NOKIA CK-200 - Handsfree set auto

CK-200 - Handsfree set auto NOKIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis CK-200 NOKIA in PDF-formaat.

📄 48 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice NOKIA CK-200 - page 5
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
ProducttypeHandsfree set voor in de auto
MerkNokia
ModelCK-200
Bluetooth-versie2.1 + EDR
Ondersteunde Bluetooth-profielenHFP 1.5, PBAP 1.0, OPP 1.1, FTP 1.1
BereikTot 10 meter
Multipoint-verbindingJa, tot 2 telefoons tegelijk
Stroomvoorziening12V boordspanning auto (negatieve massa)
SchermIngebouwd LCD-scherm met achtergrondverlichting
AfstandsbedieningDraadloos met Navi™-toets, batterij CR2032
MicrofoonIngebouwd, optioneel extern (MP-2)
LuidsprekerOptioneel extern (SP-3) of via autoradio
BellenHandsfree bellen, nummerherhaling, spraakgestuurd kiezen
ContactenAutomatisch of handmatig kopiëren vanaf telefoon
BerichtenTekstberichten bekijken (compatibele Nokia-telefoons)
Software-updateVia USB en computer, download van www.nokia.com/support
InstallatieAlleen door bevoegd technicus, met originele onderdelen
VeiligheidVolg verkeersregels, schakel uit bij verboden zones
OnderhoudReinig met zachte droge doek, vermijd vloeistoffen
ReparatieAlleen door erkende service, gebruik originele onderdelen
GarantieConform richtlijn 1999/5/EG, CE-markering

Veelgestelde vragen - CK-200 NOKIA

Hoe koppel ik mijn telefoon met de Nokia CK-200?
Schakel de carkit en uw telefoon in. Activeer Bluetooth op de telefoon en zoek naar apparaten. Selecteer 'Nokia CK-200' en voer de code 0000 in. De koppeling is voltooid.
Kan ik twee telefoons tegelijk verbinden?
Ja, de carkit ondersteunt Multipoint-verbinding. Activeer dit in het menu via Instellingen > Verbinding > Multipoint-verbinding. U kunt dan twee telefoons tegelijk gebruiken.
Hoe kan ik een oproep beantwoorden zonder de afstandsbediening?
Druk op de Aan/uit-toets op het scherm om een oproep te beantwoorden of te beëindigen, ook als de batterij van de afstandsbediening leeg is.
Wat moet ik doen als de afstandsbediening niet werkt?
Vervang de batterij door een CR2032-knoopcel. Als het probleem aanhoudt, koppel de afstandsbediening opnieuw: haal het scherm 10 seconden van de bevestigingsplaat, plaats het terug en druk op een willekeurige toets.
Hoe pas ik het volume aan tijdens een gesprek?
Draai aan de Navi-toets tijdens een gesprek. Het volume wordt opgeslagen voor het huidige apparaat. U kunt ook het standaardvolume instellen via Menu > Instellingen > Audio > Standaardvolume.
De geluidskwaliteit is slecht, wat kan ik doen?
Controleer of de microfoon niet wordt geblokkeerd en spreek in de richting van het scherm. Zet het volume lager om echo te voorkomen. Als de carkit op de autoradio is aangesloten, controleer dan de instellingen van de radio.
Hoe kan ik contacten van mijn telefoon naar de carkit kopiëren?
Ga naar Menu > Instellingen > Algemeen > Downloaden contacten starten voor handmatig kopiëren. Of activeer Automatisch contacten downloaden voor automatische updates bij elke verbinding.
De carkit wordt niet ingeschakeld bij het starten van de motor.
Controleer of de contactsensordraad correct is aangesloten. Als uw auto geen contact-sensor heeft, gebruik dan de Aan/uit-knop op het scherm om de carkit in te schakelen.
Hoe kan ik de carkit resetten?
Haal het scherm gedurende minstens 10 seconden van de bevestigingsplaat en druk daarna op de Aan/uit-knop. De carkit wordt opnieuw opgestart.
Is de Nokia CK-200 compatibel met alle telefoons?
De carkit werkt met telefoons die Bluetooth ondersteunen en de profielen HFP, PBAP, OPP of FTP. Raadpleeg de handleiding van uw telefoon voor compatibiliteit. Bezoek www.nokia.com/support voor meer informatie.

Gebruikersvragen over CK-200 NOKIA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Handsfree set auto in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CK-200 - NOKIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CK-200 van het merk NOKIA.

GEBRUIKSAANWIJZING CK-200 NOKIA

Nokia carkit CK-200 Gebruikers- en installatiehandleiding

CONFORMITEITSVERKLARING

Hierbij verklaart NOKIA CORPORATION dat het product CK-200 in overeenstemming is met de essentiële vereisten en andere relevante bepalingen van Europese richtlijn 1999/5/EG. Dit product is conform de limieten zoals deze zijn gedefinieerd in richtlijn 2004/104/EG (wijziging van richtlijn 72/245/EEC), Bijlage I, alinea 6.5, 6.6, 6.8 en 6.9. Een exemplaar van de conformiteitsverklaring kunt u vinden op de volgende website: http://www.nokia.com/phones/declaration_of_conformity/.

C€0560

© 2010-2011 Nokia. Alle rechten voorbehouden.

Nokia, Nokia Connecting People, Navi en het Nokia Original Accessories-logo zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van Nokia Corporation. Nokia tune is een geluidsmerk van Nokia Corporation. Namen van andere producten en bedrijven kunnen handelsmerken of handelsnamen van de respectievelijke eigenaren zijn.

Reproductie, overdracht, distributie of opslag van de gehele of gedeeltelijke inhoud van dit document in enige vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van Nokia is verboden. Nokia voert een beleid dat gericht is op voortdurende ontwikkeling. Nokia behoudt zich het recht voor zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen en verbeteringen aan te brengen in de producten die in dit document worden beschreven.

De beschikbaarheid van bepaalde producten kan per regio verschillen. Neem voor meer informatie contact op met uw Nokia-dealer. Dit apparaat bevat mogelijk onderdelen, technologie of software die onderhevig zijn aan wet- en regelgeving betreffende export van de VS en andere landen. Ontwijking in strijd met de wetgeving is verboden.

Uitgave 2.0 NL

Voor uw veiligheid...... 5

Snel aan de slag...... 6

De eerste keer instellen 6

Afstandsbediening.... 6

1. Inleiding.... 8

Over dit document 8

Software-updates.... 9

Draadloze Bluetooth- technologie.... 9

2. Aan de slag.... 10

Onderdelen 10

Afstandsbediening CU-13R 11

Scherm- en stand-bymodus.... 11 Schermonderdelen.... 11

Het scherm op de bevestigingsplaat monteren ...... 12

Het scherm draaien 12

Informatie die in de stand-by-modus wordt weergegeven...... 12

Schermindicatoren.... 13

De batterij in de afstands- bediening plaatsen.... 14

Als u de afstandsbediening vervangt of meerdere afstandsbedieningen gebruikt in combinatie met de carkit...... 15

Door de menu's navigeren 15

De carkit in- of uitschakelen.... 15 Inschakelen.... 15

Uitschakelen 16

Het eerste gebruik.... 16

Carkit koppelen en een verbinding maken.... 16

De carkit handmatig verbinden.... 17

De carkit automatisch verbinden.... 18

De carkit loskoppelen.... 18

De carkit met twee apparaten verbinden 18

3. Algemene gebruiksinstructies .... 19

Contacten kopieren vanaf aangesloten telefoons...... 19

Handmatig kopieren.... 19

Automatisch kopieren.... 19

Bellen 20 lemand bellen 20

Een oproep beantwoorden of weigeren.... 21

De microfoon dempen.... 22

Het luidsprekervolume aanpassen.... 22

Twee telefoongesprekken voeren 22

Een oproep heen en weer schakelen tussen de carkit en een aangesloten telefoon.... 23

Toonreeksen verzenden.... 23

Recente oproepen.... 23

Tekstberichten bekijken 24

Mijn eigen toets.... 24

4. Instellingen 25

Verbindingsinstellingen 25

Scherminstellingen 25

Algemene instellingen.... 26

Audio-instellingen 27

5. Problemen oplossen...... 28

De carkit opnieuw instellen...... 28

Problemen met de verbinding...... 28

Problemen met geluid.... 28

Andere problemen 29

6. Installatie 30

Veiligheidsinformatie.... 30

De software bijwerken.... 31

De carkit in een voertuig

monteren.... 32

Afstandsbediening CU-13R ...... 33

Beeldscherm.... 35

Verdeelkast RX-73.... 37

Integratie met een autoradio- systeem 38

Installatie met behulp van de ISO-kabel CA-160.... 39

Installatie met behulp van de voedingskabel CA-153P en een externe luidspreker .... 41

Installatie met behulp van de voedingskabel CA-153P en directe inputkabel CA-161 .... 43

Installatie-instellingen 44

Optionele accessoires 45

Oplaadkabel 45

Microfoon 45

Externe antenne.... 46

De werking van de carkit controleren 46

Zorg en onderhoud 47

Aanvullende veiligheidsinformatie .... 48

Voor uw veiligheid

Lees deze eenvoudige richtlijnen. Het niet opvolgen van de richtlijnen kan gevaarlijk of onwettig zijn. Lees de volledige gebruikers- en installatiehandleiding voor meer informatie.

NOKIA CK-200 - Voor uw veiligheid - 1

SCHAKEL HET APPARAAT ALLEEN IN ALS HET VEILIG IS

Schakel het apparaat niet in als het gebruik van een mobiele telefoon verboden is of als dit storing of gevaar zou kunnen opleveren.

NOKIA CK-200 - SCHAKEL HET APPARAAT ALLEEN IN ALS HET VEILIG IS - 1

VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANG

Houdt u aan de lokale wetgeving. Houd tijdens het rijden uw handen vrij om uw voertuig te besturen. De verkeersveiligheid dient uw eerste prioriteit te hebben terwijl u rijdt.

NOKIA CK-200 - VERKEERSVEILIGHEID HEEFT VOORRANG - 1

STORING

Alle draadloze apparaten kunnen gevoelig zijn voor storing. Dit kan de werking van het apparaat negatief beïnvloeden.

NOKIA CK-200 - STORING - 1

SCHAKEL HET APPARAAT UIT IN GEBIEDEN WAARBINNEN EEN GEBRUIKSVVERBOD GELDT

Houd u aan alle mogelijke beperkende maatregelen. Schakel het apparaat uit in de nabijheid van medische apparatuur, brandstof, chemicaliën of gebieden waar explosieven worden gebruikt.

NOKIA CK-200 - SCHAKEL HET APPARAAT UIT IN GEBIEDEN WAARBINNEN EEN GEBRUIKSVVERBOD GELDT - 1

DESKUNDIG ONDERHOUD

Dit product mag alleen door deskundigen worden geïnstalleerd of gerepareerd.

NOKIA CK-200 - DESKUNDIG ONDERHOUD - 1

TOEBEHOREN

Gebruik alleen goedgekeurde toebehoren. Sluit geen incompatibele producten aan.

Wanneer u het apparaat op een ander apparaat aansluit, dient u eerst de handleiding van het desbetreffende apparaat te raadplegen voor uitgebreide veiligheidsinstructies. Sluit geen incompatibele producten aan.

Snel aan de slag

In dit hoofdstuk worden de basisfuncties van de carkit kort beschreven. Zie de betreffende hoofdstukken in deze handleiding voor nadere informatie.

De eerste keer instellen

  1. Schakel de carkit (zie pagina 15) en uw mobiele telefoon in.
  2. Als u wordt gevraagd om een taal te selecteren, draait u aan de Navi™-toets (hierna de toets genoemd) om naar de gewenste taal te bladeren en drukt u op de toets.
  3. Activeer Bluetooth op uw apparaat en breng een Bluetooth-verbinding tot stand tussen de carkit en de telefoon.

■Afstandsbediening

  1. Toets voor spraakgestuurde nummerkeuze / dempen

Druk op de toets voor spraak-gestuurde nummerkeuze om een gesprek te dempen of dit weer op te heffen, of om spraakgestuurde nummerkeuze te activeren op een compatibele mobiele telefoon wanneer er geen oproep actief is.

NOKIA 1 2 3 4 5

  1. Schakeltoets

Druk op de schakeltoets om tussen de eerste en tweede (primaire en secundaire) verbonden apparaten heen en weer te schakelen wanneer de Multipoint-verbinding is geactiveerd.

  1. Navi-toets

- Als u een telefoonnummer wilt invoeren of snelkeuzetoetsen wilt gebruiken, draait u in de standby-modus de toets naar links.

  • Als u een contactpersoon wilt opzoeken in de contactenlijst, draait u in de stand-bymodus de toets naar rechts.
  • Als u het volume wilt regelen tijdens een gesprek of u als u door menu-items wilt bladeren, draait u de toets naar links of naar rechts.
  • Als u bijvoorbeeld Menu in de stand-bymodus wilt selecteren of de gemarkeerde functie in het menu, drukt u op de toets.

4. Beltoets

  • Als u iemand wilt bellen, als u gebeld wordt, of als u heen en weer wilt schakelen tussen een actieve oproep en een oproep in de wachtstand, drukt u op de beltoets.
  • Als u de lijst met recent gebelde nummers wilt bekijken in de stand-bymodus, drukt u op de beltoets.
  • Als u het meest recent gebelde nummer nog eens wilt bellen in de stand-bymodus, drukt u tweemaal op de beltoets.

5. Eindetoets

  • Als u een oproep wilt beëindigen of weigeren, drukt u op de eindetoets.
  • Als u het zojuist ingevoerde teken wilt verwijderen wanneer u tekst of cijfers aan het invoeren bent, drukt u op de eindetoets.
  • Als u wilt terugkeren naar het vorige menu of scherm, drukt u op de eindetoets.
  • Als u wilt terugkeren naar de stand-bymodus vanuit de menufuncties, houdt u de eindetoets ongeveer 2 seconden ingedrukt.

NOKIA CK-200 - Eindetoets - 1

Tip: Als de batterij van de afstandsbediening leeg is, drukt u op de Aan/uit-toets om een oproep te beantwoorden of een gesprek te beeindigen.

1. Inleiding

Met de Nokia Carkit CK-200 kunt u handsfree bellen en gebeld worden. U kunt ook de lijst met contactpersonen van twee compatibele mobiele telefoons naar de carkit kopieren en de gekopieerde contacten op het ingebouwde scherm bekijken om via de verbonden telefoon te bellen.

De carkit wordt geleverd met een draadloze afstandsbediening waarmee u de carkit handig vanaf een afstand kunt bedienen.

U kunt Bluetooth gebruiken om de carkit te verbinden met twee compatibele telefoons tegelijk.

Lees deze handleiding zorgvuldig voordat u de carkit door een professional laat monteren en gaat gebruiken. Lees ook de gebruikershandleiding voor het apparaat dat u op de carkit wilt aansluiten. Ga naar www.nokia.com/support voor de meest recente handleidingen, aanvullende informatie en downloads voor uw Nokia-product.

Dit product bevat kleine onderdelen. Houd deze buiten het bereik van kleine kinderen.

NOKIA CK-200 - Inleiding - 1

Waarschuwing: de stekkers van dit apparaat kunnen een geringe hoeveelheid nikkel bevatten. Personen die gevoelig zijn voor nikkel kunnen symptomen ontwikkelen bij langdurig huidcontact met de stekkers.

■Over dit document

Instelling en bediening worden beschreven in 'Aan de slag' op pagina 10, 'Algemene gebruiksinstructies' op pagina 19 en 'Instellingen' op pagina 25.

Tips voor probleemoplossing kunt u vinden in 'Problemen oplossen' op pagina 28.

Installatie in een auto wordt beschreven in 'Installatie' op pagina 30. De carkit mag alleen worden gemonteerd door een bevoegd technicus of monteur en er mag alleen gebruik worden gemaakt van de meegeleverde originele Nokia-onderdelen.

Software-updates

U kunt de software van de carkit bijwerken.

Download en installeer de update-toepassing voor de Nokia carkit vanaf www.nokia.com/support naar een compatibele computer.

Gebruik een USB-gegevenskabel met aan het ene uiteinde een standaard USB-stekker en aan het andere uiteinde een micro USB-stekker om het scherm van de carkit aan te sluiten op de computer. Deze kabel wordt apart verkocht.

Open de update-toepassing en volg de weergegeven instructies. De USB-kabel moet aangesloten blijven terwijl de software wordt bijgewerkt.

Draadloze Bluetooth-technologie

Dankzij draadloze Bluetooth-technologie kunt u zonder kabels een verbinding maken tussen compatibele apparaten. De carkit en het andere apparaat hoeven niet in elkaars gezichtsveld te liggen. Het is wel essentieel dat ze niet meer dan 10 meter van elkaar zijn verwijderd. Verbindingen kunnen storing ondervinden van andere elektronische apparaten.

De carkit voldoet aan de Bluetooth-specificatie 2.1 + EDR en ondersteunt de volgende profielen: HFP 1.5 (Hands-Free Profile), PBAP 1.0 (Phone Book Access Profile), OPP 1.1 (Object Push Profile) en FTP 1.1 (File Transfer Profile). Informeer bij de fabrikanten van andere apparatuur naar de compatibiliteit met dit apparaat.

2. Aan de slag

Onderdelen

De carkit bevat de volgende onderdelen:

NOKIA CK-200 - Onderdelen - 1

  1. Hoofdeenheid CK-200 met scherm
  2. Bevestigingsplaat voor hoofdeenheid CK-200
  3. Afstandsbediening CU-13R met Navi-toets
  4. Klem op stuur voor afstandsbediening CU-13R
  5. CD die deze handleiding bevat

Daarnaast bevat het pakket kabels en andere onderdelen die u nodig hebt bij de installatie van de carkit.

■Afstandsbediening CU-13R

U kunt de afstandsbediening gebruiken om de carkit te bedienen. Het apparaat beschikt over een Navi-toets die u kunt draaien of indrukken.

  1. Toets voor spraakgestuurde nummerkeuze / dempen
  2. Schakeltoets
  3. Navi-toets
  4. Beltoets
  5. Eindetoets

NOKIA 1 2 3 4 5

■Scherm- en stand-bymodus

Schermonderdelen

Het scherm heeft de volgende onderdelen:

  1. Aan/uit-toets
  2. Microfoon
  3. Micro USB-stekker voor het bijwerken van de software van de carkit met behulp van een compatibele computer

NOKIA CK-200 - Schermonderdelen - 1

Het scherm op de bevestigingsplaat monteren

U kunt de carkit gebruiken zodra het scherm op de bevestigingsplaat is geschoven.

Als u het scherm wilt losmaken, schakelt u de carkit eerst uit en schuift u het scherm naar boven, van de bevestigingsplaat af.

Het scherm draaien

Wanneer het scherm op het dashboard is bevestigd door middel van de meegeleverde bevestigingsplaat, kunt u het scherm ongeveer 15 graden naar links, rechts, omhoog of omlaag draaien in het kogelscharnier.

NOKIA CK-200 - Het scherm draaien - 1

Probeer het scherm niet met kracht verder te draaien.

Informatie die in de stand-bymodus wordt weergegeven

Wanneer u de carkit inschakelt, wordt de stand-bymodus geactiveerd. In de stand- bymodus wordt de volgende informatie weergegeven wanneer de carkit is verbonden met een compatibel apparaat:

1 2 3 0 4 5 NOKIA

  1. De signaalsterkte van het mobiele netwerk op de huidige locatie, als deze informatie wordt verstrekt door de aangesloten telefoon. Hoe hoger de balk is, hoe sterker het signaal
  2. De naam van de provider als deze informatie wordt verstrekt door de aangesloten telefoon
  3. Het batterijniveau van de aangesloten telefoon, als deze informatie door de telefoon wordt verstrekt. Hoe hoger de balk, hoe beter de batterij is opgeladen. Als de carkit is verbonden met twee telefoons, wordt het batterijniveau voor de primaire telefoon weergegeven.

  4. De Bluetooth-naam van het verbonden apparaat. Als de carkit is verbonden met twee telefoons, wordt de primaire telefoon weergegeven boven de secundaire telefoon.

  5. Met de functie Menu kunt u de lijst met menufuncties openen. Open de lijst door op de toets te drukken.

Als u een telefoonnummer handmatig wilt invoeren of snelkeuzetoetsen wilt gebruiken, draait u de toets naar links.

Als u een contactpersoon wilt opzoeken in de contactenlijst van de carkit, draait u de toets naar rechts.

Als u recent gebelde nummers wilt bekijken, drukt u op de beltoets. Zie ook 'Recente oproepen' op pagina 23.

Schermindicatoren

NOKIA CK-200 - Schermindicatoren - 1

U hebt een actieve oproep.

NOKIA CK-200 - Schermindicatoren - 2

U hebt een oproep in de wachtstand.

NOKIA CK-200 - Schermindicatoren - 3

Er is een inkomende oproep.

NOKIA CK-200 - Schermindicatoren - 4

Er is een uitgaande oproep.

NOKIA CK-200 - Schermindicatoren - 5

U hebt oproepen gemist op het apparaat dat boven de indicator wordt weergegeven.

NOKIA CK-200 - Schermindicatoren - 6

De oproep wordt doorgeschakeld naar de aangesloten mobiele telefoon.

NOKIA CK-200 - Schermindicatoren - 7

De verbindingsfunctie Multipoint is geactiveerd en u kunt de carkit met twee telefoons verbinden.

NOKIA CK-200 - Schermindicatoren - 8

U hebt een nieuw tekstbericht ontvangen op de telefoon die wordt weergegeven boven de indicator.

NOKIA CK-200 - Schermindicatoren - 9

U hebt de luidsprekers gedempt die op de carkit zijn aangesloten.

NOKIA CK-200 - Schermindicatoren - 10

De microfoon van de carkit is gedempt.

NOKIA CK-200 - Schermindicatoren - 11

De carkit is bezig met het kopiëren van contactpersonen vanaf een aangesloten telefoon.

NOKIA CK-200 - Schermindicatoren - 12

Alleen oproep-gerelateerde tonen van de aangesloten telefoon worden afgespeeld via de luidsprekers van de carkit.

Als de batterij van de aangesloten telefoon bijna leeg is, wordt Batterij bijna leeg kort weergegeven.

Als de batterij van de afstandsbediening bijna leeg is, wordt Batterij afstandsbediening bijna leeg weergegeven.

De batterij in de afstandsbediening plaatsen

De draadloze afstandsbediening bevat één CR2032 lithium knoopcelbatterij. Vervang de batterij alleen door een identiek of gelijkwaardig type.

  1. Schuif het deksel van het apparaat af (1).
  2. Plaats de batterij met de negatieve pool (-) in de richting van de elektronische circuits en schuif het deksel terug (2).

NOKIA CK-200 - De batterij in de afstandsbediening plaatsen - 1

Voorkom kortsluitingen die de batterij kunnen beschadigen, door de batterij niet met metalen voorwerpen aan te raken of in de nabijheid van metalen voorwerpen te bewaren.

Voorkom lekken van de batterij door de batterij te verwijderen als de afstandsbediening langer dan een maand niet wordt gebruikt.

Als de batterij heeft gelekt, veegt u de afstandsbediening helemaal schoon en plaatst u een nieuwe batterij.

Als de lithium knoopcelbatterij wordt doorgeslikt, moet u direct medische hulp zoeken. Als de batterij in de slokdarm blijft steken, moet de batterij onmiddellijk daaruit worden verwijderd.

Bij extreme temperaturen nemen de capaciteit en levensduur van de batterij af. Bij temperaturen ver beneden het vriespunt werkt de afstandsbediening mogelijk niet of wordt Batterij afstandsbediening bijna leeg tijdelijk weergegeven.

Als u de afstandsbediening vervangt of meerdere afstandsbedieningen gebruikt in combinatie met de carkit

Als u de afstandsbediening vervangt of meerdere afstandsbedieningen gebruikt in combinatie met de carkit, moet u de nieuwe afstandsbediening handmatig aan de carkit koppelen.

Draai de contactsleutel in de uitstand, en haal het scherm gedurende minstens 10 seconden los van de bevestigingsplaat. Bevestig het scherm op de bevestigingsplaat en druk op de Aan/uit-toets om de carkit in te schakelen. Druk op een willekeurige toets van de afstandsbediening.

■Door de menu's navigeren

Als u de lijst met menufuncties wilt openen in de stand-bymodus, drukt u op de toets zodra Menu wordt weergegeven.

Als u naar een item (zoals een menufunctie) of door een lijst wilt bladeren, draait u aan de toets. Als u een item wilt selecteren, bladert u naar het item en drukt u op de toets.

Als u wilt terugkeren naar het vorige menu, drukt u op de eindetoets.

Als u wilt terugkeren naar de stand-bymodus vanuit de menufuncties, houdt u de eindetoets ongeveer 2 seconden ingedrukt.

■De carkit in- of uitschakelen

Raadpleeg de monteur die de carkit heeft gemonteerd als u niet weet of de contactsensordraad al dan niet is aangesloten.

Voordat u de carkit gaat gebruiken, zorgt u ervoor dat het scherm stevig vastzit op de bevestigingsplaat.

Inschakelen

Als de contactsensordraad is aangesloten, wordt de carkit ingeschakeld zodra u de motor start.

Als de contactsensordraad niet is aangesloten, drukt u op de Aan/uit-toets. Als er binnen tien minuten geen telefoon wordt verbonden met de carkit, wordt de carkit automatisch uitgeschakeld.

Zodra de carkit is ingeschakeld, wordt geprobeerd een Bluetooth-verbinding tot stand te brengen met een of twee van de meest recentelijk verbonden telefoons, afhankelijk van de instellingen van de Multipoint-verbinding.

Uitschakelen

Als de contactsensordraad is aangesloten, zet u de motor uit of drukt u op de Aan/uit-toets. Als u aan het bellen bent op de telefoon die is verbonden met de carkit, drukt u op de Aan/uit-toets om het gesprek door te schakelen naar de telefoon en schakelt u vervolgens de carkit uit.

Als de contactsensordraad niet is aangesloten, drukt u op de Aan/uit-toets om de carkit uit te schakelen. Als de contactsensordraad niet is aangesloten en u de telefoon loskoppelt van de carkit (bijvoorbeeld om de telefoon mee te nemen), wordt de carkit na 10 minuten automatisch uitgeschakeld.

NOKIA CK-200 - Uitschakelen - 1

Tip:nadat u de motor hebt uitgezet, moet u de mobiele telefoon loskoppelen van de carkit om de accu van de auto te sparen.

■Het eerste gebruik

Wanneer u de carkit de eerste keer gebruikt, wordt u gevraagd te selecteren welke taal u wilt gebruiken. Draai aan de toets om naar de gewenste taal te bladeren en druk vervolgens op de toets.

Na de taalselectie wordt u gevraagd om de carkit te koppelen en te verbinden met een compatibel Bluetooth-apparaat. Zie 'Carkit koppelen en een verbinding maken' op pagina 16.

Carkit koppelen en een verbinding maken

Voordat u de carkit kunt gebruiken, moet u deze afstemmen op (koppelen met) een compatibele mobiele telefoon die draadloze Bluetooth-technologie ondersteunt, en er een verbinding mee tot stand brengen.

U kunt de carkit met maximaal acht apparaten koppelen en twee apparaten tegelijk verbinden die het HFP-profiel voor Bluetooth ondersteunen.

U koppelt en verbindt de carkit als volgt met een compatibele telefoon:

  1. Als de carkit nog niet is gekoppeld met een telefoon, schakelt u de carkit en de telefoon in. De carkit komt in de koppelingsmodus.
    Als u al eerder een koppeling met een telefoon hebt gemaakt, maakt u in de stand-bymodus een koppeling met een andere telefoon door Menu > Instellingen > Verbinding > Connection Manager > Nieuw apparaat koppelen te selecteren.

  2. Binnen 3 minuten moet u Bluetooth op uw telefoon activeren en instellen dat moet worden gezocht naar Bluetooth-apparaten. Raadpleeg de gebruikershandleiding van het apparaat voor instructies.

  3. Selecteer de carkit (Nokia CK-200) in de lijst met gevonden apparaten op uw telefoon.

  4. Voer de Bluetooth-code 0000 in op uw telefoon om de telefoon te koppelen en te verbinden met de carkit.

Bij sommige telefoons moet u na het koppelen apart een verbinding maken.

Als de koppeling is gelukt, wordt de carkit weergegeven in de lijst met momenteel gekoppelde Bluetooth-apparaten op uw telefoon en wordt het gekoppelde apparaat weergegeven in het menu Connection manager van de carkit.

Wanneer de carkit is verbonden met uw telefoon en klaar is voor gebruik, wordt de Bluetooth-naam van de telefoon weergegeven.

De carkit handmatig verbinden

Wanneer u de carkit inschakelt, probeert deze verbinding te maken met een of twee apparaten waarmee het laatst een verbinding heeft bestaan, afhankelijk van de instelling van de Multipoint-verbinding.

Als u de carkit handmatig wilt verbinden met een telefoon (bijvoorbeeld als de verbinding is weggevallen), zorgt u ervoor dat de telefoon is ingeschakeld en selecteert u Menu > Instellingen > Verbinding > Connection Manager in de stand-bymodus en selecteert u de telefoon.

De carkit automatisch verbinden

Mogelijk kunt u de mobiele telefoon zo instellen dat de carkit er automatisch verbinding mee maakt. Als u deze functie wilt activeren, moet u de instellingen voor koppelen van apparaten in het Bluetooth-menu van uw telefoon wijzigen.

De carkit loskoppelen

Als u de carkit wilt loskoppelen van uw mobiele telefoon, sluit u de verbinding in het Bluetooth-menu van uw telefoon. U kunt ook in de stand-bymodus Menu > Instellingen > Verbinding > Connection Manager selecteren en het apparaat selecteren dat u wilt loskoppelen.

■De carkit met twee apparaten verbinden

U kunt de carkit standaard verbinden met twee compatibele Bluetooth-apparaten tegelijk. Als u wilt dat de carkit slechts met één telefoon tegelijk verbinding maakt, selecteert u Menu > Instellingen > Verbinding > Multipoint-verbinding > uit. Als u aan selecteert, kan de carkit verbinding maken met twee telefoons en wordt weergegeven.

Wanneer u de carkit inschakelt en verbinding wordt gemaakt met twee telefoons, wordt de telefoon die het eerst wordt verbonden, de primaire telefoon en de andere telefoon de secundaire telefoon. In de stand-bymodus wordt de naam van de primaire telefoon weergegeven boven die van de secundaire telefoon. Als u van de secundaire telefoon de primaire telefoon wilt maken en omgekeerd, drukt u op de schakeltoets.

3. Algemene gebruiksinstructies

■Contacten kopieren vanaf aangesloten telefoons

U kunt contacten (namen en telefoonnummers) kopieren vanaf compatibele mobiele telefoons die u aansluit op de carkit.

wordt tijdens het kopiëren weergegeven. Het kopiëren kan enkele minuten duren, afhankelijk van het aantal contacten. Terwijl de contacten worden gekopieerd, kunt u de carkit niet gebruiken.

Handmatig kopiëren

Als u contacten van het aangesloten (primaire) apparaat handmatig wilt kopieren en als het PBAP Bluetooth-profiel of AT-opdrachten worden ondersteund, selecteert u vanuit de stand-bymodus Menu > Instellingen > Algemeen > Downloaden contacten starten.

Als uw apparaat het PBAP Bluetooth-profiel niet ondersteunt, maar het OPP Bluetooth-profiel wel, kunt u de contacten op uw telefoon als visitekaartjes naar de carkit verzenden.

Als u contacten in het mobiele apparaat bijwerkt, moet u de contacten nogmaals naar de carkit kopieren.

Automatisch kopiëren

Als u de instelling Automatisch contacten downloaden hebt gactiveerd, probeert de carkit automatisch de contacten van uw telefoon te kopiëren zodra deze wordt verbonden met de carkit. Als u automatisch kopiëren wilt activeren in de stand-bymodus, selecteert u Menu > Instellingen > Algemeen > Automatisch contacten downloaden > aan.

Als u automatisch kopieren hebt geactiveerd, worden de contacten die in de carkit zijn opgeslagen, elke keer bijgewerkt zodra u de telefoon verbindt met de carkit.

Bellen

Tijdens een telefoongesprek moet u spreken in de richting van het scherm of de externe microfoon die is aangesloten op de carkit. U verkrijgt het beste resultaat als u ervoor zorgt dat zich geen voorwerpen vóór de microfoon bevinden. Tijdens een gesprek wordt sweergegeven.

U kunt alleen gebruikmaken van de contacten op aangesloten telefoons als u deze naar de carkit hebt gekopieerd.

lemand bellen

U kunt met de afstandsbediening alleen bellen op de primaire telefoon. Als u wilt bellen via de secundaire telefoon, moet u deze instellen als de primaire telefoon of vanaf deze telefoon bellen.

In plaats van de afstandsbediening te gebruiken, kunt u ook bellen vanaf het aangesloten apparaat. U gebruikt de telefoon hiervoor zoals u gewend bent.

Als u het gesprek wilt beëindigen (of de poging te bellen wilt annuleren), drukt u op de eindetoets. Als de batterij van de afstandsbediening leeg is, drukt u op de Aan/uit-toets.

Een telefoonnummer kiezen

Als u de afstandsbediening wilt gebruiken om het telefoonnummer in te voeren, draait u de toets in de stand-bymodus naar links of selecteert u Menu > Numerieke invoer. Als u een telefoonnummer wilt kiezen tijdens een gesprek, selecteert u Gespreksopties > Numerieke invoer.

Selecteer de cijfers een voor een. (Als u het zojuist ingevoerde cijfer wilt wissen, drukt u op de eindetoets.) Wanneer het telefoonnummer wordt weergegeven, drukt u op de beltoets of selecteert u √

Een contactpersoon bellen

Als u een contactpersoon wilt bellen die u naar de carkit hebt gekopieerd, draait u de toets in de stand-bymodus naar rechts of selecteert u Menu > Contacten. Als u de contactenlijst wilt openen tijdens een gesprek, selecteert u Gespreksopties > Contacten.

Selecteer de eerste letter van de contactpersoon, blader naar de contactpersoon of druk op de Navi-toets of op de beltoets. Als er verschillende

telefoonnummers zijn voor de contactpersoon, selecteert u eerst het gewenste nummer en drukt u daarna op de Navi-toets of de beltoets.

Een recentelijk gebeld nummer opnieuw bellen

Als u het nummer dat u het laatst hebt gebeld opnieuw wilt kiezen (als de telefoon nummerherhaling met de carkit ondersteunt), drukt u tweemaal op de beltoets wanneer er geen gesprek actief is.

Als u een recentelijk gebeld nummer wilt bellen, drukt u op de beltoets, bladert u naar de gewenste naam of het telefoonnummer en drukt u op de Navi-toets of de beltoets.

Als de carkit is verbonden met twee telefoons, wordt de primaire telefoon gebruikt voor de oproep.

Spraakgestuurde nummerkeuze

Als u spraakgestuurde nummerkeuze wilt activeren (als uw telefoon deze functie op de carkit ondersteunt), drukt u op de toets voor spraakgestuurde nummerkeuze wanneer er geen oproep actief is. Spreek het spraaklabel van de gewenste contactpersoon duidelijk uit. Als de carkit is verbonden met twee telefoons, wordt spraakgestuurde nummerkeuze geactiveerd op de primaire telefoon.

Raadpleeg de gebruikershandleiding van uw telefoon voor nadere informatie over spraakgestuurde nummerkeuze.

Snelkeuzetoetsen gebruiken

Met snelkeuzetoetsen kunt u vaak gebelde nummers snel kiezen.

Als u snelkeuzetoetsen wilt gebruiken, draait u de toets naar links in de stand-bymodus, bladert u naar het gewenste snelkeuzenummer (1-9) en drukt u op de beltoets wanneer de toegewezen naam of het toegewezen nummer wordt weergegeven.

Als u een telefoonnummer aan een snelkeuzenummer wilt toewijzen, raadpleegt u 'Algemene instellingen' op pagina 26.

Een oproep beantwoorden of weigeren

Wanneer u een oproep ontvangt, hoort u een beltoon via de luidsprekers die op de carkit zijn aangesloten. Het telefoonnummer van de beller wordt weergegeven mits het mobiele netwerk deze functie ondersteunt.

De naam die bij het nummer is opgeslagen, wordt weergegeven als u deze naam en het nummer naar de carkit hebt gekopieerd. Als de naam en het nummer niet beschikbaar zijn, wordt Privénummer weergegeven.

Om de oproep te beantwoorden op de primaire of secundaire telefoon, drukt u op de beltoets of op de Navi-toets. Als de batterij van de afstandsbediening leeg is, drukt u op de Aan/uit-toets van de carkit.

Als u de oproep wilt weigeren, drukt u op de eindetoets.

■De microfoon dempen

Als u de microfoon tijdens een gesprek wilt dempen of het dempen wilt opheffen, drukt u op de toets voor spraakgestuurde nummerkeuze / dempen. U kunt ook Gespreksopties selecteren en vervolgens de gewenste functie.

NOKIA CK-200 - ■De microfoon dempen - 1

geeft aan dat de microfoon is gedempt.

■Het luidsprekervolume aanpassen

Als u het luidsprekervolume wilt aanpassen tijdens een oproep, draait u aan de toets. In sommige installaties kan het volume ook worden geregeld vanaf de autoradio. Het geselecteerde volume wordt opgeslagen voor het huidige apparaat. Als u het standaardvolume voor oproepen wilt instellen, raadpleegt u 'Audio-instellingen' op pagina 27.

Als u de luidsprekers wilt dempen, stelt u het volume in op het laagste niveau. wordt weergegeven.

■Twee telefoongesprekken voeren

U kunt twee telefoongesprekken tegelijk voeren op een van de verbonden telefoons en tussen de gesprekken heen en weer schakelen via de carkit.

Als u een oproep in de wachtstand wilt beantwoorden en de actieve oproep wilt beëindigen, drukt u op de eindetoets.

Als u een oproep in de wachtstand wilt beantwoorden en de actieve oproep in de wachtstand wilt plaatsen, drukt u op de beltoets. Zodra de oproep in de wachtstand staat, wordt weergegeven.

Als u een oproep in de wachtstand wilt weigeren, selecteert u Gespreksopties > Binnenkomend gesprek weigeren.

Als u het actieve gesprek wilt beëindigen en van de oproep in de wachtstand het actieve gesprek wilt maken, drukt u op de eindetoets.

Als u heen en weer wilt schakelen tussen het actieve gesprek en de oproep in de wachtstand, drukt u op de beltoets.

Wanneer de carkit is verbonden met twee telefoons en u een oproep ontvangt op het ene apparaat terwijl u een actief gesprek hebt op het andere apparaat, moet u het actieve gesprek eerst beëindigen en vervolgens de oproep beantwoorden of de oproep beantwoorden via de telefoon. Als u de oproep beantwoordt via de telefoon, kunt u alleen de functies op de telefoon gebruiken voor het gesprek.

■Een oproep heen en weer schakelen tussen de carkit en een aangesloten telefoon

Als u een oproep van de carkit naar een aangesloten telefoon wilt schakelen of omgekeerd, selecteert u Gespreksopties > Toestel inschakelen of Handsfree inschakelen. Sommige mobiele telefoons sluiten de Bluetooth-verbinding mogelijk totdat het gesprek is beëindigd. geeft aan dat het gesprek naar de telefoon is geschakeld.

Toonreeksen verzenden

Als u een toonreeks zoals een wachtwoord (netwerkservice) wilt verzenden tijdens een gesprek, selecteert u Gespreksopties > DTMF verzenden. Selecteer de tekens een voor een. (Als u het zojuist ingevoerde teken moet wissen, drukt u op de eindetoets.) Als u de toonreeks wilt verzenden, selecteert u √ of drukt u op de beltoets.

■Recente oproepen

Wanneer u een compatibele mobiele telefoon met de carkit verbindt, kopieert de carkit automatisch de telefoonnummers van recentelijk gemiste, ontvangen en gekozen nummers van de telefoon, mits deze functies worden ondersteund door de telefoon en het mobiele netwerk.

Als u recente oproepen wilt bekijken in de stand-bymodus, selecteert u Menu > Recente gesprekken en een oproeptype. Blader naar een contactpersoon en druk op de toets om de gegevens van de oproep te bekijken of druk op de beltoets om de contactpersoon te bellen.

Wanneer u oproepen hebt gemist, wordt weergegeven.

Tekstberichten bekijken

Het menu Berichten wordt alleen weergegeven als de verbonden telefoon de verbindingsinterface van Nokia ondersteunt.

Als u een tekstbericht ontvangt (netwerkservice) wanneer de carkit is verbonden met een compatibele Nokia-telefoon, wordt weergegeven.

Als u een nieuw bericht wilt bekijken op een compatibele Nokia-telefoon, selecteert u Menu > Berichten en het bericht.

Als u de afzender van het weergegeven bericht wilt bellen, drukt u op de beltoets. U kunt ook op de Navi-toets drukken en Afzender bellen selecteren.

Ga naar www.nokia.com/support voor informatie over compatibiliteit.

■Mijn eigen toets

Het menu Mijn eigen toets wordt alleen weergegeven als de Nokia-toepassing Accessory Setup is geïnstalleerd op het apparaat dat met de carkit is verbonden.

Als de toepassing niet al op het apparaat is geïnstalleerd, gaat u naar www.nokia.com/support om te controleren of de toepassing beschikbaar is voor uw apparaat.

Wanneer u dit menu selecteert, voert de carkit de functie uit die u hebt opgegeven voor het kort indrukken van de toets Mijn eigen toets in de Nokia-toepassing Accessory Setup. U kunt instellen dat de carkit een nieuw tekstbericht hardop voorleest, uw favoriete telefoonnummer kiest of een oproep weigert en een vooraf ingesteld tekstbericht verzendt. Raadpleeg de helpinformatie van de toepassing voor nadere gegevens.

4. Instellingen

■Verbindingsinstellingen

Als u Bluetooth-verbindingen wilt instellen, selecteert u in de stand-bymodus Menu > Instellingen > Verbinding en maakt u een selectie uit de volgende opties:

  • Connection Manager — Als u de carkit wilt koppelen en verbinden met een compatibele telefoon, selecteert u Nieuw apparaat koppelen. Als u de carkit wilt verbinden met een eerder gekoppelde telefoon of een telefoon wilt loskoppelen, selecteert u de telefoon in de lijst.
  • Multipoint-verbinding — U kunt de carkit verbinden met twee telefoons tegelijk. Als u uit selecteert, kan de carkit met slechts één telefoon tegelijk worden verbonden. Wanneer de carkit met twee apparaten verbinding kan maken, wordt weergegeven.

Als de carkit met twee telefoons tegelijk verbinding kan maken en u de functies Nummerherhaling kiezen of Spraakgestuurde nummerkeuze gebruikt, wordt de oproep op de primaire telefoon uitgevoerd.

- Gekoppelde apparaten wissen — Selecteer de telefoon die u wilt verwijderen uit de lijst met gekoppelde telefoons. Als u Alle koppelingen wisselen selecteert, worden alle koppelingen met telefoons verwijderd en moet de carkit met een telefoon worden gekoppeld om te kunnen worden gebruikt.

Scherminstellingen

Selecteer in de stand-bymodus Menu > Instellingen > Scherm en maak een selectie uit de volgende opties:

  • Helderheid — Selecteer het gewenste niveau voor de schermhelderheid.
  • Nachtmodus — Activeer of deactiveer de nachtmodus. Als u aan selecteert, wordt de achtergrondverlichting van het scherm zwakker.

  • Schermkleur — Selecteer de kleur voor het achtergrondlicht van het scherm. Als u zelf een kleur wilt definiëren, selecteert u Aangepast en draait u aan de toets om de hoeveelheid rood (R), groen (G) en blauw (B) in de kleur te bepalen. Als u een kleur wilt kiezen tussen deze tinten, drukt u op de toets.

  • Automatisch dimmen — Selecteer hoe lang het moet duren voordat het scherm wordt gedimd.

■Algemene instellingen

Selecteer in de stand-bymodus Menu > Instellingen > Algemeen en maak een selectie uit de volgende opties:

- Snelkeuze – Wijs snelkeuzenummers (1-9) toe aan telefoonnummers voor de aangesloten telefoon (als twee telefoons zijn verbonden, is dit de primaire telefoon). Selecteer een nog niet toegewezen snelkeuz-nummer. U wijst een contact toe door Contacten te selecteren. Als u handmatig een nummer wilt invoeren, selecteert u Numerieke invoer.

Als u het contact wilt vervangen dat aan een snelkeuzenummer is toegewezen, selecteert u het snelkeuzenummer en selecteert u Vervangen.

Als u het contact wilt bekijken dat aan een snelkeuzenummer is toegewezen, selecteert u het snelkeuzenummer en selecteert u Nummer weergeven. Als u het nummer wilt bellen, drukt u op de Navi-toets of op de beltoets.

Als u het contact wilt verwijderen voor een snelkeuzenummer, selecteert u het snelkeuzenummer en selecteert u Verwijderen. Het contact wordt alleen verwijderd uit de lijst met snelkeuzenummers, niet uit de contactenlijst.

Als u wilt bellen met behulp van snelkeuzenummers, raadpleegt u 'Snelkeuzetoetsen gebruiken' op pagina 21.

  • Naamweergave – Selecteer of de contactenlijst op voornaam of achternaam moet worden gesorteerd.
  • Automatisch opnemen — Activeer of deactiveer automatisch opnemen. Als u aan selecteert, neemt de carkit automatisch een inkomende oproep op zodra de telefoon twee keer is overgegaan.

  • Taal – Selecteer welke taal u wilt gebruiken.

  • Downloaden contacten starten — Kopieer de contacten van de aangesloten primaire telefoon naar de carkit. Wanneer de contacten worden gekopieerd, wordt weergegeven.
  • Automatisch contacten downloaden — Stel in dat de carkit de contacten automatisch bijwerkt vanaf een compatibele telefoon telkens wanneer u deze telefoon met de carkit verbindt. De carkit kan niet worden gebruikt tijdens het kopieren.
  • Productinfo — Bekijk informatie over de carkit.
  • Persoonlijke gegevens verwijderen — Verwijder contacten, snelkeuzenummers of oproeplijsten uit de carkit.
  • Fabrieksinstellingen terugzetten – Stel de instellingen van de carkit opnieuw in op de standaardwaarden.

Audio-instellingen

Selecteer in de stand-bymodus Menu > Instellingen > Audio en maak een selectie uit de volgende opties:

  • Gesproken menu — Stel in dat de carkit sommige gesproken teksten opleest, zoals de namen van de hoofdmenu's. Ga naar www.nokia.com/support voor informatie over de beschikbare talen.
  • Audio-routering — Selecteer welke geluiden van de verbonden telefoon worden afgespeeld via de luidsprekers van de carkit, terwijl de autoradio wordt gedempt. Als u Geluiden voor alle apparaten selecteert, worden alle geluiden afgespeeld. Als u Alleen gesprekken selecteert, worden alleen tonen die te maken hebben met de oproep afgespeeld en wordt weergegeven.
  • Standaardvolume — Selecteer het standaardvolume voor de luidsprekers. Sla de instelling op door op de Navi-toets te drukken.
  • Waarschuwingstonen carkit — Activeer of deactiveer de waarschuwingstonen van de carkit.

5. Problemen oplossen

■De carkit opnieuw instellen

De carkit reageert niet op wat ik doe. Hoe kan ik de carkit opnieuw instellen?

Haal het scherm gedurende minstens 10 seconden van de bevestigingsplaat af en druk op de Aan/uit-toets om de carkit in te schakelen.

■Problemen met de verbinding

Ik kan Bluetooth niet gebruiken om de carkit te verbinden met mijn telefoon.

  • Zorg ervoor dat de carkit is ingeschakeld en is gekoppeld met uw telefoon.
  • Zorg ervoor dat Bluetooth is geactiveerd op uw telefoon en geef toestemming voor het verbinden van de carkit met de telefoon.

■Problemen met geluid

Ik hoor een echo van mijn stem aan de andere kant van de lijn.

  • Zet het volume van de luidspreker in uw auto lager. Als de carkit is aangesloten op het stereosysteem in uw auto, zet u het inputniveau lager, indien mogelijk.
  • Zorg ervoor dat er een optimale afstand is tussen de microfoon en de luidsprekers.
  • Zorg ervoor dat de microfoon niet naar de luidspreker wijst.

De spreker aan de andere kant kan mijn stem niet horen tijdens een gesprek.

- Zorg ervoor dat de telefoon op de juiste wijze met de carkit is verbonden via een Bluetooth-verbinding.

  • Spreek in de richting van het scherm of de optionele externe microfoon die is aangesloten op de carkit. U verkrijgt het beste resultaat als u ervoor zorgt dat zich geen voorwerpen vóór de microfoon bevinden.
  • Controleer of u de microfoon niet per ongeluk hebt gedempt.

De geluidskwaliteit is niet goed of ik hoor geen geluid.

  • Als de carkit op de autoradio is aangesloten, controleer dan of het volume van de autoradio goed is ingesteld.
  • Als de carkit op een optionele luidspreker is aangesloten, controleer dan of het volume van de carkit goed is ingesteld.
  • Controleer of u het volume van de luidspreker niet per ongeluk hebt gedempt.
  • Controleer of de autoradio is ingeschakeld.

De autoradio wordt niet gedempt als ik een oproep beantwoord.

Vraag de monteur die de carkit heeft gemonteerd, om te controleren of de dempingsdraad goed is aangesloten. Niet alle auto's beschikken over een dempingsdraad.

Andere problemen

De carkit wordt niet ingeschakeld wanneer ik de motor start.

Vraag de monteur die de carkit heeft gemonteerd, om te controleren of de contactsensordraad goed is aangesloten. Als uw auto geen contact-sensor heeft, moet u de Aan/uit-knop gebruiken om de carkit in en uit te schakelen.

De afstandsbediening werkt niet.

Vervang de batterij. Als de afstandsbediening niet kan worden gebruikt, drukt u op de Aan/uit-knop van het scherm om een oproep te beantwoorden of te beëindigen.

6. Installatie

Veiligheidsinformatie

Neem de volgende veiligheidsrichtlijnen in acht bij het monteren van de carkit.

- De carkit mag alleen worden gemonteerd door een bevoegd technicus of monteur en er mag alleen gebruik worden gemaakt van de meegeleverde, goedgekeurde originele Nokia-onderdelen. Ondeskundige installatie of reparatie kan gevaar opleveren en de garantie die eventueel van toepassing is, doen vervallen.

Eindgebruikers moeten er rekening mee houden dat de carkit uit ingewikkelde technische apparatuur bestaat die alleen door ervaren technici en met speciaal gereedschap kan worden gemonteerd.

- Deze handleiding bevat algemene instructies voor de montage van de carkit in een voertuig. Gezien de grote variatie in typen en modellen auto's kan in deze handleiding niet worden ingegaan op de specifieke technische vereisten voor een bepaald type voertuig. Raadpleeg hiervoor de fabrikant van het desbetreffende voertuig.

- De carkit is ontworpen om direct in een voertuig te worden aangesloten op een 12 volts, negatieve aarding. Als u de carkit wilt aansluiten op een 24V-systeem, moet u een omvormer van 24V naar 12V gebruiken in de VBatt-leiding. De contactleiding kan direct worden aangesloten op het 24V-systeem.

De carkit heeft een ingebouwde overspanningsbeveiliging, maar een verbinding met een onjuiste polariteit kan het apparaat wel beschadigen.

- Denk eraan dat in moderne autosystemen boordcomputers zitten waarin essentiële voertuigparameters zijn opgeslagen. Wanneer de accu op onjuiste wijze wordt losgekoppeld, gaan er mogelijk gegevens verloren. Dit kan ertoe leiden dat het systeem opnieuw moet worden geïntitialiseerd, wat zeer veel tijd en moeite kost. Raadpleeg uw autodealer bij vragen vóór de montage.

  • Sluit geen onderdelen van de carkit aan op de hoogspanningsdraden van het contactsysteem.
  • Let er bij de montage van de onderdelen van de carkit op dat geen enkel onderdeel een belemmering vormt voor het stuur- of remsysteem of andere systemen die worden gebruikt voor de werking van het voertuig (bijvoorbeeld airbags). Zorg ervoor dat de carkit en de onderdelen zo worden gemonteerd dat u er niet mee in contact komt in het geval van een botsing of aanrijding.

Als het scherm van een mobiele telefoon moet worden gebruikt, moet u ervoor zorgen dat het apparaat in een houder wordt geplaatst en dat het beeld goed te zien is voor de gebruiker.

  • Uw onderhoudsmonteur of dealer kan u adviseren over alternatieven voor het correct monteren van de apparatuur in het voertuig zonder dat u gaten hoeft te boren.
  • Rook niet als u aan de auto werkt. Zorg ervoor dat u niet in de buurt bent van open vuur.
  • Zorg ervoor dat u tijdens de montage de elektriciteitskabels, brandstof- en remleidingen en beveiligingsapparatuur niet beschadigt.
  • RF-signalen kunnen van invloed zijn op elektronische systemen in gemotoriseerde voertuigen die verkeerd gemonteerd of onvoldoende beschermd zijn (bijvoorbeeld elektronische systemen voor brandstofinjectie, elektronische antiblokkeersystemen, systemen voor elektronische snelheidsregeling, airbagsystemen). Raadpleeg de autodealer als een van deze systemen niet meer naar behoren werkt.
  • Zorg er ook voor dat de kabels niet blootstaan aan mechanische druk. (Deze kan bijvoorbeeld ontstaan als de kabels onder stoelen of tegen scherpe randen worden bevestigd.)

De software bijwerken

Voordat u de carkit monteert, moet u de software van de carkit bijwerken tot de meest recente versie.

Download en installeer de update-toepassing voor de Nokia carkit vanaf www.nokia.com/support naar een compatibele computer.

Gebruik een USB-gegevenskabel met aan het ene uiteinde een standaard USB-stekker en aan het andere uiteinde een micro USB-stekker om het scherm van de carkit aan te sluiten op de computer. Deze kabel wordt apart verkocht.

Open de update-toepassing en volg de weergegeven instructies. De USB-kabel moet aangesloten blijven terwijl de software wordt bijgewerkt.

■De carkit in een voertuig monteren

In dit gedeelte wordt beschreven hoe de onderdelen van de carkit in een voertuig moeten worden gemonteerd. De onderdelen worden beschreven in 'Onderdelen' op pagina 10.

Let er bij de montage van de onderdelen van de carkit op dat geen enkel onderdeel een belemmering vormt voor het stuur- of remsysteem of andere systemen die worden gebruikt voor de werking van het voertuig (bijvoorbeeld airbags). Gebruik geen schroeven om het beeldscherm te monteren op een plek in de auto waar bij een botsing uw hoofd tegenaan zou kunnen komen. Gebruik in dat geval het meegeleverde plakband.

Montage van de carkit kan ertoe leiden dat waarschuwingssignalen in het voertuig (zoals geluidstonen bij achteruitrijden of het aanlaten van de lichten) worden gedempt. Raadpleeg de fabrikant of dealer van de auto voor meer informatie.

NOKIA CK-200 - ■De carkit in een voertuig monteren - 1

Voorbeeld van juiste montage, waarbij de afstandsbediening is bevestigd op het dashboard, met een optionele externe microfoon. De externe microfoon is alleen nodig als er lawaai is in de passagiersruimte.

Afstandsbediening CU-13R

De afstandsbediening moet zich binnen handbereik van de gebruiker bevinden. Plaats de afstandsbediening niet op een plek waar bij een botsing het hoofd tegenaan zou kunnen komen.

Zorg er bij het monteren van de afstandsbediening voor dat deze het stuur of andere bedieningsonderdelen of systemen van de auto (zoals airbags) niet belemmert.

U kunt de afstandsbediening op het stuur monteren of op het dashboard of het paneel tussen de bestuurder en de voorste passagier.

Maak bij bevestiging op het dashboard of het paneel gebruik van het meegeleverde plakband

  1. Druk het meegeleverde plakband op de gewenste plek in de auto: trek het beschermlaagje los van het dikste stuk plakband en druk het op zijn plaats.

Raak de plaklaag niet aan met uw vingers als u het beschermlaagje losmaakt. Zorg ervoor dat de ondergrond waarop u het materiaal bevestigt, droog, schoon en stofvrij is.

Installatie

  1. Trek het beschermlaagje van het dunste stuk plakband en druk het plakband op de onderzijde van de afstandsbediening. Let erop dat u niet over het batterijdeksel van de afstandsbediening heen plakt.
  2. Druk de stukjes plakband stevig tegen elkaar en controleer of de afstandsbediening goed op zijn plaats blijft zitten.

Monteren op het stuur met behulp van de meegeleverde band

Monteer de afstandsbediening aan de binnenkant van het stuur.

Monteer de afstandsbediening niet in het midden of aan de buitenkant van het stuur.

  1. Sla de band om het stuur heen (niet afgebeeld).
  2. Als u de vergrendeling die is aangegeven met een pijl wilt openen, trekt u de vergrendeling (1) open, en rijgt u de band door de opening (2).

  3. Trek aan de band vanaf het uiteinde om deze goed op zijn plaats te houden (3).

①

NOKIA CK-200 - Monteren op het stuur met behulp van de meegeleverde band - 2

  1. Druk het uiteinde van de band naar beneden (4) en druk de vergrendeling naar boven (5).
  2. Druk de vergrendeling tegen het stuur totdat deze op zijn plaats klikt (6).

5 4

NOKIA CK-200 - Monteren op het stuur met behulp van de meegeleverde band - 4

  1. Druk de afstandsbediening in de houder (7).

U haalt de afstandsbediening los door deze van onderaf door de opening in de houder te duwen.

Als u de band los wilt halen, trekt u de vergrendeling van het stuur af (8).

NOKIA CK-200 - Monteren op het stuur met behulp van de meegeleverde band - 5

U kunt het beeldscherm op het dashboard bevestigen met behulp van de meegeleverde bevestigingsplaat.

Het scherm moet zo worden geplaatst dat het gemakkelijk zichtbaar is voor de gebruiker en gemakkelijk naar links, rechts, omhoog of omlaag gedraaid kan worden.

Zorg er bij het monteren van het scherm voor dat deze het stuur of het remsysteem of andere bedieningsonderdelen of systemen van de auto (zoals airbags) niet belemmert.

Zorg ervoor dat de kabel van het scherm tot aan de verdeelkast reikt.

Voor de ingebouwde microfoon is het belangrijk dat u het scherm zo monteert dat het niet te ver van de bestuurder af staat en zich niet direct in de luchtstroom van de ventilatieopeningen bevindt. Als dit niet mogelijk is, moet u een optionele externe microfoon gebruiken.

Monteer de bevestigingsplaat op het dashboard

  1. Trek het beschermlaagje van het plakband op de bevestigingsplaat.

  2. Druk de bevestigingsplaat stevig op het dashboard

Installatie

  1. Voer de schermkabel CA-165 van de bevestigingsplaat bijvoorbeeld door het ventilatiesysteem (zie de documentatie van de auto voor nadere gegevens) en sluit de kabel aan op de betreffende aansluiting op de verdeelkast RX-73.

Het scherm op de bevestigingsplaat monteren

  1. Schuif het scherm op de bevestigingsplaat (1).

  2. Zet het scherm in de juiste positie (2).

NOKIA CK-200 - Het scherm op de bevestigingsplaat monteren - 1

  1. Als u de hoek van de bevestigingsplaat wilt aanpassen, kunt u de schroef aan het ene uiteinde van het scharnier op de plaat losdraaien, de plaat draaien (in stappen van 45 graden) en de schroef weer vastdraaien.

Als u het scherm wilt losmaken, schuift u het naar boven, van de bevestigingsplaat af.

Verdeelkast RX-73

De verdeelkast beschikt over de volgende connectoren:

NOKIA

  1. Connector voor directe inputkabel CA-161
  2. Connector voor voedingskabel CA-153P of voedingskabel van ISO-kabel CA-160
  3. Connector voor optionele luidspreker (zoals de Nokia SP-3) of luidsprekerkabel van ISO-kabel CA-160
  4. Connector voor optionele laadkabel (zoals CA-134)
  5. Connector voor schermkabel CA-165
  6. Connector voor optionele externe microfoon (zoals MP-2)

Bij het monteren van de verdeelkast moet u erop letten dat de kabels voor de microfoon en de luidspreker lang genoeg zijn om de plaatsen te bereiken waar u deze onderdelen wilt monteren.

Installeer de verdeelkast in de auto met behulp van geschikte montagematerialen (niet meegeleverd). Zorg ervoor dat de verdeelkast goed is bevestigd.

■Integratie met een autoradiosysteem

U kunt de carkit op drie manieren op een autoradiosysteem aansluiten. Selecteer de juiste optie aan de hand van de meegeleverde onderdelen.

Raadpleeg 'Verdeelkast RX-73' op pagina 37 voor informatie over de connectoren op de verdeelkast RX-73.

U kunt de carkit aansluiten op een luidspreker met een impedantie van ten minste 4 ohm. Als de impedantie groter is dan 8 ohm, is het uitgangsvermogen aanzienlijk lager dan normaal. Met speciale draadapters voor auto's kunt u de carkit aansluiten op het voertuig zonder dat er wijzigingen aangebracht hoeven te worden aan de bestaande bedrading. Vraag uw monteur of deze beschikbaar zijn.

Installatie met behulp van de ISO-kabel CA-160

Wanneer u de carkit aansluit op de autoradio met behulp van de ISO-kabel CA-160, wordt de autoradio gedempt zodra u belt of gebeld wordt.

graph TD A["Radio FX"] -->|CA-160| B["Nokia"] B --> C["Device 1"] B --> D["Device 2"] B --> E["Device 3"] B --> F["Device 4"] B --> G["Device 5"] H["RX-73"] --> I["NOKIA"] J["CA-134"] --> K["MP-2"] L["CA-165"] --> K K --> M["NOKIA CK-200"]

  1. Ga als volgt te werk om de ISO-kabel aan te sluiten op de autoradio:

- Koppel de twee ISO-stekkers voor voeding en luidsprekers los van de autoradio.

- Sluit de vrouwelijke connector van de ISO-kabel aan op de voedings- en luidsprekerconnectoren van de kabelboom van de auto.

- Controleer de permanente +12 V voeding (rode draad) en contactvoeding (blauwe draad) op de connector op de verdeelkast. Indien nodig wisselt u de configuratieconnectoren "+12V battery" (+12V-accu) en "Ignition" (contact) van de ISO-kabel om.

Zoek de juiste locatie van het dempingssignaal voor de autoradio en sluit de configuratieconnector "Mute" (dempen) aan op de betreffende contrastekker (Mute1, Mute2 of Mute3).

Standaard wordt de dempingsconnector aangesloten op de ISO-connectorpin A2 (Mute2). Als de autoradio de dempingsfunctie niet ondersteunt, sluit u de connector niet aan.

Steek de twee mannelijke ISO-connectoren in de autoradio.

  1. Steek de stekkers voor de luidspreker en de voedingskabel van de ISO-kabel in de betreffende connectoren op de verdeelkast.
  2. Sluit het scherm aan op de betreffende connector op de verdeelkast.

Optionele stappen:

  • Als u een compatibele mobiele telefoon wilt opladen via de carkit, sluit u een compatibele oplaadkabel (zoals Nokia CA-134) aan op de verdeelkast.
  • Als u een externe microfoon wilt gebruiken (zoals de Nokia MP-2) in plaats van de ingebouwde microfoon, sluit u de microfoon aan op de betreffende connector op de verdeelkast en wijzigt u de microfoon-instellingen (zie 'Installatie-instellingen' op pagina 44). In een lawaaiige passagiersruimte moet u wellicht een externe microfoon gebruiken.

Installatie met behulp van de voedingskabel CA-153P en een externe luidspreker

In deze opstelling wordt de verdeelkast op de autoradio aangesloten met de voedingskabel CA-153P, en wordt een optionele externe luidspreker gebruikt voor het bellen.

graph TD A["RADIO FX"] -->|Mute| B["CA-153P"] C["Vbatt"] --> D["2A"] E["GND"] --> F["1A"] G["IGNS"] --> H["1A"] I["SP-3"] --> J["TP"] K["NOKIA"] --> L["MP-2"] L --> M["CA-165"] N["CA-134"] --> O["Power Supply"] P["NOKIA CK-200"] --> Q["Other Device"]

  1. Sluit de draden van de voedingskabel CA-153P als volgt aan op de auto:

  2. De zwarte draad moet naar de aarding van het voertuig.

  3. De rode draad moet naar de permanente 12 V. Sluit de mee-geleverde 2 A zekering altijd aan op deze leiding, dichtbij de bron.
  4. De blauwe draad moet naar de Contact- of ACC-leiding (accessory). Sluit de meegeleverde 1 A-zekering altijd aan op deze leiding, dichtbij de bron.

  5. Sluit de voedingskabel aan op de betreffende connector op de verdeelkast.

  6. Sluit de luidspreker (zoals de Nokia SP-3) aan op de betreffende connector op de verdeelkast.
  7. Sluit het scherm aan op de betreffende connector op de verdeelkast.

Optionele stappen:

- Als u de autoradio wilt dempen wanneer u belt of gebeld wordt, sluit u de gele dempingsdraad van de voedingskabel CA-153P aan op de autoradio.

- Als u een compatibele mobiele telefoon wilt opladen via de carkit, sluit u een compatibele oplaadkabel (zoals Nokia CA-134) aan op de verdeelkast.

- Als u een optionele externe microfoon wilt gebruiken (zoals de Nokia MP-2) in plaats van de ingebouwde microfoon, sluit u de microfoon aan op de betreffende connector op de verdeelkast en wijzigt u de microfooninstellingen (zie 'Installatie-instellingen' op pagina 44). In een lawaaaiige passagiersruimte moet u wellicht een externe microfoon gebruiken.

Installatie met behulp van de voedingskabel CA-153P en directe inputkabel CA-161

In deze opstelling wordt de verdeelkast op de autoradio aangesloten met de voedingskabel CA-153P en de directe inputkabel CA-161, en worden de luidsprekers van de autoradio gebruikt voor het bellen.

Mute Tel in 2A Vbatt GND 1A IGNS CA-161 CA-153P RX-73 NOKIA CA-165 CA-134 MP-2 NOKIA CK-200 NOKIA

  1. Sluit de draden van de voedingskabel CA-153P als volgt aan op de auto:

  2. De zwarte draad moet naar de aarding van het voertuig.

  3. De rode draad moet naar de permanente 12 V. Sluit de meegeleverde 2 A zekering altijd aan op deze leiding, dichtbij de bron.
  4. De blauwe draad moet naar de Contact- of ACC-leiding (accessory). Sluit de meegeleverde 1 A-zekering altijd aan op deze leiding, dichtbij de bron.
  5. De gele draad moet naar de dempingsinput van de autoradio.

  6. Sluit de directe inputkabel CA-161 aan op de betreffende connectoren op de autoradio en de verdeelkast.

  7. Sluit het scherm aan op de betreffende connector op de verdeelkast. In sommige auto's moet u mogelijk de autoradio inschakelen om het geluid van de telefoon te horen.

Optionele stappen:

  • Als u een compatibele mobiele telefoon wilt opladen via de carkit, sluit u een compatibele oplaadkabel (zoals Nokia CA-134) aan op de verdeelkast.
  • Als u een optionele externe microfoon wilt gebruiken (zoals de Nokia MP-2) in plaats van de ingebouwde microfoon, sluit u de microfoon aan op de betreffende connector op de verdeelkast en wijzigt u de microfooninstellingen (zie 'Installatie-instellingen' op pagina 44). In een lawaaaiige passagiersruimte moet u wellicht een externe microfoon gebruiken.

■Installatie-instellingen

De installatie-instellingen mogen alleen worden gewijzigd door een bevoegde monteur.

Houd in de stand-bymodus de Aan/uit-knop ongeveer 10 seconden ingedrukt en maak een selectie uit de volgende opties:

  • DSP-instellingen — Selecteer de audio-instellingen die aan uw wensen voldoen. Als u de nieuwe instellingen wilt activeren, moet u mogelijk de carkit uit- en weer inschakelen.
  • Microfooninstellingen – Selecteer de interne of externe microfoon aan de hand van de instellingen.

Optionele accessoires

U kunt de functies van de carkit uitbreiden met optionele accessoires. Vraag uw dealer of monteur om geschikte accessoires. Gebruik alleen goedgekeurde en compatibele accessoires.

Oplaadkabel

Als u een compatibele mobiele telefoon wilt opladen vanaf de carkit en de sigarettenaansteker wilt gebruiken voor andere apparaten, kunt u een optionele oplaadkabel gebruiken, zoals de CA-134.

Microfoon

In lawaaaiige passagiersruimten kunt u een optionele externe microfoon gebruiken (zoals de Nokia MP-2) om de audiokwaliteit te verbeteren, in plaats van de ingebouwde microfoon. Als u een externe microfoon wilt gebruiken, sluit u de microfoon aan op de betreffende connector op de verdeelkast.

U kunt de kwaliteit van spraakoverdracht verhogen door zorgvuldig een plaats te kiezen voor montage van de microfoon.

De microfoon kan het beste bij de achteruitkijkspiegel worden gemonteerd. Monteer de microfoon zodanig dat deze naar de mond van de bestuurder wijst en op ten minste 1 meter afstand is geplaatst van de luidspreker van de carkit, om storing te voorkomen.

Zorg ervoor dat de kabel van de microfoon tot aan de verdeelkast reikt.

Zorg ervoor dat de microfoon niet aan de luchtstroom van de ventilatieopeningen wordt blootgesteld. Leg de microfoonkabel niet in

het verwarmings-, ventilatie- of aircosysteem. Gebruik het meegeleverde dubbelzijdige plakband om de microfoon te bevestigen.

Steek de stekker van de microfoon in de microfoonconnector op de verdeelkast en draai de stekker met de klok mee om deze vast te klikken.

Externe antenne

De externe antenne zorgt voor betere ontvangst van de mobiele telefoon in de auto. Raadpleeg uw dealer voor meer informatie.

NOKIA CK-200 - Externe antenne - 1

Opmerking:Teneinde te voldoen aan de richtlijnen voor blootstelling aan radiosignalen, dient u de externe antenne zodanig te installeren dat deze altijd minimaal 20 centimeter verwijderd blijft van personen, waarbij de opbrengst van de externe antenne niet hoger mag zijn dan 3 d B i.

■De werking van de carkit controleren

Nadat de carkit is gemonteerd, moet u controleren of deze goed werkt en correct is aangesloten. Zie ook 'Problemen oplossen' op pagina 28.

Zorg en onderhoud

Uw carkit is een product van toonaangevend ontwerp en vakmanschap en moet met zorg worden behandeld. De volgende tips kunnen u helpen om de garantie te behouden.

  • Zorg dat de carkit droog blijft. Neerslag, vochtigheid en allerlei soorten vloeistoffen of vocht kunnen mineralen bevatten die corrosie van elektronische schakelingen veroorzaken.
  • Gebruik of bewaar de carkit niet op stoffige, vuile plaatsen. De bewegende onderdelen en elektronische onderdelen kunnen beschadigd raken.
  • Probeer niet om de carkit te openen.
  • Gebruik geen agressieve chemicaliën, oplosmiddelen of sterke reinigingsmiddelen om de carkitonderdelen schoon te maken. Het oppervlak van de onderdelen mag alleen worden gereinigd met een zachte, schone, droge doek.
  • De carkitonderdelen mogen niet worden geverfd. Verf kan de bewegende onderdelen van het apparaat blokkeren en de correcte werking belemmeren.

Recycling

Breng uw gebruikte elektronische producten, batterijen en verpakkingsmateriaal altijd terug naar hiervoor geëigende verzamelpunten. Op deze manier helpt u het ongecontroleerd weggooien van afval tegen te gaan en bevordert u het hergebruik van materialen. Voor milieu-informatie en het recyclen van uw Nokia-producten kijkt u op www.nokia.com/werecycle of www.nokia.mobi/werecycle.

NOKIA CK-200 - Recycling - 1

Het symbool van de doorgestreepte container op uw product, in de documentatie of op de verpakking wil zeggen dat alle elektrische en elektronische producten, batterijen en accu's na afloop van de levensduur voor gescheiden afvalverzameling moeten worden aangeboden. Dit geldt voor de Europese Unie. Bied deze producten niet aan bij het gewone huisvuil. Raadpleeg voor meer informatie de verklaringen met betrekking tot het milieu op www.nokia.com/environment.

Aanvullende veiligheidsinformatie

Voertuigen

RF-signalen kunnen van invloed zijn op elektronische systemen in gemotoriseerde voertuigen die verkeerd geïnstalleerd of onvoldoende afgeschermd zijn (bijvoorbeeld elektronische systemen voor brandstofinjectie, elektronische antislip- of antiblokkeer-remsystemen, systemen voor elektronische snelheidsregeling of airbagsystemen). Raadpleeg de fabrikant of de dealer van uw voertuig of van de toegevoegde apparatuur in uw voertuig, voor meer informatie.

Ondeskundige installatie of reparatie kan risico's opleveren en de garantie op het apparaat ongeldig maken. Controleer regelmatig of de draadloze apparatuur in de auto nog steeds goed bevestigd is en naar behoren functioneert. Vervoer of bewaar geen brandbare vloeistoffen, gassen of explosieve materialen in dezelfde ruimte als het apparaat of de bijbehorende onderdelen of toebehoren. Voor auto's met een airbag geldt dat de airbags met zeer veel kracht worden opgeblazen. Zet geen voorwerpen, dus ook geen geïnstalleerde of draagbare draadloze apparatuur, in de ruimte boven de airbag of waar de airbag wordt opgeblazen. Als draadloze apparatuur niet goed is geïnstalleerd in de auto en de airbag wordt opgeblazen, kan dit ernstige verwondingen veroorzaken.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : NOKIA

Model : CK-200

Categorie : Handsfree set auto