LANCIA Ypsilon (2003) - Automobiel

Ypsilon (2003) - Automobiel LANCIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Ypsilon (2003) LANCIA in PDF-formaat.

📄 290 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice LANCIA Ypsilon (2003) - page 2
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
ProducttypeAuto
MerkLancia
ModelYpsilon (2003)
CategorieStadsauto
Afmetingen (L x B x H)3780 x 1694 x 1530 mm
Wielbasis2390 mm
Leeggewicht980 kg
BrandstoftypeBenzine
Motorinhoud1242 cc
Vermogen60 pk (44 kW)
TransmissieHandgeschakeld (5 versnellingen)
VeiligheidssystemenABS, airbags (bestuurder en passagier)
Brandstofverbruik (gecombineerd)6,0 L/100 km
CO2-uitstoot140 g/km
OnderhoudOlie verversen elke 15.000 km; distributieriem elke 90.000 km
Bandenmaat175/65 R14
Inhoud brandstoftank47 L
Laadvermogen400 L (bagageruimte)
StuurinrichtingElektrische stuurbekrachtiging
KlimaatbeheersingHandmatige airconditioning

Veelgestelde vragen - Ypsilon (2003) LANCIA

Waar vind ik het chassisnummer van de Lancia Ypsilon (2003)?
Het chassisnummer staat op een plaatje aan de bestuurderszijde van de voorruit, onder de motorkap op het schutbord, of in de buurt van de rechterachterstoel onder de vloermat.
Hoe reset ik de onderhoudsindicator op de Ypsilon (2003)?
Zet het contact aan, druk op de knop voor de dagteller (TRIP) en houd deze ingedrukt. Schakel het contact uit en weer in, terwijl u de knop blijft indrukken. Wacht tot de onderhoudsindicator knippert en laat de knop los.
Welk olie type heeft de Lancia Ypsilon (2003) 1.2 benzinemotor nodig?
Voor de 1.2 benzine wordt SAE 5W-40 of 10W-40 aanbevolen, die voldoet aan ACEA A3/B3 of API SL/SM. Raadpleeg de handleiding voor exacte specificaties.
Wat is de juiste bandenspanning voor de Ypsilon (2003)?
Voorbanden: 2.2 bar (32 psi) bij normale belading; achterbanden: 2.2 bar (32 psi). Bij volle belading: voor 2.4 bar, achter 2.6 bar. Controleer het label op de deurpost.
Hoe vervang ik de koplamp van de Lancia Ypsilon (2003)?
Open de motorkap, draai de stekker los van de lamp, verwijder de rubber dop, maak de bevestigingsveer los, vervang de lamp (H4 12V 60/55W) en monteer in omgekeerde volgorde.
Wat is het trekgewicht van de Ypsilon (2003)?
Het maximale trekgewicht voor een geremde aanhanger is 800 kg; voor een ongeremde aanhanger 400 kg. Controleer de specifieke waarde in de handleiding.
Hoe open ik de achterklep van de Lancia Ypsilon (2003) als de accu leeg is?
Gebruik de noodsleutel in het contactslot van de bestuurdersdeur schakelt de centrale deurvergrendeling in/uit. De achterklep kan dan handmatig worden geopend met de hendel.
Waar bevindt de zekeringkast in de Ypsilon (2003)?
De zekeringkast bevindt zich links naast het stuurwiel, achter een klein klepje. Een tweede zekeringkast zit onder de motorkap, aan de bestuurderszijde.
Hoe stel ik de hoogte van de koplampen af?
Draai aan de stelschroef op de koplampunit met een kruiskopschroevendraaier. Zet de auto op een vlakke ondergrond op 5 meter van een muur en stel af tot de licht-/donkergrens op de juiste hoogte is.
Wat is de interval voor distributieriem vervanging?
De distributieriem van de Ypsilon (2003) moet elke 90.000 km of 6 jaar worden vervangen, afhankelijk van wat eerst komt. Laat dit door een vakman doen.

Gebruikersvragen over Ypsilon (2003) LANCIA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Automobiel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Ypsilon (2003) - LANCIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Ypsilon (2003) van het merk LANCIA.

GEBRUIKSAANWIJZING Ypsilon (2003) LANCIA

Wij feliciteren u met uw aankoop en bedanken u dat u voor een LANCIA hebt gekozen.

Wij hebben dit boekje samengesteld om u de kwaliteiten van deze auto volledig te laten benutten.

Wij raden u aan alle hoofdstukken goed door te lezen voordat u voor de eerste keer met de auto gaat rijden.

Dit instructieboekje bevat informatie, tips en aanwijzingen die u zullen helpen de technische kwaliteiten van uw LANCIA volledig te benutten. U zult niet alleen de bijzondere eigenschappen ontdekken van uw LANCIA maar ook belangrijke aanwijzingen vinden voor de verzorging, het onderhoud, de rijveiligheid en het geprogrammeerd onderhoud.

Wij raden u aan om de aanwijzingen en tips bij de symbolen onder aan de pagina aandachtig te lezen:

LANCIA Ypsilon (2003) - 1

veiligheid van de inzittenden;

LANCIA Ypsilon (2003) - 2

conditie van de auto;

LANCIA Ypsilon (2003) - 3

bescherming van het milieu.

In de "Service- en garantiehandleiding" vindt u naast het schema voor het geprogrammeerd onderhoud:

- het garantiecertificaat en de bijbehorende voorwaarden

- een overzicht van de speciale aanvullende service voor cliënten.

Wij zijn ervan overtuigd, dat u met behulp van dit instructieboekje spoedig met uw auto vertrouwd zult raken en dat uw nieuwe auto en de ondersteuning van de LANCIA-organisatie u volledig tevreden zullen stellen.

Veel leesplezier en goede reis!

Hloewel in dit instructieboekje alle uitvoeringen van de LANCIA Ypsilon beschreven worden, dient u zich aan de informatie te houden met betrekking tot de uitrusting, de motoruitvoering en het model van de auto die u gekocht hebt.

VEILIG EN MILIEUBEWUST RIJDEN

Veiligheid en respect voor het milieu zijn de uitgangspunten geweest bij het ontwerpen van de LANCIA Ypsilon. Dankzij deze opvatting kon de LANCIA Ypsilon strenge veiligheidstests het hoofd bieden en goed doorstaan. De LANCIA Ypsilon voldoct aan de strengste eisen in zijn klasse en is al voorbereid op de tockomstige normen.

Daarnaast is de LANCIA Ypsilon door het doorlopende onderzoek naar nieuwe en doeltreffende bijdragen aan het bchoud van het milicu, een auto die navolging verdient.

Alle uitvoeringen zijn uitgerust met emissiereductiesystemen die bijdragen aan de bescherming van het milieu, waardoor de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen lager is dan de nu geldende normen.

Wij herinneren u er bovendien aan dat LANCIA hard heeft gewerkt een zeer ambitieus doel te bereiken: 100% recycling. Als uw LANCIA Ypsilon buiten gebruik wordt gesteld, dan kan deze vrijwel geheel worden gerecycled, omdat voldaan wordt aan de voorwaarden van het F.A.R.E.-project. Dankzij dit project kunnen de Lancia-dealers uw voertuig milieuvriendelijk (en geheel volgens de wettelijke normen) buiten gebruik stellen, als u tot de aanschaf van een nieuwe auto overgaat.

Voor de natuur betekent dat een groot voordeel: niets gaat verloren, niets wordt gestort en er zijn minder nieuwe grondstoffen nodig.

BESCHERMING VAN IIET MILIEU

Bij het ontwerp en de productie van de LANCIA Ypsilon is niet alleen rekening gehouden met de traditionele aspecten, zoals prestatics en veiligheid, maar ook is er veel aandacht besteed aan de grociende problemen met betrekking tot het milieu.

De materiaalkeuze en de technische systemen en speciale voorzieningen zijn het resultaat van inspanningen die er op gericht zijn om de vervuiling van het milieu drastisch terug te dringen. Uw auto voldoet dan ook aan de strengste internationale milicunormen.

GEBRUIK VAN MILIEUVRIENDELIJKE MATERIALLEN

Geen enkel onderdeel van de LANCIA Ypsilon bevat asbest. De vulling van de stoelen en de airconditioning bevatten geen CFK's (chloorfluorkoolwaterstoffen), het gas dat waarschijnlijk de oorzaak is van het gat in de ozonlaag. De kleurstoffen en de corrosiewerende behandeling van de bouten en moeren zijn niet schadelijk voor het milieu; ze bevatten dus geen lucht- en bodemverontreinigend cadmium.

EMISSIEREDUCTIESYSTEMEN (benzinemotoren)

Driewegkatalysator

Het uitlaatsysteem is voorzien van een katalysator, die bestaat uit edelmetallegeringen. De katalysator bevindt zich in een roestvast stalen houder die bestand is tegen hoge bedrijfstemperaturen.

De katalysator zet onverbrande koolwaterstoffen, koolmonoxide en stikstofoxiden in het uitlaatgas om (ook al zijn deze dankzij het elektronische motormanagementsysteem, slechts in kleine hoeveelheden aanwezig) in niet schadelijke stoffen.

Omdat tijdens de werking de katalysator zeer warm wordt, verdient het aanbeveling niet te parkeren boven papier, brandstof, gras, droge bladeren, enz.

Lambdasondes

De lambdasondes meten de hoeveelheid zuurstof in het uitlaatgas. De door de lambdasondes verzonden signalen worden door de regeleenheid van het motormanagementsysteem gebruikt om het lucht/brandstofmengsel te regelen.

Benzinedamp-opvangsysteem

Het is onmogelijk, ook bij stilstaande motor, benzinedampen te voorkomen. Daarom "vangt" dit systeem de dampen in een speciaal actieve-koolfilter.

Als de motor draait, worden deze dampen afgezogen en verbrand in de motor.

EMISSIEREDUCTIESYSTEMEN (JTD-motoren)

Oxidatiekatalysator

De katalysator zet schadelijke bestanddelen in het uitlaatgas (koolmonoxide, onverbrande koolwaterstoffen en roet-deeltjes) om in onschadelijke stoffen, waarmee tevens de rook en de typische dieselgeur verminderd worden.

De katalysator bestaat uit een roestvrijstalen huis met daarin een honingraatvormig keramisch binnenwerk. Hierop zit edelmetaal dat voor de katalytische reactie zorgt.

Uitlaatgasrecirculatiesysteem (E.G.R.)

Dit systecm zorgt voor recirculatie, oftewel hergebruik, van een deel van de uitlaatgassen. Het percentage dat gerecirculeerd wordt, is afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden van de motor.

Het systeem beperkt zonodig de uitstoot van stikstofoxiden.

ABSOLUUT LEZEN!

BRANDSTOFTANK

LANCIA Ypsilon (2003) - BRANDSTOFTANK - 1

Benzinemotoren: tank uitsluitend loodyvrije benzine met een minimum octaangetal van 95 RON.

JTD-motoren: tank uitsluitend dieselbrandstof voor motorvoertuigen die voldoet aan de Europese specificatie EN590.

MOTOR STARTEN

LANCIA Ypsilon (2003) - MOTOR STARTEN - 1

Benzinemotoren: controleer of de handrem is aangetrokken; zet de versnellingspook in vrij; trap het koppelingspedaal volledig in, maar trap het gaspedaal niet in; draai vervolgens de start-/contactsleutel in stand AVV en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.

JTD-motoren: draai de start-/contactsleutel in stand MAR en wacht tot de waarschuwingslampjes en 00 doven: draai de start-/contactsleutel in stand AVV en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.

PARKEREN BOVEN BRANDBARE MATERIALEN

LANCIA Ypsilon (2003) - PARKEREN BOVEN BRANDBARE MATERIALEN - 1

Omdat tijdens de werking de katalysator zeer warm wordt, verdient het aanbeveling niet te parkeren boven gras, droge bladeren, dennennaalden of ander licht ontvlambaar materiaal: brandgevaar.

BESCHERMING VAN HET MILIEU

De auto is uitgerust met een diagnosesysteem dat continu controles uitvoert op de componenten die van invloed zijn op de uitleatgasemissie, zodat overmatige vervuiling van het milieu wordt voorkomen.

LANCIA Ypsilon (2003) - BESCHERMING VAN HET MILIEU - 1

Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die stroom verbruiken (waardoor de accu langzaam kan ontladen), dient u contact op te nemen met de Lancia-dealer. Deze kan u de meest geschikte installatics aanraden die de accu niet uitputten.

LANCIA Ypsilon (2003) - BESCHERMING VAN HET MILIEU - 2

CODE-card

Bewaar de CODE-card op een veilige plaats, maar niet in de auto. Wij raden u aan de elektronische code van de CODE-card altijd bij u te hebben omdat deze onmisbaar is voor het uitvoeren van een noodstart.

LANCIA Ypsilon (2003) - CODE-card - 1

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD

Bedenk dat een goed onderhoud van de auto de beste manier is om de prestatics en de veiligheid van de auto gedurende langere tijd te garanderen. Daarbij wordt ook het milieu ontzien en blijven de exploitatiekosten laag.

LANCIA Ypsilon (2003) - GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD - 1

IN HET INSTRUCTIEBOEKJE...

...vindt u informatie, tips en belangrijke waarschuwingen voor het juiste gebruik, veilig rijden en het onderhoud van uw auto. Let vooral op de symbolen ▲ (veiligheid van de inzittenden), ⚡ (bescherming van het milieu) en △ (conditie van de auto).

Als op het multifunctionele display het bericht "Zie instructiebockje" verschijnt, moet u het hoofdstuk "Lampjes en berichten" in dit boekje raadplegen.

LANCIA Ypsilon (2003) - IN HET INSTRUCTIEBOEKJE... - 1

DASHBOARD EN BEDIENING

DASHBOARD 8

INSTRUMENTENPANEEL 9

SYMBOLEN 10

LANCIA CODE 10

DE SLEUTELS 12

START-/CONTACTSLOT 21

INSTRUMENTEN 22

ZITPLAATSEN 55

HOOFDSTEUNEN 59

STUURWIEL 60

SPIEGELS 61

KLIMAATREGELING 63

VERWARMING EN VENTILATIE 65

AIRCONDITIONING, HANDBEDIEND 68

AIRCONDITIONING, AUTOMATISCH 72

BUITENVERLICHTING 84

SENSOR AUTOMATISCHE KOPLAMPEN ..... 87

RUITEN REINIGEN 88

REGENSENSOR 89

CRUISE-CONTROL 92

De aanwezigheid en de opstelling van de bedieningsorganen, instrumenten en de waarschuwings-/controle-lampjes kunnen per uitvoering verschillen.

LANCIA Ypsilon (2003) - DASHBOARD EN BEDIENING - 1

  1. Uitstroomopeningen aan de zijkant - 2. Hendel links: bediening buitenverlichting - 3. Airbag bestuurderszijde - 4. Hendel rechts: bediening ruitenwissers voor/achter en tripcomputer - 5. Uitstroomopeningen in het midden - 6. Autoradio (indien aanwezig) / Opbergvakje - 7. Instrumentenpaneel - 8. Airbag passagierszijde - 9. Schakelaar voor uitschakeling airbag voor aan passagierszijde - 10. Dashboardkastje - 11. Bedieningsknoppen verwarming, ventilatie en airconditioning - 12. Versnellingshendel - 13. Schakelaarpaneel - 14. Start-/contactslot - 15. Hendel stuurwiclverstelling - 16. Hendel voor bediening cruise-control (indien aanwezig) - 17. Hendel motorkapontgrendeling.

INSTRUMENTENPANEEL

A - Snelheidsmeter
B - Brandstofmeter met waarschuwingslampje brandstofreserve
C - Toerenteller
D - Multifunctioneel display

A - Snelheidsmeter
B - Brandstofmeter met waarschuwingslampje brandstofreserve
C - Koelylocistoftemperatuurmeter met waarschuwingslampje voor te hoge koelylocistoftemperatuur
D - Toerenteller
E - Multifunctioneel display

LANCIA Ypsilon (2003) - INSTRUMENTENPANEEL - 1

Op of in de nabijheid van enkele onderdelen van uw auto zijn specifiek gekleurde plaatjes aangebracht met daarop symbolen die uw aandacht vragen en die voorzorgsmaatregelen aangeven die u in acht moet nemen als u met het betreffende onderdeel te maken krijgt.

Onder de motorkap bevindt zich een plaatje met een korte samenvatting van de symbolen.

LANCIA CODE

Voor een nog betere bescherming tegen diefstal is de auto uitgerust met een elektronische startblokkering (Lancia CODE). Het systeem schakelt automatisch in als de start-/contactsleutel wordt uitgenomen.

In iedere sleutel zit een elektronisch component gemonteerd dat bij het starten van de motor een signaal ontvangt via een speciale antenne die in het start-/contactslot is ingebouwd. Het signaal wordt bij het starten omgezet in een gecodeerd signaal en vervolgens aan de regel- eenheid van de Lancia CODE gezonden, die, als de code wordt her- kend, het starten van de motor mogelijk maakt.

WERKING

Als u bij het starten van de motor de sleutel in stand MAR draait, dan stuurt het Lancia CODE-systeem een code naar de regeleenheid van de motor die, als de code wordt herkend, de blokkering van de functies opheft.

De code wordt alleen verzonden als de regeleenheid van het Lancia CODE-systeem de door de sleutel verzonden code heeft herkend.

Iedere keer als u de contactsleutel in stand STOP zet, schakelt het Lancia CODE-systeem de functies van de elektronische regeleenheid van de motor uit.

Als bij het starten de code niet wordt herkend, gaat op het instrumentenpanel het waarschuwingslampje fëbranden.

In dat geval raden wij u aan de sleutel in stand STOP en vervolgens in stand MAR te draaien; als de motor geblokkeerd blijft, probeer het dan opnieuw met de andere geleverde sleutels. Als de motor nog niet aanslaat, voer dan zelf een noodstart uit (zie het hoofdstuk "Noodgevallen") en wendt u daarna tot de Lancia-dealer.

BELANGRIJK Elke sleutel heeft een eigen code die in de regeleenheid van het systeem moet worden opgeslagen. Voor het opslaan van nieuwe sleutels (maximaal acht) moet u zich tot de Lancia-dealer wenden.

Als het waarschuwingslampje 📄 tijdens het rijden gaat branden

□ Als het lampje 📊 gaat branden, dan betekent dit dat het systeem een zelfdiagnose uitvoert (bijv. bij een vermindering van de spanning). Als u het systeem wilt controleren, moet u de auto stilzetten en de contactsleutel in stand STOP en vervolgens opnieuw in stand MAR draaien: als er geen enkele storing wordt gevonden, gaat het lampje 📊 niet branden.
□ Als het lampje blijft branden, moet de hiervoor beschreven procedure herhaald worden en de contactsleutel langer dan 30 seconden in stand STOP worden gezet. Als de storing blijft bestaan, wendt u dan tot de Lancia-dealer.
□ Als het lampje blijft branden, wordt de code niet herkend. In dat geval moet u de sleutel in stand STOP en vervolgens in stand MAR draaien; als de motor geblokkeerd blijft, probeer het dan opnieuw met de andere geleverde slcutels. Als de motor nog niet aanslaat, voer dan zelf een noodstart uit (zie het hoofdstuk "Noodgevallen") en wendt u daarna tot de Lancia-dealer.

LANCIA Ypsilon (2003) - Als het waarschuwingslampje 📄 tijdens het rijden gaat branden - 1

Bij krachtige stoten kunnen de elektronische componenten in de sleutel beschadigd worden.

LANCIA CODE ATTENZIONE A B ATTENTION CAUTION ACHITING LOC0026m

DE SLEUTELS

CODE-CARD

Bij de auto worden twee sleutels geleverd en de CODE-card waarop staat aangegeven:

□ de elektronische code A voor het uitvoeren van een noodstart (zie de paragraaf "Noodstart" in het hoofdstuk "Starten en wegrijden");
□ de mechanische code van de sleutels B, die bij aanvraag van duplicaatsleutels aan de Lancia-dealer moet worden medegedeeld.
Wij raden u aan de elektronische code A altijd bij u te hebben omdat deze onmisbaar is voor het uitvoeren van een noodstart.

BELANGRIJK Om schade aan de elektronische schakelingen in de sleutels te voorkomen, mogen de sleutels niet aan directe zonnestraling worden blootgesteld.

LANCIA Ypsilon (2003) - CODE-CARD - 1

Als de auto wordt verkocht, moeten alle sleutels en de CODE-card overhandigd worden aan de nieuwe eigenaar.

MECHANISCHE SLEUTEL

De sleutel is uitgerust met een metalen baard A en dient voor:

□ het start-/contactslot;
□ de sloten van de portieren:
□ de sleutelschakelaar voor het uitschakelen van de airbag aan passagierszijde;
□ het dead lock-systeem (indien aanwezig).

Knop B dient voor het uitklappen van de metalen baard A.

Houd voor het inklappen van de metalen baard in de handgreep knop B ingedrukt en draai de baard in de richting van de pijl tot de baard vastklikt. Laat hierna knop B los.

A B LOC0047m

LANCIA Ypsilon (2003) - MECHANISCHE SLEUTEL - 2

ATTENTIE

Druk knop B alleen in als de sleutel ver genoeg van het lichaam (speciaal de ogen) en van voorwerpen die snel beschadigen (bijvoorbeeld kledingstukken) is verwijderd. Laat de sleutel nooit onbeheerd achter. Hiermee voorkomt u dat uit in het bijzonder voor kinderen) per ongeluk op de knop drukt.

A B C L0C0048m

SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING

De sleutel is uitgerust met een metalen baard A en dient voor:

□ het start-/contactslot;
□ de sloten van de portieren;
□ de sleutelschakelaar voor het uitschakelen van de airbag aan passagierszijde;
□ het dead lock-systeem (indien aanwezig).

Knop B dient voor het uitklappen van de metalen baard.

Houd voor het inklappen van de metalen baard in de handgreep knop B ingedrukt en draai de baard in de richting van de pijl tot de baard vastklikt. Laat hierna knop B los.

Knop 🔒 dient voor het outgrendelen van de portieren en de achter-klep.

Knop 🔒 dient voor het vergrendelen van de portieren en de achter-klep.

Knop 📄 dient voor het op afstand openen van de achterklep.

Lampje C gaat branden als de opdracht naar de ontvanger wordt verzonden.

LANCIA Ypsilon (2003) - SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING - 1

ATTENTIE

Druk knop B alleen in als de sleutel ver genoeg van het lichaam (speciaal de ogen) en van voorwerpen die snel beschadigen (bijvoorbeeld kledingstukken) is verwijderd. Laat de sleutel nooit onbeheerd achter. Hiermee voorkomt u dat iemand (dit geldt in het bijzonder voor kinderen) per ongeluk op de knop drukt.

Als de portieren worden ontgrendeld, gaat de interieurverlichting een vooraf vastgestelde tijd branden.

BELANGRIJK De frequentie van de afstandsbediening kan worden gestoord door krachtige radiosignalen van buiten de auto (van mobiele telefoons, van radioamateurs, enz.). Hierdoor kan de werking van de afstandsbediening worden beïnvloed.

Portieren en achterklep ontgrendelen

Druk kort op knop ⓐ: ontgrendeling van de portieren en de achterklep, tijdgeschakelde inschakeling interieurverlichting en twee keer knipperen van de richtingaanwijzers.

Druk langer dan twee seconden op knop 🔒: openen van de ruiten (indien aanwezig).

Als na het outgrendelen van de portieren en de achterklep binnen enkele seconden geen enkel portier noch de achterklep wordt geopend, dan vergrendelt het systeem automatisch de portieren en de achterklep.

Als de brandstofnoodschakelaar in werking treedt, worden de portieren en de achterklep automatisch ontgrendeld.

In het "Instelmenu" op het display (zie de paragraaf "Multifunctioneel display") kunt u het systeem zo instellen dat na het indrukken van knop alleen het bestuurdersportier wordt ont-grendeld of alle portieren (indien aanwezig).

BELANGRIJK De frequentie van de afstandsbediening kan worden gestoord door krachtige radiosignalen van buiten de auto (van mobiele telefoons, van radioamateurs, enz.). Hierdoor kan de werking van de afstandsbediening worden beïnvloed.

LANCIA Ypsilon (2003) - Portieren en achterklep ontgrendelen - 1

Druk kort op knop: vergrendeling van de portieren en de achterklep, uitschakeling van de interieurverlichting en een keer knipperen van de richtingaanwijzers.

Druk langer dan twee seconden op knop 📄: sluiten van de ruiten (indien aanwezig). Druk twee keer snel achter elkaar op de knop voor het inschakelen van het dead lock-systeem (zie de paragraaf “Dead lock-systeem”) (indien aanwezig).

BELANGRIJK De frequentie van de afstandsbediening kan worden gestoord door krachtige radiosignalen van buiten de auto (van mobiele telefoons, van radioamateurs, enz.). Hierdoor kan de werking van de afstandsbediening worden beïnvloed.

Achterklep op afstand openen

Druk op knop 📄 en houd de knop ingedrukt om op afstand de achterklep te ontgrendelen (openen).

Het openen van de achterklep wordt aangegeven door het twee keer knipperen van de richtingaanwijzers; bij het sluiten knipperen de richtingaanwijzers één keer (alleen bij ingeschakeld diefstalalarm).

BELANGRIJK De frequentie van de afstandsbediening kan worden gestoord door krachtige radiosignalen van buiten de auto (van mobiele telefoons, van radioamateurs, enz.). Hierdoor kan de werking van de afstandsbediening worden beïnvloed.

Lampje op bestuurdersportier

Als de portieren worden vergrendeld, gaat lampje A ongeveer 3 seconden branden en daarna knipperen (bewakingsfunctie).

Als de portieren worden vergrendeld en een of meer portieren en/of de achterklep is/zijn niet goed gesloten, gaan het lampje en de richtingaanwijzers snel knipperen.

Batterrij vervangen van de sleutel met afstandsbediening

Als u de knoppen van de afstandsbediening indrukt en lampje F op de sleutel knippert slechts een keer kort, dan moet de batterij worden vervangen door een nieuw exemplaar dat normaal in de handel verkrijgbaar is.

Ga voor het vervangen van de batterij als volgt te werk:

□ druk op knop A en klap de metalen baard B uit:
□ draai met een kleine schroevendraaier de sluiting C;
□ trek de batterijhouder D naar buiten en vervang de batterij E; let daarbij goed op de polariteit:
☐ plaats de batterijhouder D in de sleutel en draai de sluiting C.

Extra afstandsbedieningen bestellen

Het systeem kan max. 8 afstandsbedieningen herkennen. Als u na verloop van tijd een nieuwe afstandsbediening nodig hebt, kunt u zich tot een Lancia-dealer wenden. Necem dan de CODE-card, een identiteitsbewijs en de autopapieren mee.

LANCIA Ypsilon (2003) - Extra afstandsbedieningen bestellen - 1

Lege batterijen zijn schadelijk voor het milieu. Ze moeten in een daarvoor bestemde chemobox of aftalbak worden gedeponeerd. Ze kunnen ook ingeleverd worden bij de Lancia-dealer. Die zorgt vervolgens voor de afvoer.

LANCIA Ypsilon (2003) - Extra afstandsbedieningen bestellen - 2

DEAD LOCK-SYSTEEM (indien aanwezig)

Dit veiligheidssysteem verhindert de werking van:

□ de interne handgrepen van de auto;
□ de drukknoppen A en B voor het ver-/ontgrendelen, op de tunnel-console bij de handrem.

Hierdoor kunnen de portieren niet van binnenuit worden geopend bij een inbraakpoging (bijvoorbeeld bij het inslaan van een ruit).

Het biedt dus de best mogelijke bescherming tegen inbraakpogingen. Daarom raden wij u aan om iedere keer als de u de auto verlaat, het systeem in te schakelen.

LANCIA Ypsilon (2003) - DEAD LOCK-SYSTEEM (indien aanwezig) - 1

ATTENTIE

Als het dead lock-systeem is ingeschakeld, kunnen de portieren op geen enkele wijze van binnenuit worden geopend. Controleer daarom, voordat u de auto verlaat, of er geen personen meer aan boord zijn.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Als de batterij van de sleutel met afstandsbediening leeg is, kan het systeem alleen worden ingeschakeld door de metalen baard van de sleutel in het slot van de portieren te steken zoals op de volgende pagina wordt beschreven.

Inschakeling van het systeem

Het systeem schakelt in de volgende gevallen op alle portieren automatisch in:

□ als u de mechanische sleutel A twee keer in de vergrendelstand zet;
□ als u twee keer op knop van de sleutel met afstandsbediening drukt.

Als het systeem is ingeschakeld, knipperen de richtingaanwijzers 3 keer en knippert het lampje op het portierpanel aan bestuurderszijde (zie de tabel op de volgende pagina).

Het systeem schakelt niet in als een of meerdere portieren niet goed gesloten zijn: zo wordt voorkomen dat een persoon via het geopende portier het interieur van de auto kan betreden en, als het portier vervolgens wordt gesloten, de auto niet meer kan verlaten.

Uitschakeling van het systeem

Het systeem schakelt in de volgende gevallen automatisch op alle portieren uit:

□ als de portieren worden ontgrendeld;
□ als alleen het bestuurdersportier wordt ontgrendeld;
□ als de start-/contactsleutel in stand MAR wordt gedraaid.

LANCIA Ypsilon (2003) - Uitschakeling van het systeem - 1

Hieronder worden alle met de sleutel in te schakelen functies samengevat (met en zonder afstandsbediening):

TypesleutelOpenenPortierenSluitenPortierenbewakingslampjeOpenen ruiten(indien aanwezig)Sluiten ruiten(indien aanwezig)Dead lock(indien aanwezig)
Mechanische sleutelSleutel linksomdraaienSleutel rechtsomdraaienLanger dan 2 sec.in de ontgrendelstand draaienLanger dan 2 sec.in de ontgrendelstand draaienSleutel twee keer inde vergrendelstanddraaien
Sleutel metafstandsbedieningSleutel linksomdraaienSleutel rechtsomdraaienLanger dan 2 sec.in de ontgrendelstand draaienLanger dan 2seconden in devergrendelstanddraaienSleutel twee keer inde vergrendelstanddraaien
Knop 🔒kortindrukkenKnop 🔒kortindrukkenKnop 🔒langerindrukken (> 2sec.)Knop 🔒langerindrukken (> 2sec.)Knop 🔒2 x indrukken
Knipperenrichting-aauwijzers(alleen bijsleutel metafstandsbediening)2 x knipperen1 x knipperen2 x knipperen1 x knipperen3 x knipperen
LampjebestuurdersportierDovenbewakingslampje3 sec. continubranden en vervol-gens knipperenDoven bewakingslampjeKnipperenbewakingslampjeTwee keer knipperen en vervolgensknipperen bewa-

kingslampjes

STOP MAR AV V LOC0054m

LANCIA Ypsilon (2003) - Uitschakeling van het systeem - 3

ATTENTIE

Openen achterklep

LANCIA Ypsilon (2003) - Uitschakeling van het systeem - 4

ATTENTIE

LANCIA Ypsilon (2003) - Uitschakeling van het systeem - 5

ATTENTIE

rpmu 100 L0C0010m

Knop 🚙langer indrukken (> 2 sec.)

2 x knipperen

14/4 130 - 0 50 LOC0011m

Knipperen bewakingslampje

1/2 0 4/4 L0C0012m

START-/CONTACTSLOT

PLANCIA E COMANDI

De steutel kan in 3 standen worden gedrapid:

STOP: motor uit, sleutel uitnecembaar en stuurslot ingeschakeld. Enkele elektrische installaties werken (bijv. autoradio, elektrische ruitbedicning).

MAR: contact aan. Alle elektrische installaties werken.
□ AVV: starten van de motor.

Het contactslot is voorzien van een herstartbeveiliging. Als de motor bij de eerste poging niet aanslaat, moet u de sleutel terugdraaien in stand STOP en nogmaals starten.

STUURSLOT

Inschakelen

Zet de sleutel in stand STOP, trek de sleutel uit het start-/contactslot en draai het stuur totdat het vergrendelt.

Uitschakelen

Draai het stuur iets heen en weer, terwijl u de sleutel in stand MAR draait.

14/4 130 - 0 50 L0C0011m

km/h 200 180 160 140 120 100 80 60 40 20 L0C0190m

LANCIA Ypsilon (2003) - Uitschakelen - 3

Als het start-/contactslot is geforceerd (bijv. bij een poging tot diefstal) moet u, voordat u weer met de auto gaat rijden, de werking van het slot laten controleren bij de Lancia-dealer.

Neem altijd de sleutel uit het contactslot als de auto wordt verlaten, om onvoorzichtig gebruik van de bedieningsknoppen te voorkomen. Vergeet niet de handrem aan te trekken en schakel de eerste versnelling in bij een helling omhoog of de achteruit bij een helling omlaag. Laat kinderen nooit alleen in de auto achter.

Verwijder de sleutel nooit als de auto nog in beweging is. Bij de eerste stuuruitslag blokkeert het stuur automatisch. Dit geldt altijd, ook als de auto gesleept wordt.

LANCIA Ypsilon (2003) - Uitschakelen - 4

BELANGRIJK De regeleenheid van de elektronische inspuiting blokkeert tijdelijk de toevoer van brandstof als de motor met te hoge toerentallen draait, waardoor het motorvermogen zal afnemen.

Bij stationair draaiende motor kan de toerenteller een geleidelijke of plotselinge toerentalstijging aangeven afhankelijk van de omstandigheden.

Dit is een normaal verschijnsel en kan voorkomen als bijvoorbeeld de airconditioning of de aanjager wordt ingcschakeld. In deze gevallen dient een geleidelijke verandering van het toerental voor het behoud van de acculading.

BRANDSTOFMETER

De brandstofmeter geeft het aantal liters brandstof aan dat in de tank aanwezig is.

Het waarschuwingslampje van de reservebrandstof Ægaat branden als er nog 6 liter brandstof in de tank aanwezig is.

Rijd niet met een bijna lege tank: door een onregelmatige brandstoftoevoer kan de katalysator beschadigen.

BELANGRIJK Als de wijzernaald op de indicatie O staat en het waarschuwingslampje Knippert, dan is er een storing in het systeem. Wendt u in dit geval tot de Lancia-dealer om het systeem te laten controleren.

KOELVLOEISTOFTEMPERATUURMETER

(indien aanwezig)

Als het waarschuwingslampje gaat branden, dan is koelvloeistof-temperatuur te hoog; zet in dat geval de motor uit en wendt u tot de Lancia-dealer.

De wijzer geeft de temperatuur aan van de motorkoelyloeistof, zodra de koelyloeistotemperatuur hoger wordt dan ongeveer 50°C.

Onder normale omstandigheden kan de wijzernaald op verschillende posities in het bereik staan, afhankelijk van de gebruiksomstandigheden van de auto.

SNELHEIDSMETER

Deze geeft de snelheid van de auto weer.

Als de wijzernaald in het rode gebied komt, zet dan onmiddellijk de motor uit en wendt u tot de Lancia-dealer.

F0C0001m

CITY ASR OFF + MODE - - 88 + L0C0056m

TRIP LOC0027m

BEDIENINGSKNOPPEN

Om gebruik te maken van de informatie die het "Multifunctionele display" kan leveren, dient u bekend te zijn met de bedieningsknoppen.

Wij raden u aan, voordat u een handeling uitvoert, dit hoofdstuk helemaal door te lezen.

Toctsen + cn -

Om de menuschermen en de optics omhoog/omlaag te doorlopen of om de weergegeven waarde te verhogen, te verlagen of in te stellen en (met ingeschakelde buitenverlichting) om de lichtsterkte te regelen (indien ingedrukt als het "Instelmenu" niet actief is).

Tocts MODE

Korter dan 2 seconden indrukken (impuls), aangegeven met in de volgende beschrijvingen, om de keuze te bevestigen en/of naar het scherm van het hoofdmenu (bij hetzelfde onderdeel) te gaan of het menu te openen.

Langer dan 2 seconden indrukken, aangegeven met (2013) in de volgende beschrijvingen, om de keuze te bevestigen en een instelmenu te verlaten.

Toets TRIP

Korter dan 2 seconden indrukken (impuls), aangegeven met in de volgende beschrijvingen, om de verschillende schermen van de Trip computer te doorlopen.

Langer dan 2 seconden indrukken, aangegeven met in de volgende beschrijvingen, om de informatie van de Trip computer op nul te zetten (reset) voor een nieuwe rit.

MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY

Het "Multifunctionele display" kan alle nuttige en noodzakelijke informatie tijdens de rit weergeven:

INFORMATIE OP HET STANDAARDSCHERM

□ Kilometerteller totaal H.
□ Klokje E.
□ Buitentemperatuur C (indien aanwezig).
□ Datum A.

Bij uitgenomen contactsleutel wordt alleen het klokje weergegeven; bij het openen van een voorportier wordt het display verlicht en wordt ook de kilometerteller totaal weergegeven.

INFORMATIE OVER DE AUTO

□ Afstand tot volgende servicebeurt F.
□ Informatie Trip computer.
□ Lichtsterkteregeling.
□ Weergave van storingen, waarschuwingen en ingeschakelde functies.
□ Weergave city-functie (indien ingeschakeld) D.
□ Weergave koplampafstelling (alleen als het dimlicht is ingeschakeld) G.
□ Symbool voor mogelijke ijsvorming op de weg B.

Mon 18 Jun 123456 km 20.0°C 2:10 10:20 am CITY G F E D A B L0C1158i

Er is ook een menu aanwezig waarin met de bedieningsknoppen (zie "Bedieningsknoppen" op de vorige pagina's) de volgende instellingen kunnen worden uitgevoerd:

INSTELMENU

Het aantal menu-onderdelen is afhankelijk van de uitvocring van de auto.

Als de auto in beweging is, kan alleen toegang worden verkregen tot de onderdelen "Snelheidslimiet" en "Geyoeligheid schemersensor instellen automatische koplampen".

Met het "Instelmenu" kunnen met de bedieningsknoppen (zie "Bedieningsknoppen" op de vorige pagina's) de volgende instellingen worden uitgevoerd:

SNELHEIDSLIMIET
□ GEVOELIGHEID SCHEMERSENSOR INSTELLEN AUTOMATISCH KOPLAMPEN (indien aanwezig)
TRIP B
□ REG. KLOK
□ WEERGV. KLOK
□ DATUM INSTELLEN

□ ACHTERKLEP ONAFHANKELIJK ONT-GRENDELEN
□ BESTUURDERSPORTIER ONTGRENDELEN
□ CENTRALE PORTIERVERGRENDELING BIJ RIJDENDE AUTO
□ EENHEID "AFSTAND"
□ EENHEID "VERBRUIK"
□ EENHEID "TEMPERATUUR"
□ TAAL INSTELLEN
□ VOLUMEREGELING WAARSCHUWINGS-ZOEMER
□ VOLUMEREGELING TOETSEN
□ CEPROGRAMMEERD ONDERHOUD
□ MENU VERLATEN

STARTCONTROLE

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, verschijnt op het multifunctionele display het bericht "Check bezig": de fase waarin een diagnose wordt uitgevoerd van alle elektronische systemen in de auto is begonnen; deze fase duurt enkele seconden. Als tijdens deze fase geen storing wordt gevonden en de motor is gestart, dan verschijnt het bericht "Check ok". Als op het display een storing wordt weergegeven, zie dan de paragraaf "Lampjes en berichten".

graph TD A["Check active\n2:0 10:20" CITY"] --> B{Motor gestart?} B -->|Yes| C["JA\nCheck OK\n2:0 10:20" CITY\nGeen storingen aanwezig"] B -->|No| D["Service 27dy\n2:0 10:20" CITY\nof"] D --> E["Service 1800km\n2:0 10:20" CITY"] E --> F["Weergave standaardscherm\nMon 18 Jun\n1234…

Het onderhoudsschema voorziet elke 20.000 km (of elke 12.000 mijl) of ieder jaar in een servicebeurt; deze weergave verschijnt automatisch, als de sleutel in stand MAR staat, vanaf 2.000 km (of 1.240 mijl) of 30 dagen voor de servicebeurt. De weergave wordt elke 200 km (of elke 124 mijl) of om de drie dagen weergegeven. Onder de 200 km wordt de weergave met kleinere intervallen weergegeven. De weergave is afhankelijk van de ingestelde eenheid in kilometers of mijlen. Als u dicht bij de volgende servicebeurt bent en u de contactsleutel in stand MAR draait, verschijnt op het display het opschrift "Service" gevolgd door het aantal kilometers/mijlen of dagen dat resteert tot de volgende servicebeurt. De informatie van het "Geprogrammeerd onderhoud" wordt aangegeven in kilometers (km) of mijlen (mijl) of dagen (dd), afhankelijk van de eerstvolgende servicebeurt. Wendt u tot de Lancia-dealer voor het uitvoeren van de werkzaamheden van het "Onderhoudsschema" of van het "laarlijks inspectieschema", en voor het op nul zetten van deze weergave (reset).

BESCHRIJVING VAN HET MENU

Het menu bestaat uit een aantal functies dat "cyclisch" wordt weergegeven. De functies kunnen met de toetsen + en - worden gekozen, waarna u keuzemogelijkheden kunt selecteren of instellingen kunt uitvoeren (zie de voorbeelden "Taal" en "Instel. datum" in onderstaand schema); zie voor meer informatie "Toegang tot menuscherm" op de volgende pagina's.

graph TD A["Model 1"] --> B["Bijvoorbeeld:"] B --> C["Service"] C --> D["VOL. TOETSEN"] D --> E["VOL. ZOEMER"] E --> F["TAAL"] F --> G["EENHEID TEMP"] G --> H["VERBRUIK"] H --> I["EENHEID AFST"] I --> J["ONTG. BEST. PORT."] J --> K["VERG. PORT."] K --> L["ACITTERKLEP ONAFII."] L --> M["Adjust Date o…

TOEGANG TOT MENUSCHERM

Na de "Startcontrole" kunt u toegang krijgen tot het menuscherm door knop in te drukken.

Druk op toets + of - om in het menu te navigeren.

BELANGRIJK Als gedurende 60 seconden geen enkele handeling wordt uitgevoerd, dan wordt automatisch het menu verlaten en het vorige scherm weergegeven. In dat geval wordt de laatst gekozen instelling die niet bevestigd is (met knop 📞) niet opgeslagen. De handeling moet dus opnieuw worden uitgevoerd (dit geldt ook wanneer het instelmenu wordt verlaten door het indrukken van knop 📞).

Als de auto in beweging is, kan alleen toegang worden verkregen tot een beperkt menu (instellen van "Snelheidslimiet" en "Gevocligheid schemersensor instellen").

Als de auto stilstaat, kan toegang worden verkregen tot het uitgebreide menu.

In het volgende schema worden de beschreven mogelijkheden weergegeven.

graph TD A["Zie "Startcontrole""] --> B["Mon 18 Jun 123456 cm 20.0°C 210 10:20" cmry"] B --> C{Rijdt auto?} C -->|MODE 1| D["Voorbeeld van standaardscherm"] C -->|JA| E["Menu 210 10:20" cmry SNELH. LIM. SCHEMERSENSOR MENU VERLATEN"] C --> F["Menu 210 10:20" cmry SNELH. LIM.…

SNELHEIDSLIMIET (SNELH. LIM.)

Met deze functie kan de snelheidslimiet van de auto worden ingesteld. Als deze snelheid wordt overschreden, klinkt er een akoestisch signaal, gaat het waarschuwingslampje △ branden en verschijnt er een bericht op het display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten"). De snelheidslimiet kan als volgt worden ingesteld:

LANCIA Ypsilon (2003) - SNELHEIDSLIMIET (SNELH. LIM.) - 1

Met deze functie kan de gevoeligheid van de schemersensor worden ingesteld op 3 niveaus (niveau 1 = minimum niveau, niveau 2 = gemiddeld niveau, niveau 3 = maximum niveau); hoc hoger de gevoeligheid, hoc minder buitenlicht er nodig is om de verlichting in te schakelen. Deze functie kan ook tijdens het rijden worden ingesteld. Ga voor de gewenste instelling als volgt te werk:

graph TD A["Zie "Startcontrole" en "Toegang tot menuscherm""] --> B["Manuscherm"] B --> C["#Light Sensor 2\n2:0 10:20" cmv"] B --> D["#Light Sensor 2:0 10:20" cmv"] C --> E["Mode 2"] D --> F["Mode 1"] E --> G["Terug naar vorig scherm, bijv.:"] F --> H["Truget naar menus…

TRIP B (TRIP B)

Met deze optie kan de weergave van de functie Trip B (dagteller) worden ingeschakeld (ON) of uitgeschakeld (OFF). Hiermee wordt informatie gegeven over een "deeltraject": Afgelegde afstand B, Verbruik B, Gem. snelheid B en Rijtijd B. Zie voor meer informatie "General trip - Trip B".

graph TD A["Zie "Startcontrole" en "Toegang tot menuscherm""] --> B["Manuscherm"] B --> C["#Trip B On 240 10:20" CITY"] B --> D["#Trip B Off 240 10:20" CITY"] C --> E["#Trip B On 240 10:20" CITY"] D --> F["#Trip B Off 240 10:20" CITY"] E --> G["met tocts + of…

KLOK INSTELLEN (REG. KLOK)

Ga voor het instellen van de tijd (uren - minuten) als volgt te werk:

LANCIA Ypsilon (2003) - KLOK INSTELLEN (REG. KLOK) - 1

Met deze functie kan de tijd worden weergegeven in 12 of 24 uur. Ga voor het instellen als volgt te werk:

LANCIA Ypsilon (2003) - KLOK INSTELLEN (REG. KLOK) - 2

Ga voor het instellen van de datum (jaar - maand - dag) als volgt te werk:

graph TD A["Zie "Startcontrole" en "Toegang tot menuscherm""] --> B["+ Adjust Date 210 10:20" CITY"] B --> C["MODE 2"] C --> D["+ 12-01-2002 210 10:20" CITY"] D --> E["MODE 1"] E --> F["+ 12-02-2002 210 10:20" CITY"] F --> G["MODE 2"] G --> H["+ 15-02-2002 210 10:2…

ONAFHANKELIJKE ACHTERKLEPONTGRENDELING (ACHTERKLEP ONAFIL.)

Inschakelen (ON): als het commando voor ontgrendeling van de portieren wordt gegeven, wordt de achterklep niet ontgrendeld. De achterklep kan ontgrendeld worden met de mechanische sleutel of door knopje op de sleutel met afstandsbediening in te drukken.

Uitschakelen (OFF): de achterklep wordt gelijktijdig met de portieren ontgrendeld.

graph TD A["Zie &quot;Startcontrole&quot; en &quot;Toegang tot menuscherm&quot;"] --> B["Manuscherm"] B --> C["Node 1: MODE 2"] B --> D["Node 2: MODE 1"] C --> E["Node 3: MODE 2"] D --> F["Node 4: MODE 2"] E --> G["Met toets + of - kan worden in- of uitgeschakeld ON/OFF.<br>De geselecteerde instelli…

ONTGRENDELING BESTUURDERSPORTIER (ONTGR. BEST. PORT.)

De volgende functie:

□ Inschakelen (ON): ontgrendeling van alleen het bestuurdersportier met de afstandsbediening
- uitschakelen (OFF): gelijktijdige ontgrendeling van alle portieren met de afstandsbediening

graph TD A["Zie &quot;Startcontrole&quot; en &quot;Toegang tot menuscherm&quot;"] --> B["Manuscherm"] B --> C["#Unlock Fdo Off 210 10:20&quot; CITY"] B --> D["#Unlock Fdo Off 210 10:20&quot; CITY"] C --> E["Met toets+ of - kan worden in- of uitgeschakeld ON/OFF. De geselecteerde instelling knippert.…

CENTRALE PORTIERVERGRENDELING BIJ RIJDENDE AUTO (VERGR. PORT.)

De volgende functie:

□ Inschakelen (ON): automatische vergrendeling van de portieren als de auto harder rijdt dan 20 km/h
☐ Uitschakelen (OFF): geen automatische vergrendeling van de portieren als de auto harder rijdt dan 20 km/h

graph TD A["Zie &quot;Startcontrole&quot; en &quot;Toegang tot menuscherm&quot;"] --> B["Manuscherm"] B --> C["#Door Lock Off 210 10:20&quot; city"] B --> D["#Door Lock Off 210 10:20&quot; city"] C --> E["User Interface to Enter"] D --> F["User Interface to Enter"] E --> G["User Interface to Enter"]…

EENHEID "AFSTAND" (EENHEID AFST.)

Op het display kunnen de eenheden van de informatie worden ingesteld (km of mijl). Ga voor het kiezen van de eenheden als volgt te werk:

graph TD A["Zie &quot;Startcontrole&quot; en &quot;Toegang tot menuschern&quot;"] --> B["+"] B --> C["Manuscherm"] C --> D["MODE 2"] D --> E["+"] E --> F["Stel met toets + of - de gewenste eenheid in (km of mijl). De geselecteerde instelling knippert."] F --> G["+"] G --> H["MODE 2"] H --> I["+"] I…

EENHEID "VERBRUIK" (VERBRUIK)

Met deze functie kan de eenheid van het brandstofverbruik worden ingesteld (km/l, l/100 km of mpg). Deze eenheid is gekoppeld aan de geselecteerde eenheid voor de afstand (km of mijl, zie de vorige paragraaf "Eenheid afstand"). Ga voor het instellen als volgt te werk:

LANCIA Ypsilon (2003) - EENHEID "VERBRUIK" (VERBRUIK) - 1

Ga voor het instellen van de temperatuureenheid (°C of °F) als volgt te werk:

graph TD A["Zie &quot;Startcontrole&quot; en &quot;Toegang tot menuscherm&quot;"] --> B["#Temp.Unit. °C 210 10:20&quot; city"] B --> C["Manuscherm"] C --> D["#Temp.Unit. 210 10:20&quot; city"] D --> E["Stel met toets + of - de gewenste temperatuurealheid in (°C of °F). De geselecteerde instelling kn…

BELANGRIJK Dc op het display van het instrumentenpanel ingestelde temperatuureenheid (°C of °F) wordt ook weergegeven op het display van de airconditioning met gescheiden temperatuurregeling.

TAAL INSTELLEN (TAAL)

De mededelingen op het display kunnen in verschillende talen worden weergegeven (Italiaans, Engels, Duits, Portugees, Spaans, Frans). Ga voor het instellen van de taal als volgt te werk:

graph TD A["Zie &quot;Startcontrole&quot; en &quot;Toegang tot menuschem&quot;"] --> B["#Lane. Italiano 210 10:20&quot; city"] B --> C["Manuschem"] C --> D["#Lane. Italiano 210 10:20&quot; city"] D --> E["#Lane. English 210 10:20&quot; city"] E --> F["#Sprch. Deutsch 210 10:20&quot; city"] F --> G["…

VOLUMEREGELING WAARSCIUWINGSZOEMER (VOL. ZOEMER)

Het volume van het geluidssignaal (zoemer) dat klinkt als er een storing wordt gevonden, kan ingesteld worden op 8 niveaus. Het geluidssignaal kan worden ingesteld maar niet worden uitgeschakeld.

Ga voor het instellen als volgt te werk:

graph TD A["Zie &quot;Startcontrole&quot; en &quot;Toegang tot menuscherm&quot;"] --> B["#Buzzer Vol. 4 210 10:20&quot; city"] B --> C["Menuschemm"] C --> D["#Buzzer Vol. 210 10:20&quot; city"] D --> E["#Buzzer Vol. 210 10:20&quot; city"] E --> F["#Buzzer Vol. 210 10:20&quot; city"] F --> G["Stel me…

VOLUMEREGELING TOETSEN (VOL. TOETSEN)

Het geluidssignaal dat klinkt bij het indrukken van enkele toetsen (●, +, -). kan worden ingesteld op 8 niveaus. Het geluidssignaal kan worden ingesteld en uitgeschakeld.

Ga voor het instellen als volgt te werk:

graph TD A["Zie &quot;Startcontrole&quot; en &quot;Toegang tot menuscherm&quot;"] --> B["Manuscherm"] B --> C["#Vol. Key 4 210 10:20&quot; CITY"] B --> D["#Vol. Key 210 10:20&quot; CITY"] C --> E["MODE 2"] D --> F["MODE 1"] E --> G["User: Mon 18 Jun 123456... 20.0°C 210 10:20&quot; CITY"] F --> H["U…

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD (SERV.)

Met de functie "Service" kan worden weergegeven hoeveel kilometer of dagen nog resteren voordat een servicebeurt moet plaatsvinden. Ga voor het raadplegen van deze aanwijzingen als volgt te werk:

graph TD A["Zie &quot;Startcontrole&quot; en &quot;Toegang tot menuscherm&quot;"] --> B["Service 2/10 / 10:20&quot; city"] B --> C{of} C --> D["#Serv. 12000mi 2/10 / 10:20&quot; city"] C --> E["#Serv. 20000km 2/10 / 10:20&quot; city"] D --> F["Kies met toets + of - de geweuste weergave, km/dagen of…

vervolg op volgende pagina

graph TD A["Start"] --> B["Service 200dy 210 + 10:20&quot; CITY"] B --> C["Mode 1"] C --> D["Service 210 + 10:20&quot; CITY"] E["Start"] --> F["Service 12000mi 210 + 10:20&quot; CITY"] F --> G["MODE 2"] G --> H["Mode 1"] H --> I["End"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style E fill:#f9f,stroke:#333 styl…

Het "Onderhoudsschema" voorziet elke 20.000 km (of elke 12.000 mijl) of ieder jaar in een servicebeurt; deze weergave verschijnt automatisch als de sleutel in stand MAR staat, vanaf 2.000 km (of 1.240 mijl) of 30 dagen vóór de servicebeurt. Deze informatie wordt elke 200 km (of elke 124 mijl) of om de 3 dagen opnieuw weergegeven. Als u dicht bij de volgende servicebeurt bent en u de sleutel in stand MAR draait, verschijnt op het display de mededeling "Service" gevolgd door het aantal kilometers of dagen dat resteert tot de volgende servicebeurt. De informatie van het "Geprogrammeerd onderhoud" wordt aangegeven in kilometers (km) of mijlen (mijl) of dagen, afhankelijk van de eerstvolgende servicebeurt. Wendt u tot de Lancia-dealer voor het uitvoeren van de werkzaamheden van het "Onderhoudsschema" of van het "Jaarlijks inspectieschema", en voor het op nul zetten van de weergave (reset).

Laatste functie waarmee de instellingen uit het weergegeven startmenu worden afgesloten.

graph LR A["Zie &quot;Startcontrole&quot; en &quot;Toegang tot menuscherm&quot;"] --> B["+"] B --> C["#Exit Menu 240 10:20&quot; qty"] C --> D["Met toets – kunt u terugkeren naar &quot;Snelh. lim.&quot; (eerste onderdeel van het menu)."] D --> E["MODE 1"] E --> F["Terug naar vorig scherm, bijv.:"] G…

TRIP COMPUTER

Met de functie "Trip computer" kan op het multifunctionele display informatie worden weergegeven over de werking van de auto. Deze functie bestaat uit "General trip", dat betrekking heeft op de hele rit van de auto, en "Trip B", dat betrekking heeft op een deceltraject. Deze laatste functie vormt een onderdeel (zoals is afgebeeld in de volgende grafiek) van het totale traject van de auto. Beide functies kunnen op nul worden gezet.

Met "General trip" wordt informatie over Actieradius, Afgelegde afstand, Gemiddeld verbruik, Huidig verbruik, Gemiddelde snelheid en Rijtijd gegeven. Met "Trip B" wordt informatie over Afgelegde afstand B. Gemiddeld verbruik B, Gemiddelde snelheid B en Rijtijd B gegeven. De functie "Trip B" kan worden uitgeschakeld.

Procedure voor het begin van een rit (reset)

Als een rit gecontroleerd moet worden m.b.v. "General trip", dan moet u vooraf, als de contactsleutel in stand MAR staat, op toets TRIP drukken op de rechter hendel aan het stuur volgens methode TRIP2 (zie "Bedieningsknoppen").

graph LR A["Reset GENERAL TRIP\nEinde rit - Begin nieuwe rit"] --> B["TRIP B"] B --> C["Reset TRIP B\nEinde deeltraject\nBegin nieuw deeltraject"] C --> D["Reset TRIP B\nEinde deeltraject\nBegin nieuw deeltraject"] D --> E["Reset TRIP B\nEinde deeltraject\nBegin nieuw deeltraject"] E --> F["Reset TR…

Als u het systeem op nul zet (door het indrukken van de toets volgens methode TRIP2) terwijl het scherm van "General trip" wordt weergegeven, dan worden ook de gegevens van "Trip B" op nul gezet. Als u het systeem op nul zet (door het indrukken van de toets volgens methode TRIP2) terwijl het scherm van "Trip B" wordt weergegeven, dan worden alleen de gegevens van "Trip B" op nul gezet.

BELANGRIJK De gegevens "Actieradius" en "Huidig verbruik" kunnen niet op nul worden gezet.

De informatie van de "Trip computer" wordt in volgorde weergegeven (zie het afgebeelde schema).

graph TD A["Zie &quot;Startcontrole&quot; en &quot;Toegang tot menuscherm&quot;"] --> B["Mon 18 Jun 123456km 20.0°C 2/0 10:20&quot; CITY"] B --> C["TRIP1 TRIP1 TRIP1 Range to Empty 123456km 20.0°C 2/0 10:20&quot; CITY"] C --> D["(*)"] D --> E["Runse 100km 123456km 20.0°C 2/0 10:20&quot; CITY"] E -->…

graph TD A["Trip B AAN?"] -->|NA| B["Terug naar standaardscherm"] A --> C["JA"] C --> D["Trip Dist. B 123456_ 20.0°C 2/10 10:20&quot; CITY"] D --> E["DisB 100.1 km 123456_ 20.0°C 2/10 10:20&quot; CITY"] E --> F["(*)"] F --> G["Aus. Consump.B 123456_ 20.0°C 2/10 10:20&quot; CITY"] G --> H["(*)"] H --…

Na het op nul zetten van "Trip" door op de toets te drukken volgens methode [MIP], verschijnen op het display de volgende functies:

Reset GENERAL TRIP
graph TD A["TRIP 2 = Reset &quot;General trip&quot; en &quot;Trip B&quot; (behalve &quot;Actieradius&quot; en &quot;Huidig verbruik&quot;)"] B["Trip Reset<br>123456m 20.0°C<br>2#0 10:20&quot; city"] C["Dist 0.0 km<br>123456m 20.0°C<br>2#0 10:20&quot; city"] D["Ca -- 1/100<br>123456m 20.0°C<br>2#0 10…

Actieradius = geeft het aantal kilometers (mijlen) aan dat nog gereden kan worden met de brandstof in de brandstoftank, waarbij er van uit wordt gegaan dat het rijgedrag niet verandert. Op het display verschijnt de indicatie “- - - -” als:

☐de actieradius kleiner is dan 50 km en de hoeveelheid brandstof in de tank minder is dan 4 liter; op het display verschijnt het bericht "Attentie, actieradius beperkt (het bericht verschijnt ook als de TRIP COMPUTER niet actief is)

□de auto langer dan 5 minuten stilstaat met stationair draaiende motor.

Afgelegde afstand = geeft het aantal afgelegde kilometers aan vanaf het begin van de nieuwe rit (*).

Gemiddeld verbruik = geeft het gemiddelde brandstofverbruik aan vanaf het begin van een nieuwe rit (*) in l/km of in l/100km of mpg.

Huidig verbruik = geeft ongeveer iedere 5 seconden het brandstofverbruik aan. Als de auto stilstaat met stationair draaiende motor, verschijnt op het display de indicatie “- - - -”.

Gemiddelde snelheid = geeft de gemiddelde snelheid van de auto aan op basis van de tijd die afgelegd is vanaf het begin van de nieuwe rit (*).

Rijtijd = tijd die verstreken is vanaf het begin van de nieuwe rit (*).

(*) Nieuwe rit = als een reset is uitgevoerd:

□“handmatig” door de gebruiker d.m.v. het indrukken van de betreffende toets (zie de paragraaf “Bedieningsknoppen”)

□“automatisch” wanneer de Afgelegde afstand de waarde 9.999,9 km bereikt of wanneer de Rijtijd de waarde 99:59 (99 uur en 59 minuten) bereikt

□als de accu losgekoppeld is geweest.

BELANGRIJK Als er geen informatie is, verschijnt bij alle functies van de TRIP COMPUTER de indicatie “——” in plaats van de waarde. Wanneer de normale werking weer hersteld is, worden de waarden van de functies weer op normale wijze weergegeven. De waarden die voor de storing werden weergegeven worden niet op nul gezet en er wordt geen nieuwe rit (*) begonnen.

LICHTSTERKTEREGELING INSTRUMENTENPANEEL EN DISPLAY

Met deze functie kan bij ingeschakelde buitenverlichting de lichtsterkte worden geregeld (verhogen/verlagen) van het display/instrumentenpaneel en van het display van de autoradio en van de airconditioning met gescheiden temperatuurregeling.

Ca voor het instellen als volgt te werk:

graph TD A["Zie &quot;Startcontrole&quot; en &quot;Toegang tot menuscherm&quot;"] --> B["Mon 18 Jun 123456- 20.0°C 240 10:20&quot; CITY"] B --> C["Stel met toets + of- voor de lichtsterkte-regeling de gewenste lichtsterkte in"] C --> D["Dim.00000 240 10:20&quot; CITY"] D --> E["LOC0055m"] F["Automat…

ZITPLAATSEN

ZITPLAATSEN VOOR

Rugleuning neerklappen

Om de achterste zitplaatsen te bereiken, moet u de handgreep C omhoog trekken zoals afgebeeld, zodat de rugleuning naar voren klapt. De stoel kan nu naar voren worden geschoven door tegen de rugleuning te duwen (easy entry).

Als u de rugleuning terugklapt, komt de stoel automatisch in de ingestelde stand terug (dankzij een mechanisme met geheugen).

Controleer of de stoel goed geblokkeerd is door hem naar voren en naar achteren te schuiven.

Verstellen in lengterichting

Trek hendel A omhoog en schuif de stoel naar voren of naar achteren. Als u rijdt, moeten de armen licht gebogen zijn en de handen op het stuurwiel steunen.

Controleer of de stoel goed geblokkeerd is door hem naar voren en naar achteren te schuiven.

Hoogteverstelling (bestuurdersstoel)

Trek herhaaldelijk hendel B uit en verplaats hiermee de zitting naar wens omhoog of omlaag.

BELANGRIJK De hoogte kan alleen worden ingesteld als u op de bestuurdersstoel zit en de auto stilstaat.

LANCIA Ypsilon (2003) - Hoogteverstelling (bestuurdersstoel) - 1

Draai knop E om het steunvlak van de rugleuning aan te passen.

LANCIA Ypsilon (2003) - Hoogteverstelling (bestuurdersstoel) - 2

ATTENTIE

Verstel het stuurwiel alleen als de auto stilstaat.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Laat de hendel los en controleer of de stoel goed geblokkeerd is door naar voren en naar achteren te schuiven. Als de stoel niet goed geblokkeerd is, kan deze onverwachts verschuiven waardoor u de controle over de auto kunt verliezen.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Voor maximale veiligheid moet u de rugleuning rechtop zetten, tegen de leuning aan gaan zitten en de gordel goed laten aansluiten op borst en bekken.

VERSCHUIFBARE ACITERBANK (indien aanwezig)

Verstellen vanuit het interieur van de auto

Verstellen in lengterichting

Houd hendel A in het midden vast, trek de hendel omhoog en schuif de stoel naar voren of naar achteren.

Rugleuning verstellen

Achterbank met ondeelbare rugleuming

□ trek hendel B omhoog en verstel de rugleuning.

Achterbank met deelbare rugleuning

□ trek de hendels B en C omhoog om respectievelijk het rechter en linker deel van de rugleuning te verstellen.

LANCIA Ypsilon (2003) - Rugleuning verstellen - 1

Litvoeringen met ondeelbare achterbank
LOC0028m

LANCIA Ypsilon (2003) - Rugleuning verstellen - 2

LOC0056m
Uitvoeringen met deelbare achterbank

A B B L0C0181m

Verstellen vanuit de bagageruimte

Verstellen in lengterichting

Trek de lip in het midden A omhoog en schuif de stoel naar voren of naar achteren.

Rugleuning verstellen/neerklappen

Trek aan de lippen aan de zijkant B zoals beschreven in de paragraaf "Bagageruimte vergroten" in dit hoofdstuk.

LANCIA Ypsilon (2003) - Verstellen vanuit de bagageruimte - 1

ATTENTIE

Het verstellen mag alleen worden uitgevoerd als de auto stilstaat.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

De rugleuning mag alleen in geheel neergeklapte stand worden gebruikt als de auto stilstaat en de stoel naar voren is geschoven.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Als u de hendel loslaat, controleer dan altijd of de stoel goed geblokkeerd is door de stoel naar voren en naar achteren te schuiven. Als de stoel niet goed geblokkeerd is, kan deze onverwachts verschuiven.

HOOFDSTEUNEN

VOOR

Druk voor de verstelling op knop A en verplaats de hoofdsteun omhoog of omlaag totdat hij hoorbaar vergrendelt. Laat vervolgens de steun los en controleer of de steun goed is vergrendeld.

LANCIA Ypsilon (2003) - VOOR - 1

Let erop dat de hoofdsteun zo is ingesteld dat de steun het hoofd steunt en niet de nek. Alleen in deze positie bieden de steunen bescherming.

LANCIA Ypsilon (2003) - VOOR - 2

ATTENTIE

Voor een optimale bescherming, moet de rugleuning zo zijn ingesteld dat a rechtop zit en dat uw hoofd zich zo dicht mogelijk bij de hoofdsteun bevindt.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ACHTER (indien aanwezig)

Op enkele uitvoeringen.

Om de hoofdsteunen te verwijderen, moet u de knoppen A aan de zijkant van de twee steunen indrukken en de hoofdsteum vervolgens omhoog trekken.

De auto kan zijn uitgerust met 3 hoofdsteunen achter bij een achterbank met drie zitplaatsen en met twee hoofdsteunen bij een achterbank met 2 zitplaatsen.

BELANCRIJK Als de zitplaatsen achter gebruikt worden, moeten de hoofdsteunen altijd volledig zijn uitgetrokken.

STUURWIEL

Het stuurwiel kan zowel axiaal als verticaal worden versteld.

Ga voor het verstellen als volgt te werk:

□ ontgrendel de hendel door de hendel naar het stuur te trekken (stand 2);
□ zet het stuur in de gewenste stand:
□ duw de hendel naar voren (stand 1) om de hendel te vergrendelen.

LANCIA Ypsilon (2003) - STUURWIEL - 1

ATTENTIE

Het stuur mag alleen worden versteld als de auto stilstaat en de motor is uitgezet.

SPIEGELS

De achteruitkijkspiegel is voorzien van een beveiligingsmechanisme, waardoor de spiegel bij een krachtig contact met een inzittende losschiet.

Met hendeltje A kan de spiegel in twee standen worden gezet: normale of anti-verblindingsstand.

BUITENSPIEGELS

Van binnenuit met hendel A.

LANCIA Ypsilon (2003) - BUITENSPIEGELS - 1

De elektrische verstelling is alleen mogelijk als de contactsleutel in stand MAR staat.

Ga voor het verstellen als volgt te werk:

☐ met schakelaar A kiest u welke spiegel (links of rechts) u wilt verstellen (op de uitvoeringen met elektrische ruitbediening keert de schakelaar automatisch weer terug in de oorspronkelijke positie);

□ met schakelaar B kunt de spiegel in 4 richtingen afstellen;

Stel de spiegels af als de auto stilstaat en de handrem is aangetrokken.

De verwarming van de spiegels schakelt automatisch in als u de ach- terruitverwarming aanzet.

Inklappen

De spiegel kan (bijv. bij nauwe doorgangen) van stand A in stand B worden geklapt.

LANCIA Ypsilon (2003) - Inklappen - 1

Tijdens het rijden moeten de spiegels altijd in stand A staan.

LANCIA Ypsilon (2003) - Inklappen - 2

De spiegel aan bestuurderszijde is bol, waardoor de afstandswaarneming wordt beïnvloed.

KLIMAATREGELING
LANCIA Ypsilon (2003) - Inklappen - 3

LOC0126m
1 Vaste luchtroosters voor ontwasemen of ontdooien zijruiten - 2 Verstelbare uitstroomopeningen aan zijkant - 3 Vaste luchtroosters voor ontwasemen of ontdooien voorruit - 4 Verstelbare uitstroomopeningen in het midden - 5 Luchtroosters onder - 6 Luchtroosters onder voor de passagiers achter (alleen uitvoeringen met airconditioning).

A B LOC0060m

A B C LOC0059m

CENTRALE LUCHTROOSTERS

A - Regelschuif voor openen/sluiten van de uitstroomopening en het richten (verticaal) van de luchtstroom
B - Regelschuif voor het richten (horizontaal) van de luchtstroom.

LUCHTROOSTERS AAN DE ZIJKANT

A - Vast luchtrooster voor ontwaseomen/ontdooien van de zijruiten.
B - Regelschuif voor openen/sluiten van de uitstroomopening en het richten (verticaal) van de luchtstroom.
C - Regelschuif voor het richten (horizontaal) van de luchtstroom.

VERWARMING EN VENTILATIE

BEDIENINGSORGANEN

A: draaiknop voor regeling aanjagersnelheid
B: draaiknop voor regeling van de lucht-temperatuur (menging van warme/koude lucht)
C: drukknop voor in-/uitschakeling achter-ruitverwarming
D: draaiknop voor luchtverdeling
E: draaiknop voor in-/uitschakeling lucht-recirculatie.

COMFORTABELE KLIMAATREGELING

Met draaiknop D kan de lucht op 5 manie- ren over het hele interieur worden verdeeld:

luchtstroom uit de centrale luchtroosters en de uitstroomopeningen aan de zijkant:
voor verwarming van de beenruimte, waarbij de luchtstroom op het gelaat koel blijft ("bilevel"-stand):
voor een snellere verwarming van het interieur:
voor verwarming van het interieur en ontwaseming van de voorruit;
voor ontwaseming/ontdooing van de voorruit en de zijruiten voor.

A B C D E 0 1 2 3 4 L0C0127m

VERWARMING INTERIEUR

Ga als volgt te werk:

□ draai knop B geheel naar rechts (in het rode gebied);
□ draai knop A op de gewenste snelheid;
□ draai knop D in stand:

voor verwarming van de beenruimte en ontwaseming van de voorruit:
voor lucht naar de beenruimten en koclere lucht uit de centrale luchtroosters en de uitstroomopeningen op het dashboard;
voor een snelle verwarming.

SNELLE VERWARMING

Ga als volgt te werk:

□ sluit alle luchtroosters op het dashboard;
□ draai knop B in het rode gebied;
□ draai knop A in stand 4;
□ draai knop D in stand √.

SNELLE ONTWASEMING/ONTDOOING VAN DE RUITEN VOOR (VOORRUIT EN ZIJRUITEN)

Ga als volgt te werk:

□ draai knop B in het rode gebied;
□ draai knop A in stand 4 ;
□ draai knop D in stand ⏻;
□ schakel de luchtrecirculatie uit door knop E in stand 📌 te zetten.

Nadat de ruiten ontwasemd zijn, kan een stand gekozen worden waarbij het comfort optimaal blijft.

Beslaan van de ruiten voorkomen

Als het buiten extreem vochtig is en/of bij regen en/of bij grote verschillen in interieur- en buiten-temperatuur, raden wij u de volgende procedure aan om het beslaan van de ruiten te voorkomen:

□ schakel de luchtrecirculatie uit door knop E in stand 📞 te zetten:
□ draai knop B in het rode gebied;
□ draai knop A in stand 2;
□ draai knop D in stand ⚪ of in stand ⚪ als de ruiten niet beslagen zijn.

ONTWASEMING/ONTDOOING ACHTERRUIT EN BUITENSPIEGELS (indien aanwezig)

Druk op knop C voor het inschakelen van deze functie: als deze functie wordt ingeschakeld, gaat het lampje op de knop branden.

De functie schakelt na ongeveer 30 minuten automatisch uit. Druk opnieuw op knop C om de functie eerder uit te schakelen.

BELANGRIJK Plak geen stickers of andere plaatjes op de elektrische weerstandsdraden aan de binnenzijde van de achterruit, om beschadiging van de achterruitverwarming te voorkomen.

Ga voor een goede ventilatie van het interieur als volgt te werk:

□ open de zij- en middenroosters geheel;
□ draai knop B in het blauwe gebied;
□ draai knop A op de gewenste snelheid:
□ draai knop D in stand ↗:
☐ schakel de luchtrecirculatie uit door knop E in stand te zetten.

RECIRCULATIE INSCHIAKELEN

Draai knop E in stand 📄.

Wij raden u aan de recirculatiefunctie in te schakelen in de file of in tunnels. Hiermee wordt voorkomen dat vervuilde lucht het interieur bereikt. Het is niet raadzaam dit systeem langdurig te laten werken, omdat anders, vooral als u met meerdere personen in de auto zit, de kans aanzienlijk toencemt dat de ruiten beslaan.

BEI ANGRIJK Met de recirculatiefunctie kunnen, afhankelijk van de werking van het systeem ("verwarming" of "koeling"), de gewenste omstandigheden sneller worden bereikt. I let is echter niet raadzaam deze functie in te schakelen op regenachtige of koude dagen, om te voorkomen dat de ruiten beslaan.

AIRCONDITIONING, HANDBEDIEND (indien aanwezig)

A B C D E F 0 1 2 3 4 LOC0128m

BEDIENINGSORGANEN

A: draaiknop voor regeling aanjagersnelheid
B: draaiknop voor regeling van de luchttemperatuur (menging van warme/koude lucht)
C: drukknop voor in-/uitschakelen achterruitverwarming
D: drukknop voor in-/uitschakelen aircocompressor
E: draaiknop voor luchtverdeling
F: draaiknop voor in-/uitschakeling luchtrecirculatie.

COMFORTABELE KLIMAATREGELING

Met draaiknop E kan de lucht op 5 manie- ren over het hele interieur worden verdeeld:

luchtstroom uit de centrale luchtroosters en de uitstroomopeningen aan de zijkant;
voor verwarming van de beenruimte, waarbij de luchtstroom op het gelaat koc blijft ("bilevel"-stand);
voor een snellere verwarming van het interieur:
voor verwarming van het interieur en ontwaseming van de voorruit;

voor ontwaseming/ontdooing van de voorruit en de zijruiten voor.

VERWARMING INTERIEUR

Ca als volgt te werk:

□ draai knop B geheel naar rechts (in het rode gebied);
□ draai knop A op de gewenste snelheid;
□ draai knop E in stand:

voor verwarming van de beenruimte en ont-waseming van de voorruit;
voor lucht naar de beenruimten en koelere lucht uit de centrale luchtroosters en de uitstroomopeningen op het dashboard;
voor een snelle verwarming.

SNELLE VERWARMING

Ga als volgt te werk:

□ sluit alle luchtroosters op het dashboard;
□ draai knop B in het rode gebied;
□ draai knop A in stand 4 ;
□ draai knop E in stand √.

SNELLE ONTWASEMING/ONTDOOHING VAN DE RUITEN VOOR (VOORRUIT EN ZIJRUITEN)

Ga als volgt te werk:

□ draai knop B in het rode gebied;
□ draai knop A in stand 4 ;
□ draai knop E in stand ;

□ schakel de luchtrecirculatie uit door knop F in stand 📌 te zetten.

Nadat de ruiten ontwasemd zijn, kan een stand gekozen worden waarbij het comfort optimaal blijft.

Beslaan van de ruiten voorkomen

Als het buiten extreem vochtig is en/of bij regen en/of bij grote verschillen in interieur- en buitentemperatuur, raden wij u de volgende procedure aan om het beslaan van de ruiten te voorkomen:

□ schakel de luchtrecirculatie uit door knop F in stand 📌 te zetten.
□ draai knop B in het rode gebied;
□ draai knop A in stand 2;
□ draai knop E in stand ⏻ of in stand ⏻ als de ruiten niet beslagen zijn.

BELANGRIJK De airconditioning is zeer bruikbaar om het beslaan van de ruiten te voorkomen: het is daarom voldoende om de bedieningsknoppen op ontwasemen te zetten zoals hiervoor beschreven is en de airconditioning in te schakelen door knop D in te drukken.

ONTWASEMING/ONTDOOING ACHITERRUIT EN BUITENSPIEGELS (indien aanwezig)

Druk op knop C voor het inschakelen van deze functie: als deze functie wordt ingeschakeld, gaat het lampje op knop branden.

De functie schakelt na ongeveer 30 minuten automatisch uit. Druk opnieuw op knop C om de functie eerder uit te schakelen.

BELANGRIJK Plak geen stickers of andere plaatjes op de elektrische weerstandsdraden aan de binnenzijde van de achterruit, om beschadiging van de achterruitverwarming te voorkomen.

Ga voor een goede ventilatie van het interieur als volgt te werk:

□ open de zij- en middenroosters gcheel;
□ draai knop B in het blauwe gebied;
□ draai knop A op de gewenste snelheid;
□ draai knop E in stand ↗;
□ schakel de luchtrecirculatie uit door knop E in stand 📋 te zetten.

RECIRCULATIE INSCHIAKELEN

Draai knop E in stand 📄.

Wij raden u aan de recirculatiefunctie in te schakelen in de file of in tunnels. Hiermee wordt voorkomen dat vervuilde lucht het interieur bereikt. Het is niet raadzaam dit systeem langdurig te laten werken, omdat anders, vooral als u met meerdere personen in de auto zit, de kans aanzienlijk toeneemt dat de ruiten beslaan.

BELANGRIJK Met de recirculatiefunctie kunnen, afhankelijk van de werking van het systeem ("verwarming" of "koeling"), de gewenste omstandigheden sneller worden bereikt. Ilet is echter niet raadzaam deze functie in te schakelen op regenachtige of koude dagen, om te voorkomen dat de ruiten beslaan.

AIRCONDITIONING (koeling)

Ga als volgt te werk:

□ draai knop B in het blauwe gebied;

□ draai knop A op de gewenste snelheid;

□ draai knop E in stand ↗:

□ draai knop F in stand;

□ druk op knop D (het lampje op de knop gaat branden).

Regeling van de koeling

Ca als volgt te werk:

□ schakel de luchtrecirculatie uit door knop F in stand te zetten.

□ draai knop B naar rechts voor verhoging van de temperatuur;

□ draai knop A naar rechts voor verlaging van de aanjagersnelheid.

ONDERHOUD VAN HET SYSTEEM

Schakel in de winter de airconditioning 1 keer per maand gedurende 10 minuten in. Laat voor het zomerseizoen de werking van de airconditioning door de Lancia-dealer controleren.

AIRCONDITIONING, AUTOMATISCH (indien aanwezig)

ALGEMENE INFORMATIE

De automatische airconditioning met gescheiden regeling regelt de temperatuur en de luchtverdeling in het interieur in twee zones: bestuurders- en passagierszijde. De temperatuurregeling is gebaseerd op "temperatuurgelijkheid": d.w.z. dat het systeem continu werkt om het comfort in het interieur constant te houden en eventuele verschillen in de klimaatomstandigheden buiten te compenseren, ook zonnestraling (gesignaleerd door een zonnestralingssensor).

Het systeem kan zijn uitgerust met een luchtkwaliteitssensor (Air Quality System) die automatisch de luchtrecirculatie kan inschakelen om de onaange-name effecten van vervuilde lucht, tijdens het rijden in de stad, in de file en in tunnels te verminderen, en een wasemsensor die signaleert wanneer de voorruit begint te beslaan en ingrijpt om een goed zicht te behouden.

De automatisch gecontroleerde parameters en functies zijn:

□ luchttemperatuur naar de uitstroomopeningen aan bestuurderszijde/passagierszijde voor;
□ luchtverdeling naar de uitstroomopeningen aan bestuurderszijde/passagierszijde voor;
□ aanjagersnelheid (traploze regeling van de luchtstroom);
□ inschakelen van de compressor (voor koeling/ontvochtiging van de lucht);

□ luchtrecirculatie.

Al deze functies kunnen handmatig worden gewijzigd. d.w.z. dat u het systeem kunt regelen door naar wens een of meer functies te selecteren en daar de parameters van te wijzigen. Op deze manier worden de functies die handmatig zijn gewijzigd niet langer automatisch door het systeem geregeld. Het systeem grijpt alleen in om veiligheidsredenen (bijv. kans op beslaan).

De handmatige instellingen hebben voorrang boven de automatische instellingen en blijven in het geheugen opgeslagen totdat de gebruiker de regeling weer overlaat aan de automatische werking, behalve in de gevallen dat het systeem om veiligheidsredenen ingrijpt.

Als handmatig een functie wordt ingesteld, blijven de andere functies echter automatisch geregeld.

De luchtopbrengst in het interieur is onafhankelijk van de snelheid van de auto omdat de luchtopbrengst elektronisch geregeld wordt door de aanjager.

De luchttemperatuur in het interieur wordt altijd automatisch geregeld op basis van de ingestelde temperaturen op de displays van de bestuurder en de passagier voor (behalve als het systeem is uitgeschakeld of in enkele omstandigheden als de compressor is uitgeschakeld).

De volgende parameters en functies kunnen handmatig worden ingesteld en gewijzigd:

□ luchttemperaturen bestuurderszijde/pas-sagierszijde voor:
□ aanjagersnelheid (traploze regeling);
□ luchtverdeling in vijf standen (bestuurder/passagier voor);
□ inschakelen van de compressor;
□ voorrang niet gescheiden/gescheiden regeling;
□ snelle ontwaseming/ontdooing;
□ luchtrecirculatie;
□ achterruitverwarming:
□ uitschakelen van het systeem.

BEDIENINGSORGANEN

A: drukknop voor inschakelen functie MONO (gelijkstellen ingestelde temperaturen)
B: drukknop voor in-/uitschakelen airco-compressor
C: drukknop voor in-/uitschakelen recircu- latie en AQS-functie (indien aanwezig)
D: display met informatie over airconditioning

A B C D E F G MONO OFF AUTO AUTO CITY ASR + MODE - 0 0 0 OFF

LOC0013m

E: drukknop voor uitschakelen airconditioning
F: drukknop voor inschakelen functie MAX-DEF (maximale outdooiing/ontwaseming voorruit en zijruiten voor)
G: drukknop voor in-/uitschakelen achterruitverwarming
11: drukknop voor inschakelen functie AUTO (automatische werking) en draaiknop voor regeling van de temperatuur aan passagierszijde
I: drukknop voor instellen luchtverdeling aan passagierszijde
L: verhogen/verlagen aanjagersnelheid
M: drukknop voor instellen luchtverdeling aan bestuurderszijde
N: drukknop voor inschakelen functie AUTO (automatische werking) en draaiknop voor regeling van de temperatuur aan bestuurderszijde

GEBRUIK VAN DE KLIMAATREGELING

Het systeem kan op verschillende manieren worden ingeschakeld, maar wij raden u aan te beginnen met het indrukken van een van de knoppen AUTO en vervolgens de draaiknoppen te draaien om op het display de gewenste temperaturen in te stellen.

Omdat het systeem het klimaat in twee zones in het interieur regelt, kunnen de bestuurder en de passagier voor verschillende temperatuurwaarden selecteren. Het maximaal toegestane verschil is 7 °C.

Op deze manier begint het systeem volledig automatisch te werken en wordt de ingestelde temperatuur zo snel mogelijk te bereikt. Het systeem regelt de temperatuur, de luchthoeveelheid, de luchtverdeling in het interieur, de recirculatiefunctie en het inschakelen van de aircocompressor.

Tijdens de volledig automatische werking van het systeem, moeten alleen de volgende functies eventueel handmatig worden ingeschakeld:

□ MONO, om de ingestelde temperatuur en de luchtverdeling aan bestuurders- en passagierszij- de voor te synchroniseren:
□ 📄, luchtrecirculatie, om de recirculatie altijd in- of uitgeschakeld te houden;
□, voor een snelle ontwaseming/ontdooiing van de ruiten voor, de achterruit en de buitenspiegels;
□, voor het ontwascemen/ontdooien van de ach-terruit en de buitenspiegels.

Tijdens de volledig automatische werking van het systeem kunt u op ieder moment de ingestelde temperaturen, de luchtverdeling en de aanjagersnelheid met de betreffende knoppen wijzigen: het systeem zal automatisch de eigen instellingen wijzigen en aanpassen aan de nieuwe vereisten. Als tijdens de volledige automatische werking (FULL AUTO) de luchtverdeling en/of de luchtopbrengst gewijzigd worden en/of de inschakeling van de compressor en/of de recirculatie, dan verdwijnt het opschrift FULL. Op deze manier worden de functies niet langer automatisch geregeld maar moeten met de hand worden bediend, totdat u opnieuw de knop AUTO indrukt. De aanjagersnelheid is voor alle zones in het interieur gelijk.

Als een of meerdere functies handmatig zijn ingesteld, blijft de temperatuur van de in het interieur ingevoerde lucht automatisch door het systeem geregeld, behalve bij uitgeschakelde compressor: in deze situatie kan de temperatuur van de in het interieur ingevoerde lucht niet lager zijn dan de buitentemperatuur.

BEDIENINGSKNOPPEN

Draaiknoppen voor regeling luchttemperatuur II-N

Als u de knoppen naar links of naar rechts draait, verhoogt of verlaagt u de luchttemperatuur respectievelijk in het gedeelte linksvoor (draaiknop N) en rechtsvoor (draaiknop H) van het interieur.

Omdat het systeem het klimaat in twee zones in het interieur regelt, kunnen de bestuurder en de passagier voor verschillende temperatuurwaarden selecteren. Het maximaal toegestane verschil is 7 °C.

De ingestelde temperaturen worden op het display weergegeven dicht bij de knoppen.

Als u knop A (MONO) indrukt, wordt de temperatuur aan bestuurders- en passagierszijde automatisch gesynchroniseerd, waarna u de temperatuur in de twee zones met draaiknop N aan bestuurderszijde kunt regelen.

De gescheiden regeling van de temperatuur en de luchtverdeling wordt automatisch weer hervat als u knop H draait of nogmaals op knop A (MONO) drukt als het lampje op de knop brandt.

Als u de knoppen helemaal naar rechts of helemaal naar links draait, tot aan de uiterste waarden HI of I.O. wordt respectievelijk de functie van de maximale verwarming of de maximale kocling ingeschakeld:

□ Functie HI (maximale verwarming):

wordt ingeschakeld als de draaiknop van de temperatuur naar rechts wordt gedraaid, voorbij de maximale waarde (32 °C). Deze functie kan worden geactiveerd voor alleen de bestuurderszijde of de passagierszijde voor of voor beide zijden (ook door de functie MONO te selecteren).

Deze functie kan worden ingeschakeld als u de lucht in het interieur zo snel mogelijk wilt verwarmen, waarbij maximaal gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheden van het systeem. Deze functie maakt gebruik van de maximale temperatuur van de motorkoelvlocistof, terwijl de luchtverdeling en de snelheid van de aanjager door het systeem worden ingesteld op basis van de omgevingsomstandigheden.

Als de motorkoclylocistof niet warm genoeg is, schakelt het systeem niet onmiddellijk de maximale aanjagersnelheid in, om de toevoer van te koude lucht in het interieur te beperken.

Als deze functie is ingeschakeld, zijn alle handmatige instellingen toegestaan.

Voor het uitschakelen van de functie is het voldoende om de draaiknop voor de temperatuur naar links te draaien en de gewenste temperatuur in te stellen.

☐ Functie LO (maximale koeling):

wordt ingeschakeld als de draaiknop van de temperatuur naar links wordt gedraaid, voorbij de minimale waarde (16 °C). Deze functie kan worden geactiveerd voor alleen de bestuurderszijde of de passagierszijde voor of voor beide zijden (ook door de functie MONO te selecteren).

Deze functie kan worden ingeschakeld als u de lucht in het interieur zo snel mogelijk wilt koelen, waarbij maximaal gebruik gemaakt wordt van de mogelijkheden van het systeem. Deze functie schakelt de luchtrecirculatie en de aircocompressor in, terwijl de luchtverdeling en de snelheid van de aanjager worden ingesteld op basis van de omgevingsomstandigheden. Als deze functie is ingeschakeld zijn alle handmatige instellingen toegestaan.

Voor het uitschakelen van de functie is het voldoende om de draaiknop voor de temperatuur naar rechts te draaien en de gewenste temperatuur in te stellen.

Knoppen voor de instellingen van de luchtverdeling voor I-M

Als u op een van de knoppen drukt, kunt u handmatig voor de linker- en de rechterzijde in het interieur een van de vijf instellingen voor de luchtverdeling kiczen:

▲ Lucht uit de luchtroosters van de voorruit en zijruiten voor voor ontdooing/ontwaseming van de voorruit en de zijruiten voor.
Lucht uit de uitstroomopeningen in het midden en aan de zijkant van het dashboard voor een koele luchtstroom op het lichaam en het gezicht bij warm weer.
Lucht uit de luchtroosters in de beenruimte voor en achter. Met deze luchtverdeling kan zo snel mogelijk de lucht in het interieur worden verwarnd, omdat warme lucht opstijgt. Dit geeft snel een warm gevoel.
Lucht uit de luchtroosters in de beenruimte (warmere lucht) en de uitstroomopeningen in het midden en aan de zijkant van het dashboard (koelere lucht). Deze luchtverdeling is zeer bruikbaar in het voor- en najaar bij zonnestraling.
Lucht uit de luchtroosters in de beenruimte voor en achter en de luchtroosters voor ontwa- seming/ontdooing van de voorruit en zijruiten voor. Deze luchtverdeling zorgt voor een goede

verwarming van het interieur en voorkomt het eventuele beslaan van de ruiten.

De ingestelde luchtverdeling wordt aangegeven door een brandend lampje op de geselecteerde knoppen.

Als een gecombineerde functie is ingesteld, wordt na het indrukken van een knop alleen de belang- rijkste functie van de ingedrukte knop geactiveerd.

Als daarentegen een knop van een reeds ingestelde functie wordt ingedrukt, dan wordt die functie uitgeschakeld (het betreffende lampje dooft).

Voor het hervatten van de automatische werking van de luchtverdeling na een handmatige instelling, moet knop AUTO worden ingedrukt.

Als de bestuurder kiest voor luchtverdeling naar de voorruit, wordt ook de luchtstroom aan passagierszijde automatisch naar de voorruit geleid. De passagier kan vervolgens een andere luchtverdeling kiezen door de betreffende knoppen in te drukken.

Knoppen voor het regelen van de aanjagersnelheid L

Als u op knop ♣ drukt, wordt de aanjagersnelheid verhoogd of verlaagd en daarmee de hocveelheid lucht die in het interieur wordt gevoerd om de gewenste temperatuur te handhaven.

De aanjagersnelheid wordt weergegeven door ver- lichte streepjes op het display

☐ Maximum aanjagersnelheid = alle staafjes verlicht

☐ Minimum aanjagersnelheid = één staafje verlicht

De aanjager kan worden uitgeschakeld, maar alleen als u de aircocompressor hebt uitgeschakeld met knop B.

BELANGRIJK Voor het hervatten van de automatische werking van de aanjager na een handmatige instelling, moet knop AUTO worden ingedrukt.

Knoppen AUTO (automatische werking) II-N

Als u knop AUTO aan bestuurderszijde en/of passagierszijde voor indrukt, regelt het systccm automatisch, in de betreffende zones, de hoeveelheid en de verdeling van de naar het interieur tocgevoerde lucht en worden alle voorafgaande handmatige instellingen opgecheven.

Dit wordt aangeven door het verschijnen van het opschrift FULL AUTO op het display voor.

Als er een of meerdere handmatige instellingen zijn uitgevoerd (luchtrecirculatie, luchtverdeling, aanjagersnelheid of uitschakeling aircocompressor), dooft het opschrift FULL op het display om aan te geven dat het systeem niet langer alle functies automatisch regelt (behalve de temperatuur die altijd automatisch wordt geregeld).

BELANGRIJK Als het systeem vanwege handmatige instellingen de gewenste temperatuur in de verschillende zones niet meer kan garanderen en handhaven, knippert de ingestelde temperatuur om aan te geven dat het systeem op een probleem is gestoten; na een minuut dooft het opschrift AUTO.

Voor het hervatten van de automatische werking van de aanjager na een handmatige instelling (een of meerdere), moet knop AUTO worden ingedrukt.

Knop MONO (ingestelde temperaturen en luchtverdeling synchroniseren) A

Als u knop MONO indrukt, wordt de temperatuur aan bestuurderszijde en aan passagierszijde voor automatisch gesynchroniseerd, waarna u de temperatuur en de luchtverdeling in de twee zones met de draaiknop aan bestuurderszijde kunt regelen. Met deze functie kan de temperatuur in het interieur makkelijk geregeld worden als alleen de bestuurder in de auto zit. De gescheiden regeling van de temperatuur en de luchtverdeling wordt automatisch weer hervat als u draaiknop H of N draait voor het instellen van de temperatuur aan passagierszijde voor of nogmaals op knop MONO drukt als het lampje op de knop brandt.

Drukknop voor in-/uitschakelen recirculatie en inschakelen AQS (indien aanwezig) C

Als de AQS-sensor niet aanwezig is, werkt de recirculatie als volgt:

□ geforceerde inschakeling (recirculatie altijd ingeschakeld); het lampje op knop C en symbool op het display branden;
☐ geforceerde uitschakeling (recirculatie altijd uitgeschakeld met luchttoevoer van buiten); lampje op dc knop en symbool ≈ op hct display gedoofd.

Deze mogelijkheden kunnen worden ingeschakeld door meerdere keren op de recirculatieknop C te drukken.

Als de recirculatie langdurig is ingeschakeld (langer dan 15 minnten achter elkaar), wordt de recirculatie om veiligheidsredenen automatisch uitgeschakeld, zodat de lucht in het interieur ververst kan worden.

BELANGRIJK Met de recirculatiefunctie kunnen de gewenste omstandigheden (verwarming of koe-ling van het interieur) sneller worden bereikt. Het is echter niet raadzaam deze functie handmatig in te schakelen op regenachtige of koude dagen, omdat dan de ruiten aan de binnenzijde aanzienlijk sneller kunnen beslaan, vooral als de airconditioning niet is ingeschakeld.

Bij buitentemperaturen onder 5° - 7°C wordt de recirculatie uitgeschakeld (met luchttoevoer van buiten) om het beslaan van de ruiten te voorkomen.

Als de AQS-sensor aanwezig is (Air Quality System) kan naast de hiervoor genoemde werking, de recirculatie automatisch geregeld worden op basis van de kwaliteit van de buitenlucht:

□ automatische regeling aangegeven met het symbool ⊕ op het display of ⚡ afhankelijk van de status.

In dit geval blijft het lampje op de recirculatieknop altijd gedoofd, terwijl op het display het symbool of verschijnt, afhankelijk van de status van de recirculatie (ingeschakeld of uitgeschakeld).

Bij de automatische werking met AQS wordt de recirculatie ingeschakeld vooral als de luchtkwaliteitsensor de aanwezigheid van vervuilde lucht signaleert, bijvoorbeeld tijdens het rijden in de stad, in een file en in tunnels.

Als bovendien de compressor is ingeschakeld, wordt, als de snelheid van de auto onder 6 km/h komt, de recirculatie uitgeschakeld om te voorkomen dat vervuilde lucht van het uitlaatgas in het interieur dringt. Als de snelheid van de auto boven 10 km/h komt, worden de functies die hiervoor automatisch werden geregeld, weer hervat.

Het AQS schakelt automatisch uit bij buitentemperaturen onder 5°C. U kunt de werking echter handmatig instellen door een rollende beweging te maken over de recirculatieknop. Als het AQS onder deze omstandigheden handmatig wordt ingeschakeld, kunnen de ruiten beslaan.

Als de handmatige bediening van de recirculatie is ingesteld, dooft op het display het opschrift FULL en verschijnt AUTO op het pictogram op het display.

LANCIA Ypsilon (2003) - Drukknop voor in-/uitschakelen recirculatie en inschakelen AQS (indien aanwezig) C - 1

ATTENTIE

Bij lage buitentemperaturen raden wij u aan om de recirculatiefunctie niet te gebruiken omdat hierdoor de ruiten sneller kunnen beslaan.

Knop voor uitschakeling aircocompressor B

Als u op knop ✦ drukt als het lampje op de knop brandt, wordt de aircocompressor uitgeschakeld en dooft het lampje. Als u nogmaals op de knop drukt als het lampje gedoofd is, wordt de inschakeling van de compressor weer automatisch door het systeem geregeld: dit wordt aangegeven door het gaan branden van het lampje op de knop.

Als u de aircocompressor uitschakelt, wordt de recirculatie uitgeschakeld om het eventuele beslaan van de ruiten te voorkomen. Ook als het systeem de ingestelde temperatuur kan handhaven, verdwijnt het opschrift FULL van het display. Als het systeem de ingestelde temperatuur echter niet meer kan handhaven, gaat de temperatuur knipperen en dooft ook het opschrift AUTO.

BELANGRIJK Met uitgeschakelde aircocompressor is het niet mogelijk lucht in het interieur in te voeren met een temperatuur die lager is dan de buitentemperatuur; bovendien kunnen (in bijzondere omstandigheden) de ruiten zeer snel beslaan omdat de lucht niet gedroogd kan worden.

De uitschakeling van de aircocompressor blijft in het geheugen opgeslagen, ook na het afzetten van de motor.

De automatische werking van de aircocompressor wordt automatisch hervat als u opnieuw knop ✝ of knop AUTO indrukt.

Als bij uitgeschakelde compressor de buitentemperatuur hoger is dan de ingestelde temperatuur, kan het systeem niet aan de wens voldoen. Dit wordt als volgt aangegeven: de ingestelde temperatuur knippert enkele seconden op het display en vervolgens dooft het opschrift AUTO.

Als de compressor is uitgeschakeld kan de aanjagersnelheid handmatig op nul worden gezet. Als de compressor bij draaiende motor wordt ingeschakeld, kan de aanjagersnelheid niet onder de minimale waarde (één streepje op het display) zakken.

Knop voor snelle ontwaseming/ontdooing van de ruiten F

Als u deze knop indrukt, schakelt de klimaatregeling automatisch alle functies in die noodzakelijk zijn voor het snel ontdooien/ontwasemen van de voorruit en de zijruiten voor. D.w.z. dat het systeem:

□ de aircocompressor inschakelt wanneer de klimatologische omstandigheden dit toestaan;
□ de luchtrecirculatie, indien ingeschakeld, uitschakelt:
□ de maximale luchttemperatuur (III) op beide displays instelt;
□ een aanjagersnelheid inschakelt op basis van de koclylocistoftemperatuur, om toevoer van nog te koude lucht voor de ontwaseming van de ruiten, te beperken;
□ de luchtstroom naar de luchtroosters voor de voorruit en de zijruiten voor leidt:
□ de achterruitverwarming inschakelt.

BELANGRIJK De functie voor snelle ontwase- ming/ontdooiing van de ruiten blijft ongeveer 3 minuten ingeschakeld nadat de koelyloecistoftempe- ratuur boven 50°C is gekomen (benzinc-uitvoeringen) of 35°C (JTD-uitvoeringen).

Als de functie voor maximale ontwaseming/ont-dooing is ingeschakeld, gaan het lampje op de betreffende knop en het lampje op de knop van de achterruitverwarming branden. Bovendien dooft op het display het opschrift FULL AUTO.

Als de functie voor maximale ontwaseming/ont-dooing is ingeschakeld, kunnen alleen de aanjagersnelheid en de uitschakeling van de achterruityver-warming handmatig worden geregeld.

Als u op de knop voor maximale ontwaseming/ontdooiing drukt of op de recirculatieknop of op de knop voor uitschakeling van de compressor of op de knop AUTO, schakelt het systeem de functie voor maximale ontwaseming/ontdooiing uit, en worden de functies die hiervoor waren ingesteld weer geactiveerd.

Knop voor ontwaseming/ontdooiing achterruit en buitenspiegels G

Als u deze knop indrukt, dan worden de achterruiten de spiegelverwarming ingeschakeld. Het lampje op de knop gaat branden als deze functie wordt ingeschakeld.

De functie schakelt na ongeveer 30 minuten automatisch uit, of als opnieuw de knop wordt ingedrukt. De functie wordt ook uitgeschakeld als u de motor uitzet en blijft uitgeschakeld als u de motor opnieuw start.

BELANGRIJK Plak geen stickers of andere plaatjes op de elektrische weerstandsdraden aan de binnenzijde van de achterruit, om beschadiging van de achterruitverwarming te voorkomen.

Systeem uitschakelen (OFF) E

Het systeem schakelt uit als u op knop E drukt.

Op het display verschijnt alleen de indicatie dat de recirculatie is ingeschakeld.

Als het systeem is uitgeschakeld:

□ zijn alle lampjes gedoofd;
□ zijn de displays van de ingestelde temperaturen donker;
☐ is de recirculatie ingeschakeld, waarbij geen lucht van buiten binnenkomt;

□ is de aircocompressor uitgeschakeld:
□ is de aanjager uitgeschakeld.

Ook bij uitgeschakeld systeem kan de achterruitverwarming op de normale manier worden in- of uitgeschakeld.

De regeleenheid van de klimaatregeling slaat de instellingen van het systeem in het geheugen op voordat het systeem wordt uitgeschakeld. Als u vervolgens op een willekeurige knop drukt (behalve de knop van de achterruitverwarming) worden de functies weer hersteld. Als de functie van de ingedrukte knop niet was ingeschakeld voor de uitschakeling, dan wordt deze functie ook geactiveerd; als deze daarentegen was ingeschakeld, blijft de functie gehandhaafd.

Als u de volledig automatische werking van het systeem weer wilt inschakelen, druk dan op knop AUTO.

Wasemsensor (indien aanwezig)

Op de auto, aan de onderzijde van de achteruitkijk- spiegel, is een sensor geplaatst die signaleert wan- neer de ruit begint te beslaan en ingrijpt zodat altijd een goed zicht wordt behouden.

Het systeem reageert als de vooruit begint te beslaan bij bepaalde weersomstandigheden (bijvoorbeeld lage buitentemperatuur of hoge luchtvochtigheid), zodat een goed zicht wordt behouden.

Als de sensor signaleert dat de ruit begint te beslaan, voert het systeem de volgende handelingen uit:

□ inschakelen van de compressor (symbool ✝ op het display en knop B brandt);
□ uitschakelen van de luchtrecirculatie (luchttoevoer van buiten).

Als dit niet voldoende is om het beslaan tegen te gaan en de veilige omstandigheden te herstellen, voert het systeem de volgende handelingen uit:

□ wijzigen van de luchtverdeling voor meer lucht-toevoer naar de voorruit;
□ vergroten van de luchtopbrengst.

De handelingen van de wasemsensor worden om veiligheidsreden uitgevoerd. De hiervoor vermelde handelingen vinden daarom zowel plaats bij automatische werking als bij handmatige bediening van de airconditioning.

Als u tijdens het ingrijpen van de sensor handmatig het systeem bedient, wordt de sensor uitgeschakeld totdat opnieuw op knop AUTO wordt gedrukt of de motor opnieuw wordt gestart.

Als de sensor aan de regeleenheid van de klimaatregeling doorgeeft dat de omstandigheden van normalzicht weer zijn hersteld, werkt het systeem weer zoals voor het ingrijpen van de sensor.

BELANGRIJK Als de wasemsensor heeft ingegrepen, betekent dit dat de omstandigheden van de buitentemperatuur en de luchtyochtigheid kritiek zijn voor een goed en voilig zicht. Daarom blijft de compressor ingeschakeld als het systeem weer werkt zoals oorspronkelijk was ingesteld, om te voorkomen dat het fenomeen zich herhaalt.

LANCIA Ypsilon (2003) - Wasemsensor (indien aanwezig) - 1

ATTENTIE

Voor een correcte werking van de wasemsensor, moet de voorruit schoon zijn en mogen er geen stickers of andere plaatjes worden geplakt in het gebied van de sensor onder de achteruitkijkspiegel.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

Met de linker hendel bedient u de buitenverlichting.

De buitenverlichting werkt uitsluitend als de contactsleutel in stand MAR staat.

VERLICHTING UITGESCHAKELD

Draaiknop in stand O.

LOC0061m

BUITENVERLICHTING

Draaiknop in stand ⚙.

Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje 300 branden.

L0C0063m

DIMLICHT

Draaiknop in stand Ⓞ.

GROOTLICHT

Trek de hendel naar het stuurwiel, als de draaiknop reeds in stand ① staat (vergrendelde stand).

Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje D branden.

Als vervolgens de hendel naar het stuurwiel wordt getrokken, dan dooft het grootlicht en wordt het dimlicht weer ingeschakeld.

GROOTLICITSIGNAAL

Het grootlichtsignaal kan worden gegeven door de hendel naar het stuurwiel te trekken (onvergrendelde stand) ongeacht de stand van de draaiknop.

RICHTINGAANWIJZERS

Zet de hendel in de vergrendelde stand:

□ omhoog (stand 1): inschakeling rechter richtingaanwijzers;

□ omlaag (stand 2): inschakeling linker richtingaanwijzers.

Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje ⇔ of ➔ knipperen.

De richtingaanwijzers schakelen automatisch uit als de auto weer rechtuit rijdt.

L0C0101m

L0C0064m

① ② LOC0065m

LANCIA Ypsilon (2003) - RICHTINGAANWIJZERS - 4

Als u kort richting wilt aangeven, voor het uitvoeren van een handeling waarvoor het stuurwiel slechts weinig hoeft te worden verdraaid, dan drukt u de hendel iets omhoog of omlaag zonder dat de hendel vergrendelt. Zodra u de hendel loslaat, gaat deze automatisch terug.

"FOLLOW ME HOME"

Met dit systeem kan de ruimte vóór de auto een bepaalde tijd worden verlicht.

Inschakelen

U schakelt deze functie in door de contactsleutel in stand STOP te draaien of uit te nemen en de linker hendel binnen 2 minuten na het uitzetten van de motor naar het stuur te trekken.

Telkens als u de hendel bedient, blijft de verlichting 30 seconden langer branden, tot een maximum van 210 seconden; hierna schakelt de verlichting automatisch uit.

Telkens als de hendel wordt bediend, gaat ook het controlclampje op het instrumentenpaneel branden en verschijnt een bericht op het display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten").

Uitschakelen

Houd de hendel langer dan 2 seconden naar het stuur getrokken.

SCHEMERSENSOR (automatisch koplampen) (indien aanwezig)

Deze sensor is in staat om de verschillen in sterkte van het omgevingslicht waar te nemen op basis van de ingestelde gevoeligheid: hoe hoger de gevoeligheid, hoe minder buitenlicht er nodig is om de verlichting in te schakelen. De gevoeligheid van de sensor kan worden ingesteld via het "Instelmenu" op het display (zie "Multifunctioneel display" of "Instelbaar multifunctioneel display" in dit hoofdstuk).

Inschakelen

Draai de draaiknop in stand Ⓔ: op deze manier gaan, afhankelijk van de sterkte van het buitenlicht, de buitenverlichting en de dimlichten automatisch branden.

Als de schemersensor is ingeschakeld, kan alleen het grootlichtsignaal worden gegeven.

Als de schemersensor is ingeschakeld, verschijnt op het display de ingestelde gevoeligheid van de sensor. Tijdens de weergave kan de gevoeligheid worden gewijzigd met de toetsen + en -.

Uitschakelen

Als via de sensor het commando voor uitschakeling wordt gegeven, wordt het dimlicht uitgeschakeld en vervolgens, na ongeveer 10 seconden, de buitenverlichting.

De schemersensor is niet in staat om mist te signaleren. Daarom moet bij mist de verlichting handmatig worden ingeschakeld.

LANCIA Ypsilon (2003) - Uitschakelen - 1

Deze werken uitsluitend als de contactsleutel in stand MAR staat.

De rechter hendel kan in vijf verschillende standen worden gezet:

A: ruitenwissers uitgeschakeld.

B: wissen met interval.

Draai als de hendel in stand B staat, de draaiknop op F, waarna u uit vier intervalstanden kunt kiezen:

= kort interval

— = lang interval

— = gemiddeld interval

—— = kort interval

C: langzaam continu wissen;

D: snel continu wissen;

E: tijdelijk snel wissen (onvergrendelde stand).

In stand E werken de ruitenwissers, zolang u de hendel met de hand in deze stand houdt. Als u de hendel loslaat, springt deze direct weer in stand A en schakelen de ruitenwissers automatisch uit.

LANCIA Ypsilon (2003) - Uitschakelen - 2

Gebruik de ruitenwissers niet om opgehoopte sneeuw of ijs van de voorruit te verwijderen. In die omstandigheden grijpt, als de ruitenwissers te hard moeten werken, de beveiliging in en zorgt ervoor, dat de ruitenwissers enkele seconden worden uitgeschakeld. Als hierna de werking niet wordt hervat, dient u zich tot de Lancia-dealer te wenden.

"Intelligente wis-/wasregeling"

Als u de hendel naar het stuur trekt (onvergrendelde stand), schakelen de ruitensproeiers in.

Als u de hendel langer dan een halve seconde aangetrokken houdt, dan worden in één beweging de ruitenwissers/-sprociers ingeschakeld. De ruitenwissers maken nog 4 slagen nadat u de hendel loslaat.

REGENSENSOR (indien aanwezig)

De regensensor A bevindt zich achter de achteruitkijkspiegel en staat in contact met de voorruit en zorgt ervoor dat de frequentie van de slagen van de ruitenwissers, tijdens het wissen met interval, automatisch wordt aangepast aan de hoeveelheid regen op de ruit.

De sensor heeft een regelbereik dat oplopend varieert van uitgeschakeld de ruitenwissers (geen slagen) als de ruit droog is, tot ruitenwissers die ingeschakeld worden op de eerste continue snelheid (langzaam continu wissen) bij hevige regen.

Inschakelen

Plaats de rechter hendel een stand naar beneden.

Als de regensensor wordt ingeschakeld, maken de ruitenwissers 1 slag. BELANGRIJK Houd de ruit in de omgeving van de sensor schoon.

Als u de draaiknop F draait, dan wordt de gevoeligheid van de regensensor verhoogd, waardoor de overgang van stilstaande ruitenwissers bij een droge ruit, naar de eerste snelheid (langzaam continu wissen) sneller plaatsvindt.

Als de gevoeligheid van de regensensor verhoogd wordt, maken de ruitenwissers 1 slag.

LANCIA Ypsilon (2003) - Inschakelen - 1

Als de ruitensproeiers worden bediend bij ingeschakelde regensensor werkt het normale reinigingsprogramma. Daarna hervat de regensensor zijn normale automatische werking.

Uitschakelen

Draai de start-/contactsleutel in stand STOP.

Als de motor daarna wordt gestart (sleutel in stand MAR), schakelt de regensensor niet weer in, ook niet als de hendel in stand B is blijven staan. Voor het inschakelen van de regensensor moet de hendel in stand A of C worden gezet en daarna in stand B.

Als de regensensor op deze wijze opnieuw wordt ingeschakeld, wordt ten minste een wisslag uitgevoerd, ook bij een droge ruit.

De regensensor is in staat om de volgende omstandigheden te herkennen en zijn gevoeligheid hieraan aan te passen:

□ vuil op het controle-oppervlak (zoutaanslag, vuil, cnz.);
□ waterstrepen veroorzaakt door versleten wisserrubbers;
□ verschil tussen dag en nacht.

ACHTERRUITWISSER/-SPROEIER

De achterruitwisser en -sproeier werken uitsluitend als de contact-sleutel in stand MAR staat.

Als u de hendel naar het dashboard drukt (vergrendelde stand) wordt de ruitensprocier ingeschakeld en gaat de ruitenwisser continu werken.

De werking stopt als de hendel wordt losgelaten.

Als u draaiknop A van stand ○ in stand □ zet, dan werkt de achterruitwisser in de intervalstand.

KOPLAMPSPROEIERS (indien aanwezig)

De "verzonken" koplampsproeiers zijn in de voorbumper van de auto gemontceerd en treden in werking als u, bij ingeschakeld dimlicht en/of grootlicht, de ruitensproeiers inschakelt.

A LOC0068m

RES ON OFF A B LOC0069m

CRUISE-CONTROL (snelheidsregelaar) (indien aanwezig)

Dit is een elektronisch hulpmiddel, waardoor de auto (bij een snelheid boven 30 km/h) op lange rechte en droge trajecten (bijv. autosnelwegen) met een constante en vooraf ingestelde snelheid blijft rijden, zonder het gaspedaal te hocven bedienen. Het gebruik van dit systeem biedt geen voordelen in druk verkeer. Gebruik dit systeem niet in de stad.

SYSTEEM INSCHAKELEN

Draai draaiknop A in stand ON.

Het systeem kan alleen worden ingeschakeld in de vierde of vijfde versnelling. Op afdalingen kan bij ingeschakelde cruise-control de snelheid iets oplopen ten opzichte van de opgeslagen snelheid.

Als het systecm is ingeschakeld, brandt het controlclampje en verschijnt er een bericht op het instrumentenpaneel.

SNELHEID OPSLAAN

Ga als volgt te werk:

□ zet draaiknop A in stand ON en trap het gaspedaal in tot de auto met de gewenste snelheid rijdt;
☐ plaats de hendel ten minste 3 seconden omhoog in stand (+) en laat vervolgens de hendel los: de snelheid van de auto wordt opgeslagen en het gaspedaal kan nu worden losgelaten.

Indien nodig (bijvoorbeeld bij inhalen) kan de snelheid simpel verhoogd worden door het intrappen van het gaspedaal. Als u daarna het gaspedaal loslaat, wordt trugggekeerd naar de opgeslagen snelheid.

Als het systeem is uitgeschakeld door bijvoorbeeld het intrappen van het rem- of koppelingspedaal, kan de opgeslagen snelheid op de volgende manier worden opgeroepen:

□ geef geleidelijk gas, totdat de snelheid ongeveer gelijk is aan de opgeslagen snelheid;
☐ schakel de versnelling in die ingeschakeld was op het moment van het opslaan van de snelheid (4 of 5 r versnelling):
□ druk op de knop RES B.

Dit kan op twee manieren:

□ trap het gaspedaal in en sla vervolgens de nieuwe snelheid op;

of

□ plaats de hendel omhoog (+).

Telkens als de hendel wordt bediend, wordt de snelheid iets verhoogd (ongeveer 1 km/h). Als de hendel omhoog wordt gehouden, verandert de snelheid traploos.

Dit kan op twee manieren:

□ schakel het systeem uit en sla vervolgens de nieuwe snelheid op;

of

☐ plaats de hendel omlaag (−) totdat de nieuwe snelheid is bereikt die automatisch wordt opgeslagen.

Telkens als de hendel wordt bediend, wordt de snelheid icts verlaagd (ongeveer 1 km/h). Als de hendel omlaag wordt gehouden, verandert de snelheid traploos.

SYSTEEM UITSCHAKELEN

Zet schakelaar A in stand OFF of de start-/contact-sleutel in stand STOP. Het systeem wordt bovendien automatisch uitgeschakeld in een van de volgende gevallen:

□ bij intrappen van het rem- of koppelingspedaal;

□ bij inschakelen van het ESP (indien aanwezig);

LANCIA Ypsilon (2003) - SYSTEEM UITSCHAKELEN - 1

ATTENTIE

Als de cruise-control tijdens het rijden is ingeschakeld, zet dan nooit de versnel- lingspook in de vrijstand.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE Bij een storing of een afwijkende werking van de cruise-control, moet de draai-knop Λ in stand OFF worden gezet .Laat het systeem, na controle van de zekering, door de Lancia-dealer controleren.

Druk op knop A voor het in-/uitschakelen van de zonneklepverlichting aan bestuurderszijde en druk op knop C voor het in-/uitschakelen van de zonneklepverlichting aan passagierszijde.

Als de contactsleutel in stand STOP staat of is uitgenomen, blijft de verlichting nog ongeveer 15 minuten ingeschakeld.

Plafondverlichting in het midden

Het lampje gaat automatisch branden als u een van de portieren opent en dooft als het betreffende portier wordt gesloten na ongeveer 10 seconden.

Als het portier geopend blijft, schakelt het plafondlampje na ongeveer 3 minuten uit.

De plafondverlichting in het midden kan ook worden in-/uitgeschakeld door op knop B te drukken.

Het inschakelen/doven van de verlichting gaat geleidelijk.

Na het inschakelen door het indrukken van knop B, blijft, als de contactsleutel in stand STOP staat of uit het contactslot is genomen, de verlichting nog 15 minuten ingeschakeld. Hierna dooft de verlichting automatisch.

A B C L0C0015m

AUTOAO - + ASR + MODE - LOC0070m

AUTO + - 0 1 2 3 4 LOC0071m

BEDIENINGSORGANEN

WAARSCHUWINGSKNIPPERLICHTEN

Inschakelen: druk op schakelaar A. onafhankelijk van de stand van de contactsleutel.

Als het systeem is ingeschakeld, knippert het lampje in de schakelaar. Gelijktijdig gaan op het instrumentenpaneel de controlelampjes ⇔ en ⇔ branden.

Uitschakelen: druk nogmaals op de schakelaar.

MISTLAMPEN VOOR (indien aanwezig)

Inschakelen: druk bij ingeschakelde buitenverlichting op knop 0.

Op het instrumentenpaneel gaat het controlclampje ♦branden.

Uitschakelen: druk nogmaals op de knop.

LANCIA Ypsilon (2003) - MISTLAMPEN VOOR (indien aanwezig) - 1

ATTENTIE

Het gebruik van de waarschuwingsknipperlichten is afhankelijk van de wetgeving van het land waarin u zich bevindt. Houdt u aan de voorschriften.

MISTACHTERLICHT

Inschakelen: druk bij ingeschakeld dimlicht op knop ♀.

Op het instrumentenpanel gaat het controlclampje branden.

Uitschakelen: druk nogmaals op de knop.

PARKEERVERLICHTING

Inschakelen: houd knop A. op de middenconsole bij de handrem, ingedrukt als de contactsleutel in stand STOP staat of is uitgenomen. Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje 200 brandsen.

Als u bij ingeschakelde parkeerverlichting de linker hendel omhoog (stand 1) of omlaag (stand 2) plaatst, gaat respectievelijk alleen de parkeerverlichting rechts of links branden en dooft het controlclampje op het instrumentenpaneel.

Als u de linker hendel weer in de middelste stand zet, gaat de buitenverlichting branden en gaat het controlelampje 200 op het instrumentenpanel opnieuw branden.

AUTO + - #0 #0 #0 #0 LOC0071m

P≤ A LOC0072m

LANCIA Ypsilon (2003) - PARKEERVERLICHTING - 3

Deze veiligheidsschakelaar bevindt zich onder het dashboard naast de portierstijl aan passagierszijde. Om de schakelaar te bereiken, moet u de bekleding verplaatsen. De schakelaar springt omhoog bij een ongeval, waardoor de toevoer van brandstof wordt gestopt en de motor afslaat.

Als de brandstofnoodschakelaar is ingeschakeld, brandt lampje Δ op het instrumentenpaneel en verschijnt tegelijk een bericht op het multifunctionele display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten").

Controleer de auto zorgvuldig op brandstoflekkage, bijvoorbeeld in de motorruimte, onder de auto of in de nabijheid van de brandstoftank.

Als u geen brandstoflekkage waarneemt en de auto kan nog verder rijden, druk dan op knop A om de brandstofoevoer weer te herstellen en de verlichting weer in te schakelen.

Draai na een ongeval de contactsleutel in stand STOP om te voorkomen dat de accu ontlaadt.

LANCIA Ypsilon (2003) - PARKEERVERLICHTING - 4

ATTENTIE

Als u na een ongeval een brandstoflucht ruikt of merkt dat het brandstofsysteem lekt, druk dan de schakelaar niet weer terug, zodat brand wordt voorkomen.

INTERIEURUITRUSTING

DASHBOARDKASTJE

Trek om het kastje te openen aan de handgreep, zoals aangegeven door de pijl.

BEKER/BLIKJESHOUDERS

Deze bevinden zich op de tunnelconsole.

PASJES/KAARTHOUDER

Op de tunnelconsole bevinden zich openingen om telefoonkaarten, pasjes/credit-cards of tolkaarten in op te bergen.

STEKKERDOOS (12V)

De stekkerdoos bevindt op de tunnelconsole en werkt alleen met de contactsleutel in stand MAR. Als een rokerskit is aangevraagd, wordt de stekkerdoos vervangen door een aansteker.

AANSTEKER (indien aanwezig)

De aansteker is in de tunnelconsole geplaatst, naast de handrem. Druk voor het inschakelen van de aansteker op de betreffende knop, als de contactsleutel in stand MAR staat. Na ongeveer 15 seconden springt de knop in de beginstand en is de aansteker klaar voor gebruik.

BELANGRIJK Controleer altijd of de aansteker na het indrukken ook uitschakelt.

BELANGRIJK De aansteker wordt erg heet. Gebruik de aansteker voorzichtig en voorkom dat hij gebruikt wordt door kinderen: risico op brand en/of brandwonden.

LANCIA Ypsilon (2003) - AANSTEKER (indien aanwezig) - 1

ASBAK (indien aanwezig)

De asbak bestaat uit een uitneembaar kunststof houder met een veeropening. De asbak kan in de beker/blikjeshouders geplaatst worden op de tunnelconsole.

BELANCRIJK Gebruik de asbak niet als prullenbak voor papiertjes; als deze in contact komen met smeulende peuken kan er brand ont-staan.

ZONNEKLEPPEN

De zonnekleppen zitten aan beide zijden naast de achteruitkijkspiegel. Ze kunnen voor de voorruit of voor de zijruit worden gedraaid.

Op de achterzijde van de zonneklep aan bestuurders- en passagiers-zijde bevindt zich een spiegeltje.

Om het spiegeltje aan bestuurderszijde te gebruiken, moet het schuifklepje A worden geopend.

OPENDAK (indien aanwezig)

Het opendak met grote ruit "skydome" bestaat uit 2 ruitpanelen, een vast paneel en een beweegbaar paneel. Het opendak is voorzien van een zonnescherm dat met de hand in twee standen kan worden gezet (geopend/gesloten). Het opendak kan uitsluitend bediend worden als de contactsleutel in stand MAR staat. Met de knoppen A en B, op de plafondverlichting in het midden, kunt u het dak openen/sluiten.

Automatisch openen

Als u knop A langer dan 2 seconden indrukt, opent het ruitpanel voor automatisch in "kantelstand". Druk nogmaals langer dan 2 seconden op knop A om het paneel geheel te openen. Na het eerste commando voor het openen, kan het paneel in een tussenliggende stand worden gezet door opnieuw op knop A te drukken.

Automatisch sluiten

Als het dak in geheel opende stand staat en u drukt langer dan 2 seconden op knop B, dan komt het ruitpanceel voor automatisch in "kantelstand". Druk nogmaals langer dan 2 seconden op knop B om het paneel geheel te sluiten. Na het eerste commando voor het sluiten, kan het paneel in een tussenliggende stand worden gezet door opnicuw op knop B te drukken.

Openen/sluiten met de hand

Als u korter dan 2 seconden op knop A of B drukt, opent/sluit het paneel zolang de knop wordt ingedrukt. De beweging stopt als u de knop loslaat. Op deze manier kunt u het dak in een tussenliggende stand zetten.

LANCIA Ypsilon (2003) - Openen/sluiten met de hand - 1

Als het opendak niet elektrisch bediend kan worden, dan kan het ook handmatig worden bediend; ga hiervoor als volgt te werk:

□ neem de zeskantige sleutel A uit het dashboardkastje
□ verwijder de beschermdop aan de binnenzijde van het dak, naast het zonmeschern
□ steck de sleutel in de zitting B en draai de sleutel:

- rechtsom om het opendak te openen

- linksom om het dak te sluiten

LANCIA Ypsilon (2003) - Openen/sluiten met de hand - 2

Bedien het opendak niet als er allesdragers gemonteerd zijn.

LANCIA Ypsilon (2003) - Openen/sluiten met de hand - 3

Open het dak niet bij sneeuw of ijs: het kan dan beschadigd worden.

LANCIA Ypsilon (2003) - Openen/sluiten met de hand - 4

ATTENTIE

Verwijder altijd de contactsleutel uit het contactslot als u de auto verlaat, om te voorkomen dat het opendak per ongeluk in beweging wordt gebracht en zo gevaar kan opleveren voor de achtergebleven inzittenden. Onzorgvuldig gebruik van het opendak kan gevaarlijk zijn. Controleer voor en tijdens de bediening van de schakelaar altijd of de passagiers niet verwond kunnen worden door de beweging van het opendak zelf of door in beweging gebrachte voorwerpen.

PORTIEREN

CENTRALE PORTIERVERGRENDELING

Van buitenaf

Steek bij gesloten portieren de sleutel in het slot van het voorportier of druk op knopje ♦op de afstandsbediening.

Van binnenuit

Druk bij gesloten portieren op knop A of B, op de tunnelconsole bij de handrem, om de portieren respectievelijk te ver-/ontgrendelen.

BELANGRIJK De centrale portiervergrendeling werkt niet als een van de portieren niet goed gesloten is of als er een storing in het systeem is. Na enkele pogingen schakelt het systeem ongeveer 2 minuten uit. In deze 2 minuten kunt u de portieren met de hand ver- en ont-grendelen. Na de 2 minuten is het systeem weer gereed.

Als de oorzaak van de storing is opgelost, werkt het systeem weer normaal.

A B L0C0018m

LANCIA Ypsilon (2003) - Van binnenuit - 2

Bij enkele uitvoeringen is de ruitbediening voorzien van een anti-letselfunctie. Sensoren in de ruitrubbers kunnen een eventueel obstakel waarnemen als de ruit sluit. In dat geval onderbreekt het systeem de ruitbeweging en wordt de ruit onmiddellijk geopend.

BELANGRIJK Als de anti-letselfunctie binnen 1 minuut vijf keer wordt ingeschakeld, dan voert het systecm automatisch de "recovery" uit (zelfbescherming). De ruit gaat telkens een klein stukje omhoog totdat de ruit geheel gesloten is.

Ga voor het herstellen van de juiste werking van het systeem als volgt te werk:

□ open de ruiten;

of

□ draai de contactsleutel in stand STOP en vervolgens in stand MAR.

Als er geen storingen zijn, dan werkt de ruit weer normaal: als er wel een storing wordt gevonden, zie dan het hoofdstuk "Lampjes en berichten".

BELANGRIJK Als de contactsleutel in stand STOP staat of is uitgenomen, dan kunnen de ruiten nog ongeveer 2 minuten worden bediend. Als een portier wordt geopend, dan wordt het systeem echter onmiddellijk uitgeschakeld.

LANCIA Ypsilon (2003) - Van binnenuit - 3

ATTENTIE

Het systeem voldoet aan de 2000/4/EU-normen die voor de veiligheid van de inzittenden bedoeld zijn. Als van buitenaf geprobeerd wordt de auto binnen te dringen, kan de anti-letselfunctie niet worden geactiveerd.

BEDIENINGSORGANEN

Op de armsteun van het portier aan bestuurderszijde zijn twee bedie- ningsschakelaars gemonteerd waarmee u, als de contactsleutel in stand MAR staat, de zijruiten bedient:

A: openen/sluiten zijruit linksvoor;

B: openen/sluiten zijruit rechtsvoor.

Als u bij enkele uitvoeringen de schakelaar A langer dan een halve seconde ingedrukt houdt, wordt de ruit automatisch geopend/gesloten. De beweging stopt als de ruit aan het einde van zijn slag is of als u nogmaals op de schakelaar drukt.

Op de armsteun van het portier aan de passagierszijde is een schakelaar gemonteerd om aan die zijde de ruit te bedienen.

A B LOC0019m

LANCIA Ypsilon (2003) - BEDIENINGSORGANEN - 2

ATTENTIE

Onzorgvuldig gebruik van de elektrische ruitbediening kan gevaarlijk zijn. Controleer voor en tijdens het bedienen van de ruit altijd of de passagiers niet verwond kunnen worden door de bewegende ruiten, hetzij direct door contact met de ruit, hetzij door voorwerpen die door de ruit worden meegesleept of geraakt. Verwijder altijd de sleutel uit het contactslot als u de auto verlaat, om te voorkomen dat een onverwachtste inschakeling van de elektrische ruitbediening gevaar oplevert voor de achtergebleven passagiers.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

De achterklep (indien ontgrendeld) kan alleen van buitenaf geopend worden met behulp van een elektrische ontgrendelhendel boven de kentekenplaathouder.

De achterklep kan bovendien altijd worden geopend als de portieren van de auto ontgrendeld zijn.

Op het display van het instrumentenpanel (zie de paragraaf "Multifunctioneel display" in dit hoofdstuk) kan de keuzemogelijkheid "Achterklep onafhankelijk ontgrendelen" worden geselecteerd: op deze manier wordt de achterklep niet gelijktijdig met de portieren ontgrendeld.

ACHTERKLEP OPENEN MET DE SLEUTEL MET AFSTANDS-BEDIENING

Druk op de knop 📄, ook als het dicfstalalarm (indien aanwezig) is ingeschakeld.

Als de achterklep wordt geopend, knipperen de richtingaanwijzers twee keer.

Als de achterklep weer wordt vergrendeld, worden alle functies weer hersteld.

ACHTERKLEP SLUITEN

Laat de achterklep zakken door op de klep te drukken, totdat u de vergrendeling hoort.

BELANGRIJK Als de keuzemogelijkheid "Achterklep onafhankelijk ontgrendelen" is ingeschakeld, moet voordat u de achterklep sluit, gecontroleerd worden of u in het bezit bent van de contactsleutel omdat de achterklep automatisch vergrendeld wordt.

LANCIA Ypsilon (2003) - ACHTERKLEP SLUITEN - 1

Naderhand aangebrachte voorwerpen op de hoedenplank of de achterklep (luidsprekers, spoiler, enz.) kunnen, behalve wanneer de auto hierop is voorbereid, de juiste werking van de gasveren verhinderen.

LANCIA Ypsilon (2003) - ACHTERKLEP SLUITEN - 2

ATTENTIE

Bij het gebruik van de bagageruimte mag het maximum laadvermogen nooit worden overschreden (zie het hoofdstuk "Technische gegevens"). Controleer bovendien of de bagage goed geladen is, om te voorkomen dat een voorwerp bij bruask remmen naar voren schiet en letsel veroorzaakt.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Rijd niet met voorwerpen op de hoedenplank: bij een ongeval of bruusk remmen kunnen ze de passagiers verwonden.

A B L0C0103m

B L0C0103m

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 3

Om de achterklep vanuit het interieur te openen (bij een lege accu of een storing in het elektrische systeem), moet als volgt te werk worden gegaan:

- verwijder de hoofdsteunen achter;

- klap de zittingen van de achterstoelen omhoog:

- klap de rugleuningen neer;

- voor het mechanisch ontgrendelen van de achterklep, moet u vanuit de bagageruimte eerst dop A verwijderen en vervolgens hendeltje B bedicnen.

HOEDENPLANK VERWIJDEREN

Als u de hoedenplank wilt verwijderen om de bagageruimte te vergroten, ga dan als volgt te werk:

☐ haak de twee trekkoordjes A (één per zijde) los uit de bevestigingspennen B;
□ trek de hoedenplank naar buiten door de pennen C uit de zittingen te verwijderen.

BAGAGERUIMTE VERGROTEN (uitvoeringen met ondeelbare achterbank)

Gedeeltelijk neerklappen

Trek hendel A omhoog (vanuit het interieur) of trek aan de lip in het midden van de bagageruimte en plaats de stoel naar voren.

Geheel neerklappen

□ Verwijder de hoedenplank zoals hiervoor beschreven.
☐ Trek hendel A omhoog of trek aan de lip in het midden van de bagageruimte en zet de stoel in de gewenste stand (bijv. helemaal naar voren voor een maximale vergroting van de bagageruimte).
☐ Til de zitting aan de voorzijde omhoog (zoals afgebeeld) en klap de zitting naar voren.
□ Trek hendel B omhoog of trek gelijktijdig aan de lippen aan de zijkant C van de bagageruimte om de rugleuning te ontgrendelen.
□ Klap de rugleuming iets naar voren en verwijder de hoofdsteumen van de achterbank (indien aanwezig).
□ Klap de rugleuning neer.

Achterbank in normale stand zetten

Voer de beschreven handelingen in omgekeerde volgorde uit. Controleer of de gordels in de sluitingen aan de zijkant zitten (zoals afgebeeld) voordat u de zitting terugklapt, zodat ze altijd bereikbaar zijn.

A B L0C0028m

L0C0076m

LANCIA Ypsilon (2003) - Achterbank in normale stand zetten - 3

BAGAGERUIMTE VERGROTEN (uitvoeringen met deelbare achterbank)

Gedeeltelijk neerklappen

Trek hendel A omhoog (vanuit het interieur) of trek aan de lip in het midden van de bagageruimte en plaatst de stoel naar voren.

Geheel neerklappen

□ Verwijder de hoedenplank zoals hiervoor is beschreven.
☐ Trek hendel A omhoog of trek aan de lip in het midden van de bagageruimte en zet de stoel in de gewenste stand (bijv. helemaal naar voren voor een maximale vergroting van de bagageruimte).
☐ Til de zitting aan de voorzijde omhoog (zoals afgebeeld), bij het deel dat u wilt neerklappen en klap de zitting naar voren; klap beide zittingen naar voren als u de rugleuning geheel wilt neerklappen.
☐ Trek hendel B of C omhoog of trek aan de lippen aan de zijkant D of E in de bagageruimte om het deel van de rugleuning dat u wilt neerklappen, te ontgrendelen; beide delen als u de rugleuning geheel wilt neerklappen.
□ Klap de rugleuning iets naar voren en verwijder de hoofdsteunen van de achterbank (indien aanwezig).
□ Klap de rugleuning geheel of gedeeltelijk neer.

Achterbank in normale stand zetten

Voer de beschreven handelingen in omgekeerde volgorde uit. Controleer of de gordels in de sluitingen aan de zijkant zitten (zoals afgebeeld) voordat u de zitting terugklapt, zodat ze altijd bereikbaar zijn.

MOTORKAP

OPENEN

Ga als volgt te werk:

□ trek hendel A in de richting van de pijl;
☐ plaats hendeltje B naar links zoals aangegeven door de pijl:
□ til de motorkap op en trek gelijktijdig de steunstang C uit de klem D. steek vervolgens het uiteinde van de stang in de zitting E op de motorkap.

BELANGRIJK Controleer of de armen van de ruitenwissers tegen de ruit aanstaan voordat u de motorkap optilt.

LANCIA Ypsilon (2003) - OPENEN - 1

Ga als volgt te werk:

☐ houd de motorkap met een hand omhoog, trek met de andere hand de stang C uit zitting E en plaats de steunstang terug in de klem;
☐ laat de motorkap tot op ongeveer 20 cm van de motorruimte zakken, laat de motorkap vallen en controleer of de motorkap goed is gesloten door de motorkap op te tillen. De motorkap mag niet alleen door de beveiliging vergrendeld zijn. Druk in dit laatste geval de motorkap niet dicht, maar til hem opnieuw op en herhaal de handeling.

BELANGRIJK Controleer altijd of de motorkap vergrendeld is, om te voorkomen dat deze tijdens het rijden open gaat.

LANCIA Ypsilon (2003) - OPENEN - 2

ATTENTIE

Als de steunstang verkeerd geplaatst wordt, kan de motorkap onverwachts dichtvallen.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Voer deze handelingen alleen uit als de auto stilstaat.

ALLESDRAGERS

BELANGRIJK Wij raden het gebruik aan van allesdragers uit het Lancia Lincaccesori-programma. U dient zich strikt aan de aanwijzingen te houden die in het pakket zijn meegeleverd. De montage moet altijd door deskundige personen worden uitgevoerd.

BELANGRIJK Overschrijd nooit het maximum draagvermogen (zie het hoofdstuk "Technische gegevens").

Controleer na enkele kilometers opnieuw of de bevestigingsbouten nog goed vastzitten.

KOPLAMPEN

KOPLAMPEN AFSTELLEN

BELANGRIJK Goed afgestelde koplampen zijn belangrijk voor het comfort en de veiligheid van uzelf en de overige weggebruikers. Voor optimaal zicht en zichtbaarheid moeten de koplampen op de juiste wijze zijn afgesteld. Wendt u voor controle of afstelling tot de Lancia-dealer.

AUTO - 0 0 0 0 LOC0077m

LANCIA Ypsilon (2003) - KOPLAMPEN AFSTELLEN - 2

Bedien het opendak niet als er allesdragers gemonteerd zijn.

Mer 15 Gen 30 Km 70.0 °F 3:40 12:42 Pm LOC0078m

LANCIA Ypsilon (2003) - KOPLAMPEN AFSTELLEN - 4

De stand kan worden geregeld als de contactsleutel in stand MAR staat en de dimlichten zijn ingeschakeld. Als de auto beladen is, helt hij achterover. Het gevolg is dat de lichtbundel meer naar boven schijnt. De stand van de koplampen moet nu worden gecorrigeerd.

Koplampen afstellen

De koplampen kunnen worden afgesteld met de knoppen 📄 en 📄 op het instrumentenpaneel.

Op het display wordt de stand aangegeven.

Stand 0 - één of twee personen op de voorstoelen.

Stand 1 - vijf personen.

Stand 2 - vijf personen + bagage.

Stand 3 - bestuurder + maximale lading in de bagageruimte.

BELANGRIJK Controleer de afstelling van de koplampen telkens als het gewicht van de lading wijzigt.

KOPLAMPAFSTELLING IN HET BUITENLAND

De koplampen zijn aangepast aan de eisen van het land waaraan de nieuwe auto is geleverd. In die landen waarin aan de andere zijde van de weg wordt gereden, moet om het tegemoetkomende verkeer niet te verblinden, een gedeelte van de koplampen worden afgeplakt volgens de aanwijzingen/afmetingen die in de afbeelding zijn aangegeven; gebruik hiervoor een ondoorzichtige sticker.

De afbeeldingen hebben betrekking op de overgang van een land waar rechts wordt gereden naar een land waar links wordt gereden.

ABS

Het ABS dat geïntegreerd is in het remsysteem, voorkomt dat tijdens het remmen de wielen blokkeren, ongeacht de conditie van het wegdek en de pedaaldruk, en verhindert daarmee het doorslippen van een of meerdere wielen. Hierdoor blijft de auto bestuurbaar, zelfs bij noodstops.

Het systeem wordt gecompleteerd met een elektronische remdrukverdeling EBD (Electronic Braking Force Distribution), die de remdruk verdeelt tussen de voor- en achterwiclen.

BELANGRIJK Voor een maximale werking van het remsysteem is een inrijperiode nodig van ongeveer 500 km: in deze periode moet bruusk, herhaaldelijk en langdurig remmen worden vermeden.

INSCHAKELING VAN HET SYSTEEM

Als het ABS in werking treedt, merkt u dat aan een trilling in het rempedaal, die gepaard gaat met enig geluid: dit geeft aan dat het noodzakelijk is uw snelheid aan te passen aan de beschikbare grip op het wegdek. Als het ABS in werking treedt, dan is de grip van de banden op het wegdek beperkt; u dient uw snelheid te verlagen en aan te passen aan de beschikbare grip.

STORINGSMELDINGEN

Storing in ABS

Bij een storing brandt het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel en verschijnt er een bericht op het display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten").

In dat geval werkt het remsysteem op de normale manier, terwijl geen gebruik wordt gemaakt van het antiblokkeersysteem. Rijd voorzichtig naar de dichtstbijzijnde Lancia-dealer om het systeem te laten controleren.

LANCIA Ypsilon (2003) - Storing in ABS - 1

ATTENTIE grip.

Als het ABS in werking treedt, betekent dit dat de grip van de banden op het wegdek gering is; u dient uw snelheid te verlagen en aan te passen aan de beschikbare

LANCIA Ypsilon (2003) - Storing in ABS - 2

ATTENTIE gereden en mo

Het ABS maakt zoveel mogelijk gebruik van de beschikbare grip maar kan deze niet verhogen. Daarom moet op gladde weggedeelten altijd voorzichtig worden en er geen onnodige risico's worden genomen.

Storing in EBD

Bij een storing branden de waarschuwingslampjes (AB) en (O) op het instrumentenpaneel en verschijnt er een bericht op het display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten").

In dat geval kunnen bij hard remmen de achterwielen vroegtijdig blokkeren waardoor de auto kan gaan slippen. Rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbijzijnde Lancia-dealer om het systeem te laten controleren.

BRAKE ASSIST (remregeling bij noodstops) (indien aanwezig)

Dit systeem, dat niet kan worden uitgeschakeld, herkent noodstops (op basis van de snelheid waar-mee het rempedaal wordt ingetrapt) en verhoogt de druk in het remcircuit aanzienlijk.

Het Brake Assist wordt, bij uitvoeringen die zijn uitgerust met ESP, uitgeschakeld bij een storing in het ESP (lampje Ⓐ brandt en er verschijnt een bericht op het display).

LANCIA Ypsilon (2003) - BRAKE ASSIST (remregeling bij noodstops) (indien aanwezig) - 1

ATTENTIE

Als het ABS in werking treedt, merkt u dat aan een trilling in het rempedaal. Verlaag de remdruk niet maar houd het rempedaal juist goed ingetrapt; op deze manier hebt u de kortste remweg in relatie tot de conditie van het wegdek.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Als het waarschuwingslampje Ⓔ gaat branden (op het display verschijnt tegelijk een mededeling), stop dan onmiddellijk en wendt u tot de Lancia-dealer. Als er vloeistof lekt uit het hydraulische systeem, wordt de werking van zowel het conventionele remsysteem als het ABS in gevaar gebracht.

ESP (Electronic Stability Program) (indien aanwezig)

Het ESP is een systeem dat de stabiliteit van de auto bewaakt als de wielen hun grip verliezen, waardoor de auto beter op koers blijft.

De werking van het ESP is uitermate nuttig als de grip op het wegdek wisselt.

ACTIVERING VAN HET SYSTEEM

Als het systeem geactiveerd wordt, gaat het lampje op het instrumentenpaneel knipperen, om de bestuurder er op te wijzen dat de auto de stabiliteit en de grip dreigt te verliezen.

INSCHIKELING VAN IIET SYSTEEM

Het ESP wordt automatisch ingeschakeld als de motor wordt gestart en kan niet worden uitgeschakeld.

STORINGSMELDINGEN

Als er een storing is in het ESP wordt het systeem automatisch uitgeschakeld, gaat het lampje Ⓐ op het instrumentenpaneel constant branden en verschijnt er een bericht op het instelbare multifunctionele display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten"). Wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.

LANCIA Ypsilon (2003) - STORINGSMELDINGEN - 1

ATTENTIE

De prestaties van het ESP mogen de bestuurder er niet toe verleiden onnodige en onverantwoorde risico's te nemen. De rijstijl moet altijd zijn aangepast aan het wegdek, het zicht en het verkeer. De verantwoordelijkheid voor de verkeersveiligheid ligt altijd en overal bij de bestuurder van de auto.

HILL HOLDER-SYSTEEM (indien aanwezig)

Dit in het ESP geïntegreerde systeem helpt bij het wegrijden op een helling.

Het systeem schakelt automatisch in als de auto stilstaat op een helling met draaiende motor, ingetrapt rem- en koppelingspedaal en als de eerste versnelling (bij een helling omhoog) of de achteruit (bij een helling omlaag) is ingeschakeld.

Tijdens het wegrijden zorgt de regeleenheid van het ESP ervoor dat de wielen geremd blijven, totdat het noodzakelijke koppel is bereikt om weg te rijden (of maximaal 2 seconden), waardoor u makkelijker kunt wegrijden.

Als na deze 2 seconden niet is weggereden, schakelt het systeem automatisch uit en wordt de remdruk geleidelijk verlaagd. Tijdens deze fase kunt u een typisch geluid horen. Dit geluid betekent dat de auto ieder moment in beweging kan komen.

Storingsmeldingen

Bij een storing brandt het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel en verschijnt er een bericht op het instelbare multifunctionele display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten").

BELANGRIJK Het Hill Holder-systeem is geen handrem; verlaat dus nooit de auto zonder de handrem aan te trekken, de motor uit te zetten en de eerste versnelling in te schakelen.

LANCIA Ypsilon (2003) - Storingsmeldingen - 1

ATTENTIE

Als eventueel met het reservewiel wordt gereden, dan blijft het ESP ingeschakeld. Blijf er echter rekening mee houden dat het reservewiel kleiner is dan de normale band en dat daarom de grip lager is dan bij de andere banden van de auto.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Voor de juiste werking van het ESP is het noodzakelijk dat de banden van alle wielen van hetzelfde merk en type zijn. De banden moeten in perfecte conditie zijn en de voorgeschreven afmetingen hebben.

ASR (Antislip Regulation) (indien aanwezig)

Het ASR controleert de trekkracht van de auto en grijpt automatisch in als een of beide aangedreven wielen dreigen door te slippen.

Afhankelijk van de oorzaak van het doorslippen, worden twee verschillende controlesystemen ingeschakeld:

□ als beide aangedreven wielen doorslippen, vermindert het ASR het motorvermogen;

□ als slechts één aangedreven wiel dreigt door te slippen, zorgt het ASR-systecm ervoor dat het wiel automatisch wordt afgeremd.

Het ASR is vooral nuttig onder de volgende omstandigheden:

☐ doorslippen van het binnenste wiel in bochten, door verandering van de wielbelasting of door te felle acceleratie;
□ te hoog vermogen naar de wielen, ook in samenhang met de conditie van het wegdek;
□ acceleratic op gladde wegen en bij sneeuw en ijzel;
□ verlies van grip op natte weggedeelten (aquaplaning).

AUTO A - CITY ASR OFF + MODE LOC0079m

IN-/UITSCHAKELING VAN HET SYSTEEM

Het ASR schakelt automatisch in als de motor wordt gestart.

Het in-/uitschakelen van het systeem wordt aangegeven door het verschijnen van een bericht op het display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten").

Tijdens het rijden kan het systeem worden uitgeschakeld en vervolgens weer ingeschakeld door schakelaar A in het midden op het dashboard in te drukken.

Als het systeem is uitgeschakeld, brandt het lampje op de schakelaar.

Als het ASR tijdens het rijden wordt uitgeschakeld, schakelt het automatisch weer in als de auto opnieuw wordt gestart.

Schakel het ASR-systeem uit als u met sneeuwkettingen rijdt: onder deze omstandigheden levert het doorslaan van de aangedreven wielen juist meer trekkracht op.

LANCIA Ypsilon (2003) - IN-/UITSCHAKELING VAN HET SYSTEEM - 1

ATTENTIE

De prestaties van het systeem mogen de bestuurder er niet toe verleiden onnodige en onverantwoorde risico's te nemen. De rijstijl moet altijd zijn aangepast aan het wegdek, het zicht en het verkeer. De verantwoordelijkheid voor de verkeers-veiligheid ligt altijd en overal bij de bestuurder van de auto.

STORINGSMELDINGEN

Als er een storing is in het ASR-systeem, wordt het systeem automatisch uitgeschakeld, gaat lampje Ⓐ op het instrumentenpaneel branden en verschijnt er een bericht op het display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten"). Wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.

LANCIA Ypsilon (2003) - STORINGSMELDINGEN - 1

ATTENTIE

Als met het reservewiel wordt gereden, dan wordt het ASR uitgeschakeld, gaat het lampje ⚙: op het instrumentenpaneel constant branden en verschijnt er een bericht op het display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten").

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Voor de juiste werking van het ASR-systeem is het noodzakelijk dat de banden van alle wielen van hetzelfde merk en type zijn. De banden moeten in perfecte conditie zijn en de voorgeschreven afmetingen hebben.

EOBD-SYSTEEM (benzine-uitvoeringen)

Met het EOBD (European On Board Diagnosis) kan een doorlopende diagnose worden uitgevoerd van die componenten op de auto die van invloed zijn op de emissie.

Bovendien meldt het systeem, door het branden van het lampje op het instrumentenpaneel en het verschijnen van een bericht op het display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten"), dat de betreffende componenten defect zijn.

Het doel is:

□ de werking van het systeem controleren;
□ signaleren wanneer door een storing de emissies boven de wettelijk vastgestelde drempelwaarde uitkomen;

□ signaleren wanneer het noodzakelijk is defecte componenten te vervangen.

Het systeem beschikt verder nog over een diagnose- stekker die, als deze verbonden is met speciale apparatuur, het mogelijk maakt, de door de regel- eenheid opgeslagen storingscodes en de specifieke parameters voor de diagnose en werking van de motor, te lezen. Deze controle kan ook worden uit- gevoerd door de verkeerspolitie.

BELANGRIJK Na het verhelpen van de storing moet de Lancia-dealer voor een complete controle van het systecm, tests uitvoeren op een testbank en, zonodig, een proefrit maken die eventueel een langere afstand kan omvatten.

LANCIA Ypsilon (2003) - EOBD-SYSTEEM (benzine-uitvoeringen) - 1

Als u de contactsleutel in stand MAR draait en het lampje 📄 gaat niet branden of het gaat branden of knipperen tijdens het rijden (op het display verschijnt tegelijk een mededeling), wendt u dan zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer. De werking van het lampje 📄 kan worden gecontroleerd met behulp van speciale apparatuur van de verkeerspolitie. Houdt u aan de wetgeving van het land waarin u rijdt.

AUTORADIO (indien aanwezig)

Als de auto niet is uitgerust met de inbouwvoorbereiding autoradio, beschikt u op het dashboard en in de portieren over een aantal opbergvakken, dat de functionaliteit van het interieur vergroot.

Raadpleeg voor de werking van de autoradio met CD-speler/CD/MP3-speler (indien aanwczig) het supplement dat bij dit instructieboekje is geleverd.

TECHNISCHE GEGEVENS

Het systeem bestaat uit:

☐ 2 tweeter luidsprekers met elk een piekvermo-gen van 30W;
☐ 2 mid-woofer luidsprekers voor, met een diameter van 165 mm en met elk een piekvermogen van 30W:
☐ 2 full-range luidsprekers achter, met een diameter van 165 mm en met elk een pickvermogen van 30W.

BOSE HIFI-AUDIOSYSTEEM (indien aanwezig)

Het BOSF. hifi-audiosysteem is speciaal ontwikkeld om de beste akoestische prestaties te leveren en een muziek-concert zo levensecht mogelijk te laten klinken op iedere plaats in het interieur.

Een van de belangrijkste kenmerken van het systeem is de kristalheldere weergave van de hoge tonen en de volle en rijke bassen, waardoor de functie loudness onder andere overbodig is geworden. Bovendien worden de klanken in het gehele interieur weergegeven, waardoor de inzittenden het gevoel van ruimtelijkheid krijgen zoals bij het beluisteren van levende muziek.

De componenten van het systeem zijn onder licentie gefabriceerd en ontwikkeld met de meest geavanceerde technologie. De bediening van de autoradio is echter eenvoudig zodat ook minder ervaren mensen het systeem op de beste manier kunnen gebruiken.

TECHNISCHE GEGEVENS

Het systeem bestaat uit:

□ Breedbandluidsprekers met een diameter van 165 mm met coaxiaal tweeter van 50 mm, ingebouwd in de voorportieren.
□ Mid-woofer luidsprekers met een diameter van 150 mm, ingebouwd in de panelen achter, voor een optimale weergave bij gemiddeld lage frequencies.
□ Een box subwoofer type Bass-reflex, ingebouwd in de bagageruimte, met een woofer luidspreker met een diameter van 130 mm en dubbele spoel.
□ Een versterker met uitgangsvermogen uit 6 onafhankelijke kanalen, op de carrosserie geplaatst achter de box Sub-Woofer, voor het besturen van alle luidsprekers in de auto.

EXTRA ACCESSOIRES

Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die constante voeding nodig hebben (autoradio, anti-diefstalsatellietbewaking, enz.), of accessoires die de elektrische installatie zwaar belasten, wendt u dan tot de Lancia-dealer. Deze kan u de meest geschikte installaties aanraden uit het Lancia Lincaccessori-programma en controleren of de elektrische installatie van de auto geschikt is voor het extra stroomverbruik of dat het noodzakelijk is een accu met een grotere capaciteit te monteren.

RADIOZENDAPPARATUUR EN MOBILE TELEFOON

Mobiele telefoons en andere radiozendapparaten (bijvoorbeeld 27 mc) mogen alleen in de auto worden gebruikt als een aparte antenne aan de buitenkant van de auto wordt gemontceerd.

BELANCRIJK Door het gebruik van een mobiele telefoon, een 27 mc-zender of gelijksoortige apparaten in de auto (zonder buitenantenne) ontstaan elektromagnetische velden die, versterkt door de reflectie in het interieur, niet alleen schadelijk voor de gezondheid van de inzittenden kunnen zijn, maar ook storingen in de elektrische systemen van de auto kunnen veroorzaken. Hierdoor wordt de veiligheid in gevaar gebracht.

Boyendien wordt de zend- en ontvangstkwaliteit aanzienlijk beperkt door de isolerende eigenschappen van de carrosserie.

LANCIA Ypsilon (2003) - RADIOZENDAPPARATUUR EN MOBILE TELEFOON - 1

ATTENTIE

Let op bij de montage van spoilers, lichtmetalen velgen en niet standaard wieldoppen: ze kunnen de ventilatie van de remmen verminderen en daarmee hun doelmatigheid tijdens krachtig en veelvuldig remmen; bijvoorbeeld tijdens een steile afdaling. Zorg dat niets (vloermatten, enz.) de slag van de pedalen kan beperken.

De auto is uitgerust met de elektrische stuurbekrachtiging "Dualdrive". De elektrische stuurbekrachtiging werkt alleen als de contactsleutel in stand MAR staat en de motor draait. Met het systeem kan de bestuurder de hulpkracht voor het verdraaien van het stuur aanpassen aan de rij-omstandigheden.

IN-/UITSCHIAKELEN (CITY-functie)

Druk voor het in-/uitschakelen van de functie op de knop CITY op het middelste decel van het dashboard.

De inschakeling van de functie wordt aangegeven door het opschrift CITY op het display.

Met ingeschakelde CITY-functie draait het stuur heel licht, waardoor makkelijker kan worden geparkeerd; deze instelling van de stuurbekrachtiging is dus zeer geschikt voor het rijden in de stad.

CITY ASR OFF + MODE LOC0080m

STORINGSMELDINGEN

Eventuele storingen in het systeem worden aangegeven door het branden van het lampje ⊕ op het instrumentenpanel (op het display verschijnt een bericht) (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten").

Bij een storing in het systeem blijft de auto mecha- nisch bestuurbaar.

BELANGRIJK De benodigde stuurkracht kan toenemen bij langdurige parkermanocuvres; dit is een normaal verschijnsel om oververhitting van de motor voor de stuurbekrachtiging te voorkomen, in deze situatie zijn er geen reparaties vereist. Als u de auto vervolgens weer gebruikt wordt, zal de stuurbekrachtiging weer normaal werken.

LANCIA Ypsilon (2003) - STORINGSMELDINGEN - 1

ATTENTIE

Zet altijd de motor uit en verwijder de contactsleutel uit het contactslot, waardoor het stuurwiel wordt vergrendeld, voordat er onderhoudswerkzaamheden worden uitgevoerd, vooral als de auto met de wielen los van de grond staat. Als dit niet mogelijk is (als de sleutel in stand MAR moet staan of de motor moet draaien), moet de hoofdzekering van de elektrische stuurbekrachtiging worden verwijderd.

PARKEERSENSOR (indien aanwezig)

Deze bevindt zich in de achterbumper van de auto en attendeert de bestuurder via een repeterend akoestisch signaal op de aanwezigheid van obstakels achter de auto.

ACTIVERING

De sensor wordt automatisch geactiveerd als de achteruit wordt ingeschakeld.

Als de afstand tot het obstakel achter de auto kleiner wordt, neemt de frequentie van het akoestische signaal toe.

Als de achteruit wordt ingeschakeld, treedt automatisch een repeterend geluidssignaal in werking.

Het geluidssignaal:

□ neemt toe (de frequentie) als de afstand tot het obstakel kleiner wordt;
□ klinkt ononderbroken als de afstand tot het obstakel minder is dan ongeveer 30 cm en stopt onmiddellijk als de afstand tot het obstakel groter wordt;
□ blijft constant als de afstand tussen de auto en het obstakel onveranderd blijft.

Signalering

Meetbereik in het midden 120 cm

Meetbereik aan de zijkant 60 cm

Als de sensor meerdere obstakels signaleert, wordt de kortste afstand weergegeven.

LANCIA Ypsilon (2003) - Signalering - 1

Als bij het inschakelen van de achteruit, een storing in de parkeersensor wordt gevonden, dan klinkt er gedurende 3 seconden een akoestisch signaal.

De werking van de sensor wordt automatisch uitgeschakeld als de stekker van de elektrische kabel van de aanhanger wordt aangesloten op de stekkerdoos van de trekhaak.

De sensor wordt automatisch weer ingeschakeld als u de kabelstekker losmaakt.

ALGEMENE OPMERKINGEN

□ Controleer tijdens parkeermanoeuvres of zich geen obstakels op of onder de sensor bevinden.
☐ Obstakels die zich dicht bij de voor- of achterkant van de auto bevinden, worden onder bepaalde omstandigheden niet door het systeem gesignaleerd en kunnen dus de auto beschadigen of zelf beschadigd worden.
☐ De signalen die door de sensor gestuurd worden, kunnen veranderd zijn door beschadiging van de sensor zelf, door vuil, sneeuw of ijs op de sensor of door ultrasone systemen (bijv. luchtdrukremmen van vrachtwagens of pneumatische hamers) die zich in de nabijheid bevinden.

LANCIA Ypsilon (2003) - ALGEMENE OPMERKINGEN - 1

Voor een juiste werking van het systeem mag er geen modder, vuil, sneeuw of ijs op de sensor zitten. Wees voorzichtig bij het reinigen van de sensor om krassen of beschadigingen te voorkomen; gebruik geen droge, grove of harde doek. De sensor moet worden gereinigd met schoon water, waaraan eventucel autoshampoo is toegevoegd. In wastunnels waar gebruik wordt gemaakt van stoom of hogedrukreiniging, moet de sensor kort worden gereinigd. Houd hierbij de straalpijp op meer dan 10 cm afstand.

LANCIA Ypsilon (2003) - ALGEMENE OPMERKINGEN - 2

ATTENTIE

De verantwoordelijkheid tijdens het parkeren ligt altijd en overal bij de bestuurder. Controleer als u de auto parkeert of zich geen personen (let vooral op kinderen) of dieren in de buurt van de auto bevinden. Het systeem moet als een hulpmiddel voor de bestuurder beschouwd worden. De bestuurder moet tijdens eventueel gevaarlijke parkeermanoeuvres altijd volledig zijn aandacht behouden, ook als deze met lage snelheid worden uitgevoerd.

TANKEN MET DE LANCIA YPSI- LON

BENZINEMOTOREN

Tank uitsluitend loodvrije benzine.

Om vergissingen te voorkomen is de diameter van de vulpijp van de tank kleiner, zodat het vulpistool voor loodhoudende benzine er niet in past. Het octaangetal van de benzine moet ten minste 95 R.O.N. zijn.

BELANGRIJK Een beschadigde katalysator laat schadelijke stoffen in het uitlaatgas achter, waardoor het milieu wordt vervuild.

BELANGRIJK Tank met de LANCIA Ypsilon nooit, niet in noodgevallen en ook niet een klein beetje. loodhoudende benzine. U zou de katalysator onherstelbaar beschadigen.

JTD-MOTOREN

Bij lage buitentemperaturen kan de vlocibaarheid van de dieselbrandstof verminderen door de vorming van paraffine, waardoor het brandstofsysteem niet meer goed werkt.

Om dit probleem te voorkomen wordt er, afhankelijk van het seizoen, dieselbrandstof geleverd die speciaal voor de zomer of voor de winter is ontwikkeld (in de bergen/lage buitentemperaturen).

Als dieselbrandstof wordt getankt die niet toereikend is voor de gebruikstemperatuur, raden wij aan de dieselbrandstof te mengen met het vorstbeveiligingsmiddel DIESEL MIX in de verhouding die in de gebruiksaanwijzing van het middel is aangegeven. Doe eerst het middel in de tank en voeg daarna de dieselbrandstof toe.

LANCIA Ypsilon (2003) - JTD-MOTOREN - 1

De dieselmotoren zijn uitsluitend geschikt voor dieselbrandstof voor motorvoertuigen (Europese specificatie EN590). Het gebruik van andere producten of mengsels kan de motor onherstelbaar beschadigen en het vervallen van de garantie tot gevolg hebben. Mocht u onverhoopt een ander type brandstof tanken, dan mag de motor niet worden gestart en moet de brandstoftank worden afgetapt. Ook als de motor slechts kort heeft gedraaid, moet naast de brandstoftank, ook alle brandstof uit de brandstofleidingen worden afgetapt.

LANCIA Ypsilon (2003) - JTD-MOTOREN - 2

De tankdop A is voorzien van een koord B dat aan klepje C vastzit, om verlies van de dop te voorkomen.

Open eerst het klepje en draai vervolgens de tankdop A los.

BELANGRIJK Door de hermetische afsluiting kan de druk in de tank iets oplopen; daarom is het normaal als u tijdens het losdraaien van de tankdop een gesis hoort.

Plaats tijdens het tanken de dop in de uitsparing op het klepje, zoals is afgebeeld.

LANCIA Ypsilon (2003) - JTD-MOTOREN - 3

ATTENTIE

Kom niet dicht bij de vulopening met open vuur of een brandende sigaret: brandgevaar. Houd uw hoofd ook niet dichtbij de vulopening om te voorkomen dat u schadelijke dampen inademt.

BESCHERMING VAN HET MILIEU

De emissiereductiesystemen voor benzinemotoren zijn:

□ driewegkatalysator (katalysator);
□ lambdasonde;
□ benzinedamp-opvangsysteem.

Laat de motor nooit, ook niet tijdens testwerkzaamheden, met losgenomen bougiekabels draaien.

De emissiereductiesystemen voor dieselmotoren zijn:

□ oxidatiekatalysator;
□ uitlaatgasrecirculatie-systeem (E.G.R.).

LANCIA Ypsilon (2003) - BESCHERMING VAN HET MILIEU - 1

ATTENTIE

Onder normale bedrijfsomstandigheden bereikt de katalysator hoge temperaturen. Parkeer daarom niet boven brandbare materialen (gras, droge bladeren, dennennaalden, enz.): brandgevaar.

VEILIGHEID

VEILIGHEIDSGORDELS 133

CORDEL SPANNERS.... 136

KINDEREN VEILIG VERVOEREN .... 139

MONTAGEVOORBEREIDING VOOR

"ISOFIX"-KINDERZITJE 146

AIRBAGS VOOR.... 149

ZIJ-AIRBAGS (SIDEBAGS - HEADBAGS) ..... 152

VEILIGHEIDSGORDELS

GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS

Ga goed rechtop zitten, steun tegen de rugleuning en leg dan de gordel om.

Maak de gordel vast door gesp A in sluiting B te drukken, totdat hij hoorbaar blokkeert.

Als de gordel tijdens het uittrekken blokkeert, laat dan de veiligheidsgordel een stukje teruglopen en trek hem vervolgens weer rustig uit.

Druk op knop C om de gordel los te maken. Begeleid de gordel tijdens het teruglopen om te voorkomen dat de gordelband draait.

Via de rolautomaat wordt de lengte van de gordel automatisch aangepast aan het postuur van de drager, waarbij voldoende bewegingsruimte overblijft.

Als de auto op een steile helling staat, kan de rolautomaat blokkeren: dit is een normaal verschijnsel. De rolautomaat blokkeert ook als u de gordel snel losmaakt, bij hard remmen, botsingen en bij hoge snelheden in bochten.

De zitplaatsen achter aan de zijkant zijn voorzien van driepunts-veiligheidsgordels met rolautomaat. Als optional (alleen bij uitvoeringen met 5 zitplaatsen) kan de middelste zitplaats achter worden uitgerust met een driepunts-veiligheidsgordel met rolautomaat.

BELANCRIJK Bedenk dat achterpassagiers die geen gordel dragen, tijdens een ernstig ongeval niet alleen zelf aan gevaar worden blootgesteld maar ook gevaar opleveren voor de inzittenden voor.

B A C L0C0038m

LANCIA Ypsilon (2003) - GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS - 2

ATTENTIE

Druk niet op knop C tijdens het rijden.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

Driepunts-veiligheidsgordel met rolautomaat (voor bepaalde uitvoeringen/markten)

De veiligheidsgordel is uitgerust met twee sluitingen en twee gespen.

Voor het gebruik van de veiligheidsgordel moet u de gespen uit de rolautomaat halen en de gordel voorzichtig en rustig uittrekken om te voorkomen dat de gordelband draait. Druk vervolgens gesp G in sluiting L die voorzien is van een zwarte knop M.

Om de gordel om te leggen, moet de gordel nog iets verder worden uitgetrokken en gesp I in sluiting N worden gestoken.

Druk op knop O om de gordel los te maken. Begeleid de gordel tijdens het teruglopen om te voorkomen dat de gordelband draait.

Vergroten van de bagageruimte: haak de sluiting met de zwarte knop M los en begeleid de gordel tijdens het teruglopen om te voorkomen dat de gordelband draait; plaats gesp G in opbergvak II in de rolautomaat.

BELANGRIJK Als de zitplaatsen weer in de normale stand staan, moet de gordel weer gebruiksklaar zijn (zoals hiervoor beschreven).

LANCIA Ypsilon (2003) - Driepunts-veiligheidsgordel met rolautomaat (voor bepaalde uitvoeringen/markten) - 1

ATTENTIE

Druk niet op knop C tijdens het rijden.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Bedenk dat achterpassagiers die geen gordel dragen tijdens een ernstig ongeval, niet alleen zelf aan gevaar worden blootgesteld maar ook gevaar opleveren voor de inzittenden voor.

HOOCTEVERSTELLING VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS VOOR

Pas de hoogte van de geleidebeugel van de veiligheidsgordels altijd aan het postuur van de inzittende aan.

Zo wordt de kans op letsel bij een ongeval verkleind. De gordel is goed afgesteld als hij over de schouder halverwege tussen nek en uiteinde van de schouder ligt, zoals is aangegeven in de afbeelding.

Druk om de hoogte in te stellen op knop A en schuif de beugel B omhoog of omlaag.

A B LOC0096m

LANCIA Ypsilon (2003) - HOOCTEVERSTELLING VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS VOOR - 2

De veiligheidsgordels mogen alleen worden versteld als de auto stilstaat.

LANCIA Ypsilon (2003) - HOOCTEVERSTELLING VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS VOOR - 3

ATTENTIE

Controleer na het afstellen altijd of de beugel vergrendeld is in een van de vaste standen. Laat de knop los en duw de beugel naar beneden, zodat de beugel vergrendelt, als dit nog niet heeft plaatsgevonden.

GORDELSPANNERS

Voor een nog effectievere bescherming zijn de veiligheidsgordels voor van de LANCIA Ypsilon voorzien van gordelspanners.

Dit systeem wordt bij een heftige botsing door een sensor in werking gesteld en trekt de gordel enige centimeters aan. Op deze wijze worden de inzittenden veel beter op hun plaats gehouden en wordt de voorwaartsc beweging beperkt.

Het blokkeren van de veiligheidsgordel geeft aan dat de gordelspanner in werking is geweest; de gordel wordt niet meer opgerold, ook niet als hij wordt begeleid.

BELANGRIJK Voor een maximale bescherming door de gordelspanner moet de veiligheidsgordel zo worden omgelegd dat hij goed aansluit op borst en bekken.

Er kan een beetje rook ontsnappen. Deze rook is niet schadelijk en duidt niet op brand.

De gordelspanner behoeft geen enkel onderhoud of smering.

Elke verandering van de oorspronkelijke staat zal de doelmatigheid verminderen.

Als de gordelspanner door extreme natuurlijke omstandigheden (bijv. overstromingen, zeestormen) met water en modder in contact is geweest, dan moet de spanner worden vervangen.

LANCIA Ypsilon (2003) - GORDELSPANNERS - 1

ATTENTIE

De gordelspanner werkt slechts één maal. Als de gordelspanner heeft gewerkt, moet u zich tot de Lancia-dealer wenden om de spanner te laten vervangen. Het systeem heeft vanaf de productiedatum een geldigheid van 10 jaar. Na deze periode moet de gordelspanner door de Lancia-dealer worden vervangen.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

Werkzaamheden in de buurt van de gordelspanners, waarbij stoten, sterke trillingen of verhitting optreden (maximaal 100°C gedurende ten hoogste 6 uur), kunnen de gordelspanners beschadigen of activeren: bij die omstandigheden horen niet trillingen die voortgebracht worden door een slecht wegdek of door contacten met kleine obstakels zoals trottoirs. Als er iets aan de gordelspanners moet gebeuren, dient u zich tot een Lancia-dealer te wenden.

TREKKRACIITBEGRENZERS

Om de veiligheid bij een ongeval te vergroten, zijn de oprolautomaten van de gordels voor voorzien van trekkrachtbegrenzers die tijdens een frontale aanrijding de pickbelasting op de borst en schouders beperken.

ALGEMENE OPMERKINGEN OVER IET GEBRUIK VAN VEILIGHEIDSGORDELS EN KINDERZITJES

De bestuurder is verplicht zich te houden aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot het verplichte gebruik van de veiligheidsgordels (en de inzittenden erop attent te maken). Leg de veiligheidsgordel altijd om voordat u vertrekt.

Ook vrouwen die in verwachting zijn moeten een gordel dragen: ook voor hen (zowel voor de aanstaande moeder als het kind) is de kans op letsel bij een ernstig ongeval groter als ze geen gordel dragen.

Uiteraard moeten zwangere vrouwen het onderste deel van de gordel meer naar beneden omleggen, zodat de gordel onder de buik langs loopt (zoals in de afbeelding is aangegeven).

LANCIA Ypsilon (2003) - ALGEMENE OPMERKINGEN OVER IET GEBRUIK VAN VEILIGHEIDSGORDELS EN KINDERZITJES - 1

De gordelband mag nooit gedraaid zijn. Het diagonale gordelgedeelte moet via het midden van de schouder schuin over de borst liggen. Het horizontale gordelgedeelte moet over het bekken en niet over de buik liggen. Gebruik geen voorwerpen (wasknijpers, klemmen, enz.) die een goed aansluiten van de gordel op het lichaam verhinderen.

LANCIA Ypsilon (2003) - ALGEMENE OPMERKINGEN OVER IET GEBRUIK VAN VEILIGHEIDSGORDELS EN KINDERZITJES - 2

ATTENTIE

Voor maximale veiligheid moet u de rugleuning rechtop zetten, tegen de leuning aan gaan zitten en de gordel goed laten aansluiten op borst en bekken. Draag altijd veiligheidsgordels zowel voor als achter in de auto. Rijden zonder veiligheidsgordels vergroot het risico op ernstig letsel of een dodelijke afloop bij een ongeval.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Het is streng verboden onderdelen van de veiligheidsgordels of gordelspanners te demonteren of open te maken. Werkzaamheden aan de veiligheidsgordels en gordelspanners moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. Wendt u altijd tot de Lancia-dealer.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Als de gordel aan een zware belasting wordt blootgesteld (bijvoorbeeld tijdens een ongeval), dan moet de gordel samen met de verankeringen, bevestigingspunten en de gordelspanner worden vervangen. De gordel kan verzwakt zijn, ook als de schade niet zichtbaar is.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Iedere gordel dient slechts ter bescherming van een enkel persoon. Gebruik de gordel niet voor een kind dat bij een volwassene op schoot zit, waarbij de gordel beiden zou moeten beschermen. Plaats bovendien geen enkel voorwerp tussen de gordel en het lichaam van een inzittende.

HOE U DE VEILIGHEIDSGORDELS IN OPTIMALE STAAT HOUDT

☐ Zorg dat de gordel goed uitgetrokken en niet gedraaid is; controlcer ook of de oprolautomaat zonder haperingen werkt.
□ Vervang de gordels na een ongeval, ook al zijn ze ogenschijnlijk niet beschadigd: vervang de gordels ook als de gordelspanners in werking zijn geweest.
☐ U kunt de gordels met de hand wassen met warm water en een neutrale zeep; knijp ze uit en laat ze in de schaduw drogen; gebruik geen bijtende, blekende of kleurende middelen en vermijd het gebruik van alle chemische producten die het weefsel kunnen aantasten.
□ Voorkom dat vocht in de oprolautomaat komt: de werking van de oprolautomaten is alleen gegarandeerd, als ze niet nat zijn geweest.
□ Vervang de gordels bij tekenen van slijtage of beschadigingen.

KINDEREN VEILIG VERVOEREN

Voor optimale bescherming bij een ongeval moeten alle inzittenden zittend reizen en beschermd worden door goedgckcurde veiligheidssystemen.

Dit geldt met name voor kinderen.

Het hoofd van kleine kinderen is in verhouding met de rest van het lichaam groter en zwaarder dan dat van volwassenen, terwijl spieren en botstructuur nog niet volledig zijn ontwikkeld. Daarom moeten kleine kinderen door andere systemen beschermd worden dan door de veiligheidsgordels. De resultaten van het onderzoek over de optimale bescherming van kleine kinderen zijn opgenomen in de Europese ECE/R44-voorschriften die wettelijk verplicht zijn. De systemen zijn onderverdeeld in vijf groepen:

Groep 0 - gewicht tot aan 10 kg

Groep 0+ - gewicht tot aan 13 kg

Groep 1 - gewicht 9-18 kg

Groep 2 - gewicht 15-25 kg

Groep 3 - gewicht 22-36 kg

Zoals u ziet is er een gedeeltelijke overlapping tussen de groepen; daarom zijn er in de handel systemen verkrijgbaar die geschikt zijn voor verschillende gewichtsgroepen.

Alle systemen moeten zijn voorzien van de typegoedkeuring en van een goed vastgehecht plaatje met het controlemerk, dat absoluut niet mag worden verwijderd.

Kinderen met een gewicht boven 36 kg of met een lengte van meer dan 1,50 m worden, met betrekking tot de veiligheidssystemen, gelijkgesteld met volwassenen en moeten dan ook normaal de veiligheidsgordels omleggen.

In het Lancia Lincaccessori-programma zijn kinderzitjes opgenomen voor elke gewichtsgroep, die speciaal ontworpen en ontwikkeld zijn voor de Lancia-modellen.

LANCIA Ypsilon (2003) - KINDEREN VEILIG VERVOEREN - 1

ATTENTIE

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ZEER GEVAARLIJK: Monteer absoluut geen kinderzitje achterstevoren op de passagiersstoel voor als de airbag voor aan passagierszijde is ingeschakeld. Als bij een ongeval de airbag in werking treedt (opblaast), kan dit ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben. Wij raden u aan kinderen altijd op de zitplaatsen achter te vervoeren, omdat die plaatsen bij een ongeval de meeste bescherming bieden. Kinderzitjes moeten dus niet op de zitplaats voor gemonteerd worden bij auto's die zijn uitgerust met een airbag aan passagierszijde. Als de airbag in werking treedt (opblaast), kan dit ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben, onafhankelijk van de zwaarte van het ongeluk. Indien noodzakelijk kunnen kinderen op de passagiersstoel voor worden vervoerd bij auto's die zijn uitgerust met een uitschakelbare airbag aan passagierszijde. In dit geval moet u er absoluut zeker van zijn dat de airbag is uitgeschakeld (het gele waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel moet branden) (zie "Airbag voor aan passagierszijde" in de paragraaf "Airbags voor en zij-airbags"). Bovendien moet de stoel zo ver mogelijk naar achteren zijn geschoven om te voorkomen dat het kinderzitje eventueel in aanraking komt met het dashboard.

GROEP 0 en 0+

Baby's tot 13 kg moeten in wiegjes worden vervoerd die achterstevoren zijn geplaatst, waardoor het achterhoofd wordt gesteund en bij plotseling remmen de nek niet wordt belast.

Het wiegje moet op zijn plaats worden gehouden door de veiligheidsgordel en het kind moet op zijn beurt worden beschermd door de gordels van het wiegje zelf.

0-13 kg L0C0042m

LANCIA Ypsilon (2003) - GROEP 0 en 0+ - 2

ATTENTIE

De afbeeldingen dienen slechts ter illustratie van de montage. Houdt a bij de montage van het kinderzitje strikt aan de instructies.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Er bestaan kinderzitjes die geschikt zijn voor de gewichtsgroepen 0 en 1. Deze kinderzitjes kunnen worden bevestigd aan de veiligheidsgordels achter en hebben zelf gordels om het kind te beschermen. Vanwege het gewicht kan het gevaarlijk zijn als ze verkeerd worden gemonteerd (bijvoorbeeld als een kussen tussen het kinderzitje en de veiligheidsgordels van de auto wordt geplaatst). Houdt u voor de montage strikt aan de bijgeleverde instructies.

9-18 kg LOC0043m

CROEP 1

Kinderen met een gewicht tussen 9 en 18 kg moeten worden vervoerd in kinderzijes met een kussen die naar voren zijn gekeerd, waarbij de veiligheidsgordel van de auto zowel het kinderzitje als het kind op zijn plaats moet houden.

LANCIA Ypsilon (2003) - CROEP 1 - 1

Kinderen met een gewicht tussen 15 en 25 kg kunnen direct door de veiligheidsgordels van de auto worden beschermd. Kinderen moeten zo in de kinderzitjes worden geplaatst, dat het diagonale gordelgedeelte schuin over de borst en niet langs de nek moet liggen. Het horizontale gordelgedeelte moet over het bekken en niet over de buik van het kind liggen.

LANCIA Ypsilon (2003) - CROEP 1 - 2

ATTENTIE

Er bestaan kinderzitjes die geschikt zijn voor de gewichtsgroepen 0 en 1. Deze kinderzitjes kunnen worden bevestigd aan de veiligheidsgordels achter en hebben zelf gordels om het kind te beschermen. Vanwege het gewicht kan het gevaarlijk zijn als ze verkeerd worden gemonteerd (bijvoorbeeld als een kussen tussen het kinderzitje en de veiligheidsgordels van de auto wordt geplaatst). Houdt u voor de montage strikt aan de bijgeleverde instructies.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

De afbeelding dient slechts ter illustratie van de montage. Houdt u bij de montage van het kinderzitje strikt aan de instructies. De fabrikant is verplicht deze instructies bij te leveren.

GROEP 3

Bij kinderen met een gewicht tussen 22 en 36 kg is de borstomvang van dien aard dat de kinderen gewoon tegen de rugleuning kunnen steunen en niet meer in een kinderzitje hoeven te worden vervoerd.

In de figuur wordt een voorbeeld gegeven van de juiste positie van het kind op de achterbank.

Kinderen die langer zijn dan 1,50 m kunnen net zoals volwassenen de veiligheidsgordels omleggen.

LANCIA Ypsilon (2003) - GROEP 3 - 1

De afbeelding dient slechts ter illustratie van de montage. Monteer het wiegje volgens de instructies die de fabrikant verplicht is bij te leveren.

GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE KINDERZITJES

De LANCIA Ypsilon voldoet aan de nieuwe Europese 2000/3/EU- richtlijnen voor de montage van kinderzijtes op de verschillende plaatsen in de auto. Zie de volgende tabel:

Groep Gewicht Passagier voor PassagierZITPLAATS
achter Passagier in het midden aan de zijkant (indien aanwezig)
Groep 0, 0+ tot aan 13 kg U U *
Groep 1 9-18 kg U U *
Groep 2 15-25 kg U U *
Groep 3 22-36 kg U U *

Legenda:

U = geschikt voor "Universele" kinderzitjes overeenkomstig de Europese ECF/R44-voorschriften voor de aangegeven "groepen". * Op de middelste zitplaats achter kan geen enkel type kinderzitje worden gemonteerd.

Hieronder zijn de richtlijnen voor een veilig vervoer van kinderen aangegeven:

☐ Plaats het kinderzitje bij voorkeur op de achterbank omdat deze plaats bij een ongeval de meeste bescherming biedt.
Als de airbag aan passagierszijde buiten werking wordt gesteld, moet altijd gecontroleerd worden of de airbag daadwerkelijk is uitgeschakeld: het betreffende gele lampje op het instrumentenpanel moet continu brande
□ Houdt u bij de montage van het kinderzitje strikt aan de instructies. De fabrikant is verplicht deze instructies bij te leveren. Bewaar de instructies samen met het instructieboekje in de auto. Monteer geen gebruikte kinderzitjes waarvan de gebruiksaanwijzingen ontbreken.
□ Controleer of de gordels goed zijn vastgemaakt door aan de gordelband te trekken.

☐ leder veiligheidssysteem is bedoeld voor slechts één kind: vervocr nooit twee kinderen in een systeem.
□ Controleer altijd of de gordel niet langs de nek van het kind loopt.
□ Zorg er tijdens de rit voor dat het kind geen afwijkende houding aanneemt of de gordels losmaakt.
□ Vervoer kinderen nooit in uw armen, ook geen pasgeboren kinderen. Niemand is sterk genoeg om ze bij een ongeval vast te houden.
□ Na een ongeval moet het zitje door een nieuw exemplaar worden vervangen.

LANCIA Ypsilon (2003) - Hieronder zijn de richtlijnen voor een veilig vervoer van kinderen aangegeven: - 1

ATTENTIE

Vervoer kinderen nooit op de stoel van de passagier voor als deze is uitgerust met een airbag.

A L0C0166m

L0C0187m

INBOUWVOORBEREIDING VOOR "ISOFIX"-KINDERZITJES (indien aanwezig)

De LANCIA Ypsilon is voorbereid voor de montage van Isofix-kinderzitjes, een nieuw gestandaardiseerd Europees systeem voor het vervocren van kinderen. Isofix is een extra mogelijkheid die het gebruik van traditionele kinderzitjes niet uitsluit. De Isofix-kinderzitjes zijn er voor drie gewichtsgroepen: 0, 0+ en 1.

Vanwege het verschillende bevestigingssysteem, moet het kinderzitje aan de daarvoor bestemde beugels A worden bevestigd. Deze bevinden zich tussen de rugleuning en zitting van de zitplaatsen achter. Plaats vervolgens de bovenste ricm (deze bevindt zich in het bovenste vakje van de stoel) in de daarvoor bestemde sluiting B. Deze bevindt zich op rugleuning van de zitplaats achter.

Om de gordel vast te kunnen maken moet de rugleuning, vanuit de verticale stand gerekend, in de derde stand staan.

Er kan ook een mengvorm worden gekozen, een traditioneel kinderzitje links en een Isofix-kinderzitje rechts.

In het Lancia Lineaccessori-programma is het Kiddy Isofix-kinderzitje opgenomen. Dit is goedgekeurd volgens de Europese ECF-R44/03-voorschriften en geschikt voor kinderen met een gewicht tot 18 kg, waarbij het zitje in de rijrichting van de auto moet worden geplaatst, en voor kinderen met een gewicht tot 13 kg, waarbij het zitje tegen de rijrichting in moet worden geplaatst (groepen 0. 0+ en 1). Wij raden u dit kinderzitje aan omdat het speciaal voor de LANCIA Ypsilon is ontworpen.

LANCIA Ypsilon (2003) - INBOUWVOORBEREIDING VOOR "ISOFIX"-KINDERZITJES (indien aanwezig) - 1

ATTENTIE

Monteer het kinderzitje alleen als de auto stilstaat. Het kinderzitje is op de juiste wijze aan de beugels bevestigd als u het hoort vergrendelen. Houdt u in ieder geval aan de montage-instructies. De fabrikant is verplicht deze instructies bij te leveren.

MONTAGE ISOFIX-KINDERZITJE

Groep 0 en 0+

Bij kinderen in deze gewichtsgroep (kinderen met een gewicht tot 13 kg) moet het kinderzitje achterstevoren zijn gekeerd en moet het kind door de gordels D van het zitje beschermd worden.

Als het kind groeit en in de gewichtsgroep 1 komt, moet het kinderzitje in de rijrichting worden bevestigd.

Ca voor een correcte montage van het kinderzitje als volgt te werk:

□ controleer of de ontgrendelhendel B in ruststand (ingetrokken) staat:
□ zoek de bevestigingsbeugels A en plaats vervolgens het kinderzitje met de bevestigingsshaken C in de beugels:
□ duw tegen het kinderzitje totdat het hoorbaar vergrendelt;
□ controleer of het kinderzitje goed vergrendeld is door met kracht te proberen het kinderzitje te verplaatsen: de ingebouwde beveiligingsmechanismen verhinderen dat slechts een enkele bevestigingshaak is vergrendeld.

Als het Isofix-kinderzitje tegen de rijrichting in wordt geplaatst, moet de passagiersstoel voor volledig naar achteren worden geschoven, zodat de rugleuning van de stoel en het kinderzitje elkaar raken.

LANCIA Ypsilon (2003) - Groep 0 en 0+ - 1

Ga voor een correcte montage van het kinderzitje als volgt te werk:

□ controleer of de ontgrendelhendel B in ruststand (ingetrokken) staat:
□ zoek de bevestigingsbeugels A en plaats vervolgens het kinderzitje met de bevestigingsshaken C in de beugels;
□ duw tegen het kinderzitje totdat het hoorbaar vergrendelt;
□ bij kinderzitjes die in de rijrichting moeten worden geplaatst, moet de bovenste gordel (deze bevindt zich in het bovenste vakje van het kinderzitje) aan de daarvoor bestemde sluiting D op de rugleuning van de zitplaats achter worden bevestigd;
□ controleer of het kinderzitje goed vergrendeld is door met kracht te proberen het kinderzitje te verplaatsen: de ingebouwde beveiligingsmechanismen verhinderen dat slechts een enkele bevestigingshaak is vergrendeld.

In deze opstelling wordt het kind ook beschermd door de veiligheidsgordels van de auto en door de bovenste gordel: zie de handleiding van het kinderzitje voor het correct omleggen van de veiligheidsgordels van de auto.

AIRBAGS VOOR

De auto is uitgerust met airbags voor aan bestuurders- en aan passagierszijde, met headbags (voor bescherming van het hoofd) en als optional met zij-airbags voor (sidebags);

De airbags voor (bestuurder en passagier) beschermen de inzittenden voor bij een middelzware frontale botsing, door het opblazen van een luchtkussen tussen de inzittende en het stuurwiel of het dashboard.

Als de airbags niet worden geactiveerd bij andere soorten botsingen (zijdelings, van achter, over de kop slaan, enz), betekent dit niet dat het systeem niet goed functioneert.

Bij een frontale botsing zorgt een regeleenheid ervoor, indien nodig, dat het kussen wordt opgeblazen. Het kussen blaast onmiddellijk op, waardoor het lichaam van de inzittenden voor wordt opgevangen en de kans op letsel beperkt wordt. Direct daarna loopt het kussen weer leeg.

De airbag voor (bestuurder en passagier) is geen vervanging voor de veiligheidsgordels, maar een aanyulling. Draag dus altijd veiligheidsgordels. Bovendien is het dragen van veiligheidsgordels wettelijk verplicht in Europa (en in de meeste landen daarbuiten).

Bij een ongeval kan een inzittende die geen veiligheidsgordel heeft omgelegd in contact komen met een airbag die nog niet volledig opgeblazen is, waardoor de inzittende minder beschermd wordt.

De airbags voor worden in de volgende gevallen niet ingeschakeld:

□ bij frontale botsingen met een ander deel van de auto dan het front tegen makkelijk vervormbare objecten (bijv. als het voorspatbord tegen de vangrail of in een sneeuwhoop enz. komt);
□ als de auto onder andere auto's of veiligheidsvoorzieningen schrift (bijvoorbeeld onder vrachtwagens of de vangrail) omdat geen enkcele aanvullende bescherming wordt geboden op de veiligheidsgordels. Als de airbag in deze gevallen niet geactiveerd wordt, betekent dit niet dat het systeem niet goed functioneert.

LANCIA Ypsilon (2003) - AIRBAGS VOOR - 1

ATTENTIE

Plak geen stickers of andere objecten op het stuurwiel, op het deksel van de airbag aan passagierszijde of de bekleding van de headbags aan de zijkant. Plaats geen voorwerpen op het dashboard aan passagierszijde omdat deze het correct openen van de airbag kunnen hinderen.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ZEER GEVAARLIJK Monteer absoluut geen kinderzitje achterstevoren op de passagiersstoel voor als de airbag voor aan passagierszijde is ingeschakeld. Als bij een ongeval de airbag in werking treedt (opblaast), kan dit ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben. Indien het noodzakelijk is het kinderzitje op de passagiersstoel voor te monteren, moet de airbag aan passagierszijde altijd worden uitgeschakeld. Bovendien moet de stoel zo ver mogelijk naar achteren zijn geschoven om te voorkomen dat het kinderzitje eventueel in aanraking komt met het dashboard. Ook als het niet wettelijk verplicht is, raden wij u aan, voor een optimale bescherming van de volwassenen, de airbag onmiddellijk weer in te schakelen zodra er geen kinderen meer worden vervoerd.

AIRBAG VOOR AAN BESTUURDERSZIJDE

Deze bestaat uit een opblaasbaar kussen dat in een daarvoor bestemde ruimte in het midden van het stuurwiel is geplaatst.

Bij lichte zijdelingse aanrijdingen (waarbij de veiligheidsgordel de inzittende op zijn plaats houdt), wordt de airbag niet geactiveerd. Draag dus altijd veiligheidsgordels. Bij een zijdelingse aanrijding worden de inzittenden op hun plaats gehouden en bij zeer zware botsingen wordt voorkomen dat ze naar voren schieten.

AIRBAG VOOR AAN PASSAGIERSZIJDE

Deze bestaat uit een opblaasbaar kussen met een groter volume dan dat aan bestuurderszijde. Het kussen is in een daarvoor bestemde ruimte in het dashboard geplaatst.

De airbags voor aan bestuurders- en passagierszijde zijn ontworpen voor een optimale bescherming van de inzittenden voor met omgelegde veiligheidsgordels.

Als de airbags volledig opgeblazen zijn, vullen zij het grootste decel van de ruimte tussen het stuurwiel en de bestuurder en het dashboard en de voorpassagier.

AIRBAG VOOR AAN PASSAGIERSZIJDE UITSCHIAKELEN

Als het absoluut noodzakelijk is een kind op de passagiersstoel voor te vervoeren, kan de airbag voor aan passagierszijde worden uitgeschakeld.

De airbag voor aan passagierszijde kan worden in-/uitgeschakeld als de contactsleutel in stand STOP is uitgenomen. Steck de contactsleutel in de daarvoor bestemde sleutelschakelaar, rechts van het dashboard. De schakelaar is alleen bereikbaar bij geopend portier.

De sleutel kan bij geopend portier in beide standen in de schakelaar worden gestoken of worden uitgenomen.

BELANGRIJK Bedien de schakelaar alleen als de motor is uitgezet en de contactsleutel is uitgenomen.

De sleutelschakelaar heeft twee standen:

□ airbag voor aan passagierszijde ingeschakeld (stand ON Ⓧ): lampje ⚙ op het instrumentenpaneel is gedoofd: het is absoluut verboden kinderen op de passagiersstoel voor te vervoeren.
□ airbag voor aan passagierszijde uitgeschakeld (stand OFF : lampje op het instrumentenpaneel brandt; het is mogelijk kinderen op de passagiersstoel voor te vervoeren, waarbij ze beschermd moeten worden door passende universele systemen.

Het waarschuwingslampje op het dashboard blijft continu branden totdat de airbag aan passagierszijde opnieuw wordt ingeschakeld.

De uitschakeling van de airbag voor aan passagierszijde heeft geen invloed op de werking van de zij-airbag.

LANCIA Ypsilon (2003) - AIRBAG VOOR AAN PASSAGIERSZIJDE UITSCHIAKELEN - 1

(Sidebags (indien aanwezig) - Headbags)

SIDEBAGS

Deze sidebags zijn kussens die zich snel opblazen en bevinden zich in de rugleuning van de voorstoelen. Ze hebben tot doel de borstkast van de inzittenden te beschermen bij middelzware en zware zijdelingse aanrijdingen.

HEADBAGS

De headbag is een "gordijn"-systeem en bevindt zich in de hemelbekleding aan de zijkant en is afgedekt met een afwerklijst. De headbags bieden bescherming aan het hoofd van de inzittenden voor en achter tijdens een zijdelingse botsing, dankzij het grote effectieve oppervlak van de kussens.

De airbag is geen vervanging voor de veiligheidsgordels, maar een aanyulling. Draag dus altijd veiligheidsgordels. Bovendien is het dragen van veiligheidsgordels wettelijk verplicht in Europa (en in de meeste landen daarbuiten).

BELANGRIJK De inzittende wordt bij een botsing optimaal door het systeem beschermd als hij/zij in de juiste positie in de stoel zit. I hierdoor kan de headbag op de juiste wijze worden opgeblazen.

BELANGRIJK De airbags voor en/of zij-airbags kunnen worden geactiveerd bij krachtige stoten aan de onderzijde van de carrosserie, bijvoorbeeld bij zware botsingen tegen drempels of stoepranden of obstakels op het wegdek of als de auto terecht komt in grote gaten of verzakkingen in het wegdek.

LANCIA Ypsilon (2003) - HEADBAGS - 1

BEIANGRIJK Als de airbag in werking treedt, ontsnapt een beetje rook. Deze rook is niet schadelijk en duidt niet op brand; bovendien kan het oppervlak van het opgeblazen kussen en het interieur van de auto bedekt zijn met een laagje poederachtige stof: dit poeder kan de huid en de ogen irriteren. Als u hiermee in aanraking bent gekomen, moet u zich met neutrale zeep en water wassen.

BELANGRIJK Als tijdens het rijden het lampje ✗ gaat branden of het lampje ✕ gaat knipperen (storingsmelding), wendt u dan onmiddellijk tot de Lancia-dealer om de storing te laten verhelpen.

De airbag heeft een geldigheid van 10 jaar. Laat na het verstrijken van deze termijn het systeem door de Lancia-dealer vervangen.

BELANGRIJK Na een ongeval waarbij een of meerdere airbags zijn geactiveerd, dient u contact op te nemen met de Lancia-dealer om de geactiveerde airbags te laten vervangen en de werking van de elektrische installatie te laten controleren.

Alle controlewerkzaamheden, reparaties en de vervanging van de airbag moeten door een Lancia-dealer worden uitgevoerd.

Aan het einde van de lange levensduur van uw auto, moet u contact opnemen met de Lancia-dealer om het systeem buiten werking te laten stellen. Bovendien moet bij verkoop van de auto de nieuwe eigenaar op de hoogte gebracht worden van het gebruik en de instructies, en moet hij het instructieboekje ontvangen.

BELANGRIJK Het in werking treden van de gordelspanners, de airbags voor en de zij-airbags voor wordt door de elektronische regeleenheid bepaald, afhankelijk van het type ongeval. Als een van deze onderdelen niet in werking treedt, dan duidt dat niet op een storing in het systeem.

LANCIA Ypsilon (2003) - HEADBAGS - 2

ATTENTIE Steun niet met het hoofd, de armen of de ellebogen tegen het portier, de ruiten of in het gebied van de headbag om verwondingen tijdens het opblazen te voorkomen.

LANCIA Ypsilon (2003) - HEADBAGS - 3

LEun nooit met het hoofd, de armen en de ellebogen uit het raam.

ALGEMENE OPMERKINGEN

LANCIA Ypsilon (2003) - ALGEMENE OPMERKINGEN - 1

ATTENTIE

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje ♦ branden. Na enkele seconden moet het lampje doven. Als het lampje niet gaat branden of blijft het rijden, wendt u dan tot de Lancia-dealer.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Bedek de rugleuning van de voorstoelen niet met hoezen of kleden die niet zijn voorbereid op het gebruik met sidebags.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Reis niet met voorwerpen op schoot en houd vooral geen pijp, potlood, enz in de mond. Bij een ongeval waarbij de airbag in werking treedt, kan dit ernstig letsel

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Rijd altijd met beide handen op de stuurwielrand zodat bij het in werking treden van de airbag, het systeem niet wordt gehinderd door obstakels die ernstig letsel taken. Rijd niet met voorover gebogen lichaam, maar ga goed rechtop zitten en ugleuning.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Laat bij diefstal of een poging tot diefstal, bij beschadiging of als de auto bij een overstroming onder water is geweest, het airbagsysteem door de Lancia-dealer

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Bedenk dat als de contactsleutel in stand MAR staat, ook bij uitgezette motor de airbags geactiveerd kunnen worden als de auto wordt aangereden door een andere en stilstaande auto mogen dus absoluat geen kinderen op de voorstoel zitten. Als dechter in stand STOP staat, wordt bij een ongeval geen enkel beveiligingssysteem (elspanners) geactiveerd; als een systeem niet in werking treedt, betekent dit niet dat tot goed werkt.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje ⚫ (met de sleutelschakelaar voor uitschakeling van de airbag voor aan passagierszijde in stand ON) enkele seconden knipperen, om u eraan te herinneren dat de airbag aan passagierszijde bij een botsing wordt geactiveerd. Hierna moet het lampje doven.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 2

ATTENTIE (met de hand of in een automatisch wasapparaat).

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 3

ATTENTIE De airbag voor treedt in werking als de botsing zwaarder is dan een botsing waarbij alleen de gordelspanners worden geactiveerd. Bij aanrijdingen die tussen die twee drempelwaarden in liggen, treden alleen de gordelspanners in werking.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 4

ATTENTIE

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 5

ATTENTIE De airbag is geen vervanging voor de veiligheidsgordels, maar een aanvulling. De inzittenden worden uitsluitend door de veiligheidsgordels beschermd bij frontale botsingen bij lage snelheid, bij zijdelingse aanrijdingen en als de auto over de kop slaat. De gordels moeten dus altijd gedragen worden.

STARTEN EN WEGRIJDEN

MOTOR STARTEN 158

PARKEREN 161

GEBRUIK VAN DE VERSNELLINGSBAK ...... 163

BRANDSTOFBESPARING 164

TREKKEN VAN AANHANGERS 166

WINTERBANDEN 169

SNEEUWKETTINGEN 170

AUTO LANGERE TIJD STALLEN 171

MOTOR STARTEN

De auto is uitgerust met een elektronische startblokkering: zie bij startproblemen "Lancia CODE" in het hoofdstuk "Dashboard en bediening".

Direct na het starten van de motor, vooral als de auto langere tijd niet is gebruikt, kan de motor iets meer geluid produceren. Dit geluid, dat niet schadelijk is voor de werking van de motor, wordt veroorzaakt door de hydraulische klepstoters: het distributiesysteem op de benzinemotor van de LANCIA Ypsilon dat bijdraagt aan een vermindering van de onderhoudswerkzaamheden.

BENZINEMOTOR STARTEN

Ga als volgt te werk:

□ trek de handrem aan;
□ zet de versnellingspook in de vrijstand;
□ trap het koppelingspedaal geheel in, zonder het gaspedaal in te trappen;
□ draai de contactsleutel in stand AVV en laat de sleutel los zodra de motor is aangeslagen.

Als de motor bij de eerste poging niet aanslaat. moet u de sleutel terugdraaien in stand STOP voordat u opnieuw start.

Als met de contactsleutel in stand MAR het lampje op het instrumentenpaneel samen met het lampje blijft branden, raden wij u aan de sleutel in stand STOP te draaien en vervolgens weer in stand MAR; als het lampje nog steeds blijft branden, probeer het dan met de andere geleverde sleutels.

LANCIA Ypsilon (2003) - BENZINEMOTOR STARTEN - 1

Het verdient aanbeveling om gedurende de eerste kilometers niet de maximale prestaties van uw auto te eisen (bijv. snel accelereren, langdurig rijden met hoge toerentallen, krachtig remmen, enz.).

LANCIA Ypsilon (2003) - BENZINEMOTOR STARTEN - 2

Laat de contactsleutel niet in stand MAR staan als de motor stilstaat, zodat de accu niet onnodig wordt ontladen.

LANCIA Ypsilon (2003) - BENZINEMOTOR STARTEN - 3

ATTENTIE

Het is zeer gevaarlijk om de motor in afgesloten ruimten te laten draaien. De motor verbraikt zuurstof en produceert koolmonoxide en andere giftige stoffen.

Als de motor nog niet aanslaat, voer dan zelf een noodstart uit (zie "Noodstart" in het hoofdstuk "Noodgevallen") en wendt u tot de Lancia-dealer.

BELANGRIJK Laat de start-/contactsleutel niet in stand MAR staan als de motor is uitgezet.

JTD-MOTOR STARTEN

Ga als volgt te werk:

□ trek de handrem aan:

□ zet de versnellingspook in de vrijstand;

□ draai de contactsleutel in stand MAR: op het instrumentenpanel gaan de controlclampjes 00 en branden;

□ wacht tot de lampjes 📄 en 00 gedoofd zijn; hoe warmer de motor, hoe sneller de lampjes doven;

□ trap het koppelingspedaal geheel in, zonder het gaspedaal in te trappen;

□ draai de contactsleutel in stand AVV onmiddel- lijk nadat het lampje 00 gedoofd is. Als u te lang wacht, zijn de voorgloeibougies weer afgekoeld. Laat de sleutel los zodra de motor is aangeslagen.

BELANGRIJK Bij een koude motor mag het gaspedaal niet worden ingetrapt als u de contactsleutel in stand AVV draait.

Als de motor bij de eerste poging niet aanslaat, moet u de sleutel terugdraaien in stand STOP voordat u opnieuw start.

Als met de contactsleutel in stand MAR het lampje blijft branden, raden wij u aan de sleutel in stand STOP te draaien en vervolgens weer in stand MAR: als het lampje nog steeds blijft branden, probeer het dan met de andere geleverde sleutels.

Als de motor nog niet aanslaat, wendt u dan tot de Lancia-dealer.

BELANGRIJK Laat de start-/contactsleutel niet in stand MAR staan als de motor is uitgezet.

LANCIA Ypsilon (2003) - JTD-MOTOR STARTEN - 1

Als het lampje 70 gedurende 60 seconden gaat branden na het starten of tijdens een langdurige startpoging, duidt dat op een storing in het voorglocisysteem. Als de motor aanslaat, kunt u de auto op de gewone manier gebruiken, maar wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.

MOTOR OPWARMEN NA HET STARTEN (benzine en JTD)

Ga als volgt te werk:

□ rijd rustig weg, laat de motor niet met hoge toerentallen draaien en trap het gaspedaal niet bruusk in;
□ verlang de eerste kilometers geen maximale prestaties. Wij raden u aan te wachten tot de koelylocistoftemperatuurmeter begint te bewegen.

NOODSTART

Als het lampje op het instrumentenpaneel constant blijft branden, kan een noodstart worden uitgevoerd met de code die op de CODE-card staat vermeld (zie het hoofdstuk "Noodgevallen").

MOTOR UITZETTEN

Draai bij stationair draaiende motor de contactsleutel in stand STOP.

BELANGRIJK Het is beter om de motor na een zware rit even "op adem" te laten komen. Zet de motor niet onmiddellijk uit, maar laat hem even stationair draaien. Hierdoor kan de temperatuur in de motorruimte dalen.

LANCIA Ypsilon (2003) - MOTOR UITZETTEN - 1

Probeer auto's nooit te starten door ze aan te duwen, te slepen of van een helling te laten rijden. Op die wijze kan er onverbrande benzine in de katalysator terechtkomen, waardoor deze onherstelbaar zal beschadigen.

LANCIA Ypsilon (2003) - MOTOR UITZETTEN - 2

Gasgeven voordat u de motor uitzet heeft geen enkel nut, verspilt brandstof en is, vooral voor motoren met turbocompressor, schadelijk.

LANCIA Ypsilon (2003) - MOTOR UITZETTEN - 3

ATTENTIE

Houd er rekening mee dat de rem- en stuurbekrachtiging niet werken zolang de motor niet is aangeslagen, waardoor meer kracht nodig is voor de bediening van het rempedaal en het stuur.

PARKEREN

Ga als volgt te werk:

□ zet de motor uit en trek de handrem aan;
□ schakel een versnelling in (de 1 * als de weg omhoog loopt, de achteruit als de weg omlaag loopt) en zet de voorwielen iets uitgestuurd.

Als de auto op een steile helling staat, blokkeer de wielen dan met stenen of wiggen. Laat de contact-sleutel nooit in stand MAR staan omdat hierdoor de accu onlaadt en neem bovendien de sleutel altijd uit het contactslot als u de auto verlaat.

LANCIA Ypsilon (2003) - PARKEREN - 1

ATTENTIE

Laat kinderen nooit alleen achter in de auto. Neem de sleutels altijd uit het contactslot als u de auto verlaat en neem de sleutels mee.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

De handrem bevindt zich tussen de voorstoelen.

Om de handrem in te schakelen, moet u de hendel omhoog trekken zodat de auto blokkeert.

De auto hoort op een horizontale ondergrond geblokkeerd te zijn als de handrem vier of vijf tanden is aangetrokken, terwijl het op steile hellingen en bij een beladen auto nodig kan zijn de handrem negen of tien tanden aan te trekken om de auto te blokkeren.

BELANGRIJK Als dit niet het geval is, laat dan een Lancia-dealer de handrem afstellen.

Als de handrem is aangetrokken en de contactsleutel in stand MAR staat, gaat op het instrumentenpaneel het waarschuwingslampje Ⓔ branden.

I landrem uitschakelen:

□ trek de hendel iets omhoog en druk op ontgrendelknop A;
☐ houd knop A ingedrukt en laat de hendel zakken. Het lampje Ⓑ op het instrumentenpaneel dooft.

Om onverwachtse bewegingen van de auto te voorkomen, moet bij het bedienen van de handrem het rempedaal worden ingetrapt.

GEBRUIK VAN DE VERSNELLINGSBAK

Om de versnellingen in te schakelen, moet u het koppelingspedaal geheel intrappen en vervolgens de versnellingspook in de gewenste stand plaatsen (het schakelschema staat op de knop van de pook).

BELANCRIJK De achteruit kan alleen bij een stilstaande auto worden ingeschakeld. Wacht met een draaiende motor en een geheel ingetrapt koppelingspedaal minstens twee seconden voordat u de achteruit inschakelt. Hiermee wordt voorkomen dat de tandwielen beschadigen.

Ga als volgt te werk om de achteruit (R) vanuit de vrijstand in te schakelen:

Benzine-uitvoeringen

□ trek schuifring A onder de knop omhoog en plaats de pook naar rechts en vervolgens naar achteren.

JTD-uitvoeringen

□ plaats de pook naar rechts en vervolgens naar achteren.

LANCIA Ypsilon (2003) - JTD-uitvoeringen - 1

ATTENTIE

Om op de juiste wijze te schakelen, moet u het koppelingspedaal geheel intrappen. Daarom mag er niets onder het pedaal liggen dat dit kan verhinderen: Let erop dat de vloermatten niet zijn dubbelgevouwen en zo de slag van de pedalen kunnen beperken.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

Laat uw hand tijdens het rijden niet op de pookknop rusten omdat door de uitgeofende druk, ook als deze licht is, de interne onderdelen van de versnellingsbak na verloop van tijd kunnen slijten.

A 1 3 5 2 4 R LOC0032m

BRANDSTOFBESPARING

Ilierna volgen enkele nuttige tips. waardoor het brandstofverbruik zo laag mogelijk blijft en de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen zoveel mogelijk beperkt wordt.

ALGEMENE OPMERKINGEN

Onderhoud van de auto

Zorg voor een goed onderhoud van de auto door de controles en registraties die in het "Onderhoudsschema" staan vermeld, te laten uitvoeren.

Banden

Controleer regelmatig, ten minste een keer per maand, de spanning van de banden: als de spanning te laag is, wordt de weerstand groter en neemt het verbruik toe.

Overbodige bagage

Rijd niet met een te zwaar beladen bagageruimte. Het gewicht van de auto (vooral in stadsverkeer) en de wieluitlijning hebben grote invloed op het brandstofverbruik en de stabiliteit.

Imperiaal/skidrager

Verwijder de imperiaal of skidrager als u deze niet meer gebruikt. Ze verminderen de aërodynamica van de auto, waardoor het brandstofverbruik tocneemt. Gebruik voor het vervoer van volumineuze voorwerpen bij voorkcur een aanhanger.

Stroomverbruikers

Gebruik de elektrische installaties alleen als u ze nodig hebt. De achterruitverwarming, de verstralers, de ruitenwissers en de aanjager van het ventilatic-/verwarmingssysteem vragen veel stroom, waardoor het brandstofverbruik toeneemt (tot aan 25% in stadsverkeer).

Airconditioning

De airconditioning gebruikt zeer veel energie, waardoor de motor zwaar wordt belast en het brandstofverbruik sterk toeneemt (met gemiddeld 20%). Gebruik wanneer de buitentemperatuur het toelaat bij voorkeur de functies van het ventilatiesysteem.

Aërodynamische accessoires

Het gebruik van niet goedgekeurde aërodynamische accessoires kan de aërodynamica negatief beïnyloeden, waardoor het brandstofverbruik zal toenemen.

RIJSTIJL

Het starten

Laat de motor als de auto stilstaat, niet warmdraaien met stationair toerental en ook niet met een verhoogd toerental: onder deze omstandigheden warmt de motor veel langzamer op, terwijl het verbruik en de schadelijke uitlaatgasemissie toenemen. Het is beter om rustig weg te rijden en geen hoge toerentallen te gebruiken. Op deze manier warmt de motor sneller op.

Overbodige handelingen

Trap het gaspedaal niet in als u stilstaat voor een stoplicht of voordat u de motor afzet. Deze handeling heeft evenals het overschakelen met tussengas, geen enkel nut. Het kost brandstof en verhoogt de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen.

Keuze van de versnellingen

Gebruik als het verkeer en de weg het toelaten de hoogste versnelling. Het inschakelen van een lage versnelling voor een snelle acceleratie verhoogt het brandstofverbruik.

Op dezelfde wijze neemt bij het oneigenlijke gebruik van een hoge versnelling, het verbruik en de schadelijke uitlaatgasemissie toe. Bovendien slijt de motor hierdoor sneller.

Maximum snelheid

Het brandstofverbruik neemt aanzienlijk toe bij een hogere snelheid. Rijd daarom zoveel mogelijk met een gelijkmatige snelheid, vermijd overbodig remmen en optrekken. Dit kost brandstof en verhoogt de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen.

Acceleratie

Met vol gas optrekken kost veel brandstof en verhoogt de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen. Het is beter geleidelijk op te trekken en geen maximale toerentallen te gebruiken.

GEBRUIKSOMSTANDIGHEDEN

Koude start

Bij korte ritten en regelmatig koud starten bereikt de motor niet de optimale bedrijfstemperatuur. Hierdoor necmt niet alleen het brandstofverbruik toe (van 15 tot aan 30% in stadsverkeer) maar ook de uitstoot van schadelijke uitleaatgassen.

Verkeerssituatie en conditie van het wegdek

Op een drukke weg bijvoorbeeld bij filerijden, waarbij overwegend lage versnellingen worden gebruikt, of in de stad met veel verkeerslichten, zal het brandstofverbruik aanzienlijk hoger zijn. Bochtige trajecten, bergwegen en een slecht wegdek verhogen eveneens het brandstofverbruik

Stilstaan in het verkeer

Als u langere tijd stilstaat (bijv. spoorwegovergangen), is het raadzaam de motor uit te zetten.

TREKKEN VAN AANHANGERS

BELANGRIJKE TIPS

Voor het trekken van aanhangwagens of caravans moet de auto uitgerust zijn met een trekhaak van een goedgekeurd type en een adequate elektrische installatie. De montage van de trekhaak moet door gespecialiseerd personeel worden uitgevoerd. Ook moet documentatie worden overhandigd m.b.t. het rijden met een aanhanger.

Monteer speciale en/of extra achteruitkijkspiegels, waarmee u voldoet aan de geldende verkeerswetgeving.

Let er op dat het maximum klimvermogen van de auto door het gewicht van een aanhanger of caravan wordt beperkt. Ook de remweg wordt langer en u hebt langer de tijd nodig om in te halen.

Schakel een lage versnelling in tijdens het afdalen om te voorkomen dat u constant moet remmen.

Het gewicht van de aanhanger dat op de trekhaak rust, moet worden afgetrokken van het laadvermogen van de auto. Om er zeker van te zijn dat u het maximum toelaatbaar aanhangergewicht niet overschrijdt (aangegeven op de typegoedkeuring), moet u er rekening mee houden dat het maximum betrekking heeft op het totale gewicht van de aanhangwagen of caravan, inclusief accessoires en bagage.

Houdt u aan de snelheidsbeperkingen die voor auto's met aanhanger gelden. U mag in geen geval harder rijden dan 100 km/h.

LANCIA Ypsilon (2003) - BELANGRIJKE TIPS - 1

ATTENTIE

Het ABS waarmee de auto is uitgerust, werkt niet op het remsysteem van de aanhanger. Wees daarom extra voorzichtig op gladde wegen.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Voer nooit modificaties aan het remsysteem van de auto uit. Het remsysteem van de aanhanger moet geheel onafhankelijk van het hydraulisch remsysteem van de auto worden bediend.

TREKHAAK MONTEREN

De trekhaak moet door gespecialiseerd personeel aan de carrosserie worden bevestigd waarbij de richtlijnen die hierna zijn opgenomen, moeten worden aangehouden. Deze richtlijnen worden eventu- eel aangevuld door extra informatie van de fabri- kant van de trekhaak.

De te installeren trekhaak moet voldoen aan de huidige EU-normen 94/20 en daarop volgende wijzigingen.

Voor iedere uitvoering moet een trekhaak worden gebruikt die geschikt is voor het maximale aanhangergewicht van de auto waarop de trekhaak wordt bevestigd.

Voor de elektrische aansluiting moet een gestandaardiseerde stekker worden gebruikt die kan worden bevestigd op de daarvoor bestemde steun op de trekhaak. Bovendien moet op de auto een regeleenheid voor de buitenverlichting van de aanhanger worden geïnstalleerd.

Voor de elektrische aansluiting moet een 7- of 13-polige 12VDC stekkerverbinding (CUNA/UNI- en ISO/DIN-normen) worden gebruikt, waarbij eventuele aanwijzingen van de fabrikant van de auto en/of van fabrikant van de trekhaak moeten worden opgevolgd.

Eventueel elektrisch geregelde remmen of andere systemen (lier, cnz) moeten rechtstreecks op de accu worden aangesloten met een kabel met een diameter van minimaal 2,5 mm 2 .

Naast de op het schema aangegeven aansluitingen, is slechts een aansluiting voor een eventuele elektrisch geregelde rem toegestaan en een voor een 15W gloeilamp voor de binnenverlichting van de caravan.

Gebruik voor de aansluitingen de daarvoor bestemde module met een kabel met een diameter van minimaal 2,5 mm 2 vanaf de accu.

BELANGRIJK De elektrisch geregelde rem, de lier of de lamp van de interieurverlichting kunnen alleen gebruikt worden als de motor is ingeschakeld.

654 263 ±5 +65 Achter25 Bestaande gaten N°2 M12 M10 115 32 752 876 962 M10 32 119 70 154 87 481 Bestaande gaten N°2 M B Trekkogel 481 N°2 M B Bestaande gaten 70 154 87 LOC0134m

MONTAGESCIHEMA

De trekhaak moet op de punten aangegeven met bevestigd worden met 4 M8-bouten, 2 M10-bouten en 2 M12-bouten.

De trekhaak moet op de carrosserie gemonteerd worden zonder gaten in of vervormingen van de achterbumper die zichtbaar zijn bij gedemonteerde trekhaak.

BELANGRIJK Het is verplicht om op dezelfde hoogte als de trekkogel een (goed zichtbaar) plaatje van voldoende afmetingen en kwaliteit aan te brengen met de volgende tekst:

MAX. GEWICHT OP KOPPELING 60 kg

LANCIA Ypsilon (2003) - MONTAGESCIHEMA - 1

ATTENTIE

Na de montage van de trekhaak moeten de boutgaten worden afgedicht om te voorkomen dat uitlaatgassen in het interieur kunnen dringen.

WINTERBANDEN

Gebruik winterbanden die dezelfde maat hebben als de standaard geleverde banden.

De Lancia-dealer kan u adviseren welke band het meest geschikt is voor het doel waarvoor u hem wilt gebruiken.

Houdt u voor het te gebruiken type winterband, de bandenspanning en de technische specificaties exact aan de aanwijzingen die staan aangegeven in de paragraaf "Wielen" in het hoofdstuk "Technische gegevens".

De specifieke eigenschappen van winterbanden verminderen aanzienlijk als de profieldiepte minder is dan 4 mm. Vervang ze in dat geval.

Door de specifieke eigenschappen van winterbanden zijn de prestatics onder niet-winterse omstandigheden of wanneer er lange afstanden op de snelweg worden gereden, minder dan die van de standaard gemonteerde banden. Beperk het gebruik van winterbanden tot die omstandigheden waarvoor ze zijn goedgekeurd.

BELANGRIJK Als u winterbanden gebruikt waarvan de maximum toegestane snelheid lager is dan de topsnelheid van de auto (met een marge van 5%), dan dient u in het interieur van de auto een voor de bestuurder duidelijk zichtbaar waarschuwingsplaatje te plaatsen met de maximum toegestane snelheid wanneer met die winterbanden wordt gereden (overeenkomstig de EU-normen).

Monteer op alle vier de wielen dezelfde banden (zelfde merk en profieldiepte) voor meer veiligheid tijdens het rijden en remmen en voor een betere bestuurbaarheid.

Keer de draairichting van de banden niet om

LANCIA Ypsilon (2003) - WINTERBANDEN - 1

ATTENTIE

Bij winterbanden met de indicatie "Q" geldt een maximum snelheid van 160 km/h; bij winterbanden met de indicatie "T" geldt een maximum snelheid van

190 km/h; bij winterbanden met de indicatie "II" geldt een maximum snelheid van 210 km/h. Deze maximum snelheden zijn in overeenstemming met de huidige wetgeving.

SNEEUWKETTINGEN

Het gebruik van sneeuwkettingen is afhankelijk van de voorschriften van het land waar wordt gereden.

De sneeuwkettingen mogen alleen op de voorwielen gemontceerd worden (aangedreven wiclcn). Wij raden het gebruik aan van sneeuwkettingen uit het Lancia Lincaccessori-programma.

Controleer na enkele meters rijden of de kettingen nog goed gespannen zijn.

BELANGRIJK Het reservewiel is niet geschikt voor de montage van sneeuwkettingen. Als u een lèkke voorband (aangedreven wiel) hebt en er moet met sneeuwkettingen worden gereden, dan moet u een wiel van de achteras afhalen en daarvoor in de plaats het reservewiel monteren. Zo hebt u op de vooras twee normale wielen waarop uw sneeuwkettingen kunt monteren.

LANCIA Ypsilon (2003) - SNEEUWKETTINGEN - 1

De banden waarop sneeuwkettingen gemonteerd kunnen worden en het type sneeuwketting staan aangegeven in de volgende tabel; houdt u strikt aan deze tabel.

Uitvoering Banden geschikt voor sneeuwkettingenType sneeuwketting
1.2 8V - 1.2 16V185/65 R14 86TSneeuwkettingen met normale afmetingen met maximale dikte boven het profiel van de band: 12 mm
1.4 16V - 1.3 JTD195/55 R15 85H
1.2 8V - 1.2 16V195/45 R16 80VSneeuwkettingen met normale afmetingen met maximale dikte boven het profiel van de band: 9 mm
1.4 16V - 1.3 JTD

LANCIA Ypsilon (2003) - SNEEUWKETTINGEN - 2

LANCIA Ypsilon (2003) - SNEEUWKETTINGEN - 3

Beperk de snelheid als u sneeuwkettingen gebruikt; rijdt niet harder dan 50 km/h. Vermijd kuilen, stoepranden en andere obstakels en rijd, om de auto en het wegdek niet te beschadigen, geen lange stukken op sneeuuvrije wegen.

AUTO LANGERE TIJD STALLEN

Tref de volgende maatregelen als de auto enkele maanden niet wordt gebruikt:

□ zet de auto in een overdekte, droge en goed geventileerde ruimte;
□ schakel een versnelling in;
□ zorg ervoor dat de niet handrem is aangetrokken:
☐ maak de minkabel los van de accu en controleer de acculading; gedurende het stallen moet deze controle iedere drie maanden worden herhaald; laad de accu op als de optische meter een donkere kleur heeft zonder een groen middenstuk;
☐ maak de gespoten plaatdelen schoon en behandel ze met een beschermende was;
□ reinig en conserveer de glimmende metalen delen met daarvoor geschikte middelen;

☐ smeer de wisserrubbers van de ruitenwissers en achterruitwisser in met talkpoeder en laat ze los van de ruit staan;
□ zet de ruiten een klein stukje open;
☐ dek de auto af met een stoffen of een ademende kunststof hoes; gebruik geen dichte plastic hoes, omdat het in en op de auto aanwezige vocht dan niet kan verdampen;
□ breng de bandenspanning 0,5 bar boven de normal voorgeschreven spanning en controleer deze regelmatig:
□ als u de accukabels niet loskoppelt moet de lading iedere maand gecontroleerd worden; laad de accu op als de optische meter een donkere kleur heeft zonder groen middenstuk;
□ tap het koelsysteem van de motor niet af.

Naast de storingsmeldingen die op het display worden weergeven, het akoestisch signaal (instelbaar) dat u hoort en het branden van het betreffende lampje (indien aanwezig), verschijnen er specifieke waarschuwingsberichten (bijvoorbeeld: "Bezoek een werkplaats", "Zie het instructiebockjc", enz.). Deze berichten zijn kort en uit voorzorg en hebben tot doel u er op attent te maken snel actie te ondernemen als er een storing in de werking van de auto wordt gevonden. Een dergelijke melding moet echter als een aanvulling worden gezien en niet als alternatief voor de informatic in dit "Instructiebockjc". Wij raden u daarom aan dit instructieboekje goed door te lezen. Houdt u bij een storing altijd aan de aanwijzingen die in dit hoofdstuk beschreven worden.

BELANGRIJK De storingsmeldingen die op het multifunctionele display verschijnen, zijn onderverdeeld in twee categoricën: zeer ernstige storingen en ernstige storingen.

Bij zeer ernstige storingen worden gedurende enkele seconden afwisselend de storingsmelding en het waarschuwingsbericht weergegeven. Deze "signaleringscyclus" wordt een onbepaalde tijd herhaald, waarbij de weergave die daarvoor op het display werd aangegeven, onderbroken wordt. ledere keer als u de contactsleutel in stand MAR zet, wordt de "cyclus" opnieuw weergegeven, totdat de oorzaak van de storing is verholpen.

Als de storing verdwijnt, blijven het bericht en het lampje op het instrumentenpanel nog twee seconden actief: als de storing is verholpen dooft het lampje en verdwijnt het bericht van het display.

Het is bovendien mogelijk de "cyclus" te onderbreken door de toets in te drukken: in dat geval verschijnt het scherm van voor de storingsmelding en blijft het lampje op het instrumentenpaneel branden, totdat de oorzaak van de storing verholpen is.

Bij ernstige storingen worden gedurende enkele seconden afwisselend de storingsmelding en het waarschuwingsbericht weergegeven. Deze "signaleringscyclus" wordt ongeveer 20 seconden herhaald en verdwijnt daarna. Iedere keer als u de contactsleutel in stand MAR zet, wordt de "cyclus" opnieuw weergegeven.

Als de storing verdwijnt tijdens deze 20 seconden, dan blijven het bericht en het lampje op het instrumentenpaneel nog twee seconden actief: als de storing is verholpen dooft het lampje en verdwijnt het bericht van het display.

Als de "signaleringscyclus" ten einde is (na ongeveer 20 seconden) of als de toets wordt ingedrukt, verschijnt het scherm van voor de storingsmelding en blijft het lampje op het instrumentenpanel branden, totdat de oorzaak van de storing verholpen is.

Lampje o.h. instrumenten paneelWeergave op het multifunctionele display
(!)TE LAAG REMVLOEISTOFNIVEAU (rood)Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje op het instrumentenpaneel branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.Het lampje gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht) als het remvloeistofniveau in het reservoir onder het minimum niveau is gedaald, bijvoorbeeld door lekkage in het remsysteem.
(!)AANGETROKKEN HANDREM (rood)Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje op het instrumentenpaneel branden. Na enkele seconden moet het lampje doven. Het lampje gaat branden als de handrem wordt aangetrokken.BELANGRIJK Als het lampje Ⓞ tijdens het rijden gaat branden, controlcer dan of de handrem losgezet is. Als de handrem is ingeschakeld en u rijdt harder dan 4 km/h, dan zal er ook een akoestisch signaal klinken.

LANCIA Ypsilon (2003) - AUTO LANGERE TIJD STALLEN - 1

ATTENTIE

Als het lampje Ⓔ tijdens het rijden gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht), stop dan onmiddellijk en wendt u tot de Lancia-dealer.

STORING AIRBAG (rood)

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje op het instrumentenpaneel branden. Na 4 seconden moet het lampje doven. Als het lampje constant gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht), dan is er een storing in de werking van de airbag.

Weergave op het multifunctionele display
Lampje o.h. instrumenten paneel
LANCIA Ypsilon (2003) - STORING AIRBAG (rood) - 1

Als het lampje ⚡ niet gaat branden of blijft branden, met de contactsleutel in stand MAR, of tijdens het rijden gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht), zet dan onmiddellijk de motor uit en wendt u tot de Lancia-dealer.

LANCIA Ypsilon (2003) - STORING AIRBAG (rood) - 2

ATTENTIE

Een defect lampje ⚙ (lampje gedoofd) wordt ook weergegeven doordat het lampje voor de uitgeschakelde passagiersairbag ♖/⊗ langer dan de normale 4 seconden knippert.

Lampje o.h. instrumenten paneelWeergave op het multifunctionele display
LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1AIRBAG PASSAGIERSZIJDE UITGESCHAKELD (geel)I let lampje op het instrumentenpaneel gaat branden als de airbag voor aan passagierszijde wordt uitgeschakeld. Als u bij ingeschakelde airbag voor aan passagierszijde de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje op het instrumentenpaneel ongeveer 4 seconden branden en vervolgens 4 seconden knipperen. I hierna moet het lampje doven.
LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 2NIET OMGELEGDE VEILIGHEIDSGORDEL (rood)Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje op het instrumentenpaneel continu branden als de veiligheidsgordel aan bestuurderszijde niet is omgelegd.
LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 3ACCU WORDT NIET VOLDOENDE OPGELADEN (rood)Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje op het instrumentenpaneel branden. Direct na het starten van de motor moet het lampje doven (als de motor draait met stationair toerental, dan kan dit iets langer duren).Als het lampje blijft branden, wendt u dan onmiddellijk tot de Lancia-dealer.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 4

ATTENTIE

Het lampje ♖* geeft bovendien eventuele storingen van het lampje ⚡ aan. Dit wordt aangegeven door het langer knipperen van lampje ♖* dan de normale 4 seconden. Zet in dat geval onmiddellijk de motor uit en wendt u tot de Lancia-dealer.

Weergave op het multifunctionele displayLampje o.h. instrumenten paneel
TE LAGE MOTOROLIEDRUK (rood)Als u de contactsleutel in stand MAR draait, dan gaat het lampje op het instrumentenpaneel branden. Direct na het starten van de motor moet het lampje doven.LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 2
STORING IN ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING “DUALDRIVE” (rood)Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje op het instrumentenpaneel (indien aanwezig) branden. Na enkele seconden moet het lampje doven. Als het lampje blijft branden (op het display verschijnt ook een bericht), dan werkt de elektrische stuurbekrachtiging niet en moet het stuur met meer kracht worden bediend. Wendt u tot de Lancia-dealer.LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 3LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 4
INSCIIAKELEN ELEKTRISCHE STUURBEKRACHTIGING “DUALDRIVE”Op het instrumentenpaneel gaat het opschrift CITY branden als de elektrische stuurbekrachtiging “Dualdrive” wordt ingeschakeld. Als de stuurbekrachtiging wordt uitgeschakeld, verdwijnt het opschrift.CITY

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 5

Als het lampje 📋 tijdens het rijden gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht), zet dan onmiddellijk de motor uit en wendt u tot de Lancia-dealer.

Lampje o.h. Weergave instrumenten op het multifunctionele display paneel

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 6

graph TD A["Max Temperat.<br>210 10:20&quot;m CITY"] --> B["Radiator Liq.<br>210 10:20&quot;m CITY"] B --> C["Stop<br>210 10:20&quot;m CITY"] C --> D["Ensign<br>210 10:20&quot;m CITY"] D --> A

TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood)

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje op het instrumentenpaneel branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.

Het lampje gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht) als de motor te warm is. Als het lampje gaat branden moeten de volgende maatregelen worden genomen:

□ Bij normale rij-omstandigheden: stop de auto, zet de motor uit en controleer of het niveau van de koelyloestof in het reservoir niet onder het MIN-merkteken staat. Is dit wel het geval, wacht dan enkele minuten zodat de motor kan afkoelen, open vervolgens langzaam en voorzichtig de dop, vul koelyloestof bij en controleer of de koelyloestof tussen het MIN- en MAX-merkteken staat. Controleer ook of er geen vloestof weglekt. Als bij het starten van de motor het lampje opnieuw gaat branden, wendt u dan tot de Lancia-dealer.

vervolg op volgende pagina

Weergave op het multifunctionele displayLampje o.h. instrumenten paneel
□ Als de auto onder zware bedrijfsomstandigheden wordt gebruikt (bijvoorbeeld het trekken van een aanhanger bergopwaarts of met volbeladen auto): verlaag de snelheid en breng, als het lampje blijft branden, de auto tot stilstand. Wacht 2 tot 3 minuten met draaiende motor en geef iets gas voor een snellere circulatie van de koelyloeistof. Zet vervolgens de motor uit. Controleer het vlocistofniveau zoals hiervoor beschreven.BELANGRIJK Bij zware bedrijfsomstandigheden is het raadzaam de motor enkele minuten te laten draaien met iets ingetrapt gaspedaal voordat u de motor uitzet.LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 1
ESP (ELECTRONIC STABILITY PROGRAM)(indien aanwezig) (geel)Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje op het instrumentenpaneel branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.Als het lampje niet dooft of tijdens het rijden blijft branden (op het display verschijnt ook een bericht), wendt u dan tot de Lancia-dealer.Als het lampje knippert tijdens het rijden, dan geeft dit aan dat het ESP in werking is getreden.LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 2LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 3
Lampje o.h. instrumenten paneelWeergave op het multifunctionele display
LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 4LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 5SNELHEIDSLIMIET OVERSCHREDEN (geel)Het lampje (indien aanwezig) op het instrumentenpaneel gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht) als de ingestelde snelheidslimiet wordt overschreden (zie “Multifunctioneel display” in het hoofdstuk “Dashboard en bediening”).
LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 6Necessary210 10:20amcityLevel210 10:20amcityRESERVEBRANDSTOF (geel)Het lampje gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht) als er nog ongeveer 5/7 liter brandstof in de tank aanwezig is.
Weergave op het multifunctionele displayLampje o.h. instrumenten paneel
STORING IN INSPUITSYSTEEM (alleen JTD-uitvoeringen) (geel)LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 7LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 8
Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.
Als het lampje blijft branden of tijdens het rijden gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht), dan duidt dit op een storing in het motormanagementsysteem. Dit kan tot gevolg hebben dat de prestaties verminderen, de auto slechter gaat rijden en het brandstofverbruik toeneemt.
U kunt onder deze omstandigheden doorrijden zonder te veel van de motor te cisen of met hoge snelheid te rijden. Wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.
NIET GOED GESLOTEN PORTIEREN (rood)LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 9LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 10
Het lampje op het instrumentenpaneel gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht) als een of meer portieren, de achterklep of de motorkap niet goed gesloten zijn.
Op het multifunctionele display geven de symbolen ◀/► aan dat het linker of rechter portier niet goed gesloten is.
Lampje o.h. instrumenten paneelWeergave op het multifunctionele display
LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 11Enseine Failure210 10:20 cmSTORING IN MOTORMANAGEMENTSYSTEEM EOBD (benzine-uitvoeringen) (geel)Als u onder normale omstandigheden de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na het starten van de motor moet het lampje doven. Het lampje gaat eerst branden om de juiste werking ervan aan te geven.Als het lampje blijft branden of tijdens het rijden gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht):constant branden- duidt op een defect in het inspuit-/ontstekings-systeem; dit kan tot gevolg hebben dat de prestaties verminderen, de auto slechter gaat rijden en het brandstofverbruik toencemt.U kunt onder deze omstandigheden doorrijden zonder te veel van de motor te eisen of met hoge snelheid te rijden. Als u te lang doorrijdt met een brandend waarschuwingslampje kan dat schade veroorzaken. Wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.Het lampje dooft als de storing verdwijnt. De storing wordt door het systeem in het geheugen opgeslagen.knipperend lampje- duidt op een mogelijke beschadiging van de katalysator (zie EOBD-systeem” in het hoofdstuk “Dashboard en bediening”)Als het lampje knippert, moet het gaspedaal worden losgelaten zodat de motor met lage toerentallen draait en het lampje niet meer knippert; u kunt met matige snelheid doorrijden waarbij rij-omstandigheden mocten worden vermeden die kunnen leiden tot het opnieuw gaan knipperen van het lampje. Wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.
LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 12

LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 13

Als u de contactsleutel in stand MAR draait en het lampje 📄 gaat niet branden of het gaat branden of knipperen tijdens het rijden, wendt u dan zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer. De werking van het lampje 📄 kan worden gecontroleerd met behulp van speciale apparatuur van de verkeerspolitie. Houdt u aan de wetgeving van het land waarin u rijdt.

Weergave op het multifunctionele displayLampje o.h. instrumenten paneel
STORING VOORGLOEI-INSTALLATIE (alleen JTD-uitvoeringen) (geel)LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 14LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 15
Het lampje op het instrumentenpaneel gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht) als er een storing is in de voorgloei-installatie. Wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer om de storing te laten verhelpen.
VOORGLOEI-INSTALLATIE(alleen JTD-uitvoeringen) (geel)[IMAGE]
Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje op het instrumentenpaneel branden. Het lampje dooft als de voorgloeibougies de vooraf ingestelde temperatuur hebben bereikt. Start de motor zodra het lampje gedoold is.
BELANGRIJK Bij een hoge buitentemperatuur kan het lampje zeer kort branden.
WATER IN BRANDSTOFFILTER AANWEZIG (alleen JTD-uitvoeringen) (geel)LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 16
Het lampje op het instrumentenpaneel gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht) als er water in het brandstofffilter aanwezig is.LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 17

LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 18

Water in het brandstofsysteem kan het inspuitsysteem ernstig beschadigen en de motor onregelmatig doen laten draaien. Als het lampje op het instrumentenpaneel gaat branden (op enkele uitvoeringen verschijnt op het display ook een bericht), wendt u dan onmiddellijk tot de Lancia-dealer om het systeem te laten aftappen. Als dit gebeurt onmiddellijk na het tanken, dan is het mogelijk dat er al water in het reservoir zit: zet in dat geval de motor onmiddellijk uit en wendt u tot de Lancia-dealer.

Lampje o.h. instrumenten paneelWeergave op het multifunctionele display
[ABS]LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 19STORING ABS (geel)Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje op het instrumentenpaneel branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.Het lampje gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht) als het systeem defect is. In dat geval blijft het remsysteem normaal werken, maar zonder de mogelijkheden van het ABS. In deze situatie is het raadzaam om onder omstandigheden met weinig grip voorzichtig te rijden. Wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.
LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 20LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 21Storing in EBDAls bij draaiende motor de lampjes op het instrumentenpaneel 1 en gelijktijdig gaan branden (op het display verschijnt ook een bericht), dan is er een storing in het EBD-systeem en kunnen bij hard remmen de achterwielen vroegtijdig blokkeren waardoor de auto kan gaan slippen. Rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbijzijnde Lancia-dealer om het systeem te laten controleren.
Weergave op het multifunctionele displayLampje o.h. instrumenten paneel
STORING IN ELEKTRONISCHE STARTBLOKKERING - LANCIA CODE (gecl)Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje op het instrumentenpaneel (indien aanwezig) een seconde knipperen waarna het dooft. Als het lampje, met de contactsleutel in stand MAR, blijft branden, dan duidt dit op een mogelijke storing (zie “Lancia Code” in het hoofdstuk “Dashboard en bediening”).BELANGRIJK Als de lampjes [IMAGE] en [IMAGE] tegelijk branden, dan is er een storing in de Lancia CODE.Als bij een draaiende motor het lampje [IMAGE] knippert, dan wordt de auto niet bevciligd door het systeem (zie “Lancia Code” in het hoofdstuk “Dashboard en bediening”). Wendt u tot de Lancia-dealer om alle sleutels in het geheugen te laten opslaan.
ACTIERADIUS BEPERKTDe berichten verschijnen op het display als de actieradius van de auto minder dan 50 km is of als er minder dan 4 liter brandstof aanwezig is.
Lampje o.h. instrumenten paneelWeergave op het multifunctionele displayWeergave op het multifunctionele display
LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 22LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 23LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 24STORING BUITENVERLICHTING (geel)Het bericht wordt op het display weergegeven als er een storing is in een van de volgende systemen:buitenverlichting, remlichten of bijbehorende zekering, mistachterlicht, richtingaanwijzers.kentekenplaatverlichting.De oorzaak van de storing kan zijn: doorbranden van een of meer lampen, doorbranden van de bijbehorende zekering of een onderbreking in de elektrische verbinding.Op het multifunctionele display geven de symbolen ◀/► een storing in de verlichting links of rechts aan.
(*) O posteriore(*) Of achter
LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 25LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 26
LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 27LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 28
Stop Lights210 10:20" CITY
Weergave op het multifunctionele displayLampje o.h. instrumenten paneel
MISTACHTERLICHT (geel)
Het lampje op het instrumentenpaneel gaat branden als het mistachterlicht wordt ingeschakeld.
MISTLAMPEN VOOR (groen)
Het lampje op het instrumentenpaneel gaat branden als de mistlampen voor worden ingeschakeld.
RICHTINGAANWIJZER LINKS (groen) (knipperend)
Het lampje op het instrumentenpaneel gaat branden als de richtingaanwijzerhendel omlaag wordt gezet of, tegelijkertijd met het lampje van de rechter richtingaanwijzer, als de drukknop voor de waarschuwingsknipperlichten wordt ingedrukt.
RICHTINGAANWIJZER RECHTS (groen) (knipperend)
Het lampje op het instrumentenpaneel gaat branden als de richtingaanwijzerhendel omhoog wordt gezet of, tegelijkertijd met het lampje van de linker richtingaanwijzers, als de drukknop voor de waarschuwingsknipperlichten wordt ingedrukt.
Lampje o.h. instrumenten paneelWeergave op het multifunctionele display
LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 29BUITENVERLICHTING EN DIMLICHTEN (groen)Het lampje op het instrumentenpaneel gaat branden als de buitenverlichting, de parkeerverlichting of de dimlichten worden ingeschakeld.
[IMAGE]LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 30FOLLOW ME HOMEHet lampje op het instrumentenpaneel gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht) als de functie “Follow me home” wordt ingeschakeld (zie het hoofdstuk “Dashboard en bediening”).
LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 31GROOTLICHT (blauw)I let lampje op het instrumentenpaneel gaat branden als het grootlicht wordt ingeschakeld.
LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 32LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 33SNELHEIDSREGELAAR (CRUISE-CONTROL) (indien aanwezig) (groen)I let lampje op het instrumentenpaneel (indien aanwezig) brandt (op het display verschijnt ook een bericht) als de draaiknop van de cruise-control in stand ON staat. In deze stand werkt het systeem.
Weergave op het multifunctionele displayLampje o.h. instrumenten paneel
BRANDSTOFNOODSCHAKELAAR
Het lampje op het instrumentenpaneel (indien aanwezig) gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht) als de brandstofnoodschakelaar is ingeschakeld.LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 34LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 35
ASR - TRACTIEREGELING (geel)
Het lampje op de ASR-schakelaar gaat branden als het systeem is uitgeschakeld.De berichten op het display verschijnen als handmatig de ASR-functie wordt in-/uitgeschakeld(zie “ASR-systeem” in het hoofdstuk “Dashboard en bediening”).LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 36
Lampje o.h. instrumenten paneelWeergave op het multifunctionele display
Sensor Failure210 10:20" CITYTwilight210 10:20" CITYSTORING SENSORENIet lampje (indien aanwezig) op het instrumentenpaneel gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht) als er een storing is in een van de genoemde sensoren. Wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer om de storing te laten verhelpen.
Sensor Failure210 10:20" CITYRain Sensor210 10:20" CITY
Sensor Failure210 10:20" CITYFuel Filter210 10:20" CITY
Weergave op het multifunctionele displayLampje o.h. instrumenten paneel
MOGELIJKE IJSVORMING OP DE WEGHet symbool ✉ wordt op het display weergegeven als de buitentemperatuur gelijk is aan of lager wordt dan 3°C. Hierdoor wordt de bestuurder gewaarschuwd voor mogelijke ijsvorming op de weg.LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 37
STORING ANTI-LETSELSENSOR RUITEN(indien aanwezig)Het lampje (indien aanwezig) gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht) als er een storing is in de anti-letselsensor van de ruiten.Wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer om de storing te laten verhelpen.LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 38LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 39
STORINGSMELDINGHet lampje op het instrumentenpaneel gaat branden als er een storing is.LANCIA Ypsilon (2003) - TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR (rood) - 40

NOODGEVALLEN

MOTOR STARTEN 193

FIX & CO (SNELLE BANDENREPARATIESET) 196

WIEL VERWISSELEN 201

GLOEILAMP VERVANGEN 207

GLOEILAMP BUTTENVERLICHTING

VERVANGEN 210

GLOEILAMP INTERIEURVERLICHTING VERVAN-

GEN 216

ZEKERINGEN VERVANGEN 218

ACGU OPLADEN 223

ÖPKRIKKEN VAN DE AUTO 224

SLEPEN VAN DE AUTO 224

MOTOR STARTEN

NOODSTART

Als de Lancia-code er niet in slaagt de startblokke- ring op te heffen, dan blijven de lampjes 📄 en 📋 op het instrumentenpaneel branden en slaat de motor niet aan.

Voor het starten van de motor is het nodig een noodstart uit te voeren.

Wij raden u aan eerst de instructies goed te lezen voordat u de motor op deze wijze start. Als er tijdens deze noodstartprocedure een vergissing wordt gemaakt, moet de contactsleutel in stand STOP worden gedraaid en de gehele procedure vanaf het begin worden herhaald.

Ga als volgt te werk:

□ Lees de 5-cijferige elektronische code die op de CODE-card vermeld staat.
□ Draai de contactsleutel in stand MAR.
□ Trap het gaspedaal geheel in en houd het inge-trapt. Het lampje 📋 gaat ongeveer 8 seconden branden en moet daarna doven.
□ Laat het gaspedaal los en tel het aantal keren dat lampje knippert.

Als het lampje evenveel keer heeft geknipperd als het eerste cijfer van de code op uw CODEcard, moet u het gaspedaal intrappen en ingetrapt houden totdat het lampje 4 seconden heeft gebrand. Zodra het lampje is gedoofd, moet u het gaspedaal loslaten.
□ Het lampje 📄 gaat weer knipperen: als het lampje evenveel keer heeft geknipperd als het tweede cijfer van de code op uw CODE-card, moet u het gaspedaal intrappen en ingetrapt houden.
□ Herhaal deze procedure voor de overige cijfers van de code op uw CODE-card.
☐ Houd bij het laatste cijfer het gaspedaal ingetrapt: het lampje 📋 gaat 4 seconden branden; zodra het lampje is gedoofd, moet u het gaspedaal loslaten.
□ Als het lampje 📋 ongeveer 4 seconden snel gaat knipperen, is de procedure op de juiste wijze uitgevoerd.
□ Start de motor door de contactsleutel van stand MAR in stand AVV te draaien.

Als het lampje blijft branden, draai dan de contactsleutel in stand STOP en herhaal de procedure vanaf het eerste punt.

BELANGRIJK Bij elke volgende startpoging van de motor moet deze noodstartprocedure worden herhaald. Wij raden u daarom aan om na het uitvoeren van een noodstart een Lancia-dealer te raadplegen.

L0C0100m

STARTEN MET EEN HULPACCU

Als de accu leeg is, kan de motor worden gestart met een hulpaccu. die ten minste dezelfde capaciteit moet hebben als de lege accu.

Ga voor het starten als volgt te werk:

□ Verbind de pluspolen (+ teken nabij de pool) van de beide accu's met een startkabel.
☐ Sluit een tweede startkabel aan op de minpool (−) van de lulpaccu en op de massakabel ↓ op de motor of de versnellingsbak van de auto die gestart moet worden.
Start de motor.
□ Neem als de motor draait, de kabels in de omgekeerde volgorde los.

Als de motor na enkele pogingen niet aanslaat, blijf dan niet probe- ren maar wendt u tot een Lancia-dealer.

BELANCRIJK Verbind de minklemmen van de twee accu's niet direct met elkaar: eventuele vonken kunnen het explosieve gas ontsteken dat uit de accu kan ontsnappen. Als de hulpaccu is geïnstalleerd aan boord van een andere auto, mogen tussen deze auto en de auto met de lege accu niet per ongeluk metalen delen met elkaar in verbinding staan.

LANCIA Ypsilon (2003) - STARTEN MET EEN HULPACCU - 1

Gebruik voor een noodstart beslist nooit een acculader. Hierdoor kunnen de elektronische systemen en de regeleenheden die de inspuiting en ontsteking regelen, beschadigd worden.

LANCIA Ypsilon (2003) - STARTEN MET EEN HULPACCU - 2

ATTENTIE

Laat deze procedure door gespecialiseerd personeel uitvoeren. Onjuiste handelingen kunnen leiden tot vonken en ernstige beschadiging van de accu. De vloei-stof in de accu is giftig en corrosief. Vermijd het contact met de huid of de ogen.

Kom ook niet dicht bij een accu met open vuur of een brandende sigaret en veroorzaak geen von- ken.

ROLLEND STARTEN

Probeer auto's nooit te starten door ze aan te duwen, te slepen of van een helling te laten rijden. Op die wijze kan er onverbrande brandstof in de katalysator terechtkomen, waardoor deze onherstelbaar zal beschadigen.

BELANGRIJK Houd er rekening mee dat de remen stuurbekrachtiging niet werken zolang de motor niet is aangeslagen, waardoor meer kracht nodig is voor de bediening van het rempedaal en het stuur.

A D C B L0C0105m

25 mm A 25 mm B B L0C0106m

FIX & GO

(SNELLE BANDENREPARATIESET)

De auto is uitgerust met de snelle bandenreparatieset "Fix & Co", als vervanging van het gebruikelijke gereedschap en het reservewiel.

De reparatieset is in een daarvoor bestemde houder in de bagage- ruimte geplaatst en bevat:

□ Gereedschap A voor het verwijderen van het ventiel.
□ Een compressor B met manometer en verbindingsstukken.
□ Een spuitbus C met afdichtvloeistof, een vulbuis en een sticker met het opsschrift "MAX 80 km/h", die na het repareren van het wiel op een voor de bestuurder goed zichtbare plaats moet worden aangebracht (op het dashboard).
□ Een "tuitje" D waaraan de vulbuis kan worden bevestigd.

BELANGRIJK Als u een lekke band krijgt, kan de band gerepareerd worden als de diameter van het lek niet groter is dan 4 mm.

In de afbeelding wordt weergegeven:

A: gebied van de band dat gerepareerd kan worden

(gaten of beschadigingen met een diameter van max. 4 mm);

B: gebied dat NIET gerepareerd kan worden.

BELANGRIJK Het is niet mogelijk lekken in de zijkanten van de band te repareren. Bovendien is het permanent dichtkitten van lekken op het loopvlak op minder dan 25 mm van de zijkant van de band niet gegarandeerd. Daarom moeten vooral de zijkanten van de banden goed gecontroleerd worden.

BEI LANGRIJK Gebruik de reparatieset niet als de band beschadigd is geraakt door het rijden met lege banden.

Het is noodzakelijk te weten dat:

De afdichtvloeistof van Fix & Go bij buitentemperaturen tussen -30°C en +80 °C werkt en niet geschikt is voor een permanente reparatie.

De vlocistof in de band makkelijk met water kan worden verwijderd.

De afdichtvlocistof geen houdbaarheidsdatum heeft.

LANCIA Ypsilon (2003) - (SNELLE BANDENREPARATIESET) - 1

ATTENTIE

Bij schade aan de velg (zodanige vervorming dat er lucht wegloopt) of aan de band, buiten de gebieden die hiervoor zijn aangegeven, kan de band niet gerepaerwijder de eventueel in de band binnengedrongen voorwerpen (schroeven of spij-

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

De spuitbus bevat propyleenglycol; deze substantie kan schadelijk zijn en een prikkelend/brandend gevoel geven. Vermijd inslikken en contact met huid, ogen bij contact onmiddellijk overvloedig met water. Raadpleeg een arts bij allergiewaar de spuitbus in de daarvoor bestemde ruimte, ver verwijderd van warmteen het bereik van kinderen.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

De compressor mag niet langer dan 20 minuten worden ingeschakeld. Gevaar voor oververhitting!

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

Ga als volgt te werk:

☐ Plaats het te repareren wiel met het ventiel A in de aangegeven stand; trek vervolgens de handrem aan.
☐ Draai de vulbuis B vast op het tuitje en draai het tuitje vervolgens op de spuitbus C.
Draai de ventieldop van de band los en verwijder het interne onderdeel van het ventiel met behulp van het gereedschap D; plaats het niet op zand of een vuile ondergrond.

□ Steek de vulbuis B op het ventiel van de band, houd de spuitbus C met de vulbuis naar beneden gekeerd en druk vervolgens op de spuitbus zodat de afdichtvloeistof in de band komt.
□ Draai het interne onderdeel van het ventiel weer vast met behulp van het gereedschap D.
□ Als u er niet in slaagt de voorgeschreven bandenspanning te bereiken, verplaats dan de auto ongeveer 10 meter naar voren of naar achteren, zodat de afdichtvlocistof in de band verdeeld wordt; pomp de band vervolgens weer op.
☐ Sluit vervolgens met het hendeltje E de slang van de compressor F op het ventiel van de band aan.
□ Start de motor, sluit de stekker G aan op de 12V-stekkerdoos in de bagageruimte en pomp de band op tot de juiste bandenspanning is bereikt; controleer de bandenspanning op de manometer 11. Schakel de compressor uit voor een nauwkeurige aflezing.
□ Als het na deze laatste handeling nog niet lukt de band op de voorgeschreven spanning te krijgen, rijd dan niet verder maar wendt u tot de Lancia-dealer.

B C L0C0110m

L0C0111m

E F H L0C0112m

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 5

□ Als de band op de juiste spanning is gebracht, vertrek dan onmiddellijk zodat de afdichtvlocistof gelijkmatig in de band verdeeld wordt: stop na ongeveer 10 minuten, trek de handrem aan en controleer opnieuw de bandenspanning.
☐ Rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbijzijnde Lancia-dealer om de band te laten controleren en te repareren of om de band te laten vervangen; u moet dan absoluut aangeven dat de band is gereparcerd met Fix & Go.

BELANGRIJK Banden die met Fix & Go behandeld zijn, kunnen slechts tijdelijk worden gebruikt.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 6

ATTENTIE

Plaats de sticker op een voor de bestuurder goed zichtbare plek om aan te geven dat de band behandeld is met Fix & Go. Rijd voorzichtig vooral in bochten. Rijd niet km/h. Vermijd accelereren en bruusk remmen.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Als de bandenspanning onder 1,3 bar is gedaald, dan mag niet verder worden gereden; wendt u tot de Lancia-dealer. Als de bandenspanning ten minste 1,3 bar de juiste bandenspanning worden hersteld (bij draaiende motor en aangetrokken vervolgens zeer voorzichtig verder.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Als u tijdens het herstellen van de bandenspanning er niet in slaagt de spanning op ten minste 1,8 bar te brengen, mag niet verder worden gereden; wendt u tot de

WIEL VERWISSELEN

ALGEMENE AANWIJZINGEN

Voor het verwisselen van het wiel en voor het juiste gebruik van de krik en het reservewiel moeten de onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.

LANCIA Ypsilon (2003) - ALGEMENE AANWIJZINGEN - 1

ATTENTIE

Attendeer het overige verkeer op de stilstaande auto m.b.v de waarschuwingsknipperlichten, de wettelijk verplichte gevarendriehoek, enz. Tijdens het verwisselen van een wiel moeten alle inzittenden de auto hebben verlaten, en op een veilige afstand van het verkeer wachten, totdat het wiel verwisseld is. Blokkeer de wielen met stenen of andere voorwerpen als de auto schuin op een helling of op een slecht wegdek staat.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Het reservewiel (indien aanwezig) behoort bij de auto waarbij het geleverd is. Gebruik het reservewiel niet bij andere auto's en monteer geen reservewielen van andere auto's. Het reservewiel mag alleen in noodgevallen worden gebruikt. Het gebruik van het reservewiel moet tot een minimum beperkt blijven en er mag niet harder worden gereden dan 50 km/h. Op het reservewiel is een oranje sticker aangebracht waarop de belangrijkste aanwijzingen en de beperkingen staan vermeld met betrekking tot het gebruik van het reservewiel. Deze sticker mag absoluut niet worden verwijderd of afgedekt. Op het reservewiel mag nooit een wieldeksel worden gemonteerd. Op de sticker staan de volgende aanwijzingen in vier talen vermeld: attentie! alleen voor tijdelijk gebruik! 50 km/h max! vervang zo snel mogelijk door een normaal wiel. Bedek deze aanwijzingen niet.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Bij een gemonteerd reservewiel veranderen de rij-eigenschappen van de auto. Vermijd met vol gas optrekken, bruusk remmen en hoge snelheden in de bochten. Het reservewiel heeft een levensduur van maximaal 3000 km. Na deze afstand moet de band van het reservewiel vervangen worden door een nieuwe band van hetzelfde type. Monteer nooit een normale band op de velg van het reservewiel. Laat het verwisselde wiel zo snel mogelijk repareren en monteren. Het is niet toegestaan met twee of meer reservewielen te rijden. Smeer de schroefdraad van de wielbouten niet met vet in, voordat u ze monteert: de bouten kunnen loslopen.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

De krik dient uitsluitend voor het verwisselen van een wiel van de auto waarbij de krik geleverd is of voor auto's van hetzelfde model. Gebruik de krik niet voor het opkrikken van andere auto's. En beslist nooit voor het uitvoeren van werkzaamheden onder de auto. Als de krik niet juist geplaatst wordt, kan de opgekrikte auto van de krik vallen. Op een sticker op de krik is het maximum hefvermogen aangegeven; de krik mag nooit voor een zwaardere last worden gebruikt. Het reservewiel is niet geschikt voor de montage van sneeuwkettingen. Als u een lekke voorband (aangedreven wiel) hebt en er moet met sneeuwkettingen worden gereden, dan moet u een wiel van de achteras afhalen en daarvoor in de plaats het reservewiel monteren. Zo hebt u op de vooras twee normale wielen waarop uw sneeuwkettingen kunt monteren.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Door een verkeerde montage kan het wieldeksel tijdens het rijden loslaten. Maak het ventiel absoluut niet open. Plaats geen enkel stuk gereedschap tussen velg en band. Controleer regelmatig de spanning van de banden, ook van het reservewiel en houdt u daarbij aan de waarden die in het hoofdstuk "Technische gegevens" zijn aangegeven.

Het is nodig te weten dat:

□ de krik 1.76 kg moet wegen;
□ de krik geen afstelwerkzaamheden mag vereisen:
□ de krik bij beschadiging vervangen moet worden door een krik van hetzelfde type;
□ buiten de slinger geen enkel ander gereedschap op de krik gemonteerd mag kunnen worden.

Ga voor het verwisselen van het wiel als volgt te werk:

□ Stop de auto op een plaats waar het verkeer niet in gevaar wordt gebracht en in alle veiligheid het wiel kan worden verwisseld. Zet de auto zo mogelijk op een vlakke en stevige ondergrond.

□ Zet de motor uit en trek de handrem aan.

□ Schakel de eerste versnelling of de achteruit in.

□ Til de bekleding op de vloer van de bagageruimte op.

□ Draai de blokkeerschroef A los.

□ Neem de gereedschaphouder B uit en zet de honder dicht bij het te verwisselen wiel.

□ Neem het reservewiel C uit.

□ Verwijder het wieldeksel (alleen voor uitvoeringen met wieldeksel met veer).

☐ Draai met de bijgeleverde sleutel E de wielbouten ongeveer een slag los; schud bij uitvoeringen met lichtmetalen velgen enige malen aan de bovenkant van de carrosserie, waardoor de velg los van de wiclnaaf kan komen.

☐ Draai met onderdeel F de krik omhoog, zodat de inkeping G aan de bovenzijde van de krik juist om het profiel H onder de carrosserie valt bij punt I (op ongeveer 72 cm van het midden van de wielkuip voor of op 75 cm van het midden van de wielkuip achter).

□ Waarschuw eventuele omstanders dat de auto wordt opgekrikt; zorg ervoor dat ze zich niet in de nabijheid van de auto bevinden

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

en de auto vooral niet aanraken totdat deze weer geheel op de grond staat.

☐ Plaats de slinger L in de krik en krik de auto op, totdat het wiel enige centimeters los van de grond is.
□ Verwijder het wieldeksel na het losdraaien van de drie wielbouten die het deksel op zijn plaats houden. Draai vervolgens de vierde wielbout los en trek het wiel los (alleen bij uitvoeringen met een wieldeksel dat is bevestigd met wielbouten).
☐ Zorg ervoor dat de boutgaten en alle contactvlakken van het reservewiel schoon zijn en geen onzuiverheden bevatten, omdat hierdoor na verloop van tijd de wielbouten kunnen loslopen.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 2

□ Monteer het reservewiel, waarbij de gaten M over de centreerpennen N mocten vallen.
□ Draai met de bijgeleverde sleutel de vier wielbouten vast.
□ Draai de slinger L van krik zodat de auto zakt, en verwijder de krik.
□ Draai met de bijgeleverde sleutel de wielbouten kruiselings vast, in de volgorde die in de afbeelding is aangegeven.

NORMALE WIEL MONTEREN

Volg de hiervoor beschreven procedure, krik de auto op en demonteer het reservewiel.

Uitvoeringen met stalen velgen

Ga als volgt te werk:

□ Zorg ervoor dat de boutgaten en alle contactvlakken van het normale wiel schoon zijn en geen onzuiverheden bevatten, omdat hierdoor na verloop van tijd de wielbouten kunnen loslopen.
□ Monteer het normale wiel door de paspen in het gat te plaatsen dat zich het dichtst bij het ventiel bevindt.
Monteer het wieldeksel, waarbij het symbool *# (dit bevindt zich op het deksel zelf) moet samenvallen met het ventiel en plaats vervolgens de andere drie wielbouten.
□ Draai met de bijgeleverde sleutel de wielbouten vast.
□ Laat de auto zakken en verwijder de krik.
□ Draai met de bijgeleverde sleutel de wielbouten kruiselings vast, in de volgorde die hiervoor is aangegeven.

BELANGRIJK Door een verkeerde montage kan het wieldeksel tijdens het rijden loslaten.

LANCIA Ypsilon (2003) - Uitvoeringen met stalen velgen - 1

Uitvoeringen met lichtmetalen velgen

□ Draai de centrecrpen A in een van de boutgaten in de wielnaaf.
☐ Plaats het wiel op de pen en draai met de bijgeleverde sleutel de vier resterende bouten vast; de bouten kunnen makkelijker worden aangebracht met het bijgeleverde verlengstuk B.
□ Draai de centreerpen A los en draai de laatste bout vast.
□ Laat de auto zakken en verwijder de krik.
☐ Haal met de bijgeleverde sleutel de wielbouten aan in de volgorde die hiervoor is aangegeven voor het reservewiel (zie afbeelding).

Ter afsluiting

□ Plaats het verwisselde wiel C op de daarvoor bestemde plek in de bagageruimte.
☐ Druk de half geopende krik stevig in de houder om rammelen tijdens het rijden te voorkomen.
□ Berg het gebruikte gereedschap op in de houder.
□ Plaats de gereedschaphouder op het reservewiel en draai de blokkeerschroef A vast.
□ Plaats de afdekplaat op de juiste wijze in de bagageruimte.

GLOEILAMP VERVANGEN

ALGEMENE AANWIJZINGEN

Als een lamp niet brandt, controleer dan eerst of de zekering niet doorgebrand is, voordat u de lamp vervangt: zie voor de plaats van de zekeringen de paragraaf "Zekeringen vervangen" in dit hoofdstuk.

□ Controleer voordat u een defecte lamp vervangt of de contacten niet zijn geoxideerd.
□ Vervang een defecte lamp door een exemplaar van hetzelfde type en vermogen.
□ Als u een gloeilamp in de koplamp hebt vervangen, controleer dan om veiligheidsredenen altijd of de afstelling nog goed is.

LANCIA Ypsilon (2003) - ALGEMENE AANWIJZINGEN - 1

Halogeenlampen mag u uitsluitend aanraken op het metalen gedeelte. Als u de bol met uw vingers aanraakt, zal de lichtopbrengst van de lamp teruglopen en kan ook de levensduur beperkt worden. Als u de bol per ongeluk toch hebt aangeraakt, moet u de bol schoonwrijven met een doekje met alcohol en daarna laten drogen.

LANCIA Ypsilon (2003) - ALGEMENE AANWIJZINGEN - 2

ATTENTIE

Modificaties of reparaties aan de elektrische installatie die niet correct worden uitgevoerd en waarbij geen rekening wordt gehouden met de technische specificaties van het systeem, kunnen storingen in de werking en zelfs brand veroorzaken.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Halogeenlampen bevatten gas onder druk. Bij breuk kunnen er glassplinters wegschieten.

A B C D E L0C0146m

BELANGRIJK Aan de binnenzijde kan de koplamp een beetje beslagen zijn: dit duidt niet op een defect maar is een natuurlijk verschijnsel dat veroorzaakt wordt door de lage temperatuur en de huchtvochtigheidsgraad en verdwijnt snel als de koplampen worden ingeschakeld. De aanwezigheid van druppels aan de binnenzijde van de koplamp duidt daarentegen op het binnendringen van water: wendt u tot de Lancia-dealer.

TYPEN GLOEILAMPEN

Op de auto zijn verschillende typen glocilampen gemonteerd:

A Glasfittinglampen: deze zijn voorzien van een klemfitting. Verwijder de lamp door hem uit de houder te trekken.

B Gloeilampen met bajonetfitting: verwijder de lamp uit de houder door hem iets in te drukken en linksom te draaien.

C Buislampen: verwijder de lamp door hem uit de veercontacten los te trekken.

D-E Halogeenlampen: verwijder de lamp door de borgveer los te haken uit de zitting.

Gloeilamp Figuur Type Vermogen

Grootlicht I13 55W
DimlichtD
Parkeerlichten voor A W5WLL 5W
Mistlampen voor (indien aanwczig) E II1 55W
Richtingaanwijzers voor B PY21W 21W
Richtingaanwijzers op voorspatbordA WY5W5W
Richtingaanwijzers achterBP21W 21W
AchterlichtenBP21/5W21W/5W
RemlichtenBP21/5W21W/5W
Derde remlichtA W2,3W2.3W
AchteruitrijlichtenBP21W
MistachterlichtBP21W
KentekenplaatverlichtingCC5W5W
InterieurverlichtingAW5W5W
BagageruinnteverlichtingAW5W

A B L0C0135m

C D E F L0C0136m

LANCIA Ypsilon (2003) - TYPEN GLOEILAMPEN - 3

Zie voor het type lamp en het bijbehorende vermogen de paragraaf "Gloeilamp vervangen".

KOPLAMPUNITS

In de koplampunits zijn de gloeilampen voor het parkeerlicht, het dimlicht, het grootlicht, de richtingaanwijzer opgenomen.

Verwijder om de gloeilampen van het parkeerlicht, het grootlicht en het dimlicht te vervangen het deksel A. Maak hiervoor de borging B los.

De lampen zijn op de volgende wijze in de lichtunit geplaatst:

C: richtingaanwijzers

D: grootlicht

E: parkeerlicht

F: dimlicht

Vervang de lampen en monteer het deksel op de juiste wijze door in het midden op de deksel te drukken, totdat het vastklikt.

BELANGRIJK Om toegang te krijgen tot het beschermdeksel van de koplamp links (rijrichting) voor vervanging van de lamp, moet eerst beschermdeksel B van de zekeringenkast in de motorruimte worden verwijderd.

DIMLICHT

Glocilamp vervangen:

□ maak de borging los en verwijder het beschermdeksel;
□ draai de lichtunit A linksom en verwijder hem uit de zitting;
☐ haak de twee borgveren B los, trek de lamp C uit en vervang hem;
□ monteer de lichtunit A in de zitting en draai de unit rechtsom.
□ monteer het bescherndeksel op de juiste wijze door in het midden op de deksel te drukken, totdat het vastklikt.

GROOTLICHT

Gloeilamp vervangen:

□ maak de borging los en verwijder het beschermdeksel;
☐ haak de borgveer van de lamp A los;
□ maak de stekker B los:
□ trek de lamp C uit de houder en vervang hem;
□ monteer de nieuwe lamp; hierbij moet de nok van het metalen deel vallen in de uitsparing in de reflector; sluit vervolgens stekker B weer aan en haak de borgveer A vast;
□ monteer het beschermdeksel op de juiste wijze door in het midden op de deksel te drukken, totdat het vastklikt.

LANCIA Ypsilon (2003) - GROOTLICHT - 1

Clocilamp vervangen:

□ draai de lamphouder A linksom en verwijder hem;
□ verwijder de lamp B door hem iets in te drukken en linksom te draaien ("bajonetsluiting");
□ vervang de lamp;
☐ plaats de lamphouder, draai de lamphouder rechtsom en controleer of hij goed bevestigd is.

Op voorspatbord

Clocilamp vervangen:

□ druk op het door de pijl aangegeven punt zodat de bevestigingsveer wordt samengedrukt en verwijder de lichtunit A;
□ draai de lamphouder B linksom, verwijder de geklemde lamp en vervang hem;
☐ plaats de lamphouder B in het lampenglas en monteer de lichtunit; controleer of de bevestigingsveer goed blokkeert.

PARKEERLICHTEN VOOR

Glocilampen vervangen:

□ maak de borging los en verwijder het beschermdeksel;
□ verwijder de geklemde lamphouder A, verwijder de lamp B en vervang de lamp;
□ monteer de geklemde lamphouder A:
□ monteer het beschermdeksel op de juiste wijze door in het midden op de deksel te drukken, totdat het vastklikt.

MISTLAMPEN VOOR (indien aanwezig)

Gloeilamp vervangen:

□ verwijder het voorste deel van de wielkuipbescherming;
□ verwijder het beschermdeksel A door het linksom te draaien:
□ maak de stekker B los;
□ haak de borgveer C van het lampenglas los;
□ verwijder de lamp en vervang hem;
□ monteer de nieuwe lamp, haak de borgveer C vast en monteer de stekker B;
☐ plaats het beschermdeksel A op de juiste wijze door het rechtsom te draaien.

A B L0C0141m

OFF TOP ON A L0C0142m

C B L0C0143m

LANCIA Ypsilon (2003) - MISTLAMPEN VOOR (indien aanwezig) - 4

□ open de achterklep:
□ draai de twee bevestigingsschroeven los en verwijder de lichtunit;
□ druk op de bevestigingslippen A van de lamphouder en verwijder hem uit de zitting:
□ verwijder de lampen B - C - D door ze iets in te drukken en linksom te draaien.

De lampen zijn op de volgende wijze in de lichtunit geplaatst:

C: richtingaanwijzer;

D: mistachterlicht (linker lichtunit) / achteruitrijlichten (rechter lichtunit);

Derde remlicht

Glocilampen vervangen:

□ open de achterklep en verwijder de twee rubber doppen A;
□ druk op de twee borglippen B die zich in de twee gaten bevinden om de unit los te maken;
□ sluit de achterklep en verwijder de lichtunit;
□ druk op de twee borglippen C en verwijder de lamphouder;
□ verwijder de geklemde lampen en vervang ze.

LANCIA Ypsilon (2003) - Derde remlicht - 1

□ verwijder op het door de pijl aangegeven punt het lampenglas A;
☐ maak de lamp B los uit de veercontacten aan de zijkant en vervang hem; controleer of de nieuwe lamp goed vastzit in de veercontacten:
□ monteer het lampenglas.

A B LOC0160m

LANCIA Ypsilon (2003) - Derde remlicht - 3

Zie voor het type lamp en het bijbehorende vermogen de paragraaf "Gloeilamp vervangen".

Gloeilampen vervangen:

□ maak op de door de pijlen aangegeven punten het voorgevormde deel A los:
□ draai de twee bevestigingsschroeven B los en maak de unit los;
□ vervang de middelste lamp C door de lamp uit de veercontacten aan de zijkant los te maken; controleer of de nieuwe lamp goed vastzit in de veercontacten; vervang de lampen D aan de zijkant door de twee lamphouders linksom te draaien en de geklemde lampen los te trekken.

□ open de achterklep;
☐ maak het plafondlampje A op de door de pijl aangegeven plaats los:
□ open de bescherming B en vervang de geklemde lamp;
□ sluit de bescherming B op het lampenglas;
□ monteer het plafondlampje A door het eerst aan één zijde in de juiste stand te plaatsen en vervolgens de andere zijde aan te drukken, totdat de borging inklikt.

LANCIA Ypsilon (2003) - Derde remlicht - 4

Het elektrische systeem wordt door zekeringen beveiligd: de zekering brandt door bij een storing of bij oneigenlijk gebruik van het systeem.

Als een elektrisch onderdeel niet werkt, controleer dan eerst of de zekering niet is doorgebrand. De verbindingsstrip A mag niet onderbroken zijn. Is dit wel het geval, dan moet u de zekering vervangen door een exemplaar met dezelfde stroomsterkte (ampère) (zelfde kleur).

B: zekering in goede staat

C: zekering met doorgebrande strip.

Gebruik tangetje D voor het vervangen van de zekeringen. Dit tangetje is vastgehaakt aan het zekeringenkastje op het dashboard.

LANCIA Ypsilon (2003) - Derde remlicht - 5

Vervang een defecte zekering nooit door ander materiaal.

LANCIA Ypsilon (2003) - Derde remlicht - 6

ATTENTIE

Vervang een zekering nooit door een zekering met een hogere stroomsterkte (ampère); BRANDGEVAAR.

LANCIA Ypsilon (2003) - Derde remlicht - 7

ATTENTIE

Als een hoofdzekering (MEGA-FUSE, MIDI-FUSE, MAXI-FUSE) doorbrandt, voer dan geen enkele reparatie uit maar wendt u tot de Lancia-dealer. Controleer, voordat u een zekering vervangt, of de contactsleutel uit het contact-slot is genomen en alle stroomgebruikers uit staan en/of zijn uitgeschakeld.

LANCIA Ypsilon (2003) - Derde remlicht - 8

ATTENTIE

Als de zekering opnieuw doorbrandt, wendt u dan tot de Lancia-dealer.

TOEGANG TOT DE ZEKERINGEN

De zekeringen van de LANCIA Ypsilon bevinden zich in twee zekeringenkastjes op het dashboard aan de linkerkant van de stuurkolom en in de motorruimte naast de accu.

Zekeringenkastje op het dashboard

Om toegang te krijgen tot het zekeringenkastje op het dashboard, moet de kunststof bescherming A worden verwijderd.

LANCIA Ypsilon (2003) - Zekeringenkastje op het dashboard - 1

Zekeringenkastje naast de accu

Om toegang te krijgen tot het zekeringenkastje naast de accu, moet het kunststof beschermdeksel B worden verwijderd.

F03 F08 F04 F07 F06 F05 F02 F01 F23 F18 F21 F17 F11 F22 F20

L0C0124m

TABEL
Zekeringenkastje op dashboard

VERBRUIKERSZEKERINGAMPÈRE
Dimlicht rechtsF1215
Dimlicht links/koplampverstellingF1315
Achteruitrijlichten/spoel van relais motorruimte/luchtkwaliteitssensor/body computerF317.5
+30 Regeleenheid bestuurderszijde/passagierszijdeF3215
BeschikbaarF33-
BeschikbaarF34-
+15 Cruise-controlF357.5
+30 Regeleenheid aanhanger (voorbereiding)F3620
+15 Derde remlicht, instrumentenpaneel, remlichtenF3710
Omgrendeling achterklepF3815
+30 plafondlampje voor, diagnosestekker EOBD, autoradio/navigatiesysteem/airconditioningF3910
AchterruitverwarmingF4030
Verwarming buitenspiegelsF417.5
+15 Regeleenheid ABSF427.5
Ruitenwissers-/sprociersF4330
AanstekerF4420
BeschikbaarF45-
BeschikbaarF46-
Voeding bestuurdersportierF4720
Voeding passagiersportierF4820
+15 Achteruitkijkspiegel (regensensor/schemersensor, wasemsensor), centraal dashboard (bediening en verlichting), interieurverlichting, PCP (spiegelverstelling), opendak, NLC, PCT (verlichting)F497.5
AirbagF507.5
+15 Stuurwiel (voeding vanaf contactslot), Navigatiesysteem, Bediening ECO/SportF517.5
Achterruitwisser/-sprocierF5215
+30 richtingaanwijzers/waarschuwingsknipperlichten, instrumentenpaneelF5310

Zekeringenkast motorruimte

VERBRUIKERSZEKERINGAMPÈRE
Zekeringenkast dashboard 1F170
Regeleenheid stuurbekrachtigingF270
Start-/contactslotF320
Zekeringenkast dashboard 2F450
Regeleenheid ABSF560
Elektroventilateur motorkoelsysteem (lage snelheid)F630
Elektroventilateur motorkoelsysteem (hoge snelheid)F740
AanjagerF830
KoplampsproeiersF920
ClaxonF1015
Verbruikers (servizi) secundairF1115
Grootlicht rechtsF1210
Grootlicht linksF1310
15/54 Inspuitsysteem / Automatische versnellingsbakF147,5
Verbruikers (servizi) primairF1510
+30 Regeleenheid motorF167,5
CompressorF177,5
PTC dieselfilterF1830
Voeding brandstofpomp (1.2 /1.4/ JTD)F1915
Verbruikers (servizi) primair (1.2 / 1.4)F2015
Voeding brandstofpomp (1.2 8 V)F2115
Verbruikers (servizi) primair JTDF2220
+30 SelespeedF2315
15/54 Regel enheid stuurbekrachtigingF2410
Mistlampen voorF2515

ACCU OPLADEN

BELANGRIJK De beschrijving van de procedure voor het opladen van de accu dient slechts ter informatie. Wendt u om deze werkzaamheden uit te laten voeren tot de Lancia-dealer.

Weraden u aan de accu langzaam en met een lage stroomsterkte (ampère) gedurende ca. 24 uur op te laden. Als u de accu langer oplaadt, kan de accu worden beschadigd.

Ga voor het opladen als volgt te werk:

□ Maak de minklem los van de accu.
☐ Sluit de kabels van het laadapparaat aan op de accupolen; let hierbij op de polariteit.
□ Schakel de acculader in.
□ Aan het einde van het opladen: schakel eerst de acculader uit en koppel dan de accu los.
□ Sluit de minklem weer aan op de accu.

LANCIA Ypsilon (2003) - ACCU OPLADEN - 1

ATTENTIE

De vloeistof in de accu is giftig en corrosief. Voorkom contact met de huid en de ogen. Het opladen van de accu moet worden uitgevoerd in een goed geventileerde ruimte, ver verwijderd van open vuur en vonkvormende apparaten: brand- en ontploffingsgevaar.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Probeer een bevroren accu niet op te laden: eerst moet de accu ontdooid worden, anders loopt u het risico dat de accu ontploft. Als de accu bevroren is geweest, moet worden gecontroleerd of de cellen niet beschadigd zijn (risico op kortsluiting) en of de bak geen scheuren vertoont, waardoor de giftige en corrosieve vlocistof kan weglekken.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

Als de auto opgekrikt moet worden, moet u zich tot de Lancia-dealer wenden. Deze beschikt over een garagekrik of hefbrug.

De auto mag uitsluitend worden opgekrikt door de hefarm van de garageekrik of de hefbrug te plaatsen, zoals is afgebeeld.

SLEPEN VAN DE AUTO

Bij de auto zijn sleepogen geleverd. De sleepogen bevinden zich in de gereedschaphouder onder de bekleding in de bagageruimte.

De twee sleepogen verschillen in lengte: de kortste moet aan de voorzijde en de langste aan de achterzijde gemonteerd worden.

SLEEPOOG BEVESTIGEN

Ga als volgt te werk:

□ Verwijder dop A door de schroevendraaier in de daarvoor bestemde opening te steken en druk de dop naar buiten.
□ Neem sleepoog B uit de houder.
□ Draai het sleepoog geheel op de schroefdraadpen voor of achter.

LANCIA Ypsilon (2003) - SLEEPOOG BEVESTIGEN - 1

ATTENTIE

Draai voor het slepen de sleutel in stand MAR en vervolgens in stand STOP zonder de contactsleutel te verwijderen. Als de contactsleutel wordt verwijderd, schakelt automatisch het stuurslot in waardoor het onmogelijk wordt de auto te besturen.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Houd er bij het slepen rekening mee dat de rem- en stuurbekrachtiging niet werken, waardoor meer kracht nodig is voor de bediening van het rempedaal en het stuur. Gebruik voor het slepen geen elastische kabels en rijd zo gelijkmatig mogelijk. Controleer tijdens het slepen of de sleepkabel geen carrosserieledelen kan beschadigen. Houdt u bij het slepen van een auto aan de wettelijke voorschriften. Dit geldt zowel voor het slepen zelf als voor het gedrag naar andere weggebruikers.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Start de motor niet tijdens het slepen van de auto.

ONDERHOUD EN ZORG

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD 227

ONDERHOUDSSCIHEMA 228

JAARLIJKS INSPECTIESCHEMA 230

AANVULLENDE WERKZAAMHEDEN 230

NIVEAUS CONTROLEREN 233

LUCHTFILTER/POLLENFILTER 240

DIESELFILTER 240

ACCU 240

Doelmatig onderhoud is een beslissende factor voor een lange levensduur onder optimale omstandigheden.

Om dit te realiseren heeft LANCIA een recks controle- en onderhoudsbeurten samengesteld die iedere 20.000 km moeten worden uitgevoerd.

Bedenk echter dat het geprogrammeerd onderhoud niet volledig toereikend is om de auto in optimale staat te houden: zowel in de beginperiode voor de servicebeurt bij 20.000 km als daarna, tussen twee servicebeurten in, moet regelmatig wat aandacht aan de auto worden geschonken. Controleer bijvoorbeeld regelmatig de bandenspanning en de vloeistof-niveaus en vul deze laatste zonodig ook bij.

BELANGRIJK De servicebeurten van het geprogrammeerd onderhoud zijn door de fabrikant voorgeschreven. Het niet uitvoeren van deze servicebeurten kan het vervallen van de garantie tot gevolg hebben.

De werkzaamheden van het geprogrammeerd onderhoud kunnen door alle Lancia-dealers tegen vaste tarieftijden worden uitgevoerd.

Eventuele reparaties die nodig blijken tijdens het uitvoeren van de diverse inspecties en controles van het geprogrammeerd onderhoud worden uitsluitend na toestemming van de klant uitgevoerd.

BELANGRIJK Het verdient aanbeveling eventuele kleine defecten onmiddellijk door de Lancia-dealer te laten verhelpen en daarmee niet te wachten tot de volgende servicebeurt.

Als de auto vaak wordt gebruikt voor het slepen van aanhangers moeten er kortere intervallen worden aangehouden voor de werkzaamheden van het geprogrammeerd onderhoud.

ONDERHOUDSSCHEMA

x 1000 km20 40 60 80 100 120 140 160 180
Banden op conditie en slijtage controleren en bandenspanning eventueel herstellen
Werking verlichting (koplampen, richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten, bagageruimte, interieur, dashboard-kastje, waarschuwings-/controlelampjes, enz.) controleren
Werking ruitenwissers/-sprociers voor/achter controleren
Stand wisserbladen voor en achter controleren en wisserbladen op slijtage controleren
Remblokken voor (schijfremmen) op conditie en slijtage controleren
Remschoenen achter op conditie en slijtage controleren (trom-melremmen)
Visueel de conditie controleren van: buitenzijde carrosserie en bodemplaatbescherming, uitlaat, brandstof- en remleidingen, rubber slangen van rem- en brandstofsysteem en rubber delen (stofkappen, hoezen, enz.)
Spanning van diverse aandrijfriemen controleren en eventueel afstellen (behalve uitvoeringen met automatische riemspanners)
Conditie van diverse aandrijfriemen visueel controleren
Klepspeling controleren/afstellen (1.2 8 V)
Handrem controleren/afstellen
Uitlaatgasemissie/-rook controleren (1.3 JTD)
Benzinedamp-opvangsysteem controleren (benzine-uitvoeringen)
x 1000 km20406080100120140160180
Brandstofffilter vervangen (Green-filter) (1.3 JTD)
Luchtfilter vervangen (iedere 30.000 km voor 1.3 JTD)
Vlocistofniveaus bijvullen (motorkoelsysteem, remsysteem, ruitenwissers, accu, enz.)
Getande distributiciem controleren (behalve 1.3 JTD)
Getande distributiciem vervangen (*) (behalve 1.3 JTD)
Bougies vervangen (benzine-uitvoeringen)
Inspuiting/ontsteking controleren (m.b.v. diagnosestekker)
Oliepeil handgeschakelde versnellingsbak controleren
Motorolie vervangen (iedere 30.000 km voor 1.3 JTD)
Olicfilter vervangen (iedere 30.000 km voor 1.3 JTD)
Remvloeistof vervangen (of elke 2 jaar)
Pollenfilter vervangen (of in ieder geval elk jaar)

(*) Of iedere 3 jaar als de auto overwegend onder zware bedrijfsomstandigheden wordt gebruikt, zoals:
- langdurig gebruik in warme en koude klimaten:
- in stadsverkeer met langdurig stationair-draaiende motor;
- gebruik op zeer stoffige wegen of op wegen met veel zand en/of strooizout.
Of iedere 5 jaar, onafhankelijk van het aantal afgelegde kilometers en gebruiksomstandigheden van de auto.

JAARLIJKS INSPECTIESCHEMA

Voor auto's waarmee jaarlijks minder dan 20.000 km wordt gereden (bijvoorbeeld ongeveer 15.000 km) is er een jaarlijks inspectieschema dat het volgende omvat:

☐ Banden op conditie en slijtage controleren en bandenspanning eventueel herstellen (inclusief het reservewiel).
□ Werking verlichting (koplampen, richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten, bagageruimte, interieur, dashboardkastje, waarschuwings-/controlelampjes, enz.) controleren.
□ Werking ruitenwissers/-sprociers voor/achter controleren.
□ Stand wisserbladen voor/achter controleren en wisserbladen op slijtage controleren.
☐ Remblokken voor (schijfremmen) op conditie en slijtage controleren.
□ Visueel de conditie controleren van: motor, versnellingsbak, aandrijfassen, uitlaat, brandstofen remleidingen, rubber delen (stofkappen, hoezen, enz.) en rubber slangen van rem- en brandstofsysteem.
□ Acculading controleren.

□ Conditie van diverse aandrijfriemen visueel controleren.
□ Vloeistofniveaus controleren en eventueel bijvullen (motorkoelsystecm, remsystecm, ruitensproeiers, accu, enz.).
□Motorolic verversen.
□ Oliefilter vervangen.
□ Pollenfilter vervangen (indien aanwezig).

Iedere 1.000 km of voor een lange reis controleren en eventueel bijvullen:

□ niveau van de motorkoelyloeistof;
□ niveau van de remvlocistof;
□ niveau van de ruitensproeiervloeistof;
□ conditie en spanning van de banden.

Iedere 3.000 km het motoroliepcil controleren en eventueel bijvullen.

Gebruik bij voorkeur producten van de FL Group omdat die speciaal zijn afgestemd op de Lancia-modellen (zie de "Vullingstabel" in het hoofdstuk "Technische gegevens").

BELANGRIJK - Motorolie

Vervang de motorolie vaker dan in het onderhouds-schema staat aangegeven als de auto overwegend onder zware bedrijfsomstandigheden rijdt, zoals:

□ trekken van aanhangers of caravans;
□ rijden op stoffige wegen;
□ vcel korte ritten (minder dan 7-8 km) en bij buitentemperaturen onder nul:
□ veel langdurig stationair draaiende motor of lange ritten bij lage snelheden (bijv. bij gebruik als taxi of bij huis-aan-huis bezorging) of als de auto lang stilstaat:

BELANGRIJK - Luchtfilter

Als de auto over stoffige wegen rijdt, moet het luchtfilter vaker worden vervangen dan in het "Onderhoudsschema" staat aangegeven.

Raadpleeg bij twijfel over de vervangingsinterval van motorolie en luchtfilter in relatie tot het gebruik van de auto de Lancia-dealer.

BELANGRIJK -Pollenfilter

Als de auto veel over stoffige wegen rijdt of bij geconcentreerde luchtvervuiling, moet het pollenfilter vaker worden vervangen; dit is vooral raadzaam als een beperking in de capaciteit van de ventilatie wordt geconstateerd.

BELANGRIJK - Dieselfilter

Door het gebruik van dieselbrandstof van een kwaliteit die niet overeenkomt met de Europese specificatie EN590, kan het noodzakelijk zijn het brandstofffilter vaker te vervangen dan in het "Onderhoudsschema" staat aangegeven.

BELANGRIJK - Accu

Wij raden u aan de acculading voor het begin van de winter te controleren, om de mogelijkheid van bevriezing van het elektrolyt te voorkomen.

Voer deze controle vaker uit als de auto overwegend voor korte trajecten wordt gebruikt, of als er accessoires zijn gemonteerd die permanent, ook bij uitgeschakeld contact, stroom verbruiken. Dit geldt in het bijzonder voor achteraf aangebrachte accessoires. Als de auto in warme klimaten wordt gebruikt of onder zeer zware bedrijfsomstandigheden, dan moet de acculading (elektrolyt) vaker gecontroleerd worden dan in het "Onderhoudsschema" staat aangegeven

LANCIA Ypsilon (2003) - BELANGRIJK - Accu - 1

Vertrouw het onderhoud in principe toe aan de Lancia-dealer. Als u toch zelf onderhoud of kleine reparaties verricht, controleer dan of u over het juiste speciale gereedschap en de noodzakelijke originele Lancia-onderdelen en de voorgeschreven bedrijfsvloeistoffen beschikt. Voer niet zelf onderverkzaamheden uit, als u daarmee geen ervaring hebt.

NIVEAUS CONTROLEREN

BELANGRIJK Tijdens het bijvullen mogen de vloeistoffen met verschillende specificaties niet gemengd worden: als de specificaties van de vlocistoffen verschillen, kan de auto ernstig beschadigd worden.

1 2 3 4 5 LANCIA

Uitvoering 1.28 V
LOC0090m

  1. Motorolie - 2. Accu - 3. Rcmvlocistof - 4. Ruitensproeiervloeistof - 5. Koclylocistof

LANCIA ① ② ③ ④ ⑤

Uitvoering 1.2 16 V
LOC0033m

LANCI ① ② ③ ④ ⑤

Uitvoering 1.4 16 v

  1. Motorolie - 2. Accu - 3. Remvlocistof - 4.
    Ruitensproeiervloeistof –
  2. Koclylocistof

LANCIA Ypsilon (2003) - NIVEAUS CONTROLEREN - 4

Rook nooit tijdens werkzaamheden in de motor-ruimte: er kunnen licht ontvlambare gassen aanwezig zijn; brandgevaar.

MOTOROLIE

Oliepeil controleren

Controlcer het olicpeil als de auto op een vlakke ondergrond staat en enige minuten (circa 5) na het uitzetten van de motor.

Verwijder de oliepeilstok A en maak de peilstok schoon. Plaats de peilstok geheel terug, verwijder de peilstok en controleer of het niveau tussen het MIN- en MAX- merkteken staat. Het verschil tussen het MIN- en MAX-merkteken komt overeen met ongeveer 1 liter olic.

LANCIA Ypsilon (2003) - Oliepeil controleren - 1

Uitvoeringen 1.2 16 v - 1.4 16 V
LOC0034m

A B

Uityoering 1.28 v
LOC0091m

LANCIA Ypsilon (2003) - Oliepeil controleren - 3

Uitvoering 1.3 JTD
LOC0172m

Motorolie bijvullen

Als het olieniveau dicht bij of onder het MIN-merkteken staat, moet via de olievulopening B motorolie tot aan het MAX-merkteken worden bijgevuld.

Het olieniveau mag nooit het MAX-merkteken overschrijden.

BELANGRIJK Als het motoroliepeil, ook na herhaalde controles, boven het MAX-merkteken staat, laat dan de Lancia-dealer het oliepeil herstellen.

BELANGRIJK Na het bijvullen of het verversen van de olic de motor enige seconden laten draaien, vervolgens de motor uitzetten en na enige minuten het olicpeil controleren.

Motorolieverbruik

Als richtlijn geldt een maximaal motorolieverbruik van ongeveer 400 gram per 1000 km.

De motor van een nieuwe auto moet nog worden ingereden. Dit betekent dat het motorolieverbruik pas na de eerste 5000 ÷ 6000 km stabiliseert.

BELANGRIJK Het motorolieverbruik hangt af van de rijstijl en de gebruiksomstandigheden van de auto.

BELANGRIJK Vul nooit motorolie bij met andere specificaties dan de olie waarmee de motor is gevuld.

LANCIA Ypsilon (2003) - Motorolieverbruik - 1

ATTENTIE

Wees voorzichtig als u werkzaamheden in de motorruimte moet verrichten en de motor nog warm is, om brandwonden te voorkomen. Onthoud dat bij een warme motor de elektroventilateur onverwacht kan inschakelen: kans op verwonding. Pas op als u sjaals, dassen of loszittende kledingstukken draagt: deze kunnen door de bewegende onderdelen worden gegrepen.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

Afgetapte motorolie en gebruikte oliefilters bevatten stoffen die schadelijk zijn voor het milieu. Het is raadzaam om het verversen van de motorolie en het vervangen van het oliefilter door de Lancia-dealer te laten uitvoeren.

KOELVLOEISTOF VAN HET MOTORKOELSYSTEEM

Het niveau van de koelvlocistof moet gecontroleerd worden bij een koude motor en mag niet onder het MlN-merkteken op het expansie-reservoir staan.

Een te laag niveau bijvullen door een mengsel van gedemineraliseerd water en 40% PARAFLU UP van FL Selenia langzaam via vulopening A van het expansiereservoir te gieten.

Een mengsel van PARAFLU UP en gedestilleerd water in een mengverhouding van 40% beveiligt tot een temperatuur van -22°C.

LANCIA Ypsilon (2003) - KOELVLOEISTOF VAN HET MOTORKOELSYSTEEM - 1

Uitvoeringen 1.2 16 v - 1.4 16 v - 1.2 8 V

LANCIA Ypsilon (2003) - KOELVLOEISTOF VAN HET MOTORKOELSYSTEEM - 2

Het motorkoelsysteem gebruikt PARAFLU UP-koelvloeistof. Als eventueel moet worden bijgevuld, gebruik dan vloeistof met dezelfde specificaties als waarmee het motorkoelsysteem is ge-

vuld. PARAFLU UP-koelvloeistof kan niet worden gemengd met welke andere koelvloeistof dan ook. Als dit toch gebeurt, mag de motor absoluut niet worden gestart en moet u zich tot de Lancia-dealer wenden.

LANCIA Ypsilon (2003) - KOELVLOEISTOF VAN HET MOTORKOELSYSTEEM - 3

Draai bij een warme motor de dop van het expansiereservoir nooit los: gevaar voor verbranding.

LANCIA Ypsilon (2003) - KOELVLOEISTOF VAN HET MOTORKOELSYSTEEM - 4

ATTENTIE

Het koelsysteem staat onder druk. Vervang de dop zonodig alleen door een exemplaar van hetzelfde type, anders kan de werking van het systeem in gevaar worden gebracht.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

Uitvoeringen 1.2 16 v - 1.4 16 v - 1.2 8 v

RUITENSPROEIER-/KOPLAMPSPROEIERVLOEISTOF

Verwijder dop A en vul het reservoir met een mengsel van water en TUTELA PROFESSIONAL SC 35 in de volgende mengverhouding:

☐ 30% TUTELA PROFESSIONAL SC 35 en 70% water in de zomer;
☐ 50% TUTELA PROFESSIONAL SC 35 en 50% water in de winter.

Bij temperaturen onder -20°C , TUTELA PROFESSIONAL SC 35 onverdund gebruiken.

Controleer visucel het niveau van de vlocistof in het reservoir.

LANCIA Ypsilon (2003) - RUITENSPROEIER-/KOPLAMPSPROEIERVLOEISTOF - 1

ATTENTIE

Rijd niet met een leeg ruitensproeierreservoir: de ruitensproeiers zijn van fundamenteel belang voor een optimaal zicht.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Enkele in de handel verkrijgbare ruitensproeiervloeistoffen zijn licht ontvlambaar. In de motor- ruimte bevinden zich warme onderdelen die bij contact de vloeistof kunnen doen ontbranden.

REMVLOEISTOF

Draai dop A los en controleer of de vlocistof in het reservoir nog op het maximale niveau staat.

Het niveau mag nooit het MAX-merkteken overschrijden.

Controleer regelmatig de werking van het waarschuwingslampje (1) op het instrumentenpaneel.

Voor het bijvullen mag uitsluitend remylocistof worden gebruikt die voldoet aan de "DOT 4"-specificaties. Het verdient aanbeveling TUTELA TOP 4 remylocistof te gebruiken; dezelfde remylocistof, waarmee het remsysteem door de fabriek is gevuld.

BEIANGRIJK Remvloeistof trekt water aan. Daarom verdient het aanbeveling, als de auto overwegend wordt gebruikt in gebieden met een hoge luchtvochtigheid, de vloeistof vaker te vervangen dan in het "Onderhoudsschema" staat aangegeven.

LANCIA Ypsilon (2003) - REMVLOEISTOF - 1

Uitvoeringen 1.2 16 v - 1.4 16 v - 1.2 8 V

LANCIA Ypsilon (2003) - REMVLOEISTOF - 2

Voorkom, als de dop van het reservoir wordt losgedraaid, dat de corrosieve remvloeistof in contact komt met de lak. Als dit toch gebeurt moet de lak onmiddellijk worden gewassen.

LANCIA Ypsilon (2003) - REMVLOEISTOF - 3

ATTENTIE

De remvloeistof is giftig en zeer corrosief. Als per ongeluk remvloeistof wordt gemorst, moet de lak onmiddellijk worden gewassen met water en zeep en daarna met veel water worden afgespoeld. Bij inslikken dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Het symbool © op het reservoir geeft aan dat synthetische remvloeistof en geen minerale vloeistof moet worden gebruikt. Het gebruik van minerale vloeistoffen moet absoluut worden vermeden, omdat de rubbers in het remsysteem door deze vloeistoffen kunnen worden beschadigd.

LUCHTFILTER/POLLENFILTER

Laat het luchtfilter of het pollenfilter vervangen door de Lancia-dealer.

DIESELFILTER

CONDENS AFTAPPEN (JTD-uitvoeringen)

ACCU

De accu van de LANCIA Ypsilon is “onderhouds-arm”: onder normale omstandigheden hoeft het elektrolyt niet bijgevuld te worden met gedestilleerd water.

LANCIA Ypsilon (2003) - ACCU - 1

Water in het brandstofsysteem kan het inspuitsysteem ernstig beschadigen en de motor onregelmatig doen laten draaien. Als het lampje gaat branden (op enkele uitvoeringen verschijnt ook een bericht op display), wendt u dan zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer om het systeem te laten aftappen. Als het lampje direct na het tanken weer gaat branden, is er mogelijk water in de tank gekomen: zet in dat geval de motor onmiddellijk uit en wendt u tot de Lancia-dealer.

ACCULADING CONTROLEREN

De acculading kan gecontroleerd worden door de kleur van de optische meter A te controleren.

Zie de volgende tabel of de sticker B op de accu.

B A L0C0092m

Helderwitte kleurElektrolyt bijvullenWendt u tot de Lancia-dealer
Donkere kleur zonder groen middenstukAccu niet voldoende opgeladenAccu opladen (het is raadzaam dit door de Lancia-dealer te laten uitvoeren)
Donkere kleur met groen middenstukNiveau elektrolyt en acculading voldoendeGeen enkele handeling

LANCIA Ypsilon (2003) - ACCULADING CONTROLEREN - 2

ATTENTIE

De vloeistof in de accu is giftig en corrosief. Voorkom contact met de huid en de ogen. Houd open vuur en vonkvormende apparaten verwijderd van de accu: brand- en ontploffingsgevaar.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Als de accu werkt met een zeer laag vloeistofniveau, ontstaat onherstelbare schade aan de accu en kan de accu openbarsten.

ACCU VERVANGEN

Als de accu vervangen wordt, moet een originele accu met dezelfde specificaties worden geïnstalleerd.

Als de accu vervangen wordt door een accu met andere specificaties, vervallen de onderhoudsintervallen die in het "Onderhoudsschema" staan aangegeven.

Voor het onderhoud van de nieuwe accu dient u zich strikt te houden aan de aanwijzingen van de fabrikant van de accu.

LANCIA Ypsilon (2003) - ACCU VERVANGEN - 1

Onoordeelkundige montage van elektrische apparatuur kan ernstige schade toebrengen aan de auto. Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die constante voeding nodig hebben (diefstalalarm, mobiele telefoon, enz.), raden wij u aan contact op te nemen met de Lancia-dealer. Deze kan u de meest geschikte installaties aanraden en controleren of het noodzakelijk is een accu met een grotere capaciteit te monteren.

LANCIA Ypsilon (2003) - ACCU VERVANGEN - 2

Accu's bevatten zeer schadelijke stoffen voor het milieu. Het is raadzaam om de accu door de Lancia-dealer te laten vervangen. De dealer beschikt over de uitrusting voor het op milieuvriendelijke wijze en conform de wettelijke bepalingen afvoeren van de accu.

LANCIA Ypsilon (2003) - ACCU VERVANGEN - 3

ATTENTIE

Als u de auto langere tijd stalt in extreem koude omstandigheden moet, om bevriezing te voorkomen, de accu worden verwijderd en op een verwarmde plaats worden bewaard.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Bij werkzaamheden aan de accu of in de buurt van de accu, moet u uw ogen altijd beschermen met een speciale bril.

Om het snel ontladen van de accu te voorkomen en de levensduur te verlengen, dient u de volgende aanwijzingen nauwkeurig op te volgen.

□ Wanneer u de auto parkeert, controlcer dan of de portieren, de motorkap en de achterklep goed gesloten zijn. Hiermee wordt voorkomen dat de interieurverlichting blijft branden.
☐ Schakel de interieurverlichting uit: de auto is in ieder geval uitgerust met een systeem voor automatische uitschakeling van de interieurverlichting.
□ Voorkom zoveel mogelijk het gebruik van stroomverbruikers als de motor uitstaat (autoradio, waarschuwingsknipperlichten, enz.).
□ Maak voordat werkzaamheden aan de elektrische installatie van de auto worden uitgevoerd eerst de minpool van de accu los.
☐ De klemmen moeten altijd goed zijn bevestigd.

BELANGRIJK Een accu die gedurende langere tijd minder dan 50% geladen is (optische meter donker zonder groen middenstuk), raakt door sulfatering beschadigd. Hierdoor loopt de capaciteit en het startvermogen terug.

Ook is de accu dan gevoeliger voor bevriezing (bij temperaturen onder -10°C ). Als u de auto langere tijd niet gebruikt, zie dan "Auto langere tijd stallen" in het hoofdstuk "Starten en wegrijden".

Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die constante voeding nodig hebben (diefstalalarm, cnz.), of accessoires die de elektrische installatie zwaar belasten, raden wij u aan contact op te nemen met de Lancia-dealer. Deze kan u de meest geschikte installaties uit het Lancia Lineaccessori-programma aanraden en controleren of de elektrische installatie van de auto geschikt is voor het extra stroomverbruik of dat het noodzakelijk is een accu met een grotere capaciteit te monteren.

Enkele van deze stroomverbruikers blijven continu stroom verbruiken ook bij een uitgenomen contactsleutel (geparkeerde auto, motor uitgezet) waardoor de accu gelcidelijk kan ontladen.

Het totale energieverbruik van deze accessoires (standaard en achteraf gemonteerde accessoires) moet minder zijn dan 0,6 mA x Ah (van de accu), zoals in de volgende tabel staat vermeld:

Accu van Maximaal toegestaan stroomverbruik

40 Ah 24 mA
50 Ah 30 mA

WIELEN EN BANDEN

De spanning van de banden, inclusief het reservewiel, moet om de twee weken en voor een lange rit, worden gecontroleerd. De bandenspanning moet bij koude banden worden gecontroleerd.

Tijdens het rijden necmt de bandenspanning toe: zie voor de juiste waarde van de bandenspanning de paragraaf "Wielen" in het hoofdstuk "Technische gegevens".

Een onjuiste bandenspanning veroorzaakt een onregelmatige slijtage van de banden:

A: juiste spanning: gelijkmatige slijtage van het loopvlak.

B: te lage spanning: te grote slijtage aan de zijkanten van het loopvlak.

C: te hoge spanning: te grote slijtage in het midden van het loopvlak.

Banden moeten worden vervangen als de profieldiepte van het loopvlak minder is dan 1.6 mm. Houdt u echter altijd aan de bepalingen van het land waarin u rijdt.

BELANGRIJKE TIPS

□ Voorkom bruusk remmen, met spinnende wielen optrekken, harde contacten tussen banden en stocpranden, kuilen en andere obstakels. Het langdurig rijden op een slecht wegdek kan de banden beschadigen.
□ Controleer de banden regelmatig op scheuren in de wangen en bulten of slijtplekken op het loopylak. Als dit het geval is, wendt u dan tot de Lancia-dealer.
☐ Rijd nooit met een te zwaar beladen auto. Hierdoor kunnen de banden en de velgen ernstig beschadigd worden.

A B C LOC0093m

□ Stop zo snel mogelijk bij een lekke band en verwissel het wiel om beschadiging van de band, de velg, de wielophanging en de stuurinrichting te voorkomen.
☐ Banden verouderen, ook als zij weinig of nooit gebruikt zijn. Scheurtjes in het loopvlak en op de wangen geven aan dat de band verouderd is. Banden die langer dan zes jaar onder een auto gemonteerd zijn, moeten dan ook door een specialist worden gecontroleerd. Dit geldt in het bijzonder voor het reservewiel.

□ Monteer nooit gebruikte banden of banden, waarvan de herkomst onbekend is.
□ Bij de montage van een nieuwe band moet ook het ventiel vernieuwd worden.
☐ Om een gelijke slijtage van de banden op de vooras en de achteras te verkrijgen, is het raadzaam de banden om de 10.000 ÷ 15.000 km van as te verwisselen. Hierbij moeten de banden aan dezelfde zijde van de auto gemonteerd blijven, zodat een omkering van de draairichting wordt voorkomen.

LANCIA Ypsilon (2003) - BELANGRIJKE TIPS - 2

ATTENTIE

Bedenk dat ook de wegligging afhankelijk is van een juiste bandenspanning.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Door een te lage bandenspanning wordt de band te heet, waardoor er onherstelbare inwendige schade aan de band kan ontstaan.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Verwissel de banden niet kruiselings, waarbij de banden van de rechterzijde aan de linkerzijde en omgekeerd worden gemonteerd.

LANCIA Ypsilon (2003) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Voer geen lakwerkzaamheden uit bij lichtmetalen velgen die een temperatuur vereisen boven 150°C. De mechanische eigenschappen van de wielen kunnen hierdoor in gevaar worden gebracht.

RUBBER SLANGEN

Houd voor de rubber slangen van het rem- en brandstofsysteem zeer nauwkeurig de voorschriften van het "Onderhoudsschema" in dit hoofdstuk aan.

Ozon, hoge temperaturen en het gedurende langere tijd ontbreken van vloeistof in een systeem zorgen ervoor dat de slangen uitdrogen en scheuren, waardoor het betreffende systeem gaat lekken. Daarom is zorgvuldige controlé noodzakelijk.

RUITENWISSERS/- ACHTERRUITWISSER

WISSERBLADEN

Maak de wisserbladen regelmatig schoon met een schoonmaakmiddel: wij raden TUTELA PROFES- SIONAL SC 35 aan.

Vervang de wisserbladen als het rubber vervormd of versleten is. Het verdient aanbeveling ten minste een maal per jaar de wisserbladen te vervangen.

Met enkele simpele voorzorgsmaatregelen is het mogelijk beschadigingen van het rubber te voorkomen.

□ Wanneer de temperatuur onder 0°C is gedaald, moet gecontroleerd worden of er geen ijs tussen wisserblad en ruit zit; maak de wissers zonodig vrij met een anti-vriesmiddel.
□ Verwijder eventueel opgehoopte sneeuw van de ruit om de wisserbladen te beschermen en oververhitting van de ruitenwissermotor te voorkomen.
□ Schakel de ruitenwissers/achterruitwisser niet op een droge ruit in.

Rijden met versleten ruitenwisserbladen is gevaarlijk, omdat ze het zicht onder extreme atmosferische omstandigheden aanzienlijk beperken.

A B L0C0094m

A B LOC0095m

Wisserbladen voor vervangen

Ga als volgt te werk:

☐ Til de wisserarm A van de voorruit en plaats het wisserblad onder een hoek van 90° ten opzichte van de arm.
☐ Druk op de lip B van de veerklem en verwijder het wisserblad van de arm.
□ Monteer het nieuwe blad, waarbij de lip in de zitting op de wisserarm moet vallen: controleer of het wisserblad geborgd is.

Wisserblad achter vervangen

Ca als volgt te werk:

□ Kantel het dopje A omhoog, draai de moer B los, waarmee de wisserarm aan de as is bevestigd, en neem de arm van de as.
□ Plaats de nieuwe wisserarm in de juiste stand en draai de moer zorgvuldig vast.
□ Kantel het dopje naar beneden.

RUITENSPROEIERS

Voorruit (ruitensproeiers)

Als de ruitensprociers niet werken, controleer dan eerst het niveau in het ruitensproeiertankje (zie de paragraaf "Niveaus controleren" in dit hoofdstuk.

Controleer vervolgens of de ruitensproeiermonden niet verstopt zijn. Deze kunnen zonodig met een speld worden doorgeprikt.

De stralen moeten op ongeveer 1/3 van de bovenkant van de ruit worden gericht.

Achterruit (achterruitsproeier)

De stralen van de achterruitsproeier kunnen op dezelfde manier worden afgesteld als die van de ruitensproeiers voor.

De ruitensprociermond bevindt zich aan de linker- kant van het derde remlicht.

KOPLAMPSPROEIERS

Controleer regelmatig of de koplampsproeiers schoon en in goede staat zijn.

De koplampsproeiers werken automatisch als het dim-/grootlicht brandt en de ruitensproeiers worden ingeschakeld.

CARROSSERIE

De belangrijkste oorzaken van roest zijn:

□ luchtverontreiniging;
□ zoutgehalte in de lucht en luchtvochtigheid (gebieden aan zee, warm en vochtig klimaat);
□ omgevings-/seizoensinvloeden.

Ook de invloed van schurende elementen, zoals stoffige omgeving, opwaaiend zand, modder en steenslag op de lak en de onderzijde moet niet worden onderschat.

Lancia heeft voor de LANCIA Ypsilon de beste technologische oplossingen toegepast om de carrosserie efficiënt tegen roest te beschermen.

De belangrijkste zijn:

☐ De toepassing van aangepaste spuittechnicken en lakproducten die de auto de benodigde weerstand tegen roest en schurende elementen verlenen.
□ Het gebruik van verzinkte (of voorbehandelde) plaatdelen met een hoge corrosiebestendigheid.
☐ Het aanbrengen van een gespoten beschermende waslaag op de onderzijde, in de wielkuipen, in de motorruimte en verschillende holle ruimtes, met een hoog beschermend vermogen.
☐ Het aanbrengen van een beschermende kunststof laag op kwetsbare delen: onderzijde van de portieren, binnenzijde van de spatborden, naden, randen, enz.
Toepassing van "open" holle ruimtes om condensvorming te voorkomen en binnendringend water af te voeren, waardoor roest van bimenuit wordt voorkomen.

CARROSSERIEGARANTIE

Bij de LANCIA Ypsilon is de carrosserie tegen doorroesten van alle originele componenten van de carrosserie en van alle dragende delen gegarandeerd. Voor de specifieke voorwaarden van deze garantie wordt verwezen naar het bockje "SERVICE EN GARANTIEHANDLEIDING".

TIPS VOOR HET BEHOUD VAN DE CARROS-SERIE

Lak

De lak heeft behalve een esthetische functie ook een beschermende functie.

Daarom moeten beschadigingen van de laklaag, zoals krassen, onmiddellijk worden bijgewerkt om roestvorming te voorkomen. Het bijwerken dient met de originele lak te worden uitgevoerd (zie "Plaatje met informatie over de carrosserielak" in het hoofdstuk "Technische gegevens").

Het normale onderhoud van de auto beperkt zich tot wassen, waarbij de frequentie afhankelijk is van het gebruik van de auto en van de omgeving. Het is raadzaam de auto vaker te wassen bij sterke lucht-verontreiniging of bij het rijden over wegen met strooizout.

□ Verwijder de antenne van het dak als u de auto in een wastunnel wast, om te voorkomen dat deze beschadigt.
□ Spocl de auto eerst met een waterstraal onder lage druk af.

□ Was de auto met een zachte spons met een oplossing van neutrale zeep; spoel daarbij de spons regelmatig uit.
□ Spoel de auto af met schoon water en droog de auto met warme lucht of een schone, zachte zeem.

De minder zichtbare delen zoals randen van portieren, achterklep, motorkap en de koplampranden moeten niet vergeten worden, omdat daar water kan blijven staan. Het verdient aanbeveling de auto na het wassen niet onmiddellijk binnen te zetten, maar de auto nog even buiten te laten staan, zodat waterresten buiten kunnen verdampen.

Was de auto nooit in de zon of als de motorkap nog warm is: omdat dan de glans van de lak kan afne- men.

De kunststof carrosserieledelen kunnen op dezelfde wijze worden gewassen als de gespoten carrosserie- delen.

Parkeer de auto niet onder bomen, aangezien harsdruppels bij langere inwerking de lak kunnen beschadigen, waardoor de kans op roestvorming wordt vergroot.

BELANGRIJK Vogeluitwerpselen dienen zo snel en zo goed mogelijk van de lak verwijderd te worden, omdat door de agressieve bestanddelen de lak kan beschadigen.

LANCIA Ypsilon (2003) - Lak - 1

Schoonmaakmiddelen verontreinigen het water. Daarom moet de auto bij voorkeur worden gewassen op een plaats waar het afvalwater direct wordt opgevangen en gezuiverd.

Ruiten

Gebruik voor het schoonmaken van de ruiten een daarvoor geschikt schoonmaakmiddel. Gebruik een schone, zachte dock om krassen en beschadigingen te voorkomen.

BELANGRIJK Let er bij het schoonmaken van de binnenzijde van de achterruit op, dat de elektrische weerstandsdraden van de achterruitverwarming niet worden beschadigd. Veeg voorzichtig in de richting van de draden.

Motorruimte

Het verdient aanbeveling de motorruimte na het winterseizoen zorgvuldig te laten uitspuiten. Hierbij moet er goed op worden gelet dat de waterstralen niet direct met de elektronische regeleenheden in contact komen. Laat dit verzorgen door een gespecialiscerd bedrijf.

BELANGRIJK Voor het uitspuiten van de motor-ruimte moet de contactsleutel in stand STOP staan en de motor koud zijn. Controleer na het reinigen of de verschillende beschermingen (rubber kappen, deksels, enz.) nog op hun plaats zitten en niet beschadigd zijn.

INTERIEUR

Controleer af en toe of er onder de vloerbedekking geen water is blijven staan (dooiwater van sneeuwresten aan schoenen, lekkende paraplu's, enz.), waardoor roestvorming op de bodem veroorzaakt zou kunnen worden.

STOELEN EN STOFFEN BEKLEDING

Verwijder stof met een zachte borstel of een stofzuiger. Voor een nog betere reiniging van de stoffen bekleding raden wij u aan de borstel vochtig te maken.

Reinig de zittingen met een vochtige spons en een oplossing van neutrale zeep.

LANCIA Ypsilon (2003) - STOELEN EN STOFFEN BEKLEDING - 1

ATTENTIE

Gebruik nooit ontvlambare producten zoals petroleum of wasbenzine voor het reinigen van de interieurdelen van de auto. De elektrostatische lading die tijdens het reinigen door het wrijven ontstaat, kan brand veroorzaken.

MET LEER BEKLEDE STOELEN

Verwijder droog vuil met een zecmleer of een iets vochtige doek, zonder hard te drukken.

Dep een vochtige vlek of vet met een droge en absorberende dock en wrijf daarbij niet. Behandel de plek vervolgens met een doek of zeem bevochtigd met water en een neutrale zeep.

Als de vlek nog niet verwijderd is. behandel de vlek dan met een speciaal schoonmaakmiddel, waarbij de instructies op de verpakking strikt moeten worden opgevolgd.

BELANGRIJK Gebruik nooit alcohol of producten op basis van alcohol.

KUNSTSTOF INTERIEURDELEN

Gebruik speciale reinigingsmiddelen om het visuele effect van de componenten niet te wijzigen.

BELANGRIJK Gebruik nooit alcohol of benzine om het glas van het instrumentenpanel schoon te maken.

LANCIA Ypsilon (2003) - KUNSTSTOF INTERIEURDELEN - 1

ATTENTIE

Bewaar nooit spuitbussen in de auto. Ontploffingsgevaar. Spuitbussen mogen niet worden blootgesteld aan temperaturen boven 50°C. In de zomer kan de temperatuur in het interieur ver boven deze waarde oplopen.

TECHNISCHE GEGEVENS

IDENTIFICATIEGEGEVENS 255

MOTORCODES

- CARROSSERIE-UITVOERINGEN 257

MOTOR 258

BRANDSTOFSYSTEEM 259

TRANSMISSIE 259

REMMEN 260

WIELOPHANGING 260

STUURINRICHTING 260

WIELEN 261

AFMETINGEN 265

PRESTATIES 266

GEWICHTEN 267

VULLINGSTABEL 268

SMEERMIDDELEN EN VLOEISTOFFEN ...... 270

BRANDSTOFVERBRUK 272

CO 2 -EMISSIE 273

IDENTIFICATIEGEGEVENS

Wij raden u aan nota te nemen van de identificatiegegevens. De identificatiegegevens zijn op de typeplaatjes ingeslagen en worden hieronder vermeld:

  • Typeplaatje met identificatiegegevens
  • Chassisnummer
  • Plaatje met informatie over de carrosserielak
  • Motorcode.

TYPEPLAATJE MET IDENTIFICATIEGEGEVENS

Het typeplaatje is aangebracht op de fronttraverse in de motorruimte en bevat de volgende informatie:

A - Naam van de fabrikant.

B - Nummer typegoedkeuring.

C - Identificatiecode van het autotype.

D - Chassisnummer.

E - Max. toelaatbaar totaalgewicht van de auto.

F - Max. toclaatbaar totaalgewicht van de auto met aanhanger.

G - Max. toelaatbare voorasbelasting.

H - Max. toelaatbare achterasbelasting.

1 - Motortype.

L - Code van de carrosserie-uitvoering.

M - Nummer voor onderdelen.

N - Correctiewaarde voor de uitlaatrookgasmeting (alleen bij diesel-motoren).

A B C ☆ D E Kg F Kg 1- G Kg 2- H Kg N MINTORE-ENGINE I VERISONE-VERSION L PER SCAMBI FOR SPINES M

L0C0129m

L0C0131m

A B C D LOC0130m

CHASSISNUMMER

Het chassisnummer is ingeslagen in de bodemplaat naast de rechter voorstoel.

Het is bereikbaar nadat het klepje in de vloerbedekking is opgetild en bevat de volgende gegevens:

□ type van de auto:
□ oplopend productienummer.

PLAATJE MET INFORMATIE OVER DE CARROSSERIELAK

Het plaatje is op de binnenzijde van de motorkap aangebracht en bevat de volgende informatie:

A - Fabrikant van de lak.
B - Kleurbenaming.
C - Kleurcode.
D - Kleurcode voor bijwerken en overspuiten.

MOTORCODE

De motorcode is in het cilinderblok ingeslagen en bestaat uit het motortype en een oplopend productienummer.

MOTORCODES - CARROSSERIE-UITVOERINGEN

Typecode van de motor Code van de carrosserie-uitvoering
1.2 8V188A4000843AXA1A 00 (*)843AXA1A 00B (▲)
1.2 16V188A5000843AXB1A 01 (*)843AXB1A 01B (▲)
1.4 16V843A1000843AXC1A 02 (*)843AXC1A 02B (▲)
1.3 JTD 188A9000843AXD1A 03 (*)843AXD1A 03B (▲)

(▲) Uitvoering 5 zitplaatsen

(*) Uityoering 4 zitplaatsen

MOTOR

1.28V1.2 16V1.4 16V1.3 JTD
ALGEMEEN
Typecode188A+000188A50008+3A1000188A9000
CyclusOttoOttoOttoDiesel
Aantal en opstelling cilinders4 in lijn4 in lijn4 in lijn4 in lijn
Boring en slag mm70.8x 78,8670.8x 78,8672 x 8469.6x 82
Cilinderinhoud cm 3 12+212+2136812+8
Compressieverhouding9,5 ± 0,210,6 ± 0,211 ± 0,218 ± 0,40
Max. vermogen (EU) kWpk bijbehorend tocrental min -1 4+605000598050007095580051704000
Max. koppel (EU) Nm kgmbijbehorend tocrental min -1 1022500114400012845001801750
BougiesChampion RC10YCC Bosch FR8DENGK BKR5EZNGK DCPR7E-N Bosch YR7DE01NGK DCPR7E-N-
BrandstofLoodvrije benzine 95 RONLoodvrije benzine 95 RONLoodvrije benzine 95 RONDiesel voor motorvoer-tuigen (spec. EN590)

BRANDSTOFSYSTEEM

1.28V - 1.216V - 1.416V1.3 JTD
BrandstofsysteemElektronische sequentiële, gefaseerde multipoint inspuiting. Returnless-systeemElektronisch geregelde directe inspuiting multijet “Common Rail” Turbocompressor met vaste geometrie

TRANSMISSIE

1.28V - 1.2 16V - 1.4 16V1.3 JTD
VersnellingsbakVijf gesynchroniseerde versnellingen vooruit en een versnelling achteruitVijf gesynchroniseerde versnellingen vooruit en een versnelling achteruit
KoppelingZelfstellend met koppelingspedaal zonder vrije slagZelfstellend met koppelingspedaal zonder vrije slag
AandrijvingVoorVoor

LANCIA Ypsilon (2003) - MOTORCODE - 1

Modificaties of reparaties aan het brandstofsysteem die niet correct worden uitgevoerd en waarbij geen rekening wordt gehouden met de technische specificaties van het systeem, kunnen storingen in de werking en zelfs brand veroorzaken.

REMMEN

1.2 8V - 1.2 16V - 1.4 16V - 1.3 JTD
Voetrem:
- voorSchijfremmen met zwevende remtangen, en een remcilinder per wiel.
- achterTrommelremmen
HandremBediend met handremhefboom,werkend op de achterwielen.

BELANGRIJK Water, ijs en strooizout op de wegen kunnen zich afzetten op de remschijven waardoor de gewenste remvertraging iets later wordt bereikt.

WIELOPHANGING

1.28V - 1.216V - 1.416V - 1.3JTD
VoorOnafhankelijke wielophanging type Mc Pherson
AchterSemi-onafhankelijk met via torsietraverse gekoppelde wielen

STUURINRICHTING

1.2 ay - 1.2 16y - 1.4 16y - 1.3 JTD
TypeTandheugelstuurhuismet elektrische stuurbekrachtiging
Minimum draaicirkel(tussen stoepranden) m9,83

WIELEN

WIELEN EN BANDEN

Geperst stalen of lichtmetalen velgen. Tubeless radiaalbanden. Op de typegoedkeuring zijn bovendien alle goedgekeurde banden aangegeven.

BELANGRIJK Als de gegevens in het instructieboekje afwijken van die van de typegoedkeuring, dient u zich altijd aan de gegevens van de typegoedkeuring te houden.

Voor de rijveiligheid is het noodzakelijk dat u zich aan de voorgeschreven afmetingen houdt en dat alle wielen zijn voorzien van banden van hetzelfde merk en hetzelfde type.

BELANGRIJK In tubeless banden mogen geen binnenbanden gebruikt worden.

RESERVEWIEL

Geperst stalen velg. Tubeless radiaalband.

WIELUITLIJNING

Toespoor gemeten tussen de velgranden van de voorwielen: 0±1 mm. De waarden zijn van toepassing op een onbelaste auto in rijklare staat.

VERKLARING VAN DE CODERING OP DE BANDEN

Voorbeeld: 185/65 R 14 86 T

185 = Nominalle breedte (S, afstand tussen de wangen in mm).

65 = Hoogtc/breedte-verhouding (H/S) (percentage).

R = Radiaalband.

14 = Diameter van de velg (in inch) (∅).

86 = Beladingsindex (draagvermogen).

T = Maximale snelheid.

S H Ø ① ② ③ L0C0132m

Beladingsindex (draagvermo-gen)

60 = 250 kg 84= 500 kg
61 = 257 kg 85= 515 kg
62 = 265 kg 86= 530 kg
63 = 272 kg 87= 545 kg
64 = 280 kg 88= 560 kg
65 = 290 kg 89= 580 kg
66 = 300 kg 90= 600 kg
67 = 307 kg 91= 615 kg
68 = 315 kg 92= 630 kg
69 = 325 kg 93= 650 kg
70 = 335 kg 94= 670 kg
71 = 345 kg 95= 690 kg
72 = 355 kg 96= 710 kg
73 = 365 kg 97= 730 kg
74 = 375 kg 98= 750 kg
75 = 387 kg 99= 775 kg
76 = 400 kg 100= 800 kg
77 = 412 kg 101= 825 kg
78 = 425 kg 102= 850 kg
79 = 437 kg 103= 875 kg
80 = 450 kg 104= 900 kg
81 = 462 kg 105= 925 kg
82 = 475 kg 106= 950 kg
83 = 487 kg

Maximale snelheid

Maximale snelheid bij winterbanden

Bijvoorbeeld: 6 J x 14 II2 ET40

6 = b r eedte van de velg (in inch) (1).

J = velgbedprofiel (deel aan de zijkanten waarop de band steunt) (2).

14 = Montagediameter in inch (komt overeen met die van de band die gemonteerd moet worden) (3 = 0).

H2 = vorm en aantal "humps" (vorm van de velgrand die de wang van de tubeless band op zijn plaats houdt).

ET 40 = diepte van de velgbolling (afstand tussen het montagevlak van de vclg op de naaf en het velghart).

Uitvoeringen Velgmaat Bandenmaat Reservewiel
Standaard Winterbanden Velgmaat Bandenmaat

1.2 8V 6J x 14H2-ET 40 185/65 R14 86T6J x 15H2-ET 40 195/55 R15 85H6,5J x 16H2-ET 40(*) 195/45 R16 80V185/65 R14 86Q M+S195/55 R15 85T M+S ± .00x14''-II-43 135/80 B14 80P135/80 R14 84P
1.2 16V 6J x 14H2-ET 40 185/65 R14 86T6J x 15H2-ET 40 195/55 R15 85H6,5J x 16H2-ET 40(*) 195/45 R16 80V185/65 R14 86O M+S195/55 R15 85T M+S ± .00x14''-H-43 135/80 B14 80P135/80 R14 84P
1.4 16V 6J x 14H2-ET 40 185/65 R14 86T6J x 15H2-ET 40 195/55 R15 85H6,5J x 16H2-ET 40(*) 195/45 R16 80V185/65 R1486O M+S195/55 R15 85T M+S ± .00x14''-H-43 135/80 B14 80P135/80 R14 84P
1.3 JTD 6J x 14H2-ET 40 185/65 R14 86T6J x 15H2-ET 40 195/55 R15 85H6,5J x 16H2-ET 40(*) 195/45 R16 8+V185/65 R14 86Q M+S195/55 R15 85T M+S ± .00x14''-II-43 135/80 B14 80P135/80 R14 84P

(*) Lichtmetalen velgen.

BANDENSPANNING IN KOUDE TOESTAND (bar)

Bij warme banden moet de bandenspanning 0.3 bar hoger zijn dan de voorgeschreven waarde. Controleer de spanning opnieuw bij koude banden.
Bij winterbanden moet de in de tabel aangegeven waarde van de standaard gemonteerde banden met 0,2 bar verhoogd worden.

E B C D A F G H L0C013

AFMETINGEN

De afmetingen zijn aangegeven in mm en hebben betrekking op een auto die is uitgerust met standaardbanden.

De hoogte heeft betrekking op een onbelaste auto.

Inhoud bagageruimte

Inhoud bij onbeladen auto (VDA-norm) ......215(*)/290(▼) dm³

(*) met de achterbank geheel naar achteren geschoven

(▼) met de achterbank geheel naar voren geschoven

ABCDEFGH
1.2 8V - 1.2 16V - 1.4 16V - 1.3 JTD3778 7872388 6031530145017201440(*)

(*) Afhankelijk van de velgmaat kunnen er kleine verschillen zijn in de maten.

PRESTATIES

Max. snelheid na de inrijperiode van de auto, in km/h.

1.28V1.216V1.416V1.3JTD
153 165 175 165

GEWICHTEN

Gewichten (kg) (sedan-uitvoeringen)1.2 av 1.2 tov1.4 tov1.3 JTD
Rijklaar gewicht (met volle reservoirs, reservewiel, gereedschap en accessoires):9459759801045
Nuttig laadvermogen (*) inclusief de bestuurder:515515515415
Max. toelaatbaar gewicht (**)- vooras:800800800850
- achteras:750750750750
- totaalgewicht:1460149014951520
Gewicht van de aanhanger- geremd:750900900900
- ongeremd:400400400400
Max. dakbelasting (***) :75757575
Max. gewicht op de trekhaak (gereinde aanhanger):60606060

(*) Als er speciale accessoires zijn gemontecerd (opendak, trekhaak, cnz.), dan stijgt het rijklaar gewicht, waardoor het totale laadvermogen met hetzelfde gewicht daalt.
(**) Maximum waarden die niet mogen worden overschreden. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker dat de auto zodanig wordt beladen dat deze limieten niet worden overschreden.
(***) Allesdragers opgenomen in het Lancia Lineaccessori-programma, max. draagvermogen: 40 kg.

VULLINGSTABEL

1.28V1.216V1.416VVoorgeschreven brandstofAanbevolen producten
literkgliterkgliterkg
Brandstoftank:incl. een reserve van:475/7-475/7-475/7-Loodvrije superbenzine met octaangetal van ten minste 95 R.O.N (specificatie EN228)
Motorkoelsysteem- met airconditioning:4,5-4,5-4,5-Mengsel van gedemineraliseerd water en 40% PARAFLU UP
Motorcarter:Carter en oliefilter:-2,22,5-2,22,5-2,22,5SELENIA 20K (☐)
Versnellingsbak en differentieel:-1,5-1,5-1,5TUTELA CAR ZC 75 SYNTH
Hydraulisch remcircuit met ABS:-0,55-0,55-0,55TUTELA TOP 4
Vloeistofreservoir ruitensprociers, achterruitsprocier en koplampsprociers: (*)1,8(4,5)-1,8(4,5)-1,8(4,5)-Mengsel van water en TUTELA PROFESSIONAL SC 35

(*) De waarden tussen haakjes hebben betrekking op de uitvoeringen met koplampsproeiers.
(□) Voor temperaturen onder -20°C raden wij het gebruik aan van SELENIA PERFORMER SAE 5W-30.

1.3 JTDVoorgeschreven brandstofAanbevolen producten
literkg
Brandstoftank:47-Diesel voor motorvoertuigen(specificatie EN590)
inclusief een reserve van:5/7-
Motorkoelsysteem- met airconditioning:6,8-Mengsel van gedemineraliseerdwater en 40% PARAFLU UP
Motorcarter:-2,85SELENIA WR (O)
Carter en oliefilter:-3
Versnellingsbak en differentieel:-1,8TUTELA CAR ZC 75 SYNTII
Hydraulisch remcircuit met ABS:-0,55TUTELA TOP 4
Vlocistofreservoir ruitensprociers, achterruitsproeieren koplampsprociers: (*)1,8 (4,5)-Mengsel van water enTUTELAPROFESSIONAL SC 35

(*) De waarden tussen haakjes hebben betrekking op de uitvoeringen met koplampsprociers.
(O) Voor temperaturen onder -15°C raden wij het gebruik aan van SELENIA WR 5W-40.

SMEERMIDDELEN EN VLOEISTOFFEN

AANBEVOLEN PRODUCTEN EN HUN SPECIFICATIES

Gebruik Specificaties van de smeermiddelen en vloeistoffen voor een correct functioneren van de autoAanbevolen smeermid-delen en vloeistoffenToepassing
Smering voor benzinemotoren (☐)Motorolie SAE 10W-40 op synthetische basis, die ruimschoots voldoet aan de specificaties ACEA A3 en API SL.SELENIA 20KSAE 10W-40SAE 5W-40
Motorolie SAE 5W-30 op synthetische basis, die ruimschoots voldoet aan de specificaties ACEA A1 en API SL.SELENIA PERFORMER
Smering voor dieselmotoren (O)Motorolie SAE 5W-40 op synthetische basis, die ruimschoots voldoet aan de specificaties ACEA B4, API CF en FIAT 9.55535-M2.SELENIA WR°CLOC0175m

(□) Bij zeer lage buitentemperaturen raden wij het gebruik aan van SELENIA PERFORMER 5W-30.
(○)Bij zeer lage buitentemperaturen raden wij het gebruik aan van SELENIA WR DIESEL 5W-40.

Gebruik Specificaties van de smeermiddelen en vlocestoffen voor een correct functioneren van de autoAanbevolen smeermiddelen en vlocestoffenToepassing
Olie en vetten voor krachtoverbrengingenSynthetische SAE 75W-80 EP olie, die ruimschoots voldoet aan de specificaties API CL5 en MIL - L - 2105 D LEV.TUTELA CAR ZC 75 SYNTHHandgeschakelde versnellingsbak en differentieel
Vet op basis van lithiumzepen. Indringingsgetal NLGI 0.TUTELA MRM ZERO TUTELA STAR 325 (uitvoering 1.4)Homokinetische koppeling aan zijde differentieel
Waterafstotend vet op basis van lithiumzepen, indringingsgetal: NLGI=2, bevat organische molybdeenbisulfideTUTELA STAR 500Homokinetische koppeling aan zijde wiel
Vloeistof voor remsysteemSynthetische remvloeistof FMVSS nr. 116 DOT + ISO 4925, CUNA NC 956-01TUTELA TOP 4Hydr. remsysteem en koppelingbediening
Antivries voor radiateurRoodgekleurd beschermingsmiddel met antivries op basis van glycol-monocthyleen voor koelsysteem. Met organische formule gebaseerd op O.A.T.-technologie. Voldoet ruimschoots aan de specificaties CUNA NC 956-16, ASTM D 33306PARAFLU UP (*)Motorkoelsysteem.Mengverhouding: ± 0% tot -22°C
Vlocestof voor ruitensprociers/achterruitsprocier/koplampsprociersMengsel van alcoholen en oppervlakte-actieve stoffen CUNA NC 956-11TUTELA PROFESSIONAL SC 35Onverdund of met water gebruiken

(*) Belangrijk. Nooit bijvullen of mengen met vloeistoffen waarvan de specificaties afwijken ven hetgeen is voorgeschreven.

BRANDSTOFVERBRUIK

Het brandstofverbruik dat in de tabellen is opgenomen, is gemeten volgens een vastgestelde testmethode die in EU-normen is vastgelegd.

I let brandstofverbruik is gemeten tijdens:

□ een stadsrit: opgebouwd uit een koude start gevolgd door een gesimuleerde, normale testrit in stadsverkeer;
□ een rit buiten de stad: hierbij wordt veelvuldig geaccelereerd in alle versnellingen en wordt een normaal gebruik van de auto buiten de stad gesimuleerd. De snelheid varieert tussen de 0 en 120 km/h:
□ gecombineerd brandstofverbruik: hierbij telt de waarde van de stadsrit mee voor 37% en de waarde van de testrit buiten de stad voor 63%.

BELANCRIJK Het soort wegdek, verkeerssituatie, atmosferische omstandigheden, rijstijl, uitrustingsniveau/accessoires, de algemene conditie van de auto, belading van de auto en andere omstandigheden die de aërodynamica van de auto kunnen verslechteren of de weerstand vergroten, kunnen een brandstofverbruik opleveren, dat afwijkt van de resultaten die tijdens de hierboven beschreven tests zijn bereikt.

Brandstofverbruik volgens EU-normen 1999/100 (liter x 100 km)

1.28V1.216V1.416V1.3JTD
Stadsverkeer7,7 7,7 8,4 5,8
Buitenweg555
Gecombineerd666

CO2-EMISSIE

De CO 2 -emissie via de uitlaat is gemeten op een gecombineerd traject. De maximale waarden zijn in onderstaande tabel weergegeven.

CO 2 -emissie volgens EU-normen 1999/100 (g/km

1.28V 1.2 16V 1.4 16V1.3 JTD
142 142 157 123

- starten met een hulpaccu.....194

- vervangen 242

Achterklep ......106-107

Achterruitsproeier

- bediening ....91

- vlocistofniveau .....238

Achterruitwisser

- achterruitsproeier......249

- bediening ....91

- wisserblad .....247

Achteruitrijlichten ....214

Afmetingen 265

Airbags aan de zijkant......152

- headbags....153

- sidebags ....152

Airbags voor....149

- airbag voor aan bestuurderszijde ....150

- airbag voor aan passagierszijde......150

Airconditioning, automatische met gescheiden regeling......72

Airconditioning, handbediend ..68

Asbak....99

ASR 119

- in-/uitschakelen .....120

Auto langere tijd stallen .....171

Autoradio....123

Bagagruimte

- hoedenplank verwijderen.....108

- openen/sluiten......106

- vergroten....109

Bagageruimte vergroten......109

Banden

- onderhoud....245

- standaard....263

- verklaring van bandencodering......261

- vervangen 201

- winterbanden ....169

Bandenspanning....264

Bedicningsknoppen .....96

Bekerhouders 99

Bescherming van het milieu....131

Bougies

- type....258

Brandstof

- brandstofmeter....22

Brake Assist (remregeling bij noodstops) ....116

Brandstofbesparing ....164

Brandstofmeter 22

Brandstofnoodschakelaar .....98

Buitenverlichting....84

Carrosserie

- motorcodes - carrosserie- uitvoeringen ....257

- onderhoud....249

Chassisnummer....256

CO2-emissie....273

Code-card 12

Cruise-control (snelheidsregelaar) .....92

Dashboard....8

Dashboard en bediening....7

Dashboardkastjes 99

Dead-lock (system)......18

-in-/uitschakelen 19

Derde remlicht .....215

Dieselfilter

- condens aftappen .....240

Digitaal klokje....25

Dimlicht

- bediening ....84

- gloeilamp vervangen .....211

Dop van de brandstoftank.....130

Drukknoppen....24

Dualdrive (elektrische stuurbekrachtiging)......125

Easy entry 55

Elektrische ruitbediening .....104

- bedieningsknoppen .....105

Elektrische stuurbekrachtiging "Dualdrive" 125

EOBD (system)......122

ESP (system)....117

Extra accessoires ....124

Fix & Go

(bandenreparatieset) .....196

Glocilamp (vervangen van een) ....

- algemene aanwijzingen.....207

- lamptypen....208

Gordelspanners ....136

Grootlicht

- bediening ....85

- glocilamp vervangen .....211

- g r ootlichtsignaal....85

Grootlichtsignaal....85

Handgeschakelde

versnellingsbak ....163

Handrem....162

Iloofdsteunen

- achter....60

- voor 59

Identificatiegegevens....255

Inspuiting....259

Instrumenten....22

Instrumentenpaneel......9

- lichtsterkteregeling......54

Intelligente wis-/wasregeling ....89

Interieur....252

Kentekenplaatverlichting.....215

Kilometerteller (display) .....25

Kinderen veilig vervoceren.....139

Kinderzitjes (geschiktheid voor gebruik) 144

Klimaatregeling......63

Koelyloeistotemperatuurmeter 23

Koplampen ....113

- koplampen afstellen .....114

- koplampverstelling......114

Koplampsprociers

- bediening ....91

- vloeistofniveau .....238

Koppeling 259

Krik 203

Lak 251

Lampjes en berichten .....172

Lancia CODE....10

Luchtfilter....240

Luchtrecirculatie....67

Luchtroosters 64

Montagevoorbereiding voor

"Isofix"-kinderzitje .....146

Motor starten .....158-193

- benzinemotor starten......158

- JTD-motor starten......159

- motor opwarmen

na het starten ....160

- m otor uitzetten .....160

- noodstart....160

- r ollend starten......195

- start-/contactslot .....21

- starten met een hulpaccu.....194

Motor

- identificatiecode ....257

- motorcode ....256

- specificaties....258

Motorkap 111

Motorolie

- niveau controleren......235

- specificaties....270

- verbruik ......236

Multifunctioneel display .....25

Niveau koelyloeistof......237

Niveau motorolie....235

Niveau remvloeistof....239

Niveau ruiten-

/koplampsprociervlocistof .....238

Niveaus controleren....233

Noodgevallen ....192

Onderhoud en zorg....226

- aanvullende werkzaamheden .230

- geprogrammeerd

onderhoud....227

- Jaarlijks inspectieschema.....230

- Onderhoudsschema .....228

Opbergvak 99

Opendak 101

Opkrikken van de auto......224

Parkeerlichten 97

Parkeersensor....127

Parkeerverlichting

- bediening ....84

- glocilamp achter vervangen.214

- gloeilamp voor vervangen....213

Parkeren 161

Plafondverlichting voor

- bediening .....95

- gloeilamp vervangen .....216

Pollenfilter 240

Portieren ....103

Portiervergrendeling......14

Prestaties 266

Radiozendapparatuur en mobiele telefoon ....124

Regensensor 89

Remmen

- vervangen gloeilamp achter.214

- vervangen gloeilamp op voorspatbord......212

- vervangen gloeilamp voor....212

Rubber slangen .....247

Ruiten reinigen....88

Ruitensprociers

- bediening ....88

- vloeistofniveau ......238

Ruitenwissers

- bediening ....88

- ruitensproeiers....249

- wisserbladen .....247

Sensor automatische koplampen (schemersensor) 87

Slepen van de auto ....224

Sleutel met afstandsbediening ..14

Sleutels 12

Smeermiddelen en vlocestoffen270

Sneeuwkettingen ....170

Snelheid (maximum)......266

Snelheidsregelaar (Cruise-control) 92

Spiegels

- achteruitkijkspiegel .....61

- buitenspiegels....61

- elektrische bediening......61

Start-/contactslot 21

Startblokkering Lancia CODE .10

Starten en rijden ....157

Stoelen 55

- r einigen....252

- verschuifbare zitplaatsen achter....57

Stuurwielverstelling......60

Symbolen ....10

Tanken met de

LANCIA Ypsilon 129

Tankklepje 130

Trekken van aanhangers .....166

- t r ekhaak monteren......167

Trekkrachtbegrenzers......137

Typeplaatjes

- carrosserielak ....256

- identificatiegegevens......255

Veiligheid....2

Veiligheidsgordels

- algemene richtlijnen .....137

- gebruik ....133

- hoogteverstelling ....135

- onderhoud....139

- t r eckkrachtbegrenzers......137

Velgen 263

- verklaring van

velgencodering 261

Ventilatic....64

Verbruik

- brandstof 272

- motorolie....236

Versnellingsbak

- handgeschakelde

versnellingsbak 163

- specificaties ....259

Verwarming en ventilatie......63

Vullingstabel 268

Waarschuwingsknipperlichten.96

Wiel verwisselen ....201

Wielen

- r eservewiel ......263

- verwisselen....201

Wisserbladen voor/achter .....247

Zekeringen (vervangen)......218

Zitpositie instellen....55

Zonnekleppen ....100

OLIE VERVERSEN?

DE EXPERTS ADVISEREN SELENIA.

Uw nieuwe auto is ontwikkeld met producten van de FL Group.

Bij de werkplaatsen van het Lancia-dealernet kunt u Selenia-motorolie verkrijgen.

35.000 Motorexperts in heel Europa adviseren Selenia voor een maximale bescherming van de motor in uw auto.

VRAAG UW DEALER NAAR SELENIA.

SELENA MOTOR OIL 20K

SELENIA: DE PERFECTE KEUZE VOOR UW AUTO

De motor van uw nieuwe auto is ontwikkeld met Selenia 20K; een synthetische motorolie die voldoet aan de meest geavanceerde internationale specificaties.

Selenia 20K verbetert de eigenschappen van de motor en garandeert optimale prestaties en maximale bescherming.

SELENIA 20K

Top Quality fuel economy motorolie volgens API SJ-specificatics voor normale, turbo- of multikleps-benzinemotoren.

Brandstofbesparing tot 2% en maximale stabiliteit bij hoge temperaturen.

SELENIA PERFORMER

Speciale motorolic voor een optimale werking van benzinemotoren onder zeer extreme klimatologische omstandigheden (starten tot zelfs -35°C ).

SELENIA TURBO DIESEL

Motorolie voor normale, turbo- of multikleps-dieselmotoren. Voordelen:

  • uitstekende vloeibaarheid bij lage temperaturen
  • maximale stabiliteit bij hoge temperaturen
  • optimale reiniging van de motor.

SELENIA WR DIESEL

Speciale motorolie voor normale, turbo- of multikleps-diesclmotoren voor een optimale werking onder zeer extreme klimatologische omstandigheden (starten tot zelfs -35°C ).

ANALYSE VAN GEBRUIKTE MOTOROLIE: VISCOSITEITSTOENAME BIJ 40°C (*)
| km | Value | |-------|-------| | 0 | 0 | | 2500 | 4 | | 5000 | 6 | | 7500 | 8 | | 10000 | 10 | | 12500 | 12 | | 15000 | 14 | | 17500 | 16 | | 20000 | 14 |

Selenia 20K is afgestemd op de nieuwe generatie motoren en dank zij de uitstekende chemische stabiliteit kunnen de verversingsintervallen worden verlengd tot 20.000 km, waarbij een langdurige reiniging is gegarandeerd.

SELENIA: DE KRACHT ACHTER UW MOTOR

NOTITIES

UITVOERING STANDAARD GEMONTEERDE BAND RESERVEWIEL

Inboud van de brandstofrank 47
Reserve 5/7
De benzinemotoren zijn uitsluitend geschikt voor loodyrije benzine met een minimum octaangetal van 95 RON.
De dieselmotoren zijn uitsluitend geschikt voor dieselbrandstof voor motorvoertuigen (specificatie EN590).

LANCIA Ypsilon (2003) - NOTITIES - 1

Fiat Auto Nederland B.V.

Druknummer 603.45.408NL - VI/2003 - 2' editie - Gedrukt door Hoogcarspel Grafische Communicate - Middenbeemster

Eindredactie Satiz - Turijn

LANCIA Ypsilon (2003) - NOTITIES - 2

LANCIA Ypsilon (2003) - NOTITIES - 3

De gegevens in deze publicatie zijn uitsluitend indicatief bedoeld. Lancia behoudt zich het recht voor op elk moment de in deze publicatie beschreven modellen om technische of commerciële redenen te wijzigen. Wendt u voor de recentste informatie over dit onderwerp tot de Lancia dealer. Gedrukt op milieuvriendelijk chloorvrij papier.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : LANCIA

Model : Ypsilon (2003)

Categorie : Automobiel