VP50 - Scooter KYMCO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis VP50 KYMCO in PDF-formaat.
| Producttype | Scooter |
| Merk | Kymco |
| Model | VP50 |
| Motortype | 4-takt, luchtgekoeld |
| Cilinderinhoud | 49,5 cm³ |
| Boring x slag | 39 x 41,4 mm |
| Compressieverhouding | 11:1 |
| Bougie | CR7HSA (NGK) |
| Brandstof | Euro 95 loodvrij |
| Motorolie | SAE 10W-40 full synthetic, 0,7 L |
| Transmissieolie | SAE 90, 0,10 L |
| Remvloeistof | DOT 4 |
| Startsysteem | Elektrisch (met kickstarter) |
| Transmissie | Automatisch (CVT) |
| Voorband | 100/80-10, 1,75 bar (alleen bestuurder) |
| Achterband | 100/80-10, 2,0 bar (alleen bestuurder) / 2,25 bar (met passagier) |
| Voorrem | Schijfrem |
| Achterrem | Trommelrem |
| Zekeringen | 7A/7A/10A |
| Verlichting | Koplamp, achterlicht, remlicht, richtingaanwijzers 12V 10W x4 |
| Buddyseat | Ja, met helmhaken |
| Digitaal klokje | Ja |
| Stationair toerental | 2000 ± 100 tpm |
| Koelsysteem | Luchtgekoeld |
Veelgestelde vragen - VP50 KYMCO
Gebruikersvragen over VP50 KYMCO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding VP50 - KYMCO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. VP50 van het merk KYMCO.
GEBRUIKSAANWIJZING VP50 KYMCO
Veiligheid van de scooter ....2 - 3
Toebehoren & veranderingen ....4
Plaats van de onderdelen & instrumenten 5 - 6
DEEL 2 - INSTRUMENTEN & KENMERKEN....7 - 15
Contactschakelaar....7
Buddyslot....8
Instrumenten 9
Digitaal klokje 11
Rechterstuurschakelaar....12
Linkerstuurschakelaar ....13
Aanbevolen benzine....14
Buddyseat 15
DEEL 3 - BEDIENING ....16 - 17
Controle voorafgaand aan elke rit......16
De motor starten....17
DEEL 4 - ONDERHOUD....19 - 33
Onderhoudsschema....20 - 22
Motorolie 23
Olieverversing 24
Vervanging van de transmissie-olie .....26
Vervanging van het luchtfilter 27
Bediening van de gashendel ......27
Bougie....28
Controle van het remvloeistofpeil......29
Controle van de remmen....30
Accu & zekeringen 32
Banden....33
Dank u voor uw aanschaf van deze KYMCO VP 50-scooter en welkom als KYMCO-scooterrijder.
Wij raden u aan om deze handleiding grondig door te nemen, zodat u volledig vertrouwd bent met de juiste bediening van uw scooter en met de kenmerken, de capaciteiten en de beperkingen ervan voordat u gaat rijden.
Om verzekerd te zijn van een probleemloze levensduur van uw scooter, dient u deze de juiste zorg en het juiste onderhoud te geven.
Voor vervangende onderdelen en toebehoren, raden wij originele KYMCO-produkten aan. Deze zijn speciaal ontworpen voor uw scooter en beantwoorden aan de hoge eisen die KYMCO aan haar produkten stelt.
Houd deze handleiding altijd aan boord van uw scooter, zodat u de juiste informatie bij de hand heeft wanneer u die nodig heeft. Deze gebruikershandleiding dient beschouwd te worden als een vast onderdeel van uw scooter en dient bij de scooter te blijven als deze verkocht wordt.
Alle informatie, illustraties, foto's en specificaties in deze handleiding zijn gebaseerd op de laatste produktinformatie zoals deze beschikbaar was ten tijde van publicatie. Als er nadien verbeteringen of andere veranderingen zijn aangebracht, kunnen bepaalde gegevens in deze handleiding afwijken van de werkelijkheid. KYMCO behoudt zich het recht voor om zonder enige verplichting veranderingen aan het produkt en de gedrukte informatie aan te brengen zonder de klant daarvan op de hoogte te stellen.
VEILIGHEID
BELANGRIJKE VEILIGHEIDSINFORMATIE
U kunt van uw scooter jarenlang profijt hebben als u de verantwoordelijkheid neemt voor uw eigen veiligheid en begrijpt welke uitdagingen u op de weg kunt tegenkomen. U kunt zelf veel doen om uzelf te beschermen terwijl u rijdt. In deze handleiding vindt u veel nuttige aanbevelingen. Hier volgen enige zeer belangrijke veiligheidstips:
Draag altijd een helm.
Een veilige scooteruitrusting begint met een helm van goede kwaliteit. Een van de ernstigste verwondingen die u kunt oplopen zijn verwondingen aan het hoofd. Draag daarom altijd een goedgekeurde helm. Ook dient u deugdelijke oogbescherming te dragen.
Zorg dat u goed zichtbaar bent voor anderen.
Om uzelf beter zichtbaar te maken, dient u kleding in felle, reflecterende kleuren te dragen, u zo op te stellen dat anderen u kunnen zien, uw richtingaanwijzer aan te zetten voordat u een bocht maakt of een andere weg inslaat en uw klaxon te gebruiken als het anderen kan helpen om u op te merken.
Ken uw grenzen.
Rijd te allen tijde binnen de grenzen van uw eigen rijvaardigheid. Door uw grenzen te kennen en deze niet te overschrijden, voorkomt u ongelukken.
Houd uw scooter in veilige toestand. Om veilig te rijden, is het belangrijk om uw scooter vóór
elke rit te controleren en om alle aanbevolen onderhoud uit te voeren. Overschrijd nooit de grenzen voor de belading en gebruik uitsluitend toebehoren die door KYMCO voor deze scooter zijn goedgekeurd.
Controleer uw scooter telkens voordat u gaat rijden.
Vergeet niet om voorafgaand aan elke rit een volledige veiligheidscontrole uit te voeren om uw eigen veiligheid en die van uw passagier te garanderen.
Wees bij slecht weer extra alert op uw veiligheid.
Als u rijdt bij slecht weer, in het bijzonder als het regent of geregend heeft, dient u extra voorzichtig te zijn. De remweg kan twee keer zo lang worden als het glad is. Rijd niet over geverfde oppervlakken, deksels op mangaten en glimmende weggedeelten, omdat deze bijzonder glad kunnen zijn. Wees uiterst voorzichtig bij spoorwegovergangen en op metalen roosters en bruggen. Als u ook maar engiszins twijfelt over de veiligheid op de weg, dan dient u onmiddellijk vaart te minderen.
Veranderingen
Veranderingen aan uw scooter of verwijdering van oorspronkelijke onderdelen kan uw scooter onveilig of illegaal maken. Houd u aan alle wettelijke voorschriften met betrekking tot de belading die gelden in uw rijgebied.
VEILIGHEID
Voor uw veiligheid dient u tijdens het rijden altijd een goedgekeurde motor- of scooterhelm te dragen, evenals oogbescherming, laarzen, handschoenen, een lange broek en een shirt of jack met lange mouwen.
Helm en bescherming
Uw helm is het belangrijkste onderdeel van uw rijuitrusting omdat het de beste bescherming biedt tegen verwondingen aan het hoofd. Uw helm dient goed om uw hoofd te passen en stevig vast te zitten. Draag altijd een vizier of een motorbril zodat u goed zicht heeft en uw ogen beschermd worden.
Bijkomende rijuitrusting
Naast een helm en oogbescherming dient u ook te dragen: ◆ Stevige laarzen met antislipzolen om uw voeten en enkels te beschermen. ◆ Leren handschoenen om uw handen warm te houden en te zorgen dat u geen blaren, snijwonden, brandwonden of blauwe plekken kunt krijgen. ◆ Een motor- of scooterpak of -jack dat zowel gemakkelijk zit als bescherming biedt. Fel gekleurde en reflecterende kleding kan helpen om u beter zichtbaar te maken in het verkeer. Zorg dat u geen loszittende kleding draagt die in een deel van de scooter zou kunnen blijven vastzitten

WAARSCHUWING!
Als u geen helm draagt, dan vergroot u de kans om bij een ongeval ernstig gewond te raken of gedood te worden.

- Draag handschoenen.
- Kleding dient goed te zitten (niet te strak en niet te los).
- Draag altijd een helm. Ook dient u altijd oogbescherming te dragen.
- Draag kleding in felle of reflecterende kleuren.
- Schoeisel dient de juiste maat te hebben, lage of geen hakken te hebben en de enkels te beschermen.

WAARSCHUWING!
Zorg dat u en uw passagier altijd een goedgekeurde motorhelm dragen die goed zit. U dient ook oogbescherming en beschermende kleding te dragen als u rijdt.
TOEBEHOREN & VERANDERINGEN
Er is een grote verscheidendheid aan toebehoren verkrijgbaar voor KYMCO-scootergebruikers. KYMCO kan geen direkte invloed uitoefenen op de kwaliteit of geschiktheid van de toebehoren die u zou willen aanschaffen. Het toevoegen van ongeschikte toebehoren aan uw scooter kan onveilige situaties opleveren. KYMCO kan onmogelijk alle accessoires die op de markt verkrijgbaar zijn of combinaties hiervan testen. Uw KYMCO-dealer kan u echter wel helpen bij het uitkiezen van kwaliteitsartikelen en ze vervolgens op de juiste wijze installeren.
Wees bijzonder voorzichtig als u onderdelen uitkiest en ze in uw scooter installeert.
Geen wijzigingen
KYMCO raadt u ten stelligste af om originele onderdelen te verwijderen of om uw scooter dusdanig te veranderen dat het ontwerp of de werking van de scooter worden gewijzigd.

WAARSCHUWING!
Ongeschikte toebehoren of veranderingen kunnen uw scooter onveilig maken en kunnen ongelukken tot gevolg hebben. Zorg dat u nooit toebehoren op een onjuiste manier installeert of gebruikt. Alle onderdelen en toebehoren die aan dit voertuig worden toegevoegd, dienen originele KYMCO-onderdelen te zijn die speciaal voor deze scooter ontworpen zijn. Tevens mogen ze uitsluitend geïnstalleerd en gebruikt worden volgens de meegeleverde instructies. Indien u vragen heeft over de werking of bediening van de scooter, stel deze dan aan uw erkende KYMCO-dealer.
PLAATS VAN ONDERDELEN EN INSTRUMENTEN
1 Remhevel achter
2 Koplamp
3 Benzinevuldop
4 Helmhaakjes
5 Jiffy
6 Kickstarter
7 Motornummer
8 Luchtfilter
9 Achterlicht, remlicht

■ LET OP: Uw scooter kan er iets anders uitzien dan de in deze handleiding afgebeelde scooter.
PLAATS VAN ONDERDELEN EN INSTRUMENTEN
10 Rechter richtingaanwijzer
11 Uitlaat
12 Olievuldop/oliepeilstok
13 Voetsteun voor de passagier & knop
14 Middenstandaard
15 Voorremhevel
16 Contactschakelaar
17 Framenummer

■LET OP: Uw scooter kan er iets anders uitzien dan de in deze handleiding afgebeelde scooter.
INSTRUMENTEN & KENMERKEN
CONTACTSCHAKELAAR
Bediening en functies van de contactschakelaar
“ ✉ ”-stand:
Alle elektrische circuits zijn verbroken.
De motor kan niet starten of draaien. De sleutel kan uit het slot gehaald worden.
“ ”-stand:
De contactschakelaar staat op "ON".
Het elektrisch circuit is gesloten en
de motor kan nu gestart worden. In deze stand kan de sleutel niet uit het slot gehaald worden.
“ 🔍 ”-stand:
Om het stuur te vergrendelen, draait u het stuur geheel naar links. Duw vervolgens de sleutel in het slot terwijl u hem in de " 🔒"-stand draait. Haal de sleutel uit het slot. Alle elektrische circuits zijn verbroken.

INSTRUMENTEN & KENMERKEN
BUDDYSLOT
Buddy van het slot halen
Met de contactsleutel in de “○” stand (de motor draait), drukt u de sleutel in en draait u deze tegen de klok in van de “○” -stand in de “SEAT OPEN”-stand.
Met de contactsleutel in de “ ✗” -stand (de motor loopt), drukt u de sleutel in en draait deze u deze tegen de klok in van de “ ✗” -stand in de “ SEAT OPEN”-stand.
Open de buddyseat door deze aan het achterste gedeelte op te tillen.

INSTRUMENTEN & KENMERKEN
INSTRUMENTEN
①Kilometerteller/tripmeter:
Druk de "MODE"-knop in om tussen de kilometerteller en de tripmeter te schakelen, of om de tripmeter weer op nul te zetten.
Druk de" ADJ."-knop gedurende twee seconden in. Nu verschijnt de kilometerstand, de tripafstand of de lege modus. Druk tegelijkertijd de "ADJ"- en de
" MODE "-knop in terwijl de ODO-modus is geactiveerd. De cijfers gaan automatisch op nul staan.
②Snelheidsmeter:
Geeft de rijsnelheid aan in kilometers per uur (K/PH).
③Richtingaanwijzer-indicatielampje:
Knippert als één van de richtingaanwijzers aanstaat.
④Grootlicht-indicatielampje:
Dit lampje brandt als het grootlicht wordt aanstaat.
⑤ Benzinepeil-indicatielampje “ ”:
Dit indicatielampje gaat branden als de benzinetank bijna leeg is om de bestuurder te waarschuwen om zo spoedig mogelijk bij te tanken.
⑥Toerenteller:
Geeft de motorsnelheid aan in aantal omwentelingen per minuut (RPM).
⑦Klokje:
Zie pagina 11 voor details

INSTRUMENTEN & KENMERKEN
⑧Olieservicebeurt-indicatielampje:
Gaat branden als de scooter een oliesevicebeurt moet krijgen (1000 km-grens). Dit indicatielampje gaat ook branden als de contactschakelaar in de "ON"-stand wordt gezet, maar dient uit te gaan zodra de motor draait.
- Druk gedurende twee seconden de "ADJ." -knop in tot de ODO-, TRIP- of lege modus verschijnt.
- Druk tijdens de lege modus de "ADJ." en de "MODE" -knop tegelijkertijd in: het indicatielampje gaat nu automatisch uit.

INSTRUMENTEN & KENMERKEN
Multifunctioneel display - Digitaal klokje
Het klokje geeft de tijd in uren en minuten aan als de contactschakelaar in de "ON"-stand staat.
Om het klokje handmatig af te stellen:
- Zet de contactschakelaar in de "ON"-stand
- Druk op de ADJUST-knop en houd deze gedurende meer dan twee seconden ingedrukt tot de ODO-modus (kilometerteller) is geactiveerd.
LET OP: Het digitale klokje kan uitsluitend worden bijgesteld als de ODO-modus is geactiveerd (en niet de TRIP- of Olieservicebeurt-modus).
- Druk de MODE-knop en de ADJ.-knop tegelijkertijd in en houd ze gedurende meer dan twee seconden ingedrukt. De cijfers voor de uren beginnen te knipperen: deze kunnen nu worden afgesteld.

- Vervolgens drukt u de ADJ-knop in totdat het juiste aantal uren op het display verschijnt.

- Om de minuten af te stellen, drukt u op de MODE-knop totdat de cijfers voor de minuten beginnen te knipperen.
![graph LR A["MODE"] --> B["ADJ."] B --> C["AM:10:00"]](/content/2026/06/1151483/images/288d5edac985f32eb8df3f5bb21c81aee2f16d1f7f5e12f9a5d2905a4a084aac.jpg)
- Vervolgens drukt u de ADJ-knop in totdat het juiste aantal minuten op het display verschijnt.
![graph LR A["MODE"] --> B["ADJ."] B --> C["AM10:00-"]](/content/2026/06/1151483/images/2970caab683f2bd7f0e58744396a3f34e5051bb12687c2fdd85de58d510abe95.jpg)
- Om het afstellen van het klokje te beëindigen, drukt u tegelijkertijd op MODE-knop en de ADJ-knop. De cijfers op het display stoppen automatisch met knipperen.
U kunt het instellen afbreken door gedurende ongeveer tien seconden geen knop in te drukken.

INSTRUMENTEN & KENMERKEN
Rechter stuurschakelaar
De koplamp en het achterlicht gaan branden.
" stand:
Het stadslicht en het achterlicht (MVO) gaan branden.
“ ”stand:
De koplamp en het achterlicht gaan uit.
Elektrische startknop ② ③ “-stand:
Gebruik de elektrische startknop om de startmotor te activeren.
■ LET OP: De startmotor gaat alleen draaien als de remhevel wordt aangehaald op het moment dat de startknop wordt ingedrukt.

Linkerstuurschakelaar
Richtingaanwijzerschakelaar ③:
Gebruik een richtingaanwijzer om aan uw medeweggebruikers kenbaar te maken dat u van plan bent om een bocht te nemen of een andere weg in te slaan. Het richtingaanwijzer indicatielampje op het dashboard gaat knipperen om de bestuurder eraan te herinneren dat een richtingaanwijzer aanstaat.
" " voor links afslaan.
" " voor rechts afslaan.
Om een richtingaanwijzer uit te zetten, drukt u de schakelaar in als deze in de middenstand staat.
Klaxon ④:
Druk op de klaxonknop als u wilt toeteren.
“ ”-stand: voor dimlicht;
“ ≡D”-stand: voor grootlicht.
Als het grootlicht wordt aangezet, gaat het igrootlicht-indicatielampje op het dashboard branden.
Passeerlichtknop ⑥:
Gebruik deze knop als u wilt passeren: u kunt hiermee een knipperend signaal geven aan andere weggebruikers om duidelijk te maken dat u wilt passeren.

INSTRUMENTEN & KENMERKEN
Controle van het benzinepeil / bijtanken
Als de indicator voor het benzinepeil de "E" nadert (dit geeft aan dat de tank bijna leeg is) dan dient u de tank bij te vullen met Euro 95 loodvrije benzine.
- Zet de motor stil en draai de contactschakelaar in de "OFF"-stand.
- Ontgrendel de buddyseat en til deze omhoog.
- Draai de benzinedop tegen de klok in en verwijder deze.
- Vul benzine bij door de benzinevulopening.
- Plaats na het bijvullen de benzinedop terug en draai deze met de klok mee en stevig vast.
Aanbevolen benzine
Gebruik uitsluitend EURO 95 benzine. Deze is loodvrij. Gebruik van loodvrije benzine zal de levensduur van de bougies verlengen.

⚠ WAARSCHUWING!
Benzine is uiterst brandbaar en explosief. U kunt u branden of ernstig gewond raken als u met benzine omgaat.
- Zet de motor stil en houd hitte, vonken en open vuur uit de buurt.
- Tank uitsluitend in de buitenlucht.
- Als u benzine heeft gemorst, dan dient u deze onmiddellijk te verwijderen.
INSTRUMENTEN & KENMERKEN
BUDDYSLOT
Buddy van het slot halen
Als de contactsleutel in de " 🔒"-stand staat (de motor draait), duw dan de sleutel in en draai hem tegen de klok in van de " 🔒"-stand naar de " 🔒"-stand.
Als de contactsleutel in de " ✗"-stand staat motor draait niet), draai hem dan tegen de klok in van de " "de " " stand.
Open de buddyseat door het achterste gedeelte op te tillen.
Helmhaakjes
Om de helmhaakjes te gebruiken, dient u de buddyseat te openen. Haak de ring van uw helm aan één van de haakjes ⑦ en sluit vervolgens de buddyseat goed.

WAARSCHUWING!
Gebruik de helmhaakjes uitsluitend als uw scoote staat geparkeerd. Ga nooit rijden terwijl uw helm nog aan een helmhaakje hangt.


Controle voorafgaand aan elke rit
Voor uw veiligheid is het zeer belangrijk dat u de moeite neemt om telkens voordat u gaat rijden om uw scooter heen te lopen en de toestand ervan te controleren. Als u een probleem ontdekt, zorg dan dat u dit meteen verhelpt of dat het verholpen wordt door uw KYMCO-dealer.

WAARSCHUWING!
Als u uw scooter niet op de juiste wijze onderhoudt of als u nalaat een probleem te verhelpen voordat u gaat rijden, dan kan dit een ongeluk veroorzaken waarin u ernstig gewond kunt raken of gedood kunt worden. Voer altijd een controle uit en verhelp eventuele problemen voordat u gaat rijden.
- Controle van het motoroliepeil: Vul zo nodig motorolie bij (pagina 23). Controleer of er ergens olie lekt.
-
Benzinepeil: Vul de benzinetank zo nodig bij (pagina 14). Controleer of er ergens benzine lekt.
-
Voor- en achterremmen: Controleer de werking van de remmen. Controleer of er nergens remvloeistof lekt (pagina 29).
- Banden: Controleer de toestand en de spanning van de banden (pagina 33).
- Gashendel: Controleer of de gashendel soepel werkt en of deze volledig sluit in alle standen van het stuur (pagina 27).
- Lichten en klaxon: Controleer of de koplamp, het achter-/remlicht, de richtingaanwijzers, de indicatielampjes en de klaxon goed werken.
- Stuur: Controleer de toestand van het stuur en of dit soepel werkt.
BEDIENINGSSYSTEEM
De motor starten
Volg altijd de startprocedure zoals deze hierna wordt beschreven.

PAS OP!
Om de katalysator in het uitlaatsysteem van uw scooter te beschermen, dient u te voorkomen dat de motor langdurig stationair draait en geen gelode benzine te gebruiken.
- Zet de scooter op de middenstandaard en klap de jiffy op.
- Steek de contactsleutel in het slot en draai de sleutel in de "Ω" ("ON")-stand.


PAS OP!
Om schade aan de startmotor te voorkomen, dient u deze niet langer dan vijf seconden per keer te gebruiken.
Als de scooter niet onmiddellijk start, controleer dan het benzinepeil en de toestand van de accu.
Zorg ook dat de startmotor is afgekoeld voordat u weer probeert om de motor te starten.
BEDIENINGSSYSTEEM
- Haal de linkerremhevel (achterrem) aan.
■ LET OP: De elektrische startmotor werkt alleen als de linkerremhevel (achterrem) of de rechterremhevel (voorrem) wordt aangehaald.
- Terwijl de gashendel gesloten is, drukt u op de stakmop①
Laat de startknop los zodra de motor start.

PAS OP!
Als u de scooter laat rijden terwijl de oliedruk te laag is, dan kan dat ernstige schade aan de motor veroorzaken.
- Houd de gashendel gesloten terwijl u de motor laat opwarmen.
- Zorg dat de motor volledig is opgewarmd voordat u gaat rijden.

Het belang van onderhoud
U dient te allen tijde uw scooter goed te onderhouden. Dit is van essentieel belang als u veilig, zuinig en probleemloos wilt rijden. Goed onderhoud draagt ook bi aan een beperking van de luchtvervuiling en een optimaal zuinig benzineverbruik.
De volgende pagina's van deze handleiding zullen u helpen om uw scooter op de juiste wijze te onderhouden. Het onderhoudsschema geeft aan op welke momenten u dit onderhoud moet uitvoeren.
Bij het opstellen van de aanwijzingen is er van uitgegaan dat u de scooter uitsluitend gebruikt voor het doel waarvoor het voertuig ontworpen is. Als de scooter langdurig hoge snelheden rijdt of rijdt in een ongewoon natte of stoffige omgeving, dan dient het onderhoud vaker te worden uitgevoerd dan in het onderhoudsshema staat aangegeven. Vraag aan uw erkende KYMCO-dealer wat u het beste kunt doen in uw individuele situatie.
■ LET OP: Volg in ieder geval de aanwijzingen en schema's voor controle en onderhoud in deze gebruikshandleiding.

WAARSCHUWING!
Als de scooter omvalt of bij een ongeluk betrokken raakt, zorg dan dat uw KYMCO-dealer alle belangrijke onderdelen controleert, zelfs als u in staat bent om sommige reparaties zelf uit te voeren.
Als u uw scooter niet op de juiste wijze onderhoudt of als u nalaat een probleem te verhelpen voordat u gaat rijden, dan kan dit een ongeluk veroorzaken waarin u ernstig gewond of gedood kunt worden.

WAARSCHUWING !
Als u onderhoud op uw scooter uitvoert, kan het zijn dat u de motor moet starten. De motor laten draaien binnenshuis of in een garage kan gevaarlijk zijn. Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide. Dit is een gas dat kleur- en geurloos is en dat de dood of ernstige verwondingen kan veroorzaken. Laat de motor uitsluitend daar draaien waar er voldoende ventilatie is, bij voorkeur in de buitenlucht.
ONDERHOUD
Onderhoudsschema
Voer het onderhoud (zie pagina 16) uit op elk moment dat in het onderhoudsschema staat aangegeven. Dit valt ofwel op het moment dat de scooter een bepaald aantal kilometers heeft gereden (aangegeven door de kilometerterler), ofwel na een bepaald aantal mænden, afhankelijk van wat het eerste komt.
Legenda onderhoudsschema (zie p.21 en 22): :
C: CONTROLEREN, REINIGEN, BIJSTELLEN, SMEREN OF VERVANGEN INDIEN NODIG;
Het onderhoudsschema op de volgende twee pagina's geeft aan welk onderhoud u moet uitvoeren om uw VP50-scooter in optimale conditie te houden. Het onderhoud dient uitgevoerd te worden in overeen stemming met de KYMCO-normen en specificaties door goed opgeleide vakmensen die over het juiste gereedschap beschikken. Uw erkende KYMCO-dealer voldoet aan al deze eisen.
* Dient uitgevoerd te worden door uw KYMCO-dealer, tenzij uzelf over het juiste gereedschap en de servicegegevens beschikt en technisch gekwalificeerd bent.
** Voor de veiligheid raden wij u aan om de servicebeurten aan genoemde onderdelen uitsluitend door uw KYMCO-dealer te laten verrichten. KYMCO raadt aan om uw erkende KYMCO-dealer na elke periodieke onderhoudsbeurt een proefrit te laten uitvoeren.
Opmerkingen bij het onderhoudsschema (zie pagina 21 en 22):
- Als de kilometerteller een hogere waarde aangeeft, dient u het onderhoud op het moment te houden dat hier staat aangegeven.
- Voer vaker onderhoud uit als uw scooter in een ongewoon natte of stoffige omgeving heeft gereden.
- Voer vaker onderhoud uit als de scooter in de regen of met hoge snelheden heeft gereden.
- Reinig na elke 2000 km na vervanging en vervang na elke 5000 km.
- Vervang na elke 4000 km.
- Vervang om de twee jaar. Vervanging vereist technische vaardigheden.
ONDERHOUD
| FREQUENTIEONDERDEEL | WATHETEERSTKOMT: | X 1000 km | WAARDE OP DEKILOMETERTELLER (OPM. 1) | ||||||||
| 0.3 | 1 | 3 | 5 | 7 | 9 | 11 | ZIEPAG. | ||||
| OPM | MAAND | 3 | 5 | 7 | 9 | 11 | |||||
| * | LUCHTFILTER | OPM 2 | R | R | V | R | V | R | 27 | ||
| BOUGIE | OPM 4 | V | V | 28 | |||||||
| * | GASKABEL | C | C | C | C | C | C | C | 27 | ||
| * | KLEPSPELING | B | B | - | |||||||
| * | ACCU | C | C | C | 32 | ||||||
| CARTERONTLUCHTING | OPM 3 | R | R | R | R | R | R | - | |||
| MOTOROLIE | V | V | V | V | V | V | V | 23 | |||
| * | OLIEFILTER | R | R | R | R | R | R | R | - | ||
| * | STATIONAIR TOERENTAL | C | C | C | - | ||||||
| TRANSMISSIE-OLIE | OPM 5 | V | V | V | 26 | ||||||
| * | V-SNAAR | V | - | ||||||||
| ** | REMVLOEISTOF | OPM 6 | Elke 12 maanden verversen | 29 | |||||||
ONDERHOUD
| FREQUENTIEONDERDEEL | WATHETEERSTKOMT: | WAARDE OP DEKILOMETERTELLER (OPM. 1) | ||||||||
| X 1000 km | 0.3 | 1 | 3 | 5 | 7 | 9 | 11 | |||
| OPM. | MAAND | 3 | 5 | 7 | 9 | 11 | ||||
| REMBLOK SLIJTAGE | C | C | C | C | C | C | 31 | |||
| * | REMLICHTSCHAKELAAR | C | C | C | C | C | C | - | ||
| ** | STUURINRICHTING | C | C | C | C | C | C | - | ||
| * | RICHTING VD KOPLAMP | C | C | C | ||||||
| * | MOEREN, BOUTEN, KLEMMEN | C | C | C | ||||||
| ** | WIELEN, BANDEN | C | C | C | C | C | C | 33 | ||
| * | OPHANGING | C | C | |||||||
| ** | REMSCHOEN SLIJTAGE | C | C | |||||||
ONDERHOUD
Motorolie
Aanbevolen motorolie
Gebruik aan hoogkwaliteits 4-takt motorolie voor een langere levensduur van uw scooter.
Gebruik uitsluitend olie met een SD-classificatie volgens de API-serviceclassificatie.
Viscositeit motorolie: SAE 10W-40 full synthetic
Als deze viscositeit niet verkrijgbaar is, kies dan een alternatief volgens het schema hieronder.
Controle van het motoroliepeil
Controleer het motoroliepeil elke dag voordat u gaat rijden. Het peil dient zich te bevinden tussen het maximum en het minimum indicatiestreepje op de olievuldop/oliepeilstok.

- Start de motor en laat deze gedurende enkele minuten stationair draaien.

PAS OP!
De motor laten draaien bij onvoldoende oliedruk, kan de motor ernstig beschadigen.
- Zet de motor stil en plaats de scooter op de middenstandaard op een vlakke ondergrond.
ONDERHOUD
- Haal na een paar minuten de olievuldop/-peilstok er weer uit, wrijf deze schoon en steek hem er weer in zonder aan te schroeven. Haal de olievuldop/peilstok er weer uit. Het oliepeil dient tussen het bovenste en het onderste indicatiestreepje op de olievuldop/oliepeilstok te liggen.
- Vul zo nodig de aanbevolen olie bij (zie p.23) zodat het oliepeil tot het bovenste indicatiestreepje op de oliepeilstok reikt. Vul niet teveel bij.
- Plaats de olievuldop/peilstok weer terug. Controleer of er nergens olie lekt.
WAARSCHUWING!
De motor en aanverwante onderdelen kunnen zeer warm worden. Wees daarom zeer voorzichtig als u het oliepeil controleert, zodat u zichzelf niet brandt. Laat deze onderdelen eerst afkoelen voordat u hieraan gaat werken.
Olieverversing
De kwaliteit van de motorolie is de belangrijkste factor die de levensduur van de motor bepaalt. Ververs de motorolie in uw scooter zoals wordt aangegeven in het onderhoudsschema (zie p.20).
LET OP:
Ververs de motorolie terwijl de motor een normale bedrijfstemperatuur heeft en de scooter op de middenstandaard staat zodat de olie snel en volledig kan worden afgetapt.

Wees voorzichtig als u de motor en het uitlaatsysteem controleert.
- Verwijder de olievuldop/-peilstok uit het rechtercarterdeksel.
- Plaat een geschikte bak (oliepan) onder het linkercarter.
ONDERHOUD
- Verwijder de olieaftapplug uit het carter om de olie af te tappen.
- Plaats de aftapplug weer in het carter terug en draai de plug met het hieronder aangegeven koppel vast.
Koppel van de olieaftapplug: 25 N-m
- Vul de hieronder genoemde hoeveelheid olie bij en plaats de olievuldop/peilstok terug.
Carterinhoud: 0.7 L
■ LET OP: Deze genoemde hoeveelheden gelden alleen nadat de olie is afgetapt.
6. Start de motor en laat deze gedurende 3 à 4 minuten stationair draaien.
7. Zet de motor stil en controleer het oliepeil met de peilstok terwijl de scooter op de middenstandaard en op een vlakke ondergrond staat.
8. Vul de olie tot het gewenste peil bij (het peil moet tot het bovenste indicatiestreepje op de peilstok reiken). Plaats de peilstok terug en controleer of er nergens olie lekt.
! PAS OP!
Als u de motor laat draaien terwijl de oliedruk onvoldoende is, kan dit de motor ernstig beschadigen.

ONDERHOUD
Vervanging van de transmissie-olie.
- Zet de scooter op de middenstandaard.
- Verwijder de aftapplug voor de transmissie-olie. ②
- Verwijder de transmissie-olievulplug en ① draai vervolgens het achterwiel langzaam rond om de olie af te tappen.
- Vul de transmissie bij met de aanbevolen olie tot de hieronder aangegeven hoeveelheid. ③
Type transmissie-olie: SAE 90 KYMCO raadt POWER OLIE aan. Hoeveelheid transmissie-olie: 0.10 L
- Plaats de vuldop terug en draai deze aan tot het hieronder aangegeven koppel.
Koppel voor de transmissie-olie vuldop/aftapplug: 20 N-m

ONDERHOUD
Luchtfilterelement:
Het luchtfilterelement dient regelmatig een onderhoudsbeurt te krijgen door een erkende KYMCO-dealer, tenzij uzelf over het juiste gereedschap en de juiste onderhoudsgegevens beschikt en technisch bevoegd bent om dit onderhoud uit te voeren. Als u in een ongewoon natte of omgeving rijdt, dan dient u het filter vaker te verwisselen.

PAS OP!
Gebruik van een verkeerd KYMCO luchtfilterelement of van een luchtfilterelement van een ander merk kan voortijdige motor-schade of prestatieproblemen veroorzaken.
Werking van de gashendel
- Voorafgaand aan elke rit dient u te controleren of d gashendel soepel draait van volledig open tot volledig dicht bij alle standen van het stuur.
- Meet de vrije slag van de gashendel bij de flens van het handvat (zie de afbeelding rechts).
Vrije speling van de gashendel: 2.0 - 6.0 mm

Verwijder de koolaanslag van de bougie met een kleine staalborstel of een bougiestraler. Na reiniging (of als u een nieuwe bougie plaatst) dient u de elektrodenafstand tot de aangegeven waarde af te stellen met een voelermaatje. De bougie dient periodiek vervangen te worden.
Telkens wanneer u de koolaanslag verwijdert, kijk dan goed naar de kleur van het uiteinde van het porselein. Aan deze kleur kunt u zien of de standaard bougie wel of niet geschikt is voor uw rijstijl. Bij normaal gebruik dient het porselein licht bruin of middenbruin te zijn.
Als het porseleine uiteinde van de bougie er zeer wit of glazig uitziet, dan is de bougie te heet geworden. In een dergelijke situatie dient u de bougie te vervangen door een bougie met een koudere warmtegraad (gewoonlijk een hoger getal; overleg met uw KYMCO-dealer als u een alternatieve bougie kiest).
Aanbevolen bougie:
CR7HSA (NGK)
CHAMPION-P-RZ9HC
! PAS OP!
Een onjuiste bougie kan een fitting of warmtegraad hebben die niet bij uw motor past. Dit kan ernstige motorschade veroorzaken die niet onder de garantie valt. Gebruik nooit een bougie met een verkeerde warmtegraad, aangezien dit ernstige schade aan de motor kan veroorzaken.
Elektrodenafstand: 0.6-0.7 mm

Controle van het remvloeistofpeil
Controleer het remvloeistofpeil voor en achter terwijl de scooter rechtop staat.
Het peil dient zich boven het onderste indicatiestreepje te bevinden. Als het peil op of onder dit streepje ① staat, controleer dan de remblokken op slijtage.
■ LET OP: Controleer ook of er nergens remvloeistof lekt. Controleer de remslangen en klemmen op slijtage of scheurtjes.

Als de remblokken niet versleten zijn, dient u het remsysteem te controleren op lekkage. Ga nooit rijden als de remmen niet optimaal werken.
Remvloeistof type: DOT 4
ONDERHOUD
Controle van de remmen
De remhevels dienen de juiste vrije slag te hebben zodat de remmen goed werken en niet aanlopen. Aanlopende remmen hebben voortijdige slijtage van de remblokken tot gevolg.
De vrije slag van een remhevel is de afstand tussen een volledig losgelaten remhevel en een volledig aangehaalde remhevel.
- Meet de vrije slag aan het uiteinde van de remhevel.
-
Gebruik de remkabelstelmoer op de achterremstang voor een geringe bijstelling van de vrije slag.
-
Voor een grotere bijstelling dient u de afstelmoer aan het eind van de remkabel te gebruiken waar deze aan d remarm vastzit.
■ LET OP: Voordat u de vrije slag met de remarmstelmoer afstelt, dient u de remkabelstelmoeren op de remstangen zover mogelijk met de richting van de klok mee te draaien.
- Als u de afstelmoer met de klok mee ② draait, dan verkleint u de vrije speling van de koppelingshevel. Als u de afstelmoer tegen de klok in draait ③ , dan vergroot u de vrije speling van de koppelingshevel.


Voor een goede remwerking dient de groef op de afstelmoer op één lijn met de pin in de remarm te liggen.
Controleer de dikte van de remblokken en -schoenen. Deze dienen voldoende dik te zijn om goed te kunnen werken.
-
Als de slijtage-indicatiegroeven in de voorremblokken ④ niet meer zichtbaar zijn, dan duidt dit erop dat de remblokken versleten zijn en vervangen dienen te worden.
-
Als het "Δ"-teken op de slijtage-indicatiegroef op de achterrem ⑤ op één lijn ligt met het " Δ" -teken op de remnaaf, dan duidt dit erop dat de remschoenen versleten zijn en vervangen dienen te worden.

WAARSCHUWING!
De remmen zullen snel verslijten als de remhevel contin wordt aangehaald tijdens het rijden (slepende remmen). Ga naar uw erkende KYMCO-dealer voor onderhoud van het remsvsteem.

Uw KYMCO-scooter is uitgerust met een onderhoudsvrije (verzegelde) accu zodat het niet nodig is om het accuzuurpeil te controleren of gedestilleerd water bij te vullen.
LET OP: Als de accu zwak lijkt en/of accuzuur lekt (met als gevolg start- of andere elektrische problemen), neem dan contact op met uw erkende KYMCO-dealer.

PAS OP!
Uw accu is onderhoudsvrij en kan blijvend beschadigd worden als de dekselstrip wordt verwijderd.

Zekeringen
Als de zekeringen regelmatig doorbranden, dan duidt dit meestal op kortsluiting of een overbelasting van het elektrisch systeem.
■ LET OP: Ga naar uw KYMCO-dealer voor een diagnose van het elektrisch systeem en voor reparatie.

WAARSCHUWING!
Gebruik nooit een zekering met een amperage dat verschilt van wat voorgeschreven is. Anders kan ernstige schade aan het elektrisch circuit of brand ontstaan, waardoor de lichten of de motor kunnen uitvallen en er een gevaarlijke situatie ontstaat.
Specificaties van de zekeringen: 7A/7A/10A
ONDERHOUD
Banden

WAARSCHUWING!
Voorkom een ongeluk als gevolg van slechte banden De banden op uw scooter zijn de verbinding tussen uw uw scooter en het wegdek. Uw veiligheid en die van uw passagier hangen af van de toestand van de banden. Volg de volgende aanwijzingen op:
- Controleer de toestand en de spanning van de banden en stel de bandspanning bij telkens voordat u gaat rijden. Ga niet rijden met teveel belading.
- Vervang een band als deze is versleten tot de aangegeven slijtagegrens of als de band beschadigd is door een snede of scheur.
- Gebruik daarom altijd banden met de juiste maat en van het juiste type zoals deze worden opgegeven in de gebruikshandleiding.
- Lijn het wiel uit nadat u een band heeft vervangen.
- Lees dit gedeelte van de handleiding zorgvuldig door.
- Als u de banden niet voldoende en op de juiste wijze inrijdt, kan dit slippen van de scooter veroorzaken waardoor u de macht over het stuur kunt verliezen.
- Als u op nieuwe banden rijdt, dient u extra voorzichtig te rijden omdat nieuwe banden minder grip op de weg hebben. Rijdt nieuwe banden op de juiste wijze in. Lees hievoor het betreffende gedeelte in deze handleiding. Vermijd hard optrekken, scherpe bochten maken en hard remmen gedurende de eerste 160 km.
■ LET OP: Controleer de bandspanning en de profieldiepte van de banden op de in het onderhoudsschema aangegeven momenten. Voor een optimale veiligheid en een lange levensduur van de banden dient de bandspanning vaker gecontroleerd te worden.
Bandspanning
Onvoldoende luchtdruk in de banden versnelt niet alleen de bandslijtage, maar heeft ook een negatief effect op de stabiliteit van uw scooter. Met te slappe banden zult u moeilijk bochten kunnen maken. Met te harde banden heeft de scooter te weinig contact met het wegdek waardoor u kunt slippen en de controle over het stuur kunt verliezen. Zorg dat de bandspanning te allen tijde binnen de aangegeven waarden liegt.
LET OP: Bijstellen van de bandspanning dient alleen te geschieden als de banden koud zijn.
Voorband (alleen bestuurder): 1.75 bar
Achterband (alleen bestuurder): 2.0 bar
Voorband (bestuurder met passagier): 1.75 bar Achterband (bestuurder met passagier): 2.25 bar
EMISSIE-REGELSYSTEMEN
Carter emissie-regelsysteem
Uw VP 50 -motor is uitgerust met een gesloten cartersysteem. Carterdampen worden teruggeleid in de verbrandingskamer via het luchtinlaatsysteem. Hierdoor kunnen de carterdampen niet in de atmosfeer terechtkomen.
Uitlaat emissie-regelsysteem
De emissie van uitlaatgassen van uw VP 50-scooter wordt geregeld door het ontwerp van de motor, in de fabriek afgestelde brandstofafgifte en contactinstellingen en het ontwerp van het emissieregelsysteem. Dit systeem bevat ook een katalysator in het uitlaatsysteem.
Geluidsemissie-regelsysteem
Het motor-, het intake- en het uitlaatsysteem van uw VP 50-scooter zijn ontworpen conform de geldende voorschrift - en voor het geluidsniveau. Verander niets aan de motor-, de in- en de uitlaatonderdelen, aangezien de scooter daarmee niet meer aan de geluidsnormen zou voldoen.
Verander of vervang geen enkel door KYMCO ontworpen onderdeel dat het geluidsniveau of de gasemissie van uw VP 50- scooter zou kunnen wijzigen.
Cilinderinhoud 49.5 cm 3
Boring en slag 39 X 41.4 mm
Compressieverhouding 11:1
Bougie CR7HSA
Stationair toerental 2000±100 tpm
Koelsysteem .... Luchtgekoeld
Startsysteem ...... Elektrisch (met kickstarter)
Transmissie ...... Automatisch (CVT)
Frame
Bandmaat (voor) 100/80-10
Bandmaat (achter) 100/80-10
Rem (voor) ...... Remschijftype
Richtingaanwijzers ....12v 10W X 4
Hoofdzekering 7A/7A/10A