CCU 01 CD - Autoradio BLAUPUNKT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CCU 01 CD BLAUPUNKT in PDF-formaat.
| Producttype | Autoradio met CD-speler (CCU 01 CD) |
| Voedingsspanning | +12 V via CPA (versterker) |
| Frequentiebereik FM (Europa) | 87,5 - 108 MHz |
| Frequentiebereik MW (Europa) | 531 - 1602 kHz |
| Frequentiebereik LW (Europa) | 153 - 279 kHz |
| Frequentiebereik FM (NAFTA) | 87,7 - 107,9 MHz |
| Frequentiebereik AM (NAFTA) | 531 - 1602 kHz |
| Frequentiebereik tuner | 30 Hz - 15.000 Hz |
| Frequentiebereik CD | 20 Hz - 20.000 Hz |
| Uitgangsvermogen cockpit (CPA 81/121) | 2 x 20 W / ≥ 4 Ohm |
| Uitgangsvermogen cabine (CPA 81) | 2 x 20 W / ≥ 4 Ohm |
| Uitgangsvermogen cabine (CPA 121) | 4 x 20 W / ≥ 4 Ohm |
| CD-formaten | Audio-CD (8 cm en 12 cm) |
| Radio-ontvangst | RDS met AF, REG, PTY, SHARX |
| Extra aansluitingen | 3x microfooningang (dynamisch), CD-wisselaar (2x), video/dvd/tv, TravelPilot, CLX, AUX |
| Verkeersinformatie | TA (verkeersberichten met voorrang) |
| Geluidsinstellingen | Bass, Treble, Balance, Fader (apart voor cockpit en cabine) |
| Bevestigingssignaal (pieptoon) | In- en uitschakelbaar, volume instelbaar (1-9 of uit) |
| Kleur toetsverlichting | Rood, groen of geel instelbaar |
| Stroomverbruik stand-by | ≤ 100 mA (incl. CCX en CCU) |
| Onderhoud en reiniging | Reinig de buitenkant met een zachte, droge doek. Gebruik geen oplosmiddelen. |
| Veiligheid | Alleen bedienen indien verkeerssituatie het toelaat. Houd waarschuwingssignalen hoorbaar. |
| Reparaties | Laat reparaties alleen door een erkende vakhandel uitvoeren. |
| Reserveonderdelen | Neem contact op met de klantenservice van Blaupunkt. |
Veelgestelde vragen - CCU 01 CD BLAUPUNKT
Gebruikersvragen over CCU 01 CD BLAUPUNKT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Autoradio in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CCU 01 CD - BLAUPUNKT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CCU 01 CD van het merk BLAUPUNKT.
GEBRUIKSAANWIJZING CCU 01 CD BLAUPUNKT
Voor het in- en uitschakelen van het apparaat
② Cd-opening (alleen CCU 01 CD)
③ <<-toets - Remote
④ -toets – Remote
⑤ ∧-toets – Remote
⑥ >>-toets - Remote
⑦ Cd-ejecttoets ≜
⑧ AUD-toets
Functie BASS (lage tonen) en TREBLE (hoge tonen), alsmede FADER, *MORE en *SOURCE kiezen voor het cabinegedeelte.
⑨ MAP-toets
Weergeven van de kaart-weergave van de navigatie in het cabinegedeelte (alleen indien TravelPilot Coach Professional aangesloten in combinatie met CLX of RGB/FBAS-converter)
⑩ Rechter draai-/drukknop voor het cabinegedeelte
Draaien: instellen van het basis- volume en de menukeuze Indrukken: bevestigen van me- nu's
⑪ ESC-toets
Verlaten van menu's
12 DSC-toets
Oproepen van het DSC-menu (Direct Software Control) voor het instellen van de basisfuncties van het apparaat
13 CD-toets
Audiobron cassette of cd kiezen voor het cabinegedeelte (cassette alleen indien CCX01 aangesloten)
14 RADIO-toets
Audiobron radio kiezen voor het cabinegedeelte
15 CDC-toets
Audiobron cd-wisselaar kiezen voor het cabinegedeelte (alleen indien cd-wisselaar aangesloten)
16 VIDEO-toets
Kiezen van de videobron voor het cabinegedeelte
17 i-toets, komt overeen met de
i-toets van de afstandsbediening van de TravelPilot (alleen indien TravelPilot Coach Professional aangesloten)
18 File-omleidingstoets, komt over-
een met de file-omleidingstoets van de afstandsbediening van de TravelPilot (alleen indien TravelPilot Coach Professional aangesloten)
19 VIDEO-toets
Kiezen van de videobron voor het cockpitgedeelte
⑳ CDC-toets
Audiobron cd-wisselaar kiezen voor het cockpitgedeelte (alleen indien cd-wisselaar aangesloten)
21 RADIO-toets
Audiobron radio kiezen voor het cockpitgedeelte
22 CC CD-toets
Audiobron cassette of cd kiezen voor het cockpitgedeelte (cassette alleen indien CCX01 aangesloten)
23 AUD-toets
Functie BASS (lage tonen) en TREBLE (hoge tonen) BALANCE, *MORE en *SOURCE kiezen voor het cockpitgedeelte.
24 NAV-toets
Activeert de bediening van de TravelPilot Coach Professional via:
- Toetsen ③ t/m ⑥ – Remote
- Draai-/drukknop 25
- ESC-toets 26 zoals bij de afstandsbediening van de TravelPilot
⑳ Linker draai-/drukknop voor het cockpitgedeelte
Draaien: instellen van het basisvolume en de menukeuze Indrukken: bevestigen van menu's
26 ESC-toets
Verlaten van menu's
27 CAM-toets
Weergeven van de camera in het cockpitgedeelte, alleen in combinatie met CLX of overeenkomstige monitor met wisselschakelaar
Aanwijzingen 181
In- en uitschakelen ...... 183
Volume instellen .... 184
Klank instellen.... 186
Bass instellen 186
Treble instellen 186
Balans instellen (alleen cockpit) ... 186
Fader instellen (alleen cabine) ..... 187
Volumeniveau voor audiobronnen instellen .... 187
Klank en volumeverhouding terugzetten op nul.... 187
Radioweergave 188
Radioweergave inschakelen ..... 188
RDS-comfortfuncties (AF, REG) .. 188
Golfgebied / geheugenniveau kiezen.... 189
Zenders instellen 189
Zenders programmeren 190
Programmatype (PTY) 190
Storingsafhankelijke wisseling van bandbreedte (SHARX) 191
Radio Remote 191
DSC TUNER 192
Ontvangst van verkeersinformatie 193
Cd-weergave
(alleen CCU 01 CD) ...... 194
Cd-weergave starten 194
Weergave starten (PLAY) 195
Weergave beëindigen (STOP) ..... 195
Titels kiezen.... 195
Snelzoeken (hoorbaar) 195
Willekeurige weergave van de titels (MIX).... 195
Cd verwijderen uit het apparaat ... 195
CD Remote 195
DSC CD 196
Weergave van cd-wisselaar (optie) 196
Weergave van cd-wisselaar starten .. 196
Wisselen tussen cd-wisselaar 1 en 2 .... 196
Cd kiezen 197
Titels kiezen.... 197
Snelzoeken (hoorbaar) 197
Willekeurige weergave van de titels (MIX).... 197
CDC Remote 197
DSC CDC 198
Weergeven van cassettes...... 198
Weergave starten (PLAY) 198
Weergave onderbreken (STOP) .. 198
Wisselen van afspeelkant ...... 198
Snelspoelen 199
Muziektitels overslaan (CPS) ..... 199
Dolby* B-ruisonderdrukking ..... 199
Cassette-Remote 199
DSC CC 200
Weergave van video/dvd/tv .. 201
Weergave van video / dvd / tv starten 201
Wisselen tussen video 1 en 2 ..... 201
Weergave starten (PLAY) ...... 201
Weergave onderbreken (STOP) .. 201
Snelspoelen 201
Video Remote 201
TV Remote 202
Bediening van een TravelPilot .. 202
DSC 203
VIDEO instellen 204
Lees deze handleiding zorgvuldig door voordat u het apparaat in gebruik neemt en maak uzelf vertrouwd met het apparaat. Bewaar deze gebruiksaanwijzing in het voertuig voor als u later vragen hebt.
Mocht u toch nog vragen hebben omtrent de bediening, dan kunt u contact opnemen met de telefoonhotline in uw land (afhankelijk van het land evt. tegen kosten). De telefoonnummers en e-mailadressen vindt u op de achterzijde van dit boekje.
Verkeersveiligheid
De verkeersveiligheid gaat vóór alles. Bedien het apparaat alleen wanneer de verkeerssituatie dat toelaat. Maak uzelf voor het begin van de rit vertrouwd met het apparaat.
De akoestische waarschuwingssignalen van politie, brandweer en reddingsdiensten moeten in het voertuig tijdig waarneembaar zijn. Beluister daarom tijdens het rijden uw programma daarom alleen met een gepast geluidsvolume.
Aansluiting van extra apparaten (optie)
De CCU 01 is het centrale bedieningsgedeelte van de Coach Professional Line, waarmee u de audio- en beeldfuncties voor de bus apart voor de chauffeur (cockpit) en de passagiers (cabine) kunt instellen en aansturen. De CCU 01 kan alleen in combinatie met de versterker CPA 121 of CPA 81 worden gebruikt.
Let op:
De CCU 01 beschikt niet over een eigen display. Alle gegevens van de CCU 01 worden ofwel weergegeven via de optionele cassettespeler CCX 01, via het display van een als optie aangesloten TravelPilot Coach Professional, via het optionele multifunctionele display van de bus, of via de optionele displayeenheid CLX.
Op de CCU 01 kunt u de volgende extra apparaten aansluiten:
• Display- en cassette-eenheid CCX 01
Voor de weergave van de instellingen (display) en het afspelen van audiocassettes.
• Cd-wisselaars CDC
Twee cd-wisselaars voor het afspelen van cd's voor de cockpit en het cabinegedeelte.
• Videospeler, dvd-speler of tv-tuner
Twee videobronnen (video- resp. dvd-speler of tv-tuner) voor het afspelen van videobanden resp. dvd's of voor tv-ontvangst. Bij aansluiting van twee videobronnen is verder een audio-/video-wisselschakelaar nodig.
Voor navigatie en weergave van de navigatiekaart in het cabinegedeelte alsmede weergave van de CCU 01-displays.
• Displayeenheid CLX
Ter weergave van de achteruitrij-camera, de navigatie van de TravelPilot Coach Professional, het videosignaal en de weergave van de instellingen van de CCU 01 in combinatie met de TravelPilot Coach Professional (alleen geschikt voor integratie in het dashboard). De displayeenheid CLX zal vanaf 2002 leverbaar zijn.
In- en uitschakelen
Om het apparaat in of uit te schakelen hebt u diverse mogelijkheden tot uw beschikking. Bij het inschakelen van het apparaat worden de laatst gebruikte instellingen geactiveerd. Het apparaat speelt met het laatst beluisterde volume wanneer dit zich in het vooraf gedefinieerde bereik (min. volume t/m max. volume) bevindt.
U kunt het minimale en maximale volume voor het inschakelen instellen.
Druk op toets AUD 23. Kies "MORE" met de linker draai-/drukknop 25. Druk op de linker draai-/drukknop 25. Kies "* SET VOL" met de linker draai-/drukknop 25. Druk op de linker draai-/drukknop 25. Kies "MIN V" voor het minimale volume resp. "MAX V" voor het maximale volume met de linker draai-/drukknop 25. Druk op de linker draai-/drukknop 25. Stel het gewenste volume in met de linker draai-/drukknop 25. Houd toets ESC 26 ingedrukt totdat het menu verdwijnt.
In- en uitschakelen met de ON-toets
→ Om het apparaat in te schakelen drukt u op ON-toets ①. → Om het apparaat uit te schakelen houdt u toets ① langer dan twee seconden ingedrukt.
Inschakelen met de telefoon (optie)
Wanneer de telefoon wordt geactiveerd terwijl het apparaat is uitgeschakeld, schakelt het apparaat zichzelf in. Na het uitschakelen van de telefoon wordt het apparaat automatisch weer uitgeschakeld. Voorwaarde is dat de telefoon op de juiste wijze op het apparaat is aangesloten.
Inschakelen met de microfoon
Wanneer microfoon 1 (chauffeur) wordt geactiveerd terwijl het apparaat is uitgeschakeld, schakelt het apparaat zichzelf in. Na het uitschakelen van de telefoon wordt het apparaat automatisch weer uitgeschakeld. Voorwaarde is dat de microfoon op de juiste wijze met de meegeleverde adapterkabel op het apparaat is aangesloten.
Submenu's
Menuopties die een submenu hebben, zijn gekenmerkt met het symbool "*".
Volume instellen
Basisvolume instellen
Het basisvolume is voor het cockpit- en het cabinegedeelte apart instelbaar.
Om het basisvolume voor het cockpitgedeelte in te stellen draait u de linker draai-/drukknop 25. Om het basisvolume voor het cabinegedeelte in te stellen draait u de rechter draai-/drukknop ⑩.
Weergave van telefoongesprekken
Wanneer het apparaat is aangesloten op een mobiele telefoon, wordt bij een binnenkomend gesprek resp. bij het opnemen van de telefoon het geluid van de CCU 01 onderdrukt.
De CCU 01 gebruikt de systeem-luidsprekers in de cockpit voor de weergave van de telefoon en microfoon 1 als telefoonmicrofoon. Hiervoor moet de telefoon op de juiste wijze op het apparaat zijn aangesloten.
U kunt het basisvolume voor telefoon-gesprekken instellen (alleen CPA 121):
Druk op toets AUD 23. Kies "MORE" met de linker draai-/drukknop 25. Druk op de linker draai-/drukknop 25. Kies "* SET VOL" met de linker draai-/drukknop 25. Druk op de linker draai-/drukknop 25. Kies "PHONE" met de linker draai-/drukknop 25.
Druk op de linker draai-/drukknop 25. Stel het gewenste volume in met de linker draai-/drukknop 25. Houd toets ESC 26 ingedrukt totdat het menu verdwijnt.
Telefoon-mix
Tijdens een telefoongesprek kan op de achtergrond de audiobron worden beluisterd.
Om de verhouding van telefoon- en audiovolume in te stellen:
Tijdens het telefoongesprek draait u de linker draai-/drukknop 25 terwijl u deze ingedrukt houdt.
De waarde wordt opgeslagen.
Weergave van gesproken mededelingen
Wanneer het apparaat is aangesloten op een navigatiesysteem, wordt het geluid van het apparaat onderdrukt bij een gesproken mededeling. De CCU 01 gebruikt de systeemluidsprekers in de cockpit voor de gesproken mededeling. Hiervoor moet een navigatiesysteem op de juiste wijze op het apparaat zijn aangesloten.
U kunt het basisvolume voor gesproken mededelingen instellen (alleen CPA 121):
Druk op toets AUD 23. Kies "MORE" met de linker draai-/drukknop 25. Druk op de linker draai-/drukknop 25. Kies "SET VOL" met de linker draai-/drukknop 25.
Druk op de linker draai-/drukknop 25. Kies "NAV" met de linker draai-/drukknop 25. Druk op de linker draai-/drukknop 25. Stel het gewenste volume in met de linker draai-/drukknop 25. Houd toets ESC 26 ingedrukt totdat het menu verdwijnt.
Navigatie-mix
Tijdens een gesproken mededeling kan op de achtergrond de audiobron worden beluisterd.
Om de verhouding van navigatie- en audiovolume in te stellen:
Tijdens de gesproken mededeling draait u de linker draai-/drukknop ⑤ terwijl u deze ingedrukt houdt.
De waarde wordt opgeslagen.
Weergave van mededelingen via de microfoon
U hebt de mogelijkheid om drie externe microfoons (dynamisch) op het apparaat aan te sluiten. Microfoon 1 (MIC1) staat ter beschikking van de chauffeur, microfoon 2 en 3 (MIC 2 en MIC3) van de reisbegeleiding. Microfoon 1 heeft altijd voorrang op microfoon 2 en 3.
Het inschakelen van de microfoon onderbreekt de audioweergave. Wanneer de microfoon wordt uitgeschakeld, wordt de audiobron weergegeven.
Volume voor mededelingen met de microfoon instellen
Om het volume voor mededelingen met de microfoon in te stellen:
Draai de rechter draai-/drukknop ⑩ tijdens de microfoonweergave naar rechts of naar links om het volume te vergroten resp. te verkleinen.
Microfoon-mix
Tijdens een mededeling met MIC 2 of MIC3 kan op de achtergrond de audiobron worden beluisterd.
Om de verhouding van microfoon- en audiovolume (MIX) in te stellen:
Tijdens de microfoonweergave draait u de rechter draai-/drukknop ⑩ terwijl u deze ingedrukt houdt.
De waarden worden voor de microfoons afzonderlijk opgeslagen.
Bevestigingssignaal (pieptoon) in- en uitschakelen
Voor bepaalde handelingen, bv. langer ingedrukt houden van een toets, is een bevestigingssignaal (pieptoon) te horen. Deze pieptoon kan worden uitgeschakeld. Lees hiervoor het gedeelte "Pieptoon" in het hoofdstuk "DSC".
Klank instellen
U kunt de klankeigenschappen voor de cockpit en het cabinegedeelte apart instellen.
Bass instellen
Om de bass voor de cockpit resp. het cabinegedeelte in te stellen:
Druk op toets AUD ②3 voor de cockpit resp. AUD ⑧ voor het cabinegedeelte.
"BASS" wordt weergegeven.
Druk op de linker 25 resp. de rechter draai-/drukknop 10 voor cockpit resp. cabine.
De actuele waarde wordt weergegeven.
Om de waarde te veranderen:
Draai de linker 25 resp. de rechter draai-/drukknop 10 voor cockpit resp. cabine.
Om het menu te verlaten:
Houd de ESC-toets 26 voor het cockpitgedeelte resp. de ESC-toets 11 voor het cabinegedeelte langer dan twee seconden ingedrukt.
Treble instellen
Om de treble voor de cockpit resp. het cabinegedeelte in te stellen:
Druk op toets AUD ②3 voor de cockpit resp. AUD ⑧ voor het cabinegedeelte.
"BASS" wordt weergegeven.
Draai de linker 25 resp. de rechter draai-/drukknop 10 voor cockpit resp. cabine totdat "TREBLE" wordt weergegeven.
Druk op de linker 25 resp. de rechter draai-/drukknop 10 voor cockpit resp. cabine.
De actuele waarde wordt weergegeven.
Om de waarde te veranderen:
Draai de linker 25 resp. de rechter draai-/drukknop 10 voor cockpit resp. cabine.
Om het menu te verlaten:
Houd de ESC-toets 26 voor het cockpitgedeelte resp. de ESC-toets 11 voor het cabinegedeelte langer dan twee seconden ingedrukt.
Balans instellen (alleen cockpit)
Om de volumeverhouding links / rechts (balans) voor de cockpit in te stellen:
Druk op toets AUD 23.
"BASS" wordt weergegeven.
Draai de linker draai-/drukknop 25 tot "BALANCE" wordt weergegeven.
Druk op de linker draai-/drukknop 25.
De actuele waarde wordt weergegeven.
Om de waarde te veranderen:
Draai de linker draai-/drukknop 25.
Om het menu te verlaten:
Houd de ESC-toets 26 voor het cockpitgedeelte langer dan twee seconden ingedrukt.
Fader instellen (alleen cabine)
Om de volumeverhouding voor/achter (fader, alleen met de versterker CPA 121) voor het cabinegedeelte in te stellen:
Druk op toets AUD ⑧. "BASS" wordt weergegeven. Draai de rechter draai-/drukknop ⑩ tot "FADER" wordt weergegeven. Druk op de rechter draai-/drukknop ⑩.
De actuele waarde wordt weergegeven.
Om de waarde te veranderen:
Draai de rechter draai-/drukknop ⑩. Om het menu te verlaten: Houd de ESC-toets ⑪ voor het cabinegedeelte langer dan twee seconden ingedrukt.
Volumeniveau voor audiobronnen instellen
Omdat de diverse aansluitbare audiobronnen een verschillend uitgangsniveau hebben, kunt u de volumes aan elkaar aanpassen. Dit is zinnig om sprongen in het volume bij wisseling van audiobron te voorkomen. Het niveau kan voor elke bron worden ingesteld.
Druk tijdens de weergave van de audiobron waarvan het niveau moet worden ingesteld, op AUD-toets ② voor de cockpit resp. AUD-toets ⑧ voor de cabine.
Kies "MORE" met de linker draai-/drukknop 25. Druk kort op de desbetreffende draai-/drukknop. Kies "GAIN" met de desbetreffende draai-/drukknop. Druk kort op de desbetreffende draai-/drukknop.
De actuele waarde wordt weergegeven.
Om de waarde te veranderen:
Draai de desbetreffende draai-/drukknop voor de cockpit resp. de cabine. Om het menu te verlaten: Houd de ESC-toets 26 voor het cockpitgedeelte resp. de ESC-toets 11 voor het cabinegedeelte langer dan twee seconden ingedrukt.
Klank en volumeverhouding terugzetten op nul
U kunt de waarden voor klank en volumeverhouding laten terugzetten op nul.
Om de instellingen terug te zetten op nul:
Houd AUD-toets ⑧ of AUD-toets ②3 langer dan twee seconden ingedrukt, totdat "AUDIO-RESET" wordt weergegeven.
Radioweergave
Dit apparaat is uitgerust met een RDS-radio-ontvanger. Bijna alle ontvangbare FM-zenders zenden een signaal uit dat naast het programma ook informatie zoals de naam van de zender en het programmatype (PTY) bevat. De naam van de zender wordt, zodra deze kan worden ontvangen, op het display weergegeven. De belangrijkste functies van de radioweergave zijn te bedienen met de remote-toetsen ③ - ⑥.
Let op:
Met de als optie verkrijgbare cassette-speler CCX 01 wordt de bediening dankzij meerdere remote-toetsen verder vereenvoudigd.
Bovendien kunnen alle functies in de menu's "DSC TUNER" en "Radio Remote" worden in- en uitgeschakeld. Lees hiervoor de desbetreffende gedeelten aan het einde van het hoofdstuk "Radioweergave".
Let op:
De CCU 01 beschikt niet over een eigen display. Alle gegevens van de CCU 01 worden ofwel weergegeven via de optionele cassettespeler CCX 01, via het display van een als optie aangesloten TravelPilot Coach Professional, via het optionele multifunctionele display van de bus, of via de optionele displayeenheid CLX in combinatie met de TravelPilot Coach Professional.
Radioweergave inschakelen
Wanneer u de radioweergave voor de cockpit wilt inschakelen:
Druk op toets RADIO 21.
Wanneer u de radioweergave voor de cabine wilt inschakelen:
Druk op toets RADIO 14.
Let op:
Omdat het apparaat over één tuner beschikt, kunnen voor de cockpit en de cabine geen verschillende zenders worden gekozen.
RDS-comfortfuncties (AF, REG)
De RDS-comfortfuncties AF (alternatieve frequentie) en REG (regionaal) vergroten het prestatiespectrum van uw autoradio.
AF: Wanneer de AF-functie geactiveerd is, zoekt het apparaat op de achtergrond automatisch naar de als beste te ontvangen frequentie van de ingestelde zender.
REG: Sommige zenders verdelen hun programma op bepaalde tijden in regionale programma's met verschillende inhoud. Met REG ontvangt u alleen regionale programma's.
AF-functie in- en uitschakelen
De AF-functie wordt in het remote-menu van de radioweergave in- en uitgeschakeld. Lees hiervoor het gedeelte "Radio Remote" aan het einde van dit hoofdstuk.
REG in- en uitschakelen
De REG-functie wordt in het DSC-menu in- en uitgeschakeld. Lees hiervoor het gedeelte "DSC TUNER" aan het einde van dit hoofdstuk.
Let op:
Wanneer de REG-functie geactiveerd is, probeert de radio het regionale programma van een zender zo lang mogelijk te blijven ontvangen. Bij het verlaten van het uitzendgebied van het regionale programma dient u REG uit te schakelen.
Golfgebied / geheugenniveau kiezen
Met dit apparaat kunt u programma's op de frequentiebanden FM en AM (voor NAFTA-landen) resp. MW en LW (voor EUROPA) ontvangen. Voor het golfgebied FM zijn drie geheugenniveaus en voor het golfgebied AM één, resp. voor MW en LW elk één geheugenniveau beschikbaar. Op elk geheugenniveau kunnen zes zenders worden geprogrammeerd.
Geheugenniveau kiezen
Om te wisselen tussen de geheugenniveaus (FM1, FM2, FMT, AM resp. MW en LW):
Druk zo vaak op toets √④ dat het gewenste geheugenniveau wordt weergegeven.
Zenders instellen
U hebt verschillende mogelijkheden om zenders in te stellen.
Automatische zoekafstemming
Druk kort op toets << ③ of >> ⑥.
De eerstvolgende ontvangbare zender wordt ingesteld.
Gevoeligheid van de zoekafstemming instellen
U kunt kiezen of er alleen nabije of ook verder verwijderde zenders moeten worden ontvangen. Lees hiervoor "DISTANCE / LOCAL / MANUAL" in het gedeelte "DSC TUNER" aan het einde van dit hoofdstuk.
Verder kan via "LEVEL DX" en "LEVEL LO" worden ingesteld of er alleen sterke of ook zwakkere zenders moeten worden ingesteld.
Handmatig afstemmen op zenders
U kunt ook handmatig zenders instellen. Hiervoor moet "MANUAL" zijn ingeschakeld en de AF-functie gedeactiveerd zijn.
Lees hiervoor "DISTANCE / LOCAL / MANUAL" in het gedeelte "DSC TUNER" aan het einde van dit hoofdstuk.
Wanneer een zender meerdere programma's biedt, kunt u bladeren in deze zgn. 'zenderketen'.
Om deze functie te kunnen gebruiken, moet "MANUAL" zijn ingeschakeld en de AF-functie gedeactiveerd zijn.
Druk op toets << ③ resp. >> ⑥ om naar de vorige resp. de volgende zender in de keten te gaan.
Let op:
U kunt zo alleen wisselen tussen zenders die u minimaal eenmaal eerder ontvangen hebt. Gebruik hiervoor bv. de Travelstore-functie.
Zenders programmeren
Zenders handmatig programmeren
Kies met toets 4 het gewenste geheugenniveau FM1, FM2, FMT, AM resp. MW of LW. Druk zo vaak op toets ∧ ⑤ dat de gewenste geheugenpositie "P1...P6" wordt weergegeven. Stel de zender in (zie "Zenders instellen"). Houd toets ∧ ⑤ langer dan twee seconden ingedrukt.
Zenders automatisch programmeren (Travelstore)
U kunt de zes sterkste zenders uit de regio automatisch programmeren (alleen FM). De zenders worden opgeslagen op niveau FMT.
Let op:
Eerder op dit niveau opgeslagen zenders worden hierbij gewist.
Houd toets V ④ langer dan twee seconden ingedrukt.
Het programmeren begint. Nadat dit proces voltooid is, wordt de zender op geheugenpositie 1 van niveau FMT weergegeven.
Geprogrammeerde zenders oproepen
Kies het gewenste geheugenniveau met toets 4.
Druk zo vaak op toets ∧⑤ dat de gewenste geheugenpositie "P1...P6" wordt weergegeven.
Programmatype (PTY)
Naast de naam van de zender geven sommige FM-zenders ook informatie door over het type van hun programma. Deze informatie kan de CCU 01 ontvangen.
Zulke programmatypes kunnen bv. zijn: CULTURE TRAVEL JAZZ SPORT NEWS POP
ROCK CLASSICS
Met de PTY-functie kunt u gericht zenders met een bepaald programmatype kiezen.
PTY in- en uitschakelen
De PTY-functie wordt in- en uitgeschakeld in het DSC-menu. Lees hiervoor het gedeelte "DSC TUNER" aan het einde van dit hoofdstuk.
Programmatype kiezen en zoekdoorloop starten
Het programmatype wordt gekozen in het DSC-menu van de radioweergave.
Kies het programmatype.
Lees hiervoor het gedeelte "DSC TUNER" aan het einde van dit hoofdstuk.
→ Start de zoekafstemming.
Let op:
Zodra een andere zender uit de zenderketen op een later tijdstip het gewenste programmatype uitzendt, schakelt het apparaat automatisch over van de actuele zender op de zender met het gewenste programmatype.
Speciale PTY-functie Alarm
Programmatype 31 (alarm) is gereserveerd voor rampenmeldingen. Zodra een zender programmatype 31 uitzendt, wordt deze zender ingesteld. "ALARM" wordt weergegeven.
Storingsafhankelijke wisseling van bandbreedte (SHARX)
Met de functie SHARX hebt u de mogelijkheid om storingen door aangrenzende zenders in zeer hoge mate uit te sluiten (alleen FM). Schakel de SHARX-functie in bij een hoge zenderdichtheid. Lees hiervoor het gedeelte "DSC TUNER" aan het einde van dit hoofdstuk.
Radio Remote
(Menudiagram, pagina 322)
Alle functies van de radioweergave worden behalve met de remote-toetsen ③ - ⑥ ook aangestuurd via het Radio-Remote-menu.
Radio-Remote-menu oproepen
Om naar het Radio-Remote-menu te gaan:
Druk tijdens de radioweergave in het cockpit- of cabinegedeelte op de desbetreffende draai-/drukknop
⑲ voor de cockpit resp. ⑩ voor de cabine.
De eerste menuoptie uit het menu wordt weergegeven.
Let op:
Omdat de bediening na tien seconden automatisch overgaat van het cabine- op het cockpitgedeelte, dient u de draai-/drukknop eventueel tweemaal in te drukken om het cabinemenu te kiezen.
Met de eerste druk op de knop schakelt u over van cockpit op cabine. Met de tweede druk roept u het menu op.
Submenu's
Menuopties die een submenu hebben, zijn gekenmerkt met het symbool "*".
Menuopties in het Radio-Remote-menu kiezen
Om menuopties uit het menu te kiezen:
Draai terwijl het menu wordt weergegeven de desbetreffende draai-/drukknop 25 voor cockpit resp. 10 voor cabine.
De volgende resp. vorige menuoptie wordt weergegeven.
Instellingen in het Radio-Remote-menu wijzigen resp. bevestigen
Wanneer u een menuoptie in het menu wilt wijzigen resp. bevestigen:
Druk op de desbetreffende draai-/drukknop 25 voor cockpit resp. 10 voor cabine.
Wijziging overnemen, menu verlaten
Om gewijzigde instellingen over te nemen en het menu te verlaten:
Druk kort op de desbetreffende ESC-toets ②6 voor cockpit resp. ⑪ voor cabine.
Bij bepaalde keuzemogelijkheden wordt het menu na de keuze ook automatisch verlaten.
Het eerstvolgende, hogere niveau van het menu wordt weergegeven.
Om het Radio-Remote-menu te verlaten:
Houd de desbetreffende ESC-toets ② voor cockpit resp. ⑪ voor cabine langer dan twee seconden ingedrukt.
Instellingen in het Radio-Remote-menu
"< SEARCH": zoekafstemming achterwaarts
"SEARCH >": zoekafstemming voorwaarts
"*BAND": bevestig deze menu-optie om te kiezen tussen de golf-gebieden resp. de geheugenniveaus.
"*PRESET": bevestig deze menu-optie om te kiezen tussen de geheugenposities P1...P6.
"*AUDIO": hier kunnen de instellingen worden uitgevoerd zoals met de AUD-toets voor de cockpit resp. de cabine.
"*DSC TU": opent het DSC-menu voor de radioweergave.
"AF ON/OFF": kiezen tussen AF-functie aan of uit
"TA ON/OFF": kiezen tussen TA-functie aan of uit
DSC TUNER
(Menudiagram, pagina 325)
Bepaalde functies en basisinstellingen worden ingesteld via DSC-TUNER-menu van de radioweergave.
Let op:
Het kiezen en wijzigen van de menu-opties verloopt zoals in het Radio-Remote-menu.
DSC-TUNER-menu oproepen
Om in het DSC-TUNER-menu te komen:
Druk op toets DSC 12.
Het DSC-menu wordt weergegeven.
Kies en bevestig de menuoptie "*DSC TU".
Let op:
U kunt het DSC-TUNER-menu ook oproepen in het Radio-Remote-menu.
Instellingen in het DSC-TUNER-menu
"REG ON/OFF": schakelt de REG-functie in resp. uit.
"DISTANCE/ LOCAL/ MANUAL": kies hier of er alleen ver verwijderde of nabije zenders moeten worden ingesteld.
Let op:
Bij de instelling "MANUAL" is de zoekafstemming uitgeschakeld. U kunt de frequentie stapsgewijs wijzigen door op remote-toets ③ of ⑥ te drukken. De functie AF mag niet geactiveerd zijn.
"* PTY": in het submenu PTY kunt u met "PTY ON/OFF" de PTY-functie in- en uitschakelen en met "PTY SEL" het programmatype kiezen.
"LEVEL DX": kies deze menuoptie om in te stellen dat de zoek-afstemming ook zwakke zenders moet omvatten.
"LEVEL LO": kies deze menuoptie om in te stellen dat de zoek-afstemming alleen sterke zenders mag omvatten.
"SHARX ON/OFF": schakelt de SHARX-functie in- en uit.
"EUROPE / NAFTA": Kies de frequentieband EUROPA of NAFTA met de draai-/drukknop 25.
Ontvangst van verkeersinformatie
Voorrang voor verkeersinformatie in- en uitschakelen
Kies "TA ON" in het Radio-Remote-menu.
De voorrang voor verkeersinformatie is geactiveerd wanneer op het display "TA" wordt weergegeven.
Let op:
U hoort een waarschuwingstoon:
- wanneer u bij het beluisteren van een zender met verkeersinformatie het uitzendgebied van de ingestelde zender verlaat.
- wanneer u van een zender met verkeersinformatie wisselt naar een zender zonder verkeersinformatie.
Schakel dan ofwel de voorrang voor verkeersinformatie uit of stel een zender met verkeersinformatie in.
Volume voor verkeersinformatie instellen
U kunt het volume van de verkeersinformatie alleen voor het cockpitgedeelte instellen.
Druk op toets AUD 23.
Kies "*MORE" met de linker draai-/drukknop 25.
Druk op de linker draai-/drukknop 25.
Kies "*SET VOL" met de linker draai-/drukknop 25. Druk op de linker draai-/drukknop 25. Kies "TA V" met de linker draai-/drukknop 25. Druk op de linker draai-/drukknop 25. Stel het gewenste volume in met de linker draai-/drukknop 25. Houd toets ESC 26 ingedrukt totdat het menu wordt verlaten.
Cd-weergave (alleen CCU 01 CD)
U kunt met dit apparaat normaal in de handel verkrijgbare audio-cd's met een doorsnede van 8 en 12 cm afspelen.
⚠️ Gevaar voor vernieling van de cd-speler!
Cd's met contouren (shape cd's) zijn niet geschikt voor weergave. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor beschadiging van de cd-speler door ongeschikte cd's.
Cd-weergave starten
- Wanneer er zich nog geen cd in de speler bevindt: → Schuif de cd met de bedrukte zijde naar boven zonder forceren in de speler totdat u een weerstand voelt. De cd wordt automatisch naar binnen in de speler getransporteerd. Gebruik bij het plaatsen van de cd geen geweld. Het transport van de cd mag niet gehinderd of geholpen worden.
- Wanneer er zich al een cd in de speler bevindt: Druk op toets CC CD ②2 voor de cockpit of CC CD ⑬ voor het cabinegedeelte.
Let op:
Wanneer er een CCX 01 is aangesloten, wordt eerst de cassetteweergave ingeschakeld.
Druk dan opnieuw op toets CC CD ②2 voor de cockpit of CC CD ⑬13 voor het cabinegedeelte.
Weergave starten (PLAY)
Druk op toets 5.
Weergave beëindigen (STOP)
Druk op toets 4.
Titels kiezen
Druk op toets >> ⑥ of << ③ om de volgende resp. vorige titel te kiezen.
Wanneer toets << ③ eenmaal wordt ingedrukt, wordt de actuele titel opnieuw gestart.
Snelzoeken (hoorbaar)
Voor een snelle zoekdoorloop achterwaarts resp. voorwaarts:
Houd de toetsen >> ⑥ of << ③ ingedrukt totdat de snelle zoekdoorloop voorwaarts of achterwaarts begint.
Willekeurige weergave van de titels (MIX)
U kunt alle titels van een cd in willekeurige volgorde laten afspelen. Hiervoor moet de MIX-functie zijn ingeschakeld. Lees hiervoor het gedeelte "DSC CD" in dit hoofdstuk.
Cd verwijderen uit het apparaat
Om de cd te verwijderen uit het apparaat:
Druk op toets 7.
Het transport van de cd mag niet gehinderd of geholpen worden.
CD Remote
U kunt alle functies van de cd-weergave behalve met de remote-toetsen ③ - ⑥ ook aansturen via het Cd-Remote-menu.
De bediening via het remote-menu verloopt zoals beschreven onder "Radio Remote" in het hoofdstuk "Radio-weergave".
Cd-Remote-menu oproepen
Om naar het Cd-Remote-menu te gaan:
Druk tijdens de cd-weergave in het cockpit- of cabinegedeelte op de desbetreffende draai-/drukknop 25 voor de cockpit resp. 10 voor de cabine.
De eerste menuoptie uit het menu wordt weergegeven.
Instellingen in het Cd-Remote-menu
"TRACK-": vorige titel kiezen, actuele titel opnieuw starten.
"TRACK+": volgende titel kiezen.
"STOP": weergave stilzetten.
"PLAY": weergave voortzetten.
"* AUDIO": hier kunnen de instellingen worden uitgevoerd zoals met de AUD-toets voor de cockpit resp. de cabine.
"* DSC CD": opent het DSC-menu voor de cd-weergave.
DSC CD
De MIX-functie wordt aangestuurd via het DSC-menu van de cd-weergave.
Let op:
Het kiezen en wijzigen van de menu-opties verloopt zoals in het Radio-Remote-menu.
DSC-CD-menu oproepen
Om in het DSC-CD-menu te komen:
Druk op toets DSC 12.
Het DSC-menu wordt weergegeven.
Kies en bevestig de menuoptie "* DSC CD".
Let op:
U kunt het DSC-CD-menu ook oproepen in het Cd-Remote-menu.
Instellingen in het DSC-CD-menu
"MIX ON/OFF": schakelt de MIX-functie in respectievelijk uit.
Weergave van cd-wisselaar (optie)
Als accessoires kunnen twee cd-wisselaars CDC (24 V) worden aangesloten.
Attentie!
Bij aansluiting van de IDC A 09 (12 V) dient u de steekconnector in de aansluitkabel van de IDC uit elkaar te halen. Steek de meegeleverde tweeaderige kabel met zekeringhouder in de connector. Sluit de bedrijfsspanning (+, -) voor de cd-wisselaar (12 V, min. 3 A) via een spanningsomvormer aan op beide vrije uiteinden van de kabel (zie ook gebruiksaanwijzing cd-wisselaar, fig. 1).
Let op:
Informatie over de behandeling van cd's, het plaatsen van cd's en voor het onderhoud van de cd-wisselaar vindt u in de gebruiksaanwijzing van uw cd-wisselaar.
Weergave van cd-wisselaar starten
Druk op toets CDC 20 voor de cockpit of CDC 15 voor het cabinegedeelte.
De weergave begint met de eerste cd die de cd-wisselaar herkent.
Wisselen tussen cd-wisselaar 1 en 2
Druk opnieuw op toets CDC 20 voor de cockpit of CDC 15 voor het cabinegedeelte.
De andere cd-wisselaar wordt telkens geactiveerd.
Cd kiezen
Om op- of neerwaarts een andere cd te kiezen:
Druk een- of meermaals op toets 5 of 4 .
Titels kiezen
Om op- of neerwaarts een andere titel van de actuele cd te kiezen:
Druk een- of meermaals op toets << ③ of >> ⑥.
Snelzoeken (hoorbaar)
Voor een snelle zoekdoorloop achterwaarts resp. voorwaarts:
Houd de toetsen << ③ of >> ⑥ ingedrukt totdat de snelle zoekdoorloop achterwaarts of voorwaarts begint.
De zoekdoorloop stopt wanneer u de desbetreffende toets weer loslaat.
Willekeurige weergave van de titels (MIX)
U kunt alle titels van een cd in willekeurige volgorde laten afspelen. Hiervoor moet de MIX-functie ingeschakeld worden. De MIX-functie kan voor beide aangesloten apparaten apart worden ingesteld.
Het instellen gebeurt altijd voor de actieve cd-wisselaar. Lees hiervoor het gedeelte "DSC CDC" in dit hoofdstuk.
CDC Remote
U kunt alle functies van de cd-wisselaar-weergave behalve met de remote-toetsen ③ - ⑥ ook aansturen via het CDC-Remote-menu.
De bediening via het remote-menu verloopt zoals beschreven onder "Radio Remote" in het hoofdstuk "Radio-weergave".
CDC-Remote-menu oproepen
Om naar het CDC-Remote-menu te gaan:
Druk tijdens de cd-wisselaar-weergave in het cockpit- of cabine-gedeelte op de desbetreffende draai-/drukknop 25 voor de cockpit resp. 10 voor de cabine.
De eerste menuoptie uit het menu wordt weergegeven.
Instellingen in het CDC-Remote-menu
"TRACK-": vorige titel kiezen, actuele titel opnieuw starten.
"TRACK+": volgende titel kiezen.
"DISC-": vorige cd kiezen.
"DISC+": volgende cd kiezen.
"* AUDIO": hier kunnen de instellingen worden uitgevoerd zoals met de AUD-toets voor de cockpit resp. de cabine.
"* DSC CDC": opent het DSC-menu voor de cd-wisselaar-weergave.
DSC CDC
De MIX-functie wordt aangestuurd via het DSC CDC-menu van de cd-weergave.
Let op:
Het kiezen en wijzigen van de menu-opties verloopt zoals in het Radio-Remote-menu.
DSC-CDC-menu oproepen
Om in het DSC-CDC-menu te komen:
Druk op toets DSC 12.
Het DSC-menu wordt weergegeven.
Kies en bevestig de menuoptie "* DSC CDC" met het nummer van de desbetreffende cd-wisselaar.
Let op:
U kunt het DSC-CDC-menu ook oproepen in het CDC-Remote-menu.
Instellingen in het DSC-CDC-menu
"MIX ON/OFF": schakelt de MIX-functie in respectievelijk uit.
Cassetteweergave
Voor de weergave van audiocassettes kunt u het apparaat CCX 01 aansluiten.
Weergeven van cassettes
Wanneer er noch geen cassette in het apparaat zit:
→ Schuif de cassette met de open zijde naar rechts in de cassette-opening.
Wanneer er al een cd in de speler zit:
Druk op toets CC CD ②2 voor de cockpit of CC CD ⑬ voor het cabinegedeelte.
Weergave starten (PLAY)
Druk op toets 5.
De weergave begint met de kant die naar boven wijst.
Weergave onderbreken (STOP)
Druk op toets 4.
Wisselen van afspeelkant
Kant A kiezen
Houd toets ⬆ ⑤ langer dan twee seconden ingedrukt.
Kant B kiezen
Houd toets V④ langer dan twee seconden ingedrukt.
De looprichting wordt gewijzigd. Aan het einde van de band wordt automatisch overgeschakeld op de andere kant (autoreverse).
Snelspoelen
Snel vooruitspoelen
Druk op toets >> 6.
Snel terugspoelen
Druk op toets << ③.
Snelspoelen beëindigen
Druk op de tegenovergestelde toets.
De weergave wordt voortgezet.
Muziektitels overslaan (CPS)
Om de CPS-functie te kunnen gebruiken, dient u deze in het DSC-CC-menu in te schakelen. Lees hiervoor het gedeelte "DSC CC" in dit hoofdstuk.
Om de eerstvolgende of een verderop gelegen titel te kiezen:
Druk een- of meermaals op toets
⑥.
De band wordt vooruit gespoeld naar de eerstvolgende of de overeenkomstig verder gelegen titel.
Om een vorige titel te kiezen:
Druk een- of meermaals op toets << ③.
De band wordt teruggespoeld naar het begin van de actuele titel resp. overeenkomstig verder naar voren gelegen titel.
Dolby* B-ruisonderdrukking
Wanneer u een met het Dolby B-procédé opgenomen cassette afspeelt, dient u de Dolby-functie in te schakelen. Lees hiervoor het gedeelte "DSC CC" in dit hoofdstuk.
*Ruisonderdrukkingssysteem gefabriceerd onder licentie van Dolby Laboratories. Het woord Dolby en het symbool met de dubbele D zijn handelsmerken van Dolby Laboratories.
Cassette-Remote
U kunt alle functies van de cassette-weergave behalve met de remote-toetsen ③ - ⑥ ook aansturen via het Cassette-Remote-menu.
De bediening via het remote-menu verloopt zoals beschreven onder "Radio Remote" in het hoofdstuk "Radio-weergave".
Cassette-Remote-menu oproepen
Om naar het Cassette-Remote-menu te gaan:
Druk tijdens de cassetteweergave in het cockpit- of cabinegedeelte op de desbetreffende draai-/drukknop ② voor de cockpit resp. ⑩ voor de cabine.
De eerste menuoptie uit het menu wordt weergegeven.
Instellingen in het Cassette-Remote-menu
"REWIND": snelspoelen achterwaarts of "CPS-" wanneer CPS is ingeschakeld in het Cassette-DSC-menu.
"FORWARD": snelspoelen voorwaarts of "CPS+" wanneer CPS is ingeschakeld in het Cassette-DSC-menu.
"SIDE A": cassettekant A kiezen.
"SIDE B": cassettekant B kiezen.
"* AUDIO": hier kunnen de instellingen worden uitgevoerd zoals met de AUD-toets voor de cockpit resp. de cabine.
"* DSC CC": opent het DSC-menu voor de cassetteweergave.
DSC CC
De Dolby- en de CPS-functie worden aangestuurd via het DSC CC-menu van de cassetteweergave.
Let op:
Het kiezen en wijzigen van de menu-opties verloopt zoals in het Radio-Remote-menu
DSC-CC-menu oproepen
Om in het DSC-CC-menu te komen:
Druk op toets DSC 12.
Het DSC-menu wordt weergegeven.
Kies en bevestig de menuoptie "※ DSC CC".
Let op:
U kunt het DSC-CC-menu ook oproepen in het Cassette-Remote-menu.
Instellingen in het DSC-CC-menu
"DOLBY ON/OFF": schakelt de Dolby-functie in resp. uit.
"CPS ON/OFF": schakelt de CPS-functie in resp. uit.
Weergave van video / dvd / tv
Voor de weergave van video, dvd of televisie kunt u in totaal twee apparaten aansluiten.
Hoe u de videospeler, de dvd-speler of de tv-tuner bedient, kunt u lezen in de gebruiksaanwijzing van het desbetreffende apparaat.
Let op:
Wanneer er twee videobronnen moeten worden aangesloten, moet een extra wisselschakelaar voor audio/video worden aangesloten.
Weergave van video / dvd / tv starten
Druk op toets VIDEO ⑲ voor de cockpit of VIDEO ⑯ voor het cabinegedeelte.
Wisselen tussen video 1 en 2
Druk opnieuw op toets VIDEO ⑲ voor de cockpit of VIDEO ⑯ voor het cabinegedeelte.
Het andere apparaat wordt telkens geactiveerd.
Weergave starten (PLAY)
Druk op toets 5.
Weergave onderbreken (STOP)
Druk op toets 4.
Snelspoelen
Snel vooruitspoelen
Druk op toets >> ⑥.
Snel terugspoelen
Druk op toets << ③.
Snelspoelen beëindigen
Druk op de tegenovergestelde toets.
De weergave wordt voortgezet.
Video Remote
U kunt alle functies van de video-weergave behalve met de remote-toetsen ③ - ⑥ ook aansturen via het Video-Remote-menu.
De bediening via het remote-menu verloopt zoals beschreven onder "Radio Remote" in het hoofdstuk "Radio-weergave".
Video-Remote-menu oproepen
Om naar het Video-Remote-menu te gaan:
Druk tijdens de videoweergave in het cockpit- of cabinegedeelte op de desbetreffende draai-/drukknop ② voor de cockpit resp. ⑩ voor de cabine.
De eerste menuoptie uit het menu wordt weergegeven.
Instellingen in het Video-Remote-menu
"REWIND": snelspoelen achterwaarts.
"FORWARD": snelspoelen voorwaarts.
"STOP": weergave beëindigen.
"PLAY": weergave voortzetten.
"* AUDIO": hier kunnen de instellingen worden uitgevoerd zoals met de AUD-toets voor de cockpit resp. de cabine.
TV Remote
U kunt een tv-tuner aansluiten en deze kiezen als "VIDEO 2".
De bediening van de tv-tuner vindt plaats met de afstandsbediening van de tv-tuner. Lees hiervoor de gebruiksaanwijzing van de tv-tuner.
Er zijn ook tv-tuners die via de CCU 01 op afstand worden bediend. Lees hiervoor de gebruiksaanwijzing van de tv-tuner.
Bediening van een TravelPilot
Op het apparaat kan een TravelPilot Coach Professional worden aangesloten. De navigatie-informatie wordt in de cockpit weergegeven op het display van de TravelPilot of op de optionele displayeenheid CLX. In het cabine-gedeelte kan de kaartweergave van de TravelPilot op de aangesloten monitoren worden weergegeven.
Om de TravelPilot te bedienen:
Druk op toets NAV 24.
Let op:
Informatie over de behandeling van de TravelPilot vindt u in de gebruiksaanwijzing van de TravelPilot.
De remote-toetsen ③ - ⑥ van de CCU 01 komen overeen met de pijltoetsen op de afstandsbediening van de TravelPilot.
Het kiezen en bevestigen van menu- opties zoals met de OK-toets van de TravelPilot-afstandsbediening voert u uit door op de linker draai-/drukknop 25 te drukken.
De toetsen ⑰ en ⑱ (⚠) komen overeen met die op de TravelPilot-afstandsbediening.
Kaartweergave oproepen
Om de kaartweergave van de TravelPilot Coach Professional op de monitoren in het cabinegedeelte te laten weergeven (alleen in combinatie met CLX):
Druk op toets MAP ⑨.
DSC
U kunt enkele basisinstellingen van de CCU 01 wijzigen in het DSC-menu.
DSC-menu oproepen
Om in het DSC-menu te komen:
Druk op toets DSC 12.
De eerste menuoptie uit het DSC-menu wordt weergegeven.
Let op:
Menuopties die een submenu hebben, zijn gekenmerkt met het symbool "*".
Menuopties in het DSC-menu kiezen
Om menuopties te kiezen:
Draai terwijl het menu wordt weergegeven de rechter draai-/drukknop ⑩.
De volgende resp. vorige menuoptie wordt weergegeven.
Instellingen in het DSC-menu wijzigen resp. bevestigen
Wanneer u een menuoptie wilt wijzigen resp. bevestigen:
Druk op de rechter draai-/drukknop ⑩.
Wijziging overnemen, menu verlaten
Om gewijzigde instellingen over te nemen en het menu te verlaten:
Druk kort op de ESC-toets ⑪.
Het eerstvolgende, hogere niveau van het menu wordt weergegeven.
Om het DSC-menu te verlaten:
Houd de ESC-toets ⑪ langer dan twee seconden ingedrukt.
Multi-Audio System
Wanneer de bus is uitgerust met een meerkanaals-audiosysteem (MAS) voor de aansluiting van hoofdtelefoons op de zitplaatsen, dient u MAS in het DSC-menu in te schakelen.
Let op:
Wanneer MAS geactiveerd is, zijn alle op de CCU 01 aangesloten audio-bronnen permanent in bedrijf.
Druk op toets DSC 12. Druk zo vaak op de rechter draai-/drukknop ⑩ dat de gewenste instelling "MAS ON" resp. "MAS OFF" wordt weergegeven. Houd de ESC-toets ⑪ ingedrukt totdat het menu wordt verlaten.
Pieptoon (bevestigingssignaal)
Het bevestigingssignaal dat volgt op bepaalde handelingen, kan worden in- en uitgeschakeld.
Druk op toets DSC 12. Druk op de rechter draai-/drukknop ⑩. Draai de draai-/drukknop ⑩ totdat "BEEP" verschijnt. Druk op de rechter draai-/drukknop ⑩.
Om het BEEP-volume in te stellen tussen 1 en 9 resp. OFF:
Draai de rechter draai-/drukknop ⑩ zover als nodig links- of rechtsom. Houd de ESC-toets ⑪ ingedrukt totdat het menu wordt verlaten.
Kleur instellen
U kunt voor de toetsverlichting van de CCU 01 alsmede de toets- en displayverlichting van een aangesloten CCX 01 kiezen tussen de kleuren rood (RED), groen (GREEN) en geel (YELLOW).
Druk op toets DSC 12. Druk op de rechter draai-/drukknop ⑩. Kies "COLOUR" met de draai-/drukknop ⑩. Druk op de rechter draai-/drukknop ⑩. Kies met de rechter draai-/drukknop ⑩ de gewenste instelling "RED", "GREEN" of "YELLOW". Houd de ESC-toets ⑪ ingedrukt totdat het menu wordt verlaten.
AUX instellen
U kunt in plaats van de cd-wisselaar een andere externe audiobron met lineuitgang aansluiten. Zulke bronnen kunnen bv. een draagbare cd-speler, MiniDisc-speler of MP3-speler zijn.
Om deze mogelijkheid te gebruiken moet u de AUX-ingang inschakelen.
Let op:
Wanneer u een AUX-bron aansluit, kan deze niet op afstand worden bediend met de Remote-toetsen ③ - ⑥.
Druk op toets DSC 12. Druk op de rechter draai-/drukknop ⑩. Kies "AUX 1" resp. "AUX 2" met de draai-/drukknop ⑩. Druk zo vaak op de rechter draai-/drukknop ⑩ dat de gewenste instelling "AUX ON" resp. "AUX OFF" wordt weergegeven. Houd de ESC-toets ⑪ ingedrukt totdat het menu wordt verlaten.
VIDEO instellen
Met de CCU 01 kunt u twee video-bronnen aansturen via een audio/video-wisselschakelaar.
Hiervoor moet VIDEO 1 / VIDEO 2 worden geactiveerd.
Druk op toets DSC 12. Druk op de rechter draai-/drukknop ⑩. Kies "VID 1" resp. "VID 2" met de draai-/drukknop ⑩. Druk zo vaak op de rechter draai-/drukknop ⑩ dat de gewenste instelling "VID 1 ON/OFF" resp. "VID 2 ON/OFF" wordt weergegeven. Houd de ESC-toets ⑪ ingedrukt totdat het menu wordt verlaten.
Technische gegevens
CCX 01
Bedrijfsspanning: + 12 V via CPA
Frequentiebereik: 40 Hz - 14.000 Hz
Uitgangsniveau: 1,6 V
CCU 01 / CCU 01 - CD
Bedrijfsspanning: + 12 V via CPA
Frequentiegebieden EUROPA FM: 87,5 - 108 MHz MW: 531 - 1602 kHz LW: 153 - 279 kHz
NAFTA FM: 87,7 - 107,9 MHz AM: 531 - 1602 kHz
Frequentiebereik Tuner: 30 Hz - 15.000 Hz Cd: 20 Hz - 20.000 Hz
Ingangen, 3 x MIC: 1 mV, lage impedantie, dynamisch
Regel-in-/uitgangen: CLX (Coach LCD Extension), NAV, MAS
CPA 81 / CPA 121
Bedrijfsspanning: + 24 V
Stroomverbruik
stand-by : ≤ 100 mA incl.
CCX in CCU
Stroomverbruik
Nominaal uitgangsvermogen
Cockpit
(CPA 81/121): 2 x 20 W /
≥ 4 Ohm
Cabine (CPA 81) : 2 x 20 W /
≥ 4 Ohm
Cabine (CPA 121): 4 x 20 W /
≥ 4 Ohm
Wijzigingen voorbehouden!
Remote Menu
