People S 250i - Scooter KYMCO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis People S 250i KYMCO in PDF-formaat.
| Type product | Scooter |
| Merk | Kymco |
| Model | People S 250i |
| Motortype | 1-cilinder 4-takt, vloeistofgekoeld |
| Cilinderinhoud | 251 cc |
| Boring x slag | 72,9 x 60 mm |
| Compressieverhouding | 10,6:1 |
| Maximaal vermogen | 15,1 kW bij 8250 tpm |
| Maximaal koppel | 21,1 Nm bij 6740 tpm |
| Brandstof | Euro 95 loodvrij |
| Brandstoftankinhoud | 9,0 liter |
| Transmissie | Variomat (CVT) |
| Koppeling | Meervoudig droog |
| Startsysteem | Elektrisch |
| Ontsteking | Elektronisch (ECU) |
| Bougie | NGK DPR6EA-9 |
| Accu | 12V - 10 Ah |
| Zekeringen | 10A / 15A / 30A |
| Banden voor | 110/70-16 52P |
| Banden achter | 140/70-16 65P |
| Lengte | 2140 mm |
| Breedte | 750 mm |
| Hoogte | 1370 mm |
| Wielbasis | 1480 mm |
| Droog gewicht | 163 kg |
| Maximale laad capaciteit helmbak | 10 kg |
| Maximale laad capaciteit achterdrager | 5 kg |
| Olie inhoud (totaal) | 1,1 liter |
| Olie verversing | 0,9 liter |
| Koelvloeistof | Verversen elke 10.000 km of 1 jaar |
| Service interval olie | Elke 300 / 1000 / 3000 km (zie schema) |
| Dashboard | Digitaal met snelheid, afstand, brandstof, klok, waarschuwingslampjes |
| Verlichting | Koplamp, achterlicht, richtingaanwijzers |
| Overige functies | Buddyseat met helmhaakjes, oplaadpoort mobiele telefoon, tassenhaak, midden- en jiffy-standaard |
Veelgestelde vragen - People S 250i KYMCO
Gebruikersvragen over People S 250i KYMCO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding People S 250i - KYMCO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. People S 250i van het merk KYMCO.
GEBRUIKSAANWIJZING People S 250i KYMCO
Gefeliciteerd met uw KYMCO-scooter. De People S 250i/300i is het resultaat van de lange ervaring die KYMCO heeft met de productie van kwaliteitsscooters. Voor optimaal rijplezier is het raadzaam dat u deze handleiding grondig doorneemt voordat u de scooter in gebruik neemt. Hierdoor krijgt u een goed inzicht in de kenmerken en werking van de scooter. Ook het basisonderhoud en de basishandelingen komen aan de orde. Mocht u hierna nog vragen hebben, stel deze dan aan uw KYMCO-dealer.
Deze handleiding betreft de volgende modellen:
PEOPLE S 250i/300i Benzine -injectie/vloeistofgekoelde motor
N.B. De informatie en technische beschrijvingen in deze handleiding dienen uitsluitend ter raadpleging en kunnen zonder aankondiging gewijzigd worden.

WAARSCHUWING!
Benzine-injectiesysteem: vermijd kortsluiting en verwijder of installeer de accukabel niet terwijl het contact staat ingeschakeld, anders kunnen bepaalde elektrische componenten defect raken.
INHOUDSOPGAVE
- VEILIGHEID .... 1
- PLAATS VAN DE ONDERDELEN 3
FRAMENUMMER 6
MOTORNUMMER 7
SLEUTELNUMMER....7
- BEDIENINGSINSTRUCTIES ....8
(1) CONTACTSCHAKELAAR/ STUURSLOT 8
(2) STARTKNOP....9
(3) LICHTSCHAKELAAR....9
(4) DIMLICHTSCHAKELAAR.... 10
(5) SIGNAALSCHAKELAAR.... 10
(6) CLAXONKNOP 11
(7) RICHTINGAANWIJZERSCHAKELAAR.... 11
(8) NOODSTOPSCHAKELAAR 11
(9) JIFFYSCHAKELAAR 12
(10) BUDDYSEAT EN -SLOT 13
(11) HELMHAAKJES 13
(12) DASHBOARD.... 15
(14) MOBILE TELEFOON 20
(15) ACHTERVERING 20
- CONTROLE VOORDAT U GAAT RIJDEN 21
(1) CONTROLE VOORAF 21
(2) CONTROLE VAN HET OLIEPEIL/ OLIEVERVERSING.... 22
(3) CONTROLE/BIJVULLEN VAN DE KOELVLOEISTOF 23
(4) BANDENINSPECTIE 24
(5) BENZINE 26
(6) STUUR....27
(7) CONTROLE VAN DE DASHBOARDVERLICHTING 27
(8) CONTROLE VAN HET REMVLOEISTOFPEIL 28
(9) SLIJTAGE VAN DE REMBLOKKEN 29
(10) CONTROLE VAN DE LICHTEN 30
- HET STARTEN VAN DE MOTOR.... 31
- RIJDEN 33
- PARKEREN 37
- ONDERHOUD 38
ONDERHOUDSSCHEMA 40
LUCHTFILTER.... 41
BOUGIES 43
ACCU 44
ZEKERINGEN VERVANGEN 45
REINIGEN 48
TECHNISCHE SPECIFICATIES PEOPLES 250I 49
TECHNISCHE SPECIFICATIES PEOPLES 300I .... 50
1. VEILIGHEID
Het is noodzakelijk dat u gedurende het rijden de juiste kleding draagt:
(1) Draag altijd een helm. Als deze geen vizier heeft, dient u een motorbril te dragen.
(2) Uw kleding moet goed aangesloten zitten. Maak losse manchetten vast en zorg dat de remhevel niet erachter kan blijven haken.
(3) Uw schoenen moeten goed aangesloten zitten, lage of geen hakken hebben en de enkels beschermen.
(4) Draag handschoenen.

WAARSCHUWING!
Houd beide handen aan het stuur en beide voeten op de treeplank als u rijdt.
Gedurende het rijden en tien minuten nadat de scooter is geparkeerd, dient u de uitlaat niet aan te raken anders kunt u brandwonden oplopen.

Uw rijvaardigheid en uw kennis van de scooter vormen de basis voor een veilige rijstijl. Wij raden u aan om eerst te oefenen in een verkeersvrije situatie zonder hindernissen totdat u volledig vertrouwd bent geraakt met uw scooter en met de hantering ervan. Onthoud dit: oefening baart kunst.
BAGAGE VERVOEREN
Als u bagage op de scooter meeneemt, zorg dan dat deze zo plat mogelijk is en zo dicht mogelijk tegen het middengedeelte van de scooter aanligt. Verkeerd gepakte en/of teveel bagage kan problemen met het manoeuvreren van de scooter veroorzaken. Bevestig de vracht stevig in het midden van de linker- en de rechterzijde van de scooter.
Maximale laadcapaciteit van de helmbak is 10 kg. Maximale laadcapaciteit van de achterdrager is 5 kg.

WAARSCHUWING!
Als u iets aan de scooter verandert of originele onderdelen verwijdert, kunt u het voertuig onveilig of illegaal maken. Houd u aan alle veiligheidsvoorschriften die gelden in uw rijgebied.

(1) Lichtschakelaar /Startknop
(2) Dashboard
(3) Middenstandaard
(4) Contactschakelaar
(5) Helmhaakjes
(6) Accu/Zekeringen
(7) Uitlaat
(8) Koelvloeistof expansievat

(9) Buddyslot
(10)-
(11) Benzinetankdop (Peoples250i/300i)
(12) Helmbak
(13) Helmhaakjes
(14) Tassenhaak
(15) Jiffy
(16) Dimlichtschakelaar
Signaalschakelaar
Richtingaanwijzerschakelaar
Claxonknop
(17) Luchtfilter
11 16 10 13 12 9

(18) Koplamp
(19) Achterremhevel
(20) Richtingaanwijzer linksvoor
(21) Ophanging linksvoor
(22) Ophanging rechtsvoor
(23) Richtingaanwijzer rechtsvoor
(24) Voorremhevel


KYMCO
FRAMENUMMER
Het framenummer staat gedrukt op he middengedeelte van het frameVerwijder het deksel met een schroevendraaier
Het frame- en het motornummer heeft u nodig voor de registratie van uw scooter. Ze kunnen ook nodig zijn als u vervangingsonderdelen buw KYMCO-dealer bestelt
Noteer hier het framenummer:

Het motornummer staat gedrukt op de linkerkant van het carter bij de middenstandaard.
Noteer hier het motornummer:
SLEUTELNUMMER
Met de sleutels heeft u een nummerplaatje gekregen. Het nummer heeft u nodig als u ooit een verloren sleutel vervangen. Berg dit plaatje op een veilige plaats op.
Noteer hier het sleutelnummer:

De contactschakelaar bevindt zich aan de rechterzijde onder de stuuras.
Om het stuur te vergrendelen draait u het stuur geheel naar links en draait u de sleutel, terwijl u deze in het slot drukt, in de "☐"-positie. Haal de sleutel uit het slot.

| SLEUTELPOSITIE | FUNCTIE | SLEUTEL UIT HET SLOT? | ||
| (1) | slot | Stuur is vergrendeld. Motor en lichten kunnen niet werken. | Sleutel kan uit het slot gehaald worden | |
| (2) | uit | Motor en lichten kunnen niet werken. | Sleutel kan uit het slot gehaald worden | |
| (3) | aan | Motor en lichten kunnen werken. | Sleutel kan niet uit het slot gehaald worden | |
| (4) | aan | Benzinetank kan geopend worden. Motor en lichten kunnen werken. | Sleutel kan niet uit het slot gehaald worden | |

WAARSCHUWING!
Controleer of het stuur op slot staat door het zachtjes heen en weer te draaien.
Draai tijdens het rijden de sleutel nooit in de “☐”(slot)-positie, anders verliest u de macht over het stuur.
(2) STARTKNOP
De startknop bevindt zich onder de lichtschakelaar.
Als de startknop ingedrukt wordt, wordt de motor gestart. Zie verder hoofdstuk 5 "Het starten van de motor".
WAARSCHUWING!
Als u iets aan de scooter verandert of originele onderdelen verwijdert, kunt u het voertuig onveilig of illegal maken. Houd u aan alle veiligheidsvoorschriften die gelden in uw rijgebied.
(3) LICHTSCHAKELAAR
- Koplamp, achterlicht, parkeerlicht en dashboardverlichting uit.

Achterlicht, parkeerlicht en dashboardverlichting aan.

Koplamp, achterlicht, parkeerlicht en dashboardverlichting aan. N.B. Deze schakelaar wordt niet gebruikt bij een scooter met permanente verlichting.


KYMCO
(4) DIMLICHTSCHAKELAAR
Duw de dimlichtschakelaar naar voor groot licht en naar voor dimlicht.
N.B. Het betreffende w aarschuwingslampje op het dashboard gaat branden als de dimlichtschakelaar op grootlicht wordt gezet.
Als u passeert en er komen auto's uit de tegengestelde richting, druk dan de signaalschakelaar (PASSING) (1) in en laat deze weer los. De koplamp zal gaan knipperen om de aankomende auto's te waarschuwen.

Druk op de claxonknop ① om te claxonneren.
(7) RICHTINGAANWIJZERSCHAKELAAR
Schuif de richtingaanwijzerschakelaar naar links om aan te geven dat u naar links wilt of naar rechts om aan te geven dat u naar rechts wilt gaan.
Druk de schakelaar in om de richtingaanwijzer uit te zetten.
De noodstopschakelaar ③ wordt gebruikt om de motor in een noodgeval uit te schakelen. Dit doet u door de schakelaar in zo'n geval op "×" te zetten. Wilt u de motor weer starten, dan moet de noodstopschakelaar op "○" staan.
Onder normale omstandigheden moet de schakelaar altijd in de "Q" - positie staan, ook als de motor stilstaat.
Als de motor door middel van de noodstopschakelaar is uitgezet, dan dient u vervolgens de contactschakelaar op "×" te zetten, anders loopt de accu leeg.


Gebruik de jiffy om de scooter op te laten steunen als deze voor korte tijd wordt geparkeerd. De jiffyschakelaar bevindt zich naast de jiffy. Als de jiffy wordt uitgeklapt, zal de motor stoppen als deze nog aan h

① jiffyschakelaar
Stop de motor en draai de contactsleutel tegen de klok in om het buddyslot te ontgrendelen.
Als de motor nog loopt, moet u de sleutel, terwijl u deze tegen de klok indraait, in het slot drukken om het buddyslot te ontgrendelen.
Als het stuur op slot staat, draait u de contactsleutel tegen de klok in om de buddyseat te ontgrendelen.
Vergrendelen
Wilt u de buddyseat vergrendelen, duw deze dan naar beneden totdat hij in het slot klikt. Zorg ervoor dat de buddyseat goed in het slot zit voordat u gaat rijden.
(11) HELMHAAKJES
Ontgrendel de buddyseat.
Hang uw helm aan een van de haakjes van het buddyscharnier en duw de buddyseat naar beneden en in het slot.
Om uw helm uit de helmbak te halen, ontgrendelt u de buddy.
Neem de helm van het haakje en duw de buddy weer naar beneden.
Zorg dat het zadel stevig in het slot zit voordat u gaat rijden.

De helmbak is ontworpen om de helm veilig op te bergen terwijl de scooter geparkeerd staat. Rijd niet als de helm aan het helmhaakje hangt. Dit zou de veiligheid in gevaar kunnen brengen. U zou de macht over het stuur kunnen verliezen.
(12) DASHBOARD
TELLERKLOK
| Functie | |
| (1) benzinepeilmeter* | Geeft het benzinepeil in de tank aan. * |
| (2) snelheidsmeter | Geeft de rijsnelheid aan in kilometer per uur of mijl per uur. |
| (3) afstandsmeter | Geeft de afgelegde afstand aan. |
| (4) digitaal klokje | Geeft de tijd aan. |
| (5) instelknop | Stelt de afstandsmeter en het klokje in. |

* Benzine bijtanken voordat de wijzer "E" aangeeft.

| Functie | |||
| (6) | ![]() | richtingaanwijzer-indicatielampje | Brandt als de richtingaanwijzer aanstaat. |
| (7) | motor-controldampje | Brandt als demotor niet naar behoren functione | |
| NB. Dit lampjelicht gedurende twee seconden op als de contactsleutel wordt omgedraaid.gaat branden als de maximum snelheid wordt overschreden.Indien dit lampje blijft branden terwijl u rijdt, moet u contact opnemen met uw erkende KYMCO-dealer. | |||
| (8) | D | grootlicht-indicatielampje | Brandt als het grootlicht aanstaat. |
| Functie | ||
| (9) | Indicatielampje voor de koelvloeistof | Gaat branden als de koelvloeistof te heet wordt. |
| (10) MET-IN | Buddyontgrendelings-indicatielampje | Gaat branden als de buddyseat van het slot gaat. |
| (11) | Indicatielampje voor laag oliepeil | Gaat branden als het oliepeil te laag wordt. |

Als de temperatuur van de koelvloeistof een bepaald niveau heeft bereikt, gaat het koelvloeistoftemperatuur-indicatielampje branden. Gebeurt dit terwijl u rijdt, zet de motor dan (zo snel als veilig is) af en laat hem gedurende ongeveer tien minuten afkoelen.
Als het indicatielampje voor een laag oliepeil gaat branden terwijl u rijdt, stop dan en zet de motor af. Vul bij tot het bovenste indicatiestreepje met de aanbevolen motorolie (zie verder p.22).
Als u vervolgens de motor weer heeft aanzet, controleer dan of het indicatieslampje uit is. Doorrijden terwijl het lampje brandt, kan schade aan de motor veroorzaken.
INSTELLEN VAN DE MULT IMETER

(1) Druk knop A gedurende twee seconden in om de meter in te stellen op ofwel mijl per uur (mph) ofwel kilometer per uur (km/h).
(2) Druk knop B gedurende twee seconden in om de afstandsmeter op ODO (totaal
aantal afgelegde kilometers/mijlen) of TRIP (trajectafstand) te zetten.
(3) Druk knop B gedurende vijf seconden in als u de meter wilt instellen voor een servicebeurt (SERVICE).
(4) Druk knop B hierna twee seconden in om terug te keren naar de ODO/TRIP-modus.
(5) SERVICE-reset/TRIP-reset: als u de afstandsmeter heeft ingesteld op "SERVICE" of op "TRIP", dan dru kt u daarna de knoppen A en B tegelijkertijd gedurende twee seconden in tot de teller op nul staat.
(6) Tijd instellen: Als de teller in de ODO-modus staat, drukt u knop A en B tegelijkertijd gedurende twee seconden in om de tijd in te stellen.
Om de uren in te stellen, drukt u op knop B. Het urendisplay gaat knipperen. U kunt nu het uur instellen.
Als u op knop A drukt, gaat het minutendisplay knipperen. Druk dan op knop B om de minuten in te stellen.
Druk vervolgens knop A en knop B tegelijkertijd in. De tijd is nu ingesteld.
(7) Olieverversing: Als de afstandsmeter in de ODO-modus staat, dan gaat het servicebeurt-waarschuwingslampje knipperen bij 2000 km.

Nadat de olie ververst is, gaat u verder met stap 5.

KYMCO
(14) MOBIELE TELEFOON
Ontgrendel de buddy, steek de oplaadstekker van de mobiele telefoon in het stopcontact.

WAARSCHUWING!
Sluit het beschermende deksel van het stopcontact als deze niet gebruikt wordt.
Het stopcontact van de mobiele telefoon geeft alleen stroom. De stroomvoorziening stopt niet automatisch als de mobiele telefoon genoeg stroom heeft.
Om te vermijden dat de telefoon overladen wordt, dient u alle instructies van de fabrikant van de telefoonoplader op te volgen.
(15) ACHTERVERING
Deze dient om de scooter comfortabel te laten rijden. De achtervering moet afgesteld worden door de stand van de veer ((1)"hard", (2) "middel", (3) "zacht") in te stellen met een speciale stelsleutel. De veren moeten links en rechts hetzelfde zijn afgesteld.

Neem de goede gewoonte aan om telkens uw scooter te controleren voordat u gaat rijden. Controle vooraf is zeer belangrijk om schade en ongelukken te voorkomen.
WAARSCHUWING!
Na de eerste 300 kilometer moet uw scooter absoluut gecontroleerd worden en een onderhoudsbeurt krijgen.

Verzeker u ervan dat de oliespiegel het juist peil heeft.
Voordat u het oliepeil gaat meten, dient u de scooter op beide wielen te plaatsen, zodat de hoofdremcilinder horizontaal staat.
Het olieniveau wordt gepeild door de olievuldop uit de motor te draaien, schoon te maken en daarna op de opening van de motor te houden (NIET INDRAAIEN) en de peilstok te controleren.
Als de olie op het laatste blokje staat, dan dient u olie bij te vullen.
N.B. De olie mag niet boven het hoogste blokje uitkomen!
(zie pagina 40 e.v. voor nadere bijzonderheden).
Peil minstens elke 500 km uw olie en vul zo nodig bij.

Onvoldoende motorolie veroorzaakt snel een defecte motor.
(3) CONTROLE/ BIJVULLEN VAN DE KOELVLOEISTOF
Verzeker u ervan dat de jiffy is ingeklapt.
Controleer of het koelvloeistofpeil in het expansievat voldoende is. Als dit niet het geval is, draai dan de dop van het expansievat af.
Vul het expansievat bij met de aanbevolen koelvloeistof.
De koelvloeistof moet tot het waarschuwingsstreepje voor hoogste niveau ① bijgevuld worden.

Als u de radiateur? opent terwijl de motor heet is, kunt u gewond raken door de kokend hete vloeistof of stoom. Open dus nooit de radiator als de motor nog warm is. Wacht totdat de motor is afgekoeld.

KYMCO
(4) BANDENINSPECTIE
(1) bandenspanning
Voor een optimale prestatie van uw scooter, een lange levensduur en veilig rijden, dient u altijd de bandenspanning te controleren en zo nodig bij te stellen voordat u gaat rijden.

De bandenspanning moet gecontroleerd en afgesteld worden als de temperatuur van de banden gelijk is aan de temperatuur van de omgevingslucht.
De bandenspanning moet afgesteld worden in verhouding tot het totale gewicht van de bestuurder en de passagier samen.
KOUDEBANDSPANNING
(bestuurder/bestuurder met passagier)
Voorwiel 1.75/1.75 bar
Achterwiel 2.00/2.25 bar

(2) scheurtjes en andere beschadigingen
Controleer de loopvlakken en wangen van de banden op opvallende scheurtjes (1) of andere beschadigingen;
(3) abnormale slijtage
Controleer de banden op abnormale slijtage van het profiel (3);
(4) spijkers, steentjes en andere scherpe voorwerpen
Controleer de loopvlakken en wangen van de banden op spijkers, steentjes of andere scherpe voorwerpen (4);
(5) moet voldoende profiel hebben
Controleer of het slijtage-indicatiestreepje (5) onvoldoende profieldiepte heeft. Als het indicatiemerkje zichtbaar is, moet de band vervangen worden.

WAARSCHUWING!
Als banden versleten zijn, hebben ze minder grip op de weg. Hierdoor is de scooter minder goed bestuurbaar. Dit is riskant. Rijd daarom nooit met versleten banden.

KYMCO
(5) BENZINE
De benzinevuldop (2) bevindt zich links boven de treeplank. Als u de contactsleutel met de klok meedraait, wordt de benzinedop automatisch ontgrendeld.
Nadat u heeft getankt, zorg dan dat u de benzinetankdop stevig met de hand dichtdrukt.

WAARSCHUWING!
Benzine is uiterst brandbaar en onder bepaalde omstandigheden explosief. Daarom moet er getankt worden in een goed geventileerde omgeving met een stilstaande motor. Rook niet en zorg dat er geen open vuur of vonken in de buurt komen waar benzine is opgeslagen of waar wordt getankt.

Controleer regelmatig de toestand van het stuur. Versleten of losgedraaide stuurlagers kunnen gevaarlijk zijn.
Beweeg het stuur op en neer om te controleren of het geen abnormaal geluid maakt.
Draai het stuur naar links en naar rechts om te controleren of er iets loszit.
Controleer of het stuur vrij kan draaien.
Als u iets abnormaals constateert, vraag dan een KYMCO-dealer om het stuur na te kijken en bij te stellen.
(7) CONTROLE VAN DE DASHBOARDVERLICHTING
Controleer of de waarschuwingslampjes van de richtingaanwijzers en het grootlicht naar behoren functioneren.
Controleer of de snelheidsmeter goed functioneert.
Controleer de benzinemeter.
Controleer of het waarschuwingslampje voor laag oliepeil goed functioneert.

N.B. Als u de contactschakelaar aanzet, loopt de wijzer van de snelheidsmeter automatisch van nul tot de maximumsnelheid en weer terug naar nul. Dit dient alleen ter controle van het functioneren van de snelheidsmeter.
(8) CONTROLE VAN HET REMVLOEISTOFPEIL
Onvoldoende remvloeistof kan ervoor zorgen dat er een luchtbel in het remsysteem komt, waardoor de remmen defect kunnen raken. Voordat u gaat rijden, dient u daarom te controleren of het remvloeistofpeil zich boven het laagste indicatiestreepje (1) bevindt. Als dit niet het geval is, moet u bijvullen.
Aanbevolen remvloeistof: DOT 4
Neem deze voorzorgsmaatregelen in acht:
- Als u het remvloeistofpeil controleert, verzeker u dan ervan dat de hoofdcilinder vlak staat door het stuur te draaien.
- Gebruik alleen de aanbevolen soort remvloeistof. Anders kunnen de rubberen afdichtringen aangetast worden met als gevolg lekkage en een slecht remvermogen.
- Vul bij met dezelfde soort remvloeistof. Als u remvloeistof van verschillende soorten met elkaar mengt, kan er een schadelijke chemische reactie ontstaan en gaan de remmen mogelijk minder goed werken.

- Zorg dat er geen water in de hoofdcilinder binnendringt als u de remvloeistof bijvult. Water verlaagt het kookpunt van de remvloeistof aanzienlijk, waardoor er lucht in de remleidingen kan komen.
- Remvloeistof kan verf en plastic aantasten. Verwijder daarom onmiddellijk gemorste remvloeistof.
(9) SLIJTAGE VAN DE REMBLOKKEN
Slijtage van de remblokken is sterk afhankelijk van het onderhoud en het gebruik ervan. Controleer de remblokken regelmatig volgens het onderhoudsschen.

Voorrem: slijtage-indicatiestreepje (1)
VOORREM/ACHTERREM
Controleer op elk remblok het slijtage-indicatiestreepje (1). Als één van de remblokken tot het indicatiestreepje is versleten, verva dan beide rembokken tegelijkertijd Laat dit doen door uw erkende KYMC-dealer

Zet de contactschakelaar aan
(1) Controle van de koplamp/achterlichten ①
Start de motor om te controleren of de koplamp en de achterlichten het goed doen en kijk of de lichtglazen vuil of beschadigd zijn.
Knijp één voor één de voor- en de achterremhevel in om te controleren of de remlichten goed werken. Kijk ook of de remlichtglaasjes vuil of beschadigd zijn.
(3) Controle van de richtingaanwijzers ③
Gebruik de richtingaanwijzerschakelaar om te kijken of de linker/rechvoor en achte:-
richtingaanwijzers kunnen knipperen en zoeme Kijk ook of de glaasjes vuil of beschadigd zijn.

Volg bij het starten van de motor altijd de hierna beschreven werkwijze:
N.B. Als de scooter gedurende langere tijd niet gebruikt is of als de benzinetank zojuist is bijgevuld, dient u de startknop iets langer dan gewoonlijk ingedrukt te houden zonder de gashendel open te draaien.
(1) Zet de scooter op de middenstandaa
(2) Zet de contactsleutel in de “”(aan)-positie.
(3) Blokkeer het achterwiel door de remhevel in te knijpen.
WAARSCHUWING!
Als het achterwiel niet wordt tegengehouden door de rem of door contact met de grond, zal het gaan draaien waardoor u lichamelijk letsel zou kunnen oplopen.

De elektrische starter zal alleen werken als de remhevel wordt gebruikt.
(4) Druk op de startknop terwijl de gashendel gesloten is (foto rechtsboven).
Laat de startknop los zodra de motor aanslaat.
N.B.
Gebruik de elektrische starter niet langer dan vijf seconden achtereen.
(5) Zorg ervoor dat u de gashendel gesloten en de achterremhevel ingeknepen houdt terwijl u de motor start en laat opwarmen.
(6) Laat de motor warmdraaien voordat u gaat rijden.
Als u een warme motor niet kunt herstarten:
- Plaats de scooter op de middenstandaard;
- Open de gashendel 1/8 tot 1/4 -slag terwijl u de motor start.

(4) startknop

gashendel
6. RIJDEN
(1) Zorg dat de gashendel gesloten is en de achterremhevel is ingeknepen.
N.B.
- Lees opnieuw het hoofdstuk over veiligheid (pagina ?) voordat u gaat rijden.
- Het achterwiel moet geblokkeerd zijn als u de scooter van de middenstandaard haalt. Anders kunnen er ongelukken gebeuren.
(2) Ga aan de linkerkant van de scooter staan en duw deze naar voren en van de middenstandaard af.

(3) Ga vanaf de linkerzijde op de scooter zitten terwijl u op zijn minst één voet op de grond houdt om de scooter in evenwicht te houden.

(4) Voordat u wegrijdt, geeft u uw richting aan met één van de richtingaanwijzers. Controleer altijd eerst of de weg veilig is.


(5) Om op te trekken, draait u de gashendel geleidelijk aan open; de scooter gaat vooruit.
(6) Om vaart te minderen, draait u de gashendel dicht.

(7) Als u vaart wilt minderen is de coördinatie van de gashendel en de voor- en achterremmen zeer belangrijk.
WAARSCHUWING!
Zowel de voor- als de achterremhevel moeten beide tegelijkertijd ingeknepen worden. Als u alleen de voorrem of alleen de achterrem gebruikt, kunt u minder goed stoppen.
Te hard remmen kan tot gevolg hebben ofwel dat één van de wielen blokkeert, ofwel dat u de macht over het stuur verliest.

(8) Als er een tegenligger aankomt of als u wilt afslaan, vermindert u vaart door de gashendel geheel dicht te draaien en zowel de voor- als de achterremhevel tegelijkertijd in te knijpen.
(9) Nadat u bent afgeslagen, draait u de gashendel geleidelijk weer open om de snelheid op te voeren.
(10) Wees extra voorzichtig als u op een nat wegdek of op een losse ondergrond rijdt.

WAARSCHUWING!
Als u rijdt onder natte omstandigheden of op een losse ondergrond, zult u moeilijker kunnen manoeuvreren en stoppen.

(1) Nadat u de scooter heeft stilgezet, draait u de
(2) contactsleutel in de "×"-positie en haalt u de sleutel uit het slot.
(3) Gebruik de middenstandaard om de scooter op te laten steunen als deze wordt geparkeerd.

WAARSCHUWING!
Parkeer de scooter op een stevige, vlakke ondergrond om te voorkomen dat hij omvalt.
(4) Vergrendel het stuur om diefstal te voorkomen (p. ?)

WAARSCHUWING!
Vergrendel altijd het stuur en laat de sleutel nooit in het contactslotachter. Dit klinkt simpel, maar het wordt vaak vergeten.

- Het onderhoudsschema geeft aan wanneer onderhoud aan uw scooter moet plaatsvinden bij uw KYMCO-dealer. Het is belangrijk dat uw scooter nagekeken wordt op de momenten die in het schema staan vermeld. Hierdoor behoudt de scooter zijn veiligheid en betrouwbaarheid en blijft de uitstoot van schadelijke gassen beperkt.
- Bij het opstellen van deze instructies is er vanuit gegaan dat de scooter uitsluitend wordt gebruikt voor het doel waarvoor hij ontworpen is. Als langdurig met hoge snelheden of in een ongewoon natte of stoffige omgeving wordt gereden, zal de scooter vaker moeten worden nagekeken dan wordt aangegeven in het onderhoudsschema. Raadpleeg uw erkende KYMCO-dealer voor adviezen die van toepassing zijn op uw specifieke behoeften en gebruik.
WAARSCHUWING!
Als uw scooter gevallen is of ergens tegenaan is gebotst, controleer dan de hevels, kabels, remslangen en remblokhouders met bijbehoren en andere essentiële onderdelen op schade. Ga niet rijden als de schade de veiligheid in gevaar kan brengen. Laat uw erkende KYMCO-dealer de belangrijkste onderdelen, zoals frame, ophanging en stuurdelen controleren op foute uitlijning en schade die uzelf misschien over het hoofd heeft gezien.
WAARSCHUWING!
- Alvorens onderhoudswerkzaamheden (hoe eenvoudig ook) uit te voeren, dient u altijd de motor af te zetten en de scooter op een stevige, vlakke ondergrond te laten steunen.
- Gebruik voor onderhoud en reparatie uitsluitend nieuwe, originele KYMCO-onderdelen. Andere onderdelen kunnen de scooter onveilig maken.
Onderhoudsschema
Om de veiligheid, prestatie en levensduur van uw scooter optimaal te houden en de uitstoot van schadelijke gassen te beperken, dient u periodiek controle en onderhoud uit te voeren zoals dat in het navolgende schema staat aangegeven.
Als u het aangegeven aantal kilometers heeft overschreden, voer dan het onderhoud uit na de vermelde periode. Indien u in een ongewoon natte of stoffige omgeving rijdt, dient u het luchtfilter vaker te reinigen of te vervangen dan staat aangegeven.
ONDERHOUDSSCHEMA
C=controleren,reinigen,smeren,bijvullen,bijvullen, reparerenofvervangenindiennod R=reinigen;B=bijste;A=aandraaien;S=serviceb;D=contrlerenmeteendiagninstrumen
| Onderde | 4takt | Onderhoudnaaantalgeredenkilon | Dagelijkse conti | |||||||
| 300 | 1000 | 3000 | 5000 | 7000 | 9000 | 11000 | 13000 | |||
| Motorol | 0 | V | V | V | V | V | V | V | V | C |
| Olicfilt | 0 | R | R | V | R | V | R | V | ||
| Transmissie | 0 | V | V | V | V | |||||
| Koelvloeisi | 0 | Vervangennaelke10000kmofeenmaalper | C | |||||||
| Bougi | 0 | Reinigen(R)naelke2000km; Vervangen(V)naelke500 | ||||||||
| Klensneli | 0 | R | R | R | R | |||||
| Carburate | 0 | C | C | C | ||||||
| V-snaa | 0 | C | C | |||||||
| Bouten&moeri | 0 | A | A | A | ||||||
| Luchtfilt | 0 | C | V | C | V | C | V | C | ||
| Bandenspanni | 0 | C | C | C | C | C | C | C | ||
| Benzinefilt | 0 | V | ||||||||
| Remsvstee | 0 | C | C | C | C | C | C | C | C | |
| Gasklephu | 0 | D | S | D | R | D | ||||
| Benzineverstui | 0 | D | D | D | D | D | ||||
| Tankontluchtingsl | 0 | D | D | D | D | D | ||||
| Motortemperatuursr | 0 | D | D | D | D | D | ||||
| MAPsenso | 0 | D | D | D | D | D | ||||
| TILTSense | 0 | D | D | D | D | D | ||||
LUCHTFILTER
Het luchtfilter dient regelmatig nagekeken te worden. Dit moet vaker gebeuren als er in een ongewoon natte of stoffige omgeving wordt gereden.
- Verwijder de zes schroeven (1);
-
Verwijder het luchtfilterdeksel (2);
-
Verwijder het luchtfilterelement (3);

①schroeven ②luchtfilterdeksel

- Reinig het luchtfilter met perslucht;
- Voor (terug)plaatsing van het luchtfilter voert u de verwijderingsprocedure in omgekeerde volgorde uit.
Vervang het luchtfilterelement na elke 4000 kilometer.

- Gebruik nooit olie of een oplosmiddel om het papieren element van een nat filter te reinigen.
- Zorg ervoor dat er geen water in het luchtfilter kan komen; dit kan startproblemen geven.
BOUGIES
Aanbevolen bougies
Standaard: DPR7EA-9 (NGK)
(1) Verwijder zo nodig vuil rond de bougie. Verwijder de bougie met de bougiesleutel uit de meegeleverde gereedschapset.
(2) Controleer de elektroden en het porselein op slijtage en koolafzetting of andere aanslag. Als er veel slijtage of aanslag is, vervang dan de bougie. Reinig een natte of vervuilde bougie met een bougiestraler of anders met een staalborstel of een ijzerdraadje.
(3) Controleer de elektrodenafstand (3) met een draadvoelmaat. Als de elektrodenafstand moet worden bijgesteld, buig dan de massa-elektrode voorzichtig.
De elektrodenafstand moet zijn: 0.60 - 0.70 mm
Controleer of de afdichtring in goede staat verkeert.
(4) Schroef de bougie met de afdichtring in de bougiehouder. Doe dit met de hand om te voorkomen dat u de bougie er scheef indraait.
(5) Schroef de nieuwe bougie met een bougiesleutel een halve slag vast om de afdichtring aan te drukken en draai vervolgens 1/8 - tot 1/4 -slag na de bougiegaten.
(6) Plaats de bougiekap weer terug.

Het is niet noodzakelijk om het accuzuurniveau te controleren of om gedestilleerd water toe te voegen, aangezien de accu onderhoudsvrij is. Als de accu zwak lijkt en/of elektrolyten lekt (met als gevolg start- of andere elektrische problemen), neem dan contact op met uw erkende KYMCO-dealer.
Accu VERWIJDEREN

WAARSCHUWING!
Verwijderen van de afdichtstrip van het accudeksel kan de strip beschadigen. Hierdoor kan lekkage en uiteindelijk schade aan de accu ontstaan.
Als de scooter voor een langere periode niet zal worden gebruikt, haal dan de accu uit de scooter en laad deze volledig met behulp van een druppellader op. Berg de accu vervolgens op een koele, droge plaats op. Als u de accu in de scooter laat zitten, maak dan de accukabel los van de negatieve accupool.
Til de buddyseat op. Verwijder de schroef (1).
Verwijder het deksel van de accubak (2).
Maak eerst de kabel los van de negatieve (-) accupool (3). Maak dan de rechterpool los. Haal de accu uit de accubak.

Als er regelmatig een zekering kapot gaat, duidt dit gewoonlijk op kortsluiting of op een overbelasting van het elektrisch systeem. Wend u tot uw erkende KYMCO-dealer voor reparatie.

WAARSCHUWING!
- Zet de contactschakelaar op "×" voordat u de zekeringen gaat controleren of vervangen. Hiermee voorkomt u een eventuele kortsluiting.
- Gebruik nooit een zekering met een amperage dat verschilt van dat wat staat aangegeven. Anders kan ernstige schade aan het elektrisch systeem brand ontstaan, waardoor de lichten of de motor defect kunnen raken.

KYMCO
Het amperage van de benodigde zekeringen is als volgt:
(1) Oplaadzekering: 30 A
(2) Hoofdzekering: 15 A
(3) Contactzekering: 10 A
(4) Radiateurzekering: 10 A
(5) Lichtzekering:15 A
(6) Reservezekeringen: 10 A, 15 A, 30 A

(1) Laat de motor een paar minuten draaien.
(2) Stop vervolgens de motor. Plaats een oliebak onder de motor en verwijder de peilstok (2).
(3) Verwijder de aftapdop (3) en tap de olie af.
(4) Vervang de aftappakking.
Plaats de dop weer terug (zorg dat de dop stevig vastgedraaid is).
Aanhaalkoppel aftapdop: 20 Nm
(5) Vul de motor met olie via het oliepeilgat.
(6) Start de motor en laat deze gedurende een paar minuten warmdraaien. Controleer de motor ondertussen op olielekkage. Als u constateert dat er olie lekt, zet dan de motor onmiddellijk stil en vraag aan een KYMCO-dealer om de oorzaak van de lekkage vast te stellen.
Aanbevolen olie:
Totale hoeveelheid: 1.1 L
Periodieke olieverversing: 0.9L
WAARSCHUWING!
Zorg dat er geen vreemd materiaal in het carter komt.

Reinig uw scooter regelmatig om de afwerklaag te beschermen en controleer uw scooter op schade en slijtage en op lekkage van olie of vloeistof.
Spuit geen water uit een hogedrukspuit (zoals in een wasstraat) op de volgende scooterdelen:
wielnaven/contactschakelaar/hoofdremcilinder/stuurschakelaars/uitlaat/onder de buddyseat/elektrische componenten.

- Na het reinigen dient u de scooter grondig met veel schoon water na te spoelen. Resten van sterke reinigingsmiddelen kunnen het metaal aantasten.
- Droog vervolgens de scooter, start de motor en laat deze enige minuten draaien.
- Test de remmen voordat u gaat rijden. Het kan nodig zijn dat de remhevels verschillende keren moeten worden ingeknepen voordat de remmen weer normaal functioneren
N.B. Reinig de plastic delen met een doek of spons die bevochtigd is met een oplossing van een mild reinigingsmiddel en water.Wrijf zacht over het vuile gedeelte en spoel vervolgens na met veel schoon water.
TECHNISCHE SPECIFICAT IES PEOPLES 2501
| Motortype | 1 cilinder 4 takt | Lengte | 2140 mm |
| Cilinderinhoud | 251/249.1 cc | Breedte | 750 mm |
| Boring & slag | 72.9 x 60/72.7 x 60 mm | Hoogte | 1370 mm |
| Compressieverhouding | 10.6: 0.2 | Droog gewicht | 163 kg |
| Maximaal vermogen | 15.1 kW bij 8250 tpm | Wielbasis | 1480 mm |
| Maximaal koppel | 21.1 kNm bij 6740 tpm | Bougie | (NGK)DPR6EA-9 |
| Bandenmaat | Voor: 16 x 110/70 52P Achter: 16 x 140/70 65P | Brandstof | EURO 95 benzine |
| Type versnelling | Variomaat | Carterinhoud | 1.1 L |
| Koppeling | Meervoudig droog | Benzinetankinhoud | 9.0 L |
| Ontsteking | Elektronisch (ECU) | Zekering | 10A/15A/30A |
| Startsysteem | Elektrisch (startmotor) | Cardanolie Inhoud/Verversing | 75W/90 synthetic 0.23 l/0.18 L |
| Stationair toerental | 1600 : 100 tpm | Accu | 12V-10AH |
TECHNISCHE SPECIFICAT IES PEOPLES 300I
| Motortype | 1 cilinder 4 takt | Lengte | 2140 mm ± 20 |
| Cilinderinhoud | 270.6 cc | Breedte | 750 mm ± 20 |
| Boring & slag | 72.7 x 65.2 mm | Hoogte | 1370 mm ± 20 |
| Compressieverhouding | 10.6: 0.2 | Droog gewicht | 165 kg ± 4 |
| Maximaal vermogen | 17.1 kW bij 8000 tpm | Wielbasis | 1480 mm |
| Maximaal koppel | 2.3 Nm bij 6500 tpm | Bougie | (NGK)DPR6EA-9 |
| Bandenmaat | Voor: 16 x 110/70 52P Achter: 16 x 140/70 65P | Brandstof | EURO 95 benzine |
| Type versnelling | Variomaat | Carterinhoud | 1.1 L |
| Koppeling | Meervoudig droog | Benzinetankinhoud | 9.0 L |
| Ontsteking | Elektronisch (ECU) | Zekering | 10A/15A/30A |
| Startsysteem | Elektrisch (startmotor) | Cardanolie Inhoud/Verversing | 75W/90synthetic 0.23 l/0.18 L |
| Stationair toerental | 1600 : 100 tpm | Accu | 12V-10AH |
KWANG YANG MOTOR CO.,LTI
Aangepast en vertaald voor KYMCO Benelux B.V: oktober 200{ (C.A. Offringa
Alle rechen voorbehouden. Elke verveelvoudiging of elk gebruik waarvoor ge- schriftelijke toestemming is gevraag aan KWANG YANG Motor Co. Ltd. en KYMC Benelux B.V.is uitdrukkelijk verboder
T300-LFG1-A1

