Marathon 1100SL - Garagedeuropener Sommer - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Marathon 1100SL Sommer in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over Marathon 1100SL Sommer
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Garagedeuropener in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Marathon 1100SL - Sommer en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Marathon 1100SL van het merk Sommer.
GEBRUIKSAANWIJZING Marathon 1100SL Sommer
Algemene informatie 2
Symbolen 2
Veiligheidsinstructies 2
Toepassing 2
Max. toegestane deurafmetingen * 3
Veiligheidsinstructies 5
Leveringsomvang sprint/marathon 5
Leveringsomvang duo 5
Montage algemeen 6
Veiligheidsinstructies 6
Deurmodellen en speciale toebehoren* 6
Tips voor de montage 6
Montage sprint/marathon 7
Voormonteren 7
Monteren 7
Drukknop monteren en aansluiten 9
Contactdoos monteren 9
Montage duo 10
Selectie inbouwvariante 10
Voormontage inbouwmogelijkheid A/C 10
Voormontage inbouwmogelijkheid B 11
Monteren 12
Behuizing van de besturingseenheid monteren en aansluiten 13
Contactdoos monteren 15
Een extra drukknop monteren en aansluiten 15
Inbedrijfstelling 16
Veiligheidsinstructies 16
Eindposites garagedeur GESLOTEN + OPEN instellen 16
Aandrijving programmeren 16
Noodontgrendeling controleren 17
Krachtinstelling controlleren 17
Handzender programmeren 17
Ontvanger 18
Veiligheidsinstructies 18
Meldingen- en toetsenverklaring 18
Handzender programmeren 18
Gebruik/bediening....19
Veiligheidsinstructies 19
Garagedeur openen 19
Garagedeur sluiten 19
Impulsvolgorde van de deur-beweging 19
Noodontgrendeling 19
Besturingsreset sprint/duo S 19
Besturingsreset sprint/duo SL 19
Besturingsreset marathon 19
Waarvoor dient drukknop 2, enkel SL-aandrijvingen ? 20
Functies en aansluitingen marathon 21
Waarschuwingsperiode (DIP 5) 21
Backjump (DIP 6) 21
Gedefinieerd openen en sluiten (DIP 7) 21
Gedeeltelijk openen (DIP 8) 21
Automatisch sluiten 22
Contactlijst 24-polig 22
Loopwagenprint 23
Drukknop 1 aansluiten 23
Drukknop 2 aansluiten 23
Optische beveiliging -1 aansluiten 23
Veiligheidscontactlijst aansluiten 23
Optische beveiliging - 2 aansluiten 23
24-Volt aansluiting 24
Waarschuwingslicht-1 aansluiten 24
Waarschuwingslicht-2 aansluiten 24
12-Volt aansluiting 24
Potentiaalvrije relaisuitgang 25
Externe antenne aansluiten 25
Fraba-systeem aansluiten 25
Functies en aansluitingen sprint/duo ..... 26
Waarschuwingsperiode (DIP 5) 26
Backjump (DIP 6) 26
Contactlijst 26
Optische beveiliging aansluiten 26
Waarschuwingslicht aansluiten (DIP 4) 26
Loopwagenprint 27
Externe antenne aansluiten 27
Functies enkel bij SL-aandrijvingen 27
Drukknop 2 aansluiten (DIP 2) 27
Gedefinieerd openen en sluiten (DIP 7) 27
Gedeeltelijk openen (DIP 8) 28
Toebehoren 29
Onderhoud en verzorging 30
Belangrijke aanwijzigen 30
Regelmatige controle 32
Overige 33
Demontage 33
Afvalverwijdering 33
Garantie en klantendienst 33
Hulp bij storingen 34
Aanvullende tips met foutopsporing 34
Algemene informatie
Symbolen

Attentiesymbool
Verwijst naar mogelijke gevaarlijke situaties! Indien dit niet nageleefd wordt, kan dit tot ernstige verwondingen leiden!

Richtlijnsymbool
Informatie, nuttige richtlijn!

(1) Verwijst in het begin of in de tekst naar een relevante afbeelding.
Veiligheidsinstructies
Algemeen
- Deze montage- en gebruikershandleiding (MGA) moet aandachtig gelezen worden, goed begrepen en gebruikt worden door degene die de aandrijving monteert, bedient of daaraan onderhoudswerkzaamheden uitvoert.
- Montage, aansluiting en ingebruikneming mogen alleen uitgevoerd worden door daartoe opgeleide personen.
- De aandrijving mag alleen gemonteerd worden op correct uitgelijnde en uitgebalanceerde garagedeuren. Een verkeerd uitgelijnde deur kan leiden tot ernstige verwondingen of tot beschadiging van de aandrijving.
- De fabrikant kan niet aansprakelijk worden gesteld voor schade en werkingsstoringen die uit de niet-naleving van de montage- en gebruikershandleiding voortkomen.
- Zorg ervoor dat deze montage- en gebruikershandleiding in de garage eenvoudig te raadplegen is.
- Voorschriften ter voorkoming van ongevallen en geldige EG-normen in de verschillende landen opvolgen en naleven.
- Richtlijn 'met kracht geactiveerde vensters, deuren en garagedeuren - ZH 1/494' van de beroepsfederatie in acht nemen en naleven (in Duitsland geldig voor gebruikers)
- Trek altijd eerst de stekker uit het stopcontact voordat u werkzaamheden aan het systeem gaat uitvoeren.
- Enkel originele reserveonderdelen, toebehoren en bevestigingsmateriaal van de fabrikant gebruiken.
Met betrekking tot de opslag
- Sla aandrijvingen altijd op in een gesloten en droge ruimte bij een temperatuur tussen -20 en +50 °C.
- Sla de aandrijving liggend op.

Met betrekking tot de werking
- De aandrijving mag alleen worden bediend wanneer een veilige krachttolerantie ingesteld is. De krachttolerantie moet zo laag worden ingesteld dat het niet mogelijk is dat door het sluiten van de deur blessures kunnen veroorzaakt worden; zie hoofdstuk maximale kracht instellen (enkel S-aandrijvingen).
- Pak nooit de bewegende deur of andere bewegende delen vast.
- Voorkom dat kinderen, mensen met een handicap of dieren in de buurt van de deur komen.
- Rij pas door de garagedeuropening wanneer de deur geheel geopend is.
- Aan de mechanische onderdelen of de sluitkanten van de deur kan er gevaar ontstaan ingevolge plet- en schuifplaatsen.
- Als zich geen klinketdeur in de deur bevindt of als de garage geen afzonderlijke ingang heeft, moet een noodontgrendeling (ontgrendelingsslot of Bowdenkabel) gemonteerd worden, die van buitenaf bediend kan worden.
Met betrekking tot de radiobesturing
- De radiobesturing mag alleen gebruikt worden voor apparaten en installaties waar een storing in de zender of de ontvanger geen gevaar kan opleveren voor mensen, dieren of voorwerpen of waarin dit risico door andere veiligheidsvoorzieningen is gedekt
- De gebruiker van een radiobesturing voor een installatie met een verhoogd ongevallenrisico moet weten dat een dergelijke bediening alleen toegestaan is wanneer de gebruiker vrij zicht heeft op de te bedienen installatie.
- De radiobesturing mag alleen gebruikt worden wanneer de beweging van de garagedeur kan overzien worden en er zich geen personen of voor-werpen in het bewegingsveld bevinden.
- Bewaar de handzender zodanig dat onopzettelijk gebruik (bijv. door kinderen of dieren) niet mogelijk is.
- De gebruiker van de zendinstallatie is niet beschermd tegen storingen van radiozendinstallaties en andere apparatuur (bijv. zendinstallaties die volgens de ter plaatse geldige voorschriften in hetzelfde frequentiebereik werken). Wanneer storingen vaak optreden kunt u contact opnemen met het Belgisch Instituut voor Post en Telecommunicatie (BIPT).
- Handzender niet inschakelen op radiotechnisch gevoelige plaatsen of complexen (vliegveld, ziekenhuis).
Typeplaatje
Het typeplaatje is aangebracht op de behuizing van de besturing.
Op het typeplaatje kan de precieze typebenaming en de fabricagedatum (maand/jaar) van de aandrijving worden gevonden.
Toepassing
Attentie, vernieling van de aandrijving! Garagedeuren niet zonder ingestelde gewichtscompensatie (veren gespannen), met de aandrijving openen of sluiten. Daarbij wordt de motor (drijfwerk) beschadigd of vernield.
- De aandrijving is uitsluitend bestemd voor het openen en sluiten van garagedeuren. Een ander of meer verregaand gebruik is oneigenlijk gebruik. Voor schade die door een ander gebruik ontstaat, is de fabrikant niet aansprakelijk. Enkel de gebruiker is dan aansprakelijk. De garantie komt hierdoor te vervallen.
- Garagedeuren die met een aandrijving worden geautomatiseerd, dienen te voldoen aan de op dat moment van toepassing zijnde normen en richtlijnen, b.v. EN 12604, EN 12605.
- De aandrijving masg alleen gebruikt worden in technisch onberispelijke toestand en slechts in overeenstemming met de bepalingen en veiligheidsinstructies, waarbij de gebruiker zich bewust moet zijn van de gevaren die daaraan verbonden zijn, op de manier zoals beschreven is in de montage- en gebruikershandleiding (MGA).
- Storingen die een veilig gebruik onmogelijk maken, moeten onmiddellijk verholpen worden.
- De onderdelen van de garagedeur moeten stabiel, buig- en torsiestijf zijn, d.w.z. dat ze bij het openen en sluiten van de deur niet mogen doorbuigen of torderen.
- De aandrijving kan geen defecten of fouten in de montage van de garagedeur opvangen.
- Gebruik de aandrijving alleen in droge ruimten en niet op plaatsen waar ontploffingsgevaar bestaat.
- Aandrijving niet in ruimtes met agressieve (b.v. zouthoudende) atmosfeer gebruiken.
Algemene informatie
Max. toegestane deurafmetingen \*
sprint 550 S 550 SL
Maximale breedte:
| - | Kanteldeur: | 3500 | |
| - | Sectionaaldeur:: | 3500 | 4000 |
- Vleugeldeur **: - 2800 mm
- Zijdelingse sectionaaldeur: 2350 2350 mm
- Binnen de gevel draaiende kanteldeur: - 3500 mm
ca. Hoogte
- Kanteldeur: 2600 2600 mm
- Sectionaaldeur: 2350 2350 mm
- Vleugeldeur : - 2800 mm
- Zijdelingse sectionaaldeur 2300 2300 mm
- Binnen de gevel draaiende kanteldeur: - 1900 mm
Inschakelduur: 15 15 %
duo: 500 S 650 SL
Maximale breedte:
- Kanteldeur: 3500 5000 mm
- Sectionaaldeur: 3500
- Vleugeldeur**: - 2800 mm
- Zijdelingse sectionaaldeur:
| Rail | 2600 | 2350 | 2350 | mm |
| Rail | 3000 | 2750 | 2750 | mm |
| Rail | 3400 | 3150 | 3150 | mm |
- Binnen de gevel draaiende kanteldeur: - 4000 mm
ca. Hoogte
| - | Kanteldeur: | |
| Rail 2600 | 2600 2600 mm | |
| Rail 3000 | 3000 3000 mm | |
| Rail 3400 | 3400 3400 mm | |
- Sectionaaldeur: Rail 2600 2350 2350 mm Rail 3000 2750 2750 mm Rail 3400 3150 3150 mm
- Vleugeldeur **: Rail 2600 - 2800 mm
- Zijdelingse sectionaaldeur: Rail 2600 2300 3000 mm
- Binnen de gevel draaiende kanteldeur: Rail 2600 - 1900 mm Rail 3000 - 2300 mm Rail 3400 - 2700 mm
Inschakelduur: 15 15 %
marathon: 550 SL 800 SL 1100 SL
Maximale breedte:
- Kanteldeur: 5000 6000 8000 mm
| - | Sectionaaldeur: | 5000 | 6000 | 8 | |
| 4000 | mm | ||||
| -Vleugeldeur **: | 2800 2800 | 2800 mm | |||
- Zijdelingse sectionaaldeur: Rail 2600 2350 2350 2350 mm Rail 3400 3150 3150 3150 mm
- Binnen de gevel draaiende kanteldeur: 4000 5500 7500 mm
ca. Hoogte
- Kanteldeur: Rail 2600 2600 2600 mm Rail 3400 3400 3400 mm
- Sectionaaldeur: Rail 2600 2350 2350 2350 mm Rail 3400 3150 3150 3150 mm
- Vleugeldeur **: 2800 3000 3500 mm
- Zijdelingse sectionaaldeur: 2500 3000 3500 mm
- Binnen de gevel draaiende kanteldeur: Rail 2600 1900 1900 1900 mm Rail 3400 2700 2700 2700 mm
Inschakelduur: 40 40 mm 40 %
* Garagedeur volgens EN 12604, EN 12605
** met standaard -vleugeldeurbeslag artikelnr. 1501. Grotere garagedeuren enkel op aanvraag. Bij hogere garagedeuren moet een rail met een passende lengte besteld worden of een railverlengstuk gemonteerd worden, zie toebehoren.
Algemene informatie
Technische gegevens
Algemeen
Nominale spanning: 230 V/AC
Nominale frequentie: 50/60 Hz
Verlichting: max. 32,5 V, max. 34 W, BA 15s
alternatief 24 V, 21 W, BA 15s
Gebruikstemperatuurbereik: -20 - +50 °C
Veiligheidsklasse IP 20
Emissiewaarde op de werkplek < 75 dBA - enkel de aandrijving
sprint 550 S 550 SL
| Max. trek- en drukkracht: | 550 | 550 | N |
| Nominale trekkracht: | 165 | 165 | N |
| Nominaal stroomverbruik: | 0,6 | 0,7 | A |
| Nominaal opgenomen vermogen: | 120 | 140 | W |
| Maximale snelheid: | 140 | 160 | mm/s |
| Opgenomen standbyvermogen: | ~ 7 | ~ 7 | W |
| Gewicht: | 17,0 | 17,0 | kg |
| Verpakking (L x B x H): 1980 x 240 x 180 | mm | ||
| duo | 500 S | 650 SL | ||
| Max. trek- en drukkracht: | 500 | 650 | N | |
| Nominale trekkracht: | 150 | 195 | N | |
| Nominaal stroomverbruik: | 0,5 | 0,7 | A | |
| Nominaal opgenomen vermogen: | 110 | 150 | W | |
| Maximale snelheid: | 150 | 180 | mm/s | |
| Opgenomen standbyvermogen: | ~ 7 | ~ 2 | W | |
| Gewicht | Rail 2600: | 16,0 | 16,0 | kg |
| Rail 3000: | 17,4 | 17,4 | kg | |
| Rail 3400: | 18,4 | 18,4 | kg | |
verklaart dat de aandrijvingen:
- sprint 550 S, 550 SL
- duo 500 S, 650 SL
- marathon 550 SL, 800 SL, 1100 SL
voldoet aan de volgende richtlijnen:
- machinerichtlijn 98/37/EG
- laagspanningsrichtlijn 73/23/EWG
- EU-richtlijn over elektromagnetische verdraagzaamheid 89/336/EWG
In het bijzonder werden de volgende normen/normontwerpen toegepast:
- EN 12 453:2000, EN 12 445:2000, EN 60204-1:1997, EN 954-1:1996
- DIN V VDE 0801, EN 60335-1:1994
Richtlijn:
de inbedrijfstelling van de deurinstallatie is zolang verboden tot vastgesteld werd dat de deurinstallatie, waarin deze aandrijving dient te worden ingebouwd, voldoet aan de bepalingen van alle uniforme en van toepassing zijnde EG-richtlijnen.
Veiligheidsinstructies
- Het geleverde netsnoer mag niet worden verkort of verlengd.
- De spanning van de stroombron dient met die van het typeplaatje overeen te stemmen.
- Alle extern aan te sluiten toestellen dienen een veilige scheiding van de contacten tegen hun netspanningstoevoer conform IEC 364-4-41 te vertonen.
- Actieve onderdelen van de aandrijving (spanningvoerende onderdelen, b.v. C-rails) mogen niet met de aarde of met actieve onderdelen of veiligheidsgeleiders van andere stroomcircuits worden verbonden.
- Bij de installatie van de geleiders van de externe geleiders van de externe toestellen dient IEC 364-4-41 te worden nageleefd.
De klinketdeurbeveiliging of het ontgrendelslot monteren
- Als in de garagedeur wel een klinketdeur, maar geen klinketdeurbeveiliging gemonteerd is - monteer een klinketdeurbeveiliging (zie de gebruikershandleiding bij de accessoires).
- Als in de garagedeur geen klinketdeur en in de garage geen tweede ingang aanwezig is - monteer een ontgrendelslot of bowdenkabel voor de ontgrendeling van buitenaf (zie de gebruikershandleiding bij de accessoires).
Leveringsomvang sprint/marathon
- Leveringsomvang kan naargelang de uitvoering van de aandrijving afwijken.

2 C-rails, 1 schakelschuiver "H", 1 schakelschuiver "V", 1 ketting (marathon), 1 ketting in kettingkanaal (sprint), 1 overschuifgedeelte, 1 besturings-behuizing (met drukknopleiding, voedingskabel en verlichting), 1 loopwagen, 1 schuifstang, 1 deurbeslaghoek, 1 plafondbevestiging, 1 montage en gebruikshandleiding, 1 montagezak
Leveringsomvang duo
- Leveringsomvang kan naargelang de uitvoering van de aandrijving afwijken

2 C-rails, 1 schakelschuiver "H", 1 schakelschuiver "V", 1 inschuifgedeelte met besturingskabel (5000 mm), 1 ketting in kettingkanaal, 1 overschuifgedeelte
Bewegingsslag 3000 en 3400 mm:
zie bewegingsslag 2600 mm, echter 1 extra plafondbevestiging
Aandrijvingspakket:
1 besturings-behuizing (met drukknopleiding, voedingskabel en verlichting),
1 loopwagen, 1 schuifstang, 1 deurbeslaghoek, 1 plafondbevestiging,
1 montage en gebruikshandleiding, 1 montagezak
Benodigd gereedschap

Veiligheidsinstructies
- Montage, aansluiting en ingebruikneming van de aandrijving mogen alleen uitgevoerd worden door daartoe opgeleide, vakkundige personen.
- Deur enkel bewegen indien er zich geen mensen, dieren of voorwerpen in het bewegingsgebied bevinden.
- Voorkom dat kinderen, mensen met een handicap of dieren in de buurt van de garagedeur komen
- Draag bij het boren van de bevestigingsgaten altijd een veiligheidsbril.
- Dek de aandrijving bij het boren af om te voorkomen dat stof en vuil in de aandrijving kunnen binnendringen

De muren en plafonds moeten sterk en stabiel zijn. Monteer de aandrijving alleen op een correct uitgelijnde garagedeur.
- Garagedeuren moeten stabiel zijn, omdat grote trek-en drukkracht wordt uitgeoefend. Lichtgewichtdeuren van kunststof of aluminium, indien nodig, vóór de montage versterken. Dealer om raad vragen.
- Verwijder de deurvergrendeling of zorg ervoor dat deze niet meer werkt.
- Enkel toegelaten bevestigingsmateriaal (b.v. pluggen, schroeven) gebruiken. Het bevestigingsmateriaal aanpassen aan het materiaal van de plafonds en de wanden.
- Beweeglijkheid van de garagedeur controleren.
- Alle garagedeurvergrendelingen en touwen verwijderen. Test: Open de deur met de hand half. In deze stand moet ze blijven staan. Deur mechanisch bijstellen als deze naar beneden of naar boven loopt. Dealer om raad vragen.
- Controleer de afstand tussen het hoogste looppunt van de deur (THP in afbeelding 11) en het plafond. Deze moet minimaal 35 en maximaal 100 mm zijn, waarbij de schuifstang in een hoek van maximaal 30° mag staan. Als de afstand kleiner is, moet de aandrijving verder naar achter gemonteerd worden en een langere schuifstang aangebracht worden; vraag uw dealer om advies.
Deurmodellen en speciale toebehoren\*
* Accessoires worden niet standaard bijgeleverd.

| Deurmodel | Toebehoren | |
| 1 | Kanteldeur Geen speciale toebehoren nodig | |
| 2 | Sectionaaldeur met enkele Sectionaaldeurbeslag met looprail | boemerang |
| 2 | Sectionaaldeur met dubbele Sectionaaldeurbeslag zonder looprail | boemerang |
| 2 | Roldeur Geen speciale toebehoren nodig | |
| 3 | Binnen de gevel draaiende kanteldeur Gebogen arm * | |
| 4 | Vleugeldeur | Vleugeldeurbeslag |
| 5 | Zijdelingse sectionaaldeur Dealer vragen | |
Tips voor de montage
- Controleer de geleverde onderdelen voordat u begint met de montage; op die manier voorkomt u tijdverlies en ergernis wanneer een van de onderdelen onverhoopt zou ontbreken.
- De montage kan slechts door twee personen snel en veilig uitgevoerd worden.
- Wanneer het niet mogelijk is om de aandrijving in het midden van de garagedeur te monteren, kan deze ook verplaatst worden. Let er daarbij op dat de deur niet tordeert en vastloopt in de looprails.
Controle: Open en sluit de garagedeur verschillende keren met de hand op de plaats waar de aandrijving moet gemonteerd worden. Wanneer de deur gemakkelijk en zonder veel weerstand kan bediend worden (waarbij met de voorgeschreven trekkracht te werk gegaan wordt) kan de aandrijving op die plaats gemonteerd worden.
- Noodontgrendeling:
Bij een garage zonder afzonderlijke ingang (b.v. loopdeur) moet de bestaande noodontgrendeling van de aandrijving langs buiten bereikbaar zijn. Derhalve de noodontgrendeling naar buiten toe leiden, dit kan met een bowdenkabel of een ontgrendelingsslot gebeuren. Hierbij moet altijd de Backjump (DIP-schakelaar 6 ON) ingeschakeld zijn. Zie hoofdstuk toebehoren.
- Kanteldeur
Omdat de mechanische vergrendeling bij een garagedeur met gemonteerde aandrijving, gedemonteerd of uitgeschakeld moet worden, kan het naargelang de constructie van de deur mogelijk zijn de deur ca. 50mm met de hand te openen. Om dit tegen te gaan, kunnen veerschoten worden gemonteerd, die de deur naast de aandrijving vergrendelen. Deze veerschoten zijn via een vergrendelingsset aan de aandrijving aangesloten om tijdens het openen eerst de veerschoten te ontgrendelen voor de aandrijving de deur opent.
- Vleugeldeur, volledige of zijdelingse sectionaaldeur:
Bij aandrijvingen die een van de hoger vermelde deuren bij het openen voor zich uit schuiven (zie grafiek) dient de polariteit - van de aders 12 + 13 bij marathon - van de aders 3 + 4 bij sprint of duo aan de hoofdverbindingsklem te worden verwisseld.

i Verdere impulsgevers zijn: handzender, funkcody, de interne ontvanger en de sleutelschakelaar. Bij handzender, funkcody of de interne ontvanger dient geen verbindingsleiding naar de aan-drijving te worden geïnstalleerd, vraag raad aan uw detailhandelaar.
Montage sprint/marathon
Voormonteren
- Neem de aandrijving uit de verpakking,
Verwijder de verpakking volgens de ter plaatse geldige voorschriften

1 Steek de twee C-rails (1) in het overschuifgedeelte in elkaar tot de aanslag (2).
Bij marathon op de ongecoate kanten letten

- Spanelement (1) aan ketting (2) hangen en 90° draaien. Inschuifgedeelte (6) inschuiven en spanelement (1) doorheen steken. sluitring (5) en veer (4) op spanbout (3) schuiven en spanbout (3) in spanelement (1) schroeven.


3 • Ketting spannen tot aan de marking (pijl).
4 Valhoek (2) met schroef (1) en moer (3) aan het inschuifgedeelte (4) bevestigen.


5 • Demonteer de twee stalen hoeken met sleufgaten (1) en bevestig deze aan de plafondophanging (2) zoals weergegeven is in de afbeelding.
• Demonteer de schuifstang (1):
Klembeveiliging (2) uittrekken en de bout (3) verwijderen.
Monteren

Als de afstand tussen het plafond en de onderkant van de C- rail groter is dan 245 mm, dient de plafondbevestiging (met besturingsbandstaal) verlengd te worden.
7 • Bepaal het hoogste looppunt van de garagedeur (THP): Open de deur en meet de kleinste afstand (minimaal 35 mm) tussen de bovenkant van de deur en het plafond. Deze afstand tussen het bovenste looppunt (THP) en de onderzijde van de C-rails moet minimaal 5 mm en mag maximaal 65 mm zijn, waarbij de schuifstang in een hoek van maximaal 30° (zie afb. 21) mag staan!


8 • De aandrijving kan gemonteerd worden aan de draagbalk (S) of aan het plafond (D).
9 • Bepaal het midden van de deur voor (VM) en teken deze maat af op de deur en de draagbalk resp. het plafond
Montage sprint/marathon


10 • Teken ook een markering op 74 mm rechts en links van het midden van de deur vooraan (VM) op dezelfde hoogte op de draagbalk of het plafond af (zie afb. 8).
- Boor twee gaten (∅ 10 x 65 mm diep).
Draag bij het boren altijd een veiligheidsbril! Let op de dikte van het plafond, met name bij prefab garages!
11 • Open de deur. Breng de markering van het midden van de deur over op het plafond (HM) en sluit de deur.

12 • Plaats de pluggen (1). Til de aandrijving (2) aan de voorzijde op. Zet het draagbalkbeslag (3) voor met twee schroeven (4) en sluitringen (5) vast.
Voorkom dat de behuizing van de besturing (6) beschadigd wordt!


13 • Aandrijving optillen • Plafondhouder (1) positioneren. De positie dient binnen het gebied (B = 0-600 mm) te liggen.
Gebruik altijd een stevige en stabiele ladder!
14 • Lijn de aandrijving horizontaal uit op het midden van de achterzijde van de deur(HM). Teken de boorgaten af. Boor twee gaten (∅ 10 x 65 mm diep).
Draag bij het boren altijd een veiligheidsbril! Let op de dikte van het plafond, met name bij prefab garages!
- Plaats de pluggen (1). Draai de twee schroeven (2) met sluitringen (3) vast. Draai de schroeven stevig vast (2).
- Zet de C-rail (4) op de juiste hoogte vast. Verplaats daarvoor, indien nodig, de schroeven (5). Draai de schroeven (5) stevig vast.


15 • Monteer de schuifstang (1): Plaats de pen (2) en schuif de borgring (3) erop.
16 • Trek eenmaal aan de noodontgrendelkabel (N). De loopwagen (1) is nu ontgrendeld. Draai de bout (8) op het draagbalkbeslag vast.
- Schuif de loopwagen (1) met de schuifstang (2) helemaal naar voren (3). Maak zonodig de schakelschuif (4) los.
- Deurbeslaghoek (5) op het midden van de deur (VM) positioneren en 5 boorgaten markeren. 5 gaten boren (∅ 5 mm).
Gebruik schroeven die passen bij het materiaal van de deur. Draag bij het boren altijd een veiligheidsbril!
- Monteer de 5 zeskantbouten (6) en draai deze stevig vast.
- Maak de schakelschuif (4) los en schuif deze helemaal tegen de loopwagen (7).
- Draai de schroef op de schakelschuif (4) vast.

Uitstekende plafondhouders (4) inkorten (b.v. afzagen en ontbramen).
17 • Maak de achterste schakelschuif (1) los en schuif deze helemaal tegen de aanslag (2) aan. Open de deur (3) half met de hand.
- Schuif de schakelschuif (1) helemaal tegen de loopwagen (5). Draai de schroef op de schakelschuif (1) vast.
Montage sprint/marathon
Drukknop monteren en aansluiten

De gebruiker mag zich bij het bedienen van de drukknop niet binnen het zwenkbereik van de deur bevinden en moet de beweging van de poort ongehinderd kunnen volgen.
- Drukknopkabel (lengte 7m) nooit langs een stroomleiding installeren, dit kan storingen in de besturing veroorzaken. De drukknopkabel is bij levering aan de besturing aangesloten.
- Drukknop niet in het bewegingsgebied van de deur monteren.


- Monteer de drukknop (1) op een geschikte, goed bereikbare plaats in de garage. Minimale afstand boven de vloer: 1,6 meter

Drukknop (1) niet in het bewegingsgebeid van de garagedeur monteren.
- Drukknopkabel (2) in de garage installeren. Sluit het uiteinde van de kabel aan op de drukknop (1).
Contactdoos monteren

De contactdoos mag enkel door een professionele elektricien worden gemonteerd. De contactdoos met een zekering (16A traag) beveiligen.

Geldige voorschriften van de beroepsfederatie van erkende elektriciens naleven!



- Monteer de contactdoos (1) op ongeveer 0,5 m van de behuizing van de besturing (2) op het plafond.
- Verbindingsleiding van de contactdoos naar het stroomnet installeren en aansluiten. Stekker nog niet in het stopcontact steken!
Montage duo
Selectie inbouwvariante
Kies de gewenste inbouwmogelijkheid. Inbouwmogelijkheid (B) stroomtoevoer ombouwen.

Voormontage inbouwmogelijkheid A/C
• Aandrijving uit de verpakking halen.
Verwijder de verpakking volgens de ter plaatse geldige voorschriften

1 Schakelschuiven (1) losmaken, in de richting van de pijl verschuiven en kettingkanaal (2) uitklappen.
2 • Loopwagen (1) op het kettingkanaal schuiven. De ketting (2) valt daarbij over het kettingtandwiel (3). Wanneer het kettingtandwiel (3) niet gaat draaien, trek dan eenmaal aan de noodontgrendeling (N). Kettingtandwiel (3) is dan ontgrendeld.

3 • Loopwagen (1) in de C-rail (2) schuiven.
4 • Twee C-rails (1) in het bovenste schuifgedeelte (2) tot de aanslag samen steken.

5 • Spanelement (1) aan ketting (2) hangen en 90° draaien. Inschuifgedeelte (6) inschuiven en spanelement (1) doorheen steken. Sluitring (5) en veer (4) op spanbout (3) steken en spanbout (3) in spanelement (1) schroeven.

6 • Ketting spannen tot aan de markering (pijl).
7 • Hier niet spannen, is in de fabriek voorgespannen.


9 • Plafondbevestigung (1) op C-rail (2) schuiven
10 Valhoek (2) met schroef (1) en moer (3) aan het inschuifgedeelte (4) bevestigen.
Montage duo
Voormontage inbouwmogelijkheid B
- Neem de aandrijving uit de verpakking,
Verwijder de verpakking volgens de ter plaatse geldige voorschriften.


1 Schakelschuiven (1) losmaken, in de richting van de pijl verschuiven en kettingkanaal (2) uitklappen.
2 • Loopwagen (1) op het kettingkanaal schuiven. De ketting (2) valt daarbij over het kettingtandwiel (3). Wanneer het kettingtandwiel (3) niet gaat draaien, trek dan eenmaal aan de noodontgrendeling (N). Kettingtandwiel (3) is dan ontgrendeld.

4 • Twee C-rails (1) in het bovenste schuifgedeelte (2) tot de aanslag samen steken.

flowchart
graph TD
A["Component ①"] --> B["Section ②"]
B --> C["Section ③"]
C --> D["Section ④"]
D --> E["90° Angle Indicator"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
style E fill:#ffc,stroke:#333

6 • Spanelement (1) aan ketting (2) hangen en 90° draaien. Inschuifgedeelte (6) inschuiven en spanelement (1) doorheen steken. Sluitring (5) en veer (4) op spanbout (3) steken en spanbout (3) in spanelement (1) schroeven.

7 • Hier niet spannen, is in de fabriek voorgespannen.
8 • Ketting spannen tot aan de merkering (pijl).

10 Valhoek (2) met schroef (1) en moer (3) aan het inschuifgedeelte (4) bevestigen.
Montage duo
Monteren

Als de afstand tussen het plafond en de onderkant van de C-rail groter is dan 245 mm, dient de plafondbevestiging (met besturingsbandstaal) verlengd te worden.
11 • Nakijken waar het hoogste looppunt van de garagedeur is: Open de deur en meet de kleinste afstand (minimaal 35 mm) tussen de bovenkant van de deur en het plafond. De afstand tussen het bovenste zwenkpunt (THP) en de onderzijde van de C-rails moet minimaal 5 mm en mag maximaal 65 mm zijn, waarbij de aandrijfarm in een hoek van maximaal 30° mag slaan. (in afbeelding 20)

12 • De garagedeuraandrijving kan aan de draagbalk (S) of aan het plafond (D) gemonteerd worden.
13 • Het midden van de garagedeur vooraan (VM) meten en op de poort en de draagbalk of het plafond markeren.

14 • Markering 74 mm rechts en links van het midden van de deur (VM) op dezelfde hoogte aan de draagbalk of het plafond aanbrengen (zoals op afbeelding 11).
- Twee gaten (∅ 10 x 65 mm diep) boren.
Draag bij het boren altijd een veiligheidsbril! Let op de dikte van het plafond, met name bij prefab garages!
15 • Garagedeur openen. Markering van het midden van de deur op het plafond overnemen (HM). Garagedeur sluiten.

16 - Plaats de pluggen (1) en til de aandrijving (2) aan de voorzijde op. Zet het lateibeslag (3) voor met twee schroeven (4) en sluitringen (5) vast. - Aandrijving (2) optillen.

17 • Plafondhouder (1) positioneren. De positie dient binnen het gebied (B = 0-600 mm) te liggen.
Gebruik altijd een stevige en stabiele ladder!
- Lijn de aandrijving horizontaal uit op het midden van de achterzijde van de deur (HM). Teken de boorgaten af. Boor twee gaten ( 10 x 65 mm diep).
Draag bij het boren altijd een veiligheidsbril! Let op de dikte van het plafond, met name bij prefab garages!
18 • Plaats de pluggen (1). Draai de twee schroeven (2) met sluitringen (3) vast. Draai de schroeven stevig vast.
- Zet de C-rail (4) op de juiste hoogte vast. Verplaats daarvoor, indien nodig, de schroeven (5). Draai de schroeven (5) stevig vast.

19 • Monteer de schuifstang (1): Plaats de pen (2) en schuif de borgring (3) erop.
- Bevestig de deurbeslaghoek (4) voorlopig op de aandrijfarm (1) met de pen (5). Schuif de borgring (3) op de pen.
20 • Trek eenmaal aan de noodontgrendeling (N). De loopwagen (1) is nu ontgrendeld. Draai de bout (8) op het draagbalkbeslag vast.
- Schuif de loopwagen (1) met de schuifstang (2) helemaal naar voren (3). Maak zonodig de schakelschuif (4) los.
- Deurbeslaghoek (5) op het midden (VM) van de garagedeur positioneren en 5 boorgaten markeren. 5 gaten boren (∅ 5 mm).
Gebruik schroeven die passen bij het materiaal van de deur. Draag bij het boren altijd een veiligheidsbril!
- Monteer de 5 zeskantbouten (6) en draai deze stevig vast.
- Maak de schakelschuif (4) los en schuif deze helemaal tegen de loopwagen (7).
- Draai de schroef op de schakelschuif (4) vast.
Montage duo

21 • Maak de achterste schakelschuif (1) los en schuif deze helemaal tegen de aanslag (2) aan. Open de garagedeur (3) half met de hand.
i Uitstekende plafondhouders (4) inkorten (b.v. afzagen en ontbramen).
- Schuif de schakelschuif (1) helemaal (6) tegen de loopwagen (5). Draai de schroef op de schakelschuif (1) vast.
Behuizing van de besturingseenheid monteren en aansluiten
Keuze van de inbouwmogelijkheid
De gebruiker mag zich bij het bedienen van de drukknop niet in het bewegingsbereik van de garagedeur bevinden. De gebruiker moet de beweging van de deur ongehinderd kunnen volgen.

Kabel zodanig leggen dat bij variant A de stroomtoevoer uitgebreid kan worden (met een lus leggen als kabel in een rechte hoek m.b.t. C-rail wordt gelegd).

23 • Schroef (3) op de behuizing van de besturingseenheid (1) losdraaien, Lichtkap (2) verwijderen. Besturing (4) uitbouwen. Pak de printplaat (4) altijd aan de buitenste rand vast. Raak de elektronische onderdelen niet aan.
Inbouwmogelijkheid A/B


24 • Kies de passende plaats voor de besturingsbehuizing (1) in de buurt van een reeds bestaande contactdoos. Minimumhoogte vanaf de bodem -1,6 meter.
Op de inbouwpositie van de besturingsbehuizing letten (1). Houd rekening met de maximale lengte van de besturingsleiding (2): 6900 mm. Gebruik geen verlengsnoer!
- Besturingsleiding (2) (24V) naar de behuizing van de besturings-eenheid (1) in de garage monteren. Nog niet de stekker in het stopcontact steken!

25 • Bevestigingspunten loodrecht met een afstand van 110 mm op de muur aftekenen. Twee gaten (∅ 6 x 40 mm diep) boren. Pluggen (2) (10) in de gaten plaatsen.
⚠ Tijdens het boren niet de spanningsleiding naar het stopcontact beschadigen! Nog niet de stekker in het stopcontact steken!

26 • Trekontlasting (1) aan de achterzijde van de behuizing losmaken. Het uiteinde van de besturingsleiding (2) via de achterzijde van de behuizing (4) naar binnen leiden. Voedingskabel (3) en besturingsleiding (2) beveiligen met de trekontlasting (1).
Montage duo


27 • Besturingsleiding (5) aansluiten: ader met opdruk 3 (rood) op klem 3 en ader met opdruk 4 (groen) op klem 4 van de stekker (2) aansluiten. Indien noodzakelijk besturingsleiding (1) inkorten.
Bij vleugeldeuren de aders met opdruk 3 (groen) aan klem 4 en opdruk 4 (rood) aan klem 3 van de contactlijst (8) aansluiten.
28 • Behuizing van de besturingseenheid met twee schroeven (9) op de muur vastzetten. Behuizing waterpas stellen en vastschroeven.


29 • Besturingsplaat (1) op de contactlijst (2) steken en naar beneden toe in de behuizing schuiven.
• Monteer de lampkap (2) en zet deze vast met de schroef (3).
Inbouwmogelijkheid C

24 • Kies de passende plaats voor de besturingsbehuizing (1) in de buurt van een reeds bestaande contactdoos.
Op de inbouwpositie van de besturingsbehuizing letten (1) Neem de maximale lengte van de besturingsleiding (2) van 6900 mm in acht!
- Besturingsleiding (2) (24V) naar de behuizing van de besturings-eenheid (1) in de garage monteren. Nog niet de stekker in het stopcontact steken!
25 • 4 Gaten (∅ 6 x 40 mm diep) boren. Pluggen (2) in de boringen plaatsen. Leveringsomvang 2x pluggen, 2x schroeven.
⚠ Tijdens het boren niet de spanningsleiding naar het stopcontact beschadigen! Nog niet de stekker in het stopcontact steken!


26 • Trekontlasting (1) aan de achterzijde van de behuizing losmaken. Het uiteinde van de besturingsleiding (2) via de achterzijde van de behuizing (4) naar binnen leiden. Voedingskabel (3) en besturingsleiding (2) beveiligen met de trekontlasting (1).


27 • Besturingsleiding (5) aansluiten: ader met opdruk 3 (rood) op klem 3 en ader met opdruk 4 (groen) op klem 4 van de stekker (2) aansluiten. Indien noodzakelijk besturingsleiding inkorten (5).
Bij vleugeldeuren de aders met opdruk 3 (groen) aan klem 4 en opdruk 4 (rood) aan klem 3 van de contactlijst (8) aansluiten.
28 • Besturingbehuizing met 4 schroeven (1) vastmaken, correct plaatsen en vastschroeven. Leveringsomvang 2x pluggen 2x schroeven.


29 Besturingsplatine (1) op contactlijst (2) steken en in de behuizing schuiven.
• Monteer de lampkap (2) en zet deze vast met de schroef (3).
Montage duo
Contactdoos monteren
De contactdoos mag enkel door een professionele elektricien worden gemonteerd. De contactdoos met een zekering (16 A traag) beveiligen.
Geldige voorschriften van het verbond van erkende elektriciens naleven!


31 • Monteer de contactdoos (1) op ongeveer 500 mm van de behuizing van de besturing (2) op het plafond.
- Verbindingsleiding van de contactdoos (1) naar het stroomnet installeren en aansluiten. Stekker (3) nog niet in het stopcontact steken!
Een extra drukknop monteren en aansluiten
Enkel noodzakelijk indien naast de ingebouwde drukknop (10) er nog een nodig is.
De gebruiker mag zich bij het bedienen van de drukknop niet binnen het zwenkbereik van de poort bevinden en moet de beweging van de poort ongehinderd kunnen volgen.
- Leg de kabel voor de drukknop niet langs een andere stroomkabel, omdat dit kan leiden tot storingen in de besturing.






32 • Monteer de drukknop (1) op een geschikte, goed bereikbare plaats in de garage. Minimale afstand boven de vloer: 1,6 meter
- Drukknopkabel (2) in de garage installeren. Sluit het uiteinde van de kabel aan op de drukknop (1).
- Draai de schroef (3) op de behuizing van de besturing (7) los en verwijder de lampkap (4).


33 • Trek de besturingsprintplaat (8) omhoog uit de behuizing en trek deze voorzichtig los uit de klemmenstrook (9).
Pak de printplaat (8) altijd aan de buitenste rand vast. Raak de elektronische onderdelen niet aan.
- Drukknopkabel (2) op de klem 5+6 van de klemmenstrook (9) aan-sluiten.
- Besturingsplaat (8) op de klemmenstrook (9) steken en naar beneden toe in de behuizing schuiven.
- Monteer de lampkap (4) en zet deze vast met de schroef (3).
Inbedrijfstelling
Veiligheidsinstructies
Na de inbouw van de aandrijving dient de voor de inbouw van de aandrijving verantwoordelijke persoon conform machinerichtlijn 98/37/EG een EG-conformiteitsverklaring voor de garagedeur-installatie op te stellen en het CE-symbol evenals het typeplaatje aan te brengen.
Dit geldt eveneens in de privé-sfeer indien de aandrijving nadien op een manueel bediende deur wordt gemonteerd. Deze documenten evenals de montage- en gebruikershandleiding blijven bij de gebruiker.
De krachtinstelling is belangrijk voor de veiligheid en moet zorgvuldig uitgevoerd worden. Als de kracht te hoog ingesteld wordt, kunnen mensen of dieren gewond raken resp. kunnen voorwerpen beschadigd worden.
Stel de krachtinstelling zo laag mogelijk in om obstakels zo snel en veilig mogelijk te detecteren.
Eindposites garagedeur GESLOTEN + OPEN instellen
De poort tijdens de instelwerkzaamheden handmatig openen of sluiten, niet met de vergrendelde aandrijving.
De loopweg van de aandrijving kan met behulp van de schakelschuif verlengd resp. verkort worden.
Nakijen of de deur helemaal open en dicht gaat. Is dat niet het geval, dan moet de loopweg ingesteld worden.
Eindpositie garagedeur OPEN

- Schakelschuif (4) losmaken, verschuiven en vastdraaien tot de deur sluit. Eindstand controleren door de deur te openen en te sluiten. Indien nodig deze handeling herhalen tot de deur volledig sluit.
- Schakelschuif (1) losmaken, verschuiven en vastdraaien tot de deur open gaat. Eindstand controleren door de deur te openen en te sluiten. Indien nodig, handeling herhalen tot de deur volledig opengaat.
Aandrijving programmeren
De besturing heeft een automatische krachtinstelling. Bij de deurbewegingen 'OPEN en 'GESLOTEN' leest de besturing de vereiste kracht automatisch en slaat deze op bij het bereiken van de eindposities.

- Loopwagen (1) vergrendelen:
Eén keer aan het noodontgrendelingstouw (N) trekken, als de loopwagen (1) ontgrendeld is.
- Stekker voor de stroomvoorziening insteken.

- Poort sluiten, toets (1) indrukken.
Besturingsreset doorvoereno
- Besturingsreset is afhankelijk van het type aandrijving: zie werking/bediening
Volgend verloop 2x uitvoeren:
• Drukknop (1) 1x indrukken
Deur opent tot de schakelschuif (H, poort OPEN)
- Lamp (2) knippert
• Drukknop (1) 1x drukken.
Deur sluit tot de schakelschuif (V, poort DICHT)
- Lamp (2) knippert
Indien de gloeilamp (2) niet meer knippert, zijn de krachtwaarden ingelezen en opgeslagen.
Aandrijving met succes geprogrammeerd!
Inbedrijfstelling
Maximale kracht instellen
i Uitsluitend "sprint 550 S / duo 500 S" !
De krachtinstelling regelmatig, echter ten minste 1 x per jaar op een juiste werking controleren, zie onderhoud en instand-houding.
Indien de kracht om de deur volledig te openen en te sluiten niet volstaat, kan de kracht door de potentiometer naar rechts te draaien door een professionele elektricien worden verhoogd. Vervolgens dient een krachtmeting conform EN 12453 te worden uitgevoerd.
De maximumkracht komt voort uit een geprogrammeerde kracht en een aanvullende kracht die met de potentiometer wordt ingesteld. De linkeraanslag van deze potentiometer (-) betekent de kleinste aanvullende kracht, de rechteraanslag (+) de grootste aanvullende kracht. Indien de instelling tijdens het openen of sluiten wijzigt, wordt deze wijziging bij de volgende start uit de eindpositie garagedeur GESLOTEN gelezen.
Na de instelling van de maximale kracht kan het nodig zijn de eindpositie deur OPEN of GESLOTEN bij te stellen, indien de gewenste positie niet wordt bereikt.
sprint 550 S

• Lichtraampje (1) verwijderen.
- Potentiometer (3) helemaal naar links (4) draaien.
duo 500 S

- Schroef (2) los draaien. Lichtraampje (1) verwijderen.
- Potentiometer (3) helemaal naar links (4) draaien.
Proefdraaien:
- Deur sluiten.
- Drukknop (6) 1x indrukken. Deur wordt tot de schakelschuif geopend.
- Drukknop (6) 1x indrukken. Deur wordt tot de schakelschuif geopend.
- Wanneer de deur een van de eindposities niet bereikt moet de krachtwaarde worden verhoogd. Voorwaarde hierbij is dat de deur het hele openingstraject ongehinderd kan afleggen.
- Potentiometer (3) ca. 10 graden naar rechts draaien.
- Proefdraaien zo lang herhalen tot de garagedeur de bovenste en onderste eindstand bereikt.
- Lichtraampje (1) inzetten. Schroef (2) vastdraaien.
Noodontgrendeling controleren
Bij sectionaal- of plafondloopdeuren kunt u met DIP-schakelaar 6 de Backjump activeren, dit ontlast het aandrijvings- en deurmechanisme. Eenvoudige bediening van de noodontgrendeling.

• Garagedeur sluiten.
- 1x aan de noodontgrendeling (N) trekken.
Als de noodontgrendeling zich niet laat ontgrendelen, moet u de eindschakelaar (4) losmaken en een stukje in de richting (7) schuiven.
- Poort met aandrijvingen openen en weer sluiten. Noodontgrendeling opnieuw controleren.
Krachtinstelling controleren
Bij elke beweging van de deur controleert de besturing de opgeslagen krachtwaarden met de feitelijk vereiste waarden en past de opgeslagen waarden automatisch aan wanneer de eindposities worden bereikt.
Controle: zie onderhoud en instandhouding
Handzender programmeren
Zie ontvanger.
Ontvanger
Veiligheidsinstructies
- Voor een veilig gebruik moeten de ter plaatse geldige veiligheidsvoorschriften voor deze installatie opgevolgd worden! Meer informatie hierover kunt u opvragen bij de energiebedrijven, het verbond van erkende elektriciens en beroepsfederaties.
- De gebruiker van de zendinstallatie is niet beschermd tegen storingen van radiozendinstallaties en andere apparatuur (bijv. zendinstallaties die volgens de ter plaatse geldige voorschriften in hetzelfde frequentiebereik werken).
- Vervang eventueel de batterij van de handzender, wanneer een probleem met de ontvangst ontstaan is.
Meldingen- en toetsenverklaring
Handzendertoets uit de ontvanger wissen
Wanneer een van de gebruikers van een gemeenschappelijk gebruikte garage verhuist en deze zijn handzender mee wil nemen, moeten alle zendcodes van de betreffende handzender uit het geheugen van de ontvanger gewist worden.
Wis uit veiligheidsoverwegingen alle toetsen en toetsencombinaties van de betreffende handzender!
- Druk de programmeertoets (1) in en houd deze 5 seconden ingedrukt totdat een (willekeurige) LED gaat knipperen.
- Laat de programmeertoets (1) vervolgens los - De modus 'Wissen' van de ontvanger is nu geactiveerd.
- Druk de toets op de handzender in waarvan u de code in het geheugen van de ontvanger wilt wissen - LED gaat uit. De wisprocedure is daarmee voltooid.
Herhaal deze procedure voor alle toetsen en toetsencombinaties.
1 Programmeertoets
Zet de ontvanger in verscheidene modi:
Programmeer-, wis-, normale modus
2 Interne antenne
3 LED 's
geven weer welk kanaal werd geselecteerd.
3.1 LED ontvangerkanaal 1
3.2 LED ontvangerkanaal 2
4 Aansluiting voor externe antenne (4)
Indien de reikwijdte met de interne antenne niet volstaat, kan een externe antenne worden gebruikt. Zie toebehoren.
5 Handzendertoets
6 Externe antenne
Handzender programmeren
• Programmeertoets (1) indrukken
- 1 x voor kanaal 1, LED (3.1) brandt
- 2 x voor kanaal 2, LED (3.2) brandt
- Wanneer de radiosignaalontvanger binnen 10 seconden geen code ontvangt, wordt de instelmodus afgesloten en de normale bediening geactiveerd.
- Onderbreek de programmeermodus: druk de programmeertoets (1) zo vaak in tot alle LED's uit zijn
- Gewenste handzenderknop zolang indrukken, totdat het LED uitgaat - al naargelang het kanaal dat geselecteerd is..
De handzender heeft de radiografische code naar de radiografische ontvanger verzonden.
- De LED van het geselecteerde kanaal gaat uit - Programmeren beëindigd.
Verdere handzenders aanleren. De voormelde stappen herhalen.
Max. 112 opslagplaatsen per seinontvanger staan ter beschikking.
Een kanaal wissen uit het geheugen van de ontvanger
- Programmeertoets (1) indrukken en ingedrukt houden
- 1 x voor kanaal 1, LED (3.1) brandt
- 2 x voor kanaal 2, LED (3.2) brandt
- LED brandt, afhankelijk van het geselecteerde kanaal. Na 5 seconden knippert de LED - na nog eens 10 seconden lichten de LED op.
- Laat de programmeertoets (1) los - De wisprocedure is daarmee voltooid
Geheugen van de ontvanger wissen
Wanneer iemand een handzender kwijt raakt, moeten uit veiligheidsoverwegingen alle kanalen op de ontvanger gewist worden! Vervolgens moeten alle handzenders opnieuw op de ontvanger ingesteld worden.
- Programmeertoets (1) indrukken en ingedrukt houden
- Na 5 seconden knippert de LED, na nog eens 10 seconden licht de LED op.
- Na in totaal 25 seconden lichten alle LED's op.
- Programmeertoets (1) loslaten, wisproces beeindigd.
Een externe antenne aansluiten
- Als de reikwijdte van de interne antenne van de ontvanger onvoldoende is voor een goede ontvangst, kan een externe antenne aangesloten worden.
- De antennekabel mag de ontvanger niet mechanisch belasten. Monteer een trekontlasting.
- Externe antenne (6) op de aansluiting (4) aansluiten.
Gebruik/bediening
Veiligheidsinstructies
- Voorkom dat kinderen, mensen met een handicap of dieren in de buurt van de garagedeur komen.
- Pak nooit de bewegende garagedeur of andere bewegende delen vast.
- Rij pas door de deuropening wanneer de deur geheel geopend is.
- Aan de mechanische onderdelen of de sluitkanten van de deur kan gevaar ontstaan ingevolge plet- en schuifplaatsen.
Garagedeur openen

• Drukknop (1) of handzendertoets 1x indrukken.
- Indien daarna bij deurbeweging 'open' de toets ingedrukt wordt, dan blijft de deur staan. Afhankelijk van de positie van DIP-schakelaar 7.
- Wanneer deze nog een keer wordt ingedrukt gaat de deur dicht.
Garagedeur sluiten
• Drukknop (1) of handzendertoets 1x indrukken.
- Wordt daarna bij deurbeweging 'dicht' de toets ingedrukt, dan blijft de deur staan. Afhankelijk van de positie van DIP-schakelaar 7.
- Wanneer deze nog een keer ingedrukt wordt, gaat de deur open.
Impulsvolgorde van de deur- beweging
De impulsvolgorde wordt met DIP-schakelaar 7 ingesteld.
- Standaardinstelling bij alle aandrijvingen
Open - stop - gesloten - stop - open - enzovoort
• Enkel SL-aandrijvingen
Impulsvolgorde wordt met een DIP-schakelaar ingesteld.
DIP 7 OFF:
- open - stop - gesloten - stop - open - enzovoort
DIP 7 ON:
- Taster 1: open - stop - open - stop - enzovoort
- Taster 2: gesloten - stop - gesloten - stop - enzovoort
Noodontgrendeling
Gevaar voor dichtslaan ! Bij de noodontgrendeling kan de garagedeur door een veerbreuk of een verkeerde instelling van de gewichtuitbalancering zich zelfstandig openen en sluiten. De aandrijving kan beschadigd of vernietigd worden.
In- en uitgrendelen kan in elke positie van de poort gebeuren.

- Trek één keer aan de noodontgrendeling (N): de aandrijving wordt ontkoppeld en de deur kan handmatig verplaatst worden.
- Aan de noodontgrendeling (N) nog een keer trekken: de aandrijving wordt vastgeklikt, de deur kan enkel motorisch worden bewogen.
- Wanneer in de deur wel een klinketdeur, maar geen klinketdeurbeveiliging gemonteerd is - monteer een klinketdeurbeveiliging (zie gebruiksaanwijzing accessoires).
- Wanneer in de deur geen klinketdeur en in de garage geen tweede ingang aanwezig is - monteer een ontgrendelslot of bowdenkabel voor ontgrendeling van buitenaf (zie gebruiksaanwijzing accessoires).
Besturingsreset sprint/duo S

• Toets (1) indrukken, gloeilamp (2) dooft
• Toets (1) zolang indrukken tot de gloeilamp (2) knippert
• Toets (1) loslaten - krachtwaarden gewist.
Besturingsreset sprint/duo SL

• Toets (1) zolang indrukken tot de gloeilamp (2) dooft
- Gloeilamp uit - krachtwaarden gewist. Toets (1) loslaten.
Besturingsreset marathon

- Toets (1 + 2) zolang indrukken tot de gloeilamp (3) dooft.
- Gloeilamp uit - krachtwaarden gewist, toetsen (1 + 2) loslaten.
Gebruik/bediening
Tussenstop
Bij een tussenstop, veroorzaakt doordat een drukknop of handzender bediend werd, stopt de aandrijving onmiddellijk. Bij de volgende opdracht verplaatst de aandrijving de garagedeur in de tegenovergestelde richting, zie "Impulsvolgorde van de deurbeweging".
Veiligheidsstop 1 (krachtuitschakeling)
Enkel bij sprint SL, duo SL en marathon SL aandrijvingen!
Bij een krachtuitschakeling - stopt de aandrijving of wordt deze omgekeerd. Bij het volgende commando rijdt de aandrijving in de tegengestelde richting, zie impulsvolgorde van de deurbeweging.
- Veiligheidsstop bij het sluiten van de deur - deur wordt omgekeerd
- Veiligheidsstop bij het openen van de deur - deur stopt
Veiligheidsstop 2 (krachtuitschakeling)
Enkel bij sprint S en duo S aandrijvingen!
Bij een krachtuitschakeling - stopt de aandrijving of wordt deze omgekeerd. Bij het volgende commando rijdt de aandrijving in tegengestelde richting. Zie impulsvolgorde van de deurbeweging.
- Veiligheidsstop bij het sluiten van de deur - deur wordt omgekeerd
- Veiligheidsstop bij het openen van de deur - deur stopt
Indien de aandrijving 2x tegen een hindernis rijdt (b.v. eerst in de richting van deur OPEN en dan in de richting van deur GESLOTEN) kan enkel met een ingedrukte drukknop de aandrijving naar de eindpositie worden bewogen - gloeilamp knippert.
Aandrijving terugplaatsen:
van het lichtnet scheiden en weer inschakelen - gloeilamp licht op.
Veiligheidsstop 3 (veiligheidsingang)
Bij de activering van de veiligheidsingang (b.v. iemand loopt door de optische beveiliging) - stopt de aandrijving, wordt deze omgekeerd of wordt de aandrijving geopend, al naargelang de instelling van de DIP-schakelaars:
- DIP-schakelaars 1 + 3
- DIP-schakelaar 2 (enkel S-aandrijving)
Zie hoofdstuk 'hindernisherkenning' van de respectieve aandrijftypes
Bij het volgende commando rijdt de aandrijving in een tegengestelde richting, zie impulsvolgorde van de deurbeweging
Fabrieksinstellingen:
- activering van de veiligheidsingang bij het sluiten van de deur
- deur wordt omgekeerd
- activering van de veiligheidsingang bij het openen van de deur
- geen reactie (deur wordt geopend)
Overbelastingsbeveiliging
Wanneer de aandrijving bij het openen of sluiten van de deur overbelast wordt, wordt dit door de besturing gedetecteerd en wordt de aandrijving gestopt. Na ongeveer 20 seconden of nadat de besturing weergegeven is wordt de overbelastingsbeveiliging door de besturing gereset.
De aandrijving kan dan weer bediend worden.
Werking na stroomonderbreking
Bij stroomonderbreking blijven de opgeslagen krachtwaarden opgeslagen. De eerste beweging van de aandrijving na een stroomonderbreking is altijd deur OMHOOG.
Waarvoor dient drukknop 2, enkel SL-aandrijvingen ?
Gedefinieerd openen en sluiten (tweekanaalsbediening)
Indien deze functie wordt gebruikt, kan een tweede drukknop worden aangesloten. Voor de instellingen zie aanvullende functies. Op die manier kan de deur met de ene drukknop geopend en met de andere gesloten worden.
Functies en aansluitingen marathon
Algemene richtlijnen
- DIP-schakelaar bij levering in de positie OFF, alle extra functies uitgeschakeld.
Hindernis bij het openen van de garagedeur
Indien de deur op een hindernis botst of de veiligheidsingang (b.v. iemand loopt door de optische beveiliging) onderbroken wordt, herkent de aandrijving dit en reageert deze naargelang de instelling van de DIP-schakelaar 1
DIP-schakelaar 1: gedrag aandrijving bij deur openen
OFF geen reactie
(bij krachtuitschakeling stopt de deur)
ON aandrijving stopt de deur
(geen reactie bij 8,2kOhm of Fraba-systeemevaluatie)
Hindernis bij het sluiten van de garagedeur
Indien de deur op een hindernis botst of de veiligheidsingang (b.v. iemand loopt door de optische beveiliging) onderbroken wordt, herkent de aandrijving dit en reageert deze naargelang de instelling van de DIP-schakelaar 2 of 3.
DIP-schakelaar 2: functie veiligheidsschakelaar 1, klem 6 + 7
OFF normaal gesloten contact voor optische beveiliging
ON 8,2 Kohm (veiligheidscontactlijst, geen functie bij deur openen)
DIP-schakelaar 3: gedrag aandrijving bij deur sluiten
OFF aandrijving stopt en opent de deur een stuk, omkeren
ON aandrijving stopt en opent de deur volledig
Waarschuwingsperiode (DIP 5)
Het waarschuwingslicht knippert na de activering van de drukknop of de handzender gedurende 3 seconden voor de aandrijving start. Wanneer u binnen 3 seconden nogmaals op de drukknop of handzender drukt, wordt de waarschuwingsperiode gestopt.
De voorafgaande waarschuwingstijd heeft betrekking op zowel de interne verlichting als een aangesloten waarschuwingslicht.
DIP-schakelaar 5
OFF gedeactiveerd
ON geactiveerd, interne verlichting en waarschuwingslicht knipperen 3 seconden
Backjump (DIP 6)
Bij sectionaal- of plafondloopdeuren kunt u met DIP-schakelaar 6 de Backjump activeren, dit ontlast het aandrijvings- en deurmechanisme. Eenvoudige bediening van de noodontgrendeling.
De aandrijving verplaatst de deur bij het bereiken van de aanslag GESLOTEN en vervolgens een klein stukje OPEN, waardoor de vergrendelingen ontlast worden.
DIP-schakelaar 6
OFF gedeactiveerd
ON geactiveerd
Gedefinieerd openen en sluiten (DIP 7)
Drukknop/zendkanaal 1 openen en drukknop/zendkanaal 2 sluiten de deur. De werking met 2 kanalen kan ook enkel met 2 drukknoppen of met handzenders worden gebruikt.
Voorwaarde: DIP-schakelaar 8 OFF, 2 tasters aangesloten of 2 handzendertoetsen geprogrammeerd.
DIP-schakelaar 7
OFF gedeactiveerd
ON geactiveerd
Gedeeltelijk openen (DIP 8)
Met deze functie opent u de deur naar keuze slechts gedeeltelijk of helemaal, afhankelijk van de instelling.
Toepassingsvoorbeelden: ventileren van de garage, zijdelingse sectionaaldeur openen om enkel personen door te laten, uvm. Voor de gedeeltelijke opening zijn twee toetsen of een handzender nodig.
DIP-schakelaar 8
OFF gedeactiveerd
ON geactiveerd, DIP-schakelaar 7 buiten werking
Gedeeltelijk openen met 2 drukknoppen
Aanvullende drukknop monteren en als drukknop 2 op klem 4+5 aansluiten.
Met drukknop 1 kan de deur altijd volledig geopend worden. Wanneer de deur al helemaal of gedeeltelijk geopend is met drukknop 2, kan deze volledig geopend worden door nogmaals drukknop 1 in te drukken.
Met drukknop 2 wordt de deur gedeeltelijk geopend, maar alleen wanneer de deur gesloten is. Indien de deur met drukknop 1 volledig of met drukknop 2 gedeeltelijk zou zijn geopend, sluit een hernieuwde activering van drukknop 2 de deur.
Procedure:
- Sluit de deur
- DIP-schakelaar 8 ON; activeert de optie 'Gedeeltelijk openen'
- Laat de DIP-schakelaar 8 steeds in positie ON staan; wanneer de schakelaar in positie OFF geplaatst wordt, worden de instellingen voor 'Gedeeltelijk openen' direct gewist.
- Druk drukknop 2 in (open de deur vanuit eindstand 'GESLOTEN')
- Deur wordt geopend tot drukknop 2 nogmaals ingedrukt wordt of de deur de eindpositie 'OPEN bereikt heeft.
-
Druk drukknop 2 in wanneer de gewenste positie bereikt is.
-
Sluit de deur met drukknop 2
Gedeeltelijke opening opgeslagen en de activering van drukknop 2 opent de deur tot aan de opgeslagen instelling.
De deelopeningspositie wissen: zet de DIP-schakelaar 8 in de positie OFF.
Gedeeltelijk openen met handzender (tweekanaalsbediening)
2 toetsen van de handzender programmeren:
b.v. toets 1 op zendkanaal 1 en toets 2 op zendkanaal 2
Zendkanaal 1 heeft altijd dezelfde werking als drukknop 1, klem 2 + 3
Zendkanaal 2 heeft altijd dezelfde werking als drukknop 2, klem 4 + 5
Verloop zoals hierboven beschreven.
Functies en aansluitingen marathon
Automatisch sluiten
Bij de werking met automatische sluiten de norm EN 12453 in acht nemen (b.v. optische beveiliging-1 monteren). Er kan een aanvullende optische beveiliging op de veiligheidsaansluiting 2 worden aangesloten, deze dient bovenaan als beveiliging tegen naar binnen trekken.
De deur sluit automatisch volgens een aan de potentiometer ingestelde periode tijdens dewelke de deur open staat. De garagedeur kan enkel met een commando van een drukknop of handzender worden geopend, maar niet gesloten. Bij het openen kan de deur niet via een commando worden gestopt.
Indien bij de automatische sluiting van de deur opnieuw een commando wordt gegeven, wordt de poort volledig geopend. Een commando tijdens de periode waarin de poort open is, start deze opnieuw van voren.
De functie gedeeltelijke opening is bij automatisch sluiten gedeactiveerd.
De interne verlichting kan als waarschuwingslicht 2 worden gebruikt, hierbij dient de interne verlichting te worden afgeklemd en een aanvullend extern waarschuwingslicht - 1 te worden aangesloten.
De interne verlichting en een aangesloten extern waarschuwingslicht vertonen bij een automatische toevoer hetzelfde gedrag - zij knipperen.
Voorbeeld:
- Extern waarschuwingslicht - 1 aan klem 16 + 17 aangesloten Montageplaats aan de externe kant van de garage
- Waarschuwingslicht -2 aan klem 18 + 19 aangesloten. Montageplaats langs de interne kant van de garage

Tijd dat de deur is geopend in- en uitschakelen met de potentiometer:
- Tijd instelbaar 1 - 120 seconden
- Uitschakelen -> linkeraanslag
Gedrag van de aandrijving bij de activering van de
veiligheidsingangen 1 + 2
Bij het sluiten van de deur:
De aandrijving opent de deur altijd volledig, onafhankelijk van de instelling DIP-schakelaar 3
Bij het openen van de deur:
Gedrag van de aandrijving naargelang de instelling DIP-schakelaar 1
Automatisch sluiten, variant 1
Automatisch sluiten wordt geactiveerd op het moment dat de deur de bovenste aanslag bereikt - vanaf dat moment wordt de timer gestart en de met de potentiometer ingestelde tijd blijft lopen. Wanneer de besturing binnen dit interval een nieuwe opdracht ontvangt, wordt de timer opnieuw gestart.
Instellingen:
- Stel de potentiometer in op de gewenste tijd (1 - 120 sec.)
- Plaats DIP-schakelaars 7 + 8 in de positie OFF
- Stel de overige DIP-schakelaars in op de gewenste positie
Variant 2, automatisch sluiten + optische beveiliging
Automatisch sluiten manueel onderbreken, schakelaar in de toevoer van de optische beveiliging - 1 inbouwen.
Zoals hierboven is beschreven. De aandrijving sluit de deur nu echter 5 seconden nadat de straal van de optische beveiliging werd onderbroken.
Instellingen:
- Stel de potentiometer in op de gewenste tijd (1 - 120 seconden)
- Plaats DIP-schakelaars 1, 7 + 8 in de positie OFF
- Plaats DIP-schakelaar 4 in de positie ON
- Stel de overige DIP-schakelaars in op de gewenste positie
Variant 3: Automatisch sluiten + veiligheidscontactlijst + optische beveiliging
Automatisch sluiten manueel onderbreken, schakelaar in de toevoer van de optische beveiliging - 1 inbouwen.
Zoals hierboven is beschreven. De aandrijving sluit de deur nu echter 5 seconden nadat de straal van de optische beveiliging werd onderbroken.
Optische beveiliging in één rij met de veiligheidscontactlijst aan de klemmen 6 + 7 aansluiten.
Instellingen:
- Potentiometer op de gewenste tijd instellen (1 - 120 seconden)
- DIP-schakelaar 1, 7 + 8 OFF
- DIP-schakelaar 2, 4 ON
- andere DIP-schakelaars naar keuze
Contactlijst 24-polig
- Toegestane diameter van de kabels: max. 1,5 mm ^2 .

Klem 1 Aansluiting antenne 40 MHz
2 + 3 Drukknop 1 *
4 + 5 Drukknop 2
6 + 7 Veiligheidsingang 1(brug) *
8 + 9 Veiligheidsingang 2 (brug) *
10 + 11 geregelde 24 V/DC, max. 0,1 A
12 + 13 Ketting (12) + rails (13) *
14 + 15 Trafo 24 V/AC, secundair *
16 + 17 Waarschuwingslicht 1, ongeregelde 24 V/DC
18 + 19 interne verlichting/waarschuwingslicht 2, ongeregelde 24 V/DC *
20 + 21 geregelde 12 V/DC
22 vrij
23 + 24 Potentiaalvrije relaisuitgang 230 V/AC, max. 5 A
* vastgelegd door fabriek
Functies en aansluitingen marathon
Loopwagenprint

Drukknop 1 aansluiten
Leveringstoestand: drukknopkabel op drukknop 1 aangesloten

Klem 2 + 3 Aansluiting drukknop 1
Drukknop 2 aansluiten
Drukknop 2 bij de hieronder beschreven functies indien nodig gebruiken.

Klem 4 + 5 Aansluiting drukknop 2
Drukknop 2 wordt voor de functies 'gedefinieerd openen en sluiten' of 'gedeeltelijke opening' vereist.
Optische beveiliging -1 aansluiten
Leveringstoestand: brug

Klem 6 + 7 geteste aansluiting voor potentievrije contacten enkel indien DIP-schakelaar-2 OFF
Klem 10 + 11 geregelde 24 V/DC, max. 0,1A
Klem 10: 24 V/DC
Klem 11: massa
Instellingen: zie obstakelherkenning (DIP 1, 2 + 3)
Veiligheidscontactlijst aansluiten
Leveringstoestand: brug
Evaluatie 8,2 kOhm, aansluiting zonder speciaal evaluatietoestel

Klem 6 + 7 geteste aansluiting voor een 8,2 kOhm weerstand
DIP-schakelaar 2 ON
Instellingen: zie obstakelherkenning (DIP 1, 2 + 3)
Optische beveiliging - 2 aansluiten
Leveringstoestand - brug

Klem 8 + 9 geteste aansluiting voor potentievrije contacten, reageert enkel met garagedeur openen
Klem 10 + 11 geregelde 24 V/DC, max. 0,1A
Klem 10: 24 V/DC
Klem 11: massa
Instellingen: zie obstakelherkenning (DIP 1, 2 + 3)
Functies en aansluitingen marathon
Ketting en C-rails
Leveringstoestand: aangesloten

De aansluitingen bij het gebruik van de aandrijving aan een vleugeldeur verwisselen
24-Volt aansluiting
Leveringstoestand: vrij

Klem 10 + 11 geregelde 24 V/DC, max. 0,1A
Klem 10: 24 V/DC
Klem 11: massa
Trafo
Leveringstoestand: aangesloten

Klem 14 + 15 Trafo, secundair 24 V/AC
Waarschuwingslicht-1 aansluiten
Leveringstoestand: vrij

Beveiligd met een zekering 1A traag
Waarschuwingslicht-2 aansluiten
Leveringstoestand: interne verlichting aangesloten
Bij automatisch sluiten kan hier een extern waarschuwingslicht worden aangesloten, interne verlichting afklemmen.

Beveiligd met een zekering 1 traag
12-Volt aansluiting
Leveringstoestand: vrij

Klem 20 + 21 geregelde 12 V/DC, max. 0,1A
Klem 20: 12 V/DC
Klem 21: massa
Functies en aansluitingen marathon
Potentiaalvrije relaisuitgang
Leveringstoestand: vrij
Bij elke start van de aandrijving bevindt er zich een impuls aan de relaisuitgang, op die manier kan b.v. een verlichting via de trappenhuisautomaat worden ingeschakeld.

Instellingen wijzigen, enkel via TorMinal

Voorbeeld : Verlichting door middel van een trappenhuisautomaat
Externe antenne aansluiten
Leveringstoestand: vrij

zie gebruikershandleiding TorMinal

Fraba-systeem aansluiten
i Inschakeling van het Fraba-systeem enkel met TorMinal mogelijk.

Klem 6 kabel groen van het Fraba-systeem
Klem 20 kabel bruin, van het Fraba-systeem
Klem 21 kabel wit van het Fraba-systeem
Speciale functies
Dodemanswerking
Onderhoudscontrole
Deze en verdere functies en instellingen kunnen enkel met de TorMinal worden uitgevoerd.
Functies en aansluitingen sprint/duo
Algemene richtlijnen
DIP-schakelaar 7 + 8 bij de aandrijvingen "duo 500 S" en "sprint 550 S" zonder functie.
- DIP-schakelaar bij levering in de positie OFF, alle extra functies uitgeschakeld.
Hindernis bij het openen van de deur
Indien de deur op een hindernis botst of de veiligheidsingang (b.v. iemand loopt door de optische beveiliging) wordt onderbroken, herkent de aandrijving dit en reageert naargelang de instelling van de DIP-schakelaar 1.
DIP-schakelaar 1: gedrag van aandrijving bij opening van de deur OFF geen reactie
(bij krachtuitschakeling stopt de deur)
ON aandrijving stopt de deur
Hindernis bij het sluiten van de deur
Indien de deur op een hindernis botst of de veiligheidsingang (b.v. iemand loopt door de optische beveiliging) wordt onderbroken, herkent de aandrijving dit en reageert naargelang de instelling van de DIP-schakelaar 2 of 3.
DIP-schakelaar 2: gedrag van de aandrijving bij het sluiten van de deur → S-aandrijvingen
OFF aandrijving stopt bij het sluiten van de deur en opent de deur een beetje
ON aandrijving stopt bij het sluiten van de deur
DIP-schakelaar 2: functie veiligheidsaansluiting SL-aandrijvingen OFF normaal gesloten contact voor optische beveiliging
ON drukknopaansluiting voor drukknop 2 (gedeeltelijke opening, gedefinieerd openen en sluiten)
DIP-schakelaar 3: gedrag van de aandrijving bij het sluiten van de deur OFF aandrijving stopt en opent de deur een beetje, reversie ON aandrijving stopt en opent de deur volledig
Waarschuwingsperiode (DIP 5)
Het waarschuwingslicht knippert na de activering van de drukknop of de handzender gedurende 3 seconden alvorens de aandrijving wordt gestart. Wanneer u binnen 3 seconden nogmaals op de drukknop of handzender drukt, wordt de waarschuwingsperiode gestopt.
De voorafgaande waarschuwingstijd heeft zowel invloed op de interne verlichting als op een aangesloten waarschuwingslicht.
DIP-schakelaar 5
OFF gedeactiveerd
ON geactiveerd, interne verlichting en waarschuwingslicht knipperen gedurende 3 seconden.
Backjump (DIP 6)
Bij sectionaal- of plafondloopdeuren kunt u de DIP-schakelaar 6 op ON zetten, dit ontlast het aandrijvings- en deurmechanisme Eenvoudigere bediening van de noodontgrendeling.
Hiermee wordt het deur- en aandrijvingsmechanisme ontlast. De aandrijving verplaatst de deur bij het bereiken van de aanslag GESLOTEN en vervolgens een klein stukje OPEN, waardoor de vergrendelingen ontlast worden.
DIP-schakelaar 6
OFF gedeactiveerd
ON geactiveerd
Contactlijst
- Toegestane diameter van de kabels: max. 1,5 mm ^2 .

De aansluitingen (klem 3+4) bij het gebruik van de aandrijving aan een vleugeldeur verwisselen.
Klem 5 + 6 Drukknopaansluiting (drukknop 1), bij duo vrij
Optische beveiliging aansluiten
- Toegestane diameter van de kabels: max. 0,75 mm ^2 .

Klem 1 + 2 veiligheidsaansluiting
Klem 3 + 4 ongeregelde 24-Voltaansluiting (max. 34V) max 1A
Klem 3: 24V/DC
Klem 4: massa
sprint 550 SL, duo 650 SL
Klem 1 + 2 veiligheidsaansluiting,
enkel indien de DIP-schakelaar 2 OFF staat
Klem 3 + 4 geregelde 24 V/DC, max. 0,1A
Klem 3: 24V/DC
Klem 4: massa
Instellingen: zie obstakelherkenning (DIP 1, 2 + 3)
Waarschuwingslicht aansluiten (DIP 4)
- Toegestane diameter van de kabels: max. 0,75 mm ^2 .

DIP-schakelaar 4 -> S-aandrijvingen sprint + duo
OFF aangesloten waarschuwingslicht knippert (besturing veroorzaakt knipperen)
ON aangesloten waarschuwingslicht licht op (waarschuwingslicht veroorzaakt knipperen)
DIP-schakelaar 4 -> SL-aandrijvingen sprint + duo
OFF aangesloten waarschuwingslicht knippert (besturing veroorzaakt knipperen)
ON Deurtoestandindicatie
- is verlicht, als de poort niet gesloten is
- is uit, als de poort gesloten is.
Functies en aansluitingen sprint/duo
Loopwagenprint

Externe antenne aansluiten
Leveringstoestand: vrij

Functies enkel bij SL-aandrijvingen
Drukknop 2 aansluiten (DIP 2)
Er staat geen veiligheidsaansluiting meer ter beschikking.
Drukknop 2 kan men bij de hierna beschreven functies indien nodig gebruiken.
- Toegestane diameter van de kabels: max. 0,75 mm ^2 .

Klem 1 + 2 aansluiting voor drukknop 2,
enkel indien DIP-schakelaar 2 ON staat
Gedefinieerd openen en sluiten (DIP 7)
Bij deze functie opent enkel drukknop/zendkanaal 1 de deur en de drukknop 2/zendkanaal 2 sluit de deur.

Drukknop (1)/zendkanaal 1 openen en drukknop (2)/zendkanaal 2 sluiten de deur. Deze functie kan ook enkel met 2 drukknoppen of enkel met handzenders worden gebruikt.
Voorwaarde: DIP-schakelaar 8 OFF, 2 drukknoppen aangesloten en 2 handzendertoetsen geprogrammeerd.

Functies en aansluitingen sprint/duo
Gedeeltelijk openen (DIP 8)
Met deze functie opent u de garagedeur naar keuze slechts gedeeltelijk of helemaal, afhankelijk van de instelling.
Toepassingsvoorbeelden: ventileren van de garage, zijdelingse sectionaaldeur openen om personen door te laten, etc. De gedeeltelijke opening kan met twee drukknoppen, maar ook enkel met handzenders worden gebruikt.
DIP-schakelaar 8
OFF gedeactiveerd
ON geactiveerd, DIP-schakelaar 7 buiten werking
Gedeeltelijk openen met 2 drukknoppen
Aanvullende drukknoppen monteren en als drukknop 2 op klem 1 + 2 aansluiten.
Drukknop 1 opent de deur altijd volledig.
De deur is met drukknop 2 gedeeltelijk geopend, activering van drukknop 1 opent de deur volledig.
Drukknop 2 voert de gedeeltelijke opening enkel uit wanneer de deur is gesloten.
Indien de deur met drukknop 1 volledig of met drukknop 2 gedeeltelijk zou zijn geopend, sluit een hernieuwde activering van drukknop 2 de deur.
Procedure:
- Sluit de deur
- DIP-schakelaar 8 ON; activeert de optie 'Gedeeltelijk openen'
-
Laat de DIP-schakelaar 8 steeds in positie ON staan; wanneer de schakelaar in positie OFF geplaatst wordt, worden de instellingen voor 'Gedeeltelijk openen' direct gewist.
-
Druk drukknop 2 in (open de deur vanuit eindstand 'GESLOTEN')
- Deur wordt geopend tot drukknop 2 nogmaals ingedrukt wordt of de deur de eindpositie 'OPEN' bereikt heeft.
-
Druk drukknop 2 in wanneer de gewenste positie bereikt is.
-
Sluit de deur met drukknop 2
De positie voor 'Gedeeltelijk openen' is nu opgeslagen. Wanneer drukknop 2 ingedrukt wordt, gaat de deur open tot de zojuist ingestelde positie.
De deelopeningspositie wissen: Zet de DIP-schakelaar 8 in de positie OFF.
Gedeeltelijk openen met handzender (tweekanaalsbediening)
2 toetsen van de handzender programmeren;
b.v toets 1 op zendkanaal 1 en toets 2 op zendkanaal 2
Radiokanaal 1 heeft steeds dezelfde functie als drukknop 1
Radiokanaal 2 heeft steeds dezelfde functie als drukknop 2
Interface TorMinal
Zie gebruikershandleiding TorMinal

Klinketdeurschakelaar steeds als normaal gesloten contact aansluiten.

Onderhoud en verzorging
Belangrijke aanwijzigen

De aandrijving of de besturingsbehuizing mag nooit met een sproeislang of een hogedrukreiniger worden afgespoten.
- Neem altijd eerst de stekker uit het stopcontact voordat u werkzaamheden aan het systeem gaat uitvoeren.
- Geen sop of zuren voor de reiniging gebruiken.
- Aandrijving indien nodig met een droge lap afwrijven.
- Pak nooit de bewegende deur of andere bewegende delen vast.
- Aan de mechanische onderdelen of de sluitkanten van de deur kan er gevaar ontstaan ingevolge plet- of schuifplaatsen.
- Controleer of alle bevestigingsbouten goed vastgedraaid zijn. Trek de bouten zonodig na.
- Controleer de deur ten minste eenmaal per jaar volgens de instructie van de producent.
Kettingen en rails reinigen

- Ketting (7) of rail (8) is sterk verontreinigd - met een schone doek reinigen.
- Ketting jaarlijks met 'geleidende' olie invetten. Geen vet gebruiken!

Voorgeschreven oliesoort: Ballistol, Contactspray WD40
Gloeilamp verwisselen duo
- Neem de stekker uit het stopcontact.

• Schroef (1) losmaken
• Lichtvenster (2) verwijderen
- Draai de gloeilamp (3) linksom (tegen de wijzers van de klok in) en verwijder deze.
- Plaats een nieuwe gloeilamp (32,5 Volt, 34 Watt, BA 15s of 24 Volt, 21 Watt, BA 15s) en draai deze rechtsom (met de wijzers van de klok mee) tot de aanslag.
Gloeilamp vervangen sprint/marathon
- Neem de stekker uit het stopcontact.

• Lichtvenster (2) verwijderen
- Draai de gloeilamp (1) linksom (tegen de wijzers van de klok in) en verwijder deze.
- Plaats een nieuwe gloeilamp (32,5 Volt, 34 Watt, BA 15s of 24 Volt, 21 Watt, BA 15s) en draai deze rechtsom (met de wijzers van de klok mee) tot de aanslag.
Zekeringen vervangen duo
- Neem de stekker uit het stopcontact.

• Schroef (1) losmaken
• Lichtvenster (2) verwijderen
• Demonteer de besturing (3).
- defecte zekering verwisselen.

- Zekering voor aansluiting waarschuwingslicht, klem 5 + 6 Zekering 1A traag
Let op uitsluitend duo 500 S !
- Zekering voor aansluiting 24 V/DC, klem 3 + 4 Zekering 1A traag
Onderhoud en verzorging
Zekeringen verwisselen sprint
- Neem de stekker uit het stopcontact.

- Schroef (1) verwijderen. Demonteer de kap van de besturing (2).
• Demonteer de besturing (3).
• defecte zekering verwisselen

- Zekering voor aansluiting waarschuwingslicht, klem 5 + 6
Zekering 1A traag
Let op uitsluitend sprint 550 S ! - Zekering voor aansluiting 24 V/DC, klem 3 + 4 Zekering 1A traag
Zekeringen verwisselen marathon
- Neem de stekker uit het stopcontact.

- Demonteer de kap van de besturing (1). Verwijder de schroeven (2).
• Demonteer de besturing (3). - Vervang de defecte zekering, alle zekeringen 1 A traag

- Zekering voor aansluiting waarschuwingslicht-1, klem 16 + 17
- Zekering voor aansluiting waarschuwingslicht-2, klem 18 + 19
Onderhoud en verzorging
Regelmatige controle
De correcte werking van het veiligheidsmechanisme regelmatig en meer bepaald minstens één keer per jaar controleren (ZH 1/494). De correcte werking van drukgevoelige veiligheidsmechanismen (bijvoorbeeld veiligheidscontactstrip)) telkens na 4 weken controleren, zie EN 60335-2-95.
| Controle | Actie ja/nee | mogelijke oorzaak | Remedie | |
| KrachtonderbrekingGaragedeur tijdens het sluiten met een 50 mm hoog voorwerp stoppen | Aandrijving wordt omge-keerd wanneer deze op het voorwerp botst | ja | • Krachtonderbreking werkt naar behoren | • Laat alle instellingen zoals ze zijn. |
| nee | • Enkel S-aandrijvingenPotentiometer tegen rechter aanslag gedraaid. Extra kracht te hoog ingesteld.• Besturing defect | • Verminder de extra kracht, draai de potentiometer zo-ver linksom (tegen de wijzers van de klok in) tot de controle het gewenste resultaat geeft. Open en sluit de garagedeur vooraf tweemaal volledig.Zie hoofdstuk 'maximumkracht' instellen "• Garagedeur instellen, vakman raadplegen | ||
| NoodontgrendelingProcedure zoals beschreven in het hoofdstuk 'noodontgrendeling' | Noodontgrendeling laat zich gemakkelijk bedienen (1x trekken, aandrijving ontgrendeld) | ja | • Alles in orde! | |
| nee | • EiAdschijvejaardragesteur GESLOTEN verstellen ofdicht. Deur- en aandrijvings-mechanisme opgespannen.• Noodontgrendeling defect• Deur klemt | • Backjump(DIP-schakelaar 6 ON) inschakelen.• Noodontgrendeling repareren• Controleer de deur, zie onderhoudshandleiding voor de deur | ||
| Veiligheidscontactlijst, indien aanwezig | ||||
| Sluit resp. open de deur en bedien daarbij de veiligheidscontactlijst. | Actie van de deur zoals deze ingesteld is met DIP-schakelaar 1, 2 of 3. LED Safety licht op (enkel marathon) | ja | • Alles in orde! | |
| nee | • Kabelbreuk, pin los• Instelling DIP-schakelaar veranderd• Contactlijst defect | • Controleer de bedrading, zet de pinnen (zonodig) beter vast.• Stel de DIP-schakelaars in• Schakel de installatie uit en beveilig deze tegen opnieuw inschakelen. Schakel de klantenservice in! | ||
| Optische beveiliging, indien aanwezig | ||||
| Sluit resp. open de deur en onderbreek daarbij de straal van de optische beveiliging. | Actie van de deur zoals deze ingesteld is met DIP-schakelaar 1, 2 of 3. LED Safety licht op (enkel marathon) | ja | • Alles in orde! | |
| nee | • Kabelbreuk, pin los• Instelling DIP-schakelaar veranderd• Optische beveiliging vervuild• Optische beveiliging versteld (houder verbogen)• Optische beveiliging defect | • Controleer de bedrading, zet de pinnen (zonodig) beter vast.• Stel de DIP-schakelaars in• Reinig de optische beveiliging• Stel de optische beveiliging in• Schakel de installatie uit en beveilig deze tegen opnieuw inschakelen. Schakel de klantenservice in! | ||
Overige
Demontage

Neem de veiligheidsrichtlijnen in acht!
De werkvolgorde is dezelfde als de in hoofdstuk 'montage' beschreven volgorde, maar dan omgekeerd. De beschreven instelwerkzaamheden vallen weg.
Afvalverwijdering
De van toepassing zijnde regels in de respectieve landen naleven
Garantie en klantendienst
De garantie voldoet aan de wettelijke bepalingen. De contactpersoon voor eventuele garantieprestaties is de detailhandelaar. De garantieclaim geldt enkel voor het land, waarin de aandrijving werd gekocht.
Batterijen, zekeringen en gloeilampen zijn van de garantie uitgesloten. Indien u onze klantenservice, reserveonderdelen of toebehoren nodig heeft, kunt u contact opnemen met uw dealer.
We hebben geprobeerd om deze montage- en gebruikershandleiding zo overzichtelijk mogelijk te maken. Wanneer u suggesties heeft voor een betere indeling of wanneer u onderdelen in deze gebruiksaanwijzing mist, verzoeken we u om uw gewaardeerde mening/voorstel te sturen naar:
Fax.: 0049/7021/8001-53
Aanvullende tips met foutopsporing
Vele storingen kunnen door een besturingsreset (krachtwaarden wissen) worden verholpen, daarna aandrijving opnieuw programmeren!
Indien het met behulp van de tabel niet mogelijk is om de fout te vinden en te verhelpen, dient u de volgende maatregelen uit te voeren.
- Besturingsreset (krachtwaarden wissen) aan de besturing doorvoeren.
- Aangesloten toebehoren (bijv. optische beveiliging) afklemmen en de brug bij een veiligheidsaansluiting weer vastklemmen.
- Alle DIP-schakelaars op de fabrieksinstelling zetten.
- Potentiometer op fabrieksinstelling zetten.
- Als instellingen met de TorMinal zijn veranderd, moet een besturingsreset met de TorMinal doorgevoerd worden.
- Alle aansluitingen aan de de directe contactlijsten en aan de klemlijst (sprint/duo) controleren en zonodig vastdraaien.
Storingen aan de aandrijving kunt u aan de hand van de volgende tabel verhelpen. Wanneer u er niet uit komt, kunt u uw dealer om advies vragen of meer informatie vinden op onze website op internet: http://wwwsommer-torantriebe.de onder 'Forum'.
Storing Mogelijke oorzaak Verhelpen
| Verlichting knippert | Aandrijving niet geprogrammeerd, geen krachtwaarden opgeslagen. | Aandrijving programmeren. Zie hoofdstuk inwerkingstelling |
| Aandrijving buiten werking en zonder verlichting | Geen netspanning | Netstekker insteken |
| Geen besturing ingebouwd | Besturing inbouwen | |
| Zekering voor de stroomkring van de garage is doorgeslagen | Zekering vervangenNakijken met behulp van een andere verbruiker,b.v. een boormachine | |
| Geen verlichting bij het sluiten en openen van de garagedeur | Lampje defect | Lampje vervangen. Zie hoofdstuk 'onderhoud en verzorging' |
| Zekering voor gloeilamp defect | Zekering vervangen | |
| Aandrijving buiten werking | Besturing niet juist ingebouwd | Besturing juist in de contactlijst steken |
| Automatisch sluiten geactiveerd, enkel bij marathon | Garagedeur sluit automatisch nadat de ingestelde tijd verstreken is Deactiveer het automatische sluiten | |
| Optische beveiliging onderbroken, LED safety licht op (enkel marathon) | Onderbreking verhelpen | |
| Veiligheidscontactlijst (8,2 kOhm) defect of DIP-schakelaar 2 OFF, LED Safety licht op (enkel marathon) | Veiligheidscontactlijst vervangen, DIP-schakelaar 2 op ON zetten. | |
| Fraba-systeem ingeschakeld maar optische beveiliging of veiligheidscontactlijst (8,2 kOhm) aangesloten, LED Safety licht op (enkel marathon) | Fraba-systeem uitschakelen, zie gebruikershandleiding TorMinal | |
| Aandrijving buiten werking bij bediening met handzender | Batterij van de handzender is leeg | Batterij door een nieuwe vervangen |
| Handzender niet op de ontvanger geprogrammeerd | Programmeer de handzender | |
| Verkeerde zendfrequentie | Frequentie controlleren (40 MHz met draadantenne, 868 MHz zonder externe antenne) | |
| Commando blijft continu geactiveerd maar wordt niet uitgevoerd omdat de toets klemt. LED Start licht op (enkel marathon) | Toets loslaten of handzender vervangen | |
| Aandrijving buiten werking bij bediening met drukknop | Drukknop niet aangesloten of defect | Drukknop aansluiten of vervangen |
| Deur stopt bij het sluiten en rijdt ca. 10 cm in de tegengestelde richting en stopt | Activering van de krachtafstelling door een obstakel | Obstakel verwijderen. Garagedeur volledig openen |
| Verkeerde krachtwaarde geprogrammeerd of krachttolerantie te klein | Wis de krachtwaarden en sla ze opnieuw op. Verhoog de extra krachttolerantie pas wanneer dit niet helpt (Enkel S-aandrijvingen). Zie hoofdstuk 'maximumkracht instellen' | |
| Schakelschuif verkeerd geprogrammeerd | Schakelschuif bijstellen, zie het hoofdstuk 'eindschakelaar instellen' | |
| Poort verkeerd ingesteld of defect (b.v. veeras) | Garagedeur door een vakman laten instellen of repareren | |
| Deur stopt bij het openen en beweegt ca. 10 cm in de tegengestelde richting en stopt. | Activering van de krachtafstelling door een obstakel | Obstakel verwijderen. Garagedeur helemaal met drukknop in deur 'gesloten' rijden |
| Verkeerde krachtwaarden geprogrammeerd of krachttolerantie te klein | Wis de krachtwaarden en sla ze opnieuw op. Verhoog de extra krachttolerantie pas wanneer dit niet helpt (Enkel S-aandrijvingen). Zie hoofdstuk 'maximumkracht instellen' | |
| Schakelschuif verkeerd geprogrammeerd | Schakelschuif bijstellen, zie het hoofdstuk 'eindschakelaar instellen' | |
| Deur stopt bij het openen | Aangesloten optische beveiliging onderbroken en DIP-schakelaar 1 op ON | Onderbreking verhelpen of DIP-schakelaar 2 op OFF |
Hulp bij storingen
Storing Mogelijke oorzaak Verhelpen
| Aandrijving sluit de deur niet | Stroomtoevoer optische beveiliging onderbrokenVoeding aandrijving is onderbroken geweest | Aansluiting controlerenZekering vervangenBij de eerste opdracht na de stroomonderbreking opent de aandrijving de deur volledig. |
| Aandrijving opent de deur, maar reageert daarna niet meer op opdrachten via de drukknop of handzender | Veiligheidsingang ingeschakeld(bijv. optische beveiliging defect)LED Safety licht op (enkel marathon)Automatisch sluiten geactiveerd, enkel bij marathon | - Verwijder het obstakel uit de straal van optische beveiliging- Repareer de optische beveiliging- Verkeerde aansluitingen (Enkel sprint en duo)Deur sluit automatisch nadat de ingestelde tijd verstreken is Deactiveer het automatische sluiten |
| De verklikkerlamp brandt niet | Zekering defectGloeilamp defect | Vervang de zekering, Zie het hoofdstuk 'onderhoud en verzorging'Gloeilamp vervangen, zie het hoofdstuk 'onderhoud en verzorging' |
| Snelheid bij het openen en sluiten wordt gewijzigd | Aandrijving start langzaam en wordt dan snellerKettinggeleider vervuildKettinggeleider met verkeerde olie gesmeerdKetting verkeerd gespannen | Soft verloop, volledig normaalReinig de geleider en smeer deze opnieuw,zie het hoofdstuk 'onderhoud en verzorging'Reinig de geleider en smeer deze opnieuw, zie het hoofdstuk 'onderhoud en verzorging'Ketting spannen, zie het hoofdstuk 'montage sprint/marathon of duo' |
| Aandrijving beeindigd programmeerloop niet | Eindposities verkeerd ingesteld | Eindposities instellen, zie hoofdstuk inbedrijfstelling algemeen |
| Enkel marathon !!Deur kan alleen bediend worden zolang de externe drukknop, bijv. binnenknop, sleutelknop ingedrukt wordt - daarbij knippert de binnenverlichting (dodemansfunctie) | Dodemanswerking ingeschakeld | Verwijder het/de obstakel(s). Verplaats de deur vervolgens naar de eindpositie. De aandrijving werkt normaal,zie gebruikershandleiding TorMinal |
| LED "Start" is voortdurend verlicht | Permanent signaal aan de toetsaan-sluiting 1 of 2.Permanent signaal van radiografische ontvanger, LED 3.1 of 3.2 aan de radiografische ontvanger is verlicht. Er wordt een radiografisch signaal ontvangen, evtl. toets van een hand-zender defect of signaal van buitenaf. | Aangesloten toets (sleuteltoets, indien aangesloten) controleren.- Batterie uit handzender verwijderen- Wachten totdat het signaal van buitenaf wegvalt. |
| Uitsluitend sprint 550 S of duo 500 S !!Aandrijving rijdt enkel zolang de drukknop wordt ingedrukt - gloeilamp knippert | Krachtuitschakeling eerst in deur OPEN en dan in deur GESLOTEN.Aandrijving in dodemanswerking | Aandrijving van het lichtnet scheiden en weer inschakelen, de gloeilamp dient daarna op te lichten. |
| Uitsluitend radiografische ontvanger !!Alle LED's knipperen | Alle opslagplaatsen bezet, max. 112. | - Niet meer benodigde handzenders wissen.- Extra radiografische ontvanger installeren. |
| LED 3.1 of 3.2 is permanent verlicht | Er wordt een radiografisch signaal ontvangen, evtl. toets van een handzen-der defect of signaal van buitenaf. | - Batterij uit de handzender verwijderen- Wachten totdat het signaal van buitenaf wegvalt. |
| LED 3.1 of 3.2 is verlicht | Radiografische ontvanger in de pro-grammeermodus, wacht op een radio- grafische code van een handzender. | Gewenste handzendertoets indrukken |
Poortaandrijvingen
Draaipoortaandrijving twist 200 ...

... Schuifpoortaandrijving starglider 300 ...
Radiografische techniek

... Drukknop voor radiografische contactdoos ...

Aandrijvingen voor rolluiken en luifels

... Besturing ...
... Wandanker uitschuifbaar ...
Toebehoren

... Beslag van de sectionele poort ...
... Waarschuwingslicht 24 V ...

... en nog veel meer.