GWHD42NK3AO - Airconditioner GREE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis GWHD42NK3AO GREE in PDF-formaat.
| Type apparaat | Split airconditioner - buitenunit |
| Merk | Gree |
| Model | GWHD42NK3AO |
| Capaciteitscode | 42 |
| Afmetingen (L x D x H) | 1015 x 440 x 1103 mm |
| Gewicht | 102 kg |
| Voeding | 220-240 V ~ 50 Hz |
| Zekeringwaarde | 20 A |
| Minimale aderdiameter | 2,5 mm² |
| Koelmiddel | R410A |
| Fabrieksvulling koelmiddel | 4,8 kg |
| Maximaal aantal aangesloten binnendelen | 5 |
| Maximale totale leidinglengte | 80 m |
| Maximale lengte per toestel | 25 m |
| Maximaal hoogteverschil (binnen-buiten) | 15 m |
| Maximaal hoogteverschil (binnen-binnen) | 7,5 m |
| Werking | Koelen en verwarmen |
| Afstandsbediening | Draadloos en bedraad |
| Filterreiniging | Regelmatig reinigen met water of stofzuiger |
| Beveiligingen | Hogedruk, lagedruk, oververhitting, IPM, fasefout, overspanning/onderspanning |
| Installatie | Alleen door erkend installateur volgens geldende voorschriften |
Veelgestelde vragen - GWHD42NK3AO GREE
Gebruikersvragen over GWHD42NK3AO GREE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding GWHD42NK3AO - GREE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. GWHD42NK3AO van het merk GREE.
GEBRUIKSAANWIJZING GWHD42NK3AO GREE
Gebruikershandleiding Free Match
Split airconditioning Buiten unit
Lees voor het in gebruik nemen eerst deze gebruiksaanwijzing aandachtig door.

| ◆ Instructies voor in gebruik name 3◆ Hoe werkt de airconditioning 5◆ Instructies voor installatie 6◆ Werking van de afstandsbediening 8◆ Werking van de afstandbediening (bedraad) 12◆ Reiniging en onderhoud van filters 23◆ Storingen 25◆ Installatie Buitendeel 27◆ Probleem Oplossen 33 | |||
![]() | Dit symbool staat voor handelingen die verboden zijn. | ![]() | Dit symbool staat voor handelingen die moeten worden uitgevoerd |
| Bedankt dat u gekozen heeft voor een GREE airconditioner, lees deze handleiding eerst door voor het toestel wordt gebruikt en bewaar deze handleiding goed . | |||
| De afbeeldingen die gebruikt worden in deze handleiding kunnen afwijken van de geleverde uitvoering, sommige modellen hebben een display andere niet, echter de positie en de uitvoering zijn gelijk aan de werkelijke uitvoering. | |||
| Deze airconditioning is niet bedoeld voor gebruik door mensen, inclusief kinderen, met een beperkte kennis, zonder dat ze worden geïnstrueerd door een bevoegd persoon. Kinderen mogen de airconditioner alleen bedienen onder toezicht. | |||
![]() | Als de airconditioner niet meer wordt gebruikt en moet worden afgebroken laat dit dat doen door een erkend koeltechnisch bedrijf dat hiervoor bevoegd is. | ||
Aarde: zorg voor een goede aarde![]() Zorg dat er een goede aarde is geïnstalleerd, gebruik hiervoor niet de waterleiding of de gasleiding. | Controleer of de stekker eruit is als het toestel lange tijd niet wordt gebruikt.![]() Dit kan een elektrische schok veroorzaken of er kan vuur ontstaan. | Selecteer de juiste temperatuur![]() |
Laat geen ramen en deuren open langer dan noodzakelijk Dit kan van invloed zijn op de capaciteit | Blokkeer de in en uitgang van het binnen en buiten deel niet Dit kan zorgen voor storingen en te weinig capaciteit. | Houd explosieve stoffen uit de buurt van de airconditioner. Dit kan leiden tot explosie. |
Controleer of de beugel of ondergrond sterk genoeg is. Indien dit niet het geval is kan dit leiden tot gevaarlijke situaties. | Ga niet staan of zitten op het buitendeel. Plaats niets op of rondom het buitendeel. | Probeer de airconditioner niet zelf te repareren. Laat dit doen door een erkend bedrijf. |

Belangrijk
- Het installatiewerk moeten worden uitgevoerd door een erkend bedrijf volgens de geldende voorschriften.
- Neem voor het plaatsen van de airconditioner contact op met de plaatselijke instanties om te controleren of de airconditioning op de gekozen positie mag worden geplaatst.
- Het afbreken van de airconditioner moet worden uitgevoerd door een erkend bedrijf volgens de geldende voorschriften.
- Installeer de airconditioner zo dat de airconditioner vanuit alle zijden goed bereikbaar is en men goed onderhoud uit kan voeren.
Basis regels voor installatie
Het installeren op de volgende plaatsen kan storingen veroorzaken. Indien er twijfel bestaat neem dan contact op met uw leverancier.
- Een plaats waar hoge temperaturen, dampen, ontvlambare gassen of vluchtige stoffen aanwezig zijn.
- Een plaats waar hoog frequente golven worden opgewekt, door radio signalen lasapparatuur of medisch materiaal.
- Een plaats waar een hoog zoutgehalte aanwezig is zoals aan de kust.
- Een plaats waar veel oliedamp (machine olie) in de lucht zit.
- Een plaats waar veel zwaveldamp in de lucht zit.
- Andere plaatsen met speciale omstandigheden.
Plaatsing van het buitendeel
- Kies een plaats die geen geluidoverlast veroorzaakt voor andere omwonende.
- Kies een plaats waar voldoende wordt geventileerd.
- Kies een plaats waar het toestel vrij kan uitblazen.
- De gekozen plaats moet het totale gewicht van het toestel kunnen dragen.
- Kies bij voorkeur een plaats waar het toestel niet direct in de zon staat of wordt beïnvloed door een sterke wind.
- Zorg ervoor dat de gekozen opstelling voldoende plaats biedt voor onderhoud en eventuele reparaties.
- Het hoogte verschil mag maximaal 5 meter bedragen en de lengte van de koelleiding 10 meter.
- Kies een plaats waar het toestel beschermd is tegen vandalisme.
- Zorg er tevens voor dat de gekozen plaats past een het stedelijk beeld.
Veiligheidsvoorschriften
- De voeding met overeenkomen met de gegevens op de typeplaat en de diameter van de voedingskabel moet voldoende groot zijn.
- Maak de voedingskabel niet oneindig lang.
- Het toestel moet deugdelijk zijn geaard, laat dit uitvoeren door een erkend bedrijf
- De minimale afstand tot brandbare oppervlakten is 1,5 meter.
- Het toestel moet worden geïnstalleerd volgens de geldende richtlijnen.
- Er moet een werkschakelaar worden gemonteerd in de voeding.
Notitie:
- Controleer voor het inschakelen of alle elektrische bedrading goed is gemonteerd, verkeerde bedrading kortsluiting veroorzaken. Dit valt niet onder de garantie.
Aarde voorschriften
- Een airconditioner moet worden geaard volgens de geldende voorschiften.
- De aarde heeft de kleuren geel - groen en mag daarom nergens anders voor gebruikt worden.
- De aarde weerstand moet voldoen aan de wettelijk gestelde eisen.
- Gebruik geen waterleiding, gasleiding of dergelijke als aarde.
Naam en functie van ieder onderdeel
- Alle elektrische aansluitingen moeten conform de NEN 1010 zijn aangesloten en volgens de plaatselijk geldende normen.
• Voor de elektrische aansluitingen zie schema op iedere unit binnen en buiten. - Alle bedradingen moeten worden uitgevoerd door een gekwalificeerd persoon.
- Op ieder airconditioner moet een werkschakelaar worden gemonteerd die de gehele airconditioning spanningsloos kan maken.
• Zorg voor een goede aarde.
- De bedrading moet voldoen aan de geldende normen.
| Buitendeel | |
| No. | Omschrijving |
| 1 | Bescherm rooster |
| 2 | Aansluitingen (kranen) |
Let op:
Deze afbeeldingen stellen een schematisch voorbeeld voor en kunnen afwijken van de werkelijke uitvoering.

- Als de voedingskabel beschadigd is, dan moet dit worden vervangen door een gekwalificeerd persoon.
- Overtuig uzelf ervan dan de voeding is uitgeschakeld voor er met elektrische werkzaamheden word begonnen.
- De temperatuur van de koelleidingen kunnen hoog oplopen, zorg ervoor dat de voeding en signaal kabel niet tegen de koelleidingen aan komen.
| Buitendeel | |
| No. | Omschrijving |
| 1 | Bescherm rooster |
| 2 | Aansluitingen (kranen) |
Let op:
Deze afbeeldingen stellen een schematisch voorbeeld voor en kunnen afwijken van de werkelijke uitvoering.

| Omschrijving | GWHD(18) NK 3KO | |||||
| Elektrische info | ||||||
| Voeding | 220 - 240V ~50 Hz | |||||
| Afzeker waarde | 20 | Amp. | ||||
| Minimale ader doorsnede | 2,5 | mm2 | ||||
| Afmetingen | ||||||
![]() | ![]() | L | 890 | mm | ||
| P | 362 | mm | ||||
| H | 700 | mm | ||||
| 52 | kg | |||||
| Omschrijving | GWHD(24) NK 3MO | |||||
| Elektrische info | ||||||
| Voeding | 220 - 240V ~50 Hz | |||||
| Afzeker waarde | 16 | Amp. | ||||
| Minimale ader doorsnede | 2,5 | mm2 | ||||
| Afmetingen | ||||||
![]() | ![]() | L | 920 | mm | ||
| P | 280 | mm | ||||
| H | 790 | mm | ||||
| 75 | kg | |||||
| Omschrijving | GWHD(36) NK 3BO | |||||
| Elektrische info | ||||||
| Voeding | 220 - 240V ~50 Hz | |||||
| Afzeker waarde | 20 | Amp. | ||||
| Minimale ader doorsnede | 2,5 | mm2 | ||||
| Afmetingen | ||||||
![]() | ![]() | L | 1015 | mm | ||
| P | 440 | mm | ||||
| H | 1103 | mm | ||||
| 102 | kg | |||||
| Omschrijving | GWHD(42) NK 3AO | |||||
| Elektrische info | ||||||
| Voeding | 220 - 240V ~50 Hz | |||||
| Afzeker waarde | 20 | Amp. | ||||
| Minimale ader doorsnede | 2,5 | mm2 | ||||
| Afmetingen | ||||||
![]() | ![]() | L | 1015 | mm | ||
| P | 440 | mm | ||||
| H | 1103 | mm | ||||
| 102 | kg | |||||
Elektrische aansluitingen
GWHD(18) NK 3FO
- Verwijder het handvat aan de rechterzijde van het toestel (een schroef).
- Verwijder de trekontlasting en verbind de kabels in de juiste volgorde. De aansluiting moeten overeenkomen met de aansluitingen op het binnendeel.
- Sluit de voeding aan en zet vast met de trekontlasting.
- Controleer of de kabels goed vast zitten.
- Monteer het handvat.

Monteer altijd een werkschakelaar op het buitendeel.

Verkeerde bedrading kan voor kortsluiting zorgen en daarmee beschadiging van het toestel.

Controleer dat de koelleidingen en de elektrische bedrading van toestel A en B met elkaar overeenkomen en op de juiste manier zijn aangesloten.

De elektrische aansluitingen moeten volgens de geldende regels worden aangesloten.


Let op:
Deze afbeeldingen stellen een schematisch voorbeeld voor en kunnen afwijken van de werkelijke uitvoering.
Elektrische aansluitingen
GWHD(24) NK 3GO / GWHD(24) NK 3MO
- Verwijder het handvat aan de rechterzijde van het toestel (een schroef).
- Verwijder de trekontlasting en verbind de kabels in de juiste volgorde. De aansluiting moeten overeenkomen met de aansluitingen op het binnendeel.
- Sluit de voeding aan en zet vast met de trekontlasting.
- Controleer of de kabels goed vast zitten.
- Monteer het handvat.
Let op:
Deze afbeeldingen stellen een schematisch voorbeeld voor en kunnen afwijken van de werkelijke uitvoering.

Monteer altijd een werkschakelaar op het buitendeel.

Verkeerde bedrading kan voor kortsluiting zorgen en daarmee beschadiging van het toestel.

Controleer dat de koelleidingen en de elektrische bedrading van toestel A en B en C met elkaar overeenkomen en op de juiste manier zijn aangesloten.

De elektrische aansluitingen moeten volgens de geldende regels worden aangesloten.

Elektrische aansluitingen
GWHD(36) NK 3BO
- Verwijder het handvat aan de rechterzijde van het toestel (een schroef).
- Verwijder de trekontlasting en verbind de kabels in de juiste volgorde. De aansluiting moeten overeenkomen met de aansluitingen op het binnendeel.
- Sluit de voeding aan en zet vast met de trekontlasting.
- Controleer of de kabels goed vast zitten.
- Monteer het handvat.
Let op:
Deze afbeeldingen stellen een schematisch voorbeeld voor en kunnen afwijken van de werkelijke uitvoering.

Monteer altijd een werkschakelaar op het buitendeel.

Verkeerde bedrading kan voor kortsluiting zorgen en daarmee beschadiging van het toestel.

Controleer dat de koelleidingen en de elektrische bedrading van toestel A en B en C met elkaar overeenkomen en op de juiste manier zijn aangesloten.

De elektrische aansluitingen moeten volgens de geldende regels worden aangesloten.

Elektrische aansluitingen
GWHD(42) NK 3AO
- Verwijder het handvat aan de rechterzijde van het toestel (een schroef).
- Verwijder de trekontlasting en verbind de kabels in de juiste volgorde. De aansluiting moeten overeenkomen met de aansluitingen op het binnendeel.
- Sluit de voeding aan en zet vast met de trekontlasting.
- Controleer of de kabels goed vast zitten.
- Monteer het handvat.
Let op:
Deze afbeeldingen stellen een schematisch voorbeeld voor en kunnen afwijken van de werkelijke uitvoering.

Monteer altijd een werkschakelaar op het buitendeel.

Verkeerde bedrading kan voor kortsluiting zorgen en daarmee beschadiging van het toestel.

Controleer dat de koelleidingen en de elektrische bedrading van toestel A en B en C met elkaar overeenkomen en op de juiste manier zijn aangesloten.

De elektrische aansluitingen moeten volgens de geldende regels worden aangesloten.

Energieniveau en Capaciteitscode
| Energie niveau | Capaciteitscode 100% | Aantal binnendelen | |
| Binnendeel | 09 | 25 | |
| 12 | 35 | ||
| 18 | 50 | ||
| 21 | 60 | ||
| 24 | 71 | ||
| Buitendeel | 18 | 60 | max. 2 |
| 24 | 90 | max. 3 | |
| 36 | 100 | max. 4 | |
| 42 | 120 | max. 5 |
De som van de capaciteitscodes moet ongeveer liggen tussen 50% - 150% van het gekozen buitendeel. Dit betekend dat u zelf kunt bepalen hoeveel en welke binnendelen met een bepaalde capaciteit u kunt aansluiten.
Maximale lengte en hoogte verschil van de koelleiding
| Maximale lengte | Koelleiding | ||||||||
| 18 | 24 | 36 | 42 | 18 | 24 | 36 | 42 | ||
| Totale lengte | 20 | 70 | 70 | 80 | L_1+L_2 | L_1+L_2+L_3 | L_1+L_2+L_3+L_4 | L_1+L_2+L_3+L_4+L_5 | |
| Max. lengte per toestel | 10 | 20 | 20 | 25 | Lx | ||||
| Max.opstellinghoogte | Buitendeel enbinnendeel | 5 | 10 | 15 | 15 | H1 | |||
| Binnendeel enbinnendeel | 2,5 | 5 | 7,5 | 7,5 | H2 | ||||

flowchart
graph TD
A["Buitendeel"] --> B["L1"]
B --> C["Equivalente lengte van de verste koelleiding Lx"]
B --> D["L2"]
D --> E["b"]
E --> F["L3"]
F --> G["L4"]
G --> H["L5"]
H --> I["e"]
I --> J["d"]
J --> K["binnendeel c"]
K --> L["Hoogteverschil tussen binnen en buitendeel H1"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#cff,stroke:#333
style F fill:#ffc,stroke:#333
style G fill:#cfc,stroke:#333
style H fill:#fcc,stroke:#333
style I fill:#cfc,stroke:#333
style J fill:#fcc,stroke:#333
style K fill:#cfc,stroke:#333
style L fill:#fcc,stroke:#333
Afmetingen koelleiding
| Binnendeel | Zuigleiding | Persleiding |
| 09, 12 | 38 | 14 |
| 18 | 12 | 14 |
| 21, 24 | 58 | 38 |
Afmetingen van de koelleidingen tussen binnen en buitendeel.
Koelleiding aansluitstukken (extra bijgeleverd)
Tijdens installatie van het buitendeel kunt u gebruik maken van de bijgeleverde hulpstukken (zakje in het buitendeel). Onderstaand de afmetingen en specificaties.

Specifications
| Serie no. | Hulpstuk specificatie(1 → 2) | Afm. L1 (mm) | Afm. L2 (mm) | Aantal |
| 1 | 14 38 | 79 | 88 | 1 |
| 2 | 12 38 | 113 | 118 | 1 |
| 3 | 12 58 | 113 | 123 | 1 |
| 4 | 38 14 | 111 | 141 | 1 |
| 5 | 58 38 | 176 | 165 | 1 |
| 6 | 38 12 | 111 | 95 | 2 |

Koelleiding aansluitstukken (extra bijgeleverd)
Tijdens installatie van het buitendeel kunt u gebruik maken van de bijgeleverde hulpstukken (zakje in het buitendeel). Onderstaand de afmetingen en specificaties.

Specifications
| Serie no. | Hulpstuk specificatie (1 → 2) | Afm. L1 (mm) | Afm. L2 (mm) | Aantal |
| 1 | 14 38 | 79 | 88 | 2 |
| 2 | 12 38 | 113 | 118 | 2 |
| 3 | 12 58 | 113 | 123 | 2 |
| 4 | 38 14 | 111 | 141 | 1 |
| 5 | 58 38 | 176 | 165 | 1 |
| 6 | 38 12 | 111 | 95 | 1 |
| 7 | 58 12 | 176 | 133 | 1 |

Koelmiddel bijvullen en testen
a) Bijvullen koelmiddel
1) Alle Buitendelen zijn af fabriek voorgevuld met koelmiddel. Het is noodzakelijk afhankelijk, van het binnendeel en de lengte van de koelleiding, dat er koelmiddel moet worden bijgevuld.
| Model | GWHD(36)NK3BO | GWHD(42)NK3AO |
| Vulling (kg) | 4,3 | 4,8 |
Dit is de standaard vulling af fabriek.
b) Berekenen van koelmiddel dat moet worden bijgevuld
2) Als de totale koelmiddelleiding (persleiding) kleiner is dan in de onderstaande tabel, dan hoeft er niet extra worden bijgevuld.
| Model | Totaal persleidinglengte (a+b+c+d+e) |
| GWHD(36)NK3BO | ≤ 40 mtr. |
| GWHD(36)NK3AO | ≤ 50 mtr. |
Extra koelmiddel vulling= Σ extra persleiding lengte x 22 gram/meter (persleiding 1/4). Opmerking: Als de totale koelleiding lengte groter is dan in bovenstaande tabel, dan is het extra bij te vullen koelmiddel 22 gram/meter
3) Voorbeeld: GWHD(42)NK3AO

flowchart
graph LR
A["Grid Grid"] --> B["a"]
A --> C["b"]
A --> D["c"]
A --> E["d"]
A --> F["e"]
B --> G["Port ①"]
C --> H["Port ②"]
D --> I["Port ③"]
E --> J["Port ④"]
F --> K["Port ⑤"]
De totale lengte van iedere koelleiding is: e+d+c+b+a = 20+20+15+5+5 = 65 meter.
Hieruit volgt dat er extra koelmiddel moet worden toegevoegd:
(65-50) X 0,022 = 0,33kg.
Opmerking er is geen extra koelmiddel nodig als de persleiding korter is dan 50 meter.
4) Noteer de bijgevulde hoeveelheid koelmiddel.
Vacumeren en lektesten
- Verwijder de moeren van de kranen.
- Plaats de koelleiding recht boven de kranen en draai de moeren met de hand vast.
- Draai de moeren vast met een passende sleutel en volgens de voorschriften.
- Verwijder de eindkappen van de kranen.
- Plaats een manometerset en sluit de stikstofcilinder aan.
- Zet de installatie op stikstofdruk. (Max. 1,3 x MTW)
- Sop alle koppelingen en lassen af met zeepsop of ander testmiddel.
- Controleer of alles 100% dicht is, verhelp eventuele lekkage.
- Laat de druk af en vacumeer, tot de benodigde druk.
- Verwijder de vacuümmeter en pomp.
- Draai de inbusschroeven los en controleer opnieuw met een lektester of alles dicht is.
- Plaats de eindkappen terug
Laat het toestel proefdraaien en controleer de druk.
Adapter voor 18 K toestel (binnendeel)

Installatie van de condens aansluiting Als het toestel wordt gebruikt om mee te verwarmen, dan zal er ook condens worden gevormd tijdens bedrijf.


flowchart
graph TD
A["Schräder"] --> B["3 weg klep"]
B --> C["Richting koelmiddel"]
C --> D["Binnen deel"]
D --> E["2 weg klep"]
E --> F["Open"]
F --> G["Afdekkap"]
G --> H["Dicht"]
H --> I["Afdekkap"]
I --> J["Dicht"]

Installeer indien nodig het bijgeleverde hulpstuk, volgens bovenstaande tekening.
Onderhoud

Gebruik alleen materialen en meetmiddelen die bestemd zijn voor R 410A.

Gebruik koelleidingen die geschikt zijn voor koelmiddel R 410 A.

Gebruik geen bijtende of etsende reinigingsmiddelen het toestel schoon te maken.

De installatie moet worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel volgens de geldende normen en deze handleiding.

Neem contact op met uw leverancier bij eventuele vragen om problemen te voorkomen.

Zorg voor voldoende ruimte rondom het toestel.


c) Aandachtpunten na installatie
| Aandachtpunten | Mogelijke storingen |
| Is ieder onderdeel en component op de juiste manier geïnstalleerd? | Het toestel kan vallen, vibreren of een ander geluid maken. |
| Is de vacuum / pers test uitgevoerd? | Dit kan leiden tot minder koeling (verwarming). |
| Is alles goed geïsoleerd? | Condens en waterdruppels kunnen optreden. |
| Is de condensafvoer getest? | Condenswater lekkage |
| Is de voeding overeenkomstig met de gegevens op de typeplaat? | Dit zorgt voor elektrische storingen. |
| Zijn de koelleiding en kabels goed aangesloten? | Dit zorgt voor elektrische storingen en niet goed werken van het toestel |
| Is het toestel goed geaard? | Dit kan elektrisch sluiting voorkomen. |
| Is alles aangesloten volgens de geldende normen? | Dit zorgt voor elektrische storingen. |
| Zijn er geen obstakels voor de lucht in/uit laat geplaatst voor binnen of buitendeel? | Dit kan leiden tot minder koeling (verwarming). |
| Is de totale lengte en koelmiddel inhoud genoteerd? | Dit kan problemen opleveren met het bijvullen van de koelmiddel inhoud. |
d) Uittesten
1) Controleer of alles goed aan gesloten en er verder geen beschadigingen zijn opgetreden tijdens transport.
2) Controleer of alle elektronische aansluitingen goed zijn aangesloten.
3) Controleer of de draairichting van de ventilator goed is.
4) Controleer of alle ventielen zijn open gedraaid.
5) De installatie moet gebeuren door gekwalificeerd personeel
6) Schakel de voeding en de werkschakelaar in en bediende via de afstandbediening het toestel op "ON"
7) De ventilator en de compressor starten binnen 1 minuut.
8) Als de compressor of de ventilator een geluid maak wat niet als normaal klink, schakel de gelijk het toestel uit.

Waarschuwing!
1) Indien er abnormale condities zijn, schakel dan direct de voeding uit en neem contact op met uw leverancier/installateur. Bij langdurig verkeerde werking kan dit de airconditioner beschadigen.
2) Ga bij een eventuele storing niet zelf het toestel repareren, hal er professionele hulp bij.
1 Controleer voor u contact opneemt de volgende punten:
| Probleem | Oorzaak | Actie |
| Het toestel start niet | Zekering stuk of aardlekschakelaar uitgeschakeld. | Vervang de zekering of schakel de aardlekschakelaar in. |
| Geen voeding | Schakel toestel in na inschakelen voeding | |
| Stekker niet goed ingestoken | Steek de stekker goed in | |
| Slechte of lege batterijen | Vervang de batterijen | |
| Toestel reageert niet op de afstandsbediening. | Hou de afstand tot het toestel binnen 8 meter. | |
| Het toestel stopt kort na de start | Uitblaas / inlaat verstopt | Verwijder de obstakels |
| Koelen / verwarmen | Uitblaas / inlaat verstopt | Verwijder de obstakels |
| Verkeerd ingestelde temperatuur | Stel de temperatuur goed in | |
| Te lage ventilator snelheid | Stel de juiste ventilator snelheid in | |
| Verkeerde uitblaas richting | Stel de juiste richting in | |
| Geopende deuren en ramen | Sluit ramen en deuren | |
| Direct zonlicht | Sluit gordijnen, rolluiken enz. | |
| Te veel mensen in de ruimte | ||
| Te veel warmte bronnen in de ruimte | ||
| Vuile filters | Reinig filters |
Opmerking: Als het toestel na het controleren van bovenstaande punten nog steeds niet goed werkt neem dan contact op met uw leverancier / installateur.
2 Probleem oplossen
| Probleem | Oorzaak | |
| Het toestel start niet | Het toestel stopt kort na de start | De overbelastingbeveiliging van het toestel zorgt voor een starttijdvertraging van 3 minuten. |
| Als de voeding wordt ingeschakeld | Het toestel is 1 minuut in stand-by geschakeld | |
| Het toestel blaast damp uit | Als de koeling start | De hoge relatieve vochtigheid wordt te snel afgekoeld |
| Het toestel maakt geluid | Het toestel "ratelt" als het inschakelt | Dit geluid wordt veroorzaakt door het ingebouwd elektronisch expansie ventiel |
| Het toestel "sist" tijdens de koelmodus | Dit is het geluid als het koelmiddel door het systeem wordt geperst. | |
| Het toestel "sist" als het stopt of inschakelt | Dit is het geluid van het koelmiddel dat stopt dat door het toestel gaat. | |
| Het toestel "sist" tijdens bedrijf | Condenswater wordt afgevoerd | |
| Het toestel "werkt" tijdens bedrijf | Dit is het werken van de behuizing door opwarmen of inkrimpen van het materiaal | |
| Het toestel blaast stof uit | Als het toestel na lage tijd niet is gebruikt en wordt opgestart | Het stof wordt uitgeblazen |
| Het toestel ruikt niet fris | Als het toestel in bedrijf is | Dit is de lucht die is geabsorbeerd en wordt uitgeblazen |
3 Storing omschrijving
Als er storingen optreden terwijl het toestel in bedrijf is, dan wordt dit weergegeven op de bedraade afstandsbediening en op de hoofdprint van het buitendeel.
Controleer voor meer details en de betekenis van de storing, onderstaande tabel.
| Storing | Display buiten | Indicatie LED aantal keer knipperen | Display Binnen Vloer/ plafond | Bedraade bediening | Storing type | ||
| Bedrijf LED | Koel LED | Verwarmen LED | |||||
| Hoge druk beveiliging | E1 | 1X | E1 | E1 | Buiten | ||
| Uitschakelen complete unit | E2 | 2X | E2 | E2 | Systeem storing | ||
| Lage druk beveiliging | E3 | 3x | E3 | E3 | Buiten | ||
| Hoge temp. ontdooi beveiliging | E4 | 4x | E4 | E4 | Buiten | ||
| Communicatie storing | E6 | 6x | E6 | E6 | Binnen & Buiten | ||
| Koelmiddel recovery mode | Fo | Snel | Snel | Fo | Fo | Speciale mode | |
| Lucht temp. Sensor buiten defect | F3 | 3x | F3 | F3 | Buiten | ||
| Midden verdamper sensor defect buiten | F4 | 4x | F4 | F4 | Buiten | ||
| Lucht temp sensor ontdooien defect | F5 | 5x | F5 | F5 | Buiten | ||
| Olie retour voor koelen | F7 | Speciale mode | |||||
| Geforceerd ontdooien | H1 | Snel | H1 | H1 | Speciale mode | ||
| Olie retour voor verwarmen / ontdooien | H1 | 1X | H1 | (cawy) | Speciale mode | ||
| Compressor oververhitting beveiliging | H3 | 3x | H3 | H3 | Drive error | ||
| IPM beveiliging | H5 | 5x | H5 | H5 | Drive error | ||
| Motor desynchronizing | H7 | 7x | H7 | H7 | Drive error | ||
| PFC fout | Hc | 6x | Hc | Hc | Drive error | ||
| Start fout | Lc | 11x | Lc | Lc | Drive error | ||
| Dc ventilator fout | LA | Buiten | |||||
| Ventilator binnendeel | H6 | 11x | Binnen | ||||
| Fase detectie compressor defect | U1 | 12x | Buiten | ||||
| DC spanningsval fout | U3 | 20x | Buiten | ||||
| Nul detectie circuit fout | U8 | 17x | Buiten | ||||
| Fase weg | Ld | 3x | 3x | 3x | Ld | Ld | Drive error |
| Compressor stalling | LE | 3x | 3x | 3x | LE | LE | Drive error |
| Over-speed | LF | 3x | 3x | 3x | LF | LF | Drive error |
| IPM reset | P0 | 3x | 3x | 3x | P0 | P0 | Drive error |
| Compressor stroom beveiliging | P5 | 15x | P5 | P5 | Drive error | ||
| Communicatie storing tussen inverter driver en hoofd bord | P6 | 16x | P6 | P6 | Dive error | ||
| Radiator temp. Sensor defect | P7 | 18x | P7 | P7 | Dive error | ||
| Radiator oververhitting beveiliging | P8 | 19x | P8 | P8 | Dive error | ||
| Ac magneet schakelaar beveiliging | P9 | 3x | 3x | 3x | P9 | P9 | Dive error |
| Stroom sensor beveiliging | Pc | 12x | U1 | Dive error | |||
| Sensor aansluiting beveiliging | Pd | 3x | 3x | 3x | Pd | Pd | Dive error |
| Overspanning beveiliging | PH | 11X | PH | PH | Dive error | ||
| Laag spanning beveiliging | PL | 21x | PL | PL | Dive error | ||
| Temp. Drift beveiliging | PE | 3x | 3X | 3X | PE | PE | Dive error |
| Lucht temp sensor drive board defect | PF | 3x | 3x | 3x | PF | PF | Dive error |
| Ac stroom beveiliging | PA | 5x | E5 | E5 | Dive error | ||
| Laad circuit storing | PU | 17x | PU | PU | Dive error | ||
| Ac ingang spanning niet juist | PP | 3x | 3x | 3x | PP | PP | Dive error |
| Unit communicatie storing | Tabel 16 | 6x | E6 | E6 | Binnen | ||
| Unit n midden temp sensor verdamper | Tabel 16 | 2x | E2 | E2 | Binnen | ||
| Temp sensor verdamper | Tabel 16 | 2x | F2 | F2 | Binnen | ||
| Unit n uitblaas temp sensor storing | Tabel 16 | 22x | b7 | b7 | Binnen | ||
| Unit n ingang temp sensor storing | Tabel 16 | 19x | b5 | b5 | Binnen | ||
| Unit n mode conflict | Tabel 16 | 1x | F1 | F1 | Binnen | ||
| Mode conflict | Tabel 16 | 7x | E7 | E7 | Binnen | ||
Tabel 16
| Storing code | Storing omschrijving | Storing code | Storing omschrijving | Storing code | Storing omschrijving |
| 13 | Unit A binnen temp. sensor uitblaas storing | 23 | Unit B binnen temp. sensor uitblaas storing | 33 | Unit C binnen temp. sensor uitblaas storing |
| 14 | Unit A binnen temp. sensor inlaat storing | 24 | Unit B binnen temp. sensor inlaat storing | 34 | Unit C binnen temp. sensor inlaat storing |
| 15 | Unit A binnen temp. sensor ruimte storing | 25 | Unit B binnen temp. sensor ruimte storing | 35 | Unit C binnen temp. sensor ruimte storing |
| 16 | Unit A mode conflict | 26 | Unit B mode conflict | 36 | Unit C mode conflict |
| 17 | Unit A invries beveiliging | 27 | Unit B invries beveiliging | 37 | Unit A invries beveiliging |
| 41 | Unit D communicatie storing | 46 | Unit D mode conflict | 54 | |
| 42 | Unit D binnen temp. sensor midden storing | 47 | Unit D invries beveiliging | 55 | Unit E binnen temp. sensor inlaat storing |
| 43 | Unit D binnen temp. sensor uitblaas storing | 51 | Unit E communicatie storing | 56 | Unit E binnen temp. sensor ruimte storing |
| 44 | Unit D binnen temp. sensor inlaat storing | 52 | Unit E binnen temp. sensor midden storing | 57 | Unit E invries beveiliging |
| 45 | Unit D binnen temp. sensor ruimte storing | 53 | Unit E binnen temp. sensor uitblaas storing | C5 | Jumper aansluiting fout |
Tabel 17
Fout beschrijving van detectie van sensoren buitendeel
| Bedrading fout / Component fout | Unit geeft aan | Unit geeft niets aan |
| 5E | 01 | ** |
| 5E | 02 | ** |
| 5E | 03 | ** |
| 5E | 04 | ** |
| 5E | 05 | ** |
| Zuiggas aansluiting fout / Of component fout binnendeel | Unit geeft aan | -- |
| 5P | 01 | -- |
| 5P | 02 | -- |
| 5P | 03 | -- |
| 5P | 04 | -- |
| 5P | 05 | -- |

flowchart
graph TD
A["LED88"] --> B["AP1"]
C["CI"] --> D["AP2"]
E["C2"] --> F["AP2"]
G["M1"] --> H["L"]
I["M2"] --> H["L"]
J["QF"] --> K["XT1"]
Printplaten buitendeel GWHD(36)NK3BO EN GWHD(42)NK3AO
Opmerking:
Controleer het uiteindelijke buitendeel, de opstelling kan verschillen.
Als er een storingcode op het display te zien is, schakel dan het toestel uit en neemcontact op met uw leverancier / installateur.
Koelmiddel terugwinnen inschakelen:
Het koelmiddel kan worden terug gewonnen vanuit het binnen of buitendeel.
Vanuit het buitendeel: het is mogelijk om koelmiddel terug te halen, door "SW3" langdurig in te drukken.
Vanuit het binnendeel: Als het toestel is ingeschakeld en werkt in de "COOL" mode, schakel dan d.m.v. de afstandsbediening binnen 5 minuten, naar de terughaal mode door 3 maal op de "LIGHT" knop te drukken tot er F0 in het display verschijnt.
Hoe schakelen we deze terugwin mode uit:
Als deze mode eenmaal is ingeschakeld, dan kan dit worden uitgeschakeld door "SW3" langdurig in te drukken, of er wordt een signaal gestuurd vanuit de afstandsbediening of de mode wordt automatisch uitgeschakeld binnen 10 minuten.
Geforceerd ontdooien.
Hoe schakelen we deze functie in?
Als het toestel in de "HEAT" mode werkt op 16°C, dan kan deze mode worden geactiveerd, door 3 keer afwisselend op de toetsen "+" en "-" te drukken binnen 5 seconden.
Het uitschakelen van deze functie: deze functie word uitgeschakeld als er een mode conflict optreed.
www.gree.nl – www.gree-klima.be – www.gree-klima.de




Zorg dat er een goede aarde is geïnstalleerd, gebruik hiervoor niet de waterleiding of de gasleiding.
Dit kan een elektrische schok veroorzaken of er kan vuur ontstaan.
Dit kan van invloed zijn op de capaciteit
Dit kan zorgen voor storingen en te weinig capaciteit.
Dit kan leiden tot explosie.
Indien dit niet het geval is kan dit leiden tot gevaarlijke situaties.
Plaats niets op of rondom het buitendeel.
Laat dit doen door een erkend bedrijf.






