Fax-Lab 250 - Fax OLIVETTI - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Fax-Lab 250 OLIVETTI in PDF-formaat.
| Type product | Fax |
| Merk | Olivetti |
| Model | Fax-Lab 250 |
| Afmetingen (B x D x H) | 359 mm x 234 mm (+ 84 mm) x 180 mm (+ 138 mm met papiersteun) |
| Gewicht | Niet gespecificeerd |
| Stroomvoorziening | 220-240 VAC of 110-240 VAC, 50-60 Hz |
| Stroomverbruik | In standby < 7 W, maximaal 35 W |
| Display | LCD 16 + 16 tekens |
| Geheugencapaciteit | 21 pagina's (ITU-TS testblad, standaardresolutie, MH-compressie, A4) |
| Modemsnelheid | 14400 bps met automatische fallback |
| Compressiemethode | MH, MR, MMR |
| Scanmethode | CIS |
| Scanresolutie | Horizontaal 8 pixels/mm; verticaal standaard 3,85 lijnen/mm, fijn 7,7 lijnen/mm |
| ADF-capaciteit | Max. 5 vel A4, Letter, Legal |
| Papierinvoer (ASF) | Cassette voor 40 vel (80 g/m²) |
| Afdrukmethode | Inkjet op gewoon papier, max. breedte 208 mm |
| Functies | Verzenden, ontvangen, kopiëren, telefoon, antwoordapparaat (optioneel), printer (multifunctioneel) |
| Snelkiesmogelijkheden | 10 one-touch-toetsen, 32 snelkiescodes |
| Printkop (monochroom) | Code 84431 W (FPJ 20) of B0042 C (FPJ 22 met gepigmenteerde inkt) |
| Printkop (kleur) | Code 84436 G (FPJ 26) |
| Omgevingscondities (werking) | Temperatuur 5°C tot 35°C, relatieve vochtigheid 15% - 85% |
| Veiligheid | Niet zelf repareren; stekker uittrekken bij onweer; plaatsen op stabiele ondergrond; uit de buurt van water en hitte |
Veelgestelde vragen - Fax-Lab 250 OLIVETTI
Gebruikersvragen over Fax-Lab 250 OLIVETTI
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fax in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Fax-Lab 250 - OLIVETTI en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Fax-Lab 250 van het merk OLIVETTI.
GEBRUIKSAANWIJZING Fax-Lab 250 OLIVETTI
Alle rechten voorbehouden
De fabrikant behoudt zich het recht voor om zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen aan het in deze handleiding beschreven product aan te brengen.
Dit apparaat is goedgekeurd volgens de beschikking van de Raad 98/482/EG voor pan-Europese aansluiting van enkelvoudige eindapparatuur op het openbare geschakelde telefoonnetwerk (PSTN).
Gezien de verschillen tussen de individuele netwerken in de verschillende landen, biedt deze goedkeuring op zichzelf geen onvoorwaardelijke garantie voor een succesvolle werking op elk PSTN-netwerkaansluitpunt. Neem bij problemen in eerste instantie contact op met de leverancier van het apparaat.
De fabrikant verklaart onder eigen verantwoordelijkheid dat dit product in overeenstemming is met hetgeen bepaald door de richtlijn 1999/05/CE. De overeenstemming wordt aangegeven door het aanbrengen van het merk
CE op het product.
Verklaring van netwerkcompatibiliteit
Hierbij wordt verklaard dat het product geschikt is voor invoeging in alle netwerken van de EU-landen, Zwitserland en Noorwegen.
De volledige netwerkcompatibiliteit in elk land kan afhankelijk zijn van specifieke nationale softwareparameters die overeenkomstig ingesteld moeten worden. Neem in geval van problemen met betrekking tot de aansluiting op andere dan EC PSTN netwerken contact op met het technische servicecentrum in uw land.
Gelieve rekening te houden met het feit dat in de volgende omstandigheden bovengenoemde conformiteit evenals de productkenmerken niet meer gegarandeerd zijn:
- verkeerde elektrische stroomvoorziening;
- verkeerde installatie; verkeerd of onheus gebruik of in ieder geval gebruik waarbij geen rekening wordt gehouden met de aanwijzingen in de bij het product geleverde handleiding;
- vervanging van originele componenten of accessoires door een ander type dat niet goedgekeurd is door de constructeur, of uitgevoerd door onbevoegd personeel.
Het stopcontact moet dicht in de buurt van het toestel geïnstalleerd zijn en makkelijk bereikbaar zijn. Om de elektrische voeding van het toestel uit te schakelen, moet u de stekker uit het stopcontact trekken.
Hieronder wordt een vereenvoudigde beschrijving gegeven van de procedures voor installatie, verzenden, ontvangen en kopieren. Voor meer gedetailleerde instructies kunt u het betreffende hoofdstuk raadplegen.
INSTALLATIE
Zie het hoofdstuk "Installatie" voor nadere informatie.
Het faxtoestel op de telefoonlijn aansluiten


De telefoonhoorn aansluiten


Het faxtoestel op het stroomnet aansluiten
Verwijder eerst het blokkeerklemmetje van de printwagen (zie printkopcompartiment).
Steek de stekker van het stroomsnoer in het stopcontact.

Het afdrukpapier laden

De landgebonden parameters van het faxtoestel instellen

+ Blet displaygeeftgeft bestenstingslagslaveer.

Indien niet het gewenste land wordt weergegeven, op / drukterkoen het landlaedwijzigenigen.

Om de instelling te bevestigen. Op het display verschijnt de taal waarin de berichten worden weergegeven.
Indien niet de gewenste taal wordt weergegeven, op / drukkenklem dental teavijzigënigen.
VERZENDEN
Zie "Verzenden", hoofdstuk "Basisfuncties voor verzenden en ontvangen" voor nadere informatie.

Steek het document, zonder het te forceren, met de te verzenden kant naar beneden in de ADF en regel de geleiders volgens de breedte van het document.

Vorm het nummer van de correspondent (max. 52 cijfers).

+

+


ONTVANGEN
Zie "Ontvangen", hoofdstuk "Basisfuncties voor verzenden en ontvangen" voor nadere informatie.

Druk op de toets tot op het displaydiverschijets"HANDMANTOMATIG".

Zodra u de lijntoon hoort, op

drukken.
KOPIËREN
Zie het hoofdstuk "Het faxtoestel als een kopieerapparaat gebruiken" voor nadere informatie.

Steek het document in de ADF (de te kopieren kant moet naar onder gericht zijn).

en druk op


Kies met de toetsen

en respectievelijk de zoom-waarde.

Druk op

om een enkele kopie te maken of voer het aantal kopieën in (max 9) en druk dan op

In de figuur zijn de externe en interne onderdelen geïllustreerd die de vier modellen van het faxtoestel gemeen hebben. De tweede rij toetsen op het linker gedeelte van het bedieningspaneel heeft uitsluitend betrekking op modellen met ingebouwd antwoordapparaat. De parallelle interface is alleen aanwezig bij multifunctionele modellen.


In de figuur wordt het bedieningspaneel van de modellen met ingebouwd antwoordapparaat getoond. De toetsen in de tweede rij van links en de LED, hebben uitsluitend betrekking op het antwoordapparaat en worden in het betreffende hoofdstuk beschreven.


INLEIDING 1
INSTALLATIE 2
AANSLUITEN OP HET TELEFOONNET 2
DE TELEFOONHOORN AANSLUITEN 4
AANSLUITEN OP HET STROOMNET 4
PAPIER LADEN 4
PRINTKOP INSTALLEREN 4
EERSTE INSTELLINGEN 5
BASISFUNCTIES VOOR VERZENDEN EN ONTVANGEN 9
VERZENDEN 9
ONTVANGEN 12
ONE-TOUCH-TOETSEN EN SNELKIESCODES
PROGRAMMEREN 13
RAPPORTEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN 15
HET FAXTOESTEL ALS EEN TELEFOON GEBRUIKEN 18
OPBELLEN VIA DE ONE-TOUCH-TOETSEN 18
OPBELLEN VIA DE SNELKIESCODES 18
OPBELLEN DOOR ZOEKEN IN HET ADRESBOEK 18
HET FAXTOESTEL ALS EEN KOPIEERAPPARAAT GEBRUIKEN 19
WELKE DOCUMENTEN KUNT U KOPIËREN 19
KOPIËREN 19
ZO MAAKT U EEN KOPIE VAN UITSTEKENDE KWALITEIT ..... 19
HET ANTWOORDAPPARAAT 20
HET BEDIENINGSPANEEEL VOOR HET
ANTWOORDAPPARAAT 20
WIJZIGEN OF ANNULEREN VAN DE TOEGANGSCODE
VOOR HET ANTWOORDAPPARAAT 20
UITGAANDE BOODSCHAPPEN 21
In deze handleiding worden vier modellen van het faxtoestel beschreven: het basismodel, het model met ingebouwd antwoordapparaat, en tenslotte de multifunctionele modellen (basismodel en model met ingebouwd antwoordapparaat) waarbij aansluiting op een PC en gebruik van een kleurenprintkop mogelijk is (raadpleeg voor deze laatste twee modellen tevens de documentatie die u in de verpakking vindt). In onderstaande beschrijving worden bij verschillen in de modellen steeds de volgende aanwijzingen gegeven:
Modellen met ingebouwd antwoordapparaat: heeft betrekking op het "model met ingebouwd antwoordapparaat" en op het "multi-functionele model met ingebouwd antwoordapparaat".
Multifunctionele modellen: heeft betrekking op het "multifunctionele basismodel" en op het "multifunctionele model met ingebouwd antwoordapparaat".
Basismodel: Heeft alleen betrekking op het "basismodel".

- Probeer nooit het faxtoestel zelf te repareren of aan te passen indien u daarvoor geen speciale opleiding hebt genoten; wanneer u de behuizing verwijdert, riskeert u een elektrische schok of andere verwondingen. Neem dus geen risico's en roep er een gekwalificeerde onderhoudstechnicus bij.
- Wanneer u het toestel langere tijd niet gebruikt, trek dan de stekker uit het stopcontact om schade door eventuele storingen of spanningsstoten te voorkomen.
- In geval van onweer wordt aangeraden het apparaat zowel van het stopcontact als van de telefoonlijn af te koppelen om mogelijke beschadiging ervan te voorkomen.
- In geval van spanningsval of stroomonderbreking kunt u geen telefoonoproepen maken of ontvangen, omdat het toetsenbord wordt uitgeschakeld.
Wanneer het echter absoluut noodzakelijk is in deze omstandigheden een telefoonoproep uit te voeren, moet u een noodtelefoon van een goedgekeurd type gebruiken die u direct op het faxtoestel kunt aansluiten.

AANBEVELINGEN VOOR DE INSTALLATIE
- Plaats het faxtoestel op een vlakke en stabiele ondergrond, vrij van trillingen, zodat het niet kan vallen; een val zou u of anderen kunnen verwonden en het toestel kunnen beschadigen.
- Houd het toestel uit de buurt van water, damp, en hevige warmtebronnen. Plaats het niet in een stoffige omgeving en stel het ook niet bloot aan rechtstreeks zonlicht.
- Plaats het toestel op een veilige afstand van elektrische of elektronische apparaten zoals radio's, TV's e.d., die storingen kunnen veroorzaken.
- Omring het toestel niet met boeken, documenten of voorwerpen die de ventilatieruimte beperken. De ideale omgevingsvoorwaarden zijn temperaturen tussen de 5° en 35°C en een relatieve vochtigheid tussen de 15% en 85%.
- Laat voldoende ruimte vrij voor de uitvoeropening aan de voorzijde voor de originele en ontvangen of gekopieerde documenten, zodat deze niet op de vloer vallen.
OVER INSTALLATIE- EN INSTELLINGSPARAMETERS
Op nationaal vlak kunnen de standaard waarden voor elke installatie- en instellingsparameter variëren naargelang de vereisten of de specifieke behoeften van de gebruiker. Daarom zijn deze instellingen niet altijd identiek aan de instellingen die in de handleiding zijn vermeld. We raden u dan ook aan ze af te drukken voordat u wijzigingen aanbrengt.
INHOUD VAN DE VERPAKKING
Behalve het faxtoestel en deze handleiding vindt u het volgende in de verpakking:
- Telefoonsnoer.
- Telefoonstekker (indien voorzien).
- Verpakking met een eerste monochromatische printkop in dotatie.
- Telefoonhoorn.
- Papiersteun.
- Masker met aanduidingen in de landstaal voor het middengedeelte van het bedieningspaneel.
- Garantie.
- Alleen voor multifunctionele modellen:
- Installatie-CD van de Linkfax software (om het faxtoestel als printer te gebruiken).
- Opbergkistje voor printkop.
A ANSLUITEN OP HET TELEFOONNET
Aangezien de telefoonaansluiting van het faxtoestel, het externe antwoordapparaat, de extra telefoon of andere apparaten afhankelijk is van nationaal geldende normen die van land tot land verschillen, worden in onderstaande schema's enkele voorbeelden gegeven. Indien echter in uw land de aan-sluiting op het telefoonnet in uw land anders is dan in de schema's, richt u dan naar de in uw land geldende normen.
AANSLUITING VAN HET FAXTOESTEL
- Steek de connector van het telefoonsnoer in de aansluitbus "LINE" van het toestel (zie schema's "geval 1", "geval 2" of "geval 3").
- Steek de connector of stekker (indien voorzien) aan het andere uiteinde van het telefoonsnoer in het telefoonstopcontact (zie schema's "geval 1", "geval 2" of "geval 3").
AANSLUITING VAN ANDERE APPARATUUR (ANTWOORDAPPARAAT, EXTRA TELEFOON, ENZ.)
(Aansluiting geval 1)
- Verwijder eventueel het afdekplaatje van de aansluitbus "TEL" op het faxtoestel, steek vervolgens de connector van het telefoonsnoer van het extra apparaat in deze aansluitbus (zie betreffende schema).
Indien u het extra apparaat niet direct op het stopcontact "TEL" kunt aansluiten, gebruik dan de adapter (van land tot land verschillend).
Indien het net waarop het faxtoestel wordt aangesloten meer dan één stopcontact in serie telt, moet u het faxtoestel op het primaire stopcontact aansluiten.
(Aansluiting geval 2)
- Steek de connector of stekker (van land tot land verschillend) van het extra apparaat in de aansluitstekker (zie betreffend schema).
(Aansluiting geval 3)
- Steek de stekker van het extra apparaat in het telefoonstopcontact (zie betreffend schema).
Indien u dit wenst kunt u via de speciale adapter (zoals bij aansluiting geval 1), nog een apparaat op de telefoonaansluitbus "TEL" op het faxtoestel aansluiten.
AANSLUITING GEVAL 1

AANSLUITING GEVAL 2

AANSLUITING GEVAL 3 (DUITSLAND)

AANSLUITING GEVAL 3 (OOSTENRIJK)

DE TELEFOONHOORN AANSLUITEN

- Steek de connector van het snoer van de hoorn in de aansluitbus met het symbool op het faxtoestel.
- Leg de hoorn op de haak.
AANSLUITEN OP HET STROOMNET
O P M E R K I N G
Voordat u het faxtoestel aansluit op het stroomnet, moet u het blokeerklemmetje van de printwagen verwijderen (zie printkopcompartiment).
- Steek de stekker van het stroomsnoer in het netstopcontact.
Het faxtoestel voert automatisch een test uit om te controleren of alle componenten correct werken, en daarna verschijnt op het display:
WERKING AUTO
BEKIJK PRINTKOP
Bij de modellen met ingebouwd antwoordapparaat, wordt naast het bericht "AUTOMATISCH", bovendien het totaal aantal ontvangen boodschappen weergegeven, in dit geval "00":
WERKING AUTO
BEKIJK PRINTKOP
O P M E R K I N G
Het toestel wordt permanent aangesloten, zo staat het 24 uur per dag klaar om documenten te ontvangen en te verzenden.
Wenst u het uit te schakelen, dan moet u de stekker van het stroomsnoer uit het stopcontact trekken, want het apparaat heeft geen aan/-uitschakelaar.
O P M E R K I N G
Mochten de berichten niet in uw landstaal weergegeven worden, dan kunt u de gewenste "TAALKEUZE" maken door achtereenvolgens op de volgende toetsen te drukken:
(F) + Het display geeft het bestemmingsland weer.
Indien niet het gewenste land wordt weergegeven, op RESOLCONTR drukken om het land te wijzigen.
Om de instelling te bevestigen. Op het display verschijnt de taal waarin de berichten worden weergegeven.
Indien niet de gewenste taal wordt weergegeven, op drukken om de taal te wijzigen.
PAPIER LADEN

- Steek het verlengstuk van de papiersteun in de spleet en duw hem aan tot hij vast zit.
- Houd het papier bovenaan vast en laat het in de ASF glijden zonder het te kreuken en zonder druk uit te oefenen.
- Duw het papier tegen de linkerkant van de ASF met behulp van de papiergeleider.
O P M E R K I N G
Wanneer u de ASF bijvult, moet u het 'nieuwe' papier onder en niet op het 'oude' plaatsen.
O P M E R K I N G
Dankzij het geheugen van het faxtoestel kan het evengoed tot een maximum van 21 pagina's ontvangen, ook als u het papier niet heeft bijgevuld.
CONTROLEREN VAN HET INGESTELDE AFDRUKFORMAAT OP HET FAXTOESTEL
Na het handmatig afstellen van de papierinvoer (ASF) moet u tevens, om de correcte werking van het faxtoestel te garanderen, controleren of het ingestelde afdrukformaat op het faxtoestel overeenkomt met het papierformaat dat u wilt gebruiken. Zie verderop "Eerste instellingen".
PRINTKOP INSTALLEREN

1- 2Til het deksel van het printkopcompartiment omhoog door uw vinger in de uitsparing in het midden te plaatsen, zoals aangegeven in de figuur.
3. Neem de printkop uit zijn verpakking en verwijder de beschermfolie van de spuitmonden terwijl u hem aan de greep vasthoudt.
4. Raak de spuitmonden en de elektrische contacten niet aan.
5. Plaats de printkop in zijn behuizing met de elektrische contacten naar de voorkant van het faxtoestel gericht.
6. Duw de printkop in de richting van de pijl aan tot u een klik hoort, die aangeeft dat hij goed zit en sluit het deksel van het printkop-compartment.
O P M E R K I N G
Indien na installatie van de printkop opnieuw het bericht "BE-KIJK PRINTKOP" op het display verschijnt, kunt u proberen de printkop te verwijderen om hem vervolgens opnieuw - maar met een beetje meer druk - te installeren. Indien het bericht niet verdwijnt, de printkop verwijderen en de elektrische contacten van zowel de printkop als de wagen reinigen, zie "Elektrische contacten van de printkop reinigen", in het hoofdstuk "Onderhoud".
O P M E R K I N G
De instructies voor het vervangen van de printkop vindt u in het hoofdstuk "Onderhoud".
AUTOMATISCHE REINIGINGS- EN CONTROLEPROCEDURE VAN DE SPUITMONDEN VAN DE PRINTKOP
Nadat de printkop is geïnstalleerd, start het faxtoestel de reinigingsen controleprocedure van de spuitmonden, afgesloten door:
- het afdrukken, op een automatisch ingevoerd vel, van het onderstaande diagnose-resultaat:
- een schaalverdeling, om de inkstroom en de elektrische circuits van de printspuitmonden te controleren.
- een set grafische en tekstelementen, voor het beoordelen van de printkwaliteit.
- weergave op het display van het bericht: "BEKIK AFDRUK", "1 = UIT 0 = HERHAAL".
Onderzoek de printtest als volgt:
- Controleer de schaalverdeling: als er geen onderbrekingen en geen witte horizontale lijnen in de zwarte zones aanwezig zijn, is de printkop correct geïnstalleerd en werkt normaal. Stel de waarde in op 1. Het faxtoestel komt in de oorspronkelijke standby-modus terug en is klaar voor gebruik.
Op het display verschijnt het bericht:
WERKING AUTO 00
25-07-01 11:23
- Als u echter onderbrekingen of witte lijnen aantreft, de waarde 0 instellen om vooral de spuitmond-reiniging te herhalen: als de nieuwe printtest nog niet het gewenste resultaat geeft, de procedure nog eenmaal herhalen. Als hierna de printkwaliteit nog te wensen overlaat, de elektrische contacten en spuitmonden reinigen zoals aangegeven in "Elektrische contacten van de printkop reinigen" en "Spuitmonden van de printkop reinigen", hoofdstuk "Onderhoud".
EERSTE INSTELLINGEN
Opdat het faxtoestel kan werken, moet u, van alle configuratie- en installatieparameters alleen het land, de taal, de datum en de tijd, uw naam en tenslotte het telefoonnummer instellen. De overige parameters kunnen ongewijzigd blijven (standaardwaarde) of veranderd worden om het faxtoestel aan de diverse gebruiksvereisten aan te passen (zie verderop "Parameters instellen").
O P M E R K I N G
Nadat de parameters voor de eerste keer zijn ingesteld, moeten de volgende wijzigingen uitsluitend uitgevoerd worden volgens de procedures die zijn beschreven in "Datum en tijd en installatieparameters wijzigen", hoofdstuk "Geavanceerd gebruik".
O P M E R K I N G
Aangezien de standaard waarden voor elke installatie- en instellingsparameter op nationaal vlak kunnen variëren naar gelang de vereisten of de specifieke behoeften van de gebruiker, zijn deze instellingen niet altijd identiek aan de instellingen die in de handleiding zijn vermeld. We raden u dan ook aan ze af te drukken voordat u wijzigingen aanbrengt:
Nadat u het land en de taal hebt ingesteld (zie onderstaande procedure), drukt u op de toets ⏻ tot op het display verschijnt:
LIUST RUR:
Druk opnieuw op de toets om te bevestigen.
PARAMETERS INSTELLEN
O P M E R K I N G
Vanaf hier kunt u in elke willekeurige fase een fout herstellen of de procedure onderbreken door op de toets te drukken.
Indien u gedurende ongeveer twee minuten tijd geen gegevens invoert, komt het faxtoestel automatisch in de oorspronkelijke standby-modus terug.
O P M E R K I N G
Denk eraan dat de standby-modus aangeeft dat het toestel niet actief is en dat dit de modus is waarin u programmeringen kunt uitvoeren.

display geeft het bestemmingsland weer. In dit geval:
HOLLAND

niet het gewenste land is, drukt u op wijzigen.
◄/► om het te
Indien uw land niet aanwezig is onder de op het display weergegeven landen, raadpleeg dan onderstaande tabel:
LAND TE SELECTEREN LAND
| Argentinië AMERICA LATINA | |
| Australië NZL/AUSTRALIA | |
| België BELGIUM | |
| Brazilië BRASIL | |
| Chili AMERICA LATINA | |
| China CHINA | |
| Colombia AMERICA LATINA | |
| Denemarken DANMARK | |
| Duitsland DEUTSCHLAND | |
| Finland FINLAND | |
| Frankrijk | FRANCE |
| Griekenland | INTERNATIONAL |
| Hong Kong | SINGAPORE |
| India | INDIA |
| Israël | ISRAEL |
| Italië | ITALIA |
| Luxemburg | BELGIUM |
| Mexico AMERICA LATINA | |
| Nederland | HOLLAND |
| Nieuw Zeeland | NZL/AUSTRALIA |
| Norwegen | NORGE |
| Oostenrijk | ÖSTERREICH |
| Peru | AMERICA LATINA |
| Portugal | PORTUGAL |
| Rest van de wereld | INTERNATIONAL |
| Singapore | SINGAPORE |
| Spanje | ESPAÑA |
| Taiwan | TAIWAN |
| UK | U.K. |
| Uruguay | AMERICA LATINA |
| Venezuela | AMERICA LATINA |
| Zuid Afrika | S. AFRICA |
| Zweden | SVERIGE |
| Zwitserland | SCHWEIZ |

Het display toont de taal waarin de berichten op het display worden weergegeven. In dit geval:
NEDERLANOS

niet de gewenste taal is, drukt u op wijzigen.
om hem te

Op het display verschijnt:
FORMAT: 84

Afdrukformaat selecteren
Indien het ingestelde afdrukformaat op het faxtoestel niet overeenkomt met het afdrukformaat dat u wenst te gebruiken, drukt u op de toetsen ◀/▶ tot het gewenste formaat wordt weergegeven "LETTER" of "LEGAL".
Op het display verschijnt:
DRTUM:DO/MM/JU
Datum en tijd instellen
Om een ander formaat te selecteren, drukt u op de toetsen ◀/▶.
Op het display verschijnt:
UUR:24 U
Om het andere formaat te selecteren (12 uur), drukt u op de toetsen ◀/►.
Op het display verschijnt:
DO/MM/JJ UU:MM
25-07-01 11:23
Voer de juiste datum en tijd in (bijv. 26-07-01; 12:00). Telkens wanneer u een cijfer invoert gaat de cursor naar het volgende teken.
DD/MM/JU UU:MM
26-07-01 12:00
Indien u slechts bepaalde cijfers wilt wijzigen, verplaatst u de cursor naar de gewenste positie d.m.v. de toetsen ◄/► en overschrijft u de betreffende gegevens met de juiste cijfers.
O P M E R K I N G
Indien het 12-urenformaat geselecteerd is, verschijnt de letter "p" (post meridiem) of de letter "a" (ante meridiem). Om van "a" naar "p" te gaan of andersom, plaatst u de cursor met de toetsen ◀/▶ onder de letter en drukt op de toets Ⓕ.

Op het display verschijnt:
VORN UW NARAN
Uw naam instellen
Om de tekens van elke toets cyclisch te selecteren.
Om de cursor een positie te verplaatsen of een spatie in te voegen drukt u op ◀/▶.
Om een aantal speciale symbolen in uw naam in te voegen, bijv. &.
Indien u een fout gemaakt hebt, plaatst u de cursor met de toetsen ◀ op het foutieve teken en overschrijft u het met het juiste teken.
Om de naam volledig te annuleren.
| Om bijvoorbeeld de naam "LARA" in te voeren, gaat u als volgt te werk: | |
| 5 | Tot u de letter "L" geselecteerd heeft. |
| 2 | Tot u de letter "A" geselecteerd heeft. |
| 7 | Tot u de letter "R" geselecteerd heeft. |
| 2 | Tot u de letter "A" geselecteerd heeft. |
| 1 | Om de naam te bevestigen. Op het display verschijnt:VORM UW NUMMERFaxnummer instellen |
| 0 | Wper uw faxnummer in. |
| RESOL.CONTR. | Om een spatie in te voegen drukt u op ◄/►. |
| ▶ | Wanneer u een fout maakt, gaat u te werk zoals bij het instellen van uw naam.Indien u de internationale code wilt invoeren, gebruikt u in plaats van de nullen de toets *; op het display verschijnt het symbool +. |
| 1 | Om het faxnummer te bevestigen. Op het display verschijnt:PUBL.LIJN (PSTN)Configuratie voor de kenmerken van de telefoonlijnNu kunt u het faxtoestel aansluiten op het openbare telefoonnet of een privé-lijn:volg een van de twee onderstaande procedures en ga na afloop verder met de configuratie van het faxtoestel vanaf de stap waarbij het display "AND.CARRIER:AAN" weergeeft. |
| 1 | Aansluiten op het openbare telefoonnet:Op het display verschijnt:PSTM KIES:TOONDe kiesmodus is een kenmerkende parameter van de telefooncentrale die de lijn waarop uw faxtoestel is aangesloten, beheert:pulskiesmodus; elk geselecteerd nummer geeft een overeenkomstig aantal pulsen.toonkiesmodus; elk geselecteerd nummer geeft een geluid met een specifieke toon, die anders is dan die van de andere toetsen.U moet dus het faxtoestel op deze parameter aanpassen. Indien u niet zeker weet welke modus u moet kiezen, vraagt u dat het beste even aan de telefoonmaatschappij.Druk op ◄/► om de andere kiesmodus weer te geven: "PSTN KIES:PULSE" |
| RESOL.CONTR. | Aansluiten op een privé-lijn (pbx):Om uw faxtoestel op een privé-lijn aan te sluiten en het ook op een openbare lijn te kunnen gebruiken, gaat u als volgt te werk:Selecteer de parameter "PRIV.LINE (PBX)". |
- Stel de kiesmodus (puls of toon) in op de modus die wordt gebruikt door de PBX waarop het faxtoestel is aangesloten. Indien u niet zeker weet welke modus u moet selecteren, raadpleegt u het beste de PBX-beheerder.
- Stel de buitenlijnmodus (prefix of flash) in die nodig is om via de PBX (privé-centrale) toegang tot het openbare net te krijgen.
- Stem de kiesmodus (puls of toon) af op de modus die dor de telefoonmaatschappij wordt gebruikt.
Druk op ◀/► om de andere beschikbare optie weer te ge-ven:
PRIV.LINE (PBX)
Op het display verschijnt:
PBX KIES:TOON
◄/► om de andere kiesmodus weer te geven:
PBX KIES:PULSE
Om uw keuze te bevestigen.
EXT.LIJN:PREFIX
de toetsen ◀/► om de andere beschikbare optie weer te geven: "EXT.LIJN:FLASH".
Indien u de modus "EXT. LIJN: PREFIX" geselecteerd hebt, moet u het prefix-nummer invoeren (max. 3 cijfers).
Op het display verschijnt:
PSTN KIES:TOON
◄/► om de andere kiesmodus weer te geven:
PSTN KIES:PULSE
O P M E R K I N G
Wanneer de wijze waarop het faxtoestel toegang krijgt tot het openbare net eenmaal is bevestigd, hoeft u slechts, voor u het telefoon- of faxnummer vormt, op de toets te drukken om de lijn te nemen. Op het display verschijnt een "E" (external).
Om de verbinding met het openbare net of de privé-lijn te bevestigen. Op het display verschijnt:
AND.CARRIER:AN
Automatisch kiezen van een vaak gebruikt netnummer Door deze parameter te activeren kunt u een vaak gebruikt netnummer opslaan, zoals een zonenummer of een prefix voor toegang tot een ander telefoonbedrijf, dat automatisch door het faxtoestel wordt geselecteerd. Indien u deze parameter niet wilt activeren, drukt u op ◀/► om de andere optie weer te geven: "AND.CARRIER:UIT" en drukt vervolgens op Ⓤ; waarna u de procedure hervat vanaf het punt waarop het display: "REMOTE START:AAN" weergeeft.
Op het display verschijnt:
NRAAN INVOEREN:










Een meer gedetailleerde uitleg van de betekenis van de parameters en hun toepassing vindt u in "Datum en tijd en installatie-parameters wijzigen", hoofdstuk "Geavanceerd gebruik".
Nu uw faxtoestel een naam en een nummer heeft, is het klaar om:
- documenten te verzenden (ook uitgesteld, vanuit het geheugen of via de pollingmethode);
- documenten te ontvangen (ook via de pollingmethode);
- telefoonoproepen uit te voeren (zie het hoofdstuk "Het fax-toestel als een telefoon gebruiken");
- documenten te kopiëren (zie het hoofdstuk "Het faxtoestel als een kopieerapparaat gebruiken").
VERZENDEN
WELKE DOCUMENTEN KUNT U GEBRUIKEN
Afmetingen
• Breedte min. 148 mm - max. 216 mm
• Lengte min. 105 mm - max. 600 mm
Dikte
Van: 60 - 90 gr/m ^2 (max. 5 vel) 50 - 140 gr/m ^2 (1 vel tegelijk)
Voor documenten die van de aangegeven formaten afwijken, kunt u een transparante map met achterblad gebruiken.
GEBRUIK NOOIT
- Opgerold papier
- Flinterdun papier
• Gescheurd papier - Nat of vochtig papier
- Kleine stukjes papier
• Verkreukeld papier
• Carbonpapier
Ter voorkoming van schade die het faxtoestel buiten werking zou kunnen stellen en de garantie te niet zou kunnen doen, moet u ervoor zorgen dat de documenten die u wilt gebruiken vrij zijn van:
- nietjes
- paperclips
- plakband
- natte Tipp-Ex of lijm.
In al deze gevallen moet u het document eerst kopieren en vervolgens de kopie verzenden, of een transparante map met achterblad gebruiken.
DOCUMENTEN IN DE ADF STEKEN
Steek het document met de gegevens naar onder gericht en zonder druk uit te oefenen in de ADF (automatische invoer voor originele documenten) en stel de geleiders op de breedte af.
Op het display verschijnt:
DOKUMENT GEREED
27-07-01 15:45
AFSTELLEN VAN CONTRAST EN RESOLUTIE
Voor het verzenden van een document kunt u enkele afstellingen maken om de afdrukkwaliteit te optimaliseren.

Om het contrast te kiezen volgens onderstaande criteria:
- NORMAL, als het document noch te licht, noch te donker is. Op de onderste regel van het display verschijnt "NORMAL".
- LICHT, als het document bijzonder donker is. Op de onderste regel van het display verschijnt "LICHT".
- DONKER, als het document bijzonder licht is. Op de onderste regel van het display verschijnt "DONKER".

Om de resolutie te kiezen volgens onderstaande criteria:
- STANDAARD, indien het document gemakkelijk leesbaar is. Op de onderste regel van het display verschijnt een pijl die naar het symbool "☒" op het bedieningspaneel wijst.
- FIJN, indien het document zeer kleine tekens of tekeningen bevat. Op de onderste regel van het display verschijnt een pijl die naar het symbool " [RE] " op het bedieningspaneel wijst.
- GRIJSTÖNEN, indien het document schaduw bevat. Op de onderste regel van het display verschijnt een pijl die naar het symbool "☐" en een pijl die naar het symbool "☐" op het bedieningspaneel wijst.
DOCUMENTEN VERZENDEN
Steek het document in de ADF. Op het display verschijnen de uitgangswaarden voor contrast en resolutie: respectievelijk, NORMAL en 📧 (standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan zoals hierboven beschreven.


In het nummer (max. 52 cijfers) van de correspondent aan wie u het document wilt sturen direct op het numerieke toetsenbord.

Om de verzending te starten.
Na de verzending verschijnt het bericht "VZ VOLLEDIG" enkele seconden lang op het display. Daarna wordt de oorspronkelijke standby-modus opnieuw weergegeven.
O P M E R K I N G
Indien u een verkeerd nummer hebt gevormd, plaatst u de cursor met behulp van de toetsen ◀/▶ op het verkeerde nummer en overschrijft het met het juiste nummer. Om het nummer volledig te wissen, drukt u op de toets
O P M E R K I N G
U kunt het nummer van de correspondent ook selecteren door middel van de snelle kiesmethodes, zie verderop "One-touch-toetsen en snelkiescodes programmeren", "Verzenden via one-touch-toetsen" en "Verzenden via snelkiescodes".
O P M E R K I N G
Indien u de verzending wilt onderbreken, dan drukt u op de toets 📄. Het faxtoestel zal het document automatisch uit de ADF uitvoeren en weer in de oorspronkelijke standby-modus komen.
Indien het te verwijderen document meer dan één pagina telt, moet u voordat u op 📄 drukt om de eerste pagina te verwijderen, eerst handmatig alle andere pagina's verwijderen.
KIESTONEN HOREN BIJ HET VERZENDEN
Steek het document in de ADF. Op het display verschijnen de uitgangswaarden voor contrast en resolutie: respectievelijk, NORMAL en 📄(standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan zoals hierboven beschreven.
Om de kiestonen te horen. Op het display verschijnt:
VORM NUMMER
Vorm
het nummer (max. 52 cijfers) van de correspondent aan wie u het document wilt sturen direct op het numerieke toetsenbord.
Zodra u de faxtoon van de correspondent hoort, drukt u op om de verzending te starten.
Na de verzending verschijnt het bericht "VZ VOLLEDIG" enkele seconden lang op het display.
TELEFOONHOORN OPNEMEN BIJ HET VERZENDEN
Steek het document in de ADF. Op het display verschijnen de uitgangswaarden voor contrast en resolutie: respectievelijk, NORMAL en [X]standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan zoals hierboven beschreven.
[Non-Text]
Neem de lijn door de hoorn op te nemen. Op het display verschijnt:
VORMING TELNR.
Vorm
et nummer (max. 52 cijfers) van de correspondent aan wie u het document wilt sturen direct op het numerieke toetsenbord.

Als het faxtoestel van uw correspondent op automatische ontvangst is ingesteld, hoort u de toon van het faxapparaat.
Als het op manuele ontvangst is ingesteld, zal iemand de telefoon opnemen, en moet u hem vragen op de start-toets van zijn faxtoestel te drukken, waarna u wacht tot u de faxtoon hoort.
Om de verzending te starten.
Na de verzending verschijnt het bericht "VZ VOLLEDIG" enkele seconden lang op het display. Daarna wordt de oorspronkelijke standby-modus opnieuw weergegeven.
O P M E R K I N G
Indien u na de verzending de hoorn van de haak hebt laten liggen, geeft het faxtoestel een geluidssignaal om u te waarschuwen.
AUTOMATISCHE KIESHERHALING
Indien er geen verbinding tot stand komt omdat de lijn gestoord is of omdat het nummer van de correspondent bezet is, zal het faxtoestel het gewenste nummer tot driemaal automatisch herhalen.
DE CORRESPONDENT TERUGBELLEN ZONDER HET NUMMER OPNIEUW TE VORMEN
Het faxtoestel slaat steeds het laatst gevormde nummer op, dat u dus eenvoudig kunt opvragen door tweemaal op de toets te drukken.
EEN VAAK GEBRUIKT NETNUMMER AUTOMATISCH SELECTEREN
Het faxtoestel kan, na programmering hiervan (zie "Eerste instellingen", hoofdstuk "Installatie"), een vaak gebruikt netnummer opslaan, zoals een zonenummer of een prefix voor toegang tot een ander telefoonbedrijf.
Het netnummer wordt automatisch geselecteerd door op de toets EXTERNAL te drukken alvorens het nummer van de correspondent te vormen.
Indien het faxtoestel op een privé-lijn (PBX) is aangesloten, moet de toets EXTERNAL tweemaal worden ingedrukt alvorens het nummer van de correspondent te vormen.
DOCUMENTEN VERZENDEN OP EEN VOORAF INGESTELD TIJDSTIP (VERTRAAGDE VERZENDING)
Door middel van deze functie kunt u tijdzoneproblemen vermijden wanneer de correspondent zich aan de andere kant van de wereld bevindt, en bovendien kunt u gebruik maken van voordelige tarieven tijdens bepaalde uren waarop de telefoonlijnen minder belast zijn.
Steek het document in de ADF. Op het display verschijnen de uitgangswaarden voor contrast en resolutie: respectievelijk, NORMAL en (standaard).


Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan zoals hierboven beschreven.
Tot op het display verschijnt:
UITGEST.TRANSM.
display verschijnt:
DRUK TIJOINSTELL
UU:AN

e tijd in waarop u het document wilt verzenden.
Bijvoorbeeld "16:50".

Op het display verschijnt:
VORM FAX NUMMER
NUM/TOETS/SNELK.

et nummer van de correspondent volgens een van
de beschikbare methods: direct op het toetsenbord of via de one-touch-toetsen of snelkiescodes (zie verderop "One-touch-toetsen en snelkiescodes programmeren").

Om de instelling te bevestigen. Op het display verschijnt:
WERKING AUTO 00
VERZ ON: 16:50
O P M E R K I N G
U kunt de instellingen voor "uitgestelde verzending" wissen door het document uit de ADF te nemen of op de toets te drukken.
EEN VOORAF INGESTELDE VERZENDING WIJZIGEN/WISSEN

Tot op het display verschijnt:
UITGEST.TRANSM.

display verschijnt:
REEDS INGEVOERO

display verschijnt:
PARRA. WIJZIGEN?
Indien u de eerder ingestelde verzending wilt annuleren, drukt u op de toetsen ◀/►: op het display verschijnt het bericht "INSTELL. WISSEN?", druk vervolgens op Ⓕ om de annulering te bevestigen. Het faxtoestel zal automatisch naar de standby-modus terugkeren.
Indien u het tijdstip waarop of het nummer waarnaar het document verzonden moet worden wilt wijzigen, gaat u als volgt te werk:

Op het display verschijnt:
DRUK TIJOINSTELL
16:50

Typ het nieuwe tijdstip en druk op de toets of bevestig het huidige tijdstip door direct op de toets te drukken. Op het display verschijnt:
VORM NUMMER

Als u de huidige tijd wilt herstellen, drukt u op de toets de toets ◆ en gaat u als volgt te werk.
het nieuwe nummer en bevestig de gegevens met de toets ① of bevestig de huidige instelling door direct op de toets ④ te drukken. Op het display verschijnt:
WERKING AUTO 00
VERZ ON: 18:00
EEN DOCUMENT AAN MEERDERE CORRESPONDENTEN VERZENDEN
Het faxtoestel is uitgerust met een geheugen waaruit u een document (ook op een vooraf ingesteld tijdstip: uitgestelde verzending) naar verschillende correspondenten kunt zenden (max. 10): "circulaire". Zie hieronder "Een document uit het geheugen verzenden"
EEN DOCUMENT UIT HET GEHEUGEN VERZENDEN
Steek het document in de ADF. Op het display verschijnen de uitgangswaarden voor contrast en resolutie: respectievelijk, NORMAL en 📄(standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan zoals hierboven beschreven.

Op het display verschijnt:
TX UIT GEHEUGEN

oestel begint het document in het geheugen op te
slaan. Zodra dit gebeurd is, verschijnt het bericht "DOC. N. XXXX" enkele seconden lang op het display; daarna verschijnt :
DRUK TIJOINSTELL
UU:AM

et gewenste tijdstip in, bijvoorbeeld "16:50" en druk
op of druk onmiddellijk op om de huidige tijd te bevestigen. Op het display verschijnt:
VORM FAX NUMBER
NUM/◇/▼

et nummer van de correspondent volgens een van de beschikbare methods: direct op het toetsenbord of via de one-touch-toetsen of snelkiescodes (zie verderop "One-touch-toetsen en snelkiescodes programmeren").

zal het faxtoestel u vragen een ander nummer in te
voeren:
VORM FAX NUMMER

Indien u het document naar verscheidene correspondenten wilt zenden, herhaalt u de twee stappen zo vaak als nodig is; daarna drukt u op de toets om de procedure te beëindigen.
Indien u het document slechts naar één correspondent wilt zenden, drukt u direct op de toets ☐ zonder andere nummers in te voeren. Na deze procedure verschijnt op het display:
WERKING AUTO 00
TX UIT GEHEUGEN
O P M E R K I N G
U kunt slechts één verzending uit het geheugen per keer programmeren.
O P M E R K I N G
Het faxtoestel wist automatisch alle geslaagde verzendingen uit het geheugen.
EEN VOORAF INGESTELDE VERZENDING UIT HET GEHEUGEN WIJZIGEN/HERHALEN/WISSEN

Op het display verschijnt:
TX UIT GEHEUGEN

display verschijnt:
REEDS INGEVOERD

display verschijnt:
INSTALL.PRINTEN?

de toetsen
◄/► om de andere beschikbare opties
weer te geven: "PARAM. WIJZIGEN" of "INSTELL. WISSEN?".

Om uw keuze te bevestigen.
INSTELL.PRINTEN? - Om alleen de parameters m.b.t. de verzending uit het geheugen af te drukken. Na het afdrukken komt het faxtoestel automatisch in de standby-modus terug.
INSTELL. WISSEN? - Om de instelling te wissen. Het faxtoestel komt in de standby-modus terug.
PARAM. WIJZIGEN - Om het nummer van de correspondent of het gewenste tijdstip voor de verzending te wijzigen. Op het display verschijnt:
DRUK TIJOINSTELL
UU:99
Vanaf hier gaat u verder zoals aangegeven in de laatste drie stappen van de procedure "Een document uit het geheugen verzenden".
O P M E R K I N G
Indien de verzending uit het geheugen reeds gestart is, verschijnt het bericht "TX IN UITVOERING" op het display. In dit geval kunt u geen wijzigingen meer aanbrengen.
ONTVANGEN
Uw faxtoestel kan documenten die door een andere fax worden verzonden op vier manieren ontvangen. U kunt de gewenste modus activeren door op de toets te drukken.
- Manuele ontvangst is geschikt wanneer u aanwezig bent en persoonlijk de binnenkomende oproepen wilt beantwoorden.

Tot op het display verschijnt:
HANDOMATIG 00

bij overgaande telefoon de hoorn op om de verbindung tot stand te brengen. Op het display verschijnt: VORMING TELNR.

de faxtoon hoort of de correspondent u vraagt een
faxbericht te ontvangen. Op het display verschijnt: VERBINDING

Haak de hoorn in.
Het faxtoestel begint te ontvangen en op het display verschijnt informatie over de ontvangst zoals het faxnummer van de afzender of, indien geprogrammeerd, zijn naam.
Wanneer de ontvangst voltooid is, verschijnt het bericht "ONTVANGST OK" enkele seconden lang op het display; daarna keert het toestel naar de standby-modus terug.
- Automatische ontvangst is geschikt wanneer u afwezig bent maar toch documenten wilt ontvangen. Dit is de modus waarin uw faxtoestel is ingesteld; mocht dat niet het geval zijn, druk dan op RX MODE tot "WERKING AUTO 00" op het display verschijnt.
De ontvangst geschiedt als in de manuele ontvangstmodus.
- Automatische ontvangst met oproeptype-herkenning. In deze ontvangstmodus wordt het faxtoestel na een bepaald aantal belsignalen (ingestelde waarde: 2 belsignalen) met de telefoonlijn verbonden en is in staat om te herkennen of de binnenkomende oproep een fax- of telefoonoproep is.

Tot op het display verschijnt:
TELEFOON/FRX 00
Hoe het faxtoestel zich in deze ontvangstmodus gedraagt, is afhankelijk van de correspondent:
- Als de oproep van een ander faxtoestel afkomstig is, komt uw faxtoestel na twee belsignalen automatisch in de ontvangstmodus.
- Als de oproep van een telefoon afkomstig is, geeft het faxtoestel na twee belsignalen ca. 20 seconden lang een geluidsignaal en op het display verschijnt "TELEFOONOPROEP". Indien u de hoorn niet binnen 20 seconden opneemt, komt het faxtoestel automatisch in de ontvangstmodus.
Als u de hoorn opneemt voordat het faxtoestel de verbinding tot stand brengt en u de kiestonen hoort, drukt u op de toets ① en legt de hoorn op de haak.
- Ontvangst met antwoordapparaat. In deze ontvangstmodus ontvangt het antwoordapparaat de oproepen, registreert eventuele boodschappen en geeft de verbinding over aan het faxtoestel als de correspondent een document wil verzenden.
RX MODE

Voor de modellen met ingebouwd antwoordapparaat, zie het betreffende hoofdstuk.
Indien u een extern antwoordapparaat aansluit, moet het aantal belsignalen waarna het antwoordapparaat geactiveerd wordt, lager zijn dan het aantal belsignalen dat op het faxtoestel is ingesteld (zie "Aantal belsignalen wijzigen", hoofdstuk "Geavanceerd gebruik".
Tot op het display verschijnt:
RWR / FAX 00
Bij modellen met ingebouwd antwoordapparaat wordt dit bericht alleen weergegeven als u uitgaande boodschap 1 hebt opgenomen.
O P M E R K I N G
Indien u een ontvangst wilt onderbreken, drukt u op de toets

om het faxtoestel opnieuw in de oorspronkelijke
standby-modus te plaatsen.
ONE-TOUCH-TOETSEN EN SNELKIESCODES PROGRAMMEREN
Het faxtoestel biedt ook snelkiesfuncties, zoals de one-touch-toetsen en snelkiescodes, die echter eerst geprogrammeerd moeten worden.
ONE-TOUCH-TOETSEN
Aan elk van de 10 nummertoetsen (0 - 9) kunt u een faxnummer, een telefoonnummer en een naam toewijzen die automatisch geselecteerd worden wanneer u de betreffende toets langer dan een seconde indrukt.
Om een faxnummer en naam toe te wijzen:

Tot op het display verschijnt:
FRX SET-UP

display verschijnt:
DATUM / TIJO

Tot op het display verschijnt:
1 TOETS NUMMERS

display verschijnt:
DRUK 1 TOETSMR.
TOETS: 0-9

o de nummertoets waaraan u een faxnummer wilt
toewijzen (bijv.
①). Op het display verschijnt:
FRX NR

display verschijnt:
1:FRX NR
Indien er reeds een faxnummer werd opgeslagen, zal dit op het display verschijnen.

het gewenste faxnummer (max. 52 cijfers) direct op het numerieke toetsenbord.

Als u een fout gemaakt heeft, plaatst u de cursor met de toetsen ◀/► op het verkeerde cijfer en overschrijft u het met het juiste cijfer.

Om het nummer volledig te wissen.
Indien uw faxtoestel aangesloten is op een PBX, kunt u een buitenlijn nemen door op de toets EXTERNAL te drukken voordat u het nummer vormt. Op het display verschijnt de letter "E" (external).

Om de instelling te bevestigen. Op het display verschijnt:
1:NARR
Indien er reeds een naam werd opgeslagen, zal deze op het display verschijnen.


de naam van de correspondent in (max. 16 tekens) zoals u dat deed voor uw naam (zie "Parameters instellen", in het hoofdstuk "Installatie").

Als u een fout gemaakt heeft, plaatst u de cursor met de toetsen ◀▶ op het verkeerde teken en overschrijft het met het juiste teken.

Om de naam volledig te wissen.

Om de instelling te bevestigen. Op het display verschijnt: KIES ANDERE: JA
Nu kunt u de procedure afsluiten door op de toets te drukken of u kunt een andere one-touch-toets programmeren door op de toets te drukken en de procedure vanaf stap 5 te herhalen, of u kunt aan dezelfde nummertoets (1) een telefoonnummer toewijzen zoals heironder beschreven:
Om een telefoonnummer toe te wijzen:

display verschijnt:
DRUK 1 TOETSNR.
TOETS: 0-9

onieuw op de nummertoets en vervolgens op de toetsen ◀/►. Op het display verschijnt:
TEL NR.

display verschijnt:
1: TEL NR.
Indien reeds een telefoonnummer werd opgeslagen, zal dit op het display verschijnen.


In het gewenste telefoonnummer (max. 52 cijfers) direct op het numerieke toetsenbord van het faxtoestel en druk op de toets om de instelling te bevestigen. Op het display verschijnt:
1:NARR
Nu kunt u, aangezien de andere gegevens ongewijzigd blijven, op de toets 📋 drukken om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
Om alleen een telefoonnummer toe te wijzen zonder eerst een faxnummer op te slaan:
Volg de procedure voor het toewijzen van een faxnummer en een naam tot op het display verschijnt:
DRUK 1 TOETSNR.
TOETS: 0-9
o de nummertoets waaraan u een telefoonnummer
of faxnummer wilt toewijzen (bijvoorbeeld ①). Op het display verschijnt:
FAX NR
◄/► om de andere beschikbar optie weer te ge-ven:
TEL NR
het gewenste telefoonnummer (max. 52 cijfers) direct op het numerieke toetsenbord en druk op de toets
om de instelling te bevestigen. Vanaf hier gaat de procedure op de bekende manier verder.
SNELKIESCODES
U kunt een serie codes (01-32) gebruiken om extra faxen telefoonnummers met namen in te stellen; deze worden automatisch geselecteerd wanneer u op de toets drukt en de betreffende code invoert.
Volg de eerste twee stappen van de procedure voor one-touch-toetsen, en dan:

Tot op het display verschijnt:
SNEL KIEZEN

display verschijnt:
DRUK SNELKIESNR.
(01-32):

e code waaraan u een faxnummer wilt toewijzen
(bijvoorbeeld, 0 1). Op het display verschijnt:
FAX NR
Volg vanaf hier de procedure voor de one-touch-toet-sen vanaf de stappen voor het invoeren van het faxnummer, de naam het telefoonnummer van de correspondent.
O P M E R K I N G
Indien u dit wenst, kunt u de onder de 10 one-touch-toetsen en 32 snelkiescodes opgeslagen gegevens afdrukken (zie verderop in "Rapporten en lijsten afdrukken").
REEDS INGESTELDE ONE-TOUCH-TOETSEN OF SNELKIESCODES WIJZIGEN/WISSEN
Volg de procedure voor de one-touch-toetsen of de procedure voor de snelkiescodes tot op het display verschijnt:
- Voor de one-touch-toetsen
1: FAX NR
of
1:TEL. NR
- Voor de snelkiescodes
01:FRX NR
of
01:TEL.NR

t nieuwe telefoonnummer of faxnummer (max. 52 cijfers) over het oude, via het numerieke toetsenbord van het faxtoestel of druk op de toets

Om de instelling te bevestigen. Op het display verschijnt: 1.NAAR
of
01:NRAN
Typ de nieuwe naam (max. 16 tekens) over de oude, of druk op de toets

Om de instelling te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
VERZENDEN VIA ONE-TOUCH-TOETSEN
Steek het document in de ADF. Op het display verschijnen de uitgangswaarden voor contrast en resolutie: respectievelijk, NORMAL en 📄 (standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan zoals beschreven in "Afstellen van contrast en resolutie".

k langer dan een seconde op de gewenste nummer-
toets, bijvoorbeeld ①. Op het display verschijnt "VORMING FAXNR." en vervolgens de cijfers van het toegewezen faxnummer. Als eveneens de naam werd opgeslagen, geeft het display de naam weer.
Wanneer het nummer is gekozen, verloopt de verzending verder op de bekende manier.
VERZENDEN VIA SNELKIESCODES
Steek het document in de ADF. Op het display verschijnen de uitgangswaarden voor contrast en resolutie: respectievelijk, NORMAL en (standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan zoals beschreven in "Afstellen van contrast en resolutie".

t display verschijnt:
VORMING FAXNR.
CODE OF <>
Vorm de gewenste snelkiescode, bijvoorbeeld 01.
Op het display verschijnen de cijfers van het toegewezen faxnummer. Als eveneens de naam werd opgeslagen, geeft het display de naam weer.
Wanneer het nummer is gekozen, verloopt de verzending verder op de bekende manier.
VERZENDEN MET ONE-TOUCH-TOETSEN OF SNELKIESCODES DOOR OPZOEKEN IN HET ADRESBOEK
Als u zich de one-touch-toets of snelkiescode niet herinnert die u aan een bepaald faxnummer heeft toegewezen, kunt u de verzending toch starten door het nummer als volgt in het adresboek op te zoeken:
Steek het document in de ADF. Op het display verschijnen de uitgangswaarden voor contrast en resolutie: respectievelijk, NORMAL en 📄 (standaard).
Pas eventueel de waarden voor contrast en resolutie aan zoals beschreven in "Afstellen van contrast en resolutie".
Op het display verschijnt:
VORMING FAXNR.
CODE OF <>

de toetsen ◀/► om het gewenste faxnummer of de naam van de correspondent te vinden aan wie u het document wilt sturen.
Om de verzending te starten.
RAPPORTEN EN LIJSTEN AFDRUKKEN
RAPPORTEN
Door het afdrukken van rapporten kunt u het resultaat van alle uitgevoerde transacties (verzendingen en ontvangsten), het aantal verwerkte documenten en andere nuttige informatie controleren.
Het faxtoestel kan de volgende rapporten afdrukken:
- Stroomonderbrekingsrapport: dit rapport wordt altijd automatisch afgedrukt na een stroomonderbreking.
- Als de stroom uitviel tijdens verzending of ontvangst van een document, zal het faxtoestel bij herstel van de normale werking automatisch een rapport afdrukken met de gegevens van de betreffende verzending of ontvangst.
-
Als de stroom uitviel tijdens of na een verzending uit het geheugen of een ontvangst in het geheugen, zal het faxtoestel bij herstel van de normale werking automatisch eenrapport afdrukken dat het totale aantal pagina's aangeeft (m.b.t. verzending en ontvangst) dat uit het geheugen werd gewist.
-
Activeringsrapport: dit rapport bevat de gegevens van de laatste 32 transacties (verzendingen en ontvangsten), die in het geheugen van het faxtoestel opgeslagen blijven. Het wordt automatisch afgedrukt (na de 32e transactie) of wanneer u dit opvraagt.
- Rapport laatste verzending: dit rapport bevat de gegevens van de laatste verzending. Het kan, indien zo geprogrammeerd, altijd automatisch afgedrukt worden na elke verzending, of wanneer u dit opvraagt.
- Foutberichtenrapport: dit rapport bevat eveneens de gegevens van de laatste verzending maar wordt alleen na een mislukte verzending automatisch afgedrukt. Het faxtoestel is ingesteld om dit soort rapport automatisch af te drukken. Hoe u deze functie kunt uitschakelen, wordt beschreven in de betreffende paragraaf.
- Rapport laatste circulaire: bevat de gegevens met betrekking tot de laatste circulaire-verzending en kan indien geprogrammeerd, altijd automatisch afgedrukt worden na elke circulaire-verzending, of op aanvraag op het gewenste moment.
- Beller-ID-rapport: kan alleen op aanvraag worden afgedrukt en bevat de volgende informatie:
- Naam beller
- Naam van de correspondent door wie u werd gebeld (indien deze service is voorzien) of
- PRIVÉ: indien de correspondent ervoor gekozen heeft zijn identificatie niet weer te geven;
of
- NIET BESCHIKBAAR: indien de correspondent op een telefooncentrale is aangesloten die niet over deze service beschikt.
- Nummer better
- Nummer van de correspondent door wie u werd gebeld of
- PRIVÉ: indien de correspondent ervoor gekozen heeft zijn identificatie niet weer te geven;
of - NIET BESCHIKBAAR: indien de correspondent op een telefooncentrale is aangesloten die niet over deze service beschikt.
RAPPORTEN INTERPRETEREN
| • Act. n. Het volgnummer van de uitgevoerde transactie (verzending/ontvangst). | |
| • Type | Soort transactie:TX, TX ECM, TX POLL of TX POLLECM voor verzending.RX, RX ECM, RX POLL of RX POLLECM voor ontvangst. |
| • Doc N. | Referentienummer van het opgeslagen document. Dit nummer verbindt een document met elke verzending (enkele of circulaire) uit het geheugen. |
| • Nummervorming | Het faxnummer van de correspondent dat u gekozen hebt. |
| • VerzenderidentificatieNummer (en eventueel naam) van de ge- selecteerde correspondent. Dit nummer komt overeen met het nummer dat u geko- zen hebt, mits de correspondent zijn faxnummer correct heeft ingesteld. Anders kan het afwijkend zijn of zelfs ontbreken. |
| • Datum /Tijd Datum en tijd waarop de transactie werd uitgevoerd. |
| • Duur Duur van de transactie (in minuten en se- conden). |
| • Pag.'s Totaal aantal pagina's dat u hebt verzon- den/ontvangen. |
| • Resul. Resultaat van de transactie:- OK: als de transactie met succes werd voltooid-FOUTCODE XX: indien de transactie niet plaats gevonden heeft als gevolg van de oorzaak die door de foutcode wordt aan- gegeven (zie "Foutcodes", in het hoofd- stuk "Problemen oplossen"). |
| AUTOMATISCHE AFDRUK VAN HET ZENDRAPPORT EN FOUTBERICHTENRAPPORT ACTIVEREN/INACTIVEREN | |
| F | Tot op het display verschijnt: FRX SET-UP |
| Op het display verschijnt: | |
| DATUM / TIJD | |
| F | Op het display verschijnt: PARAMETERS |
| Tot op het display verschijnt: | |
| ERROR ZENDRAPPO. | |
| Druk op de toetsen | ◄/► om de andere twee beschikbare opties weer te geven: "ZENDRAPPORT :AAN" en "ZEND- RAPPORT: UIT". ERROR ZENDRAPPO. - het faxtoestel drukt alleen na een mislukte verzending automatisch een rapport af. ZENDRAPPORT: AAN - het faxtoestel drukt na elke ver- zending automatisch een rapport af, ongeacht het resul- taat. ZENDRAPPORT: UIT - het faxtoestel drukt geen rappor- ten af. |
| Om uw keuze te bevestigen. | |
| Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-mo- dus te plaatsen. | |
| Automatische Afdruk van het circulaire-Rapport ACTIVEREN/INACTIVEREN | |
| F | Tot op het display verschijnt:FRX SET-UP |
| Tet op het display verschijnt:RAPP.CIRCUL::AANRESOL.CONTR. | Tot op het display verschijnt:Druk op de toetsen ◄/► om de andere beschikbare optie weer te geven: "RAPP.CIRCUL::UIT".Om uw keuze te bevestigen.Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen. |
| Automatische Afdruk van Gegevens betreffende een uitgestelde verzending activeren/inactiveren | |
| F | Tot op het display verschijnt: FRX SET-UP |
| Op het display verschijnt: | |
| DATUM / TIJD | |
| F | Op het display verschijnt: PARAMETERS |
| Tot op het display verschijnt: | |
| LIJST UITST..AAN | |
| RESOLCONTR. | Druk op de toetsen ◄/► om de andere beschikbare optie weer te geven: "LIJST UITST.: UIT". |
| 1 | Om uw keuze te bevestigen. |
| 2 | Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-mo- dus te plaatsen. |
| AFDRUK VAN HET ZENDRAPPORT, ACTIVITEITENRAPPORT,CIRCULAIRE-RAPPORT EN BELLER-ID-RAPPORT OPVRAGEN | |
| F | Tot op het display verschijnt:RAPPORTEN |
| 1 | Op het display verschijnt:RAPP. LAATSTE TX |
| RETOL.CONTR | Druk op de toetsen ◆ om de andere beschikbare optiesweer te geven: "RAP.LAATSTE CIRC", "ACTIVITEIT.RAPP.""LIJST BELLERS", "LIJST RAPP. UIT". |

keuze te bevestigen.
Nadat het rapport is afgedrukt, komt het faxtoestel automatisch weer in de oorspronkelijke standby-modus terug.
O P M E R K I N G
Indien u "LIJST RAPP. UIT" hebt geselecteerd, drukt u op de toets om het faxtoestel weer in de standby-modus te plaatsen.
LIJSTEN
U kunt de volledige lijsten met installatie- en configuratie-parameters en de gegevens van de one-touch-toetsen en snelkiescodes op elk gewenst moment afdrukken.
Wanneer u een afdruk van de installatie- en configuratieparameters vraagt, kunt u een bijgewerkt rapport afdrukken van de vooraf ingestelde waarden en van de waarden die u af en toe overeenkomstig uw behoeften hebt ingesteld.
LIJST VAN INSTALLATIEPARAMETERS AFDRUKKEN

op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.

display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.

op het display verschijnt:
INSTALLATIELIUST

display verschijnt:
LIUST AUR:

toetsen
◄/► kunt u de andere beschikbare optie
weergeven: "GEEN LIJST AWA"

Om uw keuze te bevestigen.
O P M E R K I N G
Indien u "LIJST AWA: "geselecteerd hebt, komt het fax-toestel na de afdruk automatisch weer in de oorspronkelijke standby-modus terug. Indien u "GEEN LIJST AWA" geko-zen hebt, drukt u op de toets om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
LIJST VAN CONFIGURATIEPARAMETERS EN GEGEVENS VAN DE ONE-TOUCH-TOETSEN EN SNELKIESCODES AFDRUKKEN

Tot op het display verschijnt:
FRX SET-UP

t display verschijnt:
DATUM / TIJO

Tot op het display verschijnt:
PRINT INSTELLING

t display verschijnt:
PRINT PARAMETERS

◄/► om de andere beschikbare opties weer te geven: "LIJST 1 TOETSNRS", "LIJST SNELKIESNR" en "AFDRUKOPTIE: UIT".

Om uw keuze te bevestigen.
Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de oorspronkelijke standby-modus terug.
O P M E R K I N G
Indien u de optie "AFDRUKOPTIE: UIT" hebt geselecteerd, drukt u op de toets om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
Als u de lijn neemt door opnemen van de hoorn, beschikt u over alle functies die een normale telefoon biedt.
Hiertoe behoort ook de functie R (REGISTER RECALL, geactiveerd met de toets Ⓑ) die toegang biedt tot speciale diensten die door de netwerkcentrale worden geboden.
U hebt tevens beschikking over de volgende functies:
- Oproepen van een correspondent met gebruik van de geprogrammeerde snelkiesprocedures, zie hieronder "Opbellen via de one-touch-toetsen" en "Opbellen via de snelkiescodes".
- Tijdelijk onderbreken van een telefoongesprek door indrukken van de toets RX MODE (HOLD). U kunt het gesprek voortzetten zodra u dezelfde toets weer indrukt.
OPBELLEN VIA DE ONE-TOUCH-TOETSEN
Steek geen document in de ADF.

k de gewenste toets gedurende meer dan een seconde
in, bijvoorbeeld ①. Op het display verschijnt "VORMING TELNR." en vervolgens de cijfers van het toegewezen telefoonnummer (zie "One-touch-toetsen en snelkies-codes programmeren", in het hoofdstuk "Basisfuncties voor verzenden en ontvangen"). Als ook de naam is opgeslagen, wordt deze op het display weergegeven.

Zodra het nummer is gevormd en de correspondent ant- woordt, neemt u de hoorn op om het gesprek te beginnen.
OPBELLEN VIA DE SNELKIESCODES

Steek geen document in de ADF.
Neem de lijn door de hoorn op te nemen. Op het display verschijnt:
VORMING TELNR.

Op het display verschijnt:
VORMING TELNR.
CODE OF <>

de gewenste snelkiescode, bijvoorbeeld .

Op het display verschijnen de cijfers van het toegewezen telefoonnummer (zie "One-touch-toetsen en snelkies-codes programmeren", in het hoofdstuk "Basisfuncties voor verzenden en ontvangen"). Als ook de naam is opgeslagen, wordt deze op het display weergegeven.
Zodra het nummer is gevormd en de correspondent antwoordt, kunt u het gesprek beginnen.
OPBELLEN DOOR ZOEKEN IN HET ADRESBOEK

Steek geen document in de ADF.
Neem de lijn door de hoorn op te nemen. Op het display verschijnt:
VORMING TELNR.

Op het display verschijnt:
VORMING TELNR.
CODE OF <>

de toetsen ◀/► om het telefoonnummer of de naam te vinden van de persoon die u wilt bellen.

Om het kiezen te starten.
Zodra het nummer is gevormd en de correspondent antwoordt, kunt u het gesprek beginnen.
WELKE DOCUMENTEN KUNT U KOPIËREN
Zorg ervoor dat het te kopiëren document voldoet aan de kenmerken die zijn beschreven in "Welke documenten kunt u gebruiken", in het hoofdstuk "Basisfuncties voor verzenden en ontvangen".
KOPIËREN
Zoals reeds gezegd, kunt u het faxtoestel ook als een kopieerapparaat gebruiken. De kwaliteit van de kopie is afhankelijk van de waarden voor contrast en resolutie die u m.b.v. de toetsen ○ en ● instelt voordat u de kopie maakt.
Kies het contrast op basis van de volgende criteria:
• NORMAL, als het document noch te donker noch te licht is.
• LICHT, als het document bijzonder donker is.
• DONKER, als het document bijzonder licht is.
Kies de resolutie op basis van de volgende criteria:
• TEKST, als het document goed leesbare tekst of eenvoudige afbeeldingen bevat.
• FOTO, als het document schaduw bevat.




Steek het document in de ADF
Op het display verschijnen de uitgangswaarden voor het contrast, de resolutie en de reproductie: respectievelijk NORMAL, TEKST en 100%.
Om het gewenste type contrast te kiezen: "LICHT", "DONKER" of "NORMAL".
Om het gewenste type resolutie te kiezen: " TEKST " of "FOTO".
Om de gewenste zoom-waarde te kiezen: "100%", "140%", of "70%".
Druk direct op de toets indien u slechts een enkele kopie wilt maken, of voer het gewenste aantal kopieën in (max. 9) voordat u op de toets drukt. Het faxtoestel slaat de pagina's waaruit het document bestaat een voor een op, alvorens de kopieën te maken.
O P M E R K I N G
Wanneer u de kopieertaak wilt onderbreken, drukt u tweemaal op de toets: eerst om het origineel uit de ADF te verwijderen, en daarna om het faxtoestel opnieuw in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen. Indien het te verwijderen document verscheidene pagina's telt, dient u alle andere pagina's handmatig te verwijderen voordat u op de toets drukt om de eerste uit te voeren.
Zo MAAKT U EEN KOPIE VAN UITSTEKENDE KWALITEIT
Om een kopie van uitstekende kwaliteit te verkrijgen van een document dat schaduw bevat, dient naast de resolutie-instelling op FOTO, de functie HOGE KWALITEIT op het faxtoestel te zijn ingeschakeld. Is dit niet het geval, dan doet u het volgende:

Tot op het display verschijnt:
FRX SET-UP

display verschijnt:
DATUM / TIJO

Tot op het display verschijnt:
PRINTER PARAMET.

het display verschijnt:
KOPIE: NORMAL

de toetsen
- om de andere beschikbare optie
weer te geven:
KOPIE: HOGE KUAL

instelling te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
Indien u een faxtoestel met ingebouwd antwoordapparaat hebt aangeschaft, biedt dit dezelfde mogelijkheden als een extern antwoordapparaat. U kunt dus:
- uitgaande boodschappen opnemen die automatisch worden afgespeeld wanneer u afwezig bent, om de beller te verzoeken een boodschap achter te laten of terug te bellen;
- memo's opnemen;
- de uitgaande boodschappen en memo's beluisteren;
- de uitgaande boodschappen en memo's vervangen;
- de boodschappen opnemen die de correspondenten inspreken wanneer u afwezig bent, zodat de aan u gerichte oproepen niet verloren gaan;
- de binnengekomen boodschappen beluisteren;
- de binnengekomen boodschappen wissen;
- de boodschappen op een telefoon op afstand overbrengen;
- het antwoordapparaat op afstand bedienen.
De opnamecapaciteit van het antwoordapparaat is afhankelijk van het beschikbare geheugen (15 minuten). De duur van de boodschappen kan geprogrammeerd worden in 30 of 60 seconden, zie "Opnametijd programmeren voor memo's en binnenkomende boodschappen".
O P M E R K I N G
Bij de ontvangstmodus AWA / FAX, wordt het faxtoestel automatisch geactiveerd voor ontvangst wanneer de oproep van een ander faxtoestel komt, zodat er geen aan u gerichte documenten verloren gaan.
O P M E R K I N G
Om de verhinderen dat iemand anders zonder uw toestemming op afstand uw antwoordapparaat kan bedienen (behalve om boodschappen in te spreken), is de toegang bovendien beschermd door een numerieke code van vier cijfers (reeds beschikbaar als "1234") die u altijd kunt wijzigen of annuleren, zie hieronder "Wijzigen of annuleren van de toegangscode voor het antwoordapparaat".
O P M E R K I N G
Het antwoordapparaat kan pas geactiveerd worden nadat UITGAANDE BOODSCHAP 1 is opgenomen.
HET BEDIENINGSPANEEL VOOR HET ANTWOORDAPPARAAT
Alleen aanwezig op model met antwoordapparaat:





Start het afspelen van de nog niet beluisterde boodschappen en memo's. Onderbreekt tijdelijk het afspelen van boodschappen en memo's. Bij nogmaals indrukken wordt het afspelen hervat.

Start het opnemen van persoonlijke memo's. Tijdens het afspelen van boodschappen en memo's, sprong naar begin van volgende boodschap of memo.

(MEMO)
Tijdens het afspelen van boodschappen en memo's, sprong naar vorige boodschap of memo.

(WISSEN)
Wist de reeds beluisterde boodschappen en memo's.

LED (BOODSCHAPPEN)
Aan: in het geheugen bevinden zich reeds beluisterde boodschappen of memo's.
Knippert: in het geheugen bevinden zich nog niet beluisterde boodschappen of memo's.
Uit: in het geheugen bevinden zich geen boodschappen of memo's.

Toetsen voor het gebruik van het antwoordapparaat:
Toegang tot het configuratiemenu voor het antwoordapparaat. Selectie van de verschillende sub-menu's.

Start het opnemen en afspelen.
Bevestigt de selectie van het configuratiemenu voor het antwoordapparaat, de sub-menu's, de parameters en betreffende waarden en de overgang naar de volgende status.

Onderbreekt het opnemen en afspelen.
Onderbreekt de programmering in uitvoering.
Brengt het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus terug.
WIJZIGEN OF ANNULEREN VAN DE TOEGANGSCODE VOOR HET ANTWOORDAPPARAAT

Tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
Druk op de toets en vervolgens op de toets tot op het display verschijnt:
TOEGANGSCODE

display de standaard ingestelde code:
DRUK CODE

Voer de nieuwe code in, bijvoorbeeld "0001" om de bestaande te wijzigen en druk op de toets of druk op de toets en vervolgens op de toets om hem te wissen.
Op het display verschijnt:
BELUISTER.INLOG

faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
De toegangscode voor het antwoordapparaat kan bovendien nog worden gebruikt om:
- te verhinderen dat iemand anders ter plekke de aan u gerichte boodschappen kan beluisteren;
- te verhinderen dat iemand anders de door u ingestelde configuratieparameters van het antwoordapparaat kan wijzigen.
Volg de procedure "Wijzigen of annuleren van de toegangscode voor het antwoordapparaat" tot "BELUISTER.INLOG" op het display verschijnt, en ga als volgt verder:

Druk op de toetsen ◀/► om te verhinderen dat iemand anders de boodschappen op het antwoordapparaat kan beluisteren. Op het display verschijnt:
BELUIST.MET LOG

keuze te bevestigen. Op het display verschijnt:
INSTELL.UITLOG

de toetsen ◀/► om te verhinderen dat iemand anders zonder uw toestemming het antwoordapparaat kan programmeren. Op het display verschijnt:
INSTELL.LOG

keuze te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
UITGAANDE BOODSCHAPPEN
U kunt verschillende soorten boodschappen opnemen:
- UITGAANDE BOODSCHAP 1, met een maximale duur van 20 seconden, om de better te verzoeken een boodschap in te spreken op het antwoordapparaat, bijvoorbeeld:
"Dit is het antwoordapparaat van ..... We zijn momenteel niet aanwezig. Spreek na de pieptoon een boodschap in of druk op de starttoets van uw faxtoestel als u ons een fax wilt sturen. Dank u".
- UITGAANDE BOODSCHAP 2, met een maximale duur van 10 seconden, kan worden opgenomen om:
- als u afwezig bent en dus de ontvangstmodus "AWA / FAX" hebt geselecteerd, de beller te waarschuwen dat het antwoordapparaat geen boodschappen kan ontvangen omdat het geheugen vol is, bijvoorbeeld:
Momenteel kunt u ons alleen een fax sturen. Bel voor een gesprek later terug";
- als u aanwezig bent maar de modus "TELEFOON/FAX" hebt geselecteerd, de beller te vragen de hoorn niet op te leggen, bijvoorbeeld:
"Even geduld, a.u.b.".
- MEMO (Gesproken), met een programmeerbare duur van 30 of 60 seconden, voor persoonlijke afspraken. Deze boodschap wordt nooit afgespeeld wanneer iemand u belt.
- DOORSTUUR-BOODSCHAP, met een maximale duur van 10 seconden, om u op een toestel op afstand te waarschuwen dat er nog niet beluisterde boodschappen voor u zijn op het antwoordapparaat.
- Voor het daadwerkelijk doorsturen van de nog niet beluisterde boodschappen moet u:
- het antwoordapparaat hiervoor geprogrammeerd hebben (zie verderop "Boodschappen en memo's doorsturen naar een telefoon op afstand");
- de functies actieveren waarmee u op afstand het antwoordapparaat kunt bedienen (zie "Het antwoordapparaat op afstand bedienen").
OPNEMEN VAN UITGAANDE BOODSCHAP 1

Tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
Druk op de toets ⏻ en vervolgens op de toets Ⓔ tot op het display verschijnt:
SPREEK IN OGM #1

Op het display verschijnt:
TELEFOONOPROEP
DRUK

Neem de hoorn op. Op het display verschijnt:
VOOR OPNA.

Om het opnemen te starten. Op het display verschijnt:
OPNAMEN 19
U hebt 20 seconden ter beschikking (afgeteld op het display van 19 tot 00) om uw boodschap in te spreken:
- als de boodschap korter is dan 20 seconden, sluit u de opname af zodra u klaar bent met inspreken door de hoorn op te leggen of op de toets of te drukken. Als u op de toets drukt speelt het faxtoestel niet automatisch de boodschap af die u hebt opgenomen; - als de beschikbare tijd afloopt, geeft het faxtoestel een kort geluidssignaal en speelt automatisch de boodschap af die u hebt opgenomen.
Leg vervolgens de hoorn op de haak. In beide gevallen moet u op de toets 📋 drukken op het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
O P M E R K I N G
Als het volume van de boodschap te laag of te hoog is, kunt u het tijdens het afspelen regelen via de toets RESOL CONTR en.
AFSPELEN VAN UITGAANDE BOODSCHAP 1

Tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
Druk op de toets ⏻ en vervolgens op de toets Ⓔ tot op het display verschijnt:
BELIUSTER OGM #1

Druk op de toets of druk op de toets en neem de hoorn op om de eerder opgenomen uitgaande boodschap 1 te horen. Op het display verschijnt:
BELUISTERING
Na het afspelen stelt het faxtoestel automatisch voor een nieuwe UITGAANDE BOODSCHAP 1 op te nemen. Indien u dit wenst kunt u de eerder opgenomen boodschap wijzigen of vervangen, door de opnameprocedure te herhalen.
Indien er geen uitgaande boodschappen zijn opgenomen op het antwoordapparaat, geeft het faxtoestel het bericht "OGM NIET AANWEZ." weer en stelt automatisch voor om een boodschap op te nemen.
Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
OPNEMEN VAN UITGAANDE BOODSCHAP 2
Neem uitgaande boodschap 2 op zoals u boodschap 1 hebt opgenomen, met het volgende verschil voor de tweede stap:
Druk op de toets ① en vervolgens op de toets tot op het display verschijnt:
SPREEK IN OGM #2
O P M E R K I N G
Vergeet echter niet dat u slechts 10 seconden ter beschikking hebt.
AFSPELEN VAN UITGAANDE BOODSCHAP 2
Beluister boodschap 2 zoals bij BOODSCHAP 1 met het volgende verschil voor de tweede stap:
Druk op de toets ① en vervolgens op de toets tot op het display verschijnt:
BELUISTER OGM #2
OPNEMEN VAN DE DOORSTUUR-BOODSCHAP
Neem de doorstuur-boodschap op zoals u de boodschappen 1 en 2 hebt opgenomen, met het volgende verschil voor de tweede stap:
Druk op de toets Ⓞ en vervolgens op de toets Ⓜ op het display verschijnt:
OPN.DOORG.OPROEP
OPNEMEN VAN MEMO'S

Zoals reeds gezegd, kunt u het antwoordapparaat gebruiken om één of meerdere persoonlijke berichten op te nemen (MEMO) die op dezelfde manier worden behandeld als de binnenkomende boodschappen.
Op het display verschijnt:
TELEFOONOPROEP
DRUK▼

Neem de hoorn op. Op het display verschijnt:
MEMOBERICHT?

opnemen te starten. Op het display verschijnt:
OPNAMEN 29
of
OPNAMEN 59
O P M E R K I N G
U hebt 30 of 60 seconden ter beschikking (zie "Opname-tijd programmeren voor memo's en binnenkomende boodschappen") om uw memo in te spreken, op dezelfde manier als bij UITGAANDE BOODSCHAPPEN 1 en 2.
OPNAMETIJD PROGRAMMEREN VOOR MEMO'S EN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN

Tot op het display verschijnt:
TRD SET-UP
Druk op de toets en vervolgens op de toets tot F
op het display verschijnt:
INSPREEKTIJD

display verschijnt:
OPNAMETIJD:30SEC

de toetsen ◀/► om de andere beschikbare waarde weer te geven: "Opnametijd:60Sec".

keuze te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
AFSPELEN VAN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN EN MEMO'S
Als het antwoordapparaat een of meerdere binnenkomende boodschappen of een of meerdere memo's in het geheugen heeft die u nog niet hebt beluisterd, knippert de BOOD-
SCHAPPEN-LED 📋 en op het display wordt het totale aantal opgenomen boodschappen (inclusief de memo's) weergegeven, bijvoorbeeld 03:
"RWA / FAX 03"
"01-08-01 10:32"
Nu kunt u (via de luidspreker of door de telefoonhoorn op te nemen) alle boodschappen beluisteren, inclusief de memo's die met een volgnummer vanaf 01 tot een maximum van 49 in het geheugen worden opgeslagen.

Om via de luidspreker de boodschappen te beluisteren, die het faxtoestel in sequentie afspeelt, gescheiden door een kort geluidssignaal; of neem de hoorn op nadat u op de
toets ▶/II hebt gedrukt om de boodschappen 'privé' te beluisteren.
Na afloop van de weergave van de laatste boodschap geeft het faxtoestel twee korte geluidssignalen en komt automatisch weer in de oorspronkelijke standby-modus terug. De BOODSCHAPPEN-LED

stopt met knipperen en blijft continu verlicht.
WISSEN VAN REEDS BELUISTERDE BOODSCHAPPEN EN MEMO'S
U kunt een boodschap of een memo alleen tijdens of na het afspelen wissen.
De boodschappen of memo's die u nog niet hebt beluisterd worden niet gewist. Om het geheugen volledig te kunnen wissen moeten dus eerst alle boodschappen en memo's zijn afgespeeld.
WISSEN VAN DE HUIDIGE BOODSCHAP OF MEMO

Om het afspelen van de boodschappen of memo's te starten. Op het display verschijnt:
BELUISTER 01 03
08-08-01 10:47

Om de boodschap die u momenteel beluistert te wissen. Het antwoordapparaat gaat naar de volgende boodschap en op het display verschijnt:
BELUISTER 02 02
08-08-01 10:47

Om de volgende boodschap te wissen.
Ga zo verder voor alle boodschappen die u wilt wissen.
O P M E R K I N G
Als u geen enkele boodschap wilt wissen, drukt u op de toets

WISSEN VAN ALLE REEDS BELUISTERDE BOODSCHAPPEN

Stel dat er op het antwoordapparaat 6 boodschappen zijn opgenomen waarvan 3 reeds beluisterd:
Op het display verschijnt:
WIS OPNAME?
CANCEL/

Om de reeds beluisterde boodschappen te wissen. Op het display verschijnt de standby-modus en het aantal resterende boodschappen na de wisopdracht, in dit geval 3.
O P M E R K I N G
Als u geen enkele boodschap wilt wissen, drukt u op de toets

BOODSCHAPPEN EN MEMO'S DOORSTUREN NAAR EEN TELEFOON OP AFSTAND
Indien u dit wenst kunt u het antwoordapparaat zo programmeren dat het u op een andere plaats en op een bepaalde tijd belt om u de gelegenheid te geven de nieuwe boodschappen te beluisteren.
Behalve de tijd en het nummer waarop u gebeld wilt worden kunt u instellen of het doorsturen eenmalig of dagelijks plaats moet vinden.

Tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
Druk op de toets en vervolgens op de toets op het display verschijnt:

OPROEP DOORGEVEN

display verschijnt:
OPROEPING :UIT

de toetsen ◀/► om de andere beschikbare opties weer te geven: "OPROEPING EENMAG" of "OPROEP UITSTEL".

Om uw keuze te bevestigen. Op het display verschijnt:
DRUK TIJOINSTELL
UU:97

et tijdstip in waarop u wenst dat de boodschappen worden doorgestuurd, bijvoorbeeld: "11:45".

Om te bevestigen. Op het display verschijnt:
ORUK TEL. NUMA

et telefoonnummer in waarop u gebeld wilt worden, bijvoorbeeld: "02 615356".

Om te bevestigen. Op het display verschijnt:
OPN.00ORG.OPROEP
Nu kunt u de doorstuur-boodschap opnemen (zie "Opne- men van de doorstuur-boodschap") of de procedure afsluiten door op de toets te drukken.
O P M E R K I N G
Indien u eerder een doorstuur-boodschap hebt opgenomen, geeft het display het bericht "BELUISTERING" weer en het antwoordapparaat speelt de boodschap af. Zie "Opnemen van de doorstuur-boodschap" voor het wijzigen of vervangen van de boodschap.
Nu u het antwoordapparaat hebt geprogrammeerd voor het naar een andere plaats doorsturen van de nieuwe boodschappen, kunt u deze beluisteren door het antwoordapparaat te bedienen volgens de methode die hieronder wordt beschreven in "Het antwoordapparaat op afstand bedienen".
HET ANTWOORDAPPARAAT OP AFSTAND BEDIENEN
U kunt het antwoordapparaat niet alleen direct via de specifieke toetsen op het bedieningspaneel van het faxtoestel bedienen, maar ook vanaf elke andere plaats ver of dichtbij, mits u gebruik maakt van een telefoon die in de toonkiesmodus werkt, bijv.: een mobiele telefoon.
Om het antwoordapparaat op afstand te bedienen, moet u het faxtoestel in de ontvangstmodus "AWA / FAX" zetten, en bovendien, nadat u UITGAANDE BOODSCHAP 1 hebt gehoord, de toegangs-code invoeren (standaard ingesteld: "1234").
De voor de afstandsbediening beschikbare functies worden geactiveerd via een extra nummercode van een of twee cijfers (zie onderstaande tabel). Als de code uit twee cijfers bestaat, is het raadzaam tussen het eerste en tweede cijfer op het bevestigingssignaal te wachten.
| CODE | BEDIENINGSFUNCTIE |
| 1 | Afspelen van nieuwe boodschappen.2 Afspelen van alle boodschappen.3 Herhalen van huidige boodschap of terug naar vorige boodschap.4 Onderbreken van huidige boodschap en overgaan naar volgende boodschap.5 + 5 Wissen van alle oude boodschappen. |
| CODE | PROGRAMMEERFUNCTIE |
| # 1 | Uitschakelen van de ontvangstmodus AWA / FAX en inschakelen van de ontvangstmodus WERKING AUTO.# 2 Inschakelen van de ontvangstmodus AWA / FAX.# 3 Vrijgave van opname van UITGAANDE BOODSCHAP 1.# 4 Afsluiten en bevestigen van de opname van UIT-GAANDE BOODSCHAP 1.# 5 Uitschakelen van het doorsturen van boodschappen en memo's naar een telefoon op afstand.# 6 Instelling voor het beluisteren van ALLEEN UIT-GAANDE BOODSCHAP. |
Door op 0 te drukken na een bedieningssequentie van 1 tot 5 wordt de huidige functie onderbroken.
Door op 0 te drukken na een programmeersequentie van #1 tot #6 wordt de huidige programmering onderbroken en gaat men terug naar de bedieningsfuncties. In dat geval moet u weer op # drukken op de programmeerfase te hervatten.
Voor het op afstand bedienen en programmeren van het antwoordapparaat moet u:
- het nummer van het faxtoestel vormen op de externe telefoon. Het antwoordapparaat antwoordt met UITGAANDE BOODSCHAP 1;
- de functie kiezen die u wilt uitvoeren en de betreffende code invoeren, aan de hand van bovenstaande tabel.
Het antwoordapparaat bevestigt de bewerking met een pieptoon.
Indien u een toegangscode voor het antwoordapparaat hebt ingesteld, voert u zodra u UITGAANDE BOODSCHAP 1 hoort, de cijfers van de code in:
- als de code correct is, hoort u een kort geluidssignaal ter bevestiging, waarna u de code voor de afstandsbedieningsfunctie kunt invoeren;
- als de code fout is, hoort u twee korte geluidssignalen. Voer in dat geval de correcte code in door elke toets ten minste een seconde ingedrukt te houden.
Verbreek de verbinding volgens het systeem van de gebruikte telefoon.
SPECIALE FUNCTIES VAN HET ANTWOORDAPPARAAT
U kunt de volgende speciale functies op het antwoordapparaat instellen:
• GESPREKKOSTEN BESPAREN
• ALLEEN UITGAANDE BOODSCHAP
• STILLE ONTVANGST VAN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN
• SAMENVATTENDE MELDINGEN
GESPREKKOSTEN BESPAREN
Wanneer u op afstand het antwoordapparaat bedient om eventuele boodschappen te beluisteren, antwoordt het fax-toestel op de volgende manier:
- als er geen boodschappen op het antwoordapparaat zijn, wordt de verbinding twee belsignalen na het ingestelde aantal tot stand gebracht;
- als er wel boodschappen op het antwoordapparaat zijn, wordt de verbinding na het ingestelde aantal belsignalen tot stand gebracht (Zie "Aantal belsignalen wijzigen", in het hoofdstuk "Geavanceerd gebruik").
Dus, als u een belsignaal méér dan het ingestelde aantal hoort, weet u meteen dat er geen boodschappen zijn en kunt u ophangen voordat de verbinding tot stand wordt gebracht.
Deze functie kan alleen door de technische service worden geactiveerd en is niet in alle landen beschikbaar.

Tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
Druk op de toets en vervolgens op de toets tot op het display verschijnt:
KOSTBESP.INSTELL

evestigen. Op het display verschijnt:
UIT

Druk op ◀/► om de andere optie weer te geven: "AAN".
Om uw keuze te bevestigen.
Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
ALLEEN UITGAANDE BOODSCHAP
In deze functie antwoordt het antwoordapparaat bij elke oproep met UITGAANDE BOODSCHAP 1 maar neemt geen binnenkomende boodschappen op.
U kunt deze functie gebruiken wanneer u gedurende een langere periode afwezig zult zijn, tijdens welke niet alle eventuele boodschappen opgeslagen zouden kunnen worden. In dat geval kunt u, in plaats van de gewoonlijke uitgaande boodschap, beter een andere boodschap opnemen, bijvoorbeeld:
"Van 22 Juni t/m 19 September kunnen wij alleen faxen ontvangen. U kunt geen boodschap inspreken".

Tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP

Druk op de toets en vervolgens op de toets tot op het display verschijnt:
ENKEL MELOTEKST
bevestigen. Op het display verschijnt:
ENKEL MELOT.:UIT
◄/► om de andere optie weer te geven: "ENKEL MELDT: AAN".
Om uw keuze te bevestigen. Op het display verschijnt:
TELEFOONOPROEP
DRUK
Indien u de UITGAANDE BOODSCHAP 1 reeds hebt opgenomen, verschijnt op het display het bericht "BELUISTERING" en het antwoordapparaat speelt de boodschap af.
Indien u nog niets hebt opgenomen, verschijnt op het display het bericht "GEEN OPNAMEN".
Om de eerder opgenomen boodschap te wijzigen of een nieuwe boodschap op te nemen. Op het display verschijnt:
VOOR OPNA.
opname te starten. Op het display verschijnt:
OPNAMEN 19
STILLE ONTVANGST VAN BINNENKOMENDE BOODSCHAPPEN
Met deze functie kunt u op vertrouwelijke wijze boodschappen ontvangen. In andere woorden, het antwoordapparaat ontvangt de boodschappen zonder deze via de luidspreker weer te geven, opdat andere personen de aan u gerichte boodschappen niet kunnen horen.
Tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP

t display verschijnt:
ICM OP LUIDSPR.

t display verschijnt:
ICM LUIDSPR:RRN

- /▶ om de andere optie weer te geven: "ICM LUIDSPR:UIT".
Om uw keuze te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
SAMENVATTENDE MELDINGEN
Samenvattende meldingen zijn standaard berichten die altijd in het geheugen van het antwoordapparaat aanwezig zijn. Het betreft 5 berichten in het Engels:
| N. | Bericht in het Engels | Betekenis |
| 1 | You have nn messages | Geeft het aantal boodschappen aan dat het antwoordapparaat heeft ont- vangen (nn = van 1 tot 49). |
| 2 | Monday, Tuesday, etc. | Geeft de dag aan waarop de bood-schap werd ontvangen. |
| 3 | 0/12 AM o Pm | Geeft het tijdstip aan waarop de boodschap werd ontvangen (van 0 tot 12 plus AM of PM). |
| 4 | End of messages | Geeft aan dat er geen boodschap-pen meer te beluisteren zijn. |
| 5 | You have no messages | Geeft aan dat er geen boodschap-pen werden ontvangen. |
SAMENVATTENDE MELDINGEN INSCHAKELEN

Tot op het display verschijnt:
TAD SET-UP
Druk op de toets en vervolgens op de toets tot F op het display verschijnt: SYNTH.MELOTEKST

Om te bevestigen. Op het display verschijnt:
UIT

Druk op ◀/► om de andere optie weer te geven: "AAN".

Om uw keuze te bevestigen. Op het display verschijnt:
ORG VAN DE WEEK

Om te bevestigen. Op het display verschijnt:
ZONORG

Druk op de toetsen ◀/► om de huidige dag te kiezen. Bijvoorbeeld: "Maandag".

Om uw keuze te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
O P M E R K I N G
Wanneer de samenvattende meldingen eenmaal zijn ingeschakeld, hoeft u alleen op de toets ▶/II te drukken om ze te horen.
AFDRUKKEN VAN DE CONFIGURATIEPARAMETERS VAN HET ANTWOORDAPPARAAT

Tot op het display verschijnt:
TRD SET-UP
Druk op de toets en vervolgens op de toets tot F op het display verschijnt: LIUST AWA INSTEL

Om te bevestigen. Op het display verschijnt:
LIST RWA:
Mocht het display "GEEN LIJST AWA" weergeven, druk dan op de toetsen ◀/► om de optie "LIJST AWA: ◇" weer te geven.

Om het afdrukken te starten. Na de afdruk komt het faxtoestel automatisch weer in de oorspronkelijke standby-modus terug.
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR ONTVANGST
AFDRUKZONE VAN EEN ONTVANGEN DOCUMENT VERKLEINEN

Tot op het display verschijnt:
FRX SET-UP

display verschijnt:
DATUM / TIJD

Tot op het display verschijnt:
PRINTER PARAMET.

het display verschijnt:
VERKLEINEN 94%

◄/► om een van de beschikbare verkleinings-
ratio's te kiezen: "80%", "76%", "70%" en "UIT".

Om uw keuze te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
DOCUMENT ONTVANGEN DAT LANGER IS DAN HET PAPIERFORMAAT
Indien u een document ontvangt dat langer is dan het gebruikte papierformaat, kunt u het faxtoestel zo instellen dat de resterende tekst op een andere pagina wordt afgedrukt.

Tot op het display verschijnt:
FRX SET-UP

display verschijnt:
DATUM / TIJD

Tot op het display verschijnt:
PRINTER PARAMET.

het display verschijnt:
PRINT EXTRA:AUTO

◄/► om een van de andere twee beschikbare
parameters te kiezen: "PRINT EXTRA: UIT" of "PRINT EXTRA: AAN".

Om uw keuze te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
O P M E R K I N G
Indien u de parameter "PRINT EXTRA:AUTO" selecteert, zal het faxtoestel de resterende tekst op een andere pagina afdrukken indien deze tekst minstens 12 mm van de pagina bedekt. Indien u de parameter "PRINT EXTRA: AAN" selecteert, zal het faxtoestel de resterende tekst altijd op een andere pagina afdrukken.
Indien u de parameter "PRINT EXTRA: UIT" selecteert, zal het faxtoestel de resterende tekst niet afdrukken.
NAAM OF NUMMER VAN DE BELLER WEERGEVEN
Deze functie, die op aanvraag van de gebruiker door het telefoonbedrijf geactiveerd kan worden, is slechts in enkele landen beschikbaar en is compatibel met de Norm ETSI ETS 300 778-1. Met deze functie kunt u meteen zien door wie u wordt gebeld. U kunt dus beslissen of u de oproep al of niet wilt beantwoorden.
Met deze functie zal het faxtoestel, als het zich in de standby-modus bevindt, bij elke oproep altijd automatisch een van de volgende aanduidingen weergeven:
- nummer of naam van de beller;
- PRIVÉ: indien de correspondent ervoor gekozen heeft zijn identificatie niet weer te geven;
- NIET BESCHIKBAAR: indien de correspondent op een telefooncentrale is aangesloten die niet over deze service beschikt.
Als u echter bezig bent uw faxtoestel te programmeren en u wilt bij binnenkomst van een oproep weten door wie u gebeld wordt,
moet u op de toets 📞 drukken.
Het kan gebeuren dat door bijzondere kenmerken van de telefooncentrale waarop u aangesloten bent, het nummer van de better niet op het faxtoestel wordt weergegeven. Mocht dit probleem zich voordoen, neem dan contact op met het technische servicecentrum in uw land.
VOLUME BELSIGNALEN WIJZIGEN

Tot op het display verschijnt:
FRX SET-UP

display verschijnt:
DATUM / TIJD

Op het display verschijnt:
PARAMETERS

het display verschijnt:
VOLUME BEL.:HOOG

◄/► om de andere beschikbare opties weer te geven: "VOLUME BEL.:LAAG", "VOLUME BEL.:MID." en "VOLUME BEL.:UIT". Bijvoorbeeld: "VOLUME BEL.:MID."

Om uw keuze te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
OVERIGE NUTTIGE INSTELLINGEN VOOR VERZENDING
PLAATS VAN NAAM EN FAXNUMMER WIJZIGEN
De informatie die bovenaan op het te verzenden document wordt afgedrukt (naam, faxnummer, datum en tijd en aantal pagina's) kan door het faxtoestel van uw correspondent buiten de tekstzone worden ontvangen en dus vlak onder de bovenkant van de pagina, of binnen de tekstzone en dus met een grotere bovenmarge.
Uw faxtoestel is ingesteld om deze informatie binnen de tekstzone te plaatsen.
Plaats wijzigen:

Tot op het display verschijnt:
FRX SET-UP

et display verschijnt:
DATUM / TIJD

Op het display verschijnt:
PARAMETERS

op het display verschijnt:
KOPREGEL BIMNEN
◄/► om de andere parameter te selecteren.
KOPREGEL BUITEN

de instelling te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
HERHALING VAN MISLUKTE VERZENDING UIT HET GEHEUGEN ACTIVEREN/INACTIVEREN

Tot op het display verschijnt:
FRX SET-UP

display verschijnt:
DATUM / TIJD

Op het display verschijnt:
PARAMETERS

het display verschijnt:
HERH. VERZ.:UIT

- /► om de andere beschikbare optie weer te ge- ven: "HERH. VERZ.:AAN".

Om uw keuze te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
VERBINDINGSTONEN WEERGEVEN

Het faxtoestel is zo ingesteld dat u de kiestonen tijdens het kiezen van het nummer en de verbindingstenen die tussen uw faxtoestel en het andere toestel worden uitgewisseld, kunt horen. Is dit niet het geval, dan programmeert u dit als volgt:
Tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.

het display verschijnt:
LIJNDetectIE:UIT

◄/► om de andere beschikbare optie weer te ge-ven: "LIJNDetectIE:AAN".

Om uw keuze te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
LUIDSPREKERVOLUME AANPASSEN
als het volume van de lijn- en verbindingstonen te laag of te hoog is, kunt u dit aanpassen met behulp van de toetsen

Op het display verschijnt:
VORM NUMMER
◀▶ om het volume van de luidspreker te verlagen of te verhogen.
ZOEMERVOLUME AANPASSEN

Tot op het display verschijnt:
FRX SET-UP

display verschijnt:
DATUM / TIJD

Op het display verschijnt:
PARAMETERS

het display verschijnt:
ZOEMERVOL.:LARG

◄/► om de andere beschikbare opties weer te geven: "ZOEMERVOL.:HOOG", "ZOEMERVOL.:MIDD." en "ZOEMERVOL.:UIT".
Bijvoorbeeld: "ZOEMERVOL.:MIDD."

Om uw keuze te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
VERZENDINGSSNELHEID VERMINDEREN
Het faxtoestel is ingesteld om te verzenden bij een snelheid van 14400 bps (bits per seconde). Bij storingen op de telefoonlijn wordt een snelheid van 9600 of 4800 bps aangeraden.

Tot op het display verschijnt:
FRX SET-UP

display verschijnt:
DATUM / TIJO

Op het display verschijnt:
PARAMETERS

het display verschijnt:
ZEND SMELH. 14.4

/ om de andere beschikbare waarden weer te geven: ZEND SNELH. 9.6" of ZEND SNELH. 4.8". Bijvoorbeeld: ZEND SNELH. 9.6".

Om uw keuze te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
Als u het type resolutie niet selecteert voordat u een document verzendt, voert het faxtoestel de verzending automatisch uit op basis van de waarde waarop hij reeds is ingesteld (in dit geval: STANDARD).
Indien u dit wenst, kunt u het faxtoestel als volgt instellen op automatische verzending met de resolutie FIJN:

Tot op het display verschijnt:
FRX SET-UP

display verschijnt:
DATUM / TIJO

Op het display verschijnt:
PARAMETERS

het display verschijnt:
TX RESOL. STD

◀/▶ om de andere beschikbare optie weer te geven: "TX RESOL. FIJN".

Om uw keuze te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
ACTIVEREN/STOPZETTEN VAN DE ECM MODUS
ECM (Error Correction Mode) is een correctiesysteem voor fouten die worden veroorzaakt door storingen van de telefoonlijn. Om hiervan te kunnen gebruikmaken, moet deze functie zowel op uw fax als op het toestel van uw correspondent geactiveerd zijn De letter "E" op het display geeft aan dat de functie geactiveerd is.
Uw faxtoestel is voorgeprogrammeerd om met deze modus te verzenden. Om het toestel op normaal verzenden in te stellen, volgt u onderstaande procedure:

Tot op het display verschijnt:
FRX SET-UP

display verschijnt:
DATUM / TIJO

Op het display verschijnt:
PARAMETERS

display verschijnt:
ECM:RRN

- /▶ om de andere beschikbare optie weer te geven: "ECM: UIT".

Om uw keuze te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
DATUM EN TIJD EN INSTALLATIEPARAMETERS WIJZIGEN
Indien de datum en de tijd op het display niet juist zijn, kunt u beide op elk willekeurig moment wijzigen.

Tot op het display verschijnt:
FRX SET-UP

display verschijnt:
DATUM / TIJD

play geeft het formaat weer dat u eerder hebt inge- steld tijdens de configuratie van het faxtoestel, bijvoorbeeld: DATUM:00/MM/JJ

ander formaat te selecteren, drukt u op de toetsen ◀.

Het display geeft het uurformaat weer dat u eerder hebt ingesteld, bijvoorbeeld: UUR : 24 U

andere formaat te selecteren (12 uur), drukt u op


display verschijnt:
00/99/99 UU:99
25-07-01 11:23

e juiste datum en tijd in (bijv. 26-07-01; 12:00). Tel-
kens wanneer u een cijfer invoert gaat de cursor naar het volgende teken.
00/00/00 UU:00
26-07-01 12:00

slechts bepaalde cijfers wilt wijzigen, verplaatst u
de cursor naar de gewenste positie d.m.v. de toetsen ◀/► en overschrijft u de gegevens met de juiste cijfers.

Om de instelling te bevestigen. De procedure voor het wijzigen van de datum en tijd is beeindigd. De nieuwe datum en tijd worden automatisch bijgewerkt en op elke verzonden pagina afgedrukt.

faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
HET INGESTELDE AFDRUKFORMAAT OP HET FAXTOESTEL WIJZIGEN

Tot op het display verschijnt:
FRX SET-UP

display verschijnt:
DATUM / TIJD

Tot op het display verschijnt:
PRINTER PARAMET.

play geeft het papierformaat weer dat u eerder hebt
ingesteld tijdens de configuratie van het faxtoestel, bijvoorbeeld:
FORMAT : A4

- /▶ tot het gewenste papierformaat wordt weergegeven: "LETTER" of "LEGAL".

Om de instelling te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
NAAM EN FAXNUMMER WIJZIGEN

Wanneer ze ingesteld zijn, blijven naam (max. 16 tekens) en nummer (max. 20 cijfers) onveranderd tot ze opnieuw gewijzigd worden, en worden op elke door uw correspondent ontvangen pagina afgedrukt.

Tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.

display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.

Tot op het display verschijnt:
NAM ZENDER

play geeft de eerder ingestelde naam weer, bijvoor- beeld:
VORM UW NARR
LARA

nieuwe naam eroverheen.
of

Druk op de toets om de naam volledig te wissen en typ vervolgens de nieuwe naam. Denk daarbij aan het volgende:

Om de cursor te verplaatsen of een spatie in te voegen, drukt u op ◀/►.
in uw naam een aantal speciale symbolen in te voegen, bijv. &.
Om de naam te bevestigen. Op het display verschijnt:
TEL. NUMMER
Nu voert u het faxnummer in volgens onderstaande aanwijzingen:

FAXNUMMER WIJZIGEN
Het display geeft het eerder ingestelde nummer weer, bijvoorbeeld:
VORM UW NUMMER
00 34 922 258865

p het nieuwe nummer eroverheen.
of

Druk op de toets om het nummer volledig te wissen en typ vervolgens het nieuwe nummer. Denk daarbij aan het volgende:
Om een spatie in te voegen drukt u op ◀/▶.
Wanneer u een fout maakt, gaat u te werk zoals bij het instellen van uw naam.
Indien u de internationale code wilt invoeren, gebruikt u in plaats van de nullen de toets *; op het display verschijnt het symbool +.

Om het faxnummer te bevestigen.
Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
HET TYPE TELEFOONAANSLUITING WIJZIGEN
Als u het faxtoestel eerder hebt ingesteld voor aansluiting op het openbare telefoonnet en u wilt het nu op een privé- lijn gebruiken, of andersom, dan moet u het volgende doen:

Tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.

display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.

splay geeft de telefoonaansluiting aan waarop u het faxtoestel hebt ingesteld, bijvoorbeeld:
PUBL.LIJN (PSTM)

de toetsen ◀/► om de aansluiting op de "privé-lijn" te selecteren.
Vanaf hier gaat u verder zoals reeds werd beschreven in "Eerste instellingen", in het hoofdstuk "Installatie".
Nadat de instellingen zijn gemaakt drukt u op de toets
om uw keuze te bevestigen, en daarna op de toets om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
GEHEUGENOPSLAG VAN EEN VAAK GEBRUIKT NETNUMMER IN-/UITSCHAKELEN

Tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.

het display verschijnt:
AND.CARRIER:RAIN
of
AND.CARRIER:UIT
Afhankelijk van de waarde die u tijdens de configuratie van het faxtoestel hebt geselecteerd.
Druk op de toetsen ◀/► om de andere optie te selecteren.
Vanaf hier gaat u verder zoals reeds beschreven in "Eerste instellingen", in het hoofdstuk "Installatie".
Nadat de instellingen zijn gemaakt, drukt u op de toets
om uw keuze te bevestigen, en daarna op de toets om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
AFSTANDSBEDIENINGSCODE WIJZIGEN
Indien het faxtoestel aangesloten is op een telefoontoestel dat in toonkiesmodus werkt en ingesteld is op manuele ontvangst of op automatische ontvangst met oproeptype-herkenning, kunt u bij elke oproep van een correspondent die u een document wil zenden de ontvangst sturen door de code * * op het aangesloten telefoontoestel in te voeren. Deze procedure heeft hetzelfde resultaat als het indrukken van de toets op uw faxtoestel.
U kunt alleen de tweede asterisk van deze code vervangen door een cijfer van 0 tot 9.
Indien het faxtoestel (model zonder antwoordapparaat) op een extern antwoordapparaat is aangesloten, kunt u het beste een ander cijfer kiezen dan die welke voor de afstandsbediening van het antwoordapparaat worden gebruikt.

Tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.

display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.

play geeft de telefoonaansluiting aan waarop het faxtoestel is ingesteld, bijvoorbeeld:
PUBL.LIJN (PSTN)

het display verschijnt:
REMOTE START: RAN

play geeft de code weer die u eerder hebt ingesteld, bijvoorbeeld:
DRUK CODE
CODE (0/9,*) *8

de nieuwe code in, bijvorbeeld:"*9".

Om uw keuze te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
O P M E R K I N G
Als u deze functie wilt uitschakelen, drukt u na de vierde stap op de toetsen ◀/► om de optie "REMOTE START:UIT" weer te geven, en daarna op de toets ⏻ om te bevestigen en op
de toets om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
HERKENNING VAN HET BELSIGNAAL-RITME IN-/UITSCHAKELEN
In enkele landen bieden de telefooncentrales de mogelijkheid aan dezelfde telefoonlijn twee of meer telefoon- of faxnummers toe te kennen, die voor verschillende gebruikers zijn bestemd. Elk nummer krijgt een bepaald belsignaal-ritme.
Deze functie is bijzonder nuttig in huis of in een klein kantoor, waar dezelfde telefoonlijn door meerdere personen wordt gedeeld.
Uw faxtoestel is in staat om één van deze ritmes te herkennen (zie onderstaande procedure). Op deze manier zal het faxtoestel (in de ontvangstmodus "TELEFOON/FAX" en "AWA / FAX") wanneer het een oproep ontvangt met dat specifieke belsignaal-ritme, altijd alleen voor ontvangst van een document worden ingesteld.
Deze functie is bijzonder geschikt in combinatie met de stille ontvangst aangezien het faxtoestel alleen een belsignaal zal geven indien het een telefoonoproep betreft.
Voor modellen met een extern antwoordapparaat, wordt aangeraden dit af te koppelen alvorens de herkennings-procedure te starten.

Tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.
Tot op
net display verschijnt:
ONDERS. BEL: UIT
of
ONDERS. BEL: RAN
Afhankelijk van de waarde die u tijdens de configuratie van het faxtoestel hebt geselecteerd.
Druk op de toetsen ◀/► om de andere optie te selecteren.
Vanaf hier gaat u verder zoals reeds beschreven in "Eerste instellingen", in het hoofdstuk "Installatie".
Nadat de instellingen zijn gemaakt, drukt u op de toets

om uw keuze te bevestigen, en daarna op de toets

om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
STILLE ONTVANGST IN-/UITSCHAKELEN
In de ontvangstmodi "WERKING AUTO", "TELEFOON/FAX" en "AWA/FAX" kunt u het faxtoestel instellen op het ontvangen van documenten zonder dat er bij de oproep belsignalen overgaan.
Wanneer deze functie is ingeschakeld, hangt het gedrag van het faxtoestel af van de geselecteerde ontvangstmodus en van wie de oproep verricht:
- in de modus "WERKING AUTO" en "AWA / FAX", geeft het faxtoestel bij ontvangst van een oproep, nooit een belsignaal;
- in de modus "TELEFOON/FAX", geeft het faxtoestel bij ontvangst van een oproep alleen geen belsignaal indien de oproep van een ander faxtoestel komt. Als het een telefoonoproep betreft, geeft het faxtoestel een geluidssignaal, in plaats van de belsignalen, ten teken dat u de hoorn op moet nemen.
Tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PRR.

Tot op
net display verschijnt:
STILLE RX: UIT
of
STILLE RX: RAN
Afhankelijk van de waarde die u tijdens de configuratie van het faxtoestel hebt geselecteerd.
Druk op de toetsen ◀/► om de andere optie te selecteren.
Om uw keuze te bevestigen.
Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.




AANTAL BELSIGNALEN WIJZIGEN
Deze functie is slechts in enkele landen beschikbaar.
Indien het faxtoestel in de ontvangstmodus TELEFOON/FAX of AWA / FAX staat, kan het na twee belsignalen automatisch detecteren of de oproep afkomstig is van een ander faxtoestel (FAX) of van een telefoon (TEL).
Indien u dit wenst, kunt u het aantal belsignalen als volgt wijzigen:
Tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.


het display verschijnt:
RANT.BELSIGN.:XX
Waar "XX" staat voor de waarde die u eerder hebt ingesteld tijdens de programmering van het faxtoestel. Bijvoorbeeld: "02".
Druk op ◀/► om de andere beschikbare waarden weer te geven: "01", "04" en "08". Bijvoorbeeld:"04".
Om uw keuze te bevestigen.
Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
ZOEMERDUUR WIJZIGEN
Deze functie is slechts in enkele landen beschikbaar.
Wanneer het faxtoestel ingesteld is op automatische ont- vangst met oproeptypeherkenning gedraagt het zich als volgt:
- indien een fax oproept, wordt de oproep automatisch ontvangen na het ingestelde aantal belsignalen;
- indien een telefoontoestel oproept, weerklinkt 20 seconden lang een geluidssignaal, waarna de ontvangst automatisch wordt gestart indien u de hoorn nog steeds niet hebt opgenomen.
Indien u dit wenst, kunt u de zoemerduur als volgt wijzigen:
Tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.


net display verschijnt:
FRX/TEL TIJO:XX
Waar "XX" staat voor de waarde die u eerder hebt ingesteld tijdens de configuratie van het faxtoestel. Bijvoorbeeld: "20".



Druk op ◀/► om de andere beschikbare waarden weer te geven: "15", "30", of "40". Bijvoorbeeld "40".
Om uw keuze te bevestigen.
Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
STILLE PERIODE WIJZIGEN
Deze functie is slechts in enkele landen beschikbaar.
Indien de op het externe antwoordapparaat ingestelde stille periode korter is dan die op uw faxtoestel, is automatische ontvangst onmogelijk op het faxtoestel omdat het antwoordapparaat steeds eerst in werking zal treden en de verbinding verbreekt wanneer het binnen de ingestelde tijd geen boodschap hoort.
Daarom moet u een kortere stille periode voor het fax-toestel instellen zodat het de oproep kan beantwoorden.
Om de stille periode op uw faxtoestel te wijzigen gaat u als volgt te werk:

Tot op het display verschijnt:
INSTALLATIE PAR.

display verschijnt:
TEL.NET INSTELL.

het display verschijnt:
DUUR STILTE: X
Waar "X" staat voor de waarde die u eerder hebt ingesteld tijdens de programmering van het faxtoestel. Bijvoorbeeld: "6".

Druk op ◀/► om de andere beschikbare waarden weer te geven: "STILLE PAUZE: 3", "4", "8", "10" of "STILLE PAUZE: NEE". Bijvoorbeeld "4".

Om uw keuze te bevestigen.

Om het faxtoestel weer in de oorspronkelijke standby-modus te plaatsen.
VERZENDEN/ONTVANGEN VAN EEN DOCUMENT D.M.V. DE POLLINGFUNCTIE
WAT IS POLLING
Wanneer een faxtoestel een ander om een verzending vraagt, zodat het document automatisch verzonden wordt, spreken we van polling. De communicatie met de pollingmethode heeft de volgende twee fundamentele kenmerken:
- de gebruiker die het document wil ontvangen, vraagt de verzending aan. Dit betekent dat een gebruiker een verbinding met een ander faxtoestel tot stand kan brengen en dit toestel kan vragen hem automatisch een (speciaal voorbereid) document te zenden, ook wanneer er aan de andere kant van de lijn niemand aanwezig is.
- de transactiekosten zijn voor rekening van degene die de verzending aanvraagt (d.w.z. degene die het document ontvangt) en niet van degene die het document verzendt.
AANVRAGEN VAN EEN VERZENDING (POLLING VOOR ONTVANGST)

Spreek het tijdstip voor de verzending met uw correspondent af, zodat deze het te verzenden document kan insteken. Stel uw faxtoestel in om het document te ontvangen, programmeer de kiesmethode die gebruikt moet worden om het andere faxtoestel op te roepen en het tijdstip waarop het document ontvangen moet worden.

Tot op het display verschijnt:
AFROEP ONTVANGST

display verschijnt:
DRUK TIJOINSTELL
UU:00

et nummer van de correspondent op een van de mogelijke manieren: direct op het numerieke toetsenbord of via de one-touch-toetsen of snelkiescodes.

Om de instelling te bevestigen. Het faxtoestel komt automatisch in de oorspronkelijke standby-modus terug. Op de tweede regel van het display verschijnt: "POLL OTV: 18:20".
REEDS INGESTELDE POLLING VOOR ONTVANGST WIJZIGEN/WISSEN

op het display verschijnt:
AFROEP ONTVANGST

display verschijnt:
REEDS INGEVOERO

display verschijnt:
PARAM. WIJZIGENP

◄/► om de andere beschikbare optie weer te ge-ven : "INSTELL. WISSEN?"

Om uw keuze te bevestigen.
INSTELL. WISSEN? - Om de instelling te annuleren. Het faxtoestel komt weer in de oorspronkelijke standby-modus terug.
PARAM. WIJZIGEN? - Om het tijdstip voor de polling of het nummer van de correspondent van wie u het document wilt ontvangen te wijzigen. Op het display verschijnt:
DRUK TIJOINSTELL
UU:RR
Vanaf hier gaat u verder zoals beschreven in de laatste drie stappen van de procedure "Aanvragen van een verzending".
VOORBEREIDEN VAN EEN DOCUMENT VOOR VERZENDING (POLLING VOOR VERZENDING)
Steek het document in de ADF. Op het display verschijnen de uitgangswaarden voor contrast en resolutie: respectie- velijk, NORMAL en standard .

Tot op het display verschijnt:
AFROEP ZENDING
Druk tweemaal op de toets. Op de tweede regel van het display verschijnt: "AFROEPONT. SET".
O P M E R K I N G
U kunt de pollinginstelling voor verzending annuleren door het document uit de ADF te nemen of door op de toets te drukken.
WANNEER DE STROOM UITVALT
In geval van een stroomonderbreking, bewaart het faxtoestel de datum en tijd, de geprogrammeerde nummers voor one-touch-toetsen en snelkiescodes en de rapporten in het geheugen. De documenten in het geheugen gaan echter verloren. In dat geval drukt het faxtoestel automatisch een rapport af dat het totale aantal pagina's (m.b.t. verzending en ontvangst) aangeeft dat uit het geheugen werd gewist.
WANNEER HET PAPIER OF DE INKT OPRAAKT
Als tijdens ontvangst het papier oprakt of vastloopt, of de inkt is op of het deksel van het printkopcompartiment is open of de papiersteun is dicht, wordt het afdrukken onderbroken, op het display verschijnt het betreffende bericht en het ontvangen document wordt tijdelijk in het geheugen opgeslagen. Wanneer de storing eenmaal is hersteld, begint het faxtoestel weer af te drukken.
WANNEER DE VERZENDING MISLUKT
Het is mogelijk dat de kwaliteit van het ontvangen document te wensen overlaat door problemen op de lijn als gevolg van overbelasting of andere storingen, en dat de ontvanger u vraagt het hem opnieuw te zenden. In dit geval kunt u het beste een lagere snelheid instellen. Normaal is het faxtoestel ingesteld op 14400 bps. U kunt deze snelheid verlagen tot 9600 of 4800 bps volgens de procedure beschreven in het gedeelte "Verzendings-snelheid verminderen", in het hoofdstuk "Geavanceerd gebruik".
Indien de verzending mislukte door lijn- of faxproblemen, gaat de FOUTEN-LED "○" branden en geeft het faxtoestel een kort geluidssignaal; in dat geval drukt het toestel automatisch het zendrapport af (zie verderop "Rapporten en lijsten afdrukken"), waarin een foutcode de oorzaak aangeeft (verderop vindt u een lijst met alle foutcodes). Wanneer het rapport volledig afgedrukt is, drukt u op de toets

om de FOUTEN-LED "O" te doven en verwijdert met nd het originele document uit de ADF.
KLEINE PROBLEMEN OPLOSSEN
Onderstaande lijst biedt enkele aanwijzingen voor het oplossen van kleine problemen.
| PROBLEEM OPLOSSING | |
| U kunt het faxtoeste I niet inschakelen | Controleer of het stroomsnoer goed op het stopcontact is aangesloten. |
| U kunt het document niet correct insteken | Controleer of het document voldoet aan de aanbeveligen in de paragraaf "Welke documenten kunt u gebruiken", in het hoofdstuk "Basisfuncties voor verzenden en ontvangen". |
| Het toestel kan geen documenten verzenden. | Controleer of het document niet vastgelopen is.De lijn is bezet: wacht tot deze vrij is en probeer het opnieuw. |
| Het toestel kan niet automatisch ontvan gen. | U hebt het to estel in gesteld op manuele ontvan gst: stel het in op automatis che ontvan gst. |
| Het toestel kan niet kopiëren of ontvagen. | Controleer of het document of het vel papier niet vægelopen is.Het gebruikte papiertype is niet geschikt: controleer de papierkenmerken vermeld in het hoofdstuk "Technische gegevens". |
| De afdrukken zijn volledig blanco. | Steek het document met de gegevens naar ondergericht in de ADF. |
O P M E R K I N G
Indien het toestel geen documenten kan verzenden of ontvangen, kan dit ook aan andere oorzaken te wijten zijn. Deze oorzaken zullen worden aangegeven in de vorm van een foutcode in het "Zendrapport" en in het "Activiteitenrapport", zie "Rapporten en lijsten afdrukken", in het hoofdstuk "Basisfuncties voor verzenden en ontvangen".
FOUTCODES
De foutcodes die zowel op het zendrapport als op het activiteitenrapport worden afgedrukt bestaan uit twee cijfers die de oorzaak van de fout aangeven. Op het activiteitenrapport wordt de code wegens plaatsgebrek zonder verder bericht weergegeven.
| CODE BER | ICHT OORZAAK VAN DE FOUT WAT U MOET DOEN | ||
| OK Geen bericht. Transactie correct voltooid. | Geen interventie. | ||
| 02 ONMOGELIJKE VERBINDING Het faxtoestel detecteert geen lijntoon of ontvangt foutieve signalen. | Controleer of het faxtoestel correct op de telefoonlijn is aangesloten en of de hoorn ingehaakt is. Probeer opnieuw. | ||
| 03 GEEN MELDING NA OPROEP Het opgweroepen nummer antwoordt niet of is geen faxtoestel. | Controleer of het nummer van de correspondent juist is. | ||
| 04 FOUT IN DE VERZENDING HERHALEN VANAF PAGINA: nn | Er werd een storing gedetecteerd tijdens de verzending. "nn" = nummer van de pagina waarbij de fout optrad. | Herhaal de verzending vanaf de pagina aangegeven in het rapport. | |
| 05 HERHAAL PAGINANn, ..... nn | Het opgeroepen faxtoestel heeft fouten gedetecteerd tijdens de ontvangst. "nn" = nummer van de pagina die verzonden werd toen de fout optrad. | Herhaal de verzending van de pagina's aangegeven in het rapport. | |
| 07 DOCUMENT TE LANG Het te verzenden document is te lang. De verzendingstijd overschrijdt de toegelaten limiet. | Splits het te verzenden document op. | ||
| 08 NAKIJKEN DOK.DOORGANG De optische scanner kan het document niet lezen. | Neem het document uit de ADF en steek het opnieuw in voordat u de verzending opnieuw start. | ||
| 09 | STOP PROCEDUURE | U hebt de verzending onderbroken. | Geen interventie. |
| 10 | Geen bericht | Het faxtoestel heeft een storing gedetecteerd tijdens de ontvangst. | Neem contact op met de correspondent en vraag hem het document opnieuw te verzenden. |
| 11 | Geen bericht | De printer gedraagt zich abnormaal tijdens de ontvangst. Resterend document opgeslagen in geheugen maar geheugencapaciteit overschreden voor einde van procedure. | Verhelp het probleem en wacht tot het opgeslagen document afgedrukt is. |
| 13 | FOUT IN AFROEPVERZENDING | Er steekt geen document in de ADF van het andere faxtoestel en dit werd niet ingesteld voor verzending na polling. | Neem contact op met de correspondent. |
| 16 | STROOMSTORING MET PAGINANN | Stroomonderbreking tijdens verzending of ontvangst. | Herhaal de verzending vanaf de pagina aangegeven in het rapport. |
| (OK) | Geen bericht. | Het document kon ontvangen worden maar de afdrukkwaliteit laat te wensen over. | Neem contact op met de correspondent. |
| OCC | LIJN BEZET | De lijn is bezet. | Probeer opnieuw bij onbezette lijn. |
Eventuele problemen die kunnen optreden worden gewoonlijk aangegeven door geluidssignalen (die soms vergezeld gaan van visuele signalen: brandende fouten-LED "○") of door foutberichten op het display.
Het faxtoestel geeft eveneens geluidssignalen en berichten op het display die geen fout aangeven.
GELUIDSSIGNALEN DIE EEN FOUT AANGEVEN
Korte toon, 1 seconde lang
- U hebt op de verkeerde toets gedrukt tijdens een procedure.
Langere toon, 3 seconden lang, plus brandende fouten-LED
- Transactie mislukt.
Permanente toon
- Hoorn van de haak, u vergat de hoorn in te haken na een vorige transactie.
O P M E R K I N G
Om de fouten-LED "uit te schakelen moet u op de toets
drukken.
- Het faxtoestel detecteert geen printkop omdat u vergeten bent de printkop in het toestel te installeren of omdat de printkop niet correct geïnstalleerd is: installeer de printkop of installeer hem opnieuw.
- Bepaalde spuitmonden op de printkop zijn beschadigd, wat in een slechte afdrukkwaliteit resulteert. Voer de reinigings-procedure voor de printkop uit (zie "Reinigingsprocedure voor de printkop en testprocedure voor de spuitmonden", in het hoofdstuk "Onderhoud").
DEKSEL OPEN
Het deksel van het printkopcompartiment staat open: sluit het.
Het document is niet goed ingevoerd: plaats het document opnieuw in de automatische invoer (ADF) en druk op de toets om de normale werking van het faxtoestel te herstellen.
OOK IN MEMORY
Het ontvangen document werd in het geheugen opgeslagen omdat tijdens de ontvangst een fout werd gedetecteerd en onmiddellijke afdruk niet mogelijk was: controleer het type fout (papier op; papier vastgelopen;inkt op;deksel open,enz.) en los het probleem op.
GEEN INKT MEERI
De inktpatroon is op: vervang de printkop (zie "Printkop vervangen", in het hoofdstuk "Onderhoud").
GEEN NUMMER ARNU
U hebt een snelkiescode of one-touch-toets geselecteerd die niet geprogrammeerd is: programmeer de toets of de code (zie "One-touch-toetsen en snelkiescodes programmeren", in het hoofdstuk "Basisfuncties voor verzenden en ontvangen").
GEHEUGEN VOL
Een of meer documenten worden in het geheugen opgeslagen omdat er tijdens de ontvangst een fout werd gedetecteerd, waardoor het geheugen vol is geraakt: controleer het type fout (papier op, papier vastgelopen, inkt op, deksel open, enz.) en los het probleem op. De documenten zullen automatisch worden afgedrukt, zodat er opnieuw geheugenplaats beschikbaar is.
HERHALING NNN
De verbinding is niet tot stand gekomen als gevolg van storingen op de lijn of omdat de correspondent bezet is: het faxtoestel staat in de wachtstand voor automatische kiesherhaling.
HERH. POLL MNN
U hebt een ontvangst na polling ingesteld en de verbinding is niet tot stand gekomen als gevolg van storingen op de lijn of omdat de correspondent bezet is: het faxtoestel staat in de wachtstand voor automatische kiesherhaling.
KOPIE ONDERBR.
- U hebt een kopieertaak onderbroken door op de toets te drukken.
- Er is een storing opgetreden tijdens het kopieren van het document en het kon niet worden afgedrukt: controleer het type fout op het display en los het probleem op.
ONTV. ERROR
De ontvangst verliep niet correct; druk op de toets om de fouten-LED "○" uit te schakelen en het bericht van het display te wissen.
OV IN MEMORY
De ontvangen gegevens werden in het geheugen opgeslagen wegens een fout tijdens de ontvangst, die het afdrukken belette: zoek op de onderste regel van het display naar het fouttype en los het probleem op.
- Er is geen papier in de invoerlade: vul papier bij en druk op om het bericht van het display te wissen.
- Het papier is niet goed ingevoerd: plaats het papier opnieuw in de invoerlade en druk op de toets om de normale werking van het faxtoestel te herstellen.

Het papier is vastgelopen tijdens het kopieren of verzenden: druk op de toets. Indien het papier niet automatisch wordt uitgevoerd, dient u te controleren waar het geblokkeerd zit, en het handmatig te verwijderen (zie "Vastgelopen documenten en papier verwijderen", in het hoofdstuk "Onderhoud").
SYSTEMFOUT NN
Er gebeurde iets abnormaals waardoor het faxtoestel geblokkeerd raakte: schakel het toestel eerst uit en dan weer in. Indien de fout niet verdwenen is, dient u het toestel uit te schakelen en de hulp van de technische dienst in te roepen.
VERKEERDE CODE, DRUK OP
- Er werd een verkeerde toegangscode voor het antwoordapparaat ingevoerd: druk op de toets 📄 en voer de juiste code in.
VERWIJOER DOK., ORUK OP
- Indien het document geblokkeerd raakt tijdens het kopiëren of verzenden, dient u op de toets te drukken. Indien het document niet automatisch wordt uitgevoerd, moet u het document handmatig verwijderen (zie "Vastgelopen documenten en papier verwijderen", in het hoofdstuk "Onderhoud").
- U hebt het scannen onderbroken door op de toets te drukken.
VZ ERROR
De verzending verliep niet correct; druk op de toets om de fouten-LED "○" uit te schakelen en het bericht van het display te wissen, en herhaal de verzending.
ANDERE GELUIDSSIGNALEN
Korte toon, 1 seconde lang
- Transactie werd correct uitgevoerd.
Intermitterende toon, 20 seconden lang
- Signaal om de hoorn op te nemen en een telefoonoproep te beantwoorden.
Het faxtoestel is een rapport of een lijst aan het afdrukken.
$$ \begin{array}{c} \text {BEKIIK AFORUK} \end{array} $$
Het faxtoestel heeft automatisch de printspuitmonden getest en een proefafdruk gemaakt: controleer of de printkwaliteit aanvaardbaar is en tref de nodige maatregelen.
DOCUMENT GEREED
U hebt het document correct in de ADF gestoken.
HOORN OPLEGGEN
U hebt de functie "handenvrij" geactiveerd. Leg de hoorn op de haak.
LARTSTE VZ OK
De laatste verzending werd met succes uitgevoerd.
NIEUWE PRINTKOPP, 1=JA 0=NEE
U hebt een printkop voor het eerst geïnstalleerd, of verwijderd en dan opnieuw geïnstalleerd: u moet de vragen nog beantwoorden. Indien u "ja" antwoordt hoewel de printkop niet nieuw is, zal het faxtoestel niet detecteren wanneer de inkt op is.
NR. VORMING
Het faxtoestel is het gewenste nummer aan het vormen.
ONTVANGST OK
De ontvangst verliep succesvol.
ONTV. ONDERBROKEN
U hebt de ontvangst onderbroken door op de toets te drukken.
OPSLRRN
Het faxtoestel slaat de pagina's van het te kopieren document op.
POLL OTV: UU:MM
U hebt een verzending aangevraagd (Ontvangst na polling).
TELEFOONOPROEP
De correspondent wil een gesprek voeren: neem de hoorn op om de oproep te beantwoorden.
TX IN UITVOERING
Er is een verzending bezig.
TX UIT GEHEUGEN
U hebt een verzending uit het geheugen ingesteld.
VERBINDING
Het faxtoestel is de verbinding met het andere faxtoestel tot stand aan het brengen.
VERZENOEN
Er is een verzending bezig.
VERZENDING OK
De verzending verliep succesvol.
VERZ. ON: UU:MM
U hebt een verzending ingesteld voor uitvoering op het ingestelde tijdstip (uitgestelde verzending).
VORMING TELNR
U hebt de lijn genomen door de hoorn van de aangesloten telefoon op te nemen.
WACHTVERBINDING, ORUK OP HOLD
U hebt een telefoongesprek tijdelijk onderbroken door op de toets RX MODE te drukken: druk opnieuw op de toets RX MODE om het gesprek met de correspondent te hervatten.
ZENDONDERBREKING
U hebt de verzending onderbroken door op de toets te drukken.
PRINTKOP VERVANGEN

1-2 Til het deksel van het printkopcompartiment omhoog door uw vinger in de uitsparing in het midden te plaatsen, zoals in de figuur is aangegeven.
3. Ontgrendel de printkop door middel van de hendeltjes en neem hem uit zijn behuizing.
4. Neem de nieuwe printkop uit zijn verpakking en verwijder de beschermfilm van de spuitmonden terwijl u de printkop bij de vingergreep vasthoudt.
5. Raak de spuitmonden en de elektrische contacten niet aan.
6. Installeer de printkop in zijn compartiment met de elektrische contacten naar de voorkant van het faxtoestel gericht.
7. Duw de printkop aan tot u een klik hoort ten teken dat hij goed zit en sluit het deksel van het printkopcompartiment.
O P M E R K I N G
Wanneer u de printkop vervangen hebt omdat de inkt op was, herkent het faxtoestel de vervanging automatisch bij sluiten van het deksel van het printkopcompartiment en op het display verschijnt het bericht "NIEUWE PRINTKOP? 1 = JA, 0 = NEE". Stel de waarde 1 in.
Nu voert het faxtoestel automatisch de procedure voor reiniging van de printkop en controle van de spuitmonden uit en drukt het resultaat van de diagnose af. Onderzoek het afdrukresultaat, zoals beschreven in "Printkop installeren", in het hoofdstuk "Installatie".
Indien u de printkop vervangen hebt omdat de afdruk-kwaliteit was verminderd, gaat u als volgt te werk:
REINIGINGSPROCEDURE VOOR DE PRINTKOPEN TESTPROCEDURE VOOR DE SPUITMONDEN
Indien de afdrukkwaliteit achteruit gaat, kunt u een snelle procedure uitvoeren voor het reinigen van de print-kop en het testen van de spuitmonden, afgesloten door een afdruk die de toestand weergeeft.

Tot op het display verschijnt:
ONDERH. PRINTER

display verschijnt:
NIEUWE KOP:ARN

◄/► om de andere beschikbare optie weer te ge-ven: "NIEUWE KOP:UIT"

Om uw keuze te bevestigen. Op het display verschijnt: PRINTKOPTEST:AN

display verschijnt:
PRINTKOPTEST:ARN
Het faxtoestel start automatisch de reinigings- en controle-procedure van de spuitmonden en drukt het resultaat van de diagnose af.
Onderzoek het afdrukresultaat, zoals beschreven in "Print-kop installeren", in het hoofdstuk "Installatie".
O P M E R K I N G
U kunt de procedure op elk gewenst moment onderbreken door op de toets te drukken.
O P M E R K I N G
Indien de afdrukkwaliteit na het uitvoeren van de reinigings-procedure nog niet aan de verwachtingen voldoet, kunt u in volgorde de volgende handelingen uitvoeren, tot u een bevredigend resultaat bereikt:
- Maak op het faxtoestel een kopie van een document met de gewenste grafische- of tekstkenmerken en beoordeel het resultaat.
- Gebruik een andere papiersoort (het papier dat u gebruikt kan bijzonder poreus zijn) en herhaal de procedure nogmaals.
-
Verwijder de printkop en installeer hem opnieuw.
-
Verwijder de printkop en inspecteer deze op aanwezigheid van deeltjes op de spuitmond; een eventueel aanwezig deeltje voorzichtig verwijderen en erop letten dat u de elektrische contacten niet aanraakt. Installeer de printkop.
- Verwijder de printkop en reinig de elektrische contacten van de printkop en van de printwagen, zie "Elektrische contacten van de printkop reinigen".
- Reinig de spuitmonden, zie hieronder "Spuitmonden van de printkop reinigen".
- Installeer de printkop opnieuw.
- Raadpleeg de technische dienst.
ELEKTRISCHE CONTACTEN VAN DE PRINTKOP REINIGEN
Met het faxtoestel uitgeschakeld:

1-2 Til het deksel van het printkopcompartment omhoog door uw vinger in de middelste uitsparing te plaatsen, zoals in de figuur is aangegeven.
3. Ontgrendel de printkop door middel van het hendeltje en neem hem uit zijn behuizing.
4. Reinig de elektrische contacten met behulp van een lichtjes bevochtigde doek. Raak de spuitmonden niet aan.
5. Reinig de elektrische contacten op de printwagen eveneens met een lichtjes bevochtigde doek. Installeer de printkop opnieuw en sluit het deksel van het printkopcompartiment.
SPUITMONDEN VAN DE PRINTKOP REINIGEN
O P M E R K I N G
Voer deze procedure alleen uit als laatste oplossing, voordat u de volledige printkop vervangt.
- Bevochtig een papieren zakdoekje met gedestilleerd water en knijp het uit om overtollig water te verwijderen.
- Verwijder de printkop zoals reeds in bovenstaande procedure beschreven.
- Houd de printkop met de spuitmonden naar onder gericht, en dep hem zachtjes op het papieren zakdoekje zoals aangegeven in de figuur.

- Herhaal deze handeling enkele malen op verschillende plaatsen van het zakdoekje om de spuitmonden zorgvuldig schoon te maken.
- Installeer de printkop zoals reeds beschreven in "Printkop vervangen".
REINIGINGSLINT VAN DE PRINTKOP SCHOONMAKEN
Met het faxtoestel van het stroomnet afgekoppeld:

1-2 Til het deksel van het printkopcompartiment omhoog door uw vinger in de uitsparing in het midden te plaatsen, zoals in de figuur is aangegeven.
3. Verplaats de printkop geheel naar links zoals aangegeven in de figuur.
4. Maak het reinigingslint van de printkop met behulp van een droog wattenstaafje schoon en sluit het deksel van het printkopcompartiment.
Door stof dat zich op het glas van de optische scanner opstapelt, zijn problemen bij het inscannen van documenten mogelijk. Om dit te voorkomen, moet u het glas af en toe als volgt reinigen: Met het faxtoestel van het stopcontact afgekoppeld:

1-2 Til het deksel van het printkopcompartiment omhoog door uw vinger in de uitsparing in het midden te plaatsen, zoals in de figuur is aangegeven.
3. Beweeg de printkop naar links en til het scherm van de scanner op met behulp van het hendeltje aan de rechterzijde van het faxtoestel.
4. Houd het scherm omhoog en reinig het glas van de optische scanner met een bevochtigde doek met een specifiek glas-reinigingsmiddel. Droog het glas zorgvuldig af. Giet of spuit het reinigingsmiddel niet direct op het glas.
5. Sluit het deksel van het printkopcompartiment.
O P M E R K I N G
Om te controleren of de optische scanner schoon is, maakt u een kopie met een blanco vel papier. Als op de kopie verticale strepen te zien zijn en na controle blijkt dat de optische scanner perfect schoon is, dient u contact op te nemen met de technische dienst.
B EHUIZING REINIGEN
- Koppel het faxtoestel van het stroomnet en telefoonnet af.
- Gebruik alleen een zachte, rafelvrije doek die u licht bevochtigd hebt met wat verdund afwasmiddel.
VASTGELOPEN DOCUMENTEN EN PAPIER VERWIJDEREN
Tijdens het verzenden of kopieren kan het gebeuren dat een origineel vastloopt (dit wordt op het display aangegeven met het bericht: "VERWIJDER DOK., DRUK OP ▼").
Ook het papier waarop de ontvangen of gekopiëerde documenten worden afgedrukt kan geblokkeerd raken (dit wordt aangegeven door het bericht: "PAPIER PROBLEEM, DRUK OP ▼").
In beide gevallen moet u proberen het document of het vel papier uit het toestel te verwijderen door op de toets 📄 te drukken.
Wordt het document of vel papier niet automatisch uitgevoerd, dan moet u het handmatig verwijderen zoals hieronder wordt beschreven:
Open het printkopcompartiment met behulp van de centrale uitsparing van het deksel. Indien het te verwijderen document uit meerdere pagina's bestaat, eerst alle overige vellen uit de papier-invoer verwijderen voordat u het printerdeksel opent.

- Druk op het hendeltje aan de linkerzijde van het faxtoestel.
2-3 Houd het hendeltje omlaag gedrukt terwijl u het vastgelopen document of papier verwijdert.
ALGEMENE KENMERKEN
Model .... Tafelmodel
Display .... LCD 16 + 16 tekens
Geheugencapaciteit ..... (*) 21 pagina's
Afmetingen
Breedte 359 mm
Diepte 234 mm + 84 mm
Hoogte 180 mm + 138 mm (**)
Compatibiliteit ..... ITU
Modemsnelheid .... 14400-9600-7200-4800-2400 (met automatische "fall back")
Comprimeringsmethode .... MH, MR, MMR
KENMERKEN STROOMVOORZIENING
Stroomvoorziening 220-240 VAC of 110-240
VAC (zie het plaatje aan de achterkant van het faxtoestel)
Frequentie .... 50-60Hz (zie het plaatje aan de achterkant van het faxtoestel)
Stroomverbruik:
- in standby .... <7W
- max. verbruik 35W
OMGEVINGSVOORWAARDEN
Temperatuur ...... van +5°C tot +35°C (gebruik faxtoestel)
van +15°C tot +35°C (gebruik printer)
van -15°C tot +55°C (transport: bij verpakt product)
van -5°C tot +45°C (opslag en wachtstand)
Relatieve vochtigheid .. 15%-85% (werking/opslag/wachtstand) .... 5%-95% (transport)
KENMERKEN SCANNER
Scanmethode CIS
Scanresolutie:
- horizontaal 8 pixels/mm
- verticaal STANDARD 3,85 lijnen/mm
- verticaal FINE 7,7 lijnen/mm
VERZENDINGSKENMERKEN
Verzendingstijd ...... 7s (14400 bps MMR)
Capaciteit ADF ..... 5 vel A4, Letter en Legal
ONTVANGSTKENMERKEN
Afdrukmethode ...... Afdruk op gewoon papier met inkjetprinter
Max. afdrukbreedte 208 mm
Afdrukpapier ...... A4 (210 x 297 mm)
US Letter (216 x 279 mm)
US Legal (216 x 356 mm)
Papierinvoer .... Cassette voor gewoon papier (max. 40 vel 80 gr/m ^2 )
ANTWOORDAPPARAAT (ALLEEN VOOR HET MODEL MET INGEBOUWD ANTWOORDAPPARAAT)
• Opnamecapaciteit 20'
- Memo
• 2 uitgaande boodschappen
- Functie alleen uitgaande boodschap
• Functie "gesprekkosten besparen"
- Doorstuur-boodschap
- Snelle toegang vanaf bedieningspaneel en op afstand
- Toegangscode
• Opname boodschappen
• Samenvattende meldingen
• Behoud van boodschappen bij stroomuitval.
(*) = Formaat ITU-TS, Test Sheet n° 1 (Slerexe Letter) in standardresolutie met MH-comprimering en A4-fomaat.
(^**) = Met papiersteun.


THE SLEREXE COMPANY LIMITED
SAPORS LANE BOOLE DORSET BH 25 8 ER
TELEMONI BOILE (19312) 5017 - TELEK 123456
Indien u het multifunctionele model hebt aangeschaft, kunt u het faxtoestel ook als een printer gebruiken. Eerst moet u hem echter op een PC aansluiten en de specifieke software installeren.
VEREISTEN VOOR HET INSTALLEREN VAN DE SOFTWARE
Het faxtoestel wordt geleverd met de nodige software voor het uitvoeren van de printfunctie.
De installatie-CD bevat het printerstuurprogramma en de bestanden met online documentatie die nadere informatie bevat over de printfuncties van het faxtoestel bij aansluiting op een PC.
MINIMUMVEREISTEN VAN DE PC
- Voor Windows 95, Windows 98 eerste editie en windows ME: Pentium 166 MHz, 32 MB RAM.
- Voor Windows 98 tweede editie, Windows NT4 en Windows 2000: Pentium 166 MHz, 64 MB RAM.
Voor alle configuraties geldt als minimum uitrusting: een CD-speler, een VGA-beeldscherm (24-bits plaat voor kleurenvideo) en een parallelle interface-verbinding IEEE 1284 Nibble Mode.
DE "LINKFAX" SOFTWARE INSTALLEREN
INSTALLATIE "PLUG & PLAY"
In Windows 95/98/ME
- Zorg ervoor dat het faxtoestel en de PC beide zijn uitgeschakeld en/of van het stroomnet zijn afgekoppeld.
- Sluit de connector van de interface-kabel aan op de parallelle poort aan de achterkant van het faxtoestel.
- Sluit de andere connector van de kabel aan op de parallelle poort van de PC.
- Sluit het faxtoestel en de PC weer aan en/of zet ze weer aan. Aan het eind van de startfase van Windows 95/98/ME verschijnt een dialoogvenster dat een nieuwe hardeware component aangeeft en vraagt om de CD in de CD-ROM-speler te plaatsen
- Plaats de CD in de CD-ROM-speler.
Indien na de startfase van Windows de CD-ROM-speler niet automatisch geselecteerd is, wordt u gevraagd de stations-aanduiding van de CD te typen (bijvoorbeeld D:).
- Volg daarna de instructies op het scherm van de PC tot de installatieprocedure is beëindigd.
Nadat de installatie is voltooid wordt u gevraagd de PC opnieuw op te starten.
Na het opnieuw opstarten is in het menu Printers het pictogram "LinkFax" toegevoegd.
O P M E R K I N G
Als het besturingssysteem van uw computer Windows 95 versie 4.00.950 B (OSR2) is, is de "Plug & Play" installatieprocedure iets anders. Volg in dat geval nauwkeurig de instructies op het scherm van de PC. Wanneer het bericht "Bestand kopieren van: " verschijnt, typt u de stationsaanduiding van de CD (bijvoorbeeld D).
In Windows NT/2000
In de omgeving Windows NT is de "PLUG & PLAY" installatie niet mogelijk; en in de omgeving Windows 2000 moet men de "PLUG & PLAY" procedure verlaten via de knop "Annuleren", en daarna de instructies in de procedure "Installatie "NO PLUG & PLAY" volgen.
INSTALLATIE "NO PLUG & PLAY"
In Windows 95/98/ME/NT/2000
Dit type installatie kan worden uitgevoerd als alternatief op "Plug & Play", met het faxtoestel van de PC afgekoppeld.
- Zorg ervoor dat het faxtoestel en de PC beide zijn uitgeschakeld en/of van het stroomnet zijn afgekoppeld.
- Sluit de connector van de interface-kabel aan op de parallelle poort aan de achterkant van het faxtoestel.
- Zet de PC aan en wacht tot Windows 95/98/ME/NT of 2000 is gestart.
- Plaats de CD in de CD-ROM-speler. De installatieprocedure van "LinkFax" wordt automatisch gestart.
- Ga nu verder met het kiezen van de taal en de andere bewerkingen door de instructies op het scherm van de PC op te volgen totdat de installatieprocedure is beëindigde.
Nadat de installatie is voltooid wordt u gevraagd de PC opnieuw op te starten.
Na het opnieuw opstarten is in het menu Printers het pictogram "LinkFax" toegevoegd.
DESINSTALLEREN VAN DE "LINKFAX" SOFTWARE
Met de hieronder beschreven desinstallatie-procedures kunt u alle bestanden die van de CD geladen werden en/of tijdens de installatie van de software op de PC gecreëerd werden, volledig en correct verwijderen, en vervolgens opnieuw installeren.
In Windows 95/98/ME
- Selecteer het item Uninstaller van het menu LinkFax in het Programma's van het Start-menu.
In Windows 95/98/ME/NT/2000
- Selecteer de menu's: Start, Instellingen, Configuratiescherm, Software, selecteer het item LinkFax en bevestig tenslotte met de knop Toevoegen/Verwijderen.
OPENEN VAN DE ONLINE DOCUMENTATIE
Samen met het printerstuurprogramma worden ook bestanden met online documentatie geladen die nadere informatie geven over de kenmerken en functies voor het printen.
In Windows 95/98/ME
Om de online documentatie te openen, klikt u op een van de drie pictogrammen van de groep Linkfax in het menu Programma's van het Start-menu.
In Windows NT/2000
In dit geval kan de online documentatie geopend worden vanuit de "Status monitor" van de printer of door selecteren van het item Eigenschappen van de "Linkfax printer" in het menu Printers.
OPMERKINGEN OVER HET GEBRUIK VAN DE COMMUNICATIEPOORT
Alleen in Windows 95/98/ME
Na installatie van de LinkFax module zal de PC-poort waarop het faxtoestel is aangesloten uitsluitend worden gebruikt voor het beheer van inkjet-faxtoestellen (Faxpoort) die door de module worden ondersteund.
Mocht u deze poort voor andere apparaten dan deze faxtoestellen willen gebruiken, kunt u de poort tijdelijk deselecteren en vervolgens opnieuw selecteren:
- Dubbelklik op het pictogram van de Fax Manager onderin het scherm.
- Selecteer de faxpoort (gewoonlijk LPT1).
- Bevestig de knop Poort deselecteren voor vrijgave van de poort voor standaard beheer (Printerpoort).
- Om de "Faxpoort" opnieuw te selecteren moet u de knop Selecteer poort bevestigen.
O P M E R K I N G
Als u na het selecteren van de poort van het besturingsysteem Windows 95naar Windows 98/ME overstapt, moet u niet vergeten de parallelle poort opnieuw te selecteren (Faxpoort) aangezien Windows 98/ME de poort automatisch voor standaard beheer selecteert (Printerpoort).
A
Aansluiting 2
aansluiting op het stroomnet 4
aansluiting van andere apparatuur 2
aansluiting van het faxtoestel 2
de telefoonhoorn aansluiten 4
telefoonaansluiting 2
ADF 9
Afstandsbedieningscode 30
Antwoordapparaat, ingebouwd 20
ASF 4
foutberichten op het display 36
C
Configuratie
configuratie- en installatieparameters 5
parameters afdrukken 8
parameters instellen 5
parameters wijzigen 28
Contrast
afstellingen 9
D
Datum en tijd
datum en tijd instellen 6, 28
Display
andere berichten 37
foutberichten 36
Documenten
documenten in de ADF steken 9
vastgelopen documenten verwijderen 40
welke documenten kunt u gebruiken 9
E
ECM (Error Correction Mode) 28
Elektrische contacten
van de printwagen 39
F
Foutcodes 34, 35
FOUTEN-LED 36
G
Geheugen
een document uit het geheugen verzenden 11
verzending uit het geheugen
wijzigen/herhalen/wissen 12
Geluidssignalen 37
I
Ingebouwd antwoordapparaat 41
Installatie
aanbevelingen voor de installatie 1
K
Kenmerken van de telefoonlijn
het type telefoonaansluiting wijzigen 29
openbare telefoonnet 7
privé-lijn (PBX) 7
Kiesmodus
puls 7
toon 7
Kopie
het faxtoestel als een kopieerapparaat gebruiken 19
kopieertaak onderbreken 19
waarden voor contrast en resolutie 19
welke documenten kunt u kopieren 19
zo maakt u een kopie van uitstekende kwaliteit 19
zoom-waarde 19
L
Lijsten
gegevens van one-touch-toetsen en snelkiescodes 17
lijst van configuratieparameters 17
lijst van installatieparameters afdrukken 17
Luidsprekervolume 27
0
Onderhoud
aanbevelingen voor het gebruik 1
behuizing reinigen 40
elektrische contacten reinigen 39
reinigingslint van de printkop schoonmaken 39
reinigingsprocedure voor de printkop 38
spuitmonden van de printkop reinigen 39
testprocedure voor de spuitmonden 38
vastgelopen documenten en papier verwijderen 40
One-touch-toetsen 13
opbellen via de one-touch-toetsen 18
programmeren 13
verzenden via one-touch-toetsen 14
Ontvangst
aantal belsignalen wijzigen 31
afdrukzone verkleinen 26
afstandsbediening 30
met oproeptype-herkenning 12
manuele ontvangst 12
met antwoordapparaat
extern antwoordapparaat 13
ingebouwd antwoordapparaat 13
naam of nummer van de better weergeven 26
ontvangst met antwoordapparaat 12
resterende tekst 26
stille periode wijzigen 32
Optische scanner
reinigen 40
P
Papier
papier laden 4
papierformaat 4
papierinvoer (ASF) 4
vastgelopen papier verwijderen 40
Papierformaat
papierformaat wijzigen 29
Polling
polling voor ontvangst 32
polling voor ontvangst wijzigen/wissen 32
polling voor verzending 33
Printer
het faxtoestel als een printer gebruiken 42
Printkop
elektrische contacten reinigen 39
printkop installeren 4
printkop vervangen 38
reinigings- en controleprocedure spuitmonden 5
reinigings- en controleprocedure van de spuitmonde 38
spuimonden van de printkop reinigen 39
Problemen oplossen
de stroom is uitgevallen 34
de verzending mislukt 34
het papier of de inkt is op 34
kleine problemen oplossen 34
R
Rapporten 15
activeringsrapport 15
afdruk opvragen 16
automatische afdruk 16
foutdberichtenrapport 15
rapport laatste circulaire 15
rapport laatste verzending 15
rapporten interpreteren 15
stroomonderbrekingsrapport 15
Resolutie
afstellingen 9
automatische resolutie instellen 28
S
Signalen
andere geluidssignalen 37
geluidssignalen die een fout aangeven 36
Snelkiescodes 14
opbellen via de snelkiescodes 18
programmeren 14
verzenden via snelkiescodes 14
T
Technische gegevens
algemene kenmerken 41
communicatiekenmerken 41
ingebouwd antwoordapparaat 41
kenmerken scanner 41
kenmerken stroomvoorziening 41
omgevingsvoorwaarden 41
ontvangstkenmerken 41
verzendingskenmerken 41
Telefoon
opbellen door zoeken in het adresboek 18
opbellen via de one-touch-toetsen 18
opbellen via de snelkiescodes 18
Telefooncentrale
openbare telefoonnet 7
privé-centrale 7
V
Verbindingstonen weergeven 27
Verzending
circulaire 11
documenten verzenden 9
een document uit het geheugen verzenden 11
een vooraf ingestelde verzending wijzigen/wissen 11
herhaling van een verzending 27
kiestonen horen bij het verzenden 10
onderbreken 10
telefoonhoorn opnemen bij het verzenden 10
verbindingstonen weergeven 27
vertraagde verzending 10
verzenden door opzoeken in het adresboek 15
verzenden via one-touch-toetsen 14
verzenden via snelkiescodes 14
verzendingssnelheid verminderen 28
Verzendingssnelheid 28
Z
Zenderidentificatie
faxnummer instellen 7
naam en faxnummer
plaats 27
naam en faxnummer wijzigen 29
uw naam instellen 6
Zoemervolume 27
Codes monochrome printkoppen
Monoblok printkop: code 84431 W (FPJ 20)
Monoblok printkop met gepigmenteerde ink: code B0042 C (FPJ 22)
Codes kleurenprintkoppen
Monoblok printkop: code 84436 G (FPJ 26)
237989 X