() | Het display toont de aanvoertemperatuur afwisselend met: Het toestel werkt 15 minuten lang met het min. nominale ver-mogen, → servicefunctie 2.F. |
![]() | Het display toont de aanvoertemperatuur afwisselend met: Het toestel werkt met het maximaal ingestelde nominale warmtevermogen in verwarmingsbedrijf, → servicefunctie 1.A. |
![]() | Het display toont de aanvoertemperatuur afwisselend met: Het toestel werkt 15 minuten lang met het minimaal nominale vermogen, → servicefunctie 2.F. |
![]() | De ontluchtingsfunctie is actief, zie servi-cefunctie 2.C. |
![]() | Het display toont de aanvoertemperatuur afwisselend met: Het sifonvulpro-gramma is actief, → servicefunctie 4.F. |
![]() | Het display toont de aanvoertemperatuur afwisselend met: Het ingestelde in-spectieinterval is afgelopen, → servicefunctie 5.A. |
![]() | Het display toont de aanvoertemperatuur afwisselend met: De CV-pomp is ge-blokkeerd, zie storing E9. |
![]() ![]() | Het display toont de aanvoertemperatuur afwisselend met: De gradiëntenbe-grenzing is actief. Ontoelaatbaar snelle toename van de aanvoertemperatuur: het CV-bedrijf wordt gedurende twee minu-ten onderbroken.Afwerkvloerdroogfunctie (dry function) van de weersafhankelijke regelaar (→be-dieningshandleiding) of gebouwdroog-functie (→servicefunctie 7.E) in bedrijf. |
![]() | Toetsblokkering actief. Voor het vrijgeven van de toetsblokkering -zo lang in-drukken tot in het display de aanvoertem-peratuur wordt getoond. |
![]() | Start van de thermische desinfectie (→ hoofdstuk 10). |
Tabel 23Speciale displayweergaven
Tabel 23Speciale displayweergaven
18 Storingen
18.1 Storingen verhelpen

GEVAAR: explosie!
▶De gaskraan eerst afsluiten voordat er aan de gasvoerende delen gewerkt wordt.
▶Na het ombouwen alle gasvoerende de-
len controleren op dichtheid.

GEVAAR: door vergiftiging!
▶Dichtheidscontrole uitvoeren na werkzaamheden aan rookgasvoerende onderdelen.

GEVAAR: Gevaar voor stroomschok!
▶Bij het aansluiten en werken aan elektrische delen altijd toestel spanningsvrij maken: (zekering, hoofdschakelaar).

WAARSCHUWING: Gevaar voor verbranding!
Heet water kan zware brandwonden veroorzaken.
▶Voor werkzaamheden aan watervoerende delen het toestel aftappen.

VOORZICHTIG: Uittredend water kan de Heatronic beschadigen.
▶Heatronic afdekken voordat werkzaamheden aan de watertransporterende onderdelen worden uitgevoerd.
De Heatronic bewaakt alle veiligheids-, regel- en besturingsonderdelen.
Wanneer tijdens bedrijf een storing optreedt, klinkt een waarschuwingstoon.

Wanneer u een toets indrukt, wordt de waarschuwingstoon uitgeschakeld.
Het display toont een storingscode (bijv. 08 en de res- ettoets kan knipperen.
Wanneer de resettoets knippert:
▶Houdt de resettoets in tot op het display verschijnt. Het toestel treedt weer in werking en de aanvoertemperatuur wordt aangegeven.
Wanneer de resettoets niet knippert:
▶Schakel het toestel uit en weer in. Het toestel treedt weer in werking en de aanvoertemperatuur wordt aangegeven.

Een overzicht van de storingen vindt u op pagina 70.
Een overzicht van de aanwijzingen in het display vindt u op pagina 67.
Wanneer de storing zich niet laat resetten:
▶Printkaart controleren, eventueel vervangen en servicefuncties conform de sticker "Instellingen van de Heatronic" instellen.
18.2 Storingen die in het display worden aangegeven
| Display Beschrijving Oplossing | ||
| A5 | Temperatuurvoeler 2 van voorraadsysteem defect. | ►Temperatuurvoeler en aansluitkabel controleren op onderbreking of kortsluiting, evt. vervangen. |
| A7 | Temperatuurvoeler warm water defect. | ►Temperatuurvoeler en aansluitkabel controleren op onderbreking of kortsluiting, evt. vervangen.►Codeerstekker correct plaatsen, evt. vervangen. |
| A8 | Communicatie onderbroken. | ►Verbindingskabel BUS-deelnemer controleren.►Regelaar controleren, eventueel vervangen. |
| Ad | Boilertemperatuurvoeler 1 defect. | ►Temperatuurvoeler en aansluitkabel controleren op onderbreking of kortsluiting, evt. vervangen. |
| b1 | Codeerstekker wordt niet herkend. | ►Codeerstekker correct plaatsen, evt. vervangen. |
| b2/b3/b4/b5/b6 | Interne data fout | ►Heatronic 3 op basisinstelling resetten (→servicefunctie 8.E) |
| C6 | Ventilator draait niet. | ►Ventilator met stekker en ventilator controleren evt. vervangen. |
| CC | Buitentemperatuurvoeler niet herkend. | ►Controleer buitenvoeler en aansluitkabel op onderbreking. Vervang de busmodule.►Buitentemperatuurvoeler correct op de klemmen A en F aansluiten. |
| d1 | Voeler retourtemperatuur defect | ►Controleer temperatuurvoeler en aansluitkabel op onderbreking resp. kortsluiting. |
| d3 | Temperatuurbewaking TB1 defectExterne bewaking heeft aangesproken.Temperatuurbewaking vergrendeld. | ►Controleer temperatuurvoeler en aansluitkabel op onderbreking resp. kortsluiting.►Temperatuurbewaking TB1 heeft aangesproken. Brug 8 - 9 of brug PR - P0 ontbreekt.►Temperatuurbewaking vrijgeven. |
| d5 | Eterne aanvoertemperatuurvoeler defect (open verdeler)Externe aanvoertemperatuurvoeler werd als busdeelnemer herkend en vervolgens anders aangesloten. | ►Controleer temperatuurvoeler en aansluitkabel op onderbreking resp. kortsluiting.►Controleer of slechts één temperatuurvoeler is aangesloten, anders tweede temperatuurvoeler verwijderen.►Heatronic 3 op fabrieks instellingen (→ servicefunctie 8.E, pagina 54), IPM 1 of IPM 2 op basisinstelling terugzetten en op kamerthermostaat de automatische systeemconfiguratie uitvoeren. |
| E2 | Aanvoertemperatuurvoeler defect. | ►Controleer temperatuurvoeler en aansluitkabel op onderbreking resp. kortsluiting. |
Tabel 24 Storingen met displayweergave
Display Beschrijving Oplossing
| E9 Warmtewisselaar-maximaal thermo-staat of rookgasmaximaal thermostaat heeft aangesproken. | ►Ketelblok-temperatuurbegrenzer en aansluitkabel controleren op onderbreking of kortsluiting, evt. vervangen.►rookgastemperatuurbegrenzer en aansluitkabel controleren op onderbreking of kortsluiting, evt. vervangen.►Bedrijfsdruk controleren.►Temperatuurbegrenzer controleren, evt. vervangen.►Pompstart controleren, eventueel pomp vervangen.►Zekering op printplaat controleren, eventueel vervangen.►Toestel ontluchten.►Warmteblok waterzijdig controleren, evt. vervangen. | |
| EA | Vlam wordt niet herkend. | ► Randaarde op correcte aansluiting controleren.►Controleer of de gaskraan geopend is.►Gasaansluitdoorstroomdruk controleren, evt. corrigeren.►Netaansluiting controleren.►Elektroden met kabel controleren, eventueel vervangen.►Rookgassysteem controleren, eventueel reinigen of repareren.►Gas-lucht-verhouding controleren, eventueel corrigeren►Bij aardgas: externe gasdoorstroombewaking controleren, eventueel vervangen.►Bij open bedrijf de kamerluchtsamenstelling resp. de ventilatie-openingen controleren.►Afvoer condenssifon reinigen.►Membraan uit aanzuigaansluiting van de ventilator de-monteren en controleren op scheuren of vervuiling.►Warmteblok reinigen.►Gasarmatuur controleren, evt. vervangen.►Codeerstekker correct plaatsen, evt. vervangen.►Tweefasenet (IT): 2 M Ω - weerstand tussen PE en N op netaansluiting van de printkaart inbouwen. |
| F0 | Interne fout. | ► Resettoets gedurende 3 seconden indrukken en loslaten. Na het loslaten start het toestel opnieuw.►Elektrische contacten en ontstekingskabels controleren, evt. printplaat vervangen.►Gas-lucht-verhouding controleren, eventueel corrigeren |
| F1 | Interne data fout | ► Heatronic 3 op basisinstelling resetten (→servicefunctie 8.E) |
| F7 Vlam wordt herkend, hoewel toestel uitgeschakeld is. | ►Elektroden controleren, eventueel vervangen.►Rookgassysteem controleren, eventueel reinigen of repareren.►Printkaart op vochtigheid controleren, evt. drogen. | |
Tabel 24Storingen met displayweergave
| Display Beschrijving Oplossing | ||
| FA Na gasuitschakeling: Vlam wordt herkend. | ►Gasarmatuur controleren, evt. vervangen.►Condenssifon reinigen.►Elektroden en aansluitkabel controleren, evt. vervangen.►Rookgassysteem controleren, eventueel reinigen of repareren. | |
| Fd | Resettoets werd per ongeluk ingedrukt. | ► Resettoets opnieuw indrukken.►Kabelboom naar maximaal thermostaat en gasarmatuur controleren op massasluiting. |
![]() | Gradiëntenbegrenzing: te snelle temperatuurtoename | ►Onderhoudskranen volledig openen.►CV-pomp elektrisch op Heatronic 3 aansluiten.►Aansluitstekker plaatsen conform de installatiehandleiding.►CV-pomp starten of vervangen.►Pompinstelling correct instellen en aanpassen op maxi-male vermogen. |
Tabel 24Storingen met displayweergave
18.3 Storingen die niet in het display worden getoond
| Toestelstoringen Oplossing | |
| Te veel verbrandingsgeluid;brommend geluid | ►Codeerstekker correct plaatsen, evt. vervangen.►Gassoort controleren.►Gasaansluitdoorstroomdruk controleren, evt. aanpassen.►Rookgassysteem controleren, eventueel reinigen of repare-ren.►Gasluchtverhouding in de verbrandingslucht en in het rook-gas controleren, evt. gasarmatuur vervangen. |
| Doorstroomgeluiden | ►Pompinstelling correct instellen en aanpassen op maximale vermogen. |
| Opwarming duurt te lang | ►Pompinstelling correct instellen en aanpassen op maximale vermogen. |
| Rookgaswaarden niet in ordeCO-waarde te hoog | ►Gassoort controleren.►Gasaansluitdoorstroomdruk controleren, evt. aanpassen.►Rookgassysteem controleren, eventueel reinigen of repare-ren.►Gasluchtverhouding in het rookgas controleren, evt. gasar-matuur vervangen. |
| Ontsteking te hard, te slecht ►Gassoort controleren. | ►Gasaansluitdoorstroomdruk controleren, evt. aanpassen.►Netaansluiting controleren.►Elektroden met kabel controleren, eventueel vervangen.►Rookgassysteem controleren, eventueel reinigen of repare-ren.►Gasluchtverhouding controleren, evt. gasarmatuur vervan-gen.►Bij aardgas: externe gasdoorstroombewaking controleren, eventueel vervangen.►Brander controleren, eventueel vervangen. |
| Tapwater ruikt slechtof donkere kleur | ►Thermische desinfectie van het tapwatercircuit uitvoeren.►Beveiligingsanode vervangen. |
| Gewenste aanvoertemperatuur (b.v. van de FW-500-regelaar) wordt overschreden | ►Automatische schakelblokkering uitschakelen, d.w.z. waarde op 0 instellen.►Benodigde schakelblokkering, b.v. basisinstelling 3 minuten instellen. |
| Condens in luchtkast | ►Membraan in de menginrichting conform installatiehandlei-ding inbouwen, evt. vervangen. |
| Heatronic knippert (d.w.z. alle toetsen, alle seg-menten van het display, brander controlelamp enz. knipperen) | ►Zekering Si 3 (24 V) vervangen. |
Tabel 25Storingen zonder displayweergave
18.4 Voelerwaarden
18.4.1 Buitentemperatuurvoeler (bij weersafhankelijke regelaar, toebehoren)
| Buitentemperatuur ( °C) | |
| meettolerantie ± 10% | Weerstand ( Ω) |
| -20 2 392 | |
| -16 2 088 | |
| -12 1 811 | |
| -8 1 562 | |
| -4 1 342 | |
| 0 | 1 |
| 4 | 984 |
| 8 | 842 |
| 10 781 | |
| 15 642 | |
| 20 528 | |
| 25 436 | |
Tabel 26
18.4.2 Aanvoer-, retour-, boiler-, tapwater-, externe aanvoertemperatuurvoeler
| Temperatuur ( °C) | |
| meettolerantie ± 10% | Weerstand (k Ω) |
| 20 14 772 | |
| 25 11 981 | |
| 30 9 786 | |
| 35 8 047 | |
| 40 6 653 | |
| 145 5 523 | 4 |
| 50 4 608 | |
| 55 3 856 | |
| 60 3 243 | |
| 65 2 744 | |
| 70 2 332 | |
| 75 1 990 | |
| 80 1 704 | |
| 85 1 464 | |
| 90 1 262 | |
| 95 1 093 | |
| 100 950 | |
Tabel 27
18.5 Codeerstekker
| Toestel Nummer | ||
| 30 HRC II Turbo Tower | Aard-gas | 8 714 431 810 |
Tabel 28
19 Instelwaarde voor verwarmings-/tapwatervermogen
| Aardgas L, kengetal 5 | |||
| Bovenwaarde H | S(kWh/m3)9,3 | ||
| Onderwaarde H | IS(kWh/m3)7,9 | ||
| Display | Vermogen kW | Belasting kW | Gashoeveelheid (l/min bij tW/tR=80/60°C ) |
| 35 6,4 | 6,5 13,7 | ||
| 40 8,2 | 8,3 17,6 | ||
| 45 10,0 | 10,2 | 21,5 | |
| 50 11,8 | 12,0 | 25,3 | |
| 55 13,6 | 13,8 | 19,2 | |
| 60 15,4 | 15,7 | 33,1 | |
| 65 17,2 | 17,5 | 37,0 | |
| 70 19,0 | 19,4 | 40,8 | |
| 75 20,8 | 21,2 | 44,7 | |
| 80 22,6 | 23,0 | 48,6 | |
| 85 24,4 | 24,9 | 52,4 | |
| 90 26,2 | 26,7 | 56,3 | |
| 95 28,0 | 28,5 | 60,2 | |
| U0 | 29,4 | 30,0 | 63,3 |
Tabel 29
20 Ingebruiknemingsprotocol voor het toestel
| Klant/gebruiker installatie: | ||
| Naam, voornaam Straat, huisnr. | ||
| Telfoon/fax Postcode, plaats | ||
| Fabrikant installatie: | ||
| Opdrachtnummer | ||
| Toesteltype: (voor ieder toestel een eigen protocol invullen!) | ||
| Serienummer: | ||
| Datum van de ingebruikneming: | ||
| ☐ Afzonderlijk toestel | ☐ Cascade, aantal toestellen: ...... | ||
| Opstellings-ruimte: ☐ Kelder | ☐ Zolder | Overige: | ||
| Rookgasafvoer: ☐ Tweepijpsysteem | ☐ LAS | ☐ Schacht | ☐ Separate pijpinstallatie | ||
| Opmerkingen omtrent onder- of overdrukbedrijf: | ||
| Gasinstelling en rookgasmeting:Ingestelde gassoort: ☐ Aardgas H | ☐ Aardgas L | ☐ Aardgas LL | ☐ Propaan | ☐ Butaan | ||
| Gas-aansluitstroomdruk: mbar | Gasaansluitrustdruk: mbar | |
| Ingestelde maximale nominale warmtevermogen: kW | Ingestelde minimale nominale warmtevermogen: kW | |
| Gasdoorstroomhoeveelheid bij maximaal nominaal warmtevermogen: l/min | Gasdoorstroomhoeveelheid bij minimaal nominaal warmtevermogen: l/min | |
| Calorische waarde HB : kWh/ m3 | ||
| CO2 bij maximaal nominaal warmtevermogen: % | CO2 bij minimaal nominaal warmtevermogen: % | |
| O2 bij maximaal nominaal warmtevermogen: % | O2 bij minimaal nominaal warmtevermogen: % | |
| CO bij maximaal nominaal warmtevermogen: ppm | CO bij minimaal nominaal warmtevermogen: ppm | |
| Rookgastemperatuur bij maximaal nominaal warmtevermogen: °C | Rookgastemperatuur bij minimaal nominaal warmtevermogen: °C | |
| Gemeten maximale aanvoertemperatuur: °C | Gemeten minimum aanvoertemperatuur: °C | |
| Hydraulica installatie: | ||
| ☐ Open verdeler, type: | ☐ Extra expansievatGrootte/voordruk:Automatische ontluchter aanwezig?☐ ja | ☐ nee | |
| ☐ CV-pomp: | ||
| ☐ Boiler/Type/Aantal/Vermogen verwarmingsoppervlak: | ||
| ☐ Hydraulica installtie gecontroleerd, opmerkingen: | ||
| Gewijzigde servicefuncties: (hier a.u.b. de gewijzigde servicefuncties uitlezen en waarde invullen.) | ||
| Voorbeeld: servicefunctie 7.d van 00 naar 01 veranderd | ||
| Sticker „Instellingen van de Heatronic“ ingevuld en aangebracht □ | ||
| Verwarmingsregeling:□ FW 100 | □ FW 200 | □ FW 500 | □ FR 110 | □ TA 250 | □ TA 270 | □ TA 300 | |
| □ FB 10 × ...... Aantal, codering, CV-groep(en): | ||
| □ FB 100 × ...... Aantal, codering, CV-groep(en): | ||
| □ FR 10 × ...... Aantal, codering, CV-groep(en): | ||
| □ FR 100 × ...... Aantal, codering, CV-groep(en): | ||
| □ ISM 1 | □ ISM 2 | □ ICM × ...... Aantal | □ IEM | □ IGM | □ IUM | |
| □ IPM 1 × ...... Aantal, codering, CV-groep(en): | ||
| □ IPM 2 × ...... Aantal, codering, CV-groep(en): | ||
| Overige: | ||
| □ Verwarmingsregeling ingesteld, opmerkingen: | ||
| □ Gewijzigde instellingen van de verwarmingsregeling in de bedienings-/installatiehandleiding van de regelaar ge-documenteerd | ||
| De volgende werkzaamheden werden uitgevoerd:□ Elektrische aansluitingen gecontroleerd, opmerkingen: | ||
| □ Condenssifon gevuld | □ Verbrandingslucht/rookgasmeting uitgevoerd | |
| □ Controle op goede werking uitgevoerd | □ Gas- en waterzijdige dichtheidscontrole uitgevoerd | |
| De inbedrijfname omvat de controle van de instelwaarde, de optische dichtheidscontrole op het CV-toestel en de controle van de goede werking van het CV-toestel en de regeling. Een controle van de CV-installatie wordt door de leverancier van de installatie uitgevoerd.Wanneer in het kader van de inbedrijfstelling kleine montagefouten door Bosch Komponenten worden vastgesteld, is Bosch bereidt, deze montagefouten na toestemming van de eigenaar op te heffen. Daarmee wordt niet de garantie op de montagewerkzaamheden overgenomen. | ||
| De hiervoor genoemde installatie werd in de beschreven omvang gecontroleerd. | Alle documentatie werd aan de exploitant overhandigd. Deze werd met de veiligheidsinstructies en de bedie- ning van de voornoemde warmteopwekker inclusief de toebehoren vertrouwd gemaakt. Gewezen werd ook op de noodzaak tot regelmatig onderhoud van de bovenge-noemde CV-installatie. | |
| Naam van de servicetechnicus | Datum, handtekening eigenaar | |
| Datum, handtekening installateur | Hier meetprotocol inplakken. | |
Index
A
Aanpassing aan het soort gas 56
Aanwijzingen voor inspectie en onderhoud 60
Aardgas 16,56
Afdichtingsmiddel 24
Afmetingen en minimale afstanden 10
Antivries middel 24
B
Belangrijke opmerkingen voor de installatie...... 24, 60
Bescherming tegen bevriezing.... 45
C
Checklist voor de inspectie 66
Circulatie 27
Controle Gas- en wateraansluitingen .... 32
Controle door autoriteiten CO-meting in rookgas 58
Controle door de autoriteiten dichtheidstest rookgaskanaal .... 58
Corrosie beschermingsmiddel 24
D
Dichtheidstest rookgaskanaal.... 58
Door weergestuurde regelaar gevraagde aanvoertemperatuur (servicefunctie 6.C)....53
E
EG-conformiteitsverklaring.... 8
Elektrische aansluiting.... 36
Elektrische bedrading controleren 65
externe aanvoertemperatuurvoeler 39
externe CV-pomp (primair circuit).... 40
externe CV-pomp (secundaire zijde) 40
externe toebehoren aansluiten 38
kamerthermostaat, afstandsbedieningen .... 37
Temperatuurbewaker 37
toebehoren aansluiten 36
toestellen met aansluitkabel en netstekker aansluiten ....36
Elektrische bedrading.... 14
Energiebesparingsbesluit (EnEV) 43
Expansievast 64
G
Gas- en wateraansluiting 32
Gasleiding controleren 32
Gas-lucht-verhouding 56
Gassoort 8,56
Gebruik volgens de voorschriften 8
Gegevens over het toestel 8
EG-conformiteitsverklaring 8
Gebruik volgens de voorschriften.... 8
Leveringsomvang 6
Toebehoren 9
Toestelbeschrijving 9
Toestelopbouw 12
Typenoverzicht 8
H
Heatronic servicefuncties.... 48, 50–55, 61
|
Inbedrijfname 41
Ontluchten 42
Ingebruiknemingsprotocol 76
Inschakelen Toestel....42 Verwarming....43
Inspectie en onderhoud.... 60
Inspectieverslag.... 66
Installatie 24 Belangrijke opmerkingen 24, 60 Opstellingsplaats 25
Instelling Heatronic .... 48 Warmwatertemperatuur.... 44
Instelwaarde voor verwarmings-/tapwatervermogen 75
L
Laatste opgeslagen fout oproepen.... 51, 53, 61
Leveringsomvang 6
M
Milieubescherming.... 59
Montage concentrisch afvoerkanaal 35
N
Netzekering.... 14, 36
0
Onderhoud en inspectie 60
Ontluchten 42 ontluchtingsfunctie 51
Open verwarmingsinstallaties 24
Oppervlakte temperatuur 25
Opstellingplaats Oppervlakte temperatuur.... 25 Verbrandingslucht.... 25
Opstellingsplaats .... 25 Voorschriften ten opzichte van de opstellingsruimte .... 25
Oud toestel 59
Overzicht van rookgastoebehoren.... 19
P
Pompblokkeringsbeveiliging.... 47
Procedure voor inspectie en onderhoud 61
brander controleren 63
condenssifon reinigen 64
Elektrische bedrading controleren 65
elektroden controleren 61
Expansievat controleren 64
ketelblok controleren en reinigen 62
laatste opgeslagen fout oproepen 51, 61
platenwarmtewisselaar.... 61
Veiligheidsanode controleren 65
Veiligheidsventiel van het voorraadsysteem
controleren 65
Vuldruk van de verwarmingsinstallatie.... 65
R
Recycling 59
Rookgasmeting....58
Ruimtetemperatuurregelaar 24
S
Servicefuncties
3-wegklep in middenpositie
(servicefunctie 7.b) 53
aansluiting externe aanvoertemperatuurvoeler
(servicefunctie 7.d) 54
(servicefunctie 9.b) 55
automatische schakelblokkering
(servicefunctie 3.A) 52
automatische schakelblokkering
(servicefunctie 3.b) 52
bedrijfssoort permanent (servicefunctie 9.A) ..... 55
codeerstekkernummer (servicefunctie 8.b)...... 54
gebouwdroogfunctie (servicefunctie 7.E) ..... 54
gebruik van het kanaal bij een 1-kanaals
schakelklok veranderen (servicefunctie 5.C). ..... 53
geen functie (servicefunctie 0.A) 54
geen functie (servicefunctie 2.A) 51
geen functie (servicefunctie 6.d) 53
geen functie (servicefunctie 7.A) 53
geen functie (servicefunctie 9.E) 55
geen functie (servicefunctie A.C) 55
geen functie (servicefunctie C.b) 55
GFA-status (servicefunctie 8.C) 54
GFA-storing (servicefunctie 8.d) 54
inspectie resetten (servicefunctie 5.A) ...... 53
inspectie tonen (servicefunctie 5.A).... 53
kamerthermostaat, actuele spanning klem 2
(servicefunctie 6.b) 53
kamerthermostaat, configuratie klemmen 1-2-4
(servicefunctie 7.F) 54
laatste opgeslagen fout
(servicefunctie 6.A) .....51, 53, 61
maximale aanvoertemperatuur
(servicefunctie 2.b) 51
ontluchtingsfunctie (servicefunctie 2.C)...... 51
permanente ontsteking (servicefunctie 8.F) ..... 55
pompidentificatieveld (servicefunctie 1.C)...... 50
pompkarakteristiek (servicefunctie 1.d) ...... 51
pompnalooptijd (verwarming)
(servicefunctie 9.F) 55
pompschakeltype voor CV-bedrijf
(servicefunctie 1.E) 51
schakelfunctie (servicefunctie 3.C) 52
schakelklokingang (servicefunctie 6.E) 53
sifonvulprogramma (servicefunctie 4.F)....52
softwareversie (servicefunctie 8.A) 54
tapwatertemperatuur (servicefunctie A.b) ..... 55
temperatuur aan aanvoertemperatuurvoeler
(servicefunctie A.A) 55
toestel (Heatronic 3) naar basisinstelling
resetten (servicefunctie 8.E) 54
ventilatornalooptijd (servicefunctie 5.b).... 53
verwarmingsvermogen (servicefunctie 1.A) ..... 50
waarschuwingstoon (servicefunctie 4.d)...... 52
Storingen 69–70
in het display aangegeven 70
Storingen die niet in het display worden
getoond 73
Storingsindicatie.... 69–70
T
Thermische desinfectie.... 46
Toebehoren....9
Toestel inschakelen.... 42
Toestel uitschakelen 42
Toestelbeschrijving 9
Toestelopbouw.... 12
Trechtersifon.... 28
Typenoverzicht 8
U
Uitschakelen.... 42
v
Veiligheidsanode.... 65
Veiligheidsgroep 27
Verbrandingslucht.... 25
Verpakking 59
Verwarming inschakelen 43
Verwarmingsregeling 43
Verwijdering.... 59
Vloerverwarming.... 24
Voorschriften.... 18
Voorschriften ten opzichte van de
opstellingsruimte 25
W
Warmwatertemperatuur instellen 44
Wateraansluitingen controleren 32
Z
Zekeringen 14,36
Zomerbedrijf 44
Bosch Thermotechniek B.V.
Postbus 379
7300 AJ Apeldoorn
Tel: +31 (0) 55 - 543 43 43
Fax: +31 (0) 55 - 543 43 44
www.boschsupportline.nl
infott@nl.bosch.com














