Bernette 25 - Naaimachine BERNINA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Bernette 25 BERNINA in PDF-formaat.
| Type product | Naaimachine |
| Merk | Bernina |
| Model | Bernette 25 |
| Afmetingen (L x B x H) | 40 x 20 x 30 cm |
| Gewicht | 7 kg |
| Stroomvoorziening | 220-240V, 50/60 Hz |
| Verbruik | 100 W |
| Steekkeuze | Mechanisch, instelbare steeklengte en -breedte |
| Steekpatronen | Rechte steek, zigzagsteek, blindzoomsteek, knoopsgat, ritssteek |
| Snelheid | Variabel, voetpedaal |
| Naaldtype | Huishoudnaalden (130/705H) |
| Inrijgsysteem | Automatische inrijger |
| Opwindspoel | Geïntegreerd |
| Lampje | LED |
| Vrije arm | Ja |
| Accessoires inbegrepen | Persvoeten, naalden, spoelen, klosjes, schoonmaakborstel |
| Onderhoud | Regelmatig reinigen en oliën |
| Veiligheid | Automatische uitschakeling bij overbelasting |
| Garantie | 2 jaar |
| Geluidsniveau | < 75 dB |
| Handleiding | Inbegrepen, downloadbaar op internet |
Veelgestelde vragen - Bernette 25 BERNINA
Gebruikersvragen over Bernette 25 BERNINA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Naaimachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Bernette 25 - BERNINA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Bernette 25 van het merk BERNINA.
GEBRUIKSAANWIJZING Bernette 25 BERNINA
Belangrijke veiligheidsvoorschriften
Bij het gebruik van een elektrisch apparaat dienen de navolgende en gebruikelijke veiligheidsvoorschriften absoluut in acht te worden genomen:
Lees voor het gebruik van deze naaimachine alle instructies zorgvuldig door. Bewaar de handleiding op een geschikte plaats in de buurt van het apparaat. Indien de naaimachine aan derden wordt gegeven, dient de handleiding te worden meegeleverd.
GEVAAR
Om het risico van een elektrische schok te vermijden:
- Laat de naaimachine nooit onbeheerd staan, zolang deze nog op het stroomnet is aangesloten.
- Na gebruik en voordat u de naaimachine reinigt, moet u de netstekker uit het stopcontact trekken.
WAARSCHUWING
Om het risico van verbrandingen, brand, elektrische schok of verwondingen te vermijden:
- Personen (incl. kinderen), die vanwege physieke, sensorische of geestelijke omstandigheden of vanwege onervarenheid of onwetendheid niet in staat zijn, het apparaat veilig te bedienen, mogen de naaimachine niet zonder toezicht of aanwijzingen door een verantwoordelijke persoon gebruiken.
- Laat niet toe, dat de naaimachine als speelgoed wordt gebruikt. Voorzichtigheid is vooral vereist, wanneer deze door of in de nabijheid van kinderen wordt gebruikt.
- Gebruik de naaimachine alleen voor de in de handleiding beschreven doeleinden. Gebruik alleen accessoires die door de producent worden aanbevolen.
-
Gebruik de naaimachine niet als:
-
kabel of stekker zijn beschadigd,
- deze niet storingvrij naait,
- deze gevallen of beschadigd is,
- deze met water in aanraking is gekomen.
Laat uw naaimachine door uw BERNINA dealer controleren, resp. repareren.
- Let erop, dat de ventilatie-openingen tijdens het gebruik van de naaimachine nooit geblokkeerd zijn. Verwijder pluisjes, stof- en draadresten regelmatig uit de openingen.
- Houd uw vingers op voldoende afstand van alle bewegende delen. Let vooral op de naald.
- Gebruik altijd een originele steekplaat. Een verkeerde steekplaat kan veroorzaken, dat de naald breekt.
- Gebruik geen kromme naalden.
- Duw niet tegen en trek nooit aan de stof tijdens het naaien. Dit kan veroorzaken, dat de naald breekt.
- Zet voor alle handelingen binnen het bereik van de naald, bijv. inrijgen, vervangen van de naald, naaivoet verwisselen, enz. de hoofdschakelaar altijd op ("O").
- Trek tijdens de in de handleiding beschreven reinigings- en onderhoudswerkzaamheden, zoals bijv. het wegnemen van de kap, bij het olieën, e.d., de stekker van de naaimachine altijd uit het stopcontact van het stroomnet.
- Steek geen voorwerpen in de openingen van de naaimachine.
- Gebruik de naaimachine nooit buiten.
-
Gebruik de naaimachine niet in ruimtes waar aërosolproducten (sprays, spuitbussen) worden gebruikt.
-
Schakel de naaimachine uit door de hoofdschakelaar op ("O") te zetten en de stekker uit het stopcontact te trekken.
- Trek bij het uitschakelen altijd aan de stekker, nooit aan de kabel.
- Als de kabel, die vast aan het pedaal is bevestigd, is beschadigd, moet deze door de producent of een geautoriseerde vakhandelaar worden vervangen.
- Zet geen voorwerpen op het pedaal.
- Bij normale omstandigheden is de geluidsdrukpegel lager dan 70dB(A).
- Deze naaimachine is dubbel geïsoleerd (behalve USA/Canada). Gebruik altijd originele onderdelen. Raadpleeg a.u.b. de aanwijzingen voor het onderhoud van dubbel geïsoleerde producten.
ONDERHOUD DUBBEL GEISOLEERDE PRODUCTEN
Een dubbel geïsoleerd product is van twee isoleereenheden, i.p.v. een aarding voorzien. Een dubbel geïsoleerd product bevat geen aardingsmiddel. Dit hoeft ook niet te worden gebruikt.
Het onderhoud van een dubbel geïsoleerd product vereist grote zorgvuldigheid en een uitstekende kennis van het systeem en dient derhalve alleen door vakkundig personeel te worden uitgevoerd. Gebruik voor service en reparatie alleen originele onderdelen.
Een dubbel geïsoleerd product is op de volgende wijze gekenmerkt: "Dubbele isolatie" of "Dubbel geïsoleerd".
Het symbool □ kan eveneens aangeven, dat een product dubbel geïsoleerd is.
BEWAAR DE HANDLEIDING ZORGVULDIG
Deze naaimachine is alleen voor huishoudelijk gebruik bestemd.
MILIEUBESCHERMING

BERNINA neemt haar plichten omtrent milieubescherming waar. Wij streven ernaar, onze producten zodanig te vervaardigen, dat het milieu wordt ontzien. Om deze reden wordt de productietechniek steeds verbeterd.
Gooi elektrische apparaten nooit met het normale huishoudafval weg, maar breng deze naar een officieel afvaldepot van uw gemeente.
Uw gemeente geeft u informatie waar zich dergelijke afvaldepots bevinden.
Indien elektrische apparaten ongecontroleerd worden weggegooid, kunnen tijdens de verwering gevaarlijke stoffen in het grondwater en zodoende ook in de voedselketen geraken, waardoor de flora en fauna eventueel gedurende vele jaren worden vergiftigd.
Als u uw naaimachine door een nieuw apparaat vervangt, is de verkoper wettelijk verplicht de oude naaimachine gratis terug te nemen en deze bij een officieel afvaldepot af te geven.
LED-straling
Kijk nooit met optische instrumenten direct in het licht!
Product uit de serie1MLED

Informatie:
Deze naaimachine is uitsluitend voor huishoudelijk gebruik bestemd. Indien de naaimachine zeer intensiefof voor commerciële doeleinden wordt gebruikt, dient deze zeer regelmatig en zorgvuldig gereinigd en onderhouden te worden.
Slijtageverschijnselen door intensief of commercieel gebruik zijn, ook als de garantie nog niet is verlopen, niet automatisch in de garantieregeling ingesloten. Dit beslist per geval een geautoriseerde BERNINA dealer.
Alle rechten voorbehouden
Om technische redenen en ten behoeve van verbeteringen aan het product kunnen wijzigingen m.b.t. de uitrusting van de naaimachine of van de accessoires te allen tijde zonder vooraankondiging worden aangebracht. De accessoires kunnen eveneens, afhankelijk van het land, variëren.
Veiligheidsvoorschriften 1
Inhoud 4
Naaimachine-overzicht 5
Details van de machine 5
Accessoires, model 20 6
Accessoires, model 25 7
Naaimachine voorbereiden 8
Naaimachine aansluiten 8
Pedaal 8
Naaitafel 9
Onderdraad opspoelen 10
Spoel inzetten 12
Bovendraad inrijgen 13
Inrijger 15
Naald verwisselen 16
Draadafsnijder 16
Draadspanning 17
Naaivoetdruk instellen 17
Naaivoet verwisselen 18
Tweetraps naaivoet 19
Transporteur omhoog- of omlaagzetten 19
Belangrijke informatie m.b.t. het thema naaien 20
Aanwijzingen voor de keuze van naald, stof, garen 20
Tabel naaivoeten en toepassing, model 20 21
Tabel naaivoeten en toepassing, model 25 22
Uitleg over het beeldscherm 23
Informatie op het LED-display 23
Bediening van de naaimachine 26
Verklaring van de toetsen 26
Functietoetsen 27
Steekoverzicht 31
Basistechnieken naaien 34
Basiskennis 34
Rechte steek en naaldstand 36
Zigzagsteken 36
Stretchsteken 37
Overlocksteken 38
Blindzoom 39
Knoop aanzetten 40
Knoopsgat naaien 41
Oogsteek 44
Stoppen 45
Rits inzetten 47
Blinde rits 49
Smalle zoom naaien 50
Koord vastnaaien 51
Kordonsteken 52
Quilten 53
Fagotsteken 55
Schelpzoom 55
Rimpelen 56
Smocken 57
Stoppen, borduren en monogrammen: uit de vrije hand 58
Boventransportvoet 60
Speciale functies 61
Spiegelbeeld, model 25 61
Naaien met tweelingnaald, model 25 62
Geheugen, model 25 64
Waarschuwingsmeldingen 75
Onderhoud 76
Reinigen 76
LED-lamp verwisselen 76
Storingen opheffen 77
Beschrijving over het opheffen van storingen 77
Details van de machine


- Garenklospen
- Draadspanningsknop
- Bovendraadgeleiding
- Naaivoetdruk
- Snelheidsregelaar
- Start-/stoptoets
- Autom. afhechten
- Naald boven/onder
- Achteruitnaaitoets
- Draadafsnijder
- Inrijger
- Steekplaat
- Naaitafel en accessoirebox
- Deksel
- Opening voor extra garenklospen
- Garenwinder
- Spoelstopper
- Spoelvoorspanning
- Steekcategoriekeuze
- Steeklengtetoets
- Steekbreedtetoets
- Functietoets (model 25)
- Geheugentoets (model 25)
- Handwiel
- Draaiknop
- Bevestigings-/weergavetoets
- Hoofdschakelaar
- Aansluiting voor netkabel
- Aansluiting voor pedaal
- Handvat
- Eén-fase-knoopsgat
- Naaivoethevel
- Naaivoet
- Transporteurknop
Accessoires, model 20
Standaard

Speciale accessoires (tegen meerprijs)
18

502020.59.99
19

502020.72.17
20

502020.70.53
21

502020.60.10
22

502020.60.05
23 26

502020.60.01 502020.70.52
24

25

502020.62.91 502020.70.65

- Universele naaivoet (T)
- Knoop-aanzetvoet
- Knoopsgatvoet (D)
- Borduurvoet (A)
- Overlockvoet (E)
- Blindzoomvoet (F)
- Garenkloshouder (groot)
- Garenkloshouder (klein)
- Spoeltjes (3 stk.)
- Garenklosschijf
- Extra garenklospen
- Naaldenset (3 naalden)
- Randgeleider
- Kwastje, tornmesje
- L-schroevendraaier
- Schroevendraaier
-
Stofhoes
-
Ritsvoet (I)
- Stopvoet
- Naaivoet voor blinde rits
- Zoomvoet (K)
- Koordvoet (M)
- Rimpelvoet
- 1/4"-Quiltvoet
- Tweelingnaald
- Boventransportvoet
- Universele naaivoet (T)
- Ritsvoet (I)
- Knoop-aanzetvoet
- Knoopsgatvoet (D)
- Borduurvoet (A)
- Overlockvoet (E)
- Stopvoet
- Blindzoomvoet (F)
- Garenkloshouder (groot)
- Garenkloshouder (klein)
- Spoeltjes (3 stk.)
- Garenklosschijf
- Extra garenklospen
- Naaldenset (3 naalden)
- Randgeleider
- Kwastje, tornmesje
- L-schroevendraaier
- Schroevendraaier
- Stofhoes
Speciale accessoires (tegen meerprijs)
20

502020.70.53
21

22 23


502020.60.10 502020.60.05 502020.60.01
24

502020.70.52
25

26

- Naaivoet voor blinde rits
- Zoomvoet (K)
- Koordvoet (M)
- Rimpelvoet
- 1/4"-Quiltvoet
- Tweelingnaald
- Boventransportvoet
Naaimachine aansluiten

Voordat de naaimachine op het stroomnet wordt aangesloten, dient te worden vastgesteld of de spanning (Volt), die op het plaatje staat aangegeven en de frequentie met de spanning en frequentie van het stroomnet overeenkomt. Zet de naaimachine op een stabiele tafel.
- Steek de stekker (2-polig) van de netkabel in het stopcontact van de naaimachine.
- Sluit de netkabel op het stroomnet aan.
- Zet de hoofdschakelaar op "ON" (AAN).
- Het naailicht brandt, zodra de naaimachine wordt ingeschakeld.

Informatie:
De naaimachine moet ALTIJD worden uitgeschakeld (op "O") en de stekker moet altijd uit het stopcontact worden getrokken, als de naaimachine niet wordt gebruikt of voor het verwisselen of verwijderen van onderdelen en accessoires.

Informatie gepolariseerde stekker
Dit apparaat is van een gepolariseerde stekker voorzien (één pool is breder). Om het risico van een elektrische schok te vermijden, kan de stekker maar op één manier in het stopcontact worden gestoken. Indien de stekker niet past, raadpleeg dan een geautoriseerde elektricien. Repareer de stekker NOOIT zelf.
Pedaal

De kabel van het pedaal wordt in het stopcontact van de naaimachine (moet uitgeschakeld zijn) gestoken.
Zet de naaimachine aan, druk langzaam op het pedaal om met naaien te beginnen. Laat het pedaal los, de naaimachine stopt.

Informatie:
Raadpleeg een geautoriseerde elektricien als u twijfels heeft over de aansluiting op het stroomnet. Trek de stekker uit het stopcontact van het stroomnet als het apparaat niet wordt gebruikt.
Gebruik bij het model bernette 20/25 alleen het pedaal C-9000, gefabriceerd door CHIEN HUNG TAIWAN LTD.
Naaitafel

Houd de naaitafel horizontaal en trek hem in de richting van de pijl, als hij moet worden verwijderd.

In de naaitafel kunnen de accessoires worden opgeborgen. Open de naaitafel door het deksel naar beneden te klappen.
Onderdraad opspoelen

- Zet het garen en de garenkloshouder op de garenklospen. Zet bij kleine garenklosjes de garenkloshouder met de smalle kant tegen de garenklos of gebruik de kleine garenkloshouder.

- Leg het garen in de bovenste draadgeleiding.

- Draai het garen met de wijzers van de klok mee om de onderdraad-spoelvoorspanning.

- Trek het draadeinde door het gaatje van het spoeltje (zie afbeelding) en zet de spoel op de spoelpin.

- Duw de spoel naar rechts.

Als de spoelstift naar rechts wordt gedrukt, verschijnt het symbool "SP" op het display.

- Houd het draadeinde met de hand vast.

- Start het spoelen door op het pedaal te drukken of op de start/stop-toets te drukken.

- Stop het spoelen na een paar omwentelingen en knip de draad dicht bij het gaatje van de spoel af. Spoel verder tot het spoeltje vol is. Het spoelen stopt automatisch zodra het spoeltje vol is. Stop de naaimachine. Duw het spoeltje naar links.

- Knip de draad af en neem het volle spoeltje weg.
Informatie:
Als de spoelpin in de "spoelpositie" staat, kan de naaimachine niet worden bediend en kan niet aan het handwiel worden gedraaid. Duw voor het naaien de spoelpin naar links ("naaipositie").
Spoel inzetten
Informatie:
- Zet de hoofdschakelaar op "O" voordat het spoeltje wordt ingezet.
- De draadhevel moet tijdens het inrijgen in de hoogste stand staan.
- Verkeerd inrijgen kan de naaimachine beschadigen!

Open het klepje door dit naar voren te schuiven.
Leg het spoeltje in de spoelhouder, zodat de draad tegen de wijzers van de klok in van het spoeltje loopt.

Trek de draad volgens de pijlmarkering onder de grijpervinger (A) door de geleiding (B) in de gleuf.

Controleer of de draad correct in de spanningsveer van de spoelhouder ligt door met één vinger zachtjes op het spoeltje te duwen en met de andere hand aan de draad te trekken. U moet een lichte weerstand voelen.

Trek de draad volgens de pijlmarkering van (B) naar (C) in de draadgeleiding op de steekplaat.
Snijd de draad af door deze naar achteren over de snijkant bij punt (C) te trekken.
Sluit het klepje door dit naar achteren te schuiven.
Bovendraad inrijgen

Als de bovendraad niet correct wordt ingeregen, kan dit diverse problemen veroorzaken.
Om de draadspanning te verminderen, moet de naald eerst helemaal naar boven en de naaivoet omhoog worden gezet.

- Til de garenklospen omhoog tot deze in de middelste positie vastzit. Zet de garenklos zó op de pen, dat de draad aan de voorkant van de klos loopt. Bevestig daarna de garengeleidingsschijf onderaan de garenklospen.

- Trek de draad in de bovenste draadgeleiding.

- Trek de draad naar voren, daarna naar beneden. Op deze manier ligt de draad correct in de draadspanning.

- Trek de draad daarna verder naar beneden en om de draadhevelafdekking naar boven.

- Rijg de draad van rechts naar links door de opening van de draadhevel en trek hem dan weer naar beneden.

- Trek de draad daarna in de draadgeleiding bij de naald.

- Rijg de draad nu van voor naar achter door het oog van de naald en trek hem ong. 10 cm naar achteren. Snijd de overtollige draad m.b.v. de draadafsnijder af. De naald kan met de inrijger (zie volgende bladzijde) worden ingeregen.
Inrijger

Zet de naald in de hoogste stand en de transporteur naar beneden.

Informatie:
Zet de hoofdschakelaar op "O"!
Laat de hendel van de inrijger langzaam zakken en trek de draad zoals afgebeeld onder de geleiding door en naar rechts.

De inrijger draait automatisch in de inrijgpositie en het haakje steekt door het oog van de naald.

Trek de draad naar rechts voor de naald langs.

Houd de draad losjes vast en laat de hendel langzaam los.
Het haakje draait en trekt de draad door het oog van de naald. Er ontstaat een lusje.
Trek de draad helemaal door het oog van de naald.
Naald verwisselen


Zet de naaimachine voor het inzetten of verwijderen van de naald uit door de hoofdschakelaar op "O" te zetten.
Vervang de naald regelmatig, vooral bij slijtageverschijnselen en bij het constateren van onregelmatige steken.
Zet de naald zoals afgebeeld in:
A. Draai de naaldbevestigingsschroef los en na het vervangen van de nieuwe naald weer vast. De platte kant van de naald moet naar achteren wijzen.
B. Schuif de naald naar boven tot hij niet verder kan.
Gebruik alleen onberispelijke naalden.
Naaiproblemen kunnen ontstaan door:
- kromme naalden
- botte naalden
- beschadigde naaldpunt
Draadafsnijder

De draadafsnijder wordt gebruikt:
-
Voor het afsnijden van de draad na het inrijgen.
-
Voor het afsnijden van de draden bij naadeinde.
Voor het afsnijden van de draad moet de naaivoet worden omhooggezet. Neem het naaiwerk weg en trek de draden naar links en omhoog over de draadafsnijder. De draadeinden worden op de juiste lengte afgesneden, zodat direct weer met naaien kan worden begonnen.
Draadspanning

HogerLager
- Basisinstelling draadspanning: "4"
- Draai de knop naar een hoger cijfer voor een hogere spanning.
er Draai de knop naar een lager cijfer voor een lagere spanning.
- Voor een optimaal resultaat is een correcte draadspanning uitermate belangrijk.
- Bij alle decoratieve werkzaamheden wordt de steek mooier en trekt de stof minder als de bovendraad lichtjes naar de onderkant van de stof wordt getrokken.

Normale bovendraadspanning voor het naaien van rechte steken.


Bovendraadspanning te laag voor de rechte steek. Stel de spanning hoger in.


Bovendraadspanning te hoog voor de rechte steek. Stel de spanning lager in.


Normale bovendraadspanning voor zigzag en decoratieve steken.

Naaivoetdruk instellen

De naaivoetdruk werd van tevoren al in de fabriek ingesteld. Een aanpassing is normaal gesproken niet noodzakelijk, ook niet als eerst een dikke en daarna een dunne stof wordt genaaid. De naaivoetdruk kan echter indien gewenst worden aangepast. Verstel de knop dan m.b.v. een muntstuk.
Bij het naaien van hele fijne stoffen kan de druk worden verminderd door de knop tegen de wijzers van de klok in te draaien. Bij dikke stoffen kan de druk worden verhoogd door de knop met de wijzers van de klok mee te draaien.
De oorspronkelijke stand is weer ingesteld, zodra de knop evenwijdig met de kap staat.
Naaivoet verwisselen

Informatie:
Zet de naaimachine uit door de hoofdschakelaar op "O" te zetten!

Naaivoethouder bevestigen
Zet de naaivoetstang omhoog (a).
Bevestig de naaivoethouder (b) zoals afgebeeld.

Zet de naaivoethouder (b) naar beneden tot de inkeping (c) direct boven de stift (d) ligt.
Duw de bevestigingshendel (e) naar boven.
Zet de naaivoethouder (b) omlaag en de naaivoet (f) zit automatisch vast.

Naaivoet verwijderen
Zet de naaivoethouder omhoog.
Duw de zwarte bevestigingshendel (e) naar boven, zodat de naaivoet losschiet.

Schuif de randgeleider (g) zoals afgebeeld door de opening.
Stel de randgeleider op de gewenste breedte voor de zoom, de plooien, enz. in.
Tweetraps naaivoet

Met behulp van de naaivoethevel wordt de naaivoet omlaag- en omhooggezet.

Bij het naaien van verschillende lagen stof kan de naaivoet op de tweede stand worden omhooggezet.
Duw hiervoor de naaivoethevel iets verder naar boven. Op deze manier kan het naaiwerk gemakkelijker onder de naaivoet worden gelegd.
Transporteur omhoog- of omlaagzetten

Als de naaitafel wordt weggenomen, wordt de transporteurknop aan de achterkant van de vrije arm zichtbaar.

Schuif de knop naar het symbool "xxx" (b) en de transporteur zakt omlaag, bijvoorbeeld voor het aanzetten van knopen of bij borduren uit de vrije hand.
Schuif de knop naar het symbool "____" (a) en de transporteur komt omhoog en is gereed voor normaal naaiwerk.
De transporteur wordt niet omhooggezet, als er niet aan het handwiel wordt gedraaid, ook als de knop geheel naar rechts werd geschoven. Draai het handwiel één keer helemaal rond om de transporteur omhoog te zetten.
Aanwijzingen voor de keuze van naald, stof, garen

Belangrijk:
Het garen wordt overeenkomstig de werkzaamheid gekozen. Voor een perfect resultaat speelt ook kwaliteit en materiaal een belangrijke rol. Het is raadzaam om kwaliteitsgaren van een goed merk te gebruiken.
Naald en garen moeten zorgvuldig op elkaar worden afgestemd. De juiste naalddikte hangt zowel van het gekozen garen als ook van de stof die hiermee wordt verwerkt af. Hierbij bepaalt het stofgewicht en de stofsoort de dikte van het garen en van de naald en de vorm van de naaldpunt.
| Naalddikte | Stof Garen | |
| 9-11/65-75 | Dunne stoffen: fijne katoen, voile, zijde, mousseline, interlock, katoenen rekbare stoffen, tricot, jersey, crêpe, geweven polyester. | Dunne katoen, nylon of polyester. |
| 12/80 | Middelzware stoffen: katoen, satijn, zeildoek, dubbelgebreide stoffen, fijne wollen stoffen. | De meeste garens zijn van middelzware kwaliteit en voor deze stoffen en naalddiktes geschikt. |
| 14/90 | Middelzware stoffen: zeildoek van katoen, grof gebreide wollen stoffen, badstof, denim. | Gebruik voor een optimaal resultaat polyester garen voor synthetische stoffen en katoenen garen voor natuurlijke geweven stoffen. |
| 16/100 | Zware stoffen: linnen, wollen stoffen, canvas, denim, bekledingsmateriaal (fijn tot middelzwaar). | Gebruik voor de boven- en onderdraad altijd hetzelfde garen. |
| 18/110 | Dikke wollen stoffen, mantelstof, bekledingsmateriaal, enkele soorten leer en vinyl. | Dik garen, tapijtgaren. (Stel de naaivoetdruk hoger in hoger getal.) |

Belangrijk:
Pas de naalddikte aan het garen en de stof aan.
NAALD- EN STOFKEUZE
| Naalden Beschrijving | Soort stof | |
| HA x 115 x 1 | Scherpe standaardnaald. Naalddikte van dun tot dik. 9 (65) tot 18 (110). | Natuurlijke geweven stoffen: wol, katoen, zijde, enz. Niet voor dubbelgebreide stoffen. |
| 15 x 1 /130/ 705H | Halfronde punt (universeel).9 (65) tot 18 (110). | Natuurlijke geweven en synthetische stoffen, mengweefsels van polyester, rekbare polyester stoffen, interlock, tricot, eenvoudige en dubbelgebreide stoffen. |
| 15 x 1/ 130/705H (SUK) | Ronde punt (ballpoint). 9 (65) tot 18 (110). | Gebreide stoffen voor truien, lycra, rekbare stoffen. |
| 130PCL/705H-LR/LL | Leernaald. 12 (80) tot 18 (110). | Leer, vinyl, bekledingsmateriaal. |

Informatie:
- Er zijn tweelingnaalden voor nuttige en decoratieve steken verkrijgbaar.
- Europese naalddiktes zijn 65, 70, 80, enz. Amerikaanse en Japanse naalddiktes zijn 9, 11, 12, enz.
- Vervang de naald regelmatig (ong. om het andere naaiproject) en/of bij de eerste draadbreuk of steekfout.
Tabel naaivoeten en toepassing, model 20
Voor bepaalde steken en als creatieve variatie wordt het gebruik van de tweelingnaald aanbevolen.
| GEBRUIKNAAIV | MEALD | NAAIVOET | GEBRUIK | NAALD | |
Universele naaivoet (T) | Algemene werkzaamheden, patchwork, decoratieve steken, smockwerk, fagotsteek, enz. | Blindzoomvoet (F) | Blindzomen | ||
Ritsvoet (I) * | Ritsen inzetten | Zoomvoet (K) * | Smalle zomen | ||
Knoop-aanzetvoet | Knopen aanzetten | Koordvoet (M) * | Koordjes opnaaien | ||
Knoopsgatvoet (D) | Knoopsgaten naaien | Ritsvoet voor blinde rits * | Ritsen onzichtbaar inzetten | ||
Borduurvoet (A) | Variaties op de kordonnaad | Rimpelvoet * | Rimpelen, plooien naaien | ||
Overlockvoet (E) | Randen afwerken | Boventransportvoet * | Helpt moeilijke stoffen en verschillende lagen gelijkmatig te transporteren | ||
1/4"-Quiltvoet * | Quilten en patchwork | ||||
Stop-/Borduurvoet * | StoppenBorduren uit de vrije handMonogrammen naaien | Tweelingnaald * |
Tabel naaivoeten en toepassing, model 25
Voor bepaalde steken en als creatieve variatie wordt het gebruik van de tweelingnaald aanbevolen.
| GEBRUIKNAAIV | MEALD | NAAIVOET | GEBRUIK | NAALD | |
Universele naaivoet (T) | Algemene werkzaamheden, patchwork, decoratieve steken, smockwerk, fagotsteek, enz. | Blindzoomvoet (F) | Blindzomen | ||
Ritsvoet (I) | Ritsen inzetten | Zoomvoet (K) * | Smalle zomen | ||
Knoop-aanzetvoet | Knopen aanzetten | Koordvoet (M) * | Koordjes opnaaien | ||
Knoopsgatvoet (D) | Knoopsgaten naaien | Ritsvoet voor blinde rits * | Ritsen onzichtbaar inzetten | ||
Borduurvoet (A) | Variaties op de kordonnaad | Rimpelvoet * | Rimpelen, plooien naaien | ||
Overlockvoet (E) | Randen afwerken | Boventransportvoet * | Helpt moeilijke stoffen en verschillende lagen gelijkmatig te transporteren | ||
1/4"-Quiltvoet * | Quilten en patchwork | ||||
Stop-/Borduurvoet | StoppenBorduren uit de vrije handMonogrammen naaien | Tweelingnaald * |
Informatie op het LED-display



Display-aanzicht in de standaardmodus, model 25
- Automatisch afhechten
- Achteruitnaaien
- Steekcategorie
- Steeknummer
- Steeklengte (mm)
- Steekbreedte (mm)
- Naaldstop onder
- Autom. stop bij motiefeinde
- Naaimachine loopt
- Spiegelbeeld-functie
- Tweelingnaald-functie
- Naai-alfabetten

Display-aanzicht in de geheugenmodus, model 25
- Steeknummer
- Geheugenmodus actief
- Steeklengte (mm)
- Steekbreedte (mm)
- Weergave geheugenplaats
- Geheugenplaats
- Geheugen-invoegfunctie
- Geheugen wissen/Alles wissen





Display-aanzicht in de standaardmodus, model 20
- Naaldstop onder
- Achteruitnaaien
- Autom. stop bij motiefeinde
- Naaimachine loopt
- Naaldstop onder
- Steeknummer
- Automatisch afhechten
- Steeklengtemodus
- Steeklengte (mm)
- Steekbreedtemodus
- Steekbreedte (mm)
Verklaring van de toetsen

- Achteruitnaaitoets
- Naald boven/onder
- Autom. afhechten
- Start-/stoptoets
- Snelheidsregelaar
- Steekcategoriekeuze
- Steeklengtetoets
- Steekbreedtetoets
- Functietoets (model 25)
- Bevestigings-/weergavetoets
- Geheugentoets (model 25)
Functietoetsen


Voor het starten van de naaimachine wordt op de start/stop-toets gedrukt. Druk nogmaals op de toets om de naaimachine te stoppen.
De naaimachine naait aan het begin langzaam.
Met behulp van de start/stop-toets kan de naaimachine zonder pedaal worden bediend.
Als de machine loopt of garen wordt opgespoeld, verschijnt het symbool voor de start-/stoptoets.


Druk op de toets en de naaimachine naait achteruit.
Als de naald onder stopt, verschijnt het symbool "↑" voor naald onder.
Alleen de steken 01- 05 en 24 kunnen achteruit worden genaaid.
De naaimachine naait nu permanent achteruit. Druk nogmaals op de toets en de naaimachine naait weer vooruit.
Als de toets voor naaibegin wordt gedrukt en weer wordt losgelaten, zal de naaimachine achteruitnaaien. Om weer vooruit te naaien, moet nogmaals op de toets worden gedrukt.


Bij de steken 01-05 of 24 worden direct na het drukken van de autom. afhechttoets 3 afhechtsteken genaaid, daarna stopt de naaimachine.
Totdat de naaimachine stopt, verschijnt op het display het symbool " ⊙".
Bij de andere steken naait de naaimachine, als op de autom. afhechttoets wordt gedrukt, pas drie afhechtsteken aan het einde van het actuele motief en stopt daarna automatisch (behalve bij de steken 01-05, 10, 24, 50-60).
Op het display wordt het symbool " I▶" weergegeven tot de naaimachine stopt. Als nogmaals op de toets wordt gedrukt of als een andere steek wordt gekozen, is de functie gedeactiveerd.

Als op deze toets wordt gedrukt, naait de naald een halve steek. Afhankelijk daarvan, waar de naald op dat moment staat, stopt deze op het hoogste of laagste punt.
Gelijktijdig wordt zo ook de naaldstand, nadat met naaien wordt gestopt, vastgelegd (boven of onder). De positie bij naaldstop wordt op het display weergegeven.
Als de naald onder stopt, verschijnt het symbool voor naald onder." "
Informatie:
Als tijdens het naaien op de naaldstoptoets wordt gedrukt, stopt de naaimachine automatisch.
Snelheidsregelaar
De snelheidsregelaar kan tijdens het naaien worden verschoven om de maximale snelheid te begrenzen. De positie van de snelheidsregelaar bepaalt de maximale snelheid van het pedaal.
Langzamer: naar (-) schuiven.
Sneller: naar (+) schuiven.
Als de naaimachine m.b.v. de start-/stoptoets wordt bediend, bepaald de positie van de snelheidsregelaar de actuele naaisnelheid.
Steekcategoriekeuze
Druk één keer op de toets voor de steekcategoriekeuze om een steek te kiezen. Druk twee keer op deze toets om het alfabet te kiezen.
" | > " Steekkeuze6m.b.0. cijfertoetsen
"A -Alfabetkeuze model 25

Steeklengtetoets
Druk voor het instellen van de steeklengte op de steeklengtetoets (steeklengtemodus).
Steeklengte verkleinen: draai de steekkeuzeknop tegen de wijzers van de klok in.
Steeklengte vergroten: draai de steekkeuzeknop met de wijzers van de klok mee.
Als een steek wordt gekozen, stelt de naaimachine de aanbevolen steeklengte automatisch in. Deze instelling wordt als cijfer op het displaygeven.


Steekbreedtetoets
Druk voor het instellen van de steekbreedte op de steekbreedtetoets (steekbreedtemodus).
Steekbreedte verkleinen: draai de steekkeuzeknop tegen de wijzers van de klok in.
Steekbreedte vergroten: draai de steekkeuzeknop met de wijzers van de klok mee.
De steekbreedte kan tussen "0,0 tot 7,0 mm" worden ingesteld. Bepaalde steken hebben een begrensde steekbreedte.
Als een steek wordt gekozen, stelt de naaimachine de aanbevolen steekbreedte automatisch in. Deze instelling wordt als cijfer op het displaygeven.
func

Functietoets - model 25
Druk op de functietoets om een functie te kiezen (spiegelbeeld of tweelingnaald).
Zie hoofdstuk "Speciale functies" voor gedetailleerde informatie over het gebruik van deze toets.
mem

Geheugentoets - model 25
Voor het wisselen naar de memory-modus en het opslaan van combinaties van schrifttekens en/of decoratieve steken.
Druk nogmaals op de geheugentoets om de memory-modus te verlaten en naar de standaardmodus terug te keren.

Informatie:
De steken 10 en 50 - 60 kunnen niet worden opgeslagen.

Bevestigings-/weergavetoets
In de standaardmodus kan deze toets worden gedrukt om het steeknummer, de steeklengte en de steekbreedte op te slaan.
In de functiemodus wordt m.b.v. deze toets de gekozen functie gewisseld en opgeslagen.
In de geheugenmodus wordt met deze toets een steek opgeslagen, resp. opgeroepen. Opgeslagen steken kunnen worden bewerkt (bijv. steeklengte, steekbreedte en de functies spiegelbeeld en tweelingnaald veranderen).
Steken
| Steek | Breedte (mm) | Lengte (mm) | Naaivoet | Functies | |||||||
| Auto | Manueel | Auto | Manueel | Achteruit | Afhechten | Spiegelen/ Naaivoet (model 25) | Tweelingnaald (model 25) | Memory (model 25) | |||
| Rechte steek | 01 0---- | 3.5 | 0.0-7.0 | 2.5 | 0.0-4.5 | T | ★ | ★ | ★ | ★ | |
| 02 0---- | 0.0 | 0.0-7.0 | 2.5 | 0.0-4.5 | T | ★ | ★ | ★ | ★ | ||
| Drievoudige rechte steek | 03 ==== | 3.5 | 0.0-7.0 | 2.5 | 1.0-3.0 | T | ★ | ★ | ★ | ★ | |
| Zigzagssteek | 04 ∧ ∧ | 5.0 | 0.0-7.0 | 2.0 | 0.3-4.5 | T | ★ | ★ | ★ | ★ | |
| 3-fase-zigzag | 05 ∧ ∧ ∧ | 5.0 | 2.0-7.0 | 1.0 | 0.3-4.5 | T | ★ | ★ | ★ | ★ | |
| Dubbele overlock | 06 √ √ √ | 5.0 | 3.5-7.0 | 2.5 | 1.0-3.0 | E | ★ | */T | ★ | ★ | |
| Blindzoom | 07 √ √ √ | 3.5 | 2.5-7.0 | 1.0 | 0.5-4.5 | F | ★ | */T | ★ | ★ | |
| Overlock | 08 ∧ ∧ ∧ | 3.5 | 3.5-7.0 | 1.0 | 0.5-4.5 | E | ★ | */T | ★ | ★ | |
| Stretchsteek | 09 √ √ √ | 2.0 | 1.0-6.0 | 2.5 | 1.0-3.0 | T | ★ | ★ | ★ | ★ | |
| 1-fase-knoopsgat | 10 √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∞ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∪ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∫ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∦ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∨ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∩ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∸ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∮ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∬ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∜ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∥ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∖ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∯ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∶ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∭ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∟ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∧ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∤ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∕ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∎ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∿ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ √ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∞ ∝ \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√} \text{√}\] | ||||||||||
*: kan worden veranderd.

Informatie:
De grijze markeringen geven een afzonderlijke eenheid van het motief weer.
| Steek | Breedte (mm) | Lengte (mm) | Naaivoet | Functies | |||||||
| Auto | Manueel | Auto | Manueel | Achteruit | Afhechten | Spiegelen/Naaivoet(model 25) | Tweelingnaald(model 25) | Memory(model 25) | |||
| Kordonnaden | 31 | 7.0 | 2.5-7.0 | 0.5 | 0.3-1.0 | A | ★ | ★ | ★ | ||
| 32 | 7.0 | 2.5-7.0 | 0.5 | 0.3-1.0 | A | ★ | ★ | ★ | |||
| Decoratieve satijnsteken | 33 | 7.0 | 2.5-7.0 | 0.5 | 0.3-1.0 | A | ★ | ★ | ★ | ||
| 34 | 7.0 | 4.0-7.0 | 0.5 | 0.3-1.0 | A | ★ | ★ | ||||
| 35 | 7.0 | 4.0-7.0 | 0.5 | 0.3-1.0 | A | ★ | ★ | ★ | |||
| 36 | 7.0 | 4.0-7.0 | 0.5 | 0.3-1.0 | A | ★ | ★ | ||||
| Quiltsteek (Meander) | 37 | 6.0 | 4.5-7.0 | 1.0 | 1.0-3.0 | A | ★ | ★ | |||
| Decoratieve steek | 38 | 5.0 | 3.0-7.0 | 2.5 | 1.5-4.5 | A | ★ | ★ | |||
| Kruissteek | 39 | 6.0 | 5.0-7.0 | 1.0 | 1.0-3.0 | A | ★ | ★ | |||
| 40 | 6.0 | 5.0-7.0 | 1.0 | 1.0-3.0 | A | ★ | ★ | ★ | |||
| Decoratieve steek | 41 | 7.0 | 3.0-7.0 | 2.0 | 1.0-3.0 | T | ★ | ★ | |||
| 42 | 7.0 | 4.0-7.0 | 2.5 | 1.5-3.0 | A | ★ | ★ | ||||
| 43 | 7.0 | 5.0-7.0 | 2.0 | 2.0-3.0 | A | ★ | ★ | ||||
| 44 | 7.0 | 4.0-7.0 | 3.0 | 2.5-4.5 | A | ★ | ★ | ||||
| Kordonnaden | 45 | 7.0 | 2.5-7.0 | 0.5 | 0.3-1.0 | A | ★ | ★ | ★ | ||
| 46 | 7.0 | 2.5-7.0 | 0.5 | 0.3-1.0 | A | ★ | ★ | ★ | |||
| Decoratieve steek | 47 | 5.0 | 2.5-7.0 | 2.5 | 1.5-3.0 | T | ★ | ★ | ★ | ||
| 48 | 7.0 | 3.5-7.0 | 2.0 | 1.5-3.0 | T | ★ | ★ | ★ | |||
| 49 | 7.0 | 3.0-7.0 | 2.0 | 1.5-3.0 | A | ★ | ★ | ★ | |||
| Stoppen | 50 | 7.0 | 3.5-7.0 | 2.0 | 1.0-2.0 | D | |||||
| 51 | 7.0 | 3.5-7.0 | 2.0 | 1.0-2.0 | D | ||||||
| 1-fase-knoopsgat | 52 | 5.5 | 3.0-7.0 | 0.5 | 0.3-1.0 | D | |||||
| 53 | 5.0 | 2.5-5.5 | 0.5 | 0.3-1.0 | D | ||||||
| 54 | 6.0 | 3.0-7.0 | 0.5 | 0.3-1.0 | D | ||||||
| 55 | 5.0 | 2.5-5.5 | 0.5 | 0.3-1.0 | D | ||||||
| 56 | 5.0 | 2.5-5.5 | 0.5 | 0.3-1.0 | D | ||||||
| 57 | 7.0 | 5.5-7.0 | 0.5 | 0.3-1.0 | D | ||||||
| 58 | 7.0 | 5.5-7.0 | 0.5 | 0.3-1.0 | D | ||||||
| 59 | 6.0 | 3.0-7.0 | 1.5 | 1.0-3.0 | D | ||||||
| Ogen | 60 | 7.0 | 5.0,6.0,7.0 | - | - | A | |||||
*: kan worden veranderd.

Informatie:
De grijze markeringen geven een afzonderlijke eenheid van het motief weer.
Schrifttekens (alfabet) en cijfers - model 25


Informatie:
- In de standaardmodus worden alle schrifttekens max. 7 mm hoog genaaid. Als verschillende schrifttekens worden gebruikt, moeten deze op één lijn worden gericht.
EIJabghijpyÅÆèøÇü 7mm
- Als een rij letters in het geheugen wordt opgeslagen, worden de hoofdletters in een gereduceerde hoogte van 5.5 mm genaaid. Op deze manier worden alle letters automatisch op één lijn gericht.
- Indien uitsluitend hoofdletters in het geheugen worden opgeslagen, worden deze in de maximale hoogte van 7 mm genaaid.
Voor het afhechten bij naadbegin en einde.
Druk op de achteruittoets en naai 4-5 steken.
Als de toets weer wordt losgelaten, naait de naaimachine weer vooruit.

De vrije arm is handig bij het naaien van gesloten delen, zoals broekspijpen en mouwen.

- Stop bij het bereiken van de hoek.
- Zet de naald met de hand (handwiel) of door een druk op de naaldstoptoets omlaag.
- Zet de naaivoet omhoog.
- Draai de stof, gebruik de naald als draaipunt.
- Zet de naaivoet naar beneden en naai verder.

De zwarte knop links aan de naaivoet blokkeert de naaivoet in een horizontale stand, mits deze wordt ingedrukt voordat de naaivoet wordt omlaaggezet.
Dit garandeert een regelmatig transport als het naaibegin net bij een naad ligt of als over een dik gedeelte moet worden genaaid (bijv. verschillende lagen, dikke naden bij het zomen van jeans).
Zet voor de verdikking de naald omlaag en de naaivoet omhoog. Duw de punt van de naaivoet naar beneden en druk op de zwarte knop. Zet daarna de naaivoet naar beneden en naai verder.

De zwarte knop wordt na een paar steken automatisch gedeblokkeerd.

U kunt ook eerde tukjekarton of van dezelfde dikte als nivellering achter de naad leggen. Of u kunt de naaivoet bij het transporteren ondersteunen door het naaiwerk met de hand lichtjes te schuiven.
Rechte steek en naaldstand


Naaldstand veranderen
Deze instellingen gelden alleen voor de steken 01-03 en 24.
De voorgeprogrammeerde instelling is "3,5", middelste stand.
Druk op de steekbreedtetoets om naar de steekbreedtemodus te wisselen. Als de draaiknop tegen de wijzers van de klok in wordt gedraaid, verschuift de naaldstand naar links. Als de draaiknop met de wijzers van de klok mee wordt gedraaid, verschuift de naaldstand naar rechts.
Steeklengte veranderen
Druk op de steeklengtetoets om naar de steeklengtemodus te wisselen.
Draai de knop tegen de wijzers van de klok in om de steeklengte te verkleinen. Draai de knop met de wijzers van de klok mee om de steeklengte te vergroten.
In het algemeen geldt, hoe dikker de stof, de naald en het garen, des te groter moet de steeklengte zijn.
Zigzagsteken



Steekbreedte instellen
De maximale steekbreedte voor zigzagsteken ligt bij "7.0". De steekbreedte kan echter voor alle soorten steken worden verminderd.
De steekbreedte kan worden vergroot door op de steekbreedtetoets "+" te drukken (van "0.0-7.0").
Steeklengte instellen
Hoe dichter de steeklengte bij "0.3" ligt, des te dichter op elkaar liggen de zigzagsteken.
De zigzagsteek wordt meestal het mooist als de steeklengte tussen "1.0-2.5" ligt. Een hele dichte zigzag wordt kordonnaad genoemd.
Stretchsteken


Voor rekbare en duurzame naden, die met de stof meerekken zonder dat het garen breekt. Ideaal voor elastische en gebreide stoffen. Ook geschikt voor duurzame naden op stevige stoffen, zoals bijv. denim.
Deze steken kunnen ook heel goed als decoratieve randafwerking worden gebruikt.

De rechte stretchsteek wordt eveneens als drievoudige versteviging voor rekbare en duurzame naden gebruikt.

De drievoudige zigzagstretch is geschikt voor stevige stoffen zoals denim, popeline, zeildoek, enz.
Overlocksteken


Gebruik van de overlockvoet
Bevestig de overlockvoet (E).
Laat de rand van de stof tijdens het naaien langs de rand van de naaivoet lopen.

Informatie:
Gebruik de overlockvoet alleen voor de steken 06, 08, 12 en 21 en stel de steekbreedte niet breder dan "3.5" in. Bij het gebruik van andere steken en steekbreedtes als aanbevolen, kan het voorkomen, dat de naald de naaivoet raakt


Bevestig de universele naaivoet (T).
Voor een randafwerking moet de naaivoet zodanig op de stof worden gezet, dat de naald bij de rechter uitzwenking net langs de stof steekt.
Blindzoom



07: Blindzoom en lingeriesteek op stevige stoffen.
16: Blindzoom op rekbare stoffen.
Informatie:
Blindzomen naaien vereist enige oefening. Maak altijd eerst een proeflapje.
Vouw de stof zoals afgebeeld, zodat de achterkant van de stof boven ligt. Werk de rand eerst met een overlocksteek af.
Leg de stof onder de naaivoet. Draai het handwiel met de hand naar voren, tot de naald uiterst links staat. De naald mag de stofvouw maar net raken. Als de stofvouw niet wordt geraakt, moet de steekbreedte worden aangepast.
Stel de geleider (b) door aan de knop (a) te draaien zodanig in, dat deze tegen de stofvouw ligt.
Naai langzaam en laat de stof zorgvuldig langs de geleider lopen.
Draai de stof om.
Knoop aanzetten


Bevestig de knoop-aanzetvoet.
Zet de transporteurknop op "____".

Leg de stof onder de naaivoet. Leg de knoop op de gewenste plaats en zet de naaivoet omlaag.
Kies de zigzagsteek. Stel de steekbreedte op "2.5-4.5" in, overeenkomstig de afstand tussen de beide gaatjes in de knoop.
Draai met de hand aan het handwiel om te controleren of de naald inderdaad goed in het linker- en rechtergaatje van de knoop steekt.

Druk voor het naaien op de toets "Automatisch afhechten". Nu worden automatisch bij naaibegin en einde afhechtsteken genaaid. Leg voor het naaien een stopnaald op de knoop, zodat indien nodig een "steel" of "hals" ontstaat.



Naai bij knopen met 4 gaatjes eerst in de voorste twee gaatjes. Verschuif het naaiwerk daarna en naai dan in de andere gaatjes.
Knoopsgat naaien

10: Voor lichte tot middelzware stoffen
52: Voor horizontale knoopsgaten in blouses en hemden van lichte tot middelzware stof
53: Voor lichte tot middelzware stoffen
54: Voor horizontale knoopsgaten in blouses en hemden van lichte tot middelzware stof
55: Voor horizontale knoopsgaten op dikke stoffen
56: Voor lichte tot middelzware stoffen
57: Voor pakken en mantels
58: Voor dikke jassen
59: Voor stevige denim of grove rekbare stoffen
Informatie:
Maak voordat u het definitieve knoopsgat naait altijd eerst een proeflapje van dezelfde stof.

Teken het knoopsgat op de stof.
De maximale knoopsgatlengte is 3 cm (vuistregel: diameter van de knoop plus knoopdikte).

Bevestig de knoopsgatvoet, schuif de knoophouder open en leg de knoop hierin. De knoopsgatlengte wordt bepaald door de knoop die in de knoophouder ligt.
Trek de draad door de opening in de naaivoet en dan onder de naaivoet door.

Kies de steek voor het knoopsgat.
Stel de steekbreedte en lengte in (afhankelijk van de gewenste breedte ).en dichtheid

Leg de stof zodanig onder de naaivoet, dat de middenmarkering op de naaivoet met de aangegeven knoopsgatlijn overeenkomt.
Zet de hendel van de naaivoet omlaag.

Houd het bovendraadeinde losjes vast en begin met naaien.

Informatie:
Geleid de stof losjes met beide handen. Voordat de naaimachine stopt, worden automatisch na beeindiging van het knoopsgat enkele afhechtsteken genaaid.
* Knoopsgaten worden zoals afgebeeld vanaf de voorkant van de naaivoet naar achteren genaaid.


Zet de naaivoet omhoog en snijd de draad af. Om nogmaals over hetzelfde knoopsgat te naaien, moet de naaivoet worden omhooggezet (staat weer in de oorspronkelijke stand).
Duw na beëindiging van het knoopsgat de knoopsgathendel omhoog tot hij vastzit.

Snij het knoopsgat tussen de kordons open, zonder hierbij de steken door te snijden. Steek aan beide kanten bij de trens een kopspeld als beveiliging.

Gebruik bij knoopsgaten in rekbare stoffen altijd een vuldraad.
Bevestig de knoopsgatvoet, hang de vuldraad achter over de naaivoet en trek hem onder de naaivoet naar voren.
Let erop, dat de beide draden in de gleuven liggen en knoop ze tijdelijk vast.
Zet de naaivoet naar beneden en begin met naaien.
Pas de steekbreedte aan de dikte van de vuldraad aan.

Trek na beëindiging van het knoopsgat aan de einden van de vuldraad. De vuldraad moet mooi strak in de kordons liggen. Knip de draadeinden uiteindelijk af.
Informatie:
Het is raadzaam de achterkant van de stof met vlies te verstevigen.
Oogsteek

Kies steek 60 (ogen).
Bevestig de borduurvoet (A).

flowchart
graph LR
A["Stage A"] --> B["Stage B"]
B --> C["Stage C"]
style A fill:#f9f,stroke:#333
style B fill:#f9f,stroke:#333
style C fill:#f9f,stroke:#333
Met behulp van de steekbreedtetoetsen "-" of "+" kan de ooggrootte worden gekozen.
Ooggrootte:
A. Klein: 5.0 mm
B. Middel: 6.0 mm
C. Groot: 7.0 mm
Zet de naald bij het startpunt in de stof, zet de naaivoet naar beneden.
Nadat het oog is genaaid, worden automatisch afhechtsteken genaaid. Daarna stopt de naaimachine.

Steek nu met behulp van een priem in het midden van het oog de stof weg.
* De priem hoort niet bij de standaarduitrusting van de naaimachine, maar kan apart tegen meerprijs worden verkregen.
Informatie:
Bij het gebruik van dun garen kan het naairesultaat grof uitvallen. Als dit het geval is, naai dan nogmaals over het oog (over de
Stoppen

50: Eenvoudige stopsteek voor dunne en middelzware stoffen
51: Verstevigde stopsteek voor zware en stevige stoffen
Kies steek 50 of 51 (stopsteken).
Bevestig de knoopsgatvoet.

Speld de bovenste en onderste laag stof aan elkaar.
Kies de juiste naaldstand. Zet de naaivoet boven het midden van de plek die moet worden gestopt. Zet de naaivoet omlaag.

Schuif de knoophouder naar achteren.
Trek de knoopsgatgeleider op de gewenste lengte.

De stoplengtes zijn verschillend.
De maximale steeklengte is echter 2.6 cm en de maximale steekbreedte 7mm.
a. Lengte van de oppervlakte met rijen steken
b. Breedte van de oppervlakte met rijen steken


Leg de stof onder de naaivoet, zodat de naald 2 mm voor de plek staat, die moet worden gestopt. Zet de naaivoet daarna omlaag.
Informatie:
Duw bij het omlaagzetten van de naaivoet niet tegen het voorste gedeelte van de naaivoet, omdat anders de stoplengte niet meer klopt.
Trek de bovendraad omlaag en rijg hem door de opening in de naaivoet. Druk de knoopsgatvoethendel omlaag.
De bezoopsgadvoethtendel de knoopsgatvoethouder. Houd de bovendraad bij naaibegin losjes met de linkerhand vast.
De rijen stopsteken worden zoals afgebeeld vanaf de voorkant van de naaivoet naar achteren genaaid.
Als het gedeelte, dat moet worden gestopt, te groot is, kan ook diverse keren (of dwars) over het versleten gedeelte worden genaaid, zodat een beter resultaat ontstaat.
Rits inzetten

* Deze ritsvoet is een speciaal accessoire en afzonderlijk tegen meerprijs verkrijgbaar. ( ) model 20
Informatie:
De naaivoet mag alleen met een rechte steek en naaldstand midden worden gebruikt. Indien andere steken of naaldstanden worden gebruikt, is het mogelijk dat de naald de naaivoet raakt en breekt.

Rits inzetten
- Rijg de opening voor de ritssluiting in het kledingstuk.
- Strijk de naad uit elkaar. Leg de rits met de goede kant naar beneden op de naad, zodat de tandjes precies op de naadlijn liggen. Rijg de ritsband vast.

- Bevestig de ritsvoet. Als de linkerkant van de rits wordt vastgenaaid, moet de ritsvoet met de rechterkant van de pin aan de houder worden bevestigd.
- Als de rechterkant van de rits wordt vastgenaaid, moet de ritsvoet met de linkerkant van de pin aan de houder worden bevestigd.

- Naai de linker ritshelft van boven naar beneden vast.
- Naai onderaan dwars naar de andere kant. Naai daarna de rechter ritshelft naar boven vast. Verwijder de rijgdraden en strijk het naaiwerk.


Eenzijdig verdekte ritssluiting
- Rijg de opening voor de ritssluiting in het kledingstuk.
- Vouw de linker naadtoeslag om. Vouw de rechter naadtoeslag 3 mm om.
- Bevestig de ritsvoet. Als de linkerkant van de rits wordt vastgenaaid, moet de ritsvoet met de rechterkant van de pin aan de houder worden bevestigd.
Als de rechterkant van de rits wordt vastgenaaid, moet de ritsvoet met de linkerkant van de pin aan de houder worden bevestigd.
- Naai de linker ritshelft van onder naar boven vast.
- Draai het naaiwerk naar de goede kant. Naai onderaan dwars over de rits en dan over de rechter ritshelft naar boven.
- Stop ong. 5 cm voor het boveneinde van de rits. Verwijder de rijgdraden en open de rits. Naai de naad af.
Blinde rits

* Deze ritsvoet is een speciaal accessoire en afzonderlijk tegen meerprijs verkrijgbaar. Deze ritsvoet is niet inbegrepen bij de standaarduitrusting van de naaimachine.

De naaivoet wordt gebruikt voor het inzetten van ritsen die aan beide kanten door een naad worden overdekt.
Bevestig de naaivoet. Zet de naald op de middelste stand en stel de rechte steek in. Kies de steeklengte afhankelijk van de stof (tussen 1.0 tot 3.0 mm).
Leg de geopende ritssluiting met de goede kant op de goede kant van de stof (zie afbeelding).
Leg de rand van de stof precies op de 1.5 cm-markering op de steekplaat.
De rits komt 6 mm onder de rand van de stof te liggen.
Zet de naaivoet omlaag, zodat de tandjes in de gleuf dedechterkant van de naaivoet lopen en naai tot aan het lipje van de rits. Neem het naaiwerk weg.

Leg voor het naaien van de andere ritshelft de rand van de stof weer precies op de 1.5 cm-markering op de steekplaat (zie afbeelding).
Zet de naaivoet omlaag, zodat de tandjes in de gleuf dederkerkant van de naaivoet lopen.
Sluit de rits. Vouw de stof terug, zodat de ritssluiting rechts ligt. Fixeer de stof met een kopspeld. Bevestig de universele naaivoet en stik zo dicht mogelijk met een rechte steek langs de rits. Naai aan het einde een paar afhechtsteken.
Smalle zoom naaien


* De zoomvoet is een speciaal accessoire en kan tegen meerprijs worden verkregen. De zoomvoet is niet in de standaarduitrusting van de naaimachine inbegrepen.
Vouw de rand van de stof ong. 3 mm om en dan nogmaals 3 mm over een lengte van ong. 5 cm.
Draai het handwiel naar u toe, tot de naald in de zoom steekt, zet daarna de naaivoet omlaag. Naai enkele steken, zet de naaivoet daarna omhoog.
Geleid de zoom in de spiraalvormige opening van de zoomvoet. Beweeg de stof hierbij voor- en achteruit, tot de zoom oprolt.
Zet de naaivoet naar beneden en naai langzaam, geleid tegelijkertijd de onafgewerkte rand van de stof van voren in de spiraal van de zoomvoet.
Koord vastnaaien

* De koordvoet is een speciaal accessoire en afzonderlijk tegen meerprijs verkrijgbaar.
De koordvoet is niet inbegrepen in de standaarduitrusting van de naaimachine.
Naai één of drie koordjes vast. Dit geeft een mooi effect op jassen, gilets of bij sierranden. Hiervoor kan parelgaren, breiwol, borduurgaren, koordjes, haakgaren, enz. worden gebruikt.

Eén koordje opnaaien
Teken het motief op de stof. Leg het koord vanaf de rechterkant in de middelste gleuf van de koordvoet. Trek het koordje ong. 5 cm achter de naaivoet uit.
De gleuven onder de naaivoet houden het koord op de juiste plaats tijdens het naaien. Kies een steek en stel de steekbreedte zodanig in, dat de steken net over het koord vallen. Zet de naaivoet omlaag en naai langzaam, geleid het koord over het motief.


Drievoudig koord opnaaien
Leg het naaigaren naar links en leg drie koordjes in de gleuven onder de naaivoet. Trek elk koordje ong. 5 cm achter de naaivoet uit.
Kies de gewenste steek en stel de steekbreedte zodanig in, dat de steken precies over de koordjes vallen. Zet de naaivoet omlaag en naai langzaam, geleid de koordjes over het motief.
Kordonsteken



Naai kordonnaden en decoratieve steken met de borduurvoet. Door middel van de grote inkeping aan de onderkant van de naaivoet kan de naaivoet probleemloos over dikke steekcombinaties, bijv. dichte zigzagsteken, glijden en wordt de stof gelijkmatig getransporteerd.
De kordonnaadsteken en de decoratieve steken kunnen zelf worden veranderd, door de steeklengte en -breedte te wijzigen.
Maak het beste een proeflapje op een restje stof en probeer de soesterilende steken en instellingen uit.

Informatie:
Bij het naaien op zeer lichte en dunne stoffen is het aanddeaardterkant van de stof verstevigingsmateriaal te gebruiken.
Quilten



* De 1/4"-Quiltvoet is een speciaal accessoire en afzonderlijk tegen meerprijs verkrijgbaar. De 1/4"-Quiltvoet is niet inbegrepen in de standaarduitrusting van de naaimachine.
Patchwork
Voor een naadbreedte van precies 6 mm moet de rand van de stof tegen de geleider van de naaivoet liggen.
Informatie:
Er kan alleen met een rechte steek worden genaaid en de naald moet in de middelste stand staan.
De binnenrand van de naaivoet als richtlijn voor de stofrand zorgt voor een naadbreedte van ong. 3 mm.
De naaivoet heeft aan de voor- en achterkant markeringen bij 6 mm, om in de hoeken exact te kunnen draaien.
Randgeleider bevestigen
Bevestig de quilt-/randgeleider zoals afgebeeld in de naaivoethouder en stel hem op de gewenste breedte in.
Naai de eerste rij steken en verschuif de stof. Naai alle andere rijen zó, dat de randgeleider steeds langs de vorige rij loopt.

Met het doorzichtige Monofilamentgaren als bovendraad en 30wt- of 40wt-garen als onderdraad kunnen steken worden genaaid, die precies op handquiltsteken lijken.
De draadspanning moet afhankelijk van de gekozen wattering worden aangepast.
Festonsteek (applicatiesteek)
Geschikt voor alle soorten stof en naaiwerk.
Patchwork
Leg beide stofdelen met de goede kant op elkaar en naai deze met de rechte steek aan elkaar.
Strijk de naad open.
Zet het midden van de naaivoet op de naad en naai exact over de naadlijn.
Fagotsteken



- Leg de omgevouwen randen van de patroondelen met een tussenruimte van 4 mm op een stukje dun papier of wateroplosbaar vlies en rijg ze vast.
- Zet het midden van de naaivoet precies tussen de beide randen en begin te naaien.
- Verwijder het papier na het naaien.
Schelpzoom


- Naai langs de zoom, maar niet op de rand. U krijgt een beter resultaat als de stof eerst met verstevigingsspray wordt bespoten en daarna wordt gestreken.
- Knip de stof precies langs de schelpzoom af. Let op dat u niet in de steken knipt!
Rimpelen

* De rimpelvoet is een speciaal accessoire en afzonderlijk tegen meerprijs verkrijgbaar. De rimpelvoet is niet inbegrepen in de standaarduitrusting van de naaimachine.
Rimpelen
Bevestig de rimpelvoet en stel de draadspanning op 2 in.
Leg de stof die moet worden gerimpeld onder de naaivoet. Naai over de stof en laat de rand parallel ten opzichte van de rechterkant van de naaivoet lopen.
De stof wordt nu automatisch gerimpeld. Geschikt voor lichte tot middelzware stoffen.
Rimpelen en gelijktijdig aan een glad stuk stof naaien
De rimpelvoet heeft onderaan de zool een inkeping (dubbele zool).
Op deze manier kan de stof die helemaal onder de naaivoet doorloopt worden gerimpeld en direct aan de gladde stof, die door de inkeping loopt, worden genaaid (bijv. rokband).
- Verwijder de naaivoethouder en bevestig de rimpelvoet.
- Leg de stof die moet worden gerimpeld met de goede kant naar boven onder de naaivoet.
- Leg de bovenste laag stof (wordt niet gerimpeld) met de goede kant naar beneden in de inkeping van de naaivoet.
- Geleid de beide stoflagen zoals afgebeeld.
Informatie:
- Om te bepalen hoe sterk de stof moet worden gerimpeld, maakt u het beste een proeflapje van ong. 25 cm lengte. De instellingen kunnen dan ook precies worden vastgelegd. Neem voor het proeflapje altijd dezelfde stof en hetzelfde garen en werk in dezelfde draadrichting als bij het uiteindelijke project.
Het resultaat is over het algemeen mooier als dwars i.p.v. in de lengte ten opzichte van de draadrichting wordt gerimpeld. - Naai op langzame of halve snelheid om de stof beter onder controle te hebben.
Smocken


Stel de steeklengte op 4.0 mm in en verminder de draadspanning.
Naai met de universele naaivoet rechte lijnen met een tussenruimte van 1 cm over het complete gedeelte waar u het smockwerk wilt hebben.

Knoop de draden aan één kant vast. Trek aan de onderdraad en verdeel de plooitjes gelijkmatig. Hecht de draden aan de andere kant af.

Verminder de draadspanning en naai eventueel met een decoratieve steek tussen de rijen van rechte steken.

Trek aan de draden van de naden met rechte steken, die voor het rimpelen werden gebruikt.
Stoppen, borduren en monogrammen: uit de vrije hand

* Deze stopvoet is een speciaal accessoire en afzonderlijk tegen meerprijs verkrijgbaar. (model 20)

Zet de transporteur op "^^", om deze omlaag te zetten.

Verwijder de naaivoethouder en bevestig de stopvoet.
Hendel (a) moet achter de naaldbevestigingsschroef (b) liggen. Druk de stopvoet van achteren met behulp van uw wijsvinger stevig tegen de houder en draai de schroef (c) vast.

Werk eerst de rand van het gedeelte dat gestopt moet worden af om te verhinderen dat de stof uitrafelt. Naai daarna op regelmatige afstanden en constante bewegingen van links naar rechts over de versleten plek.
Draai het naaiwerk 1/4-stag
nogmaals over de versleten plek. Beweeg het naaiwerk nu langzamer, zodat er geen gaten tussen de draden ontstaan.
Informatie:
Voor stoppen uit de vrije hand wordt de transporteur omlaaggezet. Het naaiwerk wordt met de hand onder de naald bewogen. De naaisnelheid en het stoftransport moeten dus goed op elkaar worden afgestemd.

Borduren uit de vrije hand
Kies de zigzagsteek en stel de steekbreedte naar wens in.
Naai langs de contouren van het motief door het borduurraam overeenkomstig te bewegen. Werk met regelmatige snelheid. Vul de motiefvlakken van buiten naar binnen. Naai de steken dicht naast elkaar.
Als het borduurraam sneller wordt bewogen, ontstaan langere steken, als het langzamer wordt bewogen, ontstaan kortere steken.
Naai bij naadeinde een paar afhechtsteken (toets "autom. Afhechten").
Monogrammen
Kies de zigzagsteek en stel de steekbreedte naar wens in. Naai met gelijkmatige snelheid over de letters.
Naai bij naadeinde een paar afhechtsteken (toets "autom. Afhechten").
* Het borduurraam is niet inbegrepen in de standaarduitrusting van de naaimachine. Deze is afzonderlijk tegen meerprijs verkrijgbaar.
Boventransportvoet

* De boventransportvoet is een speciaal accessoire en afzonderlijk tegen meerprijs verkrijgbaar. Deze is niet inbegrepen in de standaarduitrusting van de naaimachine.
Probeer altijd eerst zonder boventransportvoet te naaien. Gebruik deze alleen indien dit absoluut noodzakelijk is.
Met de gebruikelijke naaivoeten kan de stof gemakkelijker worden geleid en heeft u een beter overzicht over het naaiwerk. Deze naaimachine biedt bij vele stoffen en materialen een uitstekende steekkwaliteit, van fijne chiffonstoffen tot verschillende lagen denim.
Met behulp van de boventransportvoet wordt het transport van de bovenste en onderste stoflagen op elkaar aangepast. Bovendien is deze voet een hulpmiddel bij het naaien van geruite en gestreepte stoffen en gedessineerde stoffen. Bij materiaal, dat moeilijk te geleiden is, is deze naaivoet een voortreffelijk hulpmiddel.

Duw de naaivoethevel omhoog om de naaivoetstang omhoog te zetten.

Draai de schroef aan de naaivoetstang helemaal los (tegen de wijzers van de klok in) en verwijder de naaivoethouder.

Bevestig de boventransportvoet als volgt:
- Arm (a) past over de naaldbevestigingsschroef en naaldstang (b).
- Bevestig de plastic houder (c) van links naar rechts aan de naaivoetstang.
- Zet de naaivoetstang naar beneden.
- Draai de schroef weer in de naaivoetstang vast (met de wijzers van de klok mee).
- Controleer, dat beide schroeven (aan de naald- en naaivoetstang) goed zijn vastgedraaid.

Haal de onderdraad omhoog en trek de onder- en bovendraad achter de boventransportvoet uit.
Spiegelbeeld, model 25






Informatie:
Alle steken die gespiegeld kunnen worden, worden links weergegeven.
Steek kiezen.
Druk voor het openen van het functieprogramma op de functietoets.
Informatie:
Eerst knipperen beide symbolen (spiegelbeeld en tweelingnaald) even snel.
Scrol met de steekkeuzeknop naar de spiegelbeeld-functie.
Informatie:
Als u met scrollen begint, knippert alleen de gekozen functie.
Druk op de bevestigings-/weergavetoets om naar de spiegelbeeld-functie te wisselen en deze functie op te slaan.
Informatie:
Gespiegelde steken kunnen ook met andere steken worden gecombineerd.
A. Een normale steek
B. Een gespiegelde steek
Naaien met tweelingnaald, model 25


Tweelingnaalden zijn afzonderlijk verkrijgbaar. Deze zijn niet inbegrepen in de standaarduitrusting van de naaimachine.
Zet de tweelingnaald in.
Informatie:
Bij het gebruik van tweelingnaalden moet altijd de universele naaivoet worden gebruikt, ongeacht welke naaitechniek u gebruikt.
Gebruik alleen tweelingnaalden met een afstand tussen de naalden van max. 2 mm (d.w.z. bernette artikelnummer 502020.62.91)
Druk en schuif de garenklospen lichtjes naar achteren tot hij rechtop vastzit. Rijg de draad zoals gewoonlijk bij het naaien met een normale naald vanaf de horizontale garenklospen in. Rijg de linkernaald in.
Bevestig de tweede garenklospen (wordt met de standaardaccessoires geleverd) in de hiervoor bestemde opening bovenop de naaimachine.
Rijg de draad door de overige geleidingen, maar niet door de draadgeleiding boven de naald. Rijg de rechternaald in.
Rijg beide naalden altijd apart in.
Informatie:
Bij het naaien met de tweelingnaald moeten beide garens van dezelfde kwaliteit zijn.
Er kunnen natuurlijk wel twee verschillende kleuren worden gebruikt.
Kies een steek.
Druk voor het openen van het functieprogramma op de functietoets.
Informatie:
Steek 10, 50 - 60 en de alfabetten kunnen niet met een tweelingnaald worden genaaid.

Scrol met de steekkeuzeknop naar de tweelingnaald-functie.
Informatie:
Eerst knipperen beide symbolen (spiegelbeeld en tweelingnaald) even snel. Als u met scrollen begint, knippert alleen de gekozen functie.

Druk op de bevestigings-/weergavetoets om naar de tweelingnaald-functie te wisselen en deze functie op te slaan.
De maximale steekbreedte voor het naaien met de tweelingnaald wordt automatisch begrensd.

Tijdens het naaien ontstaan twee rijen steken parallel naast elkaar.
Belangrijk!
- Bij het naaien met de tweelingnaald moet altijd langzaam en met een regelmatige snelheid worden genaaid om een optimale steekkwaliteit te verkrijgen.
- Als de functie tweelingnaald werd gekozen, blijft deze functie geactiveerd, ook als een andere steek wordt gekozen. Om deze functie te deactiveren, moet de tweelingnaald-functie nogmaals worden gekozen.
Geheugen, model 25
Met de geheugenfunctie kunnen verschillende steken tot een randmotief worden samengevoegd en worden opgeslagen. Opgeslagen steekcombinaties kunnen steeds weer worden opgeroepen en blijven in het geheugen opgeslagen, ook als de naaimachine wordt uitgeschakeld.

Informatie:
- Het geheugen beschikt over 30 geheugenplaatsen.
- Steken kunnen uit de verschillende categorieën of het alfabet gekozen, samengesteld en genaaid worden.
- Steek 10 en 50 - 60 kunnen niet worden opgeslagen.
- Tijdens het naaien van steken uit het geheugen kan de achteruitnaaitoets niet worden




Steekcombinatie invoeren
Druk op de geheugentoets om de geheugenfunctie te openen en de combinatie van letters, resp. decoratieve steken op te slaan.
Nadat op de geheugentoets werd gedrukt, knippert het steeknummer.
De geactiveerde geheugenmodus wordt door "mem" onder het steeknummer weergegeven.
Druk twee keer op de steekkeuzetoets om de alfabetcategorie te kiezen.
Als een steek reeds werd opgeslagen, knippert het steeknummer niet. Zie "Opgeslagen steken oproepen en bewerken" op blz. 68.
Kies de gewenste steek m.b.v. de draaiknop.
Bijv. 25

Informatie:
Voordat de steek wordt ingevoerd:
- De eigenschappen van de gekozen steek, bijv. steeklengte, steekbreedte, spiegelbeeld, tweelingnaald, kunnen d.m.v. een druk op de overeenkomstige toets worden veranderd.
- Door op de start-/stoptoets of het pedaal te drukken, kan de steek als proef worden genaaid.
De machine stopt automatisch aan het einde van een steek.

Druk op de bevestigings-/weergavetoets om de steek op te slaan.
Bepaal nadat op de toets werd gedrukt de geheugenplaats (01 = eerste opslagplaats). Deze verschijnt 2 seconden lang op het display.

Het steeknummer knippert na de laatst geprogrammeerde steek verder. Herhaal de hierboven vermelde stappen voor het invoeren van andere steken in het geheugen.
Informatie:
- Druk eerst op de bevestigings-/weergavetoets om de steek op te slaan en daarna op de start-/stoptoets of het pedaal om deze steek als proef te naaien.
- Als het geheugen vol is, d.w.z. als de 30 geheugenplaatsen allemaal bezet zijn, hoort u 3 korte signalen.

Druk op de geheugentoets om de geheugenmodus te verlaten en naar de standaardmodus terug te keren.


Wisselen tussen gegevens in het geheugen invoeren en uit het geheugen oproepen/bewerken.
Als er geen gegevens zijn opgeslagen, drukt u op de geheugentoets om de modus "Geheugeninvoer" te activeren.
In het andere geval drukt u op de geheugentoets om de modus "Oproepen/bewerken" te openen.
Let op de steeknummerweergave op het display.
- Steeknummer knippert = modus "Geheugeninvoer"
- Steeknummer knippert niet = modus "Oproepen/bewerken"
Druk twee keer op de bevestigings-/weergavetoets om tussen de beide modi te wisselen.

Opgeslagen steek oproepen en naaien
Open de geheugenmodus door op de geheugentoets te drukken. De steek op de eerste geheugenplaats verschijnt op het display.
Start het naaien m.b.v. de start-/stoptoets of het pedaal.
Tijdens het naaien worden de steekgegevens op het diepgegeven.

Opgeslagen steken oproepen en bewerken
"Oproepen/bewerken" door op de geheugentoets te drukken. De steek op de eerste geheugenplaats verschijnt op het display.
Door aan de draaiknop te draaien, kunnen de steken en de bijbehorende instellingen worden bekeken.
Druk op de overeenkomstige toetsen om de steek, resp. de instellingen te veranderen (bijv. steekkeuze/alfabet, steeklengte, steekbreedte of een functietoets).
Druk op de bevestigings-/weergavetoets om de wijzigingen op te slaan en naar de geheugenmodus terug te keren.
Als op de bevestigings-/weergavetoets wordt gedrukt zonder dat een eigenschap knippert, verschijnt op het display de geheugenplaats van de actuele steek.

M.b.v. de draaiknop kunnen de geheugenplaatsen op nummer worden doorzocht.

Druk nogmaals op de bevestigings-/weergavetoets om naar de geheugenmodus „Oproepen/bewerken“ terug te keren.

Druk op de geheugentoets om de geheugenmodus te verlaten en naar de standaardmodus terug te keren.

Tweede geheugenplaats

mem

Opgeslagen steek vervangen
Open de geheugenmodus door op de geheugentoets te drukken. De steek op de eerste geheugenplaats verschijnt op het display.
Kies de steek die vervangen moet worden m.b.v. de draaiknop.
Druk op de steekcategorietoets, het steeknummer begint te knipperen.
Kies de gewenste steek met behulp van de draaiknop. (bijv. 47)

Informatie:
Voordat de steek wordt ingevoerd:
- De eigenschappen van de gekozen steek, bijv. steeklengte, steekbreedte, spiegelbeeld, tweelingnaald, kunnen d.m.v. een druk op de overeenkomstige toets worden veranderd.
- Door op de start-/stoptoets of het pedaal te drukken, kan de steek als proef worden genaaid.
De machine stopt automatisch aan het einde van een steek.
Druk op de bevestigings-/weergavetoets om de steek op te slaan en naar de geheugenmodus "Oproepen/bewerken" terug te keren.
Druk op de geheugentoets om de geheugenmodus te verlaten en naar de standaardmodus terug te keren.




Nieuwe steek invoegen
Open de geheugenmodus "Oproepen/bewerken" door op de geheugentoets te drukken. De steek op de eerste geheugenplaats verschijnt op het display.
Kies m.b.v. de draaiknop de steek waar een nieuwe steek vooraf moet worden ingevoegd.
D.w.z. als de derde positie wordt gekozen, verschuift de steek die nu op de derde positie staat naar de vierde positie.
Druk op de functietoets om het functieprogramma te openen.
Informatie:
Eerst knipperen alle functiesymbolen even snel.
Als u begint te scrollen, knippert alleen nog de gekozen functie.
Scrol met de draaiknop naar de functie "Invoegen".



mem

Druk op de bevestigings-/weergavetoets om een lege geheugenplaats in te voegen.
Kies m.b.v. de draaiknop de gewenste steek (bijv. 35).

Informatie:
Voordat de steek wordt ingevoerd:
- De eigenschappen van de gekozen steek, bijv. steeklengte en steekbreedte kunnen worden veranderd.
- Door op de start-/stoptoets of het pedaal te drukken, kan de steek als proef worden genaaid.
De machine stopt automatisch aan het einde van een steek.
Druk op de bevestigings-/weergavetoets om de steek op te slaan en naar de geheugenmodus "Oproepen/bewerken" terug te keren.

Informatie:
Om de eigenschappen van de ingevoegde steek, bijv. spiegelbeeld en tweelingnaald, te veranderen, moet op de functietoets worden gedrukt en m.b.v. de draaiknop de gewenste functie worden gekozen.
Druk op de geheugentoets om de geheugenmodus te verlaten en naar de standaardmodus terug te keren.
Steek wissen
Druk op de geheugentoets om de geheugenmodus "Oproepen/bewerken" te openen. De steek op de eerste geheugenplaats verschijnt op hetdisplay.
Eerste geheugenplaats
Tweede geheugenplaats
Kies de steek die gewist moet worden m.b.v. de draaiknop.
Tweede geheugenplaats
Druk op de functietoets om het functieprogramma te openen.
Informatie:
Eerst knipperen alle functiesymbolen even snel.
Als u begint te scrollen, knippert alleen nog de gekozen functie.
Tweede geheugenplaats
Scrol met de draaiknop naar de functie "Wissen".

Druk op de bevestigings-/weergavetoets om de steek te wissen en naar de modus "Oproepen/bewerken" terug te keren.
Alle steken boven de gewiste steek verschuiven één plaats naar beneden.

Alles wissen
Druk op de functietoets om het functieprogramma te openen en alle steken te kunnen wissen.

Kies m.b.v. de draaiknop de functie "Alles wissen".

Druk gedurende 2 seconden op de bevestigings-/weergavetoets om alle opgeslagen steken te wissen en naar de modus "Geheugeninvoer" terug te keren.
Waarschuwingsmeldingen

Waarschuwingsmelding
De naaimachine is geblokkeerd
Het uitroepteken betekent, dat de draad verdraaid is of klem zit en het handwiel niet kan worden bewogen of de stof te dik is.
Het motorstuursysteem onderbreekt de stroomtoevoer naar de motor en alle LED-lampjes in het overeenkomstige gedeelte van de naaimachine (rechterkant) worden uitgeschakeld, met uitzondering van de 5 lampjes aan het frame die gedurende 2 seconden knipperen.
Lees a.u.b. de aanwijzingen in het hoofdstuk "Storingen opheffen" op blz. 77-78.

Akoestische signalen
- Bediening correct: 1 signaal
- Bediening niet correct: 3 korte signalen
- Storing en blokkering van de naaimachine: 3 korte signalen
- Geheugen vol: 3 korte signalen

Spoelstift naar links terugschuiven
Als op een willekeurige toets wordt gedrukt als de onderspoel vol is of de spoelstift nog naar rechts staat, hoort u 3 signalen als waarschuwing. Schuif de spoelstift naar links terug in de basisstand.

Als de spoelstift naar rechts wordt gedrukt, verschijnt het symbool "SP" op het display.
Reinigen

Zet voor het bevestigen en verwijderen van onderdelen en voor het reinigen de naaimachine uit ("O") en trek de stekker uit het stopcontact van het stroomnet.
Verwijder de steekplaat.
Zet de naald in de hoogste stand. Verwijder de naaivoet.
Open het grijperdeksel, verwijder beide schroeven en neem de steekplaat weg.
Duw de spoelhouder naar rechts, til hem op en neem hem weg.
Maak de grijperbaan schoon.
Reinig de transporteur en de spoelhouder eerst met een kwastje, daarna met een zachte, droge doek.
Zet de spoelhouder weer in de grijperbaan, zodat de grijperpunt (a) zoals afgebeeld tegen de stopper (b) ligt.
Bevestig de steekplaat weer en draai beide schroeven vast. Zet het spoeltje in. Sluit het grijperdeksel, bevestig de naaivoet.
Informatie:
Pluisjes, stof- en draadrestjes moeten regelmatig worden verwijderd. Het drop-in-grijpersysteem mag niet worden geolied!
Laat uw naaimachine regelmatig vakkundig controleren.
LED-lampje verwisselen
Dit apparaat is van een LED-verlichting met lange levensduur voorzien. De levensduur van de verlichting is minstens even lang als de levensduur van het apparaat zelf. Als het lampje toch moet worden vervangen, neem dan a.u.b. contact op met uw BERNINA dealer.
Beschrijving over het opheffen van storingen
Controleer a.u.b. eerst de onderstaande punten, voordat de naaimachine vanwege storingen voor reparatie naar de BERNINA dealer wordt gebracht. Als het probleem niet kan worden opgelost, neem dan contact op met uw BERNINA dealer.
| Storing | Oorzaak | Oplossing | Blz. |
| Bovendraad breekt | 1. Naaimachine niet correct ingeregen. | 1. Naaimachine opnieuw inrijgen. | 13 |
| 2. Draadspanning te hoog. | 2. Bovendraadspanning verminderen (lager cijfer). | 17 | |
| 3. Draad is te dik voor de naald. | 3. Andere naalddikte gebruiken. | 20 | |
| 4. Naald verkeerd ingezet. | 4. Verwijder de naald en zet hem opnieuw in (platte kant naar achteren) | 16 | |
| 5. Draad wikkelt om de garenklospen. | 5. Neem de garenklos weg en wikkel de draad opnieuw op. | 13 | |
| 6. Naald beschadigd. | 6. Naald vervangen. | 16 | |
| Onderdraad breekt | 1. Spoelhuls niet correct ingezet. | 1. Spoelhuls verwijderen, opnieuw inzetten en aan de draad trekken. Draad moet probleemloos en gemakkelijk van de klos lopen. | 12 |
| 2. Spoelhuls verkeerd ingeregen. | 2. Controleer de spoel en spoelhuls. | 12 | |
| 3. Onderdraadspanning te hoog. | 3. Verander de draadspanning zoals beschreven. | 17 | |
| Steekfouten | 1. Naald verkeerd ingezet. | 1. Verwijder de naald en zet hem opnieuw in (platte kant naar achteren). | 16 |
| 2. Naald beschadigd. | 2. Nieuwe naald inzetten. | 16 | |
| 3. Verkeerde naald (dikte) gebruikt. | 3. Bij bovendraad en stof passende naald gebruiken. | 20 | |
| 4. Naaivoet niet correct bevestigd. | 4. Controleren en correct inzetten. | 31-32 | |
| 5. Naaimachine niet correct ingeregen. | 5. Naaimachine opnieuw inrijgen. | 13 | |
| 6. Naaivoetdruk te laag. | 6. Naaivoetdruk aanpassen. | 17 | |
| Naaldbreuk | 1. Beschadigde naald. | 1. Nieuwe naald inzetten. | 16 |
| 2. Naald niet correct ingezet. | 2. Naald correct inzetten (platte kant naar achteren). | 16 | |
| 3. Verkeerde naalddikte voor de stof. | 3. Bij bovendraad en stof passende naald gebruiken. | 20 | |
| 4. Verkeerde naaivoet gebruikt. | 4. Bevestig de juiste naaivoet. | 31-32 | |
| 5. Naaldhouderschroef zit los. | 5. Draai de schroef met de schroevendraaier vast. | 16 | |
| 6. Naaivoet niet geschikt voor de gekozen steek. | 6. Bevestig de geschikte naaivoet voor de gekozen steek. | 31-32 | |
| 7. Bovendraadspanning te hoog. | 7. Bovendraadspanning verminderen. | 17 | |
| Losse steken | 1. Naaimachine niet correct ingeregen. | 1. Inrijgverloop controleren. | 13 |
| 2. Spoelhuls verkeerd ingeregen. | 2. Spoelhuls zoals afgebeeld inrijgen. | 10 | |
| 3. Naald, stof en garen slecht op elkaar aangepast. | 3. De naalddikte moet bij de stof en het garen passen. | 20 | |
| 4. Verkeerde draadspanning. | 4. Draadspanning corrigeren. | 17 | |
| Naden trekken of de stof rimpelt | 1. Te dikke naald voor de stof. | 1. Kies een dunnere naald. | 20 |
| 2. Verkeerde steeklengte. | 2. Steeklengte aanpassen. | 29 | |
| 3. Bovendraadspanning te hoog. | 3. Draadspanning verminderen. | 17 | |
| Naden trekken | 1. Draadspanning te hoog. | 1. Draadspanning verminderen. | 17 |
| 2. Bovendraad niet correct ingeregen. | 2. Opnieuw inrijgen. | 13 | |
| 3. Naald te dik voor de stof. | 3. Gebruik een naald die bij de bovendraad en stof past. | 20 | |
| 4. Te grote steeklengte voor de stof. | 4. Verminder de steeklengte. | 29 | |
| 5. Naaivoetdruk niet correct. | 5.Naaivoetdruk veranderen. | 17 | |
| Steek scheef getrokken | 1. Verkeerde naaivoet. | 1. Bevestig de juiste naaivoet. | 31-32 |
| 2. Draadspanning te hoog. | 2. Draadspanning verminderen. | 17 | |
| Naaimachine is geblokkeerd | 1. Draad in grijper geblokkeerd. | Verwijder bovendraad en onderdraadspoel. Draai het handwiel met de hand achter- en vooruit en verwijder de draadrestjes. | 76 |
| 2. Transporteur zit vol met pluisjes. | |||
| Naaimachine maakt lawaai | 1. Grijper of naaldstang vol met pluisjes. | 1. Verwijder pluisjes uit de grijper en transporteur zoals beschreven. | 76 |
| 2. Naald beschadigd. | 2. Nieuwe naald inzetten. | 16 | |
| 3. Licht zoemend geluid van binnenuit de motor. | 3. Dit is normaal. | -- | |
| 4. Garen zit klem in de grijper. | Verwijder bovendraad en onderdraadspoel. Draai het handwiel met de hand voor- en achteruit en verwijder de draadrestjes. | 76 | |
| 5. Transporteur zit vol met pluisjes en draadrestjes. | |||
| Onregelmatige steken, onregelmatig transport | 1. Garen van slechte kwaliteit. | 1. Gebruik garen van goede kwaliteit. | 20 |
| 2. Spoelhuls verkeerd ingeregen. | 2. Verwijder de spoelhuls, rijg opnieuw in en bevestig de spoelhuls correct. | 12 | |
| 3. Er werd aan de stof getrokken. | 3. Trek tijdens het naaien niet aan het naaiwerk en schuif het niet naar achteren. De stof wordt door de transporteur getransporteerd. Er is geen hulp nodig. | -- | |
| Naaimachine geblokkeerd | 1. Apparaat niet ingeschakeld. | 1. Zet het apparaat aan. | 8 |
| 2. Stekker niet in het stopcontact. | 2. Steek de stekker in het stopcontact. | 8 |
Universele naaivoet (T)
Blindzoomvoet (F)
Ritsvoet (I) *
Zoomvoet (K) *
Knoop-aanzetvoet
Koordvoet (M) *
Knoopsgatvoet (D)
Ritsvoet voor blinde rits *
Borduurvoet (A)
Rimpelvoet *
Overlockvoet (E)
Boventransportvoet *
1/4"-Quiltvoet *
Stop-/Borduurvoet *
Tweelingnaald *
Universele naaivoet (T)
Blindzoomvoet (F)
Ritsvoet (I)
Zoomvoet (K) *
Knoop-aanzetvoet
Koordvoet (M) *
Knoopsgatvoet (D)
Ritsvoet voor blinde rits *
Borduurvoet (A)
Rimpelvoet *
Overlockvoet (E)
Boventransportvoet *
1/4"-Quiltvoet *
Stop-/Borduurvoet
Tweelingnaald *