PCG-TR1 - Laptop SONY - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis PCG-TR1 SONY in PDF-formaat.
| Type product | Notebook (laptop) |
| Merk | Sony |
| Model | PCG-TR1 |
| Besturingssysteem | Microsoft Windows XP Professional met Service Pack 1 |
| Processor | Intel (snelle processor, model niet gespecificeerd) |
| Geheugen (RAM) | Standaard RAM (niet gespecificeerd, uitbreidbaar tot maximum) |
| Opslag | Harde schijf (niet gespecificeerd) |
| Optisch station | CD-RW/DVD-ROM-combistation |
| Scherm | LCD-scherm met hoge resolutie (1280 x 768 pixels standaard) |
| Camera | Ingebouwde MOTION EYE-camera |
| Draadloze communicatie | Draadloos LAN (IEEE 802.11b) en Bluetooth |
| Connectiviteit | Modem (intern), Ethernet, USB 2.0, i.LINK (IEEE1394), VGA |
| Geheugenkaartsleuf | MagicGate Memory Stick-sleuf |
| PC Card-sleuf | Ja (Type II/III) |
| Stroomvoorziening | Netadapter (100-240V) of oplaadbare lithium-ionbatterij |
| Accu | Lithium-ion, uren werking (niet gespecificeerd) |
| Gewicht | Ongeveer 1,4 kg |
| Afmetingen (b x d x h) | 270 x 188 x 34 mm (geschat) |
| Onderhoud | Reinig het LCD-scherm en de behuizing met een zachte, droge doek. Gebruik geen vloeistoffen of agressieve reinigingsmiddelen. |
| Veiligheid | Vermijd plaatsing in de buurt van magnetische velden. Open de behuizing niet; laat onderhoud over aan gekwalificeerd personeel. |
| Repareerbaarheid / Onderdelen | Neem contact op met een Sony-servicecentrum voor vervanging van de interne back-upbatterij of andere reparaties. Alleen erkende technici mogen de notebook openen. |
Veelgestelde vragen - PCG-TR1 SONY
Gebruikersvragen over PCG-TR1 SONY
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Laptop in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding PCG-TR1 - SONY en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. PCG-TR1 van het merk SONY.
GEBRUIKSAANWIJZING PCG-TR1 SONY
Sony notebook handleiding
PCG-TR1 serie

Lees eerst dit
Opmerking
© 2003 Sony Corporation. Alle rechten voorbehouden.
Deze handleiding en de hierin beschreven software mag noch geheel noch gedeeltelijk worden gereproduceerd, vertaald of omgezet in machinaal leesbare vorm zonder voorafgaande schriftelijke toestemming.
Sony Corporation biedt geen garantie met betrekking tot deze handleiding, de software of andere hierin opgenomen informatie en wijst hierbij uitdrukkelijk alle impliciete garanties van de hand betreffende de verkoopbaarheid of de geschiktheid voor een bepaald doel van deze handleiding, de software of andere hierin opgenomen informatie. Sony Corporation is in geen geval aansprakelijk voor incidentele schade, gevolgschade of bijzondere schade, hetzij als gevolg van een onrechtmatige daad, een overeenkomst of om andere redenen, die voortvloeit uit of verband houdt met deze handleiding, de software of andere hierin opgenomen informatie of het gebruik daarvan.
Macrovision: Dit product bevat copyrightbeschermingstechnologie die is beschermd door 'method claims' van bepaalde Amerikaanse patenten en door andere intellectuele-eigendomsrechten die berusten bij Macrovision Corporation en andere houders van rechten. Het gebruik van deze copyrightbeschermingstechnologie is onderworpen aan de goedkeuring van Macrovision Corporation. Deze technologie is uitsluitend bestemd voor gebruik thuis of in beperkte kring, tenzij Macrovision Corporation heeft ingestemd met een ander gebruiksdoel. Terugwerkend ontsleutelen ("reverse engineering") of disassembleren is niet toegestaan.
Sony Corporation behoudt zich het recht voor op elk moment en zonder voorafgaande kennisgeving wijzigingen aan te brengen aan deze handleiding of de hierin opgenomen informatie. Het gebruik van de hierin beschreven software is onderworpen aan de bepalingen van een afzonderlijke gebruiksrechtovereenkomst.
Lees eerst dit

ENERGY STAR®
Als ENERGY STAR® -partner heeft Sony ervoor gezorgd dat dit product in overeenstemming is met de ENERGY STAR®-richtlijnen voor een zuinig energieverbruik.
Het International ENERGY STAR® Office Equipment Program is een internationaal programma dat energiebesparing bij het gebruik van computers en kantoorapparatuur bevordert. Het programma steunt de ontwikkeling en verkoop van producten die voorzien zijn van functies om het energieverbruik effectief te reduceren. Het is een open systeem waaraan handelaars vrijwillig kunnen deelnemen. Het programma richt zich op kantoorapparatuur, zoals computers, beeldschermen, printers, faxapparaten en kopieermachines. De standaarden en logo's van het programma zijn dezelfde voor alle deelnemende landen.
ENERGY STAR is een Amerikaans handelsmerk.

Veiligheidsinformatie
Gegevens over de eigenaar
Het serienummer en modelnummer staan vermeld aan de onderkant van uw Sony-notebook. Vermeld het model- en serienummer als u contact opneemt met VAIO-Link. Lees de gedrukte Specificaties.
Waarschuwingen
Algemeen
Als u de notebook om eender welke reden opent, kan dit leiden tot schade die niet wordt gedekt door de garantie.
Open de behuizing niet om elektrische schokken te vermijden. De notebook mag enkel worden nagekeken door gekwalificeerd personeel.
Stel uw VAIO-notebook niet bloot aan regen of vocht om brand of elektrische schokken te vermijden.
- Gebruik de modem niet tijdens een zwaar onweer.
Maak geen gebruik van de modem of een telefoon om een gaslek te melden als u zich in de nabijheid van het lek bevindt.
Om de noodstroombatterij te vervangen, contacteert u uw dichtstbijzijnde Sony-servicecentrum.
Schakel de notebook en alle randapparaten uit vóór u een randapparaat aansluit.
Steek het netsnoer pas in het stopcontact nadat u alle kabels hebt aangesloten.
□ Zet de notebook pas aan nadat u alle randapparaten hebt uitgeschakeld.
□ Verplaats uw computer niet terwijl het systeem zich in Standby-modus bevindt.
Sommige objecten hebben magnetische eigenschappen die ernstige gevolgen kunnen hebben voor de harde schijf. Ze kunnen de gegevens op de harde schijf wissen en een defect of storing veroorzaken in de notebook. Plaats de notebook niet in de nabijheid van of op voorwerpen die een magnetisch veld uitstralen. Het gaat hier voornamelijk om:
□ tv-toestellen
□ luidsprekers
□ magneten
□ magnetische armbanden.
Audio/video
Als de notebook zich bevindt in de nabijheid van apparatuur die elektromagnetische stralen uitzendt, is het mogelijk dat het geluid en beeld worden vervormd.
Connectiviteit
□ Installeer modem- of telefoonbedrading nooit tijdens een zwaar onweer.
□ Installeer een telefooncontactdoos nooit op een vochtige plaats, tenzij de contactdoos specifiek hiervoor is ontworpen.
□ Wees voorzichtig als u telefoonlijnen installeert of aanpast.
- Gebruik uw notebook alleen met de bijgeleverde netadapter. Als u de netstroom naar de notebook volledig wilt verbreken, trekt u de netadapter uit.
□ Zorg ervoor dat het stopcontact gemakkelijk toegankelijk is.
Raak nooit ongeïsoleerde telefoondraden of aansluitpunten aan, tenzij de stekker van de telefoonkabel niet in de wandcontactdoos van de telefoon zit.
Lees eerst dit

Optische-schijfstation
□ Een verkeerd gebruik van de optische componenten in uw notebook kan oogletsels veroorzaken. Tracht de notebook niet te demonteren, omdat de laserstraal die in de notebook wordt gebruikt schadelijk is voor de ogen. De notebook mag enkel worden nagekeken door gekwalificeerd personeel.
Er zijn zichtbare en onzichtbare stralingen als het station voor optische schijven open is: vermijd rechtstreekse blootstelling aan de laserstraal.
Voorschriften
Sony verklaart hierbij dat dit product in overeenstemming is met de essentiële voorschriften en andere toepasselijke bepalingen van de Europese Richtlijn 1999/5/EC (richtlijn betreffende radioapparatuur en eindapparatuur voor telecommunicatie).
Verklaring van overeenstemming
De Europese Unie streeft naar een vrij verkeer van goederen op de interne markt en naar het opheffen van technische belemmeringen voor de handel. Dit streven heeft geleid tot verschillende EU-richtlijnen waarin van fabrikanten wordt gevraagd dat hun producten voldoen aan een aantal essentiële standaarden. Fabrikanten zijn verplicht het "CE"-kenmerk te plaatsen op de producten die ze verkopen en om een Verklaring van overeenstemming (Declaration of Conformity of DoC) op te stellen. Deze verklaringen zijn in eerste instantie bedoeld voor de toezichthouders op de markt, als bewijs dat de producten voldoen aan de vereiste standaarden. Daarnaast publiceert Sony als service aan onze klanten de Verklaringen van overeenstemming op de website http://www.compliance.sony.de. U kunt in het bovenstaande tekstvak een modelnaam typen om te zoeken naar alle Verklaringen van overeenstemming voor een specifiek product. Vervolgens wordt een overzicht weergegeven van de desbetreffende documenten, die u desgewenst kunt downloaden. NB: de beschikbaarheid van verklaringen is afhankelijk van de inhoud van de EU-richtlijnen en de specificaties van de afzonderlijke producten.

Dit product is in overeenstemming met EN 55022 Klasse B en EN 55024 voor thuisgebruik, voor commercieel gebruik en voor gebruik in de lichte industrie.
Dit product is getest en in overeenstemming bevonden met de beperkingen beschreven in de EMC-richtlijn voor gebruik van aansluitkabels met een lengte van minder dan 3 meter.
Het station voor optische schijven is geclassificeerd als een LASERPRODUCT VAN KLASSE 1 en is in overeenstemming met EN 60825-1, een veiligheidsnorm voor laserproducten. Reparaties en onderhoudswerken mogen alleen worden uitgevoerd door erkende Sonytechnici. Slecht uitgevoerde reparaties en een verkeerd gebruik kunnen veiligheidsrisico's inhouden.

Lees de folder Modemvoorschriften voor u de ingebouwde modem activeert.
Lees eerst dit

In sommige landen gelden beperkingen wat betreft het gebruik van de Bluetooth™-functie. Raadpleeg de folder Veiligheidsvoorschriften i.v.m. Bluetooth™ voor landspecifieke informatie.
In sommige landen gelden beperkingen wat betreft het gebruik van de functie Draadloos LAN. Raadpleeg de folder Voorschriften i.v.m. de functie draadloos LAN voor landspecifieke informatie. De draadloos LAN PC functie in deze eenheid is voorzien van het Wi-Fi-certificaat en voldoet aan de interoperabiliteitsspecificaties die zijn vastgelegd door WECA (Wireless Ethernet Compatibility Alliance).

Lithium-ionbatterij als afval
Raak beschadigde of lekkende lithiumionbatterijen niet aan met de blote hand.
☐ Gooi de batterij niet weg, maar lever deze in als klein chemisch afval (KCA).
Er bestaat explosiegevaar als de batterij wordt geplaatst. Vervang de batterij uitsluitend door hetzelfde of een gelijkwaardig type, zoals aanbevolen door de fabrikant. Ontdoe u van gebruikte batterijen volgens de aanwijzigingen van de fabrikant.
De batterij in dit apparaat kan bij onjuiste behandeling gevaar van brand of chemische ontbranding veroorzaken. De batterij mag niet worden gedemonteerd, verhit boven 60°C (140°F) of verbrand. Ontdoe u onmiddellijk van gebruikte batterijen.
☐ Houd batterijen uit de buurt van kinderen.
Interne memory back-up batterij als afval
☐ Dit apparaat bevat een interne back-up batterij die niet vervangen hoeft te worden tijdens de levensduur van het apparaat. Raadpleeg VAIO-Link indien deze batterij toch vervangen moet worden. De batterij mag alleen vervangen worden door vakbekwaam servicepersoneel.
☐ Gooi de batterij niet weg, maar lever deze in als klein chemisch afval (KCA).
☐ Lever het apparaat aan het einde van het levensduur in voor recycling, de batterij zal dan op correcte wijze verwerkt worden.

Welkom
Gefeliciteerd met de aankoop van uw Sony VAIO-notebook. Sony heeft speerpunttechnologie op het vlak van audio, video, computertechnologie en communicatie gecombineerd en geïntegreerd in deze uiterst geavanceerde notebook.
Wat volgt is slechts een greep uit de mogelijkheden, functies en eigenschappen van uw VAIO-notebook:
Uitzonderlijke prestaties – Uw notebook is uitgerust met een snelle processor, een snel CD-RW/DVD-ROM-combistation en een interne modem.
- Mobiliteit – Dankzij de oplaadbare batterij kunt u urenlang werken zonder netstroom.
Sublieme audio- en videokwaliteit – Dankzij het LCD-scherm met hoge resolutie kunt u optimaal genieten van geavanceerde multmediatoepassingen, spelletjes en entertainmentsoftware.
Multimediafuncties – U kunt naar hartelust audio- en video-CD's afspelen.
Interconnectiviteit – Uw notebook is Ethernet, MagicGate Memory Stick™- en i.LINK™-compatibel. Memory Stick™ is het universele opslagmedium van Sony. i.LINK™ is een bidirectionele digitale interface voor het uitwisselen van gegevens.
Technologie voor draadloze communicatie – Dankzij de draadloos LAN technologie (IEEE 802.11b) en Bluetooth™ kunt u vrij communiceren, zonder kabels of draden.
Windows ^® – Uw notebook wordt geleverd met het besturingssysteem Microsoft Windows ^® XP Professional met Service Pack 1.
Foto-, video-, en webcammogelijkheden – Gebruik de ingebouwde MOTION EYE-camera om foto's en video's te maken.
- Communicatie – U hebt toegang tot populaire on line diensten, kunt e-mailberichten verzenden en ontvangen, surfen op het Internet, enz.
Uitstekende klantenservice – Als u problemen hebt met uw notebook, kunt u terecht op de website van VAIO-Link voor mogelijke oplossingen:
http://www.vaio-link.com
Vóór u contact opneemt met VAIO-Link, kunt u een oplossing voor het probleem trachten te vinden in de gebruikershandleiding of de handleidingen en Help-bestanden voor de randapparaten of software.
Documentatiepakket
Uw documentatiepakket bevat informatie en handleidingen die u op uw computer kunt lezen. De handleidingen bevinden zich in het VAIO Info Centre op de VAIO Herstel en Documentatie Disc.
Gedrukte documentatie
Het gedrukte deel van de documentatie bestaat uit:
□ Een brochure Getting Started. Deze brochure bevat een beknopte beschrijving van de items in de doos en aanwijzingen over hoe u uw notebook instelt;
□ Een blad Specificaties met een tabel met productspecificaties en een lijst met meegeleverde software;;
☐ Probleemoplossing / De VAIO Herstel en Documentatie Disc gebruiken. Hier vindt u informatie over het oplossen van problemen, details over VAIO-Link en uitleg over het doel en gebruik van de VAIO Herstel en Documentatie Disc.
□ Een folder Selectie van het tweetalig besturingssysteem*
□ Uw Sony-garantiebepalingen;
□ Een brochure Veiligheidsvoorschriften;
□ Een folder Voorschriften i.v.m. de draadloos LAN functie;
□ Een brochure Modemvoorschriften.
□ Een folder Voorschriften i.v.m. de functie Bluetooth™.
* Afhankelijk van het land waar u zich bevindt. Tweetalige besturingsprogramma's zijn beschikbaar in België, Nederland en Zwitserland.

Documentatie op disc
Het on line gedeelte van uw documentatie bevat het volgende:
1 De Hardware Gids (deze handleiding):
Gebruik van uw notebook legt u uit hoe u de standaardonderdelen van uw notebook gebruikt. In dit deel van de handleiding komt u ook te weten wat u kunt doen met een Memory Stick™ en hoe draadloos LAN en Bluetooth™ werkt.
☐ Randapparatuur aansluiten verklaart hoe u de functionaliteit van uw notebook kunt uitbreiden door diverse randapparaten aan te sluiten.
Ondersteuning beschrijft op welke ondersteuning u een beroep kunt doen en geeft tips in verband met het oplossen van problemen.
Voorzorgsmaatregelen geeft informatie en advies over het gebruik van uw notebook.
☐ Woordenlijst bevat een verklaring van termen die in deze handleiding worden gebruikt.
2 Raadpleeg de Software Gids voor informatie over de software en de Sony-toepassingen.
Software geleverd met uw computer bevat een beknopte beschrijving van de functies van de software op uw notebook.
☐ Videosoftware gebruiken verklaart hoe u videosoftware van Sony gebruikt: DVgate en Network Smart Capture.
□ Audiobestanden beheren met SonicStage verklaart hoe u MP3-, WMA- en WAV-bestanden converteert naar ATRAC3-bestanden.
☐ PictureGear Studio gebruiken verklaart hoe u optimaal plezier beleeft aan foto's die werden gemaakt met een digitale camera.
☐ Click to DVD gebruiken beschrijft hoe videobeelden van een extern digitaal apparaat kunnen worden opgenomen (camera, videorecorder, etc.) en hoe deze op een DVD kunnen worden geplaatst*.
VAIO Media gebruiken beschrijft hoe u kunt genieten van muziek, video en foto's via uw thuisnetwerkomgeving.
Uw computer aanpassen beschrijft hoe u de modem configureert, de achtergrond instelt en een screensaver selecteert.
Toepassingen installeren en bijwerken verklaart hoe u een softwaretoepassing installeert, opstart of de installatie ervan ongedaan maakt.
Stuurprogramma's beheren verklaart hoe u een stuurprogramma installeert, bijwerkt of de installatie ervan ongedaan maakt.
3 In de VAIO-Link Online Service Gids vindt u alle informatie over VAIO-Link die u nodig hebt, inclusief telefoonnummers voor elk land.
* Afhankelijk van uw model. Zie het blad met Specificaties voor meer informatie.
Online documentatie
1 Raadpleeg de Online Help van de gebruikte software voor gedetailleerde informatie over de functies en het oplossen van problemen.
2 Raadpleeg de handleiding Snel starten van Microsoft voor meer informatie over Windows®.
3 Surf naar http://www.club-vaio.com__ voor on line interactieve handleidingen over uw favoriete VAIO-software.

Uw notebook en zijn toebehoren
De doos bevat de volgende hardware-items:
1

* Zie de gedrukte versie van de handleiding Probleemoplossing / De VAIO Herstel en Documentatie Disc gebruiken voor gedetailleerde informatie.
** Niet beschikbaar op modellen die in België en Spanje worden verkocht. Zit er een extra telefoonstekker in de doos zit, ga naar De juiste telefoonstekker gebruiken (pagina 57).
Zit er een extra telefoonstekker in de doos zit, ga naar De juiste telefoonstekker gebruiken (pagina 57).
U zult uw notebook waarschijnlijk op verschillende plaatsen gebruiken. Indien mogelijk moet u rekening houden met de volgende ergonomische overwegingen die zowel betrekking hebben op gewone als draagbare computers:

- Positie van de notebook – Plaats de notebook direct voor u (1). Houd uw onderarmen horizontaal (2), met uw polsen in een neutrale, comfortabele positie (3) als u het toetsenbord, het touchpad of de muis gebruikt. Houd uw bovenarmen ontspannen naast uw bovenlichaam. Las af en toe een pauze in tijdens het gebruik van de notebook. Als u te veel met de notebook werkt, kunt u uw spieren of pezen overbelasten.
☐ Meubilair en houding – Gebruik een stoel met een goede rugsteun. Stel de hoogte van de stoel zo in dat uw voeten plat op de grond staan. Gebruik een voetbankje als u daar comfortabeler mee zit. Neem een ontspannen houding aan, houd uw rug recht en neig niet te ver naar voor (ronde rug) of naar achter.
Gezichtshoek t.o.v. het scherm – Kantel het scherm tot u de optimale gezichtshoek vindt. Dit is minder belastend voor uw ogen en spieren. Stel ook de helderheid van het scherm optimaal in.
Verlichting – Zorg ervoor dat het zonlicht of kunstlicht niet direct invalt op het scherm om reflectie en schittering te vermijden. Werk met indirecte verlichting om lichtvlakken op het scherm te vermijden. U kunt ook een schermfilter kopen om de schittering te reduceren. Met de juiste verlichting werkt u niet alleen comfortabeler, maar ook efficiënter.
- Opstelling van een externe monitor – Als u een externe monitor gebruikt, plaatst u deze op een comfortabele gezichtsafstand. Plaats het scherm op ooghoogte of iets lager als u vlak voor de monitor zit.
Uw notebook gebruiken
Dit deel beschrijft hoe u begint te werken met uw notebook en hoe u de interne en externe apparaten van uw notebook gebruikt.
☐ Regelknoppen en connectors lokaliseren (pagina 17)
□ Een stroombron aansluiten (pagina 23)
□ Uw notebook opstarten (pagina 27)
□ Uw computer instellen met Sony Notebook Setup (pagina 28)
□ Uw notebook uitschakelen (pagina 30)
☐ Het toetsenbord gebruiken (pagina 31)
☐ Het touchpad gebruiken (pagina 36)
☐ De volumeknoppen en Magnify knop gebruiken (pagina 37)
☐ Het CD-RW/DVD-ROM-station gebruiken (pagina 38)
☐ PC Cards gebruiken (pagina 41)
☐ Gebruik van Memory Sticks™ (pagina 45)
☐ De modem gebruiken (pagina 56)
De juiste telefoonstekker gebruiken (pagina 57)
☐ Energiebesparende modi gebruiken (pagina 58)
☐ Energiebeheer met PowerPanel (pagina 61)
De Bluetooth™-functionaliteit gebruiken (pagina 71)
Draadloos LAN (WLAN) gebruiken (pagina 76)
☐ De ingebouwde MOTION EYE-camera gebruiken (pagina 81)

Regelknoppen en connectors lokaliseren Rechts

| 1 Monitor (VGA) (pagina 84) | (pagina 87) |
| 2 Ventilatiesleuf (pagina 18) | |
| 3 Kabelvergrendelingssleuf* (pagina 18) | |
| 4 USB 2.0 (High-speed/Full-speed/Low-speed) Type A connector ** | (pagina 18) |
| 5 i.LINKTM (IEEE1394) S400-poort (pagina 97) | |
| 6 Originele gelijkstroomconnector voor VAIO randapparatuur | (pagina 97) |
| 7 MagicGate Memory StickTM-sleuf (pagina 45) | |
* U kunt de kabelvergrendelingssleuf gebruiken om uw notebook te vergrendelen. U maakt dan een antidiefstalslot met een lus vast rond een bureau, waarna u het slot in de sleuf van de notebook steekt en de combinatie instelt.
** Deze USB connector ondersteunt USB 2.0 standard. USB 2.0 is een nieuwe USB (Universal Serial Bus) standaard die een hogere gegevensdoorstroming dan USB 1.1 ondersteung. Connectoren die USB2.0 producten ondersteunen, ondersteunen ook producten met USB 1.1.
Er zijn 3 manieren van gegevensdoorstroming:
- High-speed: 480Mbps, dit is de hoogste snelheid.
- Full-speed: 12Mbps gegevensdoorstroming.
- Low-speed: 1.5Mbps gegevensdoorstroming. Dit wordt gebruikt bij toestellen die een lage snelheid hebben, zoals een muis en een toetsenbord.
! Dek de ventilatiesleuf niet af als u met de notebook werkt.

Voorkant

| 1 LCD scherm (pagina 34) | |
| 2 toetsenbord (pagina 31) | |
| 3 touchpad (pagina 36) | |
| 4 knoppen links/rechts (pagina 36) | |
| 5 aan-/en uitknopje (pagina 27) | |
| 6 regelwiel van de MOTION EYE-camera | (pagina 81) |
| 7 MOTION EYE-camera (pagina 81) | |
| 8 MOTION EYE-camera lampje | (pagina 35) |
| 9 CAPTURE (opname)knop van de MOTION EYE-camera | (pagina 81) |
| 10 volumeknoppen (pagina 37) | |
| 11 MAGNIFY (Zoom)knop* | (pagina 37) |
| 12 luidspreker (pagina 89) |
* De Magnify knop wijzigt de resolutie van het beeld. Denk eraan dat bepaalde toepassingen mogelijk niet ondersteund worden.


| 1 Wireless LAN-BluetoothTM knop | (pagina 71)(pagina 76) |
| 2 Num Lock-lampje (pagina 35) | |
| 3 Caps Lock-lampje (pagina 35) | |
| 4 Scroll Lock-lampje (pagina 35) | |
| 5 stroomlampje (pagina 35) | |
| 6 batterijlampje (pagina 35) | |
| 7 harde schijf-lampje (pagina 35) | |
| 8 MagicGate Memory StickTM- lampje | (pagina 35) |
| 9 BluetoothTM-lampje (pagina 35) | |
| 10 Wireless LAN lampje (pagina 35) | |
| 11 CD-RW/DVD-ROM station uitwerpknop | (pagina 38) |
| 12 CD-RW/DVD-ROM station | (pagina 38) |
Uw notebook gebruiken

Achterkant

Een stroombron aansluiten
De notebook kan werken op netstroom (via een netadapter) of op een oplaadbare batterij.
De netadapter gebruiken
Om de netadapter te gebruiken, gaat u als volgt te werk:
1 Steek de stekker van de netadapter (1) in de netadapterconnector (2) van de notebook.
2 Steek het éne uiteinde van het netsnoer (3) in de netadapter.
3 Steek het andere uiteinde van het netsnoer (4) in een stopcontact.
Het LED-lampje aan het einde van de stroomkabel licht groen op (5) zodra de netspanningsadapter wordt aangesloten op het stroomnet.

flowchart
graph TD
A["Device 1"] -->|2| B["Device 2"]
B -->|3| C["Device 3"]
C -->|4| D["Device 4"]
D -->|1| E["Device 5"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333

Gebruik uw notebook alleen met de bijgeleverde netadapter.
Als u de netstroom naar de notebook volledig wilt verbreken, trekt u de netadapter uit.
Zorg ervoor dat het stopcontact gemakkelijk toegankelijk is.

De batterij gebruiken
U kunt een batterij gebruiken als stroombron voor de notebook. Uw notebook wordt geleverd met een batterij die niet volledig is opgeladen.
De batterij plaatsen
Om de batterij te plaatsen, gaat u als volgt te werk:
1 Plaats de lipjes (1) van de batterij in de inkepingen (2) en duw de batterij in het compartiment tot het op zijn plaats klikt.
2 Schuif het vergrendelingsnokje in de vergrendelde stand (Lock) zodat de batterij niet kan loskomen.
Als de notebook via de netadapter is aangesloten op de netstroom en het batterijcompartiment een batterij bevat, werkt de notebook op de netstroom en niet op de batterij.
! Vóór u de batterij plaatst, moet u eerst de klep van de notebook sluiten.

Om de batterij op te laden, gaat u als volgt te werk:
1 Sluit de netadapter aan op de notebook.
2 Plaats de batterij in het batterijcompartiment.
De notebook laadt de batterij automatisch op. Het batterijlampje knippert telkens twee keer kort na elkaar terwijl de batterij wordt opgeladen. Als de batterij voor 85% is opgeladen, gaat het batterijlampje uit.
+ Geeft de status van de batterij aan.

status van het betekenis batterijlampje
| Aan De notebook werkt op de batterijstroom. |
| Enkel knipperen De batterij is bijna leeg. |
| Dubbel knipperen De batterij wordt opgeladen. |
| Uit De notebook werkt op netstroom. |

Als de batterij bijna leeg is, knippert zowel het batterij- als het stroomlampje.
Laat de batterij in het batterijcompartiment terwijl de notebook via de netadapter is aangesloten op de netstroom. De batterij wordt verder opgeladen terwijl u de notebook gebruikt.
Als de batterijlading minder dan 10% bedraagt, moet u de netadapter aansluiten zodat de batterij kan worden opgeladen of moet u de notebook uitschakelen en een volle batterij plaatsen.
U kunt ervoor zorgen dat de batterij minder snel leeg raakt door de energiebeheermodi te wijzigen in het hulpprogramma PowerPanel.
Uw notebook wordt geleverd met een oplaadbare lithiumionbatterij. Het opladen van een batterij die nog niet volledig leeg is heeft geen invloed op de levensduur van de batterij.
Het batterijlampje brandt als de notebook op de batterijstroom werkt. Als de batterij bijna leeg is, beginnen het batterijlampje en stroomlampje te knipperen.
Bij sommige toepassingen en randapparaten is het mogelijk dat uw notebook niet overschakelt op de Slaap-modus, zelfs niet als de batterij bijna leeg is. Om te vermijden dat u gegevens verliest als uw notebook op batterijstroom werkt, moet u uw gegevens geregeld opslaan en handmatig een energiebeheermodus activeren, bijvoorbeeld Standby of Slaap.
Als de notebook via de netadapter is aangesloten op de netstroom en het batterijcompartiment een batterij bevat, werkt de notebook op de netstroom en niet op de batterij.
De batterij verwijderen
Om de batterij te verwijderen, gaat u als volgt te werk:
1 Schakel de notebook uit en sluit de klep.
2 Schuif het vergrendelingsnokje (1) in de ontgrendelde stand (Unlock).
3 Schuif de ontspanner (2) zoals afgebeeld en til de batterij op door gebruik te maken van de centrale lip.

Als de notebook via de netadapter op de netstroom werkt, kunt u de batterij verwijderen zonder dat u eerst de notebook moet uitschakelen.
Sluit de klep van de notebook vóór u de batterij verwijdert. U kunt gegevens verliezen als u de batterij verwijdert terwijl de notebook aan staat en niet is aangesloten op de netstroom, of terwijl de notebook in de Standby-modus staat.

Uw notebook opstarten
Om de notebook op te starten, gaat u als volgt te werk:
1 Open de klep van de notebook in de richting van de pijl.
2 Houd de aan/uit-knop van de notebook ingedrukt tot het groene stroomlampje oplicht.
3 Indien nodig drukt u op

Als u de aan/uit-knop langer dan vier seconden ingedrukt houdt, wordt de notebook uitgeschakeld. Druk niet op de cameralens als u de klep opent, anders kunt u de lens beschadigen.

Uw computer instellen met Sony Notebook Setup
Met het hulpprogramma Sony Notebook Setup kunt u systeeminformatie controlleren, voorkeuren m.b.t. de werking van het systeem instellen en uw VAIO computer beveiligen met een wachtwoord.
Om Sony Notebook Setup te gebruiken, gaat u als volgt te werk:
1 Klik op de knop Start op de taakbalk van Windows®.
2 Klik achtereenvolgens op All Programs, Sony Notebook Setup en nogmaals Sony Notebook Setup. Het venster Sony Notebook Setup verschijnt.

Tabblad Beschrijving
| Info over deze computer | Geeft systeeminformatie weer, inclusief de geheugencapaciteit, het serienummer en de BIOS-versie. |
| Oorspronkelijke inst. Op dit tabblad kunt u selecteren in welke volgorde de stations en apparaten worden gecontroleerd voor het laden van het besturingssysteem. U kunt zowel de harde schijf als andere stations van uw computer specificeren. U kunt het volume wijzigen van het geluid dat wordt afgespeeld tijdens het laden van het besturingssysteem. | |
| Wachtword voor opstarten | Op dit tabblad kunt u het wachtwoord instellen waarmee u uw computer wilt beveiligen.Als u deze optie gebruikt, mag u het wachtwoord nooit vergeten. Als u het wachtwoord vergeet, kunt u deze instelling niet meer wijzigen en kunt u uw computer niet opstarten. |
| Apparaat Schakelt poorten en apparaten uit om hulpbronnen voor het systeem vrij te maken.Om de poortinstellingen te wijzigen selecteert u de poort en klikt u op Settings in het tabblad Device. | |
| Lage-tonenversterking | Zet de Bass Boost functie aan/uit (enkel met hoofdtelefoon). Je kunt het effect van de Bass Boost functie proberen door een file met een geluidsfragment te selecteren en af te spelen. |
| Sneltoetsen | Wijzig automatisch de schermresolutie voor zowel het computer LCD-scherm als het externe scherm, of enkel het externe scherm. Gebruik de sneltoets (+) om het scherm te wijzigen of toegang te krijgen tot de instellingen. |
3 Selecteer het tabblad voor het item dat u wilt wijzigen.
4 Als u klaar bent, klikt u op OK.
Het item is gewijzigd.

Voor meer informatie over elke optie klikt u op Help in het venster Sony Notebook Setup om het Help-bestand weer te geven.
Als u Sony Notebook Setup opent als een gebruiker met beperkte toegangsrechten, zal enkel het tabblad About This Computer zichtbaar zijn.
Uw notebook uitschakelen
Het is belangrijk dat u de notebook op de juiste manier afsluit om te vermijden dat u niet-opgeslagen gegevens verliest.
Om de notebook af te sluiten, gaat u als volgt te werk:
1 Klik op de knop Start.
2 Klik op Turn Off Computer.
Het venster Turn off computer verschijnt.
3 Klik op Turn Off.
Wacht tot de notebook zichzelf heeft uitgeschakeld.
Het stroomlampje gaat uit.
4 Schakel alle op de notebook aangesloten randapparaten uit.

Antwoord op alle waarschuwingen om documenten op te slaan of rekening te houden met andere gebruikers.
Als u er niet in slaagt de computer uit te schakelen:
- Sluit alle geopende programma's af.
- Indien van toepassing, verwijdert u de PC Card. Hiervoor dubbelklikt u op het pictogram Safely Remove Hardware op de taakbalk. Selecteer de hardware die u wilt ontkoppelen en klik op Stop.
- Koppel alle USB-apparaten los.
Druk op
Als dit niet werkt, houdt u de aan/uit-knop langer dan vier seconden ingedrukt. De notebook wordt nu uitgeschakeld. Bij deze laatste methode bestaat de kans dat u gegevens verliest.
Als u de notebook korte tijd niet gebruikt, kunt u stroom besparen door de Standby-modus te activeren. Om de Standby-modus te activeren, drukt u tegelijk op de

Het toetsenbord gebruiken
Het toetsenbord van uw notebook is vergelijkbaar met dat van een gewone computer, maar is voorzien van extra toetsen waarmee u specifieke taken voor een notebook kunt uitvoeren.
![esc F1 F2 F3 F4 F5 F6 F7 F8 F9 F10 F11 F12 num ik scr ik prt sc sys rg insert pause delete break ¬ ! " £ $ % - + ↑ 2 3 4 € 5 6 & * ( ) - + ? 8 9 0 = + ← Q W E R T Y U I O P [ ] caps lock A S D F G H J K L : @ - Z X C V B N M < > ? ctrl fn alt gr ctrl home pg dn end 12 11 10 9 8 7 6 5](/content/2026/06/1156010/images/b85c36354344ca9a9072b29136f2c576bc3081ed9ba0a9c8510e732f8d5cfd3e.jpg)
Sony notebook handleiding
Sony notebook handleiding
Sony notebook handleiding

Toetsen Beschrijvingen
| Escape-toets (1) | De- toets (Escape) wordt gebruikt om opdrachten te annuleren. |
| Functietoetsen (2) De 12 functietoetsen bovenaan op het toetsenbord worden gebruikt om specifieke taken uit te voeren.Bijvoorbeeld in vele toepassingen isde Help-toets. De taken die worden uitgevoerd met de individuele functietoetsen kunnen verschillen van toepassing tot toepassing. | |
| Print Screen-toets (3) | De- toets maakt een elektronische kopie van het beeld op het scherm en plaatst deze op het Klembord van Windows. U kunt de schermafdruk vervolgens in een bestand plakken en afdrukken. |
| Correctietoetsen (4) | Met de toetsen, enkunt u tikfouten corrigeren. |
| Cursortoetsen (5) Met deze toetsen kunt u de cursor verplaatsen op het scherm. | |
| Toepassingstoets (6) [IMAGE] | Als u op de toepassingstoets drukt, verschijnt een snelmenu. U kunt dit menu ook oproepen door op de rechtermuisknop te klikken. |
| Numeriek toetsenblok (7) Bevat de toetsen die u ook terugvindt op een gewone rekenmachine. Gebruik het numerieke toetsenblok om cijfers in te voeren of om wiskundige berekeningen (bv. optellingen en aftrekkingen) uit te voeren. Om het numerieke toetsenblok te activeren, drukt u op de- toets.Vervolgens licht het Num Lock-lampje op. | |
| Sneltoetsen (8-11-12) | Er zijn drie toetsen die altijd worden gebruikt in combinatie met minstens één andere toets:,en.Als u de- toets (Control) of- toets (Alternate) ingedrukt houdt en vervolgens op een andere toets drukt, kunt u bepaalde opdrachten uitvoeren zonder de muis te moeten gebruiken om bv. een opdracht te selecteren in een menu. In plaats van bijvoorbeeld de opdrachtOpslaante kiezen in een menu, kunt u in vele toepassingen de- toets ingedrukt houden en op de letterdrukken (+). De- toets wordt gebruikt voor hoofdletters of speciale tekens zoals @ en $. |
| Windows®-toets (9) [IMAGE] | Als u op de toets met hetWindows®-logodrukt, verschijnt het menu Start van Windows®. U kunt dit menu ook openen door op de taakbalk van Windows op de knopStartte klikken. |
| -Toets (10) | De- toets wordt gebruikt in combinatie met andere toetsen om bepaalde opdrachten uit te voeren. |
Sony notebook handleiding
Sony notebook handleiding

Combinaties en functies met de Windows®-toets
Combinaties Functies
| + | Roept Windows Help and Support op. | |
| [TY40] | ||
![]() | + | Schakelt tussen de knoppen op de taakbalk. |
![]() | ||
| [1W1X] | + | Geeft het bureaublad weer. |
![]() | ||
| [22X] | + | Geeft My Computer weer. |
| [W5XX] | ||
| [XWDX] | ||
| [W3XX] | + | Geeft het venster Search Results weer, waarin u kunt zoeken naar bestanden of mappen. U kunt dit venster ook openen door Search te selecteren in het menu Start. |
![]() | ||
| [TY6H] | + | Geeft het venster Search Results - Computers weer, waarin u andere computers kunt zoeken. |
| [SKHC] | ||
![]() | + | Minimaliseert alle weergegeven vensters. |
| [2443] | + | Herstelt het vorige formaat van alle geminimaliseerde vensters. |
![]() | ||
![]() | + | Geeft het venster Run weer. U kunt dit venster ook openen door Run te selecteren in het menu Start. |
| [DCZ] | + | Geeft het venster System Properties weer. U kunt dit venster ook openen door te dubbelklikken op het pictogram System in het Control Panel, of door met de rechtermuisknop te klikken op My computer (selecteer Properties) in het menu Start. |
| [TX5K] | ||
| [TW63] | ||
![]() |
































































Combinaties en functies met de -toets
Combinaties / Functie Functies
| Activeert de Standby-modus, een energiebeheertoestand. Om terug te keren naar de actieve toestand, drukt u op een willekeurige toets. | |
| Schakelt de ingebouwde luidspreker in en uit. | |
| Hiermee regelt u het volume van de ingebouwde luidspreker. Om het volume te verhogen, drukt u op++en vervolgens op↑ of ➡. Om het volume te verlagen, drukt u op++en vervolgens op↓ of ←. | |
| Hiermee regelt u de helderheid van het LCD-scherm. Om de lichtintensiteit te verhogen, drukt u op++en vervolgens op↑ of ➡. Om de lichtintensiteit te verlagen, drukt u op++en vervolgens op↓ of ←. | |
| Selecteert een extern apparaat, dat verbonden is met de (Monitor)connector, of het LCD-scherm van uw computer. Het gebruik van deze sneltoetscombinatie geeft gedurende enkele seconden de uitvoerbestemming weer. Zie Weergavemodi selecteren (pagina 87) voor meer informatie. | |
| In deze modus verbruikt de notebook het minste stroom. Als u deze opdracht uitvoert, wordt de toestand van het systeem en de randapparaten opgeslagen op de harde schijf en wordt de systeemstroom uitgeschakeld. Om terug te keren naar de oorspronkelijke toestand van het systeem, schakelt u de stroom in met de aan/uit-knop. | |
| Activeert BassBoost. Hierdoor wordt de geluidssterkte van de bas op alle niveaus verbeterd zonder dat andere frequenties vervormd raken (enkel met hoofdtelefoon).. | |
| Werpt de lade van het station uit. |
* Deze functie kan alleen worden gebruikt door de eerste gebruiker die zich aanmeldt en zal niet werken nadat u bent overgeschakeld op een andere gebruikersaccount.
* Deze functie kan alleen worden gebruikt door de eerste gebruiker die zich aanmeldt en zal niet werken nadat u bent overgeschakeld op een andere gebruikersaccount.

Lampjes
Lampje Functies
| Aan/Uit | Stroom aan: brandt (groen).Standby-modus: knippert (oranje). |
| Batterij | |
| MagicGate Memory StickTM MAGICGATE | Brandt als de Memory StickTM in gebruik is. Brandt niet als de Memory StickTM niet in gebruik is. |
| Wireless LAN licht groen op wanneer de Wireless LAN aan staat. | |
| BluetoothTM | licht blauw op wanneer de BluetoothTM aan staat. |
| MOTION EYE-camera licht groen op wanneer de MOTION EYE-camera aan staat. | |
Lampje Aan Uit
| harde schijf | Er worden gegevens gelezen van of geschreven naar de harde schijf. | Er worden geen gegevens geschreven naar of gelezen van de harde schijf. |
| Num Lock | Brandt als de cijfertoetsen van het numerieke toetsenblok actief zijn. | Brandt niet als de alfanumerieke toetsen van het numerieke toetsenblok actief zijn. |
| Caps Lock | Als dit lampje brandt, verschijnen alle letters die u typt in hoofdletters. AlsCaps Lockis ingeschakeld en u opnieuw kleine letters wilt invoeren, drukt u op de-toets. | Als dit lampje niet brandt, verschijnen alle letters die u typt in kleine letters (tenzij u de-toets ingedrukt houdt). |
| Scroll Lock | Brandt als het scherm anders schuift (hangt af van de toepassing, maar heeft in vele toepassingen geen effect). | Brandt niet als de informatie normaal over het scherm schuift. |

Het touchpad gebruiken
Het toetsenbord is voorzien van een touchpad (1), waarmee u de cursor kunt verplaatsen. U kunt objecten op het scherm aanwijzen, selecteren en slepen en u kunt door een lijst van items schuiven met behulp van het ingebouwde touchpad.

| aanwijzen Schuif één vinger over het touchpad om de aanwijzer op een item of object te plaatsen. | |
| klikken Druk één | keer op de linkerknop (2). |
| dubbelklikken Druk twee keer op de linkerknop. | |
| klikken met de rechtermuisknop | Druk één keer op de rechterknop (3). In vele toepassingen verschijnt in dit geval een snelmenu. |
| slepen Schuif één vinger over het touchpad terwijl u de linkerknop ingedrukt houdt. | |
| bladeren Schuif uw vinger langs de rechterkant van het touchpad om verticaal te bladeren.Schuif uw vinger langs de onderkant van het touchpad om horizontaal te bladeren.(Dit werkt alleen bij toepassingen die deze touchpadfunctie ondersteunen.) | |
De volumeknoppen en Magnify knop gebruiken
Uw computer is uitgerust met speciale knoppen die u helpen uw computer te gebruiken. Ze bevinden zich rechts van het LCD-scherm.
□ Volumeknoppen
U kunt het volume hoger of lager instellen. Dit komt overeen met de toetsencombinatie:
Magnify knop
U kunt de beeldresolutie wijzigen in alle toepassingen, behalve deze die gebruik maken van de MOTION EYE-camera of DVD-speler.
Wanneer een extern scherm verbonden is met uw computer, is de Magnify knop uitgeschakeld.
De standaard resolutie van het LCD-scherm van uw computer is 1280 x 768 pixels, Hoogste (32 bit), en de resolutie van 1024 x 600 pixels wordt toegepast na vergroting.
Het vergrootte beeld wordt geïmplementeerd door de resolutie van 1024 x 600 pixels toe te passen op het LCD-scherm met een resolutie van 1280 x 768 pixels, wat een minder scherp beeld tot gevolg heeft.
Door op de Magnify knop te drukken, wordt de resolutie gewijzigd. Dit kan mogelijk een storing veroorzaken bij software die wijzigingen in de resolutie niet ondersteunen. Zorg ervoor dat u dergelijke software afsluit alvorens op de Magnify knop te drukken.
De Magnify knop werkt mogelijk niet met grafische beelden, daar de schermweergave vergroot wordt via een wijziging in de resolutie. De plaats en grootte van de softwarevensters kan wijzigen wanneer de schermweergave vergroot wordt of wanneer de oorspronkelijke schermweergave hersteld wordt. Reden hiervoor is dat de Magnify knop de resolutie wijzigt.
Wanneer het LCD-scherm vergroot wordt, zal het overschakelen naar een extern scherm de functie uitschakelen en de oorspronkelijke weergave herstellen.

Het CD-RW/DVD-ROM-station gebruiken
Uw notebook is uitgerust met een CD-RW/DVD-ROM-station.
Om een schijf te plaatsen, gaat u als volgt te werk:
1 Zet de notebook aan.
2 Druk op de uitwerpknop (1) om het station te openen. De lade schuift uit het station.

3 Plaats een schijf met het label naar boven in het midden van de lade en duw de schijf op de lade tot ze vastklikt.
4 Sluit de lade door ze voorzichtig in het station te duwen.
Als de Standby-modus of Slaap-modus is geactiveerd, kunt u geen schijf plaatsen of verwijderen.
De schijf moet goed vastzitten onder de vingers van de lade. Als de schijf niet goed vastzit, kan het station worden beschadigd en is het mogelijk dat de lade niet meer kan worden geopend.
Als u een schijf wilt verwijderen, wacht u tot het LED-lampje uitgaat, waarna u op de uitwerpknop drukt.
Als de CD niet wordt uitgeworpen wanneer u op de uitwerpknop drukt, opent u Windows Explorer of My Computer. Selecteer het station, klik op de rechtermuisknop en selecteer Eject of druk de
De CD-RW-functie gebruiken\*
Uw notebook is uitgerust met een CD-RW/DVD-ROM-station.
Voor het branden van CD's kunt u zowel herschrijfbare als beschrijfbare CD's gebruiken:
□ Een CD-RW (herschrijfbare CD) is een opslagmedium dat kan worden gebruikt om een programma of andere gegevens te schrijven, wissen en overschrijven.
□ Een CD-R (beschrijfbare CD) is een opslagmedium dat kan worden gebruikt om een programma of andere gegevens eenmalig te schrijven.
Voor optimale prestaties bij het schrijven van gegevens op een CD-RW, volgt u de onderstaande aanbevelingen :
☐ Om ervoor te zorgen dat een CD-ROM-station de gegevens op een CD-R kan lezen, moet u de sessie sluiten voor u de schijf uitwerpt. Hoe u daarbij te werk gaat, leest u in de aanwijzingen bij uw software.
- Gebruik alleen ronde schijven. Gebruik geen schijven met een andere vorm (ster, hart, kaart, ...) omdat deze het CD-RW-station kunnen beschadigen.
De notebook mag niet worden blootgesteld aan schokken tijdens het beschrijven van een schijf.
□ Voor een optimale schrijfsnelheid schakelt u de schermbeveiliging uit vóór u gegevens naar een schijf schrijft.
☐ Geheugenresidente schijfhulpprogramma's kunnen een onstabiele werking of gegevensverlies veroorzaken. Schakel deze hulpprogramma's uit vóór u gegevens naar een schijf schrijft.
Als u een toepassing gebruikt om CD's te branden, moet u alle andere toepassingen afsluiten.
Raak nooit het oppervlak van een schijf aan. Vingerafdrukken en stof op het oppervlak van een schijf kunnen schrijffouten veroorzaken.
Activeer geen energiebesparende modus terwijl u de vooraf geïnstalleerde software gebruikt.
De DVD-functie gebruiken
Voor optimale prestaties bij het afspelen van DVD-ROM's, volgt u de onderstaande aanbevelingen.
☐ U kunt DVD's afspelen met behulp van het DVD-ROM-station en het programma WinDVD for VAIO. Raadpleeg het Help-bestand van WinDVD for VAIO voor meer informatie.
☐ Sluit alle geopende toepassingen vóór u een DVD-ROM-film afspeelt.
Als u een DVD-film afspeelt op de batterijstroom, stelt u het energiebeheerprofiel in op DVD. Als u een ander profiel instelt, is het mogelijk dat de film niet vloeiend wordt weergegeven.
Schakel niet over op een andere energiebesparende modus tijdens het afspelen van een DVD-video.
- Gebruik geen residente schijfhulpprogramma's of residente hulpprogramma's om de toegang tot schijven te versnellen, omdat het systeem hierdoor onstabiel kan worden.
□ Zorg ervoor dat de schermbeveiliging is uitgeschakeld.
☐ Afhankelijk van de geselecteerde beeldschermeigenschappen kunt u de opdracht
Op elke DVD staat een regiocode vermeld om aan te geven in welke regio en op welk type speler u de DVD kunt afspelen. Tenzij een '2' (Europa behoort tot regio '2') of 'alle' (dit betekent dat u de DVD overal ter wereld kunt afspelen) vermeld staat op uw DVD of op de verpakking, kunt u de DVD niet afspelen op deze speler.
☐ Probeer de regiocode-instellingen van het DVD-ROM-station niet te wijzigen. Problemen als gevolg van het wijzigen van de regiocode-instellingen van het DVD-ROM-station vallen niet onder de garantie.
Als een TV is aangesloten op de notebook, zal een deel van het beeld niet zichtbaar zijn met de fabrieksinstellingen. Stel de beeldschermresolutie in op 800 x 600 of 1024 x 768.

PC Cards gebruiken
Uw notebook is uitgerust met een PC Card-sleuf. Een PC Card laat u toe draagbare externe apparaten aan te sluiten.
Een PC Card plaatsen
Om een PC Card te plaatsen, gaat u als volgt te werk:
1 Steek de PC Card in de PC Card-sleuf met het voorste label (1) naar boven gericht.

2 Duw de kaart voorzichtig in de sleuf tot ze vastzit in de connector.

Gebruik het recentste stuurprogramma van de fabrikant van de PC Card.
Als op het tabblad Device Manager van het dialoogvenster System Properties een uitroepteken verschijnt, verwijdert u het stuurprogramma en installeert u het opnieuw.
U hoeft de notebook niet uit te schakelen vóór u een PC Card plaatst of verwijdert.
Forceer een PC Card nooit in de sleuf. Dit zou immers de connectorpinnen kunnen beschadigen. Als u problemen hebt om een PC Card te plaatsen, controleert u of u de kaart wel met de juiste kant in de sleuf steekt. Raadpleeg de handleiding van uw PC Card voor meer informatie over het gebruik van de kaart.
Uw notebook gebruiken

Als de PC Card zich in de notebook bevindt en u overschakelt van de Normaal-modus naar de Standby-modus of Slaap-modus (of omgekeerd), is het bij sommige PC Cards mogelijk dat een op de notebook aangesloten apparaat niet wordt herkend. Start de notebook opnieuw op om dit probleem op te lossen.
De notebook zal terugkeren naar zijn oorspronkelijke toestand als u de notebook opnieuw opstart.

Een PC Card verwijderen
Volg de onderstaande stappen om de PC Card te verwijderen terwijl de notebook aan staat. Als u de kaart niet juist verwijdert, zal uw systeem mogelijk niet meer behoorlijk werken. Als u een PC Card wilt verwijderen terwijl de notebook uit staat, slaat u stap 1 tot en met 7 over.
Om een PC Card te verwijderen, gaat u als volgt te werk:
1 Dubbelklik op het pictogram Safely Remove Hardware in het systeemvak. Het dialoogvenster Safely Remove Hardware verschijnt.
2 Selecteer de hardware die u wilt ontkoppelen.
3 Klik op Stop.
4 Controleer in het dialoogvenster Stop a Hardware Device of het apparaat veilig kan worden losgekoppeld van het systeem.
5 Klik op OK. Er verschijnt een dialoogvenster met de melding dat het apparaat veilig kan worden verwijderd.
6 Klik op OK.
7 Klik op Close.
8 Duw de ontgrendelingsknop (1) van de PC Card uit en druk ze vervolgens in om de kaart uit te werpen.
9 Trek de kaart voorzichtig uit de sleuf.

Uw notebook gebruiken


Als u de PC Card verwijdert terwijl de notebook aan staat, kan het systeem vastlopen en kunt u niet-opgeslagen gegevens verliezen.
Als de kaart in de sleuf zit, mag de notebook niet overschakelen op de Slaap-modus. De notebook mag echter wel overschakelen op de Standby-modus. Het verdient aanbeveling de kaart te verwijderen (i) vor de notebook overschakelt op de Slaap-modus via
Het is mogelijk dat bepaalde PC Cards of hun functies niet compatibel zijn met deze notebook.
! Selecteer en stop geen USB-schijfstation, een Sony i.LINK™ CD-RW/DVD-ROM-station of een Sony i.LINK™ DVD-ROM-station.
Gebruik van Memory Sticks™
Uw VAIO-notebook ondersteunt Memory Sticks™. Een Memory Stick™ is een compact, draagbaar en veelzijdig opslagmedium dat specifiek is ontworpen om digitale gegevens uit te wisselen en te delen met compatibele producten. Omdat de Memory Stick™ verwisselbaar is, kan hij worden gebruikt om gegevens extern op te slaan.
Met de flashgeheugentechnologie kunt u alles downloaden wat kan worden omgezet in digitale gegevens, zoals beelden, muziek, woorden, geluiden, films en foto's.
De Memory Stick™ wordt gezien als het universele gegevensopslagapparaat van de toekomst, en kan al worden gebruikt met een steeds groter aantal compatibele producten, waaronder:
□ audiosystemen
□ visuele apparaten
□ VAIO-producten
CLIE-handhelds
□ GSM's.
Er zijn momenteel drie verschillende soorten Memory Sticks™:
☐ De blauwe generieke Memory Stick™.
□ De witte MagicGate Memory Stick ™.
De Memory Stick™ PRO.
U kunt Memory Sticks™ kopen op de Sony Style-website (http://www.sonystyle-europe.com) of bij uw lokale Sony-dealer.
Waarom Memory Sticks™?
Sony streeft ernaar de wereld van communicatie uit te breiden door de portabiliteit van digitale gegevens te bevorderen. Dit streven heeft geleid tot de ontwikkeling van de Memory Stick™, waarmee digitale apparaten onmiddellijk met elkaar kunnen worden verbonden. Met een Memory Stick™ kunt u gegevens downloaden van elk compatibel apparaat, en ze vervolgens in één keer en onmiddellijk overdragen naar een ander compatibel apparaat.
De voornaamste voordelen van de Memory Stick™ zijn:
Compactheid: met afmetingen van slechts 21,5 mm (B) x 2,8 mm (H) x 50 mm (D) kunnen compatibele producten ook klein en licht zijn met een aantrekkelijk design.
Capaciteit: de opslagcapaciteit is veel groter dan die van een diskette.
☐ Beveiliging: met het wispreventienokje kunt u voorkomen dat u uw gegevens per ongeluk zou wissen.
Toepasbaarheid: geheugencapaciteit ligt tussen de 4 MB en de 128 MB (gelijk aan de capaciteit van 88 floppy discs) en 1 GB voor Memory Stick PRO™
Betrouwbaarheid: om de hardware en de gegevens op de Memory Stick™ te beschermen, werd het aantal terminals beperkt tot slechts 10 pinnen. Dit en de algemene robuuste structuur maken dat de Memory Stick™ langer meegaat dan andere opslagapparaten.
Duurzaamheid: een Memory Stick™ kan duizenden keren worden gebruikt.
☐ Voorwaartse compatibiliteit: de huidige Memory Sticks™ zijn ontworpen om compatibel te zijn met toekomstige producten en Memory Sticks™ met een grotere opslagcapaciteit.
Generieke Memory Stick™
De oorspronkelijke blauwe of paarse Memory Stick™ kan worden gebruikt om beeldgegevens van een digitaal fototoestel, ... of gegevens van de PC op te nemen. Met een Memory Stick™ kunt u op elk moment verschillende soorten gegevens opnemen, afspelen en overdragen.

Omdat Memory Sticks™ gemakkelijk kunnen worden verwijderd en veilig kunnen worden vervoerd, kunt u ze overal gebruiken door ze in een compatibel apparaat te steken om de opgeslagen informatie over te dragen en te delen.
Dit betekent dat u de capaciteit van uw VAIO-notebook kunt uitbreiden in de volgende scenario's:
U kunt vakantiefoto's gemaakt met een digitaal fototoestel onmiddellijk doorsturen via e-mail.
☐ U kunt opgenomen beelden (bv. met een handycam) bewerken met de filmbewerkingsprogramma's van VAIO.
U kunt afbeeldingen meenemen door afbeeldingsbestanden van het Internet te kopieren naar uw VAIO-notebook en vervolgens naar uw CLIE-handheld.
U kunt met een spraakopnameapparaat spraakberichten toevoegen aan e-mailberichten, zodat uw toon nooit verkeerd wordt begrepen.
De blauwe Memory Stick™ is momenteel verkrijgbaar met een geheugen van 4, 8, 16, 32, 64 of 128 MB (dezelfde opslagcapaciteit als 88 diskettes).

Generieke Memory Sticks™ kunnen niet worden gebruikt met de Memory Stick™ Walkman of met auteursrechtelijk beschermde gegevens.
MagicGate Memory Stick™
De witte MagicGate Memory Stick™ neemt PC-en beeldgegevens op net zoals zijn blauwe broertje; het verschil is dat de MagicGate Memory Stick™ werkt met de MagicGate-copyrightbeschermingstechnologie.

Met dit type Memory Stick™, ook de MG Memory Stick™ genoemd, beschikt u over de volgende mogelijkheden:
☐ Opslagcapaciteit van 32, 64 of 128 MB.
☐ Opslag van maximum 120 minuten audiogegevens.
U kunt digitale muziek, foto's (afbeeldingen), films en nog veel meer downloaden en opslaan.
U kunt gegevensbestanden combineren om bijvoorbeeld muziek toe te voegen aan uw eigen films (home video's).
☐ U kunt gegevens overdragen en delen tussen diverse digitale producten.
☐ MagicGate-copyrightbeschermingstechnologie.
☐ Conform SDMI (Secure Digital Music Initiative).
SonicStage-software.
U kunt een MagicGate Memory Stick™ ook onderscheiden van een generieke Memory Stick™ via:
☐ het MAGICGATE logo op de MagicGate Memory Stick™ en een uitstekende punt aan de achterkant.

MagicGate is een copyrightbeschermingstechnologie die in overeenstemming is met de standaarden van het SDMI (Secure Digital Music Initiative, een organisatie die industrienormspecificaties opstelt om auteursrechten van digitale muziek te beschermen).
Het MAGICGATE logo wijst op het door Sony ontworpen copyrightbeschermingssysteem. Het is niet bedoeld om compatibiliteit met andere media te garanderen.
MagicGate
MagicGate verwijst naar de copyrightbeschermingstechnologie die wordt gebruikt door de MagicGate Memory Stick™ en andere apparaten die compatibel zijn met de MagicGate Memory Stick™. De Memory Stick™ Walkman en MagicGate Memory Stick™ werken samen om de gegevens te controleren en te verzekeren dat ze voldoen aan de copyrightbescherming.
Als geen problemen worden gedetecteerd, worden de gegevens uitgewisseld in gecodeerde vorm. Als de gegevens de verificatie niet doorstaan, kunnen ze niet worden uitgewisseld of afgespeeld.
SonicStage
Dit is een copyrightbeschermingstechnologie die wordt gebruikt om digitale muziek te beheren die wordt gedownload naar een computer vanaf een CD, het Internet en/of andere bronnen.
Software die is geïnstalleerd op de computer neemt de muziek in gecodeerde vorm op op de harde schijf. Deze technologie laat u niet alleen toe muziek af te spelen op een computer, maar beschermt ook tegen onrechtmatige verdeling van de muziek op het Internet. Aangezien deze technologie compatibel is met MagicGate, kunt u SonicStage gebruiken om muziek die u hebt gedownload naar uw computer over te dragen naar naar uw witte MG Memory Stick™ en af te spelen op andere MagicGate-compatibele apparaten en media.
Copyrightbescherming
Mensen die artistieke werken maken, zoals muziek, hebben recht op een 'copyright', wat betekent dat ze exclusieve rechten hebben om te bepalen hoe hun werk wordt gebruikt. Artistieke werken worden automatisch beschermd door een copyright zonder dat de maker een kennisgeving of registratie moet indienen, en mogen niet worden gebruikt zonder de toestemming van de persoon die het werk maakte. Recent echter neemt in de muziekwereld de onwettige distributie van muziek zonder de toestemming van de artiest toe, met name via het het Internet. Dat is de reden waarom de Recording Industry Association of America (RIAA) het initiatief nam om een forum te organiseren, Secure Music Digital Initiative (SDMI) genoemd, met de bedoeling technologieën te ontwikkelen voor de bescherming van auteursrechten bij de
elektronische distributie van muziek.
Sony biedt de MagicGate Memory Stick™ en Memory Stick™ Walkman aan met een copyrightbeschermingsfunctie die in overeenstemming is met de SDMI-standaarden, en maakt het hierdoor mogelijk om muziek van derden op te nemen en af te spelen zonder zich zorgen te moeten maken over een schending van de auteursrechten.
Artistieke werken die zijn opgenomen door individuen zijn enkel toegestaan voor privé-gebruik.
Compatibele apparaten
Er zijn bijna 80 Memory Stick™-compatibele producten die al op de markt zijn of waarvan de wereldwijde lancering werd aangekondigd, gaande van camcorders en draagbare muziekspelers tot spraakopnameapparaten en vele andere elektronisch apparaten.
U kunt Memory Sticks™ momenteel gebruiken met de volgende producten van Sony:
Visueel:
□ Cybershot digitale camera
Mavica digitale camera
□ Digitale videocamera's van de PC-, TRV- en VX-serie
□ LC-dataprojector
Audio:
MS Walkman
MS Hi-fi-systeem
□ Network Walkmans
□ Spraakopnameapparaten
Uw notebook gebruiken

Andere:
□ VAIO-notebooks
VAIO-desktops
CLIE Handheld Entertainment Organiser
□ Sony-GSM's
□ Digitale printers
□ AIBO, de Sony Entertainment Robot
Meer informatie over de producten die verkrijgbaar zijn in uw land vindt u op de volgende website: http://www.sonystyle-europe.com

Memory Stick PRO™
De Memory Stick PRO™ slaat PC- en afbeeldingsgegevens op, net zoals zijn blauw en witte tegenhanger. De Memory Stick PRO™ biedt u echter een capaciteit van maximaal 1 GB. Er bestaan ook versies van 256 MB en 512 MB.
Een Memory Stick PRO™ van 1 GB biedt gebruikers de mogelijkheid om zes uur lang van bewegende MPEG4 (384 Kbps)-beelden of 24 minuten lang van MPEG2-video van DVD-kwaliteit te genieten. Dit staat gelijk aan ongeveer zestien audio-CD's, waarbij wordt uitgegaan van 64 MB per CD of 360 JPEG-afbeeldingen van 5.0 Megapixel-kwaliteit, meer dan tien filmrolletjes van 24 tot 36 afbeeldingen.

Compatibele apparaten
Momenteel kunt u de Memory Stick PRO™ gebruiken met de volgende Sony-producten:
Visuele producten:
□ Cyber-shot DSC-F717, -F77 en FX77 digitale camera
DPP-EX5 en -EX7 digitale fotoprinters
☐ Digitale camcorders DCR-TRV355, -TRV22, -TRV33, -TRV60 en -TRV80
Andere:
MSAC-US20 USB Memory Stick™-adapter
MSAC-US70 USB optische muis en Memory Stick™-adapter
MSAC-PC3 PC-kaart Memory Stick™-adapter
MSAC-US70USB optische muis en Memory Stick™-adapter
MSAC-US2 USB Memory Stick™-adapter

Apparaten die kunnen worden opgewaardeerd zodat de Memory Stick PRO™-media via een softwarepatch kunnen worden geaccepteerd:
- Sony CLIÉ PEG-NX70V. Gedetailleerde informatie zal beschikbaar worden gemaakt op www.clie-link.com
Sommige VAIO-modellen. Gedetailleerde informatie zal beschikbaar worden gemaakt op www.vaio-link.com
De schrijfbeveiliging van een Memory Stick™ inschakelen
Memory Sticks™ zijn voorzien van een wispreventienokje om te vermijden dat u waardevolle gegevens per ongeluk zou wissen of overschrijven.
Schuif het nokje naar rechts of links om de schrijfbeveiliging in te stellen of op te heffen*. Als het wispreventienokje in de ontgrendelde stand staat, kunt u gegevens opslaan op de Memory Stick™. Als het wispreventienokje in de vergrendelde stand staat, kunt u enkel gegevens aflezen van maar niet opslaan op de Memory Stick™.

* De 128 MB Memory Stick™ heeft een verticale schrijfbeveiliging.

Een Memory Stick™ plaatsen
Er zijn twee manieren om een Memory Stick™ in uw notebook te plaatsen:
□ Via de Memory Stick™-sleuf;
Via één van de PC Card-sleuven. Hiervoor hebt u een optionele PC Card-adapter nodig.
U kunt slechts 1 Memory Stick™ tegelijk in de notebook plaatsen!
Om een Memory Stick™ in de Memory Stick™-sleuf te plaatsen, gaat u als volgt te werk:
1 Nadat u uw gegevens hebt opgeslagen van uw digitaal apparaat, steekt u de Memory Stick™ in de Memory Stick™-sleuf (de pijl op de Memory Stick™ moet naar boven en in de richting van de sleuf wijzen!).
2 Schuif de Memory Stick™ voorzichtig in de sleuf tot hij vastklikt. De Memory Stick™ wordt automatisch gedetecteerd door uw systeem en verschijnt in het venster My Computer als een lokaal station onder de respectieve letter (afhankelijk van de configuratie van uw notebook). De MagicGate Memory Stick™-indicator licht oranje op.

Als u de Memory Stick™ in de sleuf steekt, moet u erop letten dat de pijl in de juiste richting wijst. Forceer de Memory Stick™ nooit in de sleuf om beschadiging van de notebook of Memory Stick™ te vermijden.
Een Memory Stick™ verwijderen
Om een Memory Stick™ te verwijderen uit de Memory Stick™-sleuf, gaat u als volgt te werk:
1 Controleer of het toegangslampje uit is.
2 Duw de Memory Stick™ in de sleuf. De Memory Stick™ wordt uitgeworpen.
3 Trek de Memory Stick™ uit de sleuf.
Verwijder de Memory Stick™ altijd voorzichtig om te vermijden dat de kaart onverwachts uit de sleuf springt. Het verdient aanbeveling de Memory Stick™ te verwijderen vóór u de notebook afsluit.
De modem gebruiken
Uw notebook is uitgerust met een interne modem. Sluit de notebook aan op een telefoonlijn om toegang te krijgen tot on line diensten en het Internet, om uw notebook en software on line te registreren en om VAIO-Link te contacteren.
Om de notebook aan te sluiten op een telefoonlijn, gaat u als volgt te werk:
1 Open het flexibele compartimentdeksel (1) en duw het voorzichtig naar beneden.
2 Steek het ene uiteinde van de telefoonkabel (2) in de telefoonconnector van de notebook.
3 Steek het andere uiteinde van de telefoonkabel in een telefooncontactdoos (3).

Trek niet te hard aan de flexibele compartimentdeksel.
Uw VAIO-notebook wordt geleverd met een telefoonstekker voor uw land, zodat u de telefoonkabel in een telefooncontactdoos kunt steken.
Het verdient aanbeveling de bijgeleverde stekker te gebruiken, omdat het gebruik van een andere telefoonstekker de kwaliteit van de verbinding negatief kan beïnvloeden.
U kunt uw notebook niet aansluiten op een telefoontoestel dat met munten werkt. Mogelijk werkt uw notebook niet met meerdere telefoonlijnen of een huistelefooncentrale (PBX). Als u de modem aansluit op een telefoonlijn waarop ook een ander apparaat is aangesloten, is het mogelijk dat de
modem of het andere apparaat niet behoorlijk functioneert. Sommige van deze aansluitingen kunnen leiden tot een te hoge elektrische stroom en kunnen de interne modem beschadigen.
Alleen DTMF-signalering (Dual Tone Multi Frequency) (toonkeuze) wordt ondersteund.
Vóór u de modem gebruikt, moet u het land selecteren waarin u de modem gebruikt. De werkwijze voor het selecteren van het land staat in detail beschreven onder Uw modem configureren in de Softwarehandleiding.

De juiste telefoonstekker gebruiken
In de doos vindt u twee telefoonstekkers. Zorg ervoor dat u de stekker gebruikt die bestemd is voor het land waarin u zich bevindt:

Verenigd Koninkrijk: Gebruik de stekker die al aan de telefoonkabel bevestigd is. U herkent de connector aan zijn rechthoekige vorm en de platte stekker.
Nederland: Neem de bijgeleverde plug met de uitstekende stekkers en bevestig deze aan de telefoonkabel.
Energiebesparende modi gebruiken
Als u een batterij gebruikt als stroombron voor de notebook, kunt u via de instellingen voor energiebeheer ervoor zorgen dat de batterij minder snel leeg raakt. Naast de normale werkingsmodus, die u in staat stelt specifieke apparaten uit te schakelen, heeft uw notebook twee andere energiebesparende modi: De Standby-modus en Slaap-modus. Als de notebook werkt op de batterijstroom, schakelt hij automatisch over op de Slaap-modus als de batterijlading minder dan 7% van de capaciteit bedraagt, ongeacht de geselecteerde energiebeheerinstelling.

Als de batterijlading minder dan 10% bedraagt, moet u de netadapter aansluiten zodat de batterij kan worden opgeladen, of moet u de notebook uitschakelen en een volle batterij plaatsen.
De normale modus gebruiken
Dit is de normale toestand als de notebook in gebruik is. In deze modus brandt het groene stroomlampje. Om stroom te besparen als u de notebook niet gebruikt, kunt u een specifiek apparaat (bv. het LCD-scherm of de harde schijf) uitschakelen.
De Standby-modus gebruiken
De Standby-stand schakelt het LCD-scherm uit en stelt de harde schijf en de CPU in op laag energieverbruik..
Om de Standby-modus te activeren, gaat u als volgt te werk:
Druk tegelijk op
Of,
1 Klik op Start en selecteer Turn Off Computer.
2 Klik in het venster Turn off computer op Standby.
De computer wordt in de Standby-modus geschakeld.
Om terug te keren naar de normale modus, gaat u als volgt te werk:
Druk op een willekeurige toets.
Als u de aan/uit-knop langer dan vier seconden ingedrukt houdt, wordt de notebook automatisch uitgeschakeld.
Als de Standby-modus is geactiveerd, kunt u geen schijf plaatsen.
De computer verlaat de Standby-stand sneller dan de Slaapstand..
In de Standby-modus verbruikt de notebook meer stroom dan in de Slaap-modus.
Als u uw computer gedurende 25 minuten niet gebruikt terwijl u op het stroomnet aangesloten bent, zal hij overgaan in Standby-stand. Als de computer batterijstroom gebruikt, komt hij na 5 minuten terecht in de Standby-stand. Om dit te vermijden, kunt u de instellingen wijzigen in het Control Panel of in PowerPanel (klik met de rechtermuisknop op het pictogram PowerPanel en selecteer Edit/Create Profile). De instellingen van het Control Panel blijven geldig totdat u uw machine opnieuw opstart.
De Slaap-modus gebruiken
De toestand van het systeem wordt opgeslagen op de harde schijf en de stroom wordt uitgeschakeld. In deze modus brandt het stroomlampje niet.
Om de Slaap-modus te activeren, gaat u als volgt te werk:
Ga naar het menu Start, klik op Shut Down... , en selecteer vervolgens Hibernate uit de vervolgkeuzelijst of druk op
Om de Slaap-modus te activeren, gaat u als volgt te werk:
Druk op
Het venster Hibernating verschijnt en de notebook schakelt over op de Slaap-modus.
Of,
Klik op Start en selecteer Turn Off Computer.
Houd in het venster Turn off computer de

Om terug te keren naar de normale modus, gaat u als volgt te werk:
Zet de notebook aan door op de aan/uit-knop te drukken.
De notebook keert terug naar zijn vorige toestand.

Als u de aan/uit-knop langer dan vier seconden ingedrukt houdt, wordt de notebook automatisch uitgeschakeld.
Als de Slaap-modus is geactiveerd, kunt u geen schijf plaatsen.
Het activeren van de Slaap-modus duurt langer dan het activeren van de Standby-modus.
Het duurt langer om terug te keren naar de normale modus vanuit de Slaap-modus dan vanuit de Standby-modus.
In de Slaap-modus verbruikt de notebook minder stroom dan in de Standby-modus.
Verplaats de notebook niet tot het stroomlampje uitgaat.
Energiebeheer met PowerPanel
Met het hulpprogramma PowerPanel kunt u het energiebeheer van uw computer instellen en belangrijke informatie over de activiteit van het systeem en de batterijlading weergeven. De optie voor automatisch energiebeheer selecteert de zuinigste energiebeheerprofielen of laat u de gekozen profielen aanpassen aan uw eigen behoeften met de bedoeling de batterij zo weinig mogelijk te belasten.
De prestaties van uw computer kunnen opgevoerd worden met de Performance Balancer. Hierbij worden onder meer de helderheid van het LCD-display en de geluidsproductie van de ventilator voor de CPU aangepast. Dit geldt zowel voor de werking op batterijen als op elektriciteit.
PowerPanel bevat de volgende functies:
□ Automatische profielselectie (APS) op basis van de actieve toepassing;
De mogelijkheid om specifieke energiebeheerprofielen handmatig te selecteren in het menu;
De mogelijkheid om nieuwe profielen te maken en bestaande profielen te bewerken;
□ De mogelijkheid om gedetailleerde informatie over de batterij weer te geven;
☐ Hulpprogramma om de prestaties van de processor te controleren;
PowerPanel werkt in harmonie met uw Windows-instellingen.
☐ Ondersteuning voor Windows XP Theme;
□ Knopinfo om wijzigingen in energiebeheerprofielen weer te geven;
De mogelijkheid om specifieke energiebeheerprofielen rechtstreeks in de pagina Power Profile te selecteren;
De mogelijkheid om bepaalde gebruikers het recht te ontnemen profielen te wijzigen.
PowerPanel activeren
Als u de computer start, verschijnt standaard het PowerPanel-pictogram in het systeemvak.
Als u de processorstatus en het huidige energiebeheerprofiel wilt weergeven, wijst u gewoon het pictogram aan. De toestand van de processor en het huidige energiebeheerprofiel worden weergegeven in de knopinfo.
Om een ander profiel te selecteren, gaat u als volgt te werk:
1 Klik met de rechtermuisknop op het taakbalkpictogram van PowerPanel en selecteer Profiles.
2 Selecteer een profiel in het menu Profiles.
De respectieve energiebeheerinstellingen worden geactiveerd.

Als u de batterij gebruikt als stroombron, selecteert het systeem standaard het energiebeheerprofiel Maximum Battery Life. Als u een ander energiebeheerprofiel selecteert terwijl de computer op de batterijstroom werkt, wordt hetzelfde profiel automatisch geselecteerd als u de volgende keer op de batterijstroom werkt.

Energiebeheerprofielen activeren
PowerPanel laat u kiezen uit verschillende vooraf gedefinieerde energiebeheerprofielen. Elk profiel bestaat uit een reeks energiebeheerinstellingen voor specifieke energiebeheerdoelstellingen, gaande van maximaal energiebeheer tot geen energiebeheer.
Werken op netstroom
Pictogram Beschrijving
| AC Power – De energiebeheertoestand als de computer op netstroom werkt. PowerPanel laadt automatisch dit profiel, tenzij u deze functie uitschakelt. | |
| Power Management Off (Plugged in) – Schakelt alle energiebeheerfuncties (zoals de Standby-modus en Slaap-modus) uit. |
Werken op batterij
Pictogram Beschrijving
![]() | Maximum Battery Life – Biedt energiebesparende functies om de batterij zo weinig mogelijk te belasten en goede prestaties te verzekeren. Dit profiel reduceert de helderheid van het scherm en activeert de Standby-modus na een vooraf ingestelde tijdspanne. | |
![]() | Ultimate Battery Life – Verlengt Maximum Battery Life. ! Als u dit profiel kiest, dan wordt de stroom van het optisch station volledig afgesloten om extra energie te besparen voor een langere batterijlevensduur. Het systeem kan noch lezen of schrijven van of naar het optisch station. Meer nog, het station start helemaal niet op. Als u het optisch station wil gebruiken, dan moet u terugkeren naar Maximum Battery Life. | |
![]() | Maximum Performance – Biedt de beste systeemprestaties en bespaart toch energie. |
| Word Processing – Optimaliseert het energiebeheer met langere time-outs voor het uitschakelen van de harde schijf en het scherm. U kunt ook instellingen opgeven voor LCD (Video) Standby, Hard Disk Standby en Standby om het energiebeheer te optimaliseren voor uw systeem. | |
![]() | Spreadsheet – Reduceert de helderheid van het LCD-scherm (instelling 'Medium') omdat uw software geen hogere prestaties vereist. |
![]() | Presentation – Schakelt het scherm nooit uit, maar bespaart toch energie. Deze optie is ideaal voor diavoorstellingen. U kunt instellingen opgeven voor LCD (Video) Standby, Hard Disk Standby en Standby om het energiebeheer te optimaliseren voor uw systeem. |
![]() | Communications – Spaart de batterij door een korte time-out voor het uitschakelen van het scherm in te stellen. U kunt ook instellingen opgeven voor LCD (Video) Standby, Hard Disk Standby en Standby om het energiebeheer te optimaliseren voor uw systeem. |
![]() | Games – Schakelt de timer voor het uitschakelen van het scherm en de harde schijf uit. |
![]() | DVD – Optimaliseert de prestaties en het stroomverbruik voor het gebruik van DVD's. |
![]() | Camera – Optimaliseert de prestaties en het stroomverbruik voor het gebruik van een camera. |
![]() | Power Management Off (Running on batteries) – Schakelt alle energiebeheerfuncties (zoals de Standby-modus en Slaap-modus) uit. |
![]() | Automatic Profile Selection – Analyseert de prestaties van elke toepassing die u kiest en past de profielen aan aan de behoeften van deze toepassingen. |
Automatische profielen selecteren als u op batterijen werkt
Een energiebeheerprofiel bestaat uit een reeks timerwaarden voor verschillende systeemapparaten.
PowerPanel selecteert automatisch het profiel dat is gekoppeld aan de toepassing die u gebruikt en schakelt over naar een ander profiel als u naar een andere toepassing gaat.
Energiebeheer activeert energiebesparende modi door bepaalde stroomverbruikende componenten uit te schakelen of hun stroomverbruik te reduceren (b.v. helderheid van het LCD-scherm of activiteit van de harde schijf).
Om automatische profielen te selecteren, gaat u als volgt te werk:
1 Klik met de rechtermuisknop op het processorpictogram in de taakbalk en selecteer Profiles.
De functie Automatic Profile Selection wordt uitgeschakeld wanneer u manueel een ander energieprofiel selecteert in het menu.

Gedetailleerde informatie over de batterij weergeven
U kunt gedetailleerde informatie over de batterij van uw computer weergeven.
U kunt de gegevens over de batterij weergeven op drie verschillende manieren:
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram CPU in de taakbalk en selecteer Battery Information in het menu.
☐ Dubbelklik op PowerPanel in de taakbalk en selecteer het tabblad Battery. Het tabblad bevat informatie over de geschatte levensduur van de batterij en de oplaadtijd.
Open de balk Battery Information op het scherm. Hier vindt u het pictogram voor de batterijstatus en de levensduur van de batterij (uitgedrukt in per cent en tijd). Klik met de rechtermuisknop in de taakbalk. Selecteer Toolbars - Toolbars in het menu.
Batterijpictogram Batterijstatus
| [ZXW6] | De batterij wordt ontladen: het pictogram is blauw |
| [CTCT] | De batterij is vol: het pictogram is volledig blauw met een netstroomstekker |
| [KBDI] | De batterij wordt opgeladen: het pictogram is blauw met een rode klem aan de pool van de batterij |
![]() | Geen batterij: het pictogram is blauw met een geel kruis erover |

Informatie over de processor weergeven
U kunt ook de prestaties van uw notebook weergeven met de processorbesturingselementen. Hiervoor wijst u gewoon het processorpictogram op de taakbalk aan.
Er zijn drie mogelijke pictogrammen:
Pictogram Actie
| Adaptive: | Deze regeling selecteert automatisch de optimale kloksnelheid van de processor en de voedingsspanning afhankelijk van de status waarin de computer wordt gebruikt. Dit is het standaard pictogram wanneer de computer verbonden is met het lichtnet. |
| Battery Life: | Helpt het stroomverbruik van de notebook te beperken door de kloksnelheid van de processor en de spanning te verlagen. Dit pictogram verschijnt als u met de rechtermuisknop op het processorpictogram in de taakbalk klikt en achtereenvolgensProfilesenUltimate Battery Life selecteert. Dit is het standaard pictogram wanneer de computer op batterijen werkt. |
| Performance: | Helpt de kloksnelheid van de procesor te maximaliseren. De notebook kan dan worden gebruikt met de maximale processorsnelheid. Dit is het standaard pictogram wanneer spelletjes gespeeld worden of een DVD bekeken wordt. |
Een energiebeheerprofiel bewerken
Om de instellingen van een energiebeheerprofiel te wijzigen, gaat u als volgt te werk:
1 Klik met de rechtermuisknop op het processorpictogram in de taakbalk en selecteer Edit/Create Profiles in het menu.
Het venster Profile Editor verschijnt.
2 Klik links in het venster op het profiel dat u wilt wijzigen.
3 Dubbelklik rechts in het venster op de energiebeheereigenschap (CPU Control, Hibernate, Standby, ...) die u wilt wijzigen.
Er verschijnt een lijst met opties of een dialoogvenster. Voeg de instelling die u wilt selecteren toe of definieer ze.
4 Klik op Save in het menu File.
U moet de rechten van systeembeheerder hebben op uw computer om bestaande profielen te kunnen wijzigen. Gebruikers van wie de gebruikersrechten Limited zijn, kunnen het tabblad Power Profile in het venster Power Panel enkel openen in raadpleegmodus. Om informatie aangaande uw gebruikersaccount te raadplegen, selecteert u de categorie User Accounts in het Control Panel. Uw account moet van het type Computer administrator zijn om energieprofielen te kunnen beheren.
Een energiebeheerprofiel creëren
Om een energiebeheerprofiel te maken, gaat u als volgt te werk:
1 Klik met de rechtermuisknop op het processorpictogram in de taakbalk en selecteer Edit/Create Profiles in het menu.
Het venster Profile Editor verschijnt.
2 Selecteer New in het menu File.
3 Klik in het dialoogvenster Create New Profile de juiste optie aan om het type energiebeheerprofiel te specificeren dat u wilt aanmaken en klik vervolgens op OK.
4 Selecteer de nieuwe energiebeheerinstelling die u wilt gebruiken voor het apparaat.
5 Klik op Save in het menu File.
Prestaties beheren met de Performance Balancer
De Performance Balancer is, samen met PowerPanel, standaard geïnstalleerd en past de prestaties van uw computer aan de helderheid van het LCD-display en de geluidsproductie van de ventilator voor de CPU aan.
Als u de Performance Balancer wilt gebruiken, gaat u als volgt te werk:
1 Klik op de knop Start op de Windows ^ taakbalk.
2 Selecteer in All Programs de keuzemogelijkheid Performance Balancer en klik vervolgens op Performance Balancer.
Het venster Performance Balancer verschijnt op het scherm.
Om de prestaties van uw computer in te stellen, gaat u als volgt te werk:
1 Wanneer de computer op batterijen werkt:
Klik op power-saving indien u de batterij zo lang mogelijk wilt gebruiken en indien u wilt dat de ventilator voor de CPU zo weinig mogelijk geluid maakt. De prestaties en de helderheid van het LCD-display worden verlaagd, zodat de computer minder energie van de batterij verbruikt.
Klik op customise indien u de helderheid van het scherm en de geluidsproductie van de ventilator voor de CPU wilt aanpassen om op die manier de prestaties van de CPU en de levensduur van de batterij te bepalen.
Klik op full-power indien u de prestaties van het systeem wilt maximaliseren. Hierdoor kunt u verschillende applicaties gelijktijdig laten draaien, terwijl het display heel helder is. Deze instelling heeft wel een negatieve invloed op de levensduur van de batterij en de geluidsproductie van de ventilator voor de CPU.
2 Wanneer de batterij op het elektriciteitsnet is aangesloten:
Klik op customise indien u de helderheid van het scherm en de geluidsproductie van de ventilator voor de CPU handmatig wilt aanpassen om op die manier de prestaties van de CPU en het stroomverbruik te bepalen.
Klik op full-power indien u de prestaties van het systeem wilt maximaliseren. Hierdoor kunt verschillende applicaties gelijktijdig laten draaien, maar zal de ventilator voor de CPU ook behoorlijk wat geluid produceren.
Timer settings is een extra optie, waarmee u de computer zo kunt instellen dat het LCD display automatisch uitvalt en in de Standby-modus gaat staan wanneer hij een tijdje niet is gebruikt. Dit geldt zowel voor een computer die op batterijen werkt als voor een computer die op het elektriciteitsnet is aangesloten.

De Bluetooth™-functionaliteit gebruiken
Met Bluetooth™ kunt u uw notebook draadloos laten communiceren met andere Bluetooth™-apparaten (bv. een notebook, een GSM of een modemstation) binnen een bereik van 10 meter in een open ruimte.
Alle Bluetooth™-communicatie wordt tot stand gebracht via de BlueSpace NE-software.
Voor dial-up networking, zoals een modem, human aided devices, zoals een muis of een toetsenbord en draadloze printers, ga eerst naar Control Panel en klik Wireless Link om het toestel van uw keuze te configureren.

Om een verbinding te maken met een Bluetooth™-apparaat, gaat u als volgt te werk:
1 Schakel de Wireless LAN knop (1) links vooraan op uw notebook aan.
Het dialoogvenster Switch wireless devices verschijnt.
2 Selecteer het keuzerondje Bluetooth™. De Bluetooth™-indicator (2) licht blauw op.
3 Klik op OK.
Lees de folder Veiligheidsvoorschriften i.v.m. Bluetooth vóór u de Bluetooth™-functie gebruikt.
De 2,4 GHz-band wordt niet alleen gebruikt door Bluetooth™-apparaten of draadloze LAN-apparaten, maar ook door verschillende andere apparaten. Bluetooth™-apparaten gebruiken een specifieke technologie om interferentie van andere apparaten die dezelfde golflengte gebruiken tot een minimum te beperken. De communicatiesnelheid en het communicatiebereik kunnen kleiner zijn dan de standaardwaarden. Interferentie van andere apparaten zou de communicatie kunnen belemmeren of onmogelijk maken.
De software voor het Bluetooth™-modemstation (PCGA-BM1) staat op de harde schijf van uw notebook. Lees de documentatie van het Bluetooth™-modemstation voor u dit station gebruikt.
! Het is mogelijk dat de Bluetooth™-functies niet werken met sommige apparaten of softwareversies.
! Let dus op de gebruiksvoorwaarden als u een Bluetooth™-apparaat koopt.
! Bij continue transfer is het mogelijk dat heel grote bestanden beschadigd raken omwille van de beperkingen van de Bluetooth™-standaard.
Bluetooth™-beveiliging
De technologie voor draadloze communicatie Bluetooth™ heeft een verificatiefunctie waarmee u kunt controlleren met welk apparaat u communiceert. Dankzij deze verificatiefunctie kunt u vermijden dat een anoniem Bluetooth™-apparaat toegang krijgt tot uw notebook.
De eerste keer dat twee Bluetooth™-apparaten met elkaar communiceren, moet een gemeenschappelijke Passkey worden vastgelegd waarmee beide apparaten worden geregistreerd. Nadat een apparaat is geregistreerd, moet de Passkey niet opnieuw worden ingevoerd.
U kunt de instellingen wijzigen zodat uw notebook niet kan worden gedetecteerd door andere Bluetooth™-apparaten, of u kunt een limiet instellen. Meer informatie vindt u in de on line Help van BlueSpace NE.
Draadloze aansluitingen instellen met BlueSpace NE
Uw notebook is uitgerust met de draadloze technologie Bluetooth™. Deze nieuwe technologie maakt draadloze communicatie over korte afstanden mogelijk, zodat u geen kabels meer nodig hebt. Alle Bluetooth™-communicatie wordt tot stand gebracht via de BlueSpace NE-software.
BlueSpace NE starten
Met het programma Bluespace NE kunt u uw notebook draadloos verbinden met een Bluetooth™-apparaat (b.v. een andere notebook, een GSM of een modemstation). Meer informatie vindt u in de on line Help van Bluespace NE.
Om te communiceren met een ander Bluetooth™-apparaat, gaat u als volgt te werk:
1 Schakel de Wireless switch (1) links vooraan op uw notebook aan.
2 Als de Switch wireless devices dialog box verschijnt, selecteer Bluetooth™, en de applicatie zal automatisch gestart worden. De Bluetooth™-indicator (2) licht blauw op.
3 Klik op de knop Device Discovery in het bedieningspaneel van uw notebook links in het venster, om na te gaan welke apparaten op afstand beschikbaar zijn.
4 Selecteer het apparaat op afstand waaraan u de computer wilt koppelen. Blader indien nodig door de apparatenlijst van Bluetooth™ om uw selectie te maken.
5 Klik op de Service Discovery-knop om de diensten te vinden die beschikbaar zijn voor het apparaat dat u hebt geselecteerd.
Soms verschijnt het dialoogvenster voor het bevestigen van de verificatie indien u een apparaat op afstand gebruikt.
6 Klik op Yes.
Op dat moment verschijnt de Bluetooth™ Connection Wizard.
7 Klik op Next om verder te gaan.

8 Voer hetzelfde wachtwoord in voor zowel het plaatselijke apparaat als het apparaat op afstand en klik vervolgens op Next. Klik op Finish zodra het apparaat op afstand inderdaad werd geverifieerd. Op dat moment wordt de Service Discovery uitgevoerd.
9 Klik op het service-pictogram dat u wenst te gebruiken en ga in ieder profiel op de correcte manier verder.
Na afloop van de verbinding en het versturen van de informatie verschijnt er op het display een dialoogvenster met de nodige informatie.
Het service-pictogram wordt blauw.

Gebruik niet tegelijkertijd de Bluetooth™-functie en draadloze communicatieapparaten die de 2,4 GHz-band gebruiken (b.v. een PC Card voor een draadloos lokaal netwerk).
Het wachtwoord kan iedere keer worden veranderd, maar moet wel hetzelfde zijn aan beide uiteinden.
Voor sommige apparaten, zoals een muis, kan er geen wachtwoord worden ingevoerd.
!Als u de naam van uw computer veranderde tijdens het opstarten van Windows®, ga naar USB Bluetooth™ Device onder Device Manager (Start - Configuration Panel - System - Hardware - Device Manager - Bluetooth™ Radios) en klik met de rechtermuisknop op Properties. In het tabblad Advanced klik op Default om de oorspronkelijke naam te herstellen. De naam van uw computer en die in BlueSpace NE moeten namelijk identiek zijn. Voor meer informatie, ga naar www.vaio-link.com.

De Bluetooth™-verbinding verbreken
Om de Bluetooth™-verbinding te verbreken, gaat u als volgt te werk:
1 Klik op de knop Service van de service waarmee u de verbinding wilt verbreken.
2 Klik op Yes in het dialoogvenster Confirm Service Disconnection.
3 Schakel de Bluetooth™-schakelaar links vooraan op uw notebook uit. Het Bluetooth™-lampje gaat uit.
Draadloos LAN (WLAN) gebruiken
Dankzij de functie draadloos LAN (WLAN of Wireless LAN) van Sony, kunnen al uw digitale apparaten met ingebouwde WLAN-functionaliteit vrij met elkaar communiceren via een krachtig netwerk. Een WLAN is een netwerk waarin een mobiele gebruiker een verbinding kan maken met een lokaal netwerk (LAN) via een draadloze (radio)verbinding. Het is dus niet langer nodig om kabels of draden te trekken door muren en plafonds.
Sony's WLAN ondersteunt alle normale Ethernet-activiteiten, maar biedt twee extra voordelen: mobiliteit en roaming. U hebt nog altijd toegang tot informatie, het internet/intranet en netwerkbronnen, zelfs in volle vergadering of terwijl u zich verplaatst.
U kunt communiceren zonder een toegangspunt. Dit betekent dat u een verbinding tot stand kunt brengen tussen een beperkt aantal computers (ad hoc), of dat u kunt communiceren via een toegangspunt, wat u in staat stelt een volledig infrastructuurnetwerk (infrastructuur) te creëren.
In sommige landen is het gebruik van WLAN producten onderworpen aan lokale regelgeving (bijv. beperkt aantal kanalen). Lees de folder Wireless LAN Regulations (Wireless LAN Reglementering) grondig voor je de WLAN functionaliteit inschakelt. De selectie van kanalen komt verder in de handleiding aan bod. Kanaalselectie wordt verder in deze handleiding verklaard (zie Kanaalselectie draadloos LAN (pagina 80)).
WLAN gebruikt de standaard IEEE 802.11b. Deze standaard specificeert de gebruikte technologie. De standaard omvat de coderingsmethode Wired Equivalent Privacy (WEP). Dit is een beveiligingsprotocol. Gegevenscodering beschermt de kwetsbare draadloze verbinding tussen clients en toegangspunten. Daarnaast zijn er andere typische LAN-beveiligingsmechanismen om de privacy te verzekeren, zoals: wachtwoordbeveiliging, end-to-end-codering, virtuele particuliere netwerken en verificatie.
Draadloze LAN-apparaten die werken met de standaard IEEE 802.11a kunnen niet communiceren met draadloze LAN-apparaten die werken met de standaard IEEE 802.11b omdat de frequenties verschillen.
De standaardtoegang is 11 Mbps, of ongeveer 30 tot 100 keer sneller dan een standaard inbelverbinding.

Communiceren zonder toegangspunt (ad-hoc)
Een ad hoc-netwerk is een netwerk waarin een lokaal netwerk enkel door de draadloze apparaten zelf tot stand wordt gebracht, zonder een andere centrale controller of een ander toegangspunt. Elk apparaat communiceert rechtstreeks met andere apparaten in het netwerk. U kunt thuis gemakkelijk een ad hoc-netwerk tot stand brengen.

Om te communiceren zonder toegangspunt (ad hoc), gaat u als volgt te werk:
1 Schakel de Wireless LAN knop (1) links vooraan op uw notebook aan.
2 Selecteer het keuzerondje Wireless LAN en klik op OK. De Wireless LAN indicator (2) licht groen op.
3 Dubbelklik op het netwerkpictogram in de taakbalk, waar Wireless Network Connection verschijnt.
Het dialoogvenster Wireless Network Connection verschijnt.
4 Klik op de knop Eigenschappen.
Het dialoogvenster Eigenschappen voor Wireless Network Connection verschijnt.
5 Selecteer het tabblad Draadloze netwerken.
6 Klik op de knop Toevoegen....
Het dialoogvenster Eigenschappen voor draaloos netwerk verschijnt.
7 Voer een netwerknaam (SSID)* in.
Selecteer de optie Gegevenscodering (WEP-compatibel).
8 Vink het selectievakje De sleutel wordt mij automatisch aangeleverd aan. Er verschijnt enige informatie.
9 Voer de Netwerksleutel* in.
De netwerksleutel moet bestaan uit 5 of 13 ASCII karakters of 10 of 26 hexadecimale karakters.
10 Selecteer de optie Dit is een computer-naar-computer (ad hoc) netwerk. Er worden geen draadloze toegangspunten gebruikt" onderaan het scherm..
11 Klik op OK.
12 Klik nogmaals op OK.
Uw computer is klaar om met een andere computer te communiceren.
In Frankrijk zijn alleen kanalen 10 en 11 wettelijk toegelaten als u WLAN gebruikt. Dat betekent dat kanaalselectie noodzakelijk is bij gebruik van WLAN in Frankrijk.
Lees voor meer infomatie de folder Wireless LAN Reglementering.
* Als u een communicatieverbinding tussen twee of meer computers tot stand wilt brengen, moet u al deze computers op exact dezelfde wijze configureren.
Dit betekent dat u op alle computers dezelfde netwerknaam (SSID) en netwerksleutel moet invoeren als op de eerste computer die u hebt geconfigureerd.
**ASCII: de basis tekenset die in haast alle hedendaagse computers wordt gebruikt. ASCII is een code die gebruikt wordt om Engelse tekens voor te stellen als nummers, waarbij iedere letter een nummer van 0 tot 127 wordt toegewezen.
Hexadecimaal: een nummerrepresentatie die gebruik maakt van de cijfers 0-9, in hun oorspronkelijke betekenis, plus de letters A-F (of a-f) die hexadecimale cijfers voorstellen met waarden (decimaal) van 10 tot 15.

Communiceren met een toegangspunt (infrastructuur)
Een infrastructuurnetwerk is een netwerk dat een bestaand bedraad lokaal netwerk uitbreidt naar draadloze apparaten door middel van een toegangspunt (bv. het toegangspunt PCWA-A220 van Sony). Het toegangspunt slaat een brug tussen het draadloze en bedrade LAN en fungeert als centrale controller voor het draadloze lokale netwerk. Het toegangspunt coördineert de transmissie en ontvangst van meerdere draadloze apparaten binnen een specifiek bereik.

Om een communicatieverbinding tot stand te brengen met een toegangspunt (infrastructuur), gaat u als volgt te werk:
1 Schakel de Wireless LAN knop (1) links vooraan op uw notebook aan.
2 Selecteer het keuzerondje Wireless LAN en klik op OK.
De Wireless LAN indicator (2) licht groen op.
3 Klik met de rechtermuisknop op het netwerkpictogram op de taakbalk, waar de knopinfo Wireless Network Connection verschijnt.
4 Klik op Beschikbare draadloze netwerken weergeven.
Het dialoogvenster Wireless Network Connection verschijnt.
5 Selecteer het netwerk dat u wilt gebruiken.
Sony notebook handleiding
6 Voer de Netwerksleutel in.
Als u de Sony Access Point PCWA-A220 als standaardinstelling gebruikt, hoeft u geen wep-sleutel in te voeren. Om te kunnen communiceren, dient u het vakje Ook als het geselecteerde draadloze netwerk niet is beveiligd, wil ik er verbinding mee kunner maken te selecteren.
7 Klik op Verbinding maken.
Na 30 seconden is de verbinding tot stand gebracht.
Meer informatie over een Access Point configureren vindt u in de documentatie van de Access Point.
In Frankrijk zijn alleen kanalen 10 en 11 wettelijk toegelaten als u WLAN gebruikt. Dat betekent dat kanaalselectie noodzakelijk is bij gebruik van WLAN in Frankrijk.
Lees voor meer infomatie de folder Wireless LAN Reglementering.
Kanaalselectie draadloos LAN
Als u de functie draadloos LAN gebruikt, worden radiofrequenties gebruikt om gegevens te verzenden van de ene naar de andere computer. Radiofrequenties worden opgesplitst in verschillende kanalen (1 tot 14). In Frankrijk moet u echter kanaal 10 of 11 gebruiken (zowel binnen als buiten).
Als u een toegangspunt gebruikt van een andere fabrikant dan Sony, leest u de handleiding van dit toegangspunt zodat u zeker weet welk kanaal u moet gebruiken.
Voor meer informatie over de functie draadloos LAN verwijzen we naar de folder Voorschriften i.v.m. de functie draadloos LAN (Wireless LAN Regulations).
Netwerkinfrastructuur
Het kanaal wordt automatisch ingesteld door het Access Point.
Ad-hoc-netwerk
Het kanaal is standaard ingesteld op 11.
Als u het kanaalnummer wijzigt op een computer, moet u het kanaalnummer handmatig wijzigen op alle andere apparaten die u draadloos wilt verbinden met deze computer.

De ingebouwde MOTION EYE-camera gebruiken
Uw computer is uitgerust met een ingebouwde MOTION EYE-camera. U kunt de camerasoftware gebruiken om foto's te nemen, videoclips op te nemen of on line videoconferenties te houden.
U kunt het beeld scherp stellen door aan het regelwiel (2) te draaien op de camera. U kunt ook de MOTION EYE-camera naar voren of naar achter draaien om het uitkijkpunt van de camera te kiezen.

Rechts van het LCD-scherm vindt u de CAPTURE knop (3) voor gebruik met de MOTION EYE-camera. Wanneer u op deze knop drukt, kunt u:
□ Foto's nemen;
☐ De opname van videoclips starten en stoppen;
☐ De toepassing Network Smart Capture starten.
Om Network Smart Capture te starten met de opnameknop, dient de toepassing geïnstalleerd te zijn.
□ Foto's nemen;
☐ De opname van videoclips starten en stoppen;
☐ De toepassing Network Smart Capture starten.
Om Network Smart Capture te starten met de opnameknop, dient de toepassing geïnstalleerd te zijn.
Sony notebook handleiding

Om de MOTION EYE-camera te starten via de Windows®-toepassing, doet u het volgende:
Ga naar Start- Deze computer- Scanners en cameras en klik op Sony Visual Communication Camera VCC-U01.
De camera start automatisch.
De MOTION EYE-cameraindicator (1) licht groen op wanneer de camera aan staat.

U kunt enkel foto's nemen.
Om de MOTION EYE-camera te starten via de Network Smart Capture-toepassing, doet u het volgende:
Klik op Start- Alle programma's - Network Smart Capture,
of
Druk op de Opnameknop.
Voor meer informatie over Network Smart Capture raadpleegt u de Software Gids die bij uw computer is geleverd.
Randapparatuur aansluiten
U kunt de functionaliteit van uw notebook uitbreiden door één of meer van deze randapparaten aan te sluiten.
Schakel de notebook en alle randapparaten uit vóór u een randapparaat aansluit. Steek het netsnoer pas in het stopcontact nadat u alle kabels hebt aangesloten. Zet de notebook pas aan nadat u alle randapparaten hebt ingeschakeld.
□ Een externe monitor aansluiten (pagina 84)
☐ Weergavemodi selecteren (pagina 87)
□ Een externe microfoon aansluiten (pagina 90)
□ Een USB-apparaat aansluiten (Universal Serial Bus) (pagina 91)
□ Een i.LINK™-apparaat aansluiten (pagina 97)
☐ Aansluiten op een LAN (pagina 100)

Hot pluggable-apparaten moeten worden aangesloten als de computer aan staat.
USB-apparaten zijn hot pluggable-apparaten. U hoeft de notebook niet uit te schakelen vóór u deze apparaten aansluit, tenzij anders vermeld in de handleiding van het apparaat.
Een externe monitor aansluiten
U kunt een externe monitor aansluiten op de notebook. U kunt bijvoorbeeld uw notebook gebruiken met de volgende apparaten:
□ Computerscherm (monitor)
□ Projector.
Schakel de notebook en de randapparaten uit en trek de netadapter en het netsnoer uit vóór u een externe monitor aansluit.
Steek het netsnoer pas in nadat u alle andere kabels hebt aangesloten.
Schakel de randapparaten in en zet vervolgens de notebook aan.
Een aangesloten externe monitor wordt gebruikt als tweede scherm.
U kunt ook een externe monitor gebruiken om een virtueel bureaublad in te stellen (enkel mogelijk op Windows®-systemen).

Een monitor aansluiten
U kunt een computerscherm (monitor) direct op de notebook aansluiten.
Om een monitor aan te sluiten op de notebook, gaat u als volgt te werk:
1 Steek de monitorkabel (1) (niet meegeleverd) in de monitor/VGA-connector □ van de notebook.
2 Indien nodig steekt u het ene uiteinde van het netsnoer (2) van de monitor in de monitor en het andere uiteinde in een stopcontact.

Een projector aansluiten
U kunt een projector (zoals de Sony LCD-projector) rechtstreeks op de notebook aansluiten.
Om een projector aan te sluiten, gaat u als volgt te werk:
1 Steek de RGB-signaalkabel (1) in de monitor/VGA-connector aangeduid met het symbool □
2 Steek de audiokabel (2) (niet meegeleverd) in de hoofdtelefoonconnector aangeduid met het symbool
3 Steek de RGB-signaalkabel en de audiokabel in de connectors van de projector.
4 Steek het netsnoer (3) van de projector in een stopcontact.
Afhankelijk van het type monitor en projector is het mogelijk dat het beeld niet tegelijk kan worden weergegeven op het LCD-scherm en de externe monitor.
Met de toetscombinatie

flowchart
graph TD
A["Laptop"] --> B["Card Reader"]
A --> C["Printer"]
A --> D["USB Port"]
B --> E["Projector"]
C --> F["Projector"]
D --> G["Projector"]
Weergavemodi selecteren
Deze computer gebruikt de Intel® 855 GM Integrated Graphics videocontroller. U kunt selecteren welk scherm wordt gebruikt als de computer is aangesloten op een externe monitor.
Om een scherm te selecteren, gaat u als volgt te werk:
1 Sluit het externe apparaat aan op de Monitor/VGA-connector, links van de computer.
2 Druk op de toets
De uitvoerbestemming wijzigt iedere keer dat u op de toets
De bestemmingsopties voor de uitvoer worden hieronder weergegeven:
o enkel LCD-scherm: geeft de inhoud enkel weer op het LCD-scherm van uw computer.
o enkel LCD-scherm + MONITOR (VGA): geeft de inhoud simultaan weer op het LCD-scherm van uw computer en op het externe scherm*.
o MONITOR (VGA): geeft de inhoud enkel weer op het externe scherm*.
o Setup: geeft het instellingsvenster voor de resolutie weer voor het externe scherm.
3 Het beeld verschijnt op het externe scherm
Om de controleopties van de video in te stellen, doet u het volgende:
1 Klik op de knop Start en klik op Configuratiescherm. Het venster Configuratiescherm verschijnt.
2 Dubbelklik op Vorfgeving en thema's en selecteer Beelscherm. Het dialoogvenster Eigeschappen voor Beelscherm verschijnt.
3 Klik op het tabblad Instellingen.
4 Klik op de knop Geavanceerd en selecteer het tabblad Intel® Extreme Graphics. Selecteer vervolgens Graphics Properties.
Sony notebook handleiding

5 Klik op het tabblad Devices.
Selecteer het pictogram Monitor, Notebook, Intel® Dual Display Clone of Extended Desktop.
6 Klik achtereenvolgens op Apply en OK.
* De externe bestemming wordt enkel weergegeven wanneer er een externe monitor is aangesloten op je computer.
Het is niet mogelijk van weergave te veranderen tijdens het afspelen van een video of tijdens het gebruik van de ingebouwde MOTION EYE-camera. Het is mogelijk dat de beeldschermresolutie van uw computer automatisch verandert wanneer u de externe monitor selecteert.

Externe luidsprekers aansluiten
Als u een betere geluidskwaliteit wenst, kunt u externe luidsprekers aansluiten.
Om externe luidsprekers aan te sluiten, gaat u als volgt te werk:
1 Steek de luidsprekerkabel (1) in de hoofdtelefoonconnector.
2 Steek het andere uiteinde van de luidsprekerkabel in de externe luidspreker.
3 Verlaag het volume vóór u de luidsprekers inschakelt.

Sluit alleen luidsprekers aan die zijn ontworpen voor gebruik met een computer.
Plaats geen diskettes op de luidsprekers. Het magnetisch veld van een luidspreker kan de gegevens op een diskette beschadigen.

Een externe microfoon aansluiten
Uw VAIO-notebook bevat een interne microfoon. Als u een geluidsinvoerapparaat nodig hebt (bv. om te chatten op het Internet), moet u een externe microfoon aansluiten.
Om een externe microfoon aan te sluiten, gaat u als volgt te werk:
Steek de microfoonkabel in de microfoonconnector aangeduid met het symbool .

Sluit alleen microfoons aan die zijn ontworpen voor gebruik met een computer.
Een USB-apparaat aansluiten (Universal Serial Bus)
U kunt een USB-apparaat (bijvoorbeeld een muis, een diskettestation, een toetsenbord of een printer) aansluiten op uw notebook. U hoeft de notebook niet af te sluiten vóór u een USB-randapparaat aansluit of loskoppelt. Mogelijk moet u software (stuurprogramma's) installeren die werd geleverd met uw USB-apparaat vóór u het apparaat kunt gebruiken.
Er zijn 2 USB 2.0-poorten aan uw notebook.
□ Een USB-muis aansluiten (pagina 92)
□ Een USB-diskettestation aansluiten (pagina 93)
□ Een printer met een USB-connector aansluiten (pagina 96)

Een USB-muis aansluiten
Om een USB-muis aan te sluiten, gaat u als volgt te werk:
1 Kies de USB-connector die u wilt gebruiken (zowel links als rechts van uw computer beschikbaar).
2 Steek de USB-muiskabel in de USB-connector.
U kunt de USB-muis gebruiken.

Het stuurprogramma voor de VAIO USB-muis is vooraf geïnstalleerd op uw notebook. U hoeft alleen maar de USB-muis in de USB-connector te steken, en u kunt beginnen werken.

Een USB-diskettestation aansluiten
U kunt een USB-diskettesstation kopen en aansluiten op uw notebook.
Om een USB-diskettestation aan te sluiten, gaat u als volgt te werk:
1 Kies de USB-connector die u wilt gebruiken (zowel links als rechts van uw computer beschikbaar).
2 Steek de kabel van het USB-diskettestation in de USB-connector. Het VAIO-logo op het diskettestation moet naar boven gericht zijn.
Uw USB-diskettestation is nu klaar voor gebruik.

flowchart
graph TD
A["Laptop"] --> B["USB Cable"]
B --> C["Device 1"]
B --> D["Device 2"]
B --> E["Device 3"]
B --> F["Device 4"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333

Om een USB-diskettestation los te koppelen, gaat u als volgt te werk:
Als de notebook aan staat, wacht u tot het LED-lampje van het diskettestation uitgaat, waarna u de USB-kabel uit de notebook trekt. Als u het diskettestation niet juist loskoppelt, kan het systeem vastlopen en kunt u niet-opgeslagen gegevens verliezen.
Als de notebook is uitgeschakeld, kunt u de USB-kabel direct uit de notebook trekken.
Een diskette plaatsen
Om een diskette te plaatsen, gaat u als volgt te werk:
1 Houd de diskette (1) met het label naar boven gericht.
2 Duw de diskette voorzichtig in het station (2) tot de diskette vastklikt.


Een diskette verwijderen
Om een diskette te verwijderen gaat u als volgt te werk:
Als u de diskette niet meer nodig hebt, wacht u tot het LED-lampje (1) uitgaat, waarna u op de uitwerpknop (2) drukt om de diskette te verwijderen.


Het LED-lampje mag niet branden op het moment dat u op de uitwerpknop drukt.
Als de diskette niet wordt uitgeworpen wanneer u op de uitwerpknop drukt, koppelt u het diskettesation los van de notebook.
! Druk nooit op de uitwerpknop als het LED-lampje brandt. Dit zou de diskette kunnen beschadigen.

Een printer met een USB-connector aansluiten
U kunt een USB-printer die compatibel is met uw versie van Windows® aansluiten op de notebook.
Om een printer aan te sluiten via de USB-connector, gaat u als volgt te werk:
1 Steek een USB-printerkabel (1) in één van de USB-connectors van uw notebook (zowel links als rechts van uw computer beschikbaar).
Een USB-connector wordt aangeduid met het symbool op uw notebook en printer.
2 Steek het netsnoer van de printer (2) in een stopcontact.

flowchart
graph TD
A["Laptop"] --> B["CD-ROM"]
B --> C["Printer"]
C --> D["USB Cable"]
D --> E["Switch"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#ffc,stroke:#333
Schakel de notebook en de printer uit en trek de netadapter en het netsnoer uit vóór u de printer aansluit.
Een i.LINK™-apparaat aansluiten
Uw notebook is voorzien van een i.LINK™-connector (IEEE1394) waarmee u een i.LINK™-apparaat (bv. een digitale videocamera of een optisch station) kunt aansluiten of waarmee u twee VAIO-notebooks met elkaar kunt verbinden om bestanden te kopieren, te verwijderen of te bewerken.
De i.LINK™-connector van uw notebook levert geen stroom voor externe apparaten die normaal wel stroom ontvangen via een i.LINK™-connector.
De i.LINK™-connector ondersteunt transmissiesnelheden van maximum 400 Mbps. De eigenlijke transmissiesnelheid is echter afhankelijk van de transmissiesnelheid van het externe apparaat.
Welke i.LINK™-functies beschikbaar zijn, is afhankelijk van de gebruikte toepassing. Voor meer informatie verwijzen we naar de documentatie die werd geleverd met uw software. De i.LINK™-kabels die compatibel zijn met uw VAIO-notebook zijn onder meer kabels met de volgende artikelnummers: VMC-IL4415A (een 1,5 meter lange kabel met een 4-pins connector aan elk uiteinde), VMC-IL4408-serie (een 0,8 meter lange kabel met een 4-pins connector aan elk uiteinde).
Een i.LINK™-verbinding met andere compatibele apparaten is niet volledig gegarandeerd.
De i.LINK™-verbinding varieert afhankelijk van de toepassing, het besturingssysteem en de i.LINK™-compatibele apparaten die u gebruikt. Voor meer informatie verwijzen we naar de documentatie die werd meegeleverd met uw software.
Controleer de gebruiksvoorwaarden en de besturingssysteemcompatibiliteit van i.LINK™-compatibele PC-randapparaten (harde-schijfstation, CD-RW-station, ...) vóór u deze aansluit op uw notebook.

pie
| Value | |---| | 98 |Een digitale videocamera aansluiten
Om een digitale videocamera aan te sluiten op de notebook, gaat u als volgt te werk:
1 Steek het ene uiteinde van de i.LINK™-kabel (1) in de i.LINK™-connector (2) van de notebook en het andere uiteinde in de DV-uitgang (3) van de digitale videocamera.

Bij digitale videocamera's van Sony zijn de connectors met de aanduiding DV Out, DV In/Out of i.LINK™ i.LINK™-compatibel.
De digitale videocamera van Sony is maar een voorbeeld. Mogelijk moet uw digitale videocamera anders worden aangesloten.
Als uw digitale videocamera is voorzien van een Memory Stick™ sleuf, kunt u opgenomen beelden of videoclips kopieren naar de notebook via een Memory Stick™. Kopieer de beelden gewoon naar de Memory Stick™ en steek de kaart vervolgens in de Memory Stick™- sleuf van de notebook. U kunt niet werken met afbeeldingen die op een Memory Stick™ bewaard zijn wanneer u een i.LINK™- connectie aan het gebruiken bent.

Twee VAIO-notebooks met elkaar verbinden
U kunt bestanden kopiëren, bewerken of verwijderen op een andere VAIO computer die via een optionele i.LINK™-kabel is aangesloten op uw notebook.
U kunt ook een bestand afdrukken op een printer die is aangesloten op een andere VAIO-notebook.

Aansluiten op een LAN
U kunt uw notebook aansluiten op netwerken van het type 10BASE-T/100BASE-TX via een Ethernet-netwerkkabel. Raadpleeg uw netwerkbeheerder voor de gedetailleerde instellingen en de apparaten die nodig zijn voor de aansluiting op het netwerk.

De standaardinstellingen maken het mogelijk om uw notebook aan te sluiten op het netwerk.
Meer informatie over de aansluiting van uw notebook op een netwerk vindt u in het deel Hardwareproblemen oplossen (Hardware troubleshooting) op de website van VAIO-Link:
Hoe netwerkproblemen op te lossen

Steek geen telefoonkabel in de netwerkaansluiting van uw notebook.
Ondersteuning
Dit deel beschrijft hoe u hulp en ondersteuning kunt krijgen van Sony, en geeft tips voor het oplossen van problemen met de notebook.
Sony-ondersteuningsopties
Sony biedt verschillende ondersteuningsopties voor uw notebook aan. Indien u meer wilt weten over de on line documentatie bij uw notebook, ga dan naar Documentatiepakket (pagina 10).
Andere informatiebronnen
De Online Help-bestanden van de vooraf geïnstalleerde software bevatten aanwijzingen voor het gebruik van de software.
Website van VAIO-Link: Als u een probleem hebt met uw notebook, kunt u eens een kijkje gaan nemen op de website van VAIO-Link. Surf naar:
http://www.vaio-link.com
☐ Helpdesk van VAIO-Link: Vóór u contact opneemt met de helpdesk van VAIO-Link, kunt u een oplossing voor het probleem trachten te vinden in de gebruikershandleidingen of de Help-bestanden voor de randapparaten of de software.
U moet de notebook aansluiten op de telefoonlijn en de modem configureren vóór u de in deze handleiding beschreven communicatiefuncties kunt gebruiken.
e-Support
Wat is e-Support?
U heeft onze handleidingen doorgenomen, bent op onze website (www.vaio-link.com) geweest, maar u heeft geen antwoord gevonden op uw vraag/probleem. e-Support is de ideale oplossing voor u!
Ons e-Support webportaal is een interactieve website waarnaar u eender welke technische vraag kunt sturen betreffende uw VAIO en waar een toegewijd ondersteuningsteam klaar staat om u te antwoorden.
ledere vraag resulteert in een uniek 'gevalnummer' dat voor een vlotte communicatie tussen u en het e-Support Team zorgt.
Wie kan e-Support gebruiken?
Alle geregistreerde VAIO-klanten hebben recht op een onbeperkte toegang tot het VAIO-Link e-Support webportaal.
Hoe krijg ik toegang tot het e-Support-portaal?
Wanneer u uw VAIO computer on line registreert op Club-VAIO (www.club-vaio.com), zal u automatisch enkele uren later een e-mail ontvangen met de link naar het e-Support webportaal, uw klant-ID en enige basisregels.
Het enige dat u dient te doen is uw account te activeren door op de link in de e-mail te klikken.
U bent nu klaar om uw eerste vraag naar ons te sturen!
U kunt het e-Support webportaal vanaf eender welke computer met een actieve internetverbinding bereiken.
Op het e-Support webportaal is een compleet helpbestand beschikbaar dat u helpt onze e-Support service te gebruiken.
Kan ik vragen versturen in mijn moedertaal?
Omdat u in contact zal zijn met ons e-Support Team via een portaal, dat u rechtstreeks verbindt met onze centrale database, zal e-Support enkel vragen ontvangen en behandelen die in het Engels zijn opgesteld.
Kan ik mijn vragen op ieder moment versturen?
Ja, u kunt uw vragen 24 uur per dag, 7 dagen per week versturen. Hou er, desondanks, rekening mee dat ons e-Support Team uw vragen slechts van maandag tot vrijdag tussen 8 am en 6 pm kan beantwoorden.
Wat kost mij het gebruik van e-Support?
Helemaal niets. Dit is een gratis dienst aangeboden aan alle geregistreerde VAIO-klanten!
Hoe weet ik wanneer het e-Support Team mijn vraag/geval beantwoord heeft?
Van zodra uw geval door ons e-Support Team behandeld werd, ontvangt u een e-mail met de bevestiging dat uw geval geüpdatet werd.
Probleemoplossing
Dit deel beschrijft hoe u eenvoudige problemen oplost die zich zouden kunnen voordoen met uw notebook. De oplossing is vaak simpel. Probeer steeds de voorgestelde oplossing vóór u VAIO-Link contacteert.
☐ Info over de computer en de software (pagina 105)
☐ Info over het beeldscherm (pagina 109)
☐ Info over CD-ROM's en diskettes (pagina 110)
☐ Info over geluid (pagina 114)
☐ Info over de modem (pagina 115)
☐ Info over randapparaten (pagina 116)
☐ Info over digitale video-opnames en DVgate (pagina 117)
☐ Info over energiebeheer (pagina 117)
☐ Info over i.LINK™-apparaten (pagina 118)
☐ Info over draadloos LAN (pagina 118)
Info over Bluetooth™-technologie (pagina 120)
☐ Info over de MOTION EYE-camera (pagina 122)
Info over de computer en de software
Mijn computer start niet op
Controleer of de notebook is aangesloten op een stroombron en of de notebook is ingeschakeld.
Controleer of het stroomlampje op het voorpaneel van de notebook aangeeft dat de notebook stroom ontvangt.
Controleer of de batterijen juist zijn geplaatst en of ze zijn opgeladen.
□ Zorg ervoor dat het diskettestation geen diskette bevat.
□ Controleer of het netsnoer en alle kabels goed bevestigd zijn.
Als u de notebook hebt aangesloten op een noodvoeding, controleert u of de noodvoeding is ingeschakeld en werkt.
Als u gebruik maakt van een externe monitor, controleer dan of deze is aangesloten op een stroombron en of de monitor is ingeschakeld. Controleer of u hebt overgeschakeld op de externe monitor en of de helderheidsregeling en de contrastregeling correct is afgesteld.
Het zou kunnen dat het probleem wordt veroorzaakt door condensatie. Laat de notebook minstens 1 uur ingeschakeld zonder ermee te werken.
Als de interne noodstroombatterij bijna leeg is, is het mogelijk dat deze batterij het systeem niet behoorlijk kan starten. Laat de machine staan totdat de batterij heropgeladen is. Probeer nu op te starten.
Het bericht 'Press to resume, to setup' verschijnt bij het opstarten
Om het BIOS te initialiseren, zorgt u er eerst voor dat het diskettestation geen diskette bevat. Daarna gaat u als volgt te werk:
1 Schakel de notebook uit.
2 Koppel alle aangesloten randapparaten los.
3 Zet de notebook aan en druk op
4 Stel de datum in (maand/dag/jaar).
5 Druk op Enter.
6 Selecteer System Time met behulp van de pijltoetsen.
7 Stel de tijd in (uur:minuten:seconden).
8 Druk op Enter.
9 Selecteer het menu Exit met behulp van de pijltoetsen.
10 Selecteer Get Default Values met behulp van de pijltoetsen en druk vervolgens op
11 Selecteer Yes en druk op
12 Selecteer Exit (save changes) met behulp van de pijltoetsen en druk op
13 Selecteer Yes en druk op
Ik kan mijn computer niet uitzetten
Het verdient aanbeveling de notebook af te sluiten met de opdracht Turn Off in het menu Start van Windows®. Andere methoden, inclusief de methoden die hier zijn beschreven, kunnen ertoe leiden dat u niet-opgeslagen gegevens verliest. Als u de notebook niet kunt afsluiten met de opdracht Turn Off, gaat u als volgt te werk:
Druk op
Als deze procedure niet werkt, drukt u op
□ Als dit niet werkt, houdt u de aan/uit-knop minstens 4 seconden ingedrukt. Hiermee schakelt u de stroom uit.
☐ Trek de netadapter uit de notebook en verwijder de batterij uit de notebook.
Mijn computer blijft hangen
Als u vermoedt dat een bepaalde toepassing de notebook doet vastlopen, kunt u deze toepassing trachten te beëindigen. Hiervoor drukt u op
Als de bovenstaande methode niet werkt of als u niet weet welke toepassing of welk proces het systeem doet vastlopen, start u de notebook opnieuw op. Klik op de knop Start op de taakbalk van Windows®, klik op Turn Off Computer, en klik vervolgens op Turn Off.
Als de bovenstaande methode niet werkt, houdt u de aan/uit-knop minstens vier seconden ingedrukt. Hiermee schakelt u de stroom uit.
Als de notebook vastloopt tijdens het afspelen van een CD-ROM, stopt u de CD-ROM en sluit u de notebook als volgt af: druk op
Mijn programma blijft hangen of loopt vast
Neemt contact op met de softwarefabrikant of -leverancier voor technische ondersteuning.
Controleer of de software compatibel is met uw hardware en besturingssysteem.
☐ Probeer de software opnieuw te installeren.
Het touchpad interpreteert een enkele tik als een dubbelklik
Dubbelklik op het pictogram Mouse in het configuratiescherm en wijzig de knoptoewijzingen in het dialoogvenster Mouse Properties. Een van de knoppen is toegewezen aan de actie 'dubbelklikken'.
De muis werkt niet
Als u een optionele USB-muis van Sony gebruikt, controleert u of het juiste stuurprogramma en de software correct zijn geïnstalleerd.
☐ Controleer of de USB-muis is aangesloten op de USB-connector.
Kan ik een audio-cd branden met SonicStage?
☐ U kunt een audio-cd maken met behulp van SonicStage.
SonicStage herkent de MagicGate Memory Stick™ niet. Het foutbericht "External Device/Media not found" wordt weergegeven.
Zorg ervoor dat de Memory Stick™ in het slot voor de MagicGate Memory Stick™ is geplaatst, en niet in het PC Card slot.
@@@
Kan ik SonicStage installeren op computers van andere leveranciers dan Sony?
Het is niet mogelijk SonicStage vanaf de VAIO Herstel en Documentatie Disc te installeren op computers van andere leveranciers.
Zorg ervoor dat uw energiebeheerprofiel niet is ingesteld op Ultimate Battery Life. Maak gebruik van AC Power, indien u gebruikmaakt van het stroomnet of van Maximum Battery Life, indien u gebruikmaakt van de batterij.
Als u een ander probleem hebt met SonicStage, kunt u op de website VAIO-Link zoeken naar een update voor SonicStage: http://www.vaio-link.com.
Info over het beeldscherm
Mijn LCD-scherm geeft niets weer
Controleer of de notebook en het scherm beide zijn aangesloten op een stroombron en of ze zijn ingeschakeld.
Controleer of het stroomlampje aan de voorkant van de notebook brandt.
Controleer of de batterijen juist zijn geplaatst en of ze zijn opgeladen.
☐ Regel de helderheid van het LCD-scherm.
De notebook kan in de LCD (video) Standby-modus staan. Druk op een willekeurige toets om het scherm te activeren.
Mogelijk is de weergave op de externe monitor ingesteld. Houd de
Het beeld op mijn extern scherm is niet gecentreerd of niet goed geproportioneerd
Regel het beeld met behulp van de regelknoppen op de externe monitor.
Het venster dat ik net heb gesloten, staat nog steeds op het scherm
☐ Druk op
Druk tweemaal op de Windows ^ -toets +
Info over CD-ROM's en diskettes
Mijn CD-RW/DVD-ROM-station gaat niet open
☐ Ga na of de notebook aan staat.
Druk op de uitwerpknop van het CD-ROM-station.
Als de CD niet wordt uitgeworpen wanneer u op de uitwerpknop drukt, opent u Windows Explorer of My Computer. Selecteer het station, klik op de rechtermuisknop en selecteer Eject of druk de
Als de uitwerpknop niet werkt, kunt u de lade openen door een scherp, puntig voorwerp in het gaatje rechts van de uitwerpknop te steken.
Ik kan geen CD-ROM afspelen
Nadat u de CD hebt geplaatst, wacht u enkele seconden vóór u toegang tracht te krijgen tot de CD, zodat het systeem de CD kan detecteren.
□ Controleer of het label van de CD naar boven is gericht.
Als speciale software vereist is om de CD te lezen of af te spelen, controleert u of deze software op de juiste manier is geïnstalleerd.
Kijk even of het volume van de luidspreker niet is uitgeschakeld. U kunt op de + volumeknop drukken, rechts van het LCD-scherm om het volume luider te zetten.
□ Maak de CD schoon met een geschikt reinigingsmiddel.
Het zou kunnen dat het probleem wordt veroorzaakt door condensatie. Schakel de notebook uit, wacht minstens 1 uur en zet de notebook vervolgens opnieuw aan.
Indien Ultimate Battery Life is geselecteerd als energiebeheerprofiel in het programma PowerPanel, wordt de energietoevoer naar de optische schijf geheel afgesloten om energie te besparen, zodat de batterij zo min mogelijk wordt belast. Hierdoor kan het systeem noch van de optische schijf lezen noch ernaar schrijven. De schijf draait zelfs niet. Indien u de optische schijf wilt gebruiken en u batterijstroom gebruikt, ga dan terug naar Maximum Battery Life.
Ik kan geen DVD-ROM afspelen
Als tijdens het gebruik van de DVD-speler een waarschuwing i.v.m. de regiocode verschijnt, is het mogelijk dat de DVD-ROM die u tracht af te spelen incompatibel is met het DVD-ROM-station van uw notebook. De regiocode staat op de verpakking van de DVD.
Als u geluid hoort maar geen beeld ziet, is de beeldresolutie van uw notebook mogelijk te hoog ingesteld. Voor een optimaal resultaat wijzigt u de resolutie via het Windows®-configuratiescherm (Control Panel - Display - Settings) in andere kleuren.
Als u wel beeld krijgt maar geen geluid hoort, controleert u alle onderstaande punten:
Controleer of de functie van uw DVD-speler voor het dempen van het geluid uit staat.
Controleer de hoofdvolume-instelling van de Volume Control. Als u externe luidsprekers hebt aangesloten, controleert u de volume-instellingen van de luidspreker van uw notebook en controleert u de aansluitingen tussen uw luidsprekers en de notebook.
Controleer in de Device Manager of de juiste stuurprogramma's correct zijn geïnstalleerd. Om de Device Manager te starten, klikt u op Start, en vervolgens op Control Panel. Dubbelklik op het pictogram System. Klik op de knop Device Manager op het tabblad Hardware.
Als de notebook tijdens het lezen van een schijf vastloopt, is het mogelijk dat dit wordt veroorzaakt doordat de schijf vuil of beschadigd is. Indien nodig start u de notebook opnieuw op, verwijdert u de schijf en controleert u of ze niet vuil of beschadigd is.
☐ Controleer of 'PG' (Parental Guidance -- 'Ouderlijke begeleiding aanbevolen') is geactiveerd in de DVD-software, omdat dit het afspelen van bepaalde DVD's kan beletten.
Indien Ultimate Battery Life is geselecteerd als energiebeheerprofiel in het programma PowerPanel, wordt de energietoevoer naar de optische schijf geheel afgesloten om energie te besparen, zodat de batterij zo min mogelijk wordt belast. Hierdoor kan het systeem noch van de optische schijf lezen noch ernaar schrijven. De schijf draait zelfs niet. Indien u de optische schijf wilt gebruiken en u batterijstroom gebruikt, ga dan terug naar Maximum Battery Life.
De standaard DVD-regiocode op uw notebook is 2. Wijzig deze instelling niet via de functie Region Code Change in Windows® of via een andere softwaretoepassing. Systeemstoringen veroorzaakt doordat de gebruiker de DVD-regiocode wijzigde vallen niet onder de garantie en worden enkel gerepareerd tegen betaling.
Mijn USB-diskettestation kan de diskette niet beschrijven
De diskette is beveiligd tegen schrijven. Schuif het wispreventienokje weg of gebruik een diskette die niet tegen schrijven is beveiligd.
☐ Controleer of de diskette juist in het diskettesstation zit.
Mogelijk is uw diskette beschadigd. Probeer het nogmaals met een andere diskette.
Als ik dubbelklik op een pictogram van een toepassing, verschijnt er een bericht in de trant van 'You must insert the application CD into your CD-ROM drive' en start de toepassing niet op
Sommige titels vereisen specifieke bestanden die zich bevinden op de CD-ROM van de toepassing. Plaats de CD-ROM in het CD-ROM-station en probeer het programma opnieuw te starten.
☐ Plaats de CD in de lade met het label naar boven gericht.
De lade komt niet uit het station als ik op de uitwerpknop druk
□ Controleer of de notebook is ingeschakeld.
Misschien verhindert de software van de CD-schrijver dat de CD wordt uitgeworpen.
De leessnelheid van de CD-RW's is traag
Over het algemeen is de leessnelheid van de CD-RW trager dan die van een CD-ROM of van een CD-R. De leessnelheid kan ook afhangen van het formaattype.
De lade komt uit het station hoewel de blokkeringshendel is vastgeklikt
☐ Zorg ervoor dat de CD in de lade liegt met het label naar boven gericht.
Mogelijk is de CD bekrast. Plaats een andere CD om na te gaan of dit de reden is.
Mogelijk bevat het station condens. Verwijder de CD en laat het station ongeveer één uur open staan.
Het optionele PCGA-UFD5IA (USB)-diskettesstation wordt niet herkend als station A:
Om de UFD5/A in te stellen op A, gaat u als volgt te werk:
1 Schakel de stroom in.
2 Sluit de UFD5/A aan.
3 Klik Starten klik Control Panel.
4 Dubbelklik op het pictogram System.
5 Selecteer het tabblad Hardware en klik op de knop Device Manager.
6 Dubbelklik op Universal Serial Bus controllers en selecteer Y-E Data USB Floppy.
7 Klik op Uninstall in het menu Action.
8 Klik telkens op OK tot het bericht Confirmation of deletion of device verschijnt.
9 Selecteer Scan for hardware changes in het menu Action.
De UFD5/A zal worden herkend als station A.
Info over geluid
Er komt geen geluid uit mijn luidsprekers
Mogelijk is de ingebouwde luidspreker uitgeschakeld. Druk op
Mogelijk staat het luidsprekervolume op de laagste stand. Druk op
Als de notebook op de batterijstroom werkt, controleert u of de batterij juist is geplaatst en is opgeladen.
Als u een toepassing met een eigen volumeregeling gebruikt, controleert u of het volume aan staat.
□ Controleer de volumeregelingen in Windows ^® .
Als u externe luidsprekers gebruikt, controleert u of de luidsprekers juist zijn aangesloten en of het volume aan staat. Als de luidsprekers zijn voorzien van een knop om het geluid te dempen, controleert u of deze knop uit staat. Als de luidsprekers werken op batterijen, controleert u of de batterijen juist zijn geplaatst en of ze zijn opgeladen.
Als u een audiokabel of een hoofdtelefoon hebt aangesloten op de hoofdtelefoonconnector, trekt u de kabel uit.
De ventilator van mijn notebook maakt te veel lawaai
Gebruik het hulpprogramma PowerPanel om de instelling voor CPU Fan Control te wijzigen in Level 1(Quiet). Deze instelling vertraagt de kloksnelheid van de processor. Zie het Help-bestand van PowerPanel voor meer informatie.
Mijn microfoon werkt niet
Als u een externe microfoon gebruikt, controleert u of de microfoon correct is aangesloten op de microfoonconnector.
Info over de modem
Mijn interne modem werkt niet
□ Controleer of de stekker van de telefoonlijn in de notebook zit.
Controleer of de telefoonlijn werkt. U kunt de lijn controleren door een gewone telefoon aan te sluiten op de telefoonlijn en na te gaan of u een kiestoon hoort.
□ Controleer of het programma het juiste telefoonnummer kiest.
Controleer in het dialoogvenster Phone and Modem Options (Control Panel / Phone and Modem Options) of uw modem vermeld staat op het tabblad Modems en of de locatiegegevens op het tabblad Dialing Rules juist zijn.
Telkens als u uw modem gebruikt in het buitenland, controleert u of het land van de actieve locatie dat is gedefinieerd in het dialoogvenster Phone and Modem Options overeenstemt met het land waarin u zich bevindt.
Mijn modem kan geen verbinding maken
Mogelijk is de kiesmodus van de modem niet compatibel met uw telefoonlijn.
Werken met de modem gaat traag
De verbindingssnelheid van de modem wordt beïnvloed door vele factoren, zoals lijnruis of de compatibiliteit met communicatieapparaten (bv. faxtoestellen of andere modems). Als u vermoedt dat uw modem geen goede verbinding maakt met andere computermodems, faxtoestellen of uw Internet-provider, controleert u de volgende zaken:
Laat uw telefoonmaatschappij controleren of uw telefoonlijn vrij is van lijnruis.
Als het probleem te maken heeft met een fax, controleert u of er geen problemen zijn met het faxtoestel waarmee u een verbinding tracht te maken en of dit toestel compatibel is met faxmodems.
Als u problemen hebt om een verbinding te maken met uw Internet-provider, controleert u of de Internet-provider niet kampt met technische problemen.
Als u beschikt over een tweede telefoonlijn, sluit u de modem aan op die lijn en probeert u opnieuw een verbinding te maken.
Info over randapparaten
Ik kan geen DV-apparaten gebruiken. Het bericht 'DV equipment seems to be disconnected or turned off' verschijnt
Controleer of het DV-apparaat is ingeschakeld en of de kabels juist zijn aangesloten.
Als u meerdere i.LINK™-apparaten gebruikt, is het mogelijk dat de combinatie van de aangesloten apparaten een onstabiele werking veroorzaakt. In dit geval schakelt u de stroom van alle aangesloten apparaten uit en koppelt u de apparaten die u niet gebruikt los. Controleer de verbinding en schakel vervolgens de stroom opnieuw in.
- Gebruik de handmatige import/exportfunctie in DVgate Motion als zich problemen voordoen met camera's van een andere leverancier dan Sony.
Het verdient ten zeerste aanbeveling enkel i.LINK™-kabels van Sony te gebruiken, omdat andere merken problemen kunnen veroorzaken met de i.LINK™-apparaten.
Ik kan niet afdrukken
□ Controleer of de printerkabels juist zijn aangesloten.
Controleer of uw printer juist is geconfigureerd en of de stuurprogramma's up-to-date zijn. Neem indien nodig contact op met uw dealer.
Controleer de stekker om na te gaan of er geen pinnen ontbreken of krom staan.
Laat de printer een zelftest uitvoeren (indien deze functie beschikbaar is) om na te gaan of de printer nog behoorlijk werkt. Voor meer informatie verwijzen wij naar de handleiding die werd geleverd met uw printer.
Sommige printers hebben een specifieke installatieprocedure. Raadpleeg de handleiding van uw printer.
Info over digitale video-opnames en DVgate
Als ik beelden naar een digitaal videoestel wil wegschrijven met DVgate, verschijnt er op mijn systeem het bericht 'Recording to DV device failed. Check the power and cable connections to the DV device and try the operation again...'
☐ Sluit alle geopende toepassingen en start de notebook opnieuw op. Deze fout wordt soms veroorzaakt door het frequent opnemen van beelden op een digitaal videoapparaat terwijl u DVgate gebruikt.
☐ U kunt bestanden alleen doorsturen naar het DV-apparaat als dit apparaat is voorzien van een DV-ingang/uitgang.
Info over energiebeheer
De instelling voor energiebeheer werkt niet
Het besturingssysteem van uw notebook kan onstabiel worden als een lagere energiemodus, zoals de Slaap-modus wordt geactiveerd en vervolgens gewijzigd vóór de notebook volledig is overgeschakeld op deze lagere energiemodus.
Om de normale stabiliteit van de notebook te herstellen, gaat u als volgt te werk:
1 Sluit alle geopende toepassingen.
2 Druk op
3 Als deze methode niet werkt, houdt u de aan/uit-knop minstens vier seconden ingedrukt om de notebook af te sluiten.
U sluit uw VAIO aan op de netstroom, maar de LED indicator licht niet groen op.
□ Zorg ervoor dat de stroomkabel juist is aangesloten op de netadapter.
Info over i.LINK™-apparaten
Ik kan geen i.LINK™-verbinding tot stand brengen tussen twee VAIO computers
Koppel de i.LINK™-kabel los en sluit hem opnieuw aan. Als na enige tijd nog steeds geen verbinding tot stand is gekomen, start u beide computers opnieuw op.
Als een van de computers pas is teruggekeerd vanuit een energiebeheermodus, kan dit de verbinding beïnvloeden. Start de computers in dat geval opnieuw op vóór u ze met elkaar verbindt.
Info over draadloos LAN
Ik kan de functie draadloos LAN niet gebruiken
Controleer of de schakelaar voor draadloze communicatie aan de voorkant van de notebook aan staat.
Het toegangspunt van het draadloos LAN en uw notebook kunnen niet communiceren
Controleer of de schakelaar voor de functie Draadloos LAN aan de voorkant van de notebook aanstaat.
Controleer of de stroom naar het toegangspunt is ingeschakeld.
☐ Controleer of het toegangspunt wordt weergegeven in het venster Available networks.
Om dit te controleren, klikt u achtereenvolgens op Start en Control Panel.
☐ Dubbelklik op het pictogram Network Connections.
Klik met de rechtermuisknop op het pictogram Wireless Network Connection en selecteer Properties.
□ Selecteer het tabblad Wireless Networks.
☐ Controleer of het toegangspunt wordt weergegeven onder Available networks.
De beschikbaarheid van de verbinding wordt beïnvloed door de afstand en door obstakels. Mogelijk moet u de notebook verder weg van obstakels of dichter bij een gebruikt toegangspunt plaatsen.
De gegevensoverdracht verloopt traag
De maximale communicatiesnelheid hangt niet alleen af van de obstakels of de afstand tussen de communicatieapparaten, maar ook van de kwaliteit van de radiogolven, het besturingssysteem of de gebruikte software. Verwijder het obstakel of plaats het toegangspunt en de notebook dichter bij elkaar.
Het is mogelijk dat uw toegangspunt tegelijk communiceert met een ander toegangspunt. Lees de handleiding van het toegangspunt.
Als meerdere computers communiceren met hetzelfde toegangspunt, kan de concentratie te hoog zijn. Wacht enkele minuten en probeer opnieuw een verbinding tot stand te brengen.
Ik kan geen toegang krijgen tot het Internet
Controleer de instellingen van het toegangspunt. Raadpleeg de handleiding van het toegangspunt.
□ Controleer of uw notebook en het toegangspunt communiceren.
Plaats het toegangspunt en de notebook dichter bij elkaar.
De maximale verbindungssnelheid wordt niet bereikt
De maximale verbindingssnelheid is 11 Mbps, maar deze wordt nooit bereikt. De normale snelheid ligt tussen 4 en 5 Mbps. Het afspelen van MPEG2-gegevens kan worden vertraagd tijdens een draadloze overdracht. Voor MPEG2 is een bandbreedte nodig van 11 Mbps. Dit kan met WiFi niet continu worden bereikt.
Info over Bluetooth™-technologie
Ik kan de Bluetooth™-functie niet gebruiken
Als het Bluetooth™-lampje niet brandt, zet u de Bluetooth™-schakelaar aan de voorkant van uw notebook aan.
U kunt de Bluetooth™-functie niet gebruiken als er een energiebesparende modus van de notebook is geactiveerd. Keer terug naar de normale modus en zet dan de Bluetooth™-schakelaar aan de voorkant van uw notebook aan.
Het is mogelijk dat u de Bluetooth™-functie niet kunt gebruiken als u in PowerPanel de energiebeheermodus selecteert waarbij de processor minimaal wordt belast. Selecteer een andere modus. Meer informatie vindt u in de on line Help van PowerPanel.
Het is mogelijk dat u de Bluetooth™-functie niet kunt gebruiken als u de energiebeheermodus Ultimate Battery Life selecteert in PowerPanel. Selecteer een andere modus. Meer informatie vindt u in de on-line Help van PowerPanel.
Ik kan het Bluetooth™-apparaat niet vinden waarmee ik wil communiceren
Controleer of de Bluetooth™-functie van het apparaat waarmee u wilt communiceren is ingeschakeld. Meer informatie vindt u in de handleiding van het andere apparaat.
Als het apparaat waarmee u wilt communiceren al communiceert met een ander Bluetooth™-apparaat, is het mogelijk dat het niet wordt gevonden of niet kan communiceren met uw notebook.
De gegevens worden erg traag overgedragen
De transmissiesnelheid hangt niet alleen af van de obstakels en/of de afstand tussen de twee apparaten, maar ook van de kwaliteit van de radiogolven, het besturingssysteem en de gebruikte software. Verplaats uw notebook of plaats de twee apparaten dichter bij elkaar.
Ik kan niet communiceren met het andere apparaat hoewel beide apparaten zich slechts op 10 meter van mekaar bevinden
De maximumafstand voor de overdracht van gegevens kan minder dan 10 meter bedragen, afhankelijk van de obstakels tussen de twee apparaten, de kwaliteit van de radiogolven, het besturingssysteem en de gebruikte software. Verplaats uw notebook of plaats de twee apparaten dichter bij elkaar.
Als het apparaat waarmee u wilt communiceren al communiceert met een ander Bluetooth™-apparaat, is het mogelijk dat het niet wordt gevonden of niet kan communiceren met uw notebook.
Controleer of de Bluetooth™-functie van het apparaat waarmee u wilt communiceren is ingeschakeld. Meer informatie vindt u in de handleiding van het andere apparaat.
Ik kan de Bluetooth™-functie niet stoppen
Zet de Bluetooth™-schakelaar links vooraan van uw notebook aan.
□ Als de bovenstaande methode niet werkt, herstart uw notebook.
Ik kan de verbinding met een ander Bluetooth™-apparaat niet openen door diensten van een ander Bluetooth™-apparaat te gebruiken
U kunt alleen een verbinding maken met een ander Bluetooth™-apparaat door de services van uw notebook te gebruiken. Meer informatie vindt u in de Help van BlueSpace NE en de handleiding van het andere Bluetooth™-apparaat.
Info over de MOTION EYE-camera
Als ik bij het gebruik van MOTION EYE een helder voorwerp met een donkere achtergrond neem, verschijnt een verticale lijn
Dit verschijnsel wordt 'smear' genoemd. Dit is echter geen storing.
De afbeelding in de Network Smart Capture-zoekfunctie komt ruw over
Als u een snel bewegend object filmt, kunnen er hiaten ontstaan. Dit is geen defect.
De met MOTION EYE genomen afbeeldingen zijn niet duidelijk
□ Filmen onder fluorescerend licht kan leiden tot reflectie.
Er kan rode of groene ruis verschijnen als de opgenomen beelden donkere delen bevatten.
☐ Controleer of de lens van het MOTION EYE schoon is.
□ Stel het beeld scherp met de focusring.
Bij het importeren van videobeelden zijn er gaten tussen de afbeeldingen en in het geluid
Er kunnen hiaten optreden op basis van de effectinstellingen in Network Smart Capture.
MOTION EYE toont geen enkele afbeelding
☐ Controleer of het MOTION EYE niet wordt gebruikt door andere software (bv. Network Smart Capture).
Omwille van de geselecteerde monitormodus, het kleurenpalet en andere factoren, komt u videogeheugen te kort en wordt het camerabeeld niet weergegeven. Reduceer het aantal kleuren of stel een lagere schermresolutie in.
Als de bovenstaande suggesties niet werken, start u de notebook opnieuw op.
Voorzorgsmaatregelen
Dit deel beschrijft de veiligheidsrichtlijnen en voorzorgsmaatregelen om beschadiging van uw notebook te voorkomen.
De notebook en geheugenmodules bevatten precisieonderdelen en werken op basis van een elektronische-connectortechnologie. Om te vermijden dat de garantie vervalt als gevolg van een verkeerde behandeling, volgt u de onderstaande aanbevelingen:
□ Contacteer uw dealer als u een nieuwe geheugenmodule wilt installeren.
□ Installeer geheugenmodules nooit zelf, tenzij u hiermee vertrouwd bent.
□ Raak de connectors niet aan en open het geheugenpaneel niet.
Neem contact op met VAIO-Link als u hulp nodig hebt.
Geheugen toevoegen en verwijderen\*
Het zou kunnen dat u in de toekomst bijkomende of nieuwe geheugenmodules wilt installeren om de capaciteit van uw notebook uit te breiden. U beschikt over 256 MB geheugen, vooraf geïnstalleerd.
U kunt het geheugen uitbreiden tot 1 GB.
Gebruik uitsluitend geheugenmodules van het type DDR266 (CL=2,5) DDR-SDRAM Micro DIMMs (bladgoudcontacten).
Elektrostatische ontlading kan elektronische componenten beschadigen. Vóór u de geheugenkaart aanraakt, moet u de volgende zaken in acht nemen:
□ Behandel de geheugenmodule voorzichtig.
Bij de stappen die zijn beschreven in dit document wordt verondersteld dat u vertrouwd bent met algemene computerterminologie en met de veiligheidsgebruiken en wettelijke voorschriften inzake het gebruik en de aanpassing van elektronische apparatuur.
Koppel de notebook los van de stroombron en van alle telecommunicatieverbindingen, netwerken of modems vóór u de notebook opent. Doet u dit niet, kan dit leiden tot lichamelijk letsel en/of materiële schade.
Elektrostatische ontlading (ESO) kan geheugenmodules en andere onderdelen beschadigen. Installeer de geheugenmodule alleen op een ESO-werkstation. Als geen ESO-werkstation beschikbaar is, mag u niet werken in een ruimte met een vloertapijt en mag u geen materialen hanteren die statische elektriciteit kunnen opwekken of vasthouden (bv. cellofaanverpakking). Maak een verbinding tussen uzelf en de aarde door een ongelakt, metalen deel van de behuizing vast te houden terwijl u het werk uitvoert.
Open de verpakking van de geheugenmodule pas op het moment dat u klaar bent om de module te installeren. De verpakking beschermt de module tegen elektrostatische ontladingen.
- Gebruik het speciale zakje dat wordt geleverd met de geheugenmodule of wikkel de module in aluminiumfolie om ze te beschermen tegen elektrostatische ontlading.
! Leg de geheugenmodule niet op plaatsen die blootstaan aan:
- warmtebronnen (bv. radiators of luchtkanalen),
- direct zonlicht,
- veel stof,
- mechanische trillingen of schokken,
- sterke magneten of luidsprekers die niet magnetisch zijn afgeschermd,
- omgevingstemperaturen van meer dan 35°C of minder dan 5°C,
- hoge vochtigheid.
! Het binnendringen van vloeistoffen of andere substanties of objecten in de geheugenslots of in andere interne componenten van de computer leidt tot schade aan de computer. De herstellingen vallen dan niet meer onder de garantie.
! Wees voorzichtig als u het geheugen uitbreidt. Als u fouten maakt bij het installeren of verwijderen van een geheugenmodule, kan dit een defect veroorzaken.
* Afhankelijk van de configuratie van uw notebook, kan het aantal sleuven verschillen.

Een geheugenmodule verwijderen en toevoegen
Om een geheugenmodule te verwijderen of toevoegen, gaat u als volgt te werk:
1 Sluit de notebook af en koppel alle randapparaten los.
2 Trek de netstekker van de notebook uit en verwijder de batterij.
3 Wacht tot de notebook is afgekoeld.
4 Draai de schroef aan de onderkant van de notebook los.

5 Raak een metalen voorwerp aan (bv. het connectorpaneel aan de achterkant van de notebook) om de statische elektriciteit te ontladen.

6 Verwijder de geheugenmodule:
□ Trek de nokjes in de richting van de pijlen. De geheugenmodule komt los.
□ Trek de geheugenmodule in de richting van de pijl.
7 Verwijder de nieuwe geheugenmodule uit de verpakking.
8 Installeer de geheugenmodule. Let er op dat u de andere onderdelen op het moederbord niet aanraakt.
□ Schuif de geheugenmodule in de sleuf.
Klik de connectors vast als de geheugenmodule goed in de sleuf zit.

9 Sluit de klep van de geheugenmodule en draai de schroeven aan de onderkant van de notebook vast. 10 Plaats de batterij en start uw notebook op.
De hoeveelheid geheugen weergeven
Om de hoeveelheid geheugen te controleren, gaat u als volgt te werk:
1 Zet de notebook aan.
2 Ga naar Sony Notebook Setup via het menu Start. Het dialoogvenster Sony Notebook Setup verschijnt.
3 Op het tabblad About this Computer verschijnt de hoeveelheid systeemgeheugen. Als het nieuw geïnstalleerde geheugen niet verschijnt, herhaalt u de volledige procedure en start u de notebook opnieuw op.
Andere voorzorgsmaatregelen
Hoe met de harde schijf omgaan
De harde schijf heeft een hoge opslagdichtheid en leest of schrijft gegevens op korte tijd. Toch kan deze schijf gemakkelijk beschadigd worden door mechanische trillingen, schokken of stof.
Hoewel de harde schijf beschikt over een veiligheidsvoorziening om gegevensverlies als gevolg van mechanische trillingen, schokken of stof te vermijden, moet u voorzichtig omspringen met uw notebook.
Om beschadiging van de harde schijf te vermijden:
Stel uw computer niet bloot aan schokken.
□ Plaats de notebook nooit in de buurt van een magneet.
Plaats de notebook niet op een plaats die blootstaat aan mechanische trillingen of die niet stabiel is.
Verplaats de notebook niet terwijl de stroom is ingeschakeld.
☐ Schakel de stroom niet uit of start de notebook niet opnieuw op terwijl gegevens worden gelezen of geschreven.
- Gebruik de notebook niet op een plaats die blootstaat aan extreme temperatuurschommelingen.
Verplaats uw computer niet terwijl het systeem zich in Standby-modus bevindt.
Als de harde schijf beschadigd is, kunnen de gegevens niet worden hersteld.
Hoe met het LCD-scherm omgaan
Stel het LCD-scherm niet bloot aan direct zonlicht omdat het scherm hierdoor kan worden beschadigd. Wees voorzichtig als u de notebook gebruikt in de nabijheid van een venster.
Kras niet over het LCD-scherm en oefen er geen druk op uit. Dit kan een defect veroorzaken.
Als u de notebook gebruikt bij een lage omgevingstemperatuur, kan het beeld op het scherm wat blijven hangen. Dit is geen defect. Als de notebook terug op normale temperatuur komt, doet dit probleem zich niet meer voor.
☐ Het beeld op het scherm kan enigszins blijven hangen als hetzelfde beeld geruime tijd wordt weergegeven. Na enige tijd verdwijnt dit 'beeldrestant'. U kunt een schermbeveiliging gebruiken om te vermijden dat het beeld inbrandt in het scherm.
Het scherm wordt warm tijdens het gebruik van de notebook. Dit is normaal en wijst niet op een defect.
Het LCD-scherm is geproduceerd met behulp van precisietechnologie. Het is echter mogelijk dat voortdurend heel kleine zwarte en/of heldere puntjes (rood, blauw of groen) verschijnen op het LCD-scherm. Dit is een normaal resultaat van het productieproces en wijst niet op een defect.
Wrijf niet over het LCD-scherm omdat het scherm hierdoor kan worden beschadigd. Gebruik een zachte, droge doek om het LCD-scherm schoon te wrijven.
Hoe een stroombron gebruiken
☐ Uw notebook werkt op 100V-240V AC 50/60 Hz.
☐ Sluit op het stopcontact waarop de notebook is aangesloten geen andere toestellen aan die stroom verbruiken (bv. een kopieerapparaat of papierversnipperaar).
U kunt een contactdoos met een stroomstootbeveiliging kopen. Dit apparaat voorkomt dat uw notebook wordt beschadigd door plotse stroomstoten die zich bijvoorbeeld kunnen voordoen tijdens een onweer met bliksem.
□ Plaats geen zware voorwerpen op het netsnoer.
Houd het netsnoer altijd vast bij de stekker als u het uit het stopcontact trekt. Trek nooit aan het snoer zelf.
☐ Trek de stekker van het netsnoer uit de notebook als u de notebook langere tijd niet gebruikt.
☐ Trek de netadapter uit het stopcontact als u de netadapter niet gebruikt.
- Gebruik uitsluitend de netadapter die werd geleverd met uw notebook. Gebruik geen enkele andere netadapter.
Hoe uw notebook behandelen
☐ Reinig de notebook met een zachte, droge doek of een zachte doek die u lichtjes bevochtigt met een zachte reinigingsoplossing. Gebruik geen schuursponsje, schuurpoeder of oplosmiddel zoals alcohol of (was)benzine, omdat deze producten het oppervlak van de notebook kunnen beschadigen.
Als een vast voorwerp of vloeistof in de notebook terechtkomt, sluit u de notebook af en trekt u de stekker uit het stopcontact. U kunt de notebook dan best laten nakijken door een computertechnicus vóór u de notebook opnieuw gebruikt.
□ Laat de notebook niet vallen en plaats geen zware voorwerpen op de notebook.
□ Plaats de notebook niet op een plaats die blootstaat aan:
□ warmtebronnen (bv. radiators of luchtkanalen),
□ direct zonlicht,
□ veel stof,
□ vocht of regen,
□ mechanische trillingen of schokken,
□ sterke magneten of luidsprekers die niet magnetisch zijn afgeschermd,
☐ omgevingstemperaturen van meer dan 35°C of minder dan 10°C,
□ hoge vochtigheid.
Plaats geen elektronische apparatuur in de nabijheid van de notebook. Het elektromagnetisch veld van de notebook kan een storing veroorzaken.
Zorg voor voldoende luchtcirculatie om te vermijden dat de warmte in de notebook zich opstapelt. Plaats de notebook niet op poreuze oppervlakken zoals vloerkleden of dekens, of in de nabijheid van materialen zoals gordijnen of draperieën die de ventilatiesleuven kunnen blokkeren.
De notebook gebruikt hoogfrequente radiosignalen die de radio- of tv-ontvangst kunnen storen. Als dit probleem zich voordoet, plaatst u de notebook verder weg van het betreffende toestel.
- Gebruik alleen de aanbevolen randapparaten en interfacekabels, anders kunnen zich problemen voordoen.
- Gebruik geen beschadigde aansluitkabels.
☐ U kunt de notebook niet aansluiten op een telefoontoestel dat met munten werkt. Mogelijk werkt uw notebook niet met een huistelefooncentrale (PBX).
Als u de notebook direct verplaatst van een koude naar een warme plaats, kan vocht condenseren in de notebook. Wacht in dit geval minstens 1 uur vóór u de notebook inschakelt. Als zich een probleem voordoet, trekt u de stekker van de netadapter uit de notebook en contacteert u VAIO-Link.
☐ Trek de netstekker uit het stopcontact vóór u de notebook reinigt.
Maak geregeld een reservekopie van uw gegevens om te vermijden dat u belangrijke gegevens zou verliezen als uw notebook beschadigd raakt. Herstel de oorspronkelijke toepassingen met behulp van de herstel-CD-ROM.
Hoe diskettes behandelen
Open het schuifje van de diskette niet handmatig en raak het oppervlak van de diskette niet aan.
Leg diskettes nooit in de buurt van een magneet.
Leg diskettes nooit in direct zonlicht of in de nabijheid van een warmtebron.
Hoe CD-ROM's behandelen
Raak het oppervlak van een CD nooit aan.
□ Laat een CD nooit vallen en buig een CD niet.
Vingerafdrukken en stof op het oppervlak van een CD kunnen leesfouten veroorzaken. Houd een CD altijd vast met één vinger in de middelste opening en een andere vinger aan de rand, zoals afgebeeld:
☐ Het is belangrijk dat u uw CD's juist behandelt zodat ze in goede staat blijven. Gebruik geen oplosmiddelen zoals (was)benzine, verdunners, in de handel verkrijgbare reinigingsmiddelen of antistatische spray, omdat deze producten een CD kunnen beschadigen.
Als u een CD wilt reinigen, houdt u hem vast aan de rand en wijft u hem met een zacht doekje van binnen naar buiten schoon.
Als de CD erg vuil is, bevochtigt u een zacht doekje met water, wringt u het goed uit en wrijft u het oppervlak van de CD van binnen naar buiten schoon. Wrijf de schijf vervolgens goed droog met een droge, zachte doek.

Hoe de batterij gebruiken
Stel de batterij nooit bloot aan een temperatuur van meer dan 60°C (bv. in direct zonlicht of in een auto die geparkeerd staat in de zon).
De batterij raakt sneller leeg bij lage temperaturen. Dit komt omdat het rendement van de batterij afneemt bij lage temperaturen.
☐ Laad de batterijen op bij temperaturen tussen 10°C en 30°C. Bij lagere temperaturen duurt het opladen langer.
De batterij warmt op terwijl ze wordt gebruikt of ontladen. Dit is normaal en is geen reden tot bezorgdheid.
Plaats de batterij nooit in de buurt van een warmtebron.
□ Houd de batterij droog.
Open de batterij niet en tracht ze niet uit elkaar te halen.
□ Stel de batterij niet bloot aan mechanische schokken.
Als u de notebook geruime tijd niet gebruikt, verwijdert u de batterij uit de notebook om te vermijden dat ze wordt beschadigd.
Als u de batterij volledig hebt opgeladen maar de batterij toch vrij snel leeg raakt, is het mogelijk dat de batterij bijna versleten is en moet worden vervangen.
□ U hoeft de batterij niet te ontladen vóór u ze opnieuw oplaadt.
Als u de batterij geruime tijd niet hebt gebruikt, moet u ze opnieuw opladen.
Hoe hoofdtelefoons gebruiken
Verkeersveiligheid – Gebruik geen hoofdtelefoon terwijl u een voertuig/rijtuig bestuurt, fietst of een gemotoriseerd voertuig bedient. Dit is niet alleen gevaarlijk, maar is in sommige landen zelfs bij wet verboden. Loop niet rond met een hoofdtelefoon met luide muziek. Dit kan gevaarlijk zijn, vooral op zebrapaden.
☐ Gehoorbeschadiging voorkomen – Zet het volume van de hoofdtelefoon niet te hoog. Oorartsen raden af voortdurend en langdurig luide muziek te beluisteren. Als uw oren beginnen suizen, verlaagt u het volume of zet u de hoofdtelefoon af.
Hoe met een Memory Stick™ omgaan
Raak de connector van een Memory Stick™ niet aan met uw vingers of een metalen voorwerp.
- Gebruik alleen het label dat werd geleverd met de Memory Stick™.
Buig een Memory Stick™ niet, laat hem niet vallen of stel hem niet bloot aan krachtige schokken.
☐ Haal een Memory Stick™ niet uit elkaar of wijzig een Memory Stick™ niet.
Voorzorgsmaatregelen

□ Laat een Memory Stick™ nooit nat worden.
- Gebruik of bewaar een Memory Stick™ niet op plaatsen die blootstaan aan:
□ extreem hoge temperaturen (bv. in een auto die geparkeerd staat in de zon),
□ direct zonlicht,
☐ hoge vochtigheid of corrosieve stoffen.
□ Gebruik het opbergdoosje dat werd geleverd bij de Memory Stick™.
Woordenlijst
Dit deel bevat een verklaring van termen die in deze handleiding worden gebruikt. Deze termen en definities zijn bedoeld om u meer inzicht te geven in uw VAIO-notebook.
Term Definitie
| 10BASE-T/100BASE-TX | Ethernet-systeem dat gegevensoverdrachtsnelheden van 10 Mbps (megabits per seconde) en 100 Mbps mogelijk maakt. De 100BASE-TX is een directe afgeleide van de 10BASE-T. De snelheid van 100 Mbps wordt gehaald door het signaal simpelweg 10 keer sneller te versturen. |
| ACPI | Afkorting van Advanced Configuration and Power Interface, een specificatie voor energiebeheer. ACPI wordt door het besturingssysteem gebruikt om randapparaten aan en uit te schakelen en om te beheren hoeveel stroom er naar welk randapparaat gaat. Met ACPI kan een CD-ROM-speler worden uitgeschakeld door het besturingssysteem als deze niet in werking is. |
| Besturingssysteem | Het besturingssysteem is een programma dat alle andere programma's op de computer beheert. Het bepaalt hoe een computer gegevens leest en wegschrijft naar de schijven (en andere hardware). Windows 2000, Windows Millennium Edition, Windows XP Professional en Windows XP Home Edition zijn voorbeelden van besturingssystemen op VAIO's. |
| BIOS | Acroniem voor Basic Input/Output System. Het BIOS is een programma waarmee de computer kan opstarten als hij wordt aangezet. Het beheert de gegevensstromen tussen het besturingssysteem en de hardware-apparaten van de computer. |
| CardBus | CardBus is de commerciële naam voor een geavanceerde PC Card. De CardBus-technologie maakt een betere performantie mogelijk op het vlak van transmissie- en werksnelheid. Zie ook PCMCIA. |
| CD-ROM | Afkorting van Compact Disc Read-Only Memory. Een optische hogecapaciteitsdisk, gewoonlijk 650 MB, waarvan kan gelezen worden maar waar niet op geschreven kan worden. |
Term Definitie
| CD-RW | Afkorting van Compact Disc-Writeable. Compact Disk die kan worden gebruikt om data op te schrijven en te herschrijven. Een CD-RW kan verscheidene keren beschreven worden; een CD-R maar 1 keer. |
| CPU | De CPU (Central Processing Unit) is het brein van de computer. Hij verwerkt de instructies van de programma's van uw systeem. De CPU kent u beslist ook onder de naam processor of microprocessor. Hij zit op het moederbord van de computer. |
| DVD-ROM | Afkorting voor Digital Video Disc. Een bepaald soort read-only CD met een minimumcapaciteit van 4.7 GB (maximumcapaciteit kan gaan tot 17 GB) Deze enorme opslagcapaciteit maakt hem een ideaal medium om films op te slaan. |
| DVD-R | Staat voor writable DVD, gebaseerd op de DVD-R-indeling en kan worden gebruikt om een programma of andere gegevens te schrijven. |
| DVD+R | Staat voor writable DVD, gebaseerd op de DVD+R-indeling en kan worden gebruikt om een programma of andere gegevens te schrijven. |
| DVD-RW | Staat voor rewritable DVD, gebaseerd op de DVD-R-indeling en kan worden gebruikt om een programma of andere gegevens ongeveer 1000 keer te schrijven, wissen en opnieuw te schrijven.Ziehttp://www.dvdrw.comvoor meer informatie over de DVD-RW. |
| DVD+RW | De rewritable DVD-indeling van de DVD+RW is enigszins verschillend en wordt gesteund door een groep bedrijven die bekend staan als het DVD+RW Consortium. Sony maakt hier ook deel van uit. De voordelen zijn onder andere vergaande compatibiliteit, hoge capaciteit en gemak in het gebruik. Net zoals de DVD-RW kan de DVD+RW wel 1000 keer opnieuw worden beschreven. Het is echter zo dat een DVD+RW-drive op een hogere snelheid schrijft dan een DVD-RW-drive.Ziehttp://www.dvdplusrw.comvoor meer informatie over de DVD+RW. |
Term Definitie
| Ethernet | Ethernet is de meest verspreide LAN-technologie (local area network). Het Ethernet-systeem 10BASE-T levert overdrachtssnelheden van 10 Mbps (megabits per seconde) op. Een recentere versie van Ethernet, 100BASE-T, levert overdrachtssnelheden van 100 Mbps op Gigabit Ethernet kan snelheden tot 1 gigabit (1000 megabits) per seconde aan. |
| EULA | EULA (End-User License Agreement) is de naam van de licentie die het gebruik van de software van uw computer regelt. De EULA kunt u vinden in de Lees Dit Eerst-sectie aan het begin van de softwarehandleiding of op het VAIO-bureaublad. |
| -toets | De-toets roept de on-line help op van de meeste software. |
| i.LINKTM | i.LINKTM is Sony's versie van de IEEE 1394-standaard voor snelle digitale seriële koppeleenheden. Deze standaard wordt in de audio-, video- en IT-industrie algemeen beschouwd als de meest geschikte om computers te koppelen aan digitale audio- en videoapparaten (zoals digitale camera's). |
| ISP | Een ISP (Internet Service Provider) is een bedrijf dat u aan gebruikersnaam, een wachtwoord en een tefefoonnummer aanbiedt om toegang te krijgen tot het Internet. |
| L2-cachegeheugen | Het cachegeheugen is een RAM-achtig geheugen waarmee u data die de computer al heeft gelezen, snel kunt benaderen. L1 en L2 zijn niveaus van het cachegeheugen in uw computer. |
| LAN | Een LAN (Local Area Network) is een groep computers die binnen een bepaald beperkt geografisch gebied aan elkaar gekoppeld zijn. Het stelt gebruikers in staat om hardwareapparaten (zoals printers) en informatie te delen aan de hand van 1 processor of server. |
| LCD | Afkorting van Liquid Crystal Display. Dunne notebook-weergavetechnologie die gebruik maakt van vloeibare kristallen (en lichtpolarisatie) om te komen tot een scherp, flikkervrij beeld op een scherm van miljoenen kleine cellen. Kleuren kunnen gevormd worden aan de hand van 2 basistechnieken. Een passieve matrix is de minst dure van de twee technologieën. De actieve-matrixtechnologie (of TFT) geeft een beter resultaat maar is ook duurder. |
Term Definitie
| LED | Afkorting voor Light-Emitting Diode. Een halfgeleider die oplicht als er stroom door gaat. |
| Lithiumionbatterij | Een lithiumionbatterij gebruikt lithiumkobaltoide en koolstof als elektroden, en ionen bewegen tijdens het laden en ontladen van de ene elektrode naar de andere. Lithiumionbatterijen worden aanbevolen voor notebooks vanwege hun licht gewicht, hun hoge energiedichtheid en omdat ze geen geheugeneffect hebben. Bovendien bevatten ze geen zware metalen zoals lood, kwik of cadmium. |
| MAPI | Afkorting voor Messaging Application Program Interface. Een Microsoft Windows-koppelvlak waarmee u e-mail kunt versturen. U kunt er e-mail mee lezen en versturen naar andere toepassingen. Toepassingen compatibel met MAPI hebben een Send Mail of Send commando in het File menu van de toepassing. |
| Maximum RAM | De maximale hoeveelheid RAM die uw computer kan bevatten. Als deze grens bereikt is, kunt u geen RAM-geheugen meer bijsteken in uw computer. |
| Moederbord | Het moederbord is het belangrijkste printplaat aan de binnenkant van uw computer. Het bevat de CPU, de BIOS, het geheugen enzovoort. |
| MPEG | MPEG of Moving Pictures Experts Group is een standaard voor audiovisuele compressie en videosequentie. Met MPEG is het mogelijk om een grote compressie te verkrijgen omdat enkel de veranderingen van het ene frame tot het andere worden opgeslagen. Het menselijke oog is meestal niet in staat de afname in data waar te nemen. MPEG-1 is ontwikkeld voor de digitale opslag van video- en audiogegevens op CD-ROM. MPEG-2 haalt een betere video- en audiokwaliteit en is meer gericht op het uitzenden van TV-beelden en DVD. |
| Netadapterconnector | De gelijkstroominterface waarop u de netadapter van uw computer aansluit. |
| Partitie | Een partitie is een logische indeling van de harde schijf van een computer. Een harde schijf met twee partities heeft gewoonlijk een C. en een D: schijf. In partities verdelen is vooral handig als er meer dan 1 besturingssysteem draait, of om uw data duidelijk te scheiden van de geïnstalleerde programma's. |
Sony notebook handleiding
Term Definitie
| PBX | Een PBX (Private Branch Exchange) is een privé telefoonnetwerk in een onderneming. Op die manier zijn de gesprekken tussen de werknemers lokaal. De telefoonnummers bestaan uit 3 tot 4 cijfers.Bedrijven opteren meestal voor dit telefoonsysteem voor interne communicatie omdat het goedkoper is dan het reguliere netwerk. De gebruikers kunnen wel gezamenlijk gebruik maken van een aantal buitenlijnen om telefoongesprekken te voeren die buiten de PBX vallen. |
| PC Card | Is synoniem met PCMCIA-kaart. De term PC Card is algemener dan de term PCMCIA. Zie ook PCMCIA. |
| PCMCIA | PCMCIA (Personal Computer Memory Card International Association) is de groep dat de specificaties opstelde voor insteekkaarten ter grootte van een krediekaart voor laptopcomputers. Vroeger werden deze kaarten PCMCIA-kaarten genoemd maar aangezien dit nogal moeilijk uit te spreken is, is men ze PC-kaarten beginnen te noemen. Een voorbeel van zo een PC-kaart is een modem ter grootte van een krediekaart. |
| Pixel | Een pixel (Picture Element) is een deeltje van uw scherm. Uw scherm is opgebouwd uit duizende pixels, die kleuren en beelden kunnen weergeven. Hoe meer pixels, hoe hoger de resolutie en hoe beter de beeldkwaliteit. |
| Processor | De CPU (Central Processing Unit) is het brein van de computer. Hij verwerkt de instructies van de programma's van uw systeem. De CPU kent u beslist ook onder de naam processor of microprocessor. Hij zit op het moederbord van de computer. |
| PSI2 | Een soort muis- of toetsenbordpoort. |
| PSTN | PSTN (Public Switched Telephone Network) verwijst naar de klassieke telefoon, de nationale telecommunicatienetwerken voor de transmissie van stemgeluid met behulp van analoge signalen. |
| RAM | Afkorting voor Random Access Memory, het geheugen dat gebruikt wordt om programma's te laten draaien en data op te slaan tijdens het gebruik. RAM is de snelste vorm van geheugen om data te lezen of weg te schrijven. De informatie in het RAM-geheugen gaat verloren als u de computer uit zet. Hoe hoger de RAM-capaciteit, hoe sneller de huidige data verwerkt kunnen worden. |
Term Definitie
| Resolutie | De scherpheid en de helderheid van een beeld. De resolutie wordt uitgedrukt in pixels. Courante computerschermresolutiewaarden zijn 640 x 480 pixels (VGA-resolutie; geschikt voor een 14-duims scherm), 800 x 600 (geschikt voor een 15-duims scherm), 1024 x 768 (geschikt voor een 17-duims scherm), en 1280 x 1024. LCD-schermen hebben gewoonlijk een hogere resolutie dan CRT-schermen van dezelfde grootte. |
| RGB-signaalkabel | RGB staat voor Red, Green, Blue. Een kabel die verschillende transmissietypes vereist voor de drie kleuren van het scherm. |
| SDRAM | Synchrone DRAM is een soort dynamisch random access-geheugen dat met een veel hogere kloksnelheid draait dan een gewoon geheugen. |
| Standaard RAM | De hoeveelheid RAM die u computer heeft bij aankoop. |
| Stuurprogramma | Een stuurprogramma is een stuk software dat u in staat stelt hardware te gebruiken. Om een printer te kunnen gebruiken bijvoorbeeld, moet u eerst zijn stuurprogramma installeren. De meeste stuurprogramma's, zoals die van de muis bijvoorbeeld, zitten al in het besturingssysteem. |
| Systeemherstelling | Een herstelprogramma dat u in staat stelt alle toepassingen te herstellen die bij aankoop op de computer beschikbaar waren. Het systeem herstellen is nuttig als uw systeem zwaar is gecrasht of als u de grootte van de partities wenst te wijzigen. U kunt het systeemherstel vinden op de VAIO Herstel en Documentatie Disc. Raadpleeg voor meer informatie de handleiding Probleemoplossing / De VAIO Herstel en Documentatie Disc gebruiken. |
| TFT | Afkorting van Thin Film Transistor. Speerpunttechnologie voor notebook-schermen, die een excellente beelkwaliteit oplevert. De TFT-technologie levert voor platte beeldschermen de scherpste resolutie op. Elk pixel heeft een tot 4 transistors. |
Term Definitie
| UPS | Een UPS (Uninterruptible Power Supply) is een toestel met een batterij dat uw computer beveiligt tegen verlies van data in geval van een stroomstoring. De batterij neemt de stroomvoorziening over van zodra de storing is ontdekt. Als u op de computer aan het werken bent wanneer er zich een stroomstoring voordoet, dan hebt u de tijd om alle onbewaarde gegevens op te slaan en uw computer uit te zetten. |
| USB | Een USB (Universal Serial Bus) is een hardwarekoppelvlak om toestellen aan te sluiten (zoals een toetsenbord, muis, joystick, scanner of printer). U kunt tot 127 toestellen aansluiten op een USB-poort. De USB-standaard heet Hot Plug and Play. |
| VAIO Herstel en Documentatie Disc | Disc waarmee een VAIO-gebruiker het beeld van de harde schijf kan herstellen dat zich op de computer bevond toen het systeem werd gekocht. Het bevat ook de on line documentatie. De disc wordt meegeleverd bij uw computer. Raadpleeg voor meer informatie de handleidingProbleemoplossing / De VAIO Herstel en Documentatie Disc gebruiken. |
| VAIO | Afkorting voor Video Audio Integrated Operation. Merknaam die Sony's PC-producten, randapparaten, toebehoren en software dekt. Items met een VAIO-label zijn speciaal ontworpen om optimaal te kunnen werken met Sony's Audio/Video- en IT-producten. |
| WAN | Een WAN (Wide Area Network) is een netwerk van aan elkaar gekoppelde computers in een relatief groot geografisch gebied. Een WAN staat tegenover een LAN, waarbij het netwerk gewoonlijk binnen een gebouw of klein geografisch gebied opgezet is. Het grootste WAN is het Internet. |
| XGA | Afkorting voor Extended Graphic Array, een grafische standaard. Een XGA-kaart kan tot 1024 x 768 pixels en tot 65.000 kleuren weergeven. |
| 10BASE-T/100BASE-TX | Ethernet-systeem dat gegevensoverdrachtsnelheden van 10 Mbps (megabits per seconde) en 100 Mbps mogelijk maakt. De 100BASE-TX is een directe afgeleide van de 10BASE-T. De snelheid van 100 Mbps wordt gehaald door het signaal simpelweg 10 keer sneller te versturen. |
Term Definitie
| ACPI | Afkorting van Advanced Configuration and Power Interface, een specificatie voor energiebeheer. ACPI wordt door het besturingssysteem gebruikt om randapparaten aan en uit te schakelen en om te beheren hoeveel stroom er naar welk randapparaat gaat. Met ACPI kan een CD-ROM-speler worden uitgeschakeld door het besturingssysteem als deze niet in werking is. |
| Besturingssysteem | Het besturingssysteem is een programma dat alle andere programma's op de computer beheert. Het bepaalt hoe een computer gegevens leest en wegschrijft naar de schijven (en andere hardware). Windows 2000, Windows Millennium Edition, Windows XP Professional en Windows XP Home Edition zijn voorbeelden van besturingssystemen op VAIO's. |
Handelsmerken
Sony, BlueSpace NE, DVgate, Giga Pocket, HotKey Utility, Memory Stick Formatter, PicoPlayer, PictureGear Studio, Network Smart Capture, SonicStage, Sony Notebook Setup, Sony Style Imaging, UI Design Selector, VAIO Action Setup, VAIO Edit Components, VAIO Media, VAIO System Information, VAIO Web Phone, Memory Stick, het Memory Stick logo, VAIO en het VAIO-logo zijn handelsmerken van Sony Corporation.
Microsoft, Internet Explorer, Windows Movie Maker, Windows Media Player, Windows XP Professional en Home Edition en het Windows-logo zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van U.S. Microsoft Corporation in de V.S. en andere landen.
i.LINK is een handelsmerk van Sony, dat enkel aanduidt dat het product een IEEE1394-aansluiting bevat.
Adobe, Adobe Acrobat Reader, Adobe Premiere LE en Photoshop Elements zijn handelsmerken van Adobe Systems Incorporated.
QuickTime en het logo van QuickTime zijn onder licentie gebruikte handelsmerken. QuickTime is geregistreerd in de Verenigde Staten en andere landen.
RealOne Player is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van RealNetworks, Inc. in de Verenigde Staten en andere landen.
PowerPanel is een handelsmerk van Phoenix Technologies Ltd.
Symantec Norton AntiVirus is een handelsmerk van Symantec Corporation.
EverQuest is een handelsmerk van Sony Computer Entertainment America Inc.
Click to DVD is een handelsmerk van Sony Electronics.
Drag'n Drop CD+DVD is een gedeponeerd handelsmerk van Easy Systems Japan, Ltd.
WinDVD for VAIO is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van InterVideo, Inc.
RecordNow is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van VERITAS.
PowerDVD for VAIO is een handelsmerk of gedeponeerd handelsmerk van VERITAS.
Alle andere namen van systemen, producten en diensten zijn handelsmerken van hun respectieve eigenaars. In de handleiding zijn de handelsmerksymbolen ^™ en ^® weggelaten. De specificaties kunnen zonder voorafgaande kennisgeving worden gewijzigd.
Alle andere handelsmerken zijn handelsmerken van hun respectieve eigenaars.
Zie het blad met Specificaties om te zien welke software voor uw model beschikbaar is.



















