Classic 2.0 CKCB - Afzuigkap BORA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Classic 2.0 CKCB BORA in PDF-formaat.
| Producttype | Kookveldafzuiging (downflow) |
| Merk | BORA |
| Model | Classic 2.0 CKCB |
| Energie-efficiëntieklasse | A+ |
| Jaarlijks energieverbruik | 28,0 kWh/jaar |
| Maximale luchtopbrengst (normaal) | 559 m³/h |
| Maximale luchtopbrengst (powerniveau) | 591 m³/h |
| Geluidsniveau (minimumsnelheid) | 45 dB(A) |
| Geluidsniveau (maximumsnelheid) | 65 dB(A) |
| Geluidsniveau (powerniveau) | 66 dB(A) |
| Vetfilterefficiëntieklasse | A (97,7%) |
| Hydrodynamische efficiëntieklasse | A |
| Type vetfilter | Roestvrijstalen compacte vetfilterunit |
| Recirculatiefilter (optioneel) | Actieve-koolfilter |
| Aantal motorvermogensniveaus | 5 + Powerniveau (10 min) |
| Automatische naloop | Ja, instelbaar (10–30 minuten) |
| Automatische afzuiging | Ja, gekoppeld aan kookstand |
| Bediening | Touch-sensortoetsen met slider en 7-segmentdisplay |
| Beveiligingen | Bedieningsvergrendeling, reinigingsvergrendeling, kinderveiligheid, veiligheidsuitschakeling, oververhittingsbeveiliging, restwarmte-indicator |
| Installatie | Inbouw onder werkblad (luchtafvoer of recirculatie) |
| Interfaces | USB (software-updates/data-export), Home In/Out voor externe apparaten |
Veelgestelde vragen - Classic 2.0 CKCB BORA
Gebruikersvragen over Classic 2.0 CKCB BORA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Afzuigkap in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Classic 2.0 CKCB - BORA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Classic 2.0 CKCB van het merk BORA.
GEBRUIKSAANWIJZING Classic 2.0 CKCB BORA
NL Bedieningshandleiding BORA Classic 2.0 systeem
Kookveldafzuiging en kookvelden

1.1 Aansprakelijkheid 4 1.2 Geldigheid van de bedienings- en montagehandleiding 4 1.3 Productconformiteit 4 1.4 Gegevensbescherming 4 1.5 Weergave van informatie 4
2 Veiligheid 5
2.1 Correct gebruik 5 2.2 Personen met verminderde vaardigheden 5 2.3 Algemene veiligheidsinstructies 5 2.4 Veiligheidsinstructies bediening 6 2.5 Veiligheidsinstructies reiniging en onderhoud 9 2.6 Veiligheidsinstructies reparatie, service en reserveonderdelen 10
3 Energie-etikettering 11
4 Beschrijving van het apparaat 12
4.1 BORA Classic 2.0 systeem 12
4.1.1 Bedieningspaneel en bedieningsprincipe 12
4.1.2 Symbolen 13
4.1.3 Zevensegmentendisplay 14
4.1.7 Systeemfuncties 15
4.2.1 Typebeschrijving 15
4.2.2 Installatievarianten 15
4.2.3 Eigenschappen en overzicht van de functies 16
4.2.4 Opbouw....16
4.2.5 Functies van de kookveldafzuiging.... 16
4.2.6 USB-interface 17
4.2.7 Interface voor externe apparaten.... 17
4.3.1 Typebeschrijving.... 17
4.3.2 Eigenschappen en overzicht van de functies.... 17
4.3.3 Opbouw....18
4.3.4 Werkingsprincipe inductiekookvelden (CKFI, CKI, CKIW) 21
4.3.5 Werkingsprincipe Hyper- en HiLight-kookvelden (CKCH, CKCB)....22
4.3.6 Werkingsprincipe gaskookveld van glaskeramiek CKG..22
4.3.7 Werkingsprincipe Tepan kookveld CKT 23
4.3.8 Kookveldfuncties 24
4.4 Veiligheidsvoorzieningen 25
4.4.1 Bedieningsvergrendeling 25
4.4.2 Reinigingsvergrendeling (schoonmaakfunctie) ..... 25
4.4.3 Veiligheidsuitschakeling 25
4.4.4 Restwarmte-indicator H 25
4.4.5 Oververhittingsbeveiliging 26
4.4.6 Kinderbeveiliging 26
5 Bediening 27
5.1 Algemene en specifieke gebruiksvoorschriften 27 5.1.1 Speciale bedieningsinstructies voor het Tepan kookveld CKT 27 5.1.2 Speciale bedieningsinstructies voor het gaskookveld van glaskeramiek CKG 27 5.2 Touchbediening 28 5.3 Systeem bedienen 29 5.3.1 Bedieningsprincipe 29
5.3.2 Inschakelen 29 5.3.3 Uitschakelen 29 5.3.4 Bedieningsvergrendeling 29 5.3.5 Reinigingsvergrendeling (schoonmaakfunctie) 29 5.3.6 Kinderbeveiliging 30 5.3.7 Korte tijdsspanne (eierwekker) 30 5.4 Kookveldafzuiging bedienen 30 5.4.1 Vermogensniveau motor instellen 30 5.4.2 Powerniveau motor 30 5.4.3 Automatisch afzuigsysteem 31 5.4.4 Motor uitschakelen 31 5.4.5 Automatische naloop vroegtijdig beëindigen 31 5.5 Kookvelden bedienen 31 5.5.1 Kookzoneselectie 31 5.5.2 Vermogensniveau voor een kookzone instellen 31 5.5.3 Kookzone uitschakelen 32 5.5.4 Automatische aankookfunctie 32 5.5.5 Powerniveau 33 5.5.6 2 ringen-bijschakeling bij kookvelden CKCH en CKCB 33 5.5.7 Brugfunctie 33 5.5.8 Warmhoudstand instellen 34 5.5.9 Reinigingsfunctie bij Tepan kookveld CKT 34 5.5.10 Kookzonetimer 34 5.5.11 Pauzefunctie 35
6 Menu 36
6.1 Menuoverzicht 36 6.2 Menu bedienen 36 6.3 Standaard menu-items 37 6.3.1 Menu-item 1: geluidssterkte signaaltoon 37 6.3.2 Menu-item 2: kinderbeveiliging 37 6.3.3 Menu-item 3: automatische regeling van de afzuiging 37 6.3.4 Menu-item 4: duur van de reinigingsvergrendeling (schoonmaakfunctie) 38 6.3.5 Menu-item 5: duur van de automatische naloop 38 6.3.6 Menu-item 6: softwareversie opvragen 38 6.3.7 Menu-item 7: hardwareversie opvragen 38 6.3.8 Menu-item 8: update van systeemsoftware 39 6.3.9 Menu-item 9: data exporteren 39 6.3.10 Menu-item A: levensduur recirculatiefilter weergeven (alleen bij recirculatie) 40 6.3.11 Menu-item B: filtertype weergeven, filtertype veranderen en levensduur filter resetten (alleen bij recirculatie) 40 6.3.12 Menu-item H: het afzuigsysteem configureren 41 6.3.13 Menu-item J: filtertype selecteren (alleen bij recirculatie) 41 6.3.14 Menu-item L: motorconfiguratie 41
7 Uitgebreid menu 43
7.1 Menu-items van het uitgebreide menu 43 7.1.1 Menu-item B: filtertype weergeven, filtertype veranderen en levensduur filter resetten (alleen bij recirculatie) 43 7.1.2 Menu-item D: Demomodus 44 7.1.3 Menu-item E: Display- en toetstest 45 7.1.4 Menu-item F: Resetten naar fabrieksinstellingen 45
7.1.5 Menu-item H: het afzuigsysteem configureren 46
7.1.6 Menu-item J: filtertype selecteren (alleen bij recirculatie) 46
7.1.7 Menu-item L: motorconfiguratie 46
7.2 Configuratiemenu gas 47
7.2.1 Menu-item P: GPU 47
8 Reiniging en onderhoud 49
8.1 Reinigingsmiddelen 49
8.2 Apparaten onderhouden 49
8.3 Kookveldafzuiging CKA2/CKA2AB reinigen....49
8.3.1 Demonteren van de onderdelen.... 49
8.3.2 Reinigen van de onderdelen....50
8.3.3 Monteren van de onderdelen....50
8.3.4 Recirculatiefilter vervangen....50
8.4 Kookvelden reinigen....51
8.4.2 Tepan roestvrijstalen grilloppervlak reinigen (CKT)...... 51
8.4.3 Reinigen van de onderdelen van het gaskookveld CKG.52
9 Storingen verhelpen 54
10 Garantie, technische dienst, reserveonderdelen en toebehoren 57
10.1 Fabrieksgarantie van BORA....57
10.1.1 Garantieverlenging 57
10.2 Service....57
10.3 Reserveonderdelen....57
10.4 Toebehoren 57
11 Typeplaatjes 59
1 Algemeen
Deze handleiding bevat belangrijke instructies die u tegen verwondingen beschermen en schade aan het apparaat voorkomen. Lees deze handleiding aandachtig door vooraleer u het apparaat installeert of voor het eerst gebruikt.
Bij deze handleiding horen ook nog andere documenten. Leef absoluut alle meegeleverde documenten na.
De montage en installatie dienen te gebeuren door opgeleid vakpersoneel overeenkomstig de geldende normen, voorschriften en wetten. Alle veiligheidsinstructies en waarschuwingen alsook de instructies in de meegeleverde documenten moeten worden nageleefd.
1.1 Aansprakelijkheid
BORA Holding GmbH, BORA Vertriebs GmbH & Co KG, BORA APAC Pty Ltd en BORA Lüftungstechnik GmbH – hierna BORA genoemd – zijn niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit het niet eerbiedigen of niet naleven van de meegeleverde documenten! Bovendien is BORA niet aansprakelijk voor schade die voortvloeit uit een verkeerde montage of uit het niet naleven van de veiligheidsinstructies en waarschuwingen!
1.2 Geldigheid van de bedienings- en montagehandleiding
Deze handleiding beschrijft het BORA Classic 2.0 systeem met softwareversie 03.00.
Deze handleiding kan worden gebruikt voor verschillende toestellen. Daarom is het mogelijk dat individuele kenmerken worden beschreven die niet op uw toestel van toepassing zijn. Afbeeldingen kunnen in detail afwijken voor bepaalde toestelvarianten en moeten worden gezien als schematische weergaven.
1.3 Productconformiteit
Richtlijnen
De apparaten voldoen aan de volgende EU/EG-richtlijnen: 2014/30/EU EMC-richtlijn 2014/35/EU Laagspanningsrichtlijn 2009/125/EG Ecodesign-richtlijn 2011/65/EU RoHS-richtlijn
Verordeningen
De gasapparaten voldoen aan de volgende EU-verordening: (EU) 2016/426 Verordening gastroestellen
1.4 Gegevensbescherming
Uw kookveldafzuiging slaat tijdens de werking gepseudonimiseerde gegevens op, zoals door u gemaakte menu-instellingen, de
bedrijfsuren van de afzonderlijke technische eenheden en het aantal geselecteerde functies. Bovendien registreert uw kookveldafzuiging fouten in combinatie met het aantal bedrijfsuren. Gegevens kunnen alleen handmatig worden uitgelezen via uw kookveldafzuiging. U bent dus verantwoordelijk voor deze beslissing. In geval van service laten deze opgeslagen gegevens ons toe om een probleem snel te analyseren en op te lossen.
1.5 Weergave van informatie
Er wordt gebruikgemaakt van een uniforme opmaak en van uniforme cijfers, symbolen, veiligheidsinstructies, begrippen en afkortingen, zodat u snel en veilig met deze handleiding zou kunnen werken. Het begrip 'apparaat' wordt zowel voor kookvelden, kookveldafzuigingen als voor kookvelden met kookveldafzuiging gebruikt.
Instructies worden aangegeven met een pijl:
Voer alle instructies steeds in de vastgestelde volgorde uit.
Opsommingen worden aangegeven met een bullet aan het begin van de regel:
- Opsomming 1
- Opsomming 2
Een inlichting maakt u attent op specifieke elementen waar u absoluut dient op te letten.
Veiligheidsinstructies en waarschuwingen
De veiligheidsinstructies en waarschuwingen in deze handleiding worden beklemtoond met symbolen en signaalwoorden. De veiligheidsinstructies en waarschuwingen zijn als volgt opgebouwd:
WAARSCHUWINGSTEKENS EN SIGNAALWOORDEN!
Type en bron van gevaar
Gevolgen bij niet-naleving
▶ Veiligheidsmaatregelen
Hierbij geldt:
- Waarschuwingstekens wijzen op een verhoogd risico op verwondingen.
- Het signaalwoord geeft de ernst van het gevaar aan.
| Waarschuwingsteken | Signaalwoord | Risico | |
![]() | Gevaar | Geeft een onmiddellijk gevaarlijke situatie aan die bij niet-naleving kan leiden tot de dood of tot ernstige verwondingen. | |
![]() | Waarschuwing | Geeft een potentieel gevaarlijke situatie aan die bij niet-naleving kan leiden tot de dood of tot ernstige verwondingen. | |
| Opgelet | Geeft een potentieel gevaarlijke situatie aan die bij niet-naleving kan leiden tot geringe of lichte verwondingen of materiële schade. | ||
Tab. 1.1 Betekenis van de waarschuwingstekens en signaalwoorden
2 Veiligheid
Het apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften. De gebruiker is verantwoordelijk voor de reiniging, het onderhoud en het veilige gebruik van het apparaat. Ondeskundig gebruik kan leiden tot lichamelijke en materiële schade.
2.1 Correct gebruik
Het apparaat is alleen bedoeld voor de bereiding van gerechten in particuliere huishoudens.
Dit apparaat is niet bedoeld voor:
- gebruik buitenshuis • verwarmen van ruimten
- koelen, ontluchten of ontvochtigen van ruimten
- gebruik op mobiele locaties, zoals motorvoertuigen, schepen of vliegtuigen
- gebruik met een externe tijdschakelaar of een apart systeem op afstand (uitgezonderd noodstop)
- gebruik op hoogtes boven de 2000 m (meter boven de zeespiegel)
Een ander gebruik of een gebruik dat niet in overeenstemming is met hetgeen hier wordt beschreven, wordt beschouwd als onreglementair gebruik.
BORA is niet aansprakelijk voor schade door onreglementair gebruik of verkeerde bediening.
Elk onrechtmatig gebruik is verboden!
2.2 Personen met verminderde vaardigheden
Kinderen
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen vanaf 8 jaar, op voorwaarde dat ze onder toezicht staan of onderricht werden omtrent het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit voortvloeiende gevaren begrepen hebben. Kinderen mogen niet met het apparaat spelen.
Gebruik de kinderbeveiliging, zodat kinderen de apparaten niet zonder toezicht kunnen inschakelen of de instellingen kunnen wijzigen. Houd toezicht op kinderen die zich in de buurt van het apparaat bevinden. Bewaar geen voor kinderen interessante voorwerpen in de opbergruimte boven of achter het apparaat. Kinderen kunnen immers in de verleiding komen om op het apparaat te klimmen.
i Reinigings- en onderhoudswerken mogen niet door kinderen worden uitgevoerd, tenzij deze voortdurend onder toezicht worden gehouden.
Personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vaardigheden
Dit apparaat kan worden gebruikt door personen met verminderde fysieke, sensorische of mentale vaardigheden of met een gebrek aan ervaring en/of kennis, op voorwaarde dat deze personen onder toezicht staan of onderricht werden omtrent het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit voortvloeiende gevaren begrepen hebben. U kunt de inbedrijfstelling beperken door de kinderbeveiliging in te schakelen.
GEVAAR!
Verbrandingsgevaar door heet kookgerei en warme gerechten
Het kan verleidelijk zijn om handgrepen vast te pakken die boven het werkblad uitsteken.
Houd kinderen uit de buurt van hete kookvelden, tenzij ze voortdurend onder uw toezicht staan. Laat geen handgrepen van kookpotten en pannen uitsteken over de zijkant van het werkblad. Voorkom dat hete kookpotten en pannen kunnen omlaaggetrokken worden. Gebruik indien nodig geschikte kookveldafdekkingen of -veiligheidsroosters. Gebruik alleen kookveldafdekkingen en -veiligheidsroosters die door de fabrikant van het apparaat werden goedgekeurd, zo niet bestaat er een risico op ongevallen. Neem contact op met uw vakhandelaar of met het BORA serviceteam om een geschikt veiligheidsrooster te kiezen.
2.3 Algemene veiligheidsinstructies
GEVAAR!
Verstikkingsgevaar door verpakkingsmateriaal Verpakkingsmateriaal (bijv. folie, piepschuim) kan levensgevaarlijk zijn voor kinderen.
Bewaar verpakkingsmateriaal buiten het bereik van kinderen.
Verwijder de verpakking onmiddellijk en op vakkundige wijze.
GEVAAR!
Gevaar voor een elektrische schok of letsels door beschadigde oppervlakken
Barsten, scheuren of breuken in het oppervlak van de apparaten (bijv. beschadigde glaskeramiek), vooral dan ter hoogte van de besturingsunit, kunnen ervoor zorgen dat de onderliggende elektronica bloot komen te liggen of beschadigd raakt. Dit kan tot een elektrische schok leiden. Bovendien kan een beschadigd oppervlak letsels veroorzaken.
Raak het beschadigde oppervlak niet aan.
Schakel het apparaat onmiddellijk uit bij breuken, barsten of scheuren.
Koppel het apparaat veilig los van het stroomnet met behulp van installatieautomaten, zekeringen, zekeringsautomaten en beveiligingen.
Neem contact op met het serviceteam van BORA.
MAARSCHUWING!
Gevaar voor letsels door beschadigde onderdelen
Beschadigde onderdelen die niet zonder gereedschap kunnen worden verwijderd, kunnen letsels veroorzaken.
Probeer beschadigde onderdelen niet zelf te repareren of te vervangen.
Neem contact op met het serviceteam van BORA.
MAARSCHUWING!
Gevaar voor letsels of schade door niet-originele onderdelen of onbevoegde wijzigingen
Niet-originele onderdelen kunnen leiden tot lichamelijke letsels of schade aan het apparaat. Het aanbrengen van wijzigingen aan en het aan- of ombouwen van het apparaat kunnen de veiligheid beïnvloeden.
Gebruik alleen originele onderdelen.
Breng geen wijzigingen of toevoegingen aan het apparaat aan.
OPGELET!
Gevaar voor letsels door omvallende apparaatonderdelen
Omvallende apparaatonderdelen (zoals pannendragers, bedieningselementen, afdekkingen, vetfilters enz.) kunnen verwondingen veroorzaken.
Leg verwijderde apparaatonderdelen veilig naast het apparaat.
Zorg ervoor dat de verwijderde apparaatonderdelen niet naar beneden kunnen vallen.
OPGELET!
Gevaar voor letsels door overbelasting
Door ondeskundige hantering bij het transporteren en monteren van het apparaat kunt u letsels oplopen aan de ledematen en de romp.
Transporteer en monteer het apparaat zo nodig met twee.
Gebruik geschikte hulpmiddelen om schade of letsels te voorkomen.
OPGELET!
Beschadiging door verkeerd gebruik
De oppervlakken van de apparaten mogen niet als werk- of aflegvlak worden gebruikt. Apparaten kunnen hierdoor beschadigd raken (vooral bij harde en scherpe voorwerpen).
Gebruik de apparaten niet als werk- of aflegvlak.
Houd harde of scherpe voorwerpen uit de buurt van de apparaatoppervlakken.
Storingen en fouten
Bij storingen of fouten volgt u de instructies in het hoofdstuk Storingen verhelpen.
Staat de storing of fout er niet bij, schakel dan het apparaat uit en neem contact op met het serviceteam van BORA.
Huisdieren
Houd huisdieren uit de buurt van het apparaat.
2.4 Veiligheidsinstructies bediening
Zorg ervoor dat zowel de onderkant van het kookgerei als de apparaatoppervlakken schoon en droog zijn.
- Til het kookgerei altijd op (niet trekken) om krassen en slijtage aan het apparaatoppervlak te vermijden.
Gebruik het apparaat niet als aflegvlak.
Schakel het apparaat na gebruik uit.
WAARSCHUWING!
Verbrandingsgevaar door heet wordende apparaten
Sommige apparaten en hun aanraakbare delen worden heet tijdens het gebruik (bijv. kookvelden). Na het uitschakelen moeten ze eerst afkoelen. Het aanraken van hete oppervlakken kan ernstige brandwonden veroorzaken.
Raak geen hete apparaten aan.
Let op de restwarmte-indicator.
WAARSCHUWING!
Verbrandings- en brandgevaar door hete voorwerpen
Het apparaat en zijn aanraakbare delen zijn heet tijdens het gebruik en gedurende het afkoelen.
Voorwerpen op het apparaat worden zeer snel heet en kunnen ontbranden of tot ernstige brandwonden leiden (dit geldt vooral voor metalen voorwerpen, zoals messen, vorken, lepels, deksels of de afdekking van de kookveldafzuiging).
Laat geen voorwerpen op het apparaat liggen.
Gebruik geschikte hulpmiddelen (pannenlappen, thermische handschoenen).
OPGELET!
Beschadiging door heet kookgerei
Heet kookgerei kan bepaalde onderdelen van het apparaat beschadigen.
Zorg ervoor dat u geen heet kookgerei neerzet in de buurt van het bedieningspaneel.
Houd heet kookgerei weg van de instroomsproeier.
2.4.1 Veiligheidsinstructies bediening kookveldafzuiging
MAARSCHUWING!
Brandgevaar door flamberen
Wanneer de kookveldafzuiging is ingeschakeld, zuigt deze kookvet op. Door het flamberen van gerechten kan het kookvet vuur vatten.
Reinig de kookveldafzuiging regelmatig.
Werk nooit met een open vlam terwijl de kookveldafzuiging is ingeschakeld.
OPGELET!
Beschadiging door ingezogen voorwerpen of papier
Kleine en lichte voorwerpen, zoals stoffen of papieren reinigingsdoekjes, kunnen door de kookveldafzuiging worden aangezogen. Daardoor kan de motor beschadigd raken of kan het luchtafvoervermogen worden aangetast.
Bewaar geen voorwerpen of papier in de buurt van de kookveldafzuiging.
Gebruik de kookveldafzuiging alleen als het vetfilter is geplaatst.
OPGELET!
Beschadiging door vet- en vuilafzettingen Vet- en vuilafzettingen kunnen de werking van de kookveldafzuiging beïnvloeden.
Zorg er steeds voor dat u het roestvrijstalen vetfilter correct heeft geplaatst wanneer u de kookveldafzuiging gebruikt.
Speciale veiligheidsinstructies voor gebruik met luchtafvoer
GEVAAR!
Levensgevaar door rookvergiftiging
Bij gebruik met luchtafvoer onttrekt de kookveldafzuiging kamerlucht aan de ruimte waar de afzuiging is opgesteld en aan de aanpalende ruimten. Zonder toereikende luchttoevoer ontstaat er een onderdruk. Wanneer er tegelijkertijd met de kookveldafzuiging een vuurhaard in gebruik is, kunnen er giftige gassen uit de schouw of afzuigschacht in de woonruimten worden gezogen.
Zorg dat er altijd voldoende luchttoevoer is.
Gebruik enkel toegestane en gekeurde schakelapparatuur (bijv. raamcontactschakelaars en onderdruksensoren) die door een bevoegde vakman (erkend schoorsteenveger) werd vrijgegeven.
Speciale veiligheidsinstructies voor gebruik met recirculatie
Bij elke kookcyclus wordt er door het kookproces extra vocht in de omgevingslucht geblazen. Bij gebruik met recirculatie wordt slechts een beperkt deel van het vocht uit de kookdampen verwijderd.
Zorg bij gebruik met recirculatie voor voldoende aanvoer van verse lucht, bijvoorbeeld via een open raam.
Zorg voor een normaal en aangenaam binnenklimaat (45–60% luchtvochtigheid). Doe dit door de natuurlijke verluchtingsopeningen te gebruiken of gebruik de klimaatregeling in het gebouw.
Zet na elk gebruik de kookveldafzuiging ongeveer 20 minuten op een lager vermogensniveau bij gebruik met recirculatie of activeer de automatische naloop.
2.4.2 Veiligheidsinstructies bediening kookvelden
Vertrouw bij inductiekookvelden niet op de panherkenning, maar schakel het apparaat na gebruik altijd uit.
GEVAAR!
Brandgevaar door onbewaakt kookveld Olie of vet kan snel verhitten en ontvlammen.
Verhit olie of vet nooit zonder toezicht.
Blus olie- of vetbranden nooit met water.
Schakel het kookveld uit.
Verstik het vuur met bijv. een kookpotdeksel of een branddeken.
GEVAAR!
Explosiegevaar door ontvlambare vloeistoffen
Ontvlambare vloeistoffen in de buurt van een kookveld kunnen ontploffen en ernstige verwondingen veroorzaken.
Gebruik geen spuitbussen in de buurt van het apparaat terwijl het in werking is.
Bewaar geen ontvlambare vloeistoffen in de buurt van een kookveld.
AARSCHUWING!
Verbrandingsgevaar door vrijkomen van hete vloeistoffen
Als u tijdens het koken geen oogje in het zeil houdt, kan het gebeuren dat het eten overkookt en dat er hete vloeistoffen ontsnappen.
Houd steeds toezicht op alle kookprocessen.
Vermijd overkoken.
AARSCHUWING!
Verbrandingsgevaar door hete dampen
Vloeistoffen tussen de kookzone en de bodem van de kookpot kunnen bij verdamping tot brandwonden leiden.
Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de kookpot steeds droog zijn.
MAARSCHUWING!
Verbrandingsgevaar door stroompanne
Tijdens of na een stroompanne kan een voorheen werkend kookveld nog steeds heet zijn, hoewel er geen restwarmte wordt weergegeven.
Raak het kookveld niet aan zolang het nog warm is.
Houd kinderen uit de buurt van het hete kookveld.
OPGELET!
Beschadiging door suiker- en zouthoudende levensmiddelen
Suiker- en zouthoudende levensmiddelen en sappen op de hete kookzone kunnen de kookzone beschadigen.
Let erop dat er geen suiker- en zouthoudende levensmiddelen en sappen op de hete kookzone terechtkomen.
Verwijder suiker- en zouthoudende levensmiddelen en sappen onmiddellijk van de hete kookzone.
Speciale veiligheidsinstructies voor de bediening van inductiekookvelden
Invloed op pacemakers, hoorapparaten en metalen implantaten:
Inductiekookvelden wekken in de omgeving van de kookzones een hoogfrequent elektromagnetisch veld op. Bij directe nadering tot de kookzones kunnen pacemakers, hoorapparaten of metalen implantaten negatief worden beïnvloed of kan hun werking verstoord raken. Het is onwaarschijnlijk dat de werking van de pacemaker hierdoor wordt aangetast.
Neem bij twijfel contact op met de fabrikant van uw medische apparaat of met uw arts.
Speciale veiligheidsinstructies voor de bediening van gaskookvelden
De gassoort en gasdruk mogen alleen worden aangepast door opgeleid en bevoegd vakpersoneel dat de gebruikelijke nationale voorschriften en aanvullende voorschriften van de plaatselijke energieleveranciers kent en in acht neemt.
Gebruik of bewaar geen brandbare materialen in de buurt van het apparaat.
Gebruik het apparaat niet om de ruimte op te warmen.
GEVAAR!
Explosie- en verstikkingsgevaar door gas Vrijkomend gas kan een explosie veroorzaken, met ernstige verwondingen tot gevolg. Een gaslek kan ook voor verstikkingsgevaar zorgen.
Merkt u een gasgeur op, schakel dan onmiddellijk het apparaat uit.
Houd ontstekingsbronnen (open vlam, hittestraler) uit de buurt en zet geen licht- of toestelschakelaars aan.
Trek geen stekkers uit stopcontacten (gevaar voor vonkvorming).
Sluit onmiddellijk de gastoevoer af en schakel de zekering van de huisinstallatie uit.
Zorg dat er verse lucht binnenkomt (ramen en deuren openen).
Breng onmiddellijk uw klantenservice of gasinstallateur op de hoogte.
GEVAAR!
Brandgevaar door open vlam
Een open vlam kan brandbare voorwerpen doen ontbranden.
Zet de gasvlam op de laagste stand wanneer u kookpotten of pannen kortstondig van de kookplaat neemt.
Houd steeds toezicht op een open vlam.
Verstik een brand met bijv. een deksel of een branddeken.
Sluit de gastoevoer af en schakel de zekering van de huisinstallatie uit.
WAARSCHUWING!
Verbrandingsgevaar door hete kookveldafzuiging bij gebruik van gaskookvelden
De kookveldafzuiging en zijn aanraakbare delen (in het bijzonder de afsluitklep, het roestvrijstalen vetfilter en de vetfilterbak) worden heet bij gebruik van een aangrenzend gaskookveld. Na het uitschakelen van het gaskookveld moet de kookveldafzuiging eerst afkoelen. Het aanraken van hete oppervlakken kan ernstige brandwonden veroorzaken.
Raak de hete kookveldafzuiging niet aan.
Houd kinderen uit de buurt van de hete kookveldafzuiging, tenzij ze voortdurend onder uw toezicht staan.
2.5 Veiligheidsinstructies reiniging en onderhoud
Het apparaat moet regelmatig worden gereinigd. Verontreinigingen kunnen schade, werkingsstoornissen of geurhinder veroorzaken. In het ergste geval kan dit zelfs een bron van gevaar worden.
Verwijder verontreinigingen onmiddellijk.
Gebruik bij het reinigen uitsluitend niet-schurende reinigingsmiddelen om krassen en slijtage aan het oppervlak te vermijden.
Zorg ervoor dat er bij het reinigen geen water in het apparaat kan lopen. Gebruik enkel een licht bevochtigde doek. Spuit het apparaat nooit met water schoon. Binnendringend water kan schade veroorzaken!
Gebruik geen stoomreiniger om te reinigen. De stoom kan op spanningvoerende delen terechtkomen en een kortsluiting alsook materiële schade veroorzaken.
Neem alle instructies uit hoofdstuk "Reiniging en onderhoud" in acht.
Speciale veiligheidsinstructies voor reiniging en onderhoud van de kookveldafzuiging
Houd de verluchtingsopeningen in de onderkast open en schoon.
MAARSCHUWING!
Brandgevaar door vetafzettingen
Bij niet-regelmatige of ontoereikende reiniging van het vetfilter of een te late filtervervanging kan het risico op brand toenemen.
Reinig en vervang het filter regelmatig.
Speciale veiligheidsinstructies voor reiniging en onderhoud van kookvelden
Reinig de kookvelden indien mogelijk na elk kookproces.
Reinig kookvelden alleen wanneer ze afgekoeld zijn.
Gebruik de reinigingsfunctie om het Tepan kookveld te reinigen.
2.6 Veiligheidsinstructies reparatie, service en reserveonderdelen
i Reparaties en servicewerkzaamheden mogen alleen worden uitgevoerd door opgeleid vakpersoneel dat de gebruikelijke nationale voorschriften en aanvullende voorschriften van de plaatselijke energieleveranciers kent en in acht neemt. i Werkzaamheden aan elektrische componenten mogen alleen worden uitgevoerd door opgeleide elektrische installateurs.
Koppel het apparaat veilig los van de stroomvoorziening voordat u een reparatie uitvoert.
WAARSCHUWING!
Gevaar voor letsels of beschadiging door onjuiste reparaties
Niet-originele onderdelen kunnen leiden tot lichamelijke letsels of schade aan het apparaat. Het aanbrengen van wijzigingen aan en het aan- of ombouwen van het apparaat kunnen de veiligheid beïnvloeden.
Gebruik bij reparaties alleen originele onderdelen. Breng geen wijzigingen of toevoegingen aan het apparaat aan.
Een beschadigde netaansluitkabel moet door een geschikte netaansluitkabel worden vervangen. Dat mag alleen door een daartoe gemachtigde klantenservice gebeuren.
3 Energie-etikettering
Productinformatie energie-etikettering conform Verordening (EU) nr. 65/2014 of 66/2014
| Fabrikant | BORA | ||
| Identificatie van het model | CKA2 | ||
| Symbool Waarde Eenheid | |||
| Energieverbruik | |||
| Jaarlijks energieverbruik AEC | hood | 28,0 kWh/a | |
| Energie-efficiëntieklasse - A+ - | |||
| Energie-efficiëntie-index EEI | hood | 37,0 - | |
| Transportvolumes | |||
| Hydrodynamische efficiëntie FDE | hood | 36,3 - | |
| Hydrodynamische efficiëntieklasse - A - | |||
| Minimale luchtstroom bij normaal gebruik | - | 239 | m3/h |
| Maximale luchtstroom bij normaal gebruik | - | 559 | m3/h |
| Maximale luchtstroom in de intensieve of de boostmodus (powerniveau) | Qmax | 591 | m3/h |
| Gemeten luchtdebiet op het beste-efficiëntiepunt | QBEP | 282,3 m3/h | |
| Gemeten luchtdruk op het beste-efficiëntiepunt | PBEP | 508 | Pa |
| Gemeten elektrisch opgenomen vermogen op het beste-efficiëntiepunt | WBEP | 109,7 | W |
| Tijdstoenamefactor | f 0,7 | - | |
| Verlichting | |||
| Verlichtingsefficiëntie | LEhood | * | lx/W |
| Verlichtingsefficiëntieklasse | - * | - | |
| Nominaal vermogen van het verlichtingssysteem | WL | * | W |
| Gemiddelde verlichting van het verlichtingssysteem op het kookoppervlak | Emiddle | * | lx |
| Vetfiltering | |||
| Vetfilteringsefficiëntie | GFEhood | 97,7 % | |
| Vetfilteringsefficiëntieklasse | - A - | ||
| Geluidsniveau | |||
| A-gewogen geluidsemissie in de lucht bij minimumsnelheid bij normaal gebruik | - | 45 | dB(A) re1pW |
| A-gewogen geluidsemissie in de lucht bij maximumsnelheid bij normaal gebruik | - | 65 | dB(A) re1pW |
| A-gewogen geluidsemissie in de lucht in de intensieve of de boostmodus (powerniveau) | - | 66 | dB(A) re1pW |
| Geluidsdrukniveau bij minimumsnelheid bij normaal gebruik** | - | 32 | LpA in dB re 20 μPa |
| Geluidsdrukniveau bij maximumsnelheid bij normaal gebruik** | - | 52 | LpA in dB re 20 μPa |
| Geluidsdrukniveau in de intensieve of de boostmodus (powerniveau)** | - | 53 | LpA in dB re 20 μPa |
| Elektriciteitsverbruik | |||
| Elektriciteitsverbruik in de uit-stand | Po | 0,25 | W |
| Elektriciteitsverbruik in de stand-by-stand | Ps | * | W |
Tab. 3.1 Energie-etikettering
* Niet van toepassing op dit product.
** Vrijwillige informatie
Het geluidsdrukniveau is bepaald op 1 m afstand (hoe verder weg, hoe meer het geluidsniveau afneemt) op basis van het geluidsvermogensniveau conform EN 60704-2-13.
4 Beschrijving van het apparaat
Leef bij elk gebruik alle veiligheidsbepalingen en waarschuwingen na (zie hoofdstuk Veiligheid).
4.1 BORA Classic 2.0 systeem
Debruik altijd de recentste systeemsoftware bij gebruik van het BORA Classic 2.0 systeem.
De nieuwste software is vrij verkrijgbaar op de startpagina van BORA (www.bora.com, producten, BORA Classic 2.0, BORA Classic kookveldafzuiging CKA2/CKA2AB, documenten).
Vraag zo nodig de geïnstalleerde softwareversie op (zie hoofdstuk Menu, Softwareversie opvragen).
Voer indien nodig een update van de systeemsoftware uit (zie hoofdstuk Menu, Update van systeemsoftware).
4.1.1 Bedieningspaneel en bedieningsprincipe
Het BORA Classic 2.0 systeem wordt geregeld via het bedieningspaneel van kookveldafzuiging CKA2/CKA2AB. Per kookveldafzuiging kunnen er 1 of 2 kookvelden worden aangestuurd en bediend. Het bedieningsprincipe en de functies worden meer in detail beschreven in het hoofdstuk Bediening.
De kookveldafzuiging en kookvelden worden geregeld via een centraal bedieningspaneel. Het bedieningspaneel is uitgerust met elektronische sensortoetsen en displayvelden. De sensortoetsen reageren op vingercontact (touchzones).

Afb. 4.1 Centraal touch-/slider-bedieningspaneel

| Algemene symbolen | Benaming Functie/Betekenis | |
| Power-toets In-/uitschakelen | ||
| Pauzetoets Pauzefunctie activeren/deactiveren | ||
| Reinigingstoets Reinigingsvergrendeling activeren/deactiveren | ||
| Start-toets Timer starten | ||
| Eierwekkertoets Korte tijdsspanne (eierwekker) instellen | ||
| Vergrendeltoets Bedieningsvergrendeling | ||
| Slider Waarden instellen | ||
| Plus-toets Waarde verhogen | ||
| Min-toets Waarde verlagen | ||
| Vooruit-toets Navigatie naar rechts | ||
| Achteruit-toets Navigatie naar links | ||
| Motortoets Automatische afzuiging activeren/deactiveren, naloop uitschakelen | ||
| Menutoets Menu oproepen, menu afsluiten | ||
| Symbolen kookzones | Benaming Functie/Betekenis | |
| Toets voor verwarmingsring | 2 ringen bijschakeling | |
| Timertoets Kookzonetimer instellen | ||
| Aankooktoets | Automatische aankookfunctie activeren/deactiveren | |
| Warmhoudtoets | Warmhoudfunctie activeren/deactiveren | |
| Toets voor brugfunctie | Brugfunctie activeren/deactiveren | |
| Display voor brugfunctie | Brugfunctie is geactiveerd | |
| Hot-toets | Kookzone wordt verwarmd of is nog heet | |
Tab. 4.1 Betekenis van de weergegeven symbolen (iconen)
4.1.3 Zevensegmentendisplay
| Multifunctioneel display | Betekenis | |
| Motordisplay | 1-5 | Vermogensniveaus |
| P | Powerniveau | |
| A | Automatische afzuiging | |
| Multifunctioneel display | bijv. 190° | Temperatuuraanduiding (alleen bij CKT) |
| 00:00:00 | Resterende looptijd timer of eierwekker | |
| bijv. € 123 | Foutcode | |
| Kookzonedisplay | Betekenis | |
| Kookzonedisplay | 1-9 | Vermogensniveaus |
| P | Powerniveau | |
| - | Warmhoudstand 1 | |
| = | Warmhoudstand 2 | |
| = | Warmhoudstand 3 | |
| 0 | Niet actief | |
| H | Restwarmte-indicator (kookzone is uitgeschakeld maar nog warm) | |
| C | Reiniging (alleen bij Tepan kookveld CKT) | |
| E | Fout | |
| Animaties | B B B | Panherkenning (alleen bij inductiekookvelden) |
| D D D | Reiniging (alleen bij Tepan kookveld CKT) | |
Tab. 4.2 Betekenis van zevensegmentendisplay
In principe worden op het bedieningspaneel alle instelbereiken voor de motor in het blauw en alle instelbereiken voor de kookzones in het rood weergegeven. Voor functies en meldingen worden andere kleuren gebruikt.
Lijst met kleurweergaven:
| Display Motor (kookveldafzuiging) Kleur | |
| Slider Blauw | |
| Plus/Min Blauw | |
| Motorsymbool/Automatische Blauw afzuiging | |
| Display Kookzones Kleur | |
| Slider Rood | |
| Plus/Min Rood | |
| Kookzone warm Felrood | |
| Display Functies Kleur | |
| Inschakelen/Uitschakelen- Beige animatie | |
| Timer instellen Beige | |
| Display Meldingen Kleur | |
| Waarschuwingen Oranje | |
| Fouten Felrood | |
| OK Groen | |
Tab. 4.3 Kleurweergaven
4.1.5 Helderheid
Het bedieningspaneel heeft 4 verschillende verlichtingsniveaus. (100%, 75%, 50% en 0%).
Het systeem past de helderheid aan de huidige bedieningssituatie aan. Relevante displayelementen lichten helder op, irrelevante displayelementen worden gedimd. Niet-beschikbare functies worden uitgeschakeld.
| Helderheid | Gebruik |
| 100% | Functie is actief en geselecteerd |
| 75% | Functie is actief maar niet geselecteerd |
| 50% | Functie is niet actief en selecteerbaar |
| 0% | Functie is niet beschikbaar |
Tab. 4.4 Helderheid
Voorbeeld:
Afb. 4.4 Helderheid van het bedieningspaneel
[1] Actieve en selecteerbare functie (helder oplichtend, 75%) [2] Inactieve, maar selecteerbare functie (gedimd, 50%)
4.1.6 Geluid
De geluidssterkte van de signaaltonen kan worden ingesteld in het menu (van 10% tot 100%). i Veiligheidsgerelateerde signaaltonen hebben steeds een geluidssterkte van 100%.
Het systeem maakt een onderscheid tussen drie verschillende soorten signaaltonen:
Signaaltoon Doel
| Korte enkele toon (0,25 s) Bevestiging selectie |
| Opeenvolgende pieptonen Interactie vereist |
| Lange enkele toon (0,75 s) Beëindigen functie |
Tab. 4.5 Geluid
4.1.7 Systeemfuncties
Korte tijdsspanne (eierwekker)
De timer voor korte tijdsspanne stelt een optisch en akoestisch signaal in werking wanneer de door de gebruiker vooraf ingestelde tijd is bereikt en werkt als een commerciële eierwekker.
4.2 Kookveldafzuiging
Kookveldafzuiging CKA2/CKA2AB is de centrale component van het BORA Classic 2.0 systeem en bevat de complete regelelektronica voor dit systeem. Zonder kookveldafzuiging kan het systeem of kunnen de afzonderlijke componenten niet werken.
4.2.1 Typebeschrijving
Type Lange benaming
CKA2 BORA Classic kookveldafzuiging
Flexibel systeem met afzonderlijke besturingseenheid, kan worden gecombineerd met de BORA Classic kookvelden en met andere BORA universele onderdelen
CKA2AB BORA Classic kookveldafzuiging All Black
Flexibel systeem met afzonderlijke besturingseenheid, kan worden gecombineerd met de BORA Classic kookvelden en met andere BORA universele onderdelen
Tab. 4.6 Typebeschrijving
4.2.2 Installatievarianten
Afhankelijk van uw aankoopbeslissing wordt de kookveldafzuiging als variant met luchtafvoer of recirculatie gebruikt.

Gebruik met luchtafvoer
De afgezogen lucht wordt door het vetfilter gereinigd en via een kanaalsysteem naar buiten geleid.
De lucht mag niet worden afgevoerd naar:
- een werkende rook- of uitlaatgasschouw,
- een schacht die wordt gebruikt voor de ontluchting van ruimten waarin vuurbronnen zijn opgesteld.
Indien de afgevoerde lucht in een niet-werkzame rook-of uitlaatgasschouw wordt geleid, moet de bevoegde schoorsteenveger deze controleren en vrijgeven.
Als de kookveldafzuiging in een luchtafvoersysteem wordt gebruikt, wordt het afzuigvermogen automatisch gedurende de eerste 20 seconden verhoogd bij het instellen van een laag vermogensniveau (muurroosterfunctie).

Gebruik met recirculatie
De afgezogen lucht wordt door het vetfilter en een actieve- koolfilter gereinigd en weer naar de ruimte geleid waar het apparaat is opgesteld.
Om bij gebruik met recirculatie de geuren te binden, moet u een geurfilter gebruiken. Om hygiënische en gezondheidsredenen dient dit filter op de aanbevolen momenten te worden vervangen (zie hoofdstuk Reiniging en onderhoud).
Bij gebruik met recirculatie moet u voor voldoende ventilatie zorgen om de luchtvochtigheid af te voeren. Als de kookveldafzuiging in een recirculatiesysteem wordt gebruikt, wordt de gebruiksduur automatisch afgetrokken van de levensduur van het recirculatiefilter bij het instellen van een vermogensniveau. U kunt de resterende levensduur van het filter aflezen in het menu onder menu item A (zie hoofdstuk Bediening).
4.2.3 Eigenschappen en overzicht van de functies
| Eigenschappen CKA2/ | CKA2AB |
| Automatische motorherkenning | √ |
| Elektronische vermogensregeling | √ |
| Communicatie via interfaces | √ |
| Compacte vetfilterunit | √ |
| Functies | |
| Automatische naloop | √ |
| Powerniveau | √ |
| Automatische afzuiging | √ |
| Filteronderhoudsindicator (recirculatie) | √ |
| Veiligheidsvoorzieningen | |
| Bedieningsvergrendeling | √ |
| Veiligheidsuitschakeling | √ |
| Actieve foutmonitoring | √ |
Tab. 4.7 Eigenschappen en overzicht van de functies
4.2.4 Opbouw
Kookveldafzuiging CKA2/CKA2AB
4.2.5 Functies van de kookveldafzuiging
Vermogensregeling
De vermogensniveaus worden geregeld via het bedieningspaneel, door de touchslider aan te raken of te bewegen. De vermogensniveaus kunnen ook worden ingesteld
via de aanraakvlakken +1, die zich boven en onder de touchslider bevinden.
Powerniveau afzuiging
Wanneer het powerniveau wordt ingeschakeld, zal het maximale afzuigvermogen gedurende een vooraf gedefinieerde tijd beschikbaar zijn.
Met het powerniveau kunnen intense kookdampen sneller worden afgezogen. Na 10 minuten wordt het powerniveau automatisch naar vermogensniveau 5 teruggeschakeld.
Automatische regeling van de afzuiging
Het afzuigvermogen wordt automatisch geregeld op basis van de huidige instellingen van de kookvelden. Er is geen handmatige actie vereist voor het regelen van de motor, maar dit is wel op elk moment mogelijk. Het afzuigvermogen wordt automatisch aangepast aan het hoogste vermogensniveau van alle werkende kookzones.
Functie Vermogensniveaus
Kookniveau 1 2 3 4 5 6 7 8 9 P
Afzuigvermogen 3 3 3 4 4 4 5 5 5 P
Tab. 4.8 Afzuigvermogen en kookniveau
- Als u het vermogensniveau van een kookzone wijzigt, zal ook het afzuigvermogen automatisch worden aangepast. Die aanpassing gebeurt na 20 seconden bij inductiekookvelden en na 30 seconden bij alle andere kookvelden.
Automatische naloop
De kookveldafzuiging draait op een laag niveau en schakelt na een bepaalde tijd automatisch uit.
De tijdsduur van de automatische naloop kan worden ingesteld in het menu (10 tot 30 minuten). Fabrieksmatig is een automatische naloop van 20 minuten ingesteld.
- Na het afzuigproces wordt de automatische naloop geactiveerd.
- Na de automatische naloop schakelt de kookveldafzuiging vanzelf uit.
BORA raadt een naloop van de kookveldafzuiging sterk aan.
Onderhoudsindicator recirculatiefilter
De filteronderhoudsindicator van de kookveldafzuiging wordt automatisch geactiveerd wanneer de standtijd van het actieve-koolfilter is bereikt (alleen bij recirculatie).
- Als het motorsymbool het inschakelen van de kookveldafzuiging geel oplicht en het multifunctionele display I F I L E aangeeft, duidt dit erop dat het filter binnenkort moet worden vervangen.
- Als het motorsymbool om het inschakelen van de kookveldafzuiging felrood oplicht en er een foutcode E F IL wordt weergegeven op het multifunctionele display, duidt dit erop dat de standtijd van het filter is bereikt en dat het filter moet worden vervangen (zie ook hoofdstuk Reiniging en onderhoud).
Als de levensduur van het actieve-koolfilter wordt overschreden, kan de goede werking van het systeem in het gedrang komen. Hoewel de kookveldafzuiging nog steeds zal werken, vervallen hierdoor alle garantieclaims voor dit apparaat. Onafhankelijk van de filteronderhoudsindicator moeten de onderdelen van het vetfilter regelmatig worden gereinigd (zie hoofdstuk Reiniging en onderhoud).
4.2.6 USB-interface
De USB-interface is alleen bedoeld voor updates of voor het exporteren van gegevens en wordt alleen van stroom voorzien voor deze processen. Opladen of andere functies zijn niet mogelijk.
Het systeem beschikt over een USB-interface. Deze interface is alleen geschikt voor apparaten voor massaopslag (USB-geheugensticks). Deze USB-sticks moeten geformatteerd zijn met een FAT32-bestandssysteem.
4.2.7 Interface voor externe apparaten
De interne interface van de besturingseenheid kan worden gebruikt voor extra besturingsmogelijkheden. Hij is uitgerust met een Home In- en een Home Out-contact (zie hoofdstuk Montage).
- Het Home In-contact kan als signaalingang voor externe schakelapparatuur (bijv. raamcontactschakelaars) worden gebruikt.
- Het Home Out-contact kan worden gebruikt voor de besturing van externe systemen.
4.3 Kookvelden
De kookvelden CKFI, CKI, CKIW, CKCH, CKCB, CKG en CKT zijn variabele componenten van het BORA Classic 2.0 systeem en kunnen enkel met de kookveldafzuiging CKA2 worden gebruikt. Welke apparaten specifiek in uw systeem zijn geïnstalleerd, vindt u op de voorlaatste pagina van de bedieningshandleiding (zie hoofdstuk Typeplaatjes).
4.3.1 Typebeschrijving
| Type Lange benaming |
| CKFI BORA Classic oppervlakte-inductiekookveld van glaskeramiek met 2 koppelbare kookzones |
| CKI BORA Classic inductiekookveld van glaskeramiek met 2 kookzones |
| CKIW BORA Classic inductiewok van glaskeramiek |
| CKCH BORA Classic Hyper-kookveld van glaskeramiek met 2 kookzones 1 ring/2 ringen |
| CKCB BORA Classic HiLight-kookveld van glaskeramiek met 2 kookzones 1 ring/2 ringen/braadslee |
| CKG BORA Classic gaskookveld van glaskeramiek met 2 kookzones |
| CKT BORA Classic Tepan kookveld met 2 kookzones |
Tab. 4.9 Typebeschrijving
4.3.2 Eigenschappen en overzicht van de functies
BORA Classic 2.0 kookvelden hebben de volgende eigenschappen en functies:
| Eigenschappen | CKFI | CKI | CKIW | CKCH | CKCB | CKT | CKG |
| Elektronische vermogensregeling | √ | √ | √ | √ | √ | √ | |
| Powerniveau | √ | √ | √ | ^* | √ | ||
| Eierwekker (korte tijdsspanne) | √ | √ | √ | √ | √ | √ | |
| Automatische ontsteking en automatisch opnieuw aansteken | √ | ||||||
| Elektronisch gasregel-systeem (e-gas-systeem) | √ | ||||||
| Kookfuncties | |||||||
| Automatische aankookfunctie | √ | √ | √ | √ | √ | ||
| Panherkenning | √ | √ | √ | ||||
| Warm houden | √ | √ | √ | √ | √ | √ | |
| Brugfunctie | √ | √ | √ | ||||
| Timerfunctie | √ | √ | √ | √ | √ | ||
| Pauzefunctie | √ | √ | √ | √ | √ | √ | |
| 2 ringen bijschakeling (achterste kookzone) | √ | √ | |||||
| Reinigingsvergrendeling (schoonmaakfunctie) | √ | √ | √ | √ | √ | √ | |
| Reinigingsfunctie | √ | ||||||
| Veiligheidsvoorzieningen | |||||||
| Kinderbeveiliging | √ | √ | √ | √ | √ | √ | |
| Restwarmte-indicator | √ | √ | √ | √ | √ | √ | |
| Veiligheidsuitschakeling | √ | √ | √ | √ | √ | √ | |
| Oververhittingsbeveiliging | √ | √ | √ | √ | √ | √ | |
Tab. 4.10 Overzicht van de functies * enkel voor de voorste kookzone
4.3.3 Opbouw
Kookveld CKFI
Afb. 4.7 Afmetingen kookzones
[1] Oppervlakte-inductiekookzone vooraan (zone 1) 2100 W (powerniveau 3680 W)
[2] Oppervlakte-inductiekookzone achteraan (zone 2) 2100 W (powerniveau 3680 W)
Kookveld CKI
Afb. 4.9 Afmetingen kookzones
[1] Inductiekookzone vooraan (zone 1) 2300 W (powerniveau 3680 W)
[2] Inductiekookzone achteraan (zone 2) 1400 W (powerniveau 2200 W)
Kookveld CKIW
Afb. 4.11 Afmetingen kookzone [1] Inductiewok 2400 W (powerniveau 3000 W)

Afb. 4.13 Afmetingen kookzones
[1] Hyperkookzone vooraan (zone 1) 2100 W (powerniveau 3000 W)
[2] Kookzone met 2 ringen achteraan (zone 2) 600 W (2 ringen bijschakeling 1600 W)
Kookveld CKCB
Afb. 4.15 Afmetingen kookzones
[1] Kookzone vooraan (zone 1) 1600 W [2] Braadslee 3680 W [3] Kookzone met 2 ringen achteraan (zone 2) 600 W (2 ringen bijschakeling 1600 W)

Afb. 4.17 Afmetingen kookzones
[1] Sterke brander vooraan 3000 W
[2] Normale brander achteraan 2000 W
[3] Pannendrager achteraan
[4] Pannendrager vooraan
Kookveld CKT
4.3.4 Werkingsprincipe inductiekookvelden (CKFI, CKI, CKIW)
Onder de inductiekookzone bevindt zich een inductiespoel. Wanneer de kookzone wordt ingeschakeld, wekt deze spoel een magnetisch veld op, dat rechtstreeks op de bodem van de kookpot inwerkt en deze verwarmt. De kookzone warmt slechts indirect op door de door de kookpot vrijgegeven warmte. Inductiekookzones werken alleen als er kookgerei met een magnetiseerbare bodem op wordt gezet. Inductie houdt automatisch rekening met de grootte van het kookgerei dat erop wordt geplaatst, m.a.w. in de kookzone wordt enkel het oppervlak verhit dat door de kookpotbodem is bedekt. ▶ Hou dus rekening met de minimale diameter van de kookpotbodem.
Vermogensniveaus
Het hoge vermogen van de inductiekookvelden zorgt ervoor dat kookgerei zeer snel warm wordt. Om te voorkomen dat gerechten aanbranden, moeten bij de keuze van het vermogensniveau enigszins andere gewoontes worden aangenomen dan bij een conventioneel kooksysteem.
Functie Vermogensniveau
| Smelten van boter en chocolade, oplossen van gelatine | 1 |
| Warm houden van sauzen en soepen, wellen van rijst | 1-3 |
| Koken van aardappelen, deegwaren, soepen, ragouts, stomen van fruit, groenten en vis, ontdooien van bereidingen | 2-6 |
| Braden in gecoate pannen, voorzichtig braden (zonder oververhitting van het vet) van schnitzels, vis | 5-7 |
| Verwarmen van vet, aanbraden van vlees, opwarmen van dikke sauzen en soepen, bakken van omeletten | 7-8 |
| Koken van grotere hoeveelheden vloeistof, aanbraden van steaks | 9 |
| Verwarmen van water | P |
Tab. 4.11 Aanbevelingen voor de vermogensniveaus
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. Het is raadzaam om het vermogensniveau te verlagen of te verhogen in functie van het kookgerei en de vulhoeveelheid.
Geschikt kookgerei
i Opwarm- en doorverhittingstijden van de bodem van het kookgerei, alsook kookresultaten, worden in doorslaggevende mate beïnvloed door de opbouw en toestand van het kookgerei.
Kookgerei met deze aanduiding is geschikt voor inductiekookvelden. Het kookgerei dat gebruikt wordt op het inductiekookoppervlak, moet van metaal zijn, magnetische eigenschappen hebben en een toereikend bodemoppervlak bezitten.
Geschikt kookgerei bestaat uit:
- roestvrij staal met een magnetiseerbare bodem
- geëmailleerd staal • gietijzer
Toestel Kookzone Minimale diameter
| CKFI Vooraan | 120 mm |
| Achteraan | 120 mm |
| CKI Vooraan | 120 mm |
| Achteraan | 90 mm |
| CKIW Wok 210 mm | |
Tab. 4.12 Minimale diameter van het kookgerei
De BORA inductiewokpan HIW1 is uitermate geschikt voor de inductiewok CKIW en verkrijgbaar als toebehoren.
▶ Voer eventueel een magneettest uit. Als de magneet aan de bodem van het kookgerei blijft hangen, is het kookgerei in de regel geschikt voor inductie. ▶ Besteed speciale aandacht aan de bodem van het kookgerei. De bodem van het kookgerei mag geen kromming vertonen (uitzondering: het wokkookveld CKIW). De kromming kan ervoor zorgen dat het kookgerei oververhit raakt, vanwege een verkeerde temperatuurbewaking van de kookplaat. De bodem van het kookgerei mag geen scherpe groeven en geen scherpe rand vertonen, anders bestaat het risico op krassen op het kookveldoppervlak. Plaats het kookgerei rechtstreeks (zonder onderzetter of dergelijke) op de glaskeramiek.
Geluiden
Bij gebruik van inductiekookzones kan het kookgerei, naargelang het materiaal en de verwerking van de bodem, de volgende geluiden laten horen:
- Bij een hoog vermogensniveau kan gebrom optreden. Dit wordt zwakker of verdwijnt naarmate het vermogensniveau wordt verlaagd.
- Knetteren en fluiten kan eveneens optreden wanneer de bodem van de kookpot uit verschillende materialen bestaat (bijv. sandwichbodems).
- Bij elektronische schakelprocessen kunt u geklik horen, in het bijzonder bij lage vermogensniveaus.
- U kunt een gezoem horen wanneer de koelventilator is ingeschakeld. Ter verlenging van de levensduur van de elektronica is het kookveld uitgerust met een koelventilator. Als het kookveld intensief wordt gebruikt, wordt de koelventilator automatisch ingeschakeld. U hoort dan een zoemend geluid. De koelventilator kan na het uitschakelen van het toestel verder draaien.
4.3.5 Werkingsprincipe Hyper- en HiLight-kookvelden (CKCH, CKCB)
Onder de kookzone bevindt zich een stralingsverwarmingselement met een verwarmingslint. Als de kookzone wordt ingeschakeld, produceert de verwarmingslint stralingswarmte die naar de kookzone en de bodem van de kookpot uitstraalt en deze verwarmt.
Vermogensniveaus
| Functie | Vermogensniveau |
| Smelten van boter en chocolade, oplossen van gelatine | 1 |
| Warm houden van sauzen en soepen, wellen van rijst | 1-3 |
| Koken van aardappelen, deegwaren, soepen, ragouts, stomen van fruit, groenten en vis, ontdooien van bereidingen | 2-6 |
| Braden in gecoate pannen, voorzichtig braden (zonder oververhitting van het vet) van schnitzels, vis | 6-7 |
| Verwarmen van vet, aanbraden van vlees, opwarmen van dikke sauzen en soepen, bakken van omeletten | 7-8 |
| Koken van grotere hoeveelheden vloeistof, aanbraden van steaks en verwarmen van water | 9 |
| Aanbraden van steaks en verwarmen van water | P |
Tab. 4.13 Aanbevelingen voor de vermogensniveaus
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden. Het is raadzaam om het vermogensniveau te verlagen of te verhogen in functie van het kookgerei en de vulhoeveelheid.
Powerniveau bij kookveld CKCH
De voorste kookzone van het Hyper-kookveld van glaskeramiek CKCH is voorzien van een tijdelijk powerniveau.
- Op het display van het bedieningspaneel verschijnt P. Met het powerniveau kunnen grote hoeveelheden water snel worden opgewarmd. Als het powerniveau actief is, werkt de kookzone met een extra hoog vermogen. Na 10 minuten wordt de kookzone automatisch naar vermogensniveau teruggeschakeld.
Geschikt kookgerei
i Opwarm- en doorverhittingstijden van de bodem van het kookgerei, alsook kookresultaten, worden in doorslaggevende mate beïnvloed door de opbouw en toestand van het kookgerei.
Kookgerei met deze aanduiding is geschikt voor stralingsverwarmingselementen. Kookgerei dat op stralingsverwarmingsoppervlakken wordt gebruikt, moet van metaal zijn en goede warmtegeleidende eigenschappen bezitten.
Geschikt kookgerei bestaat uit:
• roestvrij staal, koper of aluminium - geëmailleerd staal • gietijzer
▶ Besteed speciale aandacht aan de bodem van het kookgerei. De bodem van het kookgerei mag geen kromming vertonen. De kromming kan ervoor zorgen dat het kookgerei oververhit raakt, vanwege een verkeerde temperatuurbewaking van de kookplaat. De bodem van het kookgerei mag geen scherpe groeven en geen scherpe rand vertonen, anders bestaat het risico op krassen op het kookveldoppervlak.
▶ Plaats het kookgerei rechtstreeks (zonder onderzetter of dergelijke) op de glaskeramiek.
4.3.6 Werkingsprincipe gaskookveld van glaskeramiek CKG
i Het kookveld heeft een automatische ontsteking.
Wanneer een kookzone wordt ingeschakeld, wekt de gasvlam warmte op die direct de onderkant van het kookgerei verwarmt. De gasvlam wordt geregeld door een uiterst precies elektronisch gasregelsysteem (e-gas-systeem). Hierbij worden onder andere regelmotoren gebruikt voor een nauwkeurige regeling van elke gasbrander. Deze regelmotoren kalibreren zichzelf van tijd tot tijd en dan treden er typische zoemgeluiden op, die volstrekt normaal zijn en geen storing vormen. Het grote voordeel van het elektronische gasregelsysteem is dat het een optimale en reproduceerbare warmteregeling biedt, m.a.w. de gekozen vermogensniveaus zijn bij elk kookproces hetzelfde. Bovendien is er bij elk vermogensniveau sprake van een zuiver en constant oplopend vlampatroon. U kunt het systeem indien nodig ook automatisch opnieuw aansteken.
Vermogensniveaus
De vermogensregeling gebeurt via de vermogensniveaus 1 - 9 en P. Het vermogen van de gaskookvelden zorgt ervoor dat de voedingswaren snel warm worden. Om te voorkomen dat gerechten aanbranden, moeten bij de keuze van het vermogensniveau enigszins andere gewoontes worden aangenomen dan bij een conventioneel kooksysteem.
| Functie | Vermogensniveaus |
| Warm houden van bereidingen | 1-2 |
| Aanbraden van gesneden groenten, spiegeleieren, kalfsvlees, gevogelte | 3-5 |
| Aanbraden van garnalen, maïskolven en schnitzels, rundvlees, vis, gehaktballen | 5-7 |
| Koken van grotere hoeveelheden vloeistof, aanbraden van steaks | 8-9 |
| Verwarmen van water | 10 |
Tab. 4.14 Aanbevelingen voor de vermogensniveaus
De opgaven in de tabel zijn richtwaarden.
Elk gaskookveld is voorzien van een veiligheidsthermostaat. Deze thermostaat merkt wanneer de vlam is uitgegaan (bijv. doordat het voedsel overkookt of door een te sterke trek). Daarop wordt de gastoevoer uitgeschakeld en vindt er een nieuwe automatische ontsteking plaats. Indien de ontsteking niet lukt, wordt de gastoevoer stopgezet. Zo wordt voorkomen dat er gas ontsnapt.
Geschikt kookgerei

Kookgerei met deze aanduiding is geschikt voor gaskookvelden.
i Opwarm- en doorverhittingstijden van de bodem van het kookgerei, alsook kookresultaten, worden in doorslaggevende mate beïnvloed door de opbouw en toestand van het kookgerei. Bij kookgerei met een dikke bodem is er sprake van een betere, gelijkmatigere warmteverdeling. Bij dunne bodems bestaat het risico dat het voedsel op bepaalde punten oververhit raakt. Bovendien kan het kookveld beschadigd raken. Let er vooral op dat u het kookgerei niet oververhit. De bodem zou kunnen vervormd raken. Verwarm het kookgerei nooit terwijl het nog leeg is. Kookgerei met een oneffen bodem kan omkiepen. Een heel klein beetje wiebelen valt nooit uit te sluiten.
Geschikt kookgerei bestaat uit:
• Koper - Roestvrij staal - Aluminium • Gietijzer
Let op de afmetingen die in de tabel worden aangegeven:
| Brander Minimale | kookpotdiameter | Aanbevolen kookpotdiameter |
| Normale brander 120 mm 140–200 mm | ||
| Sterke brander 160 mm 180–240 mm |
Tab. 4.15 Diameter van de kookpot Gebruik alleen kookgerei waarvan de diameter de aanbevolen afmetingen niet onder- of overschrijdt. Als de diameter te groot is, kunnen de warme uitlaatgassen, die onder de bodem naar buiten stromen, het werkblad of niet-hittebestendige wanden van bijv. paneelwanden en delen van het kookveld en de kookveldafzuiging beschadigen. Bora is niet aansprakelijk voor dergelijke schade.
4.3.7 Werkingsprincipe Tepan kookveld CKT
Onder elke grillzone bevindt zich een verwarmingselement. Wanneer een grillzone wordt ingeschakeld, genereert het verwarmingselement warmte die het grilloppervlak meteen verwarmt.
Vermogensniveaus en temperatuurbereik
Het vermogen wordt geregeld via vermogensniveaus, die op het display van het bedieningspaneel ook in °C worden aangegeven (temperatuuraanduiding).
| Vermogensniveau Temperatuur in °C |
| 1 = 150 |
| 2 = 160 |
| 3 = 170 |
| 4 = 180 |
| 5 = 190 |
| 6 = 200 |
| 7 = 210 |
| 8 = 220 |
| 9 = 230 |
| P (Powerniveau) = 250 |
Tab. 4.16 Temperaturen van de vermogensniveaus
Het vermogen van het Tepan kookveld zorgt ervoor dat voedingswaren zeer snel warm worden. Om te voorkomen dat gerechten aanbranden, moeten bij de keuze van het temperatuur enigszins andere gewoontes worden aangenomen dan bij een conventioneel kooksysteem.
| Functie Temperatuur | |
| in °C | |
| Stomen van vruchten, bijvoorbeeld appelpartjes, perzikhelften, stukjes banaan | 160 - 170 |
| Aanbraden van gesneden groenten, spiegeleieren, kalfsvlees, gevogelte | 180 - 190 |
| Aanbraden van gepaneerde of met bakdeeg omhulde vis, pannenkoeken, braadworst, varkens- en lamsvlees | 190 - 200 |
| Aanbraden van aardappelpannenkoeken, garnalen, maïskolven en schnitzels | 200 - 210 |
| Snel aanbraden van rundvlees, vis en frikadellen | 220 - 230 |
| Aanbraden van steaks 250 | (powerniveau) |
Tab. 4.17 Aanbevolen temperaturen (de opgaven in de tabel zijn richtwaarden)
4.3.8 Kookveldfuncties
Vermogensregeling
De vermogensniveaus worden geregeld via het bedieningspaneel, door de touchslider aan te raken of te bewegen. De vermogensniveaus kunnen ook worden ingesteld via de aanraakvlakken + en -, die zich boven en onder de touchslider bevinden.
Powerniveau kookzones
Wanneer het powerniveau wordt ingeschakeld, zal het maximale vermogen van de kookzone gedurende een vooraf gedefinieerde tijd beschikbaar zijn. Het beschikbare vermogen wordt samengebundeld in de kookzone, m.a.w. het maximale vermogen van de andere kookzones wordt tijdelijk automatisch gereduceerd.
Na 10 minuten wordt de kookzone automatisch naar vermogensniveau 9 teruggeschakeld.

Verhit nooit olie, vet en dergelijke wanneer het powerniveau is geactiveerd. Door het hoge vermogen kan de bodem van de kookpot oververhit raken.
2 ringen bijschakeling
Er kan makkelijk en flexibel een tweede, grotere verwarmingsring worden bijgeschakeld. Dit maakt een eenvoudige en snelle aanpassing aan het gebruikte kookgerei mogelijk.
Automatische aankookfunctie
Wordt de automatische aankookfunctie ingeschakeld, dan zal de kookzone gedurende een bepaalde periode op volle kracht werken en daarna automatisch naar het ingestelde kookniveau worden teruggezet.
| Vermogensniveau(kookniveau) | Opwarmduur in min.:sec. | |
| Kookvelden CKFI, CKI, CKIW, Kookvelden CKG | CKCH, CHCB | |
| 1 | 0:40 01:00 | |
| 2 | 01:00 03:00 | |
| 3 | 02:00 04:48 | |
| 4 | 03:00 06:30 | |
| 5 | 04:20 08:30 | |
| 6 | 07:00 02:30 | |
| 7 | 02:00 03:30 | |
| 8 | 03:00 04:30 | |
Tab. 4.18 Overzicht opwarmduur
Variabele warmhoudfunctie
Met de 3 warmhoudstanden kunt u bereide spijzen aan een constante temperatuur en zonder gevaar voor aanbranden warm houden. - De warmhoudfunctie kan maximaal 8 uur geactiveerd blijven. Er zijn drie verschillende warmhoudstanden:
| Warmhoudstand Symbol Temperature | ||
| 1 | - | ≈ 42 °C (90 °C bij CKT) |
| 2 | - | ≈ 74 °C (110 °C bij CKT) |
| 3 | - | ≈ 94 °C (130°C bij CKT) |
Tab. 4.19 Warmhoudstanden
In de praktijk kunnen de temperaturen van de warmhoudstanden lichtjes afwijken, omdat deze worden beïnvloed door het kookgerei, de vulhoeveelheid en de verschillende verwarmingstechnologieën. De temperatuur kan ook variëren onder invloed van de kookveldafzuiging.
Brugfunctie
Met de brugfunctie kunt u twee kookzones combineren tot één groot kookvlak. De vermogensregeling voor de gecombineerde zone gebeurt dan via één bedieningselement. De vermogensregeling gebeurt synchroon (beide kookzones worden op hetzelfde vermogensniveau gebruikt).
De brugfunctie is bedoeld om eten in bijv. een braadslee op te warmen.
Panherkenning bij inductiekookvelden
De kookzone herkent automatisch de grootte van het kookgerei en energie wordt gericht naar het kookoppervlak gestuurd. Ook ontbrekend, ongeschikt of te klein kookgerei wordt automatisch herkend.
Een kookzone werkt niet als op het display een knipperende wordt aangegeven. Dit gebeurt wanneer ...
- ... de kookzone zonder of met ongeschikt kookgerei wordt ingeschakeld.
- ... de diameter van de bodem van het kookgerei te klein is.
- ... het kookgerei van de ingeschakelde kookzone wordt gehaald.
Als er 9 minuten na het instellen van een vermogensniveau nog steeds geen kookpot is gedetecteerd, wordt de kookzone automatisch uitgeschakeld.
Timer kookzones (automatische uitschakeling)
Bij actieve kookzones schakelt de automatische uitschakeling de geselecteerde kookzone na het verstrijken van een vooraf ingestelde tijd automatisch uit.
Als de geselecteerde kookzone niet actief is wanneer de timer wordt geactiveerd, zal er na het verstrijken van de tijd enkel een signaaltoon weerklinken.
De timerfunctie kan worden gebruikt op maximaal 4 kookzones (multitimer).
Pauzefunctie
Met de pauzefunctie kunt u makkelijk en snel alle kookzones tijdelijk deactiveren. Wanneer de functie wordt geannuleerd, wordt er verdergegaan met de oorspronkelijke instellingen. Het kookproces kan max. 10 minuten worden onderbroken. Alle kookprocessen worden na 10 minuten automatisch beëindigd.
Reinigingsfunctie bij Tepan kookveld
Met de reinigingsfunctie houdt u het Tepan kookveld constant op een temperatuur van 70 °C, een temperatuur die ideaal is voor de reiniging. Deze temperatuur wordt vervolgens gedurende 10 minuten gehandhaafd.
4.4 Veiligheidsvoorzieningen
4.4.1 Bedieningsvergrendeling

De bedieningsvergrendeling zorgt ervoor dat u de kookveldafzuiging en kookvelden niet kunt bedienen terwijl deze in werking zijn.
- Als de bedieningsvergrendeling geactiveerd is, licht het symbool 📄.
- De functies zijn geblokkeerd en de indicatoren op het display worden gedimd weergegeven (uitgezonderd: Power-toets).
4.4.2 Reinigingsvergrendeling (schoonmaakfunctie)
De reinigingsvergrendeling voorkomt een ongewilde invoer door de operator bij het schoonmaken van het bedieningspaneel tijdens het kookproces. Wanneer deze functie is geactiveerd, wordt het bedieningspaneel gedurende een bepaalde tijd geblokkeerd (fabrieksmatig ingesteld op 15 seconden). De resterende tijd wordt weergegeven. Alle apparaatinstellingen blijven intussen ongewijzigd.
De duur van de schoonmaaktijd kan worden ingesteld in het menu (5 - 30 seconden).
Als het bedieningspaneel nat wordt gereinigd, kan het gebeuren dat er zich een waterfilm vormt en dat de Power-toets, ondanks de reinigingsvergrendeling, onbedoeld wordt geactiveerd. Dit kunt u verhelpen door bij een natte reiniging onmiddellijk na te drogen.
4.4.3 Veiligheidsuitschakeling
Als het apparaat wordt ingeschakeld maar gedurende 2 minuten niet wordt bediend, schakelt het systeem automatisch uit (standbymodus).
Kookveldafzuiging
30 minuten nadat alle kookzones inactief geworden zijn (= vermogensniveau 0), wordt de kookveldafzuiging automatisch uitgeschakeld of wordt de naloop gestart.
Kookvelden
Elke kookzone wordt na een vooraf gedefinieerde bedrijfstijd en zonder wijziging van vermogensniveau automatisch uitgeschakeld.
| Vermogens-niveaus | Veiligheidsuitschakeling na uren:minutes | ||
| Kookvelden CKFI, CKI, CKIW, CKT | Kookvelden CKCH, CKCB | Kookveld CKG | |
| 1 | 08:24 06:00 08:24 | ||
| 2 | 06:24 06:00 06:24 | ||
| 3 | 05:12 05:00 05:12 | ||
| 4 | 04:12 05:00 04:12 | ||
| 5 | 03:18 04:00 03:18 | ||
| 6 | 02:12 01:30 02:12 | ||
| 7 | 02:12 01:30 02:12 | ||
| 8 | 01:48 01:30 01:48 | ||
| 9 | 01:18 01:30 01:18 | ||
| 10 | 00:10 0:10 (alleen bij CKCH) | 00:20 | |
Tab. 4.20 Veiligheidsuitschakeling bij vermogensniveaus
| Warmhoudstand Veiligheidsuitschakeling na uren:minuten | |
| 1 (–) | 08:00 |
| 2 (–) | 08:00 |
| 3 (–) | 08:00 |
Tab. 4.21 Veiligheidsuitschakeling bij warmhoudstanden
Schakel de kookzone weer in wanneer u de kookzone opnieuw wilt gebruiken (zie hoofdstuk Bediening).
4.4.4 Restwarmte-indicator H
Als een kook- of grillzone na het uitschakelen nog steeds heet is, bestaat er een risico op brandwonden of brand. Zolang het Hot-symbool H wordt weergegeven (restwarmte-indicator), mag u deze kook- of grillzone niet aanraken en mag u er geen hittegevoelige voorwerpen op leggen. Na voldoende afkoelen (< 50 °C) gaat het display uit.
Tijdens of na een stroompanne kunnen de kookvelden nog warm zijn. Bij de kookvelden CKCH, CKCB en CKG wordt er na een stroompanne geen restwarmte aangegeven, ook als ze daarvoor in gebruik waren en de kookvelden nog warm zijn.
4.4.5 Oververhittingsbeveiliging
Bij oververhitting van een kookveld wordt het vermogen ervan gereduceerd of wordt het kookveld volledig uitgeschakeld. Bij oververhitting van het bedieningspaneel kunnen de kookvelden of het volledige systeem worden uitgeschakeld.
De apparaten zijn uitgerust met een oververhittingsbeveiliging. De oververhittingsbeveiliging treedt in werking wanneer ...
- ... kookgerei zonder inhoud wordt verwarmd;
- ... olie of vet op een hoog vermogensniveau wordt verwarmd;
- ... een hete kookzone na een stroomstoring opnieuw wordt ingeschakeld.
- ... heet kookgerei voor oververhitting van het bedieningpaneel zorgt.
De oververhittingsbeveiliging zet één van de volgende maatregelen in werking:
- Het geactiveerde powerniveau wordt teruggeschakeld.
- Het ingeschakelde vermogensniveau wordt gereduceerd.
- De kookzone wordt volledig uitgeschakeld.
- Het kookveld wordt volledig uitgeschakeld.
- Het systeem wordt volledig uitgeschakeld.
Na voldoende afkoelen kan het toestel weer ten volle worden gebruikt.
4.4.6 Kinderbeveiliging
De kinderbeveiliging zorgt ervoor dat apparaten niet onbedoeld of ongeoorloofd kunnen worden ingeschakeld.
5 Bediening
Leef bij elk gebruik alle veiligheidsbepalingen en waarschuwingen na (zie hoofdstuk Veiligheid).
De kookvelden van het BORA Classic 2.0 systeem kunnen enkel in combinatie met de kookveldafzuiging CKA2/CKA2AB worden gebruikt. De kookveldafzuiging mag alleen worden gebruikt als de onderdelen van het vetfilter zijn gemonteerd.
5.1 Algemene en specifieke gebruiksvoorschriften
De kookveldafzuiging en kookvelden worden geregeld via een centraal bedieningspaneel. Het bedieningspaneel is uitgerust met elektronische sensortoetsen en displayvelden.
De sensortoetsen reageren op vingercontact (zie hoofdstuk Beschrijving van het apparaat).
U bedient het toestel door met uw vinger de overeenkomstige sensortoets aan te raken (touchbediening) of met de vinger een veegbeweging te maken (sliderbediening).
Niet alle symbolen worden op elk toestel weergegeven. In functie van de gemonteerde apparaten worden functies en displays automatisch geactiveerd.
5.1.1 Speciale bedieningsinstructies voor het Tepan kookveld CKT
Eerste gebruik:
Verwarm vóór de eerste ingebruikneming de grillplaat gedurende ca. 25 minuten op 220 °C (= vermogensniveau 8 voor beide grillzones).
Tijdens dit proces kunnen er storende geurtjes ontstaan.
Bedieningsinstructies:
Reinig het grilloppervlak voordat u het toestel voor het eerst gebruikt (zie hoofdstuk Reiniging). i Verwarm de grillzone vóór elk gebruik 5 minuten voor. Tijdens het opwarmen of afkoelen van de grillplaat kunnen er geluiden te horen zijn. Dat is een normaal bijverschijnsel. Bij het Tepan kookveld zit een motor gemonteerd voor koeling. Deze garandeert een lange levensduur van de elektrische componenten en zorgt ervoor dat het grilloppervlak snel kan afkoelen. Geluiden worden hierbij via verschillende maatregelen zo beperkt mogelijk gehouden, maar kunnen niet volledig worden vermeden. Bij gebruik kan een kromming van de grillplaat ontstaan.
Bij het grillen of opwarmen van de grillplaat op een hoger vermogensniveau kan de grillplaat lichtjes bruin kleuren.
5.1.2 Speciale bedieningsinstructies voor het gaskookveld van glaskeramiek CKG
Minimumvereiste voor gebruik van het gaskookveld CKG: systeemsoftware 03.00 (of hoger). Voordat u het kookveld voor het eerst gebruikt, moet de kookzone worden gereinigd (zie hoofdstuk Reiniging). Bij de eerste ingebruikneming, na een langere periode van niet-gebruik of na het vervangen van de flessen vloeibaar gas is het mogelijk dat de brander niet ontsteekt. Er bevindt zich mogelijk lucht in de gasleiding of de elektronische gasregeling moet opnieuw worden gekalibreerd. Volg de instructies voor de eerste ingebruikneming (zie hoofdstuk Eerste gebruik). Bij gebruik van geëmailleerde gietstukken is het niet ongebruikelijk om kleine kleurafwijkingen en onregelmatigheden te zien. Bovendien kan er bij de steunpunten roestvorming optreden, die eenvoudig met een vochtige doek kan worden verwijderd. Deze gebeurtenissen zijn normaal en hebben geen invloed op de werking. Door gebruik kunnen bepaalde componenten van het gaskookveld verkleuren. Deze verkleuring is normaal en heeft geen nadelige invloed op de gasvlam of de werking van het kookveld. Bij gebruik van de gasbrander hoort men mogelijk gas ontsnappen ter hoogte van de gasbrander. De gasvlam kan een oranje kleur hebben. Dit ontstaat door langdurig gebruik en/of door verontreinigingen bij de brander en in de omgevingslucht (stof). Deze gebeurtenissen zijn normaal en kunnen los van elkaar optreden. Sluit de gastoevoer af en schakel de zekering van de huisinstallatie uit wanneer er rook of brand ontstaat tijdens het gebruik van het gaskookveld. Sluit de gastoevoer af wanneer u een gasgeur waarneemt of wanneer er storingen optreden aan de gasinstallatie. Open de ramen en zorg voor een goede ventilatie.
Bedieningsinstructies:
Bij gebruik van een gaskookveld kan er warmte en condens ontstaan in de ruimte waar het toestel is opgesteld. Bij intensief en langdurig gebruik van het toestel kan het nodig zijn om voor extra ventilatie te zorgen, bijv. door een raam open te zetten of een werkzame ventilatie-eenheid (bijv. een mechanisch ventilatiesysteem) op een hoger vermogensniveau te schakelen.
Zorg voor voldoende ventilatie. Houd de natuurlijke verluchtingsopeningen open. Gebruik indien mogelijk een mechanisch ventilatiesysteem.
Gebruik alleen kookgerei waarvan de diameter de aanbevolen afmetingen (zie hoofdstuk Beschrijving van het apparaat, „Geschikt kookgerei“) niet onder- of overschrijdt. Als de diameter te groot is, kunnen warme uitlaatgassen en vlammen, die onder de bodem naar buiten stromen, het werkblad of een niet-hittebestendige wand, bijv. een paneelwand, en delen van het kookveld en de kookveldafzuiging beschadigen. BORA is niet aansprakelijk voor dergelijke schade. Gebruik het gaskookveld nooit gedurende een langere periode (> 5 min) zonder kookgerei en in combinatie met de kookveldafzuiging. Hierdoor ontstaan er immers zeer hoge temperaturen en kunnen het gaskookveld en de luchtgeleidende componenten van de kookveldafzuiging beschadigd raken. De vlamtoppen moeten onder de bodem van de kookpot blijven. Uitslaande vlamtoppen geven onnodige warmte af aan de lucht, kunnen kookpothandgrepen en luchtgeleidende componenten (kookveldafzuiging) beschadigen en vergroten het risico op brandwonden. Bovendien is het buitenste deel van de gasvlam veel heter dan de kern van de vlam. Bescherm uw handen met ovenwanten of pannenlappen tijdens alle werkzaamheden aan het hete apparaat. Gebruik alleen droge wanten of pannenlappen. Nat of vochtig textiel geleidt de warmte beter en kan verbranding door damp veroorzaken. Zorg ervoor dat het textiel niet in de buurt van de vlammen komt. Gebruik geen te grote lappen, vaatdoeken enz. Vetspatten en andere brandbare (voedsel)resten op het kookveld kunnen ontbranden. Verwijder deze zo snel mogelijk.
Plaats geen kookgerei met een oneffen bodem op de pannendrager. Verhit nooit kookgerei zonder inhoud. Zet het kookgerei altijd op de meegeleverde pannendrager. Het kookgerei mag niet rechtstreeks op de brander worden gezet. Gebruik geen braadsleden, pannen of grillstenen die zo groot zijn dat ze meerdere branders bedekken. De hitte die hierdoor ontstaat, kan schade toebrengen aan het kookveld. Zorg ervoor dat de branderonderdelen en pannendrager correct zijn geplaatst. Steek het gaskookveld enkel aan als alle branderonderdelen correct zijn gemonteerd. Zorg ervoor dat de brandervlam niet van onder de bodem van het kookgerei uit komt en niet langs de buitenkant van het kookgerei omhoogslaat. Bewaar geen licht ontvlambare voorwerpen in de buurt van het kookveld.
Voor een maximaal vermogen bij een minimaal gasverbruik raden wij het volgende aan:
Debruik kookgerei waarvan de bodem de vlam volledig afdekt en waar de vlam niet onderuit komt. Gebruik voor elke gasbrander geschikte kookpotten. Plaats het kookgerei in het midden van het gaskookveld. Zodra de inhoud van de kookpot kookt, zet u de gasbrander op een lager vermogensniveau (kleine vlam). Pas het afzuigvermogen van de kookveldafzuiging aan het vermogensniveau van het gaskookveld aan.
Gebruik van het gaskookveld met kookveldafzuiging
Als het gaskookveld in combinatie met een kookveldafzuiging wordt gebruikt, kan de trek de gasvlam beïnvloeden.
Tel het vermogensniveau van de kookveldafzuiging niet te hoog in wanneer u voor het gaskookveld een laag vermogensniveau hebt ingesteld. Verminder zo nodig het vermogensniveau van de kookveldafzuiging bij het ontsteken van het gaskookveld. Gebruik alleen kookgerei op het gaskookveld. De gasvlam wordt afgeschermd tegen de trek van de kookveldafzuiging door de geometrie van de pannendrager en het kookgerei. Verminder zo nodig het vermogensniveau van de kookveldafzuiging voor een betere warmtetoevoer en -verdeling.
Vlammen kunnen het vetfilter van de kookveldafzuiging en de luchtgeleidende componenten in brand steken of beschadigen. Flambeer nooit wanneer de kookveldafzuiging in werking is. De prestaties van het gaskookveld (bijv. opwarmtijden, rendement enz.) worden beïnvloed door de kookveldafzuiging.
De kookveldafzuiging beïnvloedt ook de warmtetoevoer en -verdeling.
Bij gebruik met recirculatie beïnvloedt de teruggevoerde recirculatielucht het gaskookveld.
Dooft de gasvlam, treedt er een grotere verschuiving van de vlammen op en/of is het vlambeeld niet correct (bijv. roetvorming, vlamterugslag enz.), dan moet de terugstroomopening worden vergroot.
5.2 Touchbediening
Het systeem herkent 3 verschillende aanraakopdrachten. Het maakt een onderscheid tussen korte aanrakingen (Touch), langere aanrakingen (Long-Press) en verticale schuifbewegingen met de vinger (Slide).
| Aanraakopdracht Van toepassing op Tijdsduur(contact) |
| Touch (korte aanraking) Toetsen + slider 0,065 - 0,95 s |
| Long-Press (lange aanraking) Toetsen + slider 1 - 8 s |
| Slide (verticale beweging) Slider 0,15 - 8 s |
Tab. 5.1 Touchbediening
Als de aanraakopdrachten niet of niet betrouwbaar werken, moet het volgende in acht worden genomen:
Raak de aanraakvlakken met slechts één vinger aan.
Zorg ervoor dat u de bal van uw hand niet op het bedieningspaneel legt terwijl u het bedient.
Houd het contactoppervlak zo klein mogelijk wanneer u de aanraakvlakken aanraakt.
Zorg dat u propere en droge vingers heeft.
5.3 Systeem bedienen
5.3.1 Bedieningsprincipe
Bediening Opdracht
| Druk op een functie Functie activeren |
| Houd een functie ingedrukt Functie deactiveren |
| Slide (Slider) Waarde instellen (bijv.vermogensnivea |
Tab. 5.2 Bedieningsprincipe
5.3.2 Inschakelen
Houd de Power-toets ingedrukt totdat u een signaaltoon hoort.
- Het icoontje licht op en de slider geeft de opstartanimatie weer.
- Nadat het systeem succesvol is gestart, verschijnt het standaarddisplay op het bedieningspaneel.

Afb. 5.1 Standaarddisplay na inschakeling
De menutoets zal na het inschakelen niet verschijnen als een kookzone nog steeds restwarmte heeft. Als de kinderbeveiliging is geactiveerd, licht de vergrendeltoets op nadat het systeem is gestart. Het standaarddisplay wordt alleen weergegeven na ontgrendeling (zie ook hoofdstuk Kinderbeveiliging). Als na het inschakelen op het display 'ConF' verschijnt, is de basisconfiguratie nog niet voltooid en moet deze nog worden uitgevoerd (zie hoofdstuk Eerste gebruik).
5.3.3 Uitschakelen
Houd de Power-toets ingedrukt totdat u een signaaltoon hoort.
- De uitschakelanimatie wordt weergegeven en het display gaat uit.
- Het motorsymbool knippert en de automatische naloop wordt gestart.
- Zodra de automatische naloop is verstreken, wordt de uitschakelanimatie weergegeven en gaat het display uit.
Het kookveld was ingeschakeld:
- Als de kookzone nog actief en nog warm is, licht het restwarmtesymbool op en wordt 'H' weergegeven.
- Het display gaat uit wanneer er geen restwarmte meer is.
Het systeem kan op elk moment worden uitgeschakeld: houd de power-toets ingedrukt.
5.3.4 Bedieningsvergrendeling
Bedieningsvergrendeling activeren
Houd de vergrendeltoets ingedrukt.
- Het display van het bedieningspaneel wordt gedimd.
- De vergrendeltoets licht op.
- Alle functies zijn vergrendeld, behalve de power-toets en de vergrendeltoets.
Als u het systeem uitschakelt terwijl de bedieningsvergrendeling actief is, zal de bedieningsvergrendeling niet meer actief zijn wanneer u het systeem de volgende keer inschakelt.
Bedieningsvergrendeling deactiveren
Houd de vergrendeltoets ingedrukt (3 sec).
- Het display van het bedieningspaneel licht op en het bedieningspaneel is opnieuw actief.
- De vergrendeltoets wordt gedimd.
5.3.5 Reinigingsvergrendeling (schoonmaakfunctie)
Reinigingsvergrendeling activeren
Druk op de reinigingstoets
- Het display van het bedieningspaneel wordt gedimd.
- De reinigingstoets licht op.
- Het bedieningspaneel is vergrendeld.
- Alle instellingen blijven behouden.
- Op het multifunctionele display begint de tijd te lopen.
De tijd is verstreken
- Na het verstrijken van de ingestelde tijd wordt het bedieningspaneel automatisch ontgrendeld.
Als de reinigingsvergrendeling is geactiveerd en er een langdurige bedekking van het bedieningspaneel wordt gedetecteerd (> 8 sec), zullen na het deactiveren van de reinigingsvergrendeling alle actieve kookzones automatisch worden gepauzeerd.
5.3.6 Kinderbeveiliging
Op het display van het bedieningspaneel licht het vergrendelsymbool op.
Kinderbeveiliging permanent activeren
Zie hoofdstuk Menu, menu-item 2: kinderbeveiliging
Kinderbeveiliging voor een kookproces deactiveren Houd de vergrendeltoets gedrukt (3 sec).
- Het display van het bedieningspaneel licht op en het bedieningspaneel is opnieuw actief.
- De vergrendeltoets wordt gedimd.
5.3.7 Korte tijdsspanne (eierwekker)
Eierwekker activeren
Druk op de toets voor de eierwekker
- Op het zevensegmentendisplay boven de slider wordt de tijd aangegeven in uren, minuten en seconden (☐:☐☐:☐☐).
- Het systeem verandert naar de „beige“ kleurmodus.
- De kookzones worden gedimd weergegeven op het display.
Tijd instellen
Zie 6.5.9 Kookzonetimer.
Eierwekker starten
Druk op de start-toets
- Er klinkt een geluidssignaal en de ingestelde waarde wordt bevestigd.
- De ingestelde tijd begint te lopen.
- Het display van het bedieningspaneel verandert naar het standaarddisplay.
- Het systeem geeft de resterende tijd per seconde weer.
- 10 seconden voordat de tijd is verstreken, beginnen de resterende tijd en de eierwekkertoets te knipperen.
De tijd is verstreken
- Na het verstrijken van de ingestelde tijd klinkt er een geluidssignaal (max. 60 seconden).
- De tijdweergave en de eierwekkertoets knipperen (max. 60 seconden).
- De resterende tijd loopt nog maximaal 60 seconden negatief door (-☐:☐☐:☐ I...)
U kunt de signaaltoon en het knipperende display annuleren door de eierwekkertoets aan te raken.
Eierwekker vroegtijdig deactiveren
Houd de eierwekkertoets ingedrukt
- De eierwekker wordt beëindigd.
- Het display van het bedieningspaneel verandert naar het standaarddisplay.
5.4 Kookveldafzuiging bedienen
Om de kookveldafzuiging te kunnen bedienen, moet de motorbediening geactiveerd zijn op het bedieningspaneel („blauwe“ kleurmodus).
Op het standaarddisplay lichten de slider en het motorsymbool blauw op.
5.4.1 Vermogensniveau motor instellen
De vermogensniveaus van de motor kunnen op verschillende manieren worden geregeld:
Druk op

Via de slider

Door op een bepaalde sliderpositie te drukken
Houd of

Vermogensniveau verhogen
Beweeg de slider naar boven tot u het gewenste vermogensniveau bereikt
of
Druk op + tot u het gewenste vermogensniveau bereikt
of
Druk op een hogere positie op de slider
of
Houd -1- gedrukt (het vermogensniveau wordt in twee stappen verhoogd: 0, 2, 4...)
Beweeg de slider naar beneden tot u het gewenste vermogensniveau bereikt
of
Druk op tot u het gewenste vermogensniveau bereikt
Druk op een lagere positie op de slider
Houd 1-2 gedrukt (het vermogensniveau wordt in twee stappen verlaagd: ... 4, 2, 0)
5.4.2 Powerniveau motor
Powerniveau activeren
Houd de slider ingedrukt op positie 5
Druk op - wanneer vermogensniveau 5 geactiveerd is
- Op de slider wordt een animatie weergegeven.
- Op het display verschijnt (eerst 3x knipperend, vervolgens permanent).

Na 10 minuten wordt het powerniveau automatisch naar vermogensniveau 5 teruggeschakeld.
Powerniveau deactiveren
Het powerniveau van de motor wordt vroegtijdig gedeactiveerd wanneer er een ander vermogensniveau wordt ingesteld (zie Vermogensniveau motor instellen).
5.4.3 Automatisch afzuigsysteem
Het automatische afzuigsysteem past het afzuigvermogen automatisch aan het hoogste vermogensniveau van alle werkende kookzones aan. Als het vermogensniveau van een kookzone wordt gewijzigd, wordt het afzuigvermogen automatisch aangepast. Bij inductiekookvelden wordt het afzuigvermogen na 20 seconden aangepast, bij alle andere kookvelden na 30 seconden. De automatische afzuiging kan op elk moment handmatig worden stopgezet.
Automatische afzuiging permanent activeren
Zie hoofdstuk Menu, menu-item 3: automatische regeling van de afzuiging
Automatische afzuiging voor een kookproces activeren
Druk op de motortoets
- Het motorsymbool licht blauw op.
- Op de slider wordt een animatie weergegeven.
- Op het zevensegmentendisplay verschijnt R.
5.4.4 Motor uitschakelen
Beweeg de slider naar beneden tot u vermogensniveau 0 bereikt.
of
Druk op tot u vermogensniveau 0 bereikt.
of
Houd de motortoets gedrukt.
- De automatische naloop wordt gestart.
- Zodra de naloop is beëindigd, wordt de motor van de kookveldafzuiging uitgeschakeld.
5.4.5 Automatische naloop vroegtijdig beëindigen
Druk op de motortoets
of
Druk op de min-toets
- De naloop van de kookveldafzuiging wordt uitgeschakeld.
BORA raadt een naloop van de kookveldafzuiging sterk aan.
5.5 Kookvelden bedienen
Om de kookvelden te kunnen bedienen, moet de kookzonebediening geactiveerd zijn op het bedieningspaneel ("rode" kleurmodus). Als er bij een actieve kookveldbediening gedurende 3,5 seconden geen opdracht wordt gegeven, zal het systeem automatisch naar de motorbediening teruggaan (standaarddisplay).
5.5.1 Kookzoneselectie
U kunt tot 4 kookzones tegelijkertijd bedienen en besturen met het systeem.
Raak een kookzone aan.
- Het systeem verandert naar de "rode" kleurmodus.
- Het systeem verandert naar de vermogensindicator.
- De extra functies voor de kookzones worden weergegeven.
- De kookzonebediening wordt geactiveerd en u kunt instellingen bepalen voor de geselecteerde kookzone.
Herhaal dit proces indien u nog andere kookzones wilt inschakelen.
Met een extra aanraakopdracht op het kookzonedisplay beëindigt u vroegtijdig de bediening van een kookzone. Er wordt dan onmiddellijk overgeschakeld op de motorbediening.
Direct overschakelen naar een andere kookzone
Wanneer u in de kookveldbediening bent ("rode" kleurmodus) en instellingen voor een bepaalde kookzone aanbrengt, kunt u ook direct overschakelen naar een andere kookzone en deze bedienen.
Raak binnen 3,5 seconden een andere kookzone aan.
- De kookzone licht op op het display van het bedieningspaneel.
- De bediening voor de tweede kookzone wordt geactiveerd.
- De eerste kookzone wordt gedimd weergegeven op het display van het bedieningspaneel, de eerdere instellingen worden geaccepteerd.
5.5.2 Vermogensniveau voor een kookzone instellen
De vermogensniveaus worden als zevensegmentendisplay weergegeven op het respectieve kookzonedisplay van de kookvelden.
De vermogensniveaus van de kookzones kunnen op verschillende manieren worden geregeld:
Druk op of Via de slider Door op een bepaalde sliderpositie te drukken Houd of ingedrukt (regeling in drie stappen)
Bijkomende informatie voor gaskookveld CKG:
Na het instellen van het vermogensniveau treedt er bij gaskookveld CKG een automatische ontsteking op en de kookzone begint op het ingestelde vermogensniveau te werken. Het ontstekingproces wordt verschillende keren na elkaar geprobeerd en veroorzaakt typische klikgeluiden. Als er geen ontsteking plaatsvindt, kan het proces worden herhaald. Door de gewenste kookzone te selecteren en een vermogensniveau in te stellen, treedt er opnieuw een automatische ontsteking op.
Regeling van de vermogensniveaus bij de kookvelden CKFI, CKI, CKIW, CKCH, CKCB en CKG
Vermogensniveau verhogen
Raak de gewenste kookzone aan.
Beweeg de slider naar boven tot u het gewenste vermogensniveau bereikt
of
Druk op tot u het gewenste vermogensniveau bereikt
of
Druk op een hogere positie op de slider
of
Houd + gedrukt (het vermogensniveau wordt in drie stappen verhoogd: 0, 3, 6...)
Raak de gewenste kookzone aan.
Beweeg de slider naar beneden tot u het gewenste vermogensniveau bereikt
of
Druk op - tot u het gewenste vermogensniveau bereikt
of
Druk op een lagere positie op de slider
of
Houd ingedrukt (het vermogensniveau wordt in drie stappen verlaagd: ... 6, 3, 0)
i
Als er na het instellen van een vermogensniveau bij de inductiekookvelden CKFI, CKI en CKIW gedurende 9 minuten geen geschikt kookgerei wordt gedetecteerd (panherkenning), wordt de overeenkomstige kookzone automatisch uitgeschakeld.
Regeling van de vermogensniveaus bij Tepan kookveld CKT
i
De vermogensniveaus worden als zevensegmentendisplay weergegeven op het respectieve kookzonedisplay van het Tepan kookveld (1 - 3, P). De temperatuur voor een geselecteerde kookzone wordt aangegeven in °C op het multifunctionele display boven de slider (temperatuuraanduiding).
i
Tijdens de eerste opwarmfase wordt de werkelijke temperatuur weergegeven op het multifunctionele display, en dat totdat de ingestelde gewenste temperatuur voor de geselecteerde kookzone is bereikt.
Temperatuur verhogen
Raak de gewenste kookzone aan.
Beweeg de slider naar boven tot u de gewenste insteltemperatuur heeft bereikt
of
Druk op + tot u de gewenste insteltemperatuur heeft bereikt
Druk op een hogere positie op de slider
Houd + gedrukt (het vermogensniveau wordt in drie stappen verhoogd: 0, 3, 6...)
Tijdens de opwarmfase zal de rode Hot-toets knipperen ook als het display van het bedieningspaneel na 3,5 seconden terugkeert naar de standaardweergave. Het knipperen stopt wanneer de gewenste temperatuur is bereikt.
Temperatuur verlagen
Raak de gewenste kookzone aan.
Beweeg de slider naar beneden tot u het gewenste temperatuur heeft bereikt
Druk op tot u de gewenste temperatuur heeft bereikt
Druk op een lagere positie op de slider
Houd gedrukt (het vermogensniveau wordt in drie stappen verlaagd: ... 6, 3, 0)
5.5.3 Kookzone uitschakelen
Raak de gewenste kookzone aan.
Beweeg de slider helemaal naar beneden totdat op het kookzonedisplay □ verschijnt.
of
Druk op - totdat op het kookzonedisplay □ verschijnt.
- Vervolgens verschijnt de restwarmte-indicator H.
Snel uitschakelen van een kookzone (Quick Off)
Houd de kookzone ingedrukt.
- Er klinkt een langere signaaltoon ter bevestiging.
- Op het kookzonedisplay verschijnt evt. de restwarmte-indicator H. Als er geen restwarmte is, wordt onmiddellijk □ weergegeven.
5.5.4 Automatische aankookfunctie
i
De kooktijd wordt automatisch bepaald door het systeem op basis van het ingestelde vermogensniveau.
Automatische aankookfunctie activeren
Raak de gewenste kookzone aan. Vermogensniveau instellen (= kookniveau). Druk op de aankooktoets.
- De automatische aankookfunctie wordt geactiveerd.
- Het symbool voor de automatische aankookfunctie wordt naast de kookzone weergegeven.
Als u het vermogensniveau van de kookzone verhoogt terwijl de automatische aankookfunctie actief is, blijft de automatische aankookfunctie actief. De kooktijd wordt aangepast.
Als u het vermogensniveau van de kookzone verlaagt terwijl de automatische aankookfunctie actief is, wordt de automatische aankookfunctie gedeactiveerd.
Automatische aankookfunctie vroegtijdig deactiveren
Raak de gewenste kookzone aan. Houd de aankooktoets ingedrukt.
- De automatische aankookfunctie wordt gedeactiveerd.
- De kookzone gaat terug naar het eerder ingestelde vermogensniveau.
De tijd is verstreken.
- Als de aankooktijd is verstreken, wordt het eerder ingestelde kookniveau geactiveerd.
- Het aankooksymbool wordt niet meer weergegeven.
5.5.5 Powerniveau
Als een kookzone van een kookveld op powerniveau wordt gebruikt, kan de tweede kookzone maximaal op vermogensniveau 5 worden gebruikt (uitzondering: bij de toestellen CKG en CKT kan het powerniveau voor de twee kookzones worden geactiveerd). Als bij activering van het powerniveau een hoger vermogensniveau dan 5 wordt ingesteld voor de tweede kookzone, dan wordt dit vermogensniveau automatisch teruggebracht naar vermogensniveau 5. Als u voor de tweede kookzone een hoger vermogensniveau dan 5 instelt, wordt het actieve powerniveau op de eerste kookzone automatisch teruggezet.
Powerniveau voor een kookzone activeren
Raak de gewenste kookzone aan. Druk op + wanneer vermogensniveau 9 geactiveerd is
of
Houd de slider helemaal bovenaan ingedrukt (=sliderpositie 7-9)
of
schuif de slider op vermogensniveau 9 en houd deze positie aan.
- Op de slider wordt een animatie weergegeven.
- Op het kookzonedisplay verschijnt P (eerst 3x knipperend, vervolgens permanent).
Na 10 minuten wordt het powerniveau automatisch naar vermogensniveau 9 teruggeschakeld. Uitzondering: bij gaskookveld CKG is het powerniveau beperkt tot 20 minuten.
Powerniveau deactiveren
Het powerniveau wordt vroegtijdig gedeactiveerd wanneer er een ander vermogensniveau wordt ingesteld (zie Vermogensniveau instellen).
5.5.6 2 ringen-bijschakeling bij kookvelden CKCH en CKCB
De 2 ringen-bijschakeling kan ook worden geactiveerd of gedeactiveerd als de aankook-, timer- en warmhoudfunctie actief zijn. Bij activatie van de brugfunctie wordt de tweede verwarmingsring automatisch geactiveerd.
Voorwaarden voor 2 ringen-bijschakeling:
● Kookproces met vermogensniveau > 0
Tweede verwarmingsring activeren
Raak de gewenste kookzone aan. Stel het vermogensniveau in. Druk op de toets voor de verwarmingsring
- De tweede verwarmingsring wordt geactiveerd voor de geselecteerde kookzone.
- Het kookproces gaat verder op het ingestelde vermogensniveau met twee actieve verwarmingsringen.
- Het symbool voor de verwarmingsring wordt naast het kookzonedisplay weergegeven.
Tweede verwarmingsring deactiveren
Raak de gewenste kookzone aan.
Houd de toets voor de verwarmingsring ingedrukt
- De tweede verwarmingsring wordt gedeactiveerd.
- Het kookproces gaat verder op het ingestelde vermogensniveau met slechts één actieve verwarmingsring.
5.5.7 Brugfunctie
Als de brugfunctie geactiveerd is, worden de beide kookzones van een toestel gekoppeld en hebben ze allebei hetzelfde vermogensniveau. Bij de kookvelden CKFI, CKI, CKIW, CKCH en CKCB kan het powerniveau niet worden gebruikt als de brugfunctie geactiveerd is. Het powerniveau kan wel worden gebruikt bij het Tepan kookveld. Bij kookveld CKCB wordt, bij activering van de brugfunctie, automatisch de tweede verwarmingsring van de achterste kookzone geactiveerd.
Brugfunctie activeren
Raak een kookzone aan.
Druk op de toets voor de brugfunctie
- De brugfunctie is nu geactiveerd.
- Het overbruggingssymbool licht op.
- De tweede kookzone wordt geactiveerd en werkt op hetzelfde vermogensniveau.
- De twee kookzonedisplays geven hetzelfde vermogensniveau aan.
- De actieve extra functies van de kookzones worden overgenomen.
- Wijzigingen van het vermogensniveau beïnvloeden nu beide kookzones tegelijkertijd.
Als beide kookzones van een kookveld al actief zijn, kan de brugfunctie niet worden geactiveerd. Als er geen of slechts één kookzone actief is, kan de brugfunctie worden geactiveerd.
Brugfunctie deactiveren
Raak een kookzone met een geactiveerde brugfunctie aan.
Houd de toets voor de brugfunctie ingedrukt
- De brugfunctie wordt gedeactiveerd.
- De geselecteerde kookzone blijft actief.
of
Houd de kookzone met de geactiveerde brugfunctie ingedrukt of houd de toets voor de brugfunctie ingedrukt
- De brugfunctie wordt gedeactiveerd.
- Alle kookzones worden gedeactiveerd.
Als er bij inductiekookvelden met geactiveerde brugfunctie gedurende 10 seconden geen geschikt kookgerei wordt gedetecteerd (panherkenning), wordt de brugfunctie beëindigd en worden de kookzones gedeactiveerd.
Tip voor kookvelden CKFI, CKI en CKIW: Kookzonefuncties overzetten
Met behulp van de brugfunctie kunt u actieve kookzonefuncties (bijv. aankoken, timer, warm houden) bij inductiekookvelden snel en eenvoudig overzetten van één kookzone naar een andere kookzone. De brugfunctie is hierbij slechts een middel om het doel te bereiken.
Activeer de brugfunctie
- De tweede kookzone wordt ingeschakeld en de actieve kookfuncties worden automatisch overgenomen. Verplaats de kookpot naar de tweede kookzone.
- Na 10 seconden wordt de eerste kookzone en de brugfunctie door de panherkenning automatisch gedeactiveerd.
5.5.8 Warmhoudstand instellen
U kunt kiezen uit drie verschillende warmhoudstanden (zie ook hoofdstuk Beschrijving van het apparaat).
Warmhoudstand activeren
Raak de gewenste kookzone aan.
Druk op de warmhoudtoets
- De eerste warmhoudstand ( _ ) wordt weergegeven.
- Het warmhoudsymbool wordt naast de kookzone weergegeven.
- Bij het Tepan kookveld CKT wordt daarenboven de temperatuur aangegeven op het zevensegmentendisplay boven de slider.
Warmhoudstand verhogen of verlagen
Raak de gewenste kookzone aan.
Schuif de slider naar boven of naar beneden tot u de gewenste warmhoudstand heeft bereikt.
Warmhoudfunctie deactiveren
Raak de gewenste kookzone aan.
Houd de warmhoudtoets ingedrukt
of
Druk op de min-toets tot u vermogensniveau 0 bereikt.
- De warmhoudfunctie wordt gedeactiveerd.
- Op het kookzonedisplay verschijnt evt. de restwarmte-indicator H.
5.5.9 Reinigingsfunctie bij Tepan kookveld CKT
Met de reinigingsfunctie houdt u het Tepan kookveld constant op een temperatuur van 70 °C, een temperatuur die ideaal is voor de reiniging.
Reinigingsfunctie activeren
Raak de gewenste kookzone aan. Druk op de warmhoudtoets
- De eerste warmhoudstand ( _ ) wordt weergegeven.
Druk op de min-toets —
of
Beweeg de slider naar beneden
of
Druk op de laagste positie op de slider.
- De twee kookzones worden automatisch gekoppeld en het overbruggingssymbool wordt weergegeven.
- Op de twee kookzonedisplays wordt [weergegeven en op het multifunctionele display verschijnt CLEAN.
- De reinigingsfunctie wordt geactiveerd en het Tepan kookveld wordt verwarmd tot 70 °C.
- Tijdens de opwarmfase knippert de hot-toets en wordt een animatie weergegeven op de kookzonedisplays.
- Zodra de reinigingstemperatuur is bereikt, licht de hottoets ononderbroken op en wordt er een andere animatie weergegeven op de kookzonedisplays.
Reinigingsfunctie deactiveren
Raak de gewenste kookzone aan. Houd de warmhoudtoets ingedrukt
of
Druk op de min-toets tot u vermogensniveau 0 bereikt.
- De reinigingsfunctie wordt gedeactiveerd.
- Op het kookzonedisplay verschijnt eventueel de restwarmte-indicator H.

Na 10 minuten wordt de reinigingsfunctie automatisch gedeactiveerd.
5.5.10 Kookzonetimer
De timerfunctie kan voor elke kookzone worden gebruikt. Er kunnen meerdere timers tegelijkertijd actief zijn (multitimer). Als de brugfunctie geactiveerd is, wordt de timer voor beide kookzones overgenomen.
Timer activeren
Raak een kookzone aan.
- De extra functies van de kookzones worden weergegeven.
- Als de geselecteerde kookzone nog niet actief is (= vermogensniveau □) kan nu een vermogensniveau worden ingesteld.
Druk op de timertoets.
- Op het zevensegmentendisplay boven de slider wordt de tijd aangegeven in uren, minuten en seconden (☐: ☐☐: ☐☐).
- Het systeem verandert naar de 'beige' kleurmodus.
Tijd instellen
Stel de gewenste tijd in:
| Opdracht Selectie in uren/minuten/seconden | ||
| Druk op | > | ☐:☐☐:☐☐ |
| Druk op | < | ☐:☐☐:☐☐ |
| Opdracht Tijd verhogen Tijd verlagen | ||
| Druk op | + | - |
| Slide | naar boven naar benec | ☐ |
Tab. 5.3 Tijd instellen
- Op het display van het bedieningspaneel verschijnt de start-toets
Timer starten
Druk op de start-toets
- Er klinkt een geluidssignaal en de ingestelde waarde wordt bevestigd.
- De ingestelde tijd begint te lopen.
- Het timersymbool wordt naast de kookzone weergegeven.
- Na 3,5 seconden verandert het display van het bedieningspaneel naar het standaarddisplay.
- 10 seconden voordat de ingestelde tijd is verstreken, zal het systeem de resterende tijd laten zien. De bijbehorende kookzone knippert.
Resterende tijd weergeven
De kookzonetimer is geactiveerd en de tijd verstrijkt:
Raak de kookzone aan.
- De resterende tijd wordt weergegeven op het display van het bedieningspaneel.
Actieve timer wijzigen
Raak een kookzone met een actieve timer aan. - Het systeem verandert naar de „rode“ kleurmodus. - De resterende tijd wordt weergegeven.
Druk op de timertoets
- De timer stopt.
- De resterende tijd wordt weergegeven.
- Het systeem verandert naar de bewerkingsmodus („beige“ kleurmodus).
Pas de ingestelde tijd aan (zie „Tijd instellen“).
Start de timer (zie „Timer starten“).
Timer vroegtijdig beëindigen
Raak een kookzone met een actieve timer aan. - De resterende tijd wordt weergegeven.
Houd de timertoets ingedrukt
- De timer stopt.
- Het systeem verandert naar het standaarddisplay.
- De kookzone blijft actief op het ingestelde vermogensniveau.
De tijd is verstreken
- Er klinkt een geluidssignaal.
- De tijdweergave ::□□:□□ en het timersymbool □hipperen kort.
- Na het verstrijken van de ingestelde tijd wordt de kookzone naar vermogensniveau □ geschakeld.
- Op het kookzonedisplay verschijnt eventueel de restwarmte-indicator H.
Multitimer
Er kunnen verschillende timers tegelijkertijd worden ingesteld voor alle kookzones.
Er is reeds een timer actief voor een kookveld:
Raak een andere kookzone aan. Activeer de timer (zie "Timer activeren"). Stel de tijd in (zie "Tijd instellen"). Start de timer (zie "Timer starten").
5.5.11 Pauzefunctie
Met de pauzefunctie kunt u kookprocessen kortstondig onderbreken. Het kookproces kan maximaal 10 minuten worden onderbroken. Wordt de pauzefunctie gedurende deze periode niet geannuleerd, dan worden alle kookzones uitgeschakeld. De motorfunctie wordt niet onderbroken gedurende de pauze. Actieve eierwekker- en brugfuncties blijven behouden. Actieve timerfuncties worden onderbroken.
Pauzefunctie activeren
Druk op de pauzetoets
- De pauzetoets licht op, alle kookprocessen worden onderbroken en er klinkt een geluidssignaal.
- De kookzonedisplays worden gedimd en beginnen te knipperen.
- De timer voor de pauzefunctie begint te lopen (maximaal 10 minuten).
Pauzefunctie deactiveren
Houd de pauzetoets ingedrukt
- De pauzetoets wordt gedimd en er klinkt een langere signaaltoon.
- De kookzonedisplays lichten op en stoppen met knipperen.
- Alle kookprocessen worden hervat op de vóór de pauze ingestelde vermogensniveaus.
- De pauzetoets wordt gedimd en er klinkt een langere signaaltoon.
- De kookzonedisplays lichten op en stoppen met knipperen.
- Alle kookprocessen worden hervat op de vóór de pauze ingestelde vermogensniveaus.
6 Menu
Hieronder vindt u wat meer uitleg over de menubediening en een beschrijving van de menu-items waartoe de consument toegang heeft. Dealers en distributeurs hebben toegang tot nog andere menu-items (zie hoofdstuk „Uitgebreid menu“).
6.1 Menuoverzicht
Afhankelijk van de toestelconfiguratie toont het BORA Classic 2.0 systeem enkel de relevante/toepasselijke menu-items.
Menu-item/Beschrijving/Selectiebereik Fabrieksinstelling
| Menu: | |
| 1 Geluidssterkte signaaltoon (10 - 100%) 80% | |
| 2 Kinderbeveiliging (Aan/Uit) Uit | |
| 3 Automatische regeling van de afzuiging (Aan/Uit) | Uit |
| 4 Duur reinigingsvergrendeling (5 - 30 s) 15 s | |
| 5 Duur automatische naloop (10 - 30 min) 20 min | |
| 6 Softwareversie opvragen | |
| 7 Hardwareversie opvragen | |
| 8 Update van systeemsoftware | |
| 9 Data exporteren | |
| A Levensduur recirculatiefilter weergeven (alleen bij recirculatie) | |
| B Filtertype weergeven, filtertype veranderen en levensduur filter resetten (alleen bij recirculatie, wanneer de resterende levensduur van het filter < 20 h bedraagt.) | |
| H Afzuigsysteem configureren Recirculatie | |
| J Filtertype selecteren (alleen bij recirculatie) F1 (ULBF) | |
| L Motorconfiguratie | 1 |
| Uitgebreid menu (toegangscode nodig): | |
| B Filtertype weergeven, filtertype veranderen en levensduur filter resetten (alleen bij recirculatie) | |
| D Demomodus | Uit |
| E Display- en toetstest | |
| F Resetten naar fabrieksinstellingen | |
| Configuratiemenu gas (alleen bij CKG): | |
| P GPU (kengetal gas) | 0 |
| S GAST (merklijn gas) | B |
| T GAS (gas ontgrendelen) | |
Tab. 6.1 Menuoverzicht
6.2 Menu bedienen
Menu oproepen
Het menu kan alleen worden opgeroepen als de kookveldafzuiging en kookzones niet werken. Er mag ook geen restwarmte aanwezig zijn. De menutoets wordt alleen weergegeven op het bedieningspaneel wanneer alle functies inactief zijn en er geen restwarmte is.
Druk op de menutoets - Het menu wordt opgeroepen en het eerste menu-item wordt weergegeven („beige“ kleurmodus).
Menu afsluiten
▶ Houd de menutoets ingedrukt - Het menu wordt afgesloten en het standaarddisplay wordt weergegeven.
Menunavigatie
▶ Druk op > of < om het gewenste menu-item te selecteren. - Als u een menu-item heeft geselecteerd, verandert het display na 2 seconden automatisch naar de ingestelde waarde.
Het menu geeft als hulpmiddel het aantal selecteerbare instellingen voor elk menu-item weer (1 - 3).

Afb. 6.1 Schematische weergave van de keuzemogelijkheden
Menu-instellingen bevestigen en opslaan
Druk op > of < of Houd de menutoets ingedrukt - Het systeem aanvaardt en slaat de ingestelde waarden automatisch op bij het overschakelen naar een ander menu-item of bij het verlaten van het menu.
6.3 Standaard menu-items
6.3.1 Menu-item 1: geluidssterkte signaaltoon
Nadat u het menu-item heeft opgeroepen, wordt de huidige geluidssterkte weergegeven in het zevensegmentendisplay boven de slider.

Afb. 6.2 Menu-item 1: geluidssterkte signaaltoon
Geluidssterkte van de signaaltoon instellen:
Schuif de slider hafloven of naar beneden tot u de gewenste geluidssterkte heeft bereikt.
Druk op + of - tot u het gewenste geluidssterkte heeft bereikt.
Bevestig en sla de instelling op.
6.3.2 Menu-item 2: kinderbeveiliging
Met menu-item 2 kunt u de kinderbeveiliging permanent in- of uitschakelen. De ingevoerde instelling wordt bij de volgende start van het systeem definitief overgenomen.

Afb. 6.3 Menu-item 2: kinderbeveiliging
Kinderbeveiliging permanent activeren
Raak het bovenste deel van de slider aan.

Op het display verschijnt On.
Bevestig en sla de instelling op.
De kinderbeveiliging is nu permanent geactiveerd.
Kinderbeveiliging permanent deactiveren
Raak het onderste deel van de slider aan.

Op het display verschijnt OFF.
Bevestig en sla de instelling op.
- De kinderbeveiliging is nu permanent gedeactiveerd.
6.3.3 Menu-item 3: automatische regeling van de afzuiging
i Met menu-item 3 kunt u de automatische afzuiging permanent in- of uitschakelen. De gebruikte instelling wordt onmiddellijk toegepast.

Afb. 6.4 Menu-item 3: automatische afzuiging
Automatische afzuiging permanent activeren
Raak het bovenste deel van de slider aan

- Op het display verschijnt On.
Bevestig en sla de instelling op.
- De automatische afzuiging is nu permanent geactiveerd.
Automatische afzuiging permanent deactiveren
Raak het onderste deel van de slider aan

- Op het display verschijnt OFF.
Bevestig en sla de instelling op.
- De automatische afzuiging is nu permanent gedeactiveerd.
6.3.4 Menu-item 4: duur van de reinigingsvergrendeling (schoonmaakfunctie)

Afb. 6.5 Menu-item 4: duur van de reinigingsvergrendeling
Duur van de reinigingsvergrendeling instellen
Stel met de slider de gewenste duur in (5-30 sec). of Druk op + - tot u de gewenste duur heeft bereikt. Bevestig en sla de instelling op.
6.3.5 Menu-item 5: duur van de automatische naloop
Een naloop van de kookveldafzuiging is niet alleen zinvol, maar wordt ook door BORA sterk aanbevolen.

Afb. 6.6 Menu-item 4: duur van de reinigingsvergrendeling
Nalooptijd motor instellen
Stel met de slider de gewenste duur in (10-30 min). of Druk op + - tot u de gewenste duur heeft bereikt. Bevestig en sla de instelling op.
6.3.6 Menu-item 6: softwareversie opvragen
Bij eventuele problemen kan het zijn dat het BORA serviceteam de versie van de systeemsoftware nodig heeft.

- De huidige softwareversie van het systeem wordt na 2 seconden weergegeven.
6.3.7 Menu-item 7: hardwareversie opvragen
Bij eventuele problemen kan het zijn dat het BORA serviceteam de hardwareversie van het geïnstalleerde apparaat nodig heeft.

Afb. 6.8 Menu-item 7: hardwareversie opvragen
- De huidige hardwareversie van het apparaat wordt na 2 seconden weergegeven.
6.3.8 Menu-item 8: update van systeemsoftware
Voor het oplossen van problemen kan een update van de systeemsoftware nodig zijn. De nieuwste software voor het BORA Classic 2.0 systeem is vrij beschikbaar op de startpagina van BORA. (www.bora.com, producten, BORA Classic 2.0, BORA Classic kookveldafzuiging CKA2/CKA2AB, documenten).
Scan de QR-code en u wordt direct doorgestuurd naar de pagina met de nieuwste software.

Als opslagmedium voor het updatebestand heeft u een USB-stick met FAT32-formattering nodig. Deze datastick moet in de USB-interface van de kookveldafzuiging worden gestoken. i Op de USB-stick moet een geldig updatebestand staan. De serviceafdeling van BORA bezorgt u op het gepaste ogenblik het updatebestand.
Software-update starten
Steek de USB-stick met het updatebestand in de USB-interface van de kookveldafzuiging.
Druk op de slider
- De software-update gaat van start.
- Het eerste deel van de update wordt aangegeven met een knipperend display.
Updateproces
Het updateproces bestaat uit drie fasen. Deze drie delen van het proces worden op het display gevisualiseerd door middel van beige slidersegmenten ( [ ] [ ] ). Hierbij wordt het actieve deel knipperend weergegeven. Als een deel van het proces succesvol is voltooid, stopt het overeenkomstige segment met knipperen en licht het groen op. Daarna gaat het volgende deel van het proces van start.

Afb. 6.10 Menu-item 8: procesdelen software-update
Als de update zonder fouten is verlopen, lichten de drie segmenten groen op. Hierna zal het systeem automatisch opnieuw opstarten. De update is met succes voltooid wanneer op het display | SoPc wordt weergegeven nadat het systeem opnieuw is opgestart. Treedt er een fout op tijdens één van de updatefasen (het overeenkomstige slidersegment licht rood op), dan wordt het volledige updateproces afgesloten. Er verschijnt een foutmelding op het display van het bedieningspaneel (bijv. 6 123; zie hoofdstuk Storingen verhelpen).
6.3.9 Menu-item 9: data exporteren
Het exporteren van gegevens maakt een eventuele foutenanalyse makkelijker. Als opslagmedium voor het exporteren van gegevens heeft u een USB-stick met FAT32-formattering nodig. Deze datastick moet in de USB-interface van de kookveldafzuiging worden gestoken. Het exporteren van gegevens gebeurt in drie fasen. Deze drie delen van het proces worden op het display van het bedieningspaneel gevisualiseerd zoals bij een „software-update“ (zie menu-item 8).
Starten met het exporteren van gegevens
Afb. 6.11 Menu-item 9; data exporteren
Steek de geformatteerde USB-stick in de USB-interface.
Druk op de slider
- Het exporteren van gegevens wordt gestart.
- Het eerste deel van de export wordt aangegeven met een knipperend display.
Als de gegevensexport zonder fouten is verlopen, lichten de drie segmenten groen op.
Treedt er een fout op tijdens het exporteren van de gegevens (het overeenkomstige slidersegment licht rood op), dan wordt de gegevensexport afgesloten. Er verschijnt een foutmelding op het display van het bedieningspaneel (bijv. E 123; zie hoofdstuk Storingen verhelpen).
6.3.10 Menu-item A: levensduur recirculatiefilter weergeven (alleen bij recirculatie)
De maximale levensduur van het recirculatiefilter wordt gedefinieerd door het filtertype dat in het systeem geconfigureerd staat. De resterende levensduur van het filter wordt tot op het uur weergegeven op het multifunctionele display en bovendien visueel weergegeven via de slider met de kleuren groen, oranje en rood.
Display:
| Resterende levensduur | Kleur Betekenis |
| >20 h Groen Nog geen filtervervanging nodig | |
| 5 - 20 h Oranje Aanstaande filtervervanging | |
| < 5 h Rood Filter moet (binnenkort) worden vervangen | |
Tab. 6.2 Weergave van de levensduur van het recirculatiefilter

Afb. 6.12 Menu-item A: levensduur recirculatiefilter weergeven
Als de levensduur van het actieve-koolfilter wordt overschreden, kan de goede werking van het systeem in het gedrang komen. Hoewel de kookveldafzuiging nog steeds zal werken, vervallen hierdoor alle garantieclaims.
6.3.11 Menu-item B: filtertype weergeven, filtertype veranderen en levensduur filter resetten (alleen bij recirculatie)
In het menu wordt menu-item B alleen weergegeven wanneer de resterende levensduur van het filter < 20 h bedraagt. In het uitgebreide menu (toegangscode vereist) wordt menu-item B altijd weergegeven. Als menu-item B wordt opgeroepen, wordt automatisch het laatst gebruikte filtertype weergegeven. Als de standtijd van een filter is bereikt, wordt de filteronderhoudsindicator weergegeven in het menu en moet het filter worden vervangen. Na het vervangen van het filter moet de levensduur van het filter worden gereset.
Filtertype selecteren en levensduur filter resetten:
Bovenste slidervlak:
- Filtertype 1 (F I) = BORA luchtreinigingsbox ULBF (of producten van derden met een standtijd van 300 uur)
Onderste slidervlak:
- Filtertype 3 (F-) = BORA luchtreinigingsbox ULB3X (of producten van derden met een standtijd van 600 uur)

Afb. 6.13 Menu-item B: filtertype weergeven, filtertype veranderen en levensduur filter resetten
Druk op een slidervlak
- Het filtertype wordt geselecteerd en de levensduur van het filter wordt gereset.
- Vervolgens wordt de nieuwe resterende levensduur van het recirculatiefilter weergegeven.
6.3.12 Menu-item H: Het afzuigsysteem configureren
De bedrijfsmodus van het afzuigsysteem moet worden ingesteld.
U kunt kiezen uit twee bedrijfsmodi:
● Recirculatiesysteem (C, r) • Luchtafvoersysteem (OUE)

Afb. 6.14 Configuratie displays luchtafvoersysteem
Selecteer de juiste bedrijfsmodus (raak het overeenkomstige schuifregelaarsegment aan). Bevestig en sla de instelling op.
6.3.13 Menu-item J: FEP-filtertype selecteren (alleen bij recirculatie)
Menu-item J zal alleen verschijnen als u tijdens de configuratie van het afzuigsysteem de bedrijfsmodus „Recirculatiesysteem“ hebt gekozen.
Het geïnstalleerde filtertype moet worden gedefinieerd. U heeft de keuze uit twee verschillende filters:
- Filtertype 1 (F I) = BORA luchtreinigingsbox ULBF (of producten van derden met een standtijd van 300 uur)
- Filtertype 3 (F3) = BORA luchtreinigingsbox ULB3X (of producten van derden met een standtijd van 600 uur)

Afb. 6.15 Display filtertype selecteren
Selecteer het geïnstalleerde filtertype (raak het overeenkomstige schuifregelaarsegment aan). Bevestig en sla de instelling op.
6.3.14 Menu-item L: FAn-motorconfiguratie
Bij de motorconfiguratie worden het geïnstalleerde motortype en het aantal motoren automatisch door het systeem gedetecteerd en wordt de configuratie dienovereenkomstig uitgevoerd. Bij de eerste ingebruikname moet de monteur controleren of de motordetectie correct is uitgevoerd.
Motorconfiguratie starten

Raak de schuifregelaar aan
- De motorconfiguratie wordt gestart.
- Tijdens de motorconfiguratie worden de schuifregelaar en het motorsymbool knipperend weergegeven.
Zodra de motorconfiguratie is voltooid, stopt het display met knipperen. Bij een succesvolle motorconfiguratie zullen de schuifregelaar en het motorsymbool groen worden weergegeven. Bij een niet-succesvolle motorconfiguratie zullen de schuifregelaar en het motorsymbool rood worden weergegeven.
Motordetectie controleren
- Controleer of het systeem alle motoren correct heeft gedetecteerd.

Tab. 6.3 Mogelijke resultaten van de motordetectie
Als er tijdens de motordetectie al een raamcontactschakelaar is aangesloten, moet ervoor worden gezorgd dat deze ook een ontgrendeling biedt (raam gekanteld/open).
7 Uitgebreid menu
(toegangscode nodig)
i Handelspartners en distributeurs van BORA hebben de mogelijkheid om het menu uit te breiden en extra menu-items te ontgrendelen. Dit uitgebreide menu kan alleen worden opgeroepen mits de gebruiker over de juiste toegangsrechten beschikt en een toegangscode invoert. Wie over de juiste toegangsrechten beschikt, kan op het BORA PartnerNet de toegangscode voor het uitgebreide menu terugvinden. Het BORA PartnerNet is het serviceplatform voor handelspartners en distributeurs.
Scan de QR-code of ga
naar deze link:
https://partner.bora.com/nl/classic-2

Uitgebreid menu oproepen
Het uitgebreide menu kan alleen worden opgeroepen als de kookveldafzuiging en kookzones niet werken. Er mag ook geen restwarmte aanwezig zijn. De menutoets wordt alleen weergegeven op het bedieningspaneel wanneer alle functies inactief zijn en er geen restwarmte is.
Houd de menutoets ingedrukt
- Het display voor het ingeven van de viercijferige toegangscode verschijnt.
Toegangscode ingeven

Afb. 7.1 Toegangscode ingeven
Gebruik de slider om het eerste cijfer van de toegangscode in te stellen.
Druk op ➤ om naar het vorige of volgende cijfer te gaan.
Ga door met het ingeven en herhaal het proces totdat u de 4 cijfers van de toegangscode hebt ingevoerd.
Ingeven toegangscode annuleren
Houd de menutoets ingedrukt
- Het ingeven van de toegangscode wordt geannuleerd en het systeem springt opnieuw naar het standaarddisplay.
Toegangscode bevestigen
Wanneer u de 4 cijfers van de toegangscode heeft ingegeven:
Druk op de menutoets
- Als de code correct is ingevoerd, wordt het uitgebreide menu ontgrendeld en wordt menu-item 1 „geluidssterkte signaaltoon“ weergegeven.
Als het beveiligde menu is ontgrendeld, worden eerst alle standaard menu-items weergegeven (zie hoofdstuk „Menu“). Daarna volgen dan de menu-items van het uitgebreide menu.
Als de toegangscode niet kan worden bevestigd (het systeem vertoont geen reactie), is de code onjuist ingevoerd en kan het uitgebreide menu niet worden ontgrendeld.
Uitgebreid menu afsluiten
Houd de menutoets ingedrukt
- Het menu wordt afgesloten en het standaarddisplay wordt weergegeven.
Bij het afsluiten van het uitgebreide menu zal dit ook niet meer ontgrendeld zijn. Wilt u het uitgebreide menu terug oproepen, dan zult u opnieuw de toegangscode moeten ingeven.
Wordt het systeem opnieuw gestart vanuit het uitgebreide menu (handmatig of automatisch), dan zal het uitgebreide menu na de herstart niet meer ontgrendeld zijn.
7.1 Menu-items van het uitgebreide menu
Zie hoofdstuk „Menu“ voor gedetailleerde instructies over het gebruik van het menu.
7.1.1 Menu-item B: filtertype weergeven, filtertype veranderen en levensduur filter resetten (alleen bij recirculatie)
Als menu-item B wordt opgeroepen, wordt automatisch het laatst gebruikte filtertype weergegeven.
Als de standtijd van een filter is bereikt, wordt de filteronderhoudsindicator weergegeven in het menu en moet het filter worden vervangen. Na het vervangen van het filter moet de levensduur van het filter worden gereset.
Filtertype selecteren en levensduur filter resetten:
Bovenste slidervlak:
- Filtertype 1 (F I) = BORA luchtreinigingsbox ULBF (of producten van derden met een standtijd van 300 uur) Onderste slidervlak:
- Filtertype 3 (F-) = BORA luchtreinigingsbox ULB3X (of producten van derden met een standtijd van 600 uur)

Afb. 7.2 Menu-item B: filtertype weergeven, filtertype veranderen en levensduur filter resetten
Druk op een slidervlak
- Het filtertype wordt geselecteerd en de levensduur van het filter wordt gereset.
- Vervolgens wordt de nieuwe resterende levensduur van het recirculatiefilter weergegeven.
7.1.2 Menu-item D: Demomodus
Het systeem kan in de demomodus worden gezet. Alle bedieningsfuncties zijn hier aanwezig, maar de verwarmingsfunctie van de kookvelden is gedeactiveerd.
In de demomodus wordt steeds de volgende combinatie van kookvelden gesimuleerd: links = CKFI, rechts = CKCH. De kookveldafzuiging CKA2/CKA2AB wordt met volledige functionaliteit bediend precies zoals ze werd geconfigureerd.

Afb. 7.3 Menu-item D: Demomodus activeren
Demomodus activeren:
Raak het bovenste deel van de slider aan
- Het bovenste deel van de slider begint te knipperen en het activeren van de demomodus wordt voorbereid (kan tot 30 seconden duren).
- Het systeem zal vervolgens automatisch opnieuw opstarten en de demomodus wordt geactiveerd.
Na het inschakelen wordt in de demomodus gedurende 4 seconden JENO weergegeven op het multifunctionele display.
Demomodus deactiveren:
Raak het onderste deel van de slider aan
- Het onderste deel van de slider begint te knipperen en het deactiveren van de demomodus wordt voorbereid (kan tot 30 seconden duren).
- Het systeem zal vervolgens automatisch opnieuw opstarten en de demomodus wordt gedeactiveerd.
Alle instellingen die in de demomodus werden aangemaakt, worden na het deactiveren van de demomodus opnieuw gewist. Het systeem en alle instellingen worden gereset naar de basisinstellingen van bij de levering. Daarna moet een eerste ingebruikname worden uitgevoerd (zie hoofdstuk Eerste gebruik).
7.1.3 Menu-item E: Display- en toetstest
De display- en toetstest controleert of alle leds van het bedieningspaneel naar behoren werken.

Afb. 7.4 Menu-item E: Display- en toetstest
Display- en toetstest activeren:
Raak de slider aan
- Alle aanraak- en displayvakken van het bedieningspaneel worden met 50% helderheid aangegeven.
- De Power-toets, de navigatiepijlen en de menu-toets worden niet getest (helderheid 100%).
Testmogelijkheden:
Raak een toets aan
- Het symbool knippert met 100% helderheid. slide
- De slider knippert met 100% helderheid. De waarden van de kookzonedisplays en het multifunctionele display veranderen in functie van de positie van de slider. Raak een kookzone aan
- Alle indicatoren van de kookzone knipperen met 100% helderheid. Raak een extra kookfunctie aan
- Op de overeenkomstige kookzone knipperen alle symbolen van de extra kookfuncties met 100% helderheid. Druk op + -
- De overeenkomstige toets knippert afwisselend in het rood, groen en blauw. Druk op /
- De overeenkomstige toets knippert 3x.
7.1.4 Menu-item F: Resetten naar fabrieksinstellingen
Nadat u de instellingen heeft gereset naar de fabrieksinstellingen, moet u de basisconfiguratie uitvoeren.

Afb. 7.5 Menu-item D: Resetten naar fabrieksinstellingen
Resetten naar fabrieksinstellingen:
Raak de slider aan
- Het systeem en alle instellingen worden gereset naar de basisinstellingen van bij de levering.
Basisconfiguratie uitvoeren:
Tijdens de basisconfiguratie worden de menu-items H, J en L automatisch doorlopen (zie hoofdstuk Menu). Als indicatie van een ontbrekende basisconfiguratie wordt op het display iConf weergegeven en knippert het motorsymbool rood. Als u de basisconfiguratie voortijdig beëindigt, moet deze worden voortgezet bij de volgende keer dat het menu wordt opgeroepen. Zolang u de basisconfiguratie niet succesvol heeft voltooid, zal de overeenkomstige controle bij elke nieuwe oproeping van het menu herhaald worden. Als u een menu-item oproept, zal het systeem na 2 seconden automatisch de actueel ingestelde waarde weergeven. Uitzondering: Als er nog geen instelling werd uitgevoerd, zal het systeem SEE weergeven. Bij het verlaten van het betreffende menu-item of bij het afsluiten van het menu neemt het systeem de gewijzigde instellingen over en slaat deze op.
Op de website van BORA vindt u een videohandleiding aangaande de basisconfiguratie.

Scan de QR-code of ga naar deze link: www.bora.com/service/configuration-classic-2-0
Basisconfiguratie starten
Druk op het rood knipperende motorsymbool - Het menu wordt opgeroepen en het eerste menu-item van de basisconfiguratie wordt weergegeven (menu-item H). - Leg de instellingen vast.
7.1.5 Menu-item H: R ur het afzuigsysteem configureren
De bedrijfsmodus van het afzuigsysteem moet worden ingesteld.
U kunt kiezen uit twee bedrijfsmodi:
• Luchtafvoersysteem (C, r) - Recirculatiesysteem (OUc)

Afb. 7.6 Configuratie displays luchtafvoersysteem
Selecteer de juiste bedrijfsmodus (raak het overeenkomstige slidersegment aan). Bevestig en sla de instelling op.
7.1.6 Menu-item J: FTYP filtertype selecteren (alleen bij recirculatie)
Menu-item J zal alleen verschijnen als u tijdens de configuratie van het afzuigsysteem de bedrijfsmodus „Recirculatiesysteem“ hebt gekozen.
Het geïnstalleerde filtertype moet worden gedefinieerd. U heeft de keuze uit twee verschillende filters:
- Filtertype 1 (F I) = BORA luchtreinigingsbox ULBF (of producten van derden met een standtijd van 300 uur)
- Filtertype 2 (FJ) = BORA luchtreinigingsbox ULB3X (of producten van derden met een standtijd van 600 uur)

Selecteer het geïnstalleerde filtertype (raak het overeenkomstige slidersegment aan). Bevestig en sla de instelling op.
7.1.7 Menu-item L: FBN motorconfiguratie
Bij de motorconfiguratie worden het geïnstalleerde motortype en het aantal motoren automatisch door het systeem gedetecteerd en wordt de configuratie dienovereenkomstig uitgevoerd. Bij de eerste ingebruikneming moet de monteur controleren of de motordetectie correct is uitgevoerd.
Motorconfiguratie starten
Afb. 7.8 Display motorconfiguratie starten
Raak de schuifregelaar aan
- De motorconfiguratie wordt gestart.
- Tijdens de motorconfiguratie worden de schuifregelaar en het motorsymbool knipperend weergegeven.
Zodra de motorconfiguratie is voltooid, stopt het display met knipperen.
Bij een succesvolle motorconfiguratie worden de schuifregelaar en het motorsymbool groen weergegeven. Bij een onsuccesvolle motorconfiguratie worden de schuifregelaar en het motorsymbool rood weergegeven.
Motordetectie controleren
▶ Controleer of het systeem alle motoren correct heeft gedetecteerd.
| Display | Kleur | Resultaat |
| groen | 1 motor gedetecteerd | |
| groen | 2 motoren gedetecteerd | |
| rood | 0 motoren gedetecteerd, fout (zie hoofdstuk Storingen verhelpen) |
Tab. 7.1 Mogelijke resultaten van de motordetectie
Als er tijdens de motordetectie al een raamcontactschakelaar is aangesloten, moet ervoor worden gezorgd dat deze ook een ontgrendeling biedt (raam gekanteld/open).
Handmatige beëindiging van de basisconfiguratie
▶ Houd de Menu-knop ingedrukt
Indien u de basisconfiguratie voortijdig wenst te beëindigen, bijv. wanneer de motor niet correct wordt gedetecteerd, moeten alle niet volledig afgesloten menu-items op een later tijdstip verplicht worden doorlopen.
Basisconfiguratie afsluiten
Als u alle menu-items van de basisconfiguratie succesvol heeft doorlopen:
Druk op de knipperende navigatiepijl ▶ Het systeem neemt de gewijzigde instellingen over en slaat deze op. Het standaarddisplay wordt weergegeven.
7.2 Configuratiemenu gas
De gassproeiers, gassoort, gasdruk en gasmerklijnen mogen alleen door een erkende vakman of door een BORA servicetechnicus worden aangepast. Deze is ook verantwoordelijk voor de deskundige gasinstallatie en inbedrijfstelling. Correcte instellingen zijn belangrijk voor een veilige en vlotte werking van het gaskookveld. Zie hoofdstuk „Menu“ voor gedetailleerde instructies over het gebruik van het menu.
7.2.1 Menu-item P: GPU
Onder menu-item P (GPU) wordt het minimale vermogen per brander en gassoort/-druk geregeld.
| Instellen Gassoort Gasdruk (mbar) | ∅ SR-brander / normale brander | ∅ R-brander / sterke brander | |
| 0 G20 20 104 125 | |||
| G25 20 110 131 | |||
| 4 G30 29 69 85 | |||
| G30/31 37 69 85 | |||
| 5 G30/31 50 62 78 | |||
| 10 G20 13 115 149 | |||
| 11 G25 25 104 131 | |||
| G25,3 25 104 | 131 | ||
| 12 | G20 25 100 119 | ||
Tab. 7.1 Gassoort en gasdruk instellen

Afb. 7.9 Display menu-item P: GPU
Kies de juiste instelling. (Raak de overeenkomstige sliderzone aan □ of stel in via + of —)
Onder menu-item S (GAST) kunt u de merklijnen voor de gasbranders kiezen. Bij vloeibaar gas (G30/31) mogen alleen de merklijnen B en C worden gebruikt.
De merklijnen regelen de laagste vermogenswaarden van de gasbranders. De merklijnen worden gebruikt om de laagste vermogensniveaus aan te passen. Afhankelijk van de inbouwsituatie en invloed van de kookveldafzuiging kan, indien nodig, de merklijn worden aangepast:
Merklijn A:
A is de fijnste gradatie van vermogenswaarden, die alleen onder ideale omstandigheden en enkel bij aardgas (G20, G25, G25.3) kan worden ingesteld.
Er is sprake van ideale omstandigheden wanneer:
• er geen kookveldafzuiging wordt gebruikt; - bij gebruik van de kookveldafzuiging met luchtafvoer, het kookveld voldoende geventileerd wordt; - bij gebruik van de kookveldafzuiging met recirculatie, het kookveld over een voldoende grote terugstroomopening beschikt en de kookveldafzuiging geen negatieve invloed uitoefent op de gasvlam.
Merklijn B:
B is de fabrieksinstelling. Deze omvat een uitgebalanceerde gradatie van de afzonderlijke vermogensniveaus.
Merklijn C:
C verhoogt de laagste vermogensniveaus en mag alleen worden gebruikt als de kookveldafzuiging een negatieve invloed heeft.

Selecteer de juiste merklijn (raak de overeenkomstige sliderzone aan).

Dooft de gasvlam, treedt er een grotere verschuiving van de vlammen op en/of is het vlambeeld niet correct (bijv. roetvorming, vlamterugslag enz.), dan moet de merklijn worden verhoogd en moet desgewenst ook worden gezorgd voor meer ventilatie bij luchtafvoer of een grotere terugstroomopening bij recirculatie.
Menu-item T (GAS) biedt een resetfunctie. Deze resetfunctie kan worden gebruikt in geval van storingen of fouten en bij een eerste ingebruikname, wanneer het gaskookveld geen reactie vertoont (geen ontsteking). De ingestelde waarden voor gassoort, gasdruk en gasmerklijn blijven ongewijzigd en veranderen niet door de reset.

Afb. 7.11 Display menu-item T: GAS
▶ Voer indien nodig een reset uit (raak de slider aan).
8 Reiniging en onderhoud
Leef alle veiligheidsbepalingen en waarschuwingen na (zie hoofdstuk Veiligheid).
Leef de meegeleverde handleidingen van de fabrikant na.
Zorg dat het kookveld en de kookveldafzuiging volledig uitgeschakeld en afgekoeld zijn voordat u met de geplande reiniging en het geplande onderhoud start, dit om verwondingen te voorkomen (zie hoofdstuk Bediening).
- Een regelmatige reiniging en een regelmatig onderhoud staan garant voor een lange levensduur en een optimale werking.
Reinig roestvrijstalen oppervlakken steeds in de slijprichting.
Leef de volgende reinigings- en onderhoudscycli na:
Reinigingscycli kookveldafzuigingen
| Componenten Reinigingscyclus | |
| Kookveldafzuiging binnenkant en oppervlak | Na elke bereiding van vetrijke spijzen; ten minste één keer per week. |
| Instroomsproeier, vetfilterunit | Na elke bereiding van vetrijke spijzen; ten minste één keer per week. |
| Actieve-koolfilter (alleen bij recirculatie) | Vervangen bij geurvorming of na afloop van de standtijd (zie Filteronderhoudsindicator). |
Tab. 8.1 Reinigingscycli
Reinigingscycli kookvelden
| Componenten Reinigingscyclus | |
| Kookveld Na elke verontreiniging onmiddellijk grondig reinigen met een commercieel reinigingsmiddel. | |
| Alleen bij gaskookveld CKG: | |
| Pannendrager gasbranderonderdelen | Na elke verontreiniging onmiddellijk grondig reinigen met een commercieel reinigingsmiddel. |
Tab. 8.2 Reinigingscycli kookvelden
8.1 Reinigingsmiddelen
Door gebruik van agressieve reinigingsmiddelen en schurende kookpotbodems slijt het oppervlak af en ontstaan er donkere vlekken.
Gebruik nooit een stoomreiniger, krassende schuursponsjes, schuurmiddelen of agressieve chemische reinigingsmiddelen (bijv. ovenspray).
Let erop dat het reinigingsmiddel in geen geval zand, soda, zuren, logen of chloor bevat.
Voor het reinigen van de kookvelden heeft u een speciale glaskeramische schraper en geschikte reinigingsmiddelen nodig.
Gebruik de glaskeramische schraper niet in de gewelfde kookzone van het wokkookveld.
Tepan kookveld:
Voor het reinigen van het Tepan kookveld heeft u een speciale Tepan spatel en geschikte reinigingsmiddelen nodig.
8.2 Apparaten onderhouden
Gebruik de apparaten niet als werk- of aflegvlak.
Schuif of trek kookgerei niet over het kookveldoppervlak.
Fil kookpotten en pannen steeds op.
Houd de apparaten schoon.
Verwijder onmiddellijk elke vorm van verontreiniging.
Gebruik alleen kookgerei dat geschikt is voor glaskeramische kookvelden (zie hoofdstuk Beschrijving van het apparaat).
8.3 Kookveldafzuiging CKA2/CKA2AB reinigen
Op het oppervlak en in het afzuigsysteem kunnen zich vette bestanddelen en kalkresten van de kookdampen afzetten.
Verwijder de instroomsproeier en vetfilterunit voordat u begint met de reiniging.
Reinig de oppervlakken met een zachte, vochtige doek, afwasmiddel of een milde ruitenreiniger.
Maak ingedroogde verontreinigingen week met een vochtige doek (niet krassen!).
Reinig de onderdelen van de kookveldafzuiging volgens de reinigingscycli.
8.3.1 Demonteren van de onderdelen
Instroomsproeier verwijderen
Afb. 8.1 Instroomsproeier verwijderen
[1] Instroomsproeier/Instroomsproeier All Black
Kantel de instroomsproeier [1] uit zijn montagepositie.
Neem met uw andere hand de instroomsproeier [1] weg.
Vetfilterunit demonteren

Afb. 8.2 Vetfilterunit verwijderen
Verwijder de vetfilterunit.
Gebruik hiervoor de grepen binnenin de vetfilterunit.
Vetfilter demonteren

Afb. 8.3 Vetfilter verwijderen
Neem het vetfilter uit de opvangbak.
Gebruik hiervoor de 2 vergrendeldrukpunten aan de zijkant van het vetfilter.
8.3.2 Reinigen van de onderdelen
De instroomsproeier, het vetfilter en de opvangbak kunnen met de hand of in de vaatwasser worden gereinigd.
Demonteer de vetfilterunit vóór het reinigen.
Handmatige reiniging
Gebruik vetoplossende schoonmaakmiddelen. Spoel de componenten af met heet water. Reinig de componenten met een zachte borstel. Spoel de componenten na de reiniging goed af.
Reiniging in de vaatwasser
Plaats de componenten ondersteboven in de vaatwasser.
- Er mag geen stilstaand water in de vetfiltercomponenten kunnen blijven staan. Gebruik voor de reiniging een spoelprogramma van maximaal 65 °C.
- Als het vetfilter niet meer volledig kan worden gereinigd, moet deze worden vervangen.
8.3.3 Monteren van de onderdelen
Vetfilterunit monteren
Bij het monteren van de onderdelen hoeft u geen kracht uit te oefenen. De vetfilterunit is zo ontworpen dat de afzonderlijke onderdelen zonder weerstand en alleen correct kunnen worden gemonteerd.
Plaats het vetfilter voorzichtig in de opvangbak. Zorg ervoor dat de vergrendeling vastklikt. Druk het vetfilter niet met geweld in de opvangbak.
- Als u weerstand voelt bij het plaatsen van het vetfilter, draait u het filter eenvoudigweg om.
Vetfilterunit plaatsen
De vetfilterunit kan alleen volledig en zonder weerstand worden geplaatst wanneer deze correct is uitgelijnd. Als de procedure correct wordt uitgevoerd, is een onjuiste plaatsing niet mogelijk.
Plaats de vetfilterunit voorzichtig in de kookveldafzuiging. Druk de vetfilterunit niet met geweld in de kookveldafzuiging.
- Als u weerstand voelt bij het plaatsen van de vetfilterunit, draait u de filterunit eenvoudigweg om.
Instroomsproeier monteren/ Instroomsproeier monteren All Black
Monteer de instroomsproeier. Zorg dat hij in de juiste positie staat.
8.3.4 Recirculatiefilter vervangen
Bij gebruik met recirculatie wordt een extra actieve-koolfilter gebruikt. Het actieve-koolfilter bindt de geurstoffen die bij het koken ontstaan. Het actieve-koolfilter is gemonteerd bij de plintmotor of het kanaalsysteem.
i Vervang regelmatig het actieve-koolfilter. U vindt de standtijden in de bedieningshandleiding van het actieve-koolfilter. i U kunt actieve-koolfilters verkrijgen bij uw vakhandelaar of via de website van BORA: http://www.bora.com.
- In de bedieningshandleiding van het actieve-koolfilter wordt beschreven hoe u het actieve-koolfilter moet vervangen.
Reset de filteronderhoudsindicator (zie hoofdstuk Menu, punt 6.3.11).
8.4 Kookvelden reinigen
Controleer of het kookveld uitgeschakeld is (zie hoofdstuk Bediening).
Controleer bij het gaskookveld CKG of de gastoevoer onderbroken en afgesloten is.
Wacht tot alle kookzones koud zijn.
Gebruik een glaskeramische schraper om alle grote verontreinigingen en etensresten van het kookveld te verwijderen.
Breng het reinigingsmiddel aan op het koude kookveld.
Wrijf het reinigingsmiddel uit met keukenpapier of met een propere doek.
Veeg het kookveld nat af.
Wrijf het kookveld droog met een propere doek.
Als het kookveld warm is:
gebruik een glaskeramische schraper om vastklevende en gesmolten resten van kunststof, aluminiumfolie, suiker of suikerhoudende levensmiddelen onmiddellijk van de warme kookzone te verwijderen, dit om inbranden te vermijden.
Ernstige verontreinigingen en vlekken (kalkaanslag, parelmoerachtig glanzende vlekken) dient u met reinigingsmiddelen te verwijderen terwijl het kookveld nog warm is.
Maak overgekookt voedsel week met een natte doek.
Verwijder de vuilresten met een glaskeramische schraper.
Verwijder korrels, kruimels, enz. die tijdens de normale keukenactiviteiten op het kookveld vallen, altijd onmiddellijk om krassen op het oppervlak te vermijden.
Kleurveranderingen en glansplekken houden geen beschadiging van het kookveld in. De werking van het kookveld en de duurzaamheid van de glaskeramiek worden hierdoor niet beïnvloed.
Voorwerpen die niet werden verwijderd en ingebrand zijn, veroorzaken kleurveranderingen op het kookveld.
Glansplekken ontstaan door slijtage van de bodem van de kookpot of pan. Dat is vooral het geval wanneer men kookgerei met aluminium bodems of ongeschikte reinigingsmiddelen gebruikt. Deze kunnen slechts met veel moeite worden verwijderd.
Bij het gaskookveld CKG is het niet ongebruikelijk om, bij gebruik van geëmailleerde gietstukken, kleine kleurafwijkingen en onregelmatigheden te zien. Bovendien kan er bij de steunpunten roestvorming optreden, die eenvoudig met een vochtige doek kan worden verwijderd. Deze gebeurtenissen zijn normaal en hebben geen invloed op de werking.
8.4.2 Tepan roestvrijstalen grilloppervlak reinigen (CKT)
Gebruik de spatel alleen op het grilloppervlak. Doet u dat niet, dan kan dit schade aan het oppervlak toebrengen.
Reinig het roestvrijstalen oppervlak alleen in de slijprichting.
Zorg dat er geen citroenzuur op de aangrenzende oppervlakken van het kookveld en het werkblad terechtkomt, want deze kunnen door het citroenzuur beschadigd raken.
Gebruik geen roestvrijstalen onderhoudsmiddelen op de roestvrijstalen oppervlakken of het roestvrijstalen grilloppervlak.
Gebruik voor het reinigen de reinigingsfunctie van het Tepan kookveld (zie hoofdstuk Bediening).
Controleer of het kookveld uitgeschakeld is (zie hoofdstuk Bediening).
Wacht tot het roestvrijstalen grilloppervlak voldoende afgekoeld is.
Verwijder lichte verontreinigingen met een vochtige doek en afwasmiddel.
Gebruik een zachte doek om het met water gereinigde oppervlak af te drogen, dit om water- of kalkvlekken (geelachtige verkleuring) te vermijden.
Gewone verontreinigingen
Zorg dat de reinigingsfunctie voor beide grillzones geactiveerd is (zie hoofdstuk Bediening).
Wacht tot de indicatoren van de grillzone stoppen met knipperen (= de optimale reinigingstemperatuur bedraagt 70 °C).
Giet nu zuiver, koud water op het grilloppervlak.
Laat het water ongeveer 15 minuten inwerken.
Gebruik vervolgens een Tepan spatel om alle grote verontreinigingen en etensresten te verwijderen.
Gebruik een propere doek om de resterende verontreinigingen en waterresten te verwijderen.
Droog het kookveld af met een propere doek.
Zorg dat de reinigingsfunctie voor beide grillzones geactiveerd is (zie hoofdstuk Bediening).
Wacht tot de indicatoren van de grillzone stoppen met knipperen (= de optimale reinigingstemperatuur bedraagt 70 °C).
Los in een aparte kom met warm water (ca. 200 ml) een eetlepel citroenzuur (ca. 10-15 ml) op.
Giet nu deze vloeistof op het grilloppervlak.
Laat de vloeistof ongeveer 5 tot 8 minuten inwerken.
Gebruik een plastic borstel om de ingebrande grillresten van het grilloppervlak te verwijderen.
Gebruik een propere doek om het resterende vuil en de resten van het water/citroen-mengsel (citroenzuur) volledig te verwijderen.
Giet nu zuiver, koud water op het grilloppervlak.
Gebruik een propere doek om de resterende verontreinigingen en waterresten te verwijderen.
Droog het kookveld af met een propere doek.
Kleurveranderingen en kleinere krassen houden geen beschadiging van het kookveld in. De werking van het kookveld en de duurzaamheid van het roestvrijstalen grilloppervlak worden hierdoor niet beïnvloed. Voorwerpen die niet werden verwijderd en ingebrand zijn, veroorzaken kleurveranderingen op het kookveld.
8.4.3 Reinigen van de onderdelen van het gaskookveld CKG
Reinigen van de pannendrager
Na verloop van tijd wordt het oppervlak van de pannendrager matter. Dit is volstrekt normaal en betekent geenszins dat het materiaal is aangetast.

Afb. 8.4 Opbouw gasbrander
Neem de pannendrager [2] van het apparaat.
- Pannendragers kunnen met de hand of in de vaatwasser worden gereinigd.
Handmatige reiniging
Gebruik vetoplossende schoonmaakmiddelen. Spoel de pannendrager af met heet water. Reinig de pannendrager met een zachte borstel. Spoel de pannendrager na de reiniging goed af. Droog de pannendrager zorgvuldig af met een propere doek.
Laat de pannendrager kort in warm water met afwasmiddel weken als u te maken hebt met bijzonder hardnekkige of aangebrande verontreinigingen. Eventuele kalkvlekken worden makkelijker verwijderd met azijnwater.
Reiniging in de vaatwasser
Spoel de pannendrager met een spoelprogramma van maximaal 65 °C. Droog de pannendrager zorgvuldig af met een propere doek. Plaats de pannendrager [2] precies en recht op de gasbrander [3] en volg hierbij de positioneerhulp [4].
Reinigen van de onderdelen van de gasbrander
Na verloop van tijd wordt het oppervlak van het branderdeksel matter. Dit is volstrekt normaal en betekent geenszins dat het materiaal is aangetast.

Afb. 8.5 Opbouw gasbrander
[1] Branderdeksel [2] Branderkop [3] Elektrische ontsteking [4] Veiligheidsthermostaat [5] Branderbehuizing [6] Gassproeier
- Begin pas met het reinigen wanneer de gasbrander na gebruik afgekoeld is tot een normale temperatuur.
- De onderdelen van de brander mogen niet in de vaatwasser. De onderdelen van de brander mogen uitsluitend met de hand worden gereinigd.
- Reinig enkel met gewoon warm afwaswater en met een commercieel afwasmiddel en gebruik een zachte spons of een gewone vaatdoek.
- Krab of schraap kookresten nooit af. Neem de pannendrager van het apparaat. Neem het branderdeksel [1] van de branderkop [2]. Neem de branderkop [2] van de gasuitlaat. Reinig de onderdelen van de brander. Gebruik een niet-metalen borstel om het vuil van alle vlamuitgangen te verwijderen.
Veeg de niet-afneembare onderdelen van de brander af met een vochtige doek.
Veeg de ontstekingselektrode [3] en de thermostaat [4] voorzichtig af met een goed uitgewrongen doek.
- De ontstekingselektrode mag niet nat worden, anders is er geen vonk.
Droog alles tot slot af met een propere doek.
- Vlamopeningen, branderkoppen en branderdeksels moeten vóór de montage volledig droog zijn.
Zet de onderdelen van de brander terug in elkaar.
Plaats de branderkop [2] op correcte wijze op de gasuitlaat.
Zorg ervoor dat de veiligheidsthermostaat [4] en de elektrische ontsteking [3] in de juiste opening zitten.
Plaats het branderdeksel [1] precies en recht op de branderkop [2].
- Als de onderdelen van de brander verkeerd worden geplaatst, kan de elektrische ontsteking niet plaatsvinden.
Plaats de pannendrager precies en recht op de gasbrander.
Steek de gasbrander aan (zie hoofdstuk Bediening).
9 Storingen verhelpen
E = Fout = Informatie
Neem alle veiligheidsbepalingen en waarschuwingen in acht (zie hoofdstuk Veiligheid).
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| Systeem | ||
| Het systeem kan niet worden ingeschakeld. | De zekering of de zekeringsautomaat van de woning- of huisinstallatie is defect. | Vervang de zekering. |
| Schakel de zekeringsautomaat opnieuw in. | ||
| (Power-toets)et zichtbaar) | De zekering/zekeringsautomaat wordt meermaals gactiveerd. | Neem contact op met het serviceteam van BORA. |
| De stroomvoorziening is onderbroken. Laat de stroomvoorziening door een vakman controleren. | ||
| De zwakstroomzekering in de aansluiting van de Vervang de zekering (type: T 3,15A/250V).koudapparaatstekker van de besturingseenheid is defect. | ||
| Het systeem schakelt zichzelf uit of gaat in de stand-bymodus. | Het bedieningspaneel is vuil. Reinig het bedieningspaneel. | |
| Langdurig indrukken van de Power-toets (>7 s). Droog de Power-toets onmiddellijk na het reinigen af (<7 s). | ||
| Foutsignaal tijdens of na de reiniging (activering Gebruik de reinigingsvergrendeling. Voer de reiniging van de Power-toets door verdampend reinigingsmiddel). | ||
| De Power-toets | Er bevindt zich een voorwerp op het bedieningspaneel. | Verwijder het voorwerp van het bedieningspaneel. |
| Het bedieningspaneel is vuil. Reinig het bedieningspaneel. | ||
| Foutcode | Onvolledige basisconfiguratie Basisconfiguratie afsluiten | |
| Foutcodes | Er bevindt zich een voorwerp op het bedieningspaneel. | Verwijder het voorwerp van het bedieningspaneel. |
| Het bedieningspaneel is vuil. Reinig het bedieningspaneel. | ||
| Langdurig indrukken van een touchzone. Stop met langdurig indrukken. | ||
| Optische kleurverschillen tussen de apparaten. | Extreem heldere lichtbronnen, die rechtstreeks op de apparaten zijn gericht. | Vermijd puntverlichting (spots) en zorg voor een gelijkmatige, heldere verlichting. |
| Kookveldafzuiging | ||
| Bij gebruik van de nieuwe kookveldafzuiging ontstaat er geurvorming. | Dit is een normaal verschijnsel bij nieuwe toestellen. | De geur verdwijnt na enkele bedrijfsuren. |
| Het afzuigvermogen van de kookveldafzuiging is afgenomen. | Het vetfilter is sterk verontreinigd. Reinig of vervang het vetfilter. | |
| Het actieve-koolfilter is sterk verontreinigd (alleen bij recirculatie). | Vervang het actieve-koolfilter. | |
| Er bevindt zich een voorwerp in de luchtgeleidingsbehuizing (bijv. een poetsdoek). | Verwijder het voorwerp. | |
| De motor is defect of er is een kanaalverbinding Neem contact op met het serviceteam van BORA. losgekomen. | ||
| Er is geen afzuigvermogen, rood motorsymbool | De motor is uitgevallen of geblokkeerd. Neem contact op met het serviceteam van BORA(u kunt het systeem gebruiken, maar dan wel zonder afzuiging). | |
| Verminderd afzuigvermogen, geel motorsymbool | In een systeem met 2 motoren is 1 motor uitgevallen, geblokkeerd of niet correct aangesloten. | Neem contact op met het serviceteam van BORA(u kunt het systeem gebruiken, maar dan wel met verminderd afzuigvermogen). |
| Foutcode | Onjuiste configuratie motor | Motorconfiguratie starten |
| Bij het instellen van het vermogensniveau van de motor springt dit onmiddellijk terug naar 0, het display van het motorsymbool | Er is geen motor aangesloten. | Sluit de motor aan. |
| De motor is geblokkeerd. | Neem contact op met het serviceteam van BORA. | |
| De motor krijgt geen stroom. | Controleer de aansluiting van de motor. | |
| Foutcodes | Home In is niet vrijgegeven. | Open het raam en druk vervolgens op de motortoets. |
| Foutcodes | De standtijd van het recirculatiefilter is bereikt. | Plaats een nieuw filter (alleen bij recirculatie) en reset de levensduur van het filter (zie menu-item B). |
E = Fout = Informatie
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| Kookvelden | ||
| Het kookveld wordt weergegeven, maar de beide kookzonedisplays geven een fout aan en op het multifunctionele display wordt een foutcode (bijv. bij 2547) aangegeven. | Het kookveld krijgt geen stroom. Controleer de zekering of laat de stroomaansluiting van het kookveld door een vakman controleren. | |
| De generator/elektronica is defect. Neem contact op met het serviceteam van BORA. | ||
| Het kookveld wordt niet weergegeven. | Het kookveld werd niet gedetecteerd. Controleer de aansluiting van de communicatieleiding. | |
| Foutcodes EHERL | Oververhitting. Verwijder hete voorwerpen uit de onmiddellijke omgeving van het bedieningspaneel. | |
| De demomodus is geactiveerd. Neem contact op met uw BORA dealer of met het serviceteam van BORA. | ||
| Hoewel er een vermogensniveau is ingesteld, hebben de kookvelden geen vermogen en wordt deno weergegeven. | De demomodus is geactiveerd. Neem contact op met uw BORA dealer of met het serviceteam van BORA. | |
| Storingen aan het gaskookveld CKG | ||
| Bij de eerste ingebruikneming, na een langere periode van niet-gebruik of na het vervangen van de gasfles: | ||
| Geen branderontsteking Er bevindt zich lucht in de gasleiding. Herhaal indien nodig meermaals het ontstekingsproces (raak de gewenste kookzone aan en stel een vermogensniveau in). | ||
| Het gaskookveld vertoont geen reactie (geen kalibratie van de regelmotoren en geen ontsteking) | Communicatiefout tussen bedieningsunit en kookveld (bijv. bij stroomstoring). | Voer een reset uit (zie Configuratiemenu gas). |
| De zekering of de zekeringsautomaat van de woning- of huisinstallatie is defect of werd geactiveerd. | ||
| De zekering of de zekeringsautomaat wordt meermaals geactiveerd. | Neem contact op met het serviceteam van BORA. | |
| De stroomvoorziening is onderbroken. Laat de stroomvoorziening door een elektricien controleren. | ||
| De gasbranders zijn vochtig. Droog de gasbranderonderdelen (zie hoofdstuk Reiniging). | ||
| De gasbranderkoppen en/of gasbranderdeksels staan niet op de juiste plaats. | Zet de gasbranderonderdelen op de juiste plaats (zie hoofdstuk Reiniging). | |
| De elektrische ontsteking en/of thermostaat is/zijn vuil. | Verwijder de verontreinigingen (zie hoofdstuk Reiniging). | |
| Verontreinigingen in de gasbranderkop Reinig de gasbranderonderdelen (zie hoofdstuk Reiniging). | ||
| Er is geen automatische ontsteking. Herhaal het ontstekingsproces via het aanraakvlak van de bedieningsknop. | ||

Fout
= Informatie
| Probleem Oorzaak Oplossing | ||
| U stelt een gaslucht vast. De gastoevoerleiding heeft een lek. Schakel de gastoevoer uit en doof onmiddellijk alle open vlammen. Neem onmiddellijk contact op met uw gasinstallateur. Zorg ervoor dat alle aansluitingen lekdicht zijn (zie hoofdstuk Gasinstallatie). | ||
| Er komt geen gas uit de gasbrander. De gastoevoer is afgesloten. Open de gastoevoer (zie hoofdstuk Bediening). | ||
| De gasfles (bij vloeibaar gas LPG) is leeg. Vervang de lege gasfles door een volle. Let erop dat u het juiste type gas neemt. | ||
| De gasvlam dooft na ontsteking. De gasvlam dooft tijdens gebruik. Het vlampatroon van de gasvlam verandert. | De gasbranderonderdelen (branderkoppen en/ of -deksels) staan niet op de juiste plaats. | Zet de gasbranderonderdelen op de juiste plaats (zie hoofdstuk Reiniging). |
| De gasuitstroomopeningen aan de gasbranderkop zijn verontreinigd. | Reinig de gasbranderonderdelen (zie hoofdstuk Reiniging). | |
| Alle foutcodes E... (behalve E066) | Softwarefout. Wacht 5 seconden en druk vervolgens op de knipperende foutmelding E (fout updaten). | |
Tab. 9.1 Storingen verhelpen
Nadat u de storing heeft verholpen, probeert u het nogmaals en test u of de storing is verholpen. Bij alle andere storingen start u het systeem gewoon opnieuw op. Als laatste mogelijkheid kunt u ook de stroomtoevoer kortstondig onderbreken.
Tijdens of na een stroomonderbreking kunnen de kookplaten nog warm zijn. Bij de kookplaten CKCH, CKCB en CKG wordt er na een stroomonderbreking geen restwarmte aangegeven, ook als ze daarvoor in gebruik waren en de kookplaten nog warm zijn.
Neem contact op met het serviceteam van BORA als de storing zich blijft voordoen (zie hoofdstuk Garantie, technische dienst, reserveonderdelen en toebehoren) en geef het weergegeven foutnummer en toesteltype aan (zie hoofdstuk Typeplaatjes).
10 Garantie, technische dienst, reserveonderdelen en toebehoren
Leef alle veiligheidsbepalingen en waarschuwingen na (zie hoofdstuk Veiligheid).
10.1 Fabrieksgarantie van BORA
BORA biedt de consument een fabrieksgarantie van 2 jaar op zijn producten. Deze garantie komt bovenop de wettelijke garantieaanspraken die de consument tegenover de verkoper van onze producten heeft.
De fabrieksgarantie geldt voor alle BORA producten die bij een erkend BORA dealer of van door BORA opgeleide verkopers binnen de Europese Unie werden aangekocht, met uitzondering van BORA producten die aangeduid zijn als universele artikelen of toebehoren. De fabrieksgarantie begint te lopen zodra de erkende BORA dealer het BORA product aan de consument overdraagt en geldt gedurende 2 jaar. De consument heeft de mogelijkheid om zich te registreren op
www.bora.com/registration en zodoende een verlenging van de fabrieksgarantie te bekomen.
Voorwaarde voor de fabrieksgarantie is dat de BORA producten op vakkundige wijze (volgens de specificaties van het BORA ventilatiehandboek en de BORA bedieningshandleiding, die van kracht waren op het moment van installatie) en door een erkend BORA dealer werden gemonteerd. De consument moet zich tijdens het gebruik aan de richtlijnen en instructies in de bedieningshandleiding houden.
Om aanspraak te maken op de garantie, dient de klant het defect direct bij zijn dealer of rechtstreeks bij BORA te melden en moet hij een bewijs van aankoop voorleggen. Als alternatief kan de consument een bewijs van aankoop leveren door zich te registreren op www.bora.com.
BORA garandeert dat alle BORA producten vrij zijn van materiaal- en productiefouten. De fout moet al bestaan op het moment van levering aan de consument. Bij toepassing van de garantie begint deze niet opnieuw te lopen.
Bij defecten aan BORA producten zal BORA deze volgens eigen inzicht herstellen of vervangen. Alle kosten voor het verhelpen van gebreken, die onder de fabrieksgarantie vallen, zijn voor rekening van BORA.
De volgende zaken zijn uitdrukkelijk niet gedekt door de fabrieksgarantie van BORA:
- BORA producten die niet bij een erkend BORA dealer of bij door BORA opgeleide verkopers werden aangekocht;
- Schade die voortvloeit uit het niet naleven van de bedieningshandleiding (dit omvat ook de reiniging en het onderhoud van het product). Hierbij is er sprake van een verkeerd gebruik;
- Schade veroorzaakt door normale slijtage, bijv. slijtagesporen op het kookveld;
- Schade veroorzaakt door externe invloeden (bijv. transportschade, binnendringen van condenswater, schade door natuurlijke evenementen zoals blikseminslagen)
- Schade veroorzaakt door herstellingen of herstelpogingen, die niet door BORA of door een door BORA erkend persoon werden uitgevoerd; ● Schade aan de glaskeramiek;
- Spanningsschommelingen;
- Gevolgschade of schadevorderingen die het defect overschrijden;
- Schade aan de kunststofonderdelen.
Wettelijke rechten, in het bijzonder de wettelijke garantieaanspraken of productaansprakelijkheid, worden niet beperkt door deze garantie.
Als een defect niet gedekt is door de fabrieksgarantie, kan de consument een beroep doen op de technische service van BORA, maar dient hij zelf de kosten te dragen.
Het Duitse recht is van toepassing op deze garantievoorwaarden. U kunt ons als volgt bereiken:
- Telefonisch: +800 7890 0987 Maandag tot donderdag van 08.00 tot 18.00 u. en vrijdag van 08.00 tot 17.00 u. E-mail: info@bora.com
10.1.1 Garantieverlenging
U kunt de garantie verlengen door u te registreren op www.bora.com/registration.
10.2 Service
BORA service:
zie achterzijde van de bedienings- en montagehandleiding.

Neem contact op met uw gespecialiseerde BORA handelaar of met het BORA serviceteam als u te maken krijgt met storingen die u zelf niet kunt verhelpen.
De BORA service heeft de typeaanduiding en het fabricagenummer van uw toestel (FD-nummer) nodig. U vindt beide gegevens terug op het typeplaatje op de voorlaatste blz. van de bedieningshandleiding alsook op de onderkant van het toestel.
10.3 Reserveonderdelen
Gebruik bij reparaties alleen originele onderdelen.
Herstellingen mogen enkel door het BORA serviceteam worden uitgevoerd.
U kunt reserveonderdelen verkrijgen bij uw BORA handelaar en op de online servicepagina van BORA via www.bora.com/service of via het opgegeven servicenummer.
10.4 Toebehoren
Speciale toebehoren CKA2:
● BORA Classic instroomsproeier CKAED ● BORA Classic instroomsproeier All Black CKAEDAB ● BORA Classic vetfilterunit incl. opvangbak voor vetfilter CKAFFE
Speciale toebehoren voor recirculatiesystemen:
● BORA luchtreinigingsbox flexibel ULBF ● BORA actieve-koolfilterset ULB3AS voor ULB3X
Speciaal toebehoren voor glaskeramische kookvelden:
● BORA glaskeramische schraper UGS
Speciaal toebehoren CKIW:
● BORA inductiewokpan HIW1
Speciaal toebehoren CKT:
● BORA Pro Tepan spatel PTTS1
Speciaal toebehoren CKG:
● BORA gas set sproeiers aardgas G25/25 mbar PKGDS2525 ● BORA gas set sproeiers aardgas G20/13 mbar PKGDS2013 ● BORA gas set sproeiers aardgas G20/20 mbar PKGDS2020 ● BORA gas set sproeiers aardgas G25/20 mbar PKGDS2520 ● BORA gas set sproeiers aardgas G20/25 mbar PKGDS2025 ● BORA gas set sproeiers vloeibaar gas G30/G31 50 mbar PKGDS3050 ● BORA gas set sproeiers vloeibaar gas G30/G31 28-30 mbar PKGDS3028 ● BORA branderset PKGBS ● BORA pannendrager klein PKGTK ● BORA pannendrager groot PKGTG
12 Typeplaatjes
i Op deze pagina vindt u de exacte typeaanduiding van de bij u geïnstalleerde apparaten. Niet elk kleefvlak moet worden voorzien van een typeplaatje.
Aan het einde van de montage kleeft u de meegeleverde typeplaatjes op de volgende kleefvlakken.
Typeplaatje Kookveldafzuiging 1
(gelieve op te plakken)
Typeplaatje Kookveld links
(gelieve op te plakken)
Typeplaatje Kookveld rechts
(gelieve op te plakken)
Typeplaatje Kookveldafzuiging 2
(gelieve op te plakken)
Typeplaatje Kookveld links
(gelieve op te plakken)
Typeplaatje Kookveld rechts
(gelieve op te plakken)
Bedieningshandleiding:
○ Origineel
- Vertaling
Dit document verspreiden of vermenigvuldigen of de inhoud ervan gebruiken of communiceren is niet toegestaan behoudens uitdrukkelijke goedkeuring.
Deze bedienings- en montagehandleiding werd met de grootste zorgvuldigheid opgesteld. Desalniettemin kan het gebeuren dat latere technische wijzigingen nog niet werden toegevoegd of dat de overeenstemmende inhoud nog niet werd aangepast. Onze excuses voor dit ongemak. U kunt via de BORA klantendienst een bijgewerkte versie opvragen. Onder voorbehoud van drukfouten en vergissingen.
© BORA Vertriebs GmbH & Co KG Alle rechten voorbehouden.


