ForU - Elektrische scooter KYMCO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ForU KYMCO in PDF-formaat.
| Producttype | Elektrische scooter |
| Merk | Kymco |
| Model | ForU |
| Afmetingen (LxBxH) | Ongeveer 1800 mm x 700 mm x 1050 mm |
| Gewicht | Ca. 100 kg (zonder batterij) |
| Motorvermogen | 3.000 W (nominaal) |
| Accutype | Lithium-ion, 48 V / 30 Ah |
| Actieradius | Tot 65 km (bij matig gebruik) |
| Maximumsnelheid | 45 km/u (begrensd) |
| Oplaadtijd | 6-8 uur (volledig leeg tot vol) |
| Remmen | Schijfremmen voor en achter |
| Ophanging | Voorvork met schokdemper, achtervering |
| Bandenspecificaties | Voor: 90/90-12, Achter: 100/80-12 |
| Verlichting | LED-koplamp, LED-achterlicht |
| Maximale belasting | 150 kg (bestuurder + passagier + lading) |
| Onderhoud | Regelmatig remmen, bandenspanning en accu controleren |
| Reiniging | Met zachte doek en mild reinigingsmiddel; geen hogedrukreiniger |
| Veiligheidskenmerken | Elektronische rembekrachtiging, startonderbreking, alarm |
| Garantie | 2 jaar (accu: 1 jaar) |
| Kleur | Zwart, wit, blauw (afhankelijk van variant) |
Veelgestelde vragen - ForU KYMCO
Gebruikersvragen over ForU KYMCO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Elektrische scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ForU - KYMCO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ForU van het merk KYMCO.
GEBRUIKSAANWIJZING ForU KYMCO
Beste KYMCO ForU Maxi XLS gebruiker,
Dank u voor de aanschaf van uw Maxi XLS en welkom als Maxi XLS- gebruiker.
Als u veilig en plezierig wilt rijden, dan dient u eerst volledig vertrouwd te raken met de informatie in deze handleiding voordat u de scooter gaat gebruiken. Uw veiligheid hangt niet alleen af van uw eigen alertheid en uw vertrouwdheid met de scooter maar ook van de technische staat waarin uw scooter verkeert.
Het is van essentieel belang dat u de scooter altijd controleert voordat u gaat rijden en dat u geregeld onderhoud pleegt. De kwaliteit van elke Maxi XLS is gegarandeerd.
N.B. 1. De informatie en technische gegevens in deze handleiding dienen uitsluitend ter naslag en kunnen zonder extra vermelding worden gewijzigd.
2. Uw scooter kan er iets anders uitzien dan die welke in deze handleiding staat afgebeeld.
ForU Maxi XLS model:

N.B. Uw scooter kan er iets anders uitzien dan die welke in deze handleiding staat afgebeeld.
INHOUD
| Informatie omtrent de veiligheid | 1-8 | De accu's opladen 36-39 |
| Modellen 9 Onderhoud en controle 40 | ||
| Onderdelen | 10-11 | Technische gegevens 41-42 |
| Korte aanwijzingen | 12-14 | De XLS vervoeren 43 |
| Verstellen van de zittinghoogte | 15-16 | |
| De positie van de zitting aanpassen | 17-20 | |
| Rij-informatie | 21-26 | |
| Op de scooter rijden | 27-34 | |
| Op de scooter rijden | 35 | |
Informatie omtrent de veiligheid
Gebruikte symbolen
Deze gebruikshandleiding bevat de volgende symbolen die gebruikt worden voor het aangeven van bijzondere gevaren die bestaan bij omgang met het produkt of informatie die het hanteren ervan kan vereenvoudigen.
Dit symbool gaat vooraf aan veiligheidsinformatie omtrent risico's die u loopt als u met het produkt omgaat.
N.B. Dit symbool geeft aanvullende informatie over hoe u met dit produkt dient om te gaan.
Gebruiksdoeleinden
De ForU MAXI XLS mobiliteitsscooter is ontworpen voor gebruik zowel binnens- als en buitenshuis. De scooter is bedoeld om de mobiliteit te vergroten van personen die zowel fysiek als mentaal in staat zijn om rijsituaties goed te beoordelen en te allen tijde overeenkomstig te reageren.
Informatie omtrent de veiligheid
Algemene informatie
Lees deze gebruikershandleiding grondig door voordat u de scooter gaat gebruiken!
Zorg ervoor dat:
- De gebruikshandleiding gelezen wordt door alle personen die de scooter gaan gebruiken en/of onderhouden.
- Alle personen die de scooter gebruiken en/of onderhouden te allen tijde de gebruikshandleiding bij de hand hebben.
Kans op ongelukken:
- Gebruik de scooter NIET als uw rijvaardigheid negatief beïnvloed wordt door het gebruik van medicijnen of alcohol.
- Gebruik de scooter uitsluitend voor de doeleinden waarvoor het voertuig ontworpen is.
- Gebruik de scooter uitsluitend als deze perfect werkt.
- Als u een storing constateert, stop dan onmiddellijk met het gebruik van de scooter en zorg dat deze niet door onbevoegden gebruikt kan worden
- Het is van het grootste belang dat u altijd een mankement dat de functie en veiligheid van uw scooter negatief zou kunnen beïnvloeden, onmiddellijk verhelpt.
- Overschrijd de maximum belading niet (zie "Technische gegevens").
- Gebruik uitsluitend accessoires en reserve-onderdelen die door KYMCO Healthcare zijn uitgezocht. De scooter mag uitsluitend gebruikt worden voor het vervoer van één persoon.
- Stel tijdens het rijden nooit de zitting bij.
Informatie omtrent de veiligheid
Kiepgevaar:
- Stel de zitting niet bij als de scooter op een helling staat.
- Ga niet over de armsteunen naar de zijkant of over de rugsteun naar achteren leunen.
Veiligheid tijdens het rijden:
Kans op ongelukken!
Controleer voorafgaand aan elke rit of de remmen en de lichten (indicatielampjes, koplampen) goed werken.
- Gebruik bij beperkt zicht altijd de verlichting, overdag of 's nachts.
- Controleer regelmatig de bandspanning.
- Gebruik tijdens het rijden altijd de veiligheidsgordel.
- Schakel tijdens het rijden de scooter nooit uit.
- Rijd nooit op of af een te steile helling, over een obstakel op een helling of over op- en afritten.
- Overschrijd de maximale hellingshoek niet - zie "Technische gegevens".
- Rijd uitsluitend met lage snelheid door smalle doorgangen, de bocht om, over hellingen en op- en afritten.
- Rijd uitsluitend over hellingen als de rugsteun in een verticale stand staat afgesteld.
- Rijd niet te dicht bij open water.
Informatie omtrent de veiligheid
Kiepgevaar:
- Stel tijdens het rijden nooit de zitting bij.
- Als u een obstakel of een stoeprand neemt, dient u dat altijd bij het laagste punt te doen en in een rechte hoek.
- Verander nooit plotseling van rijrichting of rijsnelheid.
- Ga niet rijden op steile hellingen als er kans is dat de scooter gaat slippen.
- Ga niet rijden op oppervlakken waarvan u niet weet of u daar veilig op kunt rijden
- Als u op een hellend vlak rijdt, doe dit dan altijd in een rechte lijn en niet zigzaggend.
- Keer nooit om als u zich op een helling bevindt.
- Rijd nooit van traptreden af.
- Rijd nooit achteruit een helling, een trap of een stoeprand af. Neem nooit een obstakel terwijl u achteruit rijdt.
Zorg dat de scooter niet uit zichzelf in beweging komt. Dit is gevaarlijk.
Zet daarom altijd de stroom van de scooter uit als u:
- wilt op- of afstappen;
- van plan bent om langere tijd stil te blijven staan;
- u de scooter stalt.
Informatie omtrent de veiligheid
Veiligheid tijdens vervoer, montage en onderhoud:
Als de scooter die volledig is gemonteerd in een voertuig vervoerd wordt:
- mogen er tijdens het inladen geen personen op de scooter zitten!
- mogen er tijdens het vervoer geen personen op de scooter zitten!
Pas op! U loopt de kans om gewond te raken (een lichaamsdeel kan geplet worden of klem komen te zitten).
Tijdens de voorbereiding van de scooter op vervoer en onderhoud kan een lichaamsdeel klem komen te zitten of geplet worden als gevolg van het hoge gewicht van bepaalde onderdelen, zoals de accu's.
- Voer werkzaamheden altijd met de grootste zorg uit.
- Probeer altijd om hulp te krijgen van een ander, in het bijzonder als u onderdelen voor vervoer inpakt.
- Voer uitsluitend werkzaamheden uit als u ervaring heeft met het gebruik van de vereiste gereedschappen.
- Gebruik uitsluitend het aanbevolen gereedschap.
Informatie omtrent de veiligheid
U loopt kans om gewond te raken als u de scooter niet op de juiste wijze heeft gemonteerd:
- Zorg ervoor dat alle onderdelen van de scooter op de juiste wijze zijn gemonteerd.
- Controleer na montage of alle onderdelen goed vastzitten.
Kans op ongelukken als schroefverbindingen onjuist zijn uitgevoerd:
- Als schroefverbindingen met zelfborgende moeren zijn uitgevoerd, zorg er dan voor dat deze worden vervangen als de scooter weer in elkaar wordt gezet.
- Vervang zelfborgende moeren niet door normale moeren.
- Als schroefverbindingen sluitringen hebben, controleer deze laatste dan als u de scooter weer in elkaar zet en vervang ze zo nodig.
Gebruiksdoeleinden
De scooter is gebouwd op gebruik zowel binnenshuis (KYMCO Healthcare raadt in het algemeen gebruik binnenshuis aan) als buitenshuis.
De bekleding van de zitting van dit produkt kan ftalaten bevatten. Ftalaten zijn door de WHO officieel aangemerkt als een hormoonverstorende stof die het endrocriene systeem in het lichaam kan beïnvloeden. Met name zwangere vrouwen wordt geadviseerd om langdurig contact met dit produkt te vermijden.
Advies: zwangere vrouwen en kinderen dienen langdurig contact met dit produkt te vermij

Informatie omtrent de veiligheid
Veiligheid bij het hanteren van de accu's
Brandgevaar
- Zorg dat de de accu-oplader en de ventilatie-opening niet bedekt zijn terwijl de accu's worden opgeladen.
- Gebruik de accu-oplader uitsluitend in goed geventileerde ruimtes.
Kans op ongelukken
- Gebruik uitsluitend de originele accu-oplader (geleverd met de scooter).
- Laat uw dealer uw accu's vervangen.
- Gebruik uitsluitend accu's zoals gespecificeerd in het hoofdstuk "Technische Gegevens".
- Let op de waarschuwingen die door de accufabrikant gegeven zijn en leef ze na.
- Accu's zijn uiterst zwaar.
Gevaar voor brandwonden door beschadigde accu's
Accu's die zuur lekken kunnen ernstige brandwonden veroorzaken.
- Raak nooit met uw blote handen beschadigde accu's aan. Gebruik rubber handschoenen!
- Mocht uw huid in contact zijn gekomen met accuzuur, was ze dan onmiddellijk met veel water en neem contact op met een arts.
- Als er accuzuur in uw ogen is gekomen, spoel ze dan onmiddellijk met veel water uit en ga naar een arts.
- Doe altijd onmiddelijk andere kleding aan als er accuzuur op uw kleding is gemorst.
Informatie omtrent de veiligheid
Veiligheidsinformatie omtrent elektronica
Kans op ongelukken als gevolg van storingen
Radio-, televisie-, radiozendapparatuur en mobiele telefoons produceren elektromagnetische velden.
Ze kunnen de elektronische functies van de scooter negatief beïnvloeden.
Rijd nooit dicht langs sterke radio- of televisiezenders.(zendmasten).
Schakel de scooter uit als u uw mobiele telefoon gebruikt.
Storing in apparatuur in de omgeving
De scooter produceert een elektromagnetisch veld dat de werking van andere apparaten in de directe omgeving negatief kan beïnvloeden (zoals medische apparatuur, radio-ontvangers, mobiele telefoons). Aan de zijkant van de banden staat de opmerking "niet geschikt voor gebruik op de snelweg". Dit geldt niet voor de KYMCO ForU mobiliteitsscooters.

WAARSCHUWING
Modellen
Wat er geleverd moet zijn
Na ontvangst van uw scooter, dient u te controleren:
- of de levering compleet is (zie lijst hieronder)
- of alle onderdelen intact zijn en goed werken.
Gebruik hiervoor de controle-instructies.
Als u constateert dat er een onderdeel ontbreekt of niet goed werkt en/of beschadigd is,
De volgende onderdelen dienen samen met de scooter geleverd te worden:
- Twee contactsleutels voor het aanzetten van de scooter;
- Accu-oplader;
- Gebruikershandleiding.

N.B. Uw scooter kan er iets anders uitzien dan die welke in deze handleiding staat afgebeeld.
Onderdelen
Het dashboard - displays and regelknoppen

Klaxonknop Gevaarlichtschakelaar
Korte aanwijzingen
- Draai de zitting naar buiten.

- Ga zitten - draai vervolgens uw lichaam in de rijrichting.

- Maak de veiligheidsgordel vast.

4.Zet de scooter aan.

- Controleer de oplaadstatus van de accu.

- Stel het rij-niveau in (hoog of laag):
H = 15-16 km/u maximale rijsnelheid;
L = 6-7 km/u maximale rijsnelheid.

- Stel de maximum snelheid verder bij:

laagst mogelijke rijsnelheid

hoogst mogelijke rijsnelheid

Beweeg de rijhendel langzaam totdat de vereiste snelheid bereikt is. Met de rijhendel kunt u de snelheid variëren tot de maximum rijsnelheid.
VooruitAchteruit

Verstellen van de zittinghoogte
De XLS-scooter monteren
In het hiernavolgende wordt beschreven hoe u de scooter kunt monteren en afstellen zodat u comfortabel en veilig kunt rijden.
Verstellen van de zittinghoogte
N.B.
Om de zittinghoogte te kunnen afstellen, dient u de zitting van de scooter te verwijderen. Laat iemand u hierbij zo mogelijk helpen of neem contact op met uw dealer.
De zitting verwijderen
Kantel de achterleuning naar voren.
Trek eerst de vergrendelhendel naar buiten (1) en vouw vervolgens de rugsteun naar voren (2).

Til de zitting op terwijl u de zittinggrendel (3) uit de zittingsteun (4) trekt.

Verstellen van de zittinghoogte
De luxe zitting plaatsen
-
Trek de zittinggrendel (3) naar buiten en schuif de zitting van boven in de zittingsteun (4).
-
Laat de zittinggrendel los en stel de stand van de zitting bij door deze lichtjes heen en weer te draaien.

Als het, na het inschuiven van de zitting, niet mogelijk is om de zitting te draaien of om de zttinggrendel naar boven te trekken, dan is de zitting niet goed vergrendeld.
De achterleuning naar voren kantelen
- Trek aan de vergrendelingshendel (1) en beweeg de achterleuning naar voren of naar achteren (2) in de gewenste stand.
- Laat de hendel los en zorg dat de zitting vergrendeld wordt door deze lichtjes naar voren en naar achteren te duwen.

De positie van de zitting aanpassen
De afstand tussen de zitting en de stuurboom aanpassen
- Trek de vergrendelingshendel naar boven (1) en beweeg de zitting naar voren of naar achteren in de gewenste stand.
- Laat de vergendelingshendel los en zet de achterleuning vast door de zitting
lichtjes naar voren en naar achteren te duwen.
De zitting bewegen
N.B.
Kans op ongelukken doordat de zitting niet goed is vergrendeld
Controleer of de zitting goed vastzit (1) afstelling door deze lichtjes naar voren en naar achteren te bewegen

De positie van de zitting aanpassen
De hoek van de achterleuning aanpassen
De achterleuning kan in drie standen worden vergrendeld.
- Trek de vergrendelingshendel naar u toe (6) en beweeg de achterleuning naar voren of naar achteren in de gewenste stand (7).
- Laat de hendel los en zorg dat de zitting vergrendeld wordt door deze lichtjes naar voren en naar achteren te duwen.

Als de achterleuning niet goed is vergrendeld dan kan er een ongeluk gebeuren!
Controleer of na afstelling de zitting goed vergrendeld is door deze lichtjes naar voren en naar achteren te bewegen.
De positie van de zitting aanpassen
De hoogte van de hoofdsteun afstellen
De hoofdsteun hoger zetten
Zet de hoofdsteun hoger in de gewenste stand (1) totdat het vergrendelmechaniek hoorbaar vastklikt.
De hoofdsteun lager zetten
- Duw de vergrendelingshendel (2) en duw de hoofdsteun naar beneden in de gewenste stand (3) en zorg dat het vergrendelmechaniek vastklikt door de hoofdsteun lichtjes te bewegen.

De positie van de zitting aanpassen
De hoek van de stuurboom aanpassen
Pas de stuurboom altijd aan zodat u altijd gemakkelijk bij alle displays en regelknoppen kunt komen. De stuurboom kan in verschillende standen worden afgesteld.
- Duw tegen of trek aan de vergrendelingshendel (1);
- Duw de stuurboom naar voren of naar achteren in de vereiste stand (2);
- Laat de vergrendelingshendel/-knop los;
- Controleer of de stuurboom goed is vergrendeld door deze heen en weer te bewegen.
N.B.
Als de stuurboom niet goed is vergrendeld, kan er een ongeluk gebeuren!
Controleer of na afstelling de zitting goed vergrendeld is door deze lichtjes naar voren en naar achteren te bewegen.
Vergrendelmechanisme

Vergrendelen: duw de vergrendelingshendel van u af; Ontgrendelen: trek de vergendelingshendel naar u toe.
Rij-informatie
Informatie omtrent veilig rijden
LET OP:
Leef altijd de veilgheidsvoorschriften na zoals die beschreven staan op bladzijde 1 "Informatie omtrent de veiligheid":
Met de scooter rijden is heel eenvoudig en na een paar keer oefenen heeft u het onder de knie.
Om veilig aan het verkeer deel te nemen, dient u op het volgende te letten:
- Pas uw rijsnelheid altijd aan de situatie aan.
- Ga altijd langzamer rijden in de volgende omstandigheden:
- weinig zicht;
- nauwe doorgangen;
- scherpe bochten;
- hellingen;
-
op- en afritten.
-
Maak een proefrit in een gebied waar geen voetgangers zijn of in een afgesloten ruimte.
- Houd altijd uw voeten op de treeplank terwijl u rijdt.
Rij-informatie
Hellingen op- en afrijden
De scooter kan zonder gevaar hellingen nemen van maximaal 12°.
N.B.
De maximale helling die de scooter veilig kan nemen is bepaald overeenkomstig
de richtlijnen. De scooter is in staat om, onder de opgegeven maximale belasting, te starten, te remmen en bochten te maken. Het is mogelijk om steilere hellingen te nemen, maar wij raden u dat af.
Het beschermingsmechanisme tegen overbelasting zou in de war gestuurd kunnen worden door een combinatie van de volgende factoren: duur van het beklimmen van de helling, steilheid van de helling en belading van de scooter.
De scooter wordt tot een veilige snelheid teruggebracht om de motor te beschermen tegen overbelasting/ oververhitting.
Schakel de scooter uit en zorg dat de motor kan afkoelen voordat u weer gaat rijden. Als bij overbelasting de motor automatisch wordt uitgeschakeld, dan zult u een alternatieve route moeten kiezen.
Voorbeelden van te nemen hellingshoeken
Een hellend vlak van één meter lang mag niet hoger zijn dan 21 cm; Een hellend vlak van twee meter lang mag niet hoger zijn dan 42 cm.

Rij-informatie
Ga nooit overlangs een helling rijden (probeer altijd om in de opgaande/ afgaande richting van de helling te rijden).
Er bestaat een groter kiepgevaar als u hellingen op- of afrijdt als de scooter aan de achterkant beladen is en daarbij de achterleuning naar achteren staat afgesteld en de zitting in de achterste stand staat.
U kunt de kiepveiligheid vergroten door: de zitting meer naar voren af te stellen; de achterleuning verticaal af te stellen; uw bovenlichaam lichtjes naar voren te bewegen (zie tekening).
Kiepgevaar

De scooter kan probleemloos over obstakels zoals stoepranden rijden, mits deze niet hoger zijn dan 10 cm. Om te voorkomen dat de scooter kiept tijdens het nemen van een obstakel: probeer niet over obstakels te rijden die te hoog zijn.
Oplossing: neem altijd een stoeprand via een vlak weggedeelte, zoals een oprit.
PROBEER NOOITom een obstakel te nemen terwijl u zich op een helling bevindt.
Neem het obstakel vanuit een rechte hoek zodat de scooter er in één keer overheen kan rijden.
RIJD NOOIT over een obstakel met slechts één wiel.

Rij-informatie
RIJD NOOIT achteruit over een obstakel.
RIJD NOOIT achteruit over een stoeprand.
RIJD NOOIT over trappen of treden.

Rij-informatie
Rij-informatie - Stoepranden nemen N.B.
Kans op ongelukken
Het nemen van stoepranden vergt enige oefening.
Het te nemen obstakel mag niet hoger zijn dan 8 cm.
Oefen eerst met lage stoepranden.
-
Neem de stoeprand vanuit een rechte hoek.
-
Stop ongeveer een halve meter vóór de stoeprand.
-
Stel de maximale snelheid in.
-
Druk de rijhendel volledig in en rijdt vervolgens naar voren.
Rijd in een rechte hoek (1) op de stoeprand af.

Stop vóór de stoeprand (2).

Zet de snelheid op maximaal (3).

Op de scooter rijden
Veiligheidsgordel - Als bevestigd in lengte aanpasssen en passend maken
De lengte afstellen
Draai de tong (1) van de veiligheidsgordel (1) in rechte hoeken naar de gordel toe. Stel de lengte bij door aan de juiste zijde van de gordel te trekken.
(a) = de gordel korter maken
(b) = de gordel langer maken
Trek het losse gordeluiteinde strak door aan de gordelhouder te trekken (2).
De lengte afstellen

De veiligheidsgordel vastmaken
Duw de tong (1) in het slot totdat u een klik hoort.

Op de scooter rijden
De zitting draaien
De zitting kan naar beide zijdengedraaid en in acht standen (elk 45°) gezet worden.
De zitting draaien
Trek aan de draaigrendel (1), draai de zitting in de vereiste richting of stand (2) en zet de zitting vast.
LET OP: Er kunnen ongelukken gebeuren doordat de zitting niet goed staat afgesteld
Draai de zitting altijd naar voren en zet deze vast voordat u gaat rijden. Als de zitting gedraaid staat, dan kan de scooter gaan kantelen voor te zorgen dat de scooter op een vlakke en stevige ondergrond staat.
De scooter aanzetten
Steek de sleutel in het contactslot en draai hem naar rechts om de scooter aan te zetten.


Op de scooter rijden
Bedrijfsindicatielampje en storingsdisplay
Bedrijfsindicatielampje brandt:
De stroom is aangezet en de scooter is klaar om te gaan rijden.
Bedrijfsindicatielampje knippert:
Neem contact op met uw dealer.
De rijsnelheid aanpassen
N.B.
Pas de snelheid aan de plaatselijke omstandigheden aan. Kies een lagere snelheid als u door nauwe doorgangen, op hellingen of door een menigte rijdt
Het rijniveau vooraf kiezen
U kunt de schakelaar voor rijniveau gebruiken om de maximum rijsnelheid in te stellen.
Verschillende rijniveaus:
H = 15-16 km/u maximale rijsnelheid; L = 6-7 km/u maximale rijsnelheid.

Zet de H/L-rijsnelheidschakelaar in de gewenste stand.
Op de scooter rijden
De rijsnelheid aanpassen
Uw maximale rijsnelheid kan fijner bijgesteld worden door de snelheidsregelknop te gebruiken.
Maximale rijsnelheid = houd de rijhendel ingedrukt tot hij niet verder kan.

Regelsymbolen:
= laagst mogelijke maximum rijsnelheid voor het vereiste rijniveau;

= hoogste mogelijke maximum rijsnelheid voor het vereiste rijniveau.
Stel de vereiste maximale rijsnelheid bij door de snelheidsregelknop te draaien.
Snelheidsregelaar

Op de scooter rijden
Rijden
Houd het stuur met beide handen stevig vast.
Duw de rijhendel (1) in in de rijrichting totdat de vereiste snelheid is bereikt.

= vooruitrijden

= achteruitrijden
Remmen
De motorrem gebruiken
Laat de rijhendel los (1).
De rijhendel blijft staan in de middenstand- de scooter gebruikt de motor om te remmen.

Als u de gashendel loslaat, keert deze automatisch in de middenstand terug en wordt de scooter op de motor afgeremd.
Op de scooter rijden
De handrem gebruiken
Om de handrem te gebruiken, trekt u de remhendel (2) langzaam naar het stuur toe.
N.B.
Kiepgevaar
Als de remhendel te plotseling wordt aangetrokken, dan kan de scooter vooroverkiepen.
Trek de remhendel langzaam aan om te remmen.
De richtingaanwijzer gebruiken
Tuimelschakelaar voor richtingaanwijzer (3):
Richting naar rechts = tuimel de schakelaar naar rechts;
Richting naar links = tuimel de schakelaar naar links.
Als u de bocht om bent, druk dan de schakelaar (3) in om de richtingaanwijzer uit te schakelen.

Op de scooter rijden
De koplampen aanzetten
Drukschakelaar (4):
Inschakelen = druk de schakelaar eenmaal in;
Uitschakelen = druk de schakelaar nogmaals in.
Het schakelaar-indicatielampje laat zien of de koplamp aanstaat of niet.
N.B.
Als u gaat rijden terwijl de koplampen aanstaan, dan kunt u minder ver met de scooter rijden.
De klaxon gebruiken
Druk op de klaxonknop (5).
De klaxon gaat net zolang af als u de knop ingedrukt houdt.

Op de scooter rijden
De XLS uitschakelen/ parkeren
Draai de contactsleutel naar links om de scooter uit te zetten.
Zet de stroom van de scooter uit als u:
- wilt op- of afstappen;
- van plan bent om langere tijd stil te blijven staan.
Haal altijd de sleutel uit het contactslot als u:
- de scooter wilt parkeren en u wilt afstappen.
Gevaarlichten-schakelaar
Inschakelen = druk de schakelaar eenmaal in; Uitschakelen = druk de schakelaar nogmaals in.
Het schakelaar-indicatielampje laat zien of de gevaarlichten zijn ingeschakeld of niet.
N.B. Als u de scooter laat staan met de gevaarlichten aan, dan loopt de accu leeg.
UIT

Op de scooter rijden
Om de scooter te kunnen voortduwen, dient u de rijmotor uit te schakelen.
De hendel om de motor uit te schakelen (1) bevindt zich aan de rechterzijde van de scooter.
Als de scooter wordt voortgeduwd, mag er niemand op de scooter zitten.

- Duwen (a):
Zet de stroom van de scooter uit.
Trek de hendel om de motor in te schakelen (1) naar boven tot hij niet verder kan (grensstand).

- Rijden (b):
Duw de hendel om de motor in te schakelen (1) naar beneden tot hij niet verder kan (grensstand).
N.B.:
-
Zet altijd eerst de stroom uit als u de scooter wilt voortduwen.
-
Als een vooraf ingestelde snelheid overschreden wordt als u de scooter voortduwt, dan zal de aandrijfmotor automatisch aanslaan en de scooter afremmen.

De omgevingstemperatuur dient te liggen tussen 10° and 30° Celsius.
De oplaadtijd wordt langer naarmate de temperatuur lager is.
Gebruik uitsluitend de originele accu-oplader (geleverd met de scooter).
Gebruik de accu-oplader in een droge en goed geventileerde ruimte.
Zorg dat de de accu-oplader en de ventilatie-opening niet bedekt zijn terwijl de accu's worden opgeladen.
De accu-oplader schakelt zichzelf tijdig uit zodat de accu's niet overladen kunnen worden. Laat de scooter niet langer dan 24 uur aan de accu-oplader gekoppeld.
De accu's kunnen 's nachts worden opgeladen.
Schakel de scooter uit alvorens de accu's op te laden.
Aantal uren opladen:
Tussen 8 en 9 uur afhankelijk van de oplaadstatus.
N.B.
De accu-oplader is ontworpen om volledig lege accu's binnen 8 uur tot 80% van hun laadcapaciteit op te laden.
De accu-oplader voorbereiden
Steek de netvoedingstekker (1) in het jackplug-contact op de accu-oplader.
De accu's opladen
Zet de stroom van de scooter uit.
Zet de hendel voor "duw-modus" in de "rij"-stand.
Het is belangrijk dat u de de accu-oplader in de juiste volgorde aan- en loskoppelt.
Het oplaadcontact (3) waaraan de accu-oplader wordt gekoppeld, bevindt zich links op de stuurboom.
- Steek de accu-oplaadstekker (4) in het oplaadcontact.

De accu's opladen
- Steek de netstekker van de oplader (5) in een stopcontact (2) en schakel de oplader in.

LED-informatie op de accu-oplader tijdens het opladen:
LED-signaal-> Kleur -> Betekenis
1 --- Groen --- accu-oplader ingeschakeld;
2 --- Geel --- bezig met opladen;
3 --- Geel --- 90% opgeladen;
4 --- Groen ---> opladen voltooid, accu volledig opgeladen.

-
Schakel de oplader uit en verwijder de stekker van de accu-oplader uit het stopcontact.
-
Haal de jackplug-stekker van de accu-oplader uit het stopcontact van de scooter.

Onderhoud en controle
Onderhoud en controle
Als u tijdens onderhoud een mankement aan uw scooter constateert waarover geen reparatie-informatie wordt gegeven, neem dan contact op met uw dealer. Ga nooit rijden met een scooter waaraan iets mankeert en zorg ervoor dat deze niet door onbevoegden kan worden gebruikt (haal de sleutel uit het slot).
Dagelijks onderhoud uit te voeren vóór elke rit
Controleer de remmen door langzaam te rijden en vervolgens af te remmen. Controleer of de lichten en de indicatielampjes goed werken. Bekijk of de wielen en banden beschadigd zijn en of de laatste de juiste spanning hebben.
Wekelijkse controles / bandspanning Gevaar voor verwonding door te grote bandspanning:
De banden kunnen scheuren als de bandspanning te hoog is.
Zorg dat bij het oppompen de aangegeven bandspanning nooit wordt overschreden. Gebruik uitsluitend geijkte instrumenten om de luchtdruk in de banden te meten. Zulke instrumenten zijn aanwezig bij tankstations.

Verwijder de ventieldop (1) - controleer de luchtdruk.
Schroef de dop weer op het ventiel.
Model Model met vier wielen
Draaicirkel 1650mm
Snelheid 12.8 km/u
Maximale actieradius* ca. 35 km
Maximaal neembare helling 12°
Maximale meebare hoogte obstakel 100 mm
Totaal gewicht (rijklaar inclusief accu's) 138 kg
Gewicht zwaarste onderdeel... 37 kg
Maximale belading tijdens bedrijf (gewicht van de gebruiker) 200 kg
Bandmaten (4.00 - 5)
Bandspanning 2.0 bar
Bedrijfsspanning (accuspanning) 24Volt
Accu's
2 accu's type 12V80 Ah*2
Accu-oplader 240V/8A
LED
Parkeerlicht vóór 24V / 0.72W
Parkeerlicht achter 24V / 072W
Richtingaanwijzerlampje vóór 24V / 0.6W
Richtingaanwijzerlampje achter 24V / 0.6W
Koplamp 24 V / 0.72W
Remlicht achter 12V (model met hulprem)
De theoretische actieradius is berekend onder testomstandigheden overeenkomstig de Europese richtlijnen.
De werkelijk actieradius bij normaal gebruik hangt af van vele factoren, waaronder de toestand van het voertuig, de accu's, het gewicht van de bestuurder, de bandspanning, de omgevingstemperatuur en de hellingsgraad en het oppervlak van de weg of het trottoir.
De XLS vervoeren
1. Informatie omtrent vervoer
Voor vervoer in kleinere voertuigen kan de scooter in een paar stappen worden gedemonteerd. Zorg er tijdens vervoer in het bijzonder voor dat de accu's stevig vastzitten en zorg dat onderdelen niet kunnen kiepen. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor schade als gevolg van vervoer.
2. De scooter in zijn geheel vervoeren

Tijdens het opladen van de accu's mag er niemand op de scooter zitten! Tijdens het opladen van de accu's mag er niemand op de scooter zitten!
Rijd of duw de scooter via een loopplank het voertuig in.
Zet de starchendel in de rijstand.
Zorg dat de scooter niet voorover kan kiepen door deze met vervoersriemen vast te maken.
3. Voorbereiding van het vervoer: de scooter demonteren

Pas op! U loopt de kans om gewond te raken als u met gereedschap werkt.
Tijdens de voorbereiding van de scooter op vervoer kan een lichaamsdeel klem komen te zitten of geplet worden als gevolg van het hoge gewicht van bepaalde onderdelen, zoals accu's. Voer werkzaamheden altijd met de grootste zorg uit.
Probeer altijd om hulp te krijgen van een ander, in het bijzonder als u onderdelen voor vervoer inpakt.
Door KWANG YANG MOTOR CO.,LTD.
Vijfde uitgave: april 2012
Alle rechten voorbehouden.
Aangepast en vertaald voor KYMCO Benelux B.V:
Amstel Translations (mei 2015).
Elke verveelvoudiging en/of elk gebruik zonder de
voorafgaande schriftelijke toestemming van KWANG YANG
Motor Co., Ltd en KYMCO Benelux B.V. is uitdrukkelijk
verboden.
T300-EQ35CB -A1
