Magna AQUA - Pomp BULEX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Magna AQUA BULEX in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Magna AQUA BULEX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Pomp in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Magna AQUA - BULEX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Magna AQUA van het merk BULEX.
GEBRUIKSAANWIJZING Magna AQUA BULEX
Bedieningshandleiding en Installatiehandleiding
Magna Aqua 300/2 C

text_image
Magna Aqua 300/2 CINHOUDSOPGAVE
1 Veiligheid 4
1.1 Gebruikte symbolen 4
1.2 Vereiste kwalificaties ....4
1.3 Algemene veiligheidsvoorschriften 4
1.4 Beoogd gebruik 5
1.5 CE-identificatie 5
1.6 Koelmiddel 5
2 Opmerkingen met betrekking tot de documentatie....5
2.1 Naleving van de geldende documenten ....5
2.2 Bewaren van de documenten 5
2.3 Geldigheid van de handleiding 5
3 Beschrijving van het apparaat ...... 6
3.1 Presentatie van het apparaat 6
3.2 Beschrijving van de gebruikersinterface ......6
4 Werking 6
4.1 Werking en weergave van de functies van het apparaat 6
4.2 Controle- en onderhoudswerkzaamheden .....10
4.3 Tijdelijk uitschakelen van het apparaat ....11
5 Oplossen van storingen ....11
6 Defi nitief buiten gebruik stellen......11
7 Recycling 11
7.1 Verpakking 11
7.2 Apparaat 11
7.3 Koelmiddel 12
8 Garantie en klantenservice ...... 12
9 Bijlage 13
9.1 Tips voor een optimaal energieverbruik van uw apparaat ....13
1 Veiligheid
1.1 Gebruikte symbolen
De waarschuwingen zijn gerangschikt volgens de ernst van het potentiële gevaar waarbij de volgende waarschuwingstekens en -termen worden gebruikt:
| Symbol van de waarschuwing | Uitleg |
![]() | Gevaar!Levensgevaar of risico op ernstig letsel |
![]() | Gevaar!Levensgevaar door elektrocutie |
![]() | Waarschuwing!Risico op licht letsel |
![]() | Let op!Risico op materièle schade of gevaar voor het milieu |
1.2 Vereiste kwalifi caties
Door werkzaamheden aan het apparaat uitgevoerd door een niet-gekwalifi ceerd persoon kan materiële schade ontstaan aan de installatie in zijn geheel en zelfs lichamelijk letsel.
- Alleen erkende installateurs mogen aan het apparaat werken.
1.3 Algemene veiligheidsvoorschriften
- Lees, vóór het lezen van dit hoofdstuk, ook de algemene veiligheidsvoorschriften van de gebruiksaanwijzing.
1.3.1 Risico op brandwonden door het aanraken van hete oppervlakken!
De uitgaande leidingen en de hydraulische wartels zijn warm als het apparaat in werking is.
- Raak ze niet aan.
1.3.2 Risico op brandwonden door heet water!
Er bestaat een risico op brandwonden bij de warm watertappunten als de temperatuur van het warme water hoger is dan 60 °C. Kinderen en ouderen zijn extra gevoelig hiervoor, zelfs bij lagere temperaturen.
- Kies een temperatuur waarbij niemand gevaar loopt.
1.3.3 Levensgevaar door een defecte veiligheidsvoorziening
Een defecte veiligheidsvoorziening (bijvoorbeeld een veiligheidsklep, expansievat) kan een gevaarlijke situatie opleveren en brandwonden of ander letsel veroorzaken, bijvoorbeeld door het scheuren van een slang.
- Neem contact op met uw installateur als veiligheidsvoorzieningen ontbreken.
1.3.4 Risico op letsel en materiële schade door verkeerd uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden of reparaties
Alleen vakmensen die beschikken over de vereiste kwalifi caties hebben de kennis die nodig is voor het correct installeren, inspecteren, onderhouden, repareren en schoonmaken van de apparaten. Personen die niet beschikken over de noodzakelijke kennis kunnen fouten maken waardoor levensgevaarlijke situaties kunnen ontstaan door vergiftiging, elektrocutie, brand en explosie. Ook kan schade ontstaan aan goederen door waterlekkage, brand of explosie.
- Let op dat het apparaat uitsluitend door een vakman wordt geïnstalleerd, gecontroleerd, onderhouden en gerepareerd.
• Maak het apparaat nooit open.
1.3.5 Risico door wijzigingen aangebracht in de omgeving van het apparaat
Sommige aanpassingen aan uw woning kunnen invloed hebben op de goede werking van uw apparaat.
- Raadpleeg uw installateur voordat u gaat verbouwen.
1.3.6 Risico op corrosie door ongunstige atmosferische omstandigheden
Onder ongunstige omstandigheden kan door bepaalde stoffen corrosie op de warmtepompboiler ontstaan.
- Zorg ervoor dat de toegevoerde lucht vrij is van chemische stoffen in welke vorm dan ook (vloeistof, nevel, damp).
- Gebruik of bewaar geen spuitbussen, oplosmiddelen, chloorhoudende schoonmaakmiddelen, verf, lijm, ammoniakverbindingen of andere soortgelijke stoffen in de ruimte waar de warmtepompboiler is geïnstalleerd.
1.3.7 Vorstschade
In geval van stroomuitval of als het apparaat is uitgeschakeld, of wanneer de kamertemperatuur op een te lage waarde is ingesteld, kunnen bepaalde onderdelen van de installatie beschadigen als gevolg van bevriezing.
- Het gevaar van bevriezing is groter bij een installatie met gedeeltelijke of zonder luchtkanalen waar de koude lucht in de ruimte wordt geblazen.
- Zorg voor voldoende verwarming van de ruimte als het vriest.
- Houd u altijd aan de informatie over de bescherming tegen bevriezing in het hoofdstuk "Bescherming van de installatie tegen bevriezing".
1.4 Beoogd gebruik
In geval van verkeerd gebruik of gebruik waarvoor het apparaat niet is bestemd, bestaat er altijd een risico op schade aan goederen of ernstiger tot dodelijk letsel voor de gebruiker of anderen.
Het apparaat is bestemd om te worden gebruikt voor de productie van warm tapwater voor huishoudelijk gebruik.
Het beoogd gebruik van het apparaat omvat de volgende elementen:
- het in acht nemen van de aanwijzingen voor de werking, de installatie en het onderhoud van dit apparaat en alle andere onderdelen en componenten van het systeem.
- het voldoen aan alle voorwaarden voor de inspectie en het onderhoud die in deze handleiding staat.
Dit apparaat kan worden gebruikt door kinderen in de leeftijd tot 8 jaar en door personen met lichamelijke, zintuiglijke of mentale beperkingen, een gebrek aan ervaring of kennis, op voorwaarde dat zij zijn geïnformeerd en voorgelicht over het in alle veiligheid gebruiken van het apparaat en de mogelijke risico's ervan begrijpen. Laat geen kinderen met dit apparaat spelen. Het schoonmaken en onderhouden van het apparaat mag niet worden gedaan door kinderen zonder toezicht.
leder ander gebruik dan het in deze handleiding beschreven gebruik of gebruik dat gericht is om het hier beschreven gebruik uit te breiden is niet beoogd.
leder rechtstreeks commercieel of industrieel gebruik wordt ook beschouwd als niet beoogd gebruik.
leder afwijkend gebruik is verboden.
1.5 CE-identifi catie
De CE-markering geeft aan dat dit apparaat is ontworpen in overeenstemming met de geldende technieken en veiligheidsregels.
De overeenstemming van dit apparaat met de geldende normen is gecertifi ceerd.
1.6 Koelmiddel
Het gebruikte koelmiddel bevat gassen die, als zijn ontsnappen in de atmosfeer, schadelijk kunnen zijn voor het milieu, doordat zij de ozonlaag aantasten en een broeikaseffect met opwarming van de aarde veroorzaken. De risico's op lekkage kan niet worden uitgesloten voor apparaten die bestemd zijn om jarenlang te werken en blootstaan aan wisselende buitenomstandigheden.
Het aardopwarmingsvermogen drukt enerzijds de emissie van een bepaald broeikasgas uit als een "CO2-equivalente" emissie met betrekking tot het broeikaseffect op grond van de door de installatie verbruikte energie, en anderzijds de rechtstreekse emissie van het koelmiddel als gevolg van lekkage van de installatie.
Het aardopwarmingsvermogen (GWP, van het Engelse Global Warming Potential) is een eenvoudig middel om de verschillende broeikasgassen die het klimaat beïnvloeden met elkaar te vergelijken.
Het ozonaantastende vermogen (ODP, van het Engelse Ozone Depletion Potential) van een chemische stof is de theoretische relatieve aantasting van de ozonlaag die deze stof veroorzaakt door de vernietiging van de ozon in de bovenste laag van de atmosfeer.
2 Opmerkingen met betrekking tot de documentatie
2.1 Naleving van de geldende documenten
- Houd u stipt aan de gebruiks- en installatiehandleiding van het apparaat en van de diverse onderdelen en componenten van het systeem.
2.2 Bewaren van de documenten
• Overhandig deze handleiding en alle andere geldige documenten aan de gebruiker van het systeem.
De gebruiker van het systeem moet deze handleiding bewaren om ze indien nodig te raadplegen.
2.3 Geldigheid van de handleiding
Deze handleiding geldt uitsluitend voor:
| Typelijst | ||
| Product | Model | |
| Magna Aqua 300/2 C Met 1 | wisselaar 0010015163 | |
3 Beschrijving van het apparaat
3.1 Presentatie van het apparaat
De warmtepompboiler Magna Aqua 300/2 C produceert op een comfortabele en economische manier warm tapwater in woningen en kleine bedrijven.
De warmtepomp van de Magna Aqua werkt bij een temperatuur van de aangevoerd lucht tussen -7 °C en +35 °C.
Buiten dit temperatuurgebied, wordt het tapwater verwarmd door middel van een aanvullende warmtebron (verwarmingsketel of elektrisch verwarmingselement).
3.2 Beschrijving van de gebruikersinterface
3.2.1 Overzicht van het bedieningspaneel

text_image
1 2 3 4 5Verklaring
1 Instelling van de klok
Aan/uit
3 Toegang tot het menu
4 Display
5 Instelknop
3.2.2 Display


Verklaring
1 Compressor in werking
2 Ventilator in werking
3 Ontdooiing bezig
4 Elektrische bijverwarming in werking
5 Warm tapwater gevraagd
6 Ecomodus bezig
7 Vorstbeveiligingsmodus bezig
8 Vakantiemodus bezig
9 Bijverwarmingsketel in werking
4 Werking
4.1 Werking en weergave van de functies van het apparaat
4.1.1 Inschakelen van het apparaat
• Zorg ervoor dat:
- het apparaat elektrische voeding krijgt
- de hoofdkraan van de waterleiding open staat.
• Druk op de aan/uit-toets
Het display van de gebruikersinterface licht op. Na een opstartcyclus van enkele seconden, is het apparaat gebruiksklaar.
4.1.2 Uitschakelen van het apparaat
• Druk op de aan/uit-toets
Het apparaat krijgt geen elektrische voeding meer en het display dooft.
4.1.3 Instelling van de taal
Standaard is de taal van uw warmtepompboiler Magna Aqua 300/2 C ingesteld op Frans. Als u dit wilt veranderen:
• Druk op de toets "MENU"
- Draai de draaiknop om door de menukeuzes te bladeren:
TAAL
• Druk op de draaiknop.
- Draai de draaiknop om de taal te selecteren (vb. hieronder)
TAAL
NL
- Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen.
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
4.1.4 Instelling van de tijd
- Druk op de toets "KLOK" om de tijd in te stellen.
26/09/11
17:32
• Druk op de draaiknop
- Draai de draaiknop om de dag te selecteren (vb. hieronder)
--/09/11
17:32
• Druk op de draaiknop.
- Draai de draaiknop om de maand te selecteren (vb. hieronder)
26/--/11
17:32
• Druk op de draaiknop.
- Draai de draaiknop om het jaar te selecteren (vb. hieronder)
26/09/--
17:32
• Druk op de draaiknop.
- Draai de draaiknop om het uur te selecteren (vb. hieronder)
MAANDAG
--: 32
• Druk op de draaiknop.
- Draai de draaiknop om de minuten te selecteren (vb. hieronder)
MAANDAG
17: --
- Druk op de draaiknop om de nieuwe instellingen te bevestigen.
4.1.5 Instelling van de gewenste watertemperatuur
- Stel de temperatuur van het warme water in naar gelang het gebruik dat u ervan maakt.
Ga spaarzaam om met water.
Door uw waterverbruik te matigen verlaagt u ook uw energiekosten aanzienlijk.
Ga liever douchen dan in bad: een ligbad kost 150 liter water, terwijl een douche met een moderne kraan en een waterbesparende douchekop maar een derde van deze hoeveelheid verbruikt.
Trouwens, wist u dat een druppelende kraan per jaar tot 2000 liter water per jaar verspilt en een wc die lekt wel 4000 liter. Terwijl een nieuw kraanleertje maar een paar centen kost.
Een te hoog ingestelde temperatuur betekent energieverspilling. Door een temperatuur boven 60 °C neemt bovendien het risico op de vorming van kalkafzetting in het apparaat toe. De watertemperatuur is instelbaar van 30 °C tot 65 °C.
Tot 60 °C wordt het water alleen door de warmtepomp verwarmd. Daarboven, tot 65 °C, neemt de aanvullende warmtebron het over.
Om het beste profi jt te hebben van de warmtepomp, wordt geadviseerd om de watertemperatuur niet hoger in te stellen dan noodzakelijk is.
Standaard is de watertemperatuur ingesteld op 55 °C. Om het elektrische verbruik van uw apparaat tot een minimum te beperken, wordt geadviseerd om de ingestelde temperatuur in stappen aan te passen tot het evenwicht tussen gewenst comfort en energieverbruik is bereikt.
• Druk op de toets "MENU"
- Draai de draaiknop om de menukeuze te selecteren (vb. hieronder)
WATERTEMP
• Druk op de draaiknop.
- Draai de draaiknop om de warmwatertemperatuur te selecteren (vb. hieronder)
T.
WATER
50°C
- Druk op de draaiknop om de nieuwe instellingen te bevestigen.
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
- Druk op de draaiknop om de nieuwe instellingen te bevestigen.
T.
WATER
50°C
[Non-Text]
NL
4.1.6 Programmering van de tijdvensters
De programmering van de tijdvensters is bedoeld om het energieverbruik (kW/u) van het apparaat te optimaliseren.
Houd bij het bepalen van de programmering rekening met de volgende factoren:
- de hoogte van de stroomtarieven (dag-/nachttarief)
- de temperatuur van de aangezogen lucht (de warmtepomp heeft een beter rendement overdag, als het warm is).
4.1.6.1 Programmering van de tijdvensters van maandag
- Druk gedurende 3 seconden op de toets "INST KLOK" om hier direct naar toe te gaan.
- Kies de dag.
MAANDAG DAG
• Druk op de draaiknop.
NIEUW PRG.
- Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen.
- Draai de draaiknop om het einde van het tijdvenster in te stellen (vb. hieronder)
0000-____ 00:30v
- Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen.
-
Draai de draaiknop om het comfortniveau gedurende het 1 ^e tijdvenster in te stellen (vb. hieronder)
-
ONTO: Vorstbeveiliging - het apparaat verzorgt alleen zijn beveiliging tegen bevriezen (water minimaal +5 °C)
- ECO: Spaarstand - alleen de warmtepomp werkt voor het verwarmen van het tapwater tot de ingestelde temperatuur.
- COMF: Comfort - de warmtepomp en eventueel de aanvullende warmtebron werken samen voor het verwarmen van het tapwater tot de ingestelde temperatuur.
0000-0630 ON TO
- Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen.
- Draai de draaiknop om het einde van het bijdvenster in te stellen (vb. hieronder)
0630-____ 06:30u
- Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen en ga op dezelfde manier te werk voor maximaal 7 tijdvensters per dag.
- Draai de draaiknop om het einde van het laatste tijdvenster in te stellen op zijn begintijd (vb. hieronder).
2200-____ 22:00v
Het apparaat geeft automatisch de eindtijd van de periode weer op 24:00 (vb. hieronder).
2200-____ 24:00
- Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen.
4.1.6.2 Programmering van de tijdvensters van de volgende dagen
- Druk gedurende 3 seconden op de toets "INST KLOK" om hier direct naar toe te gaan.
- Kies de dag.
MAANDAG DAG
• Druk op de draaiknop.
NIEUW PRG.
- Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen.
- Draai de draaiknop om een programma te selecteren (vb. hieronder)
COPY ZON.
- Druk op de draaiknop om het programma van de vorige dag te kopieren
- Draai de draaiknop om een programma te selecteren (vb. hieronder)
COPY PROG.
- Draai de draaiknop om een standaard programma te kopieren of een programma van een andere dag
- Draai de draaiknop om een programma te selecteren (vb. hieronder)
WIJZ. PRG.
- Druk op de draaiknop om een bestaand programma te wijzigen
- Draai de draaiknop om een programma te selecteren (vb. hieronder)
ZIE PRG.
- Druk op de draaiknop om een bestaand programma te raadplegen.
4.1.7 Activering van de vakantiemodus
Met de "VRAKANTIE"-functie wordt het apparaat stand-by gezet en blijft alleen de vorstbeveiliging actief. Deze functie kan worden geprogrammeerd voor een duur van 1 tot 99 dagen. De functie wordt effectief zodra het aantal dagen is bevestigd (1 dag = een periode van 24 uren).
De "VAKANTIE"-functie eindigt automatische op dezelfde tijd als dit geprogrammeerde aantal dagen is verstreken. Tijdens de gehele duur van de vakantie, toont het display van de warmtepompboiler Magna Aqua 300/2 C "TERU G VAK." (Terug vakantie) en telt het de dagen af.
• Druk op de toets "MENU"
- Draai de draaiknop om de menukeuze te selecteren (vb. hieronder)
VAKANTIE
• Druk op de draaiknop.
- Draai de draaiknop om het aantal dagen in stand-by te selecteren (vb. hieronder)
TERU G VAK. 8
- Druk op de draaiknop om de nieuwe instellingen te bevestigen.
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
- Als u eerder dan verwacht terugkeert van vakantie, voert u de bovenstaande handelingen opnieuw uit en stelt u het aantal vakantiedagen in op 0.
4.1.8 Activering van de BOOST-modus
- De "BOOST"-functie schakelt de aanvullende warmtebron en de warmtepomp tijdelijk tegelijk in om de temperatuurstijging te versnellen tijdens de opwarmcyclus. Het symbool "bijverwarming in werking" knippert.
- De "BOOST"-functie wordt automatisch uitgeschakeld zodra de ingestelde temperatuur van het tapwater is bereikt (einde van de opwarmcyclus).

Opmerking
De "BOOST"-functie onderdrukt tijdelijk de tijdprogrammering.
• Druk op de toets "MENU"
- Draai de draaiknop om de menukeuze te selecteren (vb. hieronder)
BOOST
• Druk op de draaiknop.
- Draai de draaiknop om de modus te selecteren (vb. hieronder)
BOOST JA
- Druk op de draaiknop om de nieuwe instellingen te bevestigen.
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
4.1.9 Keuze van de bijverwarming
• Druk op de toets "MENU"
- Draai de draaiknop om de menukeuze te selecteren (vb. hieronder)
BACK UP
- Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen.
- Selecteer "ELEC.BBACKU P" of "KET.BACKU P"
- ELEC.BACKU P: Alleen de ingebouwde elektrische weerstand neemt het over van de warmtepomp.
- KETBACKU P: Alleen de verwarmingsketel neemt het over van de warmtepomp.
- Druk op de draaiknop om de nieuwe instellingen te bevestigen.
- Het symbool (aanvulling door ingebouwde elektrische weerstand) of ⚙ (aanvulling door verwarmingsketel) verschijnt afhankelijk van de gemaakte keuze.
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
Door middel van deze functie kan het apparaat toch worden gebruikt wanneer het gebruik van de warmtepomp niet mogelijk is (luchtkanalen nog niet aangesloten, werkzaamheden met veel stof in de nabijheid van het apparaat, enz.). In deze modus kan niet worden geprofi teerd van de energiebesparingen die de warmtepomp oplevert. Gebruik deze modus daarom alleen in uitzonderlijke situaties en zo kort mogelijk.
• Druk op de toets "MENU"
- Draai de draaiknop en selecteer ELEC. MODU S (zoals in het voorbeeld hieronder)
ELEC. MODUS
- Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen.
- Draai de draaiknop om de menukeuze te doorlopen (vb. hieronder)
ELEC. MODUS JA
- Druk op de draaiknop om de nieuwe instellingen te bevestigen.
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
4.1.11 Activering van de antilegionellamodus
Dit apparaat heeft een functie om legionellabesmettingen te voorkomen.
In de antilegionellacyclus wordt de temperatuur in de boiler gedurende twee uur verhoogd tot 60 °C.
De antilegionellafunctie kan worden ingeschakeld via het installateursmenu.
- Neem voor het in- of uitschakelen van deze functie contact op met uw installateur.
4.1.12 Bescherming van de installatie tegen bevriezing

Opmerking
De "vorstbeveiliging" beschermt alleen het apparaat zelf. Uw warme en koude leidingsystemen worden niet door het apparaat beschermd.
4.2 Controle- en onderhoudswerkzaamheden
4.2.1 Schoonmaken

Let op!
Risico op beschadiging door gebruik van verkeerde schoonmaakmiddelen.
Verkeerde schoonmaakmiddelen kunnen de buitenkant, de leidingaccessoires of de bedie-ningsinterface beschadigen.
- Gebruik geen spuitbussen, oplosmiddelen noch chloorhoudende schoonmaakmiddelen.
- Maak de bekleding van het apparaat schoon met een vochtige doek en een beetje zeepvrij schoonmaakmiddel.
4.2.2 Controle van de onderhoudsintervallen

Gevaar!
Risico op letsel en materiële schade door verkeerd uitgevoerde onderhoudswerkzaamheden of reparaties.
Verkeerd uitgevoerd onderhoud kan ernstige gevolgen hebben voor de veiligheid van het apparaat en lichamelijk letsel veroorzaken.
- Voer nooit zelf onderhoud of reparaties aan het apparaat uit.
- Laat inspecties, onderhoud en reparaties uitsluitend uitvoeren door een gekwalificeerde vakman en met de voorgeschreven intervallen.
Jaarlijks door een vakman uitgevoerd onderhoud vormt een garantie voor een jarenlange goede werking en voor het behoud van de prestaties van het apparaat.
Wij adviseren het onderhoud eenmaal per jaar te laten uitvoeren, maar deze frequentie kan worden verhoogd als de luchtkwaliteit, de plaatsing, het gebruik van het apparaat enz. dat nodig maken.
- Raadpleeg een gekwalificeerde vakman om de noodzakelijke onderhoudsfrequentie te bepalen.
- Het vervangen van onderdelen moet worden gedaan door een gekwalifi ceerde vakman.
4.2.3 Controle van de afvoerleiding van het condenswater en van de sifon
De afvoerleiding van het condenswater en de sifon mogen niet verstopt zijn.
- Controleer regelmatig de afvoerleiding van het condenswater en de sifon.
- Neem, in geval van een verstopping, contact op met een gekwalifi ceerde vakman om het probleem te verhelpen.
4.3 Tijdelijk uitschakelen van het apparaat
- Neem, in geval van langdurige afwezigheid, wanneer de elektrische voeding van de woning en van het apparaat zijn onderbroken, contact op met een gekwalifi ceerde vakman om de installatie af te tappen of te beschermen tegen vorstschade.
5 Oplossen van storingen
In deze paragraaf staan de storingscodes die op het display kunnen verschijnen met de oplossingen die de gebruiker kan toepassen om het apparaat weer in gebruik te kunnen nemen.
- De andere storingscodes moeten worden onderzocht door een gekwalifi ceerde vakman.
| Probleem Controleer | of: |
| De warmtepomp werkt niet | - de ingestelde temperatuur niet hoger is dan de temperatuur van het boilerwater. |
| - het apparaat wel elektrische voeding krijgt. | |
| - het apparaat niet uit is (de groene diode moet branden). | |
| - het apparaat niet in de "vakantie"-modus is. | |
| - de temperatuur van de aangezogen lucht of de omgevingstemperatuur niet lager is dan -7 °C of hoger dan +35 °C. | |
| - een tijdprogrammering niet in confl ict is met de tijdelijke "piekuren" stroomafsluiting | |
| - een geprogrammeerd tijdvenster de werking niet verbiedt ("ECO"-symbool brandt). | |
| - geen enkele storing is weergegeven op het scherm. | |
| Geen warm water | - de in een korte tijd verbruikte hoeveelheid warm water niet groter is dan de in de boiler opgeslagen hoeveelheid. |
| - het geprogrammeerd tijdvenster niet te kort is (ten minste 12 uur per 24 uur). | |
| - de geprogrammeerde ingestelde temperatuur niet te laag is. | |
| - een tijdprogrammering niet in confl ict is met de tijdelijke "piekuren"" stroomafsluiting | |
| Het condenswater stroomt niet weg (water onder het apparaat) | - de afvoerleiding van het condenswater niet geheel of gedeeltelijk verstopt is. |
| - de leiding geen knik of een te laag punt heeft.. | |
| - de leiding op het riool is aangesloten. | |
| De elektrische bijverwarming werkt niet | - het contact van de tijdelijke stroomafsluiting of een tijdprogrammering niet de werking verbieden ("ECO"-symbool brandt). |
| - de veiligheidsthermostaat van de elektrische bijverwarming niet is geactiveerd als gevolg van oververhitting (>85 °C). Neem in dit geval contact op met uw installateur. |
- Als met bovenstaande controles het probleem niet kan worden verholpen, moet u het apparaat uitschakelen en contact opnemen met een gekwalifi ceerde vakman.
6 Defi nitief buiten gebruik stellen
6.3.3.1 Permanent uitschakelen van het apparaat
- Neem contact met een gekwalificeerd vakman om het apparaat los te maken en uit te bouwen.
7 Recycling
7.1 Verpakking
De installateur van het apparaat zorgt voor het afvoeren van de transportverpakking.
7.2 Apparaat

- Op het apparaat staat dit symbool. Het mag dus niet met het huisvuil worden afgevoerd als het niet langer wordt gebruikt.
Het apparaat bestaat hoofdzakelijk uit materialen die kunnen worden hergebruikt.
Het apparaat moet worden gerecycleerd in overeenstemming met de AEEA-richtlijn (afval van elektrische en elektronische apparatuur) die met name voorschrijft:
- het gescheiden inzamelen van afval van elektrische en elektronische apparatuur,
- het systematisch gescheiden verwerken van bepaalde zogenaamde gevaarlijke componenten en stoffen,
- het hergebruik, de recycling en de opwerking van ingezamelde elektrische en elektronische apparatuur.
- Lever het apparaat en batterijen in bij een inzamelpunt voor batterijen en elektrische en elektronische apparatuur voor recycling.
- Voor meer informatie over de inzamelpunten waar u uw batterijen en elektrische/elektronische apparatuur kunt inleveren, kunt u terecht bij uw gemeente of agglomeratie, bij uw afvalinzamelbedrijf, bij de gespecialiseerde installateur die het apparaat heeft gemonteerd of bij de winkel waar de batterijen zijn gekocht.

Opmerking
Door het naleven van deze richtlijn draagt u bij aan het behoud van het milieu en van de natuurlijke hulpbronnen en beschermt u de volksgezondheid.
7.3 Koelmiddel
i
Opmerking
De warmtepomp bevat het koelmiddel R134a.
Alleen een bevoegde specialist mag werken met het koelmiddel. Vermijd ieder contact met de huid en met de ogen.
R134a is een fl uorhoudend gas met een broeikaseffect (Kyoto-protocol over broeikasgassen 1975).
Bij normaal gebruik en onder normale omstandigheden is dit koelmiddel ongevaarlijk.
Het koelmiddel mag niet in de atmosfeer terechtkomen, tenzij dit noodzakelijk is voor de veiligheid van personen.
Voor het recycleren van de warmtepomp, moet het koelmiddel correct worden teruggewonnen in een daarvoor bestemd vat om te worden hergebruikt.
Degene die deze terugwinning uitvoert moet beschikken over een verklaring dat hij dit mag doen in overeenstemming met de geldende wetgeving.
8 Garantie en klantenservice
- Voor alle informatie over de service met betrekking tot het apparaat en over de fabrieksgarantie, neemt u contact op met het adres dat op de achterkant van deze handleiding staat.
9 Bijlage
9.1 Tips voor een optimaal energieverbruik van uw apparaat
9.1.1 Met een nachtstroomcontract en met een aangesloten besturingsdraad
| Instellingen door de gebruiker | |||
| Instelling / Functie De meest economische Gemiddeld De duurste | |||
| Ingestelde temperatuur 45°C 55°C 65°C | |||
| Tijdprogrammering zonder zonder zonder | |||
| Vakantiemodus | Bij elke afwezigheid van langer dan 24 u | Bij elke afwezigheid van langer dan 3 dagen | Bij elke afwezigheid van langer dan een week |
| Boostfunctie Nooit Af en toe Vaak | |||
| Instelling alleen door de installateur | |||
| Instelling / Functie De meest economische Gemiddeld De duurste | |||
| Antilegionellacyclus Nee 7 (elke week) 1 (elke ongebruikte dag) | |||
| Min. temperatuur | Nee | Nee | Nee |
| Max. verwarmingstijd | Nee | Nee | Nee |
| Niveau van de tijdelijke stroomafsluiting tijdens de piekuren (HP) | 0 (bijverwarming en warmtepomp verboden op piekuren) | 1 (bijverwarming verboden op piekuren) | 2 (geen tijdelijke stroomafsluiting) |
| Samenvatting van de bedrijfsmodus | - HC: de warmtepomp en eventueel de bijverwarming verwarmen de boiler.- HP: het apparaat is in vorstbeveiliging (min. +5°C). | - HC: de warmtepomp en eventueel de bijverwarming verwarmen de boiler.- HP: Alleen de warmtepomp verwarmt de boiler (*). | De warmtepomp en de bijverwarming verwarmen de boiler zonder tijdsrestrictie. |
* = behalve als de lucht niet tussen -7 en +35 °C, in dat geval is de bijverwarming toegestaan
9.1.2 Met een nachtstroomcontract zonder aangesloten besturingsdraad
| Instellingen door de gebruiker | |||
| Instelling / Functie | De meest economische | Gemiddeld | De duurste |
| Ingestelde temperatuur | 45°C | 55°C | 65°C |
| Tijdprogrammering | Daluren (HC) → ECOPiekuren (HP) → Vorstbeveiliging | Daluren (HC) → ComfortPiekuren (HP) tot 12 u → ECOPiekuren (HP) na 12 u →Vorstbeveiliging | Daluren (HC) → ComfortPiekuren (HP) tot 12 u → ComfortPiekuren (HP) na 12 u → ECO |
| Vakantiemodus | Bij elke afwezigheidvan langer dan 24 u | Bij elke afwezigheidvan langer dan 3 dagen | Bij elke afwezigheidvan langer dan een week |
| Boostfunctie | Nooit | Af en toe Vaak | |
| Instelling alleen door de installateur | |||
| Instelling / Functie | De meest economische | Gemiddeld | De duurste |
| Antilegionellacyclus | Nee | 7 (elke week) | 1 (elke ongebruikte dag) |
| Min. temperatuur | Nee | Nee | Nee |
| Max. verwarmingstijd | Nee | Nee | Nee |
| Niveau van de tijdelijke stroomafsluiting tijdens de piekuren (HP) | Niet gebruikt (fabrieksinstelling op 1) | Niet gebruikt (fabrieksinstelling op 1) | Niet gebruikt (fabrieksinstelling op 1) |
| Samenvatting van de bedrijfsmodus | - HC: alleen de warmtepomp verwarmt de boiler (*).- HP: het apparaat is in vorstbeveiliging (min. +5°C). | - HC: de warmtepomp en de bijverwarming verwarmen de boiler.- HP tot 12 u: de warmtepomp voltooit eventueel de verwarming van de boiler.- HP na 12 u: het apparaat is in vorstbeveiliging (min. +5°C). | - HC & HP tot 12:00 u: de warmtepomp en de bijverwarming verwarmen de boiler.- HP na 12 u: alleen de warmtepomp verwarmt de boiler (*). |
* = behalve als de lucht niet tussen -7 en +35°C, in dat geval is de bijverwarming toegestaan
9.1.3 Werking met constant elektriciteitstarief
| Instellingen door de gebruiker | |||
| Instelling / Functie De meest economische | Gemiddeld De duurste | ||
| Ingestelde temperatuur 45 °C 55 °C 65 °C | |||
| Tijdprogrammering | Van 23 u tot 11 u: VorstbeveiligingDe rest van de tijd: ECO | Geen programmering(standaardmodus) | Van 23 u tot 11 u: ECODe rest van de tijd: Comfort |
| Vakantiemodus | Bij elke afwezigheidvan langer dan 24 u | Bij elke afwezigheidvan langer dan 3 dagen | Bij elke afwezigheidvan langer dan een week |
| Boostfunctie Nooit Af en toe Vaak | |||
| Instelling alleen door de installateur | |||
| Instelling / Functie De meest economische Antilegionellacyclus Nee 7 (elke week) 1 | Gemiddeld De duurste | ||
| (elke ongebruikte dag) | |||
| Min. temperatuur | Nee | Nee | Nee |
| Max. verwarmingstijd | Nee | Nee | Nee |
| Niveau van de tijdelijke stroomafsluiting tijdens de piekuren (HP) | Niet gebruikt (fabrieksinstelling op 1) | Niet gebruikt (fabrieksinstelling op 1) | Niet gebruikt (fabrieksinstelling op 1) |
| Samenvatting van de bedrijfsmodus | - van 23 u tot 11 u: het apparaat is in vorstbeveiliging (min. +5 °C).- van 11 u tot 23 u: om te profiteren van een hogere luchttemperatuur, verwarmt de warmtepomp de boiler (*) met een goed rendement | Het apparaat werkt bij voorkeur met de warmtepomp (*). | - van 23 u tot 11 u: alleen de warmtepomp verwarmt de boiler (*).- van 11 u tot 23 u: om te profiteren van een hogere luchttemperatuur, verwarmt de warmtepomp de boiler met een goed rendement. Indien nodig kan de bijverwarming werken. |
* = behalve als de lucht niet tussen -7 en +35 °C, in dat geval is de bijverwarming toegestaan
INHOUDSOPGAVE
1 Veiligheid 2
1.1 Gebruikte symbolen 2
1.2 Vereiste kwalificaties....2
1.3 Algemene veiligheidsvoorschriften 2
1.4 Beoogd gebruik.... 2
1.5 Voorschriften 3
1.6 CE-identificatie 3
2 Opmerkingen met betrekking tot de documentatie......
2.1 Naleving van de geldende documenten ....3
2.2 Bewaren van de documenten ....3
2.3 Geldigheid van de handleiding ....3
3 Beschrijving van het apparaat .... 4
3.1 Werkingsprincipe 4
3.2 Constructie van het apparaat ....5
3.3 Model en serienummer 6
3.4 Beschrijving van het typeplaatje 6
4 Montage en installatie.... 6
4.1 Voorbereiding van de montage en van de installatie 6
4.2 Montage van het apparaat 9
4.3 Luchttoevoer 10
4.4 Hydraulische installatie 12
4.5 Aansluiting van het hydraulische circuit met warmtewisselaar....12
4.6 Omloopcircuit 13
5 Overdrukventiel 13
6 Tapwatercircuit - Voorzorgen tegen corrosie....13
7 Afvoer van het condenswater ...... 14
8 Elektrische installatie 14
8.1 Aansluiting op de elektrische voeding (netspanning) 15
8.2 Aansluiting van de piekurenkabel HC/HP....15
8.3 Instelling van de ventilatorsnelheid ....16
8.4 Ventilatiemodus door externe aansturing .....16
8.5 Ligging van de kabels 17
9 Inbedrijfstelling 17
9.1 Vulling van het hydraulische circuit ....17
9.2 Inschakeling en instelling van het apparaat .....17
9.3 Instellingen [systeemparameters] 18
9.4 Voorbereiding op de "luchtdichtheidstest" .....22
9.5 Informatie voor de gebruiker ....22
10 Onderhoud 22
10.1 Naleving van de onderhoudsintervallen .....22
10.2 Voorbereiding van het onderhoud ....23
10.3 Aanwijzingen voor het onderhoud ....23
10.4 Onderhoudswerkzaamheden 23
10.5 Aftappen van het apparaat 23
10.6 Controle van de beschermingsanode .....24
10.7 Resetten van veiligheidsthermostaat ....24
10.8 Controle van de elektrische installatie ....24
10.9 Inbedrijfstelling na het uitvoeren van onderhoud .....24
11 Oplossen van storingen 25
11.1 Resetten na een storing 25
11.2 Storingscodes....25
12 Definitief buiten gebruik stellen...... 25
13 Recycling 25
13.1 Verpakking....25
13.2 AEEA: Recycling van het apparaat en zijn componenten....25
13.3 Koelmiddel....25
1.1 Gebruikte symbolen
De waarschuwingen zijn gerangschikt volgens de ernst van het potentiële gevaar waarbij de volgende waarschuwingstekens en -termen worden gebruikt:
| Symbol voor de waarschuwing | Uitleg |
![]() | Gevaar!Levensgevaar of risico op ernstig letsel |
![]() | Gevaar!Levensgevaar door elektrocutie |
![]() | Waarschuwing!Risico op licht letsel |
![]() | Let op!Risico op materièle schade of gevaar voor het milieu |
1.2 Vereiste kwalifi caties
Door werkzaamheden aan of bij het apparaat uitgevoerd door een niet-gekwalifi ceerd persoon kan materiële schade ontstaan aan de installatie in zijn geheel en zelfs lichamelijk letsel.
- Alleen erkende installateurs mogen aan het apparaat werken.
1.3 Algemene veiligheidsvoorschriften
- Lees vóór het lezen van dit hoofdstuk, ook de algemene veiligheidsvoorschriften van de gebruiksaanwijzing.
1.3.1 Levensgevaar door elektrocutie
Aanraking van elektrische aansluitingen die onder spanning staan kan ernstig tot dodelijk letsel veroorzaken.
- Voordat er iets aan het apparaat wordt gedaan, moet altijd de elektrische voeding worden uitgeschakeld.
- Zorg ervoor dat de elektrische voeding niet opnieuw onder spanning kan worden gezet.
1.3.2 Levensgevaar als veiligheids- voorzieningen ontbreken of defect zijn
Een defecte veiligheidsvoorziening kan gevaarlijk zijn en brandwonden en ander letsel veroorzaken, bijvoorbeeld door het scheuren van waterleidingen.
De informatie in dit document omvat niet alle schema's die vereist zijn voor een professionele installatie van de veiligheidsvoorzieningen.
- Installeer de vereiste veiligheidsvoorzieningen in het circuit.
- Licht de gebruiker in over de functie en de plaats van de veiligheidsvoorzieningen.
- Houd u aan de geldende nationale en internationale voorschriften, normen en richtlijnen.
1.3.3 Gevaar door verkeerd gebruik
Elke niet professioneel uitgevoerde ingreep kan lichamelijk letsel veroorzaken.
- Werkzaamheden aan het apparaat mogen alleen worden uitgevoerde door een gekwalifi ceerd vakman.
1.3.4 Risico op materiële schade door toevoegmiddelen
Antivries en anticorrosiemiddelen kunnen pakkingen aantasten, geluid veroorzaken tijdens de opwarming en andere indirecte schades veroorzaken.
- Gebruik geen antivries en anticorrosiemiddelen die niet geschikt zijn.
1.3.5 Risico op materiële schade door gebruik van verkeerd gereedschap
Door verkeerd, of verkeerd gebruikt, gereedschap kan schade ontstaan, zoals waterlekkage.
- Gebruik voor het vast- of loszetten van schroefwartels altijd steeksleutels en geen pijpsleutels, verlengstukken, enz.
1.3.6 Risico op schade door waterlekkage
Een verkeerde installatie kan lekkage veroorzaken.
- Zorg ervoor dat er geen enkele mechanische spanning op de waterleidingen staat.
- Plaats de afdichtingen correct.
1.4 Beoogd gebruik
Dit apparaat heeft een geavanceerd ontwerp en is geassembleerd in overeenstemming met de erkende regels op het gebied van de veiligheid. In geval van verkeerd gebruik of gebruik waarvoor het apparaat niet is bestemd, bestaat er echter altijd een risico op schade aan goederen of ernstig tot dodelijk letsel voor de gebruiker of anderen.
Het apparaat is bestemd om te worden gebruikt voor de productie van warm tapwater voor huishoudelijk gebruik.
Het beoogd gebruik van het apparaat omvat de volgende elementen:
- het in acht nemen van de aanwijzingen voor de werking, de installatie en het onderhoud van dit apparaat en alle andere onderdelen en componenten van het systeem
- het voldoen aan alle voorwaarden voor de inspectie en het onderhoud die in deze handleiding beschreven staat.
Dit apparaat is niet bestemd om te worden gebruikt door personen (met inbegrip van kinderen) met lichamelijke, zintuiglijke of mentale beperkingen, een gebrek aan ervaring of kennis, wanneer zij niet onder toezicht staan van iemand die verantwoordelijk is voor hun veiligheid en die aanwijzingen heeft gekregen over de werking van het apparaat.
Kinderen moeten in de gaten worden gehouden om te voorkomen dat ze met het apparaat spelen.
Gebruik het apparaat bij voorkeur op een droge plaats.
leder ander gebruik dan het in deze handleiding beschreven gebruik of gebruik dat gericht is om het hier beschreven gebruik uit te breiden is niet beoogd.
leder rechtstreeks commercieel of industrieel gebruik wordt ook beschouwd als niet beoogd gebruik.
leder niet overeenkomend gebruik is verboden.
1.5 Voorschriften
Tijdens de installatie en de ingebruikstelling van het apparaat moeten de op dat moment geldende verordeningen, richtlijnen, technische regels, normen en bepalingen worden nageleefd.
1.6 CE-identifi catie
De CE-markering geeft aan dat de deze handleiding beschreven apparaten in overeenstemming zijn met de volgende richtlijnen:
- Europese Richtlijn 2006/95/EG van het Europese Parlement en de Raad, "Richtlijn betreffende de onderlinge aanpassing van de wettelijke voorschriften der lidstaten inzake elektrisch materiaal bestemd voor gebruik binnen bepaalde spanningsgrenzen" (laagspanningsrichtlijn)
- Europese Richtlijn 2004/108/EG van het Europese Parlement en de Raad, "Richtlijn betreffende de elektromagnetische compatibiliteit"
- Europese Richtlijn 97/23/EG van het Europese Parlement en de Raad, "Richtlijn betreffende drukapparatuur"
- Verordening (EG) nr. 1494/2007 van de Commissie van 17 december 2007 tot vaststelling, ingevolge Verordening (EG) nr. 842/2006 van het Europees Parlement en de Raad, van de vorm van etiketten en aanvullende etiketteringseisen betreffende producten en apparatuur die bepaalde gefl uoreerde broeikasgassen bevatten
- Verordening (EG) Nr. 842/2006 van het Europees parlement en de Raad van 17 mei 2006 inzake bepaalde gefl uoreerde broeikasgassen (PB L van 14 juni 2006)
2 Opmerkingen met betrekking tot de documentatie
2.1 Naleving van de geldende documenten
- Houd u stipt aan de gebruiks- en installatiehandleiding van het apparaat en van de diverse onderdelen en componenten van het systeem.
2.2 Bewaren van de documenten
• Overhandig deze handleiding en alle andere geldige documenten aan de gebruiker van het systeem.
De gebruiker van het systeem moet deze handleiding bewaren om ze indien nodig te raadplegen.
2.3 Geldigheid van de handleiding
Deze handleiding geldt uitsluitend voor:
| Typelijst | ||
| Product | Model | |
| Magna Aqua 300/2 C Met 1 | wisselaar 0010015163 | |
3 Beschrijving van het apparaat
3.1 Werkingsprincipe
Een warmtepomp is een thermodynamische machine die warmte verplaatst van de ene omgeving naar een andere. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de eigenschappen van de statusverandering van het koelmiddel.
Het systeem bestaat uit de volgende circuits:
- Het koelmiddelcircuit dat de warmte overbrengt naar het watercircuit van de warmtepomp na verdamping, compressie, condensatie et ontspanning van het medium.
- Het verwarmingscircuit.
3.1.1 Werking in verwarmingsmodus

flowchart
graph TD
A["Sun"] --> B["Component 1"]
B --> C["Component 2"]
C --> D["Component 3"]
D --> E["Component 4"]
E --> F["Component 5"]
F --> G["Component 6"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style G fill:#bbf,stroke:#333
Verklaring
1 Warmtewisselaar met lamellen
2 Cyclus-omkeerklep
3 Ventilator
4 Compressor
5 Expansieventiel
6 Condensor
3.1.2 Werking in ontdooimodus

flowchart
graph TD
A["Sun"] --> B["1"]
B --> C["2"]
C --> D["3"]
D --> E["4"]
E --> F["5"]
F --> G["6"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style G fill:#bbf,stroke:#333
Verklaring
1 Warmtewisselaar met lamellen
2 Cyclus-omkeerklep
3 Ventilator
4 Compressor
5 Expansieventiel
6 Condensor
3.2 Constructie van het apparaat
3.2.1 Water- en koelmiddelschema, apparaat met warmtewisselaar (Magna Aqua 300/2 C)

flowchart
graph TD
A["15"] --> B["16"]
B --> C["14"]
C --> D["13.1"]
D --> E["1"]
E --> F["HP"]
F --> G["2"]
G --> H["A"]
H --> I["B"]
I --> J["C"]
J --> K["19"]
K --> L["8"]
L --> M["6"]
M --> N["7"]
N --> O["10"]
O --> P["9"]
P --> Q["3"]
Q --> R["4"]
R --> S["D"]
S --> T["11"]
T --> U["12"]
U --> V["13.3"]
V --> W["13.2"]
W --> X["18"]
X --> Y["15"]
Verklaring
1 Compressor
2 HD-pressostaat
3 Externe condensor
4 Boiler
5 Magneetklep voor de ontdooiing
6 Weerstand van de elektrische bijverwarming
7 Beschermingsanode
8 Aquastaat begrenzer van de elektrische bijverwarming (60 °C)
9 Thermostaatbegrenzer (85 °C) van de elektrische bijverwarming (LTS)
10 Temperatuursensor
11 Temperatuurveiligheid
12 Droogfi Iter
13.1 Bol van het thermostatisch expantieventiel
13.2 Capillair van het thermostatisch expantieventiel
13.3 Thermostatisch expantieventiel
14 Ontdooisensor
15 Verdamper
16 Ventilator
17 Terugslagklep
18 Sensor aangezogen lucht
19 Warmtewisselaar
A Uitgang warm tapwater
B Verwarmingswarmtewisselaar uitgang
C Ingang vewarmingswarmtewisselaar
D Ingang koud tapwater
3.3 Model en serienummer
Het typeplaatje bevindt zich aan de achterkant van het apparaat:

Het model en het serienummer staan op het typeplaatje.
3.4 Beschrijving van het typeplaatje
Het typeplaatje bevat de volgende elementen:
| Afkorting/symbol | Beschrijving |
| Algemene informatie | |
| Ref. Commerciale referentie van het product | |
| N°constr. | Nummer van de constructeur toegekend door de LCIE in het kader van de NF-prestatiemarkering |
| V/Hz | Spanning en frequentie van de voeding van het product |
| Imax Maximale | stroomsterkte van het voedingscircuit |
| Pmax Maximaal | door het product opgenomen vermogen |
| IP Index van de elektrische veiligheid van het product | |
| Masse Bruto gewicht van het lege apparaat | |
| P max eau Maximale druk van het tapwatercircuit | |
| Volume Nominalle inhoud van de boiler | |
| N° Série Seriennummer van het product | |
| CE | Zie hoofdstuk "CE-markering" |
| Informatie warmtepomp | |
| P.el. Nominaal | vermogen van de warmtepomp |
| P.th. | Door de warmtepomp teruggegeven vermogen (water van 45 °C) |
| Teau max Max | temperatuur van het tapwater met warmtepomp |
| R134a | Type van het koelmiddel, benodigde hoeveelheid bij het vullen |
| P max Max. hoge druk van de warmtepomp | |
| Qair Max. luchdebiet van de warmtepomp | |
| Informatie bijverwarming | |
| P.el. Nominaal | vermogen van de elektrische bijverwarming |
| T.max eau | Max. temperatuur van het tapwater met elektrische bijverwarming |
| Ech. | Oppervlakte van de ingebouwde warmtewisselaar (optioneel) |
NL
4 Montage en installatie
4.1 Voorbereiding van de montage en van de installatie
Gebruik een vorkheftruck of een transpallet voor het verplaatsen van het apparaat in zijn verpakking.

Gevaar!
Risico op letsel door het dragen van zware last.
Door het dragen van zware lasten kan letsel ontstaan, met name aan de wervelkolom.
- Houd u aan alle geldende wetten en andere voorschriften bij het dragen van zware apparaten.

Let op!
De bovenste kappen van het apparaat zijn niet sterk en mogen niet worden gebruikt voor het verplaatsen.
- Stapel niets op het apparaat, ook niet in de verpakking.
Als het nodig is om het apparaat zonder verpakking op zijn kant te leggen terwijl het nog vastzit aan de transportpallet, zorg er dan voor dat het steunblok op zijn plaats zit aan de achterkant van de boiler.

Het apparaat is rechtop op de pallet vastgeschroefd. Het wordt geleverd in een transporthoes.

Gevaar!
Risico op verstikking.
- Gooi de hoes weg na het uitpakken. Houd de plastic hoes buiten bereik van kinderen.
- Knip de transparante folie door zonder het apparaat te beschadigen.
• Verwijder het kartonnen deksel.
• Verwijder de plastic hoes. - Verwijder de hoekstukken door de nagels en nietjes te verwijderen.
- Verwijder de beschermfolie van alle onderdelen van het apparaat.
- Verwijder het zakje met accessoires dat zich in de transporthoes bevindt.
- Verwijder met een passende sleutel de schroeven onder de pallet zonder het apparaat te kantelen.

Gevaar!
Risico op letsel door het kantelen van het apparaat.
- Let op dat niemand op het toestel leunt of ermee schud.
4.1.3 Controle van levering
- Controleer de inhoud van de zending.
- 1 Warmtepompboiler
- 1 Zakje met accessoires met: 3 verstelbare poten
- 1 zakje met documenten 1 handleiding (installatie en gebruik) 1 garantiekaart 1 dop 5 stickers met het serienummer van het apparaat
[Non-Text]
4.1.4 Installatie ter plaatse

Gevaar!
Risico op letsel door het dragen van zware last.
Door het dragen van zware lasten kan letsel ontstaan, met name aan de wervelkolom.
- Houd u aan alle geldende wetten en andere voorschriften bij het dragen van zware apparaten.
- Voor het verplaatsen van het apparaat zijn ten minste 2 personen nodig.

Let op!
De bovenste kappen van het apparaat zijn niet sterk en mogen niet worden gebruikt voor het verplaatsen.
- Stapel niets op het apparaat, ook niet in de verpakking.
- Het apparaat wordt geleverd in een transporthoes met 4 handgrepen om het rechtop te kunnen verplaatsen door ten minste 2 personen.
- De volgende positie is toegestaan bij het verplaatsen:

- De volgende positie is verboden bij het verplaatsen:

- Raadpleeg, om het gewicht van het apparaat te weten, het hoofdstuk "Technische gegevens" aan het eind van deze handleiding.
NL
4.1.5 Na te leven afstanden en toegankelijkheid

Opmerking
Tenzij anders vermeldt, zijn alle afmetingen op de illustraties uitgedrukt in millimeters (mm).
4.1.5.1 Afmetingen van het apparaat met warmtewisselaar

text_image
Ø693 Ø158 ext. Ø158 ext. 50 1637 1597 1229 921 720 221 55 1658 25 - 354.1.5.2 Toegankelijkheid

text_image
2 m mini. 0.2m min. 0.1m min. 0.6m min. 0.6m min. 0.1m min.- Houd u aan de minimale afmetingen hierboven om een goede luchtstroom te garanderen en het uitvoeren van onderhoud te vergemakkelijken.
- Zorg voor voldoende ruimte voor het aanleggen van de waterleidingen.
4.1.6 Plaatsen van het apparaat
4.1.6.1 Omgevingsvoorwaarden
Het is verboden het apparaat te installeren:
- Buiten (zelfs onder een afdak), in zeer vochtige ruimtes met veel waterdamp (bijvoorbeeld een backamer)
- In ruimtes met explosiegevaar door gassen, door dampen of door stof.
- In geval van een installatie op minder dan 500 meter van de kust, en waarbij de lucht van buiten wordt aangevoerd.
- Bij een installatie in een kamer kleiner dan 20 m ^3 zijn kanalen vereist voor het aan- en afvoeren van de lucht.
- Installeer het apparaat niet dichtbij een ander apparaat waardoor het zou kunnen beschadigen (bijvoorbeeld naast een apparaat waaruit damp en vet kan vrijkomen) of in een erg stoffi ge ruimte met een corrosieve atmosfeer.
- Zorg ervoor dat de ruimte waar u het apparaat wilt installeren voldoende beschermd is tegen vorst.
- Installeer de verstelbare poten die met het apparaat zijn geleverd.
- Installeer het apparaat niet dichtbij slaapkamers met het oog op het geluidscomfort.
4.1.6.2 Eigenschappen van de vloer voor de montage
- Lees, vóór het kiezen van de plaats van het apparaat, zorgvuldig de waarschuwingen met betrekking tot de veiligheid en de aanbevelingen van de handleiding voor het gebruik en de installatie.

Gevaar!
Risico op zwaar letsel en ernstige materiële schade.
Door het gewicht van het met water gevulde apparaat kan het door de vloer zakken als deze niet sterk genoeg is.
- Raadpleeg, om het gewicht van het apparaat te weten, het hoofdstuk "Technische gegevens".
- Zorg ervoor dat de vloer van de ruimte sterk genoeg is.
4.1.6.3 Lucht
- Installeer het apparaat niet in ruimtes waarin spuitbussen, oplosmiddelen, chloorhoudende schoonmaakmiddelen, verf, lijm, ammoniakverbindingen, vette dampen of andere soortgelijke stoffen zijn opgeslagen of worden gebruikt.
- In het geval van een installatie met luchtkanalen, zuig de verse lucht dan niet aan vanuit ruimtes waarin spuitbussen, oplosmiddelen, chloorhoudende schoonmaakmiddelen, verf, lijm, ammoniakverbindingen, vette dampen of andere soortgelijke stoffen zijn opgeslagen of worden gebruikt.
- Voer de verse lucht niet aan via het rookkanaal van een oude schoorsteen van een oliegestookte verwarmingsketel, want hierdoor kan corrosie ontstaan.
- Als de lucht in de ruimte waar het apparaat moet worden geïnstalleerd agressieve dampen of stof bevat (bijvoorbeeld tijdens bouwwerkzaamheden), zorg er dan voor dat het apparaat goed is afgedicht en beschermd.
4.2 Montage van het apparaat
Sommige onderdelen van de omkasting kunnen scherpe randen hebben en snijwonden veroorzaken.
- Draag handschoenen
4.2.1.1 Demontage

text_image
2 1 3 4 1 1 1 arklosingVerklaring
1 Bevestigingsschroeven (8)
2 Frontplaat
3 Bovenkap
4 Band

Opmerking
De dichte klinknagels rondom de bovenkap mogen niet worden verwijderd.
- Zet de schroeven (1) op de band van het apparaat los met behulp van een torx-schroevendraaier.
• Verwijder de frontplaat (2). - Verwijder de beschermkap van de bovenkant (3). De beschermkap wordt in zijn geheel verwijderd.
4.2.1.2 Montage

Let op!
- Let op dat het isolatiemateriaal dat aan de binnenkant van de bovenkap is geplakt niet beschadigd wordt
- Plaats de beveiligingsbovenkap (3) terug.
- Plaats de frontplaat (2) terug.
- Zet de schroeven (1) op de band van het apparaat weer vast met behulp van een torx-schroevendraaier.
4.2.2 Plaatsing van het apparaat
Met de verstelbare poten kan het apparaat waterpas afgesteld worden.
- Het installeren van de verstelbare poten die met het apparaat zijn geleverd is verplicht.

Gevaar!
Risico op kantelen van het apparaat.
- Zorg ervoor dat het apparaat stabiel is tijdens het aanbrengen van de poten.
- Laat u door een tweede persoon helpen.

Gevaar!
Risico op beknellen van de handen.
- Stel het apparaat veilig
- Plaats vulblokjes onder het apparaat.

- Stel het apparaat loodrecht (zie de volgende tekeningen).

text_image
25 mm max.- Installeer het apparaat horizontaal. Controleer de positie met een waterpas.
- Bij twijfel heeft een lichte helling naar rechts de voorkeur om de afvoer van het condenswater niet te belemmeren.
4.3 Luchttoevoer

1 Aanvoer omgevingslucht
2 Uitgang koude lucht
4.3.1 Aansluiting met kanaal
De temperatuur van de lucht in de kanalen kan aanzienlijk lager zijn dan die van de lucht in de ruimte. Door dit temperatuurverschil kan de omgevingslucht condenseren op de buitenkant van de buizen.
- Gebruik thermisch geïsoleerde kanalen voor het aansluiten van de luchtingangen en -uitgangen.
Door het gebruik van kanalen ontstaat drukverlies en wordt de luchtstroom geremd. Om de goede werking van het apparaat te garanderen. - Gebruik kanalen met een binnendiameter van 160 mm.
De aanvoer- en afvoeropeningen van de lucht moeten altijd een bescherming hebben tegen het binnendringen van water en ongewenste voorwerpen in de kanalen (roosters voor verticale wanden, dakkappen).
- Houd u aan de totale maximale lengte (aanvoer + afvoer) van 10 m voor geribbelde kanalen en 20 m voor vaste buizen.
- Denk eraan dat een bocht overeenkomt met 1 m minder buislengte.
- Als het apparaat is aangesloten op een kanaalsysteem dat langer is dan een bepaalde totale lengte (5 m met flexibels flexibels, 10 m met vaste buizen), verander dan de ventilatorsnelheid in positie 2. (zie hoofdstuk "Instelling van de ventilatorsnelheid").

Let op!
- Het is verboden om een afzuigkap aan te sluiten op het ventilatiesysteem van het apparaat.
De luchtingang en -uitgang zijn verbonden met de buitenlucht.
- Horizontale afvoer:

text_image
1 0.5m min. 2 2 m min.- Verticale afvoer:
1

text_image
2 m min. 2Verklaring
1 Buiten
2 Lokaal (verwarmd of niet)
- Zorg ervoor dat de hierboven schematisch getekende luchtcircuitconfi guraties mogelijk zijn naar gelang de beschikbare hoogte onder het plafond.
Deze confi guratie heeft de voorkeur omdat deze de kamer niet afkoelt en de ventilatie van de ruimte niet verstoort. Dit is
geschikt voor kleine ruimtes (kelder, kast, enz.).
De hoogte onder het plafond moet ten minste 2 m zijn om onderhoud op het apparaat mogelijk te maken.
- Om recirculatie te voorkomen, moet de afstand tussen de openingen van het aanvoer- en het afvoerluchtcircuit ten minste 0,50 m zijn.
4.3.1.2 Gedeeltelijk luchtcircuit
De warmte wordt aangezogen uit de kamer, de koude lucht wordt naar buiten geblazen.

text_image
2 m min.Verklaring
1 Buiten
2 Lokaal (verwarmd of niet)
Door deze confi guratie kan de warmte van een ruimte worden benut zonder de ruimte af te koelen.
Om een goede verdeling van de warmte mogelijk te maken, is deze confi guratie alleen mogelijk in ruimtes met een volume van meer dan 20 m³.
De hoogte onder het plafond moet ten minste 2 m zijn om onderhoud op het apparaat mogelijk te maken.
Het apparaat voert een hoeveelheid lucht uit de ruimte af die kan oplopen tot 450 m³/u.
- Voorkom dat er onderdruk in de ruimte ontstaat en hierdoor lucht wordt aangezogen uit omliggende verwarmde kamers.
- Controleer of de bestaande ventilatie het door de warmtepompboiler afgevoerde luchtvolume kan compenseren.
- Als dit niet het geval is, vergroot dat de ventilatieopeningen om de luchtdebieten in evenwicht brengen.
4.3.2 Installatie zonder luchtcircuit
De lucht wordt aangezogen uit en teruggeblazen in dezelfde ruimte.

text_image
2.2 m min.Door deze confi guratie wordt de warmte van de ruimte gebruikt en wordt koude drogere lucht eraan teruggegeven. Deze confi guratie is geschikt voor een verwarmingskelder waar er constant een hoge temperatuur aanwezig is.
Om een goede verdeling van de warmte mogelijk te maken, is deze confi guratie alleen mogelijk in ruimtes met een volume van meer dan 20 m ^3 .

Let op! Risico op bevriezen in de ruimte (zelfs als het buiten niet vriest).
4.4 Hydraulische installatie

Let op! Risico op schade door verontreinigde leidingen.
Vreemde voorwerpen, zoals soldeerresten, resten van afdichtingen of stof in de aansluitleidingen kunnen het apparaat beschadigen.
- Spoel de verbindingsleidingen zorgvuldig door voordat u de installatie uitvoert.

Let op! Risico op schade door warmteoverdracht tijdens het solderen.
De tijdens het solderen overgebrachte warmte kan de afdichtingen van de stopkranen beschadigen.
- Soldeer niet aan de verbindingen als deze op de stopkranen zijn geschroefd.

Let op! Risico op schade door corrosie.
Indien in de verwarmingsinstallatie kunststofleidingen zijn gebruikt, kan hierdoor lucht in het verwarmingswater komen en het verwarmingscircuit evenals het apparaat corroderen.
- Indien u in de verwarmingsinstallatie diffusiedichte kunststofleidingen gebruikt, moet u ervoor zorgen dat geen lucht in het verwarmingswater kan terechtkomen.
De binnenkant van elke hydraulische aansluiting is voorzien van een kunststof onderdeel om de binneninrichting inwendig te beschermen tegen corrosie.
- Verwijder deze niet en breng een platte afdichting aan om de dichtheid te garanderen op het vlakke deel van het kunststof onderdeel.
4.5 Aansluiting van het hydraulische circuit met warmtewisselaar

text_image
1 2 3 4 5Verklaring
1 Ingang koud water (man G3/4")
2 Ingang warmtewisselaar (man G1")
3 Uitgang warmtewisselaar (man G1")
4 Retour omloopcircuit warm water (man G3/4")
5 Uitgaand warm water (man G3/4")
- Sluit de ingang koud water aan zoals aangegeven.
- Sluit de ingang van de warmtewisselaar aan zoals aangegeven.
- Sluit de uitgang van de warmtewisselaar aan zoals aangegeven.
- Sluit het uitgaande warme water aan zoals aangegeven.
• Zorg ervoor dat alle aansluitingen niet lekken.
4.6 Omloopcircuit
Het apparaat is standaard voorzien van een aansluiting voor de installatie van een omloopcircuit.
Deze voorbereide aansluiting is niet met een dop afgesloten.
- Als deze niet wordt gebruikt, moet u een passende dop en afdichting aanbrengen.
Wij raden echter het installeren van een circulatieleiding af, omdat door de wamteverliezen die erdoor ontstaan de boiler langzamer opwarmt, en in extreme gevallen de warmtepompboiler zijn ingestelde temperatuur niet kan bereiken.
Wanneer een omloopcircuit is geïnstalleerd, dan adviseren wij de volgende voorzorgen in acht te nemen:
- isoleer de leidingen zorgvuldig om de warmteverliezen tot een minimum te beperken.
- gebruik een recirculatiepomp met een debiet tussen 0,5 en 4 l/min.
- zorg voor een programmeersysteem om de omloopcircuit gedurende zo kort mogelijke tijdvensters te laten werken.
5 Overdrukventiel

Let op! Risico op scheuring van de boiler en grote lekken.
- Installeer verplicht een nieuw overdrukventiel (niet meegeleverd) dat is afgesteld op 7 bar op de koudwateraanvoer van het apparaat. Wij adviseren een overdrukventiel van het type met membraan. Dit overdrukventiel met NF-markering moet in overeenstemming zijn met de geldende nationale normen (NFD 36-401).
- Monteer het overdrukventiel zo dicht mogelijk bij de koudwateringang van het apparaat. De waterdoorlaat mag door geen enkele accessoire (waterregelventiel, drukreduceerventiel, enz.) worden belemmerd
- Dimensioneer de afvoer van het overdrukventiel volgens de geldende voorschriften. De afvoer van het overdrukventiel mag nooit worden afgesloten.
- Verbind de afvoer van het overdrukventiel door middel van een trechter zodat een vrije afstand mogelijk is van ten minste 20 mm.
- Verbind de afvoer van het overdrukventiel door middel van een verticale afvoerleiding waarvan de diameter ten minste gelijk is aan die van de verbindingsleidingen van het apparaat.
- Installeer de afvoer van het overdrukventiel in een vorstvrije omgeving en omlaag afl opend.

1 Overdrukventiel (voorbeeld)
- Als de voedingsdruk van het koude tapwater hoger is dan 5 bar, installeer dan een drukreduceerventiel stroomopwaarts van het overdrukventiel bij de toevoer van de installatie (een druk van 4 tot 5 bar wordt aanbevolen).

Opmerking
Wij adviseren een stopkraan stroomopwaarts van het overdrukventiel te installeren.
In het geval van een installatie met:
- leidingen met een kleine diameter
- keramische kranen
- Installeer, zo dicht mogelijk bij de kranen, anti-waterslagkraan of een geschikt expansievat in het tapwatersysteem.
6 Tapwatercircuit - Voorzorgen tegen corrosie

Let op! Risico op materiële schade.
- Gebruik voor het warme tapwatercircuit uitsluitend de volgende materialen, op voorwaarde echter dat deze geschikt zijn voor gebruik met tapwater:
- koper
- roestvrij staal
- messing
- PER
Afhankelijk van de gebruikte materialen in het warmwatercircuit, kan corrosie ontstaan door de combinatie van verschillende materialen. Deze bijzondere situaties moeten worden behandeld door het apparaat volgens de regels aan te sluiten op het tapwatercircuit via diëlektrische koppelingen (niet meegeleverd), zodat er geen galvanische brug kan ontstaan.
- Spoel de voedingsleidingen door voordat u het apparaat aansluit op het tapwatersysteem zodat er geen metalen of andere deeltjes in het apparaat terecht kunnen komen.
- Respecteer de normen die gelden in het land van gebruik, met name wat betreft de sanitaire omstandigheden en de drukveiligheidsvoorwaarden.
- De maximale temperatuur van het warme tapwater mag bij de tappunten nooit hoger zijn dan 50 °C voor het toilet en 60 °C voor ander gebruik. Installeer geschikte
thermostatische mengkranen om elk risico op brandwonden te voorkomen of pas de ingestelde temperatuur aan.
In gebieden met zeer hard water (TH>20 °F), adviseren wij het water te behandelen met een waterontharder stroomopwaarts van de warmtepompboiler. Het ontharde water moet in overeenstemming blijven met de in de normen vastgelegde criteria (Frankrijk: DTU 60-1 (TH>12 °F)).
In alle gevallen, onthard water of niet, moet het water in overeenstemming zijn met de in de normen vastgelegde criteria (Frankrijk: DTU 60-1 aanvulling nr. 4) voor warm water wat betreft:
- het chloorgehalte
- de soortelijke weerstand (tussen 2200 en 4500 ohm/cm)
- 12 °F < TH < 30 °F.

Opmerking
De garantie is niet van toepassing in het geval van storingen die het gevolg zijn van het negeren van deze punten of door gebruik van water dat niet voldoet aan de wettelijk vereiste kwaliteit.
7 Afvoer van het condenswater
- Houd u aan deze handleiding, de juridische richtlijnen en de lokale voorschriften ten aanzien van de afvoer van het condenswater.

1 Afvoerslang van het condenswater
- Verbind de afvoerslang van het condenswater met een geschikte afvoersifon.
De afvoerbuis van het condenswater mag niet rechtstreeks op het riool worden aangesloten. Hij moet in de open lucht uitkomen in een met water gevulde sifon.
- Sluit hem niet aan op een flexibel,
- Buig de slang niet zo dat het condenswater in de afvoerslang kan stagneren.
NL

text_image
OK OK X- Zorg ervoor dat de afvoerslang niet hermetisch dicht aangesloten is op de afvoerbuis.
- Zorg ervoor dat het condenswater niet stagneert in de afvoerslang.
8 Elektrische installatie

Gevaar!
Risico op elektrocutie door een verkeerde elektrische aansluiting!
Een verkeerde elektrische aansluiting kan de oorzaak zijn van een elektrocutie of kan een negatief effect hebben op de veilige werking van het apparaat en kan materiële schade veroorzaken.
- De elektrische aansluiting van het apparaat mag uitsluitend door een gekwalificeerde vakman worden uitgevoerd.

text_image
1 2 20 mm max.Verklaring
Bij het aansluiten van elektrische kabels op een connector van de elektronische printplaat:
- De afstand tussen de kabelhuls en de connector mag niet groter zijn dan 20 mm.
- Als dit niet mogelijk is, moet u de elektrische draden samenbinden met een klemmenstrook.

Gevaar!
Risico op elektrocutie.
Condensatoren houden na het wegvallen van de spanning nog gedurende een aantal uren een elektrische lading.
- Raak de aansluitingen van de condensato-ren niet aan, zelfs niet nadat het apparaat is uitgeschakeld.
8.1 Aansluiting op de elektrische voeding (netspanning)

Let op!
Risico op schade door overspanning.
Als de netspanning hoger is dan 253 V, kunnen de elektrische componenten beschadigen als gevolg van de te hoge spanning.
- Zorg ervoor dat de nominale spanning van het net 230 V is

Let op!
Risico op schade door oververhitting.
Het apparaat kan alleen werken als het gevuld is met water.
- Schakel het apparaat niet in zolang het reservoir niet volledig met water gevuld en ontlucht is.
- Sluit het apparaat rechtstreeks aan op een goed bereikbaar schakelbaar wandstopcontact.
Deze aansluiting moet worden uitgevoerd door middel van een connector met een afstand van ten minste 3 mm tussen elk contact.
- De polariteit van het apparaat is belangrijk, houd u aan deze polariteit:
Bruine draad = Fase 230 V
Blauwe draad = Nulleider
Groen/gele draad = Aarding
De polariteit moet correct en in overeenstemming zijn met de geldende normen.
- Verbind de voedingskabel van het apparaat met het eenfasige 230 V net + aarde.
- Zorg voor de correcte aansluiting van de fasedraad en de nulleider op het apparaat.
- Gebruik voor de elektrische verbinding een kabel met een diameter van maximaal 10 mm.
In de installatie kan een aanvullende beveiliging worden opgenomen als overspanning categorie II vereist is.

1 Aansluiting van de voeding van het apparaat
Een volledige onderbreking van de voeding die voldoet aan de voorwaarden van categorie III moet worden opgenomen in vaste leidingen, in overeenstemming met de installatieregels.
- Bescherm het apparaat met een bipolaire stroomonderbreker van 16 A met een opening van de contacten van ten minste 3 mm, en een verliesstroomschakelaar van 16 A met een differentiaal van 30 mA.
8.2 Aansluiting van de piekurenkabel HC/HP
- Om de werking van het apparaat te beperken tot de daluren (nachtstroomtarief)), sluit u het potentiaalvrije contact aan dat afkomstig is van de elektriciteitsmeter (enkel van toepassing in Frankrijk).

- Verwijder de kap aan de bovenkant (zie hoofdstuk "Demontage en montage van de kap") en verwijder de zwarte beschermkap van de elektronische printplaat.
- Sluit het potentiaal vrije contact aan dat afkomstig is van de elektriciteitsleverancier.
NL
- contact open: nachtstroom.
- contact gesloten: dagstroom.
- Leid de kabel door een ongebruikte kabeldoorvoer aan de achterkant van het apparaat en let er daarbij op dat de uitsnijding niet te groot is, want hierdoor kan omgevingslucht lekken (luchtdichtheidstest).
- Voor de instelling van de nachtstroomfunctie (zie hoofdstuk "Keuze van de niveaus van tijdelijke stroomafsluiting").

Opmerking
Alleen een extern contact van het type potentiaalvrij "droog contact" is toegelaten. Anders bestaat en risico op beschadiging van de elektronische printplaat.
- Leid een 2-draads kabel van 0,75 mm ^2 met metalen kabelschoenen door een vrije kabeldoorvoer aan de achterkant van het apparaat en breng het einde van de kabel bij de elektronische printplaat.
- Het andere einde van de kabel moet worden aangesloten op het contact van de elektriciteitsleverancier.
- Steek de 2-draads kabel door een kabeldoorvoer van de doos van de elektronische printplaat.
- Sluit de 2-draads kabel aan op de ingang (1) van de elektronische printplaat (2) nadat u de bestaande rode doorverbinding ervan hebt verwijderd.
de programmering van de tijdvensters en het "dalurencontact" hebben hetzelfde doel: verlaging van het energieverbruik (kW/u) van het apparaat gedurende bepaalde periodes.
De regeling van het apparaat past deze twee functies in serie toe, dat wil zeggen dat als de ene de werking van het apparaat toestaat, de tweede dat ook moet toestaan.
- Als het apparaat wordt bestuurd via het dalurencontact, moet u de gebruiker hierover informeren, zodat deze bij een eventuele programmering van de tijdvensters rekening houdt met de tijden van de piekuren en de daluren (dagstroom/nachtstroom).
8.3 Instelling van de ventilatorsnelheid
- Als het apparaat is aangesloten op een kanaalsysteem dat langer is dan een bepaalde totale lengte (5 m fl exibel, 10 m met vaste buizen), pas dan de ventilatorsnelheid aan zodat deze het drukverlies in het luchtkanaal kan overwinnen.
De verandering van de snelheid gebeurt in de elektrische doos van het apparaat:
- Verwijder de kap aan de bovenkant (zie hoofdstuk "Demontage en montage van de kap").
- Schroef de beschermkap van de elektronische printplaat los en verwijder hem.
- Verplaats de grijsblauwe draad van de ventilator op de condensator van 4 µf om de condensator te overbruggen.
- Verplaats deze grijsblauwe draad naar de dubbele aansluiting waarop de nulleider (blauw) aankomt vanaf de elektronische printplaat zoals is aangegeven op het schema hieronder.

8.4 Ventilatiemodus door externe aansturing
Het apparaat kan worden gebruikt voor het permanent ventileren van de ruimte waarin het is geïnstalleerd, ook als de opwarmcyclus is voltooid.
- Om de werking van de ventilator te verbieden, sluit u het potentiaalvrije contact aan dat afkomstig is van een externe ventilatieregeling (hygrostaat).
-
Ga op dezelfde manier te werk als bij het aansluiten van het contact van de elektriciteitsleverancier, door de 2-draads kabel aan te sluiten op ingang 2 van de elektronische printplaat
-
Contact open = De ventilator werkt niet
- Contact dicht = De ventilator werkt
- Stel de regelaar in op de modus "Ventilatie met aansturing door externe regelaar": modus VENT 3
8.5 Ligging van de kabels
- Leid de kabels met een zeer lage spanning en die met een lage spanning door verschillende kabelhulzen.

text_image
1 Verklaring 1 Kabeldoorvoeren9 Inbedrijfstelling
- Raadpleeg de gebruikshandleiding voordat u het apparaat in bedrijf stelt.
- Contoleer of het apparaat goed is geaard.
- Controleer of de hydraulische en elektrische aansluitingen zijn uitgevoerd.
- Controleer of de aansluitingen niet lekken.
- Open alle stopkranen van de hydraulische circuits.

Let op! Risico op schade door werking zonder water.
Een elektrische weerstand die niet is ondergedompeld brandt direct door als hij onder spanning wordt gezet.
- Vul de boiler voordat deze elektrisch wordt aangesloten en in bedrijf wordt gesteld.
9.1 Vulling van het hydraulische circuit
• Maak het apparaat los van het elektriciteitsnet.
- Open het hoogste warmwatertappunt van de installatie.
- Open de aanvoerkraan van het koude water bij het overdrukventiel.
- Vul de boiler tot er water uit het hoogste tappunt stroomt.
- Sluit het warmwatertappunt.
- Raadpleeg voor het met water vullen van de optionele warmtewisselaar (versie Magna Aqua 300/2 C) de gebruiksaanwijzing van de bijverwarming.
9.2 Inschakeling en instelling van het apparaat
- Steek de stekker in het stopcontact of zet de voedingsschakelaar van het apparaat in de stand "aan".
Het apparaat start op en de temperatuur van het warme water verschijnt even later op het scherm. Als de temperatuur van het warme water lager is dan de gewenste temperatuur, dan schakelt de warmtepomp in. Bij het inschakelen van het apparaat zal de temperatuur die verschijnt, de temperatuur zijn van het koude water dat binnenkomt.

Opmerking
Het opwarmen tot aan de maximale temperatuur (60 °C) duurt de eerste keer tussen 9 en 11 uren. De duur is afhankelijk van de omgevings-temperatuur.
- Controleer of het apparaat werkt als u de elektrische aansluiting tot stand hebt gebracht (luchtstroming bij de ingang/uitgang van het apparaat).

Gevaar!
Risico op brandwonden.
De temperatuur van het water uit de tappunten kan oplopen tot 65 °C als de antilegionellabescherming is ingeschakeld.
- Neem uw voorzorgen en controleer of het water niet te warm is bij de tappunten voordat u uw handen onder de kraan houdt.
- Open een van de warmwatertappunten om na te gaan of het water wel warm is.

Opmerking
In de fabriek is de temperatuur van het warme water ingesteld op 55 °C.
- Controleer regelmatig of er geen storingscode verschijnt (als er een storingscode is, raadpleeg dan § "Overzicht van de storingscodes").
- Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor het aanpassen van de temperatuur van het warme water.
- Raadpleeg de gebruiksaanwijzing voor het inschakelen van de antilegionellafunctie.
9.2.1 Werkingsmodi
9.2.1.1 Standaardmodus
De warmtepompboiler werkt met voorrang met de warmtepomp zolang de temperatuur van de aangezogen lucht tussen -7 °C en +35 °C blijft. Buiten dit temperatuurgebied, wordt het tapwater verwarmd door middel van een aanvullende warmtebron (ketel of elektrisch verwarmingselement).
9.2.1.2 Minimale temperatuur modus
Als er veel warm water wordt verbruikt, heeft de warmtepompboiler een comfortfunctie die de bijverwarming inschakelt als er nog maar 120 liter van de boiler warmer is dan 38°C is.
9.2.1.3 Maximale tijd modus
Deze instelling schakelt de bijverwarming in als het opwarmen te lang duurt.
9.2.1.4 Boostfunctie
Als er in korte tijd veel warm water wordt verbruikt, heeft de warmtepompboiler een (door de gebruiker in te schakelen) "boost"-functie die zorgt voor een snelle opwarming van het water tot de gewenste temperatuur (bijvoorbeeld 50 °C) door middel van de warmtepomp en de bijverwarming.
Deze functie schakelt uit zodra de ingestelde temperatuur is bereikt (bijv. 50 °C).
9.2.2 Keuze van de bijverwarming
De warmwaterproductie kan worden verzorgd door een verwarmingsketel, met behulp van de ingebouwde warmtewisselaar. Om te profi teren van de intelligente regeling en het optimale energieverbruik van de Magna Aqua 300/2 C, gaat u als volgt te werk:
- Verwijder de kap aan de bovenkant (zie hoofdstuk "Demontage en montage van de kap").
- Schroef de zwarte beschermkap van de elektronische printplaat los en verwijder de beschermkap.
- Sluit het potentiaalvrije contact aan met behulp van een 2-draads kabel van 1,5 mm² (met metalen aansluitingen) tussen de uitgang gemerkt "14-15" op de elektronische printplaat van de warmtepompboiler en de thermostaatingang van de verwarmingsketel.
De uitgang "Alarm" is niet geactiveerd, deze wordt nu gebruikt als uitgang voor de besturing van de verwarmingsketel.
De gebruiker heeft de mogelijkheid om te kiezen voor een elektrische bijverwarming of voor de verwarmingsketel (werking in de zomer of in de winter bijvoorbeeld). Standaard is de elektrische bijverwarming geselecteerd.

text_image
Ph N 2 N 3 Ph 4 Ph 5 N 6 7 8 9 10 11 Ph 12 N 13 14 15 1 Verklaring- Zie vervolgens hoofdstuk "Keuze van de bijverwarmingsketel" voor de noodzakelijke instellingen.

Let op! Risico op beschadiging van de elektronische printplaat.
- Zet nooit 230 V op het contact van de verwarmingsketel.
- Meet de spanning vóór de aansluiting.
9.3 Instellingen [systeemparameters]
Afhankelijk van de confi guratie van de installatie, moeten bepaalde parameters worden bijgesteld voor een optimale werking van het apparaat.
- Raadpleeg de installatiehandleiding voor het instellen van de taal, de tijd en de programmering.
9.3.1 Toegang tot het installateursmenu
• Druk op de toets "MENU"
- Draai de draaiknop tot het scherm "INST. MENU" toont.
- Druk gedurende 3 sec. tegelijk op de toetsen "Instelling klok" en "Menu" tot "PARA METER S" verschijnt, de eerste functie van het installateursmenu.
9.3.2 Instelling van de werkingsparameters
- Draai, in het menu "INSTALLATEUR", de draaiknop naar "PARA METER 5".
PARA METER S
• Druk op de draaiknop
- Draai en druk op de draaiknop om de parameter te selecteren
- Draai de draaiknop om de parameter te wijzigen
- Druk op de draaiknop om de waarde te bevestigen.
| Parameter Omschrijving Eenheid Bereik Fabrieks-instelling | ||||
| ANTI. LEG. | Interval van de antilegionnel-lacycli | Dagen 0 | tot 99 0 | |
| TUJDELLJKE STROOMAFSLUITING | Mate van toelatingen bij piekuren | - | 0, 1 of 2 | 1 |
| TETTP ITINI | Activering bijverwarming min. temperatuur. | - | 0 of 1 | 0 |
| VENT. MODU S | Ventilatiemodus | - | 1, 2 of 3 | 1 |
| MAX. TJO | Max. verwarmingstijd. | uren | 1 tot 24 | 24 |
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
9.3.2.1 Instelling antilegionellacyclus
ANTILEG. NEE
• Druk op de draaiknop
- Draai de draaiknop om de frequentie in dagen te selecteren (vb. hieronder)
ANTILEG. 8
• Druk op de draaiknop om de waarde te bevestigen
Bijvoorbeeld: ANTI. LEG. = 8, de antilegionellacyclus vindt elke acht dagen plaats om 22 u.
Fabrieksinstelling = MEE
In de vorstbeveiligingscyclus (vakantie) start na een periode van drie dagen automatisch een antilegionellacyclus, zelfs als de gebruiker deze functie niet heeft geprogrammeerd.
Tijdens de antilegionellacyclus, brengt de warmtepomp de temperatuur naar 60 °C of hoger. Als de temperatuur van het warme tapwater al is ingesteld op 60 °C (zie § "Instelling van de watertemperatuur"), dan is er geen antilegionellacyclus omdat deze permanent is.
Als een cyclus wordt onderbroken tijdens een periode waarin de bijverwarming niet is toegestaan (signaal "piekuren" of geprogrammeerd tijdvenster), dan wordt de cyclus opnieuw gestart zodra de bijverwarming weer is toegestaan.
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
9.3.2.2 Keuze van de niveaus van tijdelijke stroomafsluiting
De werking van de tijdelijke stroomafsluiting is gekoppeld aan het gebruik van de kabel die het signaal HC/HP (nachttarief/dagtarief) van de elektriciteitsleverancier doorgeeft (zie hoofdstuk Aansluiting van de piekurenkabel HC/HP).
U kunt de elementen selecteren die tijdens de piekuren (dagtarief) mogen werken (warmtepomp, elektrische bijverwarming of verwarmingsketel).
Vanwege het risico van tegenstrijdigheid van de commando's die het apparaat ontvangt, is de tijdelijke stroomafsluiting (ingesteld door de installateur) niet te gebruiken in combinatie met de programmering van de tijdvensters (gebruikersmenu).
• Overleg met de gebruiker om het beste compromis te bereiken.
MODE. DALUU 1
• Druk op de draaiknop
- Draai de draaiknop om de modus te selecteren (vb. hieronder)
MODE. DALUU 0
• Druk op de draaiknop om de waarde te bevestigen
- MODE 0 = Geen enkel element mag werken
- MODE 1 = Alleen de warmtepomp mag werken
- MODE 2 = De warmtepomp en de bijverwarming mogen werken (opheffen van de functie "tijdelijke stroomafsluiting")
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
9.3.2.3 Instelling van de ventilatiemodus
VENT. MODUS
• Druk op de draaiknop
- Draai de draaiknop om de modus te selecteren (vb. hieronder)
VENT. MODUS 2
- MODE 1 = Ventilatie alleen tijdens het verwarmen van het water
- MODE 2 = Permanente ventilatie
- MODE 3 = Ventilatie tijdens het verwarmen van het water en ventilatie aangestuurd door externe regelaar (hygrostaat bijvoorbeeld).

Opmerking
De kabel van de externe aansturing wordt aangesloten op de ingang "externe regeling ventilatie" van de moederkaart (zie elektrisch schema).
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
9.3.2.4 Instelling min. temperatuur
Het is mogelijk om de bijverwarming te laten inschakelen als aanvulling op de werking van de warmtepomp om te voorkomen dat de temperatuur van het water daalt onder de minimale comforttemperatuur van 38 °C. De bijverwarming komt dan in werking tot de temperatuur is gestegen tot 43 °C en stopt daarna. De warmtepomp verwarmt de boiler verder.
TEMP MINI NEE
• Druk op de draaiknop
- Draai de draaiknop om de modus te selecteren (vb. hieronder)
TEMP MINI 43°C
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.

Opmerking
Standaard is deze functie niet actief. Tijdens de tijdelijke stroomafsluiting is de comfort- functie uitgeschakeld.
9.3.2.5 Instelling max. verwarmingstijd
Het is mogelijk om de tijdsduur in te stellen waarbij de bijverwarming wordt gebruikt naast de warmtepomp om het verwarmen van de boiler te versnellen.
MAX. TIJO MEE
• Druk op de draaiknop
- Draai de draaiknop om de duur te selecteren (vb. hieronder)
MAX. TIJO 30
- Druk op de draaiknop om de waarde te bevestigen

Opmerking
Standaard is deze functie niet actief. Hoe korter de ingestelde maximale tijd, hoe vaker de bijverwarming zal inschakelen en hoe hoger dus de energierekening zal zijn.
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
9.3.3 Resetten van de parameters
Door het resetten van de parameters worden de fabrieksinstellingen teruggezet.
- Draai, in het menu "INSTALLATEUR", de draaiknop naar "RESE T PAR".
RESE T PAR.
• Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen
- Draai de draaiknop om "JR" te selecteren
RESE T PAR. JA
- Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen.
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
9.3.4 Weergave van de ingangen
Via het menu "DISPLAY VAN DE INGANGEN" kunt u in real time de informatie van de verschillende sondes en sensoren zien.
| Weergave Omschrijving Indic. | ||
| WATER | Temperatuur van het warme water onderin de warmtepompboiler | Twater |
| LUCHT | Temperatuur van de door de warmtepomp aangezogen lucht | Tlucht |
| T_VE RDAMP. | Temperatuur van de verdamper van de warmtepomp (uitgang expansieventiel) | T_ONTDOOI. |
| MODE. DALUU | Ingang dalurencontact(0 = contact open; 1 = contact dicht) | daluren |
| VENT. CONT R | Ingang hygrostaat(0 = contact open; 1 = contact dicht) | Hygrostaat |

Opmerking
De temperatuur die permanent op het scherm staat is het gevraagde instelpunt en niet de beschikbare watertemperatuur.
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
9.3.5 Lezen van de tellers
Via het menu "TELLERS" kunt u bepaalde statistieken van de werking van de la warmtepomp en van de bijverwarming zien.
- Draai, in het menu "INSTALLATEUR", de draaiknop naar "TELLERS"
TELLERS
- Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen.
- TELLER M1 = Aantal inschakelingen van de warmtepomp.
- TELLER N2 = Aantal inschakelingen van de elektrische bijverwarming of ketel.
- TELLER N3 = Niet gebruikt.
- TELLER NY = Aantal draaiuren van de compressor.
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
9.3.6 Blokkering van het installateursmenu
Via het menu "BLOKKEREN" kunnen 3 te blokkeren toegangsniveaus naar de menu's worden ingesteld.
- Draai, in het menu "INSTALLATEUR", de draaiknop naar "BLOK KEREN".
BLOK KEREN
- Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen.
BLOK KEREN NEE
- Draai de draaiknop om het blokkeringsniveau te selecteren (vb. hierboven)
- NEE = De blokkering is niet geactiveerd, de handmatige blokkering is echter mogelijk door gedurende 3 sec. op de toets "MENU" te drukken.
- AUTO = Blokkering van de toegang tot de menu's met tijdelijke deblokkering (60 sec) mogelijk door gedurende 3 sec. op de toets "MENU" te drukken.
- PRO = Blokkering van de toegang tot de menu's met tijdelijke deblokkering (30 sec)
De deblokkering is mogelijk door gedurende 3 sec. tegelijk op de toetsen "MENU" en "INST. KLOK" te drukken.
- Druk op de draaiknop om de waarde te bevestigen.
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
9.3.6.1 Opheffen van de blokkering "AUTO"

Opmerking
Als de blokkering is geactiveerd, is er alleen toegang mogelijk tot de deblokkering en het resetten van de storingen.
50°C
• Druk gedurende 3 sec. op de toets "MENU".
- Draai de draaiknop om "JR" te selecteren
DEBL OKKEE R NEE
- Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen.
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
9.3.6.2 Opheffen van de blokkering "PRO"
50°C
• Druk gedurende 3 sec. op de toets "MENU".
DEBL OKKEE R NEE
- Druk gedurende 3 sec. op de toets "KLOK" en op de draaiknop.
DEBL OKKEE R JA
- Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen.
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
9.3.6.3 Handmatige blokkering direct vanuit het hoofdscherm

Opmerking
Parameter bereikbaar zonder naar het installateurs-menu te gaan, op voorwaarde dat de blokkering niet al geactiveerd is.
- Druk gedurende 3 sec. op de toets "MENU".
- Draai de draaiknop om het blokkeringsniveau "JR" of "NEE" te selecteren
BLOK KEREN JA
- Druk op de draaiknop om uw keuze te bevestigen.
- De handmatige deblokkering gebeurt door gedurende 3 sec. op de toets "MENU" te drukken.
- Druk op de toets "MENU" om terug te gaan naar het beginscherm.
9.4 Voorbereiding op de "luchtdichtheidstest"
Met de zogenaamde "luchtdichtheidstest" wordt de luchtdichtheid van een woning vastgesteld voor de oplevering ervan.
Het apparaat is ontworpen om jarenlang optimale energetische prestaties te garanderen met behoud van de kwaliteit van het product.
Om dit hoge kwaliteitsniveau te beschermen, hebben wij een veiligheid ingebouwd voor de afvoer van het condenswater die in werking komt in het geval dat de hoofdafvoer verstopt is.
Deze veiligheidsafvoer wordt als een lek gedetecteerd tijdens de "luchtdichtheidstest".
Om deze reden vindt u in het etui met de documenten die bij het apparaat zijn geleverd, een gekleurde dop waarmee u de overstroombeveiliging van het condenswater moet afsluiten.

1. Dop voor de overstroombeveiliging van het condenswater

Let op!
Risico op overstroming.
De overstroombeveiliging van de afvoer van het condenswater moet altijd vrij zijn.
- Verwijder de dop voordat het apparaat wordt ingeschakeld.
9.5 Informatie voor de gebruiker
Na het uitvoeren van de installatie:
- Leg de werking van het systeem uit aan de gebruiker.
- Wijs hem in het bijzonder op de veiligheidsvoorschriften waar de gebruiker zich aan moet houden.
- Informeer de gebruiker over de noodzaak van het regelmatig onderhoud van het apparaat (onderhoudscontract).
- Wijs de gebruiker op de maatregelen die genomen moeten worden voor de aanvoer van frisse lucht.
- Beantwoord de eventuele vragen van de gebruiker.
- Informeer de gebruiker over de belangrijkste instellingen voor energiebesparing (zie hoofdstuk "Tips voor een optimaal energieverbruik van uw apparaat" van de gebruiksaanwijzing).
10 Onderhoud
Werkzaamheden aan het koelmiddelcircuit mogen uitsluitend worden uitgevoerd door een gekwalifi ceerde technicus, die beschikt over een verklaring van bekwaamheid volgens de geldende regels.
De risico's op lekkage kunnen niet worden uitgesloten voor apparaten die bestemd zijn om jarenlang te werken en blootstaan aan wisselende buitenomstandigheden.
Het gebruikte koelmiddel bevat gassen die, als zij ontsnappen in de atmosfeer, schadelijk kunnen zijn voor het milieu, doordat zij de ozonlaag aantasten en een broeikaseffect met opwarming van de aarde veroorzaken.
Het koelmiddel mag niet in de atmosfeer terechtkomen. Voor alle werkzaamheden aan het circuit moet het medium worden teruggewonnen.
- Alleen een gekwalificeerde vakman mag onderhoud aan het apparaat uitvoeren.
10.1 Naleving van de onderhoudsintervallen
- Om de prestaties van het apparaat te behouden en de levensduur ervan te verlengen, adviseren wij het jaarlijks te laten controleren en onderhouden door een erkende vakman. Een aantal van deze controles is overigens verplicht om de fabrieksgarantie te behouden.
10.2 Voorbereiding van het onderhoud
10.2.6.1 Levering van onderdelen voor onderhoud en reparaties
- Gebruik bij het uitvoeren van onderhoud en reparaties uitsluitend originele onderdelen van Bulex.
Originele componenten van het apparaat zijn op dezelfde wijze gecertifi ceerd als het apparaat in het kader van de EG-conformiteitscontrole. Wanneer geen originele gecertifi ceerde onderdelen van Bulex worden gebruikt bij het onderhoud of de reparatie, vervalt de EG-conformiteit van het apparaat. Om deze reden adviseren wij u nadrukkelijk uitsluitend originele onderdelen van Bulex te gebruiken.
10.3 Aanwijzingen voor het onderhoud
Houd u aan de elementaire veiligheidsaanwijzingen voordat u onderhoud uitvoert of onderdelen vervangt:
- Zet het apparaat uit.
- Onderbreek de elektrische voeding van het systeem.
- Isoleer het hydraulisch circuit van het apparaat met behulp van de stopkranen, indien van toepassing.
- Tap het apparaat af als u componenten van het hydraulisch circuit van het apparaat moet vervangen.
- Bescherm alle elektrische componenten tegen water tijdens de werkzaamheden aan het apparaat.
• Wacht tot de ventilator volledig is gestopt.
10.4 Onderhoudswerkzaamheden
- Controleer de goede werking van de veiligheidsorganen.
- Controleer de dichtheid van het koelmiddelcircuit.
- Controleer de dichtheid van de hydraulische circuits.
- Controleer de goede werking van het overdrukventiel.
- Controleer of er geen sporen van roest of olie zijn rondom de componenten van het koelmiddelcircuit.
- Controleer of de componenten van het apparaat niet zijn versleten of gebroken.
- Controleer of de draden in de elektrische klemmen goed vastzitten.
- Controleer de aarding van het apparaat.
- Controleer de begintemperatuur van de warmtepomp en controleer de instelpunten.
- Controleer of er geen ijsafzetting is op de compressor.
• Maak de elektrische voedingskast stofvrij. - Reinig de verdamper en controleer/herstel de luchtcirculatie tussen de lamellen en rondom het apparaat. Ga voorzichtig te werk om de lamellen niet te beschadigen.
-
Controleer het vrij draaien van de ventilator.
-
Controleer of het condenswater correct wordt afgevoerd.
- Controleer de anticorrosie-anode. (zie hoofdstuk "controle van de beschermingsanode")
- Wij adviseren het apparaat periodiek te controleren op kalkafzetting en deze indien nodig te verwijderen via het hiervoor bestemde controleluik (zie paragraaf "Aftappen van het apparaat")
- Controleer de kalkafzetting op de elektrische weerstand (bij een kalkdikte van meer dan 5 mm moet de weerstand worden vervangen)
- Controleer of de afdichting van het controleluik niet lekt. Wij adviseren de afdichting na ieder openen van het luik te vervangen.
10.5 Aftappen van het apparaat
- Onderbreek de elektrische voeding van het apparaat.
- Sluit de toevoer van koud water bij het overdrukventiel.
- Zorg ervoor dat het overdrukventiel een afvoer voor het gebruikte water heeft.
- Open de klep van het overdrukventiel en laat het warme water van de boiler wegstromen in de afvoer.
- Open het hoogste warmwatertappunt van de installatie.
- Als al het water eruit is gestroomd, sluit dan het warmwatertappunt en daarna de klep van het overdrukventiel.
10.6 Controle van de beschermingsanode
De in de boiler gemonteerde anticorrosie-anode moet na de inbedrijfstelling van de warmtepompboiler met regelmatige intervallen, ten minste eenmaal per jaar, worden gecontroleerd.

Controleer de anode als volgt op erosie:
- Stop het systeem.
- Onderbreek de elektrische voeding van het systeem.
- Isoleer het hydraulische circuit van het apparaat met behulp van de stopkranen.
- Tap ten minste 100 liter water af uit de boiler.
• Draai de 2 schroeven (1) los.
• Verwijder de voorkap (2). - Maak de elektrische draden los, schroef de beschermingsanode van de boiler los en verwijder hem volledig.
- Controleer de beschermingsanode.
De uitwendige diameter van de beschermingsanode moet ten minste 15 mm zijn. De beschermingsanode moet een gelijkmatig oppervlak hebben. Als de uitwendige diameter onvoldoende is of als het oppervlak ongelijkmatig is, dan is vervangen noodzakelijk.

Opmerking
Als de beschermingsanode niet in goede staat verkeert zal het apparaat minder lang meegaan en vervalt de garantie.
10.7 Resetten van veiligheidsthermostaat
Controleer, voordat u de thermostaat reset:
- Of de werking ervan niet onmogelijk is gemaakt door een "daluren"-contact of een geprogrammeerd tijdvenster.
- Of de veiligheidsthermostaat van de elektrische bijverwarming niet is geactiveerd als gevolg van oververhitting (>85 °C).
- Of de elektrische weerstand geen kalkafzetting heeft.

1 Veiligheidsthermostaat
2 Resetknop

Opmerking
Wijzig niets aan de instelling van de veiligheids-aquastaat.
10.8 Controle van de elektrische installatie
- Houd u bij het controleren van de elektrische installatie aan alle geldende wettelijke voorschriften.
10.8.1 Controle van de kabels
Als de voedingskabel van dit apparaat is beschadigd, mag deze voedingskabel, om ieder risico en gevaar te voorkomen, alleen door de fabrikant, de aftersales service of een gelijkwaardig gekwalifi ceerde technicus worden vervangen.
- Raadpleeg, bij het vervangen van de voedingskabel, hoofdstuk "Elektrische installatie".
10.9 Inbedrijfstelling na het uitvoeren van onderhoud
- Na het uitvoeren van de onderhoudswerkzaamheden, stelt u het apparaat weer in bedrijf (zie hoofdstuk "Inbedrijfstelling").
- Controleer, na de werkzaamheden, de dichtheid van de componenten van het hydraulische systeem.
- Test de werking en controleer de veiligheid van het systeem na afl oop van de werkzaamheden.
11 Oplossen van storingen
11.1 Resetten na een storing
Voordat u een specifi eke diagnose gaat uitvoeren, moet u de volgende punten controleren:
- Controleer of er geen stroomstoring is en dat het apparaat correct is aangesloten.
- Controleer of alle stopkranen open zijn.
11.2 Storingscodes
Een overzicht van de storingscodes vindt u in de bijlage (zie "Overzicht van de storingscodes").
In geval van een onregelmatigheid, staat het nummer van de storingscodes op het display van het apparaat
• Voer de reparaties uit (indien nodig).
- Start het apparaat op met de Aan/Uit-schakelaar.
12 Defi nitief buiten gebruik stellen
- Zet het apparaat uit.
- Onderbreek de elektrische voeding van het apparaat.
- Tap het apparaat af (zie hoofdstuk "Onderhoud").
- Recycleer of demonteer het apparaat en zijn componenten (zie hoofdstuk "Recycling").
13 Recycling
13.1 Verpakking
- Sorteer het afval zo dat het afval dat gerecycleerd kan worden (karton, plastics, enz.) gescheiden wordt van het afval dat niet gerecycleerd kan worden (omspanning, enz.).
- Verwerk het afval in overeenstemming met de geldende wettelijke voorschriften.
13.2 AEEA: Recycling van het apparaat en zijn componenten
Het apparaat moet worden gerecycleerd in overeenstemming met de AEEA-richtlijn (afval van elektrische en elektronische apparatuur) die met name voorschrijft:
- het gescheiden inzamelen van afval van elektrische en elektronische apparatuur,
- het systematisch gescheiden verwerken van bepaalde zogenaamde gevaarlijke componenten en stoffen,
- het hergebruik, de recycling en de opwerking van ingezamelde elektrische en elektronische apparatuur.

- Gooi uw product of zijn accessoires niet weg met huishoudelijk afval.
-
Zorg ervoor dat het apparaat en zijn eventuele accessoires na gebruik op de juiste manier wordt verwerkt.
-
Lever het apparaat in bij een inzamelpunt voor de behandeling, opwerking en recycling van elektrisch en elektronisch afval.
- Houd u aan alle geldende wettelijke voorschriften.

Opmerking
Door het naleven van deze richtlijn draagt u bij aan het behoud van het milieu en van de natuurlijke hulpbronnen en beschermt u de volksgezondheid.
13.3 Koelmiddel

Gevaar!
Risico op brandwonden door koelmiddel R134a.
Het apparaat bevat een koelmiddel en moet met zorg worden behandeld.
- Het koelmiddel mag uitsluitend door een bevoegde specialist worden verwerkt.
- Vermijd ieder contact met de huid en met de ogen.

Opmerking
De recycling van het koelmiddel mag alleen worden uitgevoerd door de gekwalificeerde vakman die het apparaat heeft geinstalleerd.
R134a is een fl uorhoudend gas met een broeikaseffect (Kyoto-protocol over broeikasgassen 1975). Bij normaal gebruik en onder normale omstandigheden is dit koelmiddel ongevaarlijk. Het koelmiddel mag niet in de atmosfeer terechtkomen, tenzij dit noodzakelijk is voor de veiligheid van personen.
- Voordat het apparaat wordt afgedankt, moet het koelmiddel op correcte wijze worden teruggewonnen in een geschikte fl es om te worden hergebruikt.
Degene die deze terugwinning uitvoert moet beschikken over een certifi cering in overeenstemming met de geldende wetgeving.
Deze technische gegevens gelden voor een nieuw apparaat met goed functionerende warmtewisse-laars.
| Beschrijving Eenheid Magna Aqua 300 /2 C | ||
| Nominale inhoud van de boiler l 290 | ||
| Uitwendige diameter van de boilercilinder mm 700 | ||
| Hoogte mm 1658 | ||
| Netto gewicht van het apparaat k | g | 120 |
| Gewicht van het apparaat, gebruiksklaar en gevuld met water k | g | 410 |
| Materiaal van de boilerketel / ingebouwde warmtewisselaar | g eëmailleerd staal | |
| Thermische isolatie van de boiler - | polyurethaanschuim 45 mm | |
| Anticorrosiebescherming | - | magnesiumanode |
| Maximale druk van het tapwatercircuit | bar 7 | |
| M pa 0,7 | ||
| Oppervlakte van de ingebouwde warmtewisselaar | m^2 | 1,45 |
| Max. temperatuur van het tapwater met warmtepomp | °C | 60 |
| Max. temperatuur van het tapwater met elektrische bijverwarming | °C | 65 |
| Max. bruikbaar volume warm water V_max | l | 406,5 |
| Opgenomen vermogen bij gestabiliseerde werking P_es | kW 0,03 | |
| Gegevens van de warmtepomp | ||
| Type van het koelmiddel | R134a | |
| Hoeveelheid koelmiddel voor een complete vulling | kg | 0,95 |
| Max. hoge druk van de warmtepomp | bar | 25 |
| Mpa 2,5 | ||
| Max. lage druk van de warmtepomp | bar | 11 |
| Mpa 1,1 | ||
| Temperatuurbereik van de aangezogen lucht | °C | -7 / +35 |
| Max. luchtdebiet van de warmtepomp (bij snelheid 2) | m^3/u | 450 |
| Max. totale lengte luchtkanaal (∅ 160 mm) bij flexibele buizen | m | 10 |
| Max. totale lengte luchtkanaal (∅ 160 mm) bij vaste kanaal | m 20 | |
| Geluidsdrukniveau bij snelheid 1 | dB(A) | 36 op 2 m |
| Max. debiet van het condenswater | L / u 0,3 | |
| Nominaal vermogen van de warmtepomp voor water van 60 °C | W | 700 |
| Door de warmtepomp teruggegeven vermogen (water van 45 °C) | W | 1650 |
| Tapcyclus (volgens EN16147) - XL | ||
| COP met lucht van 25°C (volgens EN16147) | - | 3,45 |
| COP met lucht van 15°C (volgens EN16147) | - | 3,30 |
| COP met lucht van 7°C (volgens EN16147) | - | 3,03 |
| COP met lucht van 2°C (volgens EN16147) | - | 2,52 |
| COP met lucht van -7°C (volgens EN16147) | - | 2,20 |
| Elektrische gegevens | ||
| Spanning en frequentie van de voeding van het product | V/Hz | 230 V - 50 Hz |
| Maximale stroomsterkte van het voedingscircuit | A 16 | |
| Lengte van de meegeleverde voedingskabel | m | 2,5 |
| Max. vermogen | W | 2200 |
| Index van de elektrische veiligheid van het product | - | IPX1 |
| Nominaal vermogen van de elektrische bijverwarming | W | 1500 |
| Thermische belasting van de elektrische bijverwarming | W/cm2 | 12 |
| Hydraulische aansluitingen | ||
| Aansluitingen van het tapwatercircuit | inch | M 3/4 |
| Aansluitingen van de ingebouwde warmtewisselaar | inch | M 1 |
15 Bijlage
15.3.1 Vermogenskromme van de warmtepomp

A Prestatiecoëfï ciënt
B Luchttemperatuur °C
1 Watertemperatuur 55 °C
NL
15.3.2 Elektrisch schema Magna 300/2 C met warmtewisselaar

flowchart
graph TD
A["Power Supply"] --> B["1"]
A --> C["2"]
A --> D["3"]
A --> E["4"]
A --> F["5"]
A --> G["6"]
A --> H["7"]
A --> I["8"]
A --> J["9"]
B --> K["17"]
C --> L["18"]
D --> M["19"]
E --> N["16"]
F --> O["15"]
G --> P["14"]
H --> Q["13"]
I --> R["12"]
J --> S["11"]
K --> T["L N 230V 50 Hz 10"]
L --> U["Ph 12 N 13"]
M --> V["Ph 5 N 6"]
N --> W["Ph 4 N 3"]
O --> X["Ph 2 N 2"]
Verklaring
1 Bedieningspaneel
2 Bus-connector
3 Moederkaart
4 Piekuren contact
5 Externe regeling ventilatie
6 Connector veiligheidsthermostaat
7 Watertemperatuursensor
8 Ontdooitemperatuursensor
9 Luchttemperatuursensor
10 Voeding 230 V
11 Condensator
12 Veiligheidsthermostaat
13 Elektrische weerstand
14 Ventilator
15 Condensator
16 Vierwegklep
17 Condensator
18 Compressor
19 Aan/uit-commando bijverwarmingsketel
15.3.3 Overzicht van de storingscodes
Het opheffen van een storing (handbediende reset) gebeurt door een korte druk op de draaiknop.
| Code Beschrijving Mogelijke oorzaak Oplossing | Werking (tijdelijk) | |||
| METMO / BUS | - Elektronische printplaat defect- Slechte bus-verbinding naar display- Gebruikerscherm defect | • Netspanning te hoog• Bekabelingsfout van een elektrische aansluiting (dalurencontact of externe regeling ventilatie)• Schok tijdens het transport | • Vervangen van het moederbord• Vervangen van de printplaat van het scherm | Apparaat uit |
| T.LU CHT | Luchtsensor defect (temperatuur van de aangezogen lucht) | • Sensor defect• Sensor niet aangesloten• Sensorkabel beschadigd | • Vervangen van de sensor | Warmtepomp uit. De elektrische bijverwarming verwarmt het water tot 43 °C (min. 38 °C) |
| T.ON TODDI | Verdampersensor defect (ontdooitemperatuur) | • Sensor defect• Sensor niet aangesloten• Sensorkabel beschadigd | • Vervangen van de sensor | Warmtepomp uit. De elektrische bijverwarming verwarmt het water tot 43 °C (min. 38 °C) |
| T.WA TER | Watersensor van de boiler defect | • Sensor defect• Sensor niet aangesloten• Sensorkabel beschadigd | • Vervangen van de sensor | Warmtepomp uit. |
| KLOK | Klok | • Netspanning te hoog• Schok tijdens het transport | • Vervangen van de printplaat van het scherm | Er wordt niet meer gewerkt volgens de geprogrammeerde tijdvensters: het water wordt permanent op de ingestelde temperatuur gehouden (als er geen signaal of regelaar is verbonden met de ingang "extern contact"). |
| OVER DRUK | Hoge druk warmtepomp | • Geen water in de boiler• Water te warm (>75°C)• Watersensor uit de boiler verwijderd• Watersensor defect | • Controleer of de boiler wel met water is gevuld en goed ontlucht is• Vervang de watersensor• Controleer of de watersensor wel in de "dompelbuis" zit | Warmtepomp uit. Het resetten is automatisch. Werking van de bijverwarming mogelijk. |
| FREQ. ONTO. | Te vaak ontdooling | • Te weinig luchtdebiet• Luchtingang/luchtuitgang verstopt• Ventilatiekanaal afgesloten• Te lang kanaal of te veel bochten• Verdamper dichtgeslibd | • Zet de ventilator op max. snelheid (condensator overbrugd)• Controleer de goede luchtdoorstroming in het gehele kanaalcircuit• Controleer de lengte van het kanaal:- 10 m heen-terug met fl exibele buizen- 20 m heen-terug met vaste buizen• Controleer de staat van de eventuele fi Iters op de luchtkanalen• Controleer de reinheid van de verdamper | Warmtepomp uit. De elektrische bijverwarming verwarmt het water tot 43 °C (min. 38 °C) |
| LAGE DRUK | Lage druk warmtepomp | • Geen luchtdebiet• Luchtingang/luchtuitgang verstopt• Ventilatiekanaal afgesloten• Ventilator geblokkeerd of defect• Verdamper dichtgeslibd en verstopt• Verdamper bevroren | • Controleer of de ventilator draait• Controleer de goede luchtdoorstroming in het gehele kanaalcircuit• Controleer de lengte van het kanaal:- 10 m heen-terug met fl exibele buizen- 20 m heen-terug met vaste buizen• Controleer de staat van de eventuele fi Iters op de luchtkanalen• Controleer de reinheid van de verdamper | Warmtepomp uit. De elektrische bijverwarming verwarmt het water tot 43 °C (min. 38 °C) |
| OVE RHITT. | Warm tapwater te heet (Watertemperatuur > 85 °C) | • Watersensor defect• Watersensor uit de boiler verwijderd | • Controleer de goede plaatsing van de sensor in de boiler | Warmtepomp uit. Het resetten is automatisch. |
15.3.4 Hydraulisch schema met warmtewisselaar en solo-ketel

flowchart
graph TD
A["4"] --> B["6"]
B --> C["3"]
C --> D["1"]
D --> E["9"]
E --> F["15"]
E --> G["16"]
B --> H["11"]
H --> I["12"]
I --> J["14"]
J --> K["13"]
K --> L["5"]
L --> M["8"]
M --> N["7"]
N --> O["10"]
O --> P["1"]
P --> Q["3"]
Q --> R["2"]
R --> S["17"]
Verklaring
1 Stopkraan
2 Drukreduceerventiel
3 Antiretourklep
4 Diëlektrische isolatiemof
5 Overdrukventiel
6 Circulatiepomp
7 Afvoer
8 Expansievat tapwater
9 Thermostatische mengkraan
10 Aftapkraan
11 Circulatiepomp van de ketel
12 Veiligheidsklep van de ketel
13 Expansievat van de ketel
14 Verwarmingsketel
15 Warm tapwater
16 Circulatie terugkeer
13 Koud tapwater









