W 6071 - Wasmachine MIELE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis W 6071 MIELE in PDF-formaat.
| Producttype | Wasmachine |
| Merk | Miele |
| Model | W 6071 |
| Bouwjaar | 1998 |
| Capaciteit | 5,5 kg |
| Maximaal toerental centrifugeren | 1400 t/min |
| Energie-efficiëntieklasse | C (oude EU-aanduiding) |
| Afmetingen (H × B × D) | 85 cm × 60 cm × 60 cm |
| Gewicht | ca. 80 kg |
| Aansluitspanning | 230 V, 50 Hz |
| Vermogensopname | 2,0 kW |
| Wateraansluiting | Koud water, 3/4 inch |
| Programma's | Kook-/Kleurwas, Strijkvrij, Fijne was, Wol, Handwas, Snel, Centrifugeren, Afpompen |
| Speciale functies | Startuitstel, Voorwas, Vlekkenoptie, Spoelstop, Zetmeeldosering |
| Optische interface | PCO/OPC |
| Deuraanslag | Links |
| Geluidsniveau wassen | ca. 55 dB(A) |
| Geluidsniveau centrifugeren | ca. 70 dB(A) |
| Reiniging en onderhoud | Pluizenfilter, wasmiddellade, deurafdichting regelmatig reinigen |
| Veiligheid | Kinderslot, Overloopbeveiliging, Onbalanscontrole |
| Onderdelen | Verkrijgbaar via Miele klantenservice |
Veelgestelde vragen - W 6071 MIELE
Gebruikersvragen over W 6071 MIELE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Wasmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding W 6071 - MIELE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. W 6071 van het merk MIELE.
GEBRUIKSAANWIJZING W 6071 MIELE
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen 4
Een bijdrage aan de bescherming van het milieu 7
Beschrijving van het apparaat 8
Vóór het eerste gebruik 13
Taal instellen....13
Datum en tijd instellen 13
Wassen 14
Vóór de eerste wasbeurt 14
Wasgoed voorbereiden 14
Vuldeur openen na programma-einde 17
Belading / Wasmiddel doseren 18
Doseerhoeveelheid 18
Extra functions 19
Met voorwas....19
Stijven....19
Zonder centrifugeren 19
Programma doorbladeren 20
Programma onderbreken 20
Startvoorkeuze 21
PC / Printer 22
PC-/printeraansluiting....22
Dosering vloeibare reinigingsmiddelen 23
Doseerhoeveelheden 23
Ingebruikneming van de doseerpompen....24
Reiniging en onderhoud 25
Nuttige tips 28
Deur openen bij langdurige stroomuitval. 28
Foutmeldingen 29
Mogelijke oorzaken overmatige schuimvorming 31
Betekenis van de symbolen op het typeplaatje 32
Aanwijzingen voor de installateur 33
Transportbeveiligingen....33
Wateraansluiting....34
Elektrische aansluiting 35
Deze wasautomaat mag uitsluitend door de Technische Dienst van Miele Nederland B.V.
Lees de gebruiksaanwijzing voordat u de wasautomaat in gebruik neemt. Dat is veiliger voor uzelf en u voorkomt onnodige schade aan het apparaat.
Verantwoord gebruik
Deze wasautomaat is uitsluitend bestemd voor wasgoed dat niet met gevaarlijke of ontvlambare middelen is vervuild.
■ Reinig in deze automaat alleen wasgoed dat volgens het wasetiket geschikt is voor machinale reiniging.
De gebruiker moet de desinfectiestandaard van thermische en chemo-thermische procédés (overeenkomstig §18 IfSG) bewaken. De procédés dienen regelmatig meettechnisch of met behulp van chemo-indicatoren te worden gecontroleerd. Bij thermische desinfectie moet aan de temperatuur-/fabrieksparameters worden voldaan, bij chemo-thermische desinfectie ook aan de concentratieparameters.
Desinfectieprogramma's mogen niet worden onderbroken, want dat kan het desinfectiere-sultaat ongunstig beïnvloeden.
Gebruik de automaat nooit voor chemisch reinigen! Bij de meeste daarvoor gebruikte reinigingsmiddelen, zoals benzine, bestaat brand-/explosiegevaar!
Bewaar en gebruik in de buurt van de wasautomaat geen benzine, petroleum of andere licht ontvlambare stoffen. Er bestaat brand-/explosiegevaar! Gebruik het machinedeksel niet als werkblad.
De elektrische veiligheid van deze machine is alleen gewaarborgd als deze wordt aangesloten op een aardingssysteem. Het is zeer belangrijk dat deze veiligheids- voorziening aanwezig is. Laat de huisinstallatie in geval van twijfel door een vakman controleren. De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade die wordt veroorzaakt door een ontbrekende of beschadigde aarddraad.
De veiligheidsvoorzieningen en de bedieningselementen van de wasautomaat mogen niet worden verwijderd of beschadigd.
Wanneer de bedieningselementen of de isolatie van leidingen beschadigd zijn, mag de wasautomaat niet meer worden gebruikt voordat deze gerepareerd is.
Gebruik de wasautomaat alleen als alle afneembare afdekkingen zijn gemonteerd, zodat men niet in aanraking kan komen met delen die onder spanning staan of bewegen.
Er staat alleen dan geen spanning op de wasautomaat als de hoofdschakelaar of de zekering van de huisinstallatie is uitgeschakeld.
Reparaties mogen uitsluitend door vakmensen worden uitgevoerd. Ondeskundige reparaties leveren een groot gevaar op voor de gebruiker.
Defecte onderdelen mogen uitsluitend door originele Miele-onderdelen worden vervangen. Alleen dan is gewaarborgd dat de machine volledig voldoet aan alle veiligheidseisen die wij aan onze machines stellen.
Ondanks het feit dat het beste materiaal is gebruikt en dat bij de productie zeer zorgvuldig te werk is gegaan, kunnen de toevoerslangen met de tijd minder worden. Door scheurtjes, knikken, etc. kunnen de slangen gaan lekken.
Controleer de toevoerslangen daarom regelmatig. U kunt ze dan tijdig vervangen en zo waterschade voorkomen.
Hoogcentrifugerende wasautomaten met een kinetische energie van meer dan 1500 Nm dienen minimaal eens per jaar door de Technische Dienst van Miele Nederland op hun veiligheid te worden gecontroleerd.
Gebruik van het apparaat
Zorg ervoor dat kinderen nooit in, op of in de buurt van de wasautomaat spelen of deze zelfs bedienen.
Als op hoge temperaturen wordt gewassen, wordt het kijkglas heet. Zorg er daarom voor dat kinderen het kijkglas niet kunnen aanraken als de wasautomaat aanstaat.
Wacht totdat de trommel helemaal stilstaat voordat u de was uit de automaat haalt. Wanneer u in een draaiende trommel grijpt, kunt u aanzienlijk letsel oplopen.
Het water in de wasautomaat is geen drinkwater! Laat het sop in een afvoersysteem weglopen dat speciaal daarvoor is aangelegd.
Wanneer de wasautomaat zonder toe-zicht aanstaat, moet zich in de nabijheid van het apparaat een afvoer in de vloer bevinden (bijvoorbeeld een putje).
Voorkom overstromend water. Controleer daarom vóórdat u de waterafvoerslang in een wastafel of wasbak hangt of het water snel genoeg kan wegstromen. Zorg ook dat de afvoerslang niet kan wegglijden. Als de slang niet goed vastzit, kan hij door de kracht van het wegstromende water uit de wasbak worden gedrukt.
Het gebruik van chloor of chloorhoudende middelen leidt tot corrosie en kan onder bepaalde omstandigheden het uitvalen van onderdelen tot gevolg hebben.
Desinfectie- en reinigingsmiddelen bevatten vaak chloorhoudende verbindingen. Wanneer dergelijke middelen op een roestvrijstalen oppervlak opdrogen, tasten de chloriden die daarbij ontstaan het roestvrije staal aan en veroorzaken roest. U beschermt het roestvrije staal het best als u voor het wassen/desinfecteren en voor het reinigen van de roestvrijstalen oppervlakken alleen middelen gebruikt die geen chloor bevatten.
Informeer in geval van twijfel bij de fabrikant van het middel.
Wanneer chloorhoudende middelen per ongeluk toch op roestvrij staal terechtkomen, verwijder ze dan met water. Wrijf het oppervlak daarna met een doek droog.
Kleur- en ontkleuringsmiddelen, alsmede ontkalkingsmiddelen moeten geschikt zijn voor gebruik in de wasautomaat. Let altijd op de aanwijzingen van de fabrikant van het middel.
Controleer het wasresultaat bij wasgoed dat met biologische oliën of vetten ver-vuild is. Als het wasgoed niet schoon ge-noeg is, kan tijdens het droogproces zelfont-branding optreden. Gebruik voor dergelijk wasgoed speciale wasmiddelen of speciale wasprogramma's.
Let bij gebruik van speciale reinigingsmiddelen en speciale producten op de aanwijzingen van de desbetreffende fabrikant. Gebruik het middel alleen voor toepassingen die door de fabrikant zijn aangegeven.
Hiermee voorkomt u materiaalschade en eventuele heftige chemische reacties. Vraag in geval van twijfel de fabrikant van het middel of het geschikt is voor gebruik in wasautomaten.
Wanneer voor een bepaalde toepassing een chemisch hulpmiddel wordt aanbevolen, betekent dit niet dat de fabrikant van het apparaat ook aansprakelijk is voor het effect van het middel op het wasgoed en de machine. Houd er rekening mee dat veranderingen in formules en opslagvoorschriften die niet afkomstig zijn van de fabrikant van de chemische middelen het wasresultaat kunnen beïnvloeden.
■ Voor het reinigen van de wasautomaat mag geen hogedrukspuit of waterstraal worden gebruikt.
Gebruik van toebehoren
Toebehoren mogen alleen worden ingebouwd als ze uitdrukkelijk door Miele zijn vrijgegeven. Wanneer andere onderdelen worden aan- of ingebouwd, vervallen de garantie en de productaansprakelijkheid.
Het afgedankte apparaat
Wanneer u uw oude wasautomaat afdankt (laat afvoeren), maak dan eerst het deurslot onbruikbaar. Daarmee voorkomt u dat spelende kinderen zich opsluiten en in levensgevaar komen.
Wanneer andere personen worden geïnstrueerd om de wasautomaat te bedienen, moeten zij op de hoogte worden gesteld van deze belangrijke veiligheidsinstructies.
Bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvul- dig!
Het verpakkingsmateriaal
De verpakking beschermt het apparaat te- gen transportschade. Het verpakkingsmat- riaal is uitgekozen met het oog op een zo gering mogelijke belasting van het milieu en de mogelijkheden voor recycling.
Hergebruik van het verpakkingsmateriaal remt de afvalproductie en het gebruik van grondstoffen. Vaak neemt de leverancier de verpakking terug. Als u de verpakking zelf wegdoet, informeer dan bij de reinigingsdienst van uw gemeente waar u die kunt afgeven.
Het afdanken van het apparaat
Oude elektrische en elektronische apparaten bevatten vaak nog waardevolle materialen. Ze bevatten echter ook schadelijke stoffen die voor het functioneren en de veiligheid van het apparaat nodig waren. Als u het apparaat bij het gewone afval doet of bij verkeerde behandeling kunnen deze stoffen schadelijk zijn voor de gezondheid en het milieu. Verwijder het afgedankte apparaat dan ook nooit met het gewone afval.

Het apparaat moet volgens de daarvoor geldende voorschriften worden verwijderd. Neem zo nodig contact op met Miele Professional of met de vakhandelaar.
Het afgedankte apparaat moet tot die tijd buiten het bereik van kinderen worden opgeslagen. Hierover vindt u meer informatie in het hoofdstuk "Veiligheidsinstructies en waarschuwingen".
Wasautomaat W 6071, optie: afvoerklep of afvoerpomp
① Wasmiddelvak
② Bedieningspaneel
③ Deur
④ Frontpaneel
⑤ Klepje van het pluizenfilter c.q. afvoersysteem
⑥ Verstelbare machinevoeten (4 stuks)

① Koudwateraansluiting
② Warmwateraansluiting
④ Koudwateraansluiting dosering vloeibare reinigingsmiddelen
⑤ Ontluchtingstuit
⑥ Kabeldoorvoer netaansluiting
⑧ Centrale aansluiting vloeibare reinigingsmiddelen
⑩ Kabeldoorvoer dosering vloeibare reinigingsmiddelen
⑪ Kabeldoorvoer 3 externe doseerpompen
⑫ Printerinterface
⑬ Afvoer (bij afvoerklep)
⑭ Afvoerslang (bij afvoerpomp)
⑮ Achterpaneel

Bedieningspaneel

① Sleutelschakelaar
② Display
③ Programmaschakelaar
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
>90^ C < hoofdwas 1
spoelgangen 3 1200 t/min ->
Toetsen
Aan
0 Uit
Zodra de wasautomaat wordt ingeschakeld verschijnt er tekst in het display. Het display geeft in 4 regels van elk 40 tekens het ingestelde programma weer.
Na de programmastart:
① PROGRAMMA 1 WITTE WAS
② 40 °C voorwas 25 °C
③ 90 °C hoofdwas

④ ->
① programmanummer / programmanaam
② ingestelde temperatuur actuele programmafase / naam van de actuele programmafase / actuele temperatuur / tijdbalk voor de actuele programmafase
③ ingestelde temperatuur volgende programmafase / naam van de volgende programmafase
④ verwijzing naar volgende regel display

Positie A - vrijgave
In deze stand kunnen alleen vrijgegeven programma's worden gestart. Voor het vrijgeven van programma's zie het programmeerhandboek.
Positie B - in bedrijf
In deze stand kunnen alle programma's worden gestart. In het display verschijnt altijd het programma dat met de programmaschakelaar is ingesteld.
Positie C - programmering
Deze stand is nodig om een programmaver-loop samen te stellen, te kopiëren, te wissen, te wijzigen, te printen, vrij te geven of te vergrendelen.
Zie programmeerhandboek.
Positie D - ontgrendelen
In deze stand kunnen vergrendelde programma's worden ontgrendeld. Vergrendelde programma's (bijvoorbeeld desinfectieprogramma's) kunnen na de start niet meer worden afgebroken.
Wanneer tijdens zo'n programma de sleutelschakelaar naar D wordt gedraaid, kan het lopende programma worden ontgrendeld en afgebroken.
Zie programmeerhandboek.

Sleutels voor de sleutelschakelaar
Sleutel 1 (2 stuks meegeleverd) voor de standen
A, B.
Sleutel 2 voor de standen
A, B, C.
Sleutel 3 voor de standen
A, B, C, D.

Programmaschakelaar
De programma's 1 - 24 kunnen direct worden ingesteld. De programma's 25 - 99 stelt u in door eerst de keuzeschakelaar op 24 te zetten en vervolgens de toets "Plus" in te drukken. Het gekozen programma verschijnt nu met naam en nummer in het display. Op de posities 1 - 10 staan de standaardprogramma's. De overige plaatsen zijn per wasautomaat verschillend en worden in het programma-overzicht beschreven.
Als de keuzeschakelaar tijdens een lopend programma naar een andere positie wordt gedraaid, begint de eerste regel in het display te knipperen. Er verandert echter niets in het programma.
Standaardprogramma's:
1 Witte was
2 Bonte was 60°C
3 Bonte was 40°C
4 Kort programma
5 Kreukherstellend
6 Fijn/synthetisch
7 Wol
8 Extra spoelen en centrifugeren
9 Extra centrifugeren
10 Extra afvoer

Toets "Au Faseplus" met indicatielampje
Als de toets wordt ingedrukt, gaat het lampje boven de toets branden. De desbetreffende programmafase (bijvoorbeeld voorwas) wordt aan het programma toegevoegd. Als de toets nogmaals wordt ingedrukt, wordt de functie weer uitgeschakeld.
Toets "Stijfsel doseren" met indicatie-lampje
Als het wasgoed moet worden gesteven, moet deze toets worden ingedrukt. Het lampje gaat dan branden.
Toets "Zonder centrifugeren" met indicatielampje
Als de machine na het spoelen niet moet centrifugeren, moet deze toets worden ingedrukt. Het lampje gaat dan branden.

Toets "Start"
Het ingestelde programma wordt gestart.
Toets "Einde"
Als u deze toets indrukt, onderbreekt u het programma (programmastop). Als u de toets nog eens indrukt, beëindigt u het programma meteen. Een onderbroken programma kunt u met de toets "Start" weer voortzetten met die fase waarin u het programma heeft onderbroken.

Toetsen "◀ ▶ Cursor"
Door het indrukken van de cursortoetsen springt de cursor door de invoerposites of naar de volgende pagina in het display. De cursor ( > < ) verschijnt knipperend in het display).
Na de start van een programma kan per fase door het programma worden gebladerd (voor- en achteruit). Wanneer u de toets vasthoudt, kunt u snel doorbladeren.
Op bepaalde invoerposities kunnen hiermee veranderingen worden aangebracht.
Wanneer u de toets vasthoudt, verspringen de waarden versneld.
Toets "Startvoorkeuze"
Wanneer deze toets voor de start van een programma wordt ingedrukt, verschijnt in het display de mededeling dat er een starttijd kan worden ingesteld.
Als de toets nogmaals wordt ingedrukt, wordt de startvoorkeuze weer gewist.
Na de start van het programma kunt u met een druk op de startvoorkeuzetoets de datum en de tijd opvragen.
Met speciale software kunnen gegevens worden uitgewisseld tussen de besturing en een PC (en omgekeerd). De aansluiting geschiedt via de optische interface aan de voorkant van het bedieningspaneel.
Tussen de verschillende stappen in de programmering mag niet langer dan 25 seconden worden gewacht, anders gaat het display terug naar de oorspronkelijke weergave (zoals direct na inschakeling) en worden de wijzigingen niet overgenomen.
Taal instellen
Wanneer tegelijkertijd met de "Aan"-toets de starttoets wordt ingedrukt, komt u in de programmeerstand voor het instellen van de taal. U kunt kiezen uit Duits en (in principe) de taal van het land van opstelling.
■ Schakel de hoofdschakelaar (ter plaatse) in.
■ Draai de sleutelschakelaar op B (alle programma's). Schakel het apparaat met de toets "0 Uit" uit.
■ Druk de toets "Start" en de toets "Aan" tegelijk in en houd ze ingedrukt, totdat in het display het volgende verschijnt:
INSTELLING VAN DE LANDSTAAL DEUTSCH >NEDERLANDS<
Na invoeren starttoets indrukken.
■ Ga met de toetsen "< > Cursor" naar de gewenste taal.
De tekst in het display wordt direct in de gekozen taal omgezet.
■ Bevestig uw keuze met de toets "Start".
Alle teksten voor het display worden in de gekozen taal omgezet.
Datum en tijd instellen
■ Schakel de machine uit met de toets "0 Uit".
■ Draai de sleutelschakelaar op B.
Druk de toets "Startvoorkeuze" en de toets "Aan" tegelijk in en houd ze ingedrukt, totdat in het display het volgende verschijnt:
Na invoeren starttoets indrukken.
■ Ga met de toets "▶ Cursor" naar de invoerpositie voor de uren en stel met de toetsen "+ - Plus/Min" de uren in.
■ Ga met de toets "▶ Cursor" naar de invoerpositie voor de minuten en stel met de toetsen "+ - Plus/Min" de minuten in.
■ Ga met de toets "➤ Cursor" naar de dag en stel met de toetsen "+" - Plus/ Min" de dag in.
■ Ga met de toets "▶ Cursor" naar de maand en stel de maand in.
■ Ga met de toets "▶ Cursor" naar het jaartal en stel het in.
■ Sla de instellingen op met de toets "Start". Als tijdens een lopend programma de toets "Startvoorkeuze" wordt ingedrukt, worden de datum en de tijd weergegeven.
Vóór de eerste wasbeurt
De eerste ingebruikneming mag uitsluitend door de Technische Dienst worden gedaan.
Belangrijk! De automaat moet volgens de geldende richtlijnen worden geplaatst en aangesloten! Zie ook het hoofdstuk "Aanwijzingen voor de installateur".
■ Draai de waterkranen open.
■ Schakel de hoofdschakelaar (ter plaatse) in.
■ Zet de sleutelschakelaar op B (alle programma's).
Testwater afvoeren
■ Was de eerste keer zonder wasgoed.
■ Doe een beetje wasmiddel in het vakje 📊.
■ Draai de programmaschakelaar op "2 Bon-te was 60 °C".
■ Druk op de toets "Start".
Wasgoed voorbereiden

Voorwerpen als munten, paperclips en dergelijke kunnen het wasgoed en onderdelen van de automaat beschadigen.
Wasgoed sorteren
Meestal is wasgoed voorzien van een wasetiket in de kraag of de zijnaad. Sorteer het wasgoed volgens de symbolen op het etiket.
Reinig in deze automaat uitsluitend wasgoed dat geschikt is voor de wasautomaat.
Bij wasgoed van wol en wolmengweefsels moet in het wasetiket vermeld staan dat ze machinewasbaar zijn.
■ Doe het wasgoed in de trommel. Houdt u zich aan de maximale beladingscapaciteit.
Ontvouw het wasgoed en leg het losjes in de trommel. Grote en kleine stukken samen zorgen voor een optimale waswerking en een betere verdeling van het wasgoed tijdens het centrifugeren.
Een te volle trommel heeft tot gevolg dat de was minder schoon wordt en erg kreukt.
■ Sluit de deur.

■ Gooi de deur dicht zonder deze los te laten.
De deur zal in het begin vrij moeilijk sluiten. Na verloop van tijd gaat dit gemakkelijker.
■ Voorkom dat was tussen de deur en de manchet beklemd raakt, anders wordt het wasgoed beschadigd.

■ Zet de sleutelschakelaar op B (alle programma's).
■ Druk op de toets "■ Aan".

Kies een programma (bijvoorbeeld programma 1 Witte was).
In het display verschijnt (bijvoorbeeld) het volgende:
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
>90^ C< hoofdwas 1
spoelgangen 3 1200 t/min

■ Kies (indien gewenst) de aanvullende programmafase voorwas door de toets "Faseplus" in te drukken. Het indicatielampje boven de toets gaat branden.
Als de toets "Faseplus" is ingedrukt, geeft het display het volgende weer:
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
>40^ C<voorwas 1
90°C hoofdwas 1
spoelgangen 3 1200 t/min
■ Vul voor de hoofdwas wasmiddel in vakje Ⓤ. Vul - indien gewenst - wasmiddel voor de voorwas in vakje Ⓤ, wasverzachter in vakje Ⓤ en vloeibaar bleekmiddel in vakje △. Zie ook het hoofdstuk "Belading / Was-middel doseren".
De volgende parameters kunnen voor de start van het programma worden gewijzigd:
De temperatuur in stappen van 1°C. Instelbaar zijn: koud, alsmede waarden tussen 15 en 95°C.
Het centrifugetoerental in stappen van 100 t/min. Instelbaar zijn: 0, alsmede toerentallen tussen 300 en 1200 t/min.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
>40^ C< voorwas 1
90°C hoofdwas 1
spoelgangen 3 1200 t/min
■ Ga met de toets "➤ Cursor" naar de in-voerpositie voor de temperatuur van de voorwas en stel met de toetsen "+ - Plus/Min" de gewenste temperatuur in (hier 40°C).
■ Ga met de cursortoets naar de invoerpositie voor de temperatuur van de hoofdwas en stel met de toetsen "+- Plus/Min" de gewenste temperatuur in.
■ Ga met de toets "▶ Cursor" naar de invoerpositie voor het centrifugetoerental en stel met de toetsen "+ - Plus/Min" het gewenste toerental in.

■ Druk op de toets "Start". -Het wasprogramma begint.-
Na de start van programma wordt het pro-grammaverloop in het display weergegeven.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
40°C voorwas 20 °C
90° C hoofdwas

In de tweede regel van het display (programmafase voorwas) verschijnt tevens de actuele soptemperatuur en de naar rechts verlopende tijdbalk. Daaronder wordt de volgende programmafase weergegeven, hier hoofdwas.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
90 °C hoofdwas 20 °C
spoelgang 1

Als de fase voorwas is afgelopen, verschijnt in de tweede regel van het display de fase hoofdwas met de actuele temperatuur van het sop, evenals de naar rechts verlopende tijdbalk. Daaronder wordt de volgende programmafase weergegeven, hier spoelgang 1. Wanneer in de laatste regel een pijl naar rechts verschijnt ( -> ), verwijst deze naar een volgende regel in het display.
Als de toets "> Cursor" wordt ingedrukt, wordt in de onderste regel meer informatie over het programma gegeven.
Programma-einde
Na de waterafvoer in de laatste verwarmingsfase respectievelijk na de laatste Cool Down wordt het einde van het programma aangegeven in uren:minuten.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
spoelgang 1
spoelgang 2
einde programma 11:25 uur ->
Vuldeur openen na programma-einde
Als het programma is afgelopen, de trommel stilstaat en er geen water meer in de machine zit, geeft het display (bijvoorbeeld) het volgende weer:
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
EINDE PROGRAMMA
DEUR ONTGRENDELD!
■ Ontgrendel de deur nu met de toets "Deur".
■ Haal het wasgoed uit de wasautomaat.
Als het programma wordt afgebroken terwijl er nog water in de machine zit of tijdens het centrifugeren, geeft het display (bijvoorbeeld) het volgende weer:
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
EINDE PROGRAMMA
DEUR IS VERGRENDELD
WATER IN DE AUTOMAAT!
of:
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
EINDE PROGRAMMA
DEUR IS VERGRENDELD
GEEN TROMMELSTILSTAND!
■ Kies en start het programma "Extra afvoer" of "Extra centrifugeren". Open de deur na afloop van het programma.
Als daarna niet meer wordt gewassen, ga dan als volgt te werk:
■ Laat de vuldeur open.
■ Schakel de machine uit.
■ Schakel de hoofdschakelaar (ter plaatse) uit.
■ Sluit de waterkranen.
Belading (droge was) max. 7,5 kg
Voor de maximale belading van de afzonderlijke programma's zie het bijgevoegde programma-overzicht.
Wasmiddel doseren

- voor hoofdwas in vakje 📊
- voor voorwas in vakje Ⓗ
- wasverzachter in vakje 📊
- bleekmiddel in vakje △
Bleekmiddel
U kunt textiel alleen bleken als dat in het wasetiket is aangegeven met het symbool △. Giet het vloeibare bleekmiddel uitsluitend in het daarvoor bestemde vakje △. Het bleekmiddel wordt dan automatisch tijdens de tweede spoelbeurt in de trommel gespoeld (koud bleken). U kunt bont wasgoed alleen met bleekmiddel behandelen als de fabrikant uitdrukkelijk op het wasetiket vermeldt dat het textiel kleurecht is en gebleekt mag worden.
Als u uw wasgoed met bleekmiddel wilt behandelen, moet u een 4e spoelbeurt programmeren (zie "Programmeerhandboek Profitronic").
Vloeibare hulpmiddelen of additieven mo- gen niet boven de maximummarkering wor- den gevuld. Ze kunnen anders voortijdig via de zuighevel in de machine lopen.
Doseerhoeveelheid
Gebruik niet te veel wasmiddel, anders ont- staat er te veel schuim.
- Gebruik geen wasmiddelen die overmatig schuimen.
- Volg de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking.
De dosering is afhankelijk van:
- de hoeveelheid wasgoed.
- de waterhardheid.
- de mate van vervuiling.
Waterhardheid
| Hard heids-graad | Aanduiding | Hardheid in mmol/l °dH | |
| I zacht 0 - 1,3 0 | -7 | ||
| II gemid-deld | 1,3 - 2,5 7 | -14 | |
| III | hard | 2,5 - 3,8 | 14 - 21 |
| IV | zeer hard | boven 3,8 | boven 21 |
Als u de waterhardheid in uw regio niet kent, neem dan contact op met uw waterbedrijf.
Met voorwas
Voor sterk vervuild wasgoed kan er een voorwas worden gekozen.

De programmafase "Voorwas" kunt u vóór de start van een programma kiezen door de toets "Faseplus" in te drukken. Het indicatielampje boven de toets begint dan te branden.
Stijven

Stijven kan vóór de start van een programma worden gekozen met de toets "Stijfsel doseren". Het indicatielampje boven de toets gaat dan branden.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
spoelen 3

STIJFSEL DOSEREN!
"Stijven" en "Stijfsel doseren" indrukken.
Zodra het programma-onderdeel "Stijven" is bereikt, gaat in het display de tekst "STIJF-SEL DOSEREN" knipperen.
Het programma wordt met het indrukken van de toets "Stijfsel doseren" voortgezet (het indicatielampje gaat uit).
Bereid het stijfsel volgens de aanwijzingen van de fabrikant en voeg het in het juiste vakje aan het instromende water toe. De wastijd wordt automatisch met 4 minuten verlengd.
Zonder centrifugeren

Zonder centrifugeren kunt vóór de start van een programma kiezen door de toets
"Zonder centrifugeren" in te drukken. Het indicatielampje boven de toets gaat dan branden.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
spoelen 3

CENTRIFUGEERSTOP!
Centrifugeerstop of eindtoets indrukken.
Zodra het programmapunt "Centrifugeren" is bereikt, gaat in het display de tekst "CENTRIFUGEERSTOP" knipperen. (Door de toets "Zonder centrifugeren" nogmaals in te drukken, kan het programma met centrifuge-ren worden voortgezet.)
Druk de toets "Einde" in en het programma wordt met water in de machine beeindigd.
Om de deur te kunnen openen, kiest u het programma "Extra afvoer" en drukt u op de toets "Start".
Spoelen met warm water
Voor zover een warmwateraansluiting aanwezig is.
De standaardprogramma's
1 Witte was en
2 Bonte was 60°C zijn geprogrammeerd op spoelen met warm water.
Is voor de laatste spoelgang warm water beschikbaar, dan is na het centrifugeren de restvochtwaarde lager en het wasgoed verwarmd.
Als de was daarna meteen in een droger of mangel verwerkt wordt, wordt energie en tijd bespaard.
Programma doorbladeren
Het lopende programma kan worden doorge-bladerd en fasen kunnen worden herhaald.

Druk de toets "Einde" in en het programma wordt onderbroken.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
hoofdwas
PROGRAMMASTOP
In het display knippert "PROGRAMMA-STOP".
Met de toets "▶ Cursor" kunt u het programma fase voor fase tot het eind doorbladeren.
Met de toets "◀ Cursor" kunt u het programma fase voor fase tot het begin doorblade-ren.
Op de gewenste plaats kunt u het programma voortzetten door de toets "Start" in te drukken.
Programma onderbreken
Als het programma moet worden onderbroken, drukt u op de toets "Einde". Om het programma voort te zetten, drukt u op "Start".

Als het programma moet worden afgebroken, moet de toets "Einde" twee maal achtereen worden ingedrukt.
Als het programma tijdens het centrifugeren wordt afgebroken of terwijl er nog water in de machine zit, verschijnt (bijvoorbeeld) het volgende in het display:
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
EINDE PROGRAMMA
DEUR IS VERGRENDELD
■ Kies het programma "Extra afvoer" of "Extra centrifugeren" en druk op de toets
"Start" om de deur te kunnen openen.
Startvoorkeuze
Als een programma op een bepaalde tijd gestart moet worden, kunt u dat tijdstip met de toets "Startvoorkeuze" instellen.
Starttijd instellen
■ Schakel de machine in en stel met de programmaschakelaar het gewenste programma in.
Het display geeft (bijvoorbeeld) het volgende weer:
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
>90^< hoofdwas 1
spoelgangen 3 1200 t/min
■ Druk de toets "Startvoorkeuze" in.
In het display wordt (hier) het volgende weergegeven:
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
starttijd >14< : 30 uur
Druk na starttijdinstelling starttoets in.
Het display geeft altijd eerst de actuele tijd weer. De cursor staat op de invoerpositie voor de uren.
■ Stel met de toetsen "+- Plus/Min" de uren van de starttijd in.
■ Ga met de cursor naar de invoerpositie voor de minuten en stel met de toetsen "+ - Plus/Min" de minuten in.
■ Druk de toets "Start" in. De startvoorkeuze is afgesloten. Het display geeft (hier) het volgende weer:
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
90°C hoofdwas 1
starttijd 18 : 30 uur
Als de starttijd is bereikt, start het programma en geeft het display het verloop van het programma weer.
Als de toets "Startvoorkeuze" tijdens het lopende programma wordt ingedrukt, worden de datum en de tijd weergegeven.
Startvoorkeuze wissen:
Als u nog niet op de starttoets heeft gedrukt:
■ Drukt u op de toets "Startvoorkeuze".
Als u wel op de starttoets heeft gedrukt:
■ Drukt u op de toets "Einde".
PC-/printeraansluiting
Na inbouw van montageset SD kan een PC of printer op de machine worden aangesloten.
PC:
Via een PC kunnen programma's worden aangepast of nieuwe programma's worden geladen. Een geschikt editor-programma kunt u bij Miele Nederland bestellen.
Printer:
Met een printer kunnen hele programma's of programmadelen worden geprint. Zie ook het programmeerhandboek. Als u een was-protocol wilt printen, moet de Technische Dienst eerst een herprogrammering uitvoeren.
doseerpomp zuiglans

① Aansluiting voor de slang (zuigkant)
② Aansluiting voor de slang (drukkant)
③ Afvoer (bij slangbreuk)
④ Aanzuigopening
⑤ Niveausonde voor het reinigingsmiddel. Wanneer het doseerreservoir leeg is, worden de pomp en de machine automatisch uitgeschakeld.
De wasautomaat signaleert het tekort aan vloeibaar doseermiddel.
Het programma wordt automatisch voortgezet als het doseerreservoir weer is bijgevuld.
Doseerhoeveelheden
De aanwijzingen van de fabrikant moeten worden opgevolgd.
Let bij gebruik en combinatie van speciale reinigingsmiddelen en speciale producten op de aanwijzingen van de desbetreffende fabrikant. Gebruik het middel alleen voor toepassingen die door de fabrikant zijn aangegeven. Hiermee voorkomt u materiaalschade en eventuele heftige chemische reacties.
Vraag in geval van twijfel de fabrikant van het middel of het geschikt is voor gebruik in wasautomaten.
Vloeibare wasmiddelen moeten voor gebruik op kamertemperatuur worden gebracht, zo- dat de viscositeit en daardoor de doseer- hoeveelheid niet worden beïnvloed.
Reiniging van het doseersysteem
Eens in de twee weken en vóór een lange periode van stilstand moet het doseersysteem met warm water worden doorgespoeld om verstoppingen en corrosie in het doseersysteem te voorkomen.
■ Reinig de zuiglansen daartoe met water.
■ Zet de zuiglansen in warm water (40 - 50 °C).
■ Activeer in het serviceprogramma alle pompen, totdat het systeem is doorgespoeld.
■ Controleer de aansluitingen, slangen, doseertuiten en dichtingen op lekkage.
Ingebruikneming van de doseer- pompen
Voor de ingebruikneming van de doseer-pompen moet het vloeibare wasmiddel worden aangezogen en de doseerhoeveelheid worden ingesteld. Daarvoor gebruikt u het service-programma.
Vloeibaar wasmiddel aanzuigen
■ Steek de zuiglansen in de wasmiddelreservoirs.
Service-mode:
■ Schakel de wasautomaat uit.
■ Zet in stand B de programmaschakelaar op 24.
■ Schakel de wasautomaat in en druk binnen 4 seconden 4 maal achter elkaar de toets "Faseplus" in. Zo komt u in de service-mode.
De cursor staat al op serviceprogramma's.
SERVICE - MODE
SERVICEPROGRAMMA'S< MACH.GEGEVENS
Na invoeren starttoets indrukken. ->
■ Druk de toets "Start" in.
SERVICE - MODE SERVICEPROGRAMMA'S
Na invoeren starttoets indrukken. ->
■ Kies met de toets "Plus" SERVICEPROGRAMMA 2 en druk op de toets "Start".
SERVICE - MODE SERVICEPROGRAMMA'S
SERVICEPROGRAMMA 2
doseerklep >D1< doseertijd 0 sec.
Na invoeren starttoets indrukken.
■ Kies met de toets "Plus" D1. Ga met de toets "Cursor" naar de invoerpositie voor de doseertijd en stel met de toets "Plus" een doseertijd van ca. 20 seconden in. Druk de toets "Start" in. De slangen van pomp 1 worden nu gevuld.
SERVICE - MODE SERVICEPROGRAMMA'S
SERVICEPROGRAMMA 2
doseerklep >D1< doseertijd 20 sec.
Afbreken met eindtoets.
■ Afbreken met de toets "Einde".
Herhaal deze handelingen voor D2 en D3.
SERVICE - MODE
SERVICEPROGRAMMA'S< MACH.GEGEVENS
Na invoeren starttoets indrukken. ->
■ Druk de toets "Start" in, kies SERVICE-PROGRAMMA 2 en druk de toets "Start" in.
Service-mode verlaten:
■ Afbreken met de toets "Einde" en vervolgens de machine uitschakelen.
■ Schakel de machine in en kies programma 8 "Extra spoelen en centrifugeren" om het vloeibare reinigingsmiddel uit de machine te spoelen.
Doseerhoeveelheden pompen corrigeren (als de ingestelde doseertijden te kort zijn)
De doseerhoeveelheid wordt via het service-programma geregeld. Ga te werk zoals bij het aanzuigen van vloeibaar wasmiddel. De vastgestelde doseertijd wordt dan in stand C (programmering) in de stappenprogrammering ingesteld.
De maximale capaciteit van alle pompen is ca. 168 ml/min.
Deze waarde verandert afhankelijk van het medium en dient uitsluitend ter oriëntatie.
■ Plaats de zuiglans in een maatbeker met de juiste hoeveelheid vloeibaar wasmiddel en houd de vulstand vast.
■ Ga verder te werk zoals beschreven bij "Vloeibaar wasmiddel aanzuigen".
Wasautomaat reinigen
Reinig de buitenkant van de automaat met een mild reinigingsmiddel of sopje en wrijf hem met een zachte doek droog. Wrijf het bedieningspaneel met een vochtige doek schoon en daarna droog.
De trommel en andere delen van roestvrij staal maakt u schoon met een speciaal middel voor roestvrij staal.
Gebruik geen schuur- of oplosmiddelen!
Houd ook de deurdichting (manchet) schoon. Verwijder eventuele verontreinigingen met een vochtige doek.
Roestvorming
De trommel en de kuip zijn van zijn van roestvrij staal.
IJzerhoudend water of metalen voorwerpen (zoals paperclips, metalen knopen en metaalslijpsel) die in de machine terechtkomen, kunnen roest veroorzaken.
Reinig de trommel en de kuip dan ook meteen na het ontstaan van roest met een geschikt reinigingsmiddel voor roestvrij staal.
Controleer ook de deurdichting op metalen voorwerpen en ijzerhoudende verontreinigingen en verwijder deze grondig.
Afvoer reinigen
Bij een uitvoering met afvoerpomp:
Controleer het pluizenfilter in het begin na iedere 3-4 wasbeurten zodat u weet hoe vaak het schoongemaakt moet worden.
■ Schakel de automaat uit (open de deur of schakel de hoofdschakelaar uit).

■ Maak het klepje open.
■ Zet een bak onder de slang.

■ Draai het pluizenfilter los door de greep van het filterdeksel 2 à 3 keer om te draaien. Draai het filter er echter niet uit. Er loopt nu ca. 2 liter water uit de automaat.
Als de afvoer verstopt is, zit er veel meer water in de automaat (maximaal 30 l). Laat de automaat leeglopen totdat er geen water meer uitkomt.
Draai het pluizenfilter weer vast als u de afvoer wilt onderbreken.
Let op! Als u kort van tevoren op een hoge temperatuur heeft gewassen, kunt u zich aan het hete water branden!
Reiniging en onderhoud
■ Als er geen water meer uit de automaat komt, kunt u het filter er helemaal uitdraaien en schoonmaken.
■ Verwijder eventuele voorwerpen zoals knoopjes en munten.

■ Controleer of de pompschoepvleugel gemakkelijk ronddraait. Is dit niet het geval, verwijder dan eventueel aanwezige voorwerpen of draadjes.
■ Reinig het filterhuis.
De schroefdraad van het pluizenfilter moet vrij zijn van kalkaanslag, wasmiddelresten en voorwerpen.
Sluit het klepje weer nadat het pluizenfilter is schoongemaakt.
Watertoevoerzeefjes reinigen
De automaat heeft de volgende zeefjes ter bescherming van de watertoevoerkleppen:
- aan het vrije uiteinde van de toevoerslangen.
- in de tuiten bij de koppelstukken tussen automaat en toevoerslang.
Zeefjes in de toevoerslangen reinigen
■ Draai de waterkraan dicht.

■ Schroef de toevoerslang van de waterkraan.
■ Trek het rubberen dichtingsringetje uit de groef.
■ Pak het kunststof zeefje met een combinatie- of punttang aan de opstaande rand in het midden vast. Trek het eruit en maak het schoon.
■Monteer alles weer in omgekeerde volgorde.
De zeefjes in de toevoerslangen moeten ongeveer eens in de 6 maanden worden schoongemaakt.
Controleer de toevoerslangen regelmatig, omdat die tijdens het wassen onder hoge druk staan. Als u scheurtjes of andere beschadigingen constateert, moet u een nieuwe toevoerslang aanschaffen.
Gebruik alleen slangen die bestand zijn te- gen een overdruk van minstens 70 bar. Ori- ginele Miele-slangen voldoen aan deze eis.
Zeefjes in de koppelstukken reinigen
■ Draai het geribbelde kunststof moertje voorzichtig met een tang van het koppelstuk en schroef het eraf.

■ Pak het kunststof zeefje aan de opstaande rand in het midden vast met een combinatietang of spitstang (zie afbeelding). Trek het eruit en maak het schoon.
■Monteer de onderdelen weer in omgekeerde volgorde.
Beide zeefjes moeten na het reinigen weer worden teruggeplaatst!
■ Het doseerbakje voor het wasmiddel moet na gebruik grondig worden schoongemaakt met warm water om restjes wasmiddel te verwijderen.
■ Reinig ook de zuighevels in vakje ✉ en vakje △.
■ Draai de schroef naast de zuighevel los.

■ Trek de zuighevel eruit, spoel deze met warm water schoon en plaats de zuighevel terug (de zuighevel moet zijn ingehangen).
Als de machine gedurende lange tijd niet wordt gebruikt (vanaf 4 weken), moet de trommel enkele keren worden gedraaid. Draai de trommel vervolgens eens per 4 weken enkele keren om beschadiging van de lagers te voorkomen.
Reparaties mogen uitsluitend worden uitgevoerd door vakmensen van Miele. Ondeskundig uitgevoerde reparaties kunnen gevaar opleveren voor de gebruiker.
Een aantal storingen kunt u echter zelf ver- helpen.
Stroomuitval tijdens het wasproces
Kortdurende stroomuitval:
Het programma blijft op de laatste stand staan en in het display verschijnt de volgende melding zodra er weer spanning op het apparaat staat:
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
PROGRAMMASTOP
DOOR STROOMUITVAL!
Druk de starttoets in s.v.p.
■Druk de toets "Start" in en het programma wordt voortgezet.
Deur openen bij langdurige stroom- uitval
■Schakel de machine uit.
■ Schakel de hoofdschakelaar (ter plaatse) uit.
■ Sluit de waterkranen.
Bij een uitvoering met afvoerpomp:
■ Maak het klepje naar de afvoer open en laat het water weglopen (zie hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").

■Duw tegen de deur en trek aan het lusje. De deur gaat nu open.
De trommel moet stilstaan voordat u het wasgoed uit de automaat haalt. Als u uw hand in de trommel steekt, terwijl deze nog draait, kunt u zich verwonden.
Bij een uitvoering met afvoerklep:
■ Maak het klepje naar de afvoer open (zie hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").

■ Druk de hendel voor de noodafvoer omlaag (zie afbeelding) en houd deze vast totdat er geen water meer uit de automaat komt.

Duw tegen de deur en trek aan het lusje. De deur gaat nu open.
De trommel moet stilstaan voordat u het wasgoed uit de automaat haalt. Als u uw hand in de trommel steekt, terwijl deze nog draait, kunt u zich verwonden.
Foutmeldingen
Wanneer er voor of na de start van een pro- gramma een storing optreedt, wordt deze knipperend in het display weergegeven.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
PROGRAMMASTOP
DOOR STROOMUITVAL!
Druk de starttoets in s.v.p.
■ Zodra er weer stroom is, moet de toets "Start" worden ingedrukt. Deze foutmelding kan ook betekenen dat de motorbeveiliging in werking is getreden. Laat de motor afkoelen.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
PROGRAMMASTOP
FOUT IN DE WATERTOEVOER!
Open waterkraan, druk starttoets in.
■Open de waterkraan en druk de toets "Start" in.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
PROGRAMMASTOP
Afvoer reinigen en starttoets indrukken.
■ Controleer de afvoer ter plaatse en druk de toets "Start" in. Een defecte afvoer - klep mag uitsluitend door de Technische Dienst worden gerepareerd.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
PROGRAMMASTOP
FOUT IN HET VERWARMINGSSYSTEEM!
Kortsluiting aan de verwarmingsvoeler 1.
■ Neem contact op met de Technische Dienst.
Nuttige tips
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
PROGRAMMASTOP
FOUT IN HET VERWARMINGSSYSTEEM!
Onderbreking aan de verwarmingsvoeler 1.
■ Neem contact op met de Technische Dienst.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
PROGRAMMASTOP
FOUT IN HET VERWARMINGSSYSTEEM!
■ Neem contact op met de Technische Dienst.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
PROGRAMMASTOP
FOUT IN HET AANDRIJFSYSTEEM!
Codeerstekker-aandrijfvariant ontbreekt.
■Neem contact op met de Technische Dienst.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
90 °C hoofdwas 20 °C
spoelen 1
FOUT IN HET AANDRIJFSYSTEEM!
■ Neem contact op met de Technische Dienst als er na deze melding geen was-beweging meer plaatsvindt.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
PROGRAMMASTOP
SCHAKELAAR ONBALANS!
Aan/uittoets indrukken.
■ Druk de toets "0Uit" / "1Aan" in.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
PROGRAMMASTOP
FOUT IN DE NETDRUKWACHTER!
■ Neem contact op met de Technische Dienst.
PROGRAMMA 1 WITTE WAS
PROGRAMMASTOP
■ Vervang het doseerreservoir.
Mogelijke oorzaken overmatige schuimvorming
- Wasmiddelsoort
■ Gebruik wasmiddelen voor professionele wasautomaten. Gebruik geen huishoud-wasmiddelen.
- Overdosering
■ Volg de dosering van de wasmiddelenfabrikant. Let ook op de waterhardheid in uw regio.
– Sterk schuimend wasmiddel
■ Gebruik een minder schuimend wasmiddel of neem contact op met een deskundige.
- Zeer zacht water
■ Bij waterhardheidsgraad 1 dient u minder wasmiddel te gebruiken. Volg de aanwijzingen van de wasmiddelenfabrikant.
- De vervuilingsgraad van het wasgoed
■ Bij licht verontreinigd wasgoed kunt u minder wasmiddel doseren. Volg de aanwijzingen van de wasmiddelenfabrikant.
■ Spoel het wasgoed eerst. Doe dat met koud water en gebruik geen wasmiddel. Spoel wasgoed dat met inweekmiddel is behandeld goed uit.
– Geringe washoeveelheid
■ Verlaag de wasmiddeldosering dienovereenkomstig.
- Het toerental van de trommel is te hoog (Profitronic-besturing)
■ Pas het toerental van de trommel en het wasritme aan.
Technische Dienst
Neem bij storingen contact op met de Technische Dienst van Miele.
Voor een goede en vlotte afhandeling is het noodzakelijk dat de Technische Dienst weet welk type wasautomaat u heeft en welk serienummer (Fabr.-Nr.) en onderdeelnummer (M.-Nr.) deze heeft.
Beide gegevens vindt u op de typeplaatjes:

bij geopende deur boven de deur, of:

boven aan de achterkant van de machine.
Als er onderdelen moeten worden vervangen, mogen alleen originele Miele-onderdelen worden gebruikt. Geef ook hierbij het type, het serienummer (Fabr.-Nr.) en het onderdeelnummer (M.-Nr.) aan de Technische Dienst door.

1 Typenummer
2 Machinenummer / bouwjaar *
3 Spanning / frequentie
4 Besturingszekering
5 Aandrijfmotor
6 Diameter / aantal borden *
7 Trommelgegevens
8 Diameter / diepte trommel
9 Centrifugetoerental
10 Trommelinhoud / gewicht droog wasgoed
11 Kinetische energie
12 Centrifugeertijd
13 Remtijd
14 Verwarming
15 Elektrische verwarming
16 Zekering (huisinstallatie)
17 Stoomverwarming, indirect *
18 Stoomverwarming, direct *
19 Gasverwarming *
20 Datum ingebruikneming
21 Waterregistratie
22 Keurmerk / CE-... (product-ID-nummer)
*) geldt niet voor de W 6071
Geluidsemissie
wassen centrifugeren 58,5 dB 74,3 dB
gemeten volgens DIN (IEC) 45 635, aanduiding volgens Duitse Machine Geluidsverordening 3. GSGV § 1 1.a
Deze wasautomaat mag uitsluitend door de Technische Dienst van Miele Nederland B.V. worden geïnstalleerd.
Plaats van opstelling
Een betonnen vloer is de meest geschikte ondergrond.
Let op het volgende:
■ Plaats de automaat waterpas en stabiel.
■ Plaats de automaat niet op een zachte vloerbedekking of ondergrond, anders zal de machine tijdens het centrifugeren gaan schudden.
■ Bij sokkelopstelling moeten de bijgevoegde spanstrips worden gebruikt om ervoor te zorgen dat het apparaat niet kan wegglijden tijdens het centrifugeren.
U kunt voor een betonnen sokkel kiezen, maar u kunt ook een stalen onderbouw bij Miele Nederland B.V. bestellen. Let op een goede aansluiting met de vloer. Volg de aanwijzingen in de bijgevoegde montagehandleiding.
Plaats de wasautomaat in een vorstvrije ruimte.
Transportbeveiligingen
De rood gemarkeerde transportbeveiligingen "A", "B" en "C" mogen pas op de plaats van opstelling worden verwijderd.
Transportbeveiliging voorkant

Demonteer het voorpaneel (2 torx-schroeven T 20 aan de onderkant) en verwijder de voorste transportbeveiliging (3 schroeven SW 13).
Transportbeveiligingen achterkant

Demonteer het achterpaneel (15 torx-schroeven T 20 aan de onderkant, draai ze er niet helemaal uit) en verwijder de achterste transportbeveiligingen (elk 3 schroeven SW 13).
Het apparaat mag nooit zonder transportbeveiligingen worden vervoerd.
Bewaar de transportbeveiligingen. Als de automaat moet worden getransporteerd (bijvoorbeeld bij een verhuizing) moeten de beveiligingen weer worden gemonteerd.
Plaats de wasautomaat niet op vaste vloerbedekking. Dit kan namelijk de ventilatie-openingen aan de onderkant van de ommanteling afsluiten.
Verplaats de machine alleen wanneer alle panelen van de ommanteling gemonteerd zijn.
Stellen
Voor een optimale werking moet de wasautomaat waterpas staan.
Met de machinevoeten kunt u het apparaat waterpas stellen.

■ Draai aan de machinevoeten totdat de automaat waterpas staat.
■ Houd de machinevoeten met een water-pomptang vast.
■ Draai de contramoer met een schroeven-draaier vast.
Wateraansluiting
De wasautomaat moet met een waterkraan op een volgens DIN 1988 aangelegde waterleiding worden aangesloten. Dit mag uit-sluitend door een erkend installateur worden gedaan.
Sluit de watertoe- en -afvoer aan (zie het bijgevoegde installatieschema).
Voor de wateraansluiting moeten de bijgeleverde toevoerslangen worden gebruikt. Om er zeker van te zijn dat de met 90 °C gemarkeerde warmwaterslang jarenlang drukbestendig blijft, mag deze alleen op een warmwaterleiding van maximaal 70 °C worden aangesloten.
Gebruik bij vervanging alleen slangen die bestand zijn tegen 70 bar overdruk en tegen een watertemperatuur van minstens 90 °C. Dit geldt ook voor de betreffende aansluitarmaturen. Originele Miele-onderdelen voldoen aan deze eisen.
Om een storingsvrij programmaverloop te garanderen, moet de waterdruk liggen tussen 1 en 10 bar.
Instromend water mag niet warmer zijn dan 70 °C.
Aansluiting op alleen koud water - Zie het bijgeleverde installatieschema.
Waterafvoer
- Uitvoering met afvoerpomp
Het waswater wordt weggepompt door een pomp met een opvoerhoogte van maximaal 1 m. Om het water ongehinderd te laten wegstromen, mogen er geen knikken in de slang zitten. De afvoerslang is 1,5 m lang. De bocht aan het einde van de slang kan gedraaid en eventueel verwijderd worden.
Mogelijkheden om water af te voeren:
■ Hang de slang in een wasbak (bij een uitvoering met afvoerpomp). Als het water via een wasbak wordt weggepompt, moet u controleren of het water wel snel genoeg kan weglopen, anders kan de wasbak overstromen of kan water naar de automaat worden teruggezogen!
■ Sluit de slang aan op een kunststof afvoerbuis met rubberen nippel. Een sifon is niet noodzakelijk.
■ Voer het water af via een putje in de vloer.
- Uitvoering met afvoerklep
Bij deze uitvoering wordt het water afgevoerd via een elektromagnetische afvoerklep. Met de bijgevoegde haakse tuit DN 50 kunt u de slang aansluiten op een ontwateringssysteem (afvoer met stankafsluiter) dat bij de automaat moet worden geïnstalleerd.
Elektrische aansluiting
De wasautomaat mag uitsluitend op een volgens de voorschriften geïnstalleerde huisinstallatie worden aangesloten. Dit mag alleen door een erkend elektricien worden gedaan, met inachtneming van de landelijke voorschriften en de voorschriften van het plaatselijke energiebedrijf.
De elektrische installatie van de machine voldoet aan de IEC 335-normen.
Het minimale waterniveau voor het activeren van het verwarmingssysteem is 45 mm waterkolom.
Let op het bijgeleverde schakelschema en het installatieschema. Deze zijn van groot belang voor de elektrische aansluiting.
Vergelijk de aansluitgegevens (spanning en frequentie) op het typeplaatje met de waarden van het elektriciteitsnet. Deze gegevens moeten beslist overeenkomen.
De motor is beveiligd tegen overbelasting.
Ter vergroting van de veiligheid adviseren wij u de groep van de huisinstallatie waarop het apparaat wordt aangesloten te voorzien van een aardlekschakelaar (30 mA).
Op het typeplaatje staat informatie over de nominale aansluitwaarde en de zekering. Vergelijk deze gegevens met de waarden van het elektriciteitsnet.
Als er een vaste aansluiting is, moet het apparaat via een schakelaar met alle polen van de netspanning kunnen worden losgekoppeld. Geschikt zijn vermogensschakelaars, zekeringen en relais (VDE 0660).
Werkzaamheden in verband met heraansluiting, veranderingen in de installatie of controle van de aarddraad of de zekeringen mogen alleen worden uitgevoerd door een erkend elektricien die op de hoogte is van de EU- en NEN-voorschriften.
Nadat de wasautomaat is geplaatst en aangesloten, moeten alle gedemonteerde panelen weer worden teruggeplaatst.
Miele Professional
Postbus 166
4130 ED VIANEN
Telefoon afdeling Verkoop Professional (03 47) 37 88 83
Telefax (03 47) 37 84 29
E-mail: professional@miele.nl
Internet: www.miele-professional.nl