HRC 30 Basis 1 - Ketel BOSCH - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis HRC 30 Basis 1 BOSCH in PDF-formaat.
| Type product | Vloerketel (CV-ketel) |
| Merk | Bosch |
| Model | HRC 30 Basis 1 |
| Afmetingen (H x B x D) | 850 x 440 x 350 mm |
| Gewicht | Ca. 35 kg |
| Energiebron | Aardgas (G20) |
| Nominaal vermogen verwarming | 30 kW |
| Nominaal vermogen warm water | 30 kW |
| Rendement | HR (Hoog Rendement) |
| Type afvoer | Concentrisch (80/125 mm) |
| Waterinhoud | Ca. 2,5 liter |
| Max. werkdruk cv | 3 bar |
| Max. temperatuur cv | 90 °C |
| Energielabel | A (voor verwarming) |
| Geluidsniveau | < 50 dB(A) |
| Ontsteking | Elektronisch (ionisatie) |
| Pomptype | Modulerende pomp |
| Beveiligingen | Vorstbeveiliging, waterdrukbeveiliging, oververhitting |
| Onderhoud | Jaarlijks onderhoud door erkend installateur |
| Garantie | 2 jaar (bij registratie verlengbaar) |
| Reparabiliteit | Onderdelen beschikbaar via Bosch service |
Veelgestelde vragen - HRC 30 Basis 1 BOSCH
Gebruikersvragen over HRC 30 Basis 1 BOSCH
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding HRC 30 Basis 1 - BOSCH en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. HRC 30 Basis 1 van het merk BOSCH.
GEBRUIKSAANWIJZING HRC 30 Basis 1 BOSCH
Voor uw veiligheid 3
Verklaring symbolen 3
1 Toestelbeschrijving algemeen 4
1.1 EG-conformiteitsverklaring 4
1.2 Typenoverzicht 4
1.3 Leveringsomvang 4
1.4 Toestelbeschrijving 4
1.5 Toebehoren (zie prijslijst) 4
1.6 Mantel 5
1.7 Toestelopbouw 6
1.8 Opbouw 7
1.9 Elektrische bedrading 8
1.10 Technische gegevens Bosch 26 HRC 9
1.11 Technische gegevens Bosch 30 HRC 10
1.12 Technische gegevens Bosch 35 HRC 11
1.13 Technische gegevens Bosch 42 HRC 12
2 Voorschriften 13
3 Overzicht van rookgastoebehoren 14
4 Installatie 20
4.1 Belangrijke opmerkingen 20
4.2 Opstellingsplaats kiezen 20
4.3 Voormonteren van de installatie 21
4.4 Toestel monteren 22
4.5 Aansluitingen controleren 23
4.6 Uitzonderingen 23
5 Basistoebehoren voor parallelaansluiting AZB 817/1 monteren 24
5.1 Leveringsomvang 24
5.2 Algemeen 24
5.3 Montage 24
6 Elektrische aansluiting 26
6.1 Toestel aansluiten 26
6.2 Aansluiten Open Therm Bosch TF 30 regelaar 27
6.3 Aansluiten temperatuurregelaar,
afstandsbedieningen of schakelklokken 27
6.4 Tweedraads kamerthermostaat aansluiten 28
6.5 Aansluiten van de boiler 29
6.6 Aansluiten van een temperatuurbegrenzer TB 1 in een vloerverwarminginstallatie 29
7 Inbedrijfname 30
7.1 Voor het in bedrijf nemen 30
7.2 In-/Uitschakelen 31
7.3 Verwarming inschakelen 31
7.4 Verwarmingsregelingen 31
7.5 Toestellen met voorraadsysteem:
warmwatertemperatuur instellen 32
7.6 Gaswandketels zonder voorraadsysteem: warmwatertemperatuur en hoeveelheid instellen 32
7.7 Zomerbedrijf
(alleen warmwaterbereiding) 35
7.8 Vorstbeveiliging 35
7.9 Storingen 35
7.10 Pompblokkeringsbeveiliging 35
8 Individuele instelling 36
8.1 Mechanische instellingen 36
8.2 Instellen van de Bosch Heatronic 37
9 Gasinstellingen 45
9.1 Gas/luchtverhouding instellen 45
9.2 Verbrandingslucht/rookgasafvoer metingen met een ingesteld verwarmingsvermogen 47
10 Onderhoud 47
10.1 Checklist voor het onderhoud (onderhoud protocol) 48
10.2 Beschrijving van de verschillende onderhoudsstappen 49
11 Bijlage 53
11.1 Storingsaanduiding 53
11.2 Instelwaarde (aardgas) voor verwarming/
boileropwarmvermogen bij
Bosch 26 HRC 54
11.3 Instelwaarde (propaan) voor verwarming/
boileropwarmvermogen bij
Bosch 26 HRC 54
11.4 Instelwaarde (aardgas) voor verwarming/
boileropwarmvermogen bij
Bosch 30 HRC/35 HRC 55
11.5 Instelwaarde (propaan) voor verwarming/
boileropwarmvermogen bij
Bosch 30 HRC/35 HRC 55
11.6 Instelwaarde (aardgas) voor verwarming/
boileropwarmvermogen bij
Bosch 42 HRC 56
11.7 Instelwaarde (propaan) voor verwarming/
boileropwarmvermogen bij
Bosch 42 HRC 56
12 Inbedrijfname protokol 57
13 Garantie 58
14 Combinatie met zonne-energie 59
Voor uw veiligheid
Bij gaslucht
▶ Sluit de gaskraan (zie blz. 30).
▶ Ramen openen.
▶ Geen elektriciteitsschakelaars gebruiken.
▶ Open vuur doven.
- Direkt gasbedrijf/gastechnisch installateur waarschuwen.
Bij rookgaslucht
▶ Toestel buiten bedrijf stellen (zie blz. 31).
▶ Ramen en deuren openen.
▶ Gastechnisch installateur waarschuwen.
Opstelling, wijzigingen
- De opstelling of wijzigingen aan de gaswandketel mogen alleen volgens de voorschriften en door een gasttechnisch installateur veranderd worden.
▶ Rookgasafvoer voerende delen mogen niet veranderd worden. - Opstelling als open toestel, dus verbrandingslucht aanzuiging uit de opstellingsruimte: Be-en ontluchtingsopeningen in deuren, ramen en muren niet afsluiten of dicht maken c.q. verkleinen. Bij kierdichte ramen, verbrandingsluchtverzorging veilig stellen.
Onderhoud
Aanbeveling voor de gebruiker: Voor het juist functioneren van het toestel, dient het onderhoud jaarlijks door een erkend installateur te worden verricht.
- De gebruiker is verantwoordelijk voor het milieu en de veiligheid van de installatie.
▶ Er mogen alleen originele Bosch onderdelen gemonteerd worden.
Explosieve en licht ontvlambare materialen
- Plaats en gebruik geen licht ontvlambare materialen en vloeistoffen in de nabijheid van het toestel.
Verbrandingslucht en omgevingslucht
- Om corrosie te vermijden, dient de verbrandingslucht vrij van agressieve stoffen te zijn (o. a. halogeen koolwaterstoffen die chloor of fluorverbindingen bevatten).
Gebruiker informeren
Aan de gebruiker de werking en de bediening, het bijvullen, ontluchten tevens het controleren van de installatiedruk uitleggen.
- De gebruiker er op wijzen dat hij zelf geen veranderingen of reparaties mag uitvoeren.
Verklaring symbolen

Veiligheidsaanwijzingen in de tekst worden door middel van een grijs vlak en een gevaren driehoek aangeduid.
Signaalwoorden geven de zwaarte aan van het gevaar wat kan optreden als de voorschriften niet opgevolgd worden.
- Voorzichtig betekent dat er mogelijk lichte materiële schade kan optreden.
- Waarschuwing betekent dat er lichte persoonlijke schade of zwaardere materiële schade kan optreden.
- Gevaar betekent dat zware persoonlijke schade kan optreden. In bijzonder zware gevallen bestaat er levensgevaar.

Aanwijzingen in de tekst met hiernaast aangegeven symbool worden begrenst met een lijn boven en onder de tekst.
Aanwijzingen: betekent belangrijke informatie welke in die gevallen geen gevaar voor mens of toestel oplevert.
1 Toestelbeschrijving algemeen
1.1 EG-conformiteitsverklaring
Dit toestel voldoet aan de geldende eisen van de europese richtlijnen 90/396/EEG, 92/42/EEG, 73/23/EEG, 89/336/EEG en de in het EG-proefmodelcertificaat beschreven proefmodel.
Het voldoet aan de keuringseisen betreffende HR-ketels.
Het gemiddelde NOx in de rookgassen ligt onder de 40 ppm.
Het toestel is gekeurd volgens EN 677.
| Prod.-ID-Nr. | CE-0085BL0507 |
| Categorie | II_2L3P |
| Toepassing | C_13, C_33, C_43, C_53, C_63, C_83, B_23, B_33 |
Tabel 1
1.2 Typenoverzicht
De type aanduiding wordt door kencijfers aangevuld.
Het geeft het gassoort aan volgens DVGW, werkblad G 260.
| Kencijfer | Wobbe-Index (15 °C) | Gassoort |
| 5 10,9-12,5 | kWh/m3 | Aardgas, groep 2L |
Tabel 2
1.3 Leveringsomvang
- Gaswandketel voor centrale verwarming
- Klem voor het bevestigen van het rookgastoebehoren
- Weerstand 1,5 k Ω, 0,6 watt voor het aansluiten van een tweedraads (aan/uit) kamerthermostaat met potentieel vrij contact
- Basistoebehoren voor parallelaansluiting ø 80 mm (AZB 817/1)
- Bevestigingsmateriaal (schroeven met toebehoren)
- Toesteldocumentatie
• Gasaansluitnippel 1" x 1/2" binnendraad
- OpenTherm-module (OTM1) ingebouwd .
1.4 Toestelbeschrijving
- Toestel voor wandmontage onafhankelijk van schoorsteen en opstellingsruimte.
- Aardgastoestellen voldoen ruim aan de emissie-eis NO _X -besluit
- Multifunctionele aanduidingen (display).
• Busbestuurde Bosch Heatronic
- Volledig beveiligd met branderautomaat, ionisatiebeveiliging en magneetventielen (EN 298).
- Minimale wateromloophoeveelheid is niet noodzakelijk.
- Geschikt voor vloerverwarming
- Concentrische pijp voor rookgasafvoer/luchttoevoer met meetpunten voor CO₂/CO
• Toerengeregelde ventilator.
• Voorgemengde brander
- Temperatuurvoeler en temperatuurkeuze voor verwarming
- Temperatuurvoeler in aanvoer, temperatuurbegrenzer in 24 V circuit.
- Pomp (drie toeren), met automatische ontluchter
• Overdrukveiligheid, manometer
- Aansluitmogelijkheid voor boiler-NTC
- Aansluitmogelijkheid voor voorraadsysteem
• Rookgastemperatuurbeveiliging (120 °C)
- Schakeling voor warmwatervoorrang
• Omschakelklep met motor
- Platenwarmtewisselaar .
1.5 Toebehoren (zie prijslijst)
- Rookgastoebehoren
- Montageplaat
- Trechtersifon, afvoerleiding en afvoerbochtstuk
• Servicepakket opbouwinstallatie
• Servicepakket inbouwinstallatie - Weersafhankelijke inbouwregeling TA 211 E
- Weersafhangelijke opbouwregeling (geschikt voor Can-Bus)
- Modulerende ruimtetemperatuurregeling TR ... (TR 220 geschikt met Can-Bus)
- Inbouw schakelklok
- Toebehoren voor boileraansluiting .
1.6 Mantel

Afb. 1
13 Montageaansluitplaat
101 Mantel
103 Deksel voor bedieningspaneel
103.1 Knop om klep te open
338 Maatvoering voor elektrokabels uit de muur

Afb. 2

Afb. 3
1.7 Toestelopbouw

Afb. 4
4 Heatronic
6 Temperatuurbegrenzer (ketelblok)
6.1 Warmwater-NTC
7 Meetnippel gasvoordruk
8.1 Manometer
9 Temperatuurbegrenzer (Rookgassen)
15 Overstortventiel
18 Circulatiepomp
18.1 Toerenschakelaar
27 Automatische ontluchter
29 Mengkamer met verbrandingsluchtopeningen
32.1 Electrodenset
36 Temperatuurvoeler (NTC) aanvoer
43 Aanvoer CV
63 Instelschroef voor max. gashoeveelheid
64 Instelschroef voor min. gashoeveelheid
88 Omschakelklep
98 Waterschakelaar
102 Kijkglas
120 Ophanggaten
221.1 Rookgasafvoerpijp
221.2 Luchtaanzuigpijp
226 Ventilator
234 Meetnippel rookgassen
234.1 Meetnippel luchttoevoer
271 Rookgasafvoerpijp
295 Toestelgegevenssticker
349 Deksel voor parallelaansluiting
355 Platenwarmtewisselaar
358 Condenswater sifon
396 Slang condenswatersifon
415 Inspectiedeksel
416 Condensverzamelbak
418 Typeplaatje
1.8 Opbouw

6 Temperatuurbegrenzer (ketelblok)
6.1 Warmwater-NTC
7 Meetnippel gasvoordruk
8.1 Manometer
9 Temperatuurbegrenzer (Rookgassen)
13 Montageaansluitplaat (behoort niet tot de levering)
14 Sifon (behoort niet tot de levering)
15 Overstortventiel
18 Circulatiepomp
29 Mengkamer met verbrandingslucht openingen
29.1 Bimetaal voor verbrandingslucht compensatie
30 Brander
32 Ionisatie-elektrode
33 Ontstekingselektrode
35 Ketelblok met gekoelde verbrandingskamer
36 Temperatuurvoeler (NTC) aanvoer
43 Aanvoer
44 Warmwater
45 Gas
46 Koudwater
47 Retour
48 Afvoer
52 Veiligheidsmagneetventiel 1
52.1 Veiligheidsmagneetventiel 2
55 Zeef
56 Gasarmatuur CE 427
57 Veiligheidskleppen
61 Ontstoringsknop
63 Instelschroef voor max. gashoeveelheid
64 Instelschroef voor min. gashoeveelheid
69 Regelklep
84 Motor
88 Omschakelklep
90 Venturi
91 Overdrukventiel
93 Waterhoeveelheidregelaar
94 Membraan
95 Hevel met schakelnok
96 Microschakelaar
97 Instelschroef tapdebiet
98 Waterdeel
221 Rookgasafvoerpijp
226 Ventilator
229 Luchtkast
234 Meetpunt rookgassen
234.1 Meetpunt luchttoevoer
317 Digitaal display
355 Platenwarmtewisselaar
358 Condenswater sifon
361 Vul- en aftapkraan (toebehoren)
443 Membraan
447 Restrictie rookgasafvoer (Bosch 30/35/42 HRC)
1.9 Elektrische bedrading

6 720 611 390-18.10
Afb. 6
4.1 Ontstekingstrafo
6 Temperatuurbegrenzer (ketelblok)
6.1 Warmwater-NTC
9 Temperatuurbegrenzer (rookgassen)
18 Circulatiepomp
32 Ionisatie-elektrode
33 Ontstekingselektrode
36 Temperatuurvoeler (NTC) aanvoer
52 Veiligheidsmagneetventiel 1
52.1 Veiligheidsmagneetventiel 2
56 Gasblok CE 427
61 Resetknop
84 Motor
96 Microschakelaar van de waterschakelaar
135 Hoofdschakelaar
136 Temperatuurregelaar voor verwarming
151 Zekering T 2,5 A, AC 230 V
153 Transformer
161 Brug
226 Ventilator
300 Codeersteker
302 Aansluiting voor aarde
303 Stekeraansluiting voor NTC boiler 1
310 Temperatuurregelaar voor warmwater
312 Zekering T 1,6 A
313 Zekering T 0,5 A
314 Stekeraansluiting inbouwregelaar TA 211 E of Busmoduul
315 Aansluiting ruimtetemperatuurregelaar, geen TR 220
317 Digitaal display
318 Stekeraansluiting voor schakelklok
319 Stekeraansluiting voor boiler
328 AC 230 V klemaansluiting
328.1 Brug
329 LSM stekeraansluiting
363 Controlelamp branderbedrijf
364 Controlelamp 0/1 (uit/aan)
365 Druktoets schoorsteenveger
366 Service druktoets
367 „ECO“ druktoets
473 Weerstand
474 OTM 1
| Eenheid | Bosch 26 HRC | ||
| Aardgas Propaan | |||
| Nominaal vermogen (bij cv 40/30°C) | kW | 21,8 | 21,8 |
| Nominaal vermogen (bij cv 50/30°C) | kW | 21,6 | 21,6 |
| Nominaal vermogen (bij cv 80/60°C) | kW | 20,6 | 20,6 |
| Nominale belasting | kW | ||
| Minimaal vermogen (bij cv 40/30°C) | kW | 8,6 | 11,6 |
| Minimaal vermogen (bij cv 50/30°C) | kW | 8,6 | 11,4 |
| Minimaal vermogen (bij cv 80/60°C) | kW | 7,6 | 10,5 |
| Minimale belasting | kW | ||
| Max. warmwater vermogen kW 32,2 32,2 | |||
| Continu warmwater vermogen kW 25,7 25,7 | |||
| Max. warmwater | belasting | ||
| Gasaansluitwaarde | |||
| Aardgas ( H_is =8,1 kWh/m3) | m3/h 4,2 - | ||
| Propaan ( H_j =12,9 kWh/kg) | kg/h | -2,4 | |
| Gasaansluitwaarde (voordruk) | |||
| Aardgas | mbar | 20 - 30 | - |
| Propaan | mbar | - | 25-35 |
| Warmwater | |||
| Warmwaterhoeveelheid 60°C 1) | l/min 7, | 7, | |
| Warmwaterhoeveelheid 40°C 1) | l/min | 12,3 12,3 | |
| Gaskeur | CW | 3 | 3 |
| Uitstroomtemperatuurinstelbereik | °C | 40 - 60 | 40 - 60 |
| Max. waterdruk | bar | 10 | 10 |
| Min. waterdruk | bar | 0,2 | 0,2 |
| Max. waterhoeveelheid | l/min | 14 | 14 |
| Rekenwaarde voor de diameterberekening volgens DIN 4705 | |||
| Rookgasvolumenstroom max./min. vermogen | g/s | 15,4/4,0 | 15,4/4,0 |
| Rookgastemperatuur (bij cv 80/60°C)max./min. vermogen | °C | 78/57 | 78/57 |
| Rookgastemperatuur (bij cv 40/30°C)max./min. vermogens | °C | 58/35 | 58/35 |
| Opvoerhoogte | Pa | 80 | 80 |
| CO2 bij nom. vermogen | % | 9,0 | 10,8 |
| CO2 bij min. vermogen | % | 8,8 | 10,5 |
| Rookgas condensaat | |||
| Max. hoeveelheid condensaat ( t_R =30°C) | l/h | 2,7 | 2,7 |
| PH waarde ca. | 4,8 | 4,8 | |
| Algemeen | |||
| Elektrische spanning | AC ... V | 230 | 230 |
| Frequentie | Hz | 50 | 50 |
| Opgenomen vermogen / standby - deellast - vollast | W | 8-60-120 | 8-60-120 |
| Beschermingsgraad 2) | IP | X4D | X4D |
| Max. aanvoertemperatuur | °C ca. 90 ca. 90 | ||
| Max. bedrijfsdruk (verwarming | bar | 3 | 3 |
| Toegestane omgevingstemperaturen | °C | 0-50 | 0-50 |
| Inhoud ketelblok | l | 3,75 3,75 | |
| Gewicht (zonder verpakking) | kg | 41 | 41 |
Tabel 1
1) Hierbij wordt uitgegaan van een koudwatertemperatuur van 10 °C.
2) Bij luchttoevoer uit de opstellingsruimte (B _23 ): beschermingsgraad IP 00 (niet spatwaterdicht).
| Eenheid | Bosch 30 HRC | ||
| Aardgas Propaan | |||
| Nominaal vermogen (bij cv 40/30°C) | kW | 30,8 | 30,8 |
| Nominaal vermogen (bij cv 50/30°C) | kW | 30,7 | 30,7 |
| Nominaal vermogen (bij cv 80/60°C) | kW | 28,9 | 28,9 |
| Nominale belasting | kW | ||
| Minimaal vermogen (bij cv 40/30°C) | kW | 9,5 | 12,7 |
| Minimaal vermogen (bij cv 50/30°C) | kW | 9,4 | 12,6 |
| Minimaal vermogen (bij cv 80/60°C) | kW | 8,2 | 11,0 |
| Minimale belasting | kW | ||
| Max. warmwater vermogen kW 32,8 32,8 | |||
| Continu warmwater vermogen kW 30,2 30,2 | |||
| Max. warmwater | belasting | ||
| Gasaansluitwaarde | |||
| Aardgas ( H_is =8,1 kWh/m3) | m3/h 4,2 - | ||
| Propaan ( H_i =12,9 kWh/kg) | kg/h | -2,4 | |
| Gasaansluitwaarde (voordruk) | |||
| Aardgas | mbar | 20 - 30 | - |
| Propaan | mbar | - | 25-35 |
| Warmwater | |||
| Warmwaterhoeveelheid 60°C 1) | l/min 8,6 | 8,6 | |
| Warmwaterhoeveelheid 40°C 1) | l/min | 14,4 14,4 | |
| Gaskeur | CW | 4 | 4 |
| Uitstroomtemperatuurinstelbereik | °C | 40 - 60 | 40 - 60 |
| Max. waterdruk | bar | 10 | 10 |
| Min. waterdruk | bar | 0,2 | 0,2 |
| Max. waterhoeveelheid | l/min | 14 | 14 |
| Rekenwaarde voor de diameterberekening volgens DIN 4705 | |||
| Rookgasvolumenstroom max./min. vermogen | g/s | 15,4/4,0 | 14,5/4,1 |
| Rookgastemperatuur (bij cv 80/60°C)max./min. vermogen | °C | 78/57 | 78/57 |
| Rookgastemperatuur (bij cv 40/30°C)max./min. vermogens | °C | 58/35 | 58/35 |
| Opvoerhoogte | Pa 120 | 120 | |
| CO2 bij nom. vermogen | % | 9,0 | 10,8 |
| CO2 bij min. vermogen | % | 9,0 | 10,8 |
| Rookgas condensaat | |||
| Max. hoeveelheid condensaat ( t_R =30°C) | l/h | 2,7 | 2,7 |
| PH waarde ca. | 4,8 | 4,8 | |
| Algemeen | |||
| Elektrische spanning | AC ... V | 230 | 230 |
| Frequentie | Hz | 50 | 50 |
| Opgenomen vermogen / standby - deellast - vollast | W | 8-60-155 | 8-62-156 |
| Beschermingsgraad 2) | IP | X4D | X4D |
| Max. aanvoertemperatuur | °C | ca. 90 | ca. 90 |
| Max. bedrijfsdruk (verwarming | bar | 3 | 3 |
| Toegestane omgevingstemperaturen | °C | 0-50 | 0-50 |
| Inhoud ketelblok | l | 3,75 3,75 | |
| Gewicht (zonder verpakking) | kg | 41 | 41 |
Tabel 2
1) Hierbij wordt uitgegaan van een koudwatertemperatuur van 10 °C.
2) Bij luchttoevoer uit de opstellingsruimte (B _23 ): beschermingsgraad IP 00 (niet spatwaterdicht).
| Eenheid | Bosch 35 HRC | ||
| Aardgas Propaan | |||
| Max. Nominaal vermogen 40/30°C | kW | 35,0 | 35,0 |
| Max. Nominaal vermogen 50/30°C | kW | 34,8 | 34,8 |
| Max. Nominaal vermogen 80/60°C | kW | 32,8 | 32,8 |
| Max. Nominaal | belasting | ||
| Min. Nominaal vermogen 40/30°C | kW | 9,5 | 12,7 |
| Min. Nominaal vermogen 50/30°C | kW | 9,4 | 12,6 |
| Min. Nominaal vermogen 80/60°C | kW | 8,2 | 11,0 |
| Minimale belasting | kW | ||
| Max. warmwater vermogen kW 32,8 32,8 | |||
| Continu warmwater vermogen kW 32,8 32,8 | |||
| Max. warmwater | belasting | ||
| Gasaansluitwaarde | |||
| Aardgas ( H_is =8,1 kWh/m3) | m3/h 4,2 - | ||
| Propaan ( H_i =12,9 kWh/kg) | kg/h | -2,4 | |
| Gasaansluitwaarde (voordruk) | |||
| Aardgas | mbar | 20 - 30 | - |
| Propaan | mbar | - | 25 - 35 |
| Warmwater | |||
| Max. warmwaterhoeveelheid (fabrieksinstelling) | l/min 9,4 | 9,4 | |
| Max. warmwaterhoeveelheid | l/min | 15,6 15,6 | |
| Gaskeur | CW | 5 | 5 |
| Uitstroomtemperatuur | °C | 40 - 60 | 40 - 60 |
| Max. waterdruk | bar | 10 | 10 |
| Min. waterdruk | bar | 0,2 | 0,2 |
| Max. waterhoeveelheid | l/min | 14 | 14 |
| Rekenwaarde voor de diameterberekening volgens DIN 4705 | |||
| Massastroom rookgassen max/kleinlast. | g/s | 15,4/4,0 | 14,5/4,1 |
| Temperatuur rookgassen 80/60°C max/kleinlast | °C | 78/57 | 78/57 |
| Temperatuur rookgassen 40/30°C max/kleinlast | °C | 58/35 | 58/35 |
| Opvoerhoogte | Pa 120 | 120 | |
| CO2bij nom. vermogen | % | 9,0 | 10,8 |
| CO2bij min. vermogen | % | 9,0 | 10,8 |
| Rookgaswaardengroep volgens G 636 | G_61/G_62 | G_61/G_62 | |
| Rookgas condensaat | |||
| Max. hoeveelheid condensaat ( t_R =30°C) | l/h | 2,7 | 2,7 |
| PH waarde ca. | 4,8 | 4,8 | |
| Algemeen | |||
| Elektrische spanning | AC ... V | 230 | 230 |
| Frequentie | Hz | 50 | 50 |
| Opgenomen vermogen /standby - deellast - vollast | W | 8-60-155 | 8-60-155 |
| Geluidsdruk niveau | dB(A) | 42 | 42 |
| Beschermingsgraad1) | IP | X4D | X4D |
| Max. aanvoertemperatuur | °C | ca. 90 | ca. 90 |
| Max. toegestane bedrijfsdruk (verwarming) | bar | 3 | 3 |
| Toegestane omgevingstemperatuur | °C | 0 - 50 | 0 - 50 |
| Inhoud ketelblok | l | 3,75 3,75 | |
| Gewicht (zonder verpakking) | kg | 41 | 41 |
Tabel 3
1) Bij luchttoevoer uit de opstellingsruimte (B _23 ): beschermingsgraad IP 00 (niet spatwaterdicht).
| Eenheid | Bosch 42 HRC | ||
| Aardgas Propaan | |||
| Max. Nominaal vermogen 40/30°C | kW | 41,4 | 41,4 |
| Max. Nominaal vermogen 50/30°C | kW | 41,4 | 41,4 |
| Max. Nominaal vermogen 80/60°C | kW | 39,1 | 39,1 |
| Max. Nominaal | belasting | ||
| Min. Nominaal vermogen 40/30°C | kW | 12,9 | 16,2 |
| Min. Nominaal vermogen 50/30°C | kW | 12,8 | 16,1 |
| Min. Nominaal vermogen 80/60°C | kW | 11,4 | 14,3 |
| Minimale belasting | kW | ||
| Max. warmwater vermogen kW 39,1 39,1 | |||
| Continu warmwater vermogen kW 39,1 39,1 | |||
| Max. warmwater | belasting | ||
| Gasaansluitwaarde | |||
| Aardgas (His=8,1 kWh/m3) | m3/h 4,2 - | ||
| Propaan (Hj=12,9 kWh/kg) kg/h - 2,4 | |||
| Gasaansluitwaarde (voordruk) | |||
| Aardgas | mbar | 20 - 30 | - |
| Propaan | mbar | - | 25 - 35 |
| Warmwater | |||
| Max. warmwaterhoeveelheid (fabrieksinstelling) l/min 9,4 | 9,4 | ||
| Max. warmwaterhoeveelheid | l/min | 15,6 15,6 | |
| Gaskeur | CW | 5 | 5 |
| Uitstroomtemperatuur | °C | 40 - 60 | 40 - 60 |
| Max. waterdruk | bar | 10 | 10 |
| Min. waterdruk | bar | 1,2 | 1,2 |
| Max. waterhoeveelheid | l/min | 18 | 18 |
| Rekenwaarde voor de diameterberekening volgens DIN 4705 | |||
| Massastroom rookgassen max/kleinlast. | g/s | 17,8/5,3 | 17,2/6,4 |
| Temperatuur rookgassen 80/60°C max/kleinlast | °C | 87/58 | 87/58 |
| Temperatuur rookgassen 40/30°C max/kleinlast | °C | 65/43 | 65/43 |
| Opvoerhoogte | Pa | 100 | 100 |
| CO2 bij nom. vermogen | % | 9,2 | 10,8 |
| CO2 bij min. vermogen | % | 9,2 | 10,8 |
| Rookgaswaardengroep volgens G 636 | G61/G62 | G61/G62 | |
| Rookgas condensaat | |||
| Max. hoeveelheid condensaat (tR=30°C) | l/h | 3,5 | 3,5 |
| PH waarde ca. | 4,8 | 4,8 | |
| Algemeen | |||
| Elektrische spanning | AC ... V | 230 | 230 |
| Frequentie | Hz | 50 | 50 |
| Opgenomen vermogen /standby - deellast - vollast | W | 8-60-155 | 8-60-155 |
| Geluidsdruk niveau | dB(A) | 42 | 42 |
| Beschermingsgraad1) | IP | X4D | X4D |
| Max. aanvoertemperatuur | °C | ca. 90 | ca. 90 |
| Max. toegestane bedrijfsdruk (verwarming) | bar | 3 | 3 |
| Toegestane omgevingstemperatuur | °C | 0 - 50 | 0 - 50 |
| Inhoud ketelblok | 1 3,75 | 3,75 | |
| Gewicht (zonder verpakking) | kg 41 | 41 | |
Tabel 4
1) Bij luchttoevoer uit de opstellingsruimte (B _23 ): beschermingsgraad IP 00 (niet spatwaterdicht).
Condensanalyse mg/l
| Ammoniak 1,2 Nikkel 0,1 | 5 |
| Lood ≤ 0,01 Kwikzilver ≤ | 0,0001 |
| Cadmium ≤ 0,001 Sulfaat | 1 |
| Chroom ≤ 0,005 Zink ≤ | 0,015 |
| Halogeenkool-waterstof ≤ 0,002 | Tin ≤ 0,01 |
| Kool-waterstof 0,015 | Vanadium ≤ 0,001 |
| Koper 0,028 PH-waarde | 4,8 |
Tabel 5
2 Voorschriften
Voor de Bosch gaswandketels HRC, zijn de navolgende voorschriften van toepassing.
• NEN 3028
Veiligheidseisen voor centrale verwarming installaties.
• NEN 1078
Voorschriften voor aardgasinstallaties NPR 3378 toelichting bij NEN 1078.
• NEN 1010
Veiligheidsvoorschriften voor laagspanningsinstallaties.
De gaswandketel voldoet aan de richtlijnen 67/889/EEG en 76/890/EEG ten aanzien van radio en t.v. ont-storing.
• NEN 2757
Toevoer verbrandingslucht en afvoer van rookgassen van verbranding toestellen.
• BRL 5102
• AVWI NEN 1006
- Bouwbesluit.
3 Overzicht van rookgastoebehoren
Rookgastoebehoren voor apparaten Dakuitmonding kombidoorvoer-vertikaal (schuin dak) C _33

Afb. 7
Dakuitmonding dubbel-pijpsdoorvoer vertikaal (plat dak) C _53

Afb. 8
Dakuitmonding combidoorvoer, vertikaal (plat dak) C33

Afb. 9
Dakuitmonding dubbelpijpsdoorvoer, vertikaal (bouwkundige schoorsteen of schuin dak) C _53

Afb. 10
Max. rechte leiding lengte parallel 2 x ∅ 80 mm
| Type lengte [m] | ||
| 26 HRC horizontaal | RG 20 | |
| verticaal RG 20 | ||
| 30/35 HRC horizontaal | RG 20 | |
| verticaal RG 20 | ||
| 42 HRC horizontaal | RG 11,5 | |
| verticaal RG 11,5 | ||
Tabel 6
Weerstand bocht 90° = 2,0 m
Weerstand bocht 45° = 1,0 m
Langere leidinglengte is mogelijk met grotere diameter.
C.6 toestellen
Alleen monteren met gecertificeerde
(Gastec QA 199 - Komokeur, en moet voldoen aan BRL 5102)
Rookgas afvoermateriaal.
Temperatuurklasse T 100 (max. 120°C)
Prefabschoorsteen (minimale konstruktie eisen)

Afb. 11
A Opening rookgasafvoer min. 150 cm per toestel
B Opening luchttoevoer min. 150 cm per toestel
Dakuitmonding prefabschoorsteen C _53

Afb. 12
A Opening luchttoevoer min. 150 cm per toestel.
Minimale doortocht van het gemeenschappelijke afvoersysteem
| Aantal toestellen | Minimale doortocht A cm2 | |
| Steenachtig afvoersysteem | Metalen afvoersysteem | |
| 2 150 150 | ||
| 3 200 200 | ||
| 4 250 250 | ||
| 5 350 315 | ||
| 6 450 380 | ||
| 7 550 440 | ||
| 8 650 505 | ||
| 9 700 565 | ||
| 10 750 630 | ||
| 11 800 660 | ||
| 12 850 720 | ||
| 13 900 780 | ||
| 14 950 840 | ||
| 15 1000 900 | ||
| 16 1050 910 | ||
| 17 1100 970 | ||
| 18 1150 1025 | ||
| 19 1200 1085 | ||
| 20 1250 1140 | ||
Tabel 7
Minimale doortocht van het gemeenschappelijke afvoersysteem
| Uitvoering CLV-systeem | Minimale doortocht cm2 |
| concentrisch 2,5 A tot en met 3,5 A | |
| parallel 2 A tot en met 3 A | |
Tabel 8
Dakuitmonding C.L.V.-systeem C_43

Afb. 13
A kondensafvoer
Concentrische muurdoorvoer met broekstuk naar parallel 2 x 80 mm C _13

Concentrische muurdoorvoer horizontaal C _13

Balkondoorvoer C _13

Dakuitmonding met luchttoever vanuit de gevel
C _53

Afb. 18
Centraal rookgas systeem C _83

Montage, gas, afvoer en stroomaansluitingen en het in bedrijf nemen van de installatie mag alleen plaatsvinden door een erkend intallateur.
4.1 Belangrijke opmerkingen
▶Voor het installeren van het toestel moet ervan uitgegaan worden, dat aan alle voorschriften wordt voldaan en alle voorschriften worden opgevolgd.
▶De waterinhoud van de toestellen bedraagt minder dan 10 liter en voldoet aan de geldende voorschriften. Daarom is geen bouwtype goedkeuring vereist.
▶Monteer het toestel alleen in een gesloten warmwatersysteem volgens DIN 4751 deel 3 in. Een minimum hoeveelheid circulatiewater voor het gebruik is niet noodzakelijk.
▶Open installaties ombouwen naar gesloten circuits.
▶Gebruik geen gegalvaniseerde radiatoren en leidingen. Zo voorkomt u gasvorming.
▶Bij toepassen van een ruimtetemperatuurregelaar mag op de radiator in de representatieve ruimte geen radiatorthermostaat worden gemonteerd.
▶Stromingsgeluiden kunt u voorkomen met een automatische bypass (toebehoren nr. 687) of bij een tweeleidingsysteem met een driewegklep aan de verst verwijderde radiator.
▶Een expansievat monteren volgens DIN 4807.
Antivriesmiddel
De onderstaande antivriesmiddelen zijn toegestaan:
| fabrikaat benaming concentratie | ||
| BASF Glythermin | NF 20 - 62 % | |
| Schilling Chemie | Varidos FSK 22 - | 55 % |
Tabel 9
Corrosiebeschermingsmiddel
De onderstaande corrosiebeschermingsmiddelen zijn toegestaan:
| fabrikaat benaming concentratie | ||
| Fernox Copal 1 % | ||
| Schilling Chemie Varidos AP 1 - 2 % | ||
Tabel 10
4.2 Opstellingsplaats kiezen
Voorschriften ten opzichte van de opstellingsruimte
Neem voor alle installaties de desbetreffende voorschriften in acht.
▶Desbetreffende normen toepassen.
▶Installatieleiding van de rookgasafvoer monteren met voldoende afstand ten opzichte van andere materialen.
Verbrandingslucht
Om corrosie te vermijden, dient de verbrandingslucht vrij van agressieve stoffen te zijn.
Als sterk corrosiebevorderende stoffen gelden o.a. halogeenkoolwaterstoffen, die chloor- of fluorverbindingen bevatten, welke bijvoorbeeld in oplosmiddelen, verf, kleefstoffen, drijfgassen en huishoudelijke reinigingsmiddelen kunnen voorkomen.
Oppervlaktetemperatuur
De maximale oppervlaktetemperatuur ligt beneden de 85°C. Daardoor zijn overeenkomstig TRGI en TRF geen speciale veiligheidsmaatregelen voor brandbare bouwmaterialen en inbouwmeubelen noodzakelijk. Er dient rekening te worden gehouden met afwijkende voorschriften.
Koud en warmwater
In de koudwaterleiding dient voor het toestel een Kiwa goed gekeurde inlaatcombinatie gemonteerd te worden.
Om putcorrosie te voorkomen is het aan te raden bij water met zware stoffen een filter in te bouwen.
Door het inbouwen van de schakelklok DT 1of DT 2 in de gaswandketel kan het comfortbedrijf tijdgestuurd worden.
De modulerende regeling past zich automatisch aan, aan de getapte waterhoeveelheid.
Alle thermostatische douche of badmengkranen en éénhendelkranen kunnen worden toegepast.
4.3 Voormonteren van de installatie
▶Montageaansluitplaat 1) met bijverpakte schroeven 6 x 50 aan de wand monteren.

Afb. 21 Montageaansluitplaat (levering)

Afb. 22 Montageplaat (gemonteerd)

flowchart
graph TD
A["Gas"] --> B["GAZ"]
B --> C["Control Unit"]
C --> D["Output"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
Afb. 23
▶Gasleiding en aansluitpijpen volgens de voorschriften monteren.
▶Servicekranen 1) en gaskraan 1) monteren.
▶Om het toestel tegen te hoge gasdruk te beschermen moet bij propaan een drukregelaar met veiligheidsventiel gemonteerd worden.
▶Voor het vullen en aftappen van de installatie dient op het laagste punt van de installatie een vul/aftapkraan gemonteerd te worden.
▶Voor de condensafvoer dient een condensopvang sifon gemonteerd te worden.
▶Condensafvoerleiding van corrosievrij materiaal monteren b.v. PVC enz.
Condenswaterafvoer
Monteer de condensafvoer via een inspecteerbare, open (≥ 2 cm) verbinding. Het waterslot binnen het toestel mag nooit als sifon (stankafsluiter) worden beschouwd.
Het condenswater mag uit oogpunt van bevriezingsgevaar niet worden afgevoerd via de hemelwaterafvoer.
4.4 Toestel monteren

Voorzichtig: installatie spoelen om vuil te verwijderen.
▶Verpakking verwijderen, let op de aanwijzingen op de verpakking.
▶Bevestigingsmateriaal aan de gasaansluitpijp verwijderen.
Mantel demonteren

De mantel is met twee schroeven tegen onbevoegd demonteren geborgd (elektrische veiligheid).
▶Borg altijd de mantel met deze schroeven.
▶Schroeven losdraaien.
▶Verwijder de mantelschaal naar voren toe.

6 720 611 390-16.10
Afb. 24
▶Bijgepakte toebehoren uit nemen.
Bevestiging voorbereiden
▶Met behulp van het montagevoorschrift en het montagesjabloon de gaten om het toestel op te hangen, af tekenen en boren.
▶Pluggen en bouten monteren.
▶Pakkingen op de nippels van de montageaansluit-plaat leggen.
Toestel bevestigen
▶Toestel op de voorbereide pijpaansluitingen zetten en met de bijverpakte ringen en moeren op de wand monteren.
▶Wartels op de pijpaansluitingen vastdraaien.
Trebter sifon (toebehoren)
Om uittredend water uit de overdrukveiligheid af te voeren kan een trechtersifon (als toebehoren) met ontlastpijp een aansluitbochtstuk gemonteerd worden.
►Ontlastpijp in het veiligheidsventiel draaien.
▶Aansluitbochtstuk op de ontlastpijp steken en boven de trechtersifon draaien.

Afb. 25
Rookgasafvoer materiaal aansluiten
▶Rookgasmateriaal op toestel zetten.
▶Rookgasafvoer met beugel vast zetten.

▶Voor verdere montage van het afvoermateriaal de bijbehorende montage voorschriften in acht nemen.
4.5 Aansluitingen controleren
Wateraansluiting
▶Servicekranen van aanvoer en retourverwarming indien aanwezig openen en installatie vullen.
▶Afdichten en pakkingen op dichtheid controleren (test druk: max. 2,5 bar op manometer).
▶Toestel via de automatische ontluchter (27) ontluchten, blz. 30.
▶Open de koudwaterstopkraan en vul het warmwater-circuit (testdruk: max. 10 bar).
▶Alle overige onderdelen op lekkage controleren.
Gasleiding
▶Gasstopkraan dichtdraaien, dit om het armatuur tegen overdruk te beveiligen (max. druk 150 mbar).
▶Gasleiding controleren.
▶Ontlast de druk.
4.6 Uitzonderingen
Toestellen in cascade schakelen
Er kunnen maximaal vijf toestellen in cascade worden geschakeld.
Met de regelaar TA 270 maximaal drie toestellen en met de regelaar TA 300 maximaal vijf toestellen. Voor elk overig toestel na het basistoestel is een cascademodule BM 2 vereist.
▶Montage volgens de bijgeleverde montagevoorschriften van de toebehoren.
5 Basistoebehoren voor parallelaansluiting AZB 817/1 monteren
5.1 Leveringsomvang

6 720 610 212-00.20
Afb. 27
B17.1 Afdichtverloopring
B17.2 Aansluitstuk luchttoevoer
B17.3 Pakking
B17.4 Verbrandingsluchttoevoerrooster
5.2 Algemeen
- Met het monteren van deze aansluitset is vertikale of horizontale uitvoering mogelijk.
- De maximale toegelaten leidinglengte luchttoevoer/rookgasafvoer is afhankelijk van het type toestel en het aantal toegepaste bochten.
- De luchttoevoer- en rookgasafvoerleidingen met een stijging van 3% (3 cm per meter) in de rookgasafvoerstromingsrichting monteren.
- In vochtige ruimtes de luchttoevoerleiding isoleren.
5.3 Montage
▶Afdichtverloopring (B17.1) door licht te draaien over de rookgasafvoermof van het toestel steken. De overige delen monteren en met de bij het toestel geleverde beugel bevestigen.

Afb. 28

Afb. 29
▶Deksel van de parallel aansluiting op het toestel demonteren:
- schroeven losdraaien
- deksel met pakking losnemen.
▶Rookgasaansluitstuk (B17.2) en pakking (B17.3) met de schroeven monteren en vastzetten.

Afb. 30
▶Bij luchttoevoer uit de opstellingsruimte (B 23): Rooster luchttoevoer (B17.4) in het aansluitstuk luchttoevoer (B17.2) drukken (Afb. 30).

Bij luchttoevoer uit de opstellingsruimte (B _23 ): beschermingsgraad IP 00 (niet spatwaterdicht).
▶Bij luchttoevoer uit de gevel (C 53):
Verbrandingsluchttoevoerrooster (B17.4) in de mof van de laatste uit de muur stekende verbrandingsluchttoevoerpijp (B22) steken (afb. 31).

Afb. 31
6 Elektrische aansluiting

Gevaar: Door stroom schok!
▶Bij het aansluiten en werken aan elektrische delen altijd toestel spanningsvrij maken: stekker uit wandcontactdoos verwijderen.
De regel, besturings en veiligheidsinrichtingen zijn door de fabrikant van bedrading voorzien en gekeurd.
Toestel wordt compleet met aansluitsnoer geleverd. In aardingszone 3 mag het toestel alleen worden aangesloten wanneer een aardlekschakelaar aanwezig is.
▶Kabel minstens 50 cm uit de wand laten steken:
▶Voor spatwaterdichtheid (IP): Het gat van de kabeldoorvoering net zo groot maken als de kabeldiameter, afb. 34.
Twee Fase net (IT NET)
▶Om een verzekerde ionisatiestroom te waarborgen, is een weerstand met best. nr. 8 900 431 516 tussen N en aarde aansluiting in te bouwen.
-of-
▶scheidingstrafo toebehoor Nr. 969 gebruiken.
6.1 Toestel aansluiten

De elektrische aansluiting moet voldoen aan de geldende regels NEN 1010 voor huishoudelijke elektrische installaties.
▶Een aardaansluiting is beslist noodzakelijk.
▶Sluit het toestel volgens de geldende voorschriften aan.
Er mogen geen andere verbruikers worden aangesloten aan het toestel.
Bij het vervangen van het aansluitsnoer voor een netkabel
- Voor spatwaterdichtheid (IP): Het gat van de kabeldoorvoering net zo groot maken als de kabeldiameter (zie afb. 34)
- De navolgende kabels zijn toegestaan:
- NYM-I 3 x 1,5 mm ^2
- HO5VV-F 3 x 0,75 mm ^2 (niet in de nabijheid van bad of douche: zone 1 en 2 volgens VDE 0100 deel 701)
- HO5VV-F 3 x 1,0 mm ^2 (niet in de nabijheid van bad of douche: zone 1 en 2 volgens VDE 0100 deel 701). Zie ook NEN 1010.
Schakelkast openen
▶Afdekking onder los halen en wegnemen.

Afb. 32
▶Schroef losdraaien en afdichting naar voren eruit nemen.

Afb. 33
▶Snijd de trekontlasting af in overeenstemming met de diameter van de kabel.

Afb. 34
Kabel door trekontlasting doorvoeren en volgens aansluiten.
▶Bevestig de kabel van de spanningsvoorziening door de trekontlasting aan te draaien.
De massa-ader moet nog los zijn wanneer de andere reeds vast gezet zijn.

Afb. 35
6.2 Aansluiten Open Therm Bosch TF 30 ^1) regelaar
▶Sluit de regelaar volgens de bijbehorende installatiehandleiding aan.
6.3 Aansluiten temperatuurregelaar, afstandsbedieningen of schakel-klokken
Wij bevelen aan de gaswandketels met Bosch regelaars uit te voeren.
- Sluit de regelaar volgens de bijbehorende installatiehandleiding aan.
Aansluiten weersafhankelijke regelaar TA 211 E
▶De elektrische aansluiting is volgens het montagevoorschrift uit te voeren.
Aansluiten modulerende ruimtetemperatuurregelaar
▶Modulerende ruimtetemperatuur TR 21, TR 100, TR 200 volgens onderstaande afbeelding aansluiten:

Afb. 38
Afstandsbedieningen en schakelklokken
▶Aansluiten de afstandsbedieningen TF 20, TW 2, TFQ 2T/W of de schakelklokken DT 1, DT 2 volgens het montagevoorschrift.
6.4 Tweedraads kamerthermostaat aansluiten
Om een tweedraads aan/uit kamerthermostaat met een potentiaal vrij kontakt te kunnen aansluiten, is het noodzakelijk de volgende handelingen te verrichten:
▶Verwijder de onder klem 7 voorgemonteerde weerstand 1,5 kΩ en sluit deze aan onder klem 2 en klem 4.
▶Sluit de bedrading van de tweedraards kamerthermostaat aan op klem 1 en klem 2.
▶Stekker Open Therm module lostrekken/demonteren, zie afb. 36.

Afb. 39
6.5 Aansluiten van de boiler
Voorraadsysteem aansluiten
Bosch voorraadsystemen hebben twee NTC-voelers en worden rechtstreeks op de printplaat van het toestel aangesloten. De kabel maakt deel uit van het aansluit-toebehoren.
▶Breek de kunststof lipjes uit.
▶Kabel doorvoeren.
▶Steker op de print aanbrengen.
Sluit de voorraadsysteempomp aan volgens de installatiehandleiding van de toebehoren nr. 823 of toebehoren nr. 824.

Afb. 40
6.6 Aansluiten van een temperatuurbegrenzer TB 1 in een vloerverwarminginstallatie
Bij verwarmingsinstallatie alleen met vloerverwarming en een directe hydraulische aansluiting op het toestel.

Afb. 41
Bij het aanspreken van de begrenzer wordt zowel de verwarming als het warmwaterbedrijf onderbroken.
7 Inbedrijfname

Afb. 42
8.1 Manometer
14 Trechtersifon (toebehoren)
14.1 Uitlooppijp van overdrukveiligheid (toebehoren)
15 Veiligheidsventiel
27 Automatische ontluchter
61 Ontstoringsknop
135 Hoofdschakelaar
136 Temperatuurregelaar voor aanvoertemperatuur verwarming
170 Servicekranen in aanvoer en afvoer (toebehoren)
171 Warmwater
172 Gasstopkraan (gesloten)
173 Koudwater aanvoer met waterstopkraan (toebehoren)
295 Typesticker
310 Temperatuurregelaar warmwater
317 Display
358 Condenswatersifon
363 Controlelamp branderbedrijf
364 Controlelamp 0/1 (uit/aan)
365 Druktoets schoorsteenveger
366 Druktoets service
367 Druktoets „ECO“

Bijgeleverde in bedrijfnameprotocol (zie blz. 37) invullen en op een zichtbare plaats plakken.
7.1 Voor het in bedrijf nemen

Waarschuwing: Toestel alvorens in bedrijf te nemen eerst vullen.
▶Schroef de condenswatersifon los en vul deze met ca. 1/4 liter water.
▶Voordruk van het externe expansievat controleren (druk vaststellen op statische hoogte installatie).
▶Radiatorkraan opendraaien.
▶Servicekranen (170) indien aanwezig opendraaien en installatie vullen tot 1 - 2 bar. Vul/aftapkraan sluiten.
▶Radiatoren ontluchten.
▶Automatische ontluchter (27) openen, ontluchten en weer sluiten.
▶Vul de verwarmingsinstallatie opnieuw tot 1 - 2 bar.
▶Open de koudwaterstopkraan (173).
▶Controleren of de gassoort overeenkomt met de gassoort op het typeplaatje
▶Gasstopkraan (172) openen.
7.2 In-/Uitschakelen
Inschakelen
▶Hoofdschakelaar (I) inschakelen. Het controlelampje brandt groen en op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.

Afb. 43

Bij het voor het eerst inschakelen schakelt het toestel eenmalig over op de ontluchtingsfunctie. De verwarmingspomp wordt in intervallen in- en uitgeschakeld. Dit duurt ca. 8 minuten. Op de display wordt afwisselend ° en de aanvoertemperatuur weergegeven.
▶Open de automatische ontluchter (27, blz. 30), sluit deze na het ontluchten weer.

Wanneer op de display -II- in afwisseling met de aanvoertemperatuur verschijnt, is het sifonvulprogramma in werking, zie hiervoor blz. 43, sifonvulprogramma.
Uitschakelen
▶Hoofdschakelaar (0) uitschakelen. Het controlelampje gaat uit.
7.3 Verwarming inschakelen
▶Temperatuurregelaar verwarming taaien, om de aanvoertemperatuur van de verwarmingsinstallatie aan te passen:
- Vloerverwarming b. v. stand 3 (ca. 50°C).
- Lage temperatuurverwarming b. v. stand E (ca. 75°C).
- Verwarmingsinstallaties met aanvoertemperatuur van 88°C: stand max zie blz. 36 lage temperatuur begrenzing.
Wanneer de brander in bedrijf is brandt het controle-lampje rood.

Afb. 44
7.4 Verwarmingsregelingen
▶Weersafhankelijke regelaar (TA...) op de juiste verwarmingscurve en bedrijfsstand instellen (zie bedieningsvoorschrift TA...).
▶Ruimtetemperatuurregelaars (TR...) op de gewenste ruimtetemperatuur draaien (afb. 45).

Afb. 45
7.5 Toestellen met voorraadsysteem: warmwatertemperatuur instellen

Waarschuwing: Verbrandingsgevaar!
▶Temperatuur bij normaal gebruik niet hoger als 60°C instellen.
▶Temperatuur tot 70°C alleen kortston-dig instellen voor thermische desinfectering (antilegionella).
▶ Boilertemperatuur met temperatuur instelknop van het toestel instellen. De warmwater temperatuur wordt op de boiler aangegeven.

Afb. 46
| Regelaarstand Warmwatertemperatuur | |
| Linkeraanslag ca. 10°C (Vorstbeveiliging) | |
| ●ca. 60°C | |
| Rechteraanslag | ca. |
Tabel 11
ECO-toets
Door het indrukken en ingedrukt houden totdat er op de display verschijnt, kan er tussen comfortbedrijf en spaarbedrijf gekozen worden.
Comfortbedrijf, toets brandt niet (fabrieksinstelling)
Boiler voorrang, hierbij wordt eerst de boiler opgewarmd tot de ingestelde temperatuur daarna gaat de ketel pas over op verwarming.
Ecobedrijf, toets brand
Afwisselend om de 12 minuten boiler dan wel verwarming opwarming.
7.6 Gaswandketels zonder voorraad- systeem: warmwatertemperatuur en hoeveelheid instellen
7.6.1 Warmwatertemperatuur
De warmwatertemperatuur kan met de temperatuurregelaar tussen ca. 40°C en 60°C worden ingesteld. De ingestelde temperatuur wordt niet in de display weergegeven.

Afb. 47
| Regelaarstand Warmwatertemperatuur | |
| Linkeraanslag | ca. 40°C |
| ● | ca. 55°C |
| Rechteraanslag | ca. 60°C |
Tabel 12
ECO-toets
Door het indrukken en ingedrukt houden totdat er op de 70°display verschijnt, kan er tussen comfortbedrijf en spaarbedrijf gekozen worden.
Comfortbedrijf, toets brandt niet (fabrieksinstelling)
Het toestel wordt voortdurend op de ingestelde temperatuur gehouden. Het toestel wordt daarom ingeschakeld, ook wanneer er geen warmwater wordt afgenomen.
(Werkt alleen met ruimtetemperatuurregeling.)
Ecobedrijf met behoefteaanmelding, toets brand
De behoefteaanmelding maakt maximale gas- en waterbesparing mogelijk.
Door kort openen en sluiten van de warmwaterkraan wordt het water tot de ingestelde temperatuur verwarmd.
Na korte tijd is er warmwater beschikbaar.
Ecobedrijf, toets brand
Er wordt pas verwarmd zodra er warmwater wordt getapt. Daardoor zijn er langere wachttijden tot er warmwater beschikbaar is.
7.6.2 Gaskeur CW
Bosch 26 HRC, Gaskeur CW/HRww: 2003 Toepassingsklasse 3
Toestel voldoet aan bovenstaande toepassingsklasse wanneer:
- Tapwater temperatuur is ingesteld op 60°C.
- De effectieve toestel wachttijd is 3,5 sec.
CW label 3 betekent dat het toestel geschikt is voor:
- Een CW tabdebiet van tenminste 6 l/min. van 60°C.
- Een douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 6 l/min. van 60 °C (dit komt overeen met 6 l/min. tot 10 l/min. bij 40 °C).
- Het vullen van een bad met 100 liter van 40 °C gemiddeld binnen 12 minuten.

Afb. 48 Gaskeur CW/HRww: 2003 Toepassingsklasse 3
Bosch 30 HRC, Gaskeur CW/HRww: 2003 Toepassingsklasse 4
Toestel voldoet aan boven staande toepassingsklasse waarneer:
- Tapwater temperatuur is ingesteld op 60°C.
- De effectieve toestel wachttijd is 12,2 sec.
CW Label 4 betekent dat het toestel geschikt is voor:
- Een CW tabdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60°C.
- Een douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 7,5 l/min 60°C (dit komt overeen met 6,0 tot 12,5 l/min van 40°C).
- Het vullen van een bad met 120 liter van 40°C gemiddeld binnen 11 min.

Afb. 49 Gaskeur CW/HRww: 2003 Toepassingsklasse 4
Bosch 35 HRC, Gaskeur CW/HRww: 2003 Toepassingsklasse 5
Toestel voldoet aan boven staande toepassingsklasse waarneer:
- Tapwater temperatuur is ingesteld op 60°C.
- De effectieve toestel wachttijd is 13,2 sec.
CW Label 5 betekent dat het toestel geschikt is voor:
- Een CW tabdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60°C.
- Een douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 7,5 l/min 60°C (dit komt overeen met 6,0 tot 12,5 l/min van 40°C).
- Het vullen van een bad met 150 liter van 40°C gemiddeld binnen 10 min.

6 720 611 390-21.10
Afb. 50 Gaskeur CW/HRww: 2003
Toepassingsklasse 5
Bosch 42 HRC, Gaskeur CW/HRww: 2003 Toepassingsklasse 5
Toestel voldoet aan boven staande toepassingsklasse waarneer:
- Tapwater temperatuur is ingesteld op 60°C.
- De effectieve toestel wachttijd is 13,2 sec.
CW Label 5 betekent dat het toestel geschikt is voor:
- Een CW tabdebiet van tenminste 7,5 l/min van 60°C.
- Een douchefunctie vanaf 3,6 tot tenminste 7,5 l/min 60°C (dit komt overeen met 6,0 tot 12,5 l/min van 40°C).
- Het vullen van een bad met 150 liter van 40°C gemiddeld binnen 10 min.

Afb. 51 Gaskeur CW/HRww: 2003 Toepassingsklasse 5
7.6.3 Warmwaterhoeveelheid
▶Warmwaterhoeveelheid vergroten
(max. 14 l/min): draai de schroef op de waterschakelaar naar links (+).
De uitstroomtemperatuur wordt lager vanwege de grotere waterhoeveelheid.
▶Warmwaterhoeveelheid verkleinen
(min. 8 l/min): draai de schroef op de waterschakelaar naar rechts (-).
De uitstroomtemperatuur wordt hoger vanwege de kleinere waterhoeveelheid.

De uitstroom temperatuur (effectieve wachttijd) van het tapwater, is tijdsduur die vanaf begin tappen benodigd is om de eindtemperatuur te bereiken gebaseerd op het CW tapdebiet en is mede afhankelijk van:
1: De totale leidinglengte van de warmwaterleiding
2: De leiding diameter van de warm-waterleiding
3: De statische druk van het tapwater.
7.7 Zomerbedrijf

(alleen warmwaterbereiding)
▶Stand van de aanvoertemperatuurregelaar ren.

▶Temperatuurregelaar gheel naar links draaien.

De verwarmingspomp stopt en daarmee is de verwarming buiten werking. De warmwatervoorziening evenals de verzorging van de spanning voor de verwarmingsregelaar en schakelklok blijft gehandhaafd.

Waarschuwing: Bevriezingsgevaar voor de verwarmingsinstallatie. In zomerbedrijf is er alléén vorstbeveiliging voor het toestel.
Voor verdere aanwijzingen raadpleeg het bedieningsvoorschrift van de verwarmingsregelaar.
Vorstbeveiliging voor de verwarming:
▶Verwarming in bedrijf laten, aanvoertemperatuurregelaar 100 vanvoertemperatuurregelaar minstens op stand 1 laten staan.
▶Bij uitgeschakelde verwarming; het verwarmingswater mengen met een antivriesmiddel, zie hiervoor op blz. 20.
Voor verdere aanwijzingen raadpleeg het bedieningsvoorschrift van de verwarmingsregelaar.
Vorstbeveiliging voor een boiler:
▶Temperatuurregelaar naar de linkeraanslag draaien (10°C).
7.9 Storingen

Een overzicht van eventuele storingen vindt u in de tabel op blz. 53.
Tijdens het gebruik kunnen storingen optreden.
In de display wordt een storing weergegeven en de toets kan knipperen.
Wanneer de toets knippert:
▶Druk op de toets eh houd deze vast tot in de display -- wordt weergegeven. Het toestel treedt weer in werking en de aanvoertemperatuur wordt weergegeven.
Wanneer de toets Ⓚhiet knippert:
▶Schakel het toestel uit en weer in. Het toestel treedt weer in werking en de aanvoertemperatuur wordt weergegeven.
Wanneer de storing zich niet laat resetten:
▶Waarschuw dan uw installateur of servicebedrijf.
7.10 Pompblokkeringsbeveiliging

Deze regeling verhindert het vast gaan zitten van de pomp na een lange stilstand-speriode.
Na iedere pompafschakeling volgt een tijdsmeting om na ca. 24 uur de pomp in te schakelen.
8 Individuele instelling
8.1.1 Instellen van de aanvoertemperatuur
De aanvoertemperatuur is tussen 35°C en 88°C instelbaar.

Bij vloerverwarming op de maximale toegelaten aanvoertemperatuur letten.
Lage temperatuurbegrenzing
De temperatuurregelaar op stand E begrenst. Bij deze begrenzing is de maximale aanvoertemperatuur 75°C. Een instelling van het vermogen op de berekende warmte behoefte is niet noodzakelijk.
Wijzigen lage temperatuurbegrenzing (E)
Bij verwarmingsinstallaties met een hogere aanvoer-temperatuur kan de begrenzing eruit genomen worden.
▶Gele knop van de temperatuurregelaar nitt een schroevendraaier los draaien.

6 720 610 332-27.10
Afb. 53
▶Zet de gele knop 180° gedraaid weer in (punt naar binnen gericht).
De aanvoertemperatuur wordt niet meer begrensd.
| Stand Aanvoertemperatuur | |
| 1 ca. 35°C | |
| 2 ca. 43°C | |
| 3 ca. 51°C | |
| 4 ca. 59°C | |
| 5 ca. 67°C | |
| E ca. 75°C | |
| max ca. 88°C | |
Tabel 13
8.1.2 Karakteristieken van de verwarmingspomp
Toerental van de pomp op de aansluitkast van de pomp instellen.

In schakelaarstand 1 wordt bij de bereiding van warmwater niet het maximale vermogen overgedragen. Gebruik deze stand daarom zuiver en alleen voor verwarmingstoestellen.

line
| Q (l/h) | H (bar) - Curve A | H (bar) - Curve B | H (bar) - Curve C | | ------- | ----------------- | ----------------- | ----------------- | | 0 | 0.5 | 0.4 | 0.2 | | 400 | 0.45 | 0.35 | 0.15 | | 800 | 0.35 | 0.25 | 0.1 | | 1200 | 0.25 | 0.15 | 0.05 | | 1600 | 0.15 | 0.05 | 0.0 | | 2000 | 0.05 | 0.0 | 0.0 |Afb. 54
A Instelling 3
B Instelling 2
C Instelling 1
H Rest opvoerhoogte
Q Omloophoeveelheid (c.v. water)
8.2 Instellen van de Bosch Heatronic
8.2.1 Bosch Heatronic bedienen
De Bosch Heatronic maakt één comfortabele instelling mogelijk, tevens kan men veel toestelfuncties controleren. De beschrijving beperkt zich tot de noodzakelijke functies bij het inbedrijf nemen.
Een uitvoerige beschrijving vindt u in het Bosch Service vademecum.

Afb. 55 Bedieningspaneel-overzicht
1 Druktoets service
2 Druktoets schoorsteenveger
3 Temperatuur-regelknop aanvoer verwarmingstemperatuur
4 Temperatuur-regelknop Warmwater
5 Display
Servicefunctie kiezen:

Markeert u de stand van de temperatuurregelaars 100 h. draait u de temperatuurregelaars na het instellen terug op uitgangspositie.
De servicefunctie's zijn onderverdeeld in twee delen: Deel 1 omvat de servicefunctie's tot 4.9, het deel 2 omvat de servicefunctie's vanaf 5.0.
▶Om een servicefunctie uit deel 1 op te vragen: druktoets service #indrukken en ingedrukt houden, tot op de display -- verschijnt.
▶Om een servicefunctie uit deel 2 op te vragen: de druktoets service en druktoets schoorsteenveger gelijktijdig indrukken en ingedrukt houden tot op de display == verschijnt.
▶Temperatuurregelaar daimaien, om de juiste servicefunctie te kiezen.
| Servicefunctie Code zie | blz. | |
| Pompschakeling 2.2 38 | ||
| Boiler opwarmen bel. 2.3 38 | ||
| Antipendelprogramma 2.4 | 39 | |
| Max. aanvoertemperatuur | 2.5 40 | |
| Schakeldifferentie | 2.6 40 | |
| Automatisch antipendelprogramma | 2.7 41 | |
| Max. verw. vermogen 5.0 41 | ||
| Antipendeltijd warmthouden | 6.8 42 | |
| Ontluchtingsfunctie | 7.3 42 | |
| Sifonvulprogramma | 8.5 43 |
Tabel 14
Waarde instellen
▶Om de waarde in te stellen, temperatuur regelknop warmwater traaien.
▶Waarde noteren op het inbedrijfname protokol.
| Inbedrijfname protokol |
| Datum inbedrijfstelling ________ |
| Ingestelde gassoort ________ |
| Calor. waarde H_B ____ kWh/m3gashoeveelheid ____ l/min |
| CO2bij max. nominaal warmtevermogen ______% |
| CO2bij min. nominaal warmtevermogen ______% |
| Instellingen aan de Bosch Heatronic | |||
| Servicefunctie | 2.2 | Pompschakeling | |
| 2.3 | Boiler opwarmen bel. | kW | |
| 2.4 | Antipendelprogramma | min | |
| 2.5 | Max. aanvoertemp. | °C | |
| 2.6 | Schakeldifferentie | K | |
| 2.7 | Automatisch antipendelprogramma | ||
| 5.0 | Max. verw. vermogen | kW | |
| 5.5 | Min. nominaal warmtevermogen (cascade) | kW | |
| 6.8 | Antipendeltijd warmthouden | min | |
▶Deel 1: druktoets service uitdrukken en ingedrukt houden totdat op de display [ ] verschijnt.
▶Deel 2: druktoets service 📊druktoets schoorsteenveger 🌐ndrukken en ingedrukt houden tot op de display [ ] verschijnt.
Na het instellen
▶Temperatuurregelaars e## op de oorspronkelijk ingestelde temperatuur draaien.
8.2.2 Pompschakeling kiezen voor verwarmingsbedrijf (servicefunctie 2.2)

Bij het aansluiten van een weersafhankelijke regeling, wordt automatisch op pompschakeling 3 omgeschakeld.
Verschillende pompschakelingen:
- Schakelstand 1 Voor installaties zonder externe regelaar. De pomp wordt door de aanvoertemperatuurrege- laar geschakeld.
- Schakelstand 2 (fabriekszijdige instelling) Installaties met ruimtetemperatuurregelingen. De aanvoertemperatuurregelaar schakelt alléen gas, de pomp loopt door. De externe regelaar schakelt gas en pomp. Pomp en ventilator hebben een nadraaitijd tussen 15 sec. en 3 minuten.
- Schakelstand 3 De pomp wordt door de weersafhankelijke regelaar geschakeld.
De pomp wordt door de regelaar geschakeld. Op zomerstand draait de pomp alléén tijdens warmwater bereiding.
Toets i#rukken en ingedrukt houden tot op de display -- verschijnt. Toets #erandt.

Afb. 57
▶Temperatuurregelaar verwarming dniaien tot 2.2 verschijnt. Na een korte tijd verschijnt de ingestelde pompschakeling op de display.

Afb. 58
▶Temperatuurregelaar d'haaien, tot op de display de gewenste pompschakelstand tussen 1, 2 of 3 verschijnt. De display en de toets Anipperen.
▶Ingestelde schakelstand invullen op het inbedrijfname protokol, Afb. 56.
▶Toets indrukken en ingedrukt houden, totdat op de display [ ] verschijnt.
De pompschakelstand is vastgelegd.

Afb. 59
▶Temperatuurregelaars op de oorspronke- lijk ingestelde temepratuur draaien. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.
8.2.3 Boiler opwarmvermogen (servicefunctie 2.3)
Het boiler opwarmvermogen kan tussen het kleinste en het maximale opwarmvermogen (fabriekszijdige instelling) ingesteld worden, afhankelijk van overdraagbare vermogen van de boiler.
Fabriekszijdige instelling is het nominale verwarmingsvermogen, aanduiding 99 op de display.
Toets indrukken en ingedrukt houden totdat op de display -- verschijnt. Toets forandt.

Afb. 60
▶Temperatuurregelaar verwarming dhaaien tot op de display 2.3 verschijnt. Na een korte tijd verschijnt het ingestelde boilervermogen op de display.

Afb. 61
▶Boilervermogen in kW: kan men door middel van het kengetal uit de tabel verwarming en boilervermogen (zie blz. 54) instellen.
▶Temperatuurregelaar vordraaien tot op de display het juiste kengetal verschijnt.
Display en toets knipperen.
▶Gashoeveelheid meten en met de gegevens van het juiste kengetal vergelijken. Bij afwijkingen kengetal corrigeren!
▶Boileropwarmvermogen op het bijbehorende inbedrijfname protocol (zie blz. 37) invullen.
▶Toets indrukken en ingedrukt houden, totdat op display [ ] verschijnt.
Het boileropwarmvermogen is vastgelegd.

Afb. 62
▶Temperatuurregelaars op oorspronke- lijk ingestelde temepratuur draaien. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.
8.2.4 Instellen van de antipendel blokkering (servicefunctie 2.4)
Deze servicefunctie is alleen actief wanneer servicefunctie 2.7 (automatisch antipendelprogramma) uitgeschakeld is.
Op het schakelpaneel kan het antipendelprogramma individueel tussen 0 en 15 minuten ingesteld worden (de fabriekafstelling is 3 minuten).
Bij 0 is het antipendelprogramma uitgeschakeld.
De kortste schakeltijd bedraagt 1 minuut (adviseren bij eenpijps-installaties en luchtverwarming).

Bij het aansluiten van een weersafhankelijke regelaar is een instelling niet nodig. Het antipendelprogramma wordt door de regelaar overgenomen.
▶Toets indrukken en ingedrukt houden totdat op de display -- verschijnt. Toets brandt.

Afb. 63
▶Temperatuurregelaar daimaien totdat op de display 2.4 verschijnt. Na korte tijd verschijnt de ingestelde antipendeltijd op de display.

Afb. 64
▶Temperatuurregelaar d'laaien totdat op de display de gewenste antipendelprogramma tussen 0 en 15 verschijnt. Display en toets @nipperen.
▶Het antipendelprogramma invullen op het inbedrijf-name protokol zie blz. 37.
▶Toets indrukken en ingedrukt houden totdat op de display [ ] verschijnt. De antipendelprogramma is vastgelegd.

Afb. 65
▶Temperatuurregelaars 📁 op 🐘 oorspronke- lijk ingestelde temperatuur draaien. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.
8.2.5 Max. aanvoertemperatuur instellen (servicefunctie 2.5)
De maximale aanvoertemperatuur kan tussen 35°C en 88°C (fabriekszijdige instelling) begrenst worden.
▶Druktoets service 📁drukken en ingedrukt houden tot dat op de display -- verschijnt. Toets 📋randt.

Afb. 66
▶Temperatuurregelaar daimaien totdat op de display 2.5 verschijnt. Na korte tijd verschijnt de ingestelde aanvoertemperatuur op de display.

Afb. 67
▶Temperatuurregelaar disaien totdat op de display de gewenste maximale aanvoertemperatuur tussen 35 en 88 verschijnt. De display en de toets 📄nipperen.
▶Maximale aanvoertemperatuur op het bijbehorende inbedrijfname protokol invullen.
▶Toets indrukken en ingedrukt houden totdat op de display [ ] verschijnt. De maximale aanvoertemperatuur is vastgelegd.

Afb. 68
▶Temperatuurregelaars op do oorspronke- lijk ingestelde temperatuur draaien. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.
8.2.6 Inschakelen van de schakeldifferentie (servicefunctie 2.6)

Bij het aansluiten van een weersafhankelijke regelaar is een instelling niet nodig. De schakeldifferentie wordt door de regelaar overgenomen.
De schakeldifferentie is de toegestane afwijking van de gevraagde aanvoertemperatuur. De schakeldifferentie kan met stappen van 1 K ingesteld worden. Het instelbereik ligt tussen 0 en 30 K (fabriekszijdige instelling: 0 K). De minimale aanvoertemperatuur is 30°C.
- Antipendel uitschakelen (instelling 0. zie punt 8.2.4). - Toets indrukken en ingedrukt houden tot op de display -- verschijnt. Toets forandt.

Afb. 69
▶Temperatuurregelaar daimen tot op de display 2.6 verschijnt. Na korte tijd verschijnt de ingestelde schakeldifferentie op de display.

Afb. 70
▶Temperatuurregelaar draaien totdat op de display de gewenste schakeldifferentie tussen 0 en 30 verschijnt. Display en toets Akipperen.
▶ingestelde waarde noteren op het inbedrijfname protokol zie blz. 37.
▶ Toets indrukken en ingedrukt houden totdat op de display [ ] verschijnt. De schakeldifferentie is vastgelegd.

Afb. 71
▶Temperatuurregelaars op de oorspronke- lijk ingestelde temperatuur draaien. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.
8.2.7 Automatisch antipendelprogramma (servicefunctie 2.7)
Bij aansluiting van een weersafhankelijke regelaar wordt het antipendelprogramma automatisch aangepast. Met servicefunctie 2.7 kan de automatische aanpassing van het antipendelprogramma uitgeschakeld worden. Dit kan noodzakelijk zijn bij een verwarmingsinstallatie met ongunstige dimensionering.
Wanneer de aanpassing van het antipendelprogramma uitgeschakeld is, moet het antipendelprogramma met servicefunctie 2.4 worden ingesteld (zie blz. 39.)
Fabrieksinstelling is „1“ (ingeschakeld).
▶Druktoets service indrukken en ingedrukt houden totdat op de display -- verschijnt. Toets brandt.

▶Temperatuurregelaar daimaien totdat op de display 2.7 verschijnt. Na korte tijd wordt in de display 1. (ingeschakeld) weergegeven.

Afb. 73
▶Draai de temperatuurregelaar to in de display 0. (uitgeschakeld) wordt weergegeven. Display en toets 📊nipperen.
- Vul de uitgeschakelde aanpassing van het antipendelprogramma in op het bijgevoegde in gebruikname protocol (zie blz. 37). - Druk op de toets houd deze vast tot in de display [] wordt weergegeven. Het automatische antipendelprogramma is uitgeschakeld.

Afb. 74
▶Draai de temperatuurregelaars op oorspronkelijke waarden. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.
8.2.8 Verwarmingsvermogen instellen (servicefunctie 5.0)
Het is mogelijk om het toestel verwarmingszijdig op de juiste transmissieberekening in te stellen.
Het verwarmingsvermogen kan tussen min. nominaal warmtevermogen en max. nominaal warmtevermogen op de specifieke warmtebehoefte worden begrenst.

Ook bij een begrenst verwarmingsver- mogen is bij het bereiden van warmwater of het opwarmen van de boiler het max. nominale warmtevermogen beschikbaar.
De fabrieksinstelling is het max. nominale warmtevermogen. In de display wordt weergegeven:
• HRC 26: 68
• HRC 30: 88
• HRC 35: 88
• HRC 42: 99.
▶Toetsen en indrukken en ingedrukt houden tot op de display == verschijnt. Toetsen en bronden.

Afb. 75
▶Temperatuurregelaar dniaien tot op de Display 5.0 verschijnt. Na korte tijd verschijnt het ingesteld verwarmingsver- mogen in procenten op de display.

Afb. 76
▶Verwarmingsvermogen in kW kan men door middel van het kengetal uit de tabel verwarming en boilervermogen (zie blz. 54) te halen.
▶Temperatuurregelaar dwaien tot op de display de gewenste temperatuur verschijnt. De display en de toetsen en knöperen.
▶Gashoeveelheid meten en met de gegevens van het juiste kengetal vergelijken. Bij afwijkingen kengetal corrigeren!
Toetsen indrukken en ingedrukt houden tot op de display [ ] verschijnt. Het verwarmingsvermogen is vastgelegd.

Afb. 77
▶Verwarmingsvermogen in kW op het in bedrijname protokol noteren, zie blz. 37.
▶Temperatuurregelaars eel weer instellen op de oorspronkelijke stand. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.
8.2.9 Antipendeltijd warmhouden bij gaswandketels zonder voorraadsysteem (servicefunctie 6.8)
In de comfortfunctie wordt binnen het toestel het warme water voortdurend op de ingestelde temperatuur gehouden. Daarom wordt het toestel ingeschakeld wanneer de temperatuur beneden een bepaalde temperatuur daalt. Ter voorkoming van te vaak inschakelen kan met de servicefunctie „Antipendeltijd warmhouden" de tijdsduur tot aan de volgende inschakeling worden vastgelegd. Deze functie heeft geen invloed op een normale warmwatervraag, maar betreft alleen het warmhouden in de comfortfunctie.
De antipendeltijd kan worden ingesteld tussen 20 en 60 minuten (fabrieksinstelling: 20 minuten).
▶Druk tegelijkertijd op de toetsen en koud deze vast tot in de display == wordt weergegeven. De toetsen zijn verlicht.

Afb. 78
▶Draai de temperatuurregelaar tollin de display 6.8 wordt weergegeven. Na korte tijd wordt in de display de ingestelde anti- pendeltijd weergegeven.

Afb. 79
▶ Draai de temperatuurregelaar in de display de gewenste antipendeltijd wordt weergegeven. De display en de toetsen knpperen.
▶Druk tegelijkertijd op de toetsen enoud deze vast tot in de display [ ] wordt weergegeven. De antipendeltijd warmhouden is opgeslagen.

Afb. 80
▶Vul de ingestelde antipendeltijd warmhouden in het bijgevoegde in gebruikname protocol in (zie blz. 37).
▶Draai de temperatuurregelaars 📄 op de oorspronkelijke waarden.
In de display wordt de aanvoertemperatuur weergegeven.
8.2.10 Ontluchtingsfunctie (servicefunctie 7.3)
Wanneer u het toestel voor het eerst inschakelt, wordt de ontluchtingsfunctie eenmalig uitgevoerd. De verwarmingspomp wordt in intervallen in- en uitgeschakeld. Dit duurt ca. 8 minuten. In de display wordt afwisselend "o" en de aanvoertemperatuur weergegeven. Open de automatische ontluchter (27, blz.30) en sluit deze na het ontluchten weer.

Na onderhoudswerkzaamheden kan de ontluchtingsfunctie worden ingeschakeld.
▶Toetsen en geljktijdig indrukken en ingedrukt houden tot op de display == verschijnt. De toetsen en brenden.

Afb. 81
▶ Draai de temperatuurregelaar fin in de display 7.3 wordt weergegeven. Na korte tijd wordt in de display „0” weergegeven.

Afb. 82
▶Draai de temperatuurregelaar en stel „1" in.
De display en de toetsen en knpperen.
▶Druk tegelijkertijd op de toetsen 📄 en loud deze vast tot in de display „[ ]” wordt weergegeven. De ontluchtingsfunctie is ingeschakeld en wordt na afloop weer automatisch op „0“ teruggezet.

Afb. 83
▶Draai de temperatuurregelaars op de oorspronkelijke waarden. In de display wordt de aanvoertemperatuur weergegeven.
8.2.11 Sifonvulprogramma (servicefunctie 8.5)
Het sifonvulprogramma waarborgt, dat de condenswatersifon na het installeren of een langere stilstandsperiode gevuld wordt.
Het sifonvulprogramma wordt geaktiveerd wanneer:
- De hoofschakelaar ingeschakeld wordt
- Minstens 48 uur geen warmtevraag is geweest
- Van zomer-op winterbedrijf of omgekeerd geschakeld wordt.
Na de eerste warmtevraag voor verwarming of warmwater wordt het toestel 15 minuten lang op het minimale vermogen gehouden. Het sifonvulprogramma blijft zo lang in bedrijf, totdat de 15 minuten op klein vermogen bereikt is.
Op de display verschijnt -II-.
in afwisseling met de relatieve aanvoertemperatuur. Werkzijdige instelling is „1“ (ingeschakeld).

Waarschuwing: Bij een niet gevulde condenswatersifon kunnen er rookgassen uit de sifon treden!
▶Het sifonvulprogramma mag alleen tijdens de onderhoudswerkzaamheden uitgeschakeld worden!
▶Het sifonvulprogramma is, na het beëindigen van het onderhoud weer in te schakelen.
Uitschakelen van het sifonvulprogramma tijdens de onderhoudswerkzaamheden:
Toetsen 📄 indrukken en ingedrukt houden tot op de display == verschijnt. Toetsen 📄 en bünden.

Afb. 84
▶Temperatuurregelaar dhaaien tot op de display 8.5 verschijnt. Na korte tijd verschijnt het ingestelde sifon vulprogramma (1. = ingeschakeld) op de display.

Afb. 85
▶Temperatuurregelaar draaien tot op de display 0.
(= uitgeschakelt) verschijnt.
Display en toetsen en kupperen.
▶Toets e indrukken en ingedrukt houden tot op de display [ ] verschijnt.
Het sifonvulprogramma is uitgeschakeld.

Afb. 86
▶Temperatuurregelaars e## weerinstellen op de oorspronkelijke stand. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.
8.2.12 Waarde uitlezen van de Bosch Heatronic
Dit vereenvoudigt, in geval van storing, de instellingen weer over te nemen.
▶Uitlezen van de ingestelde waarde in de display (zie tabel 15) en in het inbedrijfname protokol invullen.
▶Inbedrijfname protokol zichtbaar bevestigen.
Na het uitlezen:
▶Temperatuurregelaar witer instellen op de oorspronkelijke stand.

Afb. 87
| Servicefunctie Hoe uitlezen? | ||||
| Pompschakeling 2.2 | (2) indrukken tot op display (4) -- verschijnt. | (3) draaien tot (4)2.2verschijnt. Wachten tot (4)wisselt.Getal invoeren. | (2) indrukken tot (4) -- verschijnt. | |
| Boiler opwarmings-vermogen | 2.3 | (3) draaien tot (4)2.3verschijnt. Wachten tot (4)wisselt.Getal invoeren. | ||
| Anti-pendelprogramma | 2.4 | (3) draaien tot (4)2.4verschijnt. Wachten tot (4)wisselt.Getal invoeren. | ||
| Max. aanvoertem-peratuur | 2.5 | (3) draaien tot (4)2.5verschijnt. Wachten tot (4)wisselt.Getal invoeren. | ||
| Schakeldifferentie 2.6 | (3) draaien tot (4)2.6verschijnt. Wachten tot (4)wisselt.Getal invoeren. | |||
| Automatisch anti-pendelprogramma | 2.7 | (3) draaien tot (4)2.7verschijnt. Wachten tot (4)wisselt.Getal invoeren. | ||
| Max. verwarmings vermogen | 5.0 | (1) en (2) indrukken tot op display (4) == verschijnt | (3) draaien tot (4)5.0verschijnt. Wachten tot (4)wisselt.Getal invoeren. | (1) en (2) indrukken tot (4) == verschijnt. |
| Antipendeltijd warmhouden | 6.8 | (3) draaien tot (4)6.8verschijnt. Wachten tot (4)wisselt.Getal invoeren. | ||
Tabel 15
9 Gasinstellingen
Het toestel is fabriekszijdig ingesteld op aardgas.
De fabriekszijdige instelling is afgezegeld. Een instelling op nominale of minimale belasting is niet noodzakelijk.
De gas/luchtverhoudig mag alleen door middel van CO₂ met een elektronisch meetapparaat op minimaal en maximaal vermogen ingesteld worden.
Het monteren van diafragma's en remplaatjes bij verschillende rookgasafvoer constructies is niet noodzakelijk.
Aardgas

Bij gasvoordrukken onder de 20 en boven de 30 mbar mag het toestel niet in bedrijf genomen worden.
Propaan

Bij gasvoordrukken onder de 25 en boven de 35 mbar mag het toestel niet in bedrijf genomen worden.
Ombouwsets
| Toestel | Ombouw van ... Bestelnr. | |
| Bosch 26 HRC 5 | in 31 7 710 149 | 034 |
| Bosch 30 HRC Bosch 35 HRC | 5 in 31 8 719 0 | 01 014 |
| Bosch 42 HRC 5 | in 31 8 719 001 | 069 |
Tabel 16
9.1 Gas/luchtverhouding instellen
▶Hoofdschakelaar op (0) draaien.
▶Mantel demonteren zie blz. 22.
▶Hoofdschakelaar op (I) draaien.
Het groene controlelampje brandt. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.
- Afdekschroeven van de rookgasmeetstuts (234) verwijderen.
▶Voeler van meetapparaat ca. 135 mm in de rookgasstuts doorvoeren en meetpunt afdichten.

Afb. 88
▶Toets indrukken en ingedrukt houden tot op de display -- verschijnt.
Toets brandt.

Afb. 89
▶Temperatuurregelaar dittaien, tot op de display 2.0 verschijnt.
Na korte tijd verschijnt de ingestelde bedrijfsstand (0. = normaalbedrijf) op de display.

6 720 610 332-60.10
Afb. 90
▶Temperatuurregelaar Innsom draaien tot op de display 1. (= minimaal vermogen) verschijnt. Display en toets Knipperen.

Afb. 91
▶CO 2-waarde meten.
▶Verzegeling van de instelschroef gashoeveelheid (64) verwijderen en CO₂-waarde voor minimaal vermogen volgens tabel 17/18 instellen.

Afb. 92
| Bosch 26 HRC | ||
| Gassoort | CO2bij nominaal vermogen | CO2bij minimaal vermogen |
| Aardgas 9,0 % 8,8 % | ||
| Propaan 10,8 % 10,5 % | ||
Tabel 17
| Bosch 30 HRC/35 HRC | |
| Gassoort | CO2 bij nominaal en minimaal vermogen |
| Aardgas 9,0 % | |
| Propaan 10,8 % | |
Tabel 18
| Bosch 42 HRC | |
| Gassoort | CO2 bij nominaal en minimaal vermogen |
| Aardgas 9,2 % | |
| Propaan 10,8 % | |
Tabel 19
▶Draai de temperatuurregelaar in de display 2. (= max. nominaal vermogen (warmwater)) wordt weergegeven. Display en toets Anipperen.

Afb. 93
▶CO 2-waarde meten.
▶Doorsteek de verzegeling van de gasinstelklep bij de sleuf en neem deze af.
▶Stel met de gasinstelklep (63) de CO _2 -waarde voor het nominale vermogen volgens tabel 17/ 18 in.

Afb. 94
▶Controleer de instelling bij nominaal vermogen en minimaal vermogen opnieuw en stel deze indien nodig bij.
▶CO 2-waarde invullen op het inbedrijfname protokol.
▶Temperatuurregelaar limSom draaien tot op de display 0. (= normaal bedrijf) verschijnt. Display en toets dnipperen.
▶Toets indrukken en ingedrukt houden tot op de display [ ] verschijnt.
▶Temperatuurregelaar 1000 weekinstellen op de oorspronkelijke stand. Op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.
▶Voeler uit rookgasstuts (234) nemen en afdekschroef weer monteren.
▶Gasarmatuur en gasinstelschroef afzegelen.
▶Stikker voor de instelling EE verwijderen.
▶Mantel monteren en vergrendelen.

Indien het toestel op propaan functio- neert, kan de CW-waarde niet gegaran- deerd worden.
9.2 Verbrandingslucht/rookgasafvoer metingen met een ingesteld verwarmingsvermogen
9.2.1 O _2 - of CO _2 -metingen in de verbrandings-lucht

Met een O 2 - of CO 2 -meting in de verbrandingslucht kan bij een rookgasafvoersysteem volgens C 13 , C 33 en C 43 de dichtheid van de rookgasafvoer gecontroleerd worden. De O 2 -waarde mag niet onder de 20,6 % zijn. De CO _2 -waarde mag de 0,2 % niet overschrijden.
▶Toets indrukken en ingedrukt houden tot op de display -- verschijnt.
Het steenvegerprogramma is actief.
Toets 📁brandt en op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.

Men heeft 15 minuten de tijd om de waarde te meten, daarna schakelt het programma automatisch weer terug op normal bedrijf.
▶Afdekschroef van rookgasstuts (234.1) afschroeven, Afb. 95.
▶Voeler van meetapparatuur ca. 80 mm in rookgasstuts doorvoeren en meetopening afdichten.

Afb. 95
▶O 2 - en CO 2 -waarde meten.
▶Afdekschroef weer monteren.
Toets indrukken en ingedrukt houden tot op de display -- verschijnt.
De toets gaat uit en op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.
9.2.2 CO- en CO 2-waarde in rookgas meten
▶Toets indrukken en ingedrukt houden tot op de display -- verschijnt.
Het schoorsteenvegerprogramma is actief.
Toets brandt en op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.

Men heeft 15 minuten de tijd om de waarde te meten, daarna schakelt het programma automatisch weer terug op normal bedrijf.
▶Afdekschroef van rookgasstuts (234) afschroeven, Afb. 95.
▶Voeler van meetapparatuur ca. 135 mm in rookgasstuts doorvoeren en meetopening afdichten.
▶CO- en CO 2-waarde meten.
▶Afdekschroef weer monteren.
▶Toets indrukken en ingedrukt houden tot op de display -- verschijnt.
De toets ①aat uit en op de display verschijnt de aanvoertemperatuur.
10 Onderhoud

Gevaar: door stroomschok!
▶Bij het aansluiten en werken aan elektrische delen altijd toestel spanningsvrij maken: stekker uit wandcontactdoos verwijderen.
▶Laat het toestel uitsluitend door een gespecialiseerd en erkend bedrijf onderhouden (zie checklist onderhoud).
▶Er mogen alleen originele onderdelen gemonteerd worden.
▶Maak voor het bestellen van vervangingsonderdelen gebruik van de onderdelenlijst.
▶Bij demontage van bouwdelen altijd nieuwe pakkingen of O-ringen monteren.
▶Alleen de navolgende vetsoorten gebruiken:
– Waterdeel: vet L 641(8 709 918 413)
- Schroefdraad: HFt 1 v 5 (8 709 918 010).
10.1 Checklist voor het onderhoud (onderhoud protocol)
| Datum | |||||||||||
| 1 Laatste foutmelding oproepen, servicefunctie .0, (zie blz. 49). | |||||||||||
| 2 Ionisatiestroom testen, servicefunctie 3.3, (zie blz. 49). | |||||||||||
| 3 Verbrandingslucht en luchtaanvoer optisch testen. Optische controle van de membraan op vervuiling en scheurtjes (zie blz. 51). | |||||||||||
| 4 Controleer de gasvoordruk. mbar | |||||||||||
| 5 Controleer CO _2 in de verbrandingslucht. | |||||||||||
| 6 Controleer de CO _2 -instelling voor min./max. (Gas- / luchtverhouding). | min. % max. % | ||||||||||
| 7 Controleer op dichtheid ten aanzien van gas, rookgas en water (zie blz.23) | |||||||||||
| 8 Controleer bij gaswandketels zonder voorraadsysteem de uitstroomhoeveelheid warmwater (zie blz.49). | |||||||||||
| 9 Controleer de warmtewisse-laar (zie blz 49). | mbar | ||||||||||
| 10 Brander testen, (zie blz. 50). | |||||||||||
| 11 Reinig het condenswatersifon, (zie blz. 51). | |||||||||||
| 12 Controleer de voordruk van het externe expansievat voor de statische hoogte van de verwarmingsinstallatie (toes-tel drukloos). | mbar | ||||||||||
| 13 Controleer de vuldruk van de verwarmingsinstallatie. | mbar | ||||||||||
| 14 Controleer de elektrische bedrading op beschadigingen. De ontstekingska-bel bevindt zich onder de kabelboom. | |||||||||||
| 15 Controleer alle veiligheids-, regel- en stuurorganen op hun functie. | |||||||||||
| 16 Controleer bij de verwarmingsinstallatie behorende toestellen, zoals boilers en dergelijke. | |||||||||||
| 17 Controleer ingestelde servicefuncties volgens het in gebruikname protocol. | |||||||||||
Tabel 20
10.2 Beschrijving van de verschillende onderhoudsstappen
Laatste foutmelding, servicefunctie .0
▶Servicefunctie .0 kiezen, (zie blz. 37).
Een overzicht van de storingen vindt U in de bijlage, zie blz. 53.
▶Temperatuurregelaar holemaal naar links draaien.
▶Toets indrukken en vasthouden totdat op display [ ] verschijnt.
De laatste foutmelding is opgelost.
Ionisatiestroom testen, servicefunctie 3.3
▶Servicefunctie 3.3 kiezen.
Als 2 of 3 verschijnt is de ionisatiestroom in orde. Bij 0 of 1 moet de electrodeset (32.1) zie blz. 6 gereinigd of vervangen worden.
Warmwater (zonder voorraadsysteem)
Bij onvoldoende uitstroomhoeveelheid:
▶Demonteer de platenwarmtewisselaar en vervang deze
-of-
▶Ontkalk met een ontkalkingsmiddel dat geschikt is voor roestvrij staal (1.4401).

Voor de reiniging van de warmtewisselaar is een reinigingsset verkrijgbaar, toebehoren nr. 840, best.nr. 7 719 001 996.
▶Controleer de stuurdruk bij nominaal vermogen aan de mengkamer.

Afb. 97

Reinig de warmtewisselaar pas bij een stuurdruk van:
3,0 mbar (Bosch 26 HRC), 6,5 mbar (Bosch 30/35 HRC)
▶Verwijder het deksel van de reinigingsopening en de daaronder liggende plaat.
▶Schroef de condenswatersifon los.

▶Maak de warmtewisselaar van boven naar onderen schoon.

▶Met borstel warmtewisselaar van boven naar onder reinigen.

▶Demonteer ventilator en brander en spoel de warmtewisselaar van boven door.
▶Reinig de condensopvang en de sifonaansluiting.

▶Onderhoudsopening met nieuwe dichting sluiten en de schroeven met ca. 5 Nm vastdraaien.
Brander
▶Branderdeksel losdraaien.

▶Brander uitnemen en reinigen.

▶Brander met nieuwe dichting in omgekeerde volgorde terug monteren.
Membraan in de mengkamer bij Bosch 26 HRC

Voorzichtig: Bij het demonteren en monteren van de membraan (443) deze niet beschadigen!
▶Mengkamer (29) los draaien.
▶Membraan (443) voorzichtig uit de ventilator aanzuigstuts nemen en deze op vervuiling en scheurtjes controleren.

Afb. 104
▶Membraan (443) voorzichtig in de richting van de ventilator aanzuigstuts monteren.

De klep met membraan (443) moet zich naar boven openen.
▶Mengkamer (29) aansluiten.
Membraan in de mengkamer bij Bosch 30/35/42 HRC
▶Ventilator met mengkamer demonteren.

Afb. 105
▶Mengkamer (29) losschroeven.
▶Huls eruit nemen.
▶Membraan (443) voorzichtig eruit nemen en deze op vervuiling en scheurtjes controleren.
▶Membraan (443) weer monteren.

De klep met membraan (443) moet zich naar boven openen.
▶Mengkamer (29) en ventilator weer monteren.
Condenswatersifon
Ter voorkoming van het morsen van condensaat moet de condenswatersifon volledig worden losgeschroefd.
▶Schroef de condenswatersifon los en controleer de opening naar de warmtewisselaar op doorgang.
▶Verwijder het deksel van de condenswatersifon en reinig het.
▶Vul het condenswatersifon met ca. 1/4 liter water en monteer het weer.
Vuldruk van de installatie

Voor het bijvullen eerst de vulslang met water vullen, dit voorkomt dat er lucht in uw installatie komt.
▶De wijzer op de manometer moet tussen 1 en 2 bar staan.
▶Staat de wijzer onder 1 bar (bij koude installatie) dient water bijgevuld te worden totdat wijzer tussen 1 en 2 bar staat.
▶Maximale druk van 3 bar mag, bij de hoogste temperatuur van het water niet overschreden worden (veiligheidsventiel opent).
-Indien de druk niet constant blijft, dient de dichtheid van de installatie en het expantievat getest te worden.
| Display Korte omschrijving Aanwijzing | ||
| A5 Boiler-NTC 2 defect (HRC.. met voorraadsysteem). | Controleer boiler-NTC 2 en aansluitkabel op onderbreking of kortsluiting. | |
| A7 Warmwater-NTC defect (HRC...). Controleer warmwater-NTC 2 en aansluitkabel op onderbreking of kortsluiting. | ||
| A8 CAN-communicatie onderbroken. Controleer verbindingskabel, busmodule en regelaar. | ||
| AC Module niet herkend. Controleer de verbindingskabel tussen busmodule en Heatronic. Vervang de busmodule. | ||
| Ad Boiler-NTC 1 wordt niet herkend. Controleer boiler-NTC 1 en aansluitkabel. | ||
| B1 Codeer stekker wordt niet herkend. Steek de codeerstekker goed vast, meet deze en vervang indien nodig. | ||
| C1 Ventilatortoerental te laag. Controleer ventilator, kabel en stekker en vervang indien nodig. | ||
| CC Buitentemperatuur-NTC niet herkend. Controleer buitenvoeler en aansluitkabel op onderbreking. Vervang de busmodule. | ||
| D1 LSM vergrendeld. Controleer de bedrading van de LSM 5. | Begrenzer van de vloerverwarming is geactiveerd. | |
| D3 Brug 8-9 niet herkend. Stekker niet vastgestoken, brug ontbreekt, begrenzer van vloerverwarming geactiveerd. | ||
| E2 | Aanvoer NTC heeft onderbreking of kortsluiting. | Controleer aanvoer-NTC en aansluitkabel. |
| E9 | Temperatuurbegrenzer in aanvoer is geactiveerd. | Controleer de installatiedruk, de temperatuurbegrenzers, het lopen van de pomp en de zekering op de printplaat. Ontlucht het toestel. |
| EA | Vlam wordt niet herkend (geen ionisatie). | Is de gaskraan open? Controleer gasvoordruk, netaansluiting, ontstekingslektrode en kabel, ionisatie-elektrode en kabel, rookgaspijp en CO_2 . |
| F0 | Interne fout | Controleer of elektrische steekcontacten, ontstekingsleidingen RAM en busmodule goed vastzitten. Vervang indien nodig printplaat of busmodule. |
| F7 | Vlam wordt herkend, hoewel toestel uitgeschakeld is. | Controleer elektrodenset, maak de printplaat droog. Rookgasafvoer in orde? |
| FA | Vlam wordt herkend na gasuitschakeling. | Controleer gasarmatuur en kabels naar gasarmatuur. Reinig de condenswatersifon en de elektrodenset. Rookgasafvoer in orde? |
| Fd | Ontstoringsknop is ingedrukt, hoewel de ontstoringsknop niet verlicht is geweest. | Druk opnieuw op de ontstoringsknop. |
| -II- | Sifonvulprogramma in werking, zie blz. 43. | |
| 00 | Ontluchtingsfunctie, zie blz. 42. | |
Tabel 21
11.2 Instelwaarde (aardgas) voor verwarming/boileropwarmvermogen bij Bosch 26 HRC
| Display Vermogen kW Belasting | Aardgas, kencijfer G25 H_o (kWh/m^3) 9,8 H_uB (kWh/m^3) 8,3 | I/min bei t | v/t_R = 80/60°C |
| 27 7,6 7,8 16 | |||
| 30 8,5 8,7 17 | |||
| 35 10,1 10,3 21 | |||
| 40 11,7 11,9 24 | |||
| 45 13,3 13,5 27 | |||
| 50 14,9 15,1 30 | |||
| 55 16,5 16,7 33 | |||
| 60 18,1 18,3 37 | |||
| 65 19,7 19,9 40 | |||
| 68 20,6 20,8 42 | |||
| 70 21,3 21,5 43 | |||
| 75 22,8 23,0 46 | |||
| 80 24.4 24.6 49 | |||
| 85 26.0 26,2 53 | |||
| 90 27,6 27,8 56 | |||
| 95 29,3 29,4 60 | |||
| 99 32,2 32,5 65 |
Tabel 22
11.3 Instelwaarde (propaan) voor verwarming/boileropwarmvermogen bij Bosch 26 HRC
11.4 Instelwaarde (aardgas) voor verwarming/boileropwarmvermogen bij Bosch 30 HRC/35 HRC
| Display | Vermogen kW | Belasting kW | Gashoeveelheid (l/min bei t | V/t_R = 80/60^ |
| 26 | 8,2 | 8,8 | 18,0 | |
| 35 | 11,2 | 11,9 | 24,0 | |
| 40 | 12,9 | 13,6 | 27,0 | |
| 45 | 14,6 | 15,3 | 31,0 | |
| 50 | 16,3 | 17,0 | 34,0 | |
| 55 | 18,0 | 18,7 | 37,0 | |
| 60 | 19,7 | 20,4 | 41,0 | |
| 65 | 21,3 | 22,0 | 44,0 | |
| 70 | 23,0 | 23,7 | 48,0 | |
| 75 | 24,7 | 25,4 | 51,0 | |
| 80 | 26,4 | 27,1 | 55,0 | |
| 85 | 28,1 | 28,8 | 58,0 | |
| 90 | 29,8 | 30,5 | 61,0 | |
| 95 | 31,5 | 32,2 | 65,0 | |
| 99 | 32,8 | 33,6 | 67,0 |
Tabel 24
11.5 Instelwaarde (propaan) voor verwarming/boileropwarmvermogen bij Bosch 30 HRC/35 HRC
11.6 Instelwaarde (aardgas) voor verwarming/boileropwarmvermogen bij Bosch 42 HRC
11.7 Instelwaarde (propaan) voor verwarming/boileropwarmvermogen bij Bosch 42 HRC
12 Inbedrijfname protokol
| Klant / gebruiker :...... | Hier meetcontrole kleven |
| Installateur :...... | |
| Toesteltype :...... | |
| FD ( Fabricatiedatum):...... | |
| Installatiedatum :...... | |
| Ingestelde gassoort :...... | |
| Verwarmingswaarde H _jB ......kWh/m ^3 | |
| Verwarmingsregeling :...... | |
| Rookgasafvoer : concentrisch , LAS , Schacht , parallel | |
| Andere installatielementen :...... | |
| Volgende werken werden uitgevoerd | |
| Installatiehydraulica getest Opmerking :...... | |
| Electrische aansluiting getest Opmerking :...... | |
| CV regeling getest Opmerking :...... | |
| Instellingen Bosch Heatronic2.2 Pompschakeling:...... 2.3 Boilervermogen :...... kW2.4 Anti-pendelprogramma:...... min. 2.5 max. Voorlooptemeratuur :...... °C2.6 Schakeldifferentieel :...... K 2.7 Automatisch anti-pendelprogramma :......5.0 max. belasting :...... kW 5.5 min. belasting (Kaskade):...... kW6.8 Anti pendeltijd warmhoudfunctie :...... min.Sticker instellingen Bosch heatronic gekleefd | |
| Gasvoordruk :......mbar | Verbrandingslucht/rookgasafvoermeting doorgevoerd: |
| CO _2 bij max belasting :...... % CO _2 bij min. belasting :...... % | |
| Kondenswatersifon gevuld | Gas en waterzijdig dichtheid gecontroleerd |
| Werking gecontroleerd | |
| Klant/ gebruiker de werking van de ketel uitgelegd | |
| Technische dokumentatie afgegeven | |
| Datum en handtekening installateur :...... | |
13 Garantie
Op de Bosch Thermotechnik produkten (cv-ketels, boilers en geisers) verlenen wij namens uw installateur 24 maanden na de installatiedatum garantie, mits de ingevulde registratiekaart binnen 8 dagen na installatie door ons is terugontvangen. Garantiewerkzaamheden leiden niet tot verlenging van de duur van de garantie.
Omschrijving van de garantie
Deze garantiebepalingen gelden uitsluitend voor door Bosch Thermotechnik zelf vervaardigde produkten. Binnen de garantieperiode verplichten wij ons alle onderdelen die door materiaal- of fabricagefouten defekt zijn geraakt, gratis te vervangen. Kosten voor voorrijden en arbeidsloon zullen in rekening worden gebracht. Alle verdere schade, van welke aard dan ook en hoe dan ook ontstaan, is nadrukkelijk van deze garantie uitgesloten. De garantiebepalingen laten de toepasselijke leverings- en betalingsvoorwaarden onveranderd van kracht.
Geldigheidsbereik van de garantie
De garantie als boven geldt uitsluitend:
- binnen Nederland en voor door ons verkochte produkten
- indien het produkt geïnstalleerd is door een erkend installateur met inachtneming van het installatievoorschrift zoals vermeld in de Technische Documentatie van het betreffende produkt en de GAVO voorschriften, alsmede Bouwbesluit en plaatselijk geldende voorschriften
- indien het produkt volgens voorschriften van de fabrikant wordt gebruikt en onderhouden. Periodieke inspektie door een erkend installateur/onderhoudsbedrijf is daarvoor essentieel
- indien de bijgeleverde registratiekaart binnen 8 dagen na installatiedatum is verzonden of op onze internetsite is geregistreerd
- indien op verzoek naast de ingevulde registratiekaart ook de aankoopnota kan worden getoond
- indien door Bosch Thermotechnik Service is besloten dat het produkt voor garantie in aanmerking komt
- indien er niet door uzelf of door derden aan het produkt is gerepareerd
- voor boilers indien deze in een waterverzorgingsgebied geïnstalleerd zijn waar het chloridegehalte van het consumptiewater lager is dan 200 mg/ltr.
Uitvoering van de garantie
Defekte onderdelen of apparaten, welke te onzer beoordeling onder garantie moeten worden hersteld of vervangen, dienen franko te worden gezonden aan Bosch Thermotechnik. Transportrisiko is voor rekening afzender. De verzendkosten van vervangende onderdelen zijn ten laste van de afnemer. Zorg voor een goede verpakking en zo nodig transportsteunen. Vermeld bij de retourzending gegevens omtrent de garantie (garantie- en aankoopnota, fabrieksnummers, type van het produkt en reden retourzending). Retourgezonden onderdelen worden ons eigendom.
Retourzendingen worden door ons niet aanvaard, tenzij wij ons daarmee uitdrukkelijk en schriftelijk hebben verenigd. Grote en moeilijk te transporteren apparaten of artikelen worden (te onzer beoordeling) ter plaatse hersteld tegen berekening van de voorrijkosten en arbeidsloon.
Van garantie wordt uitgesloten
Defecten als gevolg van:
- achterstallig onderhoud of nalatigheid
- blikseminslag, brand of natuurrampen
- aantasting als gevolg van halogeenverbindingen en/of CFK's, en vervuiling t.g.v. stof en vetten aangevoerd met verbrandingslucht
- aantasting en/of vervuiling vanuit de installatie, zowel tapwater als cv-zijdig
- PH-waarden van het cv-water kleiner dan 3.5 of groter dan 8.5
- toevoegingen aan het cv-water anders dan door Bosch Thermotechnik toegestane middelen
- kleine materialen als thermokoppels, ontsteekelektroden en glaszekeringen
- oneigenlijk gebruik.
Belangrijk bij het verhelpen van storingen
- Raadpleeg altijd eerst de handleiding.
- Meld de storing bij uw installateur onder opgave van type en fabrieksnummer.
- Houd deze garantiekaart tezamen met uw aankoopnota gereed.
- De service-technicus van Bosch Thermotechnik Service is verplicht een volledig ingevulde nota te verstrekken van elke reparatie.
- Bewaar altijd de door u, of uw gemachtigde, voor akkoord getekende reparatienota's.
- Reklamaties kunnen uitsluitend in behandeling worden genomen onder opgave van nummer van de door u getekende reparatienota.
TIP: Stuur de registratiekaart onmiddellijk op na de inbedrijfstelling.
14 Combinatie met zonne-energie

Bij toepassing in combinatie met zonne-energie, de temperatuurkiezerknop (310, blz. 30) op de maximale temperatuur 60 °C laten staan.
Dit ter voorkoming van bacteriën bij langere stilstand.
Het solarsysteem moet zo uitgelegd zijn, dat het in combinatie met de Bosch gaswandketel HRC veilig kan funktioneren (zie afbeelding onder).
De inlaattemperatuur mag de 80 °C niet overschrijden.

flowchart
graph TD
A["Bosch HRC"] -->|60 °C| B["Mix"]
B --> C["W"]
C --> D["K"]
D --> E["Mix"]
E --> F["W 80 °C"]
F --> G["Solar tank"]
G --> H["O"]
H --> I["Zonnecollector"]
I --> J["Output"]
K["Koudwater"] --> G
6 720 610 338 -06.20
Afb. 107

Voorzichtig: Het thermostatische ventiel in de warmwaterleiding wordt door ons aanbevolen uit veiligheidsoverweging bij hoge temperaturen. (Denk om verbrandingsgevaar)
Zonder thermostaatventiel is het evt.mogelijk temperatuur boven de 80 °C te tappen.

BOSCH
Robert Bosch Thermotechniek BV
Postbus 379
7300 AJ Apeldoorn