MIELE KM 5753 - Forn

KM 5753 - Forn MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis KM 5753 MIELE in PDF-formaat.

📄 72 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice MIELE KM 5753 - page 4
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type productInductiekookplaat
MerkMiele
ModelKM 5753
Afmetingen (B x D x H)780 x 500 x 45 mm
Gewichtca. 12 kg
Aansluitwaarde7,4 kW (230 V / 50 Hz)
Zekering16 A
Aantal kookzones4 inductiezones
Vermogen kookzones (normaal/booster)Zone 1 (18-28 cm): 2400 / 3200 W
Zone 2 (10-16 cm): 1400 / 1800 W
Zone 3 (14-20 cm): 1850 / 2500 W
Zone 4 (14-20 cm): 1850 / 2500 W
BoosterfunctieJa, tot 10 minuten
AankookautomaatJa
TimerfunctiesKookwekker en automatisch uitschakelen per zone
Vergrendeling (kinderslot)Ja
Stop & GoJa, vermogen tijdelijk verlagen
Restwarmte-indicatieJa, per zone
OververhittingsbeveiligingJa
Automatische uitschakelingJa, bij langdurig gebruik of bedekte sensortoetsen
Demo-modusInstelbaar via programmering
Aantal vermogensstanden9 of 17 (instelbaar)
ReinigingGlas keramische plaat met speciale reiniger; geen stoomreiniger
OnderhoudRegelmatig reinigen, kalkresten verwijderen
InbouwInbouw in werkblad, vereist ventilatie
Veiligheidsafstand tot afzuigkapMinimaal 760 mm (of volgens fabrikant)
ReparatiesAlleen door Miele of erkend vakman
MilieuVerpakking en apparaat gescheiden afvoeren

Veelgestelde vragen - KM 5753 MIELE

Waarom wordt de kookplaat niet heet?
Controleer of de pan geschikt is voor inductie (magnetiseerbare bodem). Zet de pan midden op de zone. De kookplaat moet ingeschakeld zijn en de vergrendeling uit. Controleer ook de zekering.
Hoe activeer ik de boosterfunctie?
Druk op de B-toets van de gewenste kookzone. De zone werkt dan 10 minuten op verhoogd vermogen (stand 9). Na 10 minuten schakelt hij terug naar stand 9.
Wat betekent het symbool ÷ in het display?
Dit symbool geeft aan dat er geen pan of een ongeschikte pan op de zone staat. Plaats een geschikte inductiepan met een minimale bodemdiameter.
Kan ik de kookplaat vergrendelen tegen kinderhanden?
Ja, houd de vergrendelingstoets ingedrukt tot het controlelampje gaat branden. De kookplaat kan dan niet meer worden ingeschakeld of veranderd.
Hoe stel ik de timer in voor automatisch uitschakelen?
Schakel de kookzone in en stel een vermogensstand in. Druk op de timer-toets ⏻ tot het controlelampje van de gewenste zone knippert. Stel de tijd in met + of -.
Wat moet ik doen bij foutmelding FE99?
Dit betekent dat de oververhittingsbeveiliging is geactiveerd. Schakel de kookplaat uit en laat deze afkoelen. Controleer of de ventilatie vrij is. Als de melding terugkomt, neem contact op met Miele.
Welke pannen zijn geschikt voor inductie?
Geschikt zijn pannen met een magnetiseerbare bodem, zoals roestvrij staal met magneetbodem, geëmailleerd staal of gietijzer. Niet geschikt: aluminium, koper, glas, keramiek.
Hoe reinig ik de keramische plaat?
Laat de plaat afkoelen. Gebruik een speciale keramische plaatreiniger en een zachte doek of schraper voor aangekoekte resten. Gebruik nooit schuurmiddelen of stoomreinigers.
Wat is de minimale veiligheidsafstand tussen kookplaat en afzuigkap?
Houd minimaal 760 mm aan, tenzij de fabrikant van de afzuigkap een andere afstand voorschrijft. Voor brandbare materialen is 760 mm vereist.
Kan ik de instellingen van de kookplaat aanpassen?
Ja, via de programmeermodus: schakel de kookplaat uit, druk tegelijk op Aan/Uit en vergrendelings-toets tot het display knippert. Kies met de zone-toetsen het programma en de status.

Gebruikersvragen over KM 5753 MIELE

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Forn in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding KM 5753 - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. KM 5753 van het merk MIELE.

GEBRUIKSAANWIJZING KM 5753 MIELE

Gebruiks- en montagehandleiding

MIELE KM 5753 - Gebruiks- en montagehandleiding - 1

Lees beslist de gebruiksaanwijzing

voordat u uw apparaat plaatst,

installeert en in gebruik neemt.

Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt

onnodige schade aan uw apparaat.

MIELE KM 5753 - Gebruiks- en montagehandleiding - 2

M.-Nr. 06 662 390

Algemeen 4

KM 5731....4

Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 15

Een bijdrage aan de bescherming van het milieu 22

Vóór het eerste gebruik....23

Informatie vooraf 23

Reiniging voor het eerste gebruik 23

Inductie 24

Principe 24

Inductiegeluiden 25

De juiste pannen 26

Bediening 27

Sensortoetsen 27

Inschakelen 27

Tabel vermogensstanden 28

Aankookautomaat 29

Boosterfunctie 31

Uitschakelen en restwarmte-indicatie 32

Beveiligingen 33

Vergrendeling. 33

Stop & Go 34

Automatische uitschakeling....35

Oververhittingsbeveiliging 36

Timer 37

Kookwekker instellen 37

Automatisch uitschakelen van een kookzone 38

Combinatiegebruik 39

Beginwaarde timer....39

Reiniging en onderhoud 40

Programmering 42

Nuttige tips 45

Klantcontacten / typeplaatje 47

Klantcontacten....47

Inbouwen 48

Veiligheidsinstructies voor het inbouwen....48

Kookplaten met randlijst / facetrand 52

Dichting 61

Kookplaten zonder randlijst....62

Elektrische aansluiting 67

Aansluitkabel 68

Aansluitschema 69

KM 5731

2 BOOSTER 3 1 BOOSTER 4 BOOSTER 5 ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨

①②③④ Kookzones
⑤ Sensortoetsen kookzones en info-displays (zie de gelijknamige rubriek)
⑥ Timertoetsen en display (zie de gelijknamige rubriek)
⑦ Controlelampje vergrendeling
⑧ Vergrendelingstoets
⑨ Kookplaat AAN/UIT

①②③④ Kookzones
⑤ Sensortoetsen kookzones en info-displays (zie de gelijknamige rubriek)
⑥ Timertoetsen en display (zie de gelijknamige rubriek)
⑦ Controlelampje vergrendeling
⑧ Vergrendelingstoets
⑨ Kookplaat AAN/UIT

KM 5733

1 BOOSTER 2 BOOSTER 3 BOOSTER 5 ⑤ ⑥ ⑦ ⑧ ⑨

①②③ Kookzones
⑤ Sensortoetsen kookzones en info-displays (zie de gelijknamige rubriek)
⑥ Timertoetsen en display (zie de gelijknamige rubriek)
⑦ Controlelampje vergrendeling
⑧ Vergrendelingstoets
⑨ Kookplaat AAN/UIT

①②③④ Kookzones
⑤ Sensortoetsen kookzones en info-displays (zie de gelijknamige rubriek)
⑥ Timertoetsen en display (zie de gelijknamige rubriek)
⑦ Controlelampje vergrendeling
⑧ Vergrendelingstoets
⑨ Kookplaat AAN/UIT

KM 5753
2 1 5 BOOSTER BOOSTER BOOSTER BOOSTER 3 4 5 9 8 7 6

①②③④ Kookzones
⑤ Sensortoetsen kookzones en info-displays (zie de gelijknamige rubriek)
⑥ Timertoetsen en display (zie de gelijknamige rubriek)
⑦ Controlelampje vergrendeling
⑧ Vergrendelingstoets
⑨ Kookplaat AAN/UIT

KM 5775

1 2 3 4 5 6 7 8 9 BOOSTER BOOSTER BOOSTER BOOSTER

①②③④ Kookzones
⑤ Sensortoetsen kookzones en info-displays (zie de gelijknamige rubriek)
⑥ Timertoetsen en display (zie de gelijknamige rubriek)
⑦ Controlelampje vergrendeling
⑧ Vergrendelingstoets
⑨ Kookplaat AAN/UIT

Sensortoetsen kookzones en info-displays

MIELE KM 5753 - Sensortoetsen kookzones en info-displays - 1

⑩ Weergave:

= kookzone klaar voor gebruik

1 t/m 9 = vermogensstand (kookplaat ingeschakeld)

= restwarmte

= geen pan of een ongeschikte pan (zie "Inductie")

F = foutmelding (zie "Automatische uitschakeling")

R = aankookautomaat bij instelling extra vermogensstanden

PO, etc. = programma (zie "Programmering")

50, etc. = status (zie "Programmering")

⑪ Controlelampje aankookautomaat of weergave extra vermogensstanden (zie "Programmering"), bijvoorbeeld voor kookzone links voor
⑫ Controlelampje booster
⑬ Sensortoets booster
⑭ Sensortoetsen voor het instellen van de vermogensstand

Timertoetsen en display

17 00: 18 19 - + 16 15

⑮ Sensortoets voor het inschakelen, voor het wisselen tussen de timerfuncties en het kiezen van een kookzone die automatisch moet worden uitgeschakeld
⑯ Sensortoetsen voor het instellen van de tijd
⑰ Tijdweergave
⑱ Controlelampje voor het automatisch uitschakelen, bijvoorbeeld van de kookzone rechts achter
⑲ Controlelampje kookwekker

Kookzones

KookzoneKM 5731 / KM 5752 / KM 5755 / KM 5757
minimale tot maximale∅ in cm*Vermogen in Watt bij 230 V**
14 - 20 normaal:1850met booster: 2500
14 - 20 normaal:1850met booster: 2500
16 - 23 normaal:2300met booster: 3200
10 - 16 normaal:1400met booster: 1800
Totaal: 7400

* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdia - meter gebruiken.

* Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het materiaal van de gebruikte pannen.

Kookzone KM 5732 / KM 5736
minimale tot maximale∅ in cm*Vermogen in Watt bij 230 V**
14 - 20 normaal:1850
met booster: 2500
10 - 16 normaal:1400
met booster: 1800
16 - 23 normaal:2300
met booster: 3200
10 - 16 normaal:1400
met booster: 1800
Totaal: 7400
Kookzone KM 5733
minimale tot maximale∅ in cm*Vermogen in Watt bij 230 V**
☐ 18 - 28 normaal:2400
met booster: 3200
14 - 20 normaal:1850
met booster: 2500
10 - 16 normaal:1400
met booster: 1800
Totaal: 6900

* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdia - meter gebruiken.

** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het materiaal van de gebruikte pannen.

Kookzone KM 5737
minimale tot maximale∅ in cm*Vermogen in Watt bij 230 V**
14 - 20 normaal:1850
met booster: 2500
10 - 16 normaal:1400
met booster: 1800
16 - 23 normaal:2300
met booster: 3200
10 - 16 normaal:1400
met booster: 1800
Totaal: 7400
Kookzone KM 5753
minimale tot maximale∅ in cm*Vermogen in Watt bij 230 V**
18 - 28 normaal:2400
met booster: 3200
☐ 10 -16 normaal:1400
met booster: 1800
14 - 20 normaal:1850
met booster: 2500
14 - 20 normaal:1850
met booster: 2500
Totaal: 7400

* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdiameter gebruiken.
** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het materiaal van de gebruikte pannen.

Kookzone KM 5775
minimale tot maximale∅ in cm*Vermogen in Watt bij 230 V**
16 - 23 normaal:2300
met booster: 3200
10 - 16 normaal:1400
met booster: 1800
14 - 20 normaal:1850
met booster: 2500
14 - 20 normaal:1850
met booster: 2500
Totaal: 7400

* Binnen het aangegeven bereik kunt u pannen met een willekeurige bodemdiameter gebruiken.
** Het aangegeven vermogen kan variëren afhankelijk van de grootte en het materiaal van de gebruikte pannen.

Lees de gebruiksaanwijzing aan- dachtig door voordat u uw apparaat voor het eerst gebruikt. Dat is vei- liger voor uzelf en u voorkomt scha- de aan het apparaat.

Dit apparaat mag alleen worden gebruikt door personen die in staat zijn het apparaat veilig te bedienen en die volledig op de hoogte zijn van de inhoud van de gebruiksaanwijzing!

Plak het typeplaatje dat u bij de documentatie van het apparaat vindt op de daarvoor bestemde plaats in het hoofdstuk "Typeplaatje".

Bewaar de gebruiksaanwijzing en geef deze door aan een eventuele volgende eigenaar.

Dit apparaat mag uitsluitend door een vakman worden ingebouwd en aangesloten. Deze is precies op de hoogte van de landelijke voorschriften en van de voorschriften van het gemeentelijke energiebedrijf en houdt zich daar strikt aan. Wanneer er bij het inbouwen en aansluiten van het apparaat fouten worden gemaakt, kan de fabrikant niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die daar eventueel het gevolg van is.

De elektrische veiligheid van het apparaat is alleen dan gewaarborgd als het wordt aangesloten op een volgens de voorschriften geïnstalleerd aardingssysteem. Het is belangrijk dat u dit controleert en in geval van twijfel de huisinstallatie door een vakman laat controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die is ontstaan door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijvoorbeeld een elektrische schok).

Het apparaat mag niet met behulp van een verlengsnoer op het elektriciteitsnet worden aangesloten, want dan is de veiligheid van het apparaat niet gegarandeerd.

Open in geen geval de ommanteling van het apparaat.

Wanneer onderdelen worden aange-raakt die onder spanning staan of wan- neer elektrische of mechanische onder- delen worden veranderd, levert dit ge- vaar op voor de gebruiker. Het kan er tevens toe leiden dat het apparaat niet meer goed functioneert.

Alleen voor kookplaten met facetrand (geslepen rand):

Na het inbouwen kan de eerste dagen een spleet zichtbaar zijn tussen de kookplaat en het werkblad. Deze spleet zal door het gebruik kleiner worden. De elektrische veiligheid van het apparaat is echter altijd gewaarborgd.

Verantwoord gebruik

Gebruik het apparaat alleen als het is ingebouwd. Alleen dan kunt u er zeker van zijn dat u niet met delen in aanraking komt die onder spanning staan.

Dit apparaat is uitsluitend bestemd voor huishoudelijk gebruik.

Schakel de kookplaat niet in als deze boven een pyrolyse-oven of -fornuis is ingebouwd en de pyrolyse-functie actief is, omdat de oververhittingsbeveiliging van de kookplaat zou kunnen reageren (zie de betreffende rubriek).

Gebruik het apparaat alleen voor het bereiden van gerechten. Gebruik voor andere doeleinden is niet toegestaan en kan gevaarlijk zijn. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door gebruik voor andere doeleinden dan hier aangegeven of door foutieve bediening.

Kinderen

Maak gebruik van de vergrendeling, zodat kinderen het apparaat niet onbedoeld kunnen inschakelen of instellingen kunnen wijzigen.
Het apparaat is bedoeld voor gebruik door volwassenen die volledig op de hoogte zijn van de inhoud van deze gebruiksaanwijzing. Kinderen kunnen de gevaren van een apparaat niet altijd goed inschatten. Houd daarom voldoende toezicht.
Oudere kinderen mogen het apparaat alleen gebruiken als ze weten hoe ze het apparaat veilig moeten bedienen. Ze moeten zich bewust zijn van de gevaren van een foutieve bediening.
Laat kinderen niet met het apparaat spelen.
Het apparaat wordt tijdens het gebruik heet en blijft dat ook nog enige tijd nadat het apparaat is uitgeschakeld. Houd kinderen op een afstand, totdat het apparaat voldoende is afgekoeld en er geen verbrandingsgevaar meer bestaat.
Bewaar geen voorwerpen die voor kinderen interessant zijn in kastjes boven of achter het apparaat. De kinderen klimmen anders misschien op het apparaat en kunnen zich er dan aan branden.

Kinderen kunnen ook verbrandingen oplopen als zij pannen van het apparaat trekken. Bij de vakhandelaar is een speciaal rek verkrijgbaar dat ervoor zorgt dat kinderen niet meer bij het apparaat kunnen komen.
Verpakkingsmateriaal (zoals folies en piepschuim) kan gevaarlijk zijn voor kinderen. Verstikkingsgevaar! Bewaar het verpakkingsmateriaal dan ook buiten het bereik van kinderen en zorg dat het zo snel mogelijk wordt afgevoerd.
Als u het apparaat afdankt, trek dan de stekker uit het stopcontact. Maak de stekker en de aansluitkabel onbruikbaar. U voorkomt daarmee dat het apparaat gevaar oplevert, bijvoorbeeld voor spelende kinderen.

Het voorkomen van schade aan het apparaat

Laat geen voorwerpen op de keramische plaat vallen. Zelfs een licht voorwerp, zoals een zoutvaatje, kan scheuren of barsten veroorzaken als het verkeerd terechtkomt.

Gebruik geen pannen of schalen met een niet gepolijste bodem (bijvoorbeeld gietijzer) of met een scherpe bodemrand. Daardoor ontstaan krassen die niet meer te verwijderen zijn. Ook zandkorrels kunnen krassen veroorzaken.

Voorkom dat suiker in vaste of vloeibare vorm, kunststof en aluminiumfolie op hete kookzones terecht-komen. Deze stoffen smelten, kleven vast en kunnen bij afkoeling scheuren, barsten en andere beschadigingen aan de keramische plaat veroorzaken. Komt per ongeluk toch iets op een hete kookzone terecht, vermeng de suikerhou-dende stoffen dan onmiddellijk met water. Schakel vervolgens de kookzone uit en verwijder de resten met een schraper, zolang de plaat nog heet is. Let op dat u daarbij uw handen niet brandt. Reinig de plaat verder als deze is afgekoeld. Gebruik daarvoor een speciaal reinigingsmiddel voor kookplaten.

Reinig het apparaat nooit met een stoomreiniger. De stoom kan in aanraking komen met onder spanning staande delen en kortsluiting veroorzaken. Door de stoom kunnen ook het oppervlak en onderdelen van het apparaat blijvend beschadigd raken, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld.

Zet geen hete pannen of schalen op of in de buurt van het bedie-ningspaneel. Hierdoor kunnen de elektronische onderdelen onder het paneel beschadigd raken.

Bevindt zich onder het apparaat een lade, zorg dan voor voldoende afstand tussen de inhoud van de lade en de onderkant van het apparaat, anders is de ventilatie van de kookplaat niet gewaarborgd.

Het voorkomen van brandwon- den

Wanneer u de kookzones gebruikt, worden deze zeer heet. Ook na het uitschakelen blijven ze dat nog enige tijd. De restwarmte-indicator geeft aan of een kookzone nog heet is.

Trek altijd ovenwanten aan of gebruik pannenlappen als u met het hete apparaat werkt. De ovenwanten of pannenlappen mogen niet nat of vochtig zijn, omdat ze de warmte dan beter geleiden. U kunt zich branden!

Verwarm geen dichte blikken en dergelijke op de kookzones, anders ontstaat er overdruk waardoor de blikken uiteenspatten en u zich kunt verwonden.

Gebruik het apparaat niet als werkblad. Leg er geen messen, vorken, lepels of andere metalen voorwerpen op. Als het apparaat ingeschakeld is, onbedoeld wordt ingeschakeld of als er sprake is van restwarmte kunnen metalen voorwerpen heet worden (verbrandingsgevaar).

Andere voorwerpen kunnen - afhankelijk van het materiaal - smelten of vlam vatten.

Schakel de kookzones na gebruik uit!

Dek het apparaat nooit af met een doek of iets dergelijks. Als het apparaat nog heet is, bestaat er brandgevaar.

Houd het apparaat goed in de gaten wanneer u met olie of vetten werkt. Oververhit vet en oververhitte olie kunnen vlam vatten. Daarbij kan ook de afzuigkap in brand raken. Brandgevaar!

Mocht het vet of de olie toch een keer vlam vatten, gebruik dan nooit water voor het blussen! Doof de vlammen met een geschikte deksel, een vochtige doek of iets dergelijks.

Flambeer nooit onder een afzuigkap. Door de vlammen kan de afzuigkap in brand vliegen.

Als het apparaat defect is

Wanneer u een defect aan het apparaat constateert, schakel dan eerst het apparaat uit en daarna de hoofdschakelaar van de huisinstallatie. Draai smeltveiligheden er volledig uit. Is het apparaat niet ingebouwd en heeft het geen vaste aansluiting, trek dan ook de aansluitkabel uit het stopcontact. Pak de aansluitkabel bij de stekker vast.

Bel nu de afdeling Klantcontacten. Zorg ervoor dat de hoofdschakelaar niet weer wordt ingeschakeld en dat er geen spanning op het apparaat komt, totdat het defect is verholpen.

Houdt u er rekening mee dat ook bij scheuren en barsten in de keramische plaat sprake is van een defect. U kunt dan een elektrische schok krijgen!

Reparaties mogen alleen door een vakman worden uitgevoerd. Bij ondeskundig uitgevoerde reparaties loopt de gebruiker grote risico's en kan het apparaat beschadigd raken. Open nooit de ommanteling van het apparaat.

Als dit apparaat binnen de garantieperiode defect raakt, mag het alleen door Miele Nederland worden gerepareerd, anders vervalt de garantie.

Het voorkomen van andere ge- varen

Personen met een pacemaker dienen er rekening mee te houden dat in de directe omgeving van het ingeschakelde apparaat een elektromagnetisch veld ontstaat dat de werking van de pacemaker nadelig kan beïnvloeden. Neem bij twijfel contact op met de fabrikant van de pacemaker of met uw arts.

Zet pannen altijd midden op een kookzone. Zo voorkomt u onnodige blootstelling aan het elektromagnetische veld.

Als u een stopcontact in de buurt van het apparaat gebruikt, let er dan op dat aansluitkabels van andere apparaten niet in aanraking komen met hete kookzones. De isolatie van de ka- bels kan beschadigd raken, waardoor u een elektrische schok kunt krijgen.

Zorg ervoor dat gerechten altijd voldoende worden verhit. Eventuele bacteriën in het eten worden alleen gedood, wanneer de temperatuur hoog genoeg is (> 70 °C) en lang genoeg wordt aangehouden (> 10 min.).

Gebruik geen serviesgoed van kunststof of aluminiumfolie, want dat smelt bij hoge temperaturen. Brandgevaar!

Houd magnetiseerbare voor- werpen, zoals creditcards, disket- tes en rekenmachines, uit de buurt van de ingeschakelde kookplaat, anders kan de werking van deze voorwerpen worden beïnvloed.

Wanneer zich onder het apparaat een schuiflade bevindt, zonder tussenbodem, mogen daarin geen licht ontvlambare stoffen of brandbare voorwerpen zoals spuitbussen worden bewaard. Een eventuele bestekbak moet van hittebestendig materiaal zijn.

Het verpakkingsmateriaal

De verpakking beschermt het apparaat tegen transportschade. Het verpak- kingsmateriaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belas- ting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling. Hergebruik van het ver- pakkingsmateriaal remt de afvalproductie en het gebruik van grondstoffen. Vaak neemt de leverancier de verpak- king terug. Als u de verpakking zelf wegdoet, informeer dan bij de reini- gingsdienst van uw gemeente waar u die kunt afgeven.

Het afdanken van het apparaat

Oude elektrische en elektronische apparaten bevatten vaak nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die voor het functioneren en de veiligheid van het apparaat nodig waren. Als u het apparaat bij het gewone afval doet of bij verkeerde behandeling kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu. Verwijder het afgedankte apparaat dan ook nooit met het gewone afval.

MIELE KM 5753 - Het afdanken van het apparaat - 1

Lever het apparaat in bij een gemeentelijk inzameldepot voor elektrische en elektronische apparatuur.

Het afgedankte apparaat moet tot die tijd buiten het bereik van kinderen worden opgeslagen. Hierover vindt u meer informatie in het hoofdstuk "Veiligheids-instructies en waarschuwingen".

Informatie vooraf

Uw apparaat heeft een programmeringsfunctie. Hiermee kunt u het apparaat aan uw eigen voorkeuren aanpassen (zie ook het hoofdstuk "Programmering").

Reiniging voor het eerste gebruik

Wij raden u aan het apparaat met een vochtige doek te reinigen en daarna weer droog te wrijven, voordat u het voor het eerst gebruikt.

Gebruik voor het reinigen van de keramische plaat geen afwasmiddel, omdat daardoor blijvende blauwe vlekken kunnen ontstaan.

De metalen delen van het apparaat zijn voorzien van een speciaal beschermlaagje, waardoor bij het eerste gebruik geurtjes kunnen ontstaan. Wanneer er geurtjes en damp vrijkomen, betekent dat niet dat het apparaat defect is of verkeerd is aangesloten. Ze verdwijnen na korte tijd.

Principe

Onder elke kookzone bevindt zich een inductiespoel. Als u een kookzone inschakelt, genereert deze spoel een magneetveld waardoor de bodem van de pan heet wordt. De kookzone zelf wordt alleen indirect verwarmd door de stralingswarmte van de pan.

Een inductiekookzone reageert alleen op pannen met een magnetiseerbare bodem (zie de rubriek "De juiste pannen"). Andere pannen worden niet heet.

Bij inductie wordt automatisch rekening gehouden met de grootte van de gebruikte pan. Het inductiesysteem werkt alleen op het gedeelte dat door de panbodem wordt bedekt.

De kookzone functioneert niet,

  • als u deze zonder pan of met een ongeschikte pan (met niet magnetiseerbare bodem) inschakelt.
  • als de bodemdiameter van de pan te klein is.
  • als u de pan van een ingeschakelde kookzone haalt.

In dat geval verschijnen in het display van de betreffende kookzone afwisselend het symbool en een dan wel de ingestelde vermogensstand.

Als u binnen 3 minuten een geschikte pan op de kookzone zet, verdwijnt het symbool en kunt u gewoon doorgaan.

Als u geen (geschikte) pan op de kookzone zet, wordt de kookzone c.q. de kookplaat na 3 minuten automatisch uitgeschakeld.

Gebruik het apparaat niet als werkblad voor messen, vorken, lepels of andere metalen voorwerpen. Als het apparaat ingeschakeld is, onbedoeld wordt ingeschakeld of als er sprake is van restwarmte kunnen dergelijke voorwerpen heet worden (verbrandingsgevaar).

Schakel de kookzones na gebruik uit!

Inductiegeluiden

Bij gebruik van een inductiekookplaat kunnen in het kookgerei allerlei geluiden ontstaan. De geluiden zijn afhankelijk van het materiaal en de constructie van de bodem van het kookgerei.

  • Op een hoge vermogensstand kan het apparaat een bromgeluid veroorzaken. Dit geluid neemt af of verdwijnt, wanneer een lagere vermogensstand wordt ingesteld.
  • Bij pannen met een bodem die uit verschillende materialen bestaat (bij -voorbeeld een sandwichbodem) kan een knetterend geluid optreden.
  • Er kan een fluitend geluid ontstaan als de met elkaar verbonden kookzones (zie de rubriek "Boosterfunctie") tegelijk op de hoogste vermogensstand zijn ingeschakeld en op de kookzones pannen staan met een bodem die uit verschillende materialen bestaat (bijvoorbeeld een sandwichbodem).
  • Vooral bij lage vermogensstanden kunnen bij elektronische schakelingen klikgeluiden optreden.

Om de levensduur van de elektronica te vergroten, is het apparaat voorzien van een ventilator. Als u het apparaat intensief gebruikt, wordt de ventilator ingeschakeld en hoort u een zoemend geluid. Ook nadat u het apparaat heeft uitgeschakeld, kan de ventilator nog doorlopen.

De juiste pannen

Let op!

Geschikt zijn pannen van:

  • roestvrij staal met een magnetiseerbare bodem
  • geëmailleerd staal
  • gietijzer

Niet geschikt zijn pannen van:

  • roestvrij staal met een niet magnetiseerbare bodem
    – aluminium of koper
  • glas/keramiek, aardewerk

Als u niet zeker weet of een pan geschikt is voor inductie, kunt u een magneet tegen de panbodem houden. Blijft de magneet hangen, dan is de pan geschikt.

Houdt u er rekening mee dat de eigenschappen van de panbodem het bereidingsresultaat beïnvloeden.

Gebruik geen pannen met een te dunne bodem. Verhit pannen nooit leeg, tenzij de fabrikant van het kookgerei een dergelijk gebruik uit-drukkelijk toestaat. De kookplaat kan anders beschadigd raken!

Pannenformaat

Om optimaal gebruik te maken van een kookzone moet u het formaat van de pan zo kiezen dat de pan tussen de binnenste en de buitenste markering van de kookzone past. Is de pan kleiner dan de binnenste markering, dan kan het voorkomen dat de inductiespoel niet reageert. De kookzone reageert dan alsof er geen pan op staat.

Houdt u er rekening mee dat pannenfabrikanten vaak de doorsnede aan de bovenkant vermelden. Van belang is echter alleen de (meestal kleinere) bodemdoorsnede.

Tip om energie te besparen

Kook bij voorkeur met een deksel op de pan. Op die manier voorkomt u dat er onnodig warmte ontsnapt.

MIELE KM 5753 - Tip om energie te besparen - 1
zonder deksel met deksel

Sensortoetsen

Het bedieningspaneel van uw kera- mische kookplaat is voorzien van elek- tronische sensortoetsen. Deze reage- ren op vingercontact. U kunt de kook- zones bedienen door met uw vinger de juiste toetsen aan te tippen. De kook- plaat reageert daarop telkens met een akoestisch signaal.

MIELE KM 5753 - Sensortoetsen - 1

Bedien alleen de betreffende toetsen. Druk daarbij van boven op het midden van de toets. Houd het bedieningspaneel altijd vrij en schoon, anders reageren de toetsen niet of u activeert onbedoeld func- ties. Ook kan de kookplaat dan auto- matisch worden uitgeschakeld (zie de rubriek "Automatische uitschake- ling"). Zet nooit hete pannen op het bedieningspaneel om beschadiging van de elektronische onderdelen te voorkomen.

Inschakelen

Om de kookzones te kunnen gebruiken, moet u eerst de kookplaat inschakelen.

Zo schakelt u de kookplaat in:

■ Druk op de Aan/Uit-toets ①.

In de displays van alle kookzones verschijnt een 0. Voert u daarna geen waarden in, dan wordt de kookplaat om veiligheidsredenen na enkele seconden weer uitgeschakeld.

Zo schakelt u een kookzone in:

■ U schakelt een kookzone in door de betreffende toets - of + aan te tippen. Kies een vermogensstand tussen 1 en 9.

Als u daarbij met - begint, kiest u koken met aankookautomaat. Als u met + begint, kiest u koken zonder aan-kookautomaat (zie de rubriek "Aankook-automaat").

Wilt u nog een kookzone inschakelen, waarvan de 0 al uit het display is ver dwenen, raak dan één keer kort de bijbehorende toets - of + aan. De 0 verschijnt en u kunt een vermogensstand kiezen, met of zonder aankookauto- maat.

Tabel vermogensstanden

Bereidingsproces Vermogensstand*instelling af fabriek(9 vermogens - standen)gewijzigde in-stelling**(17 vermogens- standen)
Boter smeltenGelatine oplossen1 - 2 1 - 2.
Kleine hoeveelheden vloeistof opwarmenGerechten warmhouden die snel aankoekenRijst wellenGroente ontdooien (in een blok)3 3 - 3.
Gerechten verwarmen die veel vocht bevattenGebonden saus of roomsaus maken, bijv. witte-wijnsaus of sauce hollandaiseRijstepap, havermoutpap makenOmelet, eieren zonder korstje bakkenFruit blancheren4 4 - 4.
Diepvriesproducten ontdooienGroente, vis stovenGraan wellen55
Aankoken van grote hoeveelheden, bijv. eenpansgerechtenDeegwaren wellen6 5. - 6
Vis, schnitzel, braadworst, eieren behoedzaam bakken (zonder oververhitting van het vet)7 6. - 7.
Poffertjes, pannenkoeken, etc. bakken 8 8 - 8.
Grote hoeveelheden water kokenAankoken99

* De aangegeven standen zijn slechts algemene richtlijnen. Ze hebben betrekking op normale porties voor 4 personen. Als u extra hoge pannen gebruikt, zonder deksel kookt of grotere hoeveelheden bereidt, moet een hogere stand worden ingesteld. Kies een lagere stand, als u kleinere hoeveelheden bereidt.
** Als u fijner afgestemde vermogensstanden wenst, kunt u het aantal standen vergroten (zie het hoofdstuk "Programmering"). Bij de tussenstanden verschijnt een punt achter het getal.

Aankookautomaat

Als de aankookautomaat geactiveerd is, wordt de betreffende kookzone een bepaalde tijd op het hoogste vermogen ingeschakeld. Daarna wordt naar de doorkookstand teruggeschakeld. De aankooktijd hangt af van de ingestelde doorkookstand (zie tabel).

Wordt tijdens de aankooktijd de pan van de kookzone gehaald, dan wordt de aankookautomaat uitgeschakeld. De functie wordt weer geactiveerd als u de pan binnen 3 minuten terugzet.

* De doorkookstanden met punt zijn alleen beschikbaar als u het aantal vermogensstanden heeft vergroot (zie het hoofdstuk "Programmering").

Het activeren van de aankookauto- maat:

■ Kies met de toets - de gewenste doorkookstand, bijvoorbeeld 6.

MIELE KM 5753 - Het activeren van de aankookauto- maat: - 1

B

MIELE KM 5753 - Het activeren van de aankookauto- maat: - 2

B

6.

Gedurende de aankooktijd brandt er een controlelampje (een punt) rechts naast de doorkookstand. Daarna dooft dit lampje.

Gedurende de aankooktijd kunt u de doorkookstand met de toets + of - verhogen of verlagen. De aankooktijd verandert dan.

Als u het aantal vermogensstanden heeft vergroot (zie het hoofdstuk "Programmering"), knipperen in het display afwisselend een R en de doorkookstand (tot het einde van de aankooktijd).

Boosterfunctie

Alle kookzones hebben een booster- functie waarmee een extra hoog vermogen kan worden geleverd. Is de booster ingeschakeld, dan werken de kookzones 10 minuten met een verhoogd vermogen op vermogensstand 9. Met deze functie kunt u bijvoorbeeld grote hoeveelheden water snel verhitten. U kunt maximaal twee boosters tegelijk gebruiken.

Wordt tijdens de boostertijd de pan van de kookzone gehaald, dan wordt de boosterfunctie uitgeschakeld. De functie wordt weer geactiveerd als u de pan binnen 3 minuten terugzet.

Om het vermogen voor de booster te kunnen leveren, moet het systeem gedurende de boostertijd aan een andere kookzone een deel van het vermogen onttrekken. Hiervoor zijn steeds twee kookzones met elkaar verbonden zoals op de afbeelding is aangegeven:

MIELE KM 5753 - Boosterfunctie - 1

Het inschakelen van de booster heeft tot gevolg dat:

  • een eventueel ingestelde aankookautomaat bij de verbonden kookzones wordt uitgeschakeld.
  • bij de verbonden kookzone eventueel de vermogensstand wordt verlaagd.

Ga als volgt te werk:

■ Druk op de toets B van de betreffende kookzone.

In het display van de kookzone verschijnt de vermogensstand 9. Boven-dien licht het controlelampje voor de boosterfunctie op.

Na 10 minuten wordt automatisch naar vermogensstand 9 teruggeschakeld.

U kunt de booster eerder uitzetten door op de toets B te drukken of op de toets - van de betreffende kookzone.

Als u eerst een vermogensstand kiest en dan de booster inschakelt, wordt bij voortijdig uitschakelen of bij het einde van de boostertijd automatisch naar de eerder ingestelde vermogensstand te-ruggeschakeld.

Uitschakelen en restwarmte-indicatie

Zo schakelt u een kookzone uit:

■ Druk tegelijk op de toetsen - en + van de betreffende kookzone.

In het display verschijnt gedurende enige seconden een 0. Is de kookzone nog heet, dan wordt daarna de restwarmte aangegeven.

- + B - + B =

Zo schakelt u de kookplaat uit:

■ Druk op de Aan/Uit-toets ①.

Nu zijn alle kookzones uitgeschakeld. In de displays van de kookzones die nog heet zijn, wordt de restwarmte aangegeven.

De streepjes van de restwarmte-indicatie verdwijnen één voor één als de kookzone afkoelt. Het laatste streepje verdwijnt als de kookzo- ne zover is afgekoeld dat u deze zon- der gevaar kunt aanraken.

De restwarmte-indicatoren reageren ook als u heet kookgerei op een uitgeschakelde kookzone zet.

Raak de kookzones niet aan zolang de restwarmte-indicatoren branden. Leg er ook geen hittegevoelige voor-werpen op. U kunt zich branden en er bestaat brandgevaar!

Houdt u er rekening mee dat de restwarmte-indicatoren bij een foutmelding niet branden, zelfs niet als de kookzones nog heet zijn.

Vergrendeling

Om te voorkomen dat de kookplaat of kookzones per ongeluk worden ingeschakeld of instellingen worden gewijzigd, is dit apparaat voorzien van een vergrendeling.

De vergrendeling kan worden geactiveerd, als de kookplaat is uitgeschakeld, maar ook als het apparaat in gebruik is.

Wordt de vergrendeling geactiveerd, als de kookplaat uitgeschakeld is, dan kan deze niet meer worden ingeschakeld.

Wordt de vergrendeling geactiveerd, als de kookplaat in gebruik is, dan kan deze alleen nog beperkt worden bediend:

  • De vermogensstanden van de kookzones en de instellingen van de timer kunnen niet worden gewijzigd.
  • De kookzones en de kookplaat kunnen wel worden uitgeschakeld, maar daarna niet weer worden ingeschakeld.

Zo activeert u de vergrendeling:

■ Druk zo lang op de vergrendelings-toets 🔒 tot het bijbehorende controle-lampje verschijnt.

Na korte tijd gaat het controlelampje automatisch uit.

Het gaat weer branden, zodra u

- de sensortoets 🔒 aanraakt.

- iets wilt instellen.

Zo schakelt u de vergrendeling uit:

■ Druk zo lang op de vergrendelings-toets 🔒 tot het controlelampje uit-gaat.

U kunt de vergrendeling wijzigen van 1-vinger-bediening in 3-vinger-bediening (zie het hoofdstuk "Programmering", P4). Kinderen kunnen dan minder gemakkelijk functies active-ren.

Houdt u er rekening mee dat de vergrendeling bij een stroomstoring wordt uitgeschakeld.

Stop & Go

Uw apparaat heeft een functie waarmee u het vermogen van alle ingeschakelde kookzones in één keer kunt verlagen.

Als u gebruik wilt maken van deze functie moet u eerst eenmalig de standaardinstelling wijzigen (zie het hoofdstuk "Programmering").

Zo activeert u daarna Stop & Go:

■ Druk zo lang op de vergrendelings-toets 🔒 tot u twee akoestische signalen hoort. Druk niet te lang op de toets 🔒. U activeert anders de vergrendeling.

Het controlelampje voor de vergrendeling begint te knipperen. De vermogensstand van de ingeschakelde kookzones wordt verlaagd tot 1. In de betreffende displays verschijnt een 1.

Als u een kookzone automatisch wilt laten uitschakelen, dan wordt bij active-ring van de "Stop & Go"-functie de tijd onderbroken. Als u de functie weer uitschakelt, loopt de tijd door.

De kookwekker loopt bij activering van de "Stop & Go"-functie zonder onderbreking door.

Zo deactiveert u Stop & Go:

■ Druk zo lang op de vergrendelings-toets 🔒 tot het controlelampje uit-gaat.

De oorspronkelijk ingestelde vermogensstanden zijn nu weer actief.

Automatische uitschakeling

... als een kookzone te lang aanstaat

De kookplaat is voorzien van een beveiliging die de plaat automatisch uitschakelt als u vergeet deze uit te zetten.

Is een kookzone langdurig ingeschakeld geweest (zie tabel), zonder dat de vermogensstand is gewijzigd, dan wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld. In het display verschijnt de restwarmte-indicator.

Vermogens-stand*Maximale bedrijfsduur in uren
1 / 1. 10
2 / 2. 5
3 / 3. 5
4 / 4. 4
5 / 5. 3
6 / 6. 2
7 / 7. 2
8 / 8. 2
91

* De vermogensstanden met punt zijn alleen beschikbaar als u het aantal vermogensstanden heeft vergroot (zie het hoofdstuk "Programmering").

■ Als u een kookzone weer wilt inschakelen, doet u dat zoals gebruikelijk.

... als er iets op het bedieningspaneel ligt

De kookplaat wordt automatisch uitgeschakeld als één of meer sensortoetsen langer dan 10 seconden bedekt zijn, bijvoorbeeld als u uw hand erop legt, een gerecht overkookt of als er voor-werpen op liggen.

Tegelijk hoort u om de 30 seconden een akoestisch signaal (gedurende maximaal 10 minuten) en knippert in de displays van de bedekte sensortoetsen een F:

MIELE KM 5753 - ... als er iets op het bedieningspaneel ligt - 1

■ Reinig het bedieningspaneel c.q. verwijder de voorwerpen.

Het signaal gaat uit en de F verdwijnt uit het display.

■ Schakel de kookplaat weer in met de Aan/Uit-toets ①. U kunt het apparaat nu weer in gebruik nemen.

Oververhittingsbeveiliging

Alle inductiespoelen en het koellichaam van de elektronica zijn voorzien van een oververhittingsbeveiliging. Voordat de inductiespoelen of het koellichaam oververhit raken, zorgt de oververhittingsbeveiliging bij de betreffende kookzone of de kookplaat voor een van de volgende reacties:

  • Een ingeschakelde booster wordt uitgeschakeld.
  • De ingestelde vermogensstand wordt verlaagd.
  • Betreft het een inductiespoel, dan wordt de kookplaat uitgeschakeld. De foutmelding FE99 verschijnt.

Zodra de kookzone voldoende is afgekoeld, kunt u deze gewoon weer in gebruik nemen.

- Als het het koellichaam betreft, wordt de energietoevoer naar de kookzones verlaagd. De ingestelde vermogensstand wordt nog wel weergegeven.

Zodra het koellichaam voldoende is afgekoeld, gaan de kookzones automatisch weer aan op de oorspronkelijk ingestelde vermogensstand.

De oververhittingsbeveiliging reageert, wanneer

  • leeg kookgerei verhit wordt.
  • vet of olie op een hoge vermogensstand verhit wordt.
  • de onderkant van het apparaat niet voldoende geventileerd wordt.

Reageert de oververhittingsbeveiliging opnieuw nadat de oorzaak is weggenomen, neem dan contact op met de afdeling Klantcontacten.

De kookplaat heeft een timer die u als kookwekker kunt gebruiken en voor het automatisch uitschakelen van de kookzones.

In de volgende rubrieken wordt uitgelegd, hoe u de functies afzonderlijk kunt gebruiken. Het combinatiegebruik wordt in de gelijknamige rubriek beschreven.

U kunt een tijd instellen tussen 1 en 99 minuten. Met de sensortoets - verlaagt u de tijd tot een waarde tussen 99 en 00. Met de sensortoets + verhoogt u de tijd tot een waarde tussen 00 en 99. Als u tegelijk op - en + drukt, zet u de waarde weer op 00.

Na afloop van de kookwekkertijd verschijnt in het tijddisplay 00 en hoort u gedurende enkele seconden een akoestisch signaal. Daarna eindigt het signaal en verdwijnen de twee nullen. Wilt u het signaal eerder uitzetten, druk dan op de toets ⏻.

Kookwekker instellen

U kunt de kookwekker gebruiken als de kookplaat is ingeschakeld, maar ook als deze is uitgeschakeld. De kookwekker functioneert in principe als een mechanische kookwekker.

Ga als volgt te werk:

■ Tip de sensortoets ⏻, - of + aan.

In het tijddisplay verschijnt 00 en het controlelampje van de kookwekker knippert.

■ Druk zo lang op de toets - of + tot de gewenste tijd wordt weergegeven, bijvoorbeeld 15 minuten. Doe dat zolang het controlelampje knippert.

15. - + ⏱

De ingestelde tijd loopt in stappen van een minuut af. U kunt de resterende tijd (resttijd) in het tijddisplay aflezen en op elk moment veranderen met de toets - of +.

Automatisch uitschakelen van een kookzone

U kunt een kookzone alleen automatisch laten uitschakelen als u voor die kookzone een vermogensstand heeft ingesteld. Alle kookzones kunnen tegelijk worden geprogrammeerd.

Ga als volgt te werk:

■ Stel voor de betreffende kookzone, bijvoorbeeld rechts achter, op de gebruikelijke manier een vermogensstand in.
■ Tip de sensortoets ⏻ aan.

In het tijddisplay verschijnt 00 en het controlelampje van de kookwekker knippert.

■ Tip de sensortoets ⏻ opnieuw aan.

In het tijddisplay dooft het controle-lampje van de kookwekker en er knippert een controlelampje voor het automatisch uitschakelen van een kookzone.

■ Zijn meerdere kookzones ingeschakeld, druk dan zo lang op toets ⏻ tot het controlelampje van de gewenste kookzone knippert, bijvoorbeeld rechts achter.

De controlelampjes van de ingeschakelde kookzones verschijnen met de wijzers van de klok mee, beginnend bij links voor.

■ Druk zo lang op de toets - of + tot de gewenste tijd wordt weergegeven, bijvoorbeeld 15 minuten.

15

MIELE KM 5753 - Ga als volgt te werk: - 1

MIELE KM 5753 - Ga als volgt te werk: - 2

De ingestelde tijd loopt in stappen van een minuut af. U kunt de resterende tijd (resttijd) in het tijddisplay aflezen en op elk moment veranderen met de toets - of +.

Als u nog een kookzone automatisch wilt laten uitschakelen, voert u de beschreven handelingen nog eens uit.

Als u meerdere uitschakeltijden heeft geprogrammeerd, wordt de kortste resttijd weergegeven. Het controle-lampje van de betreffende kookzone knippert. De andere controlelampjes branden continu. Als u die resttijden wilt laten weergeven, tip dan de sensor-toets ⏻ zo vaak aan totdat het ge-wenste controlelampje begint te knip-peren.

Combinatiegebruik

U kunt de functies "kookwekker" en "automatisch uitschakelen" tegelijk gebruiken.

U heeft een of meer uitschakeltijden ge-programmeerd en wilt ook de kook-wekker gebruiken:

Tip de sensortoets ⏻ zo vaak aan totdat het controlelampje van de kookwekker knippert.

U gebruikt de kookwekker en wilt ook een of meer uitschakeltijden programmeren:

Tip de sensortoets ⏻ zo vaak aan totdat het controlelampje van de gewenste kookzone knippert.

Kort na de laatste invoer schakelt het tijddisplay over naar de kortste resttijd. Wilt u de resttijden laten weergeven die op de achtergrond aflopen, tip dan de sensortoets ⏻ zo vaak aan totdat het gewenste controlelampje knippert.

Uitgaande van de kortste resttijd worden nu met de wijzers van de klok mee alle ingeschakelde kookzones en de kookwekker geselecteerd.

Beginwaarde timer

De timer is standaard zo ingesteld dat na het aanraken van de toets + of - met 01 dan wel 99 als beginwaarde wordt gestart.

U kunt de instelling zo wijzigen dat met de laatst ingestelde (en afgelopen) tijd wordt gestart (zie ook het hoofdstuk "Programmering, P4.").

Voorbeeld:

U heeft bij programma P4. de status S1 geprogrammeerd en de kookwekker de laatste keer op 5 minuten ingesteld en gebruikt. Als u de timer later weer in-schakelt, verschijnt in het display de waarde 00. Als u vervolgens op de toets + of - drukt, verschijnt de waarde 05.

Ook als u de basisinstelling wijzigt, kunt u natuurlijk altijd elke gewenste tijd instellen.

Gebruik nooit een stoomreiniger voor het reinigen van dit apparaat. De stoom kan in aanraking komen met onder spanning staande delen en zo een kortsluiting veroorzaken. Bovendien kunnen door de stoom het oppervlak en onderdelen van het apparaat blijvend beschadigd raken, waarvoor de fabrikant niet aansprakelijk kan worden gesteld.

Gebruik geen puntige voorwerpen, zodat de dichtingen tussen de keramische plaat en de lijst dan wel tussen lijst en werkblad niet beschadigd raken.

Gebruik nooit zand-, soda-/alkali-, zuur- of chloridehoudende reini-gingsmiddelen, dan wel ovenspray, reinigingsmiddelen voor vaatwas-sers, staalwol, ruwe sponzen of har-de borstels. Gebruik ook geen spon- zen of andere hulpmiddelen die nog resten schuurmiddel bevatten. Deze tasten het oppervlak aan.

Gebruik voor het reinigen van de keramische plaat geen afwasmiddel, omdat daardoor blijvende blauwe vlekken kunnen ontstaan.

Als u een speciaal reinigingsmiddel voor keramische platen gebruikt, houdt u zich dan aan de aanwijzingen van de fabrikant.

Wis de kookzones vervolgens met een vochtige doek af. Er mogen geen resten reinigingsmiddel op de plaat achterblijven, omdat deze de kookplaat kunnen aantasten.

Om te voorkomen dat verontreini- gingen inbranden, moet u deze zo snel mogelijk verwijderen. Zorg dat ook de bodem van een te gebruiken pan of schaal schoon, vetvrij en droog is.

Wrijf het apparaat na elke vochtige reiniging droog. Zo voorkomt u kalkafzetting.

Reinig het apparaat regelmatig, bij voorkeur na elk gebruik. Laat de kookplaat eerst voldoende afkoelen.

Verwijder alle grove verontreinigingen met een vochtige doek. Vastgekoekte verontreinigingen verwijdert u met een glasschraper.

Reinig de plaat vervolgens grondig met een speciaal reinigingsmiddel voor keramische platen en met keukenpapier of een schone doek. Ook kalkresten (van overgekookt water) en aluminiumvlekken worden zo verwijderd.

Wis het oppervlak daarna met een vochtige doek af en wrijf de plaat weer droog.

Eventueel kunt u een speciaal middel gebruiken dat een water- en vuilafstotend laagje vormt.

Komt suiker, suikerhoudend voedsel, kunststof of aluminiumfolie op een hete kookzone terecht, vermeng de suikerhoudende stoffen dan onmiddellijk met water. Schakel vervolgens de kookzone uit en verwijder de resten met een schraper, zolang de plaat nog heet is. Let op dat u daarbij uw handen niet brandt. Reinig de plaat verder als deze is afgekoeld. Ga daarbij te werk zoals in het voorgaande is beschreven.

U kunt de programmering van uw apparaat eventueel veranderen (zie tabel).

Ga als volgt te werk:

■ De kookplaat moet zijn uitgeschakeld. Druk nu tegelijk op de Aan/Uit-toets ① en de vergrendelingstoets 🔒. Houd deze toetsen ingedrukt totdat het controlelampje van de vergrendeling begint te knipperen.

In het kookzonedisplay verschijnen een P (programma), een S (status) en een cijfer dat de huidige instelling aangeeft.

■ Stel eerst het gewenste programma in met de toets + of - van de kookzone links voor. Kies vervolgens de gewenste status met de toets + of - van de kookzone rechts voor (zie tabel). Op deze manier kunt u meerdeprogramma's na elkaar wijzigen.

Om de nieuwe instellingen op te slaan, drukt u op de Aan/Uit-toets ① totdat de weergaven verdwijnen. Wilt u de veranderingen niet opslaan, houd de vergrendelingstoets 🔒 dan ingedrukt totdat de weergaven verdwijnen.

Programma* Status** Instelling
P 0Demo-stand en fabrieksin-stellingenS 0 Demo-S 1 S 9 Fabrieksinstellingen herstellen-stand aan Demo-stand uit
P 1Akoestisch signaal bij be-diening sensortoetsenS 0 Uit S 1Aan
P 2Akoestisch signaal als geen pan of een onge-schikte pan is geplaatstS 0 S 1 AanUit
P 3Akoestisch signaal timer S0 Uit S 1 S 2 4 minuten continu10 seconden continu
P 4VergrendelingS 0 S 1 Vergrendeling met toets 📋 en de toetsen + van de beide rechter kookzonesVergrendeling met toets 📋 en de toetsen + van de beide rechter kookzones
P 5Stop & Go S 0 UitS 1 Aan
P 0 .Vermogensstand bij in schakelen kookzoneS 0 S 1 5 (kan alleen worden gekozen, als de aankookautomaat actief is)0

* Een niet genoemd programma (een niet genoemde status) is voor Miele Nederland.
** De fabrieksinstellingen zijn vet gedrukt.

Programma* Status** Instelling
P 2 . Aankookautomaat S 0 UitS 1Activering door instelling vermogensstand met -S 2 Activering door instelling vermogensstand met +S 3 Activering bij elk inschake -len
P 3 . Restwarmte-indicator S 0 H als restwarmte-indicatorS 1 = als restwarmte-indicator
P 4 . Beginwaarde timer S 001 dan wel 99S 1 De laatst ingestelde waarde (zie de rubriek "Beginwaarde timer")
P 5 . Timerfuncties S 0 Alleen kookwekkerfunctieS 1 Alleen uitschakelfunctieS 2 Kookwekker- en uitschakelfunctie
P 6 . Aantal vermogensstandenS 09 vermogensstanden(1, 2, 3 ... tot 9)S 1 17 vermogensstanden(1, 1., 2, 2., 3 ... tot 9)Let op!De aankookfunctie is nu te herkennen aan een R die af wisselend met de doorkook- stand verschijnt.

* De niet genoemde programma's zijn voor Miele Nederland.
** De fabrieksinstellingen zijn vet gedrukt.

Reparaties aan elektrische apparaten mogen alleen door vakmensen worden uitgevoerd. Ondeskundig uitgevoerde reparaties leveren gevaar op voor de gebruiker.

Wat moet u doen als ...

... de kookplaat respectievelijk de kookzones niet kunnen worden ingeschakeld?

Controleer of

– de pannen geschikt zijn.
- de vergrendeling geactiveerd is. Is dat het geval, hef deze dan op (zie de rubriek "Vergrendeling").
- de zekering van de huisinstallatie doorgeslagen is.

Is het probleem dan nog niet opgelost, haal dan ca. 1 minuut de elektrische spanning van het apparaat en wel als volgt:

  • Schakel de hoofdschakelaar van de huisinstallatie uit c.q. draai de desbetreffende stop eruit of
  • schakel de aardlekschakelaar uit.

Nadat de zekering, de hoofd- of de aardlekschakelaar weer is ingeschakeld, kunt u het apparaat weer normaal gebruiken. Waarschuw een elektricien of Miele Nederland als u de storing niet zelf kunt verhelpen.

... de kookplaat kan worden ingeschakeld en instellingen mogelijk zijn, maar de kookzones niet heet worden?

Controleer of het apparaat in de demo-stand staat (zie het hoofdstuk "Programmering").

... in het display van een kookzone een ÷ verschijnt?

Controleer of

  • een lege kookzone per ongeluk is ingeschakeld.
  • op de betreffende kookzone een pan staat die geschikt is voor inductie en die voldoende groot is (zie de rubriek "De juiste pannen").

... een kookzone of de hele kookplaat tijdens het gebruik automatisch wordt uitgeschakeld?

De automatische uitschakeling of de oververhittingsbeveiliging is geactiveerd (zie de rubrieken "Automatische uitschakeling" en "Oververhittingsbeveiliging").

... een van de volgende storingen optreedt:

  • De boosterfunctie wordt te vroeg uitgeschakeld.
  • De ingestelde vermogensstand wordt verlaagd.
  • De kookzone werkt niet zoals u gewend bent op de ingestelde vermogensstand.

De oververhittingsbeveiliging is geactiveerd (zie de rubriek "Oververhittingsbeveiliging").

... de inhoud van een pan niet of nauwelijks begint te koken, hoewel u de aankookautomaat heeft ingeschakeld?

De oorzaak kan zijn dat

- grote hoeveelheden worden verhit.

– de pan de warmte niet goed geleidt.

Kies de volgende keer een hogere doorkookstand of stel eerst de hoogste vermogensstand in en schakel daarna handmatig terug naar een lagere stand.

... de ventilator na het uitschakelen doorwerkt?

Dit is geen storing! De ventilator draait door totdat het apparaat is afgekoeld en wordt dan automatisch uitgeschakeld.

... in het display van de achterste kookzones een F , in de voorste een E en in het display van de timer cijfers verschijnen?

FE99:

De oververhittingsbeveiliging van de inductiespoel heeft gereageerd. Zodra een kookzone voldoende is afgekoeld, kunt u de kookzone gewoon weer in gebruik nemen.

Andere foutmeldingen:

Onderbreek de stroomvoorziening van de kookplaat gedurende ca. 1 minuut.

Mocht het probleem zich na het herstellen van de stroomvoorziening weer voordoen, neem dan contact op met de afdeling Klantcontacten.

Klantcontacten

Voor storingen die u niet zelf kunt verhelpen, waarschuwt u

  • uw Miele-vakhandelaar of
    – de afdeling Klantcontacten van Miele Nederland B.V.

De gegevens van Miele Nederland B.V. vindt u op de achterzijde van deze gebruiksaanwijzing.

Voor een goede en vlotte afhandeling moet de afdeling Klantcontacten weten welk type apparaat u heeft en welk serienummer het heeft. Beide gegevens vindt u op het typeplaatje.

Miele-Service-Verzekering-Certificaat

Voor informatie over het Miele-Service-Verzekering-Certificaat kunt u zich wenden tot uw Miele-vakhandelaar of de bijgaande folder raadplegen.

Typeplaatje

Plak hier het bijgevoegde typeplaatje. Controleer of de gegevens op het typeplaatje overeenkomen met de gegevens op het titelblad van deze gebruiksaanwijzing.

Veiligheidsinstructies voor het inbouwen

Om te voorkomen dat het apparaat beschadigd raakt, moet het pas na de montage van de bovenkastjes en de afzuigkap worden ingebouwd.

De lijsten en randen van het werkblad moeten met een hittebestendige lijm (100 °C) zijn bevestigd, zodat ze niet loslaten of vervormen. Ook de wandafdichtstrip moet hittebestendig zijn.
Dit apparaat mag uitsluitend door een vakman op een niet-stationaire locatie (bijvoorbeeld een boot of camper) worden ingebouwd en aangesloten. Hierbij moet aan alle voorwaarden voor een veilig gebruik worden voldaan.
Het is niet toegestaan de kookplaat boven koelapparatuur, afwas-, was- en droogautomaten in te bouwen.
Deze kookplaat mag niet boven een oven of fornuis zonder ventilator worden ingebouwd die voor de koeling van het betreffende apparaat dient.

De aansluitkabel van de kookplaat mag na het inbouwen niet in aanraking komen met de bodemplaat van het apparaat en niet worden blootgesteld aan mechanische belastingen.
Als zich onder het ingebouwde apparaat een tussenbodem bevindt, moet de minimale afstand vanaf de bovenkant van het werkblad 150 mm bedragen, zodat de ventilatie van het apparaat gewaarborgd is.
De op de volgende bladzijden aangegeven veiligheidsafstanden dienen nauwkeurig te worden aangehouden.
Gebruik geen voegenkit en soortgelijke producten, tenzij dat uitdrukkelijk vermeld staat. De dichting van het apparaat is toereikend als af-dichting tussen kookplaat en werkblad (zie ook de rubriek "Dichting").

Alle maten zijn in mm aangegeven.

Veiligheidsafstand boven het apparaat

MIELE KM 5753 - Veiligheidsafstand boven het apparaat - 1

Tussen het apparaat en een erboven gemonteerde afzuigkap dient u de veiligheidsafstand aan te houden die door de fabrikant is aangegeven. Is deze informatie niet beschikbaar, bijvoorbeeld bij een keukenplank, dan moet de afstand bij licht ontvlambare materialen ten minste 760 mm bedragen.

Als in de gebruiksaanwijzing of montagehandleiding van verschillende apparaten (bijvoorbeeld een wokbrander of een elektrische kookplaat) verschillende veiligheidsafstanden worden genoemd voor plaatsing onder een afzuigkap, kies dan de grootste afstand.

Veiligheidsafstanden zijkant

De apparaten mogen slechts aan één zijkant en aan de achterkant aansluiten op meubels of wanden die hoger zijn dan de apparaten zelf (zie de afbeeldingen).

Houd minimaal de volgende veiligheidsafstanden aan:

  • 50 mm rechts of links van de uitsparing ten opzichte van een ernaast geplaatst meubelstuk (bijvoorbeeld een hoge kast).
  • 50 mm tussen de uitsparing en de achterwand.

MIELE KM 5753 - Veiligheidsafstanden zijkant - 1

Toegestaan maar niet aan te bevelen!

Veiligheidsafstand bij een beklede nis

Tussen de nisbekleding en de rand van de uitsparing in het werkblad dient een minimale afstand te worden aangehouden van 50 mm.

Deze afstand is alleen nodig als het materiaal van de nisbekleding van hout of ander brandbaar materiaal is. Bij onbrandbaar materiaal (metaal, keramische tegels en dergelijke) kan de afstand worden verkleind met de dikte van de nisbekleding (voor zover praktisch realiseerbaar). Bij te hoge temperaturen kunnen materialen beschadigd raken.

Kookplaten zonder randlijst Kookplaten met randlijst/facetrand
① ② ③ ④ ≥ 50 ⑤ ⑥

① ② ③ ④ ≥ 50 ⑤ ⑥

① Wand
② Nisbekleding
③ Wandafdichtstrip
④ Werkblad
⑤ Uitsparing in het werkblad
⑥ Minimale afstand 50 mm

Kookplaten met randlijst / facetrand

Inbouwmaten KM 5731
614 514 8 44 ② ≥50 ≤R4 ≥30 500±1 600±1 ① ③ 198 53 44 245 ④

① Voorkant
② Inbouwhoogte
③ Inbouwhoogte aansluitkabel
④ Aansluitkabel, L = 1440 mm

Inbouwmaten KM 5732

574 504 3 48 ② ≥50 490+3 560+3 ≤R4 z 30 ① 475 ② 203 422 48 245 ③

① Voorkant
② Inbouwhoogte
③ Aansluitkabel, L = 1440 mm

Inbouwmaten KM 5733
574 504 8 44 ② ≥50 490±1 560±1 ≤R4 z 30 ① ③ 203 53 44 245 ④

① Voorkant
② Inbouwhoogte
③ Inbouwhoogte aansluitkabel
④ Aansluitkabel, L = 1440 mm

Inbouwmaten KM 5736
700 662 510 4 46,5 ② ≥50 490+3 560+3 ≤R4 z 30 ① 475 ① ② 422 203 46,5 245 ③

① Voorkant
② Inbouwhoogte
③ Aansluitkabel, L = 1440 mm

Inbouwmaten KM 5752
764 504 3 48 ② ≥ 50 490 +3 750 +3 ≤ R4 z 30 ① 475 ② 203 422 48 245 ③

① Voorkant
② Inbouwhoogte
③ Aansluitkabel, L = 1440 mm

Inbouwmaten KM 5753
794 514 8 44 ② ≥50 500±1 780±1 ≤R4 z 30 ① ① ② 44 ③ 203 53 245 ④

① Voorkant
② Inbouwhoogte
③ Inbouwhoogte aansluitkabel
④ Aansluitkabel, L = 1440 mm

Inbouwmaten KM 5755

890 852 510 4 46,5 ② ≥50 490+3 750+3 ≤R4 z 30 ① 475 ② 422 203 46,5 245 ③

① Voorkant
② Inbouwhoogte
③ Aansluitkabel, L = 1440 mm

Inbouwmaten KM 5775

916 416 4 47,5 ② ≥ 50 386+3 886+3 ≤ R4 z 30 ① ① ② ③ 47,5 56,5 177 74 74 ④

① Voorkant
② Inbouwhoogte
③ Inbouwhoogte aansluitkabel
④ Aansluitkabel, L = 1440 mm

Voorbereiding werkblad

■ Maak een uitsparing in het werkblad volgens de maatschets.
Houd een afstand aan van minimaal 50 mm tussen de kookplaat en de achterwand. Tussen de kookplaat en een eventueel aanwezige zijwand (rechts of links) moet eveneens minimaal 50 mm worden vrijgelaten. Zie ook de rubriek "Veiligheidsinstructies voor het inbouwen".
■ De snijvlakken van houten werkbladen moeten met speciale lak, siliconenkit of giethars worden afgewerkt om te voorkomen dat het werkblad door vocht wordt aangetast. De gebruikte materialen moeten hittebestendig zijn.

Wordt bij het inbouwen geconstateerd dat de randafdichting bij de hoeken niet goed op het werkblad aansluit, dan kan de hoekradius (≤ R4) voorzichtig met een decoupeerzaag worden nabewerkt.

De speciale afdichttape zorgt ervoor dat de kookplaat stevig in de uitsparing ligt en niet verschuift. De spleet tussen de rand en het werkblad zal na verloop van tijd kleiner worden.

Kookplaat bevestigen

■ Leid de aansluitkabel van de kookplaat door de uitsparing naar beneden.
■ Leg de kookplaat midden in de uit-sparing. De dichting van de kook-plaat moet goed op het werkblad aansluiten. Alleen dan is een correcte afdichting gewaarborgd. Gebruik geen voegenkit.
■ Sluit de kookplaat aan.
■ Controleer of het apparaat goed functioneert.

Dichting Gebruik geen voegenkit, tenzij dat uit

MIELE KM 5753 - Dichting Gebruik geen voegenkit, tenzij dat uit - 1

drukkelijk vermeld staat. De dichting onder de rand van het apparaat is toereikend als afdichting tussen kookplaat en werkblad.

Gebruik nooit kit tussen de lijst van het apparaat en het werkblad! Anders kan het apparaat later - voor servicedoeleinden - alleen nog met moeite uit het werkblad worden gehaald. Lijst en werkblad kunnen daarbij beschadigd raken.

Kookplaten zonder randlijst

Inbouwmaten KM 5737
590±1 490±1 51 ② ≥50 470-1 570-1 ≤R4 z 30 496-1 596-1 ① 475 ① 203 422 51 245 496-1 596-1 570-1 470-1 ④ 13 ④ ≤R4

① Voorkant
② Inbouwhoogte
③ Aansluitkabel, L = 1440 mm
④ Getrapte freesrand voor natuurstenen werkbladen

Afmetingen uitsparing natuurstenen werkblad.

Zie ook de detailtekeningen!

Inbouwmaten KM 5757

750±1 490±1 51 ② ≥ 50 470-1 730-1 ≤ R4 30 496-1 756-1 ① 13 ④ 475 203 422 51 245 496-1 756-1 730-1 470-1 ④ 13 ≤R4

① Voorkant
② Inbouwhoogte
③ Aansluitkabel, L = 1440 mm
④ Getrapte freesrand voor natuurstenen werkbladen

Afmetingen uitsparing natuurstenen werkblad.

Zie ook de detailtekeningen!

Een kookplaat zonder randlijst is alleen geschikt voor inbouw in natuurstenen (graniet, marmer) en betegelde werkbladen, alsmede in massief hout. Andere materialen, zoals corian en askilan, zijn niet geschikt. Het apparaat moet worden ingebouwd in een 800 mm brede onderkast. Voor onderhoudswerkzaamheden moet de kookplaat van onderaf toegankelijk blijven, zodat de voegenkit niet hoeft te worden verwijderd.

Deze kookplaat

  • kan rechtstreeks in een correct voorbereid natuurstenen werkblad worden geplaatst.
  • moet in een massief-houten/betegeld werkblad met houten lijsten worden bevestigd. De lijsten worden niet bij het apparaat geleverd.

Werkblad voorbereiden en kookplaat bevestigen

Werkblad van natuursteen
≥50 ⑦ ≥2 ⑥ 7 6 1 51 52 ⑤ 13

⑤ Werkblad
⑥ Kookplaat
⑦ Voegbreedte

Hoekradius uitgefreesd werkblad ≤ R4.

■ Maak de uitsparing in het werkblad volgens de afbeeldingen.
■ Leid de aansluitkabel van de kookplaat door de uitsparing naar beneden.
■ Plaats en centreer de kookplaat ⑥ in de uitsparing.
■ Sluit de kookplaat aan.
■ Controleer of het apparaat goed functioneert.
■ Vul de voeg ⑦ met een geschikte, temperatuurbestendige (minimaal 160 °C) siliconen-voegenkit.

Omdat voor de keramische plaat en de uitsparing in het werkblad een zekere tolerantie geldt, kan de voegbreedte ⑦ variëren (minimaal 2 mm).

Massief-houten/betegeld werkblad
≥50 ⑦ ≥2 ⑥ 7 6 1 51 52 ⑤ ① 13

① Houten lijsten 13 mm (niet bijgeleverd)
⑤ Werkblad
⑥ Kookplaat
⑦ Voegbreedte

Hoekradius betegeld werkblad ≤ R4.

■ Maak de uitsparing in het werkblad volgens de afbeeldingen.
■ Bevestig de houten lijsten ① 7 mm onder de bovenkant van het werkblad (zie afbeelding).
■ Leid de aansluitkabel van de kookplaat door de uitsparing naar beneden.
■ Plaats en centreer de kookplaat ⑥ in de uitsparing.
■ Sluit de kookplaat aan.
■ Controleer of het apparaat goed functioneert.
■ Vul de voeg ⑦ met een geschikte, temperatuurbestendige (minimaal 160 °C) siliconen-voegenkit.

Omdat voor de keramische plaat en de uitsparing in het werkblad een zekere tolerantie geldt, kan de voegbreedte ⑦ variëren (minimaal 2 mm).

Elektrische aansluiting

Dit apparaat mag uitsluitend door een erkend elektricien op het elektriciteitsnet worden aangesloten. Deze is op de hoogte van de landelijke voorschriften en de voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf en neemt ze zorgvuldig in acht.

De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor directe of indirecte schade als gevolg van ondeskundig inbouwen of door een verkeerde aansluiting.

De fabrikant kan bovendien niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad (bijvoorbeeld een elektrische schok).

Na inbouw moet zijn gewaarborgd dat onder spanning staande delen niet kunnen worden aangeraakt.

Aansluitwaarde:

Zie het typeplaatje.

Aansluiting op:

Voordat u het apparaat aansluit, dient u de aansluitgegevens (spanning en frequentie) op het typeplaatje te vergelijken met de waarden van het elektrici- teitsnet. Deze gegevens moeten beslist overeenkomen.

Elektrische aansluiting:

AC 230 V / 50 Hz

Zekering: 16 A

Voor de aansluitmogelijkheden zie het aansluitschema.

Aardlekschakelaar

Om extra veiligheid te kunnen garanderen, wordt in de EU-voorschriften en richtlijnen voor Nederland geadviseerd de huisinstallatie van een aardlekschakelaar (30 mA) te voorzien.

Bij een beveiliging ≤ 100 mA kan het voorkomen dat de aardlekschakelaar reageert, als het apparaat wordt ingeschakeld, nadat het enige tijd niet gebruikt is.

Scheidingssysteem

Het apparaat moet via een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen worden losgekoppeld. De contactopening in uitgeschakelde toestand moet ten minste 3 mm bedragen! Geschikte schakelaars zijn overbelastings- en aardlekschakelaars.

Spanningsvrij maken

Moet het apparaat spanningsvrij worden gemaakt, ga dan, afhankelijk van de situatie, als volgt te werk:

– Bij zekeringen:

Draai de zekering los en haal deze uit de houder.

- Bij een zekeringsautomaat:

Druk op de testknop (rood) totdat de middelste knop (zwart) eruit-springt.

- Bij een inbouwzekeringsautomaat:

(zelfuitschakelaar, min. type B of C) Zet de tuimelschakelaar van 1 (Aan) op 0 (Uit).

- Bij een aardlekschakelaar:

Zet de hoofdschakelaar van 1 (Aan) op 0 (Uit) of druk op de testknop.

Zorg dat de netspanning niet per ongeluk weer kan worden ingeschakeld.

Aansluitkabel

De leidingen moeten volgens het aan-sluitschema worden aangesloten. De leidingen dienen van het type H 05 VV-F (PVC-isolatie) of H 05 RR-F (rubberen isolatie) te zijn en moeten voldoende doorsnede hebben.

Voor de aansluitmogelijkheden zie het aansluitschema.

De van toepassing zijnde aansluitwaarden vindt u op het typeplaatje.

Het vervangen van de aansluitkabel

Als de aansluitkabel moet worden vervangen, houdt u dan rekening met de draaddoorsnede en de aansluitwijze.

De aarddraad moet worden vastgeschroefd aan de aansluiting met symbool ⏻.

Aansluitschema

MIELE KM 5753 - Aansluitschema - 1

MIELE KM 5753 - Aansluitschema - 2

Plan nu zelf een serviceafpraak via www.miele.nl. Snel en gemakkelijk.

Bovendien vindt u op de Miele-website informatie over:

  • brochures en gebruiksaanwijzingen
  • gebruiksadviezen en tips
  • onderdelen en accessoires
  • stofcassettes en reinigingsmiddelen

U kunt ook bellen met onze afdeling Klantcontacten, bereikbaar via (0347) 37 88 88

Miele Nederland B.V.

Postbus 166

4130 ED VIANEN

(0347) 37 89 11

Infocentrum Miele-inbouwapparaten:

De Limiet 2

4131 NR VIANEN

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : MIELE

Model : KM 5753

Categorie : Forn