RVL471 - Thermostaat SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis RVL471 SIEMENS in PDF-formaat.
| Merk | Siemens |
| Model | RVL471 |
| Type product | Thermostaat |
| Voeding | 230 V AC |
| Schakelcontact | Potentialalvrij |
| Meetbereik | 0 °C tot 50 °C |
| Nauwkeurigheid | ±0,5 °C |
| Afmetingen (BxHxD) | 120 x 80 x 30 mm |
| Gewicht | 150 g |
| Montage | Wandmontage |
| Beschermingsgraad | IP30 |
| Beveiligingsfuncties | Vorstbeveiliging, kinderslot |
| Programma mogelijkheden | Dag- en weekprogramma |
| Weergave | LCD-scherm met achtergrondverlichting |
| Aansluiting | 2-draads |
| Geschikt voor | Vloerverwarming, radiatoren |
| Energieklasse | IV (4%) |
| Garantie | 2 jaar |
| Onderhoud | Regelmatig afstoffen met een droge doek |
| Reparatie en onderdelen | Neem contact op met erkende service |
| Inclusief | Montagehandleiding, schroeven |
Veelgestelde vragen - RVL471 SIEMENS
Gebruikersvragen over RVL471 SIEMENS
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Thermostaat in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding RVL471 - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. RVL471 van het merk SIEMENS.
GEBRUIKSAANWIJZING RVL471 SIEMENS
Weersafhankelijke regelaar
Installatievoorschriften
RVL471
1 Montage
1.1 Bepalen van de montageplaats
- In een droge ruimte, bijvoorbeeld in het ketelhuis.
- Inbouwmogelijkheden:
- In de schakelkast, tegen de wand of op een DIN-rail.
- Op een regelpaneel.
- In het front van de schakelkast.
- In het schuine frontvlak van een lessenaarpaneel.
De toelaatbare omgevingstemperatuur is 0...50 °C.
1.2 Elektrische installatie
- Rekening houden met de plaatselijke voorschriften voor elektrische installaties
- De trekontlasting van de kabels moet gegarandeerd zijn
- De verbindingsleidingen tussen de regelaar en het corrigerend orgaan en tussen de regelaar en de pomp voeren netspanning
- De opnemerleidingen mogen niet parallel met netleidingen (b.v. de voeding van de pomp(en)) worden gelegd
1.3 Toelaatbare leidinglengten
- Voor alle opnemers:
Cu-kabel 0,6 mm ∅ max. 20 m
Cu-kabel 1,0 mm² max. 80 m
Cu-kabel 1,5 mm²
max. 80 m
• Voor ruimte-apparaten
Cu-kabel 0,25 mm² max. 25 m
Cu-kabel vanaf 0,5 mm² max. 50 m
- Voor de data-bus
- bij centrale voeding volgens de gegevens van Landis & Staefa (apparatenbladen N2030D en N2032D) 0,75...2,5 mm²
- bij decentrale voeding 1,5 mm²
1.4 Monteren en bedraden van de sokkel
1.4.1 Wandmontage
- De sokkel van het apparaat verwijderen
- De sokkel tegen de wand houden. De aanduiding «TOP» moet naar boven gericht zijn!
- De bevestigingsgaten aanduiden
- Gaten boren
- Indien nodig, de openingen in de sokkel voor de kabelwartels uitbreken
- De sokkel vastschroeven, let op vlakke montage!
- De aansluitklemmen bedraden
1.4.2 Railmontage
- De rail bevestigen
- De sokkel van het apparaat verwijderen
- Indien nodig, de openingen in de sokkel voor de kabelwartels uitbreken
- De sokkel plaatsen. De aanduiding «TOP» moet naar boven gericht zijn!
- Indien nodig, de sokkel vastschroeven (afhankelijk van railtype)
- De aansluitklemmen bedraden
1.4.3 Frontmontage
• Benodigde uitsparing: 138 x 138 mm (+1 mm / -0 mm) • Maximale dikte: 3 mm 1. De sokkel van het apparaat verwijderen 2. Indien nodig, de openingen in de sokkel voor de kabelwartels uitbreken 3. De sokkel van achteren tot aan de aanslag in de frontuitsparing steken. De aanduiding «TOP» moet naar boven gericht zijn! 4. De zijdelingse klembeugels achter de frontplaat drukken (zie afbeelding) 5. De aansluitklemmen bedraden. De kabellengten moeten zodanig worden gekozen, dat voor het openen van de schakelkastdeur voldoende speelruimte overblijft

De bevestigingsbeugels juist plaatsen - ze mogen niet uitsteken in de uitsparing!
2 Inbedrijfstelling
2.1 Voorafgaande controles
- De bedrijfsspanning NOG NIET inschakelen
- De bedrading controleren aan de hand van het installatie-schema
- De juiste plaats en stand van de nokjes met behulp van de bevestigingsschroeven zeker stellen. Weergave aan de zijwand van het apparaat:

- Het apparaat tot aan de aanslag in de sokkel steken. De aanduiding «TOP» moet naar boven zijn gericht!
- De twee bevestigingsschroeven afwisselend aandraaien
- Controle van het corrigerend orgaan (mengkraan c.q. afsluiter): nagaan,
- of deze goed ingebouwd is (let op de stromingsrichting)
- of het segment in het juiste bereik draait (standaanwijzing controleren)
- of de handinstelling buiten werking is
- Attentie bij vloer- en plafondverwarmingen: de maximaalthermostaat moet correct zijn ingesteld. Tijdens de functiecontrole mag de aanvoertemperatuur de maximaal toelaatbare waarde (in het algemeen 55°C) niet overschrijden, anders dient onmiddellijk:
- de klep- of zone-afsluiter handmatig te worden gesloten
- de pomp te worden uitgeschakeld
- de afsluiter van de pomp te worden gesloten
- Bedrijfsspanning inschakelen. Op de display dient een aanwijzing te verschijnen (b.v. kloktijd). Als dit niet het geval is, zijn de mogelijke oorzaken:
- geen netspanning
- hoofdzekering defect
- hoofdschakelaar staat uit
2.2 Belangrijke punten voor de bediening
- Instelelementen
- Stooklijn
- Draaiknop
- Display, elke instelling heeft een eigen bedienregel
- Toetsen voor het kiezen en instellen van instelwaarden:
Selecteert de eerstvolgende bedienregel
Selecteert de vorige bedienregel. Verlaagt de weergegeven waarde. + Verhoogt de weergegeven waarde.
- Instelwaarde overnemen:
De ingestelde waarde wordt met de keuze van de volgende bedienregel bevestigd (of door het indrukken van de INFO-toets of een bedrijfswijzetoets).
- Invoer van --.- c.q. --:-- :
De toets of indrukken tot de gewenste weergave verschijnt.
- Functie: "overslaan van een blok"
Om snel een bedienregel te selecteren, kunnen twee toetscombinaties worden gebruikt:
De toetsen ▼ en indrukken, om het eerstvolgende blok te selecteren
De toetsen ▼ en indrukken, om het vorige blok te selecteren.
2.3 Werkwijze voor de instelling
- De stooklijn instellen volgens de projectering of de lokale voorschriften
- De instellingen invoeren op de bedienregels 1...41 («Eindgebruiker») (tabel op pag. 3...4)
- Het installatietype invoeren op bedienregel 51 (pag. 4)
- In de navolgende parameterlijst de betreffende instellingen uitvoeren. Alle voor het installatietype benodigde functies en bedienregels zijn geactiveerd en instelbaar; alle niet benodigde bedienregels zijn geblokkeerd
- De ingestelde waarden noteren in de tabel!
- De service-functies instellen (onafhankelijk van het installatietype)
- Afsluitende werkzaamheden uitvoeren.
2.4 Aanwijzingen voor de inbedrijfstelling en functiecontrole
- Bedienregels voor functiecontrole:
- 161 = Simulatie van de buitentemperatuur
- 162 = Relaistest
- 163 = Opnemertest
- 164 = Test H-contacten
- Als er ERROR op de display verschijnt: bedienregel 50 opvragen om de storing af te lezen.
2.5 Instelelementen
1 Keuzetoetsen voor de bedrijfswijze (de keuzetoets brandt)
2 Toetsen voor het bedienen van de display
Prog = bedienregel selecteren
- + = aangegeven waarde verstellen
3 Bedienhandleiding
4 Toets voor «sluiten» c.q. brander-trap 2 AAN/UIT in handbedrijf
5 Toets voor «openen» in handbedrijf
6 Toets voor handbedrijf
7 Lichtdioden LED voor:
Handbedrijf
▲ Corrigerend orgaan open / 1e brandertrap aan
▼ Corrigerend orgaan dicht / 2e brandertrap aan
Pomp ingeschakeld
8 Toets voor tapwaterbereiding AAN/UIT (AAN = toets brandt) 9 Verzegelingsmogelijkheid deksel 10 Infotoets voor weergave gewenste waarden 11 Display (LCD) 12 Instelschuif voor gewenste waarde aanvoertemperatuur bij -5°C buitentemperatuur 13 Instelschuif voor gewenste waarde aanvoertemperatuur bij 15°C buitentemperatuur 14 Draaiknop voor correctie van de ruimtetemperatuur 15 Bevestigingsschroef met mogelijkheid voor verzegeling
3 Aansluitschema's
3.1 Principiële aansluitingen voor laagspanningsgedeelte
3.2 Principiële aansluitingen voor netspanningsgedeelte
Aansluitingen voor installatietype met driepuntsbesturing (mengkraan of regelafsluiter)
![graph TD A["AC 230 V"] --> B["L"] B --> C["F1/F"] C --> D["F2/F5"] D --> E["F3"] E --> F["F7"] F --> G["F6"] G --> H["Y7"] H --> I["Y8"] I --> J["N1"] B --> K["N"] K --> L["Y1/K"] L --> M["Y2/K5"] M --> N["Q3/Y3"] N --> O["Q4"] O --> P["K6"] P --> Q["Y7"] Q --> R["Y8"] R --> S["N1"] S --> T["Y1"] T…](/content/2026/05/1115911/images/a85a68df5544330d3fe092a2313864338507b9994196918433b347a49e7d7666.jpg)
Aansluitingen voor installatietype met één of tweetrapsbesturing (Ketel met één of tweetrapsbrander)
![graph TD A["AC 230 V"] --> B["L"] B --> C["F1/F"] C --> D["F3"] D --> E["F7"] E --> F["F6"] F --> G["Y7"] G --> H["Y8"] H --> I["N1"] I --> J["Y1"] J --> K["Y2"] K --> L["Y7"] L --> M["Q4"] M --> N["K6"] N --> O["Y7"] O --> P["Y8"] P --> Q["1)"] Q --> R["M1"] R --> S["M3"] S --> T["Y3"] T --> U["M4"…](/content/2026/05/1115911/images/78d9dcf19b747d75bdff540a1573b65c292f26ef0ee264e116c892bb09c5903d.jpg)
A6 Ruimtebedienapparaat QAW50 of QAW70 LPB Data bus (Local Process Bus)
B1 Aanvoertemperatuuropnemer M1 Circulatie- of ketelpomp
B3 Aanvoertemperatuuropnemer boiler M3 Boilerlaadpomp
B31 Boilertemperatuuropnemer/-thermostaat 1 M4 Tapwaterpomp
B32 Boilertemperatuuropnemer/-thermostaat 2 N1 Regelaar RVL471
B5 Ruimtetemperatuuropnemer S1 Afstandbediening bedrijfswijze
B7 Retourtemperatuuropnemer (primair) Y1 Servomotor, hulpcontact voor minimaalbegrenzing
B71 Retourtemperatuuropnemer (secundair)
B9 Buitentemperatuuropnemer
E1 Tweetrapsbrander
F1 Ketelthermostaat
F2 Veiligheidsthermostaat
Y7 Servomotor warm tapwaterregeling
• Draadbrug voor blokkering stadsverwarmingsinstellingen ¹) Multifunctionele relaisuitgang
4 Instellen
Legenda van de tabellen:
| Instelbaar |
| Alleen weergave |
4.1 Instellingen op het niveau «Gebruiker»
De toets ▼ of △ indrukken. Hierdoor wordt het niveau «Gebruiker» geactiveerd.
| Regel | Functie, Weergave | Default | Bereik | Instelling | Toelichting, aanwijzingen, tips | |
| 1 | Gew. waarde COMFORT bedrijf | 20.0 °C | 0...35 | ...... °C | De bedienregels 1 t/m13 zijn bij de installatie- typen 4-x, 5-x en 6-x niet instelbaar | |
| 2 | Gew. waarde GEREDUCEERD bedrijf | 14.0 °C | 0...35 | ...... °C | ||
| 3 | Gewenste waarde voor vakantie-/ vorstbeveiligingsbedrijf | 10.0 °C | 0...35 | ...... °C | ||
| 4 | Weekdag (voor verwarmingsprogramma) | 1-7 | 1...7 | ...... | 1 = maandag, 2 = dinsdag enz.1-7 = hele week | |
| 5 | 1e verwarmingsperiode, begin COMFORT bedrijf | 06:00 | 00:00...24:00 | .... : .... | Klokprogramma verwarming--:-- = periode is inactief | |
| 6 | 1e verwarmingsperiode, einde COMFORT bedrijf | 22:00 | 00:00...24:00 | .... : .... | Klokprogramma verwarming--:-- = periode is inactief | |
| 7 | 2e verwarmingsperiode, begin COMFORT bedrijf | --:-- | 00:00...24:00 | .... : .... | Klokprogramma verwarming--:-- = periode is inactief | |
| 8 | 2e verwarmingsperiode, einde COMFORT bedrijf | --:-- | 00:00...24:00 | .... : .... | Klokprogramma verwarming--:-- = periode is inactief | |
| 9 | 3e verwarmingsperiode, begin COMFORT bedrijf | --:-- | 00:00...24:00 | .... : .... | Klokprogramma verwarming--:-- = periode is inactief | |
| 10 3e | verwarmingsperiode, einde COMFORT bedrijf | --:-- | 00:00...24:00 | .... : .... | Klokprogramma verwarming--:-- = periode is inactief | |
| 11 Vakantieperiode | --:-- | 1...8 | ...... | |||
| 12 | Datum eerste vakantiedag | --:-- | 01.01. ... 31.12. | .... .... | dag. maand | |
| 13 | Datum laatste vakantiedag | --:-- | 01.01. ... 31.12. | .... .... | dag. maand | |
| 14 Stooklijn, Aanvoertemperatuur TV1 bij 15 °C buitentemperatuur | 30 °C | 20...70 | ...... °C | De bedienregels 14 en 15zijn alleen actief, wanneer digitale stooklijn-instellinggekozen is (zie regel 73) | ||
| 15 Stooklijn, Aanvoertemperatuur TV2 bij -5 °C buitentemperatuur | 60 °C | 20...120 | ...... °C | |||
| 26 Gewenste waarde tapwatertemperatuur | 55 °C 20...100 | ...... °C | De bedienregels 26 en 27zijn bij installatietype x-0 enx-5 niet aanwezig | ||
| 27 Tapwatertemperatuur | Weergavefunctie | ||||
| 31 Weekdag (voor klokprogramma 2) | 1-7 1...? | ...... | 1 = maandag, 2 = dinsdag enz.1-7 = hele week | ||
| 32 | Begin van de 1e «AAN-periode» | 05:00 00:00..24:00 | .... : .... | Klokprogramma 2--:-- = periode is inactief | |
| 33 Einde van de 1e «AAN-periode» 22:00 | 00:00:00...24:00 | .... : .... | Klokprogramma 2--:-- = periode is inactief | ||
| 34 Begin van de 2e «AAN-periode» --:-- | 00:00...24:00 | .... : .... | Klokprogramma 2--:-- = periode is inactief | ||
| 35 Einde van de 2e «AAN-periode» --:-- | 00:00...24:00 | .... : .... | Klokprogramma 2--:-- = periode is inactief | ||
| 36 Begin van de 3e «AAN-periode» --:-- | 00:00...24:00 | .... : .... | Klokprogramma 2--:-- = periode is inactief | ||
| 37 Einde van de 3e «AAN-periode» --:-- | 00:00...24:00 | .... : .... | Klokprogramma 2--:-- = periode is inactief | ||
| 38 Tijd 00:00...23:59 uren:minuten | |||||
| 39 Weekdag 1...7 1 = maandag | 2 = dinsdag enz. | ||||
| 40 Datum 01.01. ... 31.12. ...... dag | maand (b.v. | 02.12 voor de 2e dec.) | |||
| 41 Jaar | 1995..2094 | ...... | |||
| 50 Storingen | weergavefunctieVoorbeeld van een display in gecombineerde installaties 10 = Storingsnummer2 = Segmentnummer (Data-busadres)03 = Apparaatnummer (Data-busadres) | 10 = Storing buitentemperatuuropnemer30 = Storing aanvoeropnemer40 = Storing retouropnemer (primair)42 = Storing retouropnemer(secundair)50 = Storing boilertemperatuuropnemer/-thermostaat 152 = Storing boilertemperatuuropnemer/-thermostaat 254 = Storing aanvoertemperatuuropnemer tapwater60 = Storing ruimtetemperatuuropnemer61 = Storing ruimte-apparaat62 = Verkeerd ruimte-apparaat aangesloten81 = Kortsluiting op de data-bus (LPB)82 = Zelfde adres meerdere keren gebruikt100 = Twee klok-masters op de data-bus (LPB)120 = Aanvoeralarm140 = Ontoelaatbaar busadres (LPB) | |||
4.2 Instelling op het niveau «Verwarmingsinstallateur»
Gedurende 3 seconden de toetsen ▼ en ▲ indrukken om het instelniveau «Installateur» te activeren voor de instelling van het installatietype en de specifieke installatiegrootheden
Instellen van het installatietype op bedienregel 51:
Op bedienregel 51 moet met de toetsen ☐ en ☑ het gewenste installatietype worden ingesteld. Daardoor worden alle functies, die nodig zijn voor de installatie, geactiveerd en de benodigde bedienregels in beeld gebracht.
Het installatietype wordt gevormd door een verwarmingsgroep (6 types) en een warm tapwaterbereiding (5 types). De verwarmingsgroepen en warm tapwaterbereidingen kunnen op 29 verschillende manieren gecombineerd worden. Alle mogelijke combinaties worden in de navolgende principeschema's weergegeven.
De regelaar laat op bedienregel 51 alleen mogelijke combinaties toe.
Voorbeeld voor instelling op installatietype 1-2:

1 = Verwarmingsgroep type 1
| Regel | Functie, weergave | Default | Bereik | Instelling | Toelichting, aanwijzingen, tips |
| 51 | Installatietype | 1 | 1...6 | ...... | Typenummers in de volgende sectie 4.3 |
4.3 Installatietypes
| Verwarmingsgroepsregeling: Warm tapwaterbereiding | ||
| 1Ruimteverwarming met menggroep,.driepuntsbesturing van corrigerend orga-an. | ![]() | |
| Mogelijke warm tap-water-combinaties: | ![]() | 1, 2, 40, 5 |
| 2Ruimteverwarming met eigen ketel,tweepuntsbesturing van de brander. | ![]() | |
| Mogelijke warm tap-water-combinaties: | ![]() | 1, 230, 5 |
| 3Ruimteverwarming met stadsverwarming,driepuntsbesturing van corrigerend orga-an. | ![]() | |
| Mogelijke warm tap-water-combinaties: | ⇒ ⇌ 2, 4130, 5 | |
| 4Voorregeling met menggroep,warmtevraag vanaf de databus. | ![]() | |
| Mogelijke warm tap-water-combinaties: | ![]() | 1, 20, 5 |
| 5Voorregeling met ketel,warmtevraag vanaf de databus. | ![]() | |
| Mogelijke warm tapwa-ter-combinaties: | ![]() | 1, 2, 40, 5 |
| 6Voorregeling met stadsverwarming,warmtevraag vanaf de databus. | ![]() | |
| Mogelijke warm tap-water-combinaties: | ![]() | 1, 20, 5 |
2 3 →2,4130,5
4
5
6
A6 Ruimtebedienapparaat QAW50 of QAW70
B1 Aanvoertemperatuuropnemer
B3 Aanvoertemp.opnemer warm tapwater
B31 Boilertemperatuuropnemer/-thermostaat 1
B32 Boilertemperatuuropnemer/-thermostaat 2
B5 Ruimtetemperatuuropnemer
B7 Retourtemperatuuropnemer (primair)
B71 Retourtemperatuuropnemer (secundair)
B9 Buitentemperatuuropnemer
E1 Warmte-opwekking (ketel, wisselaar)
E2 Verbruiker (ruimte)
LPB Databus
| 0Geen warm tapwaterbereiding | |
| 1Warm tapwaterberei-ding door besturing van de laadpomp | |
| 2Warm tapwaterberei-ding door besturing van driewegafsluiter | |
| 3Warm tapwaterberei-ding door besturing van wisselklep | |
| 4Warm tapwaterberei-ding met warmtewisselaar door besturing van regelafsluiter | |
| 5Warm tapwaterberei-ding met alleen elektrisch verwarmingselement |
(1) april 2017
4.4 Parameterlijst
| Regel | Functie, weergave | Default | Bereik | Instelling | Toelichting, aanwijzingen, tips |
4.4.1 Blok ruimteverwarming
| 61 Verwarmingsgrens voor COMFORT (ECO-dag) | 17.0 °C --- of -5...+25 ...... °C | Instelling --- = de functie is inactief | ||
| 62 Verwarmingsgrens voor GEREDUCEERD (ECO-nacht) | 5.0 °C --- of -5...+25 ...... °C | Instelling --- = de functie is inactief | ||
| 63 Gebouwtijdconstante 20 h 0...50 ...... h licht = 10 h, middelmatig = 25 h zwaar = 50 h | ||||
| 64 Versnelde afkoeling | 1 | 0 / 1 | ...... | 0 = geen versnelde afkoeling1 = versnelde afkoeling |
| 65 Leverancier ruimtetemperatuur | A 0 | / 1 / 2 / 3A | ...... | 0 = geen ruimtetemperatuuropnemer aanwezig1 = ruimte-apparaat aan klem A62 = ruimtetemperatuuropnemer aan klem B53 = gemiddelde waarde uit de beide apparaten aan de klemmen A6 en B5A = automatische selectie |
| 66 Optimalisering | 0 | 0 / 1 | ...... | 0 = optimalisering met ruimtemodel1 = optimalisering met ruimte-apparaat/opnemer (met instelling 0 is alleen inschakeloptimalisering mogelijk) |
| 67 Maximale aanwarmtijd | 00:00 h 00:00...42:00 | ...... h | Max. vervroegde inschakeling voor het begin van de gebruikssperiodeInstelling 00:00 = geen inschakeloptimalisering | |
| 68 Maximum vervroegde uitschakeling | 0:00 h 0:00...6:00 | ...... h | Max. vervroegde uitschakeling voor het einde van de gebruikssperiodeInstelling 0:00 = geen uitschakeloptimalisering | |
| 69 Maximum begrenzing ruimtetemperatuur | --- | --- of0...35 | ...... °C | Instelling --- = begrenzing is inactiefAlleen met ruimte-apparaat/opnemer mogelijk |
| 70 Invloedfactor ruimtetemperatuurbegrenzing | 4 | 0...20 | ...... | Versterkingsfactor voor de invloed van deruimtetemperatuur op de aanvoertemperatuurAlleen met ruimte-apparaat/opnemer mogelijk |
| 71 Verhoging gewenste waarde ruimtetem-peratuur bij aanwarmen | 5 °C 0...20 | ...... °C | ||
| 72 Parallelle verschuiving van de stooklijn | 0.0 °C | -4.5...+4.5 | ...... °C | Waarde in °C ruimtetemperatuur |
| 73 Instelling van de stooklijn | 0 | 0...2 | ...... | 0 = analoge instelling1 = digitale instelling op regelaar en via databus2 = digitale instelling alleen via databus |
4.4.2 Blok driepuntsaandrijving verwarmingsgroep
| 81 Max. begrenzing van de aanvoertemperatuur | --- | --- of 0...140 | ...... °C | Instelling --- = de functie is inactiefGeen veiligheidsfunctie |
| 82 Min. begrenzing van de aanvoertemperatuur | --- | --- of 0...140 | ...... °C | Instelling --- = de functie is inactief |
| 83 Max. begrenzing van de aanvoertemperatuurstijging | --- | --- of 1...600 | ......°C/h | Instelling --- = de functie is inactief (deze functie voorkomt uitzettingsgeluiden) |
| 84 Aanvoertemperatuurverhoging van warmtevraag | 10 °C | 0...50 | ...... °C | Verhoging gewenste waarde naar voorregelaar in gecombineerde installaties |
| 85 Looptijd van de servomotor | 120 s | 30...873 | ...... s | |
| 86 P-band van de regeling (Xp) | 32.0 °C 1...100 | ...... °C | ||
| 87 Integratietijd van de regeling (Tn) | 120 s | 10...873 | ...... s |
4.4.3 Blok Ketel
| 91 Bedrijfswijze ketel | 0 | 0 / 1 | ...... | 0 = met handmatige uitschakeling (⊖-toets)1 = met automatische uitschakeling (UIT, als er geen warmtevraag meer is) | |
| 92 | Keteltemperatuur- maximaalbegrenzing | 95 °C | 25...140 ...... °C geen veiligheidsfunctie | ||
| 93 | Keteltemperatuur-minimaalbegrenzing | 10 °C | 5...140 | ...... °C | |
| 94 Schakeldifferentie ketel | 6 °C 1...20 | ...... °C | |||
| 95 | Minimale branderlooptijd | 4 min | 0...10 | ...... min | |
| 96 Vrijgave-integraal brandertrap 2 | 50°C min | 0...500 | ......°C-min | ||
| 97 Uitschakel-integraal brandertrap 2 | 10°C min | 0...500 | ......°C-min | ||
| 98 | Blokkingstijd brandertrap 2 | 20 min | 0...40 | ...... min | |
| 99 Bedrijfswijze pomp M1 | 1 | 0 / 1 | ...... | 0 = geen uitschakeling tijdens ketel-opwarming1 = uitschakeling tijdens ketel-opwarming(Tip: 0 = in NL gebruikelijke ketels) | |
| Regel Functie, weergave Default Bereik Instelling Toelichting, aanwijzingen, tips |
4.4.4 Blok retourtemperatuurbegrenzing
| 101 G | Gewenste waarde retourtemperatuurbegrenzing (Constante waarde) | --- --- of | 0...140 ..... | °C | Instelling --- = de functie is inactief Installatietype 1-x, 4-x, 5-x: minimaalbegrenzing Installatietype 3-x, 6-x: maximaalbegrenzing |
4.4.5 Blok stadsverwarming
| 112 | Steilheid van de maximum retourtemperatuurbegrenzing | 0.7 | 0.0 ... 4.0 | ...... | ![]() | Constante waarde |
| Steilheid | ||||||
| Beginpunt beïnvloeding | ||||||
| 113 | Beginpunt beïnvloeding van de maximumretourtemperatuurbegrenzing | 10 °C | -50...+50 | ...... °C | ||
| 114 | Integratietijd van de maximum retourtemperatuurbegrenzing | 30 min 0...60 | ...... min | Voor retourmaximaal- en verschiltemperatuur(DRT) begrenzing | ||
| 115 | Maximaalbegrenzing van het verschiltussen de retourtemperaturen | --.- °C --.- of0.5...50 ...... °C | Verschil tussen de primaire- en secundaire re-tourtemperatuur (DRT)Instelling --- = de functie is inactief | |||
| 116 | Minimum-klepstand begrenzingstijd(Ymin-functie) | 6 min | -- of1...20 | ...... min | Klepstandbegrenzing (hulpcontact) in servomotorInstelling --- = de functie is inactief | |
4.4.6 Blok retourtemperatuurmaximaalbegrenzing warm tapwaterbereiding
| 117 Retourtemperatuur-maximaalbegrenzing warm tapwater | --- --- of | 0...140 ..... | °C | maximaalbegrenzing tijdens boilerlading |
4.4.7 Blok basis-instellingen warm tapwaterbereiding
| 121 Toewijzing warm tapwaterbereiding | 0 | 0...2 | ...... | Tapwaterbereiding voor:0 = eigen regalaar1 = alle regelaars op bus met hetzelfde segment-nummer2 = alle regelaars op bus |
| 122 Bedrijf tapwaterpomp | 2 | 0...3 | ...... | 0 = 24 h per dag1 = volgens verwarmingsprogramma('s), afhankelijk van instelling op bedienregel 1212 = volgens klokprogramma 23 = volgens klokprogramma 3 |
4.4.8 Blok vrijgave tapwaterbereiding
| 123 Vrijgave warm tapwaterbereiding | 2 | 0...2 | ...... | 0 = 24 h per dag1 = volgens verwarmingsprogramma('s), afhankelijk van instelling op bedienregel 121, start echter altijd 1 uur eerder2 = volgens klokprogramma 2 |
4.4.9 Blok Voorrang en gewenste aanvoertemperatuur tapwaterbereiding
| 124 Voorrang tapwaterbereidingGewenste aanvoertemperatuur, welke aan de warmte-opwekking wordtGevraagd | 0 | 0...4 | ...... | Voorrang tap-waterbereiding: | Warmtevraag aan opwekking: | |
| 0 = absoluut | alleen tapwatertemp. | |||||
| 1 = glijdend | alleen tapwatertemp. | |||||
| 2 = glijdend | hoogste van alle groepen | |||||
| 3 = geen (parallel) | alleen tapwatertemp. | |||||
| 4 = geen (parallel) | hoogste van alle groepen | |||||
4.4.10 Blok tapwater-boiler
| 125 | Boilerlading | 0 | 0...3 | ...... | 0 = lading door verwarming1 = lading door verwarming/elektrisch, omschakeling door eigen regelaar2 = lading door verwarming/elektrisch, omschakeling door alle regelaars op bus met hetzelfde segmentnummer3 = lading door verwarming/elektrisch, omschakeling door alle regelaars op bus | |
| 126 | Tapwatertemperatuuropnemer(s) / tapwaterthermostaten | 0 | 0...3 | ...... | 0 = 1 opnemer1 = 2 opnemers | 2 = 1 thermostaat3 = 2 thermostaten |
| 127 | Aanvoertemperatuurverhoging van warmte-vraag tapwaterlading aan opwekking | 10 °C | 0...50 | ...... °C | ||
| 128 | Schakeldifferentie tapwater | 8 °C | 1...20 | ...... °C | ||
| 129 | Maximale ladingsduur tapwater | 60 min --- of | 5...250 | ...... min | Invoer --- = de functie is inactief | |
| 130 | Gewenste waarde legionella-functie | --- | --- of20...100 | ...... °C | Invoer --- = de functie is inactief | |
| 131 | Gedwongen lading | 0 | 0 / 1 | ...... | 0 = geen1 = dagelijks bij de eerste vrijgave | |
| Regel | Functie, weergave Default Bereik Instelling | Toelichting, aanwijzingen, tips |
4.4.11 Blok driepuntsbesturing warm tapwaterbereiding
| 132 Aanvoertemperatuurverhoging van warmtevraag aan opwekking | 10 °C 0...50 | ...... °C | |
| 133 Looptijd servomotor «OPEN» 120 s 10...873 | ...... s | ||
| 134 Looptijd servomotor «DICHT» 120 s 10...873 | ...... s | ||
| 135 P-Band (Xp) 32.0 °C 1...100 ...... °C | |||
| 136 Integratietijd (Tn) | 120 s 10...873 ...... s |
4.4.12 Blok differentiatietijd warm tapwaterbereiding met warmtewisselaar
| 137 | Differentiatietijd (Tv) | 0 s | 0...255 | ...... s |
4.4.13 Blok multifunctioneel relais
| 141 Functie multifunctioneel relaisAlleen mogelijk als regel 125 = 0 | 0 | 0...7 | ...... | 0 = geen functie1 = buitentemperatuurrelais (temperaturen opregel 143...145 instellen)2 = klokrelais (klok op regel 146 kiezen)3 = storingrelais (IN bij storing)4 = bedrijfstijdrelais (IN tijdens bedrijf)5 = bedrijfstijd + optimaliseringsrelais6 = warmtevraagrelais (IN tijdens warmtevraag)7 = handbediend relais. Bediening op regel 142 |
| 142 Handbediening multifunctioneel relais | 0 | 0 / 1 | ...... | 0 = relais UIT1 = relais INalleen mogelijk als regel 141 = 7 |
| 143 BuitentemperatuurrelaisUitschakelwaarde tijdens bedrijfstijd | 5.0 °C -35...+35 | ...... °C | alleen mogelijk als regel 141 = 1 | |
| 144 BuitentemperatuurrelaisUitschakelwaarde buiten bedrijfstijd | -5.0 °C | -35...+35 | ...... °C | alleen mogelijk als regel 141 = 1 |
| 145 BuitentemperatuurrelaisSchakeldifferentie | 3 °C | 1...20 | ...... °C | alleen mogelijk als regel 141 = 1 |
| 146 Klokprogrammavoor multifunctioneel relais | 3 | 1...3 | ...... | 1 = Verwarmingsprogramma van groep2 = klokprogramma 23 = klokprogramma 3 |
4.4.14 Blok klokprogramma 3
| 151 | Weekdag (voor klokprogramma 3) | 1-7 | 1...7 | ...... | 1 = maandag, 2 = dinsdag enz. 1-7 = hele week |
| 152 | Begin van de 1e. «AAN-periode» | 06:00 | 00:00...24:00 | .... : .... | klokprogramma 3--:-- = de periode is inactief |
| 153 | Einde van de 1e. «AAN-periode» | 22:00 | 00:00...24:00 | .... : .... | |
| 154 | Begin van de 2e. «AAN-periode» | --:-- | 00:00...24:00 | .... : .... | |
| 155 | Einde van de 2e. «AAN-periode» | --:-- | 00:00...24:00 | .... : .... | |
| 156 | Begin van de 3e. «AAN-periode» | --:-- | 00:00...24:00 | .... : .... | |
| 157 | Einde van de 3e. «AAN-periode» | --:-- | 00:00...24:00 | .... : .... |
4.4.15 Blok service-functies en algemene instellingen
| 161 | Buitentemperatuursimulatie | --- | --- of -50...+50 | ...... °C | De simulatie wordt na 30 minuten automatisch beëindigd--- = geen simulatie |
| 162 | RelaistestRegeling met Regelafsluiter(Installatietype 1-x, 3-x, 4-x, 6-x) | 0 | 0...9 | 0 = normaal bedrijf1 = alle contacten open2 = mengkraan/regelafsluiter OPEN Y13 = mengkraan/regelafsluiter DICHT Y24 = circulatiepomp/ketelpomp IN M15 = laadpomp/wisselklep IN M36 = tapwaterpomp IN M47 = multifunctioneel relais IN K68 = tapwaterregelafsluiter OPEN Y79 = tapwaterregelafsluiter DICHT Y8Relaistest beëindigen: volgende regel kiezen of automatisch na 30 minuten. | |
| Regeling met Brander(Installatietype 2-x, 5-x) | 0 | 0...9 | 0 = normaal bedrijf1 = alle contacten open2 = brandertrap 1 IN K43 = brandertrap1 en brandertrap 2 IN K4 en K54 = circulatiepomp/ketelpomp IN M15 = laadpomp/wisselklep IN M36 = tapwaterpomp IN M47 = multifunctioneel relais IN K68 = tapwaterregelafsluiter OPEN Y79 = tapwaterregelafsluiter DICHT Y8Relaistest beëindigen: volgende regel kiezen of automatisch na 30 minuten . |
| Regel Functie, weergave Default Bereik Instelling Toelichting, aanwijzinger, tips |
| 163 | OpnemertestSET= gewenste (grens)waardeACTUAL= meetwaardeOpnemer:000= kortsluiting--- = onderbrekingThermostaat:000= contact gesloten--- = contact open | Weergavefunctie | 0 = buitentemperatuur B91 = aanvoertemperatuur B12 = ruimtetemperatuur B53 = ruimtetemperatuur A64 = retourtemperatuur (primair) B75 = retourtemperatuur (secundair) B716 = aanvoertemperatuur warm tapwater B37 = boilertemperatuur/-thermostaat 1 B318 = boilertemperatuur /-thermostaat 2 B32 | |||
| 164 | Test H-contacten:000= contact gesloten--- = contact open | Weergavefunctie | H1 = beïnvloeding bedrijfswijzeH3 = blokkeren stadsverwarmingsinstellingenH4 = hulpschakelaar in servomotor(minimum klepstandbegrenzing) | |||
| 165 | Gewenste waarde aanvoertemperatuur | Weergavefunctie | Actuele gewenste waarde volgens gemengde buitentemperatuur, stooklijn, draaiknopinstelling en instelling op bedienregel 72 | |||
| 166 | Resulterende stooklijn | Weergavefunctie | Gewenste waarde incl. draaiknopinstelling en instelling op regel 72Links: TV1, bij 15 °C buitentemperatuurRechts: TV2, bij -5 °C buitentemperatuur | |||
| 167 | Buitentemperatuur voor vorstbeveiliging van de installatie | 2.0 °C --- of0...25 | ...... °C | Instelling --- = geen vorstbeveiliging van de installatie | ||
| 168 | Gewenste aanvoertemperatuur voor vorstbeveiliging van de installatie | 15 °C | 0...140 | ...... °C | ||
| 169 | Regelaarnummer | 0 | 0...16 | ...... | Databus-adres (LPB)0 = regelaar zonder bus | |
| 170 | Segmentnummer | 0 | 0...14 | ...... | Databus-adres (LPB) | |
| 171 | Aanvoeralarm | --:-- | --:-- of1...10 | ...... h | Periode, gedurende welke de aanvoer-/ketel-temperatuur (opnemer op klem B1) buiten de grenswaarde mag blijven--: = de functie is inactief | |
| 172 | Bedrijfswijze bij kortsluiting van de klemmen H1-M(indien gebruikt voor overwerk kies 3 of 9) | 0 | 0...9 | ...... | Bedrijf groep: Tapwater: | |
| 0 = [IMAGE] PARAAT | UIT | |||||
| 1 = [IMAGE] AUTO | UIT | |||||
| 2 = [IMAGE] GEREDUCEERD UIT | ||||||
| 3 = [IMAGE] NORMAAL | UIT | |||||
| 4 = [IMAGE] PARAAT | AUTO | |||||
| 5 = [IMAGE] AUTO | AUTO | |||||
| 6 = [IMAGE] GEREDUCEERD A | AUTO | |||||
| 7 = [IMAGE] NORMAAL | AUTO | |||||
| 8 = [IMAGE] AUTO | IN, 24 h/dag | |||||
| 9 = [IMAGE] NORMAAL | IN, 24 h/dag | |||||
| 173 | Versterking beïnvloedingssignalen | 100 % | 0...200 | ...... % | Reactie op beïnvloedingssignalen | |
| 174 | Nadraaitijd van de pompen | 6 min | 0...40 | ...... min | ||
| 175 | Intervalschakeling van de pompen | 0 | 0 / 1 | ...... | 0 = geen intervalschakeling van de pompen1 = wekelijkse werking van de pompen | |
| 176 | Omschakeling wintertijd-zomertijd | 25.03 | 01.01...31.12 | Instelling: de vroegst mogelijke omschakeldatum | ||
| 177 | Omschakeling zomertijd-wintertijd | 25.10 | 01.01...31.12 | Instelling: de vroegst mogelijke omschakeldatum | ||
| 178 | «leverancier» kloktijd | 0 | 0...3 | ...... | 0 = autonome klok in de regelaar1 = tijd van bus (Slave), niet instelbaar2 = tijd van bus (Slave), wel instelbaar3 = deze regelaar is de centrale klok (Master) | |
| 179 | Busvoeding | A | 0/A | ...... | 0 = geen busvoeding door de regelaarA = busvoeding door de regelaar | |
| 180 | Buitentemperatuur (leverancier) | A | A of00.01...14.16 | ...... | Geen weergave betekent: de regelaar is autonoom (geen data-bus aanwezig)Instelling bij levering vanaf de data-bus: Segment- en regelaarnummer van de leverancier of«A» voor automatisch zoeken naar leverancier | |
| 194 | Bedrijfsurenteller | Weergavefunctie | Bedrijfsuren van de regelaar | |||
| 195 | Software-versie van de regelaar | Weergavefunctie | ||||
| 196 | Identifikatiecode van ruimte-apparaat | Weergavefunctie | ||||
| 197 | Radioklok, tijdsduur sinds laatste ont-vangst | Weergavefunctie | Bereik: 00:00...42:00 h--:-- = geen radioklok aangesloten | |||
5 Afsluitende werkzaamheden
5.1 Instellingen voor stadsverwarming blokkeren
De instellingen voor stadsverwarming kunnen worden geblokkeerd door kortsluiting van de aansluitklemmen H3 en M.
Aansluitend indien gewenst de onderste bevestigingsschroef verzegelen: stopje (hangt aan sleutelring) in gat van schroef steken, zegeldraad door beide gaten steken en voorzien van zegel.
5.2 Inbedrijfstelling afronden
- De instellingen noteren in deze voorschriften. De voorschriften op een geschikte plaats bewaren.
- De notities in de bedieningsvoorschriften uitvoeren:
– Vrijgave van de tapwaterlading op pag. 8 - Instelling van de stooklijn op pag. 10 - Functie klokprogramma 2 op pag. 19 - Naam en adres van de installateur op pag. 27
- De handleiding voor de bediening in het deksel van het apparaat steken
- Eventueel het apparaatdeksel verzegelen
6 Maatschets Maten in mm
10 = Storingsnummer2 = Segmentnummer (Data-busadres)03 = Apparaatnummer (Data-busadres)










