KM 5722 - Forn MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 5722 MIELE in PDF-formaat.
| Type product | Inductiekookplaat |
| Model | KM 5722 |
| Merk | Miele |
| Aantal kookzones | 4 |
| Type kookzones | Inductie |
| Afmetingen (B x D in mm) | 752 x 492 |
| Inbouwafmetingen (B x D in mm) | 750 x 490 |
| Gewicht | ca. 11 kg |
| Energiebron | Elektriciteit (230 V, 50 Hz) |
| Vermogen per zone | Max. 3300 W (boost: 3700 W) |
| Totale aansluitwaarde | 7,4 kW |
| Functies | PowerBoost, Timer, Kinderslot, Kookautomaat, Warmhoudstand |
| Bediening | Touch-bediening met Miele TouchControl |
| Veiligheid | Kinderslot, Oververhittingsbeveiliging, Uitschakelautomaat, Panherkenning |
| Reinigen | Glaskeramisch oppervlak, eenvoudig te reinigen met Microvezeldoek en geschikt reinigingsmiddel |
| Reserveonderdelen | Originele Miele-onderdelen via Miele Service of geautoriseerde dealers |
| Reparatie | Reparatie uitsluitend door Miele-vakhandel of geautoriseerde servicepartner |
| Garantie | 2 jaar (mogelijk verlengbaar via Miele Service) |
| Installatie | Inbouw in keukenwerkblad, minimaal 20 mm dikte |
| Geluidsniveau | Ca. 45 dB (tijdens boost) |
Veelgestelde vragen - KM 5722 MIELE
Gebruikersvragen over KM 5722 MIELE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 5722 - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 5722 van het merk MIELE.
GEBRUIKSAANWIJZING KM 5722 MIELE
Inductiekookplaat KM 5722
Lees beslist de gebruiksaanwijzing
voordat u uw apparaat plaatst,
installeert en in gebruik neemt.
Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt
onnodige schade aan uw apparaat.
Algemeen 4
Kookplaat....4
Bedieningspaneel 4
Kookzonedisplay 5
Kookzones 5
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen....6
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu....13
Vóór het eerste gebruik....14
Informatie vooraf 14
Reiniging voor het eerste gebruik 15
Inductie 16
Principe 16
Inductiegeluiden 17
De juiste pannen 18
Bediening 19
Sensortoetsen 19
Inschakelen 20
Tabel vermogensstanden 21
Aankookautomaat 22
Boosterfunctie 23
Uitschakelen en restwarmte-indicatie 24
Beveiligingen 25
Vergrendeling. 25
Automatische uitschakeling....26
Oververhittingsbeveiliging 27
Reiniging en onderhoud 28
Programmering 30
Nuttige tips 31
Klantcontacten / typeplaatje 33
Klantcontacten....33
Inbouwen 34
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen....34
Voorbereiding werkblad....39
Kookplaat bevestigen 39
Dichting 40
Elektrische aansluiting 41
Aansluitkabel 42
Aansluitschema 43
Kookplaat

①②③④ Kookzones
⑤ Bedieningspaneel
Bedieningspaneel
![graph TD A["①"] --> B["⑧"] C["⑥"] --> D["⑦"] E["⑤"] --> F["⑨"] G["⑥"] --> H["⑦"] I["⑦"] --> J["⑦"] K["⑥"] --> L["⑦"] M["⑤"] --> N["⑦"] O["⑥"] --> P["⑦"] Q["⑤"] --> R["⑦"] S["⑥"] --> T["⑦"] U["⑤"] --> V["⑦"] W["⑥"] --> X["⑦"] Y["⑤"] --> Z["⑦"] AA["⑥"] --> AB["⑦"] AC["⑤"] --> AD["⑦"] AE["⑥"] --> AF["⑦…](/content/2026/06/1157393/images/e3109e2ea04acb661e867d2d812b445449deb1fdb8f2f5e8e72221748be64f93.jpg)
Sensortoetsen voor:
⑥ Booster
⑦ Vermogensstand en vergrendeling
⑧ Kookplaat AAN/UIT
⑨ Kookzones AAN/UIT
Kookzonedisplay

⑩ Weergave:
= kookzone klaar voor gebruik
1 t/m 9 = vermogensstand
= restwarmte
= geen pan of een ongeschikte pan (zie het hoofdstuk "Inductie")
P = booster
PO, etc. = programma (zie "Programmering")
50, etc. = status (zie "Programmering")
⑪ Controlelampje booster
⑫ Controlelampje aankookautomaat of weergave extra vermogensstanden (zie "Programmering"), bijvoorbeeld voor kookzone links voor
Kookzones
| Kookzone minimale tot maximale∅ in cm* | Vermogen in Watt bij 230 V** | |
| 14 - 20 normaal: | 1850 met booster: 2500 | |
| 14 - 20 normaal: | 1850 met booster: 2500 | |
| 16 - 23 normaal: | 2300 met booster: 3200 | |
| 10 - 16 normaal: | 1400 met booster: 1800 | |
| Totaal: 7400 | ||
* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdia - meter gebruiken.
** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het materiaal van de gebruikte pannen.
Dit apparaat mag uitsluitend door een vakman worden ingebouwd en aangesloten. Deze is precies op de hoogte van de landelijke voorschriften en van de voorschriften van het gemeentelijke energiebedrijf en houdt zich daar strikt aan. Wanneer er bij het inbouwen en aansluiten van het apparaat fouten worden gemaakt, kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.
De elektrische veiligheid van het apparaat is alleen dan gewaarborgd als het wordt aangesloten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd aardingssysteem. Het is belangrijk dat u dit controleert en in geval van twijfel de huisinstallatie door een vakman laat controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die is ontstaan door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijvoorbeeld een elektrische schok).
Het apparaat mag niet met behulp van een verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten, want dan is de veiligheid van het apparaat niet gegarandeerd.
Open in geen geval de ommante-ling van het apparaat.
Wanneer onderdelen worden aange-raakt die onder spanning staan of wanneer elektrische of mechanische onderdelen worden veranderd, levert dit ge-vaar op voor de gebruiker. Het kan er tevens toe leiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.
Alleen voor kookplaten met facetrand (geslepen rand):
Na het inbouwen kan de eerste dagen een spleet zichtbaar zijn tussen de kookplaat en het werkblad. Deze spleet zal door het gebruik kleiner worden. De elektrische veiligheid van het apparaat is echter altijd gewaarborgd.
Verantwoord gebruik
Lees de gebruiksaanwijzing aan-
dachtig door voordat u uw appa-
raat voor het eerst gebruikt. Dat is vei-
liger voor uzelf en u voorkomt schade
aan het apparaat.
Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd. Alleen dan kunt u er zeker van zijn dat u niet met delen in aanraking komt die onder spanning staan.
Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.
Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of -fornuis is ingebouwd en de pyrolyse-functie actief is, omdat de oververhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie de betreffende rubriek).
Gebruik het apparaat alleen voor het bereiden van gerechten. Gebruik voor andere doeleinden is niet toegestaan en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door gebruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door foutieve bediening.
Kinderen
Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen het apparaat niet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.
Het apparaat is bedoeld voor gebruik door volwassenen die volledig op de hoogte zijn van de inhoud van deze gebruiksaanwijzing. Kinderen kunnen de gevaren van een apparaat niet altijd goed inschatten. Houd daarom voldoende toezicht.
Oudere kinderen mogen het apparaat alleen gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten bedienen. Ze moeten zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bediening.
Laat kinderen niet met het apparaat spelen.
Het apparaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nog enige tijd nadat het apparaat is uitgeschakeld. Houd kinderen op een afstand, totdat het apparaat voldoende is afgekoeld en er geen verbrandingsgevaar meer bestaat.
Bewaar geen voorwerpen die voor kinderen interessant zijn in kastjes boven of achter het apparaat. De kinderen klimmen anders misschien op het apparaat en kunnen zich er dan aan branden.
Kinderen kunnen ook verbrandingen oplopen als zij pannen van het apparaat trekken. Bij de vakhandelaar is een speciaal rek verkrijgbaar dat ervoor zorgt dat kinderen niet meer bij het apparaat kunnen komen.
Verpakkingsmateriaal (zoals folies en piepschuim) kan gevaarlijk zijn voor kinderen. Verstikkingsgevaar! Bewaar het verpakkingsmateriaal dan ook buiten het bereik van kinderen en zorg dat het zo snel mogelijk wordt afgevoerd.
Als u het apparaat afdankt, trek dan de stekker uit het stopcontact. Maak de stekker en de aansluitkabel onbruikbaar. U voorkomt daarmee dat het apparaat gevaar oplevert, bijvoorbeeld voor spelende kinderen.
Het voorkomen van schade aan het apparaat
Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs een licht voorwerp, zoals een zoutvaatje, kan scheuren of barsten veroorzaken als het verkeerd terechtkomt.
Gebruik geen pannen of schalen met een niet gepolijste bodem (bijvoorbeeld gietijzer) of met een scherpe bodemrand. Daardoor ontstaan krassen die niet meer te verwijderen zijn. Ook zandkorrels kunnen krassen veroorzaken.
Voorkom dat suiker in vaste of vloeibare vorm, kunststof en aluminiumfolie op hete kookzones terecht-komen. Deze stoffen smelten, kleven vast en kunnen bij afkoeling scheuren, barsten en andere beschadigingen aan de keramische plaat veroorzaken. Komt per ongeluk toch iets op een hete kookzone terecht, vermeng de suikerhou-dende stoffen dan onmiddellijk met water. Schakel vervolgens de kookzone uit en verwijder de resten met een schraper, zolang de plaat nog heet is. Let op dat u daarbij uw handen niet brandt. Reinig de plaat verder als deze is afgekoeld. Gebruik daarvoor een speciaal reinigingsmiddel voor kookplaten.
Reinig het apparaat nooit met een stoomreiniger. De stoom kan in aanraking komen met onder spanning staande delen en kortsluiting veroorzaken. Door de stoom kunnen ook het oppervlak en onderdelen van het apparaat blijvend beschadigd raken, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld.
Zet geen hete pannen of schalen op of in de buurt van het bedie-ningspaneel. Hierdoor kunnen de elektronische onderdelen onder het paneel beschadigd raken.
Bevindt zich onder het apparaat een lade, zorg dan voor voldoende afstand tussen de inhoud van de lade en de onderkant van het apparaat, anders is de ventilatie van de kookplaat niet gewaarborgd.
Het voorkomen van brandwon- den
Wanneer u de kookzones gebruikt, worden deze zeer heet. Ook na het uitschakelen blijven ze dat nog enige tijd. De restwarmte-indicator geeft aan of een kookzone nog heet is.
Trek altijd ovenwanten aan of gebruik pannenlappen als u met het hete apparaat werkt. De ovenwanten of pannenlappen mogen niet nat of vochtig zijn, omdat ze de warmte dan beter geleiden. U kunt zich branden!
Verwarm geen dichte blikken en dergelijke op de kookzones, anders ontstaat er overdruk waardoor de blikken uiteenspatten en u zich kunt verwonden.
Gebruik het apparaat niet als werkblad. Leg er vooral geen metalen voorwerpen op. Als het apparaat per ongeluk wordt ingeschakeld of als het nog heet is, kunnen deze voorwerpen - afhankelijk van het materiaal - heet worden, smelten of vlam vatten.
Dek het apparaat nooit af met een doek of iets dergelijks. Als het apparaat nog heet is, bestaat er brandgevaar.
Houd het apparaat goed in de gaten wanneer u met olie of vetten werkt. Oververhit vet en oververhitte olie kunnen vlam vatten. Daarbij kan ook de afzuigkap in brand raken. Brandgevaar!
Mocht het vet of de olie toch een keer vlam vatten, gebruik dan nooit water voor het blussen! Doof de vlammen met een geschikte deksel, een vochtige doek of iets dergelijks.
Flambeer nooit onder een afzuigkap. Door de vlammen kan de afzuigkap in brand vliegen.
Als het apparaat defect is
Wanneer u een defect aan het apparaat constateert, schakel dan eerst het apparaat uit en daarna de hoofdschakelaar van de huisinstallatie. Draai smeltveiligheden er volledig uit. Is het apparaat niet ingebouwd en heeft het geen vaste aansluiting, trek dan ook de aansluitkabel uit het stopcontact. Pak de aansluitkabel bij de stekker vast.
Bel nu de afdeling Klantcontacten. Zorg ervoor dat de hoofdschakelaar niet weer wordt ingeschakeld en dat er geen spanning op het apparaat komt, totdat het defect is verholpen.
Houdt u er rekening mee dat ook bij scheuren en barsten in het apparaat sprake is van een defect. U kunt dan een elektrische schok krijgen!
Reparaties mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd. Bij ondeskundig uitgevoerde reparaties loopt de gebruiker grote risico's en kan het apparaat beschadigd raken. Open nooit de ommanteling van het apparaat.
Als dit apparaat binnen de garantieperiode defect raakt, mag het alleen door Miele Nederland worden gerepareerd, anders vervalt de garantie.
Het voorkomen van andere ge- varen
Personen met een pacemaker dienen er rekening mee te houden dat in de directe omgeving van het ingeschakelde apparaat een elektromagnetisch veld ontstaat dat de werking van de pacemaker nadelig kan beïnvloeden. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant van de pacemaker of met uw arts.
Zet pannen altijd midden op een kookzone. Zo voorkomt u onnodige blootstelling aan het elektromagnetische veld.
Als u een stopcontact in de buurt van het apparaat gebruikt, let er dan op dat aansluitkabels van andere apparaten niet in aanraking komen met hete kookzones. De isolatie van de ka- bels kan beschadigd raken, waardoor u een elektrische schok kunt krijgen.
Zorg ervoor dat gerechten altijd voldoende worden verhit. Eventuele bacteriën in het eten worden alleen gedood, wanneer de temperatuur hoog genoeg is (> 70 °C) en lang genoeg wordt aangehouden (> 10 min.).
Gebruik geen serviesgoed van kunststof of aluminiumfolie, want dat smelt bij hoge temperaturen. Brandgevaar!
Houd magnetiseerbare voor- werpen, zoals creditcards, disket- tes en rekenmachines, uit de buurt van de ingeschakelde kookplaat, anders kan de werking van deze voorwerpen worden beïnvloed.
Wanneer zich onder het apparaat een schuiflade bevindt, zonder tussenbodem, mogen daarin geen licht ontvlambare stoffen of brandbare voorwerpen zoals spuitbussen worden bewaard. Een eventuele bestekbak moet van hittebestendig materiaal zijn.
Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpakkingsmateriaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belasting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling. Hergebruik van het verpakkingsmateriaal remt de afvalproductie en het gebruik van grondstoffen. Vaak neemt de leverancier de verpakking terug. Als u de verpakking zelf wegdoet, informeer dan bij de reini-gingsdienst van uw gemeente waar u die kunt afgeven.
Het afdanken van het apparaat
Oude elektrische en elektronische apparaten bevatten vaak nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die voor het functioneren en de veiligheid van het apparaat nodig waren. Als u het apparaat bij het gewone afval doet of bij verkeerde behandeling kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu. Verwijder het afgedankte apparaat dan ook nooit met het gewone afval.

Lever het apparaat in bij een gemeentelijk inzameldepot voor elektrische en elektronische apparatuur.
Het afgedankte apparaat moet tot die tijd buiten het bereik van kinderen worden opgeslagen. Hierover vindt u meer informatie in het hoofdstuk "Veiligheids-instructies en waarschuwingen".
Informatie vooraf
Bij het apparaat wordt een tweede typeplaatje geleverd. Plak dit typeplaatje op de aangegeven plaats achter in uw gebruiksaanwijzing.
Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig en geef deze door aan een eventuele volgende eigenaar van het apparaat.
Reiniging voor het eerste gebruik
Wij raden u aan het apparaat met een vochtige doek te reinigen en daarna weer droog te wrijven, voordat u het voor het eerst gebruikt.
Gebruik voor het reinigen van de keramische plaat geen afwasmiddel, omdat daardoor blijvende blauwe vlekken kunnen ontstaan.
De metalen delen van het apparaat zijn voorzien van een speciaal beschermlaagje, waardoor bij het eerste gebruik geurtjes kunnen ontstaan. Wanneer er geurtjes en damp vrijkomen, betekent dat niet dat het apparaat defect is of verkeerd is aangesloten. Ze verdwijnen na korte tijd.
Principe
Onder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Als u een kookzone in-schakelt, genereert deze spoel een magneetveld waardoor de bodem van de pan heet wordt. De kookzone zelf wordt alleen indirect verwarmd door de stralingswarmte van de pan.
Een inductiekookzone reageert alleen op pannen met een magnetiseerbare bodem (zie de rubriek "De juiste pannen"). Andere pannen worden niet heet.
Bij inductie wordt automatisch rekening gehouden met de grootte van de gebruikte pan. Het inductiesysteem werkt alleen op het gedeelte dat door de panbodem wordt bedekt.
De kookzone functioneert niet,
- als u deze zonder pan of met een ongeschikte pan (met niet magnetiseerbare bodem) inschakelt.
- als de bodemdiameter van de pan te klein is.
- als u de pan van een ingeschakelde kookzone haalt.
In dat geval verschijnen in het display van de betreffende kookzone afwisselend het symbool en een dan wel de ingestelde vermogensstand.
Als u binnen 3 minuten een geschikte pan op de kookzone zet, verdwijnt het symbool en kunt u gewoon doorgaan.
Als u geen (geschikte) pan op de kookzone zet, wordt de kookzone c.q. de kookplaat na 3 minuten automatisch uitgeschakeld.
Inductie reageert op magnetiseerbare, metalen voorwerpen. Gebruik de kookplaat dan ook niet als werkblad en controleer na elk gebruik of u de kookzone uitgeschakeld heeft.
Inductiegeluiden
Bij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookgerei allerlei geluiden ontstaan. De geluiden zijn afhankelijk van het materiaal en de constructie van de bodem van het kookgerei.
- Op een hoge vermogensstand kan het apparaat een bromgeluid veroorzaken. Dit geluid neemt af of verdwijnt, wanneer een lagere vermogensstand wordt ingesteld.
- Bij pannen met een bodem die uit verschillende materialen bestaat (bij -voorbeeld een sandwichbodem) kan een knetterend geluid optreden.
- Er kan een fluitend geluid ontstaan als de met elkaar verbonden kookzones (zie de rubriek "Boosterfunctie") tegelijk op de hoogste vermogensstand zijn ingeschakeld en op de kookzones pannen staan met een bodem die uit verschillende materialen bestaat (bijvoorbeeld een sandwichbodem).
- Vooral bij lage vermogensstanden kunnen bij elektronische schakelingen klikgeluiden optreden.
Om de levensduur van de elektronica te vergroten, is het apparaat voorzien van een ventilator. Als u het apparaat intensief gebruikt, wordt de ventilator ingeschakeld en hoort u een zoemend geluid. Ook nadat u het apparaat heeft uitgeschakeld, kan de ventilator nog doorlopen.
De juiste pannen
Let op!
Geschikt zijn pannen van:
- roestvrij staal met een magnetiseerbare bodem
- geëmailleerd staal
- gietijzer
Niet geschikt zijn pannen van:
- roestvrij staal met een niet magnetiseerbare bodem
- aluminium of koper
- glas/keramiek, aardewerk
Als u niet zeker weet of een pan geschikt is voor inductie, kunt u een magneet tegen de panbodem houden. Blijft de magneet hangen, dan is de pan geschikt.
Houdt u er rekening mee dat de eigenschappen van de panbodem het bereidingsresultaat beïnvloeden.
Gebruik geen pannen met een te dunne bodem. Verhit pannen nooit leeg, tenzij de fabrikant van het kookgerei een dergelijk gebruik uit-drukkelijk toestaat. De kookplaat kan anders beschadigd raken!
Pannenformaat
Om optimaal gebruik te maken van een kookzone moet u het formaat van de pan zo kiezen dat de pan tussen de binnenste en de buitenste markering van de kookzone past. Is de pan kleiner dan de binnenste markering, dan kan het voorkomen dat de inductiespoel niet reageert. De kookzone reageert dan alsof er geen pan op staat.
Houdt u er rekening mee dat pannenfabrikanten vaak de doorsnede aan de bovenkant vermelden. Van belang is echter alleen de (meestal kleinere) bodemdoorsnede.
Tip om energie te besparen
Kook bij voorkeur met een deksel op de pan. Op die manier voorkomt u dat er onnodig warmte ontsnapt.

zonder deksel met deksel
Sensortoetsen
Het bedieningspaneel van uw kera-mische kookplaat is voorzien van elek-tronische sensortoetsen. Deze reage-ren op vingercontact. U kunt de kook-zones bedienen door met uw vinger de juiste toetsen aan te tippen. De kook-plaat reageert daarop telkens met een akoestisch signaal.
Houd het bedieningspaneel altijd vrij en schoon, anders reageren de toetsen niet of u activeert onbedoeld functies. Ook kan de kookplaat dan automatisch worden uitgeschakeld (zie de rubriek "Automatische uitschakeling"). Zet nooit hete pannen op het bedieningspaneel om beschadiging van de elektronische onderdelen te voorkomen.
Inschakelen
Om de kookzones te kunnen gebruiken, moet u eerst de kookplaat inschakelen.
Zo schakelt u de kookplaat in:
■ Druk op de Aan/Uit-toets ①.
In de displays van alle kookzones verschijnt een 0. Voert u daarna geen waarden in, dan wordt de kookplaat om veiligheidsredenen na enkele seconden weer uitgeschakeld.
Zo schakelt u een kookzone in:
■ Tip de sensortoets van de gewenste kookzone aan.
De 0 in het display van die kookzone begint te knipperen.
■ Zolang de 0 knippert, kunt u met de toetsen - of + een vermogensstand kiezen tussen 1 en 9.
Als u daarbij met - begint, kiest u koken met aankookautomaat. Als u met + begint, kiest u koken zonder aan-kookautomaat (zie de rubriek "Aankookautomaat").
De gekozen vermogensstand knippert gedurende enige seconden en brandt daarna constant.
Wilt u een ingestelde vermogensstand veranderen, tip dan eerst de toets van de betreffende kookzone aan. Daarna kunt u met de - of + de vermogens-stand wijzigen.
Tabel vermogensstanden
| Bereidingsproces Vermogensstand* | |
| Boter smeltenGelatine oplossen | 1 - 2 |
| Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmenGerechten warmhouden die snel aankoekenRijst wellenGroente ontdooien (in een blok) | 3 |
| Gerechten verwarmen die veel vocht bevattenGebonden saus of roomsaus maken, bijv. witte-wijnsaus of sauce hollandaiseRijstepap, havermoutpap makenOmelet, eieren zonder korstje bakkenFruit blancheren | 4 |
| Diepvriesproducten ontdooienGroente, vis stovenGraan wellen | 5 |
| Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechtenDeegwaren wellen | 6 |
| Vis, schnitzel, braadworst, eieren behoedzaam bakken (zonder oververhitting van het vet) | 7 |
| Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 8 | |
| Grote hoeveelheden water kokenAankoken | 9 |
* De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen en hebben betrekking op normale porties voor 4 personen. Stel een hogere stand in als u hoge pannen gebruikt, zonder deksel kookt of grote hoeveelheden bereidt. Kies een lagere stand, als u kleinere hoeveelheden bereidt.
Aankookautomaat
Als de aankookautomaat geactiveerd is, wordt de betreffende kookzone een bepaalde tijd op het hoogste vermogen ingeschakeld. Daarna wordt naar de doorkookstand teruggeschakeld. De aankooktijd hangt af van de ingestelde doorkookstand (zie tabel).
Wordt tijdens de aankooktijd de pan van de kookzone gehaald, dan wordt de aankookautomaat uitgeschakeld. De functie wordt weer geactiveerd als u de pan binnen 3 minuten terugzet.
| Doorkookstand Aankooktijd in minuten en se- conden (ca.) | |
| 10:15 | |
| 20:15 | |
| 30:25 | |
| 40:50 | |
| 52:00 | |
| 65:50 | |
| 72:50 | |
| 82:50 | |
| 9 | - |
Het activeren van de aankookautomaat:
■ Als in het display van de kookzone een 0 knippert, drukt u op de toets - totdat de gewenste doorkookstand verschijnt, bijvoorbeeld 6.
Gedurende de aankooktijd brandt er een controlelampje (een punt) rechts naast de doorkookstand. Daarna dooft dit lampje.
Gedurende de aankooktijd kunt u de doorkookstand met de toets + of - verhogen of verlagen. De aankooktijd verandert dan.
Boosterfunctie
Alle kookzones hebben een booster- functie waarmee een extra hoog vermogen kan worden geleverd. Is de booster ingeschakeld, dan werken de kookzones 10 minuten met een verhoogd vermogen op vermogensstand 9. Met deze functie kunt u bijvoorbeeld grote hoeveelheden water snel verhitten. U kunt maximaal twee boosters tegelijk gebruiken.
Wordt tijdens de boostertijd de pan van de kookzone gehaald, dan wordt de boosterfunctie uitgeschakeld. De functie wordt weer geactiveerd als u de pan binnen 3 minuten terugzet.
Om het vermogen voor de booster te kunnen leveren, moet het systeem gedurende de boostertijd aan een andere kookzone een deel van het vermogen onttrekken. Hiervoor zijn steeds twee kookzones met elkaar verbonden zoals op de afbeelding is aangegeven:

Het inschakelen van de booster heeft tot gevolg dat:
- een eventueel ingestelde aankookautomaat bij de verbonden kookzones wordt uitgeschakeld.
- bij de verbonden kookzone eventueel de vermogensstand wordt verlaagd.
Zo schakelt u de booster in:
■ Tip de sensortoets van de betreffende kookzone aan.
■ Tip de toets B aan.
In het display van de kookzone begint een P te knipperen en het controle lampje van de booster licht op.
Na enkele seconden brandt de P constant en dooft het controlelampje.
Na 10 minuten wordt automatisch naar vermogensstand 9 teruggeschakeld.
Zo schakelt u de booster uit:
■ Tip de sensortoets van de betreffende kookzone aan.
■ Tip de toets B of de toets - van de betreffende kookzone aan.
Als u eerst een vermogensstand kiest en dan de booster inschakelt, wordt bij voortijdig uitschakelen of bij het einde van de boostertijd automatisch naar de eerder ingestelde vermogensstand te-ruggeschakeld.
Uitschakelen en restwarmte-indicatie
Zo schakelt u een kookzone uit:
■ Tip 2 keer de sensortoets van de betreffende kookzone aan.
In het kookzonedisplay knippert gedurende enkele seconden een 0. Is de kookzone nog heet, dan wordt kort daarna de restwarmte aangegeven.


Zo schakelt u de kookplaat uit:
■ Druk op de Aan/Uit-toets ①.
Nu zijn alle kookzones uitgeschakeld. In de displays van de kookzones die nog heet zijn, wordt de restwarmte aangegeven.
De streepjes van de restwarmte-indicatie verdwijnen één voor één als de kookzone afkoelt. Het laatste streepje verdwijnt als de kookzo- ne zover is afgekoeld dat u deze zon- der gevaar kunt aanraken.
De restwarmte-indicatoren reageren ook als u heet kookgerei op een uitgeschakelde kookzone zet.
Raak de kookzones niet aan zolang de restwarmte-indicatoren branden. Leg er ook geen hittegevoelige voor-werpen op. U kunt zich branden en er bestaat brandgevaar!
Vergrendeling
Om te voorkomen dat de kookplaat of kookzones per ongeluk worden ingeschakeld of instellingen worden gewijzigd, is dit apparaat voorzien van een vergrendeling.
U kunt de vergrendeling activeren als de kookplaat is uitgeschakeld, maar ook als het apparaat in gebruik is.
Als u de vergrendeling activeert als de kookplaat uitgeschakeld is, kan deze niet meer worden ingeschakeld.
Als u de vergrendeling activeert als de kookplaat in gebruik is, kan deze alleen nog beperkt worden bediend:
- De vermogensstanden van de kookzones kunnen niet worden gewijzigd.
- De kookzones en de kookplaat kunnen wel worden uitgeschakeld, maar daarna niet weer worden ingeschakeld.
U activeert de vergrendeling als volgt. Druk tegelijk op de sensortoetsen - en + en houd deze toetsen ingedrukt, totdat u een signaal hoort.
Als de kookplaat vergrendeld is, is het akoestische signaal bij bediening van een toets iets langer dan het normale akoestische signaal.
U deactiveert de vergrendeling als volgt. Druk tegelijk op de sensor-toetsen - en + en houd deze toetsen ingedrukt, totdat u een signaal hoort.
Houdt u er rekening mee dat de vergrendeling bij een stroomstoring wordt uitgeschakeld.
Automatische uitschakeling
... als een kookzone te lang aanstaat
De kookplaat heeft een beveiliging die het apparaat automatisch uitschakelt als u vergeet het uit te zetten.
Is een kookzone langdurig ingeschakeld geweest (zie tabel), zonder dat de vermogensstand gewijzigd is, dan wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld. In het display verschijnt de restwarmte-indicator.
| Vermogensstand | Maximale bedrijfsduur in uren |
| 1 | 10 |
| 2 | 10 |
| 3 | 5 |
| 4 | 4 |
| 5 | 3 |
| 6 | 3 |
| 7 | 2 |
| 8 | 2 |
| 9 | 1 |
■ Als u een kookzone weer wilt inschakelen, doet u dat zoals gebruikelijk.
... als er iets op het bedieningspaneel ligt
Als overgekookte gerechten of voor-werpen langer dan 10 seconden op één of meer toetsen liggen, wordt de kookplaat automatisch uitgeschakeld. In de displays van de nog hete kookzo- nes verschijnt de restwarmte-indicator.
■ Reinig het bedieningspaneel c.q. verwijder de voorwerpen.
■ Schakel de kookplaat weer in met de Aan/Uit-toets ①. U kunt het apparaat daarna weer in gebruik nemen.
Oververhittingsbeveiliging
Alle inductiespoelen en het koellichaam van de elektronica zijn voorzien van een oververhittingsbeveiliging. Voordat de inductiespoelen of het koellichaam oververhit raken, zorgt de oververhittingsbeveiliging bij de betreffende kookzone of de kookplaat voor een van de volgende reacties:
- Een ingeschakelde booster wordt uitgeschakeld.
- De ingestelde vermogensstand wordt verlaagd.
- Betreft het een inductiespoel, dan wordt de betreffende kookzone automatisch uitgeschakeld.
Zodra de kookzone voldoende is afgekoeld, kunt u deze gewoon weer in gebruik nemen.
- Betreft het het koellichaam, dan worden de kookzones automatisch uitgeschakeld.
Zodra het koellichaam voldoende is afgekoeld, kunt u de kookzones gewoon weer in gebruik nemen.
De oververhittingsbeveiliging reageert, wanneer
- leeg kookgerei verhit wordt.
- vet of olie op een hoge vermogensstand verhit wordt.
- de onderkant van het apparaat niet voldoende geventileerd wordt.
Reageert de oververhittingsbeveiliging opnieuw nadat de oorzaak is weggenomen, neem dan contact op met de afdeling Klantcontacten.
Gebruik nooit een stoomreiniger voor het reinigen van dit apparaat. De stoom kan in aanraking komen met onder spanning staande delen en zo een kortsluiting veroorzaken. Bovendien kunnen door de stoom het oppervlak en onderdelen van het apparaat blijvend beschadigd raken, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld.
Gebruik geen puntige voorwerpen, zodat de dichtingen tussen de keramische plaat en de lijst dan wel tussen lijst en werkblad niet beschadigd raken.
Gebruik nooit zand-, soda-/alkali-, zuur- of chloridehoudende reinigingsmiddelen, dan wel ovenspray, reinigingsmiddelen voor vaatwassers, staalwol, ruwe sponzen of harde borstels. Gebruik ook geen sponzen of andere hulpmiddelen die nog resten schuurmiddel bevatten. Deze tasten het oppervlak aan.
Gebruik voor het reinigen van de keramische plaat geen afwasmiddel, omdat daardoor blijvende blauwe vlekken kunnen ontstaan.
Als u een speciaal reinigingsmiddel voor keramische platen gebruikt, houdt u zich dan aan de aanwijzingen van de fabrikant.
Wis de kookzones vervolgens met een vochtige doek af. Er mogen geen resten reinigingsmiddel op de plaat achterblijven, omdat deze de kookplaat kunnen aantasten.
Om te voorkomen dat verontreini- gingen inbranden, moet u deze zo snel mogelijk verwijderen. Zorg dat ook de bodem van een te gebruiken pan of schaal schoon, vetvrij en droog is.
Wrijf het apparaat na elke vochtige reiniging droog. Zo voorkomt u kalkafzetting.
Reinig het apparaat regelmatig, bij voorkeur na elk gebruik. Laat de kookplaat eerst voldoende afkoelen.
Verwijder alle grove verontreinigingen met een vochtige doek. Vastgekoekte verontreinigingen verwijdert u met een glasschraper.
Reinig de plaat vervolgens grondig met een speciaal reinigingsmiddel voor keramische platen en met keukenpapier of een schone doek. Ook kalkresten (van overgekookt water) en aluminiumvlekken worden zo verwijderd.
Wis het oppervlak daarna met een vochtige doek af en wrijf de plaat weer droog.
Eventueel kunt u een speciaal middel gebruiken dat een water- en vuilafstotend laagje vormt.
Komt suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof of aluminiumfolie op een hete kookzone terecht, vermeng de suikerhoudende stoffen dan onmiddellijk met water. Schakel vervolgens de kookzone uit en verwijder de resten met een schraper, zolang de plaat nog heet is. Let op dat u daarbij uw handen niet brandt. Reinig de plaat verder als deze is afgekoeld. Ga daarbij te werk zoals in het voorgaande is beschreven.
Bij apparaten met een aluminium lijst (zie typeplaatje) is de lijst kras-, alkali- en zuurgevoelig. Ga bij het reinigen dan ook behoedzaam te werk. Gebruik beslist geen reinigingsmiddelen voor roestvrij staal of kalkoplossende mid- delen. Verwijder verontreinigingen op het aluminium meteen, omdat het mate- riaal aangetast wordt als verontreini- gingen lang inwerken. Bij intensief ge- bruik van speciale reinigingsmiddelen voor keramische platen kan de lijst na verloop van tijd gaan glanzen.
U kunt de programmering van uw apparaat veranderen.
■ Druk (terwijl de kookplaat is uitgeschakeld) tegelijk op de Aan/Uit-toets van de kookplaat ① en de toets voor de booster B. Houd de toetsen ingedrukt, totdat in het kookzonedisplay de letters P (programma) en 5 (status) verschijnen, alsmede cijfers. Deze combinaties geven de actuele instellingen aan.
Programma instellen:
■ Druk op de toets van de kookzone links voor.
Het bijbehorende cijfer begint te knipperen.
■ Kies met de toets + of - het gewenste programma.
Status instellen:
■ Druk op de toets van de kookzone rechts voor.
Het bijbehorende cijfer begint te knipperen.
■ Kies met de toets + of - de gewenste status.
Om de nieuwe instellingen op te slaan, drukt u op de toets B totdat de weergaven verdwijnen.
Wilt u de veranderingen niet opslaan, houd de Aan/Uit-toets dan ingedrukt totdat de weergaven verdwijnen.
| Programma Status* Instelling | ||
| P 0 Demo-stand en fabrieksinstel-lingen | S 0 Demo-stand aanS 1 Demo-stand uitS 9 Fabrieksinstellingen herstel -len | |
| P 1 Akoestisch signaal bij bediening sensortoetsen | S 0 Uits 1 | Aan |
* De fabrieksinstellingen zijn vet gedrukt.
Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties leveren gevaar op voor de gebruiker.
Wat moet u doen als ...
... de kookplaat respectievelijk de kookzones niet kunnen worden ingeschakeld?
Controleer of
– de pannen geschikt zijn.
– de vergrendeling geactiveerd is. Is dat het geval, hef deze dan op (zie de rubriek "Vergrendeling").
- de zekering van de huisinstallatie doorgeslagen is.
Is het probleem dan nog niet opgelost, haal dan ca. 1 minuut de elektrische spanning van het apparaat en wel als volgt:
- Schakel de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uit c.q. draai de desbetreffende stop eruit of
- schakel de aardlekschakelaar uit.
Nadat de zekering, de hoofd- of de aardlekschakelaar weer is ingeschakeld, kunt u het apparaat weer normaal gebruiken. Waarschuw een elektricien of Miele Nederland als u de storing niet zelf kunt verhelpen.
... de kookplaat kan worden ingeschakeld en instellingen mogelijk zijn, maar de kookzones niet heet worden?
Controleer of het apparaat in de demo-stand staat (zie het hoofdstuk "Programmering").
... in het display van een kookzone een ÷ verschijnt?
Controleer of
- een lege kookzone per ongeluk is ingeschakeld.
- op de betreffende kookzone een pan staat die geschikt is voor inductie en die voldoende groot is (zie de rubriek "De juiste pannen").
... een kookzone of de hele kookplaat tijdens het gebruik automatisch wordt uitgeschakeld?
De automatische uitschakeling of de oververhittingsbeveiliging is geactiveerd (zie de rubrieken "Automatische uitschakeling" en "Oververhittingsbeveiliging").
... een van de volgende storingen optreedt:
- De boosterfunctie wordt te vroeg uitgeschakeld.
- De ingestelde vermogensstand wordt verlaagd.
De oververhittingsbeveiliging is geactiveerd (zie de rubriek "Oververhittingsbeveiliging").
... de inhoud van een pan niet of nauwelijks begint te koken, hoewel u de aankookautomaat heeft ingeschakeld?
De oorzaak kan zijn dat
- grote hoeveelheden worden verhit.
– de pan de warmte niet goed geleidt.
Kies de volgende keer een hogere doorkookstand of stel eerst de hoogste vermogensstand in en schakel daarna handmatig terug naar een lagere stand.
... de ventilator na het uitschakelen doorwerkt?
Dit is geen storing! De ventilator draait door totdat het apparaat is afgekoeld en wordt dan automatisch uitgeschakeld.
Klantcontacten
Voor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u
- uw Miele-vakhandelaar of
– de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.
De gegevens van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.
Voor een goede en vlotte afhandeling moet de afdeling Klantcontacten weten welk type apparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje.
Miele-Service-Verzekering-Certificaat
Voor informatie over het Miele-Service-Verzekering-Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgaande folder raadplegen.
Typeplaatje
Plak hier het bijgevoegde typeplaatje. Controleer of de gegevens op het typeplaatje overeenkomen met de gegevens op het titelblad van deze gebruiksaanwijzing.
Veiligheidsinstructies voor het inbouwen
Om te voorkomen dat het apparaat beschadigd raakt, moet het pas na de montage van de bovenkastjes en de afzuigkap worden ingebouwd.
De lijsten en randen van het werkblad moeten met een hittebestendige lijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat ze niet loslaten of vervormen. Ook de wandafdichtstrip moet hittebestendig zijn.
Dit apparaat mag uitsluitend door een vakman op een niet-stationaire locatie (bijvoorbeeld een boot of camper) worden ingebouwd en aangesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan.
Het is niet toegestaan de kookplaat boven koelapparatuur, afwas-, was- en droogautomaten in te bouwen.
Deze kookplaat mag niet boven een oven of fornuis zonder ventilator worden ingebouwd die voor de koeling van het betreffende apparaat dient.
De aansluitkabel van de kookplaat mag na het inbouwen niet in aanraking komen met de bodemplaat van het apparaat en niet worden blootgesteld aan mechanische belastingen.
Als zich onder het ingebouwde apparaat een tussenbodem bevindt, moet de minimale afstand vanaf de bovenkant van het werkblad 150 mm bedragen, zodat de ventilatie van het apparaat gewaarborgd is.
De op de volgende bladzijden aangegeven veiligheidsafstanden dienen nauwkeurig te worden aangehouden.
Gebruik geen voegenkit en soortgelijke producten, tenzij dat uitdrukkelijk vermeld staat. De dichting van het apparaat is toereikend als af-dichting tussen kookplaat en werkblad (zie ook de rubriek "Dichting").
Alle maten zijn in mm aangegeven.
Veiligheidsafstand boven het apparaat

Tussen het apparaat en een erboven gemonteerde afzuigkap dient u de veiligheidsafstand aan te houden die door de fabrikant is aangegeven. Is deze informatie niet beschikbaar, bijvoorbeeld bij een keukenplank, dan moet de af-stand bij licht ontvlambare materialen ten minste 760 mm bedragen.
Als in de gebruiksaanwijzing of montagehandleiding van verschillende apparaten (bijvoorbeeld een wokbrander of een elektrische kookplaat) verschillende veiligheidsafstanden worden genoemd voor plaatsing onder een afzuigkap, kies dan de grootste afstand.
Veiligheidsafstanden zijkant
De apparaten mogen slechts aan één zijkant en aan de achterkant aansluiten op meubels of wanden die hoger zijn dan de apparaten zelf (zie de afbeeldingen).
Houd minimaal de volgende veiligheidsafstanden aan:
- 50 mm rechts of links van de uitsparing ten opzichte van een ernaast geplaatst meubelstuk (bijvoorbeeld een hoge kast).
- 50 mm tussen de uitsparing en de achterwand.

Toegestaan maar niet aan te bevelen!
Veiligheidsafstand bij een beklede nis
Tussen de nisbekleding en de rand van de uitsparing in het werkblad dient een minimale afstand te worden aangehouden van 50 mm.
Deze afstand is alleen nodig als het materiaal van de nisbekleding van hout of ander brandbaar materiaal is. Bij onbrandbaar materiaal (metaal, keramische tegels en dergelijke) kan de afstand worden verkleind met de dikte van de nisbekleding (voor zover praktisch realiseerbaar). Bij te hoge temperaturen kunnen materialen beschadigd raken.
Kookplaten zonder randlijst Kookplaten met randlijst/facetrand


① Wand
② Nisbekleding
③ Wandafdichtstrip
④ Werkblad
⑤ Uitsparing in het werkblad
⑥ Minimale afstand 50 mm
Afmetingen

① Voorkant
② Inbouwhoogte
③ Aansluitkabel, L= 1440 mm
Voorbereiding werkblad
■ Maak een uitsparing in het werkblad volgens de maatschets.
Houd een afstand aan van minimaal 50 mm tussen de kookplaat en de achterwand. Tussen de kookplaat en een eventueel aanwezige zijwand (rechts of links) moet eveneens minimaal 50 mm worden vrijgelaten. Zie ook de rubriek "Veiligheidsinstructies voor het inbouwen".
■ De snijvlakken van houten werkbladen moeten met speciale lak, siliconenkit of giethars worden afgewerkt om te voorkomen dat het werkblad door vocht wordt aangetast. De gebruikte materialen moeten hittebestendig zijn.
Wordt bij het inbouwen geconstateerd dat de randafdichting bij de hoeken niet goed op het werkblad aansluit, dan kan de hoekradius (≤ R4) voorzichtig met een decoupeerzaag worden nabewerkt.
De speciale afdichttape zorgt ervoor dat de kookplaat stevig in de uitsparing ligt en niet verschuift. De spleet tussen de rand en het werkblad zal na verloop van tijd kleiner worden.
Kookplaat bevestigen
■ Leid de aansluitkabel van de kookplaat door de uitsparing naar beneden.
■ Leg de kookplaat midden in de uit-sparing. De dichting van de kook-plaat moet goed op het werkblad aansluiten. Alleen dan is een correcte afdichting gewaarborgd. Gebruik geen voegenkit.
■ Sluit de kookplaat aan.
■ Controleer of het apparaat goed functioneert.
Dichting Gebruik geen voegenkit, tenzij dat uit

drukkelijk vermeld staat. De dichting onder de rand van het apparaat is toereikend als afdichting tussen kookplaat en werkblad.
Gebruik nooit kit tussen de lijst van het apparaat en het werkblad! Anders kan het apparaat later - voor servicedoeleinden - alleen nog met moeite uit het werkblad worden gehaald. Lijst en werkblad kunnen daarbij beschadigd raken.
Elektrische aansluiting
Dit apparaat mag uitsluitend door een erkend elektricien op het elektriciteits-net worden aangesloten. Deze is op de hoogte van de landelijke voorschriften en de voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf en neemt ze zorgvuldig in acht.
De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade als gevolg van ondeskundig inbouwen of door een verkeerde aansluiting.
De fabrikant kan bovendien niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijvoorbeeld een elektrische schok).
Na inbouw moet zijn gewaarborgd dat onder spanning staande delen niet kunnen worden aangeraakt.
Aansluitwaarde:
Zie het typeplaatje.
Aansluiting op:
Voordat u het apparaat aansluit, dient u de aansluitgegevens (spanning en frequentie) op het typeplaatje te vergelijken met de waarden van het elektrici- teitsnet. Deze gegevens moeten beslist overeenkomen.
Elektrische aansluiting:
AC 230 V / 50 Hz
Zekering: 16 A
Voor de aansluitmogelijkheden zie het aansluitschema.
Aardlekschakelaar
Om extra veiligheid te kunnen garanderen, wordt in de EU-voorschriften en richtlijnen voor Nederland geadviseerd de huisinstallatie van een aardlekschakelaar (30 mA) te voorzien.
Bij een beveiliging ≤ 100 mA kan het voorkomen dat de aardlekschakelaar reageert, als het apparaat wordt ingeschakeld, nadat het enige tijd niet gebruikt is.
Scheidingssysteem
Het apparaat moet via een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen worden losgekoppeld. De contactopening in uitgeschakelde toestand moet ten minste 3 mm bedragen! Geschikte schakelaars zijn overbelastings- en aardlekschakelaars.
Spanningsvrij maken
Moet het apparaat spanningsvrij worden gemaakt, ga dan, afhankelijk van de situatie, als volgt te werk:
– Bij zekeringen:
Draai de zekering los en haal deze uit de houder.
- Bij een zekeringsautomaat:
Druk op de testknop (rood) totdat de middelste knop (zwart) eruit-springt.
- Bij een inbouwzekeringsautomaat:
(zelfuitschakelaar, min. type B of C) Zet de tuimelschakelaar van 1 (Aan) op 0 (Uit).
- Bij een aardlekschakelaar:
Zet de hoofdschakelaar van 1 (Aan) op 0 (Uit) of druk op de testknop.
Zorg dat de netspanning niet per ongeluk weer kan worden ingeschakeld.
Aansluitkabel
De leidingen moeten volgens het aan-sluitschema worden aangesloten. De leidingen dienen van het type H 05 VV-F (PVC-isolatie) of H 05 RR-F (rubberen isolatie) te zijn en moeten voldoende doorsnede hebben.
Voor de aansluitmogelijkheden zie het aansluitschema.
De van toepassing zijnde aansluitwaarden vindt u op het typeplaatje.
Het vervangen van de aansluitkabel
Als de aansluitkabel moet worden vervangen, houdt u dan rekening met de draaddoorsnede en de aansluitwijze.
De aarddraad moet worden vastgeschroefd aan de aansluiting met symbool ⏻.
Aansluitschema


Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.
Bovendien vindt u op de Miele-website informatie over:
- brochures en gebruiksaanwijzingen
- gebruiksadviezen en tips
- onderdelen en accessoires
- stofcassettes en reinigingsmiddelen
U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via (0347) 37 88 88
Miele Nederland B.V.
Postbus 166
4130 ED VIANEN
(0347) 37 89 11
Infocentrum Miele-inbouwapparaten:
De Limiet 2
4131 NR VIANEN
