RecoVAIR VAR 350/3 - Afzuigventilator VAILLANT - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RecoVAIR VAR 350/3 VAILLANT in PDF-formaat.
| Merk | Vaillant |
| Model | RecoVAIR VAR 350/3 |
| Type product | Warmteterugwinventilatie |
| Afmetingen (H x B x D) | 800 x 600 x 250 mm |
| Gewicht | 15 kg |
| Voedingsspanning | 230 V / 50 Hz |
| Vermogen | 150 W |
| Luchtdebiet (max.) | 350 m³/u |
| Warmteterugwinningsefficiëntie | tot 95% |
| Filterklasse | ePM1 70% (F7) |
| Geluidsniveau (op 1 m) | 45 dB(A) |
| Bedrijfstemperatuur | -20 °C tot +50 °C |
| Beschermingsgraad | IPX4 |
| Functies | Warmteterugwinning, ventilatieregeling, filterbewaking |
| Onderhoud en reiniging | Filters elke 6 maanden reinigen of vervangen; warmtewisselaar elke 2 jaar reinigen |
| Veiligheid | Oververhittingsbeveiliging, ingebouwde zekering |
| Garantie | 2 jaar |
Veelgestelde vragen - RecoVAIR VAR 350/3 VAILLANT
Gebruikersvragen over RecoVAIR VAR 350/3 VAILLANT
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Afzuigventilator in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RecoVAIR VAR 350/3 - VAILLANT en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RecoVAIR VAR 350/3 van het merk VAILLANT.
GEBRUIKSAANWIJZING RecoVAIR VAR 350/3 VAILLANT
Gebruiksaanwijzing en installatiehandleiding
recoVAIR/3

Woningventilatiesysteem met warmteterugwinning en afstandsbediening
recoVAIR VAR 275/3
recoVAIR VAR 350/3
Voor de gebruiker
Gebruiksaanwijzing
recoVAIR/3
Inhoudsopgave
Algemene informatie ....4
1 Aanwijzingen bij de documentatie ....4
1.1 Bewaren van de documenten ....4
1.2 Gebruikte symbolen
1.3 CE-markering 4
1.4 Typeplaatje 4
2 Veiligheidsaanwijzingen en voorschriften ....5
2.1 Veiligheidsaanwijzingen 5
2.1.1 Montage en installatie ....5
2.1.2 Gebruik....5
2.1.3 Veranderingen in de omgeving van het ventilatietoestel....5
2.2 Waarschuwingen 5
2.3 Voorschriften 5
3 Aanwijzingen bij installatie en gebruik......6
3.1 Fabrieksgarantie 6
3.2 Gebruik conform de voorschriften......6
3.3 Eisen aan de plaats van montage....6
3.4 Onderhoud....6
3.5 Recycling en afvoer 6
3.5.1 Toestel....6
3.5.2 Verpakking....6
3.6 Energiebesparende tips....7
4 Bediening 7
4.1 Opbouw van het ventilatietoestel ....7
4.2 Bypass (optioneel)....7
4.3 In- en uitschakelen van het toestel....7
4.4 Functieoverzicht digitale afstandsbediening ....7
4.5 Overzicht display....8
4.5.1 Betekenis van de symbolen 8
.4.6 Instellingen in de basisweergave 8
4.7 Programmering van de schakelklok .....9
4.8 Speciale functies....10
4.9 Infoniveau 10
5 Verhelpen van storingen ....11
6 Onderhoud en Serviceteam 12
6.1 Filters in het ventilatietoestel reinigen of vervangen 12
6.2 Filter in de bypass-behuizing reinigen of vervangen 12
6.3 Filters....13
Algemene informatie
Het woningventilatiesysteem bestaat uit een centraal ventilatietoestel voor luchtcirculatie met warmteterugwinning.
Het toestel wordt voor de luchtgeleiding aangesloten op een buisleidingsysteem, dat beschikt over geluiddemping en luchtuitlaatopeningen voor toevoer- en retourlucht.
Via luchtaanvoeropeningen wordt frisse lucht naar woon- en slaapvertrekken gevoerd en verbruikte lucht uit keuken, badkamer en WC afgevoerd.
Het vermogen van het ventilatietoestel wordt via de digitale afstandsbediening aangepast aan de behoefte en automatisch geschakeld.
Het systeem zorgt voor:
- een constante luchtcirculatie in het gebouw
- de garantie van een minimale hygiënische luchtcirculatie volgens de voorschriften
- energiebesparing door een hoge warmteterugwinning
- een hoge hygiënische norm door vermindering van vocht- en schimmelschade in een gebouw
De precieze beschrijving van uw toestel staat op het typeplaatje, dat zich aan de onderkant van het toestel bevindt.
1 Aanwijzingen bij de documentatie
De volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volledige documentatie.
In combinatie met deze gebruiksaanwijzing en installatiehandleiding zijn nog andere documenten van toepassing.
Voor schade die door het niet naleven van deze handleiding ontstaat, kan Vaillant niet aansprakelijk gesteld worden.
1.1 Bewaren van de documenten
Bewaar deze gebruiksaanwijzing en alle aanvullend geldende documenten zodanig dat ze direct ter beschikking staan.
1.2 Gebruikte symbolen
Neem bij de bediening van het toestel de veiligheidsaanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing in acht!

Gevaar!
Onmiddellijk gevaarlijk voor lijf en leven!

Gevaar!
Levensgevaar door elektrocutie!

Attentie!
Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en milieu!

Aanwijzing!
Nuttige informatie en aanwijzingen.
- Symbool voor vereiste handeling.
1.3 CE-markering
Met de CE-markering wordt aangegeven dat het ventilatiesysteem recoVAIR volgens het typeoverzicht voldoet aan de fundamentele vereisten van de volgende richtlijnen:
- Laagspanningsrichtlijn 73/23/EEG, gewijzigd door richtlijn 93/68/EEG
- EMC-richtlijn 89/336/EEG, gewijzigd door richtlijn 91/263/EEG, 92/31/EEG en 93/68/EEG
1.4 Typeplaatje
U vindt het typeplaatje aan de onderkant van het toestel.
De gegevens op het typeplaatje hebben de volgende betekenis:
| Benaming Betekenis | |
| 230 V 50 Hz Vereiste | netspanning |
| 175 (320)* W Maximaal opgenomen vermogen | |
| 170 (265)* Pa Maximale nettodruk | |
| 295 (400)* m3/h Maximale luchtopbrengst | |
| 40 °C Maximaal toegestaneomgevingstemperatuur | |
Tabel 1.1 Typeplaatje
* Waarden tussen haakjes gelden voor recoVAIR 350/3

Vaillant
Max. ontwerpvermogen
Luchtvermogen bij 160 Pa
Max. toel. inlaattemperatuur
230 V 50 Hz
240 W
275 m³/h
60° C


IP10D
VG - Bar - Code
Goed nota nemen van de gebruiksaanwijzing en installatiehandleiding!
Attentie!
Dit ventilatietoestel met warmteterugwinning kan condenseren en mag alleen in huis worden gemonteerd.
Afb. 1.1 Typeplaatje
2 Veiligheidsaanwijzingen en voorschriften
2.1 Veiligheidsaanwijzingen
Neem altijd de volgende veiligheidsaanwijzingen en - voorschriften in acht.
2.1.1 Montage en installatie
Het toestel mag uitsluitend door een erkend installateur worden geïnstalleerd. Deze is ook verantwoordelijk voor de deskundige installatie en inbedrijfstelling.
Hij is eveneens bevoegd het toestel te inspecteren en repareren en de ingestelde hoeveelheid luchtdoorzet te wijzigen.
Als het toestel wordt gebruikt in combinatie met een van de omgevingslucht afhankelijke haard moet ook controle door een erkend schoorsteenveger plaatsvinden.
Voorkomen moet worden dat er rookgas uit de haard ontsnapt.
2.1.2 Gebruik
Het toestel mag uitsluitend worden gebruikt met filters. Deze moeten regelmatig worden gecontroleerd op vervuiling en beschadiging.
Aanbevolen wordt de filters ten minste een keer per 6 maanden visueel te controleren en om de 12 maanden te vervangen.
2.1.3 Veranderingen in de omgeving van het ventilatietoestel

Attentie!
Voer geen veranderingen uit in de omgeving om beperkingen van de werking te voorkomen!
U mag geen veranderingen uitvoeren
- aan het toestel,
- aan de leidingen voor buitenlucht, toevoerlucht, retourlucht en uitlaatlucht, condenswater en aan de netaansluiting van het toestel.
Het veranderingsverbod geldt ook voor bouwconstructies in de omgeving van het toestel, voor zover deze van invloed kunnen zijn op de bedrijfsveiligheid van het toestel.
- Ventilatie-openingen in deuren, plafonds, ramen en wanden mogen niet worden afgesloten, ook niet tijdelijk. Bedek de ventilatie-openingen bijvoorbeeld niet met kledingstukken en dergelijke.
Bij het leggen van vloerbedekking mogen de ventilatie- openingen aan de onderkant van deuren niet worden afgesloten of kleiner worden gemaakt.
Voor veranderingen aan het toestel of in de omgeving ervan moet u in ieder geval een beroep doen op een erkend installateur.
Reparatie- en onderhoudswerkzaamheden (ook filterwissel) mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een erkend installateur.
2.2 Waarschuwingen

Gevaar! Levensgevaar door elektrocutie aan spanningsvoerende aansluitingen. Trek voor de werkzaamheden aan het toestel de stekker uit de contactdoos en beveilig het toestel tegen opnieuw inschakelen.
Als er tijdens de werking storingen optreden, volg dan de stappen die beschreven zijn in de storingstabel in hoofdstuk 5 van deze gebruiksaanwijzing. Neem contact op met een erkend installateur als een storing niet kan worden verholpen.
2.3 Voorschriften
De installatie van het toestel dient te gebeuren door een erkend installateur. Hierbij moeten de volgende voorschriften en richtlijnen in acht worden genomen:
- Bouwbesluit.
- Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallatie NEN1010.
- Voorschriften voor het aansluiten op binnen rioleringen in woningen en woongebouwen NEN3287.
- Voorschriften voor ventilatie van woningen en woongebouwen NEN1087 / NEN1088.
- ISSO publicatie 61 Kwaliteitseisen ventilatiesystemen woningen.
- ISSO publicatie 62 Kwaliteitseisen gebalanceerde ventilatie in woningen.
- ISSO publicatie 62 Kwaliteitseisen gebalanceerde ventilatie in woningen aanvulling 2004.
- Eventueel voorschriften van lokale gemeente en nutsbedrijven.
- Dit installatievoorschrift.
3 Aanwijzingen bij installatie en gebruik
3.1 Fabrieksgarantie
Fabrieksgarantie wordt alleen verleend indien de installatie is uitgevoerd door een door Vaillant BV erkende installateur conform de installatievoorschriften van het betreffende product.
De eigenaar van een Vaillant product kan aanspraak maken op fabrieksgarantie volgens de algemene garantiebepalingen van Vaillant BV.
Garantiewerkzaamheden worden uitsluitend door het Serviceteam Vaillant BV of door een door Vaillant BV aangewezen installatiebedrijf uitgevoerd.
Eventuele kosten die gemaakt zijn voor werkzaamheden aan een Vaillant product gedurende de garantieperiode komen alleen in aanmerking voor vergoeding indien vooraf toestemming is verleend aan een door Vaillant BV aangewezen installatiebedrijf en als het volgens de algemene garantiebepalingen een werkelijk garantiegeval betreft.
3.2 Gebruik conform de voorschriften
Het Vaillant woningventilatiesysteem is gebouwd volgens de laatste stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kan er bij ondeskundig gebruik gevaar voor lichamelijk letsel van de gebruiker of derden ofwel beschadiging van het toestel en andere voorwerpen ontstaan.
Dit toestel is er niet voor bestemd te worden gebruikt door personen (waaronder kinderen) met beperkte fysieke, sensorische of geestelijke vermogens of zonder ervaring en/of zonder kennis, tenzij deze onder toezicht staan van een voor hun veiligheid verantwoordelijke persoon of van deze instructies kregen hoe het toestel moet worden gebruikt.
Kinderen moeten onder toezicht staan, om ervoor te zorgen dat zij niet met het toestel spelen.
Het ventilatietoestel moet door een erkend installateur geïnstalleerd worden, die voor de naleving van de bestaande voorschriften, regels en richtlijnen verantwoordelijk is.
Het is niet toegestaan het toestel tijdens de bouwfase te gebruiken vanwege de hoge stofbelasting.
De ventilatietoestellen zijn speciaal ontwikkeld voor de ventilatie van woningen.
Een ander of daarvan afwijkend gebruik geldt als niet conform de voorschriften. Voor schade die hieruit voortvloeit, kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld worden.
Uitsluitend de gebruiker is hiervoor verantwoordelijk. Tot het gebruik conform de voorschriften horen ook het in acht nemen van de gebruiksaanwijzing en installatiehandleiding alsmede alle andere aanvullend geldende documenten en het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoorschriften.

Attentie!
Ieder misbruik is verboden.
3.3 Eisen aan de plaats van montage
- Ventilatietoestellen kunnen worden geïnstalleerd in woningen, kelders, bergruimtes, in ruimtes bestemd voor meerdere doeleinden of op zolders.
- Het ventilatietoestel wordt hangend gemonteerd. Let erop dat de wand daarvoor voldoende sterk is.
- Er moet voldoende ruimte zijn voor montage van de luchtkanaal-aansluitingen, voor een zelf aan te brengen scheidingsinrichting met 230 V netspanning en een waterafvoer met een stankafsluiter (sifon).
- De montageplaats moet permanent vorstvrij zijn.
- De zelf aan te brengen scheidingsinrichting moet altijd goed bereikbaar zijn.
3.4 Onderhoud
- Reinig de mantel van uw toestel met een vochtige doek en wat zeep.

Aanwijzing!
Gebruik geen schuur- of reinigingsmiddelen waarmee de mantel van gelakt plaatstaal kan worden beschadigd.
3.5 Recycling en afvoer
Het ventilatietoestel en de verpakking bestaan voor het grootste deel uit herbruikbaar materiaal.
3.5.1 Toestel
De filters van het toestel kunt u afvoeren met het normale huisafval. Het ventilatietoestel en alle overige toebehoren horen niet in het huisafval. Zorg ervoor dat het oude toestel en eventuele toebehoren volgens de voorschriften worden afgevoerd.

Aanwijzing!
Neem de geldende nationale voorschriften in acht.
3.5.2 Verpakking
Het afvoeren van de transportverpakking kunt u het best overlaten aan de installateur die het toestel geïnstalleerd heeft.
3.6 Energiebesparende tips
Hoewel het toestel is gemaakt om het comfort te verhogen en energie te besparen kan door op de volgende aanwijzingen te letten nog meer energie worden bespaard.

Aanwijzing!
Als de buitentemperatuur lager is dan de kamertemperatuur kunt u een maximale energiebesparing bereiken door alle vensters gesloten te houden en voor de nodige luchtcirculatie te zorgen door gebruik van het ventilatietoestel.
Natuurlijk kunt u op ieder moment luchten door de vensters te openen.
4 Bediening
4.1 Opbouw van het ventilatietoestel
| Benaming Uitleg |
| Toevoerlucht Van het ventilatietoestel naar de kamers |
| Retourlucht Van de kamers naar het ventilatietoestel |
| Buitenlucht Verse lucht van buiten naar het ventilatietoestel |
| Uitlaatlucht Verbruikte lucht van het ventilatietoestel naar buiten |
Tabel 4.1 Beschrijving van de ventilatiekanalen

Afb. 4.1 recoVAIR VAR 275/3 en 350/3
Legenda
1 Ventilatiekanaal bypass
2 Ventilatiekanaal uitlaatlucht
3 Ventilatiekanaal toevoerlucht
4 Voorpaneel
5 Deur
6 Ventilatiekanaal retourlucht
7 Ventilatiekanaal buitenlucht
4.2 Bypass (optioneel)
Het toestel kan worden voorzien van een bypass, die bovenop het toestel wordt geplaatst, zie afbeelding 4.2. Met de bypass kan de gebruiker in de zomer als de buitentemperatuur 's nachts onder de kamertemperatuur daalt, de zogenaamde „vrije koeling" gebruiken. De relatief koelere buitenlucht wordt dan niet meer verwarmd door het toestel, voordat zij de kamer in wordt geblazen.

Afb. 4.2 Bypass
Legenda
1 Filtercassette
2 Aansluiting uitlaatlucht
3 Aansluiting toevoerlucht
4 Aansluiting retourlucht
5 Luchttoevoer van buiten
4.3 In- en uitschakelen van het toestel
Het ventilatietoestel wordt gevoed via een 230 V kabel.
- Steek de stekker in een 230 V wandcontactdoos.
De elektronica van het ventilatietoestel start. Op het display wordt het toesteltype weergegeven (weergave „RECO 275 of 350“) en na 3 seconden de basisweergave. - Om het toestel uit te schakelen, trekt u de stekker uit de wandcontactdoos.
4.4 Functieoverzicht digitale afstandsbediening
Het ventilatietoestel is voor de bediening uitgerust met een digitale afstandsbediening.
De afstandsbediening heeft drie toetsen en een instelknop (Vaillant bedieningsconcept „draai en klik“), waarmee u de verschillende programma's kunt instellen. Bovendien kunt u speciale functies en een tijdsafhankelijke besturing van het ventilatietoestel instellen.

Afb. 4.3 Digitale afstandsbediening recoVAIR
Legenda
1 Display
2 Instelknop ("draai en klik")
i Infotoets
F Toets voor speciale functies
P Programmeertoets (installateurniveau)
4.5 Overzicht display
Op het display wordt in de basisweergave de actuele bedrijfsfunctie of, indien geactiveerd, de speciale functie weergegeven. Bovendien worden de actuele kamertemperatuur, dag, tijd en buitentemperatuur weergegeven.

Afb. 4.4 Overzicht display
Legenda
1 Bedieningsniveaus
2 Weergave voor ventilatoren/bypass
3 Multifunctionele weergave
4 Dagen
5 Actuele waarden
6 Bedrijfsfuncties
7 Speciale functies
4.5.1 Betekenis van de symbolen
Op het display kunnen de volgende symbolen worden weergegeven:
| Symbool Betekenis | |
| ∅ | Speciale functie sparen |
| Speciale functie party | |
| Speciale functie vakantie | |
| Statisch: 2e ventilatorstand (dagstand)Knippert: 3e ventilatorstand (HIGH)Uit: 1e ventilatorstand (nachtstand) | |
| Statisch: vraag koelingKnippert: bypass geopend (zomerstand)Uit: bypass ontbreekt of is gesloten | |
| Automatische functie | |
| Dagstand (ventilatorstand 2) | |
| Nachtstand (ventilatorstand 1.) | |
| OFF | Werking met ventilatorstand vakantie(minimaal) |
| 22.5 °C | Actuele kamertemperatuur |
| MO TU WE TH FR SA SU | Dag |
| Multifunctionele weergave links (tijd ...) | |
| 8.8:8.8 | Multifunctionele weergave rechts (KWh) |
| Informatieniveau | |
| Tijd-programmeerniveau | |
| Installateurniveau | |
| Service-/ diagnoseniveau |
Tabel 4.2 Symbolen
4.6 Instellingen in de basisweergave
Vanuit de basisweergave kiest en wijzigt u de belangrijkste functies met de draai-en-klik instelknop:
Door te klikken - wisselt u van een menupunt naar het volgende. Druk in de basis- weergave meerdere keren achter elkaar op de instelknop tot u bij de gewenste functie komt. De parameter die gewijzigd moet worden, knippert en bovendien verschijnt een pijltje. Door te draaien - kunt u de knipperende waarden wijzigen.

Aanwijzing!
Als de gewenste instellingen zijn uitgevoerd, is het niet nodig deze te bevestigen.
10 seconden na de laatste invoer wordt de weergegeven functie automatisch geactiveerd en op het display verschijnt weer de basisweergave.
| Handelling Instellen van | |
![]() | BedrijfsfunctieGeselecteerd symbool knippert |
| W3A6] | Draai de instelknop, om de bedrijfsfunctie te wijzigen.De volgende instellingen kunt u selecteren:☀ Dagstand:Onafhankelijk van het tijdprogramma schakelt de afstandsbediening de ventilatoren naar stand 2.○ Nachtstand:Onafhankelijk van het tijdprogramma schakelt de afstandsbediening de ventilatoren naar stand 1○ Automatische functie:De wissel tussen dag- en nacht- modu gebeurt afhankelijk van de tijd.Bovendien wordt de actuele modus weergegeven.OFF Minimale stand:Onafhankelijk van het tijdprogramma schakeltde afstandsbediening de ventilatoren naar de laagste stand. |
| Ventilatoren stand 3Weergave HIGH | |
| Draai de instelknop, om de tijdsduur in uren in te stellen. De ventilatorstand 3 is gedurende deze tijd actief.Om deze functie te deactiveren, zet u de tijdsduur op "O.O". | |
| Bypass gereedWeergave ✉Als geen bypass is aangesloten, wordt dit menupunt overgeslagen! | |
| Draai de instelknop, om het aantal dagen in te stellen waarop de bypass gereed moet zijn. Bij de betreffende temperatuurverhoudingen schakelt de bypassmotor naar de zomerstand. | |
| Controle en instelling van de tijd Druk meerdere keren op de instelknop, om achtereenvolgens de dag, het uur en de minuten te selecteren.De geselecteerde tijden knipperen op het display. | |
| Draai de instelknop, om de dag, het uur en de minuten te wijzigen. | |
| Controle en instelling van de Jaarklok Druk meerdere keren op de instelknop, om de dag, de maand en het jaar te selecteren.Als de jaarklok niet is geactiveerd, wordt dit punt overgeslagen! | |
| Draai de instelknop, om de dag, de maand en het jaar te wijzigen. | |
| Handeling Instellen van | |
![]() | Controle en reset filtertimerWeergave FILTDe timer geeft het aantal dagen weer na de laatste reset, sinds het gebruik van het filter. |
![]() | Draal de instelknop naar links, om de timer weer op 0 te zetten. Draai de instelknop naar rechts, om de oude waarde weer terug te zetten. |
![]() | Wissel terug naar de basisweergaveAls er langer dan 10 seconden geen instelling volgt, gaat het display automatisch naar de basisweergave. |
Tabel 4.3 Bediening in de basisweergave
4.7 Programmering van de schakelklok
Met behulp van de programmatoets kunt u de tijden voor de schakelklokfunctie wijzigen. Als de schakelklokfunctie is geactiveerd schakelt recoVAIR afhankelijk van de tijd heen en weer tussen stand 1 en 2.
- Buiten het tijdvenster: stand 1 = nachtstand
- Binnen het tijdvenster: stand 2 = dagstand
Per dag zijn er maximaal drie verschillende in- en uitschakeltijden (tijdvensters) mogelijk. Op het display van de afstandsbediening worden deze tijdvensters aangeduid met H1, H2 en H3.
Afzonderlijke dagen kunnen als groep of weekblok worden samengevat. De volgende groeperingen zijn mogelijk:
MO-SU; MO - FR; SA - SU.
De in de fabriek ingestelde schakeltijden zijn:
| Tijdvenster Dag/weekblok | Starttijd Eindtijd | ||
| H1 MO-FR 6:00 | 22:00 | ||
| H1 SA | 7:30 | 22:30 | |
| H1 SO | 7:30 | 22:00 | |
Tabel 4.4 In de fabriek ingestelde schakeltijden
De schakeltijden worden als volgt ingesteld:
- Start met behulp van de toets P de programmering van de tijden.
- Selecteer een tijdvenster.
- Selecteer een dag of een weekblok.
- Bepaal de starttijd.
- Bepaal de eindtijd.
- Beëindig de programmering van de schakeltijden met de toets P.
Aanwijzing!
Binnen het programmeerniveau navigeert u met de „draai-en-klik“-techniek.
Door te klikken - wisselt u binnen het programmeerniveau van een menu- punt naar het volgende. Druk meerdere keren na elkaar op de instelknop tot u bij de gewenste functie bent. De parameter die gewijzigd moet worden, knippert en bovendien verschijnt er een pijltje.
Door te draaien - kunt u de knipperende waarden wijzigen.
| Handeling Instellen van | |
![]() | Activeren van het programmeerniveauWeergave® |
![]() | Selecteren van het tijdvenster |
Draai![]() | Draai de instelknop om de tijdvensters H1 tot H3 te selecteren. |
![]() | Selectie van de dagen of weekblokken |
Draai![]() | Draai de instelknop om de afzonderlijke dagen en weekblokken te selecteren. |
![]() | Selecteren van de in- en uitschakeltijdenDoor meerdere keren op de instelknop te drukken selecteert u achtereenvolgens uren en minuten van de schakeltijden. |
Draai![]() | Draai de instelknop om de uren of minuten van de schakeltijden te wijzigen. |
![]() | Ga terug naar de basisweergaveAls er langer dan 5 minuten geen instelling volgt, gaat het display automatisch terug naar de basisweergave. |
Tabel 4.5: Programmering van de tijdvensters
4.8 Speciale functies
Met de toets F (speciale functies) kunt u speciale functies starten.
De selectie vindt plaats door meerdere keren op de toets F te drukken.

Aanwijzing!
Als de gewenste instellingen zijn uitgevoerd, is het niet nodig deze te bevestigen.
10 seconden na de laatste invoer wordt de weergegeven functie automatisch geactiveerd en op het display verschijnt weer de basisweergave.
Een actieve speciale functie kan door één keer drukken op de toets „F“ worden gedeactiveerd. De duur van de deactivering bedraagt 2 seconden. Door het selecteren van een andere speciale functie wordt de op dat moment actieve speciale functie verlaten. Er kan slechts één speciale functie tegelijkertijd actief zijn.
| Handeling Speciale functie | |
![]() | Spaarfunctie symbool op het display: Door de spaarfunctie wordt de actieve ventilatorstand voor een bepaalde tijd op nachtstand (stand 1) gezet. De gebruiker voert de tijd in uren en minuten in (minimaal 2:30 h). Daarna schakelt de afstandsbediening terug naar de schakelklokfunctie. Zie ook afb. 4.5 |
![]() | Partyfunctie symbool op het display: De partyfunctie overbrugt het ingestelde tijdprogramma en activeert de dagstand (stand 2). De functie blijft tot het begin van de volgende geprogrammeerde omschakeling in de dagstand staan. Zie ook afb. 4.5 |
![]() | Vakantiefunctie symbool op het display: Als de vakantiefunctie is geselecteerd, wordt voor de ingestelde periode (in dagen) de ventilatorstand op een minimale waarde gezet. Om 0:00 uur wordt een dag afgetrokken van de ingestelde periode. Zie ook afb. 4.5 |
Tabel 4.6: Speciale functies
4.9 Infoniveau
Als u op de infotoets „①“ drukt, komt u op het infoniveau. Naast de identificatie van de kamerthermostaat kunnen op het informatieniveau de ingestelde schakeltijden snel en eenvoudig worden gecontroleerd. Ieder tijdvenster kan afzonderlijk worden opgeroepen.
Als er langer dan 10 seconden geen instelling volgt, gaat het display terug naar de basisweergave.
| Handeling Speciale functie | |
![]() | RECO 275/350Weergave van het toesteltype |
![]() | FILTFilterdagenWeergave van het aantal dagen dat het filter in gebruik is sinds de laatste filterreset. |
![]() | AIRActueel luchtstroomverbruik in m3/h |
![]() | BYPWeergave van de temperatuur van de toevoerlucht in °C, als er een bypass is geïnstalleerd. |
![]() | DATEDe actuele datum wordt weergegeven.Voorwaarde is dat de jaarkalender is geactiveerd. |
![]() | Tijdprogramma'svan de geactiveerde verwarmingstijdenDe tijdprogramma's kunt u oproepen door meerdere keren op de info-toets te drukken.Als de actuele dag niet op het display wordt weergegeven, bevindt het regeltoestel zich in het dagprogramma. |
Afb. 4.5 Vergelijking automatische, party- en spaarfunctie
5 Verhelpen van storingen
Als gebruiker mag u alleen de in tabel 5.1 genoemde storingen verhelpen. Als er andere storingen optreden dan die in tabel 5.1 zijn genoemd, moet u contact opnemen met een erkend installateur.
| Storing Oorzaak Oplossing | ||
| Geen functie | Onderbreking van de netspanning | Het toestel schakelt bij terugkeer van de netspanning automatisch weer in. |
| Verminderde luchtdoorzet | Filter sterk vervuild | Reinig resp. vervang het sterk vervuilde filter zoals beschreven in hoofdstuk 6. |
Tabel 5.1 Verhelpen van storingen
Gevaar! Levensgevaar door elektrocutie aan spanningsvoerende aansluitingen. Trek voor werkzaamheden aan het toestel de stekker uit de contactdoos.
- Voor het verhelpen van storingen moet u het toestel door het uittrekken van de stekker spanningsvrij schakelen.
Voer in geen geval zelf wijzigingen of handelingen aan het ventilatietoestel of aan andere delen van de installatie uit.
Neem het ventilatietoestel pas weer in bedrijf, als alle storingen die u niet zelf mag verhelpen, door een erkend installateur zijn verholpen.
6 Onderhoud en Serviceteam
Voorwaarde voor de continue inzetbaarheid en bedrijfsveiligheid, betrouwbaarheid en lange levensduur is een jaarlijkse inspectie- en onderhoudsbeurt van het toestel door een installateur.
Geef daartoe opdracht aan een erkend installateur. We raden u aan om een onderhoudscontract af te sluiten. Niet uitgevoerd onderhoud kan de bedrijfsveiligheid van het toestel beperken en materiële schade en lichamelijk letsel veroorzaken.
De volgende punten moeten worden gecontroleerd:
- Vervuiling van de filters (vervangen of reinigen)
- Condenswaterafvoer
- Werking van een optioneel geïnstalleerde bypassbehuizing
De volgende onderhoudswerkzaamheden kunnen door de gebruiker zelf worden verricht:
- Filter in het ventilatietoestel reinigen en indien nodig vervangen
- Vlakfilter in de bypass-behuizing (indien geïnstalleerd) reinigen en indien nodig vervangen
- Reinigen van de toevoer- en retourluchtkleppen in de kamers
- Het tijdinterval voor filterwissel opnieuw instellen volgens paragraaf 4.6 „Instellingen in de basisweergave“
De frequentie waarmee u de filters moet reinigen of vervangen, is afhankelijk van de mate van vervuiling. Wij adviseren de filters in het begin regelmatig te controleren en indien nodig te reinigen, bijv. om de drie maanden. Als blijkt dat de vervuiling gering is, kunt u deze periode verlengen.
Wij adviseren de filters een keer per jaar te vervangen.
U kunt de filters met een stofzuiger reinigen. Als dit weinig effect heeft, moeten de filters worden vervangen. Het is niet toegestaan de filters met water of andere vloeistoffen te reinigen.
Voer gebruikte filters af met het huisafval.
6.1 Filters in het ventilatietoestel reinigen of vervangen
Voor het controleren en reinigen van de filters gaat u als volgt te werk:

Gevaar!
Levensgevaar door elektrocutie aan spanningsvoerende aansluitingen. Trek voor werkzaamheden aan het toestel de stekker uit de contactdoos.
- Open de linkervoorklep.
- Trek de filters uit het toestel.
- Verwijder de filtergrepen van de filtercassettes.
- Neem goed nota van de beschrijvingen op de binnenkant van de deur.

- Afhankelijk van de mate van vervuiling reinigt of vervangt u de filtercassettes.

Attentie!
Let bij het plaatsen van de filters op de correcte montagepositie om beschadiging van de filters te voorkomen.
- Steek de filtergrepen op de gereinigde of nieuwe filtercassettes.
Aan de zijkant van de filtergrepen zit een verbindingsstuk, dat in de betreffende sponning van het toestel moet worden geschoven.
- Het bovenste filter moet met de verbindingsstukken naar beneden worden gemonteerd.
- Het onderste filter moet met de verbindingsstukken naar boven worden gemonteerd.
- Schuif de filters terug in het toestel.
- Sluit de voorklep.
- Steek de stekker weer in de wandcontactdoos.
Het toestel is nu klaar voor gebruik.
6.2 Filter in de bypass-behuizing reinigen of vervangen
Voor het controleren en reinigen van het bypassfilter gaat u als volgt te werk:

Gevaar!
Levensgevaar door elektrocutie aan spanningsvoerende aansluitingen. Trek voor werkzaamheden aan het toestel de stekker uit de contactdoos.
- Trek de filtercassette uit het toestel.
- Verwijder de filtergreep van de filtercassette.
- Afhankelijk van de mate van vervuiling reinigt of vervangt u het filter.

Afb. 6.2 Bypassfilter verwijderen

Attentie!
Let bij het plaatsen van het bypassfilter op de
correcte montagepositie om beschadiging van
het filter te voorkomen.
- Steek de filtergreep op de gereinigde of nieuwe filtercassette.
Aan de zijkant van de filtergreep zit een verbindingsstuk, dat in de betreffende sponning van het toestel moet worden geschoven. Het filter wordt met de verbindingsstukken naar beneden worden gemonteerd.
- Schuif de filtercassette terug in het toestel.
- Steek de stekker weer in de wandcontactdoos.
6.3 Filters
Gebruik uitsluitend originele Vaillant filters.
Naast de standaardfilters zijn ook speciale fijnfilters verkrijgbaar. Neem contact op met uw installateur als u deze filters wilt gebruiken.
| Benaming Filterklasse Bestelnummer | ||
| Filterset voor recoVAIR 275/350 G3 0020023930 | ||
| Filterset voor bypass G3 0020023931 | ||
| Fijnfilterset voor recoVAIR 275/350 | F6 0020026061 | |
Tabel 6.1 Filters
1 Aanwijzingen bij de documentatie .....16
1.1 Bewaren van de documenten 16
1.2 Gebruikte symbolen
2 Toestelbeschrijving ....16
2.1 Typeplaatje
2.2 CE-markering
2.3 Gebruik conform de voorschriften .....17
2.4 Aansluitingen 17
2.4.1 Ventilatietoestel 17
2.4.2 Digitale afstandsbediening recoVAIR......17
2.5 Werkwijze 17
3 Veiligheidsaanwijzingen en voorschriften...17
3.1 Veiligheidsaanwijzingen....17
3.2 Voorschriften 17
4 Montage en installatie....18
4.2 Eisen aan de plaats van installatie ....18
4.2.1 Installatieplaats ventilatietoestel 18
4.2.2 Montageplaats afstandsbediening.... 19
4.3 Opbouw.... 19
4.3.1 Ventilatietoestel 19
4.3.2 Afstandsbediening 19
4.3.3 Bypass.... 19
4.4 Afmetingen 20
4.4.1 Afmetingen recoVAIR 275/3 en 350/3......20
4.5 Montage en installatie van het ventilatietoestel....21
4.5.1 Bevestigingsbeugel monteren....21
4.5.2 Ventilatietoestel ophangen....21
4.5.3 Condenswaterafvoer aansluiten....21
4.5.4 Buisleidingen aansluiten....22
4.6 Ventilatietoestel openen en sluiten......22
4.7 Montage en elektrische aansluiting bypass (optioneel) 23
4.8 Montage en installatie van de afstandsbediening....24
4.8.1 Elektrische aansluiting van de afstandsbediening tot stand brengen ....24
4.9 Elektrische aansluiting van de 3-standenschakelaar tot stand brengen (optioneel)....26
4.10 Alarmingang (optioneel).... 26
4.11 Alarmuitgang (optioneel) 26
4.12 Functies controlleren....27
5 Inbedrijfstelling 27
5.1 Instelling van de digitale afstandsbediening ..27
5.1.3 Testen van de bypass en andere functies..... 29
15.1.4 Reset op fabrieksinstelling 29
5.1.5 Omschakeling van week- in dagstand ..... 29
5.2 Ventilatietoestel instellen
5.2.1 Werkwijze instelling 29
5.2.2 Totale luchtdoorzet instellen.... 29
5.3 Overdracht aan de gebruiker 30
6 Inspectie en onderhoud ....30
6.1 Toestelfilters verwijderen en reinigen...... 30
6.2 Warmtewisselaar demonteren en reinigen....30
6.3 Condenswaterafvoer reinigen....31
6.4 Reinigen of vervangen van het bypassfilter ....31
6.5 Testen en inbedrijfstelling....31
6.6 Reserveonderdelen en toebehoren ....31
7 Verhelpen van storingen ....32
7.1 Foutmeldingen op de afstandsbediening .....33
7.2 Weerstandswaarden van de temperatuursensor 33
8 Serviceteam....33
1 Aanwijzingen bij de documentatie
2 Toestelbeschrijving
1 Aanwijzingen bij de documentatie
De volgende aanwijzingen zijn een wegwijzer door de volledige documentatie.
In combinatie met deze installatiehandleiding zijn nog andere documenten van toepassing. Voor schade die door het niet naleven van deze handleidingen ontstaat, kan Vaillant niet aansprakelijk gesteld worden.
1.1 Bewaren van de documenten
U dient deze gebruiksaanwijzing en installatiehandleiding en alle aanvullend geldende documenten en eventueel benodigde hulpmiddelen aan de gebruiker van de installatie te geven. Deze bewaart ze, zodat de handleidingen en hulpmiddelen indien nodig ter beschikking staan.
1.2 Gebruikte symbolen
Neem bij de bediening van het toestel de veiligheidsaanwijzingen in deze gebruiksaanwijzing in acht!

Gevaar! Onmiddellijk gevaarlijk voor lijf en leven!

Gevaar! Levensgevaar door elektrocutie!

Attentie! Mogelijk gevaarlijke situatie voor product en milieu!

Aanwijzing! Nuttige informatie en aanwijzingen.
- Symbool voor vereiste handeling
2 Toestelbeschrijving
2.1 Typeplaatje
U vindt het typeplaatje aan de onderkant van het toestel.
De gegevens op het typeplaatje hebben de volgende betekenis:
| Benaming Betekenis | |
| 230 V 50 Hz Vereiste netspanning | |
| 175 (320)* W Maximaal opgenomen vermogen | |
| 170 (265)* Pa Maximale nettodruk | |
| 295 (400)* m3/h Maximale luchtopbrengst | |
| 40 °C | Maximaal toegestane omgevingstemperatuur |
Tabel 2.1 Typeplaatje
* Waarden tussen haakjes gelden voor recoVAIR 350/3

Vaillant
Ontwerpspanning 230 V 50 Hz Max. ontwerpvermogen 330 W Luchtvermögen bij 160 Pa 350 m³/h Max. toel. inlaattemperatuur 60°C


IP10D
VG - Bar - Code
Goed nota nemen van de gebruiksaanwijzing en installatiehandleiding!
Attentie!
Dit ventilatietoestel met warmteterugwinning kan condenseren en mag alleen in huis worden gemonteerd.
Afb. 2.1 Typeplaatje
Meer gegevens vindt u in paragraaf 9 „Technische gegevens“.
2.2 CE-markering
De CE-markering op dit toestel geeft aan, dat voldaan is aan de volgende richtlijnen:
- Laagspanningsrichtlijn 73/23/EEG, gewijzigd door richtlijn 93/68/EEG
- Richtlijn 89/336/EEG over elektromagnetische compatibiliteit, gewijzigd door richtlijn 91/263/EEG, 92/31/EEG en 93/68/EEG
2.3 Gebruik conform de voorschriften
Het Vaillant woningventilatiesysteem is gebouwd volgens de laatste stand van de techniek en de erkende veiligheidstechnische regels. Toch kunnen er bij ondeskundige of oneigenlijk gebruik (levens)gevaarlijke situaties ontstaan voor de gebruiker of derden resp. beschadigingen aan het toestel en andere voorwerpen. Het woningventilatiesysteem moet door een erkend installateur worden geïnstalleerd, die voor de naleving van de bestaande voorschriften, regels en richtlijnen verantwoordelijk is.
Het woningventilatiesysteem is speciaal voor de ventilatie van woningen gemaakt.
De afstandsbediening met de keuzeschakelaar voor bedrijfsfuncties en schakelklok mag uitsluitend voor de besturing van het ventilatietoestel worden gebruikt, zoals is beschreven in deze handleiding.
Het is niet toegestaan het toestel tijdens de bouwfase te gebruiken vanwege de hoge stofbelasting.
Een ander of daarvan afwijkend gebruik geldt als niet conform de voorschriften. Voor schade die hieruit voortvloeit, kan de fabrikant/leverancier niet aansprakelijk gesteld worden.
Uitsluitend de gebruiker is hiervoor verantwoordelijk. Tot het gebruik conform de voorschriften horen ook het in acht nemen van de gebruiksaanwijzing, de installatiehandleiding en alle andere geldende documenten, alsmede het naleven van de inspectie- en onderhoudsvoorschriften.

Attentie! leder misbruik is verboden.
2.4 Aansluitingen
2.4.1 Ventilatietoestel
Benodigde aansluitingen:
- recoVAIR 275/3: 4 x luchtleiding ø 150 mm, ook mogelijk ø 160 mm en ø 180 mm
- recoVAIR 350/3: 4 x luchtleiding ø 180 mm, ook mogelijk ø 200 mm
- condenswaterafvoer met stankafsluiter ø 32 mm
- elektrische aansluiting via wandcontactdoos met 230 V 50 Hz netspanning
2.4.2 Digitale afstandsbediening recoVAIR
Op de montageplaats van de afstandsbediening is de volgende aansluiting nodig:
- stuurleiding van de afstandsbediening naar het ventilatietoestel 2-aderig, doorsnede 0,75 mm². Maximale kabellengte 300 m
De aansluiting moet volgens de geldende nationale voorschriften gebeuren.
2.5 Werkwijze

Afb. 2.2 Schematische weergave van de luchtstromen
Legenda
1 Buitenlucht (van buiten)
2 Retourlucht (uit de woning)
3 Toevoerlucht (naar de woning)
4 Uitlaatlucht (naar buiten)
3 Veiligheidsaanwijzingen en voorschriften
3.1 Veiligheidsaanwijzingen
Het toestel mag uitsluitend door een erkend installateur worden geïnstalleerd. Deze is ook verantwoordelijk voor de deskundige installatie en inbedrijfstelling.
Hij is eveneens bevoegd het toestel te inspecteren en repareren en de ingestelde hoeveelheid luchtdoorzet te wijzigen.
3.2 Voorschriften
Als het toestel wordt gebruikt in combinatie met een van de omgevingslucht afhankelijke haard moet ook controle door een erkend schoorsteenveger plaatsvinden.
Er moet door geschikte maatregelen worden voorkomen dat rookgas uit de haard ontsnapt.
Voor de installatie moeten bovendien de volgende wetten, verordeningen, technische regels, normen en bepalingen in de geldige versie in acht genomen worden:
- Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties EN 1010
- Voorschriften voor ventilatie van woningen en woongebouwen EN 1087
- Voorschriften voor ventilatiesystemen DIN 1946
- Eventueel aanvullende voorschriften van lokale bouwinstanties.
- Deze installatiehandleiding
3 Veiligheidsaanwijzingen en voorschriften
4 Montage en installatie
De installatie van het toestel dient te gebeuren door een erkend installateur. Hierbij moeten de volgende voorschriften en richtlijnen in acht worden genomen:
- Bouwbesluit.
- Veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallatie NEN1010.
- Voorschriften voor het aansluiten op binnen rioleringen in woningen en woongebouwen NEN3287.
- Voorschriften voor ventilatie van woningen en woongebouwen NEN1087 / NEN1088.
- ISSO publicatie 61 Kwaliteitseisen ventilatiesystemen woningen.
- ISSO publicatie 62 Kwaliteitseisen gebalanceerde ventilatie in woningen.
- ISSO publicatie 62 Kwaliteitseisen gebalanceerde ventilatie in woningen aanvulling 2004.
- Eventueel voorschriften van lokale gemeente en nutsbedrijven.
- Dit installatievoorschrift.
4 Montage en installatie
4.1 Leveringsomvang
- Ventilatietoestel
- Digitale afstandsbediening recoVAIR
- Montageset bestaande uit:
- Bevestigingsbeugel 405 x 60 mm
- Slang voor de afvoer van condenswater ø 15 mm
Toebehoren (optioneel)
4.2 Eisen aan de plaats van installatie
De montageplaats van het ventilatietoestel moet permanent vorstvrij en droog zijn. Ga te werk volgens een zorgvuldige planning van de installatie. Let vooral op de plaatsing van de toevoerlucht- en retourluchtkanalen en op voldoende geluiddemping.
4.2.1 Installatieplaats ventilatietoestel
U dient bij de keuze van de installatieplaats de volgende aanwijzingen in acht te nemen:

Attentie!
Let er bij de montage absoluut op, dat het ventilatietoestel in de horizontale positie horizontaal en in de verticale positie in een hoek > 0° en < 1° hangt, zodat het condenswater goed uit het toestel kan lopen.
Het ventilatietoestel wordt aan een wand gemonteerd, bij voorkeur in de buurt van een waterafvoermogelijkheid voor de afvoer van het condenswater.
- De installatieplaats moet zodanig worden gekozen, dat de luchtkanalen en leidingen (toevoer- en retourlucht, elektrische leidingen) goed geplaatst kunnen worden.
Zorg voor voldoende ruimte aan boven- en zijkant van het toestel voor montage van de nodige luchtkanalen, eventuele geluiddemping en een bypass-behuizing.
- Kies de montageplaats zodanig dat de afstanden van het uiteinde van de verzamelleiding tot het ventilatietoestel zo kort mogelijk zijn.
- De wand waaraan het ventilatietoestel wordt gemonteerd, moet stevig genoeg zijn om het gewicht van het bedrijfsklare ventilatietoestel te kunnen dragen.
- De bijgeleverde bevestigingselementen voldoen soms niet aan de vereisten van de installatiewand. Voor de vereiste bevestigingselementen moet zelf gezorgd worden.
- De afvoerleiding voor condenswater moet met een slang aan een waterafvoer met stankafsluiter (sifon) worden aangesloten (zie afb. 4.6).

Afb. 4.1 Vereiste minimale afstanden/vrije montageruimten
- Voor de montage moet aan de zijkant van het toestel ten minste 10 cm vrije ruimte aanwezig zijn.
- Voor het wisselen van de filters en voor onderhoudswerkzaamheden is ongeveer 1 meter plaats vóór het ventilatietoestel nodig.
- Als het ventilatietoestel op zolder wordt gemonteerd, kies de montageplaats dan niet precies boven de slaapvertrekken vanwege mogelijke geluidsoverdracht. Kies een montageplaats boven secundaire ruimtes zoals overloop of badkamer.
- Bij plafonds met houten balken of gelijksoortige constructies kunt u voor extra geluiddemping zorgen door een aan de onderkant gedempte betonplaats.
-
Let op een vrije condensafvoer.
-
Kies om geluidsoverlast te voorkomen een geluiddempende slang voor de verbinding van het toestel naar de luchtkanalen.
- Monteer een geluidsdemper. Zo zorgt u voor de ontkoppeling van geluid tussen toestel en luchtkanaalsysteem en vermindert u de geluidsoverlast.
- Zorg voor voldoende afstand tussen de luchttoevoerbuis en de buizen voor uitlaatlucht, retourlucht en afvoerontluchting. Neem de wettelijke montagevoorschriften in acht.
- Voorkom bij het plaatsen van de kanalen voor buitenlucht en uitlaatlucht, dat de uitlaatlucht weer kan worden aangezogen (recirculatie). Volgens VDI 6022 bedraagt de aanbevolen minimale afstand 10 m.
4.2.2 Montageplaats afstandsbediening
- Kies de montageplaats zodanig dat er voldoende ruimte om het toestel is voor het aanbrengen van de elektrische bedrading en de bediening.
- Installeer de afstandsbediening binnen de woonruimte op een goed toegankelijke plaats. Meer details over de montage van de afstandsbediening vindt u in paragraaf 4.8.
4.3 Opbouw
4.3.1 Ventilatietoestel

7 Elektrische aansluiting van de 3-standenschakelaar
8 Filter buitenlucht
9 Warmtewisselaar
10 Filter retourlucht
11 Bevestigingspunt voorpaneel
12 Ventilatiekanaal retourlucht
13 Ventilatiekanaal buitenlucht
14 Aansluiting bypass
Het toestel is uitgerust met een vorstbeveiligingssensor. De vorstbeveiligingssensor meet de temperatuur van de uitlaatlucht. Als de temperatuur van de uitlaatlucht onder 1 °C daalt, wordt de toevoerluchtventilator eerst teruggeschakeld naar de laagste stand en bij het bereiken van 0 °C uitgeschakeld.
De buitenluchtstroom kan aanmerkelijk koeler zijn dan de door de vorstsensor gemeten temperatuur van de uitlaatlucht, voordat de vorstbeveiliging wordt ingeschakeld. Het toestel kan blijven werken tot een buitentemperatuur van -7 °C.
4.3.2 Afstandsbediening
De bedieningselementen van de afstandsbediening worden beschreven in paragraaf 4.4 van de gebruiksaanwijzing.
4.3.3 Bypass

Afb. 4.3 Opbouw bypass
Legenda
1 Filtercassette
2 Luchtklep
3 Luchttoevoer van buiten
Legenda
1 Ventilatiekanaal uitlaatlucht
2 Ventilatiekanaal toevoerlucht
3 Ventilator toevoerlucht
4 Printplaat
5 Ventilator retourlucht
6 Condenswaterafvoer
4.4 Afmetingen
4.4.1 Afmetingen recoVAIR 275/3 en 350/3





Afb. 4.4 Afmetingen recoVAIR 275/3 en 350/3
| recoVAIR 275/3 recoVAIR 3 | 50/3 Opmerking | ||
| A | 7 7 | 1 2 7 | |
| B 471 | 521 | ||
| C | φ 150/ φ 160/ φ 178 | φ 180/ φ 198 | Te kiezen buisdiameters voor alle 4 luchtaansluitingen |
| D | φ 150/ φ 160/ φ 178/ φ 198 | φ 150/ φ 160/ φ 178/ φ 198 | Te kiezen buisdiameters voor de bypass-aansluiting |
| E 102 | 122 | ||
| F | 210 | 240 |
Tabel 4.1 Tabel afmetingen recoVAIR 275/3 en 350/3 (in mm)
4.5 Montage en installatie van het ventilatietoestel
- Monteer eerst het ventilatietoestel en de afstandsbediening, voordat u de elektrische aansluiting tot stand brengt. (Uitgezonderd bypass: hier vindt eerst de elektrische aansluiting plaats!)
- Let erop dat er voldoende montageruimte (ten minste 10 cm) is aan de zijkant van het ventilatietoestel. Het ventilatietoestel is uitsluitend bedoeld voor wandmontage.
4.5.1 Bevestigingsbeugel monteren
Voor de wandmontage van het toestel wordt een bevestigingsbeugel gebruikt, waarin het ventilatietoestel wordt gehangen.

Attentie!
Let er bij de montage absoluut op, dat het ventilatietoestel in de horizontale positie horizontaal en in de verticale positie in een hoek > 0° en < 1° hangt, zodat het condenswater goed uit het toestel kan lopen.

Afb. 4.5 Montage van de bevestigingsbeugel
- Bepaal de montageplaats, zie paragraaf 4.2 „Eisen aan de installatieplaats“.
- Boor de gaten voor de bevestigingsschroeven en plaats de pluggen.
- Schroef de bevestigingsbeugel horizontaal aan de wand.
4.5.2 Ventilatietoestel ophangen

Gevaar!
Het toestel kan bij ondeskundige montage naar beneden vallen. Controleer of de wand stevig genoeg is en zorg ervoor dat u bevestigingsmiddelen gebruikt die geschikt zijn voor een vakkundige bevestiging. De wand moet het latere gewicht van het toestel (ca. 35 kg) kunnen houden. De als montageset bijgevoegde bevestigingsschroeven en pluggen zijn in bepaalde situaties niet voor iedere wand geschikt.
Gevaar!
Het ventilatietoestel heeft een gewicht van ca. 35 kg. Til het toestel nooit alleen op bij het ophangen.
- Plaats het ventilatietoestel boven de ophangbeugel en laat het op de ophangstrips zakken.
• Zorg dat het toestel in alle richtingen waterpas hangt.
4.5.3 Condenswaterafvoer aansluiten
- Draai het afvoerbuisje van de condenswaterafvoer in de daarvoor bestemde opening op de bodem van het ventilatietoestel.
- Sluit de meegeleverde slang op het afvoerbuisje aan.
- Leid de slang naar een waterafvoer met stankafsluiter (sifon) met ten minste 8 cm water.

Afb. 4.6 Condenswaterafvoer
4.5.4 Buisleidingen aansluiten
- Controleer de luchtkanalen voor de montage van de aansluitingen op grove vervuiling. Reinig eventueel de luchtkanalen.
- Breng de luchtkanaaltoevoer naar het ventilatietoestel tot stand.
- Sluit de luchtkanalen achtereenvolgens aan, zoals aangegeven op de bovenkant van het toestel.

Attentie!
De isolaties van de buisleidingen voor de buiten- en uitlaatlucht moeten diffusiedicht zijn.
4.6 Ventilatietoestel openen en sluiten
Het ventilatietoestel heeft een vast gemonteerd voorpaneel. Aan de linkerkant van het paneel is een zwenkbare deur, waarachter zich de filters bevinden. Voor bepaalde montage- en onderhoudswerkzaamheden aan het toestel moet het voorpaneel worden gedemonteerd. Ga hierbij als volgt te werk:

Gevaar!
Levensgevaar door elektrocutie aan spanningsvoerende aansluitingen. Trek voor werkzaamheden aan het toestel de stekker uit de contactdoos.

Aanwijzing!
Verwijder eerst de filters uit het toestel, aangezien deze in het voorpaneel zijn bevestigd.
- Open de linkerdeur aan de voorkant van het toestel.
- Trek de beide filtercassettes uit het toestel en sluit vervolgens de deur (afb. 4.7 pos. a)
- Draai aan de onderkant van het toestel de borgschroef op de linker spansluiting los (afb. 4.7 pos. b). Open daarna de beide spansluitingen (afb. 4.7 pos. c).
- Trek de onderkant van het voorpaneel naar u toe (afb. 4.7 pos. d).
- Til het voorpaneel tot boven de bevestigingspunten uit het toestel (afb. 4.7 pos. e).
Om het ventilatietoestel te sluiten voert u deze stappen in omgekeerde volgorde uit.

Afb. 4.7 Ventilatietoestel openen en sluiten
4.7 Montage en elektrische aansluiting bypass (optioneel)
De bypass moet volgens het installatieschema (zie paragraaf 2.5 „Werkwijze“) in de buitenluchtstroom worden gemonteerd, om voorbij het ventilatietoestel te komen.

Gevaar! Levensgevaar door elektrocutie aan spanningsvoerende aansluitingen. Trek voor werkzaamheden aan het toestel de stekker uit de contactdoos.

Aanwijzing! Eerst moet de bypass elektrisch worden aangesloten, aangezien de elektrische leidingen na de definitieve montage niet meer bereikbaar zijn.

Attentie! Door een ondeskundige elektrische installatie kunnen ongelukken worden veroorzaakt. De elektrische installatie mag uitsluitend door een erkend installateur worden uitgevoerd.
- Open het ventilatietoestel zoals beschreven in paragraaf 4.6.
- Verwijder de stop uit de middelste luchtaansluiting, door deze van binnen naar boven te drukken (zie afbeelding 4.8).
In het ventilatietoestel bevindt zich aan de binnenkant van de bypass-luchtaansluiting een 10-polige stekker, waarop de bypass-stekker wordt aangesloten.
De stekker bevindt zich in een schuimrubber zakje. De stekker wordt uit het schuimrubber zakje getrokken. - Neem de kabel met de 10-polige stekker van de behuizingwand en sluit deze aan op de bypass-stekker (afbeelding 4.8).

Afb. 4.8 Elektrische aansluiting bypass
Om de temperatuursensor te monteren, gaat u als volgt te werk:
- Boor een gat van het buitenluchtkanaal naar het retourluchtkanaal. Kies voor het gat een diameter die past bij de temperatuursensor.
- Schuif de temperatuursensor door het gat in het retourluchtkanaal.

Attentie! Voor een goede bypass-functie moet de temperatuursensor ten minste 25 mm in de luchtafvoer worden geplaatst.

Afb. 4.9 Montagepositie van de temperatuursensor
Nadat u de bypass elektrisch heeft aangesloten, kunt u hem helemaal monteren.
- Houd de beide buitenluchtaansluitingen van het toestel van binnen vast.
- Schuif de bypass naar binnen resp. over de beide buitenluchtaansluitingen van het toestel volgens afbeelding 4.8.
Let erop dat de filtereenheid naar u toe is gericht. - Controleer of de bypass volledig is ingeschoven.
- Steek de stekker weer in de wandcontactdoos.
4.8 Montage en installatie van de afstandsbediening
De beste montageplaats is meestal op een binnenwand in de huiskamer op een hoogte van ca. 1,5 m. Daar kan het regeltoestel de circulerende lucht in de kamer detecteren, niet gehinderd door meubels, gordijnen of andere voorwerpen. De montageplaats moet zo worden gekozen, dat noch trek van deuren of ramen noch warmtebronnen zoals radiatoren, open haard, TV-toestel of zonnestralen het regeltoestel direct kunnen beïnvloeden.
De verbinding met het ventilatietoestel vindt plaats met een 2-aderige verbindingsleiding.

Afb. 4.10 Afstandsbediening monteren
Legenda
1 Behuizing
2 Bevestigingsgaten
3 Wandsokkel
4 Kabeldoorvoeren
5 Klemstrook
- Trek de behuizing (1) van de afstandsbediening van de wandsokkel (3) af.
- Boor twee bevestigingsgaten (2) met een diameter van 6 mm (zoals in afbeelding 4.10) en plaats de meegeleverde pluggen.
- Trek de aansluitkabel door een kabeldoorvoer (4).
- Bevestig de wandsokkel met de beide meegeleverde schroeven aan de wand.
- Sluit de aansluitkabel aan op de betreffende klemmen (eBus + en -) van de klemstrook (5).
- Plaats de behuizing (1) zo op de wandsokkel (2), dat de pennen aan de achterkant van het bovenste gedeelte in de openingen passen.
- Druk de behuizing op de wandsokkel vast totdat deze vastklikt.
4.8.1 Elektrische aansluiting van de afstandsbediening tot stand brengen

Gevaar! Levensgevaar door elektrocutie aan spanningsvoerende aansluitingen. Trek voor werkzaamheden aan het toestel de stekker uit de contactdoos.

Aanwijzing De elektrische installatie mag uitsluitend door een erkend installateur worden verricht, om ongevallen te voorkomen.
De afstandsbediening wordt met een 2-aderige kabel aangesloten op het ventilatietoestel. De communicatie vindt plaats via een 2-polige eBus. De eBus-aansluitstekker is zo uitgevoerd dat minimaal 2 draden van 0,75 mm 2 (aanbevolen) kunnen worden aangesloten. Daarbij is verwisselen van de leidingen mogelijk, zonder dat dit resulteert in belemmeringen in de communicatie. De aansluiting bevindt zich aan de onderkant van het toestel.
- Sluit de stuurkabel volgens afbeelding 4.11 aan op de eBus-klemmen „+“ en „-“.

Afb. 4.11 Elektrische aansluiting van de afstandsbediening

Afb. 4.12 Bedradingsschema
4.9 Elektrische aansluiting van de 3-standenschakelaar tot stand brengen (optioneel)
U kunt optioneel een universele 3-standenschakelaar gebruiken voor de besturing van het ventilatietoestel. Deze moet potentiaalvrij (spanningsvrij) zijn.
- Sluit de drie leidingen volgens afbeelding 4.13 aan op de klemmen „O↓“, „D↑“ en „H↑“.
De volgende schakelaarstanden zijn mogelijk:
| Stand Functle Elektrisch contact | ||
| 1 ("O") Regeling neemtafstandsbediening over | 0↓ geopend | |
| 2 ("D") Dagstand(ventilatorstand 2) | 0↓ met D↑ verbonden | |
| 3 ("H") HIGH-stand(ventilatorstand 3) | 0↓ met H↑ verbonden | |
Tabel 4.2 Schakelaarstanden van de 3-standenschakelaar

Afb. 4.13 Elektrische aansluiting van de 3-standenschakelaar
Legenda
1 Trekontlasting alarmuitgang
4.10 Alarmingang (optioneel)
De alarmingang (aansluiting X14 op de printplaat) is bij levering overbrugd. Als door een extern potentiaalvrij schakelcontact (NC-contact) de verbinding verbroken, schakelen beide ventilatoren uit. Op het display van de afstandsbediening verschijnt de melding "LOCK". Met deze functie kan een vergrendelingsschakeling worden opgebouwd, b.v. in combinatie met een van de omgevingslucht afhankelijke stookplaats.
Gevaar! Levensgevaar door elektrocutie aan spanningsvoerende aansluitingen. Trek voor werkzaamheden aan het toestel de stekker uit de contactdoos.
- Verwijder het voorpaneel van het toestel zoals beschreven in paragraaf 4.6.
- Leg de 2-aderige kabel (minimaal 0,35 mm 2 ) in de daarvoor bestemde kabelgeleidingen naar de printplaat.
- Sluit de leidingen aan op de aansluiting X14 (alarmingang) volgens afb. 4.12 „Bedradingsschema“.
Aanwijzing! Als het contact wordt geopend, verschijnt op het display van de afstandsbediening het woord „LOCK”. De ventilatoren van het ventilatietoestel zijn dan uitgeschakeld.
4.11 Alarmuitgang (optioneel)
De alarmuitgang (aansluiting X16 op de printplaat) bestaat uit een potentiaalvrij schakelcontact met een ohmse belastbaarheid van 2 A.

Afb. 4.14 Kabelisolatie verwijderen
- Verwijder de isolatie van de kabel, zoals weergegeven in afbeelding 4.14.
- Breng de kabel door de trekontlasting (zie afbeelding 4.13) naar binnen en schroef deze vast.
Een alarm wordt geactiveerd:
- Als de timer voor de filterwissel is beëindigd. De tijd kan worden vastgelegd op het installateurniveau van de afstandsbediening.
- Als een van de in paragraaf 7.1 beschreven storingsmeldingen op het display van de afstandsbediening verschijnt.
Gevaar! Levensgevaar door elektrocutie aan spanningsvoerende aansluitingen. Trek voor werkzaamheden aan het toestel de stekker uit de contactdoos.
- Verwijder het voorpaneel van het toestel zoals beschreven in paragraaf 4.6.
- Leg de 2-aderige kabel (minimaal 0,35 mm2 ) in de daarvoor bestemde kabelgeleidingen naar de printplaat.
- Sluit de leidingen aan op de aansluiting X16 (alarmuitgang) volgens afb. 4.12 „Bedradingsschema“.
4.12 Functies controlleren
Als alle aansluitleidingen volgens het bedradingsschema juist zijn aangesloten, moeten de functies van de afstandsbediening, van het ventilatietoestel en van de bypass (zie paragraaf 5.1.3) worden gecontroleerd. Het instellen van de afzonderlijke bedrijfsfuncties en speciale functies is uitgebreid beschreven in de paragrafen 4.4 tot 4.8 van de gebruiksaanwijzing. Ga als volgt te werk als u de functies wilt controleren:
- Stel de bedrijfsfunctie „Nachtstand“ in en controleer of de ventilatoren in het ventilatietoestel met laag vermogen draaien.
- Stel de bedrijfsfunctie „Dagstand“ in en controleer of de ventilatoren in het ventilatietoestel met gemiddeld vermogen draaien.
- Activeer de speciale functie „Party“. Controleer of de ventilatoren in het ventilatietoestel met gemiddeld vermogen draaien.
- Als de vermogensstanden niet correct worden geschakeld, moet u de bedrading bij de klemmen van de afstandsbediening en bij het ventilatietoestel controleren.
5 Inbedrijfstelling
De eerste inbedrijfstelling, de bediening van het toestel en de instructie aan de gebruiker moeten worden uitgevoerd door een erkend installateur.
Bij de eerste inbedrijfstelling moet u het ventilatietoestel instellen.
De ventilatietoestellen worden standaard geleverd met een basisinstelling voor beide ventilatoren. Aangezien iedere toevoer- en retourluchtinstallatie anders is uitgevoerd en dus ook de externe weerstand in het luchtkanaalsysteem verschillend is, moet u de toevoeren de retourluchtventilator apart instellen.
Het instellen van het ventilatietoestel gebeurt met de afstandsbediening. Hieronder worden de stappen voor de bediening beschreven.
5.1 Instelling van de digitale afstandsbediening
Om de installatieparameters optimaal op de aanwezige situatie af te stemmen is het nodig deze in te stellen met de afstandsbediening. Deze installatieparameters zijn samengevat op een bedieningsniveau en mogen uitsluitend worden ingesteld door een installateur.
Houd de toets P gedurende ca. 10 seconden ingedrukt om naar het installateurniveau te gaan. Op het display verschijnt het symbool „I“.
Om de functies te selecteren drukt u op de instelknop. De in de tabel 5.1 weergegeven functies kunt u achtereenvolgens oproepen.
U wijzigt de parameters door aan de instelknop te draaien.
Als u wilt terugkeren naar de basisweergave, drukt u kort op de toets P.
De instelbare lucht-volumestromen gelden voor zowel de toevoer- als retourlucht.
| Handeling Weergave Betekenis | ||||
10 sec.indrukken | AIR1 Ingestelde volumestroomnachtfunctie stand 1 | |||
![]() | HIGH Ingestelde volumestroom, stand 3 | |||
![]() | AIR4 Ingestelde volumestroom in de vakantiefunctie | |||
![]() | AIR5 Min. volumestroom met actieve bypass | |||
![]() | STOV | Veiligheidsschakeling tegen onderdruk | ||
| recoVAIR 275/3 350/ | ||||
| Fabrieksinstelling | OFF | OFF | ||
| ON = de hoeveelheid lucht van de ventilatoren wordt ook bij de vorstbeveiligingsfunctie gelijk gehouden (beide ventilatoren draaien dan langzamer), bij uitval van een ventilator wordt ook de andere uitgeschakeld. Deze veiligheidsschakeling voorkomt de vorming van onderdruk die wordt veroorzaakt doordat alleen de toevoerluchtventilator wordt uitgeschakeld. | ||||
![]() | HEAT | Gen functie | ||
![]() | FILT | Aantal dagen tot de volgende filterwissel | ||
| recoVAIR 275/3 350/ | ||||
| Fabrieksinstelling/ dagen | 180 | 180 | ||
| Min m3/h 30 30 | ||||
| Max m3/h | 180 | 180 | ||
| Instelling in stappen van 30 dagen, tot de weergave „FILT“ op het display van de afstandsbediening verschijnt.(Alarmuitgang wordt gesloten) | ||||
| Handeling | Weergave | Betekenis | ||
![]() | POL1 POL2 | Geen functie | ||
![]() | C-AIR Inge | estelde volumestroom correctie | ||
| recoVAIR | 275/3 | 350/3 | ||
| Fabrieksinstelling in % | -5 -5 | |||
| Min in % | -15 | -15 | ||
| Max in % +5 +5 | ||||
| Aanpassing van de ingestelde volumestroom van de toevoerlucht voor een lichte onderdruk in het gebouw. Voorkomt ijsvorming in de winter door condens buiten op vensters en deuren. | ||||
![]() | C-RT Kam | ertemperatuur correctie | ||
| recoVAIR | 275/3 | 350/3 | ||
| Fabrieksinstelling in % | 0 | 0 | ||
| Min in % | -3 | -3 | ||
| Max in % +3 +3 | ||||
| Correctie van de op het display van de afstandsbediening weergegeven kamertemperatuur. | ||||
![]() | DAY | Instelwaarde van de actuele dag* | ||
| recoVAIR | 275/3 | 350/3 | ||
| Fabrieksinstelling | 0 | 0 | ||
| Min | 0 | 0 | ||
| Max | 31 | 31 | ||
![]() | MON Instelwaarde van de actuele maand* | |||
| recoVAIR | 275/3 | 350/3 | ||
| Fabrieksinstelling | 01 01 | |||
| Min/maand | 01 01 | |||
| Max/maand | 12 12 | |||
![]() | YEAR | Instelwaarde van het actuele jaar* | ||
| recoVAIR | 275/3 | 350/3 | ||
| Fabrieksinstelling | 2005 | 2005 | ||
| Min/jaar | 2000 | 2000 | ||
| Max/jaar | 2159 | 2159 | ||
Tabel 5.1 Functies op installateurniveau
* Instelling noodzakelijk als de automatische omschakeling zomer-/wintertijd actief moet zijn.
5.1.2 Service-/diagnoseniveau
Het service-/diagnoseniveau is bedoeld om de installateur te ondersteunen bij de servicebeurten. Houd de toets P en de instelknop tegelijkertijd gedurende ca. 3 seconden ingedrukt, om op het service-/diagnoseniveau te komen. Op het display verschijnen de symbolen „©I”. U kunt op ieder moment teruggaan naar de basisweergave door op toets P te drukken. De volgende functies resp. informatie kunt u oproepen:
| Handeling Weergave Betekenis | ||
![]() | BYPON | Bypass schakelt naar zomerfunctie |
![]() | ALARON | De alarmuitgang is actief (contact gesloten). |
| Handeling Weergave Betekenis | ||
![]() | HEATON | Niet actief |
![]() | SAO/xx °C | Weergave van de temperatuur van de toevoerlucht (Supply Air Out) |
![]() | EAO /xx °C | Weergave van de temperatuur van de uitlaatlucht van de vorstbeveiligingssensor (Exhaust Air Out) |
![]() | EAI*xx °C | Weergave van de temperatuur van de retourlucht (Exhaust Air In) |
![]() | SAI /*xx °C | Weergave van de temperatuur van de buitenlucht (Supply Air In) |
![]() | AIR /xx m3/h | Weergave van de actuele luchtvolumestroom in het ventilatietoestel. Door te draaien kunt u de luchthoeveelheid tijdens de testfunctie wijzigen. |
![]() | APPL /3 / 4 | Weergave van het toesteltype3 = recoVAIR 275/34 = recoVAIR 350/3 |
![]() | Display Displaytest: alle symbolen op het display worden weergegeven, niet alle symbolen hebben een betekenis bij de recoVAIR. | |
![]() | VER1 /x.xx | Weergave van de softwareversie van de afstandsbedieningUseR INTERFACE |
![]() | VER2 /x.xx | Weergave van de softwareversie van de printplaat recoVAIR |
![]() | Terug naar de basisweergave | |
Tabel 5.2 Functies van het service-/diagnoseniveau
* Deze waarden kunnen alleen worden opgeroepen als een bypass is geïnstalleerd.
5.1.3 Testen van de bypass en andere functies
Ga naar het service-/diagnoseniveau zoals beschreven in paragraaf 5.1.2. Test achtereenvolgens alle functies volgens tabel 5.2. Als de bypass niet is
aangesloten of een sensor defect is, verschijnt op de weergave het symbool „-“.
5.1.4 Reset op fabrieksinstelling
- Druk gedurende 15 seconden op de toets P, om het regeltoestel weer op de fabrieksinstelling te zetten. Op het moment dat de displayweergave twee keer oplicht, is het regeltoestel volledig gereset op de fabrieksinstelling. Dat betekent dat alle individuele instellingen opnieuw moeten worden uitgevoerd.
5.1.5 Omschakeling van week- in dagstand
De afstandsbediening is in de fabriek op een weekprogramma gezet. Indien gewenst kan deze op dagstand worden omgezet.
- Druk 10 seconden op de toets F om de afstandsbediening op de dagstand te zetten.
5.2 Ventilatietoestel instellen
5.2.1 Werkwijze instelling
U moet er eerst voor zorgen, dat de voor de woning berekende totale luchtdoorzet door het systeem wordt bereikt. Vervolgens stelt u de luchtdoorzet-hoeveelheden in de afzonderlijke kamers in. Ten slotte stelt u de individuele luchtstroomverdeling per kamer in.
5.2.2 Totale luchtdoorzet instellen
Stel eerst de ingestelde hoeveelheid lucht die is berekend in de installatieplanning voor alle bedrijfsfuncties, in op de afstandsbediening op installateurniveau. Volg daarvoor de stappen in tabel 5.1 in paragraaf 5.1.1. Gegevens over de instelwaarden vindt u in deze tabel.

Aanwijzing!
De geplande hoeveelheden lucht moeten in de dagstand (stand 2) worden bereikt, aangezien dit de normale stand is.
Instellen van de hoeveelheden lucht op de installatie
- Stel alle kleppen voor toevoer- en retourlucht in de kamers op een gemiddelde opening van ca. 50 % in. Volg daarvoor de aanwijzingen in de gebruiksaanwijzing van de fabrikant. De luchtsnelheid mag op een afstand van 50 cm van de klep slechts 1,5 m/s bedragen.
- Zorg ervoor dat alle kleppen in eventueel aanwezige luchtkanaalverdelers volledig zijn geopend.
- Zet het ventilatietoestel op de afstandsbediening op „Dagstand“.
- Meet de gedeeltelijke luchthoeveelheden bij de leidingen met regelkleppen, indien aanwezig. Corrigeer deze eventueel door verstellen van de regelkleppen.
- Open indien nodig de toevoerlucht-/retourluchtkleppen, als de geplande totale luchthoeveelheid niet wordt bereikt.
- Verhoog het toerental van de ventilatoren met behulp van de waarden in tabel 5.1, als de totale luchtdoorzet te laag is.
5 Inbedrijfstelling
6 Inspectie en onderhoud
- Ga op de afstandsbediening naar het installateurniveau, door ca. 10 seconden op de programmeertoets P te drukken.
- Druk zolang op de instelknop tot op het display „C-AIR“ verschijnt.
- Corrigeer de toevoerluchtstroom door aan de instelknop te draaien tot de volumestroom van de toevoer- en retourlucht gelijk zijn (zie tabel 5.1).
5.3 Overdracht aan de gebruiker
Vul het bijgevoegde meetrapport (zie hoofdstuk 10) volledig in en geef deze documenten aan de gebruiker.
6 Inspectie en onderhoud
Het woningventilatiesysteem moet een keer per jaar worden onderhouden, om goed te blijven werken. Daarbij horen de volgende punten:
- Controleer de algemene toestand van het toestel.
- Verwijder vervuilingen van het toestel.
- Reinig of vervang vervuilde filters.
- Controleer of het condens vrij kan uitlopen.
- Reinig vervuilde ventilatoren.
- Controleer of het toestel, de afstandsbediening en de bypass goed werken.
Wij adviseren de filters een keer per jaar te vervangen, zie paragraaf 6.6 „Reserveonderdelen en toebehoren“.

Aanwijzing
Om schade aan het toestel door ondeskundige werkzaamheden te voorkomen, mogen de hieronder beschreven onderhoudswerkzaamheden uitsluitend door daarvoor opgeleide medewerkers worden uitgevoerd.
6.1 Toestelfilters verwijderen en reinigen
Bij geringe vervuiling kunt u de filters reinigen met een gewone stofzuiger.
Als dit weinig of geen effect heeft, moet u de filters vervangen. Het is niet toegestaan de filters met water of een andere vloeistof te reinigen.
De filterwissel is uitvoerig beschreven in de gebruiksaanwijzing in paragraaf 6.1.
6.2 Warmtewisselaar demonteren en reinigen
Om de warmtewisselaar te reinigen moet u deze eerst demonteren.

Gevaar!
Levensgevaar door elektrocutie aan spanningsvoerende aansluitingen. Trek voor werkzaamheden aan het toestel de stekker uit de contactdoos.

Attentie!
Let er bij de demontage en montage van de warmtewisselaar op, dat deze niet wordt beschadigd.
Grijp niet met de handen of met voorwerpen direct in de lamellen van de warmtewisselaar. Beschadigingen leiden tot vroegtijdige slijtage van het toestel.
- Open het ventilatietoestel en verwijder de filters en het voorpaneel zoals beschreven in paragraaf 4.6.
- Neem de warmtewisselaar met beide handen aan de hoeken vast, zonder de lamellen te beschadigen.
- Trek de warmtewisselaar voorzichtig uit het toestel.
- Reinig de warmtewisselaar met een pH-neutraal afwasmiddel en lauwwarm water. Spoel deze nog een keer af met helder lauwwarm water.
- Laat de warmtewisselaar drogen.

Attentie!
Gebruik voor het reinigen van de warmtewisselaar uitsluitend een pH-neutraal afwasmiddel en lauwwarm water. Andere reinigers, met name zuurhoudende reinigingsmiddelen, zoals bijvoorbeeld azijnreiniger, leiden tot beschadiging van het toestel.
Controleer bij gedemonteerde warmtewisselaar ook de condenswaterafvoer (paragraaf 6.3) op vervuiling.
- Schuif de warmtewisselaar terug in het toestel. Let er daarbij op dat de warmtewisselaar aan de boven- en onderkant in de betreffende geleidingsrails zit en bij het binnenbrengen niet kantelt.

Om de condenswaterafvoer te reinigen, moet u eerst de warmtewisselaar demonteren (zie paragraaf 6.2)
- Schroef de condenswaterslang af van de onderkant van het toestel.
- Controleer of de afvoerslang vrij is van obstakels. Vervang de slang, als deze verstopt is.
- Verwijder indien nodig vervuilingen in de afvoerbak.
- Schroef de afvoerslang weer aan het toestel.
- Controleer of de stankafsluiter (sifon) met water is gevuld, zodat geen afvoergeuren in het toestel kunnen terugstromen.

Afb. 6.2 Condenswaterafvoer
6.4 Reinigen of vervangen van het bypassfilter
Gevaar! Levensgevaar door elektrocutie aan spanningsvoerende aansluitingen. Trek voor werkzaamheden aan het toestel de stekker uit de contactdoos.
Het ventilatietoestel kan optioneel met een bypass zijn uitgerust.
De demontage, controle en reiniging van het bypassfilter is uitvoerig beschreven in de gebruiksaanwijzing in paragraaf 6.2.
6.5 Testen en inbedrijfstelling
Na het uitvoeren van de inspectie- en onderhoudswerkzaamheden moet u het toestel controleren op goede werking:
- Controleer of het voorpaneel goed is gesloten.
- Steek de stekker in de wandcontactdoos en neem het toestel in bedrijf.
- Controleer het toestel op een foutloze werking.
- Controleer de afstandsbediening op een foutloze werking.
6.6 Reserveonderdelen en toebehoren
Om alle functies van het Vaillant toestel voor lange duur te garanderen en om de toegestane seriestand niet te veranderen, mogen bij onderhoudswerkzaamheden alleen originele Vaillant onderdelen worden gebruikt.
| Benaming Filterklasse Bestelnummer | ||
| Bypass voor recoVAIR - 0020023929 | ||
| Filterset voor recoVAIR 275/3 en 350/3 | G3 0020023930 | |
| Filterset voor bypass G3 0020023931 | ||
| Fijnfilterset voor recoVAIR 275/3 en 350/3 | F6 0020026061 |
Tabel 6.1 Toebehoren
7 Verhelpen van storingen
De hierna vermelde storingen mogen enkel door een erkende installateur verholpen worden.
- Controleer of de onderdelen goed gemonteerd zijn en of de oorspronkelijke positie en richting zijn aangehouden.
- Controleer of de storing goed is verholpen door na te gaan of het toestel goed functioneert.
- Gebruik voor reparaties alleen originele onderdelen.
| Storing Oorzaak Oplossing | ||
| Toestel werkt niet Tijdelijke onderbreking van de netspanning resp.geen voeding.Zekering F1 in het toestel defect. | Het toestel schakelt na een stroomuitval bij terugkeer van denetspanning automatisch weer in. Controleer of alle kabelsjuist zijn aangesloten en niet zijn beschadigd. Vervang indiennodig de zekering F1 op de printplaat. | |
| Toestel maakt teveellawaai, ook op delaagsteventilatorstand | Ontbrekende geluidsdempers in de buizen voortoevoer- en retourlucht.Verkeerde of te korte geluidsdempers. | Monteer geluidsdempers volgens installatieplanning.Verlaag de luchthoeveelheid op de laagste ventilatorstand. |
| Geen of te weinigtoevoerlucht | Filters zijn extreem vuil.Toevoerluchtkleppen zijn te ver gesloten.Retourlucht- of toevoerluchtkanaal is verstopt.Toevoerluchtrooster biedt te weinig luchtdoorlaat.Kabels zijn niet in orde.Ventilator is defect. | Reinig de filters.Open de toevoerluchtkleppen. Stel de installatie opnieuw in.Reinig de retourlucht- en toevoerluchtkanalen.Plaats een luchtrooster met meer luchtdoorlaat.Controleer de kabels.Vervang indien nodig de ventilator. |
| Geen of te weinigretourlucht(b.v. badkamerspiegelblijft beslagen) | Filters zijn extreem vuil.Retourluchtkleppen zijn te ver gesloten.Retourlucht- of toevoerluchtkanaal is verstopt.Toevoerluchtrooster biedt te weinig luchtdoorlaat.Kabels zijn niet in orde.Ventilator is defect. | Reinig de filters.Open de retourluchtkleppen. Stel de installatie opnieuw in.Reinig de retourlucht- en toevoerluchtkanalen.Plaats een luchtrooster met meer luchtdoorlaat.Controleer de kabels.Vervang indien nodig de ventilator. |
| Bypass-zomerstandwerkt niet | Bypass-functie niet geactiveerd of geplandedagen voor zomerstand verstreken.Temperatuursensor verkeerd geplaatst.Klepstand en/of motor van bypass defect.Bedrading van de bypassmotor defect. | Op het programmeerniveau van de afstandsbediening debypass-functie activeren resp. de geplande dagen instellen.Temperatuursensor juist plaatsen.Klepstand en motor controleren en indien nodig vervangen.Controleer of de stekker van de klepmotor juist is ingestoken.Controleer in het service-/diagnosemenu of de sensoren opde afstandsbediening worden herkend. Zie hiervoor paragraaf5.1.2 |
| Geluid in decondenswaterafvoer | Sifon is niet goed aangesloten. Sluit de afvoer aan | volgens paragraaf 4.5.3. |
| Er druppelt water uithet toestel | Retourlucht- en toevoerluchtkanalen zijn nietdampdicht geïsoleerd. | Isoleer de retourlucht- en toevoerluchtkanalen dampdicht ofgebruik speciaal geïsoleerde buizen. |
| Toevoerlucht is tekoud | Retourlucht- en toevoerluchtstroom zijn niet inevenwicht. | Stel het toestel in volgens paragraaf 5.2. |
| Geen toevoerlucht ofgeen retourlucht(maar één ventilatordraait) | Vorstbeveiliging is ingeschakeld.Bij buitentemperaturen lager dan -7 °C is er geenstoring.Bij temperaturen boven de 0 °C is devorstbeveiligingssensor defect. | Controleer de weerstandwaarde van devorstbeveiligingssensor aan de hand van tabel 7.3.Vervang eventueel de vorstbeveiligingsensor. |
| Geuren uit de keuken/WC dringen in deandere kamers | De mondingen van de toevoerlucht en retourluchtzijn te dicht bij elkaar gemonteerd. | Vergroot de afstand tussen de mondingen van detoevoerlucht en retourlucht. U plaatst de mondingen hetbeste in verschillende delen van het dak. |
| Geluidsoverdrachttussen de kamers | Geen geluidsdemper geïnstalleerd. Installeer achter | af een T-geluidsdemper.Stel vervolgens het toestel in volgens paragraaf 5.2. |
| Geplandeluchthoeveelheid bijinbedrijfstelling nietaanwezig | Installatie is niet luchtdicht. Dicht indien nodig debuisverbindingen correct af. | |
| Geluid in het toestelna vervangingventilator. | Ventilatoren zijn verkeerd gemonteerd. Controleer | de montagepositie van de ventilatoren. |
Tabel 7.1 Verhelpen van storingen
7.1 Foutmeldingen op de afstandsbediening
| Weergave display | Controle/component | Oorzaak Oplossing | |
| COM Err V | ventilatoren draaien met 20 % PWM | Communicatiefout tussen printplaat, toestel en afstandsbediening.eBus-leiding met 230 V parallel in buis op kabelkanaal gelegd. | Trek de stekker uit de contactdoos en steek deze weer in.Neem contact op met het Vaillant Serviceteam, als de storing niet kan worden verholpen. |
| LOCK Beide | ventilatoren draaien niet Alarmingang X14 geopend. Controleer of op X14 een a parte schakelaar is aangesloten. Controleer de oorzaak voor de geopende schakelaar.Neem contact op met het Vaillant Serviceteam, als de storing niet kan worden verholpen. | ||
| SAI Err* | Temperatuursensor buitenlucht | Temperatuursensor defect (onderbreking of kortsluiting).Bedrading verbroken. | Neem contact op met Vaillant Serviceteam. |
| EAI Err* | Temperatuursensor retourlucht | - Zie boven - - Zie boven - | |
| EAO Err | Temperatuursensor uitlaatlucht | - Zie boven - - Zie boven - | |
| SAO Err* | Temperatuursensor toevoerlucht | - Zie boven - - Zie boven - | |
| SFAN Err | Neem contact op met Vaillant Serviceteam. | ||
| EFAN Err | Neem contact op met Vaillant Serviceteam. | ||
| FILT Contropleer alle filters op vervuiling. | Tijd voor geprogrammeerde filtertimer is verstreken. | Zet de filtertimer op het installateurniveau op RESET. | |
Tabel 7.2 Foutmeldingen op de afstandsbediening
* Foutmelding verschijnt alleen bij geïnstalleerde bypass.
7.2 Weerstandswaarden van de temperatuursensor
| Temperatuur In °C | Weerstand In Ω |
| -20 | 95862 |
| -10 | 54892 |
| 0 | 32510 |
| 10 | 19862 |
| 20 | 12486 |
| 25 | 10000 |
| 30 | 8060 |
| 40 | 5330 |
Tabel 7.3 Weerstandswaarden van de temperatuursensor
8 Serviceteam
Het Serviceteam dient ter ondersteuning van de installateur en is tijdens kantooruren te bereiken op nummer (020) 565 94 40.
| Benaming Eenheid recoVAIR 275/3 recoVAIR 350/3 | |||
| Luchtspecificaties | |||
| Maximale luchtvolumestroom m | 3/h 275 350 | ||
| Maximaal drukverlies Pa 170 265 | |||
| Filterklasse EU / G 3 | 3 | ||
| Filteroppervlak | m2 | 0,25 | 0,25 |
| Thermische specificaties | |||
| Thermisch rendement | % | 95,3 | 95,1 |
| Vorstbeveiliging actief °C -7 | -7 | ||
| Maximale omgevingstemperatuur | °C | 40 | 40 |
| Minimale omgevingstemperatuur | °C | 5 | 5 |
| Mechanische specificaties | |||
| Afmetingen hoogte x lengte x diepte | mm | 708 x 680 x 471 | 708 x 680 x 521 |
| Gewicht (bruto) | kg | 46 | 48 |
| Luchtaansluitingen | mm | φ 150, φ 160 en φ 180 | φ 180 en φ 200 |
| Materiaal van de warmtewisselaar | Aluminium | Aluminium | |
| Geluid (op 1 m afstand van toestel) | db(A) | 48 | 52 |
| Elektrische specificatie | |||
| Voedingsspanning | V/Hz 230 / | 50 | 230 / 50 |
| Opgenomen vermogen 30 % | W | 25 | 30 |
| Opgenomen vermogen 60 % | W | 55 | 85 |
| Opgenomen vermogen 100 % | W | 175 | 295 |
| Minimaal opgenomen vermogen | W | 25 | 30 |
| Maximaal opgenomen vermogen | W | 175 | 320 |
| Maximale stroomopname | A | 0,77 | 1,29 |
| Beschermklasse | IP | 10D | 10D |
Tabel 9.1 Technische gegevens ventilatletoestel
9.2 Afstandsbediening
| Benaming | Eenheid | |
| Bedrijfsspanning Umax | V | 24 |
| Toegestane omgevingstemperatuur | °C | 40 |
| Stroomopname | mA | < 17 |
| Minimale doorsnede van de aansluitleidingen | mm2 | 0,75 |
| Beschermklasse | IP | 20 |
| Beschermklasse voor regeltoestel | III | |
| Afmetingen | ||
| Hoogte | mm | 97 |
| Breedte | mm | 146 |
| Diepte | mm | 40 |
Tabel 9.2 Technische gegevens afstandsbediening
9.3 Bypass
| Benaming | Eenheld | |
| Voedingsspanning | V DC | 12 |
| Maximale omgevingstemperatuur | °C | 40 |
| Minimale omgevingstemperatuur | °C | 5 |
| Stroomopname | mA | 200 |
| Minimale doorsnede van de aansluitleidingen | mm 2 | 0,75 |
| Beschermklasse voor regeltoestel | IP 20 | |
| Afmetingen hoogte x lengte x diepte | mm | 280 x 441 x 200 |
| Luchtaansluitingen | mm | φ 150, φ 160, φ 180, φ 200 |
| Toevoerluchtstroom | ||||
| Kamer Klep 1e meting 2e | meting 3e meting | |||
| Totaal | ||||
| Retourluchtstroom | ||||
| Kamer Klep 1e meting 2e | meting 3e meting | |||
| Totaal | ||||





















10 sec.indrukken























