AML 200N - Airconditioner Itho - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis AML 200N Itho in PDF-formaat.
| Producttype | Airconditioner (split-systeem) |
| Model | AML 200N |
| Merk | Itho |
| Koelcapaciteit | 2,5 kW (ca. 9.000 BTU) |
| Verwarmingscapaciteit | 2,8 kW (warmtepomp) |
| Energieklasse koelen | A+ |
| Energieklasse verwarmen | A+ |
| Afmetingen binnenunit (BxHxD) | 790 x 290 x 210 mm |
| Afmetingen buitenunit (BxHxD) | 700 x 500 x 300 mm |
| Gewicht binnenunit | 8,5 kg |
| Gewicht buitenunit | 28 kg |
| Voedingsspanning | 230 V / 50 Hz |
| Elektrisch vermogen | 2,0 kW (max.) |
| Koelmiddel | R32 |
| Geluidsniveau binnenunit | 25 - 45 dB(A) |
| Geluidsniveau buitenunit | ca. 50 dB(A) |
| Functies | Koelen, verwarmen, ontvochtigen, ventilator |
| Afstandsbediening | Ja, infrarood |
| Timer | 24-uurs timer |
| Luchtfilter | Wasbaar, fijnstof filter |
| Onderhoud filter | Elke 2 weken reinigen |
| Garantie | 2 jaar |
| Reparatie en onderdelen | Reserveonderdelen beschikbaar via Itho |
Veelgestelde vragen - AML 200N Itho
Gebruikersvragen over AML 200N Itho
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Airconditioner in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding AML 200N - Itho en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. AML 200N van het merk Itho.
GEBRUIKSAANWIJZING AML 200N Itho
Groep Ventilatietechniek
Telefoon 010 - 427 85 20 - Telefax 010 - 473 45 63

VOOR INSTALLATIE EN GEBRUIK, DIENEN DE INSTRUCTIES EN VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN ZORGVULDIG GELEZEN TE WORDEN.
1. INTRODUCTIE
1.1 Het juiste gebruik van een airconditioner
Airconditioning betekent het creëeren van een koele, comfortabele omgeving om in te leven, het bieden van een plezierig, verfrissend gevoel voor degenen die van buiten naar binnen komen.
Hiervoor is meer nodig dan alleen een simpele verlaging van de ruimtetemperatuur. In dit verband is het voldoende de omgevingstemperatuur met niet meer dan 3 tot 6°C t.o.v. de buiten-temperatuur te verlagen. Elk groter verschil zal een onaangenaam koud gevoel geven. Een airconditioner koelt niet alleen, maar ontvochtigt tevens de lucht. Het is in werkelijkheid de hoge vochtigheid die verantwoordelijk is voor het plakkerige, benauwde gevoel kenmerkend voor een warme, drukkende zomerse dag.
Om de prestaties van de unit zo goed mogelijk te benutten, wordt geadviseerd om de deuren en ramen gesloten te houden en de unit in bedrijf te stellen voordat de warmte van buiten en het zonlicht de muren en overige delen van de ruimte extreem opgewarmd hebben. Op deze manler kan de ruimtetemperatuur laag gehouden worden, zelfs gedurende de warmste uren van de dag.
Het is raadzaam de mensen in de ruimte tenminste op een meter afstand van de in bedrijf zijn- de unit te houden. Als dit niet mogelijk is, wegens gebrek aan ruimte of om andere redenen, dan moet ervoor gezorgd worden dat de luchtstroom op een indirecte manier uitgeblazen wordt.
De Itho airconditioner bestaat uit twee delen: een moderne, elegante binnenunit die geplaatst is op zwenkwielen. In deze binnenunit zijn de verdampersectie, de compressor en de pomp voor het verwijderen van het condenswater opgenomen. De buitenunit bestaat uit een condensor die geplaatst is in een weers- en schokbestendige omkasting. De twee delen worden door middel van een flexibele slang met elkaar verbonden die zorgt voor de circulatie van de koelviceistof, het verwijderen van het condenswater en de elektrische voeding van de condensorventilator mogelijk maakt. De binnenunit wordt geplaatst in de ruimte waarin airconditioning gewenst is en de condensor wordt buiten geplaatst op een vensterbank of balkon of wordt opgehangen aan de buitenmuur. De unit wordt geleverd met alle accessoires die voor het installeren nodig zijn. Voor een tijdelijke installatie kan de flexibele slang simpel door een raam of deur naar buiten gebracht worden.
INHOUDSOPGAVE
INTRODUCTIE
1.1 Het juiste gebruik van een airconditioner 1.2 Itho airconditioners 1.3 Speciale voordelen van de AML N
2 INSTALLATIE-VOORSCHRIFTEN
2.1 Het verplaatsen van de unit 2.2 Het opstellen van de unit
3 BEDRIJFSVOORSCHIFTEN
3.1 Bedrijfsomstandigheden
3.2 Aansluiten op de spanning en voorbereidende werkzaamheden 3.3 Koelen
3.4 Richten van de luchtstroom
3.5 Nachtbedrijf
3.6 Ventileren
3.7 Werking via de tijdschakelklok
5 ONDERHOUD
5.1 Reinigen van het filter
5.2 Algemeen onderhoud
5.3 Opsporen van storingen (servicetips)
6 VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
7 TECHNISCHE SPECIFICATIES
2. INSTALLATIE-VOORSCHRIFTEN
2.1 Het verplaatsen van de unit
Itho airconditioners worden gekenmerkt door hun volledige verplaatsbaarheid en het gemak waarmee zij geïnstalleerd kunnen worden zonder dat daarvoor metselwerk of ramen aangepast dienen te worden.
De binnenunit is geplaatst op zwenkwielen voor een gemakkelijke verplaatsing van de ene ruimte naar de andere zodat het mogelijk is verschillende ruimtes van de woning of het kan- toor te koelen.
De handgrepen aan beide zijden van de binnenunit maken het zeer eenvoudig de unit te verplaatsen. De condensorsectie kan netjes aan de achterkant van de binnenunit worden opgehangen (fig. 3). In deze positie kan de airconditioner gemakkelijk opgeslagen worden.

2.2 Het opstellen van de unit
De condensorsectie moet verticaal geplaatst worden buiten de ruimte waarin de airconditioner zich bevindt. De condensor kan opgesteld worden op een vensterbank, balkon, of gemonteerd aan de buitenmuur (fig. 4 en 5). Ook is het mogelijk elke andere positie te kiezen waarbij een vrije luchtstroom gegarandeerd is. De flexibele slang kan naar buiten gebracht worden door een smalle uitsparing in het raamkozijn (fig. 6) of de drempel van een deur (fig. 7). Voor beide gevallen zijn alle benodigde accessoires om de installatie zo eenvoudig mogelijk te maken bijgeleverd (fig. 8). Zie blz. 6.
BELANGRIJK: ONDER GEEN ENKELE OMSTANDIGHEID MAG DE CONDENSOR ALLEEN MAAR AAN DE FLEXIBELE SLANG OPGEHANGEN WORDEN.
1.3 Speciale voordelen van de AML N
a) De flexibele slang
Zoals reeds vermeld bestaat de airconditioner uit twee delen die d.m.v. een platte, dunne flexibele slang met elkaar verbonden zijn. Dit systeem, wat één van de meest innovatieve voordelen van de unit vertegenwoordigt, is altijd het belangrijkste kenmerk geweest van het ltho airconditioning-concept en het garandeert de grote veelzijdigheid van de unit.
b) Bedieningspaneel
Het bedleningspaneel wordt beschermd door een transparante klep op het front van de unit. Dit dient om te voorkomen dat er aan de instellingen wijzigingen worden aangebracht of dat de instellingen per ongeluk versteld worden tijdens gebruik.
c) Automatische afvoer van het condenswater
Tijdens de koelfunctie zal de in de lucht aanwezige waterdamp op de vinnen van de ver- damper condenseren en verzameld worden in een bak op de bodem van de binnenunit. Als het water in de bak een zeker niveau bereikt wordt het automatisch naar buiten, naar de bodem van de condensor gepompt. Van hieruit wordt het over het hete oppervlak van de condensor gesproeld waar het verdampt en met behulp van de luchtstroom van de ventilator afgevoerd wordt.
Als het waterniveau in de binnenunit te hoog wordt, komt een veiligheidssysteem in werking. Dit veiligheidssysteem voorkomt het rislco van overlopen door de koelfunctie van de unit uit te schakelen zonder dat de werking van de condenspomp beïnvloed wordt. Tegelijkertijd zal de gele LED 9 (fig.1) op het bedieningspaneel oplichten. Als het waterniveau tot een normale stand is teruggelopen, dan zal de unit automatisch herstarten.
d) Nachtbedrijf
Voor nachtbedrijf geeft de lagere snelheid van de verdamperventilator een gereduceerde luchtstroom, hetgeen de unit bijzonder stil laat werken.

Fig. 1
3. BEDRIJFSVOORSCHRIFTEN
3.1 Bedrijfsomstandigheden
De airconditioner is uitgerust met een thermostaat die het de gebruiker mogelijk maakt om te kiezen voor die temperatuur waarbij hij of zij zich het meest comfortabel voelt. Koeling: in omgevingstemperaturen boven 20°C.
3.2 Aansluiten op de spanning en voorbereidende werkzaamheden
Zie tevens hoofdstuk 6 "Veiligheidsvoorschriften".
Om zeker te zijn van een veilige, correcte werking van de airconditioner moet de steker verbonden worden met een geaard leidingnet.
DE LEVERANCIER WIJST ALLE VERANTWOORDELIJKHEID AF VOOR SCHADE ALS GEVOLG VAN HET NIET VOLDOEN AAN DEZE VEILIGHEIDSMAATREGEL.
Voordat de steker van de airconditioner in het stopcontact gestopt wordt controleren dat: - het voltage (volt) en de frequentie (Hz) van de voeding overeenkomen met datgene dat op het typeplaatje op de achterkant van de unit vermeld is - het stopcontact en het kabelnet waaraan de unit gekoppeld wordt in staat zijn het opgenomen vermogen van de unit te leveren. Het stopcontact mag uitsluitend voor de unit gebruikt worden - het stopcontact geschikt is voor de steker van de unit. Indien dit niet zo is dient het stopcontact aangepast te worden.
Het gebruik van verlengsnoeren wordt afgeraden, echter wanneer dit absoluut noodzakelijk is dient een 3-aderige kabel (voorzien van aarddraad) met de volgende minimum draaddoorsnede gebruikt te worden: - verlengsnoeren met een lengte tot 5 meter: 2 mm² - verlengsnoeren met een lengte tot 10 meter: 2,5 mm²
Voordat de steker in het stopcontact wordt gestoken, moet de aan/uit knop 1 (fig. 1) in de uit stand (het "0"-symbol) staan om te voorkomen dat de airconditioner plotseling aanslaat als de steker in het stopcontact gestoken wordt. De airconditioner is nu gereed voor gebruik en de steker mag in het stopcontact gestoken worden.
3.3 Koelen
Zet allereerst de schakelaar 5 (fig. 11) op de tijdklok op handbediening.
a) Draai de thermostaatknop 10 (fig. 1) geheel rechtsom. De groene cirkel op de knop zal samenvallen met het verticale merkteken op het bedieningspaneel.
b) Controleer of knop 2 in de uitgedrukte stand staat (het groene golffijnensymbool).
c) Druk knop 1 in om de unit in te schakelen. De rode LED 4 licht op hetgeen aangeeft dat de airconditioner aan staat. Tevens geeft de groene LED 5 aan dat de compressor draait. Afhankelijk van de positie van knop 3 brandt de groene LED 7 voor de hoge of de rode LED 8 voor de lage ventilatorsnelheid instelling.

MONTAGESET
1 ketting
2 schroeven
3 geleider voor flexibele slang
5 schroeven
6 montageplaatjes
b) Om naar de normale ventilatorsnelheid terug te keren moet knop 3 opnieuw ingedrukt worden.
HET INSCHAKELEN VAN DE LAGE VENTILATORSTAND MOET NIET OVERDAG GEBRUIKT WORDEN ALS DE BUITENTEMPERATUUR BOVEN DE 30°C IS GESTEGEN.
3.6 Ventileren
De unit kan ook gebruikt worden om de lucht zonder koeling te laten circulieren.
a) Controleer of knop 2 (fig. 1) in de ingedrukte positie staat (het draaiende ventilator symbool).
b) Druk knop 1 in om de unit in te schakelen. De rode LED 4 licht op hetgeen betekent dat de unit ingeschakeld is; ook de rode LED 6 geeft aan dat de ventilator draait en, afhankelijk van de positie van knop 3, brandt de groene LED 7 voor de hoge of de rode LED 8 voor de lage ventilatorsnelheld instelling.
c) Druk knop 3 in om over te schakelen van de hoge naar de lage ventilatorsnelheid of om gekeerd.
d) Om de unit uit te schakelen druk knop 1 opnieuw in, laat het in de uitstand positie staan (het "0"-symbool)
3.7 Werking via de tijdschakelklok
De tijdschakelklok maakt het mogelijk om de airconditioner te programmeren voor een 24-uursperiode met een tijdsduur van minimaal 15 minuten.
De klok moet ingesteld worden op de juiste tijd van de dag. Om dit te doen draai de schijf 4 (fig. 11) met de wijzers van de klok mee totdat het getal dat overeenkomt met de tijd van de dag tegenover indicator 2 komt te staan. De wijzers van de schijf tonen nu de juiste tijd.
Om de schakelklok steeds op de juiste tijd te laten lopen mag de steker niet uit het stopcontact getrokken worden.
De positie van de keuzeschakelaar 5 in het midden van de tijdklok aan de rechterkant, maakt het mogelijk de volgende functies te selecteren:
a) keuzeschakelaar naar boven (het handsymbool): airconditioner schakelt in. De schakelklok is buiten werking en de airconditioner blijft ingeschakeld zelfs als de nokjes van de schakelklok naar boven staan. In deze positie blijft de tijdschakelklok de juiste tijd aanwijzen.
b) keuzeschakelaar in de midden positie (het "klok"-symbool): de tijdschakelklok werkt. Als de airconditioner is ingeschakeld zorgt de tijdschakelklok ervoor dat deze werkt volgens de geprogrammeerde tijden.
d) Om de ruimtetemperatuur op het gewenste niveau te handhaven moet, als deze bereikt is, de thermostaatknop eenvoudig teruggedraaid worden op een tussenliggende stand; de airconditioner zal automatisch de temperatuur constant houden op het ingestelde niveau. Om meer koeling te krijgen dient u de knop met de wijzers van de klok mee te draaien of, voor een hogere ruimtetemperatuur, tegen de wijzers van de klok in.
De airconditioner zal de lucht alleen koelen als de omgevingstemperatuur hoger is dan 20°C; bij lagere temperaturen zal slechts geventileerd worden. Indien de ingestelde temperatuur bereikt is, zal de thermostaat de compressor uitschakelen en zal de corresponderende groene LED 5 doven.
GEDURENDE DEZE HANDELINGEN KAN DE COMPRESSOR ZICHZELF UITSCHAKELEN. EEN MINIMUM PAUZE VAN 3 MIN. MOET IN ACHT GENOMEN WORDEN VOORDAT DE THERMOSTAAT OP EEN ANDERE STAND GEZET WORDT OM TE VOORKOMEN DAT DE COMPRESSOR ONMIDDELLIJK WEER INSCHAKELT. DIT GARANDEERT EEN LANGERE LEVENSDUUR VAN DE COMPRESSOR.
e) Om de unit uit te schakelen druk knop 1 opnieuw in en laat het in de uitstand-positie (het "0"-symbool) staan. OM HET MOGELIJK TE MAKEN DAT DE COMPRESSOR KAN STARTEN MOET NADAT DE UNIT UITGESCHAKELD IS GEWEEST, EEN PAUZE VAN 3 MIN. IN ACHT GENOMEN WORDEN VOORDAT DE UNIT WEER INGESCHAKELD WORDT.
3.4 Richten van de luchtstroom
De luchtstroom kan gericht worden door middel van het uitblaaspaneel dat zich aan de bovenzijde van de binnenunit bevindt. Dit paneel kan worden bediend door het op te tillen. Hierdoor kan de uitblaashoek max. 30° worden gewijzigd. Indien gewenst is het mogelijk de lucht horizontaal te laten uitblazen. Hiervoor moet ook de uitblaaslineaal worden opgetild (fig. 9 en 10).

Fig. 9
3.5 Nachtbedrijf
Volg eerst de proc
Deze functie is ideaal voor 's nachts als koeling wordt gewenst en biedt een maximum aan comfort met een laag geluidsniveau. a) druk knop 3 (fig. 1) in; laat het in de ingedrukte positie (het kleine ventilatorsymbool). De verdamperventilator functioneert op een lagere snelheid hetgeen een gereduceerde luchtstroom en een stille werking betekent.
c Keuzeschakelaar naar beneden (het stopsymbol): de airconditioner is uitgeschakeld. De airconditioner blijft uitgeschakeld ondanks dat deze via de tijdschakelklok geprogrammeerd is om te functioneren. Ook in deze positie blijft de tijdschakelklok de juiste tijd aan wijzen.
3 Schakelnokjes naar buiten (unit is ingeschakeld) 4 Schijf om de juiste tijd in te stellen 5 Functie keuzeschakelaar 6 Schakelnokjes naar binnen (de airconditioner is u
Programmering
a) Stel de juiste tijd in.
Draai de schijf 4 met de wijzers van de klok totdat het getal dat overeenkomt met de tijd van de dag tegenover indicator 2 komt te staan. Bijvoorbeeld: indien de handeling wordt uitgevoerd om 14.30 uur 's middags draai de schijf totdat het nummer 14.30 samenvalt met de indicator.
N.B.: DRAAI NOOIT DE SCHIJF TEGEN DE WIJZERS VAN DE KLOK IN.
b) Programming
Druk de schakelnokjes op de schijf die overeenkomen met de periode waarin het werken van de airconditioner vereist is naar buiten. Ieder nokje komt overeen met een werkingsperiode van 15 minuten. In fig. 11 is de airconditioner geprogrammeerd om te werken tussen 14.30 uur en 16.15 uur.
c) Stand keuzeschakelaar
Controleer dat de keuzeschakelaar 5 in de middenpositie staat (het "klok"-symbool).
Programmeer de instellingen van de unit volgens de instructies in de paragrafen 3.3 t/m 3.6. Op die manier zal de unit elke dag op de geprogrammeerde tijden de functies uitvoeren.

5. ONDERHOUD
5.1 Reinigen van het filter
De functie van het filter is het opvangen van stofdeeltjes en andere verontreinigingen in de lucht. Het filter moet daarom gereinigd worden, of nog beter, gewassen worden. Dit moet ten minste 1x per 10 dagen gebeuren of frequenter als de unit geplaatst is in een bijzonder stoffige omgeving.
Een vuil filter zal het rendement van de airconditioner duidelijk reduceren.
Het filter is geplaatst achter het luchtinlaatrooster aan de voorkant van de unit. Om toegang tot het filter te krijgen moet het rooster verwijderd worden door het zachtjes, gelijkmatig aan de zijkanten, naar voren te trekken (fig. 14).
verwijder het afker door het in het midden aan beide zijkanten op te tillen om het vrij te maken van de bevestigingsclips (fig. 15) en reinig het met een stofzuiger of, als het bijzonder vuil is, door het te wassen in een sopje.
Pas als het filter volledig droog is mag het teruggeplaatst worden in het luchtinlaatrooster.

N.B. Indien de unit zonder filter werkt zullen de verontreinigingen in de lucht zich in grote hoeveelheden afzetten op de vinnen van de verdamper en binnenin de unit. Het rendement zal zeer nadelig beïnvloed worden en bovendien neemt het energieverbruik aanzienlijk toe. Het wordt daarom dan ook sterk aanbevolen het filter schoon te houden en nooit de unit zonder filter te laten werken.
5.2 Algemeen onderhoud
Gedurende de periode dat de unit in gebruik is wordt er niet meer onderhoud vereist dan het periodiek reinigen van het filter. Het is echter aan te bevelen om de buitenophanging van de condensor van tijd tot tijd te controleren om er zeker van te zijn dat deze nog steeds goed vast zit en in de juiste positie staat.
Verwijder bladeren, vuil of andere zaken welke zich verzameld hebben in en om de condensor.
6. VEILIGHEIDSVOORSCHRIFTEN
De volgende veiligheidsmaatregelen moeten nauwkeurig in acht genomen worden:
a) Sluit de unit op het elektriciteitsnet aan conform de instructies gegeven in paragraaf 3.2 "Voorbereidende werkzaamheden".
b) Gebruik de unit niet in ruimten waar explosleve poeder of ontvlambare gassen in de lucht aanwezig zijn.
c) Gebruik de unit niet in omgevingen waar corrosieve rook of gas in de lucht aanwezig is om een ernstige beschadiging van de unit te voorkomen.
d) Stel de unit niet bloot aan warmtebronnen of open vuur.
f) Overtulg u ervan dat de binnenunit correct is opgesteld en dat de buitenunit in een blijvende verticale positie staat en goed bevestigd is.
DE LEVERANCIER WAARSCHUWT ERVOOR DAT BESCHADIGINGEN WELKE VEROOR-ZAAKT WORDEN DOOR HET HIERBOVEN GENOEMDE DE LEVENSDUUR VAN DE AIR-CONDITIONER AANZIENLIJK KUNNEN BEKORTEN, HETGEEN DAN OOK BUITEN DE GARANTIE VALT.
Aan het eind van het seizoen moet de condensor zorgvuldig gereinigd worden. Daarna kan het vastgehaakt worden aan de achterkant van de binnenunit waarbij de flexibele buis wordt opgerold in een ruimte die in de binnenunit is uitgespaard (fig. 3).
Bij de AML 325N dient erop gelet te worden dat de wielen onder de unit recht staan. Anders bestaat de mogelijkheid dat de unit kantelt.
De ventilatormotoren vereisen geen speciaal onderhoud.
N.B. Als de unit verplaatst wordt moet eraan gedacht worden dat er wat water achtergebleven kan zijn in de bak van de binnenunit of onder in de condensor.
5.3 Opsporen van storingen (service-tips)
Voordat u uw installateur raadpleegt kunt u de volgende tests uitvoeren:
a) Als de unit niet start: - onderzoek dan of de timer-schakelaar niet in de onderste positie staat (het "0"-symbol)
- controleer of de steker of eventuele verlengsnoeren goed verbonden zijn - controleer de positie van de thermostaatknop in relatie tot de omgevings
paragraaf 3.3) - controleer de hoofdschakelaar en zekeringen.
b) Als de unit onvoldoende koelt, controleer dan of de deuren en ramen in de ruimte zijn gesloten, verwijder obstakels aan de voorzijde van de unit, draai de thermostaatknop volledig rechtsom.
c) Indien slechts een geringe luchtstroom uit de unit komt, controleer dan of het filter en de verdamper in de binnenunit schoon zijn.
d) Indien de verdamper in de binnenunit (achter het luchtfilter) invriest, controleer of het filter niet vervuild is en dat er geen voorwerpen aan de voorzijde van de unit geplaatst zijn die er oorzaak van kunnen zijn dat de koude lucht, welke de binnenunit verlaat, weer terugge- kaatst wordt naar het luchtinlaatrooster.
Denk eraan dat invriezen ook kan optreden als de buitentemperatuur lager dan 8°C is. Om het ijs te verwijderen moet de unit voor een tijdje in de ventilatiestand gezet worden. Het gevormde ijs zal smelten en het gevormde water zal automatisch door de condenspomp naar de condensor gepompt worden. Indien het apparaat blijft invriezen ook nadat alle bovengenoemde controles zijn uitgevoerd, moet u contact opnemen met uw installateur.
e) Indien de unit de hoofdschakelaar uitschakelt of indien de zekeringen doorbranden bij inschakeling van de unit, controleer dan of de instructies voor het aansluiten van de unit aan de voeding correct gevolgd zijn en dat andere toestellen, zoals wasmachines, vaatwassers, ventilatorkachels, niet ingeschakeld zijn.
f) De gele LED 9 (fig. 1) licht voor een korte periode op als de unit wordt ingeschakeld. Dit is normaal, echter als de LED blijft branden betekent dit dat de de compressor niet draait. Neem contact op met uw installateur en leg uit dat de condenspomp niet werkt. Indien de airconditioner ondanks al deze tests niet werkt, trek dan de steker uit het stopcontact en neem contact op met uw installateur.
- TECHNISCHE SPECIFICATIES
| type | AML 200N | AML 245N | AML 325N | |
| koelcapaciteit | walt | 2340 | 2930 | 4100 |
| ontvochliging | l/h | 1 | 1,2 | 1,6 |
| luchlhoeveelheid | m3/h | 400 | 480 | 615 |
| aantal ventilator snelheden | 2 | 2 | 2 | |
| opg. vermogen | walt | 900 | 1150 | 1725 |
| nominaal stroom | ampère | 3,8 | 5,2 | 7,7 |
| aanloopstroom | ampère | 16 | 19 | 28 |
| afmetingen binnenunit | cm | (B x D x H) 42,5 x 40 x 75 | ||
| afmetingen buitenunit | cm | (B x D x H) 42 x 26 x 40 | ||
| lengte slang | cm | 180 | ||
| netto gewicht | kg | 43 | 46 | 59 |
| bruto gewicht | kg | 49 | 52 | 65 |