ZWSB 30-4 A - Ketel Junkers - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis ZWSB 30-4 A Junkers in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over ZWSB 30-4 A Junkers
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Ketel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ZWSB 30-4 A - Junkers en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ZWSB 30-4 A van het merk Junkers.
GEBRUIKSAANWIJZING ZWSB 30-4 A Junkers
Installatie- en onderhoudshandleiding
CERAPURACU-Smart
Condensatieketel voor gas met geïntegreerde boiler

1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen .... 4
1.1 Toelichting van de symbolen ..... 4
1.2 Veiligheidsaanwijzingen ..... 4
2 Gegevens betreffende de ketel 5
2.4 Overzicht van de bruikbare gasgroepen . 5
2.5 Typeplaat 6
2.6 Ketelbeschrijving 6
2.7 Toebehoren 7
2.8 Afmetingen 7
2.9 Ketelopbouw 8
2.10 Bedradingsschema 10
3.1 Normen, voorschriften en richtlijnen .. 14
3.2 Goedkeurings- en informatieplicht .... 14
3.3 Installeren en inbedrijfnemen ..... 14
3.4 Geldigheid van de voorschriften ..... 14
4 Installatie 15
4.1 Belangrijke aanwijzingen ..... 15
4.2 Grootte van het expansievat controleren....16
4.3 Opstellingslocatie kiezen ..... 16
4.4 Ophangrail monteren 17
4.5 Ketel monteren 18
4.6 Leidingwerk uitvoeren 19
4.7 Aansluitingen controleren ..... 21
5 Elektrische aansluiting 22
5.1 Algemene aanwijzingen 22
5.2 Ketels met aansluitkabel en netstekker aansluiten ....22
5.3 Toebehoren aansluiten 22
5.3.1 Verwarmingsregeling of afstandsbediening aansluiten .....23
5.3.2 Aan-/uit-kamerthermostaat (potentiaalvrij) aansluiten .....23
5.3.3 Sluit de temperatuurbewaking TB 1 van de aanvoer van een vloerverwarming aan ....23
5.3.4 Condensafvoerpomp aansluiten ..... 24
5.3.5 Buitentemperatuursensor aansluiten . . 24
5.3.6 Externe aanvoertemperatuursensor (bijv. evenwichtsfles) aansluiten .....24
5.3.7 Sanitaire circulatiepomp (230 V, max. 100 W) aansluiten .....24
5.3.8 Externe cv-pomp (230 V, max. 250 W) aansluiten .....24
5.3.9 Module monteren en aansluiten ..... 24
5.4 Netkabel vervangen 24
6 In bedrijf nemen 25
6.1 Overzicht van de aansluitingen ..... 25
6.2 Voor de inbedrijfstelling 25
6.3 Bedieningselementen en displaymeldingen ....26
6.4 Ketel in-/uitschakelen 27
6.5 Verwarming inschakelen 27
6.6 Tapwatertemperatuur instellen ..... 27
6.7 CV-regeling 28
6.8 Na de inbedrijfname 28
6.9 Handmatig zomerbedrijf instellen ..... 29
6.10 Vorstbeveiliging instellen 29
7 Thermische desinfectie uitvoeren ..... 30
7.1 Algemeen 30
7.2 Thermische desinfectie via de verwarmingsregeling geregeld .....30
7.3 Thermische desinfectie via cv-ketel gestuurd. ....30
8 Blokkeerbeveiliging 31
9 Instellingen in het servicemenu 32
9.1 Servicemenu bedienen 32
9.2 Weergave van informatie 33
9.3 Menu 1 34
9.4 Menu 2 35
9.5 Menu 3 38
9.6 Test 38
9.7 Terugzetten van de basisinstellingen . . 39
10 Controle van de CO _2 - en O _2 -waarden ..... 40
10.1 Gas-lucht-verhouding (CO 2 of O 2 ) controleren....40
10.2 Dynamische gasdruk controleren .... 41
11 Rookgasmeting 42
11.1 Servicebedrijf (bedrijf met constant cv-vermogen) 42
11.2 Dichtheidscontrole van het rookgasafvoersysteem ....42
12 Milieubescherming/afvoeren 43
13 Inspectie en onderhoud 44
13.1 Beschrijving van de verschillende stappen .... 45
13.1.1 Laatste opgeslagen storing oproepen . 45
13.1.2 Warmteblok, brander en elektroden controleren 45
13.1.3 Condensaatsifon reinigen 48
13.1.4 Membraan (rookgasterugstroombeveiliging) in de menginrichting controleren ..... 48
13.1.5 Expansievat controlleren ..... 48
13.1.6 Bedrijfsdruk van de cv-installatie instellen .... 49
13.1.7 Elektrische bedrading controleren ... 49
13.1.8 Gasblok controlleren 49
13.2 Checklists voor inspectie en onderhoud (onderhouds- en inspectieprotocol). . . 50
14 Bedrijfs-, service- en storingsmeldingen ..... 51
14.1 Bedrijfsmeldingen 51
14.2 Servicemeldingen 52
14.2.1 Overzicht 52
14.2.2 Servicemeldingen resetten ..... 52
14.3 Storingsmeldingen 53
14.3.1 Overzicht (blokkerende storingen) ... 53
14.3.2 Overzicht (vergrendelende storingen) . 55
14.3.3 Vergrendelende storing resetten (reset) 57
15 Storingen, die niet in het display worden getoond .... 58
16 Inbedrijfstellingsprotocol voor de ketel ..... 59
17 Bijlage 61
17.1 Sensorwaarden 61
17.1.1 Buitentemperatuursensor (toebehoren) 61
17.1.2 Aanvoer-, externe aanvoertemperatuursensor, temperatuursensor in boilerretour ....61
17.1.3 Boilertemperatuursensor 61
17.2 Codeerstekker 61
17.3 Stooklijn 61
17.4 Pompkarakteristieken 62
17.5 Instelwaarde voor cv-/tapwatervermogen 63
18 Conformiteitsverklaring 64
Index 65
1 Toelichting bij de symbolen en veiligheidsaanwijzingen
1.1 Toelichting van de symbolen
Waarschuwing

Waarschuwingsaanwijzingen in de tekst worden aangegeven met een gevarendriehoek met grijze achtergrond en een kader.

Bij gevaren door stroom wordt het uitroepteken in de gevarendriehoek vervangen door een bliksemsymbool.
Signaalwoorden voor een waarschuwingsaanwijzing geven de soort en de ernst van de gevolgen aan, wanneer de maatregelen ter voorkoming van het gevaar niet ge-respecteerd worden.
- OPMERKING betekent dat materiële schade kan ont-staan.
- VOORZICHTIG betekent dat licht tot middelzwaar persoonlijk letsel kan ontstaan.
- WAARSCHUWING betekent dat zwaar lichamelijk letsel kan ontstaan.
- GEVAAR betekent dat er levensgevaarlijk lichamelijk letsel kan ontstaan.
Belangrijke informatie

Belangrijke informatie zonder gevaar voor mens of materialen wordt met het nevenstaande symbool gemarkeerd. Deze worden gescheiden van de tekst door een lijn onder en boven de tekst.
Aanvullende symbolen
| Symbool Betekenis |
| ►Handelingsstap |
| → Kruisverwijzing naar andere plaatsen in het document of naar andere documenten |
| • Opsomming/lijstpositie |
| - Opsomming/lijstpositie (2e niveau) |
Tabel 1
1.2 Veiligheidsaanwijzingen
Gevaar bij gasgeur
▶ Afsluitkraan sluiten (→ pagina 25).
▶Ramen en deuren openen.
▶Geen elektrische schakelaars bedienen.
▶Open vlammen doven.
▶Van buiten de woning contact opnemen met gasdistributiemaatschappij en erkend installateur.
Gevaar bij rookgaslucht
▶ Ketel uitschakelen (→pagina 27).
▶Ramen en deuren openen.
▶ Informeer een erkend installateur.
Bij ketels met open bedrijf: vergiftigingsgevaar door rookgassen bij ontoereikende verbrandingsluchttoevoer
▶Verbrandingsluchttoevoer waarborgen.
▶Be- en verluchtingsopeningen in deuren, vensters en wanden niet afsluiten of verkleinen.
▶ Waarborg voldoende verbrandingsluchttoevoer ook bij naderhand ingebouwde toestellen, bijv. bij afvoer-luchtventilatoren en keukenventilatoren en airconditingsystemen met afvoer naar buiten toe.
▶Bij onvoldoende verbrandingsluchttoevoer mag de ketel niet in bedrijf worden gesteld.
Gevaar door explosie van ontvlambare gassen
Laat werkzaamheden aan gasvoerende delen alleen door een erkend installateur uitvoeren.
Explosieve en licht ontvlambare materialen
Licht ontvlambare materialen (papier, verdunningsmiddelen, verf, enz.) niet in de buurt van de ketel gebruiken of opslaan.
Verbrandings-/kamerlucht
Ter voorkoming van corrosie moet de verbrandingslucht vrij zijn van agressieve stoffen.
Als corrosief gelden halogeenkoolwaterstoffen, die chloor- of fluorverbindingen bevatten. Deze kunnen bijv. in oplosmiddelen, verven, lijm, drijfgassen of huishoudelijke schoonmaakmiddelen zijn opgenomen (→ tab. 11, pagina 16).
2 Gegevens betreffende de ketel
De ketel CerapurAcu-Smart ZWSB 30-4 A is een condensatieketel op gas met geïntegreerde cv-pomp, 3-wegklep en geïntegreerde indirect verwarmde tapwaterboiler.
2.1 Leveringsomvang

Afb. 1
1 Condensatieketel op gas
2 Condenswaterslang
3 Slang van veiligheidsklep (tapwatercircuit)
4 Slang van veiligheidsklep (cv-circuit)
5 Bevestigingsmateriaal (schroeven met toebehoren)
6 Ophangrails
7 Documentatieset
8 Montagesjabloon
9 L-buisset
2.2 Gebruik
De ketel mag alleen in gesloten tapwater-cv-systemen conform EN 12828 worden gemonteerd.
Een andere toepassing is niet voorgeschreven. Daaruit resulterende schade valt niet onder de fabrieksgarantie.
Het bedrijfsmatig en industrieel gebruik van de ketels is niet toegestaan.
2.3 EG-typebeproevingsverklaring
Dit product voldoet qua constructie en werking aan de Europese richtlijnen evenals aan de bijkomende nationale vereisten. De conformiteit wordt aangetoond door het CE-kenmerk.
De conformiteitsverklaring van het product kunt u aanvragen. Neem daarvoor contact op met het adres vermeld op de achterkant van deze handleiding.
Deze voldoet aan de eisen aan condensatieketels op gas in de zin van de energiebesparingsverordening.
Het vastgestelde gehalte stikstofoxiden in het rookgas is minder dan 60 mg/kWh.
2.4 Overzicht van de bruikbare gasgroepen
Testgasspecificaties met kengetal en gasgroep conform EN 437:
| Wobbe-index (WS)(15 °C) | Gasfamilie |
| 11,6 - 15,0 kWh/m3 | Aardgas, type 2E |
| 21,46 kWh/m3 | Vloeibaar gas 3P |
Tabel 3
2.5 Typeplaat

Op de typeplaat vindt u specificaties over het ketelvermogen, de toelatingsgegevens en het serienummer.
2.6 Ketelbeschrijving
- Condensatieketel voor gas voor wandmontage
- De aardgasketels voldoen aan de eisen van het stimuleringsprogramma van Hannover en de milieuvoorschriften voor condensatieketels op gas.
- Heatronic 4 voor basisinstellingen direct op de cv-ketel.
- 2-draads BUS voor aansluiting van een weersafhankelijke verwarmingsregeling (bijv. FW 200)
- Modulerende hoogrendementpomp (energieklasse A)
• Aansluitkabel met stekker - Display
• Automatische ontsteking - Volledige beveiliging met vlambewaking en magneetkleppen conform EN 298
- Geen minimale hoeveelheid watercirculatie nodig
• Voor vloerverwarming geschikt - Aansluitmogelijkheid voor rookgas/verbrandingslucht als concentrische buis ∅ 80/125 mm, ∅ 60/100 mm of enkelvoudige buis ∅ 80 mm
• Toerentalgeregelde ventilator
• Gasvoormengbrander - Temperatuursensor en temperatuurregelaar voor verwarming
• Temperatuurbegrenzer in aanvoer
• Automatische ontluchter
• Veiligheidsventiel (verwarming)
• Manometer (verwarming)
• Rookgastemperatuurbegrenzer
• Tapwater-voorrangschakeling
• 3-wegklep met motor - Expansievat
• Veiligheidsklep (tapwater) - Geïntegreerde 48 liter boiler van geëmailleerd staal
- Magnesiumanode
2.7 Toebehoren

Hier vindt u een lijst met typische toebehoren voor deze cv-ketel. Een volledig overzicht van alle leverbare toebehoren vindt u in onze algemene catalogus.
- Rookgastoebehoren
• Condensaatpomp KP 130 - Trechtersifon met aansluitmogelijkheid voor condenswater en veiligheidsklep (toebehoren nr. 432 - bestelnummer: 7 719 000 763)
- Expansievat tapwater 2 liter
2.8 Afmetingen

text_image
600 452 50 50 ① ② 200
text_image
289 880 890 482 600
text_image
828" 801 701 ③ ④ 90 65 65 65 656 720 647 458-04.20
Afb. 3
1 Mantel
2 Afdekking
3 Ophangrails
4 Positie van de hydraulische aansluitingen op de ketel
2.9 Ketelopbouw

1 Lamp voor branderwerking/storingen
2 Aan/uit-schakelaar
3 Tapwater-temperatuurregelaar
4 Manometer
5 Ruimte voor inbouw van een weersafhankelijke regelaar of een schakelklok
6 Aanvoertemperatuurregelaar
7 Veiligheidsklep (tapwater)
8 Temperatuursensor op boilerretour
9 Expansievat (tapwater) (toebehoren)
10 Rookgastemperatuurbegrenzer
11 Meetpunten voor dynamische gasdruk
12 Instelschroef minimale gasdebiet
13 Instelschroef maximale gasdebiet
14 Aanzuigbuis
15 Ontstekingstransfo
16 Expansievat (verwarming)
17 Klep voor stikstofvulling
18 Automatische ontluchter
19 Meetpunten stuurdruk
20 Boiler
21 Inspectie-opening
22 Rookgasafvoerbuis
23 Verbrandingsluchtaanzuiging
24 Beugel
25 Menginrichting met rookgasterugstroombeveiliging (membraan)
26 Ventilator
27 Elektrodenset
28 Temperatuurbegrenzer warmteblok
29 Aanvoertemperatuursensor
30 Warmteblok
31 Rookgasafvoerbuis
32 CV-aanvoer
33 Typeplaat
34 3-wegklep
35 CV-pomp
36 Sifon
37 Veiligheidsklep (cv-circuit)
2.10 Bedradingsschema

1 Aansluitklemmen voor externe toebehoren
(→ klembezetting tabel 4)
2 Aansluitkabel met stekker
3 Codeerstekker
4 3-wegklep
5 CV-pomp
6 Temperatuursensor op boilerretour
7 Gasblok
8 Rookgastemperatuurbegrenzer
9 Aanvoertemperatuursensor
10 Ontstekingselektrode
11 Bewakingselektrode
12 Temperatuurbegrenzer warmteblok
13 Ventilator
14 Ontstekingstransformator
15 Boilertemperatuursensor
| Bijschrift/symbol Functie | |
![]() | Aan/uit-verwarmingsregeling, poten-tiaalvrij |
![]() | Aansluiting voor BUS-regelaar |
![]() | Aansluiting voor extern schakelcontact,potentiaalvrij, bijv. temperatuurbegren-zer voor vloerverwarming (bij uitleve-ring overbrugd) |
![]() | Aansluiting voor buitentemperatuur-sensor |
![]() | Geen functie |
![]() | Aansluiting voor externe aanvoertem-peratuursensor (bijv. evenwichtsfles-sensor) |
![]() | Geen functie |
![]() | Geen functie |
![]() | Geen functie |
![]() | 230V-uitgang voor voedingsspanning externe module (bijv. IPM, ISM), via aan/uit-schakelaar geschakeld |
![]() | Geen functie |
![]() | Aansluiting voor sanitaire circulatie-pomp (230 V, max. 100 W) |
![]() | Aansluiting voor externe CV pomp(230 V, max. 250 W) |
![]() | Voedingsspanning 230 V |
![]() | Zekering voedingsspanning |
Tabel 4 Aansluitklemmen voor externe toebehoren
3.1 Normen, voorschriften en richtlijnen

Neem voor de montage en de werking van de installatie de plaatselijke normen en richtlijnen in acht!
De installateur en/of eigenaar van de installatie moeten er voor zorgen, dat de gehele installatie voldoet aan de geldende (veiligheids-) voorschriften, die zijn opgenomen in de volgende tabel.
| Normen/voorschriften/richtlijnen | Beschrijving |
| EN 437 Testgassen, testdrukken, ketelcategorieen | |
| EN 483 Condensatieketels voor gasvormige brandstoffen - condensatieketels van het type C met een nominale warmtebelasting ≤ 70 kW | |
| EN 625 Condensatieketel voor gasvormige brandstoffen – bijzondere eisen aan de functie m.b.t. het drinkwater van combitoestellen met een nominale warmtebelasting ≤ 70 kW | |
| EN 677 condensatieketels voor gasvormige brandstoffen - bijzondere eisen aan condensatieketels met een nominale warmtebelasting ≤ 70 kW | |
| EN 13203-1+2 | Gasgestookte ketels voor de sanitaire tapwatervoorziening voor huishoudelijk gebruik - ketels, die een nominale warmtebelasting van 70 kW en een boilercapaciteit van 300 liter water niet overschrijden - deel 1: waardering van het vermogen van de tapwatervoorziening |
| EN 13384 CV-systemen in gebouwen - Ontwerp van tapwater-verwarmingsinstallaties | |
| EN 60335-1 | Deze ketel is niet bedoeld om door personen (inclusief kinderen) met beperkte fysische, sensorische of geestelijk vermogens of gebrekkige ervaring en/of kennis te worden gebruikt, behalve wanneer zij door een voor de veiligheid verantwoordelijk persoon onder toezicht staan of van hem instructies krijgen over het gebruik van de ketel. Kinderen altijd onder toezicht houden om te waarborgen, dat deze niet met de ketel spelen. |
Tabel 7 Normen, voorschriften en richtlijnen
| Normen/voorschriften/richtlijnen | Beschrijving |
| NBNB51-006 | Binnenleidingen voor commercieel butaan of propaan met een werkdruk van max. 5 bar en plaatsing van het gebruikstoestel - algemene bepalingen |
| NBNB61-002 | Condensatieketel met een nominaal warmtevermogen < 70 kW |
| NBND51-003 | Binnenleidingen voor aardgas en plaatsing van de ketel - algemene bepalingen |
Tabel 7 Normen, voorschriften en richtlijnen
3.2 Goedkeurings- en informatieplicht
Indien nodig:
- Installatie van een condensatieketel bij de gasmaatschappij aangeven en laten goedkeuren.
- Regionaal vereiste goedkeuringen voor het rookgasafvoersysteem en de condenswateraansluiting op het openbare rioolnet aanvragen.
- Vóór begin van de montagewerkzaamheden contact opnemen met de dienst voor waterlozing.
3.3 Installeren en inbedrijfnemen
Let bij het installeren en in bedrijf nemen van de condensatieketel op:
- De plaatselijke bouwvoorschriften met betrekking tot de opstellingsruimte.
- De plaatselijke bouwvoorschriften met betrekking tot de luchttoevoer- en rookgasafvoerleiding.
- De voorschriften met betrekking tot elektrische aansluitingen en netspanning.
- De technische voorschriften van het gasbedrijf voor het aansluiten van de condensatieketel op het openbare gasnetwerk.
- De voorschriften en normen over het veilig aansluiten van de cv-installatie.
- De installatiehandleiding voor installateurs van cv-in- stallaties.
3.4 Geldigheid van de voorschriften
Gewijzigde voorschriften of aanvullingen zijn ook op het tijdstip van de installatie geldig en moeten worden nageleefd.
4 Installatie

GEVAAR: Explosie!
▶Sluit de gaskraan voordat werkzaamheden aan gasvoerende delen worden uitgevoerd.
▶Dichtheidscontrole uitvoeren na werkzaamheden aan gasvoerende onderdelen.

Opstelling, gas- en rookgaszijdige aansluiting en inbedrijfstelling mogen alleen door een erkend installateur worden uitgevoerd.
4.1 Belangrijke aanwijzingen
▶Voor de installatie een stellingname vragen van het gasbedrijf en de verantwoordelijke schoorsteenveger.
Vul- en bijvulwater voor de cv-installatie
Door niet geschikt vul- en bijvulwater in het cv-systeem kan het warmteblok verkalken en voortijdige uitval van de ketel veroorzaken.
Hardheidsgebied Waterbehandeling
| Zacht (≤ 8,4 °dH) niet nodig | |
| Gemiddeld (8,4 - 14 °dH) | aanbevolen |
| Hard (≥ 14 °dH) noodzakelijk | |
Tabel 8
Open cv-installaties
▶Open cv-installaties ombouwen naar gesloten systeem.
Verwarmingen met natuurlijke circulatie
▶ Ketel via de evenwichtsfles op het aanwezige leidingwerk aansluiten
Vloerverwarmingen
▶De ketel is geschikt voor vloerverwarmingen, respecteer de toegestane aanvoertemperaturen.
▶Bij gebruik van kunststofleidingen in de vloerverwarming moeten deze leidingen zuurstofdicht zijn. Wanneer de kunststof leidingen niet aan deze normen voldoen, moet een systeemscheiding via een warmtewisselaar worden uitgevoerd.
Om gasvorming te voorkomen:
▶Geen verzinkte radiatoren en leidingen gebruiken.
Neutralisatie-inrichting
Wanneer de autoriteiten een neutralisatie-inrichting voorschrijven:
▶Neutralisatie-inrichting toepassen.
Antivriesmiddel
De volgende antivriesmiddelen zijn toegestaan:
| Betekenis concentratie | |
| Varidos FSK 22 - 55 % | |
| Alphi - 11 | |
| Glythermin NF 20 - 62 % | |
Tabel 9
Corrosiebeschermend middel
De volgende corrosiebeschermende middelen zijn toegestaan:
| Betekenis concentratie | |
| Nalco 77381 1 - 2 % | |
| Sentinel X 100 1,1 % | |
| Copal 1 % | |
Tabel 10
Dichtmiddel
Het toevoegen van dichtmiddel in het cv-water kan problemen veroorzaken (afzettingen in het warmteblok). Daarom is het gebruik van deze middelen niet toegestaan.
Mengkranen en thermostatische mengkranen
Alle drukvaste mengkranen en thermostatische mengkranen kunnen worden gebruikt.
Vloeibaar gas
Om de ketel te beschermen tegen te hoge druk (TRF):
▶Drukregeltoestel met veiligheidsklep inbouwen.
4.2 Grootte van het expansievat controle- ren
Het volgende diagram maakt een inschatting mogelijk, of het ingebouwde expansievat voldoende is of dat een extra expansievat nodig is (niet voor vloerverwarming).
Voor de getoonde karakteristieken werden de volgende data aangehouden:
- 1 % watervoorraad in het expansievat of 20 % van het nominale volume in het expansievat
- Werkdrukverschil van de veiligheidsklep van 0,5 bar, conform DIN 3320
- De voordruk van het expansievat komt overeen met de statische installatiehoogte boven de warmtebron.
• Maximale bedrijfsdruk: 3 bar

line
| VA (l) | tv (°C) | | ------ | ------- | | 150 | 75 | | 200 | 60 | | 250 | 50 | | 300 | 45 | | 350 | 40 | | 400 | 35 | | 450 | 30 |Afb. 6
I Voordruk 0,2 bar
III Voordruk 0,5 bar
IV Voordruk 0,75 bar (basisinstelling)
V Voordruk 1,0 bar
VI Voordruk 1,2 bar
VII Voordruk 1,3 bar
A Werkgebied van het expansievat
B Extra expansievat nodig
Tv Aanvoertemperatuur
V_A Installatie-inhoud in liter
▶In grensgebied: exacte vatgrootte conform DIN EN 12828 bepalen.
▶Wanneer het snijpunt rechts naast de curve ligt: extra expansievat installeren.
4.3 Opstellingslocatie kiezen
Voorschriften voor de opstellingsruimte
▶Nationale bepalingen respecteren.
▶Installatiehandleidingen van het rookgastoebehoren respecteren met het oog op de minimale inbouwmaten.
Verbrandingslucht
Ter voorkoming van corrosie moet de verbrandingslucht vrij zijn van agressieve stoffen.
Als corrosief gelden halogeenkoolwaterstoffen, die chloor- of fluorverbindingen bevatten. Deze kunnen bijv. in oplosmiddelen, verf, lijmstoffen, drijfgassen en huishoudelijke schoonmaakmiddelen zitten.
| Industriële bronnen | |
| Chemische reinigingen | Trichloorethyleen, tetrachloorethyleen, gefluoreerde koolwaterstoffen |
| Ontvettingsbaden | Perchloorethyleen, trichloorethyleen, methylchloroform |
| Drukkerijen | Trichloorethyleen |
| Kapperszaken | Spuitbusdrijfmiddel, fluor-enchloorhoudende koolwaterstoffen |
| Bronnen in het huishouden | |
| Reinigings- en ont-vettingsmiddelen | Perchloorethyleen, methylchloroform, trichloorethyleen, methyleenchloride, tetrachloorkoolstof, zoutzuur |
| Hobbykamers | |
| Oplosmiddelen en verdunners | Verschillende gechloreerde koolwaterstoffen |
| Spuitbussen | Chloorgefluoreerde koolwaterstoffen |
Tabel 11 Corroderende stoffen
Oppervlaktetemperatuur
De maximale oppervlaktetemperatuur van de ketel is lager dan 85 °C. Conform NBN D 51 003 en NBN B 61 002 zijn daarom geen bijzondere beschermende maatregelen voor brandbare stoffen en inbouwmeubels nodig. Afwijkende lokale voorschriften respecteren.
Installaties voor vloeibaar gas onder het maaiveld
Overeenkomstig de norm NBN D 51 006 moet een gaslekdetectie met bijhorende veiligheids gasklep geplaatst worden.
4.4 Ophangrail monteren

OPMERKING: Ketel nooit een de besturing dragen of daarop afsteunen.
▶Gebruik voor het transport van de cv-ketel de uitsparingen (grepen) aan de zijkant.
Opstellingsplaats van de ketel bepalen, daarbij de volgende beperkingen respecteren:

Een vrije ruimte van 200 mm onder de cv-ke- tel is nodig voor het neerlaten van de bestu- ring.
▶De meegeleverde montagesjablonen op de wand bevestigen, daarbij minimale afstanden aan de zijkant van 50 mm respecteren (→ pagina 7).
▶4 gaten (A en B) voor de bevestigingsschroeven boren (∅ 8 mm).
▶Montagesjablonen verwijderen.

text_image
102 1575 CWC 12 1 3 6 8 10 12 14 16 18 20 22 24 26 28 30 32 34 36 38 40 42 44 46 48 50 52 54 56 58 60 62 64 66 68 70 72 74 76 78 80 82 84 86 88 90 92 94 96 98 100 102 104 106 108 110 112 114 116 118 120 122 124 126 128 130 132 134 136 138 140 142 144 146 148 150 152 154 156 158 160 162 164 166 168 170 172 174 176 178 180 182 184 186 188 190 192 194 196 198 200Afb. 7 Montagesjabloon
▶Montagesjablonen verwijderen.

OPMERKING: De bedrijfsklare ketel weegt ca. 130 kg. Voor dit gewicht moet de ophanging geschikt zijn.
▶Ophangrails met de 4 meegeleverde schroeven en pluggen op de wand bevestigen.

text_image
A B A B 6 720 612 897-19.20Afb. 8
1 Ophangrails

text_image
20 200 130 10 8 30 41 35 1,5 35 41 117 ① ② ③ ⑤ ⑥ 117 ⑦ 4 50 35 260 6 720 802 078-01.10Afb. 9 Voorbeeld: montage-aansluitplaat
1 CV-afsluitkraan 3/4" (vertrek)
2 Nippel 1/2" (sanitair warm water)
3 Reductie 1" in 3/4" (gasaansluiting)
4 Aardgaskraan 3/4"
5 Sanitaire afsluitkraan 1/2" (sanitair koud water)
6 CV-afsluitkraan 3/4" (retour)
7 Verbindingsbuis propaan
8 Montageplaat
4.5 Ketel monteren

OPMERKING: Vervuiling in de installatie kan de ketel beschadigen.
▶Om vervuiling te verwijderen, leidingnet spoelen.
▶Verpakking verwijderen, daarbij de instructies op de verpakking respecteren.
▶Op de typeplaat de markering van het land van bestemming en de geschiktheid voor de door het gasbedrijf geleverde gassoort controleren (→ pagina 8).
Mantel verwijderen

De mantel is met twee schroeven geborgd tegen onbevoegd wegnemen (elektrische veiligheid).
▶Mantel altijd met deze schroeven vastzetten.
- Schroeven losmaken.
-
Mantel naar voren trekken.
-
Mantel boven uithaken en wegnemen.

text_image
6 720 647 458-09.10 1. 2. 3.Afb. 10
Bevestiging voorbereiden
▶Dichtingen op de aansluitingen van de montage-aansluitplaat leggen.
Ketel bevestigen
▶ Ketel tegen de wand plaatsen en in de ophangrails hangen.
▶Wartelmoeren van de leidingaansluitingen aantrekken.
Besturing naar beneden klappen
De besturing is met twee schroeven en twee borghaken gezekerd.
▶Twee schroeven verwijderen.
▶Beide haken tegelijkertijd indrukken en de besturing naar beneden klappen.

text_image
3. 2. 1. 2. 1. 6 720 647 455-17.10Afb. 11
4.6 Leidingwerk uitvoeren
▶Aansluitrails met montage-aansluitplaat met behulp van de L-buis verbinden.

▶Vierkant met sleutel zo ver verdraaien tot de markering in de doorstroomrichting wijst. Markering dwars op doorstroomrichting = gesloten

text_image
6 720 647 829-08.10Afb. 13
Sanitair drinkwater (aanvoer tapwatervoeding)
De statische druk mag niet hoger worden dan 5 bar.
Anders:
▶Installatie met een drukbegrenzer uitvoeren.

WAARSCHUWING:
▶Veiligheidsklep in geen geval afsluiten.
▶Afvoer van de veiligheidsklep onder afschot installeren.
▶De afvoer moet vrij zijn en zichtbaar uitmonden boven een afvoerput.
De tapwaterleidingen en -armaturen moeten zodanig zijn gedimensioneerd, dat deze afhankelijk van de voedingsdruk voldoende waterdebiet op de tappunten waarborgen.
Verwarming

WAARSCHUWING:
▶Veiligheidsklep in geen geval afsluiten.
- Afvoer van de veiligheidsklep onder afschot installeren.
▶Voor het aftappen van de installatie ter plaatse op het laagste punt een vul- en aftapkraan aanbrengen.
Gasleiding
▶Leidingdiameter voor de gastoevoer bepalen.
Slang van veiligheidsklep (verwarming) monteren

Slang op condensaatsifon monteren

Slang van veiligheidsklep (tapwatercircuit) monteren

Trechtersifon (toebehoren)
Om het uit de veiligheidsklep ontsnappende water en het condensaat veilig te kunnen afvoeren, is de trechter-sifon als toebehoren leverbaar.
▶Afvoer van corrosiebestendige materialen (ATV-A 251) maken.
Daartoe behoren: gresbuizen, hard-PVC-buizen, PVC-buizen, PE-HD-buizen, PP-buizen, ABS/ASA-buizen, gietbuizen met inwendige emailering of coating, sta- len buizen met kunststof bekleding, roestvaststalen buizen, boorsilicaatglas buizen.
▶Afvoer direct op een aansluiting DN 40 monteren.

OPMERKING:
▶Afvoeren niet veranderen of sluiten.
▶Slangen alleen onder afschot leggen.

text_image
DN 40 III 6 720 644 018-18.10Afb. 17
Roogastoebehoren aansluiten
▶Rookgastoebehoren opsteken en met de meegeleverde schroeven fixeren.

Raadpleeg de betreffende installatiehandleiding van het rookgastoebehoren voor meer informatie over de installatie.

text_image
① ② 6 720 647 458-08.10Afb. 18
1 Rookgasadapter
2 Schroeven
▶ Rookgasafvoersysteem op dichtheid controleren (→ hoofdstuk 11.2).
4.7 Aansluitingen controleren
Wateraansluitingen
▶CV-aanvoerkraan en cv-retourkraan openen en de cv-installatie vullen.
Koppelingsplaatsen op dichtheid controleren (testdruk: max. 2,5 bar op manometer).
Koudwaterkraan in de aanvoer naar de ketel en tapwaterkraan op een tappunt openen tot water uitstroomt (testdruk: max. 10 bar).
Gasleiding
- Om de gasblok te beschermen tegen overdrukschade, gaskraan sluiten.
Koppelingsplaatsen op dichtheid controleren (testdruk: max. 150 mbar).
▶Drukontlasting uitvoeren.
5 Elektrische aansluiting
5.1 Algemene aanwijzingen

GEVAAR: Door elektrocutie!
▶Voor werkzaamheden aan het elektrische deel de voedingsspanning (230 V AC) onderbreken (zekering, vermogensautomaat) en beveiligen tegen onbedoeld herinschakelen.

De elektrische aansluiting mag alleen door een erkende installateur worden uitgevoerd.
Alle regel-, besturings- en veiligheidsinrichtingen van de ketel zijn bedrijfsklaar bedraad en getest.
Veiligheidsmaatregelen conform de algemene reglementering voor elektrische installaties (AREI) respecteren.
In ruimten met badkuip of douche mag de ketel alleen via een aardlekschakelaar worden aangesloten.
Op de aansluitkabel mogen geen andere verbruikers worden aangesloten.

text_image
60 cm 60 cm 22 11 225 cm 6 720 612 659-13.20Afb. 19
1 Veiligheidszone, direct boven de badkuip
2 Veiligheidszonde, omtrek van 60 cm rondom de badkuip/douche
Zekeringen
De ketel is met een zekering gezekerd. Deze bevindt zich onder de afdekking voor de aansluitklemmen (→ afb. 20, pagina 22).

Een reservezekering is aanwezig aan de binnenkant van de afdekking.
5.2 Ketels met aansluitkabel en netstekker aansluiten
▶Steek de stekker in een wandcontactdoos met randaarding (buiten veiligheidszone 1 en 2).
-of-
▶Wanneer de ketel in veiligheidszone 1 of 2 wordt aangesloten of bij niet voldoende kabellengte, de kabel demonteren (→hoofdstuk 5.3.5).
▶Elektrische aansluiting via scheidingsinrichting over alle polen met min. 3 mm contactafstand (bijv. zekeringen, installatie-automaat) uitvoeren.
In veiligheidszone 1 de kabel verticaal naar boven toe installeren.
5.3 Toebehoren aansluiten
Afdekking van de aansluitklemmen verwijderen
De aansluitklemmen voor externe toebehoren zijn onder een afdekking bij elkaar gebracht. De klemmenstroken zijn in kleur en mechanisch gecodeerd.
De 3 schroeven met de markeringen ①, ② en ③ onder aan de afdekking verwijderen en de afdekking (met plaat) naar beneden toe afnemen.

text_image
6 720 647 458-11.10 1. 2.Afb. 20
Spatwaterbescherming
▶Voor spatwaterbescherming (IP) de trekontlasting altijd passend voor de diameter van de kabel afsnijden.

text_image
Ø 8-9 Ø 5-7 Ø10-12 Ø13-14 6 720 612 259-30.1RAfb. 21
Kabel door de trekontlasting leiden en overeenkomstig aansluiten.
▶Kabel op trekontlasting borgen.
5.3.1 Verwarmingsregeling of afstandsbediening aansluiten
De ketel alleen met een Junkers regelaar (type FX) gebruiken.
De weersafhankelijke regeling FW 100 en FW 200 kunnen ook direct voor in het bedieningspaneel worden ingebouwd.
Inbouw en elektrische aansluiting: zie de betreffende installatiehandleiding.
▶Drie schroeven verwijderen en afdekking wegnemen.

text_image
1. 2. 6 720 047-488-12.20Afb. 22
▶Blinddeksel naar boven toe uittrekken.
▶Weersafhankelijke regeling op de steekplaats monteren.

Verwarmingsregeling (extern) aansluiten
▶Verwarmingsregeling op de met dit symbool gemarkeerde aansluitklemmen aansluiten.

5.3.2 Aan-/uit-kamerthermostaat (potentiaalvrij) aansluiten
Aan-/uit-temperatuurregelaars zijn in bepaalde landen (bijv. Duitsland en Oostenrijk) niet toegestaan. Neem de specifieke nationale bepalingen in acht.
▶Aan-/uit-temperatuurregelaar op de met dit symbool gemarkeerde aansluitklemmen aansluiten.


Het gebruik van een aan- / uit-kamerthermostaat leidt tot een lager rendement en een hoger gasverbruik en is daarom ten stelligste af te raden.
5.3.3 Sluit de temperatuurbewaking TB 1 van de aanvoer van een vloerverwarming aan
Bij cv-installaties met alleen vloerverwarming en directe hydraulische aansluiting op de ketel.
Bij het activeren van de temperatuurbewaking worden het cv- en tapwaterbedrijf onderbroken.

▶Wanneer meerdere externe veiligheidsinrichtingen zoals bijv. TB 1 en condensaatpomp worden aangesloten, dan moeten deze in serie worden geschakeld.
▶Brug op de met dit symbool gemarkeerde aansluitklem verwijderen.
▶Sluit de temperatuurbewaking aan.
▶Het gebruik van een aan- / uit-kamerthermostaat leidt tot een lager rendement en een hoger gasverbruik en is daarom ten stelligste af te raden.

5.3.4 Condensafvoerpomp aansluiten
Bij storing van de condensaatafvoerpomp wordt het cv- en tapwaterbedrijf onderbroken.

▶Wanneer meerdere externe veiligheidsinrichtingen zoals bijv. TB 1 en condensaatpomp worden aangesloten, dan moeten deze in serie worden geschakeld.
▶Brug op de met dit symbool gemarkeerde aansluitklemmen verwijderen.
▶Contact voor branderuitschakeling aansluiten.


Op de cv-ketel mag alleen het contact voor de branderuitschakeling aangesloten worden.
▶230-V-AC-aansluiting van de condensaat-pomp extern uitvoeren.
5.3.5 Buitentemperatuursensor aansluiten
De buitentemperatuursensor van de weersafhankelijke regeling wordt op de cv-ketel aangesloten.
▶Buitentemperatuursensor op de met dit symbool gemarkeerde aansluit-klemmen aansluiten.

5.3.6 Externe aanvoertemperatuursensor (bijv. evenwichtsfles) aansluiten
▶ Externe aanvoertemperatuursensor op de met dit symbool gemarkeerde aansluitklemmen aansluiten.

5.3.7 Sanitaire circulatiepomp (230 V, max. 100 W) aansluiten
De sanitaire circulatiepomp kan door de verwarmingsregeling of de Heatronic worden aangestuurd.
▶Sanitaire circulatiepomp op de met dit symbool gemarkeerde aansluitklemmen aansluiten.

▶Bij regeling door de Heatronic service- functies 2.CL en 2.CE overeenkomstig instellen.
5.3.8 Externe cv-pomp (230 V, max. 250 W) aansluiten
De cv-pomp draait altijd bij cv-bedrijf (parallel aan de interne ketelpomp).
▶CV-pomp op de met dit symbool gemarkeerde aansluitklemmen aansluiten.

5.3.9 Module monteren en aansluiten
Modules (bijv. zonne-, klep-, mengklepmodule) moeten extern worden gemonteerd. De communicatie met de Heatronic/verwarmingsregeling wordt met een 2-draads BUS aangesloten.
▶Communicatiekabel op de met dit symbool gemarkeerde aansluitklemmen aansluiten.

Wanneer een extra voedingsspanning nodig is:
▶230 V-kabel op de met dit symbool gemarkeerde aansluitklemmen aansluiten.

5.4 Netkabel vervangen
Wanneer de ingebouwde netkabel moet worden vervangen, de volgende kabeltypen gebruiken:
- In veiligheidszone 1 en 2 (→ afb. 19):
- NYM-I 3 × 1,5 mm ^2
- Buiten de veiligheidszone 1 en 2:
- HO5VV-F 3 × 0,75 ~mm^2 of
- HO5VV-F 3 × 1,0 ~mm^2
▶Nieuwe netkabel op de met dit symbool gemarkeerde aansluitklemmen aansluiten.
▶Aansluitkabel zodanig aansluiten, dat de afscherming langer is dan de andere aders.

6 In bedrijf nemen
6.1 Overzicht van de aansluitingen

text_image
10 1 2 3 4 5 6 8 9 6 720 802 078-02.10Afb. 24 Aansluitingen
1 CV-aanvoerkraan (montageplaat)
2 Warmwater
3 Gaskraan gesloten (montageplaat)
4 Koudwaterkraan (montageplaat)
5 CV-retourkraan (montageplaat)
6 Slang van veiligheidsklep (tapwatercircuit)
7 Slang van veiligheidsklep (cv-circuit)
8 Condenswaterslang
9 Trechtersifon (toebehoren)
10 Automatische ontluchter
6.2 Voor de inbedrijfstelling

OPMERKING: In bedrijfstelling zonder water zal schade aan de ketel veroorzaken.
▶Ketel alleen met water gevuld gebruiken.
▶Voordruk van het expansievat instellen op de statische hoogte van de cv-installatie (→ pagina 16).
▶Radiatorkranen openen.
▶CV-aanvoerkraan en cv-retourkraan openen (→ afb. 24, [1] en [5]).
▶ Koudwaterkraan openen (→ afb. 24, [4]).
▶Externe koudwaterkraan openen en een tapwaterkraan zo lang openen tot water uitstroomt.
▶CV-installatie op 1-2 bar vullen en de vulkraan sluiten.
▶Radiatoren ontluchten.
▶Automatische ontluchter openen (open laten)
(→ afb. 24, [10]).
▶CV-installatie opnieuw tot 1 tot 2 bar vullen.
▶Controleer of de gassoort, die vermeld staat op de typeplaat, overeenkomt met de geleverde gassoort. Een instelling op de nom. warmtebelasting is niet nodig.
▶ Gaskraan openen (→ afb. 24, [3]).
6.3 Bedieningselementen en displaymeldingen

text_image
1 2 3 4 5 6 7 30°C 14 13 12 11 10 9 8 6 720 647 458-20.10Afb. 25 Bedieningselementen
1 Eco-toets
2 Display
3 Pijltoets (= naar boven bladeren)
4 ok-toets (= keuze bevestigen, waarde opslaan)
5 Hier kan een weersafhankelijke regeling of een schakelklok zijn ingebouwd (toebehoren)
6 Diagnosepoort
7 Manometer
8 Aan/uit-schakelaar
9 Tapwater-temperatuurregelaar
10 Lamp voor branderwerking/storingen
11 Pijltoets (=haar beneden bladeren)
12 Aanvoertemperatuurregelaar
13 Reset-toets
14 Servicetoets

(=servicemenu oproepen of servicefunctie/submenu zonder opslaan verlaten)

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9 8.8.8 °C 15 14 13 12 11 10 6 720 619 605-12.1QAfb. 26 Displayweergave
1 Tapwaterbedrijf geblokkeerd (vorstbeveiliging)
2 Warmwaterproductie
3 Zonnebedrijf
4 Weersafhankelijk bedrijf (regelfunctie Heatronic 4 met weersafhankelijke regeling)
5 Schoorsteenvegerbedrijf
6 Storingen
7 Servicebedrijf
6 + 7 Onderhoudsbedrijf
8 Branderwerking
9 Temperatuureenheid °C
10 Opslaan succesvol
11 Weergave van overige submenu's/servicefuncties, bladeren met de pijltoetsen en mogelijk
12 Alfanumerieke weergave (bijv. temperatuur)
13 Tekstregel
14 Handmatig zomerbedrijf
15 CV-bedrijf
Speciale weergaven in de tekstregel:

Ontluchtingsfunctie

Sifonvulprogramma
6.4 Ketel in-/uitschakelen
Inschakelen
▶Schakel de ketel in via de aan/uit-schakelaar. Het display brandt en toont na korte tijd de keteltemperatuur.

Afb. 27

Na de eerste keer inschakelen wordt de ketel ontlucht. Daarvoor schakelt de cv-pomp in intervallen aan en uit (ca. twee minuten lang).
Tijdens de ontluchtingsfunctie knippert het symbool.

Na iedere keer inschakelen start het sifon-vulprogramma (→ pagina 36). Gedurende ca. 15 minuten werkt de ketel bij minimaal cv-vermogen, om de condenswatersifon te vullen.
Gedurende het sifonvulprogramma knippert het symbool
Uitschakelen
▶Schakel de ketel uit via de aan/uit-schakelaar. Het display gaat uit.
▶Wanneer de ketel langere tijd buiten bedrijf wordt gesteld: vorstbeveiliging respecteren
(→ hoofdstuk 6.10).
6.5 Verwarming inschakelen
De maximale aanvoertemperatuur kan tussen 30 °C en 82 °C ^1) worden ingesteld. De actuele aanvoertemperatuur wordt in het display getoond.

Respecteer bij vloerverwarmingen de maximaal toegestane aanvoertemperatuur.
▶De maximale aanvoertemperatuur met de aanvoertemperatuurregelaar Ⅲ op de cv-installatie aanpassen:
Aanvoertemperatuur Toepassingsvoorbeeld
| Linker aanslag (geentemperatuurindicatie) | Ketelvorstbeveiliging(→ hoofdstuk 6.9,pagina 29) |
| ca. 30 °C Installatievorstbeveiliging(→ hoofdstuk 6.10,pagina 29) | |
| ca. 50 °C Vloerverwarming | |
| ca. 75 °C Radiatorenverwarming | |
| ca. 82 °C Convectorverwarming | |
Tabel 12 Maximale aanvoertemperatuur
▶Aanvoertemperatuurregelaar III draaien. In het display knippert de ingestelde maximale aan- voertemperatuur en het symbool III verschijnt.

6.6 Tapwatertemperatuur instellen
Tapwatertemperatuur op tapwatertemperatuurregelaar instellen:
▶Tapwatertemperatuurregelaar draaien. In het display knippert de ingestelde tapwatertemperatuur en het symbool verschijnt.

text_image
- 55°C 6 720 647 458-23.10Afb. 29
Wanneer tapwater wordt geproduceerd (boilerlading) toont het display
Comfort- of eco-bedrijf?
- Comfortbedrijf (geen aanwijzing Eco in de tekstregel)
Wanneer de temperatuur in de boiler met meer dan 5 K (°C) onder de ingestelde temperatuur afneemt, dan wordt de boiler weer tot de ingestelde temperatuur verwarmd. Daarna gaat de ketel in cv-bedrijf. - Eco-bedrijf (aanwijzing Eco in de tekstregel)
Wanneer de temperatuur in de boiler met meer dan 10 K (°C) onder de ingestelde temperatuur afneemt, dan wordt de boiler weer tot de ingestelde temperatuur verwarmd. Daarna gaat de ketel in cv-bedrijf.
Wanneer het eco-bedrijf via tijdprogramma's van verwarmingsregeling/schakelklok wordt geactiveerd, dan verschijnt ecoop de tekstregel (zie ook gebruikershandleiding van de verwarmingsregeling/schakelklok).
▶ eco-toets indrukken, tot de weergave Eco in de tekstregel verschijnt/verdwijnt.
6.7 CV-regeling

Bij aansluiting van een verwarmingsregeling veranderen vele van de hier beschreven functies. Verwarmingsregeling en Heatronic communiceren instelparameters.

Respecteer de bedieningshandleiding van de gebruikte verwarmingsregeling. Daarin vindt u,
▶hoe u de bedrijfsmodus en de stooklijn bij weersafhankelijke regelaars kunt instellen,
▶hoe u de kamertemperatuur kan instellen,
▶hoe u economisch verwarmt en energie bespaart.

text_image
9 12 h 15 6 18 3 24 x 21 6 720 612 660-07.20Afb. 30
6.8 Na de inbedrijfname
▶ Dynamische gasdruk controleren ( pagina 41).
▶Aan de condensaatslang controleren of er condensaat uitloopt.
- Wanneer dit niet het geval is, ketel via de aan/uit-schakelaar uit- en weer inschakelen.
Daardoor wordt het sifonvulprogramma geactiveerd (→ pagina 36).
▶Deze procedure eventueel meerdere malen herhalen tot condensaat uittreedt.
▶ Vul het inbedrijfstellingsprotocol in (→ pagina 59).
▶Sticker “Instellingen in servicemenu” zichtbaar op de mantel plakken (→ pagina 32).
6.9 Handmatig zomerbedrijf instellen
De cv-pomp en daarmee de verwarming zijn uitgeschakeld. De tapwatervoorziening en de voedingsspanning voor cv-regeling en schakelklok blijven behouden.

text_image
OPMERKING: Schade aan de installatie door vorst! In zomerbedrijf alleen vorstbeveiliging van de ketel. ►Ketel ingeschakeld laten, aanvoertempe- ratuurregelaar minimaal op stand 1.▶Stand van de aanvoertemperatuurregelaar nöte-
ren.
▶Aanvoertemperatuurregelaar gheel naar links draaien.
Het display toont het symbool

text_image
III 6 720 647 458-24.10Afb. 31
Meer instructies vindt u in het bedieningsvoorschrift van de cv-regelaar.
6.10 Vorstbeveiliging instellen
Vorstbeveiliging voor de cv-installatie:
▶Laat de ketel ingeschakeld.
▶De maximale aanvoertemperatuur met de aanvoertemperatuurregelaar 10p 30 °C instellen.

text_image
III 30°C 6 720 647 458-25.10Afb. 32
-of- Wanneer u de ketel uitgeschakeld wilt laten:
- Antivries in het cv-water mengen (→ pagina 15) en tapwatercircuit aftappen.
Meer instructies vindt u in het bedieningsvoorschrift van de cv-regelaar.
Vorstbeveiliging voor de boiler
▶Tapwatertemperatuurregelaar tot de linkeraanslag draaien.
Het display toont het symbool

text_image
6 720 647 458-34.10Afb. 33
7 Thermische desinfectie uitvoeren
7.1 Algemeen
Om een bacteriële verontreiniging van het tapwater door bijv. legionella te voorkomen, adviseren wij, na langere stilstandtijden een thermische desinfectie uit te voeren.

Bij bepaalde verwarmingsregelaars kan de thermische desinfectie op een vast tijdstip worden geprogrammeerd, zie gebruikershandleiding van de verwarmingsregeling.
De thermische desinfectie omvat het tapwatersysteem inclusief de tappunten.
De boilerinhoud koelt na de thermische desinfectie weer geleidelijk door thermische verliezen af naar de ingestelde tapwatertemperatuur. Daarom kan de tapwatertemperatuur kortstondig hoger zijn dan de ingestelde temperatuur.

WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor verbranding!
Heet water kan zware brandwonden veroorzaken.
▶Thermische desinfectie alleen buiten de normale gebruikstijden uitvoeren.
7.2 Thermische desinfectie via de verwarmingsregeling geregeld
De thermische desinfectie wordt in dit geval uitsluitend via de verwarmingsregeling gestuurd, zie gebruikershandleiding van de verwarmingsregeling (bijv. FW 200).
▶Sluit de tappunten.
▶Bewoners wijzen op het verbrandingsgevaar.
▶Evt. aanwezige sanitaire circulatiepomp op continu-
bedrijf instellen.
▶Thermische desinfectie op verwarmingsregeling (bijv. FW 200) met maximale temperatuur activeren.
▶Wacht tot de maximale temperatuur is bereikt.
Net zolang tapwater aftappen opeenvolgend van het meest nabij gelegen tapwaterpunt tot het verst verwijderde, tot 3 minuten lang heet water van 70 °C is uitgestroomd.
▶Sanitaire circulatiepomp en verwarmingsregeling weer op normaal bedrijf instellen.
7.3 Thermische desinfectie via cv-ketel gestuurd.
De thermische desinfectie wordt in dit geval op de cv-ke-tel gestart en eindigt automatisch.
▶Sluit de tappunten.
▶Bewoners wijzen op het verbrandingsgevaar.
▶Evt. aanwezige sanitaire circulatiepomp op continu-
bedrijf instellen.
▶ Via de servicefunctie 2.9L de thermische desinfectie activeren (→ pagina 37).
▶Wacht, tot de maximale temperatuur is bereikt.
Net zolang tapwater aftappen opeenvolgend van het meest nabij gelegen tapwaterpunt tot het verst verwijderde, tot 3 minuten lang heet water van 70 °C is uitgestroomd.
▶Sanitaire circulatiepomp weer op normaal bedrijf instellen.
Nadat het water 35 minuten lang op 75 °C is gehouden, wordt de thermische desinfectie beëindigd.
Om de thermische desinfectie te onderbreken:
▶ Ketel uit- en weer inschakelen. De ketel gaat weer in bedrijf en de aanvoertemperatuur wordt getoond.
8 Blokkeerbeveiliging

Deze functie voorkomt het vastlopen van de cv-pomp en de 3-wegklep na een langere bedrijfsstilstand.
Na iedere pompuitschakeling volgt een tijdmeting, om met regelmatige tussenpozen de cv-pomp en de 3-weg-klep kort in te schakelen.
9 Instellingen in het servicemenu

Omdat verwarmingsregeling en cv-ketel instellingen uitwisselen, kunnen de werkelijke weergaven afwijken van de beschrijving.
Met het servicemenu kunnen vele ketelfuncties eenvoudig worden ingesteld en gecontroleerd.
Het servicemenu omvat:
- Weergave van informatie
- Menu 1, algemene instellingen
- Menu 2, ketelspecifieke instellingen
- Menu 3, ketelspecifieke grenswaarden
- Test, instellingen voor functietests
9.1 Servicemenu bedienen

text_image
1 eco reset 20.3 iA3 kW# 8 7 6 2 3 4 ok 5 6 720 647 458-27.10Afb. 34 Overzicht bedieningselementen
1 Eco-toets
2 Alfanumerieke weergave (bijv. temperatuur)
3 Pijltoets (= naar boven bladeren)
4 ok-toets (= keuze bevestigen, waarde opslaan)
5 Pijltoets (= naar beneden bladeren)
6 Tekstregel (bijv. bedrijfsmodus, tapwater)
7 Reset-toets
8 Servicetoets
(=servicemenu oproepen of
servicefunctie/submenu zonder opslaan verlaten)

Menu oproepen
De beschrijving vindt u voor de overzichtstabellen van de afzonderlijke menu's.
Servicefunctie kiezen en instellen

Na 2 minuten zonder bedienen van een toets wordt de gekozen servicefunctie automatisch verlaten.
▶Pijltoets of indrukken, om een servicefunctie te kiezen.
De tekstregel toont de servicefunctie en de alfanumerieke weergave toont de instelling.
▶ok-toets indrukken, om de keuze te bevestigen. De actuele instelling knippert.
▶Pijltoets of indrukken, om de instelling te veranderen.
▶ok-toets indrukken, om op te slaan.
Het display toont kort het symbool √
-of-
▶Servicetoets indrukken, om niet op te slaan.
De tekstregel toont het bovenliggende menuniveau (bijv. Info).
▶Servicetoets opnieuw indrukken.
De cv-ketel gaat weer in normaal bedrijf.
Instellingen documenteren
De sticker "Instellingen in servicemenu" vergemakkelijkt na onderhoudswerkzaamheden het herstellen van de individuele instellingen.
▶Gewijzigde instellingen invullen.
▶Sticker zichtbaar op de ketel aanbrengen.
| Instellingen in servicemenu | |
| Servicefunctie Waarde | |
Fabrikant installatie:
6 720 800 763 (2011/09)
Afb. 35 sticker
9.2 Weergave van informatie
▶Servicetoets 📋 indrukken.
▶Pijltoets ▲ of ▼ indrukken, om de afzonderlijke informatie weer te geven.
| Servicefunctie Zie ook | ||
| i01 Actuele bedrijfstoestand (status) Hoofdstuk 14, | pagina 51 | |
| i02 Bedrijfscode voor de laatste storing Hoofdstuk 14, | pagina 51 | |
| i03 | Maximaal vrijgegeven cv-vermogen ( servicefunctie 2.1A) | Pagina 35 |
| i04 | Maximaal vrijgegeven tapwatervermogen ( servicefunctie 2.1b) | Pagina 35 |
| i07 | Gewenste aanvoertemperatuur (door verwarmingsregeling gevraagd) | - |
| i08 Ionisatiestroom | - | |
| • Bij actieve brander: - ≥ 2 μA = in orde - < 2 μA = storing | ||
| • Bij uitgeschakelde brander: - < 2 μA = in orde - ≥ 2 μA = storing | ||
| i09 | Temperatuur aan de aanvoertemperatuursensor | - |
| i12 | Gewenste tapwatertemperatuur | Hoofdstuk 6.6, pagina 27 |
| i13 Temperatuur aan de boilertemperatuursensor | - | |
| i14 Temperatuur aan retourtemperatuursensor (boiler) | - | |
| i15 | Actuele buitentemperatuur (bij aangesloten buitentemperatuursensor) | - |
| i17 Actuele cv-vermogen in % van het maximale nominale warmtevermogen in cv-bedrijf ^1) | Hoofdstuk 17.5, pagina 63 | |
| i18 | Actuele ventilatortoerental in omwentelingen per seconde [Hz] | - |
| i20 Softwareversie van printplaat 1 | - | |
| i21 Softwareversie van printplaat 2 | - | |
| i22 | Codeerstekkernummer (laatste drie posities) | - |
| i23 Codeerstekkerversie | - | |
Tabel 13 Informatie
1) Gedurende de tapwatervoorziening kunnen waarden boven 100 % worden getoond.
9.3 Menu 1
Om dit menu op te roepen:
▶Servicetoets en'ok-toets tegelijkertijd zolang indrukken, tot de tekstregel Menu 1 aangeeft.
▶ok-toets indrukken, om de keuze te bevestigen.
▶Servicefunctie kiezen en instellen.

De basisinstellingen zijn in de volgende tabel geaccentueerd weergegeven.
| Servicefunctie Instellingen/instelbereik Opmerking/beperking | |||
| 1.S1 | Zonnemodule actief | 0: uitgeschakeld1: ingeschakeld | Alleen bij herkende zonnemodule beschikbaar. |
| 1.S2 | Maximale temperatuur in de zonneboiler | 15 ... 60 ... 90 °C | Alleen bij geactiveerde zonnemodule beschikbaar.Temperatuur, waarop de zonneboiler moet worden opgeladen. |
| 1.W1 | Weersafhankelijke regelaar met lineaire stooklijn | 0: uitgeschakeld1: ingeschakeld | Alleen beschikbaar bij herkende buitentemperatuursensor.(lineaire stooklijn → pagina 61) |
| 1.W2 | Punt A van de stooklijn | 30 ... 82 °C | Aanvoertemperatuur bij een buitentemperatuur van - 10 °C . |
| 1.W3 | Punt B van de stooklijn | 30 ... 82 °C | Aanvoertemperatuur bij een buitentemperatuur van 20 °C. |
| 1.W4 | Temperatuurgrens voor automatisch zomerbedrijf | 0 ... 16 ... 30 °C | Bij een hogere buitentemperatuur schakelt de cv uit. Wanneer de buitentemperatuur met min. 1 K ( °C) onder de instelling afneemt, schakelt de cv weer in. |
| 1.W5 | Vorstbescherming installatie | 0: uitgeschakeld1: ingeschakeld | Alleen bij weersafhankelijke verwarmingsregeling beschikbaar(→ servicefunctie 1.W1). |
| 1.W6 | Temperatuurgrens voor installatievorstbescherming | 0 ... 5 ... 30 °C | Alleen bij geactiveerde installatievorstbescherming beschikbaar (→ servicefunctie 1.W1).Wanneer de buitentemperatuur tot onder de instelling afneemt, schakelt de cv-pomp in het cv-circuit in (installatievorstbescherming). |
| 1.7d | Externe aanvoertemperatuursensor | 0: uitgeschakeld1: aansluiting op besturing2: aansluiting op evenwichtsfles | |
Tabel 14 Menu 1
9.4 Menu 2
Om dit menu op te roepen:
▶Servicetoets en ok-toets tegelijkertijd zolang indrukken, tot de tekstregel Menu 1 aangeeft.
▶ Pijltoets ▲ indrukken, om Menu 2 te kiezen.
▶ok-toets indrukken, om de keuze te bevestigen.
▶Servicefunctie kiezen en instellen.

De basisinstellingen zijn in de volgende tabel geaccentueerd weergegeven.
| Servicefunctie Instellingen/instelbereik Opmerking/beperking | ||
| 2.1A Maximaal vrijgegeven cv-vermogen [kW] | • “Instelling in 3.3d” ... “Instelling in 3.1A”• “Maximale nom. warmtevermo-gen” | Bij aardgasketels:►Gasdebiet meten.►Meetresultaten vergelijken met de insteltabellen ( →pagina 63).►Afwijkingen corrigeren. |
| 2.1b Maximaal vrijgegeven tap-watervermogen [kW] | • “Instelling in 3.3d” ... “Instelling in 3.1b”• “Maximale nom. warmtevermo-gen tapwater” | Bij aardgasketels:►Gasdebiet meten.►Meetresultaten vergelijken met de insteltabellen ( →pagina 63).►Afwijkingen corrigeren. |
| 2.1C Pompkarakteristiek • 0: pompcapaciteit proportioneel met cv-vermogen (→ servicefuncties 2.1H en 2.1J)• 1: constante druk 150 mbar• 2: constante druk 200 mbar• 3: constante druk 250 mbar• 4: constante druk 300 mbar | •Lage pompkarakteristiek instel-len, om zo veel mogelijk energie te besparen en eventueel stro-mingsgeluid gering te houden.(pompkarakteristieken → pagina 62) | |
| 2.1E Pompschakeltype • 4: Intelligente cv-pompuitschake-ling bij cv-installaties met weer-safhankelijke regelaar. De cv-pomp wordt alleen indien nodig ingeschakeld.• 5: de aanvoertemperatuurrege-laar schakelt de cv-pomp. Bij warmtevraag start de cv-pomp met de brander. | Bij aansluiting van een verwarmings-regeling wordt het pompschakeltype automatisch ingesteld. | |
| 2.1H Pompvermogen bij mini-maal cv-vermogen | • 10 ... 100 % | Alleen bij pompkarakteristiek 0 be-schikbaar ( →servicefunctie 2.1C). |
| 2.1J Pompvermogen bij maxi-maal cv-vermogen | • 10 ... 100 % | Alleen bij pompkarakteristiek 0 be-schikbaar ( →servicefunctie 2.1C). |
| 2.2C Ontluchtingsfunctie • 0: uitgeschakeld• 1: eenmalig ingeschakeld• 2: continu ingeschakeld | Na onderhoudswerkzaamheden kan de ontluchtingsfunctie worden inge-schakeld.Zolang de ontluchtingsfunctie actief is, knippert het symbool . | |
Tabel 15 Menu 2
| Servicefunctie Instellingen/instelbereik Opmerking/beperking | |||
| 2.2J Tapwatervoorrang • 0: ingeschakeld• 1: uitgeschakeld | Bij tapwatervoorrang wordt eerst de boiler tot de ingestelde temperatuur verwarmd. Daarna gaat de ketel in cv-bedrijf.Zonder tapwatervoorrang schakelt de ketel bij warmtevraag door de boiler iedere tien minuten om tussen cv-bedrijf en boilerbedrijf. | ||
| 2.3b Tijdinterval voor het uit- en weer inschakelen van de brander | • 3 ... 10 ... 45 minuten | Minimale wachttijd tussen uit- en weer inschakelen van de brander.Bij aansluiting van een verwarmingsregeling met 2-draads BUS optimaliseert de verwarmingsregeling deze instelling. | |
| 2.3C Temperatuurinterval voor uit- en weer inschakelen van de brander. | • 0 ... 6 ... 30 Kelvin | Verschil tussen actuele aanvoertemperatuur en gewenste aanvoertemperatuur tot inschakelen van de brander.Bij aansluiting van een verwarmingsregeling met 2-draads BUS optimaliseert de verwarmingsregeling deze instelling. | |
| 2.3F Duur van het warmhouden | • 0 ... 1 ... 30 minuten | Het cv-bedrijf blijft na een tapwater- voorziening gedurende deze tijd ge-blokkeerd. | |
| 2.4F Sifonvulprogramma • 0: uitgeschakeld (alleen tijdens onderhoudswerkzaamheden toe-gestaan).• 1: ingeschakeld | Het sifonvulprogramma wordt in de volgende gevallen geactiveerd:• De ketel wordt via de aan/uit-schakelaar ingeschakeld.• De brander was 28 dagen niet in bedrijf.• De bedrijfsmodus wordt van zo-mer- naar wintertijd omgeschakeld.Gedurende het sifonvulprogramma knippert het symbool [IMAGE] | ||
| 2.5F Inspectie-interval | • 0: uitgeschakeld• 1 ... 72 maanden | Na afloop van deze tijdsperiode toont het display de benodigde inspectie via servicemelding H13(→ pagina 52). | |
| 2.7A Lamp voor branderwerking/storingen | • 0: storingen• 1: branderbedrijf en storingen | ||
| 2.7b 3-wegklep in middenpositie | • 0: uitgeschakeld• 1: ingeschakeld | De functie waarborgt het volledig af-tappen van het systeem en de een-voudige demontage van de motor.De 3-wegklep blijft ca. 15 minuten in de middenstand. | |
| 2.7E | Gebouwdroogfunctie | • 0: uitgeschakeld• 1: ingeschakeld | De gebouwdroogfunctie van de ketel is niet hetzelfde als de vloerdroog-functie (dry function) weersafhanke-lijke regelaar.Bij ingeschakelde gebouwdroogfunctie is geen tapwaterbedrijf en geen servicebedrijf (bijv. voor gasinstel-ling) mogelijk.Zolang de gebouwdroogfunctie actief is, toont de tekstregel 7E. |
| 2.9F | Nalooptijd van de cv-pomp | • 0 ... 3 ... 60 minuten• 24H: 24 uur. | De pompnalooptijd begint aan het einde van de warmtevraag door de verwarmingsregeling. |
| 2.9L Thermische desinfectie van de boiler | • 0: uitgeschakeld• 1: ingeschakeld | Deze servicefunctie activeert de op-warming van de boiler naar 75 °C.►Thermische desinfectie uitvoeren zoals in hoofdstuk 7.3, pagina 30 beschreven.De thermische desinfectie wordt niet getoond.Nadat het water 35 minuten lang op 75 °C is gehouden, wordt de thermi-sche desinfectie beëindigd. | |
| 2.CE Aantal pompstarts van de sanitaire circulatiepomp | • 1, 2 ... 6: pompstarts per secon-de, duur telkens 3 minuten• 7: sanitaire circulatiepomp draait continu | Alleen bij geactiveerde sanitaire cir-culatiepomp beschikbaar(→ servicefunctie 2.CL). | |
| 2.CL | Sanitaire circulatiepomp | • 0: uitgeschakeld• 1: ingeschakeld | |
Tabel 15 Menu 2
Tabel 15 Menu 2
9.5 Menu 3
Om dit menu op te roepen:
▶Servicetoets enok-toets tegelijkertijd zolang indrukken, tot de tekstregel Menu 1 aangeeft.
▶ Pijltoets ▲ indrukken, om Menu 3 te kiezen.
▶ok-toets net zolang indrukken, tot in de tekstregel de eerste servicefunctie 3.xx wordt getoond.
▶Servicefunctie kiezen en instellen.

De basisinstellingen zijn in de volgende tabel geaccentueerd weergegeven.

Instellingen in dit menu worden bij het herstellen van de basisinstelling niet gereset.
| Servicefunctie Instellingen/instelbereik Opmerking/beperking | ||
| 3.1A Bovengrens maximaal cv-vermogen | “minimale nom. warmtevermogen” ... “maximale nom. warmtevermogen” | Begrenst het instelbereik voor het maximale cv-vermogen (→ servicefunctie 2.1A). |
| 3.1b Bovengrens van het maximale tapwatervermogen | “minimale nom. warmtevermogen” ... “maximale nom. warmtevermogen tapwater” | Begrenst het instelbereik voor het maximale tapwatervermogen (→ servicefunctie 2.1b). |
| 3.2b Bovengrens van de aanvoertemperatuur | 30 ... 82 °C | Begrenst de insteltemperatuur voor de aanvoertemperatuur. |
| 3.3d Minimale nominale warmtevermogen (verwarming en tapwater) | “minimale nom. warmtevermogen” ... “maximale nom. warmtevermogen” | |
Tabel 16 Menu 3
9.6 Test
Om dit menu op te roepen:
- Servicetoets en ok-toets tegelijkertijd zolang indrukken, tot de tekstregel Menu 1 aangeeft.
▶ Pijltoets ▲ indrukken, om Test te kiezen.
▶ok-toets indrukken, om de keuze te bevestigen.
▶Servicefunctie kiezen en instellen.
| Servicefunctie Instellingen Opmerking/beperking | |||
| t01 | Permanente ontsteking | • 0: uitgeschakeld• 1: ingeschakeld | Controle van de ontsteking door continue ontsteking zonder gastoevoer.►Om schade aan de ontstekingstransfor-mator te voorkomen: functie maximaal 2 minuten ingeschakeld laten. |
| t02 | Ventilator permanent actief | • 0: uitgeschakeld• 1: ingeschakeld | Ventilator draait zonder gastoevoer of ont-steking. |
| t03 | Pomp draait continu (interne en externe pompen) | • 0: uitgeschakeld• 1: ingeschakeld | |
| t04 | 3-wegklep continu in stand tap-watervoorziening | • 0: uitgeschakeld• 1: ingeschakeld | |
Tabel 17 Test
9.7 Terugzetten van de basisinstellingen
Om alle waarden van het submenu Menu 1 en Menu 2 naar de basisinstelling terug te zetten:
▶Pijltoets, qk-toets en servicetoets 📋 tegelijkertijd ingedrukt houden, tot in het display 8E verschijnt.
▶Reset-toets indrukken.
De ketel start met de basisinstelling voor de submenu's Menu 1 en Menu 2, submenu Menu 3 wordt niet gereset.
10 Controle van de CO _2 - en O _2 -waarden

Een instelling op de nominale warmtebelasting en minimale warmtebelasting is niet nodig.
De gas-lucht-verhouding mag alleen via een CO₂ of O₂-meting bij maximaal nominaal warmtevermogen en minimaal nominaal warmtevermogen, met een elektronisch meetinstrument, worden gecontroleerd. Neem in geval van een afwijking contact op met de Junkers-servicedienst.
Een afstemming op verschillende rookgastoebehoren door smoorplaten en stuwplaten is niet nodig.
10.1 Gas-lucht-verhouding (CO _2 of O _2 ) controleren
▶Schakel de ketel uit via de aan/uit-schakelaar.
▶ Mantel afnemen (→ pagina 18).
▶Schakel de ketel in via de aan/uit-schakelaar.
▶Pluggen op rookgasmeetpunten verwijderen.
▶Rookgassonde 135 mm in de rookgasmeetaansluiting schuiven en het meetpunt afdichten.

▶Radiatorkranen openen om de warmte-afgifte te waarborgen.
▶eco-toets en servicetoets tegelijkertijd zolang indrukken, tot in het display het symbool överschijnt. Het alfanumerieke display toont de aanvoertemperatuur, in de tekstregel knippert de bedrijfsmodus Max (= maximale nominale warmtevermogen). Na korte tijd gaat de brander in bedrijf.

text_image
20.0°C Max 6 720 647 458-28.10Afb. 37
▶CO 2 - of O 2 -waarde meten.
Neem in geval van een afwijking contact op met de Junkers-servicedienst.
| Gasoort CO | Maximaal nomi-naal warmtever-mogen | Minimale nomi-nale warmtever-mogen | ||
| _2 | O_2 | CO_2 | O_2 | |
| Aardgas E (G20) | 9,4 % | 4,0 % | 8,6 % | 5,5 % |
| Aardgas L (G25) | 7,5 % | 6,8 % | 7,3 % | 8,0 % |
| Propaan | 10,8 % | 4,6 % | 10,5 % | 5,0 % |
Tabel 18
▶Met de pijltoets het minimale nominale warmtevermogen instellen. In de tekstregel knippert de bedrijfsmodus Min (= minimale nominale warmtevermogen).

text_image
20.0°C Min 6 720 647 458-29.10Afb. 38
▶CO 2 - of O 2 -waarde meten.
▶Servicetoets 📋 indrukken.
De cv-ketel gaat weer in normaal bedrijf.
▶CO 2 - of O 2 -waarde in inbedrijfstellingsprotocol invullen.
▶Rookgassonde uit de rookgasmeetpunten verwijderen en pluggen monteren.
▶Gasblok en gassmoring verzegelen.
10.2 Dynamische gasdruk controleren
▶ Ketel uitschakelen en gaskraan sluiten.
▶Schroef op meetpunt voor dynamische gasdruk losmaken en drukmeetinstrument aansluiten.

text_image
6 720 614 090-34.20Afb. 39
▶Gaskraan openen en de ketel inschakelen.
▶Radiatorkranen openen om de warmte-afgifte te waarborgen.
▶eco-toets en servicetoets tegelijkertijd zolang in-drukken, tot in het display het symbool överschijnt. Het alfanumerieke display toont de aanvoertemperatuur, in de tekstregel knippert de bedrijfsmodus Max (= maximale nominale warmtevermogen). Na korte tijd gaat de brander in bedrijf.

text_image
20.0°C Max 6 720 647 458-28.10Afb. 40
▶Benodigde dynamische gasdruk controlleren aan de hand van de tabel.
| Gasoort | Nominale druk [mbar] | Toegestane drukbereik bij maximale nominale warmtevermogen [mbar] |
| Aardgas E (G20) | 20 17 - 25 | |
| Aardgas L (G25) | 25 | 20 - 30 |
| Propaan 37 | 25 - 45 |
Tabel 19

Inbedrijfstelling buiten het toegestane drukbereik is verboden. De oorzaak bepalen en de storing wegnemen. Wanneer dit niet mogelijk is de ketel aan de gaszijde afsluiten en het gasbedrijf informeren.
▶Servicetoets 📋 indrukken.
De cv-ketel gaat weer in normaal bedrijf.
▶ Ketel uitschakelen, gaskraan sluiten, drukmeetinstrument afnemen en schroef vastschroeven.
▶Omkasting weer monteren.
11 Rookgasmeting
11.1 Servicebedrijf (bedrijf met constant cv-vermogen)
In servicebedrijf draait de ketel in cv-bedrijf met instelbaar cv-vermogen.

U heeft 30 minuten de tijd, om waarden te meten of instellingen te doen. Daarna schakelt de ketel weer naar normaal bedrijf terug.
▶Radiatorkranen openen om de warmte-afgifte te waarborgen.
▶eco-toets en servicetoets tegelijkertijd zolang indrukken, tot in het display het symbool överschijnt. Het alfanumerieke display toont de aanvoertemperatuur, in de tekstregel knippert de bedrijfsmodus Max (= maximale nominale warmtevermogen). Na korte tijd gaat de brander in bedrijf.

text_image
20.0°C Max 6 720 647 458-28.10Afb. 41
▶Met de pijltoetsen en het gewenste cv-vermogen instellen:
- Aanwijzing in de tekstregel Max = maximale nominale warmtevermogen.
- Aanwijzing in de tekstregel Min = minimale nominale warmtevermogen.
11.2 Dichtheidscontrole van het rookgasafvoersysteem
O_2^- of CO_2^- -meting in de verbrandingslucht.
Voor de meting een sikkelsonde gebruiken.

Met een O 2 - of CO 2 -meting van de verbrandingslucht kan bij een rookgasafvoer conform C 13 , C 33 C 43 en C 93 de dichtheid van het rookgasafvoersysteem worden gecontroleerd. De O 2 -waarde mag niet hoger worden dan 20,6 %. De CO 2 -waarde mag niet hoger worden dan 0,2 %.
▶Pluggen op de verbrandingsluchtmeetpunten [2] verwijderen (→ afb. 42).
▶Rookgassonde in de aansluiting schuiven en het meet-punt afdichten.
In schoorsteenvegerbedrijf het maximale nominale warmtevermogen instellen.

text_image
6 720 614 153-08.20Afb. 42
1 Rookgasmeetpunt
2 Meetpunt verbrandingslucht
▶CO 2- en O₂-waarde meten.
▶Servicetoets 📋 indrukken.
De cv-ketel gaat weer in normaal bedrijf.
▶Rookgassonde verwijderen.
▶Pluggen weer monteren.
Voor de meting een meergats-rookgassonde gebruiken.
▶Pluggen op rookgasmeetpunten [1] verwijderen (→ afb. 42).
▶Rookgassonde tot aan de aanslag in de aansluiting schuiven en het meetpunt afdichten.
In schoorsteenvegerbedrijf het maximale nominale warmtevermogen instellen.
▶CO-gehalte meten.
▶Servicetoets 📋 indrukken.
De cv-ketel gaat weer in normaal bedrijf.
▶Rookgassonde verwijderen.
▶Pluggen weer monteren.
12 Milieubescherming/afvoeren
Milieubescherming is een ondernemingsprincipe van de Bosch-groep.
Kwaliteit van de producten, rendement en milieubescherming zijn voor ons gelijkwaardige doelstellingen.
Wetten en voorschriften op het gebied van de milieubescherming worden strikt aangehouden.
Ter bescherming van het milieu gebruiken wij, rekening houdend met bedrijfseconomische gezichtspunten, de best mogelijke techniek en materialen.
Verpakking
Voor wat de verpakking betreft, nemen wij deel aan de nationale verwerkingssystemen, die een optimale recycling waarborgen.
Alle gebruikte verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kunnen worden hergebruikt.
Oud toestel
Oude toestellen bevatten materialen, die hergebruikt kunnen worden.
De modules kunnen gemakkelijk worden gescheiden en de kunststoffen zijn gemarkeerd. Daardoor kunnen de verschillende componenten worden gesorteerd en voor recycling of afvoeren worden aangeboden.
13 Inspectie en onderhoud
Om te zorgen dat het gasverbruik en de milieubelasting over langere termijn zo laag mogelijk blijft, adviseren wij bij een erkend installateur of de dienst na verkoop My Service een onderhouds- en inspectiecontract af te sluiten voor een jaarlijkse inspectie en behoefteafhankelijk onderhoud.

Alleen een erkend installateur mag de inspectie en het onderhoud uitvoeren.

GEVAAR: Levensgevaar door explosie!
▶Sluit de gaskraan voordat werkzaamheden aan gasvoerende delen worden uitgevoerd.
▶Dichtheidscontrole uitvoeren na werkzaamheden aan gasvoerende onderde- len.

GEVAAR: Gevaar voor vergiftiging!
▶Dichtheidscontrole uitvoeren na werkzaamheden aan rookgasvoerende onderdelen.

GEVAAR: Levensgevaar door elektrocutie!
▶Voor werkzaamheden aan het elektrische deel de voedingsspanning (230 V AC) onderbreken (zekering, vermogensautomaat) en beveiligen tegen onbedoeld herinschakelen.

WAARSCHUWING: Er bestaat gevaar voor verbranding!
Heet water kan zware brandwonden veroorzaken.
▶Sluit alle kranen en tap eventueel de ketel af voordat werkzaamheden aan water-transporterende onderdelen worden uitgevoerd.

OPMERKING: Schade aan de ketel!
Ontsnappend water kan de besturing beschadigen.
▶Besturing afdekking voordat werkzaamheden aan watertransporterende delen worden uitgevoerd.

GEVAAR: Bij niet gevulde condensaatsifon kan rookgas ontsnappen!
▶Sifonvulprogramma alleen bij onderhoud uitschakelen.
▶Sifonvulprogramma aan het einde van het onderhoud weer inschakelen.
Belangrijke aanwijzingen

U vindt een overzicht van de mogelijke storingen vanaf pagina 51.
- De volgende meetinstrumenten zijn nodig:
- Elektronisch rookgasmeetinstrument voor CO 2 , O 2 , CO en rookgastemperatuur
- Drukmeetinstrument 0 - 30 mbar (resolutie minimaal 0,1 mbar)
- Stroommeetinstrument
- Toegelaten vetten zijn:
- Voor dichtingen in contact met water: Unisilkon L 641 (8 709 918 413)
- Voor dichtingen in contact met gas: HFt 1 v 5 (8 709 918 010).
▶Als warmtegeleidende pasta: P12 (8 719 918 658) gebruiken.
▶Gebruik alleen originele reserveonderdelen!
▶Reserve-onderdelen aan de hand van de reserve-onderdelencatalogus aanvragen.
▶Vervang gedemonteerde dichtingen en O-ringen door nieuwe exemplaren.
Na de inspectie/onderhoud
▶Trek alle losgemaakte schroefverbindingen na.
▶ Neem de ketel weer in bedrijf (→ pagina 25).
▶Koppelingsplaatsen op dichtheid controleren
▶Gas-lucht-verhouding controleren en evt. instellen (→ pagina 40).
13.1 Beschrijving van de verschillende stappen
13.1.1 Laatste opgeslagen storing oproepen
▶ Servicefunctie i02 kiezen (→ pagina 32).

Een overzicht van de mogelijke storingen vindt u op pagina 51.
13.1.2 Warmteblok, brander en elektroden controle- ren
Voor het reinigen van het warmteblok het toebehoren bestelnr. 7 719 003 006 gebruiken, bestaande uit borstel en hefgereedschap.
- Kap van meetpunten [1] afnemen.
- Drukmeetinstrument op meetpunten aansluiten en stuurdruk bij maximale nominale warmtevermogen controleren.

text_image
① 6 720 644 018-12.20Afb. 43
| Ketel Stuurdruk Reiniging? | ||
| ZWSB 30-4 A | ≥ 3,5 mbar | nee |
| < 3,5 mbar | ja | |
Tabel 20
Wanneer een reiniging nodig is:
- Rookgasafvoerbuis naar boven schuiven.
- Rookgasafvoerbuis ca. 120° draaien.
- Rookgasafvoerbuis naar beneden schuiven en wegne- men.
- Deksel van de service-opening afnemen.

text_image
6 720 644 018-13.10Afb. 44
- Aanzuigbuis demonteren.
- Druk de borging op de menginrichting in en verdraai de menginrichting.
- Menginrichting verwijderen.

text_image
1. 2. 3. 6 720 615 492-16.30Afb. 45
- Trek de kabel van de ontstekings- en bewakingselektrode los.
- Schroef de moer voor de bevestiging van de ventilatorplaat los.
- Neem de ventilator weg.

text_image
1. 2. 3. 6.720 619 605-24.10Afb. 46
▶Neem de elektrodenset met dichting weg en controleer de elektroden op vervuiling; eventueel reinigen of vervangen.
▶Brander eruit nemen.

WAARSCHUWING: Gevaar voor verbranding!
De warmteverspreiders kunnen ook na langere stilstand van de ketel nog zeer heet zijn.
▶Koel de warmteverspreiders af met een vochtige doek.
▶Bovenste warmteverspreider uitnemen.
▶Neem het onderste warmteverspreider uit met het hefgereedschap.
▶Reinig beide warmteverspreiders indien nodig.

text_image
6720 612 659-52.1RAfb. 48
▶Reinig het warmteblok met de borstel:
- links en rechts draaiend
- van boven naar beneden tot aan de aanslag
▶Schroeven op rookgasaansluiting verwijderen en rookgasaansluiting afnemen.

text_image
6.720 644 018-14.20 1. 2.Afb. 49
▶Restanten wegzuigen en rookgasaansluiting weer sluiten.
▶Warmteverspreiders weer plaatsen.
- Condensaatsifon demonteren (→afb. 51) en een geschikte opvangbak daaronder plaatsen.
▶Warmteblok van boven met water spoelen.

text_image
H₂O 6 720 611 625-85.20Afb. 50
▶Rookgasaansluiting weer openen en condenswaterbak en condenswateraansluiting reinigen.
▶Monteer de onderdelen weer in omgekeerde volgorde met nieuwe branderdichting.
▶ Stel de gas-lucht-verhouding in (→ pagina 40).
13.1.3 Condensaatsifon reinigen
- Slang op condensaatsifon lostrekken.
- Trek de toevoer naar de condensaatsifon los.
- Bevestigingsbeugel loshaken en wegnemen.
- Condensaatsifon zijwaarts wegnemen.

text_image
1. 2. 3. 6.720 646 292-08.10Afb. 51
- Condensaatsifon reinigen en opening naar warmte-wisselaar op doorlaatbaarheid controleren.
- Controleer de condensaatslang en reinig deze eventueel.
▶Vul de condensaatsifon met ca. 1/4 l water en monteer deze weer.
13.1.4 Membraan (rookgasterugstroombeveiliging) in de menginrichting controleren
▶Demonteer de menginrichting conform afb. 45.
▶Controleer het membraan op vervuiling en scheuren.

13.1.5 Expansievat controleren (zie ook pagina 16)
Het expansievat moet jaarlijks worden gecontroleerd.
▶ Ketel drukloos maken.
▶Breng eventueel de voordruk van het expansievat op de statische hoogte van de cv-installatie.
13.1.6 Bedrijfsdruk van de cv-installatie instellen

OPMERKING: Schade aan de ketel!
Bij het bijvullen van cv-water kunnen spanningsscheuren in het hete ketelblok ontstaan.
▶Vul cv-water alleen bij in een koude ketel.
Aanwijzing op manometer
1 bar Minimale vuldruk (bij koude installatie)
1 - 2 bar Optimale vuldruk
3 bar Maximale werkingsdruk van het cv-wa- ter (mag bij de hoogste temperatuur niet overschreden worden, zoniet opent de veiligheidsklep).
Tabel 21
▶Wanneer de wijzer onder 1 bar staat (bij koude installatie): water bijvullen, tot de wijzer weer tussen 1 en 2 bar staat.

Voor het navullen de slang met water vullen. Daardoor wordt voorkomen, dat lucht in het cv-water terecht komt.
▶Wanneer de druk niet wordt aangehouden: expansievat en cv-installatie op dichtheid controleren.
13.1.7 Elektrische bedrading controleren
▶Elektrische bedrading controleren op mechanische beschadigingen en defecte kabels vervangen.
13.1.8 Gasblok controlleren
▶Aansluitkabel en stekker (230 VAC) van het gasblok controleren en evt. vervangen.
▶Stekker (230 V AC) op het gasblok lostrekken.
▶Weerstand van magneetventiel [1] en [2] meten.

text_image
1 2 + 3 4 ② ① 6 720 647 455-19.2 ΩAfb. 53
1 Meetpunten magneetventiel 1
2 Meetpunten magneetventiel 2
- Wanneer de weerstand bij 0 of ∞ ligt, gasblok vervangen.
13.2 Checklists voor inspectie en onderhoud (onderhouds- en inspectieprotocol).
| Datum | ||||||||
| 1 Laat | st opgeslagen storing in besturing oproepen, servicefunctie i02(→ pagina 32). | |||||||
| 2 Lucht-/rookgasafvoer optisch controle-ren. | ||||||||
| 3 Dynamische gasdruk controle-ren (→ pagina 41). | mbar | |||||||
| 4 Gas-lucht-verhouding voor min./max. nominale warmte-vermogen controleren (→ pagina 40). | min.% max.% | |||||||
| 5 Gas-en waterzijdige dichtheidstest (→ pagina 21). | ||||||||
| 6 | Warmteblok controleren (→ pagina 45). | |||||||
| 7 | Brander controleren (→ pagina 45). | |||||||
| 8 | Elektroden controleren (→ pagina 45). | |||||||
| 9 Membraan in menginrichting controleren (→ pagina 48). | ||||||||
| 10 | Condensaatsifon reinigen (→ pagina 48). | |||||||
| 11 Voordruk van het expansievat voor de statische hoogte van de CV-installatie controleren. | bar | |||||||
| 12 Vuldruk van de cv-installatie controleren. | bar | |||||||
| 13 Controleer de elektrische bedrading op beschadiging. | ||||||||
| 14 Beschermingsanode van de boiler contro-leren. | ||||||||
| 15 Boiler op kalkaanslag controleren. | ||||||||
| 16 Instellingen van de verwarmingsregeling controleren. | ||||||||
| 17 Controleer de ingestelde servicefuncties aan de hand van de sticker“Instellingen in servicemenu”. | ||||||||
Tabel 22
14 Bedrijfs-, service- en storingsmeldingen
De besturing bewaakt alle veiligheids-, regel- en besturingscomponenten.
De bedrijfs-, service- en storingsmeldingen maken een eenvoudige diagnose mogelijk aan de hand van de tabelen hierna.
14.1 Bedrijfsmeldingen
Bedrijfsmeldingen signaleren bedrijfstoestanden tijdens normaal bedrijf.
Bedrijfsmeldingen kunnen via servicefunctie i01 worden uitgelezen (→ pagina 33).
| Bedrijfs-code | Beschrijving |
| 200 De ketel is in cv-bedrijf. | |
| 201 De ketel is in tapwaterbedrijf. | |
| 202 | Schakelblokkering actief: het tijdsinterval voor het herinschakelen van de brander is nog niet verlo-pen (→ servicefunctie 2.3b, pagina 36). |
| 203 De ketel staat standby, geen warmtevraag aanwezig. | |
| 204 | De actuele aanvoertemperatuur is hoger dan de aanvoerstreeftemperatuur. De ketel werd uitgeschakeld. |
| 208 | De ketel bevindt zich in servicebedrijf. Na 15 minuten wordt het servicebedrijf automatisch uitgeschakeld. |
| 265 | De warmtevraag is minder dan het minimale cv-vermogen van de ketel. De ketel werkt in de aan-/uit-modus. |
| 268 | De ketel staat in de testmodus (componentest) (→ pagina 38). |
| 270 De ketel wordt gestart. | |
| 282 Geen toerentalterugmelding van de cv-pomp. | |
| 283 De brander wordt gestart. | |
| 284 Het gasblok wordt geopend, eerste veiligheidstijd. | |
| 305 | Continu warmthhouden: het tijdsinterval voor het warmthhouden water is nog niet bereikt (→ service-functie 2.3F, pagina 36). |
| 341 Gradiëntbegrenzing: te snelle temperatuurtoename in cv-bedrijf. | |
| 342 Gradiëntbegrenzing: te snelle temperatuurtoename in tapwaterbedrijf. | |
| 357 Ontluchtingsfunctie actief. | |
| 358 Blokkeerbeveiliging voor cv-pomp en 3-wegklep actief. | |
Tabel 23 Bedrijfsmeldingen
14.2 Servicemeldingen
Servicemeldingen signaleren een benodigde inspectie. De cv-installatie blijft in bedrijf.
Een servicemelding wordt tijdens normaal bedrijf getoond. Bovendien wordt het symbool getoond.

text_image
III 56.5 °C H136 720 647 458-30.10
Afb. 54 Voorbeeld servicemeldingen
14.2.1 Overzicht
| Servicecode | Beschrijving Verhelpen | Resetten no-dig? | |
| H12 | Boilertemperatuursensor defect. | ► Trek de kabel van de temperatuursensor los.►Controleer de temperatuursensor, eventueel vervangen (→ tab. 29, pagina 61).►Controleer de aansluitkabel op onderbreking of kortsluiting, evt. vervangen. | nee |
| H13 | Inspectie-interval bereikt. ►Inspectie uitvoeren. | ►Servicemeldingen resetten (→ hoofdstuk 14.2.2). | ja |
| H15 | Retourtemperatuursensor defect. | ► Trek de kabel van de temperatuursensor los.►Controleer de temperatuursensor, eventueel vervangen (→ tab. 29, pagina 61).►Controleer de aansluitkabel op onderbreking of kortsluiting, evt. vervangen. | nee |
| H16 | Temperatuursensorsignalen verschillen te veel. | ►Boiler op kalkaanslag controleren.►Met servicefunctie t03 “Permanent actieve pomp” de cv-pomp controleren (→pagina 38).►CV-pomp starten, evt. vervangen.►Aanvoertemperatuursensor, retourtemperatuursensor controleren, evt. vervangen (→ tab. 29, pagina 61).►Controleer de aansluitkabel op onderbreking of kortsluiting, evt. vervangen. | nee |
Tabel 24 Servicemeldingen
14.2.2 Servicemeldingen resetten
Wanneer een servicecode wordt getoond:
▶Servicetoets netzolang indrukken tot in het display en verschijnen. De servicecode met het laagste nummer wordt getoond.
▶Pijltoetsen of indrukken, om een servicecode te kiezen.
▶Reset-toets indrukken, om de servicecode te wissen. Het display toont kort het symbool √
▶Andere servicecodes op dezelfde manier wissen.
▶Servicetoets 📋 indrukken. De cv-ketel gaat weer in normaal bedrijf.
14.3 Storingsmeldingen
De storingsmeldingen worden in twee categorieën onderverdeeld:
- Blokkerende storingen veroorzaken een tijdelijk uitschakeling van de cv-installatie. De cv-installatie start automatisch weer op, zodra de blokkerende storing niet meer aanwezig is.
- Meldingen van blokkerende storingen met storingscode en aanvullingscode kunnen via servicefunctie i01 worden uitgelezen (→ pagina 33).
- Vergrendelende storingen zijn storingen, die uitschakelen van de cv-installatie tot gevolg hebben en waarbij de cv-installatie pas na een reset (→ hoofdstuk 14.3.3) weer start.
- Meldingen van vergrendelende storingen worden met storingscode en aanvullingscode in het display knipperend getoond.

text_image
1 EA 227 6 720 647 458-30.10Afb. 55 Voorbeeld weergave van een vergrendelende storing.
1 Storingscode
2 Aanvullingscode
14.3.1 Overzicht (blokkerende storingen)
| Storings-code | Aanvul-lingscode | Beschrijving Verhelpen | |
| 276 De temperatuur aan de aan-voertemperatuursensor is >95 °C. | Deze storingsmelding kan optreden, zonder dat een storing aanwezig is, wanneer plotseling alle radiator-kranen worden gesloten.►Bedrijfsdruk van de cv-installatie controleren.►Open de onderhoudskranen.►Met servicefunctie t03 “Permanent actieve pomp” de cv-pomp controleren (→pagina 38).►Controleer de aansluitkabel naar de cv-pomp.►CV-pomp starten, evt. vervangen.►Pompcapaciteit of pompkarakteristiek correct in-stellen en op maximaal vermogen aanpassen. | ||
| C1 | 264 | Ventilator uitgevallen. | ► Ventilatorkabel met stekker controleren, evt. vervangen.►Controleer de ventilator op vervuiling en blokke-ring, evt. vervangen (→ afb. 46, pagina 46). |
| C4 273 De brander en de ventilator waren 24 uur ononderbroken in bedrijf en worden voor een veiligheidscontrole geduren-de korte tijd buiten bedrijf ge-steld. | - | ||
| D3 232 De temperatuurbewaking TB 1 is geactiveerd. | ►Instelling van de temperatuurbewaking TB 1 con-troleren.►Instelling van de cv-regeling controleren. | ||
| D3 232 Temperatuurbewaking TB 1 defect. | ►Temperatuursensor en aansluitkabel op onderbre-king of kortsluiting controleren, evt. vervangen. | ||
| D3 232 | Brug op de aansluitklemmen voor externe temperatuurbewaking TB 1 ontbreekt. | ►Brug op de aansluiting voor het externe schakel-contact [in]ouwen (→ pagina 11). | |
| D3 232 | Temperatuurbewaking vergrendeld.Condensaatpomp uitgevallen. | ►Temperatuurbewaking vrijgeven.►Condensaatafvoer controleren.►Condensaatpomp vervangen. | |
| D4 341 | Gradiëntbegrenzing: te snelle temperatuurtoename in cv-bedrijf. | ►Bedrijfsdruk van de cv-installatie controleren.►Open de onderhoudskranen.►Met servicefunctie t03 “Permanent actieve pomp” de cv-pomp controleren (→pagina 38).►Controleer de aansluitkabel naar de cv-pomp.►CV-pomp starten, evt. vervangen.►Pompcapaciteit of pompkarakteristiek correct instellen en op maximaal vermogen aanpassen. | |
| E2 350 | Aanvoertemperatuursensor defect (kortsluiting). | Wanneer de storing langere tijd blijft bestaan, wordt storingscode E2 en aanvullingscode 222 getoond (→storingscode E2, pagina 55). | |
| E2 351 | Aanvoertemperatuursensor defect (onderbreking). | Wanneer de storing langere tijd blijft bestaan, wordt storingscode E2 en aanvullingscode 223 getoond (→storingscode E2, pagina 55). | |
| E9 224 | De temperatuurbegrenzer van het warmteblok of de rookgas-temperatuurbegrenzer is geactiveerd. | Wanneer de blokkerende storing langere tijd blijft bestaan, wordt de blokkerende storing een vergrendelende storing (→ storingscode E9 en aanvullingscode 224, pagina 55). | |
| EA 227 | Vlam wordt niet herkend. Na de 4e ontstekingspoging wordt de blokkerende storing een vergrendelende storing (→ storingscode EA, pagina 56) | ||
| EA 229 | Geen ionisatiesignaal tijdens het branderbedrijf. | De brander start opnieuw. Mislukt de ontstekingspoging, dan wordt de blokkerende storing EA getoond, na de 4e ontstekingspoging wordt de blokkerende storing een vergrendelende storing (→ storingscode EA, pagina 56) | |
| F0 | 290 | Interne storing. | ►Toets Reset zolang indrukken tot de tekstregel Reset wordt getoond.De ketel gaat weer in bedrijf en de aanvoertemperatuur wordt getoond.►Elektrische contacten, bekabeling en ontstekings-kabels controleren.►Gas-lucht-verhouding controleren (→ pagina 40).►Besturing vervangen. |
Tabel 25 Blokkerende storingen
Tabel 25 Blokkerende storingen
14.3.2 Overzicht (vergrendelende storingen)
| Storings-code | Aanvul-lingscode | Beschrijving Verhelpen | |
| C6 | 215 | Ventilator te snel | ► Rookgassysteem controleren, evt. reinigen of her-stellen. |
| C6 | 216 | Ventilator te langzaam | ► Ventilatorkabel met stekker controleren, evt. ver-vangen.►Controleer de ventilator op vervuiling en blokke-ring, evt. vervangen (→ afb. 46, pagina 46). |
| C7 214 | De ventilator wordt gedurende de veiligheidstijd uitgeschakeld. | ►Ventilatorkabel met stekker controleren, evt. ver-vangen.►Controleer de ventilator op vervuiling en blokke-ring, evt. vervangen (→ afb. 46, pagina 46). | |
| C7 | 217 | Ventilator draait niet. | ► Ventilatorkabel met stekker controleren, evt. ver-vangen.►Controleer de ventilator op vervuiling en blokke-ring, evt. vervangen (→ afb. 46, pagina 46). |
| E2 222 | Aanvoertemperatuursensor defect (kortsluiting). | ►Temperatuursensor en aansluitkabel op kortslui-ting controleren, evt. vervangen. | |
| E2 223 | Aanvoertemperatuursensor defect (onderbreking). | ►Temperatuursensor en aansluitkabel op onderbre-king controleren, evt. vervangen. | |
| E9 224 | De temperatuurbegrenzer van het warmteblok of de rookgas-temperatuurbegrenzer is geac-tiveerd. | ►Temperatuurbegrenzer warmteblok en de aansluit-kabel controleren op onderbreking, eventueel ver-vangen.►Controleer de rookgastemperatuurbegrenzer en de aansluitkabel op onderbreking, eventueel ver-vangen.►Bedrijfsdruk van de cv-installatie controleren.►Ketel met servicefunctie 2.2C “Ontluchtingsfunctie ”ontluchten (→ pagina 35).►Pompcapaciteit of pompkarakteristiek correct in-stellen en op maximaal vermogen aanpassen.►Met servicefunctie t03 “Permanent actieve pomp” de cv-pomp controleren (→pagina 38).►CV-pomp starten, evt. vervangen.►Controleer of de warmteverspreiders in het warm-teblok zijn ingebouwd (→ afb. 48, pagina 47).►Controleer het warmteblok aan de waterzijde, evt. vervangen. | |
Tabel 26 Vergrendelende storingen
| Storings-code | Aanvul-lingscode | Beschrijving Verhelpen | |
| EA | 227 | Vlam wordt niet herkend. | ► Controleer of de gaskraan is geopend.► Dynamische gasdruk controleren (→ pagina 41).►Controleer de netaansluiting.►Controleer de elektroden met kabel, eventueel vervangen.►Rookgassysteem controleren, evt. reinigen of her-stellen.►Gas-lucht-verhouding controleren (→ pagina 40).►Bij aardgas: controleer de externe gasdebietbewa-king, eventueel vervangen.►Afvoer van de condensaatsifon reinigen (→ pagina 48).►Membraan in de menginrichting van de ventilator demonteren en controleren op scheuren en vervu-ling (→ pagina 48).►Warmteblok reinigen (→ pagina 45).►Gasblok controleren (→ pagina 49), evt. vervan-gen.►Bij open werking de kamerluchtsamenstelling of de ventilatie-openingen controleren. |
| EA 234 | Aansluitkabel van het gasblok,gasblok of besturing defect. | ►Bekabeling controleren, eventueel vervangen.►Gasblok controleren (→ pagina 49), evt. vervan-gen.►Besturing vervangen. | |
| EA 261 | Tijdfout bij de eerste veilig-heidstijd | ►Elektrische contacten en bekabeling naar de be-sturing controleren, evt. vervangen.►Besturing vervangen. | |
| F0 238 | Aansluitkabel van het gasblok,gasblok of besturing defect. | ►Bekabeling controleren, eventueel vervangen.►Gasblok controleren (→ pagina 49), evt. vervan-gen.►Besturing vervangen. | |
| F0 | 239 | Codeerstekker niet herkend. | ►Codeerstekker correct plaatsen, evt. vervangen. |
| F0 | 259 | Interne storing. | ►Codeerstekker vervangen.►Besturing vervangen. |
| F0 | 280 | Tijdfout bij herstartpoging | ►Elektrische contacten en bekabeling naar de be-sturing controleren, evt. vervangen.►Besturing vervangen. |
| F7 228 | Ondanks dat de brander is uit-geschakeld, wordt een vlamherkend. | ►Controleer de elektroden op vervuiling, eventueel vervangen.►Rookgassysteem controleren, evt. reinigen of her-stellen.►Controleer de printplaat op vochtigheid, evt. dro-gen. | |
Tabel 26 Vergrendelende storingen
| Storings-code | Aanvul-lingscode Beschrijving Verhelpen | |
| FA 306 | Na gasuitschakeling: vlamwordt herkend. | ▸ Gasblok controleren (→ pagina 49), evt. vervangen.▸Afvoer van de condensaatsifon reinigen (→ pagina 48).▸Elektroden en aansluitkabel controleren, evt. vervangen.▸Rookgassysteem controleren, evt. reinigen of herstellen. |
| Fb 365 | Na gasuitschakeling: vlamwordt herkend. | ▸ Gasblok controleren (→ pagina 49), evt. vervangen.▸Afvoer van de condensaatsifon reinigen (→ pagina 48).▸Controleer de elektroden op vervuiling, eventueel vervangen.▸Aansluitkabel van de elektroden controleren, evt. vervangen.▸Rookgassysteem controleren, evt. reinigen of herstellen. |
Tabel 26 Vergrendelende storingen
14.3.3 Vergrendelende storing resetten (reset)
▶ Ketel uit- en weer inschakelen.
-of-
▶Reset-toets net zolang indrukken, tot de tekstregel
Reset aangeeft.
De ketel gaat weer in bedrijf en de aanvoertemperatuur wordt getoond.
15 Storingen, die niet in het display worden getoond
| Ketelstoringen Verhelpen | |
| Te veel verbrandingsgeluid; bromgeluiden | Codeerstekker correct plaatsen, evt. vervangen.Gassoort controleren.Dynamische gasdruk controleren ( pagina 41).Rookgassysteem controleren, evt. reinigen of herstellen.Gas-lucht-verhouding controleren ( pagina 40).Gasblok controleren ( pagina 49), evt. vervangen. |
| Stromingsgeluiden | Pompkarakteristiek met servicefunctie 2.1C instellen ( pagina 62). |
| Opwarming duurt te lang | Pompkarakteristiek met servicefunctie 2.1C instellen ( pagina 62). |
| Rookgaswaarden niet in orde;CO-gehalte te hoog | Gassoort controleren.Dynamische gasdruk controleren ( pagina 41).Rookgassysteem controleren, evt. reinigen of herstellen.Gas-lucht-verhouding controleren ( pagina 40).Gasblok controleren ( pagina 49), evt. vervangen. |
| Ontsteking te hard, te slecht | Met servicefunctie t01 “continue ontsteking” ( pagina 38) ontstekingstransformator op uitval controleren, evt. vervangen.Gassoort controleren.Dynamische gasdruk controleren ( pagina 41).Controleer de netaansluiting.Controleer de elektroden met kabel, eventueel vervangen.Rookgassysteem controleren, evt. reinigen of herstellen.Gas-lucht-verhouding controleren ( pagina 40).Bij aardgas: controleer de externe gasdebietbewaking, eventueel vervangen.Brander controleren, evt. vervangen.Gasblok controleren ( pagina 49), evt. vervangen. |
| Tapwater heeft een vieze geur of donkere kleur. | Het tapwatercircuit thermisch desinfecteren.Beschermanode vervangen. |
| Condensaat in de luchtkast | Membraan in de mengklep controleren, evt. vervangen ( pagina 48). |
| Geen functie (display blijft donker) | Controleer de netaansluiting.Zekering controleren, eventueel vervangen ( pagina 22). |
Tabel 27 Storingen zonder displayweergave
16 Inbedrijfstellingsprotocol voor de ketel
| Klant/gebruiker van de installatie: | ||
| Naam, voornaam Straat, nr. | ||
| Telfoon/fax Postcode, plaats | ||
| Fabrikant installatie: | ||
| Opdrachtnummer: | ||
| Keteltype: (voor iedere ketel een eigen protocol invullen!) | ||
| Serienummer: | ||
| Datum van de inbedrijfstelling: | ||
| ☐ Enkele ketel | ☐ Cascade, aantal ketels: ...... | ||
| Opstellings-ruimte: ☐ Kelder | ☐ Zolder | Overige: | ||
| Rookgasafvoer: ☐ Dubbel buissysteem | ☐ LAS | ☐ Schacht | ☐ Afzonderlijke buizen | ||
| Opmerkingen omtreint onder- of overdrukbedrijf: | ||
| Gasinstelling en rookgasmeting:Ingestelde gassoort: ☐ Aardgas E (G20) | ☐ Aardgas L (G25) | ☐ Propaan | ||
| Dynamische gasdruk: mbar | Statische gasdruk: mbar | |
| Ingesteld maximaal nominaal warmtevermo-gen: kW | Ingesteld maximaal nominaal warmtevermo-gen: kW | |
| Gasdebiet bij maximaal nominaal warmte-vermogen: l/min | Gasdebiet bij minimale nominale warmtever-mogen: l/min | |
| Calorische waarde HIB: kWh/m3 | ||
| CO2 bij maximaal nominaal warmtevermo-gen: % | CO2 bij minimale nominale warmtevermo-gen: % | |
| O2 bij maximaal nominaal warmtevermogen: % | O2 bij minimale nominale warmtevermogen: % | |
| CO bij maximaal nominaal warmtevermogen: mg/kWh | CO bij minimaal nominaal warmtevermogen: mg/kWh | |
| Rookgastemperatuur bij maximaal nominaal warmtevermogen: °C | Rookgastemperatuur bij minimale nominale warmtevermogen: °C | |
| Gemeten maximale aanvoertemperatuur: °C | Gemeten minimale aanvoertemperatuur: °C | |
| Installatiehydraulica: | ||
| ☐ Evenwichtsfles, type: | ☐ Extra expansievatGrootte/voordruk:Automatische ontluchter aanwezig?☐ ja | ☐ nee | |
| ☐ CV-pomp: | ||
| ☐ Installatiehydraulica gecontroleerd, opmerking: | ||
| Gewijzigde servicefuncties: (hier a.u.b. de veranderde servicefuncties uitlezen en waarden invullen.) | ||
| Voorbeeld: servicefunctie 2.5F van 0 naar 12 veranderd | ||
| Sticker “Instellingen in servicemenu” ingevuld en aangebracht □ | ||
| CV-regeling:□ FW 100 | □ FW 200 | □ FW 500 | □ FR 110 | □ TA 250 | □ TA 270 | □ TA 300 | |
| □ FB 10 × ...... stuks, codering, cv-circuit(s): | ||
| □ FB 100 × ...... stuks, codering, cv-circuit(s): | ||
| □ FR 10 × ...... stuks, codering, cv-circuit(s): | ||
| □ FR 100 × ...... stuks, codering, cv-circuit(s): | ||
| □ ISM 1 | □ ISM 2 | □ ICM × ...... stuks | □ IEM | □ IGM | □ IUM | |
| □ IPM 1 × ...... stuks, codering, cv-circuit(s): | ||
| □ IPM 2 × ...... stuks, codering, cv-circuit(s): | ||
| Overige: | ||
| □ CV-regeling ingesteld, opmerkingen: | ||
| □ Gewijzigde instellingen van de cv-regeling in de bedienings-/installatiehandleiding van de regelaar gedocumenteerd | ||
| De volgende werkzaamheden werden uitgevoerd:□ Elektrische aansluitingen gecontroleerd, opmerkingen: | ||
| □ Condensaatsifon gevuld | □ Verbrandingslucht/rookgasmeting uitgevoerd | |
| □ Functietest uitgevoerd | □ Gas- en waterzijdige dichtheidstest uitgevoerd | |
| De inbedrijfstelling omvat de controle van de instelwaarden, de optische dichtheidstest van de cv-ketel en de functiecontrole van de cv-ketel en de regeling. De leverancier van de installatie controleert de cv-installatie. | ||
| De bovengenoemde installatie werd in de omschreven omvang gecontroleerd. | De documenten werden aan de eigenaar overhandigd. Deze werd met de veiligheidsinstructies en de bedie- ning van de bovengenoemde warmte-opwekker inclu- sief het toebehoren vertrouwd gemaakt. Op de noodzaak tot regelmatig onderhoud van de bovenge- noemde cv-installatie werd gewezen. | |
| Naam van de servicetechnicus | Datum, handtekening van de eigenaar | |
| Hier meetprotocol inplakken. | ||
| Datum, handtekening van de leverancier van de installatie | ||
17 Bijlage
17.1 Sensorwaarden
17.1.1 Buitentemperatuursensor (toebehoren)
| Buitentemperatuur/ °C meettolerantie ± 10% | Weerstand/ Ω |
| -20 2 392 | |
| -16 2 088 | |
| -12 1 811 | |
| -8 1 562 | |
| -4 1 342 | |
| 0 1 149 | |
| 4 984 | |
| 8 842 | |
| 10 | 781 |
| 15 | 642 |
| 20 | 528 |
| 25 | 436 |
Tabel 28
17.1.2 Aanvoer-, externe aanvoertemperatuursensor, temperatuursensor in boilerretour
| Temperatuur/ °C meettolerantie ± 10 % | Weerstand/ Ω |
| 20 | 14 772 |
| 25 | 11 981 |
| 30 | 9 786 |
| 35 | 8 047 |
| 40 | 6 653 |
| 45 | 5 523 |
| 50 | 4 608 |
| 55 | 3 856 |
| 60 | 3 243 |
| 65 | 2 744 |
| 70 | 2 332 |
| 75 | 1 990 |
| 80 | 1 704 |
| 85 | 1 464 |
| 90 | 1 262 |
| 95 | 1 093 |
| 100 | 950 |
Tabel 29
17.1.3 Boilertemperatuursensor
| Temperatuur/ °C meettolerantie ± 10 % | Weerstand/ Ω |
| 0 | 33242 |
| 10 | 19947 |
| 20 | 12394 |
| 30 | 7947 |
| 40 | 5242 |
| 50 | 3548 |
| 60 | 2459 |
| 70 | 1740 |
| 80 | 1256 |
| 90 | 923 |
Tabel 30
17.2 Codeerstekker
| Ketel | Nummer |
| ZWSB 30-4 A (aardgas) | 1242 |
| ZWSB 30-4 A (vloeibaar gas) | 1243 |
Tabel 31
17.3 Stooklijn

line
| Point | Temperature (°C) | Volume (pA) | |---|---|---| | A | -10 | pA | | B | +20 | pB | | S | -10 | pB | 6 720 619 605-43.1OAfb. 56
A Eindpunt (bij buitentemperatuur - 10 °C)
AT Buitentemperatuur
B Voetpunt (bij buitentemperatuur + 20 °C)
pA Aanvoertemperatuur in eindpunt van de stooklijn
pB Aanvoertemperatuur in voet van de stooklijn
S Automatische cv-uitschakeling (zomerbedrijf)
VT Aanvoertemperatuur
17.4 Pompkarakteristieken

line
| V / l/h | H / m | | ------- | ----- | | 0 | 4.5 | | 300 | 4.0 | | 600 | 3.0 | | 1200 | 0.0 |Afb. 57
1 Pompkarakteristiek constante druk 150 mbar
2 Pompkarakteristiek constante druk 200 mbar
3 Pompkarakteristiek constante druk 250 mbar
4 Pompkarakteristiek constante druk 300 mbar
A Pompkarakteristiek bij maximale pompvermogen
B Pompkarakteristiek bij minimale pompvermogen
H Restopvoerhoogte
V Circulatiewaterhoeveelheid
17.5 Instelwaarde voor cv-/tapwatervermogen
ZWSB 30-4 A
Tabel 33
1) Weergave bij servicefunctie i17 "Actuele cv-vermogen"
18 Conformiteitsverklaring
| BETREFT PRODUCT | CerapurAcu-Smart ZWSB30-4 | |
| CONSTRUCTEUR | e.l.m. leblanc SAS124, 126 rue de Stalingrad - 93711 Drancy Cedex - France | |
| AARD | CONDENSERENDE GASWANDKETEL | |
| INVOERDER & BEHEERDER VAN DE TECHNISCHE DOCUMENTEN | nv SERVICO saKontichsesteenweg 60 - 2630 Aartselaar - België | |
| CONTROLEORGANISME& ERKEND LABORATORIUM | CERTIGAZ SAS62, rue de Courcelles - 75008 Paris | |
| CONTROLE VAN HET TYPE IDENTIFICATIENUMMER | GZT5dBasic CE1312BV5454 | |
| TOEPASBARE RICHTLIJNEN | CE: 90/396/CEE, 92/42/CEE, 73/23/CEE, 89/336/CEEBE: Koninklijk Besluit van 17 Juli 2009 betreffende de reglementering van de uitstootniveaus CO en NOx | |
| REFERENTIENORMEN | NF EN 677, NF EN 483, NF EN 625, NF EN 437EN 50165, EN 55014-1, EN 55014-2 | |
| CONTROLEPROCEDURE | Verzekering fabricagekwaliteit | |
| VERKLARING | De producten geïdentificeerd in dit document, zijn conform met de vernoemde richtlijnen en met het gehomologeerde type. De fabricage is onderworpen aan de procedure van de vernoemde controle. | |
| GEMETEN WAARDEN | NOx : 43,5 mg/kWhCO : 65 mg/kWh | |
| GEWAARBORGDE WAARDEN | NOx: < 70 mg/kWhCO: < 110 mg/kWh | |
| Drancy, le 17.02.2012 | e.l.m. leblanc SAS | |
| DyP/PT TT-WB/EAP-Dy | ||
Afb. 58
Index
A
Aanpassing gassoort 40
Aansluiten externe cv-pomp.... 24
Aansluiten sanitaire circulatiepomp 24
Aanvoertemperatuursensor (extern) aansluiten ..... 24
Afmetingen 7
Afval.... 43
Antivriesmiddel 15
B
Bedradingsschema 10
Bedrijfsdruk van de cv-installatie.... 49
Bedrijfsmeldingen Condensatieketel.... 51
Belangrijke aanwijzingen betreffende de installatie. 15, 44
Beproeving Gas- en wateraansluitingen.... 21 Grootte van het expansievat.... 16
Beschermende maatregelen voor brandbare stoffen en inbouwmeubels.... 16
Beschrijving van de servicefuncties .... 33–38
Brander 45
Buitentemperatuursensor aansluiten 24
C
Checklists voor inspectie en onderhoud 50
Codeerstekker Eindcijfers weergeven .... 33 Kenmerk .... 61
Condensafvoerpomp aansluiten 24
Controle door de autoriteiten CO-meting in rookgas.... 42 Dichtheidscontrole van het rookgasafvoersysteem 42
Corrosiebeschermend middel 15
CV-regeling 28
D
Dichtheidscontrole van het rookgasafvoersysteem... 42
Dichtmiddel 15
Dynamische gasdruk controleren 41
E
EG-typebeproevingsverklaring.... 5
Elektrische aansluiting 22 Buitentemperatuursensor 24
Condensaatpomp 24
Elektrische bedrading controleren 49
Externe aanvoertemperatuursensor 24
Externe cv-pomp.... 24
Ketels met aansluitkabel en netstekker 22
Modules 24
Netkabel 24
Sanitaire circulatiepomp 24
Temperatuurbewaking.... 23
Toebehoren aansluiten 22
Verwarmingsregeling, afstandsbedieningen ..... 23
Elektroden 45
Externe aanvoertemperatuursensor aansluiten ...... 24
G
Gas- en wateraansluitingen.... 21
Gasblok Gasblok controlleren.... 49
Gasleiding controleren 21
Gas-lucht-verhouding 40
Gasoort 40
Gebouwdroogfunctie 37
Gebruiksvoorwaarden 12
Gegevens betreffende de ketel .... 5 Afmetingen .... 7
EG-typebeproevingsverklaring 5
Gebruik 5
Ketelbeschrijving 6
Ketelopbouw 8
Leveringsomvang 5
Minimumafstanden 7
Handelingen voor inspectie en onderhoud 45
Bedrijfsdruk van de cv-installatie instellen...... 49
Condensaatsifon reinigen 48
Controleer het membraan in de menginrichting ... 48
Elektrische bedrading controleren 49
Expansievat controleren 48
Gasblok controlleren.... 49
Laatste opgeslagen storing oproepen 45
Warmteblok, brander en elektroden controleren .. 45
Handmatig zomerbedrijf instellen.... 29
|
In bedrijf nemen 25
Ontluchten.... 25
Inbedrijfstellingsprotocol 59
Inschakelen Handmatig zomerbedrijf 29
Ketel 27
Verwarming.... 27
Inspectie en onderhoud 44
Installatie.... 15
Belangrijke aanwijzingen 15, 44
Opstellingslocatie 16
Installaties voor vloeibaar gas onder het maaiveld.... 16
Instelling
Servicemenu 32
Instelwaarde voor cv-/tapwatervermogen.... 63
Instructies betreffende inspectie en onderhoud..... 44
K
Ketel inschakelen 27
Ketel monteren 18
Ketel uitschakelen 27
Ketelbeschrijving.... 6
Ketelopbouw 8
L
Laatste opgeslagen storing oproepen 45
Maximaal cv-vermogen
begrenzen.... 38
instellen 35
weergeven 33
Maximale aanvoertemperatuur
begrenzen.... 38
Maximale tapwatervermogen
begrenzen.... 38
instellen 35
weergeven 33
Menginrichting.... 48
Mengkranen.... 15
Milieubescherming 43
Minimumafstanden.... 7
Module aansluiten.... 24
N
Netkabel vervangen 24
Netzekering 10,22
Neutralisatie-inrichting.... 15
Normen.... 14
0
Onderhouds- en inspectieprotocol 50
Ontluchten 25,35
Open cv-installaties 15
Oppervlaktetemperatuur.... 16
Opstellingslocatie 16
Installaties voor vloeibaar gas onder het maaiveld 16
Oppervlaktetemperatuur 16
Verbrandingslucht 16
Voorschriften voor de opstellingsruimte.... 16
Oud toestel 43
Oude ketel.... 43
P
Pompblokkeerbeveiliging 31
Pompkarakteristiek 62
uitkiezen.... 35
R
kiezen en instellen 32
Overzicht.... 33–38
Servicemeldingen
Overzicht.... 52
resetten.... 52
Sifon 48
Stooklijn.... 61
Storingen 51
resetten.... 57
Storingen, die niet in het display worden getoond ... 58
Storingsmelding 51
Storingsmeldingen
Overzicht (blokkerende storingen) 53
Overzicht (vergrendelende storingen)...... 55
Vergrendelende storingen terugzetten (reset) ..... 57
T
Tapwatertemperatuur instellen 27
Thermische desinfectie 30, 37
Toelichting van de symbolen 4
Trechtersifon 21
U
Uitschakelen
Handmatig zomerbedrijf 29
Ketel 27
Verwarming.... 27
V
Veiligheidsaanwijzingen 4
Verbrandingslucht 16
Verpakking.... 43
Verwarming in-/uitschakelen.... 27
Verwarmingen met natuurlijke circulatie 15
Vloeibaar gas 15
Vloerverwarming 15
Voorschriften 14
Voorschriften voor de opstellingsruimte 16
Vorstbeveiliging.... 29
W
Warmteblok 45
Wateraansluitingen controleren 21
Weersafhankelijke regelaar
Stooklijn.... 61
Z
Zekeringen 10, 22
Zomerbedrijf instellen.... 29
Zonnesysteem.... 24, 34
Notities

JUNKERS
NV SERVICO SA
Kontichsesteenweg 60
2630 Aartselaar
Tel. 03 887 20 60
Fax 03 877 01 29
www.junkers.be














