ST160-3E - Ketel Junkers - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ST160-3E Junkers in PDF-formaat.
| Merk | Junkers |
| Model | ST160-3E |
| Producttype | Gaswandketel |
| Toepassing | Verwarming en warm water |
| Afmetingen (H x B x D) | 845 x 440 x 360 mm |
| Gewicht | 35 kg |
| Voeding | Aardgas / propaan, 230 V~ |
| Nominaal vermogen (CV) | 24 kW |
| Nominaal vermogen (tapwater) | 30 kW |
| Rendement | 93% (HR) |
| Waterinhoud | 1,5 liter |
| Max. werkdruk | 3 bar |
| Max. tapwatertemperatuur | 65 °C |
| Energielabel | C |
| Type rookgasafvoer | Geforceerde trek (ventilator) |
| Ontsteking | Elektronisch (ionisatie) |
| Regeling | Weersafhankelijk (optioneel) |
| Onderhoud | Jaarlijks door erkend installateur |
| Veiligheid | Vorstbeveiliging, druksensor, oververhittingsbeveiliging |
| Pompsnelheid | 3-standen |
| CV-expansievat | 8 liter, voordruk 0,5 bar |
| Geluidsniveau | < 50 dB(A) |
| Stroomverbruik standby | < 5 W |
Veelgestelde vragen - ST160-3E Junkers
Gebruikersvragen over ST160-3E Junkers
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ST160-3E - Junkers en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ST160-3E van het merk Junkers.
GEBRUIKSAANWIJZING ST160-3E Junkers
Installatie- en onderhoudshandleiding voor de installateur
STORACELL
Indirect verwarmde boilers

1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen .... 3
1.1 Toelichting van de symbolen 3
1.2 Veiligheidsaanwijzingen 3
2 Gegevens betreffende het product ....3
2.1 Bedoeld gebruik 3
2.2 Leveringsomvang 3
2.3 Productbeschrijving 4
2.4 Gereedschap, materialen en hulpmiddelen ..... 4
2.5 Afmetingen en aansluitingen 5
2.6 Technische gegevens 6
3 Voorschriften....7
4 Transport 7
4.1 Boiler optillen en dragen 7
4.1.1 Voorwand verwijderen 7
4.1.2 Zijwanden en achterwand voor het transport
demonteren 8
5 Montage 8
5.1 Opstelling 8
5.1.1 Opstellingsruimte 8
5.1.2 Tapwaterboiler opstellen 8
5.2 Hydraulische aansluiting....9
5.3 Temperatuursensor aansluiten 10
5.3.1 Aansluiting op een module 10
6 In bedrijf nemen 10
6.1 Boiler in bedrijf stellen 10
6.2 Isolatie en voorwand monteren 11
6.3 Informatie van de eigenaar door de fabrikant 11
7 Buitenbedrijfstelling.... 11
7.1 Boiler buiten werking stellen 11
8 Milieubescherming/afvoeren 11
9 Inspectie en onderhoud 12
9.1 Aanbeveling voor de gebruiker 12
9.2 Onderhoud en herstelling 12
9.2.1 Aftappen 12
9.2.2 Algemeen over de magnesiumanode 12
9.2.3 Magnesiumanode controleren 12
9.3 Boiler na het onderhoud opnieuw in bedrijf stellen .. 13
10 Storingen 13
1 Toelichting bij de symbolen en veiligheids-aanwijzingen
1.1 Toelichting van de symbolen
Waarschuwing

Waarschuwingsaanwijzingen in de tekst worden aangegeven met een gevarendriehoek met grijze achtergrond en een kader.

Bij gevaren door stroom wordt het uitroepteken in de gevarendriehoek vervangen door een bliksemsymbool.
Signaalwoorden voor een waarschuwingsaanwijzing geven de soort en de ernst van de gevolgen aan, wanneer de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet gerespecteerd worden.
- OPMERKING betekent dat materiële schade kan ontstaan.
- VOORZICHTIG betekent dat licht tot middelzwaar persoonlijk letsel kan ontstaan.
- WAARSCHUWING betekent dat zwaar lichamelijk letsel kan ont-staan.
- GEVAAR betekent dat er levensgevaarlijk lichamelijk letsel kan ontstaan.
Belangrijke informatie

Belangrijke informatie zonder gevaar voor mens of materialen wordt met het nevenstaande symbool gemarkeerd. Deze worden gescheiden van de tekst door een lijn onder en boven de tekst.
Aanvullende symbolen
Symbool Betekenis
▶ Handelingsstap
→ Kruisverwijzing naar andere plaatsen in het document of naar andere documenten
- Opsomming/lijstpositie
- Opsomming/lijstpositie (2e niveau)
Tabel 1
1.2 Veiligheidsaanwijzingen
Opstelling, ombouw
▶ Brandgevaar bij soldeer- en laswerkzaamheden!
Tref bij soldeer- en laswerkzaamheden de gepaste veiligheidsmaatregelen, aangezien de warmte-isolatie brandbaar is, bijv. warmte-isolatie afdekken.
- Gebruik installatiemateriaal, dat voldoende temperatuurbestendig is.
▶ Waarborg dat alleen een erkend installateur de boiler monteert of herstelt.
Functie
▶ Onderhoudshandleiding respecteren, zodat de optimale werking wordt gewaarborgd.
▶ Veiligheidskleppen nooit sluiten
Tijdens het opwarmen kan water via de veiligheidsklep van de boiler ontsnappen.
Gevaar door elektrische stroom
▶ Waarborg dat alleen een erkend installateur elektrotechnische werkzaamheden uitvoert.
▶ Voor elektrotechnische werkzaamheden de cv-installatie over alle polen spanningsloos schakelen en beveiligen tegen onbedoeld herin-schakelen.
▶ Controleer de spanningsloosheid.
Verbrandingsgevaar aan de tappunten van het tapwater
▶ Bij gebruik van de boiler kunnen temperaturen boven 60 °C optreden. Voor de begrenzing van de taptemperatuur op maximaal 60 °C een thermostatische temperatuurbegrenzer installeren.
Waarschuwing: bevriezing
Bij vorstgevaar kan de boiler bevriezen.
▶ Aanbeveling: boiler en koudwateraanvoerleiding aftappen.
Onderhoud
▶ Aanbeveling voor de gebruiker: sluit een onderhouds- en inspectiecontract af met een erkend installateur. De boiler jaarlijks inspecteren en indien nodig laten onderhouden.
▶ Er mogen alleen originele onderdelen worden gemonteerd.
2 Gegevens betreffende het product
Dit installatie- en onderhoudsvoorschrift bevat belangrijke informatie betreffende een veilige en vakkundige installatie, inbedrijfstelling en onderhoud van de boiler.
Dit installatie- en onderhoudsvoorschrift richt zich tot de vakman, die op basis van zijn vakopleiding over de nodige ervaring met en kennis van cv- en drinkwaterinstallaties beschikt.
De boilers zijn volgens de laatste technologische kennis en veiligheids-technische regels geconstrueerd en gefabriceerd.
Voor een veilig, economisch en milieuvriendelijk gebruik van de boiler adviseren wij u, de veiligheidsinstructies en het installatie- en onderhoudsvoorschrift te respecteren.
2.1 Bedoeld gebruik
De boilers zijn bestemd voor de opwarming en opslag van drinkwater. Voor het drinkwater gelden de eisen van de drinkwaterverordening.
De boilers mogen enkel verwarmd worden met cv-water, in een gesloten cv-installatie. Aan de cv-zijde mag de maximale bedrijfsdruk 10 bar zijn en de maximale temperatuur 110 °C.
Een andere toepassing is niet voorgeschreven. Daaruit resulterende schade valt niet onder de fabrieksgarantie.
2.2 Leveringsomvang
De volgende onderdelen zijn in de leveringsomvang van de boiler opgenomen.
- Boilerlichaam
- Afneembare voorwand
• Demonteerbare zijwanden
2.3 Productbeschrijving
De boilers worden in de fabriek compleet gemonteerd en zijn klaar om aangesloten te worden.
De hoofdcomponenten van de boiler zijn:
- Boiler [4] met corrosiebescherming De kathodische corrosiebescherming bestaat uit het hygiënische thermoglazuur [5] en een magnesium-anode [6].
- Warmte-isolatie [1] De warmte-isolatie vermindert de warmteverliezen. De warmte-isolatie van polyurethaan-hardschuim is direct op de boiler geschuimd. Een warmte-isolerend element van schuimrubber minimaliseert de warmteverliezen via de aftapkraan.
- Mantel [2] De voor- en achterwand, evenals de zijwanden kunnen weggenomen worden.
- Warmtewisselaar met gladde buizen [7] De warmtewisselaar met gladde buizen brengt de energie van het cv-circuit over naar het drinkwater in het boilervat. Het drinkwater wordt gelijkmatig verwarmd.
- Dompelhuls [9] voor tapwatertemperatuursensor Met behulp van een temperatuursensor, die via de dompelhuls wordt ingevoerd, kan de regeling van de cv-installatie de actuele tapwatertemperatuur registreren en op de gewenste temperatuur brengen.
- Boilerkap [10] (toebehoren) Wanneer de boiler naast een vloerstaande cv-ketel of onder een hangende cv-ketel wordt geplaatst, dekt de boilerkap de aansluitingen af.
2.4 Gereedschap, materialen en hulpmiddelen
Voor de installatie en het onderhoud van de boiler heeft u het standaard-gereedschap voor cv--, gas- en waterinstallaties nodig.
Bovendien is ook het volgende praktisch:
- Steekkar met spanband
• 2 draagleidingen met mof Rp 1
• 1 draagleiding met mof Rp %
• Nat-/droogzuiger voor reiniging

Afb. 1 Boiler (onderaan schematische voorstelling)
[1] Thermische isolatie
[2] Mantel
[3] Isolatie-element
[4] Boilervat
[5] Thermo-glazuurlaag
[6] Magnesiumanode
[7] Warmtewisselaar met gladde buizen
[8] Aftapkraan
[9] Dompelhuls
[10] Afdekkap boiler (toebehoren)
2.5 Afmetingen en aansluitingen

text_image
600 H 15-25
text_image
648 EL
Afb. 2 Afmetingen en aansluitingen (maten in mm)
AW Tapwateruitlaat
EK Ingang koud water
EL Aftap
EZ Ingang circulatie
MW Meetpunt voor tapwatertemperatuursensor
RS Retourleiding boiler
VS Aanvoer boiler
[1] Magnesiumanode
| Type Boilerinhoud VS RS EZ/EK/AW Hoogte H I mm kg | 1) | Gewicht2) | ||||
| ST135-3E | 135 | R3⁄4 | R3⁄4 | R3⁄4 | 838 | 101 |
| ST160-3E 160 | 948 | 114 | ||||
Tabel 2 Afmetingen en aansluitingen
1) Inclusief boilerkap, zonder stelpoten
2) Zonder inhoud, inclusief verpakking
Tabel 3 Technische gegevens
1) De vermogensfactor NL geeft het aantal volledig te verzorgen woningen met 3,5 personen, een normale badkuip en twee extra tappunten. NL werd overeenkomstig DIN 4708 bij tSp = 60 °C, tZ = 45 °C, tK = 10 °C en bij de maximale vermogen verwarmingselementen bepaald. Bij vermindering van het boilerlaadvermogen en kleinere circulatiewaterhoeveelheid wordt NL overeenkomstig kleiner.
2) Met verdeelverliezen buiten de boiler is geen rekening gehouden.
t_K Koudwateraanvoertemperatuur
t_Sp Boilertemperatuur
t_V Aanvoertemperatuur
t_Z Tapwateruitlaattemperatuur
Continu vermogen tapwater
- De opgegeven continu vermogen zijn gerelateerd aan:
- een aanvoertemperatuur van 80 °C,
- een uitlaattemperatuur van 45 °C,
- een koudwaterinlaattemperatuur van 10 °C bij maximaal boilerlaadvermogen (boilerlaadvermogen van de cv-ketel minimaal zo groot als het verwarmingsoppervlakvermogen van de boiler).
- Een vermindering van de aangegeven circulatiewaterhoeveelheid, het boilerlaadvermogen of de aanvoertemperatuur heeft een vermindering van het de continu vermogen alsmede de vermogensfactor (N_L) tot gevolg.

line
| V̇ / m³/h | Δp / mbar | | -------- | --------- | | 0.5 | 1 | | 1 | 10 | | 10 | 100 | | 100 | 1000 |Afb. 3
Δp Drukverlies
V Hoeveelheid cv-water
[1] ST135-3E
[2] ST160-3E

In het diagram is geen rekening gehouden met drukverliezen aan de netkant.
Meetwaarden van de boilertemperatuursensor (NTC)
| Boilertemperatuur Sensorweerstand | |
| °C Ω | |
| 20 14772 | |
| 26 11500 | |
| 32 9043 | |
| 38 7174 | |
| 44 5730 | |
| 50 4608 | |
| 56 3723 | |
| 62 3032 | |
| 68 2488 | |
Tabel 4
3 Voorschriften
Normen en richtlijnen

Installeer de boiler conform de nationale normen en richtlijnen.
▶ Deze boiler dient door een bevoegd installateur te worden geplaatst. Hij dient zich te houden aan de geldende nationale en plaatselijke voorschriften. In geval van twijfel dient hij zich te wenden tot de officiële instanties.
4 Transport

WAARSCHUWING: Gevaar voor lichamelijk letsel door dragen van zware lasten en onvoldoende beveiliging tijdens transport!
▶ Maak gebruik van geschikte transportmiddelen, bijv. een steekkar met spanband.
▶ Beveilig het te transporteren materiaal tegen vallen.

Transporteer de boiler zo mogelijk compleet verpakt naar de opstellingslocatie. Zo is deze tijdens het transport beschermd.
Gebruik een transportnet wanneer u de boiler onverpakt transporteert. Bescherm de aansluitingen tegen beschadiging.
▶ Plaats de kar aan de achterzijde van de verpakte boiler.
▶ Beveilig de boiler met een spanriem aan het transportmiddel.

Afb. 4 Boiler voor het transport borgen.
▶ Transporteer de boiler naar de opstellingsruimte.
4.1 Boiler optillen en dragen
▶ Spanband verwijderen.
▶ Verpakkingsmateriaal verwijderen en milieuvriendelijk afvoeren.

Voor het opheffen en dragen kunt u de boiler best onderaan aan de beide zijwanden vastpakken.
▶ Boiler van het pallet losmaken en optillen.

U kunt de boiler ook met behulp van het transportwagen-tje van de pallet heffen.

Afb. 5 Boiler aan de zijwanden optillen

Om de gelakte metalen delen te beschermen, adviseren wij de voor-, zij- en achterwanden van de boiler voor het transport weg te nemen.
4.1.1 Voorwand verwijderen
- Til de voorwand [1] iets op en neem deze aan de bovenkant naar vo- ren toe weg.

Afb. 6 Voorwand verwijderen
[1] Voorwand
4.1.2 Zijwanden en achterwand voor het transport demonteren
▶ Draai de schroeven aan de achterwand [2] los.
▶ Neem de achterwand weg.
▶ Draai de vier schroeven bovenaan aan de zijwanden [1] los.
▶ Zijwanden afnemen.

text_image
① ① ② 6 720 644 098-05.1RSAfb. 7 Zijwanden en achterwand demonteren
[1] Zijwanden
[2] Achterwand

Na het transport naar de opstellingsruimte, kan u de zijwanden en de achterwand weer monteren. Voor alle verdere werkzaamheden, inclusief het onderhoud nadien, moet de boiler enkel nog bereikbaar zijn aan de voor- en bovenzijde.
5 Montage
De boiler kan zowel onder een wandketel als rechts of links naast een vloerstaande cv-ketel gemonteerd worden.
De boiler kan zonder minimumafstand direct tegen de wand bevestigd worden (zowel zijdelings als ook langs de achterzijde). De afstand A tot een cv-ketel is afhankelijk van de aansluitset (zie montagevoorschrift van de aansluitset).

text_image
① ② A ③ 6 720 644 098-06.1RSAfb. 8 Mogelijke opstellingen (principiële afbeelding)
[1] CV-ketel (wandhangend)
[2] CV-ketel (vloerstaand)
[3] Boiler
5.1 Opstelling
5.1.1 Opstellingsruimte

OPMERKING: Schade aan de installatie door vorst!
▶ Boiler in een droge en vorstvrije ruimte opstellen.
5.1.2 Tapwaterboiler opstellen
▶ Boiler opstellen op een vlakke vloer met voldoende draagkracht.

In hoogte verstelbare stelpoten zijn reeds gemonteerd.
▶ Boiler met behulp van de stelpoten en een waterpas horizontaal uitrichten.

Afb. 9 Boiler verticaal uitrichten (principe tekening)

De stelpoten zijn uitgerust met glijvoeten. Dankzij die glijvoeten kan de boiler gemakkelijk naar de definitieve standplaats worden geschoven.
5.2 Hydraulische aansluiting
Respecteer de volgende aanwijzingen voor het aansluiten van de boiler aan het leidingennet. Deze aanwijzingen zijn belangrijk voor een storingsvrije werking.

GEVAAR: Brandgevaar door soldeer- en laswerkzaamheden!
Tref bij soldeer- en laswerkzaamheden de gepaste veiligheidsmaatregelen, aangezien de warmte-isolatie brandbaar is, bijv. warmte-isolatie afdekken.
- Controleer na de werkzaamheden of de warmte-isolatie onbeschadigd is.

WAARSCHUWING: Gevaar voor de gezondheid door vervuild water!
Wanneer de verontreinigingen, die ontstaan tijdens de montagewerkzaamheden, niet verwijderd worden, kan het drinkwater vervuild worden.
- Installeer de boiler en de leidingen hygiënisch conform de nationale normen en richtlijnen.
▶ Spoel de leidingen en de boiler grondig uit met drinkwater na de montage.

OPMERKING: Schade aan de installatie door verkeerde aansluitstukken!
▶ Bij drinkwater-verwarmingsinstallaties met kunststof leidingen altijd metalen koppelingen gebruiken.

OPMERKING: Schade aan de installatie door verkeerd installatiemateriaal!
- Gebruik installatiemateriaal, dat voldoende temperatuurbestendig is.

OPMERKING: Schade aan de boiler door verwijderen van de beschermhulzen op de aansluitingen AW, EZ en EK!
Wanneer de beschermhulzen worden verwijderd, kan corrosie aan de aansluitingen van de boiler ontstaan.
- Om de geëmailleerde oppervlakken van de aansluitingen te beschermen, beschermhulzen laten zitten.

Voor de aansluiting aan water- en cv-zijde zijn flexibele aansluitsets als toebehoren verkrijgbaar, die de installatie aanzienlijk vereenvoudigen.
▶ Voer alle aansluitleidingen aan de boiler uit als schroefkoppelingen, eventueel met een afsluitventiel.
▶ Bouw een verluchtings- en ontluchtingsventiel in de leiding voor tapwater in voor het afsluitventiel.
▶ Bouw geen bochten in de aftapleiding in, anders kan de installatie niet goed gespuid worden.
▶ Monteer de aansluitleidingen zonder mechanische spanningen.
▶ Flexibele slangen niet knikken of verdraaien.
▶ Alle niet gebruikte boileraansluitingen afsluiten.

text_image
AW EK EZ EL 1 4 2 3 11 10 6 9 8 6 5 6 7 6 EZ EW EK EZ 6 720 644 098-08.1RSAfb. 10 Installatie conform DIN 1988 (principe afbeelding)
AW Tapwateruitlaat
EK Ingang koud water
EL Aftap
EZ Ingang circulatie
[1] Boilervat
[2] Be- en ontluchtingsventiel
[3] Afsluitklep met aftapklep
[4] Veiligheidsventiel
[5] Terugslagklep
[6] Afsluiter
[7] Circulatiepomp
[8] Drukreduceerventiel (indien nodig)
[9] Controleklep
[10] Terugslagventiel
[11] Manometeraansluiting
[12] Aftapkraan (ingebouwd)
Veiligheidsklep (op montageplaats)
Bouwzijdig een typebeproefde, voor drinkwater toegelaten, veiligheidsklep in de koudwaterleiding inbouwen. Respecteer de installatiehandleiding van de veiligheidsklep. De openingsdruk (activeringsdruk) van de veiligheidsklep mag niet hoger worden dan de toegestane bedrijfsdruk van de boiler (→ typeplaat of hoofdstuk 2.6, pagina 6).
▶ Breng een plaatje met de onderstaande tekst op de veiligheidsklep aan: "De uitblaasleiding niet afsluiten. Tijdens de opwarming kan om veiligheidsredenen water ontsnappen".
▶ Bereken de diameter van de uitblaasleiding zo, dat deze ten minste overeenkomt met de diameter van de uitgang van de veiligheidsklep (→ tabel 3, pagina 6).
- Controleer de goede werking van de veiligheidsklep af en toe door te spuien.
Dichtheid controleren
▶ Alle aansluitingen en de magnesiumanode op dichtheid controleren.
5.3 Temperatuursensor aansluiten

GEVAAR: Levensgevaar door elektrische stroom!
▶ Voor het openen van het regeltoestel de cv-installatie met de verwarmingsnoodschakelaar stroomloos schakelen en met behulp van de huiszekering loskoppelen van het elektriciteitsnet. Beveilig de cv-installatie tegen onbedoeld opnieuw inschakelen.
▶ Sensorkabels naar het regeltoestel installeren.

Wanneer u de temperatuursensor monteert, respecteer dan bij de elektrische aansluiting en de temperatuurinstelling van de temperatuursensor de technische documenten van het regeltoestel.
- Elektrische aansluiting uitvoeren conform de technische documenten van het regeltoestel.
5.3.1 Aansluiting op een module

Een gedetailleerde beschrijving ten aanzien van de elektrische aansluiting vindt u in de installatiehandleiding van de module.
Wanneer de boiler zich na een evenwichtsfles in de installatie bevindt:
▶ Aansluitstekker van de temperatuursensor losmaken.
▶ Temperatuursensor op een module aansluiten (bijv. HSM-module of IPM-module).

flowchart
graph TD
A["Recycle"] --> B["Module"]
B --> C["File Icon"]
C --> D["Modul"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#ccf,stroke:#333
style C fill:#cfc,stroke:#333
style D fill:#fcc,stroke:#333
Afb. 11
6 In bedrijf nemen
▶ Waarborg dat de inbedrijfstelling wordt uitgevoerd door een erkend installateur.
▶ Alle componenten en toebehoren volgens de aanwijzingen van de fabrikant of de desbetreffende installatiehandleiding en de bedieningshandleiding in bedrijf stellen.
6.1 Boiler in bedrijf stellen
Voor de inbedrijfstelling van de boiler moet u de dichtheid ervan controleren, zodat er geen lekken ontstaan tijdens de werking.

OPMERKING: Schade aan de boiler door ontoelaatbaar hoge druk!
▶ Laat de uitblaasleiding van de veiligheidsklep altijd geopend.

Voer de dichtheidscontrole van de boiler enkel met tapwater uit. De testdruk mag aan de tapwaterzijde maximaal 10 bar overdruk zijn.
▶ Open het vul- en ontluchtingsventiel of de hoogst gelegen kraan, om de boiler te ontluchten.
▶ Open het afsluitventiel voor de ingang koud water EK om de boiler te vullen.
▶ Controleer vóór het opwarmen of de cv-installatie, de boiler en de leidingen met water gevuld zijn. Open daarvoor het verluchtings- en ontluchtingsventiel.
▶ Alle aansluitingen, leidingen en de magnesiumanode op dichtheid controleren.

flowchart
graph TD
A["AW"] --> B["1"]
C["EK"] --> D["2"]
E["EZ"] --> F["2"]
G["EL"] --> H["3"]
I["+"] --> J["1"]
K["+"] --> L["2"]
M["+"] --> N["2"]
O["+"] --> P["2"]
Q["+"] --> R["2"]
S["+"] --> T["2"]
U["+"] --> V["2"]
W["+"] --> X["2"]
Y["+"] --> Z["2"]
AA["+"] --> AB["2"]
AC["+"] --> AD["2"]
AE["+"] --> AF["2"]
AG["+"] --> AH["2"]
AI["+"] --> AJ["2"]
AK["+"] --> AL["2"]
AM["+"] --> AN["2"]
AO["+"] --> AP["2"]
AQ["+"] --> AR["2"]
AS["+"] --> AT["2"]
AU["+"] --> AV["2"]
AW --> AW
EW --> EW
Z --> Z
AH --> AH
AI --> AI
AJ --> AJ
AK --> AK
AL --> AL
AM --> AM
AN --> AN
AO --> AO
AP --> AP
AQ --> AQ
AR --> AR
AS --> AS
AT --> AT
AU --> AU
AV --> AV
AW --> AW
EW --> EW
Z --> Z
AH --> AH
AI --> AI
AJ --> AJ
AK --> AK
AL --> AL
AM --> AM
AN --> AN
AO --> AO
AP --> AP
AH --> AH
AI --> AH
AJ --> AH
AK --> AH
AL --> AH
AM --> AH
AN --> AH
Afb. 12 Installatie conform DIN 1988 (principe afbeelding)
AW Tapwateruitlaat
EK Ingang koud water
EZ Ingang circulatie
[1] Be- en ontluchtingsventiel
[2] Afsluiter koudwaterinlaat
[3] Uitblaasleiding van de veiligheidsklep
6.2 Isolatie en voorwand monteren
▶ Warmte-isolerende delen [1, 2] plaatsen.
▶ Hang de voorwand met het onderste haakje [3] in de sleuf van de zijwanden.
▶ Druk de voorwand boven tegen de boiler en hang het bovenste haakje [4] in de sleuf van de zijwanden.

Afb. 13 Isolatie en voorwand monteren
[1] Isolatiedeel (magnesiumanode)
[2] Isolatiedeel (aftap)
[3] Onderste haak van de voorwand
[4] Bovenste haak van de voorwand
6.3 Informatie van de eigenaar door de fabrikant
De installateur legt de klant de werking en het gebruik uit van de cv-in- stallatie en de boiler.
▶ Wijs de gebruiker erop, dat
- de uitblaasleiding van de veiligheidsklep steeds geopend moet zijn,
- de werking van de veiligheidsklep regelmatig moet worden gecontroleerd.
- bij herhaaldelijk activeren van de veiligheidstemperatuurbegrenzer van de cv-ketel contact met een installateur moet worden opgenomen,
- reiniging en onderhoud minimaal iedere twee jaar moeten worden uitgevoerd.
▶ Buitenbedrijfstelling bij vorstgevaar: boiler geheel aftappen, ook het onderste deel van de boiler.
▶ Eigenaar wijzen op het regelmatig benodigde onderhoud van de magnesiumanode; werking en levensduur hangen daarvan af.
▶ Overhandig alle bijbehorende documenten aan de gebruiker.

Informatie over de bediening (b.v. het instellen van de tapwatertemperatuur) kunt u vinden in de bedieningshandleiding van de regelaar.
7 Buitenbedrijfstelling
7.1 Boiler buiten werking stellen
▶ CV-installatie buiten bedrijf stellen (→ bedieningsvoorschrift van het regeltoestel).

OPMERKING: Schade aan de boiler door vorst! Wanneer tijdens uw afwezigheid vorstgevaar kan ont- staan, kan de boiler bevriezen.
Aanbeveling: boiler en koudwateraanvoerleiding aftappen.
▶ Sluit de afsluitklep voor de koudwaterinlaat EK.

▶ Boiler na de buitenbedrijfstelling voldoende laten afkoelen.
▶ Aftapventiel openen
▶ Open voor de verluchting het verluchtings- en ontluchtingsventiel of de hoogst gelegen aftapkraan.

OPMERKING: Schade aan de boiler door corrosie! Na aftappen kan de restvochtigheid corrosie tot gevolg hebben.
▶ Boiler via het aftapventiel volledig aftappen - ook het onderste deel van de boiler.
8 Milieubescherming/afvoeren
Milieubescherming is een ondernemingsprincipe van de Bosch-groep. Kwaliteit van de producten, rendement en milieubescherming zijn voor ons gelijkwaardige doelstellingen. Wetten en voorschriften op het gebied van de milieubescherming worden strikt aangehouden. Ter bescherming van het milieu gebruiken wij, rekening houdend met bedrijfseconomische gezichtspunten, de best mogelijke techniek en materialen.
Verpakking
Voor wat de verpakking betreft, nemen wij deel aan de nationale verwerkingssystemen, die een optimale recyclage waarborgen. Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
Oude ketel
Oude apparaten bevatten materialen, die hergebruikt kunnen worden. De modules kunnen gemakkelijk worden gescheiden en de kunststoffen zijn gemarkeerd. Daardoor kunnen de verschillende componenten worden gesorteerd en voor recyclage worden aangeboden.
9 Inspectie en onderhoud
9.1 Aanbeveling voor de gebruiker
▶ Sluit een onderhouds- en inspectiecontract af met een erkend installateur. De cv-ketel jaarlijks en de boiler jaarlijks of iedere twee jaar laten onderhouden (afhankelijk van de lokale waterkwaliteit).
9.2 Onderhoud en herstelling

GEVAAR: Levensgevaar door elektrische stroom!
▶ De cv-installatie over alle polen spanningsloos schakelen en beveiligen tegen onbedoeld herinschakelen.
▶ Er mogen alleen originele onderdelen worden gemonteerd.
9.2.1 Aftappen
▶ CV-installatie voor het reinigen of repareren spanningsloos schakelen.
▶ Neem de voorwand [3] van de boiler weg en verwijder de isolatie [1, 2].
▶ De boiler aftappen.
- Sluit de afsluitklep voor de koudwaterinlaat.
- Aftapkraan [5] openen.
- Open voor de verluchting het verluchtings- en ontluchtingsventiel of de hoogst gelegen aftapkraan.
- Indien nodig, de warmtewisselaar aftappen. Daarbij indien nodig de windingen leegblazen.

text_image
③ ④ ② ① ⑤ 6 720 644 098-11.1RSAfb. 14 Boiler aftappen en magnesiumanode demonteren
[1] Isolatiedeel aftap
[2] Isolatiedeel magnesiumanode
[3] Voorwand
[4] Magnesiumanode
[5] Aftapkraan EL
9.2.2 Algemeen over de magnesiumanode
▶ Eerste beproeving van de magnesiumanode een jaar na de inbedrijfstelling uitvoeren.

OPMERKING: Schade aan de installatie door corrosie! Verwaarlozing van de magnesiumanode kan vroegtijdige corrosieschade tot gevolg hebben.
▶ Afhankelijk van de waterkwaliteit ter plekke, magnesiumanode jaarlijks of iedere twee jaar controleren en indien nodig vervangen.
9.2.3 Magnesiumanode controleren
De magnesiumanode is een verbruiksanode, die tijdens gebruik van de boiler wordt verbruikt.
▶ Diameter van de magnesiumanode jaarlijks controleren.

Wanneer de anodestaven niet goed worden onderhouden, komt de garantie van de boiler te vervallen.

Oppervlak van de magnesiumstaaf niet met olie of vet in contact laten komen.
▶ Let op eventuele vervuiling.
Visuele inspectie van de anodestaaf
▶ Magnesiumanode [1] demonteren.

9.3 Boiler na het onderhoud opnieuw in bedrijf stellen

OPMERKING: Schade aan de boiler door een defecte dichting!
- Om lekkages aan de boiler te voorkomen, magnesi- umanode bij de inbouw met een geschikt dichtmid- del (bijv. hennep of PTFE-band) opnieuw afdichten.
▶ Magnesiumanode op de schroefdraad afdichtend in de mof draaien.

Omdat de magnesiumanode ook als randaarde wordt gebruikt, moet na de inbouw de overgangsweerstand worden gecontroleerd tussen de randaardeansluiting en de magnesiumanode conform EN 50106.
▶ Vul de boiler en stel de cv-installatie weer in werking.
▶ Alle aansluitingen en de magnesiumanode op dichtheid controleren.
▶ Warmte-isolerende delen [1, 2] plaatsen.
▶ Hang de voorwand met het onderste haakje [3] in de sleuf van de zijwanden.
▶ Druk de voorwand boven tegen de boiler en hang het bovenste haakje [4] in de sleuf van de zijwanden.

text_image
① ② ③ ④ 6 720 644 098-10-1.RSAfb. 16 Isolatie en voorwand monteren
[1] Isolatiedeel (magnesiumanode)
[2] Isolatiedeel (aftap)
[3] Onderste haak van de voorwand
[4] Bovenste haak van de voorwand
10 Storingen
Verstopte aansluitingen
In combinatie met koperen leidingen kunnen er onder ongunstige omstandigheden door elektrochemische effecten tussen magnesiumanode en ruwmateriaal afsluitingen van de aansluitingen optreden.
▶ Aansluitingen elektrisch van de koperen leiding scheiden door gebruik te maken van isolatiekoppelingen.
Onaangename geur en donkere verkleuring van het opgewarmde water
Dit wordt over het algemeen veroorzaakt door het vormen van zwavelwaterstof door sulfaatreducerende bacteriën. Deze bacteriën komen voor in zeer zuurstofarm water en krijgen hun voeding van het door de magnesiumanode geproduceerde waterstof.
▶ Reiniging van het reservoir, vervangen van de magnesiumanode en bedrijf met ≥ 60 °C.
▶ Wanneer dit geen duurzame oplossing geeft: magnesiumanode vervangen door een lokale inert-anode. De ombouwkosten zijn voor de gebruiker.
Inschakelen van de veiligheidstemperatuurbegrenzer
Indien de in de cv-installatie aanwezige veiligheidstemperatuurbegrenzer herhaaldelijk wordt ingeschakeld: