LANCIA Ypsilon (2009) - Automobiel

Ypsilon (2009) - Automobiel LANCIA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Ypsilon (2009) LANCIA in PDF-formaat.

📄 226 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice LANCIA Ypsilon (2009) - page 1
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Producttype Auto
Merk Lancia
Model Ypsilon (2009)
Categorie Personenauto
Afmetingen (L x B x H) 3840 x 1660 x 1520 mm
Wielbasis 2390 mm
Leeggewicht (1.2 benzine) 945 kg
Brandstoftankinhoud 47 liter (incl. reserve 5/7 liter)
Brandstof Loodvrije benzine 95 RON (EN228) of Diesel (EN590)
Motortypen 1.2 8V, 1.4 8V, 1.4 16V, 1.3 Multijet 75/90 pk
Versnellingsbak Handgeschakeld, 5 versnellingen
Aandrijving Voorwielaandrijving
Veiligheidssystemen Lancia CODE startblokkering, front- en zij-airbags, ABS, ESP (optioneel)
Onderhoudsinterval Elke 30.000 km of 1 jaar
Bandenspanning (voor/achter, onbelast) 2,0 - 2,2 bar (afhankelijk van bandenmaat)
Koelsysteem inhoud (met airco) 4,5 - 6,0 liter
Motorolie SELENIA K (benzine) of SELENIA WR (diesel), SAE 5W-40
Remvloeistof TUTELA TOP 4, DOT 4
Max. snelheid 153 - 175 km/h (afhankelijk van motor)
CO2-uitstoot (gecombineerd) 117 - 155 g/km

Veelgestelde vragen - Ypsilon (2009) LANCIA

Hoe start ik de motor van een Lancia Ypsilon 2009?
Voor een benzinemotor: trek de handrem aan, zet de versnellingspook in vrij, trap het koppelingspedaal volledig in (zonder gaspedaal), draai de contactsleutel naar AVV en laat los zodra de motor aanslaat. Voor een Multijet-diesel: draai de sleutel naar MAR, wacht tot de waarschuwingslampjes doven, draai dan naar AVV.
Wat moet ik doen als het Lancia CODE-lampje blijft branden?
Het Lancia CODE-systeem herkent de sleutel niet. Draai de sleutel naar STOP en opnieuw naar MAR. Probeer met de andere sleutel. Als het lampje blijft branden, neem dan contact op met een Lancia-dealer.
Hoe stel ik de klok in op het multifunctionele display?
Druk kort op de MODE-knop en selecteer 'Reg. klok'. Knipperende uren instellen met de pijltjesknoppen, bevestig met MODE, stel minuten in en bevestig opnieuw. U kunt ook de 12u/24u-weergave kiezen via 'Mod. Klok'.
Wat is de juiste bandenspanning voor mijn Ypsilon?
Voor standaardbanden (bijv. 185/65 R14) onbelast: voor 2,0 bar, achter 2,0 bar. Volbeladen: voor 2,2 bar, achter 2,2 bar. Bij warme banden 0,3 bar extra. Raadpleeg de tabel in de handleiding voor uw specifieke bandenmaat.
Hoe vaak moet ik de motorolie verversen?
Volgens het geprogrammeerde onderhoudsschema elke 30.000 km of 1 jaar. Gebruik SELENIA K (benzine) of SELENIA WR (diesel) SAE 5W-40. De carterinhoud inclusief filter is ongeveer 2,7 tot 3,2 liter.
Wat betekent het waarschuwingslampje voor de koelvloeistof?
Het lampje gaat branden als de koelvloeistoftemperatuur te hoog is. Zet onmiddellijk de motor uit en neem contact op met een Lancia-dealer. Controleer het niveau als de motor is afgekoeld.
Hoe schakel ik de airbag aan passagierszijde uit?
Gebruik de sleutelschakelaar in het dashboardkastje (stand OFF). U kunt dit ook via het setup-menu doen: selecteer 'Airbag pass.' en kies 'Off' met de MODE-knop. Dit is nodig als er een kinderzitje tegen de rijrichting wordt geplaatst.
Hoe gebruik ik de cruise control?
Druk op de hendel aan de rechterkant van het stuur om de cruise control in te schakelen. Rijd de gewenste snelheid (boven 40 km/h) en druk op SET. Verhogen/verlagen met de hendel. Uitschakelen door remmen of de knop OFF.
Wat moet ik doen bij een lege accu?
Start met een hulpaccu volgens de procedure: kabel aan de pluspool van de lege accu, daarna aan de plus van de hulpaccu, min aan de massa van de hulpauto, en daarna aan een massapunt op de eigen auto. Start de motor en verwijder de kabels in omgekeerde volgorde.
Hoe vervang ik een zekering?
Zekeringen bevinden zich in het zekeringenpaneel onder het dashboard of in de motorruimte. Gebruik de zekeringentang in de toolset. Vervang een doorgebrande zekering door een met dezelfde stroomsterkte (zie tabel op het deksel).

Gebruikersvragen over Ypsilon (2009) LANCIA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Automobiel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Ypsilon (2009) - LANCIA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Ypsilon (2009) van het merk LANCIA.

GEBRUIKSAANWIJZING Ypsilon (2009) LANCIA

Upsilon 603.81.117 NL Instructieboek

LANCIA Ypsilon (2009) - Upsilon 603.81.117 NL Instructieboek - 1

Geachte cliënt,

Wij feliciteren u met uw aankoop en bedanken u dat u voor een LANCIA hebt gekozen.

Wij hebben dit boekje samengesteld om u de kwaliteiten van deze auto volledig te laten benutten.

Wij raden u aan alle hoofdstukken door te lezen voordat u voor de eerste keer met de auto gaat rijden.

Dit instructieboekje bevat informatie, tips en aanwijzingen die u zullen helpen de technische kwaliteiten van uw LANCIA volledig te benutten. U zult niet alleen de bijzondere eigenschappen ontdekken van uw LANCIA maar ook belangrijke aanwijzingen vinden voor de verzorging, het onderhoud, de rijveiligheid en het geprogrammeerd onderhoud.

Wij raden u aan om de aanwijzingen en tips bij de symbolen onder aan de pagina aandachtig te lezen:

LANCIA Ypsilon (2009) - Upsilon 603.81.117 NL Instructieboek - 2

veiligheid van de inzittenden;

LANCIA Ypsilon (2009) - Upsilon 603.81.117 NL Instructieboek - 3

conditie van de auto;

LANCIA Ypsilon (2009) - Upsilon 603.81.117 NL Instructieboek - 4

bescherming van het milieu.

In de de "Service- en garantiehandleiding" vindt u naast het schema voor het geprogrammeerd onderhoud:

- het garantiecertificaat en de bijbehorende voorwaarden

- een overzicht van de speciale aanvullende service voor de cliënten van LANCIA.

Wij zijn ervan overtuigd, dat u met behulp van dit instructieboekje spoedig met uw auto vertrouwd zult raken en dat uw nieuwe auto en de ondersteuning van de LANCIA-organisatie u volledig tevreden zullen stellen.

Veel leesplezier en goede reis!

Hoewel in dit instructiebockje alle uitvoeringen van de LANCIA Ypsilon beschreven worden, dient u zich aan de informatie te houden met betrekking tot de uitrusting, de motoruitvoering en het model van de auto die u gekocht hebt.

VEILIG EN MILIEUBEWUST RIJDEN

Veiligheid en respect voor het milieu zijn de uitgangspunten geweest bij het ontwerpen van de LANCIA Ypsilon.

Dankzij deze opvatting kon de LANCLA Ypsilon strenge veiligheidstests het hoofd bieden en goed doorstaan.

De LANCIA Ypsilon voldoet aan de strengste eisen in zijn klasse. Bovendien is deze auto, naar alle waarschijnlijkheid, al voorbereid op de toekomstige normen.

Daarnaast is de LANCIA Ypsilon door het doorlopende onderzoek naar nieuwe en doeltreffende bijdragen aan het behoud van het milieu, een auto die navolging verdient.

Alle uitvoeringen zijn uitgerust met emissiereductiesystemen die bijdragen aan de bescherming van het milieu, waardoor de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen lager is dan de nu geldende normen.

Wij herinneren u er bovendien aan dat LANCIA hard heeft gewerkt een zeer ambitieus doel te bereiken: 100% recycling. Als uw LANCIA Ypsilon buiten gebruik wordt gesteld, dan kan deze vrijwel geheel worden gerecycled, omdat voldaan wordt aan de voorwaarden van het F.A.RE.-project. Dankzij dit project kunnen de LANCIA-dealers uw voertuig milieuvriendelijk (en geheel volgens de wettelijke normen) buiten gebruik stellen, als u tot de aanschaf van een nieuwe auto overgaat.

Voor het milieu heeft dat grote voordelen: niets gaat verloren, niets wordt gestort en er zijn minder nieuwe grondstoffen nodig.

BESCHERMING VAN HET MILIEU

Bij het ontwerp en de productie van de LANCIA Ypsilon is niet alleen rekening gehouden met traditionele aspecten, zoals prestaties en veiligheid, maar is er ook veel aandacht besteed aan de groeiende milieuproblemen.

De materiaalkeuze en de technische systemen en speciale voorzieningen zijn het resultaat van inspanningen die er op gericht zijn om de vervuiling van het milieu drastisch terug te dringen. Uw auto voldoet dan ook aan de strengste internationale milieunormen.

GEBRUIK VAN MILIEUVRIENDELIJKE MATERIALLEN

Geen enkel onderdeel van de LANCIA Ypsilon bevat asbest. De vulling van de stoelen en de airconditioning bevatten geen CFK's (chloorfluorkoolwaterstoffen), het gas dat waarschijnlijk de oorzaak is van het gat in de ozonlaag. De kleurstoffen en de corrosiewerende behandeling van de bouten en moeren zijn niet schadelijk voor het milieu; ze bevatten geen lucht- en bodemverontreinigend cadmium meer.

EMISSIEREDUCTIESYSTEMEN (benzinemotoren)

Driewegkatalysator

Het uitlaatsysteem is voorzien van een katalysator, die bestaat uit edelmetallegeringen. De katalysator bevindt zich in een roestvast stalen houder, die bestand is tegen hoge bedrijfstemperaturen.

De katalysator zet onverbrande koolwaterstoffen, koolmonoxide en stikstofoxiden in het uitlaatgas om (ook al zijn deze dankzij het elektronische motormanagementsysteem, slechts in kleine hoeveelheden aanwezig) in niet schadelijke stoffen.

Omdat tijdens de werking de katalysator zeer warm wordt, verdient het aanbeveling niet te parkeren boven brandbare materialen (papier, brandstof, gras, droge bladeren enz.).

Lambdasondes

De lambdasondes meten de hoeveelheid zuurstof in het uitlaatgas. De door de lambdasondes verzonden signalen worden door de regeleenheid van het motormanagementsysteem gebruikt om het lucht/brandstofmengsel te regelen.

Benzinedamp-opvangsysteem

Het is onmogelijk, ook bij stilstaande motor, benzinedampen te voorkomen. Daarom "vangt" dit systeem de dampen in een speciaal actieve-koolfilter.

Als de motor draait, dan worden deze dampen afgezogen en verbrand in de motor.

EMISSIEREDUCTIESYSTEMEN (Multijet-motor)

Oxidatiekatalysator

De katalysator zet schadelijke bestanddelen in het uitlaatgas (koolmonoxide, onverbrande koolwaterstoffen en roctdeeltjes zijn de belangrijkste) om in onschadelijke stoffen, waarmee tevens de rook en de typische dieselgeur verminderd worden.

De katalysator bestaat uit een roestvrijstalen huis, met daarin een honingraatvormig keramisch binnenwerk. Hierop zit edelmetaal dat voor de katalytische reactie zorgt.

Uitlaatgasrecirculatie-systeem (E.C.R.)

Dit systeem zorgt voor recirculatie, oftewel hergebruik, van een deel van de uitlaatgassen. Het percentage dat gere-circulcerd wordt, is afhankelijk van de bedrijfsomstandigheden van de motor.

Het systeem beperkt zonodig de uitstoot van stikstofoxiden.

ABSOLUUT LEZEN!

BRANDSTOF TANKEN

LANCIA Ypsilon (2009) - BRANDSTOF TANKEN - 1

Benzinemotoren: tank uitsluitend loodyvrije benzine met een minimum octaangetal van 95 RON die voldoct aan de Europese specificatie EN 228.

Multijet-motoren: tank uitsluitend diesel voor motoryoertuigen conform de Europese specificatie EN590.

Het gebruik van andere producten of mengsels kan de motor onherstelbaar beschadigen en het vervallen van de garantie tot gevolg hebben.

MOTOR STARTEN

LANCIA Ypsilon (2009) - MOTOR STARTEN - 1

Benzinemotoren: controleer of de handrem is aangetrokken; zet de versnellingspook in vrij; trap het koppelingspedaal volledig in, maar trap het gaspedaal niet in; draai vervolgens de start-/contactsleutel in stand AVV en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.

Multijet-motoren: draai de start-/contactsleutel in stand MAR en wacht tot de waarschuwingslampjes 📊 en Ⓟ doven; draai de start-/contactsleutel in stand AVV en laat de sleutel los zodra de motor aanslaat.

PARKEREN BOVEN BRANDBARE MATERIALEN

LANCIA Ypsilon (2009) - PARKEREN BOVEN BRANDBARE MATERIALEN - 1

Onder normale bedrijfsomstandigheden bereikt de katalysator hoge temperaturen. Parkeer daarom niet boven gras, droge bladeren, dennennaalden of ander brandbaar materiaal: brandgevaar.

BESCHERMING VAN HET MILIEU

De auto is uitgerust met een diagnosesysteem, dat continu controles uitvoert op de componenten die van invloed zijn op de uitlaatgasemissie zodat overmatige vervuiling van het milieu wordt voorkomen.

LANCIA Ypsilon (2009) - BESCHERMING VAN HET MILIEU - 1

Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die stroom verbruiken (waardoor de accu langzaam kan ontladen), wendt u dan tot de Lancia-dealer. Deze kan controleren of de elektrische installatie van de auto geschikt is voor het extra stroomverbruik.

LANCIA Ypsilon (2009) - BESCHERMING VAN HET MILIEU - 2

CODE-card

Bewaar deze op een veilige plaats, maar niet in de auto. Wij raden u aan de elektronische code van de CODE-card te noteren en altijd bij u te hebben, omdat deze onmisbaar is voor het uitvoeren van een noodstart.

LANCIA Ypsilon (2009) - CODE-card - 1

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD

Bedenk dat een goed onderhoud van de auto de beste manier is om de prestaties en de veiligheid van de auto gedurende langere tijd te garanderen. Daarbij wordt ook het milieu ontzien en blijven de exploitatiekosten laag.

LANCIA Ypsilon (2009) - GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD - 1

IN HET INSTRUCTIEBOEKJE....

...vindt u informatie, tips en belangrijke waarschuwingen voor het juiste gebruik, veilig rijden en het onderhoud van uw auto. Let vooral op de symbolen ▲ (veiligheid van de inzittenden) ⬇ (bescherming van het milieu) △ (conditie van de auto).

LANCIA Ypsilon (2009) - IN HET INSTRUCTIEBOEKJE.... - 1

DASHBOARD EN BEDIENING

DASHBOARD 8

INSTRUMENTENPANEEL 9

SYMBOLEN 10

LANCIA CODE 11

DE SLEUTELS 12

START-/CONTACTSLOT 18

INSTRUMENTEN 19

MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY 21

ZITPLAATSEN 35

HOOFDSTEUNEN 38

STUURWIEL 38

SPIEGELS 39

KLIMAATREGELING.... 41

VERWARMING EN VENTILATIE 42

AIRCONDITIONING. HANDBEDIEND ..... 45

AIRCONDITIONING, AUTOMATISCHI 48

BUITENVERLICHTING 58

SENSOR AUTOMATISCHE KOPLAMPEN..... 60

RUITEN REINICEN 61

REGENSENSOR 62

CRUISE-CONTROL 64

De aanwezigheid en de opstelling van de bedieningsknoppen, de instrumenten en de controlelampjes kunnen per uitvoering verschillen.

LANCIA Ypsilon (2009) - DASHBOARD EN BEDIENING - 1

  1. Uitstroomopeningen aan zijkant - 2. Linker hendel: bediening buitenverlichting - 3. Airbag bestuurderszijde - 4. Rechter hendel: bediening ruitenwissers voor/achter en tripcomputer - 5. Uitstroomopeningen in het midden - 6. Autoradio (indien aanwezig) / Opbergvakje - 7. Instrumentenpanel - 8. Airbag passagierszijde - 9. Schakelaar voor uitschakeling airbag voor aan passagierszijde - 10. Dashboardkastje - 11. Bedieningsknoppen verwarming, ventilatie en airconditioning - 12. Versnellingspook - 13. Schakelaarpaneel - 14. Start-/contactslot - 15. Hendel stuurwielverstelling - 16. Hendel voor bediening cruise-control (indien aanwezig) - 17. Hendel motorkapontgrendeling.

INSTRUMENTENPANEEL

A Snelheidsmeter
B Brandstofmeter met waarschuwingslampje brandstofreserve
C Toerenteller
D Multifunctioneel display

A Snelheidsmeter
B Brandstofmeter met waarschuwingslampje brandstofreserve
C Koelyloeistoftemperatuurmeter met waarschuwingslampje voor te hoge koelyloeistoftemperatuur
D Toerenteller
E Multifunctioneel display

A B C D Sab 17 Nov 47 11 km 233°C 2:0 9:39 aty

fig. 2
LOC0223m

A B C Sab 17 Nov 4711 km 233°C 210 9:39 cm/yr D

fig. 3
LOC0224m

SYMBOLLEN

Op of in de nabijheid van enkele onderdelen van uw auto zijn plaatjes met een bepaalde kleur aangebracht, met daarop symbolen die uw aandacht vragen en die voorzorgsmaatregelen aangeven die u in acht moet nemen als u met het betreffende onderdeel te maken krijgt.

Fig. 4 LOC0004m

Onder de motorkap is een plaatje aangebracht, waarop de betekenis van de symbolen wordt verklaard fig. 4.

LANCIA CODE

Voor een nog betere bescherming tegen diefstal is de auto uitgerust met een elektronische startblokking. Het systeem schakelt automatisch in als de start-/contactsleutel wordt uitgenomen.

In iedere sleutel zit een elektronische component gemonteerd die bij het starten van de motor een signaal ontvangt via een speciale antenne die in het start-/contactslot is ingebouwd. Het signaal wordt bij het starten omgezet in een gecodeerd signaal en vervolgens aan de regeleenheid van de Lancia CODE gezonden, die, als de code wordt herkend, het starten van de motor mogelijk maakt.

WERKING

Als u bij het starten van de motor de sleutel in stand MAR draait, dan stuurt het Lancia CODE-systeem een code naar de regeleenheid van de motor die, als de code wordt herkend, de blokkering van de functies opheft.

De code wordt alleen verzonden als de regeleenheid van het systeem de door de sleutel verzonden code heeft herkend.

ledere keer als u de contactsleutel in stand STOP zet, schakelt de Lancia CODE de functies van de elektronische regeleenheid van de motor uit. Als bij het starten de code niet wordt herkend, gaat op het instrumentenpaneel het waarschuwingslampje branden.

In dat geval raden wij u aan de sleutel in stand STOP en vervolgens in stand MAR te draaien; als de motor geblokkeerd blijft, probeer het dan opnieuw met de andere geleverde sleutels. Als de motor nog niet aanslaat, wendt u dan tot de Lancia-dealer.

BELANCRIJK Elke sleutel heeft een eigen code, die in de regeleenheid van het systecm moet worden opgeslagen. Voor het opslaan van nieuwe sleutels (maximaal acht) moet u zich tot de Lancia-dealer wenden.

Als het lampje 📋 tijdens het rijden gaat branden

□ Als het lampje 📋 gaat branden, betekent dit dat het systeem zichzelf controleert (bijv. bij een vermindering van de spanning).
□ Als het lampje ⚙ blijft branden, wendt u dan tot de Lancia-dealer.

DE SLEUTELS

CODE-CARD fig. 5

Bij de auto worden twee sleutels geleverd en de CODE-card waarop staan aangegeven:

□ de elektronische code A
□ de mechanische code van de sleutels B, die bij aanvraag van duplicaatsleutels aan de Lancia-dealer moet worden medegedeeld.

BELANGRIJK Om schade aan de elektronische schakelingen in de sleutels te voorkomen, mogen de sleutels niet aan directe zonnestral- ling worden blootgesteld.

LANCIA CODE ATTENUINE A B ATTENUINE A CAUTION A ACHTUNG: 100% (100%) (100%) (100%)

fig. 5
LOC0026m

LANCIA Ypsilon (2009) - CODE-CARD fig. 5 - 2

Als de auto wordt verkocht, moeten alle sleutels en de CODE-card overhandigd worden aan de nieuwe eigenaar.

LANCIA Ypsilon (2009) - CODE-CARD fig. 5 - 3

De sleutel heeft een metalen baard A en dient voor:

□ het start-/contactslot;
□ de sloten van de portieren;
□ de sleutelschakelaar voor het uitschakelen van de airbag aan passagierszijde;

De knop B dient voor het uitklappen van de metalen baard A.

Houd voor het inklappen van de metalen baard in de handgreep de knop B ingedrukt en draai de baard in de richting van de pijl tot de baard vastklikt. Laat hierna de knop B los.

LANCIA Ypsilon (2009) - CODE-CARD fig. 5 - 4

Knop 🔒dient voor het ontgrendelen van de portieren en de achterklep.

Knop 🔒 dient voor het vergrendelen van de portieren en de achterklep.

Knop 📄 dient voor het op afstand ontgrendelen van de achterklep.

Het lampje C gaat branden als de opdracht naar de ontvanger wordt verzonden.

LANCIA Ypsilon (2009) - CODE-CARD fig. 5 - 5

ATTENTIE

Druk de knop B alleen in als de sleutel ver genoeg

van het lichaam (speciaal de ogen) en van voorwerpen die snel beschadigen (bijvoorbeeld kle- dingstukken) is verwijderd. Laat de sleutel nooit onbecheerd achter. Hiermee voorkomt u dat iemand (dit geldt in het bijzonder voor kinderen) per ongeluk op de knop drukt.

SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING fig. 7

De sleutel heeft een metalen baard A en dient voor:

□ het start-/contactslot;
□ de sloten van de portieren;
□ de sleutelschakelaar voor het uitschakelen van de airbag aan passagierszijde.

De knop B dient voor het uitklappen van de metalen baard.

Houd voor het inklappen van de metalen baard in de handgreep de knop B ingedrukt en draai de baard in de richting van de pijl tot de baard vastklikt. Laat hierna de knop B los.

LANCIA Ypsilon (2009) - SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING fig. 7 - 1

Als onbedoeld het vergren- delknopje vanuit het interie- eur wordt ingedrukt en u de auto verlaat, worden uitsluitend de gebruikte portieren ont- grendeld; de achterklep blijft ver- grendeld.

Voor het herstellen van de centrale portiervergrendeling moet u de ver-/ontgrendelknopjes opnieuw indrukken.

LANCIA Ypsilon (2009) - SLEUTEL MET AFSTANDSBEDIENING fig. 7 - 2

ATTENTIE

Druk de knop B alleen in als de sleutel ver genoeg van het lichaam (speciaal de ogen) en van voorwerpen die snel beschadigen (bijvoorbeeld kle- dingstukken) is verwijderd. Laat de sleutel nooit onbeheerd achter. Hiermee voorkomt u dat iemand (dit geldt in het bijzonder voor kinderen) per ongeluk op de knop drukt.

Als de portieren worden ontgren- deld, wordt de intercurverlichting een bepaalde tijd ingeschakeld.

BEI.ANCRIJK De frequentie van de afstandsbediening kan worden gestoord door krachtige radiosignalen van buiten de auto (bijv. van mobiele telefoons, van radioamateurs enz.). Hierdoor kan de werking van de afstandsbediening worden beïnyloed.

Portieren en achterklep ontgrendelen

Druk kort op de knop 3: de portieren en de achterklep worden ontgrendeld, de plafondverlichting wordt tijdelijk ingeschakeld en de richtingaanwijzers knipperen twee keer.

Als de brandstofnoodschakelaar in werking treedt, worden de portieren automatisch ontgrendeld.

BELANCRIJK De frequentie van de afstandsbediening kan worden gestoord door krachtige radiosignalen van buiten de auto (bijv. van mobiele telefoons, van radioamateurs enz.). Hierdoor kan de werking van de afstandsbediening worden beïnvloed.

Portieren en achterklep vergrendelen

Druk kort op de knop: de portieren en de achterklep worden op afstand vergrendeld, de plafondverlichting dooft en de richtingaanwijzers knipperen één keer.

BELANGRIJK De frequentie van de afstandsbediening kan worden gestoord door krachtige radiosignalen van buiten de auto (bijv. van mobiele telefoons, van radioamateurs enz.). Hierdoor kan de werking van de afstandsbediening worden beïnvloed.

Achterklep op afstand ontgrendelen/openen

Druk de knop 📄 in om op afstand de achterklep te ontgrendelen (openen).

Als de achterklep wordt ontgrendeld, knipperen de richtingaanwijzers twee keer.

BELANGRIJK De frequentie van de afstandsbediening kan worden gestoord door krachtige radiosignalen van buiten de auto (bijv. van mobiele telefoons, van radioamateurs enz.). Hierdoor kan de werking van de afstandsbediening worden beïnvloed.

A fig. 8 LOC0050m

Lampje op bestuurdersportier fig. 8

Als de portieren worden vergrendeld, gaat het afschriklampje Λ ongeveer 3 seconden branden en daarna knipperen (bewakingsfunctie).

Als u de portieren wilt vergrendelen en een of meer portieren of de achterklep zijn niet goed gesloten, dan gaan het lampje en de richtingaanwijzers snel knipperen en wordt de vergrendeling niet uitgevoerd.

Fig. 9 LOC0051m

Batterij van de sleutel met afstandsbediening vervangen fig. 9

Als u de knopjes van de afstandsbediening indrukt en het lampje F op de sleutel knippert één keer kort, dan moet de batterij worden vervangen door een nieuw exemplaar dat normaal in de handel verkrijgbaar is.

Ga voor het vervangen van de batterij als volgt te werk:

□ druk op de knop A en klap de metalen baard B uit:
□ draai de schroef C los met een kleine schroevendraaier;
□ trek de batterijhouder D naar buiten en vervang de batterij E; let daarbij goed op de polariteit;
□ plaats de batterijhouder D in de sleutel en draai de schroef C vast.

Extra afstandsbedieningen bestellen

Het systeem kan maximaal 8 afstandsbedieningen herkennen. Als u in de loop der tijd een nieuwe afstandsbediening nodig hebt, kunt u zich tot een Lancia-dealer wenden. Neem dan alle in uw bezit zijnde sleutels, de CODE-card, een identiteitsbewijs en het kentekenbewijs van de auto mee.

Lege batterijen zijn schadelijk voor het milieu. Ze moeten in een daarvoor bestemde chemobox of afvalbak worden gedeponeerd. Ze kunnen ook ingeleverd worden bij de Lancia-dealer. Die zorgt vervolgens voor de afvoer.

Hieronder worden alle met de sleutel in te schakelen functies samengevat (met en zonder afstandsbediening):

Type sleutelPortieren ontgrendelenPortieren vergrendelenOpenen achterklep
Mechanische sleutelSleutel linksom draaienSleutel linksom draaien-
Sleutel met afstandsbedieningSleutel linksom draaienSleutel linksom draaien-
Knop 🔒kort indrukkenKnop 🔒kort indrukkenKnop ➔langer dan 2 seconden indrukken
Knipperen richtingaanwijzers (alleen met sleutel met afstandsbediening)2 x knipperen1 x knipperen2 x knipperen
Lampje bestuurdersportierDoven bewakingslampje3 Seconden continu branden en vervolgens knipperen bewakingslampjeBewakingslampje

START-/CONTACT- SLOT

De sleutel kan in 3 standen worden gedraaid:

☐ STOP: motor uit, sleutel uitneembaar en stuur geblokkeerd. Enkele elektrische installaties kunnen werken (bijv. autoradio, elektrische ruitbediening enz.).

☐ MAR: contact aan. Alle elektrische installatics werken.

□ AVV: motor starten.

Het contactslot is voorzien van een herstartbeveiliging. Als de motor bij de eerste poging niet aanslaat, moet u de sleutel terugdraaien in stand STOP en nogmaals starten.

LANCIA Ypsilon (2009) - START-/CONTACT- SLOT - 1

ATTENTIE

Als het start-/contactslot is geforceerd (bijv. bij een poging tot diefstal) moet u, voordat u weer met de auto gaat rijden, de werking van het slot laten controleren bij de Lancia-dealer.

STOP MAR AV V

fig. 12
LOC0054m

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 2

ATTENTIE

Neem altijd de sleutel uit het contactslot als de auto wordt verlaten, om onvoorzichtig gebruik van de bedieningsknoppen te voorkomen. Vergeet niet de handrem aan te trekken. Schakel de eerste versnelling in als de auto op een helling omhoog staat en de achteruit bij een helling omlaag (gezien vanuit de rijrichting). Laat kinderen nooit alleen achter in de auto.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Verwijder de sleutel nooit uit het contactslot als de auto nog in beweging is. Bij de eerste stuuruitslag blokkeert het stuur automatisch. Dit geldt in alle gevallen, ook als de auto gesleept wordt.

STUURSLOT

Inschakelen

Zet de sleutel in stand STOP, trek de sleutel uit het start-/contactslot en draai het stuur totdat het vergrendelt.

Uitschakelen

Draai het stuur iets heen en weer, terwijl u de sleutel in stand MAR draait.

INSTRUMENTEN

TOERENTELLER fig. 13

De toerenteller geeft het toerental per minuut van de motor aan.

BELANGRIJK De regeleenheid van de elektronische inspuiting blokkeert tijdelijk de toevoer van brandstof als de motor met te hoge toerentallen draait, waardoor het motorvermogen zal afnemen.

Bij stationair draaiende motor kan de toerenteller onder bepaalde omstandigheden een geleidelijke of herhaalde toerentalstijging aangeven.

Dit is een normaal verschijnsel en kan optreden als bijvoorbeeld de air-conditioning of de elektroventilateur wordt ingeschakeld. In deze gevallen dient een geringe toerentalstijging voor het behoud van de lading van de accu.

npxx 100

fig. 13
LOC0010m

BRANDSTOFMETER fig. 14-15

De brandstofmeter geeft de hoeveelheid brandstof aan die in de tank aanwezig is.

Het waarschuwingslampje ⚡ gaat branden als er nog ongeveer 6/7 liter brandstof aanwezig is.

Rijd niet met een bijna lege brandstoftank: door een onregelmatige brandstoftoevoer kan de katalysator beschadigen.

BELANCRIJK Als de wijzernaald op 0 staat en het waarschuwingslampje knippert, dan is er een storing in het systeem. Wendt u in dit geval tot de Lancia-dealer om het systeem te laten controleren.

14/4 130 0 50

fig. 14
LOC0253m

1/2 0 4/4

fig. 15
LOC0254m

14/4 130 - 0 50 Fig. 16 L0C0252m

KOEL.VLOEISTOFTEMPERA-TUURMETER (indien aanwezig) fig. 16

De wijzer geeft de temperatuur aan van de motorkoelyloeistof, zodra de koelylocistoftemperatuur hoger wordt dan ongeveer 50°C.

Bij normaal gebruik van de auto kan de wijzernaald op verschillende posities in het bereik staan, afhankelijk van de gebruiksomstandigheden van de auto.

Als het waarschuwingslampje gaat branden en er verschijnt een melding op het multifunctionele display, dan is de koelvloeistoftemperatuur te hoog; zet in dat geval de motor uit en wendt u tot de Lancia-dealer.

LANCIA Ypsilon (2009) - KOEL.VLOEISTOFTEMPERA-TUURMETER (indien aanwezig) fig. 16 - 1

Als de wijzernaald in het rode gebied komt, zet dan onmiddellijk de motor uit en wendt u tot de Lancia-dealer.

Fig. 17 LOC0190m

SNELHEIDSMETER fig. 17

Geeft de snelheid van de auto aan.

MULTIFUNCTIO-NEEL DISPLAY (indien aanwezig)

De auto kan zijn uitgerust met een multifunctioneel display dat, afhankelijk van de instelling, nuttige informatie levert aan de gebruiker tijdens de rit.

BEGINSCHERM fig. 20

Op het beginscherm kan het volgen- de worden weergegeven:

A Datum
B Symbool voor kans op gladheid.
C Buitentemperatuur
D Weergave CITY-functie (indien ingeschakeld)
E Tijd (altijd weergegeven, ook bij uitgenomen contactsleutel en gesloten voorportieren)

Mon 18 Jun 123456 km 20.0°C 2°ID 10:20 am CITY G F E D

fig. 20
L0C1158i

F Afstand tot volgende servicebeurt

G Stand koplampverstelling (alleen als het dimlicht is ingeschakeld).

H Kilometerteller (weergave kilometer-/mijltotaalteller)

OPMERKING Bij het openen van een voorportier wordt het display verlicht en wordt enkele seconden de tijd en de kilometer-/mijltotaalteller wergegeven.

CITY MODE 30

fig. 21
LOC0225m

BEDIENINGSKNOPPEN fig. 21

Om in het scherm en de keuze- mogelijkheden de volgende optie te selecteren of de weergegeven waarde te verhogen.

MODE Kort indrukken voor toegang tot het menu en/of naar het volgende scherm te gaan of de keuze te bevestigen.

Even ingedrukt houden om terug te keren naar het beginscherm.

Om in het scherm en de keuzemogelijkheden de voorgaande optie te selecteren of de weergegeven waarde te verlagen.

OPMERKING Bij de knoppen en hangt de werking van het volgende af:

Weergave koplampafstelling (alleen als het dimlicht is ingeschakeld).

- als het beginscherm wordt weergegeven, dan kunt u de hoogteverstelling van de koplampen bedienen (zie de paragraaf "Koplampen" in dit hooldstuk.

Setup-menu

- binnen het menu kunt u naar de voorgaande of volgende optie in de keuzelijst gaan;

- tijdens het instellen kunt u de waarde verhogen of verlagen.

SETUP-MENU fig. 22

Het menu bestaat uit een aantal functies dat "cyclisch" wordt weergegeven. De functies kunnen met de knoppen en worden gekozen, waarna u keuzemogelijkheden kunt selecteren of instellingen (setup) kunt uitvoeren.

Het setup-menu kan worden geactiveerd door de knop MODE kort in te drukken.

Door de knop of steeds in te drukken, kunt u de lijst van het setup-menu doorlopen.

De werking is afhankelijk van het geselecteerde menupunt.

OPMERKING Als de auto is uitgerust met het Connect Nav+, kunt u op het display van het instrumentenpaneel uitsluitend de volgende functies regelen/instellen: "Verl.", "Snelh.lim.", "Sens. licht" (indien aanwczig), "Buzz. gordels" en "Airbag pass.". De andere functies worden weergegeven op het display van het Connect Nav+, waarmee deze functies ook kunnen worden geregeld/ingesteld.

Fen menupunt selecteren

- als u de knop MODE kort indrukt, kunt u in het menu de instelling selecteren die u wilt wijzigen;

- met de knop of (door de knop telkens in te drukken) kan de nieuwe instelling worden geselecteerd;

- als u de knop MODE kort indrukt, kunt u de instelling opslaan en tegelijkertijd terugkeren naar het eerder geselecteerde menupunt.

“Datum” en

"Reg. Klok" selecteren:

- als u de knop MODE kort indrukt, kunt u de instelling selecteren die u wilt wijzigen (bijv. uren /minuten of jaar /maand /dag):

- met de knop of (door de knop telkens in te drukken) kan de nieuwe instelling worden geselecteerd;

- als u de knop MODE kort indrukt, kunt u de instelling opslaan en tegelijkertijd doorgaan naar het volgende menupunt. Als dit menupunt het laatste is, dan wordt teruggekeerd naar het daarvoor geselecteerde menupunt.

Als u de knop MODE even ingedrukt houdt:

- u verlaat het setup-menu en alleen de al opgeslagen wijzigingen (bevestigd door het kort indrukken van de knop MODE) worden bewaard.

Het setup-menu heeft een tijdregeling; als het menu na een bepaalde tijd verdwijnt, worden alleen de door u opgeslagen wijzigingen (bevestigd door het kort indrukken van de knop MODE) bewaard.

graph TD A["Deutsch"] --> B["Português"] B --> C["Français"] C --> D["Espanol"] D --> E["Señal"] E --> F["Exit menu @ 020°-m"] F --> G["Menu Verlaten"] G --> H["AIRBAG PASS"] H --> I["SERVICE"] I --> J["Buzz. CORDELS (*) (indien aanwezig)"] J --> K["VOL. TOETSEN"] K --> L["VOL. BUZZER"] L --> M["TAA…

Lichtsterkte interieur regelen (Verl.) (alleen bij ingeschakelde buitenverlichting)

Met deze functie kan - bij ingeschakelde buitenverlichting - de lichtsterkte (op 8 niveaus) van het instrumentenpaneel, de bediening van de autoradio en van de automatische klimaatregeling (indien aanwezig) worden geregeld.

Ga voor het regelen van de licht- sterkte als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE; op het display knippert het niveau van de ingestelde gevoeligheid:

- druk op knop of om de licht- sterkte in te stellen:

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Snelheidslimiet (Snelh. Lim.)

Met deze functie kan de snelheidslimiet van de auto (km/h of mph) worden ingesteld. Als deze limiet wordt overschreden, wordt de bestuurder gewaarschuwd (zie hoofdstuk "Lampjes en berichten").

Ga voor het instellen van de snel- heidslimiet als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE; op het display verschijnt het opschrift (Snelh. Lim.);

- druk op knop of om de snel-heidslimiet in te schakelen (On) of uit te schakelen (Off);

- als de functie al was ingeschakeld (On), kan met de knop of de gewenste snelheidslimiet worden ingesteld en worden bevestigd door het indrukken van de knop MODE:

Opmerking De waarde kan worden ingesteld tussen 30 en 250 km/h of tussen 20 en 155 mph, afhankelijk van de ingestelde eenheid; zie de paragraaf "Meeteenheid afstand" - die hierna is beschreven. Elke keer als u de knop / indrukt, wordt de waarde 5 eenheden verhoogd of verlaagd. Als u de knop / ingedrukt houdt, lopen de cijfers automatisch snel door of terug. Als u dicht bij de juiste waarde bent, stelt u de exacte waarde in door de knop telkens in te drukken en los te laten.

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Ga als volgt te werk als u de instelling wilt annuleren:

- druk kort op de knop MODE; op het display knippert (On);

- druk op de knop ; op het display knippert (Off);

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Gevoeligheid schemersensor instellen (Sens. licht) (indien aanwezig)

Met deze functie kan de gevoeligheid van de schemersensor worden ingesteld op 3 niveaus (niveau 1 = minimum niveau, niveau 2 = gemiddeld niveau, niveau 3 = maximum niveau); hoc hoger de gevoeligheid, hoe minder buitenlicht er nodig is om de verlichting in te schakelen. De gevoeligheid is standaard ingesteld op niveau "2".Ga voor de gewenste instelling als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE; op het display knippert het niveau van de ingestelde gevoeligheid;

- druk op de knop of om de keuze uit te voeren;

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Trip B (Trip B)

Met deze functie kan de weergave van Trip B (dagteller) worden ingeschakeld (On) of uitgeschakeld (Off).

Zie voor meer informatie de paragraaf "Trip computer".

Ga voor het in-/uitschakelen als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE; op het display knippert (On) of (Off), afhankelijk van de instelling;

- druk op de knop of om de keuze uit te voeren;

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Klokje instellen (Reg. klok)

Met deze functie kunt u het klokje instellen.

Ga voor het instellen als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE; op het display knipperen de "uren";

- druk op de knop of om de instelling uit te voeren;

- druk kort op de knop MODE; op het display knipperen de "minuten";

- druk op de knop of om de instelling uit te voeren;

OPMERKING Elke keer als u de knop of indrukt, wordt de waarde een eenheid verhoogd of verlaagd. Als u de knop ingedrukt houdt, lopen de cijfers automatisch snel door of terug. Als u dicht bij de juiste waarde bent, stelt u de exacte waarde in door de knop telkens in te drukken en los te laten.

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Tijdweergave 12h/24h (Mod. Klok)

Met deze functie kan de tijdweergave worden ingesteld op 12h of 24h.

Ga voor het instellen als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE; op het display knippert 12h of 24h, afhankelijk van de instelling;

- druk op de knop of om de keuze uit te voeren:

-- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Datum instellen (Inst. datum)

Met deze functie kan de datum worden ingesteld (jaar - maand - dag).

Ga voor het instellen als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE; op het display knippert het "jaar";

- druk op de knop of om de instelling uit te voeren;

- druk kort op de knop MODE; op het display knippert de "maand";

  • druk op de knop of om de instelling uit te voeren:
  • druk kort op de knop MODE; op het display knippert de "dag";
  • druk op de knop of om de instelling uit te voeren.

OPMERKING Elke keer als u de knop of indrukt, wordt de waarde een eenheid verhoogd of verlaagd. Als u de knop ingedrukt houdt, lopen de cijfers automatisch snel door of terug. Als u dicht bij de juiste waarde bent, stelt u de exacte waarde in door de knop telkens in te drukken en los te laten.

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Onafhankelijke achterklepont-grendeling

(Achterklep Onafh.)

Als de functie is ingeschakeld (On), wordt als het commando voor ontgrendeling van de portieren wordt gegeven, de achterklep niet ontgrendeld: de achterklep kan ontgrendeld worden door knop op de sleutel met afstandsbediening in te drukken. Uitschakelen (Off): de achterklep wordt gelijktijdig met de portieren ontgrendeld.

Ga voor het inschakelen (On) of uitschakelen (Off) van deze functie als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE; op het display knippert (On) of (Off), afhankelijk van de instelling;

- druk op de knop of om de keuze uit te voeren;

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Centrale portiervergrendeling bij rijdende auto (Vergr. deuren)

Als deze functie is ingeschakeld (On), worden de portieren automatisch vergrendeld als de auto sneller rijdt dan 20 km/h.

Ga voor het inschakelen (On) of uitschakelen (Off) van deze functie als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE; op het display knippert (On) of (Off), afhankelijk van de instelling;

- druk op de knop of om de keuze uit te voeren;

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Meeteenheid "afstand" (Afst. Eenh.)

Met deze functie kan de meeteenheid van de afstand (km of mijl) worden ingesteld.

Ga voor het instellen van de gewens- te meeteenheid als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE; op het display knippert (km) of (mijl), afhankelijk van de instelling;

- druk op de knop of om de keuze uit te voeren;

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Meeteenheid "verbruik" (Verbruik)

Met deze functie kan de eenheid van het brandstofverbruik worden ingesteld (km/l, l/100km of mpg). Deze eenheid is gekoppeld aan de geselecteerde eenheid voor de afstand (km of mijl, zie de vorige paragraaf "Mecteenheid afstand").

Als de meeteenheid afstand is ingesteld op "km", kan de meeteenheid verbruik worden ingesteld op "km/l" of "l/100 km".

Als de meeteenheid afstand is ingesteld op "mijl", geeft het display de hoeveelheid verbruikte brandstof aan in "mpg".

Ga voor het instellen als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE; op het display knippert (km/l) of (l/100km), afhankelijk van de instelling:

- druk op de knop of om de keuze uit te voeren:

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Mecteenheid "temperatuur" (Temp. Eenh.)

Met deze functie kan de meeteenheid van de temperatuur (°C of °F) worden ingesteld.

Ga voor het instellen van de gewens- te meeteenheid als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE; op het display knippert (°C) of (°F), afhankelijk van de instelling;

- druk op de knop of om de keuze uit te voeren:

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Taal instellen (Taal)

U kunt de taal van het display instellen: Italiaans. Duits, Engels, Spaans, Frans en Portugees.

Ga om de gewenste taal in te stellen als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE; op het display knippert de ingestelde "taal";

- druk op de knop of om de keuze uit te voeren:

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Volumeregeling waarschuwingszoemer (Vol. Buzzer)

Het volume van het akoestische sig- naal (buzzer) dat klinkt als er een storing of waarschuwing wordt weergegeven, kan ingesteld worden op 8 niveaus.

Ga voor het instellen van het gewenste volume als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE; op het display knippert het "niveau" van het ingestelde volume;

- druk op de knop of om de instelling uit te voeren;

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om

terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Volumeregeling knoppen (Vol. toetsen)

Het akoestische signaal, dat klinkt bij het indrukken van de knoppen MODE, of , kan worden ingesteld op 8 niveaus.

Ga voor het instellen van het gewenste volume als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE; op het display knippert het "niveau" van het ingestelde volume;

- druk op de knop of om de instelling uit te voeren:

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Herinschakeling buzzer voor melding SBR-systeem (Buzz. gordels) (indien aanwezig)

De functie wordt alleen weergegeven als het SBR-systeem door de Lancia-dealer is uitgeschakeld (zie de paragraaf "SBR-systeem" in het hoofdstuk "Veiligheid").

Geprogrammeerd onderhoud (Service)

Met deze functie kan worden weergegeven hoeveel kilometers of dagen nog resteren voordat een servicebeurt moet worden uitgevoerd.

Ga voor het raadplegen van deze aanwijzingen als volgt te werk:

- druk kort op de knop MODE: op het display knippert de afstand in km of mijl, afhankelijk van de instelling (zie de paragraaf "Meeteenheid afstand"):

- druk op de knop of voor weergave van het interval in dagen;

- druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm. OPMERKING Het "Onderhoudsschema" voorziet elke 30.000 km (of het equivalent in mijl) of ieder jaar in een servicebeurt; deze weergave verschijnt automatisch als de sleutel in stand MAR staat, vanaf 2.000 km (of het equivalent in mijl)

of 30 dagen voor de servicebeurt. De weergave wordt elke 200 km (of het equivalent in mijl) of om de drie dagen weergegeven. Onder de 200 km wordt de weergave met kleinere intervallen weergegeven. Zie voor het vervangen van het luchfilter, de motorolie en het motoroliefilter bij de 1.3 Multijet-uitvoeringen het "Onderhoudsschema" in het hoofdstuk "Onderhoud en zorg". De weergave is afhankelijk van de ingestelde meeteenheid in km of mijl. Als u dicht bij de volgende servicebeurt bent en u de contactsleutel in stand MAR draait, verschijnt op het display het opschrift "Service" gevolgd door het aantal kilometers/mijlen of dagen dat resteert tot de volgende servicebeurt. De informatie van het "Geprogrammeerd onderhoud" wordt aangegeven in kilometers (km) of mijlen (mijl) of dagen (dd), afhankelijk van de eerstvolgende servicebeurt. Wendt u tot de Lancia-dealer voor het uitvoeren van de werkzaamheden van het "Onderhoudsschema" of van het "Jaarlijks inspectieschema", en voor het op nul zetten van deze weergave (reset).

Inschakeling/Uitschakeling van de frontairbag aan passagierszijde en de zij-airbag voor de bescherming van borstkas/bekken (sidebag)(indien aanwezig) (Airbag pass.)

Met deze functie kan de airbag aan passagierszijde worden in- en uitgeschakeld.

Ga als volgt te werk:

□ druk op de knop MODE en druk, nadat op het display het bericht (Airbag pass. Off) (voor uitschakeling) of het bericht (Airbag pass. On) (voor inschakeling) is verschenen door het indrukken van de knop of , opnieuw op de knop MODE;
□ op het display verschijnt het bericht om de instelling te bevestigen;
□ selecteer door het indrukken van de knop of (Ja) (voor bevestiging van de inschakeling/uitschakeling) of (Nee) (om te annuleren);
□ druk kort op de knop MODE; er verschijnt een bevestiging van de gekozen instelling en er wordt teruggekeerd naar het menuscherm of, wanner de knop even ingedrukt wordt gehouden, naar het beginscherm zonder op te slaan.

graph TD A["Passenger bas 210 8:30"] --> B["MODE"] B --> C["Base On 210 8:30"] B --> D["Base Off 210 8:30"] C --> E["MODE"] D --> E E --> F["Confirm Yes 210 8:30"] E --> G["Confirm No 210 8:30"] F --> H["MODE"] G --> H H --> I["Passenger 210 8:30"] H --> J["Passenger 210 8:30"] I --> K["base on 210…

Laatste functie waarmee de instellingen uit het menuscherm worden afgesloten.

Druk kort op de knop MODE om terug te keren naar het beginscherm zonder op te slaan.

Als u de knop indrukt, wordt teruggekeerd naar het eerste menupunt (Snelh. Lim).

TRIP COMPUTER (indien aanwezig)

Algemene aanwijzingen

Met de "Trip computer" kan, als de contactsleutel in stand MAR staat, op het display informatie worden weergegeven over de werking van de auto. Deze functie bestaat uit "General trip", dat betrekking heeft op de hele rit van de auto, en "Trip B", dat betrekking heeft op een deel-traject. Deze laatste functie vormt een onderdeel (zoals is afgebeeld in fig. 24) van het totale traject van de auto.

Beide functies kunnen op nul worden gezet (reset - begin van een nieuwe rit).

"General Trip" geeft informatie over:

  • Autonomic (actieradius)
  • Afgelegde afstand
  • Gemiddeld verbruik
  • Huidig verbruik
  • Gemiddelde snelheid
  • Reistijd.
    "Trip B" geeft informative over:
  • Afgelegde afstand B
  • Gemiddeld verbruik B
  • Gemiddelde snelheid B
  • Reistijd B.

OPMERKING De functie "Trip B" kan worden uitgeschakeld (zie de paragraaf "Trip B"). De gegevens "Autonomie" en "Huidig verbruik" kunnen niet op nul worden gezet.

Weergegeven gegevens

Autonomie (actieradius)

Geeft het aantal kilometers aan dat nog gereden kan worden met de brandstof in de brandstoftank, waarbij ervan uit wordt gegaan dat de rijstijl niet verandert. Op het display verschijnt de indicatie “- - - -” als:

- de actieradius kleiner is dan 50 km (of 30 mijl) of de brandstofvoorraad minder is dan 4 liter.

- de auto langere tijd met draaiende motor stilstaat.

Afgelegde afstand

Geeft de afstand aan die de auto heeft afgelegd vanaf het begin van een nieuwe rit.

Gemiddeld verbruik

Geeft het gemiddelde brandstofverbruik aan vanaf het begin van een nieuwe rit.

Huidig verbruik

Geeft doorlopend de wijziging in het brandstofverbruik aan. Als de auto stilstaat met draaiende motor wordt “- - - -” op het display weergegeven.

Gemiddelde snelheid

Geeft de gemiddelde snelheid van de auto aan op basis van de tijd die verstreken is vanaf het begin van een nieuwe rit.

Reistijd

Geeft de verstreken tijd aan vanaf het begin van een nieuwe rit.

BELANGRIJK Als er geen informatie is, verschijnt bij alle functies op de Trip computer de aanduiding “- - - -” in plaats van de waarde. Wanneer de normale werking weer hersteld is, worden de waarden van de gegevens weer op normale wijze weergegeven. De waarden die voor de storing werden weergegeven, worden niet op nul gezet en er wordt geen nieuwe rit begonnen.

TRIP fig. 23 LOC0027m

Bedieningsknop TRIP

fig. 23

Met de knop TRIP, aan het uiteinde van de rechter hendel, krijgt u. als de contactsleutel in stand MAR staat, toegang tot de hiervoor beschreven gegevens en kunnen de gegevens op nul worden gezet om een nieuwe rit te beginnen:

- kort indrukken voor weergave van de verschillende gegevens

- even ingedrukt houden voor het op nul zetten (reset) en het beginnen van een nieuwe rit.

Nieuwe rit

Begint als een reset is uitgevoerd:

- "handmatig" door de gebruiker d.m.v. het indrukken van de betreffende knop;

- "automatisch" wanneer de "afgelegde afstand" de waarde 9.999,9 km bereikt of wanneer de "reistijd" de waarde 99.59:59 (99 uur en 59 minuten) bereikt;

- iedere keer als de accu losgekoppeld is geweest.

BELANGRIJK Als u het systeem op nul zet terwijl het scherm van "General trip" wordt weergegeven, dan worden ook de gegevens van "Trip B" op nul gezet, terwijl bij het op nul zetten van "Trip B" alleen de gegevens van "Trip B" op nul worden gezet.

Procedure voor het begin van een rit

Voor het op nul zetten (reset) moet u, met de sleutel in stand MAR, langer dan 2 seconden op de knop TRIP drukken.

TRIP verlaten

De functie TRIP wordt automatisch verlaten, nadat alle grootheden zijn weergegeven of als knop MODE langer dan 2 seconden is ingedrukt.

graph TD A["Reset GENERAL TRIP\nEinde rit\nBegin nieuwe rit"] --> B["TRIP B"] B --> C["Reset TRIP B\nEinde decltraject\nBegin nieuw deeltraject"] C --> D["Reset TRIP B\nEinde decltraject\nBegin nieuw deeltraject"] D --> E["Reset TRIP B\nEinde decltraject\nBegin nieuw deeltraject"] E --> F["Reset TRI…

ZITPLAATSEN

LANCIA Ypsilon (2009) - ZITPLAATSEN - 1

De stoffen bekleding van uw auto is langdurig bestand tegen slijtage die ontstaat bij een normaal gebruik van de auto. Hevig en/of langdurig wrijven met kledingaccessoires zoals metalen gespen, sierknopen en klittenbandsluitingen, moet echter absoluat worden vermeden omdat hierdoor grote druk ontstaat op een bepaalde plek op de bekleding, waardoor deze plek kan slijten en de bekleding beschadigd wordt.

VOORSTOELEN fig. 25

Rugleuning naar voren klappen

Trek voor toegang tot de zitplaatsen achter, aan de handgreep C, zoals op de afbeelding is aangegeven, zodat de rugleuning naar voren klapt. De stoel kan nu naar voren worden geschoven door tegen de rugleuning te duwen (easy entry).

Als de rugleuning wordt teruggeklapt, dan schuift de stoel in de oorspronkelijke stand terug (geheugenmechanisme).

Controleer of de stoel goed geblokkeerd is door hem naar voren en naar achteren te schuiven.

LANCIA Ypsilon (2009) - Rugleuning naar voren klappen - 1

Trek de hendel A omhoog en schuif de stoel naar voren of naar achteren: als u rijdt, moeten de armen licht gebogen zijn en de handen op de stuurwielrand steunen.

Controleer of de stoel goed geblokkeerd is door hem naar voren en naar achteren te schuiven.

Hoogteverstelling (bestuurdersstoel)

Beweeg de hendel B herhaaldelijk omhoog of omlaag totdat de gewenste zithoogte is bereikt.

BELANGRIJK De hoogte kan alleen worden ingesteld als u op de bestuurdersstoel zit en de auto stilstaat.

Fig. 26 LOC0030m

Verstellen van de rugleuning fig. 26

Draai de knop D.

Lendenstcurverstelling (indien aanwezig) fig. 26

Draai de knop E om het steunvlak van de rugleuning aan te passen.

LANCIA Ypsilon (2009) - Hoogteverstelling (bestuurdersstoel) - 2

ATTENTIE

Alle afstellingen mogen uitsluitend bij een stilstaande auto worden uitgevoerd.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Laat de hendel los en controleer of de stoel goed geblokkeerd is door deze naar voren en naar achteren te schuiven. Als de zitplaats niet goed geblokkeerd is, kan deze onverwachts verschuiven, waardoor u de controle over de auto kunt verliezen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Voor maximale veiligheid moet u de rugleuning rechtop zetten, tegen de leuning aan gaan zitten en de gordel goed laten aansluiten op borst en bekken.

Fig. 27 - Uitvoeringen met ondeelbare achterbank LOC0191m

VERSCHUIFBARE ACHTER- BANK (indien aanwezig)

fig. 27-28

Afstelling vanuit het interieur

Verstellen in lengterichting

Trek de hendel A omhoog, pak het middengedeelte vast en schuif de achterbank voor- of achteruit.

Rugleuning verstellen

Bij achterbank met ondeelbare rug-leuning:

□trek hendel B omhoog en zet gelijktijdig met de andere hand de rugleuning in de gewenste stand.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 2

fig. 28 - Uityoering met in delen neerklapbare achterbank

Bij achterbank met decbare rugleuning:

□ trek hendel B of C omhoog om respectievelijk het rechter of het linker deel van de rugleuning te verstellen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 3

Trek de lip in het midden A omhoog en schuif de achterbank voor- of achteruit. Haak na de afstelling de lip aan het klittenband op de rugleuning van de bank.

Rugleuning verstellen / neerklappen

Trek aan de lippen aan de zijkant B zoals beschreven in de paragraaf "Bagageruimte vergroten" in dit hoofdstuk.

Controleer na de afstelling of de lippen uit de groeven in de kunststof kappen steken.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 4
staat.

ATTENTIE

Verstel de zitplaatsen alleen als de auto stil-

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

De stand waarbij de rug-leuning volledig is neergeklapt, mag uitsluitend bij een stilstaande auto en volledig naar voren geschoven zitplaats worden gebruikt.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Laat de hendel los en controleer of de zitplaats goed geblokkeerd is door deze naar voren en naar achteren te schuiven. Als de zitplaats niet goed geblokkeerd is, kan deze onverwachts verschuiven.

HOOFDSTEUNEN

VOOR fig. 30

Druk voor de hoogteverstelling op knop A en verplaats de hoofdsteun omhoog of omlaag totdat hij hoorbaar vergrendelt. Controleer na het loslaten van de knop of de hoofdsteun vergrendeld is.

LANCIA Ypsilon (2009) - HOOFDSTEUNEN - 1

ATTENTIE

De hoofdsteunen mocten zo worden ingesteld dat ze het hoofd ondersteunen en niet de nek. Alleen in deze positie bieden de steunen bescherming.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Voor een optimale bescherming moet de rugleuning zo zijn ingesteld dat u rechtop zit en dat uw hoofd zich zo dicht mogelijk bij de hoofdsteun bevindt.

ACHTER (indien aanwezig) fig. 31

Alleen aanwezig op bepaalde uitvoeringen.

Om de hoofdsteunen achter te verwijderen, moet u gelijktijdig de knoppen A aan de kant van de twee

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

steunen indrukken en de hoofdsteu- nen uittrekken.

De auto kan zijn uitgerust met 3 hoofdsteunen achter bij een achterbank met drie zitplaatsen en met twee hoofdsteunen bij een achterbank met 2 zitplaatsen.

BELANGRIJK Als de zitplaatsen achter gebruikt worden, moeten de hoofdsteunen altijd volledig zijn uitgetrokken.

STUURWIEL

Het stuurwiel kan zowel in lengte- richting als in hoogte worden ver- steld.

Ga voor het instellen als volgt. te werk fig. 32:

□ ontgrendel de hendel door hem naar het stuur te trekken (stand 2);
□ plaats het stuur in de gewenste stand:
□ vergrendel de hendel door deze naar voren te drukken (stand 1).

LANCIA Ypsilon (2009) - STUURWIEL - 1

ATTENTIE

Het is streng verboden om de-/montagewerkzaam-

heden uit te voeren, waarvoor wijzigingen in de stuurinrichting of de stuurkolom vereist zijn (bijv. bij montage van een diefstalbeveiliging). Hierdoor kunnen de prestaties van het systeem, de garantie en de veiligheid in gevaar worden gebracht en voldoet de auto niet meer aan de typegoedkeuring.

fig. 32 ① ② LOC0008m

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 2

ATTENTIE

Het stuar mag alleen worden versteld als de auto stilstaat en de motor is uitgezet.

SPIEGELS

De binnenspiegel is voorzien van een beveiligingsmechanisme, waardoor de spiegel bij een krachtig contact met een inzittende losschiet.

Met het hendeltje A kan de spiegel in twee standen worden gezet: normale of anti-verblindingsstand.

De elektrische verstelling is alleen mogelijk als de contactsleutel in stand MAR staat.

Ga voor het verstellen als volgt te werk:

☐ met schakelaar Λ kiest u welke spiegel (links of rechts) u wilt verstellen (op de uitvoeringen met elektrische ruitbediening keert de schakelaar automatisch weer terug in de oorspronkelijke positie);

☐ met de schakelaar B kunt de spiegel in 4 richtingen verstellen.

Stel de spiegels af als de auto stilstaat en de handrem is aangetrokken.

LANCIA Ypsilon (2009) - SPIEGELS - 1

De spiegel kan (bijv. bij nauwe doorgangen) van stand A in stand B worden geklapt.

LANCIA Ypsilon (2009) - SPIEGELS - 2

ATTENTIE

Tijdens het rijden moeten de spiegels altijd in stand

A staan.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

De spiegel aan bestuur- derszijde is bol, waar-

door de afstandswaarneming enigszins wordt beïnvloed.

KLIMAATREGELING
LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

1 Vaste uitstroomopeningen voor ontwaseming/ontdooiing van de zijruiten - 2 Verstelbare luchtroosters aan de zijkant - 3 Vaste uitstroomopeningen voor ontwaseming/ontdooiing van de voorruit - 4 Verstelbare luchtroosters in het midden - 5 Uitstroomopeningen onder

Fig. 38 LOC0000m

LUCHTROOSTERS IN HET MIDDEN fig. 38

A Regelschuif voor openen/sluiten van de uitstroomopening en het richten (verticaal) van de luchtstroom B Regelschuif voor het zijdelings richten van de luchtstroom.

A B C fig. 39 LOC0000m

LUCHTROOSTERS AAN DE ZIJKANT fig. 39

A Vaste uitstroomopening voor ontwaseming/ontdooing van de zijruiten
B Regelschuif voor openen/sluiten van de uitstroomopening en het richten (verticaal) van de lucht-stroom
C Regelschuif voor het zijdelings richten van de luchtstroom.

VERWARMING EN VENTILATIE

BEDIENINGSKNOPPEN fig. 40

A: knop voor inschakelen aanjager
B: draaiknop voor regeling lucht-temperatuur (menging van warme/koude lucht).
C: drukknop voor in-/uitschakelen achterruitverwarming.
D: draaiknop voor instelling lucht-verdeling
E: knop voor in-/uitschakeling luchtrecirculatie.

KLIMAATREGELING

Met de draaiknop D kan de lucht op 5 manieren over het hele interieur worden verdeeld:

luchtstroom uit de luchtroosters in het midden en de uitstroom-OPENingen aan de zijkant;
voor verwarming van de beenruimten, waarbij de luchtstroom op het gelaat koel blijft ("bilevel"-stand);
voor een snellere verwarming van het interieur;
voor verwarming van het interieur en ontwaseming van de voorruit;

# voor ontwaseming/ontdooiing van de voorruit en de zijruiten voor.

VERWARMING VAN HET INTERIEUR

Ga als volgt te werk:

□ draai de knop B geheel naar rechts (in het rode vlak);
□ draai de knop A op de gewenste snelheid;
□ draai de knop D in stand:

voor verwarming van de beenruimten en ontwase- ming van de voorruit;
voor lucht naar de been- ruimten en koelere lucht uit de luchtroosters in het midden en de uitstroomopeningen op het dashboard;
voor een snelle verwarming.

A B C D E 0 1 2 3 4

fig. 40
LOC0127m

SNELLE VERWARMING

Ga als volgt te werk:

□ sluit alle luchtroosters op het dashboard:
□ draai de knop B in het rode gebied;
□ draai de knop A op stand 4;
□ draai de knop D op stand √.

SNELLE ONTWASEMING/ ONTDOOIING VAN DE RUITEN VOOR (VOORRUIT EN ZIJRUITEN)

Ga als volgt te werk:

□ draai de knop B in het rode gebied;
□ draai de knop A op stand 4;
□ draai de knop D op stand Ⓦ;
□ schakel de luchtrecirculatie uit door de knop E in stand 📄 te zetten.

Nadat de ruiten ontwasemd zijn, kan een stand gekozen worden waarbij het comfort optimaal blijft.

Beslaan van de ruiten voorkomen

Als het buiten extreem vochtig is en/of bij regen en/of bij grote verschillen in interieur- en buitentemperatuur, raden wij u de volgende procedure aan om het beslaan van de ruiten te voorkomen:

□ schakel de luchtrecirculatie uit door de knop E in stand 📋 te zetten;
□ draai de knop B in het rode gebied;
□ draai de knop Λ op stand 2;
□ draai de knop D in stand ⏻ of stand ⚡ als de ruiten niet beslagen zijn.

ONTWASEMING/ ONTDOOING ACHTERRUIT (indien van toepassing)

Druk op de knop C om deze functie in te schakelen: het lampje op de knop gaat branden als deze functie wordt ingeschakeld.

De functie is voorzien van een tijdschakeling, waardoor de functie na 30 minuten automatisch wordt uitgeschakeld. U kunt de verwarming eerder uitschakelen door nogmaals de knop C in te drukken.

BELANGRIJK Plak geen stickers of andere plaatjes op de elektrische weerstandsdraden aan de binnenzijde van de achterruit, om beschadiging van de achterruitverwarming te voorkomen.

Ga voor een goede ventilatie van het interieur als volgt te werk:

□ open de luchtroosters in het midden en aan de zijkant geheel;
□ draai de knop B in het blauwe gebied;
□ zet de knop A op de gewenste snelheid;
□ zet de knop D op stand ↗;
□ schakel de luchtrecirculatie uit door de knop E in stand 📋 te zetten.

RECIRCULATIE INSCHAKELEN

Zet de knop E op stand 📄.

Het verdient aanbeveling om de luchtrecirculatie in te schakelen in de file of in tunnels. Hiermee wordt voorkomen dat vervuilde lucht het interieur bereikt. Het is niet raadzaam dit systeem langdurig te laten werken, omdat anders, vooral als u met meerdere personen in de auto zit, de kans aanzienlijk toeneemt dat de ruiten beslaan.

BELANGRIJK Met de recirculatie-functie kunnen, afhankelijk van de werking van het systeem ("verwarming" of "koeling"), de gewenste omstandigheden sneller bereikt worden. Het is echter niet raadzaam deze functie in te schakelen op regenachtige of koude dagen, omdat dan de ruiten aan de binnenzijde aanzienlijk sneller kunnen beslaan.

HANDBEDIENDE AIRCONDITIONING (indien aanwezig)

BEDIENINGSKNOPPEN fig. 41

A: knop voor inschakelen aanjager;
B: draaiknop voor regeling lucht-temperatuur (menging van warme/koude lucht).
C: drukknop voor in-/uitschakelen achterruitverwarming;
D: drukknop voor in-/uitschakelen aircocompressor;
E: draaiknop voor instelling lucht-verdeling;
F: knop voor in-/uitschakeling luchtrecirculatie.

KLIMAATREGELING

Met de draaiknop E kan de lucht op 5 manieren over het hele interieur worden verdeeld:

luchtstroom uit de luchtroosters in het midden en de uitstroom- openingen aan de zijkant;
voor verwarming van de beenruimten, waarbij de luchtstroom op het gelaat koel blijft ("bilevel"-stand);

A B C D E F 0 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 20 21 22 23 24 25 26 27 28 29 30 31 32 33 34 35 36 37 38 39 40 41 42 43 44 45 46 47 48 49 50

fig. 41
LOC0128m

voor een snellere verwarming van het interieur:
voor verwarming van het interieur en ontwaseming van de voorruit:

voor ontwascming/ontdooiing van de voorruit en de zijruiten voor.

VERWARMING VAN HET INTERIEUR

Ga als volgt te werk:

□ draai de knop B geheel naar rechts (in het rode vlak);
□ draai de knop A op de gewenste snelheid;

□ draai de knop E op stand:

voor verwarming van de beenruimten en ontwase- ming van de voorruit;
voor lucht naar de been- ruimten en koelere lucht uit de luchtroosters in het midden en de uitstroomopeningen op het dashboard;
voor een snelle verwarming.

SNELLE VERWARMING

Ga als volgt te werk:

□sluit alle luchtroosters op het dashboard;
□ draai de knop B in het rode gebied;
□ draai de knop A op stand 4 Ⓦ;
□ draai de knop E op stand √.

SNELLE ONTWASEMING/ ONTDOOING VAN DE RUITEN VOOR (VOORRUIT EN ZIJRUITEN)

Ga als volgt te werk:

□ draai de knop B in het rode gebied;
□ draai de knop A op stand 4;
□ draai de knop E op stand ;
□ schakel de luchtrecirculatie uit door de knop F in stand 📋 te zetten.

Nadat de ruiten ontwasemd zijn, kan een stand gekozen worden waarbij het comfort optimaal blijft.

Beslaan van de ruiten voorkomen

Als het buiten extreem vochtig is en/of bij regen en/of bij grote verschillen in interieur- en buitentemperatuur, raden wij u de volgende procedure aan om het beslaan van de ruiten te voorkomen:

□ schakel de luchtrecirculatie uit door de knop F in stand 📋 te zetten;
□ draai de knop B in het rode gebied;
□ draai de knop Λ op stand 2;
□ draai de knop E in stand ⏻ of stand ⚡ als de ruiten niet beslagen zijn.

BELANGRIJK De airconditioning is zeer bruikbaar om het beslaan van de ruiten te voorkomen: het is daarom voldoende om de bedieningsknoppen op ontwasemen te zetten zoals hiervoor beschreven is en de airconditioning in te schakelen door de knop D in te drukken.

ONTWASEMING/ ONTDOOING ACITERRUIT

Druk op de knop C om deze functie in te schakelen: het lampje op de knop gaat branden als deze functie wordt ingeschakeld.

De functie is voorzien van een tijdschakeling, waardoor de functie na 30 minuten automatisch wordt uitgeschakeld. U kunt de verwarming eerder uitschakelen door nogmaals de knop C in te drukken.

BELANGRIJK Plak geen stickers of andere plaatjes op de elektrische weerstandsdraden aan de binnenzijde van de achterruit, om beschadiging van de achterruitverwarming te voorkomen.

Ca voor een goede ventilatie van het interieur als volgt te werk:

□ open de luchtroosters in het midden en aan de zijkant geheel;

□ draai de knop B in het blauwe gebied;

□ zet de knop A op de gewenste snelheid;

□ zet de knop E op stand ↗;

□ schakel de luchtrecirculatie uit door de knop F in stand 🔍 te zetten.

RECIRCULATIE INSCHAKELN

Zet de knop F op stand 📄.

Het verdient aanbeveling om de luchtrecirculatie in te schakelen in de file of in tunnels. Hiermee wordt voorkomen dat vervuilde lucht het interieur bereikt. Het is niet raadzaam dit systeem langdurig te laten werken, omdat anders, vooral als u met meerdere personen in de auto zit, de kans aanzienlijk toeneemt dat de ruiten beslaan.

BELANGRIJK Met de recirculatie- functie kunnen, afhankelijk van de werking van het systeem ("verwar- ming" of "koeling"), de gewenste omstandigheden sneller bereikt wor- den. Het is echter niet raadzaam deze functie in te schakelen op regenachtige of koude dagen, omdat dan de ruiten aan de binnenzijde aanzienlijk sneller kunnen beslaan.

AIRCONDITIONING (koeling)

Ga als volgt te werk:

□ draai de knop B in het blauwe gebied;

□ draai de knop A op de gewenste snelheid;

□ zet de knop E op stand ↗;

□ zet de knop F op stand

□ druk op de knop D (het lampje op de knop gaat branden).

Regeling van de koeling

Ga als volgt te werk:

□ schakel de luchtrecirculatie uit door de knop F in stand 📞 te zetten.

□ draai de knop B naar rechts voor verhoging van de temperatuur;

□ draai de knop A naar rechts voor verlaging van de aanjagersnelheid.

ONDERHOUD VAN HET SYS- TEEM

Schakel in de winter de airconditioning 1 keer per maand gedurende 10 minuten in. Laat voor het zomerscizoen de werking van de airconditioning door de Lancia-dealer controleren.

KLIMAATREGELING, AUTOMATISCH (indien aanwezig)

ALGEMENE INFORMATIE

De automatische airconditioning met gescheiden regeling regelt de temperatuur en de luchtverdeling in het interieur in twee zones: bestuurders- en passagierszijde. De temperatuurregeling is gebaseerd op "temperatuurgelijkheid": d.w.z. dat het systeem continu werkt om het comfort in het interieur constant te houden en eventuele verschillen in de weersomstandigheden buiten te compenseren, ook zonnestraling (gesignaleerd door een zonnestralingssensor).

Het systeem kan zijn uitgerust met een luchtkwaliteitsensor (Air Quality System) die automatisch de luchtrecirculatie kan inschakelen om de onaangename effecten van vervuilde lucht, tijdens het rijden in de stad, in de file en in tunnels, te verminderen, en een wasemsensor die kan registreren wanneer de voorruit beslaat en het systeem zo kan instellen dat het zicht wordt hersteld.

De automatisch gecontroleerde parameters en functies zijn:

□ luchttemperatuur naar de uitstroomopeningen aan bestuurderszijde/passagierszijde voor;

□ luchtverdeling naar de uitstroom- openingen aan bestuurderszijde/ passagierszijde voor;
□ aanjagersnelheid (traploze regeling van de luchtstroom);
□ inschakeling van de compressor (voor koelen en drogen van de lucht);
□ luchtrecirculative.

Deze functies kunnen handmatig worden gewijzigd, d.w.z. dat u het systeem kunt regelen door naar wens een of meer functies te selecteren en te wijzigen. Op deze manier worden de functies die handmatig zijn gewijzigd niet langer automatisch door het systeem geregeld. Het systeem grijpt alleen in om veiligheidsredenen (bijv. kans op beslaan).

De handmatige instellingen hebben voorrang boven de automatische instellingen en blijven in het geheugen opgeslagen totdat de gebruiker de regeling weer overlaat aan de automatische werking, behalve in de gevallen dat het systeem om veiligheidsredenen ingrijpt.

Als handmatig een functie wordt ingesteld, blijven de andere functies echter automatisch geregeld.

De luchtopbrengst in het interieur is onafhankelijk van de snelheid van de auto omdat de luchtopbrengst elektronisch geregeld wordt door de aanjager.

De luchttemperatuur in het interieur wordt altijd automatisch geregeld op basis van de ingestelde temperaturen op de displays van de bestuurder en de passagier voor (behalve als het systeem is uitgeschakeld of in enkele omstandigheden als de compressor is uitgeschakeld).

De volgende parameters en functies kunnen handmatig worden ingesteld en gewijzigd:

□ temperatuur bestuurderszijde/pas-sagierszijde voor;
□ aanjagersnelheid (traploze regeling);
☐ luchtverdeling in vijf standen (bestuurder/passagier voor);
□ inschakelen van de compressor;
□ niet gescheiden/gescheiden regeling;
☐ snelle ontwaseming/ontdooing;
□ luchtrecirculatie;
□ achterruitverwarming;
□ uitschakelen van het systeem.

BEDIENINGSKNOPPEN fig. 44

A: drukknop voor inschakelen functie MONO (gelijkstellen ingestelde temperaturen)
B: drukknop voor in-/uitschakelen aircocompressor
C: drukknop voor in- en uitschakelen luchtrecirculatie
D: display met informatie over de airconditioning
E: drukknop voor uitschakelen air-conditioning
F: drukknop voor inschakelen functie MAX-DEF (snelle ontdooing/ontwaseming voorruit en zijruiten voor)
G: drukknop voor in-/uitschakelen achterruitverwarming

A B C D E F G MONO OFF AUTO AUTO AUTO - + - CITY MODE I H N M L I #0 ## LOC0226m

fig. 44

H: drukknop voor inschakelen functie AUTO (automatische werking) en draaiknop voor regelen temperatuur aan passagierszijde
I: drukknop voor instellen luchtverdeling aan passagierszijde
L: verhogen/verlagen aanjagersnelheid

M: drukknop voor instellen luchtverdeling aan bestuurderszijde
N: drukknop voor inschakelen functie AUTO (automatische werking) en draaiknop voor regelen temperatuur aan bestuurderszijde

Het systeem kan op verschillende manieren worden ingeschakeld, maar wij raden u aan te beginnen met het indrukken van een van de knoppen AUTO en vervolgens de draaiknoppen te draaien om op het display de gewenste temperaturen in te stellen.

Omdat het systeem het klimaat in twee zones in het interieur regelt, kunnen de bestuurder en de passagier voor verschillende temperatuurwaarden instellen. Het maximaal toegestane verschil is 7 °C.

Op deze wijze werkt het systeem geheel automatisch, zodat zo snel mogelijk de ingestelde temperatuur wordt bereikt. Het systeem regelt de temperatuur, de luchthoeveelheid, de luchtverdeling in het interieur, de recirculatiefunctie en het inschakelen van de aircocompressor.

Tijdens de volledig automatische werking van het systeem, moeten alleen de volgende functies eventueel handmatig worden ingeschakeld:

□ MONO, om de ingestelde temperatuur en de luchtverdeling aan bestuurders- en passagierszijde voor gelijk te stellen;
□, luchtrecirculatie, om de recirculatie altijd in- of uitgeschakeld te houden;
□, voor een snelle ontwase- ming/ontdooing van de ruiten voor, de achterruit en de buiten- spiegels;
□, voor het ontwasemen/ont-dooien van de achterruit.

Tijdens de volledig automatische werking van het systeem kunt u op ieder moment de ingestelde temperaturen, de luchtverdeling en de aanjagersnelheid wijzigen m.b.v. de desbetreffende knoppen: het systeem zal automatisch de eigen instellingen wijzigen en aanpassen aan de nieuwe instellingen. Als tijdens de volledige automatische werking (FULL AUTO) de luchtverdeling en/of de luchtopbrengst gewijzigd worden en/of de inschakeling van de compressor en/of de recirculatie, dan verdwijnt het opschrift FULL. Op deze manier worden de functies niet langer automatisch geregeld maar moeten met de hand worden bediend, totdat u opnieuw de knop AUTO indrukt. De aanjagersnelheid is voor alle zones in het interieur gelijk.

Als een of meer functies handmatig zijn ingeschakeld, dan blijft de regeling van de luchttemperatuur automatisch plaatsvinden, behalve als de compressor is uitgeschakeld: in dat geval kan er geen lucht in het interieur worden gevoerd waarvan de temperatuur lager is dan de buitentemperatuur.

BEDIENINGSORGANEN

Draaiknoppen voor regeling luchttemperatuur II - N

Als u de knoppen naar rechts of naar links draait, verhoogt of verlaagt u de luchttemperatuur respectievelijk in het gedeelte linksvoor (draaiknop N) en rechtsvoor (draaiknop II) van het interieur.

Omdat het systeem het klimaat in twee zones in het interieur regelt, kunnen de bestuurder en de passagier voor verschillende temperatuurwaarden instellen. Het maximaal toegestane verschil is 7 °C.

De ingestelde temperaturen worden op het display weergegeven dicht bij de knoppen.

Als u de knop A (MONO)) indrukt, wordt de temperatuur aan bestuurders- en passagierszijde voor automatisch gelijkgesteld, waarna u de temperatuur in de twee zones met de draaiknop N aan bestuurderszijde kunt regelen.

De gescheiden regeling van de temperatuur en de luchtverdeling wordt automatisch weer hervat, als u de draaiknop H of N draait of nogmaals op de knop A (MONO) drukt als het lampje op de knop brandt.

Als u de knoppen helemaal naar rechts of helemaal naar links draait, tot aan de uiterste waarden III of LO, wordt respectievelijk de functie van de maximale verwarming of de maximale koeling ingeschakeld:

☐ Functie HI (maximale verwarming):

wordt ingeschakeld als de draaiknop van de temperatuur naar rechts wordt gedraaid, voorbij de maximale waarde (32 °C). Deze functie kan worden geactiveerd voor alleen de bestuurderszijde of de passagierszijde voor of voor beide zijden (ook door de functie MONO te selecteren).

Deze functie kan worden ingeschakeld als u het interieur zo snel mogelijk wilt verwarmen, waarbij maximaal van het vermogen van het systeem gebruik wordt gemaakt. Deze functie maakt gebruik van de maximale temperatuur van de motorkoelylocistof, terwijl de luchtverdeling en de snelheid van de aanjager door het systeem worden ingesteld.

Als de motorkoelyloeistof niet warm genoeg is, schakelt het systeem niet onmiddellijk de maximale aanjagersnelheid in, om de toevoer van te koude lucht in het interieur te beperken.

Als deze functie is ingeschakeld, zijn alle handmatige instellingen toegestaan.

Voor het uitschakelen van de functie is het voldoende om de temperatuurknop naar links te draaien en de gewenste temperatuur in te stellen.

□ Functie LO (maximale koeling):

wordt ingeschakeld als de draaiknop van de temperatuur naar links wordt gedraaid, voorbij de maximale waarde (16 °C). Deze functie kan worden geactiveerd voor alleen de bestuurderszijde of de passagierszijde voor of voor beide zijden (ook door de functie MONO te selecteren).

Deze functie kan worden ingeschakeld als u het interieur zo snel mogelijk wilt koelen, waarbij maximaal van het vermogen van het systeem gebruik wordt gemaakt. Deze functie schakelt de luchtrecirculatie en de aircocompressor in, terwijl de luchtverdeling en de snelheid van de aanjager worden ingesteld op basis van de omgevingsomstandigheden. Als deze functie is ingeschakeld, zijn alle handmatige instellingen toegestaan.

Voor het uitschakelen van de functie is het voldoende om de temperatuurknop naar rechts te draaien en de gewenste temperatuur in te stellen.

Drukknoppen voor de luchtverdeling voor 1-M

Als u op een van deze knoppen drukt, kunt u handmatig voor de linker- en de rechterzijde in het interieur een van de vijf instellingen voor de luchtverdeling kiezen:

▲ Luchtstroom naar de uitstroom-OPENingen van de voorruit en de zijruiten voor voor ontdooing/ontwaseming van de ruiten.
Lucht uit de luchtroosters in het midden en aan de zijkant van het dashboard voor een koele luchtstroom op het lichaam en het gezicht bij warm weer.
Lucht uit de uitstroomopeningen van de beenruimten. Met deze luchtverdeling kan in een zo kort mogelijke tijd de lucht in het interieur worden verwarmd, omdat warme lucht opstijgt. Dit geeft snel een behaaglijk gevoel.
Lucht uit luchtroosters in de been- ruimten voor en achter (warmere lucht) en de luchtroosters in het midden en aan de zijkant van het dashboard (koelere lucht). Deze luchtverdeling is bijzonder nuttig in de gematigde seizoenen (voor- en najaar) als de zon schijnt.

▲ Lucht uit luchtroosters in de
beenruimten en de luchtroosters voor ontwaseming/ontdooiling van de voorruit en zijruiten voor. Deze luchtverdeling zorgt voor een goede verwarming van het interieur en voorkomt het eventuele beslaan van de ruiten.

De ingestelde luchtverdeling wordt aangegeven door een brandend lampje op de geselecteerde knoppen.

Als een gecombineerde functie is ingesteld en er een knop wordt ingedrukt, dan wordt ook de functie van die knop ingeschakeld. Als daarentegen een knop van een reeds ingestelde functie wordt ingedrukt, dan wordt die functie uitgeschakeld (het betreffende lampje dooft).

Voor het hervatten van de automatische werking van de luchtverdeling na een handmatige instelling, moet de knop AUTO worden ingedrukt.

Als de bestuurder kiest voor luchtverdeling naar de voorruit, wordt ook de luchstroom aan passagierszijde automatisch naar de voorruit geleid. De passagier kan vervolgens een andere luchtverdeling kiezen door de betreffende knoppen in te drukken.

Drukknoppen voor regelen aan- jagersnelheid L

Als u op de knop ♣ drukt, wordt de aanjagersnelheid respectievelijk verhoogd of verlaagd en daarmee de hoeveelheid lucht die in het interieur wordt gevoerd om de gewenste temperatuur te handhaven.

De aanjagersnelheid wordt weergegeven door verlichte staafjes op het display

☐ Maximum aanjagersnelheid = alle staafjes verlicht
☐ Minimum aanjagersnelheid = een staafje verlicht
De aanjager kan worden uitgeschakeld, maar alleen als u de aircocompressor hebt uitgeschakeld met de knop B.
BELANCRIJK Voor het hervatten van de automatische werking van de aanjager na een handmatige instelling, moet de knop AUTO worden ingedrukt.

Drukknoppen AUTO (automatische werking) II-N

Als u de knop AUTO aan bestuurderszijde en/of passagierszijde voor indrukt, regelt het systeem automatisch, in de betreffende zones, de hoeveelheid en de verdeling van de naar het interieur toegevoerde lucht en worden alle vooralgaande handmatige instellingen opgeheven.

Dit wordt aangegeven door het verschijnen van het opschrift FULL AUTO op het display voor.

Als er een of meerdere handmatige instellingen zijn uitgevoerd (luchtrecirculatie, luchtverdeling, aanjagersnelheid of uitschakeling aircocompressor), dooft het opschrift FULL op het display om aan te geven dat het systeem niet langer alle functies automatisch regelt (behalve de temperatuur die altijd automatisch wordt geregeld).

BELANGRIJK Als het systeem vanwege handmatige instellingen de gewenste temperatuur in de verschillende zones niet meer kan garanderen en handhaven, knippert de ingestelde temperatuur om aan te geven dat het systeem een probleem heeft gesignaleerd; na een minuut dooft het opschrift AUTO.

Voor het hervatten van de automatische werking van het systeem na een handmatige instelling (een of meerdere), moet de knop AUTO worden ingedrukt.

Drukknop MONO (gelijkstellen ingestelde temperaturen en luchtverdeling) A

Als u de knop MONO indrukt, wordt de temperatuur aan bestuurderszijde en aan passagierszijde voor automatisch gelijkgesteld, waardoor u in de twee zones dezelfde temperatuur en de luchtverdeling kunt instellen met de draaiknop aan bestuurderszijde. Met deze functie kan de temperatuur in het interieur makkelijk geregeld worden als alleen de bestuurder in de auto zit. De gescheiden regeling van de temperatuur en de luchtverdeling wordt automatisch weer hervat als u de draaiknop H of N draait voor de instelling van de temperatuur aan passagierszijde voor of nogmaals op de knop MONO drukt, als het lampje op de knop brandt.

Drukknop voor in-/uitschakelen luchtrecirculatie C (indien aanwezig)

De luchtrecirculatie werkt als volgt:

□ handmatig ingeschakeld (recirculatie altijd ingeschakeld); het lampje op de knop C en het symbool ⊕ op het display branden;
□ geforceerde uitschakeling (recirculatie altijd uitgeschakeld met luchttoevoer van buiten); lampje op de knop en het symbool ✗ op het display gedoofd.

Deze mogelijkheden kunnen worden ingeschakeld door meerdere keren op de recirculatieknop C te drukken.

Als de recirculatie een lange tijd (meer dan 15 minuten aancengesloten) ingeschakeld is geweest, wordt de recirculatie om veiligheidsredenen automatisch uitgeschakeld om de lucht in het interieur te verversen.

BELANGRIJK Met de recirculatiefunctie kunnen (verwarming of kocling van het interieur) de gewenste omstandigheden sneller bereikt worden. Het is echter niet raadzaam deze functie handmatig in te schakelen op regenachtige of koude dagen, omdat dan de ruiten aan de binnenzijde aanzienlijk sneller kunnen beslaan, vooral als de airconditioning niet is ingeschakeld.

Bij buitentemperaturen onder 5° - 7°C wordt de recirculatie uitgeschakeld (met luchttoevoer van buiten) om het beslaan van de ruiten te voorkomen.

Als de handmatige werking van de recirculatie is ingesteld, dooft het op- schrift FULL en verdwijnt AUTO van het symbool op het display.

LANCIA Ypsilon (2009) - Drukknop voor in-/uitschakelen luchtrecirculatie C (indien aanwezig) - 1

ATTENTIE

Bij lage buitentemperatu- ren raden wij u aan om de atiefunctie niet te gebruï- ndat hierdoor de ruiten kannen beslaan.

Knop voor uitschakeling van de aircocompressor B

Als u op de knop ✦ drukt als het lampje op de knop brandt, wordt de aircocompressor uitgeschakeld en dooft het lampje. Als u nogmaals op de knop drukt als het lampje gedoofd is, wordt de inschakeling van de compressor weer automatisch door het systeem geregeld: dit wordt aangegeven door het gaan branden van het lampje op de knop.

Als u de aircocompressor uitschakelt, wordt de recirculatie uitgeschakeld om het eventuele beslaan van de ruiten te voorkomen. Ook als het systeem de ingestelde temperatuur kan handhaven, verdwijnt het opschrift FULL van het display. Als het systeem de ingestelde temperatuur echter niet meer kan handhaven, gaat de temperatuur knipperen en dooft ook het opschrift AUTO.

BELANGRIJK Met uitgeschakelde aircocompressor is het niet mogelijk lucht in het interieur te voeren met een temperatuur die lager is dan de buitentemperatuur; bovendien kun- nen (in bijzondere weersomstandig- heden) de ruiten zeer snel beslaan omdat de lucht niet gedroogd kan worden.

De uitschakeling van de aircocompressor blijft in het geheugen opgeslagen, ook na het afzetten van de motor. U kunt de automatische regeling van de aircocompressor weer inschakelen door nogmaals de knop * in te drukken of de knop AUTO.

Als bij uitgeschakelde compressor de buitentemperatuur hoger is dan de ingestelde temperatuur, kan het systeem niet aan de wens voldoen. Dit wordt als volgt aangegeven: de ingestelde temperatuur knippert enkele seconden op het display en vervolgens dooft het opschrift AUTO.

Als de compressor is uitgeschakeld, kan de aanjagersnelheid handmatig op nul worden gezet. Als de compressor is ingeschakeld bij draaiende motor, kan de aanjagersnelheid niet lager zijn dan een minimale waarde (éen staafje verlicht).

Drukknop voor snelle ontwase- ming/ ontdooiing van de voorruit en de zijruiten voor F

Als u deze knop indrukt, schakelt de klimaatregeling automatisch alle functies in die noodzakelijk zijn voor het snel ontdooien/ontwasemen van de voorruit en de zijruiten voor. D.w.z. dat het systeem:

□ de aircocompressor inschakelt wanneer de klimatologische omstandigheden dit toestaan;
□ de luchtrecirculatie uitschakelt;
□ de maximale luchttemperatuur (HI) op beide displays instelt;
□ een aanjagersnelheid inschakelt op basis van de koelvloeistoftemperatuur, om toevoer van nog te koude lucht voor de ontwaseming van de ruiten, te beperken;
□ de luchtstroom naar de luchtroosters voor de voorruit en de zijruiten voor leidt;
□ de achterruityverwarming inscha- kelt.

BELANGRIJK De functie voor snelle ontwaseming/ontdooing van de ruiten blijft ongeveer 3 minuten ingeschakeld nadat de koelylocistoftemperatuur boven 50°C is gekomen (benzinc-uitvoeringen) of 35°C (Multijet-uitvoeringen).

Als de functie voor snel ontdooien/ontwascemen is ingeschakeld, gaan het lampje op de betreffende knop en het lampje op de knop van de achterruitverwarming branden. Bovendien dooft het opschrift FULL AUTO op het display.

Als de functie voor maximaal ontwa- semen/ontdooien is ingeschakeld, kunnen alleen de aanjagersnelheid en de uitschakeling van de achter- ruitverwarming handmatig worden geregeld.

Als u de knop voor maximale ontdooiing/ontwaseming indrukt, of de knoppen voor de luchtrecirculatie of de uitschakeling van de compressor of de knop AUTO, schakelt het systeem de functie maximaal ontdooien/ontwasemen uit en worden alle bedrijfsomstandigheden van voor het inschakelen van de functie hersteld.

Drukknop voor snelle ontwase- ming/ontdooiing van de achter- ruit G

Als u deze knop indrukt, dan wordt de achterruitverwarming ingeschakeld. Het lampje op de knop gaat branden als deze functie wordt ingeschakeld.

De functie schakelt na 30 minuten automatisch uit, of als opnieuw de knop wordt ingedrukt. De functie wordt ook uitgeschakeld als u de motor uitzet en blijft uitgeschakeld als u de motor opnieuw start.

BELANGRIJK Plak geen stickers of andere plaatjes op de elektrische weerstandsdraden aan de binnenzijde van de achterruit, om beschadiging van de achterruitverwarming te voorkomen.

Systeem uitschakelen (OFF) E

Het systeem schakelt uit als u op de knop OFF drukt.

Op het display verschijnt uitsluitend het symbool ≈ voor ingeschakelde recirculatie.

Als het systeem is uitgeschakeld:

□ zijn alle lampjes gedoofd;

□ zijn de temperatuurdisplays gedoofd;

□ is de recirculatie ingeschakeld, waarbij geen lucht van buiten binnenkomt;
☐ is de aircocompressor uitgeschakeld:
□ is de aanjager uitgeschakeld.

Ook als het systeem is uitgeschakeld, kan de achterruitverwarming worden in-/uitgeschakeld.

BELANGRIJK De regeleenheid van de klimaatregeling slaat de instellingen van het systeem in het geheugen op voordat het systeem wordt uitgeschakeld. Als u vervolgens op een willekeurige knop drukt (behalve de knop van de achterruitverwarming), worden de functies weer hersteld. Als de functie van de ingedrukte knop niet was ingeschakeld voor de uitschakeling, dan wordt deze functie ook geactiveerd; als deze daarentegen was ingeschakeld, blijft de functie gehandhaafd.

Als u de volledig automatische werking van het systeem weer wilt inschakelen, druk dan op de knop AUTO.

Wasemsensor (indien aanwezig)

Op de onderzijde van de binnenspiegel is een sensor gemontecerd die registreert of de voorruit beslagen is en zo nodig de regeling van het systeem aanpast om een goed zicht te garanderen.

Het systeem reageert zodra de voorruit begint te beslaan bij bepaalde buitentemperaturen en een bepaalde luchtvochtigheid, en past de klimaatregeling aan zodat het zicht behouden blijft.

Als de sensor vaststelt dat de voorruit beslaat, dan worden de volgende instellingen gekozen:

□ inschakeling van de compressor (weergave van symbool ✝ op het display en knop B verlicht);

□ uitschakeling van de luchtrecirculatie (uitsluitend toevoer van buitenlucht).

Als deze instellingen niet afdoende zijn om het beslaan te verhelpen en een veilige situatie te herstellen, dan kiest het systeem de volgende instellingen:

□ aanpassing van de luchtverdeling om de luchttoevoer naar de voorruit te vergroten;

□ verhoging van de luchtopbrengst.

De wasemsensor verhoogt de actieve veiligheid omdat de meetresultaten worden gebruikt zowel tijdens de automatische werking als bij eventuele handmatige aanpassingen in de werking van de klimaatregeling.

Als instellingen, die het gevolg zijn van metingen door de sensor, met de hand worden gewijzigd, dan wordt de sensor buiten werking gesteld, totdat opnieuw op toets AUTO wordt gedrukt of totdat de motor de volgende keer wordt gestart.

Als de sensor aan de klimaatregeleenheid doorgeeft dat de normale zichtomstandigheden zijn hersteld, dan kiest het systeem de instellingen die waren ingesteld, voordat de sensor een beslagen voorruit registreerde.

BELANGRIJK Als de wasemsensor een beslagen voorruit registreert, dan zijn de buitentemperatuur en de luchtvochtigheid zodanig dat een goed en veilig zicht in gevaar is; als het systeem terugkeert naar de door de bestuurder gekozen instellingen, dan verdient het aanbeveling om de aircocompressor ingeschakeld te houden om te voorkomen dat de voorruit opnieuw beslaat.

LANCIA Ypsilon (2009) - Wasemsensor (indien aanwezig) - 1

ATTENTIE

Voor een goede werking van de wasemsensor moet de voorruit schoon zijn en mag het meetbereik van de sensor achter de binnenspiegel niet gehinderd worden door stickers en soortgelijke voorwerpen.

BUITEN- VERLICHTING

Met de linker hendel bedient u de buitenverlichting.

De buitenverlichting werkt uitsluitend als de contactsleutel in stand MAR staat.

VERLICITING UIT fig. 45

Draaiknop in stand O.

BUTENVERLICHTING fig. 46

Draai de draaiknop in stand ⚙.

Op het instrumentenpanel gaat het controlelampje 3005 branden.

DIMLICHT fig. 47

Draai de draaiknop in stand Ⓞ.

Op het instrumentenpaneel gaat het controlclampje Ⓠ branden.

LANCIA Ypsilon (2009) - DIMLICHT fig. 47 - 1

Trek de hendel naar het stuurwiel (vergrendelde stand), als de draai-knop reeds in stand ① staat.

Op het instrumentenpanel gaat het controlelampje Ⓔ branden.

Als de hendel opnieuw naar het stuurwiel wordt getrokken, dooft het grootlicht en wordt het dimlicht weer ingeschakeld.

Fig. 49 LOC0064m

GROOTLICHTSIGNAAL fig. 49

Het grootlichtsignaal kan worden gegeven door de hendel naar het stuurwiel te trekken (onvergrendelde stand) ongeacht de stand van de draaiknop. Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje 3D branden.

PARKEERVERLICHTING fig. 50

Draai de contactsleutel in stand STOP of verwijder de sleutel en draai de draaiknop in stand ⚙. Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje ≧00≤ branden en de buitenverlichting en de kentekenplaatverlichting worden ingeschakeld.

Als u de hendel omhoog plaatst ①, gaat alleen de buitenverlichting aan de rechterzijde branden; als u de hendel omlaag plaatst ②, gaat alleen de verlichting aan de linkerzijde branden. In beide gevallen gaat het lampje ③005 op het instrumentenpanel branden.

fig. 50 LOC00065m

RICHTINGAANWIJZERS fig. 50

Zet de hendel in de vergrendelde stand:

☐ omhoog (stand 1): inschakeling rechter richtingaanwijzer;

☐ omlaag (stand 2): inschakeling linker richtingaanwijzer.

Op het instrumentenpaneel knippert het waarschuwingslampje ⇔ of ⇒.

De richtingaanwijzers schakelen automatisch uit als de auto weer rechtuit rijdt.

Als u kort richting aan wilt geven, voor het uitvoeren van een handeling waarvoor het stuurwiel slechts weinig hoeft te worden verdraaid, dan drukt u de hendel iets omhoog of omlaag zonder dat de hendel vergrendelt. Zodra u de hendel loslaat, gaat deze automatisch terug.

fig. 51 LOC0064m

"FOLLOW ME HOME" SYTEEM fig. 51

Met dit systeem kan de ruimte voor de auto een bepaalde tijd worden verlicht.

Inschakelen

U schakelt deze functie in door de contactsleutel in stand STOP te draaien of uit te nemen en de linker hendel binnen 2 minuten na het uitzetten van de motor naar het stuur te trekken.

Telkens als u de hendel bedient, blijft de verlichting 30 seconden langer branden, tot een maximum van 210 seconden; hierna schakelt de verlichting automatisch uit.

Telkens als de hendel wordt bediend, gaat het controlclampje 2005 op het instrumentenpaneel branden en verschijnt er een bericht op het display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten") met de tijd die de functie actief blijft. Het lampje gaat branden als de hendel voor het eerst bediend wordt en blijft branden totdat de functie automatisch uitschakelt. Telkens als de hendel wordt bediend, wordt alleen de inschakeltijd van de verlichting verlengd.

Uitschakelen

Houd de hendel langer dan 2 secon- den naar het stuur getrokken.

LANCIA Ypsilon (2009) - Uitschakelen - 1

Deze sensor is in staat om de verschillen in sterkte van het omgevingslicht waar te nemen op basis van de ingestelde gevoeligheid: hoe hoger de gevoeligheid, hoe minder buitenlicht er nodig is om de verlichting in te schakelen. De gevoeligheid van de sensor kan worden ingesteld via het "Setup-menu" van het display.

Inschakelen

Draai de draaiknop in stand Ⓐ: op deze manier gaan, afhankelijk van de sterkte van het buitenlicht, de buitenverlichting en de dimlichten automatisch branden.

fig. 53 LOC0225m

Als de schemersensor is ingeschakeld, kan alleen het grootlichtsignaal worden gegeven.

Uitschakelen

Als via de sensor het commando voor uitschakeling wordt gegeven, wordt het dimlicht uitgeschakeld en vervolgens, na ongeveer 10 seconden, de buitenverlichting.

De schemersensor is niet in staat om mist te signaleren. Daarom moet bij mist de verlichting handmatig worden ingeschakeld.

RUITEN REINIGEN

RUITENWISSERS/ -SPROEIERS

Deze werken uitsluitend als de contactsleutel in stand MAR staat.

De rechter hendel kan in vijf verschillende standen worden gezet fig. 54:

A: ruitenwissers uitgeschakeld

B: wissen met interval.

Draai als de hendel in stand B staat, de draaiknop F in een van de vier intervalstanden:

= zcer lang interval

-- = lang interval

--- = gemiddeld interval

---- = kort interval

LANCIA Ypsilon (2009) - RUITENWISSERS/ -SPROEIERS - 1

C: langzaam continu wissen;

D: snel continu wissen;

E: tussenslag (onvergrendelde stand).

In stand E werken de ruitenwissers, zolang u de hendel met de hand in deze stand houdt. Als u de hendel loslaat, springt deze direct weer in stand A en schakelen de ruitenwis- sers automatisch uit.

LANCIA Ypsilon (2009) - RUITENWISSERS/ -SPROEIERS - 2

ATTENTIE

Gebruik de ruitenwissers niet om opgehoopte sneeuw of ijs van de voorruit te verwijderen. In die omstandigheden grijpt, als de ruitenwissers te zwaar worden belast, de beveiliging in, die ervoor zorgt dat de ruitenwissers enkele seconden worden uitgeschakeld. Als hierna de werking niet wordt hervat, wendt u dan tot de Lancia-dealer.

fig. 55 LOC0067m

"Intelligente wis-/wasregeling"

Als u de hendel naar het stuur trekt (onvergrendelde stand), schakelen de ruitensprociers in fig. 55.

Als u de hendel langer dan een halve seconde aangetrokken houdt, dan worden in een beweging de ruitenwissers/-sprociers ingeschakeld.

Als u de hendel loslaat, maken de ruitenwissers nog 4 slagen.

REGENSENSOR (indien aanwezig)

De regensensor bevindt zich achter de binnenspiegel en staat in contact met de voorruit. De sensor zorgt ervoor dat de frequentie van de slagen van de ruitenwissers, tijdens het wissen met interval, automatisch wordt aangepast aan de hoeveelheid regen op de ruit.

De sensor heeft een regelbereik dat oplopend varieert van uitgeschakelde ruitenwissers (geen slagen) als de ruit droog is, tot ruitenwissers die ingeschakeld worden op de eerste continue snelheid (langzaam continu wissen) bij hevige regen.

Inschakelen fig. 56

Plaats de rechter hendel een stand naar beneden.

Als de regensensor wordt ingeschakeld, maken de ruitenwissers 1 slag. BELANGRIJK Houd de ruit in de omgeving van de sensor schoon.

Als u draaiknop F draait, dan wordt de gevoeligheid van de regensensor verhoogd. waardoor de overgang van stilstaande ruitenwissers bij een droge ruit, naar de eerste snelheid (langzaam continu wissen) sneller plaatsvindt.

LANCIA Ypsilon (2009) - Inschakelen fig. 56 - 1

Als de gevoeligheid van de regensen- sor verhoogd wordt, maken de rui- tenwissers 1 slag.

Als de ruitensproeiers worden bediend bij ingeschakelde regensensor, werkt het normale reinigingsprogramma. Daarna hervat de regensensor zijn normale automatische werking.

Uitschakelen fig. 56

Draai de start-/contactsleutel in stand STOP.

Als de motor daarna wordt gestart (sleutel in stand MAR), schakelt de regensensor niet weer in, ook niet als de hendel in stand B is blijven staan. Voor het inschakelen van de regensensor moet de hendel in stand A of C worden gezet en daarna in stand B.

Als de regensensor op deze wijze opnicuw wordt ingeschakeld, maken de ruitenwissers ten minste 1 slag, ook bij een droge ruit.

De regensensor is in staat om de volgende omstandigheden te herkennen en zijn gevoeligheid hieraan aan te passen:

□ vuil op het controle-oppervlak (zoutaanslag, vuil enz.);
□ waterstrepen veroorzaakt door versleten wisserrubbers;
□ verschil tussen dag en nacht.

Fig. 57 A LOC0068m

ACHTERRUITWISSER/ -SPROEIER fig. 57

Deze werken uitsluitend als de contactsleutel in stand MAR staat.

Als u de hendel naar het dashboard drukt (onvergrendelde stand), wordt de achterruitsproeier ingeschakeld en gaat de achterruitwisser continu werken.

De werking stopt als de hendel wordt losgelaten.

Als u draaiknop A van stand ○ in stand ☐ zet, dan werkt de achterruitwisser in de intervalstand.

CRUISE-CONTROL (snelheidsregelaar) (indien aanwezig)

Dit is een elektronisch hulpmiddel, waardoor de auto (bij een snelheid boven 30 km/h) op lange, rechte en droge trajecten en bij weinig verandering in de rij-omstandigheden (bijv. snelwegen), met een constante en vooraf ingestelde snelheid blijft rijden zonder het gaspedaal te hoeven bedienen. Het gebruik van dit systeem biedt geen voordelen in druk verkeer. Gebruik dit systeem niet in de stad.

RES A B OFF LOC0069m fig. 58

SYSTEEM INSCHAKELEN fig. 58

Draai de draaiknop A in stand ON.

Het systeem kan alleen worden ingeschakeld in de vierde of vijfde versnelling. Op afdalingen kan bij ingeschakelde cruise-control de snelheid iets oplopen ten opzichte van de opgeslagen snelheid.

Het systeem is ingeschakeld als het lampje brandt en op het instrumentenpaneel het betreffende bericht verschijnt.

SNELHEID OPSLAAN

Ga als volgt te werk:

□ zet de draaiknop A in stand ON en trap het gaspedaal in tot de auto met de gewenste snelheid rijdt;
☐ plaats de hendel ten minste 3 seconden omhoog (+) en laat vervolgens de hendel los: de snelheid van de auto is opgeslagen en het gaspedaal kan worden losgelaten.

Indien nodig (bijvoorbeeld bij inhalen) kan de snelheid simpel verhoogd worden door het intrappen van het gaspedaal: als u daarna het gaspedaal loslaat, wordt teruggekeerd naar de opgeslagen snelheid.

Als het systeem is uitgeschakeld door bijvoorbeeld het intrappen van het rem- of koppelingspedaal, kan de opgeslagen snelheid op de volgende manier worden opgeroepen:

□ geef geleidelijk gas, totdat de snelheid ongeveer gelijk is aan de opgeslagen snelheid;
□ schakel de versnelling in die ingeschakeld was op het moment van het opslaan van de snelheid (vierde of vijfde versnelling);
□ druk op de knop RES B.

Dit kan op twee manieren:

□ trap het gaspedaal in sla vervolgens de nieuwe snelheid op; of
□ plaats de hendel omhoog (+).

Telkens als de hendel wordt bediend, wordt de snelheid iets verhoogd (ongeveer 1 km/h). Als de hendel omhoog wordt gehouden, verandert de snelheid traploos.

Dit kan op twee manieren:

□ schakel het systeem uit en sla vervolgens de nieuwe snelheid op; of
□ plaats de hendel omlaag (−) totdat de nieuwe snelheid is bereikt die automatisch wordt opgeslagen.

Telkens als de hendel wordt bediend, wordt de snelheid iets verlaagd (ongeveer 1 km/h). Als de hendel omlaag wordt gehouden, verandert de snelheid traploos.

SYSTEEM UITSCHAKELEN

Zet de draaiknop A in stand OFF of de start-/contactsleutel in stand STOP. Het systeem schakelt in de volgende gevallen automatisch uit:

□ als het rem- of koppelingspedaal wordt ingetrapt;
□ als de ESP (indien aanwezig) ingrijpt.

LANCIA Ypsilon (2009) - SYSTEEM UITSCHAKELEN - 1

ATTENTIE

Als de cruise-control tijdens het rijden is ingeschakeld, zet dan nooit de versnellingspook in de vrijstand.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Bij een storing of een afwijkende werking van de cruise-control, moet de draai-knop A in stand OFF worden gezet. Laat het systeem, na controle van de zekering, door de Lancia-dealer controleren.

PLAFONDVER- LICHTING

Zonneklepverlichting fig. 59

Druk op de knop A voor het in-/uitschakelen van de zonneklepverlichting aan bestuurderszijde en druk op de knop C voor het in-/uitschakelen van de zonneklepverlichting aan passagierszijde.

Als de contactsleutel in stand STOP staat of is uitgenomen, blijft de verlichting nog ongeveer 15 minuten ingeschakeld.

Plafondverlichting in het midden

Het lampje gaat automatisch branden als u een portier opent en dooft als het betreffende portier wordt gesloten, na ongeveer 10 seconden.

Als het portier geopend blijft, schakelt het plafondlampje na ongeveer 3 minuten uit.

De plafondverlichting in het midden kan ook worden in-/uitgeschakeld door op de knop B te drukken.

Het inschakelen/doven van de ver- lichting gaat geleidelijk.

A B C

fig. 59
LOC0015m

Na het inschakelen door het indrukken van de knop B, blijft de verlichting, als de contactsleutel in stand STOP staat of uit het contactslot is genomen, nog 15 minuten ingeschakeld.

BEDIENINGS- ORGANEN

WAARSCHUWINGSKNIPPER- LICHTEN fig. 60

Druk op de schakelaar A, ongeacht de stand van de contactsleutel.

Als het systeem is ingeschakeld, knippert het lampje in de schakelaar. Gelijktijdig gaan op het instrumenten-pancel de controelampjes ⇔ en ⇒ branden.

Druk voor uitschakeling nogmaals op de schakelaar.

MISTLAMPEN VOOR

(indien aanwezig) fig. 61

Druk bij ingeschakelde buitenverlichting op knop 0.

Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje ♦ branden.

Druk voor uitschakeling nogmaals op de knop.

LANCIA Ypsilon (2009) - MISTLAMPEN VOOR - 1

ATTENTIE

Het gebruik van de waar- schuwingsknipperlichten

is afhankelijk van de wetgeving van het land waarin u zich bevindt. Houdt u aan de voorschriften.

Fig. 60 LOC0228m

fig. 62 LOC0046m

Als de brandstofnoodschakelaar is ingeschakeld, brandt het lampje op het instrumentenpaneel en verschijnt er een bericht op het display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten").

Controleer de auto zorgvuldig op brandstoflekkage, bijvoorbeeld in de motorruimte, onder de auto of in de nabijheid van de brandstoftank.

fig. 61 LOC0229m

BRANDSTOFNOODSCHAKE- LAAR fig. 62

Deze veiligheidsschakelaar bevindt zich onder het dashboard naast de portierstijl aan passagierszijde. Om de schakelaar te bereiken, moet u de bekleding verplaatsen. De schakelaar springt omhoog bij een ongeval, waardoor de toevoer van brandstof wordt gestopt en de motor afslaat.

Druk op knop ⌘ voor inschakeling van het mistachterlicht. Het mistachterlicht werkt alleen als het dimlicht is ingeschakeld.

Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje Ⓧ branden.

Druk voor uitschakeling nogmaals op de knop.

Als u geen brandstoflekkage waarneemt en de auto kan nog verder rijden, druk dan op de knop A om de brandstoftoevoer weer te herstellen en de verlichting weer in te schakelen.

Draai na een ongeval de contactsleutel in stand STOP om te voorkomen dat de accu ontlaadt.

LANCIA Ypsilon (2009) - BRANDSTOFNOODSCHAKE- LAAR fig. 62 - 1

ATTENTIE

Als u na een ongeval een brandstoflucht ruikt of merkt dat het brandstofsysteem lekt, druk dan de schakelaar niet weer terug, zodat brand wordt voorkomen.

INTERIEURUIT- RUSTING

DASHBOARDKASTJE fig. 63

Trek de handgreep in de richting van de pijl om het dashboardkastje te openen.

BEKERHOUDER - BLIKJES-HOUDER fig. 64

Deze zijn in de tunnelconsole geplaatst.

PASJES/KAARTHOUDER

Op de tunnelconsole bevinden zich uitsparingen voor het bewaren van telefoonkaarten, pasjes/credit-cards of tolkaarten.

STEKKERDOOS (12V)

Deze bevindt zich op de tunnelconsole en werkt alleen als de contact-sleutel in stand MAR staat. Als de auto is uitgerust met de rokerskit, dan is de stekkerdoos vervangen door een aansteker.

LANCIA Ypsilon (2009) - STEKKERDOOS (12V) - 1

Deze is in de tunnelconsole geplaatst naast de handrem.

Druk voor het inschakelen van de aansteker de betreffende knop in, als de contactsleutel in stand MAR staat.

Na ongeveer 15 seconden springt de knop in de beginstand en is de aan- steker klaar voor gebruik.

BELANGRIJK Controleer altijd of de aansteker na het indrukken ook uitschakelt.

BELANGRIJK De aansteker wordt erg heet. Gebruik de aansteker voorzichtig en voorkom dat hij gebruikt wordt door kinderen: risico op brand en/of brandwonden.

ASBAK (indien aanwezig)

De asbak bestaat uit een uitneembaar kunststof houder met een veeropening. De asbak kan in de beker/blikjeshouders geplaatst worden op de tunnelconsole.

BELANGRIJK Gebruik de asbak niet als prullenbak: papiertjes en dergelijke kunnen door peuken in brand raken.

LANCIA Ypsilon (2009) - ASBAK (indien aanwezig) - 1

De zonnekleppen zitten aan beide zijden naast de binnenspiegel. Ze kunnen voor de voorruit of voor de zijruit worden gedraaid.

De zonneklep aan de bestuurdersen de passagierszijde hebben een spiegeltje op de achterzijde.

Om het spiegeltje aan de bestuurderszijde te gebruiken, moet het schuifklepje A worden geopend.

OPENDAK (indien aanwezig)

Het opendak met grote ruit "skydo- me" bestaat uit 2 ruitpanelen, een vast paneel en een beweegbaar paneel. De panelen zijn voorzien van een zonnescherm dat met de hand in twee standen kan worden gezet (geopend/gesloten). Het opendak kan uitsluitend bediend worden als de contactsleutel in stand MAR staat. Met de knoppen A en B-fig. 66 bij het plafondlampje in het midden, kunt u het dak openen/sluiten.

Automatisch openen:

Als u knop A langer dan 1 seconde indrukt, opent het ruitpanel voor automatisch in "kantelstand". Druk nogmaals langer dan 1 seconde op knop A om het paneel geheel te openen. Na het eerste commando voor het openen, kan het paneel in een tussenliggende stand worden gezet door opnieuw op knop A te drukken.

Automatisch sluiten

Als het dak in geheel opende stand staat en u drukt langer dan 1 seconde op knop B, dan komt het ruitpaneel voor automatisch in "kantelstand". Druk nogmaals langer dan 1 seconde op knop B om het paneel geheel te sluiten. Na het eerste com-

A B =0 ♀ 0= L0C0176m fig. 66

mando voor het sluiten, kan het paneel in een tussenliggende stand worden gezet door opnieuw op knop B te drukken.

Openen/sluiten met de hand

Als u korter dan 1 seconde op knop A of B drukt, opent/sluit het paneel zolang de knop wordt ingedrukt. De beweging stopt als u de knop loslaat. Op deze manier kunt u het dak in een tussenliggende stand zetten.

ANTI-LETSELFUNCTIE

Het opendak is voorzien van een anti-letselfunctie. Sensoren in de ruitrubbers kunnen een eventueel obstakel waarnemen als de ruit sluit. In dat geval onderbreekt het systeem de ruitbeweging en wordt de ruit onmiddellijk geopend.

INITIALISATIEPROCEDURE

Als de accu losgekoppeld is geweest of als een zekering is doorgebrand, moet de werking van het opendak opnieuw ingesteld worden.

Ga als volgt te werk:

□ druk de knop B-fig. 66 in de sluitstand;

☐ houd de knop ingedrukt totdat het dak stapsgewijs geheel is gesloten;

□ wacht nadat het dak geheel gesloten is, tot de elektrische motor van het dak uitschakelt.

Verwijder altijd de contactsleutel uit het contactslot als u de auto verlaat, om te voorkomen dat het opendak per ongeluk in beweging wordt gebracht en zo gevaar kan opleveren voor de achtergebleven passagiers: onzorgvuldig gebruik van het opendak kan gevaarlijk zijn. Controleer voor en tijdens de bediening van de schakelaar altijd of de passagiers niet verwond kunnen worden door de beweging van het opendak zelf of door in beweging gebrachte voorwerpen.

A B

fig. 67
LOC0186m

BEDIENING IN NOODGEVALLEN fig. 67

Als het opendak niet elektrisch bediend kan worden, dan kan het handmatig worden bediend; ga hiervoor als volgt te werk:

□ neem de zeskantige sleutel A uit het dashboardkastje
□ verwijder de bescherndop aan de binnenzijde van het dak, naast het zonnescherm
□ steek de sleutel in de zitting B en draai de sleutel:

- rechtsom om het dak te openen

- linksom om het dak te sluiten.

LANCIA Ypsilon (2009) - BEDIENING IN NOODGEVALLEN fig. 67 - 1

Bedien het opendak niet als er allesdragers gemon- teerd zijn.

LANCIA Ypsilon (2009) - BEDIENING IN NOODGEVALLEN fig. 67 - 2

Open het dak niet bij sneeuw of ijs: het kan dan beschadigd worden.

LANCIA Ypsilon (2009) - BEDIENING IN NOODGEVALLEN fig. 67 - 3

ATTENTIE

Verwijder altijd de contactsleutel uit het contactslot als u de auto verlaat, om te voorkomen dat het opendak per ongeluk in beweging wordt gebracht en zo gevaar kan opleveren voor de achtergebleven passagiers: onzorgvuldig gebruik van het opendak kan gevaarlijk zijn. Controleer voor en tijdens de bediening van de schakelaar altijd of de passagiers niet verwond kunnen worden door de beweging van het opendak zelf of door in beweging gebrachte voorwerpen.

PORTIEREN

CENTRALE PORTIERVER- GRENDELING fig. 68

Van buitenaf

Steek bij gesloten portieren de sleutel in het slot van het voorportier en draai de sleutel of druk op knopje op de afstandsbediening.

A B CFTI MODE SD

fig. 68
LOC0231m

Van binnenuit

Druk bij gesloten portieren op de knop A (ontgrendeling van de portieren) of B (vergrendeling van de portieren) op het dashboard.

BELANGRIJK De centrale portiervergrendeling werkt niet als een portier niet goed gesloten is of als er een storing in het systeem is.

Als de oorzaak van de storing is opgelost, werkt het systeem weer normaal.

ELEKTRISCHE RUITBEDIENING

BELANGRIJK Als de contactsleutel in stand STOP staat of is uitgenomen, dan kunnen de ruiten nog ongeveer 2 minuten worden bediend. Het systeem wordt echter onmiddellijk uitgeschakeld als een van de portieren wordt geopend.

BEDIENINGSKNOPPEN fig. 69

In de armsteun van het portier aan bestuurderszijde zijn de twee bedieningsschakelaars gemontceerd waarmee u, als de contactsleutel in stand MAR staat, de zijruiten bedient:

A openen/sluiten zijruit linksvoor;

B openen/sluiten zijruit rechtsvoor.

Als u (bij bepaalde uitvoeringen) de schakelaar A aan bestuurderszijde langer dan een halve seconde ingedrukt houdt, gaat de ruit verder automatisch open of dicht: De beweging stopt als de ruit aan het einde van zijn slag is of als u nogmaals op de schakelaar drukt.

A B fig. 69 LOC0019m

LANCIA Ypsilon (2009) - BEDIENINGSKNOPPEN fig. 69 - 2

ATTENTIE

Onzorgvuldig gebruik van de elektrische ruitbediening kan gevaarlijk zijn. Controleer voor en tijdens het bedienen van de ruit altijd of de passagiers niet kunnen worden verwond door de bewegende ruiten, hetzij direct door contact met de ruit, hetzij door voorwerpen die door de ruit worden meegesleept of geraakt. Verwijder altijd de sleutel uit het contactslot als u de auto verlaat om te voorkomen dat een onverwachtse inschakeling van de elektrische ruitbediening gevaar oplevert voor de achtergebleven passagiers.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

In de armsteun van het portier aan de passagierszijde zit een drukschakelaar om aan die zijde de ruit te bedienen fig. 70.

BAGAGERUIMTE

De achterklep (indien ontgrendeld) kan alleen van buitenaf geopend worden met behulp van de elektrische ontgrendelhendel boven de kentekenplaathouder fig. 71.

De achterklep kan bovendien altijd worden geopend als de portieren van de auto ontgrendeld zijn.

Op het display van het instrumentenpancel (zie de paragraaf "Multifunctioneel display" in dit hoofdstuk) kunt u de keuzemogelijkheid "Achterklep onafhankelijk ontgrendelen" inschakelen: op deze manier wordt de achterklep niet gelijktijdig met de portieren ontgrendeld.

LANCIA Ypsilon (2009) - BAGAGERUIMTE - 1

Als de achterklep wordt ontgrendeld, knipperen de richtingaanwijzers twee keer.

Als de achterklep weer wordt vergrendeld, worden alle functies weer hersteld.

LANCIA Ypsilon (2009) - BAGAGERUIMTE - 2

Laat de achterklep zakken en druk op de achterklep totdat hij vergrendelt.

BELANGRIJK Als de keuzemogelijkheid "Achterklep onafhankelijk ontgrendelen" is ingeschakeld, moet, voordat de achterklep wordt gesloten, gecontroleerd worden of u in het bezit bent van de contactsleutel, omdat de achterklep automatisch vergrendeld wordt.

LANCIA Ypsilon (2009) - BAGAGERUIMTE - 3

Naderhand aangebrachte voorwerpen op de hoedenplank of de achterklep (luidsprekers, spoiler enz.) kunnen, behalve wanneer de auto hierop is voorbereid, de juiste wer- king van de gasveren verhinderen.

LANCIA Ypsilon (2009) - BAGAGERUIMTE - 4

ATTENTIE

Bij het gebruik van de bagageruimte mag het maximum laadvermogen van de auto nooit overschreden worden (zie het hoofdstuk "Technische gegevens"). Controleer bovendien of de bagageruimte goed geladen is, om te voorkomen dat een voorwerp bij bruusk remmen naar voren schiet en letsel veroorzaakt.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Rijd niet met voorwerpen op de hoedenplank: bij een ongeval of bruusk remmen kunnen ze de passagiers verwonden.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

Om de achterklep vanuit het interieur te openen (bij een lege accu of bij een storing in het elektrische systeem van de achterklep zelf), moet als volgt te werk worden gegaan (zie "Bagageruimte vergroten" in dit hoofdstuk):

  • verwijder de hoofdsteunen achter;
  • klap de zittingen van de achterbank om:
  • klap de rugleuningen naar voren;
  • voor het mechanisch ontgrendelen van de achterklep, moet u in de bagageruimte dop A verwijderen en het hendeltje B bedienen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 2

VERWIJDEREN fig. 74-75

Als u de hoedenplank wilt verwijderen om de bagageruimte te vergroten, ga dan als volgt te werk:

☐ haak de twee trekkoorden (een per zijde) los uit de bevestigingspennen B;
□ trek de hoedenplank naar buiten door de pennen C uit de zittingen te verwijderen.

fig. 76 LOC0028m

BAGAGERUIMTE VERGROTEN (uitvoeringen met ondeelbare achterbank) fig. 76

Gedeeltelijke vergroting

Trek hendel A omhoog (vanuit het interieur) of trek aan de lip in het midden van de bagageruimte en plaats de bank naar voren.

Maximale vergroting

□ Verwijder de hoedenplank zoals hiervoor beschreven:
☐ Trek hendel A omhoog of trek aan de lip in het midden van de bagageruimte en zet de bank geheel naar achteren:
☐ Til de zitting aan de voorzijde (1) omhoog (zoals afgebeeld) en klap de zitting aan de achterzijde (2) naar voren.

LANCIA Ypsilon (2009) - Maximale vergroting - 1

□ Trek hendel B omhoog om de rug-leuning te ontgrendelen;
□ Klap de rugleuning iets naar voren en verwijder de hoofdsteunen van de achterbank (indien aanwczig).
□ Klap de rugleuning neer.

Achterbank terugzetten

Voer de beschreven handelingen in omgekeerde volgorde uit. Controleer of de gordels in de sluitingen aan de zijkant zitten ( zoals afgebeeld in fig. 77) voordat u de zitting terugklapt, zodat ze altijd bereikbaar zijn.

Voor het terugplaatsen van de zitting moet de achterzijde eerst onder de rugleuning worden geschoven en vervolgens de voorzijde worden aangedrukt.

BELANGRIJK Als de auto is uitge-rust met Isofix-bevestigingen (zie paragraaf "Montagevoorbereiding voor Isofix-kinderzitjes" in het hoofdstuk "Veiligheid"), let er dan bij het terugplaatsen van de zitting op dat deze onder deze bevestigingen wordt geschoven.

fig. 78 LOC0056m

BAGAGERUIMTE VERGROTEN (uitvoeringen met deelbare achterbank) fig. 78-79-80

Gedeeltelijke vergroting

Trek hendel A omhoog (vanuit het interieur) of trek aan de lip in het midden van de bagageruimte en plaats de bank naar voren.

Maximale vergroting

□ Verwijder de hoedenplank zoals hiervoor beschreven;
☐ Trek hendel A omhoog of trek aan de lip in het midden van de bagageruimte en zet de bank geheel naar achteren;

fig. 79 LOC0074m

☐ Til het deel van de zitting dat u wilt neerklappen, aan de voorzijde (1) omhoog, en klap de zitting aan de achterzijde (2) naar voren; klap beide zittingen naar voren als u de rugleuning geheel wilt neerklappen.
☐ Trek hendel B of C omhoog of trek aan de lippen aan de zijkant D of E in de bagageruimte om het deel van de rugleuning dat u wilt neerklappen, te ontgrendelen: beide delen als u de rugleuning geheel wilt neerklappen.
□ Klap de rugleuning iets naar voren en verwijder de hoofdsteunen van de achterbank (indien aanwezig).
□ Klap een of beide rugleuningen neer.

LANCIA Ypsilon (2009) - Maximale vergroting - 2

Voer de beschreven handelingen in omgekeerde volgorde uit. Controleer of de gordels in de sluitingen aan de zijkant zitten (zoals afgebeeld in fig. 80) voordat u de zitting terugklapt, zodat ze altijd bereikbaar zijn.

Voor het terugplaatsen van de zitting moet de achterzijde eerst onder de rugleuning worden geschoven en vervolgens de voorzijde worden aangedrukt.

BELANGRIJK Als de auto is uitge-rust met Isofix-bevestigingen (zie paragraaf "Montagevoorberciding voor Isofix-kinderzitjes" in het hoofdstuk "Veiligheid"), let er dan bij het terugplaatsen van de zitting op dat deze onder deze bevestigingen wordt geschoven.

MOTORKAP

OPENEN

Ga als volgt te werk:

□trek de hendel A-fig. 81 in de richting van de pijl;
□ plaats het hendeltje B-fig. 82 naar links zoals aangegeven door de pijl;
□ til de motorkap op en trek gelijktijdig de steunstang C-fig. 83 uit de klem D-fig. 83; steek vervolgens het uiteinde van de stang in de grote opening E-fig. 83 in de motorkap en druk de stang in de veilige stand (kleine opening) zoals afgebeeld.

BELANGRIJK Controleer of de armen van de ruitenwissers tegen de ruit aanstaan voordat u de motorkap optilt.

LANCIA Ypsilon (2009) - OPENEN - 1

Ga als volgt te werk:

☐ houd de motorkap met een hand omhoog, schuif en trek met de andere hand de stang C-fig. 83 uit de zitting D en plaats de steunstang terug in de klem;

LANCIA Ypsilon (2009) - OPENEN - 2

☐ laat de motorkap tot op ongeveer 20 cm van de motorruimte zakken, laat de motorkap vallen en controleer of de motorkap goed is gesloten door de motorkap op te tillen. De motorkap mag niet alleen door de beveiliging vergrendeld zijn. Druk in dit laatste geval de motorkap niet dicht, maar til hem opnieuw op en herhaal de handeling.

BELANGRIJK Controleer altijd of de motorkap vergrendeld is om te voorkomen dat deze tijdens het rijden opengaat.

LANCIA Ypsilon (2009) - OPENEN - 3

ATTENTIE

Om veiligheidsredenen moet de motorkap tijdens het rijden altijd goed gesloten zijn. Controleer daarom altijd of de motorkap goed vergrendeld is. Als u tijdens het rijden merkt dat de motorkap niet goed is vergrendeld, stop dan onmiddellijk en sluit de motorkap op de juiste wijze.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Als de steunstang ver- keerd geplaatst wordt, kan de motorkap onverwachts dichtvallen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Voer deze handeling alleen uit als de auto stilstaat.

ALLESDRAGERS

BELANGRIJK Wij raden u het gebruik aan van allesdragers uit het Lancia Lineaccesori-programma. U dient zich strikt aan de montagevoorschriften te houden die bij de set zijn geleverd. De montage moet altijd door deskundige personen worden uitgevoerd.

BELANGRIJK Overschrijd nooit het maximum draagvermogen (zie het hoofdstuk "Technische gegevens").

Controleer na enkele kilometers opnicuw of de bevestigingsbouten nog goed vastzitten.

KOPLAMPEN

KOPLAMPEN AFSTELLEN

Goed afgestelde koplampen zijn belangrijk voor het comfort en de veiligheid van uzelf en de overige weggebruikers. Voor optimaal zicht en zichtbaarheid moeten de koplampen op de juiste wijze zijn afgesteld. Wendt u voor controle of afstelling tot de Lancia-dealer.

LANCIA Ypsilon (2009) - KOPLAMPEN AFSTELLEN - 1

Open het opendak niet als er allesdragers gemon- teerd zijn.

fig. 84 LOC0232m

HOOGTEVERSTELLING VAN DE KOPLAMPEN fig. 84

De stand kan worden geregeld als de contactsleutel in stand MAR staat en de dimlichten zijn ingeschakeld. Als de auto beladen is, helt hij achterover. Het gevolg is dat de lichtbundel meer naar boven schijnt. De stand van de koplampen moet nu worden gecorrigeerd.

Koplampverstelling

De koplampen kunnen worden ver- steld met de knoppen en op het dashboard.

Op het display van het instrumenten- panel wordt de stand fig. 85 aange- geven.

Stand 0 - een of twee personen op de voorstoelen.

Stand 1 - vijf personen.

Mer 15 Gen 30 Km 70.0 °F 3:10 12:42 Pm fig. 85 LOC0078m

Stand 2 - vijf personen + bagage.

Stand 3 - bestuurder + maximale la- ding in de bagageruimte.

BELANGRIJK Controleer de afstelling van de koplampen telkens als het gewicht van de lading wijzigt.

KOPLAMPAFSTELLING IN HET BUITENLAND

De dimlichten zijn afgesteld voor gebruik in het land waarin de auto is verkocht. In landen waar op de andere weghelft wordt gereden, moeten, om tegenliggers niet te verblinden, delen van de koplamp worden afgedekt (zie voor de plaats en afmetingen de afbeeldingen). Gebruik voor het afplakken ondoorzichtige tape.

fig. 86 37 51.4 32.4 LOC0178m

fig. 87 LOC0179m

De afbeeldingen fig. 86-87 hebben betrekking op de overgang van een land waar rechts wordt gereden naar een land waar links wordt gereden.

ABS

Het ABS dat geïntegreerd is in het rem- systeem, voorkomt dat tijdens het rem- men de wielen blokkeren, ongeacht de conditic van het wegdek en de pedaal- druk, en verhindert daarmee het door- slippen van een of meerdere wielen. Hierdoor blijft de auto bestuurbaar, zelfs bij noodstops.

Het systeem wordt gecompleteerd met een elektronische remdrukverdeling EBD (Electronic Braking Force Distribution), die de remdruk verdeelt tussen de voor- en achterwielen.

BELANGRIJK Voor een maximale werking van het remsysteem is een inrijperiode nodig van ongeveer 500 km: in deze periode moet bruusk, herhaaldelijk en langdurig remmen worden vermeden.

ACTIVERING VAN HET SYSTEEM

Als het ABS in werking treedt, merkt de bestuurder dit aan een trilling in het rempedaal, die gepaard gaat met enig geluid: dit geeft aan dat het noodzakelijk is uw snelheid aan te passen aan de beschikbare grip op het wegdek.

Als het ABS in werking treedt, dan is de grip van de banden op het wegdek beperkt: u dient uw snelheid te verlagen en aan te passen aan de beschikbare grip.

STORINGSMELDINGEN

Storing in ABS

Bij een storing brandt het waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel en verschijnt er een bericht op het display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten").

In dat geval blijft het remsysteem normaal werken, maar zonder de mogelijkheden van het ABS. Rijd voorzichtig naar de dichtstbijzijnde Lancia-dealer om het systeem te laten controleren.

LANCIA Ypsilon (2009) - Storing in ABS - 1

ATTENTIE

Als het ABS in werking treedt, dan is de grip van

de banden op het wegdek beperkt: u dient uw snelheid te verlagen en aan te passen aan de beschikbare grip.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Het ABS maakt zoveel mogelijk gebruik van de

beschikbare grip maar kan deze niet verhogen. Daarom moet op gladde weggedeelten altijd voorzichtig worden gereden en mogen er geen onnodige risico's worden genomen.

Storing in EBD

Bij een storing branden de waarschuwingslampjes (②) en (①) op het instrumentenpaneel en verschijnt er een bericht op het display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten").

In dit geval kunnen bij krachtig remmen de achterwielen vroegtijdig blokkeren waardoor de auto kan slippen. Rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbijzijnde Lancia-dealer om het systeem te laten controleren.

BRAKE ASSIST (remregeling bij noodstops) (indien aanwezig)

Dit is een onderdeel van het ESP. Deze functie, die niet kan worden uitgeschakeld, herkent noodstops (op basis van de snelheid waarmee het rempedaal wordt ingetrapt) en verhoogt de druk in het remcircuit aanzienlijk.

De Brake Assist wordt uitgeschakeld bij een storing in het ESP (het lampje Ⓐbrandt en er verschijnt een bericht op het display).

LANCIA Ypsilon (2009) - BRAKE ASSIST (remregeling bij noodstops) (indien aanwezig) - 1

ATTENTIE

Als het ABS in werking treedt, merkt u dat aan een trilling in het rempedaal. Verlaag de remdruk niet maar houd het rempedaal juist goed ingetrapt; op deze manier hebt u de kortste remweg in relatie tot de conditie van het wegdek.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Als het waarschuwings- lampje Ⓑop het instrumentenpaneel gaat branden en op het display verschijnt ook een bericht, stop dan onmiddellijk en wendt u tot de Lancia-dealer. Als er vloeistof lekt uit het hydraulische systeem, wordt de werking van zowel het conventionele rem-systeem als het ABS in gevaar gebracht.

ESP-SYSTEEM (Electronic Stability Program) (indien aanwezig)

Dit systeem bewaakt de stabiliteit van de auto als de wielen hun grip verliezen, waardoor de auto beter op koers blijft.

De werking van het ESP is uitermate nuttig als de grip op het wegdek wisselt.

ACTIVERING VAN IIET SYSTEEM

Bij activering gaat het lampje Ⓐ op het instrumentenpaneel knipperen, om de bestuurder er op te wijzen dat de auto de stabiliteit en de grip dreigt te verliczen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ACTIVERING VAN IIET SYSTEEM - 1

ATTENTIE

De prestaties van het ESP-systeem mogen de bestuurder er niet toe verleiden onnodige en onverantwoorde risico's te nemen. De rijstijl moet altijd zijn aangepast aan het wegdek, het zicht en het verkeer. De verantwoordelijkheid voor de verkeersveiligheid ligt altijd en overal bij de bestuurder van de auto.

INSCHAKELING VAN HET SYSTEEM

Het ESP wordt automatisch ingeschakeld als de motor wordt gestart en kan niet worden uitgeschakeld.

STORINGSMELDINGEN

Bij een storing in het ESP wordt het systeem automatisch uitgeschakeld en gaat het lampje Ⓐ op het instrumentenpanel continu branden. Bovendien verschijnt een bericht op het multifunctionele display (zie hoofdstuk "Lampjes en berichten"). Wendt u in dat geval zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.

HILL HOLDER SYSTEEM (indien aanwezig)

Dit in het ESP geïntegreerde systeem helpt bij het wegrijden op een helling.

Het systeem schakelt automatisch in als:

Omhoog: de auto stilstaat op een helling van meer dan 2% met draaiende motor, ingetrapt rem- en koppelingspedaal en versnellingsbak in vrij of als een andere versnelling dan de achteruit is ingeschakeld.

Omlaag: de auto stilstaat op een helling van meer dan 2% met draaiende motor, ingetrapt rem- en koppelingspedaal en als de achteruit is ingeschakeld.

Tijdens het wegrijden zorgt de regeleenheid van het ESP ervoor dat de wielen geremd blijven, totdat het noodzakelijke motorkoppel is bereikt om weg te rijden (of maximaal 2 seconden), zodat u meer tijd heeft om uw rechter voet van het rempedaal naar het gaspedaal te verplaatsen.

Als u na 2 seconden niet bent wegge- reden, schakelt het systeem automa- tisch uit en wordt de remdruk geleide- lijk verlaagd. Tijdens deze fase kunt u een typisch geluid horen. Dit geluid betekent dat de auto ieder moment in beweging kan komen.

Storingsmeldingen

Bij een eventuele storing gaat het lampje Ⓔ op het instrumentenpaneel branden en verschijnt er een bericht op het multifunctionele display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten").

BELANGRIJK Het Hill Holder-systeem is geen handrem; verlaat dus nooit de auto zonder de handrem aan te trekken, de motor uit te zetten en de eerste versnelling in te schakelen.

LANCIA Ypsilon (2009) - Storingsmeldingen - 1

ATTENTIE

Als eventueel met het noodreservewiel wordt gereden, dan blijft het ESP ingeschakeld. Blijf er echter rekening mee houden dat het noodreservewiel kleiner is dan de normale band en dat daarom de grip lager is dan bij de andere banden van de auto.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Voor de juiste werking van het ESP is het noodzakelijk dat de banden van alle wielen van hetzelfde merk en type zijn. De banden moeten in perfecte conditie zijn en de voorgeschreven afmetingen hebben.

ASR (Antislip Regulation) (indien aanwezig)

Het ASR-systeem controleert de trekkracht van de auto en grijpt automatisch in als een of beide aangedreven wielen dreigen door te slippen.

Afhankelijk van de oorzaak van het doorslippen, worden er twee verschillende regelsystemen geactiveerd:

□ als beide aangedreven wielen doorslippen, vermindert de ASR het motorvermogen;
□ als slechts een aangedreven wiel doorslipt, zorgt de ASR ervoor dat het wiel automatisch wordt afgeremd.
Het ASR-systeem is vooral nuttig onder de volgende omstandigheden:
☐ doorslippen van het binnenste wiel in bochten, door verandering van de wielbelasting of door te felle acceleratie:
□ te hoog vermogen naar de wielen, ook in samenhang met de condities van het wegdek:
□ acceleratie op gladde wegen en bij sneeuw en ijzel;
□ verlies van grip op natte wegge- deelten (aquaplaning).

IN-/UITSCHAKELING VAN HET SYSTEEM fig. 88

Het ASR-systeem schakelt automatisch in als de motor wordt gestart.

De in-/uitschakeling van het systeem wordt aangegeven door het verschijnen van een bericht op het display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten").

Tijdens het rijden kan het ASR-systeem worden uitgeschakeld en vervolgens weer ingeschakeld door de schakelaar A op de middenconsole in te drukken.

Als het systeem is uitgeschakeld dan brandt het lampje op de schakelaar.

Als het ASR-systeem tijdens het rijden wordt uitgeschakeld, schakelt het automatisch weer in als de auto opnieuw wordt gestart.

Schakel het ASR-systeem uit als u met sneeuwkettingen rijdt: onder deze omstandigheden levert het doorslaan van de aangedreven wielen juist meer trekkracht op.

AUTO A CITY ASR OFF MODE

fig. 88
LOC0233m

LANCIA Ypsilon (2009) - IN-/UITSCHAKELING VAN HET SYSTEEM fig. 88 - 2

ATTENTIE

De prestaties van het systeem mogen de bestuurder er niet toe verleiden onnodige en onverantwoorde risico's te nemen. De rijstijl moet altijd zijn aangepast aan het wegdek, het zichl en het verkeer. De verantwoordelijkheid voor de verkeersveiligheid ligt altijd en overal bij de bestuurder van de auto.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Voor de juiste werking van de ASR is het noodzakelijk dat de banden van alle wielen van hetzelfde merk en type zijn. De banden moeten in perfecte conditie en altijd van het voorgeschreven type, merk en afmetingen zijn.

EOBD-SYSTEEM

Met het EOBD-systeem (European On Board Diagnosis) kan een doorlopende diagnose worden uitgevoerd op die componenten op de auto die van invloed zijn op de emissie.

Bovendien meldt het systeem, door het branden van het lampje op het instrumentenpaneel en het verschijnen van een bericht op het display (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten") dat de betreffende componenten defect zijn.

Het doel is:

□ de werking van het systeem controleren:
□ signaleren wanneer door een storing de emissies boven de wettelijk vastgestelde drempelwaarde uitkomen;
□ signaleren wanneer het noodzakelijk is defecte componenten te vervangen.

Het systeem beschikt verder nog over een diagnosestekker die het mogelijk maakt, na het aansluiten van speciale apparatuur, de door de regeleenheid opgeslagen storingscodes en de specifieke parameters voor de diagnose en werking van de motor te lezen. Deze controle kan ook worden uitgevoerd door de verkeerspolitie.

BELANGRIJK Na het verhelpen van de storing moet de Lancia-dealer voor een complete controle van het systeem, tests uitvoeren op een testbank en, zo nodig, een procrit maken die eventueel een langere afstand kan omvatten.

LANCIA Ypsilon (2009) - EOBD-SYSTEEM - 1

Als u de contactsleutel in stand MAR draait en het lampje 📄gaat niet branden of het gaat branden of knipperen tijdens het rijden (er verschijnt ook een bericht op het display), wendt u dan zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer. De werking van het lampje kan worden gecontroleerd met behulp van speciale apparatuur van de verkeerspolitie. Houdt u aan de wetgeving van het land waarin u rijdt.

AUTORADIO (indien aanwezig)

Als de auto niet is uitgerust met de inbouwvoorbereiding autoradio, beschikt u op het dashboard en in de portieren over een aantal opbergyakken, die de functionaliteit van het interieur vergroten.

Raadpleeg voor de werking van de autoradio met CD- of MP3 CD-spe- ler (indien aanwezig) het supple- ment dat bij dit instructieboekje is geleverd.

TECHNISCHE GEGEVENS

Het systeem bestaat uit:

☐ 2 tweeter luidsprekers met elk een piekvermogen van 30W;
☐ 2 mid-woofer luidsprekers voor met een diameter van 165 mm en met elk een pickvermogen van 30W;
☐ 2 full-range luidsprekers achter met een diameter van 165 mm en met elk een pickvermogen van 30W.

BOSE HIFI-AUDIO- SYSTEEM (indien aanwezig)

Het BOSE hifi-systeem is speciaal ontwikkeld om de beste akoestische prestatics te leveren en een concert levensecht te laten klinken op iedere plaats in het interieur.

Eén van de belangrijke kenmerken van het systeem is de kristalheldere weergave van de hoge tonen en de volle en rijke bassen, waardoor een betere weergave ontstaat dan bij de Loudness-functie. Bovendien worden de klanken in het gehele interieur weergegeven, waardoor de inzittenden het gevoel van ruimtelijkheid krijgen zoals bij het beluisteren van levende muziek.

De componenten van het systeem zijn onder licentie gefabriceerd en ont-wikkeld met de meest geavanceerde technologie. De bediening van de autoradio is echter cenvoudig, zodat ook minder ervaren mensen het systeem op de beste manier kunnen gebruiken.

TECHNISCHE GEGEVENS

Het systeem bestaat uit:

□ Breedbandluidsprekers met een diameter van 165 mm met coaxiale tweeter van 50 mm, ingebouwd in de voorportieren.
□ Mid-woofer luidsprekers met een diameter van 150 mm, ingebouwd in de panelen achter, voor een optimale weergave van frequencies in het middelste en lage bereik.
□ Een sub-woofer-box, type Bass-reflex, in de bagageruimte, die een woofer bevat met een diameter van 130 mm en een dubbele spoel.
□ Een versterker met uitgangsvermogen uit 6 gescheiden kanalen, op de carrosserie geplaatst achter de sub-woofer-box, voor het aansturen van alle luidsprekers in de auto.

EXTRA ACCESSOIRES

Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die constante voeding nodig hebben (auto-radio, anti-diefstalsatellietbewaking enz.), of accessoires die de elektrische installatie zwaar belasten, wendt u dan tot de Lancia-dealer. Deze kan u de meest geschikte installaties aanraden uit het Lancia Lineaccessori-programma en controleren of de elektrische installatie van de auto geschikt is voor het extra stroomverbruik of dat het noodzakelijk is een accu met een grotere capaciteit te monteren.

ELEKTRISCHE/ELEKTRONI- SCHE SYSTEMEN MONTEREN

De elektrische/elektronische systemen die na aankoop van de auto en binnen de aftersales-service worden gemonteerd, moeten voorzien zijn van het merkteken:

LANCIA Ypsilon (2009) - ELEKTRISCHE/ELEKTRONI- SCHE SYSTEMEN MONTEREN - 1

LANCIA Ypsilon (2009) - ELEKTRISCHE/ELEKTRONI- SCHE SYSTEMEN MONTEREN - 2

Fiat Auto S.p.A. autoriseert de montage van zendontvangapparatuur op voorwaarde dat de montagewerkzaamheden op de juiste wijze bij een gespecialiseerd bedrijf worden uitgevoerd, waarbij de aanwijzingen van de fabrikant in acht moeten worden genomen.

BELANGRIJK Als door de montage van systemen de kenmerken van de auto worden gewijzigd, kan het rijbewijs worden ingenomen door de bevoegde instanties en eventueel de garantie komen te vervallen bij defecten die veroorzaakt zijn door de bovengenoemde modificatie of bij defecten die direct of indirect daarvan het gevolg zijn.

Fiat Auto S.p.A. is op geen enkele wijze verantwoordelijk voor schade die het gevolg is van de installatie van accessoires die niet door Fiat Auto S.p.A. zijn geleverd of aanbevolen en die niet conform de geleverde instructies zijn geinstalleerd.

RADIOZENDAPPARATUUR EN MOBILE TELEFOON

Radiozendapparaten (mobiele telefoons, 27 mc en dergelijke) mogen alleen in de auto worden gebruikt met een aparte antenne aan de buitenkant van de auto.

BEL.ANGRIJK Het gebruik van dergelijke apparaten in de auto (zonder buitenantenne) kan niet alleen schadelijk zijn voor de gezondheid van de inzittenden, maar kan ook storingen in de elektrische systemen van de auto veroorzaken. Hierdoor wordt de veiligheid in gevaar gebracht.

Bovendien wordt de zend- en ont- vangstkwaliteit aanzienlijk beperkt door de isolerende eigenschappen van de carrosserie.

Houdt u bij het gebruik van mobiele telefoons (GSM, GPRS, UMTS) met het officiële keurmerk, strikt aan de instructies die door de fabrikant van de mobiele telefoon zijn bijgeleverd.

ELEKTRISCHE STUURBEKRACII- TIGING "DUAL- DRIVE"

De auto is uitgerust met de elektrische stuurbekrachtiging "Dualdrive". De elektrische stuurbekrachtiging werkt alleen als de contactsleutel in stand MAR staat en de motor draait. Met het systeem kan de bestuurder de hulpkracht voor het verdraaien van het stuur aanpassen aan de rij-omstandigheden.

IN-/UITSCHAKELEN (CITY-functie) fig. 89

Druk voor het in-/uitschakelen van de functie op de knop CITY op het middelste deel van het dashboard.

Als deze functie wordt ingeschakeld, verschijnt het opschrift CITY op het display van het instrumentenpaneel.

Met ingeschakelde CITY-functie draait het stuur heel licht, waardoor makkelijker kan worden geparkeerd: deze instelling van de stuurbekrachtiging is dus zeer geschikt voor het rijden in de stad.

CITY ASR OFF MODE L0C0234m fig. 89

STORINGSMELDINGEN

Eventuele storingen in het systeem worden aangegeven door het branden van het lampje op het instrumentenpaneel (op het display verschijnt ook een bericht - zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten").

Bij een storing in het systeem blijft de auto mechanisch bestuurbaar.

BELANGRIJK De benodigde stuurkracht kan toenemen bij langdurige parkeermanocuvres; dit is een normaal verschijnsel om oververhitting van de motor voor de stuurbekrachting te voorkomen, in deze situatie zijn er geen reparaties vereist. Als u de auto een volgende keer weer gebruikt, zal de stuurbekrachting weer normaal werken.

LANCIA Ypsilon (2009) - STORINGSMELDINGEN - 1

ATTENTIE

Het is streng verboden om de-/montagewerkzaam-

heden uit te voeren, waarvoor wijzigingen in de stuurinrichting of de stuurkolom vereist zijn (bijv. bij montage van een diefstalbeveiliging). Hierdoor kunnen de prestaties van het systeem, de garantie en de veiligheid in gevaar worden gebracht en voldoet de auto niet meer aan de typegoedkeuring.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Zet altijd de motor uit en verwijder de contactsleu- het contactslot, waardoor urwiel wordt vergrendeld, t er onderhoudswerk- den worden uitgevoerd, als de auto met de wielen de grond staat. Als dit niet k is (als de sleutel in stand moet staan of de motor moet ), moet de hoofdzekering elektrische stuurbekrach- vorden verwijderd.

PARKEERSENSOR (indien aanwezig)

Deze bevindt zich in de achterbumper van de auto fig. 90 en attendeert de bestuurder via een repeterend geluidssignaal op de aanwezigheid van obstakels achter de auto.

ACTIVERING

Het sensorsysteem wordt automatisch geactiveerd als de achteruit wordt ingeschakeld.

Als de afstand tot het obstakel achter de auto kleiner wordt, neemt de frequentie van het geluidssignaal toe.

Als de achteruit wordt ingeschakeld, klinkt er automatisch een onderbroken geluidssignaal.

De frequentie van het geluidssig- naal:

□ necmt toe als de afstand tot het obstakel kleiner wordt:

□ het geluidssignaal klinkt ononderbroken als de afstand tot het obstakel minder is dan ongeveer 30 cm en stopt onmiddellijk als de

LANCIA Ypsilon (2009) - ACTIVERING - 1

afstand tot het obstakel groter wordt:

□ blijft constant als de afstand tot het obstakel constant blijft.

Meetbereik

Meetbereik in het midden 120 cm

Meetbereik aan de zijkant 60 cm

Als het sensorsysteem meerdere obstakels signaleert, dan reageert het alleen op die obstakels die zich het dichtst bij de auto bevinden.

STORINGSMELDINGEN

Een storing in de parkeersensor wordt tijdens het inschakelen van de achteruit aangegeven door een geluidssignaal met een duur van 3 seconden.

De werking van de sensor wordt automatisch uitgeschakeld als de stekker van de elektrische kabel van de aanhanger wordt aangesloten op de stekkerdoos van de trekhaak.

De sensor wordt automatisch weer ingeschakeld als u de aanhangerstekker loskoppelt.

ALGEMENE OPMERKINGEN

□ Controleer tijdens parkeermanoeuvres of zich geen obstakels op of onder het sensorsysteem bevindt.
□ Obstakels die zich dicht bij de voor- of achterkant van de auto bevinden, worden onder bepaalde omstandigheden niet door het systeem gesignaleerd en kunnen dus de auto beschadigen of zelf beschadigd worden.
☐ De metingen van het sensorsysteem kunnen beïnvloed worden/zijn door beschadiging van de sensor zelf, door vuil, sneeuw of ijs op de sensor of door ultrasone systemen (bijv. luchtdrukremmen van vrachtwagens of pneumatische hamers) die zich in de nabijheid bevinden.

LANCIA Ypsilon (2009) - ALGEMENE OPMERKINGEN - 1

Voor een juiste werking van het systeem mag er geen modder, vuil, sneeuw of ijs op de sensor zitten. Wees voorzichtig bij het reinigen van de sensor om krassen of beschadigingen te voorkomen; gebruik geen droge, grove of harde dock. De sensor moet worden gereinigd met schoon water, waaraan eventueel autoshampoo is toegevoegd. In wastunnels waar gebruik wordt gemaakt van stoom of hogedrukreiniging, moeten het sensorsysteem kort worden gereinigd. Houd hierbij de straalpijp op meer dan 10 cm afstand.

LANCIA Ypsilon (2009) - ALGEMENE OPMERKINGEN - 2

ATTENTIE

De verantwoordelijkheid tijdens het parkeren en andere gevaarlijke handelingen ligt altijd en overal bij de bestuurder. Controleer als u de auto parkeert of zich geen personen (in het bijzonder kinderen) of dieren in de buurt van de auto bevinden. De parkeersensor moet als een hulpmiddel voor de bestuurder beschouwd worden. De bestuurder moet tijdens eventueel gevaarlijke parkeermanoecures altijd volledig zijn aandacht behouden, ook als deze met lage snelheid worden uitgevoerd.

TANKEN MET DE LANCIA YPSILON

BENZINEMOTOREN

Tank uitsluitend loodvrije benzine.

Om vergissingen te voorkomen is de diameter van de vulpijp van de tank kleiner, zodat het vulpistool voor loodhoudende benzine er niet in past. Het octaangetal van de benzine moet ten minste 95 RON zijn.

BELANGRIJK Een beschadigde katalysator laat schadelijke stoffen in het uitlaatgas achter, waardoor het milieu wordt vervuild.

BELANGRIJK Tank met de auto nooit, niet in noodgevallen en ook niet een klein beetje, loodhoudende benzine. U zou de katalysator onherstelbaar beschadigen.

MULTIJET MOTOREN

Bij lage buitentemperaturen kan de vloeibaarheid van de dieselbrandstof verminderen door de vorming van paraffine, waardoor het brandstof-systeem niet meer goed werkt.

Om dit probleem te voorkomen wordt er, afhankelijk van het seizoen, dieselbrandstof geleverd die speciaal voor de zomer, voor de win-

ter en voor zeer lage temperaturen (bergachtige gebieden) is ontwikkeld.

Als dieselbrandstof wordt getankt die niet toereikend is voor de gebruikstemperatuur, raden wij aan de dieselbrandstof te mengen met het vorstbeveiligingsmiddel TUTELA DIESEL. ART in de verhouding die in de gebruiksaanwijzing van het middel is aangegeven. Doc eerst het middel in de tank en voeg daarna de dieselbrandstof toe.

Als de auto lange tijd wordt gebruikt/stilstaat in bergachtige/koude gebieden, is het raadzaam dieselbrandstof te tanken die ter plaats beschikbaar is.

In dat geval is het bovendien raadzaam een hoeveelheid brandstof in de tank te houden die groter is dan 50% van de nuttige inhoud.

LANCIA Ypsilon (2009) - MULTIJET MOTOREN - 1

Tank bij auto's met die- selmotor uitsluitend die- selbrandstof voor motor- voertuigen die voldoet aan de Europese specificatie EN590. Het gebruik van andere producten of mengsels kan de motor onherstelbaar beschadigen en het vervallen van de garantie tot gevolg hebben. Mocht u onverhoopt een ander type brandstof tanken, dan mag de motor niet worden gestart en moet de brandstoftank worden afgetapt. Ook als de motor slechts kort heeft gedraaid, moet naast de brandstoftank, ook alle brandstof uit de brandstofleidingen worden afgetapt.

TANKDOP fig. 91

De tankdop A is voorzien van een koord B dat aan klepje C vastzit, om verlies van de dop te voorkomen.

Open eerst klepje C en draai dan dop A los.

Door de hermetische afsluiting van de tank kan de druk in de tank iets verhoogd zijn. Het is daarom normaal als u bij het losdraaien van de tankdop een sissend geluid hoort.

Plaats tijdens het tanken de dop in de uitsparing op het tankklepje, zoals afgebeeld in de figuur.

LANCIA Ypsilon (2009) - TANKDOP fig. 91 - 1

ATTENTIE

Kom niet dicht bij de vulopening met open vuur of een brandende sigaret: brandgevaar. Houd uw hoofd ook niet dichtbij de vulopening om te voorkomen dat u schadelijke dampen inademt.

BESCHERMING VAN HET MILIEU

De emissiereductiesystemen voor benzinemotoren zijn:

□ driewegkatalysator (katalysator);
□ lambdasondes;
□ benzinedamp-opvangsysteem.

Laat de motor nooit, ook niet tijdens testwerkzaamheden, met losgenomen bougickabels draaien.

De emissiereductiesystemen voor dieselmotoren zijn:

□ oxidatiekatalysator;
□ uitlaatgasrecirculatie-systeem (E.C.R.);
□ roetfilter (DPF).

LANCIA Ypsilon (2009) - BESCHERMING VAN HET MILIEU - 1

ATTENTIE

Onder normale bedrijfs- omstandigheden bereikt

de katalysator hoge temperatu- ren. Parkeer daarom niet boven brandbare materialen (gras, droge bladeren, dennennaalden enz.): brandgevaar.

DPF-ROETFILTER (Diesel Particulate Filter) (1.3 Multijet 90 pk)

Het DPF-roetfilter (Diesel Particulate Filter) is een mechanisch filter in het uitlaatsysteem dat de partikels in het uitlaatgas van dieselmotoren opvangt. Het filter vangt bijna de totale hoeveelheid roetdeeltjes op, waardoor voldaan wordt aan de huidige/toekomstige wettelijke normen. Tijdens het normale gebruik van de auto registreert de inspuitregeleenheid een aantal gegevens met betrekking tot het gebruik (gebruiksduur, type traject, bereikte temperatuur enz.) en berekent de hoeveelheid verzameld roet in het filter. Het filter verzamelt de roetdeeltjes en moet periodiek worden geregenereerd (schoongemaakt) door de roetdeeltjes te verbranden. De regeneratieprocedure wordt geregeld door de regeleenheid van de motor op basis van de hoeveelheid opgevangen roetdeeltjes en de bedrijfsomstandigheden van de auto.

Tijdens de regeneratie kan het volgende worden waargenomen: een beperkte toerentalverhoging, inschakeling van de elektroventilator, een beperkte toename van de rook uit de uitlaat en een hogere temperatuur bij de uitlaat. Dit zijn geen storingen en deze situatie heeft geen invloed op het milieu of het gedrag van de auto. Als het betreffende bericht op het display verschijnt, zie dan de paragraaf "Lampjes en berichten".

VEILIGHEID

VEILIGHEIDSGORDELS....92

CORDELSPANNERS 94

KINDEREN VEILIG VERVOEREN 96

MONTAGEVOORBEREIDING VOOR

"ISOFIX"-KINDERZITJE....100

FRONTAIRBAGS.... 103

ZIJ-AIRBAGS

(Sidebags - Headbags).... 105

VEILIGHEIDS- GORDELS

GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSCORDELS fig. 1

Ga goed rechtop zitten, steun tegen de rugleuning en leg dan de gordel om.

Trek de gordel uit en maak de gordel vast door de gesp A in de sluiting B te drukken, totdat hij hoorbaar blokkeeri.

Als tijdens het uittrekken van de gordel de rolautomaat blokkeert, laat dan de gordel een stukje teruglopen en trek de gordel vervolgens weer geleidelijk uit.

Druk, om de gordel los te maken, op de knop C. Begeleid de gordel tijdens het teruglopen om te voorkomen dat de gordelband draait.

Via de rolautomaat wordt de lengte van de gordel automatisch aangepast aan het postuur van de drager, waarbij voldoende bewegingsruimte overblijft.

Als de auto op een steile helling staat, kan de rolautomaat blokke- ren; dit is een normaal verschijnsel. Bovendien blokkeert de rolautomaat als u de gordel snel uittrekt. Hij blokkeert ook bij hard remmen, botsingen en bij hoge snelheden in bochten.

LANCIA Ypsilon (2009) - GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSCORDELS fig. 1 - 1

De zijzitplaatsen van de achterbank zijn voorzien van driepuntsveiligheidsgordels met rolautomaat. Als optional (alleen bij uitvoeringen met 5 zitplaatsen) kan de middelste zitplaats achter worden uitgerust met een driepuntsveiligheidsgordel met rolautomaat.

BELANGRIJK Bedenk dat achterpassagiers die geen gordel dragen, tijdens een ernstig ongeval niet alleen zelf aan gevaar worden blootgesteld maar ook gevaar opleveren voor de inzittenden voor.

LANCIA Ypsilon (2009) - GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSCORDELS fig. 1 - 2

ATTENTIE

Druk tijdens het rijden niet op de knop C.

SBR-systeem (indien aanwezig)

De auto is uitgerust met het SBR-systeem (Seat Belt Reminder), dat bestaat uit een akoestisch waarschuwingssysteem dat, samen met het knipperende lampje op het instrumentenpaneel, de bestuurder waarschuwt als de veiligheidsgordel niet is omlegd.

Het akoestische signaal kan tijdelijk (totdat de motor wordt uitgezet) worden uitgeschakeld. Ga hiervoor als volgt te werk:

□ maak de veiligheidsgordel aan bestuurderszijde vast;

□ draai de contactsleutel in stand MAR:

□ wacht langer dan 20 seconden en maak dan ten minste een van de veiligheidsgordels los.

Voor permanente uitschakeling, dient u zich tot de Lancia-dealer te wenden. Het SBR-systeem kan uitsluitend weer worden ingeschakeld in het setup-menu (zie de paragraaf "niet omgelegde veiligheidsgordels" in het hoofdstuk "Lampjes en berichten").

LANCIA Ypsilon (2009) - SBR-systeem (indien aanwezig) - 1

ATTENTIE

Bedenk dat achterpassagiers die geen gordel dra-

gen, tijdens een ernstig ongeval niet alleen zelf aan gevaar worden blootgesteld maar ook gevaar opleveren voor de inzittenden voor.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

Driepuntsveiligheidsgordel achter met rolautomaat (bepaalde uitvoeringen/markten) fig. 2/a

De veiligheidsgordel is uitgerust met twee sluitingen en twee gespen.

Voor het gebruik van de veiligheids-gordel moet u de gespen uit de rol-automaat halen en de gordel voor-zichtig en rustig uittrekken om te voorkomen dat de gordelband draait. Druk vervolgens de gesp G in de sluiting L die voorzien is van een zwarte knop M.

Om de gordel om te leggen, moet de gordel nog iets verder worden uitgetrokken en de gesp M in de sluiting N worden gestoken.

Gordel losmaken: druk op de knop O. Begeleid de gordel tijdens het teruglopen om te voorkomen dat de gordelband draait.

Bagageruimte vergroten: haak de sluiting met de zwarte knop M los en begeleid de gordel tijdens het teruglopen om te voorkomen dat de gordelband draait; plaats de gesp G in het opbergvak II in de rolautomaat.

BELANGRIJK Als de veiligheidsgordels achter niet worden gebruikt, plaats dan de gesp, zoals is afgebeeld in fig. 2/b.

LANCIA Ypsilon (2009) - Driepuntsveiligheidsgordel achter met rolautomaat (bepaalde uitvoeringen/markten) fig. 2/a - 1

ATTENTIE

Bedenk dat achterpassagiers die geen gordel dragen, tijdens een ernstig ongeval niet alleen zelf aan gevaar worden blootgesteld maar ook gevaar opleveren voor de inzittenden voor.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

BELANGRIJK Als de zitplaatsen weer in de normale stand staan, moet de gordel weer gebruiksklaar zijn (zoals hiervoor beschreven).

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 2

ATTENTIE

Druk tijdens het rijden niet op de knop C.

HOOGTEVERSTELLING VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS

VOOR fig. 3-4

De hoogte van de gordel moet altijd worden aangepast aan het postuur van de inzittende.

Zo wordt de kans op letsel bij een ongeval aanzienlijk verkleind. De gordel is goed afgesteld als hij over de schouder halverwege tussen nek en uiteinde van de schouder ligt, zoals is afgebeeld.

Druk om de hoogte in te stellen op de knop A en schuif de beugel B omhoog of omlaag.

LANCIA Ypsilon (2009) - VOOR fig. 3-4 - 1

ATTENTIE De veiligheidsgordels mogen alleen worden ver- s de auto stilstaat.

LANCIA Ypsilon (2009) - VOOR fig. 3-4 - 2

ATTENTIE Controleer na het afstellen altijd of de beugel deld is in een van de vaste. Laat hiervoor de knop trek de gordel omlaag, het bevestigingspunt blokals dit nog niet heeft evonden.

GORDELSPANNERS

Voor een nog effectievere bescherming zijn de veiligheidsgordels voor voorzien van gordelspanners. Dit systeem wordt bij een heftige frontale botsing door een sensor in werking gesteld en trekt de gordel enige centimeters aan. Op deze wijze worden de inzittenden veel beter op hun plaats gehouden en wordt de voorwaartse beweging beperkt. Het blokkeren van de veiligheidsgordel geeft aan dat de gordelspanner in werking is geweest; de gordel wordt niet meer opgerold, ook niet als hij wordt begeleid.

BELANGRIJK Voor een maximale bescherming door de gordelspanner moet de veiligheidsgordel zo worden omgelegd dat hij goed aansluit op borst en bekken. Er kan een beetje rook ontsnappen. Deze rook is niet schadelijk en duidt niet op brand. De gordelspanner behoeft geen enkel onderhoud of smering.

Elke verandering van de oorspronkelijke staat zal de doelmatigheid verminderen.

Als de gordelspanner door extreme natuurlijke omstandigheden (overstromingen, zeestormen) met water en modder in contact is geweest, dan moet de spanner worden vervangen.

LANCIA Ypsilon (2009) - GORDELSPANNERS - 1

Werkzaamheden in de buurt van de gordelspanners, waarbij stoten, sterke trillingen of verhitting optreden

(maximaal 100°C gedurende ten hoogste 6 uur), kunnen de gordelspanners beschadigen of activeren: bij die omstandigheden horen niet trillingen die voortgebracht worden door een slecht wegdek of door contacten met kleine obstakels zoals trottoirs. Als er iets aan de gordelspanners moet gebeuren, dient u zich tot een Lancia-dealer te wenden.

TREKKRACHTBEGRENZERS

Om de bescherming van de inzitten-den bij een ongeval te vergroten, zijn de oprolautomaten van de gordels voor voorzien van trekkrachtbegren-zers die tijdens een frontale aanrijding de pickbelasting op de borst en schouders beperken.

LANCIA Ypsilon (2009) - TREKKRACHTBEGRENZERS - 1

ATTENTIE

De gordelspanner werkt slechts een maal. Als de

gordelspanners hebben gewerkt, moet u zich tot de Lancia-dealer wenden om ze te laten verrangen. De geldigheid van het systeem staat vermeld op een plaatje dat zich in het dashboardkastje bevindt: Laat na het verstrijken van deze termijn het systeem door de Lancia-dealer verrangen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

De bestuurder is verplicht zich te houden aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot het verplichte gebruik van de veiligheidsgordels (en de inzittenden crop attent te maken). Leg de veiligheidsgordel altijd om voordat u vertrekt.

Ook vrouwen die in verwachting zijn moeten een gordel dragen: ook voor hen (zowel voor de aanstaande moeder als het kind) is de kans op letsel bij een ernstig ongeval kleiner als ze een gordel dragen.

Uiteraard moeten zwangere vrouwen het onderste deel van de gordel meer naar beneden omleggen, zodat de gordel over het bekken en onder de buik langs loopt (zoals in fig. 5 is aangegeven).

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 2

ATTENTIE De gordelband mag nooit gedraaid zijn. Het diagordelgedeelte moet via het van de schouder schuin borst liggen. Het horizon-delgedeelte moet over het en niet over de buik ligebruik geen voorwerpen iijpers, klemmen enz.) die d aansluiten van de gordel ichaam verhinderen.

fig. 7 LOC0040m

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 4

ATTENTIE Voor maximale veiligheid moet u de rugleuning zetten, tegen de leuning in zitten en de gordel goed unsluiten op borst en bekaag altijd veiligheidsgorwivel voor als achter in de rijden zonder veiligheidsvergroot het risico op ernsel of dodelijke afloop bij eval.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 5

ATTENTIE Het is streng verboden onderdelen van de veilig-rdels of gordelspanners te eren of open te maken. camheden aan de veilig-rdels en gordelspanners worden uitgevoerd doorificeerd personeel. Wendt tot de Lancia-dealer.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 6

ATTENTIE

Als de gordel aan een zware belasting wordt

blootgesteld (bijvoorbeeld tijdens een ongeval), dan moet de gordel samen met de verankeringen, bevestigingspunten en de gordelspanners worden vervangen. Ook als de schade niet zichtbaar is, dan kan de gordel toch verzwakt zijn.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Iedere gordel dient slechts ter bescherming van een

enkel persoon: gebruik de gordel niet voor een kind dat bij een volwassene op schoot zit, waarbij de gordel beiden zou moeten beschermen. Plaats bovendien geen enkel voorwerp tussen de gordel en het lichaam van een inzittende.

HOE U DE VEILIGHEIDS- GORDELS IN OPTIMALE STAAT HOUDT

□ Zorg dat de gordel goed uitgetrokken en niet gedraaid is; controler ook of de oprolautomaat zonder haperingen werkt.
□ Vervang de gordels na een ongeval, ook al zijn ze ogenschijnlijk niet beschadigd. Vervang de gordels ook als de gordelspanners in werking zijn geweest.
☐ U kunt de gordels met de hand wassen met water en een neutrale zeep. Spoel ze uit en laat ze in de schaduw drogen. Gebruik geen bijtende, blekende of kleurende middelen. Vermijd het gebruik van alle chemische producten die het weefsel van de gordel kunnen aantasten.
□ Voorkom dat vocht in de oprolautomaat komt: de werking van de oprolautomaten is alleen gegarandeerd, als ze niet nat zijn geweest.
□ Vervang de gordels bij tekenen van slijtage of beschadigingen.

KINDEREN VEILIG VERVOEREN

Voor optimale bescherming bij een ongeval moeten alle inzittenden zit-tend reizen en beschermd worden door goedgekeurde veiligheidssystemen.

Dit geldt met name voor kinderen.

Dit is een wettelijk voorschrift volgens richtlijn 2003/20/EU in alle lidstaten van de Europese Unie.

Het hoofd van kleine kinderen is in verhouding met de rest van het lichaam groter en zwaarder dan dat van volwassenen, terwijl spieren en botstructuur nog niet volledig zijn ontwikkeld. Daaron moeten kleine kinderen door andere systemen beschermd worden dan door de veiligheidsgordels. De resultaten van het onderzoek over de optimale bescherming van kleine kinderen zijn opgenomen in de Europese ECE/R44-voorschriften die wettelijk verplicht zijn. De systemen zijn onderverdeeld in vijf groepen:

Groep 0 gewicht tot aan 10 kg

Groep 0+ gewicht tot aan 13 kg

Groep 1 gewicht: 9 -18 kg

Groep 2 gewicht: 15 -25 kg

Groep 3 gewicht: 22 -36 kg

Zoals u ziet is er een gedeeltelijke overlapping tussen de groepen; daarom zijn in de handel systemen verkrijgbaar die geschikt zijn voor verschillende gewichtsgroepen.

Alle systemen moeten zijn voorzien van de typegoedkeuring en van een goed vastgehecht plaatje met het controlemerk, dat absoluut niet mag worden verwijderd.

Kinderen met een lengte van meer dan 1,50 m worden, met betrekking tot de veiligheidssystemen, gelijkge- steld met volwassenen en moeten dan ook normaal de veiligheidsgordels omleggen.

In het Lancia Lineaccessori-programma zijn kinderzitjes opgenomen voor elke gewichtsgroep. Deze zijn speciaal ontworpen en ontwikkeld voor de Lancia-modellen.

LANCIA Ypsilon (2009) - KINDEREN VEILIG VERVOEREN - 1

ATTENTIE

ZEER GEVAARLIJK:

Monteer absoluut geen kinderzitje achterstevoren op de passagiersstoel voor als de airbag aan passa-

gierszijde is ingeschakeld. Als bij een ongeval de airbag in werking treedt (opblaast), kan dit ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben. Wij raden u aan kinderen altijd op de zitplaatsen achter te vervoeren, omdat die plaatsen bij een ongeval de meeste bescherming bieden. Monteer absoluat geen kinderzitje op de stoel van de passagier voor als deze is uitgerust met een airbag. Als bij een ongeval de airbag in werking treedt (opblaast), kan dit ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben, onafhankelijk van de zwaarte van het ongeluk.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Indien noodzakelijk kunnen kinderen op de passagiersstoel voor worden vervoerd bij auto's die zijn uitgerust met een uitschakelbare frontairbag aan passagierszijde. In dit geval moet u er absoluut zeker van zijn dat de airbag is uitgeschakeld door te controleren of het gele waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel brandt (zie "Frontairbag aan passagierszijde" in de paragraaf "Frontairbags en zij-airbags"). Bovendien moet de stoel zo ver mogelijk naar achteren zijn geschoven om te voorkomen dat het kinderzitje eventueel in aanraking komt met het dashboard.

0-13 kg fig. 8 LOC0042m

Kinderen tot 13 kg moeten in zitjes worden vervoerd die achterstevoren zijn geplaatst, waardoor het achterhoofd wordt gesteund en bij plotseling remmen de nek niet wordt belast.

Het wiegje moet op zijn plaats worden gehouden door de veiligheidsgordel en het kind moet op zijn beurt worden beschermd door de gordel van het wiegje zelf.

9-18 kg fig. 9 LOC0043m

GROEP 1 fig. 9

Kinderen met een gewicht tussen 9 en 18 kg moeten worden vervoerd in kinderzijtes met een kussen die naar voren zijn gekeerd, waarbij de veiligheidsgordel van de auto zowel het kinderzijte als het kind op zijn plaats moet houden.

15-25 kg fig. 10 LOC0044m

GROEP 2 fig. 10

Kinderen met een gewicht tussen 15 en 25 kg kunnen direct door de veiligheidsgordels van de auto worden beschermd. Kinderen moeten zo in de kinderzijtes worden geplaatst, dat het diagonale gordelgedeelte schuin over de borst en niet langs de nek ligt. Het horizontale gordelgedeelte moet over het bekken en niet over de buik van het kind liggen.

LANCIA Ypsilon (2009) - GROEP 2 fig. 10 - 1

ATTENTIE

De afbeelding dient alleen ter illustratie van de bevestiging. Houdt u voor de montage van het kinderzitje aan de instructies. De fabrikant is verplicht deze instructies bij te leveren.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Er bestaan kinderzitjes die geschikt zijn voor de gewichtsgroepen 0 en 1. Deze kinderzitjes kunnen worden bevestigd aan de veiligheidsgordels achter en hebben zelf gordels om het kind te beschermen. Vanwege het gewicht kan het gevaarlijk zijn als ze verkeerd worden gemonteerd (bijvoorbeeld als een kussen tussen het kinderzitje en de veiligheidsgordels van de auto wordt geplaatst). Houdt u voor de montage strikt aan de bijgeleverde instructies.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

De afbeelding dient alleen ter illustratie van de

bevestiging. Houdt u voor de montage van het kinderzitje aan de instructies. De fabrikant is verplicht deze instructies bij te leveren.

22-36 kg

fig. 11
LOC0045m

GROEP 3 fig. 11

Bij kinderen met een gewicht tussen 22 en 36 kg is de borstomvang van dien aard dat de kinderen gewoon tegen de rugleuning kunnen steunen en niet meer in een kinderzitje hoeven te worden vervoerd.

In fig. 11 wordt een voorbeeld gegeven van de juiste positie van het kind op de achterbank.

Kinderen die langer zijn dan 1.50 m kunnen net zoals volwassenen de veiligheidsgordels omleggen.

LANCIA Ypsilon (2009) - GROEP 3 fig. 11 - 1

ATTENTIE

De afbeelding dient alleen ter illustratie van de

bevestiging. Houdt u voor de montage van het kinderzitje aan de instructies. De fabrikant is verplicht deze instructies bij te leveren.

GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE KINDERZITJES

De Lancia Ypsilon voldoet aan de nieuwe Europese 2000/3/EU-richtlijnen voor de montage van kinderzijes op de verschillende plaatsen in de auto. Zie de volgende tabel:

Groep Gewicht Passagier Passagier PassagierZITPLAATS
voor achter in het midden aan de zijkant (indien aanwezig)
Groep 0, 0+ tot 13 kg U U *
Groep 1 9-18 kg U U *
Groep 2 15-25 kg U U *
Groep 3 22-36 kg U U *

Legenda:

U = geschikt voor "Universele" kinderzitjes overeenkomstig de Europese ECE/R44-voorschriften voor de aangegeven "groepen".

* Op de middelste zitplaats achter kan geen enkel type kinderzitje worden gemonteerd.

Hieronder zijn de richtlijnen voor een veilig vervoer van kinderen aangegeven. U dient zich hieraan te houden.

☐ Plaats het kinderzitje bij voorkeur op een van de zitplaatsen achter omdat deze plaatsen bij een ongeval de meeste bescherming bieden.
□ Als de airbag aan passagierszijde buiten werking wordt gesteld, moet altijd gecontroleerd worden of het betreffende gele lampje op het instrumentenpaneel continu brandt.
☐ Houdt u bij de montage van het kinderzitje strikt aan de instructies. De fabrikant is verplicht deze instructies bij te leveren. Bewaar de instructies samen met het instructiebockje in de auto. Monteer geen gebruikte kinderzitjes waarvan de gebruiksaanwijzingen ontbreken.
□ Controleer of de gordels goed zijn vastgemaakt door aan de gordelband te trekken.
□ Ieder veiligheidssysteem is bedoeld voor slechts een kind: vervoor nooit twee kinderen in een systeem.
□ Controleer altijd of de gordel niet langs de nek van het kind loopt.

□ Zorg er tijdens de rit voor dat het kind geen afwijkende houding aanneemt of de gordels losmaakt.
□ Vervoer kinderen nooit in uw armen, ook geen pasgeboren kinderen. Niemand is sterk genoeg om ze bij een ongeval vast te houden.
□ Na een ongeval moet het zitje door een nieuw exemplaar worden vervangen.

LANCIA Ypsilon (2009) - Hieronder zijn de richtlijnen voor een veilig vervoer van kinderen aangegeven. U dient zich hieraan te houden. - 1

ATTENTIE

Monteer absoluat geen kinderzitje op de voorstoel aan de passagierszijde als deze is uitgerust met een airbag, omdat kinderen nooit op de voorstoel vervoerd mogen worden.

INBOUWVOORBE- REIDING VOOR "ISOFIX"-KINDER- ZITJES (indien aanwezig)

De auto is voorbereid op de montage van Isofix-kinderzitjes; een nieuw gestandaardiseerd Europees systeem voor het vervoeren van kinderen.

Het Isofix-kinderzitje is er voor drie gewichtsgroepen: 0, 0+ en 1.

Vanwege het verschillende bevestigingssysteem, moet het kinderzitje aan de daarvoor bestemde beugels A-fig. 12 worden bevestigd. Deze bevinden zich tussen de rugleuning en zitting van de achterbank. Bevestig daarna de bovenste riem (in bovenste vak van het kinderzitje) aan het bevestigingspunt B-fig. 13 op de rugleuning van de achterbank.

Fig. 12 A L0C0166m

Voor het loshaken moet de rugleuning vanuit de verticale stand tot op de derde stand worden gekanteld.

Er kan ook een mengvorm worden gekozen, een traditioneel kinderzitje links en een Isofix-kinderzitje rechts.

Wij herinneren u eraan dat bij het gebruik van Isofix-kinderzitjes alleen die kinderzitjes gebruikt kunnen worden die speciaal voor deze auto zijn ontworpen, getest en goedgekeurd.

LANCIA Ypsilon (2009) - INBOUWVOORBE- REIDING VOOR "ISOFIX"-KINDER- ZITJES (indien aanwezig) - 2

Monteer het kinderzitje alleen als de auto stilstaat. Het kinderzitje is op de jaiste wijze aan de beugels bevestigd als u het hoort vergrendelen. Houdt u in ieder geval aan de instructies voor de montage, de demontage en de plaatsing. De fabrikant van het kinderzitje is verplicht deze instructies bij te leveren.

LANCIA Ypsilon (2009) - INBOUWVOORBE- REIDING VOOR "ISOFIX"-KINDER- ZITJES (indien aanwezig) - 3

Bij kinderen in deze gewichtsgroep (kinderen met een gewicht tot 13 kg) moet het kinderzitje achterstevoren zijn gekeerd en moet het kind door de gordels D van het zitje beschermd worden.

Als het kind groeit en in de gewichtsgroep 1 komt, moet het

kinderzitje in de rijrichting worden bevestigd.

Ga voor een correcte montage van het kinderzitje als volgt te werk:

□ controleer of de ontgrendelhendel B in ruststand (ingetrokken) staat;
□ zoek de bevestigingsbeugels A en plaats vervolgens het kinderzitje met de bevestigingsshaken C in de beugels;
□ duw tegen het kinderzitje totdat het hoorbaar vergrendelt;
□ controleer of het kinderzitje goed vergrendeld is door met kracht te proberen het kinderzitje te verplaatsen: de ingebouwde beveiligingsmechanismen verhinderen dat slechts een enkele bevestigingshaak is vergrendeld.

Als het Isofix-kinderzitje tegen de rijrichting in wordt geplaatst, moet de passagiersstoel voor volledig naar achteren worden geschoven, zodat de rugleuning van de stoel en het kinderzitje elkaar raken.

LANCIA Ypsilon (2009) - INBOUWVOORBE- REIDING VOOR "ISOFIX"-KINDER- ZITJES (indien aanwezig) - 4

Ga voor een correcte montage van het kinderzitje als volgt te werk:

□ controleer of de ontgrendelhendel B in ruststand (ingetrokken) staat;
□zock de bevestigingsbeugels A en plaats vervolgens het kinderzitje met de bevestigingsshaken C in de beugels;

LANCIA Ypsilon (2009) - INBOUWVOORBE- REIDING VOOR "ISOFIX"-KINDER- ZITJES (indien aanwezig) - 5

□ duw tegen het kinderzitje totdat het hoorbaar vergrendelt:
□ bij kinderzitjes die in de rijrichting worden geplaatst, moet de bovenste riem (deze bevindt zich in het bovenste vakje van het kinderzitje) aan het bevestigingspunt D op de rugleuning van de achterbank worden bevestigd;
□ controleer of het kinderzitje goed vergrendeld is door met kracht te proberen het kinderzitje te verplaatsen: de ingebouwde beveiligingsmechanismen verhinderen dat slechts een enkele bevestigingshaak is vergrendeld.

In deze opstelling wordt het kind ook beschermd door de veiligheids-gordels van de auto en door de bovenste gordel: zie de handleiding van het kinderzitje voor het correct omleggen van de veiligheids-gordels van de auto.

FRONTAIRBAGS

De auto is uitgerust met frontairbags aan bestuurders- en aan passagierszijde, met headbags (voor bescherming van het hoofd) en als optional met zij-airbags voor (sidebags):

De frontairbags (bestuurder en passagier) beschermen de inzittenden voor bij middelzware en zware frontale botsingen, door het opblazen van een luchtkussen tussen de inzittende en het stuurwiel of het dashboard.

Als de airbags niet worden geactiveerd bij andere soorten botsingen (zijdelings, van achter, over de kop slaan enz), betekent dit niet dat het systeem niet goed functioneert.

Bij een frontale botsing zorgt een regleenheid ervoor, indien nodig, dat het kussen wordt opgeblazen. Het kussen blaast onmiddellijk op, waardoor het lichaam van de inzit- tenden voor wordt opgevangen en de kans op letsel beperkt wordt. Direct daarna loopt het kussen weer leeg.

De frontairbags (bestuurder en passagier) zijn geen vervanging voor de veiligheidsgordels, maar een aanvulling. Draag dus altijd veiligheidsgordels. Bovendien is het dragen van veiligheidsgordels wettelijk verplicht in Europa (en in de meeste landen daarbuiten).

Bij een ongeval kan een inzittende die geen veiligheidsgordel heeft omgelegd, in contact komen met een airbag die nog niet volledig opgeblazen is. Hierdoor wordt de inzittende minder door de airbag beschermd.

De frontairbags kunnen in de volgende gevallen niet worden geactiveerd:

□ bij frontale botsingen, met een ander deel van de auto dan het front, tegen makkelijk vervormbare objecten (bijv. als het voorspatbord tegen de vangrail komt of tegen grindhopen);

□ als de auto onder andere auto's of veiligheidsvoorzieningen schuift (bijvoorbeeld onder vrachtwagens of de vangrail); omdat geen enkele aanvullende bescherming wordt geboden op de veiligheidsgordels. Als de airbags in deze gevallen niet geactiveerd worden, betekent dit niet dat het systeem niet goed functioneert.

LANCIA Ypsilon (2009) - FRONTAIRBAGS - 1

ATTENTIE

Plaats geen stickers of andere objecten op het stuurwiel, op het deksel van de airbagmodule aan de passagierszijde of de zijkant van de hemelbekleding. Plaats geen voorwerpen op het dashboard aan de passagierszijde (bijv. een mobiele telefoon), omdat deze het correct openen van de airbag aan passagierszijde kunnen hinderen en de inzittenden ernstig kunnen verwonden.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

Deze bestaat uit een opblaasbaar kussen dat in een daarvoor bestemde ruimte in het midden van het stuurwiel is geplaatst.

Bij lichte frontale aanrijdingen (waarbij de werking van de veiligheidsgordel voldoende is) worden de airbags niet geactiveerd. Daarom is het gebruik van de veiligheidsgordels absoluut noodzakelijk, want de gordel houdt de inzittende bij een zijdelingse botsing in de juiste positie en voorkomt dat de inzittende uit de auto wordt geslingerd bij zware botsingen.

AIRBAG L0C0084m fig. 18

FRONTAIRBAG AAN PASSA- GIERSZIJDE fig. 18

Deze bestaat uit een opblaasbaar kussen met een groter volume dan dat aan bestuurderszijde. Het kussen is in een daarvoor bestemde ruimte in het dashboard geplaatst.

De frontairbags aan bestuurders- en passagierszijde zijn ontworpen voor een optimale bescherming van de inzittenden voor met omgelegde veiligheidsgordels.

Als de airbags volledig opgeblazen zijn, vullen zij het grootste deel van de ruimte tussen het stuurwiel en de bestuurder en het dashboard en de voorpassagier.

LANCIA Ypsilon (2009) - FRONTAIRBAG AAN PASSA- GIERSZIJDE fig. 18 - 1

ATTENTIE

ZEER GEVAARLIJK:

Monteer absoluut geen kinderzitje achterstevoren op de passagiersstoel voor als de frontairbag aan

passagierszijde is ingeschakeld. Als bij een ongeval de airbag in werking treedt (opblaast), kan dit ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben. Als er geen andere mogelijkheid is, moet in ieder geval de airbag aan passagierszijde uitgeschakeld worden als het kinderzitje op de passagiersstoel voor wordt geplaatst. Bovendien moet de stoel zo ver mogelijk naar achteren zijn geschoven om te voorkomen dat het kinderzitje eventueel in aanraking komt met het dashboard. Ook als het niet wettelijk verplicht is, raden wij u aan, voor een optimale bescherming van de volwassenen, de airbag onmiddellijk weer in te schakelen zodra geen kinderen meer vervoerd worden.

ZIJ-AIRBAGS (Sidebags (indien aanwezig) - Headbags)

SIDEBAGS

Deze sidebags zijn kussens die zich snel opblazen en bevinden zich in de rugleuning van de voorstoelen fig. 20. Zc hebben tot doel de borstkas van de inzittenden te beschermen bij middelzware en zware zijdelingse aanrijdingen.

AIRBAG fig. 20 LOC0066m

HEADBAG fig. 21

De headbag is een "gordijn"-system, dat zich aan de zijkant in de hemelbekleding bevindt en dat is afgedekt met een afwerklijst. De headbags bieden bescherming aan het hoofd van de inzittenden voor en achter tijdens een zijdelingse botsing, dankzij het grote effectieve oppervlak van de kussens.

AIRBAG fig. 21 LOC0087m

De zij-airbags zijn geen vervanging voor de veiligheidsgordels, maar een aanvulling. Draag dus altijd veiligheidsgordels. Bovendien is het dragen van veiligheidsgordels wettelijk verplicht in Europa (en in de meeste landen daarbuiten).

BELANGRIJK De inzittende wordt bij een zijdelingse botsing optimaal door het systeem beschermd als hij/zij in de juiste positie in de stoel zit. Hierdoor kan de headbag op de juiste wijze worden opgeblazen.

BELANGRIJK De frontairbags en/of zij-airbags kunnen worden geactiveerd bij krachtige stoten aan de onderzijde van de carrosserie, bijvoorbeeld bij zware botsingen tegen drempels of stoepranden of obstakels op het wegdek, of als de auto terecht komt in grote gaten of verzakkingen in het wegdek.

BELANGRIJK Als de airbags in werking treden, ontsnapt een beetje rook. Deze rook is niet schadelijk en duidt niet op brand; bovendien kan het oppervlak van het opgeblazen kussen en het interieur van de auto bedekt zijn met een laagje poeder: dit poeder kan de huid en de ogen irriteren. Als u hiermee in aanraking bent gekomen, moet u zich met neutrale zeep en water wassen.

Het airbagsysteem heeft een geldigheid van 14 jaar voor wat betreft de pyrotechnische lading en van 10 jaar voor wat betreft het spiraalmechanisme (zie de sticker aan de binnenzijde van het dashboardkastje). Na deze periode moeten ze door de Lancia-dealer worden vervangen.

BELANGRIJK Na een ongeval waarbij een of meerdere airbags zijn geactiveerd, dient u contact op te nemen met de Lancia-dealer om de geactiveerde airbags te laten vervangen en de werking van het systeem te laten controleren.

Alle controlewerkzaamheden, reparaties en de vervanging van de airbag moeten door de Lancia-dealer worden uitgevoerd.

Aan het einde van de lange levensduur van uw auto, moet u contact opnemen met de Lancia-dealer om het systeem buiten werking te laten stellen. Bovendien moet bij verkoop van de auto de nieuwe eigenaar op de hoogte gesteld worden van het gebruik en de instructies, en moet hij het instructieboekje ontvangen.

BELANGRIJK Het in werking tre- den van de gordelspanners, de front- airbags en de zij-airbags voor wordt door de elektronische regeleenheid bepaald, afhankelijk van het type ongeval. Als een van deze onderdelen niet in werking treedt, dan duidt dat niet op een storing in het systeem.

LANCIA Ypsilon (2009) - HEADBAG fig. 21 - 2

ATTENTIE

Steun niet met het hoofd, de armen of de ellebogen tegen het portier, de ruiten of in het gebied van de headbag om verwondingen tijdens het opblazen te voorkomen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Steek nooit het hoofd, de armen of ellebogen uit het

raam.

FRONTAIRBAG EN ZIJ-AIRBAG (sidebag) (indien aanwezig) AAN PASSAGIERSZIJDE HANDMA-TIG UITSCIIAKELEN

Als het absoluut noodzakelijk is een kind op de passagiersstoel voor te vervoceren, moeten de frontairbag en de sidebag (indien aanwezig) aan passagierszijde worden uitgeschakeld.

Het waarschuwingslampje op het dashboard blijft continu branden totdat de frontairbag en de zij-airbag (sidebag) (indien aanwezig) aan passagierszijde opnieuw worden ingeschakeld.

LANCIA Ypsilon (2009) - FRONTAIRBAG EN ZIJ-AIRBAG (sidebag) (indien aanwezig) AAN PASSAGIERSZIJDE HANDMA-TIG UITSCIIAKELEN - 1

ATTENTIE

Raadpleeg voor het hand- matig uitschakelen van de frontairbag en zij-airbag (sidebag) (indien aanwezig) aan passagierszijde, de paragrafen "Multifunctioneel display" in het hoofdstuk "Dashboard en bediening".

ALGEMENE OPMERKINGEN

LANCIA Ypsilon (2009) - ALGEMENE OPMERKINGEN - 1

ATTENTIE

Als u de contactsleutel in stand MAR draait en het lampje *gaat niet branden of blijft branden tijdens het rijden, dan is er mogelijk een storing in de veiligheidssystemen; in dat geval kunnen de airbags of gordelspanners niet geactiveerd worden bij een ongeval of, in een zeer beperkt aantal gevallen, niet op de juiste wijze geactiveerd worden. Voordat u verder rijdt, dient u contact op te nemen met de Lancia-dealer om het systeem direct te laten controleren.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Bedek de rugleuning van de voorstoelen niet met hoezen of kleden die niet zijn voorbereid op het gebruik met sidebags.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Reis niet met voorwerpen op schoot of voor de borst en houd vooral geen pijp, potlood enz. in de mond. Bij een ongeval waarbij de airbag in werking treedt, kan dit ernstig letsel veroorzaken.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Rijd altijd met beide handen op de stuurwielrand, zodat bij het in werking treden van de airbag, het systeem niet wordt gehinderd door obstakels. Rijd niet met voorover gebogen lichaam, maar ga goed rechtop zitten en steun tegen de rugleuning.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Laat bij diefstal of een poging tot diefstal, bij beschadiging of als de auto bij een overstroming onder water is geweest, het airbagsysteem door een Lancia-dealer controleren.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Bedenk dat als de contactsleutel in stand MAR staat, ook bij uitgezette motor de airbags geactiveerd kunnen worden als de auto wordt aangereden door een andere auto. Daarom mogen, ook als de auto stilstaat, absoluut geen kinderen op de passagiersstoel voor worden geplaatst. Als de contactsleutel echter in stand STOP staat, wordt bij een ongeval geen enkel veiligheidssysteem (airbag of gordelspanners) geactiveerd; als een systeem niet in werking treedt, beiekent dit niet dat het systeem niet goed werkt.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje (met de sleutelschakelaar voor uitschakeling van de airbag voor aan passagierszijde in stand ON) enkele seconden knipperen, om u eraan te herinneren dat de airbag aan passagierszijde bij een botsing wordt geactiveerd. Hierna moet het lampje doven.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

De stoelen mogen niet met water worden afgenomen of met stoom worden gereinigd (met de hand of in een automatisch was-apparaat).

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Haak geen harde voorwerpen aan de kledinghaakjes en aan de steunhandgrepen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

De frontairbag treedt in werking als de botsing

zwaarder is dan een botsing waar- bij alleen de gordelspanners worden geactiveerd. Bij aanrijdingen die tussen die twee drempelwaarden in liggen, treden alleen de gordelspan- ners in werking.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

De airbag is geen vervan- ging voor de veiligheids-

gordels, maar een aanvulling. Omdat de frontairbags niet worden geactiveerd bij frontale botsingen bij lage snelheid, bij zijdelingse aanrijdingen en als de auto van achter wordt aangereden of over de kop slaat, worden in deze gevallen de inzittenden uitsluitend door de veiligheidsgordels beschermd. De gordels moeten dus altijd gedragen worden.

STARTEN EN RIJDEN

MOTOR STARTEN 112

PARKEREN 114

GEBRUIK VAN DE VERSNELLINGSBAK ..... 115

BRANDSTOFBESPARING 117

TREKKEN VAN AANHANGERS 119

WINTERBANDEN 122

SNEEUWKETTINGEN 123

AUTO LANGERE TIJD STALLEN 124

MOTOR STARTEN

De auto is uitgerust met een elektronische startblokkering: zie bij startproblemen de paragraaf "Lancia CODE" in het hoofdstuk "Dashboard en bediening".

Direct na het starten van de motor, vooral als de auto langere tijd niet is gebruikt, kan de motor iets meer geluid produceren. Dit geluid, dat niet schadelijk is voor de werking van de motor, wordt veroorzaakt door de hydraulische klepstoters: het distributiesysteem op de benzinemotor van de auto, dat bijdraagt aan een vermindering van de onderhoudswerkzaamheden.

BENZINEMOTOR STARTEN

Ga als volgt te werk:

□ trek de handrem aan;
□ zet de versnellingspook in de vrijstand;
□ trap het koppelingspedaal geheel in, zonder het gaspedaal in te trappen;
□ draai de contactsleutel in stand AVV en laat de sleutel los zodra de motor is aangeslagen.

Als de motor bij de eerste poging niet aanslaat, moet u de sleutel terugdraaien in stand STOP voordat u opnieuw start.

Als met de contactsleutel in stand MAR het controlclampje samen met het waarschuwingslampje blijft branden, raden wij u aan de sleutel in stand STOP te draaien en vervolgens weer in stand MAR: als het lampje nog steeds blijft branden, probeer het dan met de andere geleverde sleutels.

LANCIA Ypsilon (2009) - BENZINEMOTOR STARTEN - 1

Het verdient aanbeveling om gedurende de eerste kilometers niet de maximale prestaties van uw auto te eisen (bijv. snel accelereren, langdurig rijden met hoge toerentallen, krachtig remmen enz.).

LANCIA Ypsilon (2009) - BENZINEMOTOR STARTEN - 2

Laat de contactsleutel niet in stand MAR staan als de motor stilstaat, zodat de accu niet onnodig wordt

ontladen.

LANCIA Ypsilon (2009) - BENZINEMOTOR STARTEN - 3

ATTENTIE

Het is zeer gevaarlijk om de motor in afgesloten

ruimten te laten draaien. De motor verbruikt zuurstof en produceert kooldioxide, koolmonoxide en andere giftige gassen.

Als de motor nog niet aanslaat, voer dan een noodstart uit (zie "Noodstart" in het hoofdstuk "Noodgevallen") en wendt u tot de Lancia-dealer.

BELANGRIJK Laat de start-/contactsleutel niet in stand MAR staan als de motor is uitgezet.

MULTIJET-MOTOR STARTEN

Ga als volgt te werk:

□ trek de handrem aan;
□ zet de versnellingspook in de vrijstand;
□ draai de contactsleutel in stand MAR: op het instrumentenpaneel gaan de controlelampjes 00 en branden:
□ wacht tot de lampjes ⑧ en ⑩⁰ gedoofd zijn. Hoc warmer de motor, hoe sneller het lampje dooft;
□ trap het koppelingspedaal geheel in, zonder het gaspedaal in te trappen;
□ draai de contactsleutel in stand AVV direct nadat het lampje 00 gedoofd is. Als u te lang wacht, zijn de voorglocibougies weer afgekoeld. Laat de sleutel los zodra de motor is aangeslagen.

BELANGRIJK Bij een koude motor mag het gaspedaal niet worden inge-trapt als u de contactsleutel in stand AVV draait.

Als de motor bij de eerste poging niet aanslaat, moet u de sleutel terugdraaien in stand STOP voordat u opnieuw start.

Als met de contactsleutel in stand MAR het lampje op het instrumentenpaneel blijft branden, raden wij u aan de sleutel in stand STOP te draaien en vervolgens weer in stand MAR; als het lampje nog steeds blijft branden, probeer het dan met de andere geleverde sleutels.

Als de motor nog niet aanslaat, wendt u dan tot de Lancia-dealer.

BELANGRIJK Laat de start-/contactsleutel niet in stand MAR staan als de motor is uitgezet.

LANCIA Ypsilon (2009) - MULTIJET-MOTOR STARTEN - 1

Als het lampje 70 gedurende 60 seconden gaat knipperen na het starten of tijdens een langdurige startpoging, dan duidt dat op een storing in het voorgloeisysteem. Als de motor aanslaat, kunt u de auto op de gewone manier gebruiken, maar wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.

MOTOR OPWARMEN NA HET STARTEN (benzine en Multijet)

Ga als volgt te werk:

□ rijd rustig weg, laat de motor niet met hoge toerentallen draaien en trap het gaspedaal niet bruusk in;
□ verlang de eerste kilometers geen maximale prestaties. Wij raden u aan te wachten tot de wijzernaald van de koelvlocistoftemperatuurmeter begint te bewegen.

NOODSTART

Als het lampje op het instrumentenpaneel constant blijft branden, kan een noodstart worden uitgevoerd met de code die op de CODE-card staat vermeld (zie het hoofdstuk "Noodgevallen").

MOTOR UITZETTEN

Draai de contactsleutel in stand STOP terwijl de motor stationair draait.

BELANGRIJK Het is beter om de motor na een zware rit even "op adem" te laten komen. Zet de motor niet onmiddellijk uit, maar laat hem even stationair draaien. Hierdoor kan de temperatuur in de motor-ruimte dalen.

LANCIA Ypsilon (2009) - MOTOR UITZETTEN - 1

Probeer auto's nooit te starten door ze aan te duwen, te slepen of van een helling af te laten rijden.

Op die wijze kan er onverbrande benzine in de katalysator terechtkomen, waardoor deze onherstelbaar zal beschadigen.

LANCIA Ypsilon (2009) - MOTOR UITZETTEN - 2

Gasgeven voordat u de motor uitzet heeft geen enkel nut, verspilt brandstof en is, vooral voor

motoren met turbocompressor, schadelijk.

LANCIA Ypsilon (2009) - MOTOR UITZETTEN - 3

ATTENTIE

Houd er rekening mee dat de rem- en de stuurbekrachtiging niet werken zolang de motor niet is aangeslagen, waardoor meer kracht nodig is voor de bediening van het rempedaal en het stuur.

PARKEREN

Ga als volgt te werk:

□ zet de motor uit en trek de handrem aan:
☐ schakel een versnelling in (de 1e als de weg omhoog loopt, de achteruit als de weg omlaag loopt) en zet de voorwielen iets uitgestuurd.

Als de auto op een steile helling staat, blokkeer de wielen dan met stenen of wiggen. Laat de contact-sleutel nooit in stand MAR staan omdat hierdoor de accu ontlaaadt en neem bovendien de sleutel altijd uit het contactslot als u de auto verlaat.

LANCIA Ypsilon (2009) - PARKEREN - 1

ATTENTIE

Laat kinderen nooit alleen achter in de auto.

Neem de sleutels altijd uit het contactslot als u de auto verlaat en neem de sleutels mee.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

De handrem bevindt zich tussen de voorstoelen.

Om de handrem in te schakelen, moet u de hendel omhoog trekken zodat de auto blokkeert.

Op een vlakke ondergrond hoort de auto geblokkeerd te zijn als de handrem vier of vijf tanden is aangetrokken. Op sterke hellingen en bij een beladen auto moet de handrem negen of tien tanden worden aangetrokken.

BELANGRIJK Als dit niet het geval is, laat dan de Lancia-dealer de handrem afstellen.

Als de handrem is aangetrokken en de contactsleutel in stand MAR staat, gaat op het instrumentenpaneel het waarschuwingslampje Ⓞ branden.

Handrem uitschakelen:

□ trek de hendel iets omhoog en druk op de ontgrendelknop A;

☐ houd de knop A ingedrukt en laat de hendel zakken. Het lampje (①) op het instrumentenpanel dooft.

Om onverwachtse bewegingen van de auto te voorkomen, moet bij het bedienen van de handrem het rempedaal worden ingetrapt.

GEBRUIK VAN DE VERSNELLINGS- BAK

Om de versnellingen in te schakelen, moet u het koppelingspedaal geheel intrappen en vervolgens de versnellingspook in de gewenste stand plaatsen (het schakelschema staat op de knop van de pook).

BELANGRIJK De achteruit kan alleen bij een stilstaande auto worden ingeschakeld. Wacht bij een draaiende motor en een geheel inge-trapt koppelingspedaal minstens 2 seconden, voordat u de achteruit inschakelt. Hiermee wordt voorko-men dat de tandwielen beschadigen.

1 3 5 2 4 R A fig. 2 LOC0032m

Ga als volgt te werk om de achteruit (R) vanuit de vrijstand in te schakelen:

Benzine-uitvoeringen

□ trek de schuifring A-fig. 2 of fig. 3 onder de knop omhoog en verplaats de pook naar rechts en vervolgens naar achteren.

Multijet-uitvoeringen

□ plaats de pook naar rechts en vervolgens naar achteren.

A 1 3 5 2 4 6 R fig. 3 LOC0235m

Voor het inschakelen van de 6e versnelling (indien aanwezig) moet de pook naar rechts worden gedrukt om te voorkomen dat per ongeluk de 4e versnelling wordt ingeschakeld. Dit geldt ook voor het schakelen van de 6e naar de 5e versnelling.

LANCIA Ypsilon (2009) - Multijet-uitvoeringen - 2

ATTENTIE

Om op de juiste wijze te schakelen, moet u het koppelingspedaal geheel intrappen. Daarom mag er niets onder het pedaal liggen dat dit kan verhinderen: Let crop dat de vloermatten niet zijn dubbelgevouwen en zo de slag van de pedalen kunnen beperken.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

Laat na het schakelen de versnellingspook los. Door het rijden met een hand aan de versnellingspook wordt op het schakelmechanisme in de versnellingsbak een geringe kracht uitgeofend, waardoor onnodige slijtage kan ontstaan.

BRANDSTOF-BESPARING

Hierna volgen enkele nuttige tips, waardoor het brandstofverbruik zo laag mogelijk blijft en de uitstoot van schadelijke uitleatgassen zoveel mogelijk beperkt wordt.

ALGEMENE OPMERKINGEN

Onderhoud van de auto

Zorg voor een goed onderhoud van de auto door de controles en registraties die in het "Onderhoudsschema" staan vermeld, te laten uitvoeren.

Airconditioning

Het gebruik van de airconditioning leidt tot een toename van het brandstofverbruik (met gemiddeld 20%). Gebruik wanneer de buitentemperatuur het toelaat bij voorkeur de functies van het ventilatiesysteem.

Het gebruik van niet goedgekeurde aerodynamische accessoires kan de aerodynamica negatief beïnvloeden, waardoor het brandstofverbruik zal toenemen.

Banden

Controleer regelmatig, ten minste een keer per maand, de spanning van de banden: als de spanning te laag is, wordt de weerstand groter en neemt het verbruik toc.

Overbodige bagage

Rijd niet met een overbeladen bagageruimte. Het gewicht van de auto (vooral in stadsverkeer) en de wieluitlijning hebben grote invloed op het brandstofverbruik en de stabiliteit.

RIJSTIJL

Starten

Laat de motor als de auto stilstaat, niet warmdraaien met stationair toerental en ook niet met een hoog toerental: onder deze omstandigheden warmt de motor veel langzamer op, terwijl het verbruik en de schadelijke uitlaatgasemissie toenemen. Het is beter om rustig weg te rijden en geen hoge toerentallen te gebruiken: op deze manier warmt de motor sneller op.

Overbodige handelingen

Trap het gaspedaal niet in als u stilstaat voor een stoplicht of voordat u de motor afzet. Deze handeling heeft evenals het overschakelen met tussengas, geen enkel nut. Het kost brandstof en verhoogt de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen.

Imperiaal/skidrager

Verwijder de imperiaal of skidrager als u deze niet meer gebruikt. Ze verminderen de aerodynamica van de auto, waardoor het brandstofverbruik toenecmt. Gebruik voor het vervoer van volumineuze voorwerpen bij voorkeur een aanhanger.

Stroomverbruikers

Gebruik de elektrische installaties alleen als u ze nodig hebt. De achterruitverwarming, de verstralers, de ruitenwissers en de aanjager van het ventilatie-/verwarmingssysteem vragen veel stroom, waardoor het brandstofverbruik toeneemt (tot aan 25% in stadsverkeer).

Keuze van de versnellingen

Gebruik als het verkeer en de weg het toelaten de hoogste versnelling. Het inschakelen van een lage versnelling voor een snelle acceleratie verhoogt het brandstofverbruik.

Bij het oneigenlijke gebruik van een hoge versnelling neemt het verbruik en de schadelijke uitlaatgasemissie toe. Bovendien slijt de motor hierdoor sneller.

Maximum snelheid

Het brandstofverbruik neemt aanzienlijk toe bij een hogere snelheid. Rijd daarom zoveel mogelijk met een gelijkmatige snelheid, vermijd overbodig remmen en optrekken. Dit kost brandstof en verhoogt de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen.

Acceleratic

Met vol gas optrekken kost veel brandstof en verhoogt de uitstoot van schadelijke uitleaatgassen: het is beter geleidelijk op te trekken en het toerental waarbij het maximum koppel wordt geleverd, niet te overschrijden.

GEBRUIKSOMSTANDIGHEDEN

Koude start

Bij korte ritten en regelmatig koud starten bereikt de motor niet de optimale bedrijfstemperatuur. Hierdoor neemt niet alleen het brandstofverbruik toe (van 15 tot aan 30% in stadsverkeer), maar ook de uitstoot van uitlaatgassen.

Verkeerssituatie en conditie van het wegdek

Op een drukke weg bijvoorbeeld bij filerijden, waarbij overwegend lage versnellingen worden gebruikt, of in de stad waar zich veel verkeerslichten bevinden, zal het brandstofverbruik aanzienlijk hoger zijn. Bochtige trajecten, bergwegen en een slecht wegdek verhogen eveneens het brandstofverbruik.

Stilstaan in het verkeer

Als u langere tijd stilstaat (bijv. spoorwegovergangen), is het raadzaam de motor uit te zetten.

TREKKEN VAN AANHANGERS

BELANGRIJKE TIPS

Voor het trekken van aanhangwagens of caravans moet de auto uitge-rust zijn met een trekhaak van een goedgekeurd type en een adequate elektrische installatie. De montage van de trekhaak moet door gespecialiseerd personeel worden uitgevoerd. Ook moet documentatie worden overhandigd m.b.t. het rijden met een aanhanger.

Monteer zo nodig speciale en/of extra achteruitkijkspiegels, waarmee u voldoet aan de geldende verkeerswetgeving.

Let er op dat het maximum klimvermogen van de auto door het gewicht van een aanhanger of caravan wordt beperkt. Ook de remweg wordt langer en u hebt langer de tijd nodig om in te halen.

Schakel een lage versnelling in tijdens het afdalen om te voorkomen dat u constant moet remmen.

Het gewicht van de aanhanger dat op de trekhaak rust, moet worden afgetrokken van het laadvermogen van de auto. Om er zeker van te zijn dat u het maximum toelaatbaar aanhangergewicht niet overschrijdt, moet u er rekening mee houden dat het maximum betrekking heeft op het totale gewicht van de aanhangwagen of caravan, inclusief accessoires en bagage.

Houdt u aan de snelheidsbeperkingen die voor auto's met aanhanger gelden. U mag in geen geval harder rijden dan 100 km/h.

TREKHAAK MONTEREN

De trekhaak moet door gespecialis- seerd personeel aan de carrosserie worden bevestigd waarbij de richtlijnen die hierna zijn opgenomen, moeten worden aangehouden. Deze richtlijnen worden eventueel aangevuld door extra informatie van de fabrikant van de trekhaak.

LANCIA Ypsilon (2009) - TREKHAAK MONTEREN - 1

ATTENTIE

Het ABS waarmee de auto is uitgerust, werkt niet op

het remsysteem van de aanhanger. Wees daarom extra voorzichtig op gladde wegen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Voer in geen geval modificaties aan het remsys-

teem van de auto uit. Het remsysteem van de aanhanger moet geheel onafhankelijk van het hydraulisch remsysteem van de auto worden bediend.

De te installeren trekhaak moet voldoen aan de huidige ECE-normen 94/20 en daarop volgende wijzigingen.

Voor iedere uitvoering moet een trekhaak worden gebruikt die geschikt is voor het maximale aanhangergewicht van de auto waarop de trekhaak wordt bevestigd.

BELANGRIJK Eventuele extra verbruikers naast de buitenverlichting (bijv. elektrisch bediende rem, elektrische lier enz.) mogen uitsluitend worden gebruikt bij draaiende motor.

MONTAGESHEMA (fig. 4)

De trekhaak moet op de punten aangegeven met bevestigd worden met 4 M8-bouten, 2 M10-bouten en 2 M12-bouten.

De trekhaak moet op de carrosserie gemonteerd worden zonder gaten in of vervormingen van de achterbumper die zichtbaar zijn bij gedemonteerde trekhaak.

BELANGRIJK Het is verplicht om op dezelfde hoogte als de trekkogel een (goed zichtbaar) plaatje van voldoende afmctingen en kwaliteit aan te brengen met de volgende tekst:

MAX. GEWICHT OP KOPPELING 60 kg

LANCIA Ypsilon (2009) - MONTAGESHEMA (fig. 4) - 1

ATTENTIE

Na de montage van de trekhaak moeten de boutgaten worden afgedicht om te voorkomen aatgassen in het interieur kunnen dringen.

Achteras Bestaande gaten 654 263 t5 +65 N°2 M12 70 154 87 M10 115 32 752 879 481 Bestaande gaten Hart trekkogel 481 M10 32 115 70 154 87 Bestaande gaten

fig. 4

LOC0134m

WINTERBANDEN

Gebruik winterbanden die dezelfde maat hebben als de standaard geleverde banden.

De Lancia-dealer kan u adviseren welke band het meest geschikt is voor het doel waarvoor u deze wilt gebruiken.

Houdt u voor de bandenmaat, de bandenspanning en de winterbanden exact aan de aanwijzingen die staan aangegeven in de paragraaf "Wielen" in het hoofdstuk "Technische gegevens".

De specifieke eigenschappen van winterbanden verminderen aanzienlijk als de profieldiepte minder is dan 4 mm. In dat geval is het veiliger ze te vervangen.

Door de specifieke eigenschappen van winterbanden zijn de prestaties onder niet-winterse omstandigheden of wanneer er lange afstanden op de snelweg worden gereden, minder dan die van de standaard gemonteerde banden. Beperk het gebruik van winterbanden tot die omstandigheden waarvoor ze zijn goedgekeurd.

BELANGRIJK Als u winterbanden gebruikt waarvan de maximum toegestane snelheid lager is dan de topsnelheid van de auto (met een marge van 5%), dan dient u in het interieur van de auto een voor de bestuurder duidelijk zichtbaar waarschuwingsplaatje te plaatsen met de maximum toegestane snelheid wanneer met die winterbanden wordt gereden (overeenkomstig de EU-normen).

Monteer op alle vier de wielen dezelfde banden (zelfde merk en profieldiepte) voor meer veiligheid tijdens het rijden en remmen en voor een betere bestuurbaarheid.

Keer de draairichting van de banden niet om.

LANCIA Ypsilon (2009) - WINTERBANDEN - 1

ATTENTIE

Bij winterbanden met de indicatie "Q" geldt een maximum snelheid van 160 km/h; bij winterbanden met de indicatie "T" geldt een maximum snelheid van 190 km/h; bij winterbanden met de indicatie "II" geldt een maximum snelheid van 210 km/h. Deze maximum snelheden zijn in overeenstemming met de huidige wetgeving.

SNEEUW- KETTINGEN

Het gebruik van sneeuwkettingen is afhankelijk van de voorschriften van het land waar wordt gereden.

De sneeuwkettingen mogen alleen op de voorwielen gemonteerd worden (aangedreven wielen). Wij raden u het gebruik aan van sneeuwkettingen uit het Lancia Lincaccessori-programma.

Controleer na enkele tientallen meters rijden of de kettingen nog goed gespannen zijn.

BELANCRIJK Op het noodreservewiel kan geen sneeuwketting worden gemonteerd. Als u een lekke voorband hebt, kunt u het noodreservewiel op de achteras plaatsen en het achterwiel op de vooras. Zo hebt u op de vooras twee normale wielen waarop u sneeuwkettingen kunt monteren.

UitvoeringenBandenmaat geschikt voor dat moet worden gebruikt sneeuwkettingenType sneeuwketting
1.2 8V1.4 8V - 1.4 16V1.3 Multijet185/65 R14 86T195/55 R15 85HSneeuwkettingen met normale afmetingen met maximale dikte boven het profiel van de band: 12 mm.
1.2 8V - 1.4 8V1.4 16V -1.3 Multijet195/45 R16 80VSneeuwkettingen waarvan de dikte boven het profiel maximaal 9 mm is.

LANCIA Ypsilon (2009) - SNEEUW- KETTINGEN - 1

De banden waarop sneeuwkettingen gemonteerd kunnen worden en het type sneeuwketting staan aangegeven in de bovenstaande tabel; houdt u strikt aan deze tabel.

LANCIA Ypsilon (2009) - SNEEUW- KETTINGEN - 2

LANCIA Ypsilon (2009) - SNEEUW- KETTINGEN - 3

Beperk de snelheid als u sneeuwkettingen gebruikt; rijd niet harder dan 50 km/h. Vermijd kuilen, stoepranden en andere obstakels en rijd, om de auto en het wegdek niet te beschadigen, geen lange stukken op sneeuuvrije wegen.

AUTO LANGERE TIJD STALLEN

Tref de volgende maatregelen als de auto enkele maanden niet wordt gebruikt:

□ zet de auto in een overdekte, droge en goed geventileerde ruimte;
□ schakel een versnelling in;
□ zorg ervoor dat de handrem is aangetrokken;
☐ maak de minkabel los van de accu en controleer de acculading. Gedurende het stallen moet deze controle iedere drie maanden worden herhaald. Laad de accu op als de optische meter een donkere kleur heeft zonder een groen middenstuk;
☐ maak de gespoten plaatdelen schoon en behandel ze met een beschermende was;

□ reinig en conserveer de glimmen-de metalen delen met daarvoor geschikte middelen;
□ smeer de wisserrubbers van de ruitenwissers en achterruitwisser in met talkpoeder en laat ze los van de ruit staan;
□ zet de ruiten een klein stukje open;
☐ dek de auto af met een stoffen of een ademende kunststof hoes. Gebruik geen dichte plastic hoes, omdat het in en op de auto aanwezige vocht dan niet kan verdampen;
□ breng de bandenspanning 0,5 bar boven de normaal voorgeschreven spanning en controleer deze regelmatig;

□ als u de accukabels niet loskoppelt, moet de lading iedere maand gecontroleerd worden; laad de accu op als de optische meter een donkere kleur heeft zonder groen middenstuk;

□ tap het koelsysteem van de motor niet af.

LAMPJES EN BERICITTEN

ALGEMENE OPMERKINGEN 126

TE LAAC REMVLOEISTOFNIVEAU 126

AANGETROKKEN HANDREM.... 126

STORING AIRBAGSYSTEEM 126

UITGESCHAKELDE AIRBAG PASSAGIERSZIJDE.... 127

TE HOGE KOELVLOEISTOF- TEMPERATUUR.... 127

ACCU WORDT NIET VOLDOENDE OPGELADEN.... 128

STORING ABS 128

STORING EBD.... 128

TE LAGE MOTOROLIEDRUK 128

STORING ELEKTRISCHE STUUR-BEKRACHTIGING "DUALDRIVE" 129

NIET GOED GESLOTEN PORTIEREN...... 129

STORING IN INSPUITSYSTEEM 129

STORING MOTORMANAGEMENTSYSTEEM (EOBD) 129

BRANDSTOFRESERVE.... 130

VOORGLOEI-INSTALLATIE 130

STORING VOORGLOEI-INSTALLATIE ..... 130

WATER IN BRANDSTOFFILTER.... 131

STORING ELEKTRONISCHE STARTBLOKKERING - LANCIA CODE 131

ACHTERRUITVERWARMING.... 131

DEFECTE BUTENVERLICHTING.... 131

MISTACHTERLICHT 131

STORINGSMELDING 132

STORING IN ESP.... 132

STORING HILL HOLDER.... 132

Naast het branden van het lampje, verschijnt er - afhankelijk van het type instrumentenpaneel - ook een specifiek bericht en/of klinkt er een akoestisch signaal. Deze meldingen zijn kort en uit voorzorg en moeten als een aanvulling worden gezien en niet als alternatief voor de informatie in dit instructieboekje. Wij raden u daarom aan dit instructieboekje goed door te lezen. Houdt u bij een storing altijd aan de aanwijzingen die in dit hoofdstuk beschreven worden.

BELANGRIJK De storingsmeldingen die op het display verschijnen, zijn onderverdeeld in twee categoricen: ernstige storingen en minder ernstige storingen.

De ernstige storingen worden "cyclisch" weergegeven en herhaald totdat de oorzaak van de storing is verholpen.

De minder ernstige storingen worden een bepaalde tijd "cyclisch" weergegeven.

U kunt de weergavecyclus van beide categorieën onderbreken door op de knop MODE te drukken. Het lampje op het instrumentenpanel blijft branden totdat de storing is verholpen.

Zie voor de berichten bij uitvoeringen met DFn-versnellingsbak, de informatie in het bijgevoegde supplement.

LANCIA Ypsilon (2009) - LAMPJES EN BERICITTEN - 1

TE LAAG REMVLOEI- STOFNIVEAU (rood) AANGETROKKEN HANDREM (rood)

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.

Te laag remvloeistofniveau

Het lampje gaat branden als het remvlocistofniveau in het reservoir onder het minimum niveau is gedaald, bijvoorbeeld door lekkage in het remsysteem.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

LANCIA Ypsilon (2009) - Te laag remvloeistofniveau - 1

ATTENTIE

Als het lampje Ⓞtijdens het rijden gaat branden (op het display verschijnt ook een bericht), stop dan onmiddellijk en wendt u tot de Lancia-dealer.

Aangetrokken handrem

Het lampje gaat branden als de handrem wordt aangetrokken.

Als de auto in beweging is, hoort u ook een akoestisch signaal.

BELANGRIJK Als het lampje tijdens het rijden gaat branden, controleer dan of de handrem niet is aangetrokken.

LANCIA Ypsilon (2009) - Aangetrokken handrem - 1

STORING AIRBAG (rood)

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.

Het lampje gaat constant branden bij een storing in het airbagsysteem.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

LANCIA Ypsilon (2009) - STORING AIRBAG (rood) - 1

ATTENTIE

Als u de contactsleutel in stand MAR draait en het lampje *gaat niet branden of blijft branden tijdens het rijden, dan is er mogelijk een storing in de veiligheidssystemen; in dat geval kunnen de airbags of gordelspanners niet geactiveerd worden bij een ongeval of, in een zeer beperkt aantal gevallen, niet op de juiste wijze geactiveerd worden. Voordat u verder rijdt, dient u contact op te nemen met de Lancia-dealer om het systeem direct te laten controleren.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Een defect lampje (lampje gedoofd) wordt ook weergegeven doordat het lampje voor de uitgeschakelde passagiersairbag ♖langer dan de normale 4 seconden knippert.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

UITGESCHAKELDE AIRBAG PASSAGIERS- ZIJDE (geel)

Het lampje ♔*brandt als de frontairbag aan passagierszijde is uitgeschakeld.

Als u bij ingeschakelde frontairbag aan passagierszijde de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje ♖ongeveer 4 seconden branden en vervolgens 4 seconden knipperen. Hierna moet het lampje doven.

LANCIA Ypsilon (2009) - UITGESCHAKELDE AIRBAG PASSAGIERS- ZIJDE (geel) - 1

ATTENTIE

Het lampje 📋*geeft bovendien eventuele storingen van het lampje aan. Dit wordt aangegeven door het langer knipperen van het lampje dan de normale 4 seconden. In dit geval kan het lampje geen storingen in de airbag-/gordelspannersystemen aangeven. Voordat u verder rijdt, dient u contact op te nemen met de Lancia-dealer om het systeem direct te laten controleren.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

TE HOGE KOELVLOEI-STOFTEMPERATUUR (rood)

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.

Het lampje gaat branden als de motor te warm is.

Als het lampje gaat branden, moeten de volgende maatregelen worden genomen:

□ bij normale rij-omstandigheden: stop de auto, zet de motor uit en controleer of het niveau van de koelylocistof in het reservoir niet onder het MIN-merkteken staat. Als dit wel het geval is, wacht dan enkele minuten zodat de motor kan afkoelen, open vervolgens langzaam en voorzichtig de dop, vul koelyloeistof bij en controleer of de koelylocistof tussen het MIN- en MAX-merkteken op het reservoir staat. Controleer ook of er geen vloecistof weglekt. Als bij het starten van de motor het lampje opnieuw gaat branden, wendt u dan tot de Lancia-dealer.

□ Als de auto onder zware bedrijfsomstandigheden wordt gebruikt (bijvoorbeeld het trekken van een aanhanger bergopwaarts of met volbeladen auto): verlaag de snelheid en breng, als het lampje blijft branden, de auto tot stilstand. Wacht 2 tot 3 minuten met draaiende motor en geef iets gas voor een snellere circulatie van de koelyloeistof. Zet vervolgens de motor uit. Controleer het vloeistofniveau zoals hiervoor beschreven.

BELANGRIJK Bij zware bedrijfsomstandigheden is het raadzaam de motor enkele minuten te laten draaien met iets ingetrapt gaspedaal voordat u de motor uitzet.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

LANCIA Ypsilon (2009) - TE HOGE KOELVLOEI-STOFTEMPERATUUR (rood) - 1

ACCU WORDT NIET VOLDOENDE OPGE- LADEN (rood)

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Het moet doven nadat de motor is gestart (als de motor stationair draait, kan het voorkomen dat het lampje iets later dooft).

Als het lampje blijft branden, wendt u dan onmiddellijk tot de Lancia-dealer.

LANCIA Ypsilon (2009) - ACCU WORDT NIET VOLDOENDE OPGE- LADEN (rood) - 1

STORING ABS (gecl)

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.

Het lampje gaat branden als het systeem defect of niet beschikbaar is. In dat geval blijft het remsysteem normaal werken, maar zonder de mogelijkheden van het ABS. Rijd voorzichtig verder en wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

LANCIA Ypsilon (2009) - STORING ABS (gecl) - 1

LANCIA Ypsilon (2009) - STORING ABS (gecl) - 2

STORING EBD (rood) (geel)

Als bij een draaiende motor tegelijkertijd de waarschuwingslampjes (1) en (2) gaan branden, dan is er een storing in het EBD-systeem of is het systeem niet beschikbaar; in dat geval kunnen bij krachtig remmen de achterwielen vroegtijdig blokkeren waardoor de auto kan gaan slippen. Rijd direct zeer voorzichtig naar de dichtstbijzijnde Lancia-dealer om het systeem te laten controleren.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

LANCIA Ypsilon (2009) - STORING EBD (rood) (geel) - 1

TE LAGE MOTOROLIE-DRUK (rood)

OLIEKWALITEIT

ONVOLDOENDE (rood)

(uitvoeringen Multijet met DPF)

Te lage motoroliedruk

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Het moet doven nadat de motor is gestart.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

LANCIA Ypsilon (2009) - Te lage motoroliedruk - 1

ATTENTIE

Als het lampje lij- dens het rijden gaat branden (op enkele uitvoeringen verschijnt ook een bericht op het display), zet dan onmiddellijk de motor uit en wendt u tot de Lancia-dealer.

Olickwaliteit onvoldoende

Het lampje gaat knipperen en er verschijnt een bericht op het display als het systeem motorolie van onvoldoende kwaliteit constateert.

Na de eerste constatering zal iedere keer bij het starten van de motor het lampje 60 seconden knipperen en daarna iedere 2 uur, totdat de olic wordt vververst.

LANCIA Ypsilon (2009) - Olickwaliteit onvoldoende - 1

ATTENTIE

Als het lampje knippert, wendt u dan onmiddellijk tot de Fiat-dealer voor de verversing van de motorolie en het uitschakelen van het betreffende lampje op het instrumentenpaneel.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

STORING ELEKTRISCHE STUURBE-KRACHTIGING "DUAL-DRIVE" (rood)

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.

Als het lampje blijft branden, werkt de elektrische stuurbekrachtiging niet meer en is meer kracht nodig voor het draaien van het stuur; de auto blijft echter normaal bestuurbaar: wendt u tot de Lancia-dealer.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

LANCIA Ypsilon (2009) - STORING ELEKTRISCHE STUURBE-KRACHTIGING "DUAL-DRIVE" (rood) - 1

NIET GOED GESLOTEN PORTIEREN (rood)

Als een of meer portieren of de achterklep niet goed gesloten zijn, gaat het lampje branden (bepaalde uitvoeringen).

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

Als de auto in beweging is met geopende portieren of achterklep, dan klinkt er een akoestisch signaal.

LANCIA Ypsilon (2009) - NIET GOED GESLOTEN PORTIEREN (rood) - 1

STORING INSPUITSYSTEEM (Multijet-uitvoeringen - geel) STORING

MOTORMANAGEMENTSYSTEEM EOBD (benzinc-uitvocringen - geel)

Storing in inspuitsysteem

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Het moet doven nadat de motor is gestart.

Als het lampje blijft branden of tijdens het rijden gaat branden, dan duidt dit op een storing in het inspuitsysteem. Dit kan tot gevolg hebben dat de prestaties verminderen, de auto slechter gaat rijden en het brandstofverbruik tocnccmt.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

U kunt onder deze omstandigheden doorrijden zonder te veel van de motor te eisen of met hoge snelheid te rijden. Wendt u in dit geval zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.

Storing motormanagementsystem EOBD

Als u onder normale omstandigheden de contactsleutel in stand MAR draait, dan gaat het lampje branden. Het lampje moet uitgaan als de motor is gestart. Het lampje gaat eerst branden om de juiste werking ervan aan te geven. Als het lampje blijft branden of tijdens het rijden gaat branden:

□ continu branden: duidt op een defect in het inspuit-/ontstekings- systeem. Dit kan tot gevolg hebben dat schadelijke uitlaatgasemissie toeneemt, de prestatics verminderen, de auto slechter gaat rijden en het brandstofverbruik toeneemt.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

U kunt onder deze omstandigheden doorrijden zonder te veel van de motor te eisen of met hoge snelheid te rijden. Als lang met een brandend waarschuwingslampje wordt doorgereden, kun-

nen beschadigingen ontstaan. Wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer. Het lampje dooft als de storing verdwijnt. De storing wordt door het systeem in het geheugen opgeslagen.

☐ knipperend: duidt op een mogelijke beschadiging van de katalysator (zie "EOBD-systeem" in het hoofdstuk "Dashboard en bediening").

Als het lampje knippert, moet het gaspedaal worden losgelaten zodat de motor met lage toerentallen draait en het lampje niet meer knippert; u kunt met matige snelheid doorrijden waarbij rij-omstandigheden moeten worden vermeden die kunnen leiden tot het opnieuw gaan knipperen van het lampje. Wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.

Als u de contactsleutel in stand MAR draait en het lampje gaat niet branden of het gaat branden of knipperen tijdens het rijden (er verschijnt ook een bericht op het display), wendt u dan zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer. De werking van het lampje kan worden gecontroleerd met behulp van speciale apparatuur van de verkeerspolitie. Houdt u aan de wetgeving van het land waarin u rijdt.

LANCIA Ypsilon (2009) - Storing motormanagementsystem EOBD - 1

RESERVEBRANDSTOF (geel)

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.

Het lampje gaat branden als er nog ongeveer 6/7 liter brandstof in de tank aanwezig is.

BELANGRIJK Als het waarschu- wingslampje knippert, dan is er een storing in het systeem. Wendt u in dit geval tot de Lancia-dealer om het systeem te laten controleren.

LANCIA Ypsilon (2009) - RESERVEBRANDSTOF (geel) - 1

VOORGLOEI-INSTALLATIE (Multijet-uitvoeringen - geel)

STORING VOORGLOEI-INSTALLATIE (Multijet-uitvocringen - geel)

Voorgloeibougies

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Het lampje dooft als de voorgloeibougies de vooraf ingestelde temperatuur hebben bereikt. Start de motor zodra het lampje gedoofd is.

BELANGRIJK Bij een hoge buiten- temperatuur kan het lampje zccr kort branden.

Storing in voorgloei-installatie

Het lampje gaat knipperen als er een storing is in de voorgloei-installatie. Wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

LANCIA Ypsilon (2009) - Storing in voorgloei-installatie - 1

WATER IN BRAND-STOFFILTER AANWEZIG (Multijet- uitvoeringen - geel)

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.

Het lampje 📁gaat branden als er water in het dieselfilter zit.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

LANCIA Ypsilon (2009) - WATER IN BRAND-STOFFILTER AANWEZIG (Multijet- uitvoeringen - geel) - 1

Water in het brandstofsysteem kan het inspuitsysteem ernstig beschadigen en de motor kan onregelmatig gaan draaien. Als het lampje gaat branden (er verschijnt ook een bericht op het display), wendt u dan zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer om de condens te laten aftappen. Als het bericht en het symbool direct na het tanken verschijnen, bestaat de mogelijkheid dat er tijdens het tanken water in de brandstoftank is gekomen: zet in dat geval onmiddellijk de motor uit en wendt u tot de Lancia-dealer.

LANCIA Ypsilon (2009) - WATER IN BRAND-STOFFILTER AANWEZIG (Multijet- uitvoeringen - geel) - 2

STORING ELEKTRONISCHE STARTBLOKKERING - LANCIA CODE (geel)

Als u de contactsleutel in stand MAR zet, dan gaat het lampje één keer knipperen en dooft vervolgens.

Als het lampje, met de contactsleutel in stand MAR, blijft branden, dan duidt dit op een mogelijke storing (zie "Lancia CODE" in het hoofdstuk "Dashboard en bediening").

BELANGRIJK Als de lampjes en tegelijk branden, dan is er een storing in de Lancia CODE.

Als bij een draaiende motor het lampje knippert, dan wordt de auto niet beveiligd door het systeem (zie de paragraaf "Lancia Code" in het hoofdstuk "Dashboard en bediening").

Wendt u tot de Lancia-dealer om alle sleutels in het geheugen te laten opslaan.

LANCIA Ypsilon (2009) - STORING ELEKTRONISCHE STARTBLOKKERING - LANCIA CODE (geel) - 1

MISTACIITERLICIIT (geel)

Het lampje gaat branden als het mistachterlicht wordt ingeschakeld.

LANCIA Ypsilon (2009) - MISTACIITERLICIIT (geel) - 1

ALGEMENE STORINGSMELDING (geel)

Het lampje gaat bij de vol- gende omstandigheden branden.

Storing buitenverlichting (geel)

Het lampje gaat branden (bepaalde uitvoeringen) als er een storing is in een van de volgende systemen:

- buitenverlichting

- remlichten (behalve derde rem- licht)

- mistachterlicht

- richtingaanwijzers

- kentekenplaatverlichting.

De storing kan betreffen: doorbranden van een of meer lampen, doorbranden van de bijbehorende zekering of een onderbreking in de elektrische verbinding.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

Storing motoroliedruksensor

Het lampje gaat branden bij een storing in de motoroliedruksensor. Wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer om de storing te laten verhelpen.

Storing sensoren

Het lampje gaat branden als er een storing is in de schemer- en regensensor. Wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

Brandstofnoodschakelaar

Het lampje gaat branden als de brandstofnoodschakelaar inschakelt.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

LANCIA Ypsilon (2009) - Brandstofnoodschakelaar - 1

STORING ESP (gecl)

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.

Als het lampje niet dooft of tijdens het rijden blijft branden en het lampje op de knop ASR OFF gaat branden, wendt u dan tot de Lancia-dealer.

Op het display verschijnt een bericht.

Opmerking Als het lampje knippert tijdens het rijden, dan geeft dit aan dat het ESP in werking is getreden.

LANCIA Ypsilon (2009) - STORING ESP (gecl) - 1

STORING HILL HOLDER (geel)

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het branden. Na enkele seconden et lampje doven.

Als het lampje gaat branden, is er een storing in het Hill Holder-systeem. Wendt u in dat geval zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

LANCIA Ypsilon (2009) - STORING HILL HOLDER (geel) - 1

Buitenverlichting en dimlichten

Het lampje gaat branden als de buitenverlichting of het dimlicht wordt ingeschakeld.

Follow me home

Het lampje gaat branden als dit systeem wordt gebruikt (zie "Follow me home" in het hoofdstuk "Dashboard en bediening").

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

LANCIA Ypsilon (2009) - Follow me home - 1

MISTLAMPEN VOOR (groen)

Het lampje gaat branden als de mistlampen voor worden ingeschakeld.

LANCIA Ypsilon (2009) - MISTLAMPEN VOOR (groen) - 1

Het lampje gaat branden als de richtingaanwijzerhendel omlaag wordt gezet of, tegelijkertijd met het lampje van de rechter richtingaanwijzer, als de drukknop voor de waarschuwingsknipperlichten wordt ingedrukt.

LANCIA Ypsilon (2009) - RICHTINGAANWIJZER LINKS (groen - knippe- rend) - 1

RICITINGAANWIJZER RECHTS (groen - knip- perend)

Het lampje gaat branden als de richtingaanwijzerhendel omhoog wordt gezet of, tegelijkertijd met het lampje van de linker richtingaanwijzer, als de drukknop voor de waarschuwingsknipperlichten wordt ingedrukt.

LANCIA Ypsilon (2009) - RICITINGAANWIJZER RECHTS (groen - knip- perend) - 1

NSCHAKELING ELEK- TRISCHE STUURBE- KRACHTIGING "DUAL- DRIVE" (groen)

Het opschrift CITY gaat branden op het display als deze stand van de elektrische stuurbekrachtiging "Dualdrive" wordt ingeschakeld door het indrukken van de betreffende schakelaar. Als opnieuw op de knop wordt gedrukt, dooft het opschrift CITY.

LANCIA Ypsilon (2009) - NSCHAKELING ELEK- TRISCHE STUURBE- KRACHTIGING "DUAL- DRIVE" (groen) - 1

GROOTLICHT (blauw)

) Het lampje gaat branden als het grootlicht wordt ingeschakeld.

LANCIA Ypsilon (2009) - GROOTLICHT (blauw) - 1

VERSTOPT ROETFIL- TER (1.3 Multijet 90 pk-uitvoering) geel)

Als u de contactsleutel in stand MAR draait, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.

Het lampje gaat branden als het roetfilter verstopt is en de rijomstandigheden verhinderen dat de regeneratieprocedure automatisch wordt uitgevoerd.

Voor de regeneratieprocedure en vervolgens het reinigen van het filter raden wij u aan te blijven rijden, totdat de weergave van het lampje verdwijnt.

Op het display verschijnt een bericht.

KANS OP GLADHEID

Als de buitentemperatuur gelijk is aan of lager wordt dan 3°C, dan verschijnt op het display het symbool * en een waarschuwingsbericht, en knippert de temperatuuraanduiding om aan te geven dat er kans op gladheid bestaat.

BEPERKTE ACTIERADIUS

Op het display verschijnt een bericht om de gebruiker te waarschuwen als de actieradius van de auto kleiner wordt dan 50 km.

ASR-SYSTEEM

Het ASR-systeem kan worden uitgeschakeld door het indrukken van de knop ASR OFF.

Op het display verschijnt een bericht dat aangeeft dat het systeem is uitgeschakeld; gelijktijdig gaat het lampje op de knop branden.

Als opnieuw op de knop ASR OFF wordt gedrukt, dooft het lampje op de knop en verschijnt op het display een bericht dat aangeeft dat het systeem weer is ingeschakeld.

LANCIA Ypsilon (2009) - ASR-SYSTEEM - 1

VERSLETEN REM- BLOKKEN (geel)

Het lampje gaat branden als de remblokken voor versleten zijn; laat deze in dat geval zo snel mogelijk vervangen.

Op het display verschijnt een bericht.

LANCIA Ypsilon (2009) - VERSLETEN REM- BLOKKEN (geel) - 1

SNELHEIDSREGELAAR (CRUISE-CONTROL) (indien aanwezig) (groer

Als u de contactsleutel in nd MAR draait, gaat het op het instrumentenpaneel Na enkele seconden moet e doven.

Het lampje (indien aanwezig) op het instrumentenpaneel gaat branden en op het display verschijnt een bericht als de draaiknop van de cruise-control in stand ON wordt gezet.

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

Op het display verschijnt een bericht als de ingestelde snelheidslimiet wordt overschreden (zie "Instelbaar multifunctioneel display" in het hoofdstuk "Dashboard en bediening").

Op het display verschijnt het betreffende bericht.

LANCIA Ypsilon (2009) - SNELHEIDSREGELAAR (CRUISE-CONTROL) (indien aanwezig) (groer - 1

NIET OMGELEGDE VEILIGHEIDSGORDEL (rood)

Het lampje op het instrumentenpaneel gaat continu branden als bij stilstaande auto de veiligheidsgordel aan bestuurderszijde niet goed is omgelegd. Als de auto rijdt en de veiligheidsgordel aan bestuurderszijde is niet goed omgelegd, dan gaat het lampje knipperen en klinkt tegelijkertijd een akoestisch signaal (zoemer). Het akoestische signaal (zoemer) van het SBR-systeem (Seat Belt Reminder) kan permanent worden uitgeschakeld door de Lancia-dealer. Het systeem kan weer worden geactiveerd via het setup-menu.

NOODGEVALLEN

MOTOR STARTEN 136

FIX & CO automatic

(snelle bandenreparatieset) 137

WIEL VERWISSELEN 142

GLOEILAMP VERVANGEN 147

GLOEILAMP BUITENVERLICHTING

VERVANGEN 150

GLOEILAMP INTERIEURVERLICHTING VER-

VANGEN 155

ZEKERINGEN VERVANGEN 156

ACCU OPLADEN 161

OPKRIKKEN VAN DE AUTO 162

SLEPEN VAN DE AUTO 162

MOTOR STARTEN

NOODSTART

Als de Lancia-code er niet in slaagt de startblokkering op te heffen, dan blijven de lampjes 📄 en 📋 op het instrumentenpaneel branden en start de motor niet.

Wendt u tot de Lancia-dealer.

Fig. 1 LOC0100m

STARTEN MET EEN HULPACCU fig. 1

Als de accu leeg is, kan de motor worden gestart met een hulpaccu, die ten minste dezelfde capaciteit moet hebben als de lege accu.

Ga voor het starten als volgt te werk:

□ verbind de pluspolen (+ teken nabij de pool) van de beide accu's met een startkabel:
□ sluit een tweede startkabel aan op de minpool (−) van de hulpaccu en op de massa-aansluiting (↓) op de motor of de versnellingsbak van de auto die gestart moet worden;
□ start de motor;
□ neem als de motor draait, de kabels in de omgekeerde volgorde los.

Als de motor na enkele pogingen niet aanslaat, blijf dan niet proberen maar wendt u tot de Lancia-dealer.

BELANCRIJK Verbind de minklemmen van de twee accu's niet direct met elkaar: eventuele vonken kunnen het explosieve gas ontsteken dat uit de accu kan ontsnappen. Als de hulpaccu is geïnstalleerd aan boord van een andere auto, mogen tussen deze auto en de auto met de lege accu niet per ongeluk metalen delen met elkaar in verbinding staan.

LANCIA Ypsilon (2009) - NOODSTART - 2

Gebruik voor een noodstart beslist nooit een accusnellader: de elektronische systemen kunnen

beschadigen; in het bijzonder de regeleenheden van de ontsteking en de inspuiting.

LANCIA Ypsilon (2009) - NOODSTART - 3

ATTENTIE

Laat deze procedure door gespecialiseerd personeel

uitvoeren. Onjuiste handelingen kunnen leiden tot vonken. De vloeistof in de accu is giftig en corrosief. Vermijd het contact met de huid en de ogen. Kom ook niet dicht bij een accu met open vuur of een brandende sigaret en veroorzaak geen vonken.

ROLLEND STARTEN

Probeer auto's nooit te starten door ze aan te duwen, te slepen of van een helling af te laten rijden. Op die wijze kan er onverbrande brandstof in de katalysator terechtkomen, waardoor deze onherstelbaar zal beschadigen.

BELANGRIJK Houd er rekening mee dat de rembekrachtiging en de elektrische stuurbekrachtiging niet werken zolang de motor niet is aangeslagen, waardoor meer kracht nodig is voor de bediening van het rempedaal en het stuur.

SNELLE BANDEN- REPARATIESET FIX & GO automatic (indien aanwezig)

De snelle bandenreparatieset Fix & Go automatic bevindt zich in de bagageruinte.

De set bestaat uit:

□ een spuitbus A-fig. 2 met afdicht-vloeistof, die voorzien is van:

- een vulbuis B-fig. 2;

- een sticker C-fig. 2 met het opschrift "max. 80 km/h". Na het repareren van het wiel moet deze sticker op een voor de bestuurder goed zichtbare plaats worden aangebracht (op het dashboard);

□ een informatiefolder voor een correct gebruik van de snelle reparatieset. De folder moet overhandigd worden aan het personeel dat de band die behandeld is met de bandenreparatieset, moet repareren:

LANCIA Ypsilon (2009) - SNELLE BANDEN- REPARATIESET FIX & GO automatic (indien aanwezig) - 1

Overhandig de informatie folder aan het personeel dat de band moet repareren die behandeld is met de banden-reparatieset.

□ een compressor D-fig. 2 met manometer en aansluitnippels, die in het vak zijn te vinden;
□ een paar werkhandschoenen die in het zijvak van de compressor zijn te vinden;
□ adapters voor het oppompen van diverse voorwerpen.

In de houder (die zich in de bagageruimte onder de vloerbedekking bevindt) van de bandenreparatieset zijn ook de schroevendraaier en de sleepogen te vinden.

BELANGRIJK Gebruik de Fix & Go reparatieset niet als de band beschadigd is geraakt door het rijden met een lege band.

HET IS NOODZAKELIJK TE WETEN DAT:

De afdichtvloeistof bij buitentemperaturen werkt tussen

- 2 0 ^ ° C en + 5 0 ^ ° C.

De afdichtvloeistof een houdbaar-heidsdatum heeft.

LANCIA Ypsilon (2009) - HET IS NOODZAKELIJK TE WETEN DAT: - 1

Als u een lekke band krijgt, kan de band gerepareerd worden als de diameter van het lek niet

groter is dan 4 mm.

LANCIA Ypsilon (2009) - HET IS NOODZAKELIJK TE WETEN DAT: - 2

ATTENTIE

Het is niet mogelijk lek- ken aan de zijkanten van

de band te repareren. Gebruik de reparatieset niet als de band beschadigd is geraakt door het rijden met een lege band.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Bij schade aan de velg (zodanige vervorming van

het kanaal dat er lucht wegloopt) kan de band niet gerepareerd worden. Verwijder de eventueel in de band binnengedrongen voorwerpen (schroeven of spijkers) niet.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

☐ Trek de handrem aan. Draai de ventieldop los, neem de vulbuis A-fig. 4 uit en draai de ring B op het ventiel van de band:

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 2

ATTENTIE

Doe de handschoenen aan die bij de snelle banden-reparatieset zijn geleverd.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

Vervang de spuitbus zodra de houdbaarheidsdatum van de afdichtvloeistof is verstreken. Spuitbussen en afdichtvloeistof zijn schadelijk voor het milieu. Houdt u voor het afvoeren van deze producten aan de wettelijke normen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 2

ATTENTIE

De compressor mag niet langer dan 20 minuten achter elkaar worden ingeschakeld. Gevaar voor oververhitting. De snelle reparatieset is niet geschikt voor permanente reparatie; de gerepareerde banden mogen daarom slechts tijdelijk worden gebruikt.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

De spuitbus bevat ethyleenglycol. Bevat latex: kan een allergische reactie veroorzaken. Schadelijk bij inslikken. Irriterend voor de ogen. Kan overgevoeligheid veroorzaken bij inademing en contact. Vermijd contact met ogen, huid en kleding. Spoel bij contact onmiddellijk overvloedig met water. Vermijd braken bij inslikken, spoel de mond uit, drink veel water en raadpleeg onmiddellijk een arts. Houd buiten het bereik van kinderen. Het product mag niet gebruikt worden door astmatische patiënten. Adem de dampen niet in tijdens het vallen en oppompen. Raadpleeg onmiddellijk een arts bij allergische reacties. Bewaar de spuitbus in de daarvoor bestemde ruimte, ver verwijderd van warmtebronnen. De afdichtvloeistof heeft een houdbaarheidsdatum.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

□ controleer of de schakelaar D-fig. 5 van de compressor in stand 0 (uitgeschakeld) staat, start de motor, steck de stekker A-fig. 6 in de aanstekerbus (of de 12V-contactdoos) en schakel de compressor in door de schakelaar D-fig. 5 in stand I (ingeschakeld) te zetten; Pomp de band op tot de juiste bandenspanning is bereikt (zie de paragraaf "Bandenspanning" in het hoofdstuk "Technische gegevens"). Controleer de bandenspanning op de manometer F-fig. 5. Voor een nauwkeurige aflezing moet de compressor worden uitgeschakeld:

□ als u er niet in slaagt binnen 5 minuten de bandenspanning op ten minste 1,5 bar te krijgen, koppel dan de compressor los van het ventiel en de contactdoos en verplaats vervolgens de auto ongeveer 10 meter naar voren of naar achteren, zodat de afdichtvloeistof in de band verdeeld wordt; pomp de band vervolgens weer op;

A

fig. 6
LOC0240m

□ als u er ook dan niet in slaagt om, binnen 5 minuten na inschakeling van de compressor, de spanning op ten minste 1,8 bar te brengen, mag niet verder worden gereden, omdat de band te erg beschadigd is en de reparatieset de vereiste wegligging niet kan garanderen; wendt u tot de Lancia-dealer;

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 3

Plaats de sticker op een voor de bestuurder goed zichtbare plaats om aan te geven dat de band behandeld is met de snelle bandenreparatieset. Rijd voorzichtig vooral in bochten. Rijd niet harder dan 80 km/h. Vermijd bruusk accelereren en remmen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 4

ATTENTIE

Als de bandenspanning onder 1,8 bar is gedaald, mag niet verder worden gereden: de snelle reparatieset Fix & Go automatic kan de vereiste wegligging niet garanderen omdat de band te erg beschadigd is. Wendt u tot de Lancia-dealer.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

□ als de band op de juiste spanning is gebracht (zie de paragraal "Bandenspanning" in het hoofdstuk "Technische gegevens"), ver-trek dan onmiddellijk;
□ stop na ongeveer 10 minuten en controleer opnieuw de bandenspanning; vergeet niet de handrem aan te trekken;
□ als een spanning van ten minste 1.8 bar wordt gemeten, herstel dan de correcte bandenspanning (met draaiende motor en aangetrokken handrem) en rijdt verder;
□ rijd zeer voorzichtig naar de dichtstbijzijnde Lancia-dealer.

ALLEEN VOOR HET CONTRO- LEREN EN HERSTELLEN VAN DE SPANNING

De compressor kan ook worden gebruikt voor het herstellen van de bandenspanning. Maak de snelkoppeling los en verbind de koppeling direct met het ventiel van de band; op deze manier wordt de spuitbus niet met de compressor verbonden en wordt de afdichtvlocistof niet in de band gespoten.

Fig. 9 A B LOC0243m

PROCEDURE VOOR HET VER- VANGEN VAN DE SPUITBUS

Ga als volgt te werk voor het vervangen van de spuitbus:

□ maak de koppeling A-fig. 9 los;
□ draai de te vervangen spuitbus linksom en trek de spuitbus omhoog;
□ plaats de nieuwe spuitbus en draai de spuitbus rechtsom;
□ sluit de koppeling A-fig. 9 aan op de spuitbus en plaats de doorzichtige vulbuis B-fig. 9 in het daarvoor bestemde vak.

LANCIA Ypsilon (2009) - PROCEDURE VOOR HET VER- VANGEN VAN DE SPUITBUS - 1

ATTENTIE

U moet absolut aangeven dat de band is gerepareerd met de snelle bandenreparatieset. Overhandig de informatiefolder aan het personeel dat de band moet repareren die behandeld is met de bandenreparatieset.

WIEL VERWISSELEN

ALGEMENE AANWIJZINGEN

Voor het verwisselen van het wiel en voor het juiste gebruik van de krik en het noodreservewiel moeten de onderstaande voorzorgsmaatregelen in acht worden genomen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ALGEMENE AANWIJZINGEN - 1

ATTENTIE

Attendeer het overige wegverkeer op de stilstaande auto m.b.v.: de waarschuwingsknipperlichten, de eventueel wettelijk verplichte gevarendrichoek enz. Tijdens het verwisselen van een wiel moeten alle inzittenden de auto hebben verlaten, vooral als de auto zwaar beladen is, en op een veilige afstand van het verkeer wachten, totdat het wiel verwisseld is. Blokkeer de wielen met stenen of andere voorwerpen als de auto schuin op een helling of op een slecht wegdek staat.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Het noodreservewiel (in-dien aanwezig) behoort

bij de auto waarbij het geleverd is. Gebruik het reservewiel niet bij andere auto's en monteer geen reservewielen van andere auto's. Het noodreservewiel mag alleen in noodgevallen worden gebruikt. Het noodreservewiel moet zo kort mogelijk gebruikt worden en er mag niet sneller dan 50 km/h mee worden gereden. Op het noodreservewiel is een oranje sticker aangebracht waarop de belangrijkste aanwijzingen en de beperkingen staan vermeld met betrekking tot het gebruik van het noodreservewiel. Deze sticker mag absoluut niet worden verwijderd of afgedekt. Op het noodreservewiel mag nooit een wieldeksel worden gemonteerd. Op de sticker staan de volgende aanwijzingen in vier talen vermeld: attentie! alleen voor tijdelijk gebruik! max. 50 km/h! vervang zo snel mogelijk door een normaal wiel. Bedek deze aanwijzingen niet.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Bij een gemonteerd noodreservewiel veranderen de rij-eigenschappen van de auto. Vermijd met vol gas optrekken, bruusk remmen en hoge snelheden in de bochten. Het noodreservewiel heeft een levensduur van ongeveer 3000 km. Na deze afstand moet de band van het noodreservewiel vervangen worden door een nieuwe band van hetzelfde type. Monteer nooit een normale band op de velg van het noodreservewiel. Laat het verwisselde wiel zo snel mogelijk repareren en monteren. Gebruik nooit twee of meer noodreservewielen. Smeer de schroefdraad van de wielbouten niet met vet in, voordat u ze monteert: de bouten kunnen loslopen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

De krik dient uitsluitend voor het verwisselen van een wiel van de auto waarbij de krik geleverd is of voor auto's van hetzelfde model. Gebruik de krik niet voor het opkrikken van andere auto's. En beslist nooit voor het uitvoeren van werkzaamheden onder de auto. Als de krik niet juist geplaatst wordt, kan de opgekrikte auto van de krik vallen. Op een sticker op de krik is het maximum hefvermogen aangegeven; de krik mag nooit voor een zwaardere last worden gebruikt. Het noodreservewiel is niet geschikt voor de montage van sneeuwkettingen. Als u een lekke voorband (aangedreven wiel) hebt en er moet met sneeuwkettingen worden gereden, dan moet u een wiel van de achteras afhalen en daarvoor in de plaats het noodreservewiel monteren. Zo hebt u op de vooras twee normale wielen waarop uw sneeuwkettingen kunt monteren.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Door een verkeerde montage kan het wieldeksel tijdens het rijden loslaten. Maak het ventiel absolut niet open. Plaats geen enkel stuk gereedschap tussen velg en band. Controleer regelmatig de spanning van de banden en van het noodreservewiel en houdt u daarbij aan de waarden die beschreven staan in het hoofdstuk "Technische gegevens".

Het is nodig te weten dat:

□ de krik 1,76 kg weegt;
□ de krik geen afstelwerkzaamheden vereist;
□ de krik niet kan worden gerepareerd: bij een defect moet de krik door een krik van hetzelfde type worden vervangen;
□ buiten de slinger geen enkel ander gereedschap op de krik gemonteerd mag worden.
Ga voor het verwisselen van een wiel als volgt te werk:
□ zet de auto stil op een plaats waar het verkeer niet in gevaar wordt gebracht en in alle veiligheid het wiel kan worden verwisseld. Zet de auto zo mogelijk op een vlakke en stevige ondergrond;

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

□ zet de motor uit en trek de handrem aan;
□ schakel de eerste versnelling of de achteruit in;
□ til de bekleding op de vloer van de bagageruimte op;
□ draai de blokkeerschroef A-fig. 10 los:
□ neem de gereedschaphouder B-fig. 10 uit en zet de houder dicht bij het te verwisselen wiel;

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 2

□ neem het noodreservewiel C- fig. 10 uit;
□ verwijder het wieldeksel (alleen bij uitvoeringen met geklemde wieldeksels);
□ draai met de bijgeleverde sleutel E-fig. 11 de wielbouten ongeveer een slag los; schud bij uitvoeringen met lichtmetalen velgen enige malen aan de bovenkant van de carrosserie, waardoor de velg los van de wielnaaf kan komen:

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 3

□ draai de krik F-fig. 12 omhoog, zodat de inkeping G-fig. 12 aan de bovenzijde van de krik juist om het profiel H-fig. 12 onder de carrosserie valt bij punt I-fig. 12 (op ongeveer 72 cm vanaf het midden van het voorwiel of op 75 cm vanaf het midden van het achterwiel);
□ waarschuw eventuele omstanders dat de auto wordt opgekrikt: zorg ervoor dat ze zich niet in de nabijheid van de auto bevinden en de auto vooral niet aanraken totdat deze weer geheel op de grond staat;
☐ plaats de slinger L-fig. 12 in de krik en krik de auto omhoog, tot-

dat het wiel enige centimeters los van de grond is;

□ verwijder het wieldeksel na het losdraaien van de drie wielbouten die het deksel op zijn plaats houden. Draai vervolgens de vierde wielbout los en trek het wiel los (alleen bij uitvocringen met een wieldeksel dat is bevestigd met wielbouten).
□ zorg ervoor dat de boutgaten en alle contactvlakken van het reservewiel schoon zijn en geen onzuiverheden bevatten, omdat hierdoor na verloop van tijd de wielbouten kunnen loslopen;

N N M M

fig. 13
LOC0118m

□ monteer het reservewiel, waarbij de gaten M-fig. 13 over de centreerpennen N-fig. 13 moeten vallen:
□ draai met de bijgeleverde sleutel de vier wielbouten handvast aan;
□ draai de slinger L-fig. 12 van de krik zodat de auto zakt, en verwijder de krik;

① 80 ③ ② ④

fig. 14

NORMALE WIEL MONTEREN

Volg de hiervoor beschreven procedure, krik de auto op en demonteer het noodreservewiel.

Uitvoeringen met stalen velgen

Ga als volgt te werk:

□ draai met de bijgeleverde sleutel de wielbouten kruiselings vast, in de volgorde die is aangegeven in fig. 14.

□ zorg ervoor dat de boutgaten en alle contactylakken van het reservewiel schoon zijn en geen onzuiverheden bevatten, omdat hierdoor na verloop van tijd de wielbouten kunnen loslopen;
□ monteer het normale wiel en draai de eerste wielbout twee slagen in het gat dat zich het dichtst bij het ventiel bevindt:
□ monteer het wieldeksel, waarbij het symbool "P" (dit bevindt zich op het deksel zelf) moet samenvallen met het ventiel en plaats vervolgens de andere drie wielbouten;

□ draai met de bijgeleverde sleutel de wielbouten stevig vast;
□ laat de auto zakken en verwijder de krik;
□ draai met de bijgeleverde sleutel de wielbouten kruiselings vast, in de volgorde die eerder is afgebeeld.

BELANGRIJK Door een verkeerde montage kan het wieldeksel tijdens het rijden loslaten.

LANCIA Ypsilon (2009) - Uitvoeringen met stalen velgen - 1

Uitvocringen met lichtmetalen velgen

□ zorg ervoor dat de boutgaten en alle contactvlakken schoon zijn;
□ monteer het normale wiel door het op de centreerpennen te plaatsen, monteer de wielbouten en draai ze met de bijgeleverde sleutel handvast aan;

□ laat de auto zakken en verwijder de krik;
□ draai met de bijgeleverde sleutel de wielbouten definitief vast in de volgorde die hiervoor is aangegeven voor het noodreservewiel (zie afbeelding).
Ter afsluiting
□plaats het noodreservewiel C- fig. 15 op de daarvoor bestemde plek in de bagageruimte;
□ druk de half geopende krik stevig in de houder B-fig. 15 om rammelen tijdens het rijden te voorkomen:
□ berg het gebruikte gereedschap op in de gereedschaphouder;
□ plaats de gereedschaphouder op het reservewiel en draai de blokkeerschroef A-fig. 15 vast;
□ plaats de bekleding op de juiste wijze op de vloer van de bagage-ruimte.

GLOEILAMP VERVANGEN

ALGEMENE AANWIJZINGEN

Als een lamp niet brandt, controleer dan eerst of de zekering niet doorgebrand is, voordat u de lamp vervangt: zie voor de plaats van de zekeringen de paragraaf "Zekeringen vervangen" in dit hoofdstuk;
□ controleer voordat u een lamp vervangt of de contacten niet zijn geoxideerd;
□ vervang een defecte lamp door een exemplaar van hetzelfde type en vermogen:
□ als u een gloeilamp in de koplamp hebt vervangen, controleer dan om veiligheidsredenen altijd of de afstelling nog goed is.

LANCIA Ypsilon (2009) - ALGEMENE AANWIJZINGEN - 1

Halogeenlampen mag u uitsluitend aanraken op het metalen gedeelte. Als u de bol met uw vingers aanraakt, zal de lichtopbrengst van de lamp teruglopen en kan ook de levensduur beperkt worden. Als u de bol per ongeluk toch hebt aangeraakt, moet u de bol schoonwrijven met een dockje met alcohol en daarna laten drogen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ALGEMENE AANWIJZINGEN - 2

ATTENTIE

Modificaties of reparaties aan de elektrische instal-

latie die niet correct worden uitgevoerd en waarbij geen rekening wordt gehouden met de technische specificaties can het systeem, kunnen storingen in de werking en zelfs brand veroorzaken.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Halogeenlampen bevatten gas onder druk. Bij breuk

kunnen er glassplinters weg- schieten.

BELANGRIJK Aan de binnenzijde kan de koplamp een beetje beslagen zijn: dit duidt niet op een defect, maar is een natuurlijk verschijnsel dat veroorzaakt wordt door een lage temperatuur en de luchtvochtigheidsgraad, en verdwijnt snel als de koplampen worden ingeschakeld. De aanwezigheid van druppels aan de binnenzijde van de koplamp duidt daarentegen op het binnendringen van water: wendt u tot de Lancia-dealer.

TYPEN GLOEILAMPEN fig. 16

Op de auto zijn verschillende typen gloeilampen gemonteerd:

A Glasfittinglampen: deze zijn voorzien van een klemfitting. Verwijder de lamp door de lamp uit de houder te trekken.

B G loeilampen met bajonetfitting: verwijder de lamp uit de houder door hem iets in te drukken en linksom te draaien.

C Buislampen: verwijder de lamp door hem uit de veercontacten los te maken.

D-E Halogeenlampen: verwijder de lamp door de borgveer los te haken uit de zitting.

A B C D E

fig. 16
LOC0145m

Lampen Figuur Type Vermogen

Grootlicht D H3 55W
DimlichtD
Buitenverlichting voor A W5WLL 5W
Mistlampen voor (indien aanwezig) E H1 55W
Richtingaanwijzers voor B PY21W 21W
Richtingaanwijzers op voorspatbordAWY5W5W
Richtingaanwijzers achterB P21W 21W
AchterlichtenBP21/5W21W
RemlichtenBP21/5W21W
Derde remlichtA W2,3W2,3W
AchteruitrijlichtB
MistachterlichtB
KentekenplaatverlichtingCC5W5W
PlafondverlichtingAW5W10W/20W
BagageruimteverlichtingAW5W5W

GLOEILAMP BUI- TENVERLICHTING VERVANGEN

Zie voor het type lamp en het bijbehorende vermogen de paragraaf "Glocilamp vervangen".

KOPLAMPUNITS

In de koplampunits zijn de gloeilampen voor de buitenverlichting, het dimlicht, het grootlicht en de richtingaanwijzer opgenomen.

Voor het vervangen van de gloeilampen van de buitenverlichting, het dimlicht en het grootlicht, moet u de bescherindoppen verwijderen.

LANCIA Ypsilon (2009) - KOPLAMPUNITS - 1

De lampen zijn op de volgende wijze in de lichtunit fig. 18 geplaatst:

C richtingaanwijzer

D grootlicht

E buitenverlichting

F dimlicht

Monteer na het vervangen, de bescherindoppen op de vervangen glocilampen en controleer of ze goed bevestigd zijn.

LANCIA Ypsilon (2009) - KOPLAMPUNITS - 2

BELANGRIJK Het deksel op de linker (bestuurderszijdc) koplampunit voor het vervangen van de gloeilamp, is bereikbaar nadat het deksel B-fig. 19 van de zekeringen- en relaiskast in de motorruimte is verwijderd.

A fig. 20 L0C0138m

DIMLICHT

fig. 20-21

Gloeilamp vervangen:

□ verwijder de beschermdoppen:
□ draai de lamphouder A linksom en verwijder hem uit de zitting;
☐ maak de twee lippen B los uit de borgingen, neem de lamp C uit en vervang hem;

B C L0C0139m fig. 21

□ plaats de lamphouder A in de zitting en draai hem rechtsom.
□ na de vervanging moeten de beschermdoppen correct worden gemonteerd.

A B C A Fig. 22 L0C0137m

GROOTLICHT fig. 22

Gloeilamp vervangen:

□ verwijder de beschermdoppen:
☐ haak de borgveer van de lamp A los:
□ maak de stekker B los:
□ trek de lamp C uit de houder en vervang hem;
□ monteer de nieuwe lamp; hierbij moet de nok van het metalen deel vallen in de uitsparing in de reflector; sluit de stekker B weer aan en haak vervolgens de borgveer A vast;
□ na de vervanging moeten de beschermdoppen correct worden gemonteerd.

A B fig. 23 LOC0140m

RICHTINGAANWIJZERS

Voor fig. 23

Gloeilamp vervangen:

□ draai de lamphouder A linksom en verwijder hem;
□ verwijder de lamp B (met bajonetfitting) door hem iets in te drukken en linksom te draaien;
□ vervang de lamp;
□ monteer de lamphouder, draai de lamphouder rechtsom en contro- leer of de houder goed vast zit.

Fig. 24 LOC0156m

Op de flanken fig. 24

Gloeilamp vervangen:

□ druk op het door de pijl aangegeven punt, zodat de borgveer wordt ingedrukt, en verwijder de licht-unit A;
□ draai de lamphouder B linksom, verwijder de geklemde lamp en vervang hem;
☐ plaats de lamphouder B in het lampenglas, monteer de lampunit en controleer of de bevestigings-veer goed geborgd is.

Fig. 25 A B LOC0141m

BUITENVERLICHTING VOOR fig. 25

Gloeilampen vervangen:

□ verwijder de beschermdoppen;
□ trek de geklemde lamphouder A los, verwijder de lamp B en vervang hem;
□ plaats de geklemde lamphouder A;
□ na de vervanging moeten de beschermdoppen correct worden gemontecerd.

OFF TOP ON A fig. 26 LOC0142m

MISTLAMPEN VOOR

(indien aanwezig) fig. 26-27

Gloeilamp vervangen:

□ verwijder het voorste deel van de wielkuipbescherming;
□ verwijder het beschermdeksel A door het linksom te draaien:
□ maak de stekker B los:
☐ haak de borgveer van de lamp C los:

□ verwijder en vervang de lamp;

□ monteer de nieuwe lamp, haak de borgveer van de lamp C vast en sluit de stekker B aan;

□ monteer het beschermdeksel A door het rechtsom te draaien.

C B fig. 27 L0C0143m

fig. 28 L0C0157m

ACHTERLICHTUNITS

Gloeilamp vervangen:

□ open de achterklep;
□ draai de twee bevestigingsschroeven los en verwijder de lichtunit fig. 28:
□ druk op de bevestigingslippen A- fig. 29 van de lamphouder en ver- wijder hem uit de zitting;
□ verwijder de lampen B - C - D- fig. 29 door ze iets in te drukken en linksom te draaien.

A B C D fig. 29 LOC0144m

De lampen zijn op de volgende wijze in de lichtunit geplaatst:

B achterlichten/remlichten;
C richtingaanwijzers
D achteruitrijlicht (linkerzijde)/mistachterlicht (rechterzijde).

A B Fig. 30 LOC0158m

Gloeilampen vervangen:

□ open de achterklep en verwijder de twee rubber doppen A;
□ druk op de twee borglippen B die zich in de twee gaten bevinden om de unit los te maken;
□ sluit de achterklep en verwijder de lichtunit:

LANCIA Ypsilon (2009) - ACHTERLICHTUNITS - 3

□ druk op de twee borglippen C en verwijder de lamphouder;
□ verwijder de geklemde lampen en vervang ze.

A B fig. 32 LOC0160m

KENTEKENPLAAT- VERLICHTING fig. 32

Gloeilampen vervangen:

□ verwijder het lampenglas A op het door de pijl aangegeven punt:
☐ maak de lamp B los uit de veercontacten aan de zijkant en vervang hem; controleer of de nieuwe lamp goed vastzit in de veercontacten;
□ monteer het lampenglas.

Zie voor het type lamp en het bijbehorende vermogen de paragraaf "Clocilamp vervangen".

PLAFONDVERLICHTING

Glocilampen vervangen:

□ maak op de door de pijlen aangegeven punten het voorgevormde deel A-fig. 33 los;
□ draai de twee bevestigingsschroeven B-fig. 34 los en maak de unit los;
□ vervang de middelste lamp C - fig. 35 door de lamp uit de veercontacten aan de zijkant los te maken; controleer of de nieuwe lamp goed vastzit in de veercontacten; vervang de lampen D - fig. 35 aan de zijkant door de twee lamphouders linksom te draaien en de geklemde lampen los te trekken.

A =0 0=

fig. 33
LOC0161m

LANCIA Ypsilon (2009) - PLAFONDVERLICHTING - 2

Gloeilamp vervangen:

□ open de achterklep:
□ maak de lichtunit A op het door de pijl aangegeven punt los.
□ open het beschermkapje B en vervang de geklemde lamp;
□ sluit het beschermdeksel B op het lampenglas;
□ monteer de lichtunit A door het eerst aan een zijde in de juiste stand te plaatsen en vervolgens de andere zijde aan te drukken, totdat de borging inklikt.

ZEKERINGEN VERVANGEN

ALGEMENE AANWIJZINGEN

fig. 37

Het elektrische systeem wordt door zekeringen beveiligd: de zekering brandt door bij een storing of bij oneigenlijk gebruik van het systeem.

Als een elektrisch onderdeel niet werkt, controleer dan eerst of de zekering niet is doorgebrand: de verbindingsstrip A mag niet onderbroken zijn. Is dit wel het geval, dan moet u de zekering vervangen door een exemplaar met dezelfde stroomsterkte (zelfde kleur).

B zekering in goede staat

C zekering met doorgebrande strip.

Gebruik het tangetje D voor het vervangen van de zekeringen. Dit tangetje is vastgehaakt in de zekeringenkast op het dashboard.

LANCIA Ypsilon (2009) - ALGEMENE AANWIJZINGEN - 1

Vervang een defecte zeker- ring nooit door ander materiaal.

A B C D

fig. 37
LOC0122m

LANCIA Ypsilon (2009) - ALGEMENE AANWIJZINGEN - 3

ATTENTIE

Vervang een zekering nooit door een zekering met een hogere stroomsterkte (ampère); BRANDGEVAAR.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Als een hoofdzekering (MEGA-FUSE. MAXI-FUSE) doorbrandt, wendt u dan tot een Lancia-dealer. Controleer, voordat u een zekering vervangt, of de contactsleutel uit het contactslot is genomen en alle stroomgebruikers uit staan en/of zijn uitgeschakeld.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Als de zekering opnieuw doorbrandt, wendt u dan tot de Lancia-dealer.

TOEGANG TOT DE ZEKERINGEN

De zekeringen van de auto bevinden zich in twee zekeringenkasten op het dashboard aan de linkerkant van de stuurkolom en in de motorruimte naast de accu.

Zekeringenkast op dashboard fig. 39

De zekeringen in de zekeringenkast op het dashboard zijn bereikbaar nadat de kunststof bescherming A-fig. 38 is verwijderd.

fig. 38 LOC0121m

F34 F48 F49 F35 F13 F46 F45 F47 F33 F32 F42 F12 F45 F47 F32 F50 F50 F43 F40 F51 F44 F36 F39 F38 F53 F31 Fig. 39 L0C0123m

Zekeringenkast naast de accu fig. 41

De zekeringen in de zekeringkast naast de accu zijn bereikbaar nadat het betreffende beschermdeksel B-fig. 40 is verwijderd.

B fig. 40 LOC0125m

F03 F08 F04 F07 F06 F05 F02 F01 F24 F14 F10 F15 F19 F16 F09 F30 F23 F18 F21 F17 F11 F22 F30

fig. 41
LOC0124m

ZEKERINGENTABEL

Zekeringenkast op dashboard

VERBRUIKERSZEKERINGAMPERE
Dimlicht rechtsF127,5
Dimlicht links/hoogteverstelling koplaampenF137,5
Achteruitrijlichten/relais regeleenheid motorruimte/body computerF315
+30 plafoudverlichting voorF325
BeschikbaarF33-
BeschikbaarF34-
+15 achteruitrijlicht, luchtkwantummeter (diesel), waterdetectiesensor in brandstofffilterF355
+30 achterklepontgrendelingF3610
+15 remlichten, derde remlicht, instrumentenpaneelF375
Centrale portiervergrendeling (relais in body computer)F3815
+30 navigatiesysteem / inbouwvoorbereiding autoradio / autoradio, Blue&Me regeleenheid, airconditioning, EOBD-diagnosestekkerF3910
AchterruitverwarmingF4030
BeschikbaarF41-
+15 regeleenheid ABS / ESP, gierhoeksensor (ESP)F425
Ruitenwissers, ruitensprocier-/achterruitsprocierpompF4330
Aansteker - stekkerdoosF4415
BeschikbaarF45-
BeschikbaarF46-
Ruitbediening bestuurderszijdeF4720
Ruitbediening passagierszijdeF4820
+15 voor klimaatregeling, centraal bedieningspaneel op dashboard, bedieningspaneel op bestuurdersportier, spiegelverstelling, regeleenheid automatisch ruitbediening voor bestuurderszijde, opendak, regen-/schemersensorF495
AirbagsysteemF507,5
+15 voor navigatiesysteem, inbouwvoorbereiding autoradio/ autoradio (low), bediening op stuurwiel, Blue&Me-regeleenheid, cruise-controlF515
AchterruitenwisserF5215
+30 instrumentenpaneel, mistachterlichtF537,5

Zekeringenkast in motorruimte

VERBRUIKERSZEKERINGAMPERE
Regeleenheid dashboard 1F170
Regeleenheid elektrische stuurbekrachtigingF270
Start-/contactslotF320
Zekeringenkast dashboard 2F450
Regeleenheid ABS / ESPF560
Elektroventilateur motorkoelsysteem (lage snelheid)F630
Elektroventilateur motorkoelsysteem (hoge snelheid)F740
Aanjager klimaatregelingF830
BeschikbaarF9-
ClaxonF1015
Secundaire verbruikers elektronische inspuitingF1115
Grootlicht rechtsF147,5
Grootlicht linksF157,5
Primaire verbruikers elektronische inspuiting (behalve 1.4 8v)F1710
+30 inspuitregeleenheid, inspuitsysteem, spoel van relais voor serie/parallelschakeling clektroventilateurs van motorkoelsysteem (motor1.3 Diesel 90 pk met airco)F187,5
CompressorF197,5
BeschikbaarF20-
Brandstofpomp (behalve 1.2 8v)F2115
Primaire verbruikers elektronische inspuiting (1.4 16v, 1.4 8v) brandstofpomp (1.2 8v)F2215
Primaire verbruikers elektronische inspuiting (Diesel)F2215
15/54 regeleenheid stuurbekrachtigingF247,5
Mislampen voorF3015

Externe zekeringen

20A-zekering voor externe audioversterker (Bose Hi-Fi) nabij de zekeringen- en relaiskast op het dashboard (bereikbaar na verwijdering van kunststof kap A-fig. 38);
20A-zekering voor opendak nabij de zekeringen- en relaiskast op het dashboard (bereikbaar na verwijdering van kunststof kap A-fig. 38);
☐ 30A-zekering voor pomp van elektrohydraulisch schakelmechanisme, in motorruinte nabij accu;
□ 50A-zekering voor voorglociregel- eenheid, in motorruimte nabij accu.

ACCU OPLADEN

BELANGRIJK De beschrijving voor het opladen van de accu dient slechts ter informatie. Wendt u bij voorkeur tot een Lancia-dealer om deze werkzaamheden uit te laten voeren.

We raden u aan de accu langzaam en met een lage stroomsterkte (ampère) gedurende ca. 24 uur op te laden. Als u de accu langer oplaadt, kan de accu worden beschadigd.

Ga voor het opladen als volgt te werk:

☐ maak de klem van de minpool van de accu los;
□shuit de kabels van het laadapparaat aan op de accupolen; let hierbij op de polariteit;
□ schakel de acculader in;
□ aan het einde van het opladen: schakel eerst de acculader uit en koppel dan de accu los;
□ sluit de klem weer aan op de min- pool van de accu.

LANCIA Ypsilon (2009) - ACCU OPLADEN - 1

ATTENTIE

De vloeistof in de accu is giftig en corrosief.

Vermijd het contact met de huid en de ogen. Het opladen van de accu moet worden uitgevoerd in een goed geventileerde raimte, ver verwijderd van open vuur en vonkvormende apparaten: branden ontploffingsgevaar.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Probeer een bevroren accu niet op te laden: eerst moet de accu ontdooid worden, anders loopt u het risico dat de accu ontploft. Als de accu bevroren is geweest, moet door deskundig personeel worden gecontroleerd of de cellen niet beschadigd zijn en of de bak geen scheuren vertoont, waardoor de giftige en corrosieve vloeistof kan weglekken.

OPKRIKKEN VAN DE AUTO

Als de auto opgekrikt moet worden, moet u zich tot de Lancia-dealer wenden. Deze beschikt over een garagekrik of hefbrug fig. 42.

De auto mag uitsluitend worden opgekrikt door de hefarm van de garagekrik of de hefbrug te plaatsen, zoals is afgebeeld.

LANCIA Ypsilon (2009) - OPKRIKKEN VAN DE AUTO - 1

Bij de auto zijn sleepogen geleverd. Deze bevinden zich in de gereedschaphouder onder de vloerbedekking in de bagageruimte.

De twee sleepogen verschillen in lengte: de kortste moet aan de voorzijde en de langste aan de achterzijde gemonteerd worden.

SLEEPOOG BEVESTIGEN

fig. 43-44

Ga als volgt te werk:

□ verwijder dop A door de schroevendraaier in de daarvoor bestemde opening te steken, en druk de dop naar buiten:
□ pak het sleepoog B uit de houder;
□ draai het sleepoog geheel op de schroefdraadpen voor of achter.

A B

fig. 43

LANCIA Ypsilon (2009) - SLEEPOOG BEVESTIGEN - 2

ATTENTIE

Draai voor het slepen de sleutel in stand MAR en vervolgens in STOP zonder de contactsleutel uit het slot te verwijderen. Als de contactsleutel uit het contactslot wordt genomen, schakelt automatisch het stuurslot in waardoor het onmogelijk wordt de auto te besturen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

Houd er rekening mee dat de rembekrachtiging en de elektrische stuurbekrachtiging niet werken zolang de motor niet is aangeslagen, waardoor meer kracht nodig is voor de bediening van het rempedaal en het stuur. Gebruik voor het slepen geen elastische kabels en rijd zo gelijkmatig mogelijk. Controleer tijdens het slepen of de sleepkabel geen carrosserieedelen kan beschadigen. Houdt u bij het slepen van een auto aan de wettelijke voorschriften. Dit geldt zowel voor het slepen zelf als voor het gedrag naar andere weggebruikers.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 2

ATTENTIE

Start de motor niet tijdens het slepen van de auto.

ONDERHOUD EN ZORG

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD .... 166

CEPROGRAMMEERD

ONDERHOUDSSCHEMA 167

PERIODIEKE CONTROLES 169

ZWAAR GEBRUIK VAN DE AUTO 169

NIVEAUS CONTROLEREN 170

LUCHTFILTER/POLLENFILTER 177

DIESELFILTER 177

ACCU 177

Docmatig onderhoud is een beslissende factor voor een lange levensduur, de beste prestatics en een zo zuinig mogelijk gebruik van de auto.

Om dit te realiseren heeft Lancia een reeks controle- en onderhoudsbeurten samengesteld die iedere 30.000 km moeten worden uitgevoerd.

Onthoud echter dat het geprogrammeerd onderhoud niet volledig toereikend is om de auto in optimale staat te houden: zowel in de beginperiode voor de servicebeurt bij 30.000 kilometer als daarna, tussen twee servicebeurten in, moet regelmatig wat aandacht aan de auto worden geschonken. Controleer bijvoorbeeld regelmatig de bandenspanning en de vlocistofniveaus en vul deze laatste zo nodig bij.

BELANGRIJK De servicebeurten van het Geprogrammeerd Onderhoud zijn door de fabrikant voorgeschreven. Het niet uitvoeren van deze servicebeurten kan het vervallen van de garantie tot gevolg hebben.

De werkzaamheden van het geprogrammccerd onderhoud kunnen door alle Lancia-dealers tegen vaste tarieftijden worden uitgevoerd.

Eventuele reparaties die nodig blijken tijdens het uitvoeren van de diverse inspecties en controles van het geprogrammeerd onderhoud worden uitsluitend na toestemming van de klant uitgevoerd.

BELANGRIJK Het is raadzaam eventuele kleine defecten onmiddel- lijk door de Lancia-dealer te laten verhelpen en daarmee niet te wachten tot de volgende servicebeurt.

Als de auto vaak wordt gebruikt voor het trekken van aanhangers, moeten er kortere intervallen worden aangechouden voor de werkzaamheden van het geprogrammeerd onderhoud.

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA

x 1000 km306090120150180
Banden op conditie en slijtage controleren en bandenspanning eventueel herstellen
Werking verlichting (koplamp-/achterlichtunits, richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten, bagageruimte, interieur, dashboardkastje, waarschuwings-/controlelampjes enz.) controleren
Werking ruitenwissers/-sprociers controleren
Stand wisserbladen voor/achter controleren en wisserbladen op slijtage controleren
Remblokken voor (schijfremmen) op conditie en slijtage controleren
Remschoenen achter (trommelremmen) op conditie en slijtage controleren
Visueel de conditie controleren van: buitenzijde carrosserie, bodemplaat-bescherming, uitlaat, brandstof- en remleidingen, rubber delen (stofkappen, hoezen enz.), en rubber slangen van het rem- en brandstofsysteem
Vergrendelmechanismen van de motorkap en achterklep op vervuiling controleren en mechanismen smeren
Spanning van diverse aandrijfriemen controleren en eventueel afstellen (behalve uitvoeringen met automatische riemspanners)
Conditie van diverse aandrijfriemen voor hulporganen visueel controleren
Klepspeling controleren/afstellen (1.2 8V - 1.4 8V)
Handrem controleren/afstellen
Uitlaatgasemissie/roetuitstoot controleren
Benzinedamp-opvangsysteem controleren (benzine-uitvoeringen)
Brandstofffilterelement vervangen (Green filter) (1.3 Multijet)
Luchtfilterelement vervangen

x 1000 km

Vlocistofniveaus bijvullen (motorkoelsysteem, remsysteem, ruitenwissers, accu enz.)
Getande distributieriem controleren (behalve 1.3 Multijet)
Getande distributieriem vervangen (*) (behalve 1.3 Multijet)
Bougies vervangen (benzine-uitvoeringen)
Insputing/ontsteking controleren (m.b.v. diagnosestekker)
Oliepeil in versnellingsbak controleren
Aandrijfriem voor hulporganen vervangen
Motorolie en oliefilter vervangen (Multijet-uitvoeringen zonder DPF) (of om de 24 maanden)
Motorolie en oliefilter vervangen (Multijet-uitvoeringen met DPF) (**) (of om de 24 maanden)(●)(●)(●)(●)(●)(●)
Motorolie en oliefilter vervangen (of om de 24 maanden) (benzine-uitvoeringen)
Remvloeistof vervangen (of elke 24 maanden)
Pollenfilter vervangen (of in ieder geval elk jaar)

(*) Of iedere 4 jaar als de auto overwegend onder zware bedrijfsonstandigheden wordt gebruikt, zoals: - langdurig gebruik in warme of koude klimaten;

- in stadsverkeer met langdurig stationair draaiende motor;

- gebruik op zeer stoffige wegen of op wegen met veel zand en/of strooizout.

Of iedere 5 jaar, onafhankelijk van het aantal afgelegde kilometers en gebruiksomstandigheden van de auto.

(**) De motorolie en het oliefilter moeten worden vervangen bij een brandend waarschuwingslampje op het instrumentenpaneel (zie het hoofdstuk "Lampjes en berichten") of in ieder geval om de 24 maanden.

LANCIA Ypsilon (2009) - ONDERHOUD EN ZORG - 1

Als de auto overwegend in de stad wordt gebruikt wordt en daardoor jaarlijks minder dan 10.000 km wordt gereden, moet de motorolie en het oliefilter iedere 12 maanden worden vervangen.

PERIODIEKE CONTROLES

ledere 1.000 km of voor een lange reis controleren en eventueel bijvullen:

□ niveau van de motorkoelyloeistof:
□ niveau van de remvlocistof;
□ niveau van de ruitensprociervloei- stof:
□ conditie en spanning van de banden;
□ werking verlichting (koplamp-/achterlichtunits, richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten enz.);
□ werking ruitenwissers/-sprociers voor/achter en stand/slijtage wisserbladen voor/achter.

Iedere 1.000 km controleren en eventueel bijvullen: motoroliepeil.

Gebruik bij voorkeur producten van FL Selenia omdat die speciaal zijn afgestemd op de Lancia-modellen (zie de "Vullingstabel" in het hoofdstuk "Technische gegevens").

ZWAAR GEBRUIK VAN DE AUTO

Als de auto overwegend onder zware bedrijfsomstandigheden rijdt, zoals:

□trekken van aanhangers of caravans;
□ rijden op stoffige wegen;
□ veel korte ritten (minder dan 7-8 km) en bij buitentemperaturen onder nul:
□ veel langdurig stationair draaiende motor of lange ritten bij lage snelheden (bijv. bij huis-aan-huis bezorging) of als de auto lang stilstaat;
□ in de stad;

is het noodzakelijk de volgende controles vaker uit te voeren, dan in het Onderhoudsschema staat aangegeven:

□ remblokken voor (schijfremmen) op conditie en slijtage controleren;

□ vergrendelmechanismen van de motorkap en achterklep op vervuiling controleren en mechanismen smeren;
□ visueel de conditie controleren van: motor, versnellingsbak, aandrijfassen, uitlaat, brandstof- en remleidingen, rubber delen (stofkappen, hoczen enz.) en rubber slangen van rem- en brandstof-systeem:
□ acculading en niveau van het elektrolyt in de accu controleren:
□ conditie van diverse aandrijfriemen visueel controleren:
□ pollenfilter controleren en eventu- eel vervangen;
□ luchtfilter controleren en eventu-cel vervangen.
□ vergrendelmechanismen van de motorkap en achterklep op vervuiling controleren en mechanismen smeren;
□ visueel de conditie controleren van: motor, versnellingsbak, aandrijfassen, uitlaat, brandstof- en remleidingen, rubber delen (stofkappen, hoczen enz.) en rubber slangen van rem- en brandstof-systeem:
□ acculading en niveau van het elektrolyt in de accu controleren:
□ conditie van diverse aandrijfriemen visueel controleren:
□ pollenfilter controleren en eventu- eel vervangen;
□ luchtfilter controleren en eventu-cel vervangen.

NIVEAUS CONTROLLEREN

BELANGRIJK Let er tijdens het bijvullen op dat de vloeistoffen met verschillende specificaties niet gemengd worden: als de specificaties van de vloeistoffen verschillen, kan de auto ernstig beschadigd worden.

LANCIA Ypsilon (2009) - NIVEAUS CONTROLLEREN - 1

ATTENTIE

Rook nooit tijdens werkzaamheden in de motorruimte: er kunnen licht ontvlambare gassen of dampen aanwezig zijn; brandgevaar.

  1. Motorolie - 2. Accu - 3. Renvlocistof - 4. Ruitensprocier-vloeistof - 5. Koelyloeistof

1 2 3 4 LANCIA 5

fig. 1 - Uitvoering 1.2 8v

LOC0090m

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 2

fig. 2 - Uitvoering 1.48V

LOC0249m

  1. Motorolie - 2. Accu - 3. Remvloeistof - 4. Ruitensprociervlocistof - 5. Koelvloeistof

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 3

ATTENTIE

Rook nooit tijdens werkzaamheden in de motor-ruimte: er kunnen licht ontvlambare gassen of dampen aanwezig zijn; brandgevaar.

LANCIA ① ② ③ ④ ⑤

fig. 3 - Uitvoering 1.4 16V

LOC0246m

  1. Motorolie - 2. Accu - 3. Renvloecistof - 4. Ruitensprocier-vloeistof - 5. Koelyloeistof - 6. Dieselfilter

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 2

ATTENTIE

Rook nooit tijdens werkzaamheden in de motorruimte: er kunnen licht ontvlambare gassen aanwezig zijn; brandgevaar.

LANCIA mullgas

fig. 4 - Uitvoering 1.3 Multijet

A B

fig. 5 - Uityoering 1.28V

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 3

fig. 6 - Uitvoering 1.4 8V
LOC0256m

MOTOROLIE

Motoroliepeil controleren

Controleer het oliepeil als de auto op een vlakke ondergrond staat en enige minuten (circa 5) na het uitzetten van de motor.

Verwijder de oliepcilstok A en maak de peilstok schoon. Plaats de peilstok geheel terug, verwijder de peilstok en controleer of het niveau tussen het MIN- en MAX-merkteken op de peilstok staat. Het verschil tussen het MIN- en MAX-merkteken komt overeen met ongeveer 1 liter olie.

A B LAD

fig. 7 - Uitvoering 1.4 16V
LOC0257m

A B

fig. 8 - Uitvoering 1.3 Multijet

Motorolie bijvullen

Als het olieniveau dicht bij of onder het MIN-merkteken staat, moet via de olievulopening B motorolie tot aan het MAX-merkteken worden bijgevuld.

Het olieniveau mag nooit het MAX-merkteken overschrijden.

BELANGRIJK Als het motoroliepeil, na regelmatige controles, boven het MAX-niveau blijft, laat dan door de Lancia-dealer het juiste niveau herstellen.

BELANGRIJK Na het bijvullen of het verversen van de olie, moet u de motor enige seconden laten draaien, vervolgens de motor uitzetten en na enige minuten het olieniveau controleren.

Motorolieverbruik

Als richtlijn geldt een maximaal motorolieverbruik van ongeveer 400 gram per 1000 km.

De motor van een nieuwe auto moet nog worden ingereden. Dit betekent dat het motorolieverbruik pas na de eerste 5.000 ÷ 6.000 km stabiliseert.

BELANGRIJK Het motorolieverbruik hangt af van de rijstijl en de gebruiksomstandigheden van de auto.

BELANGRIJK Vul nooit motorolie bij met andere specificaties dan de olie waarmee de motor is gevuld.

LANCIA Ypsilon (2009) - Motorolieverbruik - 1

ATTENTIE

Wees bij het uitvoeren van werkzaamheden in de motorruimte extra voorzichtig als de motor nog warm is: gevaar voor verbranding. Onthoud dat bij een warme motor de elektroventilateur onverwacht kan inschakelen: kans op verwonding. Pas op als u sjaals, dassen of los-zittende kledingstukken draagt: deze kunnen door de bewegende onderdelen worden gegrepen.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

Afgetapte motorolie en gebruikte oliefilters bevatten stoffen die schadelijk zijn voor het milieu. Het is raadzaam om het verversen van de olie en het vervangen van het olie- filter door de Lancia-dealer te laten uitvoeren.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 2

fig. 9 - Uitvoering benzine

LOC0259m

KOELVLOEISTOF VAN HET MOTORKOELSYSTEEM

Het niveau van de koelyloeistof moet gecontroleerd worden bij een koude motor en mag niet onder het MIN-merkteken op het expansierceservoir staan.

Een te laag niveau bijvullen door een mengsel van 40% gedemineraliseerd water en PARAFLU UP langzaam via de vuldop A van het expansiereservoir te gieten.

LANCIA Ypsilon (2009) - KOELVLOEISTOF VAN HET MOTORKOELSYSTEEM - 1

Een mengsel van PARAFLU UP en gedemineraliseerd water in een mengverhouding van 40% beveiligt tot een temperatuur van -22°C.

LANCIA Ypsilon (2009) - KOELVLOEISTOF VAN HET MOTORKOELSYSTEEM - 2

Het motorkoelsysteem gebruikt PARAFLÜ UP-koelvlocistof. Als eventueel moet worden bijgevuld, gebruik dan vloeistof met dezelfde specificaties. PARAFLU UP kan niet worden gemengd met welke andere koelvloeistof dan ook. Als dit toch gebeurt, mag de motor absolut niet worden gestart en moet u zich tot de Lancia-dealer wenden.

LANCIA Ypsilon (2009) - KOELVLOEISTOF VAN HET MOTORKOELSYSTEEM - 3

ATTENTIE

Draai bij een zeer warme motor de dop van het expansiereservoir nooit los: gevaar voor verbranding.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Het koelsysteem staat onder druk. Vervang de dop zonodig alleen door een exemplaar van hetzelfde type, anders kan de werking van het systeem in gevaar worden gebracht.

A

fig. 11

LOC0261m

RUITEN-/KOPLAMPSPROEIER- VLOEISTOF

Verwijder dop A en vul het reservoir met een mengsel van water en

TUTELA PROFESSIONAL SC 35 in de volgende mengverhouding:

☐ 30% TUTELA PROFESSIONAL SC 35 en 70% water in de zomer:

☐ 50% TUTELA PROFESSIONAL SC 35 en 50% water in de winter.

Bij temperaturen onder -20°C TUTE-LA PROFESSIONAL SC 35 onver- dund gebruiken.

Controleer visueel het niveau van de vloeistof in het reservoir.

LANCIA Ypsilon (2009) - TUTELA PROFESSIONAL SC 35 in de volgende mengverhouding: - 1

ATTENTIE

Rijd niet met een leeg ruitensproeierreservoir: de ruitensproeiers zijn van fundamenteel belang voor een optimaal zicht.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Enkele in de handel verkrijgbare ruitensproeier-vloeistoffen zijn licht ontclambaar. In de motorraimte bevinden zich warme onderdelen die bij contact de vloeistof kunnen doen ontbranden.

A fig. 12 LOC0262m

REMVLOEISTOF

Draai de dop A los en controleer of de vloeistof in het reservoir op het maximum niveau staat.

Het niveau mag nooit het MAX-merkteken overschrijden.

Controleer regelmatig de werking van het waarschuwingslampje (①) op het instrumentenpaneel.

Voor het bijvullen mag uitsluitend remvloeistof worden gebruikt die voldoct aan de DOT 4-specificatics. Het verdient aanbeveling TUTELA TOP 4 remvlocistof te gebruiken; dezelfde remvloeistof, waarmee het remsysteem door de fabriek is gevuld.

BELANGRIJK De remvloeistof is hygroscopisch (trekt water aan). Daarom verdient het aanbeveling, als de auto overwegend wordt gebruikt in gebieden met een hoge luchtvochtigheid, de vloeistof vaker te vervangen dan in het "Onderhoudsschema" staat aangegeven.

LANCIA Ypsilon (2009) - REMVLOEISTOF - 1

Voorkom, als u de dop losdraait, contact tussen de zeer corrosieve vloeistof en de lak. Als remvloeistof

wordt gemorst, moet de lak onmiddellijk met water worden afgespoeld.

LANCIA Ypsilon (2009) - REMVLOEISTOF - 2

ATTENTIE

De remvlocistof is giftig en zeer corrosief. Als per

ongeluk remvloeistof wordt gemorst, moeten de betreffende delen onmiddellijk worden gewassen met water en neutrale zeep en daarna met veel water worden afgespoeld. Bij inslikken dient onmiddellijk een arts te worden geraadpleegd.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Het symbool © op het reservoir geeft aan dat ische remvloeistof en geen de vloeistof moet worden t. Het gebruik van mine- oeistoffen moet absoluut vermeden, omdat de rub- het remsysteem door deze ffen worden beschadigd.

LUCHTFILTER/ POLLENFILTER

Laat het luchtfilter of het pollenfilter vervangen door de Lancia-dealer.

DIESELFILTER

CONDENS AFTAPPEN MULTIJET-UITVOERINGEN)

ACCU

De accu van de auto is "onderhoudsarm": onder normale omstandigheden hoeft het elektrolyt niet bijgevuld te worden met gedestilleerd water.

ACCULADING CONTROLLEREN fig. 13

De acculading kan gecontroleerd worden door de kleur van de optische meter A te controleren.

Zie de volgende tabel of de sticker B op de accu.

B A fig. 13 LOC0092m

LANCIA Ypsilon (2009) - ACCULADING CONTROLLEREN fig. 13 - 2

Water in het brandstofsysteem kan het inspuitsysteem ernstig beschadigen en de motor kan onregelmatig gaan draaien. Als het lampje gaat branden (bij bepaalde uitvoeringen verschijnt ook een bericht op het display), wendt u dan zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer om de condens te laten aftappen. Als het bericht en het symbool direct na het tanken verschijnen, bestaat de mogelijkheid dat er tijdens het tanken water in de brandstoftank is gekomen: zet in dat geval onmiddellijk de motor uit en wendt u tot de Lancia-dealer.

Helderwitte kleurElektrolyt bijvullenWendt u tot de Lancia-dealer.
Donkere kleur zonder groen middenstukAccu niet voldoende opgeladenAccu opladen (het is raadzaam dit door de Lancia-dealer te laten uitvoeren)
Donkere kleur met groen middenstukNiveau elektrolyt en acculading voldoendeGeen enkele handeling

LANCIA Ypsilon (2009) - ACCULADING CONTROLLEREN fig. 13 - 3

ATTENTIE

De vlocistof in de accu is giftig en corrosief.

Voorkom contact met de huid en de ogen. Houd open vuur en vonkvormende apparaten verwijderd van de accu: brand- en ontploffingsgevaar.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Als de accu werkt met een zeer laag vloeistofniveau,

ontstaat onherstelbare schade aan de accu en kan de accu openbarsten.

ACCU VERVANGEN

Als de accu vervangen wordt, moet een originele accu met dezelfde specificaties worden geïnstalleerd.

Als de accu vervangen wordt door een accu met andere specificaties, vervallen de onderhoudsintervallen die in het "Onderhoudsschema" staan aangegeven.

Voor het onderhoud van de nieuwe accu dient u zich strikt te houden aan de aanwijzingen van de fabrikant van de accu.

LANCIA Ypsilon (2009) - ACCU VERVANGEN - 1

Onoordeelkundige montage van elektrische en elektronische apparatuur kan ernstige schade toebrengen aan de auto. Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren (diefstalalarm, mobiele telefoon enz.), wendt u dan tot de Lancia-dealer. Deze kan u de meest geschikte installaties aanraden en controleren of het noodzakelijk is een accu met een grotere capaciteit te monteren.

LANCIA Ypsilon (2009) - ACCU VERVANGEN - 2

Accu's bevatten zeer schadelijke stoffen voor het milieu. Het is raadzaam om de accu door de Lancia-dealer te laten vervangen. De dealer beschikt over de uitrusting voor het op milieuvriendelijke wijze en conform de wettelijke bepalingen afvoeren van de accu.

LANCIA Ypsilon (2009) - ACCU VERVANGEN - 3

ATTENTIE

Als u de auto langere tijd stalt in extreem koude omstandigheden moet, om bevrie- zing te voorkomen, de accu wor- den verwijderd en op een ver- warmde plaats worden bewaard.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Bij werkzaamheden aan de accu of in de buurt van de accu, moet u uw ogen altijd beschermen met een speciale bril.

Om het snel ontladen van de accu te voorkomen en de levensduur te verlengen, dient u de volgende aanwijzingen nauwkeurig op te volgen:

□ wanneer u de auto parkeert, contro-leer dan of de portieren, de motorkap en de achterklep goed gesloten zijn. Hiermee wordt voorkomen dat de interieurverlichting blijft branden;
□ schakel de interieurverlichting uit: de auto is in ieder geval uitgerust met een systeem voor automatische uitschakeling van de interieurverlichting;
□ voorkom zoveel mogelijk het gebruik van stroomverbruikers als de motor uitstaat (autoradio, waarschuwingsknipperlichten enz.);
☐ maak voordat werkzaamheden aan de elektrische installatie van de auto worden uitgevoerd eerst de minpool van de accu los;
□ de klemmen moeten altijd goed zijn bevestigd.

BELANGRIJK Een accu die gedurende langere tijd minder dan 50% geladen is (optische meter donker zonder groen middenstuk), raakt door sulfatering beschadigd. Hierdoor loopt de capaciteit en het startvermogen terug.

Ook is de accu dan gevoeliger voor bevriezing (reeds bij temperaturen van -10°C). Als u de auto langere tijd niet gebruikt, zie dan "Auto langere tijd stallen" in het hoofdstuk "Starten en rijden".

Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die constante voeding nodig hebben (diefstalalarm enz.), of accessoires die de elektrische installatie zwaar belasten, raden wij u aan contact op te nemen met de Lancia-dealer. Deze kan u de meest geschikte installaties uit het Lancia Lineaccessori-programma aanraden en controleren of de elektrische installatie van de auto geschikt is voor het extra stroomverbruik of dat het noodzakelijk is een accu met een grotere capaciteit te monteren.

Deze stroomverbruikers blijven continu stroom verbruiken ook als de motor is uitgezet, waardoor de accu geleidelijk kan ontladen.

Het totale energieverbruik van deze accessoires (standaard en achteraf gemonteerde accessoires) moet minder zijn dan 0,6 mA x Ah (van de accu), zoals in de volgende tabel staat vermeld:

Accu van Maximum
stroomverbruik bij stilstaande motor
40 Ah 24 mA
44 Ah 27 mA

WIELEN EN BANDEN

De spanning van de banden, inclusief het noodreservewiel, moet regelmatig, om de twee weken en voor een lange rit, worden gecontroleerd: de bandenspanning moet bij koude banden worden gecontroleerd.

Tijdens het rijden neemt de bandenspanning toe; zie voor de juiste waarde van de bandenspanning de paragraaf "Wielen" in het hoofdstuk "Technische gegevens".

Een onjuiste bandenspanning veroorzaakt een onregelmatige slijtage van de banden:

A juiste spanning: gelijkmatige slijtage van het loopvlak.
B te lage spanning: te grote slijtage aan de zijkanten van het loopvlak.
C te hoge spanning: te grote slijtage in het midden van het loopvlak.

Banden moeten worden vervangen als de profieldiepte van het loopvlak minder is dan 1,6 mm. Houdt u echter altijd aan de bepalingen van het land waarin u rijdt.

A B C LOC0093m fig. 14

BELANGRIJK

□ Voorkom bruusk remmen, met spinnende wielen optrekken, harde contacten tussen banden en stoepranden, kuilen en andere obstakels. Het langdurig rijden op een slecht wegdek kan de banden beschadigen;
□ controleer de banden regelmatig op scheuren in de wangen en bulten of slijtplekken op het loopvlak. Wendt u in dit geval tot de Lancia-dealer;
□ rijd nooit met een te zwaar beladen auto: hierdoor kunnen de banden en de velgen ernstig beschadigd worden;
□ stop zo snel mogelijk bij een lekke band en verwissel het wiel om beschadiging van de band, de velg, de wielophanging en de stuurinrichting te voorkomen.

□ banden verouderen, ook als zij weinig of nooit gebruikt zijn. Scheurtjes in het loopvlak en op de wangen geven aan dat de band verouderd is. Banden die langer dan zes jaar onder een auto gemontecerd zijn, moeten dan ook door een specialist worden gecontroleerd. Dit geldt in het bijzonder voor het noodreservewiel:
□ monteer nooit gebruikte banden of banden, waarvan de herkomst onbekend is:
□ bij de montage van een nieuwe band moet ook het ventiel vernieuwd worden:
om een gelijke slijtage van de banden op de vooras en de achteras te verkrijgen, is het raadzaam de banden om de 10.000 / 15.000 km van as te verwisselen. Hierbij moeten de banden aan dezelfde zijde van de auto gemonteerd blijven, zodat een omkering van de draairichting wordt voorkomen.

LANCIA Ypsilon (2009) - BELANGRIJK - 1

ATTENTIE

Bedenk dat ook de weg- ligging afhankelijk is van te bandenspanning.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Door een te lage bandenspanning wordt de band waardoor er onherstelbandige schade aan de band staan.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Verwissel de banden niet kruiselings, waarbij de van de rechterzijde aan de ijde en omgekeerd worden jeerd.

LANCIA Ypsilon (2009) - ATTENTIE - 1

ATTENTIE

Voer bij lichtmetalen vel- gen geen spuitwerkzaam- uit die een temperatuur n boven 150°C. De mecha- eigenschappen van de wie- nnen hierdoor in gevaar gebracht.

RUBBER SLANGEN

Houd voor de rubber slangen van het rem- en brandstofsysteem zeer nauwkeurig de voorschriften van het "Onderhoudsschema" in dit hoofdstuk aan.

Ozon, hoge temperaturen en het gedurende langere tijd ontbreken van vloeistof in een systeem zorgen ervoor dat de slangen uitdrogen en scheuren, waardoor het betreffende systeem kan gaan lekken. Daarom is zorgvuldige controle noodzakelijk.

RUITENWISSERS/ ACHTERRUIT- WISSE

WISSERBLADEN

Maak de wisserbladen regelmatig schoon met een schoonmaakmiddel: wij raden TUTELA PROFESSIONAL SC 35 aan.

Vervang de wisserbladen als het rubber vervormd of versleten is. Het verdient aanbeveling ten minste één maal per jaar de wisserbladen te vervangen.

Met enkele simpele voorzorgsmaatregelen is het mogelijk beschadigingen van het rubber te voorkomen:

□ wanneer de temperatuur onder 0°C is gedaald, moet gecontroleerd worden of er geen ijs tussen wisserblad en ruit zit. Maak de wissers zo nodig vrij met een antivriesmiddel;
□ verwijder eventueel opgehoopte sneeuw van de ruit: om de wisserbladen te beschermen en oververhitting van de ruitenwissermotor te voorkomen;
□ schakel de ruitenwissers/achterruitwisser niet op een droge ruit in.

A B fig. 15 LOC0094m

Rijden met versleten ruitenwisser- bladen is gevaarlijk, omdat ze het zicht onder extreme weersomstan- digheden aanzienlijk beperken.

Wisserbladen voor vervangen fig. 15

Ca als volgt te werk:

□ til de wisserarm A van de voorruit en plaats het wisserblad onder een hoek van 90° ten opzichte van de arm:
□ druk op de lip B van de veerklem en verwijder het wisserblad;
□ monteer het nieuwe blad, waarbij de lip in de zitting op de wisser-arm moet vallen. Controleer of het wisserblad geborgd is.

A B fig. 16 LOC0095m

Wisserblad achter vervangen fig. 16

Ga als volgt te werk:

□ kantel het dopje A omhoog, draai de moer B los, waarmee de wisserarm aan de as is bevestigd, en neem de arm van de as;
□ plaats de nieuwe wisserarm in de juiste stand en draai de moer zorgvuldig vast:
□ kantel het dopje naar beneden.

RUITENSPROEIERS

Voorruit (ruitensprociers)

Als de ruitensproeiers niet werken, controleer dan eerst het niveau in het ruitensproiciertankje (zie de paragraaf "Niveaus controleren" in dit hoofdstuk).

Controleer vervolgens of de ruitensprociermonden niet verstopt zijn. Deze kunnen zo nodig met een speld worden doorgeprikt.

De stralen moeten op ongeveer 1/3 van de bovenkant van de ruit worden gericht.

Achterruit (achterruitsproeier)

De stralen van de achterruitsproeier kunnen op dezelfde manier worden afgesteld als die van de ruitensproeiers voor.

De ruitensproeiermond is links naast het derde remlicht gemonteerd.

CARROSSERIE

BESCHERMING TEGEN ATMOS- FERISCHE INVLOEDEN

De belangrijkste oorzaken van roest zijn:

□ luchtverontreiniging;
□ zoutgehalte in de lucht en lucht- vochtigheid (gebieden aan zee, warm en vochtig klimaat);
□ omgevings-/seizoensinvloeden.

Ook de invloed van schurende elementen, zoals stoffige omgeving, opwaaiend zand, modder en steenslag op de lak en de onderzijde moet niet worden onderschat.

Lancia heeft voor uw auto de beste technologische oplossingen toegepast om de carrosserie efficiënt tegen roest te beschermen.

De belangrijkste zijn:

□ de toepassing van aangepaste spuittechnieken en lakproducten die de auto de benodigde weerstand tegen roest en schurende elementen verlenen;
□ het gebruik van verzinkte (of voorbehandelde) plaatdelen met een hoge corrosiebestendigheid:
□ het aambrengen van een gespoten beschermende waslaag op de onderzijde, in de wielkuipen, in de motorruimte en verschillende holle ruimtes, met een hoog beschermend vermogen;
□ het aambrengen van een beschermende kunststof laag op kwetsbare delen: onderzijde van de portieren, binnenzijde van de spatborden, naden, randen enz.:
□ toepassing van "open" holle ruimtes om condensvorming te voorkomen en binnendringend water af te voeren, waardoor roest van binnenuit wordt voorkomen.

CARROSSERIEGARANTIE

Bij de auto is de carrosserie tegen doorroesten van alle originele componenten van de carrosserie en van alle dragende delen gegarandeerd. Voor de specifieke voorwaarden van deze garantie wordt verwezen naar de "Service- en garantiehandleiding".

TIPS VOOR HET BEHOUD VAN DE CARROSSERIE

Lak

De lak heeft behalve een esthetische functie ook een beschermende functie. Daarom moeten beschadigingen van de laklaag, zoals krassen, onmiddellijk worden bijgewerkt om roestvorming te voorkomen. Het bijwerken dient met de originele lak te worden uitgevoerd (zie "Plaatje met informatie over de carrosserielak" in het hoofdstuk "Technische gegevens"). Het normale onderhoud van de auto beperkt zich tot wassen, waarbij de frequentie afhankelijk is van het gebruik van de auto en van de omgeving. Het is raadzaam de auto vaker te wassen bij sterke luchtverontreiniging of bij het rijden over wegen met strooizout.

□ verwijder de antenne van het dak als u de auto in een wastunnel wast, om te voorkomen dat deze beschadigt;
□ spoel de auto eerst met een water- straal onder lage druk af;
□ was de auto met een zachte spons met een oplossing van neutrale zeep; spoel daarbij de spons regelmatig uit;
□ spoel de auto af met schoon water en droog de auto met warme lucht of een schone, zachte zeem.

De minder zichtbare delen zoals de randen van de portieren, achterklcp, motorkap en de koplampranden moeten tijdens het drogen niet vergeten worden, omdat daar water kan blijven staan. Het verdient aanbeveling de auto na het wassen niet onmiddelijk binnen te zetten, maar de auto nog even buiten te laten staan, zodat waterresten buiten kunnen verdampen. Was de auto nooit in de zon of als de motorkap nog warm is: de glans van de lak kan afnemen. De kunststof carrosserieedelen kunnen op dezelfde wijze worden gewassen als de gespoten carrosserieedelen. Parkeer de auto niet onder bomen, aangezien harsdruppels bij langere inwerking de lak kunnen beschadigen, waardoor de kans op roestvorming wordt vergroot.

BELANGRIJK Vogeluitwerpselen dienen zo snel en zo goed mogelijk van de lak verwijderd te worden, omdat door de agressieve bestanddelen de lak kan beschadigen.

LANCIA Ypsilon (2009) - Lak - 1

Schoonmaakmiddelen verontreinigen het water. Daarom moet de auto bij voorkeur worden gewassen

op een plaats waar het afvalwater direct wordt opgevangen en gezui- verd.

Ruiten

Gebruik voor het schoonmaken van de ruiten een daarvoor geschikt schoonmaakmiddel. Gebruik een schone, zachte doek om krassen en beschadigingen te voorkomen.

BELANGRIJK Let er bij het schoonmaken van de binnenzijde van de achterruit op dat de elektrische weerstandsdraden van de achterruitverwarming niet worden beschadigd. Veeg voorzichtig in de richting van de draden.

Motorruimte

Het verdient aanbeveling de motor- ruimte na het winterseizoen zorgvul- dig te laten uitspuiten. Hierbij mag de waterstraal niet direct op de elek- tronische regeleenheden worden gericht. Laat deze werkzaamheden verzorgen door een gespecialiseerd bedrijf.

BELANGRIJK Voor het uitspuiten van de motorruimte moet de contactsleutel in stand STOP staan en de motor koud zijn. Controleer na het reinigen of de verschillende beschermingen (rubber kappen, deksels enz.) nog op hun plaats zitten en niet beschadigd zijn.

INTERIEUR

Controleer af en toe of er onder de vloerbedekking geen water is blijven staan (dooiwater van sneeuwresten aan schoenen, lekkende paraplu's enz.), waardoor roestvorming op de bodem veroorzaakt zou kunnen worden.

STOELEN EN STOFFEN BEKLEDING

Verwijder stof met een zachte borstel of een stofzuiger. Voor een nog betere reiniging van de stoffen bekleding raden wij u aan de borstel vochtig te maken.

Reinig de zittingen met een vochtige spons en een oplossing van neutrale zeep.

LANCIA Ypsilon (2009) - STOELEN EN STOFFEN BEKLEDING - 1

ATTENTIE

Gebruik nooit ontelambare producten zoals petroleum of wasbenzine voor het reinigen van de interieurdelen van de auto. De elektrostatische lading die tijdens het reinigen door het wrijven ontstaat, kan brand veroorzaken.

MET LEER BEKLEDE STOE- LEN EN COMPONENTEN

Verwijder droog vuil met een zeemleer of een iets vochtige dock, zonder hard te drukken.

Dep een vochtige vlek of vet met een droge en absorberende doek en wrijf daarbij niet. Behandel de plek vervolgens met een doek of zeem bevochtigd met water en een neutrale zeep.

Als de vlek nog niet verwijderd is, behandel de vlek dan met een speciaal schoonmaakmiddel, waarbij de instructies op de verpakking strikt moeten worden opgevolgd.

BELANGRIJK Gebruik nooit alcohol of producten op basis van alcohol.

KUNSTSTOF INTERIEURDELEN

Gebruik speciale reinigingsmiddelen om het visuele effect van de componenten niet te wijzigen.

BELANGRIJK Gebruik nooit alcohol of benzine om het glas van het instrumentenpaneel schoon te maken.

LANCIA Ypsilon (2009) - KUNSTSTOF INTERIEURDELEN - 1

ATTENTIE

Bewaar nooit spuitbussen in de auto: ontploffingsge-

vaar. Spuitbussen mogen niet worden blootgesteld aan temperaturen boven 50°C. In de zomer kan de temperatuur in het interieur ver boven deze waarde oplopen.

TECHNISCHE GEGEVENS

IDENTIFICATIEGEGEVENS 188

MOTORCODES

CARROSSERIE-UITVOERINGEN 190

MOTOR 191

BRANDSTOFSYSTEEM 192

TRANSMISSIE 192

REMMEN 193

WIELOPHANGING 193

STUURINRICHTING 193

WIELEN 194

AFMETINGEN 198

PRESTATIES 199

GEWICHTEN 200

VULLINGSTABEL 201

VLOEISTOFFEN EN SMEERMIDDELEN ..... 203

BRANDSTOFVERBRUIK 205

CO2 -EMISSIE 206

RADIOGOLF-AFSTANDSBEDIENING:

MINISTERIÈLE GOEDKEURING ...... 207

IDENTIFICATIE- GEGEVENS

Wij raden u aan om nota te nemen van de identificatiegegevens. De identificatiegegevens zijn op de volgende typeplaatjes ingeslagen:

☐ Typeplaatje met identificatiegegevens
□ Chassisnummer
□ Plaatje met informatie over de carrosserielak
Motorcode.

A B C D E Kg F Kg 1- G Kg 2- H Kg N INITURE-ENGINE I VERISANCE-OPERATING L IN'PER-DRAWING M IN'TOUR SPANES LOC0129m

TYPEPLAATJE MET IDENTIFICATIEGEGEVENS

fig. 1

Het typeplaatje is aangebracht op de frontraverse in de motorruimte en bevat de volgende informatie:

A Naam van de fabrikant.
B Nummer typegoedkeuring.
C Identificatiecode van het autotype.
D Chassisnummer.
E Max. toelaatbaar totaalgewicht van de auto.
F Max. toelaatbaar totaalgewicht van de auto met aanhanger.

G Max. toelaatbare voorasbelasting.
H Max. toelaatbare achterasbelasting.
I Motortype.
L Code van de carrosserie-uitvoering.
M Nummer voor de onderdelen.
N Correctiewaarde voor de uitlaat-rookgasmeting (alleen bij dieselmotoren).

fig. 2 L0C0131m

CHASSISNUMMER fig. 2

Het chassisnummer is ingeslagen in de bodemplaat naast de rechter voorstoel.

Het is bereikbaar nadat het klepje in de vloerbedekking is opgetild en bevat de volgende gegevens:

□ type van de auto;
□ oplopend productienummer.

A B C D fig. 3 LOC0130m

PLAATJE MET INFORMATIE OVER DE CARROSSERIELAK

fig. 3

Het plaatje is op de binnenzijde van de motorkap aangebracht en bevat de volgende informatie:

A Fabrikant van de lak.
B Kleurbenaming.
C Lancia kleurcode.
D Kleurcode voor bijwerken en overspuiten.

MOTORCODE

De motorcode is in het cilinderblok ingeslagen, en bestaat uit het motor-type en een oplopend productienummer.

MOTORCODES - CARROSSERIE-UITVOERINGEN

Typecode motor Code van de carrosserie-uitvoering

1.2 8V188A4000843AXA1A 00E (*)843AXA1A 00F (▲)
1.4 8V350A1000843AXG1A 11 (*)843AXG1A 11B (▲)
1.4 16V843A1000843AXC1B 06 (*)843AXC1B 06B (▲)
1.3 Multijet 75 pk199A2000843AXF1A 09C (*) (□)843AXF1A 09D (▲) (□)
1.3 Multijet 90 pk199A3000843AXE1A 07C (*) (□)843AXE1A 07D (▲) (□)

(*)Uitvoeringen 4 zitplaatsen

(▲) Uitvoeringen 5 zitplaatsen

(□) Uitvoering met DPF

MOTOR

1.28V1.48V1.416V1.3 Multijet 75 pk1.3 Multijet 90 pk
ALGEMENE INFORMATIE
Typecode188A+000350A1000843A1000199A2000199A3000
CyclusOttoOttoOttoDieselDiesel
Aantal en opstelling cilinders4 in lijn4 in lijn4 in lijn4 in lijn4 in lijn
Boring en slag mm70,8 x 78,8672 x 8472 x 8469,6 x 8269,6 x 82
Cilinderinhoud cm312421368136812481248
Compressieverhouding9,5 ± 0,211,1 ± 0,211 ± 0,217,6 ± 0,417,6 ± 0,4
Max.vermogen (EU) kW4457705566
pk bijbehorend toerental min -1 6077957590
50006000580040004000
Max.koppel (EU) Nm102113128190200
kgm bijbehorend toerental min -1 -11,713,019,420,4
25003750450017501750
BougiesNGK DCPR7E-N-10NGK ZKR7A-10NGKDCPR7E-N-10--
BrandstofLoodyrije benzine 95 RONLoodyrije benzine 95 RONLoodyrije benzine 95 RONDiesel voor motorvoertuigen (specificatie EN590)Diesel voor motorvoertuigen (specificatie EN590)

BRANDSTOFSYSTEEM

1.2 8V - 1.4 8V - 1.4 16V1.3 Multijet
BrandstofsysteemElektronische sequentiële, gefascerde Multipoint inspuiting. Returnless-systeemElektronisch geregelde directe inspuiting multijet “Common Rail”. Turbocompressor met vaste geometrie

TRANSMISSIE

1.2 8V - 1.4 8V - 1.3 Multijet1.4 16V
VersnellingsbakVijf gesynchroniseerde versnellingen vooruit en een versnelling achterruitZes gesynchroniseerde versnellingen vooruit en een versnelling achteruit
KoppelingZelfstellend met koppelingspedaal zonder vrije slagZelfstellend met koppelingspedaal zonder vrije slag
AandrijvingVoorVoor

LANCIA Ypsilon (2009) - MOTORCODES - CARROSSERIE-UITVOERINGEN - 1

Modificaties of reparaties aan het brandstofsysteem die niet correct worden uitgevoerd en waarbij geen rekening wordt gehouden met de technische specificaties van het systeem, kunnen storingen in de werking en zelfs brandgevaar veroorzaken.

REMMEN

1.28V - 1.48V - 1.416V - 1.3 Multijet 75 pk - 1.3 Multijet 90 pk
Voetrem:
- voorSchijfremmen met zwevende remtangen, en een remcilinder per wiel.
- achterTrommelremmen
HandremBediend met handremhefboom, werkend op de achterwielen

BELANGRIJK Water, ijs en strooizout op de wegen kunnen zich afzetten op de remschijven waardoor de gewenste remvertraging iets later wordt bereikt.

WIELOPHANGING

1.2 8V - 1.4 8V - 1.4 16V - 1.3 Multijet 75 pk - 1.3 Multijet 90 pk
VoorOnafhankelijke wielophanging, type McPherson
AchterSemi-onafhankelijk met via torsietraverse gekoppelde wielen

STUURINRICHTING

1.2 8V - 1.4 8V - 1.4 16V - 1.3 Multijet 75 pk - 1.3 Multijet 90 pk
TypeTandheugelstuurhuis met elektrische stuurbekrachtiging
Draaicirkel (tussen stoepranden)m9,83

WIELEN

VELGEN EN BANDEN

Geperst stalen of lichtmetalen velgen. Tubeless radiaalbanden. Op de typegoedkeuring zijn bovendien alle goedgekeurde banden aangegeven.

BELANGRIJK Als de gegevens in het instructieboekje afwijken van die van de typegoedkeuring, dient u zich altijd aan de gegevens van de typegoedkeuring te houden.

Voor de rijveiligheid is het noodzakelijk dat alle wielen zijn voorzien van banden van hetzelfde merk en hetzelfde type.

BELANGRIJK In tubeless banden mogen geen binnenbanden gebruikt worden.

NOODRESERVEWIEL

Geperst stalen velg. Tubeless band.

WIELUITLIJNING

Toespoor gemeten tussen de velgranden van de voorwielen: 0±1 mm.

De waarden zijn van toepassing op een onbelaste auto in rijklare staat.

S H Ø fig. 4 ① ② ③ L0C0132m

VERKLARING VAN DE CODERING OP DE BANDEN

fig. 4

Voorbeeld: 185/65 R 14 86 T

185 = Nominalc breedte (S, afstand in mm tussen de flanken).

65 = Hoogte/breedte-verhouding (H/S) (percentage).

R = Radiaalband.

14 = Diameter van de velg (in inch) (0).

86 = Beladingsindex (draagvermogen).

T = Snelheidsindex.

Beladingsindex (draagvermogen)

60 = 250 kg 84 =500 kg
61 = 257 kg 85 =515 kg
62 = 265 kg 86 =530 kg
63 = 272 kg 87 =545 kg
64 = 280 kg 88 =560 kg
65 = 290 kg 89 =580 kg
66 = 300 kg 90 =600 kg
67 = 307 kg 91 =615 kg
68 = 315 kg 92 =630 kg
69 = 325 kg 93 =650 kg
70 = 335 kg 94 =670 kg
71 = 345 kg 95 =690 kg
72 = 355 kg 96 =710 kg
73 = 365 kg 97 =730 kg
74 = 375 kg 98 =750 kg
75 = 387 kg 99 =775 kg
76 = 400 kg 100 =800 kg
77 = 412 kg 101 =825 kg
78 = 425 kg 102 =850 kg
79 = 437 kg 103 =875 kg
80 = 450 kg 104 =900 kg
81 = 462 kg 105 =925 kg
82 = 475 kg 106 =950 kg
83 = 487 kg

Snelheidsindex

Q = tot 160 km/h.
R = tot 170 km/h.
S = tot 180 km/h.
T = tot 190 km/h.
U = tot 200 km/h.
H = tot 210 km/h.
V = tot 240 km/h.
W = tot 270 km/h
Y = tot 300 km/h.

Maximale snelheid bij winterbanden

QM + S = tot 160 km/h.
TM + S = tot 190 km/h.
HM + S = tot 210 km/h.

VERKLARING VAN DE CODE- RING OP DE VELGEN
Voorbeeld: 6 J x 14 H2 ET40

6 = breedte van de velg in inch(1).
J = velgbedprofiel (deel aan de zijkanten waarop de band steunt) (2).
14 = montagediameter in inch(komt overeen met die van de band die gemonteerd moct worden) (3 = 0).
H2 = vorm en aantal “humps”(vorm van de velgrand die de wang van de tubeless band op zijn plaats houdt).
ET 40 = diepte van de velgbolling (afstand tussen het montagevlak van de velg op de naaf en het velghart).

UITVOERINGEN VELGEN BANDEN NOODRESERVEWIEL

Standaard Winterbanden Velgmaat Bandenmaat
1.2 8v-1.4 8v1.4 16V6J x 14H2-ET 406J x 15H2-ET 406.5J x 16H2-ET +0(*)185/65 R14 86T195/55 R15 85H195/45 R16 80V185/65 R14 86Q M+S195/55 R15 85T M+S ± 0.00x14'' -H-43135/80 B14 80P135/80 R14 84P
1.3 Multijet 75 pk - 90 pk6J x 14H2-ET 406J x 15H2-ET 406.5J x 16H2-ET +0(*)185/65 R14 86T195/55 R15 85H195/45 R16 84V185/65 R14 86Q M+S195/55 R15 85T M+S ± 0.00x14'' -H-43135/80 B14 80P135/80 R14 84P

(*) Lichtmetalen velgen.

LANCIA Ypsilon (2009) - VERKLARING VAN DE CODERING OP DE BANDEN - 1

ATTENTIE

Bij auto's met stalen 15"-velgen en wieldeksels, mogen geen banden met stootranden/wangbescherming worden gemonteerd; hierdoor kan een onjuiste aansluiting van het wieldeksel op de band ontstaan, waardoor het ventiel kan worden beschadigd.

BANDENSPANNING IN KOUDE TOESTAND (bar)

STANDAARD BANDEN RESERVE-
Bandenmaat Onbelast Volbeladen WIEL
Voor Achter Voor Achter
1.2 8V-1.4 8V185/65 R14 86T222,22,2
195/55 R15 85H2,12,12,32,32,8
1.4 8V-16V195/45 R16 80V2,22,22,42,4
1.3 Multijet185/65 R14 86T222,22,2
195/55 R15 85H2,12,12,32,32,8
75 pk-90 pk195/45 R16 84V2,22,22,42,4

Bij warme banden moet de bandenspanning 0,3 bar hoger zijn dan de voorgeschreven waarde. Controleer de spanning opnieuw bij koude banden.
Bij winterbanden moet de in de tabel aangegeven waarde van de standaard gemonteerde banden met 0,2 bar verhoogd worden.

AFMETINGEN

De afmetingen zijn aangegeven in mm en hebben betrekking op een auto die is uitgerust met standaard banden.

De hoogte heeft betrekking op een onbelaste auto.

Inhoud bagageruimte

Inhoud bij onbeladen auto

(*) met achterbank in achterste stand

(▼) met achterbank in voorste stand

LANCIA Ypsilon (2009) - Inhoud bagageruimte - 1

(*) Afhankelijk van de velgmaat kunnen er kleine verschillen zijn in de maten.

PRESTATIES

Max. snelheid na de inrijperiode van de auto, in km/h.

1.2 ay1.4 ay1.4 16y1.3 Multijet 75 pk1.3 Multijet 90 pk
153 167 175167 175

GEWICHTEN

Gewichten (kg)1.2 av1.4 av1.4 16v1.3 Multijet 75 pk1.3 Multijet 90 pk
Rijklaar gewicht (met volle reservoirs, reservewiel, gereedschap en accessoires):94597598010451045
Nuttig laadvermogen (*) inclusief de bestuurder:515515515475475
Max. toelaatbaar gewicht (**)
- vooras:800800800850850
- achteras:750750750750750
- totaalgewicht:14601490149515201520
Trekgewichten
- gercmde aanhanger:750900900900900
- ongeremde aanhanger:400400400400400
Max. dakbelasting (***)7575757575
Max. gewicht op de trekhaak (geremde aanhanger):6060606060

(*) Als er speciale accessoires zijn gemonteerd (opendak, trekhaak enz.), dan stijgt het rijklaar gewicht, waardoor het totale laadvermogen met hetzelfde gewicht daalt.
(**) Maximum waarden die niet mogen worden overschreden. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker dat de auto zodanig wordt beladen dat deze limieten niet worden overschreden.
(***) Allesdrager opgenomen in het Lancia Lineaccessori-programma, max. draagvermogen: 40 kg.

VULLINGSTABEL

1.28V1.48V1.416VVoorgeschr. brandstof
liter kgliter kgliter kgAanbevolen producten
Brandstoftank:47-47-47-Loodvrije benzine met octaangetal v. ten minste 95 RON (specificatie EN228)
inclusief een reserve van:5/7-5/7-5/7-
Motorkoelsysteem - met airconditioning:4,8-4,5-4,5-Mengsel van gedemineraliseerd water en 40% PARAFLU UP
Carter:2,52,22,42,12,752,4SELENIA K
Carter en filter:2,72,352,62,252,92,55
Versnellingsbak en differentieel:1,65-1,8-1,7-TUTELA CAR ZC 75 SYNTH
Hydraulisch remcircuit met ABS:0,55-0,7-0,7-TUTELA TOP 4
Vloeistofreservoir ruitensproeiers voor en achter1,8-1,8 (4.5)-1,8 (4.5)-Mengsel van water en TUTELA PROFESSIONAL SC 35

1.3 Multijet 75 pk 1.3 Multijet 90 pk Voorgeschr. brandstof liter kg |iter kg Aanbevolen prod.

Brandstoftank: inclusief een reserve van:475/7-475/7-Diesel voor motorvoertui-gen(specificatie EN590)
Motorkoelsysteem - met airconditioning:6-6-Mengsel van gedemineralis- scerd water en 40% PARAFLU UP
Carter:3,0-3,0-SELENIA WR
Carter en filter:3,2-3,2-
Versnellingsbak en differentieel:1,5-1,5-TUTELA CAR ZC 75 SYNTII
Hydraulisch remcircuit met ABS:0,7-0,7-TUTELA TOP 4
Vloeistofreservoir ruitensproeiers voor en achter1,8 (4,5)-1,8 (4,5)-Mengsel van water en TUTELA PROFES- SIONAL SC 35

VLOEISTOFFEN EN SMEERMIDDELEN

AANBEVOLEN PRODUCTEN EN HUN SPECIFICATIES

GebruikSpecificaties van de vloeistoffen en smeermiddelen voor een correct functioneren van de autoOrginele vloeistoffen en smeermiddelenVervangingsinterval
Smering voor benzinemotorenMotorolie SAE 5W-40 op synthetische basis met kwalificatie FIAT 9.55535-M2.SELENIA KVolgens het Geprogrammeerde Onderhoudsschema
Smering voor dieselmotorenMotorolie SAE 5W-40 op synthetische basis met kwalificatie FIAT 9.55535-N2.SELENIA WRVolgens het Geprogrammeerde Onderhoudsschema

Gebruik voor een correcte werking van de Multijet-uitvoeringen met DPF uitsluitend het originele type smeermiddel. In geval van nood, als het originele product niet beschikbaar is, vul dan maximaal 0,5 liter bij en wendt u zo snel mogelijk tot de Lancia-dealer.

Als u niet de originele SAE 5W/40-producten gebruikt, moeten de smeermiddelen minimaal voldoen aan de specificaties ACEA A3 voor de benzinemotoren en ACEA B4 voor de dieselmotoren; in dit geval zijn de optimale prestatics van de motor niet gegarandeerd.

Het gebruik van producten die niet voldoen aan de specificaties ACEA A3 en ACEA B4 kan beschadigingen aan de motor veroorzaken die niet door de garantie gedekt worden.

Vraag bij zeer strenge klimatologische omstandigheden de Lancia-dealer om het juiste product uit de Selenia-lijn.

GebruikSpecificaties van de smeermiddelen en vloeistoffen voor een correct functioneren van de autoAanbevolen vloeistoffen en smeermid.Toepassing
Olie en vetten voor krachtoverbrengingenTransmissie-olie SAE 75W-80 EP op synthetische basis die ruimschoots voldoet aan de specificaties API GL5, MIL - L - 2105 D LEV.TUTELA CAR ZC 75 SYNTIIMechanische versnel,bak en differentieel
Vet op basis van lithiumzepen. Indringingsgetal NLGI 0TUTELA MRM ZERO TUTELA STAR 325 (1.4-uitvoeringen)Homokinetische koppeling aan differentieelzijde
Vet op basis van lithiumzepen, bevat organisch molybdeenbisulfide. Indringingsgetal NLGI 2TUTELA STAR 500Homokinetische koppeling aan wielzijde
RemvlocistofSynthetische remvlocistof FMVSS n° 116 DOT 4, ISO 4925, CUNA NC 956-01TUTELA TOP 4Hydraulisch rem system en koppelingbediening
Koelvlocistof voor motorkoelsystemenRoodgekleurd beschermingsmiddel met antivries op basis van glycol-monocysteelen voor kocsystemen. Met organische formule gebaseerd op O.A.T.-technologie. Övertreft de specificaties CUNA NC 956-16, ASTM D 33306.PARAFLU UP (*)Motorkoelsysteem. Mengverhouding: 40% tot -22°C
Vlocistof voor ruitensproceiers/achterruit-sproeierMengsel van alcoholen en oppervlakte-actieve stoffen CUNA NC 956-11TUTELA PROFESSIONAL SC 35Onverdund of met water gebruiken

(*)Belangrijk. Nooit bijvullen of mengen met vlocistoffen waarvan de specificaties afwijken van hetgeen is voorgeschreven.

BRANDSTOFVERBRUIK

Het brandstofverbruik dat in de tabellen is opgenomen, is gemeten volgens een vastgestelde testmethode die in EU-normen is vastgelegd.

Het brandstofverbruik is gemeten volgens onderstaande procedure:

□ een stadsrit: opgebouwd uit een koude start gevolgd door een gesimuleerde, normale testrit in stadsverkeer;
□ een rit buiten de stad: waarbij veelvuldig wordt geaccelereerd in alle versnellingen en waarmee een normaal gebruik van de auto buiten de stad wordt gesimuleerd. De snelheid varieert tussen de 0 en 120 km/h;
□ gecombineerd verbruik: hierbij telt de waarde van de stadsrit mee voor 37% en de waarde van de testrit buiten de stad voor 63%.

BELANGRIJK Het soort wegdek, verkeersituatie, atmosferische omstandigheden, rijstijl, algemene conditie van de auto, uitrustingsniveau, gebruik van de airconditioning, lading van de auto, imperiaal op het dak en andere situaties die de aërodynamica kunnen beïnvloeden, leveren een ander brandstofverbruik op dan hier vermeld.

Brandstofverbruik volgens EU-normen 2004/3 (liter x 100 km)

1.28V1.48V1.416V1.3 Multijet 75 pk1.3 Multijet 90 pk
Stadsverkeer7,57,28,55,45,4
Buitenweg5,04,65,43,93,9
Gecombineerd5,95,56,64,54,5

CO 2 -EMISSIE

De CO 2 -emissie, vermeld in de volgende tabellen, is gemeten op een gecombineerd traject.

CO 2 -emissie volgens EU-normen 2004/3 (g/km)

1.28V1.48V1.416V1.3 Multijet 75 pk1.3 Multijet 90 pk
139 130 155117 117

LANCIA Ypsilon (2009) - CO 2 -EMISSIE - 1

-starten met een hulpaccu..... 136

-verwisselen 178

Achterklep 73

Achterruitsproeier

-bediening 63

-vloeistofniveau 175

Achterruitwisser

-bediening 61

-ruitensprociers.... 182

-wisserbladen.... 181

Achteruitrijlicht 153

Afmetingen 198

Airconditioning, automatisch met

gescheiden regeling .... 48

Airconditioning, handbediend.. 45

Asbak 69

ASR 82

Auto langere tijd stallen ..... 124

Autoradio 84

Bagageruimte

-hoedenplank verwijderen..... 74

-openen en sluiten 73 - 74

Bagageruimte vergroten ..... 75

Banden

-onderhoud.... 180

-standaard 196

-verklaring van bandencodering 194

-verwisselen 142

-winterbanden 122

Bandenspanning 197

Bedieningsknoppen.... 21

Bedieningsorganen...... 66

Beker/blikjeshouder...... 68

Bescherming van het milieu ..... 90

Bougies

-type....191

Brandstof

-brandstofmeter.... 19

Brandstofmeter 19

Brandstofnoodschakelaar...... 67

Brandstofsysteem.... 192

Brandstofverbruik...... 205

Buitenverlichting

-bediening 58

-gloeilamp achter vervangen .... 153

-glocilamp voor vervangen..... 152

Buitenverlichting 58

Carrosserie

-carrosseriecodes.... 190

-onderhoud.... 183

Chassisnummer 189

CO2-emissie 206

Code Card 12

Cruise-control (snelheidsregelaar) 64

Dashboard 8

Dashboard en bediening ..... 7

Dashboardkastje 68

Dead-lock (systeem) 15

stuurbekrachtiging) 86

Elektrische ruitbediening ..... 72

Elektrische stuurbekrachtiging

"Dualdrive" 86

EOBD (systeem) 83

ESP (systeem) 81

Extra accessoires.... 85

Fix & Co automatic

(bandenreparatieset).... 138

Follow me home (system)..... 59

Frontairbags 103

Gebruik van de handgeschakelde

versnellingsbak 115

Gewichten.... 200

Gloeilamp (vervangen van een)

-algemene aanwijzingen...... 147

-lamptypen 148

Gordelspanners....94

Grootlicht

-bediening 58

-gloeilamp vervangen.... 151

-grootlichtsignaal.... 59

Kentekenplaatverlichting ..... 154

Kilometerteller (display) ..... 20

Kinderen veilig vervoeren ..... 96

Kinderzitjes (geschiktheid voor gebruik).... 99

Klinnaatregeling 41

Koelyloeistoftemperatuurmeter 20

Koplampen 78

-koplampen afstellen ..... 78

-koplampverstelling....79

Koppeling.... 192

Krik....144

Lak....184

Lampjes en berichten.... 125

Lancia CODE (startblokkering) 11

Luchtfilter 177

Luchtrecirculatie 47

Luchtroosters ....41 - 42

Montagevoorbereiding voor

Isofix-kinderzitjes 100

Motor

-chassisnummer.... 189

-identificatiecode 188

-identificatiegegevens.... 191

Motor starten

-benzinemotor starten.... 112

-motor opwarmen na

het starten 113

-motor uitzetten.... 114

-Multijet-uitvoeringen starten .. 113

-noodstart.... 136

-rollend starten 137

-start-/contactslot 18

-starten met een hulpaccu...... 136

Motorkap....77

Motorolie

-niveau controleren.... 173

-specificaties 203

-verbruik 173

Multifunctioneel display...... 21

Niveau motorkoelyloeistof..... 174

Niveau motorolie 173

Niveau remvloeistof .... 176

Niveau ruitensproeiervloeistof.. 175

Niveaus controleren .... 170

Noodgevallen 135

Noodreservewiel.... 142

Onderhoud en zorg .... 165

-geprogrammeerd onderhoud... 166

-Onderhoudsschema 167

-periodieke controles.... 169

-zwaar gebruik van de auto ..... 169

Opbergvak.... 68

Opendak....70

Opkrikken van de auto ..... 161

Parkeerlichten....59

Parkeersensoren.... 87

Parkeren.... 114

Plafondverlichting voor

-bediening 66

-gloeilampen vervangen ..... 155

Pollenfilter.... 177

Portieren....71

Portieren vergrendelen.... 71

Portiervergrendeling .....14-71

Prestatics 199

Radiogolf-afstandsbediening:

Ministeriële goedkeuring ...... 207

Radiozendapparatuur en mobiele telefoons .... 86

Regensensor.... 62

Remmen

-specificaties 193

-vloeistofniveau 176

Richtingaanwijzers

-bediening 59

-glocilamp achter vervangen .... 153

-gloeilamp op voorspatbord

vervangen 152

-gloeilamp voor vervangen..... 152

Ruiten (reinigen) 185

Ruiten reinigen 61

Ruitensproeiers

-bediening 61

-vloeistofniveau 175

Ruitenwissers

-bediening 61

-ruitensproeiers.... 182

-wisserbladen.... 181

Sensor automatische koplampen (schemersensor).... 60

Slepen van de auto.... 162

Sleutel met afstandsbediening.. 13

Sleutels 12

Sneeuwkettingen.... 123

Snelheid (maximum) 199

Snelheidsregelaar (Cruise-control) 64

Spiegels

-binnenspiegel 39

-buitenspiegels.... 39

-elektrisch verstelbaar.... 40

Start-/contactslot.... 18

Startblokkering Lancia CODE . 11

Starten en rijden 111

Stoelverstelling 35

Stuurinrichting 193

Stuurslot.... 18

Stuurwiel (verstellen)...... 38

Symbolen.... 10

Tanken 88

Tankklepje 88

Trekken van aanhangers...... 119

Trekkrachtbegrenzers ..... 94

Typeplaatjes

-carrosserielak 190

-identificatiegegevens...... 188

Veiligheid 91

Veiligheidsgordels

-algemene opmerkingen...... 95

-gebruik.... 92

-hoogteverstelling 93

-onderhoud....96

-trekkrachtbegrenzers.... 94

Velgen 194

Ventilatie.... 41

Versnellingsbak

-handgeschakelde

versnellingsbak 115

-specificaties 192

Verwarming en ventilatie...... 42

Vlocistoffen en smeermiddelen. 203

Vullingstabel 201

Waarschuwingsknipperlichten 66

Wiel verwisselen 142

Wisserbladen voor en achter .... 181

Zekeringen (vervangen) ..... 156

Zij-airbags.... 105

Zitplaatsen 35

Zonnekleppen.... 69

NOTITIES

De kracht achter uw motor.

SELENIA MOTOR OIL SELENIA MOTOR OIL PERFORMER MULTIPOWER 5W-30 SELENIA MOTOR OIL DIGITECH DWM-30 SELENIA MOTOR OIL WAR WIDE RANGE 5MW-40

Vraag uw dealer naar

SELÊNIA

Selenia: de perfecte keuze voor uw auto

De motor van uw nieuwe auto is ontwikkeld met Selenia; een motorieliijn die voldoet aan de meest geavanceerde internationale specificaties.

Tijdens specifieke tests blijkt dat door de hoge technische specificaties Selenia het smeermiddel is om de prestaties van uw motor optimaal en betrouwbaar te houden.

Selenia omvat een reeks technologisch geavanceerde producten:

SELENIA PERFORMER MULTIPOWER

Ideale olie voor bescherming van de nieuwe generatie benzinemotoren zelfs onder de zwaarste bedrijfssituaties en extreemste klimatologische omstandigheden. Garandeert een beperking van het brandstofverbruik (Energy conserving) en is bijzonder geschikt voor motoren op alternatieve brandstoffen.

SELENIA K

Een synthetisch smeermiddel op basis van een nieuwe technologie, dat bij benzinemotoren de koude start verbetert en maximale bescherming biedt, ook als de auto overwegend in stadsverkeer wordt gebruikt. Dankzij een viscositeit van 5W-40 en de speciale formule wordt bijzonder effectief voldaan aan de nieuwe Europese emissie-eisen en moeiteloos de zwaarste internationale specificaties overtroffen.

SELENIA WR

Specifieke olie voor common rail of Multijet dieselmoto- ren voor een optimale koude start, maximale bescherming tegen slijtage, optimale werking van hydraulische klepstoters, beperking van het verbruik en stabiliteit bij hoge temperaturen.

SELENIA DIGITECH

Volledig synthetische motorolie voor benzine- en dieselmotoren. Geavanceerde technologie voor de motor; de garantie voor maximale bescherming, brandstofbesparing en betrouwbaarheid onder extreme klimatologische omstandigheden.

De Selenialijn wordt gecompleteerd door Selenia StAR, Selenia Racing, Selenia 20K Alfa Romeo, Selenia TD, Selenia Performer 5W-40. Bezoek voor verdere informatie over de Selenia producten de site www.flselenia.com

BANDENSPANNING IN KOUDE TOESTAND (bar)

BandenmaatSTANDAARD BANDENRESERVE-WIEL
OnbelastVolbeladen
VoorAchterVoorAchter
1.2 8V-1.4 8V185/65 R14 86T222,22,22,8
195/55 R15 85H2,12,12,32,3
1.4 8V-16V195/45 R16 80V2,22,22,42,4
1.3 Multijet75 pk-90 pk185/65 R14 86T222,22,22,8
195/55 R15 85H2,12,12,32,3
195/45 R16 84V2,22,22,42,4

Bij warne banden moet de bandenspanning 0,3 bar hoger zijn dan de voorgeschreven waarde. Controleer de spanning opnieuw bij koude banden.
Bij winterbanden moet de in de tabel aangegeven waarde van de standaard gemonteerde banden met 0,2 bar verhoogd worden.

MOTOROLIE VERVERSEN

1.2 ay1.4 ay1.4 16y1.3 Multijet 75 pk1.3 Multijet 90 pk
literkglierkgliterkglterkgliterkg
Carter2,52,22,42,12,752,43,0-3,0-
Motorcarter en filter2,72,352,62,252,92,553,2-3,2-

BRANDSTOFTANK (liters)

Tankinhoud47

Reserve5/7

De benzinemotoren zijn uitsluitend geschikt voor loodvrije benzine met een minimum octaangetal van 95 RON (Europese specificatie EN 228). De dieselmotoren zijn uitsluitend geschikt voor dieselbrandstof voor motorvoertuigen (specificatie EN590).

LANCIA Ypsilon (2009) - BRANDSTOFTANK (liters) - 1

Importeur voor Nederland: Fiat Group Automobiles Netherlands B.V. - Singaporestraat 92-100 - 1175 RA Lijnden

Druknummer 603.81.117NL - III/2009 - 2 editie

Gedrukt door Hoogcarspel Grafische Communicatie - Middenbeemster

LANCIA Ypsilon (2009) - BRANDSTOFTANK (liters) - 2

LANCIA Ypsilon (2009) - BRANDSTOFTANK (liters) - 3

De gegevens in deze publicatie zijn uitsluitend indicatief bedoeld. Lancia behoudt zich het recht voor op elk moment de in deze publicatie beschreven modellen om technische of commerciële redenen te wijzigen. Wendt u voor de recentste informatie over dit onderwerp tot de Lancia-dealer. Gedrukt op milieuvriendelijk chloorvrij papier.

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : LANCIA

Model : Ypsilon (2009)

Categorie : Automobiel