IsoTwin C 30 - Ketel BULEX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis IsoTwin C 30 BULEX in PDF-formaat.
| Soort product | Wandketel met dubbele functie (centrale verwarming + dynamische boiler) |
| Merk | Bulex |
| Model | IsoTwin C 30 |
| Afmetingen (H x B x D) | 890 x 600 x 499 mm |
| Nettogewicht | 59 kg |
| Gevuld gewicht | 102,4 kg |
| Voedingsspanning | 230 V / 50 Hz |
| Maximaal opgenomen vermogen | 123 W |
| Zekering | 2 A |
| Gascategorie | I2E+ / I3+ (aardgas G20, butaan G30, propaan G31) |
| Maximaal nuttig vermogen (CV 80/60°C) | 29,6 kW |
| Maximaal nuttig vermogen (sanitair) | 29,6 kW |
| Type rookgasafvoer | Model C (natuurlijke trek, schoorsteen aansluiting) |
| Veiligheidsvoorzieningen | Terugslagbeveiliging (TTB), oververhittingsbeveiliging, vorstbeveiliging, drukdetectie, pressostaat (voor model F) |
| Inhoud boiler | 42 liter |
| Expansievat (cv) | 12 liter, voorvuldruk 0,75 bar |
| Maximale werkdruk (cv) | 3 bar |
| Min./max. temperatuur CV-water | 38°C / 80°C |
| Min./max. temperatuur sanitair water | 45°C / 65°C |
| Onderhoud en reiniging | Reinig de bekleding met een vochtige doek en een beetje zeep; geen schurende middelen gebruiken |
| Garantie | 2 jaar fabricagegarantie (mits correcte installatie door erkend vakman) |
| CE-markering | Conform met richtlijnen 90/396/EEG, 89/336/EEG, 73/23/EEG, 92/42/EEG |
| Reserveonderdelen | Gebruik uitsluitend originele Bulex-onderdelen voor reparatie en onderhoud |
Veelgestelde vragen - IsoTwin C 30 BULEX
Gebruikersvragen over IsoTwin C 30 BULEX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding IsoTwin C 30 - BULEX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. IsoTwin C 30 van het merk BULEX.
GEBRUIKSAANWIJZING IsoTwin C 30 BULEX
Gebruiksaanwijzing en Installatiehandleiding
ISOTWIN
ISOTWIN C 25
ISOTWIN C 30
ISOTWIN F 25 H-MOD
ISOTWIN F 30 H-MOD

2 Bewaren van de documenten 2
3 Veiligheid 2
3.1 Wat doen als u gas ruikt ? ....2
3.2 Veiligheidsinstructies en voorschriften 2
4 Fabrieksgarantie / Aansprakelijkheid ....3
5 Conform gebruik van het toestel ....5
6 Gewoon onderhoud ....5
7 Recyclage en afvoer 5
8 Gebruik van het toestel 6
8.1 Bedieningspaneel 6
8.2 Display 6
8.3 Inbedrijfstelling 7
8.4 Beschrijving van de verklikkers van het bedieningspaneel ....7
8.5 Keuze van de werkwijze 7
8.6 Regeling van de temperatuur 8
8.7 Buitendienststelling ....8
9 Opsporen en verhelpen van storingen ....9
10 Bescherming van de ketel tegen bevriezing 10
10.1 Bescherming van de ketel tegen bevriezing 10
10.2 Bescherming van de installatie tegen bevriezing 10
11 Onderhoud / dienst na verkoop 10
De ISOTWIN-ketel heeft een dubbele functie (centrale verwarming + dynamische boiler).
Model C moet aangesloten worden aan een rookgasafvoerbuis met natuurlijke trek (schoorsteen). Het is uitgerust met een veiligheidsvoorziening tegen terugslag van de rookgassen (TTB) die de gastoevoer in de brander onderbreekt in geval van verstopping van de rookgasafvoer.
Model F, van het hermetische type («gesloten»), is uitgerust met een voorziening om lucht aan te voeren en verbrandingsproducten af te voeren, «luchtpijp» genoemd. Deze voorziening maakt het mogelijk het toestel in eender welke kamer te installeren. In geval van slechte werking of verstopping van de luchtpijp, stopt een pressostaat de werking van het toestel.
De installatie en de eerste ingebruik-name van het toestel moeten door een erkend vakman gebeuren. Deze is ervoor verantwoordelijk dat de installatie en de ingebruikname in overeenstemming zijn met de in voege zijnde reglementeringen.
Het spreekt voor zich dat u voor een herstelling of onderhoud van het toestel beroep doet op een erkend vakman. Meerdere toebehoren zijn speciaal voor uw toestel ontwikkeld door Bulex in functie van de karakteristieken van uw installatie.
Aarzel niet om aan uw gebruikelijke detailhandelaar de gedetailleerde lijst van de toebehoren te vragen of surf naar www.bulex.com.
2 Bewaren van de documenten
- Bewaar deze handleiding alsook alle documenten die meegeleverd zijn binnen handbereik, zodat u deze kunt raadplegen indien nodig.
Wij wijzen alle verantwoordelijkheid af ingeval van schade veroorzaakt door de niet naleving van de instructies in deze handleiding.
3 Veiligheid
3.1 Wat doen als u gas ruikt?
- Het licht niet aansteken of uitdoen.
- Geen elektrische schakelaar bedienen.
- Geen telefoon gebruiken in de risicozone.
- Geen open vuur ontsteken (bijvoorbeeld aansteker of lucifer)
- Niet roken.
- De gaskraan dichtdraaien.
- Deuren en vensters openen.
- De andere bewoners op de hoogte brengen.
- De gasmaatschappij of uw gekwalificeerde vakman op de hoogte brengen.
3.2 Veiligheidsinstructies en voorschriften
Volg strikt de volgende veiligheidsinstructies en voorschriften :
- Gebruik geen sprays, oplosmiddelen, chloorhoudende reinigingsmiddelen, verf, lijm enz. in de omgeving van het toestel. Deze stoffen kunnen onder ongunstige omstandigheden tot corrosie – ook in het rookgassysteem – leiden.
- Explosieve of licht ontvlambare stoffen (b.v. benzine, verf etc.) niet in de opstellingsruimte van het toestel gebruiken of opslaan.
- Zet de veiligheidsvoorzieningen in geen geval buiten werking of probeer ze niet te omzeilen om de goede werking van het toestel niet in het gedrang te brengen.
• Daarom geen veranderingen uitvoeren:
- aan het toestel
- in de omgeving van het toestel
- aan de toevoerleidingen voor gas, toevoerlucht, water en stroom
- alsook aan de afvoerleidingen voor rookgas
- Voer nooit zelf onderhoud of reparaties uit op het toestel.
- Als u een waterlek ontdekt, draai dan onmiddellijk de koudwatertoevoer van het toestel dicht en laat het lek herstellen door een gekwalificeerde vakman.
- Beschadig of verwijder de zegels die op bepaalde onderdelen zijn aangebracht niet.
- Wijzig de technische en architectonische voorwaarden in de buurt van het toestel niet, aangezien deze een invloed kunnen uitoefenen op de bedrijfszekerheid van het toestel.

Attentie ! We raden aan om waakzaam te zijn bij de regeling van de warmwatertemperatuur: het water dat uit de tapkranen komt kan heel warm zijn.
Bijvoorbeeld:
Model C:
- Sluit de ventilatie- of afvoeropeningen in deuren, plafonds, vensters en muren NIET af. Bedek de verluchtingsopeningen bijvoorbeeld niet af met kledingstukken. Vermijd de verluchtingsopeningen onderaan een deur af te dichten of te vernauwen door bijvoorbeeld vloerbedekking aan te brengen.
- Belemmer de luchttoevoer naar het toestel vooral niet als u wandkasten, legplanken andere soortgelijke
meubels onder het toestel aanbrengt. Als u een meubel wilt bouwen om het toestel in te plaatsen, moet u de uitvoeringsvoorschriften naleven en een vakman raadplegen.
- Bij de plaatsing van vensters zonder ventilatievoorziening moet u samen met uw vakman altijd zorgen voor een voldoende luchttoevoer naar het toestel.
- Plaats geen ventilatietoestellen of verwarmingsinstallaties met warme lucht die lucht gebruiken met behulp van afzuigventilatoren, bv. droogautomaten of afzuigkappen, in het lokaal waar het toestel is geïnstalleerd.
Model F:
- De luchtgaten in de gevels buiten het gebouw die bestemd zijn voor de luchttoevoer en de afvoer van de rookgassen moeten altijd vrij blijven. Zorg er bijvoorbeeld voor om de voorwerpen die gebruikt werden om de openingen af te dekken tijdens werkzaamheden aan de buitengevels, achteraf weg te nemen.
4 Fabrieksgarantie / Aansprakelijkheid
Wij danken u omdat u voor Bulex gekozen hebt, de Europese leidinggevende fabrikant van gaswandketels.
Bulex garandeert dit toestel tegen alle fabricage- of materiaalfouten tijdens de duur van twee jaar vanaf de installatie.
Dit toestel werd met de grootste zorg gefabriceerd en gecontroleerd. Het is klaar om te werken (alle nodige regelingen zijn nl. in de fabriek gebeurd).
De installatie moet gebeuren door een erkende vakman, conform de bijgevoegde installatiehandleiding, volgens de regels van de kunst en met naleving van de officiële normen en toepasselijke reglementen.
De garantie dekt de reparatie en/of de vervanging van stukken waarvan Bulex erkent dat ze defect zijn, en de nodige werkuren voor de reparatie. Ze is van toepassing als de gebruiker het toestel gebruikt als een goede huisvader en in de normale voorwaarden die voorzien zijn in de gebruiksaanwijzing. Behoudens een naar behoren schriftelijk vastgelegde bijzondere overeenkomst, is enkel onze dienst na verkoop gemachtigd om service te verlenen onder garantie en dit uitsluitend op het grondgebied van België en het Groot-Hertogdom Luxemburg. Zo niet zullen de prestaties van derden in geen enkel geval door Bulex ten laste worden genomen.
De garantie is beperkt tot de voorziene prestaties. Elke andere vraag, ongeacht van welke aard (voorbeeld: schadeloosstelling voor eender welke kosten of schade veroorzaakt aan de koper of aan derden enz.) is uitdrukkelijk uitgesloten.
De garantie is enkel van toepassing als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- Deze handleiding en de streepjescode moeten voorgelegd worden samen met het toestel dat door de garantie wordt gedekt; het verlies ervan doet de garantie vervallen.
- De garantiebon, te vinden op het laatste luik van deze handleiding, moet volledig ingevuld, ondertekend, afgestempeld en gedateerd zijn door de erkende installateur.
- Hij moet binnen de veertien dagen na de installatie naar Bulex teruggestuurd worden. Zo niet begint de garantie
pas te lopen vanaf de fabricagedatum van het toestel en niet op de installatiedatum.
- Het fabricagenummer van het toestel mag niet gewijzigd noch op een andere manier veranderd worden,
- Het toestel mag geen enkele wijziging of aanpassing ondergaan hebben, buiten die welke eventueel uitgevoerd worden door personeel dat erkend wordt door Bulex, met de originele onderdelen van Bulex, conform de goedkeuringsnormen van het toestel in België,
- Het toestel mag niet geplaatst worden in een corrosieve omgeving (chemische producten, kapperszaken, stomerijen enz.), noch gevoed worden met agressief water (toevoeging van fosfaten, silicaten, hardheid lager dan 6°F).
Een interventie onder garantie brengt geen enkele verlenging van de garantieperiode met zich mee.
De garantie geldt niet wanneer de slechte werking van het toestel wordt veroorzaakt door :
- een niet-conforme installatie,
- een oorzaak buiten het toestel zoals :
- vervuilde water- of gasslangen, te lage druk, niet aangepaste fluïda of wijziging van de aard en/of de karakteristieken van de fluïda (water, gas, elektriciteit),
- kunststof verwarmingsslangen en zonder toevoeging van een roestweerder,
- abnormaal of verkeerdelijk gebruik, manipulatiefout door de gebruiker, tekort aan onderhoud, kalkneerslag, veronachtzaming, stoten, val, tekort aan bescherming tijdens het transport, overbelasting enz.,
- vorst, overmacht enz.,
-
interventie door een onbevoegde monteur,
-
elektrolyse,
- gebruik van niet-originele onderdelen.
Het bezoek van de dienst na verkoop zal enkel gebeuren op verzoek.
Tijdens de eerste twee maanden van de garantieperiode zijn de verplaatsingskosten gratis indien gerechtvaardigd.
Tijdens de tweeëntwintig volgende maanden zal een vast bedrag gelijk aan 50% van de verplaatsingskosten voor pechverhelping gefactureerd worden door de dienst na verkoop van Bulex.
Wordt geacht de eventuele factuur te betalen: de persoon die de interventie gevraagd heeft, behoudens schriftelijke, voorafgaande toestemming van een derde aan wie de factuur gericht moet worden.
Bij een geschil zijn enkel het Vredegerecht van het 2e Kanton van Brussel, de Rechtbank van Eerste Aanleg of van Koophandel en desgevallend, het Hof van Beroep van Brussel bevoegd.
Noot voor de EU-landen :
Dit toestel werd ontworpen, erkend en goedgekeurd om te beantwoorden aan de eisen van de Belgische markt.
Het kenplaatje aangebracht binnen in het toestel garandeert de oorsprong en het land waarvoor dit product bestemd is.
Als u een afwijking op deze regel vaststelt, dan vragen we u contact op te nemen met het dichtstbijzijnde agentschap van Bulex. Wij danken u bij voorbaat voor uw medewerking.
5 Conform gebruik van het toestel
De ISOTWIN-ketels zijn vervaardigd conform de recentste technische ontwikkelingen en de toepasselijke technische veiligheidsvoorschriften.
De ISOTWIN-ketels zijn speciaal bestemd voor de productie van warm water met behulp van gasenergie. Alle andere gebruik wordt als niet-conform beschouwd.
De fabrikant/leverancier zal in geen geval aansprakelijk zijn voor schade ten gevolge van niet-conform gebruik. Elk risico wordt volledig gedragen door de gebruiker.
Het conforme gebruik omvat ook het naleven van de instructies en aanduidingen uit de gebruikshandleiding en de installatiehandleiding en van alle toepasselijke bijkomende documenten, net als het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoorwaarden.
6 Gewoon onderhoud
- Reinig de bekleding van uw toestel met een vochtige doek en een beetje zeep.
- Gebruik geen schurende of reinigingsproducten aangezien deze de bekleding of de kunststof onderdelen kunnen beschadigen.
7 Recyclage en afvoer
Het toestel bestaat grotendeels uit recycleerbare materialen.

De verpakking, het toestel en de inhoud van het colli mogen niet bij het huishoudelijk afval terecht komen, maar moeten conform de vigerende reglementering worden verwerkt.
8 Gebruik van het toestel
8.1 Bedieningspaneel

Legenda
1 Terugslagknop (reset)
2 Foutmelder
3 Verklikkerlichtje werking van de brander
4 Display
5 Verklikkerlichtje werking van het toestel
6 Aan/uit-knop
7 Regeling van de temperatuur van het water in de sanitaire kring
8 Activering / deactivering van de werkwijze warm water (tapwater)
9 Activering / deactivering van de werkwijze «Verwarming» (cv)
10 Regeling van de temperatuur van het water in de verwarmingskring
8.2 Display

Legenda
1 Weergave van de installateur/DNV-menu's
2 Multifunctionele indicatie
8.2.1 Weergave van de installateur/ DNV-menu's
COD.
wordt weergegeven bij regelingen bestemd voor de installateurs/DNV
VAL.
8.2.2 Multifunctionele indicatie
| 8.8bar | weergave van de druk in de verwarmingskring |
| 88°C | geeft de temperatuur weer van het water in de verwarmingskring wanneer warmte wordt gevraagd voor de verwarmingwordt weergegeven bij de regeling van de temperatuur van het water in de sanitaire kring en de verwarmingskring |
| 88 | wordt weergegeven wanneer er een afwijking wordt gedetecteerd op het toestel (F + nummer van de storingscode) |
8.3 Inbedrijfstelling
• Vergewis u ervan dat:
- het toestel elektrisch gevoed wordt,
- de gaskraan open staat,
- de koudwaterkraan open staat.
- Druk op de aan/uit-knop om het toestel in werking te stellen.

Het display en de werkingsverklikker op het bedieningspaneel gaan branden. Het toestel is klaar om te werken.
- Vergewis u ervan dat het display van het bedieningspaneel een druk aangeeft tussen 1 en 2 bar.
- Als dit niet het geval is, vul de ketel dan bij door de waterkraan te openen die onder de ketel geplaatst is tot een druk tussen 1 en 2 bar verkregen wordt.
- Sluit de kraan.

8.4 Beschrijving van de verklikkers van het bedieningspaneel
| Verklikkerlichtje voor de werking van het toestel | Constant groen brandend: toestel onder spanning |
| Verklikkerlichtje voor de werking van de brander | Constant geel brandend: brander werkt |
| Foutmelder | Rood knipperlichtje: storingssignaal (zie hoofdstuk “Opsporen en verhelpen van storingen”) |
| Verklikkerlichtje voor de werking van het toestel | Constant groen brandend: toestel onder spanning |
| Verklikkerlichtje voor de werking van de brander | Constant geel brandend: brander werkt |
| Foutmelder | Rood knipperlichtje: storingssignaal (zie hoofdstuk “Opsporen en verhelpen van storingen”) |
8.5 Keuze van de werkwijze
• Druk op de toets naast
om de werkwijze «Tapwater» (sanitair warm water) te activeren of te deactiveren.
- Druk op de toets naast om de werkwijze «Verwarming» aan of uit te zetten.
- Werkwijze geactiveerd («aan»)
▶ de toets is verlicht.
- Werkwijze gedeactiveerd («UIT»)
▶ de toets is gedoofd.
| Verwarming + warm water | |
| Alleen verwarmen | |
| Alleen warm water | |
| Bescherming van het toestel tegen bevriezing |
(*) Zie hoofdstuk "Bescherming van de ketel tegen bevriezing" in de gebruiksaanwijzing.
8.6 Regeling van de temperatuur

Door kort te drukken op een van de toetsen +f in de stand
of Iverschijnt de waarde van de eerder gekozen temperatuur.

Als een modulerende kamerthermostaat van het type «ExaCONTROL E / E7 / E7 radio» aangesloten is op de ketel, kunt u de temperatuur van het cv-water en het tapwater op de ketel niet regelen. U moet die regelingen uitvoeren vanaf de kamerthermostaat.
- Zie de handleiding van de kamerthermostaat.
8.6.1 Regeling van de temperatuur van het water in de sanitaire kring
- Druk op de toetsen ♦f naast om de temperatuur van het water in de sanitaire kring te regelen.
De temperatuur verschijnt en knippert gedurende 5 seconden.
![]() | Temperatuur van het water (°C) |
| min. 45 | |
| [024K] | T° < 50 |
| max. 65 |

- De tekst wordt weergegeven tot op de temperatuur die is opgegeven in de onderstaande tabel.
- ECO komt overeen met de maximumtemperatuur die voorzien is voor een normaal gebruik.
8.6.2 Regeling van de temperatuur van het water in de verwarmingskring
- Druk op de toetsen ♦f naest om de temperatuur van het water in de verwarmingskring te regelen.
De temperatuur verschijnt en knippert gedurende 5 seconden.
| Temperatuur van het water (°C) | |
| min. 38 | |
| max. 80 |

Opmerkingen : als er een buitensonde met het toestel is verbonden:
- De regeling van de temperatuur van het water in de verwarming-skring is niet meer mogelijk.
- Door kort te drukken op een van de toetsen af naast ,verschijnt de temperatuur in de verwarmingskring die berekend werd door het toestel.
8.7 Buitendienststelling
- Druk op de aan/uit-knop om het toestel uit te zetten.

Het display en de werkingsverklikker doven. Het toestel wordt niet meer elektrisch gevoed.
We raden u aan om in geval van langdurige afwezigheid de gastoevoer naar de installatie te sluiten.
9 Opsporen en verhelpen van storingen
In geval van storing:
- Een storingscode verschijnt op het display van het bedieningspaneel.
- De foutmelder van het bedieningspaneel knippert rood.




Attentie ! Probeer nooit zelf onderhoud of reparaties te doen aan uw toestel en neem het toestel pas opnieuw in gebruik als de storing werd opgelost door een vakman.
| Storingscode Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Het toestel werkt niet meer. | Onderbreking van de elektrische stroom | Controleer of de elektrische netspanning niet is uitgevallen en of het toestel juist is aangesloten. Zodra de elektrische voeding hersteld is, begint het toestel automatisch weer te werken. Als de storing blijft bestaan, dient u contact op te nemen met een vakman |
| code F1 / F4 Ontstekingsfout | Druk een keer op de Reset-knop.Als de storing blijft bestaan, dient u contact op te nemen met een vakman. | |
| code F2 / F3 | Slechte afzuiging of aanzuiging van de lucht | |
| code F5 Oververhittingsfout | ||
| Autres codes F__Andere storingen | ||
| De drukindicator knippert en geeft een druk van ≤ 0,5 bar weer. | Watertekort in de installatie | Draai de blauwe kraan onder het toestel open tot de druk op de indicator tussen 1 en 2 bar komt te liggen. Als u dit te vaak moet doen, dan zou er een lek in uw installatie kunnen zijn. In dit geval moet u contact opnemen met een vakman om een controle van het toestel uit te voeren.Attentie: vanaf 3 bar laat de veiligheidsklep de druk uit de verwarmingskring af. |
| De drukindicator knippert en geeft een druk van ≥ 2,7 bar weer. | Teveel water in de installatie | Ontlucht een radiator om de druk in de verwarmingskring te verminderen of neem contact op met een vakman. |
10 Bescherming van de ketel tegen bevriezing
10.1 Bescherming van de ketel tegen bevriezing
In geval van vorstrisico:
- Zorg ervoor dat de ketel elektrisch wordt gevoed en dat het gas wel degelijk de ketel bereikt.
- Voor een afwezigheid van enkele dagen kiest u de werkwijze «Bescherming van het toestel tegen vorst» op het bedieningspaneel (zie hoofdstuk “8.5 Keuze van de werkwijze”).
Het systeem dat de ketel tegen bevriezing beschermt, zal de pomp inschakelen zodra de temperatuur in de cv-kring onder 12°C daalt. De pomp stopt zodra de temperatuur van het water in de cv-kring 15°C warm is geworden.
Als de temperatuur in de cv-kring onder 7°C daalt, wordt de brander ingeschakeld totdat de temperatuur aan het begin van de cv-kring weer 35°C gedraagt.
10.2 Bescherming van de installatie tegen bevriezing
De bescherming van de installatie tegen bevriezing kan niet door de ketel alleen worden gegarandeerd. Er is een kamerthermostaat nodig voor de regeling van de temperatuur van de installatie.
- In geval van langdurige afwezigheid neemt u contact op met een vakman om het water uit de installatie af te laten of om de cv-kring tegen bevriezing te beschermen door een speciaal additief voor cv-installaties toe te voegen.

Attentie ! Uw sanitaire warmwaterkring (koud of warm) wordt niet beschermd door de ketel.
11 Onderhoud / dienst na verkoop
Een gereinigde en goed afgeregelde ketel zal minder verbruiken en langer meegaan. Een geregeld onderhoud van het toestel en de leidingen door een vakman is onontbeerlijk voor de goede werking van de installatie. Zo kunt u ook de levensduur verlengen, het energieverbruik verminderen en de uitstoot van vervuilende stoffen beperken.
We raden u aan om een onderhoudscontract af te sluiten met een vakman.
Weet dat onvoldoende onderhoud de veiligheid van het toestel in het gedrang kan brengen en materiële en lichamelijke schade kan veroorzaken.
Installatievoorschriften
Inhoudstafel
1 Opmerkingen met betrekking tot de documentatie ....13
2 Beschrijving van het toestel 13
2.1 Kenplaatje ....13
2.2 CE-label 13
2.3 Schematische voorstelling model C 14
2.4 Schematische voorstelling model F 16
2.5 Schematische voorstelling met circulatielus en aflaatkraan ....17
3 Keuze van de installatieplaats ....18
4 Veiligheidsinstructies en voorschriften 18
4.1 Veiligheidsinstructies ....18
4.2 Decreten, normen, richtlijnen 19
5 Installatie van het toestel 20
5.1 Aanbevelingen vóór de installatie 20
5.2 Afmetingen model C 21
5.3 Afmetingen model F 21
5.4 Lijst van het geleverde materiaal ....21
5.5 Bevestiging aan de wand 22
5.6 Gas- en wateraansluiting ....24
5.7 Rookgasaansluiting (model C) 26
5.8 Rookgasaansluiting (model F) 27
5.9 Elektrische aansluiting ....32
5.10 Elektrisch schema model C 34
5.11 Elektrisch schema model F 36
6 Indienststelling ....37
7 Regeling 38
7.1 Regeling van het debiet in de verwarmingskring 38
7.2 Toegang tot de technische gegevens van de ketel (enkel voor installateurs en onze "dienst na verkoop") 40
8 Aflaten van het toestel 45
8.1 Verwarmingskring 45
8.2 Sanitaire kring ....45
Installatievoorschriften
Inhoudstafel
9 Beveiligingen 46
10 Controle / Terug in dienst stellen 50
11 Het informeren van de gebruiker 50
12 Reserve-onderdelen 50
13 Dienst na verkoop ....51
13.1 Cv-pomp ....52
13.2 Sanitaire pomp 52
13.3 Sanitaire warmtewisselaar 52
13.4 Filter-straalbreker 52
13.5 Drukdetector in de cv-kring 52
14 Technische gegevens 53
1 Opmerkingen met betrekking tot de documentatie
- We vragen u om alle documenten samen aan de gebruiker van het toestel te overhandigen. De gebruiker moet die documenten bewaren om ze zo nodig te kunnen raadplegen.
Wij wijzen alle verantwoordelijkheid af in geval van schade die veroorzaakt is door het niet in acht nemen van de instructies in deze handleiding.
- De garantiebon, te vinden op het laatste luik van deze handleiding, moet volledig ingevuld, ondertekend, afgestempeld en gedateerd zijn door de erkende installateur. Hij moet binnen de 14 dagen na de installatie naar Bulex teruggestuurd worden.
2 Beschrijving van het toestel
2.1 Kenplaatje
Het kenplaatje vermeldt de plaats waar het toestel geproduceerd werd en het land waarvoor het bestemd is.

Attentie ! Het toestel mag slechts gebruikt worden met de types gas die op het kenplaatje vermeld zijn.
De aanduidingen betreffende de regeltoestand die vermeld zijn op het kenplaatje en in dit document moeten overeenkomen met de plaatselijke voedingsvoorwaarden.
Bijvoegen : Wij wijzen alle verantwoordelijkheid af (waterschade) wanneer de overdrukklep(pen) niet aangesloten zijn.
- In het hoofdstuk «Technische gegevens» aan het einde van deze handleiding vindt u de definitie van de gebruikte afkortingen op het typeplaatje.
2.2 CE-label
Het CE-label geeft aan dat de toestellen die beschreven zijn in deze handleiding conform zijn met de volgende richtlijnen:
- Richtlijn gastoestellen (richtlijn 90/396/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap)
- Richtlijn met betrekking tot de elektromagnetische compatibiliteit (richtlijn 89/336/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap)
- Laagspanningsrichtlijn (richtlijn 73/23/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap)
- Richtlijn met betrekking tot het rendement van ketels (richtlijn 92/42/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap).
- Richtlijn gastoestellen (richtlijn 90/396/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap)
- Richtlijn met betrekking tot de elektromagnetische compatibiliteit (richtlijn 89/336/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap)
- Laagspanningsrichtlijn (richtlijn 73/23/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap)
- Richtlijn met betrekking tot het rendement van ketels (richtlijn 92/42/EEG van de Raad van de Europese Gemeenschap).
- In het hoofdstuk «Technische gegevens» aan het einde van deze handleiding vindt u de definitie van de gebruikte afkortingen op het typeplaatje.
2.2 CE-label
Het CE-label geeft aan dat de toestellen die beschreven zijn in deze handleiding conform zijn met de volgende richtlijnen:
2.3 Schematische voorstelling model C

Legenda
1 Voeler van de buitentemperatuur voor beveiliging tegen terugslag van de rookgassen
2 Voeler van de binnentemperatuur voor beveiliging tegen terugslag van de rookgassen
3 Trekonderbreker
4 Warmtewisselaar verwarming
5 Temperatuurvoeler cv-retourleiding
6 Verbrandingskamer
7 Expansievat verwarming
8 Vlamcontrole-elektrode
9 Ontstekingselektrodes
10 Brander
11 Cv-pomp
12 Ontluchter van de cv-pomp
13 Filter-straalbreker
14 Vulset
16 Temperatuurvoeler in de uitgaande cvleiding
17 Driewegklep
18 Gasmechanisme
19 Sanitair expansievat
20 Drukdetector
21 Sanitaire warmtewisselaar
22 Aflaatkraan verwarming
23 Boiler
24 Temperatuurvoeler boiler
25 Terugslagklep
26 Temperatuurvoeler in de uitgang van de sanitaire warmtewisselaar
27 Temperatuurvoeler sanitair warm water
28 Sanitaire pomp
29 Koudwaterfilter
30 Sanitaire aftapkraan
31 Veiligheidsklep cv
32 Sanitaire veiligheidsklep
A Cv-retourleiding
B Koudwatertoevoer
C Uitgaande cv-leiding
2.4 Schematische voorstelling model F

Legenda
1 Afzuigventilator
2 Pressostaat
3 Hermetische kamer
4 Warmtewisselaar verwarming
5 Temperatuurvoeler cv-retourleiding
6 Verbrandingskamer
7 Expansievat verwarming
8 Vlamcontrole-elektrode
9 Ontstekingselektrodes
10 Brander
11 Cv-pomp
12 Ontluchter van de cv-pomp
13 Filter-straalbreker
14 Vulset
15 Elektronische ontsteking
16 Temperatuurvoeler in de uitgaande cvleiding
17 Driewegklep
18 Gasmechanisme
19 Sanitair expansievat
20 Drukdetector
21 Sanitaire warmtewisselaar
22 Aflaatkraan cv
23 Boiler
24 Temperatuurvoeler boiler
25 Terugslagklep
26 Temperatuurvoeler aan de uitgang van de sanitaire warmtewisselaar
27 Temperatuurvoeler sanitair warm water
28 Tapwaterpomp
29 Koudwaterfilter
30 Sanitaire aftapkraan
31 Veiligheidsklep cv
32 Veiligheidsklep tapwater
33 Temperatuurvoeler H-MOD
34 Elektromagnetische branderklep H-MOD
A Cv-retourleiding
B Koudwatertoevoer
C Uitgaande cv-leiding
D Warm water sanitair
E Gastoevoer
2.5 Schematische voorstelling met circulatielus en aflaatkraan
![graph TD A["1: ABCDE"] --> B["2: Glucose"] B --> C["3: Gas"] C --> D["4: Infiltration"] D --> E["5: Pressure Sensor"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333 style D fill:#fcc,stroke:#333 style E fill:#cff,stroke:#333](/content/2026/06/1151878/images/eb6f0a8f19e34fd1d9d93d29d8eb9f2361b1ebaea5de05cbc90b232e070af849.jpg)
Legenda
1 Sanitaire aftapkraan
2 Veiligheidsklep cv
3 Veiligheidsklep tapwater
4 Terugslagklep
5 Pomp retourleiding sanitair
A Cv-retourleiding
B Koudwatertoevoer
C Uitgaande cv-leiding
D Warm water sanitair
E Gastoevoer
Een aansluiting is op de kraan van toegang koud water voorzien die het mogelijk maakt om een sanitaire omloopleiding aan te sluiten. Dit gaat de wachttijd van het warm water aan de kraan inkorten. De omloopleiding moet zorgvuldig geïsoleerd worden om de warmteverliezen te beperken.
3 Keuze van de installatieplaats
- Vergewis u ervan dat de muur waarop het toestel wordt aangebracht voldoende stevig is om het gewicht van het te installeren toestel te dragen.
- Vergewis u ervan dat de beschikbare ruimte voldoende is voor het plaatsen van de water- en gasleidingen, en voor een afvoerleiding naar de riolering.
- Installeer het toestel niet boven een ander toestel waardoor het beschadigd zou kunnen worden (bijvoorbeeld boven een keukenfornuis waaruit dat damp en vetten kunnen ontsnappen) of in een kamer waar veel stof aanwezig is, of met een corrosieve atmosfeer.
- Om een periodiek onderhoud mogelijk te maken, dient u aan elke kant van het toestel een minimale afstand te bewaren (zie hoofdstuk "Bevestiging aan de wand").
- Het toestel moet op een vorstvrije plaats worden aangebracht. Neem de nodige voorzorgsmaatregelen in acht.
4 Veiligheidsinstructies en voorschriften
4.1 Veiligheidsinstructies
Alle interventies in het toestel moeten verwezenlijkt worden door een vakman of de servicedienst (dienst-na-verkoop) van Bulex.
Als de gasdruk aan de ingang van het toestel buiten het opgegeven bereik ligt, mag het toestel niet in werking worden gezet. Als de oorzaak van het probleem niet geïdentificeerd of opgelost kan worden, breng dan de gasmaatschappij op de hoogte.

Attentie ! Bij een verkeerde installatie is er gevaar voor elektrische schokken en beschadiging van het toestel.
- De voorziening voor de bewaking van de rookgassen (beveiliging tegen terugslag van de rookgassen) mag in geen geval uitgeschakeld worden. In het andere geval kunnen, bij langdurige ongunstige trekvoorwaarden, de rookgassen op ongecontroleerde wijze terugstromen van de schoorsteen naar de kamer waar het toestel staat.
- Bij het monteren van de aansluitingen moet u de afdichtingen juist aanbrengen om elk gas- of waterlek te vermijden.
- Zet de veiligheidsvoorzieningen in geen geval buiten werking of probeer ze niet te manipuleren om de goede werking van het toestel niet in het gedrang te brengen.
De volgende veiligheidsinstructies moeten verplicht nageleefd tijdens het onderhoud en de vervanging van de reserveonderdelen.
- Zet het toestel uit (zie hoofdstuk "Buitendienststelling" in de gebruiksaanwijzing).
- Ontkoppel het toestel van het elektriciteitsnet:
- ofwel door het stopcontact uit het toestel te trekken,
- ofwel via de schakelaar van de elektrische installatie;
- Sluit de gaskraan.
-
Sluit de afsluitkranen die zich op de verbindingsnippels bevinden.
-
Laat het toestel af wanneer u hydraulische elementen van het toestel wilt vervangen.
- Laat het toestel afkoelen vooraleer onderhoudswerkzaamheden aan het toestel uit te voeren.
- Bescherm de elektrische elementen tegen water tijdens de behandelingen.
- Gebruik enkel nieuwe dichtingen en O-ringen.
- Controleer na werkzaamheden of alle elementen van de gasleidingen wel degelijk dicht zijn.
- Voer na vervangingswerkzaamheden een controle uit van de werking van de vervangen stukken en het toestel.
4.2 Decreten, normen, richtlijnen
Bij de installatie en de inbedrijfstelling van het toestel moeten de verordeningen, richtlijnen, technische regels en normen in hun huidige versie, alsook de onderstaande bepalingen in acht worden genomen:
- De normen NBN D 51-003, D 30-003, B 61-002
- Het Algemeen Reglement op de Elektrische Installaties (AREI) en in het bijzonder de verplichte aansluiting op een aarding.
- Alle bestaande voorschriften van de plaatselijke watermaatschappij en van BELGAQUA
- De ARAB voorschriften
5 Installatie van het toestel
Alle afmetingen in dit hoofdstuk zijn uitgedrukt in mm.
Voor de installatie moet de installateur nazien of de instelling van de ketel op de typeplaat voldoet aan de plaatselijke distributievoorwaarden.
5.1 Aanbevelingen vóór de installatie
5.1.1 Ontwerp van de sanitaire kring
De sanitaire verdeelkring moet zo verwezenlijkt worden dat de drukverliezen minimaal zijn: beperk het aantal bochten, gebruik kraanwerk met grote doorlaatsectie om een voldoende debiet te garanderen.
De ketel kan werken met een minimale voedingsdruk, maar dan zal het debiet wel klein zijn. Een beter gebruikscomfort zal verkregen worden vanaf een voedingsdruk van 1 bar.
5.1.2 Ontwerp van de verwarmingskring
De ISOTWIN-verwarmingsketels kunnen in alle soorten installaties worden ingebouwd: tweepijps, eenpijps, in serie of afgetakt, vloerverwarming...
Als verwarmingsoppervlakken kunnen radiatoren, convectoren, luchtverhitters of vloerverwarming worden gebruikt.

Opgelet : Zowel de oude alsook de nieuwe installatie dient altijd gespoelt te worden met schoon leidingswater, onder toevoeging van een reiningingsmiddel. Indien de hardheid van het water hoger is dan 20 °F en bij gebruik van verschillende materialen is de garantie op de warmtewisselaaars onderworpen aan het gebruik van een inhibitor van de categorie 3, in de juiste door de fabricant aanbevolen proporties.
De secties van de leidingen moeten bepaald worden met behulp van de debiet/druk-kromme op (Zie hoofdstuk "Regeling van het debiet van de verwarmingskring"). De berekening van het verdeelnet moet gebaseerd zijn op het debiet dat overeenkomt met het werkelijk benodigde vermogen, zonder rekening te houden met het maximumvermogen dat de ketel kan leveren. We bevelen echter aan een voldoende debiet te voorzien om maximaal een temperatuurverschil van 20°C te krijgen tussen de uitgaande leiding en de retourleiding. Het minimale debiet is opgegeven in het hoofdstuk "Technische parameters" aan het einde van de handleiding.
Bij de bepaling van het plan van de leidingen moeten alle nodige voorzieningen worden genomen om luchtzakken te vermijden en om het permanent ontgassen van de installatie te vergemakkelijken. Op elk hoog punt van de leidingen of op alle radiatoren moeten er aftapkranen voorzien zijn.
Het totaal toegestane watervolume in de verwarmingskring hangt onder andere af van de statische belasting in koude toestand. Het in de ketel ingebouwde expansievat wordt geleverd in de toestand zoals die in de fabriek is afgeregeld (zie hoofdstuk "Technische parameters" aan het einde van de handleiding).
Deze vuldruk kan bij de inbedrijfstelling aangepast worden voor het geval de statische belasting hoger is. Het is aan te bevelen in het onderste punt van de installatie een aftapkraan aan te brengen.
Als er thermostatische kranen worden gebruikt, dan mogen niet alle radiatoren ermee worden uitgerust. Ze mogen alleen in lokalen geplaatst worden waaraan veel warmte wordt toegevoerd en nooit in het lokaal waar de kamerthermostaat zich bevindt.
- Bij een oude installatie moeten de radiatorkringen in elk geval gespoeld worden vooraleer de nieuwe ketel te installeren.
- Als de verwarmingsketel niet onmiddellijk geplaatst wordt, bescherm dan de verschillende aansluitingen om te vermijden dat gips en verf de dichtheid van de latere aansluiting in het gedrang brengen.
5.2 Afmetingen model C

5.3 Afmetingen model F

5.4 Lijst van het geleverde materiaal
De ketel wordt geleverd in twee afzonderlijke colli:
- De ketel met het bijbehorende zakje met:
- de doorzichtige aflightbuis
- de verlengbuis voor aansluiting op de vulkraan
- het zakje met de dichtingen
- de koudwaterdebietbegrenzer
- het zakje met de afvoerventielen
- zakje met aansluitstukken voor water en gas
- Reductiering ∅125/∅130 voor het model C25
- Het plaatje voor de gas- en wateraansluiting + de boorsjabloon + het bevestigingsprofiel
De verschillende colli luchtpijpen worden besteld volgens de configuratie van de installatie.
5.5 Bevestiging aan de wand
- Vergewis u ervan dat de materialen die u gebruikt voor de verwezenlijking van de installatie verenigbaar zijn met die van het toestel.
- Bepaal de plaats van de montage. We verwijzen hiervoor naar het hoofdstuk "Keuze van de opstellingsplaats".
De mechanische karakteristieken van de pluggen moeten overeenkomen met de gegeven waarden op de tekening hieronder. (Zie hoofdstuk "Technische gegevens" aan het eind van de handleiding).

- Boor de gaten voor de bevestigingsschroeven volgens de boorsjabloon die met het toestel is meegeleverd.

- Bevestig het bevestigingsprofiel met 5 schroeven (niet meegeleverd met de ketel) die de hierboven aangegeven belastingen kunnen dragen.
- Plaats de ketel op het bevestigingsprofiel.
- Plaats de dichtingen op de verschillende aansluitingen.
- Vergeet niet het blauwe verlengstuk op de vulkraan te steken.


* Min. na te leven afstand tussen de ketel en een meubel eronder.
Installatievoorschriften voorbehouden voor installateurs
5.6 Gas- en wateraansluiting
Vooraleer enige bewerking uit te voeren moeten de leidingen gereinigd worden met behulp van een passend product om de eventuele onzuiverheden te
verwijderen, zoals vijlsel, soldeersel, oliën en diverse vetten. Deze vreemde lichamen zouden meegesleurd kunnen worden in de ketel, en de goede werking ervan in het gedrang brengen.

Legenda
A Aansluitplaat 0020037591 (*)
1 Cv-retourleiding met afsluitkranen
2 Aanvoerleiding koud water met afsluitkraan, circulatielus en aflaatkraan voor het tapwater.
3 Uitgaande cv-leiding met afsluitkraan
4 Uitgaande leiding tapwater
5 Gastoevoer met gasafsluiter
6 Drukmeetaansluiting
7 Dubbele wartelkoppeling
8 Koppeling met de gasafsluiter
9 Gasaansluitbuisje: moeren 20 x 27 (3/4" gas) met gebogen verbindingsnippel
10 Buisjes voor het tapwater: moeren 15 x 27 (3/4") met gebogen verbindingsnippels
11 Aansluitbuisjes cv moeren 20 x 27 (3/4" gas) met gebogen verbindingsnippel
B Zakje met aansluitstukken (**)
12 Debietbegrenzer koud water
13 Buisstuk cv-retourleiding: 2 moeren 3/4 " + haakse verbindingsnippel + 2 dichtingen
14 Buisstuk aanvoerleiding koud water: 2 moeren 3/4 " + haakse verbindingsnippel + 2 dichtingen
15 Buisstuk uitgaande cv-leiding: 2 moeren 3/4 " + haakse verbindingsnippel + 2 dichtingen
16 Buisstuk uitgaande leiding sanitair warm water: 2 moeren 3/4 " + haakse verbindingsnippel + 2 dichtingen
17 Buisstuk gastoevoer: 2 moeren 1/2 " + haakse verbindingsnippel + 2 dichtingen
(*) Apart geleverd
(**) Geleverd met de ketel
- Gebruik geen oplosmiddel om niet het risico te lopen de kring te beschadigen.
- Soldeer niet aan de aangebrachte buisstukken om de pakkingen en de afdichtingen van de kranen niet te beschadigen.
- Gebruik enkel de originele dichtingen die met het toestel zijn meegeleverd.
- Controleer of er geen lekken zijn. Herstel ze indien nodig.
- Verbind de veiligheidsventielen, en de ontkoppelinginrichting met een afvoerleiding die met de riolering is verbonden met behulp van de meegeleverde slangen. In het afvoertoestel moet het wegstromen van het water zichtbaar zijn.

1 Ventiel verwarming
2 Afvoerventiel verwarming
3 Ontkoppelingsinrichting
4 Sanitair ventiel
5 Afvoer ontkoppelingsinrichting
6 Afvoerventiel sanitaire kring
7 Afvoer naar de riolering (sifon niet meegeleverd)

Opgelet : Bulex wijst elke verantwoordelijkheid af (waterschade) wanneer de veiligheidsventielen niet aangesloten zijn aan de riolering.

- Sluit de doorzichtige afvoerleiding (2) die met het toestel meegeleverd wordt aan op de aflaatkraan (1) van de cv-kring.
5.7 Rookgasaansluiting (model C)
- Installeer het toestel enkel in een goed verluchte kamer.
De afvoerbuis moet zo gelegd worden dat in geen geval condensatiewater afkomstig van de buis in de ketel kan sijpelen.
Het horizontale deel van de afvoerbuis moet een helling hebben van minstens 3% naar boven, behalve als dit deel minder dan 1 m bedraagt.

| L1 + L2 + (0.5 x n) ≤ 1/4 L3 |
| L1 ≥ 0.5 m |
| n = aantal bochten |
| L3 ≥ 1 m + H min. |
| Diameter schoorsteen (mm) | H min (m) |
| ∅ 130 0.6 | |
| ∅ 140 0.6 |
Als een incident de uitschakeling van de ketel met zich meebrengt doordat de beveiliging gewerkt heeft, knippert het storingslichtje op het bedieningspaneel.
- Controleer voor elke behandeling op de rookgasafvoerbuis of de beveiliging tegen terugslande rookgassen goed werkt.
5.7.1 Controle van de goede werking van de beveiliging tegen terugslande rookgassen
Ga als volgt te werk:
- Dicht de buis van de trekonderbreker af.
- Regel de temperatuur van het sanitair warm water op maximum. Zie hoofdstuk "Temperatuurinstelling sanitair warm water".
- Open een warmwaterkraan.
De veiligheidsvoorziening stopt en blokkeert het toestel na 2 minuten.
- Sluit alle warmwaterkranen
U kunt het toestel terug in dienst zetten nadat de veiligheidsvoorziening afgekoeld is (na minimum 10 minuten).
- Zet het toestel uit. Wacht 5 seconden en schakel het toestel weer in.
- Open een warmwaterkraan.
Als de veiligheidsvoorziening het toestel niet binnen de toegestane termijn vergrendelt:
- Neem contact op met de dienst-na-verkoop (service)
- Zet het toestel uit.
5.7.2 Plaatsing van de rookgasafvoerbuis
- Steek de rookgasafvoerbuis in het aanpassingsstuk en in de buis van de trekonderbreker.
5.8 Rookgasaansluiting (model F)
Verschillende configuraties van luchtpijpuitgang zijn mogelijk.
- Aarzel niet uw detailhandelaar extra informatie te vragen over de andere mogelijkheden en de bijbehorende toebehoren.

Attentie ! Alleen de luchtpijptoebehoren die geschikt zijn voor de ISOTWIN-reeks mogen worden gebruikt.

- De buizen van de luchtpijp moeten onder een dalende helling van 2% van het toestel naar buiten toe lopen om eventueel condenswater af te kunnen voeren
De maximumlengte van de luchtpijp is bepaald volgens zijn type (bijvoorbeeld C12).
- Ongeacht het gekozen type luchtpijp dienen de in de onderstaande tabel opgegeven minimumafstanden voor de plaats van de uiteinden van de luchtpijp te worden nageleefd.

Attentie! De afdichting tussen de uitgang van de afzuigventilator en de luchtpijp moet verzekerd zijn.

Attentie! Als de rookgassen op minder dan de 2,20 m van de grond uittreden, moet u een eindbeschermkit aanbrengen.

H = hoogte vanaf de grond :
- 2,2 m t.o.v. een begaanbare weg
- 0,5 m t.o.v. een afgesloten terrein
Uitgang t.o.v. verluchtingsopeningen:
- boven een verluchtingsopening: 0 < ΔH < 0.5 m L ≥ 2 m 0,5 < ΔH < 1 m L ≥ 1 m
-
onder een verluchtingsopening: L + ΔH > 4 m
-
Zich refereren aan de norm NBN B 61-002 indien het gaat om een installatie in nieuwe gebouwen of vernieuwde gebouwen waarvoor een bouwaanvraag moest ingediend worden
- Leg deze eisen uit aan de gebruiker van het toestel.
5.8.1 Horizontaal luchtpijpsysteem ∅ 60/100 mm of ∅ 80/125 mm (installatietype C12)

Deze waarde wordt bereikt met een leiding met maximale lengte (L) + 1 bocht van 90°.
| Type | Max. lengte | |
| F 25 H-MOD F | 30 H-MOD | |
| C12 ∅ 60/100 | 4 m 3.5 m | |
| C12 ∅ 80/125 | 11 m 7 m | |
Telkens een extra elleboog van 90° nodig is (of 2 van 45°), moet de lengte L met 1 m worden verminderd.

Attentie! De openingen van eindstukken met afzonderlijke leidingen moeten in eenzelfde vierkant met een zijde van 50 cm uitmonden.

Attentie! Als de rookgassen op minder dan de 2,20 m van de grond uittreden, moet u een eindbeschermkit aanbrengen.
5.8.2 Verticaal luchtpijpsysteem ∅60/100 mm of ∅ 80/125 mm (installatietype C32)

Maximaal drukverlies: 60 Pa Deze waarde wordt bereikt met een leiding met maximale lengte (L) + 1 bocht van 90°.
| Type | Max. lengte | |
| F 25 H-MOD F | 30 H-MOD | |
| C32 ∅ 60/100 | 5 m 4 m | |
| C32 ∅ 80/125 | 12 m 8 m | |
Telkens een extra elleboog van 90° nodig is (of 2 van 45°), moet de lengte L met 1 m worden verminderd.

Attentie! De openingen van eindstukken met afzonderlijke leidingen moeten in eenzelfde vierkant met een zijde van 50 cm uitmonden.

Attentie! Als de rookgassen op minder dan de 2,20 m van de grond uittreden, moet u een eindbeschermkit aanbrengen.
5.8.3 Luchtpijpsysteem voor collectieve buis ∅ 60/100 mm (installatie van type C42)

Legenda
1 Verzamelleiding
2 Luchttoevoerbuis
3 Drukvereffeningsvoorziening
4 Hermetisch toestel («gesloten»)
5 Inspectieluik
A Eerste niveau
B Laatste niveau
L Zie onderstaande tabel
Maximaal drukverlies: 60 Pa
Deze waarde wordt bereikt met een leiding met maximale lengte (L) + 1 bocht van 90°.
| Type | Max. lengte | |
| F 25 H-MOD F | 30 H-MOD | |
| C42 ∅ 60/100 | 4 m 3.5 m | |
Telkens een extra elleboog van 90° nodig is (of 2 van 45°), moet de lengte L met 1 m worden verminderd.

Attentie! De verbindingen met de leiding moeten gebeuren met behulp van kit 85676D.
5.8.4
Luchtpijpsysteem met dubbele flux 2x ∅ 80 mm (installatietype C52 of C82)

WAARSCHUWING ! Elke leiding die dwars door een wand loopt en waarvan de temperatuur meer dan 60°C boven de omgevingstemperatuur ligt, moet ter plaatse van deze doorgang thermisch geïsoleerd worden. De isolatie kan gebeuren met isolatiemateriaal met de passende dikte van minstens 10 mm en een thermische geleidbaarheid λ ≤ 0,04 W/m.K.

De eindstukken van de toevoerleidingen van de verbrandingslucht en de afvoer van de verbrandingsproducten mogen niet in tegenover elkaar gelegen wanden van een gebouw worden aangebracht.
Type C52

Type C82

Legenda
1 Pakking
A Collectief kanaal
De rookgasaansluiting in C82 configuratie wordt gerealiseerd door aansluiting op een collectief kanaal(1). De diameter van het collectief kanaal (1) moet berekend worden in functie van het totaal vermogen van de aangesloten toestellen.
Maximaal drukverlies: 60 Pa
Deze waarde wordt bereikt met een leiding met maximale lengte (L=L1+L2) + 1 bocht van 90°.
| Type | Max. lengte | |
| F 25 H-MOD F | 30 H-MOD | |
| C52 / C822 x ∅ 80 mm | 30 m 30 m | |
Telkens een extra elleboog van 90° nodig is (of 2 van 45°), moet de lengte L met 2 m worden verminderd.
5.8.5 Verticaal luchtpijpsysteem (installatietype B22P)

Attentie! De verbrandingslucht wordt genomen in het lokaal waar het toestel geïnstalleerd is. In geen geval mogen de ventilatieopeningen onderaan en bovenaan afgedicht worden.

Legenda
1 Pakking
Maximaal drukverlies: 70 Pa Deze waarde wordt bereikt met een leiding met maximale lengte (L=L1+L2) + 1 bocht van 90°.
| Type | Max. lengte | |
| F 25 H-MOD F | 30 H-MOD | |
| B22P∅ 80 mm | 15 m 15 m | |
Telkens een extra elleboog van 90° nodig is (of 2 van 45°), moet de lengte L met 2 m worden verminderd.
5.8.6 Parametisering van de code voor de luchtleidingen
De Parametisering van de code voor de luchtleidingen gebeurt volgens de instructies uit hoofdstuk "Toegang tot de technische parameters van de ketel".
Hierdoor is het mogelijk de snelheid van de afzuigventilator aan te passen aan de lengte van de verlengstukken van de installatie en volgens het gekozen luchtpijpsysteem.
5.8.7 Referenties van de toebehoren
- Gelieve in bijlage de lijst van de toebehoren te vinden aangepast aan uw toestel.
| Beschrijving | Referentie toebehoor |
| Horizontaal luchtpijpsysteem C12 | |
| C12 ∅ 60/100 mm | 08615100 |
| C12 ∅ 80/125 mm | 7041325 |
| Verticaal luchtpijpsysteem C32 | |
| C32 ∅ 60/100 mm | 7041366 |
| C32 ∅ 80/125 mm | 08510300 |
| Luchtpijpsysteem voor collectieve buis C42 | |
| C42 ∅ 60/100 mm | 08567600 |
| Luchtpijpsysteem met dubbele flux C52 / C82 | |
| C52/C82 2 x ∅ 80 mm | 08511500 |
| Verticaal luchtpijpsysteem B22P | |
| B22P | 08511500 |
5.9 Elektrische aansluiting
- Verbind de voedingskabel van de ketel met het 230V-net (enkelfasig + aarding).
Belangrijk: de elektrische aansluiting van het toestel moet door een vakman worden uitgevoerd. Alle interventies binnen in het toestel moeten verwezenlijkt worden door de Dienst-na-verkoop (de Service) of een vakman.
- Voorzie op de elektrische installatie van de woning de mogelijkheid om de voeding van de ketel te ontkoppelen met een dubbelpolige schakelaar of een smeltzekering met een minimumafstand tussen de open contacten van 3 mm.
De smeltzekering van de elektronische kaart is in de nulleiding aangebracht. Het in de ketel ingebouwde voedingssnoer is specifiek. Als u het wenst te vervangen, bestel dan enkel bij een erkende dienst na verkoop van Bulex.

Gevaar! Bij een verkeerde installatie is er gevaar voor elektrische schokken en beschadiging van het toestel.
5.9.1 Toegang tot de elektrische aansluitingen

1 Toegang aan de kant van de bekabeling van de ketel
2 Toegang aan de kant van de bekabeling voor de installateur
- Open de kant van de bekabeling van de installateur (2) om de elektrische aansluitingen aan te brengen.
5.9.2 Aansluitingen op de elektronische kaart

Legenda
1 Connector
2 Elektrische draden
3 Mantel
Attentie! Wanneer u elektrische kabels aansluit op een connector van de elektronische kaart:
- Bewaar dan een afstand van maximaal 30 mm tussen de connector (1) en de afgestripte mantel (3).
- Als dit niet het geval is, bevestig de elektrische draden (2) dan samen met behulp een kunststof klembeugel.
- Bevestig de kabels in de kabelklem van de elektrische doos.
5.9.3 Scheiding van de laag- en hoogspanningskabels

1 Moederbord
2 Hoogspanningsaansluitingen
3 Laagspanningsaansluitingen
- Respecteer de aansluitzones (3) voor de laagspannings- en (2) de hoogspanningskabels.
5.9.4 Aansluiting van de accessoires

Legenda
1 Aansluiting buitensonde
2 Aansluiting modulerende kamerthermostaat Bulex: ExaCONTROL E / E7 / E7 radio
3 Aansluiting kamerthermostaat
4 Aansluiting communicatie-interface ExaLINK
- Schakel in geval van een installatie met vloerverwarming de temperatuurbegrenzer in serie met de kamerthermostaat op de koppeling (3).
5.10 Elektrisch schema model C

1 Vlamcontrole-elektrode
2 Ontstekingselektrodes
3 Voeler in de cv-retourleiding
4 Tapwaterpomp
5 Cv-pomp
6 Gebruikersinterface
7 Moederbord
8 Smeltzekering
9 Drukdetector cv-kring
10 Hoofdschakelaar
11 Temperatuurvoeler boiler
12 Gasmechanisme
17 Driewegklep
14 Temperatuurvoeler in de uitgaande cvleiding
15 Connector voeler verwarmingsdebiet
16 Temperatuurvoeler sanitair warm water
17 Temperatuurvoeler aan de uitgang van de sanitaire warmtewisselaar
18 Ontsteking
19 Voeler van de binnentemperatuur voor beveiliging tegen terugslag van de rookgassen
20 Voeler van de buitentemperatuur voor beveiliging tegen terugslag van de rookgassen
5.11 Elektrisch schema model F

1 Temperatuurvoeler H-MOD
2 Afzuigventilator
3 Vlamcontrole-elektrode
4 Ontstekingselektrodes
5 Voeler in de cv-retourleiding
6 Tapwaterpomp
7 Cv-pomp
8 Gebruikersinterface
9 Moederbord
10 Smeltzekering
11 Drukdetector cv-kring
12 Hoofdschakelaar
13 Temperatuurvoeler boiler
14 Gasmechanisme
17 Driewegklep
20 Ontsteking
22 Pressostaat
23 Toerenteller afzuigventilator
16 Temperatuurvoeler in de uitgaande cvleiding
17 Connector voeler verwarmingsdebiet
18 Temperatuurvoeler sanitair warm water
19 Temperatuurvoeler aan de uitgang van de sanitaire warmtewisselaar
- Open de afsluitkranen op de aansluitingen: ze moeten in de stromingsrichting staan.

1 Stop van de ontluchter van de cv-pomp
2 Cv-pomp
3 Schroef van de as van de cv-pomp
4 Vulkraan
- Open de stop van de ontluchter (1) op de pomp (2) en de automatische ontluchters van de installatie.

De twee volgende bewerkingen maken het mogelijk om de pomp-motor na een langdurige opslag/stilstand te deblokkeren en de lucht uit de koelkring van de pomp te laten.
- Verwijder de schroef (3) en steek een platte schroevendraaier in de opening. Normaal moet er water uit de pomp spuiten.
- Draai de as van de pomp enkele toeren en breng de schroef weer aan (3).
- Druk op de aan/uit-knop om het toestel in werking te stellen.
-
Vergewis u ervan dat de cv-functie geactiveerd (AAN) is en dat de tapwaterfunctie UIT staat op het bedieningspaneel van het toestel.
-
Open de blauwe watervulkraan (4) onder de ketel tot u 1.5 bar afleest op de manometer en sluit nadien af.
- Ontlucht elke radiator tot het water er normaal uit stroomt en draai vervolgens de ontluchters van de installatie dicht.
- Laat de stop van de ontluchter op de pomp (1) open staan.
• Activeer de tapwaterfunctie op het bedieningspaneel van het toestel. - Open de verschillende warmwaterkranen om de installatie te ontluchten.
- Vergewis u ervan dat de manometer een waarde weergeeft tussen 1 en 1,5 bar; vul anders de ketel bij en sluit nadien af.
- Als u moeilijkheden met het ontgassen tegenkomt, ontgas de cv-kring dan ofwel met de pomp, ofwel met de installateursmenu's.
| Methode nr.1: Ontgassen met de pomp | Methode nr.2: Ontgassen met behulp van de installateursmenu's |
| Regel de pomp tijdelijk af op snelheid III. | Activeer de functie «ontgassen» via het COD-menu. 20 zoals beschreven in hoofdstuk “Toegang tot de technische gegevens van de ketel”. |
- Laat het toestel minstens 15 minuten werken met een ingestelde verwarmingstemperatuur van minstens 50°C (niet van toepassing voor een installatie met vloerverwarming).
- Ontlucht elke radiator tot het water er normaal uit stroomt en draai vervolgens de ontluchters dicht. - Vergewis u ervan dat de manometer een waarde weergeeft tussen 1 en 1,5 bar; vul anders de ketel bij en sluit nadien af.
7 Regeling
7.1 Regeling van het debiet in de verwarmingskring
Dit debiet moet aangepast worden volgens de berekening van de installatie. Bij de levering staat de schroef (1) van de ingebouwde omloopleiding [bypass] ½ toer open.

1 Schroef van de omloopleiding [bypass]
- De ketel wordt geleverd met de schroef a van de ingebouwde omloopleiding (bypass) half opengedraaid. Verdraai deze schroef naargelang van de behoeften (bv. : dichtschroeven om het debiet erdoor te verkleinen) om de beschikbare manometrische opvoerhoogte aan het drukverlies in de installatie aan te passen (volgens van onderstaande debiet/druk-kromme).
![BULEX IsoTwin C 30 - Schroef van de omloopleiding [bypass] - 1](/content/2026/06/1151878/images/f64fd260eeb64ea2310314cd08e692e022929bd9fc096c66f0a3a71750845813.jpg)
1 Keuzeschakelaar voor de instelling van de pompsnelheid
2 Snelheid I
3 Snelheid II (Regelingen in fabriek)
4 Snelheid III
![BULEX IsoTwin C 30 - Schroef van de omloopleiding [bypass] - 2](/content/2026/06/1151878/images/4bf696bf2eae179aae85701a98e78af430370af3e953f614c026afcc7e284cd4.jpg)
Tijdens het tappen gaat de pomp automatisch over naar snelheid III.
- Draai de keuzeschakelaar (1) in de stand I, II of III van de pompsnelheid naargelang van de onderstaande debiet/druk-kromme.
- Pompkarakteristiek (debiet/druk) ISOWTIN C 25 / F 25 / C 30 / F 30 :
![BULEX IsoTwin C 30 - Schroef van de omloopleiding [bypass] - 3](/content/2026/06/1151878/images/da601c7ecc8f31ded40201c53c363d5fe0ec1981cca2e2c9e690a17e6009ac88.jpg)
Legenda
Snelheid III
1 By-pass gesloten
2 1/2 toer open
3 2 toeren open
Snelheid II
4 By-pass gesloten
5 1/2 toer open
6 2 toeren open
Snelheid I
7 By-pass gesloten
8 2 toeren open
7.2 Toegang tot de technische gegevens van de ketel (enkel voor installateurs en onze "dienst na verkoop")
Met behulp van de technische parameters van de ketel is het mogelijk bepaalde regelingen uit te voeren en eventuele storingen te analyseren. Het is bijvoorbeeld mogelijk om het maximumvermogen van de ketel voor de verwarming te regelen op elke waarde tussen de vermogens die zijn opgegeven in de tabel aan het einde van deze handleiding. Zodoende kan het geleverde vermogen aan de werkelijke behoeften van de installatie worden aangepast en wordt een overdreven hoog vermogen vermeden, met behoud van een hoog rendement.

Noot: het verminderen van het verwarmingsvermogen heeft geen enkele invloed op het vermogen dat gebruikt wordt voor het sanitair warm water.
- Druk gedurende meer dan 5 seconden op de knop roenu naar het parametermenu over te gaan.
- Wanneer «00» verschijnt, gebruikt u de toetsen en naast of otdat"96" op het display verschijnt.
- Druk nog eens op de toets roenu het eerste Parametiseerbare menu weer te geven, met name het maximale verwarmingsvermogen (menu COD.1).
- Wanneer het menu "COD.1" op het display verschijnt, drukt u op de toetsenom de gewenste waarde in te stellen.
- Selecteer de gewenste waarde door de toetsen af naast of gebruiken.
- Bevestig door op de toets (menu) drukken.
- Druk op de toetsen of om naar het volgende menu over te gaan.

Het display keert terug naar zijn normale stand als het bedieningspaneel gedurende 15 minuten niet wordt aangeraakt of na nog eens meer dan 5 seconden op de menu
| Menu nr. | Functie Actie | |
| COD. 1 | maximaal verwarmings-vermogen | Kies een waarde:- tussen 8 en 25 voor ISOTWIN C 25 (fabrieksinstelling: 15)- tussen 4 en 25 voor ISOTWIN F 25 (fabrieksinstelling: 15)- tussen 5 en 30 voor ISOTWIN F 30 (fabrieksinstelling: 20)- tussen 10 en 30 voor ISOTWIN C 30 (fabrieksinstelling: 20) |
| COD. 2 | Configuratie van de luchtleidingen | - Modellen C : geen regeling nodig.- Modellen F : Kies een code voor de luchtleidingen tussen de 11, van 0 tot 10 genummerde codes in het onderstaande schema. |
| Code | (L) C12 / C42∅ 60/100 | (L) C12∅ 80/125 | (L) C32∅ 60/100 | (L) C32∅ 80/125 | (L)C52C82∅ 80/80 | ||||
| F25H-MOD | F30H-MOD | F25H-MOD | F30H-MOD | F25H-MOD | F30H-MOD | F25H-MOD | F30H-MOD | ||
| 0 < | 0.39 m < 0. | 39 m < 0.5 m | < 0.5 m < 0.5 m < 0.5 m < 0.5 m < 1 m < 1 m < 1 m | ||||||
| 1 < | 0.8 m < 0.7 | m < 2 m < 1 | m < 1.3 m < 1.3 m < 2.7 | m < 1.7 m < 4 m | |||||
| 2 < | 1.2 m < 1 m | < 3 m < 1.7 | m < 1.7 m < 1.6 m < 3.9 | m < 2.4 m < 7 m | |||||
| 3 < | 1.6 m < 1.3 | m < 4 m < 2.4 m < 2.1 m | < 1.9 m < 5 m < 3.1 m | < 10 m | |||||
| 4 < | 2 m < 1.6 m | < 5 m < 3.1 m < 2.5 m | < 2.2 m < 6.1 m | < 13 m | |||||
| 5 < | 2.3 m < 1.9 | m < 6 m < 3.8 m < 2.9 m | < 2.5 m < 7.1 m < 4.5 m | < 16 m | |||||
| 6 < | 2.7 m < 2.2 | m < 7 m < 4.5 m < 3.3 m | < 2.8 m < 8.2 m < 5.2 m | < 19 m | |||||
| 7 < | 3.1 m < 2.6 | m < 8 m < 5.2 m < 3.7 m | < 3.1 m < 9.3 m < 5.9 m | < 22 m | |||||
| 8 < | 3.3 m < 2.9 | m < 9 m < 5.9 m < 4.1 m | < 3.4 m < 10.4 m < 6.6 m | < 25 m | |||||
| 9 < | 3.8 m < 3.2 | m < 10 m < 6.5 m < 4.5 m | < 3.7 m < 11.5 m < 7.3 m | < 28 m | |||||
| 10 < | 4 m < 3.5 | m < 11 m < 7 m < 5 m < 4 m | < 12 m < 8 m < 30 m | ||||||
| Menu nr. | Functie Actie | |
| COD. 3 | Minimumtemperatuur van het verwarmingswater | Kies een waarde tussen 38°C en 70°C.(fabrieksinstelling : 38°C) |
| COD. 4 | Maximumtemperatuur van het verwarmingswater | Kies een waarde tussen 50°C en 80°C.(fabrieksinstelling : 73°C) |
| COD. 5 Werking van de pomp | Kies een werkwijze:1 - onderbroken (niet-continu) met kamerthermostaat (TA).(Regelingen in fabriek)2 - onderbroken (niet-continu) met brander3 - continu (permanent) | |
| De twee volgende menu's vereisen de installaties van een buitensonde | ||
| COD. 6 | Verwarmingskromme | Kies een verwarmingskromme onder de 10 volgende:0.2 / 0.6 / 1.0 / 1.2 / 1.5 / 2.0 / 2.5 / 3.0 / 3.5 / 4.0(zie onderstaande grafiek) |
| COD. 7 | Voet van de verwarmingskromme | Kies een waarde:15°C / 16°C / 17°C / 18°C / 19°C / 20°C / 21°C / 22°C /23°C / 24°C / 25°C (zie onderstaande grafiek) |

Legenda
1 Regeling via Menu 6
2 Regeling via Menu 7
| Menu nr. | Functie Actie | |
| COD. 8 | gedwongen werking van de brander | Kies een werkwijze:0 = normale werking (fabrieksinstelling)1 = gedwongen werking op min. vermogen2 = gedwongen werking op max. vermogen (waarde afgesteld in het menu COD. 1) |
| De menu's COD.11 tot COD.19 kunnen enkel gelezen worden | ||
| COD. 11 Verwarmingsdebiet | Weergave verwarmingsdebiet in liter/uur. Weergave enkel mogelijk als een debietvoeler in de cv-kring (niet meegeleverd) op het toestel geïnstalleerd is. | |
| COD. 12 Uitgaande cv-leiding | Weergave van de temperatuur van de uitgaande cv-leiding tussen 0°C en 99°C. | |
| COD. 13 | Temperatuur cv-retourleiding | Weergave van de temperatuur van de cv-retourleiding tussen 0°C en 99°C. |
| COD. 14 | Temperatuur warmwater aan de uitgaande leiding van de sanitaire warmtewisselaar | Weergave van de temperatuur van het sanitair warm water tussen 0°C en 99°C. |
| COD. 15 Boilertemperatuur Weergave van de boilertemperatuur tussen 0°C en 99°C. | ||
| COD. 16 - Niet gebruikt voor dit type ketel. | ||
| COD. 17 | Snelheid afzuigventilator | Weergave van de ventilatorsnelheid (in t/min) tussen 0 en 99. Vermenigvuldig de weergegeven waarde met 100. |
| COD. 18 | Ogenblikkelijk brandervermogen | Weergave van het ogenblikkelijk vermogen van de brander tussen 0 kW en 99 kW |
| COD. 19 | Werkingsfase van de ketel | Weergave van de diagnose van de ketel. |
| Status Verwarmingsmodus | ||
| 00 | Geen verwarmingsaanvraag | |
| 01 | Ventilatie afzuigventilator voor de ontsteking | |
| 02 | Voordraaien pomp | |
| 03 | Ontsteking | |
| 04 | Brander ingeschakeld | |
| 05 | Nadraaien pomp / afzuigventilator | |
| 06 | Nadraaien afzuigventilator | |
| 07 | Nadraaien pomp | |
| 08 | Antipendelvertraging na verwarming | |
| Status Werking sanitair warm water | ||
| 10 | Sanitaire vraag | |
| 11 | Ventilatie afzuigventilator voor de ontsteking | |
| 13 | Ontsteking | |
| 14 | Brander ingeschakeld | |
| 15 | Nadraaien pomp / afzuigventilator | |
| 16 | Nadraaien afzuigventilator | |
| COD. 19 | 17 | Nadraaien pomp |
| Status Temperatuurverhoging tapwater | ||
| 20 | Cyclus verhoging boilertemperatuur | |
| 21 | Ventilatie afzuigventilator voor de ontsteking | |
| 23 | Ontsteking | |
| 24 | Brander ingeschakeld | |
| 25 | Nadraaien pomp / afzuigventilator | |
| 26 | Nadraaien afzuigventilator | |
| 27 | Nadraaien pomp | |
| 28 | De ketel blokkeert de temperatuurverhoging van de boiler na een opwarmingscyclus. | |
| Status Specifieke meldingen | ||
| 30 | Standaardtoestand, geen verwarmingsaanvraag, geen vraag naar sanitair warm water. Controleer als een kamerthermostaat met EBUS is aangesloten op de ketel, of de shunt aanwezig is op de aansluitklemmen 3 en 4 van het moederbord van de ketel | |
| 31 | Werkwijze «Alleen tapwater» | |
| 33 | Werkwijze «Alleen tapwater» | |
| 34 | Werkwijze «Beveiliging tegen vorst» | |
| 35 | Wachtcyclus | |
| 37 | Controlecyclus: de snelheid van de afzuigventilator in de werkingsfase is buiten tolerantie. | |
| 51 | Detectie van een verstopping van de rookgasafvoerbuis bezig (model C) | |
| 52 | Verstopping van de rookgasafvoer gedetecteerd (model C) | |
| 53 | Wachtcyclus: temperatuurverschil tussen de uitgaande leiding en de retourleiding van de cv te hoog. Indien ΔT > 30, gedwongen werking op min. vermogen | |
| 54 | Wachtcyclus: tekort aan water in de installatie / temperatuurstijging tussen de uitgaande leiding en de retourleiding van de cv te hoog. | |
| 98 | Test van de voelers in de uitgaande leiding en de retourleiding van de cv | |
| COD. 20 Ontgassen | 0 = ontgassingsfunctie gedeactiveerd (fabrieksinstelling)1 = ontgassingsfunctie geactiveerdDe functie is geactiveerd voor een max. duur van 14 minuten.Het toestel werkt 7 minuten om te verwarmen en 7 minuten in de korte lus. De werkingscyclus van de pomp is de volgende: 15 s ON daarna 10 s OFF.U kunt de functie stoppen door terug te gaan naar de instelling 0 | |
| Het servicemenu COD. 21 kan alleen gelezen worden. | ||
| COD. 21 Buitentemperatuur | Geeft de buitentemperatuur weer gemeten door de buitensonde (als een sonde op de ketel gekoppeld is). | |
| COD. 22 | Configuratie met zonneboiler | Kies een waarde tussen 0 en 20 seconden om de ontsteking van de brander te vertragen als de ketel met een zonneboiler is verbonden. |
| De 2 volgende menu's vereisen de installatie van een optionele kaart. | ||
| COD. 60 F | functie relais 1 | Toewijzing van een functie aan relais 1 van de optionele kaart:1 = pomp retourleiding sanitair (*)2 = extra cv-pomp verwarming (fabrieksinstelling)3 = drukopvoerpomp boiler (niet gebruikt voor dit type ketel)4 = terugslagklep rookgassen / afzuigventilator schoorsteen5 = externe gasklep6 = externe foutmelding |
| COD. 61 F | functie relais 2 | Toewijzing van een functie aan relais 2 van de optionele kaart:1 = pomp retourleiding sanitair (*)2 = extra cv-pomp verwarming (fabrieksinstelling)3 = drukopvoerpomp boiler (niet gebruikt voor dit type ketel)4 = terugslagklep rookgassen / afzuigventilator afzuigkap5 = externe gasklep6 = externe foutmelding |
| (*) Deze regeling werkt enkel met bepaalde modulerende kamerthermostaten uit de Bulex-reeks | ||
| Het servicemenu COD. 62 kan alleen gelezen worden. | ||
| COD. 62 | Temperatuur van de afzuigkap | Weergave van de temperatuur van de afzuigkap tussen 0°C en 99°C. |
| COD. 63 D | dag/nacht-functie | Verlaging van de cv-temperatuurinstelling van dag- naar nachtregime. Deze functie wordt bestuurd door het programma van de kamerthermostaat. Ze kan enkel actief zijn als de ketel uitgerust is met een buitensonde.Ze heeft voor gevolg dat de kamerthermostaat de brander niet meer onderbreekt. Alleen bij het bereiken van de ingestelde waarde wordt de brander onderbroken.0 = Functie niet actief1 = Functie actief |
| COD. 64 C | offset nacht | Keuze van de verlaging van de temperatuursinstelling tussen dag (periode COMFORT van de kamerthermostaat) en nacht («spaar»-periode (ECO) van de kamerthermostaat). Kies een waarde tussen 0°C en 31°C |
| Het servicemenu COD. 65 kan alleen gelezen worden. | ||
| COD. 65 | Gedetailleerde storingscode | De diagnose kan verfijnd worden door een gedetailleerde code. De lijst van de gedetailleerde codes staat in het hoofdstuk “Beveiligingen”. |
| COD. 66 | Max. sanitair warmwater-temperatuur | De aanbevolen max. sanitair warmwatertemperatuur bedraagt 60°C. Het is mogelijk deze temperatuursinstelling te verhogen tot 65°C. Kies een waarde tussen 60°C en 65°C. |
8 Aflaten van het toestel
8.1 Verwarmingskring

- Open de aflaatkraan (1) die aangebracht is in het laagste punt van de installatie.
- Laat lucht toe door bv. een ontluchter van de installatie open te draaien.
- Om alleen het water van de verwarmingskring uit het toestel af te laten, draait u eerst de stopkranen in de uitgaande leidingen en de retourleiding dicht.
8.2 Sanitaire kring

1 Afsluitkraan koudwatertoevoer
2 Moer op de uitgaande warmwaterleiding
- Isoleer de ketel van de installatie door de afsluitkraan (1) op de aansluitplaat dicht te draaien.
- Laat lucht toe door een warmwaterkraan open te draaien (A).
- Plaats een afvoerbuis op de afvoer (B).
- Draai de moer (2) op de uitgaande warmwaterleiding los.
- Open de aflaatkraan (C).

Verwijder de schroef onder de koudwatertoevoerkraan om het aftappen van het sanitaire circuit sneller te laten verlopen (1). Deze methode kan alleen gebruikt worden indien de recirculatielus niet is aangesloten.
9 Beveiligingen
U vindt de lijst van bepaalde foutcodes in de handleiding.
De storingen die in dit hoofdstuk zijn beschreven vereisen de interventie van een vakman en indien nodig die van de Bulex-service (dienst-na-verkoop).
Belangrijk: in geval van aanwezigheid van lucht in de leidingen, moet u de lucht die in de radiatoren zit aflaten (ontluchten)
en water toevoeren tot de druk de voorgeschreven waarde bereikt. Als u te dikwijls water moet toevoegen, dan moet u daar de dienst na verkoop van op de hoogte brengen, want het kan gaan om kleine lekken in de installatie, waarvan de oorsprong dient gezocht te worden, of corrosie van de verwarmingskring, die verholpen moet worden door een passende behandeling van het water in de kring.
| Storing | Beschrijving | Detail van de fout | Mogelijke oorzaak Oplossing | |
| F1 Ontstekingsfout d28 | Geen gastoevoer / onvoldoende gasdebietSlechte regeling van het gasmechanismeOntstekings- en vlamcontrole-elektrode defectDefecte ontsteker | • Controleer de gastoevoerkring (open gaskraan).• Controleer de regeling van het gasmechanisme.• Controleer de aansluitingen van de ontsteking.• Controleer de staat van de brander (netheid binnen van de brandtakken).• Controleer de staat van de elektrodes (plaats en corrosie). | ||
| F4 | Vlam dooft tijdens de werking | d29 | ||
| F2 | Slechte afzuiging of aanzuiging van de lucht | d32 | Verkeerde snelheid afzuigventilator | • Controleer de luchttoevoer en de rookgasafvoer.• Controleer de werking van de pressostaat en van de afzuigventilator.• Controleer de elektrische verbindingen van de afzuigventilator en van de pressostaat.• Controleer of de hoge en lage verluchtingsopeningen van het lokaal niet verstopt zijn. |
| d33 Storing in de pressostaat | ||||
| d36 | Te hoge weerstand in de schoorsteen | |||
| d37 | Verkeerde snelheid van de afzuigventilator tijdens de werking | |||
| F3 | Herhaalde storing luchttoevoer | d35 Zie | de oorzaken en oplossingen van storing F2. | |
| F5 | Oververhittingsfout | d20 | Oververhittingsbeveiliging geactiveerd (97°C) | • Controleer de werking van de pomp.• Controleer of de afsluitkranen in de uitgaande leiding en de retourleiding van de cv open staan. |
| d25 | Toegestane maximumtemperatuur overschreden (95°C) | |||
| - Slechte ontgassing | ||||
| F6 | Temperatuur-voeler in de uitgaande cv-leiding | d0 Voeler ontkoppeld | • Controleer de aansluitingen van de voeler.• Controleer de kabels van de voeler.• Controleer de voeler. | |
| d10 Kortsluiting van de voeler | ||||
| F7 | Storing voeler temperatuur tapwater | d2 | Temperatuurvoeler sanitair warm water ontkoppeld | |
| d12 Kortsluiting van de voeler | ||||
| F8 | Storing boilertem-peratuurvoeler | d3 | Boilertemperatuurvoeler ontkoppeld | |
| d13 | Kortsluiting boilertemperatuurvoeler | |||
| d79 | Storing boilertemperatuurvoeler | |||
| F9 | Fout drukdetector cv-kring | d73 | Drukdetector kortgesloten of ontkoppeld | • Controleer de aansluitingen van de detector• Controleer de detector. |
| d74 Drukdetector gestoord | ||||
| F10 | Storing temperatuur-voeler cv-retourleiding | d1 | Temperatuurvoeler cv-retourleiding ontkoppeld | • Controleer de aansluitingen van de voeler.• Controleer de kabels van de voeler.• Controleer de voeler. |
| d11 | Kortsluiting van de temperatuurvoeler in de cv-retourleiding | |||
| F11 | Communicatie-fout gebruikers-interfacekaart | - | • Controleer de aansluitingen tussen het moederbord en de interfacekaart van de gebruiker | |
| F12 | Storing EBUS-spanning | d49 Defect op de EBUS-lijn | • Controleer de belasting op de EBUS-lijn. | |
| F13 | Storing moederbord. | d38 | Verkeerde frequentie voedingsspanning | • Controleer alle aansluitingen van het moederbord.• Controleer de elektronische kaart.• Controleer de productcode.• Doe een «reset» van het toestel. |
| d61 Storing bediening gasklep | ||||
| d62 | Fout bij het sluiten van de gasklep | |||
| d63 Geheugenfout op moederbord | ||||
| d64 Storing moederbord. | ||||
| d65 | Temperatuur van het moederbord te hoog | |||
| d67 | Ontbrekend vlamsignaal op het moederbord | |||
| F15 | Defecte motor van het gasme-chanisme. | - | Kortsluiting van de motor van het gasmechanisme | • Controleer de aansluitingen van het gasmechanisme.• Controleer de werking van het gasmechanisme. |
| d26 Kaels ontkoppeld of defect | ||||
| F16 | Storing vlamdetectie | d27 Ab | normale vlamdetectie | • Controleer de vlamdetectie-elektrode. • Controleer het moederbord. |
| - | Gasmechanisme defect | |||
| F18 | Defect in de gebruikers-interface. | - | interfacekaart defect • Vervang de interfacekaart. | interfacekaart. |
| F19 | Storing temperatuur-voeler uitgaande cv-leiding | d71 | Voelers uit hun klemmen losgekomen of defect (geen temperatuurschommeling) | • Controleer de aansluitingen van de voeler. |
| F20 | Gebruikers-interface niet compatibel met moederbord. | d70 Slechte productcode | • Controleer de productcode. • Controleer de referentie van de kaart.d42 | |
| Slechte interfacekaart gebruiker of moederbord | ||||
| F23 | Storing van de watercirculatie | d24 | Slechte werking van de pomp (te snelle temperatuurstijging) | • Controleer of de afsluitkranen in de uitgaande leiding en de retourleiding van de cv open staan. |
| F25 | Storing temperatuur-voeler in de afzuigkap (H-MOD) | d9 | Temperatuurvoeler van de afzuigkap ontkoppeld | • Controleer de aansluitingen van de voeler. • Controleer de voeler. |
| d19 | Kortsluiting van de temperatuurvoeler van de afzuigkap | |||
| F26 | Maximum temperatuur-afwijking bereikt tussen de uitgaande leiding en de retourleiding van de cv | d23 | Probleem met de watercirculatie | • Controleer de aansluiting van de voelers van de uitgaande leiding en de retourleiding van de cv. • Controleer de snelheid van de pomp. |
| F28 | Permanent temperatuur-afwijking tussen de voelers van de uitgaande leiding en de retourleiding van de cv | d72 | Incoherentie tussen de temperaturen van de uitgaande leiding en de retourleiding van de cv | • Controleer de aansluitingen van de temperatuurvoelers. |
| - Temperatuurvoelers defect | ||||
| F43 | Voeler buiten-temperatuur voor beveiliging TTB (beveiliging tegen terugslag van de rookgassen) | d5 | Externe rookgasdetector ontkoppeld | • Controleer de aansluitingen van de voelers. |
| d15 | Kortsluiting van de externe rookgasdetector | |||
| F44 | Luchtsonde binnen-tempe-ratuur voor beveiliging TTB (beveiliging tegen terugslag van de rookgassen) | d6 | Interne rookgasdetector ontkoppeld | |
| d16 | Kortsluiting op de interne rookgasdetector | |||
10 Controle / Terug in dienst stellen
Na het toestel geïnstalleerd te hebben, controleert u de goede werking ervan:
- Schakel het toestel in volgens de indicaties van de gebruiksaanwijzing en controleer of het goed werkt.
- Controleer of het toestel geen lekken vertoont (gas en water) en verhelp de eventuele lekken.
- Controleer of de rookgassen naar behoren worden afgevoerd.
- Controleer alle bedienings- en veiligheids-voorzieningen, de regeling en de werkingstoestand ervan.
11 Het informeren van de gebruiker
De gebruiker van het toestel moet geïnformeerd worden over de bediening en de werking van zijn toestel.
- Leg hem de werking van het toestel uit zodat hij er vertrouwd mee raakt.
- Bekijk samen met hem de gebruiksaanwijzing en beantwoord zijn eventuele vragen.
- Geef alle handleidingen en documentatie van het toestel aan de gebruiker en vraag hem om ze in de buurt van het toestel te bewaren.
- Leg hem uit hoe hij het toestel kan aflaten en toon hem de bedieningselementen.
-
Leg de gebruiker meer bepaald de veiligheidsinstructies voor die hij in acht moet nemen.
-
Herinner hem aan de verplichting om een geregeld onderhoud van de installatie te laten doen.
- Raad hem aan een onderhoudscontract af te sluiten met een vakman.
12 Reserve-onderdelen
Om een duurzame werking van alle organen van het toestel te garanderen en het toestel in goede staat te houden, mogen bij reparatie- en onderhoudswerkzaamheden alleen originele Bulex-reserveonderdelen worden gebruikt.
- Gebruik uitsluitend originele reserve-onderdelen.
- Vergewis u ervan dat de montage van deze onderdelen correct verloopt en dat ze op dezelfde plaats en in dezelfde richting als de vervangen onderdelen aangebracht worden.
13 Dienst na verkoop

Legenda
1 Bevestigingsschroeven cv-pomp
2 Cv-pomp
3 Connector van de sanitaire pomp
4 Tapwaterpomp
5 Klem voor de bevestiging van de sanitaire pomp
6 Vulkraan
7 Klem voor de bevestiging van de vulkraan
8 Leidingklem van het sanitaire buisje
9 Klem voor de bevestiging van de filter-
straalbreker
10 Filter-straalbreker
11 Bevestigingsschroeven van de
warmtewisselaar voor sanitair warm water
12 Klem voor de bevestiging van de vulbuis
13 Veiligheidsklep cv
14 Leidingklem van de veiligheidsklep cv
15 Klem voor de bevestiging van de drukdetector in de cv-kring
16 Ontkoppelaar
17 Leidingklem van de veiligheidsklep van het sanitair
18 Veiligheidsklep tapwater
17 Driewegklep
20 Sanitaire warmtewisselaar
21 Connector van de driewegklep
22 Connector van de drukdetector in de cv-kring
23 Drukdetector in de cv-kring
24 Klem voor de bevestiging van de tapwaterpomp
25 Ontluchter van de cv-pomp
13.1 Cv-pomp
- Ontkoppel de kabel van de pomp.
- Schroef de 4 bevestigingsschroeven van de pomp (1) los.
• Verwijder de pompmotor (2).
13.2 Sanitaire pomp
• Maak de connector los (3).
- Ontkoppel de kabel van de pomp.
• Verwijder de klemmen (5), (8) en (24).
• Verwijder de sanitaire pomp
13.3 Sanitaire warmtewisselaar
- Verwijder de twee bevestigingsschroeven (11) die toegankelijk zijn vanaf de voorkant van de ketel.

Let op de richting voor de hermontage: het woord «TOP», dat op de rand van de warmtewisselaar (20) gedrukt is, moet naar boven wijzen.
13.4 Filter-straalbreker
De filter-straalbreker verbetert de ontgassing van de cv-kring.
- Sluit de afsluitkranen in de uitgaande leiding en de retourleiding van de cv- kring, en laat vervolgens het water uit de ketel af.
- Verwijder de klem voor de bevestiging van de filter (9) aan de onderkant van de pomp.
• Verwijder de filter-straalbreker (10).
- Reinig de vinger en breng hem correct weer aan.
13.5 Drukdetector in de cv-kring
- Maak de klem (15) los waarmee de drukdetector in de cv-kring bevestigd is.
• Maak de connector los (22). - Verwijder de drukdetector in de cvkring(23).
| Beschrijving | Een-heid | C 25 C30 | F 25 H-MOD | F 30 H-MOD | |
| Gascategorie | I3+ / I2E / I2E+ | I3+ / I2E / I2E+ | I3+ / I2E / I2E+ | I3+ / I2E / I2E+ | |
| BE | ·I2E+, d.w.z. dat de verwarmingsketel werkt op aardgas (G20/G2·I3+, d.w.z. dat de verwarmingsketel werkt op butaan (G30) of op propaan (G31). | ||||
| LU | ·I2E, d.w.z. dat de verwarmingsketel werkt op aardgas (G20). | ||||
| Verwarming | |||||
| Nuttig vermogen bij 80°C/60°C 80°C/60°C (P) | kW 8.4 | -24.6 10.4 - | 29.6 | 4.1 (G20)4.9 (G30) | 5 - 29.6 |
| Rendement bij calorische onderwaarde C.O.W en regime 80/60°C | % 90.5 | 91.4 91 92.3 | |||
| Rendement op LCV bij deellast (30%) 45°C/35°C | % 89.6 | 90.7 90.8 91.3 | |||
| Rendementsniveau volgens Europese richtlijn 92/42 | Lage temperatuur | ||||
| Minimum belasting (Q min) kW 9.9 | 12.1 | 5 (G20)6 (G30) | 6 | ||
| Maximum belasting (Q max) kW 27 | 32.4 26 | 9 32.5 | |||
| Minimum debiet l/h 450 | 550 250 250 | ||||
| Min. aanvoertemperatuur | °C | 38 | 38 | 38 | 38 |
| Max. aanvoertemperatuur | °C | 80 | 80 | 80 | 80 |
| Expansievat, nuttige capaciteit | l | 12 | 12 | 12 | 12 |
| Voorvuldruk in het expansievat | bar | 0.75 0.75 | 0.75 0.75 | ||
| Maximumcapaciteit van de installatie tot 75°C | l | 270 270 | 270 270 | ||
| Veiligheidsventiel maximale werkdruk (PMS) | bar 3 | 3 | 3 | 3 | |
| Sanitair | |||||
| Min. nuttig vermogen (P min) | kW 8.4 | 10.4 | 4.1 (G20)4.9 (G30) | 5 | |
| Max. nuttig vermogen (P max) | kW | 24.6 29.6 | 24.6 29.6 | ||
| Minimum belasting (Q min) kW 9.9 | 12.1 | 5 (G20)6 (G30) | 6 | ||
| Maximum belasting (Q max) kW 27 | 32.4 26 | 9 32.5 | |||
| Min. warmwatertemperatuur. | °C | 45 | 45 | 45 | 45 |
| Max. warmwatertemperatuur. | °C | 65 | 65 | 65 | 65 |
| Specifiek debiet volgens EN 13203 | l/min | 18.5 | 20.7 | 18.5 | 20.7 |
| Specifiek debiet volgens EN 625 | l/min | 19 | 21.2 | 19 | 21.2 |
| Sanitair comfort volgens EN 13203 | *** | *** | *** | *** | |
| Debiet werkingsdrempel l/min 0 0 | 0 0 | ||||
| Inhoud accumulatievat l 42 42 42 | 42 | ||||
| Debietbegrenzer koud water l/min | 12 14 12 | 14 | |||
| Veiligheidsventiel maximale bedrijfsdruk | bar 10 | 10 10 10 | |||
| Min. voedingsdruk. bar 0.5 0.5 0.5 | 0.5 | ||||
| Aanbevolen voedingsdruk bar | 2 2 | 2 2 | |||
| Maximale voedingsdruk (P MW ) (**) | bar 10 | 10 10 10 | |||
| (*) Regeling aanbevolen voor het vullen van de installatie rekening houdend met het drukverlies in de ontkoppelinrichting. | |||||
| (**) Voor een voedingsdruk hoger dan 3 bar is het aanbevolen een drukreduceertoestel te installeren | |||||
| Verbranding | |||||
| Verseluchtdebiet (1013 mbar - 0°C) | m3/h | 59.9 | 72 | 47.7 | 50.7 |
| Afvoerdebiet verbrandingsgassen | g/s 20 | .4 24.9 16.4 | 18.5 | ||
| Temperatuur rookgassen bij P max op 80°C/60°C | °C | 112 | 111.2 | 144.5 | 148 |
| Waarden van de verbrandingsproducten (gemeten bij nominaal verwarmingsdebiet): | |||||
| CO | mg/kWh | 44 47 25 | 27 | ||
| CO2 | % | 5.1 | 5 | 6.5 | 7 |
| NOx klasse | 3 3 3 3 | ||||
| Elektrisch | |||||
| Voedingsspanning | V/Hz | 230/50 | 230/50 | 230/50 | 230/50 |
| Maximaal opgenomen vermogen | W | 123 | 123 | 184 | 189 |
| Stroomsterkte | A 0.5 | 4 0.54 | 0.8 | 0.83 | |
| Zekering | A 2 2 | 2 2 | |||
| Elektrische beschermingsgraad | IPX4D | IPX4D | IPX4D | IPX4D | |
| Elektrische klasse | I | I | I | I | |
| Beschrijving | Een-heid | C 25 C30 | F 25 H-MOD | F 30 H-MOD | |
| Afmetingen : | |||||
| Hoogte | mm | 890 | 890 | 890 | 890 |
| Breedte | mm | 600 | 600 | 600 | 600 |
| Diepte | mm | 499 | 499 | 499 | 499 |
| ∅ diameter schoorsteen | mm | 130 | 140 | - | - |
| ∅ diameter luchttoevoer/rookgasafvoer | mm | - | - | 60/100 | 60/100 |
| Nettogewicht | kg 57 | 59 60 62 | |||
| Gewicht gevuld met water | kg | 100.3 | 102.4 | 103.3 | 105.4 |
| EU-nummer | 1312 BS 4930 | 1312 BS 4931 | 1312 BS 4932 | 1312 BS 4933 | |
| Technische parameters volgens het type gas | Eenheid C | 25 C30 | F 25 H-MOD | F 30 H-MOD | |
| Aardgas G20 (*) | |||||
| ∅ van de brandersproeier mm 1.2 | 1.2 1.25 1.25 | ||||
| Diameter gasdiafragma mm 5.8 6 | 5 5.65 6.3 | ||||
| Min. druk gastoevoer mbar 20 20 | 20 20 | ||||
| Minimale branderdruk mbar 1.86 | 2.01 1.57 1.7 | ||||
| Maximale branderdruk | mbar | 12.65 | 12.21 | 11.38 | 11.8 |
| Gasdebiet bij minimumvermogen | m3/h | 1.05 1.3 | 0.53 0.63 | ||
| Gasdebiet op maximaal vermogen | m3/h | 2.86 3.43 | 2.84 3.44 | ||
| Aardgas G25 (*) | |||||
| ∅ van de brandersproeier mm 1.2 | 1.2 1.25 1.25 | ||||
| Diameter gasdiafragma mm 5.8 6 | 5 5.65 6.3 | ||||
| Min. druk gastoevoer mbar 25 25 | 25 25 | ||||
| Minimale branderdruk mbar 2.35 | 2.55 2.06 2.1 | ||||
| Maximale branderdruk | mbar | 15.5 | 14.91 | 14.03 | 14.7 |
| Gasdebiet bij minimumvermogen | m3/h | 1.21 1.38 | 0.56 0.67 | ||
| Gasdebiet op maximaal vermogen | m3/h | 3.32 3.64 | 3.02 3.65 | ||
| Gas G30 (*) | |||||
| ∅ van de brandersproeier mm | 0.73 0.7 | 3 0.77 0.77 | |||
| Diameter gasdiafragma mm | 5.35 5.95 | 4.4 5.2 | |||
| Min. druk gastoevoer | mbar | 28 - 30 | 28 - 30 | 28 - 30 | 28 - 30 |
| Minimale branderdruk mbar 3.53 | 3.48 4.71 3.5 | ||||
| Maximale branderdruk | mbar | 25 | 23.05 | 21.38 | 21.6 |
| Gasdebiet bij minimumvermogen | kg/h 0.78 | 0.97 0.47 0.47 | |||
| Gasdebiet op maximaal vermogen | kg/h | 2.13 | 2.55 | 2.12 | 2.56 |
| Vloeibaar gas G31 (*) | |||||
| ∅ van de brandersproeier mm | 0.73 0.7 | 3 0.77 0.77 | |||
| Diameter gasdiafragma mm | 5.35 5.95 | 4.4 5.2 | |||
| Min. druk gastoevoer mbar 37 37 | 37 37 | ||||
| Minimale branderdruk mbar | 4.6 4.65 6 | 08 4.5 | |||
| Maximale branderdruk mbar 31.9 | 30.9 | 27.56 | 27.7 | ||
| Gasdebiet bij minimumvermogen | kg/h 0.77 | 0.95 0.47 0.47 | |||
| Gasdebiet op maximaal vermogen | kg/h | 2.1 | 2.51 | 2.09 | 2.52 |
| (1) 15°C, 1013,25 mbar, droog gas | |||||

Verklaring conformiteit K.B. 08/01/2004 - BE
Fabrikant :
S.D.E.C.C. I
Op de markt gebracht door :
Bulex
1425, Bergensesteenweg
1070 Brussel
Tel.: 02/555.13.13
Fax.: 02/555.13.14
Hierbij bevestigen wij dat het hierna gespecifieerd toestel conform is aan het type beschreven in het CE-conformiteitscertificaat en geproduceerd en op de markt gebracht wordt overeenkomstig de eisen gedefinieerd in het K.B. van 8 januari 2004.
Type van het produkt :
Wandketel
Model :
ISOTWIN C 25
ISOTWIN C 30
ISOTWIN F 25 H-MOD
ISOTWIN F 30 H-MOD
Toegepaste norm :
EN 297, EN 483 en K.B. van 8 januari 2004

contact op te nemen met een vakman.