DR40 - Vaatwassers Rhima - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis DR40 Rhima in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over DR40 Rhima
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Vaatwassers in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding DR40 - Rhima en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. DR40 van het merk Rhima.
GEBRUIKSAANWIJZING DR40 Rhima
DR40 / DR40S / DR40 afvoerpomp / DR40S afvoerpomp
Handleiding

1. Belangrijke informatie. 4
2. A I g e m e e n
2.1. Machinaal afwassen. 5
2.2. Mechanische werking.
5
2.3. Chemische werking.
5
2.4. Toestand en samenstelling van het water. 6
2.5. Temperatuur van het water. 7
2.6. Vaatwerk 7
3. Installatie van machine 8
3.1. Ontvangst van machine. 8
3.2. Water aansluiting. 8
3.3. Elektrische aansluiting. 8
3.4. Temperatuur regeling. 8
3.5. Naglanspomp werking en afregeling. 9
3.6. Installatie van zeepdoseerpomp. 10
3.6.1. Vloeistofaansluiting 10
3.6.2. Instelling van de zeepdosering. 11
3.7. (Optioneel) gebruik externe afvoerpomp. 12
3.7.1. Aansluiting 12
3.7.2. Langere tijd buiten gebruik. 12
3.8. Instellingen 12
4. Bedieningspaneel 13
5. Bediening 14
5.1. Algemeen. 14
5.2. Gebruik zeepmiddelen. 15
5.3. Gebruik naglansmiddelen. 16
5.4. Afvoerpomp systeem.( optioneel ) 16
5.5. Automatische waterontharding. (optioneel) 16
5.6. Richtlijnen hygiène en H.A.C.C.P. 17
6. O n d e r h o u d.
6.1. Dagelijks onderhoud. 18
6.2. Speciaal onderhoud. 19
7. Foutmeldingen en storingen 20
7.1. Alarm meldingen. 20
7.2. Eventuele storingen en oplossingen. 21
8. Zeep en glansmiddelen. 22
8.1 Zeepmiddel 22
8.2 Glansmiddel 22
9. Programmeren
Niet van toepassing op deze unit!!
1. Belangrijke informatie
! Lees deze handleiding eerst aandachtig, alvorens met het installeren en gebruik van de machine over te gaan.
Bewaar deze handleiding altijd bij of in de buurt van de machine. Zorg er tevens voor dat bij verkoop of overdracht van de machine de handleiding bij de machine blijft, zodat nieuwe gebruiker op de hoogte kan worden gebracht van de belangrijke informatie en waarschuwingen in deze handleiding.
Alle waarschuwingen in deze handleiding zijn ter bescherming van de gebruiker met in achtneming van de Machine richtlijn "98/37, alle aanpassingen en "Product harmonisatie technische standaards" EN 60335-1 and EN60335-2-58.
A:
- Het aansluiten van de machine, zowel elektrisch als op het waternet, dient uitsluitend te worden gedaan door gekwalificeerd en geautoriseerd personeel
- Vaatwasmachine dient uitsluitend door volwassenen te worden bediend.
- Plaats de machine niet op de voedingskabel, afvoer en toevoerslang.
- Gebruik machine niet om op te staan, machine is ontworpen om maximaal het gewicht van een korf met afwas te dragen.
- Minimale ruimte temperatuur 10°C.
- Vaatwasmachine is ontwikkeld uitsluitend voor het wassen van borden, glazen en pannen met algemene voedselresten. Was nooit ongedefinieerde , zeer kwetsbare voorwerpen of items die niet bestand zijn tegen het wasproces in de vaatwasser.
B:
Voor de juiste werking van de Vaatwasser:
- Nooit de deur openen of machine uitschakel tijdens het wasproces. De machine heeft een veiligheidsschakelaar waardoor machine direct stops als de deur geopend wordt om water verspilling te voorkomen.
- Het is verstandig om na gebruik aan het eind van de dag, de spanning van de machine af te schakelen en de kraan van de watertoevoer naar de machine af te sluiten.
- Schakel voor onderhoud en reparatie werkzaamheden altijd een erkende en speciaal hiervoor opgeleide servicedienst in!
Waarschuwing!:
- Wacht altijd minimaal 10minuten na het afschakelen van de spanning alvorens de machine aan de binnenkant schoon te maken.
- Ga nooit met uw handen in de afwasmachine tijdens of na het beëindiging van de wascyclus.
RHIMA Nederland B.V. wijst alle aansprakelijkheid van de hand voor ongevallen aan personen of goederen als gevolg van het niet opvolgen van de boven genoemde normen en instructies.
2. Algemeen.
2.1 Machinaal afwassen
In tegenstelling tot de afwasteil, waar het vaatwerk door middel van een borstel wordt schoongemaakt, gebeurt dit in een vaatwasmachine door zéér krachtige waterstralen.
Om in een vaatwasmachine een goed resultaat te verkrijgen, spelen diverse factoren een grote rol.
Deze factoren zijn:
→ Mechanische werking (vaatwasmachine)
→ Chemische werking: a. afwasmiddel b. glansmiddel
⇒ Toestand en samenstelling van het water
→ Temperatuur van het water
→ Vaatwerk.
Bedrijfsvaatwasmachines bestaan uit een wastank welke gevuld wordt met water (waswater), een centrifugaalpomp en een systeem van buizen met roterende sproeiarmen. Het wassysteem is een gesloten circuit, waarin het waswater door middel van een centrifugaalpomp door sproeiers over het vaatwerk wordt gepompt, waarna het water weer in de wastank terecht komt. De druk is zodanig uitgebalanceerd dat het vaatwerk in de korven blijft zonder kapot gespoten te worden. Van onderen en van boven wordt het vaatwerk door roterende sproeiarmen bespoten. Het is daarom belangrijk dat deze sproeiers regelmatig worden schoongemaakt om een goede waswerking te behouden.
Voor het naspoelen bevinden zich onder en boven roterende sproeiarmen. Deze sproeiarmen, aangesloten op een buizensysteem dat via een naspoelboiler op het waterleidingnet is aangesloten, hebben tot taak het gewassen vaatwerk af te spoelen, zodat zeepresten e.d. niet op het vaatwerk achterblijven.
Het vaatwerk verkrijgt door het naspoelen tevens een hoge temperatuur, omdat het water in de naspoelboiler wordt verwarmd tot ongeveer 85° C.
Aan dit naspoelwater wordt automatisch een kleine hoeveelheid glansmiddel toegevoegd, waardoor de oppervlaktespanning van het water verbroken wordt.
Door de hoge temperatuur en het glansmiddel droogt het vaatwerk buiten de machine in korte tijd op.
De hoge temperatuur van het naspoelwater heeft ook een hygiënische functie.
Het naspoelwater komt terecht in de wastank, waar het zich vermengt met het waswater.
Het hierdoor ontstane teveel aan waswater verdwijnt, tezamen met bovendrijvende vetten e.d., via de overlooppijp naar het riool. Hierdoor wordt een continu verversing van het waswater verkregen.
In het waswater bevindt zich een thermostatisch geregeld verwarmingselement, zodat de temperatuur in de wastank op een constant peil gehouden wordt.
2.3. Chemische werking
a. Afwasmiddel
Afwasmiddel speelt een belangrijke rol bij het verkrijgen van een goed wasresultaat.
Afwasmiddel wordt aan het waswater toegevoegd en wel met een concentratie van ongeveer 2 gram per liter water (de concentratie kan verschillen bij verschillende soorten / merken afwasmiddel).
Doordat het naspoelwater zich bij het waswater voegt en het overtollige waswater steeds wordt fgevoerd, zal de concentratie dalen. Tegelijk wordt de activiteit van het afwasmiddel aangetast en afgebroken door op het vaatwerk aanwezige vuil.
Afwasmiddel moet steeds goed afgesloten bewaard blijven, zodat sommige vluchtige stoffen niet kunnen vervliegen. Thee- en koffieaanslag in koppen zijn vaak een voorbeeld van uitgewerkt afwasmiddel.
Machinaal afwasmiddel is een zéér sterk loog, wees er dus voorzichtig mee, vooral voor de huid en voor de ogen.
Lees altijd de voorschriften van de afwasmiddel-leverancier!
Belangrijk!
Indien door derden automatische doseerapparatuur voor was- en/of glansmiddel gemonteerd wordt op de RHIMA bedrijfsvaatwasmachine, dient overlegd te worden met RHIMA of de betreffende apparatuur voldoet aan de door RHIMA gestelde veiligheidseisen.
Géén aansprakelijkheid wordt door RHIMA aanvaard voor schade ontstaan ten gevolge van door derden geplaatste apparatuur.
b. Glansmiddel
Water heeft een bepaalde oppervlaktespanning, zodat ná het spoelen het water als druppels op het vaatwerk achterblijft. Voor het droogproces is dit nadelig en wel om twee redenen:
- Het vaatwerk heeft meer tijd nodig om te drogen.
- Het vaatwerk droogt lelijk op (vlekken e.d.).
Glansmiddel dat tijdens de naspoeling aan het water wordt toegevoegd en zich ermee vermengt, heeft de eigenschap de oppervlaktespanning van het water te verbreken, zodat het water niet in druppels op het vaatwerk achterblijft, maar zich ontspant en zo sneller en mooier opdroogt.
2.4 Toestand en samenstelling van het water
In water zijn o.a. calcium- en magnesiumzouten aanwezig in een bepaalde concentratie. Is die concentratie hoog dan spreekt men van hard water, is die concentratie laag dan spreekt men van zacht water.
Men geeft dit aan in graden Duitse hardheid, d.w.z. dat 1 gram kalk in 100 liter water overeenkomt met
$$ 1 ^ {\circ} \mathrm{dH} (= \text { Duitse hardheid }). $$
Aan de hand hiervan krijgt men de volgende tabel:
| Zacht water 0^ dH - 3^ dH | |
| Middelhard water 3^ dH - 8^ dH | |
| Hard water 8^ dH - 12^ dH | |
| Zeer hard water boven 12^ dH |
Hard water geeft een slecht afwasresultaat, afgezien van het feit dat de levensduur van de machine wordt verkort. Als het vaatwerk in de machine gespoeld wordt met hard water, ontstaan er op het vaatwerk zogenaamde spoelvlekken. Calcium- en magnesiumzouten kunnen uitkristalliseren op het vaatwerk. Vooral op het glaswerk is dit duidelijk zichtbaar. Hiervoor is de ingebouwde waterontharder bestemd (indien aanwezig).
Een waterontharder heeft als taak de calcium- en magnesiumzouten uit het water aan te trekken en hiervoor in de plaats natriumzouten af te geven. In een waterontharder bevindt
zich een kunstmatig harsproduct dat onschadelijk is voor de verdere afwas. De natriumzouten worden verkregen door de ontharder te regenereren (schoonmaken) met een pekeloplossing. Tijdens het regenereren werkt een waterontharder precies omgekeerd, n.l. de natriumzouten worden aangetrokken en de calcium- en magnesiumzouten worden afgestoten en afgevoerd naar het riool.
Het gebruik van een waterontharder is raadzaam bij een waterhardheid boven 5° dH.
Het gebruik van een waterontharder houdt niet automatisch in dat het vaatwerk poleervrij uit de machine komt! Om poleervrij vaatwerk te verkrijgen, dient men de vaatwasmachine aan te sluiten op een zogenaamde omgekeerde osmose-installatie. Voor meer informatie hierover raadpleeg uw machine-leverancier.
2.5 Temperatuur van het water
Omdat diverse etensresten verschillende stollingstemperaturen hebben, is de temperatuur in de machine van het grootste belang.
Worden eigeel, bloed enz. met een te hoge temperatuur in de machine afgewassen, dan zal dit stollen, met als resultaat dat het vaatwerk niet schoon wordt. Als daarentegen olie of vetproducten met een te lage temperatuur worden afgewassen, zal men ook geen goed wasresultaat kunnen verwachten.
Omdat het niet mogelijk is het vaatwerk te sorteren al naar gelang de bevuiling, moet men de temperatuur van het waswater aanpassen.
Hiervoor worden algemeen de volgende maatstaven aangehouden:
- voorspoelen max. 35º C
- hoofdwas max. 62° C
- naspoelen max. 90° C
Om de wastijd te verkorten, worden bij de kleinere bedrijfsvaatwasmachines diverse processen achterwege gelaten en/of verkort. Deze machines hebben geen voorwas en geen hete luchtdroging.
Veelal wordt bij deze machines een voorspoeldouche gemonteerd om de taak van het voorwassen over te nemen. Het is dus raadzaam de voorspoeldouchetemperatuur niet te hoog af te stellen.
2.6 Vaatwerk
Het vaatwerk moet op de juiste wijze in de vaatkorven gelaatst worden en zó, dat het water er van alle kanten bij kan en er ook even gemakkelijk vanaf kan vloeien (geen koppen rechtop in de korf).
Ook heeft het vaatwerk verschillende eigenschappen wat drogen betreft.
Aardewerk en porselein, die hun warmte goed vasthouden, zullen sneller en gemakkelijker opdrogen dan metalen of kunststof voorwerpen zoals bestek en dienbladen.
Glaswerk zal snel opdrogen indien het water niet te hard is en de glansmiddeldosering goed is afgesteld.
Oud en beschadigd vaatwerk zal moeilijker schoon te maken zijn dan nieuw of onbeschadigd serviesgoed.
3. Installeren vaatwasmachine.
3.1 Ontvangst van de machine.
Controleer na het verwijderen van de verpakking of de machine niet is beschadigd. Als dit het geval is meld dit bij uw leverancier. Als veiligheid in het geding is sluit de machine dan niet aan. Voor het afvoeren van het verpakkingsmateriaal, zie hoofdstuk "Milieu"
3.2 Water aansluitingen.
Voorzie de watertoevoer altijd van een terugstroombeveiliging. Waterdruk moet tussen de volgende waarden liggen:
- Statische druk 2,5 Bar (250kPa) – 4,0 Bar (400kPa)
• Dynamische druk 2,0 Bar (200kPa) _ 3,5 Bar (350kPa)
Als de dynamische druk lager dan 2,0 Bar is, moet een drukverhogende pomp worden geïnstalleerd. Bij een druk hoger dan 4,0 Bar zal een reducer geïnstalleerd moeten worden.
Als de waterhardheid hoger is dan 5°dH moet de machine worden uitgevoerd met een ingebouwde waterontharder. Ook een externe waterontharder kan worden geïnstalleerd.
De machine wordt standaard geleverd met een watertoevoerslang (3/4" wartel) en waterafvoerslang.
Sluit de waterafvoerslang aan op de haakse afvoerbocht, die zich onderin de machine bevindt en zorg er voor dat de slang onder afschot naar de afvoer loopt.
Wanneer de afvoer te hoog zit kan de machine worden uitgevoerd met een ingebouwde afvoerpomp om het afvalwater weg te pompen.
Maximale afvoerhoogte bij gebruik van optionele afvoerpomp is 0,8 meter.
3.3 Elektrische aansluitingen.
De elektrische aansluitingen moeten worden aangesloten volgens de officiële richtlijnen en door geautoriseerd personeel.
Het is raadzaam om de machine op een aparte elektrische groep aan te sluiten.
Controleer of er een goede aardverbinding aanwezig is.
Door de grote verscheidenheid van wandcontactdozen die in omloop zijn, zal geen stekker met de machine worden meegeleverd.
3.4 Temperatuur afregeling.
Indien nodig kan de temperatuur van het was en naspoelwater worden geregeld door middel van afregeling van de fijn schroefinstelling van de betreffende thermostaat. De afregeling bevindt zich binnen in de machine. De aanbevolen temperatuur is 55°C- 60°C voor de was temperatuur en 85°C - 90°C voor de naspoel temperatuur.( tegen de klok is lagere temperatuur, met de klok mee is hogere temperatuur.
3.5 Naglanspomp werking en afregeling.
Werking: Er wordt gebruik gemaakt van een gecombineerde verschilddruk veroorzaakt door het aan en uit gaan van de waspomp en de pompdruk.
Water aansluiting:
1-Sluit de pompslang fitting (A) op de pomp aan, dit door middel van de rubberen slang geïnstalleerd in de machine ( pomp druk)
2-Sluit de kleine zwart rubberen slang aan op de bronzen fitting(B) aan te sluiten bij de boiler injector.
3-Sluit de groene zuigslang aan op de speciale fitting (C) en plaats de kleine filter en ballast in de naglans voorraad vat.
Voorpompen:
Het voorpompen wordt uitgevoerd om er voor te zorgen dat de slang en pomp geheel gevuld zijn met vloeistof. Dit kan gerealiseerd worden door ongeveer een zevental wasbeurten uit te voeren of door het in drukken van de stelschroef ( D) op het pompje tijdens een wasbeurt met tegelijk openen en sluiten van de deur. Deze methode versneld het vloeien van de vloeistof naar de pomp.
Afstelling:
Met elke wasbeurt zal de pomp een hoeveelheid naglans vloeistof opnemen tussen de 0 en 4cc. Gelijk aan een lengte van 0 tot 30 cm. door de slang. Om de pomp te regelen naar een minimum moet de stelschroef (D) met de klok mee dichtgedraaid worden. Om een maximale hoeveelheid vloeistof te laten pompen moet de stelschroef (D) ongeveer 20 complete omwentelingen tegen de klok in worden gedraaid.
N.B.: Elke omwenteling van de schroef (D) zuigt ongeveer 1,6cm vloeistof, gelijk aan 0,2 cm³/omw. Het pompen zal niet goed functioneren als het niveau tussen de bodem van de machine en de naglans container meer is dan 80 cm. Voor de correcte dossering; zie paragraaf 6.2 "Gebruik van naglansmiddel"
Werking: Voor de werking van de pomp wordt gebruik gemaakt van de leiding waterdruk.
Wateraansluiting:
1-Gebruik de rubberen slang die geïnstalleerd is in de machine voor het aansluiten van de naglanspomp fitting (B) naar de speciale fitting bij de boiler.(injector)
2- Plaats de groene slang op fitting (C) van de pomp, en plaats kleine filter en het gewicht in de naglans container.
Voorpompen: Het voorpompen wordt uitgevoerd om er voor te zorgen dat de slang en pomp geheel gevuld zijn met vloeistof. Dit kan gerealiseerd worden door een aantal wassen uit te voeren of door de stelschroef (D) herhaalde malen in te drukken.(te pompen).
Afstelling:
Met elke wasbeurt zal de pomp een hoeveelheid naglans vloeistof opnemen tussen de 0 en 4cc. Gelijk aan een lengte van 0 tot 30 cm. door de slang. Om de pomp te regelen naar een minimum moet de stelschroef (D) met de klok mee dichtgedraaid worden. Om een maximale hoeveelheid vloeistof te laten pompen moet de stelschroef (D) ongeveer 20 complete omwentelingen tegen de klok in worden gedraaid.
N.B.: Elke omwenteling van de schroef (D) zuigt ongeveer 1,6cm vloeistof, gelijk aan 0,2 cm³/omw. Het pompen zal niet goed functioneren als het niveau tussen de bodem van de machine en de naglans container meer is dan 80 cm. Voor de correcte dosering; zie paragraaf 5.2 "Gebruik van naglansmiddel"
3.6 Installatie van de zeepdoseerpomp.
Voor elektrische aansluiting: raadpleeg het meegeleverde elektrisch schema voor zeepaansluiting.
3.6.1 Vloeistof aansluiting:
a) De machine moet aan de achterzijde een gat hebben van ∅12 mm. In sommige machines is dit gat al aanwezig en is het met een kunststof dop afgedicht. Het is dus voldoende deze dop te verwijderen en de zeepinlaat te monteren.
b) Wanneer er geen gat zit aan de achterzijde van de machine moet er een gat worden geboord gelijk aan de diameter van de zeepdoorvoer. Het gat moet gemaakt worden ongeveer 10 cm boven het waterpeil en zover mogelijk verwijderd van de afvoerplug en waspompmotor.
c) Sluit de doseerpomp verder aan zoals getoond in het voorbeeld hiernaast. Fig3.7.

text_image
Point B min 3 cm C B AFig 3.7
3.6.2 Instellen van de zeepdosering. (optioneel)
De capaciteit van de zeepdoseerpomp kan ingesteld worden met de schroef instelling op de zeepdoseerpomp.(fig.3.8)

Elke 2 cm zeep in de slang komt ongeveer overeen met 0,25 cm³, overeenkomend met 0,3g (uitgaande van concentratie de vloeistof 1.2g/cm³) Voor de juiste dosering, raadpleeg de informatie op de zeep container. Zorg altijd dat u de juiste zeep gebruikt (zie "Gebruik van zeep" sectie 6.1)
!! Voor een goede werking van de zeepdosering inrichting, is het noodzakelijk dat u de slang van het doseerpompje minimaal 1x per jaar vervangt.
3.7 (Optioneel) Gebruik van externe afvoerpomp.
3.7.1 Aansluiting
Standaard zal machine zonder een afvoerpomp zijn uitgevoerd en wordt gebruik gemaakt van natuurlijke afvoer met behulp van zwaartekracht. Dit zal altijd de voorkeur hebben. Mocht dit niet mogelijk zijn door een hogere afvoer dan kan een afvoerpomp geïnstalleerd worden.
De afvoer aansluiting mag niet hoger dan 80 cm zijn. ( zie fig3.7.)

text_image
MAX 0,8mfig 3.7
3.7.2 Langere tijd buiten gebruik.
Als machine langere tijd niet in gebruik is geweest, is het raadzaam om te controleren of pomp vrij kan draaien. Dit is te realiseren door met een schroevendraaier in het speciale schroefslot te controleren of de pomp gedraaid kan worden. (zie fig 3.7.2.)

De instellingen van de machine zijn door de fabriek ingesteld op standaard waarden en condities. Een aantal van deze waarden kunnen door de installateur of gebruiker worden aangepast. Dit kan b.v. de instelling van de temperatuur, glans/zeep dosering zijn.
4. Bedieningspaneel
Beschrijving bedieningspaneel

text_image
1 2 START 3 4 S 5 6Schakelaars
- Aan/uit schakelaar
- Startschakelaar
- Schakelaar koude naspoeling (optioneel)
- Startschakelaar regeneratieprogramma (optioneel)
- Schakelaar afvoerpomp (optioneel)
- Programmakeuze schakelaar (indien aanwezig)

text_image
a b c d eControlelampjes
a. Machine aan
b. Wastank gevuld
c. Wasprogramma draait
d. Regeneratieprogramma draait (optioneel)
e. Temperatuur in orde
!!De hierboven vermelde schakelaars kunnen afhankelijk van de bestelde opties anders van samenstelling zijn of afwezig zijn. Deze functie is dan ook niet van toepassing op uw machine.
5. Bediening
5.1. Algemeen.
1 Plaats de overloop pijp in de speciale zitting in de wastank ( fig 5.1)

2 Controleer of het filter correct is geplaatst ( fig 5.2, 5.3.)
Reinig filter indien nodig.
Gebruik de machine nooit zonder het filter te plaatsen

3 Sluit de deur van de afwasmachine.
4 Plaats/ controleer de speciale slangen voor de zeep en naglans in de betreffende container en controleer of er voldoende vloeistof aanwezig is voor de dagelijkse afwas.
5 Open de waterkraan.
6 Schakel de machine aan door te drukken op de aan/uit knop 0-1. (zie knop 1 sectie 4)
7 Het lampje in de aan/uit knop of het lampje "machine aan" zal aangaan (zie controlelampje a sectie 4) De machine zal nu automatisch de wastank met water vullen.
8 Als wastank gevuld is zal het controle lampje, indien deze aanwezig is,"wastank gevuld" aangaan.(zie controlelampje b sectie 4). Het verwarmen van het water start nu automatisch.
9 De wastank is op temperatuur als het controle lampje "Temperatuur in orde" aangaat.(zie controlelampje pos e sectie 4) Bij de eerste keer vullen met vers koud water kan dit een 20 tot 45 minuten in beslag nemen.
10 Plaats nu de korf met de te wassen afwas. Plaats de borden zoals de afbeelding aangeeft bij fig 5..

text_image
fig. 511 Selecteer nu de wastijd ( kort of lang) als uw machine is voorzien van een programma knop. ( zie programmakeuzeschakelaar 6 sectie 4)
12 Als uw machine niet is voorzien van een automatische zeepdosering kunt u nu het zeepmiddel toevoegen aan het was water. Plaats nooit wasmiddel direct op de vaat aangezien dit lelijke vlekken kan veroorzaken.
13 Als het controlelampje "Temperatuur in orde" aangaat of aan is drukt u vervolgens minimaal een seconde op de "Start" schakelaar( zie knop 2 sectie 4) Het starten van de was cyclus word aangegeven met het oplichten van de knop zelf of het controlelampje "wasprogramma draait" (zie controlelampje c sectie 4).
14 Aan het eind van de wascyclus zal automatisch de naspoel plaats vinden en zal het lampje wascyclus uitgaan. Wasprogramma is nu klaar.
! Let op: Bij het openen van de machine deur kunnen warme dampen vrijkomen.
15 Bij een koude naspoeling uitvoeringsmachines( speciale uitvoering) moet u de schakelaar "Koude naspoeling"( zie schakelaar 3 sectie 4) indrukken direct na het uitgaan van het wasprogrammacontrole lampje. De tijd welke de schakelaar ingedrukt gehouden moet worden is afhankelijk van de hoeveelheid afwas die in de machine aanwezig is.
16 Verwijder de korf met vaat uit de machine.
17 De machine is nu klaar om een nieuw wasprogramma te draaien.
18 Als bij het starten van een volgende was cycli de boiler de geprogrammeerde temperatuur nog niet bereikt heeft ( controlelampje e aan) zal de machine blijven wassen totdat de boiler op temperatuur is. Daarna zal de naspoel plaats vinden en wordt het wasprogramma afgerond.
19 Ververs het waswater minimaal 2 x per dag, of na twee uur continue wassen.
20 Aan het eind van de dag machine schoonmaken volgens instructies in sectie 6 (Onderhoud.)
21 Schakel de machine uit en sluit de water kraan.
5.2. Gebruik zeepmiddelen
Maak uitsluitend gebruik van niet schuimende zeeptypen die geschikt zijn voor industriële vaatwasmachines.
Bij handmatige zeepdosering is het aan te bevelen om een poederzeep te gebruiken. Op verzoek kan de machine worden uitgerust met een automatische zeep doseerunit voor vloeibare zeep.
Voor de juiste zeep dosering verwijzen we u naar de aanwijzingen welke de zeep fabrikant op de verpakking adviseert.
1cm zeepmiddel gezogen in de slang staat ongeveer gelijk met 0,15g. Een juiste zeep dosering is zeer belangrijk voor een goed wasresultaat.
5.3. Gebruik naglansmiddelen.
De machine is standaard uitgevoerd met een naglans doseerpomp, die automatisch de naglans doseert. De hoeveelheid naglans kan worden ingesteld door de fijn afstelling schroef op naglanspomp.
Draai de schroef met de klok mee om de dosering te verlagen en te verhogen door tegen de klok in te draaien. De aanbevolen hoeveelheid naglans is 2 tot 5 cm verplaatsing in de slang per wasbeurt. 1cm vloeistof komt ongeveer overeen met 0,13g. Een juiste hoeveelheid naglans is zeer belangrijk voor een snel en schoon droogresultaat.
5.4. Afvoerpomp systeem. (optioneel).
( Met waterontharder)Om de wastank volledig te kunnen legen laat u de machine aan, verwijder de overlooppijp en sluit de deur. Druk de knop " afvoerpomp"( zie knop 5 sectie 4). tenminste 1 sec. in. De afvoerpomp zal nu de wastank leegpompen. Na het wegpompen van het water kunt u de machine uitschakelen.
Als u direct weer wilt gaan wassen na het legen van de machine, wacht dan minimaal 5 seconden voor u de machine weer aan schakelt om de machine weer te laten vullen en de volgende was te doen.
Bij het openen van de deur zal de machine automatisch stoppen en zal weer herstarten na het sluiten van de deur.
(Standaard uitvoering) Machine op uit zetten, overlooppijp verwijderen en deur open. Druk op de afvoerknop en houd deze vast tot het water afgepompt is.
Tijdens de naspoel cyclus zal het overtollige water automatisch worden afgepompt.
5.5. Automatische waterontharding.(optioneel).
Het regenereren van de optioneel ingebouwde waterontharder is zeer belangrijk. Het aantal malen dat u moet regenereren is afhankelijk van de hardheid van het aangevoerde water. Uit de grafiek kunt u halen na hoeveel wasbeurten geregenereerd zou moeten worden. ( voorbeeld in grafiek: waterhardheid 15°D (27°f) = 39 wasbeurten.).

line
| Number of cycles after regeneration | Water hardness (°C) | | ------------------------------------ | ------------------- | | 20 | 50 | | 40 | 25 | | 60 | 15 | | 80 | 10 | | 100 | 8 | | 120 | 7 | | 140 | 6 | | 150 | 5 |Om een regeneratie uit te kunnen voeren, voert u de volgende instructies uit.
- Schakel de machine aan met de "Aan/uit schakelaar (zie knop 1 sectie 4) aan.
- Open de deur van de machine.
- Verwijder de overlooppijp en maak de wastank leeg.
- Controleer en vul het zout reservoir met zout korrels (fig 5.4). !Let op dat bij het vullen van het reservoir geen zout in de wastank wordt gemorst. Een sterke concentratie van zout kan de werking en levensduur van de machine negatief beïnvloeden.

text_image
SALTfig 5.4
- Sluit de deur van de machine en druk de knop "Start regeneratie" ongeveer 5 sec in. Het controle lampje d( zie d sectie 4) zal aangaan.
Het regenereren zal ongeveer 20 minuten in beslag nemen en het controle lampje d zal dan uit gaan.
!! Als de regeneratie gestart is kunt u deze niet stoppen. U moet altijd het volledige regeneratie programma van 20 minuten laten afwerken. Ook als de machine tijdens het programma uit is geweest zal deze toch nog het programma afwerken.
Mocht een externe waterontharder zijn geïnstalleerd, volg dan de instructies op die zijn vermeld in de gebruikershandleiding van de leverancier van de ontharder.
- Een knipperend "wasprogramma" lampje c (zie sectie 4) tijdens de regeneratie geeft aan dat er tijdens cyclus wat fout is gegaan. (zie sectie 7, foutmeldingen).
5.6. Richtlijnen hygiène en H.A.C.C.P.
- De machine is uitgevoerd met een temperatuur indicator ( controlelampje e, sectie 4) deze gaat aan als de wastank en de boiler temperatuur op de juiste vooringestelde ( fabrieksinstelling) temperatuur zijn. Het advies is, om te wachten tot dit controlelampje aangaat voor u met de volgende wascyclus start.
- Verwijder voedselresten zorgvuldig om het verstoppen van de filters en sproeiers te voorkomen.
- Ververs het water en reinig de filters minimaal twee keer per dag.
- Controleer of de dosering van de zeep en naglans correct is ( volg instructies van zeepleverancier op verpakking en volg deze zorgvuldig op).
- Controleer voor u begint of er voldoende zeep en naglans in de containers aanwezig is voor de was van de dag.
- Verwijder de korf met schone handen of handschoenen om de schone vaat niet te verontreinigen.
- Droog de vaat nooit met niet steriele handdoeken, borstels of poetsdoeken.
6. Onderhoud.
6.1 Dagelijks onderhoud
Waarschuwing!!: De machine is niet beschermd tegen waterdruk spuiten, daarom mag nooit een waterdrukspuit gebruikt worden om machine te reinigen!
Gebruik nooit middelen met bleek of chloor om de machine te reinigen!
De machine zal steeds op een perfecte wijze functioneren indien deze tenminste éénmaal per dag goed wordt schoongemaakt.
Ga hiervoor als volgt te werk:
- Nadat u klaar bent met de afwas schakelt u de machine uit door op de aan/uit schakelaar (1) te drukken, waarna het "controlelampje machine aan" (a) uitgaat.
- Verwijder de overlooppijp en wacht totdat de machine geheel is leeggelopen.
- Voor machines die een ingebouwde afvoerpomp hebben dient u na het verwijderen van de overlooppijp de schakelaar van de afvoerpomp (5) ingedrukt te houden totdat de machine geheel is leeggepompt.
o Verwijder eventuele etensresten van de bodem en reinig de wastank.
○ Haal het filter uit de machine en maak deze schoon met een borstel.
Zorg ervoor dat er geen vuil of ander soort materiaal zoals bestek e.d. in de
waspomp opening kan vallen, aangezien dit tot ernstige storingen kan leiden.
- Controleer de waskoppen op de wasarmen. Verwijder de wasarmen wanneer deze geblokkeerd zijn door vuil, reinig ze en plaats ze weer terug. (zie fig.6.1)
- Plaats het filter en de overlooppijp weer terug en laat de deur openstaan wanneer de machine niet gebruikt wordt.
○ Reinig de buitenzijde van de machine met een zachte zeep en/of een onderhoudsmiddel voor roestvrijstaal.
- De machine is nu klaar voor een volgende gebruiksperiode.
Ververs het waswater minimaal 2 x per dag, of na twee uur continue wassen.
Figuur 6.1

6.2 Speciaal onderhoud.
Minimaal een keer per jaar moet de machine door een kwalificeerde technicus worden gecontroleerd.
7. Foutmeldingen en storingen
7.1 Alarm meldingen
| Type alarm Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| Knipperen van het wasprogramma lampje (c) | Wastank wordt niet gevuld Controleer of de waterkraan open staat. Controleer of de overlooppijp goed geplaatst is. Schakel de machine uit en aan om het alarm te resetten. | |
| Water wordt niet verwarmd, ( alleen bij machines met Thermostop) | Boiler thermostaat of element is defect . Controleer deze of bel de service afdeling. | |
| Knipperen van regeneratie lampje (d) | Wastank wordt niet leeggemaakt | Verwijder de overlooppijp en leeg de wastank. Schakel de machine uit en aan om het alarm te resetten |
7.2. Eventuele storingen en oplossingen.
| Storing | Mogelijke oorzaak | Oplossing |
| De machine gaat niet aan. | Er is geen spanning aanwezig.De aan/uit schakelaar staat uit. | Schakel de spanning in.Zet de aan/uit schakelaar aan. |
| De machine vult niet. | De kraan staat dicht.De deur is niet dicht.Het inlaatfilter zit verstopt met vuil.De niveauregelaar is defect. | Open de toevoerkraan.Sluit de deur.Reinig het filter van het inlaatventiel.Schakel de technische dienst in. |
| Knippert wasprogramma lampje( c) | Wastank wordt niet gevuld Controleer of de waterkraan open staatControleer of de overlooppijp goed geplaatst is.Schakel de machine uit en aan om het alarm te resetten. | |
| Water wordt niet verwarmd,( alleen bij machines met Thermostop) | Boiler thermostaat of element is defect. Controleer deze of bel de service afdeling. | |
| Het wasresultaat is onvoldoende. | De waskoppen zitten verstopt of de wasarmen draaien niet rond.De concentratie zeepmiddel is onvoldoendeHet waspompfilter is vuil | Reinig de wasarmen en de waskoppen.Voeg extra zeepmiddel toe.Reinig het pompfilter. |
| Het droogresultaat is onvoldoende. | De glansmiddeldosering is onvoldoende of de voorraadtank is leeg.Het vaatwerk is te lang in de machine gebleven.De temperatuur van het naspoelwater is te laag. | Stel de juiste dosering in en controleer de of er voldoende voorraad is.Haal het vaatwerk direct uit de machine na elk programma.Controleer de temperatuur van de boilerthermostaat. |
| Op het vaatwerk zijn strepen en vlekken zichtbaar. | Er wordt teveel glansmiddel gedoseerd.Het water bevat teveel kalk.Er is te weinig zout in het zoutreservoir*.Er zit zout in de wastank*. * alleen machines met ingebouwde waterontharder | Verminder de glansmiddel dosering.Controleer de hardheid.Vul het zoutreservoir en regenereer wat vaker.Reinig de wastank goed. Voorzichtig met het vullen van het zoutreservoir dat geen zout wordt gemorst. |
| Tijdens het programma stopt de machine en gaat niet meer verder. | De machine is aangesloten op een overbelaste groep.De zekering in de groepenkast Is doorgebrand. | Sluit de machine aan op een aparte groep.Controleer en vervang de zekering. |
| Tijdens het programma stopt de machine en gaat water bijvullen. | Het water van de vorige dag is niet vervangen.De overlooppijp is niet juist geplaatst.De niveauregelaar werkt onregelmatig. | Laat de wastank opnieuw opvullen.Verwijder de overlooppijp en plaats deze opnieuw.Neem contact op met de technische dienst. |
8. Zeep en glansmiddelen

8.1 Zeepmiddel
Het zeepmiddel moet absoluut van een niet schuimend type zijn en dient tevens geschikt te zijn voor industriële vaatwasmachines.Wanneer handmatig zeepmiddel wordt gedoseerd is een poederzeep aan te raden.
Op verzoek kan de machine worden voorzien van een automatische zeepdoseerunit welke vloeibare zeep doseert.
Volg altijd de veiligheidsinstructies van de zeepleveracier op!

8.2 Glansmiddel
De machine is standaard voorzien van een glansmiddeldoseerpomp.
Bij elke wasbeurt zal deze pomp een kleine hoeveelheid glansspoelmiddel automatisch doseren.
Het is mogelijk de gedoseerde hoeveelheid bij te stellen door middel
van de stelschroef in het midden van de doseerpomp te verdraaien.
Door deze schroef naar rechts te draaien neemt de dosering af, door naar links te draaien neemt de dosering toe.
De aanbevolen productdosering is ongeveer 3 - 6 cm product per wasbeurt, te meten op de aanzuigslang van het glansspoelmiddel.
10.
| Energiebesparende | boiler | nee |
| Chronothermische besturing | alleen op model S | |
| Aansluitwaarde | 230V | 3150 |
| Aansluitwaarde | 400V | - |
| Tankinhoud, | 1 | 16 |
| Wastankelement, | W | 1850 |
| Afmeting (bxdxh), mm | 460x545x715 | |
| Doorvoerhoogte, | mm | 290 |
| Gewicht, kg, | netto | 43 |
| Korven afmeting, mm | 400x400 | |
| Dubbelwandig | standaard | |
| Ingebouwde | waterontharder | optioneel |
| Zeepdoseerunit | optioneel/extern |
| Naglansdoseerpomp | standaard |
| Afvoerpomp | optioneel |
| Waterdruk, | kPa | 200÷400 |
| RVS | verhogingsbokje | optioneel |

text_image
460 715 705 10 40 155 215 285 35
text_image
545 300 290
RHIMA Nederland B.V.