ALFA ROMEO Brera (2010) - Automobiel

Brera (2010) - Automobiel ALFA ROMEO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis Brera (2010) ALFA ROMEO in PDF-formaat.

📄 270 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag 10 vragen ⚙️ Specs
Notice ALFA ROMEO Brera (2010) - page 2
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
Type product Personenauto
Merk Alfa Romeo
Model Brera (2010)
Carrosserie Coupé
Lengte 4,41 m
Breedte 1,83 m
Hoogte 1,37 m
Leeggewicht ca. 1500 kg
Brandstoftank 70 liter
Motortype Benzinemotor (2.2 JTS of 3.2 JTS V6)
Vermogen 185-260 pk (afhankelijk van motor)
Aandrijving Voorwielaandrijving of vierwielaandrijving (Q4)
Transmissie Handgeschakeld of automatisch (6 versnellingen)
Veiligheid Airbags (front, zij, gordijn), ABS, ESC, tractiecontrole
Onderhoud Olieverversing elke 15.000 km, distributieriem elke 120.000 km
Bandenspanning Voor 2.2 bar, achter 2.2 bar (indicatie)
Klimaatregeling Automatische airconditioning
Geluidsinstallatie Radio/CD/MP3 met Bluetooth (optioneel)
Schoonmaken Gebruik milde zeep en water, vermijd agressieve chemicaliën
Reparatie en onderdelen Onderdelen verkrijgbaar via dealer of gespecialiseerde webshops

Veelgestelde vragen - Brera (2010) ALFA ROMEO

Hoe reset ik de service-indicator op de Alfa Romeo Brera (2010)?
Zet het contact aan, druk op de TRIP-knop op het dashboard en houd deze ingedrukt. Zet het contact uit, wacht tot het display 'OIL' of 'SERVICE' toont, laat de knop los en druk opnieuw. Raadpleeg de handleiding voor exacte stappen.
Welke motorolie is geschikt voor de Brera 2.2 JTS?
Gebruik 5W-40 of 10W-40 synthetische olie die voldoet aan de specificatie ACEA A3/B4 of API SN. Controleer het oliepeil regelmatig.
Hoe kan ik Bluetooth verbinden met de auto?
Ga naar het menu 'Telefoon' op het display, selecteer 'Bluetooth instellingen' en zet Bluetooth aan. Zoek naar het apparaat 'Alfa Romeo' op uw telefoon en voer de pincode 0000 in.
Wat is de juiste bandenspanning voor de Brera?
De aanbevolen bandenspanning is 2,2 bar (32 psi) voor zowel voor- als achterbanden. Bij zware belading of hoge snelheden kan dit oplopen tot 2,5 bar.
Hoe vervang ik een koplamp van de Brera?
Open de motorkap, draai de stekker van de koplamp los, verwijder de rubberen afdichting, maak de lampbevestiging los (meestal een veerclip) en vervang de lamp. Let op: gebruik de juiste lampsoort (H7 voor dimlicht).
Wat moet ik doen als het batterijlampje brandt?
Dit duidt op een probleem met de accu of de dynamo. Laat de spanning controleren en de accu testen. Rijd niet te lang door, anders kan de auto stilvallen.
Hoe open ik de motorkap?
Trek aan de ontgrendelingshendel links onder het stuurwiel. Ga naar de voorkant van de auto, til de motorkap iets op en schuif de veiligheidsslot naar rechts om de motorkap volledig te openen.
Hoe programmeer ik een nieuwe afstandsbediening?
Zet het contact aan, druk op de ontgrendelknop van de afstandsbediening en houd deze ingedrukt. Druk tegelijkertijd op de LOCK-knop aan de zijkant van de deur. Laat beide knoppen los en wacht op een bevestigingssignaal.
Wat is de aanbevolen onderhoudsinterval voor de distributieriem?
De distributieriem moet elke 120.000 km of om de 5 jaar worden vervangen, afhankelijk van wat het eerst komt. Overschrijding kan motorschade veroorzaken.
Hoe controleer ik het transmissievloeistofpeil bij een handgeschakelde versnellingsbak?
Het peil moet worden gecontroleerd bij een koude motor en met de auto op een vlakke ondergrond. Verwijder de vulplug aan de zijkant van de versnellingsbak; de vloeistof moet tot aan de onderkant van de vulopening staan. Vul bij met SAE 75W-90 olie indien nodig.

Gebruikersvragen over Brera (2010) ALFA ROMEO

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

Uw e-mailadres blijft privé: het wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Automobiel in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Brera (2010) - ALFA ROMEO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Brera (2010) van het merk ALFA ROMEO.

GEBRUIKSAANWIJZING Brera (2010) ALFA ROMEO

Wij bedanken u dat u voor een Alfa Romeo hebt gekozen.

Uw Alfa Brera is ontworpen voor een veilige, comfortabele en rustige rit, zoals u van Alfa Romeo verwacht.

Dit instructieboek helpt u om de specificaties en werking van uw auto snel en grondig te leren kennen.

De volgende pagina's bevatten de volledige aanwijzingen, zodat u de maximale prestaties uit uw Alfa Brera kunt halen en alle benodigde instructies voor het op peil houden van de prestaties, de kwaliteit, de veiligheid en de zorg voor het milieu.

In de Service- en garantiehandleiding vindt u het garantiecertificaat en een gids over de door Alfa Romeo aangeboden diensten.

Belangrijke en waardevolle diensten. Als u een Alfa Romeo aanschaft, schaft u niet alleen een auto aan, maar ook de rust van een complete ondersteuning en een efficiënte, snelle en zorgvuldige organisatie.

Veel leesplezier en een goede reis.

Hoewel alle uitvoeringen van de Alfa Brera in dit instructieboek worden beschreven, moet u zich aan de informatie houden met betrekking tot de uitrusting, de motoruitvoering en het model van de auto die u hebt gekocht.

ABSOLUUT LEZEN!

TANKEN

ALFA ROMEO Brera (2010) - TANKEN - 1

Benzinemotoren: tank uitsluitend loodvrije benzine met een octaangetal van minimaal 95 RON.

Dieselmotoren: tank uitsluitend diesel voor motorvoertuigen conform de Europese specificatie EN590. Het gebruik van andere producten of mengsels kan de motor onherstelbaar beschadigen en ervoor zorgen dat de garantie vervalt.

MOTOR STARTEN

ALFA ROMEO Brera (2010) - MOTOR STARTEN - 1

Benzinemotoren: trek de handrem aan, trap het koppelingspedaal volledig in zonder het gaspedaal in te trappen, zet de versnellingspook in vrij, steek de elektronische sleutel volledig tot aan de aanslag in het contact en druk kort op de knop START/STOP.

Dieselmotor: trek de handrem aan, trap het koppelingspedaal geheel in zonder het gaspedaal in te trappen, zet de versnellingspook in vrij, steek de elektronische sleutel tot aan de aanslag volledig in het contact. Op het instrumentenpaneel gaat het lampje 00 branden; wacht totdat het lampje 00 uitgaat — dit gaat sneller als de motor warm is. Druk meteen nadat het lampje uit gaat kort op de knop START/STOP.

PARKEREN BOVEN BRANDBARE MATERIALEN

ALFA ROMEO Brera (2010) - PARKEREN BOVEN BRANDBARE MATERIALEN - 1

Als de motor draait, bereikt de katalysator hoge temperaturen. Parkeer de auto dus niet op gras of boven droge bladeren, dennennaalden of ander ontvlambaar materiaal: er is dan kans op brand.

BESCHERMING VAN HET MILIEU

ALFA ROMEO Brera (2010) - BESCHERMING VAN HET MILIEU - 1

De auto is uitgerust met een diagnosesysteem, dat continu controles uitvoert op de componenten die van invloed zijn op de uitlaatgasemissie; hierdoor wordt overmatige vervuiling van het milieu voorkomen.

Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt installeren die stroom verbruiken (met het risico van geleidelijke ontlading van de accu), moet u zich wenden tot een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk; de dealer kan het totale opgenomen vermogen meten en controleren of de elektrische installatie van de auto geschikt is voor de extra belasting.

CODE-CARD (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

ALFA ROMEO Brera (2010) - BESCHERMING VAN HET MILIEU - 2

Bewaar deze op een veilige plaats, maar niet in de auto.

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD

ALFA ROMEO Brera (2010) - GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD - 1

Goed onderhoud van de auto is de beste manier om de prestaties en de veiligheid van de auto gedurende langere tijd te garanderen. Ook wordt hierdoor het milieu ontzien en blijven de exploitatiekosten laag.

IN HET INSTRUCTIEBOEK...

ALFA ROMEO Brera (2010) - IN HET INSTRUCTIEBOEK... - 1

...vindt u informatie, tips en belangrijke waarschuwingen voor het juiste gebruik, veilig rijden en het onderhoud van uw auto. Let bijzonder goed op de symbolen ▲ (veiligheid van inzittenden) ⚡ (bescherming van het milieu) ▲ (conditie van de auto).

Service- en garantiehandleiding

Elke klant die een nieuwe auto in ontvangst neemt, krijgt de Service- en garantiehandleiding overhandigd; hierin staan de normen voor de dienstverlening van de Alfa Romeo-dealer en de manier waarop garantieclaims kunnen worden ingediend.

De juiste uitvoering van het geprogrammeerd onderhoud, zoals voorgeschreven door de fabrikant, is de beste manier om gedurende de levensduur de prestaties, de veiligheid en de lage bedrijfskosten van de auto ongewijzigd te laten en bovendien is het uitvoeren van het geprogrammeerd onderhoud nodig voor het behouden van de garantie.

Onderhoudsboek

Hierin worden de diensten van Alfa Romeo beschreven. De diensten zijn herkenbaar door de symbolen en merkte- kens van de fabrikant.

De organisatie van Alfa Romeo in Italië kan in het telefoonboek ook onder de „A“ van Alfa Romeo worden gevonden.

Niet alle in dit boek beschreven modellen worden in alle landen verkocht. Slechts enkele in dit boek beschreven delen van de uitrusting zijn standaard in de auto gemonteerd. U kunt de lijst met beschikbare accessoires bij de dealer raadplegen.

DE SYMBOLEN IN DIT BOEK

De symbolen op deze pagina staan bij de onderdelen in dit boek waar we extra aandacht voor vragen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - DE SYMBOLEN IN DIT BOEK - 1

Let op. Het niet of niet geheel opvolgen van deze instructies kan gevaar opleveren voor personen in de auto.

ALFA ROMEO Brera (2010) - DE SYMBOLEN IN DIT BOEK - 2

BESCHERMING VAN HET MILIEU

Aanwijzing voor het juiste gedrag, zodat het gebruik van de auto zo min mogelijk schade aan het milieu oplevert.

ALFA ROMEO Brera (2010) - BESCHERMING VAN HET MILIEU - 1

CONDITIE VAN DE AUTO

Let op. Door het niet of onvolledig in acht nemen van deze voorschriften kunnen er ernstige beschadigingen aan het voertuig ontstaan en is het mogelijk dat de garantie vervalt.

De teksten, afbeeldingen en technische gegevens in dit boek zijn gebaseerd

op de stand van zaken bij het ter perse gaan.

Alfa Romeo streeft continu naar verbetering in de kwaliteit van haar producten en daarom behoudenwij ons het recht voor te allen tijde, zonder voorafgaande kennisgeving, wijzigingen in de technische specificatie en de uitrusting door te voeren. Wendt u voor meer informatie tot het Servicenetwerk.

DASHBOARD EN BEDIENING

DASHBOARD 7
INSTRUMENTENPANEEL 8
SYMBOLEN 9
ALFA ROMEO CODE 9
ELEKTRONISCHE SLEUTEL 11
ANTIDIEFSTALSYSTEEM 17
CONTACTSLOT 19
INSTRUMENTEN 22
INSTELBAAR MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY 26
ZITPLAATSEN 41
HOOFDSTEUNEN 44
STUURWIEL 45
SPIEGELS 46
KLIMAATREGELING 49
HANDBEDIENDE KLIMAATREGELING 51
AUTOMATISCHE KLIMAATREGELING MET
GESCHEIDEN REGELING 54
EXTRA VERWARMING 64
BUITENVERLICHTING 65
DE RUITEN REINIGEN 68
CRUISE CONTROL 72
PLAFONDVERLICHTING 75

BEDIENINGSKNOPPEN 77
INTERIEURUITRUSTING 80
PANORAMISCH VAST DAK 84
PORTIEREN 86
ELEKTRISCHE RUITBEDIENING 88
BAGAGERUIMTE 90
MOTORKAP 96
IMPERIAAL/SKIDRAGER 97
KOPLAMPEN 97
ABS 99
VDC-SYSTEEM 100
EOBD-SYSTEEM 104
AUTORADIO 104
EXTRA ACCESSOIRES 105
ELEKTRISCHE/ELEKTRONISCHE
SYSTEMEN MONTEREN 105
PARKEERSENSOREN 106
BANDENSPANNINGSCONTROLESYSTEEM
TPMS 109
TANKEN 112
BESCHERMING VAN HET MILIEU 114

DASHBOARD
1 2 3 4 5 6 7 8 9 10 2 1 AIRBAG 22 21 20 19 18 17 16 15 14 13 12 11

Afb. 1
A0F0056m
1. Verstelbare en richtbare uitstroomopeningen aan zijkant - 2. Uitstroomopeningen voor ontwasemen/ontdooien zijruiten voor - 3. Bedieningshendel buitenverlichting - 4. Instrumentenpaneel - 5. Airbag bestuurderszijde en claxon - 6. Bedieningshendel ruitenwissers - 7. Verstelbare uitstroomopening in het midden - 8. Middelste verstelbare en regelbare uitstroomopeningen - 9. Brandstofmeter/motortemperatuurmeter/motorolietemperatuurmeter (benzine-uitvoering) of turbodrukmeter (dieseluitvoeringen) - 10. Airbag passagierszijde - 11. Knie-airbag voor passagierszijde (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) - 12. Dashboardkastje - 13. Autoradio - 14. Bedieningsorganen klimaatregeling - 15. Knop START/STOP voor het starten van de motor - 16. Contact - 17. Knie-airbag bestuurderszijde - 18. Bedieningsorganen op het stuur voor de autoradio (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) - 19. Bedieningshendel Cruise Control (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) - 20. Hendel motorkapontgrendeling - 21. Klep voor zekeringen- en relaiskast onder dashboard - 22. Schakelaargroep buitenverlichting, op nul zetten dagteller en koplampverstelling.

INSTRUMENTEN-PANEEL

A. Snelheidsmeter
B. Waarschuwings-/controlelampjes
C. Toerenteller
D. Instelbaar multifunctioneel display

Lampjes alleen aanwezig bij dieseluitvoeringen

Bij dieseluitvoeringen is het bereik van de toerenteller 6000 toeren.

A. Snelheidsmeter
B. Waarschuwings-/controlelampjes
C. Toerenteller
D. Instelbaar multifunctioneel display

A 160 180 200 140 220 120 240 100 80 60 40 20 km/h B 10:50 23.0°C Mercoledì 1 Aprile km 30.0 50 C D 30.0 20.0 1 Afla-Romax in x 1000.

Afb. 2
A0F0198m

A B C 12:40 13.5° TOT 2800 km D

Afb. 2/a - uitvoeringen 1750 TURBO BENZINE
A0F0330m

SYMBOLLEN

Op of in de nabijheid van enkele onderdelen van uw voertuig zijn gekleurde stickers aangebracht met daarop symbolen die uw aandacht vragen en die voorzorgsmaatregelen aangeven die in acht moet worden genomen als u met dit onderdeel te maken krijgt.

Bovendien is er een plaatje met het overzicht van de symbolen Afb. 3 onder de motorkap aangebracht.

ALFA ROMEO Brera (2010) - SYMBOLLEN - 1

Voor een nog betere bescherming tegen diefstal is de auto uitgerust met een elektronische startblokkering. Het wordt automatisch ingeschakeld door de elektronische sleutel uit het contact te verwijderen.

In elke elektronische sleutel bevindt zich een elektronisch mechanisme; dit mechanisme moduleert het signaal dat tijdens het starten door een in het contact geïntegreerde antenne wordt verzonden. Het signaal wordt bij het starten omgezet in een gecodeerd signaal en vervolgens aan de regeleenheid gezonden; als de code wordt herkend, kan de motor worden gestart.

WERKING

Telkens als de elektronische contactsleutel in het contact wordt geplaatst en bij elke startpoging stuurt het Alfa CODE-systeem een code naar de regeleenheid van de motor die, als de code wordt herkend, de blokkering van de functies opheft.

De herkenningscode wordt alleen door de regeleenheid van de Alfa CODE verzonden als de door de elektronische sleutel verzonden code is herkend.

Als de elektronische sleutel in het contact is geplaatst of als de motor wordt gestart en de code wordt niet herkend, wordt er een bericht samen met een symbool op het display weergegeven (zie het hoofdstuk „Lampjes en berichten“).

Verwijder in dat geval de elektronische sleutel uit het contact en plaats vervolgens de sleutel opnieuw; als de blokkering nog niet wordt opgeheven, probeer dan de andere sleutels. Als de motor dan nog niet start, moet u contact opnemen met een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

Weergave bericht + symbool tijdens het rijden

Als het bericht met symbool op het display wordt weergegeven, betekent dit dat het systeem een zelfcontrole uitvoert (bijvoorbeeld bij een verlaging van de spanning).

Als het bericht met het symbool op het display blijft staan, moet u zich tot een dealer van het Alfa Romeo Service-netwerk wenden.

WAARSCHUWING Elke elektronische sleutel heeft een eigen code, die in de regeleenheid van het systeem moet worden opgeslagen. Als u nieuwe sleutels (maximaal acht) in het geheugen wilt opslaan, moet u zich tot een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk wenden. Neem dan alle sleutels in uw bezit, de CODE-card, een identiteitsbewijs en de autopapieren mee. Als de opgeslagen sleutelcodes niet opnieuw worden ingevoerd als er een nieuwe sleutelcode wordt opgeslagen, worden ze uit het geheugen gewist; eventueel verloren of gestolen sleutels kunnen dan niet meer voor het starten van de motor worden gebruikt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Weergave bericht + symbool tijdens het rijden - 1

Bij krachtige stoten raakt de elektronische sleutel beschadigd.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Weergave bericht + symbool tijdens het rijden - 2

Als er ongeveer 2 secon- den zijn verstreken na- dat de elektronische

sleutel in het contact is gestoken en het bericht en het symbool worden nog steeds op het display weergegeven, dan is de code van de sleutels niet opgeslagen en wordt de auto niet door Alfa CODE tegen diefstal beschermd. Neem in dat geval contact op met een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk; die kan de sleutelcodes voor u opslaan.

ELEKTRONISCHE SLEUTEL

CODE CARD

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

De klant krijgt samen met de sleutels van de auto een CODE CARD Afb. 4 overhandigd; hierop staat een mechanische code A en een elektronische code B.

De codes moeten op een veilige plaats worden bewaard, maar niet in de auto.

ALFA ROMEO Brera (2010) - CODE CARD - 1

Als de auto wordt verkocht, moeten alle elektronische sleutels en de

CODE-card aan de nieuwe eigenaar worden overhandigd.

Alfa Romeo CODE electronic code : 9.7.4.2.7 mechanical code : DE05196 A B A Afb. 4 A0F0023m

ELEKTRONISCHE SLEUTEL Afb. 5

Bij de auto worden twee elektronische sleutels met afstandsbediening geleverd.

Met de elektronische sleutel wordt het startmechanisme van de auto bediend.

De knop 📊 zorgt dat de portieren, de achterklep en het tankluikje centraal worden vergrendeld en dat het alarm wordt ingeschakeld (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien).

Als de sloten zijn vergrendeld, worden de buitenspiegels ingeklapt (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien); als de sleutel weer in het contact wordt geplaatst, worden de spiegels automatisch weer uitgeklapt. Deze functie kan worden uitgeschakeld (zie het deel „Buitenspiegels”).

ALFA ROMEO Brera (2010) - ELEKTRONISCHE SLEUTEL Afb. 5 - 1

De knop 📁 zorgt dat de portieren en het tankluikje centraal worden geopend terwijl het alarm wordt uitgeschakeld (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien).

Met de knop 📄 wordt de bagage-ruimte ontgrendeld.

Als de portieren met de knop 🔒 worden ontgrendeld en er niet binnen 2,5 minuten een portier of de achterklep wordt geopend, vergrendelt het systeem automatisch alle portieren en de achterklep van de auto.

Als de portieren worden ontgrendeld, gaat de ruit aan de bestuurderszijde iets omlaag zodat het portier gemakkelijker kan worden geopend. Als het portier niet wordt geopend, sluit de ruit na ongeveer 3 minuten automatisch. Als het portier wel wordt geopend en daarna weer gesloten, gaat de ruit weer omhoog.

Afb. 6 A B A0F0022m

In de elektronische sleutel Afb. 6 zit een metalen baard A, die naar buiten komt als u op de knop B drukt.

De metalen baard heeft de volgende functies:

☐ het centraal ver-/ontgrendelen van de portieren via het slot op het bestuurdersportier (als de accu leeg is, wordt alleen het bestuurdersportier ontgrendeld);
□ de ruiten openen/sluiten;
□ de schakelaar (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) voor het uitschakelen van de airbags voor en voor de knieën (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) aan de passagierszijde;

☐ het safe lock-systeem (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien);
□ de noodontgrendeling van de elektronische sleutel van het startmechanisme.

WAARSCHUWING Laat de elektronische sleutel niet op de grond vallen: dit kan beschadigingen veroorzaken.

WAARSCHUWING De frequentie van de afstandsbediening kan worden gestoord door radiogolven van niet aan de auto gebonden apparatuur (zoals mobiele telefoons en 27 MC-apparatuur). In dat geval kan de afstandsbediening niet goed werken.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ELEKTRONISCHE SLEUTEL Afb. 5 - 3

OPGELET

Laat de elektronische sleutel nooit onbeheerd

achter. Anders kan iemand (dit geldt in het bijzonder voor kinderen) per ongeluk op de knop B-Afb. 6 drukken.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Als er op één van de knoppen ⏻, ⏻ of wordt gedrukt en het commando wordt geweigerd of niet uitgevoerd, kan het nodig zijn de batterij door een nieuwe gelijkwaardige, in de normale handel verkrijgbare, batterij te vervangen.

Als u zeker wilt weten dat de batterij moet worden vervangen, drukt u op de knoppen Ⓗ, Ⓗ of van een andere elektronische sleutel.

Als de bagageruimte wordt vergrendeld, worden de controlefuncties weer uitgevoerd en knipperen de richtingaanwijzers 1 keer.

Afb. 8 A0F0035m

Vervang van de batterij Afb. 8 als volgt:

□ klap de metalen baard A uit door op de knop B te drukken;
☐ maak het geklemd gemonteerde rode vakje B-Afb. 9 met behulp van de metalen baard A van de elektronische sleutel op het aangegeven punt open;

Afb. 9 A0F0242m

□ verwijder de batterij D-Afb. 8 uit het vakje; onthoud de polariteit (in de afgebeelde stand bevindt de pluspool zich aan de onderzijde);
☐ plaats de nieuwe batterij in het vakje — houd daarbij rekening met de polariteit;
☐ plaats het vakje geheel in de zitting en klap de metalen baard in.

WAARSCHUWING Raak de metalen contacten in de elektronische sleutel niet aan en houd de binnenzijde van de sleutel ver verwijderd van vloeistoffen of stof.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 4

Lege batterijen zijn schadelijk voor het milieu en moeten in daarvoor bestemde containers worden weggegooid. Ze kunnen ook worden ingeleverd bij een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk, dat de batterijen verwerkt.

SAFE LOCK-SYSTEEM

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien

Dit is een veiligheidssysteem dat ervoor zorgt dat de binnenhandgrepen van de auto niet werken.

Het safe lock-systeem biedt de best mogelijke bescherming tegen pogingen tot diefstal. Daarom raden wij u aan om het systeem altijd in te schakelen als u de auto verlaat.

ALFA ROMEO Brera (2010) - SAFE LOCK-SYSTEEM - 1

OPGELET

Als het safe lock-systeem wordt ingeschakeld, is het niet meer mogelijk de portieren vanuit de auto te openen. Controleer voordat u uit de auto stapt of er geen personen in de auto achterblijven.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Als de batterij van de elektronische sleutel leeg is, kan het systeem alleen worden uitgeschakeld door de metalen baard in het bestuurdersportierslot te draaien of de elektronische sleutel in het contact te steken.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Als de accu leeg is, kan het systeem alleen worden uitgeschakeld door de metalen baard van de elektronische sleutel in het bestuurdersportierslot te draaien: de functie op het portier aan de passagierszijde blijft ingeschakeld.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Het systeem inschakelen

De functie wordt in de volgende gevalen automatisch bij alle portieren ingeschakeld:

□ als de metalen baard van de elektronische sleutel twee maal in het bestuurdersportier naar de vergrendelstand wordt gedraaid;
□ als de knop 🔒 op de elektronische sleutel twee maal wordt ingedrukt.

Als het systeem wordt ingeschakeld, gaat het lampje op het bestuurdersportierpaneel drie keer knipperen en, alleen als het systeem is ingeschakeld met de knop van de elektronische sleutel, de richtingaanwijzers.

Het systeem schakelt niet in als een of meerdere portieren niet goed zijn gesloten: zo wordt er voorkomen dat een persoon via het geopende portier in de auto kan stappen en de auto niet meer kan verlaten als het portier vervolgens wordt gesloten.

Het systeem uitschakelen

Het systeem wordt in de volgende gevallen automatisch op alle portieren/deuren uitgeschakeld:

□ als de portieren worden ontgrendeld;
□ als alleen het bestuurdersportier wordt ontgrendeld (waar voorzien);
□ als de elektronische sleutel in het contact wordt geplaatst.

Hierna worden de belangrijkste functies van de elektronische sleutel of de metalen baard uitgelegd:

Ontgrendelen portieren, bagageruimte en tankluikjeVergrendelen portieren, bagageruimte en tankluikjeRuiten omlaagRuiten sluitenSafe lock (voor bepaalde uitvoeringen/ markten/waar voorzien)Ontgrendelen bagageruimte
Elektronische sleutelKort drukken op de knop (*)Knop kort indrukkenLanger drukken (langer dan 2 seconden) op de knopLanger drukken (langer dan 2 seconden) op de knopTwee keer drukken (binnen 1 seconde) op de knopKort drukken op de knop
Metalen baardElektronische sleutel rechtsom draaien (*)Elektronische sleutel linksom draaienElektronische sleutel langer dan 2 seconden rechtsom draaienElektronische sleutel langer dan 2 seconden linksom draaienElektronische sleutel twee keer binnen 1 seconde linksom draaien
Knipperen richtingaanwijzers 2 × knipperen 1 × knipperen 2 × knipperen 1 × knipperen 3 × knipperen 2 × knipperen
Lampje portier bestuurderszijdeBewakingslampje uit3 seconden continu branden envervolgens knipperen bewakingslampjeDoven bewakingslampjePermanent bran-den gedurende 3 seconden en vervolgens knipperen bewakingslampjeTwee keer knipperen en vervolgens knipperen bewakingslampje

(*) de functie „Bestuurdersportier onafhankelijk ontgrendelen“ kan met behulp van het „Setup-menu“ van de auto worden ingesteld (zie het deel „Instelbaar multifunctioneel display“ in dit hoofdstuk). Als er in dat geval op de knop wordt gedrukt of de metalen baard van de elektronische sleutel linksom wordt gedraaid, wordt alleen het bestuurdersportier ontgrendeld. Als u alle portieren wilt ontgrendelen, moet u twee keer binnen 1 seconde op de knop drukken of moet u de metalen baard van de elektronische sleutel twee keer linksom draaien.
WAARSCHUWING De ruiten gaan open als de portieren worden ontgrendeld. De ruiten worden gesloten als de portieren worden vergrendeld.

ALARM

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien

Het diefstalalarm wordt in de volgende gevallen geactiveerd:

□ onbevoegd openen van portieren, motorkap en bagageruimte (omtrekbeveiliging);
☐ inschakeling van het contact met een niet-geschikte elektronische sleutel;
□ onderbreking van de kabels van de accu;
□ bewegende voorwerpen in de auto (volumetrische beveiliging);
□ verkeerd omhoog komen/kantelen van de auto (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien);

De volumetrische beveiliging en de hellingshoekdetectie kunnen worden uitgeschakeld met de bediening op het plafondlampje voor (zie „Volumetrische beveiliging/hellingshoekdetectie" op de volgende pagina's).

Afhankelijk van de marktuitvoering van de auto gaan bij inschakeling van het alarm de richtingaanwijzers ongeveer 26 seconden knipperen. De manier waarop het systeem werkt en het aantal cycli kunnen per land verschillen.

Er is een maximum aantal hoorbare/zichtbare cycli. Als de alarmcyclus is afgelopen, gaat het systeem weer normaal werken.

WAARSCHUWING Als de portieren in een noodgeval centraal met de elektronische sleutel worden ontgrendeld, wordt het alarm niet uitgeschakeld; als vervolgens een van de portieren of de bagageruimte wordt geopend, wordt de sirene ingeschakeld. Zie voor het uitschakelen van de sirene de paragraaf „Alarm uitschakelen”.

WAARSCHUWING De blokkering van de motor door de Alfa CODE wordt automatisch ingeschakeld als de elektronische sleutel uit het contact wordt verwijderd.

A Afb. 11 A0F0034m

ALARM INSCHAKELEN

Als de portieren, de bagageruimte en het tankluikje zijn gesloten en de elektronische sleutel uit het contact is verwijderd, richt de elektronische sleutel dan op de auto, druk op de knop 📄 en laat de knop weer los.

U hoort een geluidssignaal („BIEP“) (behalve bij uitvoeringen voor bepaalde markten) en de portieren worden vergrendeld.

Als het alarm wordt ingeschakeld, wordt er eerst een zelfdiagnose uitgevoerd, waarbij het lampje A-Afb. 11 op het portier aan de bestuurderszijde met verschillende frequenties knippert: bij een storing klinkt er nog een geluidssignaal van het systeem.

Bewaking

Na het inschakelen knippert het lampje A-Afb. 11 om aan te geven dat het systeem de auto bewaakt. Het lampje knippert de hele tijd dat het systeem de auto bewaakt.

WAARSCHUWING Het alarm wordt al in de fabriek aan de normen van de diverse landen aangepast.

Zelfdiagnose en controle portieren/motorkap/bagageruimte

Als er na het inschakelen van het alarm een tweede geluidssignaal klinkt, schakel het systeem dan uit door op de knop te drukken; controleer of de portieren, de motorkap en de bagageruimte goed zijn gesloten en schakel het systeem opnieuw in door nogmaals op de knop te drukken.

Een slecht gesloten portier of motorkap wordt niet door het antidiefstalsysteem beveiligd. Als de portieren, de motorkap en de bagageruimte goed zijn gesloten en er klinkt een tweede geluidssignaal, dan is er een storing in de werking van het systeem aanwezig. Wendt u zich in dit geval tot het Alfa Romeo Servicenetwerk.

DIEFSTALALARM UITSCHAKELEN

Druk op de knop 🔒. Het volgende gebeurt (met uitzondering van bepaalde markten):

□ de richtingaanwijzers knipperen twee keer kort;
□ u hoort twee korte geluidssignalen („BIEP“);
□ de portieren worden ontgrendeld.

Bovendien kan het alarm worden uitgeschakeld als de elektronische sleutel in het contact wordt geplaatst.

WAARSCHUWING Als er tijdens de bewakingsfase een diefstalpoging wordt gesignaleerd, wordt er bij bepaalde uitvoeringen, als de elektronische sleutel in het contact wordt geplaatst, een bericht op het display van het instrumentenpaneel weergegeven.

A0F0086m A0F0086m Afb 12

VOLUMETRISCHE/ KANTELBEVEILIGING

Voor een correcte werking van de beveiliging moeten de ruiten volledig zijn gesloten.

Deze functie kan zo nodig worden uitgeschakeld (als er bijvoorbeeld dieren in de auto worden gelaten) door op de knop A-Afb. 12 op het plafondlampje vóór te drukken, binnen 1 minuut nadat het instrumentenpaneel is uitgeschakeld en voordat het antidiefstalsysteem wordt ingeschakeld.

Het lampje op de knop gaat branden als deze functie wordt ingeschakeld. Het uitschakelen van de volumetrische beveiliging/kantelsensor moet telkens worden herhaald als het instrumentenpaneel uitgeschakeld is geweest.

Als u het alarm volledig buiten werking wilt stellen (bijvoorbeeld als de auto langdurig wordt gestald), moet de auto worden afgesloten door de metalen baard (in de elektronische sleutel) in het bestuurdersportierslot te draaien.

OFFICIEEL GOEDGEKEURD

Afhankelijk van de wetgeving in de afzonderlijke landen wat betreft radiofrequenties heeft de fabrikant van de zender voor de markten waarvoor dat nodig is het nummer van de typegoedkeuring aangebracht op het onderdeel. Bij bepaalde uitvoeringen/markten moet de code ook op de zender en/of ontvanger worden aangebracht.

CONTACTSLOT

Het startmechanisme zich op het dashboard en bestaat uit:

☐ lezer A-Afb. 13 van de elektronische sleutel (naast het stuur);
☐ knop START/STOP (onder de lezer van de elektronische sleutel).

WAARSCHUWING Laat de elektronische sleutel niet in het contact bij een uitgeschakelde auto, om te voorkomen dat de accu ontladt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - CONTACTSLOT - 1

OPGELET

Als het contact verkeerd wordt gebruikt rbeeld tijdens een diefging), moet de werking door het Alfa Romeo enetwerk worden geleerd, voordat er weer auto wordt gereden.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Verwijder bij het ver- laten van de auto altijd de elektronische sleutel, zodat bepaalde functies niet per ongeluk kunnen worden inges- schakeld. Vergeet niet de handrem aan te trekken. Schak- kel de eerste versnelling in als de auto op een helling omhoog staat en de achteruit bij een helling omlaag (gezien vanuit de rijrichting). Laat kinderen nooit alleen achter in de auto.

START Afb. 14 A0F0028m

DE MOTOR STARTEN

Zie hiervoor de paragraaf „Starten van de motor" in het hoofdstuk „Starten en rijden".

START/STOP-KNOP Afb. 14

Met de START/STOP-knop op het dashboard kunnen de elektrische systemen van de auto worden ingeschakeld en de motor worden gestart en uitgeschakeld.

De START/STOP-knop is voorzien van een verlichte rand. Deze brandt, samen met het instrumentenpaneel, als de motor kan worden gestart.

INSTRUMENTENPANEEL INSCHAKELEN

Ga als volgt te werk:

□ steek de elektronische sleutel in het contact;
□ als de elektronische sleutel is geplaatst, druk dan op de knop START/STOP zonder het koppelings- of rempedaal in te trappen.

Als de auto wordt verlaten, maar het instrumentenpaneel blijft per ongeluk ingeschakeld, worden de elektrische systemen na ongeveer 1 uur uitgeschakeld om te voorkomen dat de accu ontlaadt.

WAARSCHUWING Als de elektronische sleutel helemaal in het contact wordt geplaatst, moet deze vergrendelen.

WAARSCHUWING Als het instrumentenpaneel niet wordt ingeschakeld, moet u contact opnemen met een dealer van het Alfa Romeo Service-netwerk.

WAARSCHUWING Als de elektronische sleutel in het contact wordt geplaatst en het lampje op het instrumentenpaneel gaat branden (bij bepaalde uitvoeringen wordt er een bericht op het display weergegeven), controleer dan of u de juiste elektronische sleutel hebt en probeer de sleutel nog een keer in het contact te plaatsen. Ga naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk als het probleem blijft bestaan.

HET INSTRUMENTENPANEEL UITSCHAKELEN

Druk bij uitgeschakelde motor en losgelaten koppelings- en rempedaal op de START/STOP-knop of verwijder de elektronische sleutel uit het contact.

Na enkele seconden gaat het instrumentenpaneel geleidelijk uit.

WAARSCHUWING Ga naar een dealer van van het Alfa Romeo Servicenetwerk als het instrumentenpaneel niet wordt uitgeschakeld.

STUURSLOT

Inschakelen

Het stuurslot wordt na ongeveer 5 seconden na het verwijderen van de elektronische sleutel uit het contact en na de controle door het systeem van de volgende omstandigheden ingeschakeld:

□ motor uitgeschakeld;
□ instrumentenpaneel uitgeschakeld bij stilstaande auto;
□ elektronische sleutel verwijderd uit het contact.

Uitschakelen

Het stuurslot wordt uitgeschakeld als de elektronische sleutel in het contact wordt geplaatst.

WAARSCHUWING Als de motor tijdens de rit wordt uitgeschakeld, wordt het stuurslot pas weer ingeschakeld als de motor de volgende keer bij stilstaande auto wordt uitgeschakeld. Er wordt dan een bericht op het display weergegeven.

WAARSCHUWING Bij een storing aan het stuurslot worden er een symbool en een bericht op het display weergegeven. Neem in dat geval contact op met een dealer van Alfa Romeo.

WAARSCHUWING Als u probeert het instrumentenpaneel in te schakelen en/of probeert de motor te starten en het bericht „Beschermingssysteem niet aanwezig” wordt weergegeven, herhaal de handeling met het stuur dan zodat het stuur wordt vergrendeld. De weergave van het bericht op het display heeft geen invloed op de werking van het stuurslot.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Uitschakelen - 1

OPGELET

Het is streng verboden om demontage-/montagewerkzaamheden uit te voeren waarbij wijzigingen in de stuurinrichting of de stuurkolom moeten worden aangebracht (bijvoorbeeld bij montage van een diefstalbeveiliging). Hierdoor kunnen de prestaties van het systeem, de garantie en de veiligheid in gevaar worden gebracht en voldoet de auto niet meer aan de typegoedkeuring.

INSTRUMENTEN

TOERENTELLER

De toerenteller levert informatie over het toerental van de motor. Als de wijzer van de toerenteller zich in het rode gebied bevindt bij het einde van het bereik, draait de motor met een te hoog toerental, waardoor de mechanische onderdelen beschadigd kunnen raken: als de toerenteller zich in dit gebied bevindt, moet het toerental door de bestuurder worden aangepast.

WAARSCHUWING Het regelsysteem voor de elektronische inspuiting onderbreekt geleidelijk de brandstoftoevoer als de motor met een te hoog toerental draait (de wijzer van de toerenteller staat in het rode gebied), waardoor het vermogen van de motor afneemt en het toerental weer binnen de veilige marges valt.

Benzina 1/2 0

Afb. 15
A0F00177m

De toerenteller kan, afhankelijk van de situatie, bij stationair toerental een kleine of herhaaldelijk voorkomende stijging van het toerental aangeven. Dit is een normaal verschijnsel dat kan optreden als bijvoorbeeld de klimaatregeling of de elektroventilateur wordt ingeschakeld. In deze gevallen zorgt een geringe toerentalstijging dat de accu niet ontlaadt.

BRANDSTOFMETER Afb. 15

De wijzer geeft de hoeveelheid brandstof in de tank aan.

0 - tank leeg.

1 — volle tank (zie de paragraaf „Tanken met de auto“ in dit hoofdstuk).

Het lampje gaat branden als er nog ongeveer 10 liter brandstof in de brandstoftank aanwezig is. Als de actieradius minder dan ongeveer 50 km (of 31 mijl) bedraagt, wordt er bij bepaalde uitvoeringen een waarschuwingsbericht op het display weergegeven.

ALFA ROMEO Brera (2010) - BRANDSTOFMETER Afb. 15 - 1

Als het lampje 📁 tijdens het rijden gaat knippe-ren, moet u contact op-

nemen met een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

WAARSCHUWING Onder bepaalde omstandigheden (bijvoorbeeld op een steile helling) kan de meter een andere waarde aangeven dan de werkelijke hoeveelheid in de tank en de wijzigingen kunnen met een vertraging worden weergegeven. Dit hoort bij de normale werking van de meter.

Acqua °C 130 90 50

Afb. 16
A0F0178m

KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR METER Afb. 16

De wijzer geeft de koelvloeistoftemperatuur weer; de aanduiding start als de temperatuur van de vloeistof hoger wordt dan ongeveer 50 °C.

Onder normale omstandigheden staat de wijzer in het midden van de meter. Als de wijzer in de buurt van het rode gebied komt, moet de bestuurder minder grote prestaties van de auto verlangen. Als het waarschuwingslampje ♦ gaat branden (bij bepaalde uitvoeringen wordt er ook een bericht op het display weergegeven), is de koelvloeistoftemperatuur te hoog; zet in dat geval de motor uit en neem contact op met een dealer van Alfa Romeo.

WAARSCHUWING Als de wijzer het rode gebied nadert, kan dit te maken hebben met een bijzondere situatie, zoals het rijden met lage snelheid, op een helling, volledig beladen of met een aanhanger of bij een hoge omgevingstemperatuur.

Olio °C 150 110 20 Afb. 17 A0F0179m

MOTOROLIE-TEMPERATUURMETER (benzine-uitvoeringen, behalve 1750 TURBO BENZINE) Afb. 17

De wijzer geeft de motorolietemperatuur weer; de aanduiding start als de temperatuur van de olie hoger wordt dan ongeveer 70 °C.

Als de wijzer in het rode gebied komt, moeten de prestaties worden beperkt.

Als het lampje ♣ tijdens het rijden gaat branden (samen met een bericht op het display) is de motorlietemperatuur te hoog; schakel in dat geval de motor uit en neem contact op met een dealer van het Alfa Romeo Service-netwerk.

WAARSCHUWING Als de wijzer het rode gebied nadert, kan dit te maken hebben met een bijzondere situatie, zoals het rijden met lage snelheid, op een helling, volledig beladen of met een aanhanger of bij een hoge omgevingstemperatuur.

Turbobar 1,6 0,8 D Afb. 18 A0F0180m

TURBODRUKMETER (uitvoeringen 1750 TURBO BENZINE en diesel) Afb. 18

De wijzer geeft de turbodruk aan.

30 P≤ 3 2 10 km A Afb. 19 A0F0072m

KNOP VOOR OP NUL ZETTEN VAN DE DAGTELLER Afb. 19

Druk voor het op nul zetten van de dagtellerstand enkele seconden op de knop A.

DE LICHTINTENSITEIT VAN HET INSTRUMENTENPANEEL HANDMATIG INSTELLEN

Met deze functie kan de lichtintensiteit van de symbolen/het instrumentenpaneel, het autoradiodisplay, het display van de klimaatregeling, het display van het radio-/navigatiesysteem (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) en de instrumenten (brandstofmeter, olietemperatuurmeter (benzine-uitvoeringen) of turbodrukmeter (dieseluitvoeringen) en de koelvloeistoftemperatuurmeter) worden ingesteld op 8 niveaus.

Druk voor het instellen van de licht-intensiteit kort op de knop + op de linkerhendel voor het verhogen of op de knop — voor het verlagen van de intensiteit: op het display worden een bericht en een getal dat de op dit moment geselecteerde lichtintensiteit aangeeft weergegeven. Dit scherm blijft enkele seconden zichtbaar en verdwijnt vervolgens.

Voor maximale zichtbaarheid en maximaal comfort onder alle rijomstandigheden (bijvoorbeeld als er overdag wordt gereden met ingeschakeld licht of als er in tunnels wordt gereden) heeft de snelheidsmeter een sensor; als de elektronische sleutel in het contact wordt geplaatst en de knop START/STOP wordt ingedrukt, dan wordt de lichtintensiteit van de symbolen/het instrumentenpaneel, het autoradiodisplay, het display van de klimaatregeling, het display van het radio-/navigatiesysteem (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) en de instrumenten (brandstofmeter, motorolietemperatuurmeter (benzine-uitvoeringen) of turbodrukmeter (dieseluitvoeringen) en de koelvloeistoftemperatuurmeter) ingesteld.

INSTELBAAR MULTIFUNCTIONEEL DISPLAY

Op het instelbare multifunctionele display kan tijdens de rit nuttige en belangrijke informatie worden weergegeven, zoals:

INFORMATIE OP HET BEGINSCHERM

□ Tijd A-Afb. 20;
□ Buitentemperatuur B;
□ Datum C;
□ Dagtellerstand D;
□ Kilometertotaalstand E;
Informatie over de status van de auto F (bijvoorbeeld geopende portieren of eventuele ijsvorming op het wegdek).

A 10:50 23.0°C Mercoledi 1 Aprile km 30,0 50 B C D E F

Afb. 20

Het middelste deel van het display met de datum C blijft altijd ingeschakeld, totdat er een functie wordt ingeschakeld die op het display moet worden weergegeven (bijvoorbeeld „Regelen lichtintensiteit“) of andere informatie over de status van de auto.

Als de sleutel is verwijderd (en er ten minste één voorportier wordt geopend), dan worden de tijd, de kilometerstand (of mijlenstand) en de buitentemperatuur een paar seconden op het display weergegeven.

INFORMATIE OVER DE AUTO (per gebeurtenis)

□ Afstand tot volgende servicebeurt;
□ Informatie Tripcomputer;
□ Instelling van de lichtintensiteit;
□ Weergave motorolieniveau.

WAARSCHUWING Als er een voorportier wordt geopend, geeft het display enkele seconden de tijd, de kilometerstand en de buitentemperatuur weer.

BEDIENINGSKNOPPEN

Knop kort indrukken: bevestigen van de gewenste optie en/of doorgaan naar het volgende scherm;

Knop lang indrukken: u keert terug naar het vorige scherm zonder dat de gekozen optie is opgeslagen;

+/- voor het doorlopen naar boven/be- neden van de opties in het setup-menu of het verhogen/verlagen van de op het scherm weergegeven waarde.

Als het beginscherm op het display wordt weergegeven, wordt de intensiteit van de instrumentenpaneelverlichting met de knoppen +/- geregeld.

MENU Afb. 21 A0F0074m

„SETUP“-MENU

Bovendien is er een setup-menu aanwezig, waarmee door het indrukken van de knop MENU en +/- (zie Afb. 21) de op de volgende pagina's beschreven instellingen kunnen worden uitgevoerd. Het setup-menu kan worden geopend door de knop MENU kort in te drukken.

Het menu bestaat uit een aantal opties die doorlopend na elkaar worden weergegeven Afb. 26.

Een menuoptie selecteren in het hoofdmenu zonder submenu:

□ als de knop MENU kort wordt ingedrukt, kunt u een onderdeel in het hoofdmenu kiezen dat moet worden gewijzigd;
□ met de knop + of - (door de knop telkens in te drukken) kan de nieuwe instelling worden geselecteerd;
□ als de knop MENU kort wordt ingedrukt, wordt de instelling opgeslagen en gaat u terug naar de vorige menuoptie in het hoofd-menu.

Selectie van een optie in het hoofdmenu met een submenu:

□ als de knop MENU kort wordt ingedrukt, wordt de eerste optie in het submenu weergegeven;
☐ met de knop + of – (door de knop telkens in te drukken) kunt u de menuopties van het submenu doorlopen;
□ als u de knop MENU kort indrukt, kunt u de menuoptie van het submenu selecteren en wordt het betreffende instellingenmenu geopend;
☐ met de knoppen + of – (door de knop telkens in te drukken) kan de nieuwe instelling voor deze optie van het submenu worden geselecteerd;
als u de knop MENU kort indrukt, kunt u de instelling opslaan en gaat u terug naar de eerder geselecteerde menuoptie.

„Datum“ en „Klokje“ selecteren:

□ als u de knop MENU kort indrukt, kunt u de instelling selecteren die u wilt wijzigen (bijvoorbeeld uren/ minuten of jaar/maand/dag);
☐ met de knop + of – (door de knop telkens in te drukken) kan de nieuwe instelling worden geselecteerd;
□ als u de knop MENU kort indrukt, kunt u de instelling opslaan en gaat u verder naar de volgende menuoptie. Als deze menuoptie de laatste is, gaat u terug naar de eerder geselecteerde menuoptie.

Als de elektronische sleutel in het contact wordt geplaatst, wordt het motorolieniveau enige seconden op het display weergegeven. Druk tijdens deze fase op de knop MENU om de weergave te wissen en door te gaan naar het volgende scherm. Bij een te laag of te hoog motorolieniveau wordt er een waarschuwing op het display weergegeven.

WAARSCHUWING Controleer het olieniveau altijd met de peilstok (zie de paragraaf „Niveaus controleren“ in het hoofdstuk „Onderhoud van de auto“).

WAARSCHUWING Voer deze controle nog een keer uit als de auto op een vlakke ondergrond staat, zodat u zeker weet dat de waarde juist is.

WAARSCHUWING Wacht na het plaatsen van de sleutel ongeveer 2 seconden met het starten van de motor zodat het olieniveau op de juiste manier wordt gemeten.

WAARSCHUWING Het motorolie-niveau kan hoger worden als de auto langere tijd niet wordt gebruikt.

Druk kort op de knop MENU om het navigatiesysteem vanuit het beginscherm te openen. Druk op de knop + of - om door het menu te navigeren. Als de auto rijdt, wordt er om veiligheidsredenen alleen een beperkt menu weergegeven („Snelheidslimiet instellen“). Als de auto stilstaat, is het uitgebreide menu toegankelijk. Als er een radio-/navigatiesysteem aanwezig is, kunnen alleen de volgende functies worden ingesteld: „Snelheidslimiet“, „Gevoeligheid schemersensor“ (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) en „Waarschuwingszoemer niet omgelegde veiligheidsgordel opnieuw inschakelen“. De andere functies worden weergegeven op het display van het radio-/navigatiesysteem en kunnen daar worden ingesteld.

graph TD A["10:50 23.0°C\nKeys Vol.,\nService\nCurt Setup\nSpeed Limit\nLight Sums."] -->|+| B["10:50 23.0°C\nService\nCurt Setup\nSpeed Limit\nLight Sums.,\nSwitch"] B -->|-| C["10:50 23.0°C\nMenu Veraten."] C -->|+| D["10:50 23.0°C\nSwitch Limits\nLight Sums.,\nReset Trip B\nClock"] D -->|+| E["10…

Afb. 22

Snelheidslimiet (drempel)

Met deze functie kan de snelheidslimiet van de auto (km/h of mijl/h) worden ingesteld; als de snelheid wordt overschreden, klinkt er een geluidssignaal en wordt er een bericht op het display weergegeven (zie het hoofdstuk „Lampjes en berichten”).

Ga voor het instellen van de snelheids-limiet als volgt te werk:

☐ druk kort op de knop MENU: op het display wordt OFF weergegeven;
☐ druk op de knop +: op het display wordt ON weergegeven;
☐ druk kort op de knop MENU en stel vervolgens met de knoppen +/- de gewenste snelheid in (tijdens het instellen knippert de waarde).
☐ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of druk lang om terug te keren naar het beginscherm.

WAARSCHUWING Er kan een waarde tussen 30 en 250 km/u of tussen 20 en 150 mijl/u worden ingesteld, afhankelijk van de ingestelde eenheid (zie de paragraaf „Eenheid" hierna). Telkens als u op de knop +/- drukt, wordt de waarde 5 eenheden verhoogd of verlaagd. Als u de knop +/- ingedrukt houdt, wordt de verhoging/verlaging automatisch snel uitgevoerd. Als de gewenste waarde bijna bereikt is, moet de instelling worden voltooid door steeds opnieuw op de knop te drukken.

Voer voor het wissen van de instelling de volgende handelingen uit:

☐ druk kort op de knop MENU: op het display wordt ON weergegeven;
☐ druk op de knop —: op het display wordt OFF weergegeven;
□ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

Afstelling gevoeligheid Schemersensor (Automat. dimlicht)

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien

Met deze functie kan de gevoeligheid van de schemersensor (op 3 niveaus) worden ingesteld.

Ga voor het instellen als volgt te werk:

□ druk kort op de knop MENU: op het display wordt de eerder ingestelde gevoeligheid weergegeven;
☐ druk op de knop + of - om in te stellen;
☐ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

Op nul zetten Trip B (Reset Trip B)

Met deze functie kan de manier waarop Trip B op nul wordt gezet worden gekozen (automatisch of handmatig).

Zie voor meer informatie de paragraaf „Tripcomputer“.

Instellen tijd (klokje)

Met deze functie kan het klokje worden ingesteld.

Ga voor het instellen van de tijd als volgt te werk:

□ druk kort op de knop MENU: op het display worden de „uren“ weergegeven;
☐ druk op de knop + of - om in te stellen;
□ druk kort op de knop MENU: op het display worden de „minuten“ weergegeven;
☐ druk op de knop + of - om in te stellen;

WAARSCHUWING Telkens als u de knop +/- indrukt, wordt de waarde met 1 eenheid verhoogd of verlaagd. Als u de knop +/- ingedrukt houdt, wordt de verhoging/verlaging automatisch snel uitgevoerd. Als de gewenste waarde bijna bereikt is, moet de instelling worden voltooid door steeds opnieuw op de knop te drukken.
□ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

Weergave tijd (12/24)

Met deze functie kan de tijd worden weergegeven in 12h of 24h.

Ga voor het instellen als volgt te werk:

□ druk kort op de knop MENU: het display geeft 12h of 24h aan (af-hankelijk van de eerdere instelling);
□ druk op de knop + of - om de keuze uit te voeren;
□ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

Instellen datum

Met deze functie kan de datum worden ingesteld (jaar — maand — dag).

Ga als volgt te werk om de gewenste instelling uit te voeren:

□ druk kort op de knop MENU: op het display gaat het „jaar“ knipperen;
☐ druk op de knop + of - om in te stellen;
□ druk kort op de knop MENU: op het display gaat de „maand“ knipperen;
☐ druk op de knop + of - om in te stellen;
☐ druk kort op de knop MENU: op het display gaat de „dag“ knipperen;
☐ druk op de knop + of - om in te stellen;

WAARSCHUWING Telkens als u de knop +/- indrukt, wordt de waarde met 1 eenheid verhoogd of verlaagd. Als u de knop +/- ingedrukt houdt, wordt de snelheid snel hoger/lager. Als de gewenste waarde bijna bereikt is, moet de instelling worden voltooid door steeds opnieuw op de knop te drukken.

□ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

Herhaling audio-informatie (Herh. Radio) (waar voorzien)

Met deze functie kan op het display de informatie over de autoradio worden weergegeven.

☐ Radio: frequentie of RDS-bericht van het geselecteerde radiostation, automatisch zoeken of AutoSTore inschakelen;
☐ Audio-cd, mp3-cd: nummer gekozen liedje;
□ Cd-wisselaar: nummer van de cd en nummer van het liedje;

Ga voor het in- of uitschakelen (ON/OFF) van de weergave van de informatie als volgt te werk:

☐ druk kort op de knop MENU: op het display wordt ON of OFF weergegeven (afhankelijk van de eerdere instelling);
□ druk op de knop + of - om de keuze uit te voeren;
□ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

Afhankelijk van de gekozen audiobron wordt op het display onder de tijdsaanduiding een symbool weergegeven dat de actieve bron aangeeft.

Onafhankelijke ontgrendeling van de bagageruimte (Onafh. Bagageruimte)

De achterklep kan altijd met de afstandsbediening (met de knop 📄) worden geopend. De optie „Bagageruimte onafhankelijk“ kan met de knop op de armleuning worden in- of uitgeschakeld: bij „Bagageruimte onafh. ON“ is de toets altijd uitgeschakeld. Bij „Bagageruimte onafh. OFF“ is de knop ingeschakeld; als u op de knop drukt, wordt de achterklep ontgrendeld als de sloten van de portieren worden ontgrendeld.

Als het slot van de bagageruimte weer onafhankelijk van de portiersloten moet werken (uitschakeling van de knop op de armleuning) (ON) of weer aan de sloten van de portieren moet worden gekoppeld (OFF), gaat u als volgt te werk:

☐ druk kort op de knop MENU: op het display wordt ON of OFF weergegeven (afhankelijk van de eerde instelling);
□ druk op de knop + of - om de keuze uit te voeren;
☐ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

Bestuurdersportierslot ontgrendelen (Ontgr. Best.slot)

Met deze functie kan alleen het slot in het bestuurdersportier worden ontgrendeld, als de knop op de elektronische sleutel wordt ingedrukt.

Als de functie is ingeschakeld (ON), kan het slot van het andere portier worden ontgrendeld door op de ontgrendelknop op de middenconsole te drukken.

Ga voor het in- en uitschakelen (ON/OFF) van de functie als volgt te werk:

□ druk kort op de knop MENU: op het display wordt ON of OFF weergegeven (afhankelijk van de eerdere instelling);
☐ druk op de knop + of - om de keuze uit te voeren;
□ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

Centrale portiervergrendeling bij rijdende auto (Vergr. Portieren)

Als de functie is geactiveerd (ON), worden de portieren automatisch vergrendeld als de snelheid hoger wordt dan 20 km/u.

Ga voor het in- en uitschakelen (ON/OFF) van de functie als volgt te werk:

□ druk kort op de knop MENU: op het display wordt ON of OFF weergegeven (afhankelijk van de eerdere instelling);
□ druk op de knop + of - om de keuze uit te voeren;
□ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

Als het ronde lampje rond de knop brandt, is de functie ingeschakeld.

Meeteenheid

Met deze functie kunnen de eenheid van de afstand (km of mijl), het brandstofverbruik (l/100 km, km/l of mijl/gallon) en de temperatuur (°C of °F) worden ingesteld.

Afstand

Ga voor het instellen van de gewenste meeteenheid als volgt te werk:

□ druk kort op de knop MENU: het display geeft „km” of „mi” aan (afhankelijk van de eerdere instelling);
☐ druk op de knop + of - om de keuze uit te voeren;
☐ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

Verbruik

Als u „km“ hebt ingesteld (zie de vorige paragraaf), kunt u de eenheid van het brandstofverbruik (in km/l of l/100 km) op het display instellen.

Als de eenheid voor de afstand is ingesteld op „mi“ (mijl) (zie de voorgaande paragraaf), wordt op dit scherm de eenheid voor brandstofverbruik „mpg“ (mijl per gallon) weergegeven.

In dit geval kan de „Eenheid brandstofverbruik“ in het „Setup-menu“ worden gekozen, maar staat de eenheid „mpg“ (mijl/gallon) vast.

Ga voor het instellen van de gewenste meeteenheid als volgt te werk:

☐ druk kort op de knop MENU: het display geeft „km/l” of „l/100 km” aan (afhankelijk van de eerdere instelling);
☐ druk op de knop + of - om de keuze uit te voeren;
☐ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

Temperatuur

Met deze functie kan de meeteenheid van de temperatuur (°C of °F) worden ingesteld.

Ga voor het instellen van de gewenste meeteenheid als volgt te werk:

□ druk kort op de knop MENU: het display geeft °C of °F aan (afhankelijk van de eerdere instelling);
□ druk op de knop + of - om de keuze uit te voeren;
☐ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

Taal instellen (Taal)

U kunt de taal van het display instellen: Italiaans, Engels, Duits, Portugees, Spaans, Frans, Nederlands en Braziliaans.

Ga om de gewenste taal in te stellen als volgt te werk:

□ druk kort op de knop MENU; op het display wordt de eerder ingestelde „taal” aangegeven;
☐ druk op de knop + of - om de keuze uit te voeren;
☐ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

Het volume voor het geluidssignaal bij storingen/ waarschuwingen instellen (Vol. Beep)

Het volume van het geluidssignaal (zoemer) dat bij een storing of waarschuwing klinkt, kan op 8 niveaus worden ingesteld.

Ga voor het instellen van het gewenste volume als volgt te werk:

□ druk kort op de knop MENU; op het display wordt het eerder ingestelde „volumeniveau” weergegeven;
☐ druk op de knop + of - om in te stellen;
☐ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

Het volume voor de knoppen instellen (Vol. knoppen)

Met deze functie kan het volume van het geluid, dat klinkt bij het indrukken van de knoppen in de auto, op 8 niveaus worden ingesteld.

Ga voor het instellen van het gewenste volume als volgt te werk:

□ druk kort op de knop MENU; op het display wordt het eerder ingestelde „volumeniveau” weergegeven;
☐ druk op de knop + of - om in te stellen;
□ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

Geprogrammeerd onderhoud (Service)

Met deze functie kunnen berichten over het bereiken van de kilometerstand voor een servicebeurt worden weergegeven.

Ga voor het raadplegen van deze aanwijzingen als volgt te werk:

☐ druk kort op de knop MENU: op het display wordt het interval in km of mi aangegeven, afhankelijk van de eerdere instelling (zie de paragraaf „Eenheid“);
□ druk kort op de knop MENU om terug te keren naar het menuscherm of houd de knop even ingedrukt om terug te keren naar het beginscherm.

WAARSCHUWING Het geprogrammeerd onderhoudsschema houdt een onderhoudsinterval van 35 000 km (of 21 000 mijl) aan; dit wordt automatisch weergegeven als de elektronische sleutel in het contact wordt geplaatst, vanaf 2000 km (of 1240 mijl) vóór de betreffende kilometerstand. De weergave in km of mijl is afhankelijk van de ingestelde meeteenheid. Als het geprogrammeerd onderhoud zeer binnenkort moet worden uitgevoerd, wordt er op het display „Service“ weergegeven gevolgd door het resterende aantal kilometers/mijlen als de elektronische sleutel in het contact wordt geplaatst. Ga naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk; de dealer voert niet alleen het onderhoud dat wordt voorgeschreven door het „Geprogrammeerd onderhoud" uit, maar reset het display ook.

Zoemer niet omgelegde veiligheidsgordel opnieuw inschakelen (Seat Belt Reminder) (Beep gordel)

Deze functie wordt alleen op het display weergegeven als deze hiervoor is uitgeschakeld door een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

Als deze optie wordt gekozen, gaat u terug naar het beginscherm.

VERLICHTING TOERENTELLER/ INSTRUMENTEN (NIGHT PANEL)

Met deze functie kan de verlichting van de toerenteller en de instrumenten worden in-/uitgeschakeld (ON/OFF). De functie kan worden ingeschakeld (alleen als de elektronische sleutel in het contact is geplaatst, de buitenverlichting brandt en de sensor in de snelheidsmeter weinig buitenlicht meet) door de knop — lang in te drukken. Als de functie is ingeschakeld, wordt er een waarschuwing op het display weergegeven. Na inschakeling kan de functie NIGHT PANEL op de volgende manier worden uitgeschakeld:

□ druk de knop + lang in (ook bij uitgeschakelde buitenverlichting);
□ verwijder de elektronische sleutel uit het contact.

Als de functie is ingeschakeld, wordt er een waarschuwing op het display weergegeven.

De berichten blijven gedurende enkele seconden zichtbaar en verdwijnen vervolgens. Druk om de weergave voortijdig te onderbreken kort op de knop MENU.

TRIPCOMPUTER

Algemeen

De „Tripcomputer“ kan gegevens over het gebruik van de auto op het display weergeven als de elektronische sleutel in het contact is geplaatst. Deze functie bestaat uit „General trip“, waarmee de hele rit van de auto kan worden gecontroleerd, en „Trip B“, waarmee een deel van de rit kan worden gecontroleerd; deze laatste functie „valt binnen“ (zoals in Afb. 27 wordt aangegeven) de complete rit.

Beide functies kunnen op nul worden gezet (reset — begin van de nieuwe rit).

graph TD A["Reset GENERAL TRIP\nEinde complete rit\nBegin nieuwe rit"] --> B["TRIP B"] B --> C["Reset TRIP B\nEinde deel rit\nBegin nieuw deel rit"] C --> D["TRIP B"] D --> E["Reset TRIP B\nEinde deel rit\nBegin nieuw deel rit"] E --> F["TRIP B"] F --> G["Reset GENERAL TRIP\nEinde complete rit\nBegi…

„General Trip“ geeft informatie over:

Gemiddeld verbruik
□ Huidig verbruik
Gemiddelde snelheid
Reisduur
□ Autonomie (actieradius)
□ Afgelegde afstand

Met „Trip B“ kan de volgende informatie worden gegeven:

□ Afgelegde afstand B
Gemiddeld verbruik B
□ Gemiddelde snelheid B
□ Reisduur B.

Weergegeven gegevens

Gemiddeld verbruik

Geeft globaal het gemiddelde brandstofverbruik aan vanaf het begin van een nieuwe rit.

Huidig verbruik

Geeft doorlopend de wijziging in het brandstofverbruik aan. Als de auto stilstaat met draaiende motor, wordt „----” op het display weergegeven.

Gemiddelde snelheid

Geeft de gemiddelde snelheid van de auto aan op basis van de tijd die is verstreken vanaf het begin van een nieuwe rit.

Reisduur

Tijd die vanaf het begin van de nieuwe rit is verstreken (reisduur).

Autonomie (actieradius)

Geeft de waarschijnlijke afstand aan die nog met de brandstof in de tank kan worden afgelegd; hierbij wordt er van uit gegaan dat de rit wordt voortgezet met dezelfde rijstijl.

Op het display wordt „- - - -” weergegeven als de volgende situatie wordt gesignaleerd:

☐ actieradius kleiner dan 50 km (of 30 mijl);
□ de auto staat langere tijd met draaiende motor stil.

WAARSCHUWING De wijziging van de waarde van de actieradius kan door verschillende factoren worden beïnvloed: rijstijl (zie de paragraaf „Rijstijl“ in het hoofdstuk „Starten en rijden”), type traject (snelwegen, stad, bergen, enz.), gebruiksomstandigheden van de auto (vervoerde lading, bandenspanning, enz.). Houd hier bij het plannen van een reis rekening mee.

Afgelegde afstand

Geeft de afstand aan die de auto heeft afgelegd vanaf het begin van een nieuwe rit.

Telkens als de accu opnieuw wordt aangesloten en aan het begin van een nieuwe rit (reset) wordt op het display de waarde „0,0“ weergeven.

Nieuwe rit

Begint als er een reset is uitgevoerd:

☐ "handmatig" door de bestuurder, door de betreffende knop TRIP lang in te drukken;
„automatisch“ als de „afgelegde afstand“ 9999,9 km (of mijl) of de „reisduur“ 99,59 (99 uur en 59 minuten) wordt bereikt en telkens wanneer de accu wordt losgekoppeld en weer aangesloten.

ON/OFF TRIP Afb. 24 A0F0076m

KNOP TRIP

Met de knop TRIP Afb. 24 op de rechterhendel kunnen de functies „General trip“ en „Trip B“ worden ingeschakeld, als de elektronische sleutel in het contact is geplaatst. Met de knoppen naast de hendel kunt u tussen de gegevens van elke functie wisselen.

Met de knop TRIP kunnen bovendien de functies „General trip“ en „Trip B“ op nul worden gezet om een nieuwe rit te beginnen.

□ kort indrukken: voor weergave van de verschillende gegevens;
☐ lang indrukken: voor het op nul zetten (reset) en het beginnen van een nieuwe rit.

Druk voor het weergeven van de volgende optie van de Tripcomputer kort op de knoppen □ en □.

10:50 23.0°C TRIP A Autonomia 360 km Consumo Ist. 10.5 l/100 km 30.0 50 Afb. 25 A0F0052m

WAARSCHUWING Als „General trip“ op nul wordt gezet, wordt tegelijkertijd „Trip B“ op nul gezet, maar als „Trip B“ op nul wordt gezet, heeft dat alleen invloed op deze functie.

Op elk scherm van de Tripcomputer worden tegelijkertijd twee Trip-gegevens van dat moment weergegeven (Trip A of Trip B); het ene deel wordt boven in het display en het andere onder in het display weergegeven (zie Afb. 25).

Op hetzelfde scherm kan ook tegelijkertijd dezelfde instelling in het bovenste en het onderste deel worden weergegeven.

De twee standen van de Trip computer kunnen worden gekozen door kort op de knop TRIP te drukken; met de knop ■ kunt u de weergegeven optie boven in het display zetten, terwijl u de weergegeven optie met de knop ■ onder in het display kunt weergeven.

Druk kort op de knop TRIP om van de informatie van Trip A naar Trip B of omgekeerd over te schakelen.

Procedure voor het begin van een rit (reset)

Trip A en Trip B worden onafhankelijk van elkaar op nul gezet.

Reset General Trip

Als de elektronische sleutel in het contact is geplaatst, kan „General trip“ op nul worden gezet door de knop TRIP in te drukken en deze langer dan 2 seconden ingedrukt te houden.

WAARSCHUWING De reset vindt alleen in de volgende gevallen automatisch plaats:

☐ als de „afgelegde afstand“ de waarde 9999,9 km of de „reistijd“ de waarde 99,59 (99 uur en 59 minuten) bereikt;
□ telkens als de accu losgekoppeld is geweest.

Als General Trip wordt gereset, wordt er een waarschuwing op het display weergegeven.

ZITPLAATSEN

HANDMATIG VERSTELBARE ZITPLAATSEN VOOR Afb. 26

ALFA ROMEO Brera (2010) - ZITPLAATSEN - 1

OPGELET

Alle afstellingen mogen alleen bij een stilstaan- worden uitgevoerd.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

De stoffen bekleding van uw auto is langdurig be-stand tegen slijtage die ontstaat bij normaal gebruik van de auto. Hevig en/of langdurig wrijven met kledingaccessoires zoals metalen gespen, sierknopen en klittenbandsluitingen, moet echter absoluut worden vermeden omdat hierdoor grote druk ontstaat op een bepaalde plek op de bekleding, waardoor deze plek kan slijten en de bekleding beschadigd raakt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 2

Trek de hendel A (aan de binnenzijde van de stoel) omhoog en schuif de stoel naar voren of naar achteren: als u rijdt, moeten de armen licht gebogen zijn en de handen op de stuurwielrand steunen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 3

OPGELET

Controleer of de stoel goed is geblokkeerd door hem naar voren en naar achteren te schuiven, nadat de hendel is losgelaten. Als de stoel niet is geblokkeerd, kan de stoel plotseling verschuiven, waardoor u de controle over de auto kunt verliezen.

Hoogteverstelling (waar voorzien)

Beweeg de hendel B omhoog of omlaag totdat de gewenste hoogte is bereikt.

WAARSCHUWING De verstelling is alleen mogelijk als u op de bestuurdersstoel zit.

Rugleuning verstellen

Gebruik de knop C om de gewenste stand in te stellen.

Lendensteun verstellen (waar voorzien)

Draai de knop D tot de gewenste stand is bereikt.

De stoel kantelen (waar voorzien)

Gebruik de hendel E. Als de hendel omhoog wordt getrokken, kantelt de stoel één stand naar achteren. Als deze naar beneden wordt gezet, kantelt de stoel naar voren.

Rugleuning omklappen

Trek aan de handgreep F om bij de achterste zitplaatsen te komen: de rugleuning wordt neergeklapt en de stoel kan naar voren schuiven.

Een mechanisme met geheugen zorgt dat de stoel automatisch weer terug naar de eerder ingestelde stand gaat.

Controleer of de rugleuning is vergren- deld als deze weer is opgeklapt. Con- troleer of de stoel goed geblokkeerd is door hem naar voren en naar achteren te schuiven.

Afb. 27 A0F0254m

VOORSTOELEN MET ELEKTRISCHE VERSTELLING (waar aanwezig) Afb. 27
ALFA ROMEO Brera (2010) - Rugleuning omklappen - 2

OPGELET

Alle afstellingen mogen alleen bij een stilstaande auto worden uitgevoerd.

De bedieningsorganen voor het verstellen van de stoel zijn:

Multifunctioneel bedieningsorgaan A:

□ de voorstoel in hoogte verstellen;

□ achterstoel in hoogte verstellen;

□ de stoel verticaal verstellen;

□ de stoel in lengterichting verstellen.

B: Rugleuning verstellen;

C: Knoppen voor het opslaan van de stand van de bestuurdersstoel;

E: Rugleuning omklappen.

WAARSCHUWING De elektrische verstelling werkt als de elektronische sleutel in het contact is geplaatst en gedurende ongeveer 1 minuut nadat de sleutel is verwijderd of nadat de START/STOP-knop is ingedrukt. Bovendien kan de stoel nog 3 minuten nadat het portier is geopend of totdat het portier wordt gesloten worden versteld.

ALFA ROMEO Brera (2010) - De bedieningsorganen voor het verstellen van de stoel zijn: - 1

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Draai de draaiknop A-Afb. 28 om de functie in of uit te schakelen terwijl de elektronische sleutel in het contact is geplaatst.

De verwarming kan op 3 niveaus worden ingesteld (0 = stoelverwarming uitgeschakeld).

De stand van de bestuurdersstoel/ buitenspiegels opslaan

Met de knoppen C kunnen drie verschillende standen van de bestuurdersstoel en de buitenspiegels worden opgeslagen en opgeroepen. Opslaan en oproepen is alleen mogelijk als de elektronische sleutel is het contact is geplaatst.

Een opgeslagen stand kan ook worden opgeroepen tot ongeveer 3 minuten nadat het portier is geopend en tot ongeveer 1 minuut na het verwijderen van de elektronische sleutel uit het contact.

Stel een stand met behulp van de bedieningsorganen in en druk om een stand van de stoel op te slaan een paar seconden op de knop waaronder u de stand wilt opslaan.

Druk om een opgeslagen stand op te roepen kort op de bijbehorende knop.

Als er een nieuwe stand moet worden opgeslagen, wordt automatisch de hiervoor opgeslagen stand onder dezelfde knop gewist.

Easy Entry

Deze functie zorgt dat de achterbank goed bereikbaar is en kan alleen worden geactiveerd met de sleutel in het contact.

Trek voor toegang tot de achterbank aan de handgreep E-Afb. 27 en zet de rugleuning naar voren: de stoel schuift automatisch naar voren.

Als u de rugleuning in de stand voor normal gebruik zet, gaat de stoel terug naar de oorspronkelijke stand.

Als de stoel bij het achteruit bewegen een obstakel tegenkomt (bijvoorbeeld de knieën van de achterpassagier), stopt de stoel; vervolgens gaat de stoel enkele centimeters naar voren en wordt vervolgens vergrendeld.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Easy Entry - 1

SPORTSTOELEN VOOR (waar voorzien) Afb. 28/a

Bepaalde uitvoeringen zijn voorzien van sportstoelen vóór, die handmatig of elektrisch kunnen worden versteld.

Zie voor het verstellen de voorgaande paragrafen.

HOOFDSTEUNEN

VOOR

Bij de achterste zitplaatsen zijn de hoofdsteunen in de stoel geïntegreerd.

ACHTER

Voor de achterste zitplaatsen zijn twee hoofdsteunen beschikbaar.

De hoofdsteunen kunnen waar nodig als volgt worden verwijderd:

□ zet de hendel A-Afb. 29 omhoog en klap de rugleuning van de zitplaats achter neer (als de hendel omhoog gaat, ziet u een rode band B;

Afb. 29 A0F0085m

ALFA ROMEO Brera (2010) - ACHTER - 2

□ trek de hoofdsteunen zo ver mogelijk omhoog;
□ druk op de knoppen C-Afb. 30 (naast de twee steunen van de hoofdsteunen) en verwijder de hoofdsteunen door ze omhoog te trekken.

STUURWIEL

Dit kan zowel axiaal als verticaal worden versteld.

Ontgrendel de hendel A-Afb. 31 door deze omlaag te drukken en stel vervolgens het stuur in de gewenste stand af. Als u het stuurwiel daarna weer wilt blokkeren, duwt u de hendel A omhoog.

ALFA ROMEO Brera (2010) - STUURWIEL - 1
Afb. 31

ALFA ROMEO Brera (2010) - STUURWIEL - 2

OPGELET

Verstel het stuurwiel alleen als de auto stil- en de motor is afgezet.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Het is streng verboden om demontage-/montagewerkzaamheden uit te voeren waarbij wijzigingen in de stuurinrichting of de stuurkolom moeten worden uitgevoerd (bijvoorbeeld bij montage van een antidiefstalsysteem). Hierdoor kunnen de prestaties van het systeem, de garantie en de veiligheid in gevaar worden gebracht en voldoet de auto niet meer aan de typegoedkeuring.

SPIEGELS

BINNENSPIEGEL

De binnenspiegel is voorzien van een beveiligingsmechanisme, waardoor de spiegel bij een krachtig contact met een inzittende losschiet.

Met het hendeltje A-Afb. 32 kan de spiegel in twee standen worden gezet: normale of antiverblindingsstand.

BUITENSPIEGELS

De buitenspiegels kunnen alleen worden versteld en ingeklapt als de elektronische sleutel in het contact is geplaatst.

Verstellen van de spiegel

Kies de gewenste spiegel met de knop A-Afb. 34:

□ draai de keuzeknop A in de stand 1: de linkerspiegel wordt geselecteerd;
□ draai de keuzeknop A in de stand 2: de rechterspiegel wordt geselecteerd;

ALFA ROMEO Brera (2010) - Verstellen van de spiegel - 1

Als u de geselecteerde spiegel wilt verstellen, moet u de knop B in de vier richtingen drukken die door de pijlen worden aangegeven.

WAARSCHUWING Na het verstellen moet de keuzeknop A in de stand 0 worden gezet om te voorkomen dat de spiegel per ongeluk wordt versteld.

Waar nodig (bijvoorbeeld bij nauwe doorgangen) kunnen de buitenspiegels worden ingeklapt door ze van de stand A-Afb. 35 in de stand B te zetten.

A 1 0 2 C B

Afb. 34
A0F0036m

De spiegels elektrisch inklappen

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien))

Waar nodig (bijvoorbeeld bij nauwe doorgangen) kunnen de buitenspiegels worden ingeklapt door de knop C-Afb. 34 in te drukken.

Druk nog een keer op de knop C-Afb. 34 om de spiegels weer in de normale stand te zetten.

Als de sloten worden vergrendeld, worden de buitenspiegels ingeklapt; de spiegels gaan weer terug als de sleutel in het contact wordt geplaatst.

ALFA ROMEO Brera (2010) - De spiegels elektrisch inklappen - 1

De functie kan worden ingeschakeld/uitgeschakeld door langer dan 2 seconden op de toets voor inklappen te drukken. De instelling wordt bevestigd met een geluidssignaal.

De buitenspiegel aan de bestuurderszijde is bol, waardoor de waarneming van afstanden enigszins wordt beïnvloed.

OPGELET Tijdens de rit moeten de spiegels altijd uitgeklapt zijn.

De parkeerstand voor de buitenspiegel aan passagierszijde opslaan

Bij uitvoeringen met elektrisch verstelbare stoelen kan de bestuurder de stand van de buitenspiegel aan de passagierszijde in een andere stand dan tijdens de rit laten zetten als de achteruit wordt ingeschakeld; zo heeft de bestuurder beter zicht tijdens parkeermanoeuvres.

U kunt deze stand als volgt opslaan:

☐ schakel de achteruitversnelling in terwijl de auto stilstaat en de sleutel in het contact is geplaatst;
□ draai de keuzeknop A-Afb. 34 in de stand 2 (passagiersspiegel wordt geselecteerd);
□ zet de buitenspiegel aan de passagierszijde in de optimale stand voor parkeermanoeuvres;
☐ houd de knoppen C-Afb. 27 ten minste 3 seconden ingedrukt (zie de paragraaf „Zitplaatsen” in dit hoofdstuk).

Tegelijkertijd met de parkeerstand van de buitenspiegel aan de passagierszijde wordt ook de stand van de stoel en de spiegel aan bestuurderszijde opgeslagen. Met een geluidssignaal wordt de bestuurder er op geattendeerd dat de stand van de spiegel is opgeslagen.

De parkeerstand voor de buitenspiegel aan passagierszijde oproepen

Ga als volgt te werk: plaats de elektronische sleutel in het contact, schakel de achteruitversnelling in en draai de keuzeknop A-Afb. 34 in de stand 2 (de passagiersspiegel wordt geselecteerd).

De spiegel gaat automatisch in de eerder opgeslagen stand staan.

Als er geen enkele stand voor de spiegel is opgeslagen en de achteruitversnelling wordt ingeschakeld, dan gaat de buitenspiegel aan de passagierszijde iets omlaag, zodat parkeermanoeuvres makkelijker kunnen worden uitgevoerd.

De spiegel keert automatisch na ongeveer 10 seconden terug in de beginstand als er een andere versnelling dan de achteruitversnelling wordt ingeschakeld of onmiddellijk als de snelheid vooruit hoger wordt dan 10 km/u of als de keuzeknop A-Afb. 34 in de stand 0 wordt gezet.

De buitenspiegels automatisch in de juiste stand zetten

Telkens als de elektronische sleutel in het contact wordt geplaatst, keren de buitenspiegels automatisch terug in de laatste (opgeroepen) stand waarin ze stonden toen de elektronische sleutel uit het contact werd verwijderd.

Hierdoor worden de spiegels weer in de juiste stand gezet als deze handmatig en/of per ongeluk tijdens het parkeren in een andere stand zijn gezet.

Ontwasemen/ontdooien

De spiegels zijn voorzien van verwarmingsweerstanden die werken als de achterruitverwarming met behulp van de knop (44) is ingeschakeld.

WAARSCHUWING De functie heeft een tijdsregeling en wordt na een paar minuten automatisch uitgeschakeld.

KLIMAATREGELING
MAARTROLLING ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦

A0F0220m
1 Bovenste uitstroomopening - 2 Richtbare en verstelbare middelste uitstroomopeningen - 3 Richtbare en verstelbare uitstroomopeningen aan de zijkant - 4 Uitstroomopeningen in voetenruimte achter - 5 Uitstroomopeningen in voetenruimte voor - 6 Uitstroomopeningen voor ontwasemen/ontdooien voorruit en zijruiten voor.

A C B Afb. 37 A0F0014m

Afb. 38 A B C A0F0012m

UITSTROOMOPENINGEN IN HET MIDDEN EN AAN DE ZIJKANT Afb. 37-38

Deze bevinden zich op het dashboard. Elke uitstroomopening Ais voorzien van een draaiknop B waarmee de hoeveelheid lucht kan worden geregeld en een knop C voor het verticaal en horizontaal richten van de luchtstroom.

O = Volledig gesloten

I = Volledig geopend

Afb. 39 A0F0057m

BOVENSTE UITSTROOMOPENING Afb. 39

De uitstroomopening kan worden ge- opend/gesloten.

O = Volledig gesloten

I = Volledig geopend

Afb. 40 A0F0067m

UITSTROOMOPENINGEN VOOR ONTWASEMEN/ ONTDOOIEN VOORRUIT EN ZIJRUITEN VOOR

Deze bevinden zich op de uiteinden van het dashboard A-Afb. 40 en op de voorzijde B van het dashboard.

HANDBEDIENDE KLIMAATREGELING

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

BEDIENINGSKNOPPEN Afb. 41

A — draaiknop voor het instellen van de luchttemperatuur (mengen van warme/koude lucht);

B — draaiknop voor het instellen van de luchtverdeling;

C — draaiknop voor de aanjagersnelheid;

D — drukknop voor het in-/uitschakelen van de achterruit- en buitenspiegelverwarming;

E — drukknop voor het in-/uitschakelen van maximaal ontwasemen/ontdooien voorruit en zijruiten voor en buitenspiegels;

F — drukknop voor het in-/uitschakelen van de recirculatie;

G — drukknop voor het in-/uitschakelen van de aircocompressor.

A B C 1 2 3 4 G F E D

Afb. 41
A0F0011m

DE LUCHTVERDELING INSTELLEN

: luchtstroom naar lichaam bestuurder/passagier;

: luchtstroom naar lichaam bestuurder/passagier en voetenruimte;

- /': luchtstroom naar voetenruimte voor en achter;

: luchtstroom naar voetenruimte en voorruit;

a /: luchtstroom naar de voorruit

VERWARMING VAN HET INTERIEUR

Ga als volgt te werk:

□ draai de knop A totdat de gewens- te temperatuur is ingesteld;
□ draai de draaiknop C op de gewens- te snelheid;
□ draai de draaiknop B op de gewens- te luchtverdeling;
- voor het verwarmen van de voeten voor en achter;
1 : voor het verwarmen van de voeten terwijl het gezicht koel blijft (gescheiden regeling);
* /: voor verwarming van de beenruimten en ontwaseming van de voorruit;
☐ schakel de recirculatie uit (wanneer ingeschakeld).

SNEL ONTWASEMEN/ ONTDOOIEN VAN DE VOORRUIT (MAX-DEF-functie)

Druk op de knop 📌: als de functie is ingeschakeld, gaan de lampjes boven de knoppen 📌, ⚙ en 📌 branden. Druk om de functie uit te schakelen nog een keer op de knop 📌 en controleer of het lampje op de knop uit gaat. Als het ont-wasemen is voltooid, schakel de functie dan uit om optimaal comfortabele om-standigheden in stand te houden.

Beslaan van de ruiten voorkomen

De klimaatregeling ⚙ is heel nuttig om het ontwasemen te versnellen: we raden u dan ook aan om deze functie onder zeer vochtige omstandigheden te gebruiken. Voer de volgende handelingen uit om beslaan te voorkomen:

☐ schakel de recirculatie uit (wanneer ingeschakeld);
□ draai de knop C naar de 2 a snelheid;
□ draai de knop B naar */.

ONTWASEMEN/ONTDOOIEN VAN DE ACHTERRUIT EN DE BUITENSPIEGELS

Druk op de knop om deze functie in te schakelen: het lampje op de knop gaat branden als deze functie wordt ingeschakeld.

Als deze functie wordt ingeschakeld, wordt bij sommige uitvoeringen ook de voorruit rond de ruitenwisserbladen ont-dood.

De functie wordt automatisch na enkele minuten of als er nog een keer op de knop wordt gedrukt uitgeschakeld; de functie wordt ook uitgeschakeld als de motor wordt uitgeschakeld, maar niet opnieuw ingeschakeld als de motor weer wordt gestart.

WAARSCHUWING Plak geen stickers of andere plaatjes op de elektrische weerstandsdraden aan de binnenzijde van de achterruit, om beschadiging te voorkomen.

DE LUCHTRECIRCULATIE INSCHAKELEN

Druk op de knop : het lampje op de knop gaat branden als deze functie wordt ingeschakeld.

Wij raden u aan de recirculatiefunctie in te schakelen in de file of in tunnels. Hiermee wordt voorkomen dat vervuilde lucht in de auto komt. Het is niet raadzaam dit systeem langdurig te laten werken, omdat dan de kans dat de ruiten beslaan aanzienlijk toeneemt, vooral als u met meerdere personen in de auto zit.

Schakel deze functie niet handmatig in op regenachtige of koude dagen, omdat de ruiten aan de binnenzijde dan aanzienlijk sneller kunnen beslaan, vooral als de airconditioning niet is ingeschakeld.

WAARSCHUWING Met deze functie kan afhankelijk van de gekozen functie ("verwarmen" of "koelen") sneller het gewenste resultaat worden bereikt.

AIRCONDITIONING (snel koelen)

WAARSCHUWING De compressor ★ kan alleen worden ingeschakeld als de ventilatie is ingeschakeld.

Ga als volgt te werk:

□ draai de knop A helemaal linksom;
□ draai de draaiknop C naar de maximale snelheid;
□ draai de knop B in de stand ↗;
□ druk op de knoppen ✉ en ⬇ (de lampjes op de knoppen gaan branden).

De koeling constant houden

Ga als volgt te werk:

☐ schakel de recirculatie uit (wanneer ingeschakeld);
□ draai de knop A totdat de gewens- te temperatuur is ingesteld;
□ draai de draaiknop C naar de gewenste aanjagersnelheid.

ONDERHOUD VAN HET SYSTEEM

Tijdens de winter moet de airconditioning ⚙ ten minste één keer per maand gedurende ongeveer 10 minuten worden ingeschakeld.

Voordat het zomerseizoen begint, moet de werking van het systeem door een dealer van het Alfa Romeo Service-netwerk worden nagekeken.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ONDERHOUD VAN HET SYSTEEM - 1

Als de accu wordt los- gekoppeld/aangesloten, moet u ten minste 3 minuten wachten voordat u de elektronische sleutel in het contact steekt, zodat de klimaatregeleenheid de elektrische actuatoren voor de temperatuurregeling en de luchtverdeling in de beginstand kan zetten.

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

BESCHRIJVING

De auto is uitgerust met een links/rechts gescheiden of linksvoor/rechtsvoor/achter gescheiden klimaatregeling, waardoor de temperatuur in de auto in twee/drie zones kan worden geregeld, zodat het gewenste comfort kan worden bereikt. Het systeem is voorzien van een buiten-temperatuursensor, een interieurtemperatuursensor en een dubbele zonlichtsensor om de optimale temperatuur in twee zones in het interieur te regelen.

De klimaatregeling werkt automatisch met behulp van de volgende parameters/functies:

□ luchttemperatuur naar uitstroom- openingen bestuurder-/passagiers- zijde;
□ aanjagersnelheid;
□ luchtverdeling bestuurders-/passagierszijde;

□ inschakelen compressor;
□ luchtrecirculatie.
De volgende parameters/functies kunnen handmatig worden gewijzigd/ingesteld:
□ gewenste temperatuur;
□ aanjagersnelheid;
☐ luchtverdeling in 7 verschillende standen;
☐ in-/uitschakelen compressor;
□ ontwasemen/ontdooien ruiten;
□ luchtrecirculatie.

Het systeem is voorzien van AQS (Air Quality System) (waar voorzien), een systeem dat ervoor zorgt dat de recirculatie automatisch wordt ingeschakeld als er vervuilde lucht wordt waargenomen, bijvoorbeeld tijdens het rijden in de stad, in een file en in tunnels.

Waar van toepassing is er een wasem- sensor A-Afb. 42 het systeem geïnte- greerd, die achter de binnenspiegel is ge- monteerd. Deze sensor „controleert“ een bepaald gebied aan de binnenzijde van de voorruit en regelt het systeem automatisch om te voorkomen dat de ruiten beslaan.

ALFA ROMEO Brera (2010) - BESCHRIJVING - 1

De sensor kan handmatig worden uitgeschakeld als de functie is ingeschakeld. De sensor wordt ingeschakeld telkens als de elektronische sleutel in het contact wordt geplaatst en als de bestuurder op één van de knoppen AUTO drukt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - BESCHRIJVING - 2

Breng om de werking van de sensor niet negatief te beïnvloeden geen stickers (zoals tolvignet- ten en parkeerschijven) in het controlegebied tussen de sen- sor en de voorruit aan. Houd de sensor en de voorruit goed schoon en voorkom ophopen van stof en andere stoffen.

Bedieningselementen Afb. 43

A — drukknoppen luchtverdeling (links en rechts);

B — draaiknop temperatuurregeling links;

C — drukknop inschakeling automatische werking (FULL AUTO);

D — display weergave informatie klimaatregeling;

E — draaiknop temperatuurregeling rechts;

F — drukknop in-/uitschakelen achterruit-/spiegelverwarming;

G — drukknop inschakelen MAX-DEF-functie (snel ontwasemen/ontdooien voorruit, zijruiten voor, achterruitverwarming en buitenspiegelverwarming);

H – drukknoppen verhogen/verlagen aanjagersnelheid;

A B C D 28.5 °C OFF 17.5 °C AUTO AUTO AUTO - + AUTO N M L I H G F A E

Afb. 43
A0F0155m

I — OFF-knop uitschakeling klimaatregeling;

L – drukknop in-/uitschakelen recirculatie;

M - drukknop in-/uitschakelen aircocompressor;

N — interieurtemperatuursensor.

GEBRUIK VAN DE KLIMAATREGELING

De klimaatregeling kan worden ingeschakeld door op een knop (behalve 53), en OFF) te drukken; wij raden u aan te beginnen met het instellen van de gewenste temperatuur op het display en vervolgens de knop AUTO in te drukken.

Met de klimaatregeling kan de gewenste temperatuur door de bestuurder en passagier afzonderlijk worden ingesteld.

TEMPERATUUR INSTELLEN

Draai de draaiknoppen (B/E) rechts of linksom om de gewenste temperatuur respectievelijk links (draaiknop B) of rechts (draaiknop E) in het interieur te verhogen of te verlagen. De ingestelde temperaturen worden op het display D weergegeven.

Als de draaiknoppen rechtsom of linksom in de uiterste standen HI of LO worden gezet, worden respectievelijk de functies maximaal verwarmen of maximaal koelen ingeschakeld.

Functie HI (HIGH) (maximaal verwarmen)

Op het display kan een temperatuur hoger dan 32 °C wordt ingesteld voor de bestuurderszijde of de passagierszijde of beide zijden; door deze instelling gaat het systeem werken als een niet gescheiden systeem en wordt de temperatuur op beide displays aangegeven.

Deze functie kan worden ingeschakeld als u het interieur zo snel mogelijk wilt verwarmen en gebruik wilt maken van het maximale vermogen van het systeem.

De functie maakt gebruik van de maximale koelvloeistoftemperatuur, terwijl de luchtverdeling en de aanjagersnelheid automatisch door het systeem worden geregeld.

We raden u aan om deze functie niet in te schakelen als de motor nog koud is, om de toevoer van onvoldoende verwarmde lucht in de auto te voorkomen.

Als deze functie is ingeschakeld, zijn alle handmatige instellingen mogelijk. Als u de functie wilt uitschakelen, hoeft u alleen de draaiknop (B of E) voor de temperatuur op een waarde lager dan 32 °C in te stellen; op het andere display wordt de waarde 32 °C aangegeven.

Als u op de knop AUTO drukt, wordt er op het display een temperatuur van 32 °C aangegeven en wordt de temperatuur automatisch geregeld.

Functie LO (LOW) (maximale koeling)

Als er een temperatuur lager dan 16 °C op het display wordt ingesteld, wordt deze waarde op het display weergegeven. Deze functie kan worden ingeschakeld als u het interieur zo snel mogelijk wilt koelen en gebruik wilt maken van het maximale vermogen van het systeem.

De functie schakelt de luchtverwarming uit en schakelt de recirculatie (om de toevoer van warme lucht naar het interieur te voorkomen) en de aircocompressor in; de luchtverdeling wordt op ◀/▶ ingesteld. De aanjagersnelheid wordt automatisch door het systeem geregeld.

Als deze functie is ingeschakeld, zijn alle handmatige instellingen toegestaan. Als u de functie wilt uitschakelen, hoeft u alleen de draaiknop (B of E) voor de temperatuur op een waarde hoger dan 16 °C in te stellen; op het andere display wordt de waarde 16 °C aangegeven.

Als u op de knop AUTO drukt, wordt er een temperatuur van 16 °C op het display aangegeven en wordt de temperatuur automatisch geregeld.

AUTOMATISCHE WERKING VAN DE KLIMAATREGELING

Als u op de knop AUTO (bedieningsorganen voor en achter) drukt, wordt AUTO op het display weergegeven; het systeem regelt automatisch:

□ de aanjagersnelheid;
□ de luchtverdeling in het interieur;
□ de interne recirculatie;
□ de aircocompressor;

waarbij alle voorafgaande handmatige instellingen worden opgeheven.

AUTO verdwijnt van het display in de betreffende zone (bestuurders- of passagierszijde of achter) als een handeling wordt uitgevoerd, behalve als de gewenste temperatuur wordt gewijzigd. Het verdwijnt ook als het regelsysteem (vooral als de compressor handmatig is uitgeschakeld) niet meer in staat is om de gewenste temperatuur te bereiken of te handhaven.

ALFA ROMEO Brera (2010) - AUTOMATISCHE WERKING VAN DE KLIMAATREGELING - 1

OPGELET

Bij lage buitentemperaturen raden wij u aan om de recirculatiefunctie niet te gebruiken, omdat hierdoor de ruiten sneller kunnen beslaan.

REGELING

AANJAGERSNELHEID

Druk op de knoppen +/- om de aanjagersnelheid te verhogen/verlagen.

De aanjagersnelheden worden met ver- lichte staafjes op het display weergege- ven:

☐ minimumsnelheid = één staafje verlicht;
☐ maximumsnelheid = 6 staafjes verlicht;

In de startfase, als de klimaatregeling automatisch werkt, wordt de aanjagersnelheid teruggebracht tot de minimale waarde, totdat de motor is gestart.

Als de compressor is ingeschakeld en de motor gestart, kan de aanjagersnelheid niet meer lager worden dan de minimumsnelheid.

De aanjager kan worden uitgeschakeld (geen enkel staafje verlicht), maar alleen als u de aircocompressor hebt uitgeschakeld met de knop ⚙.

Als u de aanjager weer automatisch wilt laten werken na een handmatig uitgevoerde instelling, moeten de knoppen AUTO worden ingedrukt.

SNEL ONTWASEMEN/ ONTDOOIEN VOORRUIT EN ZIJRUITEN VOOR (MAX-DEF-functie)

Druk op de knop om alle functies die nodig zijn voor het snel ontwase- men/ontdooien van de voorruit, de zijruiten voor en, bij sommige uitvoer- ringen, de voorruitverwarming die zich in het gebied van de ruitenwisser- bladen bevindt, automatisch en tijdge- regeld in te schakelen.

De MAX—DEF-functie kan ook bij uitgeschakelde motor worden uitgevoerd. Als de functie is ingeschakeld, gaat het ronde lampje van de knop branden.

De handelingen die het systeem uitvoert bij ingeschakelde MAX—DEF-functie zijn:

□ uitschakeling van het paneel achter (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien);
□ verhogen luchtstroom;
□ luchtverdeling in stand DEF;
□ toevoer van buitenlucht;
☐ inschakelen arcocompressor;
□ uitschakelen AQS-functie (waar voorzien);
□ inschakelen achterruitverwarming.

Als de MAX-DEF-functie is ingeschakeld, kan alleen de aanjagersnelheid handmatig worden aangepast en de achterruitverwarming uitgeschakeld.

WAARSCHUWING Als de motor nog niet voldoende warm is, wordt niet onmiddellijk de ingestelde aanjagersnelheid ingeschakeld, zodat de stroom onvoldoende verwarmde lucht naar het interieur voor het ontwasemen van de ruiten wordt beperkt.

Als u opnieuw op een van de volgende knoppen drukt: ⬇, ⚙, AUTO of Ⓦ: het systeem schakelt de MAX—DEF-functie uit, waarbij de voorwaarden vóór het inschakelen van de functie worden gereset én eventueel de laatst gevraagde functie wordt ingeschakeld.

WAARSCHUWING We raden u aan om de MAX—DEF-functie niet in te schakelen als de motor is uitgeschakeld, om te voorkomen dat de accu wordt ont-laden.

Druk op de knop om deze functie in te schakelen: het ronde lampje op de knop gaat branden als deze functie wordt ingeschakeld.

Als deze functie wordt ingeschakeld, wordt bij sommige uitvoeringen ook de voorruit rond de ruitenwisserbladen ont-dood.

De functie wordt automatisch na enkele minuten of als er nog een keer op de knop wordt gedrukt uitgeschakeld; de functie wordt ook uitgeschakeld als de motor wordt uitgeschakeld, maar niet opnieuw ingeschakeld als de motor weer wordt gestart.

WAARSCHUWING Plak geen stickers of andere plaatjes op de elektrische weerstandsdraden aan de binnenzijde van de achterruit, om beschadiging van de achterruitverwarming te voorkomen.

IN-/UITSCHAKELEN AIRCOCOMPRESSOR

Druk op de knop ⚙ om de compressor in te schakelen: het ronde lampje op de knop gaat branden als deze functie wordt ingeschakeld.

Druk nog een keer op de knop ⚙ om de compressor uit te schakelen.

Als de compressor is uitgeschakeld, controleert het systeem of de buitentemperatuur hoger of lager/gelijk is aan de gewenste temperatuur:

□ als de buitentemperatuur lager is dan de gewenste temperatuur, werkt het systeem normaal en kan het systeem ook de gewenste temperatuur instellen als de compressor niet is ingeschakeld;
☐ als de buitentemperatuur hoger is dan de gewenste temperatuur, kan het systeem niet aan het verzoek voldoen: in dat geval knipperen op het display de ingestelde temperaturen.

De controle (compressor uitgeschakeld en buitentemperatuur hoger dan de gewenste temperatuur) wordt uitgevoerd telkens als de elektronische sleutel in het contact wordt geplaatst.

ALFA ROMEO Brera (2010) - IN-/UITSCHAKELEN AIRCOCOMPRESSOR - 1

OPGELET

De compressor moet werken om de lucht te

koelen en te drogen; we raden u daarom aan om deze functie altijd ingeschakeld te houden zodat de ruiten niet beslaan.

DE LUCHTVERDELING INSTELLEN

Als de knoppen ⬆/⇨/⇨ worden ingedrukt, kan een van de 7 mogelijke luchtverdelingen handmatig in de auto worden gekozen:

→ Luchtstroom naar de middelste uitstroomopeningen en de uitstroomopeningen aan de zijkant van het dashboard (lichaam passagier).
→ Verdeling van de luchtstroom tussen ↔ de uitstroomopeningen in de voetenruimte (warmere lucht) en de uitstroomopeningen in het midden en aan de zijkant van het dashboard (koelere lucht).
Luchtstroom naar de uitstroomopeningen in de voetenruimte. Met deze luchtverdeling kan in een zo kort mogelijke tijd de lucht in het interieur worden verwarmd door de juiste temperatuur in te stellen.
Verdeling van de luchtstroom tussen de uitstroomopeningen in de beenruimte en de uitstroomopeningen voor ontwaseming/ontdooiing van de voorruit en zijruiten voor. Deze verdeling van de lucht zorgt voor een goede koeling van de auto, waarbij wordt voorkomen dat de ruiten beslaan.

↑ De luchtstroom naar de uitstroom- openingen van de voorruit en de zijruiten voor voor ontwaseming/ ontdooing van de ruiten.

Verdeling van de luchtstroom tussen de uitstroomopeningen in het midden en aan de zijkant van het dashboard en de uitstroomopeningen voor ontwasemen/ontdooien van de voorruit en zijruiten voor. Deze luchtverdeling zorgt voor een goede ventilatie van het interieur en voorkomt dat de ruiten kunnen beslaan.

Verdeling van de luchtstroom tussen alle uitstroomopeningen.

Druk op de knop AUTO om de automatische werking van de luchtverdeling na uitvoering van een handmatige instelling te hervatten.

IN-/UITSCHAKELEN RECIRCULATIE EN INSCHAKELEN AQS (Air Quality System) (waar voorzien)

De luchtrecirculatie wordt als volgt geregeld:

□ automatische regeling; lampje „A“ op de knop gaat dan branden;
□ geforceerd ingeschakeld (recirculatie altijd ingeschakeld); het ronde lampje om de knop gaat branden;
□ geforceerd uitgeschakeld (recirculatie altijd uitgeschakeld met toevoer van buitenlucht); het lampje om de knop gaat uit.

Met AQS (luchtkwaliteitsensor — waar voorzien) wijkt de volgorde van de werking af als de knop ⬇ wordt ingedrukt.

WAARSCHUWING Met de recirculatiefunctie kan, zowel bij verwarmen als koelen, veel sneller de gewenste situatie worden bereikt. We raden u echter af deze functie op regenachtige of koude dagen in te schakelen, omdat de ruiten aan de binnenzijde dan aanzienlijk sneller kunnen beslaan, vooral als de airconditioning niet is ingeschakeld. We raden u aan om de luchtrecirculatie in te schakelen als u in de file staat of in tunnels rijdt. Zo voorkomt u dat er vervuilde lucht in de auto komt. Het is niet raadzaam dit systeem langdurig te laten werken, omdat de kans aanzienlijk toeneemt dat de ruiten beslaan en de lucht niet wordt ververst, vooral als u met meerdere personen in de auto zit.

De ruiten kunnen onder bepaalde klimaatomstandigheden beslaan, bijvoorbeeld bij een buitentemperatuur rond 0 °C, terwijl de recirculatie automatisch wordt geregeld. Druk in dat geval op de knop ⬇ om de recirculatie geforceerd uit te schakelen en druk eventueel op de knop + om de luchtstroom naar de voorruit te vergroten.

Bij een buitentemperatuur lager dan -1 °C kan de aircocompressor niet werken. Bij lage buitentemperaturen raden wij u aan om de recirculatiefunctie niet te gebruiken, omdat hierdoor de ruiten sneller kunnen beslaan.

Inschakeling AQS (Air Quality System) (waar voorzien)

De functie AQS schakelt de recirculatie automatisch in als er vervuilde lucht wordt gesignaleerd, bijvoorbeeld tijdens het rijden in de stad, in een file en in tunnels.

WAARSCHUWING Als AQS is ingeschakeld en de recirculatiefunctie een bepaalde tijd is ingeschakeld, staat de klimaatregeling gedurende ongeveer 1 minuut de toevoer van buitenlucht toe om de lucht in het interieur te verversen; hierbij wordt geen rekening gehouden met de vervuiling van de buitenlucht.

WAARSCHUWING Het AQS wordt bij een lage buitentemperatuur uitgeschakeld om te voorkomen dat de ruiten beslaan. De functie kan opnieuw worden ingeschakeld door op de knop te drukken; hierdoor gaat het lampje „A“ op de knop branden.

POLLENFILTER MET ACTIEF KOOLSTOF

De auto is voorzien van een pollenfilter met actief koolstof. Dit filter heeft als taak om de lucht naar het interieur te zuiveren en stofdeeltjes, pollen, enz. te verwijderen. Het filter werkt ongeacht de luchttoevoer en heeft het beste resultaat bij gesloten ruiten.

Laat de conditie van het filter minstens één keer per jaar bij een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk controleren, bij voorkeur aan het begin van de zomer. Als de auto voornamelijk in een vervuilde of stoffige omgeving wordt gebruikt, raden wij u aan om de controle en vervanging vaker dan voorgeschreven in het Geprogrammeerd Onderhoudsschema te laten uitvoeren (zie het hoofdstuk „Voorzorgsmaatregelen en onderhoud“).

ALFA ROMEO Brera (2010) - POLLENFILTER MET ACTIEF KOOLSTOF - 1

Als het filter niet tijdig wordt vervangen, vermindert de werking van maatregeling aanzienlijk, er geen lucht meer uit de omopeningen stroomt.

DE KLIMAATREGELING UITSCHAKELEN

Druk op de knop OFF. Het ronde lampje om de knop gaat branden om aan te geven dat het systeem is uitgeschakeld.

Met uitgeschakelde klimaatregeling:

☐ slaat het systeem de uitgevoerde handelingen op;
□ wordt het display uitgeschakeld;
☐ wordt de recirculatie ingeschakeld (lampje op de knop brandt);
□ wordt de compressor uitgeschakeld;
□ wordt de ventilatie uitgeschakeld.

Druk op de knop AUTO of een andere knop (behalve en) om de klimaatregeling opnieuw in te schakelen. Als de klimaatregeling opnieuw wordt ingeschakeld, wordt de recirculatie weer automatisch geregeld.

Als de accu wordt losgekoppeld/aangesloten, moet u ten minste 3 minuten wachten voordat u de elektronische sleutel in het contact steekt, zodat de klimaatregeleenheid de elektrische actuatoren voor de temperatuurregeling en de luchtverdeling in de beginstand kan zetten.

EXTRA VERWARMING (alleen dieseluitvoeringen)

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

De auto is voorzien van een extra verwarming, waarmee de motor bij lage temperaturen of in de winter sneller een comfortabele temperatuur in het interieur kan bereiken.

De extra verwarming werkt bij draaiende motor als de buitentemperatuur lager is dan 20 °C en de motor nog niet op bedrijfstemperatuur is.

BUITENVERLICHTING

LINKERHENDEL Afb. 44

Met de linkerhendel bedient u de buitenverlichting.

De buitenverlichting werkt alleen als de elektronische sleutel in het contact is geplaatst.

Verlichting uitgeschakeld

Draaiknop in de stand O.

Buitenverlichting

Draai de draaiknop A in de stand ⚫. Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje ≧00≤ branden.

Dimlichten

Draai de draaiknop A in de stand 📄. Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje 📄 branden.

MENU A Afb. 44 A0F0064m

Grootlicht

Trek de hendel met de draaiknop A in de stand naar het stuur (2° onvergrendelde stand). Op het instrumentenpaneel gaat het lampje branden.

Trek om het grootlicht uit te schakelen de hendel opnieuw naar het stuur (2 e niet vergrendelde stand).

Grootlichtsignaal

Trek onafhankelijk van de stand van de draaiknop A de hendel naar het stuur (1 e niet vergrendelde stand). Op het instrumentenpaneel gaat het controle-lampje ≡ branden.

Richtingaanwijzers

Zet de hendel in de vergrendelde stand:

☐ omhoog: inschakeling richtingaanwijzer rechts;

☐ omlaag: inschakeling richtingaan-wijzer links.

Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje ⇔ of ⇒ knipperen.

De richtingaanwijzers worden automatisch uitgeschakeld als de auto weer rechtuit rijdt.

Als u van rijstrook wilt veranderen, kunt u dit aangeven door de linkerhendel in de niet-vergrendelde stand te zetten. De richtingaanwijzers aan de gekozen zijde knipperen 3 keer en gaan vervolgens automatisch uit.

„FOLLOW ME HOME“ -SYSTEEM

Met dit systeem kan de ruimte voor de auto een bepaalde tijd worden verlicht.

Inschakelen

Trek de hendel binnen 2 minuten na het uitschakelen van de motor naar het stuur.

Bij iedere afzonderlijke bediening van de hendel wordt de ingeschakelde tijd van de verlichting met 30 seconden verlengd tot een maximum van 3,5 minuut. Na het verstrijken van deze tijd gaan de lichten automatisch uit.

Telkens als de hendel wordt bediend, gaat het lampje 200 op het instrumentenpaneel branden en wordt er een bericht op het display weergegeven (zie het hoofdstuk „Lampjes en berichten“).

Uitschakelen

Houd de hendel langer dan 2 seconden naar het stuur getrokken.

SENSOR AUTOMATISCHE KOPLAMPEN (schemersensor)

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Deze sensor is in staat om de verschillen in sterkte van het omgevingslicht waar te nemen op basis van de ingestelde gevoeligheid: hoe hoger de gevoeligheid, hoe minder buitenlicht er nodig is om de verlichting in te schakelen.

De gevoeligheid van de schemersensor is instelbaar met behulp van het „Setup-menu“ van het display (zie de paragraaf „Instelbaar multifunctioneel display“ in dit hoofdstuk).

Inschakelen

Draai de draaiknop A-Afb. 44 in de stand ⚫: op deze manier gaan de buitenverlichting en de dimlichten automatisch branden, afhankelijk van de sterkte van het buitenlicht.

Als de lichten automatisch zijn ingeschakeld en de sensor geeft een uitschakelcommando, wordt eerst het dimlicht uitgeschakeld en na enkele seconden de buitenverlichting.

Uitschakelen

Als de sensor het systeem uitschakelt, worden eerst de dimlichten en na enkele seconden de buitenverlichting uitgeschakeld. De schemersensor is niet in staat om mist te signaleren. Daarom moet de verlichting bij mist handmatig worden ingeschakeld.

Storingsmeldingen

Bij storingen in de schemersensor wordt er een bericht op het display weergegeven (zie het hoofdstuk „Lampjes en berichten”).

Afb. 45 A B C ΦD P≤ 3 p ΦD km A0F0061m

KNOPPEN OP HET DASHBOARD Afb. 45

Mistlampen voor

Druk op de knop A om de mistlampen in te schakelen terwijl de buitenverlichting is ingeschakeld. Op het instrumentenpaneel gaat het lampje 10 branden. Het gaat uit als er nog een keer op de knop wordt gedrukt of als de buitenverlichting wordt uitgeschakeld.

Mistachterlichten

Druk op de knop B. De mistachterlichten werken alleen als het dimlicht is ingeschakeld. Op het instrumentenpaneel gaat het controlelampje ⚙ branden. Het gaat uit als er opnieuw op de knop wordt gedrukt, als het dimlicht of de mistlampen worden uitgeschakeld of als de motor wordt uitgeschakeld.

Parkeerlichten

Dit gaat bij een uitgeschakeld instrumentenpaneel branden als er op de knop C wordt gedrukt. Als de knop wordt ingedrukt, klinkt er een geluidssignaal en gaat het lampje ≥0≤ op het instrumentenpaneel branden.

Druk voor uitschakeling nogmaals op de knop.

Als de linkerhendel van de buitenverlichting omhoog of omlaag wordt gezet terwijl de parkeerverlichting is ingeschakeld, kan de zijde (links of rechts) worden gekozen waar de verlichting moet blijven branden. In dit geval gaat het controlelampje ≡0 ≤ op het instrumentenpaneel uit.

Als de linkerhendel in de middelste stand staat, gaan de vier lampen van de parkeerverlichting en de kentekenverlichting branden.

Afb. 46 A0F0100m

Waarschuwingsknipperlichten

Deze gaan branden als de knop A-Afb. 46 wordt ingedrukt.

Als de verlichting brandt, gaat de knop knipperen en gaan de lampjes ⇔ en ➔ tegelijkertijd op het instrumentenpaneel knipperen.

Druk nog een keer op de knop A om het systeem uit te schakelen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Waarschuwingsknipperlichten - 1

OPGELET

Het gebruik van de waarschuwingsknip-

perlichten is afhankelijk van de wetgeving van het land waarin u zich bevindt. Houdt u aan de voorschriften.

DE RUITEN REINIGEN

HENDEL RECHTS

Met de rechterhendel Afb. 47 kunt u de ruitenwissers/-sproeiers en achterruitwisser/-sproeier bedienen.

Als de buitenverlichting brandt, worden bij het inschakelen van de ruitensproeiers ook de koplampsproeiers ingeschakeld.

Ruitenwissers/-sproeiers

De rechterhendel kan in vijf verschillende standen worden gezet:

0: ruitenwissers uitgeschakeld;

1: wissen met interval.

Draai als de hendel in de stand 1 staat de draaiknop op A, waarbij u uit vier intervalstanden kunt kiezen:

■= lang interval
■ = gemiddeld interval
■ = gemiddeld - snel interval
■ = snel interval

Afb. 47 ON/OFF A TRIP 4 0 1 2 3 A0F0066m

2: continu langzaam wissen
3: continu snel wissen
4: tijdelijk snel wissen (onvergrendel-de stand)

De functie in de stand 4 blijft ingeschakeld zolang de hendel in deze stand wordt gehouden. Als de hendel wordt losgelaten, keert deze terug naar de beginstand 0 en stoppen de ruitenwis- sers automatisch.

Gebruik de ruitenwis- sers niet om opgehoopte sneeuw of ijs van de voorruit te verwijderen. In die omstandigheden grijpt de be- veiliging in als de ruitenwissers te zwaar worden belast; deze beveiliging zorgt ervoor dat de ruitenwissers enkele seconden worden uitgeschakeld. Ga naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk als de werking niet wordt hersteld.

„Intelligente wis-/ wasregeling“

Als u de hendel naar het stuur trekt (onvergrendelde stand), worden de ruitensproeiers ingeschakeld.

Als u de hendel langer dan een halve seconde aangetrokken houdt, dan worden in één beweging de ruitenwissers/-sproeiers ingeschakeld.

Als u de hendel loslaat, stoppen de ruitensproeiers onmiddellijk terwijl de ruitenwissers nog 3 slagen maken. Na ongeveer 6 seconden volgt nog een extra wisslag.

Afb. 48 A0F0227m

REGENSENSOR

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

De regensensor A-Afb. 48 bevindt zich achter de binnenspiegel en is een elektronisch systeem dat wordt gebruikt door het ruitenwissersysteem dat automatisch de slagfrequentie van de ruitwissers aanpast aan de intensiteit van de regen. Alle andere functies die door de rechterhendel worden geregeld zijn hetzelfde gebleven.

De regensensor wordt ingeschakeld als de rechterhendel in de stand 1-Afb. 47 wordt gezet. De sensor heeft een traploos bereik van stilstaande ruitenwissers (geen enkele slag) bij een droge ruit tot werking met de tweede snelheid (continu met gemiddelde snelheid) bij hevige regen.

Als u de draaiknop A-Afb. 47 draait, dan wordt de gevoeligheid van de regensensor verhoogd, waardoor de ruitenwissers vanuit stilstand bij een droge ruit sneller naar de eerste snelheid (langzaam continu wissen) gaan. De handeling wordt bevestigd met een enkele slag van de ruitenwissers.

Als u de ruitensproeier inschakelt met de regensensor actief (hendel in de stand 1-Afb. 47), wordt er een normale sproeicyclus uitgevoerd. Daarna werkt de regensensor weer automatisch.

Als de elektronische sleutel uit het contact wordt verwijderd, blijft de regensensor uitgeschakeld; als de auto weer wordt gestart, wordt de regensensor niet ingeschakeld, ook als de hendel in de stand 1-Afb. 47 blijft staan. In dat geval moet de hendel in de stand 0 of 2 en vervolgens opnieuw in de stand 1 worden gezet om de regensensor in te schakelen.

Als de regensensor opnieuw wordt ingeschakeld, maken de ruitenwissers één slag, ook op een droge ruit.

WAARSCHUWING Als de regensensor defect is, werken de ruitenwissers als de rechterhendel in de stand 1-Afb. 47 in de intervalstand staat. Als de storing van de regensensor optreedt tijdens de automatische werking, blijft het systeem werken volgens de laatst ingestelde werking van de ruitenwissers. Als de hendel in de andere standen wordt gezet, blijven de ruitenwissers werken.

De regensensor is in staat om de volgende omstandigheden te herkennen en zijn gevoeligheid hieraan aan te passen:

☐ vuil op het controleoppervlak (zout-aanslag, vuil, enz.);
□ verschil tussen dag en nacht.

Storingsmeldingen

Bij storingen in de regensensor wordt er een bericht op het display weergegeven (zie het hoofdstuk „Lampjes en berichten”).

ALFA ROMEO Brera (2010) - Storingsmeldingen - 1

Schakel de regensensor niet in als de auto in een automatische wasstraat gewassen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Storingsmeldingen - 2

Schakel het systeem bij ijsvorming op de voorruit uit.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Storingsmeldingen - 3

Als er waterresten achterblijven, kunnen de ruitenwissers ongewensegingen maken.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Storingsmeldingen - 4

OPGELET

Controleer als de voor- ruit moet worden ngemaakt altijd of het m is uitgeschakeld.

Achterruitwisser/-sproeier

Trek de hendel naar het stuur (niet-ver-grendelde stand) om de ruitensproeier van de achterruit en de continu werking van de ruitenwisser voor de achterruit in te schakelen. De werking stopt als de hendel wordt losgelaten.

Draai de draaiknop B-Afb. 47 van de stand ON/OFF naar de stand 📋 om de intervalstand voor de achterruitenwisser in te schakelen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Achterruitwisser/-sproeier - 1

KOPLAMPSPROEIERS (waar voorzien) Afb. 49

Deze zijn voorzien van een sproeier voor elke functie van de buitenverlichting. Ze gaan automatisch werken als de ruitensproeiers bij brandende buitenverlichting worden ingeschakeld.

WAARSCHUWING Contoleer regelmatig of de koplampsproeiers schoon en in goede staat zijn.

CRUISE CONTROL (snelheidsregelaar)

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

ALGEMENE INFORMATIE

De snelheidsregeling (CRUISE CONTROL) is een elektronisch systeem waarmee de auto met de gewenste snelheid blijft rijden, zonder dat het gaspedaal ingetrapt hoeft te worden. Hierdoor wordt de bestuurder tijdens een rit op de snelweg, vooral bij lange ritten, minder snel moe omdat de opgeslagen snelheid automatisch in stand wordt gehouden.

WAARSCHUWING Het mechanisme kan alleen worden ingeschakeld bij een snelheid tussen 40 en 190 km/u.

RES A Afb. 50 A0F0095m

SYSTEEM INSCHAKELEN

Draai de draaiknop A-Afb. 50 naar 📐.

Het systeem kan niet worden ingeschakeld als de 1e versnelling of de achteruitversnelling is ingeschakeld; we raden u aan om het systeem in de 4e versnelling of hoger te gebruiken. Bij afdalingen kan de snelheid bij een ingeschakelde cruise control iets hoger dan de opgeslagen snelheid liggen.

Als de cruise controle wordt ingeschakeld, gaat het lampje ⚫ op het instrumentenpaneel branden (bij sommige uitvoeringen wordt er ook een bericht op het display weergegeven) (zie het hoofdstuk „Lampjes en berichten”).

Ga als volgt te werk:

draai de draaiknop A-Afb. 50 in de stand en trap het gaspedaal in tot de auto met de gewenste snelheid rijdt;
☐ druk de hendel omhoog (+) of omlaag (−) en laat de hendel los: de snelheid van de auto wordt opgeslagen en het gaspedaal kan nu worden losgelaten.

Waar nodig (bijvoorbeeld bij inhalen) kan de snelheid simpel worden verhoogd door het gaspedaal in te trappen: als u daarna het gaspedaal loslaat, gaat de rijsnelheid terug naar de opgeslagen snelheid.

Als het systeem is uitgeschakeld door bijvoorbeeld het intrappen van het remof koppelingspedaal, kan de opgeslagen snelheid op de volgende manier worden opgeroepen:

□ geef geleidelijk gas totdat de snelheid ongeveer gelijk is aan de opgeslagen snelheid;
☐ schakel de versnelling in die was ingeschakeld op het moment dat de snelheid werd opgeslagen (vierde versnelling of hoger);
□ druk op de knop RES (op het uit-einde van de hendel).

DE OPGESLAGEN SNELHEID VERHOGEN

Dit kan op twee manieren:

□ trap het gaspedaal in en sla vervolgens de nieuwe snelheid op;
of
□ zet de hendel omhoog (+).

Telkens als de hendel wordt bediend, wordt de snelheid met ongeveer 1,5 km/u verhoogd; als de hendel omhoog wordt gehouden, wordt de snelheid traploos gewijzigd.

Dit kan op twee manieren:

☐ schakel het systeem uit en sla vervolgens de nieuwe snelheid op;
of
□ zet de hendel omlaag (—) totdat de nieuwe snelheid is bereikt die automatisch wordt opgeslagen.

Telkens als de hendel wordt bediend, wordt de snelheid ongeveer 1,5 km/u verlaagd. Als de hendel omlaag wordt gehouden, wordt de snelheid traploos gewijzigd.

HET SYSTEEM UITSCHAKELEN

Het systeem wordt in de volgende gevallen uitgeschakeld:

□ draai de knop A-Afb. 50 in de stand O;
☐ schakel de motor uit of haal de elektronische sleutel uit het contact;
□ intrappen van het rempedaal, intrappen van het koppelingspedaal (in deze gevallen blijft de snelheid opgeslagen en kan deze worden opgeroepen met de knop RES);
☐ intrappen van het gaspedaal: in dit geval wordt het systeem slechts tijdelijk uitgeschakeld; als het pedaal wordt losgelaten, schakelt het systeem automatisch opnieuw in;
als de voertuigsnelheid lager wordt dan de limiet (in dat geval blijft de laatst opgeslagen snelheid bewaard en kan worden opgeroepen door de knop RES in te drukken).

Automatische uitschakeling van de cruise control

De cruise control wordt tijdelijk uitgeschakeld als het ABS of VDC ingrijpt (na een maximaal toegestane tijd): in dit geval blijft de laatste opgeslagen snelheid bewaard. Deze snelheid kan worden opgeroepen door op de knop RES te drukken.

Bij een storing van de cruise control of het motormanagementsysteem wordt het systeem uitgeschakeld totdat de elektronische sleutel uit het contact wordt verwijderd. Ga in dit geval naar een dealer van het Alfa Romeo Service-netwerk.

Het systeem wordt ook automatisch uitgeschakeld als de knop A of RES onjuist of per ongeluk wordt bediend: in dat geval kan het systeem weer worden ingeschakeld door de auto met de gewenste snelheid te laten rijden en de hendel omhoog (+) of omlaag (−) te zetten.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Automatische uitschakeling van de cruise control - 1

OPGELET

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Bij een storing of defect van de cruise control
moet de draaiknop A-Afb. 50 in de stand O worden gezet. Controleer de zekering en laat het systeem door een dealer van het Alfa Romeo Service-netwerk controleren.
Als de cruise control tij- dens het rijden is inge-
schakeld, mag u de versnel- lingspook nooit in de vrijstand zetten.

PLAFONDVER- LICHTING

PLAFONDLAMPJE VOOR Afb. 51

Druk op de volgende knoppen:

A: om de instapverlichting links in/uit te schakelen;
B: om de verlichting in het midden in/uit te schakelen;
C: om de instapverlichting rechts in/uit te schakelen;

Als u langere tijd op de knop B drukt, worden alle plafondlampen uitgeschakeld. De uitschakeling wordt ook aangegeven met een geluidssignaal. Druk om de verlichting opnieuw in te schakelen kort op de knop B.

A B C

Afb. 51
A0F0225m

WAARSCHUWING Als één van de portieren per ongeluk geopend blijft staan, gaan de plafondverlichting en de instapverlichting automatisch na een paar minuten uit. Open een ander portier of sluit en open hetzelfde portier om de verlichting opnieuw in te schakelen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - PLAFONDLAMPJE VOOR Afb. 51 - 2

De verlichting A-Afb. 52 in de portieren gaat branden als het portier wordt geopend, ongeacht de stand van de elektronische sleutel.

De lamp blijft met portier geopend ongeveer 3 minuten branden en gaat daarna automatisch uit.

In de volgende tabel staan de oorzaken waardoor de lampen van de plafondverlichting worden in- of uitgeschakeld en de manier waarop ze worden in- of uitgeschakeld:

GebeurtenisStanden voor in-/uitschakelen van de plafondverlichting
Openen van een portierInschakelen van de verlichting gedurende enkele minuten. De tijdregeling wordt opnieuw gestart als er een willekeurig portier wordt geopend
Sluiten van alle portierenElektronische sleutel verwijderd uit het contact:de verlichting blijft nog 10 seconden branden.Deze tijdregeling wordt onderbroken als de elektronische sleutel in de opening wordt gestokenMotor starten: uitschakeling verlichting
Verwijderen van de elektronische sleutel uit het contactInschakeling verlichting gedurende ongeveer 10 seconden
Vergrendelen portierenUitschakeling verlichting
Ontgrendelen portierenInschakeling verlichting gedurende ongeveer 10 seconden
Ingrijpen brandstofnoodschakelaarInschakeling verlichting gedurende enkele minuten.Als de brandstofnoodschakelaar opnieuw wordt geactiveerd, wordt de verlichting uitgeschakeld.

In alle gevallen die in de tabel worden beschreven, wordt de verlichting progressief in-/uitgeschakeld, met een duur van ongeveer 2 seconden.

BEDIENINGS- KNOPPEN

BRANDSTOF- NOODSCHAKELAAR EN ELEKTRISCHE VOEDING

De auto is voorzien van een beveiligingsschakelaar, die bij een botsing in werking treedt en de brandstoftoevoer onderbreekt, waardoor de motor afslaat.

Bij bepaalde uitvoeringen is er bovendien een extra beveiligingsschakelaar aanwezig, die bij een botsing de elektrische voeding onderbreekt.

Op deze manier wordt het lekken van brandstof als gevolg van gebroken leidingen voorkomen; ook worden vonken en elektrische ontladingen voorkomen als gevolg van beschadigde elektrische onderdelen van de auto.

WAARSCHUWING Verwijder na een botsing de elektronische sleutel uit het contact om te voorkomen dat de accu ontladt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - BRANDSTOF- NOODSCHAKELAAR EN ELEKTRISCHE VOEDING - 1

OPGELET

Als u na een ongeval een brandstoflucht ruikt of merkt dat het brandstof-systeem lekt, schakel het systeem dan niet in om brand te voorkomen.

Portierontgrendeling bij een ongeval

Bij een botsing waarbij de brandstofnoodschakelaar wordt ingeschakeld worden de portieren automatisch ontgrendeld, zodat het interieur van buitenaf kan worden bereikt en wordt tegelijkertijd de interieurverlichting ingeschakeld. U kunt de portieren echter altijd van binnenuit openen met behulp van de daarvoor bestemde bedieningshendels. Als er na een botsing geen brandstoflekkage of beschadigingen aan de elektrische systemen van de auto (bijvoorbeeld de koplampen) worden gesignaleerd en er kan met de auto worden gereden, schakel de brandstofnoodschakelaar en de voedingsonderbreekschakelaar (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) dan weer in door de hierna aangegeven procedure uit te voeren.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Portierontgrendeling bij een ongeval - 1

OPGELET

Als de portieren vanuit het interieur centraal zijn vergrendeld en de brandstofnoodschakelaar na een botsing niet in staat was om de portieren automatisch te ontgrendelen, kan de auto niet van buitenaf worden geopend. Het van buitenaf openen van de portieren hangt bovendien af van de staat van de portieren na een ongeval: als een portier beschadigd is, kan het mogelijk niet worden geopend. Probeer in dat geval het andere portier van de auto te openen.

A A0F0221m Afb. 53

Brandstofnoodschakelaar opnieuw inschakelen

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 2

OPGELET

Controleer voordat de brandstofnoodschakelaar opnieuw wordt ingeschakeld zorgvuldig of er geen brandstof lekt en of de elektrische systemen (bijvoorbeeld dat van de koplampen) niet zijn beschadigd.

Druk om de brandstofnoodschakelaar weer in te schakelen op de knop A-Afb. 53.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 2

OPGELET

Controleer voordat de voedingsonderbreek-

schakelaar weer wordt ingeschakeld zorgvuldig of er geen brandstof lekt en of de elektrische systemen (bijvoorbeeld de koplampen) niet zijn beschadigd.

De schakelaar bevindt zich in de zeker- ringenkast op de pluspool van de accu.

Ga voor het opheffen van de werking van de voedingsonderbreekschakelaar als volgt te werk:

□ druk op de knop A-Afb. 53 om de brandstofnoodschakelaar opnieuw in te schakelen;
□ open de motorkap;

□ maak de borgveren A-Afb. 54 los en verwijder het beschermdeksel B;
□ druk op de knop C-Afb. 55 om de voedingsonderbreekschakelaar opnieuw in te schakelen.

INTERIEUR- UITRUSTING

MIDDELSTE ARMSTEUN

Deze bevindt zich tussen de voorstoelen. In de armsteun zit een koel- en warmhoudvak (voor bepaalde uitvoeringen/ markten, waar voorzien) (zie de volgende paragraaf).

A B Afb. 56 A0F0039m

Opbergvak

Druk op de knop A- Afb. 56 en til het deksel B op om het vak te openen.

A A0F0141m Afb. 57

Koel- en warmhoudvak

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Deze bevindt zich in de middelste armsteun. Met de draaiknop A-Afb. 57 kan de hoeveelheid lucht naar het vak worden geregeld.

WAARSCHUWING Het koel-/warmhoudvak houdt dranken die van tevoren zijn opgewarmd/gekoeld op temperatuur.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Koel- en warmhoudvak - 1

Knoei geen vloeistof in het vak.

Afb. 58 A0F0139m

ACHTERSTE ARMSTEUN

Als u de armsteun A-Afb. 58 wilt gebruiken, zet u de armsteun op het met de pijl aangegeven punt omlaag.

Afb. 59 A0F0142m

Skiluikje

Dit luik kan voor het vervoeren van lange objecten worden gebruikt.

Als u het skiluik wilt gebruiken, zet u de armsteun omlaag, trekt u aan het lipje A-Afb. 59 van de klep en zet u het omlaag op de armsteun.

Afb. 60 A0F0149m

DASHBOARDKASTJE

Open het kastje met behulp van de greep A-Afb. 60. Als het kastje wordt geopend, gaat er in het kastje een lampje branden. Als u vergeet het kastje te sluiten, gaat de verlichting na enkele minuten automatisch uit. Op de klep kan een pen of een potlood worden bevestigd.

ALFA ROMEO Brera (2010) - DASHBOARDKASTJE - 1

Rijd niet met een ge- opend dashboardkastje: bij een ongeval kan de passagier gewond raken.

Afb. 61 A0F0140m

ASBAK EN AANSTEKER

Asbak

Til de klep A-Afb. 61 op. De asbak kan worden verwijderd: trek de asbak naar boven om deze te verwijderen.

BELANGRIJK Gebruik de asbak niet voor papier: papier kan door peuken vlam vatten.

Aansteker

Deze bevindt zich in de asbak. Til de klep A-Afb. 61 op.

Druk op de knop B terwijl de sleutel in het contact is geplaatst om de aansteker in te schakelen.

BELANGRIJK Controleer altijd of de aansteker na het indrukken ook wordt uitgeschakeld.

WAARSCHUWING De aansteker wordt erg heet. Gebruik de aansteker voorzichtig en voorkom dat hij door kinderen wordt gebruikt: risico van brand en/of brandwonden.

WAARSCHUWING Sluit geen apparaten met een hoger vermogen dan 100 W op de aansteker aan.

WAARSCHUWING Stekkers met te grote afmetingen kunnen de lipjes van het contact van de aansteker beschadigen.

WAARSCHUWING De buitenlichting gaat branden afhankelijk van de verlichting in de auto om de verlichtingsduur voor bepaalde interne systemen (bijvoorbeeld de ring van de aansteker en de asbak) te verlengen. bij voldoende daglicht worden deze systemen niet verlicht. Als er daarentegen onvoldoende daglicht aanwezig is, gaan ze branden.

Sluit geen accessoires met een hoger vermogen dan wordt aangegeven aan. Als er langdurig stroom wordt gevraagd, kan de accu leeglopen; hierdoor start de motor niet meer.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Aansteker - 1

De zonnekleppen zitten aan beide zijden naast de binnenspiegel. Ze kunnen voor de voorruit of voor de zijruit worden gedraaid.

Bij bepaalde uitvoeringen bevindt zich op de achterzijde van de zonneklep een spiegeltje dat wordt verlicht door een plafondlampje, waardoor het spiegeltje ook bij weinig licht kan worden gebruikt.

Open het klepje A-Afb. 66 om het spiegeltje te gebruiken.

De lampjes gaan automatisch branden als het klepje omhoog wordt gezet en gaan uit als het klepje omlaag wordt gezet of enkele minuten nadat de elektronische sleutel uit het contact is verwijderd.

OPBERGVAKKEN

Voor

Deze bevinden zich op de middentunnel Afb. 62 en op de voorportieren Afb. 63 (één op elk portier).

Achter

Deze bevinden zich op de middentunnel Afb. 64 en op de zijkant van de achterste zitplaatsen Afb. 65.

PANORAMISCH OPEN DAK

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Het bestaat uit een groot glazen paneel en is voorzien van een in lengterichting verstelbaar zonnescherm A-Afb. 67 met elektrische bediening.

ZONNESCHERM

Hiermee kan het licht in het interieur worden geregeld: het zonnescherm werkt alleen als de sleutel in het contact is geplaatst.

A A0F0070m Afb. 67 A0F0070m

Het zonnescherm openen/sluiten

Als u het zonnescherm wilt openen, drukt u op de knop B-Afb. 68 op de plafondverlichting voor: het zonnescherm schuift naar de achterkant van de auto. Het zonnescherm wordt in 3 stappen geopend door herhaaldelijk op de knop B-Afb. 68 te drukken.

Als het zonnescherm open is, kan het worden gesloten door nog een keer op de knop Bte drukken. Het zonnescherm sluit in één stap.

Afb. 68 A0F0238m

Antiletselfunctie

Het antiletselsysteem is actief als het zonnescherm wordt gesloten; dit systeem grijpt in als er een obstakel (bijvoorbeeld vingers of handen) wordt waargenomen en keert de beweging om.

Als er een obstakel wordt waargenomen, wordt het zonnescherm onmiddellijk gestopt en wordt de beweging omgekeerd, waardoor het zonnescherm terugkeert naar de eerder ingestelde stand.

INITIALISATIEPROCEDURE VOOR HET ZONNESCHERM

Initialisatie

Als de accu losgekoppeld is geweest of als de beveiligingszekering tijdens een beweging van het zonnescherm is gesprongen, moet het systeem als volgt opnieuw worden geïntitialiseerd aan de hand van de volgende procedure (deze handelingen moeten bij uitgeschakelde motor worden uitgevoerd):

□ sluit het zonnescherm volledig:

  • bij continu ingrijpen van het antiletselsysteem;
    — forceer de sluitstand door de knop in de stand voor sluiten houden;
    — na 10 seconden sluit het zonnescherm stapsgewijs; houd de knop tijdens het sluiten ingedrukt;
    — als het zonnescherm stopt, laat u de knop los en gaat u als volgt verder;

□ verwijder de sleutel 10 seconden uit het contact;
☐ plaats de sleutel terug en schakel de motor in;
☐ druk de knop van het zonnescherm in de gesloten stand en houd de knop ingedrukt totdat het zonnescherm mechanisch wordt gestopt (merkbaar na ongeveer 10 seconden);
☐ laat de knop voor het zonnescherm los;
□ druk de knop voor het zonnescherm binnen 3 seconden nog een keer in de stand voor SLUITEN;
□ als u de knop indrukt, voert het zonnescherm een volledige cyclus voor openen/sluiten uit (houd de knop tijdens de volledige fase ingedrukt);
☐ laat de knop los als de cyclus is vol- tooid;
□ handeling voltooid.

Als de cyclus van openen/sluiten niet wordt uitgevoerd, moet u de initialisatie-procedure nog een keer uitvoeren.

ONDERHOUD

Dit systeem kan alleen goed blijven werken als de bestuurderszone regelmatig wordt gereinigd om te voorkomen dat het schuiven van het zonnescherm door vuil wordt belemmerd.

WAARSCHUWING

Maak de mechanische geleiders regelmatig schoon; verwijder vuil en stof.

Als de geleiders met een oplosmiddel/petroleum moeten worden gereinigd, moet u de smeerolie van de mechanismen, kabels en schuifonderdelen, zoals de glijblokken van het zonnescherm, aanvullen.

We raden u voor het reinigen van het zonnescherm aan producten te gebruiken die geschikt zijn voor de normale reiniging van de bekleding en afwerking in de auto.

PORTIEREN

PORTIEREN CENTRAAL VER-/ONTGRENDELEN

Portiervergrendeling van buitenaf

Druk met gesloten portieren op de knop op de elektronische sleutel of steek de metalen baard (in de sleutel) in het portierslot aan de bestuurderszijde en draai de sleutel. De portiervergrendeling wordt alleen ingeschakeld als alle portieren zijn gesloten. Als een of meerdere portieren worden geopend als u op de knop op de elektronische sleutel drukt, dan knipperen de richtingaanwijzers en het lampje op het portier aan de bestuurderszijde ongeveer 3 seconden snel.

Als één of meerdere portieren worden geopend met de metalen baard van de elektronische sleutel, knippert alleen het lampje op het portier aan de bestuurderszijde ongeveer 3 seconden snel.

Als alle portieren zijn gesloten, maar de bagageruimte is geopend, dan worden de portieren vergrendeld: de richting-aanwijzers (druk om alleen te vergrendelen op de knop 📄) en het lampje op het bestuurdersportier knipperen snel gedurende ongeveer 3 seconden.

Via het „Setup-menu“ (of bij bepaalde uitvoeringen via het radio-/navigatie-systeem) van de auto kan een functie worden geactiveerd, waardoor als de knop op de elektronische sleutel wordt ingedrukt alleen het bestuurdersportierslot wordt ontgrendeld (zie de paragraaf „Instelbaar multifunctioneel display“ in dit hoofdstuk).

Afb. 69 A0F0025m

Als de functie is ingeschakeld (ON), kan het andere portier worden ont-grendeld door op de knop (Afb. 69) op de middenconsole te drukken.

Portierontgrendeling van buitenaf

Druk op de knop 📋 op de elektronische sleutel of steek de metalen baard (in de sleutel) in het portierslot aan de bestuurderszijde en draai de sleutel.

Ver-/ontgrendeling van het portier van binnenuit

Druk op de knop (Afb. 69) om alle portieren te ver-/ontgrendelen.

De knop is voorzien van een rond lampje dat de status aangeeft (portieren vergrendeld of ontgrendeld). Als de portieren zijn vergrendeld, brandt het lampje: als er dan opnieuw op de knop wordt gedrukt, worden de portieren centraal ontgrendeld en gaat het lampje uit. Als de sleutel wordt verwijderd, gaat het lampje na ongeveer 2 minuten uit.

Als de portieren zijn ontgrendeld, is het lampje uit; als de knop wordt ingedrukt, worden alle portieren vergrendeld. De portiervergrendeling wordt alleen ingeschakeld als alle portieren goed zijn gesloten.

Met het „Setup-menu“ (of bij bepaalde uitvoeringen met het radio-/navigatiesysteem) van de auto kunnen de portieren bij een snelheid hoger dan 20 km/u automatisch worden vergrendeld (zie de paragraaf „Instelbaar multifunctioneel display“ in dit hoofdstuk). De knop wordt uitgeschakeld als de portieren worden vergrendeld met de afstandsbediening, met het vergrendelknopje op het bestuurdersportier of na het automatisch vergrendelen na 2,5 minuten; de knop wordt weer ingeschakeld als de portieren worden ontgrendeld met behulp van de knop op de sleutel, door de metalen baard in het bestuurdersportierslot te draaien of door de sleutel in het contact te steken.

WAARSCHUWING Als een van de portieren van binnenuit wordt geopend terwijl de portieren centraal zijn vergrendeld, worden alle portieren ontgrendeld. Als de elektrische voeding onderbroken is geweest (doorgebrande zekering, losgekoppelde accu, enz.), kunnen de portieren altijd handmatig worden vergrendeld. Omdat de ruiten in dat geval niet automatisch kunnen worden geopend, moet er voor het openen of sluiten van het portier met gesloten uit druk worden uitgeoefend op de ruit vanuit de auto (zie Afb. 69a om de beweging van de ruit in de lijst makkelijker te maken.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Ver-/ontgrendeling van het portier van binnenuit - 1

WAARSCHUWING Als de accu losgekoppeld is geweest of als er een zekering is doorgebrand, moet het ont-/vergrendelmechanisme van de portieren worden geïntialiseerd. Ga hiervoor als volgt te werk:

□ sluit alle portieren;
□ druk op de knop 🔒 op de afstandsbediening of op de knop 🔒 op de middenconsole;
□ druk op de knop 🔒 op de afstandsbediening of op de knop 🔒 op de middenconsole.

ELEKTRISCHE RUITBEDIENING

De elektrische ruitbediening is voorzien van een antiletselfunctie. De elektronische regeleenheid die het systeem regelt, kan een eventueel aanwezig obstakel waarnemen in de laatste 20 cm van de beweging, tijdens het sluiten van de ruiten; als er een obstakel wordt waargenomen, onderbreekt het systeem de werking van de ruit en keert deze meteen om.

BELANGRIJK Als de antiletselfunctie binnen 1 minuut 5 keer wordt ingeschakeld, dan voert het systeem automatisch een „recovery“ uit (zelfbescherming). Als u de normale werking van het systeem weer wilt herstellen, zet u de ruit met de bedieningsknop stapsgewijs omhoog totdat de ruit volledig is gesloten. De werking is hersteld; als er geen storingen aanwezig zijn, werkt de ruit weer als normal. Als dit niet het geval is, moet u contact opnemen met een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk. WAARSCHUWING Als de motor wordt uitgeschakeld, blijven de ruiten nog ongeveer 3 minuten actief; ze worden meteen uitgeschakeld als een van de portieren wordt geopend.

WAARSCHUWING De elektrisch bediende ruiten zijn voorzien van een automatische functie voor zowel het volledig openen als volledig sluiten van de ruiten. Druk hiervoor kort op het bovenste of onderste deel van de knop om de ruit automatisch te laten bewegen: de ruit stopt in de gewenste stand als u nog een keer op het bovenste of onderste deel van de knop drukt.

WAARSCHUWING Als u de knop voor het vergrendelen/ontgrendelen van de portieren op de afstandsbediening ongeveer 2 seconden indrukt, worden de ruiten automatisch geopend/ge-sloten. Houd de knop op de afstands-bediening ingedrukt totdat de ruiten hun beweging hebben voltooid; als u de knop loslaat terwijl de ruiten bewegen, stoppen de ruiten in de stand waarin ze op dat moment stonden.

Als u bij alle uitvoeringen na ontgrendeling van de portieren de knop op de afstandsbediening ongeveer 2 seconden ingedrukt houdt, gaan de ruiten open, samen met het dak, waar van toepassing.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ELEKTRISCHE RUITBEDIENING - 1

Het systeem voldoet aan de 2000/4/EU-normen en is bedoeld voor de

bescherming van de inzittenden wanneer deze ledematen door de geopende ruit steken.

BEDIENINGSKNOPPEN

Bestuurdersportier

Op het portierpaneel van het bestuurdersportier zijn knoppen Afb. 70 geplaatst. Deze knoppen hebben de volgende functies als de elektronische sleutel in het contact is geplaatst:

A: openen/sluiten ruit links; „continu automatische“ werking tijdens het openen/sluiten van de ruit;
B: openen/sluiten ruit rechts; „continu automatische“ werking tijdens het openen/sluiten van de ruit;

WAARSCHUWING Als de regeleenheden geen voeding krijgen (na vervanging of loskoppeling van de accu en vervanging van de beveiligingszekeringen van de regeleenheden voor de ruiten), moet de automatische werking van de ruiten worden hersteld.

A B

Afb. 70
A0F0051m

Het herstellen van de werking wordt met gesloten portieren als volgt uitgevoerd:

  1. open de ruit van het bestuurdersportier volledig door de knop nog ten minste 3 seconden ingedrukt te houden, nadat de onderste uiterste stand is bereikt;
  2. sluit de ruit van het bestuurdersportier volledig door de knop nog ten minste 3 seconden ingedrukt te houden, nadat de bovenste uiterste stand is bereikt;
  3. herhaal de punten 1 en 2 ook voor het passagiersportier;
  4. controleer of de initialisatie juist is uitgevoerd door te controleren of de automatische functie van de ruiten goed werkt.

Druk op de knop A of B om de gewenste ruit te openen/sluiten.

Druk kort op een van de knoppen voor het stapsgewijs openen/sluiten van de ruit; als de knop langer wordt ingedrukt, wordt de „automatisch continue“ werking ingeschakeld zowel tijdens het openen als het sluiten. De ruit stopt in de gewenste stand als u nog een keer op de knop A of B drukt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Bestuurdersportier - 2

Onzorgvuldig gebruik van de elektrische ruitbediening kan gevaarlijk zijn. Controleer voor en tijdens het bedienen van de ruit altijd of de passagiers niet gewond kunnen raken door de bewegende ruiten, zowel direct door contact met de ruit als door voorwerpen die door de ruit worden meegesleept of geraakt. Verwijder altijd de sleutel uit het contact als u de auto verlaat om te voorkomen dat de elektrische ruitbediening per ongeluk wordt ingeschakeld en gevaar oplevert voor de achtergebleven passagiers.

Passagiersportier

Op het portier aan de passagierszijde is een knop aanwezig voor het handmatig/automatisch openen/sluiten van de betreffende ruit.

BAGAGERUIMTE

De bagageruimte wordt elektrisch ontgrendeld, maar dat is niet mogelijk als de auto rijdt.

Met behulp van het „Setup-menu“ (of bij bepaalde uitvoeringen met behulp van het radio-/navigatiesysteem) kan de ontgrendeling van de bagageruimte worden ingesteld door de optie „Bagageruimte onafhankelijk“ te activeren (zie de paragraaf „Instelbaar multifunctioneel display“ in dit hoofdstuk); als deze functie is geactiveerd, wordt alleen de bagageruimte ontgrendeld als de knop op de elektronische sleutel wordt ingedrukt.

Als de bagageruimte niet goed is gesloten, wordt het symbool samen met een bericht op het display weergegeven (zie het hoofdstuk „Lampjes en berichten").

AlFA ROMEO Afb. 71 A0F0271m

Als de bagageruimte is ontgrendeld, dan kan deze vanaf de buitenzijde worden geopend door op het elektrische logo Afb. 71 te drukken, totdat u merkt dat de bagageruimte wordt ontgrendeld.

Het openen van de bagageruimte wordt makkelijker gemaakt door de gasdempers aan de zijkant.

Als de bagageruimte wordt geopend, gaat er een interieurlampje branden: de verlichting gaat automatisch uit als de bagageruimte wordt gesloten. Als u de bagageruimte open laat staan, gaat de verlichting automatisch na een paar minuten uit.

OLO A

Afb. 72

ALFA ROMEO Brera (2010) - BAGAGERUIMTE - 3

WAARSCHUWING Als de accu losgekoppeld is geweest of als er een zekering is doorgebrand, moet het ont-/vergrendelmechanisme van de bagageruimte worden geïntitialiseerd. Ga hiervoor als volgt te werk:

☐ sluit alle portieren en de bagage-ruimte;
□ druk op de knop 🔒 op de afstandsbediening of op de knop 🔒 op de middenconsole;
□ druk op de knop 🔒 op de afstandsbediening of op de knop 🔒 op de middenconsole.

BAGAGERUIMTE IN NOODGEVALLEN VANUIT DE AUTO OPENEN

Ga als volgt te werk als de bagageruimte vanuit de auto geopend moet worden als de accu leeg is of als de elektrische ontgrendeling defect is:

□ klap de zitplaatsen achter volledig neer (zie de paragraaf „Bagageruimte vergroten“ in dit hoofdstuk);
□ verwijder de hoofdsteunen achter;
haal vanuit de bagageruimte de afdekking A-Afb. 72 los en gebruik het hendeltje B-Afb. 73.

OPENEN MET DE AFSTANDSBEDIENING

Druk op de knop op de elektronische sleutel. Bij het openen gaan de richtingaanwijzers twee keer branden.

Als de bagageruimte wordt geopend terwijl het alarm (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) is ingeschakeld, worden de volgende functies uitgeschakeld:

□ de volumetrische beveiliging;
□ de kantelbeveiliging;
□ de signaleringssensor voor geopen- de bagageruimte.

Als de bagageruimte wordt gesloten, worden al deze functies weer ingeschakeld en gaan de richtingaanwijzers ongeveer 1 seconde branden.

BAGAGERUIMTE SLUITEN

Zet de achterklep omlaag en druk op het slot totdat de achterklep is vergrendeld.

WAARSCHUWING Controleer voordat u de bagageruimte sluit of u de sleutel bij u hebt omdat de bagageruimte automatisch wordt vergrendeld.

ALFA ROMEO Brera (2010) - BAGAGERUIMTE SLUITEN - 1

Als er accessoires op de hoedenplank of achter-klep worden gemonteerd (zoals luidsprekers of een spoiler), met uitzondering van door de fabrikant goedgekeurde accessoires, dan kan dit de juiste werking van de gasdempers negatief beïnvloeden.

ALFA ROMEO Brera (2010) - BAGAGERUIMTE SLUITEN - 2

OPGELET

Als de bagageruimte wordt gebruikt, mag het maximale laadvermogen van de auto nooit worden overschreden (zie het hoofdstuk „Technische gegevens”). Controleer bovendien of de bagageruimte goed is geladen om te voorkomen dat een voorwerp bij bruusk remmen naar voren schiet en letsel veroorzaakt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Rijd niet met voorwerpen op de hoedenplank: bij een ongeval of bruusk remmen kunnen ze de passagiers verwonden.

DE BAGAGERUIMTE VERGROTEN

Met de deelbare achterbank kan de bagageruimte volledig of gedeeltelijk worden vergroot. Er zijn diverse laadmogelijkheden afhankelijk van het aantal passagiers op de achterbank.

ALFA ROMEO Brera (2010) - DE BAGAGERUIMTE VERGROTEN - 1

OPGELET

Als u een zware lading in de bagageruimte wilt vervoeren, moet u de hoogte van de koplampen afstellen, vooral als u in het donker rijdt (zie de paragraaf „Koplampen” in dit hoofdstuk).

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

De hoedenplank verwijderen

Ga als volgt te werk:

haal de uiteinden van de twee stangen A-Afb. 74 voor ondersteuning van de hoedenplank B los door de oogjes C los te halen uit de pennen D;
☐ maak de pennen E-Afb. 75 aan de buitenkant van het oppervlak vrij uit de zittingen F die zich in de zijsteunen bevinden en verwijder de hoedenplank via de buitenzijde.

ALFA ROMEO Brera (2010) - De hoedenplank verwijderen - 1

Ga als volgt te werk:

☐ doe de veiligheidsgordels opzij en controleer of de gordels niet gespannen zijn of gedraaid zitten;
□ controleer of de hoofdsteunen helemaal omlaag staan;
□ zet de hendels A-Afb. 76 voor bevestiging van de rugleuningen omhoog en kantel deze naar voren, zo- dat er een vlak laadvlak Afb. 77 ontstaat (als de hendel A omhoog staat, ziet u een rode band B).

Gedeeltelijke vergroting

Ga als volgt te werk:

☐ doe de veiligheidsgordel opzij en controleer of de gordel niet gespannen is of gedraaid zit;
□ controleer of de hoofdsteun helemaal omlaag staat;
□ zet de hendel A-Afb. 76 voor bevestiging van de rugleuning omhoog en kantel de rugleuning naar voren (als de hendel A omhoog staat, ziet u een rode band B).

De achterbank terugplaatsen

Doe de veiligheidsgordels opzij en controleer of de gordels niet gespannen zijn of gedraaid zitten.

Zet de rugleuning omhoog door deze naar achteren te drukken totdat u merkt dat beide borgmechanismen worden vergrendeld, controleer visueel of de „rode band“ B op de zijkant van de hendel A niet meer zichtbaar is. Als de rode band B zichtbaar is, is de rugleuning niet goed vergrendeld.

ALFA ROMEO Brera (2010) - De achterbank terugplaatsen - 1

OPGELET

Controleer of de rugleuning aan beide zijden goed is vergrendeld (rode band B-Afb. 76 niet zichtbaar) om te voorkomen de rugleuning bij bruusk remmen naar voren klapt en de passagiers gewond raken.

A A0F0131m Afb. 78

DE BAGAGE VASTZETTEN

In de bagageruimte bevinden zich 4 haken voor het vastzetten van de kabels, zodat de lading stevig in de auto kan worden vastgezet.

Bij bepaalde uitvoeringen kunnen de haken B-Afb. 78 zich op de zijkanten van de bagageruimte bevinden.

ALFA ROMEO Brera (2010) - DE BAGAGE VASTZETTEN - 1

OPGELET

Niet goed vastgezette bagage kan bij een k de passagiers ernstig nden.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Als u in een gebied rijdt waar brandstof moeilijk verkrijgbaar is en u daar- om reservebrandstof in een jerrycan wilt vervoeren, dan moet u zich aan de geldende wetgeving houden. Gebruik al- leen een goedgekeurde jerry- can en bevestig deze op de juiste manier in de bevesti- gingsshaken. Toch is de kans op brand bij een ongeval groter.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Het bagagenet is handig om de lading goed te bevestigen en/of voor het vervoer van lichte materialen.

Het net wordt in de haken in de bagage- ruimte bevestigd.

CARGO BOX

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Deze bestaat uit een voorgevormd element Afb. 80 voor het opbergen van voorwerpen in de bagageruimte, waardoor een vlakke laadvloer ontstaat.

MOTORKAP

OPENEN

Ga als volgt te werk:

□ trek de hendel A-Afb. 81 omhoog totdat u merkt dat de motorkap wordt ontgrendeld;
□ trek het hendeltje B-Afb. 82 omlaag en zet de motorkap omhoog, houd spanning op de hendel.

WAARSCHUWING Het optillen van de motorkap wordt makkelijk gemaakt door de twee gasdempers aan de zijkant. Deze gasdempers mogen niet worden gerepareerd of gewijzigd; begeleid de motorkap tijdens het openen.

WAARSCHUWING Controleer voor het optillen van de motorkap of de ruitenwisserarmen op de voorruit liggen en of de ruitenwissers zijn uitgeschakeld.

Afb. 81 A0F0122m

Afb. 82 A0F0158m

SLUITEN

Laat de motorkap tot op ongeveer 20 centimeter van de motorruimte zakken en laat de motorkap vallen; controleer vervolgens door de motorkap op te tillen of de motorkap goed is gesloten en niet alleen vastzit aan de veiligheidsvergrendeling. Druk in dit laatste geval de motorkap niet dicht, maar til hem opnieuw op en herhaal de handeling.

Als de motorkap niet goed is gesloten, wordt het symbool 📁 samen met een bericht op het display weergegeven (zie het hoofdstuk „Lampjes en berichten”).

WAARSCHUWING Controleer altijd of de motorkap goed is gesloten om te voorkomen dat deze tijdens het rijden opengaat.

ALFA ROMEO Brera (2010) - SLUITEN - 1

OPGELET

Voer deze handelingen uit terwijl de auto stil-

staat.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Om veiligheidsredenen moet de motorkap tijdens de rit altijd goed zijn gesloten. Controleer daarom altijd of de motorkap goed is vergrendeld. Als u tijdens het rijden merkt dat de motorkap niet goed is vergrendeld, stop dan onmiddellijk en sluit de motorkap op de juiste manier.

IMPERIAAL/ SKIDRAGER

Bij bepaalde uitvoeringen kan de auto zijn voorbereid op de montage van een imperiaal/skidrager.

De bevestigingspunten bevinden zich op de achterspoiler A-Afb. 83 en ter hoogte van de ruitenwisser B.

ALFA ROMEO Brera (2010) - IMPERIAAL/ SKIDRAGER - 1

Verdeel de lading gelijkmatig en houd tijdens de rit rekening met een ver-

hoogde zijwindgevoeligheid.

ALFA ROMEO Brera (2010) - IMPERIAAL/ SKIDRAGER - 2

WAARSCHUWING Controleer of de bevestigingen goed vastzitten nadat u een paar kilometer met de auto hebt gereden.

WAARSCHUWING Overschrijd nooit het maximale draagvermogen (zie het hoofdstuk „Technische gegevens“).

KOPLAMPEN

DE KOPLAMPEN AFSTELLEN

Goed afgestelde koplampen zijn belangrijk voor het comfort en de veiligheid van uzelf en de overige weggebruikers. Voor optimaal zicht en zichtbaarheid moeten de koplampen goed zijn afgesteld. Ga voor de controle en de eventuele instelling naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

扣 P 3 2 - 1 扣 A Afb. 83g A0F0226m

KOPLAMPVERSTELLING

Deze werkt als de sleutel in het contact is geplaatst en de dimlichten branden.

Als de auto is beladen en achterover helt, schijnt de lichtbundel meer omhoog. De stand van de koplampen moet nu worden gecorrigeerd.

Stel de koplampen dan goed af met de knop A-Afb. 83a op het paneel naast het stuurwiel.

Als de auto is voorzien van bixenon-koplampen, worden de koplampen elektronisch afgesteld en is de knop A niet aanwezig.

De knop kan in vier standen worden ge- zet; de standen komen overeen met de hieronder aangegeven belastingen:

□ positie 0 — beladen: bestuurder/bestuurder + passagier voorin;
□ positie 1 — beladen: bestuurder + 3 passagiers/bestuurder + 3 passagiers + lading in bagageruimte (65 kg voor de uitvoering 2.2 JTS, 50 kg voor de uitvoering 3.2 JTS);
□ positie 2 — beladen: bestuurder + lading bagageruimte (290 kg voor de uitvoering 2.2 JTS, 275 kg voor de uitvoering 3.2 JTS);
□ positie 3 — wordt niet gebruikt.

WAARSCHUWING Controleer altijd de stand van de koplampen als het gewicht van de vervoerde lading wijzigt.

MISTLAMPEN VOOR AFSTELLEN

Ga voor de controle en de eventuele instelling naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

Afb. 84 A0F0050m

KOPLAMPAFSTELLING IN HET BUITENLAND

De dimlichten zijn afgesteld voor gebruik in het land waarin de auto is verkocht. In landen waar op de andere weghelft wordt gereden, moet u de koplampen aanpassen om tegenliggers niet te verblinden:

□ verwijder de beschermdop van de koplamp (zie de paragraaf „Dimlicht“ in het hoofdstuk „In noodgevallen“);
□ zet de hendel A-Afb. 84 opzij.

ABS

Het ABS-systeem dat in het remsysteem is geïntegreerd, voorkomt dat de wielen tijdens het remmen blokkeren, ongeacht de toestand van het wegdek en de druk op het pedaal, en verhindert daarmee dat een of meerdere wielen slippen. Hierdoor blijft de auto bestuurbaar, zelfs bij noodstops.

Het systeem wordt aangevuld met het EBD-systeem (Electronic Braking Force Distribution, elektronische remdruk-verdeling), dat de remdruk tussen de voor- en achterwielen verdeelt.

WAARSCHUWING Voor een maximale werking van het remsysteem is een inrijperiode van circa 500 km nodig: tijdens deze periode moet bruusk, herhaaldelijk of langdurig remmen worden voorkomen.

ACTIVERING VAN HET SYSTEEM

Als het ABS-systeem in werking treedt, merkt de bestuurder dit aan een trilling in het rempedaal, die gepaard gaat met enig geluid: dit geeft aan dat u uw snelheid moet aanpassen aan de grip op het wegdek.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ACTIVERING VAN HET SYSTEEM - 1

OPGELET

Als het ABS-systeem in werking treedt, is de grip van de banden op het wegdek beperkt: rem af om uw snelheid aan de beschikbare grip aan te passen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Het ABS-systeem maakt zo veel mogelijk gebruik van de beschikbare grip, maar kan niet de grip verhogen. Rijd dus altijd voorzichtig op een glad wegdek, zodat u geen onnodige risico's loopt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Als het ABS-systeem in werking treedt en u de pulsaties op het rempedaal voelt, moet de druk op het pedaal niet worden verminderd, maar moet het pedaal goed ingedrukt worden gehouden. Zo komt de auto binnen een zo kort mogelijke afstand tot stilstand, afhankelijk van de toestand van het wegdek.

STORINGSMELDINGEN

Storing in ABS

Dit wordt aangegeven door een brandend lampje (ABS) op het instrumentenpaneel (samen met een bericht op het display) (zie het hoofdstuk „Lampjes en berichten”). In dat geval blijft het remsysteem normaal werken, maar zonder de mogelijkheden van het ABS.

Rijd voorzichtig verder naar de dichtstbijzijnde dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk om het systeem te laten controleren.

Storing in EBD

Dit wordt aangegeven door de lampjes (ABS) + Ⓔ op het instrumentenpaneel (samen met een bericht op het display) (zie het hoofdstuk „Lampjes en berichten“).

In dit geval kunnen bij krachtig remmen de achterwielen vroegtijdig blokkeren waardoor de auto kan slippen. Rijd uiterst voorzichtig verder naar het dichtstbijzijnde bedrijf in het Alfa Romeo Servicenetwerk om het systeem te laten controleren.

BRAKE ASSIST (regeling bij noodstops)

Dit systeem kan niet worden uitgeschakeld en herkent noodstops (afhankelijk van de snelheid waarmee het rempedaal wordt ingetrapt) waardoor het sneller op het remsysteem kan ingrijpen.

Brake Assist wordt bij een auto met VDC uitgeschakeld als er een storing wordt gesignaleerd. Als er een storing is, gaat het lampje Ⓐ op het instrumentenpaneel branden (samen met een bericht op het display).

Dit systeem bewaakt de stabiliteit van de auto als de wielen hun grip verliezen, waardoor de auto beter op koers blijft.

De werking van het VDC-systeem is uitermate nuttig als de grip op het wegdek wisselt.

ACTIVERING VAN HET SYSTEEM

Bij activering gaat het lampje Ⓐ op het instrumentenpaneel knipperen, om de bestuurder er op te wijzen dat de auto de stabiliteit en de grip dreigt te verliezen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ACTIVERING VAN HET SYSTEEM - 1

Het VDC-systeem wordt automatisch ingeschakeld als de motor wordt gestart. Tijdens de rit kan het VDC worden uitgeschakeld door ASR/VDC-knop op de middenconsole 2 secon- den in te drukken Afb. 85. Als het VDC-systeem wordt uitgeschakeld, wordt ook de ASR uitgeschakeld. Beide functies kunnen opnieuw worden ingeschakeld door de ASR/ VDC-knop in te drukken.

Het uitschakelen van het systeem wordt aangegeven via een bericht op het display.

Als het VDC-systeem tijdens de rit wordt uitgeschakeld, wordt het na de volgen-de keer starten opnieuw ingeschakeld.

STORINGSMELDINGEN

Bij een eventuele storing van het VDC wordt het systeem automatisch uitgeschakeld en gaat het lampje Ⓐ op het instrumentenpaneel continu branden (samen met een bericht op het display) (zie het hoofdstuk „Lampjes en berichten”). Ga in dat geval zo snel mogelijk naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - STORINGSMELDINGEN - 1

OPGELET

De prestaties van het VDC-systeem mogen de bestuurder er niet toe verleiden onnodige en onverantwoorde risico's te nemen. Het rijgedrag moet altijd worden aangepast aan de toestand van het wegdek, het zicht en het verkeer. De verantwoordelijkheid voor de verkeers-veiligheid ligt altijd en overal bij de bestuurder.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Bij eventueel gebruik van het noodreserve-wiel (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) blijft het VDC-systeem wel werken. Het noodreservewiel is kleiner dan een normale band en biedt daarom minder grip dan de andere banden van de auto.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Voor een juiste werking van het VDC-systeem moeten de banden op alle wielen van hetzelfde merk en type zijn. Ze moeten in goede toestand en van het voorgeschreven type, merk en maat zijn.

HILL HOLDER-SYSTEEM

Dit in het VDC geïntegreerde systeem helpt bij het wegrijden op een helling omhoog. Het systeem wordt automatisch ingeschakeld bij:

☐ helling omhoog: stilstaande auto op een helling van meer dan 6% met draaiende motor, ingetrapt rem- en koppelingspedaal en versnellingsbak in neutraalstand of als er een andere versnelling dan de achteruit-versnelling is ingeschakeld;
☐ helling omlaag: stilstaande auto op een afdaling van meer dan 6% met draaiende motor, ingetrapt rem- en koppelingspedaal en ingeschakelde achteruitversnelling.

Tijdens het wegrijden zorgt de regel- eenheid van het VDC-systeem ervoor dat er op de wielen wordt geremd totdat het noodzakelijke motorkoppel wordt bereikt om weg te rijden (of in ieder geval 1 seconde, zodat de rechtervoet van het rempedaal naar het gaspedaal kan worden verplaatst).

Als de auto na het verstrijken van deze tijd niet is vertrokken, wordt het systeem automatisch uitgeschakeld en wordt de remdruk geleidelijk verlaagd. Tijdens deze fase kunt u een typisch schurend geluid horen. Dit geluid betekent dat de auto ieder moment in beweging kan komen.

Storingsmeldingen

Een storing in het systeem wordt aangegeven met een bericht op het display (zie het hoofdstuk „Lampjes en berichten”).

BELANGRIJK Het Hill Holder-systeem is geen handrem; verlaat dus nooit de auto zonder de handrem aan te trekken, de motor uit te zetten en de eerste versnelling in te schakelen.

ASR-SYSTEEM

Dit is een onderdeel van het VDC-systeem; dit systeem controleert de auto en gript in als één of beide aangedreven wielen slippen.

Afhankelijk van de oorzaak van het doorslippen worden er twee verschillende regelsystemen geactiveerd:

□ als beide aangedreven wielen door-slippen, vermindert het ASR-systeem het motorvermogen;
□ als slechts één van de aangedreven wielen slipt, remt het ASR automatisch het slippende wiel.

Het ASR-systeem is vooral nuttig onder de volgende omstandigheden:

☐ doorslippen van het binnenste wiel in bochten, door verandering van de wielbelasting of door te felle acceleratie;

□ te veel vermogen naar de wielen, ook in combinatie met de toestand van het wegdek;

□ acceleratie op gladde wegen en bij sneeuw en ijzel;
□ verlies van grip op natte wegge-deelten (aquaplaning).

ALFA ROMEO Brera (2010) - ASR-SYSTEEM - 1

OPGELET

De prestaties van het systeem mogen de bestuurder er niet toe verleiden onnodige en onverantwoorde risico's te nemen. De rijstijl moet altijd worden aangepast aan het wegdek, het zicht en het verkeer. De verantwoordelijkheid voor de verkeersveiligheid ligt altijd en overal bij de bestuurder van de auto.

Inschakeling van het systeem

De ASR wordt automatisch ingeschakeld als het instrumentenpaneel wordt ingeschakeld.

Tijdens de rit kan de ASR worden uitgeschakeld door kort op de ASR/VDC-knop op de middenconsole te drukken.

Het uitschakelen van het systeem wordt aangegeven door een lampje in de knop ASR/VDC en door het symbool ⚙: op het display.

Als de ASR tijdens de rit wordt uitgeschakeld, wordt het na de volgende keer starten opnieuw ingeschakeld.

Schakel het ASR-systeem uit als u met sneeuwkettingen rijdt: onder deze omstandigheden levert het doorslaan van de aangedreven wielen bij het wegrijden juist meer trekkracht op.

Storingsmeldingen

Bij een storing van de ASR wordt de ASR automatisch uitgeschakeld en op het display wordt het symbool 😊: weergegeven. Wendt u zich in dit geval zo snel mogelijk tot het Alfa Romeo Service-netwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Storingsmeldingen - 1

OPGELET

Voor een juiste werking van de ASR moeten de banden op alle wielen van hetzelfde merk en type zijn. Ze moet in goede conditie en van het voorgeschreven type, merk en maat zijn (zie de paragraaf „Banden" in het hoofdstuk „Technische gegevens").

MSR-systeem (regeling van de afremming op de motor)

Dit systeem is in de ASR geïntegreerd en verhoogt het motorkoppel bij bruusk terugschakelen, zodat de aangedreven wielen niet overmatig worden vertraagd. Dit heeft vooral voordelen op een wegdek met weinig grip, waar de stabiliteit van de auto snel kan afnemen.

EOBD-SYSTEEM

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Met het EOBD-systeem (European On Board Diagnosis) wordt er een doorlopende diagnose uitgevoerd op de onderdelen van de auto die van invloed zijn op de emissie.

Bovendien meldt het systeem de toestand van de onderdelen zelf, aan de hand van het lampje op het instrumentenpaneel (samen met een bericht op het display) (zie het hoofdstuk „Lampjes en berichten”).

Het doel is:

□ de werking van het systeem controleren;
□ aangeven wanneer de emissies door een storing boven de wettelijk vastgestelde drempelwaarde uitkomen;
□ aangeven wanneer het noodzakelijk is defecte onderdelen te vervangen.

Het systeem beschikt verder nog over een diagnosestekker waarmee met behulp van speciale apparatuur de door de regeleenheid opgeslagen storingscodes en de specifieke parameters voor de diagnose en werking van de motor kunnen worden afgelezen. Deze controle kan ook door de verkeerspolitie worden uitgevoerd.

WAARSCHUWING Na het verhelpen van de storing moet het systeem door een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk volledig worden gecontroleerd en moeten er tests worden uitgevoerd; maak waar nodig een proefrit, die eventueel over een langere afstand kan gaan.

Als het lampje niet gaat branden als de sleutel in het contact wordt geplaatst of als het lampje onder het rijden continu of knipperend gaat branden, ga dan zo snel mogelijk maar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk. De werking van het lampje kan met speciale apparatuur door de verkeerspolit…

AUTORADIO

De auto is voorzien van een autoradio met cd-speler of mp3-cd-speler (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien). Raadpleeg voor de werking van de autoradio het supplement dat bij dit boekje wordt geleverd.

EXTRA ACCESSOIRES

Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die constante voeding nodig hebben (autoradio, antidiefstalsatellietbewaking, enz.) of accessoires die de elektrische installatie zwaar belasten, ga dan naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk. Zij kunnen u de meest geschikte installaties uit het programma Lineaccessori van Alfa Romeo aanraden en controleren of de elektrische installatie van de auto geschikt is voor het extra stroomverbruik of dat het noodzakelijk is een accu met een grotere capaciteit te monteren.

ALFA ROMEO Brera (2010) - EXTRA ACCESSOIRES - 1

OPGELET

Let op bij de montage van spoilers, lichtmetalen velgen en niet-standaard wieldoppen: ze kunnen de ven- tilatie van de remmen verminderen, waardoor de doelmatigheid bij hard en vaak remmen afneemt, bijvoorbeeld tijdens een lange afdaling. Controleer bovendien of de slag van de pedalen niet wordt beperkt (door bijvoorbeeld matten).

INSTALLATIE VAN ELEKTRISCHE/ ELEKTRONISCHE SYSTEMEN

De elektrische/elektronische systemen die na aankoop van de auto en binnen de aftersales-service worden gemonteerd, moeten van het merkteken worden voorzien:

ALFA ROMEO Brera (2010) - INSTALLATIE VAN ELEKTRISCHE/ ELEKTRONISCHE SYSTEMEN - 1

ALFA ROMEO Brera (2010) - INSTALLATIE VAN ELEKTRISCHE/ ELEKTRONISCHE SYSTEMEN - 2

Fiat Auto S.p.A. autoriseert de montage van zend-/ontvangstapparatuur op voorwaarde dat de montagewerkzaamheden op de juiste wijze bij een gespecialiseerd bedrijf worden uitgevoerd, waarbij de aanwijzingen van de fabrikant in acht moeten worden genomen.

BELANGRIJK Als door de montage van systemen de kenmerken van de auto worden gewijzigd, kan het kentekenbewijs worden ingenomen door de bevoegde instanties en eventueel de garantie komen te vervallen bij defecten die veroorzaakt zijn door de bovengenoemde modificatie of op defecten die direct of indirect daarvan het gevolg zijn. Fiat Auto S.p.A. is op geen enkele wijze aansprakelijk voor schade die het gevolg is van de installatie van accessoires die niet door Fiat Auto S.p.A. zijn geleverd of aanbevolen en die niet conform de geleverde instructies zijn geïnstalleerd.

RADIOZENDAPPARATUUR EN MOBILE TELEFOONS

Radiozendapparatuur (mobiele telefoons, 27 mc en dergelijke) mogen alleen in de auto worden gebruikt met een aparte antenne aan de buitenkant van de auto.

BELANGRIJK Het gebruik van dergelijke apparaten in de auto (zonder buitenantenne) kan niet alleen schadelijk zijn voor de gezondheid van de inzittenden, maar kan ook storingen in de elektrische systemen van de auto veroorzaken. Hierdoor wordt de veiligheid in gevaar gebracht.

Bovendien wordt de zend- en ontvangstkwaliteit aanzienlijk beperkt door de isolerende eigenschappen van de carrosserie.

Houdt u bij het gebruik van mobiele telefoons (GSM, GPRS, UMTS) met het officiële C strikt aan de instructies die door de fabrikant van de mobiele telefoon zijn bijgeleverd.

PARKEERSENSOREN (waar voorzien)

De parkeersensoren geven de bestuurder informatie over de afstand tot obstakels als u obstakels aan de achterkant van de auto nadert.

Dit parkeerhulpsysteem signaleert obstakels die zich buiten het gezichtsveld van de bestuurder bevinden.

De bestuurder wordt geïnformeerd over aanwezigheid van een obstakel en de afstand ervan tot de auto door middel van een onderbroken geluidssignaal, waarvan de frequentie afhankelijk is van de afstand tot het obstakel (hoe kleiner de afstand, hoe korter de onderbrekingen).

ACTIVERING

De sensoren worden geactiveerd als de achteruitversnelling wordt geselecteerd terwijl de elektronische sleutel in het contact is geplaatst.

Als de sensoren zijn ingeschakeld, start het systeem met de geluidssignalen via de zoemers achter zodra er een obstakel wordt gesignaleerd; de frequentie van de geluidsimpulsen neemt toe naarmate het obstakel dichterbij komt.

Als het obstakel zich op minder dan 30 cm bevindt, klinkt het geluidssignaal continu.

Het geluidssignaal stopt onmiddellijk als de afstand tot het obstakel groter wordt. De frequentie van de tonen blijft gelijk als de door de middelste sensoren gemeten afstand gelijk blijft. Als deze situatie optreedt bij de zij-sensoren, dan wordt het signaal na 3 seconden onderbroken (bijvoorbeeld om te voorkomen dat het geluid ingeschakeld blijft als er langs een muur wordt gereden).

ALFA ROMEO Brera (2010) - ACTIVERING - 1

OPGELET

De verantwoordelijkheid tijdens het parke-

ren en andere gevaarlijke handelingen ligt altijd en overal bij de bestuurder. Controleer als u de auto parkeert of er zich geen personen (vooral kinderen) of dieren in de buurt van de auto bevin- den. De parkeersensoren moeten als een hulpmiddel voor de bestuurder worden beschouwd. De bestuurder moet tijdens eventveel gevaarlijke parkeermanoeuvres altijd zeer goed oplet- ten, ook als de manoeuvres met lage snelheid worden uitgevoerd.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Het systeem gebruikt voor het waarnemen van de afstand tot obstakels 4 sensoren in de achterbumper Afb. 86.

ZOEMER

De informatie over de aanwezigheid van en de afstand tot het obstakel wordt aan de bestuurder doorgegeven door middel van geluidssignalen die afkomstig zijn van zoemers die achter in de auto zijn gemonteerd:

ALFA ROMEO Brera (2010) - ZOEMER - 1

Voor een juiste wer- king van het systeem mag er geen modder, vuil, sneeuw of ijs op de sensoren zitten. Wees voorzichtig bij het reinigen van de sensoren om krassen of beschadigingen te voorkomen; gebruik geen droge, grove of harde doek. De sensoren moeten worden gereinigd met schoon water, waaraan eventueel autoshampoo is toegevoegd. In wasstraten waar stoom of hogedrukreinigers worden gebruikt, moeten de sensoren snel worden schoongemaakt, waarbij de spuitmond op meer dan 10 cm afstand moet worden gehouden.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ZOEMER - 2

Ga uitsluitend naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk als de bumper opnieuw moet worden gespoten of als de lak rond de sensoren moet worden bijgewerkt. Als het bijwerken van de lak niet op de juiste manier wordt uitgevoerd, kan de werking van de parkeersensoren in gevaar worden gebracht.

BEREIK VAN DE SENSOREN

De sensoren zorgen dat het systeem het achterste deel van de auto kan controleren.

Door hun positie wordt het midden en de zijkant aan de achterzijde van de auto gecontroleerd.

Obstakels in het midden worden waargenomen vanaf een afstand van minder dan 1,40 meter.

Obstakels aan de zijkant worden waargenomen vanaf een afstand van minder dan 0,6 meter.

EEN AANHANGER TREKKEN

De sensoren worden automatisch opnieuw ingeschakeld als u de aanhangerstekker loskoppelt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - EEN AANHANGER TREKKEN - 1

De werking van de sensoren wordt automatisch uitgeschakeld als de stekker van de elektrische kabel van de aanhanger wordt aangesloten op de stekkerdoos van de trekhaak.

WEERGAVE VAN STORINGEN

De regeleenheid van het systeem controleert alle onderdelen van het systeem als de sleutel in het contact wordt geplaatst. De sensoren en de bijbehorende elektrische aansluitingen worden continu gecontroleerd als het systeem werkt.

Een storing in de sensoren wordt aangegeven door een bericht met symbool op het display (zie het hoofdstuk „Lampjes en berichten”).

Als er een storing wordt waargenomen, zet de auto dan stil, schakel de motor uit en reinig de sensoren. Controleer ook of u zich niet in de buurt van een bron van ultrasone geluiden bevindt (zoals pneumatische remmen van vrachtwagens of pneumatische hamers).

Als de oorzaak van de storing is verdwenen, treedt het systeem weer volledig in werking en verdwijnen het bericht en het symbool van het display.

Als het lampje blijft branden, ga dan naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk om het systeem te laten controleren, ook als het systeem blijft werken. Als de waargenomen storing geen nadelige invloed op de werking heeft, blijft het systeem werken en wordt de storing opgeslagen zodat de dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk vervolgens het systeem kan controleren.

ALGEMENE OPMERKINGEN

Let tijdens parkeermanoeuvres altijd zeer goed op obstakels die zich boven of onder de sensoren kunnen bevinden. Obstakels die zich dicht bij de achterkant van de auto bevinden, worden onder bepaalde omstandigheden niet door het systeem gesignaleerd en kunnen dus de auto beschadigen of zelf beschadigd raken.

De door de sensoren verzonden signalen kunnen wijzigen als de sensoren zijn beschadigd, als ze vuil zijn door modder, sneeuw of ijs op de sensoren of als er ultrasone systemen (zoals pneumatische remsystemen van vrachtwagen of een pneumatische hamer) in de buurt van de auto zijn.

CONTROLESYSTEEM VOOR DE BANDENSPANNING T.P.M.S. (Tyre Pressure Monitoring System)

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

De auto kan zijn uitgerust met een controlesysteem voor de bandenspanning (T.P.M.S. — Tyre Pressure Monitoring System). Dit systeem bestaat uit een sensor die op radiogolven werkt in de velg van elk wiel. Deze sensor stuurt informatie over de spanning van elke band naar de regeleenheid.

ALFA ROMEO Brera (2010) - CONTROLESYSTEEM VOOR DE BANDENSPANNING T.P.M.S. (Tyre Pressure Monitoring System) - 1

OPGELET

Ook al heeft de auto een TPMS-systeem,

de bestuurder moet nog altijd regelmatig de bandenspanning (ook van het reserve-wiel) controleren en de banden rouleren (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien).

BELANGRIJKE TIPS

Storingsmeldingen worden niet opgeslagen en worden dus niet aangegeven als de motor wordt uitgezet en vervolgens weer wordt gestart. Als de storingen blijven bestaan, stuurt de regeleenheid de betreffende meldingen pas naar het instrumentenpaneel als de auto een korte tijd rijdt.

De bandenspanning moet bij koude banden worden gecontroleerd; als de banden bij warme banden worden gecontroleerd, mag u de bandenspanning niet verlagen, ook al is de waarde hoger dan eerder. Herhaal de controle als de banden koud zijn (zie de paragraaf „Wielen“ in het hoofdstuk „Technische gegevens”).

Het TPMS-systeem kan geen onverwacht spanningsverlies van de banden waarnemen (bijvoorbeeld bij het klappen van een band). Breng in dit geval de auto tot stilstand door voorzichtig te remmen en zonder heftige stuurbewegingen uit te voeren.
Sterke straling op een radiofrequentie kan het TPMS-systeem ontregelen. Dit wordt met een bericht op het display aangegeven. Dit bericht verdwijnt automatisch zodra de storing het systeem niet meer ontregelt.
Het TPMS-systeem kan geen onverwacht spanningsverlies van de banden waarnemen (bijvoorbeeld bij het klappen van een band). Breng in dit geval de auto tot stilstand door voorzichtig te remmen en zonder heftige stuurbewegingen uit te voeren.
Sterke straling op een radiofrequentie kan het TPMS-systeem ontregelen. Dit wordt met een bericht op het display aangegeven. Dit bericht verdwijnt automatisch zodra de storing het systeem niet meer ontregelt.

Voor het TPMS-systeem is speciale uitrusting nodig. Raadpleeg een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk voor de accessoires die geschikt zijn voor het systeem (zoals wielen en wieldoppen). Het gebruik van andere accessoires kan de normale werking van het systeem verhinderen. Er wordt gebruik gemaakt van speciale ventielen, zodat er uitsluitend door Alfa Romeo goedgekeurde afdichtvloeistoffen kunnen worden gebruikt voor de reparatie van de band. Het gebruik van andere vloeistoffen kan de normale werking van het systeem belemmeren.

Als de auto is uitgerust met het TPMS-systeem, moeten het rubber van het ventiel en de bevestigingsmoer van de sensor ook bij het demonteren van een band worden vervangen. Ga hiervoor naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

Als de oorspronkelijke situatie is hersteld na gebruik van de bandenreparatieset Fix&Go automatic en er nog steeds een lekke band op het instrumentenpaneel wordt aangegeven, dan moet u contact opnemen met een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

De bandenspanning is afhankelijk van de buitentemperatuur. Het TPMS kan tijdelijk een te lage bandenspanning signaleren. Controleer in dat geval de bandenspanning bij koude banden en herstel zo nodig de spanning.

Als de auto is uitgerust met TPMS-systeem, moeten er speciale voorzorgsmaatregelen bij het monteren/demonteren van de banden en/of velgen worden genomen. De banden en/of de velgen mogen uitsluitend door gespecialiseerd personeel worden vervangen om te voorkomen dat de sensoren beschadigd raken of verkeerd worden gemonteerd. Ga naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

Zie voor het verwisselen van de velgen/banden de volgende tabel voor het juiste gebruik van het systeem:

HandelingAanwezigheid sensorStoringsmeldingIngrijpen Servicenetwerk
JAGa naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Een wiel door het reservewiel vervangenNEEJAHet beschadigde wiel repareren
Wielen vervangen door winterbandenNEEJAGa naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.
Wielen vervangen door winterbandenJANEE
Wielen vervangen door andere banden met afwijkende afmetingen (*)JANEE
Wielen omwisselen (voor/achter) (***)JANEE

(*) Als alternatief vermeld in het instructieboekje en die zijn gekozen uit Lineaccessori Alfa Romeo.
(**) Niet kruiselings (de banden moeten aan dezelfde zijde van de auto blijven).

TANKEN MET DE AUTO

BENZINEMOTOREN

Tank uitsluitend loodvrije benzine. De diameter van de vulpijp van de tank is kleiner zodat het vulpistool voor loodhoudende benzine er niet in past om vergissingen te voorkomen. Het octaangetal van de benzine moet ten minste 95 RON zijn.

BELANGRIJK Een beschadigde katalysator laat schadelijke stoffen in het uitlaatgas achter, waardoor het milieu wordt vervuild.

BELANGRIJK Tank nooit loodhoudende benzine, ook niet in noodgevallen of een klein beetje. De katalysator kan dan onherstelbaar beschadigd raken.

DIESELMOTOREN

Bij lage buitentemperaturen kan de vloeibaarheid van de dieselbrandstof verminderen door de vorming van paraffine, waardoor het brandstof-systeem niet meer goed werkt.

Om dit probleem te voorkomen wordt er, afhankelijk van het seizoen, dieselbrandstof geleverd die speciaal voor de zomer, voor de winter en voor zeer lage temperaturen (bergachtige/koude gebieden) is ontwikkeld.

Als er diesel wordt getankt die niet geschikt is voor de bedrijfstemperatuur, dan moet de diesel worden gemengd met het vorstbeveiligingsmiddel TUTELA DIESEL ART in de verhouding die in de gebruiksaanwijzing van het middel wordt aangegeven. Doe eerst het middel in de tank en voeg daarna de diesel toe.

Als de auto lange tijd in bergachtige/koude gebieden wordt gebruikt/stilstaat, is het raadzaam dieselbrandstof te tanken die ter plaatse beschikbaar is. Bovendien raden wij u dan aan ervoor te zorgen dat er altijd meer dan 50% van de nuttige inhoud in de brandstoftank achterblijft.

Tank bij auto's met een dieselmotor uitsluitend diesel voor motorvoertuigen die voldoet aan de Europese specificatie EN590. Als er andere producten of mengsels worden gebruikt, kan de motor onherstelbaar beschadigd raken en kan ervoor zorgen dat de garantie vervalt. Als u per ongeluk een ander type brandstof tankt, dan mag de motor niet worden gestart en moet de brandstoftank worden afgetapt. Ook als de motor slechts kort heeft gedraaid, moet naast de brandstoftank ook alle brandstof uit het gehele brandstof-circuit worden afgetapt.

TANKINHOUD

Om te zorgen dat de tank volledig wordt gevuld, moet u twee keer bijvullen nadat het vulpistool voor de eerste keer afslaat. Vul niet nog een keer bij om storingen in het brandstof-systeem te voorkomen.

DOP VAN DE BRANDSTOFTANK

Het tankluikje kan alleen worden geopend als de portieren zijn ontgrendeld en de motor is uitgeschakeld.

Openen

Open het klepje A-Afb. 87 met behulp van het voorste deel (zie de afbeelding), draai de dop B linksom en verwijder deze. De dop is voorzien van een koord C dat aan het tank-klepje vastzit zodat u de dop niet kwijtraakt. Haak de dop tijdens het tanken aan het klepje, zoals in de figuur is afgebeeld.

Sluiten

Plaats de dop B terug en draai deze rechtsom totdat u één of twee tikken hoort en sluit het klepje A.

BELANGRIJK Omdat de tank hermetisch is afgesloten, kan er een kleine overdruk worden waargenomen. Het is normaal dat u bij het losdraaien van de dop een sissend geluid hoort.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Sluiten - 1

Kom niet dicht bij de vulopening met open vuur of een brandende sigaret: dan bestaat er kans op brand. Houdt uw hoofd ook niet dicht bij de vulopening om te voorkomen dat u schadelijke dampen inademt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Sluiten - 2

Bij een storing kan het tankluikje worden geopend door aan de kabel rechts in de bagageruimte te trekken Afb. 88.

BESCHERMING VAN HET MILIEU

De emissiereductiesystemen voor benzinemotoren zijn:

□ driewegkatalysator;
□ lambdasondes;
□ benzinedampopvangsysteem.

Laat de motor nooit met een of meer losgekoppelde bougies draaien, ook niet tijdens testwerkzaamheden.

De emissiereductiesystemen voor dieselmotoren zijn:

□ oxidatiekatalysator;
□ uitlaatgasrecirculatiesysteem (EGR);
□ roetfilter (DPF).

ALFA ROMEO Brera (2010) - BESCHERMING VAN HET MILIEU - 1

OPGELET

Onder normale bedrijfsomstandigheden bereiken de katalysator en het roetfilter (DPF) hoge temperaturen. Parkeer daarom niet boven brandbare materialen (zoals gras, droge bladeren en dennennaalden): er is dan kans op brand.

DPF-ROETFILTER

(Diesel Particulate Filter)

Het roetfilter (Diesel Particulate Filter) is een mechanisch filter in het uitlaatsysteem dat de deeltjes in de uitlaatgassen van dieselmotoren opvangt.

Het roetfilter (Diesel Particulate Filter) vangt bijna de totale hoeveelheid roetdeeltjes op om aan de huidige/toekomstige wettelijke normen te voldoen.

Tijdens het normale gebruik van de auto registreert de inspuitregeleenheid een aantal gegevens met betrekking tot het gebruik (gebruiksduur, type traject, bereikte temperatuur, enz.) en berekent de hoeveelheid verzameld roet in het filter.

Omdat het filter de roetdeeltjes verzamelt, moet het regelmatig worden geregenereerd (schoongemaakt) door de roetdeeltjes te verbranden. De regeneratieprocedure wordt door de regeleenheid van de motor geregeld op basis van de hoeveelheid opgevangen roetdeeltjes en de bedrijfsomstandigheden van de auto. Tijdens de regeneratie kan het volgende worden waargenomen: een beperkte verhoging van het stationair toerental, inschakeling van de elektroventilateur, een beperkte toename van de rook uit de uitlaat en een hogere temperatuur bij de uitlaat. Dit zijn geen storingen en deze situatie heeft geen invloed op het milieu of het gedrag van de auto.

Verstopt roetfilter

Als het roetfilter is verstopt, wordt het symbool 📄️ samen met een bericht op het display weergegeven. We raden u dan aan de motor ingeschakeld te laten totdat het symbool 📄️ en het bericht van het display zijn verdwenen.

VEILIGHEID

VEILIGHEIDSGORDELS 116

SBR-SYSTEEM 117

GORDELSPANNERS 118

KINDEREN VEILIG VERVOEREN 121

MONTAGEVOORBEREIDING VOOR „ISOFIX UNIVERSEEL“ – KINDERZITJE ...... 126

FRONTAIRBAGS 128

ZIJAIRBAGS (Side bag - Window bag) 132

VEILIGHEIDS- GORDELS

GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS

Ga goed rechtop zitten, steun tegen de rugleuning en doe de gordel om.

Trek de gordel uit en maak de gordel vast door de gesp A-Afb. 1 in de sluiting B te drukken, totdat hij hoorbaar klikt.

Als de oprolautomaat tijdens het uittrekken van de gordel blokkeert, moet u de gordel een stukje laten teruglopen en vervolgens geleidelijk opnieuw uittrekken.

Afb. 1 A0F0083m

Druk voor het losmaken van de gordel op de knop C. Begeleid de gordel tijdens het teruglopen, zodat de gordelband niet draait.

ALFA ROMEO Brera (2010) - GEBRUIK VAN DE VEILIGHEIDSGORDELS - 2

OPGELET

Druk tijdens het rijden niet op de knop C.

Via de oprolautomaat wordt de lengte van de gordel automatisch aangepast aan het postuur van de drager en heeft hij/zij toch voldoende bewegingsvrijheid.

Als de auto op een steile helling staat, kan de rolautomaat blokkeren; dit is een normaal verschijnsel. Bovendien blokkeert de rolautomaat als u de gordel snel uittrekt. Hij blokkeert ook bij hard remmen, botsingen en bij hoge snelheden in bochten.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

De achterbank is voorzien van drie- puntsveiligheidsgordels met rolauto- maat.

De gordels voor de achterste zitplaatsen moeten worden omgelegd volgens het schema in Afb. 2.

WAARSCHUWING De rugleuning is goed vergrendeld als de „rode band“ A-Afb. 3 naast de hendels B voor het neerklappen van de rugleuning niet meer is te zien. Als de „rode band“ zichtbaar is, is de rugleuning niet goed vergrendeld.

WAARSCHUWING Plaats de veiligheidsgordels op de juiste manier terug als de achterbank weer in de normale stand wordt gezet, zodat ze altijd direct klaar voor gebruik zijn.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 2

OPGELET

Achterpassagiers die geen gordel dragen, stellen zichzelf bloot aan grote gevaren, maar vormen ook een gevaar voor de inzitten- den op de voorstoelen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Controleer of de rug-leuning aan beide zijden goed is vergrendeld (rode band A-Afb. 3 niet zichtbaar) om te voorkomen dat de rug-leuning bij bruusk remmen naar voren klapt en de passagiers gewond raken.

De auto is uitgerust met een SBR-systeem (Seat Belt Reminder), dat bestaat uit een waarschuwingszoemer die samen met het knipperende lampje de bestuurder en de voorpassagier waarschuwt als de betreffende veiligheids-gordel niet is omgelegd. De zoemer kan als volgt tijdelijk worden uitgeschakeld:

□ bevestig de veiligheidsgordels voor;
□ steek de elektronische sleutel in het contact;
□ wacht langer dan 20 seconden en korter dan 1 minuut en doe een van de gordels af.

Hierdoor blijft de zoemer uitgeschakeld, totdat de motor wordt uitgezet.

Ga voor het permanent uitschakelen van dit systeem naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk. Het SBR-systeem kan uitsluitend met behulp van het „Setup-menu“ van het display opnieuw worden ingeschakeld (zie de paragraaf „Instelbaar multifunctioneel display“ in het hoofdstuk „Dashboard en bediening“).

GORDELSPANNERS

Voor een nog effectievere bescherming zijn de veiligheidsgordels van de auto voorzien van gordelspanners. Dit systeem trekt de veiligheidsgordels vóór bij een heftige frontale en zijdelingse botsing enkele centimeter aan. Zo worden de inzittenden veel beter op hun plaats gehouden en wordt de voorwaartse beweging beperkt.

Het blokkeren van de veiligheidsgordels geeft aan dat de gordelspanner in werking is geweest; de gordel wordt niet meer opgerold, ook niet als hij wordt begeleid.

WAARSCHUWING Voor een maximale bescherming door de gordelspanners moet de veiligheidsgordel goed aansluiten op borst en bekken.

De gordelspanners voor de voorstoelen werken alleen als de veiligheidsgordels goed in de sluitingen zijn vergrendeld.

Tijdens de werking van de gordelspanner kan er een beetje rook ontsnappen. Deze rook is niet schadelijk en duidt niet op brand.

De gordelspanner hoeft niet te worden onderhouden of gesmeerd. Elke verandering van de oorspronkelijke staat vermindert de werking. Als de gordelspanner door extreme natuurlijke omstandigheden (zoals overstromingen en vloedgolven) met water en modder in contact is geweest, dan moet de spanner worden vervangen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - GORDELSPANNERS - 1

OPGELET

De gordelspanner werkt slechts eenmaal. Als de gordelspanners hebben gewerkt, moet u zich tot een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk wenden om de spanners te laten vervangen. De geldigheid van het systeem staat vermeld op een plaatje dat zich op het portier bevindt: laat het systeem voor het verstrijken van deze termijn door een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk vervangen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Werkzaamheden waar- bij stoten, sterke trillingen of verhitting (maximaal 100 °C gedurende maximaal 6 uur) optreden, kunnen de gordelspanners beschadigen of activeren: hieronder vallen geen trillingen die worden voortgebracht door een slecht wegdek of door contact met kleine obstakels zoals trottoirbanden. Ga voor werkzaamheden altijd naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

TREKKRACHTBEGRENZERS

Om de bescherming van de passagiers bij een ongeval te vergroten, zijn de oprolautomaten van de gordels voor voorzien van trekkrachtbegrenzers die tijdens een frontale aanrijding de piekbelasting op de borst en schouders beperken.

ALFA ROMEO Brera (2010) - TREKKRACHTBEGRENZERS - 1

De bestuurder is verplicht zich te houden aan de wettelijke voorschriften met betrekking tot het verplichte gebruik van de veiligheidsgordels (en de inzitten-den erop attent te maken).

Leg de veiligheidsgordel altijd om voor- dat u vertrekt.

Ook zwangere vrouwen moeten een gordel dragen: ook voor hen is de kans op letsel bij een ernstig ongeval kleiner als ze een gordel dragen (zowel voor de aanstaande moeder als het kind). Zwangere vrouwen moeten het onderste deel van de gordel meer naar beneden omleggen, zodat de gordel over het bekken en onder de buik door loopt Afb. 4.

WAARSCHUWING De gordel mag nooit gedraaid zijn. Het diagonale gordelgedeelte moet via het midden van de schouder schuin over de borst liggen. Het onderste gordelgedeelte moet over het bekken (zoals aangegeven in Afb. 5) en niet over de buik liggen. Gebruik geen voorwerpen (zoals wasknijpers en klemmen) die voorkomen dat de gordel goed aansluit.

ALFA ROMEO Brera (2010) - TREKKRACHTBEGRENZERS - 2

OPGELET

Voor maximale veiligheid moet u de rugleuning rechtop zetten, tegen de leuning aan gaan zitten en de gordel goed laten aansluiten op borst en bekken. Draag altijd veiligheidsgordels zowel voor als achter in de auto! Rijden zonder veiligheidsgordels vergroot het risico op ernstig letsel of dodelijke afloop bij een ongeval.

Afb. 6 A0F0105m

WAARSCHUWING ledere gordel dient slechts ter bescherming van een enkel persoon: gebruik de gordel niet voor een kind dat bij een volwassene op schoot zit, waarbij de gordel beiden zou moeten beschermen Afb. 6. Plaats bovendien geen enkel voorwerp tussen de gordel en het lichaam van een inzittende.

OPGELET Het is streng verboden onderdelen van de veiligheidsgordels of gordelspanners te demonteren of open te maken. Werkzaamheden aan de veiligheidsgordels en gordelspanners moeten worden uitgevoerd door gekwalificeerd personeel. Ga altijd naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

OPGELET Als de gordel aan een zware belasting wordt blootgesteld (bijvoorbeeld tijdens een ongeval), dan moet de gordel samen met de verankeringen, bevestigingspunten en de eventueel gemonteerde gordelspanners worden vervangen. Ook als de schade niet zichtbaar is, dan kan de gordel toch verzwakt zijn.

HOE U DE VEILIGHEIDSGORDELS IN OPTIMALE STAAT HOUDT

☐ Zorg dat de gordel goed uitgetrokken en niet gedraaid is; controleer ook of de oprolautomaat zonder haperingen werkt;
□ vervang de gordels na een ongeval, ook al zijn ze ogenschijnlijk niet beschadigd. Vervang de gordels ook als de gordelspanners in werking zijn geweest;
□ u kunt de gordels met de hand wassen met warm water en een neutrale zeep. Spoel ze uit en laat ze in de schaduw drogen. Gebruik geen bijtende, blekende of kleurende middelen. Vermijd het gebruik van alle chemische producten die het weefsel van de gordel kunnen aantasten;
☐ voorkom dat vocht in de oprolautomaat komt: de werking van de oprolautomaten is alleen gegarandeerd, als ze niet nat zijn geweest;
□ vervang de gordels bij tekenen van slijtage of beschadigingen.

KINDEREN VEILIG VERVOEREN

Voor optimale bescherming bij een ongeval moeten alle inzittenden zittend reizen en door goedgekeurde veiligheidssystemen worden beschermd. Dit geldt met name voor kinderen.

Dit is een wettelijk voorschrift volgens richtlijn 2003/20/EU in alle lidstaten van de Europese Unie.

Het hoofd van kleine kinderen is in verhouding met de rest van het lichaam groter en zwaarder dan dat van volwassenen, terwijl spieren en botstructuur nog niet volledig zijn ontwikkeld. Daarom moeten kleine kinderen door andere systemen dan de veiligheids-gordels worden beschermd.

De resultaten van een onderzoek naar de optimale bescherming van kleine kinderen zijn opgenomen in de Europese ECE/R44-voorschriften die wettelijk zijn verplicht. De systemen zijn onderverdeeld in vijf groepen:

Groep 0 gewicht tot 10 kg

Groep 0+ gewicht tot 13 kg

Groep 1 gewicht: 9–18 kg

Groep 2 gewicht: 15–25 kg

Groep 3 gewicht: 22–36 kg

Zoals u ziet is er een gedeeltelijke overlapping tussen de groepen; daarom zijn er in de handel kinderzitjes verkrijgbaar die geschikt zijn voor verschillende gewichtsgroepen.

Alle kinderzitjes moeten zijn voorzien van de typegoedkeuring en van een goed vastgehecht plaatje met het controlemerk, dat absoluut niet mag worden verwijderd.

Kinderen die 1,50 m of langer zijn, worden met betrekking tot de veiligheidssystemen aan volwassenen gelijkgesteld en zij moeten dan ook normaal de veiligheidsgordels bevestigen.

In Lineaccessori Alfa Romeo zijn kinderzitjes voor elke gewichtsgroep opgenomen. Wij raden het gebruik van deze kinderzitjes aan, omdat ze speciaal zijn ontworpen en ontwikkeld voor de modellen van Alfa Romeo.

ALFA ROMEO Brera (2010) - KINDEREN VEILIG VERVOEREN - 1

OPGELET

Monteer absoluut geen kinderzitje achterstevoren op de passagiersstoel vóór als de airbag aan passagierszijde is ingeschakeld. Als de airbag bij een ongeval in werking treedt (opblaast), kan dit ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben, ongeacht de zwaarte van het ongeluk. Kinderen moeten altijd in kinderzitjes op de achterbank worden vervoerd; deze positie biedt tijdens een ongeval de grootste bescherming.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET ZEER GEVAARLIJK Als een kind op de passagiersstoel vóór moet worden vervoerd met een kinderzitje dat

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 2

tegen de rijrichting in is gemonteerd, moeten de airbags aan passagierszijde (front-, knie- (waar voorzien) en zij-airbags) met de sleutelschakelaar worden uitgeschakeld (voor bepaalde uitvoeringen/ markten, waar voorzien). Controleer de uitschakeling met behulp van het lampje op het paneel van het plafondlampje voor (zie de paragraaf „Frontairbag aan passagierszijde“). Bovendien moet de stoel zo ver mogelijk naar achteren zijn geschoven om te voorkomen dat het kinderzitje eventueel in aanraking komt met het dashboard.

0-13 kg

Afb. 7
A0F0106m

GROEP O en O+

Kinderen tot 13 kg moeten in kinder-zitjes worden vervoerd die achterste-voren Afb. 7 zijn geplaatst, waardoor het achterhoofd wordt gesteund en bij plotseling remmen de nek niet wordt belast.

Het zitje moet op zijn plaats worden gehouden door de veiligheidsgordel, zoals in de afbeelding wordt aangegeven, en het kind moet worden beschermd door de gordel van het zitje zelf.

ALFA ROMEO Brera (2010) - GROEP O en O+ - 1

Kinderen met een gewicht tussen 9 en 18 kg moeten in de rijrichting worden vervoerd in een kinderzitje met kussen Afb. 8; hierbij houdt de veiligheids-gordel van de auto het kinderzitje en het kind op zijn plaats.

ALFA ROMEO Brera (2010) - GROEP O en O+ - 2

OPGELET

De afbeeldingen dienen alleen ter illustratie van de bevestiging. Houdt u voor de montage van het kinderzitje aan de instructies. De fabrikant is verplicht deze instructies bij het product te leveren.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Er bestaan kinderzitjes die geschikt zijn voor de gewichtsgroepen 0 en 1 die uitgerust zijn met een bevestigingspunt achter. Deze kinderzitjes hebben zelf gordels om het kind te beschermen. Vanwege het gewicht kan het gevaarlijk zijn als ze verkeerd worden gemonteerd (bijvoorbeeld als er een kussen tussen het kinderzitje en de veiligheidsgordels van de auto wordt geplaatst). Houdt u voor de montage strikt aan de bijgeleverde instructies.

15-25 kg

Afb. 9

22-36 kg

Afb. 10

GROEP 2

Kinderen met een gewicht tussen 15 en 25 kg kunnen direct door de veiligheidsgordels van de auto worden beschermd. Kinderen moeten zo in de kinderzijtes worden geplaatst, dat het diagonale gordelgedeelte schuin over de borst en niet langs de nek ligt. Het horizontale gordelgedeelte moet over het bekken en niet over de buik van het kind liggen Afb. 9.

GROEP 3

Bij kinderen met een gewicht tussen 22 en 36 kg is de borstomvang van dien aard dat de kinderen gewoon tegen de rugleuning kunnen steunen en niet meer in een kinderzitje hoeven te worden vervoerd. In Afb. 10 wordt een voorbeeld gegeven van de juiste positie van het kind op de achterbank.

Kinderen die langer zijn dan 1,50 m kunnen net zoals volwassenen de veiligheidsgordels omleggen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - GROEP 3 - 1

OPGELET

De afbeeldingen dienen alleen ter illustratie van de bevestiging. Houdt u voor de montage van het kinderzitje aan de instructies. De fabrikant is verplicht deze instructies bij te leveren.

GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE KINDERZITJES

De auto voldoet aan de nieuwe Europese 2000/3/EU-richtlijnen voor de montage van kinderzitjes op de verschillende plaatsen in de auto. Zie hiervoor de volgende tabellen:

Voor- en achterstoel

Groep Gewicht Vóór Zijkant achterZITPLAATS
Stoel met Stoel met Passagier 4 verstelmogelijkheden & verstelmogelijkhedenachter
Groep 0, 0+ tot 13 kg U (*) U (*) U
Groep 1 9-18 kg U (*) U (*) U
Groep 215-25 kg U (*) U (*) U
Groep 322-36 kg U (*) U (*) U

Legenda:
U = geschikt voor „universele“ kinderzitjes voor kinderen volgens de Europese regels EU-R44 voor de aangegeven groepen
(*) = bij auto's met een niet in hoogte verstelbare passagiersstoel moet de rugleuning perfect in de verticale stand worden gezet. Bij auto's met in hoogte verstelbare passagiersstoel moet de stoel zo hoog mogelijk worden gezet.

Hierna zijn de richtlijnen voor een veilig vervoer van kinderen aangegeven:

□ monteer het kinderzitje op een van de zitplaatsen achter, omdat die plaatsen bij een ongeval de meeste bescherming bieden;
□ als de frontairbag aan passagierszijde buiten werking wordt gesteld, moet er altijd worden gecontroleerd of de airbag daadwerkelijk is uitgeschakeld: het betreffende lampje ⚫* moet continu branden;
☐ houdt u bij de montage van het kinderzitje strikt aan de instructies. De fabrikant is verplicht deze instructies bij het kinderzitje te leveren. Bewaar de instructies samen met het instructieboekje in de auto. Monteer geen gebruikte kinderzitjes waarvan de gebruiks-aanwijzingen ontbreken;

□ controleer of de gordels goed zijn vastgemaakt door aan de gordelband te trekken;
☐ ieder veiligheidssysteem is bedoeld voor slechts één kind: vervoer nooit twee kinderen in een zitje;
□ controleer altijd of de gordel niet langs de nek van het kind loopt;
□ zorg er tijdens de rit voor dat het kind geen afwijkende houding aanneemt of de gordels losmaakt;
□ vervoer kinderen nooit in uw armen, ook geen pasgeboren kinderen. Niemand is sterk genoeg om ze bij een ongeval vast te kunnen houden;
□ na een ongeval moet het zitje door een nieuw exemplaar worden vervangen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Hierna zijn de richtlijnen voor een veilig vervoer van kinderen aangegeven: - 1

OPGELET

Monteer absoluut geen kinderzitje achterstevoren op de passagiersstoel vóór als de airbag aan passagierszijde is ingeschakeld. Als de airbag bij een ongeval in werking treedt (opblaast), kan dit ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben, ongeacht de zwaarte van het ongeluk. Wij raden u aan kinderen altijd op de zitplaatsen achter in een geschikt kinderzitje te vervoeren, omdat die plaatsen bij een ongeval de meeste bescherming bieden.

MONTAGEVOOR-BEREIDING VOOR „ISOFIX UNIVER-SEEL“-KINDERZITJE

De auto is voorbereid op de montage van „Isofix Universeel“-kinderzitjes; dit is een nieuw gestandaardiseerd Europees systeem voor het vervoeren van kinderen. In Afb. 11 wordt er een voorbeeld van zo'n kinderzitje gegeven. Het Isofix Universeel-kinderzitje is er voor drie gewichtsgroepen: 1.

Dit is een ander bevestigingssysteem waarbij het kinderzitje aan de daarvoor bestemde onderste metalen beugels A-Afb. 12 moet worden bevestigd. Deze bevinden zich in de zitting van de achterbank. Bevestig daarna de bovenste riem (bij het kinderzitje geleverd) aan de beugel B-Afb. 13 aan de achterkant van de rugleuning ter hoogte van het zitje.

Er kan ook een mengvorm worden gekozen, een traditioneel kinderzitje en een „Isofix Universeel“-kinderzitje. Bedenk dat bij Isofix Universeel-kinderzitjes alle zitjes kunnen worden gebruikt die zijn goedgekeurd volgens de ECE R44/03-richtlijn „Isofix Universeel“.

ALFA ROMEO Brera (2010) - MONTAGEVOOR-BEREIDING VOOR „ISOFIX UNIVER-SEEL“-KINDERZITJE - 1

In Lineaccessori Alfa Romeo is een „universeel Isofix“ kinderzitje („Duo Plus“) leverbaar.

Zie voor meer informatie over de montage en/of het gebruik van het kinderzitje, het „Instructieboekje” dat bij het kinderzitje wordt geleverd.

ALFA ROMEO Brera (2010) - MONTAGEVOOR-BEREIDING VOOR „ISOFIX UNIVER-SEEL“-KINDERZITJE - 2

OPGELET

Monteer het kinderzitje alleen als de auto stilstaat. Het kinderzitje is op de juiste manier in de beugels bevestigd als u het hoort vergrendelen. Houdt u in ieder geval aan de instructies voor de montage, de demontage en de plaatsing. De fabrikant van het kinderzitje is verplicht deze instructies bij het kinderzitje te leveren.

GESCHIKTHEID VAN DE ZITPLAATSEN VOOR HET GEBRUIK VAN DE ISOFIX UNIVERSEEL-KINDERZITJES

In de volgende tabel worden, conform de Europese wetgeving ECE 16, de mogelijkheden weergegeven voor de montage van de Isofix Universeel-kinderzitjes op zitplaatsen die van Isofix-beugels zijn voorzien.

Gewichtsgroep Richting Klasse- Positie Isofix

kinderzitje indeling Isofix achter aan de zijkant
Groep 1 tot 9 tot 18 kgIn de rijrichtingBIUF
In de rijrichtingB1IUF
In de rijrichtingAIUF

IUF: geschikt voor Isofix-kinderzitjes uit de universele klasse (met een derde bevestigingspunt boven) die in de rijrichting moeten worden bevestigd en zijn goedgekeurd voor het gebruik door die gewichtsgroep.

FRONTAIRBAGS

De auto is uitgerust met meertraps-front-airbags („Smart bags“) aan bestuurders- en passagierszijde en knie-airbags aan bestuurders- en passagierszijde (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien).

"SMARTBAGS" (MEERTRAPS- FRONTAIRBAGS)

De frontairbags (bestuurder en passagier) en de knie-airbags (bestuurder en passagier) beschermen de inzittende en treden onmiddellijk in werking bij een middelzware frontale botsing; hierbij wordt er een luchtkussen tussen de inzittende en het stuurwiel of het dashboard opgeblazen.

Bij een botsing regelt een elektronische regeleenheid zo nodig dat de kussens onmiddellijk opblazen, waardoor het lichaam van de inzittenden wordt opgevangen en de kans op letsel wordt beperkt. De kussens lopen onmiddellijk leeg.

De frontairbags (bestuurder en passagier) en de knie-airbag (bestuurder en passagier) zijn geen vervanging voor de veiligheidsgordels, maar een aanvulling. Draag dus altijd veiligheidsgordels. Bovendien is het dragen van veiligheidsgordels wettelijk verplicht in Europa en in de meeste landen daarbuiten.

Bij een ongeval kan een inzittende die geen veiligheidsgordel heeft omgelegd in contact komen met een airbag die nog niet volledig is opgeblazen. Hierdoor wordt de bescherming van de inzittende door de airbag verminderd.

De frontairbags kunnen in de volgende gevallen niet worden geactiveerd:

□ bij frontale botsingen, met een ander deel van de auto dan de voorkant, tegen makkelijk vervormbare objecten (bijvoorbeeld als het voorspatbord tegen de vangrail komt);
□ als de auto onder andere auto's of veiligheidsvoorzieningen schuift (bijvoorbeeld onder vrachtwagens of de vangrail);
als er geen enkele aanvullende bescherming wordt geboden op de veiligheidsgordels. Het heeft dan geen nut de frontairbags te activeren. Als de airbags in deze gevallen niet worden geactiveerd, betekent dit niet dat het systeem niet goed functioneert.

ALFA ROMEO Brera (2010) - "SMARTBAGS" (MEERTRAPS- FRONTAIRBAGS) - 1

OPGELET

Plaats geen stickers of andere objecten op het stuurwiel, op het deksel van de airbag aan passagierszijde of op de zijkant van de hemelbekleding. Plaats geen voorwerpen op het dashboard aan de passagierszijde (zoals een mobiele telefoon), omdat deze het correct openen van de airbag aan passagierszijde kunnen hinderen en de inzittenden ernstig kunnen verwonden.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Deze bestaat uit een opblaasbaar kussen dat in een daarvoor bestemde ruimte in het midden van het stuur is geplaatst Afb. 14.

AIRBAG Multistage Afb. 15 A0F0078m

FRONTAIRBAG PASSAGIERSZIJDE

Deze bestaat uit een opblaasbaar kussen met een groter volume dan dat aan bestuurderszijde. Het kussen is in een daarvoor bestemde ruimte in het dashboard Afb. 15 geplaatst.

ALFA ROMEO Brera (2010) - FRONTAIRBAG PASSAGIERSZIJDE - 1

OPGELET

Monteer absoluut geen kinderzitje achterstevoren op de passagiersstoel voor als de frontairbag aan passagierszijde is ingeschakeld. Als de airbag bij een ongeval in werking treedt (opblaast), kan dit ernstig letsel en zelfs de dood tot gevolg hebben.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Als de auto is voorzien van een uitschakelingsmogelijkheid voor de airbags aan de passagierszijde (front-, knie- (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) en zijairbags), moet deze worden uitgeschakeld als er een kinderzitje op de voorstoel wordt geplaatst. Boven- oet de passagiersstoel zo ver mogelijk naar achteren zijn even om te voorkomen dat het kinderzitje eventueel in king komt met het dashboard. Ook als het niet wettelijk plicht, raden wij u aan de airbag onmiddellijk weer in te len zodra er geen kinderen meer worden vervoerd, voor timale bescherming van de volwassenen.

AIRBAG Afb. 16 A0F0079m

KNIE-AIRBAG BESTUURDERS- EN PASSAGIERSZIJDE

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Deze bestaan uit een snel opblazend kussen in een ruimte onder het stuur aan de bestuurderszijde Afb. 16 en onder het dashboard aan de passagierszijde Afb. 17. Deze airbags bieden een extra bescherming bij een frontale aanrijding.

AIRBAG Afb. 17 A0F0092m

HANDMATIG UITSCHAKELEN

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) FRONTAIRBAG PASSAGIERSZIJDE, KNIE PASSAGIERSZIJDE (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) EN DE FRONTAIRBAG AAN DE PASSAGIERSZIJDE

Als het absoluut noodzakelijk is om een kind op de passagiersstoel vóór te vervoeren, moeten de frontairbag en de knie-airbag (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) aan passagierszijde en de zijairbags worden uitgeschakeld. De airbags worden uitgeschakeld als de elektronische sleutel uit het contact wordt verwijderd, via de sleutelschakelaar (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) op het rechteruiteinde van het dashboard Afb. 18. De schakelaar kan alleen worden bereikt als het portier is geopend. Als het portier is geopend, kan de metalen baard sleutel in beide standen uit de sleutelschakelaar worden gehaald of in worden gestoken.

ON OFF PASS AIRBAG Afb. 18 A0F0062m

WAARSCHUWING Bedien de schakelaar alleen bij uitgeschakelde motor en uit het contact verwijderde sleutel. De sleutelschakelaar kan in twee standen worden gezet:

frontairbag, knie-airbag (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) en zijairbags passagierszijde ingeschakeld (stand ON ☒): het lampje 📁 op het paneel van het plafondlampje is uit; het is absoluut verboden kinderen op de voorstoel te vervoeren;

□ frontairbag, knie-airbag (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) en zijairbags passagierszijde ingeschakeld (stand OFF 📁): het lampje 📁 op het paneel van het plafondlampje brandt; kinderen kunnen op de voorstoel worden vervoerd als zij worden beschermd met een daarvoor bestemd systeem.

Het lampje 📊 op het paneel van het plafondlampje blijft constant branden, totdat de airbags aan passagierszijde weer worden ingeschakeld.

Als de airbags aan de passagierszijde worden uitgeschakeld, heeft dit geen invloed op de werking van de headbag aan passagierszijde.

ZIJAIRBAGS (Sidebags- Headbags)

De auto is uitgerust met zijairbags voor (Side Bags voor) aan bestuurders- en aan passagierszijde voor bescherming van borst-bekken en headbags voor en achter (Window Bags).

De zijairbags beschermen de inzittenden bij middelzware en zware zijdelingse aanrijdingen, door het opblazen van een lucht-kussen tussen de inzittende en de interieurdelen aan de zijkant van de auto.

Als de zijairbags niet worden geactiveerd bij andere soorten botsingen (frontale aanrijdingen, botsingen van achter, over de kop slaan, enz.), betekent dit niet dat het systeem niet goed functioneert.

Bij een zijdelingse aanrijding verwerkt de centrale regeleenheid de informatie van een vertragingssensor, en zorgt er waar nodig voor dat het kussen opblaast. De kussens blazen onmiddellijk op en vullen de ruimte tussen het portier van de auto en het lichaam van de inzittenden vóór. Direct daarna lopen de kussens weer leeg.

De zijairbags zijn geen vervanging voor de veiligheidsgordels, maar een aanvulling. Draag dus altijd veiligheidsgordels. Bovendien is het dragen van veiligheidsgordels wettelijk verplicht in Europa (en in de meeste landen daarbuiten).

AIRBAG Afb. 19 A0F0093m

ZIJAIRBAG VOOR VOOR BESCHERMING BORST- BEKKEN (SIDEBAGS)

Deze bestaan uit twee snel opblaasbare type kussens in de rugleuning van de voorstoelen Afb. 19; deze kussens beschermen de borst en het bekken van de inzittenden bij een flankbotsing met een bepaalde omvang.

AIRBAG Afb. 20 A0F0185m

De headbag is van het type gordijn, dat zich aan de zijkant in de hemelbekleding Afb. 20 bevindt en dat is afgedekt met een afwerking. De headbags beschermen het hoofd van de inzittenden voor en achter bij een flankbotsing, dankzij het grote oppervlak van de kussens.

Bij lichte frontale aanrijdingen (waarbij de werking van de veiligheidsgordel voldoende is) worden de airbags niet geactiveerd.

Daarom is het gebruik van de veiligheidsgordels absoluut noodzakelijk, want de gordel houdt de inzittende bij een zijdelingse botsing in de juiste positie en voorkomt dat de inzittende bij zware botsingen uit de auto wordt geslingerd.

WAARSCHUWING De inzittende wordt bij een zijdelingse botsing optimaal door het systeem beschermd als hij/zij in de juiste positie in de stoel zit. Hierdoor kan de headbag op de juiste wijze worden opgeblazen.

WAARSCHUWING De front-en/of zijairbags vóór kunnen worden ingeschakeld als de auto wordt blootgesteld aan krachtige stoten tegen de onderzijde van de auto, zoals krachtige stoten tegen verkeersdrempels, stoepranden, vaste obstakels op het wegdek of als de auto terecht komt in grote gaten of verzakkingen in de weg.

WAARSCHUWING Als de airbag in werking treedt, ontsnapt een beetje rook. Deze rook is niet schadelijk en duidt niet op brand; bovendien kan het oppervlak van het opgeblazen kussen en het interieur van de auto bedekt zijn met een laagje poeder: dit poeder kan de huid en de ogen irriteren. Als u hiermee in aanraking bent gekomen, moet u zich met neutrale zeep en water wassen.

De geldigheidsduur van de pyrotechnische lading en die van het spiraalmechanisme zijn vermeld op het betreffende plaatje op het portier. Neem bij het naderen van de vervaldatum contact op met een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk zodat deze ze kan vervangen.

WAARSCHUWING Na een ongeval waarbij een of meerdere veiligheidssystemen zijn geactiveerd, moet u contact opnemen met een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk om de geactiveerde systemen te laten vervangen en de werking van het systeem te laten controleren.

Alle controlewerkzaamheden, reparaties en vervanging van de airbag moeten door een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk worden uitgevoerd.

Aan het einde van de lange levensduur van uw auto, moet u contact opnemen met het Alfa Romeo Servicenetwerk om het systeem buiten werking te laten stellen. Bovendien moet bij verkoop van de auto de nieuwe eigenaar op de hoogte gesteld worden van het gebruik en de instructies, en moet hij het instructieboekje ontvangen.

WAARSCHUWING Het in werking treden van de gordelspanners, de front-airbags en de zijairbags voor wordt door de elektronische regeleenheid bepaald, afhankelijk van het type ongeval. Als een van deze onderdelen niet in werking treedt, dan duidt dat niet op een storing in het systeem.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ZIJAIRBAG VOOR VOOR BESCHERMING BORST- BEKKEN (SIDEBAGS) - 2

OPGELET

Steun niet met het hoofd, de armen of de ellebogen tegen het portier, de ruiten of in het gebied van de headbag (Window Bag) om verwondingen tijdens het opblazen te voorkomen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Steek nooit het hoofd, de armen of ellebogen

uit het raam.

ALGEMENE OPMERKINGEN

ALFA ROMEO Brera (2010) - ALGEMENE OPMERKINGEN - 1

OPGELET

Als u de sleutel in het contact steekt en het lampje * gaat niet branden of blijft branden tijdens het rijden (bij sommige uitvoeringen wordt er op het display ook een bericht weergegeven), is er mogelijk een storing in de veiligheids-systemen; in dat geval kunnen de airbags of gordelspanners niet bij een ongeval worden geactiveerd of, in een zeer beperkt aantal gevallen, niet op de juiste manier worden geactiveerd. Voordat u verder rijdt, moet u contact opnemen met een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk om het systeem direct te laten controleren.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Bedek de rugleuning van de zitplaatsen voor en achter niet met hoezen of kleden die niet zijn voorbereid op het gebruik met Side-bags.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Reis niet met voorwerpen op schoot of voor de borst en houd vooral geen pijp, potlood, enz. in de mond. Bij een ongeval waarbij de airbag in werking treedt, kan dit ernstig letsel veroorzaken.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Rijd altijd met beide handen op de stuurnd, zodat bij het in wereden van de airbag, het m niet wordt gehinderd abstakels. Rijd niet met ver gebogen lichaam, ga goed rechtop zitten un tegen de rugleuning.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Laat bij diefstal of een poging tot diefstal, bij diging of als de auto en overstroming onder is geweest, het airbag- m door een dealer van Alfa Romeo Service- rk controleren.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Als de sleutel in het contact is geplaatst, kan de airbag worden ingeschakeld als de auto stilstaat, ook bij uitgezette motor, en door een andere auto die met voldoende snelheid rijdt wordt aangereden. Daarom mogen er absoluut geen kinderen op de passagiersstoel vóór worden geplaatst, ook niet als de auto stilstaat. Als de sleutel niet in het contact is geplaatst, wordt er bij een ongeval geen enkel beveiligingssysteem (airbag of gordelspanners) geactiveerd; als een systeem niet in werking treedt, betekent dit niet dat het systeem niet goed werkt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Als de sleutel in het contact is geplaatst, gaat het lampje 2 (als de sleutelschakelaar voor de airbags aan en passagierszijde in de stand ON staat) gedurende enkele seconden branden en vervolgens knipperen om aan te geven dat de frontairbag, de knie-airbag aan de passagierszijde en de zijairbags aan de passagierszijde bij een ongeval worden geactiveerd. Hierna moet het lampje doven.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

De stoelen mogen niet met water of stoom worden gereinigd (met de hand of in een automatisch wasapparaat voor stoelen).

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

De frontairbag treedt in werking bij een zwaardere botsing dan de gordelspanners. Bij aanrijdingen die tussen die twee drempelwaarden in liggen, treden alleen de gordelspanners in werking.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Haak geen harde voor- werpen aan de kleding- haakjes en aan de steunhand- grepen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

De airbag is geen vervanging voor de veiligheidsgordels, maar een aan- vulling. Omdat de frontairbags niet worden geactiveerd bij frontale botsingen bij lage snelheid, bij zijdelingse aan- rijdingen en als de auto van achter wordt aangereden of over de kop slaat, worden in deze gevallen de inzittenden uitsluitend door de veilig- heidsgordels beschermd. De gordels moeten dus altijd wor- den gedragen.

STARTEN EN RIJDEN

DE MOTOR STARTEN 138

PARKEREN 143

GEBRUIK VAN DE VERSNELLINGSBAK 144

BRANDSTOF BESPAREN 145

EEN AANHANGER TREKKEN 147

WINTERBANDEN 148

SNEEUWKETTINGEN 149

AUTO LANGERE TIJD STALLEN 150

DE MOTOR STARTEN

De auto is uitgerust met een elektronische startblokkering: zie bij startproblemen de paragraaf „Alfa Romeo CODE-systeem” in het hoofdstuk „Dashboard en bediening”.

WAARSCHUWING Als het contact op de verkeerde manier wordt behandeld, kan dit ervoor zorgen dat het stuur wordt geblokkeerd.

WAARSCHUWING Als de elektronische sleutel helemaal in het contact wordt geplaatst, moet deze vergrendelen.

WAARSCHUWING De elektronische sleutel mag nooit uit het contact worden verwijderd terwijl de auto rijdt, behalve in noodgevallen (zie de paragraaf „Elektronische sleutel in noodgevallen verwijderen“); als de sleutel is geplaatst, dan is het stuurslot uitgeschakeld als de auto rijdt (bijvoorbeeld als de auto wordt gesleept).

ALFA ROMEO Brera (2010) - DE MOTOR STARTEN - 1

We raden u aan om gedurende de eerste kilometers niet de maximale prestaties van uw auto te eisen (bijvoorbeeld snel accele- reren, langdurig rijden met hoge toerentallen en krachtig remmen).

ALFA ROMEO Brera (2010) - DE MOTOR STARTEN - 2

Laat de elektronische sleutel niet in het contact als de motor stilstaat, zodat de accu niet onnodig wordt ontladen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - DE MOTOR STARTEN - 3

ATTENZIONE

Het is zeer gevaarlijk om de motor in afgesloten ruimten te laten draai- en. De motor verbruikt zuur- stof en produceert kooldioxide, koolmonoxide en andere gif- tige gassen.

DE BENZINEMOTOR STARTEN

Ga als volgt te werk:

□ trek de handrem aan;
□ trap het koppelingspedaal helemaal in, zonder het gaspedaal in te trappen;
□ zet de versnellingspook in de vrijstand;
□ steek de elektronische sleutel na het stoppen in het contact;
□ druk kort op de knop START/STOP.

De startmotor wordt automatisch ingeschakeld, totdat de motor is gestart.

Als de motor is uitgeschakeld en de elektronische sleutel is in het contact geplaatst, dan kan de motor automatisch worden gestart door kort op de START/STOP-knop te drukken en het koppelingspedaal ingetrapt te houden.

WAARSCHUWING De motor kan worden gestart als het rempedaal in plaats van het koppelingspedaal wordt ingetrapt. In dat geval wordt de motor niet automatisch gestart. Druk in dat geval de START/STOP-knop in en laat deze los zodra de motor is gestart.

PROCEDURE VOOR DIESELMOTOREN

Ga als volgt te werk:

□ trek de handrem aan;
□ trap het koppelingspedaal helemaal in, zonder het gaspedaal in te trappen;
□ zet de versnellingspook in de vrijstand;
□ steek de elektronische sleutel na het stoppen in het contact. Op het instrumentenpaneel gaat het lampje 70 branden;
□ wacht tot het lampje 00 uit is. Hoe warmer de motor, hoe sneller het lampje uit gaat;
□ druk kort op de knop START/STOP meteen nadat het lampje 00 uit gaat. Als u te lang wacht, zijn de voorgloeibougies weer afgekoeld.

De startmotor wordt automatisch ingeschakeld, totdat de motor is gestart.

Als de motor is uitgeschakeld en de elektronische sleutel is in het contact geplaatst, dan kan de motor automatisch worden gestart door kort op de START/STOP-knop te drukken en het koppelingspedaal ingetrapt te houden.

Bij zeer lage temperaturen moet u altijd wachten totdat het lampje uit is, voordat de motor wordt gestart.

WAARSCHUWING De motor kan worden gestart terwijl alleen het rempedaal ingetrapt wordt te gehouden. In dat geval wordt de motor niet automatisch gestart. Druk op de knop START/STOP en laat deze los als de motor is gestart.

WAARSCHUWING

Als u de motor tijdens het starten uit moet schakelen, hoeft u alleen het koppelings- of rempedaal in te trappen en vervolgens op de START/STOP-knop te drukken om de motor weer te starten.

Als het starten moeizaam verloopt, blijf dit dan niet langdurig proberen, maar ga naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

Als de motor draait, wordt de elektronische sleutel in het contact vergrendeld en kan deze alleen uit het contact worden verwijderd als de motor wordt uitgeschakeld. Als de auto rijdt en de elektronische sleutel is vergrendeld, kan het contact worden beschadigd als de sleutel geforceerd wordt verwijderd.

Bij eventuele problemen met starten gaat het lampje op het instrumentenpaneel branden (bij bepaalde uitvoeringen wordt er ook een bericht op het display weergegeven). Ga in dit geval naar een dealer van het Alfa Romeo Service-netwerk.

Als de motor niet start nadat u de START/STOP-knop hebt ingedrukt, herhaal dan de startprocedure, maar trap het andere pedaal in (koppelings-of rempedaal).

Storing bij het starten van de motor

Het systeem kan herkennen dat de motor niet aanslaat of dat de motor afslaat.

In dat geval wordt de elektronische sleutel ontgrendeld, zodat de bestuurder de volgende handelingen kan uitvoeren:

☐ schakel het instrumentenpaneel uit met behulp van de START/STOP-knop of door de elektronische sleutel uit het contact te verwijderen;
□ start de motor door het koppelings-/rempedaal in te trappen en de START/STOP-knop in te drukken.

WAARSCHUWING Als de motor afslaat en de auto rijdt, kan de elektronische sleutel om veiligheidsredenen niet uit het contact worden verwijderd. Druk om de sleutel te verwijderen op de knop START/STOP met ingetrapt rem- of koppelingspedaal en bij stilstaande auto.

MOTOR OPWARMEN NA HET STARTEN (benzine en diesel)

Ga als volgt te werk:

□ rijd rustig weg, laat de motor niet met hoge toerentallen draaien en trap het gaspedaal niet bruusk in;
verlang de eerste kilometers geen maximale prestaties. Wij raden u aan te wachten tot de wijzernaald van de koelvloeistoftemperatuurmeter begint te bewegen.

DE MOTOR UITZETTEN

Druk de START/STOP-knop in terwijl de auto stilstaat. Als de motor is uitgeschakeld, kan de elektronische sleutel uit het contact worden verwijderd.

ALFA ROMEO Brera (2010) - DE MOTOR UITZETTEN - 1

OPGELET

In noodgevallen of om veiligheidredenen kan de motor bij een rijdende auto worden uitgeschakeld door een aantal malen (drie keer binnen 2 seconden) de START/STOP-knop in te drukken en vervolgens de knop enkele seconden ingedrukt te houden. In dat geval kunt u geen gebruik meer maken van de stuurbekrachtiging.

WAARSCHUWING Zet de motor na een zware rit niet onmiddellijk uit, maar laat de motor even stationair draaien. Hierdoor kan de temperatuur in de motorruimte dalen.

WAARSCHUWING Als de auto wordt uitgeschakeld, worden de elektronische beveiligingssystemen uitgeschakeld en de buitenverlichting ge doofd.

WAARSCHUWING Als de motor wordt uitgeschakeld terwijl de auto rijdt, dan kan de elektronische sleutel om veiligheidsredenen niet uit het contact worden verwijderd. Als u de sleutel wilt verwijderen, schakelt u het instrumentenpaneel in en uit door op de knop START/STOP te drukken bij losgelaten rem- of koppelingspedaal en stilstaande auto.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Het heeft geen enkel nut gas te geven voordat u de motor uitschakelt; dit is verspilling van brandstof en is schadelijk, vooral voor motoren met turbocompressor.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 2

Als er een probleem is met het uitschakelen van de auto of het ontgrendelmechanisme van de elektronische sleutel, ga dan als volgt te werk:

☐ druk de ontgrendelknop in om de metalen baard uit te laten klappen (zie de paragraaf „Elektronische sleutel“ in het hoofdstuk „Dashboard en bediening“);
□ steek de metalen baard B-Afb. 1 van de elektronische sleutel in de opening A;
□ verwijder de elektronische sleutel uit het contact.

WAARSCHUWING Steek andere voorwerpen dan de metalen baard B van de elektronische sleutel in de opening A-Afb.1.

WAARSCHUWING Zet de auto stil voordat de elektronische sleutel op deze manier wordt verwijderd; als de sleutel bij een draaiende motor wordt verwijderd, worden de motor en het instrumentenpaneel uitgeschakeld en het stuurslot niet ingeschakeld.

PARKEREN

Ga als volgt te werk:

□ zet de motor uit en trek de handrem aan;
☐ schakel een versnelling in (de 1 e als de weg omhoog loopt, de achteruitversnelling als de weg omlaag loopt) en zet de voorwielen iets uitgestuurd.

Als de auto op een steile helling staat, blokkeer de wielen dan met stenen of wiggen. Laat de sleutel nooit in het contact zitten als de motor is uitgezet, om te voorkomen dat de accu ontladt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - PARKEREN - 1

OPGELET

Laat kinderen nooit alleen in de auto achter.

Verwijder de elektronische sleutel altijd uit het contact als u de auto verlaat en neem de sleutel mee.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

De handrem A-Afb. 2 bevindt zich tussen de voorstoelen. Als u de handrem wilt inschakelen, moet u de hendel A omhoog trekken zodat de auto blokkeert.

Als de elektronische sleutel in het contact is geplaatst, gaat het lampje Ⓞ op het instrumentenpaneel branden.

WAARSCHUWING De auto moet geblokkeerd blijven als de hendel enkele tanden is aangetrokken. Als dit niet het geval is, laat de handrem dan door een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk afstellen.

Handrem uitschakelen:

□ trek de hendel A iets omhoog en druk op de ontgrendelknop B;
☐ houd de knop B ingedrukt en zet de hendel omlaag. Het lampje (①) op het instrumentenpaneel gaat uit.

Als u de handrem inschakelt, moet u het rempedaal intrappen om onverwachte bewegingen van de auto te voorkomen.

GEBRUIK VAN DE VERSNELLINGSBAK

De auto is voorzien van een mechanische versnellingsbak met 6 versnellingen. De stand van de afzonderlijke versnellingen is op de pookknop afgebeeld.

Trap het koppelingspedaal bij het schakelen altijd helemaal in. Als u de 6 e versnelling (waar voorzien) wilt inschakelen, moet u de pook iets naar rechts gedrukt houden om te voorkomen dat de 4 e versnelling per ongeluk wordt ingeschakeld.

Als u de achteruitversnelling R vanuit de vrijstand wilt inschakelen, moet u de ring A-Afb. 3 onder de knop omhoog trekken en de pook tegelijkertijd naar links en vervolgens naar voren zetten. Laat de ring los als de achteruitversnelling is ingeschakeld. Als u vanuit de achteruitversnelling een andere versnelling wilt inschakelen, hoeft de ring van de pook niet omhoog te worden getrokken.

Afb. 3 A0F0151m

WAARSCHUWING De achteruitversnelling kan alleen worden ingeschakeld als de auto stilstaat. Wacht terwijl de motor draait ten minste 3 seconden voordat u het koppelingspedaal helemaal intrapt en de achteruitversnelling selecteert om te voorkomen dat de tandwielen beschadigd raken.

ALFA ROMEO Brera (2010) - GEBRUIK VAN DE VERSNELLINGSBAK - 2

OPGELET

Trap het koppelings- pedaal helemaal in om goed te schakelen. Zorg dat er niets onder het pedaal ligt dat dit kan verhinderen: let erop dat eventuele vloermatten niet zijn dubbelgevouwen en zo de slag van de pedalen beperken.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Laat uw hand tijdens het rijden niet op de pook-knop rusten omdat door de uitgeoefende druk, ook als deze licht is, de interne onderdelen van de versnellingsbak na verloop van tijd kunnen slijten. Gebruik het koppelingspedaal uitsluitend om te schakelen. Laat uw voet tijdens het rijden nooit - zelfs niet licht - op het koppelingspedaal rusten. Bij uitvoeringen voor bepaalde markten kan de regelelektronica van het koppelingspedaal verkeerd gebruik door de bestuurder beschouwen als een storing.

BRANDSTOF BESPAREN

Hierna volgen enkele nuttige tips waardoor het brandstofverbruik zo laag mogelijk blijft en de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen zoveel mogelijk wordt beperkt.

ALGEMENE OPMERKINGEN

Onderhoud van de auto

Zorg voor een goed onderhoud van de auto door de controles en afstellingen die in het „Onderhoudsschema“ staan vermeld te laten uitvoeren.

Banden

Controleer de bandenspanning regelmatig, ten minste een keer per maand: als de spanning te laag is, wordt de weerstand groter en neemt het verbruik toe.

Overbodige bagage

Rijd niet met een overbeladen bagageruimte. Het gewicht van de auto (vooral in stadsverkeer) en de wieluitlijning hebben grote invloed op het brandstofverbruik en de stabiliteit.

Imperiaal/skidrager

Verwijder de imperiaal of skidrager als u deze niet meer gebruikt. Ze verminderen de aerodynamica van de auto, waardoor het brandstofverbruik toe-neemt. Gebruik voor het vervoer van grote voorwerpen bij voorkeur een aan-hanger.

Stroomverbruikers

Gebruik elektrische stroomverbruikers uitsluitend als u ze nodig hebt. De achterruitverwarming, extra koplampen, de ruitenwissers en de aanjager van het ventilatie-/verwarmingssysteem vragen veel stroom, waardoor het brandstofverbruik toeneemt (tot aan 25% in stadsverkeer).

Klimaatregeling

De klimaatregeling gebruikt zeer veel energie: gebruik bij voorkeur de functies van het ventilatiesysteem wanneer de buitentemperatuur dit toelaat.

Het gebruik van niet-goedgekeurde aerodynamische accessoires kan de aerodynamica negatief beïnvloeden, waardoor het brandstofverbruik toeneemt.

RIJSTIJL

Starten

Laat de motor als de auto stilstaat niet met stationair toerental of een hoog toerental warmdraaien: onder deze omstandigheden warmt de motor veel langzamer op, terwijl het verbruik en de schadelijke uitlaatgasemissie toenemen. Het is beter om rustig weg te rijden en geen hoge toerentallen te gebruiken: op deze manier warmt de motor sneller op.

Overbodige handelingen

Trap het gaspedaal niet in als u stilstaat voor een stoplicht of voordat u de motor afzet. Deze handeling heeft net als schakelen met tussengas geen enkel nut. Het kost brandstof en verhoogt de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen.

Keuze van de versnellingen

Gebruik als het verkeer en de weg het toelaten de hoogste versnelling. Het inschakelen van een lage versnelling voor een snelle acceleratie verhoogt het brandstofverbruik. Bij het oneigenlijke gebruik van een hoge versnelling neemt het verbruik en de schadelijke uitlaat-gasemissie toe. Bovendien slijt de motor hierdoor sneller.

Maximumsnelheid

Het brandstofverbruik neemt aanzien- lijk toe bij een hogere snelheid. Rijd daarom zoveel mogelijk met een ge- lijkmatige snelheid, en vermijd over- bodig remmen en optrekken. Dit kost brandstof en verhoogt de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen.

Acceleratie

Met vol gas optrekken kost veel brandstof en verhoogt de uitstoot van schadelijke uitlaatgassen: het is beter geleidelijk op te trekken en het toerental waarbij het maximumkoppel wordt geleverd niet te overschrijden.

GEBRUIKSOMSTANDIGHEDEN

Koude start

Op korte ritten en bij regelmatig koud starten bereikt de motor niet de optimale bedrijfstemperatuur. Hierdoor neemt niet alleen het brandstofverbruik toe (van 15 tot 30% in stadsverkeer), maar ook de uitstoot van uitlaatgassen.

Verkeerssituatie en toestand van het wegdek

In druk verkeer waarbij overwegend lage versnellingen worden gebruikt (zoals in de file) of in stadsverkeer met veel verkeerslichten neemt het brandstofverbruik aanzienlijk toe. Bochtige trajecten, bergwegen en een slecht wegdek zorgen ook dat het brandstofverbruik toeneemt.

Stilstaan in het verkeer

Als u langere tijd stilstaat (bijvoorbeeld bij spoorwegovergangen), raden wij u aan de motor uit te schakelen.

EEN AANHANGER TREKKEN

BELANGRIJKE TIPS

Voor het trekken van aanhangwagens of caravans moet de auto zijn uitgerust met een trekhaak van een goedgekeurd type en een adequate elektrische installatie. De montage van de trekhaak moet door gespecialiseerd personeel worden uitgevoerd. Ook moet documentatie worden overhandigd met betrekking tot het rijden met een aanhanger.

Monteer zo nodig speciale en/of extra achteruitkijkspiegels, waarmee u voldoet aan de geldende verkeerswetgeving.

Let er op dat het maximale klimvermo- gen van de auto door het gewicht van een aanhanger wordt beperkt. Ook de remweg wordt langer en u hebt meer tijd nodig om in te halen.

Schakel een lage versnelling in tijdens het afdalen om te voorkomen dat u constant moet remmen.

Het gewicht van de aanhanger dat op de trekhaak rust moet van het laadvermogen van de auto worden afgetrokken. Om er zeker van te zijn dat u het maximaal toelaatbaar aanhangergewicht (vermeld op het kentekenbewijs) niet overschrijdt, moet u er rekening mee houden dat het maximum betrekking heeft op het totale gewicht van de aanhangwagen of caravan, inclusief accessoires en bagage.

Houdt u aan de snelheidsbeperkingen die voor auto's met aanhanger gelden. U mag in geen geval harder rijden dan 100 km/u.

ALFA ROMEO Brera (2010) - BELANGRIJKE TIPS - 1

OPGELET

Het ABS-systeem waarmee de auto is uitgerust, werkt niet op het remsysteem van de aanhanger. Wees daarom extra voorzichtig op gladde wegen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Breng geen enkele aan- passingen aan het rem- systeem van de auto aan. Het remsysteem van de aanhanger moet volledig onafhanke- lijk van het hydraulische rem- systeem van de auto worden bediend.

WINTERBANDEN

Gebruik winterbanden die dezelfde maat hebben als de standaard geleverde banden.

Dealers van het Alfa Romeo Service- netwerk kunnen u adviseren welke band het meest geschikt is voor het doel waarvoor u deze wilt gebruiken.

Houdt u voor de bandenmaat, de bandenspanning en het type winterbanden exact aan de gegevens die in de paragraaf „Wielen“ in het hoofdstuk „Technische gegevens“ worden vermeld.

De specifieke eigenschappen van winterbanden verminderen aanzienlijk als de profieldiepte minder is dan 4 mm. In dat geval is het veiliger ze te vervangen.

Door de specifieke eigenschappen van winterbanden zijn de prestaties onder normale omstandigheden of als er lang op de snelweg wordt gereden lager dan die van de standaard gemonteerde banden. Beperk het gebruik van winterbanden tot die omstandigheden waarvoor ze zijn goedgekeurd.

WAARSCHUWING Als u winterbanden gebruikt waarvan de maximaal toegestane snelheid lager is dan de topsnelheid van de auto (met een marge van 5%), dan moet u in het interieur van de auto een voor de bestuurder duidelijk zichtbaar waarschuwingsplaatje plaatsen met de maximaal toegestane snelheid wanneer er met die winterbanden wordt gereden (overeenkomstig de EU-normen).

Monteer op alle vier de wielen dezelfde banden (zelfde merk en profieldiepte) voor meer veiligheid tijdens het rijden en remmen, en voor een betere bestuurbaarheid.

Keer de draairichting van de banden niet om.

ALFA ROMEO Brera (2010) - WINTERBANDEN - 1

OPGELET

De maximumsnelheid van winterbanden met

de indicatie „Q“ is 160 km/u, met indicatie „T“ 190 km/u, met indicatie „H“ 120 km/u; houdt u altijd aan de geldende verkeerswetgeving.

SNEEUWKETTINGEN

Het gebruik van sneeuwkettingen is afhankelijk van de voorschriften van het land waar wordt gereden.

De sneeuwkettingen mogen alleen op de voorwielen worden gemonteerd (aangedreven wielen).

Controleer na enkele tientallen meters rijden of de kettingen nog goed zijn gespannen.

Gebruik van dunne sneeuwkettingen: gebruik voor bandenmaat 215/55 R16" uitsluitend dunne sneeuwkettingen die maximaal 12 mm boven het profiel van de banden uitsteken.

Het gebruik van sneeuwkettingen kan verplicht zijn, ook voor auto's met vierwielaandrijving.

ALFA ROMEO Brera (2010) - SNEEUWKETTINGEN - 1

Op de uitvoering 3.2 JTS moeten de kettingen op de VOORAS van de

auto worden gemonteerd.

WAARSCHUWING Op het reserve-wiel (voor bepaalde uitvoeringen/ markten, waar voorzien) mag geen sneeuwketting worden gemonteerd. Als een voorband (aangedreven wiel) lek is en er met sneeuwkettingen moet worden gereden, dan moet er een achter-wiel op de plaats van de lekke band worden gemonteerd (zorg dat de voorgeschreven bandenspanning zo goed mogelijk wordt benaderd) en het reserve-wiel op de plaats van het achterwiel. Zo heeft u op de twee normale aangedreven wielen waarop sneeuwkettingen kunnen worden gemonteerd, waardoor de auto is voorbereid op een eventuele noodsituatie.

ALFA ROMEO Brera (2010) - SNEEUWKETTINGEN - 2

Bij bandenmaat 225/50 R17" kan er uitsluitend gebruik worden gemaakt

van sneeuwkettingen van het type „spike spider“.

ALFA ROMEO Brera (2010) - SNEEUWKETTINGEN - 3

Bij bandenmaat 235/45 R18" kan er geen ge- bruik worden gemaakt

van sneeuwkettingen omdat deze het spatscherm raken.

ALFA ROMEO Brera (2010) - SNEEUWKETTINGEN - 4

OPGELET

Houd bij gemonteerde sneeuwkettingen een matige snelheid aan; rijd niet harder dan 40 km/u. Vermijd

kuilen, stoepranden en andere obstakels en rijd om de auto en het wegdek niet te beschadigen geen lange stukken op sneeuwwvrije wegen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Wij raden u aan om het ASR uit te schakelen als er sneeuwkettingen zijn teerd. Druk op de ASR/mop (zie de paragraaf in het hoofdstuk „Dashen bediening“).

DE AUTO LANGERE TIJD STALLEN

Tref de volgende maatregelen als de auto enkele maanden niet wordt gebruikt:

□ zet de auto in een overdekte, droge en goed geventileerde ruimte;
☐ schakel een versnelling in;
□ zorg ervoor dat de handrem niet is aangetrokken;
☐ maak de minklem los van de accu en controleer de acculading. Gedurende het stallen moet deze controle iedere drie maanden worden herhaald. Laad de accu op totdat de optische meter (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) een donkere kleur zonder middelste groen gebied laat zien (zie de paragraaf „Accu” in het hoofdstuk „Onderhoud en zorg“);

□ maak de gespoten plaatdelen schoon en behandel ze met een beschermende was;
□ reinig en conserveer de glimmende metalen delen met daarvoor geschikte middelen;
☐ smeer de wisserrubbers van de ruitenwissers en achterruitwisser in met talkpoeder en laat ze los van de ruit staan;
□ zet de ruiten een klein stukje open;
☐ dek de auto af met een stoffen of een ademende kunststof hoes. Gebruik geen dichte plastic hoes, omdat het in en op de auto aanwezige vocht dan niet kan verdampen;
□ breng de bandenspanning +0,5 bar boven de normaal voorgeschreven spanning en controleer deze regelmatig;

□ als u de accukabels niet loskoppelt, moet de lading iedere maand worden gecontroleerd; laad de accu op als de optische meter een donkere kleur heeft zonder groen middenstuk;
□ tap het koelsysteem van de motor niet af.

BELANGRIJK Als de auto is uitgerust met een antidiefstalalarm, schakel het alarm dan uit met de afstandsbediening.

LAMPJES EN BERIGHTEN

TE LAAG REMVLOEISTOFNIVEAU/
AANGETROKKEN HANDREM 153
VERSLETEN REMBLOKKEN 153
NIET OMGELEGDE VEILIGHEIDSGORDELS 153
STORING AIRBAGSYSTEEM 154
AIRBAG PASSAGIERSZIJDE UITGESCHAKELD 155
TE HOGE KOELVLOEISTOFTEMPERATUUR 155
TE HOGE MOTOROLIETEMPERATUUR 156
TE LAGE MOTOROLIEDRUK
ONVOLDOENDE MOTOROLIE-/OLIEKWALITEIT ..... 156
ACCU WORDT NIET VOLDOENDE OPGELADEN ..... 157
NIET GOED GESLOTEN PORTIEREN 157
GEOPENDE MOTORKAP 157
GEOPENDE BAGAGERUIMTE 157
STORING INSPUTING/STORING EOBD 157
STORING BEVEILIGINGSSYSTEEM/ UITSCHAKELING STUURSLOT 159
STORING ALARM/INBRAAKPOGING/ ELEKTRONISCHE SLEUTEL NIET HERKEND 159
KANS OP GLADHEID 160
VOORGLOEIEN/ STORING VOORGLOEISYSTEEM 160
WATER IN BRANDSTOFFILTER 161
BRANDSTOFNOODSCHAKELAAR GEACTIVEERD ..... 161
STORING ABS 162
STORING EBD 162
VDC-SYSTEEM 162

STORING HILL HOLDER 163
ASR (ANTIDOORSLIPREGELING) 163
DEFECTE BUITENVERLICHTING 164
STORING REMLICHTEN 164
MISTACHTERLICHTEN 164
MISTLAMPEN VOOR 164
BUITENVERLICHTING/FOLLOW ME HOME 164
DIMLICHT 164
GROOTLICHT 165
RICHTINGAANWIJZER LINKS 165
RICHTINGAANWIJZER RECHTS 165
STORING SCHEMERSENSOR 165
STORING REGENSENSOR 165
STORING PARKEERSENSOREN 165
BRANDSTOFRESERVE — BEPERKTE ACTIERADIUS .... 165
CRUISE CONTROL 166
VERSTOPT ROETFILTER 166
STORING ANTILETSELFUNCTIE RUITEN 166
TE LAAG RUITENSPROEIERVLOEISTOFNIVEAU ..... 166
SNELHEIDSLIMIET OVERSCHREDEN 166
STORING IN TPMS-SYSTEEM 167
CONTROLE BANDENSPANNING 167
ONVOLDOENDE BANDENSPANNING 167
BANDENSPANNING NIET AANGEPAST
AAN DE SNELHEID 168

De storingsberichten die op het display verschijnen, zijn onderverdeeld in twee categorieën: zeer ernstige storingen en ernstige storingen.

Als er een storingsbericht wordt weergegeven, gaat ook het lampje op het instrumentenpaneel branden (waar voorzien) en wordt er eventueel ook een waarschuwingsbericht weergegeven.

In sommige gevallen wordt de storing ook met een (instelbaar) geluidssignaal aangegeven.

Deze berichten zijn samenvattend en waarschuwend: zij moeten de bestuurder waarschuwen dat hij snel actie moet ondernemen bij een storing van de auto. Deze berichten moeten niet als compleet en/of een alternatief voor de informatie in het Instructieboek worden gezien; het instructieboek moet altijd aandachtig worden gelezen.

Houdt u bij een storing altijd aan de aanwijzingen die in dit hoofdstuk worden beschreven.

Zeer ernstige storingen

Deze worden op het display weergegeven gedurende een niet vastgestelde tijd, waarbij andere weergaven op het display worden onderbroken. Telkens als de sleutel in het contact wordt geplaatst, wordt het bericht opnieuw weergegeven, totdat de storing wordt opgeheven. De cyclus kan worden onderbroken door de knop MENU in te drukken: in dat geval blijft het symbool dat de storing aangeeft rechtsonder op het display zichtbaar totdat de oorzaak van de storing is verholpen.

Ernstige storingen

Deze worden gedurende ongeveer 20 seconden op het display weergegeven en verdwijnen vervolgens; het bericht wordt weergegeven telkens als de sleutel in het contact wordt geplaatst. Na de weergavecyclus van ongeveer 20 seconden of als de knop MENU wordt ingedrukt, blijft het symbool dat de storing aangeeft rechtsonder op het display staan, totdat de oorzaak van de storing is verholpen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Ernstige storingen - 1

REMVLOEISTOFPEIL TE LAAG (rood)

AANGETROKKEN HANDREM (rood)

Als u de sleutel in het contact steekt, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.

Te laag remvloeistofniveau

Het controlelampje gaat branden (samen met een bericht op het display) als het remvloeistofniveau in het reservoir onder het minimumniveau is gedaald, bijvoorbeeld door lekkage in het remsysteem.

Aangetrokken handrem

Het lampje gaat branden als de handrem wordt aangetrokken.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Aangetrokken handrem - 1

OPGELET

Als het lampje tijdens het rijden gaat branden, controleer dan of de handrem niet is aangetrokken. Als het lampje blijft branden als de handrem niet is aangetrokken, zet de auto dan onmiddellijk stil en ga naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

REMBLOKSLIJTAGE (geel)

Op het display wordt een bericht met symbool weergegeven als de remblokken vóór zijn versleten; laat ze zo snel mogelijk vervangen.

WAARSCHUWING De auto is uitgerust met een slijtagesensor voor de remblokken vóór; als deze moeten worden vervangen, moeten ook de remblokken achter worden gecontroleerd.

ALFA ROMEO Brera (2010) - REMBLOKSLIJTAGE (geel) - 1

NIET OMGELEGDE VEILIGHEIDSGORDELS (rood)

Bij stilstaande auto gaat het lampje continu branden als:

□ de bestuurdersgordel niet juist is omgelegd;
□ de passagiersgordel niet juist is omgelegd en er zich een gewicht op de passagiersstoel bevindt;
□ de bestuurders- of de passagiers-gordel worden afgedaan.

Bij een rijdende auto gaat het lampje onder dezelfde omstandigheden knipperen en klinkt er korte tijd een geluidssignaal (zoemer).

Vervolgens blijft het lampje continu branden.

De zoemer kan als volgt tijdelijk worden uitgeschakeld:

□ bevestig de veiligheidsgordels voor;
□ steek de elektronische sleutel in het contact;
□ wacht langer dan 20 seconden en korter dan 1 minuut en doe een van de gordels af.

Hierdoor blijft de zoemer uitgeschakeld, totdat de motor wordt uitgezet.

Ga voor het permanent uitschakelen van dit systeem naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk. Het „signaleringssysteem niet omgelegde veiligheidsgordel" kan uitsluitend met behulp van het Setup-menu van het display opnieuw worden ingeschakeld (zie de paragraaf „Instelbaar multifunctioneel display" in het hoofdstuk „Dashboard en bediening").

ALFA ROMEO Brera (2010) - NIET OMGELEGDE VEILIGHEIDSGORDELS (rood) - 1

STORING AIRBAG (rood)

Als u de sleutel in het contact steekt, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.

Als het lampje continu brandt (in combinatie met een bericht op het display), is er een storing in het airbagsysteem.

ALFA ROMEO Brera (2010) - STORING AIRBAG (rood) - 1

OPGELET

Als u de sleutel in het contact plaatst en het lampje gaat niet branden of blijft branden tijdens het rijden (in combinatie met een bericht op het display), is er mogelijk een storing in het airbag- of gordelspannersysteem; in dat geval kunnen de airbags of gordelspanners bij een ongeval niet worden geactiveerd of, in een zeer beperkt aantal gevallen, niet op de juiste wijze worden geactiveerd. Laat het systeem onmiddellijk nakijken door een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Als een lampje defect is, gaat het lampje voor de uitgeschakel- de frontairbag aan passagierszijde ♖langer dan de normale 4 seconden knipperen. Daarnaast worden de airbags aan passagierszijde (frontair- bag en zijairbag - waar aan- wezig) automatisch uitgeschakeld. In dit geval kan het lampje ♗ geen storingen in de airbag-/gordelspannersys- temen aangeven. Laat het sys- teem onmiddellijk door een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk controleren.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

FRONTAIRBAG PASSAGIERSZIJDE UITGESCHAKELD (geel)

Het lampje (op het paneel van de plafondverlichting voor) gaat branden als de airbags voor aan de passagierszijde, de knieairbag aan de passagierszijde (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) en de frontairbag aan de passagierszijde zijn uitgeschakeld met de sleutelschakelaar (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien). Als u de elektronische sleutel in het contact plaatst terwijl de airbags aan passagierszijde zijn ingeschakeld, gaat het lampje ongeveer 4 seconden branden en vervolgens 4 seconden knipperen. Hierna moet het lampje doven.

ALFA ROMEO Brera (2010) - FRONTAIRBAG PASSAGIERSZIJDE UITGESCHAKELD (geel) - 1

OPGELET

Als het lampje defect is, gaat het lampje

branden. Daarnaast kunnen de airbags aan passagierszijde (frontairbag en zijairbag) automatisch worden uitgeschakeld. Laat het systeem onmiddellijk door een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk controleren.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

TE HOGE TEMPERATUUR MOTORKOELVLOEI- STOF (rood)

Als u de sleutel in het contact plaatst, gaat het lampje (in de koelvloeistoftemperatuurmeter) branden. Na enkele seconden moet het lampje doven. Het lampje gaat branden (in combinatie met een bericht op het display) als de motor te warm wordt. Als het lampje gaat branden, moeten de volgende maatregelen worden genomen:

- bij normale rijomstandigheden: breng de auto tot stilstand, schakel de motor uit en controleer of het koelvloeistofniveau niet onder het MIN-merkteken staat. Als dit wel het geval is, wacht dan enkele minuten zodat de motor kan afkoelen, open vervolgens langzaam en voorzichtig de dop, vul koelvloeistof bij en controleer of de koelvloeistof tussen het MIN- en MAX-merkteken staat. Controleer ook of er geen vloeistof weglekt. Als het lampje bij het starten van de motor opnieuw gaat branden, ga dan naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

- Als de auto onder zware bedrijfsomstandigheden wordt gebruikt (bijvoorbeeld het bergopwaarts trekken van een aanhanger of bij volbeladen auto): verlaag de snelheid en breng, als het lampje blijft branden, de auto tot stilstand. Stop 2 of 3 minuten met draaiende motor en geef iets gas voor een snellere circulatie van de koelvloeistof. Zet vervolgens de motor uit.

WAARSCHUWING Laat na een zware rit de motor draaien en acceleereer iets gedurende enige minuten voordat de motor wordt uitgeschakeld.

ALFA ROMEO Brera (2010) - TE HOGE TEMPERATUUR MOTORKOELVLOEI- STOF (rood) - 1

OPGELET

Draai bij een zeer warme motor de dop van het expansiereservoir nooit los: gevaar voor ver- branding.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

TE HOGE MOTOR- OLIETEMPERATUUR

Als u de sleutel in het contact plaatst, gaat het lampje (in de motorolietemperatuurmeter) branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.

Als het waarschuwingslampje tijdens de rit gaat branden (in combinatie met een bericht op het display), is de motorolie-temperatuur te hoog; zet in dat geval de motor uit en ga naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - TE HOGE MOTOR- OLIETEMPERATUUR - 1

Als het lampje 🚫 tijdens het rijden gaat knipperen, moet u zich tot een

dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk wenden.

ALFA ROMEO Brera (2010) - TE HOGE MOTOR- OLIETEMPERATUUR - 2

TE LAGE MOTOROLIEDRUK OLIEKWALITEIT ONVOLDOENDE (dieseluitvoeringen)

Te lage motoroliedruk

Als er tijdens het rijden een bericht met symbool op het display wordt weergegeven, moet u de motor meteen uitschakelen en contact opnemen met een dealer van het Alfa Romeo Service-netwerk.

Oliekwaliteit onvoldoende (dieseluitvoeringen)

Op het display wordt een bericht met symbool weergegeven als de oliekwaliteit te laag is.

Na de eerste constatering wordt het bericht met symbool ongeveer 1 minuut op het display weergegeven en daarna iedere 2 uur totdat de olie is ververst.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Oliekwaliteit onvoldoende (dieseluitvoeringen) - 1

Als het symbool met een bericht op het display wordt weergegeven, neem dan zo snel mogelijk contact op met een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk; de dealer kan de motorolie verversen en het symbool op het display uitschakelen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Oliekwaliteit onvoldoende (dieseluitvoeringen) - 2

TE LAGE ACCUSPANNING (rood)

Als het symbool ⚫ met een bericht op het display wordt weergegeven, neem dan meteen contact op met een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - TE LAGE ACCUSPANNING (rood) - 1

NIET GOED GESLOTEN PORTIEREN (rood)

Als het symbool met een bericht op het display wordt weergegeven, is een van de portieren niet goed gesloten.

ALFA ROMEO Brera (2010) - NIET GOED GESLOTEN PORTIEREN (rood) - 1

GEOPENDE MOTORKAP

(voor bepaalde uitvoeringen/ markten, waar voorzien)

Als het symbool 📋 (rood) met een bericht op het display wordt weergegeven, is de motorkap niet goed gesloten.

ALFA ROMEO Brera (2010) - GEOPENDE MOTORKAP - 1

GEOPENDE BAGAGERUIMTE

Als het symbool 📄 (rood) met een bericht op het display wordt weergegeven, is de bagageruimte niet goed gesloten.

ALFA ROMEO Brera (2010) - GEOPENDE BAGAGERUIMTE - 1

STORING INSPUITING

(dieseluitvoeringen - geel)

STORING EOBD (benzine

- uitvoeringen - ambergeel)

(voor bepaalde uitvoeringen/ markten, waar voorzien)

Storing in inspuitsysteem

Als u de elektronische sleutel in het contact plaatst, gaat het lampje branden. Het lampje dooft als de motor wordt gestart.

Als het lampje blijft branden of gaat branden tijdens de rit, geeft dit aan dat het inspuitsysteem niet juist werkt, waardoor de prestaties achteruit kunnen gaan, de auto slechter kan gaan rijden en het brandstofverbruik kan toenemen.

U kunt onder deze omstandigheden doorrijden zonder te veel van de motor te eisen of met hoge snelheid te rijden. Ga in dit geval zo snel mogelijk naar een dealer van het Alfa Romeo Service-netwerk.

Storing EOBD-systeem

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Onder normale omstandigheden gaat het lampje branden, als u de elektronische sleutel in het contact plaatst. Het lampje dooft als de motor wordt gestart. Het lampje gaat eerst branden om de juiste werking ervan aan te geven.

Als het lampje blijft branden of tijdens het rijden gaat branden:

— continu (in combinatie met een bericht op het display): dit geeft een storing in het brandstof-/ontstekings-/inspuitsysteem aan, waardoor de emissie van schadelijke uitlaatgassen toeneemt, de prestaties achteruit kunnen gaan, de auto slechter kan gaan rijden en het brandstofverbruik kan toenemen. U kunt onder deze omstandigheden doorrijden zonder te veel van de motor te eisen of met hoge snelheid te rijden. Als er lang met een brandend waarschuwingslampje wordt doorgereden, kunnen er beschadigingen ontstaan. Ga in dit geval zo snel mogelijk naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

Het lampje dooft als de storing verdwijnt; de storing wordt door het systeem in het geheugen opgeslagen.

- knipperend: duidt op een mogelijke beschadiging van de katalysator (zie „EOBD-systeem“ in het hoofdstuk „Dashboard en bediening“). Als het lampje knippert, moet het gaspedaal worden losgelaten (hierdoor gaat de motor met lage toerentallen draaien), totdat het lampje niet meer knippert; u kunt met niet te hoge snelheid doorrijden, maar vermijd rijomstandigheden waarbij het lampje opnieuw gaat knipperen. Ga zo snel mogelijk naar een dealer van het Alfa Romeo Service-netwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Storing EOBD-systeem - 1

Als de sleutel in het contact is geplaatst en het lampje 📁 gaat niet branden of het lampje gaat tijdens de rit continu of knipperend branden, ga dan zo snel mogelijk naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk. De werking van het lampje 📊 kan met speciale apparatuur door de verkeerspolitie worden gecontroleerd. Houdt u aan de wetgeving van het land waarin u rijdt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Storing EOBD-systeem - 2

STORING BEVEILIGINGS- SYSTEEM VOERTUIG (ambergeel)

UITSCHAKELING STUURSLOT (ambergeel)

Storing beveiliging

Als het bericht op het display wordt weergegeven, is er een storing in het beveiligingssysteem van de auto: Ga in dit geval zo snel mogelijk naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

Uitschakeling stuurslot

Als de auto onder het rijden wordt uitgeschakeld omdat de elektronische sleutel uit het contact wordt verwijderd, wordt er een bericht op het display weergegeven.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Uitschakeling stuurslot - 1

STORING ALARM (ambergeel)

(voor bepaalde uitvoeringen/ markten, waar voorzien)

INBRAAKPOGING (ambergeel)

ELEKTRONISCHE SLEUTEL NIET HERKEND (geel)

Storing alarm

Als het bericht met het symbool op het display wordt weergegeven, is er een storing in het alarmsysteem. Ga zo snel mogelijk naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

Inbraakpoging

Als het bericht met een symbool wordt weergegeven, is er een poging tot inbraak gedaan. Ga zo snel mogelijk naar een dealer van het Alfa Romeo Service-netwerk.

Elektronische sleutel niet herkend

Als er een bericht met symbool wordt weergegeven, wordt de elektronische sleutel niet door een deel van het systeem herkend als de motor wordt gestart.

KANS OP GLADHEID

Als de buitentemperatuur lager dan of gelijk is aan 3 °C, worden op het display het symbool ⚙ en een waarschuwingsbericht weergegeven en klinkt er een geluidssignaal, om de bestuurder te waarschuwen voor mogelijke ijsvorming op de weg.

Bij bepaalde uitvoeringen kan de signaleringscyclus worden beeindigd door kort op de knop MENU te drukken:

— het bericht op het display verdwijnt en het daarvoor weergegeven scherm wordt opnieuw weergegeven;

— de temperatuuraanduiding stopt met knipperen;

— het symbool ⚙ blijft rechtsonder op het display staan (toto dat de buitentemperatuur hoger dan of gelijk aan 6 °C is).

Dit wordt slechts één keer uitgevoerd nadat het systeem een temperatuur lager dan of gelijk aan 3 °C heeft ge-signaleerd en kan worden alleen her-haald als de buitentemperatuur hoger is dan 6 °C en vervolgens weer lager dan of gelijk aan 3 °C wordt.

WAARSCHUWING Bij een storing van de buitentemperatuursensor worden er op het display streepjes weergegeven in plaats van de temperatuur.

ALFA ROMEO Brera (2010) - KANS OP GLADHEID - 1

VOORGLOEI- BOUGIES (dieseluitvoeringen - geel) STORING VOORGLOEI- BOUGIES (dieseluitvoeringen - geel)

Voorgloeibougies

Als u de sleutel in het contact plaatst, gaat het lampje branden. Het lampje dooft als de voorgloeibougies de vooraf ingestelde temperatuur hebben bereikt. Start de motor, zodra het lampje gedoofd is.

WAARSCHUWING Als de buiten-temperatuur gemiddeld of hoog is, gaat het lampje zeer kort branden (vrijwel niet waar te nemen).

Storing in voorgloei-installatie

Als het lampje knippert (bij bepaalde uitvoeringen in combinatie met een bericht op het display), is er een storing in de voorgloei-installatie. Ga zo snel mogelijk naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk om de storing te laten verhelpen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Storing in voorgloei-installatie - 1

WATER IN HET BRANDSTOFFILTER (dieseluitvoeringen - geel)

Het lampje gaat tijdens het rijden constant branden (in combinatie met een bericht op het display) als er water in het brandstoffilter aanwezig is.

ALFA ROMEO Brera (2010) - WATER IN HET BRANDSTOFFILTER (dieseluitvoeringen - geel) - 1

BRANDSTOF- NOODSCHAKELAAR GEACTIVEERD

Als de brandstofnoodschakelaar ingrijpt, wordt er een bericht met symbool op het display weergegeven.

ALFA ROMEO Brera (2010) - BRANDSTOF- NOODSCHAKELAAR GEACTIVEERD - 1

Water in het brandstof- systeem kan het inspuit- systeem ernstig bescha-

digen en de motor kan onregelmatig gaan draaien. Als het lampje op het instrumentenpaneel gaat branden (in combinatie met een bericht op het display), moet u zo snel mogelijk contact opnemen met een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk om het water af te laten tappen. Als het lampje direct na het tanken gaat branden, bestaat de mogelijkheid dat er tijdens het tanken water in de brandstoftank is gekomen: zet in dit geval de motor direct af en neem contact op met het Alfa Romeo Servicenetwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - BRANDSTOF- NOODSCHAKELAAR GEACTIVEERD - 2

OPGELET

Als u na een ongeval een brandstoflucht ruikt of merkt dat het brandstofsysteem lekt, druk dan de schakelaar niet weer terug, zodat brand wordt voorkomen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

STORING ABS (geel)

Als u de sleutel in het contact steekt, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.

Het lampje gaat branden (in combinatie met een bericht op het display) als het systeem niet goed werkt. In dat geval blijft het remsysteem normaal werken, maar zonder de mogelijkheden van het ABS. De auto kan worden gebruikt, maar wendt u zo snel mogelijk tot het Alfa Romeo Service-netwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - STORING ABS (geel) - 1

STORING EBD (rood) (geel)

ALFA ROMEO Brera (2010) - STORING EBD (rood) (geel) - 1

Als de motor draait en de lampjes (ABB) en (!) tegelijkertijd gaan branden (in combinatie met een bericht op het display), is er een storing in het EBD-systeem; als er dan krachtig wordt geremd, kunnen de achterwielen vroegtijdig blokkeren, waardoor de auto kan gaan slippen.

Rijd zeer voorzichtig onmiddellijk naar de dichtstbijzijnde dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk om het systeem te laten controleren.

ALFA ROMEO Brera (2010) - STORING EBD (rood) (geel) - 2

VDC-SYSTEEM (ambergeel)

(voor bepaalde uitvoeringen/ markten, waar voorzien)

Als u de sleutel in het contact steekt, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven.

Het lampje knippert als het VDC ingrijpt, om de bestuurder te waarschuwen dat het systeem zich aanpast aan de grip op het wegdek.

VDC uitschakelen

Als de VDC handmatig wordt uitgeschakeld (2 seconden op de knop ASR/VDC drukken) (zie de paragraaf „Systeem VDC” in het hoofdstuk „Dashboard en bediening”), wordt er een bericht op het display weergegeven.

Storing in VDC

Bij een eventuele storing van het VDC, wordt het systeem automatisch uitgeschakeld en gaat op het instrumentenpaneel het lampje Ⓐ continu branden (in combinatie met een bericht op het display). Ga in dat geval zo snel mogelijk naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Storing in VDC - 1

STORING HILL HOLDER (ambergeel)

Als er een storing in het Hill Holdersysteem is, wordt er een bericht met symbool op het display weergegeven. Ga in dit geval naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - STORING HILL HOLDER (ambergeel) - 1

ASR (ANTIDOOR- SLIPREGELING) (geel)

Als u de sleutel in het contact steekt, gaat het lampje branden. Na enkele seconden moet het lampje doven. Het lampje knippert als het ASR ingrijpt om de bestuurder te waarschuwen dat het systeem zich aanpast aan de grip op het wegdek.

ASR uitschakelen

Als het ASR handmatig wordt uitgeschakeld (door op de knop ASR/VDC te drukken) (zie de paragraaf „ASR” in het hoofdstuk „Dashboard en bediening”), gaat het lampje op de knop ASR/VDC branden en wordt het symbool ⚙: op het display weergegeven.

Storing in ASR

Bij een storing van de ASR wordt de ASR automatisch uitgeschakeld en op het display wordt het symbool ⚙: weergegeven. Ga in dit geval zo snel mogelijk naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Storing in ASR - 1

DEFECTE BUITENVERLICHTING (geel)

Er wordt een bericht met symbool op het display weergegeven als er een storing in de volgende verlichting wordt gesignaleerd:

— buitenverlichting
— richtingaanwijzers
— mistachterlichten
— kentekenplaatverlichting.

De storing kan betreffen: het doorbranden van een of meer lampen, het doorbranden van de betreffende zekering of de onderbreking van de elektrische verbinding.

ALFA ROMEO Brera (2010) - DEFECTE BUITENVERLICHTING (geel) - 1

Er wordt een bericht met symbool op het display weergegeven als er een storing in de remlichten wordt gesignaleerd.

De storing kan worden veroorzaakt door het doorbranden van de lamp, het doorbranden van de betreffende zekering of de onderbreking van de elektrische verbinding.

ALFA ROMEO Brera (2010) - DEFECTE BUITENVERLICHTING (geel) - 2

Het lampje gaat branden als de mistachterlichten worden ingeschakeld.

ALFA ROMEO Brera (2010) - DEFECTE BUITENVERLICHTING (geel) - 3

MISTLAMPEN VOOR (groen)

Het lampje gaat branden als de mistlampen ingeschakeld worden.

ALFA ROMEO Brera (2010) - MISTLAMPEN VOOR (groen) - 1

BUITENVERLICHTING (groen)

FOLLOW ME HOME (groen)

Buitenverlichting

Het lampje gaat branden als de buitenverlichting wordt ingeschakeld.

Follow me home

Het lampje gaat branden (en er verschijnt een bericht op het display) als deze functie wordt ingeschakeld (zie de paragraaf „Follow me home“ in het hoofdstuk „Dashboard en bediening“).

ALFA ROMEO Brera (2010) - Follow me home - 1

DIMLICHTEN (groen)

Het lampje gaat branden als de dim- lichten ingeschakeld worden.

ALFA ROMEO Brera (2010) - DIMLICHTEN (groen) - 1

GROOTLICHT (blauw)

Het lampje gaat branden als het grootlicht ingeschakeld wordt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - GROOTLICHT (blauw) - 1

Het lampje gaat branden als de richtingaanwijzerhendel omlaag wordt gezet of, tegelijk met het richtingaanwijzercontrolelampje rechts, als de drukknop voor de waarschuwingsknipperlichten wordt ingedrukt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - RICHTING- AANWIJZER LINKS (groen) - 1

RICHTING- AANWIJZER RECHTS (groen)

Het lampje gaat branden als de richtingaanwijzerhendel omhoog wordt gezet of, tegelijk met het richtingaanwijzercontrolelampje links, als de drukknop voor de waarschuwingsknipperlichten wordt ingedrukt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - RICHTING- AANWIJZER RECHTS (groen) - 1

STORING SCHEMERSENSOR (ambergeel)

(voor bepaalde uitvoeringen/ markten, waar voorzien)

Bij een storing in de schemersensor wordt er een bericht met symbool op het display weergegeven.

ALFA ROMEO Brera (2010) - STORING SCHEMERSENSOR (ambergeel) - 1

STORING REGENSENSOR (ambergeel)

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Bij een storing in de regensensor wordt er een bericht met symbool op het display weergegeven.

ALFA ROMEO Brera (2010) - STORING REGENSENSOR (ambergeel) - 1

STORING PARKEERSENSOREN (ambergeel)

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Bij een storing in de parkeersensoren wordt er een bericht met symbool op het display weergegeven.

ALFA ROMEO Brera (2010) - STORING PARKEERSENSOREN (ambergeel) - 1

BRANDSTOF- RESERVE - BEPERKTE ACTIERADIUS (geel)

Het lampje gaat branden als er nog ongeveer 10 liter brandstof in de brandstoftank aanwezig is. Als de actieradius minder dan ongeveer 50 km (of 31 mijl) bedraagt, wordt er bij bepaalde uitvoeringen een waarschuwingsbericht op het display weergegeven.

ALFA ROMEO Brera (2010) - BRANDSTOF- RESERVE - BEPERKTE ACTIERADIUS (geel) - 1

Als het lampje tijdens het rijden gaat knipperen, moet u contact opmet een dealer van het omeo Servicenetwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - BRANDSTOF- RESERVE - BEPERKTE ACTIERADIUS (geel) - 2

CRUISE CONTROL (groen)

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Het lampje gaat branden (in combinatie met een bericht op het display) als de draaiknop van de cruise control in de stand ⚫ wordt gedraaid.

ALFA ROMEO Brera (2010) - CRUISE CONTROL (groen) - 1

ROETFILTER VERSTOPT (dieseluitvoeringen) (ambergeel)

Op het display wordt een bericht met symbool weergegeven als het roetfilter is verstopt en de rijomstandigheden verhinderen dat de regeneratieprocedure automatisch wordt uitgevoerd.

Voor de regeneratieprocedure en vervolgens het reinigen van het filter raden wij u aan te blijven rijden, totdat het symbool = en het bericht van het display verdwijnen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ROETFILTER VERSTOPT (dieseluitvoeringen) (ambergeel) - 1

STORING ANTILETSELFUNCTIE RUITEN (ambergeel)

Op het display wordt een bericht met symbool weergegeven als er een storing in het antiletselsysteem van de ruiten wordt waargenomen.

Voer voordat u zich tot het Alfa Romeo Servicenetwerk richt eerst de initialisatie-procedure van de ruiten uit (zie de paragraaf „Elektrisch bediende ruiten“ in het hoofdstuk „Dashboard en bediening“). Ga naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk als het probleem blijft bestaan.

ALFA ROMEO Brera (2010) - STORING ANTILETSELFUNCTIE RUITEN (ambergeel) - 1

TE LAAG RUITENSPROEIER- VLOEISTOFNIVEAU (geel)

Op het display wordt een bericht met symbool weergegeven als het niveau van de ruitensproeiervloeistof lager dan het minimumniveau is.

ALFA ROMEO Brera (2010) - TE LAAG RUITENSPROEIER- VLOEISTOFNIVEAU (geel) - 1

Als er sneller met de auto wordt gereden dan de met behulp van het „Setup-menu” ingestelde snelheid (bijvoorbeeld 120 km/u) (zie de paragraaf „Instelbaar multifunctioneel display“ in het hoofdstuk „Dashboard en bediening“), dan wordt er een waarschuwingsbericht met een rood symbool op het display weergegeven en klinkt er een geluidssignaal.

ALFA ROMEO Brera (2010) - TE LAAG RUITENSPROEIER- VLOEISTOFNIVEAU (geel) - 2

STORING TPMS- SYSTEEM

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Op bepaalde uitvoeringen worden er een bericht en een symbool (geel) op het display weergegeven als er een storing is in het controlesysteem voor de bandenspanning TPMS: Ga in dit geval zo snel mogelijk naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

Als er een of meer wielen zonder sensor zijn gemonteerd, wordt er een waarschuwingsbericht op het display weergegeven, totdat de oorspronkelijke situatie weer is hersteld.

ALFA ROMEO Brera (2010) - STORING TPMS- SYSTEEM - 1

BANDENSPANNING CONTROLEREN

(voor bepaalde uitvoeringen/ markten, waar voorzien)

Bij bepaalde uitvoeringen wordt er een bericht met symbool (ambergeel) op het display weergegeven om de zachte band te identificeren.

Als twee of meer banden te zacht zijn, wordt achtereenvolgens iedere band apart aangegeven.

In dit geval raden wij u aan om zo snel mogelijk de juiste bandenspanning te herstellen (zie de paragraaf „Bandenspanning in koude toestand“ in het hoofdstuk „Technische gegevens“).

ALFA ROMEO Brera (2010) - BANDENSPANNING CONTROLEREN - 1

TE LAGE BANDENSPANNING

(voor bepaalde uitvoeringen/ markten, waar voorzien)

Bij bepaalde uitvoeringen wordt er op het display een bericht met een rood symbool weergegeven, om aan te geven dat de spanning van één of meer banden lager is dan de aanbevolen waarde. Op deze manier waarschuwt het TPMS-systeem de bestuurder op het mogelijk leeglopen van de band(en) en dus op een mogelijke lekke band.

WAARSCHUWING Rijd niet verder met een of meerdere zachte banden omdat de rijveiligheid van de auto in gevaar kan worden gebracht. Stop de auto zonder bruusk te remmen en vermijd heftige stuurbewegingen. Vervang het wiel onmiddellijk door het reserve-wiel (voor bepaalde uitvoeringen/mark- ten, waar aanwezig) of repareer de band met de betreffende set (zie „Wiel verwisselen“ in het hoofdstuk „In nood- gevallen“) en ga zo snel mogelijk naar een dealer van het Alfa Romeo Service- netwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - TE LAGE BANDENSPANNING - 1

BANDENSPANNING NIET AANGEPAST AAN SNELHEID

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Als er waarschijnlijk harder dan 160 km/u wordt gereden, moet de bandenspanning worden verhoogd naar de waarde voor volledige belading (zie de paragraaf „Bandenspanning in koude toestand“ in het hoofdstuk „Technische gegevens“).

Bij bepaalde uitvoeringen wordt er een bericht met symbool (ambergeel) op het display weergegeven als het TPMS bij één of meer banden een bandenspanning waarneemt die niet geschikt is voor de snelheid waarmee wordt gereden; dit bericht met symbool wordt weergegeven zolang de voertuigsnelheid boven de drempelwaarde blijft.

WAARSCHUWING Verlaag in dat geval onmiddellijk de snelheid om oververhitting van de banden te voorkomen; door oververhitting kan de band onherstelbaar beschadigen en wordt de levensduur aanzienlijk korter.

WAARSCHUWING Als u de reis met een hoge snelheid wilt voortzetten (sneller dan 160 km/u) en het symbool op het display gaat branden, dan moet de auto tot stilstand worden gebracht en moet de bandenspanning worden aangepast (zie de paragraaf „Bandenspanning in koude toestand“ in het hoofdstuk „Technische gegevens“).

NOODGEVALLEN

In noodgevallen kunt u het gratis nummer bellen dat in de Service- en garantiehandleiding staat. U kunt de dichtstbijzijnde dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk ook via de website www.alfaromeo.com vinden.

STARTEN MET EEN HULPACCU 170

EEN WIEL VERWISSELEN 171

BANDENREPARATIESET FIX&GO automatic 176

EEN GLOEILAMP VERVANGEN 182

EEN GLOEILAMP VOOR DE BUITENVERLICHTING VERVANGEN 185

EEN GLOEILAMP VOOR DE INTERIEURVERLICHTING VERVANGEN 191

ZEKERINGEN VERVANGEN 194

DE ACCU OPLADEN 204

DE AUTO OPKRIKKEN 205

DE AUTO SLEPEN 206

STARTEN MET EEN HULPACCU

Als de accu leeg is, kan de motor worden gestart met een hulpaccu, die ten minste dezelfde capaciteit moet hebben als de lege accu.

Ga voor het starten als volgt te werk Afb. 1:

□ verbind de pluspolen (+ vlak bij de pool) van de beide accu's met een startkabel;
☐ sluit een tweede startkabel aan op de minpool (—) van de hulpaccu en op de massa-aansluiting ↓ op de motor van de auto die moet worden gestart;
□ start de motor;
haal de kabels in de omgekeerde volgorde los terwijl de motor draait.

ALFA ROMEO Brera (2010) - STARTEN MET EEN HULPACCU - 1

Als de motor na enkele pogingen niet aanslaat, stop dan met starten en ga naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

WAARSCHUWING Verbind de min-klemmen van de twee accu's niet direct met elkaar: eventuele vonken kunnen het explosieve gas ontsteken dat uit de accu kan ontsnappen. Als de hulp-accu is geïnstalleerd aan boord van een andere auto, mogen tussen deze auto en de auto met de lege accu niet per ongeluk metalen delen met elkaar in verbinding staan.

Gebruik voor een noodstart absoluut nooit een accusnellader: hierdoor kunnen de elektrische systemen en de regeleenheden voor het motormanagementsysteem worden beschadigd.

ALFA ROMEO Brera (2010) - STARTEN MET EEN HULPACCU - 2

OPGELET

Deze startprocedure mag alleen door deskundige personen worden uitgevoerd, omdat er bij verkeerde handelingen vonken kunnen ontstaan. De vloeistof in de accu is giftig en corrosief. Vermijd contact met de huid en de ogen. Kom ook niet met open vuur of een brandende sigaret in de buurt van een accu en veroorzaak geen vonken.

ROLLEND STARTEN

Probeer auto's nooit te starten door ze aan te duwen, te slepen of van een helling af te laten rijden. Op die manier kan er onverbrande brandstof in de katalysator terechtkomen en deze onherstelbaar beschadigen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ROLLEND STARTEN - 1

OPGELET

Houd er rekening mee dat de rem- en de stuurbekrachtiging niet werken zo- lang de motor niet is gestart, waardoor er meer kracht no- dig is voor de bediening van het rempedaal en het stuur.

EEN WIEL VERWISSELEN

De auto is voorzien van de „Snelle bandenreparatieset Fix&Go automatic“. Zie voor het vervangen van het wiel de instructies in het volgende hoofdstuk.

De auto kan naast de „Kit Fix & Go automatic" ook (op verzoek) van een reservewiel worden voorzien: houdt u bij het verwisselen van het wiel en voor het juiste gebruik van de krik aan de onderstaande voorzorgsmaatregelen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - EEN WIEL VERWISSELEN - 1

OPGELET

Attendeer het overige wegverkeer op de stilstaande auto met behulp van: de waarschuwingsknipperlichten, de gevarendriehoek, enz. Tijdens het verwisselen van een wiel moeten alle inzitten-den uit de auto stappen, vooral als de auto zwaar beladen is, en op een veilige afstand van het verkeer wachten, totdat het wiel is verwisseld. Blokkeer de wielen met ste-nen of andere voorwerpen als de auto schuin op een helling of op een slecht wegdek staat. Start de motor nooit als de auto op de krik staat. Koppel eerst de eventuele aanhanger los voordat de auto wordt opgekrikt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Het meegeleverde re- servewiel (bij bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) is specifiek voor de auto bedoeld; monteer het niet op andere auto's en monteer geen reservewielen van andere auto's. Het noodreservewiel mag alleen in noodgevallen worden gebruikt. Het noodreservewiel moet zo kort mogelijk worden gebruikt en er mag niet sneller dan 80 km/u mee worden gereden. Op het noodreservewiel is een sticker aangebracht waarop de belangrijkste aanwijzingen en de beperkingen staan vermeld met betrekking tot het gebruik van het noodreservewiel. Deze sticker mag absoluut niet worden verwijderd of afgedekt!

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Bij een gemonteerd noodreservewiel veranderen de rijeigenschappen van de auto. Vermijd met vol gas optrekken, bruusk remmen en hoge snelheden in de bochten. Het noodreservewiel heeft een levensduur van ongeveer 3000 km. Na deze afstand moet de band van het noodreservewiel door een nieuwe band van hetzelfde type worden vervangen. Monteer nooit een normale band op de velg van het noodreservewiel. Laat het verwisselde wiel zo snel mogelijk repareren en monteren. Gebruik nooit twee of meer noodreservewielen. Smeer vóór montage de schroefdraad van de wielbouten niet met vet: de bouten kunnen loslopen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

De krik is uitsluitend bedoeld voor het verwisselen van een wiel van de auto waarbij de krik is geleverd of voor auto's van hetzelfde model. Gebruik de krik niet voor het opkrikken van andere modellen. En gebruik de krik nooit bij het uitvoeren van werkzaamheden onder de auto. Als de krik niet juist wordt geplaatst, kan de opgekrikte auto van de krik vallen. Op een sticker op de krik wordt het maximumhefvermogen aangegeven; de krik mag nooit voor een zwaardere last worden gebruikt. Het noodreservewiel is niet geschikt voor de montage van sneeuwkettingen. Als u een lekke voorband (aangedreven wiel) hebt en er moet met sneeuwkettingen worden gereden, dan moet u een wiel van de achteras afhalen en daarvoor in de plaats het noodreservewiel monteren. Op de vooras met de aangedreven wielen zijn dan twee normale wielen gemonteerd waarop sneeuwkettingen kunnen worden gebruikt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Maak het ventiel absoluut niet open. Plaats geen enkel stuk gereedschap tussen velg en band. Controleer regelmatig de spanning van de banden en van het noodreservewiel en houdt u daarbij aan de waarden die beschreven staan in het hoofdstuk „Technische gegevens“.

Het is nodig te weten dat:

□ de krik 1,76 kg weegt;
□ de krik geen afstelwerkzaamheden vereist;
□ de krik niet kan worden gerepareerd: bij een defect moet de krik door een krik van hetzelfde type worden vervangen;
□ buiten de slinger geen enkel ander gereedschap op de krik mag worden gemonteerd.

B A

Afb. 2

Ga voor het verwisselen van een wiel als volgt te werk:

□ zet de auto stil op een plaats waar het verkeer niet in gevaar wordt gebracht en waar het wiel in alle veiligheid kan worden verwisseld. Zet de auto zo mogelijk op een vlakke en stevige ondergrond;
□ zet de motor uit, trek de handrem aan en schakel de eerste versnelling of de achteruitversnelling in;
□ zet met de handgreep A-Afb. 2 de bekleding B omhoog;

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 2

□ verwijder het voorgevormde element dat in Afb. 3 wordt aangegeven;
□ neem bij uitvoeringen met „Snelle bandenreparatieset Fix&Go“ de gereedschapset uit de bagageruimte Afb. 4;

A B Afb. 5 A0F0019m

□ voor uitvoeringen met reservewiel moet u de vergrendeling loshalen A-Afb. 5, de gereedschapset verwijderen B, deze vlak bij het te vervangen reservewiel plaatsen en het reservewiel verwijderen;
draai de bevestigingsmoeren A-Afb. 5a ongeveer één slag los; schud aan de auto om de velg gemakkelijker van de naaf te halen;
□ draai het mechanisme F-Afb. 7 zodat de krik omhoogkomt, totdat het bovenste deel van de krik Ggoed in de borging H valt;
□ de krik moet op de afstand in Afb. 6 worden geplaatst;

Afb. 5g A0F0206m

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 5

waarschuw eventuele omstanders dat de auto wordt opgekrikt; zorg ervoor dat ze zich niet in de nabijheid van de auto bevinden en de auto vooral niet aanraken totdat deze weer geheel op de grond staat;
☐ plaats de slinger L-Afb. 7 in de krik en krik de auto omhoog, totdat het wiel enkele centimeters los van de grond is;

- 32 cm - 24 cm Afb. 6 A0F0195m

□ draai de bouten helemaal los en verwijder het wiel;
□ zorg ervoor dat de boutgaten en alle contactvlakken van het reserve-wiel schoon zijn en geen onzuiverheden bevatten, omdat de wielbouten hierdoor na verloop van tijd kunnen loslopen;

A 80 B Afb. 8 A0F0209m

□ monteer het wiel door een van de openingen A-Afb. 8 tegenover de bijbehorende centreerpen Bte plaatsen;
□ draai met de bijgeleverde sleutel de vijf wielbouten handvast aan;
☐ laat de auto zakken en verwijder de krik;
□ draai met de bijgeleverde sleutel de wielbouten kruiselings vast, in de volgorde die is aangegeven in Afb. 9.
□ monteer het wiel door een van de open- ningen A-Afb. 8 tegenover de bij- behorende centreerpen Bte plaatsen;
□ draai met de bijgeleverde sleutel de vijf wielbouten handvast aan;
☐ laat de auto zakken en verwijder de krik;
□ draai met de bijgeleverde sleutel de wielbouten kruiselings vast, in de volgorde die is aangegeven in Afb. 9.

5 2 3 4 1 Afb. 9 A0F0210m

HET NORMALE WIEL MONTEREN

Volg de hiervoor beschreven procedure, krik de auto op en demonteer het noodreservewiel.

Ga als volgt te werk:

□ draai de centreerpen A-Afb. 10 in een van de boutgaten op de wielnaaf;
☐ plaats het wiel op de pen en draai met de bijgeleverde sleutel de vier beschikbare bouten vast;

A Afb. 10 A0F0211m

□ draai de centreerpen A-Afb. 10 los en draai de laatste wielbout vast;
□ zet de auto omlaag en verwijder de krik, draai vervolgens met behulp van de bijgeleverde sleutel de bouten in de hiervoor voor het reservewiel aangegeven volgorde Afb. 9 vast.

A 80

B

5 2 3 4 1 Afb. 9 A0F0210m

A Afb. 10 A0F0211m

Ter afsluiting:

☐ plaats het noodreservewiel op de daarvoor bestemde plek in de bagageruimte;
☐ plaats de half geopende krik stevig in de houder om rammelen tijdens het rijden te voorkomen;
□ berg het gebruikte gereedschap op in de houder;
☐ plaats de gereedschaphouder met het gereedschap op het reservewiel;
☐ plaats de afdekplaat op de juiste wijze terug in de bagageruimte.

BANDENREPARATIE- SET FIX&GO automatic

De auto is uitgerust met de snelle bandenreparatieset „Fix & Go automatic“, als vervanging van het gebruikelijke gereedschap en het reservewiel.

De set Afb. 11 bevindt zich in de bagageruimte. In de houder van de bandenreparatieset zijn ook de schroevendraaier en het sleepoog te vinden.

Afb. 11 A0F0114m

De reparatieset bestaat uit:

□ een spuitbus A-Afb. 11 met afdichtvloeistof, die voorzien is van: - een vulbuis B
- een sticker C met het opschrift „max. 80 km/u“; deze sticker moet na het repareren van de band goed zichtbaar (bijvoorbeeld op het dashboard) worden aangebracht;
□ een compressor D met een mano-meter en verbindingsstukken;

① SOLD PER REPRIESTING PRESSURE ② FOR TYPE REPAIR ONLY ③ ADJLEMENT PONS REPRIESTING PHEU ④ SOLD PER REPRIESTING PRESSURE ⑤ FOR PRESSURE RESTRIE ONLY ⑥ SELEMENT PONS REMETTURE LA PRESSURE À CUTE INITIAL ⑦ MHI FOR REPRIESTING PRESSURE ⑧ SOLD PARA REPRIENCION PRESSURE ⑨ SOLD PARA REPRIENCION PRESSURE O…

Afb. 12

ALFA ROMEO Brera (2010) - BANDENREPARATIE- SET FIX&GO automatic - 3

OPGELET

Overhandig de informatiefolder aan het personeel dat de band moet repareren die met de banden-reparatieset is behandeld.

□ een informatiefolder Afb. 12 voor direct gebruik van de snelle banden-reparatieset die vervolgens aan de monteur moet worden overhandigd die de behandelde band gaat repareren;
□ een paar werkhandschoenen dat in het zijnvak van de compressor is te vinden;
□ adapters voor het oppompen van diverse voorwerpen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Als u een lekke band krijgt, kan de band ge-repareerd worden als meter van het lek niet is dan 4 mm.

Het is nodig te weten dat:

De afdichtvloeistof bij buitentemperaturen tussen -20\ °C en +50\ °C werkt. De afdichtvloeistof heeft een houdbaarheidsdatum.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Het is nodig te weten dat: - 1

OPGELET

Het is niet mogelijk lekken aan de zijkanten van de band te repareren. Gebruik de reparatieset niet als de band beschadigd is geraakt door het rijden met een lege band.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Bij schade aan de velg (zodanige vervorming van het kanaal dat er lucht wegloopt) kan de band niet worden gerepareerd. Verwijder de eventueel in de band binnengedrongen voorwerpen (schroeven of spijkers) niet.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

De spuitbus bevat ethyleenglycol. Bevat latex: kan een allergische reactie veroorzaken. Schadelijk bij inslikken. Irriterend voor de ogen. Kan overgevoeligheid veroorzaken bij inademing en contact. Vermijd contact met ogen, huid en kleding. Spoel bij contact onmiddellijk overvloedig met water. Vermijd braken bij inslikken, spoel de mond uit, drink veel water en raadpleeg onmiddellijk een arts. Houd buiten het bereik van kinderen. Het product mag niet door astmatische patienten worden gebruikt. Adem de dampen niet in tijdens het vullen en oppompen. Raadpleeg onmiddellijk een arts bij allergische reacties. Bewaar de spuitbus in de daarvoor bestemde ruimte, ver verwijderd van warmtebronnen. De af-dichtvloeistof heeft een houdbaarheidsdatum.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

De compressor mag niet langer dan 20 minuten achter elkaar worden ingeschakeld. Gevaar voor oververhitting. De reparatieset is niet geschikt voor permanente reparatie; de gerepareerde banden mogen daarom slechts tijdelijk worden gebruikt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Vervang de spuitbus voordat de houdbaar-heidsdatum van de afdichtvloeistof is verstreken. Spuitbussen en afdichtvloeistof zijn schadelijk voor het milieu. Houdt u voor het afvoeren van deze producten aan de wettelijke normen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 2

Doe de handschoenen aan die bij de snelle bandenreparatieset zijn gele- verd.

Ga als volgt te werk:

☐ plaats het wiel voor de werkzaamheden met het ventiel A-Afb. 13 zoals in de afbeelding en schakel daarna de handrem in. Verwijder de reparatieset en laat hem op de grond vlak bij het wiel steunen;

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 3

draai de ventieldop los, verwijder de vulbuis A-Afb. 14 en draai de ring B-Afb. 15 op het ventiel van de band;

□ controleer of de schakelaar A-Afb. 16 van de compressor in de stand 0 (uitgeschakeld) staat, start de motor, steek de stekker A-Afb. 17 in het contact of de aansteker op de tunnel en schakel de compressor in door de schakelaar A-Afb. 19 in de stand I (ingeschakeld) te zetten;
☐ pomp de band op tot de voorgeschreven spanning (zie de paragraaf „Banden“ in het hoofdstuk „Technische gegevens“). Controleer de bandenspanning op de drukmeter B-Afb. 16. Voor een nauwkeurige aflezing moet de compressor worden uitgeschakeld;

□ als u er niet in slaagt binnen 5 minuten de bandenspanning op ten minste 1,5 bar te krijgen, koppel dan de compressor los van het ventiel en de stekkerdoos en verplaats vervolgens de auto ongeveer 10 meter naar voren of naar achteren, zodat de afdichtvloeistof in de band verdeeld wordt; pomp de band vervolgens weer op;
□ als de bandenspanning ook op deze manier niet binnen 5 minuten na het inschakelen van de compressor een spanning van ten minste 1,8 bar bereikt, rijd dan niet verder met de te zwaar beschadigde band; de snelle bandenreparatieset is niet in staat om het lek te dichten; ga naar een dealer van het Alfa Romeo Service-netwerk;

□ als de band op de juiste spanning is gebracht (zie de paragraaf „Banden" in het hoofdstuk „Technische gegevens"), vertrek dan onmiddellijk;

□ stop na ongeveer 10 minuten en controleer opnieuw de bandenspanning; vergeet niet de handrem aan te trekken;

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 4

OPGELET

Plaats de sticker op een voor de bestuurder goed zichtbare plaats om aan te geven dat de band is behandeld met de snelle banden-reparatieset. Rijd voorzichtig vooral in bochten. Rijd niet harder dan 80 km/u. Vermijd bruusk accelereren en remmen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Als de bandenspanning onder 1,8 bar is gedaald, mag niet verder worden gereden: de snelle reparatie-set Fix & Go automatic kan de vereiste wegligging niet garanderen omdat de band te erg is beschadigd. Ga naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

- als er een spanning van ten minste 1,8 bar wordt gemeten, herstel dan de correcte bandenspanning (met draaiende motor en aangetrokken handrem). Daarna kunt u verder rijden; - rijd zeer voorzichtig naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

U moet absoluut aan- geven dat de band met de snelle bandenreparatieset is gerepareerd. Overhandig de informatiefolder aan het personeel dat de band moet repareren die met de bandenreparatieset is behandeld.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

De compressor kan ook worden gebruikt voor het herstellen van de bandenspanning. Maak de snelkoppeling A-Afb. 18 los en verbind de koppeling direct met het ventiel van de band Afb. 19; op deze manier wordt de spuitbus niet met de compressor verbonden en wordt de afdichtvloeistof niet in de band gespoten.

PROCEDURE VOOR HET VERVANGEN VAN DE SPUITBUS

Ga als volgt te werk voor het vervangen van de spuitbus:

☐ maak de koppeling A-Afb. 20 en de vulbuis B los;
□ draai de te vervangen spuitbus linksom en trek de spuitbus omhoog;
☐ plaats de nieuwe spuitbus en draai de spuitbus rechtsom;
☐ plaats de koppeling A terug of sluit de vulbuis B aan op de zitting.

ALFA ROMEO Brera (2010) - PROCEDURE VOOR HET VERVANGEN VAN DE SPUITBUS - 1

OPGELET

U moet absoluut aan- geven, aan iedereen die de auto gaat gebruiken, dat de band is gerepareerd met de snelle bandenreparatie- set. Geef de informatieve sticker aan het personeel dat de herstelwerkzaamheden gaat uitvoeren.

EEN GLOEILAMP VERVANGEN

ALGEMENE AANWIJZINGEN

□Als een lamp niet brandt, controleer dan eerst of de zekering niet doorgebrand is, voordat u de lamp vervangt: zie voor de plaats van de zekeringen de paragraaf „Zekeringen vervangen“ in dit hoofdstuk;
□controleer voordat u een lamp vervangt of de contacten niet zijn geoxideerd;
□vervang een defecte lamp door een exemplaar van hetzelfde type en vermogen;
□als u een gloeilamp in de koplamp hebt vervangen, controleer dan om veiligheidsredenen altijd of de afstelling nog goed is.

BELANGRIJK Aan de binnenzijde kan de koplamp een beetje beslagen zijn: dit duidt niet op een defect, maar is een natuurlijk verschijnsel dat veroorzaakt wordt door een lage temperatuur en de luchtvochtigheidsgraad, en verdwijnt snel als de koplampen worden ingeschakeld. De aanwezigheid van druppels aan de binnenzijde van de koplamp duidt daarentegen op het binnendringen van water: wendt u tot het Alfa Romeo Servicenetwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ALGEMENE AANWIJZINGEN - 1

OPGELET

Halogeenlampen mag u uitsluitend aanraken op het metalen gedeelte. Als u de bol met uw vingers aanraakt, zal de lichtopbrengst van de lamp teruglopen en kan ook de levensduur beperkt worden. Als de bol per ongeluk wordt aangeraakt, reinig de bol dan met een met wasbenzine bevochtigde doek en laat de lamp drogen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Modificaties en reparaties aan de elektrische installatie die niet juist en zonder rekening te houden met de technische specificaties van het systeem worden uitgevoerd, kunnen storingen en brandgevaar veroorzaken.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Halogeenlampen bevatten gas onder druk. Als de lamp stuk gaat, dan kunnen glasdeeltjes wegspringen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Door de hoge voedings- spanning mogen defecte gasontladingslampen (Bixenon) uitsluitend door gespecialiseerd personeel worden vervangen: levensgevaar! Ga naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1
Afb. 21
A0F0117m

TYPEN GLOEILAMPEN Afb. 21

Op de auto zijn verschillende typen gloeilampen gemonteerd:

A Glasfittinglampen: geklemd gemonteerd. Verwijder de lamp door de lamp uit de houder te trekken.

B Gloeilampen met bajonet-fitting: verwijder de lamp uit de houder door hem iets in te drukken en linksom te draaien.

C Buislampen: verwijder de lamp door hem uit de veercontacten los te maken.

D-E Halogeenlampen: verwijder de lamp door de borgveer los te haken uit de zitting.

F Bixenon gasontladingslampen.

Grootlicht D H7 55 W
Dimlichten D H7 55 W
Grootlicht/dimlicht (uitvoeringen met bixenon-koplampen) (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) F D1S 55 W
Extra groot licht (voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien) D H1 55 W
Buitenverlichting voor (1 per lamp) A W5WB 5 W
Buitenverlichting achter B P21/5W 5 W
Mistlampen voorEH1 55 W
Richtingaanwijzer voorB PY21W21 W
Richtingaanwijzer op voorspatbordAW5W 5 W
Richtingaanwijzer achterBP21W21 W
RemlichtenB P21/5W21 W
Derde remlichtA W2,3W2,3 W
AchteruitrijlichtenBP21W21 W
MistachterlichtenBP21W21 W
KentekenplaatverlichtingAW5W 5 W
Plafondverlichting voor2xA+1C2xW5+10W5+5+10 W
Bagageruimteverlichting C 10 W 10 W
Verlichting zonneklepspiegelsA1,5 W1,5 W
Verlichting dashboardkastjeAW5W 5 W
Dorpelverlichting/omtrekverlichting portierAW5W 5 W

EEN GLOEILAMP VOOR DE BUITENVERLICHTING VERVANGEN

Zie voor het type lamp en het bijbehorende vermogen de paragraaf „Gloeilamp vervangen“.

KOPLAMPEENHEDEN

In de koplampeenheden bevinden zich de lampen voor het grootlicht, de buitenverlichting, de richtingaanwijzers en het dimlicht.

Voor het verwijderen van de lamp moet het deksel worden verwijderd door dit linksom te draaien.

De lampen zijn op de volgende manier in de lichteenheid Afb. 22 geplaatst:

A Grootlicht
B Buitenverlichting/richtingaanwijzer
C Dimlicht

A B C

Afb. 22
A0F0191m

ALFA ROMEO Brera (2010) - KOPLAMPEENHEDEN - 2

OPGELET

Monteer de afdekkin- gen nadat de lampen

zijn vervangen en controleer of de doppen goed vastzitten (geborgd).

Grootlicht (halogeenlamp)

Gloeilamp vervangen:

□ draai het deksel linksom A-Afb. 22;
☐ maak de stekker A-Afb. 23 los;
☐ haal de borgveer van de lamp B los;

ALFA ROMEO Brera (2010) - Grootlicht (halogeenlamp) - 1

□ verwijder en vervang de lamp;
□ monteer de nieuwe lamp en maak de borgveer B van de lamp vast;
□ sluit de stekker A aan;
□ monteer het beschermdeksel op de juiste wijze.

A Afb. 24 A0F0193m

Buitenverlichting

Gloeilamp vervangen:

□ draai het deksel linksom B-Afb. 22;
☐ maak de lip A-Afb. 24 los, verwijder de lamp en vervang de lamp;
□ monteer de lamphouder en contro- leer of de borging goed vastzit; controleer bovendien de juiste stand van de lamp (naar de buitenzijde van de eenheid gericht);
□ monteer het beschermdeksel op de juiste wijze.

A Afb. 25 A0F0194m

Richtingaanwijzers voor

Gloeilamp vervangen:

□ draai het deksel linksom B-Afb. 22;
□ draai de lamphouder A-Afb. 25 linksom, verwijder en vervang de lamp;
□ monteer de lamphouder en controleer of de borging goed vastzit; controleer bovendien de juiste stand van de lamp (naar de buitenzijde van de eenheid gericht);
□ monteer het beschermdeksel op de juiste wijze.

Afb. 26 A0F0192m

Dimlicht (halogeenlamp)

Gloeilamp vervangen:

□ draai het deksel linksom C-Afb. 22;
□ maak de stekker A-Afb. 26 los;
☐ haak de borgveer van de lamp los B;
□ verwijder en vervang de lamp;
□ monteer de nieuwe lamp en maak de borgveer B van de lamp vast;
□ monteer het beschermdeksel op de juiste wijze.

Afb. 27 A0F0163m

Groot-/dimlicht met gasontladingslampen (Bixenon) (waar voorzien)

ALFA ROMEO Brera (2010) - Dimlicht (halogeenlamp) - 2

OPGELET

Door de hoge voedings- spanning mogen defecte

gasontladingslampen (Bixenon) uitsluitend door gespecialiseerd personeel worden vervangen: levensgevaar! Ga naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

Afb. 28 A0F0164m

Richtingaanwijzers op flanken

Gloeilamp vervangen:

□ druk om de lamp te verwijderen het lampenglas naar de achterzijde van de auto, zodat de bevestigingsveer wordt samengedrukt A-Afb. 27. Maak de voorzijde los en verwijder de eenheid;
□ draai de lamphouder B-Afb. 28 linksom en verwijder deze van het lampenglas C;

□ verwijder de lamp D en vervang deze;
☐ plaats de lamphouder B in het lampenglas C en plaats de eenheid; controleer of de bevestigingsveer A-Afb. 27 goed vastzit.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 2

Werk voorzichtig, zodat de carrosserie en het lampenglas niet worden

beschadigd.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 3

Mistlampen voor Afb. 29

WAARSCHUWING Ga voor het vervangen van de lamp van de mistlampen en voor het afstellen van de lichteenheden naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

A B Afb. 30 A0F0165m

ACHTERLICHTEENHEDEN

De achterlichteenheden bevatten de lampen voor de achteruitrijverlichting, het mistachterlicht, de richtingaanwijzers, de buitenverlichting, de kentekenverlichting, de remlichten en het derde remlicht.

Voor toegang tot alle bovengenoemde lampen moet u de bagageruimte openen en met de mechanismen A-Afb. 30 de klep B verwijderen.

A B C D Afb. 31 A0F0166m

De lampen zijn als volgt in de lichteenheid Afb. 31 geplaatst:

A Achteruitrijlicht (linkerzijde)/mist- achterlicht (rechterzijde)
B Remlichten/buitenverlichting
C Remlichten/buitenverlichting
D Richtingaanwijzers.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ACHTERLICHTEENHEDEN - 2

Achteruitrijverlichting/mistachterlicht

Het achteruitrijlicht en het mistachter- licht bevinden zich in de achterste lichteenheid; één links en één rechts van de auto, afhankelijk van de rijrichting. Gloeilamp vervangen:

□ open de bagageruimte en de klep zoals eerder aangegeven (zie Afb. 30);
□ draai de lamphouder A-Afb. 32 linksom, verwijder de lamp B en vervang de lamp;
□ monteer de lamphouder en controleer of de borging goed vastzit; controleer bovendien de juiste stand van de lamp (naar de buitenzijde van de eenheid gericht);

Buitenverlichting/remlichten

In de lichteenheid bevinden zich twee lampen voor de buitenverlichting/rem- lichten.

Gloeilamp vervangen:

□ open de bagageruimte en de klep zoals eerder aangegeven (zie Afb. 30);

□ draai de lamphouder A-Afb. 33 of A-Afb. 34 linksom, en verwijder en vervang de lamp B;
□ monteer de lamphouder en contro-leer of de borging goed vastzit; controleer bovendien de juiste stand van de lamp (naar de buitenzijde van de eenheid gericht);

Afb. 35 A0F0167m

Richtingaanwijzers

Gloeilampen vervangen:

□ open de bagageruimte en de klep zoals eerder aangegeven (zie Afb. 30);
□ draai de lamphouder A-Afb. 35 linksom, verwijder en vervang de lamp B;
□ monteer de lamphouder en controleer of de borging goed vastzit; controleer bovendien de juiste stand van de lamp (naar de buitenzijde van de eenheid gericht).

Afb. 36 A0F0168m

Kentekenplaatverlichting

Gloeilampen vervangen:

☐ maak met behulp van een platte schroevendraaier beschermd met een zachte doek bij A-Afb. 36 los om de eenheid Bte verwijderen;
□ verwijder de lamphouder C-Afb. 37 door deze iets te draaien en vervang de geklemd gemonteerde lamp D.

Afb. 37 A0F0169m

Derde remlicht

Ga voor het vervangen van de lamp van het derde remlicht naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

EEN GLOEILAMP VOOR DE INTERIEUR- VERLICHTING VERVANGEN

Zie voor het type lamp en het bijbehorende vermogen de paragraaf „Gloeilamp vervangen“.

A B Afb. 38 A0F0280m

PLAFONDLAMPJE VOOR

Ga voor het vervangen van de lamp naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

C Afb. 39 A0F0281m

Gloeilamp vervangen:

□ open de kap A-Afb. 38 van het spiegeltje;
□ verwijder de plafondverlichting B op de door de pijlen aangegeven punten;
☐ maak de lamp C-Afb. 39 los uit de veercontacten aan de zijkant en vervang de lamp; controleer of de nieuwe lamp goed vastzit in de veercontacten.

Afb. 40 A0F0172m

VERLICHTING VAN HET DASHBOARDKASTJE

Gloeilamp vervangen:

□ open het dashboardkastje;
☐ maak de plafondverlichting A-Afb. 40 op het door de pijl aangegeven punt los;
☐ plaats de bescherming B-Afb. 41 omhoog en vervang de geklemd gemonteerde lamp;

Afb. 41 A0F0173m

□ sluit de bescherming B-Afb. 41 op het plafondlampje A-Afb. 40;
□ monteer de lichteenheid door deze eerst aan een zijde in de juiste stand te plaatsen en vervolgens de andere zijde aan te drukken, totdat de borging inklikt.

Afb. 42 A0F0205m

Gloeilamp vervangen:

□ open de achterklep;
□ trek de plafondverlichting A-Afb. 42 op het door de pijl aangegeven punt los;

ALFA ROMEO Brera (2010) - VERLICHTING VAN HET DASHBOARDKASTJE - 3

□ open het beschermdeksel B-Afb. 43 en vervang de lamp door de contacten aan de zijkant los te maken; controleer of de nieuwe lamp goed vastzit tussen de contacten;
□ sluit het beschermdeksel B;
□ monteer de lichteenheid door deze eerst aan één zijde in de juiste stand te plaatsen en vervolgens de andere zijde aan te drukken, totdat de borging inklikt.

DORPELVERLICHTING

Gloeilamp vervangen:

□ open het portier en maak het lampenglas A-Afb. 44 op het door de pijl aangegeven punt los;
□ zet de bescherming B-Afb. 45 omhoog en vervang de geklemd gemonteerde lamp;

☐ sluit de bescherming B-Afb. 45 op de plafondverlichting A-Afb. 44;
□ monteer de lichteenheid door deze eerst aan één zijde in de juiste stand te plaatsen en vervolgens de andere zijde aan te drukken, totdat de borging inklikt.

ZEKERINGEN VERVANGEN

ALGEMENE INFORMATIE

Het elektrische systeem wordt door zekeringen beveiligd: de zekering brandt door bij een storing of bij oneigenlijk gebruik van het systeem.

Als een systeem niet werkt, moet de werking van de betreffende zekering worden gecontroleerd: de verbindingsstrip mag niet onderbroken zijn. Is dit wel het geval, dan moet u de zekering vervangen door een exemplaar met dezelfde stroomsterkte (zelfde kleur).

A: niet defect zekering

B: zekering met doorgebrande strip.

Gebruik voor het vervangen van een zekering het tangetje C uit de zekeringen- en relaiskast onder het dashboard.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ALGEMENE INFORMATIE - 1

Vervang een defecte zekering nooit door ander materiaal.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ALGEMENE INFORMATIE - 2

OPGELET

Vervang in geen enkel geval een zekering door een zekering met een hoger ampèrage; brandgevaar.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Als een hoofdzekering (MEGA-FUSE, MAXI-FUSE) doorbrandt, ga dan naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk. Controleer voordat de zekering wordt vervangen of de sleutel niet in het contact zit en of alle verbruikers zijn gedoofd en/of uitgeschakeld.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Als de zekering op- nieuw doorbrandt, ga dan naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

Afb. 47 A0F0157m

TOEGANG TOT DE ZEKERINGEN

De zekeringen bevinden zich in vier zekeringenkasten, onder het dashboard, op de pluspool van de accu, naast de accu en in de bagageruimte (links).

Dashboardzekeringen- en relaiskast

Draai de bout A-Afb. 47 en verwijder de bescherming B om de zekeringen te bereiken.

Afb. 48 A0F0124m

Afb. 49 A B A0F0126m

Zekeringenkast op de pluspool van de accu

Maak de borgveren A-Afb. 49 los en verwijder het beschermdeksel B om de zekeringen te bereiken.

F70 F71 F72 F73

Afb. 50
A0F0125m

A B A A A0F0128m Afb. 51

Zekeringenkast naast de accu

Draai de twee bouten A-Afb. 51 los en verwijder het beschermdeksel B om de zekeringen te bereiken.

F03 F08 F04 F07 F06 F05 F02 F01 F24 F14 F10 F15 F19 F16 F09 F30 F23 F18 F21 F17 F11 F22 F20 Afb. 52 A0F0123m

FUSE A A0F0129m Afb. 53

Verwijder om bij de zekeringen te komen het deksel A-Afb. 53 op de door de pijlen aangegeven punten.

OPMERKING Bij bepaalde uitvoeringen bevindt de zekeringenkast zich onder de vloerbekleding midden in de bagageruimte.

F80 F61 F60 F67 F78 F54 F56 F57

Afb. 54
A0F0269m

ZEKERINGENTABEL

VERLICHTING ZEKERING AMPÈRE AFBEELDING

Grootlicht rechts F14 10 52
Grootlicht links F15 10 52
Dimlicht rechts F12 15 48
Dimlicht links F13 15 48
Mistlampen voor F30 15 52
Achteruitrijlichten F35 7,5 48
Derde remlichtF37 10 48
Plafondverlichting voor/achterF39 10 48
Plafondverlichting voorF49 7,5 48
RichtingaanwijzersF53 10 48
WaarschuwingsknipperlichtenF53 10 48

VERBRUIKERS
ZEKERING AMPÈRE AFBEELDING

Zekeringenkast in motorruimteF70 (MEGA-FUSE)150 50
Zekeringenkast op dashboardF71 70 50
Systeem brandstofvoorverwarming (dieseluitvoeringen) F73 60 50
Zekeringen- en relaiskast in bagageruimteF01 (MAXI-FUSE)70 52
Zekeringenkast op dashboardF01 (MAXI-FUSE)70 52

VERBRUIKERS ZEKERING AMPÈRE AFBEELDING

Aanjager F02 (MAXI-FUSE) 40 52
Elektrisch stuurslot F03 (MAXI-FUSE) 20 52
Knooppunt remsysteem (pomp) F04 (MAXI-FUSE) 40 52
Knooppunt remsysteem (magneetklep) F05 (MAXI-FUSE) 40 52
Elektroventilateur (lage snelheid) F06 (MAXI-FUSE) 40 52
Elektroventilateur (hoge snelheid) F07 (MAXI-FUSE) 50 52
Koplampsproeiers F09 20 52
Geluidssignalen F10 15 52
Diverse secundaire verbruikers elektronische inspuiting F11 15 52
+ INT voor elektronisch inspuitsysteemF167,552
Primaire verbruikers elektronische inspuitingF17 10 52
Regeleenheid motormanagementsysteemF18 15 52
AircocompressorF197,552
VoorruitverwarmingF20 20 52
Voeding brandstofpompF21 20 52
Bobines/injectoren (benzine-uitvoeringen)F22 15 52
Primaire verbruikers elektronische inspuiting dieseluitvoeringen)F22 20 52
Voeding autoradio/navigatiesysteemF23 15 52
Knooppunt Body Computer/Spoel relais koplampsproeiersF317,548
Knooppunt bestuurdersportier/knooppunt passagiersportier/contactF321548
BeschikbaarF3348
BeschikbaarF3448

VERBRUIKERS ZEKERING AMPÈRE AFBEELDING

Sensor water in dieselfilter/luchtmassameter F35 7,5 48
Schakelaar remlichten/bedieningspaneel middentunnel F35 7,5 48
Cruise control F35 7,5 48
Sensor AQS F35 7,5 48
Beschikbaar F36 - 48
Regeleenheid instrumentenpaneel F37 1048
Regeleenheid koplampen/voeding regeleenheid gasontladingslampen (Bixenon) (waar voorzien)F37 1048
Motor vergrendeling/ontgrendeling bagageruimteF38 1548
Diagnosestekker EOBD-systeemF39 1048
Regeleenheid controlesysteem bandenspanningF39 1048
Inbouwvoorbereiding mobiele telefoonF39 1048
Regeleenheid sirene alarm (voor bepaalde uitvoeringen/ markten, waar voorzien)F39 1048
AirconditioningF39 1048
AchterruitverwarmingF40 3048
Ontdooiing ruitensproeiermonden/achterruitsproeierF41 7,5 48
Ontdooiing verwarmbare spiegelsF41 7,5 48
Voeding knooppunt remsysteem (ABS/VDC) - Knooppunt stuurhoeksensor - GierhoeksensorF42 7,5 48
Ruitenwisser-/sproeierF43 3048

VERBRUIKERS ZEKERING AMPÈRE AFBEELDING

Aansteker voor op de middenconsole F44 10 48
Regeleenheid elektrisch bediend zonnescherm F46 20 48
Radionavigatiesysteem F49 7,5 48
Regeleenheid regensensor F49 7,5 48
Knooppunt stuurwiel F49 7,5 48
Bedieningspaneel F49 7,5 48
Knooppunt parkeersensoren F49 7,5 48
Verlichting bediening middentunnel F49 7,5 48
Verlichting bediening voorstoelenF49 7,5 48
Verbruikers op de voorruitF49 7,5 48
Inbouwvoorbereiding mobiele telefoonF49 7,5 48
Knop START/STOPF49 7,5 48
AirbagsysteemF50 7,5 48
Regeleenheid controlesysteem bandenspanningF51 7,5 48
Inbouwvoorbereiding autoradioF51 7,5 48
Ruitenwisser/-sproeierF52 15 48
Regeleenheid instrumentenpaneelF53 10 48
Versterker autoradio met DSPF54 30 54
Versterker audio HI-FIF54 30 54

VERBRUIKERS ZEKERING AMPÈRE AFBEELDING

Verstelling stoel linksvoor F56 25 54
Verwarming stoel linksvoor F57 7,5 54
Verstelling stoel rechtsvoor F60 25 54
Versterker subwoofer F61 15 54
Verwarming stoel rechtsvoor F67 7,5 54
Beschikbaar F5854
Beschikbaar F5954
Beschikbaar F6254
Beschikbaar F6354
Beschikbaar F6454
Beschikbaar F6654
Beschikbaar F6854
Beschikbaar F6954
Beschikbaar F7754
Ruit linksF78 30 54
Beschikbaar F7954
Ruit rechtsF80 30 54

DE ACCU OPLADEN

WAARSCHUWING De beschrijving voor het opladen van de accu dient slechts ter informatie. Ga naar een dealer van het Alfa Romeo Service-netwerk om deze werkzaamheden uit te laten voeren.

We raden u aan de accu langzaam en met een lage stroomsterkte (ampérage) gedurende ongeveer 24 uur op te laden. Als u de accu langer oplaadt, kan de accu beschadigen.

Ga voor het opladen als volgt te werk:

☐ maak de klem los van de minpool (−) op de accu;
☐ sluit de kabels van het laadapparaat aan op de accupolen; let hierbij op de polariteit;
□ schakel de acculader in;
☐ schakel aan het einde van het opla- den eerst de acculader uit en koppel dan de accu los;
☐ sluit de klem weer aan op de minpool (−) van de accu.

ALFA ROMEO Brera (2010) - DE ACCU OPLADEN - 1

OPGELET

De vloeistof in de accu is giftig en corrosief.

Vermijd het contact met de huid en de ogen. Het opladen van de accu moet worden uitgevoerd in een goed ge-ventileerde ruimte, ver verwijderd van open vuur en vonkvormende apparaten: brand- en ontploffingsgevaar.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Probeer een bevroren accu niet op te laden:

eerst moet de accu ontdooid worden, anders loopt u het risico dat de accu ontploft. Als de accu bevroren is geweest, moet door deskundig personeel worden gecontroleerd of de cellen niet beschadigd zijn en of de bak geen scheuren vertoont, waardoor de giftige en corrosieve vloeistof kan weglekken.

OMHOOG ZETTEN VAN DE AUTO

MET EEN HEFBRUG OF DE WERKPLAATSKRIK

Zet de auto niet aan de voorzijde omhoog, maar alleen aan de zijkant; maak hierbij gebruik van de uiteinden van de armen of de werkplaatskrik en plaats deze zoals in afbeelding Afb. 55 wordt aangegeven. Ga voor het omhoog plaatsen van de auto altijd naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

- 32 cm - 24 cm

Afb. 55
A0F0195m

MET DE BOORDKRIK

Zie de paragraaf „Een wiel verwisselen“ in dit hoofdstuk.

DE AUTO SLEPEN

Het bijgeleverde sleepoog bevindt zich in de gereedschapset.

Afb. 56 A0F0230m

VOORZORGSMAATREGELEN BIJ HET SLEPEN VAN DE AUTO

Om de onderdelen van de transmissie niet te beschadigen, moet de auto op één van de aangegeven manieren worden gesleept:

☐ met de voorwielen van de grond en de achterwielen op passende rolbokken;
☐ met de achterwielen van de grond en de voorwielen op passende rolbokken;
op een auto-ambulance met alle vier de wielen op de ambulance.

SLEEPOOG BEVESTIGEN

Vóór

Ga als volgt te werk:

☐ pak het sleepoog uit de gereedschapshouder;
□ verwijder de geklemd gemonteerde plug A-Afb. 56 op de voorbumper. Bescherm als u de bijgeleverde platte schroevendraaier gebruikt het uiteinde met een zachte doek, zodat beschadiging van de auto wordt voorkomen;
□ draai het sleepoog geheel vast.

A

Afb. 57
A0F0176m

Achter

Haal het sleepoog uit de gereedschaps- houder en draai deze in de zitting A- Afb. 57.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Achter - 1

OPGELET

Maak de schroefdraad zorgvuldig schoon, voordat u het sleepoog op de schroefdraadpen draait. Controleer voordat de auto wordt gesleept eerst of het sleepoog goed vastzit.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Schakel voor het slepen het stuurslot uit (zie de paragraaf „Start-/contact-slot“ in het hoofdstuk „Dashboard en bediening“). Houd er tijdens het slepen rekening mee dat de rem- en stuurbekrachtiging niet werken als de motor niet draait, waardoor meer kracht nodig is voor de bediening van het rempedaal en het stuur. Gebruik voor het slepen geen elastische kabels en rijd zo gelijkmatig mogelijk. Controleer tijdens het slepen of de sleepkabel geen carrosserieedelen kan beschadigen. Houdt u bij het slepen van een auto aan de wettelijke voorschriften. Dit geldt zowel voor het slepen zelf als voor het gedrag naar andere weggebruikers.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Start de motor niet ter- wijl de auto wordt ge-

sleept.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Het sleepoog voor en achter mag uitsluitend worden gebruikt voor pechgevallen op een vlakke weg. Slepen, waarbij gebruik moet worden gemaakt van een sleepverbinding (sleepstang) die aan de wettelijke eisen voldoet, is toegestaan over korte afstanden om de auto op een vlakke weg te verplaatsen als voorbereiding op transport met een afsleepauto of een autoambulance. De sleepogen MOGEN NIET worden gebruikt voor het slepen van het voertuig buiten een vlakke weg of als er obstakels aanwezig zijn en/of voor het slepen met sleepkabels of andere elastische materialen. Naast bovenstaande voorwaarden moeten de twee voertuigen (het slepende en het gesleepte) tijdens het slepen ook zo veel mogelijk in een rechte lijn achter elkaar blijven.

ONDERHOUD EN ZORG

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUD 210

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA ..... 211

PERIODIEKE CONTROLES 213

ZWAAR GEBRUIK VAN DE AUTO 213

Juist onderhoud is een belangrijke factor voor een lange levensduur, de beste prestaties en een zo zuinig mogelijk gebruik van de auto.

Voor deze Alfa Romeo is een aantal controles en onderhoudswerkzaamheden vastgesteld die elke 35 000 km (of 21 000 mijl) moeten worden uitgevoerd.

WAARSCHUWING Het werkelijke vervangingsinterval van de motorolie en het oliefilter is afhankelijk van de gebruiksomstandigheden van de auto en wordt aangegeven met een brandend waarschuwingslampje of een melding op het instrumentenpaneel (waar voorzien).

WAARSCHUWING 2000 km voor de volgende onderhoudsbeurt verschijnt een bericht op het display.

Onthoud echter dat het geprogrammeerd onderhoud niet volledig toereikend is om de auto in optimale staat te houden: zowel in de beginperiode voor de servicebeurt bij 35 000 kilometer (of 21 000 mijl) als daarna, tussen twee servicebeurten in, moet regelmatig wat aandacht aan de auto worden geschonken. Controleer bijvoorbeeld regelmatig de bandenspanning en de vloeistofniveaus en vul deze laatste zo nodig bij.

BELANGRIJK De servicebeurten van het geprogrammeerd onderhoud zijn door de fabrikant voorgeschreven. Het niet uitvoeren van deze servicebeurten kan het vervallen van de garantie tot gevolg hebben.

De werkzaamheden van het geprogrammeerd onderhoud kunnen door het Alfa Romeo Servicenetwerk tegen vaste tarieftijden worden uitgevoerd.

Reparaties, die niet tot de normale onderhoudsbeurt behoren en tijdens het uitvoeren van de onderhoudsbeurt nodig blijken te zijn, worden uitsluitend na toestemming van de klant uitgevoerd.

WAARSCHUWING Het verdient aanbeveling eventuele kleine defecten onmiddellijk door het Alfa Romeo Servicenetwerk te laten verhelpen en daarmee niet te wachten tot de volgende servicebeurt.

Als de auto vaak wordt gebruikt voor het trekken van aanhangers, moeten er kortere intervallen worden aangehouden voor de werkzaamheden van het geprogrammeerd onderhoud.

GEPROGRAMMEERD ONDERHOUDSSCHEMA

× 1000 km35 70105140175
Banden op conditie en slijtage controleren en bandenspanning eventueel herstellen
Werking verlichting (koplamp/-achterlichteenheden, richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten, bagageruimte, interieur, dashboardkastje, waarschuwings-/controlelampjes, enz.) controleren
Werking ruitenwissers/-sproeiers controleren en eventueel sproeiermonden afstellen
Stand wisserbladen voor/achter controleren en wisserbladen op slijtage controleren
Remblokken van schijfremmen voor op conditie en slijtage controleren en werking van remblokslijtagesensor controleren
Remblokken achter (schijfremmen) op conditie en slijtage controleren
Visueel de conditie controleren van: buitenzijde carrosserie, bodemplaatbescherming, uitlaat, brandstof- en remleidingen, rubberen delen (stofkappen, hoezen, bussen, enz.) en rubberen slangen van het rem- en brandstofsysteem
Vergrendelmechanismen van de motorkap en achterklep op vervuiling controleren en mechanismen smeren
Vloeistofniveaus controleren en eventueel bijvullen (hydraulisch rem-/koppelingssysteem, stuurbekrachtiging, ruitensproeiers, accu, motorkoelsysteem, enz.)
Handrem controleren en eventueel afstellen
Conditie van aandrijfriem(en) voor de hulporganen visueel controleren
Uitlaatgasemissie controleren (benzine-uitvoeringen)
Emissie/uitlaatrookgas controleren (dieseluitvoeringen)
Inspuiting/ontsteking controleren (met diagnosestekker)
× 1000 km35 70 105 140 175
Aandrijfriem(en) voor hulporganen vervangen
Distributieriem vervangen (uitvoering 1750 TURBO BENZINE) (*)
Distributieriem vervangen (dieseluitvoeringen) (*)
Bougies vervangen (uitvoeringen 1750 TURBO BENZINE)
Bougies vervangen (uitvoeringen 3.2 JTS en 2.2 JTS Selespeed)
Brandstofffilter vervangen (dieseluitvoeringen)
Luchtfilterelement vervangen
Olie tussenbak vervangen (3.2 JTS 4×4 uitvoeringen)
Motorolie verversen en oliefilter vervangen (uitvoeringen 3.2 JTS en 2.2 JTS Selespeed) (of elke 24 maanden) (***)
Motorolie verversen en oliefilter vervangen (uitvoeringen 1750 TURBO BENZINE) (**) (of elke 12 maanden)
Motorolie en oliefilter vervangen (dieseluitvoeringen met DPF) (**) (of elke 24 maanden)
Motorolie en oliefilter vervangen (uitvoeringen zonder DPF) (of elke 24 maanden)
Remvloeistof vervangen (of om de 24 maanden)
Pollenfilter vervangen (of om de 24 maanden)

(*) Ongeacht de kilometerstand moet de distributieriem bij zware bedrijfsomstandigheden (koude klimaten, gebruik in stadsverkeer, langdurig stationair draaien) om de 4 jaar worden vervangen of in ieder geval om de 5 jaar.

(**) De werkelijke vervangingsinterval van de motorolie en het oliefilter is afhankelijk van de gebruiksomstandigheden van de auto en wordt aangegeven met een brandend waarschuwingslampje of een melding op het instrumentenpaneel (waar voorzien).

(***) Als de auto overwegend in de stad wordt gebruikt of onder zeer koude klimatologische omstandigheden of jaarlijks zeer weinig kilometers maakt, moet de motorolie en het oliefilter iedere 12 maanden worden vervangen.

PERIODIEKE CONTROLES

ledere 1000 km of voor een lange reis controleren en eventueel bijvullen:

□ niveau van de motorkoelvloeistof;
□ niveau van de remvloeistof;
□ niveau van de ruitensproeiervloeistof;
□ conditie en spanning van de banden;
□ werking verlichting (koplamp-/achterlichteenheden, richtingaanwijzers, waarschuwingsknipperlichten, enz.);
□ werking ruitenwissers/-sproeiers en stand/slijtage wisserbladen voor en achter.

ledere 3000 km controleren en eventueel bijvullen: motorolieniveau.

Gebruik bij voorkeur producten van FL Selenia, die speciaal voor Alfa Romeo modellen zijn ontworpen en afgestemd (zie de „Vultabel“ in het hoofdstuk „Technische gegevens“).

ZWAAR GEBRUIK VAN DE AUTO

Als de auto overwegend onder zware bedrijfsomstandigheden rijdt, zoals:

□ trekken van aanhangers of caravans;
□ rijden op stoffige wegen;
□ veel korte ritten (minder dan 7–8 km) en bij buitentemperaturen onder nul;
□ veel langdurig stationair draaiende motor of lange ritten bij lage snelheden (bijvoorbeeld bij huis-aan-huis bezorging) of als de auto lang stilstaat;
□ in de stad;
is het noodzakelijk de volgende controles vaker uit te voeren dan in het Onderhoudsschema staat aangegeven:
□ remblokken voor (schijfremmen) op conditie en slijtage controleren;

□ vergrendelmechanismen van motorkap en achterklep op vervuiling controleren en mechanismen smeren;
visueel de conditie controleren van: motor, versnellingsbak, aandrijfassen, uitlaat, brandstof- en remleidingen, rubberen delen (stofkappen, hoezen, enz.) en rubberen slangen van rem- en brandstofsysteem;
□ acculading en niveau van het elek- trolyt in de accu controleren;
□ conditie van aandrijfriemen voor hulporganen visueel controleren;
☐ motorolie en oliefilter controleren en eventueel vervangen;
□ pollenfilter controleren en eventueel vervangen;
□ luchtfilter controleren en eventueel vervangen.

NIVEAUS CONTROLEREN

Zie voor de hoeveelheden het hoofdstuk Technische gegevens.

ALFA ROMEO Brera (2010) - NIVEAUS CONTROLEREN - 1

Let op. Tijdens het bijvullen mogen de vloeistoffen met verschillende specificaties niet gemengd worden: als de specificaties van de vloeistoffen verschillen, kan de auto ernstig beschadigd worden.

Alfa Romeo TASDI TURBO SENANA

Afb. 1 — Uitvoeringen 1750 TURBO BENZINE

A0F0275m

ALFA ROMEO Brera (2010) - NIVEAUS CONTROLEREN - 3

OPGELET

Rook nooit tijdens werkzaamheden in de motorruimte: er kunnen licht ontvlambare gassen aanwezig zijn; brandgevaar.

  1. Motorolie
  2. Accu
  3. Remvloeistof
  4. Ruitensproeiervloeistof
  5. Motorkoelvloeistof
  6. Olie van stuurbekrachtiging

Alfa Romeo JTS TWIN PHASER ① ② ③ ④ ⑤ ⑥

Afb. 1 — Uitvoering 2.2 Selespeed

A0F0161m

  1. Motorolie
  2. Accu
  3. Remvloeistof
  4. Ruitensproeiervloeistof
  5. Motorkoelvloeistof
  6. Olie van stuurbekrachtiging

  7. Motorolie

  8. Accu
  9. Remvloeistof
  10. Ruitensproeiervloeistof
  11. Motorkoelvloeistof
  12. Olie van stuurbekrachtiging

Alfa Honda V6 JTS TWIN PHASER ① ② ③ ④ ⑤ ⑥

Afb. 2 - Uitvoering 3.2 JTS
A0F0038m

Alfa Romeo ① ② ③ ④ ⑤ ⑥

Afb. 3 - Uitvoering 2.0 JTDM
A0F0274m

  1. Motorolie
  2. Accu
  3. Remvloeistof
  4. Ruitensproeiervloeistof
  5. Motorkoelyloeistof
  6. Olie van stuurbekrachtiging

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 4

Afb. 4 — Uitvoering 2.4 JTDM

A0F0203m

Alfa Romeo TURBO FANZINA Afb. 5 A0F0277m

B JTS TWIN PHASE A Afb. 6 A0F0069m

A B Afb. 8 A0F0202m

JIS-TWIN PHASER Afb. 5/a A0F0018m

Alfa Romeo A0F0276m Afb. 7

Verwijder de peilstok A en reinig deze. Plaats de peilstok terug, trek de peilstok weer uit de buis en controleer of het peil tussen de markeringen MIN en MAX op de peilstok zelf staat. Het verschil tussen het MIN-en MAX-merkteken komt overeen met ongeveer 1 liter olie.

MOTOROLIE

Afb. 5: uitvoeringen 1750 TURBO BENZINE

Afb. 5/α: uitvoering 2.2 JTS Selespeed

Afb. 6: 3.2 JTS uitvoering

Afb. 7: uitvoering 2.0 JTDM

AFB. 8: 2.4 JTDM uitvoering

Motoroliepeil controleren

Het oliepeil moet enkele minuten nadat de motor is gestopt (ongeveer 5 minuten) met de auto op een vlakke ondergrond worden gecontroleerd.

Motorolie bijvullen

Als het olieniveau dicht bij of onder het MIN-merkteken staat, moet via de olie-vulopening B motorolie tot aan het MAX-merkteken worden bijgevuld. Het olieniveau mag nooit het MAX-merkteken overschrijden.

WAARSCHUWING Als het olie-niveau tijdens een controle boven het MAX-merkteken blijkt te staan, wendt u dan tot het Alfa Romeo Service-netwerk om het niveau te laten her-stellen.

BELANGRIJK Na het bijvullen of het verversen van de olie, moet u de motor enige seconden laten draaien, vervolgens de motor uitzetten en na enige minuten het olieniveau controleren.

Motorolieverbruik

Als richtlijn geldt een maximaal motor-olieverbruik van ongeveer 400 gram per 1000 km.

De motor van een nieuwe auto moet nog worden ingereden. Dit betekent dat het motorolieverbruik pas na de eerste 5000 ÷ 6000 km stabiliseert.

WAARSCHUWING Het olieverbruik is afhankelijk van de rijstijl en de bedrijfsomstandigheden waaronder de auto wordt gebruikt.

WAARSCHUWING Vul niet bij met olie met andere specificaties dan de olie die al aanwezig is.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Motorolieverbruik - 1

OPGELET

Wees bij het uitvoeren van werkzaamheden in de motorruimte extra voorzichtig als de motor nog warm is: gevaar voor verbranding. Onthoud dat bij een warme motor de elektroventilateur onverwacht kan inschakelen: kans op verwonding. Pas op als u sjaals, dassen of loszittende kledingstukken draagt: deze kunnen door de bewegende onderdelen worden gegrepen.

Afgetapte motorolie en gebruikte oliefilters-bevatten stoffen die schadelijk zijn voor het milieu. Ga voor het verversen van de motorolie en het vervangen van de filters naar een dealer van het Alfa Romeo Servicenetwerk.

A Afb. 9 A0F0017m

MOTORKOELVLOEISTOF Afb. 9

Als het niveau te laag is, vul dan langzaam, via de opening A van het reservoir bij met een mengsel van 50% water en PARAFLU UP vloeistof.

Een mengsel van 50% PARAFLU UP en 50% water beschermt tot een temperatuur van -35 °C.

Onder extreem koude klimatologische omstandigheden raden wij een mengsel aan van 60% PARAFLU UP en 40% gedemineraliseerd water.

ALFA ROMEO Brera (2010) - MOTORKOELVLOEISTOF Afb. 9 - 1

OPGELET

Draai bij een zeer war- me motor de dop van

het expansiereservoir nooit los: kans op brandwonden.

Het motorkoelsysteem gebruikt PARAFLU UPkoelvloeistof, dat moet worden gebruikt voor het eventueel bijvullen; meng beslist niet met een andere vloeistof. Als er toch gemengd wordt met een andere vloeistof, start de motor dan niet en wendt u tot het Alfa Romeo Servicenetwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Het koelsysteem staat onder druk. Vervang de dop indien nodig alleen door een exemplaar van hetzelfde type, anders kan de werking van het systeem in gevaar worden gebracht.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Verwijder om vloeistof bij te vullen de dop A en vul bij met een mengsel van water en TUTELA PROFESSIONAL SC 35 in de volgende verhouding:

☐ 30% TUTELA PROFESSIONAL SC 35 en 70% water in de zomer;
☐ 50% TUTELA PROFESSIONAL SC 35 en 50% water in de winter.

Gebruik bij temperaturen lager dan -20 °C TUTELA PROFESSIONAL SC 35 puur.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 2

OPGELET

Rijd niet met een leeg ruitensproeierreservoir: de ruitensproeiers zijn van fundamenteel belang voor een optimaal zicht.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Enkele in de handel verkrijgbare ruitensproeiervloeistoffen zijn licht ontvlambaar. In de motorruimte bevinden zich warme onderdelen die bij contact de vloeistof kunnen doen ontbranden.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Afb. 11 uitvoeringen 1750 TURBO AOF0027m BENZINE - 2.2 JTS Selespeed - 2.4 JTDM

STUURBEKRACHTIGINGSOLIE Afb. 11-12

Controleer of het olieniveau maximaal is: hiervoor moet de auto op een vlakke ondergrond staan en moet de motor niet draaien en koud zijn.

Controleer of het niveau ter hoogte van het MAX-merkteken op het reservoir of ter hoogte van het bovenste merkteken (maximaal niveau) op de peilstok onder de dop van het reservoir.

Als het niveau in het reservoir lager is dan voorgeschreven, vul dan als volgt bij:

□ start de motor en wacht tot het vloeistofniveau in het reservoir is gestabiliseerd;

ALFA ROMEO Brera (2010) - STUURBEKRACHTIGINGSOLIE Afb. 11-12 - 1

Afb. 12 uitvoeringen 3.2 JTS - 2.0 JTDM

□ draai bij draaiende motor het stuur een aantal malen geheel naar rechts en naar links;
□ vul bij totdat het vloeistofniveau op het MAX-merkteken staat en draai de dop vast.

WAARSCHUWING Wendt u voor deze werkzaamheden altijd tot het Alfa Romeo Servicenetwerk.

ALFA ROMEO Brera (2010) - STUURBEKRACHTIGINGSOLIE Afb. 11-12 - 2

OPGELET

Voorkom dat de stuur- bekrachtigingsolie in contact komt met de warme delen van de motor: de olie is licht ontvlambaar.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

Controleer of het remvloeistofniveau nog op het maximum niveau staat. Als vloeistof moet worden bijgevuld, dan raden wij u aan de remvloeistof te gebruiken die staat vermeld in de tabel „Vloeistoffen en smeermiddelen“ (zie het hoofdstuk „Technische gegevens“).

OPMERKING Maak de dop van het reservoir A en het omringende oppervlak zorgvuldig schoon. Wees bij het openen van de dop bijzonder voorzichtig zodat er geen vuil in het reservoir komt. Gebruik voor het bijvullen altijd een trechter met een ingebouwde filterzeef van maximaal 0,12 mm.

WAARSCHUWING Wendt u voor deze werkzaamheden altijd tot het Alfa Romeo Servicenetwerk.

Periodieke controle van de werking van het lampje (①) op het instrumentenpaneel: als op de dop A (met de sleutel in het contact) wordt gedrukt, moet het lampje gaan branden.

WAARSCHUWING De remvloeistof is hygroscopisch (trekt water aan). Daarom verdient het aanbeveling, als de auto overwegend wordt gebruikt in gebieden met een hoge luchtvochtigheid, de vloeistof vaker te vervangen dan in het "Geprogrammeerd onderhoudsschema" staat aangegeven.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 2

Voorkom dat de zeer corrosieve remvloeistof in contact komt met de lak. Als dit toch gebeurt, spoel dan onmiddellijk met water.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 3

OPGELET

De remvloeistof is giftig en zeer corrosief. Als per ongeluk remvloeistof wordt gemorst, moeten de betreffende delen onmiddellijk worden gewassen met water en neutrale zeep en daarna met veel water worden afgespoeld. Roep bij inslikken onmiddellijk de hulp in van een arts.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Het symbool op het reservoir geeft aan dat het een synthetische remvloeistof bevat (en geen minerale remvloeistof). Het gebruik van minerale vloeistoffen moet absoluut worden vermeden, omdat de rubbers in het remsysteem door deze vloeistoffen worden beschadigd.

LUCHTFILTER/POLLENFILTER

Laat het luchtfilter of het pollenfilter vervangen door het Alfa Romeo Service-netwerk.

ACCU

Er hoeft geen elektrolyt met gedistilleerd water aan de accu te worden toegevoegd. Het is altijd nodig een periodieke controle uit te laten voeren door het Alfa Romeo Servicenetwerk, zodat deze de werking van het elektrolyt kan controleren.

BELANGRIJK Wij raden u aan de acculading ieder jaar, bij voorkeur voor het begin van de winter, te controleren om de mogelijkheid van bevriezing van het elektrolyt te voorkomen. Voer deze controle vaker uit als de auto overwegend voor korte trajecten wordt gebruikt, of als accessoires zijn gemonteerd die permanent, ook bij uitgeschakeld contact, stroom verbruiken. Dit geldt in het bijzonder voor achteraf aangebrachte accessoires.

Als de accu wordt losgekoppeld/aangesloten, moet u ten minste 3 minuten wachten voordat u de elektronische sleutel in het contact steekt, zodat de klimaatregeleenheid de elektrische actuatoren voor de temperatuurregeling en de luchtverdeling in de beginstand kan zetten.

OPGELET De vloeistof in de accu is giftig en corrosief. Voorkom contact met de huid en de ogen. Houd open vuur en vonkvormende apparaten verwijderd van de accu: brand- en ontploffingsgevaar.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ACCU - 1

OPGELET

Als de accu werkt met een zeer laag vloeistof-niveau, ontstaat onherstelbare schade aan de accu en kan de accu openbarsten.

ACCU VERVANGEN

Als de accu vervangen wordt, moet een originele accu met dezelfde specificaties worden geïnstalleerd.

Als de accu vervangen wordt door een accu met andere specificaties, vervallen de onderhoudsintervallen die in het „Geprogrammeerd Onderhoudsschema“ staan aangegeven.

Voor het onderhoud van de accu dient u zich strikt te houden aan de aanwijzingen van de fabrikant van de accu.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ACCU VERVANGEN - 1

Onoordeelkundige montage van elektrische en elektronische apparatuur kan ernstige schade toebrengen aan de auto. Als u na aankoop van de auto accessoires (diefstalalarm, telefoon enz.) wilt installeren, wendt u dan tot het Alfa Romeo Servicenetwerk, dat u kan informeren over de geschikte systemen en u vooral advies kan geven over de noodzaak om een accu met een grotere capaciteit toe te passen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ACCU VERVANGEN - 2

Accu's bevatten zeer schadelijke stoffen voor het milieu. Het verdient aanbeveling een defecte accu door het Alfa Romeo Service-netwerk te laten vervangen, omdat dit beschikt over de uitrusting voor het op milieu-vriendelijke wijze en conform de wettelijke bepalingen, verwerken van defecte accu's.

ALFA ROMEO Brera (2010) - ACCU VERVANGEN - 3

OPGELET

Als u de auto langere tijd stalt in extreem koude omstandigheden moet, om bevriezing te voorkomen, de accu worden verwijderd en op een verwarmde plaats worden bewaard.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Bij werkzaamheden aan de accu of in de buurt van de accu, moet u uw ogen altijd beschermen met een speciale bril.

Om het snel ontladen van de accu te voorkomen en de levensduur te verlengen, dient u de volgende aanwijzingen nauwkeurig op te volgen:

□ wanneer u de auto parkeert, controleer dan of de portieren, de motorkap, de schuifdeuren en de achterdeuren/achterklep goed gesloten zijn. Hiermee wordt voorkomen dat de interieurverlichting blijft branden;
☐ schakel de interieurverlichting uit: de auto is in ieder geval uitgerust met een systeem voor automatische uitschakeling van de interieurverlichting;
☐ voorkom zoveel mogelijk het gebruik van stroomverbruikers als de motor uitstaat (autoradio, waarschuwingsknipperlichten enz.);
☐ voordat werkzaamheden aan de elektrische installatie van de auto worden uitgevoerd, moet eerst de minklem van de accupool worden losgemaakt;
□ de accuklemmen moeten altijd goed zijn bevestigd.

BELANGRIJK Een accu die gedurende langere tijd minder dan 50% geladen is, raakt door sulfatering beschadigd. Hierdoor loopt de capaciteit en het startvermogen terug.

Ook is de accu dan gevoeliger voor bevriezing (al bij temperaturen van -10 °C). Als u de auto langere tijd niet gebruikt, zie dan „Auto langere tijd stallen“ in het hoofdstuk „Starten en rijden“. Als u na aanschaf van uw auto accessoires wilt monteren die constante voeding nodig hebben (diefstalalarm enz.), of accessoires die de elektrische installatie zwaar belasten, raden wij u aan contact op te nemen met het Alfa Romeo Servicenetwerk. Deze kan u de meest geschikte installaties uit Lineaccessori Alfa Romeo aanraden en controleren of de elektrische installatie van de auto geschikt is voor het extra stroomverbruik of dat het noodzakelijk is een accu met een grotere capaciteit te monteren. Sommige stroomverbruikers blijven continu stroom verbruiken, ook bij een uitgeschakelde motor, waardoor de accu geleidelijk kan ontladen.

Het totale energieverbruik van deze verbruikers (standaard en achteraf gemonteerde accessoires) moet minder zijn dan 0,6 mA × Ah (van de accu), zoals in de volgende tabel staat vermeld:

Accu van absorptieMaximaaltoegestaan bijuitgeschakelde motor
50 Ah 30 mA
60 Ah 36 mA
70 Ah 42 mA
90 Ah 54 mA

WIELEN EN BANDEN

De spanning van de banden, inclusief het noodreservewiel, moet regelmatig, om de twee weken en voor een lange rit, worden gecontroleerd: de bandenspanning moet bij koude banden worden gecontroleerd.

Tijdens het rijden neemt de bandenspanning toe; zie voor de juiste waarde van de bandenspanning de paragraaf „Wielen“ in het hoofdstuk „Technische gegevens“.

A B C A0F0120m Afb. 14 A0F0120m

Een verkeerde spanning veroorzaakt een overmatige slijtage van de banden Afb. 14:

A juiste spanning: gelijkmatige slijtage van het loopvlak.
B te lage spanning: te grote slijtage aan de zijkanten van het loopvlak.
C te hoge spanning: te grote slijtage in het midden van het loopvlak.

Banden moeten worden vervangen als de profieldiepte van het loopvlak minder is dan 1,6 mm. Houdt u echter altijd aan de voorschriften van het land waarin u rijdt.

BELANGRIJKE TIPS

Voorkom bruusk remmen, met spinnende wielen optrekken, harde contacten tussen banden en stoepranden, kuilen en andere obstakels. Het langdurig rijden op een slecht wegdek kan de banden beschadigen.

Controleer de banden regelmatig op scheuren in de wangen en bulten of slijtplekken op het loopvlak. Wendt u zich in dit geval tot het Alfa Romeo Service-netwerk.

Rijd nooit met een te zwaar beladen auto: hierdoor kunnen de banden en de velgen ernstig beschadigd worden; stop bij een lekke band onmiddellijk en vervang de band om verdere beschadiging van de band, de velg, de wielophanging en de stuurinrichting te voorkomen;

Banden verouderen, ook als ze weinig worden gebruikt. Scheurtjes in het loopvlak en op de wangen geven aan dat de band verouderd is. Banden die langer dan zes jaar onder een auto gemonteerd zijn, moeten dan ook door een specialist worden gecontroleerd. Dit geldt in het bijzonder voor het noodreservewiel.

Monteer nooit gebruikte banden of banden, waarvan de herkomst onbekend is.

Bij de montage van een nieuwe band moet ook het ventiel vernieuwd worden; om een gelijke slijtage van de banden op de vooras en de achteras te verkrijgen, is het raadzaam de banden om de 10 000/15 000 km van as te verwisselen. Hierbij moeten de banden aan dezelfde zijde van de auto gemonteerd blijven, zodat een omkering van de draairichting wordt voorkomen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - BELANGRIJKE TIPS - 1

OPGELET

Bedenk dat ook de weg- ligging afhankelijk is van een juiste bandenspanning.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Door een te lage spanning wordt de band te warm, waardoor de band ernstig kan worden beschadigd.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Verwissel de banden niet kruislings - vervang de banden links niet door die van rechts en andersom.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Voer bij lichtmetalen velgen geen spuit- werkzaamheden uit die een temperatuur vereisen boven 150 °C. De mechanische eigen- schappen van de wielen kunnen hierdoor in gevaar worden ge- bracht.

RUBBEREN SLANGEN

Houd voor de rubberen slangen van het rem- en brandstofsysteem zeer nauwkeurig de voorschriften van het „Onderhoudsschema" in dit hoofdstuk aan.

Ozon, hoge temperaturen en het gedurende langere tijd ontbreken van vloeistof in een systeem zorgen ervoor dat de slangen uitdrogen en scheuren, waardoor het betreffende systeem kan gaan lekken. Daarom is zorgvuldige controle noodzakelijk.

RUITENWISSERS/ ACHTERRUITWISSER

WISSERBLADEN

Maak de wisserbladen regelmatig schoon met een schoonmaakmiddel; wij raden TUTELA PROFESSIONAL SC 35 aan.

Vervang de wisserbladen als het rubber is vervormd of versleten. We raden u aan ze in elk geval ongeveer één keer per jaar te vervangen.

Met enkele eenvoudige voorzorgsmaatregelen kan beschadiging van de wisserbladen worden voorkomen:

□ wanneer de temperatuur onder 0 °C is gedaald, moet u controleren of er geen ijs tussen het wisserblad en de ruit zit. Maak de wissers zo nodig vrij met een antivriesmiddel;
□ verwijder eventueel opgehoopte sneeuw van de ruit: om de wisserbladen te beschermen en oververhitting van de ruitenwissermotor te voorkomen;
☐ schakel de ruitenwissers niet in op een droge uit.

ALFA ROMEO Brera (2010) - WISSERBLADEN - 1

OPGELET

Rijden met versleten ruitenwisserbladen is gevaarlijk, omdat hierdoor het zicht onder slechte atmosferische omstandigheden aanzienlijk wordt beperkt.

Afb. 15 A0F0080m

Ruitenwisserbladen vervangen Afb. 15

Aanwijzingen voor het losmaken van het wisserblad:

— plaats de ruitenwisserarm A omhoog van de voorruit;

- draai het wisserblad B 90° ten opzichte van de pen C, die zich op het uiteinde van de wisserarm bevindt;

— trek het blad van de pen C.

Aanwijzingen voor het plaatsen van het wisserblad:

— plaats de pen C in de opening in het midden van het blad B;

— plaats de arm met het blad op de voorruit.

Afb. 16 A0F0249m

Wisserblad achter vervangen

Ga als volgt te werk:

□ kantel het dopje A-Afb. 16 omhoog, draai de moer Blos, waarmee de wisserarm aan de as is bevestigd, en demonteer de arm;
☐ plaats de nieuwe wisserarm op de juiste manier, draai de moer Bgoed aan en sluit vervolgens de dop A.

RUITENSPROEIERS

Als de ruitensproeiers niet werken, controleer dan eerst het niveau in het ruitensproeiertankje (zie de paragraaf „Niveaus controleren“ in dit hoofdstuk).

Controleer vervolgens of de ruitensproeiermonden niet verstopt zijn. Deze kunnen zo nodig met een speld worden doorgeprikt.

De stralen van de ruitensproeier moe- ten op ongeveer 1/3 van de bovenkant van de ruit worden gericht.

KOPLAMPSPROEIERS

Controleer regelmatig of de koplampsproeiers schoon en in goede staat zijn.

De koplampsproeiers schakelen automatisch in als de ruitensproeiers worden ingeschakeld en het dimlicht brandt.

CARROSSERIE

De belangrijkste oorzaken van roest zijn:

□ luchtverontreiniging;
□ zoutgehalte in de lucht en lucht-vochtigheid (gebieden aan zee, warm en vochtig klimaat);
omgevings-/seizoensinvloeden.

Ook de invloed van schurende elementen, zoals stoffige omgeving, opwaaiend zand, modder en steenslag op de lak en de onderzijde, moet niet worden onderschat.

Alfa Romeo heeft voor uw auto de beste technologische oplossingen toegepast om de carrosserie efficiënt tegen roest te beschermen.

De belangrijkste zijn:

☐ de toepassing van aangepaste spuit-technieken en lakproducten die de auto de benodigde weerstand tegen roest en schurende elementen verlenen;
☐ het gebruik van verzinkte (of voorbehandelde) plaatdelen met een hoge corrosiebestendigheid;
☐ het aanbrengen van een beschermende kunststof laag op kwetsbare delen: onderzijde van de portieren, binnenzijde van de spatborden, naden, randen, enz.;
toepassing van „open“ holle ruimtes om condensvorming te voorkomen en binnendringend water af te voeren, waardoor roest van binnenuit wordt voorkomen;
☐ het gebruik van speciale beschermende folie op de onderdelen die het meest aan corrosie blootgesteld zijn (zoals achterste spatbord).

CARROSSERIEGARANTIE

Bij de auto is de carrosserie tegen doorroesten van alle originele componenten van de carrosserie en van alle dragende delen gegarandeerd. Voor de specifieke voorwaarden van deze garantie wordt verwezen naar de Service- en garantiehandleiding.

TIPS VOOR HET BEHOUD VAN DE CARROSSERIE

Lak

De lak heeft behalve een esthetische functie ook een beschermende functie.

Daarom moeten beschadigingen van de laklaag, zoals krassen, onmiddellijk worden bijgewerkt om roestvorming te voorkomen. Het bijwerken dient met de originele lak te worden uitgevoerd (zie „Plaatje met informatie over de carrosserielak“ in het hoofdstuk „Technische gegevens“).

Het normale onderhoud van de auto beperkt zich tot wassen, waarbij de frequentie afhankelijk is van het gebruik van de auto en van de omgeving. Het is raadzaam de auto vaker te wassen in gebieden met een sterke luchtverontreiniging of bij het rijden over wegen met strooizout.

□ verwijder de antenne van het dak als u de auto in een wastunnel wast, om te voorkomen dat deze beschadigt;
□ spoel de auto eerst met een waterstraal onder lage druk af;
□ was de auto met een zachte spons met een oplossing van neutrale zeep; spoel daarbij de spons regelmatig uit;
□ spoel de auto af met schoon water en droog de auto met warme lucht of een schone, zachte zeem.

Let bij het drogen vooral op de minder goed zichtbare delen, zoals portiersponningen, motorkap en achterklep, koplampbehuizingen, waarin het water makkelijk kan blijven staan. We raden u aan de auto na het wassen niet onmiddellijk binnen te zetten, maar de auto nog even buiten te laten staan, zo dat waterresten buiten kunnen verdampen.

Was de auto nooit in de zon of als de motorkap nog warm is: de glans van de lak kan afnemen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - Lak - 1

Schoonmaakmiddelen verontreinigen het water. Daarom moet de auto bij

voorkeur worden gewassen op een plaats waar het afvalwater direct wordt opgevangen en ge-zuiverd.

De kunststof carrosseriedelen kunnen op dezelfde manier worden gewassen als de gespoten carrosseriedelen.

Parkeer de auto niet onder bomen, aangezien harsdruppels bij langere inwerking de lak kunnen beschadigen, waardoor de kans op roestvorming wordt vergroot.

WAARSCHUWING Vogeluitwerp- selen dienen zo snel en zo goed mo- gelijk van de lak verwijderd te worden, omdat door de agressieve bestand- delen de lak kan beschadigen.

Ruiten

Gebruik voor het schoonmaken van de ruiten een daarvoor geschikt schoonmaakmiddel. Gebruik een schone, zachte doek om krassen en beschadigingen te voorkomen.

WAARSCHUWING Let er bij het schoonmaken van de binnenzijde van de achterruit op dat de elektrische weerstandsdraden van de achterruitverwarming niet worden beschadigd. Veeg voorzichtig in de richting van de draden.

Koplampen

Gebruik voor het reinigen van de koplampen een zachte vochtige doek met water en autoshampoo.

WAARSCHUWING Als de koplampglazen met een droge doek worden gereinigd, kan dit krassen veroorzaken, waardoor de prestaties achteruitgaan. Door het gebruik van oplosmiddelen worden de koplampglazen dof, waardoor de prestaties achteruitgaan.

WAARSCHUWING Als de koplampglazen worden gereinigd met een waterstraal, houdt deze dan op ten minste 2 cm van de lampglazen.

Motorruimte

We raden u aan de motorruimte na het winterseizoen zorgvuldig te laten uitspuiten. Hierbij mag de waterstraal niet direct op de elektronische regeleenheden worden gericht. Laat deze werkzaamheden verzorgen door een gespecialiseerd bedrijf.

WAARSCHUWING Voor het uitspuiten van de motorruimte moet de contactsleutel zijn uitgenomen en de motor koud zijn. Controleer na het reinigen of de verschillende beschermingen (rubberen kappen, deksels, enz.) nog op hun plaats zitten en niet zijn beschadigd.

INTERIEUR

Controleer af en toe of er onder de vloerbedekking geen water is blijven staan (dooiwater van sneeuwresten aan schoenen, lekkende paraplu's, enz.), waardoor roestvorming op de bodem kan ontstaan.

STOELEN EN STOFFEN BEKLEDING

Verwijder stof met een zachte borstel of een stofzuiger. Voor een nog betere reiniging van de stoffen bekleding raden wij u aan de borstel vochtig te maken.

Reinig de zittingen met een vochtige spons en een oplossing van water en neutrale zeep.

LEREN STOELEN

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Verwijder droog vuil met een zeemleer of een iets vochtige doek, zonder hard te drukken.

Verwijder vochtige vlekken of vet met een droge en absorberende doek; maak geen wrijvende beweging. Behandel de plek vervolgens met een doek of zeem bevochtigd met water en een neutrale zeep.

Als de vlek nog niet is verwijderd, behandel de vlek dan met een speciaal schoonmaakmiddel, waarbij de instructies op de verpakking strikt moeten worden opgevolgd.

WAARSCHUWING Gebruik nooit alcohol. Controleer bovendien of de gebruikte schoonmaakmiddelen geen alcohol of daarvan afgeleide producten bevatten, ook niet in geringe hoeveelheden.

ALFA ROMEO Brera (2010) - LEREN STOELEN - 1

De stoffen bekleding van uw auto is langdurig be-stand tegen slijtage die ontstaat bij normaal gebruik van de auto. Hevig en/of langdurig wrijven met kledingaccessoires zoals metalen gespen, sierknopen en klittenbandsluitingen, moet echter absoluut worden vermeden omdat hierdoor grote druk ontstaat op een bepaalde plek op de bekleding, waardoor deze plek kan slijten en de bekleding beschadigd raakt.

KUNSTSTOF INTERIEURDELEN

Wij raden u aan om de kunststof interieurdelen te reinigen met een doek bevochtigd met water en een neutrale zeep zonder schuurmiddel. Voor het verwijderen van vet- of hardnekkige vlekken moeten speciale schoonmaakmiddelen zonder oplosmiddelen worden gebruikt, die geschikt zijn voor het reinigen van kunststof en die het visuele effect en de kleur van de componenten niet wijzigen.

WAARSCHUWING Gebruik nooit alcohol of benzine om het glas van het instrumentenpaneel of andere kunststof onderdelen schoon te maken.

ALFA ROMEO Brera (2010) - KUNSTSTOF INTERIEURDELEN - 1

OPGELET

Gebruik nooit ontvlambare producten zoals petroleum of wasbenzine voor het reinigen van de interieurdelen van de auto. De elektrostatische lading die tijdens het reinigen door het wrijven ontstaat, kan brand veroorzaken.

ALFA ROMEO Brera (2010) - OPGELET - 1

OPGELET

Bewaar nooit spuitbussen in de auto: ontploffingsgevaar. Spuitbussen mogen niet worden blootgesteld aan temperaturen boven 50 °C. In de zomer kan de temperatuur in het interieur ver boven deze waarde oplopen.

STUUR/POOKKNOP VAN ECHT LEER

(voor bepaalde uitvoeringen/markten, waar voorzien)

Reinig deze componenten uitsluitend met water en neutrale zeep. Gebruik nooit alcohol of producten op basis van alcohol.

Voordat u speciale producten gebruikt voor het reinigen van de interieurdelen, moet u eerst de aanwijzingen op het etiket van het product lezen en controleren of het geen alcohol en/of substanties op basis van alcohol bevat.

Als tijdens het reinigen van de voorruit met speciaal daarvoor bestemde producten, druppels op het leer van het stuurwiel of de pookknop terechtkomen, moeten deze onmiddellijk worden verwijderd en het betreffende gebied met water en neutrale zeep worden afgenomen.

WAARSCHUWING Wees zeer voorzichtig als een vergrendeling om het stuur wordt aangebracht om beschadiging van de lederen stuurbekleding te voorkomen.

TECHNISCHE GEGEVENS

IDENTIFICATIEGEGEVENS 236

MOTORCODES - CARROSSERIE-UITVOERINGEN ..... 238

MOTOR 239

BRANDSTOFSYSTEEM 240

TRANSMISSIE 240

REMMEN 241

STUURINRICHTING 241

WIELOPHANGING 241

WIELEN 242

AFMETINGEN 247

PRESTATIES 248

GEWICHTEN 249

VULTABEL 250

VLOEISTOFFEN EN SMEERMIDDELEN 251

BRANDSTOFVERBRUIK 253

CO2-EMISSIE 254

AFSTANDSBEDIENING MET RADIOFREQUENTIE: OFFICIEEL GOEDGEKEURD 255

IDENTIFICATIE- GEGEVENS

We raden u aan de identificatiegegevens van de auto te noteren. De identificatiegegevens zijn ingeslagen of aangebracht op plaatjes en bevinden zich op de volgende plaatsen Afb. 1:

1 - Typeplaatje
2 - Carrosseriecode
3 - Identificatieplaatje carrosserielak
4 - Motorcode.

ALFA ROMEO Brera (2010) - IDENTIFICATIE- GEGEVENS - 1

Dit bevindt zich in de motorruimte nabij de bovenste bevestiging van de schokdemper rechts geplaatst en bevat de volgende gegevens:

A. Ruimte gereserveerd voor nummer nationale typegoedkeuring
B. Ingeslagen chassisnummer

(F) (A) (B) (C) Kg (C) Kg 1- (C) Kg 2- (C) Kg (E) MOTORE ENGINE (D) VERSION (D) N° PER RICAMB HYOR SPARKS (D)

Afb. 2
A0F0013m

C. Ruimte gereserveerd voor vermelding van maximaal toelaatbare gewichten volgens de nationale wetgeving
D. Ruimte gereserveerd voor motor type, uitvoering en eventuele aanvullende gegevens
E. Ruimte gereserveerd voor correctie-waarde voor de uitlaatrookgasmeting (alleen dieseluitvoeringen)
F. Ingeslagen fabrikantnaam.

Afb. 3 A0F0175m

CARROSSERIE- IDENTIFICATIE

Dit is ingeslagen in de bodemplaat naast de passagiersstoel.

Dit wordt zichtbaar als de bekleding wordt opgetild A-Afb. 3 en bevat:

□ type van het voertuig (ZAR 939000);

□ chassisnummer.

Verniciatura originale Peinture originale/Original painting Originallickierung/Pintado original A Colore/Teinte/Colour Farboton/Color B Codice/Code/Codigo C PER RITOCCHI E VERNICIATURE D A0F0222m Afb. 4

IDENTIFICATIEPLAATJE VAN DE CARROSSERIELAK

Dit is op de achterklep Afb. 4 aangebracht en bevat de volgende gegevens:

A. Fabrikant van de lak.
B. Naam van de kleur.
C. Kleurcode.
D. Kleurcode voor bijwerken en overspuiten.

MOTORCODE

Deze is linksachter aan de versnellingsbakzijde ingeslagen.

MOTORCODES - CARROSSERIE-UITVOERINGEN

Uitvoeringen Motorcode Carrosseriecode

1750 TURBO BENZINE (☐) 939B1000 939DXN1B 56
3.2 JTS 4×2 939A000 –
3.2 JTS 4×4 939A000 939DXG2B 08
2.0 JTDM (☐) 939B3000 939DXP1B 58939DXP1B 58B
2.0 JTDM (☐) (***) 844A2000 939DXQ1B 60939DXQ1B 60B
2.4 JTDM 939A9000 939DXM1B 43

(□) Euro 5-uitvoeringen
(**) Voor bepaalde markten

MOTOR

ALGEMENE INFORMATIE1750 TURBO BENZINE2.2 JTS (**)3.2 JTS2.0 JTDM2.4 JTDM
Typecode939B1000939A5000939A000939B3000844A2000 (*)939A9000
CyclusOttoOttoOttoDieselDiesel
Aantal en opstelling cilinders4 in lijn4 in lijnV6, blokhoek 60°4 in lijn5 in lijn
Aantal kleppen per cilinder44444
Boring en slag mm83,0 × 80,586 × 94,685,6 × 8983,0 × 90,482 × 90,4
Cilinderinhoud cm 3 17422198319519562387
Maximaal vermogen (EU) kWpk147136191120 (*)/125154
200185260163 (*)/170210
bijbehorend toerental t/min50006500630040004000
Maximaal koppel (EU) Nmkgmbijbehorend toerental t/min320230322360400
32,623,432,836,740,8
14004500450017501500
BougiesNGK ILKAR7D6GNGKFR5CPBOSCHHR7MPP152--
BrandstofLoodvrije benzine 95 RON(Specificatie EN228)Loodvrije benzine 95 RON(Specificatie EN228)Loodvrije benzine 95 RON(Specificatie EN228)Diesel voor motorvoertuigen(specificatie EN590)Diesel voor motorvoertuigen(specificatie EN590)

(*) Voor bepaalde markten (**) Uitvoeringen met Selespeed-versnellingsbak

ALFA ROMEO Brera (2010) - MOTORCODES - CARROSSERIE-UITVOERINGEN - 1

Wendt u voor het vervangen van de bougies tot het Alfa Romeo Servicenetwerk.

BRANDSTOFSYSTEEM

1750 TURBO BENZINE – 2.2 JTS – 3.2 JTS2.0 JTDm – 2.4 JTDm
Brandstofsysteem Directe inspuiting Directe inspuiting Multijet met turbocompressormet variabele geometrie en intercooler

ALFA ROMEO Brera (2010) - MOTORCODES - CARROSSERIE-UITVOERINGEN - 2

Modificaties of reparaties aan het brandstofsysteem die niet correct worden uitgevoerd en waarbij geen rekening wordt gehouden met de technische specificaties van het systeem, kunnen storingen in de werking en zelfs brand veroorzaken.

TRANSMISSIE

1750 TURBO BENZINE – 2.0 JTDM – 2.4 JTDM – 3.2 JTS 4×23.2 JTS 4×4
VersnellingsbakZes gesynchroniseerde versnellingen vooruit en een versnelling achteruitZes gesynchroniseerde versnellingen vooruit en een versnelling achteruit
KoppelingHydraulisch bediende enkelvoudige droge plaatHydraulisch bediende enkelvoudige droge plaat
AandrijvingVoor4×4

OPGELET Blijf als de auto vastzit, vanwege grote verschillen tussen de grip van de voor- en de achteras, niet fors gas geven: het is veel eenvoudiger om proberen los te komen met een gemiddeld of laag toerental; wacht enige tientallen seconden tussen pogingen als er meerdere pogingen nodig zijn.

REMMEN

2.2 JTS – 1750 TURBO BENZINE3.2 JTS – 2.0 JTDM – 2.4 JTDM
Voetrem:
— voor Geventileerde schijfrem Geventileerde schijfrem— achter Schijfremmen Geventileerde schijfrem
Handrem Bediend met handremhefboom, werkend op de achterwielen

BELANGRIJK Water, ijs en strooizout op de wegen kunnen zich afzetten op de remschijven waardoor de gewenste remvertraging iets later wordt bereikt.

STUURINRICHTING

1750 TURBO BENZINE – 2.2 JTS – 3.2 JTS – 2.0 JTDM – 2.4 JTDM
Type Tandheugelstuurhuis met hydraulische bekrachtiging
Draaicirkel (tussen stoepranden)10,7

WIELOPHANGING

1750 TURBO BENZINE – 2.2 JTS – 3.2 JTS – 2.0 JTDm – 2.4 JTDm
Voor Hoge vierpuntswielophanging
Achter Multilink-wielophanging

WIELEN

VELGEN EN BANDEN

Stalen velgen. Tubeless radiaalbanden. Op de typegoedkeuring zijn bovendien alle goedgekeurde banden aangegeven.

WAARSCHUWING Als de gegevens in het instructieboekje afwijken van die van de typegoedkeuring, moet u zich altijd aan de gegevens van de typegoedkeuring houden.

Bij auto's met vierwielaandrijving moeten alle wielen zijn voorzien van banden van hetzelfde type, met hetzelfde loopvlakprofiel en van hetzelfde merk om beschadiging van de aandrijving te voorkomen. De werking van de vierwielaandrijving wordt echter niet beïnvloed bij het gebruik van banden met een verschillende mate van slijtage.

Voor de rijveiligheid is het noodzakelijk dat alle wielen zijn voorzien van banden van hetzelfde merk en hetzelfde type.

WAARSCHUWING Gebruik geen binnenbanden in tubeless banden.

NOODRESERVEWIEL

Geperst stalen velg. Tubeless band.

S H Ø Afb. 5 ① ② ③ A0F0186m

VERKLARING VAN DE CODERING OP DE BANDEN Afb. 5

Voorbeeld: 215/55 R 16 93 V

215= Nominale breedte (S, afstand in mm tussen de flanken).

55 = Hoogte/breedte-verhouding (H/S) (percentage).

R = Radiaalband.

16 = Diameter van de velg in inches (∅).

93 = Beladingsindex (draagvermogen).

V = Snelheidsindex.

Beladingsindex (draagvermogen)

60 = 250 kg84 = 500 kg
61 = 257 kg85 = 515 kg
62 = 265 kg86 = 530 kg
63 = 272 kg87 = 545 kg
64 = 280 kg88 = 560 kg
65 = 290 kg89 = 580 kg
66 = 300 kg90 = 600 kg
67 = 307 kg91 = 615 kg
68 = 315 kg92 = 630 kg
69 = 325 kg93 = 650 kg
70 = 335 kg94 = 670 kg
71 = 345 kg95 = 690 kg
72 = 355 kg96 = 710 kg
73 = 365 kg97 = 730 kg
74 = 375 kg98 = 750 kg
75 = 387 kg99 = 775 kg
76 = 400 kg100 = 800 kg
77 = 412 kg101 = 825 kg
78 = 425 kg102 = 850 kg
79 = 437 kg103 = 875 kg
80 = 450 kg104 = 900 kg
81 = 462 kg105 = 925 kg
82 = 475 kg106 = 950 kg
83 = 487 kg

Snelheidsindex

Q = max. 160 km/u.
R = max. 170 km/u.
S = max. 180 km/u.
T = max. 190 km/u.
U = max. 200 km/u.
H = max. 210 km/u.
V = max. 240 km/u.
W = max. 270 km/u.
Y = max. 300 km/u.

Maximale snelheid bij winterbanden

Q M + S = tot 160 km/u.
T M + S = tot 190 km/u.
H M + S = tot 120 km/u.

VERKLARING VAN DE CODES OP DE VELGEN
Voorbeeld: 7 J × 16 H2 ET 43

7 = breedte van de velg in inch 1.
J = velgbedprofiel (deel aan de zijkanten waarop de band steunt)2.
16 = montagediameter in inch (deze komt overeen met die van de te monteren band) (3 =∅).
H2 = vorm en aantal „humps“ (vorm van de velgrand die de wang van de tubeless band op zijn plaats houdt).
43 = diepte van de velgbolling (afstand tussen het montagevlak van de velg op de naaf en het velghart).

BANDEN

1750 TURBO BENZINE - 2.2 JTS - 3.2 JTS - 2.0 JTDM - 2.4 JTDM
Standaardvelgmaatbandenmaat7,5J×17" (*) lichtmetaal225/50 R17 98W
Optionalvelgband8J×19" lichtmetaal235/40 ZR19 96Y (▼)
velgband8J×18" lichtmetaal235/45 R18 98W (□)
Reservewiel (voor bepaalde uitvoeringen/ markten, waar voorzien)velgband4,00B×17"T125/80 R17

(*) Bandenmaat ongeschikt voor montage van traditionele sneeuwkettingen. Er kunnen uitsluitend hulpmiddelen van het type „spike spider“ worden gebruikt.

WAARSCHUWING Winterbanden met een snelheidsindex van H worden aanbevolen.

(▼) Niet geschikt voor sneeuwkettingen. Maat goedgekeurd en toegelaten uitsluitend voor PIRELLI 235/40 ZR19 96Y banden. Als u winterbanden wilt gebruiken, moet u bandenmaat 225/50 R17 98 of 235/45 R18 98 nemen.

(□) Niet geschikt voor sneeuwkettingen.

ALFA ROMEO Brera (2010) - NOODRESERVEWIEL - 2

Ook voor de uitvoering 3.2 JTS moeten de kettingen op de VOORAS worden gemonteerd.

ALFA ROMEO Brera (2010) - NOODRESERVEWIEL - 3

Op bandenmaat 225/50 R17" kunnen uitsluitend sneeuwkettingen van het type „spike spider" worden gebruikt.

ALFA ROMEO Brera (2010) - NOODRESERVEWIEL - 4

Bij bandenmaat 235/45 R18" en 235/40 ZR19" kan er geen gebruik worden gemaakt van sneeuwkettingen omdat deze het spatscherm raken.

SPANNING BIJ KOUDE BANDEN

Banden225/50 R17 98WBanden235/45 R18 98W (□)Banden235/40 ZR19 96Y (▼)ReservewielT125/80 R17
voorachtervoorachtervoorachter
bij gemiddelde belading bar2,5 2,52,7 2,52,7 2,54,2
volbeladen bar2,7 2,72,8 2,62,9 2,7

Bij warme banden moet de bandenspanning 0,3 bar hoger zijn dan de voorgeschreven waarde. Controleer de bandenspanning nogmaals als de banden koud zijn.
Bij winterbanden moet de in de tabel aangegeven waarde van de standaard gemonteerde banden met 0,2 bar verhoogd worden.

Als de auto vaak en langdurig met snelheden boven 160 km/u rijdt, moet de bandenspanning worden verhoogd tot de waarden voor volle belasting.

(▼) Montage van sneeuwkettingen niet mogelijk. Maat goedgekeurd en toegelaten uitsluitend voor PIRELLI 235/40 ZR19 96Y banden. Als u winterbanden wilt gebruiken, moet u bandenmaat 225/50 R17 98 of 235/45 R18 98 nemen.
(□) Niet geschikt voor sneeuwkettingen.

WIELUITLIJNING
UITVOERINGEN 1750 TURBO BENZINE - 2.2 JTS - 2.0 JTDM - 2.4 JTDM

- camber -34' ± 18' maximaal verschil rechts/links: 24'
Voorwielen: - caster 4°15' ± 18' maximaal verschil rechts/links: 18'
Achterwielen:- toespoorvelg van 17'' (*)velg van 18'' (*) -1,00 ± 0,5 mm -1,05 ± 0,5 mm
- camber -56' ± 18' maximaal verschil rechts/links: 24'
- toespoorvelg van 17'' (*)velg van 18'' (*) -1,63 ± 0,9 mm -1,73 ± 0,9 mm

De afmetingen zijn aangegeven in mm en hebben betrekking op een auto die is uitgerust met standaard banden.

Kleine verschillen van bandenmaat bij optional banden.

De hoogte heeft betrekking op een onbelaste auto.

INHOUD BAGAGERUIMTE

Inhoud: 220 dm 3 (of 300 dm 3 afhankelijk van de uitvoering).

ALFA ROMEO Brera (2010) - INHOUD BAGAGERUIMTE - 1

Afb. 6
A0F0044m

ABCDEFGH
4410100025288821341159318301573
1579 (■)1559 ( ■)

(■) Met bandenmaat 225/50 R17"

PRESTATIES

Maximum snelheid Acceleratiekm/u sec. sec.0-100 km/uKilometer met staande start
1750 TURBO BENZINE 235 7,7 28,9
3.2 JTS 4×2 250 (*) 7,0 26,9
3.2 JTS 4×4 244 6,8 27,2
2.0 JTDm 218/215 (**) 8,8/9,0 (***) 30,2/30,5 (**)
2.4 JTDm 231 7,9 28,4

(*) Met Michelin-banden van 17"
(**) Voor bepaalde markten

GEWICHTEN

Gewichten (kg)1750 TURBO BENZINA3.2 JTS 4×23.2 JTS 4×42.0 JTDM2.4 JTDM
Leeggewicht (met alle vloeistoffen, brandstoftank 90% gevuld en zonder opties)14301540160514801575
Max. toelaatbaar gewicht (*)
- vooras11001200120012001200
- achteras10501050105010501050
- totaal18902000206519402035
Draagvermogen inclusief de bestuurder (*):460460460460460
Trekgewichten14501500150015001500
Max. gewicht op de trekhaak6060606060
Max. dakbelasting (***)8080808080

(*) Maximumwaarden die niet mogen worden overschreden. Het is de verantwoordelijkheid van de gebruiker dat de auto zodanig wordt beladen dat deze limieten niet worden overschreden.
(* *) Als er speciale accessoires zijn gemonteerd (trekhaak enz.), dan stijgt het rijklaar gewicht, waardoor het totale laadvermogen met hetzelfde gewicht daalt.
(*** ) Allesdrager Lineaccessori Alfa Romeo, max. laadvermogen: 50 kg.

VULTABEL

1750 TURBO BENZINA3.2 JTS2.0 JTDM2.4 JTDMVoorgeschreven brandstof en originele smeermiddelen
Brandstoftank: — inclusief een reserve van literliter70 ●10 ●70 ●10 ●70 ○10 ○70 ○10 ○● Loodvrije benzine niet lager dan95 R.O.N. (Specificatie EN228)○ Diesel voor motorvoertuigen (Specificatie EN590)
Motorkoelsysteemliter6,610,36,17,35Mengsel van water en 50%PARAFLU UP-vloeistof (□)
Motorsmeersysteem motor liter4,25 ★5,4 ■4,9 ★6,4 □■ SELENIA StAR☆ SELENIA StAR P.E.(uitvoeringen 1750 TURBO BENZINE)□ SELENIA WR★ SELENIA WR P.E. (uitvoeringen 2.0 JTDM)
Mechanische versnellingsbak/ differentieel liter2,02,82,82,8TUTELA CAR MATRYX
Vloeistofreservoir ruitensproeiers met koplampsproeiers liter6,06,06,06,0Mengsel van water enTUTELA PROFESSIONAL SC 35

(☐) Onder extreem koude weersomstandigheden raden wij een mengsel van 60% PARAFLU UP en 40% gedemineraliseerd water aan.

VLOEISTOFFEN EN SMEERMIDDELEN

SPECIFICATIES EN AANBEVOLEN PRODUCTEN

Gebruik Specificaties van de smeermiddelen Vloeistoffen Interval en vloeistoffen voor een correct en smeermiddelen vervanging werking van de auto vloeistoffen
Smeermiddelen voor benzinemotoren (uitvoeringen 2.2 JTS en 3.2 JTS)Smeermiddel op synthetische basis van klasse SAE 5W-40. Kwalificatie FIAT 9.55535-H2SELENIA StARContractual Technical Reference N° F216.D05Volgens het Geprogrammeerde Onderhoudsschema
Smeermiddelen voor benzinemotoren (uitvoeringen 1.8 Turbo Benzine)Motorolie SAE 5W-40 op synthetische basis SAE 5W-40 ACEA C3.Kwalificatie FIAT 9.55535-S2SELENIA StAR P.E.Contractual Technical Reference N° F603.D08Volgens het Geprogrammeerde Onderhoudsschema
Smeermiddelen voor dieselmotoren (uitvoeringen 2.4 JTDM)Smeermiddel op synthetische basis van klasse SAE 5W-40. Kwalificatie FIAT 9.55535-N2SELENIA WRContractual Technical Reference N° F515.D06Volgens het Geprogrammeerde Onderhoudsschema
Smeermiddelen voor dieselmotoren (uitvoeringen 2.0 JTDM)Smeermiddel op synthetische basis van klasse SAE 5W-30.Kwalificatie FIAT 9.55535-S1SELENIA WR P.E.Contractual Technical Reference N° F510.D07Volgens het Geprogrammeerde Onderhoudsschema

Voor dieselmotoren zijn, in noodgevallen wanneer er geen originele producten beschikbaar zijn, smeermiddelen met de minimale specificaties ACEA B4 of ACEA C2 toegestaan; in dit geval worden niet de maximale prestaties van de motor gegarandeerd en wordt aanbevolen zo snel mogelijk het smeermiddel door een smeermiddel te vervangen dat door het Alfa Romeo Servicenetwerk wordt aanbevolen. Het gebruik van producten met eigenschappen lager dan ACEA C3 en ACEA B4 kunnen schade aan de motor veroorzaken die niet door de garantie wordt gedekt.

Gebruik Specificaties van de vloeistoffen en smeermiddelen voor een correct functioneren van de autoVloeistoffen en smeer-middelen vloeistoffenToepassing
Smeermiddelen voor componenten die de kracht van de motor overbrengenSynthetisch smeermiddel van klasse SAE 75W-85. Overstijgt de specificaties API GL 4. Kwalificatie FIAT 9.55550-MZ1TUTELA CAR MATRYX Contractual Technical Reference N° F108.F02Mech. versnellingsbakken en differentieels
Synthetisch smeermiddel SAE 75W-85. Overtreft de specificatie API GL-5, ZF-TE ML 18. Kwalificatie FIAT 9.55550-DA3TUTELA MULTIAXLE Contractual Technical Reference N° F426.E06Tussenbak en achterdifferentieel (uitvoeringen 3.2 JTS)
Synthetische vloeistof voor hydraulische en elektrohydraulische systemen. Kwalificatie FIAT 9.55550-AG3.TUTELA GI/R Contractual Technical Reference N° F428.H04Hydraulische stuurbekrachtiging
Vet met molybdeendisulfide voor hoge gebruikstemperaturen. Indringingsgetal NLGI 1-2 Kwalificatie FIAT 9.55580.TUTELA ALL STAR Contractual Technical Reference N° F702.G07Homokinetische koppelingen aan wielzijde
Speciaal vet voor homokinetische koppelingen met een lage wrijvingscoëfficiënt. Indringingsgetal NLGI 0-1 Kwalificatie FIAT 9.55580.TUTELA STAR 700 Contractual Technical Reference N° F701.C07Homokinetische koppelingen differentieelzijde
Vloeistoffen voor remsystemenSynthetische vloeistof voor remsysteem en koppelingbediening. Overtreft de specificaties: FMVSS n° 116 DOT 4, ISO 4925, SAE J 1704. Kwalificatie FIAT 9.55597.TUTELA TOP 4 Contractual Technical Reference N° F001.A93Hydraulisch remsysteem en koppelingbediening
Beschermingsmiddel voor radiateursRood beschermiddel met antivrieswerking op basis van glycol-monoethyleen met organische formule. Overstijgt de specificaties CUNA NC 956-16, ASTM D 3306. Kwalificatie FIAT 9.55523.PARAFLU UP (●) Contractual Technical Reference N° F101.M01Motorkoelsysteem mengverhouding: 50% water 50% PARAFLU UP (☐)
Toevoeging voor dieselbrandstofVorstbeschermingsmiddel voor dieselbrandstof met beschermende werking voor dieselmotorenTUTELA DIESEL ART Contractual Technical Reference N° F601.L06Mengen met diesel (25 cc per 10 liter)
Vloeistof voor de ruiten-/koplampsproeiersMengsel van alcohol, water en oppervlakteactieve stoffen CUNA NC 956-11. Kwalificatie FIAT 9.55522.TUTELA PROFESSIONAL SC 35 Contractual Technical Reference N° F201.D02Puur of verdund te gebruiken in ruitensproeiers

(●) BELANGRIJK Nooit bijvullen of mengen met vloeistoffen waarvan de specificaties afwijken van wat er is voorgeschreven.

(□) Onder extreem koude weersomstandigheden raden wij een mengsel van 60% PARAFLU UP en 40% gedemineraliseerd water aan.

BRANDSTOF- VERBRUIK

Het brandstofverbruik dat in de volgende tabel is opgenomen, is gemeten volgens een vastgestelde testmethode die in EU-normen is vastgelegd.

Het brandstofverbruik is gemeten volgens onderstaande procedure:

— een stadsrit: opgebouwd uit een koude start gevolgd door een gesimuleerde, normale testrit in stadsverkeer;

- rit buiten de stad: waarbij veelvuldig wordt geaccelereerd in alle versnellingen en waarmee een normaal gebruik van de auto buiten de stad wordt gesimuleerd. De snelheid varieert tussen de 0 en 120 km/h;

- gecombineerd verbruik: hierbij telt de waarde van de stadsrit mee voor 37% en de waarde van de testrit buiten de stad voor 63%.

WAARSCHUWING Het soort wegdek, verkeerssituatie, atmosferische omstandigheden, rijstijl, algemene conditie van de auto, uitrustingsniveau, gebruik van de airconditioning, lading van de auto, imperiaal op het dak en andere situaties die de aerodynamica kunnen beïnvloeden, leveren een ander brandstofverbruik op dan hier vermeld.

Brandstofverbruik volgens EU-norm 2004/3 Stadsverkeer Buitenweg Gecombineerd (liter/100 km)

De CO₂ — emissie, vermeld in de volgende tabel, is gemeten op een gecombineerd traject.

CO 2 - EMISSIE VOLGENS EU-NORM 2004/3 (g/km)

1750 TURBO BENZINE 3.2 JTS 4

×2 3.2 JTS 4

×4 2.0 JTDm 2.4 JTDm

189 260 270 142 179

AFSTANDSBEDIENING MET RADIOFREQUENTIE: Officieel goedgekeurd

Homologatie
T939 NTR939
Europese Unie en Landen waarin de richtlijn niet geldig isALFA ROMEO Brera (2010) - CO 2 - EMISSIE VOLGENS EU-NORM 2004/3 (g/km) - 1ALFA ROMEO Brera (2010) - CO 2 - EMISSIE VOLGENS EU-NORM 2004/3 (g/km) - 2
Argentinië
AustraliëN15278
BraziliëALFA ROMEO Brera (2010) - CO 2 - EMISSIE VOLGENS EU-NORM 2004/3 (g/km) - 3ALFA ROMEO Brera (2010) - CO 2 - EMISSIE VOLGENS EU-NORM 2004/3 (g/km) - 4
BulgarijeALFA ROMEO Brera (2010) - CO 2 - EMISSIE VOLGENS EU-NORM 2004/3 (g/km) - 5ALFA ROMEO Brera (2010) - CO 2 - EMISSIE VOLGENS EU-NORM 2004/3 (g/km) - 6
ChinaCMII ID: 2006DJ0352CMII ID: 2006DJ0351

□ Gegevens niet beschikbaar ten tijde dat dit boek werd gedrukt.

Homologatie

☐ Gegevens niet beschikbaar ten tijde dat dit boek werd gedrukt.

— opladen .....204
— starten met een hulpaccu .....170
— tips om de levensduur te verlengen ....224
- vervangen 222

Achterruitsproeier

— bediening 71
— vloeistofniveau .....219

Achterruitwisser

— bediening 71
-ruitensproeiers 229
—wisserbladen 228

Achteruitrijverlichting

-lamp vervangen .....188

Afmetingen 247

Afstandsbediening met radiogolven: ministeriële goedkeuring .....255

Alfa Romeo CODE 9

Antidiefstalalarm 17

Armsteun

  • achter 81
  • midden 80

Asbak 82

ASR (systeem) 102

Auto langere tijd stallen .....150

Automatische klimaatregeling met gescheiden regeling .... 54

Autoradio 104

Bagageruimte 90

Bagageruimteverlichting — lamp vervangen ....192

Banden

— bandenspanning .....245
- standard 244
- verklaring van de band .....242
— vervangen ....171
— winterbanden....148

Bedieningsorganen 77

Bescherming van het milieu .....114

Brandstof besparen 145

Brandstof

— meter 22
— noodschakelaar brandstof .... 77
- verbruik 253

Brandstofnoodschakelaar en elektrische voeding .... 77

Brandstofsysteem 240

Buitenverlichting 70
— bediening 65
— lamp vervangen...... 186-188

Carrosserie (reinigen) ......230

CO2- emissie 254

CODE - card 11

Contactslot 19

Cruise control 72

Dashboard 7

Dashboard en bediening ...... 6

Dashboardkastje 81

De auto opkrikken 205

De auto slepen 206

De motor starten 138

Derde remlicht ....190

Dimlichten — bediening .... 65 — lamp vervangen .... 186

Dop van de brandstoftank .....113

Dorpelverlichting — lamp vervangen ....193

DPF (roetfilter) 114

Een aanhanger slepen .....147

Een lamp in het interieur vervangen ....191

Een lamp van de buitenverlichting vervangen .....185

Een wiel verwisselen 171

Gloeilamp (vervangen van een lamp) .....182

— algemene aanwijzingen.....182

— typen lampen .....183

Gordelspanners ......118

Grootlicht — bediening .... 65 — lamp vervangen .... 185

Kentekenplaatverlichting .....190

Kinderen veilig vervoeren .....121

- inbouwvoorbereiding voor montage „Isofix universal“ kinderzitje ....126

Kinderzitjes (geschiktheid voor gebruik) ....124

Klimaatregeling 49

Knoppen op dashboard 67

Koplampen (reinigen) ......232

Koplampen — koplampafstelling in het buitenland 98

— koplampen afstellen ..... 97

— koplampverstelling ..... 97

— mistlampen afstellen ..... 98

Koplampsproeiers —bediening .... 71 —vloeistofniveau ....219

Lak 231

Lampjes en berichten ....151

Motorolietemperatuurmeter ..... 23

Motorruimte (schoonmaken) .....233

MSR (systeem) 103

Niveaus controleren .....214

Noodgevallen 169

Olietemperatuurmeter 24

Onderhoud en zorg 209

- geprogrammeerd onderhoud ..210

— onderhouds — programma ...211

- zwaar gebruik van de auto ...213

Opbergvakken 80-83

Panoramisch vast dak 84

Parkeerlichten

— bediening 67

Parkeersensoren 106

Parkeren 143

Plafondverlichting voor 75

— bediening 75

-lamp vervangen 191

Portieren 86

Prestaties 248

Radiozendapparatuur en

mobiele telefoons 105

Regensensor 69

Remlichten 188

Remmen 241

Richtingaanwijzers

— bediening 65

—vervangen lampen ..186-187-188

Roetfilter (DPF) 114

Rubberen slangen 228

Ruitbediening, elektrisch 88

Ruiten reinigen 68

Ruitensproeiers

— bediening 68

— vloeistofniveau .....219

Ruitenwissers

— bediening 68

— sproeiers ......229

—wisserbladen 228

Safe - lock (systeem) 14

Snelheid (maximum) 248

Snelle bandenreparatieset

Fix&Go automatic 176

Spiegels 46

Starten en rijden 137

Stuurinrichting ....241

Stuurslot 21

Stuurwiel (verstellen) 45

Symbolen 9

Veiligheidsgordels 116

Velgen

-verklaring 243

Verlichting dashboardkastje

-lamp vervangen 192

Versnellingsbak (gebruik) .....144

Vloeistoffen en smeermiddelen ..251

Vultabel 112-250

Waarschuwingsknipperlichten .... 67

Wielen en banden 226

Wielen

— technische gegevens .....242

— vervangen ....171

Wielophanging 241

Wieluitlijning 246

Zekeringen (vervangen) .....194

Zijairbags 132

Zitplaatsen

— met elektrische verwarming ... 43

— reiniging ....233

— vóór met elektrische bediening 42

— vóór met handmatige bediening 41

Zonnekleppen 83

Zonneklepverlichting

-lamp vervangen 191

Zonnescherm 84

RICHTLIJNEN VOOR DE BEHANDELING VAN DE AUTO AAN HET EINDE VAN DE LEVENSDUUR

Al jarenlang heeft Alfa Romeo de algemene verplichting op zich genomen het milieu te beschermen en te respecteren door de productieprocessen en de ontwikkeling van de producten steeds „milieuvriendelijker“ te maken. Om de klant de best mogelijke service te bieden wat betreft de milieunormen en als antwoord op de verplichtingen die zijn opgelegd door de Europese Richtlijn 2000/53 voor auto’s aan het einde van de levensduur, biedt Alfa Romeo de mogelijkheid aan zijn klanten om het eigen voertuig (*) aan het einde van de levensduur zonder extra kosten over te dragen.

De Europese richtlijn voorziet er namelijk in dat de auto kan worden ingeleverd zonder kosten voor de laatste houder en/of eigenaar als de auto geen of een negatieve marktwaarde heeft. In vrijwel alle landen van de EU konden tot 1 januari 2007 alleen voertuigen zonder kosten worden teruggegeven die vanaf 1 juli 2002 op kenteken waren gezet; vanaf 2007 is het zonder kosten teruggeven van het voertuig niet meer afhankelijk van het jaar waarin de auto op kenteken is gezet, „indien het betrokken voertuig voorzien is van de essentiële voertuigonderdelen, met name motor en carrosserie, en geen afval bevat dat aan het afgedankte voertuig is toegevoegd”.

Om het voertuig aan het einde van de levensduur zonder verdere problemen over te kunnen dragen, kunt u zich wenden tot het Servicenetwerk of een van de door Alfa Romeo goedgekeurde inzamelings- en sloopondernemingen. Dergelijke bedrijven zijn zorgvuldig uitgekozen en bieden een kwaliteitservice voor de inzameling, de verwerking en het hergebruik van onderdelen van buiten gebruik gestelde auto's met respect voor het milieu.

Voor informatie over inzamelings- en verwerkingsbedrijven kunt u terecht bij een bedrijf van het Alfa Romeo Servicenetwerk, kunt u het gratis nummer 00800 2532 0000 bellen of de website van Alfa Romeo raadplegen.

NOTITIES

SELÈNIA®

Voor wie hart heeft voor zijn auto. De kracht achter uw motor.

SELENIAMOTOR OIL WR WIDE RANGE 5W-40 E SELENIAMOTOR OIL 20K E SELENIAMOTOR OIL StAR 8W 40 E SELENIAMOTOR OIL RACING RACING Digital ONI-MO E

Vraag uw dealer naar

SELÈNIA®

De motor van uw nieuwe auto is ontwikkeld met Selenia, een motorieliijn die voldoet aan de meest geavanceerde internationale specificaties. Tijdens specifieke tests blijkt dat door de hoge technische specificaties Selenia het smeermiddel is om de prestaties van uw motor optimaal en betrouwbaar te houden.

Selenia omvat een reeks technologisch geavanceerde producten:

SELENIA StAR

HIGH PERFORMANCE smeermiddel voor bescherming van de motor, ook bij zeer zware thermische belastingen door een sportief gebruik. Een unieke formule voor maximale prestaties van motoren met een hoog specifiek vermogen, voor een optimale koude start en een constante viscositeit gedurende de gehele verversingsinterval. Speciale Selenia formule voor Alfa Romeo.

SELENIA 20K Alfa Romeo

Voor optimale prestaties en maximale bescherming tegen slijtage bij benzinemotoren met en zonder turbo- of multiklepsmotoren.

SELENIA RACING

Smeermiddel ontwikkeld met de ervaring op internationale racecircuits, garandeert uitstekende prestaties op het circuit en op de weg met optimale motorprestaties bij een sportief gebruik.

SELENIA DIGITECH

Volledig synthetische motorolie voor benzine- en diesel-motoren. Geavanceerde technologie voor de motor; de garantie voor maximale bescherming, brandstofbesparing en betrouwbaarheid onder extreme klimatologische omstandigheden.

SELENIA WR

Specifieke olie voor common rail of Multijet dieselmotoren. Optimale koude start, maximale bescherming tegen slijtage, optimale werking van hydraulische klepstoters, beperking van het verbruik en stabiliteit bij hoge temperaturen.

De Selenialijn wordt gecompleteerd door Selenia 20K, Selenia TD, Selenia Performer Multipower en Selenia Performer 5W-40.

Bezoek voor verdere informatie over de Selenia producten de site www.flselenia.com.

SPANNING BIJ KOUDE BANDEN

BandenBandenBandenReservewielT125/80 R17
225/50 R17 98W235/45 R18 98W (☐)235/40 ZR19 96Y (▼)
voorachtervoorachtervoorachter
bij gemiddelde belading bar2,5 2,52,7 2,52,7 2,54,2
volbeladen bar2,7 2,72,8 2,62,9 2,7

Bij warme banden moet de bandenspanning 0,3 bar hoger zijn dan de voorgeschreven waarde. Controleer de bandenspanning nogmaals als de banden koud zijn.
Bij winterbanden moet de in de tabel aangegeven waarde van de standaard gemonteerde banden met 0,2 bar verhoogd worden.
Als de auto vaak en langdurig met snelheden boven 160 km/u rijdt, moet de bandenspanning worden verhoogd tot de waarden voor volle belasting.
(□) Montage van sneeuwkettingen niet mogelijk.
(▼) Montage van sneeuwkettingen onmogelijk. Maat goedgekeurd en toegelaten uitsluitend voor PIRELLI 235/40 ZR19 96Y banden. Als u winterbanden wilt gebruiken, moet u bandenmaat 225/50 R17 98 of 235/45 R18 98 nemen.

MOTOROLIE VERVERSEN (liter)

1750 TURBO BENZINE3.2 JTS2.0 JTDm2.4 JTDm
Motorsmeersysteem4,255,44,96,4

Verontreinig het milieu niet met afgewerkte olie.

TANKEN (liter)

1750 TURBO BENZINE – 2.0 JTD M – 2.4 JTD M – 3.2 JTS
Tankinhoud 70
Reserve 10

Tank bij auto's met een benzinemotor uitsluitend loodvrije benzine met een minimum octaangetal van 95 RON.
De dieselmotoren zijn uitsluitend geschikt voor dieselbrandstof voor motorvoertuigen (specificatie EN590).

ALFA ROMEO Brera (2010) - SELENIA WR - 1
SERVICE

CUSTUMER SERVICES

TECHNICAL SERVICES - SERVICE ENGINEERING

Importeur voor Nederland:

Fiat Group Automobiles Netherlands B.V. - Singaporestraat 92-100 - 1175 RA Lijnden .

Druknummer 530.05.007 - 2 Editie - 06/2009

Alle rechten voorbehouden. Nadruk, zowel geheel als gedeeltelijk, verboden zonder schriftelijke toestemming van Fiat Auto S.p.A.

Gedrukt door Hoogcarspel Grafische Communicatie - Middenbeemster

ALFA ROMEO Brera (2010) - CUSTUMER SERVICES - 1

Alfa Romeo SERVICE

ALFA ROMEO Brera (2010) - CUSTUMER SERVICES - 2

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : ALFA ROMEO

Model : Brera (2010)

Categorie : Automobiel