BOSS Guitar Processor GP-10 - Gitaar effectpedaal

Guitar Processor GP-10 - Gitaar effectpedaal BOSS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Guitar Processor GP-10 BOSS in PDF-formaat.

📄 20 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice BOSS Guitar Processor GP-10 - page 1
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Gitaar effectpedaal
Merk BOSS
Model GP-10
Afmetingen (B x D x H) 251 x 207 x 71 mm (max. hoogte 93 mm)
Gewicht 1,9 kg (exclusief netstroomadapter)
Voeding Netstroomadapter, stroomverbruik 350 mA
Modelingtechnologie COSM: gitaar, bas, akoestisch, synth, poly FX
Aantal patches 99
Effecten Overdrive, chorus, delay, reverb, wah, compressor, equalizer, phaser, flanger, tremolo, roterende luidspreker, en meer
Alternatieve stemmingen Ja (Drop-D, Open-G, D-MODAL, NASHVL, USER, enz.)
Twaalfsnarige simulatie Ja
Expressiepedaal Ingebouwd, met schakelaar voor wah/volume
GK-pickup compatibiliteit Roland GK-3, GK-2A, GC-1 (apart verkrijgbaar)
USB Audio Ja (opname en afspelen via computer)
MIDI-uitvoer Ja (MONO of POLY)
Stemfunctie Ja, met instelbare referentietoonhoogte
Auto Off-functie Ja (uitschakelen na 10 uur inactiviteit, uitschakelbaar)
Displaycontrast instelbaar Ja
Paneelvergrendeling Ja (Knob Lock)
Onderhoud Zachte droge doek; geen oplosmiddelen
Veiligheid Gebruik alleen meegeleverde adapter; let op vingers bij expressiepedaal
Optionele accessoires GK-3 pickup, GK-kabels (GKC-5, GKC-10), voetschakelaars (FS-5U, FS-6), expressiepedaal (EV-5, FV-500H/L)
Fabrieksreset Ja (systeem + patches of alleen patches)

Veelgestelde vragen - Guitar Processor GP-10 BOSS

Hoe sluit ik de GP-10 aan op mijn gitaar en versterker?
Sluit de GK-pickup (bijv. Roland GK-3) aan op de GK IN-aansluiting van de GP-10. Gebruik de OUTPUT-aansluitingen om de GP-10 op uw versterker of mengpaneel aan te sluiten. Zet het volume op nul voordat u verbindingen maakt.
Wat is de initiële setup voor de GK-pickup?
Druk op [SYSTEM], stel Sys: Output in op het juiste uitvoertype (bijv. LINE/PHONES, JC-120). Stel vervolgens GK1: Type in op uw pickup (GK-3, GK-2A, enz.), Scale op de mensuur (bijv. ST of LP), en pas Sens aan voor elke snaar om een gelijk volume te krijgen.
Hoe gebruik ik alternatieve stemmingen?
Druk op [MODELING/ALT TUNE], navigeer naar AltTune: On/Off en zet op ON. Kies bij AltTune: Type een stemming zoals OPEN G, DROP D of D-MODAL. U kunt ook een USER-stemming maken door per snaar de shift in te stellen.
Hoe sla ik een patch op?
Bewerk de instellingen naar wens, druk op [WRITE], draai aan de [PATCH/VALUE]-regelaar om de opslaglocatie te selecteren, druk opnieuw op [WRITE], geef de patch een naam (max. 12 tekens) en druk nogmaals twee keer op [WRITE] om te bevestigen.
Waarom hoor ik geen geluid?
Controleer of de OUTPUT LEVEL-regelaar niet op nul staat. Zorg dat de GK-pickup-schakelaar op MIX staat. Controleer of het expressiepedaal niet in de uit-stand staat (teen omlaag). Stel Patch: Level in op een hogere waarde (p. 4, 11).
Kan ik de volgorde van effecten wijzigen?
Ja, druk meerdere keren op [EFFECTS] tot u het FX Chain-scherm ziet. Gebruik [◀] [▶] om een effect te selecteren (onderstrepen) en draai de [VALUE]-regelaar om het naar links of rechts te verplaatsen. Effecten kunnen worden in- of uitgeschakeld door [EFFECTS] ingedrukt te houden.
Hoe reset ik de GP-10 naar fabrieksinstellingen?
Druk herhaaldelijk op [SYSTEM] tot Factory Reset verschijnt. Gebruik de [VALUE]-regelaar om SYSTEM + PATCH of PATCH te kiezen. Druk op [WRITE] en bevestig door nogmaals op [WRITE] te drukken. Dit wist de geselecteerde instellingen.
Wat is het verschil tussen MONO en POLY MIDI-modus?
In MONO wordt per snaar één MIDI-kanaal gebruikt (6 kanalen totaal). In POLY worden alle zes snaren via één kanaal verzonden. Kies de modus die het beste past bij uw MIDI-apparaat (p. 13).
Kan ik de GP-10 als audio-interface gebruiken?
Ja, via USB. Stel in USBAudio: de Routing in op de gewenste configuratie (bijv. direct opnemen of re-amping). Reguleer het volume met In Lv en Out Lv (p. 13).
Wat moet ik doen als het expressiepedaal niet goed werkt?
Voer een kalibratie uit: druk meerdere keren op [SYSTEM] tot Calibration verschijnt. Volg de instructies op het scherm: zet pedaal op MIN, druk [WRITE], zet op MAX, druk [WRITE]. Pas daarna de drempelwaarde aan met de [VALUE]-regelaar (1-16).

Gebruikersvragen over Guitar Processor GP-10 BOSS

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Gitaar effectpedaal in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Guitar Processor GP-10 - BOSS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Guitar Processor GP-10 van het merk BOSS.

GEBRUIKSAANWIJZING Guitar Processor GP-10 BOSS

Gebruikershandleiding

BOSS Guitar Processor GP-10 - 1

Aansluitingen 2

Het apparaat in-/uitschakelen 2

Initiele instellingen 3

Het uitvoersysteem opgeven (Sys: Output)....3

De GK-pickups instellen....3

Basisbewerkingen 4

Instellingen voor modeling/Poly FX/alternatieve stemming 6

Instellingen voor modeling (Mdl:) 6

Elektrische gitaar (EG:) 6

Akoestisch (AC:) 6

Bas (EB:) 6

Instellingen voor alternatieve stemming (AltTune:) 8

Instellingen voor twaalfsnarige gitaar (12Str: )......8

Instellingen voor snaarverbuiging (StrBend:) 8

Overige instellingen voor modeling (Mdl:). 8

Instellingen voor effecten/patches 9

Instellingen voor effecten 9

Voorversterker (Amp:) 9

FX (FX:)....9

Wah (Wah: )....10

Instellingen voor normale pickup (Nrml PU:)....11

Volumebalans van de modeling en de normale pickup (Mixer: )....11

FX Chain....11

Patchinstellingen (Patch: )....11

Selectie van de GK-kit voor de patch (Patch: GK Set) .....11

Pedaal- en schakelaarinstellingen voor elke patch (Ctl: ) .....11

Toewijzingsinstellingen (Asgn 1-8:) ......12

Systeeminstellingen 13

Het uitvoersysteem opgeven (Sys: Output)....13

Instellingen van de GK-pickups (GK:) 13

Systeeminstellingen voor de pedalen en schakelaars (SysCtl: )....13

USB Audio-instellingen (USBAudio:). 13

MIDI-uitvoerinstellingen voor gitaar spelen (MIDI:) 13

Stemfunctie-instellingen (Tuner:) 13

Het contrast van de display regelen (Sys: Contrast)....14

Paneelvergrendelingsinstellingen (Sys: Knob Lock)....14

Auto Off-instellingen (Sys: Auto Off) 14

De selecteerbare patches in het afspeelscherm beperken (Sys: Patch

Extent) 14

Het expressiepedaal aanpassen (Calibration)....14

De fabrieksinstellingen herstellen (Factory Reset) 14

Patchbewerkingen....14

Patches verwisselen (Exchange) 14

Een patch invoegen (Insert) 14

Een patch initialiseren (Initialize) 14

HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN....15

BELANGRIJKE OPMERKINGEN 15

Problemen oplossen....16

Overzicht van foutmeldingen 16

Belangrijkste specificaties 16

Superieure modeling van gitaren via COSM

De GP-10 biedt een breed gamma aan modelingopties voor gitaren dankzij de COSM-technologie. Enkele voorbeelden zijn Stratocaster, Telecaster, Les Paul, jazzgitaar, akoestische gitaar en sitar. Bovendien kan dit apparaat nieuwe geluidsdimensies creëren die niet mogelijk zijn met conventionele elektrische gitaren. Er is bijvoorbeeld een Wide Range-model dat een vet geluid oplevert terwijl het brede bereik van single coil pickups blijft behouden, en een Bright Humbucker-model waarbij de rijke midden- en lage tonen van een humbucker worden gecombineerd met heldere hoge tonen.

Verscheidenheid aan alternatieve stemmingen

U kunt kiezen uit alternatieve stemmingen zoals Drop-D, Open-G en D-MODAL. Zonder dat u uw gitaar of de snaarspanning hoeft te veranderen, kunt u onmiddellijk wisselen tussen verschillende alternatieve stemmingen. Er is zelfs een modus voor een twaalfsnarige gitaar. Bovendien kunt u "USER" gebruiken om uw eigen stemming op te geven.

Krachtige effecten en modeling van versterkers

Hoogwaardige effecten en modeling van versterkers zijn twee ingebouwde functies. Er is ook een speciale "Poly FX"-optie die specifiek bedoeld is voor de GP-pickup en waarmee u een afzonderlijk snaarsignaal kunt exporteren voor elke snaar. Op die manier kunt u volledig nieuwe geluiden creëren die onmogelijk waren voor een oude gitaar die was uitgerust met een conventionele pickup.

BOSS Guitar Processor GP-10 - Krachtige effecten en modeling van versterkers - 1

Gebruikershandleiding (dit document)

Lees dit eerst. Het bevat de basisgegevens die u moet weten voordat u de GP-10 begint te gebruiken.

BOSS Guitar Processor GP-10 - Gebruikershandleiding (dit document) - 1

. PDF-handleiding (te downloaden vanaf internet)

Parameter Guide

Dit bevat informatie over de parameters en het audiosignaalpad van de GP-10.

Sound List

Dit is een lijst met de geluiden die zijn ingebouwd in de GP-10.

• MIDI Implementation

Dit is gedetailleerde informatie over MIDI-berichten.

BOSS Guitar Processor GP-10 - PDF-handleiding (te downloaden vanaf internet) - 1

Zo verkrijgt u de PDF-handleiding

  1. Voer de volgende URL in uw computer in. http://www.roland.com/manuals/

BOSS Guitar Processor GP-10 - Zo verkrijgt u de PDF-handleiding - 1

  1. Kles "GP-10" als productnaam.

Lees zorgvuldig de hoofdstukken "HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN" en "BELANGRIJKE OPMERKINGEN" (apart blad "Lees dit eerst" en Gebruikershandleiding p. 15) voordat u het apparaat gaat gebruiken. Deze hoofdstukken bevatten belangrijke informatie over de juiste bediening van het apparaat. Om er bovendien zeker van te zijn dat u elke functie van uw nieuwe apparaat goed begrijpt, leest u best de hele gebruikershandleiding. Deze handleiding moet als referentie worden bewaard en voorhanden zijn.

Alle rechten voorbehouden. Niets uit deze uitgave mag op enige manier worden gereproduceerd zonder schriftelijke toestemming van BOSS CORPORATION.

* Zet het volume altijd op nul en schakel alle apparaten uit voordat u aansluitingen maakt om defecten of storingen aan de apparatuur te voorkomen.

GK IN-aansluiting

Sluit een gitaar met een GK-pickup (Roland GK-3/GK-2A) of een GK-compatibele gitaar, zoals de Roland V-Guitar GC-1, aan op deze connector.

Bluit de GK-compatibele gitaar alleen aan op een speciale GK-kabel (meegeleverd met Roland GK-compatibele apparaten en optionele GK-kabels). Andere kabels kunnen schade of defecten veroorzaken. Sluit de GK-compatibele gitaar alleen aan op een speciale GK-kabel (meegeleverd met Roland GK-compatibele apparaten en optionele GK-kabels). Andere kabels kunnen schade of defecten veroorzaken. Beveiligingsslot (ä) http://www.kensington.com/ GUITAR IN-aansluiting Gebruik dit bedieningselement als u een conventionele gitaar rechtstreeks invoert. * Als u een 1/4"-jack gebruikt om aansluitingen te maken, zullen de functies voor modeling en alternatieve stemming niet werken. Alleen de effectfuncties zullen werken. GUITAR OUT-aansluiting Normale pickupsignalen van de gitaar worden uitgestuurd. USB (→)-poort Gebruik een in de handel verkrijgbare USB 2.0-kabel om deze poort aan te sluiten op uw computer. Deze kan worden gebruikt om USB MIDI- en USB-audiogegevens over te dragen. U moet het USB-stuurprogramma installeren voordat u de GP-10 aansluit op uw computer. Download het USB-stuurprogramma en de speciale GP-10-software op de website van Roland. Raadpleeg het bestand Readme.htm dat bij de download wordt meegeleverd. →http://www.roland.com/support/ Automatischen ingeschakelt: Boaat u ook met uw hoofdtelefoon kunt genieten van indrukwekkende gitaargeluiden. In dit geval zal het geluid van de OUTPUT-connectoren hetzelfde effect hebben. Als u onvoorziene stroomonderbrekingen (als de stekker per ongeluk uit het stopcontact wordt getrokken) of overmatige belasting op de DC IN-aansluiting wilt voorkomen, moet u het netsnoer verankeren met de snoerhaak, zoals u kunt zien in de afbeelding. Power DC IN USE BOSS PDA ADAPTOR ON Het apparaat in-/uitschakelen Met deze schakelaar schakelt u de stroom in/uit. * Nadat u de aansluitingen correct hebt uitgevoerd, zorgt u ervoor dat u eerst de GP-10 inschakelt en vervolgens het aangesloten systeem. Als u de apparaten in de verkeerde volgorde inschakelt, kan dit schade of defecten veroorzaken. Als u de apparaten uitschakelt, moet u eerst het aangesloten systeem uitschakelen en vervolgens de GP-10. * Het apparaat is voorzien van een beveiligingscircuit. Het duurt even (een paar seconden) voordat het apparaat normaal functioneert nadat het is ingeschakeld. * Zet het volume altijd op nul voordat u het apparaat in- of uitschakelt. Zelfs als het volume volledig op nul staat, kunt u nog geluid horen wanneer het apparaat wordt in- of uitgeschakeld. Dit is normaal en wijst niet op een defect. Auto Off-functie Dit apparaat wordt automatisch uitgeschakeld na een vooraf ingestelde tijdsspanne sinds het apparaat voor het laatst werd gebruikt om muziek af te spelen of sinds de knappen of bedieningselementen van het apparaat voor het laatst werden gebruikt (Auto Off-functie). Als u niet wilt dat het apparaat automatisch wordt uitgeschakeld, schakelt u de Auto Off-functie uit (p. 14). * Instellingen die worden bewerkt op het moment dat het apparaat wordt uitgeschakeld, gaan verloren. Als u instellingen hebt gemaakt die u wilt behouden, moet u deze eerst opslaan. * Schakel het apparaat opnieuw in om de stroomwoorziening te herstellen.

EXP 2/CTL 3, 4-aansluiting (Aansluiten van externe pedalen)

Als u een expressiepedaal (apart verkrijgbaar: Roland EV-5, FL-500H/L) of voetschakelaar (apart verkrijgbaar: FS-5U, FS-6) aansluit op de EXP 2/CTL 3, 4-aansluiting, kunt u een pedaal gebruiken om het volume te bedienen of om effecten in en uit te schakelen.
Raadpleeg "Pedaal- en schakelaarinstellingen voor elke patch (Ctl: )" (p. 11), "Systeeminstellingen voor de pedalen en schakelaars (SysCtl: )" (p. 13) voor meer informatie over de instellingen.

Bij het aansluiten van een EV-5 • Gebruik alleen het opgegeven expressiepedaal (Roland EV-5, FL-500H/L, apart verkrijgbaar). Als u andere expressiepedalen aansluit, kunt u defecten en/ of schade aan het apparaat verporzaken.

Bij het aansluiten van een FS-5U Kabel: 1/4"-jack ←→ 1/4"-jack CtI 3 CtI 4 CtI 3 CtI 4 CtI 3Exp 2 POLARITY

Bij het aansluiten van een FS-6 Kabel: Stereo 1/4"-jack ↔ Stereo 1/4"-jack A C/OSS B FS-6 OLARITY-schakelaar

Controleer de volgende punten voordat u de GP-10 gebruikt

Is de GK-pickup correct geplaatst?

  • Lees de instructies in de gebruikershandleiding van de GK-pickup en controleer nogmaals of het element correct is geplaatst.
  • Op de pagina "How to install the GK pickup" op de website van Roland vindt u informatie en foto's over het bevestigen van een GK-pickup. Neem zeker eens een kijkje.
    http://www.roland.com/GK/

Voordat u de GP-10 voor de eerste keer gebruikt, moet u eerst de volgende initiele instellingen uitvoeren.

Basisprocedure voor initiele instelling

  1. Druk op de [SYSTEM]-knop.
  2. Gebruik de [◀] [▶]-knoppen om de gewenste parameter te selecteren. Gebruik vervolgens de [VALUE]-regelaar om de waarde te bewerken.

Een parameter selecteren
PATCH/VALUE GK1:Type GK - 3 De waarde bewerken PATCH/VALUE

  1. Druk op de [EXIT]-knop om terug te gaan naar het afspeelscherm.

MEMO

U kunt de volgende knopbedieningen gebruiken om naar de ★/☆-markeringen van dit documenten te springen (p. 13–).

Knoppen Doel Knoppen Doel
[SYSTEM]Volgende ★-markering[▶] + [◀]Volgende ☆ ★-markering
[EXIT] + [SYSTEM]Vorige ★-markering[◀] + [▶]Vorige ☆ ★-markering

* [▶] + [◀] betekent dat u "[▶] moet ingedrukt houden en op [◀] moet drukken."

Het uitvoersysteem opgeven (Sys: Output)

Kies "Sys: Output" en geef het apparaat (de versterker) op dat is aangesloten op de OUTPUT-aansluitingen.

Sys:Output LINE/PHONES

* Als er een hoofdtelefoon is aangesloten, zal dit automatisch "LINE/PHONES" zijn, ongeacht de uitvoerinstelling.

Waarde Beschrijving
LINE/PHONESDit is de geschikte instelling wanneer u een hoofdtelefoon gebruikt of wanneer de GP-10 is aangesloten op een keyboardversterker, mengpaneel of digitale recorder.
JC-120Kies deze instelling als de GP-10 is aangesloten op de gitaarinvoer van een Roland JC-120-gitaarversterker.
SMALL AMPKies deze instelling als de GP-10 is aangesloten op een kleine gitaarversterker.
COMBO AMPKies deze instelling als de GP-10 is aangesloten op de gitaarinvoer van een andere combo-gitaarversterker (een versterker waarbij de versterker en de luidspreker samen in één kast zitten) dan de JC-120. Afhankelijk van de gitaarversterker die u gebruikt, kan de instelling "JC-120" mogelijk betere resultaten geven.
STACK AMPKies deze instelling als de GP-10 is aangesloten op de gitaarinvoer van een andere stack-gitaarversterker (een versterkertoren waarbij de versterker boven op de luidspreker is geplaatst).
JC-120 RETURNKies deze instelling als de GP-10 is aangesloten op de RETURN-aansluiting van de JC-120.
COMBO RETURNKies deze instelling als de GP-10 is aangesloten op de RETURN-aansluiting van een combo-gitaarversterker.
STACK RETURNKies deze instelling als de GP-10 is aangesloten op de RETURN-aansluiting van een stack-gitaarversterker. Kies de "STACK RETURN"-instelling ook als u de GP-10 gebruikt met een eindversterker voor gitaren en een luidsprekerkast.

De GK-pickups instellen

GK-instellingen zijn heel belangrijk als u het best mogelijke geluid wilt bereiken wanneer u met de GP-10 speelt. Controleer of u deze instellingen correct hebt ingesteld.

MEMO: GK-instellingen

U kunt drie verschillende sets met GK-instellingen opslaan (GK Setting: 1–3). Als u wilt schakelen tussen drie verschillende gitaren die u gebruikt op de GP-10, kunt u afzonderlijke GK-instellingen

maken voor elke gitaar. Als u slechts één gitaar gebruikt met de GP-10, kiest u "1" (de standaardinstelling).

GK:Setting

BOSS Guitar Processor GP-10 - GK:Setting - 1

U moet de selectieschakelaar van de GK-pickup instellen op "MIX."

Als de schakelaar wordt ingesteld op een andere positie dan "MIX," dan zal het apparaat niet correct werken (er zal geen geluid zijn).

Roland GK-3-gebruikers

Roland V-Guitar GC-1-gebruikers

BOSS Guitar Processor GP-10 - U moet de selectieschakelaar van de GK-pickup instellen op "MIX." - 1

BOSS Guitar Processor GP-10 - U moet de selectieschakelaar van de GK-pickup instellen op "MIX." - 2

U moet dit instellen op de middelste positie (MIX).

Het type pickup instellen

Kies "GK1: Type" en geef het type pickup op dat op uw gitaar is geïnstalleerd.

GK1:Type

GK-3

WaardeBeschrijvingWaardeBeschrijving
GK-3Roland GK-3PIEZO FPiëzo-pickupFishman
GK-2ARoland GK-2APIEZO GGraph Tech
GC-1Roland V-Guitar GC-1PIEZO LL.R. Baggs
PIEZOPiëzo-pickup (lage respons)PIEZO RRMC
  • Een piëzo-pickup is een type pickup dat op de brug van de gitaar wordt gemonteerd en een piëzo-elektrisch element gebruikt om de vibraties van de snaar te detecteren.
    * Kies "GK-2A" als u een in de handel verkrijgbare gitaar gebruikt die is uitgerust met een GK-pickup.

De mensuur van uw gitaar opgeven

Kies "Scale" en geef de mensuur van uw gitaar op (de afstand tussen de brug en de kam).

GK1:Scale

ST

Kies "ST" voor een standaardtype van een Stratocaster of kies "LP" voor een Les Paul-type. U kunt ook de dichtstbij liggende waarde in het bereik van 500-600 mm kiezen.

* Deze parameter wordt niet weergegeven als u "GC-1" selecteert als het type pickup.

De afstand vanaf de brug opgeven

Kies "Distance 1"–"Distance 6" en geef de afstand (in mm) op vanaf het midden van de pickup tot het brugzadel.

GK1:Distance 1 20.0mm

BOSS Guitar Processor GP-10 - GK1:Distance 1 20.0mm - 1

* Als het type pickup is ingesteld op een van de piëzo-pickups, dan is deze instelling niet nodig. Deze parameter wordt niet weergegeven als u "GC-1" selecteert als het type pickup.

BOSS Guitar Processor GP-10 - GK1:Distance 1 20.0mm - 2

De gevoeligheid van de pickup instellen

Wat is pickupgevoeligheid?
BOSS Guitar Processor GP-10 - De gevoeligheid van de pickup instellen - 1

Als de afstand tussen elke snaar en de GK-pickup verschillend is, dan zal het volume ook verschillen. Door de gevoeligheid van de pickup te wijzigen, kunt u dit verschil in volume compenseren.

  1. Kies "Sens" en pas de gevoeligheid voor de zesde snaar aan.

GK1:Sens 6

[ ] 50

Bespeel de zesde snaar zo hard als u tijdens een optreden zou doen en gebruik de [VALUE]-regelaar om de gevoeligheid zo hoog mogelijk in te stellen zonder dat de meter de volledige waarde aangeeft.

* Als de niveaumeter de volledige waarde aangeeft, dan is het niveau te hoog. Verlaag de gevoeligheid.
* Afhankelijk van de gitaar die u gebruikt, kan de niveaumeter de volledige waarde aangeven ook als de gevoeligheid op het minimum is ingesteld. Als dit het geval is, past u de afstand tussen de gesplitste pickup en de snaar aan, zodat deze iets groter is dan de aanbevolen waarde.

  1. Pas op dezelfde manier de gevoeligheid aan voor de vijfde tot en met de eerste snaar.
  2. Controleer de volumebalans van de zes snaren.

Bespeel elk van de snaren 6–1 met een normale aanslag. Als een snaar ongewoon luid klinkt, verlaagt u de gevoeligheid van die snaar om eventuele verschillen in het volume tussen de snaren te verminderen.

Hiermee is de initiele instelling van het apparaat voltooid. U bent nu klaar om de GP-10 te gebruiken.

Het volume wijzigen

Wijzigt het volume.

Een patch selecteren

Modeling van gitaren, alternatieve stemming en effectinstellingen kunnen worden opgeroepen als 99 verschillende "patches" (geluiden).

  1. Gebruik de [▼] [▲]-pedalen of de [PATCH]-regelaar om een patch te selecteren.

BOSS Guitar Processor GP-10 - Een patch selecteren - 1

Een patch opslaan

Als u een andere patch selecteert of na het bewerken van de instellingen de stroom uitschakelt, gaan de bewerkte instellingen verloren. Als u de gegevens wilt behouden, moet u deze opslaan.

  1. Druk op de [WRITE]-kn op.

BOSS Guitar Processor GP-10 - Een patch opslaan - 1

  1. Gebruik vervolgens de [PATCH/VALUE]-regelaar om de opslaglocatie te selecteren.

Als u wilt annuleren, drukt u op de [EXIT]-knop.

  1. Druk op de [WRITE]-knop.

  2. Wijzig de naam.

U kunt patches een naam geven met maximaal 12 tekens.

BOSS Guitar Processor GP-10 - Een patch opslaan - 2

Druk op de [◀] [▶]-knoppen om de cursor te verplaatsen naar het teken dat u wilt bewerken en draai vervolgens de [VALUE]-regelaar om het teken te bewerken.

U kunt ook de volgende knoppen gebruiken.

Knop Functie
INS (MODELING)Voegt een spatie in op de cursorpositie.
DEL (EFFECTS)Verwijdert het teken op de cursorpositie en verschuift alle tekens die erop volgen naar links.
CAPS (SYSTEM)Schakelt afwisselend tussen hoofdletter en kleine letter voor de letter op de cursorpositie.
  1. Druk tweemaal op de [WRITE]-knop om op te slaan.

De gitaar stemmen (Stemmodus)

Druk tegelijk op de [▼] [▲]-pedalen om naar de stemmodus te gaan.

* Om de alternatieve stemmingen zoals beschreven op de stemknop te verkrijgen, stemt u uw gitaar op de juiste standaardstemming (E A D G B E).
* Als u GUITAR IN (de normale gitaarinvoer) wilt stemmen, koppelt u de GK IN-aansluiting los.

  1. Druk tegelijk op de [▼] [▲]-pedalen.

* U kunt ook naar de stemmodus gaan door op de [▶]-knop in het afspeelscherm te drukken.

  1. Speel een enkele open noot op de snaar die u wilt stemmen. De naam van de noot die het dichtst bij de toonhoogte van de gespeelde snaar staat, wordt op de display weergegeven.

BOSS Guitar Processor GP-10 - De gitaar stemmen (Stemmodus) - 1

  1. Stem uw instrument zodat de middelste indicator op de display brandt.

De standaardtoonhoogte instellen

In de stemmodus kunt u op de [▶]-knop drukken om de standaardtoonhoogte van de stemfunctie te wilzigen.

Toonhoogte

435–445 Hz (standaard: 440 Hz)

DC IN POWER EXP 3/ AUX IN PHONES L/MCNO R OUTPUT BOSO GP-10 GUITAR PROCE EXP 1 OUTPUT LEVEL WRITE PATCH/VALUE EXIT MODELING ALT TUNE INS EFFECTS DCL SYSTEM CAPS GUITAR GX IN CTL1 CTL2 TUNER Qutsun GEM

* De informatie in deze handleiding bevat illustraties waarin de standaardweergave van de display wordt afgebeeld. Het is echter mogelijk dat uw apparaat een nieuwere, verbeterde versie van het systeem bevat (bv. met nieuwe geluiden), zodat de weergave op uw display kan verschillen van de weergave In de handleiding.

De pedalen gebruiken voor bediening ([CTL 1], [CTL 2]-pedalen)

De [CTL 1]- en [CTL 2]-pedalen worden standaard gebruikt om een functie te bedienen die is toegewezen door elke patch.

* Als u dat wilt, kunt u andere functies toewijzen aan de pedalen.
→ "Pedaal- en schakelaarinstellingen voor elke patch (Ctl: )" (p. 11), "Systeeminstellingen voor de pedalen en schakelaars (SysCtl: )" (p. 13)

De bedieningselementen van de GK-pickup

U kunt ook de [S1] (DOWN) /[S2] (UP)-knoppen en de volumeregelaar van de GK-pickup gebruiken om de parameters te bedienen.

BOSS Guitar Processor GP-10 - De bedieningselementen van de GK-pickup - 1

Het volume/effect bedienen (Expressiepedaal)

Door hard op het uiteinde van het pedaal te drukken, kunt u het pedaaleffect in- en uitschakelen (de PEDAL SW-indicator zal oplichten of uitgaan).

BOSS Guitar Processor GP-10 - Het volume/effect bedienen (Expressiepedaal) - 1

Pedaaleffect is uitgeschakeld:

Het pedaal bedient het volume (standaard).

Pedaaleffect is ingeschakeld:

  • Het pedaal bedient het effect (bijvoorbeeld wah) dat u selecteert met de [PEDAL FX]-regelaar. * Als u dat wilt, kunt u andere functies toewijzen aan de pedalen.
    → "Pedaal- en schakelaarinstellingen voor elke patch (Ctl:)" (p. 11), "Systeeminstellingen voor de pedalen en schakelaars (SysCtl:)" (p. 13)

Als u het expressiepedaal gebruikt, let er dan op dat uw vingers niet geklemd raken tussen het bewegende deel en het paneel. Op plaatsen waar kinderen aanwezig zijn, moet er een volwassene in de buurt zijn om toezicht te houden en advies te geven.

De display wijzigen

U kunt de [◀] [▶]-knoppen gebruiken om de schermen op de display te wijzigen.

Afspeelscherm (Patch Select)

Selecteer een patch.

Stem uw gitaar.
→ "De gitaar stemmen (Stemmodus)" (p. 4)

BOSS Guitar Processor GP-10 - Afspeelscherm (Patch Select) - 1

BOSS Guitar Processor GP-10 - Afspeelscherm (Patch Select) - 2

Scherm Instelling standaardtoonhoogte

Hier kunt u de standaardtoonhoogte van de stemfunctie wijzigen.

Scherm Patchniveau

Hiermee regelt u het volume van de patch.
→ "Patchvolume (Patch: Level)" (p. 11)

Tuner:Pitch A=440Hz

BOSS Guitar Processor GP-10 - Scherm Patchniveau - 1

Patch:Level 100

Basisprocedure voor het bewerken van instellingen

De instellingen van de GP-10 bewerken is een eenvoudige en consistente procedure. Neem even de tijd om de basisbewerkingsprocedures te leren voordat u verder gaat.

  1. Druk op de knop voor het type item dat u wilt bewerken.

BOSS Guitar Processor GP-10 - Basisprocedure voor het bewerken van instellingen - 1

flowchart
graph LR
    A["INSL"] --> B["Instellingen voor modeling/Poly FX/alternatieve stemming → p. 6"]
    C["DELELS"] --> D["Instellingen voor effecten/patches → p. 9"]
    E["SYSTEM"] --> F["Systeeminstellingen (Instellingen voor de hele GP-10) → p. 13"]
  1. Gebruik de [◀] [▶]-knoppen om de gewenste parameter te selecteren. Gebruik vervolgens de [VALUE]-regelaar om de waarde te bewerken.

Een parameter selecteren PATCH/VALUE GK1:Type GK-3 De waarde bewerken PATCH/VALUE

U kunt de volgende knopbedieningen gebruiken om naar de ★/☆-markeringen van dit document te springen (p. 6–).

Knoppen Doel Knoppen Doel
[MODELING/ALT TUNE], [EFFECTS] of [SYSTEM]Volgende ★-markering▶] + [◀]Volgende ☆ ★-markering
[EXIT] + bovenstaande knoppenVorige ★-markering◀] + [▶]Vorige ☆ ★-markering

* [▶] + [◀] betekent dat u "[▶] moet ingedrukt houden en op [◀] moet drukken."

  1. Druk op de [EXIT]-knop om terug te gaan naar het afspeelscherm.

Een gitaar voor modeling selecteren

Druk op de [MODELING/ALT TUNE]-knop en bewerk de parameters.

→ "Instellingen voor modeling (Mdl:)” (p. 6)

Een elektrische gitaar selecteren

ParameterWaarde
Mdl: On/Off ON
Mdl: TypeE. GTR (elektrische gitaar)
EG: Type→ Raadpleeg "Elektrische gitaar (EG:) (p. 6)
EG: PU SelectSelecteert de pickuppositie.

Een akoestische gitaar selecteren

ParameterWaarde
Mdl: On/OffON
Mdl: TypeACOUSTIC (akoestisch)
AC: Type→ Raadpleeg "Akoestisch (AC:)” (p. 6)

Een basgitaar selecteren

ParameterWaarde
Mdl: On/OffON
Mdl: TypeE. BASS (bas)
EB: Type→ Raadpleeg "Bas (EB:) " (p. 6)

Een gitaarsynthesizer selecteren

ParameterWaarde
Mdl: On/OffON
Mdl: TypeSYNTH (gitaarsynthesizer)
Synth: Type→ Raadpleeg "Synthesizer (Synth: )" (p. 7)

Een Poly FX selecteren

Poly FX zijn effecten die speciaal zijn ontworpen voor de GK-pickup die het signaal van elke snaar afzonderlijk exporteert.

ParameterWaarde
Mdl: On/OffON
Mdl: TypePOLY FX
PolyFx: Type→ Raadpleeg "Poly FX (PolyFx: )" (p. 8)

Een alternatieve stemming selecteren

Druk op de [MODELING/ALT TUNE]-knop en bewerk de parameters.

→ "Instellingen voor alternatieve stemming (AltTune:)” (p. 8)
* Als het type modeling "SYNTH" of "POLY FX" is, kan de functie voor alternatieve stemmingen of de twaalfsnarige gitaar niet worden gebruikt.

Een alternatieve stemming selecteren

ParameterUitleg
AltTune: On/OffHiermee schakelt u de functie voor alternatieve stemmingen in en uit.
AltTune: TypeOPEND, E, G, AStemming waarmee een majeurakkoord wordt geproduceerd wanneer u de open snaren bespeelt.
DROP D-ADROP-D is een stemming waarbijl de zesde snaar lager wordt gestemd naar D. De andere stemmingen zijn de variaties die omlaag worden getransponeerd in parallel met DROP-D.
D-MODALStemming waarbij de zesde, tweede en eerste snaar met een volledige noot lager wordt gestemd om een etnisch gevoel te creëren.
NASHVLStemming waarbijl de zesde, vijfde, vierde en derde snaar één octaat hoger wordt gestemd, zoals bij een twaalfsnarige gitaar waarvan de dubbele snaren telkens één octaaf hoger zijn gestemd.
-12->12STEPVerhoogt/verlaagt de stemming van alle snaren in stappen van een halve toon.
USERStemming die door de gebruiker wordt uitgevoerd en waarbij elke snaar afzonderlijk kan worden opgegeven.

Een twaalfsnarige gitaar selecteren

Parameter Uitleg
125tr: On/OffSchakel deze functie in als u het geluid van een twaalfsnarige gitaar wilt. Met deze functie wordt het geluid van een zessnarige gitaar omgevormd in het geluid van een twaalfsnarige gitaar die snaren in dubbelkoor heeft.

Voorbeeld: Een Open-G-stemming toepassen op een Telecaster (pickup bij de brug)

ParameterWaarde
Mdl: On/OffON
Mdl: TypeE. GTR
EG: TypeTE
EG: PU SelectREAR
AltTune: On/OffON
AltTune: TypeOPEN G

Voorbeeld: Een akoestische gitaar omzetten in een twaalfsnarige gitaar

ParameterWaarde
Mdl: On/OffON
Mdl: TypeACOUSTIC
AC: TypeMA28
AltTune: On/OffOFF
12Str: On/Off ON

Effecten toepassen

Druk op de [EFFECTS]-knop en bewerk de parameters.

→ "Instellingen voor effecten" (p. 9)

Amp

ParameterUitleg
Amp: On/OffSchakelt Amp in en uit
Amp: TypeType Amp

FX (Overdrive enz.)

ParameterUitleg
FX: On/OffSchakelt FX in en uit
FX: TypeType FX

Wah

ParameterUitleg
Wah: On/OffSchakelt Wah in en uit
Wah: TypeType Wah

Chorus

ParameterUitleg
Chorus: On/OffSchakelt Chorus in en uit
Chorus: ModeType Chorus

Delay

ParameterUitleg
Delay: On/OffSchakelt Delay in en uit
Delay: TypeType Delay

Reverb

ParameterUitleg
Reverb: On/OffSchakelt Reverb in en uit
Reverb: TypeType galm

Equalizer

ParameterUitleg
EQ: On/OffSchakelt de equalizer in en uit

Ruisonderdrukker

ParameterUitleg
NS: On/OffSchakelt de ruisonderdrukker in en uit

Instellingen voor modeling (Mdl:)

Druk op de [MODELING/ALT TUNE]-knop om te bewerken.

* De parameters die worden weergegeven, zijn afhankelijk van het type modeling dat u hebt geselecteerd.

MEMO

Voor meer informatie over ★/☆-markeringen raadpleegt u "Basisprocedure voor het bewerken van instellingen" (p. 5).

Parameter Uitleg
On/Off Schakelt modeling in en uit (dempen).
TypeType modeling
E. GTR Elektrische gitaar
ACOUSTIC Akopestisch
E. BASS Bas
SYNTH GitaarSynthesizer
POLY FX Poly FX

Elektrische gitaar (EG:)

Parameter Uitleg
★ TypeType elektrische gitaar
CLA STDit modelleert een Fender Stratocaster, een gitaar met drie traditionele single coil pickups.
MOD STDit modelleert een gitaar met drie actieve single coil pickups van EMG.
TEDit modelleert een Fender Telecaster, een gitaar met twee single coil pickups die vaak gebruikt wordt in blues en countrymuziek.
LPDit modelleert een Gibson Les Paul Standard, een gitaar met twee humbucker pickups die vaak gebruikt wordt in rock.
P90Dit modelleert een Gibson Les Paul Junior, een gitaar met twee single coil pickups die vanwege hun vorm ook "dog ear"- of "soap bar"-pickups worden genoemd.
335Dit modelleert een Gibson ES-335 Dot, een bekende semi- akoestische of semi-hollowbody gitaar met twee humbucker pickups.
L4Dit modelleert een Gibson L-4 CES, een hollowbody gitaar die geschikt is voor jazz en uitgerust is met twee humbucker pickups en flatwound snaren.
RICKDit modelleert een Rickenbacker 360, een semi-hollowbody gitaar met twee unieke single coil pickups.
LIPSDit modelleert een Danelectro 56-U3, een gitaar met drie zilveren zogenaamde "lipstick"-pickups.
WIDE RANGEDit produceert het vette geluid dat typisch is voor een groter aantal spoelwikkelingen dan dat van een conventionele single coil pickup.
BRIGHT HUMBij een conventionele humbucker pickup worden twee spoelen naast elkaar geplaatst waardoor de hoge tonen worden weggefilterd. Dit model produceert echter een geluid waarbij de hoge tonen worden behouden en ook de typische kenmerken van een humbucker pickup bewaard blijven.
FRETLESS Ditmodelleert een fretloze gitaar.
PU Select *1Selecteert de pickuppositie.
REAR Pickup bij de brug
R+C *1 Pickups bij de brug en in het midden
CENTER *1 Pickup in het midden
C+F *1 Pickups in het midden en bij de hals
FRONT Pickup bij de hals
R+F *2 Pickups bij de brug en de hals
ALL *3 Alle pickups
*1 Alleen voor CLA-ST, MOD-ST, LIPS*2 Alleen voor TE, LP, P-90, RICK, 335, L4, BRIGHT HUM, WIDE RANGE*3 Alleen voor LIPS
Tone Type *2 Hiermee selecteert u het type fretloos geluid.
Sens *2Hiermee bedient u de invoergevoeligheid van het type FRETLESS.
Depth *2Hiermee bedient u de invoergevoeligheid van de harmonische frequentie.
Attack *2Wijzigt de inzet van het aanslaggeluid.
Resonance *2Voegt een typische resonantle toe aan het geluid.
Direct Level *2Wijzigt het volume van het directe geluid.
VolumeHiermee stelt u het volume in. Een instelling van 0 geeft geen geluid.
ToneWijzigt de toon. De standaardwaarde is 100. Als u de waarde verlaagt, verkrilgt u een zachtere toon.

+1 Andere typen dan FRETLESS
*2 Alleen voor FRETLESS

Akoestisch (AC:)

Parameter Uitleg
★TypeType akoestisch
MA28Het geluid van een Martin D-28. Ouder model met een uitstekend uitgebalanceerd geluid.
TRP-0Het geluid van een Martin 000-28. Dit model heeft een volledige resonantie in de lage tonen en een heldere, uitgesproken contour.
GB45Het geluid van een Gibson J-45. Dit vintagemodel heeft een unieke, scherpe toon met een goede respons.
GB SMLHet geluid van een Gibson B-25. Dit vintagemodel heeft een compacte body en wordt vaak gebruikt in blues.
GLD40Het geluid van een Guild D-40. Dit model heeft een warme resonantie in de body en een delicate resonantie in de snaren.
NYLONDit modelleert een gitaar met nylon snaren.
RESO Dit modelleert een resonatorgitaar van het Dobro-type.
BANJODit modelleert een conventionele banjo met vijf snaren.
SITARDit modelleert een elektrische sitar van Coral. Het typische zoemende geluid en de toonveranderingen van de sitar worden gemodelleerd.
Body *1Wijzigt de resonantie van de body. Als u deze waarde verhoogt, krijgt u meer gevoel van de body van de gitaar in het geluid. Verlaag de waarde in gevallen waarbij feedback optreedt.
Attack *2Geeft de sterkte van de inzet op wanneer u de snaar hard bespeelt. Als deze instelling wordt versterkt, is de inzet scherper en wordt het geluid helderder.
PU Select *3Selecteert de pickuppositie.
FRONTPickup bij de hals
R+FPickups bij de brug en de hals
REAR Pickup bij de brug
PIEZOPiezo pickup
Sens *3Wijzigt de invoergevoeligheid.
Color *3Wijzigt de algemene klankkwaliteit van de sitar.
Decay *3Hiermee wijzigt u de tijd die nodig is voor de toonverandering na de inzet.
BUZZ *3Wijzigt de hoeveelheid van de karakteristieke zoem die wordt geproduceerd door de "buzz"-brug wanneer de snaren hiermee in contact komen.
Attack Level *3 Regelt het volumeniveau van de inzet.
Resonance *4Wijzigt de resonantie van de body. De resonantie vergroot wanneer de waarde wordt verhoogd.
Sustain *5U kunt opgeven hoe het resulterende volume wordt beïnvloed door wijzigingen (meer of minder dynamiek) in de vibraties van de gitaarsnaren die worden ingevoerd.Hiermee past u het bereik (de tijd) aan waarbinnen lage signalen worden versterkt. Hogere waarden creëren een langere sustain.
ToneRegelt de toon van de body. De standaardwaarde is 0. Als u de waarde verhoogt, worden de hoge tonen versterkt.
VolumeHiermee stelt u het volume in. Een instelling van 0 geeft geen geluid.

*1 Andere typen dan RESO en BANJO
*2 Alleen voor NYLON en BANJO
*3 Alleen voor SITAR
*4 Alleen voor RESO en BANJO
*5 Alleen voor RESO

Bas (EB:)

Parameter Uitleg
★ TypeType bas
JBDit modelleert een Fender Jazz Bass.
PBDit modelleert een Fender Precision Bass.
FRETLESS Ditmodelleert een fretloze basqitaar.
Rear Volume *1Volume van de pickup bij de brug.
Front Volume *1 Volume van de pickup bij de hals.
Tone Type *2 Hiermee selecteert u het type fretloos geluid.
Sens *2Hiermee bedient u de invoergevoeligheid van het type FRETLESS.
Depth *2Hiermee bedient u de invoergevoeligheid van de harmonische frequentie.
Attack *2Wijzigt de inzet van het aanslaggeluid.
Resonance *2Voegt een typische resonantie toe aan het geluid.
Direct Level *2Wijzigt het volume van het directe geluid.
VolumeHiermee stelt u het volume in. Een instelling van 0 geeft geen geluid.
ToneWijzigt de toon.

*1 Alleen voor JB
*2 Alleen voor FRETLESS

Synthesizer (Synth:)

Parameter Uitleg
★ TypeType synthesizer
GR-300Dit modelleert de Roland GR-300, de beroemde analoge polyfone gitaarsynthesizer van weleer.
OSC SYNTHDit is het modelinggeluid van een analoge synthesizer dat wordt gegenereerd door een DSP-oscillator.
WAVE SYNTHDit algoritme creëert synthesizergeluiden door het snaarsignaal direct te verwerken vanaf de gesplitste pickup. Dit geeft een natuurlijk klinkende bespeelbaarheid.

GR-300 (GR300:)

Parameter Uitleg
ModeDeze instelling bepaalt of de HEXA-VCO (zaagtandgolf), de HEXA-DISTORTION (rechthoekige golf) of beide golven worden gespeeld.
VCO Het HEXA-VCO-geluid wordt gespeeld.
V+DHet HEXA-VCO-geluid en het HEXA-DISTORTION-geluid worden tegelijk gespeeld.
DIST Het HEXA-DISTORTION-geluid wordt gespeeld.
Volume Hiermeestelt u het volume in. Een instelling van 0 geeft geen geluid.
Comp Sw Als ditop ON staat, wordt de uitsterftijd van het HEXA-VCO-geluid verlengd.
Cutoff Regelt deafsnijfrequentie en stelt de helderheid (hardheid) van het geluid in.
Resonance Past dede resonantie (onderscheidbaarheid van het geluid) aan.
EnvModSwHiermee wordt de VCF-afsnijfrequentie automatisch aangepast volgens de amplitude van de snaartrilling. Op die manier kunt u een wah-effect op de toon toepassen telkens wanneer u een snaar bespeelt.
ONDeze instelling zorgt ervoor dat de VCF-afsnijfrequentie wordt gewijzigd van een hoge in een lage ton telkens wanneer u een snaar bespeelt. Dit produceert een wah-effect waarbij het geluid van hoge naar lage tonen gaat.
INVIn tegenstelling tot de ON-instelling zorgt deze instelling ervoor dat de VCF-afsnijfrequentie wordt gewijzigd van een hoge in een lage ton telkens wanneer u een snaar bespeelt. Dit produceert een omgekeerd wah-effect waarbij het geluid van lage naar hoge tonen gaat.
EnvModSensPast de invoergevoeligheid van de functie voor modulatie van de omhullende curve aan. Als u de waarde verhoogt, wordt de wijziging van de modulatie van de omhullende curve breder, zelfs bij een zwakkere aanslag.
EnvModAtckPast de inzettijd aan voor de wijziging in de modulatie van de omhullende curve die door de aanslag wordt geproduceerd. Als u de waarde verhoogt, wordt de inzet van deze wijziging vertraagd.
Pitch SwHiermee kunt u de toonhoogteverschuiving instellen op A, B en OFF waardoor de toonhoogte van het HEXA-VCO-geluid wordt verschoven.* PITCH SHIFT wordt toegepast op het HEXA-VCO-geluid, niet op het HEXA-DISTORTION-geluid. Stel MODE in op VCO of V+D als u de functie voor de toonhoogteverschuiving wilt gebruiken.
P. Shift AP. Shift BHiermee stelt u de hoeveelheid toonhoogteverschuiving in vanaf het oorspronkelijke geluid in stappen van een halve toon.
P. Fine AP. Fine BHiermee kunt u een fijne aanpassing van de toonhoogte uitvoeren. Een instelling van -50 verlaagt de toonhoogte met één halve toon, +50 verhoogt de toonhoogte met één halve toon.
P. DuetAls DUET is ingesteld op ON, wordt er naast het HEXA-VCO-geluid een zaagtandgolf gespeeld op dezelfde toonhoogtes als het oorspronkelijke geluid. Dit zorgt ervoor dat het geluid breder wordt.MEMOAls u de toonhoogteverschuivingen van HEXA-VCO instelt op waarden als PITCH+/-12 (één octaaf hoger of lager), +/-7 (reline kwint) of +/-5 (reline kwart), verkrijgt u een dikker geluid zoals dat van een synthesizer.U kunt meer diepte toevoegen aan het geluid door PITCH FINE in te stellen op +/-5, waarmee u de toonhoogte van het HEXA-VCO-geluid lichtjes verschuift.
Sweep SwDeze SWEEP-functie zorgt voor een vloeiende toonhoogteverschuiving als de hoeveelheid toonhoogteverschuiving wordt gewijzigd met "Pitch Sw."
Sweep RisePast de hoeveelheid tijd aan waarbinnen de toonhoogte wordt verschoven als de "Pitch Sw"-parameter wordt gewijzigd en het geluid een hogere toonhoogte krijgt. Als deze instelling is ingesteld op nul, wijzigt de toonhoogte onmiddellijk. Bij hogere waarden gaat de toonhoogte langzamer omhoog.
Sweep FallPast de hoeveelheid tijd aan waarbinnen de toonhoogte wordt verschoven als de "Pitch Sw"-parameter wordt gewijzigd en het geluid een lagere toonhoogte krijgt. Als deze instelling is ingesteld op nul, wijzigt de toonhoogte onmiddellijk. Bij hogere waarden gaat de toonhoogte langzamer omlaag.
Vibrato SwU kunt een elektronisch vibrato-effect toepassen op het HEXA-VCO-geluid.
Vib RateRegelt de snelheid van de vibrato.
Vib DepthRegelt de diepte van de vibrato.

OSC-synthesizer (OSC:)

ParameterUitleg
Hiermee maakt u de golfvorm die het karakter van het geluid bepaalt en geeft u ook de toonhoogte op. De GP-10 heeft twee oscillators: OSC 1 en OSC 2.
SINGLEAlleen OSC 1 wordt gebruikt.
DUALOSC 1 en OSC 2 worden gebruikt.
Dit is oscillatorsynchronisatie.Hiermee genereert u een complexe golfvorm door OSC OSC 2het begin van zijn cyclus in synchronisatie met de frequentie van OSC 1.
RINGDit is een ringmodulator.Hiermee genereert u een complexe golfvorm door OSC 1 en OSC 2 te vermenigvuldigen.
VolumeHiermee stelt u het volume in. Een instelling van 0 geeft geel geluid.
ParameterUitleg
Waveform 1/2Selecteert de golfvorm die de basis van het geluid vormt.
SIN~ Sinusgolf
SAWM Zaagtandgolf
TRI~ Driehoekige golf
SQRTLVierkante golf
PWTLPulsbreedte
NOISERuis
Pitch 1/2Regelt de toonhoogte.
Pitch Fine 1/2Regelt de toonhoogte op een fijnere manier dan de Pitch-parameter.
PW Width 1/2Geeft de pulsbreedte op.
PW Mod Rate 1/2Geeft de hoeveelheid (diepte) LFO op die op de pulsbreedte wordt toegepast.
Env Attck 1/2Geeft de inzet/uitsterftijd op van de omhullende curve van de toonhoogte. BOSS Guitar Processor GP-10 - MEMO - 1
P. Env Decay 1/2
P. Env Depth 1/2Geeft de diepte op waarmee de omhullende curve de toonhoogte zal moduleren.
Level 1/2 Regelt het volume van de OSC.
Filter TypeType filter
BYPASSHet filter wordt niet gebruikt.
LPFDit type filter snijdt de tonen af die boven de afsnijfrequentie liggen en maakt het geluid zachter.
HPFDit type filter snijdt de tonen af die onder de afsnijfrequentie liggen en benadrukt de hoge tonen.
BPFDit type filter geeft alleen de tonen door die binnen het geblied van de afsnijfrequentie liggen en snijdt de andere tonen af.
PKGDit type filter versterkt de tonen die binnen het gebied van de afsnijfrequentie liggen.
Filter Slope-12 dBBepaalt de hellingsgraad (meer of minder steil) van de low passfilter (filter die de lage tonen doorlaat).
-24 dB
Filter CutoffGeeft de afsnijfrequentie op.
FltrCtOffFlwGeeft op hoe de afsnijfrequentie zal worden beinvloed door de positie van de noot.
Fltr ResoResonantie benadrukt het geluid binnen het gebied van de afsnijfrequentie van de filter.Als u de resonantie-instelling verhoogt, wordt deze nadruk vergroot en verkrijgt u een typisch geluid dat karakteristiek is voor synthesizers.
FltrVeloSensGeeft op hoe de diepte van de omhullende curve van de filter wordt beinvloed door de dynamiek van uw aanslagen.
FltrEnvAttckGeeft de inzet/uitsterftijd/sustain/release op van de omhullende curve van de filter. BOSS Guitar Processor GP-10 - MEMO - 2
FltrEnvDecayGeeft de diepte en richting op van de wijziging van de afsnijfrequentie.Hogere waarden doen de afsnijfrequentie naar boven verplaatsen.Lagere waarden doen de afsnijfrequentie naar beneden verplaatsen.
FltrEnvSustnGeeft op hoe het volume wordt beinvloed door de dynamiek van uw aanslagen.
FltrEnvSensGeeft de inzet/uitsterftijd/sustain/release op van de omhullende curve van de versterker.
AmpVelosensGeeft op hoe het volume wordt beinvloed door de dynamiek van uw aanslagen.
AmpEnvAttckGeeft de inzet/uitsterftijd/sustain/release op van de omhullende curve van de versterker.
AmpEnvDecayGeeft de inzet/uitsterftijd/sustain/release op van de omhullende curve van de versterker.
AmpEnvSustnGeeft de inzet/uitsterftijd/sustain/release op van de omhullende curve van de versterker.
AmpEnvSensGeeft de inzet/uitsterftijd/sustain/release op van de omhullende curve van de versterker.
LFO 1/2 ShapeSelecteert de LFO-golfvorm.
SIN~ Sinusgolf
SAW UPM Zaagtandgolf
SAW DOWNNZaagtandgolf (negatieve polariteit)
TRI~ Driehoekige golf
SQRTLVierkante golf
RANDOMWillekeurige golf
S&HQP Sample and Hold
LFO1/2 RATEStelt de snelheid van de LFO in.
LFO1/2Hiermee kan de LFO de toonhoogte moduleren waardoor u een vibrato-effect verkrijgt.
PlchDpt1/2Hiermee kan de LFO de FILTER CUTOFF (afsnijfrequentie) moduleren.
LFO1/2 FltDepthHiermee kan de LFO het AMP LEVEL (volume) moduleren waardoor u een tremolo-effect verkrijgt.
LFO1/2 AmpDepthGeeft de tijd op vanaf wanneer een noot wordt gespeeld tot het moment waarop de LFO wordt toegepast.
LFO1/2 Dly TimeGeeft de tijd op vanaf wanneer de toon wordt weergegeven tot het moment waarop de LFO zijn maximale amplitude heeft bereikt.
LFO1/2 Fade TimeAls dit is ingesteld op MONO, wordt er slechts één noot weergegeven, zelfs wanneer u een akkoord speelt.
Poly/MonoStel dit in op "ON" als u tonen wilt afspelen in stappen van een halve toon.Als dit op "ON" staat, verandert de toonhoogte in stappen van een halve toon, zelfs wanneer u noten "buigt."
ChromaticDeze instelling zorgt voor een vloeiende verandering in toonhoogte tussen de ene noot en de volgende.
PortamentoRegelt de snelheid waarmee de toonhoogte wordt gewijzigd.
Porta RateSelecteert hoe portamento wordt toegepast.* Dit is alleen geldig in de POLY-modus.
Porta ModeMODE 1Voor elke snaar start het portamento-effect vanaf de toonhoogte van de laatste noot die op die snaar werd gespeeld.
MODE 2Portamento start vanaf de toonhoogte van de laatste noot die op een snaar werd gespeeld.
AmpVeloSensGeeft op hoe het volume wordt beïnvloed door de dynamiek van uw aanslagen.
AmpEnvAttck AmpEnvDecay AmpEnvSustn AmpEnvRelsGeeft de inzet/uitsterftijd/sustain/release op van de omhullende curve van de versterker.BOSS Guitar Processor GP-10 - MEMO - 3
.FO 1/2 ShapeSelecteert de LFO-golfvorm.
SIN ∼ Sinusgolf
SAW UP √ Zaagtandgolf
SAW DOWN √Naagtandgolf (negatieve polariteit)
TRI ∼ Driehoekige golf
SQR √U Verkante golf
RANDOM Willekeurige golf
S&H √□Sample and Hold
.FO1/2 RATEStelt de snelheid van de LFO in.
.FO1/2 PitchDpt1/2Hiermee kan de LFO de toonhoogte moduleren waardoor u een vibrato-effect verkrijgt.
.FO1/2 FltDepthHiermee kan de LFO de FILTER CUTOFF (afsnijfrequentie) moduleren.
.FO1/2 ImpDepthHiermee kan de LFO het AMP LEVEL (volume) moduleren waardoor u een tremolo-effect verkrijgt.
.FO1/2 Dly TimeGeeft de tijd op vanaf wanneer een noot wordt gespeeld tot het moment waarop de LFO wordt toegepast.
.FO1/2 Fade TimeGeeft de tijd op vanaf wanneer de toon wordt weergegeven tot het moment waarop de LFO zijn maximale amplitude heeft bereikt.
Poly/MonoAls dit is ingesteld op MONO, wordt er slechts één noot weergegeven, zelfs wanneer u een akkoord speelt.
ChromaticStel dit in op "ON" als u tonen wilt afspelen in stappen van een halve toon. Als dit op "ON" staat, verandert de toonhoogte in stappen van een halve toon, zelfs wanneer u noten "buigt."
PortamentoDeze instelling zorgt voor een vloeiende verandering in toonhoogte tussen de ene noot en de volgende.
Porta RateRegelt de snelheid waarmee de toonhoogte wordt gewijzigd.
Porta ModeSelecteert hoe portamento wordt toegepast.* Dit is alleen geldig in de POLY-modus.
MODE 1Voor elke snaar start het portamento-effect vanaf de toonhoogte van de laatste noot die op die snaar werd gespeeld.
MODE 2Portamento start vanaf de toonhoogte van de laatste noot die op een snaar werd gespeeld.

BOSS Guitar Processor GP-10 - MEMO - 4

BOSS Guitar Processor GP-10 - MEMO - 5

BOSS Guitar Processor GP-10 - MEMO - 6

BOSS Guitar Processor GP-10 - MEMO - 7

BOSS Guitar Processor GP-10 - MEMO - 8

BOSS Guitar Processor GP-10 - MEMO - 9

BOSS Guitar Processor GP-10 - MEMO - 10

BOSS Guitar Processor GP-10 - MEMO - 11

BOSS Guitar Processor GP-10 - MEMO - 12

Parameter Uitleg
Hold ModeGeeft het Hold-effect op dat met de [CTL 1] [CTL 2]-pedalen wordt bediend.* Als u het Hold-effect wilt gebruiken, voert u instellingen uit voor "Patch: CTL" (p. 11) of "Sys: CTL" (p. 13).
MODE 1Noten die nieuw worden gespeeld wanneer het Hold-effect is ingeschakeld, worden ook aangehouden.
MODE 2Nieuw gespeelde noten worden niet geaccepteerd wanneer het Hold-effect is ingeschakeld.
MODE 3Als Hold is ingeschakeld, worden noten geaccepteerd die nieuw worden gespeeld op een snaar die wordt vastgehouden.
LowVeloCutPas deze instelling aan als er een noot wordt gespeeld als u onbedoeld contact maakt met een snaar. Als u deze waarde verhoogt, zal het moeilijker worden om noten te triggeren.
Parameter Uitleg
TypeSelecteert het type golf waarop het synthesizergeluid is gebaseerd.
SAW Creëert een synthesizergeluid met een zaagtandgolfvorm.
SQUARE Creëert een synthesizergeluid met een vierkante golfvorm.
Volume Hiermee stelt u het volume in. Een instelling van 0 geeft geen geluid.
CutoffRegelt de afsnijfrequentie waarop het filter de harmonische componenten van het geluid afsnijdt.
Resonance Past de resonantie (onderscheldbaarheld van het geluid) aan.
Octave Als deze instelling is ingeschakeld, is de toonhoogte één octaaf lager.

Poly FX (PolyFx: )

Parameter Uitleg
★TypeDISTORTIONVervorming waarmee akkoorden helder en mooi kunnen resoneren.
CRYSTALEen geluid met een metaalachtige resonantie en een transparant karakter.
RICH MODULATIONEen rijk en ruimtelijk modulatiegeluid.
SLOW PAD Eendiep, fantasieachtig Pad-geluid.
TOUCH WAHU kunt een wah-effect creëren waarbij het filter verandert als reactie op het gitaarniveau.

DISTORTION/CRYSTAL/RICH MODULATION/SLOW PAD (PFxDist: /PFxCrystal: /PFxRichMod: /PFxSlowPad: )

Parameter Uitleg
GtrVol Wijzigt het volume van de gitaarinvoer.
Gain *1 Regelt de mate van vervorming.
GainBal *1Regelt de vervormingsbalans tussen de hoge en de lage snaren.Met een hogere instelling krijgen de lagere snaren een zware vervorming.Met een lagere instelling krijgen de hogere snaren een zware vervorming.
ColorDISTORTIONRegelt de hoeveelheid scheiding voor akkoorden. Een hogere waarde produceert minder warrige akkoorden.
CRYSTALHiermee past u de toon van het hogefrequentiebereik aan. Een hogere waarde geeft de toon een metaalachtig karakter.
RICH MODULATIONDit bepaalt de diepte van het effect. Een hogere waarde versterkt het modulatie-effect.
SLOW PAD Regelt de sterkte van de aanslag. Een hogere waarde versterkt de aanslag.
ToneRegelt de helderheid van het geluid. Een hogere waarde maakt het geluid helderder.
Level Volume

*1 Alleen voor DISTORTION

TOUCH WAH (PFxTWah: )

ParameterUitleg
ModeSelecteert de wah-modus.
LPFLow-pass-filter. Dit creëert een wah-effect dat over een brede frequentie wordt toegepast.
BPFBand-pass-filter. Dit creëert een wah-effect dat over een smalle frequentie wordt toegepast.
PolarSelecteert de richting waarin de filter verandert als reactie op de invoer.
DOWNDe frequentie van de filter daalt.
UPDe frequentie van de filter stijgt.
SensRegelt de gevoeligheid waarop de filter verandert in de richting die door de polariteitsinstelling is bepaald. Een hogere waarde geeft een sterkere respons. Bij een instelling van 0 heeft de kracht van de aanslagen geen effect.
FreqRegelt de middenfrequentie van het wah-effect.
DecayStelt de tijd in die de filter nodig heeft om de "sweep" te voltooien.
PeakPast de manier aan waarop het wah-effect wordt toegepast op het gebied rond de middenfrequentie.Hogere waarden produceren een sterkere toon die het wah-effect meer benadrukt. Een waarde van 50 produceert een standaard wah-geluid.
ToneTypeSelecteert het type toon.
Comp SwSchakelt de compressor in en uit.
Comp SusHogere waarden creëren een langere sustain.
Comp AtkHiermee past u de sterkte van de aanhef van de aanslagen aan wanneer u de snaren bespeelt.
VolumeVolume

Instellingen voor alternatieve stemming (AltTune:)

Druk op de [MODELING/ALT TUNE]-knop om te bewerken.

* Als het type modeling "SYNTH" of "POLY FX" is, kan de functie voor alternatieve stemmingen, de twaalfsnarige gitaar of snaarverbuiging niet worden gebruikt.

Parameter Uitleg

★ On/OffHiermee schakelt u de functie voor alternatieve stemmingen in en uit.
TypeOPEN D, E, G, AStemming waarmee een majeurakkoord wordt geproduceerd wanneer u de open snaren bespeelt.
DROP D-ADROP-D is een stemming waarbij de zesde snaar lager wordt gestemd naar D. De andere stemmingen zijn de variaties die omlaag worden getransponeerd in parallel met DROP-D.
D-MODALStemming waarbij de zesde, tweede en eerste snaar met een volledige noot lager wordt gestemd om een etnisch gevoel te creëren.
NASHVLStemming waarbij de zesde, vljfde, vierde en derde snaar een octaaf hoger wordt gestemd, zoals bij een twaalfsnarige gitaar waarvan de dubbele snaren telkens een octaaf hoger zijn gestemd.
-12--+12 STEPVerhoogt/verlaagt de stemming van alle snaren in stappen van een halve toon.
USERStemming die door de gebruiker wordt uitgevoerd en waarbij elke snaar afzonderlijk kan worden opgegeven.
Shift 1–6 *1 Geeft de hoeveelheid verschuiving in halve tonen op voor elke snaar.
Fine 1–6 *1Voert een fijne aanpassing van de toonhoogte van elke snaar uit. -50 is de helft van een halve toon omlaag en +50 is de helft van een halve toon omhoog.

*1 Alleen voor USER

Instellingen voor twaalfsnarige gitaar (12Str.)

Druk op de [MODELING/ALT TUNE]-knop om te bewerken.

Parameter Uitleg

★ On/OffSchakel deze functie in als u het geluid van een twaalfsnarige gitaar wilt. Met deze functie wordt het geluid van een zessnarige gitaar omgevormd in het geluid van een twaalfsnarige gitaar die snaren in dubbelkoor heeft.
TypeNORMALDe conventionele stemming van een twaalfsnarige gitaar.
USEREen stemming die door de gebruiker wordt uitgevoerd om de toonhoogte van elke dubbele snaar op te geven.
★ PitchShft 1-6 *1Geeft de hoeveelheid verschuiving in halve tonen op voor elke snaar.
★ PitchFine 1-6 *1Voert een fijne aanpassing van de toonhoogte van elke snaar uit. -50 is de helft van een halve toon omlaag en +50 is de helft van een halve toon omhoog.
★ Level 1-6 *1Regelt het volumeniveau voor elke dubbele snaar.
★ Delay 1-6 *1Wijzigt de tijd waarmee het geluid van elke dubbele snaar wordt vertraagd ten opzichte van de respectievelijke hoofdsnaar.

*1 Alleen voor USER

Instellingen voor snaarverbuiging (StrBend:)

Druk op de [MODELING/ALT TUNE]-knop om te bewerken.

Parameter Uitleg
★ On/OffHiermee schakelt u de functie voor snaarverbuiging in en uit.
Depth 1-6Hiermee stelt u de hoeveelheid toonhoogteverschuiving in elke snaar in wanneer de verbuiging is ingesteld op 100.De hoeveelheid verschuiving ten opzichte van de huidige toonhoogte wordt ingesteld in stappen van een halve toon.
ControlAls deze waarde is ingesteld op 0, veroorzaakt een verbuiging geen toonhoogteverschuiving. Als de waarde 100 is, worden de toonhoogtes van de snaren verschoven volgens de hoeveelheid die is ingesteld in Depth 1-6. Normaal gezien is deze toonhoogteverbuiging ingesteld op 0 en wordt de instelling 0-100 gebruikt die is toegewezen aan Control Assign.* Deze instelling kan niet worden opgeslagen op patches. Deze instelling wordt gereset op 0 als er tussen patches wordt geschakeld.

Overige instellingen voor modeling (Mdl:)

Parameter Uitleg
★ NS On/Off *1Schakelt de ruisonderdrukker in en uit.Dit effect onderdrukt de randgeluiden of ruis die door de pickup van de gitaar worden opgepikt.
NS Threshold *1Pas deze instelling aan op basis van het ruisniveau. Stel een hogere waarde in als het ruisniveau hoog is en een lagere waarde als het ruisniveau laag is. Stel dit in zodat het uitsterven van het geluid van uw gitaar nog steeds natuurlijk klinkt.* Een hogere instelling dan nodig kan ervoor zorgen dat er geen geluid wordt weergegeven wanneer de gitaar aan een laag volume wordt bespeeld.
NS Release *1Past de tijd aan vanaf het moment dat de ruisonderdrukker begint te werken totdat het ruisniveau op "0" staat.
★ String Lv 1-6Geeft het uitvoerniveau van elke snaar op.
★ String Pan 1-6Geeft de linker-/rechterpaninstelling van elke snaar op.

*1 Voor bepaalde typen modeling worden de parameters voor de ruisonderdrukking niet weergegeven.

Instellingen voor effecten

Druk op de [EFFECTS]-knop om te bewerken.

* De weergegeven parameters zijn afhankelijk van het type effect dat u selecteert.

MEMO

Voor meer informatie over ★/✗-markeringen raadpleegt u "Basisprocedure voor het bewerken van instellingen" (p. 5).

Voorversterker (Amp:)

De COSM-technologie wordt gebruikt om de respons van de voorversterker, de grootte van de luidsprekers en het type kast te simuleren.

Parameter Uitleg

TypeType Amp
NATURL CLEANEen niet-opgemaakt, zuiver geluid dat de typische eigenschappen van een versterker, zoals de vele hoge tonen en een overdreven accentuering van de lage tonen, minimaliseert.
FULL RANGEEen versterker met een groot frequentiebereik en een extreem lage respons.Goed voor akoestische gitaar.
COMBO CRUNCHEen crunchgeluid dat de nuances van de aanslagen nog getrouwer weergeeft dan een conventionele comboversterker.
STACK CRUNCHEen crunchgeluid dat met een nog beter gevoel reageert op de dynamiek van de aanslagen zonder dat de specifieke eigenschappen van een 4 x 12"-luidsprekerkast verloren gaan.
HIGAIN STACKEen high-gaingeluid van een vintage Marshall dat volledig werd herwerkt zoals dat alleen met de COSM-modelleringstechnologie kan.
POWER DRIVEEen helder drivegeluid met een groot aantal toepassingsmogelijkheden, van backing tot lead. Een geluid als het deze kan niet worden verkregen met een bestaande comboversterker of stackversterker.
EXTREME LEADEen nieuw soort geluid dat de typische ongelijke frequentierespons van bestaande, grote stackversterkers wegwerkt.
CORE METALEen geluid van een grote stackversterker dat uitgebreid werd aangepast voor het ultieme metalgeluid.
JC-120 Dit modelleert de Roland JC-120.
CLEAN TWINDit modelleert een Fender Twin Reverb.
PRO CRUNCHDit modelleert een Fender Pro Reverb.
TWEED Dit modelleert een Fender Bassman 4 x 10" Combo.
DELUXE CRUNCHDit modelleert een Fender Deluxe Reverb.
VO DRIVEDit modelleert het drivegeluid van een VOX AC-30TB.Dit geluid is geschikt voor Britse rock uit de jaren 60.
VO LEAD Dit modelleert het leadgeluid van de VOX AC-30TB.
MATCH DRIVEDit modelleert het geluid dat wordt gecreëerd door de linkerlingang van een Matchless D/C-30.Een simulatie van de moderne buizenversterker die vooral bij blues en rock wordt gebruikt.
BG LEADDit modelleert het leadgeluid van de Mesa/Boogle-comboversterker.Het geluid van een buizenversterker dat typisch was van eind jaren 70 tot de jaren 80.
BG DRIVE Dit modelleert een Mesa/Boogle met TREBLE SHIFT SW aan.
MS1959 IDit modelleert het geluid dat wordt gecreëerd door ingang I van een Marshall 1959.Het Is een geluid met veel hoge tonen, geschikt voor hardrock.
MS1959 I+IIHet geluid dat wordt gecreëerd door ingangen I en II van de gitaarversterker parallel aan te sluiten, waardoor een geluid met meer lage tonen wordt gecreëerd dan bij I.
R-FIER VINTAGEDit modelleert het geluid van de VINTAGE-modus op kanaal 2 van de Mesa/Boogie DUAL Rectifier.
R-FIER MODERNDit modelleert het geluid van de MODERN-modus op kanaal 2 van de Mesa/Boogie DUAL Rectifier.
T-AMP LEADDit modelleert AMP3 op een Hughes & Kettner Triamp.
SLDNDit modelleert een Soldano SLO-100. Dit Is het typische geluid van de jaren 80.
5150 DRIVEDit modelleert het leadkanaal van een Peavey EVH 5150.
BGNR UB METALDit modelleert het zwaar vervormde geluid van een Bogner Uberschall.
ORNG ROCK REVERBDit modelleert een Orange Rockerverb.
BASS CLEANZulver geluid geschikt voor bas.
BASS CRUNCHCrunch-geluid met een natuurlijke vervorming, geschikt voor bas.
BASS HIGAINHeel gevoellig geluid geschikt voor bas.
GainPast de distortion van de versterker aan.
LevelWilzigt het volume van de volledige voorversterker.* Let erop dat u de Level-Instelling niet te hoog instelt.
BasHiermee regelt u de lage tonen.
MiddleHiermee regelt u de middentonen.
TrebleHiermee regelt u de hoge tonen.
PresenceHiermee regelt u de zeer hoge tonen.* De Presence-parameter functioneert als een high-cut-filter (ook low-pass-filter genaamd) bij bepaalde typen versterkers.
BrightHiermee schakelt u de helderheidsinstelling in en uit.* De Bright-parameterinstelling is alleen beschikbaar bij bepaalde typen voorversterkers.
Gain SwGeeft de keuze tussen drie niveaus van vervorming: LOW, MIDDLE en HIGH. De vervorming zal achtereenvolgens verhogen voor de instellingen van LOW, MIDDLE en HIGH.* Het geluid van elk Type wordt gecreëerd op basis van het feit dat Gain Sw is ingesteld op MIDDLE.
Solo SwWisselt de toon in één die geschikt is voor solo's.
Solo LevelRegelt het volumeniveau als Solo Sw op ON staat.
T-CompPast de mate van compressie van de versterker aan.
Speaker Type *1Selecteert het type luidspreker."ORIGIN" Is de Ingebouwde luidspreker van de versterker die u hebt geselecteerd bij Amp: Type.

Parameter Uitleg

Mic Type *1Selecteert het type van de gesimuleerde microfoon.
DYN57Dit is het geluid van de Shure 5M-57. Algemene dynamische microfoon die wordt gebruikt voor instrumenten en zang. Optimaal voor gebruik bij het plaatsen van een microfoon bij gitaarversterkers.
DYN421Dit is het geluid van de Sennheiser MD-421. Dynamische microfoon met ruime lage tonen.
CND451Dit is het geluid van de AKG C451B. Kleine condensatormicrofoon voor gebruik met instrumenten.
CND87Dit is het geluid van de Neumann U87. Condensatormicrofoon met lage respons.
FLATSimuleert een microfoon met een perfecte lage respons. Produceert een geluidsbeeld dat nauw aansluit bij het geluid dat rechtstreeks uit de luidsprekers wordt gehoord (op locatie).
Mic Distance *1Simuleert de afstand tussen de microfoon en de luidspreker.
OFF MICDe microfoon wordt op een afstand van de luidspreker geplaatst.
ON MIC De microfoon wordt dicht bij de luidspreker geplaatst.
Mic Position *1Dit simuleert de microfoonpositie.
CENTERSimuleert de omstandigheid waarbij de microfoon in het midden van de luidsprekerconus wordt geplaatst.
1–10 cmSimuleert de omstandigheid waarbij de microfoon weg van het midden van de luidsprekerconus wordt geplaatst.
Mic Level *1Regelt het volume van de microfoon.
Direct Level *1Wijzigt het volume van het directe geluid.

*1 Dit wordt ingeschakeld wanneer de Sys: Output-parameter is ingesteld op LINE/PHONE.

FX (FX:)

U kunt het effect dat moet worden gebruikt selecteren uit de volgende opties:

Parameter Uitleg

TypeSchakelt dit effect in en uit.
Type FX
OD/DSDit effect verstoort het geluid om een lange sustain te creëren.
COMPRESSORDit is een effect dat een lange sustain creëert door het volumeniveau van het invoersignaal te egaliseren. U kunt het effect ook gebruiken als een limiter om geluidspieken tegen te gaan en vervorming te voorkomen.
LIMITER De limter verzacht hoge invoerniveaus om vervorming te voorkomen.
EQHiermee wijzigt u de toon zoals met een equalizer.
T. WAHEr wordt een wah-effect geproduceerd volgens de dynamiek van uw aanslagen.
PITCH SHIFTERDit effect wijzigt de toonhoogte van het oorspronkelijke geluid (omhoog of omlaag) binnen een bereik van twee octaven.
HARMONISTHarmonist is een effect waarbij de hoeveelheid toonhoogteverschuiving wordt aangepast volgens een analyse van de gitaarinvoer waardoor u harmonieën kunt creëren op basis van diatonische toonladders.
PEDAL BENDHiermee kunt u het pedaal gebruiken om het effect van een toonhoogteverbuiging te verkrijgen.
PHASERDoor variabel gefaseerde delen aan het rechtstreekse geluid toe te voegen geeft het phasereffect een suizend, wervelend karakter aan het geluid.
FLANGERHet flangereffect geeft een buigend, vliegtuigmotorachtig karakter aan het geluid.
TREMOLOTremolo is een effect dat een cyclische volumewijziging creëert.
PANDe volumeniveaus van de linker- en rechterkant wisselen elkaar af en als het geluid in stereo wordt afgespeeld, krijgt u een effect alsof het gitaargeluid heen en weer vliegt tussen de luidsprekers.
ROTARY Dit creëert een effect dat klinkt als een draaiende luidspreker.
UNI-VDit modelleert een Uni-Vibe.Het lijkt op een phasereffect, maar biedt ook een unieke golfvorming die u niet verkrijgt met een gewone phaser.
CHORUSDit effect voegt een licht ontstemd geluid aan het oorspronkelijke geluid toe, waardoor het geluid voller en breder wordt.
DELAYDit effect voegt een vertraagd geluid aan het oorspronkelijke geluid toe, wat het geluid meer body geeft of speciale effecten creëert.

OD/DS (FxODDS:)

ParameterUitleg
TypeType OD/DS
MID BOOSTDit is een booster met unieke kenmerken in de middentonen.Als de aansluiting voor de versterker wordt gemaakt, produceert dit een geluid dat geschikt is voor solo's.
CLEAN BOOSTDit doet niet alleen dienst als booster, maar zorgt ook voor een zuiver geluid, dat zelfs punch heeft als u alleen speelt.
TREBLE BOOSTDit is een booster met heldere kenmerken.
CRUNCHEen helder crunch-geluid waaraan versterkervervorming is toegevoegd.
NATURAL ODDit is een overdrive-geluid dat een natuurlijke vervorming biedt.
WARM ODDit is een warm overdrive-geluid.
FAT DSEen vervormd geluid met dikke vervorming.
LEAD DSProduceert een vervormd geluid met zowel de soepelheid van een overdrive als een diepe vervorming.
METAL DSEen vervormd geluid dat ideaal is voor het spelen van zware riffs.
OCT FUZZEen fuzzgeluid met rijke harmonieën.
BLUES ODDit is een crunchgeluid van de BOSS BD-2.Dit produceert een distortion die getrouw de nuances van de aanslagen weergeeft.
OD-1Dit modelleert het geluid van de BOSS OD-1.Dit creëert zachte, milde distortion.
T-SCREAMDit modelleert een lbanez TS-808.
TURBO OD Dit ishet high-gain overdrive-geluid van de BOSS OD-2.
DISTORTIONDit zorgt voor een basisgeluid met traditionele distortion.
RATDit modelleert een Proco RAT.
GUV DSDit modelleert een Marshall GUV' NOR.
DST+Dit modelleert een MXR DISTORTION+.

Parameter Uitleg

TypeMETAL ZONEDit modelleert het geluid van de BOSS MT-2.Het creëert een lange reeks metalgeluiden, van de oude stijl tot slash metal.
‘60S FUZZDit modelleert een Fuzz Face.Het creëert een vet fuzzgeluid.
MUFF FUZZ Ditmodelleert een Electro-Harmonix Big Muff n.
Drive Past de diepte van de distortion aan.
Tone Wijzigt de toon.
Level Wijzigt het volume van het effectgeluid.
Bottom Hiermee regelt u de lage tonen.
D. Level Wijzigt het volume van het directe geluid.
Solo Sw Wiselt de toon in één die geschikt is voor solo's.
Solo Lv Regelt het volumeniveau als Solo Sw op ON staat.

De overige FX-parameters

Ref.

Voor meer informatie over alle FX-parameters (effectparameters) raadpleegt u de "Parameter Guide" (PDF) die u kunt downloaden op de website van Roland (http://www.roland.com/manuals/).

Wah (Wah:)

U kunt het wah-effect in real time aansturen door het expressiepedaal aan te passen.

* Wijs een controller toe aan het expressiepedaal. Stel de Patch: Controller-instelling EXPPDL ON Func (p. 11) in op "WAH." Als u het expressiepedaal bedient wanneer deze instelling is ingeschakeld, functioneert het pedaal als een wah.

Parameter Uitleg

TypeType wah
CRY WAHDit modelleert het geluid van een Cry Baby-wah-pedaal dat populair was in de jaren 70.
VO WAH Dit modelleert het geluid van de VOX V846.
FAT WAH Dit is een wah-geluid met een krachtige toon.
LIGHT WAHDeze wah heeft een verfijnd geluid zonder ongewone kenmerken.
7-STRING WAHEen uitgebreide wah met een breed bereik dat compatibel is met zevensnarige gitaren en baritongitaren.
RESO WAHDit erg origineel effect biedt een verbetering van de typische resonanties die worden geproduceerd door analoge synthesizerfilters.
Pedal Position Wijzigt de positie van het wah-pedaal.
Pedal MinSelecteert de toon die wordt geproduceerd als de hiel van het expressiepedaal wordt ingedrukt.
Pedal MaxSelecteert de toon die wordt geproduceerd als de teen van het expressiepedaal wordt ingedrukt.
E. Level Wijzigt het volume van het effectgeluid.
D. LevelWijzigt het volume van het directe geluid.

Chorus (Chorus:)

Dit effect voegt een licht ontstemd geluid aan het oorspronkelijke geluid toe, waardoor het geluid voller en breder wordt.

Parameter Uitleg

On/Off Schakelt dit effect in en uit.
ModeType Chorus
MONODit choruseffect voert hetzelfde geluid uit via het L-kanaal en het R-kanaal.
STEREO1Dit is een stereochoruseffect dat verschillende chorusgeluiden aan het L-kanaal en het R-kanaal toevoegt.
STEREO2Deze stereochorus gebruikt ruimtelijke synthese, waarbij het directe geluid via het L-kanaal wordt uitgevoerd en het effectgeluid via het R-kanaal.
RateDit bepaalt de snelheid van het choruseffect.* Als dit is ingesteld op BPM, wordt de waarde van elke parameter ingesteld volgens de waarde van "Patch: Tempo" die voor elke patch is opgegeven.Dit maakt het eenvoudlger om effectgeluidsinstellingen te creëren die overeenkomen met het tempo van de song.
DepthDit bepaalt de diepte van het choruseffect.
Pre DelayRegelt de tijd die nodig is om het effectgeluid naar de uitgang te sturen nadat het directe geluid naar de uitgang is gestuurd. Door een langere pre delay tijd in te stellen kunt u een effect verkrijgen dat klinkt alsof er meer dan een geluid tegelijk wordt gespeeld (dubbeleffect).
Low CutDit stelt de frequentie in waarop de low cut filter actief wordt. Als FLAT is geselecteerd, heeft de low cut-filter geen effect.
HI CutDit stelt de frequentie in waarop de high cut-filter actief wordt. Als FLAT is geselecteerd, heeft de high cut-filter geen effect.
E. Level Wijzigt het volume van het effectgeluid.
D. LevelWijzigt het volume van het directe geluid.

Delay (Delay:)

Dit effect voegt een vertraagd geluid aan het oorspronkelijke geluid toe, wat het geluid meer body geeft of speciale effecten creëert.

Parameter Uitleg

★ On/Off Schakelt dit effect in en uit.

ParameterUitleg
TypeType Delay
SINGLEDit is een eenvoudige mono-delay.
PANDeze delay is speciaal bedoeld voor stereo-uitvoer. Hiermee verkrijgt u een tap delay-effect dat de delay tijd opsplitst en deze vervolgens naar de L- en R-kanalen stuurt.
STEREOHet direct geluid wordt via het linkerkanaal weergegeven en het effectgeluid via het rechterkanaal.
DUAL-SDit is een delay die bestaat uit twee verschillende delays die in serie geschakeld zijn. Elke delay-tijd kan binnen een bereik van 1 tot 1.000 ms worden ingesteld.D1:D2:D1: DELAY 1D2: DELAY 2
DUAL-PDit is een delay die bestaat uit twee parallel geschakelde delays. Elke delay-tijd kan binnen een bereik van 1 tot 1.000 ms worden ingesteld.D1:D2
DUAL-L/RDit is een delay met afzonderlijke instellingen voor het linker- en het rechterkanaal. Delay 1 gaat naar het linkerkanaal en Delay 2 naar het rechterkanaal.D1:L:D2:R
REVERSEDit produceert een effect waarbij het geluid omgekeerd wordt afgespeeld.
ANALOGDit geeft een zacht analoog delay-geluid. De delay-tijd kan binnen een bereik van 1 tot 2.000 ms worden ingesteld.
TAPEDeze instelling biedt het karakterlsteike golvende geluid van de tape-echo. De delay-tijd kan binnen een bereik van 1 tot 3.400 ms worden ingesteld.
MODULATEDeze delay voegt een aangenaam golvend effect toe aan het geluid.
TimeBepaalt de delay-tijd.* Als dit is ingesteld op BPM, wordt de waarde van elke parameter ingesteld volgens de waarde van "Patch: Tempo" die voor elke patch is opgegeven. Dit maakt het eenvoudiger om effectgeluidsinstellingen te creëren die overeenkomen met het tempo van de song.
FeedbackStelt de hoeveelheid delay-geluid in dat naar de Ingang wordt teruggeleid. Een hogere waarde zal het aantal delayherhallingen verhogen.
High CutStelt de frequentie in waarop de high cut-filter actief wordt. Als FLAT is geselecteerd, heeft de high cut-filter geen effect.
E. LevelWijzigt het volume van het effectgeluid.
D. LevelWijzigt het volume van het directe geluid.
Pan Tap Time *1Regelt de delay-tijd van de linkerkanaaldelay. Deze instelling regelt de delay-tijd van het linkerkanaal ten opzichte van de delay-tijd van het rechterkanaal (wordt als 100% beschouwd).
D1/2 Time *2Bepaalt de delay-tijd.
D1/2 F. Back *2Regelt de hoeveelheid feedback van de DELAY 1 (of DELAY 2). Een hogere waarde zal het aantal delayherhalingen verhogen.
D1/2 HiCut *2Dit stelt de frequentie in waarop de high cut-filter actief wordt. Als FLAT is geselecteerd, heeft de high cut-filter geen effect.
D1/2 E. Level *2Regelt het volume van de DELAY 1 (of DELAY 2).
Mod Rate *3Wijzigt de modulatiesnelheid van het delaygeluid.
Mod Depth *3Wijzigt de modulatiedlepte van het delaygeluid.

*1 Alleen voor PAN
*2 Alleen voor DUAL-S, DUAL-P, DUAL-L/R
*3 Alleen voor MOD

Reverb (Reverb:)

Dit effect voegt galm toe aan het geluid.

Parameter Uitleg

TypeType galm
AMBIENCESimuleert een galmmicrofoon (off-mic, op afstand van de geluidsbron) die wordt gebruikt bij opnames en andere toepasslingen. In plaats van de galm te benadrukken, wordt deze galm gebruikt om een soort openheid en diepte te creëren.
ROOM Simulcert de galm in een kleine kamer. Zorgt voor een warme galm.
HALL1Simuleert de galm in een concertzaal. Biedt een heldere en ruime galm.
HALL2 Simulcert de galm in een concertzaal. Zorgt voor een zachte galm.
PLATESimuleert plaatgalm (een galmapparaat dat de trillingen van een grote metalen plaat gebruikt). Biedt een metaalachtig geluid met opvallende hoge tonen.
SPRINGDit simuleert het geluid van het ingebouwde veergalmeffect van een gitaarversterker.
MODULATEDit type galm voegt het golvende geluid toe van de galm die u hoort in grote zalen om een aangename galm te creëren.
TimeWijzigt de lengte (tijd) van de galm.
Pre DelayRegelt de tijd totdat het galmgeluid verschijnt.
Low CutHigh CutDit stelt de frequentle in waarop de low/high cut-filter actief wordt. Als FLAT is geselecteerd, heeft de low/high cut-filter geen effect.
Density Regeltde dichtheid van het galmgeluid.
Spring Sns *1Regelt de gevoeligheid van het veergalmeffect. Als de waarde hoger is, krijgt u het effect zelfs bij een zwakke aanslag.
E. LevelWijzigt het volume van het effectgeluid.
D. LevelWijzigt het volume van het directe geluid.

*1 Type = Alleen voor SPRING

EQ (EQ:)

Hiermee wijzigt u de toon zoals met een equalizer.

Parameter Uitleg

On/Off Schakelt dit effect in en uit.
Low Gain Hiermee regelt u de lage tonen.
Hi Gain Hiermee regelt u de hoge tonen.
Low Mid FreqBepaalt het midden van het frequentiebereik dat zal worden gewijzigd door de Low-Mid Gain.
Low Mid QWijzigt de breedte van het gebied dat wordt beïnvloed door de EQ gecentreerd op de Low-Mid Frequency. Hogere waarden maken het gebied kleiner.
Low Mid GainHiermee regelt u de lage tot middentonen.
Hi Mid FreqBepaalt het midden van het frequentiebereik dat zal worden gewijzigd door de High-Mid Gain.
Hi Mid QWijzigt de breedte van het gebied dat wordt beïnvloed door de EQ gecentreerd op de High-Mid Frequency. Hogere waarden maken het gebied kleiner.
Hi Mid Gain Hiermee regelt u de hoge tot middentonen.
Low CutDit stelt de frequentie in waarop de low cut-filter actief wordt. Als FLAT is geselecteerd, heeft de low cut-filter geen effect.
Hi CutDit stelt de frequentie in waarop de high cut-filter actief wordt. Als FLAT is geselecteerd, heeft de high cut-filter geen effect.
Level Hiermee wijzigt u het algemene volumeniveau van de equalizer.

Ruisonderdrukker (NS:)

Dit effect vermindert de ruis en het gezoem van de gitaarelementen.

Parameter Uitleg

On/Off Schakelt dit effect in en uit.
ThresholdPas deze parameter aan volgens het volume van de ruis. Als het ruisniveau hoog is, is een hogere instelling aangewezen. Als het ruisniveau laag is, is een lagere instelling aangewezen. Wijzig deze waarde totdat het gitaargeluid op een zo natuurlijke mogelijke manier uitsterft.* Hoge instellingen voor de thresholdparameter kunnen resulteren in de afwezigheid van geluid wanneer het volume laag staat terwijl je de gitaar bespeelt.
ReleasePast de tijd aan vanaf het moment dat de ruisonderdrukker begint te werken totdat het ruisniveau op "0" staat.

Voetvolume (FV:)

Dit is het effect van een volumeregelaar. Normaal wordt dit geregeld met het expressiepedaal.

Parameter Uitleg

★ MinSelecteert het volume dat wordt geproduceerd als de hiel van het expressiepedaal wordt ingedrukt.BOSS Guitar Processor GP-10 - Voetvolume (FV:) - 1
MaxSelecteert het volume dat wordt geproduceerd als de teen van het expressiepedaal wordt ingedrukt.
CurveU kunt selecteren hoe het eigenlijke volume wordt gewijzigd ten opzichte van de manier waarop het pedaal wordt ingedrukt.
Level Wijzigt het volume.

Instellingen voor normale pickup (Nrml PU:)

ParameterUitleg
On/OffSchakelt de normale pickup in/uit (dempen)
VolumeWijzigt het volume van de normale pickup.
Cable SimCompenseert het geluid van de normale pickups als een GK-gitaar is aangesloten.Met een GK-pickup wordt het signaal van de normale pickup aangesloten via een kabel van ongeveer 20 cm, zodat er meer hoge noten zullen zijn dan bij een conventionele gitaarkabel. Door deze parameter op een geschikte manier in te stellen volgens de lengte van de gitaarkabel die u normaal gebruikt, krijgt u een natuurlijker gitaargeluid. Als u uw gitaar aansluit op de GUITAR IN-aansluiting (normale gitaarinvoer), stelt u deze parameter in op "OFF."

Volumebalans van de modeling en de normale pickup (Mixer:)

ParameterUitleg
Mdl In LvWljzigt het invoemiveau van het mengpaneel van de modeling.
N. PU In Lv Wijzigt het invoerniveau van het mengpaneel van de normale pickup.
BalanceRegelt de volumebalans van de modeling en de normale pickup.

FX Chain

U kunt de volgorde wijzigen waarin de effecten geschakeld zijn.

  1. Druk verschillende keren op de [EFFECTS]-knop om naar het "FX Chain"-scherm te gaan.
  2. Gebruik de [◀] [▶]-knoppen om een effect te selecteren (onderstrepen) en gebruik de [VALUE]-regelaar om het geselecteerde effect naar links of rechts te verplaatsen.

Een effect selecteren (onderstrepen)
BOSS Guitar Processor GP-10 - FX Chain - 1

BOSS Guitar Processor GP-10 - FX Chain - 2

BOSS Guitar Processor GP-10 - FX Chain - 3

BOSS Guitar Processor GP-10 - FX Chain - 4

BOSS Guitar Processor GP-10 - FX Chain - 5

Het geselecteerde effect naar links of rechts verplaatsen
PATCH/VALUE
BOSS Guitar Processor GP-10 - FX Chain - 6

* M: Modeling, N: Normale pickup
* Een hoofdletter betekent dat het effect is ingeschakeld en een kleine letter betekent dat het effect is uitgeschakeld. U kunt de [EFFECTS]-knop ingedrukt houden om een effect in en uit te schakelen.
* FV kan niet worden uitgeschakeld.

Patchinstellingen (Patch:)

Druk op de [EFFECTS]-knop om te bewerken.

MEMO

Voor meer informatie over ★/☆-markeringen raadpleegt u "Basisprocedure voor het bewerken van instellingen" (p. 5).

ParameterUitleg
LevelGeeft het volume van de patch op.

Patchtempo-instellingen (Patch: Tempo)

ParameterUitleg

★ Tempo Geeft het tempo op voor met het tempo gesynchroniseerde effecten.

Selectie van de GK-kit voor de patch (Patch: GK Set)

ParameterUitleg
★ GK SetAls u gitaren verwisselt op basis van de patch, stelt u "SYSTEM – GK: Setting" in op "Patch Setting" en selecteert u de GK-kit (1-3) die u hebt opgegeven voor de gitaar die u gebruikt.

Pedaal- en schakelaarinstellingen voor elke patch (Ctl: )

Voor elke patch afzonderlijk kunt u de functies opgeven die zijn toegewezen aan de [CTL 1], [CTL 2] pedalen en de expressiepedalen. Als u wilt dat deze pedalen altijd dezelfde functie hebben ongeacht de patch, dan kunt u dit opgeven met behulp van de systeeminstelling "Sys: Controller" (p. 13).

* Dit is beschikbaar als de Sys: Controller (p. 13) is ingesteld op "PATCH SETTING."

ParameterUitleg
T CTL 1-4 FuncGKSW 1-2 FuncEXPSW FuncInstellingen voor de [CTL 1], [CTL 2]-pedalen van de GP-10, externe voetschakelaars (CTL 3, CTL 4), de [S1], [S2]-knoppen van de GK-pickup en de schakelaar van het expressiepedaal.
OFFUit
PU SEL UP *1PU SEL DOWN *1Wisselt de pickup van de modelinggitaar.
12-STRING ON/OFFSchakelt de functie voor de twaalfsnarige gitaar in/uit.
ALT TUNE ON/OFF Schakelt de functie voor alternatieve stemmingen in/uit.
MODELING ON/OFFSchakelt de functie voor modeling in/uit.
NORMAL PU ON/OFF Schakelt de invoer van de normale pickup in/uit.
AMP SOLO SWFX ON/OFFEQ ON/OFFWAH ON/OFF,CHORUS ON/OFFDELAY ON/OFFREVERB ON/OFFSchakelt AMP of elk effect in/uit.
HOLD "HOLD" voor deOSC-synthesizer
TAP TEMPO *1Stelt het tempo in op de timing waarop u het pedaal indrukt.
LED ON/OFF *2LED aan/uit
ModeDit stelt het gedrag in van de waarde telkens wanneer de schakelaar wordt bediend.
MOMENTARYDe normale stand is Off (minimumwaarde), waarbij de schakelaar alleen op On staat (maximumwaarde) als de voetschakelaar wordt ingedrukt.
TOGGLEDe instelling wordt op On (maximumwaarde) of Off (minimumwaarde) gezet telkens wanneer de voetschakelaar wordt ingedrukt.
T EXP 1 off FuncEXP 1 on FuncEXP 2 FuncGKVOL FuncInstellingen voor het GK-volume van de GK-pickup, het expressiepedaal van de GP-10 (wannee der pedaalschakelaar op OFF staat en wanneer deze op ON staat) en het externe expressiepedaal.
OFFUit
FOOT VOLVoetvolume (volumepedaal)
PATCH LEVELRegelt het volume van de patch.
MODELING VOLRegelt het volume van de modeling.
NORMAL PU VOLWijzigt het volume van de normale pickup.
MIXERRegelt de volumebalans van de modeling en de normale pickup.
STRING BEND *3Regelt de toonhoogte van de modeling.
MODELINGBedient de belangrijkste parameter voor elke modeling.* Voor meer informatie over de parameter raadpleegt u de "Parameter Guide" (PDF).
FXAMPWAHCHORUSDELAYREVERBEQBedient de belangrijkste parameter voor elk effect.* Voor meer informatie over de parameter raadpleegt u de "Parameter Guide" (PDF).

*1 Andere parameters dan EXPSW Func
*2 Andere parameters dan GKSW 1, 2 Func, CTL 3, 4
*2 Andere parameters dan SysCtl

Voorbeeldinstelling

Als een specifieke patch is geselecteerd, gebruikt u het expressiepedaal om het volume van de modeling te regelen

Selecteer de patch waarvan u de instellingen wilt bewerken en voer de volgende parameterinstellingen uit.

Knop Parameter Waarde
[SYSTEM] SysCt: EXP1on Fnc PATCH SETTING
[EFFECTS] Ctl: EXP1on Func MODELING VOL

Toewijzingsinstellingen (Asgn 1-8:)

Voor elke parameter kunt u in detail opgeven welke controller welke parameter zal bedienen.

U kunt Assign 1–8 gebruiken om acht verschillende sets met instellingen te maken.

Dit is beschikbaar als de Sys: Controller (p. 13) is ingesteld op "PATCH SETTING."

Parameter Uitleg

On/Off Schakelt Assign 1-8 in/uit.
TargetSelecteert de parameter die zal worden bediend. Raadpleeg de uitleg bij elke parameter in deze handleiding voor meer informatie over de parameters.
Target MIn Target MaxGeeft het wijzigingsbereik voor de parameter op. De waarden zijn afhankelijk van de parameter die is toegewezen door Target.
SourceSelecteert de controller waaraan de functie wordt toegewezen.
CTL 1-CTL 4[CTL 1] [CTL 2]-pedalen van dit apparaat en externe voetschakelaar (CTL 3, CTL 4)
GK S1,GK S2[S1] [S2]-knoppen van de GK-pickup
GK VOL Volumeregelaar van de GK-pickup
EXP1 SW Schakelaar van het expressiepedaal
EXP1 ONExpressiepedaal als de schakelaar van het expressiepedaal is ingeschakeld
EXP1 OFFExpressiepedaal als de schakelaar van het expressiepedaal is uitgeschakeld
EXP2 Extern expressiepedaal
INT PDLIntern pedaalHet virtuele expressiepedaal begint te werken als dit wordt geactiveerd door de trigger die u hebt ingesteld (Int Pedal Trig) en wijzigt zo de parameter die is opgegeven door "Target."Voor meer informatie over de parameters die kunnen worden toegewezen aan het interne pedaal raadpleegt u "Int Pedal Time" en "Int Pedal Curve."
WAVE PDLWave-pedaalHet virtuele expressiepedaal zal de parameter die is opgegeven door "Target" binnen een bepaalde cyclus wijzigen in een vaste golfvorm.BOSS Guitar Processor GP-10 - Toewijzingsinstellingen (Asgn 1-8:) - 1
CC#1-31,CC#64-95Control Change-nummer vanaf een extern MIDI-apparaat
Src ModeMOMENTARYDe waarde is normaal uitgeschakeld (minimumwaarde) en zal alleen ingeschakeld zijn (maximumwaarde) wanneer de bediening wordt gebruikt.* Als u het interne pedaal of het wave-pedaal wilt gebruiken, stelt u "MOMENTARY" in.
TOGGLEDe waarde wisselt tussen uitgeschakeld (minimum) en ingeschakeld (maximum) telkens wanneer de bediening wordt gebruikt.
S. Range MinS. Range MaxBinnen het bedieningsbereik van de bron geeft dit het bereik op dat zal worden bediend door de doelparameter.De doelparameter zal worden bediend binnen het opgegeven bereik. Normaal gezien laat u Range Min op "0" en Range Max op "127" staan.
Int Pdl Trig *1Geeft op hoe de beweging van het interne pedaal zal worden getriggerd.
PATCHCHANGEWordt getriggerd wanneer u tussen patches wisselt.
CTL 1-4 Wordtgetriggerd wanneer u het [CTL]-pedaal bedient.
EXP1 SWWordt getriggerd wanneer u de schakelaar van het expressiepedaal bedient.
EXP1 OFFLOWWordt getriggerd wanneer u het expressiepedaal op het minimum zet.
EXP1 OFFMIDWordt getriggerd wanneer u het expressiepedaal door de middelste waarde indrukt.
EXP1 OFF HIWordt getriggerd wanneer u het expressiepedaal op het maximum zet.
EXP1 ONLOWWordt getriggerd wanneer u het expressiepedaal op het minimum zet terwijl de schakelaar van het expressiepedaal is ingeschakeld.
EXP1 ON MIDWordt getriggerd wanneer u het expressiepedaal op de middelste waarde indrukt terwijl de schakelaar van het expressiepedaal is ingeschakeld.
EXP1 ON HIWordt getriggerd wanneer u het expressiepedaal op het maximum zet terwijl de schakelaar van het expressiepedaal is ingeschakeld.
EXP2 Wordt getriggerd wanneer u het externe expressiepedaal verplaatst.
GK S1GK S2Wordt getriggerd wanneer u de [S1]/[S2] knop van de GK pickup bedient.
Int Pdl Time *1Geeft de tijd op waarbinnen het interne pedaal wordt verplaatst van de los gelaten positie (hiel) naar de ingedrukte positie (teen).
Int Pdl Curve *1LINEAR,SLOW RISE,FAST RISESelecteer een van de volgende curven om de wijziging op te geven die door het interne pedaal wordt geproduceerd.
LINEARSLOW RISE FAST RISE
Parameter Uitleg
WPdWavFrm *2SAW, TRI, SINSelecteer een van de volgende opties om de wijziging op te geven die door het wave-pedaal wordt geproduceerd.SAW TRIANGLE SINEBOSS Guitar Processor GP-10 - Toewijzingsinstellingen (Asgn 1-8:) - 2

*1 Alleen voor Source=INT PDL

*2 Alleen voor Source=WAVE PDL

Voorbeeldinstelling

Verhoog de toonhoogte van de gitaarsynthesizer op een vloeiende manier met één octaaf wanneer u het [CTL 1]-pedaal indrukt

Selecteer de patch waarvan u de instellingen wilt bewerken en voer de volgende parameterinstellingen uit.

KnopParameterWaarde
[SYSTEM]SysCtl: CTL1 FuncPATCH SETTING
[EFFECTS]Fx: TypePEDAL BEND
Asgn1: On/OffON
Asgn1: TargetFXP,BND: POSITION
Asgn1: Target Min 0
Asgn1: Target Max100
Asgn1: SourceINT PDL
Asgn1: Src ModeMOMENTARY
Asgn1: S. Range Min0
Asgn1: S. Range Max127
Asgn1: Int Pdl Trig CTL
Asgn1: Int Pdl Time20(Past de tijd aan waarbinnen de toonhoogte een octaaf hoger wordt.)
Asgn1: Int Pdl CurveLINEAR(U kunt een andere curve selecteren om de manier waarop de wijziging plaatsvindt te veranderen.)

Voor gitaarsolo's wilt u mogelijk het [CTL 1]-pedaal indrukken om AMP op de solomodus in te stellen

Druk op de [SYSTEM]-knop om te bewerken.

MEMO

Voor meer informatie over ★/☆-markeringen raadpleegt u "Basisprocedure voor het bewerken van instellingen" (p. 5).

Het uitvoersysteem opgeven (Sys: Output)

Parameter Ultleg

Output Raadpleeg "Het uitvoersysteem opgeven (Sys: Output)" (p. 3).

Instellingen van de GK-pickups (GK:)

Parameter Uitleg
★ ConnectDe GP-10 is uitgerust met een functie die automatisch bepaalt of er al dan niet een GK-aansluiting aanwezig is en wijzigt indien nodig de interne instellingen. Hierdoor kunt u alle functies, behalve modeling en alternatieve stemming (effecten, stemfunctie enzovoort), gebruiken wanneer u alleen op de GUITAR INPUT bent aangesloten. Normaal gezien moet u AUTO (standaardwaarde) gebruiken. Als de automatische detectiefunctie niet correct werkt, bijvoorbeeld wanneer u een andere gesplitste pickup gebruikt dan de GK-3, wijzigt u de instelling.
AUTO De aanwezigheid van een GK-aansluiting wordt automatisch gedetecteerd en de interne instellingen worden indien nodig gewisseld.
OFF Er worden altijd instellingen gebruikt die geschikt zijn voor een GUITAR INPUT-aansluiting.
ON Er worden altijd instellingen gebruikt die geschikt zijn voor een GK-aansluiting.
SettingRaadpleeg "MEMO: GK-instellingen" (p. 3) en "Selectie van de GK-kit voor de patch (Patch: GK Set)" (p. 11).

Instellingen van de GK-kit 1-3 (GK 1-3:)

Parameter Uitleg
Type Raadpleeg "De GK-pickups instellen" (p. 3).
Scale *1 Raadpleeg "De mensuur van uw gitaar opgeven" (p. 3).
Distance 1-6 Raadpleeg "De afstand vanaf de brug opgeven" (p. 3).
Sens 1-6 Raadpleeg "De gevoeligheid van de pickup instellen" (p. 3).
PU Phase *1Dit stelt de fase in voor de gesplitste pickup en de normale pickup. Stel dit in op "NORMAL" en als de lage tonen worden afgesneden, stelt u dit in op "INVERSE."
PU Direction *1Dit stelt de richting in voor de installatie van de gesplitste pickup.
NORMALZo geplaatst dat de kabel in de buurt van de zesde snaar naar buiten gaat.
REVERSEZo geplaatst dat de kabel in de buurt van de eerste snaar naar buiten gaat.
Piezo Tone L *2Regelt de lage tonen.
Piezo Tone H *2Regelt de hoge tonen.
Sw Position *1Dit verwisselt de functie voor de [S1], [S2]-knoppen (REVERSE) van de GK-3, GK-2A of GC-1.
Dwn Tune ShiftAls het volume van de gitaar die u gebruikt is verlaagd, geeft u het aantal chromatische stappen op waamee deze is verlaagd.
Nrml PU GainWijzigt het invoerniveau van de normale pickup.

*1 Dit wordt niet weergegeven als "GC-1" is geselecteerd als het pickuptype.

*2 Deze instelling is van toepassing als het PU TYPE is ingesteld op "PIEZO-."

Systeeminstellingen voor de pedalen en schakelaars (SysCtl:)

Geeft de functies op die zijn toegewezen aan de [CTL 1], [CTL 2]-pedalen en het expressiepedaal. Volgens de fabrieksinstellingen is "PATCH SETTING" geselecteerd en is elk pedaal toegewezen aan de meest geschikte functie voor die patch. Als u wilt dat de pedalen op dezelfde manier werken ongeacht welke patch is geselecteerd, kiest u een andere optie dan "PATCH SETTING."

ParameterUitleg
★CTL 1-4 FuncGKSW 1-2 FuncEXPSW FuncInstellingen voor de [CTL 1], [CTL 2] -pedalen van de GP-10, externe voetschakelaars (CTL 3, CTL 4), de [S1], [S2]-knoppen van de GK-pickup en de schakelaar van het expressiepedaal.
PATCH SETTINGKies dit als u wilt dat de functie van de pedalen en schakelaars voor elke patch wisselt.
PATCH UPVerschulft van het huidige patchnummer naar een nummer dat groter is volgens de waarde van de Patch Up-instelling.
PATCH DOWNVerschulft van het huidige patchnummer naar een nummer dat kleiner is volgens de waarde van de Patch Down-instelling.
PATCH SELVerschulft naar de patch die is opgegeven door Patch Select.* Raadpleeg "Pedaal- en schakelaarinstellingen voor elke patch (Ctl.)* (p. 11) voor meer informatie over andere waarden.
TUNER ON/OFFTUNER ON/OFF
ModeDit stelt het gedrag in van de waarde telkens wanneer de schakelaar wordt bediend.
MOMENTARYDe normale stand is Off (minimumwaarde), waarbij de schakelaar alleen op On staat (maximumwaarde) als de voetschakelaar wordt ingedrukt.
TOGGLEDe instelling wordt op On (maximumwaarde) of Off (minimumwaarde) gezet telkens wanneer de voetschakelaar wordt ingedrukt.
C1-4 Pat. UpC1-4 Pat. DwnGKSW1-2PUpGKSW1-2PDwnGeeft de afstand van de verhoging/verlaging van het huidige patchnummer op wanneer PATCH UP/DOWN wordt geselecteerd en u op het pedaal of de schakelaar drukt.
C1-4 Pat. SelGeeft het patchnummer op waarnaar u direct verschulft als PATCH SELECT wordt geselecteerd en u op het pedaal of de schakelaar drukt.
EXP 1 off FnEXP 1 on FncEXP 2 FuncGKVOL FuncInstellingen voor het GK volume van de GK-pickup, het expressiepedaal van de GP-10 (wannee de pedaalschakelaar op OFF staat en wanneer deze op ON staat) en externe expressiepedalen.
PATCH SETTINGKies dit als u wilt dat de functie van de pedalen voor elke patch wisselt.* Raadpleeg "Pedaal- en schakelaarinstellingen voor elke patch (Ctl.)* (p. 11) voor meer informatie over andere waarden.
Asgn Hld SwGeeft op of de stand van het expressiepedaal en het GK-volume op de volgende patch wordt toegepast (ON) of niet (OFF) als u van patch verandert.

Voorbeeldinstelling

In alle patches schakelt u de delay in/uit door op het [CTL]-pedaal te drukken Voer de volgende parameterinstellingen uit.

KnoppenParameterWaarde
[SYSTEM]SysCtl: CTL 1 FuncDELAY ON/OFF

In alle patches gebruikt u de [CTL 1], [CTL 2]-pedalen om het patchnummer te verhogen/verlagen met de waarde tien

KnoppenParameterWaarde
[SYSTEM]SysCtl: CTL 1 FuncPATCH DOWN
SysCtl: CTL 2 FuncPATCH UP
SysCtl: C1 Pat. Down10
SysCtl: C2 Pat. Up10

USB Audio-instellingen (USBAudio: )

ParameterUitleg
In LvRegelt het volume van het digitale audiosignaal vanaf USB (computer).
Out LvRegelt het volume van de uitvoer van het digitale audiosignaal naar USB (computer).
RoutingGeeft de routing voor USB-audio op. U kunt het geluid van de GP-10 opnemen op uw DAW, het opgenomen geluid afspelen vanaf uw DAW en het monitoren op de GP-10 of u kunt "re-guitaring/re-amping" uitvoeren op uw opname. Voor meer informatie raadpleegt u de "Parameter Guide" (PDF).Wat betekent re-guitaring/re-amping?Dit is een techniek waarbij een oorspronkelijk geluid dat niet is verwerkt door modeling of effecten, rechtstreeks wordt opgenomen op een DAW, waardoor u het modelinggeluid of het versterkergeluid later kunt wijzigen om het uiteindelijke resultaat te maken. Dit geeft u de vrijheid om het geluid te wijzigen nadat u de opname hebt voitooid.

MIDI-uitvoerinstellingen voor gitaar spelen (MIDI:)

ParameterUitleg
★ On/OffAls dit op "OFF" staat, worden de gegevens van het gitaar spelen niet verzonden vanaf MIDI OUT.
ModeMONOIn deze modus wordt één kanaal per snaar gebruikt waardoor dus een totaal van zes kanalen wordt gebruikt.
POLYIn deze modus worden de berichten voor alle zes snaren verzonden via één kanaal.
ChromaticAls u snaarverbuiging en andere dergelijke technieken gebruikt om de toonhoogte geleidelijk te wijzigen met de gitaar of bas, kunt u de GP-10 instellen zodat de toonhoogte van de MIDI-berichten die worden uitgevoerd, in stappen van een halve toon wordt gewijzigd.
Hold PedalGeeft het pedaal op waaraan de Hold-functie is toegewezen.
OFFHet Hold-pedaal is niet toegewezen.
CTL 1Het [CTL 1]-pedaal is het Hold-pedaal.
CTL 2Het [CTL 2]-pedaal is het Hold-pedaal.
Pedal BendGeeft op of bedieningen van het expressiepedaal berichten over toonhoogteverbuiging doorgeven.
OFFToonhoogteverbuiging wordt niet verzonden.
DOWNGegevens over de verlaging van de toonhoogte worden verzonden.
UPGegevens over de verhoging van de toonhoogte worden verzonden.
Bend RangeGeeft het maximale wijzigingsbereik op voor berichten over toonhoogteverbuiging.
Data ThinAls dit op "ON" staat, worden gegevens over toonhoogteverbuiging uitgedund om het volume van MIDI-gegevens te verkleinen.
String ChGeeft het MIDI-kanaal op dat wordt gebruikt om gegevens van het gitaar spelen te verzenden. Als Mode is ingesteld op "MONO," worden de gegevens verzonden met behulp van de zes kanalen, te beginnen met het kanaal dat u hier opgeeft.
DynamicsRegelt de gevoeligheid van de volumewijziging (of snelheidswijziging) van de toon. Hoe hoger deze instelling, hoe gemakkelijker het wordt om hogere waarden voor snelheid te produceren.
Play FeelRegelt de curve voor de snelheldswijziging van de toon.
FEEL1-4FEEL 1 is de modus die geluiden de breedste variatie in volume geeft op basis van de dynamiek van de aanslagen. Als u dit instellingsnummer verhoogt, wordt het gemakkelijker om hoge geluidsvolumes te produceren, zelfs met een zwakkere aanslag. Hierdoor kunt u met een constant volume spelen, ongeacht of u de snaren slechts licht aanraakt of zwaardere aanslagen gebruikt.
NO DYNAIn deze modus worden geluiden afgespeeld aan een vast volume, ongeacht de kracht van de aanslagen.
Low Velo CutPas deze instelling aan als er een noot wordt gespeeld wanneer u onbedoeld contact maakt met een snaar. Als u deze waarde verhoogt, zal het moeilijker worden om noten te triggeren.

Stemfunctie-instellingen (Tuner:)

ParameterUitleg
★ Pitch Geeftde referentietoonhoogte op.
SoundMUTEEr wordt geen geluid uitgestuurd tijdens het stemmen.
BYPASSTijdens het stemmen wordt het geluid vanaf de GK IN-aansluiting/GUITAR IN-aansluiting uitgevoerd zonder wijzigingen.Alle modelingopties en effecten zijn uitgeschakeld.
EFFECT Hermee kunt u stemmen terwijl u het huidige effect-/modelinggeluid beluistert.
FunctionENABLEAls u in het afspeelscherm tegelijk op de [▼]- en [▲]-pedalen drukt, gaat u naar de stemmodus.
DISABLEAls u in het afspeelscherm tegelijk op de [▼]- en [▲]-pedalen drukt, gaat u niet naar de stemmodus.* Als u in het afspeelschem op de [▶]-knop drukt, gaat u naar de stemmodus.

Het contrast van de display regelen (Sys: Contrast)

Parameter Uitleg
★Contrast Regelt het contrast van de display.

Paneelvergrendelingsinstellingen (Sys: Knob Lock)

Parameter Uitleg
Knob LockAls dit op ON staat, wordt patchselectie met behulp van de [PATCH/VALUE]-regelaar uitgeschakeld. Hierdoor kan het patchnummer niet worden gewijzigd als uw teen in contact komt met de [PATCH/VALUE]-regelaar wanneer u het pedaal bedient.
Parameter Uitleg
Auto OffDe GP-10 kan automatisch worden uitgeschakeld. De stroom wordt automatisch uitgeschakeld na 10 uur sinds u het apparaat voor het laatst hebt gebruikt om muziek af te spelen of sinds u het apparaat hebt bediend. Volgens de fabrieksinstellingen is deze functie ingesteld op “ON” (de stroom wordt uitgeschakeld na 10 uur). Als u niet wilt dat de stroom wordt uitgeschakeld, stelt u deze functie in op “OFF.”

De selecteerbare patches in het afspeelscherm beperken (Sys: Patch Extent)

Parameter Uitleg
★ Patch ExtentAls dit op “ON” staat, zijn de patches die kunnen worden geselecteerd in het afspeelscherm, beperkt tot het bereik dat u opgeeft. U kunt dit gebruiken om te voorkomen dat ongewenste patches worden geselecteerd tijdens een liveoptreden.
Min
MaxVoorbeeld: Als u alleen de patchnummers 20–35 wilt selecteren, geeft u dit als volgt op.Patch Extent: ONMin: 20Max: 35

Het expressiepedaal aanpassen (Calibration)

Het expressiepedaal van de GP-10 werd standaard ingesteld voor optimale werking. Intensief gebruik en bepaalde gebruiksomstandigheden kunnen er echter voor zorgen dat het pedaal afwijkt van de instelling.

Als u problemen ervaart, zoals een niet functionerende ON/OFF-schakelaar van het expressiepedaal of als het volumepedaal het geluid niet volledig dempt, kunt u met de volgende procedure het pedaal opnieuw instellen.

  1. Druk verschillende keren op de [SYSTEM]-knop om "Calibration" te selecteren. Op de display verschijnt "Set EXP1 to MIN."
  2. Breng de hiel van het expressiepedaal helemaal naar beneden, laat het pedaal vervolgens los en druk op de [WRITE]-knop. Op de display verschijnt "Set EXP1 to MAX."
  3. Breng de teen van het expressiepedaal helemaal naar beneden, laat het pedaal vervolgens los en druk op de [WRITE]-knop. Op de display verschijnt een waarde die de huidige weerstand (EXP1Sw: Threshold) van de schakelaar van het expressiepedaal aanduidt. Waarde: 1–16 (standaard: 8)
  4. Gebruik de [VALUE]-regelaar om de weerstand (THRESHOLD) van de schakelaar van het expresslepedaal te wijzigen. Hoe lager de waarde, hoe gemakkellijker de schakelaar reageert, zelfs als deze slechts lichtjes wordt ingedrukt.
    * Deze waarden worden niet geïntitialiseerd wanneer u een Factory Reset uitvoert.

De fabrieksinstellingen herstellen (Factory Reset)

Naar het herstellen van de oorspronkelijke fabrieksinstellingen van de systeeminstellingen (System-parameters) van de GP-10 wordt verwezen als "Factory Reset."

  1. Druk enkele malen op de [SYSTEM]-knop totdat "Factory Reset" verschijnt.
  2. Gebruik de [VALUE]-regelaar om de gebieden op te geven waarvan de fabrieksinstellingen worden hersteld.

Waarde Beschrijving

SYSTEM + PATCH Systeemparameterinstellingen + Gebruikerspatchinstellingen

PATCH Gebruikerspatchinstellingen

  1. Druk op de [WRITE]-knop.
    Het bevestigingsscherm wordt weergegeven.
    Als u wilt annuleren, drukt u op de [EXIT]-knop.
  2. Als u wilt doorgaan met de Factory Reset, drukt u op de [WRITE]-knop.

Patchbewerkingen

→ Voor meer informatie over het opslaan van een patch (Write) raadpleegt u "Een patch opslaan" (p. 4).

Patches verwisselen (Exchange)

U kunt patches met elkaar verwisselen waardoor u de patches herschikt.

  1. Selecteer de bronpatch die u wilt verwisselen.
  2. Druk op de [WRITE]-knop.
  3. Druk op de [◀] [▶]-knoppen totdat "Exchange" verschijnt op de display.

BOSS Guitar Processor GP-10 - Patches verwisselen (Exchange) - 1
- Nummer - Doelpatch voor verwisselen

  1. Draai de [VALUE]-regelaar om de patch die als doel voor het verwisselen dient, te selecteren.
  2. Druk op de [WRITE]-knop. De patches worden verwisseld.

Een patch invoegen (Insert)

Als u een patch wilt invoegen, selecteert u "Insert" in stap 3 van de procedure voor het verwisselen van patches.

Voorbeeld: Als u patch 1 invoegt op patch 30, worden patch 30 en alle daaropvolgende patches met één patch omhoog verplaatst (patch 30 wordt patch 31).

* Als u Insert uitvoert, wordt de laatste patch (patch 99) verwijderd.

BOSS Guitar Processor GP-10 - Een patch invoegen (Insert) - 1
- Nummer - Doelpatch voor invoegen

Een patch initialiseren (Initialize)

Hiermee initialiseert u een patch.

  1. Selecteer de patch die u wilt initialiseren.
  2. Druk op de [WRITE]-knop.
  3. Druk op de [◀] [▶]-knoppen totdat "Initialize" verschijnt op de display.

BOSS Guitar Processor GP-10 - Een patch initialiseren (Initialize) - 1
- Nummer - Patch die moet worden geinitialiseerd

  1. Druk op de [WRITE]-knop. De patch wordt geïntitialiseerd.

BOSS Guitar Processor GP-10 - Een patch initialiseren (Initialize) - 2

WAARSCHUWING

Om de stroom naar het apparaat volledig uit te schakelen, trekt u de stekker uit het stopcontact

Zelfs als de stroom is uitgeschakeld, betekent dit niet dat het apparaat volledig van de stroomtoevoer is losgekoppeld. Als de stroom volledig moet worden uitgeschakeld, schakelt u eerst de schakelaar van het apparaat uit en trekt u v de stekker uit het stopcontact. Zorg er daar dat u de stekker van het netsnoer aansluit de stopcontact dat gemakkelijk bereikbaar is.

BOSS Guitar Processor GP-10 - Om de stroom naar het apparaat volledig uit te schakelen, trekt u de stekker uit het stopcontact - 1

De Auto Off-functie

Dit apparaat wordt automatisch uitgeschakeld na een vooraf ingestelde tijdsspanne sinds het apparaat voor het laatst werd gebruikt om muziek af te spelen of sinds de knoppen of bedieningselementen van het apparaat werden gebruikt (Auto Off-functie). Als u dat het apparaat automatisch wordt uitschakelt u de Auto Off-functie uit (p. 14).

BOSS Guitar Processor GP-10 - De Auto Off-functie - 1

BELANGRIJKE OPMERKINGEN

Plaatsing

- Afhankelijk van het materiaal en de temperatuur van het oppervlak waarop u het apparaat plaatst, kunnen de rubberen voetstukken mogelijk het oppervlak verkleuren of ontsieren. U kunt een stuk vilt of stof onder de rubberen voetstukken plaatsen om dit te voorkomen. Zorg er in dit geval voor dat het apparaat niet verschuift of per ongeluk in beweging komt.

Onderhoud

- Gebruik een zachte, droge doek of een doek die licht bevochtigd is met water om het apparaat dagelijks af te vegen. Gebruik een doek die met een zachte, niet-schurende zeepoplossing is bevochtigd om hardnekkelig vuil te verwijderen. Veeg vervolgens het apparaat grondig schoon met een zachte, droge doek.

Reparaties en gegevens

- Voordat u het apparaat verzendt voor herstelling, moet u een back-up maken van de gegevens die op het apparaat zijn opgeslagen. U kunt uw belangrijke gegevens ook op papier noteren. Hoewel we tijdens herstellingen al het mogelijke doen om de gegevens op uw apparaat te behouden, is het in sommige gevallen, zoals wanneer het geheugen fysiek is beschadigd, echter niet mogelijk om de opgeslagen inhoud te herstellen. Roland kan niet verantwoordelijk worden geacht voor het herstel van eventuele opgeslagen inhoud die verloren is gegaan.

BOSS Guitar Processor GP-10 - Reparaties en gegevens - 1

WAARSCHUWING

Gebruik alleen de meegeleverde netstroomadapter en de juiste spanning

Gebruik alleen de netstroomadapter die bij het apparaat is geleverd. Zorg er ook voor dat de netspanning van de installatie overeenstemt met de invoerspanning die op de netstroomadapter is vermeld. Andere netstroomadapters kunnen een an polariteit hebben of bedoeld zijn voor een spanning, zodat deze schade, defecten of e schokken kunnen veroorzaken.

BOSS Guitar Processor GP-10 - Gebruik alleen de meegeleverde netstroomadapter en de juiste spanning - 1

BOSS Guitar Processor GP-10 - Gebruik alleen de meegeleverde netstroomadapter en de juiste spanning - 2

OPGELET

Let op dat uw vingers niet vast komen te zitten

Let op dat uw vingers niet vast komen te zitten wanneer u de volgende beweegbare onderdelen hanteert. Let erop dat alleen volwassenen deze onderdelen hanteren. • Expressiepedaal (p. 4)

BOSS Guitar Processor GP-10 - Let op dat uw vingers niet vast komen te zitten - 1

Extra voorzorgsmaatregelen

  • Gegevens die op het apparaat zijn opgeslagen, kunnen verloren gaan als gevolg van storingen aan het apparaat, onjuiste bediening van het apparaat enzovoort. Om uzelf te beschermen tegen het onherstelbare verlies van gegevens, zorgt u ervoor dat u regelmatig back-ups maakt van de gegevens die op het apparaat zijn opgeslagen.
  • Roland kan niet aansprakelijk worden gesteld voor het herstel van de opgeslagen inhoud die verloren is gegaan.
  • Voer nooit druk uit op de display en sla er nooit tegen.
  • Gebruik alleen het opgegeven expressiepedaal (Roland EV-5, FV-500H/L, apart verkrijgbaar). Als u andere expressiepedalen aansluit, kunt u defecten en/of schade aan het apparaat veroorzaken.
  • Als u het expressiepedaal gebruikt, let er dan op dat uw vingers niet geklemd raken tussen het bewegende deel en het paneel. Op plaatsen waar kinderen aanwezig zijn, moet er een volwassene in de buurt zijn om toezicht te houden en advies te geven.

• ASIO is een handelsmerk en software van Steinberg Media Technologies GmbH.
- Dit product bevat het met eCROS geïntegreerde softwareplatform van eSOL Co., Ltd. eCROS is een handelsmerk van eSOL Co., Ltd. in Japan.
- Roland, BOSS, COSM, V-Guitar en METAL ZONE zijn gedeponeerde handelsmerken of handelsmerken van Roland Corporation in de Verenigde Staten en/of andere landen.
- De productnamen die in dit document worden vermeld, zijn handelsmerken of gedeponeerde handelsmerken van de respectieve eigenaars. In deze handleiding worden deze namen gebruikt omdat het de meest praktische manier is om de geluiden te beschrijven die gesimuleerd worden met COSM-technologie.

Probleem Controle Handeling Pagina
Geen geluid/Laag volumeStaat de [OUTPUT LEVEL]-regelaar op nul? Stel de regelaar in op een juiste positie. —
Staat het volume van de GK-pickup op nul? Stel het volume van de GK-pickup in op een juist niveau. —
Is de selectieschakelaar van de GK-pickup ingesteld op "GUITAR"?Stel de schakelaar van de GK-pickup in op "MIX." —
Hebt u het expressiepedaal los gelaten?Druk het expressiepedaal in.
Staat Patch: Level op nul?Probeer Patch: Level te verhogen.p. 4, p. 11
Zijn de GP-10 en de andere apparaten correct aangesloten?Controleer de aansluitingen met de andere apparaten.p. 2
Is er geen geluid hoorbaar via USB en zijn de instellingen voor USBAudio: correct?Gebruik de juiste waarden voor de instellingen.p. 13
Het volumeniveau van het instrument dat is aangesloten op de AUX IN-aansluiting is te laagGebruikt u een verbindingskabel met weerstand?Gebruik een verbindingskabel zonder weerstand.
Het volume van de verschillende snaren is niet gelijkZijn de instellingen voor de gevoeligheid van de GK-pickup correct voor elke snaar?Pas de instellingen aan.p. 3
Is de GK-pickup correct bevestigd?Raadpleeg de handleiding van uw GK-pickup en bevestig de GK-pickup op een correcte manier.Op de pagina "GK-3 Installation Tips" op de website van Roland vindt u informatie en foto's over het bevestigen van een GK-pickup. Neem zeker eens een kijkje.http://www.roland.com/GK/
Als u de pedaaleffecten van de GP-10 of het expressiepedaal gebruikt, is het resultaat voor elke snaar andersHet effect dat wordt geproduceerd met behulp van het expressiepedaal is anders voor elk geluid (patch).Controleer vooraf het effect van elke patch.
Er treedt oscillatie opIs een gain-waardeparameter of volumegerelateerde parameter in de effectinstellingen te hoog ingesteld?Verlaag de waarde.p. 9
Patches kunnen niet worden verwisseldWordt er een ander scherm dan het afspeelscherm op de display weergegeven?Met de GP-10 kunt u geen patches verwisselen als een ander scherm dan het afspeelscherm wordt weergegeven. Druk een of meerdere keren op de [EXIT]-knop om terug te gaan naar het afspeelscherm.
De [PATCH/VALUE]-regelaar werkt nietStaat Sys: Knob Lock op "ON"? Als dit op ON staat, wordt patchselectie met behulp van de [PATCH/ VALUE]-regelaar uitgeschakeld.Stel Sys: Knob Lock in op "OFF."p. 14
Kan de stemmodus niet openenIs Tuner: Function ingesteld op "Disable"? Als dit is ingesteld op "Disable," kunt u niet naar de stemmodus gaan door tegelijk op de [I]- en [H]-pedalen te drukken.Stel Tuner: Tuner Function in op "Enable."p. 14
Kan geen controller (pedaal of knop) gebruiken om een parameter te veranderenGebruikt u het interne pedaal als de Source-parameter voor de toewijzing?Als u "INT PDL" of "WAVE PDL" opgeeft als de Source-parameter van de toewijzing, verandert de Target-effectparameter die u hebt toegewezen, automatisch. Als u een controller wilt gebruiken om een parameter te veranderen, stelt u de Switch-parameter tijdelijk in op "OFF" voor die toewijzing om het interne pedaal te stoppen.p. 12

Overzicht van foutmeldingen

Bericht Betekenis Handeling
MEMORY DAMAGED! HetIs mogelijk dat de inhoud van het geheugen beschadigd is.Voer een Factory Reset uit.Als het probleem hiermee niet is opgelost, neemt u contact op met uw dealer of een Roland Service Center in uw buurt.
MIDI Buffer Full!Er is een ongewoon grote hoeveelheid MIDI-gegevens ontvangen die niet kon worden verwerkt.Verklein de hoeveelheid MIDI-berichten die worden verzonden.
System Error!Er is een probleem opgetreden in het systeem.Neem contact op met uw dealer of een Roland Service Center in uw buurt.

Belangrijkste specificaties

StroomtoevoerNetstroomadapter
Stroomverbruik350 mA
Afmetingen251 (B) x 207 (D) x 71 (H) mmMaximumhoogte:251 (B) x 207 (D) x 93 (H) mm
Gewicht1,9 kg (exclusief netstroomadapter)
AccessoiresModel met meegeleverde GK-pickupModel voor apart verkrijgbare GK-pickup
NetstroomadapterGebruikershandleldingInfoblad "HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN"Gesplitste pickup (Roland GK-3)GK-kabel (3 m)NetstroomadapterGebruikershandleldingInfoblad "HET APPARAAT VEILIG GEBRUIKEN"
Opties (apart verkrijgbaar)Gesplitste pickup: Roland GK-3GK-kabel: Roland GKC-5 (5 m), GKC-10 (10 m)Parallele GK-kabel (GK-pickup ← → GK-connector x 2): Roland GKP-2Apparaatschakelaar: Roland US-20Voetschakelaar: FS-5UDubbele voetschakelaar: FS-6Expressiepedaal: Roland EV-5, FV-500L/500H

* Met het oog op productverbetering kunnen de specificaties en/of het uitzicht van dit toestel worden gewijzigd zonder voorafgaande kennisgeving.

Dit symbool geeft aan dat in landen van de EU dit product gescheiden van huishoudelijk afval moet worden aangeboden, zoals bepaald per gemeente of regio. Producten die van dit symbool zijn voorzien, mogen niet samen met huishoudelijk afval worden verwijderd.

BOSS Guitar Processor GP-10 - Belangrijkste specificaties - 1

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : BOSS

Model : Guitar Processor GP-10

Categorie : Gitaar effectpedaal