AFE 548/G - Vriezer IGNIS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AFE 548/G IGNIS in PDF-formaat.
| Type product | Vriezer |
| Merk | Ignis |
| Model | AFE 548/G |
| Afmetingen (B x D x H) | 60 x 60 x 85 cm |
| Gewicht | 35 kg |
| Voeding | 220-240V, 50Hz |
| Energieklasse | E |
| Vermogen | 100 W |
| Inhoud | 200 liter |
| Vriescapaciteit | 10 kg per 24 uur |
| Ontdooiing | Handmatig |
| Klimaatklasse | SN-N-ST-T |
| Geluidniveau | 40 dB |
| Koelmiddel | R600a |
| Hoofdfuncties | Snelvriezen, thermostaatregeling, alarm bij deur open |
| Onderhoud en reiniging | Regelmatig ontdooien, binnenkant reinigen met milde zeep, condensor stofvrij houden |
| Veiligheid | Kinderslot, oververhittingsbeveiliging |
| Reserveonderdelen en repareerbaarheid | Thermostaat, deurrubber, ventilator, printplaat beschikbaar via klantenservice |
| Garantie | 2 jaar |
| Algemene informatie | Vrijstaand, witte kleur, verstelbare poten |
Veelgestelde vragen - AFE 548/G IGNIS
Gebruikersvragen over AFE 548/G IGNIS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vriezer in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AFE 548/G - IGNIS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AFE 548/G van het merk IGNIS.
GEBRUIKSAANWIJZING AFE 548/G IGNIS
Informatie over het milieu
Het behandelen van verpakking en afval

Werp de verpakking van Uw apparaat niet in de vuilnisbak maar selecteer de verschillende soorten materiaal (bijv. karton, polystyreen) en breng deze, volgens de plaatselijke voorschriften, naar de hiervoor bestemde depots.
Verklaring
Dit apparaat bevat onderdelen die in contact kunnen komen met levensmiddelen. De onderdelen voldoen aan de E.E.G. Richtlijn 89/109/CEE.
Informatie
Dit apparaat bevat geen HCFK (het koelcircuit bevat R134a) of HFK (het koelcircuit bevat R600a - Isobutaan). Raadpleeg voor verdere details het typeplaatje op het apparaat.
Voor apparaten met Isobutaan (R600a)
Het koelgas Isobutaan is een natuurlijk gas dat zeer milieu-vriendelijk is, maar wel brandbaar.
Daarom is het essentiëel dat u goed controleert of de buizen van het koelcircuit niet beschadigt zijn.
Leer uw apparaat kennen
De met het symbool gemerkte diepvriezer die u hebt aangeschaft is geschikt voor het perfekt invriezen van verse en toebereide levensmiddelen, voor het maken van ijsblokjes en voor het bewaren van bevroren en diepgevroren levensmiddelen.
De versies met super-isolatie zijn speciaal ontworpen om hogere prestaties bij een lager energieverbruik te leveren.
We raden u aan dit boekje aandachtig te lezen. U vindt hierin de beschrijving van het apparaat en nuttige raadgevingen voor het verkrijgen van de beste resultaten bij het bewaren van uw levensmiddelen.
Beschrijving van het apparaat (Fig. 1)
A. Bedieningspanelen met:
Apparaten met verlichte externe thermometer
- Toetsschakelaar voor snelvriezen.
- Knop, met een muntstuk te draaien, voor regeling van de temperatuur (thermostaat).
- Controlelampje voor 'snelvriezen ingeschakeld' (geel lampje): gaat aan/uit door op toets 1 te drukken.
- Verlichte externe thermometer: hiermee krijgt u een indicatie van de temperatuur van het opgeslagen voedsel.
Bij normale kamertemperaturen zijn, vanaf links gerekend, de eerste drie groene controlelampjes aan; dit komt overeen met een temperatuur van -18°C.
Wordt de deur geopend, dan kunnen door het binnenstromen van warme lucht uit de omgeving het derde en tweede lampje uitgaan. Hetzelfde verschijnsel kan optreden na het inzetten van in te vriezen voedsel. Dit betekent niet dat de reeds ingevroren levensmiddelen gevaar lopen, het is een verschijnsel dat veroorzaakt wordt door de warmte van de juist ingezette levensmiddelen die bezig zijn in te vriezen. - Waarschuwingslampje voor kritische temperaturen in de diepvriezer (rood lampje).
Dit gaat aan en begint te knipperen wanneer: - het apparaat net is ingeschakeld
- de temperatuur in de diepvriezer niet laag genoeg is
- er juist vers in te vriezen voedsel in de diepvriezer is gezet
- de deur van de diepvriezer lang open is geweest.
Het gaat uit wanneer: - de juiste temperatuur in de diepvriezer is bereikt.
Apparaten zonder verlichte thermometer
-
Knop, met een muntstuk te draaien, voor keuze van de temperatuur (thermostaat).
-
Waarschuwingslampje voor kritische temperaturen in de diepvriezer (rood lampje).
Dit gaat aan wanneer:
- het apparaat net is ingeschakeld
- de temperatuur in de diepvriezer niet laag genoeg is
- er juist vers in te vriezen voedsel in de diepvriezer is gezet
- de deur van de diepvriezer lang open is geweest. Het gaat uit wanneer:
- de juiste temperatuur in de diepvriezer is bereikt.
-
Controlelampje voor 'apparaat ingeschakeld' (groen lampje). Dit gaat aan wanneer de stekker in het stopcontact wordt gestoken en de thermostaat niet op stand "●" staat.
-
Controlelampje voor 'snelvriezen ingeschakeld' (geel lampje): gaat aan/uit door schakelaar 10 te gebruiken.
-
Schakelaar voor snelvriezen.
B. Vak voor het invriezen en bewaren van diepgevroren levensmiddelen.
C. Vakken, alleen voor het bewaren van diepgevroren levensmiddelen.
D. Bij sommige modellen zijn koudeverzamelaars (koelelementen) meegeleverd; haal deze uit het onderste vak en plaats ze naast elkaar bovenop het bovenste rooster.
Installatie
Verzeker u ervan dat het apparaat niet beschadigd is: eventuele transportschade dient binnen 24 uur na aflevering aan uw handelaar te worden gemeld. De beste plaats van opstelling is in een droge en goed geventileerde ruimte, ver van warmtebronnen. Vermijd plaatsing in een nis of inspringend gedeelte van de wand. Laat boven het apparaat een afstand van tenminste 50 mm vrij (Fig. 2); zet het apparaat horizontaal; eventueel regelt u dit bij met de twee voorste voetjes (Fig. 3). Om de lucht vrij te kunnen laten circuleren moet het ventilatierooster aan de bovenkant van het apparaat vrij gehouden worden (Fig. 4).
Maak de binnenkant van de compartimenten schoon met een vochtige spons en lauw water met azijn.
Plaats de koelelementen bovenop het bovenste rooster.
Elektrische aansluiting en inschakelen
Laat het apparaat 1 uur staan alvorens het op het stroomnet aan te sluiten.
Controleer of het voltage, zoals aangegeven op het typeplaatje (Fig. 5), overeenkomt met de netspanning (Fig. 6). Het aarden van het apparaat is wettelijk verplicht. De fabrikant wijst iedere verantwoordelijkheid af voor eventuele schade aan personen en zaken, veroorzaakt door het niet opvolgen van deze norm.
Past de stekker van het apparaat niet in het stopcontact, laat dan het stopcontact door een erkend vaktechnicus vervangen voor een geschikt model. Deze technicus dient zich er in het bijzonder van te verzekeren, dat de bedrading van het stopcontact geschikt is voor de hoeveelheid stroom die door het apparaat wordt afgenomen.
Het gebruik van verloopstekkers, verdeelstekkers en verlengsnoeren wordt afgeraden. Is dit niet te vermijden, gebruik dan alleen verloop- of verdeelstekkers en verlengsnoeren die voldoen aan de geldende veiligheidsnormen.
Het amperage, zoals vermeld op verloopstekker of verlengsnoer, mag hierbij niet overschreden worden, evenmin als het maximum vermogen zoals aangegeven op de meervoudige stekker.
Na de stekker in het stopcontact te hebben gestoken, stelt u thermostaat ② of ⑥ (Fig. 1) in zoals aangegeven in het hoofdstuk "regeling van de temperatuur".
Wanneer het apparaat voorzien is van een externe thermometer ④ wordt een normale werking aangegeven door het aangaan van één of meer groene controlelampjes, afhankelijk van de temperatuur in de diepvriezer.
Wanneer de diepvriezer voor de eerste maal wordt ingeschakeld, gaat alleen het rode waarschuwingslampje ⑤ knipperend branden; dit lampje gaat uit zodra de groene thermometerlampjes aangaan, wat aangeeft dat u nu voedsel in het apparaat kunt gaan opslaan.
Is het apparaat niet uitgerust met een buitenthermometer, dan wordt een normale werking aangegeven door het groene controlelampje ⑧. Wanneer u de diepvriezer voor de eerste maal aanzet, gaan het groene lampje ⑧ en het rode lampje ⑦ aan. Zodra het rode lampje uit gaat kunt u levensmiddelen in het apparaat gaan zetten.
Regeling van de temperatur


Met de thermostaat (zie de afbeelding) kunt u de temperatuur trapsgewijs regelen. Stand "●" betekent 'werking van het apparaat' tijdelijk onderbroken.
De ideale temperatuur voor het gedurende langere tijd bewaren van bevoren of diepgevroren levensmiddelen is -18°C. Bij normale omstandigheden (bij een omgevingstemperatuur tussen +20°C en +25°C), raden we aan de index van de thermostaatknop op stand 2 te zetten.
Wenst u lagere of hogere temperaturen dan -18°C in de vriesruimte, draai dan de thermostaatknop naar respectievelijk een hoger nummer of meer naar stand "●". We maken u er op attent dat de regeling van de thermostaat afhankelijk is van de kamertemperatuur, de hoeveelheid opgeslagen leven-smiddelen, de plaats van opstelling en de frequentie van het openen van de deur. U zult al gauw de voor u meest geschikte afstelling vinden.
Gebruik van de diepvriezer (Fig. 7)
Invriezen
De maximale hoeveelheid voedsel, uitgedrukt in kg, die in 24 uur bij een omgevingstemperatuur van 25°C kan worden ingevroren, staat vermeld op het typeplaatje (Fig. 5).
- Wilt u de maximale hoeveelheid levensmiddelen invriezen, dan raden we aan 24 uur vóór het inzetten van het voedsel toets ① of ⑩ voor het snelvriezen te gebruiken (gele controle-lampje ③ of ⑨ aan) en dit snelvriezen gedurende nog eens 24 uur ingeschakeld te houden. Het bovenste vak is het invriesvak. Bent u klaar met invriezen, schakel dan, om terug te keren tot een normale werking van het apparaat, het snelvriezen uit (gele controlelampje uit).
- De invriestijden voor hoeveelheden beneden het maximum zijn korter.
- Zeer kleine hoeveelheden kunnen worden ingevroren zonder het snelvriezen te hoeven inschakelen.
Zet nooit warme levensmiddelen in de diepvriezer; vries geen zelfs maar half ontdooid voedsel opnieuw in. Verpak het in te vriezen voedsel in plastic of aluminium folie of in een geschikte doos. Plak op deze verpakkingen een etiket met daarop de inhoud en de datum van invriezen.
Het diepvriescompartiment kan, zelfs in geval van een stroomonderbreking, de juiste temperatuur voor het bewaren van voedsel gedurende een periode van circa 16 - 18 uur vasthouden. Sommige modellen zijn voorzien van koudeverzamelaars (koel-elementen) die, geplaatst op het bovenste rooster, de bewaartijd in geval van een stroomonderbreking verlengen tot circa 25 - 28 uur.
Wel raden we aan de deur van de diepvriezer tijdens deze periode gesloten te houden.
Noot: Doordat de afdichting zeer efficiënt afsluit, is het niet mogelijk de deur van het compartiment direkt na sluiting te openen; wacht enkele minuten alvorens de deur opnieuw te openen.
Het maken van Ijsblokjes
Vul de bakjes voor het maken van ijs voor driekwart met water en plaats ze in het bovenste vak. Wanneer de bakjes vastgevroren zouden zijn, probeer ze dan niet ze met scherpe of puntige voorwerpen los te maken. U zou het apparaat kunnen beschadigen. Gebruik liever de steel van een lepel.
Waarschuwing: Eet geen ijsblokjes of ijslollies zó uit het vriesvak, ze zouden koudeverbrandingen kunnen veroorzaken. Zet geen vloeistoffen in glazen potten of flessen in het vriesvak.
Het bewaren van diepvriesprodukten
Het maximaal beschikbare volume voor het bewaren van levensmiddelen verkrijgt u door alle manden, behalve de onderste, en een eventuele scheidingswand te verwijderen.
De limietlijn op de zijwanden van de vriesruimte geeft aan tot welke hoogte u de diepvriezer maximaal kunt vullen.
Bij apparaten voorzien van een flap wordt het instapelvolume door deze flap begrensd. Controleer, wanneer u diepvriesvoedsel koopt, of de verpakking onbeschadigd is en geen blazen of vochtvlekken vertoont. Breng de diepvriesprodukten zo snel mogelijk over naar de diepvriezer, om te voorkomen dat de versheid van het voedsel door een temperatuurstijging tijdens het transport zou verminderen. In ieder geval dienen deze produkten binnen de op de verpakking vermelde uiterste bewaardatum geconsumeerd te worden.
Ontdooien
Hier volgen enige raadgevingen:
Kookgroenten: niet ontdooien, maar in kokend water doen en verder zoals gebruikelijk koken.
Vlees in het algemeen (grote stukken): in de originele verpakking in de koelkast ontdooien. Vóór het vlees verder te bereiden dit enige uren bij kamertemperatuur laten rusten. (kleine stukken): bij kamertemperatuur ontdooien of meteen bereiden.
Vis: in de originele verpakking in de koelkast ontdooien of na gedeeltelijk ontdooien meteen bereiden.
Voorgekookt voedsel: direct in de oven toebereiden zonder het uit het aluminium bakje te halen.
Fruit: in de koelkast ontdooien.
Houders voor datumkaartjes
Wanneer uw apparaat is voorzien van externe houders voor datumkaartjes (Fig. 8), plak dan de zelfklevende nummers op de in het zakje met accessoires meegeleverde houders en op de datumkaartjes. Zet vervolgens de houders op de voorkant van de manden. Op die manier kunt u op de datumkaartjes de lijst van levensmiddelen schrijven die zich in de respectievelijke manden bevinden, met hun datum van aankoop of invriezen. Is uw apparaat daarentegen voorzien van interne op de manden van de diepvriezer bevestigde houders voor datumkaartjes (Fig. 9), dan kunt u met behulp van de meegeleverde kaartjes aangeven welke levensmiddelen er in de diverse manden zitten, met hun datum van aankoop of invriezen.
Het verwijderen van rijp
Verwijder tenminste twee maal per jaar de rijp en in ieder geval wanneer de rijplaag een dikte van 3 mm heeft bereikt. Tussen het ontdooien door is het goed af en toe met een spatel de rijp van de roosters van de diepvriezer te verwijderen. Gebruik hiervoor geen scherpe of puntige voorwerpen. Geen enkele schade, veroorzaakt door deze voorwerpen, wordt door de garantie gedekt. Ontdooi bij voorkeur wanneer er weinig diepvriesprodukten in de vriezer zitten of wanneer het apparaat leeg is. Is er nog diepvriesvoedsel in het apparaat, schakel dan vóór u met ontdooien begint gedurende enige tijd het snelvriezen in, om het opgeslagen voedsel extra koud te maken. Om te ontdooien gaat u als volgt te werk:
- Wikkel de diepvriesprodukten in krantepapier (of in een deken) en plaats ze in de koelkast of in een koele ruimte.
- Haal de stekker uit het stopcontact (Fig. 10).
- Verwijder de manden en laat de deur open.
- Trek het afvoerkanaaltje dat beneden op de voorkant zit naar buiten en plaats een bakje voor het opvangen van water (Fig. 11)
- Probeer niet de rijp met scherpe voorwerpen te verwijderen.
- Maak de binnenkant schoon en droog deze zorgvuldig af.
- Maak de buitendeur van het apparaat schoon met een zach-
te, iets vochtige doek.
- Zet de manden weer op hun plaats.
- Sluit het apparaat opnieuw aan en schakel het snelvriezen in.
- Wanneer het apparaat is uitgerust met een externe thermometer, dan zal het gele lampje aangaan en het rode lampje gaan knipperen. Wanneer het rode lampje uitgaat en de eerste drie groene controlampjes aan zijn, dan kunt u de levensmiddelen opnieuw in de diepvriemer zetten.
Wanneer het apparaat geen externe thermometer bezit, dan zullen de groene, rode en gele controlelampjes aangaan. Wanneer het rode controlelampje uitgaat kunt u opnieuw de levensmiddelen in de diepvriezer zetten. - Na 24 uur schakelt u het snelvriezen uit.
Let op: Het tijdens het ontdooien oplopen van de temperatuur van de diepvriesprodukten kan hun bewaartijd verkorten.
Onderhoud en schoonmaken
Een goede werking en een lange levensduur van uw apparaat hangen af van een juist en regelmatig onderhoud.
Voordat u met onderhoudswerkzaamheden begint altijd eerst de stekker uit het stopcontact nemen.
Maak de binnenkant van de compartimenten regelmatig schoon met wat lauw water en azijn. Spoel na en droog af. Gebruik nooit schuurprodukten of afwasmiddelen.
Maak af en toe de deurafdichting met water schoon en droog deze zorgvuldig af. Zorg dat er geen olie of vet op de afdichting komt. Maak de buitenkant van de koelkast schoon met een spons en lauw water. Met een zachte doek afdrogen. Maak af en toe de condensor (Fig. 12) met een stofzuiger schoon. Vergeet na het schoonmaken niet het apparaat opnieuw aan te zetten.
Raadgevingen bij afwezigheid
Bent u voor een lange periode afwezig, schakel dan het apparaat uit door de stekker uit het stopcontact te nemen en haal de diepvriezer helemaal leeg. Maak schoon en laat de deur open. Bij een korte afwezigheid kunt u het apparaat aan laten staan. Om het apparaat tijdelijk uit te schakelen draait u de thermostaatknop naar stand "●".
Raadgevingen voor energiebesparing
U kunt het energieverbruik van uw apparaat beperken.
- Controleer de afdichting van de deur; Stel het apparaat waterpas op, zodat de deur perfect sluit. - Verwijder regelmatig overtollige rijp van de roosters van de diepvriezer en gebruik hierbij geen scherpe of puntige voorwerpen: ontdooi het apparaat wanneer de rijplaag een dikte van ca 3 mm heeft bereikt.
- Maak de condensor regelmatig schoon.
- Open de deur niet onnodig; sluit deze meteen na het uitne- men van de levensmiddelen.
- Wanneer u het apparaat op een lagere temperatuur instelt dan nodig is, verspilt u energie.
- Plaats de diepvriezer niet naast een warmtebron zoals een fornuis, verwarming, boiler, of in de volle zon.
Klantenservice
Een onregelmatige werking wordt niet altijd veroorzaakt door een defect aan het apparaat, maar is vaak het gevolg van een foutieve installatie of een onjuist gebruik.
Om onnodige tussenkomsten met bijbehorende kosten van onze service te voorkomen, raden wij aan als volgt te werk te gaan:
1) Wanneer de binnentemperatuur in het apparaat niet laag genoeg is en het rode waarschuwingslampje knippert of continu aan blijft. Controleer dan of:
- de deur perfect sluit;
- de thermostaat op de juiste stand staat (zie het hoofdstuk
"Regeling van de temperatuur"); - de diepvriezer niet naast een warmtebron staat;
- de lucht vrij door de ventilatie-openingen kan circuleren;
- er geen excessieve rijplaag aanwezig is;
- de condensor (radiator), bevestigd op de achterkant, schoon is (Fig. 12);
- de omgevingstemperatuur niet excessief laag is (lager dan
+15°C). In dat geval draait u de thermostaatindex naar een hogere stand.
2) Een continu werken van de compressor kan worden veroorzaakt door de volgende redenen:
- het snelvriezen is ingeschakeld
- de omgevingstemperatuur is te hoog
- de diepvriezer wordt zeer intensief gebruikt en de deur wordt dikwijls geopend.
3) Het apparaat maakt erg veel lawaai. Controleer of:
- de diepvriezer goed horizontaal staat.
4) Het apparaat werkt niet. De verschillende controle-lampjes zijn uit. Controleer of:
- de thermostaatknop niet op stand "●" staat;
- er stroom is;
- de stekker goed in het stopcontact zit;
- de hoofdschakelaar niet is uitgeschakeld of de zekeringen niet zijn doorgebrand;
- de voedingskabel kapot is (zie ook de Noot).
Noot:
Indien u de voedingskabel moet vervangen, neem dan de stekker uit het stopcontact, monteer de nieuwe kabel en verzeker u ervan dat deze de juiste doorsnede heeft en correct is vastgezet en aangesloten.
Wanneer het apparaat, na de bovengenoemde controles te hebben uitgevoerd, nog steeds niet normaal wil functioneren, wend u zich dan tot de Service Dienst, waarvan u de adressen vindt zowel op het garantiebewijs als in de telefoongids; specificeer de aard van het defect, het model en het serienummer van het apparaat; deze gegevens staan vermeld op het typeplaatje (Fig. 5).
Omkeren van de deur
1) Demonteer het onderste scharnier
2) Verwijder de deur
3) Verwijder de schroeven
4) Draai de pen om
5) Draai het voetje om
A
6) Demonteer de handgreep
7) Draaai de scharnierbus om
8) Monteer de handgreep
9) Zet de sluitdopjes in
B [10) Draai de handgreep om
11) Zet de sluitdopjes in
12) Monteer de deur
13) Monteer het onderste scharnier
Omkeren van de klep van het lage-temperatuurcompartiment (Fig. A)
1) Open de klep en demonteer het onderste scharnier. Verwijder de klep.
2) Verwijder de bovenste scharnierbus en schuif deze in de linker zitting.
3) Verwijder de sluitschroef en monteer deze rechts.
4) Monteer de klep (180° gedraaid).
5) Monteer opnieuw het onderste scharnier.
6-7) Sluit de niet gebruikte openingen af met de clips (uit het zakje).
Omkeren van de klep van het lage-temperatuurcompartiment (Fig. B)
1) Demonteer het linker sluitblokje (2 schroeven)
2) Demonteer de scharnieren op de rechterkant (4 schroeven) en verwijder de klep.
3) Monteer de scharnieren opnieuw op de linkerkant en monteer de klep.
4) Monteer het sluitblokje opnieuw op de rechterkant.
5) Sluit de niet gebruikte openingen af met 2 clips (uit het zakje).