GMV Multi Inverter - Airconditioner GREE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GMV Multi Inverter GREE in PDF-formaat.
| Producttype | Multi-split airconditioner (GMV Multi Inverter) |
| Merk | Gree |
| Modelreeks | GMV-R160W/NA-M, GMV-R450W3/NA-M, GMV-Pdm224W/NaB-M, GMV-Pdm280W/NaB-M |
| Koelcapaciteit (max.) | 16,0 – 45,0 kW (afhankelijk van model) |
| Verwarmingscapaciteit (max.) | 17,6 – 48,0 kW (afhankelijk van model) |
| Aantal aansluitbare binnendelen | Maximaal 16 binnendelen per systeem |
| Voeding buitendeel | 380-415V 3-fase ~50Hz |
| Voeding binnendeel | 220-240V 1-fase ~50Hz |
| Koelmiddel | R410A |
| Maximale totale leidinglengte | 500 m (≥60 kW), 300 m (20-60 kW) |
| Maximaal hoogteverschil (binnen-buiten) | 50 m (buiten boven), 40 m (buiten beneden) |
| Maximaal hoogteverschil (binnen-binnen) | 15 m |
| Filter | Luchtfilter (wasbaar) |
| Geluidsniveau buitendeel (ca.) | Afhankelijk van model, zie typeplaatje |
| Afmetingen buitendeel (ca.) | Zie installatiehandleiding per model |
| Gewicht buitendeel (ca.) | Zie installatiehandleiding per model |
| Onderhoud | Reinig filter elke 1-2 maanden; jaarlijkse inspectie door erkend installateur |
| Veiligheid | Aarding verplicht; werkschakelaar aanbevolen; veiligheidsvoorschriften in handleiding |
| Garantie | Raadpleeg algemene voorwaarden of leverancier |
| Installatie | Uitsluitend door STEK-erkend bedrijf |
Veelgestelde vragen - GMV Multi Inverter GREE
Gebruikersvragen over GMV Multi Inverter GREE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GMV Multi Inverter - GREE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GMV Multi Inverter van het merk GREE.
GEBRUIKSAANWIJZING GMV Multi Inverter GREE
Gefeliciteerd met uw aankoop van de Gree Airconditioning.
Lees voor het gebruik van de airco deze handleiding aandachtig door en bewaar de gebruiksaanwijzing zorgvuldig voor het juiste gebruik en onderhoud van uw apparaat.
Inhoudsopgave
-
Algemene voorwaarden 3
-
Veiligheidsvoorschriften 4
-
Voorzorgsmaatregelen 5
-
De buitenunit installeren 7
-
Aansluiten van binnen op buitendelen 14
-
Maximale leidinglengtes en hoogteverschillen 15
-
Y splitters monteren 18
-
Aansluiten data kabels 19
-
Beschrijving voor instellen DIP schakelaars van buitendeel 21
-
Installatie afvullen met koelmiddel 28
-
Controle na installatie 30
-
Diagram van geïntrigeerde systemen 31
-
Onderhoud 33
-
Storingen 34
-
Probleem oplossen 36
1. Algemene voorwaarden
- De totale capaciteit van alle binnendelen samen, mag nooit de capaciteit overschrijden van het bijbehorende buitendeel, anders zal de koel en/of verwarmingscapaciteit van alle toestellen afnemen.
- Zorg ervoor dat alles wordt conform de geldende normen wordt aangesloten. Plaats een werkschakelaar op het buitendeel en eventueel ook op de ringleiding van de binnendelen om deze separaat uit te kunnen schakelen. Zorg er tevens voor dat beide kringen voldoende zijn afgezekerd.
- Zorg ervoor dat de installatie voor een probleemloze start minimaal 8 uur van te voren is ingeschakeld.
- Nadat een binnendeel is uitgeschakeld, zal afhankelijk wat voor type, dit nog enige tijd nadraaien. Dit is normaal. Het zorgt ervoor dat er na het uitschakelen het toestel een droge verdamper heeft.
- Als er zich tijdens de opstart een storing voordoet, dan zal dit na 5 sec. op het display van het betreffende toestel worden weergegeven. Om deze storing op te heffen, schakel het toestel uit en start opnieuw. Mocht de storing opnieuw terug komen, neem dan contact op met uw installateur.
- Bij de eerste keer opstarten moet eerst voeding op de binnendelen worden gezet en daarna op het buitendeel, als beide elektrisch systemen separaat worden ingeschakeld. Als de ringleiding voeding van het buitendeel krijgt dan kunnen bij systemen tegelijk worden ingeschakeld.
2. Veiligheidsvoorschriften
- Lees voor het gebruik van de airco deze handleiding aandachtig door en volg de instructies nauwkeurig op.
- Speciale aandacht voor de twee volgende symbolen.
⚠ Waarschuwing: Dit symbool geeft aan dat verkeerd gebruik kan leiden tot ernstig letsel of zelfs de dood.
Let op: Dit symbool geeft aan dat verkeerd gebruik menselijk leed of materiële schade kan veroorzaken.

Waarschuwing!
* Laat uw airconditioning door een vakkundig, stek erkend bedrijf installeren. Dit voorkomt veel problemen.
* Hang de airconditioner aan een constructie die sterk genoeg is om het gewicht van de airconditioner te dragen zodat de unit niet valt; met alle materiële en immateriële schade tot gevolg.
* Installeer de afvoerpijp correct conform de installatie instructie. Neem goede voorzorgsmaatregelen om condensterugslag te voorkomen zodat waterlekkages voorkomen worden.
* Gebruik geen explosieve, licht ontvlambare, giftige of ander gevaarlijke stoffen in nabijheid van de airconditioner.
* Bij het waarnemen van een sterke geur of rook, schakel direct het toestel uit en neem contact op met uw leverancier.
* Zorg voor voldoende luchtstroom om tekort aan zuurstof te voorkomen.
* Steek geen handen of voorwerpen in de lucht in- of uitlaat. Dit kan heel gevaarlijk zijn.
* Check het apparaat regelmatig op beschadigingen, ook na langdurig gebruik.
* Probeer de airconditioner niet zelf te repareren of te verhangen. Dit kan leiden tot nog grotere schade.

Let op!
* Controleer voordat u tot installatie overgaat de aansluitspanning met de waarden op de typeplaat. Controleer tevens de veiligheidsvoorschriften.
* Controleer voor gebruik de juiste aansluiting van kabels, afvoeren en leidingen om het risico van waterlekkages en elektrische schokken uit te sluiten.
* De hoofdschakelaar van de airconditioninginstallatie moet goed geaard zijn. Gebruik hiervoor geen gasleiding, waterleiding, telefoonkabel etc.
* Als de airco opstart zal deze minimaal 5 minuten blijven draaien, dit om slijtage aan de compressor te voorkomen.
* Laat kinderen niet spelen met de airco.
* Bedien de airconditioner niet met natte handen.
* Schakel de hoofdstroom uit voordat u de airconditioner schoonmaakt of de luchtfilter verwisseld.
* Schakel de hoofdstroom uit indien de airco langdurig niet gebruikt wordt.
* Stel de airconditioner niet bloot aan corrosieve omgeving, (direct contact met water of condens).
* Plaats niets op de airconditioner. Blokkeer de luchtstroom niet.
* Na elektrische installatie moet de airconditioner gecontroleerd worden op lekstroom.
3. Voorzorgsmaatregelen
De airconditioner moet geïnstalleerd worden met in achtneming van alle veiligheidsvoorschriften. Indien de airconditioner deugdelijk is geïnstalleerd heeft de gebruiker veel plezier van zijn aankoop. Het is wettelijk verboden om de airconditioner zelf aan te sluiten. Neem contact op met uw dealer waar u het apparaat gekocht heeft of een ander STEK-erkend bedrijf om de unit professioneel te laten installeren conform de richtlijnen van de fabriek. Schakel de stroom nooit in voordat de installatie geheel is voltooid.
Locatie buitenunit
* Vermijdt direct zonlicht.
* Wees er zeker van dat de constructie waar de buitenunit geplaatst wordt stevig genoeg is om het gewicht van de buitenunit te dragen.
* De condensafvoer is op eenvoudige wijze naar buiten te leiden.
* De lucht in- en uitlaat mag niet geblokkeerd zijn.
* Koelleiding tussen binnen en buitenunit zijn eenvoudig te monteren.
* Installeer de unit niet in de nabijheid van licht ontvlambare of explosieve stoffen of omgeving waar ontploffingsgevaar of lekken van gas mogelijk is.
* Stel de airco niet bloot aan corrosieve omgeving, zware stof, zoute damp of zware condens.
Locatie binnenunit
*Plaats de buitenunit op een vlakke solide ondergrond.
*Plaats de buitenunit zo dicht mogelijk bij de binnenunit, minimaliseer bochten en lengten van de koelleiding.
*Vermijdt plaatsing onder een raam of tussen twee ramen in om geluid van de buitenunit binnen te voorkomen.
*Lucht in- en uitlaat mag niet geblokkeerd worden.
*Zorg voor voldoende ventilatie zodat de machine luchttoevoer en afvoer niet belemmerd wordt.
*Installeer de unit niet in de nabijheid van licht ontvlambare of explosieve stoffen of in een corrosieve omgeving, met zware stof, zoute damp of verontreinigde lucht.
Zorg dat de condensafvoer niet uitkomt op de lucht in- of uilaat van de buitenunit. Als de airco binnen op verwarmen staat kan dan het condenswater via de afvoerpijp op de bodem van de buitenunit vloeien. Als de buitentemperatuur onder de 0°C komt zal het condenswater bevriezen. Zorg ervoor dat de installatie van de buitenunit geen effect/invloed zal hebben op de stralingswarmte van de unit.
Let op!
Installatie op de volgende plaatsen kan problemen veroorzaken voor de airconditioner. Indien dit onvermijdbaar is neem dan contact op met uw Gree leverancier.
1) omgeving met machine olie
2) omgeving met zout houdende grond, bv in de nabijheid van de zee;
3 ) omgeving met sulfide gassen zoal bij een zwavel bron)
4) Omgeving met hoog frequentie installaties, bv radio apparatuur, electro magnetisch veld of bij medische apparatuur
5) Een leefmilieu met uitzonderlijke condities welke schadelijk is voor airco's.
Voorzorgsmaatregelen
Bekabeling
- Voer de installatie uit in overeenstemming met de aangegeven bekabeling instructies.
- Het voltage van de energietoevoer moet gelijk zijn aan het voltage van de buitenunit en gebruik speciale kabels voor airconditioning.
- Trek niet met geweld aan energiekabels. (voedingskabels)
- De elektrische installatie moet uitgevoerd worden met inachtneming van de wettelijke regels.
- De doorsnede van de soepele voedingskabel moet groot genoeg zijn, beschadigde voedingskabels en verbindingen moeten vervangen worden door kabels van hetzelfde soort.
- Verzeker je ervan dat de aarde goed is aangesloten door volgens de geldende richtlijnen. De voeding dient afdoende te zijn beveiligd door middel van een smeltveiligheid en een werkschakelaar, die het vermogen kan schakelen.
| Model | Capaciteit van de werk - schakelaar | Aanbevolen kabel(doorsnede x hoeveelheid) |
| GMV - R160W/NA-M | 20A | 2.5 mm^2 × 3 |
| GMV - R450W3/NA-M | 40A | 6.0 mm^2 × 5 |
| GMV -Pdm 224W/NaB-M | 32A | 6.0 mm^2 × 5 |
| GMV -Pdm 280W/NaB-M | 32A | 6.0 mm^2 × 5 |
Elektrische beveiliging (Aarden)
- Het apparaat moet goed geaard zijn.
- De tweekleurige kabel (geel en groen) in de unit is de aardedraad. Deze draad mag niet gebruikt worden voor andere doelen en het is verboden deze kabel af te knippen. Bevestig deze draad niet met geboorde schroeven, (risico op elektrische schokken).
- Het aarde van apparaten dient te geschieden conform de richtlijnen van de NEN 1010.
- De voedingkabels moeten deugdelijk geaard zijn. Het is verboden om de aardedraad aan te sluiten op de:
1 waterleiding
2 gasleiding
3 rioolafvoerpijp
4 Andere onbetrouwbare bevestigingsplaatsen (vraag professionals).
Geluid
- Installeer de airconditioner op een goed geventileerde plaats om een verminderde capaciteit en een hoger geluidsniveau te voorkomen.
- Installeer de airconditioning solide op een constructie die sterk genoeg is om het gewicht van de airco te dragen waardoor vibraties en een verhoogd geluidsniveau voorkomen worden.
- Installeer de buitenunit op zodanige wijze dat de afgevoerde warme lucht en het geluid van de unit de buren niet storen.
- Plaats geen obstakels dicht bij de uitlaat van de buitenunit om een verminderde werking van het apparaat te voorkomen.
- Indien de airconditioner tijdens gebruik een abnormaal geluid geeft, neem dan direct contact op met uw leverancier.
4. De buitenunit installeren
Voorzorgsmaatregelen voor installatie van de buitenunit
De locatie van de buitenunit moet voldoen aan de volgende richtlijnen om een goed functionerend apparaat te garanderen.
- De uitgeblazen warme lucht van de buitenunit mag niet retour gaan. Rondom de buitenunit moet voldoende plaats zijn om onderhoud uit te voeren aan de machine.
- De buitenunit moet in een goed geventileerde omgeving staan zodat de machine voldoende lucht kan opnemen en afvoeren. Zorg ervoor dat de lucht in- en uitlaat niet geblokkeerd zijn.
- Opstellingsconstructie van de buitenunit moet sterk genoeg zijn om het gewicht van de buitenunit te dragen, geluid te isoleren en trillingen te voorkomen. Wees er zeker van dat de luchtstroom en het geluid van de unit geen overlast bij buren veroorzaakt.
- Buitenunits moeten worden opgetild met daarvoor bestemd hefmateriaal. Bescherm de unit tijdens het heffen. Sla niet op de metalen delen om oxidatie te voorkomen.
- Voorkom plaatsing in het directe zonlicht
- De unit moet zo geïnstalleerd zijn dat regen en smeltwater afgevoerd kunnen worden van de installatie.
- Opstelling van de buitenunit moet dusdanig zijn dat de machine niet bedorven komt onder sneeuw of in de oliedamp of vervuiling staat.
- Om de geluidscondities te optimaliseren moet de buitenunit op rubber dempers of veerdempers geplaatst worden.
- Installatiebestek (afmeting) moet in overeenstemming zijn met deze handleiding. De buitenunit moet stevig geïnstalleerd worden op de locatie.
- De installatie moet geschieden door vakkundig erkend bedrijf.
Installatie buitendeel
- Schets van buitendelen GMV-Pdm224W/NaB en GMV-Pdm280W/NaB

De buitenunit installeren
- Schets van buitendelen GMV-R160W/Na-M GMV-R450W3/Na-M
GMV-R160W/Na-M

Minimale ruimtes t.o.v. muren voorwerpen e.d.
GMV-Pdm224W/NaB - GMV-Pdm280W/NaB - GMV-R450W3/Na-M

GMV-R160W/Na-M

De buitenunit installeren
Ruimtes rond het buitendeel
Als het buitendeel wordt omgeven door een of meerdere muren, hou dan de volgende afmetingen aan voor een goede werking.

Zorg ervoor dat er minimaal 3000 mm ruimte boven het toestel is. Als het toestel rondom vrij is dan moet de ruimte nog steeds 1500mm zijn. Als dit niet mogelijk is dan moet de beluchting d.m.v. kanalen worden gerealiseerd.
Ruimtes rond het buitendeel voor meerdere buitendelen
Hou altijd de bovenzijde open.
Als de voorkant of de zijkant open is, monteer dan alle buitendelen in dezelfde richting.

De buitenunit installeren
Opstelling van buitendelen met aan twee zijden een dicht wand.


Als de buitendelen aan twee zijden door muren zijn omgeven, installeer dan alle buitendelen in dezelfde richting.


De buitenunit installeren
Windrichtingen
Let tijdens montage op, uit welke windrichting de wind voornamelijk waait.

flowchart
graph TD
A["Goed"] --> B["Verse luchttoevoer eenzijdig (achterkant)"]
C["Goed"] --> D["Verse luchttoevoer eenzijdig (achterkant)"]
E["Fout"] --> F["In deze positie gemonteerd wordt de ontdooitijd verlengd"]
B <--> G["Verse luchttoevoer eenzijdig (achterkant)"]
D <--> H["Verse luchttoevoer eenzijdig (achterkant)"]
G <--> I[">1000"]
H <--> I
I --> J["Bescherming"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
style E fill:#f9f,stroke:#333
style F fill:#f9f,stroke:#333
style G fill:#ccf,stroke:#333
style H fill:#ccf,stroke:#333
style I fill:#ccf,stroke:#333
Sneeuw
Zorg ervoor dat bij sneeuw de in en uitgang voor verse lucht niet bedekt kunnen worden. Denk aan verhoogde opstanden of extra bescherming.

Stroom toevoer
LET OP: Het buitendeel en de binnendelen kunnen op verschillende voedingen aangesloten zijn. De binnendelen moeten echter wel op dezelfde stroomkring aangesloten zijn.
Controleer of dat beide stroomkringen separaat zijn afgezekerd.
De buitenunit installeren
Parallel aansluiten van buitendelen
De volgende drie aansluitingen zijn mogelijk:
- Parallel aansluiting op de zuigleiding tussen de modules
- Parallel aansluiting op de persleiding tussen de modules
- Parallel aansluiting op de olieleiding tussen de modules
Voor de parallel aansluiting op de zuig / pers leiding dient u gebruik te maken van Y stukken
| Model | Omschrijving | ||
| Voor het koppelen van enkel modules | ML 01/02 | ML 01/02Persgasleiding | ![]() |
| ML 01/02Zuiggasleiding | ![]() |
De modulaire modules moeten conform de capaciteit met de juiste leiding diameter worden aangesloten.
Het Y stuk is uitgevoerd met een Multi adapter, welke tijdens de montage op de juiste wijze moet worden afgesneden. Zie afbeelding

In het midden doorsnijden
Binnendelen met de buitendelen verbinden
In onderstaande tabel vindt u de leidingdiameters voor de individuele modules.
| Capaciteit per module C | Zuigleiding | Persleiding |
| C ≤ 280 | ∅ 22,2 / 7/8 | ∅ 9,52 / 3/8 |
| 280 < C ≤ 450 | ∅ 28,6 / 1 1/8 | ∅ 12,7 / 1/2 |
De buitenunit installeren
Parallel aansluiten van buitendelen
Als buitenmodules met meerdere modules worden samengebouwd, dan moeten de leidingdiameters hierop worden aangepast. Zie tabel
| Totale capaciteit van alle modules C | Zuigleiding | Persleiding |
| C≤280 | ∅22,2 / 7/8 | ∅9,52 / 3/8 |
| 280<C≤450 | ∅28,6 / 9/8 | ∅12,7 / 1/2 |
| 450<C≤670 | ∅28,6 / 9/8 | ∅15,9 / 5/8 |
| 670<C≤950 | ∅34,9 / 11/8 | ∅19,05 / 3/4 |
| 950<C≤1350 | ∅41,3 / 13/8 | ∅19,05 / 3/4 |
| 1350<C≤1600 | ∅44,5 / 15/8 | ∅22,2 / 7/8 |
| 1600<C | ∅54,1 / 17/8 | ∅25,4 / 1 |

5. Aansluiten van binnen op buiten delen
Aansluit varriant met Y verdeelstukken

flowchart
graph TD
A["Buitendeel"] --> B["Y verdeler"]
B --> C["Binkendeel"]
C --> D["Bekabelde afstandsbediening"]
D --> E["..."]
E --> F["..."]
F --> G["..."]
G --> H["..."]
H --> I["..."]
I --> J["..."]
Y verdelers FQ01A, FQ01B, FQ02, FQ03, FQ04
Kies de juiste verdeler uit onderstaande tabel
| Verzamelleiding naar alle binnendelen (X) | Model | |
| Y verdeler | X ≤ 200 | FQ01A/A |
| Y verdeler | 200 < X ≤ 300 | FQ01B/A |
| Y verdeler | 300 < X ≤ 700 | FQ02/A |
| Y verdeler | 700 < X ≤ 1350 | FQ03/A |
| Y verdeler | 1350 < X | FQ04/A |
De diameter van de leiding tussen de systemen is afhankelijk van de capaciteit van het toestel
6. Maximale leidinglengtes en hoogteverschillen

flowchart
graph TD
A["Buitendeel"] -->|L1| B["Eerste Splitter"]
B --> C["L5"]
C --> D["L6"]
D --> E["Binnendeel"]
D --> F["L7"]
F --> G["f"]
F --> H["g"]
F --> I["h"]
F --> J["i"]
D --> K["L8"]
K --> L["Equivalente lengte van de verst aangesloten koelleiding L"]
K --> M["Equivalente lengte van de verst aangesloten koelleiding op de eerste splitter L"]
A --> N["Hoogte verschil tussen binnendelen H"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style N fill:#ccf,stroke:#333
Toestellen met een capaciteit van 60 kW of meer.
| Max. leidinglengte | Opgetelde afstand | ||
| Totale lengte gemonteerde koelleiding | 500 | L1+L2+...+L7+L8+a+b +...+h+i | |
| Lengte vanaf de verst gemonteerde leiding | gebruikte lengte | 150 | L1+L5+L6+L7+L8+i |
| Vooraf berekende lengte | 175 | L5+L6+L7+L7+i | |
| Horizontale lengte vanaf de eerste splitter naar de verst gemonteerde leiding | 50 | ||
| Hoogteverschil tussen binnen- en buitenunit | Buitenunit boven | 50 | |
| Buitenunit beneden | 40 | ||
| Hoogteverschil tussen binnen en binnenunit | 15 | ||
Toestellen met een capaciteit van 20 kW tot60 kW.
| Max. leidinglengte | Opgetelde afstand | ||
| Totale lengte gemonteerde koelleiding | 300 | L1+L2+L3+L4+L5+L6+a+b+...+i+j | |
| Lengte vanaf de verst gemonteerde leiding | gebruikte lengte | 100 | L1+L3+L4+L5+L6+j |
| Vooraf berekende lengte | 125 | L3+L4+L5+L6+j | |
| Horizontale lengte vanaf de eerste splitter naar de verst gemonteerde leiding | 40 | ||
| Hoogteverschil tussen binnen- en buitenunit | Buitenunit boven | 50 | |
| Buitenunit beneden | 40 | ||
| Hoogteverschil tussen binnen en binnenunit | 15 | ||
\* Doorsnede van de verbindingsleiding
- The hoofdleiding vanaf de buitenunit tot aan de 1 ste splitter moet dezelfde doorsnede hebben als de gemonteerde leiding vanaf de buitenunit.
- Doorsnede van de aangebrachte leiding tussen de splitters wordt geselecteerd aan de hand van de capaciteit van de totale binnenunits. De capaciteit van de buitenunit zal bepalend zijn indien de capaciteit van de binnenunits groter is dan die van de buitenunit.
Doorsnede van de splitters
| Totale capaciteit van alle binnenunits. | Zuigleiding | persleiding |
| Minder dan 80 | 15.9 / 5/8 | 9.52 / 3/8 |
| Tussen 80 en 140 | 19.05 3/4 | 12.7 / 1/2 |
| Tussen 140 en 180 | 22.2 / 7/8 | 12.7 / 1/2 |
| Tussen 180 en 220 | 25.4 / 8/8 | 12.7 / 1/2 |
| Tussen 220 en 300 | 28.6 / 9/8 | 12.7 1/2 |
- De aangebrachte leiding van Splitter naar binnen unit heeft dezelfde doorsnede als de leiding aan de binnenunit. Indien de afstand van de eerste Splitter naar de binnen unit meer dan 30 meter bedraagt, de koelleiding aan de luchtzijde van de eerste Splitter naar deze binnen unit kan 1 maat kleinere doorsnede hebben.
Doorsnede van toegepaste binnenunit koelleiding
| Capaciteit van de binnenunits. | Zuigleiding | persleiding |
| Model 20 & 25 | 9.52 / 3/8 | 6.35 / 1/4 |
| Model 30 & 35 | 12.7 / 1/2 | 6.35 / 1/4 |
| Model 40, 45 & 50 | 12.7 / 1/2 | 9.52 / 3/8 |
| Model 60, 70 & 80 | 15.9 / 5/8 | 9.52 / 3/8 |
| Model 100 & 120 | 19.05 / 3/4 | 12.7 / 1/2 |
⚠️ Verbinden van uitgaande leiding voor binnen- en buitenunit

* Zie de afbeelding voor de aanzetmomenten om de verbindingen aan te draaien.
* Breng het uitgezette eind van de koperen leiding (flare) in een lijn met het centrum van de van koperdraad voorziene aansluiting. Draai de flare verbinding aan met de hand.
* Draai de flareverbinding aan met een schroefsleutel tot je 'klik'hoort.
* Bochten niet te scherp maken anders knikt deze. Gebruik een buigtang om de koelleiding te buigen.
* Omwikkel de koelleiding en koppelingen met isolatiemateriaal. Plak dit zorgvuldig vast.
| Leiding diameter mm | Wanddikte van de leiding mm | Draaimoment N.m |
| Φ 6,35 (1/4) | ≥ 0,5 | 15-30 |
| Φ 9,52 (3/8) | ≥ 0,71 | 30-40 |
| Φ 12,7 (1/2) | ≥ 1 | 45-50 |
| Φ 15,9 (5/8) | ≥ 1 | 60-65 |
| Φ 19,05 (3/4) | ≥ 1 | 70-75 |
| Φ 22,22 (7/8) | ≥ 1 | 70-75 |

Let op:
- Trek niet hard aan de koelleiding die aan de binnenunit verbonden is om scheuren van de capillaire leidingen en andere koppelingen te voorkomen.
- De buizen in het binnendeel worden ondersteund door beugels.
7. Y splitters monteren
1. Y-type splitter

* De splitter is uitgerust met een verloopstuk zodat de diameter van verschillende pijpen aangepast kan worden. Als de aansluitpijp een andere diameter heeft dan de splitter, gebruik de pijpensnijder om het midden van de pijp te snijden met de verschillende diameters en verwijder de bramen.

* Splitters moeten in altijd in horizontale (vlak) richting geplaatst worden. Zorg ervoor dat zowel de zuig als pers splitter in dezelfde stand wordt gemonteerd.
* Voor de inlaatzijde van de splitter moet een rechte pijp van minstens 300mm gemonteerd zijn. De minimale afstand tussen de verschillende onderdelen moet 800mm bedragen. Zie afbeelding.

* Aan de perszijde moet het gebruikte isolatiemateriaal bestand zijn tegen temperaturen van 120°C of een nog hogere temperatuur, evenals de isolatie van splitters. Gebruik geen foam isolatie rondom splitters als warmte isolatie. Om lekken aan vloeistofleidingen te voorkomen is het vereist om de twee uiteinde van de verschillende isolatiematerialen deugdelijk (uiteinde aan uiteinde) aan elkaar te plakken, bv het foam materiaal bij de splitter met de warmteïsolatie.
Let op!
Bij een multi split systeem moet elke leiding gemerkt worden om de leidingen te herkennen en foute aansluiting te voorkomen.
Installatie van een beveiligingslaag rondom de koelleiding.
- Om condens- en waterlekkage aan de koelleiding te voorkomen moet de zuig- en persleiding goed en naadloos geïsoleerd worden.
- De verbindingen tussen de binnen- en de buitenunit moeten zo aangebracht zijn dat er geen ruimte tussen het isolatiemateriaal en het wandoppervlak van de leiding.

8. Aansluiten van de data kabels
Verwijder van alle binnendelen de bescherming van het elektronische gedeelte. Voer de kabels in door de daarvoor bestemde openingen. Controleer of alle kabels zijn aangesloten volgens onderstaand schakelschema. Gebruik de daarvoor bestemde trekontlastingen.
Zorg ervoor dat de datakabels niet samen met de voeding bij elkaar worden gebonden.
Monteer de beschermplaat weer.

flowchart
graph TD
A["3N-380V 150 Hz QF"] --> B["Buitendeel 1"]
B --> C["Aansluit Idemmen L1L2L3N"]
B --> D["Aansluit printplaat CN1"]
C --> E["Datakabel"]
D --> F["Naar Toestel 1/ Binnendeel Nr.1"]
D --> G["Naar Toestel 2/ Binnendeel Nr.1"]
H["Buitendeel 2"] --> I["Aansluit Ienomen L1L2L3N"]
H --> J["Aansluit printplaat CN1"]
I --> K["Datakabel"]
J --> L["Naar Toestel 2/ Binnendeel Nr.1"]
M["Buitendeel n (max.4)"] --> N["Aansluit Idemmen L1L2L3N"]
M --> O["Aansluit printplaat CN1"]
N --> P["Datakabel"]
O --> Q["Naar Toestel n/ Binnendeel Nr.1"]

flowchart
graph LR
A["Buitendoeel A"] -->|Data kabel| B["Binnendeel A"]
B -->|Data kabel| C["Binnendeel B"]
C -->|Data kabel| D["Binnendeel n"]
D -->|Afsluit weerstand (bijgeleverd)| E["Ground"]
A -->|Voeding 3N~380V 50 Hz| F["Ground"]
B -->|Voeding 230 V - 50 Hz| G["Ground"]
C -->|Voeding 230 V - 50 Hz| H["Ground"]
D -->|Voeding 230 V - 50 Hz| I["Ground"]
Sluit de datakabels aan zoals hierboven word uitgelegd.
Gebruik hiervoor de bijgeleverde 2 aderige kabel (3 Pins). Deze kabel wordt gebruikt voor het aansluiten van de binnendelen en het buitendeel.
Aan een buitendeel kunnen Max. 16 binnendelen worden aangesloten.
Datakabel voor de binnendelen
Gebruik bovenstaand schema om alle binnendelen aan te sluiten. Controleer of alles op dezelfde manier (+ en-) word aangesloten.
Beschrijving voor instellen DIP schakelaars van binnendeel Aansluiten van de data kabels
Ieder binnendeel moet een eigen adres krijgen, per systeem. Op een buitendeel kunnen max. 16 binnendelen aangesloten worden. Ieder adres kan maar één keer worden gebruikt. De adres getallen gaan van 1 tot 16
Op iedere printplaat van een binnendeel zijn twee DIP schakelaars geplaatst. Één schakelaar is voor de capaciteit en de andere voor het adres. De Capaciteit schakelaar is af fabriek al ingesteld en verzegeld. D.m.v. de tweede schakelaar kunnen we het adres instellen. Adressen, worden volgens onderstaande tabel toegewezen.
| DIP 1 - 4 voor adressen | |||||||||
| Instelling DIP Schakelaar | |||||||||
| 4 | 3 | 2 | 1 | Toegewezen Adres | 4 | 3 | 2 | 1 | Toegewezen Adres |
| 0 | 0 | 0 | 0 | 1 | 1 | 0 | 0 | 0 | 9 |
| 0 | 0 | 0 | 1 | 2 | 1 | 0 | 0 | 1 | 10 |
| 0 | 0 | 1 | 0 | 3 | 1 | 0 | 1 | 0 | 11 |
| 0 | 0 | 1 | 1 | 4 | 1 | 0 | 1 | 1 | 12 |
| 0 | 1 | 0 | 0 | 5 | 1 | 1 | 0 | 0 | 13 |
| 0 | 1 | 0 | 1 | 6 | 1 | 1 | 0 | 1 | 14 |
| 0 | 1 | 1 | 0 | 7 | 1 | 1 | 1 | 0 | 15 |
| 0 | 1 | 1 | 1 | 8 | 1 | 1 | 1 | 1 | 16 |
| Opmerking: "0" betekend "ON" | |||||||||
9. Beschrijving voor instellen DIP schakelaars van buitendeel
Bij het buitendeel horen diverse instellingen, Transit adres, kwantiteit code van de aangesloten modules, de adres code en de capaciteit code.
- De 4-bit schakelaar op de hoofdprint SW1 regelt de kwantiteit code. Alle codes moeten op "ON" staan (0000), deze moet standaard hierop ingesteld staan om normaal te functioneren.
- De 2-bit schakelaar op de hoofdprint SW2 zorgt voor de adres code. Beide schakelaars moeten op "ON" staan (00).
- De 2-bit schakelaar op de hoofdprint SW3 zorgt voor de transit code. Beide schakelaars moeten op "ON" staan (00).
- De 3-bit schakelaar op de hoofdprint S2 zorgt voor de capaciteit van de module. Deze code is al af fabriek ingesteld en kan derhalve niet worden veranderd.
| DIP schakelaar SW1 | ||||
| 4 | 3 | 2 | 1 | |
| 0 | 0 | 0 | 0 | 22,4 kW |
| 0 | 0 | 1 | 1 | 28 kW |
| 0 | 1 | 0 | 1 | 33,5 kW |
| 0 | 1 | 1 | 1 | 40 kW |
| 1 | 0 | 0 | 0 | 45 kW |
| 1 | 0 | 0 | 1 | 50,4 kW |
| Opmerking: "O" betekend "ON" | ||||
| DIP schakelaar SW2 | ||
| 2 | 1 | |
| 0 | 0 | 1 |
| 0 | 1 | 2 |
| 1 | 0 | 3 |
| 1 | 1 | 4 |
| Opmerking: "O" betekend "ON" | ||
| DIP schakelaar SW3 | ||
| 2 | 1 | |
| 0 | 0 | 1 |
| 0 | 1 | 2 |
| 1 | 0 | 3 |
| 1 | 1 | 4 |
| Opmerking: "0" betekend "ON" Let op dat dit overeenkomt met het adres van de module. | ||
| DIP schakelaar S2 | |||
| 3 | 2 | 1 | |
| 0 | 0 | 0 | 1 |
| 0 | 0 | 1 | 2 |
| 0 | 1 | 0 | 3 |
| 0 | 1 | 1 | 4 |
| Opmerking: "0" betekend "ON" Let op dat dit overeenkomt met het adres van de module. | |||
Beschrijving voor instellen DIP schakelaars van buitendeel
Plaats van de DIP schakelaar op de printen van het buitendeel


Positie van de DIP schakelaar op de transitprint in het buitendeel.
Beschrijving voor instellen DIP schakelaars van buitendeel
Schakelschema buitendeel

Dit schema is een schematische weergave, voor het juiste schema zie schema van het buitendeel.
Beschrijving voor instellen DIP schakelaars van buitendeel
Elektrische aansluiting

Dit een weergave van een aansluitschema, voor het juiste aansluitschema zie sticker in het buitendeel.
Beschrijving voor instellen DIP schakelaars van buitendeel
Uitleg van het moederbord AP1 in het buitendeel

| 1= Transformator ingang | 2= Elektronisch expansieventiel | 3= Transformator Uitgang | 4= Communicatie Poort vent. en compressor | 5= Wordt niet Gebruikt | 6= Wordt niet gebruikt | 7= Com poort Jack paneel Verdere modulen | 8= Led aanduiding Module status |
| 9= Lage druk sensor | 10= Hoge druk Sensor | 11= Wordt niet gebruikt | 12= Wordt niet gebruikt | 13-15= Uitlaat temperatuur Sensor | 16= Wordt niet gebruikt | ||
| 17-19= Compressor | 20= Uitlaat temperatuur Sensor | 21= Wordt niet gebruikt | 22= Wordt niet gebruikt | 23= Wordt niet gebruikt | 24= Uitstroom buis Temperatuur sensor | ||
| 25= Midden buis Temperatuur sensor | 26= Aanvoer Temperatuur Sensor | 27= Omgeving Temperatuur Sensor | 28= Capaciteitscode (SW1) | 29= Kwantiteit Module code (SW2) | 30= Adres modulen Code (SW3) | 31= Wordt niet gebruikt | 32= Wordt niet gebruikt |
| 33= Wordt niet gebruikt | 34= Wordt niet gebruikt | 35= Wordt niet gebruikt | 36= Drukknop 3 | 37= Wordt niet gebruikt | 38= Overstroom beveiliging | 39= Wordt niet gebruikt | 40= Hoge druk beveiliging schakelaar |
| 41= Wordt niet gebruikt | 42= Wordt niet gebruikt | 43= Capillair magneet ventiel | 44= Wordt niet gebruikt | 45= AC thermische beveiliging | 46= AC thermische beveiliging | 47= Wordt niet gebruikt | 48= Wordt niet gebruikt |
| 49= Vloelstof Bypass ventiel | 50= Wordt niet gebruikt | 51= Wordt niet gebruikt | 52= Wordt niet gebruikt | 53= C ventiel | 54= A ventiel | 55= Gas Bypass ventiel | 56= 4 weg klep |
| 57= Stroom voorziening |
Beschrijving voor instellen DIP schakelaars van buitendeel
Uitleg van de print plaat voor de compressoren

| 1=Wordt niet Gebruikt | 2=Naar gelijkrichter + X44 | 3=LED aanduiding van module status | 4=Wordt niet Gebruikt | 5=Aansluitklemmen |
| 6=Aansluitklemmen | 7=Naar gelijkrichter + X55 | 8=Voeding L3 | 9=Naar gelijkrichter + X11 | 10=Voeding L2 |
| 11=Naar gelijkrichter + X44 | 12=Voeding L1 | 13=Naar gelijkrichter + X33 | 14=N | 21=Carterverwarming |
| 16=Wordt niet gebruikt | 17=Wordt niet gebruikt | 18=Wordt niet gebruikt | 19=Communicatie verbinding met de hoofdprint | 20=Wordt niet gebruikt |
| 21=Wordt niet gebruikt | 22=Wordt niet gebruikt | 23=Wordt niet gebruikt | 24=Wordt niet gebruikt | 25=Wordt niet gebruikt |
| 26=W fase aansluiting compressor | 27=V fase aansluiting compressor | 28=U fase aansluiting compressor |
Beschrijving voor instellen DIP schakelaars van buitendeel
Uitleg van de print plaat voor de filter

| 1=Aarde | 2=Voeding in N | 3=Voeding in L3 | 4=Voeding in L2 | 5=Voeding in L1 |
| 6=Uitgang L1 | 7=Uitgang L2 | 8=Uitgang L1 | 9=Uitgang N |
Beschrijving voor instellen DIP schakelaars van buitendeel
Diverse andere printplaten in het buitendeel

| 1=Adres codering aansluiting | 2=Communicatie aansluiting met hoofdprint | 3=Communicatie aansluiting met hoofdprint | 4=Led aanduiding module | 5=U fase ventilator |
| 6= | 7= | 8= | 9= | |
| V fase ventilator | W fase ventilator | Oververhitting beveiliging ventilator interface | Nul aansluiting |
10. Installatie afvullen met koelmiddel
- Het buitendeel wordt af fabriek al voorgevuld met koelmiddel. Na het installeren van de externe koelleidingen en binnendelen moet er extra worden bijgevuld.
- Controleer of beide kranen zuig en pers dicht staan.
- Pers eerst de gehele installatie af volgens de geldende richtlijnen en controleer of er geen lekker zijn. Sluit vervolgens de manometer set en de vacuümpomp aan volgens onderstaande afbeelding.


- Als alles is gecontroleerd en er zijn geen lekken geconstateerd, dan kan het benodigde koelmiddel (R410A) erin. Indien de benodigde hoeveelheid niet in een keer in het systeem gaat, schakel dan de installatie in en trek de vloeistof op deze manier het systeem in. Mocht de omgevingstemperatuur zo laag zijn, dat het toestel alleen maar in verwarming kan worden ingeschakeld, gebruik dan de aansluiting zoals op onderstaande afbeelding.

Persgas leiding
Zuiggas leiding
Vloeistof vulnippel
Olie vereffenings kraan
OPMERKING
- Het vullen van vloeistof via de extra vulnippel, mag alleen als het op de normale manier niet gaat.
- Bij het vullen van koelmiddel tijdens bedrijf, moeten beide kranen ,vloeistof en gas open zijn.
11. Controle na installatie
| Controlepunten | Probleem na installatie | Test |
| Is het toestel goed gemonteerd? | Het toestel kan naar beneden vallen of, er kan vibratie ontstaan | |
| Is er een lek test gedaan? | Kan ontoereikend koel of verwarming vermogen geven | |
| Is alles goed geïsoleerd | Kan condensatie problemen veroorzaken en lekkage | |
| Is de condens afvoer getest? | Kan condensatie problemen veroorzaken en lekkage | |
| Is de aansluitspanning gecontroleerd? | Kan kortsluiting / brand veroorzaken | |
| Zijn kabels en buizen goed aangesloten? | Kan kortsluiting / brand veroorzaken | |
| Is het toestel goed geaard? | Overspanning gevaar | |
| Zijn de juiste kabel diameters gebruikt? | Kan kortsluiting / brand veroorzaken | |
| Kan de lucht in of uitblaas probleemloos uitblazen / aanzuigen? | Kan te weinig koel of verwarming capaciteit leveren | |
| Zijn de juiste koelleidingen toegepast? | Kan allerlei problemen veroorzaken |
Test
1. Inspectie voor de test
- Controleer of er beschadigingen of andere dingen zijn die voor problemen kunnen zorgen.
- Controleer of de voeding op de juiste plaatsen zijn aangesloten en of de fasen (draairichting) allemaal op de juiste plaats zitten.
- Controleer de draairichting van de ventilator.
- Controleer of alle kranen die open moeten zijn ook open zijn.
2. Test
- Nadat alles is gecontroleerd wat hierboven wordt genoemd, moet de test door een erkend person worden uitgevoerd.
- Schakel de voeding in en bedien de toestellen d.m.v. de afstandsbediening.
- De ventilator en compressor van het buitendeel moeten binnen 1 minuut compleet zijn opgestart.
- Als men na het opstarten van de compressor een abnormaal geluid hoort, schakel dan direct de installatie uit en controleer de installatie.
12. Diagram van geïntegreerde systemen

flowchart
graph TD
A["Buiten unit"] --> B["Cassette"]
A --> C["Vloer model"]
A --> D["Wand model"]
A --> E["Duct model"]
DC Inverter Multi Connected airconditioners (GMV) bestaan uit een buitendeel en maximaal 16 binnendelen. het binnendeel kan zijn, een cassette, een wand, een satelliet en een vloermodel. De binnendelen worden bediend met een afstandsbediening en een bedrade bediening. Wanneer één binnendeel een commando krijgt zal de buitenunit opstarten Als alle binnendelen stoppen zal het buitenunit ook stoppen.
Binnendelen
| Model | Koelen capaciteit (kW) | Verwarmen capaciteit (kW) | Voeding | Uitvoering |
| 220-240V1Ph~50Hz | ||||
| GMV-R22G/NaB-K | 2,2 | 2,5 | ![]() | |
| GMV-R56G/NaB-K | 5,6 | 6,3 | ||
| GMV-R28G/NaG-K | 2,8 | 3,2 | ![]() | |
| GMV-R36G/NaG-K | 3,6 | 4,0 | ||
| GMV-R56G/NaG-K | 5,6 | 6,3 | ||
| GMV-R28T/Na-K | 2,2 | 2,5 | ![]() | |
| GMV-R36T/Na-K | 2,8 | 3,2 | ||
| GMV-R56T/Na-K | 3,6 | 4,0 | ||
| GMV-R71T/Na-K | 5,6 | 6,3 | ||
| GMV-R36P/Na-K | 3,6 | 4,0 | ![]() | |
| GMV-R45P/Na-K | 4,5 | 5,0 | ||
| GMV-R56P/Na-K | 5,6 | 6,3 | ||
| GMV-R71P/Na-K | 7,1 | 8,0 | ||
| GMV-R90P/Na-K | 9,0 | 10,0 | ||
| GMV-R28Zd/Na-K | 2,8 | 3,2 | ![]() | |
| GMV-R36Zd/Na-K | 3,6 | 4,0 | ||
| GMV-R50Zd/Na-K | 5,0 | 5,8 | ||
| GMV-R71Zd/Na-K | 7,1 | 8,0 | ||
| GMV-R90Zd/Na-K | 9,0 | 10,0 | ||
| GMV-R112Zd/Na-K | 11,2 | 12,5 |
Buitendelen
| Model | Koelen capaciteit (kW) | Verwarmen capaciteit (kW) | Voeding | Uitvoering | |
| GMV-R160W/Na-M | 16,0 | 17,6 | 380-415V 3Ph~50Hz | ![]() | |
| GMV-R450W3/Na-M | 45,0 | 48,0 | ![]() | ||
| GMV-Pdm224W/NaB-M | 22,4 | 25,0 | ![]() | ||
| GMV-Pdm280W/NaB-M | 28,0 | 31,5 | |||
13. Onderhoud

Let op:
- Schakel voor ieder vorm van onderhoud altijd eerst de voeding uit.
- Reinig de toestellen binnen en buiten niet met een te vochtige doek of, spuit niet rechtstreeks water op het toestel, om elektrische schokken te voorkomen.

Let op:
- Gebruik geen agressieve reinigingsmiddelen, zoals thinner aceton e.d., dit geeft beschadigingen op de buitenzijde van het toestel.
- Reinig de toestellen binnen en buiten niet met een te vochtige doek of, spuit niet rechtstreeks water op het toestel, om elektrische schokken te voorkomen.
Voor aanvang van het seizoen controleren
- Controleer of de lucht in en uitgang van alle toestellen vrij zijn.
- Controleer de goede werking van de aarde.
- Controleer of alle batterijen in de afstandsbediening nog goed zijn.
- Controleer of alle luchtfilters goed schoon zijn en goed gemonteerd zijn.
- Controleer of alles nog goed is en goed is gemonteerd, bij twijfel, neem contact op met uw installateur.
• Voordat men de eerste keer weer inschakelt moet de voeding eerst 8 uur zijn ingeschakeld.
Na het seizoen controleren
• Reinig alle filters en controleer alle buitendelen.
• Schakel de voeding van de installatie uit
• Verwijder alle vuil en stof van alle buitendelen
• Verwijder alle zichtbare roest en behandel deze met een goede verf.
14. Storingen
| Storing | Belangrijkste controle display van het buitendeel | Adapter display | Compressor Printplaat | Ventilator printplaat | |||||||
| LED1 | LED2 | LED3 | LED4 | LED5 | LED6 | Digital Display | LED1 (Rood) | LED2 (Geel) | LED3 (Groen) | LED1 (Rood) Regelmatig knippere | |
| Normaal bedrijf | ○ | ● | ● | ● | ○ | ○ | ON | ○ | ● | ● | 1 |
| Vorkoerde codering | ○ | ● | ○ | ● | ○ | ○ | - | - | - | - | - |
| Hoge druk beveiliging compressor | ○ | ● | ● | ● | ○ | ○ | E1 | - | - | - | - |
| Lago druk beveiliging compressor | ● | ○ | ● | ● | ○ | ○ | E3 | - | - | - | - |
| Max. temperatuur beveiliging compressor | ○ | ○ | ● | ● | ○ | ○ | E4 | - | - | - | - |
| Overstroom beveiliging | ● | ● | ○ | ● | ○ | ○ | E5 | - | - | - | - |
| To weinig koudomiddel | ● | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | E3 | - | - | - | - |
| Communicatie storing tussen Master-slave module (display) | ○ | ● | ○ | ● | ○ | ○ | - | - | - | - | - |
| Communicatie storing tussen Invertersturing en hoofdregelaar | ○ | ● | ● | ● | ○ | ○ | E5 | ● | ○ | ○ | - |
| Te hoge register temperatuur | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | E5 | ○ | ○ | ○ | - |
| Afwijking van register sensor | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | E5 | ● | ○ | ○ | - |
| Fout stroom herkenning van sensor | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | E5 | ○ | ○ | ○ | - |
| Geblokkeerde rotor | ○ | ○ | ○ | ● | ○ | ○ | E5 | - | - | - | - |
| Directe bevoiligging van de compressor | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | E5 | ○ | ○ | ○ | - |
| Te hoge spanning | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | E5 | ○ | ○ | ● | - |
| Te lage spanning | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | E5 | ○ | ○ | ● | - |
| Afwijking IPM | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | E5 | ○ | ● | ○ | - |
| Desynchronisatie motor | ● | ● | ○ | ● | ○ | ○ | E5 | ○ | ○ | ○ | - |
| Te hoog toerental | ● | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | E5 | ○ | ○ | ○ | - |
| Fase ontbroekt | ○ | ● | ○ | ● | ○ | ○ | E5 | ○ | ● | ○ | - |
| Temperatuur afwijking | ○ | ● | ○ | ○ | ○ | ○ | E5 | ○ | ○ | ○ | - |
| Wisselspanning beveiliging | ● | ● | ○ | ○ | ○ | ○ | E5 | ● | ○ | ○ | - |
| Sensor verbindingen | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | E5 | ○ | ○ | ○ | - |
| Omgevingstemperatuur sensor op de printploat | ○ | ● | ○ | ○ | ○ | ○ | E5 | ○ | ● | ○ | - |
| Start fout | ○ | ○ | ○ | ● | ○ | ○ | E5 | ○ | ○ | ● | - |
| Overspanning beveiliging | ● | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | E5 | - | - | - | - |
| Afwijling PFC | ● | ○ | ○ | ● | ○ | ○ | E5 | - | - | - | - |
| Aandrijf module terug gezet | ○ | ● | ○ | ● | ○ | ○ | E5 | - | - | - | - |
| Afwijking in de frequentie van de compressor | ○ | ○ | ○ | ● | ○ | ○ | E5 | - | - | - | - |
Storingen
| Storing | Belangrijkste controle display van het buitendeel | Adapter display | Compressor Printplaat | Ventilator printplaat | |||||||
| LED1 | LED2 | LED3 | LED4 | LED5 | LED6 | Digital Display | LED1 (Rood) | LED2 (Geel) | LED3 (Groen) | LED1 (Rood) Regelmatig knipperon | |
| ○ | ○ | ● | ○ | ○ | ○ | - | - | - | - | 2 | |
| Ventilator module beveiliging | ● | ○ | ● | ○ | ○ | ○ | - | - | - | - | 4 |
| Afwijking stuurspanning ventilator | ○ | ○ | ● | ○ | ○ | ○ | - | - | - | - | 3 |
| Afwijking stroom ventilator | ○ | ● | ● | ○ | ○ | ○ | - | - | - | - | 6 |
| Ventilator oververhitting | ○ | ○ | ○ | ● | ○ | ○ | - | - | - | - | 5 |
| Communicatie storing tussen ventilator en regelaar | ● | ○ | ○ | ● | ○ | ○ | E6 | - | - | - | - |
| Ontdocien (normaal, geen storing) | ○ | ○ | ○ | ● | ○ | ○ | - | - | - | - | - |
| Olie retour halen (normaal, geen storing) | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | - | - | - | - | - |
| Olie stand (normaal, geen storing) | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | - | - | - | - | - |
| Online test | ● | ○ | ● | ● | ○ | ○ | - | - | - | - | - |
| Buitentemperatuur voeler fout | ● | ● | ● | ○ | ○ | ○ | F4 | - | - | - | - |
| Sensor fout temperatuurvoeler registeringang | ○ | ● | ● | ○ | ○ | ○ | F5 | - | - | - | - |
| Sensor fout middelste temperatuurvoeler register | ○ | ○ | ○ | ● | ○ | ○ | F6 | - | - | - | - |
| Sensor fout temperatuurvoeler registeruitgang | ○ | ○ | ● | ○ | ○ | ○ | F7 | - | - | - | - |
| Variabele frequentie fout ventilator | ○ | ● | ○ | ○ | ○ | ○ | F9 | - | - | - | - |
| Vaste frequentie 1 fout ventilator | ● | ● | ○ | ○ | ○ | ○ | F8 | - | - | - | - |
| Vaste frequentie 2 fout ventilator | ○ | ● | ○ | ○ | ○ | ○ | F8 | - | - | - | - |
| Variabele frequentie bewaking ventilator fout | ○ | ● | ● | ○ | ○ | ○ | F9 | - | - | - | - |
| Vaste frequentie 1 bewaking fout | ○ | ○ | ● | ○ | ○ | ○ | - | - | - | - | - |
| Vaste frequentie 2 bewaking fout | ● | ○ | ● | ○ | ○ | ○ | - | - | - | - | - |
| Hoge druk voeler fout | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | Fc | - | - | - | - |
| Lage druk voeler fout | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | ○ | Fd | - | - | - | - |
| Verschil tussen toegekende codes en het aantal modulen | ○ | ○ | ○ | ● | ○ | ○ | - | - | - | - | - |
| Uitschakelen toestel wegens fout in andere module | ● | ○ | ○ | ● | ○ | ○ | - | - | - | - | - |
Betekenis: ☉ Knippert; ● Uit; ○ Aan;
15. Probleem oplossen

Let op:
- Als er tijdens het gebruik van de installatie zich afwijkende problemen voordoen, schakel dan de installatie uit en neem contact op met uw installateur,
- Laat reparaties alleen uitvoeren door erkend personeel. Eigenhandig handelen kan leiden tot nog meer problemen of letsel.
Controleer eerst de volgende punten voor u contact opneemt.
| Probleem | Oorzaak | Oplossing |
| Installatie schakelt niet in | Zekering defect / uitgeschakeld | Zekering vervangen / inschakelen |
| Voeding uitgeschakeld | Installatie opnieuw inschakelen | |
| Niet op de voeding aangesloten | Aansluiten op de voeding | |
| Batterijen afstandsbediening leeg | Vervang batterijen | |
| Afstandsbediening buiten bereik | Controleer afstand max. 8 meter | |
| Installatie stopt direct | Lucht in of uitgang geblokkeerd (buiten) | Verwijder de obstakels |
| Abnormale verwarming / koeling | Lucht in of uitgang geblokkeerd (binnen) | Verwijder de obstakels |
| Temperatuur fout ingesteld | Goede temperatuur instellen | |
| Ventilator snelheid te laag ingesteld | Goede snelheid instellen | |
| Uitblaas staat verkeerd | Uitblaas goed instellen | |
| Ramen of deuren open | Sluit ramen en deuren | |
| Directe inval van zon | Sluit gordijnen en rolluiken e.d. | |
| Te veel personen in een ruimte | ||
| Te veel warmte bronnen in een ruimte | Schakel warmte bronnen uit | |
| Filter zit dicht | Reinig het filter |

Let op:
Als de problemen niet door bovenstaande punten opgelost kunnen worden dan neemt u contact op met uw installateur.
De volgende verschijningen zijn geen storingen
| "Storing" | Oorzaak | |
| De installatie schakelt niet in | Toestel wordt direct na het inschakelen opnieuw gestart | Tijd beveiliging van 3 minuten |
| Toestel is al ingeschakeld | Toestel werkt 1 minuut in wacht stand | |
| Er komt mist uit het toestel | Bij koeling | Vochtige binnen lucht wordt snel afgekoeld |
| Geluid | Constant geruis tijdens koel werking | Geluid van de lucht stroming in het toestel |
| Geluid bij het in en uitschakelen van het toestel | Geluid van koelmiddel | |
| Krakend geluid tijdens bedrijf | Dit is het uitzetten en inkrimpen van het materiaal | |
| Stof komt uit het toestel | Stof komt uit het binnendeel | Toestel lang niet gebruikt |
| Er komt een vreemde geur uit | Tijdens bedrijf | Dit komt als het toestel lang niet is gebruikt |









