New Dink 200i - Scooter KYMCO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis New Dink 200i KYMCO in PDF-formaat.
| Type product | Scooter |
| Merk | KYMCO |
| Model | New Dink 200i |
| Afmetingen (L x B x H) | 2030 mm x 780 mm x 1255 mm |
| Wielbasis | 1390 mm |
| Droog gewicht | 140 kg |
| Maximaal laadvermogen | 163 kg |
| Motorinhoud | 174,5 cc |
| Boring x slag | 62 x 57,8 mm |
| Compressieverhouding | 11,2:1 |
| Stationair toerental | 1560-1760 tpm |
| Bougie | DPR6EA-9 |
| Benzinetankinhoud | 11 liter |
| Motorolie (na aftappen) | 0,9 liter |
| Transmissie-olie (na aftappen) | 0,18 liter |
| Bandenmaat voor | 120/70-13 |
| Bandenmaat achter | 140/70-12 |
| Accu | 12V-10AH (onderhoudsvrij) |
| Koplamp | 12V 60W/55W |
| Remvloeistof | DOT 4 |
| Maximaal gewicht helmbak | 10 kg |
| Maximaal gewicht bagage | 18 kg |
Veelgestelde vragen - New Dink 200i KYMCO
Gebruikersvragen over New Dink 200i KYMCO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding New Dink 200i - KYMCO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. New Dink 200i van het merk KYMCO.
GEBRUIKSAANWIJZING New Dink 200i KYMCO
Dank u voor uw aanschaf van deze KYMCO-scooter en welkom als KYMCO-scooterrijder.
Wij raden u aan om deze handleiding grondig door te nemen, zodat u - voordat u gaat rijden - volledig op de hoogte bent van de juiste bediening en de kenmerken, mogelijkheden en beperkingen van uw scooter.
Wilt u verzekerd zijn van een probleemloze levensduur van uw scooter, dan dient u deze op de juiste manier te bedienen en te onderhouden.
Voor vervangende onderdelen en toebehoren raden wij originele K YMCO-producten aan. Deze zijn speciaal ontworpen voor uw scooter en beantwoorden aan de hoge eisen die KYMCO aan haar producten stelt.
Houd deze handleiding aan boord van uw scooter, zodat u de juiste informatie altijd bij de hand heeft waar en wanneer u die nodig heeft. De handleiding moet beschouwd worden als een vast onderdeel van de scooter en dient bij de scooter te blijven als deze wordt verkocht.
Alle informatie, illustraties, foto's en specificaties in deze handleiding zijn gebaseerd op de laatste productinformatie zoals deze beschikbaar was ten tijde van publicatie. Als er nadien nog verbeteringen of andere veranderi ngen zijn aangebracht, kunnen bepaalde gegevens in deze handleiding afwijken van de werkelijkheid. KYMCO behoudt zich het recht voor om zonder enige verplichting veranderingen aan te brengen zonder de klant daarvan op de hoogte te stellen.
LEES DEZE HANDLEIDING ZORGVULDIG DOOR
Deze gebruikshandleiding bevat belangrijke informatie omtrent veiligheid, bediening en onderhoud. Wie deze scooter gaat berijden, dient eerst de inhoud van deze handleiding tot in de details gelezen en begrepen te hebben.
SPECIALE OPMERKINGEN
Lees deze handleiding door en volg de instructies zorgvuldig op. Om bepaalde informatie bijzondere nadruk te geven, worden de woorden WAARSCHUWING!, PAS OP! en N.B. gebruikt. Deze informatie dient u van tijd tot tijd zorgvuldig door te nemen.

WAARSCHUWING!
geeft aan dat er een grote kans is dat ernstige verwondingen of de dood kunnen worden veroorzaakt als de gegeven aanwijzingen niet worden opgevolgd.
PAS OP! geeft aan dat er een mogelijkheid is dat er schade aan uitrusting of bezittingen kan ontstaan als de gegeven aanwijzingen niet worden opgevolgd.
N.B. geeft nuttige informatie.
Deze gebruikshandleiding dient beschouwd te worden als een vast onderdeel van uw scooter. Zorg dat de handleiding altijd bij de scooter blijft, ook als deze wordt verkocht.
GEBRUIK OP DE WEG
Deze scooter is ontworpen om alleen op de weg gebruikt te worden.
Inhoudsopgave
VEILIGHEID....1
BELANGRIJKE INFORMATIE OMTRENT DE VEILIGHEID 1
PEKEL VERWIJDEREN 93
STALLEN....95
STALLING 95
SCOOTER NA STALPERIODE RIJKLAAR MAKEN 97
U kunt van uw scooter jarenlang profijt hebben, als u de verantwoordelijkheid neemt voor uw eigen veiligheid en begrijpt welke uitdagingen u op de weg kunt tegenkomen. Er is veel dat u kunt doen om uzelf te beschermen als u rijdt. In deze handleiding vindt u veel nuttige adviezen. De volgende zijn zeer belangrijk:
DRAAG EEN HELM
Een veilige scooteruitrusting begint met een helm van goede kwaliteit. Een van de ernstigste verwondingen die u kunt oplopen zijn verwondingen aan het hoofd. Draag altijd een goedgekeurde helm. Ook dient u deugdelijke oogbescherming te dragen.
ZORG DAT U GOED ZICHTBAAR BENT
Zorg dat anderen u goed kunnen zien: draag kleding in felle, reflecterende kleuren, stel uzelf zodanig op dat andere weggebruikers u kunnen zien, geef een signaal voordat u uitwijkt of afslaat en gebruik uw claxon als dat anderen kan helpen om u op te merken.

KYMCO
KEN UW GRENZEN
Rijd altijd en overal binnen de grenzen van uw eigen rijvaardigheid. Als u uw grenzen kent en ze niet overschrijdt, zal dit u helpen om ongelukken te voorkomen.
HOUD U W SCOOTER VEILIG
Om veilig te rijden, is het belangrijk dat u telkens voordat u gaat rijden uw scooter controleert en alle aanbevolen onderhoud uitvoert. Overschrijd nooit de voorgeschreven laadcapaciteit en gebruik alleen onderdelen en toebehoren die door KYMCO worden aanbevolen voor deze scooter.
CONTROLEER DE SCOOTER TELKENS VOORDAT U GAAT RIJDEN
Vergeet niet om een volledige veiligheidscontrole uit te voeren voorafgaand aan elke rit.
WEES BIJ SLECHT WEER EXTRA VOORZICHTIG
Als u gaat rijden bij slecht weer - in het bijzonder als het regent - is extra voorzichtigheid geboden. De remweg verdubbelt als het wegdek nat is. Blijf uit de buurt van geverfde markeringen op het wegdek, deksels op mangaten en glimmende weggedeelten, omdat deze bijzonder glad kunnen zijn. Wees uiterst voorzichtig bij spoorwegovergangen en op metalen roosters en bruggen. Als u ook maar enigszins twijfelt over de omstandigheden op de weg, verminder dan uw vaart.
VERANDERINGEN AAN DE SCOOTER
Als u de scooter verandert of originele onderdelen verwijdert, kunt u het voertuig onveilig of illegaal maken. Houd u aan alle voorschriften betreffende de uitrusting van een scooter die gelden in uw rijgebied.
Voor uw veiligheid raden wij u ten sterkste aan om, tijdens het rijden, een goedgekeurde scooterhelm, oogbescherming, laarzen, handschoenen, een broek met lange pijpen en een shirt of jack met lange mouwen te dragen.
HELM EN BESCHERMING
Uw helm is het belangrijkste onderdeel van uw rijuitrusting, omdat het de beste bescherming biedt tegen hoofdverwondingen. Een helm dient goed om uw hoofd te passen en prettig te zitten. Zorg dat uw ogen altijd beschermd zijn en u goed zicht hebt. Daarom dient u, als uw helm geen vizier heeft, een motorbril te dragen.
B IJKOMENDE RIJUITRUST ING
Afgezien van een helm en oogbescherming, raden we ook aan:
- Stevige laarzen met profielzolen, om uw voeten en enkels te beschermen;
- Leren handschoenen om uw handen warm te houden en het ontstaan van blaren, snijwonden, brandwonden en kneuzingen te helpen voorkomen.
- Een motorpak of -jack voor zowel comfort als bescherming. Met fel gekleurde en reflecterende kleding bent u beter zichtbaar in het verkeer. Zorg dat er geen losse delen van uw kleding achter een van de scooterdelen kan blijven haken.

KYMCO

(5)
(1) Draag handschoenen.
(2) Uw kleding moet goed aangesloten zitten.
(3) Draag altijd een helm. Als deze geen vizier heeft, dient u een motorbril te dragen.
(4) Draag felgekleurde of reflecterende kleding.
(5) Uw schoenen moeten goed aangesloten zitten, lage of geen hakken hebben en de enkels beschermen.

WAARSCHUWING!
Als u geen helm draagt, vergroot u de kans om bij een ongeval ernstig gewond te raken of gedood te worden.
Zorg ervoor dat uzelf en de passagier altijd een goedgekeurde en goed passende helm draagt.
U dient ook oogbescherming en beschermde kleding te dragen als u rijdt.
BELADING: GRENZEN EN RICHTLIJNEN
Met behulp van deze richtlijnen kunt u beslissen of u bagage op uw scooter kunt laden, hoeveel dit kan zijn en hoe u dit op een veilige manier kunt doen. Hier volgen de gegevens voor maximale belading van uw scooter:
Maximale laadcapaciteit (gewicht van bestuurder, passagier, alle bagage en alle toebehoren te zamen): 163 kg.
Maximaal gewicht bagage: 18 kg
Het overbeladen van de verschillende opbergvakken kan de stabiliteit en de wegligging van de scooter negatief beïnvloeden. Zorg dat de bagage binnen de hieronder gegeven grenzen blijft.
Maximaal gewicht:
in de helmbak 10 kg
op de achterdrager 5 kg
aan de tassenhaak 3 kg
Maximaal gewicht helmbak: 10 kg

Maximaal gewicht tassenhaak: 3 kg

KYMCO
RICHTLIJNEN VOOR BELA DING
Als u uw scooter niet juist belaadt, kan dit de stabiliteit en de wegligging van het voertuig negatief beïnvloeden. Als u vracht op uw scooter vervoert, dient u altijd langzamer te rijden. Volg altijd deze richtlijnen als u een passagier of bagage vervoert:
- Controleer of beide banden de juiste spanning hebben;
- Zorg ervoor dat alle bagage stevig vastzit voordat u gaat rijden, om te voorkomen dat los materiaal de veiligheid in gevaar kan brengen;
- Plaats het zwaartepunt van de bagage zo dicht mogelijk bij het midden van de scooter;
- Zorg dat het gewicht van de bagage goed verdeeld is tussen de linker - en de rechterzijde van de scooter.

WAARSCHUWING!
Teveel of verkeerd geladen bagage kan ertoe leiden dat de scooter minder goe d bestuurbaar, minder goed te remmen en minder stabiel wordt. Dit kan een ongeluk tot gevolg hebben.
Overschrijd nooit de gegeven laadcapaciteit van deze scooter.
Bagage dient op de juiste manier over de scooter verdeeld en goed vastgebonden te zijn.
Verminder de snelheid als u vracht vervoert. Houd rekening met een langere remweg.
ONDERDELEN EN VERANDE RINGEN
Er is een grote verscheidenheid aan onderdelen op de markt verkrijgbaar. KYMCO kan de kwaliteit of de bruikbaarheid van onderdelen die u misschien zou willen aanschaffen, niet garanderen. Als u ongeschikte onderdelen aan uw scooter toevoegt, zou dit onveilige situaties kunnen opleveren. KYMCO kan onmogelijk alle verkrijgbare onderdelen, afzonderlijk of in combinatie, testen.
Echter, uw dealer kan u wel bijstaan in het uitkiezen van kwaliteitsonderdelen en ze op de juiste wijze installeren.
Wees bijzonder voorzichtig als u onderdelen uitkiest en ze in uw scooter installeert.

WAARSCHUWING!
Het gebruik van verkeerde onderdelen en het verkeerd aanbrengen van onderdelen en veranderingen kunnen uw scooter onveilig maken en tot ongelukken leiden.
Verander nooit iets aan deze scooter door middel van onjuiste plaatsing of onjuist gebruik van toebehoren. Alle onderdelen en toebehoren die voor deze scooter worden gebruikt, dienen originele KYMCO-producten te zijn die speciaal voor deze scooter zijn ontworpen en dienen volgens de gegeven aanwijzingen te worden geplaatst en gebruikt.
Als u vragen heeft, stel deze dan aan een erkende KYMCO-dealer.
Geen veran deringen
Wij raden u ten sterkste AF om welk origineel onderdeel dan ook te verwijderen of om uw scooter te veranderen zodanig dat dit het ontwerp of de werking van de scooter verandert.

PLAATS VAN DE ONDERDE LEN
(1) Achteruitkijkspiegel rechts
(2) Dashboard
(3) Achteruitkijkspiegel links
(4) Signaalschakelaar-indicatielampje / Dimlichtschakelaar / Richtingaanwijzerschakelaar / Claxon
(5) Veervoorspanning-versteller van de linker achterophanging
(6) Veervoorspanning-versteller van de rechter achterophanging
(7) Noodstopschakelaar / Lichtschakelaar / Startknop

(8) Voorremhevel
(9) Gashendel
(10) Remvloeistofreservoir voorrem
(11) Contactschakelaar
(12) Benzinevuldop
(13) Remvloeistofreservoir achterrem
(14) Achterremhevel

(15) Accu/Zekeringdoos/Reservezekering
(16) Helmbak
(17) Helmhaakje
(18) Koelvloeistofvuldop
(19) Koelvloeistofpeil
(20) Jiffy
(21) Middenstandaard
(22) Passagiersvoetsteun links
(23)
(24) Luchtfilter

(25) Tassenhaak
(26) Buddyseat
(27) Olievulplug/oliepeilstok
(28) Passagiers-
voetsteun rechts

KYMCO
FRAMENUMMER
Het framenummer (1) kunt u lezen als u het dekseltje op de binnenkap verwijdert met een schroevendraaier met een platte kop.
Controleer altijd of het framenummer dat gedrukt staat op uw scooter hetzelfde is als in de bijgeleverde documenten en op de garantiekaart. Noteer het framenummer hieronder.
FRAMENUMMER:

Het motornummer staat gedrukt op het linkercarter.
Noteer het motornummer hieronder.
MOTORNUMMER :

Het sleutelnummer (1) heeft u nodig als u onderdelen bestelt.
Schrijf het nummer hier op zodat u het zonodig bij de hand heeft.
CONTACTS LEUTELNUMMER :

BEDIENINGSONDERDELEN
SLEUTELS
Deze scooter heeft twee contactsleutels en twee afdeksleutels.
CONTACTSCHAKELAAR
FUNCTIE
![graph TD A["IGNITION"] --> B["PUSH"] B --> C["SEAT OPEN"] C --> D["PUSH"] D --> E["OPEN"] E --> F["PUSH"] F --> G["OPEN"] G --> H["PUSH"] H --> I["OPEN"] I --> J["PUSH"] J --> K["OPEN"] K --> L["PUSH"] L --> M["OPEN"] M --> N["PUSH"] N --> O["OPEN"] O --> P["PUSH"] P --> Q["OPEN"] Q --> R["PUSH"] R…](/content/2026/05/1119675/images/692a6f2556718fa96a7b3424320415cc51d1d26d4f84a43eefc6d6307b147092.jpg)

'positie: Alle elektrische circuits zijn onderbroken. De motor kan niet starten.

'positie: Het startcircuit is gesloten en de motor kan starten. De sleutel kan niet uit het contactslot gehaald worden.

'positie: Om het stuur te vergrendelen, draait u het stuur geheel naar links. Druk de sleutel in het slot en draai hem in de " -positie. Haal de sleutel uit het slot. Alle elektrische circuits zijn onderbroken.

positie: Om de benzinevuldop te openen, draait u de sleutel naar “☐”. Zorg dat de sleutel in de “☐” positie staat als u de motor start.

KYMCO
DASHBOARD
(1) Multifunctioneel display
(2) CELP
(3) Toerenteller
(4) Linker-
richtingaanwijzer-
indicatielampje
(5) Rechter-
richtingaanwijzer-
indicatielampje
(6) Grootlicht-
indicatielampje
(7) Olieservicebeurt-
indicatielampje
(8) Buddyslot-indicatielampje
(9) Oververhitting-indicatielampje
(10) In-/afstelknop
(11) Modusknop

(1) MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY Het display bevat de volgende fucties:

(1) snelheidsmeter
(2) odometer/tripmeter/olieservicebeurtmeter
(3)benzinemeter (4)digitaal klokje
Begindisplay
Als de contactschakelaar wordt aangezet, verschijnen op het multifunctionele display tijdelijk alle modi zodat u kunt controleren of het digitale display goed fuctioneert.
Snelheidsmeter
De snelheidsmeter geeft de rijsnelheid aan.
Druk op de modusknop ("MODE") en houd deze ingedrukt gedurende meer dan twee seconden om voor "mph" (mijl per uur) of "Km/h" (kilometer per uur) te kiezen. mph
![graph TD A["MODE"] --> B["ADJ."] B --> C["mph"] C --> D["km/h"]](/content/2026/05/1119675/images/7a3a8edb183596d2c7283bea185cf5af77dc8d0c364551524f641ed3552ee54e.jpg)

KYMCO
Odometer/tripmeter/olieservice beurtmeter
Druk de modusknop in en houd deze gedurende meer dan twee seconden ingedrukt om te kiezen voor "mph" of "Km/h" (snelheidsmeter) en voor mijl of kilometer (odometer/tripmeter/olieservicebeurtmeter).

![graph TD A["NODE"] --> B["ODOMETER"] C["ADJ."] --> B B --> D["odo"] D --> E["tripmeter"] E --> F["TRIP"] F --> G["olieservicebeurtmeter"] G --> H["or een olieservicebeurt aan."] style A fill:#f9f,stroke:#333 style C fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style D fill:#cfc,stroke:#333 st…](/content/2026/05/1119675/images/818437936e91e5ed173ca22340327eaee9d913ffc691df56a97b18fe7e2eb60a.jpg)
Odometer : geeft de totale gereden afstand aan.
Tripmeter: geeft de gereden afstand per rit aan.
Olieservicebeurtmeter: geeft de gereden afstand voor een olieservicebeurt aan.
Om te kiezen voor de odometer/tripmeter/olieservicemeter:
Druk de in-/afstelknop ("ADJ.") in en houd deze gedurende meer dan twee seconden ingedrukt om te kiezen voor de odometer/tripmeter/olieservicebeurtmeter.
Om de tripmeter te resetten:
- Druk op de in-/afstelknop en houd deze gedurende meer dan twee seconden ingedrukt om voor TRIP te kiezen.
![graph TD A["MODE"] --> B["ADJ."] B --> C["10"]](/content/2026/05/1119675/images/b25bc895a7a5e366cdcdd352b543bbefaa1336c9ec03f81d5d7e1bd22f2698fe.jpg)
- Druk de modusknop en de in-/afstelknop tegelijkertijd in en houd ze ingedrukt totdat de tripmeter op nul staat.

Om de olieservicebeurtmeter en het olieservice-indicatielampje te resetten:
- Druk de in-/afstelknop in en houd deze gedurende meer dan twee seconden ingedrukt om te kiezen voor de olieservicebeurtmeter.
![graph TD A["MODE"] --> B["ADJ."] B --> C["?"]](/content/2026/05/1119675/images/b5ffcad3d928e25fe828626d9cc8cc2d25aaeb3a091470a554180c71e68142ec.jpg)
- Druk de modusknop en de in-/afstelknop tegelijkertijd in en houd ze ingedrukt totdat de olieservicebeurtmeter op nul staat.

De benzinemeter geeft in een schaalverdeling aan hoeveel benzine er ongeveer in de tank aanwezig is. Het benzinepeil ligt normaal gesproken ergens tussen segment F en segment E. Als segment E of het benzinepeil-indicatielampje gaan knipperen, betekent dit dat het benzinepeil laag is en dient u zo spoedig mogelijk bij te tanken.

(1) segment "E" (2) segment "F" (3) benzinepeil-indicatielampje
Digitaal klokje
Geeft de tijd aan (in uren en minuten) als het contact aanstaat.
Om de tijd met de hand bij te stellen, gaat u als volgt te werk:
- Zet de contactschakelaar aan.
- Druk op de in-/afstelknop en houd deze gedurende meer dan twee seconden ingedrukt om voor ODO te kiezen.
N.B.: Het digitale klokje kan alleen afgesteld worden als de ODO-modus is ingeschakeld; kies nooit de TRIP-modus of de olieservicebeurtmodus als u het klokje wilt bijstellen.
- Druk de modusknop en de in-/afstelknop gedurende meer dan twee seconden tegelijkertijd in. Het urendisplay gaat knipperen: de tijd kan nu worden ingesteld.

- Om het uur in te stellen, drukt u de in-/afstelknop in totdat het gewenste uur op het display verschijnt

- Druk op de modusknop. Het minutendisplay gaat knipperen.

- Om de minuten in te stellen, drukt u de in-/afstelknop in totdat de gewenste minuten op het display verschijnen.

- Om het instellen te beëindigen, drukt u de modusknop en de in-/afstelknop tegelijkertijd in. Het display stopt automatisch met knipperen. Als de knop ongeveer tien seconden lang niet wordt ingedrukt, is de tijd ingesteld.
![graph TD A["MODE"] --> B["ADJ."] C["ADJ."] --> B B --> D["RM:0:00"]](/content/2026/05/1119675/images/69eac4a8ca398e527310adb23e4e443499f52dc9d76e4c4030710c07dab97d73.jpg)

KYMCO
Gaat knipperen of branden als er zich iets abnormaals voordoet in het CELP-systeem.
Als het op enig ander moment gaat branden, verminder dan uw snelheid en laat uw scooter zo spoedig mogelijk door uw erkende KYMCO-dealer nakijken.
Als het op enig ander moment gaat knipperen, zet dan de motor stil en neem de scooter zo spoedig mogelijk naar uw KYMCO-dealer.
N.B.:
- Controleer de werking van het CELP-lampje als volgt: Zet de contactschakelaar aan zonder de motor te laten draaien, met de jiffy ingeklapt en de noodstopschakelaar op "Q". Het CELP-lampje licht nu twee seconden op en dooft dan weer. Dit geeft aan dat het lampje normaal werkt.
- Het CELP-lampje zal oplichten als de motor te snel draait. Hierdoor wordt deze tegen overbelasting beschermd. Het zal niet branden als de snelheid van de motor onder het gestelde maximum ligt.
(3) TOERENTELLER
Deze geeft het aantal toeren per minuut ("rpm") aan dat de motor draait.
Begindisplay
Als de contactschakelaar op "aan" wordt gezet, zal de wijzer van de toerenteller van nul tot de maximumgrens en weer terug naar nul lopen.
Hierdoor kunt u controleren of de toerenteller naar behoren functioneert.
(4) LINKERRICHTINGAANWIJZER -
INDICATIELAMPJE " ⇌ "
Knippert als de linkerrichtingaanwijzer aanstaat.
(5) RECHTER RICHTINGAANWIJZER -
INDICATIELAMPJE " ⇒ "
Knippert als de rechterrichtingaanwijzer aanstaat.
(6) GROOTLICHT -INDICATIELAMPJE "≡D"
Brandt als het grootlicht aanstaat.
(7) O LIESERVICEBEURT-INDICATIELAMPJE "
Als het olieservicebeurt-indicatielampje gaat branden terwijl u rijdt, wil dit zeggen dat het tijd is voor een periodieke olieverversing.
N.B.: Het olieservicebeurt-indicatielampje gaat branden als het contact wordt aangezet en dient uit te zijn als de motor draait.
Om het olieservicebeurt-indicatielampje te resetten (zie pagina 19).
(8) BUDDYSLOT -INDICATIELAMPJE "MET-IN"
Gaat branden als de buddyseat niet goed op slot zit.
(9) OVERVERHITTING -INDICATIELAMPJE “≈ ⚠ ≈ ”
Als de temperatuur van de koelvloeistof boven de aanbevolen maximumwaarde ligt, gaat dit lampje branden.
In een dergelijk geval dient u de motor te stoppen en het koelvloeistofpeil te controleren (zie pagina 75). Rijd niet verder voordat het probleem is opgelost.
N.B.
- Het indicatielampje voor oververhitting gaat branden als het contact wordt aangezet, dient te doven als de motor gaat draaien en gedoofd te blijven terwijl de motor draait.
- Start de motor pas weer als het lampje gedoofd is. Als u de motor laat lopen terwijl het lampje nog brandt, kan de motor beschadigd raken.
De koplamp en het achterlicht gaan branden.
“”-positie:
Het signaallicht en het achterlicht gaan branden.
"● "positie:
De koplamp, het signaallicht en het achterlicht gaan uit.

Druk de elektrische startknop (2) in om de startmotor te laten draaien.
N.B.
- Als de remhevel niet is ingeknepen, zal de startmotor niet gaan draaien.
- Deze scooter is uitgerust met blokkeerschakelaars voor het ontstekingscircuit en het startcircuit. De motor kan alleen gestart worden als de jiffy volledig ingeklapt is.
PAS OP!
Om schade aan het elektrisch systeem te voorkomen, dient u de startmotor niet langer dan vijf seconden achtereen te laten draaien en te zorgen da t de noodstopschakelaar op "aan" en de jiffy volledig is ingeklapt.

positie: het startcircuit staat uit. De motor kan niet starten of draaien.

'positie: het startcircuit staat aan en de motor kan draaien.
(3)

LINKERSTUURSCHAKELAAR
(1) RICHTINGAANWIJZERSCHA KELAAR
Gebruik de richtingaanwijzer-schakelaar als u een bocht gaat maken of gaat afslaan. De richtingaanwijzer gaat knipperen als deze schakelaar wordt aangezet.
“ ⇔ ” voor links afslaan;
“ → ” voor rechts afslaan.
Het richtingaanwijzer-indicatielampje op het dashboard gaat ook knipperen als deze schakelaar wordt aangezet.
(2) CLAXONKNOP
Druk de claxonknop in om te toeteren.

Het dimlicht en het achterlicht gaan aan.
"≡D"-positie:
Het grootlicht en het achterlicht gaan aan. Het grootlicht-indicatielampje op het dashboard gaat ook aan.
Als de signaalschakelaar ("PASSING") wordt ingedrukt, gaat de koplamp flitsen om aankomende auto's of een auto die u wilt passeren, te waarschuwen.
(3)

De achterremmen worden gebruikt door de achterremhevel langzaam naar het handvat toe te trekken. Het remlicht gaat branden als de hevel wordt ingeknepen.
VOORREMHEVEL (RECHTER STUURHELFT)
De voorremmen worden gebruikt door de voorremhevel langzaam naar het handvat toe te trekken. Het remlicht gaat branden als de hevel wordt ingeknepen.

Steek de contactsleutel in het slot en draai hem naar rechts in de “-positie (de sleutel kan niet uit het slot gehaald worden). Draai de sleutel in de richting van de klok naar de “ 📁 ”-positie en open de vuldop (1)
Zorg dat u niet teveel benzine tankt. Er mag geen benzine in de vulnek aanwezig zijn (2).
Nadat u heeft bijgetank, zorg dan dat u de benzinetankdop stevig met de hand dichtdraait.
![graph TD A["IGNITION"] --> B["Seat OPEN"] B --> C["PUSH"] C --> D["OPEN"] D --> E["PUSH"] E --> F["OPEN"] F --> G["PUSH"] G --> H["OPEN"] H --> I["PUSH"] I --> J["OPEN"] J --> K["PUSH"] K --> L["OPEN"] L --> M["PUSH"] M --> N["OPEN"] N --> O["PUSH"] O --> P["OPEN"] P --> Q["PUSH"] Q --> R["OPEN"] R…](/content/2026/05/1119675/images/d62f356e13537435d81e585ddf40c5df57f6248f5cc4471074c4eb65262b8a87.jpg)

Druk de benzinevuldop op zijn plaats.

WAARSCHUWING!
Benzine is uiterst br andbaar en explosief. U kunt u branden of ernstig gewond raken als u met benzine omgaat.
- Zet de motor stil en houd hitte, vonken en open vuur uit de buurt.
• Tank alleen buitenshuis.
• Veeg gemorste benzine onmiddellijk weg.
AANBEVOLEN BRANDSTOF
Gebruik EURO 95 benzine. Deze benzine is loodvrij. Loodvrije benzine kan de levensduur van de bougies en van de uitlaatonderdelen verlengen.
Draai de contactsleutel van "uit" naar "aan" om te starten.

(1) Contactsleutel in de "aan"-positie (de motor loopt): Druk de sleutel in het slot en draai hem tegen de richting van de klok in van "aan"naar "SEAT OPEN".
(2) Contactsleutel in de "uit"-positie (de motor staat stil): Druk de sleutel in het slot en draai hem tegen de richting van de klok in van "uit" naar "SEAT OPEN".
Til de buddyseat op.
OM DE BUDDYSEAT TE VE RGRENDELEN :
Duw de buddyseat aan de kant tegenover de helmhaakjes naar beneden totdat de buddy in het slot valt. Zorg dat de buddyseat goed in het slot zit voordat u gaat rijden.
N.B.Het helmbaklicht en het buddyslot-indicatielampje op het dashboard gaan branden als de buddyseat niet op slot zit.
Zorg dat de buddyseat goed op slot zit.
![graph TD A["IGNITION"] --> B["PUSH"] B --> C["OPEN"] C --> D["SEAT"] D --> E["PUSH"] E --> F["OPEN"] F --> G["SEAT"] G --> H["PUSH"] H --> I["OPEN"] I --> J["PUSH"] J --> K["OPEN"] K --> L["PUSH"] L --> M["OPEN"] M --> N["PUSH"] N --> O["OPEN"] O --> P["PUSH"] P --> Q["OPEN"] Q --> R["PUSH"] R --> S…](/content/2026/05/1119675/images/089d001a5df3a4a7ea964ee3da0f8e26cf50e6867712a22ec9233c4c85377ad0.jpg)

De helmbak (1) bevindt zich onder de buddyseat.
Voor openen en sluiten: zie "BUDDYSEAT"(pagina32).
Maximaal laadgewicht: 10 kg
Het helmbaklicht (2) gaat automatisch aan als de buddy wordt geopend. Het blijft aan zolang de buddy open is, ongeacht in welke stand de contactschakelaar staat.
PAS OP!
Overschrijd nooit het laadvermogen. Dit zou de wegligging en stabiliteit van de scooter ernstig kunnen verstoren.
De helmbak kan warm worden door de motor. Berg daarom geen etenswaren of andere artikelen op die warmtegevoelig of brandbaar zijn op in de helmbak.
Zorg dat er geen water uit een hogedrukspuit tegen de helmbak aan kan komen, anders dringt het naar binnen.


KYMCO
HELMHAAKJES
Om de helmhaakjes te gebruiken, ontgrendelt u de buddyseat (zie pagina 32), bevestigt u de ring van uw helm aan één van de haakjes en doet u de buddyseat weer goed op slot.

WAARSCHUWING!
Als u gaat rijden met een helm die aan een helmhaakje is bevestigd, kan de helm tussen het achterwiel of de achtervering geraken met een ongeval tot gevolg. U kunt ernstig gewond of gedood worden. Gebruik de helmhaakjes alleen terwijl de scooter staat geparkeerd. Rijd niet met een helm die aan een helmhaakje hangt.

- Voor gebruik dient u de tassenhaak (1) uit te trekken.
- U duwt de pal (2) naar links om te ontgrendelen en hangt uw tas aan de haak en laat hem op de treeplank steunen.
- Om de tas te verwijderen, draait u de pal weer naar links. Haal de tas van de haak af.
- Als u de tassenhaak niet gebruikt, dient hem terug te duwen in de oorspronkelijke stand om te voorkomen dat uw kleding erachter blijft haken als u rijdt.

-
Om de voetsteun te gebruiken, dient u tegen de knop (1) te schoppen.
-
Als u de voetsteun niet wilt gebruiken, duw deze dan in de oorspronkelijke positie.

Deze scooter is uitgerust met een middenstandaard en een jiffy.
MIDDENSTANDAARD (1)
Om de scooter op de middenstandaard te plaatsen, zet u uw voet op het uiteinde van de middenstandaard en trekt u vervolgens met uw rechterhand aan de passagiershandrail de scooter naar achteren en omhoog, terwijl u het stuur met uw linkerhand vasthoudt.
PAS OP!
- Parkeer de scooter op een stevige, vlakke ondergrond om te voorkomen dat hij omvalt.
- De uitlaatpijp en -demper worden zeer heet als de motor draait en blijven heet genoeg om brandwonde n te veroorzaken als ze worden aangeraakt, zelfs nadat de motor is stilgezet.

De scooter is uitgerust met een startonderbreker om het onstekingscircuit te onderbreken als de jiffy is uitgeklapt. De jiffy-startonderbreker werkt als volgt:
- Als de jiffy is uitgeklapt, kan de motor niet gestart worden;
- Als de motor loopt en de jffy wordt uitgeklapt, zal de motor afslaan.
STARTONDERBREKING OPH EFFEN
- Open de zekeringdoos (zie pagina 85).
- Plaats een reservezekering met het juiste amperage op de plaats van de jiffyzekering (3) in de zekeringhouder zodat de motor zonder jiffyschakelaar loopt.

- De startonderbrekingsschakelaar dient alt ijd bij de scooter te blijven. Controleer regelmatig of de schakelaar nog werkt en laat deze nakijken door een erkende KY MCO-dealer zodra hij niet goed werkt.
- Parkeer de scooter op een stevige, vlakke ondergrond om te voorkomen dat hij omvalt.
- Als u de scooter op een helling moet parkeren, zorg dan dat de neus van de scooter naar boven gericht is e n plaats hem op de middenstandaard. Als u de jiffy gebruikt, kan de scooter naar beneden glijden.

WAARSCHUWING!
Als u gaat rijden met e en niet volledig op geklapte jiffy, dan loopt kunt u een ongeluk krijgen als u een bocht naar links maakt.
- Controleer altijd voordat u gaat rijden of de jiffy-startonderbreker goed werkt.
- Zorg altijd dat de jiffy volledig is ingeklapt voordat u gaat rijden.

KYMCO
OPHANGING
Elke schokbreker (1) heeft verschillende verstanden voor verschillend gewicht of verschillende rijomstandigheden.
Gebruik een noksleutel (2) om de achterschokbrekers af te stellen.
Zorg ervoor dat u beide schokbrekers in dezelfde stand zet.
KOPLAMPAFSTELLING
Haal de rubberen dop (1) van de schroef (2).
U kunt de koplamp afstellen door de schroef zo nodig vaster of losser te draaien.
Zorg dat u de afstelling van de koplamp uitvoert volgens de plaatselijke wetten en regels.


AANSLUITING VOOR DIAGNOSTISCH
INSTRUMENT
De aansluiting voor diagnostische instrumenten bevindt zich onder de zekeringdoos in de accubak.
Wij raden u aan dit onderdeel uitsluitend te laten nakijken door uw KYMCO-dealer.
De scooter gebruikt deze aansluiting om de staat van het brandstofsysteem te controleren.
Controleer de staat van het brandstofsysteem met de aanbevolen brandstofsysteemtester.

CONTROLE VOORAFGAAND AAN ELKE
RIT
In verband met uw veiligheid is het belangrijk om elke keer als u gaat rijden een paar minuten de tijd te nemen om rond uw scooter te lopen en de toestand ervan te controleren. Als u enig probleem opmerkt, zorg dan dat u het verhelpt of dat u het laat verhelpen door uw KYMCO-dealer.

WAARSCHUWING!
Indien u gebrekkig onderhoud aan deze scooter pleegt of nalaat om een probleem op te lossen voordat u gaat rijden, dan kan dit leiden tot een ongeval waarin u ernstig gewond kunt raken of gedood kunt worden.
Controleer de scooter en los eventuele problemen op elke keer voordat u gaat rijden.
- Controleer het oliepeil en vul de olie zo nodig bij (zie p. 62). Controleer op lekkages.
- Controleer het benzinepeil. Vul de tank zo nodig bij (zie p. 30). Controleer op lekkages.
- Controleer het koelvloeistofpeil. Vul zo nodig bij. Controleer op lekkages (zie pp. 75).
- Controleer de werking van de voor- en achterremmen. Controleer op remvloeistoflekkage (zie p. 79).
- Banden: controleer de bandspanning en de toestand van de banden (zie p. 86).
- Gashendel: controleer of de gashendel soepel opent en volledig dichtdraait bij alle standen van het stuur.
- Lichten en claxon: controleer of de koplamp, het achter-/remlicht, de richtingaanwijzers het signaallicht, de indicatielampjes en de claxon goed werken.
- Noodstopschakelaar: controleer of deze juist werkt (zie p. 26).
- Jiffy-startonderbreker: controleer of deze naar behoren werkt (zie p. 79).
- Stuur: controleer de toestand van het stuur en controleer of deze soepel draait.
BEDIENING
HET STARTEN VAN DE MOTOR
Volg bij het starten van de motor altijd de hierna beschreven werkwijze.
Deze scooter is uitgerust met een jiffy-startonderbreker. De motor kan niet gestart worden als de jiffy uitgeklapt is. Een lopende motor zal stoppen zodra de jiffy wordt uitgeklapt.
Om de katalysator in het uitlaatsysteem van uw scooter te beschermen, dient u de motor niet langdurig stationair te laten draaien en geen gelode benzine te gebruiken.
Het uitlaatgas van uw scooter bevat het giftige koolmonoxide. Er kunnen zich snel hoge concentraties koolmonoxide vormen in afgesloten ruimten zoals een garage. Laat daarom de motor niet draaien als de deur van de garage dicht is. Zelfs als de deur open is, dient u de motor niet langer te laten draaien dan nodig is om de scooter uit de garage te rijden.
Houd de elektrische startknop nooit langer dan vijf seconden achterelkaar ingedrukt. Laat de startknop gedurende ongeveer tien seconden los voordat u hem weer indrukt.
- Plaats de scooter op de middenstandaard en zorg dat de jiffy is ingeklapt.
- Zorg dat de noodstopschakelaar in de "O"-positie staat.
- Zet de contactschakelaar op "O"(aan).

-
Knijp de achterremhevel in. De elektrische startknop werkt alleen als de remhevel is ingeknepen en de jiffy is ingeklapt.
-
Druk op de startknop terwijl de gashendel dicht is. Laat de startknop los zodra de motor aanslaat.

- Zorg dat u de gashendel gesloten houdt terwijl de motor opwarmt.
- Laat de motor warm lopen voordat u gaat rijden.
Zorg dat u de gashendel niet "BLIEPT" (snel open- en dichtdraaien), omdat de scooter dan naar voren zal schieten.
Laat de scooter niet onbewaakt achter terwijl de motor aan het opwarmen is.

Als het u niet lukt om een warme motor opnieuw op te starten:
-
Plaats de scooter op de middenstandaard en knijp de achterremhevel in.
-
Open de gashendel 1/8 - tot 1/4 -slag terwijl u de motor start.
Startonderbreker
DINK 200i is ontworpen om de motor en de benzinepomp automatisch te laten stoppen als de scooter ten val komt (een hellingshoeksensor onderbreekt het startsysteem). Voordat u de motor opnieuw start, dient u de contactschakelaar in de "uit"-positie te zetten en dan terug in de "aan"-positie.

RIJDEN
LAAT DE MOTOROLIE CIRCULEREN VOORDAT U GAAT RIJDEN.
Laat de motor voldoende tijd stationair draaien na een warme of koude start voordat u de scooter belast of het toerental opvoert. Hierdoor is er genoeg tijd voor de smeerolie om alle belangrijke motordelen te bereiken.
Lees opnieuw het hoofdstuk over veiligheid (zie pp. 1-7) voordat u gaat rijden.
Zorg dat brandbaar materiaal zoals droog gras of droge bladeren niet in contact komen met het uitlaatsysteem als de scooter rijdt, stationair draait of wordt geparkeerd.
-
Zorg dat de gashendel gesloten is voordat u de motor van de middenstandaard haalt.
-
Ga aan de linkerkant van de scooter staan en duw deze naar voren en van de middenstandaard af.

- Ga vanaf de linkerkant op de scooter zitten en houd tenminste één voet aan de grond om de scooter in evenwicht te houden.
- Geef, voordat u wegrijdt, uw richting aan met een richtingaanwijzer en controleer of de weg veilig is. Pak het stuur beiderzijds stevig vast. Probeer nooit met één hand te sturen: u kunt de macht over het stuur verliezen.
- Om op te trekken, opent u geleidelijk aan de gashendel: de scooter rijdt vooruit. Zorg dat u de gashendel niet "BLIEPT"(snel open- en dichtdraait) omdat de scooter dan plotseling naar voren zal schieten en u de macht over het stuur kunt verliezen.
- Om snelheid te minderen, draait u de gashendel dicht.

- Als u vaart mindert, is het zeer belangrijk dat u de bediening van de gashendel en de voor- en achterremmen goed op elkaar afstemt.
Zowel de voor- als de achterremhevel moeten beide tegelijkertijd worden ingeknepen. Als u alleen de voorrem of alleen de achterrem gebruikt, kunt u minder goed stoppen.
Te hard remmen kan tot gevolg hebben dat één van de wielen blokkeert, zodat u de macht over het stuur kunt verliezen.
-
Als u wilt afslaan of een bocht wilt maken, vermindert u vaart door de gashendel geheel te sluiten en zowel de voor- als de achterremhevel tegelijkertijd in te knijpen.
-
Nadat u bent afgeslagen of een bocht heeft gemaakt, opent u de gashendel geleidelijk om de snelheid weer te op te voeren.

- Als u een steile helling afrijdt, sluit dan de gashendel volledig en gebruik beide remmen om de scooter af te remmen. Zorg dat u de remmen niet te lang achtereen gebruikt. Dit zou kunnen leiden tot oververhitting van de remmen en een vermindering van het remvermogen.
- Als u over een natte of losse ondergrond rijdt, wees dan extra voorzichtig. Als u onder natte of regenachtige omstandigheden rijdt of op een losse ondergrond, dan kan de scooter minder goed bestuurd of gestopt worden.
Voor uw veiligheid:
- Wees bijzonder voorzichtig als u remt, optrekt of een bocht maakt.
- Rijd langzamer en zorg dat u extra afstand heeft om te stopppen.
• Houd de scooter zo rechtop mogelijk. - Wees uiterst voorzichtig als u over gladde oppervlakken rijdt zoals spoorrails, ijzeren
platen, deksels over mangaten, markeringen op het wegdek enzovoorts.

- Nadat u de scooter stilgezet heeft, draait u de contactsleutel tegen de richting van de klok in in de "uit"-positie en haalt u de sleutel uit het slot.
- Gebruik de middenstandaard om de scooter op te laten steunen als deze geparkeerd staat.
Parkeer de scooter op een stevige, vlakke ondergrond om te voorkomen dat hij omvalt.
Als u op een lichte helling moet parkeren, doe dat dan zodanig dat de scooter met de neus naar boven is gericht.
Hierdoor vermindert u de kans dat de scooter van de middenstandaard glijdt of omvalt.

- Vergrendel het stuur (zie pagina 15) om diefstal te helpen voorkomen.
De uitlaatpijp en -demper worden zeer heet als de motor draait en blijven heet genoeg om brandwonden te veroorzaken als ze worden aangeraakt, zelfs nadat de motor is stilgezet.
Zorg dat brandbaar materiaal zoals droog gras of droge bladeren niet in contact komen met het uitlaatsysteem als de scooter rijdt, stationair draait of wordt geparkeerd.

WAARSCHUWING!
Een hete uitlaat kan brandwonden veroorzaken. De uitlaat blijft ook enige tijd na het stoppen van de motor heet genoeg om brandwonden te veroorzaken..
Parkeer de scooter daar waar de uitlaat niet makkelijk aangeraakt kan worden door voetgangers of kinderen.
ontgrendelei
SLEUTEL IN HET SLOT DRUKKEN
![graph TD A["Start"] --> B{Seat Open} B --> C["PUSH"] C --> D["Ignition"] D --> E["End"] style A fill:#f9f,stroke:#333 style B fill:#ccf,stroke:#333 style C fill:#cfc,stroke:#333 style D fill:#fcc,stroke:#333 style E fill:#ffc,stroke:#333](/content/2026/05/1119675/images/959df34599c67062e946f81e958557edcda0ea7b6a1f7ba840940d152a1d6fba.jpg)
INRIJDEN
De eerste 1600 km (1000 mijl) zijn de belangrijkste voor de levensduur van uw scooter. Mede door het juist inrijden gedurende deze periode zal uw nieuwe scooter zijn maximale levensduur en prestatie behouden. Door de scooter op de juiste manier in te rijden zullen de bewerkte oppervlakken elkaar polijsten waardoor ze soepel gaan samenlopen.
De betrouwbaarheid en prestatie van een scooter hangt af van de speciale zorg en terughoudendheid die worden betracht tijdens de inrijperiode. Het is in het bijzonder belangrijk dat u de motor niet dusdanig belast dat de onderdelen ervan niet oververhit kunnen raken.
Volg de hierna beschreven richtlijnen voor de juiste inrijmethodes.
Aanbevolen maximum gashendelbediening gedurende de inrijperiode:
Eerste 800 km: minder dan 1/2 slag;
Tot 1600 km: minder dan 3 1/4 slag.
Varieer de motorsnelheid
De motorsnelheid dient gevarieerd en niet constant te zijn. Hierdoor kunnen de onderdelen "geladen" worden met druk en vervolgens ontladen, waardoor ze kunnen afkoelen en beter gaan samenlopen. Het is belangrijk dat er enige kracht wordt uitgevoerd op de motordelen gedurende het inrijden om dit samenlopen te bewerkstelligen. U dient echter de motor niet te zwaar te belasten.
Vermijd een constante lage snelheid.
Als de motor op een constante la ge snelheid rijdt (lichte belasting) kan dit verglazing van de delen tot gevolg hebben, waardoor ze zich niet zetten. Laat de motor vrij accelereren via de versnelling, zonder de aanbevolen maximum snelheden te overschrijden.
Geef echter geen vol gas gedurende de eerste 1600 km.

KYMCO
Nieuwe banden inrijden
Nieuwe banden dienen op de juiste manier ingereden te worden om zeker te zijn van een maximale prestatie, net als de motor. Laat de loopvlakken inlopen door gedurende de eerste 160 km geleidelijk aan uw bochten te verscherpen. Vermijd hard optrekken, scherpe bochten maken en hard remmen gedurende de eerste 160 km.

WAARSCHUWING!
Nalaten om de banden in te rijden kan slippen tot gevolg hebben, waardoor u de macht over het stuur kunt verliezen. Wees extra voo rzichtig als u nieuwe banden inrijdt. Rijd de banden in op de ma nier zoals hierboven beschreven is en vermijd hard optrekken, scherpe bochten maken en hard remmen gedurende de eerste 160 km.
Sla nooit uw eerste en belangrijkste servicebeurt over.
De eerste 1000-km-servicebeurt is de belangrijkste servicebeurt die uw scooter krijgt. Gedurende de inrijperiode zullen alle motordelen zijn ingelopen en alle andere onderdelen zich hebben gezet. Alle onderdelen moeten worden afgesteld en aangedraaid en de vuile olie moet worden ververst. Het tijdig uitvoeren van de 1000-km-beurt waarborgt een optimale levensduur en prestatie van de motor.
N.B.
De 1000-km-servicebeurt dient uitgevoerd te worden zoals beschreven in het onderhoudsschema verderop in deze handleidiing. Geef extra aandacht aan de waarschuwingen en aanbevelingen in het hoofdstuk over het onderhoud.
CONTROLE EN ONDERHOUD
HET BELANG VAN ONDERHOUD
Een goed onderhouden scooter is van het grootste belang voor veilig, zuinig en probleemloos rijden Het helpt ook de luchtvervuiling te beperken.
Om u te helpen om uw scooter op de juiste manier te onderhouden, staat er op de volgende pagina's een onderhoudsschema voor periodiek onderhoud
Deze instructies zijn gebaseerd op de aanname dat de scooter uitsluitend wordt gebruikt voor het doel waarvoor hij ontworpen is. Als langdurig bij hoge snelheden of in ongewoon natte of stoffige omstandigheden wordt gereden, zal de scooter vaker moeten worden nagekeken dan wordt aangegeven in het onderhoudsschema. Raadpleeg uw erkende KYMCO-dealer voor adviezen die van toepassing zijn op uw specifieke wensen en behoeften.
Als uw scooter ten val komt of betrokken raakt bij een ongeval, zorg dan dat uw KYMCO-dealer alle belangrijke delen controleert, zelfs als u zelf in staat bent om bepaalde onderdelen te repareren.

KYMCO
WAARSCHUWING!
Indien u gebrekkig onderhoud aan deze scooter pleegt of nalaat om een probleem op te lossen voordat u gaat rijden, dan kan dit leiden tot een ongeval waarin u ernstig gewond kunt raken of de dood kunt vinden.
Volg altijd de in deze handleiding gegeven aanbevelingen voor controle en onderhoud op en houd u aan het onderhoudsschema.
WAARSCHUWING!
Het kan gevaarlijk zijn om de motor binnenshuis of in een garage te laten lopen. Uitlaatgas bevat koolmonoxide, een gas dat kleur - en geurloos is en dat de dood of ernstige verwonding en kan veroorzaken.
Laat de motor uitsluitend in de buitenlucht lopen.
ONDERHOUDSSCHEMA
Voer op elk voorgeschreven moment in het onderhoudsschema (zie pp. 59-60) een onderhoudsbeurt uit voordat u gaat rijden.
Het moment voor een nieuwe onderhoudsbeurt is ofwel het door de odometer aangegeven aantal gereden kilometers, ofwel (als het aantal kilometers nog niet gereden is), de in het schema voorgeschreven maand.
C: CONTROLEREN EN REINIGEN, BIJSTELLEN, SMEREN OF OF VERVANGEN INDIEN NODIG.
Het volgende onderhoudsschema specificeert alle onderhoud dat vereist is om uw scooter in optimale conditie te houden. Onderhoudswerkzaamheden dienen uitgevoerd te worden volgens de normen en specificaties van KYMCO door juist opgeleide en toegeruste monteurs. Uw KYMCO-dealer voldoet aan al deze eisen.
* Dient uitgevoerd te worden door uw KYMCO-dealer, tenzij de scootergebruiker over de juiste gereedschappen en onderhoudsgegevens beschikt en mechanisch gekwalificeerd is.
** Voor de veiligheid raden wij u aan de genoemde onderdelen uitsluitend door uw KYMCO-dealer te laten onderhouden. KYMCO beveelt aan om uw scooter na elke periodieke onderhoudsbeurt door uw KYMCO-dealer te laten proefrijden.
N.B.:
- Als de odometer hogere aantallen gereden kilometers aangeeft, geef dan vaker een onderhoudsbeurt dan hier staat aangegeven.
- Geef vaker een onderhoudsbeurt als de scooter in ongewoon natte of stoffige omstandigheden heeft gereden.
- Geef vaker een onderhoudsbeurt als de scooter geregeld in de regen of met vol gas rijdt.
- Reinig na elke 2000 km na vervanging of vervang na elke 5000 km.
- Vervang elk jaar of na elke 4000 km, afhankelijk van wat het eerst komt. Vervanging vereist mechanische vaardigheden.
- Vervangen na elke 10.000 km of eenmaal per jaar na elke 5000 km. Vervanging vereist mechnische vaardigheden
- Vervangen om de twee jaar. Vervanging vereist mechanische vaardigheden.
- Vervangen na elke 6000 km. Vervanging vereist mechanische vaardigheden.
| ONDERDEEL FREQUENTIE | WAT HET → EERST KOMT↓ | X 1000 km | STAND VAN DE ODOMETER (N.B.1) | ||||||||
| 0.3 | 1 | 3 | 5 | 7 | 9 | 11 | ZIE PAGINA | ||||
| N.B. | MAAND | 3 | 6 | 12 | 18 | 24 | 30 | ||||
| * | LUCHTFILTER | N.B. 2 | C | V | C | V | C | V | 71 | ||
| BOUGIES | N.B. 4 | V | - | ||||||||
| * | WERKING GASHENDEL | C | C | 72 | |||||||
| * | KLEPSPELING | B | B | B | B | - | |||||
| * | BENZINELEIDING | C | C | - | |||||||
| CARTERVENTILATIE | N.B. 3 | R | R | R | R | R | R | 61 | |||
| MOTOROLIE | V | V | V | V | V | V | V | 62~69 | |||
| * | OLIEFILTER | N.B. 8 | V | V | - | ||||||
| * | OLIEFILTERGAASJE | R | R | R | R | 64~65 | |||||
| * | STATIONAIR TOERENTAL | C | C | C | 73 | ||||||
| KOELVLOEISTOF | N.B. 6 | V | 75~76 | ||||||||
| * | KOELSYSTEEM | C | C | - | |||||||
| * | SECONDAIR LUCHTTOEVOERSYSTEEM | C | C | - | |||||||
| ONDERDEEL FREQUENTIE | WAT HET EERST KOMT→↓ | STAND VAN DE ODOMETER (N.B. 1) | |||||||||
| X 1000 km | 0.3 | 1 | 3 | 5 | 7 | 9 | 11 | ZIE PAGINA | |||
| N.B. | MAAND | 3 | 6 | 12 | 18 | 24 | 30 | ||||
| * | TRANSMISSIE-OLIE | N.B. 5 | V | V | V | V | 70 | ||||
| * | V-SNAAR | C | - | ||||||||
| ** | SLIJTAGE KOPPELINGSSCHOEN | C | - | ||||||||
| REMVLOEISTOF | N.B. 7 | C | C | C | V | C | 79 | ||||
| SLIJTAGE REMBLOKKEN | C | C | C | C | C | C | 80 | ||||
| REMSYSTEEM | C | C | C | C | C | C | 79~80 | ||||
| * | REMLICHTSCHAKELAAR | C | C | - | |||||||
| JIFFY | C | C | 78 | ||||||||
| * | OPHANGING | C | C | 77 | |||||||
| * | KOPLAMP | C | C | - | |||||||
| * | MOEREN, BOUTEN, FASTENERS | C | C | C | - | ||||||
| ** | WIELEN/BANDEN | C | C | C | C | C | C | - | |||
| ** | STUURLAGERS | C | C | C | - | ||||||
GEREEDSCHAPSSET
Voor het periodieke onderhoud is er een gereedschapset (1) aanwezig in de helmbak (zie pagina 33).
CARTERVENTILATIE
- Haal de carterontluchtingsnippel (1) uit de slang en tap eventueel bezinksel af in een daarvoor geschikte bak.
- Plaats de nippel terug.
Voer dit onderhoud vaker uit naarmate u vaker in de regen rijdt of vol gas geeft of nadat de scooter is gewassen of gevallen. Voer onderhoud uit als er bezinksel te zien is in het doorzichtige gedeelte van de aftapslang.

Gebruik een hoge kwaliteit 4-takt motorolie om verzekerd te zijn van een langere levensduur van uw scooter. Gebruik uitsluitend olie van het type SG onder de API-serviceklassificatie.
De aanbevolen viscositeit is SAE 10W 40 full synthetic motorolie.
Als er geen SAE 10W40 motorolie te verkrijgen is, kies dan een alternatief uit volgens bijgaand schema.
Carterinhoud: zie pagina 65.
OLIE VISCOSITEITEN
monograad
multigraad

CONTROLE VAN HET MOTO ROLIEPEIL
Controleer het motoroliepeil elke dag voordat u gaat rijden.
Het peil dient zich te bevinden tussen het maximum- (1) en het minimum -(2) indicatiestreepje op de olievuldop/oliepeilstok.
- Start de motor en laat deze gedurende een paar minuten stationair draaien.
- Stop de motor en zet de scooter op de middenstandaard op een vlakke ondergrond.
- Verwijder na enige minuten de olievuldop/peilstok, veeg deze schoon en plaats hem weer terug zonder hem in te schroeven. Haal de olievuldop/peilstok weer uit.
Het oliepeil dient zich te bevinden tussen het bovenste en het onderste streepje op de olievuldop/peilstok.
-
Vul zo nodig bij met de aanbevolen olie (zie pagina 62) tot het bovenste indicatiestreepje.Vul niet teveel bij.
-
Plaats de olievuldop/peilstok terug. Controleer op lekkage.
N.B.: Laat het motor- en uitlaatsysteem afkoelen voordat u aan deze gaat werken.

OLIEVERVERSING
De kwaliteit van de motorolie is de belangrijkste factor voor de levensduur van de motor. Ververs de motorolie zoals aangegeven in het onderhoudsschema (zie pagina 57).
Als u in een zeer stoffige omgeving rijdt, dient u de motorolie vaker te verversen dan staat aangegeven in het schema.
Gebruikte olie is chemisch afval en dient als zodanig behandeld te worden. Denk aan het milieu. Wij raden u aan om de olie in een afgesloten pot mee te geven met het chemisch of af te geven bij een scooterwerkplaats. Gooi de olie niet bij het gewone afval, giet het niet buiten uit over de grond of in het riool.
Gebruikte olie kan huidkanker veroorzaken als het herhaaldelijk gedurende langere tijd met de huid in contact komt. Hoewel dit niet waarschijnlijk is als u niet iedere dag met gebruikte olie werkt, is het toch raadzaam om uw handen grondig met water en zeep te wassen zodra ze met gebruikte olie in contact zijn gekomen.
Ververs de olie als de motor een normale bedrijfstemperatuur heeft en de scooter op de middenstandaard staat. Zo zal de olie volledig en snel afgetapt kunnen worden.
-
Verwijder de olievuldop/peilstok (1) van het rechter carterdeksel.
-
Plaats een bak onder het linkercarter.

- Verwijder de aftapplug (2) om de olie af te tappen.
- Plaats de aftapplug weer terug en draai vast op specificatie.
Koppel olieaftapplug: 25 N.m
- Vul het carter bij met de aanbevolen graad olie (zie pagina 62) en plaats de olievuldop weer terug.
Carterinhoud (na aftappen): 0.9 liter
- Start de motor en laat deze gedurende 2 à 3 minuten stationair draaien.
- Zet de motor stil en controleer of het oliepeil tot het bovenste indicatiestreepje op de olievuldop/peilstok reikt als de scooter rechtop op een vlakke, stevige ondergrond staat. Zorg dat er geen olielekkage is.
N.B.:
Laat het motor- en uitlaatsysteem afkoelen voordat u aan deze gaat werken.

Ververs de olie als de motor een normale bedrijfstemperatuur heeft en de scooter op de middenstandaard staat. Zo zal de olie volledig en snel afgetapt kunnen worden.
N.B.:
Laat het motor- en uitlaatsysteem afkoelen voordat u aan deze gaat werken.
- Verwijder de olievuldop/peilstok (1) van het rechtercarterdeksel.

-
Zet een bak onder het carter en verwijder de olieaftapplug (2). De veer (3) en het oliefiltergaasje (4) komen naar buiten als de aftapplug wordt verwijderd. Laat de olie weglopen.
-
Reinig de oliezeef.
-
Controleer of het filtergaasje, de rubberen afdichtring en de O-ring van de aftapplug in goede staat verkeren.
-
Plaats het filtergaasje, de veer en de plug weer terug. Koppel van de aftapplug: 15 N.m
-
Vul het carter bij met de aanbevolen graad olie (zie pagina 62) en plaats de olievuldop weer terug. Carterinhoud (na aftappen): 0.9 liter
-
Start de motor en laat deze gedurende 2 à 3 minuten stationair draaien.
-
Zet de motor stil en controleer of het oliepeil tot het bovenste indicatiestreepje op de olievuldop/peilstok reikt als de scooter rechtop op een vlakke, stevige ondergrond staat. Zorg dat er geen olie lekt.

Vervangen van het oliefilter
Ververs de olie als de motor een normale bedrijfstemperatuur heeft en de scooter op de middenstandaard staat. Zo zal de olie volledig en snel afgetapt kunnen worden.
N.B.:
Laat het motor- en uitlaatsysteem afkoelen voordat u aan deze gaat werken.
- Verwijder de olievuldop/peilstok (1) van het rechter carterdeksel.

-
Plaats een oliebak onder het carter. Verwijder de drie bouten en verwijder het oliefilterdeksel (2) en de O-ring (3). De veer (4) komt naar buiten als het filterdeksel wordt verwijderd. Laat de olie weglopen.
-
Verwijder het oliefilter (5) en gooi het weg.
-
Controleer of de O-ring in goede staat verkeerd.
-
Installeer het nieuwe oliefilter, evenals de veer, de O-ring en het deksel.
Koppel van de bouten van het filterdeksel: 12 N.m
- Vul het carter bij met de aanbevolen graad olie (zie pagina 62) en plaats de olievuldop weer terug.
Carterinhoud (na aftappen): 0.9 liter
-
Start de motor en laat deze gedurende 2 à 3 minuten stationair draaien.
-
Zet de motor stil en controleer of het oliepeil tot het bovenste indicatiestreepje op de olievuldop/peilstok reikt als de scooter rechtop op een vlakke, stevige ondergrond staat. Zorg dat er geen olielekkage is.

- Zet de scooter op de middenstandaard.
- Plaats een bak onder onder de aftapplug (1).
- Verwijder de aftapplug van de transmissie-olie.
-
Verwijder de transmissie-olievuldop (2), draai het achterwiel zachtjes heen en weer en tap de olie af. Nadat de olie geheel is afgetapt, plaatst u de aftapplug met een nieuwe rubberen afdichtring terug en draait hem vast.
Koppel: 13 N.m -
Vul de versnellingsbak met de aanbevolen olie.
Aanbevolen transmissie-olie: SAE 75W/90 KYMCO adviseert POWER OIL
Inhoud (na aftappen): 0.18 liter
- Plaats de transmissie-olievulplug met een nieuwe afdichtring terug en draai hem vast.
Koppel: 13 N.m

Het luchtfilter dient regelmatig een onderhoudsbeurt te krijgen. Dit moet vaker gebeuren als er in ongewoon natte of stoffige gebieden wordt gereden.
VERVANGEN VAN HET LUC HTFILTER
- Verwijder de strip (1).
- Verwijder een bout van het carter en zes schroeven van het luchtfilterdeksel (2), verwijder vervolgens het luchtfilterdeksel.
- Verwijder zes schroeven van het luchtfilterelement (3), verwijder vervolgens het luchtfilterelement en gooi het weg.
- Voor plaatsing van een nieuw luchtfilterelement gaat u te werk in omgekeerde volgorde van plaatsing.
Gebruik een origineel KYMCO-luchtfilterelement dat geschikt is voor uw model. Als u een KYMCO-luchtfilterelement gebruikt dat niet geschikt is voor uw model of als u een element van een ander merk gebruikt, kan dit voortijdige slijtage of prestatieproblemen van de motor tot gevolg hebben


-
Controleer of de gashendel soepel kan draaien door hem volledig open en volledig dicht te draaien terwijl het stuur volledig naar links en volledig naar rechts is gedraaid.
-
Meet de vrije speling van de gashendel bij de flens van het handvat.
De vrije speling dient te zijn: 2 - 6 mm

OM DE VRIJE SPELING BIJ TE STELLEN
- Schuif de rubberen mof (1) terug zodat de gaskabelversteller (2) bloot komt te liggen.
- Maak de kabelborgmoer (3) los en draai vervolgens de gaskabelversteller zodanig dat u de juiste vrije speling verkrijgt.
- Draai de kabelborgmoer weer vast en plaats de mof terug.

STATIONAIR TOERENTAL
De motor moet de normale bedrijfstemperatuur hebben als u het stationaire toerental wilt afstellen. Hiervoor is tien minuten afwisselend stoppen en rijden genoeg.
AFSTELLEN VA N HET STATIONAIR TOE RENTAL
Het is niet nodig om het stationair toerental af te stellen bij de DINK 200i, aangezien het gasklephuis in de fabriek reeds is afgesteld. Maak de bouten en schroeven van het gasklephuis dan ook niet los.
Doet u dit wel, dan zou dit tot gevolg kunnen hebben dat gasklep/nullastklep-synchronisatie niet goed meer werkt.
Wij raden u aan om het AFI(auto-control fuel injection)-systeem uitsluitend door uw KYMCOdealer te laten nakijken en onderhouden.
Stationair toerental : 1660±100/ tpm

KYMCO
BOUGIE
Verwijder de koolaanslag van de bougie met een kleine staalborstel of een bougiestraler. Stel de elektrodenafstand bij binnen de gegeven grenswaarden door middel van een draadvoelmaat. De bougie dient periodiek vervangen te worden. Telkens wanneer u de koolaanslag verwijdert, kijk dan goed naar de kleur van het uitiende van het porselein. Hieraan kunt u zien of de standaard bougie wel of niet geschikt is voor uw rijstijl. Een normaal werkende bougie dient lichtbruin of geelbruin van kleur te zijn. Als de bougie er zeer wit of verglaasd uitziet, dan is deze veel te heet geworden. Deze bougie moet dan vervangen worden door een koudere bougie.

Een onjuiste bougie kan een maat of warmtegraad hebben die niet bij uw motor past. Dit kan ernstige schade aan de motor veroorzaken. Deze schade valt niet onder de garantie.
Gebruik nooit een bougie met een verkeerde warmetegraad. Ernstige motorschade zou hiervan het gevolg kunnen zijn.
Aanbevolen bougie: DPR6EA-9
0.8 - 0.9
mm

Het expansievat bevindt zich onder de treeplank links.
Controleer het koelvoeistofpeil door het inspectieruitje (1) in het voorspatbord terwijl de motor een normale bedrijfstemperatuur heeft en de scooter rechtop staat. Als het koelvloeistofpeil zich onder het MINIMUMpeil-indicatiestreepje ("L")(3) bevindt, verwijder dan de schroef (4), het deksel (5) en de dop (6) van het expansievat en voeg koelvloeistof toe tot aan het indicatiestreepje voor MAXIMUMpeil ("F")(2).
Vul altijd koelvloeistof bij aan het expansievat. Probeer nooit koelvloeistof bij te vullen door het radiatordeksel te verwijderen. Als het expansievat leeg of bijna leeg is, controleer dan of er geen lekkage is en ga naar uw KYMCO-dealer voor reparatie.



Dient uitgevoerd te worden door uw KYMCO-dealer, tenzij de gebruiker van de scooter over de juiste gereedschappen en servicebeurtgegevens beschikt en mechanisch gekwalificeerd is.
Vul altijd koelvloeistof bij aan het expansievat. Probeer nooit koelvloeistof bij te vullen door de radiatordopte verwijderen.

WAARSCHUWING!
Verwijderen van de radiatordop terwijl de motor nog heet is kan tot gevolg hebben dat de koelvl oestof naar buiten spuit, waardoor u ernstige brandwonden kunt oplopen.
Laat altijd eerst de motor en de radiator afkoelen voordat u de radiatordop verwijdert.
AANBEVOLEN KOELVLOEIS TOF
De scootergebruiker dient ervoor te zorgen dat de koelvloeistof in goede toestand blijft door bevriezing, oververhitting en corrosievorming te voorkomen. Gebruik alleen hoge kwaliteit ethyleenglycol-antivries die corrosieremmers bevat en speciaal aanbevolen wordt voor gebruik in aluminium motoren (zie het etiket op de verpakking van de antivries).
Gebruik uitsluitend drinkwater met een laag mineraalgehalte of gedestilleerd water voor een antivriesoplossing. Water met een hoog mineraal- of zoutgehalte kan schadelijk zijn voor het aluminium van de motor.
Gebruik van koelvloeistof met silicaatremmers kan voortijdige slijtage van de waterpomppakkingen of verstopping van de radiatorkanalen veroorzaken.
Gebruik van kraanwater kan de motor beschadigen. De fabriek levert deze scooter met een 50:50-oplossing van antivries en gedestilleerd water. Deze koelvloeistof wordt aanbevolen bij de meeste bedrijfstemperaturen en biedt een goede bescherming tegen corrsosie.
Een hogere concentratie antivriesmiddel verlaagt de prestatie van het koelsysteem en wordt alleen aanbevolen als extra bescherming tegen bevriezing nodig is. Een concentratie van minder dan 40:60 (40% antivries) geeft geen goede bescherming tegen corrosie. Als het vriest, dient u het koelsysteem regelmatig te controleren en zo nodig hogere concentraties (maximaal 60%) antivries toe te voegen.
CONTROLE VAN DE VOOR- EN ACHTEROPHANGING
-
Controleer de vorkassemblage door de voorrem te blokkeren en de vork met kracht op en neer te pompen. De vering dient soepel te zijn en er mag geen olie lekken.
-
Schommelarmlagers dienen gecontroleerd te worden door hard tegen de zijkant van het achterwiel te duwen terwijl de scooter op de middenstandaard staat. Als er speling is, dan duidt dit er op dat de lagers versleten zijn.
-
Controleer of alle bevestigingselementen van de voor- en de achterophanging goed vastzitten.
JIFFY
Voer het volgende onderhoud uit volgens het onderhoudsschema.
Controle van de werking:
-
Controleer de veer op beschadiging of verminderde spanning en de jiffy-assemblage op beweeglijkheid.
• Controleer de jiffy-startonderbreking: -
Zet de scooter op de middenstandaard.
- Klap de jiffy in en start de motor.
- Klap de jiffy uit. De motor dient te stoppen zodra u de jiffy uitklapt.
Als de startonderking niet werkt zoals beschreven, vraag dan aan uw KYMCO-dealer om hierna te kijken.


REMVLOEISTOF
REMVLOEISTOFPEIL
Controleer, terwijl de scooter rechtop staat, het remvloeistofpeil van de vóór- en de achterrem. Het peil dient boven het indicatiestreepje voor minimumpeil te staan. Als het peil op of onder het "L"-merkje voor minimumpeil staat, controleer dan de remblokken op slijtage (zie pagina 80).
Versleten remblokken dienen vervangen te worden. Als de remblokken niet versleten zijn, laat dan het remsysteem controleren op lekkage.
De aanbevolen remvloeistof is een DOT 4 remvloeistof uit een verzegeld blik.
ANDERE CONTROLES
Zorg dat er nergens vloeistof lekt.
Controleer op slijtage van of scheurtjes in de remslangen en toebehoren.

Remblokslijtage is afhankelijk van de intensiteit van het gebruik, de rijstijl en de toestand van het wegdek (over het algemeen slijten de remblokken sneller op een nat en vuil wegdek.) Controleer de remblokken regelmatig volgens het onderhoudsschema.
Voorrem
Controleer het slijtage-indicatiemerkje op elk remblok.
Als een van de remblokken tot het indicatiestreepje is versleten, vervang dan beide remblokken tegelijkertijd. Laat dit door uw erkende KYMCO-dealer doen.
Achterrem
Controleer het slijtage-indicatiemerkje op elk remblok.
Als een van de remblokken tot het indicatiestreepje is versleten, vervang dan beide remblokken tegelijkertijd. Laat dit door uw erkende KYMCO-dealer doen.

Het is niet noodzakelijk om het accuzuurniveau te controleren of om gedestilleerd water toe te voegen, aangezien de accu onderhoudsvrij (verzegeld) is. Als de accu zwak lijkt en/of elektrolyten lekt (met als gevolg start- of andere elektrische problemen), neem dan contact op met uw erkende KYMCO-dealer.
N.B.:
De accu in uw scooter is van het onderhoudsvrije type en kan permanent beschadigd worden als de afdichtstrip van het deksel wordt verwijderd.

WAARSCHUWING!
Als de accu in bedrijf is, komt er bij normale werking explosief waterstofgas vrij.
Door in aanraking te komen met een vonk of vlam, kan de accu met dergelijke kracht ontploffen, dat u gedood kunt worden of ernstig gewond kunt raken.
Draag beschermende kleding en een gezichtsmasker als u onderhoud pleeg t aan de accu. Of laat het onderhoud uitvoeren door een vakbekwame monteur.
VERWIJDEREN VAN DE ACCU (Zorg altijd eerst dat de contactschakelaar UIT staat)
N.B.: Koppel nooit de kabels van de accu los als de motor draait. Dit kan schade aan de elektrische componenten veroorzaken.
De accu bevindt zich in de accubak onder de buddyseat.
- Open de buddyseat (zie pagina 32).
- Verwijder de drie schroeven en het accudeksel(1).
- Verwijder de vier schroeven en verwijder vervolgens de accuhouder(2).

- Trek de accu naar buiten zodat de polen zichtbaar worden.
- Maak eerst de kabel van de negatieve accupool (-) (3) los, maak dan de kabel van de positieve accupool (+) los (4).
- Haal de accu uit de accubak.
Installatie van de accu:
Ga voor installatie te werk in de omgekeerde volgorde van verwijderen.

N.B.: Als u de accu installeert, koppel dan eerst de kabel van de positieve pool (+) aan, daarna de kabel van de negatieve pool (-). Zo voorkomt u kortsluiting.
VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN
Als de zekeringen regelmatig doorbranden, dan duidt dit gewoonlijk op kortsluiting of op een overbelasting van het elektrisch circuit. Ga naar uw erkende KYMCO-dealer voor reparatie.
N.B.:
Gebruik nooit een zekering met een amperage dat verschilt van het opgegeven amperage. Anders kan ernstige schade aan het elektrisch systeem of brand ontstaan, waardoor de lichten of de motor kunnen uitvallen.
Gesmolten zekering

Amperage van de zekeringen:
• 20A (geel) OPLAADZEKERING Beschert het acculaadsysteem.
• 15A (blauw) HOOFDZEKERING Beschermt alle elektrische circuits.
• 15A (blauw) RELAISZEKERING
Beschermt het relais van de startmotor.
- 10A (rood) VENTILATORZEKERING Beschermt de motor van de koelventilator.
ZEKERINGDOOS
De zekeringdoos bevindt zich onder de accu in de accubak.
De aanbevolen zekeringen (2) zijn: 10A (rood), 15A (blauw), 20A (geel).
- Open de buddyseat (zie pagina 32).
- Open het accudeksel (zie pagina 82).
- Open het deksel van de zekeringdoos (1).
- Vervang de oude zekering door een nieuwe. De reservezekeringen (3) bevinden zich in de accuhouder.
- Sluit de deksels van de zekeringdoos en de accubak en sluit de buddyseat.


De banden van uw scooter vormen de belangrijkste verbinding tussen uw scooter en het wegdek.
Voorkom een ongeluk als gevolg van slechte banden door de volgende aanwijzingen op te volgen:
- Controleer de toestand en de spanning van de banden vóór elke rit. Stel de bandspanning zo nodig bij.
• Overlaad uw scooter niet. - Vervang een band als deze tot het slijtage-indicatiemerkje versl eten is of als de band beschadigd is (sneden of scheurtjes).
- Gebruik altijd de maat en het type banden die in deze handleiding worden opgegeven.
- Lijn het wiel uit na het installeren van de band. Lees de betreffende paragraaf in deze handleiding zorgvuldig door.
BANDEN

WAARSCHUWING!
Nalaten om de banden in te rijden kan slippen tot gevolg hebben, waardoor u de macht over het stuur kunt verliezen.
Wees extra voorzichtig als u op nieuwe banden rijdt. Rijd de banden in zoals hierboven beschreven wordt en vermijd gedurende de eerste 1600 km hard optrekken, scherpe bochten maken en hard remmen.
Controleer de bandspanning en het bandprofiel bij elke periodieke controle. Voor optimale veiligheid en levensduur van de banden, moet de bandspanning vaker worden gecontroleerd.
BANDSPANNING
Onvoldoende luchtdruk in de banden versnelt niet alleen de bandslijtage maar brengt de stabiliteit van de scooter ernstig in gevaar. Met banden die niet hard genoeg zijn opgepompt, is het moeilijk om soepele bochten te maken. Banden die te hard zijn opgepompt, hebben minder contact met het wegdek waardoor de scooter kan slippen en u de macht over het stuur kunt verliezen. Zorg dat de bandspanning altijd binnen de gegeven grenzen ligt. Bijstellen van de bandspanning dient alleen te geschieden als de banden koud zijn.
KOUDEBANDSPANNING
| Bestuurder alleen | Bestuurder met | |
| Voor | 1.75 bar | 1.75 bar |
| Achter | 2 bar | 2.25 bar |

De toestand van de band en het type band zijn beide van invloed op de prestatie van het voertuig. Sneden of scheuren in de banden kunnen tot gevolg hebben dat de band knapt en u de macht over het stuur verliest. Versleten banden kunnen gemakkelijk door een hard voorwerp doorboord worden tijdens het rijden, waardoor u de macht over het stuur kunt verliezen. Bovendien tast slijtage van de banden het bandprofiel aan, waardoor de wegligging van de scooter verandert. Controleer de toestand van de banden elke dag voordat u gaat rijden. Vervang een band als deze zichtbaar beschadigd is, zoals door sneden of scheuren, of als het bandprofiel minder dan 1.6 mm (voor) en 2 mm (achter) diep is.

KYMCO
N.B.:
Deze slijtagegrenzen zijn al bereikt vóórdat de slijtage-indicatiemerkjes in de banden contact met het wegdek maken.
Als u een band vervangt, zorg dan dat u dat doet met een band die de hieronder gegeven afmetingen heeft. Als u een band gebruikt met andere afmetingen, dan kan de scooter slecht bestuurbaar worden, waardoor u de macht over het stuur kunt verliezen.
Voor
Achter
Zorg ervoor dat u het wiel uitlijnt nadat u een band heeft gerepareerd of vervangen. Het is belangrijk dat het wiel correct is uitgelijnd zodat het wiel het juiste contact met het wegdek
heeft en ongelijke slijtage van de band wordt voorkomen.

WAARSCHUWING!
Een band die niet op de juiste manier is gerepareerd, geïnstalleerd of uitgelijnd kan ertoe leiden dat de scooter moeilijk bestuurbaar wordt of dat de band minder lang mee gaat.
- Vraag aan uw KYMC O-dealer of aan een vakbekwame monteur om de band te repareren, te vervangen en/of uit te lijnen, omdat dit het juiste gereedschap en de juiste ervaring vereist.
- Installeer een band volgens de draairichting die aangegeven wordt door de pijlen op de wang van elke band.

WAARSCHUWING!
Voorkom een ongeluk als gevolg van slechte banden door de volge nde aanwijzingen met betrekking tot tubeless banden op te volgen. Tubeless banden vereisen ander onderhoud dan banden met een binnenband.
- Tubeless banden vereisen een luchtdichte afdichting tussen de velgrand van de band en de velg van het wiel. Speciale bandenlichters en velgbeschermers of een speciale machine om banden te wisselen dienen gebruikt te worden om de banden te verwijderen en te installeren. Dit om te voorkomen dat de banden of velgen beschadigd raken, waardoor een lek zou kunnen ontstaan.
- Repareer een gat in een tubeless band door de band te verwijderen en aan de b innenkant van de band een pleister aan te brengen.
- Gebruik geen uitwendige reparatieplug om een gat te dichten, aangezien de plug los kan gaan door de zijwaartse wrijvingskrachten die ontstaan in een scooterband.
- Nadat een band gerepareerd is, dient de scooter gedurende de eerste 24 uur niet harder te rijden van 60 km/u, daarna 100 km/u. Dit is om te voorkomen dat de band te warm wordt, waardoor de reparatie zou kunnen loslaten en de band zou kunnen leeglopen.
- Vervang de band als er een gat zit in het wanggedeelte of als er een gat zit in het loopvlak dat groter is dan 6 mm. Deze gaten kunnen niet gerepareerd worden.
REINIGEN
Reinig uw scooter regelmatig om de afwerklaag te beschermen en controleer uw scooter op schade en slijtage en op lekkage van olie, koel- en remvloeistof.
Gebruik geen reinigingsmiddelen die niet speciaal bestemd zijn voor auto- of scooteroppervlakken. Ze kunnen sterke wasmiddelen bevatten of chemische oplosmiddelen die het metaal, de verf of het plastic van uw scooter zouden kunnen aantasten.
Als uw scooter net gereden heeft en nog warm is, laat de motor en het uitlaatsysteem dan enige tijd afkoelen.
Wij raden u af om water uit een hogedrukspuit te gebruiken (zoals dat in een wasstraat gebeurt).
N.B.: Water (of lucht) uit een hogedrukspuit kan bepaalde delen van de scooter beschadigen.
HET WASSEN VAN DE SCOOTER
-
Spoel de scooter schoon met veel koud water om los vuil te verwijderen.
-
Reinig de scooter met een spons of een zachte doek en koud water. Zorg dat er geen water in aanraking met de uitlaat en de elektrische componenten kan komen.
-
Reinig de plastic delen met een doek of spons die vochtig is gemaakt met een oplossing van een mild reinigingsmiddel en water. Wrijf zacht over het vuile gedeelte en spoel vervolgens na met veel schoon water. Zorg ervoor dat er geen remvloeistof of chemische oplosmiddelen in contact komen met de scooter. Ze tasten het plastic en de verf aan.
Direct na het wassen kan het lichtglaasje van de koplamp aan de binnenkant beslagen zijn. Vochtcondensatie aan de binnenkant van het koplampglas zal geleidelijk verdwijnen als het grootlicht aanstaat. Laat de motor draaien met het grootlicht aan.
-
Na het reinigen dient u de scooter grondig met veel schoon water na te spoelen. Resten van sterke reinigingsmiddelen kunnen de metalen delen aantasten.
-
Droog vervolgens de scooter, start de motor en laat deze enige minuten draaien.

- Test de remmen voordat u gaat rijden. Het kan nodig zijn dat de remhevels verschillende keren moeten worden ingeknepen voordat de remmen weer normaal functioneren.
Het kan zijn dat de remmen direct na het wassen van de scooter nog niet goed werken. Houd daarom rekening met een langere remweg om een ongeval te voorkomen.

Na het wassen van uw scooter kunt u een beschermlaag aanbrengen met behulp van een een spray cleaner/polish of een vloeibare of vaste was. Gebruik alleen een zacht glansmiddel of was die niet-bijtend is en speciaal bestemd is voor auto's of scooters. Houd u bij het aanbrengen van het glansmiddel of de was aan de instructies op de verpakking.
PEKEL VERWIJDEREN
Het zout in de pekel waarmee in de winter de wegen bestrooid worden om te voorkomen dat het wegdek bevriest en het zout in zeewater kunnen roest veroorzaken. Was uw scooter als volgt nadat u door pekel of zeewater heeft gereden:
- Reinig de scooter met koud water (zie pagina 90).
Gebruik geen warm water. Dit versterkt het schadelijke effect van het zout. - Maak de scooter droog en breng een beschermende laag was op het metaal aan.
ONDERHOUD VAN HET G EVERFDE ALUMINIUM VA N DE WIELEN
Aluminium kan aangetast worden door contact met vuil, modder of pekel. Reinig de wielen nadat u door een van de substanties heeft gereden, gebruik een natte spons en een zacht reinigingsmiddel. Gebruik geen harde borstels, staalwol of reinigingsmiddellen die schurende of chemische bestanddelen bevatten.
Na het wassen, dient u de scooter met veel water na te spoelen en te drogen met een schone doek.
Gebruik bijwerklak voor de wielen op de plaatsen waar deze zijn beschadigd.
ONDERHOUD VAN DE UITL AATPIJP
De uitlaatpijp is van roestvrij staal, maar kan vlekken krijgen door olie of modder. Verwijder zo nodig hittevlekken met een vloeibaar keukenschuurmiddel.

KYMCO
REINIG HET WINDSCHERM
Reinig het windscherm met een zachte doek of spons en veel water (gebruik bij voorkeur geen reinigingsmiddelen en geen chemische middelen voor het windscherm). Droog het scherm af met een zachte, schone doek.
Om mogelijke krassen of andere beschadigingen te voorkomen, dient u uitsluitend een zachte doek of spons te gebruiken om het windscherm te reinigen.
Als het windscherm erg vuil is, gebruik dan een in water opgelost neutraal reinigingsmiddel met een spons en veel water. Zorg dat er geen reinigingsmiddel op het scherm achterblijft (resten van reinigingsmiddelen kunnen scheuren in het windscherm veroorzaken).
Vervang het windscherm als er krassen op zitten die niet verwijderd kunnen worden en die het zicht belemmeren.
Zorg dat het windscherm met toebehoren niet in contact komt met accuzuur, remvloeistof of andere zure chemicaliën. Ze tasten het plastic aan.
STALLEN
Als u de scooter langere tijd niet gebruikt, zoals tijdens de winter, dient u een paar maatregelen te nemen om te voorkomen dat de scooter te lijden heeft onder deze inactiviteit. Bovendien dient u eventuele reparaties uit te voeren vóórdat u de scooter stalt, anders kunnen ze gemakkelijk vergeten worden als u de scooter weer van stal haalt.
STALLING
- Ververs de motorolie en vervang het oliefilter.
- Zorg dat het koelsysteem gevuld is met een 50:50- antivriesoplossing.
- Tap de carburateur af en laat de benzine uit de tank lopen in een goedgekeurd benzineblik en gebruik daarbij een handsifon die in de winkel verkrijgbaar is of doe dit op een vergelijkbare manier. Spray de binnenkant van de tank met een roestremmende oliespray. Plaats de benzinedop terug op de tank.

WAARSCHUWING!
Benzine is uiterst brandbaar en explosief. U kunt u branden of ernstig gewond raken als u met benzine omgaat.
- Zet de motor stil en houd hitte, vonken en open vuur uit de buurt.
• Tank alleen in de buitenlucht.
• Veeg gemorste benzine onmiddellijk weg.

KYMCO
-
Om roesten van de cilinders te voorkomen, dient u het volgende te doen:
-
Verwijder de bougiedoppen van de bougies, bevestig de doppen met plakband of touw aan een plastic onderdeel (maakt niet uit welk, als de doppen maar verwijderd zijn van de bougie).
- Haal de bougies uit de motor en berg ze op een veilige plaats op. Bevestig de bougies niet aan de bougiedoppen.
- Schenk een eetlepel (15 à 20 cc) schone motorolie in elke cilinder en bedek de bougiegaten met een stuk stof.
- Slinger de motor meerdere keren aan om de olie te verdelen.
-
Plaats de bougies en de bougiedoppen weer terug.
-
Verwijder de accu. Berg deze op waar het niet vriest en waar geen direct zonlicht schijnt (zie pagina 82). Laad de accu eenmaal per maand bij met behulp van een druppellader.
- Was de scooter en droog hem af. Zet alle geverfde oppervlakken in de was. Breng een laag roestremmende olie op het chroom aan.
- Pomp de banden op tot de aanbevolen bandspanning. Plaats de scooter op blokken zodat beide banden los van de grond staan.
- Bedek de scooter (gebruik geen plastic of gecoate materialen) en stal deze op een onverwarmde, vochtvrije plaats met een zo stabiel mogelijke temperatuur. Stal de scooter niet in direct zonlicht.
SCOOTER NA STALPERIODE RIJKLAAR MAKEN
- Haal de bedekking van de scooter en reinig de scooter.
- Ververs de motorolie als de scooter langer dan één maand gestald heeft gestaan.
- Laad de accu zo nodig op. Plaats de accu in de scooter.
- Laat een eventueel teveel aan roestremmende olie uit de benzinetank weglopen. Vul de benzinetank met verse benzine.
- Voer alle controles uit die voorafgaand aan elke rit moeten worden gehouden (zie pagina 42). Voer een testrit uit bij lage snelheden in een verkeersvrije en veilige omgeving.
| Lengte | 2030 mm |
| Breedte | 780 mm |
| Hoogte | 1255 mm |
| Wielbasis | 1390 mm |
GEWICHT
| Droog gewicht | 140 kg |
INHOUD
| Motorolie | Na aftappen | 0.9 l |
| Na demonteren | 1.1 l | |
| Transmissie-olie | Na aftappen | 0.18 l |
| Na demonteren | 0.2 l | |
| Benzinetank | 11 l | |
| Maximaal laadvermogen | 163 kg |
MOTOR
BORING X SLAG
62×57.8 MM
COMPRESSIEVERHOUDING
11.2:1
CILINDERHNIHOUD
174.5 cc
BOUGIE
DPR6EA-9
STATIONAIR TOERENTAL
1560\~1760TPM
CHASSIS TRANSMISSIE
BANDMAAT (VOOR)
13×120/70
BANDMAAT (ACHTER)
12×140/70
ELEKTRISCH
ACCU
12v-10AH
KOPLAMP
12v60w/12v55w
Tweede editie: november 2006
Aangepast en vertaald voor KYMCO Benelux B.V: maart 2009 (C.A. Offringa)
Alle rechten voorbehouden. Elke verveelvoudiging of elk gebruik waarvoor geen schriftelijke toestemming is gevraagd aan KWANG YANG Motor Co., Ltd., en KYMCO Benelux B.V. is uitdrukkelijk verboden.
T300S H4025

KWANG YANG MOTOR CO.,LTD.