4A (2004) - Buitenboordmotor YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 4A (2004) YAMAHA in PDF-formaat.
| Producttype | Buitenboordmotor |
| Merk | Yamaha |
| Model | 4A (2004) |
| Vermogen | 2,9 kW (4 pk) |
| Cilinderinhoud | 183 cm³ |
| Motortype | 2-takt, L |
| Ontsteking | C.D.I. |
| Starten | Handmatig |
| Gewicht (motor S/L) | 21 / 21,5 kg |
| Afmetingen (Lengte) | 677 mm |
| Afmetingen (Breedte) | 322 mm |
| Afmetingen (Hoogte S/L) | 1011 / 1138 mm |
| Spiegelhoogte | 444 / 571 mm |
| Brandstoftankinhoud | 2,8 L |
| Aanbevolen motorolie | YAMALUBE of gelijkwaardig TC-W3 |
| Mengverhouding brandstof/olie | 100:1 (na inrijden) |
| Versnelling | Vooruit, Vrij, Achteruit |
| Schroef | Type BA |
| Volgas toerental | 4500-5500 tpm |
| Stationair toerental | 1100-1200 tpm |
| Periodiek onderhoud | Bougie controleren, versnellingsolie verversen, brandstoffilter reinigen |
| Veiligheidsinrichting | Noodstopkoord, startblokkering in vrij |
Veelgestelde vragen - 4A (2004) YAMAHA
Gebruikersvragen over 4A (2004) YAMAHA
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Buitenboordmotor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 4A (2004) - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 4A (2004) van het merk YAMAHA.
GEBRUIKSAANWIJZING 4A (2004) YAMAHA
Dank u voor uw keuze van een Yamaha-buitenboordmotor. Deze eigenaarshandleiding bevat informatie die u nodig hebt voor een juiste bediening, een goed onderhoud en de nodige verzorging. Een grondig begrip van deze eenvoudige instructies zal u helpen maximaal plezier te halen uit uw nieuwe Yamaha-buitenboordmotor.
Mocht u nog vragen hebben over de werking of het onderhoud van uw buitenboordmotor, gelieve dan contact op te nemen met een Yamahadealer.
In deze eigenaarshandleiding wordt bijzonder belangrijke informatie op de volgende wijze onderscheiden.

Het veiligheidsalarmsymbool betekent OPGELET! HET GAAT OM UW VEILIGHEID!
⚠ WAARSCHUWING
Als waarschuwingsinstructies niet in acht worden genomen, kan dit leiden tot ernstige kwetsuren of zelfs de dood tot gevolg hebben voor de machinebediener, en toekijker, of een persoon die de buitenboordmotor inspecteert of herstelt.
OPGELET:
LET OP geeft speciale voorzorgen aan die moeten worden genomen om de schade aan de buitenboordmotor te voorkomen.
OPMERKING:
Een NOTA betreft sleutelinformatie om de procedures gemakkelijker of duidelijker te maken.
* Yamaha streeft naar constante vorderingen in productontwerp en -kwaliteit. Hoewel deze handleiding de nieuwste productinformatie op het ogenblik van het drukken bevat, kunnen er daardoor toch kleine verschillen optreden tussen uw machine en deze handleiding. Mocht u nog enige vragen hebben over deze handleiding, gelieve dan contact op te nemen met uw Yamaha-dealer.
OPMERKING:
De 2BMH, 3AMH, 4ACMH, 4BCMH, 5CMH en het standaardtoebehoren worden gebruikt als basis voor de uitleg en illustraties in deze handleiding. Daarom is het mogelijk dat bepaalde items niet gelden voor ieder model.
DMU01447
2B, 3A, 4A, 4B, 5C EIGENAARSHANDLEIDING ©2003 door Yamaha Motor Co., Ltd. 1ste editie, Maart 2003 Alle rechten voorbehouden. Elke herdruk of onbevoegd gebruik zonder schriftelijke toelating van de Yamaha Motor Co., Ltd. is uitdrukkelijk verboden. Gedrukt in Japan
HMU01449
AL PROPRIETARIO
Hoofdstuk 1 ALGEMENE INFORMATIE
IMB00010
Het serienummer van de buitenboordmotor is ingestampt op het label aan bakboorzijde van de klembeugel. (2-pk model : bevestigd aan het bovengedeelte van de zwenkbeugel). Breng het serienummer van uw buitenboordmotor aan in de voorziene vakjes als hulpmiddel voor het later bestellen van wisselstukken bij uw Yamaha-dealer of als referentie in geval uw buitenboordmotor wordt gestolen.
①Serienummer buitenboordmotor
②(2-pk model : serienummer buitenboordmotor)
HMU00005
- Voor u de buitenboordmotor monteert of in gebruik neemt, moet u deze volledige handleiding doorlezen. Daardoor zou je een goed begrip moeten krijgen van de motor en zijn werking.
- Voor u de boot in gebruik neemt, moet u alle bijgeleverde gebruikers- of eigenaarshandleidingen en alle aangebrachte labels doorlezen. Zorg dat u alles goed begrijpt voor u de boot in gebruik neemt.
- Zorg dat de boot niet te krachtig wordt met dezeë buitenboordmotor. Dit kan immers tot controleverlies over de boot leiden. Het nominale vermogen van deë buitenboordmotor moet gelijk zijn of kleiner dan de nominale vermogenscapaciteit van de boot. Als deë nominale vermogenscapaciteit van de boot onbekend is, neem dan contact op met de dealer of de fabrikant van de boot.
- Breng geen wijzigingen aan de buitenboordmotor aan. Wijzigingen kunnen de motor ongeschikt of onveiligä maken.
- Bedien de motor nooit na alcohol te hebben gedronken of drugs te hebben ingenomen. Ongeveer 50 % van alle fatale bootongevalen hebben te ämaken met intoxicatie.
- Zorg dat u voor elke persoon aan boord over een zwemvest beschikt. Het is een goed idee om bij elke boottrip een zwemvest te dragen. Kinderen en niet-zwemmers moeten in ieder geval steeds een zwemvest dragen en iedereen moet zwemvesten dragen wanneer in potentieel gevaarlijke omstandigheden dient te worden gevaren.
- Benzine is uiterst ontvlambaar en de benzinedampen zijn ontvlambaar en explosief. Behandel en bewaar benzine dan ook met de nodige omzichtigheid. Controleer of er geen gasdampen aanwezig zijn of brandstof weglekt voor u de motor start.
HMU00918

- Dit product stoot uitlaatgassen uit die koolmonoxide bevatten, wat een kleurloos, geurloos gas is dat hersenschade of de dood kan veroorzaken bij inademing. Enkele typische symptomen zijn misselijkheid, duizeligheid en sufheid. Zorg voor een goede ventilatie in cockpit- en cabinezones. Vermijd blokkering van de uitlaatopeningen.
- Controleer de goede werking van gashendel, schakelhendel en besturing voor u de motor start.
- Bevestig de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats aan uw kleding, of uw arm of been terwijl u de motor bedient. Als u per ongeluk afstand neemt van de stuurboom, zal de snoerschakelaar aan de schakelaar trekken en zo de motor doen stilvallen.
- Zorg dat u de scheepvaartwetten en -reglementen kent van de gebieden waar u gaat varen — en respecteer ze ook.
- Zorg dat u op de hoogte blijft van de weersomstandigheden. Luister naar het weerbericht voor u gaat varen. Vermijd boottochtjes in gevaarlijke weersomstandigheden.
- Vertel aan iemand waar u naar toe gaat : laat een noodplan achter bij een verantwoordelijke persoon. Vergeet niet het noodplan te annuleren bij uw terugkeer.
- Gebruik uw gezond verstand en beoorde- lingsvermogen voor het varen. Ken uw moge- lijkheden en zorg ervoor dat u precies weet hoe uw boot zich gedraagt in de verschil- lende vaaromstandigheden die u kunt mee- maken. Blijf binnen uw limieten en de limie- ten van uw boot. Vaar steeds aan een veilige snelheid en kijk uit voor obstakels en ander verkeer op het water.
- Controleer steeds zorgvuldig of er geen zwemmers in de buurt zijn als u de motor in werking stelt.
●Blijf uit de buurt van zwemzones.
- Als u een zwemmer in het water bij de boot opmerkt, schakel dan naar neutraal en zet de motor uit.
- Rook niet tijdens het tanken en blijf uit de buurt van vonken, vlammen of andere ontstekingsbronnen.
- Zet de motor stil voor u begint te tanken.
- Verricht het tanken steeds in een goed verluchte zone. Vul de draagbare brandstoftanks buiten de boot bij.
- Zorg dat u geen benzine morst. Als u benzine morst, veeg die dan onmiddellijk op met droge doeken.
•Zorg dat u de brandstoftank niet overvult. - Schroef de vuldop zorgvuldig vast na het tanken.
- Als u enige benzine inslikt of een grote hoeveelheid benzinedampen inademt, of benzine in uw ogen krijgt, zoek dan onmiddellijk medische hulp.
- Als enige benzine op uw huid terecht komt, was deze dan onmiddellijk af met zeep en water. Trek andere kleding aan als u er benzine op gemorst hebt.
- Hou het vulpistool vast wanneer u het in de vulopening of de vultrechter steekt om elektrostatische vonken te voorkomen.
OPGELET:
Gebruik uitsluitend nieuwe zuivere benzine die in zuivere containers is opgeslagen en die niet vervuild is met water of vreemde stoffen.
HMU00016
ISTRUZIONI PER IL RIFORNIMEN- TO DI CARBURANTE
AVVERTENZA
LA BENZINA E I SUOI VAPORI SONO ALTA- MENTE INFIAMMABILI ED ESPLOSIVI!
Aanbevolen benzinetype: Gewone loodvrije benzine me een minimum octaangetal van 90 (pompoctaanaanduiding)
Als geklop of gepingel hoorbaar wordt, gebruik dan een ander merk benzine of loodvrije superbenzine.
DMU00859
MOTOROLIE
Aanbevolen olie: YAMALUBE, TWEE-TAKT MOTOROLIE VOOR SCHEEPVAART.
Als u de aanbevolen motorolie niet kunt bekommen, mag u een andere tweetakt-motorolie met een BIA-goedgekeurde TC-W3-kwalificatie gebruiken.
DMB80011
SCHROEFKEUZE
De prestaties van uw buitenboordmotor worden in grote mate beïnvloed door de keuze van de schroef, aangezien een verkeerde schroef de prestaties nadelig kan beïnvloeden en ernstige schade aan de motor kan veroorzaken. Het motortoerental is afhankelijk van het schroefformaat en de lading van de boot. Als het motortoerental te hoog of te laag is voor goede motorprestaties, zal dit een negatief effect hebben op de motor.
Yamaha-buitenboordmotoren zijn uitgerust met schroeven die gekozen werden om goed te presteren over een groot toepassingenbereik, maar er kunnen wel gebruiksomstandigheden voorkomen, waarbij een schroef met een andere spoed geschikter zou zijn.
HMU01809
BENZINA
Voor een grotere bedrijfsbelasting is een schroef met een kleinere spoed beter geschikt, omdat deze het mogelijk maakt het juiste motortoerental aan te houden. Anderzijds is een schroef met grotere spoed beter geschikt voor een kleinere bedrijfsbelasting.
Yamaha-dealers beschikken over een heel gamma schroeven en kunnen u adviseren en een schroef op uw buitenboordmotor installeren die het best geschikt is voor uw specifieke toepassing.
OPMERKING:
Kies een schroef die de motor in staat stelt het midden of de bovenste helft van het bedrijfsbereik te halen bij volle gas met maximale bootbelasting. Bij bedrijfsomstandigheden zoals lichte bootbelastingen mag u het motortoerental laten stijgen tot boven het aanbevolen maximum bereik, en de gashendelinstelling verlagen om de motor in het gepaste bedrijfsbereik te houden.
Aanbevolen bedrijfsbereik bij volle gas : zie TECHNISCHE GEGEVENS, pag. 4-1.
①Schroefdiameter (in duim)
②Schroefspoed (in duim)
③Type schroef (schroef-markering)
Demonteren en installeren van de bootschroef: Zie het artikel over het controleren van de schroef in Hoofdstuk 4.
Een Yamaha-buitenboordmotor die voorzien is van het label ①heeft de beveiligingsinrichting(en) tegen starten in versnelling. De motor kan alleen worden gestart als deze in neutraal staat. Zet de hendel steeds eerst in neutraal vooraleer u de motor start.
HMU00900
DISPOSITIVO DI ESCLUSIONE DELL'AVVIAMENTO CON MARCIA INSERITA
Regeling van de gashendelwrijving......2-10
Regeling van de besturingswrijving .....2-11
Trimhoekregelstang....2-11
Kantelsteunknop....2-12
Bovenkapvergrendelhendel 2-13
COMPONENTI PRINCIPALI 2-1
①Ontluchtingsschroef
②Tankdop
③Bovenkap
④Anti-cavitatieplaat
⑤Schroef
⑥Koelwaterinlaat
⑦Klembeugel
⑧Hendel van klembeugel
⑨Helmstok
⑩Benzinekraanje
⑪Terugloopstarterhendel
⑫Motoruitschakelknop
⑬Chokeknop
⑭Trimhoekregelstang
⑮Snoerbevestigingsbeugel
⑯Kantelsteunknop
⑰Gashendel
IMC10010
COMPONENTI PRINCIPALI
①Ontluchtingsschroef
②Tankdop
③Terugloopstarterhendel
④Bovenkap
⑤Kapvergrendelhendel
⑥Helmstok
⑦Gasklepregelgreep
⑧Gasklepwrijvingsknop
⑨Motoruitschakelknop
⑩Schakelhendel
⑪Benzinekraanje
⑫Chokeknop
⑬Snoerbevestigingsbeugel
⑭Draagbeugel
⑮Hendel van klembeugel
⑯Kantelsteunknop
⑰Koelwaterinlaat
⑱Trimhoekregelstang
⑲Anti-cavitatieplaat
⑳Koelwaterinlaat
②1Schroef
IMC10010
COMPONENTI PRINCIPALI
①Ontluchtingsschroef
②Tankdop
③Bovenkap
④Kapvergrendelhebel
⑤Regeling van de besturingswrijvning
⑥Anti-cavitatieplaat
⑦Schroef
⑧Koelwaterinlaat
⑨Trimhoekregelstang
⑩Klembeugel
⑪Hendel van klembeugel
⑫Helmstok
⑬Gasklepregelgreep
⑭Gasklepwrijvingsknop
⑮Terugloopstarterhendel
⑯Chokeknop
⑰Motoruitschakelknop/Motorstop-snoerschakelaar
⑱Snoerbevestigingsbeugel
⑲Kantelsteunknop
⑳Brandstofleiding-koppelstuk
②1Schakelhendel
② Benzinekraanje
IMC10010
COMPONENTI PRINCIPALI
Als uw model werd uitgerust met een draagbare brandstoftank, dan werkt deze als volgt.
①Brandstofleiding-koppelstuk
②Brandstofmeter (indien voorzien)
③Tankdop
④Ontluchtingsschroef (indien voorzien)
DMC31010
Brandstofleiding-koppelstuk
Dit koppelstuk wordt bijgeleverd om de brand- stofleiding aan of af te koppelen.
DMC41110
Brandstofmeter
Deze meter zit op de tankdop. Hij geeft de huidige brandstofvoorraad in de tank bij benadering aan.
DMC51010
Tankdop
Deze dop is voorzien voor het tanken. Om hem af te nemen, moet u hem linksom draaien.
DMC61010
Ontluchtingsschroef
Deze schroef is voorzien op de tankdop. Om ze los te draaien moet u ze linksom draaien.
IMC20010
FUNZIONAMENTO DEI COMANDI ED ALTRE FUNZIONI
IMC21012
SERBATOIO DEL CARBURANTE
Als u de schakelhendel naar u toe beweegt, schakelt u de koppeling tesamen met de vooruitversnelling in, zodat de boot vooruit beweegt.
①Neutrale stand
②Vooruit
DMC25010
Als u de schakelhendel naar uzelf toedraait, wordt de koppeling ingeschakeld tesamen met de vooruitversnelling, zodat de boot vooruit beweegt. Als u de hendel van u weg beweegt, schakelt u de achteruitversnelling in, zodat de boot zich achteruit verplaatst.
①Neutrale stand
②Vooruit
③Achteruit
DMC27011
MOTORUITSCHAKELKNOP (Voor model met stuurboombediening)
Als u deze knop indrukt, wordt de ontstekingskring geopend en valt de motor stil.
IMC25110
LEVA DEL CAMBIO (PER IL MODELLO CON GUIDA A BARRA) 3
MOTORSTOP-SNOERSCHAKELAAR (voor model met stuurboombediening)
De vergrendelplaat op het uiteinde van het snoer moet aan de motorstopschakelaar bevestigd zijn om de motor te laten draaien. Het snoer moet op een veilige plaats aan de kleding, een arm of een been van de bediener bevestigd zijn. Mocht de bediener over boord vallen of zich van de stuurboom verwijderen, dan zal het snoer de vergrendelplaat uittrekken, waardoor de ontsteking van de motor wordt uitgeschakeld. Dit voorkomt dat een aangedreven boot er alleen van door gaat.
①Vergrendelplaat
②Snoerschakelaar
⚠ WAARSCHUWING
- Bevestig de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats aan uw kleding, uw arm of been terwijl de motor draait.
- Bevestig het snoer niet aan kleding die kan losscheuren. Breng het snoer niet zodanig aan dat het verward kan raken, want dan kan het zijn werking verliezen.
- Voorkom ongewild trekken aan het snoer tijdens normaal motorbedrijf. Een motorvermogensverlies betekent ook een verminderde bestuurbaarheid. Zonder motorvermogen kan de boot ook snel vertragen. Als ze dit niet verwachten kunnen mensen en voorwerpen in de boot naar voor worden geworpen.
OPMERKING:
De motor kan niet worden gestart met verwijderde vergrendelplaat.
IMC28111
Door de knop omhoog te drukken, verhoogt u de snelheid.
3/4/5
De gashendelgreep bevindt zich op de besturingshendel. Draai de greep linksom om de snelheid te verhogen enä rechtsom om de snelheid te verlagen.
Gasklepstandindicator :
De brandstofverbruikscurve op de gasklepstandindicator geeft de relatieve hoeveelheid verbruikte brandstof voor elke gasklepstand aan. Kies de stand die de beste prestaties en het laagste verbruik voor het gewenste motorbedrijf biedt.
①Gasklepstandindicator
DMC42110
CHOKEKNOP
2/4/5
Als u deze knop naar rechts draait (instelling op AAN), wordt een rijk mengsel toegevoerd dat vereist is voor het starten van de motor.
IIMC40110
COMANDO DEL GAS (PER IL MODELLO CON GUIDA A BARRA) 2
Als u deze knop uittrekt (instelling op AAN) wordt een rijk mengsel toegevoerd dat vereist is voor het starten van de motor.
IMC42210
POMELLO DELLA VALVOLA DELL'ARIA
3
Trek voorzichtig aan de hendel tot u enige weerstand voelt. Geef dan een forse ruk aan de hendel om de motor te starten.
IMC44010
Verplaats de stuurboomhendel zijwaarts om de besturingsrichting te veranderen.
IMC60010
BARRA DI GUIDA (PER IL MODELLO CON GUIDA A BARRA)
De brandstofkraan ①dient voor het aan- en uitzetten van de brandstoftoevoer van de brandstoftank naar de motor.
DMU00930
SLUITEN
Met de hendel/knop in deze stand (getoond op tekening [A]) kan de brandstof niet doorstromen. Draai de knop steeds naar deze stand als de motor niet draait.
HMU00846
RUBINETTO DEL CARBURANTE
Met de hendel/knop in deze stand wordt brandstof naar de carburator gevoerd. Normaal motorbedrijf gebeurt met de hendel/knop in deze stand.
4/5
De brandstofkraan heeft twee "OPEN" standen voor het selecteren van de brandstoftoevoer vanaf de ingebouwde tank of de afzonderlijke tank.
②“OPEN” stand voor de ingebouwde tank
③"OPEN" stand voor de afzonderlijke tank
In beide standen stroomt de brandstof naar de carburator.
Bij normaal motorbedrijf staat de knop in één van deze standen.
HMU00049
APERTO
2/3
Een wrijvingsvoorziening zorgt voor de nodige weerstand op de beweging van de gashendel. Deze is regelbaar volgens de voorkeur van de bediener. Een regelschroef/knop bevindt zich binnen de stofplaten.
3/4/5
Een wrijvingsvoorziening in de stuurboomhendel zorgt voor de nodige weerstand op de beweging van de gashendelgreep. Deze is regelbaar volgens de voorkeur van de bediener. Een regelschroef/knop bevindt zich binnen de stuurhendel.
Om de weerstand te verhogen : draai de regelschroef/knop rechtsom.
Om de weerstand te verlagen : draai de regelschroef/knop linksom.
Als constante snelheid gewenst is, draai de regeläschroef/knop dan vast om de gewenste gashendelstand aan te houden.
⚠ WAARSCHUWING
Span de wrijvingsregelschroef/knop niet te hard aan. Als er teveel weerstand is, zal de gashendel/greep minderä beweegbaar zijn, hetgeen ongevallen kan veroorzaken.
IMC64110
REGOLAZIONE DELL'ATTRITO DEL COMANDO DEL GAS (PER IL MODELLO CON GUIDA A BARRA).
2
Een wrijvingsvoorziening zorgt voor de nodige weerstand in de besturingsbeweging. Deze is regelbaar volgens de voorkeur van de bediener. Een regelschroef/bout bevindt zich op de zwenkbeugel.
Om de weerstand te verhogen : draai de regelschroef/bout rechtsom.
Om de weerstand te verlagen : draai de regelschroef/bout linksom.
⚠ WAARSCHUWING
Span de wrijvingsschroef/bout niet te hard aan. Als er te veel weerstand is, kan de boot moeilijk bestuurbaar zijn, hetgeen tot ernstige ongevallen kan leiden.
DMD06011
TRIMHOEKREGELSTANG
De volledig binnenwaartse trimhoekinstelling voor de motor ten opzichte van de hekplank kan worden geregeld door de positie van de trimhoekregelstang te veranderen.
IMD00010
REGOLAZIONE DELL'ATTRITO DELLA BARRA DI GUIDA (PER IL MODELLO CON GUIDA A BARRA)
Om de buitenboordmotor in de omhoog gekantelde stand te houden, moet u de kantelsteunknop onder de zwenkbeugel indrukken.
IMD47010
POMELLO DI SUPPORTO DEL TILT
2
De kantelsteunstang houdt de buitenboordmotor in de omhooggekantelde stand.
IMD48010
BARRA DI SUPPORTO DEL TILT
3/4/5
Om de motorbovenkap te verwijderen moet u de vergrendelhendels voor en achter omhoog trekken. Neem de kap vervolgens af. Bij het opnieuw aanbrengen van de kap moet u controleren of ze goed terechtkomt in de rubberen dichting. Vergrendel de kap vervolgens opnieuw door de hendels naar beneden te drukken.
4/5
Om de motorbovenkap te verwijderen moet u de vergrendelhendel naar beneden drukken. Neem de kap vervolgens af. Bij het terugplaatsen van de kap moet u controleren of deze goed terechtkomt in de rubberen dichting. Vergrendel de kap vervolgens opnieuw door de hendel omhoog te duwen.
IMD63010
LEVE DI BLOCCAGGIO DELLA CAPPOT- TATURA SUPERIORE
3
Hoofdstuk 3 BEDIENING
IMF00010
De buitenboordmotor monteren ....3-2
Vastklemmen van de buitenboord motor....3-4
BRANDSTOF EN MOTOROLIE
BIJVULLEN....3-5
Benzine bijvullen 3-5
Mengsel van benzine en olie ....3-5
PROCEDURE VOORAFGAAND
AAN DE INGEBRUIKNAME....3-7
De trimhoek aanpassen....3-20
VAREN IN ONDIEP WATER ......3-22
OMHOOG/OMLAAG KANTELEN.....3-24
ANDERE VAAROMSTANDIGHEDEN ..3-27
Verkeerde motorhoogte of belemmeringen voor een gelijkmatige waterstroming (zoals het ontwerp of de toestand van de boot of het toebehoren zoals hekladders/dieptezoekers) kunnen opspuitend water veroorzaken terwijl de boot vaart.
Ernstige motorschade kan optreden wanneer de motor continu wordt gebruikt met opspuitende waterstraal.
OPMERKING:
Tijdens de watertesten moet u het drijfvermogen van de boot controleren in rusttoestand, met maximale belasting. Controleer of het statisch waterpeil op de uitlaatbehuizing voldoende laag is om te voorkomen dat water binnendringt in het motorblok, wanneer het water stijgt door de golven terwijl de motor niet draait.
IMF10010
INSTALLAZIONE
ATTENZIONE:
Verkeerd monteren van de buitenboordmotor kan gevaarlijke situaties opleveren zoals een slechte handelbaarheid,ä controleverlies of brandgevaar. Respecteer volgende voorschriften :
- De in dit deel verstrekte informatie is uit-sluitend als referentie bedoeld. Het is onmogelijk volledige inästructies te bieden voor elke mogelijke boot/motorcombinatie. Een correcte montage is gedeeltelijk afhankelijk van ervaring en de specifieke boot/motorcombinatie.
- Uw dealer of een andere persoon die ervaring heeft met een juist afstellen moet de motor monteren. Als u de motor zelf monteert, moet u hiervoor opleiding krijgen door een ervaren persoon. (voor permanent gemonteerd type)
- Uw dealer of een andere persoon die ervaring heeft met een correcte montage van buitenboordmotoren moet uä tonen hoe u een motor moet monteren. (draagbaar type)
Monteer de buitenboordmotor op de middellijn (keellijn) van de boot en controleer of de boot zelf wel goed uitgebalanceerd is. Als dit niet het geval is, zal de boot moeilijk te sturen zijn. Voor boten zonder keel of asymmetrische modellen, kunt u best uw dealer raadplegen.
①Middellijn (Kiellijn)
IMF12010
COME MONTARE IL MOTORE FUORIBORDO
AVVERTENZA
Een boot te krachtig maken kan ernstige instabiliteitä veroorzaken. Installeer geen buitenboordmotor met meer vermogen dan het maximale nominale vermogen op de vermogensplaat van de boot. Als een boot geen vermogensplaat heeft, raadpleeg dan de fabrikant van de boot.
Montagehoogte
Om uw boot zo efficiënt mogelijk te maken, moet de waterweerstand van de boot en de buitenboordmotor zo kleinä mogelijk worden gemaakt. De montagehoogte van de buitenboordmotor heeft een grote invloed op de waterweerstand. Als de montagehoogte te groot is, treedt gemakkelijkä cavitatie op, waardoor de voortstuwing wordt verminderd; en als de schroefpunten door de lucht snijden, zal het motortoerental abnormaal stijgen en oververhitting van de motor veroorzaken. Als de montagehoogte te laag is, zal de waterweerstand verhogen en alzo het motorrendement verminderen. Monteer uw motor zodanig dat de anti-cavitatieplaat zich tussen de bodem van de boot en een niveau van 25 mm lager bevindt.
OPMERKING:
De optimale montagehoogte van de buiten- boordmotor wordt beïnvloed door de boot/motor-combinatie en het gewenste gebruik. Testvaarten met verschillende hoogten kunnen de optimale montagehoogte helpen bepalen.
AVVERTENZA
1) Plaats de buitenboordmotor zodanig op de hekplank dat hij zo dicht mogelijk bij het middelpunt zit. Draai de hekplank-klemschroeven gelijkmatig en stevig vast.ä Controleer af en toe of de klemschroeven nog stevig vastzitten terwijl de motor draait, vermits deze kunnen loskomen door de motortrillingen.
⚠ WAARSCHUWING
Losse klemschroeven kunnen er de oorzaak van zijn dat de motor verschuift op de hekplank of er zelfs van afvalt. Dit kan controleverlies en ernstige kwetsuren veroorzaken. Controleer regelmatig of de hekplankschroeven stevig vastgedraaid zijn. Controleer af en toe, tijdens het motorbedrijf of deä schroeven nog goed vastzitten.
2) Normaal moet gebruik worden gemaakt van een motor-tegenhoud-kabel of -ketting. Bevestig één uiteinde aan het bevestigingspunt van de motor-vasthoudkabel en het andere op een veilig montagepunt op de boot. Dit moet voorkomen dat de motor volledig verloren gaat bij ongewild loskomen van de hekplank.
IMF14010
COME FISSARE IL MOTORE FUORIBORDO
1) Plaats de buitenboordmotor in omlaag gekantelde stand. Verwijder de tankdop.
2) Gebruik een vultrechter als de giettuit van hetä benzineblik of de kop niet smal of lang genoeg is om in de vulopening van de brandstoftank te passen.
3) Let goed op bij het tanken.
4) Sluit de vuldop zorgvuldig na het tanken. Veeg eventueel gemorste brandstof onmiddellijk op.
Inhoud brandstoftank : zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, Pag. 4-1.
2) Meng de brandstof dan grondig door de tank te schudden.
3) Controleer of de olie goed vermengd is met de benzine.
IMF35010
-Gebruik nooit olie van een ander dan het aangeduide type.
- Gebruik een grondig vermengd brandstofoliemengsel.
- Als het mengsel niet grondig gemengd is, of als deä mengverhouding verkeerd is, kunnen de volgende problemen optreden : Lage olieverhouding :
Een oliegebrek kan ernstige motorschade veroorzaken, zoals vastlopen van de zuiger.
Hoge olieverhouding :
Te veel olie kan vervuilde bougies, een rokerige uitlaat en zware koolstofafzetting veroorzaken.
| Mengverhouding | 50:1 | |||
| Benzine | 1 L(0,26 US gal,0,22 Imp gal) | 12 L(3,2 US gal,2,6 Imp gal) | 14 L(3,7 US gal,3,1 Imp gal) | 24 L(6,3 US gal,5,3 Imp gal) |
| Motorolie | 0,02 L 0,24 L 0,28 L 0,48 L(0,02 US qt,0,02 Imp qt) | 0,26 US qt,0,21 Imp qt) | 0,30 US qt,0,24 Imp qt) | 0,51 US qt,0,42 Imp qt) |
| Mengverhouding | 100:1 | |||
| Benzine | 1 L 12 L(0,26 US gal,0,22 Imp gal) | 14 L 24 L(3,2 US gal, (3,7 Imp gal) 3,1 Imp gal) | US gal, (6,3 US gal,5,3 Imp gal) | |
| Motorolie | 0,01 L 0,12 L 0,14 L 0,24 L(0,01 US qt, (0,13 US qt, (0,15 US qt, (0,25 US qt,0,01 Imp qt) 0,11 Imp qt) 0,12 Imp qt) 0,21 Imp qt) | |||
OPMERKING:
Bij gebruik van een permanent geïnstalleerde tank moet u de olie geleidelijk ingieten naarge- lang benzine wordt bijgevuld in de tank.
ATTENZIONE:
Als enig element bij de controle voorafgaand aan de ingebruikname niet behoorlijk functioneert, moet u het laten inspecteren en herstellen voor u de buitenboordmotor in gebruik neemt. Zonder deze voorzorgsmaatregelen kan zich een ongeval voordoen.
Brandstof
Controleer het brandstofpeil om zeker te zijn dat u voldoende brandstof hebt voor uw trip. Controleer of er geen brandstoflekken zijn en of er enige rook ontsnapt.
Vergewis er u van dat de brandstofslang niet plat gedrukt of geplooid wordt door voorwerpen in de boot en dat er zich geen scherpe voorwerpen in de omgeving bevinden.
Olie
Controleer het oliepeil om zeker te zijn dat u voldoende olie hebt voor uw trip.
Bedieningselementen
Controleer de goede werking van gashendel, schakelhendel en besturing voor u de motor start.
De bedieningselementen moeten vlot werken, zonder te klemmen of abnormaal veel speling. Controleer of er geen losse of beschadigde aansluitingen zijn.
Controleer de werking van de starter en de stopschakelaars als de buitenboordmotor in het water ligt.
IMF40110
PROCEDURA PRELIMINARE
AVVERTENZA
Controleer de motor en de motorbevestiging. Controleer of er geen losse of beschadigde bevestigingselementen zijn. Controleer de schroef op schade.
OPGELET:
Start de motor niet terwijl hij uit het water hangt. Dit kan immers oververhitting en ernstige motorschade veroorzaken.
DMF50010*
DE MOTOR INLOPEN
Uw nieuwe motor vereist een inloopperiode om met elkaar in contact komende oppervlakken van bewegende onderdelen gelijkmatig te laten afslijten. Een goede inloopprocedure is een voorwaarde voor goede prestaties en een langere motorlevensduur.
OPGELET:
Als de inloopprocedure niet wordt gerespecteerd, kan dit leiden tot een verminderde motorlevensduur of zelfs tot ernstige schade aan de motor.
Inloopperiode : 10 uren
Inloop-voormengverhouding : zie ‘Benzine- en oliemengsel’.
DMU00226
Laat de motor onder belasting draaien (aangesloten op de schroef van een boot) met inachtneming van het volgende schema.
1) Eerste 10 minuten:
Laat de motor aan het laagst mogelijke toerental draaien. Een snel stationair toerental in neutrale stand is het best.
Motore
2) De volgende 50 minuten:
Ga niet hoger dan half-geopende gashendel (ongeveer 3.000 toeren/min.). Varieer het motortoerental af en toe. Als u een makkelijk scherende boot hebt, zet de gashendel dan volledig open tot u de plané-positie bereikt, en verlaag het toerental dan onmiddellijk terug tot 3.000 toeren/min. of minder.
3) Tweede uur:
Trek voluit op tot plané-positie, verlaag het motortoerental dan tot driekwart-geopende gashendel (ongeveer 4.000 toeren/min). Varieer het motortoerental af en toe. Zet de gasklep gedurende één minuut volledig open en laat de motor dan weer ongeveer 10 minuten bij driekwart-geopende gashendel of minder draaien om hem enigszins te laten afkoelen.
4) Derde tot het tiende uur:
Laat de motor niet meer dan 5 minuten na elkaar met volle gas draaien. Laat de motor tussen twee periodes van volle gas enigszins afkoelen. Varieer het motortoerental af en toe.
5) Na de eerste tien uren kunt u de motor nor- maal laten werken. Gebruik de standaard voormengverhouding tussen benzine en olie (zie 'Benzine- en oliemengsels').
- Vooraleer u de motor start, moet u nagaan of de boot wel stevig is aangemeerd en dat u eventuele obstakels kunt vermijden. Ga ook na of er geen zwemmers in het water liggen rond de boot.
- Als de ontluchtingsschroef wordt losgedraaid, komen benzinedampen vrij. Benzine is uiterst ontvlambaar en de dampen ervan zijn ontvlambaar en explosief.
Rook niet en houd open vlammen en vonken uit de buurt terwijl u de ontluchtingsschroef losdraait. - Dit product stoot uitlaatgassen uit die koolmonoxide bevatten, wat een kleurloos, geurloos gas is dat hersenschade of de dood kan veroorzaken bij inademing. Enkele typische symptomen zijn misselijkheid, duizeligheid en sufheid. Zorg voor een goede ventilatie in cockpit- en cabinezones. Vermijd blokkering van de uitlaatopeningen.
1) Draai de op de brandstoftankdop voorziene ontluchtingsschroef 2 tot 3 slagen los.
2) Zet de brandstofkraan in de "OPEN" stand.
HMU00958
3) Als u de afzonderlijke brandstoftank selecteert, maak de brandstofleiding-koppelstukken dan stevig vast en knijp in de voorinsputpomp met de uitlaatopening naar boven tot u de pomp hard voelt worden.
4/5
4) Plaats de schakelhendel in de neutrale stand (behalve bij 2-pk model).
OPMERKING: ____
4/5
De beveiliging tegen starten in versnelling zorgt ervoor dat de motor alleen in neutraal kan worden gestart.
HMU00959
PROCEDURA PER IL MODELLO CON GUIDA A BARRA
5) Maak het motorstopschakelaarsnoer op een veilige plaats vast aan uw kleding, uw arm of uw been. Installeer vervolgens de vergrendelplaat aan het andere eind van het snoer in de motorstopschakelaar.
⚠ WAARSCHUWING
- Maak het motorstopschakelaarsnoer op een veilige plaats vast aan uw kleding, uw arm of uw been voor gebruik van de boot.
- Maak het snoer niet vast aan kleding die kan losgerukt worden. Breng het snoer niet zodanig aan dat het kan verstrikt raken, waardoor het zijn functie niet meer zou verrichten.
- Vermijd ongewild trekken aan het snoer tijdens het normale bedrijf. Verlies van motorvermogen betekent ook grotendeels verlies van het besturingsvermogen. Zonder motorvermogen kan de boot ook snel vertragen. Daardoor kunnen mensen en voorwerpen in de boot naar voor worden geworpen.
6) Plaats de gasklepregelhendel/greep in de "START"-stand.
4/5
Model met manueel startsysteem
⚠ WAARSCHUWING
2-pk model: De schroef draait steeds als de motor draait. Verplaats de gashendel niet uit de startstand tijdens het opwarmen van de motor. De boot zou hierdoor onverwacht kunnen beginnen bewegen, wat tot ongevallen kan leiden.
7) Plaats de chokeknop in de "START"-stand. Als de motor gestart is, plaats de chokeknop dan in de "RUN"-stand.
OPMERKING:
- Als de motor warm is, plaats de chokeknop dan in de "RUN"-stand.
- Als de chokeknop in de "START"-stand wordt gelaten tijdens het motorbedrijf, dan zal de motor slecht lopen of stilvallen.
HMU00960
8) Trek geleidelijk aan de starterhendel tot u een weerstand voelt. Geef er dan een korte ruk aan om de motor te starten. Herhaal deze handeling indien nodig.
9) Zet de starterhendel geleidelijk weer in de beginstand voor u deze loslaat nadat de motor is gestart.
10) Zet de gashendel/greep voorzichtig in de volledig gesloten stand.
2-pk model : de schroef draait telkens de motor in bedrijf is. Verplaats de gashendel niet uit de START-stand tijdens het warmdraaien van de motor. De boot zou hierdoor immers onverwachts kunnen in beweging komen, wat tot ongevallen kan leiden.
1) Voor u wegvaart, moet u de motor in vrij-loop-toerental gedurende 3 minuten laten warmdraaien. (Als u dit niet doet, zal dit de levensduur van de motor verkorten.)
2
2) Controleer of er wel water tesamen met uitlaatgassen uit het gat op het uitlaatdeksel stroomt.
3/4/5
2) Controleer of er wel een constante waterstroom uit de koelwater-uitstroomopening komt.
OPGELET:
Een continue waterstroom uit het uitstroomgat geeft aan dat de waterpomp water via de koelingsdoorgangen pompt. Als er niet constant water uit de uitstroomopening stroomt terwijl de motor draait, zet de motor dan uit om oververhitting en ernstige motorschade te voorkomen. Zet de motor uit en controleer of de waterinlaat in de onderkap niet geblokkeerd is. Als het probleem niet kan worden opgespoord en verholpen, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.
IMG00110
RISCALDAMENTO DEL MOTORE
AVVERTENZA
Voor u de schakelhendel bedient, moet u nagaan dat er zich geen zwemmers of hinderpalen in het water bevinden in de omgeving van de boot.
OPGELET:
Om de vaarrichting van de boot te veranderen, of de schakelpositie van vooruit naar achteruit of omgekeerd teä veranderen, moet u de gashendel eerst dichtdraaien zodat de motor stationair draait (of met laag toerental draait).
VOORUIT
2
Als u de motor start, begint de schroef te draaien en de boot verplaatst zich voorwaarts.
3/4/5
1) Plaats de gashendelgreep in de volledig gesloten stand.
2) Zet de schakelhendel snel en kordaat van de neutrale stand in vooruit.
IMG20010
COME INNESTARE LE MARCE
AVVERTENZA
De buitenboordmotor maakt een volledige draai van 360° in zijn beugel (360°-draaisysteem). Draai de motor gewoon 180° rond met de stuurhendel naar achter gericht om de boot achteruit te bewegen.
MARCIA INDIETRO
2/3
1) Plaats de gashendelgreep in de volledig gesloten stand.
4/5
2) Zet de schakelhendel snel en kordaat van de neutrale stand in achteruit.
⚠ WAARSCHUWING
In achteruit is het aan te raden heel traag te varen. Zet de gashendel niet meer dan half-open. Zoniet kan de boot onstabiel worden, waardoor u de controle over de besturing kunt verliezen en een ongeval veroorzaken.
Ga voor het uitzetten van de motor als volgt te werk :
OPMERKING:
Het is niet aan te raden de motor onmiddellijk na bedrijf bij hoge toerentallen uit te zetten. Laat hem eerst enkele minuten in vrijloopstand of bij laag toerental afkoelen.
1) Druk op de motorstopschakelaar en houdt deze ingedrukt tot de motor volledig stilstaat.
4/5
De motor kan ook worden uitgezet door aan het snoer van de motorstopschakelaar te trekken.
2) Na het uitzetten van de motor moet u de ontluchtingsschroef aandraaien en de brandstofkraanhendel/knop in de gesloten standä zetten.
4/5
3) Maar de brandstofleidingsconnectors weer los na gebruik van de afzonderlijke brandstoftank.
IMG40710
COME ARRESTARE IL MOTORE
De trimhoek van de buitenboordmotor helpt de positie van de bootboeg in het water bepalen. De juiste trimhoek zal prestaties en brandstofverbruik helpen verbeteren en tegelijk de motorbelasting verminderen. De juiste trimhoek is afhankelijk van de combinatie van boot, motor en schroef. De juiste trim wordt ook beïnvloed door variabelen zoals de lading in de boot, de toestand van de zee en de vaarsnelheid.
⚠ WAARSCHUWING
Een te sterke trimming voor de bedrijfsomstandigheden (opwaartse of neerwaartse trim) kan de boot instabiel en moeilijker bestuurbaar maken. Dit verhoogt de kans op een ongeval. Als de boot instabiel begint aan te voelen of moeilijk bestuurbaar wordt, vertraag dan en/of pas de trimhoek aan.
①Trimhoek
IMG60210
COME METTERE IN ASSETTO IL MOTORE FUORIBORDO
Er zijn 5 gaten (2/9.9/15-pk model : 4 gaten) voorzien in de motorbevestigingsbeugel om de trimhoek van de buitenboordmotor te kunnen veranderen.
Om de trimhoek te veranderen, moet u eerst de motor uitzetten. Verwijder vervolgens de regelstang uit hetä motorbracketgeheel en - terwijl u de motor kantelt - brengt u de stang in het gewenste gat aan.
Om de boeg omhoog te brengen ('buitenwaartse trim') moet u de stang verder verwijderen van de hekplank. Om de boeg te laten zakken ('binnenwaartse trim') moet u de stang naar de hekplank toe verplaatsen. Ga proefvaren met de verschillende trimhoeken om de positie te vinden die het best werkt voor uw boot en de vaaromstandigheden.
⚠ WAARSCHUWING
- Zet de motor uit voor u de trimhoek ver- andert.
- Zorg dat u niet geklemd geraakt bij het verwijderen of installeren van de stang.
- Pas op wanneer u een trimpositie voor het eerst uitprobeert. Verhoog de snelheid geleidelijk en let op tekenen van instabiliteit of controleproblemen. Een verkeerde trimhoek kan u de controle over de boot doen verliezen.
①Trimhoekregelstang
OPMERKING: \_\_\_\_
De trimhoek kan ongeveer 4° worden gewijzigd door de trimregelstang in het gat te verschuiven.
Trimhoekinstellingen en vaargedrag van de boot
Als de boot zich op vlak water bevindt, zal een opwaartse boegneiging leiden tot minder waterweerstand, een grotere stabiliteit en meer doeltreffendheid. Dit wordt in het algemeen bereikt wanneer de kiellijn van de boot ongeveer 3 tot 5° omhoog staat. Met de boeg omhoog kan de boot meer de neiging hebben om van de ene naar de andere kant te sturen. Compenseer dit bij het besturen van de boot. Dit effect kan ook worden gecompenseerd door het trimvlak bij te regelen.
①Optimale hoek (kiellijn waterpas)
②Boeg omhoog
③Boeg omlaag
Boeg omhoog
Te veel buitenwaartse trim brengt de boeg van de boot te hoog in het water. De prestaties en het brandstofverbruik worden negatief beïnvloed omdat de scheepsromp tegen het water duwt en er daardoor meer luchtweerstand ontstaat.
Te veel buitenwaartse trim kan er ook toe leiden dat de schroef gaat ventileren, waardoor de prestaties nogmaals worden beïnvloed, en dat de boot begint te springen in het water, waardoor bestuurder en passagiers overboord kunnen worden geworpen.
Boeg omlaag
Wanneer de boeg van de boot omlaag staat, is het makkelijker om van een staande start te accelereren naar over het water scheren. Te veel binnenwaartse trim doet de boot 'ploegen' door het water, waardoor het brandstofverbruik de hoogte ingaat en de snelheid nog moeilijk kan worden verhoogd. Varen met te veel binnenwaartse trim bij hoge snelheden maakt de boot ook onstabiel. De weerstand aan de boeg wordt sterk verhoogd, waardoor er meer gevaar ontstaat voor "boegbesturing" en het varen moeilijk en gevaarlijk wordt.
HMU19160
Afhankelijk van het type van boot is het mogelijk dat de trimhoek van de buitenboordmotor weinig effect heeft op de trim van de boot tijdens het varen.
NOTA:
De buitenboordmotor kan gedeeltelijk worden omhooggekanteld om in ondiep water te varen (uitgezonderd voor 2-pk).
⚠ WAARSCHUWING
-Plaats de schakelhendel in de neutrale stand voor u de kantelsteunhendel gebruikt.
- Laat de boot zo traag mogelijk varen bij gebruik van de kantelsteunhendel. Het kantelvergrendelmechanisme werkt niet bij gebruik van de kantelsteunhendel. Als u een obstakel onder water raakt, kan de motor uit het water worden getild, waardoor u de controle over de boot verliest.
- Wees extra voorzichtig bij het achteruit varen. Een te grote achteruitstuwing kan de motor optillen uit het water, waardoor de kans op ongevallen en persoonlijke kwetsuren wordt vergroot.
- Zet de motor weer in zijn normale stand zodra de boot zich weer in dieper water bevindt.
OPGELET:
Plaats de schakelhendel in de neutrale stand voor u de kantelsteunhendel gebruikt.
IMG80010
1) Plaats de schakelhendel in Neutraal en draai de motor naar voor.
HMU00963
PROCEDURE
2) Kantel de motor lichtjes omhoog tot de kantelsteunstang automatisch naar de vergrendelde stand wordt gedraaid.
3) Om de motor weer naar de uitgangsstand te brengen, moet u deze een weinig omhoog kantelen en dan voorzichtig weer naar omlaag kantelen en daarbij de kantelsteunstang omhoog trekken.
OPMERKING:
De buitenboordmotor heeft 2 posities of 3 posities voor varen in ondiep water.
Als de motor voor enige tijd wordt stilgelegd of als de boot wordt aangemeerd in ondiep water, moet de motor worden omhoog gekanteld om de schroef en de behuizing te beschermen tegen beschadiging door aanvaringen met obstakels en ook om de zoutinwerking te beperken.
OPGELET:
- Voor u de motor kantelt, moet u de procedures onder de titel MOTOR UITZETTEN uitvoeren. Kantel de motor nooit terwijl hij draait. Dit kan immers ernstige schade door oververhitting veroorzaken.
- Kantel de motor niet omhoog door tegen de stuurhendel te duwen, want hierdoor kan de hendel afbreken.
- Houd de krachtbron voortdurend hoger dan de schroef. Zoniet kan water in de cilinder stromen en schade berokkenen.
- De buitenboordmotor kan niet worden gekanteld in achteruitstand, of wanneer hij 180° gedraaid is (naar achter wijzend).
⚠ WAARSCHUWING
Zorg dat alle omstaanders uit de buurt van de buitenboordmotor blijven als u de kantelhoek aanpast en let ook op dat geen lichaamsdelen geklemd raken tussen de aandrijfeenheid en de motorbevestigingsbeugel.
⚠ WAARSCHUWING
Om de motor te laten zakken, moet u hem eerst lichtjes optillen door middel van de handgreep aan de achterkant van de motorkap. Trek de kantelsteunhendel vervolgens naar achter en laat de motor voorzichtig naar onder kantelen. Laat de motor niet in één keer in de onderste stand vallen.
HMU00284
COME SOLLEVARE E ABBASSARE IL MOTORE
1) Draai de ontluchtingsschroef vast.
Als het brandstofleiding-koppelstuk op de motor is voorzien, maak de leiding dan los van de motor.
HMU00962
COME SOLLEVARE IL MOTORE
2) Zet de gaskraanhendel in de gesloten stand.
3) Zet de schakelhendel in Neutraal en draai de motor naar voor.
4) Houd de bovenkap achteraan met één hand vast en kantel de motor volledig omhaag.
2
5) Duw de kantelsteunknop in de klembeugel.
5) De kantelsteunstang draait automatisch naar de vergrendelde stand.
3/4/5
1) Kantel de motor lichtjes omhoog.
2
2) Trek de kantelsteunknop uit en kantel de motor vervolgens omlaag.
HMU00298
COME ABBASSARE IL MOTORE
2) Kantel de motor omlaag en trek daarbij de hendel van de kantelsteunstang omhoog.
3/4/5
Na het varen in zout water moet u de koelwaterdoorgangen uitspoelen met leidingwater om te voorkomen dat ze verstopt raken door zoutophoping.
OPMERKING:
Zie de uitspoelinstructies voor het koelsysteem in het hoofdstuk "VERVOEREN EN OPSLAAN VAN DE BUITENBOORDMO-TOR".
VAREN IN TROEBEL WATER
Het is ten zeerste aan te bevelen de optionele verchroomde waterpompkit te installeren als de buitenboordmotor in troebel (modderig) water moet worden gebruikt.
IMH60010
Hoofdstuk 4 ONDERHOUD
IMK00010
De buitenboordmotor vervoeren......4-4
De buitenboordmotor opbergen......4-6
ONDERHOUD EN BIJREGELING .....4-8
Wisselstukken 4-8
Reinigings- en inspectieschema......4-9
De bougie schoonmaken en bijstellen .....4-10
Bovenkap controleren....4-11
Brandstofsysteem controleren ....4-12
Brandstoffinlter inspecteren en vervangen ....4-13
Controleren van het stationair toerental...4-14
Bedrading en connectoren controleren ....4-16
Uitlaatlek....4-16
Waterlek 4-16
Smeren 4-17
De schroef, schuifpen en splitpen controleren ....4-20
Tandwielolie verversen 4-23
De brandstoftank reinigen 4-24
De anode(s) inspecteren en vervangen ....4-25
Bouten en moeren controleren....4-25
Motorbuitenkant 4-26
De bootbodem voorzien van een coating..4-26
SPECIFICHE....4-1
COME TRASPORTARE E RIPORRE
L MOTORE FUORIBORDO....4-4
| Eenheid\Model | Element 2BMH | |
| AFMETINGEN | ||
| •Totale lengte mm (in)•Totale hoogte S/L mm (in)•Totale breedte mm (in)•Hekplankhoogte S/L mm (in)•Gewicht S/L kg (lb) | 603 (23,7)916 (36,1) / —240 (9,4)417 (16,4) / —10 (22,0) / — | |
| PRESTATIES | ||
| •Bedrijfsbereik bij volle gas toeren/min.•Maximum vermogen kW•Stationair toerental toeren/min. | 4.000 ~ 5.0001,5 bij 4.500 toeren/min.1.100~1.200 | |
| MOTOR | ||
| •TypeCilinderinhoud cmBoring ×slag mm (in)•Ontstekingssysteem•Bougie NGKBougiekap•Besturingssysteem•Startsysteem•Alternatorvermogen•Startcarburatiesysteem | 3mm (in)V-Amp | 2-takt, L14339 × 36 (1,54 × 1,42)C.D.I.BR5HS-100,6~0,7 (0,024~0,028)RuderpinneHandstart—Chokeklep-startsystem |
| AANDRIJFEENHEID | ||
| •VersnellingspositiesOverbrengingsverhouding•Trim/Kantelsysteem•Schroefmarkering | Vooruit2,08 (27/13)ManucelA | |
| BRANDSTOF EN OLIE | ||
| •BrandstofInhoud brandstoftank•Aanbevolen motorolieSmeringBrandstof:olieverhouding•Aanbevolen tandwielkastolieInhoud tandwielkast | literBrandstof : Oliecm3 | Normale loodvrije benzine1,2YAMALUBE, TWEETAKT-MOTOROLE VOOR SCHEEPVAART, of een gelljkwaardige oile met TC-W3-kwalificatie voor buitenboordmotorenVoormengverhouding100 : 1Buitenboordmotor-tandwielkastolie (SAE 90)45 |
| DRAAIKOPPELS | ||
| •Bougie•Schroefmoer | NmNm | 25— |
| 3AMH (MALTA) 4ACMH | 4BCMH | |
| 628 (24,7)997 (39,3) / 1.124 (44,3)289 (11,4)441 (17,4) / 568 (22,4)16.5 (36,3) / 17,5 (38,5) | 677 (26,7)1.011 (39,8) / 1.138 (44,8)322 (12,7)444 (17,5) / 571 (22,5)21 (46,2) / 21,5 (47,3) | 677 (26,7)1.011 (39,8) / 1.138 (44,8)322 (12,7)444 (17,5) / 571 (22,5)21 (46,2) / 21,5 (47,3) |
| 4.500 ~ 5.5002,2 bij 4.500 toeren/min.1.150~1.250 | 4.500 ~ 5.5002,9 bij 4.500 tocren/min.1.100~1.200 | 4.500 ~ 5.5002,9 bij 4.500 toeren/min.1.100~1.200 |
| 2-takt, L17046 ×42 (1,82 ×1,65)C.D.I.BR6HS-100,9~1,0 (0,035~0,039)RuderpinneHandstart—Chokeklep-startsystem | 2-takt, L18350 ×42 (1,97 ×1,65)C.D.I.BR7HS0,6~0,7 (0,024~0,028)RuderpinneHandstart12- (40)Chokeklep-startsystem | 2-takt, L18350 ×42 (1,97 ×1,65)C.D.I.BR7HS0,6~0,7 (0,024~0,028)RuolerpinneHandstart12- (40)Chokeklep-startsystem |
| Vooruit - Neutraal2,08 (27/13)ManueelBS | Vooruit - Neutraal - Achteruit2,08 (27/13)ManueelBA | Vooruit - Neutraal - Achteruit2,08 (27/13)ManueelBA |
| Normale loodvrije benzine1,4YAMALUBE, TWEETAKT-MOTOROLE VOOR SCHEEPVAART, of een gelljkwaardige oile metTC-W3-kwalificatie voor buitenboordmotorenVoormengverhouding100 : 1Buitenboordmotor-tandwielkastolie (SAE 90)75 | Normale loodvrije benzine2,8YAMALUBE, TWEETAKT-MOTOROLE VOOR SCHEEPVAART, of een gelljkwaardige oile metTC-W3-kwalificatie voor buitenboordmotorenVoormengverhouding100 : 1Buitenboordmotor-tandwielkastolie (SAE 90)100 | Normale loodvrije benzine2,8YAMALUBE, TWEETAKT-MOTOROLE VOOR SCHEEPVAART, of een gelljkwaardige oile metTC-W3-kwalificatie voor buitenboordmotorenVoormengverhouding100 : 1Buitenboordmotor-tandwielkastolie (SAE 90)100 |
| 2517 | 2517 | 2517 |
DMK12010*
TECHNISCHE GEGEVENS
| Eenheid\Model | Element 5CMH | |
| AFMETINGEN | ||
| •Totale lengte mm (in) | 677 (26,7) | |
| •Totale hoogte S/L mm (in) | 1.011 (39,8) / 1.138 (44,8) | |
| •Totale breedte mm (in) | 322 (12,7) | |
| •Hekplankhoogte S/L mm (in) | 444 (17,5) / 571 (22,5) | |
| •Gewicht S/L kg (lb) | 21 (46,2) / 21,5 (47,3) | |
| PRESTATIES | ||
| •Bedrijfsbereik bij volle gas toeren/min. | 4.500 ~ 5.500 | |
| •Maximum vermogen kW | 3,7 bij 5.000 toeren/min. | |
| •Stationair toerental toeren/min. | 1.100~1.200 | |
| MOTOR | ||
| •Type | 2-takt, L1 | |
| Cilinderinhoud cm | ^3 | 103 |
| Boring ×slag mm (in) | 54 ×45 (2,13 ×1,77) | |
| •Ontstekingssysteem | C.D.I. | |
| •Bougie | NGK | BR7HS |
| Bougiekap | mm (in) | 0,6~0,7 (0,024~0,028) |
| •Besturingssysteem | Ruderpinne | |
| •Startsysteem | Handstart | |
| •Alternatorvermogen | V-Amp | 12- (40) |
| •Startcarburatiesysteem | Chokeklep-startsystem | |
| AANDRIJFEENHEID | ||
| •Versnellingsposities | Vooruit - Neutraal - Achteruit | |
| Overbrengingsverhouding | 2,08 (27/13) | |
| •Trim/Kantelsysteem | Manueel | |
| •Schroefmarkering | BA | |
| BRANDSTOF EN OLIE | ||
| •Brandstof | Normale loodvrije benzine | |
| Inhoud brandstoftank liter | 2,8 | |
| •Aanbevolen motorolie | YAMALUBE, TWEETAKT-MOTOROLE VOOR SCHEEPVAART, of een gelljkwaardige oile met TC-W3-kwalificatie voor buitenboordmotoren | |
| Smering | Voormengverhouding | |
| Brandstof:olieverhouding | Brandstof : Olie | 100 : 1 |
| •Aanbevolen tandwielkastolie | Buitenboordmotor-tandwielkastolie (SAE 90) | |
| Inhoud tandwielkast | cm^3 | 100 |
| DRAAIKOPPELS | ||
| •Bougie | Nm | 25 |
| •Schroefmoer | Nm | 17 |
-MEMO-

***-106*
SPECIFICHE
Weglekkende brandstof veroorzaakt brandgevaar. Bij het vervoeren en opbergen van de buitenboordmotor moet u de ventilatieschroef en de brandstofkraan dichtdraaien om weglekkende brandstof te voorkomen.
DE BUITENBOORDMOTOR VERVOEREN
De motor moet worden vervoerd en opgeborgen in de normale bedrijfspositie. Als de vrije hoogte ten opzichte van het wegdek in deze stand onvoldoende is, vervoer de motor dan in de omhoog gekantelde stand en breng daartoe een motorsteunelement zoals een hekbalkbeschermstang aan.
OPGELET:
Gebruik nooit de kantelsteunhendel/knop bij het verplaatsen van de boot. De buitenboordmotor kan door het schudden losraken van de kantelsteun en naar beneden vallen. Als de motor niet kan worden vervoerd in de naar onder gekantelde stand, gebruik dan een bijkomend steunelement om hem in de omhoog gekantelde stand vast te zetten.
HMU01369*
COME TRASPORTARE E RIPORRE IL MOTORE FUORIBORDO
AVVERTENZA
- Begeef u nooit onder de motor terwijl deze omhoog gekanteld is, zelfs als een motorsteunstang is aangebracht. U kunt immers ernstige kwetsuren oplopen als de buitenboordmotor onverwachts naar onder valt.
- WEES UITERST VOORZICHTIG bij het vervoeren van de brandstoftank, ongeacht of deze in de boot of de wagen staat.
VUL de brandstoftank NOOIT tot de rand.
Benzine zet sterk uit bij opwarming en kan druk veroorzaken in de brandstof-tank. Hierdoor kan brandstof weglekken en zo brandgevaar opleveren.
①Verticale positie
②Horizontale positie
AVVERTENZA
Als u de buitenboordmotor van de boot gedemonteerd vervoert of opbergt, vouw de stuurboomhendel dan dicht en laat de motor op de stuurboomhendel steunen om hem in horizontale stand te houden.
OPMERKING:
Plaats een handdoek of enige andere doek onder de buitenboordmotor om deze tegen beschadiging te beschermen.
OPGELET:
Houd de krachtbron voortdurend hoger dan de schroef. Als u dit niet doet, kan koelwater in de cilinder lopen, waardoor de motor beschadigd kan raken.
Om de buitenboordmotor op te bergen, moet u volgende procedure volgen :
1) Spoel de koelwaterdoorgang uit met leidingwater (zie 'Koelsysteem uitspoelen') en was de motor af (zieä 'BUITENKANT MOTOR').
2) Draai de ontluchtingsschroef aan en plaats de brandstofkraanhendel knop in de GES-LOTEN stand.
3) Laat de motor stationair draaien tot de carburator is leeggedraaid.
4) Laat het water volledig uit de buitenboord-motor lopen en maak de motor grondig schoon.
5) Verwijder de bougie, giet een theelepeltje schone motorolie in de cilinder en breng de bougie weer aan.
OPGELET:
- Plaats de motor niet op zijn zijkant voor het koelwater volledig is weggelopen, zoniet kan water in de cilinder terechtkomen via de uitlaatopening en problemen veroorzaken.
- Bewaar de motor op een droge, goed verluchte plaats, niet in direct zonlicht.
IMK23310
COME RIPORRE IL MOTORE FUORIBORDO
1) Tap de brandstof af uit de tank als u van plan bent de motor langere tijd op te bergen.
2) Bewaar de brandstoftank op een droge, goed verluchte plaats, niet blootgesteld aan direct zonlicht.
IMK24110
Serbatoio del carburante
Koelsysteem uitspoelen
Installeer de buitenboordmotor op de watertank en vul de tank met leidingwater tot boven het niveau van de anti-cavitatieplaat. Zet de schakelhendel in neutraal, start de motor en laat hem gedurende enkele minuten met laag toerental draaien.
OPGELET:
Als het leidingwaterniveau tot onder de anti-cavitatieplaat is gezakt, of als er onvoldoende water aanwezig is, kan de motor vastlopen.
①Wateroppervlak
②Laagste waterpeil
⚠ WAARSCHUWING
- Raak geen elektrische onderdelen aan en neem ze ook niet weg bij het starten of tijdens het bedrijf van de motor.
- Houd handen, haar en kleding verwijderd van het vliegwiel en andere draaiende delen terwijl de motor in bedrijf is.
Vergeet niet de motor uit te schakelen wanneer u onderhoudswerken wilt uitvoeren, tenzij anders aangeduid.
Als de eigenaar niet vertrouwd is met het onderhoud van de machine, moet dit werk worden gedaan door een Yamaha-dealer of een andere bekwame mecanicien.
DMK33011
WISSELSTUKKEN
Als wisselstukken vereist zijn, gebruik dan uitsluitend oorspronkelijke Yamaha-onderdelen of gelijkwaardige onderdelen van hetzelfde type en van dezelfde sterkte en materiaaltypes. Elk onderdeel van minderwaardige kwaliteit kan tot slechte werking leiden en het hieruit voortvloeiende controleverlies kan de bediener en zijn passagiers in gevaar brengen.
Originele Yamaha-wisselstukken en -toebehoren zijn verkrijgbaar bij uw Yamaha-dealer.
DMU19441
REINIGINGS- EN INSPECTIESCHEMA
De frequentie van de onderhoudsverrichtingen mag worden aangepast volgens de bedrijfsomstandigheden, maar de volgende tabel geeft algemene richtlijnen. Zie de paragrafen in dit hoofdstuk voor uitleg over elke eigenaarspecifieke actie.
Het merkteken (●) geeft de controles aan die u zelf kunt uitvoeren.
Het merkteken (○) geeft werk aan dat door uw Yamaha-dealer moet worden uitgevoerd.
| Element | Acties | Eerste beurt | Daarna om de | ||
| 10 uur 50 uur (1 maand) (3 maanden) (6 maanden) (1 jaar) | |||||
| Bougie(s) | Reinigen / afstellen / vervangen | ● | ● | ● | |
| Smeerpunten Smeren ● | |||||
| Tandwielolie Verversen ● | ● | ||||
| Brandstofsysteem Inspecteren | ● ● | ● | |||
| Brandstofffilter (wegwerpmodel) | Inspecteren / vervangen | ●/○ | ●/○ | ●/○ | |
| Brandstofffilter (in ingebouwde brandstoftank) | Inspecteren / reinigen | ○ | |||
| Brandstoftank (ingebouwde tank) | Inspecteren / reinigen | ○ | |||
| Vrijlooptoerental (carburatormodellen) | Inspecteren / afstellen | ●/○ | ●/○ | ||
| Anode(s) (externe) | Inspecteren / vervangen | ●/○ | ●/○ | ||
| Anode(s) (interne) | Inspecteren / vervangen | ○ | |||
| Koelwatermantels | Reinigen | ● | ● | ||
| Schroef, splitpen en borgpen | Inspecteren / vervangen | ● | ● | ||
| Gasklepverbinding / gaskabel / gasklepopneemtiming | Inspecteren / afstellen | ○ | |||
| Schakelverbinding / schakelkabel | Inspecteren / afstellen | ○ | |||
| Thermostaat Inspecteren | ○ | ||||
| Waterpomp | Inspecteren | ○ | |||
| Motorkapklem | Inspecteren | ● | |||
OPMERKING:
Bij bedrijf in zout-, troebel of modderig water, moet de motor worden gespoeld met schoon water na elk gebruik.
MK30410
De bougie is een belangrijk motoronderdeel en kan makkelijk worden geïnspecteerd. De toestand van de bougie kan ons iets vertellen over de toestand van de motor. Als het centrale elektrodeporselein bijvoorbeeld heel wit is, kan dit wijzen op een inlaatluchtlek of carburatie-probleem in die cilinder. Probeer zelf geen diagnose van de gevonden problemen te stellen. Breng de buitenboordmotor liever naar een Yamaha-dealer. U moet de bougie regelmatig uithalen en inspecteren, want hitte en neerslag zorgen ervoor dat de bougie langzaam verslijt en aftakelt. Als de elektrode-erosie te groot wordt, of als er te veel koolstof- en andere neerslag is, moet u de bougie vervangen door een nieuwe bougie van het correcte type.
Standaard bougie :
Voor u de bougie aanbrengt, moet u de elektrodespleet meten met een draaddiktemeter; breng de spleet indien nodig overeen met de voorschriften.
Bougiespleet :
Bij het aanbrengen van de bougie moet u het oppervlak van de pakking reinigen en een nieuwe pakking gebruiken. Veeg eventuele vuilafzetting van de schroefdraad en schroef de bougie in tot het correcte draaikoppel.
Bougiedraaikoppel :
Als u niet over een momentsleutel kunt beschikken bij het aanbrengen van de bougie, kunt u het correcte draaikoppel goed inschatten door de bougie 1/4 tot 1/2 slag voorbij handvast aan te draaien. Laat de bougie zo snel mogelijk op het correcte draaikoppel brengen met behulp van een momentsleutel.
⚠ WAARSCHUWING
Bij het uithalen of indraaien van een bougie moet u opletten dat u de isolator niet beschadigt. Een beschadigde isolator kan externe vonken veroorzaken, wat tot ontploffing of brand kan leiden.
| Bougie-identificatiemerkteken | Momentsleutelmaat |
| B*HS (-10)BR*HS (-10) | 21 mm |
①Bougiespleet
②Bougie-identificatiemerkteken (NGK)
NOTA:
Controleer of de bovenkap goed vastzit door er met beide handen op te drukken.
Als de kap niet goed vastzit, laat deze dan herstellen door een Yamaha-dealer.
HMU16350
CONTROLLO DELLA CAPPOTTATURA SUPERIORE
Benzine en benzinedampen zijn uiterst ontvlambaar en explosief. Houd vonken, sigaretten, open vlammen of andere ontstekingsbronnen uit de buurt.
IMK38010
CONTROLLO DELL'IMPIANTO DEL CAR- BURANTE
AVVERTENZA
Controleer of er geen lekken, scheuren of gebreken zitten in de brandstofleiding. Als u enig probleem vindt, moet u dit onmiddellijk laten herstellen door een Yamaha-dealer of een andere bekwame mecanicien.
- Lekken in brandstofsysteemonderdelen
- Lekken in brandstofleiding-koppelstuk
- Scheuren of andere schade aan de brandsto-fleiding
●Lek in de brandstofconnector
Weglekkende brandstof kan brand of ontploffing veroorzaken.
- Controleer regelmatig of er geen brandstoflekken zijn.
- Als u een brandstoflek aantreft, moet u het brandstofsysteem laten herstellen door een bekwame mecanicien.
Gebrekkige herstellingen kunnen de buitenboordmotor onveilig maken.
AVVERTENZA
Benzine is uiterst ontvlambaar en benzine-dampen zijn ontvlambaar en explosief.
- Als u enige vragen hebt over een goede uitvoering van deze procedure, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.
- Voer deze procedure niet uit op een hete of draaiende motor. Laat de motor eerst afkoelen.
- Er zal brandstof aanwezig zijn in de brandstofffilter. Houd vonken, sigaretten, open vlammen of andere ontstekingsbronnen uit de buurt.
- Bij deze procedure zal er enige brandstof gemorst worden. Vang deze op in een doek. Veeg eventueel gemorste brandstof onmiddellijk op.
- Een verkeerde assemblage kan tot een brandstoflek leiden, wat dan weer brand of ontploffingsgevaar kan veroorzaken.
Controleer de brandstofffilter regelmatig.
De brandstofffilter is van het eendelige weg-werptype. Als u vreemde materialen aantreft in de filter, vervang hem dan. Voor vervangfilters kan u best uw Yamaha-dealer raadplegen.
IMK52010
CONTROLLO E SOSTITUZIONE DEL FILTRO DEL CARBURANTE
4/5
AVVERTENZA
- Raak geen elektrische onderdelen aan en verwijder ze ook niet bij het starten of tijdens het motorbedrijf.
- Houd handen, haar en kleding verwijderd van het vliegwiel en andere draaiende delen terwijl de motor in werking is.
- 2-pk-model: beweeg de gashendel niet uit de startstand tijdens het warmdraaien. Aangezien de schroef altijd draait als de motor draait, kan de boot op die manier immers onverwachts in beweging komen en een ongeval veroorzaken.
OPGELET:
Deze procedure moet worden uitgevoerd terwijl de buitenboordmotor met de schroef in het water ligt. Een uitspoelinrichting of testtank kan worden gebruikt.
Voor deze procedure moet een diagnosetoerenteller worden gebruikt. De resultaten kunnen verschillen al naar gelang het testen wordt uitgevoerd met de uitspoelinrichting, in een testtank of met de buitenboordmotor in het water.
1) Start de motor en laat hem volledig warm draaien in neutrale stand tot hij heel gelijkmatig draait.
2-pk-model: Laat de motor warmdraaien met de gashendel in de startstand of in een nog lagere stand. Als de buitenboordmotor op een boot gemonteerd is, dient u ervoor te zorgen dat de boot stevig vastgemeerd ligt.
2) Ga na of het stationair toerental is geregeld op de voorgeschreven waarde. Voor technische gegevens in verband met het stationair toerental, zie "Technische gegevens" in dit hoofdstuk.
HMU19860
CONTROLLO DEL MINIMO
AVVERTENZA
Een correcte controle van het stationair toerental is slechts mogelijk wanneer de motor volledig warm is. Als dat niet het geval is, zult u een hoger toerental meten dan normaal. Als u problemen ondervindt bij het controleren van het stationair toerental, of als het stationair toerental moet worden bijgeregeld, dient u een Yamaha-dealer of een andere gekwalificeerde mecanicien te raadplegen.
NOTA:
1) Controleer of elke massadraad wel behoorlijk is bevestigd.
2) Controleer of elke connector wel stevig is ingestoken.
UITLAATLEK
Start de motor en controleer of er geen uitlaat-lek te merken is via de voegen tussen het uitlaatdeksel, de cilinderkop en het carter.
WATERLEK
Start de motor en controleer of er geen water lekt uit de voegen tussen het uitlaatdeksel, de cilinderkop en het carter.
IMK78010
CONTROLLO DEL CABLAGGIO E DEI CONNETTORI
U kunt ernstige kwetsuren oplopen als de motor per ongeluk start terwijl u zich in de omgeving van de schroef bevindt.
- Voor u de schroef inspecteert, verwijdert of installeert, moet u de bougiekappen van de bougies verwijderen. Zet de schakelhendel ook in neutraal, zet deä hoofdschakelaar in de UIT-stand en verwijder de sleutel, verwijder de snoerschakelaar van de motorstopschakelaar. Zet de accuonderbrekingsschakelaar uit als uw boot hiermee voorzien is.
- Gebruik nooit uw hand om de schroef vast te houden bij het los- of aandraaien van de schroefmoer. Steek een houten blok tussen de anti-cavitatieplaat en de schroef om te voorkomen dat de schroef kan draaien.
2
1) Controleer de schroefbladen op slijtage, erosie door cavitatie of ventilatie of enige andere schade.
2) Controleer of de schuifpen geen slijtage of schadeä heeft opgelopen. De schuifpen is ontworpen om te breken als de schroef een hard obstakel onder water raakt, om de schroef en het aandrijfmechanisme te helpen beschermen. De schroef zal dan vrij op de as draaien. Als dit gebeurt, moet de schuifpen worden vervangen.
3) Controleer of er zich geen vislijnen rond de schroefas hebben gewikkeld. Controleer of de oliedichting van de schroefas geen schade heeft opgelopen.
IML06010*
CONTROLLO DELL'ELICA, DELLA SPINA DI SICUREZZA E DELLA COPPIGLIA
AVVERTENZA
[Hoe de schroef verwijderen]
1) Gebruik de bijgeleverde tang, maak de splitpen recht en trek ze uit.
2) Verwijder de schroef.
3) Verwijder de schuifpen.
[Hoe de schroef installeren]
1) Breng Yamaha-marinevet D (roest werend smeervet) aan op de schroefas.
2) Steek de schuifpen in het gat in de schroefas.
3) Breng de schuifpen in lijn met de groef in de schroefnaaf en schuif de schroef over de schroefas.
4) Breng het gat in de schroef in lijn met de inkeping in de schroefas. Steek een nieuwe splitpen in het gat en buig de uiteinden van de splitpen om.
OPGELET:
Vergeet niet een nieuwe splitpen te gebruiken en de uiteinden goed om te plooien. Doet u dit niet, dan kan de schroef eventueel loskomen tijdens het varen en verloren raken.
OPMERKING:
Op de stuurhendel is een houder voorzien voor reserveäschuif- en splitpennen. Zorg dat u een nieuwe pen in de houder steekt als u de vorige gebruikt hebt.
①Schuifpen
②Schroef
③Splitpen
3/4/5
1) Controleer de schroefbladen op slijtage, erosie door cavitatie of ventilatie of enige andere schade.
2) Controleer of de sleuven niet versleten of beschadigd zijn geraakt.
[Hoe de schroef verwijderen]
1) Gebruik de bijgeleverde tang, maak de splitpen recht en trek ze uit.
2) Verwijder de schroefmoer.
3) Verwijder de schroef.
[Hoe de schroef installeren]
1) Breng Yamaha-marinevet D (roest werend smeervet) aan op de schroefas.
2) Schuif de schroef over de schroefas.
3) Breng de schroefmoer in overeenstemming met het schroefasgat. Steek een nieuwe splitpen in het gat en plooi de uiteinden van die pen om.
OPGELET:
Vergeet niet een nieuwe splitpen te gebruiken en de uiteinden goed om te plooien. Doet u dit niet, dan kan de schroef eventueel loskomen tijdens het varen en verloren raken.
①Drukring
②Schroef
③Tussenring
④Schroefmoer
⑤Splitpen
- Zorg dat de buitenboordmotor stevig is vastgemaakt aan de hekplank of een stabiele staander. U kunt immers ernstige kwetsuren oplopen als de buitenboordmotor op u valt.
- Ga nooit onder de motor staan terwijl hij gekanteld is, zelfs als de kantelsteunhendel of -knop vergrendeld is. Dit kan immers tot ernstige kwetsuren leiden als de buitenboordmotor onverwachts terugvalt.
1) Kantel de buitenboordmotor zodanig dat de olieaftapplug zich zo laag mogelijk bevindt.
2) Plaats een geschikte opvangbak onder de tandwielkast.
3) Verwijder de olieaftapplug ①.
4) Verwijder de oliepeilplug ②om de olie volledig te laten wegvloeien.
OPGELET:
Inspecteer de gebruikte olie nadat ze werd afgetapt. Als de olie melkachtig is, komt er water in de tandwielkast dat schade aan de tandwielen kan veroorzaken. Raadpleeg een Yamaha-dealer voor herstelling van de onderbakdichtingen.
OPMERKING:
Voor het opruimen van de gebruikte olie kunt u uw Yamaha-dealer raadplegen.
HMU01773
SOSTITUZIONE DELL'OLIO DEL CAMBIO
AVVERTENZA
5) Met de buitenboordmotor in verticale stand kunt u de tandwielolie in het gat van de olieaftapplug inspuiten met behulp van een slang of een drukvullingssysteem.
Tandwielolietype en -capaciteit: Zie "Technische gegevens" in dit hoofdstuk.
6) Als de olie uit het oliepeilpluggat begint te stromen, zet u de oliepeilplug weer in en draait hem vast.
7) Zet de olicaftapplug weer in en draai deze vast.
DML22010
DE BRANDSTOFTANK REINIGEN
⚠ WAARSCHUWING
Benzine is uiterst ontvlambaar en benzine-dampen zijn ontvlambaar en explosief.
- Als u enige vragen hebt over een goede uitvoering van deze procedure, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.
- Blijf uit de buurt van vonken, sigaretten, open vlammen of andere ontstekingsbronnen bij het reinigen van de brandstoftank.
- Verwijder de brandstoftank van de boot voor u ze begint te reinigen. Verricht dit werk uitsluitend in open lucht, in een goed verluchte omgeving.
- Veeg eventueel gemorste brandstof onmiddellijk op.
- Hermonteer de brandstoftank heel zorgvuldig. Een slechte montage kan tot een brandstoflek leiden, wat dan weer brand of ontploffingsgevaar kan veroorzaken.
- Ruim oude benzine op volgens de plaatselijke reglementering.
Om de brandstoftank te reinigen :
1) Maak de brandstoftank leeg in een goedgekeurde benzineopvangbak.
2) Giet een kleine hoeveelheid geschikt oplos-middel in de tank. Breng de dop weer aan en schud goed met de tank. Laat het oplos-middel weer volledig weglopen.
1) Verwijder de schroeven die het brandstofmetergeheel op zijn plaats houden. Trek het geheel uit de tank.
2) Reinig de filter (die zich op het uiteinde van de zuigbuis bevindt) in een geschikt reinigingsmiddel. Laat de filter drogen.
3) Vervang de pakking door een nieuw exemplaar. Hermonteer het brandstofmetergeheel en zet de schroeven weer zorgvuldig vast.
DMU14622
DE ANODE(S) INSPECTEREN EN VERVANGEN
De Yamaha-buitenboordmotoren worden tegen roestvorming beschermd door oplosanodes. Controleer de externe anodes regelmatig. Verwijder de aanslag op het anode-oppervlak. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor het vervangen van externe anodes.
OPGELET:
Schilder de anodes niet, want daardoor verliezen ze hun werking.
OPMERKING:
Inspecteer aardingskabels verbonden met externe anodes op hiermee uitgeruste modellen. Raadpleeg een Yamaha-dealer voor inspectie en vervanging van interne anodes verbonden met het motorblok.
1) Controleer of de bouten die de cilinderkop en de motor op hun plaats houden en de bevestigingsmoer van het vliegwiel wel degelijk zijn aangespannen met hun opge- geven draaikoppel.
2) Controleer de draaikoppels van andere bouten en moeren.
IML40010
CONTROLLO DI BULLONI E DADI
De buitenboordmotor reinigen
Na het gebruik moet u de buitenkant van de buitenboordmotor met leidingwater schoonmaken. Spoel het koelsysteem uit met leidingwater.
OPMERKING:
Zie de instructies voor het doorspoelen van het koelsysteem in het hoofdstuk "DE BUITEN-BOORDMOTOR TRANSPORTEREN EN OPBERGEN"
DMU00412
Het geschilderde oppervlak van de motor controleren
Controleer of het motoroppervlak geen krassen of deuken heeft opgelopen en of de verf niet afbladert. Zones met beschadigd verfwerk lopen meer gevaar op roestvorming. Maak deze zones indien nodig schoon en verf ze opnieuw. Een lakstift voor kleine retouches is verkrijgbaar bij uw Yamaha-dealer.
HMU00409
ESTERNO DEL MOTORE
HMU00410
Een schone scheepsromp verbetert de vaarprestaties van de boot.
De bootbodem moet zo veel mogelijk vrij van begroeiing worden gehouden.
Indien nodig kan de bootbodem worden gecoat met een in uw land goedgekeurde vuilafstotende verflaag om begroeiing van het scheepsrompoppervlak te voorkomen.
Gebruik geen vuilafstotende verf die koper of grafiet bevat. Deze verftypes kunnen het roesten van de motor versnellen.
IML44010
Hoofdstuk 5 PROBLEMEN VERHELPEN
PROBLEMEN VERHELPEN ....5-1
TIJDELIJKE ACEITE IN NOODGEVAL....5-5
Impactschade....5-5
Starter wil niet werken 5-6
Behandeling van onderge dompelde motor....5-9
IMN00010
| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| A. De starter werkt niet | Accu zwak of bijna leegAccu-aansluitingen losgeraakt of verroest.Zekering van elektrische starter-stroomkring doorgesmolten.Defecte startercomponentenSchakelhendel staat in versnelling. | Controleer de accutoestand.Gebruik een accu van het aanbev-olen type.Maak de accukabels zorgvuldig vast en maak de accupolen schoon.Zoek de oorzaak van de elektrische overbelasting en herstel die. Vervang de zekering door een nieuw exemplaar van de correcte sterkte.Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.Plaats de hendel in neutraal. |
| B. Motor wil niet starten (starter werkt) | Brandstoftank leegBrandstof vervuild of verschaaldBrandstofffilter verstopt.Verkeerde startprocedure.Defecte brandstofpompBougie(s) vervuild of van het ver-keerde typeBougiekap(pen) verkeerd aange-brachtSlechte aansluitingen of beschadigde ontstekingsdraadDefecte ontstekingsonderdelenMotorstop-snoerschakelaar niet bevestigd.Interne motoronderdelen beschadigd. | Vul de tank met schone, verse brandstof.Vul de tank met schone, verse brandstof.Reinig of vervang de filter.Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door.Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.Inspecteer de bougie(s). Reinig of vervang ze door het aanbevolen type.Controleer dit en plaats de kap(pen) eventueel in de correcte stand.Controleer of de draden geen slij-tage of breuken hebben opgelopen. Zet alle losse aansluitingen weer vast.Vervang versleten of gebroken draden.Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.Bevestig het snoer.Vraag assistentie aan Yamaha-deal-er. |
| C. Stationair motorto-erental onregel-matig of motor valt stil | 1. Bougie(s) vervuild of van het ver-keerde type.2. Brandstofsysteem geblokkeerd.3. Brandstof vervuild of verschaald.4. Brandstofffilter verstopt.5. Defecte ontstekingsonderdelen.6. WAARSCHUWINGssysteem geac-tiveerd.7. Bougiespleet niet correct.8. Slechte aansluitingen of beschadigde ontstekingsdraad9. Aanbevolen motorolie niet gebruikt.10. Thermostaten defect of verstopt.11. Carburatorafstellingen niet correct.12. Brandstofpomp beschadigd.13. Ontluchtingsschroef gesloten.14. Chokeknop is uitgetrokken.15. Motorkantelhoek is te hoog.16. Carburator is verstopt.17. Brandstofleidings-koppelstuk is ver-keerd verbonden.18. Gasklep stelt verkeerd bij19. Accukabel is losgekoppeld | 1. Inspecteer de bougie(s). Maak ze schoon of vervang ze door het aan-bevolen type.2. Controleer of de brandstofleiding niet dichtgeklemd of geplooid zit en of er zich geen andere obstructies in het brandstofsysteem bevinden.3. Vul de tank met schone, verse brandstof.4. Reinig of vervang de filter.5. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.6. Zoek en herstel de oorzaak.7. Inspecteer de bougie en stel de spleet in volgens de specificaties.8. Controleer of de draden geen slij-tage of breuken hebben opgelopen. Zet alle losse aansluitingen weer vast.9. Controleer dit en vervang de olie door het gespecificeerde type.10. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.11. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.12. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.13. Open de ontluchtingsschroef.14. Zet de knop weer dicht.15. Breng de motor weer in de normale bedrijfsstand.16. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.17. Breng de verbinding weer in orde.18. Laat nakijken door Yamaha-dealer19. Stevig aansluiten |
| Probleem Mogelijkke oorzaak Oplossing | ||
| D. Waarschuwings-zoemer weerklinkt of verklikkerlamp gaat aan | 1. Koelstysteem verstopt.2. Motoroliepeil te laag.3. Verkeerd warmtebereik van de bougie.4. Aanbevolen motorolie niet gebruikt.5. Motorolie vervuild of te lang gebruikt.6. Olicfilter verstopt.7. Olietoevoer/injectiepomp defect.8. Lading op de boot slecht verdeeld.9. Waterpomp/thermostaat defect. | 1. Controleer waterinlaat op belemmeringen.2. Vul de olietank bij met aanbevolen motorolie.3. Controleer de toestand van de bougie en vervang deze door een exemplaar van het correcte type.4. Controleer dit en vervang de olie door het aanbevolen type.5. Vervang de olie door verse olie van het aanbevolen type.6. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.7. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.8. Verdeel de lading gelijkmatig over de boot zodat deze vlak in het water ligt.9. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer. |
| E. Motor-vermo-gensverlies | 1. Schroef beschadigd.2. Verkeerde schroefspoel of diameter.3. Verkeerde trimhoek4. Motor op de verkeerde hoogte op de hekplank gemontecerd.5. WAARSCHUWINGssysteem geactiveerd.6. Bootbodem vervuild door begroei-ing.7. Bougie(s) vervuild of van het ver-keerde type.8. Zeewier of andere vreemde materi-alen verstrengeld rond tandwielkast.9. Brandstofsysteem verstopt. | 1. Laat schroef herstellen of vervangen.2. Installeer een schroef van het correcte type om de buitenboordmotor met het aanbevolen toerentalbereik te kunnen gebruiken.3. Stel de trimhoek opnieuw in om een zo doeltreffend mogelijk motorbedrijf te bekomen.4. Laat de motor op de juiste hek-plankhoogte monteren.5. Zoek en herstel de oorzaak.6. Maak de bootbodem schoon.7. Inspecteer de bougie (s). Reinig of vervang ze door het aanbevolen type.8. Verwijder het zeewier en maak de onderkast schoon.9. Controleer of de brandstofleiding niet geplet of geplooid zit en of er geen andere obstructies in het brandstofsysteem zitten. |
| Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing | ||
| E. Motorvermo-gensverlies | 10. Brandstofffilter verstopt.11. Brandstof vervuild of verschaald.12. Slecht afgestelde bougiespleet.13. Slechte verbindingen of beschadigde ontstekingsbedrading14. Defecte ontstekingsonderdelen15. Aanbevolen motorolietype niet gebruikt.16. Thermostaat defect of verstopt.17. Ontluchtingsschroef is gesloten.18. Brandstofpomp beschadigd.19. Brandstofleiding-koppelstuk slecht verbonden20. Verkeerd warmtebereik van de bougie. | 10. Maak de filter schoon of vervang hem.11. Vul de tank met schone, verse brand-stof.12. Inspecteer de bougie en stel de spleet in op de aanbevolen afstand.13. Controleer of de bedrading geen slij-tage of breuken heeft opgelopen.Zet alle losse verbindingen vast.Vervang versleten of gebroken draden.14. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.15. Controleer dit en vervang de olie door het aanbevolen type.16. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.17. Draai de ontluchtingsschroef open.18. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.19. Breng de aansluiting in orde.20. Controleer de toestand van de bougie en vervang deze door een exemplaar van het correcte type. |
| F. Overmatige motor-trilling | 1. Schroef beschadigd.2. Schroefas beschadigd.3. Zeewier of andere vreemde materi-alen rond de schroef verstrengeld.4. Motorbevestigingsbout is los-gekomen.5. Besturingsdraaias is losgekomen of beschadigd. | 1. Laat schroef herstellen of vervangen.2. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.3. Verwijder deze materialen en reinig de schroef.4. Zet de bout weer vast.5. Zet deze vast of vraag assistentie aan Yamaha-dealer. |
De buitenboordmotor kan ernstig beschadigd raken door een aanvaring tijdens varen met of slepen van de boot. De schade kan de boot daarna onveilig om te besturen maken.
Als de buitenboordmotor een voorwerp in het water raakt, volg dan onderstaande procedure.
1) Zet de motor onmiddellijk uit.
2) Ga na of besturingssysteem en alle onderdelen geen schade hebben opgelopen. Onderzoek ook de schade aan de boot.
3) Vaar voorzichtig en langzaam terug naar de haven.
4) Laat een Yamaha-dealer de buitenboord-motor inspecteren voor u hem opnieuw in gebruik neemt.
IMN20010
INTERVENTI TEMPORANEI DI EMERGENZA
HMU01492
DANNI CAUSATI DA URTI
AVVERTENZA
Als het startermechanisme niet wil werken (motor kan niet worden gestart met de starter), dan kan de motor worden gestart met een noodstartsnoer.
⚠ WAARSCHUWING
- Pas deze procedure uitsluitend toe in een noodgeval en uitsluitend om terug te keren naar de haven voor herstellingswerken.
- Als het noodstartsnoer wordt gebruikt om de motor te starten, zal de beschermingsvoorziening tegen starten in versnelling niet werken. Zorg dus dat de schakelhendel in neutraal staat. Doet u dit niet, dan kan de boot onverwachts beginnen bewegen, wat tot een ongeval kan leiden.
-2-pk model : de schroef draait telkens de motor inä bedrijf is. Verplaats de gashendel niet uit de startä-positie tijdens het warmdraaien. Doet u dat wel, dan kan de boot onverwachts beginnen bewegen, wat ongevallen kan veroorzaken. - Controleer of er niemand achter u staat wanneer u aan het startsnoer moet trekken. Het snoer kan immers naar achter vliegen en zo iemand kwetsen.
- Een niet-afgeschermd draaiend vliegwiel is uiterstä gevaarlijk. Houd losse kledij en andere voorwerpen uit de buurt bij het starten van de motor. Gebruik hetä noodstartsnoer uitsluitend volgens de instructies. Raak het vliegwiel of andere bewegen-de onderdelen niet aan terwijl de motor draait. Het startermechanisme op de bovenkap mag u ook niet installeren terwijl de motor al draait.
- Raak de ontstekingsspoel, de hoogspanningsdraad, de bougiekap of andere elektrische componenten niet aan bij het starten of terwijl de motor draait. U kuntä hierdoor immers een elektrische schok oplopen.
IMN30010
LO STARTER NON FUNZIONA
1) Verwijder het bougiekapdeksel door 2 schroeven uit te draaien.
2) Verwijder de stofplaten door 8 schroeven uit te draaien.
3) Verwijder het startmechanisme door 3 bouten los teä draaien.
4) Maak de motor klaar om hem te starten.
Zie het hoofdstuk MOTOR STARTEN
voor de juiste procedure.
5) Om de motor met het noodstartsnoer te starten, moet u het geknoopte uiteinde van het snoer in de inkeping van de vliegwiel-rotor steken en het snoer één of twee slagen rechtsom op het vliegwiel draaien. Geef dan een korte krachtige ruk aan het snoer om de motor te starten. Herhaal deze handeling indien nodig.
2
Procedura
1) Verwijder de bovenkap.
2) Verwijder de starter door de bouten los te schroeven.
3) Maak de motor klaar om hem te starten. Zie het hoofdstuk MOTOR STARTEN voor de juiste procedure. Zorg dat de motor in neutraal staat.
4) Om de motor met het noodstartsnoer te starten, moet u het geknoopte uiteinde van het snoer in de inkeping van de vliegwiel-rotor steken en het snoer meerdere slagen rechtsom op het vliegwiel draaien. Geef dan een korte krachtige ruk aan het snoer om de motor te starten. Herhaal deze handeling indien nodig.
3/4/5
Procedura
Als de buitenboordmotor ondergedompeld raakt, breng hem dan onmiddellijk naar een Yamaha-verdeler. Zo niet kan de roestvorming onmiddellijk inzetten. Als u de buitenboordmotor niet onmiddellijk naar een Yamaha-verdeler kunt brengen, voer dan onderstaande procedure uit om de motorschade tot een minimum te beperken.
1) Spoel modder, zout, zeewier enzovoort af met zoet water.
2) Demonteer de bougies en draai de bougiegaten naar onder om eventueel aanwezig water, modder of bezoedelende stoffen te laten wegvloeien.
3) Tap de brandstof af uit de carburator.
4) Voer sluierolie of motorolie door de carburators en de bougiegaten terwijl u de manuele starter of het noodstartsnoer bedient.
5) Breng de buitenboordmotor zo spoedig mogelijk naar een Yamaha-verdeler.
OPGELET:
Probeer de motor niet in werking te stellen vooraleer deze volledig werd geïnspecteerd.
IMN50011
Behandeling van onderge dompelde motor ..5-9
Benzine....1-5
Benzine bijvullen....3-5
Beveiliging tegen starten in versnelling .....1-6
Bouten en moeren controleren....4-25
Bovenkap controleren....4-11
Bovenkapvergrendelhendel 2-13
Brandstof en motorolie bijvullen....3-5
Brandstofleiding-koppelstuk 2-4
Brandstofmeter....2-4
Brandstofffilter reinigen 4-16
Brandstoffinlter inspecteren en vervangen 4-13
Brandstofkraan 2-9
Brandstofsysteem controleren ....4-12
Brandstoftank 2-4
C
Chokeknop 2-7, 2-8
Controleren van het stationair toerental.....4-14
D
De anode(s) inspecteren en vervangen .....4-25
De bootbodem voorzien van een coating....4-26
De bougie schoonmaken en bijstellen .....4-10
De brandstoftank reinigen 4-24
De buitenboordmotor monteren....3-2
De buitenboordmotor opbergen......4-6
De buitenboordmotor transporteren en opbergen....4-4
De buitenboordmotor trimmen ......3-19
De buitenboordmotor vervoeren....4-4
De motor inlopen....3-8
De motor laten warmdraaien ....3-15
De motor starten 3-10
De motor uitzetten....3-18
De schroef, schuifpen en splitpen controleren....4-20
De trimhoek aanpassen....3-20
G
Het geschilderde oppervlak van de motor controleren....4-26
Hoofdcomponenten 2-1
I
Identificatienummers document .....1-1
Impactschade....5-5
Installatie....3-1
Instructies voor het tanken ....1-4
K
Kantelsteunknop....2-12
M
Mengsel van benzine en olie ....3-5
Montagehoogte....3-3
Motorbuitenkant 4-26
Motorolie....1-5
Motorstop-snoerschakelaar....2-6
Motoruitschakelknop....2-5
0
Omhoog/omlaag kantelen....3-24
Onderhoud en bijregeling 4-8
Ontluchtingsschroef 2-4
P
Problemen verhelpen....5-1
Procedure voorafgaand aan de ingebruikname....3-7
Procedure voor model met stuurboombediening ....3-10
R
Regeling van de besturingswrijving ......2-11
Regeling van de gashendelwrijving......2-10
Reinigings- en inspectieschema....4-9
S
Schakelen 3-16
Schakelhendel 2-5
Schroefkeuze 1-5
Serienummer buitenbordmotor....1-1
Smeren 4-17
Sleutelnummer 1-1
Starter wil niet werken 5-6
Stuurboomhendel 2-8
T
Tandwielolie verversen ....4-23
Tankdop 2-4
Tijdelijke aceite in noodgeval ....5-5
Trimhoekinstellingen en vaargedrag van de boot....3-21
Trimhoekregelstang....2-11
U
Uitlaatlek....4-16
V
Varen in ondiep water 3-22
Varen in troebel water 3-27
Vastklemmen van de buitenboord motor.....3-4
Veiligheidsinformatie....1-2
W
Waterlek 4-16
Werking van bedieningselementen en anderefuncties ....2-4
Wisselstukken 4-8
IMP10010
INDICE
A
Gedrukt op recyclagepapier