Bronx MP75 - Autoradio BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Bronx MP75 BLAUPUNKT in PDF-formaat.
| Type product | Autoradio |
| Merk | Blaupunkt |
| Model | Bronx MP75 |
| Afmetingen (b x h x d) | 178 x 50 x 160 mm (1-DIN) |
| Gewicht | Ongeveer 0,5 kg |
| Voedingsspanning | 12 V DC (auto-accu) |
| Maximaal uitgangsvermogen | 4 x 50 Watt |
| Ondersteunde formaten | MP3, WMA |
| Radiofrequenties | FM (87,5 – 108 MHz), AM (522 – 1620 kHz) |
| USB-aansluiting | Ja, voorzijde |
| AUX-ingang | Ja, 3,5 mm jack |
| Display | LCD-scherm met witte verlichting |
| Bediening | Draaiknoppen en druktoetsen |
| Voorinstellingen radio | 30 FM, 15 AM |
| RDS-functie | Ja |
| CD-speler | Nee (alleen USB/AUX) |
| Afneembaar frontpaneel | Ja |
| Onderhoud | Reinig met droge doek; geen vloeistoffen |
| Veiligheid | Gebruik de juiste zekering; let op polariteit |
| Reserveonderdelen | Verkrijgbaar via servicecentrum |
Veelgestelde vragen - Bronx MP75 BLAUPUNKT
Gebruikersvragen over Bronx MP75 BLAUPUNKT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Bronx MP75 - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Bronx MP75 van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING Bronx MP75 BLAUPUNKT
Hier openslaan a.u.b.

①Toets voor het in- en uitschake-
len van het apparaat,
onderdrukking van het geluid
(mute) van het apparaat
② Volumeregelaar
③ [→-toets, voor het ontgrendelen van het afneembare bedie-ningspaneel
④NEXT-toets voor het weergeven van volgende pagina's van een menu, wisselen van geheugenniveau bij radioweergave
⑤Softkeys, de functie van de softkeys is telkens afhankelijk van de inhoud van het display
⑥DIS•ESC-toets, voor het wijzi-gen van de inhoud van het dis-play en voor het verlaten van menu's
⑦ ▲-toets, voor het openen van het opklapbare en afneembare bedieningspaneel
⑧Joystick en OK-toets
⑨MENU-toets, oproepen van het menu voor de basisinstellingen (kort indrukken)
Demomode in- en uitschakelen (lang indrukken)
⑩ AUDIO-toets, bass, treble, balans, fader en X-BASS instellen (kort indrukken)
DEQ+-equalizer oproepen (lang indrukken)
⑪ Display
⑫SOURCE-toets, voor het starten van de weergave van de cd- resp. cd-wisselaar of Compact Drive MP3 (alleen indien aangesloten)
of
weergave van een externe audiobron (alleen indien aangesloten)
⑬TUNER-toets, voor het starten van de radioweergave, oproepen van het radio-functie-menu (alleen mogelijk bij radioweergave)
Opmerkingen en accessoires .... 176
Verkeersveiligheid 176
Aanwijzing voor de veiligheid ..... 176
Inbouw 176
Accessoires 176
Demomode deactiveren / activeren .... 177
Diefstalbeveiliging...... 177
Afneembaar bedieningspaneel .... 177
Bedieningspaneel verwijderen .... 177
Bedieningspaneel plaatsen ..... 178
In- en uitschakelen ...... 178
In- en uitschakelen met toets ①. 178
In- en uitschakelen via het contactslot van de auto .... 178
Volume instellen 179
Volume bij inschakelen instellen .. 179
Geluidsonderdrukking (Mute) ..... 179
Telefoon-audio / navigatie-audio .. 179
Automatic sound 180
Klankkleur en volumeverhouding .... 181
Bass instellen 181
Treble instellen 181
Volumeverhouding rechts/links (balans) instellen.... 181
Volumeverhouding voor/achter (fader) instellen 181
X-BASS 182
Display instellen 182
Afleeshoek instellen 182
Helderheid van het display instellen .... 182
Kleur van de toetsen instellen ..... 183
Kleur van de displayverlichting instellen .... 183
Spectrum analyzer instellen ..... 184
Displayinhoud inverteren 185
Radioweergave 185
Tuner instellen 185
Radioweergave inschakelen ..... 186
RDS-comfortfunctie (AF, REG) ... 186
Golfgebied / geheugenniveau kiezen.... 187
Zenders instellen 187
Gevoeligheid van de zoekafstemming instellen .... 188
Ontvangbare zenders kort weergeven (SCAN) 188
Duur van het fragment instellen ... 188
Zenders programmeren .... 189
Zenders automatisch programmeren (Travelstore) ...... 189
Geprogrammeerde zenders oproepen .... 189
Programmatype (PTY) 190
Radio-ontvangst optimaliseren .... 191
Weergave van radiotekst kiezen .. 191
Verkeersinformatie ...... 192
Voorrang voor verkeers-informatie in- en uitschakelen 192
Volume voor verkeersinformatie instellen .... 192
Cd-weergave 193
Cd-weergave starten, cd plaatsen . 193
Cd verwijderen 193
Titels kiezen.... 193
Snelle zoekdoorloop (hoorbaar) .. 194
Willekeurige weergave van de titels (MIX) 194
Cd-tekst laten weergeven ..... 194
Lichtkrant instellen 195
Verkeersinformatie tijdens cd-weergave .... 195
MP3-weergave 195
Voorbereiding van de MP3-cd ..... 195
MP3-weergave starten 196
Directory kiezen 197
Titels kiezen.... 197
Snelle zoekdoorloop (hoorbaar) .. 198
Titels kort weergeven (SCAN) .... 198
Willekeurige weergave van de titels (MIX) 198
Losse titels of hele directory's herhaald afspelen (REPEAT) ...... 199
Displayweergave instellen 199
Weergave van cd-wisselaar (optie) 200
Weergave van cd-wisselaar starten 200
Cd kiezen 201
Titels kiezen.... 201
Snelle zoekdoorloop (hoorbaar) .. 201
Titels kort weergeven (SCAN) .... 201
Losse titel of hele cd's herhaald afspelen (REPEAT) 201
Titels in willekeurige volgorde weergeven (MIX) 202
Cd's een naam geven.... 202
CLOCK - Kloktijd 204
Kloktijd instellen.... 204
Kloktijd permanent op het display laten weergeven 205
Equalizer 205
Equalizer in- en uitschakelen ..... 206
Equalizer automatisch afregelen.. 206
Equalizer kiezen.... 207
Vooraf ingesteld klanktype (preset) kiezen.... 207
Equalizer met de hand instellen ... 207
Hulptabel voor het instellen van de equalizer 209
TMC voor dynamische navigatiesystemen ...... 210
Voorversterker / sub-out .... 210
Interne versterker in- en uitschakelen .... 210
Externe audiobronnen ..... 211
AUX-ingang in- en uitschakelen .. 211
AUX-ingang een naam geven ..... 211
Bericht bij inschakelen invoeren 212
Serienummer laten weergeven 213
Apparaat terugzetten op de beginwaarden .... 213
Hartelijk dank dat u hebt gekozen voor een Blaupunkt-product. Wij wensen uw veel plezier van dit nieuwe apparaat.
Lees deze gebruiksaanwijzing voordat u het apparaat voor het eerst gebruikt.
De Blaupunkt-redacteurs werken continu om de gebruiksaanwijzingen overzichtelijk en begrijpelijk vorm te geven. Mocht u toch nog vragen over de bediening hebben, dan kunt u contact opnemen met uw dealer of met de hotline in uw land. U vindt de nummers op de achterzijde van dit boekje.
Voor onze producten die binnen de Europese Unie gekocht zijn, bieden wij een fabrieksgarantie. U kunt de garantiebepalingen oproepen op www.blaupunkt.de of direct opvragen bij:
Blaupunkt GmbH
Hotline
Robert Bosch Str. 200
D-31139 Hildesheim
Verkeersveiligheid
⚠ De verkeersveiligheid gaat vóór alles. Bedien uw autoradio alleen wanneer de verkeerssituatie dat toelaat. Maak uzelf voor het begin van de rit vertrouwd met het apparaat.
De akoestische waarschuwingssignalen van politie, brandweer en reddingsdiensten moeten tijdig te horen zijn. Beluister daarom tijdens het
rijden uw programma daarom alleen met een gepast geluidsvolume.
Aanwijzing voor de veiligheid
⚠ De autoradio en het bedieningspaneel (flip-release panel) worden tijdens het gebruik warm. Pak het flip-release panel bij het verwijderen daarom alleen bij de niet-metalen delen vast. Laat de autoradio, wanneer u deze wilt demonteren, eerst afkoelen.
Inbouw
Wanneer u de autoradio zelf wilt inbouwen, leest u dan de aanwijzingen voor inbouw en aansluiting aan het einde van de gebruiksaanwijzing.
Accessoires
Gebruik alleen door Blaupunkt toege- laten accessoires.
Afstandsbediening
Met de als optie verkrijgbare afstandsbediening RC 08, RC 10 of RC 10H (verkrijgbaar als speciale accessoire) kunt u de meeste basisfuncties van uw autoradio veilig en comfortabel bedienen.
In- en uitschakelen via de afstandsbediening is niet mogelijk.
Versterkers
Alle Blaupunkt- en Velocity-versterkers kunnen worden gebruikt.
Cd-wisselaars (changers)
Voor deze apparaten zijn de volgende Blaupunkt-cd-wisselaars bij de accessoirehandel te verkrijgen: CDC A 03, CDC A 08, en IDC A 09.
Compact Drive MP3
Om toegang te krijgen tot MP3-muziekstukken kunt u als alternatief voor een cd-wisselaar de Compact Drive MP3 aansluiten. Bij de Compact Drive MP3 worden de MP3-muziekstukken eerst met een computer opgeslagen op de Microdrive™ (harde schijf) van de Compact Drive MP3. Wanneer de Compact Drive MP3 op de autoradio is aangesloten, kunnen deze als normale cd-titels worden weergegeven. De Compact Drive MP3 wordt bediend zoals een cd-wisselaar, de meeste cd-wisselaarfuncties kunnen ook worden gebruikt met de Compact Drive MP3.
Demomode deactiveren / activeren
Het apparaat wordt van fabriekswege geleverd met geactiveerde demomodus. Tijdens de demomodus worden de verschillende functies van het apparaat grafisch geanimeerd op het display weergegeven. U kunt de demomodus ook uitschakelen.
Houd toets MENU ⑨ langer dan vier seconden ingedrukt om de demomodus uit resp. in te schakelen.
Diefstalbeveiliging
Afneembaar bedieningspaneel
Uw radio is ter bescherming tegen diefstal uitgerust met een afneembaar bedieningspaneel (flip-release panel). Zonder dit bedieningspaneel is het apparaat voor een dief waardeloos.
Bescherm het apparaat tegen diefstal en neem het bedieningspaneel telkens mee wanneer u de auto verlaat. Laat het bedieningspaneel niet in de auto liggen, ook niet op een verborgen plek. De constructie van het bedieningspaneel maakt een eenvoudige bediening mogelijk.
Let op:
●Laat het bedieningspaneel niet vallen.
- Stel het bedieningspaneel nooit bloot aan direct zonlicht of andere warmtebronnen.
●Bewaar het bedieningspaneel in het meegeleverde etui.
- Voorkom directe aanraking van de contacten van het bedieningspaneel met de huid. Reinig de contacten desgewenst met een in alcohol gedrenkte, niet-pluizende doek.
Bedieningspaneel verwijderen

Druk op toets

Het bedieningspaneel wordt ontgren- deld.
Trek het bedieningspaneel eerst in een rechte lijn en dan naar links uit het apparaat.
- Na het losmaken van het bedie-
ningspaneel schakelt het apparaat
zichzelf uit.
- Alle actuele instellingen worden opgeslagen.
- Een geplaatste cd blijft achter in het apparaat.
Bedieningspaneel plaatsen
→Schuif het bedieningspaneel van links naar rechts in de geleiding van het apparaat.
Druk op de linkerkant van het bedieningspaneel, totdat het vergrendelt.

- Druk bij het plaatsen van het bedieningspaneel niet op het display.
In- en uitschakelen
Om het apparaat in of uit te schakelen staan u diverse mogelijkheden ter beschikking.
In- en uitschakelen met toets
1
→Om in te schakelen drukt u op toets ①.
Het apparaat wordt ingeschakeld.
→Om uit te schakelen houdt u toets ① langer dan twee seconden ingedrukt.
Het apparaat wordt uitgeschakeld.
In- en uitschakelen via het contactslot van de auto
Wanneer het apparaat correct met het contactslot van de auto is verbonden en het apparaat niet met toets ① is uitgeschakeld, wordt het met het contact in- resp. uitgeschakeld.
U kunt het apparaat ook inschakelen wanneer het contact is uitgeschakeld.
Druk hiervoor op toets ①.
Let op:
- Ter beveiliging van de autoaccu wordt het apparaat bij uitgeschakeld contact na een uur automatisch uitgeschakeld.
Volume instellen
Het volume kan in stappen van 0 (uit) tot 50 (maximaal) worden ingesteld.
→Om het volume te vergroten draait u de volumeregelaar ② naar rechts.
→Om het volume te verkleinen draait u de volumeregelaar ② naar links.
Volume bij inschakelen instellen
Het volume waarmee het apparaat speelt wanneer het wordt ingeschakeld, kan worden ingesteld.
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "VOLUME".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "ON VOL".
Stel het gewenste volume in met de volumeregelaar ②.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Let op:
- U kunt als inschakelvolume ook het laatst gebruikte volume vóór het uitschakelen kiezen. Druk hiervoor in het volumemenu op de softkey met de displayaanduiding "LAST VOL".
⚠ Gevaar voor letsel! Wanneer de waarde voor het inschakelvolume op het maximum is ingesteld, kan het volume bij het inschakelen zeer groot zijn.
Wanneer het volume voor het uitschakelen op het maximum was ingesteld en de waarde voor het in-schakelvolume op "LAST VOL" is ingesteld, kan het volume bij het in-schakelen zeer groot zijn.
In beide gevallen kan ernstige gehoorbeschadiging worden veroorzaakt!
Geluidsonderdrukking (Mute)
U kunt het volume abrupt verkleinen (mute).
Druk kort op toets ①.
Op het display wordt "MUTE" weergegeven.
Geluidsonderdrukking (mute) opheffen
→ Druk opnieuw kort op toets ①. of
draai de volumeregelaar ②.
Telefoon-audio / navigatie-audio
Wanneer uw autoradio op een mobiele telefoon of navigatiesysteem is aangesloten, wordt het geluid van de autoradio onderdrukt bij het opnemen van de telefoon of bij een gesproken mededeling van de navigatie, en het gesprek of de gesproken mededeling wordt weergegeven via de luidsprekers van de autoradio. Hiervoor moet de
telefoon of het navigatiesysteem op de in de inbouwhandleiding beschreven manier op de autoradio zijn aangesloten.
Uw Blaupunkt-vakhandel kan u informeren welke navigatiesystemen u met uw autoradio kunt gebruiken.
Wanneer er tijdens een telefoongesprek resp. een gesproken mededeling van de navigatie een verkeersbericht wordt ontvangen, wordt het verkeersbericht pas na beëindiging van het gesprek / de gesproken mededeling weergegeven, voor zover dit dan nog wordt uitgezonden. Het verkeersbericht wordt niet opgeslagen!
Wanneer u tijdens een verkeersbericht wordt opgebeld of er een gesproken mededelingen van de navigatie wordt weergegeven, wordt de weergave van de verkeersinformatie onderbroken en kan de gesproken mededeling / het gesprek worden beluisterd.
Het volume waarmee het telefoongesprek of de gesproken mededelingen van de navigatie wordt weergegeven, is instelbaar.
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "VOLUME".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "PHONE" voor de instelling van het volume.
Stel het gewenste volume in met de volumeregelaar ②.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Let op:
- U kunt het volume ook tijdens de weergave van het telefoongesprek resp. de gesproken mededeling van de navigatie instellen met de volumeregelaar ②.
Automatic sound
Met deze functie wordt het volume van de autoradio automatisch aangepast aan de snelheid waarmee u rijdt. Hier- voor moet uw autoradio op de in de inbouwhandleiding beschreven manier zijn aangesloten.
De automatische volumeaanpassing kan is zes standen (0-5) worden ingesteld. "5" betekent de maximale versterking, "0" betekent geen versterking.
Houd toets AUDIO ⑩ langer dan twee seconden ingedrukt.
Op de bovenste regel van het display wordt "DEQ+ MENU" weergegeven.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "AUTO SND".
Beweeg de joystick ⑧ omhoog en omlaag om de gewenste instelling te kiezen.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets AU-DIO ⑩.
De instellingen worden opgeslagen.
Let op:
- De voor u optimale instelling van de snelheidsafhankelijke volume-aanpassing hangt af van de geluidsontwikkeling in de auto. Be-paal door uitproberen de voor uw auto optimale waarde.
Klankkleur en volumeverhouding
Let op:
- U kunt de instellingen voor bass en treble voor alle audiobronnen apart instellen.
Bass instellen
Druk op toets AUDIO 10.
"AUDIO MENU" verschijnt op het display.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "BASS".
Beweeg de joystick ⑧ omhoog resp. naar rechts om de bass te versterken, of omlaag resp. naar links om de bass af te zwakken.
Wanneer het instellen voltooid is:
Druk op de joystick OK ⑧ of op toets AUDIO ⑩.
Treble instellen
Druk op toets AUDIO 10.
"AUDIO MENU" verschijnt op het display.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "TREBLE".
Beweeg de joystick ⑧ omhoog resp. naar rechts om de treble te versterken, of omlaag resp. naar links om de treble af te zwakken.
Wanneer het instellen voltooid is:
Druk op de joystick OK ⑧ of op toets AUDIO ⑩.
Volumeverhouding rechts/links (balans) instellen
→Om de balans in te stellen drukt u op toets AUDIO ⑩.
"AUDIO MENU" verschijnt op het display.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "BALANCE".
Beweeg de joystick ⑧ omhoog resp. naar rechts, of omlaag resp. naar links om de volumeverhouding rechts/links in te stellen.
Wanneer het instellen voltooid is:
Druk op de joystick OK ⑧ of op toets AUDIO ⑩.
Volumeverhouding voor/achter (fader) instellen
→Om de fader in te stellen drukt u op toets AUDIO ⑩.
"AUDIO MENU" verschijnt op het display.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "FADER".
BBeweeg de joystick ⑧ omhoog resp. naar rechts, of omlaag resp. naar links om de volumeverhouding voor/achter in te stellen.
Wanneer het instellen voltooid is:
Druk op de joystick OK ⑧ of op toets AUDIO ⑩.
X-BASS
X-BASS betekent de versterking van de lage tonen bij een gering volume. U kunt de X-BASS-versterking voor één van de volgende frequenties traps-gewijs instellen van 0 tot 6:
32 Hz, 40 Hz, 50 Hz, 63 Hz of 80 Hz. Wanneer u 0 kiest, is de X-BASS-functie gedeactiveerd.
Druk op toets AUDIO 10.
"AUDIO MENU" verschijnt op het display.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "X-BASS".
Beweeg de joystick ⑧ naar links of naar rechts om de frequentie te kiezen die u wilt versterken.
Beweeg de joystick ⑧ omhoog om de X-BASS te versterken, resp. omlaag om de X-BASS af te zwakken.
Wanneer het instellen voltooid is:
Druk op de joystick OK ⑧ of op toets AUDIO ⑩.
Display instellen
U kunt het display aanpassen aan de inbouwpositie in uw auto en aan uw eigen wensen.
Afleeshoek instellen
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "DISPLAY".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "ANGLE".
Beweeg de joystick ⑧ omhoog resp. naar rechts, of omlaag resp. naar links om de afleeshoek in te stellen.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Helderheid van het display instellen
Wanneer uw autoradio is aangesloten zoals beschreven in de inbouwhandleiding, wordt de helderheid van het display samen met de rijverlichting omgeschakeld. De displayhelderheid kan afzonderlijk voor dag en nacht worden ingesteld is stappen van 1 tot 16.
Displayhelderheid dag
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "DISPLAY".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "BRIGHT".
Op de bovenste regel van het display worden DAY en NIGHT weergegeven, samen met de actueel ingestelde waarden.
Zet de knipperende keuzemarkering achter DAY resp. NIGHT door de joystick ⑧ naar links resp. naar rechts te duwen.
Stel de gewenste waarde in. Be-weeg hiervoor de joystick ⑧ om-hoog resp. omlaag.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Kleur van de toetsen instellen
U kunt instellen in welke kleur de toetsen van het apparaat moeten worden verlicht.
U hebt zestien kleuren tot uw beschikking.
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "DISPLAY".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "KEYCOLOR".
Beweeg de joystick ⑧ omhoog resp. naar rechts, of omlaag resp. naar links om een kleur in te stellen. Met elke beweging van de joystick ⑧ wordt een andere kleur gekozen.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Kleur van de displayverlichting instellen
Voor de displayverlichting kunt u een van de vier vooraf ingestelde kleuren kiezen, zelf een kleur uit het RGB-spectrum (rood-groen-blauw) mengen of een kleur kiezen tijdens een zoekdoor-loop.
Vooraf ingestelde kleur kiezen
Er zijn reeds vier verschillende tinten in het apparaat opgeslagen. Ter beschikking staan "Ocean" (blauw), "Amber" (geel-bruin), "Sunset" (rood-oranje) en "Nature" (groen). Kies de kleur die het beste past bij het interieur van uw auto.
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "DISPLAY".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "COLOR".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding van de gewenste kleur.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Kleur voor de displayverlichting mengen
Om de displayverlichting op uw smaak af te stemmen kunt zelf u een kleur voor de displayverlichting mengen met de drie basiskleuren rood, blauw en groen.
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "DISPLAY".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "COLOR".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "USER".
In het volgende menu kunt u de aandelen van de drie kleuren rood, blauw en groen zelf bepalen. Druk hiervoor zo vaak op de desbetreffende softkey ⑤ dat de weergegeven kleur voldoet aan uw wensen.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Kleur voor de displayverlichting kiezen uit zoekdoorloop
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "DISPLAY".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "COLOR".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "COL-SCAN".
Het apparaat begint de kleuren van de displayverlichting af te wisselen.
Wanneer u een van de kleuren wilt kiezen, drukt u op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "SAVE".
Wanneer u terug wilt naar het vorige menu zonder van kleur te wisselen, drukt u op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "BREAK".
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Spectrum analyzer instellen
De spectrumanalyzer op uw display geeft het uitgangsniveau van de autoradio weer. Wanneer de spectrumanalyzer ingeschakeld is, wordt deze automatisch weergegeven wanneer u tijdens de weergave van een audiobron enige tijd niet op een toets drukt.
U kunt de spectrumanalyzer ook uitschakelen.
Spectrum analyzer in- en uitschakelen
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "DISPLAY".
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "SPEC-TRUM" dat de gewenste instelling "SPECTRUM OFF" resp. "SPEC-TRUM ON" op de bovenste regel van het display wordt weergegeven.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Displayinhoud inverteren
U kunt de weergave op het display inverteren.
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "DISPLAY".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "INVERT".
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Radioweergave
Dit apparaat is uitgerust met een RDS-radio-ontvanger. Veel van de ontvangbare FM-zenders zenden een signaal uit dat naast het programma ook informatie zoals de naam van de zender en het programmatype (PTY) bevat.
De naam van de zender wordt, zodra deze kan worden ontvangen, op het display weergegeven. Het programma-type kan naar wens worden weerge-geven. Lees hiervoor het gedeelte "Programmatype (PTY)".
Tuner instellen
Om foutloos functioneren van het radiogedeelte te garanderen moet het apparaat worden ingesteld op de regio waarin u zich bevindt. U kunt kiezen tussen Europa en Amerika (USA). Van fabriekswege is de tuner ingesteld op de regio waar het apparaat is verkocht. Bij problemen met de radio-ontvangst dient u deze instelling te controleren.
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "TUNER".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding voor de gewenste regio "AREA EUR" of "AREA USA".
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Radioweergave inschakelen
Wanneer het apparaat zich in een van de weergavesoorten cd/MP3 of cd-wisselaar resp. CompactDrive MP3 bevindt:
Druk op toets TUNER 13.
Het radio-hoofdmenu voor het kiezen van de zender wordt weergegeven. De functies van de radioweergave worden aangestuurd via het radio-functiemenu. U komt in het radio-functiemenu door tijdens de radioweergave opnieuw op toets TUNER ⑬ te drukken.
RDS-comfortfunctie (AF, REG)
De RDS-comfortfuncties AF (alternatieve frequentie) en REG (regionaal) vergroten het prestatiespectrum van uw autoradio (alleen bij FM-radioweergave).
- AF: Wanneer de RDS-comfort-functie geactiveerd is, zoekt het apparaat op de achtergrond automatisch naar de als beste te ontvangen frequentie van de ingestelde zender.
- REG: Sommige zenders verdelen hun programma op bepaalde tijden in regionale programma's met verschillende inhoud. Met de REG-functie wordt voorkomen dat de autoradio overschakelt op alternatieve frequenties met een andere programma-inhoud.
Let op:
- REG moet apart in het radio-functiemenu worden geactiveerd / ge-deactiveerd.
RDS-comfortfunctie in- en uitschakelen
Om de RDS-comfortfuncties AF en REG te gebruiken:
Druk tijdens de radioweergave op toets TUNER 13.
Het radio-functiemenu wordt weergegeven op het display.
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "RDS" dat de gewenste instelling "RDS ON" resp. "RDS OFF" wordt weergegeven.
Om terug te keren naar het radio-hoofdmenu:
Druk op toets TUNER ⑬ of op de joystick OK ⑧.
De instellingen worden opgeslagen.
REG in- en uitschakelen
Om de RDS-comfortfunctie REG te gebruiken:
Druk tijdens de radioweergave op toets TUNER 13.
Druk op toets NEXT ④ om de tweede pagina van het radio-functiemenu te laten weergeven.
Het radio-functiemenu wordt weergegeven op het display.
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "REGIONAL" dat "REGIONAL ON" resp. "REGIONAL OFF" wordt weergegeven.
Druk op toets TUNER ⑬ of op de joystick OK ⑧.
De instellingen worden opgeslagen.
Golfgebied / geheugenniveau kiezen
Met dit apparaat kunt u zenders van de frequentiebanden FM en MW en LW (AM) ontvangen. Voor het golfgebied FM zijn vier geheugenniveaus en voor de golfgebieden MW en LW elk één geheugenniveau beschikbaar.
Op elk geheugenniveau kunnen zes zenders worden geprogrammeerd.
Let op:
- Wanneer het apparaat is ingesteld op de regio USA, kunt u kiezen tussen de golfgebieden FM en AM. Voor het golfgebied AM hebt u bovendien de geheugenniveaus AM1, AM2 en AMT tot uw beschikking.
Golfgebied kiezen
Om een golfgebied te kiezen uit FM, MW of LW te kiezen:
Druk tijdens de radioweergave op toets TUNER 13.
Het radio-functiemenu wordt weergegeven op het display.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "BAND".
Druk voor het golfgebied FM op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "FM".
Druk voor het golfgebied MW op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "MW".
Druk voor het golfgebied LW op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "LW".
Het radio-hoofdmenu van het gekozen golfgebied wordt weergegeven.
FM-geheugenniveau kiezen
Om te wisselen tussen de FM-geheugenniveaus FM1, FM2, FM3 en FMT:
Druk zo vaak op toets NEXT ④ dat het gewenste geheugenniveau op het display wordt weergegeven.
De geheugenniveaus worden opge-roepen in de volgorde FM1, FM2, FM3 en FMT.
Let op:
- Wanneer het apparaat is ingesteld op de regio USA, en u het golfgebied AM hebt gekozen, kunt u met toets NEXT ④ bovendien kiezen tussen de AM-geheugenniveaus AM1, AM2 en AMT.
Zenders instellen
U hebt verschillende mogelijkheden om zenders in te stellen.
Automatische zoekafstemming
Beweeg de joystick ⑧ omlaag of omhoog.
De eerstvolgende ontvangbare zender wordt ingesteld.
Handmatig afstemmen op zenders
U kunt ook handmatig zenders instellen.
Let op:
- Er kunnen alleen met de hand zenders worden ingesteld wanneer de RDS-comfortfunctie gedeactiveerd is.
Beweeg de joystick ⑧ naar links of naar rechts.
Wanneer een zender meerdere programma's biedt, kunt u bladeren in deze zgn. "zenderketen".
Let op:
- Om deze functie te kunnen gebruiken, moet de RDS-comfort-functie geactiveerd zijn. U kunt zo alleen wisselen tussen zenders die u al eerder hebt ontvangen.
Beweeg de joystick ⑧ naar links of naar rechts.
Gevoeligheid van de zoekafstemming instellen
U kunt kiezen of er alleen sterke of ook zwakke zenders worden ingesteld.
Druk tijdens de radioweergave op toets TUNER ⑬.
Het radio-functiemenu wordt weergegeven op het display.
Druk op toets NEXT ④.
Let op:
- Wanneer u vanuit de MW- of LW-radioweergave het radio-functie-menu oproept, bevindt de softkey met de displayaanduiding "SENS" zich op de eerste pagina.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "SENS".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "FM" of "AM" om de gevoeligheid voor FM of AM in te stellen.
Beweeg de joystick ⑧ omhoog resp. naar rechts, of omlaag resp. naar links om de gevoeligheid in te stellen.
U kunt de gevoeligheid instellen in stappen van 1 tot 6. "SENSITIVITY 6" betekent de grootste gevoeligheid voor de ontvangst van ver weg gelegen zenders, "SENSITIVITY 1" de geringste.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Ontvangbare zenders kort weergeven (SCAN)
U kunt alle ontvangbare zenders kort laten weergeven. De duur van het fragment kan in het menu worden ingesteld tussen 5 en 30 seconden.
SCAN starten
Houd de joystick OK ⑧ langer dan twee seconden ingedrukt.
Het scannen begint. "SCAN" wordt kort op het display weergegeven, daarna verschijnt de actuele zendernaam resp. de frequentie van de zender.
Scan beëindigen, zender verder beluisteren
Druk op de joystick OK ⑧.
Het scannen wordt beeindigd, de als laatste ingestelde zender blijft actief.
Duur van het fragment instellen
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "VARIOUS".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "SCANTIME".
Beweeg de joystick ⑧ omhoog resp. naar rechts, of omlaag resp. naar links om de duur van het fragment in te stellen.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Let op:
- De ingestelde duur van het fragment geldt ook voor het scannen bij weergave van cd/MP3 en cd-wisselaar.
Zenders programmeren
Zenders handmatig programmeren
Kies het gewenste geheugenniveau FM1, FM2, FM3, FMT of een van de golfgebieden MW en LW.
Stel de gewenste zender in zoals beschreven onder "Zenders instellen".
Houd een van de zes softkeys waaronder de zender moet worden opgeslagen, langer dan twee seconden ingedrukt.
Zenders automatisch programmeren (Travelstore)
U kunt de zes sterkste zenders uit de regio automatisch programmeren (alleen FM). De zenders worden opgeslagen op geheugenniveau FMT.
Let op:
- Wanneer het apparaat is ingesteld op de regio USA, kunt u ook bij AM-radioweergave de Travelstore-functie starten. De zenders worden dan opgeslagen op geheugenniveau AMT.
Let op:
- Eerder op dit niveau geprogrammeerde zenders worden hierbij gewist.
Travelstore-functie starten:
Druk tijdens de radioweergave op toets TUNER 13.
Het radio-functiemenu wordt weergegeven op het display.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "T-STORE".
Het programmeren begint. Op het display wordt "TRAVEL STORE" weergegeven. Wanneer het programmeren voltooid is, wordt de zender op geheugenpositie één van geheugenniveau FMT (resp. AMT) weergegeven.
Geprogrammeerde zenders oproepen
Kies het geheugenniveau resp. het golfgebied.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding van de zendernaam resp. de frequentie van de gewenste zender.
Programmatype (PTY)
Naast de naam van de zender geven sommige FM-zenders ook informatie door over het type van hun programma. Deze informatie kan door uw autoradio worden ontvangen en weergegeven.
Zulke programmatypes kunnen bv. zijn:
CULTURE TRAVEL JAZZ
SPORT NEWS POP
ROCK CLASSICS
Met de PTY-functie kunt u gericht zenders met een bepaald programmatype kiezen.
PTY-EON
Wanneer u een programmatype hebt gekozen en een PTY-zoekdoorloop hebt gestart, schakelt het apparaat automatisch van de actuele zender over op de zender met het gekozen programmatype.
Let op:
- Wanneer er geen zender met het gekozen programmatype wordt gevonden, is een pieptoon te horen en wordt op het display kort "NO PTY" weergegeven. De laatst ontvangen zender wordt opnieuw ingesteld.
- Wanneer de ingestelde zender of een andere zender uit de zender-keten op een later tijdstip het ge-wenste programmatype uitzendt, schakelt het apparaat automatisch over van de actuele zender resp. vanuit de weergave van cd, MP3 of cd-wisselaar over op de zender
met het gewenste programma-type.
PTY inschakelen
Om de PTY-functie te gebruiken:
Druk tijdens de radioweergave op toets TUNER 13.
Het radio-functiemenu wordt weergegeven op het display.
Druk op toets NEXT ④.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "PROG TYP".
Wanneer PTY wordt ingeschakeld geeft het display het actuele programmatype weer. PTY is verlicht op het display. Naast de softkeys ⑤ worden de programmatypes weergegeven.
PTY uitschakelen
Om de PTY-functie uit te schakelen:
Druk terwijl de programmatypes worden weergegeven op de soft-key ⑤ met de displayaanduiding "PTY OFF".
Programmatype kiezen en zoekdoorloop starten
Het PTY-menu omvat verschillende pagina's waarop de bekende programmatypes worden weergegeven. Om te bladeren tussen de verschillende pagina's van het PTY-menu:
Druk op toets NEXT ④ totdat het gewenste programmatype naast een van de softkeys wordt weergegeven.
Druk op de softkey ⑤ met het ge-wenste programmatype.
Beweeg de joystick ⑧ omhoog resp. naar rechts, of omlaag resp. naar links om de zoekdoorloop te starten.
De eerstvolgende ontvangbare zender met het gekozen programmatype wordt ingesteld.
Wanneer er geen zender met het ge- kozen programmatype wordt gevonden, is een pieptoon te horen en wordt op het display kort "NO PTY" weerge- geven. De laatst ontvangen zender wordt opnieuw ingesteld.
Let op:
- Wanneer u weer terug wilt naar de weergave van de programmatypes: Roep opnieuw de tweede pagina van het radio-functiemenu op en druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "PROG TYP".
Radio-ontvangst optimaliseren
Storingsafhankelijke demping van de hoge tonen (HICUT)
De HICUT-functie zorgt voor een geluidsverbetering bij slechte radio-ontvangst. Wanneer sprake is van ontvangststoringen worden de hoge tonen, en daarmee de storing, automatisch zachter weergegeven.
HICUT instellen
Druk tijdens de radioweergave op toets TUNER ⑬.
De eerste pagina van het radio-functiemenu wordt weergegeven op het display.
Druk op toets NEXT ④.
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "HIGH CUT" dat de gewenste instelling op het display wordt weergegeven.
"HICUT 2" betekent de sterkste automatische afzwakking van de hoge tonen en de storing, "HICUT 0" betekent geen afzwakking.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Weergave van radiotekst kiezen
Sommige zenders gebruiken het RDSSignaal ook voor het doorgeven van lichtkranten, de zgn. radioteksten. U kunt de weergave van radiotekst toelaten of blokkeren.
Druk tijdens de radioweergave op toets TUNER 13.
Het radio-functiemenu wordt weergegeven op het display.
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "R-TEXT" dat de gewenste instelling "RADIO TEXT ON" resp. "RADIO TEXT OFF" wordt weergegeven.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Verkeersinformatie
Dit apparaat is uitgerust met een RDS-EON-ontvanger. Onder EON (Enhanced Other Network) verstaat men de doorgifte van informatie over de zender binnen en zenderketen.
In het geval van een verkeersbericht (TA) wordt binnen de zenderketen automatisch overgeschakeld van een zender zonder verkeersinformatie naar de desbetreffende zender met verkeersinformatie van de zenderketen.
Na het verkeersbericht wordt het eerder beluisterde programma weer ingeschakeld.
Voorrang voor verkeers- informatie in- en uitschakelen
Druk tijdens de radioweergave op toets TUNER 13.
Het radio-functiemenu wordt weergegeven op het display.
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "TRAFFIC" dat de gewenste instelling "TRAFFIC INFO ON" resp. "TRAFFIC INFO OFF" wordt weergegeven.
Let op:
- Tijdens een verkeersbericht wordt het TA-menu weergegeven.
Om het actuele verkeersbericht te onderbreken:
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "TA EXIT".
Wanneer u de voorrang voor verkeers-informatie wilt uitschakelen:
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "TA OFF".
Let op:
U hoort een waarschuwingstoon:
- wanneer u bij het beluisteren van een zender met verkeersinformatie het uitzendgebied daarvan verlaat;
- wanneer u bij het beluisteren van een cd het uitzendgebied van de zender verlaat en er bij de daarop volgende automatische zoekdoorloop geen nieuwe zender met verkeersinformatie wordt gevonden.
- wanneer u van een zender met verkeersinformatie overschakelt op een zender zonder verkeersinformatie.
Schakel dan ofwel de voorrang voor verkeersinformatie uit of stel een zender met verkeersinformatie in.
Volume voor verkeersinformatie instellen
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "VOLUME".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "TRAFFIC".
Stel het volume in met de volume-regelaar ②.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
Cd-weergave
U kunt met dit apparaat normaal in de handel verkrijgbare cd's met een doorsnede van 12 cm afspelen.
Zogenaamde cd-r's en cd-rw's (zelfgebrande cd's) kunnen in de regel ook worden afgespeeld. Vanwege de uiteenlopende kwaliteit van de basis-cd's kan Blaupunkt niet instaan voor het foutloos functioneren hiervan.
Voor foutloos functioneren dient u alleen cd's met het CompactDisc-logo te gebruiken. Cd's met kopieerbeveiliging kunnen leiden tot problemen bij het afspelen. Blaupunkt kan niet instaan voor het foutloos functioneren van cd's met kopieerbeveiliging!
⚠️ Gevaar voor vernieling van de cd-speler!
Single-cd's met een doorsnede van 8 cm en niet-ronde cd's met contouren (shape cd's) mogen niet worden gebruikt.
Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor beschadiging van de cd-speler door het gebruik van ongeschikte cd's.
Cd-weergave starten, cd plaatsen
Wanneer er geen cd in de speler zit:
Druk op toets 7.
Het bedieningspaneel wordt naar vo- ren geopend.
→Schuif de cd met de bedrukte zijde naar boven in de cd-opening.
De cd wordt naar binnen in de speler getransporteerd.
Het transport van de cd mag niet gehinderd of geholpen worden.
Het bedieningspaneel wordt automatisch gesloten.
Het cd-menu wordt weergegeven, de cd-weergave begint.
Wanneer er al een cd in de speler zit:
Druk zo vaak op toets SOURCE
⑫ dat de cd-weergave wordt weergegeven.
Het cd-menu wordt weergegeven, de weergave start op de plaats waar deze werd onderbroken.
Cd verwijderen
Druk op toets 7.
Het bedieningspaneel wordt naar vo- ren geopend, de cd wordt naar buiten geschoven.
→Verwijder voorzichtig de cd.
Druk op toets 7.
Het bedieningspaneel wordt gesloten.
Titels kiezen
Beweeg de joystick ⑧ in één richting (omhoog en rechts voor de volgende, omlaag en links voor de volgende titel) totdat het nummer van de gewenste titel op het display wordt weergegeven.
Wanneer u de joystick ⑧ eenmaal omlaag of naar links duwt, wordt de actuele titel opnieuw gestart.
Snelle zoekdoorloop (hoorbaar)
Voor een snelle zoekdoorloop achterwaarts resp. voorwaarts:
Houd de joystick ⑧ in één richting (omhoog en rechts voor voorwaarts, omlaag en links voor achterwaarts) ingedrukt totdat de snelle zoekdoorloop begint.
Willekeurige weergave van de titels (MIX)
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "MIX".
"MIX CD" verschijnt kort op het display. De volgende titel die wordt afgespeeld, wordt willekeurig gekozen.
MIX beëindigen
Druk opnieuw op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "MIX".
"MIX OFF" verschijnt kort op het display.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "REPEAT".
"REPEAT TRACK" wordt kort weergegeven op het display. De titel wordt herhaald totdat REPEAT wordt gedeactiveerd.
REPEAT beëindigen
Druk opnieuw op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "REPEAT".
"REPEAT OFF" wordt kort weergegeven op het display. De weergave wordt normaal voortgezet.
Titels kort weergeven (SCAN)
U kunt alle titels van de cd kort laten weergeven.
Houd de joystick OK ⑧ langer dan twee seconden ingedrukt.
De volgende titels van de cd worden in oplopende volgorde kort weergegeven.
Let op:
- De duur van het fragment kan worden ingesteld. Lees voor het instellen van de duur van het fragment het gedeelte "Duur van het fragment instellen" in het hoofdstuk "Radioweergave".
SCAN beëindigen, titel verder beluisteren
Om het scannen te beëindigen:
Druk op de joystick OK ⑧.
De actueel weergegeven titel wordt verder weergegeven.
Cd-tekst laten weergeven
Bepaalde cd's zijn voorzien van zgn. cd-tekst. De cd-tekst kan de naam van de uitvoerende, het album of de titel bevatten.
U kunt de cd-tekst telkens wanneer u van titel wisselt als lichtkrant op het display laten weergeven.
Wanneer de geplaatste cd geen cd- tekst bevat, wordt bij ingeschakelde cd- tekst kort "NO TEXT" op het display weergegeven.
Cd-tekst in- en uitschakelen
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "TEXT" dat "CD TEXT ON" resp. "CD TEXT OFF" wordt weergegeven op het display.
U kunt de cd-tekst op de onderste regel van het display als lichtkrant laten weergeven.
Cd-lichtkrant in- en uitschakelen
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "SCROLL" dat "SCROLL ON" (lichtkrant ingeschakeld) resp. "SCROLL OFF" wordt weergegeven.
Verkeersinformatie tijdens cd-weergave
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "TRAFFIC" dat de gewenste instelling "TRAFFIC INFO ON" resp. "TRAFFIC INFO OFF" wordt weergegeven.
MP3-weergave
U kunt met deze autoradio ook cd-r's en cd-rw's met MP3-muziekbestanden afspelen.
Voorbereiding van de MP3-cd
Door de combinatie van cd-writer, cd-schrijfsoftware en onbeschreven cd kunnen problemen optreden bij de weergave van de cd's. Wanneer er problemen optreden met zelfgebrande cd's, dient u over te schakelen op een ander merk of een andere kleur basis-cd's.
De opmaak van de cd moet ISO 9660 level 1 of level 2 of Joliet zijn. Alle andere soorten kunnen niet betrouwbaar worden afgespeeld.
Vermijd multisessies. Wanneer u op een cd meer dan één sessie weg- schrijft, wordt alleen de eerste sessie herkend.
U kunt op één MP3-cd maximaal 127 directory's aanleggen. Deze directory's kunnen met het apparaat afzonderlijk worden gekozen.
In elke directory kunnen zich vervolgens 254 losse titels (tracks) en subdirectory's bevinden, die afzonderlijk kunnen worden gekozen. Het pad mag maximaal acht niveaus omvatten.
Afb. 1 Afb. 2

flowchart
graph TD
D01 --> D02
D02 --> D03
D03 --> T001
D03 --> T002
D03 --> T003
D03 --> T004
D03 --> T005
D03 --> D04
D04 --> T001
D04 --> T002
D04 --> T003
D04 --> T004
D04 --> T005
D04 --> T006
D04 --> T007
D04 --> T008
D04 --> T009
D04 --> T010
D04 --> T011
D05 --> T001
D05 --> T002
D05 --> T003
D05 --> T004
D05 --> T005
D05 --> T006
D05 --> T007
D01 --> T001
D01 --> T002
D01 --> T003
D01 --> T004
D01 --> T005
D01 --> T010
D01 --> T011
Omdat met bepaalde cd-schrijfsoftware onregelmatigheden in de nummering kunnen optreden, dient u in de hoofddirectory D01 ofwel alleen sub-directory's met titels (afb. 1) of alleen titels (afb. 2) op te nemen.
U kunt elke directory met de pc een naam geven. De naam van de directory kan op het display wordt weergegeven. Geef de directory's en titels namen m.b.v. uw cd-schrijfsoftware. Aanwijzingen daarvoor vindt u in de gebruiksaanwijzing van de software.
Let op:
- U dient bij het benoemen van de directory's en titels geen trema's en symbolen te gebruiken.
Wanneer u waarde hecht aan een correcte volgorde van uw bestanden, moet u schrijfsoftware gebruiken die de bestanden op alfanumerieke volgorde rangschikt. Wanneer uw software niet over deze functie beschikt, kunt u de bestanden ook handmatig sorteren. Daarvoor moet u voor elke bestandsnaam een nummer zetten, bv. 001, 002, enz. Daarbij moeten ook de voorafgaande nullen worden ingevoerd.
MP3-titels kunnen extra informatie bevatten, zoals uitvoerende, titel en album (ID3-tags). Dit apparaat kan ID3-tags van versie 1 op het display weergeven.
Voor het gebruik van MP3-bestanden met dit apparaat moeten de MP3-bestanden de extensie .MP3 hebben.
Let op:
Om ongestoorde weergave te garanderen:
●Probeer niet om andere bestanden dan MP3-bestanden te voorzien van de extensie .MP3 en deze vervolgens af te spelen!
- Gebruik geen gemengde cd's met MP3-bestanden en niet-MP3-titels.
- Gebruik geen mix-mode-cd's met audiotitels en MP3-titels.
MP3-weergave starten
De MP3-weergave wordt gestart zo- als de normale cd-weergave. Lees hiervoor het gedeelte "Cd-weergave starten / cd plaatsen" in het hoofdstuk "Cd-weergave".
Directory kiezen
Kiezen uit directorylijst
U kunt een lijst met alle directory's van de geplaatste cd laten weergeven en de titels comfortabel hieruit kiezen. De directory's worden weergegeven met de naam die u bij het beschrijven van de cd hebt aangemaakt.
Druk tijdens de MP3-weergave op toets NEXT ④.
De titellijst van de actuele directory wordt weergegeven.
Duw de joystick ⑧ naar links of naar rechts om naar de directorylijst te gaan.
Duw de joystick ⑧ omhoog of omlaag om door de lijst te 'blade-ren'.
Wanneer u een directory uit de lijst wilt kiezen, zet u de keuze-markering op de gewenste directory en drukt u op de joystick OK ⑧.
De lijst met titels in de gekozen directory wordt weergegeven.
Zet de keuzemarkering op de ge-wenste titel en druk op de joystick OK ⑧.
Druk op toets NEXT ④ om op-nieuw het MP3-hoofdmenu te la-ten weergeven.
Directory kiezen met de joystick
Om op- of neerwaarts naar een andere directory te gaan:
Duw de joystick ⑧ zo vaak omhoog resp. omlaag dat het nummer van de gewenste directory op de eerste positie van de bovenste regel van het display wordt weergegeven.
Let op:
- Alle directory's die geen MP3-be- standen bevatten, worden automatisch overgeslagen. Wanneer u bv. titels uit directory D01 beluis- tert en met de joystick ⑧ de vol- gende directory kiest, wordt direc- tory D02, die geen MP3-titels be- vat (zie afbeelding), overgeslagen en wordt D03 afgespeeld. De weergave op het display springt dan automatisch van "D02" op "D03".
Titels kiezen
Titels kiezen uit de titellijst
U kunt een lijst met alle titels van de actuele directory laten weergeven en de titels comfortabel hieruit kiezen.
Druk om de titellijst te laten weergeven op toets NEXT ④.
Duw de joystick ⑧ omhoog of omlaag om door de titellijst te 'bladeren'.
Wanneer u een titel uit de lijst wilt kiezen, zet u de keuzemarkering op de gewenste titel en drukt u op de joystick OK ⑧.
Druk op toets NEXT ④ om op-nieuw het MP3-hoofdmenu te la-ten weergeven.
Titel kiezen met de joystick
Om op- of neerwaarts naar een andere titel in de actuele directory te gaan:
Beweeg de joystick ⑧ naar rechts voor de volgende resp. naar links voor de vorige titel, totdat het nummer van de gewenste titel op het display wordt weergegeven.
Wanneer u de joystick ⑧ eenmaal naar links duwt, wordt de actuele titel opnieuw gestart.
Snelle zoekdoorloop (hoorbaar)
Voor een snelle zoekdoorloop achterwaarts resp. voorwaarts:
Houd de joystick ⑧ naar links resp. naar rechts ingedrukt totdat de snelle zoekdoorloop achterwaarts resp. voorwaarts begint.
Titels kort weergeven (SCAN)
U kunt alle titels van de cd kort laten weergeven.
Houd de joystick OK ⑧ langer dan twee seconden ingedrukt.
De volgende titels van de cd worden in oplopende volgorde kort weergegeven.
Let op:
- De duur van het fragment kan worden ingesteld. Lees voor het instellen van de duur van het frag-
ment het gedeelte "Duur van het fragment instellen" in het hoofdstuk "Radioweergave".
SCAN beëindigen, titel verder beluisteren
Om het scannen te beëindigen:
Druk op de joystick OK ⑧.
De actueel weergegeven titel wordt verder weergegeven.
Willekeurige weergave van de titels (MIX)
Om de titels van de actuele directory in willekeurige volgorde te laten weergeven:
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "MIX".
Op het display wordt "MIX DIR" weergegeven.
Om de titels van alle directory's van de geplaatste MP3-cd in willekeurige volgorde te laten weergeven:
Druk opnieuw op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "MIX".
Op het display verschijnt "MIX CD".
MIX beëindigen
Om MIX te beëindigen:
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "MIX" dat "MIX OFF" wordt weergegeven op het display.
Losse titels of hele directory's herhaald afspelen (REPEAT)
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "REPEAT".
Op het display verschijnt kort "REPEAT TRACK".
Om de hele directory herhaald te laten afspelen:
Druk opnieuw op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "REPEAT".
Op het display verschijnt kort "REPEAT DIR".
REPEAT beëindigen
Om het herhalen van de actuele titel resp. de actuele directory te beëindigen:
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "RE-PEAT" dat "REPEAT OFF" kort op het display wordt weergegeven.
Displayweergave instellen
U hebt verschillende mogelijkheden om de naam van de uitvoerende, de titel en het album (ID3-tag) resp. de directory en het bestand te laten weergeven.
De informatie in de ID-tag (album, uitvoerende en titel) kan alleen worden weergegeven wanneer deze bij het instellen van de cd resp. het aanmaken van het MP3-bestand is opgeslagen.
Tijdens de weergave wordt op de bovenste regel van het display steeds de titelnaam weergegeven. Daarbij wordt de titelnaam na het wisselen van titel eenmaal als lichtkrant weergegeven en vervolgens evt. afgekort tot 16 tekens en weergegeven.
Let op:
- Wanneer de titelnaam van de ID3-tag niet beschikbaar is, wordt de naam van het bestand weergegeven.
Voor de onderste regel van het display (inforegel) kunt u kiezen tussen de weergave van verschillende gegevens.
Informatie op de inforegel kiezen
Op de onderste regel van het display (inforegel) kunt u kiezen tussen de weergave van verschillende MP3-gegevens, zoals titel, uitvoerende, album of directorynummer (DIR) resp. bestandsnaam.
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "INFO" dat de gewenste informatie op de onderste regel van het display wordt weergegeven.
Let op:
- Wanneer de informatie over uitvoerende, titel en album niet beschikbaar is, kan deze ook niet worden gekozen.
Alle informatie van een bestand eenmaal laten weergeven
Om alle informatie van een titel plus de naam van de directory en het bestand eenmaal als lichtkrant te laten weergeven:
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "SHOW ALL".
De informatie wordt voor zover beschikbaar eenmaal als lichtkrant weergegeven. Tijdens de weergave knippert "SHOW ALL" op het display.
U kunt kiezen of de weergave die u onder "Informatie op de inforegel kiezen" hebt ingesteld, als lichtkrant ("SCROLL ON") of slechts eenmaal ("SCROLL OFF") op het display moet worden weergegeven.
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "SCROLL" dat de gewenste instelling wordt weergegeven.
Weergave van cd-wisselaar (optie)
Welke cd-wisselaars met dit apparaat kunnen worden bediend, kunt u lezen in het hoofdstuk "Accessoires" van deze gebruiksaanwijzing of navragen bij uw Blaupunkt-vakhandel.
Let op:
- Informatie over de behandeling en het plaatsen van cd's en over de bediening van de cd-wisselaar vindt u in de gebruiksaanwijzing van de cd-wisselaar.
- Informatie over de behandeling van de Compact Drive MP3 en het opnemen van muziekstukken op de MicroDrive™ (harde schijf) vindt u in de gebruiksaanwijzing van de Compact Drive MP3.
Weergave van cd-wisselaar starten
Druk zo vaak op toets SOURCE ⑫ dat het cd-wisselaarmenu wordt weergegeven.
De weergave wordt voortgezet op de plaats waar deze werd onderbroken. Wanneer het magazijn uit de cd-wisse-laar is gehaald en weer geplaatst is, wordt het cd-magazijn eerst gescand. De weergave begint met de eerste titel van de eerste cd die de cd-wisselaar herkent.
Cd kiezen
Om op- of neerwaarts naar een andere cd te gaan:
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding van de gewenste CD (CD1-CD10). Wissel hiervoor evt. met de softkey ⑤ met de displayaanduiding "NEXT" resp. "PREVIOUS" tussen de pagina's van het hoofdmenu van de cd-wisselaar.
of
Duw de joystick ⑧ zo vaak omhoog resp. omlaag dat het nummer van de gewenste cd op het display wordt weergegeven.
Titels kiezen
Om op- of neerwaarts naar een andere titel van de actuele cd te gaan:
Duw de joystick ⑧ zo vaak naar links resp. naar rechts dat het nummer van de gewenste cd op het display wordt weergegeven.
Wanneer u de joystick ⑧ eenmaal naar links duwt, wordt de actuele titel opnieuw gestart.
Snelle zoekdoorloop (hoorbaar)
Voor een snelle zoekdoorloop achterwaarts resp. voorwaarts:
Houd de joystick ⑧ naar links resp. naar rechts ingedrukt totdat de snelle zoekdoorloop achterwaarts resp. voorwaarts begint.
Titels kort weergeven (SCAN)
U kunt alle titels van de cd kort laten weergeven.
Houd de joystick OK ⑧ langer dan twee seconden ingedrukt.
De volgende titels van de cd worden in oplopende volgorde kort weergegeven.
Let op:
- De duur van het fragment kan worden ingesteld. Lees voor het instellen van de duur van het fragment het gedeelte "Duur van het fragment instellen" in het hoofdstuk "Radioweergave".
SCAN beëindigen, titel verder beluisteren
Om het scannen te beëindigen:
Druk op de joystick OK ⑧.
De actueel weergegeven titel wordt verder weergegeven.
Losse titel of hele cd's herhaald afspelen (REPEAT)
Om de actuele titel herhaald te laten afspelen:
Druk op toets NEXT ④.
Het functiemenu van de cd-wisselaar wordt weergegeven.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "REPEAT".
Op het display verschijnt kort "REPEAT TRACK".
Om de hele cd herhaald te laten af- spelen:
Druk terwijl het cd-functiemenu wordt weergegeven opnieuw op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "REPEAT".
Op het display verschijnt kort "REPEAT CD".
REPEAT beëindigen
Om het herhalen van de actuele titel resp. de actuele cd te beëindigen:
Druk terwijl het cd-functiemenu wordt weergegeven zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "REPEAT" dat "REPEAT OFF" kort op het display wordt weergegeven.
Titels in willekeurige volgorde weergeven (MIX)
Om de titels van de actuele cd in willekeurige volgorde te laten weergeven:
Druk op toets NEXT ④.
Het functiemenu van de cd-wisselaar wordt weergegeven.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "MIX".
Op het display verschijnt "MIX CD".
Om alle titels alle geplaatste cd's in wil- lekeurige volgorde te laten weergeven:
Druk opnieuw op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "MIX".
Op het display verschijnt kort "MIX ALL".
MIX beëindigen
Om MIX te beëindigen:
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "MIX" dat "MIX OFF" kort op het display wordt weergegeven.
Cd's een naam geven
Om uw cd's beter te kunnen herkennen biedt de autoradio de mogelijkheid om 99 cd's individueel een naam te geven (niet met Compact Drive MP3). De namen mogen maximaal zeven tekens lang zijn.
Wanneer u probeert om meer dan 99 namen te geven, geeft het display "FULL" aan.
Cd-naam invoeren / wijzigen
→Beluister de cd die u een naam wilt geven.
Druk op toets NEXT ④.
Het functiemenu van de cd-wisselaar wordt weergegeven.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "CD NAME".
Op de bovenste regel van het display wordt de actuele naam van de cd weergegeven. Wanneer u de cd nog geen naam hebt gegeven, worden zeven underscores "_" weergegeven.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "EDIT".
U bevindt zich in de edit-modus. De eerste invoerpositie knippert.
Beweeg de joystick ⑧ omhoog of omlaag en kies zo uw tekens. Wanneer een positie vrij moet blijven, kiest u een underscore.
Beweeg de joystick ⑧ naar links of naar rechts en verander zo de invoerpositie.
→Om de naam op te slaan drukt u op de joystick OK ⑧.
Wissen van een cd-naam
→Beluister de cd waarvan u de naam wilt wissen.
Druk op toets NEXT ④.
Het functiemenu van de cd-wisselaar wordt weergegeven.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "CD NAME".
Houd de softkey ⑤ met de displayaanduiding "CLEAR CD" langer dan twee seconden ingedrukt.
De cd-naam wordt gewist.
Wissen van alle cd-namen
→Beluister een cd.
Druk op toets NEXT ④.
Het functiemenu van de cd-wisselaar wordt weergegeven.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "CD NAME".
Houd de softkey ⑤ met de displayaanduiding "CLEAR ALL" langer dan twee seconden ingedrukt.
De cd-namen worden gewist.
Let op:
- Deze functie is niet beschikbaar voor de Compact Drive MP3. Wanneer u deze functie gebruikt met de Compact Drive MP3, wordt op het display 45 seconden "CDC CLEAR" weergegeven. Het apparaat kan in deze tijd niet worden bediend.
CLOCK - Kloktijd
Kloktijd instellen
De kloktijd kan automatisch worden ingesteld via het RDS-signaal. Wanneer er geen zender te ontvangen is die deze functie ondersteunt, kunt u de kloktijd ook met de hand instellen.
Kloktijd automatisch laten instellen
Om de kloktijd automatisch te laten in- stellen:
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "CLOCK".
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "AUTOSYNC" dat "AUTOSYNC ON" op het display wordt weergegeven.
"AUTOSYNC ON" betekent dat de kloktijd automatisch d.m.v. het RDS-signaal wordt ingesteld.
Kloktijd met de hand instellen
→Om de kloktijd in te stellen drukt u op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "CLOCK".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "TIME".
Op de bovenste regel van het display worden de uren en de minuten weergegeven. De uren knipperen.
Stel de uren in door de joystick ⑧ omhoog en omlaag te bewegen.
Om de minuten in te stellen:
→ Duw de joystick ⑧ naar rechts.
De minuten knipperen.
Stel de minuten in door de joystick ⑧ omhoog en omlaag te bewegen.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Datum instellen
Om de datum in te stellen:
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "CLOCK".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "DATE".
Op de bovenste regel van het display worden het jaar (YY), de maand (MM), en de dag (DD) weergegeven.
De invoerpositie voor het jaar knippert.
Stel het jaar in (bv. "04" voor 2004) door de joystick ⑧ omhoog of omlaag te bewegen.
Duw de joystick ⑧ naar rechts om de invoerpositie naar de maand te verzetten.
Stel de maand in door de joystick ⑧ omhoog of omlaag te bewegen.
Duw de joystick ⑧ naar rechts om de invoerpositie naar de dag te verzetten.
Stel de maand in door de joystick
⑧ omhoog of omlaag te bewegen.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Kloktijd permanent op het display laten weergeven
Terwijl de radio is uitgeschakeld maar het contactslot is ingeschakeld, kunt u de kloktijd laten weergeven op het display van het apparaat.
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "CLOCK".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "OFFCLOCK".
"SHOW CLOCK" betekent dat de kloktijd wordt weergegeven, "HIDE CLOCK" betekent geen weergave van de kloktijd.
Equalizer
Dit apparaat beschikt over een digitale DEQ Max-equalizer. Hiermee hebt u drie zelfafregelende vijfbands-equalizers en vijf bestaande klankinstellingen tot uw beschikking.
De equalizers EQ1 - EQ3 kunnen met behulp van een speciale afregelmicrofoon automatisch worden afgeregeld. (als extra verkrijgbaar in de vakhandel). De automatisch bepaalde waarden kunnen ook handmatig worden gewijzigd.
Bovendien kunt u de equalizer ook volledig handmatig instellen.
De volgende banden staan ter beschikking:
●LOW 1 20 - 250 Hz
- LOW 2 20 - 250 Hz
●HIGH 1 320 - 20.000 Hz
●HIGH 2 320 - 20.000 Hz
●HIGH 3 320 - 20.000 Hz
U kunt het uitgangsniveau voor één frequentie van de band in 25 stappen instellen van -12 dB tot +12 dB. Verder kunt u de kwaliteitsfactor Q in drie stappen instellen van 1 tot 3.
Equalizer in- en uitschakelen
Om de equalizer in en uit te schakelen:
Houd toets AUDIO ⑩ langer dan twee seconden ingedrukt.
Het equalizermenu wordt weergegeven.
Om de equalizer in te schakelen:
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "USER" of "PRE-SET" en kies een equalizer.
Om de equalizer uit te schakelen:
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "OFF".
Equalizer automatisch afregelen
U kunt voor drie verschillende situaties een elektronische afregeling uitvoeren en opslaan, bv.:
EQ 1 voor bestuurder alleen EQ 2 voor bestuurder en passagier EQ 3 inzittenden voor en achter
Tijdens het afregelen houdt u de microfoon op de desbetreffende positie.
De positie voor de afregelmicrofoon voor situatie 1 (voorbeeld: bestuurder alleen) is direct ter hoogte van het hoofd van de bestuurder.
Voor situatie 2 bevindt de afregelmicrofoon zich tussen bestuurder en passagier.
Voor situatie 3 in het midden van het auto-interieur (links/rechts, voor/achter).
Voor het afregelen moet een werkelijk rustige omgeving beschikbaar zijn. Bijgeluiden verstoren de meting.
Let op:
- Tijdens het afregelen mag de temperatuur in de auto de 55° C niet overschrijden, omdat anders ver-storing van de meetresultaten kan optreden.
De weg van het geluid vanaf de luidsprekers mag niet worden gehinderd. Alle luidsprekers moeten aangesloten zijn. De microfoon moet op het apparaat zijn aangesloten.
Om een equalizer af te regelen:
Houd toets AUDIO ⑩ langer dan twee seconden ingedrukt.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "USER EQ".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "EQ-1", "EQ-2" of "EQ-3" van de equalizer die u wilt afregelen.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "ADJUST".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "AUTO".
Op het display wordt een countdown weergegeven, vervolgens hoort u een testgeluid en het afregelen begint.
Let op:
- Volg tijdens het afregelen de aanwijzingen op het display!
Ga op deze manier te werk met alle equalizers.
Equalizer kiezen
Na het afregelen resp. het handmatig instellen:
Houd toets AUDIO ⑩ langer dan twee seconden ingedrukt.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "USER EQ".
Kies een van de equalizers "EQ-1", "EQ-2" of "EQ-3" met de desbetreffende softkeys ⑤.
Druk op de joystick OK ⑧ of toets AUDIO ⑩ om het menu te verlaten.
De instellingen worden opgeslagen.
Vooraf ingesteld klanktype (preset) kiezen
U kunt vooraf ingestelde klankinstellingen kiezen voor de volgende muziekgenres:
•VOCAL
•DISCO
•ROCK
●JAZZ
-CLASSIC
Instellingen voor deze muziekstijlen zijn reeds vooraf geprogrammeerd.
Houd toets AUDIO ⑩ langer dan twee seconden ingedrukt.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "PRESET".
Kies een van de presets met de desbetreffende softkeys ⑤.
Druk op de joystick OK ⑧ of toets AUDIO ⑩ om het menu te verlaten.
De instellingen worden opgeslagen.
Equalizer met de hand instellen
Aanwijzingen voor de instelling
Wij raden u aan om voor de instelling een bekende cd te gebruiken. Zet vóór het instellen van de equalizer de instellingen voor klankkleur en volumeverhouding op nul en deactiveer X-BASS. Lees hiervoor het hoofdstuk "Klankkleur en volumeverhouding".
→Beluister een cd.
→Beoordeel de klank naar uw eigen ideeën.
→Lees nu in de "Hulptabel voor het instellen van de equalizer" de informatie onder "Klankindruk".
Stel de waarden voor de equalizer in zoals beschreven onder "Maatregel".
Instellingen uitvoeren
Houd toets AUDIO ⑩ langer dan twee seconden ingedrukt.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "USER".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "EQ-1", "EQ-2" of "EQ-3" van de equalizer die u wilt wijzigen.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "LOW1", "LOW2", "HIGH1", "HIGH2" of "HIGH3" van de equalizerband waarvan u de instelling wilt wijzigen.
Op de bovenste regel worden de frequentie in Hz, het niveau in dB en de kwaliteitsfactor "Q" weergegeven.
Om de frequentie te kiezen:
Duw de joystick ⑧ naar links of naar rechts tot de frequentie knippert.
Stel de frequentie die u wilt wijzigen in door de joystick ⑧ omhoog of omlaag te duwen.
Om het niveau in te stellen:
Duw de joystick ⑧ naar links of naar rechts tot het niveau voor "dB" knippert.
Stel het niveau voor de frequentie in door de joystick ⑧ omhoog of omlaag te duwen.
Om de kwaliteitsfactor Q in te stellen:
Duw de joystick ⑧ naar links of naar rechts tot de kwaliteitsfactor "Q" knippert.
Stel de kwaliteitsfactor in door de joystick ⑧ omhoog of omlaag te duwen.
Let op:
●Ga op deze manier te werk met alle frequenties die u wilt instellen.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets AU-DIO ⑩.
De instellingen worden opgeslagen.
Hulptabel voor het instellen van de equalizer
| Klankindruk / probleem | Maatregel |
| Basweergave te zwak | Versterk de bas met frequentie: 32 tot 160 HzNiveau: +4 tot +6 dB |
| Onzuivere basWeergave dreuntOnaangename druk | Zwak de lage middentonen af met frequentie: 400 HzNiveau: ca. -4 dB |
| Klank sterk op de voorgrond, agressief, geen stereo-effect | Zwak de middentonen af met frequentie: 1000 tot 2500 HzNiveau: -4 tot -6 dB |
| Doffe weergaveWeinig transparantieGeen glans op de instrumenten | Versterk de hoge tonen met frequentie: 6 300 tot 10 000 HzNiveau: +2 tot +4 dB |
TMC voor dynamische navigatiesystemen
TMC betekent "Traffic Message Channel". Via TMC wordt verkeersinformatie digitaal verzonden, zodat deze door hiervoor geschikte navigatiesystemen worden gebruikt voor de routeplanning. Uw autoradio beschikt over een TMC-uitgang, waarop Blaupunkt-navigatiesystemen kunnen worden aangesloten. Uw Blaupunkt-vakhandel kan u informeren over welke navigatiesystemen er op uw autoradio kunnen worden aangesloten.
Voorversterker / sub-out
U kunt op de desbetreffende aansluitingen van de autoradio externe versterkers aansluiten. Bovendien kunt u op het geïntegreerde laagdoorlaatfilter van het apparaat een subwoofer aansluiten. Hiervoor moeten de versterker en de subwoofer op de in de inbouwhandleiding beschreven manier worden aangesloten. Wij adviseren het gebruik van afgestemde producten uit de Blaupunkt- of Velocity-productlijn.
Interne versterker in- en uitschakelen
Wanneer u een externe versterker gebruikt, kunt u de interne versterker van het apparaat uitschakelen (instelling "INTERNAL AMP OFF").
Let op:
- Controleer deze instelling wanneer de luidsprekers geen geluid geven.
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "VARIOUS".
Druk zo vaak op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "AMP ON" dat de gewenste instelling "INTERNAL AMP ON" resp. "INTERNAL AMP OFF" wordt weergegeven. Wanneer de interne versterker is ingeschakeld, heeft de softkey "AMP ON" een donkere achtergrond.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Externe audiobronnen
U kunt maximaal twee externe audio-bronnen aansluiten op het apparaat. Zulke bronnen kunnen bv. een draagbare cd-speler, MiniDisc-speler of MP3-speler zijn.
De eerste externe audiobron kunt u aansluiten in plaats van een cd-wisselaar (AUX1).
De tweede externe audiobron (AUX2) kunt u aansluiten in aanvulling op de cd-wisselaar of AUX1.
Om de AUX-ingangen te kunnen gebruiken, moet u in het Setup-menu moet de AUX-ingangen inschakelen.
Voor het aansluiten van een externe audiobron hebt u een adapterkabel nodig. Deze kabel is verkrijgbaar bij uw Blaupunkt-dealer.
AUX-ingang in- en uitschakelen
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "AUX".
Het AUX-menu wordt weergegeven.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "AUX1" wanneer u geen cd-wisselaar hebt aangesloten en een externe audiobron wilt aansluiten. Telkens wanneer u op de softkey "AUX1" drukt, kunt u wisselen tussen de instellingen "AUXILIARY 1 ON" en "AUXILIARY 1 OFF".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "AUX2". Telkens wanneer u op de softkey "AUX2" drukt, kunt u wisselen tussen de instellingen "AUXILIARY 2 ON" en "AUXILIARY 2 OFF".
Let op:
- Wanneer er een cd-wisselaar is aangesloten, kan de ingang AUX1 niet worden veranderd.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
De instellingen worden opgeslagen.
Let op:
- Wanneer de AUX-ingangen ingeschakeld zijn, kunnen deze met toets SOURCE ⑫ worden gekozen.
AUX-ingang een naam geven
U kunt de AUX-ingangen een naam geven om deze bij het kiezen van de geluidsbron met toets SOURCE ⑫ beter te kunnen indelen (u kunt bv. de naam van het aangesloten apparaat gebruiken).
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "AUX".
Het AUX-menu wordt weergegeven.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "EDIT" onder "AUX1" resp. "AUX2".
De standaardtekst voor de gekozen ingang wordt weergegeven op het display. De invoermarkering staat ah begin van de regel en knippert.
Om een naam in te voeren:
Duw de joystick ⑧ naar links of naar rechts om de invoermarkering te verplaatsen.
Stel de gewenste letter in door de joystick ⑧ omhoog of omlaag te duwen.
Druk wanneer u de naam hebt ingevoerd op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨ om het menu te verlaten.
De instellingen worden opgeslagen.
Bericht bij inschakelen invoeren
Wanneer u het apparaat inschakelt, wordt een bericht als lichtkrant op het display weergegeven. In de fabriek is vooraf de tekst "BLAUPUNKT-THE ADVANTAGE IN YOUR CAR" ingesteld. U kunt hiervoor in de plaats een eigen tekst invoeren van maximaal 35 tekens lang.
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "VARIOUS".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "ON MSG".
De standaardtekst voor het bericht bij inschakelen wordt weergegeven. De invoermarkering staat aan het begin van de regel en knippert.
Om een andere tekst in te voeren:
Duw de joystick ⑧ naar links of naar rechts om de invoermarkering te verplaatsen.
Stel de gewenste letter in door de joystick ⑧ omhoog of omlaag te duwen.
Druk wanneer u de naam hebt ingevoerd op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨ om het menu te verlaten.
De instellingen worden opgeslagen.
Serienummer laten weergeven
U kunt het serienummer van het apparaat op het display laten weergeven.
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "VARIOUS".
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "SER NUM".
Het serienummer van het apparaat wordt weergegeven op de bovenste regel van het display.
Druk om het menu te verlaten op de joystick OK ⑧ of op toets MENU ⑨.
Apparaat terugzetten op de beginwaarden
U kunt het apparaat terugzetten op de vooraf door de fabriek ingestelde parameters. Alle persoonlijke instellingen gaan daarbij verloren.
Druk op toets MENU ⑨.
Druk op de softkey ⑤ met de displayaanduiding "VARIOUS".
Houd de softkey ⑤ met de displayaanduiding "NORMSET" langer dan twee seconden ingedrukt.
Het apparaat schakelt zichzelf uit en vervolgens automatisch weer in.
Technische gegevens
Versterker
Uitgangsvermogen: 4 x 18 W sinus bij 14,4 V en 1% vervorming aan 4 Ω 4 x 26 W sinus volgens DIN 45324 bij 14,4 V aan 4 Ω 4 x 50 W max. power
Tuner
Golfgebieden:
FM : 87,5 - 108 MHz
Ingangsgevoeligheid:
1,2 V / 10 kΩ
Wijzigingen voorbehouden!
Bewaar de ingevulde apparaatpas op een veilige plaats!