KM 552 - Forn MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 552 MIELE in PDF-formaat.
| Producttype | Inbouw gasfornuis |
| Merk | Miele |
| Model | KM 552 |
| Afmetingen (B x D x H) | 90 x 52 x 5 cm |
| Inbouwafmetingen (B x D) | 87 x 49 cm |
| Gewicht | ca. 20 kg |
| Aantal branders | 5 |
| Brandertypes | 1 wokbrander, 2 normale branders, 1 kleine brander, 1 extra grote brander |
| Vermogen wokbrander | 4,2 kW |
| Totaal vermogen | ca. 12 kW |
| Ontsteking | Automatische elektronische ontsteking |
| Veiligheid | Vlambeveiliging (thermokoppel) per brander |
| Materiaal rooster | Roestvrijstalen rooster |
| Materiaal deksels | Geëmailleerd staal |
| Reiniging | Branderdeksels en roosters afneembaar, vaatwasmachinebestendig |
| Gassoort | Aardgas (G20) / Propaan (G31), omstelbaar |
| Garantie | 2 jaar (fabrieksgarantie) |
| Reserveonderdelen | Beschikbaar via Miele service |
| Inclusief | Montagemateriaal, gebruikershandleiding |
| EAN / Productnummer | 4002516... (zie typeplaatje) |
Veelgestelde vragen - KM 552 MIELE
Gebruikersvragen over KM 552 MIELE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 552 - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 552 van het merk MIELE.
GEBRUIKSAANWIJZING KM 552 MIELE
Gebruiks- en montagehandleiding

Lees beslist de gebruiks- en montage-handleiding voordat u uw apparaat plaatst, installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt schade aan uw apparaat.

M.-Nr. 05 922 321
Algemeen 4
KM 540....4
KM 544....5
KM 530 / KM 545....6
KM 541....7
KM 542....8
KM 548....9
KM 543 / KM 547 10
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen....15
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu 21
Vóór het eerste gebruik....22
Informatie vooraf 22
Reiniging voor het eerste gebruik 22
Automatische instelling sensortoetsen 23
Bediening 24
Sensortoetsen 24
Inschakelen 24
Tabel vermogensstanden 25
Aankookautomaat 26
Kookzonevergroting....27
Uitschakelen en restwarmte-indicatie 28
De juiste pannen 29
Tips om energie te besparen. 29
Beveiligingen 30
Vergrendeling. 30
Stop & Go 31
Automatische uitschakeling....32
Oververhittingsbeveiliging 33
Timer 34
Het instelprincipe....34
Het instellen van de kookwekker 34
Automatisch uitschakelen van een kookzone 35
Wisselen tussen de functies 36
Beginwaarde timer....36
Reiniging en onderhoud 37
Programmering 39
Nuttige tips 42
Klantcontacten / typeplaatje 44
Inbouwen 45
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen....45
Kookplaten met randlijst / facetrand 49
Aansluitkast 60
Dichting 61
Kookplaten zonder randlijst....62
Elektrische aansluiting....66
Aansluitkabel 67
Aansluitschema 68
KM 540

Kookzones:
①②③④ Gewone kookzones
Controlelampje:
⑨ Vergrendeling
Sensortoetsen:
⑤ Kookzonebediening
⑥ Timer (zie de rubriek "Bediening en weergave timer")
⑦ Vergrendeling
⑧ Kookplaat AAN/UIT
KM 544

Kookzones:
①②③④ Gewone kookzones
Controlelampje:
⑨ Vergrendeling
Sensortoetsen:
⑤ Kookzonebediening
⑥ Timer (zie de rubriek "Bediening en weergave timer")
⑦ Vergrendeling
⑧ Kookplaat AAN/UIT
KM 530 / KM 545

①②④ Gewone kookzones
③ Vario-kookzone
Sensortoetsen:
⑤ Kookzonebediening
⑥ Timer (zie de rubriek "Bediening en weergave timer")
⑦ Vergrendeling
⑧ Kookplaat AAN/UIT
⑩ Kookzonevergroting
Controlelampjes:
⑨ Vergrendeling
⑪ Kookzonevergroting
KM 541

① Vario-kookzone
②③④ Gewone kookzones
Controlelampjes:
⑨ Vergrendeling
⑪ Kookzonevergroting
Sensortoetsen:
⑤ Kookzonebediening
⑥ Timer (zie de rubriek "Bediening en weergave timer")
⑦ Vergrendeling
⑧ Kookplaat AAN/UIT
⑩ Kookzonevergroting
KM 542

⑤ Kookzonebediening
⑥ Timer (zie de rubriek "Bediening en weergave timer")
⑦ Vergrendeling
⑧ Kookplaat AAN/UIT
⑩ Kookzonevergroting
Controlelampjes:
⑨ Vergrendeling
⑪ Kookzonevergroting
KM 548

⑤ Kookzonebediening
⑥ Timer (zie de rubriek "Bediening en weergave timer")
⑦ Vergrendeling
⑧ Kookplaat AAN/UIT
⑩ Kookzonevergroting
Controlelampjes:
⑨ Vergrendeling
⑪ Kookzonevergroting
Sensortoetsen:
KM 543 / KM 547

① Vario-kookzone
②④ Gewone kookzones
③ Braadzone
Controlelampjes:
⑨ Vergrendeling
⑪ Kookzonevergroting
Sensortoetsen:
⑤ Kookzonebediening
⑥ Timer (zie de rubriek "Bediening en weergave timer")
⑦ Vergrendeling
⑧ Kookplaat AAN/UIT
⑩ Kookzonevergroting
① Vario-kookzone
②④ Gewone kookzones
③ Braadzone
Sensortoetsen:
⑤ Kookzonebediening
⑥ Timer (zie de rubriek "Bediening en weergave timer")
⑦ Vergrendeling
⑧ Kookplaat AAN/UIT
⑩ Kookzonevergroting
Controlelampjes:
⑨ Vergrendeling
⑪ Kookzonevergroting
Sensortoetsen en info-displays


⑫ Weergave:
= kookzone klaar voor gebruik
1 t/m 9 = vermogensstand (kookplaat ingeschakeld)
1 t/m 15 = foutmelding (kookplaat uitgeschakeld, zie de rubriek
"Automatische instelling sensortoetsen")
= restwarmte
F = foutmelding (zie de rubriek "Automatische uitschakeling")
R = aankookautomaat bij instelling extra vermogensstanden
PO, etc. = programma (zie het hoofdstuk "Programmering")
50, etc. = status (zie het hoofdstuk "Programmering")
⑬ Controlelampje aankookautomaat of weergave extra vermogensstanden (zie "Programmering"), bijvoorbeeld voor kookzone links voor
⑭ Sensortoetsen voor het instellen van de vermogensstand
Bediening en weergave timer

⑮ Sensortoets voor het inschakelen van de timer, voor het wisselen tussen de timerfuncties en het kiezen van een kookzone die automatisch moet worden uitgeschakeld
⑯ Sensortoetsen voor het instellen van de tijd
⑰ Tijdweergave
⑱ Controlelampje voor het automatisch uitschakelen, bijvoorbeeld van de kookzone rechts achter
Kookzones
| Kook-zone | KM 540 KM 544 | KM 545 | ||||
| ø in cm | Vermogenin Watt bij230 V | ø in cm | Vermogenin Watt bij230 V | ø in cm | Vermogenin Watt bij230 V | |
| 21,0 2200 | 18,0 1800 18,0 | 800 | ||||
| 14,5 1100 | 14,5 1100 14,5 | 100 | ||||
| 18,0 1800 | 21,0 2200 12,0 | 21,0 750 / | 2200 | |||
| 14,5 1100 | 14,5 1100 14,5 | 100 | ||||
| Totaal:6200 | Totaal:6200 | Totaal:6200 | ||||
| Kook-zone | KM 541 KM 542 | KM 548 | ||||
| ø in cm V | Vermogen in Watt bij 230 V | ø in cm V | Vermogen in Watt bij 230 V | ø in cm V | Vermogen in Watt bij 230 V | |
| 12,0 / 21,0 750 | / 2200 12,0 | / 21,0 750 / 100 | 2200 10,0 / 100 | 18,0 600 / 1800 | ||
| 14,5 1100 14,5 | 1100 14,5 | |||||
| 18,0 1800 | 10,0 / 18,0 6 | 00 / 1800 12 | ,0 / 21,0 750 | / 2200 | ||
| 14,5 1100 14,5 | 1100 14,5 | 100 | ||||
| Totaal: 6200 | Totaal: 6200 | Totaal: 6200 | ||||
| Kook-zone | KM 543 / KM 547 KM 550 / KM 551 / KM 552 / KM 553 | |||
| ø in cm Vermogenin Watt bij230 V | ø in cm Vermogen inWatt bij230 V | |||
| 12,0 / 21,0 750 / 220 | 12,0 / 21,0 750 / 2200 | |||
| 14,5 1100 14,5 1100 | ||||
| 17,0 /17,0 x 26,5 | 1500 /2400 | 17,0 /17,0 x 26,5 | 1500 /2400 | |
| 14,5 1100 18,0 1800 | ||||
| Totaal:6800 | Totaal:7500 | |||
| Kook-zone | KM 530 KM 537 | |||
| ø in cm Vermogenin Watt bij230 V | ø in cm Vermogen inWatt bij230 V | |||
| 18,0* | 1800 | 12,0 / 21,0 | 750 / 2200 | |
| 14,5 | 1100 | 14,5 | 1100 | |
| 12,0 / 21,0 | 750 / 2200 | 17,0 /17,0 x 26,5 | 1500 /2400 | |
| 14,5 | 1100 | 18,0* | 1800 | |
| Totaal:6200 | Totaal:7500 | |||
* Deze kookzone heeft twee verschillende verwarmingselementen (HiLight en halogeen).
Dit is daaraan te herkennen dat het buitenste gedeelte van het verwarmde oppervlak (halogeen) na het inschakelen sneller en intensiever opgloeit dan het binnenste gedeelte (HiLight).
Dit apparaat mag uitsluitend door een vakman worden ingebouwd en aangesloten. Deze is precies op de hoogte van de landelijke voorschriften en van de voorschriften van het gemeentelijke energiebedrijf en houdt zich daar strikt aan. Wanneer er bij het inbouwen en aansluiten van het apparaat fouten worden gemaakt, kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.
De elektrische veiligheid van het apparaat is alleen dan gewaarborgd als het wordt aangesloten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd aardingssysteem. Het is belangrijk dat u dit controleert en in geval van twijfel de huisinstallatie door een vakman laat controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die is ontstaan door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijvoorbeeld een elektrische schok).
Het apparaat mag niet met behulp van een verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten, want dan is de veiligheid van het apparaat niet gegarandeerd.
Open in geen geval de ommante-ling van het apparaat.
Wanneer onderdelen worden aange-raakt die onder spanning staan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen worden veranderd, levert dit ge-vaar op voor de gebruiker. Het kan er tevens toe leiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.
Alleen voor kookplaten met facetrand (geslepen rand):
Na het inbouwen kan de eerste dagen een spleet zichtbaar zijn tussen de kookplaat en het werkblad. Deze spleet zal door het gebruik kleiner worden. De elektrische veiligheid van het apparaat is echter altijd gewaarborgd.
Verantwoord gebruik
Lees de gebruiksaanwijzing aan-
dachtig door voordat u uw appa-
raat voor het eerst gebruikt. Dat is vei-
liger voor uzelf en u voorkomt onnodige
schade aan het apparaat.
Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd. Alleen dan kunt u er zeker van zijn dat u niet met delen in aanraking komt die onder spanning staan.
Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.
Gebruik het apparaat alleen voor het bereiden van gerechten. Gebruik voor andere doeleinden is niet toegestaan en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door gebruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door foutieve bediening.
Gebruik dit apparaat niet om er een ruimte mee te verwarmen. Door de hoge temperaturen kunnen brandbare voorwerpen in de buurt van het apparaat vlam vatten. Bovendien wordt hierdoor de levensduur van het apparaat verkort.
Als u het apparaat langdurig en intensief gebruikt, kan het bedieningspaneel warm worden. Dat is normal.
Kinderen
Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen het apparaat niet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.
Het apparaat is bedoeld voor gebruik door volwassenen die volledig op de hoogte zijn van de inhoud van deze gebruiksaanwijzing. Kinderen kunnen de gevaren van een apparaat niet altijd goed inschatten. Houd daarom voldoende toezicht.
Oudere kinderen mogen het apparaat alleen gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten bedienen. Ze moeten zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bediening.
Laat kinderen niet met het apparaat spelen.
Het apparaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nog enige tijd nadat het apparaat is uitgeschakeld. Houd kinderen op een afstand, totdat het apparaat voldoende is afgekoeld en er geen verbrandingsgevaar meer bestaat.
Bewaar geen voorwerpen die voor kinderen interessant zijn in kastjes boven of achter het apparaat. De kinderen klimmen anders misschien op het apparaat en kunnen zich er dan aan branden.
Kinderen kunnen ook verbrandingen oplopen als zij pannen van het apparaat trekken. Bij de vakhandelaar is een speciaal rek verkrijgbaar dat ervoor zorgt dat kinderen niet meer bij het apparaat kunnen komen.
Verpakkingsmateriaal (zoals folies en piepschuim) kan gevaarlijk zijn voor kinderen. Verstikkingsgevaar! Bewaar het verpakkingsmateriaal dan ook buiten het bereik van kinderen en zorg dat het zo snel mogelijk wordt afgevoerd.
Als u het apparaat afdankt, trek dan de stekker uit het stopcontact. Maak de stekker en de aansluitkabel onbruikbaar. U voorkomt daarmee dat het apparaat gevaar oplevert, bijvoorbeeld voor spelende kinderen.
Het voorkomen van schade aan het apparaat
Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs een licht voorwerp, zoals een zoutvaatje, kan scheuren of barsten veroorzaken als het verkeerd terechtkomt.
Gebruik geen pannen of schalen met een niet gepolijste bodem (bijvoorbeeld gietijzer) of met een scherpe bodemrand. Daardoor ontstaan krassen die niet meer te verwijderen zijn. Ook zandkorrels kunnen krassen veroorzaken.
Voorkom dat suiker in vaste of vloeibare vorm, kunststof en aluminiumfolie op hete kookzones terecht-komen. Deze stoffen smelten, kleven vast en kunnen bij afkoeling scheuren, barsten en andere beschadigingen aan de keramische plaat veroorzaken. Komt per ongeluk toch iets op een hete kookzone terecht, vermeng de suikerhou-dende stoffen dan onmiddellijk met water. Schakel vervolgens de kookzone uit en verwijder de resten met een schraper, zolang de plaat nog heet is. Let op dat u daarbij uw handen niet brandt. Reinig de plaat verder als deze is afgekoeld. Gebruik daarvoor een speciaal reinigingsmiddel voor kookplaten.
Om te voorkomen dat verontreini-gingen inbranden, moet u deze zo snel mogelijk verwijderen. Zorg dat ook de bodem van een te gebruiken pan of schaal schoon, vetvrij en droog is.
Reinig het apparaat nooit met een stoomreiniger. De stoom kan in aanraking komen met onder spanning staande delen en kortsluiting veroorzaken. Door de stoom kunnen ook het oppervlak en onderdelen van het apparaat blijvend beschadigd raken, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld.
Gebruik geen kookgerei met een te dunne bodem. Verhit kookgerei nooit leeg, tenzij de fabrikant van het kookgerei een dergelijk gebruik uitdrukkelijk toestaat. De kookplaat kan anders beschadigd raken!
Zet geen hete pannen of schalen op of in de buurt van het bedie-ningspaneel. Hierdoor kunnen de elektronische onderdelen onder het paneel beschadigd raken.
Het voorkomen van brandwon- den
Wanneer u de kookzones gebruikt, worden deze zeer heet. Ook na het uitschakelen blijven ze dat nog enige tijd. De restwarmte-indicator geeft aan of een kookzone nog heet is.
Trek altijd ovenwanten aan of gebruik pannenlappen als u met het hete apparaat werkt. De ovenwanten of pannenlappen mogen niet nat of vochtig zijn, omdat ze de warmte dan beter geleiden. U kunt zich branden!
Verwarm geen dichte blikken en dergelijke op de kookzones, anders ontstaat er overdruk waardoor de blikken uiteenspatten en u zich kunt verwonden.
Gebruik het apparaat niet als werkblad. Als het apparaat per ongeluk wordt ingeschakeld of als het nog heet is, kunnen voorwerpen - afhankelijk van het materiaal - heet worden, smelten of vlam vatten.
Dek het apparaat nooit af met een doek of iets dergelijks. Als het apparaat nog heet is of wordt ingeschakeld, bestaat er brandgevaar.
Houd het apparaat goed in de gaten wanneer u met olie of vetten werkt. Oververhit vet en oververhitte olie kunnen vlam vatten. Daarbij kan ook de afzuigkap in brand raken. Brandgevaar!
Mocht het vet of de olie toch een keer vlam vatten, gebruik dan nooit water voor het blussen! Doof de vlammen met een geschikte deksel, een vochtige doek of iets dergelijks.
Flambeer nooit onder een afzuigkap. Door de vlammen kan de afzuigkap in brand vliegen.
Als het apparaat defect is
Wanneer u een defect aan het apparaat constateert, schakel dan eerst het apparaat uit en daarna de hoofdschakelaar van de huisinstallatie. Draai smeltveiligheden er volledig uit. Is het apparaat niet ingebouwd en heeft het geen vaste aansluiting, trek dan ook de aansluitkabel uit het stopcontact. Pak de aansluitkabel bij de stekker vast.
Bel nu de afdeling Klantcontacten. Zorg ervoor dat de hoofdschakelaar niet weer wordt ingeschakeld en dat er geen spanning op het apparaat komt, totdat het defect is verholpen.
Houdt u er rekening mee dat ook bij scheuren en barsten in het apparaat sprake is van een defect. U kunt dan een elektrische schok krijgen!
Reparaties mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd. Bij ondeskundig uitgevoerde reparaties loopt de gebruiker grote risico's en kan het apparaat beschadigd raken. Open nooit de ommanteling van het apparaat.
Als dit apparaat binnen de garantieperiode defect raakt, mag het alleen door Miele Nederland worden gerepareerd, anders vervalt de garantie.
Het voorkomen van andere ge- varen
Als u een stopcontact in de buurt van het apparaat gebruikt, let er dan op dat aansluitkabels van andere apparaten niet in aanraking komen met hete kookzones. De isolatie van de ka- bels kan beschadigd raken, waardoor u een elektrische schok kunt krijgen.
Zorg ervoor dat gerechten altijd voldoende worden verhit. Eventuele bacteriën in het eten worden alleen gedood, wanneer de temperatuur hoog genoeg is (> 70 °C) en lang genoeg wordt aangehouden (> 10 min.).
Gebruik geen serviesgoed van kunststof of aluminiumfolie, want dat smelt bij hoge temperaturen. Brandgevaar!
Als een huisdier op de kookplaat komt, kan het dier een sensortoets aanraken en een kookzone inschakelen. Houd dieren daarom bij het apparaat vandaan.
Wanneer zich onder het apparaat een schuiflade bevindt, zonder tussenbodem, mogen daarin geen licht ontvlambare stoffen of brandbare voorwerpen zoals spuitbussen worden bewaard. Een eventuele bestekbak moet van hittebestendig materiaal zijn.
Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpak- kingsmateriaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belas- ting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling. Hergebruik van het ver- pakkingsmateriaal remt de afvalproductie en het gebruik van grondstoffen. Vaak neemt de leverancier de verpak- king terug. Als u de verpakking zelf wegdoet, informeer dan bij de reini- gingsdienst van uw gemeente waar u die kunt afgeven.
Het afdanken van het apparaat
Oude elektrische en elektronische apparaten bevatten vaak nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die voor het functioneren en de veiligheid van het apparaat nodig waren. Als u het apparaat bij het gewone afval doet of bij verkeerde behandeling kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu. Verwijder het afgedankte apparaat dan ook nooit met het gewone afval.

Lever het apparaat in bij een gemeentelijk inzameldepot voor elektrische en elektronische apparatuur.
Het afgedankte apparaat moet tot die tijd buiten het bereik van kinderen worden opgeslagen. Hierover vindt u meer informatie in het hoofdstuk "Veiligheids-instructies en waarschuwingen".
Informatie vooraf
Uw apparaat heeft een programmeringsfunctie. Hiermee kunt u het apparaat aan uw eigen voorkeuren aanpassen (zie ook het hoofdstuk "Programmering").
Bij het apparaat wordt een tweede typeplaatje geleverd. Plak dit typeplaatje op de aangegeven plaats achter in uw gebruiksaanwijzing.
Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef deze door aan een eventuele volgende eigenaar van het apparaat.
Reiniging voor het eerste gebruik
Wij raden u aan het apparaat met een vochtige doek te reinigen en daarna weer droog te wrijven, voordat u het voor het eerst gebruikt.
Gebruik voor het reinigen van de keramische plaat geen afwasmiddel, omdat daardoor blijvende blauwe vlekken kunnen ontstaan.
De metalen delen van het apparaat zijn voorzien van een speciaal beschermlaagje, waardoor bij het eerste gebruik geurtjes kunnen ontstaan. Wanneer er geurtjes en damp vrijkomen, betekent dat niet dat het apparaat defect is of verkeerd is aangesloten. Ze verdwijnen na korte tijd.
Automatische instelling sensortoetsen
Om veilig te stellen dat de sensor-toetsen altijd goed reageren, wordt de gevoeligheid van de sensoren:
- na het aansluiten van het apparaat en na een onderbreking van de stroomtoevoer (bijvoorbeeld bij stroomuitval), opnieuw ingesteld.
- tijdens het gebruik voortdurend aan- gepast aan de veranderende omge- ving (bijvoorbeeld de lichthoeveelheid).
Als de gevoeligheid van de sensor-toetsen te groot of te klein is, konden de sensortoetsen waarschijnlijk niet automatisch worden ingesteld. Dit is ook het geval als bij uitgeschakelde kookplaat het controlelampje van de vergrendeling en cijfers in het kookzone-display te zien zijn.
In dit geval kunt u de instelling handmatig uitvoeren.
Ga als volgt te werk:
■ Zorg eerst dat zon- of kunstlicht niet direct op de kookplaat valt. De omgeving van de kookplaat mag echter ook niet te donker zijn. De lichthoeveelheid mag niet wisselen.
■ Er mogen zich geen voorwerpen op de kookplaat en de sensortoetsen bevinden. Verwijder eventueel kookgerei en reinig de kookplaat indien dat nodig is.
■ Onderbreek vervolgens de stroom- voorziening van de kookplaat gedurende ca. 1 minuut.
Zodra u de stroomvoorziening herstelt, wordt de gevoeligheid van de sensor-toetsen opnieuw ingesteld.
Mocht het probleem daarna nog niet zijn verholpen, neem dan contact op met de afdeling Klantcontacten.
Sensortoetsen
Het bedieningspaneel van uw kera- mische kookplaat is voorzien van elek- tronische sensortoetsen. Deze reage- ren op vingercontact. U kunt de kook- zones bedienen door met uw vinger de juiste toetsen aan te tippen. De kook- plaat reageert daarop telkens met een akoestisch signaal.

Bedien alleen de betreffende toetsen. Druk daarbij van boven op het midden van de toets. Houd het bedieningspaneel altijd vrij en schoon, anders reageren de toetsen niet of u activeert onbedoeld func- ties. Ook kan de kookplaat dan auto- matisch worden uitgeschakeld (zie de rubriek "Automatische uitschake- ling"). Zet nooit hete pannen op het bedieningspaneel om beschadiging van de elektronische onderdelen te voorkomen.
Inschakelen
Om de kookzones te kunnen gebruiken, moet u eerst de kookplaat inschakelen.
Zo schakelt u de kookplaat in:
■ Druk op de Aan/Uit-toets ①.
In de displays van alle kookzones verschijnt een 0. Voert u daarna geen waarden in, dan wordt de kookplaat om veiligheidsredenen na enkele seconden weer uitgeschakeld.
Zo schakelt u een kookzone in:
■ U schakelt een kookzone in door de betreffende toets - of + aan te tippen. Kies een vermogensstand tussen 1 en 9.
Als u daarbij met - begint, kiest u koken met aankookautomaat. Als u met + begint, kiest u koken zonder aan-kookautomaat (zie de rubriek "Aankook-automaat").
Wilt u nog een kookzone inschakelen, waarvan de 0 al uit het display is ver- dwenen, raak dan één keer kort de bij- behorende toets - of + aan. De 0 ver- schijnt en u kunt een vermogensstand kiezen, met of zonder aankookauto- maat.
Tabel vermogensstanden
| Bereidingsproces Vermogensstand* | instelling af fabriek(9 vermogens - standen) | gewijzigde in-stelling**(17 vermogens- standen) |
| Boter, chocolade, etc. smeltenGelatine oplossenYoghurt maken | 1 - 2 1 - 2. | |
| Saus maken van eigeel en boterKleine hoeveelheden vloeistof opwarmenGerechten warmhouden die snel aankoekenRijst wellen | 1 - 3 1 - 3. | |
| Gerechten verwarmen die veel vocht bevattenGebonden saus of roomsaus maken, bijv. witte-wijnsaus of sauce hollandaiseRijstepap, havermoutpap makenOmelet, eieren zonder korstje bakkenFruit blancheren | 2 - 4 2 - 4. | |
| Diepvriesproducten ontdooienGroente, vis stovenDeegwaren, noten wellenGraan wellen | 3 - 5 3 - 5. | |
| Aankoken en doorkoken van grote hoeveelheden 5 5. | ||
| Vis, schnitzel, braadworst, eieren, etc. behoedzaam bakken (zonder oververhitting van het vet) | 6 - 7 6 - 7. | |
| Pannenkoeken, rösti, etc. bakken 7 - 8 7 - 8. | ||
| Grote hoeveelheden water kokenAankoken | 8 - 9 8. - 9 |
* De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen. Ze hebben betrekking op normale porties voor 4 personen. Als u extra hoge pannen gebruikt, zonder deksel kookt of grotere hoeveelheden bereidt, moet een hogere stand worden ingesteld. Kies een lagere stand, als u kleinere hoeveelheden bereidt.
** Als u fijner afgestemde vermogensstanden wenst, kunt u het aantal standen vergroten (zie het hoofdstuk "Programmering"). Bij de tussenstanden verschijnt een punt achter het getal.
Aankookautomaat
Als de aankookautomaat geactiveerd is, wordt de desbetreffende kookzone een bepaalde tijd op het hoogste vermogen ingeschakeld. Daarna wordt naar de ingestelde vermogensstand (= doorkookstand) teruggeschakeld. De aankooktijd hangt af van de ingestelde doorkookstand (zie tabel).
De hoge doorkookstanden (geschikt voor braden) hebben kortere aankooktijden. Deze zijn voldoende om de gebruikte pannen en schalen snel te verhitten.
Het activeren van de aankookauto- maat:
■ Als in het display van de kookzone een 0 te zien is, drukt u op de - toets totdat de gewenste doorkook-stand verschijnt, bijvoorbeeld 5.

Gedurende de aankooktijd brandt er een controlelampje (een punt) rechts naast de doorkookstand. Daarna dooft dit lampje.
Gedurende de aankooktijd kunt u de doorkookstand altijd met de - of + toets verlagen of verhogen. De aankooktijd verandert dan.
Als u het aantal vermogensstanden heeft vergroot (zie het hoofdstuk "Programmering"), knipperen in het display afwisselend een R en de doorkookstand (tot het einde van de aankooktijd).
* De doorkookstanden met punt zijn alleen beschikbaar als u het aantal vermogensstanden heeft vergroot (zie het hoofdstuk "Programmering").
Kookzonevergroting
Als u grote pannen gebruikt, kunt u de kookzonevergroting van een vario-kookzone of braadzone inschakelen.
Ga als volgt te werk:
■ Schakel de kookzone in en kies met de toets - of + een vermogensstand.
■ Tip vervolgens de sensortoets voor de kookzonevergroting Ⓞ aan.

Als er een 0 in het display van de kookzone staat, kunt u ook eerst toets ◎ aantippen en daarna een vermogensstand instellen.
Als de kookzonevergroting is ingeschakeld, brandt het bijbehorende controlelampje.
U schakelt de kookzonevergroting weer uit door opnieuw toets Ⓞ aan te tippen. U kunt ook de vermogensstand van de kookzone op 0 zetten.
Uitschakelen en restwarmte-indicatie
Zo schakelt u een kookzone uit:
■ Druk tegelijk op de - en + toets van de betreffende kookzone.
In het display verschijnt gedurende enige seconden een 0. Is de kookzone nog heet, dan wordt daarna de restwarmte aangegeven.

Zo schakelt u de kookplaat uit:
■ Druk op de Aan/Uit-toets ①.
Nu zijn alle kookzones uitgeschakeld. In de displays van de kookzones die nog heet zijn, wordt de restwarmte aangegeven.
De streepjes van de restwarmte-indicatie verdwijnen één voor één als de kookzone afkoelt. Het laatste streepje verdwijnt als de kookzo- ne zover is afgekoeld dat deze zonder gevaar kan worden aangeraakt.
Raak een kookzone niet aan als de restwarmte-indicator nog brandt. U kunt zich anders branden! Leg ook geen hittegevoelige voorwerpen op de kookzone. Brandgevaar!
Na een stroomstoring knipperen de restwarmte-indicatoren.
Houdt u er rekening mee dat de restwarmte-indicatoren bij een foutmelding niet oplichten, zelfs al zijn de kookzones heet.
De juiste pannen
- De pannen moeten een stabiele onderkant hebben die iets naar binnen buigt. Als de bodem heet wordt, staat deze vlak op de kookzone. Is de bodem niet vlak, dan neemt de bereidingstijd toe.

- De diameter van de pan moet overeenkomen met die van de kookzone of iets groter zijn, zodat geen energie verloren gaat.
Houdt u er rekening mee dat pannenfabrikanten vaak de diameter aan de bovenkant vermelden. Van belang is echter alleen de (meestal kleinere) bodemdiameter.

- Kook bij voorkeur met een deksel op de pan. Op die manier voorkomt u dat er onnodig warmte ontsnapt.

zonder deksel met deksel
- Schakel bij een lange bereidingstijd de kookzone 5 tot 10 minuten voor het einde uit. U maakt dan optimaal gebruik van de restwarmte.
Vergrendeling
Om te voorkomen dat de kookplaat of kookzones per ongeluk worden ingeschakeld of instellingen worden gewijzigd, is dit apparaat voorzien van een vergrendeling.
De vergrendeling kan worden geactiveerd, als de kookplaat is uitgeschakeld, maar ook als het apparaat in gebruik is.
Wordt de vergrendeling geactiveerd, als de kookplaat uitgeschakeld is, dan kan deze niet meer worden ingeschakeld.
Wordt de vergrendeling geactiveerd, als de kookplaat in gebruik is, dan kan deze alleen nog beperkt worden bediend:
- De vermogensstanden van de kookzones en de instellingen van de timer kunnen niet worden gewijzigd.
- De kookzones en de kookplaat kunnen wel worden uitgeschakeld, maar daarna niet weer worden ingeschakeld.
Zo activeert u de vergrendeling:
■ Druk zo lang op de vergrendelings-toets 🔒 tot het bijbehorende controle-lampje verschijnt.
Na korte tijd gaat het controlelampje automatisch uit.
Het gaat weer branden, zodra u
- de sensortoets 🔒 aanraakt.
- iets wilt instellen.
Zo schakelt u de vergrendeling uit:
■ Druk zo lang op de vergrendelings-toets 🔒 tot het controlelampje uit-gaat.
U kunt de vergrendeling wijzigen van 1-vinger-bediening in 3-vinger-bediening (zie het hoofdstuk "Programmering", P4). Kinderen kunnen dan minder gemakkelijk functies active-ren.
Houdt u er rekening mee dat de vergrendeling bij een stroomstoring wordt uitgeschakeld.
Stop & Go
Uw apparaat heeft een functie waarmee u het vermogen van alle ingeschakelde kookzones in één keer kunt verlagen.
Als u gebruik wilt maken van deze functie moet u eerst eenmalig de standaardinstelling wijzigen (zie het hoofdstuk "Programmering").
Zo activeert u daarna Stop & Go:
■ Druk zo lang op de vergrendelings-toets 🔒 tot u twee akoestische signa-len hoort. Druk niet te lang op de toets 🔒. U ac-tiveert anders de vergrendeling.
Het controlelampje voor de vergrendeling begint te knipperen. De vermogensstand van de ingeschakelde kookzones wordt verlaagd tot 1. In de betreffende displays verschijnt een 1.
Als u een kookzone automatisch wilt laten uitschakelen, dan wordt bij active-ring van de "Stop & Go"-functie de tijd onderbroken. Als u de functie weer uitschakelt, loopt de tijd door.
De kookwekker loopt bij activering van de "Stop & Go"-functie zonder onderbreking door.
Zo deactiveert u Stop & Go:
■ Druk zo lang op de vergrendelings-toets 🔒 tot het controlelampje uit-gaat.
De oorspronkelijk ingestelde vermogensstanden zijn nu weer actief.
Automatische uitschakeling
... als een kookzone te lang aanstaat
De kookplaat is voorzien van een beveiliging die de plaat automatisch uitschakelt als u vergeet deze uit te zetten.
Is een kookzone langdurig ingeschakeld geweest (zie tabel), zonder dat de vermogensstand is gewijzigd, dan wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld. In het display verschijnt de restwarmte-indicator.
| Vermogens-stand* | Maximale bedrijfsduur in uren |
| 1 / 1. 10 | |
| 2 / 2. 5 | |
| 3 / 3. 5 | |
| 4 / 4. 4 | |
| 5 / 5. 3 | |
| 6 / 6. 2 | |
| 7 / 7. 2 | |
| 8 / 8. 2 | |
| 9 | 1 |
* De vermogensstanden met punt zijn alleen beschikbaar als u het aantal vermogensstanden heeft vergroot (zie het hoofdstuk "Programmering").
■ Als u een kookzone weer wilt inschakelen, doet u dat zoals gebruikelijk.
... als er iets op het bedieningspaneel ligt
De kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld als één of meer sensortoetsen langer dan 10 seconden bedekt zijn, bijvoorbeeld als u uw hand erop legt, een gerecht overkookt of als er voor-werpen op liggen.
Tegelijk hoort u om de 30 seconden een akoestisch signaal (gedurende maximaal 10 minuten) en knippert in de displays van de bedekte sensortoetsen een F:

■ Reinig het bedieningspaneel c.q. verwijder de voorwerpen.
Het signaal gaat uit en de F verdwijnt uit het display.
■ Schakel de kookplaat weer in met de Aan/Uit-toets ①. U kunt het apparaat nu weer in gebruik nemen.
Oververhittingsbeveiliging
Alle kookzones zijn voorzien van een oververhittingsbeveiliging (temperatuurbegrenzer). Deze schakelt de kookzone automatisch uit, als de keramische plaat te heet wordt. Zodra de plaat weer voldoende is afgekoeld, wordt de kookzone weer ingeschakeld.
De oververhittingsbeveiliging reageert, wanneer
- een kookzone wordt ingeschakeld, zonder dat er een pan op staat.
- leeg kookgerei verhit wordt.
- de bodem van de pan niet gelijkmatig op de kookzone aansluit.
- de pan de warmte niet goed geleidt.
Dat de oververhittingsbeveiliging actief is, ziet u daaraan dat de kookzone ook op de hoogste vermogensstand in- en uitgeschakeld wordt.
De kookplaat is voorzien van een timer die gebruikt kan worden als kookwekker of voor het automatisch uitschakelen van een kookzone naar keuze. U kunt beide functies tegelijk gebruiken.
Het instelprincipe
| Inschakelen Druk op ⏻ | |
| Instellen | met - van 99 tot 00 minutenmet + van 00 tot 99 minuten |
| Wisselen tussen de functies Druk op ⏻ | |
| Terugzetten op 00 | Druk tegelijk op - en + |
Het instellen van de kookwekker
U kunt de kookwekker gebruiken als de kookplaat is ingeschakeld, maar ook als deze is uitgeschakeld. De kookwekker functioneert in principe als een mechanische kookwekker.
Na afloop van de kookwekkertijd verschijnt in het display 00 en hoort u gedurende enkele seconden een akoestisch signaal. Daarna eindigt het signaal en verdwijnen de twee nullen. Wilt u het signaal eerder uitzetten, druk dan op de toets ⏻.
Ga als volgt te werk:
■ Tip de sensortoets ⏻ aan.
In het tijddisplay verschijnt 00.
■ Druk zo lang op de toets - of + tot de gewenste tijd wordt weergegeven, bijvoorbeeld 15 minuten.

De ingestelde tijd loopt in stappen van een minuut af. U kunt de resterende tijd in het display aflezen en op elk moment veranderen met de toets - of +.
Automatisch uitschakelen van een kookzone
U kunt een kookzone alleen dan automatisch uitschakelen, als voor die kookzone een vermogensstand is gekozen.
Ga als volgt te werk:
■ Stel voor de betreffende kookzone, bijvoorbeeld rechts achter, op de gebruikelijke manier een vermogensstand in.
■ Tip de sensortoets ⏻ aan.
In het tijddisplay verschijnt 00.
■ Tip opnieuw de sensortoets ⏻ aan.
In het tijddisplay verschijnt een contro- lelampje.
■ Zijn meerdere kookzones ingeschakeld, druk dan zo lang op toets ⏻ tot het controlelampje van de gewenste kookzone verschijnt, bijvoorbeeld rechts achter.
Telkens als u op de toets ⏻ drukt, verschijnen de controlelampjes met de wijzers van de klok mee, van links voor tot rechts voor (alleen als de betreffende kookzones zijn ingeschakeld).
■ Druk zo lang op de toets - of + tot de gewenste tijd wordt weergegeven, bijvoorbeeld 15 minuten.

De ingestelde tijd loopt in stappen van een minuut af. U kunt de resterende tijd in het display aflezen en op elk moment veranderen met de toets - of +. Ook de vermogensstand van de kookzone kunt u op elk moment wijzigen.
Na afloop van de tijd wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld. In het display van de kookzone verschijnt een 0. In het tijddisplay verschijnt 00. Tegelijk hoort u gedurende enkele seconden een akoestisch signaal. Daarna eindigt het signaal en verdwijnen de twee nullen. Wilt u het signaal eerder uitzetten, druk dan op de toets ⏻.
Wisselen tussen de functies
Als u al een van de functies van de timer gebruikt en u wilt ook de tweede functie gebruiken, druk dan eerst op toets ⏻. Het tijddisplay dooft.
Ga vervolgens te werk zoals in het voorgaande is beschreven.
Als u de resterende tijd van de niet weergegeven functie wilt controleren, druk dan 1 keer op de toets ⏻.
Beginwaarde timer
De timer is standaard zo ingesteld dat na het aanraken van de toets + of - met 00 als beginwaarde wordt gestart.
U kunt de instelling zo wijzigen dat met de laatst ingestelde (en afgelopen) tijd wordt gestart (zie ook het hoofdstuk "Programmering, P4.").
Voorbeeld:
U heeft bij programma P4. de status S1 geprogrammeerd en de kookwekker de laatste keer op 5 minuten ingesteld en gebruikt. Als u de timer later weer in-schakelt, verschijnt in het display de waarde 00. Als u vervolgens op de toets + of - drukt, verschijnt de waarde 05.
Ook als u de basisinstelling wijzigt, kunt u natuurlijk altijd elke gewenste tijd instellen.
Gebruik nooit een stoomreiniger voor het reinigen van dit apparaat. De stoom kan in aanraking komen met onder spanning staande delen en zo een kortsluiting veroorzaken. Bovendien kunnen door de stoom het oppervlak en onderdelen van het apparaat blijvend beschadigd raken, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld.
Gebruik geen puntige voorwerpen, zodat de dichtingen tussen de keramische plaat en de lijst dan wel tussen lijst en werkblad niet beschadigd raken.
Gebruik nooit zand-, soda-/alkali-, zuur- of chloridehoudende reinigingsmiddelen, dan wel ovenspray, reinigingsmiddelen voor vaatwassers, staalwol, ruwe sponzen of harde borstels. Gebruik ook geen sponzen of andere hulpmiddelen die nog resten schuurmiddel bevatten. Deze tasten het oppervlak aan.
Gebruik voor het reinigen van de keramische plaat geen afwasmiddel, omdat daardoor blijvende blauwe vlekken kunnen ontstaan.
Als u een speciaal reinigingsmiddel voor keramische platen gebruikt, houdt u zich dan aan de aanwijzingen van de fabrikant.
Wis de kookzones vervolgens met een vochtige doek af. Er mogen geen resten reinigingsmiddel op de plaat achterblijven, omdat deze de kookplaat kunnen aantasten.
Om te voorkomen dat verontreini-gingen inbranden, moet u deze zo snel mogelijk verwijderen. Zorg dat ook de bodem van een te gebruiken pan of schaal schoon, vetvrij en droog is.
Wrijf het apparaat na elke vochtige reiniging droog. Zo voorkomt u kalkafzetting.
Reinig het apparaat regelmatig, bij voorkeur na elk gebruik. Laat de kookplaat eerst voldoende afkoelen.
Verwijder alle grove verontreinigingen met een vochtige doek. Vastgekoekte verontreinigingen verwijdert u met een schraper.
Reinig de plaat vervolgens grondig met een speciaal reinigingsmiddel voor keramische platen en met keukenpapier of een schone doek. Ook kalkresten (van overgekookt water) en aluminiumvlekken worden zo verwijderd.
Wis het oppervlak daarna met een vochtige doek af en wrijf de plaat weer droog.
Eventueel kunt u een speciaal middel gebruiken dat een water- en vuilafstotend laagje vormt.
Komt suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof of aluminiumfolie op een hete kookzone terecht, vermeng de suikerhoudende stoffen dan onmiddellijk met water. Schakel vervolgens de kookzone uit en verwijder de resten met een schraper, zolang de plaat nog heet is. Let op dat u daarbij uw handen niet brandt. Reinig de plaat verder als deze is afgekoeld. Ga daarbij te werk zoals in het voorgaande is beschreven.
Bij apparaten met een aluminium lijst (zie typeplaatje) is de lijst kras-, alkali- en zuurgevoelig. Ga bij het reinigen dan ook behoedzaam te werk. Gebruik beslist geen reinigingsmiddelen voor roestvrij staal of kalkoplossende mid- delen. Verwijder verontreinigingen op het aluminium meteen, omdat het mate- riaal aangetast wordt als verontreini- gingen lang inwerken. Bij intensief ge- bruik van speciale reinigingsmiddelen voor keramische platen kan de lijst na verloop van tijd gaan glanzen.
U kunt de programmering van uw apparaat eventueel veranderen (zie tabel).
Ga als volgt te werk:
■ De kookplaat moet zijn uitgeschakeld. Druk nu tegelijk op de Aan/Uit-toets ① en de vergrendelingstoets 🔒. Houd deze toetsen ingedrukt totdat het controlelampje van de vergrendeling begint te knipperen.
In het kookzonedisplay verschijnen een P (programma), een S (status) en een cijfer dat de huidige instelling aangeeft.
■ Stel eerst het gewenste programma in met de toets + of - van de kookzone links voor. Kies vervolgens de gewenste status met de toets + of - van de kookzone rechts voor (zie tabel). Op deze manier kunt u meerdeprogramma's na elkaar wijzigen.
Om de nieuwe instellingen op te slaan, drukt u op de Aan/Uit-toets ① totdat de weergaven verdwijnen.
Wilt u de veranderingen niet opslaan, houd de vergrendelingstoets 🔒 dan ingedrukt totdat de weergaven verdwijnen.
Als u de programmeringsfunctie kiest, terwijl er nog restwarmte wordt weergegeven, knipperen de restwarmte-indicatoren na het verlaten van de functie nog maximaal 45 minuten. U kunt het apparaat echter gewoon in gebruik nemen.
| Programma* Status** Instelling | |||
| P 0 | Demo-stand en fabrieksinstellingen | S 0 Demo-stand aanS 1S 9 Fabrieksinstellingen herstellen | |
| P 1 | Akoestisch signaal bij bediening sensor-toetsen | S 0 Uits 1 | Aan |
| P 3 | Akoestisch signaal timer | S 0 Uits 1S 2 4 minuten | 10 seconden continucontinu |
| P 4 | Vergrendeling | S 0S 1 Vergrendeling met toets 📋en de toetsen + van de beide rechter kookzones | Vergrendeling met toets 📋en de toetsen + van de beide rechter kookzones |
| P 5 | Stop & Go S 0 | Uits 1 Aan | |
| P 0 | . Vermogensstand inschakelen kookzone | Sj 0S 1 5 (kan alleen worden gekozen, als de aankookautomaat actief is) | 0 |
| P 2 | . Aankookautomaat | S 0 Uits 1S 2 Activering door instelling vermo gensstand met -gensstand met +S 3 Activering bij elk inschakelen | Activering door instelling vermo gensstand met -door instelling vermo -gensstand met + |
* De niet genoemde programma's zijn voor de technicus.
** De fabrieksinstellingen zijn vet gedrukt.
| Programma* Status** Instelling | ||
| P 3 . Restwarmte-indicator S 0 H | als restwarmte-indicator | |
| S 1 | : als restwarmte-indicator | |
| P 4 . Beginwaarde timer S 0 | 00S 1 De laatst ingestelde waar - de (zie de rubriek "Beginwaarde timer") | |
| P 5 . Timerfuncties S 0 Alleen kookwekkerfunctie | S 1 Alleen uitschakelfunctie | |
| S 2 | Kookwekker- en uitschakelfunctie | |
| P 6. Aantal vermogensstanden | S 0 | 9 vermogensstanden(1, 2, 3 ... tot 9)mogensstanden(1, 1., 2, 2., 3 ... tot 9)Let op!De aankookfunctie is nu te herkennen aan een R die afwisselend met de door-kookstand verschijnt. |
* De niet genoemde programma's zijn voor de technicus.
** De fabrieksinstellingen zijn vet gedrukt.
Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties leveren gevaar op voor de gebruiker.
Wat moet u doen als ...
... de kookplaat respectievelijk de kookzones niet kunnen worden ingeschakeld?
Controleer of
- de vergrendeling geactiveerd is. Is dat het geval, hef deze dan op (zie de rubriek "Vergrendeling" en het hoofdstuk "Programmering").
- de zekering van de huisinstallatie doorgeslagen is.
Is het probleem dan nog niet opgelost, haal dan ca. 1 minuut de elektrische spanning van het apparaat en wel als volgt:
- Schakel de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uit c.q. draai de desbetreffende stop eruit of
- schakel de aardlekschakelaar uit.
Nadat de zekering, de hoofd- of de aardlekschakelaar weer is ingeschakeld, kunt u het apparaat weer normaal gebruiken. Waarschuw een elektricien of de afdeling Klantcontacten als u de storing niet zelf kunt verhelpen.
... de kookplaat kan worden ingeschakeld en instellingen mogelijk zijn, maar de kookzones niet heet worden?
Controleer of het apparaat in de demo-stand staat (zie het hoofdstuk "Programmering").
... het apparaat tijdens het gebruik wordt uitgeschakeld en in het display van ten minste één kookzone de restwarmte-indicator of een knipperende F verschijnt en er eventueel een akoestisch signaal te horen is?
Waarschijnlijk was een kookzone te lang ingeschakeld of lag er iets op de sensortoetsen (zie de rubriek "Automatische uitschakeling").
... de verwarming van een kookzone op de hoogste vermogensstand in- en uitgeschakeld wordt?
De oververhittingsbeveiliging is geactiveerd (zie de rubriek "Oververhittingsbeveiliging").
... de inhoud van een pan niet of nauwelijks begint te koken, hoewel u de aankookautomaat heeft ingeschakeld?
De oorzaak kan zijn dat
- de pan de warmte niet goed geleidt.
- grote hoeveelheden worden verhit.
Kies de volgende keer een hogere doorkookstand of stel eerst de hoogste vermogensstand in en schakel daarna handmatig terug naar een lagere stand.
... een of meer restwarmte-indicatoren knipperen?
- Er is een stroomstoring geweest. De kookplaat is uitgeschakeld.
U kunt de kookplaat gewoon weer in gebruik nemen. Controleer voordat u dat doet eerst hoe ver de gerechten zijn.
- De restwarmte-indicatoren brandden op het moment dat u de programmeringsfunctie activeerde.
... de gevoeligheid van de sensor-toetsen te groot of te klein is c.q. als bij uitgeschakelde kookplaat het con-trolelampje van de vergrendeling en cijfers in het kookzonedisplay te zien zijn?
De instelling van de sensortoetsen is veranderd en kon niet automatisch worden aangepast.
Ga daarom te werk zoals beschreven in de rubriek "Automatische instelling sen-sortoetsen".
Mocht het probleem daarna nog niet zijn verholpen, neem dan contact op met de afdeling Klantcontacten.
... bij een kookzone het buitenste gedeelte na het inschakelen sneller en intensiever opgloeit dan het binnenste gedeelte?
Dit is geen storing. De betreffende kookzone heeft twee verschillende verwarmingselementen (zie de rubriek "Kookzones").
... in het display van de achterste kookzones een F, in de voorste een E en in het display van de timer cijfers verschijnen?
Onderbreek de stroomvoorziening van de kookplaat gedurende ca. 1 minuut.
Mocht het probleem zich na het herstellen van de stroomvoorziening weer voordoen, neem dan contact op met de afdeling Klantcontacten.
Klantcontacten
Voor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u
- uw Miele-vakhandelaar of
– de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
De gegevens van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.
Voor een goede en vlotte afhandeling moet de afdeling Klantcontacten weten welk type apparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje.
Miele-Service-Verzekering-Certificaat
Voor informatie over het Miele-Service-Verzekering-Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgaande folder raadplegen.
Typeplaatje
Plak hier het bijgevoegde typeplaatje. Controleer of de gegevens op het typeplaatje overeenkomen met de gegevens op het titelblad van deze gebruiksaanwijzing.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen
Om te voorkomen dat het apparaat beschadigd raakt, moet het pas na het monteren van de bovenkastjes en de afzuigkap worden ingebouwd.
De lijsten en randen van het werkblad moeten met een hittebestendige lijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat ze niet loslaten of vervormen. Ook de wandafdichtstrip moet hittebestendig zijn.
Dit apparaat mag uitsluitend door een vakman op een niet-stationaire locatie (bijvoorbeeld een boot of camper) worden ingebouwd en aangesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan.
Het is niet toegestaan de kookplaat boven koelapparatuur, afwas-, was- en droogautomaten in te bouwen.
De aansluitkabel van de kookplaat mag na het inbouwen niet in aanraking komen met de bodemplaat van het apparaat en niet worden blootgesteld aan mechanische belastingen.
De op de volgende bladzijden aangegeven veiligheidsafstanden dienen nauwkeurig te worden aangehouden.
Gebruik geen voegenkit en soortgelijke producten, tenzij dat uitdrukkelijk vermeld staat. De dichting van het apparaat is toereikend als af-dichting tussen kookplaat en werkblad (zie ook de rubriek "Dichting").
Alle maten zijn in mm aangegeven.
Veiligheidsafstand boven het apparaat

Tussen het apparaat en een erboven gemonteerde afzuigkap dient u de veiligheidsafstand aan te houden die door de fabrikant is aangegeven. Is deze informatie niet beschikbaar, bijvoorbeeld bij een keukenplank, dan moet de afstand bij licht ontvlambare materialen tenminste 760 mm bedragen.
Als in de gebruiksaanwijzing of montagehandleiding van verschillende apparaten (bijvoorbeeld een wokbrander of een elektrische kookplaat) verschillende veiligheidsafstanden worden genoemd voor wat betreft plaatsing onder een afzuigkap, kies dan de grootste afstand.
Veiligheidsafstanden zijkant
De apparaten mogen slechts aan één zijkant en aan de achterkant aansluiten op meubels of wanden die hoger zijn dan de apparaten zelf (zie de afbeeldingen).
Houd minimaal de volgende veiligheidsafstanden aan:
- 50 mm rechts of links van de uitsparing ten opzichte van een ernaast geplaatst meubelstuk (bijvoorbeeld een hoge kast). Bij de KM 543/547 = 70 mm links.
- 50 mm tussen de uitsparing en de achterwand.

toegestaan maar niet aan te bevelen!
KM 543 / KM 547

toegestaan maar niet aan te bevelen!
Veiligheidsafstand bij een beklede nis
Tussen de nisbekleding en de rand van de uitsparing in het werkblad dient een minimale afstand te worden aangehouden van 50 mm.
Deze afstand is alleen nodig als het materiaal van de nisbekleding van hout of ander brandbaar materiaal is. Bij onbrandbaar materiaal (metaal, keramische tegels en dergelijke) kan de afstand worden verkleind met de dikte van de nisbekleding (voor zover praktisch realiseerbaar). Bij te hoge temperaturen kunnen materialen beschadigd raken.
Kookplaten zonder randlijst Kookplaten met randlijst/facetrand


① Wand
② Nisbekleding
③ Wandafdichtstrip
④ Werkblad
⑤ Uitsparing in het werkblad
⑥ Minimale afstand 50 mm
Kookplaten met randlijst / facetrand
Inbouwmaten KM 530 / KM 544 / KM 545
(met randlijst)

① Klemveren
② Inbouwhoogten
③ Voorkant
④ Netaansluitkast met aansluitkabel, L = 1440 mm
⑤ Kabelboom, L = 1550 mm
Inbouwmaten KM 537 / KM 551
(met randlijst)

① Klemveren
② Inbouwhoogte
③ Inbouwhoogte netaansluitkast
④ Voorkant
Inbouwmaten KM 540 / KM 541 / KM 542 / KM 543
(met randlijst)

① Klemveren
② Inbouwhoogten
③ Voorkant
④ Netaansluitkast met aansluitkabel, L = 1440 mm
⑤ Kabelboom, L = 1550 mm
Inbouwmaten KM 547
(met randlijst)

① Klemveren
② Inbouwhoogten
③ Voorkant
④ Netaansluitkast met aansluitkabel, L = 1440 mm
⑤ Kabelboom, L = 1550 mm
Inbouwmaten KM 548
(met facetrand)

① Klemveren
② Inbouwhoogten
③ Voorkant
④ Netaansluitkast met aansluitkabel, L = 1440 mm
⑤ Kabelboom, L = 1550 mm
⑥ Steunprofielen
Inbouwmaten KM 550
(met randlijst)

① Klemveren
② Inbouwhoogte
③ Inbouwhoogte netaansluitkast
④ Voorkant
Inbouwmaten KM 553
(met facetrand)

① Klemveren
② Inbouwhoogte
③ Inbouwhoogte netaansluitkast
④ Voorkant
⑤ Steunprofielen
Voorbereiding werkblad
■ Maak een uitsparing in het werkblad volgens de maatschets.
Houd een afstand aan van minimaal 50 mm tussen de kookplaat en de achterwand. Tussen de kookplaat en een eventueel aanwezige zijwand (rechts of links) moet eveneens minimaal 50 mm worden vrijgelaten (bij KM 543/547: links 70 mm). Zie ook de rubriek "Veiligheidsinstructies voor het inbouwen".
■ De snijvlakken van houten werkbladen moeten met speciale lak, siliconenkit of giethars worden afgewerkt om te voorkomen dat het werkblad door vocht wordt aangetast. De gebruikte materialen moeten hittebestendig zijn.
Kookplaten met randlijst:
Wordt bij het inbouwen geconstateerd dat de randafdichting bij de hoeken niet goed op het werkblad aansluit, dan kan de hoekradius (≤ R4) voorzichtig met een decoupeerzaag worden nabewerkt.
Kookplaten met facetrand:
De speciale afdichttape zorgt ervoor dat de kookplaat stevig in de uitsparing ligt en niet verschuift. De spleet tussen de rand en het werkblad zal na verloop van tijd kleiner worden.
Klemveren en steunprofielen bevestigen
■ Bevestig de meegeleverde klemve-ren ① en de steunprofielen ⑤ (alleen bij kookplaten met facetrand) op de aangegeven plaatsen (zie "Inbouw-maten"). Plaats ze op respectievelijk tegen de rand van de uitsparing en schroef ze vast met de meegeleverde schroeven 3,5 x 25 mm (zie afbeel-dingen).
Werkblad van hout, corian, askilan, etc.


Werkblad van natuursteen


■ Positioneer en bevestig de klemveren ① en de steunprofielen ⑤ (alleen bij kookplaten met een facetrand) met sterk, dubbelzijdig plakband ⑥ aan het werkblad.
■ Breng langs de randen (zijkanten en onderkant) van de klemveren siliconenkit ⑦ aan.
Bij een natuurstenen werkblad hoeft u geen schroeven te gebruiken.
Kookplaat bevestigen
■ Leid de aansluitkabel van de kookplaat door de uitsparing naar beneden.
■ Leg de kookplaat losjes op de klemveren ①.
■ Druk de kookplaat met beide handen op de rand gelijkmatig naar beneden totdat het apparaat duidelijk vastklikt. De dichting van de kookplaat moet na het vastklikken goed op het werkblad aansluiten. Alleen zo kan een correcte afdichting worden gegarandeerd. Gebruik geen voegenkit of iets dergelijks.
■ Sluit de kookplaat aan.
■ Controleer of het apparaat goed functioneert.
De kookplaat kan alleen met speciaal gereedschap weer uit het werkblad worden gelicht.
Werkblad van hout, corian, askilan, etc.

Werkblad van natuursteen

De aansluitkast kan als volgt worden gepositioneerd:
- Los in de onderkast onder de kookplaat.
- Aan een zijwand in de onderkast onder de kookplaat.
- Aan de wand achter de onderkast.
- In een kast ernaast.
Houd een minimale afstand aan van 150 mm tussen de aansluitkast en de kookplaat of een andere warmtebron, zoals een fornuis of oven.
Dichting Gebruik geen voegenkit, tenzij dat uit

drukkelijk vermeld staat. De dichting onder de rand van het apparaat is toereikend als afdichting tussen kookplaat en werkblad.
Gebruik nooit kit tussen de lijst van het apparaat en het werkblad! Anders kan het apparaat later - voor servicedoeleinden - alleen nog met moeite uit het werkblad worden gehaald. Lijst en werkblad kunnen daarbij beschadigd raken.
Kookplaten zonder randlijst
Inbouwmaten KM 552

Uitsparing bij een natuurstenen werkblad

Zie ook de detailtekeningen!
② Inbouwhoogte
③ Inbouwhoogte netaansluitkast
④ Voorkant
Deze kookplaat zonder randlijst is geschikt voor inbouw in natuurstenen (graniet, marmer) en betegelde werkbladen, alsmede in massief hout. Andere materialen, zoals cori-an en askilan zijn niet geschikt. Het apparaat moet worden ingebouwd in een 800 mm brede onderkast. Voor onderhoudswerkzaamheden moet de kookplaat van onderaf toeganke- lijk blijven, zodat de voegenkit niet hoeft te worden verwijderd.
Deze kookplaat wordt
- in een correct voorbereid natuurstenen werkblad geplaatst.
- in een massief-houten/betegeld werkblad met houten lijsten bevestigd. De lijsten worden niet bij het apparaat geleverd.
Werkblad voorbereiden en kookplaat bevestigen
Werkblad van natuursteen

⑤ Werkblad
⑥ Kookplaat
⑦ Voegbreedte
Hoekradius uitgefreesd werkblad ≤ R4.
■ Maak de uitsparing in het werkblad volgens de afbeeldingen.
■ Leid de aansluitkabel van de kookplaat door de uitsparing naar beneden.
■ Plaats en centreer de kookplaat ⑥ in de uitsparing.
■ Sluit de kookplaat aan.
■ Controleer of het apparaat goed functioneert.
■ Vul de voeg ⑦ met een geschikte, temperatuurbestendige (minimaal 160 °C) siliconen-voegenkit.
Omdat voor de keramische plaat en de uitsparing in het werkblad een zekere tolerantie geldt, kan de voegbreedte ⑦ variëren (minimaal 2 mm).
Massief-houten/betegeld werkblad

① Houten lijsten 13 mm (niet bijgeleverd)
⑤ Werkblad
⑥ Kookplaat
⑦ Voegbreedte
Hoekradius betegeld werkblad ≤ R4.
■ Maak de uitsparing in het werkblad volgens de afbeeldingen.
■ Bevestig de houten lijsten ① 7 mm onder de bovenkant van het werkblad (zie afbeelding).
■ Leid de aansluitkabel van de kookplaat door de uitsparing naar beneden.
■ Plaats en centreer de kookplaat ⑥ in de uitsparing.
■ Sluit de kookplaat aan.
■ Controleer of het apparaat goed functioneert.
■ Vul de voeg ⑦ met een geschikte, temperatuurbestendige (minimaal 160 °C) siliconen-voegenkit.
Omdat voor de keramische plaat en de uitsparing in het werkblad een zekere tolerantie geldt, kan de voegbreedte ⑦ variëren (minimaal 2 mm).
Elektrische aansluiting
Dit apparaat mag uitsluitend door een erkend elektricien op het elektriciteits-net worden aangesloten. Deze is op de hoogte van de landelijke voorschriften en de voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf en neemt ze zorgvuldig in acht.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade als gevolg van ondeskundig inbouwen of door een verkeerde aansluiting.
De fabrikant kan bovendien niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijvoorbeeld een elektrische schok).
Na inbouw moet zijn gewaarborgd dat onder spanning staande delen niet kunnen worden aangeraakt.
Aansluitwaarde:
Zie het typeplaatje.
Aansluiting op:
Voordat u het apparaat aansluit, dient u de aansluitgegevens (spanning en frequentie) op het typeplaatje te vergelijken met de waarden van het elektrici- teitsnet. Deze gegevens moeten beslist overeenkomen.
AC 230 V / 50 Hz
Zekering: 16 A
Voor de aansluitmogelijkheden zie het aansluitschema.
Aardlekschakelaar
Om extra veiligheid te kunnen garanderen, wordt in de EU-voorschriften en richtlijnen voor Nederland geadviseerd de huisinstallatie van een aardlekschakelaar (30 mA) te voorzien.
Bij een beveiliging ≤ 100 mA kan het voorkomen dat de aardlekschakelaar reageert, als het apparaat wordt ingeschakeld, nadat het enige tijd niet gebruikt is.
Scheidingssysteem
Het apparaat moet via een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen worden losgekoppeld. De contactopening in uitgeschakelde toestand moet ten minste 3 mm bedragen! Geschikte schakelaars zijn overbelastings- en aardlekschakelaars.
Spanningsvrij maken
Moet het apparaat spanningsvrij worden gemaakt, ga dan, afhankelijk van de situatie, als volgt te werk:
– Bij zekeringen:
Draai de zekering los en haal deze uit de houder.
- Bij een zekeringsautomaat:
Druk op de testknop (rood) totdat de middelste knop (zwart) eruit-springt.
- Bij een inbouwzekeringsautomaat:
(zelfuitschakelaar, min. type B of C) Zet de tuimelschakelaar van 1 (Aan) op 0 (Uit).
- Bij een aardlekschakelaar:
Zet de hoofdschakelaar van 1 (Aan) op 0 (Uit) of druk op de testknop.
Zorg dat de netspanning niet per ongeluk weer kan worden ingeschakeld.
Aansluitkabel
De leidingen moeten volgens het aan-sluitschema worden aangesloten. De leidingen dienen van het type H 05 VV-F (PVC-isolatie) of H 05 RR-F (rubberen isolatie) te zijn en moeten voldoende doorsnede hebben.
Voor de aansluitmogelijkheden zie het aansluitschema.
De van toepassing zijnde aansluitwaarden vindt u op het typeplaatje.
Het vervangen van de aansluitkabel
Als de aansluitkabel moet worden vervangen, houdt u dan rekening met de draaddoorsnede en de aansluitwijze.
De aarddraad moet worden vastgeschroefd aan de aansluiting met symbool ⏻.
Aansluitschema

Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.
Bovendien vindt u op de Miele-website informatie over:
- brochures en gebruiksaanwijzingen
- gebruiksadviezen en tips
- onderdelen en accessoires
- stofcassettes en reinigingsmiddelen
U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via (0347) 37 88 88
Miele Nederland B.V.
Postbus 166
4130 ED VIANEN
(0347) 37 89 11
Infocentrum Miele-inbouwapparaten:
De Limiet 2
4131 NR VIANEN