CS 68000 - Fornuis BEKO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis CS 68000 BEKO in PDF-formaat.
| Type apparaat | Vrijstaand gasfornuis met elektrische oven |
| Merk | Beko |
| Model | CS 68000 |
| Afmetingen (H x B x D) | 850 x 600 x 600 mm |
| Voeding elektrisch | 230 V ~ 50 Hz |
| Aansluitwaarde elektrisch | Max. 32 A (afhankelijk van aansluiting) |
| Gastype | Aardgas of butaan/propaan (LPG) |
| Gasdruk | Aardgas 20 mbar, butaan 28-30 mbar, propaan 37 mbar |
| Aantal gasbranders | 4 (1 snelle 2,9 kW, 2 semi-snelle 2,0 kW, 1 hulpbrander 1,0 kW) |
| Ovenfuncties | Conventioneel, turbo, grill, hetelucht, ontdooien |
| Ovenvermogen | 2400 W |
| Grillvermogen | 1100/2300 W |
| Timer/klok | Elektronische 24-uurs klok met timer, halfautomatisch en volautomatisch programmeren |
| Veiligheid | Thermokoppel op gasbranders, kinderslot (demo-modus), oververhittingsbeveiliging, restwarmte-indicator |
| Deur | Uitneembare ovendeur met dubbel glas |
| Ovenverlichting | 15 W / 25 W halogeenlamp, vervangbaar |
| Onderhoud oven | Katalytisch email (zelfreinigend) bij bepaalde modellen; handmatige reiniging met zeepsop |
| Onderhoud kookplaat | Gasbranders demonteerbaar, vitrokeramisch oppervlak reinigen met speciale crème |
| Toebehoren | Rooster, braadslede, bakplaat, grillpan |
| Installatie | Vrijstaand, afstand tot wand min. 150 mm, gasaansluiting door erkend installateur |
Veelgestelde vragen - CS 68000 BEKO
Gebruikersvragen over CS 68000 BEKO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding CS 68000 - BEKO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. CS 68000 van het merk BEKO.
GEBRUIKSAANWIJZING CS 68000 BEKO
Evenals talrijke andere consumenten heeft u voor een BEKO kookfornuis gekozen. Wij zijn ervan overtuigd dat het u dagelijks veel voldoening zal schenken.
Teneinde op de hoogte te zijn van de vele voordelen van dit toestel, raden wij u aan deze gebruiksaanwijzing aandachtig te lezen; ze werd speciaal voor u ontworpen.
Het laatste deel van dit boekje is bestemd voor uw installateur die er de nodige uitleg zal vinden om het kookfornuis degelijk te plaatsen en aan te sluiten. Zo heeft u alles in handen om voortreffelijke hapjes te bereiden.
INHOUD

Deel 1: Voorzorgsmaatregelen en aanbevelingen

Deel 2: Aanwijzingen voor de aansluiting en ingebruikname van uw oven

Deel 3: Technische specificaties

Deel 4: Gebruik van de branders
4.1. Gebruik van gasbranders
4.2 Gebruik van de kookplaten
4.3 Gebruik van de keramische kookplaten

Deel 5: Gebruik van de oven
5.1 Regeling van de elektrische klok
5.2 Gebruik van de automatische uitschakeling
5.3 Werking van de (conventionele en turbo) ovens - geregeld door een enkele knop
5.4 Werking van de ovens - geregeld door 2 knoppen

Deel 6: Werking van de grill

Deel 7: Belangrijke aanbevelingen

Deel 8: Onderhoud en schoonmaken

Deel 9: Gas conversietabel

Deel 10: Transport





Deel 1: Voorzorgsmaatregelen en aanbevelingen
- De bedrijfsspanning van de oven bedraagt 230 volt 50 Hz.
- De stroomsterkte in uw woning moet geschikt zijn om de voor uw fornuis benodigde stroom te leveren.
- De producent kan niet aansprakelijk worden gesteld voor eventuele schade veroorzaakt door gebruik van het formuis zonder correcte aarding.
-
Voor uw formuis op het elektriciteitsnet wordt aangesloten, dient u na te gaan of de spanning en frequentie die vermeld staan op het typeplaatje overeenkomen met die van de stroomtoevoer in uw woning.
Zorg ervoor dat de elektrische bedrading in uw huis klaar is om het toestel aan te sluiten voor gebruik. -
Verwijder al het verpakkingsmateriaal voor u het toestel in gebruik neemt. Vergeet niet het karton rond de braadslede en het rooster en de plastic folie op het glas van de ovendeur weg te nemen.
- Het verpakkingsmateriaal kan gevaarlijk zijn voor kinderen.
Houd kinderen uit de buurt terwijl het toestel in gebruik is en zolang het niet volledig is afgekoeld, want de toegankelijke delen van het toestel kunnen zeer heet worden.
- Het netsnoer mag niet in aanraking komen met het toestel als het in gebruik is.
Zorg ervoor dat het netsnoer niet tussen de ovendeur gekneld raakt, want daardoor kan de isolatie van het snoer beschadigd worden.

- Tracht nooit het toestel te verplaatsen door aan de deur en/of de deurgrepen te trekken.
- Dit formuis mag uitsluitend gebruikt worden voor de doeleinden waarvoor het bestemd is: voor het bereiden van voedsel voor huishoudelijk gebruik.

Indien uw toestel is uitgerust met een timer dan moet die bij het eerste gebruik en na stroomonderbrekingen telkens geregeld worden. Anders zal uw oven niet werken.

* In modellen met grill; Houd de ovendeur gesloten tijdens het grillen.
Indien de ovendeur per ongeluk wordt geopend tijdens het grillen, zal uw toestel beschadigd geraken
(*) en vervalt uw garantie.
(*)Wanneer de ovendeur geopend wordt, zullen de oppervlakken van het toestel zeer heet worden, wat zal resulteren in hitteschade aan de ovendeur, het bedieningspaneel, de bedieningsknoppen en de zijwanden.
- Gebruik steeds ovenwanten om schotels en het rooster uit de warme oven te halen.


De ovendeur en de buitenkant van het toestel worden heet tijdens het gebruik; raak ze niet aan.
- Wanneer zich een scheur ontwikkelt in het keramisch glas, schakel dan onmiddellijk de stroom uit.
- Schakel steeds de stroom uit voor het schoonmaken of in het weinig waarschijnlijke geval dat het toestel defect is.
- Controleer of het type gas en de nominale druk vermeld op het typeplaatje overeenkomen met de gastoevoer in uw woning voor u begint met aansluiten. Roep indien nodig de hulp in van een gekwalificeerd vakman om de nodige aanpassingen te laten uitvoeren.
- Vervang de plastic slang voor de vermelde uiterste datum.
Inox onderdelen die zich dicht bij de branders bevinden kunnen mettertijd door opwarming van kleur veranderen.
Overtollige stoom wordt achteraan het toestel uit de oven geleid. De muur achter het fornuis dient dus tegen vet en vocht bestand te zijn.

Deel 2: Aanwijzingen voor de aansluiting en ingebruikname van uw oven
- Voordat uw toestel op het elektriciteitsnet wordt aangesloten, moet u nagaan of de spanning en de frequentie op het typeplaatje overeenkomen met die van de stroomtoevoer in uw woning. Het typeplaatje bevindt zich achteraan in de bergingsruimte en wordt zichtbaar als u die opent of de schuiflade uittrekt.
Opgelet! Dit toestel moet geaard worden.
- Dit toestel mag enkel door een gekwalificeerd vakman of door de elektriciteitsmaatschappij aangesloten worden, via een adequate tweepolige controle-eenheid, met een vrije afstand van 3 mm tussen alle polen die dicht bij (maar niet boven) het formuis geplaatst worden, in overeenstemming met de IEE richtlijnen. Als deze instructies niet worden gevolgd kan het toestel defect raken en wordt de waarborg ongeldig. Als het toestel met een stekker wordt aangesloten, dan moet die na de installatie gemakkelijk toegankelijk zijn (maar mag zich niet boven de kookplaat bevinden).
Het snoer mag maximum 2 meter lang zijn, om schade aan het omhulsel te vermijden.
- Zorg ervoor dat de elektrische bedrading in uw woning klaar is voor aansluiting.
Elektrische aansluiting voor ALLE ELEKTRISCHE formuizen
- Als uw oven geleverd werd met een kabel zonder een plug
Moet u deze aankoppelen zoals hieronder beschreven:
$$ \begin{array}{l} \text { Bruine kabel } = L \text { (live } = \text { onder } \ s t r o o m) \ \text { Blauwe kabel } = N \text {(Neutraal)} \ \text { Groen / Gele kabel } = E \text { (Earth } = \ a a r d a a n s l u i t i n g) \ \end{array} $$
Als uw oven geleverd wordt zonder voedingskabel, gebruikt u schema-I om de voedingskabel
te kiezen en schema-II voor de installatie van de kabel.
De kabel mag maximum 2 m lang zijn voor isolatieveiligheid.
Open het deksel van het aansluitblok.
- Sluit de voedingskabel aan volgens het draadschema op het achterste deksel.
Maak de voedingskabel vast aan het hoofddeel met geïntegreerde schroef via de kabelspanner.

Plaats het deksel terug op het aansluitblok.
Uw oven is geschikt voor een eenfasige en een driefasige aansluiting.
De stroomkabel moet door de kabelklem lopen.
De stroomkabel moet weggeleid worden van het toestel en vooral van de ventilatiegleuven en de luchtopening en mag niet belemmerd worden wanneer hij in positie tussen het toestel en de muur en/of kast geduwd wordt.
| Aansluiting op het sroomnet | Eénfase | Driefasen 3 polen met neutraal | Driefasen 2 polen met neutraal |
| Spanning van het sroomnet | 230 V | 230 V / 400 V | 230 V / 400 V |
| Spanning van de oven | 230 V | 230 V | 230 V |
| Aansluiting (snoer max. 2 m) | 3 x 6.0 mm2HO7 RN-FZekerking 32A | 5 x 2.5 mm2HO7 RN-Fou HO5RN-FZekerking 20A | 4 x 4 mm2HO7 RN-FZekerking 25A |

Schema
Plaats voor modellen met een bovengasbrander
Het fornuis moet minstens 150 mm verwijderd blijven van zijwanden die eventueel boven het fornuis uitsteken. Deze zijwanden moeten hittebestendig zijn. Laat minstens 750 mm vrije ruimte boven de kookplaten.
Het toestel moet op een vlakke ondergrond geplaatst worden. De hoogte van beide poten vooraan kan naar wens aangepast worden.
Draai in wijzerzin of in tegenwijzerzin tot de hoogte van de poten zo is aangepast dat het toestel stevig en in perfect evenwicht op de vloer staat.

Aansluiting op gas
Voorzorgen:
De wanden die het apparaat raken moeten uit warmtebestendig materiaal zijn of hiermede bedekt.
Verluchting
Verbranding van gas vebruikt zuurstof. Daarom is een voldoende toevoer van zuurstof noodzakelijk, alsook de afvoer van de verbrande gassen. De luchttoevoer moet minimum 2m3 per kW zijn.
België:
Toepassingsgebied
Overeenkomstig de bepalingen van de norm NBN D 51-003 "Aardgas binneninstallaties", zijn elastomeren (rubberen) slangen met mechanische opzetstukken enkel bestemd voor de aansluiting van verplaatsbare huishoudelijke kooktoestellen gevoed met aardgas onder een maximale druk van 200 mbar.
Gebruik uitsluitend goedgekeurde elastomeren flexibels, deze zijn te erkennen door het opsschrift "AGB/BGV".
Twee generaties elastomeren flexibels
De oude generatie elastomeren flexibels is uitgerust met een losse wartelmoer met een geïntegreerde dichtingsring en een vaste wartelmoer. De nieuwe generatie elastomeren flexibels is langs beide zijden uitgerust met een losse wartelmoer met geïntegreerde dichtingsring. Bij het vervangen of het verplaatsen van een toestel verplicht de norm om de flexibel te vervangen door een nieuwe flexibel van de nieuwe generatie.
Aansluiting
Oudere toestellen zijn uitgerust met een schroefdraad ISO-7/1, deze schroefdraad is lichtjes conisch. Volg volgende stappen bij de montage: a) Breng een dichtingsmiddel aan op de schroefdraad van het toestel: teflonband, of schroefdraadpasta (colmat) + acrylkoord
b) Schroef de adapter met een sleutel vast op het gastoestiel
c) Ga na of de rubberen dichtingsring goed in het koppelstuk van de elastomeren flexibel zit
d) Schroef de elastomeren flexibel (nieuwe generatie) langs beide zijzen handmatig vast
e) Schroef nog een halve draai vast met een sleutel
f) Open de kraan en ga met zeepwater en een borstel na of er geen lekken (zeepbellen) optreden bij het inzepen van alle verbindingen Nieuwe toestellen zijn uitgerust met een parallelle schroefdraad ISO228-1 (verplicht vanaf 1 januari 2005). Volg hiervoor de stappen c, d, e en f zoals hierboven beschreven.

flowchart
graph TD
A["Tochter"] --> B["Overgangsmak"]
B --> C["Iberoes van"]
C --> D["Iberoes van"]
D --> E["Islo van"]
E --> F["Islo van"]
F --> G["Islo van"]
G --> H["Islo van"]
H --> I["Islo van"]
I --> J["Islo van"]
J --> K["Islo van"]
K --> L["Islo van"]
L --> M["Islo van"]
M --> N["Islo van"]
N --> O["Islo van"]
O --> P["Islo van"]
P --> Q["Islo van"]
Q --> R["Islo van"]
R --> S["Islo van"]
S --> T["Islo van"]
T --> U["Islo van"]
U --> V["Islo van"]
V --> W["Islo van"]
W --> X["Islo van"]
X --> Y["Islo van"]
Y --> Z["Islo van"]
voor de montage is het omaltbeerlijk in de eerste plaats de vaste aansluiting van de buigrame verbinding op die ingang van het toestei te vijzen na er de onderdelen op genomteerd te hebben die eventeel nodig waren door da vorm van de aansluiting; de dichtheid in die draad wordt gerealiseerd met een goedgekeurst product.

De verbinding mag niet gebeuren met een hocks hulpstuk met cilindrische draad zoals vroeger gebruiks bij de buigrame verbindingen in de handel (geval A). Anderzijds mag men bij de huidige montage geen dichtingering gebruiken (geval B).
Montage
In functie van het type schroefdraad voor de aansluiting op het toestel (ISO 7/1 of NBN EN ISO 228-1), moet de slang gemonteerd worden zoals aangegeven in Fig. 2.

flowchart
graph TD
A["Conische schroefdraad volgens ISO 7-1"] --> B{Type schroefdraad op het beweepbaar gastoestel?}
B --> C["Gylindrische schroefdraad volgens ISO 226-1"]
C --> D["Monteer het overgangstuk (inwendige conische schroefdraad ISO 7-1 naar uitwendige cylindrische schroefdraad ISO 226-1) op het gastoestel. De dichtheid in de schroefdraad wordt bekomen door het aanbrangen van een dichtingsmiddel."]
D --> E["Monteer de slang lange de toestel zijde en lange de zijde van de stopkraan met uitwendige cylindrische schroefdraad. Zie na of de platte dichtingsringen geleverd bij de slang goed op hun plaats zitten en span de losse wartelsmoeren een."]
De aansluiting op butaan/propaan gas: 13, butaan (28-30 mbar), propaan (37 mbar) dient uitgevoerd te worden door een erkend installateur. De aansluiting gebeurt door de installatie van de moer en de butaanadapter op de losse wartelmoer.
Te nemen voorzorgen
De slang moet zodanig gemonteerd worden dat zij niet wordt blootgesteld aan mechanische belastingen zoals wringen, samendrukken, trekkracht. Zij moet een kromtestraal hebben die ten minste gelijk is aan tien maal haar buitendiameter. De slang mag niet in contact komen met warme wanden. Zij moet beschut zijn tegen de zon en de ultravioletstralen en mag niet in een te warme omgeving geplaatst worden.
Periodieke controle en vervanging
Minstens één maal per jaar moet er nagekeken worden of de slang geen zichtbare beschadiging vertoont. De slang wordt vervangen uiterlijk op de aangegeven vervangingsdatum.

Deel 3: Technische specificaties
- Brander
- Bedieningspaneel
- Ovendeur
- Handvat
- Opberglade
- Bakplaat
- Grill
- Ovenverluchting
- Knappenbeschermplaat

De platen kunnen zich elders bevinden dan op deze afbeeldingen.
De highlights van de snelle, uitgebreide en dubbele kookzones gaan branden zodra ze worden ingeschakeld. De snelbrandende elektrische kookplaat is herkenbaar aan de rode cirkel in het midden van de plaat.
Spanning, frequentie en maximum vermogen zoals vermeld op het typeplaatje.
| Elektrische oven | De multifunctione oven | Electro Turbo cookers | |
| Vermogen grill | 1100/2300 | 1100/2300 | 1100/2300 |
| Vermogen oven | 2400 W | 2400 W | 2400 W |
| Vermogen hetelucht oven | - | 2100 W | - |
| Vermogen motor hetelucht oven | - | + | + |
| venlamp | 15 W/25 W | 15 W/ 25 W | 15 W/ 25 W |
| Buiten afmetingen | Hoogte: 850Breedie: 600Diepte: 600 | Hoogte: 850Breedie: 600Diepte: 600 | Hoogte: 850Breedie: 600Diepte: 600 |
1 o 140 1200 W Straalelement
2ø 140 1200 W Hi-light element
3 o 180 1700 W Straalelement
4 180 1800 W Hi-light element
5 ø 140x250 2000 W Uitgebreide kookplaten
6 ø 180 2000 W Snelle gietijzeren kookplaten *
7 ø 145 1000 W Gietijzeren kookplaten
8 o 145 1500 W Snelle gietijzeren kookplaten *
9 ø 180 1500 W Gietijzeren kookplaten *
0. ø 80 450 W Gietijzeren kookplaten
1. ø 80 1000 W Gietijzeren kookplaten
2. Snelle brander 2.9 kW
3. Semi-snelle brander 2,0 kW
4. Hulpbrander 1.0 kW
5. ø 220 2000 W Snelle gietijzeren kookplaten *
6. ø 120x180 170 1700 W Dubbele kookplaten
(*) beveiliging





Deel 4: Gebruik van de branders
4.1 Gebruik van de gasbranders
Bij correct gebruik vermindert het gasverbruik en verbeteren de resultaten. Daartoe raden wij aan om kookpotten te gebruiken waarvan de bodem de vlam volledig bedekt. Voor kookpotten met een te kleine diameter voor de hulpbranders kunt u de panster gebruiken.

Als uw fornuis is uitgerust met thermokoppel op de branders;
Wanneer de vlam van de branders om de één of andere reden niet brandt zal het
thermokoppel de gasaanvoer onmiddellijk afsluiten. Dit werkt tegelijk als een kinderslot. Om de vlam te laten branden, moet u de knop 3 tot 5 seconden ingedrukt houden en tegelijk in wijzerzin draaien. Als de vlam niet blijft branden, herhaalt u de handeling.
Gebruik van de branders
Druk op de knop van de gewenste brander en draai tegen de klok in. De afbeelding van de grote vlam op de knop duidt de maximale stand aan en de kleine vlam duidt de minimale stand aan.

Wanneer de automatische ontstekingsknop wordt ingedrukt en weer losgelaten geven alle bougies vonken af. Er ontstaat vlamvorming aan de brander die gastoevoer ontvangt. Als er zich geen vlamvorming voordoet, dient u de handeling te herhalen.

Ontsteking met de bedieningsknop
Draai de bedieningsknop in wijzerzin terwijl u ze ingedrukt houdt. De bougies geven meieen spontaan vonken af tot u de bedieningsknop loslaat.
Als de brander niet blijft werken nadat u de knop loslaat, de procedure herhalen door de knop 15 seconden ingedrukt te houden. Als dit geen resultaat oplevert, wacht dan 1 minuut en herhaal de procedure.
Opgelet: houd de knop niet langer dan 15 seconden ingedrukt.
4.2 Gebruik van de elektrische kookplaten
beveiliging
Indien uw kookplaat een beveiliging tegen oververhitting heeft
Kookplaten van meer dan 1000 W zijn uitgerust met een hittebescherming
De thermische beveiliging vermindert de kracht indien buitensporige hitte bemerkt wordt tijdens abnormale werkingsomstandigheden.

| Diameter van de bodem van de pot | * Max. uitholling in koude toestand | * Max. uitholling in warme toestand |
| 145 mm | 0.9 mm | 0.5 mm |
| 180 mm | 1.1 mm | 0.6 mm |
Abnormale werkingsomstandigheden zijn
- Wanneer er geen pot of pan op de kookplaat staat
- Wanneer al het water in de pan of pot verdampt is
- Wanneer er sprake is van buitensporig koken
- Indien de onderkant van de pot niet vlak is (d.w.z. wanneer deze bol of hol is)
- Indien een maaltijd wordt bereid met koud water zal de abnormale werkingsomstandigheid eindigen. In dit geval zal de kookplaat op volle kracht werken.
| Stand knop | Overeenstemmende bereidingstijden | |||||
| 1 | 2 | 3 | 4 | 5 | 6 | |
| Warmteafigiitis | Warming | Bereidingen medium hoeveelheden | Frituren, bakken, grote hoeveelheden | |||
Een snelbrandende elektrische kookplaat is herkenbaar aan de rode cirkel in het midden van de plaat.
Bedieningsknoppen van de kookplaat
De bedieningsknoppen voor de kookplaat kunnen in beide richtingen gedraaid worden om de temperatuursterkte perfect te regelen. Wanneer één van de kookplaten ingeschakeld is, wordt dit aangegeven door het rode controlelampje op het bedieningspaneel. Om een kookplaat uit te schakelen de overeenkomstige knop in de "0" (nul) stand draaien. De knoppen van de kookplaten kunnen zowel in wijzerzin als in tegenwijzerzin gedraaid worden.
Controleer na gebruik of alle bedieningsknoppen uitgeschakeld zijn.
Zet de kookplaten op de middelste stand (3) en laat ze ongeveer 8 minuten branden om de beschermende bekleding er af te branden. Plaats tijdens deze procedure geen potten of ander kookgerei op de kookplaten. Er zal tijdens deze procedure rookvorming optreden, maar dit is volkomen normaal.
Kookpotten van goede kwaliteit
- Gebruik uitsluitend kookpotten van goede kwaliteit met een stabiele bodem, zodat de energie maximaal benut wordt.


- Gebruik alleen potten met de juiste diameter. Als de pot te klein is gaat er energie verloren.
Zet nooit kookpotten met een natte bodem of natte deksels op de kookplaten. Hierdoor zouden de kookplaten beschadigd worden en kan er een veiligheidsprobleem ontstaan.




Kookplaten drogen (max. 5 min)
Diameter van de kookplaat (mm)
∅ 145 mm (Klein)
∅ 180 mm (Groot)
→ 150-170 → 180-200
Na afkoeling;
Maak de elektrische kookplaten schoon met een vochtige doek en een beetje schoonmaakcrème. Droog ze daarna door ze een poosje in te schokelen. Breng af en toe een laagje bakolie aan.
- Wanneer u de kookplaten met een vochtige doek afveegt, volg dan hun cirkelvormig gegroefde patroon.
Richtlijnen voor de bereiding Keuze van kookpotten
Voor een goed resultaat bevelen wij het gebruik aan van kookpotten van goede kwaliteit met een gladde, vlakke bodem. Aluminium potten met een gekleurde geëmailleerde bodem absorberen warmte en zijn daardoor zeer doeltreffend. Gebruik nooit potten met een holle of een gegroefde bodem. Idealiter zou de bodem van de pot ongeveer gelijk moeten zijn aan het verwarmde oppervlak. Gebruik potten die geschikt zijn voor de hoeveelheid voedsel die u wil bereiden, zodat u morsen tot een minimum beperkt.
Voorzorgsmaatregelen voor frituren
- Gebruik een diepe frituurpan, waarvan de bodem het hiertoe bestemde verwarmingselement geheel bedekt.
- De pan mag nooit voor meer dan 1/3 met olie of vet gevuld worden.
- Laat de pan nooit zonder toezicht tijdens het opwarmen en tijdens het gebruik.
- Laat nooit teveel voedsel tegelijk frituren – vooral niet als het diepgevroren is. Hierdoor zou de temperatuur van de olie of het vet te veel dalen, zodat het voedsel met vet verzadigd wordt.
- Droog het voedsel zorgvuldig af voor u het frituurt en laat het langzaam in de hete olie of vet zakken. Vooral diepgevroren voedsel veroorzaakt schuimvorming en spatten als u het te snel aan de olie of het vet toevoegt.
- Laat het vet nooit verhitten met het deksel op de pan
- Houd de buitenkant van de pan schoon en verwijder alle sporen van olie en vet.
Mocht een frituurpan (of een andere pot) onverhoopt vuur vatten:
- Schakel de stroom uit.
- Doof de vlammen met een blusdeken of een vochtige doek. Brandwonden zijn bijna onvermijdelijk het gevolg als u tracht om de brandende pan van het vuur te nemen en naar buiten te brengen. Waarschuwing: Gebruik nooit water om het vuur te doven. Laat de pan gedurende minstens 30 minuten afkoelen.
4.3 Gebruik van de keramische kookplaten
De keramische kookplaten worden thermostatisch bediend met een stroomwisselaar met 6 standen. De eerste is de "OFF" of nulstand. Voor de andere zes standen is de toepassing aangegeven in de tabel.
De snel opwarmende, dubbele (duo) of uitgebreide kookzones controleren automatisch het verwarmingsniveau. Hiermee wordt de werkingsduur van de verwarmingselementen doorlopend aangepast, variërend van de eerste tot de derde zone.

Geeft aan welke kookzone in gebruik en/of warm is. Zolang de kookzone warm is, blijft de restwarmte-indicator branden. Wanneer de temperatuur van de kookzone onder 64°C daalt, gaat het controlelampje uit.
Raak de kookplaat niet aan. Houd kinderen altijd weg van de kookzones en het toestel.

| Overeenstemmende bereidingstijden | |||
| Temperatuurstanden | 1 | 2 | 3 |
| Keuzeschakelaar 7 standen | 1 | 2 - 3 | 4 - 5 - 6 |
| Toepassing | Sudderen, Kleine hoeveelheden | Bereidingen medium hoeveelheden | Frituren bakken, grote hoeveelheden |
Uitgebreide of duo-branders zijn verwarmingselementen waarvan de opwarmingstijd doorlopend geregeld wordt, variërend tussen 1, 2 of 3 zones. Duo-branders kunnen in twee verschillende standen verwarmen. U kunt tijd en energie besparen door de eerste zone in te schakelen voor kleine en de eerste en tweede zone voor grote kookpotten. Draai de knop in wijzerzin om het centrale deel van de brander te verwarmen. U kunt 1, 2 of 3 zones gebruiken naar behoefte, zoals aangegeven in de tabel. Om de centrale en de buitenste delen van de brander tegelijk te gebruiken draait u de "0" knop vanaf de derde zone in wijzerzin tot u een "klik" geluid hoort. Beide zones van de brander zullen opwarmen. Na afloop draait u de knop in tegenwijzerzin tot ze weer in de "0" stand staat.
Opgelet: De tweede zone van uw uitgebreide of duo-brander kan niet afzonderlijk opwarmen.
Gebruik van CERAN® keramische kookplaten
- Het vitrokeramisch oppervlak is hittebestendig en verdraagt grote temperatuurschommelingen.
Zorg ervoor dat de bodem van uw kookgerei en het kookoppervlak telkens schoon en droog zijn voor gebruik, zo houdt u de kookplaat schoon. - Wanneer u de kookplaat inschakelt, kunt u een zacht zoemend geluid horen. Dit is volkomen normaal en wijst niet op een defect.
- Gebruik de vitrokeramische plaat niet om voedsel op te snijden, te bewaren of andere doeleinden dan koken.
Zet geëmailleerde kookpotten niet leeg op het vuur.
Als u kookpotten met scherpe hoeken onzacht neerzet of ermee over het glas krast, kan het vitrokeramisch oppervlak beschadigd worden.

- Voor een optimaal gebruik zijn kookpatten waarvan de bodem overeenkomt met de diameter van de verwarmingselementen het best geschikt.


- Kookpatten met een bolle bodem zijn niet geschikt.
- Bij gebruik van te kleine kookpotten gaat er energie verloren.

Gemorst voedsel of water kan de keramische plaat beschadigen en zelfs brand veroorzaken.
Hou kinderen uit de buurt van de kookplaat wanneer ze in gebruik is; de toegankelijke delen worden heet.
- Hete olie kan brand veroorzaken; gebruik een pan met deksel om voedsel in vet of olie te bereiden (zoals frieten).
- Gebruik geen kookpotten met aluminium bodem. (Waardoor de vitrokeromische plaat beschadigd zou worden).
- Gebruik stalen of warmtebestendige glazen kookpotten. Gebruik geen kookpotten van het type "boriumglas", of "Pyrex", die in het algemeen bedoeld zijn als ovenschotels.
- De diameter van de kookpot mag niet kleiner of groter zijn dan die van de kookplaat.
- Bedek de vitrokeramische plaat niet met plastic, aluminiumfolie, enz.
Indien om één of andere reden een stuk plastic of aluminiumfolie op het keramische oppervlak is gesmolten, dan dient het meleen met behulp van de spatel te worden verwijderd. - Gebruik nooit een vaatdoek of spons om de vitrokeramische plaat schoon te vegen, want hierdoor zou een laagje onzuiver schoonmaakmiddel op de plaat kunnen achterblijven, dat vervolgens verbrandt, waardoor de kookplaat bij het volgende gebruik verkleurt.
Dringende waarschuwing!
Onderbreek meteen de stroomtoevoer als u merkt dat zich een scheur ontwikkelt in het vitrokeramisch oppervlak.

DEEL 5 : Gebruik van de oven
5.1 Regeling van de elektrische klok (naargelang het model)
Voordat u de oven voor de eerste keer in gebruik neemt dient u de klok in te stellen. Anders zal de oven niet werken.

De elektrische stroom die uw toestel van spanning voorziet loopt via de klok. Daarom dient u de klok op de correcte manier in te stellen voordat uw toestel kan werken.
De klok van de oven werkt op dezelfde manier als een andere klok. In geval van stroomonderbreking zal de klok terug op nul komen. De klok zal langzamer werken indien de stroomtoevoer lager dan 50 Hz is.( deze foutieve werking is geen defect van de klok. In dergelijke gevallen dient u de klok gewoon opnieuw in te stellen.)
KLOK van de OVEN
- U kan de baktijd instellen tussen 00.00 uur en 24.00 uur.
- U kan de klok gebruiken als timer om het einde van de kooktijd aan te geven (tussen 00.00 en 24.00 uur)
- U kan het bakken automatisch, half automatisch of manueel programmeren (De verwarmingselementen zullen werken volgens het ingestelde programma op de klok)
INS THER Instellen van de timer voor het einde van de baktijd
Toets regeling baktijd
STOP STOP STOP Toets instellen einde van de baktijd
Toets manuele instelling (niet voorgeprogrammeerd bakken)
- + Toetsen voor het instellen van de tijd
De klok is voorzien van de volgende functies
Automatisch, half automatisch of manueel
Tijdsklok met 24 uur aanduiding
- Wekker die kan gebruikt worden als keukentimer
Opmerkingen
De klok beheerst enkel de elektrische weerstanden van de oven. U dient het uur zelf in te stellen.
Als de oven automatisch of half automatisch ingesteld is, kan u het uur van de dag niet meer aanpassen. Hiervoor dient u eerst de automatische instelling te annuleren en vervolgens het uur van de dag correct in te stellen. Zie hoofdstuk "hoe de automatische instellingen annuleren".
De display van de klok geeft u een 24.00 uur aanduiding. 8.30 uur in de namiddag is dus 20.30 uur.
Druk op á ^TIMER tegelijkertijd en houd deze ingedrukt
- Druk op "+" of "-" naargelang u de klok verder of terug wilt draaien. Of draai de knop naar links of rechts om de juiste tijd in te stellen.
Regel de juiste tijd door middel van de "+" of "-
" toets. Als "auto" knippert op de display, raadpleeg
het hoofdstuk "hoe het automatische
programma annuleren".
Laat de toetsen terug los, de klok is ingesteld.



flowchart
graph TD
A["High"] --> B["Center"]
C["Stop"] --> B
D["Medium"] --> B
E["Left"] --> B

Bakken met handmatige instelling (of hoe het programma annuleren)
Druk op de 📁 toets, druk op de "-" toets of draai aan de knop tot 0.00 op de display verschijnt.
- Druk op de toets ⏻ tot het "auto" en het symbol verdwijnen van de display
Stel de oven in op de gewenste baktemperatuur en functie.
De oven wordt ingeschakeld en de ovenindicator zal branden.
Aan het eind van de baktijd zet u de oven uit door de thermostaatknop in de "0" (uit) stand te plaatsen.
Opmerking :
De keukentimer zal de oven niet uitschakelen. U dient aan het einde van de kooktijd de knop zelf op "0" (uit) te draaien.
Bij sommige modellen is er slechts een knop om de bereidingstijd in te stellen.
Halfautomatisch programma
Deze modus maakt een handmatige starttijd en een automatische uitschakeltijd mogelijk, wat zeer nuttig is om het overkoken van voedsel te vermijden.
- Druk op de knop. Druk op de knoppen "+" (of "-") om de bereidingsduur in te stellen in minuten (Auto en worden weergegeven).
Stel de oventhermostaatknop in op de gewenste bereidingstemperatuur en de functieselectieknop op de gewenste positie.
De oven wordt ingeschakeld en het bereiden zal beginnen. - Het programma zal de oven uitschakelen aan het einde van de vooraf ingestelde bereidingstijd.
"Auto" zal flikkeren en het timeralarm zal piepen. Druk op de knop "☐" om het alarm uit te schakelen.
Stel de oventhermostaatknop in op de stand "●" (uit) - Druk op de knop "U" om "Auto" te annuleren.
Automatisch programma
Het programma zal de oven in- en uitschakelen op de vereiste tijdstippen.
Zorg ervoor dat de thermostaat in de stand "●" (uit) staat en dat de correcte tijd werd ingesteld.
Druk op de knop "ü" om elk opgeslagen programma te annuleren. (Auto en het symbool "ü" zullen niet worden weergegeven)
- Druk op de knop "STOP" en druk op de knoppen "+" (of "-" om de vereiste stoptijd in te stellen. (☐ en auto zullen worden weergegeven)
- Druk op de knop "☐" en druk op de knoppen "-" om de vereiste bereidingstijd (duur) in te stellen.
Stel de ovenknop in op de vereiste bereidingstemperatuur en plaats uw eten in de oven.
De oven zal inschakelen op de vereiste tijd, het eien bereiden en uitschakelen op een vooraf ingesteld tijdstip.
Aan het einde van de bereiding zal het alarm piepen en "Auto" zal flikkeren. Druk op de knop "STOP" om het alarm uit te schakelen. Druk op de knop "∅" om "Auto" te annuleren.
Stel de oventhermostaatknop en functieselectieknop in op de stand "●" (uit)




Op sommige modellen is er slechts een knop om de bereidingsstand aan te passen. Gebruik deze knop om uw aanpassingen uit te voeren.
Opmerking: Volg de instructies van de fabrikant van het eten.
Druk op de knop "☐" om de resterende bereidingstijd tijdens het bereiden weer te geven.
Timer alarm
U kan de keukentimer instellen tussen 0 en 23 uur 59 minuten om u eraan te herinneren dat een bepaald gerecht het einde van de kook- of baktijd bereikt heeft en dat u uw toestel dient uit te schakelen.
- TiRES Toets en op de "+" of de "-" toets of draai aan de knop om de tijd in te stellen.
- Het alarmsignaal zal luiden aan het einde van de ingestelde tijd.
Om het alarm uit te schakelen drukt u op de "STOP" toets.
Indien de klok niet overschakelt op handmatige modus of de oven niet start:
kan het automatisch programma in het klokgeheugen opnieuw worden ingesteld. Houd knop "☐" ingedrukt en druk op "+", verhoog de kooktijd een beetje en stel dan de bereidingstijd in op zero door op "—" te drukken. De oven kan dan gestart worden door op de handmatige toets "☐" te drukken.
Hoe een automatisch programma annuleren
- Druk op de toets, en druk vervolgens op de "-" toets tot 0.00 op de display verschijnt.
- Duw op de "U" toets om het ingestelde programma te annuleren.
De juiste tijd kan opnieuw worden ingesteld.
Avainlukolla varustetut mallit:
De demo modus kan eventueel gebruikt worden als toetsenblokkering. Als deze modus geactiveerd is, blijven de relais de hele tijd open. Op die manier kan de timer gebruikt worden zoals gewoonlijk, maar blijft het aangesloten toestel of de module van het toestel ongewijzigd. Dat betekent dat uw kind het bereidingsprogramma kan kiezen, maar dat het programma niet wordt geactiveerd, en dat het aangesloten toestel of de aangesloten module niet aangezet worden.
Om de demo modus/toetsenblokkering te activeren:
- Zorg ervoor dat de klok in manuele modus staat en annuleer alle actieve programma's.
- Houd de "TIGER" toets en de "“" toets tegelijkertijd gedurende ongeveer 8 seconden ingedrukt. De display geeft "On" te lezen.
- Druk op de "+"-toets. De display geeft "OF" te lezen en het "1" symbool wordt weergegeven. Na ongeveer 5 seconden wordt de tijd opnieuw weergegeven naast het "1" symbool. De toetsenblokkering is nu geactiveerd.
Om de demo modus/toetsenblokkering te deactiveren:
- Zorg ervoor dat de klok in manuele modus staat en annuleer alle actieve programma's.
- Houd de "TITER" toets en de "HILK" toets tegelijkertijd gedurende ongeveer 8 seconden ingedrukt. De display geeft "OF" te lezen.
- Druk op de "+" toets. De display geeft "ON" te lezen en het "1" symbool verdwijnt. Na ongeveer 5 seconden wordt de tijd opnieuw weergegeven. De toetsenblokkering is nu gedeactiveerd.
5.2 Gebruik van de keukenwekker
Als u oven een keukenwekker heeft;
Er is een elektrische keukenwekkertimer die de bereidingsperiode kan aanpassen tot maximum 100 min. Deze werkt door de schakelaar met de klok mee te draaien en kan aangepast worden via een knop.
Draai de knop in de handmatige positie (Ⅲ) als u de keukenwekkerfunctie niet wilt gebruiken. In deze positie schakelt de timer de elektriciteit niet uit, maar om uit te schakelen moet u de timer opnieuw instellen of de thermostaatknop op "0" zetten.
Als de timer ingesteld is op 0-100 min, wordt de elektriciteit automatisch uitgeschakeld en rinkelt de timer aan het einde van deze specifieke periode.
Waarschuwing: De
verwarmingselementen werken niet tenzij de timer en de thermostaatknoppen samen geopend worden.
5.3 Werking van de (conventionele en turbo) ovens - geregeld door een enkele knop
- De bedieningsknop voor de oven/grill kan uitsluitend vanuit "OFF" in wijzerzin gedraaid worden (tot hij in "Grill" stand staat).
De temperatuur in de oven wordt eveneens geregeld met deze bedieningsknop.
Zet de oven aan door de bedieningsknop in wijzerzin te draaien. - De temperatuurwaarden staan op de bedieningsknop van de oven aangegeven. Het oranje controlelampje op het bedieningspaneel blijft branden tot de temperatuur is bereikt die is ingesteld met de bedieningsknop van de oven. Zodra de gewenste temperatuur is bereikt gaat het controlelampje uit, en dit proces wordt gedurende de kooktijd telkens herhaald als indicatie dat de gewenste temperatuur constant wordt gehouden. De tabel geeft de aanbevolen temperatuur voor verschillende bereidingen aan.
- U kunt energie besparen door de oven vijf minuten voor het einde van de bereidingstijd uit te schakelen, op voorwaarde dat u de ovendeur gesloten laat.
- Houd afstand van het toestel bij het openen van de ovendeur, wanneer stoom en hitte uit de opening ontsnappen.
Conventionele ovens
: Het overlichtje en de controlelampjes gaan branden. De verwarmingselementen zijn niet in werking.
(bereik temp.) Het verwarmingselement onderaan en bovenaan staat aan onder de thermostaatregeling.
—: Enkel het verwarmingselement onderaan is in werking.
☐: Het verwarmingselement bovenaan is in werking.
: Betekent dat enkel de grilverwarmer en lampen aan zijn.
Om de bedieningsknop na stand op "0" te zetten draait u de knop in tegenwijzerzin.
Turbo Ovens
: Ovenlamp, waarschuwingslampen ventilator zijn aan. (bereik temp.): Het verwarmingselement onderaan en bovenaan staat aan onder de thermostaatregeling.
: Betekent dat enkel de grillverwarmer en lampen aan zijn.
Om de bedieningsknop na stand op "0" te zetten draait u de knop in tegenwijzerzin.
: Zowel de grill- als de draaispitfunctie zijn cctief. Om de bedieningsknop na stand op "0" te zetten draait u de knop in tegenwijzerzin.
Wees voorzichtig dat u bij het openen van de deur van de oven geen hete onderdelen aanraakt.
Het wegbranden van de beschermende laag. Om de beschermende laag weg te branden haalt u de ovenplateaus, rooster en braadslede weg en laat uw lege oven gedurende 30 minuten branden op 250°C. Zorg ervoor dat uw keuken goed verlucht is tijdens deze procedure.
5.4 Werking van de ovens - geregeld door 2 knoppen
Bedieningsknop voor oventemperatuur
Deze knop wordt tegelijk met de functiekeuzeknop gebruikt. Kies de gewenste stand met de functiekeuzeknop. Draai vervolgens de bedieningsknop voor oventemperatuur in wijzerzin. Het lampje en de verwarmingselementen die overeenkomen met de gekozen stand, of de ventilator, worden ingeschakeld. De temperatuur in de oven wordt gedetecteerd door de thermostaat. De thermostaat schakelt het verwarmingselement en het controlelampje uit wanneer de gewenste temperatuur in de oven is bereikt. Zodra de temperatuur daalt schakelt de thermostaat het verwarmingselement opnieuw in en gaat het controlelampje weer branden. Zo wordt de gewenste temperatuur gedurende de hele bereidingstijd constant gehouden.
Functiekeuzeknop van multifunctionele ovens
Met deze knop kunt u de gewenste functie kiezen en controleren. De functies en de bijbehorende standen worden onderaan verklaard. Om de oven in de juiste stand te zetten, schakelt u de functiekeuzeknop in (behalve stand), selecteert u de juiste temperatuur met de oventemperatuurknop en regelt u de timer.
De standen van de functieselectieknop voor conventionele ovens

Het ovenlichtje en de controlelampjes gaan branden. De verwarmingselementen zijn niet in werking.

Bovenste en onderste verwarmingselement zijn aan.

Enkel het verwarmingselement onderaan is in werking.

Het verwarmingselement bovenaan is in werking.

Grill U moet de verwarmingsregelings – knop op de maximum temperatuur zeiten

Bovenste en onderste verwarmingselement zijn aan.

Enkel het verwarmingselement onderaan is in werking.

Het verwarmingselement bovenaan is in werking.

Grill U moet de verwarmingsregelings - knop op de maximum temperatuur zeiten

Betekent dat de lampen, de grillverwarmer en de rotisseriefunctie aan zijn. U moet de verwarmingsregelings-knop op de maximum temperatuur zetten.
Het wegbranden van de beschermende laag. Om de beschermende laag weg te branden hoalt u de ovenplateaus, rooster en braadslede en laat uw lege oven gedurende 30 minuten branden op 280°C. Zorg ervoor dat uw keuken goed verlucht is tijdens deze procedure.

De standen van de multifunctieselectieknop

Ovenlamp, waarschuwings- lampen en ventilator zijn ingeschakeld.

turboverwarming zijn gan.

Ventilator en onderste verwarmingselement zijn aan.

Bovenste en onderste verwarmingselement zijn aan.

Ventilator; bovenste en onderste verwarmingselement zijn aan.

Ventilator en bovenste verwarmingselement zijn aan.

Grill U moet de verwarmingsregelings - knop op de maximum temperatuur zetten

Ontdooien

Ventilator en turboverwarming zijn aan.

Ventilator en onderste verwarmingselement zijn aan.

Bovenste en onderste verwarmingselement zijn aan.

Ventilator; bovenste en onderste verwarmingselement zijn aan.

Ventilator en bovenste verwarmingselement zijn aan.

Grill U moet de verwarmingsregelings – knop op de maximum temperatuur zetten

Ontdooien

Lage grill en ventilator zijn aan.

Ventilator en onderste verwarmingselement zijn aan.

Bovenste en onderste verwarmingselement zijn aan.

Ventilator; bovenste en onderste verwarmingselement zijn aan.

Ventilator en bovenste verwarmingselement zijn aan.

Grill U moet de verwarmingsregelings - knop op de maximum temperatuur zetten
De standen van de electro-turbo functieselectieknop

Bovenste en onderste verwarmingselement zijn aan.

Ventilator; bovenste en onderste verwarmingselement zijn aan.

Betekent dat enkel het grillverwarmingselement aan is. U moet de verwarmingsregelings – knop op de maximum temperatuur zetten.

Betekent dat de lampen, de grillverwarmer en de rotisseriefunctie aan zijn. U moet de verwarmingsregelings-knop op de maximum temperatuur zetten.


Bereidingstabel
| Bereidingen | Bereidingspot | POSITIE BAKPLAAT | POSITIE THERMOSTAAT | BEREIDINGSTIJD (min) | ||||||
| Ventilator met circulierende verwarming | 3 D | Boven en onder | Ventilator met boven en onder | Ventilator met circulierende verwarming | 3 D | Boven en onder | Ventilator met boven en onder | |||
| Zandkoek (voor 8 personen) | Broodvorm 24-26 cm | 3 | 3 | 2-3 | 3 | 170-180 | 15-25 | 15-25 | 25-35 | 20-25 |
| Cake in vorm (voor 5 personen) | Cakevorm van 18-22 cm | 3 | 3 | 2-3 | 3 | 170-180 | 20-30 | 20-30 | 25-35 | 20-25 |
| Koekjes (voor 12 personen) | Bakplaat | 4 | 4 | 2-3 | 3 | 170-190 | 20-30 | 20-30 | 25-35 | 20-25 |
| Kruimeldeeg (voor 12 personen) | Bakplaat | 4 | 4 | 2-3 | 3 | 180-190 | 20-30 | 20-30 | 25-35 | 20-25 |
| Brioche | Bakplaat | 4 | 4 | 2-3 | 3 | 160-180 | 20-30 | 20-30 | 25-35 | 20-25 |
| Gebak (voor 8 personen) | Grote plaat | 4 | 4 | 2-3 | 3 | 图/图□/图 :180-190 :190-200 | 35-45 | 35-45 | 40-50 | 30-40 |
| Deeg met gist (voor 18 personen) | Grote plaat | 4 | 4 | 2-3 | 3 | 图/图□/图 :190-200 :200-220 | 25-35 | 25-35 | 35-45 | 25-35 |
| Bakplaat | 4 | 4 | 2-3 | 3 | 170-180 | 15-25 | 15-25 | 20-30 | 18-22 | |
| Biscuits (voor 10 personen) | Grote plaat | 4 | 4 | 2-3 | 3 | 170-180 | 20-30 | 20-30 | 25-35 | 20-25 |
| Cake (voor 20 personen) | Grote plaat | 4 | 4 | 2-3 | 3 | 200-210 | 20-30 | 20-30 | 25-35 | 20-25 |
| Bladerdeeg (voor 8 personen) | Lasogneschotel | 4 | 4 | 2-3 | 3 | 170-180 | 35-45 | 35-45 | 40-50 | 30-40 |
| Lasagne (voor 8 personen) | Grote plaat | 4 | 4 | 2-3 | 3 | 200-220 | 20-30 | 20-30 | 30-35 | 25-30 |
| Pizza (voor 8 personen) | Braadschaal | 4 | 4 | 2-3 | 3 | 250 (15min)* | 90-120 | 90-120 | 110-120 | 100-110 |
| Rosbief (voor 8 personen) | Braadschaal | 4 | 4 | 2-3 | 3 | 250 (15min)* | 65-80 | 65-80 | 70-90 | 60-75 |
| Lamsschouder (voor 8 personen) | Braadschaal | 4 | 4 | 2-3 | 3 | 250 (15min)* | 55-65 | 55-65 | 60-70 | 50-60 |
| Gebraden kip | Grote plaat | 4 | 4 | 2-3 | 3 | 220 (25min)* | 170-220 | 170-220 | 180-240 | 150-210 |
| Gebraden kalkoen (5,5 kg) | Braadschaal | 4 | 4 | 2-3 | 3 | 200 | 15-20 | 15-20 | 15-25 | 15-20 |
*Vij
Voor gebraden vlees, start de thermostaat met het hoogste niveau en daalt hij naar 150°C na 15 minuten.
- De waarden opgegeven in de tabel zijn het resultaat van laboratoriumtests.
- U krijgt mogelijk verschillende bereidingssmaken naargelang uw eigen kookgewoontes.
- Indien u dit wonst, kunt u de tijd die nodig is om de oven voor te verwarmen toevoegen aan de waarden opgegeven in de tabel.
Positie plaat (in model met ventilator met circulerende verwarming + 3D)
Voor 3 plaat : 2 - 4 - 6
Voor 2 plaat : 4 - 6
Voor 1 plaat : 4
Ventilator met circulerende verwarming
□ Verwarming boven en onder
Ventilator met verwarming
boven en onder
3 D
Ventilator met circulerende
verwarming + boven en
onderverwarming
(INDIEN BESCHIKBAAR)

Deel 6: Werking van de grill
* Verwarm de grill voor op □ (grillstand) gedurende ongeveer 5 minuten. Tijdens deze periode moet de termperatuurknop op de max stand staan en de deur gesloten zijn.
* Het controlelampje gaat branden om aan te geven dat de grill ingeschakeld werd.
* Smeer wat olie op de grillrooster om te verhinderen dat het vlees blijft plakken op de staven.
* Plaats een plaat op één van de onderste posities om de olie in op te vangen en voeg er wat water in voor een gemakkelijke reiniging.
Laat de kinderen niet op de ovendeur zitten of staan als de deur geopend is.

* Bereikbare delen kunnen warm worden tijdens het gebruik van de grill, kinderen moeten op een afstand worden gehouden.
•Z org dat het voedsel correct onder het grillelement is geplaatst.
- Voedsel dat bruin moet worden, moet enkel onder een warme grill geplaatst worden of in het grillgedeelte, afhankelijk van de diepte van de schotel. Het draadrooster van de grillpan kan worden verwijderd.
- Plaats geen aluminiumfolie in de grillpan omdat deze de warmte verhoogt en brand kan veroorzaken.
- De platen en schotels die op de bodem van het grillgedeelte geplaatst zijn, worden opgewarmd terwijl de hoofdoven in gebruik is.
- Tijdens het grillen moet de ovendeur gesloten zijn.
| Grill | ||
| Positie pleat. | Bereiden duur (min) | |
| Lam | 3-4 | 12-15 |
| Lamskoteletten | 3-4 | 12-15 |
| Rundvlees | ||
| Kallskoteletten | 3-4 | 15-25 (1) |
| Kaltsvlees | 3-4 | 15-25 (1) |
(1) Afhankelijk van de dikte

Deel 7: Belangrijke aanbevelingen
Niet doen
* Laat kinderen nooit zonder toezicht in de keuken wanneer het fornuis in gebruik is, want de temperatuur van het toestel kan hoog oplopen.
* Laat nooit kinderen op de geopende ovendeur staan of zitten en laat nooit iemand op het toestel zitten of staan.
* Zet geen grote steriliseerketels of vispannen over twee kookplaten heen; dit zou schade veroorzaken aan het kookelement.
* Bewaar boven het fornuis geen spullen die kinderen misschien zouden willen pakken.
* Gebruik geen water om brandende olie of vet te blussen.
* Gebruik het fornuis niet om de keuken te verwarmen of te drogen.
* Verwarm geen ongeopende blikken en andere verpakkingen die voedsel bevatten, aangezien de druk binnenin kan optopen zodat de verpakking openbarst.
* Plaats geen brandbare of plastic voorwerpen op of naast de kookplaat, en leg nooit natte schoteldoeken en dergelijke op de kookplaat te drogen.
* Gebruik geen biologisch wasmiddel, sterke schuurmiddelen of chemische schoonmaakmiddelen om de binnenkant van de oven schoon te maken.
* Laat de kookplaten niet gedurende langere tijd branden zonder dat er een pot op staat. Wat gemorst wordt moet meteen opgeveegd worden, zonder daarbij te vergeten dat de kookplaat warm kan zijn. Vlekken die na het
koken op de kookplaten achterblijven, moeten worden verwijderd voor de kookplaat opnieuw wordt ingeschakeld, om aanbakken te vermijden.
* Bewaar geen brandbare materialen zoals spuitbussen en dergelijke in de keukenkasten naast het formuis.
* Zorg ervoor dat de verluchtingsopeningen volledig vrij blijven.
* Gebruik de deurgrepen niet om handdoeken, vaatdoeken en dergelijke aan te hangen.
* Gebruik geen (traditionele) wok met een bolle bodem. Gebruik een wok met een platte, vlakke bodem.
* Zet geen borden, potten of braadsleden rechtstreeks op de bodem van de oven.
* Bedek geen ovenplateaus met aluminiumfolie; de luchtcirculatie in de oven zou hierdoor verstoord worden.
* Bedek de grillpan niet met aluminiumfolie.
* Nooit grillen met de ovendeur open
* Nooit borden verwarmen onder de grill.
Wel doen
* Laat uw toestel installeren door een gekwalificeerd vakman.
* Zorg ervoor dat u vertrouwd bent met de bedieningsknoppen voor u het toestel in gebruik neemt.
* Zorg ervoor dat er geen brandbare materialen met het toestel in aanraking komen, want de wanden worden heet tijdens het
gebruik.
* Houd kinderen altijd weg van het fornuis als het in gebruik is, want de toegankelijke onderdelen worden zeer heet.
* Schakel de stroomtoevoer altijd uit voor u het toestel schoonmaakt.
* Verzeker u ervan dat na het koken alle bedieningsknoppen zijn uitgeschakeld.
* Hou alle verluchtingsopeningen vrij.
* Denk eraan dat de oven en toebehoren zeer heet zijn bij het gebruik.
* De tijden en temperaturen die in dit boekje worden opgegeven, dienen slechts ter orientatie.
* Zorg ervoor dat vlees en gevogelte volledig ontvroren zijn voor de bereiding.
* Wees voorzichtig als u keukengerei van onder de grill haalt; het kan zeer heet zijn.
* Wees voorzichtig bij het openen van de ovendeur. Laat stoom en hete lucht ontsnappen voor u het voedsel eruit haalt.
* Gebruik ovenwanten van goede kwaliteit om keukengerei uit de oven of van onder de grill te halen.
* Kies voor uw bereiding de juiste hoogte en plaats in de oven voor u de oven of grill aanzet.
* Maak uw fornuis regelmatig schoon, liefst na elk gebruik.
* Laat het toestel afkoelen voor u het schoonmaakt.
* Laat het toestel steeds onderhouden door een gekwalificeerd vakman.

Deel 8: Onderhoud en schoonmaken
Uw toestel is zo gemaakt dat vet en sappen uit het voedsel niet onder de basis van de kookplaat druipen. De pannendragers kunnen gemakkelijk worden opgetiild en de het kookplaatoppervlak kan met zeepsop gereinigd worden en afgedroogd met een droog schoteldoek.
Reinig de branderdeksels en pannendragers met zeepsop en spoel met water. Was de branderdeksels en pannendragers nooit in afwaswater. Voor hardnekkige vlekken op de branderdeksels zijn er speciale producten in de handel. Het is aan te bevelen om vlekken veroorzaakt door zuren, zoals olie en citroen, onmiddellijk te verwijderen. Gebruik een natte doek om de binnenkant en de buitenkant schoon te maken. Gebruik een aangepast vloeibaar schoonmaakmiddel om hardnekkige vlekken te verwijderen. Gebruik nooit scherpe voorwerpen, schuurmiddelen of bijtende detergenten.
Droog de dichting van de ovendeur goed af na het schoonmaken. Wij raden u aan om het toebehoren van de grill met een natte doek af te vegen om vetvlekken weg te nemen. Zo voorkomt u dat er bij het volgende gebruik rookontwikkeling ontstaat doordat het vet verbrandt.
Elektrische kookplaten moeten schoongemaakt worden als ze helemaal afgekoeld zijn, met krasvrije crème, waarbij de cirkei van de kookplaat gevolgd wordt. Navegen met een schone, vochtige doek, om alle crème te verwijderen. Laat de kookplaat tenslotte enkele minuten opwarmen en smeer ze daarna in met een beetje slaolie om zo een beschermlaagje aan te brengen.
Vitrokeramische kookplaat:
Schoonmaken met een in zeepsop gedoopte en daarna uitgewrongen doek. Moeilijk te verwijderen vlekken kunnen weggehaal worden met behulp van een crèmepasta of vloeibaar schoonmaakmiddel. Vergewis u ervan of het schoonmaakmiddel door het V.E.D.C is goedgekeurd.
Maak geen van de oppervlakken van dit fornuis schoon met harde borstels, staalwol of messen, want daardoor kunnen de geëmailleerde oppervlakken of oppervlakken in inox beschadigd worden.
Als u speciale schoonmaakmiddelen gebruikt die in de handel verkrijgbaar zijn, lees dan aandachtig de etiketten. Gebruik geen schoonmaakmiddelen die zuur of chloor bevatten.
Schoonmaken gebeurt best door een zachte doek in zeepsop te dompelen of met een zachte doek en speciaal voor deze oppervlakken bestemde middelen.
Schoonmaakmiddelen in crème- of in vloeibare vorm zijn te verkiezen.
Het schoonmaken van keramisch glas en de keramische kookplaat:
- Schakel de stroomtoevoer uit voor het schoonmaken.
- Wacht tot het keramisch glas of de keramische kookplaat volledig is afgekoeld voor u begint schoon te maken.
- Gebruik alleen schoonmaakgerei dat geen krassen kan veroorzaken op het keramische glazen oppervlak.
Gebruik een crème of een vloeibaar schoonmaakmiddel.
- Gebruik geen schuurpoeder, harde detergenten of schoonmaakmiddelen op basis van bleekwater.
Staalwol of staalborstels kunnen het keramische glazen oppervlak beschadigen. -
De keramische plaat kan afgestoft worden met een vochtige doek.
-
Indien u ze met de nodige zorg onderhoudt kan de keramische kookplaat vele jaren meegaan.
- Veranderingen in de kleur van het keramische oppervlak hebben geen invloed op de werking of de duurzaamheid van de keramische plaat.
- Veeg het keramische oppervlak schoon met koud water en droog het af met een zachte doek.
- U kunt een spatel gebruiken om gemorst voedsel en vlekken van het oppervlak te verwijderen.
Voedsel op basis van suiker, zoals jam, moet onmiddellijk met de spatel verwijderd worden, zonder te wachten tot het oppervlak afgekoeld is.

Nooit te gebruiken om keramisch glas en inox schoon te maken
Eventuele kleurveranderingen worden niet veroorzaakt door veranderingen in de eigenschappen van het materiaal, maar wel door slijtage van het glazen oppervlak als gevolg van het plaatsen van kookgerei op een accumulatie van onvoldoende verwijderde aangebrande resten, of door het gebruik van ongeschikte schoonmaakmiddelen.
De binnenkant van de oven
Zorg ervoor dat alle knoppen uitgeschakeld zijn. Neem alle braadsleden en roosters uit de oven. Maak de binnenkant schoon met een in zeepsop gedrenkte en uitgewrongen doek. Veeg schoon met een natte doek en laat drogen.
De bakplaten niet in de vaatwasser wassen
Gebruik geen schuurpoeder
Er zijn speciaal hiertoe bestemde schoonmaakmiddelen op de markt. Lees aandachtig de richtlijnen op het etiket.
Opgelet!
Maak de binnenkant van de oven en de braadsleden nooit schoon met harde borstels, staalwol of messen. Er zijn speciaal hiertoe bestemde schoonmaakmiddelen op de markt. Lees aandachtig de richtlijnen op het etiket.
* Katalytisch geëmailleerde modellen: de binnenkant van dit model is bekleed met katalytisch email dat na het gebruik zelfreinigend werkt.

Indien uw oven een stalen rek bevat schroeft u de 4 schroeven los. Na het schoonmaken bevestigt u het stalen rek opnieuw in de oven.
Ovendeur
Veeg over de buitenkant van de ovendeur met een doek die u in warm zeepsop hebt gedompeld en uitgewrongen, en veeg daarna schoon met een doek die u in schoon water hebt gedompeld en uitgewrongen.
Gebruik geen schuursponsen of schuurpoeders die het oppervlak kunnen krassen. Let erop dat u tijdens het schoonmaken de dichting rondom de ovendeur niet beschadigt of vervormt.
Bedieningspaneel
Veeg het bedieningspaneel af met een vochtige doek en wrijf het droog met een droge doek. Gebruik geen ovenreiniger of spuitbus, schuursponsen of schuurpoeder om de bedieningsknoppen schoon te maken. Probeer niet om de bedieningsknoppen los te maken van het paneel; dit zou het toestel beschadigen en de veiligheid in gevaar brengen.
Breng het verwarmingselement naar beneden
(indien beschikbaar)
Pas op!
Laat het verwarmingselement eerst voldoende afkoelen voor u het reinigt.
- Maak het verwarmingselement los door de schroef los te draaien in de holte van het ovenplafond.
Pas op!
Schakel het verwarmingselement nooit in of plaats er geen gewicht op als het naar beneden staat.
- Breng het element na het reinigen terug naar boven en schroef terug in de holte van het ovenplafond.

Verwijderen van de ovendeur

Vervangen van de ovenlamp
-
Sluit de stroomtoevoer af.
-
Verwijder het beschermglas van de lamp aan de binnenkant van uw oven door het in tegenwijzerzin te draaien.
-
Schroef vervolgens de lamp los (in tegenwijzerzin)
-
U koopt een nieuwe speciale ovenlamp bij uw plaatselijke elektriciteitsspecialist en schroeft deze in de oven.

-
Leg de belde scharnierboringen naar voor tot tegen het pinnetje.
-
Doe de deur dicht tot de scharnieren loskomen uit de binnenscharnier.

- Trek de deur naar voor om te verwijderen.
De ovendeur terugplaatsen;
Om de ovendeur weer terug te plaatsen gaat u in omgekeerde volgorde te werk.
Opgelet: Let er bij het terugplaatsen op dat u de scharnieren goed terug op hun plaats brengt.
Deel 9: Gas conversietabel
U fornuis werkt zowel met aardgas als met LPG. U kunt converteren door de gasbron en de injectors van de bovenste brander, oven en grill te wijzigen. De vervangings-procedure van de injectors wordt hieronder uitgelegd.
Bel een erkend servicebedrijf voor gasconversie.
Vervanging van de injector van de bovenste brander
Verwijder het branderdeksel en de branderkop voor u deze procedure start. Vervolgens:
- Verwijder de injector in de bovenste brander met een geschikte schroefbit. Plaats daarna de nieuwe injector door de injectorschroefdraad te bedekken met materiaal
tegen lekken.

Verminderde tapstroom
Verwijderen van het bedieningspaneel
1- Onisteek de brander die moet worden aangepast, draai de knop naar de lage stand, trek eraan en verwijder de knop. 2. Met een schroevendraaier, maak de verminderde stroomtoevoeraanpassing van de injector die op de gastap staat (enkel de kop is zichtbaar met de boutvorm).
Het volstaat om de schroef volledig vast te schroeven in butaan/propaangas Voor aardgas moet u de schroef in eenmaal tegenwijzerzin draaien. . De normale lengte van een vlam in de laagste positie moet 6-7 mm zijn.
Als de vlam groter is dan de gewenste positie, draai de schroef in wijzerzin. Indien de vlam kleiner is, doe het tegenovergestelde.
Voor een laatste controle, zet de vlam in de hoogste en de laagste stand en controleer of de vlam aan of uit is.

Kenmerken van de branders
| Brander | Sproeier | |
| Butaangas | Natuurgas20 mbar | |
| Sudder branderachter rechts 1 kW | 50 | 72 |
| Half snelle brandervoor links 2 kW | 72 | 103 |
| Snelle branderachter links 2 kW | 72 | 103 |
| Ultra snelle brandervoor rechts 2.9 kW | 87 | 115 |

Deel 10: Transport
Bewaar de originele verpakking van de oven. Transporteer de oven in zijn oorspronkelijke verpakking. Volg hierbij de aanwijzingstekens die op het karton gedrukt zijn.
Om te beletten dat het draadrooster en de braadslee in de oven de deur beschadigen plaatst u een stuk karton of papier met een dikte van 1 tot 1,5 cm tussen het rooster of de slee en hun bevestigingspunten in de oven. Plak de ovendeur met plakband vast aan de zijwanden.
Als u niet meer beschikt over de oorspronkelijke verpakking;
Neem voorzorgsmaatregelen om te beletten dat de zijwanden en de glaswand van de oven beschadigd worden.
Verpak de oven in stevig vastgeplakt luchtbelplastic of zwaar karton om het tijdens het transport te beschermen.
De oven moet rechtopstaand vervoerd worden. Zet geen andere voorwerpen bovenop de oven.