Sento - Scooter KYMCO - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis Sento KYMCO in PDF-formaat.
| Producttype | Scooter |
| Merk | KYMCO |
| Model | Sento |
| Motorinhoud | 125 cc |
| Brandstoftype | Benzine |
| Brandstoftankinhoud | 5,5 liter |
| Startsysteem | Elektrisch en kickstart |
| Maximaal vermogen | 7,0 kW (9,5 pk) |
| Maximale snelheid | 90 km/u |
| Transmissie | Automatische CVT |
| Voorrem | Schijfrem |
| Achterrem | Trommelrem |
| Voorband | 110/70-12 |
| Achterband | 130/70-12 |
| Afmetingen (L x B x H) | 1900 x 700 x 1100 mm |
| Zithoogte | 780 mm |
| Gewicht | 110 kg |
| Laadvermogen | 150 kg |
| Verlichting voor | H4 koplamp |
| Onderhoud olie verversen | Elke 2.000 km |
| Koelvloeistof | Luchtgekoeld |
Veelgestelde vragen - Sento KYMCO
Gebruikersvragen over Sento KYMCO
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Scooter in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding Sento - KYMCO en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. Sento van het merk KYMCO.
GEBRUIKSAANWIJZING Sento KYMCO
Wij zijn zeer verheugd dat u heeft gekozen voor een KYMCO SENTO/KIWI 50 scooter.
In deze handleiding wordt beschreven hoe u uw SENTO/KIWI 50 zodanig kunt bedienen, controlleren en onderhouden, dat u er zo lang mogelijk profijt van zult hebben.
Wij wijzen u op het feit dat als de in deze handleiding gegeven informatie en illustraties kunnen verschillen van uw scooter als specificaties veranderd zijn.
Wij raden u aan om, als u veilig en comfortabel wilt rijden, deze handleiding grondig door te nemen. Wij wensen u veel rijplezier.
N.B.
- De informatie en technische beschrijvingen in deze handleiding dienen uitsluitend ter raadpleging en kunnen zonder aankondiging gewijzigd worden.
- Voordat u de motor start, moet u eerst de accu in de scooter plaatsen. Dit zal het starten vergemakkelijken en de motorprestatie verhogen.
■ UITGESLOTEN VAN GARANTIE IS:
- Alle schade veroorzaakt door natuurrampen of andere ongelukken;
- Alle schade veroorzaakt door onjuist gebruik, veranderingen aan de scooter of gebruik van andere dan originele onderdelen en door veranderingen aangebracht aan de tellerklok, zodat deze een onjuiste totaal gereden afstand aangeeft;
- Alle reparaties en aanpassingen die niet door erkende KYMCO-werkplaatsen zijn uitgevoerd en waarvan geen on derhoudsbon overlegd kan worden;
- Alle schade die voortkomt uit enige reparatie, reiniging, afstelling en vervanging die is uitgevoerd door de scootergebruiker zelf en niet door een erkende KYMCO-werkplaats;
- Alle schade die is voortgekomen uit het gebruik van een andere soort motorolie, cardan olie of benzine dan die welke door KYMCO uitdrukkelijk wordt aanbevolen.
INHOUDSOPGAVE
- VEILIGHEIDSMAATR EGELEN....2
- ONDE RDELEN ....4
- BEDIENINGSINSTRU CTIES 6
- CONTROLE VOORAFG AAND AAN ELKE RIT ....12
- STARTMETHODEN ...... 20
- NORMALE RIJMETHO DE 23
- VOORZORGSMAATREGELEN VOOR VEILIG RIJDEN 25
- STOPPEN MET RIJD EN 28
- EENVOUDIG ONDERH OUD 30
- BELANGRIJKE OPMERKIN GEN 38
- SENTO/KIWI 50 SPECIALE ONDERDELEN ....39
- MILIEUVRIENDELI JK ONDERHOUDSSCHEMA 41
- TECHNISCHE GEGEVENS SENTO/KIWI 50....42
1. Veiligheidsmaatregelen
(1) kleding
- Voor veilig rijden is het van essentieel belang dat u comfortabele kleding draagt en een ontspannen zithouding aanneemt.
- U zult veilig rijden als u zich aan de verkeersregels houdt, het hoofd koel houdt, zi ch ontpant en voorzichtig bent.
(1) Draag een helm en maak deze stevig vast.
(2) Zorg dat uw kleding goed zit. Maak losse manchetten vast en zorg dat de remhevel niet erachter kan blijven haken.
(3) Draag schoenen met lage of geen hakken.
(4) Tijdens het rijden dient u het stuur met beide handen stevig vast te houden. Het is zeer gevaarlijk om het stuur met één hand vast te houden.
※ WAARSCHUWING:
- Een scooterrijder mag geen loshangende of te lange kleding te dragen. Dit kan gevaarlijk zijn.
Gedurende het rijden en tien minuten nadat de scooter is stilgezet, dient u de uitlaat niet aan te raken anders kunt u brandwonden oplopen. - Parkeer uw scooter nooit dicht bij droog gras of ander brandbaar materiaal. Ook dit kan gevaarlijke situaties opleveren.

(3)
(2) rijmethode
- De veiligheid van tweewielers wordt medebepaald door de zithouding van de bestuurder. Deze laatste dient te zitten op het middengedeelte van de buddyseat.
Als de bestuurder op de achterkant van de buddyseat zit, rust er minder gewicht op het voorwiel. Hierdoor zal het stuur heen en weer bewegen, wat gevaarlijk kan zijn voor de bestuurder.
- Als u een bocht neemt, is het makkelijker om de scooter te besturen wanneer u met uw lichaam licht in de bocht gaat hangen. Doet u dit niet, dan zal de scooter uit balans raken.
■ Als u op een kapot wegdek of op keien rijdt, moet u snelheid minderen en het stu ur stevig vasthouden.
(3) bagage vervoeren
- Om de scooter naar behoren te kunnen besturen, dient u een goede zithouding aan te nemen.
- Het stuur zal anders aanvoelen als u bagage op de scooter vervoert. Bij teveel bagage kan het stuur heen en weer gaan bewegen. Ga dus niet rijden met teveel bagage op uw scooter.
■ Maximale laad capaciteit van de helmbak is 10 kg.
- Maximale laadcapaciteit van de het handschoenenvak is 5 kg.

- rechterspiegel
- contactslot
- richtingaanwijzer rechtsvoor
- oliepeilstok
- uitlaat
- achterdrager
- benzinetank
- accu
- rechtervoetsteun

- linkerspiegel
- koplamp
- richtingaanwijzer linksvoor
- framenummer (VIN)
- middenstandaard
- motornummer
- kickstartpedaal
- richtingaanwijzer linksachter
- achterlicht/ remlicht
- linkervoetsteun passagier
3. Bedieningsinstructies
(1)contactslot/stuurslot

(aan):
Start de motor. De sleutel kan niet uit het slot genomen worden. Draai de sleutel, terwijl u deze in het slot drukt, vanuit de "aan"-positie naar links. De buddy seat gaat van het slot. De motor gaat draaien.

(uit) : Met de sleutel in deze positie is de stroom uitgezet aat de motor stil. De sleutel kan uit het slot genomen den.
Vanuit deze positie draait u de sleutel naar links. De buddy gaat van het slot.

(slot): In deze positie is het stuur vergrendeld. De sleutel uit het slot genomen worden.

(benzinetank): Om de benzinevuldop te openen, draait u sleutel in deze positie.
Zorg dat de sleutel in de " " (aan) positie staat als u de motor start.
WAARSCHUWING:
- Controleer of het stuur op slot staat door het zachtjes heen en weer te draaien.
- Draai de contactsleutel nooit in de "slot"-positie terwijl u rijdt, anders verliest u de macht over het stuur en gebeuren er ongelukken.
- Parkeer uw scooter zodanig dat deze het verkeer niet in de weg kan hinderen.
Vergrendelen
- Draai het stuur geheel naar links en de contactsleutel, terwijl u deze in het slot drukt, in de "slot"-positie. Het stuur staat nu op slot.
Ontgrendelen
- Draai de sleutel in de "uit"-positie en het slot wordt automatisch ontgrendeld.

(2) startknop
- Om de motor te starten, draait u eerst de contactsleutel om en daarna drukt u de startknop in. Terwijl u dit doet, moet u de voor - en achterrem geheel indrukken.
※ WAARSCHUWING:
- Druk de startknop niet in terwijl de motor loopt. Dit kan de motor beschadigen.
- Zet de licht- en de signaalschakelaar uit voordat u de startknop gebruikt.
- Laat de startknop onmiddellijk los zodra de motor is gestart.

Als de schakelaar in deze stand wordt gezet, gaan de koplamp, het parkeerlicht, de dashboardverlichting en het achterlicht tegelijkertijd uit.

Met de schakelaar in deze stand zijn het parkeerlicht, de dashboardverlichting en het achterlicht tegelijkertijd aan.

Met de schakelaar in deze stand, zijn de koplamp, het parkeerlicht, de dashboardverlichting en het achterlicht tegelijkertijd aan.

(4) dimschakelaar/ signaalschakelaar
① D Voor grootlicht zet u de dimschakelaar in deze stand.
② Als u in de stad rijdt of als er een tegenligger aankomt, moet u dimlicht gebruiken zodat u het aankomende verkeer niet kan verblinden.
③PASSING Als de signaalschakelaar wordt ingedrukt, gaat de koplamp flitsen om aankomende auto's of een auto die u wilt passeren, te waarschuwen.
(5) richtingaanwijzer- schakelaar/claxonknop
④Als u rechtsaf wilt slaan, schuift u de schakelaar naar
⑤Als u linksaf wilt slaan, schuift u de richtingaanwijzer-schakelaar
naar links
⑥Druk op de richtingaanwijzer-schakelaar als u deze wilt uitschakelen.
⑦Als de contactsleutel op "aan" staat, drukt u op de claxonknop en er wordt geclaxonneerd.
※ WAARSCHUWING:
De richtingaanwijzer wordt niet automatisch uitgeschakeld. Zorg dat u de richtingaanwijzer na gebruik uitzet anders brengt u de verkeersveiligheid in gevaar.

- Om de buddyseat te openen, steekt u de contactsleutel in het buddyslot en draait u de sleutel naar rechts. Til de buddyseat op.
- Maximale laadcapaciteit van de helmbak is 10 kg.
- Om de buddyseat te sluiten, drukt u deze naar beneden en in het slot. De vergrendeling gaat automatisch. Til de buddyseat licht omhoog om te controleren of deze op slot zit.
※ WAARSCHUWING:
- Zorg dat u de sleutel nooit onder de buddyseat legt en vervolgens de buddyseat in het slot drukt.
(7) helmhaakje
- Open het buddyslot en til de buddyseat op.
■ Maak de gesp van de helm aan het helmhaakje vast.
- Druk de buddyseat naar beneden. Deze gaat automatisch op slot. Om de helm uit de helmbak te halen gaat u te werk in de omgekeerde volgorde.
WAARSCHUWING:
- Tijdens het rijden dient de helm zich op uw hoofd te bevinden. Laat de helm nooit aan de scooter hangen als u rijdt. Dit zou de verschillende afwerklagen kunnen beschadigen.
(8) tellerklok
(1) odometer: de totale gereden afstand wordt aangegeven in kilometers. De zwart/wit-cijfers zijn eenheden van 100 mijl.
(2) snelheidsmeter: de rijsnelheid wordt aangegeven in kilometer per uur (km/h) of mijl per uur (mph).
(3) richtingaanwijzer-indicatielampje: als de richtingaanwijzer wordt aangezet, gaat dit indicatielampje knipperen.
(4) grootlicht-indicatielampje: dit indicatielampje gaat branden als het grootlicht wordt aangezet.
(5) benzinemeter: de benzinemeter geeft de hoeveelheid benzine in de brandstoftank aan. Als de wijzer van benzinemeter in het "E"-gedeelte staat, is er onvoldoende benzine. Tank zo snel mogelijk bij met EURO 95 benzine.
(6) olieservicebeurt-indicatielampje: als dit lampje gaat branden terwijl u rijdt, wil dit zeggen dat het tijd is voor een periodieke olieverversing. * Steek de sleutel in de reset-opening nadat u de motorolie heeft ververst: het indicatielampje zal dan doven en in de "sleutelschakelaar aan"- positie gaan staan.
②

SG20TA MODEL INSTRUMENTS
①
④
③
⑥

resetten van het oneselicebeur- indicatielampj
10
SD10RC MODEL INSTRUMENTS

snelheidslimiet 25 km/u (7)
SD10RA MODEL INSTRUMENTS

snelheidslimiet 45 km/u (8)
4. Controle voorafgaand aan elke rit
(1) controle vooraf
- Neem de goede gewoonte aan om uw scooter te controleren voordat u gaat rijden. Om veiligheidsredenen en om schade aan uw scooter en verkeersongevallen te voorkomen, is het absoluut noodzakelijk dat u voora fgaand aan elke rit uw scooter controleert.
※ WAARSCHUWING:
- Uw scooter moet een maand na aanschaf of na 300 kilometer te hebben gereden, gecontroleerd worden en een servicebeurt krijgen.
(2) controle van het oliepeil/olieverversing
- Zet de scooter op de middenstandaard. Neem de oliepeilstok uit de tank en veeg hem schoon.
■ Steek de oliepeilstok rechtstreeks in de motorolie (niet inschroeven).
- Neem de peilstok uit en controleer het oliepeil. Als het oliepeil het minimum peil nadert, dient u motorolie tot het t maximum peil bij te vullen.
※WAARSCHUWING:
- De temperatuur van de motor en de uitlaat kan zeer hoog zijn. Als u het oliepeil controleert, dient u op te passen dat u zich niet brandt.


hoogste peil/laagste peil
1\~2cm

- Rijd met lage snelheid op een droog wegdek en knijp achtereenvolgens de voor- en de achterremhevel in om het remvermogen te testen.
■ De remhevel moet de juiste vrije slag hebben. - "Vrije slag" betekent de afstand tussen de positie van de remhevel als deze volledig los is en als deze volledig ingeknepen is.
- De vrije slag wordt gemeten aan het uiteinde van de remhevel en moet binnen de norm van 1 à 2 cm liggen.
(4) controle van de banden
1. controle van de bandspanning
- Controleer of de bandspanning normaal is als de scooter met beide banden op een vlakke ondergrond staat.
- Als u iets abnormaals constateert, controleert u de bandspanning met een bandspanningsmeter.
- Meet de bandspanning bij kamertemperatuur.
2. scheurtjes en andere beschadigingen
- Controleer het loopvlak en de wangen van de banden op scheurtjes en andere beschadigingen.
3. abnormale slijtage
- Controleer de bandloopvlakken op abnormale slijtage.
4. steentjes, stukjes metaal of glas
- Controleer of er geen steentjes of stukjes metaal of glas in de banden vastzitten.
5. moet voldoende profiel hebben
- Als de band dusdanig is versleten dat het slijtagegrensmerkje niet meer zichtbaar is, moet de band vervangen worden.
Normale bandspanning (bestuurder alleen/met passagier):
Voorwiel 1.25/1.75 bar
Achterwiel 2.0/2.25 bar
※ WAARSCHUWING:
- Abnormale bandspanning, scheurtjes, beschadigingen en abnormale slijtage veroorzaken in eerste instantie instabiliteit van het stuur. U iteindelijk zal de band scheuren.
- Als de band scheurtjes vertoont of dusdanig is versleten dat het slijt agegrensmerkje niet meer zichtbaar is, moet de band door een nieuwe vervangen worden.

(5) controle van het benzinepeil/ benzine bijtanken
- Controleer of er voldoende benzine in de tank is.
- Als de wijzer van de benzinemeter "E" aanwijst (rode streep) vul dan zo snel mogelijk bij met EURO 95 benzine.
Benzine bijtanken
- Stop de motor voordat u gaat bijtanken.
- Draai de contactsleutel direct van de "uit"-stand in de "tank" - stand. De benzinedop opent automatisch.
- Gebruik alleen EURO 95 benzine.
- Druk de benzinedop in het slot.
- Zorg dat de sleutel in de "aan"-stand staat als u de motor start.
※ WAARSCHUWING:
- Het benzinepeil mag niet hoger komen dan het referentieplaatje. Anders gaat de benzine lekken.
- Er mag niets aan de benzine worden toegevoegd (uitgezonderd door fabrikant of importeur voorgeschreven klepreiniger). Elke andere toevoeging kan een defecte motor veroorzaken.


- Bekijk het stuur en kijk of er beschadigingen zijn.
- Knijp de voorremhevel in en beweeg het stuur op en neer om het te controleren op abnormaal geluid.
- Beweeg het stuur op en neer en heen en weer om het te controleren op losse delen.
■ Controleer of het stuur vrij kan draaien. - Als u iets abnormaals constateert, ga dan naar uw KYMCO-dealer of -werkplaats om het stuur te laten nakijken.
(7) controle van de instrumenten-waarschuwingslampjes
- Controleer of de wijzer van de snelheidsmeter goed functioneert.
■ Controleer de wijzer van de benzinemeter. - Controleer of de indicatielampjes van de richtingaanwijzers en de koplamp naar behoren functioneren.
(8) vrije slag van de remhevels: controle en afstelling
- Stel de vrije slag van de remhevels af met de remafstelmoeren.
- Knijp na afstelling de remhevels geheel in en controleer of de vrije speling binnen de norm ligt (1 - 2 cm).
■
※ WAARSCHUWING:
- Nadat de remhevel is afgesteld, lijnt u de groef op de afstelmoer uit met de naald om ongevallen en gevaarlijke situaties tijdens het rijden te voorkomen.
(9) controle van de remschoenen
- Indien bij een volledig ingeknepen remhevel het "Δ"-teken op de reminderator op dezelfde lijn ligt als het referentieteken "Δ"op het rempaneel, betekent dit dat de remschoen is versleten. Ga dan naar een erkende KYMCC-dealer of-werkplaats voor het vervangen van de remschoen.
※ WAARSCHUWING:
De remschoen zal sneller slijten als de remhevel altijd te licht wordt ingeknepen tijdens het remmen.

①vergroot de vrije slag
②verkleint de vrije slag

Remschoen- servicebeurtmerkteken: ①voor ②achter
(10) controle van de claxon/lichten
- Zet de contactschakelaar aan en druk cp de claxonknopom te controleren of de claxon het doet.
Controle van de koplamp en het achterlicht:
- Zet de lichtschakelaar aan om te controleren of de koplamp en het achterlicht het goed doen en kijk of de lichtglazen vuil of beschadigd zijn.
Controle van het remlicht:
- Knijp één voor één de voor- en de achterremhevel in om te controleren of het remlicht goed werkt. Kijk ook of het remlichtglaasje vuil of beschadigd is.
Controle van de richtingaanwijzers:
- Gebruik de richtingaanwijzer-schakelaar om te kijken of de richtingaanwijzers links -/rechts--voor/-achter kunnen knipperen en zoemen. Kijk ook of de lichtglaasjes vuil of beschadigd zijn.

①Koplamp
②Richtingaanwijzer
③Achterlicht / Remlicht

④Claxonknop
(11) controle van de voor-/achterschokbrekers
- Controleer de toestand van de voor-/achterschokbrekers door meermaals op het stuur en de buddy te duwen.
(12) controle van het remvermogen
- Knijp de voor-/ en achterremhevels volledig in en duw de scooter naar voren om te kijken om het remeffect goed is.
(13) controle van de hoek van de achteruitkijkspiegel
- Ga rechtop op de scooter zitten en controleer of de achteruitkijkspi egel goed staat afgesteld.
(14) controle van de nummerplaat
- Controleer of de nummerplaat vuil of beschadigd is. Draai de schroeven goed vast.
(15) controle van de reflector
• Controleer of de reflector vuil of beschadigd is.
(16) controle van defecte onderdelen
- Controleer of defecte onderdelen gerepareerd of vervangen zijn.
(17) controle van de smeerpunten
- Bekijk of alle smeerpunten van de scooter naar behoren zijn gesmeerd.

(1) zet de contactschakelaar op
■ Haal het stuur van het slot.
■ Zet de contactschakelaar aan.
※ WAARSCHUWING:
- Controleer de hoeveelheid benzine en het oliepeil voordat u de motor start.
- Zorg dat u de middenstandaard uitklapt terwijl u de motor start.
(2) vergrendel het achterwiel
- Knijp de achterremhevel in zodat de stroom om te starten wordt inges chakeld.
※WAARSCHUWING:
- Om te zorgen dat de scooter niet plotseling met hoge snelheid optrekt, moet u het achterwiel vergrendelen.
- Als de vrije slag van de achterremhevel niet goed is afgesteld, kan het achterwiel niet goed worden geremd. Dit zal snel g evaarlijke situaties opleveren.


(3) gebruik de startknop
- Druk op de startknop zonder dat u aan de gashendel draait.
- Als de motor niet start nadat u de startknop gedurende 3 tot 4 seconden heeft ingedrukt wanneer de motor warm is, draai dan de gashendel 1/8 tot 1/4- slag open om het starten te vergemakkelijken.
- Als de scooter lang niet gebruikt is geweest of als de benzinetank leeg is, en de motor is nog steeds moeilijk te starten nadat de benzine is bijgetankt, draai dan de gashendel licht open en druk meermaals op de startknop om de motor te starten.
- Om te voorkomen dat de accu overladen wordt, dient u de startknop niet langer dan vijf seconden ingedrukt te houden.
- Als de motor niet start nadat u de startknop gedurende vijf seconden heeft ingedrukt, wach t dan meer dan vijf seconden en druk de startknop opnieuw in of start de motor met het kickstartpedaal.
※ WAARSCHUWING:
- Druk nooit op de startknop terwijl de motor draait, anders raakt deze beschadigd.
- Als u de motor start, dient u de achterremhevel in te knij pen om stroom toe te dienen. H et remlicht zal gaan branden als stroom wordt toegediend.

(4) start met het kickstartpedaal
(1) Plaats de scooter op de middenstandaard op een vlakke ondergrond.
(2) Trap het kickstartpedaal met kracht naar beneden.
- Als de motor koud is en niet start nadat het kickstart pedaal 3 tot 4 keer naar beneden is getrapt, draai dan de gashendel 1/8 tot 1/4-slag open om het starten te vergemakkelijken.
- Laat de motor enige tijd (ca. 2 tot 3 minuten) warmdraaien na een koude start.
- Nadat de motor is gestart, dient u niet plotseling op te trekken en moet u langzaam blijven rijden om de levensduur van de motor optimaal te houden.
※ WAARSCHUWING:
- Nadat de motor is gestart, moet het kickstartpedaal weer in de oorspronkelijke positie teruggezet worden.
- Het uitlaatgas bevat giftig koolmonoxide dat bij inademing schadelijk is. Laat daarom e motor nooit draaien in een afgesloten ruin
- Zet alle lichtschakelaars uit voordat u de scooter start en de stroom aanzet.

- Start de motor zoals beschreven in hoofdstuk 5.
※ WAARSCHUWING:
- Houd uw vinger weg van de startknop direct nadat de motor gestart is om motorschade te voorkomen.
- De achterremhevel moet ingeknepen zijn voordat u gaat rijden.
(2) de middenstandaard opklappen
- Houd de achterremhevel ingeknepen en duw de scooter naar voren. De middenstand aard klapt nu automatisch op.
※ WAARSCHUWING:
- Nadat de motor is gestart en voordat u wegrijdt, dient u n iet aan de gashendel te draaien om het toerental van de motor te verhogen.

(3) correcte zithouding aannemen
- Ga vanaf de linkerzijde schrijlings op de scooter zitten en zit rechtop. Raak de grond aan met uw linkervoet om te voorkomen dat de scooter slipt.
※ WAARSCHUWING:
- De bestuurder moet een helm, handschoenen en een motorbril dragen.
- Draag geen kledingstukken die de rijveiligheid in gevaar kunnen brengen.
(4) de gashendel opendraaien
- Laat de achterremhevel los en draai langzaam de gashendel open. De scooter zal vloeiend optrekken.
※ WAARSCHUWING:
- Als u de gashendel te snel opendraait nadat u de achterremhevel heeft losgelaten, zal de motor plotseling snel optrekken. Dit kan gevaarlijk zijn.
- Als u brandstof wilt besparen en een optimale levensduu r van de motor wilt houden, dient u tijdens het rijden niet plotseling op te trekken of vaart te minderen.

7. Voorzorgsmaatregelen voor veilig rijden
(1) correct rijden
■ Voordat u gaat rijden, dient u de richtingaanwijzer aan te zetten en te controleren of de weg achter u veilig is.
- Rijd niet met grote snelheid een weg op en houd altijd rechts om gevaarlijke situaties te voorkomen.
WAARSCHUWING:
- Een beheerste rijstijl zal de levensduur van de motor verlengen.
- De koppelingsvoeringen verslijten sneller als ze vaak worden gebruikt bij een lage snelheid.
(2) regelen van de snelheid
- De snelheid wordt geregeld door middel van de gashendel:
(A) OPEN DRAAIEN: De snelheid neemt toe. Wees niet te gehaast en trek langzaam op.
Als u op een stijgende weg rijdt, draai dan de gashendel gedoseerd open om het vermogen op te voeren.
(B) DICHTDRAAIEN: De snelheid neemt af. Draai de gashendel snel dicht.
※ WAARSCHUWING:
- Knijp de remhevels in terwijl u de gashendel dichtdraait. Hierdoor is er minder tijd nodig om vaart te minderen.

(3) de juiste rijmethode zal de levensduur van de motor verlengen
- Een nieuwe scooter mag tijdens de eerste 1000 km niet sneller rijden dan 40 km/ u.
- Trek niet plotseling op en rijd niet langdurig met hoge snelheid.
- Bij warm weer raakt de motor snel oververhit als deze lang achtereen stationair draait.
※ WAARSCHUWING:
- Een beheerste rijstijl zal de levensduur van de motor verlengen.
(4) remmen: knijp zowel de voor- als de achterremhevel tegelijkertijd in
- Draai eerst de gashendel volledig dicht en knijp dan beide remhevels stevig in.
- De beste manier om de scooter te remmen is om de remhevels allereerst langzaam en vervolgens stevig in te knijpen.
※ WAARSCHUWING:
- Als u slechts één remhevel inknijpt, kan de scooter in een slip raken.
- Rem nooit plotseling als u rijdt. Ook hierdoor kan de scooter in een slip raken. Dit is gevaarlijk.


(5) stop niet plotseling en maak geen scherpe bochten
- Plotseling stoppen en scherpe bochten maken zijn de belangrij kste oorzaken van slippen. Dit is dus zeer gevaarlijk.
- Bij regenachtig weer is het wegdek glad. Door plotseling stoppen zal de scooter in een slip raken. Wees voorzichtig en voorkom gevaarlijke situaties.
(6) wees extra voorzichtig bij regenachtig weer
- Als het wegdek nat is, is er een langere remweg nodig dan als het droog is. Zorg dat u langzamer gaat rijden en rem langzaam en zo vroeg mogelijk.
- Als u op een neergaande weg rijdt, draai dan de gashendel dicht en minder uw vaart door pompend te remmen.
※ WAARSCHUWING:
- Bij regen is er een langere remweg nodig. Zorg dat u uw vaart mindert. Rem langzaam en zo vroeg mogelijk.

8. Stoppen met rijden
(1) als u de plaats nadert waar u wilt parkeren
- Zet de richtingaanwijzer van te voren aan. Kijk of er auto's van achteren of van de zijkant komen en zet de scooter langzaam stil aan de rechterkant van de weg.
- Draai de gashendel dicht en knijp zo spoedig mogelijk de voor- en de achterremhevel tegelijkertijd in.
- Nu zal het remlicht gaan branden om het van achter naderende verkeer te waarschuwen.

- Zet de richtingaanwijzer-schakelaar terug in de oorspronkelijke stand.
■ Zet de contactschakelaar in de "uit"-stand om de motor uit te zetten.

※ WAARSCHUWING:
- Draai gedurende het rijden nooit aan de contactsleutel.
- Als de contactsleutel op "uit" wordt gezet, valt de stroom uit hetgeen tijdens het rijden een verkeersongeval kan veroorzaken. Draai de contactsleutel daarom pas om als de scooter geheel tot stilstand is gekomen.
(3) parkeren
- Plaats de scooter op de middenstandaard op een vlakke ondergrond waar het verkeer niet gehinderd kan worden.
- Ga aan de linkerzijde van de scooter staan en pak het stuur met uw linkerhand en de zijstang of de achterdrager met uw rechterhand vast. Duw vervolgens met uw rechtervoet de middenstandaard rustig naar beneden en trek met uw rechterhand de scooter krachtig naar achteren.
※WAARSCHUWING:
De scooter kan gemakkelijk omvallen als hij is geparkeerd op een ongelijke ondergrond.
(4) stuur
- Zorg ervoor dat u, nadat u de scooter heeft geparkeerd, het stuur vergrendelt en de sleutel uit het slot neemt. Zo voorkomt u diefstal
※WAA RSCHUWING:
- Parkeer uw scooter niet op een plaats waar deze anderen kan hinderen.
- De temperatuur van de motor en de uitlaat wordt erg heet. Zorg ervoor dat u zich niet brandt.
- Parkeer de scooter op een veilige plaats en zorg ervoor dat u de sleutel niet ach terlaat. Zodoende voorkomt u diefstal.


9. Eenvoudig onderhoud
(1) controle, reiniging en vervanging van het luchtfilter
- Verwijder het luchtfilter en kijk of het vuil of verstopt is.
- Verwijder de schroeven van het luchtfilterdeksel. Verwijder het deksel.
- Verwijder het luchtfilterelement.
- Voor terugplaatsing gaat u te werk in de omgekeerde volgorde van verwijderen.
• Reinig het luchtfilterelement met perslucht. - Vervang het luchtfilterelement na elke 4000 kilometer (dit vereenvoudigt het onderhoudsinterval).
- Als u in een ongewoon stoffige omgeving rijdt, dient u het luchtfilter vaker te reinigen of te vervangen.
Voor vervanging van het filter zie verder het onderhoudsschema op p.44.
※ WAARSCHUWING:
- Gebruik nooit olie of een oplosmiddel om het papieren element van een nat filter te reinigen.
- Zorg ervoor dat er geen water in het luchtfilter kan komen. Hierdoor zouden startproblemen kunnen ontstaan.
- Als het luchtfilter niet juist is geplaatst, kan er stof rechtstreeks in de cilinder worden gezogen. Dit zou het vermogen en de levensduur van de motor kunnen aantasten.

Controleer de benzineleiding tussen de benzinetank en de carburateur op lekkage.
①benzineslang aansluitstuk ②benzinetank
※ WAARSCHUWING:
- Controleer en vervang een gebroken of beschadigd aansluitstuk om te voorkomen dat de scooter zonder benzine stil komt te staan.
(3) reinigen van de buitenkant van de scooter
Poets de buitenkant van de scooter geregeld schoon om te voorkomen dat er zich stof ophoopt dat het functioneren van de onderdelen zou kunnen hinderen.
※ WAARSCHUWING:
- Als de scooter lange tijd niet gebruikt is, controleer dan de werking van elk onderdeel en de smeerpunten voordat u gaat rijden. Ga alleen dan met de scooter rijden, als u er zeker van bent dat alles naar behoren functioneert.
- Als u de scooter in de was zet, zorg dan dat de bestanddelen van de was de verf van de scooter niet kunnen aantasten.

- Dit model heeft een onderhoudsvrije accu (deze behoeft dus geen bijvulling van gedestilleerd water).
- Als u de accupolen wilt schoonmaken, verwijder dan de schroeven van het accudeksel op de treeplank en open vervolgens het deksel. Als de accupolen geroest zijn, haal dan de accu uit de doos en maak de polen schoon.
- Smeer na het schoonmaken een dunne laag vet of vaseline op de accupolen en plaats vervolgens de accu terug.

- Open nooit de kap van een accu die verzegeld is.
- Als de scooter voor enige tijd niet gebruikt wordt, koppel dan de negatieve accupool (-) los.
- Als de scooter lange tijd niet gebruikt wordt, loopt de accu vanzelf leeg als deze in de scooter blijft. Haal daarom de accu uit de scooter en zet deze op een koele plaats nadat u hem volledig heeft opgeladen om leeglopen te voorkomen.
- Rook niet en zorg dat er geen open vuur of vonken in de buurt van de accu kunnen komen terwijl u deze verwijdert of aansluit.
- Zet het contactslot uit voordat u de accu verwijdert of aansluit. De negatieve accupool (-) dient het eerst losgekoppeld te worden. De positieve accupool (+) dient het eerst aangesloten te worden.
• Draai losse accumoeren zorgvuldig vast.

(5) vervangen van de zekeringen
- Zet de hoofdschakelaar uit en controleer of de zekering gesmolten is.
- Als de zekering gesmolten is, dient u deze te vervangen door een zekering met hetzelfde amperage.
- Stel eerst de oorzaak van het smelten vast voordat u een zekering vervangt.
Amperage van de zekeringen: 7A x 2
※ WAARSCHUWING:
- Zorg dat u de zekeringclip tijdens het verwijderen niet teveel verbuigt.
- Controleer, nadat u een nieuwe zekering heeft geplaatst, of de clip niet teveel is uitgerekt. Een uitgerekte clip is de belangrijkste oorzaak van problemen.
- Gebruik nooit een zekering waarvan het amperage niet staat aangegeven. Hierdoor zou de bedrading oververhit kunnen raken met brand als gevolg.
- Als u elektrische onderdelen vervangt (lichten, dashboard), zorg dan dat u de aanbevolen originele onderdelen gebruikt.
- Als u de scooter wast, zorg dan dat de elektrische componenten niet nat worden.
- Als de oorzaak van een gesmolten zekering niet gevonden kan worden, neem dan contact op met uw KYMCO-dealer of -werkplaats om hiernaar te laten kijken.

(6) verversen van de motorolie
- Plaats de scooter op de middenstandaard op een vlakke ondergrond.
- Verwijder de oliepeilsto
- Verwijder de aftapplug om de olie af te tappen.
- Vul 0.7 liter verse motorolie bij. Draai de oliepeilstok stevig vast.
- Laat de motor warmdraaien en controleer opnieuw het oliepeil nadat de motor 20 tot 30 seconden heeft stilgestaan.
■ KYMCO raadt 10W 40 full synthetic motorolie aan
■ Carterinhoud/verversen: 0.80L/0.70L

- Als u de motorolie ververst, reinig dan meteen ook het oliefilter en plaats het vervolgens terug.
- Gebruik de aanbevolen motorolie.
- Ververs de motorolie voor het eerst na 300 km en ververs daarna na elke 2000 km. Bij gebruik van volsynthetische motorolie kan men volstaan met verversing na elke 4000 km.
■ Peil minstens elke 500 km uw motorolie en vul zo nodig bij. - Als de scooter vaak in een stoffige en koude omgeving rijdt of als u de scooter voor korte afstanden gebruikt, dan zal de motorolie sneller in kwaliteit achteruitgaan en daarom vaker ververst moeten worden.
- Meng geen motorolie van verschillende typen of viscositeit. Hierdoor zou de motor beschadigd kunnen raken.

■ Controleer de cardan olietank op lekkage:
1. Plaats de scooter op de middenstandaard op een vlakke ondergrond. Controleer, nadat de motor 2 tot 3 minuten heeft stilgestaan, de oliepeildop.
2. Als het oliepeil lager is dan het laagste randje van het oliepeilgat, voeg dan cardan olie bij tot het laagste randje.
3. Draai de dop na het bijvullen stevig vast.
- Aanbevolen cardanolie: SAE 75W/90 synthetic
■ KYMCO adviseert POWER OIL
※WAARSCHUWING:
- Vul de cardanolie bij via het oliepeilgat.
- Carterkinhoud / verversen: 0.11 L / 0.1 L
- Gebruik een dweil om na het bijvullen de omgeving schoon te maken.
- Teveel of te weinig cardan olie heeft een negatieve invloed op de motorprestatie.
- Gebruik nooit cardanolie van verschillende merken of van inferieure kwaliteit. Hierdoor zou de motor defect raken.
- Ververs de cardanolie na de eerste 300 km en daarna na elke 4 000km. (dit vereenvoudigt het onderhoudsschema).
■ Vul bij met de aanbevolen soort olie zodra dat nodig is.

② aftapplug; ③ oliepeil
(8) controle van de bougie
- Controleer de massa-elektrodes op slijtage.
- Controleer de elektroden op koolaanslag en vuil.
Verwijderen van een bougie:
- Verwijder de bougie met een bougiesleutel.
- Voor terugplaatsing gaat u te werk in de omgekeerde volgorde van verwijderen.
Bougie reinigen:
- Aanslag op de bougie kunt u het beste met een bougiestraler verwijderen.
- Als u geen bougiestraler heeft, reinig de bougie dan met een ijzerdraadje.
- Reinig de bougie na elke 1000 km en vervang de bougie door een nieuw exemplaar als u dat nodig acht, maar in ieder geval na elke 4000 km.
-
Als u een bougie gebruikt waarvan het amperage niet staat aangegeven, kan dat de motor beschadigen.
-
koolaanslag afkrabben

- controle op scheuren, beschadiging; 3. controle van de elektrodenafstand en op slijtage en vuil
(9) controle van het remvloeistofpeil/bijvullen
- Verwijder de twee schroeven van de remvloeistoftank.
- Vul de tank bij met de aanbevolen DOT 4 remvloeistof tot het streepje voor maximum peil. Plaats het deksel terug en draai de schroeven vast.
• Aanbevolen remvloeistof: DOT 4
■ Meng nooit remvloeistof van verschillende merken. Dit kan remfalen veroorzaken en is zeer gevaarlijk. Als u de remvloeistof bijvult, gebruik dan handdoeken om de scooter te bedekken en zo de lak en het plastic ervan te beschermen. - Vervang de remvloeistof na elke 10.000 km of elk jaar.
(10) controle van de rubberbescherming van de draden en kabels
- De kabeladers worden beschermd door een rubberhoesje die de connectoren omhult. Controleer regelmatig of de rubberbescherming nog intact is.
- Als u de scooter wast, zorg dan dat het rubber niet direct met water in aanraking komt en borstel het niet. Gebruik een natte doek om stof en vuil mee af te vegen.


10. Belangrijke opmerkingen
(1) Als de motor niet wil starten of afslaat tijdens het rijden.
■ Is er genoeg benzine in de tank?
- Als de wijzer van de benzinemeter in het rode gedeelte staat, vul dan bij met
EURO 95 benzine.
■ Is de motor op de juiste manier gestart?
■ Zijn er andere onderdelen defect?
(2) In geval van een defecte motor
- Als er zich tijdens het rijden een probleem voordoet, dient u zich te wenden tot een KYMCO-dealer of -werkplaats om de scooter te laten nakijken.
※ WAARSCHUWING:
- In verband met de veiligheid, om schade aan de scooter voorkomen en om u tijd te besparen, is het absoluut noodzakel dat u de scooteraltijdcontroleert alvorens u gaat rijde Lees deze gebruikshandleiding zo rgvuldig door en neem de goede gewoonte aan om uw scooter altijd te controleren voordat u gaat rijden.

11. SENTO/KIWI 50 speciale onderdelen
(1) voetsteun voor de passagier
- Om deze te gebruiken, dient u met uw voet de knop in te drukken.
- Als u de voetsteun niet wilt gebruiken, duw dan de voetsteun in de oorspronkelijke positie.

(2) startonderbreker
Waarschuwingslampje:
- Als de buddyseat wordt geopend, gaat het lampje 30 seconden branden en dooft vervolgens weer.
- Als de buddyseat dicht is, gaat het lichtje uit.
Cijferslot:
- Als u de juiste geheime codes heeft ingetoetst (drie cijfers) kan de motor starten.
- Als u een verkeerde code (drie cijfers) heeft ingetoetst kan de motor niet starten.
- De geheime code staat gedrukt op een aluminium plaatje aan de zijkant van het cijferslot.
Onthoud uw geheime code goed en berg het plaatje zorgvuldig op.
※ WAARSCHUWING:
- Als de buddyseat wordt geopend, dan gaat het lichtje gedurende 30 seconden branden en dooft vervolgens. U kunt op het kleine gele knopje ①drukken als de verlichting te vroeg uitgaat. Dan gaat deze weer branden. Het is een extra startonderbreking.

12. Milieuvriendelijk onderhoudsschema
Om de veiligheid, optimale prestatie, lange levensduur en beperking van de gasuitstoot van uw scooter te behouden, dient u op de voorgeschreven tijden controle en onderhoud uit te voeren.
C= Controleren, reinigen, smeren, bijvullen, repareren of vervangen indien nodig.
V=verversen/vervangen; B = bijstellen; A = aandraaien; R = reinigen
| Onderdeel | √ | Onderhoud na aantal gereden kilometers | Dagelijkse controle voor het | ||||||||
| 2 takt | 4 takt | 300 | 1000 | 3000 | 5000 | 7000 | 9000 | 11.000 | |||
| √ | Motorolie | x | 0 | V | V | V | V | V | V | V | C |
| √ | Motoroliefilterzeef | x | 0 | R | R | R | R | ||||
| √ | Cardanolie | 0 | 0 | V | V | V | V | ||||
| √ | Koelwater | 0 | 0 | Reinigen na elke 10.000 km of eenmaal per jaar. | C | ||||||
| √ | Bougie | 0 | 0 | Reinigen ( R ) na elke 1000 km of zo nodig vervangen ( V ). | |||||||
| √ | Klepspeling | x | 0 | B | B | B | B | ||||
| √ | Carbureteur | x | 0 | C | C | C | |||||
| √ | V-snaar | 0 | 0 | C | |||||||
| √ | V-ketting | 0 | 0 | B | B | B | B | B | B | ||
| √ | Luchtfilter | 0 | 0 | C | V | C | V | C | V | ||
| √ | Accuzuur | 0 | 0 | C | C | C | C | C | C | C | |
| √ | Benzinefilterzeef | 0 | 0 | V | |||||||
| √ | Remsvsteem | 0 | 0 | C | C | C | C | C | C | C | |
| √ | Vrije slag koppelingspedaal | 0 | 0 | B | B | B | B | B | B | ||
| √ | Bouten en moeren | 0 | 0 | A | A | A | |||||
| √ | Bandspanning | 0 | 0 | C | C | C | C | C | C | C | |
| Motoroliefilterzeef | 0 | x | R | ||||||||
| Motoroliepomp | 0 | x | C | C | C | C | |||||
| * De bovengenoemde onderdelen zijn van toepassing op verschillende modellen. Kies de onderdelen uit die bij u w scooter horen.* Als u de voorgeschreven afstand heeft overschrede n, neem dan de genoemde tijdin acht voor de onderhoudsbeurten.* Het luchtfilter dient u vaker te reinigen of te vervangen als er in ongewoon stoffige omstandigheden is gereden. | |||||||||||
| Motortype | OHC luchtgekoeld1 cili nder 4 takt | Lengte | 1700 mm |
| Cilinderinhoud | 49.5 cc | Breedte | 710 mm |
| Boring & slag | 39×41.4 mm | Hoogte | 1050 mm |
| Compressieverhouding | 11 : 1 | Droog gewicht | 83 kg |
| Maximaal vermogen | 2.7 kW bij 5500 tpm | Wielbasis | 1180 mm |
| Maximaal koppel | - | Bandmaat voor STD achter | 10 x 90/90 50J10 x 90/90 50J |
| Stationair toerental | 2000 tpm | Brandstof | EURO 95 benzine |
| Type versnelling | Variomatic | Carterinhoud | 0.80 L |
| Koppeling | Meervoudig droog | Benzinetank-inhoud | 5.0 L |
| Ontsteking | Elekronisch (C.D.I.) | Motorolie | SG 10W/40 full synthetic |
| Startsysteem | Elektrisch en kickstarter | CardanolieInhoud/verversing | SAE75W/90synthetic0.11 L/0.10 L |
| Bougie | NGK-CR7HSA | Accu | MF-12V5AH |
"SENTO/KIWI 50/ KIWI 100 Owner's Manual" door KWANG YANG Motor Co., Ltd. Eerste uitgave: december 2007 (David OU)
Aangepast en vertaald voor Kybe B.V. november 2008 (C.A. Offringa)
Alle rechten voorbehouden. Elke verveelvoudiging en/of elk gebruik zonder de voorafgaande toestemming van KWANG YANG MOTOR CO LTD. en Kybe B.V. is uitdrukkelijk verboden.
T300-SD10RA-HL-A1

KWANG YANG MOTOR CO.,LTD NO.35 Wan Hsing Street,San Min District Kaohsiung, Taiwan, Republic Of China Telephone : 886-7-3822526 Fax : 886-7-3950021