CeraclassExcellence ZWC 28-3 MFA - Ketel Junkers - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CeraclassExcellence ZWC 28-3 MFA Junkers in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over CeraclassExcellence ZWC 28-3 MFA Junkers
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CeraclassExcellence ZWC 28-3 MFA - Junkers en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CeraclassExcellence ZWC 28-3 MFA van het merk Junkers.
GEBRUIKSAANWIJZING CeraclassExcellence ZWC 28-3 MFA Junkers
gasketels met gestuwde afvoer

Een onberispelijke werking kan slechts dan gewaarborgd worden, wanneer de technische voorschriften strikt opgevolgd worden. Wijzigingen voorbehouden.
Wij verzoeken U deze voorschriften aandachtig te lezen en ze aan de gebruiker te overhandigen. Deze laatste dient ze zorgvuldig te bewaren.
DE INSTALLATIE, DE INBEDRIJFSTELLING, HET ONDERHOUD EN DE NAVERKOOPSERVICE MOETEN DOOR EEN ERKENDE INSTALLATEUR GEBEUREN.
Deze gaswandketels dragen het keurmerk:
CE

cat. I_2E+ (aardgas)
cat. I_3+ (vloeibaar gas)
• gaskraan dichtdraaien
- vensters openen
- geen elektrische schakelaars bedienen
- alle open vuur doven
- de gasmaatschappij, Uw installateur of JUNKERS verwittigen
INHOUD
- algemeen
- belangrijk
- installatie in een kast
- montageplaat
- montagesjabloon
- bevestiging van de ketel
- aansluiting van de rookgasafvoer
- hydraulische aansluiting
- gasaansluiting
12
12
12
13
14
14
16
16
17
- toebehoren aansluiten
- Heatronic openen
- kabeldoorvoer
- aansluiting van een digitale JUNKERS BUS-regelaar
- aansluiting van een 24 V regelaar JUNKERS
- aansluiten van een indirect gestookte boiler met NTC-sensor
- aansluiten van een indirect gestookte boiler met boilerthermostaat
- aansluiten van een sanitaire circulatiepomp
INBEDRIJFNAME
- voor de inbedrijfname
- openen van het deksel
- verwarmingswaterdruk controleren
- in-/uitschakelen
- verwarming inschakelen
- temperatuurregeling
- na de inbedrijfname
- ketel ZSC met boiler Storacell: warmwatertemperatuur instellen
- ketels ZWC: warmwatertemperatuur instellen
- zomerbedrijf
- vorstbeveiliging van de verwarmingsinstallatie
- vergrendeling van de Heatronic
- werking tijdens de vakantie
- storingen
- pompblokkeringsbeveiliging
- thermische desinfectie voor ketel ZSC met boiler
22
23
23
23
24
24
24
25
25
26
26
26
26
27
27
27
blz.
4
5
6
7
8
9
12
18
18
18
18
19
19
20
20
21
21
22
INHOUD
INDIVIDUELE INSTELLING
- manuele instellingen 28
- grootte van het expansievat testen 28
- kenlijn van de circulatiepomp wijzigen 28
- Heatronic instellingen
- bediening van Heatronic 30
- maximum nominaal vermogen of minimum nominaal vermogen kiezen 31
- verwarmingsvermogen instellen 31
- vermogen warmwaterbereiding instellen 32
- sturing ingebouwde circulatiepomp 32
- maximum vertrektemperatuur instellen 32
- thermische desinfectie voor ketel ZSC met boiler 32
- instellen van de antipendelblokkering 32
- schakeldifferentieel 32
- gebruik van het kanaal bij 1-kanaalsschakelklok wijzigen 33
- laatste storing oproepen 33
- werkingslampje 33
- reactietijd bij warmwaterbereiding bij ketel ZWC 33
- tips voor energiebesparing 33
GASREGELING
ONDERRICHTINGEN
- nota voor de installateur 35
- nota voor de gebruiker 35
- controle van de ketel 35
- reinigen van de mantel 35
CONTROLE EN ONDERHOUD
- belangrijke opmerkingen 36
- wisselstukken en smeermiddelen 36
- na controle en onderhoud 36
- checklist voor het onderhoud 37
- rookgasmeting 37
- vermogen kiezen 37
- dichtheid van de rookgasafvoer controleren 37
- CO-waarde in de rookgasafvoer meten 38
- Heatronic 38
- laatste foutmelding oproepen 38
- verbrandingskamer, spuitstukken en brander reinigen 39
- warmtewisselaar reinigen 40
- filter in de koudwatertoevoer (enkel voor toestellen ZWC) 41
- platenwarmtewisselaar (enkel voor toestellen ZWC) 41
- overdrukventiel 41
- expansievat controlleren 42
- verwarmingswaterdruk controleren 42
- elektrische bedrading 42
- elektroden reinigen 42
- opnieuw in gebruik nemen 42
- toelichting bij demontage van belangrijke onderdelen 42
- gasblok 42
- hydraulisch gedeelte 43
- driewegkraan 43
- circulatiepomp en retourcollector 43
INFORMATIE IN HET DISPLAY VAN DE KETEL
- aanduidingen in het display 44
- storingsmeldingen in het display 45
NUTTIGE INLICHTINGEN 46
BELANGRIJKE NOTA'S 47
WAARBORG 47
SERVICEDIENST (met techniekers uit Uw regio) 48
6720 013 290-02.10
338 plaats op de muur voor de elektrische kabel (indien de bedrading achter de ketel aangebracht werd)
maat A =
ZSC & ZWC 24-3 MFA = 400 mm
ZWC 28-3 MFA = 440 mm
ZWC 35-3 MFA = 480 mm
Fig. 2

text_image
200 130 10 1,5 30 41 35 3 ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ aardgas → propaan → 117 117 ⑦ ⑧ ⑨ ⑩ ⑪ ⑫ ⑬ 50 2601 CV-afsluitkraan 3/4" (vertrek)
2 nippel 1/2" (sanitair warm water)
3 reductie 1" → 3/4" (gasaansluiting)
4 aardgaskraan 3/4"
5 sanitaire afsluitkraan 1/2" (sanitair koud water)
110 aansluitmoer (vertrek- en retourvoerleiding)
111 dichting
2. BESCHRIJVING VAN DE KETELS
Gaswandketels met elektronische ontsteking, ionisatiebeveiliging, gestuwde afvoer en modulerende werking. Uitgerust met oververhittingbeveiliging. Type ZWC met warmwaterbereiding. Het type ZSC is geschikt voor aansluiting aan een indirect verwarmde Storacell-boiler.
| Technische benamingen: | Commerciële benamingen: |
| ZSC 24-3 MFA 23 S 3600 (aardgas)ZSC 24-3 MFA 31 S 3600 (vloeibaar gas) | ZSC 24-3 MFA CeraclassExcellence |
| ZWC 24-3 MFA 23 S 3600 (aardgas)ZWC 24-3 MFA 31 S 3600 (vloeibaar gas) | ZWC 24-3 MFA CeraclassExcellence |
| ZWC 28-3 MFA 23 S 3600 (aardgas)ZWC 28-3 MFA 31 S 3600 (vloeibaar gas) | ZWC 28-3 MFA CeraclassExcellence |
| ZWC 35-3 MFA 23 S 3600 (aardgas)ZWC 35-3 MFA 31 S 3600 (vloeibaar gas) | ZWC 35-3 MFA CeraclassExcellence |
Algemene informatie
Deze ketel aan de hand van de volgende richtlijnen zorgvuldig installeren.
Type afvoer: C12, C32, C42, C52, C82, B22, B32.
De ketels op aardgas dragen het HR+ keurmerk "lage temperatuur".
De ketels zijn gekeurd op basis van de lastenkohieren CE en worden vanuit de fabriek geregeld en verzegeld overeenkomstig categorie I 2E+ (aardgas) of I 3+ (vloeibaar gas).
| Kencijfer | Gasfamilie |
| 23 | aardgas G 20 en G 25 |
| 31 | propaan G 31 |
ZWC ... = verwarming + warmwaterbereiding
ZSC ... = verwarming + opwarming boiler
Levering van de toestellen:

text_image
6 720 613 084-01.10 ① ② ③ ④ ⑤Fig. 3
1 gasketel
2 klep (met bevestigingsmateriaal)
3 bevestigingsmateriaal en dichtingen
4 technische en praktische voorschriften
5 diafragma's
- VERKLARING VAN OVEREENSTEMMING met het K.B. van 08/01/2004 - BE
| BETREFT PRODUCT | CeraclassExcellence | ||
| CONSTRUCTEUR | BOSCH THERMOTECHNIK GmbHSophienstrasse 30 - 32 - 35576 Wetzlar - Duitsland | ||
| AARD | GASWANDKETEL | ||
| CONTROLEORGANISME& ERKEND LABORATORIUM | DBI Gastechnologisches Institut GmbH Freiberg(DVGW – Prüflaboratorium Energie)Halsbrücker Strasse 34 - D 09599 Freiberg - Duitsland | ||
| CONTROLE VAN HET TYPEIDENTIFICATIENUMMER | ZSC 24-3 MFAZWC 24-3 MFAZWC 28-3 MFAZWC 35-3 MFA | CE-0085BS0046 | |
| TOEPASBARE RICHTLIJNEN | CE: 90/396/CEE, 92/42/CEE, 73/23/CEE, 89/336/CEEBE: Koninklijke Besluiten van 8 januari 2004 en 17 juli 2009betreffende de reglementering van de uitstootniveaus CO enNOx. | ||
| REFERENTIENORMEN | NF EN 483, NF EN 625, NF EN 437EN 50165, EN 55014-1, EN 55014-2 | ||
| CONTROLEPROCEDURE | Verzekering fabricagekwaliteit | ||
| VERKLARING | De producten geïdentificeerd in dit document, zijn conform met devernoemde richtlijnen en met het gehomologeerde type. De fabricage isonderworpen aan de procedure van de vernoemde controle. | ||
| GEMETEN WAARDEN | ZSC/ZWC 24-3 MFANOx: 93 mg/kWhCO : 29 mg/kWh | ZWC 28-3 MFA95 mg/kWh105 mg/kWh | ZWC 35-3 MFA93 mg/kWh105 mg/kWh |
| GEWAARBORGDE WAARDEN | NOx: < 150 mg/kWhCO : < 110 mg/kWh | ||
| Deze toestellen mogen enkel gebruikt worden voor de vervanging vaneen bestaand toestel, in overeenstemming met het KB van 17 juli 2009art. 4, § 3. | |||
3 meetstut voor branderdruk
4 Heatronic 3
6 temperatuurbegrenzer warmtewisselaar
6.3 NTC warm water (ZWC)
7 meetstut voor gasaansluitdruk
8.1 manometer
15 overdrukventiel
18 circulatiepomp
18.1 schakelaar toerental circulatiepomp
20 expansievat
27 automatische ontluchter
29 spuitstukkencollector
32 ionisatie-elektrode
33 ontstekingselektrode
36 vertrektemperatuursensor
43 vertrek verwarmingswater
56 gasblok
63 regelschroef voor maximum gasdebiet (verzegeld)
64 regelschroef voor minimum gasdebiet (verzegeld)
84 motor
88 driewegkraan
02 controleopening
20 ophangpunten
221.1 rookgasafvoer
221.2 verseluchttoevoer
226 ventilator
228 pressostaat
295 type-aanduiding
355 platenwarmtewisselaar (ZWC)
361.1 ledigingskraan
413 turbine (ZWC)
418 kenplaatje
OPBOUW ZSC

text_image
221.2 226 20 6 102 56 33 3 36 88 63 64 7 11 84 71 43 295 120 221.1 228 29 32 27 18.1 18 72 361.1 418 4 8.1 15 Fig. 53 meetstut voor branderdruk
4 Heatronic 3
6 temperatuurbegrenzer warmtewisselaar
7 meetstut voor gasaansluitdruk
8.1 manometer
15 overdrukventiel
18 circulatiepomp
18.1 schakelaar toerental circulatiepomp
20 expansievat
29 spuitstukkencollector
32 ionisatie-elektrode
33 ontstekingselektrode
36 vertrektemperatuursensor
43 vertrek verwarmingswater
56 gasblok
6720 613084-04.20
63 regelschroef voor maximum gasdebiet (verzegeld)
64 regelschroef voor minimum gasdebiet (verzegeld)
71 vertrek naar boiler
72 retour uit boiler
84 motor
88 driewegkraan
102 controleopening
120 ophangpunten
221.1 rookgasafvoer
221.2 verseluchttoevoer
226 ventilator
228 pressostaat
295 typeaanduiding
361.1 ledigingskraan
418 kenplaatje
ELEKTRISCH SCHEMA

text_image
302 328 M 226 M 18 136 328.1 ST5 ST4 ST25 310 ZWC ST19 + - 315 AF 6.3 ST15 M 84 4.1 LR Ls N L ST10 151 161 ST8 319 ZSC ST19 + - 315 AF 432 303 ST15 M 84 56 9V/25 V 230V/AC 153 313 312 ST9 300 68 52 52.1 6 32 413 228 36 Fig. 6 8 720 613 084-05.104.1 ontstekingstransformator
6 temperatuurbegrenzer warmtewisselaar
6.3 NTC warm water (ZWC)
18 circulatiepomp
32 ionisatie-elektrode
33 ontstekingselektrode
36 vertrektemperatuursensor
52 elektromagneet 1
52.1 elektromagneet 2
56 gasblok
68 regelmagneetklep
84 motor driewegkraan (ZWC)
135 hoofdschakelaar
136 temperatuurregelaar vertrek CV-water
151 zekering T 2,5 A - 230 V/AC
153 transformator
161 brug
226 ventilator
228 pressostaat
300 codeerstekker
302 aansluiting voor aarding
303 aansluiting boiler NTC (ZSC)
310 temperatuurregelaar warm water
312 zekering T 1,6 A - 24 V/DC
313 zekering T 0,5 A - 5 V/DC
315 klemmenblok voor regelaar (EMS bus)
319 klemmenblok voor boilerthermostaat of voor externe begrenzer
328 netaansluiting 230 V/AC
328.1 brug
413 turbine (ZWC)
432 boiler NTC (ZSC, toebehoren)
6. INSTALLATIE

Gevaar: Voor explosies!
▶ De gaskraan sluiten vooraleer werken aan gasvoerende delen uit te voeren.
Doe een dichtheidscontrole na werken aan gasvoerende delen.

Algemeen
Deze ketel dient door een bevoegde installateur te worden geplaatst. Hij dient zich te houden aan de geldende nationale en plaatselijke voorschriften. In geval van twijfel dient hij zich te informeren bij de officiële instanties of bij Bosch Thermotechnology nv.
Belangrijk
De ketel waterpas hangen.
Let erop de volgende minimumafstanden te voorzien:
- tussen ketel en plafond 30 cm
- onder de ketel minimum 30 cm
• rondom de ketel 10 cm
De ketel moet in een vorstvrije ruimte geïnstalleerd worden.
Om corrosie te vermijden mag de verse lucht voor de ketel geen agressieve dampen bevatten.
Ketels op vloeibaar gas: aangezien vloeibaar gas zwaarder is dan lucht, moeten deze ketels en de leidingen steeds in ruimten met een benedenverluchting boven de begane grond, geplaatst worden.
De ketel moet in overeenstemming met de voorschriften van het A.R.E.I. geïnstalleerd worden.
In geen geval de ketel tegen een wand uit brandbaar materiaal plaatsen.
Brandbare stoffen moeten vuurwerend bekleed worden.
De maximale omgevingstemperatuur van de installatieruimte bedraagt 50°C.
De maximale temperatuur van de buitenmantel ligt onder de 85°C, zodat er behalve voor omkastingen (zie fig. 7) geen speciale voorzorgsmaatregelen moeten genomen worden.
6.1 Installatie in een kast
Voorzie minimumafstanden van 10 cm rondom de ketel, 30 cm tot het plafond en 30 cm onder de ketel.

text_image
minimum 10 cm minimum 30 cm minimum 10 cm minimum 10 cm minimum 30 cmFig. 7
6.2 Montageplaat
Bij de gasketel hoort deze afzonderlijk verpakte en eventueel vooraf leverbare montageplaat waarmee de leidingen reeds kunnen gemonteerd worden zonder de ketel. De verbinding tussen gasketel en montageplaat gebeurt met vijf dichtingen. Deze zitten in de verpakking. De afsluitkranen vergemakkelijken in belangrijke mate de eventuele demontage van de ketel. U dient de volledige set te gebruiken.

Montageplaten propaan: Deze montageplaten zijn bijna dezelfde als deze voor aardgas.
Alleen is de gaskraan hier vervangen door een verbindingsbuis 3/4" met losse moer en dichting.
Fig. 8 Montageplaat (aardgas = nr. 7 719 002 134, propaan = nr. 3 119 001 823)

text_image
aardgas → propaan →1 CV-afsluitkraan 3/4" (vertrek)
2 nippel 1/2" (sanitair warm water)
3 reductie 1" → 3/4" (gasaansluiting)
4 aardgaskraan 3/4"
5 sanitaire afsluitkraan 1/2" (sanitair koud water)
6 CV-afsluitkraan 3/4" (retour)
7 verbindingsbuis propaan
8 bevestigingsset
13 montageplaat
| CV-afsluitkranen 3/4” | sanitaire afsluitkraan 1/2” | aardgaskraan 3/4” | verbindingsbuis 3/4” voor propaan |
Fig. 9 | ![]() | ![]() | ![]() |
| gesloten geopend | gesloten geopend | gesloten geopend |

Fig. 10
Opmerking: wanneer de ketel ZSC 24-3 MFA niet aan een boiler aangesloten wordt, dan moeten de aansluitingen 2 en 5 (fig. 8) afgesloten worden. U kunt hiervoor het toebehoren N° 304 (bestelnummer 7 709 000 227) gebruiken.
6.3 Montagesjabloon
Kleef de montagesjabloon tegen de wand. Let erop de volgende minimumafstanden te voor- zien:
- tussen ketel en plafond 30 cm,
- onder de ketel minimum 30 cm,
• rondom de ketel 10 cm.
▶ Boor de gaten voor de bevestiging van ketel en montageplaat volgens de sjabloon.
▶ Verwijder de montagesjabloon.
▶ Installeer de montageplaat.
Fig. 11

6.4 Bevestiging van de ketel

Opgelet: Vuil in het cv-circuit kan de ketel beschadigen.
▶ Spoel het cv-circuit om dit vuil te verwijderen.
▶ Verwijder de verpakking van de ketel.
- Controleer de gassoort op het kenplaatje van de ketel.

text_image
2. 1. 1.6720 613 085-07.20
Mantel demonteren

De mantel is met 2 borgschroeven beveiligd tegen openen door onbevoegden.
▶ De mantel steeds met deze schroeven beveiligen.
▶ Schroeven losdraaien (1).
▶ Mantel opheffen en naar voren toe wegnemen (2).
Fig. 12

text_image
1 8 720 613 054-14.10 ① ② ③ ④ 6 720 613 085-09.10
Bevestiging voorbereiden
▶ Pluggen monteren.
Dichtingen op de nippels van de montageplaat leggen.
Ketel bevestigen
▶ Ketel op de voorbereide aansluitingen zetten en met de bijverpakte haken aan de wand bevestigen.
▶ Moeren op de aansluitingen vastdraaien.
Fig. 13
Afdekklep monteren
Plaats de rubbers (1) en (2) onder aan het bedieningspaneel. Het rubber (2) moet losjes zitten.
▶ De stift (3) aan de klep rechts in het rubber (2) steken.
▶ Open de afdekklep (4) en beide rubbers juist onder het bedieningspaneel uitlijnen.
▶ Sluit de afdekklep. Zij klik automatisch vast.
Fig. 14
Afdekklep openen
Druk op de markering (3 puntjes) om het deksel te openen.
Fig. 15
Rookgasafvoer
Leg het juiste diafragma (1) samen met de dichting (2) op de rookgasafvoer.
▶ Monteer de adapter (3) en schroef hem vast met de schroeven (4).

Raadpleeg de montagevoorschriften van de rookgasafvoer voor nadere inlichtingen.
Fig. 16
6.5 Aansluiting van de rookgasafvoer
Bij de gesloten toestellen mogen enkel de afvoersystemen - aangeboden en geleverd door de fabrikant van de toestellen - gebruikt worden. Zij vormen één geheel bij de keuring van de toestellen.
Bij het collectieve (CLV) systeem wordt de dubbelwandige CLV-koker door de fabrikant van het systeem geleverd. De verbinding tussen toestellen en CLV-systeem moet ook door de fabrikant van de toestellen geleverd worden.

Raadpleeg onze brochure "afvoersystemen HR+" voor de montage.
Voor de parallelle aansluiting (voor CLV en om afstanden van 30 tot en met 40 meter te overbruggen) raden wij U aan onze servicedienst te raadplegen.

Raadpleeg de norm NBN B 61-002 voor meer informatie en andere toepassingen.
6.6 Hydraulische aansluiting
Bij installaties met kunststofbuizen moeten alle aansluitingen van de ketel (verwarming en sanitair) over een afstand van minimum 1,5 m in metalen buizen (bvb. koper of ijzer) uitgevoerd worden.

Opgelet: Indien het toestel op een net met zeer kalkhoudend water aangesloten wordt en het tevens veel gebruikt wordt, is het aan te bevelen een waterbehandeling te voorzien.
6.6.1 Aansluiting verwarming
De doormeter van de leidingen dient te worden berekend volgens de behoeften van de ketel en van de installatie.
De installatie moet voor de plaatsing van de ketel worden doorgespoeld.
Beschermproducten:
| Product | Fabrikant |
| Protector Copal | Fernox |
| Sentinel X 100 | Betz Dearborn |
Vorstwerende middelen:
| Product | Fabrikant |
| Protector Alphi 11 | Fernox |
| Varidos FSK | Schilling Chemie |
Reinigingsproducten:
| Product | Fabrikant |
| Restorer IC 20 (Superfloc Universal cleaner) | Fernox |
| Acitol-L | Schilling Chemie |
Let op: De door de fabrikant voorgeschreven concentraties niet overschrijden!
Dichtingproducten, om kleine lekken in de installatie tegen te gaan, mogen onder geen enkele voorwaarde in de ketel terechtkomen. De hierdoor ontstane schade valt buiten de waarborgvoorwaarden.
6.6.2 Aansluiting sanitair (enkel voor de ketels ZWC)
In overeenstemming met de norm NBN EN 1717 en Belgaqua, moet in de koudwateraansluiting een veiligheidsgroep 1/2" van 7 bar gemonteerd worden. Deze veiligheidsgroep mag ook op afstand worden geplaatst, maar wel voorbij de aftakking naar een andere koudwaterleiding. Voorzie tevens een afvoer voor het overtollige water.

Opgelet: Om dat goede werking te controleren, éénmaal per maand de kraan en de klep van de veiligheidsgroep bedienen. Kalkafzetting kan de goede werking belemmeren.
Bij een koudwaterdruk hoger dan 5 bar, is het aan te raden een drukverminderaar van 3 bar voor de hele installatie te plaatsen. Hierdoor wordt vermeden dat de veiligheidsgroep te veel water loost en wordt de warmwatertemperatuur aan de mengkranen stabieler.
▶ De aansluiting gebeurt d.m.v. de bijgeleverde toebehoren.
In de warmwaterleidingen dienen vernauwingen en regelingen die het debiet onder het minimum zouden kunnen beperken, te worden vermeden.
▶ Vooraleer het toestel aan te sluiten, controleren of de waterfilter in de koudwateraansluiting van het toestel gemonteerd is.
Bij vorstgevaar moet de sanitaire kringloop leeggemaakt kunnen worden door middel van een, apart te voorzien, leegloopkraantje.
6.6.3 Vullen en ledigen
Op het laagste punt van de installatie een vul- en aftapkraan voorzien. Respecteer de voorschriften van de waterbedelingsmaatschappij.
6.6.4 Overdrukventiel verwarming
Dit is in de ketel ingebouwd.
6.6.5 Expansievat
De voordruk van het expansievat moet overeenkomen met de statische hoogte van de installatie.
Door de druk in het expansievat, met behulp van het ventiel tot 0,5 bar te beperken, kan in bijzondere gevallen capaciteitsuitbreiding verkregen worden. Indien nodig moet een bijkomend vat geïnstalleerd worden op de retourleiding van de ketel.
6.7 Gasaansluiting
Gasleiding
De gasleiding moet binnenin volledig zuiver zijn. Indien nodig de leiding doorblazen.
AARDGAS: De aardgasleidingen dienen gelegd te worden volgens de regels der kunst en de doormeter berekend volgens de norm NBN D 51-003. Bij installaties op aardgas moet men de bijgeleverde BGV gekeurde gasafsluitkraan 3/4" gebruiken en rechtstreeks met de losse moer aansluiten op de reductie 1" → 3/4" van de montageplaat. Deze gaskraan bevindt zich in de verpakking van de montageplaat.
VLOEIBAAR GAS: De installaties op vloeibaar gas dienen strikt te beantwoorden aan de norm NBN D 51-006. De bijgeleverde verbindingsbuis met losse moer en dichting (3/4"), rechtstreeks met deze losse moer aansluiten op de reductie 1" → 3/4" van de montageplaat. Deze verbindingsbuis bevindt zich in de verpakking van de montageplaat.
aansluiting AARDGAS
reductie 1" → 3/4" van de montageplaat

Fig. 17
gasaansluiting
aansluiting VLOEIBAAR GAS
reductie 1"→3/4" van de montageplaat

Fig. 18
gasaansluiting

De dichtheid van de gasaansluiting controleren met geopende gaskraan in overeenstemming met de norm NBN D 51-003.
De dichtheidcontrole van de wateraansluiting dient eveneens te gebeuren met geopende waterkranen.
Gevaar: Door elektrocutie.
▶ Vooraleer werken uit te voeren moet de stroomtoevoer onderbroken worden.
7.1 Algemeen
De voorschriften van de plaatselijke elektriciteitsmaatschappij en van het algemene reglement op de elektrische installaties (A.R.E.I.), moeten strikt opgevolgd worden.
De gasketels zijn volledig gekableerd en ontstoord.
Andere verbruikers mogen niet aftakken.
De ketel via de stekker aan een stopcontact met aarding aansluiten.
De voedingsspanning moet minimaal 200 V/AC en maximaal 250 V/AC bedragen.
Indien de bedrading achter de ketel aangebracht werd, raden wij U aan deze bedrading minstens 50 cm uit de muur te laten steken.
7.2 Toebehoren aansluiten
Opgelet: Kabelresten kunnen de Heatronic beschadigen.
▶ De kabels enkel buiten de Heatronic isoleren.

text_image
88 reset 1 2 3 4 5 6 7 8 9 min max 7 720 613 365-11.10▶ Mantel afnemen.
▶ Schroef uitdraaien en Heatronic naar beneden klappen.
Fig. 19

text_image
1. 1. 2. 1. 6 720 613 085-12.103 schroeven verwijderen, bedrading laten uithangen en afdekplaat wegnemen (2).
Fig. 20

Opgelet: Wegvloeiend water kan de Heatronic beschadigen.
▶ Dek de Heatronic af vooraleer werken aan watervoerende delen uit te voeren.
7.2.2 Kabeldoorvoer

text_image
Ø 8-9 Ø 5-7 Ø10-12 Ø13-146 720 612 259-30.1R
▶ De kabeldoorvoer afsnijden volgens de kabeldikte. De opening nooit groter maken dan de kabeldikte, zoniet is de ketel niet meer spatwaterbeveiligd.
Fig. 21
7.2.3 Aansluiting van een digitale JUNKERS BUS-regelaar

Sluit enkel de modulerende regelapparatuur van JUNKERS aan!
Dan alleen verkrijgt U een optimaal rendement, een minimaal verbruik en de langste levensduur!
▶ Gebruik volgende bedrading:
| Leidinglengte | Doormeter |
| ≤ 80 m | 0,40 mm ^2 |
| ≤ 100 m | 0,50 mm ^2 |
| ≤ 150 m | 0,75 mm ^2 |
| ≤ 200 m | 1,00 mm ^2 |
| ≤ 300 m | 1,50 mm ^2 |

text_image
ST196 720 612 229-15.20
▶ De kabeldoorvoer afsnijden volgens de kabeldikte.
De elektrische kabel door de kabeldoorvoer steken en aan de klemmen B B van de klemmenblok ST 19 aansluiten.
▶ De kabel vastzetten met de bevestigingsklem.
Fig. 22
7.2.4 Aansluiting van een 24 V regelaar JUNKERS

Sluit enkel de modulerende regelapparatuur van JUNKERS aan!
Dan alleen verkrijgt U een optimaal rendement, een minimaal verbruik en de langste levensduur!
▶ Gebruik volgende bedrading:
| Leidinglengte | Doormeter |
| ≤ 20 m | 0,75 – 1,50 mm ^2 |
| ≤ 30 m | 1,00 – 1,50 mm ^2 |
| >30 m | 1,50 mm ^2 |

text_image
ST19 4 2 1▶ De kabeldoorvoer afsnijden volgens de kabeldikte.
De elektrische kabel door de kabeldoorvoer steken en aan de klemmen 1, 2 en 4 van de klemmenblok ST 19 aansluiten.
▶ De kabel vastzetten met de bevestigingsklem.
Fig. 23
€ 720 613 085-13.10

Belangrijke opmerking:
Thermostatische radiatorkranen op alle radiatoren leiden tot een meerverbruik en verkorten de levensduur van de ketel.
Wij raden U dus ten stelligste aan dergelijke installaties te vermijden. Daarom steeds een of meerdere radiatoren met gewone radiatorkranen uitrusten. Bij voorkeur de radiatoren in de pilootruimte (de ruimte waar de thermostaat geïnstalleerd is).
7.2.5 Aansluiten van een indirect gestookte boiler met NTC-sensor (bvb. Storacell) aan de ketel ZSC 24-3 MFA

text_image
F A ST156 720 613 085-42.10
Junkers-boilers met NTC sensor worden direct op de printplaat van de ketel aangesloten. De kabel met stekker zit bij de boiler.
▶ Doorvoer uitbreken.
Kabel van boiler-NTC doorvoeren.
▶ Stekker op klem ST 15 van de printplaat steken.
Fig. 24
7.2.6 Aansluiten van een indirect gestookte boiler met boilerthermostaat (on / off)

text_image
ST8 9 76 720 613 085-41,10
De kabeldoorvoer afsnijden volgens de kabeldikte. De opening nooit groter maken dan de kabeldikte, zoniet is de ketel niet meer spatwaterbeveiligd.
De elektrische kabel door de kabeldoorvoer steken en de boilerthermostaat aansluiten aan de klemmen 7 en 9 van de klemmenblok ST 8.
De kabel vastzetten met de bevestigingsklem.
Fig. 25
7.2.7 Aansluiten van een sanitaire circulatiepomp

text_image
ST256 720 613 085-48.10
De kabeldoorvoer afsnijden volgens de kabeldikte. De opening nooit groter maken dan de kabeldikte, zoniet is de ketel niet meer spatwaterbeveiligd.
Gebruik een elektrische kabel NYM-I 3 x 1,5 mm².
De elektrische kabel door de kabeldoorvoer steken en de circulatiepomp als volgt aan de klemmenblok ST 25 aansluiten:
- L aan Lz
- N aan Nz
- aarding (groene of eventueel groen/gele draad)
De kabel vastzetten met de bevestigingsklem.
Fig. 26
8. INBEDRIJFNAME

text_image
365 366 363 135 476 367 61 317 8.1 eco reset 295 136 310 27 15 800 6 720 613 085-14.10Fig. 27
8.1 manometer
15 overdrukventiel (verwarmingscircuit)
136 temperatuurregelaar vertrektemperatuur
295 type-aanduiding
310 temperatuurregelaar warm water
317 display
363 controlelamp voor werking brander
365 schoorsteenvegertoets
366 servicetoets
367 voor ZWC: druktoets ECO voor ZSC: geen functie
476 vakantietoets
800 lampje "in werking"
8.1 Voor de inbedrijfname

Waarschuwing: Inbedrijfname zonder water leidt tot ernstige beschadiging van de gasketel.
▶ Gasketel eerst vullen, vooraleer hem in bedrijf te nemen.
- Voordruk van het expansievat controleren (druk instellen in overeenstemming met de statische hoogte van de installatie).
▶ Radiatorkranen opendraaien. - Afsluitkranen vertrek en retour CV (onder aan de ketel) opendraaien en installatie vullen tot 1,2 bar. Vul- en aftapkraan sluiten.
▶ Radiatoren ontluchten.
▶ Vul de verwarmingsinstallatie bij tot 1,2 bar.
▶ Voor ketels ZWC: afsluitkranen koud en warm water (onder aan de ketel) openen.
Open dan een warmwateraftapkraan tot er water uitloopt.
▶ Voor ketels ZSC met indirect verwarmde boiler: externe afsluitkraan koud water openen.
Open dan een warmwateraftapkraan tot er water uitloopt.
▶ Controleren of de gassoort overeenkomt met de gassoort op de identificatieklever.
▶ Gaskraan openen.
8.2 Openen van het deksel

text_image
Druck Fig. 28 6720 612 660-0.1H▶ Druk op de markering (3 puntjes) om het deksel te openen.
8.3 Verwarmingswaterdruk controleren

Voor het bijvullen eerst de vulslang met water vullen. Dit voorkomt dat er lucht in de installatie komt.

text_image
bar 878 read rec max a max 6 720 613 086-03.10
Opgelet: De ketel kan beschadigd worden.
▶ Vul enkel water bij wanneer de ketel koud is.
▶ De wijzer op de manometer (10) moet tussen de 1 en 1,5 bar staan.
▶ Staat de wijzer onder de 1 bar (in koude toestand) dan moet u bijvullen totdat de wijzer weer tussen de 1 en 1,5 bar staat.
| Aanduiding op de manometer | |
| 1 bar | Minimale vuldruk (bij koude installatie) |
| 1 – 2 bar | Optimale vuldruk |
| 3 bar | Maximale vuldrukDe maximumdruk van 3 bar bij een hogere vertrektemperatuur mag niet overschreden worden. Anders opent het overdrukventiel. |
Fig. 29

Wanneer de verwarmingswaterdruk niet behouden blijft, moet de dichtheid van het expansievat en van de verwarmingsinstallatie gecontroleerd worden.
8.4 In-/Uitschakelen
Inschakelen

text_image
6 720 612 660-05.1RHoofdschakelaar inschakelen. Het controlelampje brandt blauw en in het display verschijnt de vertrektemperatuur.
Fig. 30
Uitschakelen
▶ Hoofdschakelaar uitschakelen. Het controlelampje dooft.
▶ Let op de vorstbeveiliging (zie paragraaf 8.11) wanneer U de ketel voor langere tijd uitschakelt.
8.5 Verwarming inschakelen

text_image
84 reset 000 L 4 5 6 max 2 4 e 1 min max 6 720 613 085-30.10Fig. 31
De vertrektemperatuur kan tussen 40 en 88°C ingesteld worden.
▶ Temperatuurregelaar warming verdraaien, om de vertrektemperatuur van de verwarmingsinstallatie aan te passen:
- lage temperatuurverwarming bvb. stand 5 (ongeveer 74°C)
- verwarmingsinstallaties met vertrektemperatuur van 88°C: stand max
Wanneer de brander in bedrijf is brandt het controlelampje groen.
| stand | vertrektemperatuur |
| 1 | ongeveer 40°C |
| 2 | ongeveer 49°C |
| 3 | ongeveer 58°C |
| 4 | ongeveer 65°C |
| 5 | ongeveer 74°C |
| 6 | ongeveer 84°C |
| max | ongeveer 88°C |
8.6 Temperatuurregeling

text_image
9 12h 15 6 16 3 24h 22 + advance 6 720 612 680-07.1RFig. 32

Raadpleeg de voorschriften van de regelapparatuur. Hierin vindt U hoe:
▶ U de kamerthermostaten kunt instellen,
▶ U economisch kunt verwarmen en energie kunt besparen.
8.7 Na de inbedrijfname
▶ Controleer de gasaansluitdruk.
8.8 Ketel ZSC met boiler Storacell: warmwatertemperatuur instellen (via NTC)

text_image
84 reset eco max 6 max 6 max 3 4 5 III 10 *Fig. 33
▶ Boilertemperatuur met temperatuurinstelknop van de ketel instellen. Het display toont de vertrektemperatuur. Bij een boiler met thermometer wordt de temperatuur op de boiler zelf getoond. De Eco-toets heeft geen functie.

Waarschuwing: verbrandingsgevaar!
▶ Temperatuur bij normaal gebruik niet hoger dan 60°C instellen.
| temperatuurinstelknop ➔ | warmwatertemperatuur |
| min - 1 | ongeveer 40°C |
| 2 | ongeveer 45°C |
| 3 | ongeveer 49°C |
| 4 | ongeveer 52°C |
| e | ongeveer 56°C |
| 6 - max | ongeveer 60°C |

De ketel is standaard uitgerust met een systeem voor thermische desinfectie van de boiler. Hierbij wordt de boiler een maal per week gedurende ongeveer 35 minuten tot 70°C opgewarmd.
Via servicefunctie 2.d kan deze desinfectie uitgeschakeld worden.
De display toont 88 afgewisseld met de vertrektemperatuur wanneer de thermische desinfectie geactiveerd is.

Opgelet: Verbrandingsgevaar.
Na de thermische desinfectie koelt de boiler slechts langzaam af. De uitlooptemperatuur kan dan hoger zijn dan de ingestelde temperatuur.
8.9 Ketels ZWC: warmwatertemperatuur instellen

text_image
84 reset eco max 6 720 613 005-31.10- Warmwatertemperatuur met temperatuurinstelknop van de ketel instellen. Het display toont de vertrektemperatuur.
| temperatuurinstelknop ➔ | warmwatertemperatuur |
| min - 1 | ongeveer 40°C |
| 2 | ongeveer 45°C |
| 3 | ongeveer 49°C |
| 4 | ongeveer 52°C |
| e | ongeveer 56°C |
| 6 - max | ongeveer 60°C |
Fig. 34
Functie van de ECO-COM toets:
1 Comfort functie: de Eco-toets is niet ingedrukt en niet opgelicht: de platenwisselaar wordt alle 20 minuten gedurende 1 min op de gevraagde sanitaire temperatuur, verhoogd met 25°C, gehouden. Eventueel kan men deze 20 minuten verlengen met de servicefunctie 3 E (van 20 tot 60 minuten).

Deze positie verhoogt het risico van verkalking en heeft een meerverbruik tot gevolg.
2 Eco functie: de Eco-toets is ingedrukt en opgelicht: de comfort functie zoals beschreven in punt 1 is uitgeschakeld.
3 Comfort op commando: onafhankelijk van de stand van de Eco-toets kan men toch de comfort functie, zoals beschreven in punt 1, activeren door een sanitaire kraan binnen de 5 sec te openen en terug te sluiten. Op dat ogenblik wordt de Comfort functie eenmalig geactiveerd. Deze functie kan uitgeschakeld worden met de service functie 4 C.

Dit comfort op commando geeft extra warmwatercomfort met een minimaal gas- en waterverbruik en beperkt de kalkvorming.
8.10 Zomerbedrijf (alleen warm water)

text_image
2 3 1 6 min max 6 720 613 085-33.10▶ Verwarming in bedrijf laten.
Draai de vertrektemperatuurregelaar "III volledig naar links in de stand
De verwarming is buiten werking. De warmwatervoorziening en de verzorging van de spanning voor de thermostaat blijven gehandhaafd.
Fig. 35

Opgelet: Bevriezingsgevaar voor de verwarmingsinstallatie.
8.11 Vorstbeveiliging van de verwarmingsinstallatie

text_image
2 1 3 6 min max 6 720 613 085-33.10▶ De gasketel niet uitschakelen.
▶ Draai de vertrektemperatuurregelaar volledig naar links in de stand
De verwarming is buiten werking. De warmwatervoorziening en de verzorging van de spanning voor de thermostaat blijven gehandhaafd.
▶ Bij uitgeschakelde verwarming:
Het CV-water bijvullen met het antivriesmiddel (zie paragraaf 6.6).
▶ Ledig het warmwatercircuit.
- Verdere informatie vindt U in de handleiding van de verwarmingsregelaar.
Fig. 36
Vorstbeveiliging van de boiler (indien aangesloten):

text_image
2 3 4 5 max 1 2 6 min 6 720 613 065 35.10▶ De gasketel niet uitschakelen.
▶ Temperatuurinstelknop ⚡ tot linkeraanslag draaien.
De vorstbeveiliging wordt geactiveerd wanneer de temperatuur van de boiler onder 15°C daalt.
Fig. 37
8.12 Vergrendeling van de Heatronic

text_image
1.0 reset L 2 3 4 5 6 10 max 2 min 0 max 6720 613 065-95.10Deze vergrendeling werkt voor de vertrektemperatuurregelaar, de temperatuurregelaar warm water en voor alle toetsen met uitzondering van de hoofdschakelaar.
Vergrendeling activeren:
Druk op gedurende ongeveer 5 seconden op de beide toetsen tot in het display verschijnt.
Vergrendeling uitschakelen:
Druk op de beide toetsen tot alleen de vertrektemperatuur in het display aangeduid wordt.
Fig. 38
8.13 Werking tijdens de vakantie
Vakantiewerking inschakelen:
Druk op de vakantietoets ☐ tot deze oplicht. Tijdens de vakantie zijn verwarming en warmwaterbereiding uitgeschakeld. De vorstbeveiliging blijft geactiveerd.
Vakantiewerking uitschakelen:
Druk op de vakantietoets ☐ ^☆ tot deze dooft. De gasketel herneemt zijn normale werking volgens de instellingen van de verwarmingsregelaar.
8.14 Storingen

Een overzicht van eventuele storingen vindt U in de tabel op blz. 45. Een overzicht van aanduidingen in het display vindt U op blz. 44.
De Heatronic bewaakt alle veiligheids-, regel-, en besturingsorganen.
Wanneer tijdens de werking een storing optreedt, wordt deze in het display aangeduid. De werkingscontrolelamp knippert en bijkomend kan de reset-toets knipperen.
Wanneer de reset-toets knippert:
Druk op de reset-toets en houd deze vast tot in het display wordt weergegeven. De ketel treedt weer in werking en de vertrektemperatuur wordt weergegeven.
Wanneer de reset-toets niet knippert:
▶ Schakel de ketel uit en weer aan. De ketel treedt weer in werking en de vertrektemperatuur wordt weergegeven.
Wanneer de storing zich niet laat resetten:
▶ Waarschuw dan uw installateur of de servicedienst van JUNKERS.
8.15 Pompblokkeringsbeveiliging

Deze regeling verhindert het vastzitten van de pomp na een lange stilstandperiode.
Iedere uitschakeling van de circulatiepomp wordt gevolgd door een tijdmeting, om na 24 uur de pomp kortstondig te laten draaien.
Let op: de ketel moet ingeschakeld blijven.
In het display verschijnt .
8.16 Thermische desinfectie voor ketel ZSC met boiler
De ketel is standaard uitgerust met een systeem voor thermische desinfectie van de boiler. Hierbij wordt de boiler een maal per week gedurende ongeveer 35 minuten tot 70°C opgewarmd.
De fabrieksinstelling is: thermische desinfectie geactiveerd.
Zij kan ook uitgeschakeld worden (zie paragraaf 9.2.7).
9. INDIVIDUELE INSTELLING
9.1 Manuele instellingen
9.1.1 Grootte van het expansievat testen
De volgende diagrammen geven aan of het ingebouwde expansievat voldoende is, of dat er een extern vat dient geplaatst te worden.
Voor de getoonde kenlijnen wordt met volgende gegevens rekening gehouden:
- De voordruk van het expansievat komt overeen met de statische opvoerhoogte van de installatie + 0,3 bar.
- De normale werkdruk ligt tussen 1 en 2,5 bar.
- De maximale bedrijfsdruk (veiligheidsventiel) bedraagt 3 bar.

line
| VA (l) | tv (°C) | | ------ | ------- | | 100 | 45 | | 150 | 55 | | 200 | 60 | | 250 | 65 | | 300 | 70 | | 350 | 75 | | 400 | 80 | | 450 | 85 | | 500 | 90 |I voordruk 0,2 bar
II voordruk 0,5 bar (fabrieksinstelling)
III voordruk 0,75 bar
IV voordruk 1,0 bar
V voordruk 1,2 bar
A arbeidsbereik van het expansievat
B extra expansievat nodig
t_v vertrektemperatuur
V_A inhoud van de installatie in liter
Fig.39
- Wanneer het snijpunt rechts naast de curve ligt, moet een bijkomend expansievat geïnstalleerd worden.
9.1.2 Kenlijn van de circulatiepomp wijzigen
Het toerental van de pomp kan in de aansluitkast van de pomp ingesteld worden.
De fabrieksinstelling is schakelstand 3. Dit is tevens de aanbevolen schakelstand.

In schakelstand 1 wordt bij de bereiding van warm water niet het maximale vermogen overgedragen. Gebruik deze stand daarom zuiver en alleen voor ketels zonder warmwaterbereiding en voor CV-installaties met zeer klein drukverlies.

Kies – afhankelijk van drukverliezen en debiet in Uw CV-installatie – schakelstand 2 om energie te sparen en om stromingsgeluiden zo laag mogelijk te houden.

line
| Q (L/h) | H (bar) - Curve 1 | H (bar) - Curve 2 | H (bar) - Curve 3 | | ------- | ----------------- | ----------------- | ----------------- | | 0 | 0.20 | 0.40 | 0.50 | | 500 | 0.05 | 0.25 | 0.40 | | 900 | 0.00 | 0.10 | 0.30 | | 1200 | 0.00 | 0.05 | 0.20 |voor ZSC 24-3 MFA & ZWC 24-3 MFA
1 kenlijn voor schakelstand 1
2 kenlijn voor schakelstand 2
3 kenlijn voor schakelstand 3
H resterende opvoerhoogte
Q omloophoeveelheid van het CV-water
Fig. 40

line
| Q (l/h) | H (bar) - Curve 1 | H (bar) - Curve 2 | H (bar) - Curve 3 | | ------- | ----------------- | ----------------- | ----------------- | | 0 | 0.45 | 0.55 | 0.58 | | 500 | 0.30 | 0.45 | 0.50 | | 900 | 0.10 | 0.30 | 0.40 | | 1300 | 0.10 | 0.15 | 0.25 |voor ZWC 28-3 MFA
1 kenlijn voor schakelstand 1
2 kenlijn voor schakelstand 2
3 kenlijn voor schakelstand 3
H resterende opvoerhoogte
Q omloophoeveelheid van het CV-water
Fig. 41

line
| Q (Mh) | H (bar) - Curve 1 | H (bar) - Curve 2 | H (bar) - Curve 3 | |--------|-------------------|-------------------|-------------------| | 0 | 0.52 | 0.60 | 0.62 | | 500 | 0.38 | 0.48 | 0.52 | | 1000 | 0.15 | 0.35 | 0.40 | | 1500 | 0.05 | 0.20 | 0.25 |voor ZWC 35-3 MFA
1 kenlijn voor schakelstand 1
2 kenlijn voor schakelstand 2
3 kenlijn voor schakelstand 3
H resterende opvoerhoogte
Q omloophoeveelheid van het CV-water
Fig. 42
9.2 Heatronic instellingen
9.2.1 Bediening van Heatronic
De Heatronic-module maakt een comfortabele instelling mogelijk, tevens kunnen de installateur en/of de servicedienst van JUNKERS veel toestelfuncties controleren. De beschrijving beperkt zich tot de noodzakelijke functies bij de inbedrijfname.
Overzicht van het bedieningspaneel

text_image
③ ② ① 88 ④ reset ⑤ 600 ⑥ 3 4 5 max 2 1 min 3 4 5 max ⑦ B 720 613 085-19.101 schoorsteenvegertoets
2 servicetoets
3 hoofdschakelaar
4 display
5 voor ZWC: eco-toets, servicefuncties "naar boven" voor ZSC: servicefuncties "naar boven"
6 toets vakantie, servicefuncties "naar beneden"
7 lampje "in werking"
Fig. 43

Gewijzigde instellingen worden pas actief nadat ze in het geheugen opgeslagen zijn.
Servicefunctie kiezen
De servicefunctie's zijn onderverdeeld in twee niveaus:
Niveau 1 omvat de servicefunctie's tot 7.C, Niveau 2 omvat de servicefunctie's vanaf 8.A.
Om een servicefunctie uit niveau 1 op te vragen:
Servicetoets indrukken en ongeveer 3 seconden ingedrukt houden. (in het display verschijnt 87). Laat de toets los wanneer hij oplicht. In het display verschijnt cijfer.letter, bvb. 1.A.
▶ De toets (5) of (6) indrukken tot de gewenste servicefunctie verschijnt.
▶ Schoorsteenvegertoets 🎨 indrukken en loslaten. De schoorsteenvegertoets 🎨 licht op en het display toont de code van de gekozen servicefunctie.
| Servicefunctie | Code | Blz. | Servicefunctie | Code | Blz. |
| verwarmingsvermogen | 1.A | 31 | schakeldifferentieel | 3.C | 32 |
| vermogen warmwaterbereiding | 1.b | 32 | kanaal schakelklok instellen | 5.C | 33 |
| sturing ingebouwde circulatiepomp | 1.E | 32 | laatste foutmelding | 6.A | 33 |
| max. vertrektemperatuur | 2.b | 32 | werkingslampje | 7.A | 33 |
| antipendelprogramma | 3.b | 32 |
Om een servicefunctie uit niveau 2 op te vragen:
Servicetoets 🚗 indrukken en ongeveer 3 seconden ingedrukt houden. (in het display verschijnt Laat de toets los wanneer hij oplicht.
▶ De toetsen (5) en (6) gelijktijdig gedurende 3 seconden indrukken (in het display verschijnt □□) tot het display terug cijfer/letter, bvb. 8.A toont.
▶ De toets (5) of (6) indrukken tot de gewenste servicefunctie verschijnt.
▶ Schoorsteenvegertoets 📋 indrukken en loslaten. De schoorsteenvegertoets 📋 licht op en het display toont de code van de gekozen servicefunctie.
| Servicefunctie | Code | Blz. |
| vertraging warmwaterbereiding (ZWC) | 9.E | 33 |
Waarde instellen
▶ De toets (5) of (6) indrukken tot de gewenste waarde van de servicefunctie verschijnt.
Waarde vastleggen
▶ Schoorsteenvegertoets 🚗 langer dan 3 seconden indrukken tot in het display 89 verschijnt. De toets 🔔 dooft na het loslaten en de waarde is in het geheugen opgeslagen. Het serviceniveau is terug actief.
Servicefunctie verlaten zonder waarden vast te leggen
Indien de schoorsteenvegertoets oplicht:
▶ Schoorsteenvegertoets 🔍 kort indrukken om het serviceniveau te verlaten zonder waarden vast te leggen.
De toets dooft na het loslaten. Het serviceniveau is terug actief.
Serviceniveau verlaten (zonder waarden vast te leggen)
- Servicetoets 🚫 indrukken om het serviceniveau te verlaten. De toets 🚫 dooft na het loslaten en het display toont de vertrektemperatuur.
- of -
Overgang van het tweede naar het eerste serviceniveau:
Indien de schoorsteenvegertoets oplicht: deze toets kort indrukken om het serviceniveau te verlaten zonder waarden vast te leggen.
De toets dooft na het loslaten. Het serviceniveau is terug actief.
- De toetsen (5) en (6) gelijktijdig gedurende 3 seconden indrukken (in het display verschijnt - - ) tot het display een servicefunctie uit het eerste serviceniveau toont, bvb. 1.A.

Indien gedurende 15 minuten geen enkele toets ingedrukt werd, wordt het serviceniveau automatisch verlaten.
9.2.2 Maximum nominaal vermogen of minimum nominaal vermogen kiezen
- De schoorsteenvegertoets 📋 indrukken en 5 seconden ingedrukt houden tot het display 🐎 toont.
De toets licht op en het display toont de vertrektemperatuur afgewisseld met = maximum nominaal vermogen.
▶ De schoorsteenvegertoets opnieuw indrukken.
De toets licht op en het display toont de vertrektemperatuur afgewisseld met = maximaal ingesteld verwarmingsvermogen. (zie servicefunctie 1.A)
▶ De schoorsteenvegertoets opnieuw indrukken.
De toets licht op en het display toont de vertrektemperatuur afgewisseld met = minimum nominaal vermogen.
- De schoorsteenvegertoets opnieuw indrukken. Na het loslaten, dooft de toets. Het display toont de vertrektemperatuur = normale werking.

Het maximale of minimale vermogen is gedurende maximum 15 minuten actief. Daarna schakelt de ketel automatisch over op normale werking.

De werking met maximaal of met minimaal vermogen wordt bewaakt door de vertrektemperatuursensor. Indien de toegelaten vertrektemperatuur overschreden wordt, beperkt de ketel zijn vermogen en schakelt eventueel de brander uit.
Zorg voor voldoende warmteafgifte door de radiatorkranen te openen of door warm water af te tappen.
9.2.3 Verwarmingsvermogen instellen (servicefunctie 1.A)
Het verwarmingsvermogen kan tussen min. nominaal warmtevermogen en max. nominaal warmtevermogen op de specifieke warmtebehoefte worden begrensd.

Ook bij een begrensd verwarmingsvermogen, blijft het max. nominaal vermogen voor het bereiden van warm water of het opwarmen van de boiler beschikbaar.
De fabrieksinstelling is het max. nominale warmtevermogen.
Aanduiding in het display U0 (= 100 %).
▶ Kies de servicefunctie 1.A.
Stel het gevraagde verwarmingvermogen in (in %) door de toetsen 5 (= verhogen) of 6 (= verlagen) in te drukken. Zie fig. 43.
▶ Schoorsteenvegertoets 📋 langer dan 3 seconden indrukken tot in het display 89 verschijnt. De toets 🔒 dooft na het loslaten en de waarde is in het geheugen opgeslagen. Het serviceniveau is terug actief.
▶ Verlaat de servicefuncties. Het display toont opnieuw de vertrektemperatuur.
9.2.4 Vermogen warmwaterbereiding instellen (servicefunctie 1.b)
Het vermogen voor de warmwaterbereiding/boileropwarming kan tussen min. nominaal warmtevermogen en max. nominaal warmtevermogen volgens de behoefte (bvb. het overdrachtvermogen van de boiler) ingesteld worden.
De fabrieksinstelling is het max. nominale warmtevermogen warm water.
Aanduiding in het display U0 (= 100 %).
▶ Kies de servicefunctie 1.b.
▶ Stel het gevraagde vermogen voor WW-bereiding in (in %) door de toetsen 5 (= verhogen) of 6 (= verlagen) in te drukken. Zie fig. 43.
- Schoorsteenvegertoets 📋 langer dan 3 seconden indrukken tot in het display 88 verschijnt. De toets 🔒 dooft na het loslaten en de waarde is in het geheugen opgeslagen. Het serviceniveau is terug actief.
▶ Verlaat de servicefuncties. Het display toont opnieuw de vertrektemperatuur.
9.2.5 Sturing ingebouwde circulatiepomp (servicefunctie 1.E)
Verschillende pompschakelingen:
- Schakelstand 1 (Een dergelijke bediening is ten stelligste af te raden en in sommige landen zelfs verboden!):
Voor installaties zonder externe regelaar. De pomp wordt door de vertrektemperatuurregelaar geschakeld.
• Schakelstand 2 (fabrieksinstelling):
Voor installaties met kamerthermostaat. De pomp draait enkel bij warmtevraag door deze thermostaat. (met een nalooptijd van 3 minuten)
• Schakelstand 3:
De pomp draait continu.
9.2.6 Maximum vertrektemperatuur instellen (servicefunctie 2.b)
De maximale vertrektemperatuur kan tussen 40 en 88°C ingesteld worden.
9.2.7 Thermische desinfectie voor ketel ZSC met boiler (servicefunctie 2.d)
De volledige warmwaterinstallatie met inbegrip van de aftappunten dienen regelmatig thermisch gedesinfecteerd te worden. (Zie lokale en/of nationale richtlijnen.)
Hierbij wordt de boiler 1 maal per week gedurende ongeveer 35 minuten tot 70°C opgewarmd.

Opgelet: Verbrandingsgevaar.
Na de thermische desinfectie koelt de boiler slechts langzaam af. De uitlooptemperatuur kan dan hoger zijn dan de ingestelde temperatuur.
De fabrieksinstelling is: thermische desinfectie geactiveerd (kengetal 1).
Bij kengetal 0 is de thermische desinfectie uitgeschakeld.

Het display toont 88 afgewisseld met de vertrektemperatuur wanneer de thermische desinfectie geactiveerd is.
9.2.8 Instellen van de antipendel blokkering (servicefunctie 3.b)
Op het schakelpaneel kan het antipendelprogramma individueel tussen 0 en 15 minuten ingesteld worden.
De fabrieksinstelling is 3 minuten.
Bij 0 is het antipendelprogramma uitgeschakeld.
De kortste schakeltijd bedraagt 1 minuut (aan te raden bij 1-pijpsystemen en luchtverwarming).
9.2.9 Schakeldifferentieel (servicefunctie 3.C)
Het schakeldifferentieel is de toegestane afwijking van de gevraagde vertrektemperatuur.
Het schakeldifferentieel kan met stappen van 1 K ingesteld worden.
De minimale vertrektemperatuur is 40°C.
Het instelbereik ligt tussen 0 en 30 K.
9.2.10 Gebruik van het kanaal bij een 1-kanaalsschakelklok wijzigen (servicefunctie 5.C)
Met deze servicefunctie kan men het gebruik van het kanaal van verwarming naar warmwaterbereiding wijzingen.
Mogelijke instellingen:
• 0 2-kanaals (verwarming en warmwaterbereiding),
• 1 kanaal verwarming,
• 2 1 kanaal warmwaterbereiding.
9.2.11 Laatste storing oproepen (servicefunctie 6.A)
Met deze servicefunctie kan men de laatste storing oproepen die in het geheugen bewaard is.
9.2.12 Werkingslampje (servicefunctie 7.A)
Het werkingslampje brandt wanneer de ketel ingeschakeld is. Met de servicefunctie 7.A kan men dit lampje uitschakelen.
De fabrieksinstelling is 1 (ingeschakeld).
9.2.13 Reactietijd bij warmwaterbereiding bij ketel ZWC (servicefunctie 9.E)
Spontane drukverschillen in het waterleidingsnet kunnen door de turbine als een warmwaterafname beschouwd worden. Daardoor gaat de brander eventjes in werking, hoewel geen warm water afgetapt wordt. Het instelbereik van deze vertraging ligt tussen 0,5 en 3 seconden. De getoonde waarde (2 tot 12) geeft de vertraging in stappen van 0,25 seconde weer.
De fabrieksinstelling is 1 sec (aanduiding in het display = 4).

Een grotere vertraging heeft een nadelige invloed op het warmwatercomfort.
9.3 Tips voor energiebesparing
Zuinig verwarmen
De ketel is zo geconstrueerd dat het gasverbruik en de belasting voor het milieu zo laag mogelijk zijn en het comfort zo groot mogelijk is. De gastoevoer naar de brander wordt geregeld al naar het gelang de warmtebehoefte van de installatie. De ketel werkt verder met een lage vlam wanneer de warmtebehoefte kleiner wordt. Dit proces heet "modulerende werking".
Door de modulerende werking worden temperatuurschommelingen gering en wordt de warmte in de ruimtes gelijkmatig verdeeld. Zo kan het gebeuren dat de ketel gedurende een lange tijd werkt, maar toch minder gas verbruikt dan een ketel die voortdurend wordt in- en uitgeschakeld.
Nachtverlaging
Door het verlagen van de omgevingstemperatuur overdag en 's nachts kan u aanzienlijk bezuinigen op het brandstofverbruik. Verlaging van de temperatuur met 1°C kan een energiebesparing van maar liefst 5 % opleveren. Het is echter aan te bevelen de kamertemperatuur maximaal 5°C te laten dalen.
Warm water
Lagere instelling van de temperatuurregelaar geeft een grotere energie besparing.
Het "comfort op commando" met de warmwaterkraan maakt het mogelijk een maximale gas- en waterbesparing te bereiken. (zie 8.9)
10. GASREGELING
De voedingsdruk aangeduid in de technische gegevens, moet aan de manometerstut (fig. 44 – nr. 7) gecontroleerd worden.
De gasdruk (met de ketel buiten werking) mag nooit:
- hoger zijn dan 30 mbar (aardgas) en 45 mbar (propaan),
- lager zijn dan 18 mbar (aardgas) en 30 mbar (propaan).
De ketels worden vanuit de fabriek geregeld en verzegeld in overeenstemming met categorie I 2E+ (aardgas) of I 3+ (vloeibaar gas).
De installateur mag daarom geen enkele instelling van het gasdebiet doorvoeren.

OPMERKING:
De ombouw naar een andere gassoort mag alleen gedaan worden door de servicedienst van JUNKERS.

text_image
€ 720-610 389-70.1R ③ ⑦3 manometerstut branderdruk
7 manometerstut gasaansluitdruk
Fig. 44
11. ONDERRICHTINGEN
11.1 Nota voor de installateur
Na de ingebruikname:
- de gebruiker op de hoogte brengen van de bediening en de werking van de gasketel,
- zijn aandacht vestigen op het feit dat in geen geval de buis voor de aanvoer van verse lucht en de buis voor de afvoer van verbrande gassen belemmerd mogen worden,
- zijn aandacht vestigen op de controle van de waterdruk d.m.v. de manometer (zie 8.1 Voor de inbedrijfname),
• dit document overhandigen.
11.2 Nota voor de gebruiker
TIP: Bij extreem lage buitentemperaturen (vanaf -10°C) raden wij U aan de nachtverlaging te beperken tot 2°C ten opzichte van de dagtemperatuur.
U vindt hierna enkele aanwijzingen die U toelaten, indien nodig, kleine storingen te verhelpen.
De ketel springt niet op
Brandt de diagnosecode-aanduiding? Indien een storingsmelding verschijnt, de ontgrendeltoets indrukken. Controleer de instelling van kamerthermostaat en ketelaquastaat.
De ketel wordt warm, de installatie blijft koud
Nagaan of de installatie gevuld en ontlucht is. Radiatorkranen openen. Indien de installatie koud blijft nagaan of de circulatiepomp draait. Zoniet de ketel uitschakelen en de circulatiepomp losmaken.
De ketel lekt aan de sanitair-waterzijde
De koudwaterkraan sluiten. Nagaan of er een terugslagklep onder de ketel geplaatst werd.
Waarschuw Uw installateur of de servicedienst van JUNKERS.
GASGEUR:
• gaskraan dichtdraaien
- vensters openen
- geen elektrische schakelaars bedienen
- alle open vuur doven
- de gasmaatschappij, Uw installateur of JUNKERS verwittigen
11.3 Controle van de ketel
Controleer regelmatig de waterdruk en, indien nodig, de installatie bijvullen en ontluchten.
Vlammenbeeld nagaan: de brander moet stabiel maar zonder gele vlammen branden.
11.4 Reinigen van de mantel
Gebruik geen schurende of agressieve reinigingsmiddelen, een vochtig doek volstaat.
12. CONTROLE EN ONDERHOUD
Zelfs een JUNKERS heeft een regelmatige controle- en onderhoudsbeurt nodig.
Een preventief onderhoud vermijdt vroegtijdige slijtage en/of een abnormaal hoog verbruik.
Deze werkzaamheden mogen enkel gedaan worden door de installateur, een bevoegde vakman of door de servicedienst van JUNKERS.

EEN JAARLIJKSE ONDERHOUDSBEURT IS AANBEVOLEN.
(afhankelijk van de regionale reglementering ter zake)
Doe hiervoor beroep op een erkende vakman of op de servicedienst van JUNKERS.

Gevaar: Voor explosie!
▶ De gaskraan sluiten vooraleer werken aan gasvoerende delen uit te voeren.
Gevaar: Voor CO-vergiftiging!
- Controleer de dichtheid na werken aan de rookgasafvoer.
Gevaar: Voor stroomschok!
▶ Voor het werken aan de elektrische delen altijd ketel spanningsvrij maken (zekeringen, hoofdschakelaar, enz.).

Heatronic
De Heatronic bewaakt alle veiligheids-, regel-, en besturingsorganen.
Een defect aan een bestanddeel van de ketel wordt in het display aangeduid.

Opgelet: Wegvloeiend water kan de Heatronic beschadigen.
▶ Dek de Heatronic vooraleer werken aan watervoerende delen uit te voeren.
12.1 Belangrijke opmerkingen

U vindt een overzicht van de storingen op blz. 45.
• Volgende meettoestellen zijn nodig:
- elektronisch meettoestel voor CO₂, CO en rookgastemperatuur,
- drukmeter 0 – 60 mbar (met een precisie van minstens 0,1 mbar).
- Speciale werktuigen zijn niet nodig.
12.2 Wisselstukken en smeermiddelen

Gebruik uitsluitend originele JUNKERS-wisselstukken.
Gebruik tevens enkel de toegelaten vetsoorten van JUNKERS.
Voor metalen dichtvlakken, O-ringen en temperatuursensoren:
- in contact met water L 641 bestelnummer 8 709 918 413
in contact met gas HFT 1 V 5 bestelnummer 8 709 918 010
warmtegeleidingvet P 12 bestelnummer 8 719 918 658
12.3 Na controle en onderhoud
▶ Alle losgemaakte koppelingen aantrekken.
▶ Neem de ketel opnieuw in bedrijf. (zie hoofdstuk 8)
▶ Controleer de dichtheid van alle aansluitingen.
12.4 Checklist voor het onderhoud (door de installateur of door de servicedienst van JUNKERS)
| Volgorde | Te doen | Zie blz. |
| 1 | Controleer de filter in de koudwatertoevoer (enkel voor toestellen ZWC). | 41 |
| 2 | Verseluchttoevoer en luchtaanvoer optisch controleren. | |
| 3 | Controleer de verbrandingskamer, de brander en de spuitstukken. | |
| 4 | Controleer de warmtewisselaar. | |
| 5 | Controleer de gasvoordruk. | |
| 6 | Controleer de dichtheid ten aanzien van gas, rookgas en water. | |
| 7 | Controleer de voordruk van het expansievat in verhouding tot de statische hoogte van de verwarmingsinstallatie (ketel drukloos). | 42 |
| 8 | Controleer de vuldruk van de verwarmingsinstallatie. | 42 |
| 9 | Controleer de dichtheid van de automatische ontluchter en controleer of het kapje dichtgedraaid is. | |
| 10 | Controleer de elektrische bedrading op beschadigingen. | |
| 11 | Controleer de instellingen van de verwarmingsregeling. | |
| 12 | Controleer de bij de verwarmingsinstallatie horende toestellen. |
12.5 Rookgasmeting

U hebt 15 minuten tijd om de waarden te meten. Daarna schakelt de ketel opnieuw over op normale werking.
12.5.1 Vermogen kiezen

text_image
reset eco 3 4 2 6 min max 6 720 613 085-20.10▶ De schoorsteenvegertoets ikdrukken tot hij oplicht.
▶ De schoorsteenvegertoets 📄 zo dikwijls indrukken tot het display het gewenste vermogen toont:
• □□ = maximum nominaal vermogen
• □□ = maximaal ingesteld verwarmingsvermogen
• 00 = minimum nominaal vermogen
Fig. 45
12.5.2 Dichtheid van de rookgasafvoer controleren

Met een O 2 - of CO 2 -meting in de verseluchttoevoer kan de dichtheid van de rookgasafvoer gecontroleerd worden. De O 2 -waarde mag niet lager zijn dan 20,6 %. De CO 2 -waarde mag de 0,2 % niet overschrijden.

1 meetstut voor rookgassen
2 meetstut voor verse lucht
Gebruik een geijkt elektronisch analysetoestel voor de meting.
Zorg voor voldoende warmteafgifte door de radiatorkranen te openen of door warm water af te tappen.
Zet de ketel in werking en wacht enkele minuten.
- Afdekschroef van meetnippel voor verseluchttoevoer (2) afschroeven.
▶ Sensor van meetapparatuur ongeveer 80 mm in de meet-nippel doorvoeren en meetopening afdichten.
▶ De schoorsteenvegertoets so dikwijls indrukken tot het display toont. (= maximum nominaal vermogen)
▶ Nu kunnen de O_2 - en CO_2 -waarden van de verseluchttoevoer gemeten worden.
▶ De schoorsteenvegertoets 📋 zo dikwijls indrukken tot hij dooft. Het display toont opnieuw de vertrektemperatuur.
▶ Schakel de ketel uit.
▶ Neem de sensor weg.
▶ De afdekschroef opnieuw monteren.
12.5.3 CO en CO₂-waarde in de rookgasafvoer meten (zie ook fig. 46)
Gebruik een geijkt elektronisch analysetoestel voor de meting.
Zorg voor voldoende warmteafgifte door de radiatorkranen te openen of door warm water af te tappen.
Zet de ketel in werking en wacht enkele minuten.
- Afdekschroef van meetnippel voor rookgassen (1) afschroeven.
▶ Sensor van meetapparatuur volledig in de meetnippel doorvoeren en meetopening afdichten.
De schoorsteenvegertoets 📁 zo dikwijls indrukken tot het display 🐎 toont. (= maximum nominaal vermogen)
▶ Meet de CO en CO _2 -waarde.
De schoorsteenvegertoets 📋 zo dikwijls indrukken tot hij dooft. Het display toont opnieuw de vertrektemperatuur.
▶ Schakel de ketel uit.
▶ Neem de sensor weg.
▶ De afdekschroef opnieuw monteren.
12.6 Heatronic
De Heatronic kan naar beneden geklapt worden voor een betere toegankelijkheid.

text_image
3.3 reset eco 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 max min 6 720 69 685 11.10 2.▶ Mantel afnemen.
▶ Schroef uitdraaien en Heatronic naar beneden klappen.
Fig. 47

Opgelet: Wegvloeiend water kan de Heatronic beschadigen.
▶ Dek de Heatronic af vooraleer werken aan watervoerende delen uit te voeren.
12.7 Laatste foutmelding oproepen (servicefunctie 6.A)
▶ Kies servicefunctie 6.A.

U vindt een overzicht van de storingen op blz. 45.
- Om laatste foutmelding te wissen: toets (5) of (6) indrukken. (zie fig. 43) Het display toont 00.
▶ Schoorsteenvegertoets 🚗 langer dan 3 seconden indrukken tot in het display 88 verschijnt. De laatste foutmelding is uit het geheugen gewist.
12.8 Verbrandingskamer, spuitstukken en brander reinigen

text_image
① ② 6 720 613 084-18.10▶ De twee klemmen (1) verwijderen en de binnenmantel (2) naar boven toe wegnemen.
Fig. 48

text_image
▶ De ond ▶ Nee toe ① ② ③ Fig. 49 5 720 613 084-11,10▶ De drie schroeven bovenaan (1) en de twee schroeven onderaan (3) uitdraaien.
▶ Neem het deksel van de verbrandingskamer (2) naar voor toe weg.
▶ Demonteer de brander.
▶ Demonteer de rail met spuitstukken.
▶ Reinig de brander met een borstel. Controleer of er geen vuil zit tussen de lamellen of in de spuitstukken. De brander nooit reinigen met metalen voorwerpen.
▶ Controleer de gasinstelling.

1 rail met spuitstukken
2 helft van de brander

3 gasblok
4 spuitstuk
12.9 Warmtewisselaar reinigen

text_image
1. 2. 3. 6 720 613 084 - 12:10▶ Demonteer het deksel van de verbrandingskamer en de brander zelf.
▶ Maak de kabels los, draai de koppelingen los en neem de warmtewisselaar naar voor toe weg.
▶ Reinig de warmtewisselaar met water en spoelmiddel. Daarna goed afspoelen.
Eventueel verbogen lamellen voorzichtig rechtplooien.
Fig. 52
12.10 Filter in de koudwatertoevoer (enkel voor toestellen ZWC)

text_image
1. 2. 3. 6.720, 612 232-2210Koudwaterkraan sluiten. Koudwatertoevoerleiding losmaken en filter op vervuiling controleren. Vervangen indien nodig.
Fig. 53
12.11 Platenwarmtewisselaar (enkel voor toestellen ZWC)
Bij onvoldoend uitstroomdebiet:

text_image
1. 2. 6720612232-24.10Koudwaterkraan sluiten. Koudwatertoevoerleiding losmaken en filter op vervuiling controleren. Vervangen indien nodig.
▶ Demonteer de platenwarmtewisselaar en vervang hem.
- of -
- Ontkalk met een ontkalkingmiddel dat geschikt is voor roestvrij staal. (af te raden)
Demontage van de platenwarmtewisselaar:
Draai de schroef (1) boven aan de platenwarmtewisselaar los en verwijder de wisselaar.
▶ Monteer een nieuwe platenwarmtewisselaar en gebruik daarbij nieuwe dichtingen. Vastzetten met de schroef (1).
▶ Controleer de dichtheid van de aansluitingen.
▶ Koudwaterkraan terug openen.
Fig. 54
12.12 Overdrukventiel

Het overdrukventiel beschermt de verwarmingsinstallatie tegen mogelijke overdruk. Het ventiel zo afgesteld dat het opent wanneer de druk in het verwarmingscircuit ongeveer 3 bar bereikt.

Voorzichtig:
▶ Het overdrukventiel NOOIT afsluiten.
▶ De slang steeds afhellend monteren.
Om het overdrukventiel manueel te openen:
▶ Hendel indrukken. (eventueel met een schroevendraaier)
▶ Vervolgens hendel loslaten.
Fig. 55
12.13 Expansievat controlleren
▶ Ketel drukloos maken.
Indien nodig de voordruk van het expansievat instellen in overeenstemming met de statische hoogte van de installatie.
12.14 Verwarmingswaterdruk controleren

Voor het bijvullen eerst de vulslang met water vullen. Dit voorkomt dat er lucht in de installatie komt.

text_image
bar 873 1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 11 12 13 14 15 16 17 18 19 max max 6 720 613 086-03.10
Opgelet: De ketel kan beschadigd worden.
▶ Vul enkel water bij wanneer de ketel koud is.
- De wijzer op de manometer moet tussen de 1 en 1,5 bar staan. - Staat de wijzer onder de 1 bar (in koude toestand) dan moet u bijvullen totdat de wijzer weer tussen de 1 en 1,5 bar staat.
| Aanduiding op de manometer | |
| 1 bar | Minimale vuldruk (bij koude installatie) |
| 1 – 2 bar | Optimale vuldruk |
| 3 bar | Maximale vuldrukDe maximumdruk van 3 bar bij een hogere vertrektemperatuur mag niet overschreden worden. Anders opent het overdrukventiel. |
Fig. 56

Wanneer de verwarmingswaterdruk niet behouden blijft, moet de dichtheid van het expansievat en van de verwarmingsinstallatie gecontroleerd worden.
12.15 Elektrische bedrading
- Controleer de bedrading op eventuele beschadiging en vervang eventuele defecte bedrading.
12.16 Elektroden reinigen
▶ Reinig de elektroden. Vervang ze wanneer ze slijtage vertonen.
12.17 Opnieuw in gebruik nemen
Zie hoofdstuk 8.
12.18 Toelichting bij demontage van belangrijke onderdelen
12.18.1 Gasblok

text_image
3. 2. 1. 5 720 612 232-27.10▶ Demonteer de brander en de aansluitbuis. (zie paragraaf 12.8)
▶ Maak de elektrische stekkers los.
▶ Schroef de gastoevoerbuis los.
Draai de twee schroeven los, schuif de gasblok met zijn bevestigingsplaat naar boven en neem hem naar voor toe weg.
Fig. 57
12.18.2 Hydraulisch gedeelte

▶ Leidingen losmaken / verwijderen (1).
▶ Maak de koppeling boven aan de circulatiepomp los (2).
▶ Maak de snelkoppeling aan de driewegkraan los (3).
▶ Draai de zes schroeven los. Daarna het volledige hydraulische gedeelte wegnemen.
Fig. 58
12.18.3 Driewegkraan

▶ Maak de drie snelkoppelingen los.
▶ Neem de driewegkraan naar boven toe weg.

Monteer eerst buis 1, dan buis 2 en dan buis 3 voor een snelle montage.
Fig. 59
12.18.4 Circulatiepomp en retourcollector

text_image
6 720 612 232-29.10▶ Maak de koppeling onder aan de circulatiepomp los en neem de pomp naar boven toe weg.
▶ Verwijder de clips van de achterste aansluiting van de retourcollector.
▶ Maak de koppeling van de retourbuis los.
▶ Draai de twee bevestigingsschroeven los en neem de retourcollector naar voor toe weg.
Fig. 60
13. INFORMATIE IN HET DISPLAY VAN DE KETEL
13.1 Aanduidingen in het display
| Display | Omschrijving |
| Maximum nominaal vermogen. (display knippert) | |
| Maximaal ingesteld verwarmingsvermogen. (display knippert) | |
| Minimum nominaal vermogen. (display knippert) | |
| De vergrendelingstoets is geactiveerd. | |
| Thermische desinfectie | |
| Pompblokkeringsbeveiliging is actief. | |
| Twee toetsen gelijktijdig ingedrukt. | |
| Een toets ingedrukt. | |
| Een waarde binnen een servicefunctie in het geheugen opslaan. | |
| Warmwaterbereiding of comfortbedrijf geactiveerd. | |
| De boiler warmt op. |
13.2 Storingsmeldingen in het display
| Display | Korte omschrijving | Wat te doen |
| A7 | Warmwater-NTC defect (platenwarmtewisselaar). (Enkel voor ketel ZWC) | Controleer warmwater-NTC en aansluitkabel op onderbreking of kortsluiting. |
| A8 | CAN-communicatie onderbroken. | Controleer verbindingskabel en regelaar. |
| A9 | Warmwater-NTC is niet juist gemonteerd. (Enkel voor ketel ZWC) | Controleer de montage. Eventueel de NTC demonteren en opnieuw monteren (gebruik daarbij warmte-geleidingsvet P 12). |
| AA | Temperatuurverschil tussen WW en CV te groot. | Slecht contact WW sensor van de platenwisselaar. Vervuiling en/of verkalking van de platenwisselaar. De driewegkraan sluit niet of onvoldoende af bij WW-bereiding. |
| Ad | Boiler-NTC niet herkend. | Controleer de boiler-NTC en de verbindingskabel. |
| b1 | Codeerstekker wordt niet herkend. | Steek de codeerstekker goed vast, meet deze en vervang indien nodig. |
| C1 | De pressostaat heeft zicht tijdens de werking geopend. | Controleer de pressostaat, rookgasafvoer en de ver-bindingsbuizen. |
| C4 | Pressostaat opent zich niet bij stilstand. | Controleer de pressostaat, de bedrading en de ver-bindingsslangen. |
| C6 | Pressostaat sluit niet. | Controleer de pressostaat en de rookgasafvoer. |
| CC | Buitentemperatuur-NTC niet herkend. | Controleer buitensensor en aansluitkabel op onder-breking. |
| d3 | Brug 161 aan klem ST 8 niet herkend. | Indien aanwezig: stekker vaststeken, controleer de externe begrenzer. In het andere geval: is de brug wel aanwezig? |
| d4 | Te snel oplopende CV-temperatuur. | Controleer de circulatiepomp, de bypass en de wer-kingsdruk van de installatie. |
| E2 | Vertrek-NTC defect. | Controleer vertrek-NTC en aansluitkabel. |
| E9 | Temperatuurbegrenzer in vertrek heeft uitge-schakeld. | Controleer de installatiedruk, de temperatuurbegren-zers, het lopen van de pomp en de zekering op de printplaat. Ontlucht de ketel. |
| EA | Vlam wordt niet herkend (geen ionisatie). | Is de gaskraan open? Controleer gasaansluitdruk, netaansluiting, ontstekingselektrode en kabel, en ionisatie-elektrode en kabel. |
| F0 | Interne fout. | Controleer de elektrische stekkers en ontstekingslei-dingen. Vervang indien nodig de printplaat. |
| F7 | Vlam wordt herkend, hoewel de ketel uitgescha-keld is. | Controleer de elektroden en bekabeling. Is de rookgasafvoer in orde? Controleer of de print-plaat niet vochtig is. |
| FA | Vlam wordt herkend na gasuitschakeling. | Controleer de ionisatie-elektrode. Controleer de gas-blok. |
| Fd | De reset-toets is per vergissing te lang ingedrukt (meer dan 30 seconden). | Druk opnieuw op de reset-toets (minder dan 30 seconden). |
1 afsluitkraan
2 a voorontspanner 1,5 bar (kg/cm ^2 ), debiet aangepast aan het totaal geïnstalleerd vermogen
2 b drukbegrenzer 1,75 bar (kg/cm²), debiet aangepast aan het totaal geïnstalleerd vermogen
3 hogedrukpropaanafsluiter
4 TWEEDE-TRAPS, vaste, veiligheidsontspanner 37 mbar (g/cm²), met een debiet van 4 kg/uur
5 verbindingsbuis met losse moer en dichting (bijgeleverd), verplicht met de losse moer aan te sluiten aan de reductie 1" → 3/4" van de montageplaat van de gasketel
A gasketel
B water/badverwarmer
Fig. 61

flowchart
graph TD
A["Device A"] -->|5| B["Component 4"]
A -->|3| C["Component 3"]
B -->|4| D["Component 4"]
B -->|5| E["Component 5"]
F["PROP"] -->|1| G["Component 2 a"]
F -->|2b| H["Component 2 a"]
G --> I["Component 2 a"]
H --> J["Component 2 b"]
BUTAAN
AF TE RADEN WEGENS DE GERINGE BESCHIKBARE HOEVEELHEID BRANDSTOF.

LET OP: Aangezien vloeibaar gas zwaarder is dan lucht, moeten deze toestellen en de leidingen steeds in ruimten met een benedenverluchting boven de begane grond, geplaatst worden.
15. BELANGRIJKE NOTA'S
De typeaanduiding en het serienummer vindt U terug op het kenplaatje van de ketel. Gelieve deze gegevens te vermelden op de garantiekaart en bij elk contact met Uw installateur of met onze servicedienst.
VOORBEELD VAN EEN KENPLAAT
INSTALLATEUR

JUNKERS
CeraclassExcellence
(ZWC 28-3 MFA E 23 S 3600)
Best./Num. de Com.: Nr.7-716-704-446
BE - I2E+ G20, G25 / 20, 25 mbar
C12,C32,C42,C52,C82,B22,B32
Qn
9,5 - 30,2 kW
Pn
8,6 - 28,1 kW
PMS
max. 3 bar
PMW
max. 10 bar
D (ΔT: 30K, EN 625
13,4 l/min
NOx Class
4
230 V \~50Hz 136 W
IPX4D
CE-0085BS0046
CE0085-
8290-103-001099-7716704446
De toegestane waarborg is slechts geldig indien de installatie nauwkeurig voldoet aan deze voorschriften en indien de volledige installatie volgens de regels der kunst uitgevoerd werd.
De waarborg is toepasbaar volgens de voorwaarden vermeld op de garantiekaart. Deze moet worden teruggestuurd na de ingebruikname naar Bosch Thermotechnology nv, met vermelding van type en serienummer zoals aangeduid op het kenplaatje van het toestel (zie fig. hierboven).

TIP: Stuur de garantiekaart onmiddellijk op na de inbedrijfstelling. Dit zal de contacten vergemakkelijken.
SERVICEDIENST (met techniekers uit Uw regio)
Bosch Thermotechnology nv heeft een servicedienst ter beschikking van de installateur en de gebruiker.
In geval van moeilijkheden, wendt U tot Bosch Thermotechnology nv (officiële servicedienst van de fabrikant).
My Service

(afhankelijk van de regionale reglementering ter zake)
Doe hiervoor beroep op een erkende vakman of op de servicedienst van JUNKERS.
Niets uit deze uitgave mag worden overgenomen zonder voorafgaande toestemming van de uitgever. Wijzigingen voorbehouden.
PVM

JUNKERS
Fig. 9

