FR 1010 - Wasmachine FRIGIDAIRE - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis FR 1010 FRIGIDAIRE in PDF-formaat.
| Type product | Wasmachine (automatische voorlader) |
| Afmetingen (hxbxd) | 85 x 60 x 55 cm |
| Gewicht | 65 kg |
| Voeding | 220-240 V, 50 Hz |
| Capaciteit | 7 kg |
| Maximale centrifugeersnelheid | 1000 tpm |
| Energieklasse | C |
| Waterverbruik per cyclus | 50 liter |
| Geluidsniveau wassen | 56 dB(A) |
| Geluidsniveau centrifugeren | 76 dB(A) |
| Programma's | Katoen, Synthetisch, Fijn, Wol, Handwas, Kort, Eco |
| Extra functies | Startuitstel, halfvol, snel wassen |
| Display | LED-display |
| Deuropening | 180 graden |
| Trommelmateriaal | Roestvrij staal |
| Veiligheid | Kinderslot, overloopbeveiliging |
| Onderhoud | Reinig pluizenfilter en trommel regelmatig |
| Reparatie en onderdelen | Originele onderdelen via technische dienst |
Veelgestelde vragen - FR 1010 FRIGIDAIRE
Gebruikersvragen over FR 1010 FRIGIDAIRE
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Wasmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding FR 1010 - FRIGIDAIRE en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. FR 1010 van het merk FRIGIDAIRE.
GEBRUIKSAANWIJZING FR 1010 FRIGIDAIRE
Tips voor zuinig wassen 4
Uw nieuwe wasautomaat 5
Beschrijving van de machine 5
■ Wasmiddellade 5
Gebruik 6
■ Bedieningspaneel 6
Bedieningsvolgorde 7-8
Programmatabel 9-10
■ Textielbehandelingssymbolen 11
■ Adviezen en tips voor het wassen 12
Was niet te lang opsparen 12
Sorteren 12
Temperaturen 12
Hoeveel wasgoed in de trommel? 12
Vóór u het wasgoed in de trommel doet 13
Welke wasmiddelen gebruiken? 13
Traditionele poeder-wasmiddelen 14
Vloeibare wasmiddelen 14
Geconcentreerde poeder-wasmiddelen 14
Wasverzachter 14
Waterontharder 14
Onderhoud 15
■ Buitenkant 15
■ Wasmiddellade 15
■ Watertoevoerfilter 15
■ Afvoerfilter 16
■ Waterlozing in geval van nood 16
■ Bij vorst 16
Eenvoudige storingen 17-18
■ Uitpakken 20
■ Watertoevoer 21
■ Waterafvoer 21
■ Belangrijk 22
■ Waterpas zetten 22
■ Speciale condities 22
■ Elektrische aansluitingen 23
Enkele paragrafen in deze handleiding zijn voorzien van symbolen die de volgende betekenis hebben:

Dit symbool vindt u bij belangrijke informatie voor de gebruiksveiligheid van uw machine. Het niet in acht nemen van deze informatie kan schade veroorzaken.

Dit symbool geeft informatie over een juist gebruik van de machine en vertelt u hoe u de beste prestaties van de machine kunt verkrijgen.

Dit symbool geeft belangrijke informatie over milieubescherming.
Onze bijdrage aan het beschermen van het milieu: wij maken gebruik van kringlooppapier.
WAARSCHUWINGEN
Deze waarschuwingen zijn bedoeld voor uw en andermans veiligheid. U wordt geacht ze gelezen te hebben, alvorens u het apparaat installeert en/of in gebruik neemt.
Algemene veiligheidsaanwijzingen
■ Tracht, in geval van een storing of defect, dit apparaat niet zelf te repareren. Reparaties welke door niet-deskundige personen uitgevoerd worden, kunnen tot schade of letsel leiden. Raadpleeg ELGROEP FABRIEKSSERVICE.
■ Netsnoer nooit aan het snoer uit het stopcontact trekken, maar aan de steker.
Installatie
■ Alle delen die tot de transportbeveiliging behoren moeten beslist zijn verwijderd, alvorens het apparaat in gebruik te nemen. Ernstige schade aan het apparaat of andere zaken kan het gevolg zijn van het niet of niet geheel verwijderen van de transportbeveiliging.
■ Een eventueel noodzakelijke wijziging aan de elektrische huisinstallatie ten behoeve van de installatie van dit apparaat, mag uitsluitend door een daartoe bevoegd persoon uitgevoerd worden.
- Een eventueel noodzakelijke wijziging van de watertoe- en/of afvoervoorzieningen ten behoeve van de installatie van dit apparaat mag uitsluitend door een daartoe bevoegd persoon uitgevoerd worden.
■ Overtuig u ervan dat het apparaat na de installatie of het verplaatsen niet op het aansluitsnoer staat.
Gebruik
■ Was geen artikelen in de wasautomaat die hier niet voor geschikt zijn. Raadpleeg het textielonderhoudsetiket.
■ Overlaad het apparaat niet. Raadpleeg de betreffende adviezen in de gebruiks-aanwijzing.
■ Met vluchtige stoffen, zoals spiritus, benzine, terpentine en dergelijke, gereinigde artikelen mogen niet in de wasautomaat. Indien zulke reinigingsmiddelen gebruikt werden om voortijds vlekken te verwijderen, dan moet met het wassen in de wasautomaat gewacht worden tot het artikel volledig uitgedampt is.
■ Was kleine artikelen, zoals babysokjes, ceintuurs en dergelijke in een sloop. Zulke kleine artikelen kunnen tussen de trommel en de kuip slippen.
- Overtuig u ervan dat, vóór u een kledingstuk in de wasautomaat doet, de borst- en broekzakken leeg zijn, ritssluitingen zijn gesloten en eventueel loshangende knopen verwijderd of eerst aangenaaid zijn. Was geen rafelig of gescheurd goed; herstel het voortijds. Verwijder voortijds verf-, inkt-, roest- en grasvlekken. Was bh's met beugels niet in de wasautomaat.
■ Objecten zoals flippo's, munten, veiligheidsspelden, naalden, spijkers, schroeven en andere harde of scherpe materialen behoren niet in de wasautomaat; zij kunnen aanzienlijke schade veroorzaken.
■ Wees voorzichtig met wasverzachter. Een te grote dosering kan schade aan het wasgoed toebrengen. Raadpleeg de instructies van de fabrikant van de wasverzachter.
Kijk, vóór u de vuldeur (voortlader) opent, altijd eerst of het water weggepompt is. Indien dat niet het geval is, laat de machine dan eerst het water afpompen. Raadpleeg in twijfelgeval de gebruiksaanwijzing.
■ Laat de vuldeur (voorlader) op een kier staan indien het apparaat niet gebruikt wordt. Dat is beter voor de rubbermanchet en u voorkomt het ontstaan van een muffe lucht.
■ Schakel na het gebruik altijd de stroomtoevoer af door, afhankelijk van de wijze van installatie, de steker uit het stopcontact te nemen of de badkamertrekschakelaar op de UIT-stand te schakelen. Draai na het gebruik altijd de watertoevoerkraan dicht.
Bescherming voor kinderen
- Kinderen zien de gevaren in verband met elektrische apparaten vaak niet. Zorg daarom voor toezicht als het apparaat draait en laat kinderen niet met de wasautomaat spelen.
■ Verpakkingsonderdelen (bijv. folie, piepschuim) kunnen voor kinderen gevaarlijk zijn. Verstikkingsgevaar!
Verpakkingsonderdelen weghouden van kinderen.
■ De glasdeur kan tijdens het gebruik zeer heet worden. Houd kinderen uit de buurt van het apparaat zolang het in werking is.
■ Let erop dat er geen kinderen of kleine dieren in de trommel van het apparaat klimmen. Houd daarom de deur van de wasautomaat gesloten als hij niet gebruikt wordt.
■ Maak het oude apparaat dat u, in afwachting van het weghalen of wegbrengen zolang terzijde zet, onbruikbaar. Knip het netsnoer eraf en verwijder de deursluiting.

AFDANKEN
■ Afdanken van de verpakking
Alle met dit symbool gemerkte materialen zijn "milieu-vriendelijk". Ze kunnen zonder bezwaar bij het afval worden gezet.
De kunststoffen kunnen hergebruikt worden en hebben de volgende aanduidingen:
PE< voor polyethyleen
PS< voor polystyreen
PP< voor polypropyleen
Wij adviseren u, het karton in een container voor oud papier te deponeren.
■ Afdanken van het apparaat
Informeer bij de gemeente wie het oude apparaat ophaalt of waar u het moet bezorgen, teneinde er zeker van te zijn dat het apparaat zorgvuldig verschrot of gerecycled wordt.

TIPS VOOR ZUINIG WASSEN
■ De programma's zonder voorwas zijn bedoeld voor normaal vuil wasgoed. Ze besparen wasmiddel en water in vergelijking met een programma met voorwas.
■ U wast het zuinigst met een volle trommel.
■ Door een geschikte voorbehandeling kunnen vlekken en lichte verontreinigingen verwijderd worden.
■ Doseer het wasmiddel altijd volgens de aanwijzingen van de wasmiddelfabrikant.
■ Kies voor licht vuile was het kortprogramma.
■ Door een geschikte voorbehandeling kunnen vlekken en lichte verontreinigingen verwijderd worden.
UW NIEUWE WASAUTOMAAT
Deze nieuwe wasmachine voldoet aan alle eisen voor een moderne behandeling van uw wasgoed, met besparing van water, stroom en wasmiddel.
Doordat de wasmachines de laatste jaren steeds zuiniger zijn geworden met energie, is de wastijd langer geworden. U zult echter merken dat het wasresultaat optimaal is.
- De mogelijkheid om temperatuur in te stellen, zorgt ervoor dat u de was "persoonlijk" kunt behandelen.
■ De automatische sopafkoeling op 60°C in het witte was-programma voor het afpompen voorkomt dat kunststof afvoerbuizen vervormen.
■ De onbalansbeveiliging zorgt voor een goede stabiliteit van de machine tijdens het centrifugeren.
BESCHRIJVING VAN DE MACHINE
1 Wasmiddellade
2 Programmaverklaring
3 Functielampje
4 Optietoetsen
5 Temperatuurkeuzeknop
6 Programmakeuzeknop en AAN/UIT schakelaar
7 Deurgreep
8 Filter
9 Verstelbare voetjes
Wasmiddellade

Voorwasmiddel

Hoofdwasmiddel

Wasverzachter

text_image
1 2 3 4 5 6 7 8 9
text_image
File Name ALOISGEBRUIK
Bedieningspaneel

text_image
FRIGIDAIRE FR 1010 1000 ① ② ③ ④ ⑤ ⑥ ⑦1 Programmaverklaring
2 Functielampje
Dit brandt wanneer de machine ingeschakeld is.
Als u op deze toets drukt, stopt de machine met water in de trommel na de programma's voor synthetische of fijne was. Dit voorkomt dat het wasgoed erg verkreukelt als het vochtig in de trommel blijft. Wanneer u de machine wilt legen, drukt u opnieuw op de toets, de machine laat het water dan weglopen en voert een korte centrifugegang uit of u draait de knop op de waterafvoerstand Q. Als deze toets niet ingedrukt is, eindigen de wasprogramma's met een korte centrifugegang.
4 Toets "Lage centrifugesnelheid"↓©
Door het drukken op deze toets wordt de centrifugesnelheid als volgt verlaagd:
- katoen en linnen programma's: van 1000 naar 600 toeren/per minuut.
- programma's voor synthetische, fijne en wolwas: van 740 naar 400 toeren/per minuut.
Als de machine niet geheel gevuld is, drukt u voordat u het programma start op deze toets, de machine voert een spoelgang minder uit en bespaart zo water en stroom.
6 Temperatuurkeuzeknop
U kiest hiermee de juiste watertemperatuur voor de artikelen die gewassen moeten worden.
Om de juiste temperatuur in te stellen draait u de knop totdat de gewenste temperatuur onder het tekentje op het bedieningspaneel staat.
Op de programmakaart vindt u de geschikte temperatuur voor de verschillende soorten textiel.
7 Programmakeuzeknop
U draait de knop naar rechts voor het kiezen van het programma, totdat het gewenste programma onder het tekentje op het bedieningspaneel staat. Als u per ongeluk de knop voorbij het gewenste programma draait, dan NOOIT DE KNOP TERUG NAAR LINKS DRAAIEN, draai hem naar rechts door totdat u het juiste programma opnieuw tegenkomt.
BEDIENINGSVOLGORDE
i Voordat u de eerste was draait, raden wij u aan de machine zonder belading een katoenprogramma op 60°C te laten afwerken zodat eventuele verontreinigingen die bij de fabricage ontstaan zijn,uit trommel en kuip verwijderd worden. Giet een halve maatbeker wasmiddel in de wasmiddellade en start de machine.
1. Doe het wasgoed in de machine
Open de deur.
Doe de stukken wasgoed één voor één in de trommel en spreid ze zoveel mogelijk uit.
Sluit de deur.
Stop de machine niet overvol, maar probeer het apparaat zoveel mogelijk met een volle belading te laten draaien, dit hangt tevens af van het type wasgoed. Verminder de hoeveelheid textiel wanneer dit erg vuil of pluizig is.
2. Doseer wasmiddel.
Trek de wasmiddellade zover uit dat hij stokt.
Meet de aanbevolen hoeveelheid wasmiddel af in een maatbeker en giet het in het hoofdwasmiddel vakje Ⓗ.
Als u wilt voorwassen(*), giet u het wasmiddel in het vakje met Ⓠ.
(*)De voorwas kunt u kiezen in programma "A".
3. Doseer wasverzachter.
De wasverzachter giet u, als u dit wil gebruiken, in het vakje met ⚙ (de vloeistof mag niet boven de aanduiding «MAX»in het vakje uitkomen).
Doe de wasmiddellade rustig dicht.
4. Kies de gewenste optie(s).

5. Kies de temperatuur.
Draai de knop op de gewenste temperatuur.

Draai de programmakeuzeknop NAAR RECHTS tot het gewenste programma.

text_image
B AL0407. Start de machine.
Voordat u de machine start, moet u controleren of:
■ de stekker in het stopcontact zit
■ de waterkraan opengedraaid is
■ de deur en de wasmiddellade dicht zijn.
Trek de programmakeuzeknop naar buiten, het functielampje gaat branden en de machine start.

8. Aan het einde van het programma.
De machine stopt automatisch en het functielampje gaat uit.
De deur is uitgerust met een beveiligingsmechanisme dat de deur 3 minuten na het einde van het programma ontgrendelt.
Voordat u de deur opent, controleert u of er geen water meer in de trommel staat.
Schakel de machine uit door de programmakeuzeknop in te drukken.
De fabrikant adviseert u de stekker uit het stopcontact te verwijderen en de waterkraan dicht te draaien wanneer het programma afgelopen is.
Laat de deur een stukje open staan zodat zich geen schimmel en nare luchtjes vormen kunnen.
PROGRAMMATABEL
WASPROGRAMMA'S VOOR KATOEN EN LINNEN
| Was-programma | Temperatuur | Soort textiel | Eventuele aanvullende functies | Max. belading |
| A | 40°-90° | WITTE WAS MET VOORWAS.Witgoed, bijvoorbeeld werkkleding die sterk verontreinigd is, bedde-, tafel- en ondergoed, handdoeken | 1/2 16 | 4,5 kg |
| B | 40°-90° | WITTE WAS ZONDER VOORWASNormaal vervuild wasgoed, bijv. bedde-, tafel- en ondergoed, handdoeken | 1/2 16 | 4,5 kg |
| B * | 40°-60° | BONTE WAS ZONDER VOORWASlicht gekleurd wasgoed, van linnen of katoen, overhemden, ondergoed, badstof | 1/2 16 | 4,5 kg |
| C | 30°-40° | KORT PROGRAMMAGering vervuild wasgoed, zoals één maal gebruikte badhanddoeken, sportkleding, enz. | 1/2 16 | 4,5 kg |
| DSpoelen | KOUD | Op de hand gewassen goed kan met dit programma uitgespoeld worden | 1/2 16 | 4,5 kg |
| FWasverzachten | 1 x spoelen met wasverzachter.Lang centrifugeren. | 16 | 4,5 kg | |
| GLang cen-trifugeren | Aparte centrifugegang voor katoen en linnen | 16 | 4,5 kg |
*Het programma B "Bonte was 60°C" is het referentie programma voor de gegevens op het verbruiksetiket, volgens EEGnorm 92/75.
| Verbruikswaarden* | ||
| Energie kWh | Water liter | Tijd min. |
| 1,2 | 78 | 130 |
PROGRAMMATABEL
WASPROGRAMMA'S VOOR SYNTHETICA, FIJNE WAS EN WOL
| Wasprogramma | Temperatuur | Soort textiel | Eventuele aanvullende functies | Max. belading |
| H | 30°-60° | SYNTHETICA MET VOORWAS Synthetica, ondergoed, gekleurde textiel, no-iron overhemden die sterk verontreinigd zijn | 2 kg | |
| J | 30°-60° | SYNTHETICA ZONDER VOORWAS Normaal vervuild wasgoed (no-iron overhemden, ondergoed, blouses) | 2 kg | |
| K | 30°-40° | FIJNE WAS Voor alle fijne textiel, bijvoorbeeld gordijnen | 2 kg | |
| L | * - 40° | WOL Wolwasprogramma voor textiel met het wolmerk en de aanduiding "krimpvrij" of "wasmachine veilig" | 1 kg | |
| M Spoelen | KOUD | Voor het spoelen van op de hand gewassen goed | 2 kg | |
| N Wasverzachten | 1 x spoelen met wasverzachter. Lang centrifugeren. | 2 kg | ||
| P Centrifugeren | Aparte centrifugegang voor synthetica, fijne was en wol | 2 kg | ||
| Q Afpompen | Waterafvoer van de laatste spoelgang voor de wasprogramma's die eindigen met water in de trommel | 2 kg |
Als u de toets "Water in trommel" D, ingedrukt hebt, stopt de machine na de laatste spoelgang met het water in de trommel zonder het te lozen.
U kunt het water op twee manieren afvoeren:
Kies het afpompen programma Q
Druk opnieuw de toets "Water in trommel" D in.
| WASSEN | 95 95 | 60 60 | 40 40 | 40 | |||||
| Gewoonprogramma | Anti-kreuk-programma | Gewoonprogramma | Anti-kreuk-programma | Gewoonprogramma | Anti-kreuk-programma | Wolwas-programma | Alleen snellehandwas | Niet wassen,ook niet weken | |
| De getallen in de tobben geven de hoogst toelaatbare temperaturen aan: deze niet overschrijden.Tot de gewone wasprogramma's behoren ook E-, spaar- en halve wasprogramma's.Anti-kreukprogramma's: voor artikelen die synthetische vezels bevatten en/of kreukherstellend zijn gemaakt; machinebeladen met de helft van het maximale gewicht. Handwas lauw of koud.Wolwas in de machine: uitsluitend Superwash en alleen met door het internationaal Wol Secretariaat (IWS) goedgekeurdeprogramma's. Belading: 13 tot 14 van het maximale gewicht. | |||||||||
| BLEKEN | Koud bleken met bleekwater of geconcentreerd chloorbleekmiddel in verdunde oplossing mogelijk | Niet mogelijk | |||||||
| STRIJKEN | Heet strijken | Warm strijken | Lauw strijken | Niet strijken | |||||
| De punten verwijzen naar de punten op de regelknop van het strijkijzer. | |||||||||
| CHEMISCHREINIGEN=STOMEN=DRY CLEANING | Gewone reiniging | Speciale reiniging | Niet chemisch reinigen | ||||||
| Artikelen met P of F in de cirkel kunnen meestal niet worden ontvlekt met tetra of tri.De letters zijn vooral bestemd voor de chemisch reiniger. Zij geven het te gebruiken oplosmiddel aan. Reiniging met F is nauwelijks mogelijk.De streep onder de cirkel betekent: lichte belading, hoge vlotverhouding, weinig mechanische beweging, korte reinigings, -spoel- encentrifugeertijden; en vooral: geen water toevoegen. | |||||||||
| TROMMEL-DROGEN | Normale textiel | Hittegevoelige textiel | Niet drogen in droogtrommel | ||||||
Meer informatie in het boekje «Textiel ABC», te verkrijgen door overmaking van f 16,25 op gironummer 666402 van VTWS, Delft. Telefoon (015) 261 12 05
i Adviezen en tips voor het wassen
Was niet te lang opsparen
In de eerste plaats adviseren wij u wasgoed niet al te lang op te sparen, in ieder geval niet als het vochtig is want het gaat dan schimmelen en veroorzaakt een muffe geur.
Men zegt ook wel dat «het weer er in gekomen is»; weervlekken krijgt u er niet meer uit.
Sorteren
Neemt u vooral even de tijd om de in dit boekje afgedrukte kaart voor de behandelingssymbolen aandachtig te lezen.
Een streep onder de tobbe betekent dat u het artikel niet met de krachtige katoenprogramma's mag wassen.
Was gekleurd goed, met name donker gekleurd, eerst een keer apart. De kans is groot dat het afgeeft.
Sterke kreukherstellende stoffen, zoals polyester/katoen, vallen onder «synthetica».
Tere stoffen, zoals acryl en meestal ook vitrages, vallen onder «fijne was».
Het wolwasprogramma is een speciaal programma voor «zuivere scheerwol». Bij alle andere wolsoorten en mengsels kan niet worden uitgesloten dat deze krimpen en/of vervilten in de wasmachine.
Temperaturen
In principe kiest u voor een bepaalde wasbeurt de soptemperatuur niet hoger dan het gevoeligste stuk wasgoed nog kan verdragen.
95°C: voor witte- of kookecht-gekleurd katoen en linnen, zoals beddegoed, tafellakens, theedoeken, handdoeken, zakdoeken en ondergoed.
Gemakshalve wordt deze groep vaak "witte was" genoemd.
60°C: voor normaal vuile witte was, voor lichtgekleurde bontwas en voor witte- en lichtgekleurde synthetica.
40°C: vrijwel alle textielsoorten kunnen op 40°C gewassen worden.
U kiest deze temperatuur ten eerste als dit door het wasetiket aangegeven wordt, bijvoorbeeld voor donkergekleurde textiel en fijne was.
Daarnaast kiest u 40°C als het wasgoed zo weinig vuil is dat het met een lage temperatuur ook nog schoon wordt.
30°C: alhoewel machine-wasbare wol als regel zondermeer op 40°C gewassen mag worden, zult u op het etiket, voorzichtigheidshalve, toch vaak 30°C tegenkomen. Ook bij teer wasgoed, de fijne was, is dat vaak het geval.
Wij adviseren u zich altijd aan de etikettemperatuur te houden.
Hoeveel wasgoed in de trommel?
Wilt u optimale resultaten bereiken, dan adviseren wij u, naast het kiezen van het juiste programma, ook de maximaal toegestane belading van de trommel niet te overschrijden.
Wasgoed droog wegen voor u het in de trommel doet, is erg omslachtig, dus helpen wij u op een andere manier op weg:
■ Volle belading (maar niet proppen) voor katoen en linnen.
- Halfvolle of iets meer dan halfvolle belading voor sterke synthetica en mengsels. Ook zogeheten "kreukherstellende stoffen" vallen onder synthetica.
■ Eenderde van de trommel voor fijne was en machine-wasbare wol.
In onderstaande tabel geven wij u een indruk wat wasgoed, bestaande uit katoen en linnen, ongeveer weegt.
Voor synthetica, mengsels en fijne was is het onmogelijk om gewichten op te geven, daar deze stoffen zeer verschillend van aard zijn.
Voor machine-wasbare wol geven wij doorgaans een maximum van 1 kilogram op, maar feitelijk bedoelen we dat u wol in "ruim sop" moet wassen.
| Tweepersoons laken | 700 - 1000 g |
| Kussensloop | 125 - 200 g |
| Tafellaken | 350 - 500 g |
| Servet | 70 - 120 g |
| Theedoek | 75 - 100 g |
| Badhanddoek | 150 - 200 g |
| Badiaken | 700 - 1000 g |
| Overhemd | 200 - 300 g |
| Schort | 150 - 200 g |
Vóór u het wasgoed in de trommel doet
Herstel scheuren, gaten en halen voortijds.
Naai loshangende knopen eerst aan of knip ze af.
Sluit drukknopen en ritssluitingen.
Was geen rafelig goed; herstel eerst de zomen.
Haal de haken uit vitrage en doe de vitrage in een sloop of linnen zak.
Verwijder voortijds achtergebleven kleine voorwerpen uit borst- en broekzakken.
LET OP
Objecten zoals flippo's, munten, veiligheidsspelden, schroeven en andere harde materialen behoren niet in de wasautomaat; zij kunnen aanzienlijke schade veroorzaken.
Was bh's met beugels niet in de wasautomaat.
Behandel voortijds vlekken die er in de wasautomaat moeilijk of in het geheel niet uit zullen gaan:
Was- en kaarsvet. Zoveel mogelijk met een bot mes voorzichtig afschrapen. Tussen twee papieren zakdoekjes de overgebleven was met de warme strijkbout er uit strijken. Niet te heet bij synthetische stoffen.
Inkt en ballpoint: Deppen met spiritus. De kleur van de stof kan aangetast worden door zowel de inkt als de spiritus.
Weer- en schroeivlekken. Bleken met een verdunde oplossing van bleekwater of chloorbleekmiddel.
Roest. Verwijderen met citroenzuur of een speciaal behandelingsmiddel. Eerst koud spoelen en daarna wassen. Geen wasmiddel met bleekmiddel gebruiken.
Kauwgom. Wegwrijven met ijsblokjes. Restant verwijderen met nagellak-remover. Pas op met remover bij synthetische stoffen.
Verf. Geef de vlek geen kans om op te drogen. Met witte schone katoenen doek en een oplosmiddel (terpentine, wasbenzine of thinner) behandelen.
Lippenstift. Deppen met spiritus. Met fijnwasmiddel nawassen.
Nagellak. Verwijderen met nagellak-remover. Dit is niet mogelijk bij stoffen als acetaat, triacetaat en chloorvezel.
Olie en teer. Met boter insmeren en laten intrekken. Daarna met terpentine deppen.
Gras. Met spiritus vochtig maken en met een zeepoplossing deppen. Als de kleur of de stof er tegen kan, nableken met bleekwater.
Chocolade, thee, wijn, koffie en vruchtensap. Voorweken in warm water met een biologisch voorweekmiddel. Als het nodig is en de kleur of de stof er tegen kan, nableken met bleekwater.
Vuile kragen of manchetten. Aanstrijken met zeep of een speciaal daarvoor bedoelde spray of pasta. Dan gewoon wassen.
Bloed. Verse vlekken met lauw water uitspoelen. Oude vlekken voorweken met een biologisch voorweekmiddel.
Transpiratie- en deodorantvlekken. Verse vlekken met sodawater deppen. Oude vlekken met azijn of spiritus deppen.
Hars. Met een speciale vlekkenoplosser behandelen. Sterke stoffen, zoals katoen en linnen, met terpentine, wasbenzine of spiritus behandelen.
Het gebruik van verdampende middelen, zoals terpentine, wasbenzine, spiritus, thinner, aceton en dergelijke is gevaarlijk; niet roken en geen open vuur gebruiken.
Doe het karweitje buiten en laat het kledingstuk eerst uitdampen voor u het in de wasautomaat of de droogautomaat doet.
De fabrikant van uw was- of droogautomaat is niet aansprakelijk voor schade of letsel ontstaan door het gebruik van gevaarlijke stoffen.
Welke wasmiddelen gebruiken?
Een gouden regel is: gebruik altijd machine-wasmiddelen, dus nooit handwasmiddel of zeep in de machine.
Een nauwelijks minder belangrijke regel is: probeer gewoon uit welk wasmiddel u het beste bevalt.
Houd u aanvankelijk aan de doseringen die de fabrikant van het wasmiddel op z'n verpakking aangeeft en let daarbij op de waterhardheid (kunt u opvragen bij het waterleidingbedrijf). Het is de moeite waard om daarna uit te proberen of bij minder doseren uw wasgoed ook nog voldoende schoon wordt. In ieder geval kunt u bij een klein wasje aanzienlijk minder doseren. Er zijn totaal-wasmiddelen voor kook- of bontwas, bleekvrije wasmiddelen voor bontwas, speciale fijnwasmiddelen, machine-wolwasmiddelen en biologische voorwas- of voorweekmiddelen.
Traditionele poeder-wasmiddelen
Deze wasmiddelen doet u in de vakjes Ⓤ voor de voorwas en Ⓤ voor de hoofdwas.
Vloeibare wasmiddelen
Gebruikt u een vloeibaar wasmiddel, dan mag u dat, mits u geen voorwas doet, direct in het vakje Ⓤ voor het hoofdwasmiddel gieten. Wel meteen daarna de machine starten.
Vloeibare wasmiddelen zijn zeer geschikt voor lage wastemperaturen, dus 30°C en 40°C. Voor hogere temperaturen, 60°C tot 95°C, adviseren wij u een poedervormig wasmiddel te gebruiken.
Geconcentreerde poeder-wasmiddelen (ULTRA's, MICRO's en dergelijke).
Geconcentreerde wasmiddelen kunt u op dezelfde manier als vloeibare wasmiddelen doseren. Uiteraard past u de hoeveelheid aan, omdat u van deze wasmiddelen minder nodig hebt.
Uw nieuwe machine is van een sopcirculatie- systeem voorzien, waardoor het wasmiddel uitstekend en zonder verspilling verdeeld wordt.
Wasverzachter
Tijdens de laatste spoelgang doseert de machine automatisch een hoeveelheid vloeibare wasverzachter. U hoeft geen wasverzachter te gebruiken maar dit kan soms toch wenselijk zijn. Bijvoorbeeld als u katoen binnenshuis droogt: het wasgoed voelt dan minder stug aan. Of als u synthetisch wasgoed in de machine droogt: het wordt dan niet statisch (knetteren, kleven). Houd u aan de aanwijzingen van de fabrikant van de wasverzachter, maar de hoeveelheid wasverzachter mag nooit hoger dan het filternet in het doseervakje of de maximum aanduiding komen.
Erg dikke vloeistof voortijds met wat water verdunnen.
Waterontharder
Water is «harder» naarmate er meer calcium en magnesium in voorkomt. In Nederland wordt de hardheid aangegeven in «DH» (Duitse graden). Op de verpakking van het wasmiddel vindt u, in drie globale zones verdeeld, hoeveel wasmiddel u moet doseren. U ziet dat dat meer is naarmate de hardheid hoger is.
Kalk slaat uit het water neer op zowel het wasgoed als op machinedelen. Bekend is onder andere het stug worden van wasgoed en het verkalken van het verwarmingselement.
Om dat te voorkomen doet de wasmiddelfabrikant een «kalkbindende» stof in het wasmiddel. Voorheen was dat fosfaat.
Tegenwoordig, om redenen van milieutechnische aard, een fosfaatvervanger. Het wasmiddel bestaat echter uit vele ingrediënten. Gaat u meer doseren, dan doet u dat feitelijk slechts om meer kalkbindende stoffen aan het water toe te voegen. Automatisch doseert u dan eigenlijk teveel van al die andere actieve stoffen. U kunt dat verhelpen door minder wasmiddel te doseren en het verschil op te vangen door een onthardingsmiddel, zoals Calgon, mee te doseren. Houdt u zich aan de aanwijzingen van de fabrikant van het onthardingsmiddel.
Waterhardheid
| Bereik | Eigenschap | Duitse schaal | Franse schaal |
| 1 | zacht | 0-7 | 0-15 |
| 2 | gemiddeld | 8-14 | 16-25 |
| 3 | hard | 15-21 | 26-37 |
| 4 | zeer hard | meer dan 21 | meer dan 37 |
ONDERHOUD

Haal altijd de STEKKER UIT HET STOPCONTACT voordat u schoonmaak- of onderhoudswerkzaamheden aan de machine gaat verrichten.
1. Buitenkant
De buitenkant van de machine reinigt u met warm water en een neutraal, niet schurend huishoudelijk schoonmaakmiddel. Afnemen met schoon water en drogen met een zachte doek.
Belangrijk: gebruik geen spiritus, oplosmiddelen en dergelijke voor het reinigen van de buitenkant van uw wasautomaat.
2. Wasmiddellade
Na een tijdje vormen de resten van wasmiddelen en wasverzachters een aangekoekt laagje in de wasmiddellade.
Maak deze lade af en toe schoon door hem onder stromend water te houden. Door de greep naar beneden te drukken, kunt u de lade eruit trekken.
Om het reinigen te vergemakkelijken kunt u ook het bovenste gedeelte van de vakjes voor wasverzachter e.d. verwijderen.
Ook binnen in de houder kunnen resten aankoeken: verwijder deze met een oude tandenborstel. Plaats de lade na het schoonmaken weer terug.

3. Watertoevoerfilter
Als u merkt dat het lang duurt voordat de machine vol water loopt, controleer dan of het filtertje in de toevoerslang niet verstopt zit.
Draai de waterkraan dicht.
Schroef de toevoerslang aan de achterkant van de machine los.
Maak het filtertje met een harde borstel schoon.
Breng het weer op zijn plaats aan en schroef de slang opnieuw aan de achterkant van de wasautomaat.

text_image
P0090
In het afvoerfilter worden pluis, draden en kleine voorwerpen opgevangen die in het wasgoed achtergebleven zijn. Controleer regelmatig of het filter schoon is.
Doe het filterdeurtje open.
Plaats een bakje onder het filter en schroef het los.
Trek het filter eruit.
Maak het onder stromend water schoon en plaats het terug, zorg ervoor dat u het geheel goed vastdraait.

Als het water niet afgevoerd is (afvoerpomp geblokkeerd, filter of afvoerslang verstopt) gaat u als volgt te werk om de machine te legen:
- trek de stekker uit het stopcontact
- draai de waterkraan dicht
- wacht zonodig tot het water voldoende afgekoeld is
- plaats een bak op de vloer
- leg de afvoerslang in de bak en laat het water eruit lopen.
Kunt u niet bij de afvoerslang komen omdat de machine bijvoorbeeld in een meubel is ingebouwd, dan draait u het afvoerfilter iets los nadat u een bak op de vloer geplaatst heeft en laat u zo het water uit de machine lopen.
Draai tenslotte het filter weer vast.
6. Bij vorst
Als de machine blootgesteld wordt aan temperaturen onder het vriespunt dan dient u bepaalde voorzorgsmaatregelen te treffen.
• Draai de waterkraan dicht.
• Schroef de toevoerslang los.
- Haal de afvoerslang van de achtersteun en plaats de uiteinden van de twee slangen in een bak. Laat het afvoerprogramma draaien totdat de programmakeuzeknop op de "Stop"stand staat.
• Schakel de machine uit.
- Schroef de toevoerslang weer vast en leg de afvoerslang op zijn plaats.
- Wanneer u de machine opnieuw wilt gebruiken, moet de kamertemperatuur hoger zijn dan 0°C.
EENVOUDIGE STORINGEN
Ga, alvorens de Servicedienst in te schakelen, eerst even na of u de storing zelf kunt verhelpen. Indien de storing niet opgeheven kan worden, contact opnemen met ELGROEP FABRIEKSSERVICE.
| Storingen | Mogelijke oorzaken |
| ■ De machine start niet: | ■ Is de vuldeur goed gesloten?■ Is de betreffende groepzekering heel?■ Is de AAN/UIT-toets ingedrukt? |
| ■ De machine neemt geen water op: | ■ Staat de waterkraan open?■ Geeft de kraan water? Probeert u dat even uit.■ Toevoerslang bekneld of geknikt geraakt?■ Toevoerfilter verstopt?■ Vuldeur goed gesloten? |
| ■ De machine neemt wel water op, maar dat stroomt er door de afvoer weer uit: | ■ Het uitstroomeind van de afvoerslang bevindt zich op een te laag punt, ten opzichte van de vloer waarop de machine staat. Raadpleeg het betreffende hoofdstuk. |
| ■ De machine pompt niet af en/of centrifugeert niet: | ■ Afvoerslang bekneld of geknikt geraakt?■ Programma met spoelstop gekozen?■ Afvoerfilter verstopt? |
| ■ Er ligt water op de vloer: | ■ Teveel wasmiddel gebruikt?■ Wasmiddel is ongeschikt omdat het teveel schuimt? Teveel schuim veroorzaakt lekkage.■ Een van de toevoerslangwartels lekt? U ziet nauwelijks of er water langs de slang loopt; voelt u dus even of de slang nat is. |
| ■ De machine dreunt of is erg luidruchtig: | ■ Zijn alle transportbeveiligingen verwijderd?■ Leunt de machine ergens tegenaan?■ Staan alle stelvoeten stevig op de vloer?■ Wasgoed niet goed verdeeld in de trommel? |
| ■ De deur kan niet geopend worden: | ■ Is de machine in bedrijf?■ Is de deur nog vergrendeld? |
| ■ De machine maakt een ongewoon geluid: | ■ De machine heeft een modern aandrijfsysteem, dat in vergelijking met oudere wasautomaten een afwijkend geluid maakt. Het nieuwe aandrijfsysteem maakt de trage aanloop bij centrifugeren mogelijk. Hierdoor wordt de stabiliteit verbeterd. |
| Storingen | Mogelijke oorzaaken |
| ■ Het centrifugeren begint traag of helemaal niet: | ■ Het elektronische stabilisatie-controlesysteem is in werking getreden. Het wasgoed wordt, doordat de draairichting van de trommel gewijzigd wordt, losgemaakt, beter verdeeld en er wordt opnieuw met centrifugeren begonnen. Dit kan herhaaldelijk het geval zijn, totdat de onbalans opgeheven is en het centrifugeren definitief afgewerkt kan worden. Indien het wasgoed na 5 minuten niet losgemaakt is, wordt het niet gecentrifugeerd. In dit geval moet u zelf het wasgoed beter in de trommel verdelen en opnieuw het centrifugeerprogramma kiezen. |
| ■ In de trommel is geen water te zien: | ■ Moderne wasmachines werken heel zuinig met lage waterniveaus. Was- en spoelresultaat zijn desondanks uitstekend. |
| ■ Het wasresultaat is niet als gewoonlijk: | ■ Misschien hebt u te weinig of te veel wasmiddel gedoseerd. Onderdosering leidt tot vergrauwing van het wasgoed en tot kalkaanslag in het toestel. Nauwkeuriger doseren! ■ Hebt u bijzondere vlekken voorbehandeld? ■ Hebt u het juiste programma en de juiste temperatuur gekozen? ■ Is de machine overbeladen? |
| ■ Na beëindiging van het programma zijn op het wasgoed witte wasmiddelresten te zien: | ■ Hierbij gaat het meestal om onoplosbare bestanddelen van moderne wasmiddelen. Ze zijn niet het gevolg van een onvoldoende spoeleffect. Mogelijke oplossingen: uitborstelen of uitschudden, evt. ook het wasgoed binnenste buiten wassen. |
| ■ Na de laatste spoelgang is nog schuim zichtbaar: | ■ Moderne wasmiddelen kunnen ook in het laatste spoelwater nog schuim veroorzaken, wat echter geen invloed op het spoelresultaat heeft. |
Kunt u de storing niet zelf opsporen of verhelpen, raadpleegt u dan ELGROEP FABRIEKSSERVICE.
Noteer, voor u gaat telefoneren, even merk, modelnummer en aankoopdatum van uw machine; de servicedienst zal u er om vragen.

| Afmetingen | hoogte | 85 cm |
| breedte | 60 cm | |
| diepte | 55 cm | |
| Maximum vulgewicht | Katoen | 4,5 kg |
| Synthetica | 2 kg | |
| Fijne was | 2 kg | |
| Wol | 1 kg | |
| Centrifugeertoerental | maximum | 1000/min. |
| Netspanning/-Frequentie | 220-230 V / 50 Hz | |
| Aansluitwaarde | 1975 W | |
| Zekeren met minimaal | 10 A | |
| Waterleidingdrukgrenzen | minimum | 5 N/cm2 |
| maximum | 80 N/cm2 |

Dit toestel voldoet aan de EG-richtlijnen 89/336/EEG, 73/23/EEG
INSTALLATIE
Uitpakken
De fabrikant adviseert u al het verpakkingsmateriaal te bewaren zodat het opnieuw gebruikt kan worden als de machine vervoerd moet worden.

Voordat u de machine in gebruik neemt, moeten de veiligheidsbouten van het transport als volgt verwijderd worden:
- Schroef de drie veiligheidsbouten aan de achterkant met een sleutel los en verwijder ze.
- Leg de machine voorzichtig op de achterzijde en zorg ervoor dat de slangen niet bekneld raken.
U kunt het beste een polystyreen verpakkingshoekstuk op de vloer leggen voordat u de machine kantelt, op deze manier blijven de slangen vrij. - Trek voorzichtig de plastic zakken naar het midden toe, uit de onderkant van de machine.
- Zet de machine rechtop en verwijder de drie plastic bouten.
- Dek de gaten af met de plastic doppen die u vindt in het zakje met de gebruiksaanwijzing.

Bij de wasmachine moet er een KOUD WATER kraan zijn met 3/4 schroefdraad op de aansluitleiding voor de waterlevering, een wasbak, gootsteen of een afvoerleiding in de muur.
Controleer tevoren of:
- het geen warm waterkraan is
- het stromende water schoon is. Als dat niet het geval is, de kraan zolang laten lopen totdat het gruis dat zich in de leidingen verzameld heeft, weggespoeld is.
Laat de vaste afvoerleiding in de muur door een loodgieter controleren.
Plaats het bijgeleverde rubber koppelstuk (in een plastic zakje bij het apparaat) aan het uiteinde van de toevoerslang en schroef de leiding zorgvuldig aan de kraan, let er goed op dat de schroefdraad niet beschadigd wordt en draai de bout goed op het eind vast zodat er geen water kan lekken.
Indien nodig kunt u de slang iets draaien door de bout aan de achterkant van de machine los te schroeven.
Schroef de bout hierna opnieuw goed vast om lekken te voorkomen. (Open de kraan, controleer of er geen water lekt en draai de kraan weer dicht).
Waterafvoer
Als u de afvoerslang van de machine uit laat komen in een gootsteen, moet u controleren of de gootsteen leeg is en of het afvoergat niet verstopt zit.
Leg de afvoerslang in de gootsteen met behulp van het gebogen hulpstuk dat apart bijgeleverd is.
Breng het hulpstuk over de slang aan zodat deze gesteund wordt, de slang kan aan de muur bevestigd worden met behulp van het oog aan de bovenkant zodat hij vastgezet wordt en niet kan wegschieten.
Als de machine een vaste afvoer krijgt, moet het einde van de slang in een daarvoor gemonteerde standpijp geplaatst worden. De standpijp moet een interne diameter van tenminste 40 mm hebben zodat er lucht circuleert tussen de afvoerslang en de standpijp. Let erop dat installatie zo geschiedt dat het einde van de afvoerslang niet onder water kan komen.

text_image
A ALD13
Zowel bij afvoer in een gootsteen als in een standpijp, moet u ervoor zorgen dat het einde van de afvoerslang niet te hoog of te laag komt te rusten. De bovenkant van de bocht aan het einde van de slang mag niet hoger dan 90 cm en niet lager dan 60 cm van de vloer komen.
Mocht de afvoerslang verlengd moeten worden, dan mag de verlenging nooit meer bedragen dan 1,5 meter en moet deze dezelfde diameter als de originele slang hebben.
Belangrijk
Voordat de machine verbonden wordt aan nieuwe of weinig gebruikte leidingen, moet er door deze leidingen eerst een ruime hoeveelheid water stromen om achtergebleven gruis en stof te verwijderen.
Waterpas zetten
U zet de machine loodrecht door de afstelbare voetje losser of vaster te draaien. Als het apparaat eenmaal recht staat, bevestigt u de voetjes door de moeren tegen de onderkant van de machine te duwen.
Het is noodzakelijk de machine goed af te stellen om overlast door vibraties, geluid en verplaatsing van de werkende machine te voorkomen. Nadat u de machine waterpas heeft gezet, draait u de voetjes vast door de ringmoeren met een schroevendraaier aan te draaien.
Een lichte vibratie is onvermijdelijk, vooral als het apparaat op een houten vloer geplaatst is.
Zwevende houten vloeren zijn bijzonder gevoelig voor vibraties. Vraag advies aan een aannemer. Plaats de machine bij voorkeur op een solide, vaste vloer.
Speciale condities
Als de vloer bedekt is met hoogpolig tapijt of met pluizig of zacht materiaal, leg dan een harde vloersteun onder de voetjes om geluidsoverlast, vibraties en verplaatsing te voorkomen. Deze steun moet een paar centimeter buiten de hoeken van de machine steken.

De machine dient NIET geplaatst te worden op hoogpolig tapijt.
Opgelet
Zorg ervoor dat het apparaat zo geplaatst wordt dat de degene die reparaties uit moet voeren, er gemakkelijk bij kan.

Elektrische aansluitingen

De huidige normen voor elektrische veiligheid vereisen een goed werkende aardleiding. De stekker van het apparaat voldoet hieraan.
Controleer of het stopcontact dat u voor de machine gebruikt ook geaard is.
De fabrikant wijst elke verantwoording af in geval van schade of letsel veroorzaakt door het niet opvolgen van deze veiligheidsnormen.
Voordat u de stekker in het stopcontact steekt, controleert u of:
- de elektrische installatie van uw woning overeenkomt met die op het typeplaatje van het apparaat (aan de achterkant van de machine).
- de meter, de zekeringen, de bedrading en het stopcontact het maximale krachtsverbruik zoals dat op het typeplaatje aangeven wordt, kunnen verdragen.
- de stekker en het stopcontact goed, dat wil zeggen zonder hulpstukken als verlengsnoeren, idem stekkers of meervoudige contactdozen in elkaar passen. Vervang het stopcontact zo nodig door een geschikte wandcontactdoos.
ERRATUM
Op pagina 9 moet de waterkonsumptie 67 liter zijn.