R-K1 - Hi-Fi Systeem KENWOOD - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis R-K1 KENWOOD in PDF-formaat.
| Producttype | Hi-Fi systeem |
| Model | R-K1 |
| Merk | Kenwood |
| Afmetingen (B x H x D) | 280 x 151 x 407 mm |
| Gewicht | ca. 5,5 kg |
| Voeding | 230 V wisselstroom, 50 Hz |
| Vermogen (sterk) | 38 W + 38 W (6 Ω, 20 Hz – 20 kHz, 0,07% THD) |
| Stroomverbruik | 120 W (standby minder dan 0,25 W) |
| Frequentierespons (LINE) | 5 Hz – 100 kHz (+0 dB – -3 dB) |
| Signaal-ruisverhouding (LINE) | 100 dB |
| Signaal-ruisverhouding (PHONO) | 90 dB |
| Ingangen | PHONO (MM), AUX, MD, TAPE, D.AUDIO (digitaal optisch/coaxiaal) |
| Uitgangen | MD, TAPE (analoog), hoofdtelefoon (3,5 mm) |
| CD-speler | CD, CD-R, CD-RW, CD-EXTRA; 1-bit D/A converter, 8x oversampling |
| Tuner | FM/AM met RDS, 40 voorkeuzezenders |
| Luidsprekerimpedantie | 4 – 16 Ω |
| Toonregeling | Bas (BASS) en hoog (TREBLE), elk instelbaar -5 tot +5 dB |
| Balansregeling | Ja, per kanaal instelbaar |
| Extra functies | Source Direct, Dimmer, Mute, Timer (programmeerbaar + slaap), Auto Power Save |
| Afstandsbediening | Ja, model RC-RP0704E meegeleverd |
| Meegeleverde accessoires | AM-raamantenne, FM-binnenantenne, netsnoer, afstandsbediening, batterijen (R03 x2) |
| Onderhoud | Reinig met zachte, droge doek; geen vloeibare reinigingsmiddelen |
| Veiligheid | Klasse 1 laserproduct; netstekker uittrekken bij onweer of langdurig niet gebruiken |
Veelgestelde vragen - R-K1 KENWOOD
Gebruikersvragen over R-K1 KENWOOD
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Hi-Fi Systeem in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding R-K1 - KENWOOD en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. R-K1 van het merk KENWOOD.
GEBRUIKSAANWIJZING R-K1 KENWOOD
Alvorens het apparaat op het stopcontact aan te sluiten
Let op : Om veilige bediening te waarborgen, dient deze bladzijde zorgvuldig te worden doorgelezen.
De spanningsvereiste van het toestel zijn zoals hieronder aangegeven.
Europa en Groot-Brittannië ....alleen 230 V wisseletroom
Batterij niet Weggooien, maar Inleveren als KCA

Informatie over het weggooien van elektrische en elektronische apparatuur (particulieren)

Dit symbool geeft aan dat gebruikte elektrische en elektronische producten niet bij het normale huishoudelijke afval mogen.
Lever deze producten in bij de aangewezen inzame - lingspunten, waar ze gratis worden geaccepteerd en op de juiste manier worden verwerkt, teruggewonnen en hergebruikt.
Voor inleveradressen zie www.nvmp.nl, www.ictmilieu.nl, www.stibat.nl.
Wanneer u dit product op de juiste manier als afval in levert, spaart u waardevolle hulpbronnen en voorkomt u potentiële negatieve gevolgen voor de volksgezondheid en het milieu, die anders kunnen ontstaan door een onjuiste verwerking van afval.
Veiligheidsmaatregelen
WAARSCHUWING: STEL HET APPARAAT NIET BLOOT AAN REGEN OF VOCHT OM BRAND OF EEN GEVAARLIJKE ELEKTRISCHE SCHOK TE VOORKOMEN.

CAUTION
RISK OF ELECTRIC SHOCK DO NOT OPEN

LET OP: VERWIJDER HET DEKSEL (OF DE ACHTERKANT) NIET OM EEN ELEKTRISCHE SCHOK TE VOORKOMEN. IN HET INWENDIGE ZIJN GEEN DOOR DE GEBRUIKER REPAREERBARE ONDERDELEN AANWEZIG. LAAT ALLE REPARATIES OVER AAN HIERTOE BEVOEGDE PERSONEN.

TEEN BLIKSEMPIJL IN EEN GELIJKZIJDIGE DRIEHOEK BETEKENT DE AANWEZIGHEID VAN NIET GEISOLEERDE"GEVAARLIJKE SPANNINGEN" IN HET INWENDIGE VAN HET APPARAAT. DEZE SPANNIN GEN KUNNEN ZO GROOT ZIJN DAT ZE HET GEVAAR VAN EEN ELEKTRISCHE SCHOK OPLEVEREN

EEN UITROEPTEKEN IN EEN GELIJKZIJDIGE DRIEHOEK MAAKT DE GEBRUIKER EROP ATTENT DAT ER BELANGRIJKE BEDIENING/ONDERHOUDSINFORMATIE IN DE BIJGEVOEGDE LITERATUUR IS.
Laserproductmarkering
Deze markering geeft aan dat dit product is ingedeeld in Laserproduct-klasse 1. Dit betekent dat er geen gevaar bestaat voor gevaarlijke stralen buiten het product.
Locatie: Achterpaneel

Let op : Om veilige bediening te waarborgen, dient deze bladzijde zorgvuldig te worden doorgelezen.
Lees de instructies – Lees alle veiligheids- en bedieningsinstructies voordat u het product in gebruik neemt.
Bewaar de instructies – U dient de veiligheids- en bedieningsinstructies te bewaren zodat u er later nog eens iets in kunt opzoeken.
Neem alle waarschuwingen in acht – U moet alle waarschuwingen op het apparaat en in de handleiding in acht nemen.
Volg de instructies op – Alle bedieningsinstructies moeten worden opgevolgd.
-
Schoonmaken – Haal de stekker van dit product uit het stopcontact voor u het gaat schoonmaken. Gebruik geen vloeibare reinigingsmiddelen of sprays. Gebruik een vochtige doek om het product schoon te maken.
-
Hulpstukken – Gebruik geen hulpstukken die niet door de fabrikant worden aanbevolen; deze kunnen risico's met zich meebrengen.
-
Water en vocht – Stel dit product niet bloot aan druipend of spattend water – bijvoorbeeld bij een badkuip, wasbak, aanrecht of wastobbe, of in een vochtige kelder, of in de buurt van een zwembad of op een soortgelijke plek. Zet geen voorwerpen met vloeistoffen, zoals een bloemenvaas, op het toestel.
-
Accessoires – Plaats dit product niet op een wankel karretje, standaard, statief of tafel. Het product zou dan kunnen vallen en ernstig letsel toebrengen aan een kind of een volwassene,

kunnen worden. Gebruik uitsluitend een kar, standaard, statief, steunbeugel of tafel die door de fabrikant wordt aanbevolen. Bevestigen van het product dient te geschieden in overeenstemming met de instructies van de fabrikant en met behulp van bevestigingstoebehoren zoals aanbevolen door de fabrikant. Wees zeer voorzichtig bij het verplaatsen van een combinatie van dit product en een kar. Abrupt stoppen, te hard duwen en ongelijke oppervlakken kunnen de combinatie van dit product en de kar doen kantelen.
-
Ventilatie – De openingen in de ombouw van het apparaat dienen voor de ventilatie en zorgen dat het toestel niet door oververhitting verkeerd zou kunnen gaan functioneren. De openingen in de behuizing mogen in geen geval worden geblokkeerd door het product op een bed, bank, tapijt of iets dergelijks te zetten. Dit product mag niet worden ingebouwd in bijvoorbeeld een boekenkast of rek, behalve wanneer er gezorgd wordt voor voldoende ventilatie, of wanneer de instructies van de fabrikant zijn opgevolgd.
-
Stroomvoorziening – Dit product mag alleen worden gebruikt met het type stroombron dat staat aangegeven op het product zelf. Raadpleeg uw leverancier of het plaatselijke elektriciteitsbedrijf indien u niet zeker bent van het type stroomvoorziening in uw huis.
-
Beschermen van het netsnoer – Leg het netsnoer zo dat er niet over gelopen wordt en zo dat het snoer niet ergens tussen of onder bekneld kan raken, waarbij er speciaal gelet moet worden op de aansluitpunten bij stekkers, bij stopcontacten en het punt waar het snoer het product verlaat.
-
Bliksem – Om dit product extra te beschermen tijdens onweer, of wanneer u het langere tijd niet zult gebruiken, dient u de stekker uit het stopcontact te halen en de antenne of kabelaansluiting los te koppelen. Dit voorkomt beschadiging van het product bij blikseminslag en stroompieken.
-
Overschrijding – Overschrijd de capaciteit van stopcontacten, stekkerdozen, verlengsnoeren, etc. niet daar dit kan resulteren in brand of een elektrische schok.
-
Voorwerpen en vloeistof in het product – Steek geen voorwerpen in het product via de openingen in de behuizing, want deze zouden binnenin onderdelen kunnen raken of kortsluiten die onder hoogspanning staan, hetgeen zou kunnen leiden tot elektrische schokken of brand. Mors in geen geval vloeistof op het product.
- Reparatie – Probeer in geen geval dit product zelf te repareren, want openen of verwijderen van de behuizing kan u blootstellen aan gevaarlijk hoge spanningen of andere gevaren. Laat alle werkzaamheden over aan bevoegd servicepersoneel.
- Schade die reparatie behoeft – Haal de stekker van het product uit het stopcontact en laat het product repareren door bevoegd servicepersoneel onder de volgende omstandigheden:
a) Als het netsnoer of de stekker is beschadigd,
b) Als er vloeistof is gemorst, of als er voorwerpen in het product terecht zijn gekomen,
c) Als het apparaat blootgesteld is aan regen of water,
d) Als het product niet naar behoren functioneert zoals beschreven in de handleiding.
e) Als het product is gevallen of op een andere manier beschadigd is,
f) Wanneer de prestaties van het product merkbaar verslechteren.
g) Wanneer u iets vreemds ruikt of rook uit het product ziet komen.
- Veiligheidstest – Na reparatie of onderhoud van dit apparaat, dient u een veiligheidstest door het onderhoudspersoneel te laten uitvoeren, zodat u kunt controleren dat het apparaat juist functioneert.
- Veiligheidscontrole – Vraag het onderhoudspersoneel om na de onderhouds- of reparatiewerkzaamheden een veiligheidscontrole uit te voeren, zodat u zeker weet dat het product juist en veilig functioneert.
- Wand- of plafondmontage – Dit product mag alleen op de door de fabrikant aanbevolen manier aan de wand of het plafond worden bevestigd.
- Warmte – Plaats dit product niet in de buurt van warmtebronnen zoals radiatoren, verwarmingsroosters, kachels of andere toestellen die warmte produceren. Zet geen brandende voorwerpen, zoals kaarsen of lampionnen op of in de buurt van het product.
- Elektriciteitskabels – Buitenantennes dienen uit de buurt van elektriciteitkabels, andere elektrische circuits of spanningcircuits te worden geïnstalleerd. Let tevens op dat de antenne niet op deze kabels of circuits kan vallen.Voorkom fatale schokken en let op bij het installeren van antennes dat u geen hoogspanningskabels, elektriciteitkabels en circuits aanraakt.
Meer over deze gebruiksaanwijzing
Deze handleiding bestaat uit vier delen, namelijk Voorbereidingen, Basisbediening, Extra Toepassingen en Kennis.
Voorbereidingen
In dit gedeelte wordt beschreven hoe u andere audio-apparatuur kunt aansluiten en hoe de diverse onderdelen van het systeem heten. De verbindingen met bepaalde audiocomponenten kunnen soms aardig ingewikkeld worden. Lees dit gedeelte daarom zorgvuldig door voor u de aansluitingen gaat maken.
Basisbediening
In dit gedeelte wordt beschreven wat u moet doen om de basisfuncties, zoals het afspelen van muziek, te bedienen.
Extra Toepassingen
In dit gedeelte wordt beschreven wat u moet doen om de extra functies, zoals bijvoorbeeld de geprogrammeerde weergave van muziek, te bedienen.
Kennis
In dit gedeelte kunt u nuttige informatie vinden, zoals "Oplossen van problemen" en de "Specificaties".
Accessoires
Controleer of alle accessoires in de verpakking aanwezig zijn.
AM-raamantenne
(x 1)

FM-binnenantenne
(x 1)

Netsnoer
(x 1)

Afstandsbediening (RC-RP0704E x 1)

Batterijen voor
de afstandsbediening (R03 x 2)

Als accessoires ontbreken of het toestel beschadigd is of niet werkt, brengt u de dealer hiervan onmiddellijk op de hoogte. Als het toestel rechtstreeks naar u werd verzonden, brengt u de afzender hiervan onmiddellijk op de hoogte. Kenwood raadt u aan de originele doos en het verpakkingsmateriaal te bewaren voor het geval dat u het toestel later dient te verplaatsen of te verzenden. Bewaar deze handleiding binnen handbereik zodat u ze later kunt raadplegen.
Kenmerken van het systeem
Audiosysteem voor een nieuwe generatie, met indrukwekkende CD-weergave
■ "Supreme EX" voor wonderschone weergave van de muziekgegevens van CD's
Zeer accurate interpolatie van muzieksignalen tot 20 kHz tot een zeer groot bereik van signalen tot 40 kHz.
Links/rechts onafhankelijke D/A converters voor natuurgetrouwe reproductie van de meest delicate sfeerbepalende onderdelen van concertzalen.
Geavanceerde technologie voor natuurgetrouwe versterking van muzieksignalen door het grondig elimineren van storende ruis
Ontwerp met gescheiden schakelingen om te voorkomen dat muzieksignalen in kwaliteit achteruit gaan:
Het mechanische blok, het digitale blok en het analoge blok zijn gescheiden om te voorkomen dat interactie tussen deze blokken een effect heeft op de geluidskwaliteit. Bovendien wordt voor de analoge signalen gebruik gemaakt van onafhankelijke schakelingen voor de linker- en rechterkanalen om te voorkomen dat deze elkaar beïnvloeden ("crosstalk").
Configuratie met drie transformatoren voor een stabiele stroomvoorziening:
Dit toestel is uitgerust met onafhankelijke stroomtransformatoren voor de versterkerschakelingen, de CD-mechanisme-/digitale converterschakelingen en de bedieningsschakelingen. Een ringvormige stroomtransformator voor een stabiele stroomvoorziening wordt gebruikt voor de versterkerschakelingen die het hoogste vermogen nodig hebben. De laatste trap van de versterkerschakelingen maakt gebruik van TRAIT technologie, hetgeen zorg draagt voor een uitstekende temperatuurgevoeligheid, voor rijkere lage tonen en een uitgebreid bereik in de hoge tonen.
Speciaal voor CD-weergave bedoelde directe schakelingen:
De speciaal voor CD-weergave bedoelde directe schakelingen geven de muzieksignalen van de CD door naar de versterker via de kortst mogelijke route door onder meer de toonregeling volledig te passeren.
Inhoud
⚠️ Voor uw veiligheid dient u de items met deze markering aandachtig te lezen.
Voorbereiding
Alvorens het apparaat op het stopcontact aan te sluiten 2
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN . 3
Meer over deze gebruiksaanwijzing 4
Accessoires 4
Kenmerken van het systeem 4
Inhoud 5
Aansluitingen 6
Aansluiten van de antennes 6
Aansluiten van de luidsprekers 7
Aansluiten van een digitale audiospeler 8
Aansluiten van andere apparatuur (los verkrijgbaar) ....9
Bedieningsorganen, aansluitingen en aanduidingen ....10
Hoofdtoestel 10
Afstandsbediening 11
Batterijen in de afstandsbediening plaatsen .....12
Gebruik 12
Instellen van de tijd 13
Basisbediening
Basisbediening 14
Luisteren via een hoofdtelefoon 15
Toonregeling (BASS/TREBLE) 15
Instellen van de balans tussen de luidsprekers (BALANCE) 16
Tijdelijk uitschakelen van de geluidsweergave (MUTE) 16
Instellen van de helderheid van het display (DIMMER) 16
Verbeteren van de geluidskwaliteit (SOURCE DIRECT) 16
CD-weergave 17
Tijdelijk pauzeren van de weergave 18
Stoppen van de weergave 18
Overslaan van een fragment 18
De weergave laten beginnen vanaf een bepaald fragment ....18
Versnelde weergave vooruit of achteruit (snelzoeken) 19
Omschakelen van de op het display getoonde tijd-informatie 19
Omschakelen van de getoonde informatie .....19
Weergave van een digitale audiospeler .....20
Bedienen van de digitale audiospeler ....20
Tijdelijk pauzeren van de weergave ....20
Stoppen van de weergave 21
Overslaan van een fragment: 21
Versnelde weergave vooruit of achteruit (snelzoeken) 21
Overslaan van een map 21
Omschakelen van de getoonde informatie .....21
Regelen van het ingangsniveau van de digitale audiospeler..22
Radio-ontvangst 23
Radio-ontvangst 23
Zenders automatisch voorinstellen (Auto Memory) 24
Handmatig zenders voorprogrammeren (Manual Preset) 25
Afstemmen op een voorkeuzezender 25
RDS (radiogegevenssysteem) 26
PS-display (programmaservicenaam) 26
Zoeken naar een gewenst programmatype (PTY search) 26
Wisselen tussen de displays 27
Gebruik
Weergave van fragmenten in een door u bepaal- de volgorde (geprogrammeerde weergave) .....28
Stoppen van de weergave 29
Fragmenten toevoegen 29
Wissen van geprogrammeerde fragmenten .....29
Weergave in herhaalde cyclus (herhaalde weergave) ....30
Herhalen van de hele CD of van één of meer fragmenten 30
Herhalen geprogrammeerde weergave ....30
Weergave van fragmenten in een willekeurige volgorde (willekeurige weergave) ....31
Tijdens weergave een ander fragment selecteren 31
Uitschakelen van de willekurige weergavefunctie 31
Regelen van de ingangsniveaus van externe componenten 32
Omschakelen van de getoonde informatie ....32
Bediening van de timer 33
Gebruiken van de programmatimer ....33
Opnieuw inschakelen/uitschakelen van een programmatimer ....36
Instellen van de slaaptimer (SLEEP) 36
Gebruiken van de spaarstand (AUTO POWER SAVE: A.P.S.) 36
Meer informatie
Ter kennisgeving 37
CD's hanteren 37
Verzorging en opslag 37
Let op voor vervoer of verplaatsing 37
Oplossen van problemen ....38
De microcomputer terugstellen ....38
Meldingen 39
Specifications 40

LET OP
Neem de volgende waarschuwingen in acht wanneer u het systeem plaatst. Door onvoldoende warmte-uitstraling kan interne warmte worden ontwikkeld en een storing of gevaar voor brand worden veroorzaakt.
- Plaats geen voorwerp op het systeem dat de warmte-uitstraling kan belemmeren.
- Houd u aan de hieronder opgegeven afstanden rond de behuizing van het hoofdtoestel.
Bovenkant: 50 cm of meer
Zijkant: 10 cm of meer
Achterkant: 10 cm of meer
Plaats het systeem zodat de netuitgang gemakkelijk bereikbaar is voor de gebruiker en trek onmiddellijk het netsnoer uit de netuitgang in geval van een probleem.
Houd er rekening mee dat de voeding naar het systeem niet volledig wordt uitgeschakeld door eenvoudig de spanningstoets uit te schakelen.
Als u de voeding volledig wilt uitschakelen, moet u het netsnoer uittrekken.
Let op voor het aansluiten
Steek het netsnoer pas in de netuitgang nadat alle andere aansluitingen zijn gemaakt. Voordat u een aangesloten snoer of kabel losmaakt, moet u eerst de spanningstoets uitschakelen en het netsnoer uit de netuitgang trekken.
Storing van de microcomputer
Als u de juiste aansluitingen hebt gemaakt en het systeem niet naar behoren werkt of het display verkeerde informatie toont, moet u de microcomputer terugstellen. Zie hiervoor "De microcomputer terugstellen". (zie blz. 38)
Aansluiten van de antennes
Ontvangst is niet mogelijk, tenzij de antennes zijn aangesloten. Sluit de antennes op juiste wijze aan, zoals hieronder is aangegeven.
AM-raamantenne
De meegeleverde AM-antenne is een binnenantenne. Plaats ze zo ver mogelijk van het hoofdtoestel, het TV-toestel, de luidsprekersnoeren en het netsnoer en oriënteer ze in de richting waarin de ontvangst optimaal is.
Aansluiten van het snoer van de AM-ringantenne
⑦ Druk het hen-
deltje omlaag

② Steek het snoerin de aansluiting

③ Druk het hen-
deltje terug

FM-buitenantenne (in de handel verkrijgbaar)
Voor een betere FM-ontvangst kunt u het beste een FM-buiten-antenne gebruiken. Gebruik een coaxiale kabel van 75 Ω, leid deze naar binnen en sluit aan op de FM-aansluiting voor [FM 75 Ω]. Verwijder de eenvoudige FM-binnenantenne nadat u de buiten-antenne hebt aangesloten.

Let op voor het plaatsen van de buitenantenne
Aangezien het plaatsen van de antenne kennis en ervaring vereist, dient u vóór de plaatsing altijd uw dealer te raadplegen. Plaats de antenne op een afstand van de stroomverdelingskabels verwijderd. Anders, kan zich een elektrisch schokongeval voordoen als de antenne neer valt.
![graph TD A["Plaats in de groef."] --> B["AM-raamantenne (toebehoren)"] B --> C["Bevestig de antenne op de steun"] C --> D["FM-binnenantenne (toebehoren)"] D --> E["FM-buitenantenne (in de handel verkrijgbaar)"] E --> F["Antenna"] F --> G["AM"] F --> H["GND"] F --> I["FM 75Ω"] F --> J["PEEKERS14-76I"…](/content/2026/06/1156625/images/081694d3276b0cd97981bd50796e39536b2073f58189836174689ba4fb2ab0e0.jpg)
FM-binnenantenne
De meegeleverde FM-antenne is een eenvoudige binnenantenne en alleen bestemd voor tijdelijk gebruik. Voor een stabiele ontvangst van FM-zenders is het aanbevolen een buitenantenne (in de handel verkrijgbaar) te gebruiken. Verwijder de eenvoudige antenne nadat u de buitenantenne hebt aangesloten.
Aansluiten van het snoer van de FM-binnenantenne
① Sluit de antenne op de antenne-aansluiting aan
② Zoek naar de stand van de antenne met de beste ontvangst
③ Maak de antenne in de gevonden stand vast
Aansluiten van de luidsprekers
Sluit de luidsprekers aan zoals hieronder staat aangegeven.
![graph TD A["Rechterluidspreker Linkerluidspreker"] --> B["Netsnoer (toebehoren)"] B --> C["Verbind het netsnoer correct met de [AC IN"] aansluiting op het achterpaneel van het systeem en steek de stekker netjes in het stopcontact.] C --> D["SPEAKERS(4-16Ω) R"] C --> E["SPEAKERS(4-16Ω) L"] D --> F["L…](/content/2026/06/1156625/images/c8eebe15a3d18247317b3577147a64970c217c92f3ce58912eb0f06b40d55317.jpg)
Aansluiten van de luidsprekersnoeren
⑦ Verwijder een stuk van de isolatie
② Druk het hendeltje omlaag


③ Steek het snoer in de aansluiting
4 Druk het hendeltjeterug


- Wees voorzichtig dat u de - en + stroomdraden van het luidsprekersnoer niet kortsluit.
- Als u bij het aansluiten van het luidsprekersnoer de + en – polen verwisselt, is het weergegeven geluid onnatuurlijk en worden de muzikale instrumenten onduidelijk geplaatst.
- Sluit elke aansluitingskabel stevig aan. Onvolledige aansluiting kan verlies van geluidsweergave tot gevolg hebben of ruis veroorzaken.
- Het magnetisch veld van de luidsprekers kan de kleuren op een TV- of PC-scherm in de buurt verstoren. Plaats de luidsprekers altijd op een afstand van een TV of PC verwijderd.
Aansluiten van een digitale audiospeler
![graph TD A["Antenna"] --> B["AC IN"] B --> C["FM 75.4"] C --> D["D. AUDIO IN"] D --> E["AUDIO IN"] F["SPEAKERS(4-10.6)"] --> G["+"] H["SPEAKERS(4-10.6)"] --> I["+"] J["Audio IN"] --> K["Speciale kabel"] J --> L["Stereo ministekkerkabel (in de handel verkrijgbaar)"] K --> M["Speler die geschikt is vo…](/content/2026/06/1156625/images/af2c147de7000fe18a41e9c405e1b26a64b143bcd9628e6f9b1dea02d7f39071.jpg)
- Voordat u verwante systeemproducten aansluit, dient u hun gebruikshandleidingen te lezen.
- Sluit elke aansluitingskabel stevig aan. Onvolledige aansluiting kan verlies van geluidsweergave tot gevolg hebben of ruis veroorzaken.
- Na gebruik van de digitale audiospeler moet u niet vergeten het verbindingssnoer los te koppelen van de [D.AUDIO IN] aansluiting op het achterpaneel van dit systeem.
Aansluiten van andere apparatuur (los verkrijgbaar)
Digitale component 1 Cassette DigitMDcomproblent 2
![graph TD A["Optisch digitale audio IN"] --> B["Coaxiaal digitale audio IN"] C["Optisch digitale audio UIT"] --> B D["Audio IN Audio UIT Audio IN Audio UIT"] --> E["TAPE MD"] F["Audio UIT Audio UIT Audio UIT"] --> E G["Platenspeler (MM)"] --> H["Audio UIT"] I["Aarding (GND)"] --> H J["De aardeaanslui…](/content/2026/06/1156625/images/a5d161157047774a876e3e7706bdcf94812d97f576b03a992536942bdc0f7734.jpg)
- Sluit platenspelers met equalizer-versterker, aan op de [AUX IN] aansluitingen.
- Platenspelers met Moving Coil (MC) cartridge kunnen niet rechtstreeks op dit model worden aangesloten. Gebruik een speciale versterker en equalizer en verbind deze met de [AUX IN] aansluitingen.
Opmerkingen met betrekking tot de kortsluitpin op de [PHONO IN] aansluitingen
- Het sy steem wordt geleverd met een kortsluitpin in de [PHONO IN] aansluitingen. Als u een analoge platenspeler of draaitafel wilt aansluiten, dient u de kortsluitpin te verwijderen en netjes te bewaren zodat u hem niet kwijtraakt.
-
Doe de kortsluitpin in geen geval in een uitgangsaansluiting.
-
Voordat u verwante systeemproducten aansluit, dient u hun gebruikshandleidingen te lezen.
- Sluit elke aansluitingskabel stevig aan. Onvolledige aansluiting kan verlies van geluidsweergave tot gevolg hebben of ruis veroorzaken.
- Als u bij het aansluiten van het luidsprekersnoer de + en – polen verwisselt, is het weergegeven geluid onnatuurlijk en worden de muzikale instrumenten onduidelijk geplaatst.
Bedieningsorganen, aansluitingen en aanduidingen
Hoofdtoestel

1 INPUT SELECTOR draaiknop (Zie bladzijde 14.)
Draai aan deze knop om de gewenste signaalbron te selecteren.
② CD-lade (Zie bladzijde 17.)
③ Sensor voor de afstandsbediening (Zie bladzijde 12.)
4 CD-lade open/dicht (▲) toets (Zie bladzijde 17.)
Druk hierop om de CD-lade open of dicht te doen.
⑤ VOLUME draaiknop (Zie bladzijde 14.)
Gebruik deze toetsen om het volume in te stellen.
6 ▶/II/BAND toets (Zie de bladzijden 18, 20 en 23.)
→ Wanneer de [TUNER] (radio) als signaalbron is geselecteerd: Druk op deze toets om over te schakelen naar de andere radioband (FM/AM).
→ Wanneer de [CD] of [D.AUDIO] als signaalbron is geselecteerd: Druk op deze toets om heen en weer te schakelen tussen weergave en pauze.
7 ■/TUNING MODE toets (Zie de bladzijden 18, 21 en 23.)
→ Wanneer de [TUNER] (radio) als signaalbron is geselecteerd: Druk op deze toets om heen en weer te schakelen tussen automatisch afstemmen (automatisch/stereo-ontvangst) en mono afstemmen (handmatig/mono-ontvangst).
→ Wanneer de [CD] of [D.AUDIO] als signaalbron is geselecteerd: Druk op deze toets om de weergave te stoppen.
→ Wanneer het toestel uit (standby) staat: Druk op deze toets om de tijd of dag aan te laten geven.
8 |◀◀/◀◀,▶▶/▶▶|, P.CALL/TUNING toetsen (Zie de bladzijden 18, 19, 21 en 23.)
→ Wanneer de [TUNER] (radio) als signaalbron is geselecteerd: Druk op deze toets om een voorkeurzender op te roepen of een radiozender te selecteren.
→ Wanneer de [CD] of [D.AUDIO] als signaalbron is ge- selecteerd: Druk op deze toets om een fragment over te slaan of op te zoeken (door versnelde weergave vooruit of achteruit). (Houd de toets tenminste 1 seconde ingedrukt voor versnelde weergave (zoeken) in de bij de toets beho- rende richting. Druk de toets kort in om het fragment in de bij de toets behorende richting over te slaan.)
9 Aan/uit toets (Zie bladzijde 14.)
Druk op deze toets om het systeen aan of uit (standby) te zetten.
10 Uit (standby) indicator (Zie bladzijde 14.)
Rood: Wanneer het toestel gewoon uit (standby) staat.
Oranje: Wanneer het toestel in de timerstand staat.
Zie "Oplossen van problemen" (Zie bladzijde 38.) als deze indicator knippert.
17 DIRECT toets/CD en SOURCE indicators (Zie bladzijde 16.)
Druk op deze toets om de CD/SOURCE DIRECT functies aan of uit te zetten.
12 PHONES aansluiting (Zie bladzijde 15.)
Hierop kunt u desgewenst een hoofdtelefoon aansluiten.
Standby-modus
Wanneer de standby indicator is opgelicht, wordt een kleine hoeveelheid stroom aan het systeem geleverd voor de backup van het geheugen. Deze status wordt standby-modus genoemd. In deze modus kan het systeem ingeschakeld de afstandsbediening worden uitgeschakeld.
Afstandsbediening
De toetsen op de afstandsbediening die dezelfde naam hebben als de toetsen op het toestel zelf, werken ook op dezelfde manier. De toets met een sterretje (*) zult u alleen aantreffen op de afstandsbediening.

⑦ PHONO, MD, TAPE, AUX, D-IN 1 en D-IN 2 toetsen* (Zie bladzijde 14.)
Druk op één van deze toetsen om de gewenste externe signaalbron te selecteren.
② Cijfertoetsen* (Zie de bladzijden 18, 25 en 28.)
→ Wanneer de [TUNER] (radio) als signaalbron is geselecteerd: Gebruik deze toetsen om een voorgeprogrammeerde radiozender op te roepen (Preset Call).
→ Wanneer de [CD] als signaalbron is geselecteerd: Gebruik deze toetsen om een fragmentnummer of programmanummer te selecteren.
③ P.MODE toets* (Zie bladzijde 28.)
Druk hierop om heen en weer te schakelen tussen normale weergave en geprogrammeerde weergave (weergave van fragmenten in een door uzelf bepaalde volgorde).
RANDOM toets* (Zie bladzijde 31.)
Druk hierop voor willekeurige weergave (waarbij de fragmenten op een CD in een willekeurige volgorde worden weergegeven).
REPEAT toets* (Zie bladzijde 30.)
Druk hierop voor herhaalde weergave (waarbij een of meer fragmenten op een CD steeds zullen worden herhaald).
④ Toetsen voor de instelfunctie
(Zie de bladzijden 13, 22, 24, 32, 33 en 36.)
MODE toets*
Deze toets ww gebruikt bij diverse instellingen, zoals het automatisch voorprogrammeren van radiozenders en het instellen van de timer.
Multi-control (△, ▽, ◀, ▷) toetsen
Gebruik deze toetsen om het in te stellen onderdeel te selecteren.
ENTER toets*
Druk op deze toets om een instelling te openen of in te voeren.
⑤ AUTO/MONO toets (Zie bladzijde 23.)
→ Wanneer de [TUNER] (radio) als signaalbron is geselecteerd: Druk op deze toets om heen en weer te schakelen tussen automatisch afstemmen (automatisch/stereoontvangst) en mono afstemmen (handmatig/mono-ontvangst).
⑥ TUNER/BAND toets (Zie bladzijde 23.)
Druk hierop om de [TUNER] (radio) als signaalbron te selecteren.
→ Wanneer de [TUNER] (radio) als signaalbron is geselecteerd: Druk op deze toets om over te schakelen naar de andere radioband (FM/AM).
CD ▶/II toets (Zie bladzijde 18.)
Druk hierop om de [CD] als signaalbron te selecteren.
→ Wanneer de [CD] als signaalbron is geselecteerd: Druk op deze toets om heen en weer te schakelen tussen weergave en pauze.
D.AUDIO ▶/II toets (Zie bladzijde 20.)
Druk hierop om [D.AUDIO] (digitale audio) als signaalbron te selecteren.
→ Wanneer de [D.AUDIO] als signaalbron is geselecteerd: Druk op deze toets om heen en weer te schakelen tussen weergave en pauze.
■ toets (Zie de bladzijden 18 en 21.)
→ Wanneer de [CD] of [D.AUDIO] als signaalbron is geselecteerd: Druk op deze toets om de weergave te stoppen.
→ Wanneer het toestel uit (standby) staat: Druk op deze toets om de tijd of dag aan te laten geven.
⑦ P.CALL/ |◀◀, ▶▶|toetsen (Zie de bladzijden 18, 21 en 25.)
→ Wanneer de [TUNER] (radio) als signaalbron is geselecteerd: Druk hierop om een voorgeprogrammeerde radiozender op te roepen (Preset Call).
→ Wanneer de [CD] als signaalbron is geselecteerd: Druk op deze toets om een fragment over te slaan.
→ Wanneer de [D.AUDIO] als signaalbron is geselecteerd:
Druk op deze toets om een fragment over te slaan of op te zoeken (door versnelde weergave vooruit of achteruit).
TUNING/◄◄, ►► toetsen (Zie de bladzijden 19 en 23.)
→ Wanneer de [TUNER] (radio) als signaalbron is geselecteerd: Druk op deze toets om een frequentie te selecteren.
→ Wanneer de [CD] als signaalbron is geselecteerd:
Druk op deze toets om een fragment op te zoeken (door versnelde weergave vooruit of achteruit).
⑧ BASS △, ▽ toetsen* (Zie bladzijde 15.)
Druk hierop om de versterking van de lage tonen (Bass) te regelen.
TREBLE △, ▽ toetsen* (Zie bladzijde 15.)
Druk hierop om de versterking van de hoge tonen (Treble) te regelen.
⑨ Aan/uit toets (Zie bladzijde 14.)
Druk op deze toets om het systeen aan of uit (standby) te zetten.
10 DIMMER toets* (Zie bladzijde 16.)
Druk hierop om de helderheid van het display in te stellen.
11 TIMER toets* (Zie bladzijde 36.)
Druk hierop om de programmatimer in te stellen.
12 SLEEP toets* (Zie bladzijde 36.)
Druk op deze toets om de slaaptimer in te stellen.
13 TIME toets* (Zie bladzijde 19.)
Druk op deze toets om de tijdgegevens die voor een CD worden weergegeven op het display om te schakelen.
PTY toets* (Zie bladzijde 26.)
Druk op deze toets om de PTY-modus in te gaan.
14 DISPLAY toets* (Zie de bladzijden 19, 21, 27 en 32.)
Druk hierop om de op het display weergegeven informatie om te schakelen.
15 CLEAR toets* (Zie de bladzijde 29.)
Gebruik deze toetsen om een programmanummer te wissen.
16 OPEN/CLOSE ▲ toets (Zie bladzijde 17.)
Druk hierop om de CD-lade open of dicht te doen.
⑰ MUTE toets* (Zie bladzijde 16.)
Druk op deze toets om de geluidsweergave tijdelijk uit te schakelen.
18 VOLUME (△, ▽) toetsen* (Zie bladzijde 14.)
Druk op deze toetsen om het volume in te stellen.
19 DIRECT toets (Zie bladzijde 16.)
Druk op deze toets om de CD/SOURCE DIRECT functies aan of uit te zetten.
20 FOLDER PREV., NEXT toetsen* (Zie bladzijde 21.)
→ Wanneer de [D.AUDIO] als signaalbron is geselecteerd: Gebruik deze toetsen om een map te selecteren op een Kenwood digitale audiospeler.
21 BALANCE ◀, ▷ toetsen* (Zie bladzijde 16.)
Gebruik deze toetsen om de balans tussen de luidsprekers in te stellen.
Batterijen in de afstandsbediening plaatsen
① Verwijder de afdekking

2 Plaats de batterijen

- Steek twee R03 batterijen met de polen in de juiste richting in het vak.
Gebruik

Steek het netsnoer van het systeem in een netuitgang en druk op de spanningstoets van de afstandsbediening om het systeem in te schakelen.
Nadat het systeem is ingeschakeld, drukt u op de gewenste bedieningstoets.
- De bijgeleverde batterijen dienen voor het controleren van de werking.
- De levensduur van deze batterijen is mogelijk korter dan nor -maal.
- Vervang beide batterijen door nieuwe indien het bereik van de afstandsbediening kleiner wordt.
- Het systeem wordt mogelijk gestoord als de afstandsbedie ningssensor is blootgesteld aan direct zonlicht of het licht van een fluorescentielamp in een lichtsysteem met hoge frequentie (invertersysteem, enz.). In dit geval wijzigt u de opstelling van het systeem om storing te voorkomen.
Instellen van de tijd
Het systeem beschikt over een klok. Omdat deze klok gebruikt wordt door de timer, dient u de juiste tijd in te stellen voor u het systeem gaat gebruiken.
Voorbereidingen
Druk op de aan/uit toets om het systeem aan te zetten.

: Toetsen en bedieningsorganen die bij deze handeling worden gebruikt.
1 Schakel de instelfunctie voor de juiste tijd in.


① Druk op de MODE toets

- De dag van de week gaat knipperen op het display.
2 Stel de juiste dag en de juiste tijd in



Om bijvoorbeeld maandag 20:45 (8:45 AM (s ochtends)) in te stellen:


- Druk op de ENTER toets om uw instelling voor de weekdag de - finitief te maken. De uren beginnen nu te knipperen.


- Druk op de ENTER toets om uw instelling voor de uren defini tief te maken. De minuten beginnen nu te knipperen.
- Als u per ongeluk op ENTER drukt, kunt u met de multi-control (◀) toets terugkeren naar het vorige onderdeel en de instelling corrigeren.

- Druk op ENTER aan de hand van een tijdsignaal om de tijd zo precies mogelijk in te stellen.
- Druk op de ■/TUNING MODE toets terwijl het systeem uit (standby) staat om de huidige tijd en eventuele timerinstellingen ongeveer 5 seconden lang op het display te laten verschijnen.

: Toetsen en bedieningsorganen die bij deze handeling worden gebruikt.
1 Zet het systeem aan

Met elke druk op de toets kunt u heen en weer schakelen tussen de verschillende standen.
① Aan/uit (standby) indicator AAN: Het systeem staat UIT (standby).
② Aan/uit (standby) indicator UIT: Het systeem staat AAN.
- Het systeem kan ook aan worden gezet, en de weergave (radio- ontvangst) kan worden gestart door de TUNER/BAND , CD ▶/II, D.AUDIO ▶/II toets of één van de ingangskeuzetoetsen op de afstandsbediening (PHONO, MD, TAPE, AUX, D-IN 1, D-IN 2) in te drukken.
2 Selecteer de gewenste signaalbron

Door de knop te verdraaien zullen de signaalbronnen als volgt worden geselecteerd.
Bemonsteringsfrequentie van het ingangssignaal.
* Dit systeem is uitsluitend in staat PCM (32 kHz t/m 96 kHz) digitale signalen te reproduceren.
3 Laat de geselecteerde signaalbron spelen
4 Stel het volume in

- "CD-weergave" (Zie bladzijde 17.)
● "Radio-ontvangst" (Zie bladzijde 23.)

Volumedisplay
- Wanneer het volume op -30dB of hoger staat, kan het niveau in meer detail geregeld worden in stapjes van 0,5 (dB).
Luisteren via een hoofdtelefoon

⑦ Doe de stekker van uw hoofdtelefoon in de [PHONES] aansluiting

② Stel het volume in


Lager volume

Hoger volume
Toonregeling (BASS/TREBLE)
Instellen van de lage tonen:

Minder
versterken van
de lage tonen

Meer versterken
van de lage
tonen

Maak uw instellingen definitief.

Druk binnen 8 seconden
op deze toets
Instellen van de hoge tonen :

Minder
versterken van
de hoge tonen

Meer versterken
van de hoge
tonen

Maak uw instellingen definitief.

Druk binnen 8 seconden
op deze toets

- U kunt gebruik maken van een hoofdtelefoon met een stereo ministekker.
- Wanneer de stekker in de [PHONES] aansluiting wordt gedaan, zal er geen geluid meer worden geproduceerd via de luidspre-
Display bij het instellen van de lage tonen:

Aanduiding ingestelde niveau
- Druk kort op de BASS of TREBLE om het huidige niveau voor de versterking van de lage of hoge tonen te laten zien. (U kunt binnen 8 seconden nadat de aanduiding op het display is verschenen beginnen met instellen.)
- Het niveau kan worden ingesteld tussen -5 (dB) en +5 (dB) in stappen van 1 dB.
- Wanneer de SOURCE DIRECT functiie is ingeschakeld, wordt de toonregeling met de BASS en TREBLE toetsen buiten werking gesteld. (Zie bladzijde 16.)
Instellen van de balans tussen de luidsprekers (BALANCE)
![graph TD A["De balans naar links verschuiven"] --> B["BALANCE"] C["De balans naar rechts verschuiven"] --> D["Maak uw instellingen definitief"] D --> E["ENTER"] F["Druk binnen 8 seconden op deze toets"]](/content/2026/06/1156625/images/f5e05cc1575ea4f291a258d3461e3a7bb85c7acb7ebdf30419af945b2791d899.jpg)

- Druk kort op de BALANCE toets om de huidge instelling voor de balans tussen de luidsprekers te laten zien. (U kunt binnen 8 seconden nadat de aanduiding op het display is verschenen beginnen met instellen.)
- Wanneer u via een hoofdtelefoon luistert, zal de instelling voor de luidsprekerbalans buiten werking worden gesteld.
Tijdelijk uitschakelen van de geluidsweergave (MUTE)

Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① [MUTE] indicator AAN: De geluidsweergave is tijdelijk uitgeschakeld.

② [MUTE] indicator UIT: De geluidsweergave is gewoon ingeschakeld (MUTE functie uit).
- De geluidsweergave wordt hervat op hetzelfde volume als voorheen.
- U kunt de geluidsweergave ook weer laten hervatten door de volume-instelling te veranderen.
Instellen van de helderheid van het display (DIMMER)
De helderheid van het display kan op 3 niveaus worden ingesteld.

Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① Het display wordt minder licht.

② Het display wordt nog donkerder.
③ De "Dimmer" functie staat uit (geannuleerd).

Verbeteren van de geluidskwaliteit (SOURCE DIRECT)
De signalen van een CD of een externe signaalbron kunnen zo natuurgetrouw mogelijk worden gereproduceerd door de toonregeling (Bass en Treble instellingen) volledig te passeren.

Elke druk op deze toets verandert de selectie.
② [CD] of [SOURCE DIRECT] indicator UIT: De Source Direct functie is uitgeschakeld.
- Zet de Source Direct functie niet aan of uit terwijl u iets aan het opnemen bent.
- Wanneer de SOURCE DIRECT functiie is ingeschakeld, wordt de toonregeling met de BASS en TREBLE toetsen buiten werking gesteld.
Hieronder wordt beschreven hoe u de fragmenten op een CD kunt laten weergeven vanaf nummer 1, in de volgorde waarop deze op de schijf staan.

: Toetsen en bedieningsorganen die bij deze handeling worden gebruikt.
1 Selecteer de [CD] als signaalbron
![KENWOOD R-K1 - Selecteer de [CD] als signaalbron - 1](/content/2026/06/1156625/images/9597ed0aedaf5eedba27fcc0554458050d67214bc449c560e3569e5a2f8d8dc7.jpg)
![KENWOOD R-K1 - Selecteer de [CD] als signaalbron - 2](/content/2026/06/1156625/images/ae9f6fdccb70198f78111803844d23e8de7db4b61dc27d5f45e1975cc79478be.jpg)
- Als er al een disc in het systeem zit, kunt u met de CD ▶/II toets op de afstandsbediening de [CD] als signaalbron selecteren en de weergave laten beginnen.
2 Open de lade





3 Doe een CD in het toestel

- Wees voorzichtig dat u de kant van de schijf waar de opnamen op staan niet aanraakt.
- Leg in geen geval meer dan één CD op de lade om storingen te voorkomen.
- Plaats de CD op de juiste manier, netjes binnen de ronde uit - snede, op de CD-lade.
(Er kunnen zich storingen voordoen als de CD niet netjes op de lade ligt.) - Er kan ook een CD-single (8 cm CD) worden afgespeeld.
- In de handel verkrijgbare CD-single (8 cm) adapters kunnen niet worden gebruikt in dit systeem.
4 Doe de lade weer dicht


T P 8 4 C ≤1



5 Laat de weergave beginnen





Tijdelijk pauzeren van de weergave





- Met elke druk op deze toets schakelt u heen en weer tussen weergave en pauze.
Stoppen van de weergave




Overslaan van een fragment

/

▶▶/▶▶

Volgende
P.CALL/TUNING

Vorige

- Met elke druk op de toets slaat u het volgende fragment over in de richting die bij de toets hoort, tot u daarmee stopt, waarna het uiteindelijke fragment vanaf het begin zal worden weerge - geven.
- Als u één keer op de ◀◀◀ toets drukt terwijl er wordt afge speeld, springt de weergave terug naar het begin van het spelende fragment (nummer/muziekstuk) en zal dit vanaf het begin af aan opnieuw worden weergegeven.
De weergave laten beginnen vanaf een bepaald fragment












Gebruik de cijfertoetsen als volgt.
Om nummer [15] van de CD te selecteren:


Om nummer [20] van de CD te selecteren:


Versnelde weergave vooruit of achteruit (snelzoeken)

- Houd de gewenste toets tenminste 1 seconde ingedrukt tij dens weergave. De normale weergave wordt hervat zodra u de toets weer loslaat.
Omschakelen van de op het display getoonde tijdinformatie

Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① Verstreken tijd voor spelende nummer

② Resterende tijd voor spelende nummer

③ Verstreken tijd voor de hele CD

④ Resterende tijd voor de hele CD

- Tijdens geprogrammeerde weergave zal de informatie op deze volgorde worden getoond: ④, ①, ② en ③. (Zie bladzijde 28.)
- Bij herhalen van een enkel fragment (nummer) of bij willekeu - rige weergave zullen alleen de gegevens bij ① en ② worden getoond. (Zie de bladzijden 30 en 31.)
Omschakelen van de getoonde informatie

Opmerking over de titel van een CD-TEXT schijfje
Wanneer er een CD-TEXT schijfje wordt afgespeeld, zal het systeem automatisch de titel daarvan en de titels van de fragmenten (de nummers op de CD) laten zien indien deze zijn opgenomen als letters en cijfers.
Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① CD-TEXT disctitel
(De titels van de verschillende nummers (fragmenttitels) worden getoond wanneer er een CD-TEXT achijfje wordt weergegeven en de titel van de CD zelf wanneer het toe - stel gestopt is.)
② Fragmentnummer
③ Aanduiding van de weekdag en de tijd
- ① kan niet worden geselecteerd bij een gewonde CD of bij een CD-TEXT schijfje zonder de juiste tekstgegevens.
- Het is mogelijk dat de informatie op sommige CD-TEXT schijfjes niet correct kan worden weergegeven.
De melding [CD Text full] zal verschijnen wanneer er meer 1500 tekens zijn opgenomen op een schijfje.
Weergave van een digitale audiospeler
Wanneer er een Kenwood digitale audiospeler is aangesloten op het systeem via de speciale kabel, dan kan deze speler worden bediend vanaf dit systeem of zelfs met de afstandsbediening.

: Toetsen en bedieningsorganen die bij deze handeling worden gebruikt.
Bedienen van de digitale audiospeler
1 Sluit een geschikte digitale audiospeler aan

U moet zowel dit systeem als de digitale audiospeler UIT zetten voor u ze op elkaar aansluit.
- Gebruik de speciale kabel om de [D.AUDIO IN] aansluiting op het achterpaneel van het systeem te verbinden met de hoofd-telefoonaansluiting van de digitale audiospeler.
- Vergeet niet de verbindingskabel weer los te koppelen wanneer u klaar bent met de digitale audiospeler.
- Een los verkrijgbare stereo ministekkerkabel kan ook worden gebruikt voor deze verbinding. In dit geval kan wel de audio van de digitale audiospeler worden weergegeven door dit systeem, maar kan de digitale audiospeler niet vanaf dit systeem, of met de afstandsbediening, worden bediend.
2 Zet het systeem en de digitale audiospeler aan
3 Laat de weergave beginnen

⑦ Selecteer [D.AUDIO] als signaalbron


② Druk op de ▶/II/BAND
toets. ▶/II



- Door eenvoudig op de D.AUDIO ▶/II toets op de afstandsbediening te drukken, selecteert u [D.AUDIO] als signaalbron en laat u de weergave beginnen.
Tijdelijk pauzeren van de weergave




- Met elke druk op deze toets schakelt u heen en weer tussen weergave en pauze.
Stoppen van de weergave

Overslaan van een fragment:

- Met elke druk op de toets slaat u het volgende fragment over in de richting die bij de toets hoort, tot u daarmee stopt, waarna het uiteindelijke fragment vanaf het begin zal worden weerge -geven.
- Als u één keer op de ◀◀◀ toets drukt terwijl er wordt afge speeld, springt de weergave terug naar het begin van het spelende fragment (nummer/muziekstuk) en zal dit vanaf het begin af aan opnieuw worden weergegeven.
Versnelde weergave vooruit of achteruit (snelzoeken)

- Houd de gewenste toets tenminste 1 seconde ingedrukt tijdens weergave. De normale weergave wordt hervat zodra u de toets weer loslaat.
Overslaan van een map

Omschakelen van de getoonde informatie

Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① Ingangskeuzedisplay
② Aanduiding van de weekdag en de tijd
Het niveau van het ingangssignaal dat wordt ontvangen van de met de [D.AUDIO IN] aansluiting verbonden digitale audiospeler kan worden geregeld. Stel dit ingangsniveau zo in, dat het geluid van de digitale audiospeler wordt weergegeven met hetzelfde volume als de CD-speler van het systeem.

: Toetsen en bedieningsorganen die bij deze handeling worden gebruikt.
Regelen van het ingangsniveau van de digitale audiospeler
1 Voer de stappen 1 en 2 uit van de procedure onder "Bedienen van de digitale audiospeler" (zie bladzijde 20)
2 Schakel de instelfunctie voor het ingangsniveau in

① Druk op de MODE toets


- Het display voor het ingangsniveau begint te knipperen. (Begin met het instellen van het gewenste niveau binnen 20 seconden nadat dit display verschijnt.)
3 Stel het ingangsniveau in.

Verhogen

Maak uw instellingen definitief



Verlagen

- Het niveau kan in drie stappen worden ingesteld, namelijk op -6, -3 en op 0.
- Wanneer het ingangsniveau zo wordt ingesteld dat het geluid van de digitale audiospeler even hard klinkt als dat van een CD, zal daarmee het opnameniveau van een component die is aangesloten op de [D.AUDIO IN] aansluiting ook worden geregeld. Daarom mag u het ingangsniveau niet veranderen terwijl u iets aan het opnemen bent, want hierdoor wordt het volume van de opname ook veranderd.

: Toetsen en bedieningsorganen die bij deze handeling worden gebruikt.
Radio-ontvangst
1 Selecteer de tuner als signaalbron
2 Selecteer de FM- of AM-frequentieband

Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① [FM]
② [AM]

Aanduiding ingestelde radioband
3 Selecteer de afstemfunctie

Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① [AUTO] indicator AAN: Automatisch afstemmen Stereo-ontvangst
② [AUTO] indicator UIT: Handmatig afstemmen Mono-ontvangst
AAN bij automatisch afstemmen/stereo-ontvangst

- Gebruik gewoonlijk automatisch afstemmen (stereo-ontvangst).
- Bij een slechte radio-ontvangst kunt u proberen over te scha - kelen naar de MONO stand (hadmatig afstemmen/mono-ontvangst). FM-uitzendingen zullen in mono worden weergegeven, maar de geluidskwaliteit zal wel verbeteren.
4 Selecteer een radiozender


Bij automatisch afstemmen: Druk op de gewenste toets om automatisch in de aangegeven richting naar de volgende zender te laten zoeken.
Bij handmatig afstemmen: Houd de gewenste toets ingedrukt om de frequentie doorlopend in de aangegeven richting te laten veranderen. Het veranderen van de frequentie stopt zodra u de toets loslaat.
In dit systeem kunnen maximaal 40 zenders worden vooringesteld. Voor gebruik van de RDS-functie moeten zenders in het geheugen worden opgeslagen met Auto Memory.

: Toetsen en bedieningsorganen die bij deze handeling worden gebruikt.
Zenders automatisch voorinstellen (Auto Memory)
1 Selecteer de tuner als signaalbron
2 Schakel de Auto Memory functie in.
![① Druk op de MODE toets MODE ② Selecteer [Aout Memory] Volgende Vorige](/content/2026/06/1156625/images/2aec0df987c7fb6c3b9651c6387c222a808547ed13d569cbe5ab4a97e426aa06.jpg)

3 Zenders voorinstellen


- [Aout Memory] knippert in het display en binnen een paar minuten worden maximaal 40 RDS zenders vooringesteld in volgorde vanaf 01.
- Een vooringestelde frequentie kan later worden herschreven.
- Bij automatisch voorinstellen krijgen RDS-zenders voorrang. Als er na het voorinstellen van deze zenders nog ruimte in het geheugen overblijft, worden verder gewone FM- en AM-zenders vooringesteld.
- Een radiozender die niet met Auto Memory kan worden vooringesteld, moet u handmatig instellen. (Zie blz. 25.)
Handmatig zenders voorprogrammeren (Manual Preset)
U kunt afstemmen op een bepaalde zender en deze vervolgens zelf in het geheugen programmeren.

Druk op ENTER terwijl er is afgestemd op de gewenste zender

Ga binnen 20 seconden naar stap ②

② Selecteer het voorkeuze-nummer waaronder u deze zender wilt opslaan.
Volgende

Maak uw instellingen definitief


Vorige
Druk binnen 20 seconden op deze toets
③ Herhaal de stappen ⑦ en ② voor andere zenders die u wilt voorprogrammeren


Voorkeuzenummer
- U kunt het voorkeuzenummer ook direct invoeren met behulp van de cijfertoetsen op de afstandsbediening.
Gebruik de cijfertoetsen als volgt.
Om voorkeuzenummer [15] in te voeren:
Om voorkeuzenummer [20] in te voeren:

- Een vooringestelde frequentie kan later worden herschreven.
Afstemmen op een voorkeuzezender
Afstemmen op een voorkeuzezender door direct het nummer daarvan op te geven:



Lager nummer


Hoger nummer
P.CALL/TUNING

Lager nummer
Hoger nummer

Afstemmen op een voorkeuzezender door direct het nummer daarvan op te geven:












Druk op de P.CALL ▶▶toets om de reeks met voorkeuzenum -mers in oplopende volgorde te doorlopen.

Druk op de P.CALL ◀◀◀ toets om de reeks met voorkeuzenum - mers in aflopende volgorde te doorlopen.

- Houd de toets ingedrukt om voorkeuzezenders over te laten slaan met tussenpozen van ongeveer 0,5 seconde.
Gebruik de cijfertoetsen als volgt.
Om voorkeuzenummer [15] in te voeren: +10, 5 Om voorkeuzenummer [20] in te voeren: +10, +10, 0
RDS (radiogegevenssysteem)
Dit systeem is ontworpen voor RDS-ontvangst en kan de informatie van het uitgezonden signaal afzonderen voor gebruik met diverse functies zoals automatische weergave van de zendernaam.
Voorbereidingen
- Selecteer de FM-frequentieband.
- Stel RDS-zenders vooraf in met de functie Auto Memory. (Zie blz. 24.)
Afhankelijk van het land of de regio zijn bepaalde functies mogelijk niet beschikbaar of hebben ze een andere naam.

: Toetsen en bedieningsorganen die bij deze handeling worden gebruikt.
PS-display (programmaservicenaam)
Wanneer u een RDS-uitzending ontvangt, wordt de zendernaam automatisch getoond.

- De indicator [RDS] licht op wanneer een RDS-uitzending (sig -naal) wordt ontvangen.
Zoeken naar een gewenst programmatype (PTY search)
1 Druk op de toets PTY

TIME/PTY

Ga binnen 20 seconden
naar stap 2


- Bij ontvangst van een RDS-uitzending wordt het program matype in het display getoond. Als er geen PTY-gegevens beschikbaar zijn of de zender geen RDS-zender is, wordt [None] getoond.
2 Selecteer het gewenste programmatype

Volgende


Vorige
Ga binnen 20 seconden
naar stap 3
- Selecteer het terwijl de indicator [PTY] is opgelicht.
- Gebruik gemakshalve de tabel met programmatypes.
Tabel met programmatypes:
| Naam van het programmatype | Display | Naam van het programmatype | Display | Naam van het programmatype | Display |
| Pop | Pop M | Educatief | Educate | Phone In | Phone In |
| Rock | Rock M | Drama | Drama | Travel | Travel |
| Easy Listening | Easy M | Culture | Culture | Leisure | Leisure |
| Licht klassiek | Light M | Science | Science | Jazz | Jazz |
| Klassiek | Classics | Varied | Varied | Country | Country |
| Overige muziek | Other M | Weather | Weather | Nationale muziek | Nation M |
| News | News | Finance | Finance | Gouwe ouwe | Oldies |
| Actualiteit | Affairs | Kinderprogramma's | Children | Volksmuziek | Folk M |
| Informatief | Info | Maatschappelijk | Social | Documentaires | Document |
| Sport | Sport | Religion | Religion |
3 Start de zoekfunctie


Druk binnen 20 seconden op deze toets
- Wanneer de indicator [PTY] knippert, hoort u geen geluid.
- Als een programma van het gewenste type wordt gevonden, wordt dat programma ontvangen en verandert het display met de naam van het programmatype in het display met de zender - naam.
- Als er geen programma van het gewenste type wordt geven - den, knippert [No Program] en keert het display na enkele seconden terug naar het oorspronkelijke display.
Middenin annuleren:

TIME/PTY

Wisselen tussen de displays

DISPLAY

Elke druk op deze toets verandert de selectie.
Weergave van fragmenten in een door u bepaalde volgorde (geprogrammeerde weergave)
U kunt de muziekstukken op een schijfje (max. 30 fragmenten) in de door u gewenste volgorde laten weergeven.
Voorbereidingen
-Plaats een CD op de lade.
- Selecteer de [CD] als signaalbron.

: Toetsen en bedieningsorganen die bij deze handeling worden gebruikt.
1 Schakel de geprogrammeerde weergavefunctie in. (U kunt deze functie allen inschakelen wanneer het toestel gestopt is.)


Druk op deze toets terwijl het toestel gestopt is

- Druk op de P.MODE toets terwijl de [PGM] indicator brandt om de indicator uit te schakelen.
2 Programmeer de gewenste fragmenten (nummers)

⑦ Selecteer een fragment-nummer

Druk binnen 20 seconden op deze toets
2 Om een tweede fragment of nog meer fragmenten te programmeren, dient u stap 7 voor elk van de gewenste fragmenten (nummers) uit te voeren

Gebruik de cijfertoetsen als volgt.
Om nummer [15] van de CD te selecteren: +10, 5 Om nummer [20] van de CD te selecteren: +10, +10

Totale speeltijd van de geprogrammeerde fragmenten
- U kunt maximaal 32 fragmenten (nummers) programmeren. Wanneer de melding [Program full] verschijnt, is het geheugen vol en kunt u geen fragmenten meer programmeren.
- Als u zich vergist bij het invoeren van de nummers, kunt u het laatst ingevoerde cijfer met de CLEAR toets wissen en het opnieuw proberen.
- Op het tijddisplay verschijnt [-- : --] wanneer de totale speeltijd van de geprogrammeerde fragmenten (nummers) 1000 minuten of meer wordt.
3 Laat de weergave beginnen


Stoppen van de weergave


- De fragmenten worden weergegeven in de volgorde waarin u ze ge-programmeerd heeft (in de volgorde van de programmanummers).
- Als u één keer op de i◀◀ toets drukt tijdens geprogrammeerde weergave, springt de weergave terug naar het begin van het spelende fragment (nummer/muziekstuk) en zal dit vanaf het begin af aan opnieuw worden weergegeven. Druk twee keer op de i◀◀ toets om terug te keren naar het fragment voor het fragment dat op dit moment wordt weergegeven.
- Druk tijdens geprogrammeerde weergave op de ▶▶▶1 toets om vooruit te springen naar het volgende fragment.
- De geprogrammeerde fragmenten worden in het geheugen bewaard wanneer de geprogrammeerde weergave gestopt wordt.
Fragmenten toevoegen

⑦ Selecteer een fragment-nummer

Druk binnen 20 seconden op deze toets
② Herhaal stap ①.

- Er kan geen fragment aan het programma worden toegevoegd terwijl de geprogrammeerde weergave bezig is.

Totale speeltijd van de geprogrammeerde fragmenten
- U kunt maximaal 32 fragmenten (nummers) programmeren. Wanneer de melding [Program full] verschijnt, is het geheugen vol en kunt u geen fragmenten meer programmeren.
- Als u zich vergist bij het invoeren van de nummers, kunt u het laatst ingevoerde cijfer met de CLEAR toets wissen en het opnieuw proberen.
- Het geselecteerde fragmentnummer wordt toegevoegd aan het eind van het programma.
Wissen van geprogrammeerde fragmenten
Wissen van het laatste fragment van het programma:

CLEAR

Druk op deze toets terwijl
het toestel gestopt is
Wissen van alle fragmenten uit het programma:


Druk op deze toets terwijl
het toestel gestopt is

- Met elke druk op de CLEAR toets ww het op dit moment laatste fragment uit het programma gewist.
- Er kunnen geen fragmenten uit het programma worden gewist terwijl de weergave nog bezig is.
- Wanneer het systeem uit (standby) wordt gezet, of wanneer de CD-lade geopend wordt, zal de geprogrammeerde weergave-functie worden geannuleerd en zullen alle geprogrammeerde fragmenten uit het geheugen worden gewist.
Weergave in herhaalde cyclus (herhaalde weergave)
Voorbereidingen
- Plaats een CD op de lade.
- Selecteer de [CD] als signaalbron.

: Toetsen en bedieningsorganen die bij deze handeling worden gebruikt.
Herhalen van de hele CD of van één of meer fragmenten
⑦ Controleer of de [PGM] indicator inderdaad uit is
② Schakel de herhaalde weergavefunctie in



③ Laat de weergave beginnen

- Druk op de P.MODE toets terwijl het toestel gestopt is en de [PGM] indicator brandt om de indicator uit te schakelen.

Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① [Q 1] indicator AAN:
Herhaalde weergave van een enkel fragment.
② [O] indicator AAN:
Herhaalde weergave van alle fragmenten op de schijf.
③ Indicators UIT:
De herhaalde weergavefunctie is uitgeschakeld.
AAN wanneer de herhaalde weergave aan staat

- Tijdens geprogrammeerde weergave of willekeurige weergave kunt u een enkel fragment niet laten herhalen. (Zie de bladzijden 28 en 31.)
- Als u herhaalde weergave van een enkel fragment heeft geselecteerd ([ 1] indicators AAN) tijdens normale weergave, dan zal het spelende fragment worden herhaald.
- De herhaalde weergavefunctie wordt geannuleerd wanneer de CD-lade open wordt gedaan.
Herhalen geprogrammeerde weergave
U kunt alle geprogrammeerde fragmenten laten herhalen.

① Programmeer de gewenste fragmenten (nummers) (Voer de stappen 1 en 2 van de procedure op bladzijde 28 uit.)
② Schakel de herhaalde weergavefunctie in


③ Laat de weergave beginnen

Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① [O], [PGM] indicator AAN: Herhalen geprogrammeerde weergave.
② [O] indicator UIT: De herhaalde weergavefunctie is uit-geschakeld.
AAN wanneer de herhaalde weergave aan staat

- De herhaalde weergavefunctie wordt geannuleerd wanneer de CD-lade open wordt gedaan.
Weergave van fragmenten in een willekeurige volgorde (willekeurige weergave)
U kunt de fragmenten op een CD laten weergeven in een volledig willekeurige volgorde zodat u op een nieuwe en verrassende ma - nier kunt luisteren naar een schijf die u al jaren heeft.
Voorbereidingen
-Plaats een CD op de lade.
- Selecteer de [CD] als signaalbron.

: Toetsen en bedieningsorganen die bij deze handeling worden gebruikt.
1 Controleer of de [PGM] indicator inderdaad uit is.
- Druk op de P.MODE toets terwijl het toestel gestopt is en de [PGM] indicator brandt om de indicator uit te schakelen.
Kijk of dit uit is

2 Schakel de willekeurige weergavefunctie in


Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① [RANDOM] indicator AAN: Willekeurige weergave
② [RANDOM] indicator UIT: De willekeurige weergavefunctie is uitgeschakeld.
AAN wanneer de willekeurige weergave aan staat
![graph TD A["RANDOM"] --> B["Random M"] B --> C["AAN"] C --> D["C D T 0 8 0"]](/content/2026/06/1156625/images/966ad03db2e50c672b4d6375ca5fdcffccc35fce0368155218396c3961e5b848.jpg)
- Telkens wanneer er een fragment afgelopen is, zal het systeem zelf door het toeval laten bepalen welk fragment er vervolgens zal worden weergegeven.
- De willekeurige weergave is afgelopen wanneer alle fragmenten op de CD een keer zijn afgespeeld.
- De willekeurige weergave kan worden herhaald door op de REPEAT toets te drukken.
Tijdens weergave een ander fragment selecteren

Druk op de ▶▶▶ toets

- Als u één keer op de ◀◀◀ toets drukt, springt de weergave terug naar het begin van het spelende fragment (nummer/mu - ziekstuk) en zal dit vanaf het begin af aan opnieuw worden weergegeven.
Uitschakelen van de willekurige weergavefunctie


- Druk op de RANDOM toets om de fragmenten weer in hun normale volgorde af te spelen. De [RANDOM] indicator gaat nu uit.
- U kunt de willekeurige weergave ook annuleren door op de toets te drukken. In dit geval zal de weergave helemaal worden gestopt.
Regelen van de ingangsniveaus van externe componenten
Voor de [PHONO], [MD], [TAPE] en [AUX] ingangsaansluitingen kan het niveau van de via deze aansluitingen van externe componenten binnenkomende ingangssignalen apart worden geregeld. Stel het ingangsniveau zo in dat het geluid van de betreffende externe componenten net zo hard klinkt als dat van de CD.
Voorbereidingen
- Sluit eerst de externe componenten aan zoals beschre - ven onder "Aansluiten van andere apparatuur (los verkrijgbaar)". (Zie bladzijde 9.)
- Zet de externe componenten aan.

: Toetsen en bedieningsorganen die bij deze handeling worden gebruikt.
1 Voer de procedure onder "Basisbediening" uit tot stap 2 om de gewenste signaalbron te kiezen uit [PHONO], [MD], [TAPE] of [AUX] (Zie bladzijde 14.)
2 Schakel de instelfunctie voor het ingangsniveau in

① Druk op de MODE toets

- Het display voor het ingangsniveau begint te knipperen. (Begin met het instellen van het gewenste niveau binnen 20 seconden nadat dit display verschijnt.)
3 Stel het ingangsniveau in

![graph TD A["Verhogen"] --> B["Maak uw instellingen definitief"] C["Verlagen"] --> B B --> D["ENTER"]](/content/2026/06/1156625/images/3a6ea64d0e47eb940d23b3a69c43b976514e2fcd182161f12793ab249831d181.jpg)

- Het niveau kan in drie stappen worden ingesteld, namelijk op -6, -3 en op 0. (Begin binnen 20 seconden met het instellen.)
- Wanneer het ingangsniveau zo wordt ingesteld dat het geluid van de geselecteerde externe component even hard klinkt als dat van een CD, zal daarmee het opnameniveau van de betreffende ingangsaansluiting ook worden geregeld, ongeacht de als signaalbron fungerende component. Daarom mag u het ingangsniveau niet veranderen terwijl u iets aan het opnemen bent, want hierdoor wordt het volume van de opname ook veranderd.
Omschakelen van de getoonde informatie

DISPLAY

Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① Ingangskeuzedisplay
② Aanduiding van de weekdag en de tijd
Bediening van de timer
Met de timerfunctie kunt u het systeem ook als muziekwekker gebruiken.
Programmatimer
Het systeem geeft de geselecteerde signaalbron weer op de ingestelde tijd.
Slaaptimer (Zie bladzijde 36.)
Het systeem schakelt automatisch uit nadat de ingestelde tijd verstreken is.
Voorbereidingen
Zet eerst de systeemklok gelijk, zoals beschreven onder "Instellen van de tijd". (Zie bladzijde 13.)

: Toetsen en bedieningsorganen die bij deze handeling worden gebruikt.
Gebruiken van de programmatimer
Nadat de juiste tijd en andere details correct zijn ingesteld, kunt u dezelfde timerinstelling nog eens gebruiken of annuleren.
- U kunt twee programmatimers instellen, namelijk [Program 1] en [Program 2].
- Laat minstens 1 minuut vrij tussen de twee programmatimers zodat ze elkaar niet kunnen overlappen.
Nadat u de programmatimer heeft ingeschakeld, moet u het systeem uit (standby) zetten en controleren of de uit (standby) indicator oranje oplicht.
1 Maak de vereiste voorbereidingen voor de weergave.
Radio-ontvangst CD-weergave
Zenders voorprogrammeren
- Selecteer een radiozender door middel van het bijbehorende voorkeuzenummer.
"Zenders automatisch voorinstellen (Auto Memory)" (Zie bladzijde 24.)
"Handmatig zenders voorprogrammeren (Manual Preset)" (Zie bladzijde 25.)
Doe een CD in het toestel (let op, want geprogrammeerde weer - gave van een CD is niet mogelijk als u de timer gebruikt). (Zie blad - zijde 17.)

2 Schakel de instelfunctie voor de timer in


① Druk op de MODE toets
MODE

Voorbeeld voor het instellen van een programmatimer die onder [Program 2] elke vrijdag van 10:30 (AM) tot 11:30 (AM) een radiozender weergeeft:
- Als u een programmatimer selecteert waarvoor al een instelling is geprogrammeerd, dan zullen de eerdere instellingen worden vervangen door de nieuwe.

Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① [Program 1 set]: [∅] en [1] indicators AAN
② [Program 2 set]: [💡] en [💡] indicators AAN
Voorbeeld voor het selecteren van [Program 2]:

4 Schakel de geselecteerde programmatimer in of uit

Volgende

Maak uw instellingen definitief


Vorige

- Wanneer u hier [Program 1 off] of [Program 2 off] selecteert, zal het display vervolgens terugkeren naar de oorspronkelijke stand.
- Als u per ongeluk op ENTER drukt, kunt u met de multi-control (◀) toets terugkeren naar het vorige onderdeel en de instelling corrigeren.
5 Selecteer de weekdag waarop de programmatimer moet worden uitgevoerd

Volgende

Maak uw instellingen definitief


Vorige
Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① [Everyday] : Dagelijks
② [Sunday] : Zondag
③ [Monday] : Maandag
④ [Tuesday] : Diensdag
⑤ [Wednesday]: Woensdag
⑥ [Thursday] : Donderdag
⑦ [Friday] : Vrijdag
⑧ [Saturday] : Zaterdag
⑨ [Mon - Fri] : Maandag tot vrijdag
⑩ [Tue - Sat] : Dinsdag tot zaterdag
⑪ [Sat - Sun] : Zaterdag en zondag
De timerhandeling zal worden herhaald tot het programma wordt geannuleerd.
Ga naar stap 6 nadat u een van deze mogelijkeden heeft geselecteerd om te kiezen of de timer elke week gebruikt moet worden, of slechts één enkele keer.
De timerhandeling zal worden herhaald tot het programma wordt geannuleerd.

- Wanneer u een handeling heeft geselecteerd die zal worden herhaald tot het programma wordt geannuleerd, kunt u door - gaan naar stap 7.
6 Selecteer hoe de timer moet worden uitgevoerd

Volgende

Maak uw instellingen definitief


Vorige
Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① [Every week]: De timer wordt elke week uitgevoerd.
② [Onetime]: De programmatimer wordt uitgeschakeld na - dat de timer één enkele keer is uitgevoerd.

7 Stel de begintijd en eindtijd voor de timer in

Volgende

Maak uw instellingen definitief


Vorige

- De begintijd en de eindtijd kunnen op dezelfde manier worden ingesteld; Druk op de multi-control ( of ) toets om de uren te selecteren, druk op ENTER om de instelling definitief te maken, gebruik de multi-control toetsen weer om de minuten te selecteren en druk weer op ENTER om uw instelling defini - tief te maken.
8 Stel de details voor de programmatimer in

7 Stel het gewenste volumeniveau in dat u wilt gebruiken wanneer er een programmatimer in werking is
Volgende

Maak uw instellingen definitief


Vorige
② Stel het volume in
Volgende

Maak uw instellingen definitief


Vorige

③ Selecteer de gewenste signaalbron
Volgende

Maak uw instellingen definitief


Vorige

4 Selecteer het gewenste voorkeuzenummer (alleen bij de [TUNER] (radio) als signaalbron)
Volgende
![KENWOOD R-K1 - Selecteer het gewenste voorkeuzenummer (alleen bij de [TUNER] (radio) als signaalbron) - 1](/content/2026/06/1156625/images/b0c223b03cbf98f9c3113f75b7cf636137ef5046b7dcdb59d26ea9c9016b516b.jpg)
Maak uw instellingen definitief
![KENWOOD R-K1 - Selecteer het gewenste voorkeuzenummer (alleen bij de [TUNER] (radio) als signaalbron) - 2](/content/2026/06/1156625/images/521c0dbb81f4f3b835e63fb99c8119feced243adcf9287990ffcbfa2bb402af2.jpg)
![KENWOOD R-K1 - Selecteer het gewenste voorkeuzenummer (alleen bij de [TUNER] (radio) als signaalbron) - 3](/content/2026/06/1156625/images/d493579ed884508d5c129934f0cefc0fff3ff30860104388c13a4bb585839ccc.jpg)
Vorige
![KENWOOD R-K1 - Selecteer het gewenste voorkeuzenummer (alleen bij de [TUNER] (radio) als signaalbron) - 4](/content/2026/06/1156625/images/55018cc953dd92aac8bc96334ebcec6b84e98a8eba8c881c0a82de56a859f183.jpg)
Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① [Play]: De timer begint op het volume zoals ingesteld bij stap 8-2.
② [AI Play]: De timer brengt het volume geleidelijk op het niveau zoals ingesteld bij stap 8-2.


Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① [TUNER] (radio)
② [CD]

- Selecteer een radiozender door middel van het bijbehorende voorkeuzenummer.
"Zenders automatisch voorinstellen (Auto Memory)" (Zie bladzijde 24.)
"Handmatig zenders voorprogrammeren (Manual Preset)" (Zie bladzijde 25.) - De melding [Complete] zal verschijnen wanneer de instelling met de ENTER toets is afgesloten.
9 Zet het systeem uit (standby)


- Wanneer het systeen uit (standby) wordt geschakeld, zal de uit (standby) indicator oranje oplichten ten teken dat er een programmatimer in werking is (timer standby).
- Als de uit (standby) indicator oranje knippert, zult u de klok van het systeem opnieuw moeten instellen. (Zie bladzijde 13.)
Opnieuw inschakelen/uitschakelen van een programmatimer
De instellingen gemaakt via "Gebruiken van de programmatimer" kunt u desgewenst hergebruiken of annuleren. (Zie bladzijde 33.)

TIMER

Druk op deze toets terwijl het toestel aan staat
Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① [④] en [1] indicators AAN: Stelt de [Program 1] timer in werking.
② [+] en [ indicators AAN: Stelt de [Program 2] timer in werking.
③ [☐], [1en [ ] indicators AAN: Stelt de [Program 1] en [Program 2] timers in werking.
④ Alles UIT: De programmatimers zijn uitgeschakeld.
- De gemaakte instellingen worden in het geheugen bewaard, ook al is de betreffende timer uitgeschakeld.
Instellen van de slaaptimer (SLEEP)
Het systeem schakelt zichzelf automatisch uit (standby) nadat de ingestelde tijd verstreken is.

SLEEP

Druk op deze toets tijdens CD-weergave of radio-ontvangst
Elke druk op deze toets verandert de selectie.
10 → 20 → 30 .... 70 → 80 → 90 → uit → 10 → 20 .... Licht op wanneer de slaaptimer is ingeschakeld

- Met elke druk op deze toets wordt de ingestelde tijd 10 minuten langer. U kunt maximaal een periode van 90 minuten instellen.
- De slaaptimer wordt geannuleerd wanneer het systeem uit (standby) wordt gezet.
- Als u op SLEEP drukt terwijl de slaaptimer is ingeschakeld, zal de resterende tijd tot het toestel au zal worden uitgeschakeld worden getoond.
Gebruiken van de spaarstand (A UTO POWER SAVE: A.P.S.)
Wanneer deze functie is ingeschakeld, zal het systeem zichzelf automatisch uit (standby) zetten wanneer het in de CD-stand gestopt is en er ongeveer 30 minuten lang geen handeling meer is verricht. Deze functie komt van pas wanneer u vergeten bent het systeem uit (standby) te zetten.

① Druk op de MODE toets
MODE

3 Zet de spaarstand (Auto Power Save) aan (on) of uit (off)
Volgende

Maak uw instellingen definitief


Vorige


Elke druk op deze toets verandert de selectie.
① [A. P. S. on]: Spaarstand aan.
② [A. P. S. off]: Spaarstand uit.

- Wanneer de geselecteerde signaalbron iets anders is dan [CD], zal de A.P.S. functie (spaarstand) alleen in werking treden wanneer het volumeniveau -∞ is, of wanneer de geluidsweergave tijdelijk is uitgeschakeld (Mute).
CD's hanteren
Voorzorgsmaatregelen bij het hanteren
Let erop dat u bij het vastnemen van een CD het afgespeelde oppervlak niet aanraakt.
Op dit systeem afspeelbare disks
Met dit systeem kunt u CD (12 cm, 8 cm), CD-R-, CD-RW- of het audiogedeelte van een CD-EXTRA-disk afspelen.
Opmerkingen over CD-R/CD-RW-disks
Als de gebruikte CD-R- of CD-RW-disk een bedrukbare labelzijde heeft, kan het zijn dat de disk niet uit het systeem kan worden verwijderd omdat de labelzijde kleeft. Vermijd het gebruik van een dergelijke disk om storing te voorkomen.
Let op voor CD-disks
Gebruik altijd een disk die voorzien is van de aanduiding

Een disk zonder deze aanduiding kan mogelijk niet correct worden afgespeeld.
Tijdens de weergave draait de dis k met een hoge snelheid. Gebruik nooit een gebarsten, geschilferde of erg kromgetrokken disk. Dit kan beschadiging of storing van de speler tot gevolg hebben.
Gebruik evenmin een disk die geen ronde vorm heeft aangezien dit mogelijk storing tot gevolg heeft.
Verzorging en opslag
Verzorging en opslag van het hoofdtoestel
■Plaats het toestel niet in de volgende locaties.
- Plaats die blootstaat aan direct zonlicht
- Bijzonder vochtige of stoffige plaats
- Plaats die blootstaat aan directe warmte van een verwarmingsapparaat
■ Wees voorzichtig met condensatie.
Let in het bijzonder op condensatie wanneer het hoofdtoestel wordt verplaatst tussen plaatsen met een groot temperatuurverschil of in een kamer met hoge vochtigheid.
■ Wanneer een hoofdtoestel vuil is geworden
Wanneer de voorkant of het doosje vuil is geworden, veegt u dit schoon met een zachte, droge doek. Gebruik geen verfverdunner, benzine, alcohol of revitaliser voor contacten aangezien deze chemicaliën verkleuring of vervorming veroorzaken.
Verzorging en opslag van de CD
■ Alvorens de CD op te bergen
Wanneer u het hoofdtoestel voor een lange tijd niet gaat gebruiken, verwijdert u de CD en bergt u deze in het doosje op.
■ Wanneer een CD vuil is geworden
- Wanneer een disk bevuild is met vingerafdrukken of andere vlekken, veegt u deze met een zachte doek in radiale richting zachtjes schoon.
- Gebruik geen reinigingsmiddel voor analoge disks, verfverdunner, benzine of alcohol.
- Gebruik geen accessoire voor disks (stabilisator, beschermingsvel, beschermingsring, enz.) of lensreinigingsmiddel.
■ Overige voorzichtigheid
- Schrijf geen letters op een CD met een potlood of een balpen.
- Gebruik geen CD waarop de sticker of het label is losgekomen of hechtingsmiddel rond de sticker of het label zichtbaar is.
- Kleef geen vel papier, sticker of label op een CD.
Let op voor vervoer of verplaatsing
Maak de onderstaande voorbereidingen voordat u het systeem vervoert of verplaatst.
① Zet het systeem aan zonder er een CD in te doen.
② Controleer of inderdaad de melding [No Disc] verschijnt.
③ Wacht een paar seconden en zet het systeem vervolgens uit (standby).
Oplossen van problemen
Problemen zijn niet altijd te wijten aan een storing of fout van het systeem. Controleer in geval van een probleem de onderstaande tabel voordat u hulp vraagt voor service.
De microcomputer terugstellen
Het is mogelijk dat de ingebouwde microcomputer storingen vertoont (u merkt bijv. dat de bediening niet werkt, of dat er vreemde aanduidingen op het display verschijnen) als de stekker uit het stopcontact wordt gehaald en er weer in wordt gedaan terwijl het systeem aan stond, of vanwege andere externe oorzaken. In een dergelijk geval kunt op de volgende manier proberen de microcomputer te resetten zodat het systeem weer normaal gaat functioneren.
Haal de stekker uit het stopcontact en doe de stekker weer terug in het stopcontact terwijl u de aan/uit toets van het systeem ingedrukt houdt.
De volgende melding zal verschijnen wanneer de microcomputer gereset wordt.
! n i . i a !
- Als het resetten van de microcomputer gebeurt met een CD in de CD-lade, dan zal deze CD automatisch worden gedetecteerd. U moet een eventuele CD uit het toestel halen en de CD-lade dicht doen voor u de microcomputer gaat resetten.
- Houd er rekening mee dat door het terugstellen van de microcomputer de instellingen van het systeem worden gewist en het systeem op de fabrieksinstellingen wordt teruggezet.
Versterkerblok
| Symptoom Oplossing | |
| Het systeem gaat niet aan door op de aan/uit toets te drukken. | ● Doe de stekker volledig en correct in het stopcontact. |
| Geen geluidsweergave. | ●Sluit de luidsprekers op de juiste manier aan, zoals beschreven onder "Aansluiten van de luidsprekers". (Zie bladzijde 7.)●Als het volume op de laagste stand staat, probeer dan de VOLUME draaiknop geleidelijk naar een hogere instelling te draaien.●Annuleer de "Mute" functie (tijdelijk uitschakelen geluidsweergave). (Zie bladzijde 16.)●Koppel een eventueel aangesloten hoofdtelefoon los. |
| De uit (standby) indicator knippert rood en er wordt geen geluid weergegeven. | ●Het is mogelijk dat de beveiliging in werking is getreden door kortsluiting van een luidsprekersnoer. Zet het systeem uit (standby), haal de stekker uit het stopcontact en corri de kortsluiting in het luidsprekersnoer.●Het is mogelijk dat de beveiliging in werking is getreden omdat de impedantie van de luidsprekers lager is dan de specificatie van het systeem vereist. Gebruik uitsluitend luidspre met de correcte impedantie.●Het is mogelijk dat er een defect is in het binnenwerk. Zet het systeem uit (standby), haal de stekker uit het stopcontact en verzoek om reparatie. |
| De uit (standby) indicator knippert oranje. | ●Als er een stroomstoring is, of als de stekker uit het stopcontact wordt gehaald, zal de klok worden teruggezet op de fabrieksinstelling. Stel de tijd opnieuw in zoals beschreven onder "Instellen van de tijd". (Zie bladzijde 13.)●De begintijd en eindtijd van de programmatimer zijn niet correct ingesteld. Stel deze op de juiste manier in zoals beschreven onder "Gebruiken van de programmatimer". (Zie bladzijde 33.) |
| Geen geluid via de hoofdtelefoon. | ●Controleer of de stekker van de hoofdtelefoon correct is aangesloten. (Zie bladzijde 15.)●Voer geleidelijk het volume op. (Zie bladzijde 14.)●Annuleer de "Mute" functie (tijdelijk uitschakelen geluidsweergave). (Zie bladzijde 16.) |
| Eén van de luidsprekers produceert geen geluid, of alleen met een te laag volume. | ●Sluit de luidsprekers op de juiste manier aan, zoals beschreven onder "Aansluiten van de luidsprekers". (Zie bladzijde 7.)●Stel de balans tussen de luidsprekers op de juiste manier in, zoals beschreven onder "Instellen van de balans tussen de luidsprekers (BALANCE)". (Zie bladzijde 16.) |
| Er wordt een brommend geluid geprodu - ceerd wanneer de [PHONO] ingangsaansluiting wordt geselecteerd. | ●Controleer of de audiosnoeren volledig en correct zijn aangesloten op de [PHONO IN] aansluitingen en of de aardingsdraad goed is aangesloten op de GND aardaan - sluiting op het achterpaneel. Maak de aansluitingen op de juiste manier zoals beschreven onder "Aansluiten van andere apparatuur (los verkrijgbaar)" (zie bladzijde 9.) |
| Het tijddisplay is gestopt en knippert. | ●Als er een stroomstoring is, of als de stekker uit het stopcontact wordt gehaald, zal de klok worden teruggezet op de fabrieksinstelling. Stel de tijd opnieuw in zoals beschreven onder "Instellen van de tijd". (Zie bladzijde 13.) |
| De programmatimer kan niet worden ingeschakeld. | ●Als er een stroomstoring is, of als de stekker uit het stopcontact wordt gehaald, zal de klok worden teruggezet op de fabrieksinstelling. Stel de tijd opnieuw in zoals beschreven onder "Instellen van de tijd". (Zie bladzijde 13.)●De begintijd en/of eindtijd van de programmatimer zijn niet correct ingesteld of zijn bijvoorbeeld op dezelfde tijd ingesteld. Stel deze op de juiste manier in zoals beschreven onder "Gebruiken van de programmatimer". (Zie bladzijde 33.)●De programmatimer is niet in werking gesteld. Druk op de TIMER toets om de timer in werking te stellen. (Zie bladzijde 36.) |
Versterkerblok (vervolg)
| Symptoom Oplossing | |
| Opgenomen audio wordt onderbroken. | ● Stel het ingangsniveau niet bij (zie de bladzijden 22 en 32) en schakel ook de Source Direct functie niet in of uit (zie bladzijde 16) terwijl u bezig bent met opnemen op een externe component. |
Tunerblok (radio)
| Symptoom Oplossing | |
| Er kan niet worden afgestemd op radio - zenders. | ● Sluit de antennes op de juiste manier aan, zoals beschreven onder "Aansluiten van de antennes". (Zie bladzijde 6.)● Selecteer de juiste radioband zoals beschreven onder "Radio-ontvangst". (Zie bladzijde 23.)● Stem af op de juiste frequentie voor de gewenste radiozender zoals beschreven onder "Radio-ontvangst". (Zie bladzijde 23.) |
| De ontvangst wordt gestoord. | ● Installeer een buitenantenne, uit de buurt van de straat.● Zet elektrische apparatuur in de buurt uit.● Installeer het systeem uit de buurt van een TV of PC. |
| Er kan niet worden afgestemd op een voor - keuzezender door op de P.CALL toets te drukken. | ● De frequentie van de voorkeuzezender kan niet worden ontvangen met het systeem.● Selecteer de [TUNER] (radio) als signaalbron. |
CD-blok
| Symptoom Oplossing | |
| Geen geluid van de CD die in het toestel zit. | Doe de CD op de juiste manier, met het label naar boven, in het toestel. (Zie bladzijde 17.)Maak de CD schoon zoals beschreven onder "Onderhoud en opslag van de CD". (Zie bladzijde 37.)Wacht tot eventueel gevormde condens verdampt is zoals beschreven onder "Onderhoud en opslag van het hoofdtoestel". (Zie bladzijde 37.) |
| Geen geluidsweergave. | Druk op de CD ▶/II toets om de weergavefunctie in te schakelen.Maak de CD schoon zoals beschreven onder "Onderhoud en opslag van de CD". (Zie bladzijde 37.) |
| Het geluid van de CD slaat over. | Installeer het systeem op een plek zonder trillingen.Maak de CD schoon zoals beschreven onder "Onderhoud en opslag van de CD". (Zie bladzijde 37.) |
Afstandsbediening
| Symptoom Oplossing | |
| De afstandsbediening werkt niet. | Vervang de batterijen door nieuwe R03 batterijen. (Zie bladzijde 12.)Richt de afstandsbediening goed op de sensor voor de afstandsbediening op het systee en zorg ervoor dat u binnen het bereik blijft. (Zie bladzijde 12.) |
Meldingen
| Bericht op display Omschrijving | |
| [CD No Text] | ● De CD bevat geen CD-TEXT gegevens. |
| [CD PGM mode] | ● Willekeurige weergave wordt geprobeerd in de geprogrammeerde weergavefunctie. |
| [Check Disc] | ● De TOC gegevens * van de CD kunnen niet worden afgelezen.● De CD zit niet op de juiste manier in het toestel. |
| [Mon-PCM] | ● Er komt een ander soort signaal dan een PCM signaal binnen via de [DIGITAL (OPTICAL) IN 1] of [DIGITAL (COAXIAL) IN 2] aansluiting op het achterpaneel. |
| [Unlock] | ● De component die is aangesloten op de [DIGITAL (OPTICAL) IN 1] of [DIGITAL (COAXIAL) IN 2] aansluiting op het achterpaneel staat niet aan, of er wordt geen signaal ontvangen van deze component. |
| [---kHz] | ● De bemonstering gebruikt met het PCM ingangssignaal is niet compatibel met dit systeem. |
* Op een CD wordt naast het geluidssignaal TOC-informatie (Tabel of Contents) opgenomen. TOC komt overeen met de inhoudsopgave van een boek en bevat naast het aantal tracks, de speelduur, tekstinformatie, enz. gedeelten die niet kunnen worden herschreven.
[Versterkerblok]
Opgegeven uitgangsvermogen tijdens STEREO werking (IEC) .... 38 W + 38 W (20 Hz - 20 kHz, 0,07 % T.H.D., bij 6 Ω) .... 45 W + 45 W (20 Hz - 20 kHz, 0,07 % T.H.D., bij 4 Ω)
Effectief uitgangsvermogen tijdens STEREO werking (RMS) .... 55 W + 55 W (1 kHz, 10% T.H.D., bij 6 Ω) .... 70 W + 70 W (1 kHz, 10% T.H.D., bij 4 Ω)
Totale Harmonische Vervorming 0,015 % (20 Hz - 20 kHz, 10 W, 6 Ω) 0,003 % (1 kHz, 10 W, 6 Ω)
Frequentierespons (IHF'66) LINE (AUX, MD, TAPE, D. AUDIO) 5 Hz - 100 kHz (+ 0 dB - - 3 dB)
PHONO 'RIAA' tiebereik ..... 20 Hz - 20 kHz (+ 1,0 dB -- 1,0 dB)
Maximum toelaatbare ingangsspanning PHONO (MM) ....50 mV (0,1 % T.H.D., bij 1 kHz)
Signaal-ruis verhouding (IHF'66) PHONO (MM) 90 dB LINE (AUX, MD, TAPE, D. AUDIO) 100 dB
Karakteristieken toonregeling BASS ....± 4 dB (bij 100 Hz) TREBLE ....± 4 dB (bij 10 kHz)
Ingangsgevoeligheid/impedantie PHONO (MM) .... 12 mV / 31 kΩ LINE (AUX) .... 520 mV / 100 kΩ LINE (D. AUDIO) .... 265 mV / 100 kΩ
Uitgangsniveau/impedantie MD, TAPE 520 mV/200 Ω
[Digitaal blok]
Uitgangsniveau/impedantie/golflengte Optisch ....- 21 dBm - - 24 dBm, 660 nm ± 30 nm Coaxiaal ....0,5 Vp-p/75 Ω
[CD-blok]
Laser ....Halfgeleider
D/A converter ....1 bits
Overbemonstering 8 fs (352,8 kHz)
Frequentierespons 20 Hz - 20 kHz
Signaal-ruis verhouding ....110 dB of meer
Dynamisch bereik 100 dB of meer
Kanaalscheiding 102 dB of meer (bij 1 kHz)
[Ontvanger blok]
FM-ontvanger
Bruikbare gevoeligheid (30% mod, S/N 20 dB) 16 μV/(600 μV/m)
Signaal-ruis verhouding (30 % mod, 400 Hz) 50 dB (60 dBμV EMF ingang)
[Algemeen]
Stroomverbruik 120 W
Stroomverbruik in standby 0,25 W of minder
Afmetingen ....Breedte: 280 mm Hoogte: 151 mm Diepte: 407 mm
- Ontwerp en technische gegevens kunnen zonder kennisgeving gewijzigd worden.
- Optimale prestaties kunnen niet worden gegarandeerd in zeer koude omstandigheden (bij temperaturen onder het vriespunt).
KENWOOD
Voor uw documenten
Noteer het serienummer dat op de achterzijde van het toestel staat in de aangewezen velden op de garantiekaart en in de hieronder voorziene ruimte. Vermeld altijd het model- en serienummer wanneer u contact opneemt met uw dealer voor informatie of onderhoud van dit product.
Model
Serienummer