YAMAHA

200F (2002) - Buitenboordmotor YAMAHA - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis 200F (2002) YAMAHA in PDF-formaat.

📄 230 pagina's Nederlands NL Downloaden 💬 AI-vraag ⚙️ Specs
Notice YAMAHA 200F (2002) - page 202
Bekijk de handleiding : Deutsch DE Italiano IT Nederlands NL
Kies uw taal en geef uw e-mailadres: we sturen u een specifiek vertaalde versie.
MerkYAMAHA
Model200F (2002)
CategorieBuitenboordmotor
Vermogen200 pk (147 kW)
Aantal cilinders6
Cilinderinhoud2,7 liter
BrandstofsysteemCarburateur
StarttypeElektrische start
KoelingWaterkoeling
OntstekingCDI
TransmissieVooruit/Neutraal/Achteruit
Overbrengingsverhouding2,0:1
SchroefStandaard 3-blad
Gewichtca. 220 kg
Hoogteca. 1,5 m
Breedteca. 0,6 m
Lengteca. 1,0 m
BrandstoftankExtern (aanbevolen 25 l)
Olie2-taktolie (mengsel 50:1)
EmissienormEU 2001
BedieningAfstandsbediening
OnderhoudRegelmatige olieverversing, bougiecontrole

Veelgestelde vragen - 200F (2002) YAMAHA

Welk olie-mengsel heeft de Yamaha 200F buitenboordmotor nodig?
Wat is het gewicht van de motor?
Welke bougies worden aanbevolen?
Hoe vaak moet het oliepeil gecontroleerd worden?
Welke brandstofsoort is voorgeschreven?
Hoe start ik de motor bij koud weer?
Is een inloopperiode vereist?
Hoe reinig ik de motor na gebruik in zout water?
Welke veiligheidsuitrusting is vereist?
Waar vind ik de gebruikershandleiding als PDF?

Gebruikersvragen over 200F (2002) YAMAHA

0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.

Stel een nieuwe vraag over dit apparaat

De e-mail blijft privé: deze wordt alleen gebruikt om u te waarschuwen als iemand op uw vraag reageert.

Nog geen vragen. Stel de eerste vraag.

Download de handleiding voor uw Buitenboordmotor in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 200F (2002) - YAMAHA en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 200F (2002) van het merk YAMAHA.

GEBRUIKSAANWIJZING 200F (2002) YAMAHA

Dank u voor uw keuze van een Yamaha-buitenboordmotor. Deze eigenaarshandleiding bevat informatie die u nodig hebt voor een juiste bediening, een goed onderhoud en de nodige verzorging. Een grondig begrip van deze eenvoudige instructies zal u helpen maximaal plezier te halen uit uw nieuwe Yamaha-buitenboordmotor.

Mocht u nog vragen hebben over de werking of het onderhoud van uw buitenboordmotor, gelieve dan contact op te nemen met een Yamaha-dealer.

In deze eigenaarshandleiding wordt bijzonder belangrijke informatie op de volgende wijze onderscheiden.

YAMAHA 200F (2002) - 1

Het veiligheidsalarmsymbool betekent OPGELET! HET GAAT OM UW VEILIGHEID!

⚠ WAARSCHUWING

Als waarschuwingsinstructies niet in acht worden genomen, kan dit leiden tot ernstige kwetsuren of zelfs de dood tot gevolg hebben voor de machinebediener, en toekijker, of een persoon die de buitenboordmotor inspecteert of herstelt.

OPGELET:

LET OP geeft speciale voorzorgen aan die moeten worden genomen om de schade aan de buitenboordmotor te voorkomen.

OPMERKING:

Een NOTA betreft sleutelinformatie om de procedures gemakkelijker of duidelijker te maken.

* Yamaha streeft naar constante vorderingen in productontwerp en -kwaliteit. Hoewel deze handleiding de nieuwste productinformatie op het ogenblik van het drukken bevat, kunnen er daardoor toch kleine verschillen optreden tussen uw machine en deze handleiding. Mocht u nog enige vragen hebben over deze handleiding, gelieve dan contact op te nemen met uw Yamaha-dealer.

OPMERKING:

De 115CETO, 150AET en het standaardtoebehoren worden gebruikt als basis voor de uitleg en illustraties in deze handleiding. Daarom is het mogelijk dat bepaalde items niet gelden voor ieder model.

DMU01447

115C/130B/L130B/150A/150F L150F/175D/200F/L200F/225D EIGENAARSHANDLEIDING ©2001 door Yamaha Motor Co., Ltd. 1ste editie, Maart 2001 Alle rechten voorbehouden. Elke herdruk of onbevoegd gebruik zonder schriftelijke toelating van de Yamaha Motor Co., Ltd. is uitdrukkelijk verboden. Gedrukt in Japan

HMU01449

AL PROPRIETARIO

Hoofdstuk 1 ALGEMENE INFORMATIE

IMB00010

Het serienummer van de buitenboordmotor is ingestampt op het label aan bakboordzijde van de klembeugel.

Breng het serienummer van uw buitenboordmotor aan in de voorziene vakjes als hulpmiddel voor het later bestellen van wisselstukken bij uw Yamaha-dealer of als referentie in geval uw buitenboordmotor wordt gestolen.

① Serienummer buitenboordmotor

DMU00008

SLEUTELNUMMER

YAMAHA 200F (2002) - SLEUTELNUMMER - 1

Uw sleutelidentificatienummer is ingestampt op uw sleutel zoals aangegeven op de tekening. Noteer dit nummer in de voorziene ruimte als referentie in geval u een nieuwe sleutel mocht nodig hebben.

① Sleutelnummer

HMU00005

- Voor u de buitenboordmotor monteert of in gebruik neemt, moet u deze volledige handleiding doorlezen. Daardoor zou je een goed begrip moeten krijgen van de motor en zijn werking.

- Voor u de boot in gebruik neemt, moet u alle bijgeleverde gebruikers- of eigenaarshandleidingen en alle aangebrachte labels doorlezen. Zorg dat u alles goed begrijpt voor u de boot in gebruik neemt.

- Zorg dat de boot niet te krachtig wordt met deze buitenboordmotor. Dit kan immers tot controleverlies over de boot leiden. Het nominale vermogen van de buitenboordmotor moet gelijk zijn of kleiner dan de nominale vermogenscapaciteit van de boot. Als de nominale vermogenscapaciteit van de boot onbekend is, neem dan contact op met de dealer of de fabrikant van de boot.

- Breng geen wijzigingen aan de buitenboord-motor aan. Wijzigingen kunnen de motor ongeschikt of onveilig maken.

- Bedien de motor nooit na alcohol te hebben gedronken of drugs te hebben ingenomen. Ongeveer 50 % van alle fatale bootongevalen hebben te maken met intoxicatie.

- Zorg dat u voor elke persoon aan boord over een zwemvest beschikt. Het is een goed idee om bij elke boottrip een zwemvest te dragen. Kinderen en niet-zwemmers moeten in ieder geval steeds een zwemvest dragen en iedereen moet zwemvesten dragen wanneer in potentieel gevaarlijke omstandigheden dient te worden gevaren.

- Benzine is uiterst ontvlambaar en de benzine-dampen zijn ontvlambaar en explosief. Behandel en bewaar benzine dan ook met de nodige omzichtigheid. Controleer of er geen gasdampen aanwezig zijn of brandstof weg-lekt voor u de motor start.

HMU00918

YAMAHA 200F (2002) - SLEUTELNUMMER - 2

- Dit product stoot uitlaatgassen uit die koolmonoxide bevatten, wat een kleurloos, geurloos gas is dat hersenschade of de dood kan veroorzaken bij inademing. Enkele typische symptomen zijn misselijkheid, duizeligheid en sufheid. Zorg voor een goede ventilatie in cockpit- en cabinezones. Vermijd blokkering van de uitlaatopeningen.

- Controleer de goede werking van gashendel, schakelhendel en besturing voor u de motor start.

- Bevestig de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats aan uw kleding, of uw arm of been terwijl u de motor bedient. Als u per ongeluk afstand neemt van de stuurboom, zal de snoerschakelaar aan de schakelaar trekken en zo de motor doen stilvallen.

- Zorg dat u de scheepvaartwetten en -reglementen kent van de gebieden waar u gaat varen — en respecteer ze ook.

- Zorg dat u op de hoogte blijft van de weersomstandigheden. Luister naar het weerbericht voor u gaat varen. Vermijd boottochtjes in gevaarlijke weersomstandigheden.

- Vertel aan iemand waar u naar toe gaat : laat een noodplan achter bij een verantwoordelijke persoon. Vergeet niet het noodplan te annuleren bij uw terugkeer.

- Gebruik uw gezond verstand en beoordelingsvermogen voor het varen. Ken uw mogelijkheden en zorg ervoor dat u precies weet hoe uw boot zich gedraagt in de verschillende vaaromstandigheden die u kunt meemaken. Blijf binnen uw limieten en de limieten van uw boot. Vaar steeds aan een veilige snelheid en kijk uit voor obstakels en ander verkeer op het water.

- Controleer steeds zorgvuldig of er geen zwemmers in de buurt zijn als u de motor in werking stelt.

• Blijf uit de buurt van zwemzones.

- Als u een zwemmer in het water bij de boot opmerkt, schakel dan naar neutraal en zet de motor uit.

  • Rook niet tijdens het tanken en blijf uit de buurt van vonken, vlammen of andere ontstekingsbronnen.
  • Zet de motor stil voor u begint te tanken.
  • Verricht het tanken steeds in een goed verluchte zone. Vul de draagbare brandstoftanks buiten de boot bij.
  • Zorg dat u geen benzine morst. Als u benzine morst, veeg die dan onmiddellijk op met droge doeken.
  • Zorg dat u de brandstoftank niet overvult.
  • Schroef de vuldop zorgvuldig vast na het tanken.
  • Als u enige benzine inslikt of een grote hoeveelheid benzinedampen inademt, of benzine in uw ogen krijgt, zoek dan onmiddellijk medische hulp.
  • Als enige benzine op uw huid terecht komt, was deze dan onmiddellijk af met zeep en water. Trek andere kleding aan als u er benzine op gemorst hebt.
  • Hou het vulpistool vast wanneer u het in de vulopening of de vultrechter steekt om elektrostatische vonken te voorkomen.

BENZINE

Aanbevolen benzinetype: Normale benzine

IMB51310

INSTRUZIONI PER IL RIFORNIMENTO DI CARBURANTE

AVVERTENZA

LA BENZINA E I SUOI VAPORI SONO ALTA- MENTE INFIAMMABILI ED ESPLOSIVI!

Als de motor begint te kloppen of pingelen, gebruik dan een ander merk benzine of een betere kwaliteit.

OPGELET:

Gebruik uitsluitend nieuwe zuivere benzine die in zuivere containers is opgeslagen en die niet vervuild is met water of vreemde stoffen.

Als u de aanbevolen motorolie niet kunt bekommen, mag u een andere tweetakt-motorolie met een NMMA-goedgekeurde TC-W3-kwalificatie gebruiken.

HMU01356

OLIO MOTORE

Kies een accu die voldoet aan de volgende specificaties.

Accuvermogen:

115\~200pk

12V, 70\~100AH (252\~360kc)

225pk

12V, 100\~120AH (360\~432kc)

OPGELET:

Gebruik geen accu die niet voldoet aan het gespecificeerde vermogen. Als een andere accu dan die in de specificaties wordt gebruikt, kan het elektrisch systeem slecht presteren of overbelast geraken, wat schade aan het elektrisch systeem kan veroorzaken.

IMB70110

CARATTERISTICHE DELLA BATTERIA

De prestaties van uw buitenboordmotor worden in grote mate beïnvloed door de keuze van de schroef, aangezien een verkeerde schroef de prestaties nadelig kan beïnvloeden en ernstige schade aan de motor kan veroorzaken. Het motortoerental is afhankelijk van het schroefformaat en de lading van de boot. Als het motortoerental te hoog of te laag is voor goede motorprestaties, zal dit een negatief effect hebben op de motor.

Yamaha-buitenboordmotoren zijn uitgerust met schroeven die gekozen werden om goed te presteren over een groot toepassingenbereik, maar er kunnen wel gebruiksomstandigheden voorkomen, waarbij een schroef met een andere spoed geschikter zou zijn. Voor een grotere bedrijfsbelasting is een schroef met een kleinere spoed beter geschikt, omdat deze het mogelijk maakt het juiste motortoerental aan te houden. Anderzijds is een schroef met grotere spoed beter geschikt voor een kleinere bedrijfsbelasting.

HMU01395

SCELTA DELL'ELICA

Yamaha-dealers beschikken over een heel gamma schroeven en kunnen u adviseren en een schroef op uw buitenboordmotor installeren die het best geschikt is voor uw specifieke toepassing.

OPMERKING:

Bij volle gas en bij maximale bootbelasting moet het motortoerental binnen de bovenste helft van het maximale bedrijfsbereik blijven, zoals vermeld in "SPECIFICATIES" op pagina 4-1. Selecteer een bootschroef die aan deze vereiste voldoet.

Bij bedrijfsomstandigheden die het motortoerental laten stijgen tot boven aan bevolen maximum bereik (zoals lichte bootbelastingen), moet u de gashendelinstelling verlagen om het motortoerental in het gepaste bedrijfsbereik te houden.

① Schroefdiameter (in duim)
② Schroefspoed (in duim)
③ Type schroef (schroef-markering)

Zie het hoofdstuk "CONTROLLEREN VAN DE SCHROEF" voor instructies over het demonteren of installeren van de schroef.

Yamaha-buitenboordmotoren die voorzien zijn van het label ① of door Yamaha goedgekeurde afstandsbedieningseenheden zijn uitgerust met beveiligingsinrichting(en) tegen starten in versnelling. Daardoor kan de motor alleen worden gestart als deze in neutraal staat. Zet de hendel steeds eerst in neutraal vooraleer u de motor start.

HMU01208

DISPOSITIVO DI ESCLUSIONE DELL'AVVIAMENTO CON MARCIA INSERITA

kantelbekrachtigingsschakelaar ......2-10

Digitale toerenteller....2-11

Digitale snelheidsmeter 2-13

Kantelsteunhendel 2-16

Bovenkap-vergrendelhendels....2-17

Bovenkapontgrendelhendel 2-17

Oliepeilwaarschuwings/

oliefilterverstopping-waarschuwings.....2-20

COMPONENTI PRINCIPALI ......2-1

③ Anti-cavitatieplaat

④ Trimvlak (anode)

*⑤ Schroef

⑥ Koelwaterinlaat

⑦ Anode

⑧ Klembeugel

⑨ Trim-en kantelbekrachtigingseenheid

*1⑩ Beschermkap-vrijmaakhendel

*2⑪ Kapvergrendel hendel

⑫ Chokeknop

⑬ Bovenkap

⑭ Inspectiegat

*⑮ Afstandsbedieningskast (zijmontage type)

*3⑰ Schakelpaneel (samen met ⑯)

*3⑱ Digitale toerenteller

*⑲ Digitale snelheidsmeter

*⑳ Reserve-olietank

*1. typ met V4-motor

*2. typ met V6-motor

*3. Model met togendraaiing

* Kan een beetje afwijken van de afbeelding; bovendien is het mogelijk dat het niet tot de standaarduitrusting van alle modellen behoort.

HMU01206

COMPONENTI PRINCIPALI

Zowel de schakelhendel als de gashendel worden bediend door de afstandsbedieningshendel. Bovendien bevat dit bedieningselement de elektrische schakelaars.

A Afstandsbedieningskast voor zijmontage
B Afstandsbedieningskast voor kompashuismontage
C Schakelpaneel(Tesamen met B)

① Afstandsbedieningshendel
② Vrijloop-vergrendeltrekker
③ Vrijloop-gashendel
④ Vrije acceleratorknop
⑤ Hoofdschakelaar
⑥ Motorstop-snoerschakelaar
⑦ Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar
⑧ Lage-snelheidswrijvingsregelschroef

IMC20010

FUNZIONAMENTO DEI COMANDI ED ALTRE FUNZIONI

HMU01273

COMANDO A DISTANZA

Door de hendel naar voor te plaatsen vanuit de neutrale stand schakelt u de vooruitversnelling in. Door de hendel naar achter te trekken uit de neutrale stand schakelt u de achteruitversnelling in. De motor blijft stationair draaien tot de hendel ongeveer 35° wordt verplaatst (men voelt een klik). Bij het verder verplaatsen van de hendel gaat de gasklep open en de motor begint te accelereren.

① Neutraal
② Vooruit
③ Achteruit
④ Schakelhende
⑤ Volledig gesloten
⑥ Gashendel
⑦ Volledig open

IMC50010

Om uit neutrale stand te schakelen moet de vrijloop-vergrendeltrekker van de afstandsbedieningshendel eerst worden opgetrokken.

IMC50110

Om de gasklep te openen zonder in vooruit of achteruit te schakelen, moet u de afstandsbedieningshendel in de neutrale stand zetten en de vrijloop-gashendel omhoog trekken.

OPMERKING:

De vrijloop-gashendel werkt slechts wanneer de afstandsbedieningshendel in neutrale stand staat. De afstandsbedieningshendel werkt slechts wanneer de vrijloop-gashendel in de gesloten stand staat.

IMC50210

Leva gas folle

De hoofdschakelaar bedient het ontstekingssysteem; de werking ervan wordt hieronder beschreven.

• UIT

Elektrische stroomkringen uitgeschakeld. (De sleutel kan worden verwijderd.)

• AAN

Elektrische stroomkringen ingeschakeld. (De sleutel kan niet worden verwijderd.)

- START

De startmotor draait en start de motor. (Als de sleutel werd losgelaten, keert deze automatisch terug naar ‘AAN’.)

IMC48110

Als de hoofdschakelaar op "ON" of "START" wordt gezet, zal het chokesysteem worden ingeschakeld om het rijke mengsel toe te voeren dat vereist is om de motor te starten. (Als de sleutel wordt losgelaten, wordt het choke-systeem ook weer automatisch uitgeschakeld).

IMC50310

De vergrendelplaat op het uiteinde van de snoerschakelaar moet aan de motorstopschakelaar worden bevestigd vooraleer de motor wil draaien. Het snoer moet op een veilige plaats aan de kleding, een arm of een been van de bediener worden aangebracht. Mocht de bediener overboord vallen of zich verwijderen van de stuurboom, zal het snoer de vergrendelplaat uittrekken, waardoor de ontsteking naar de motor wordt onderbroken. Dit voorkomt dat de boot ongecontroleerd wegvaart met geopende gasklep.

⚠ WAARSCHUWING

  • Bevestig de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats aan uw kleding, uw arm of been terwijl de motor draait.
  • Bevestig het snoer niet aan kleding die kan losscheuren. Breng het snoer niet zodanig aan dat het verward kan raken, want dan kan het zijn werking verliezen.
  • Voorkom ongewild trekken aan het snoer tijdens normaal motorbedrijf. Een motorvermogensverlies betekent ook een verminderde bestuurbaarheid. Zonder motorvermogen kan de boot ook snel vertragen. Als ze dit niet verwachten kunnen mensen en voorwerpen in de boot naar voor worden geworpen.

OPMERKING:

De motor kan niet worden gestart met verwijderde vergrendelplaat.

IMC28210

Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaars

De trim- en kantelbekrachtiging regelt de motorhoek in relatie tot de hekplank. De trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar bevindt zich op de afstandsbedieningshendelgreep. Afzonderlijke motorschakelaars zijn ook voorzien op het bedieningsdeksel. Wanneer u op de schakelaar UP (omhoog) drukt, wordt de motor opwaarts getrimd en vervolgens opwaarts gekanteld. Wanneer u op de schakelaar DN (omlaag) drukt, wordt de motor neerwaarts getrimd en vervolgens neerwaarts gekanteld. Als u de schakelaarknop loslaat, valt de motor stil in zijn huidige positie.

OPMERKING:

  • Op de dubbele motorbediening bedient de schakelaar op de afstandsbedieningsgreep beide motoren tegelijkertijd.
  • Zie de paragrafen "Instellen van de trimhoek" en "Omhoog/omlaag kantelen" in hoofdstuk 3 van de gebruiksinstructies.

HMU01112

Om de gashendel te openen zonder in vooruit of achteruit te schakelen, moet u de vrije acceleratororknop indrukken en de afstandsbedieningshendel verplaatsen.

OPMERKING:

  • De vrije acceleratorknop kan slechts worden bediend wanneer de afstandsbedieningshen-del in de neutrale stand staat.
  • Na het indrukken van de knop moet de afstandsbedieäningshendel in een hoek van minstens 35° worden geplaatst om de gasklep te beginnen opendraaien.
  • Na het bedienen van de vrije accelerator moet u deä afstandsbedieningshendel weer in de neutrale stand zetten. De vrije accelerator-knop zal automatisch terugkeren naar zijn instelpositie. De afstandsbediening zal dan normaal in vooruit of achteruit schakelen.

① Volledig open
② Volledig gesloten
③ Vrije accelerator

IMC81110

Acceleratore libero

Lage-snelheidswrijvingsregelschroef

Een wrijvingsvoorziening in de afstandsbedieningskast zorgt voor weerstand op de beweging van de afstandsbedieningshendel. Deze weerstand is instelbaar volgens de voorkeur van de bediener. Een regelschroef bevindt zich aan de voorzijde van de afstandsbedieningskast.

Weerstand Schroef
Verhogen Rechtsom draaien
Verlagen Linksom draaien

WAARSCHUWING

Span de wrijvingsregelschroef niet te hard aan. Als er teveel weerstand is, zal de hendel minder beweegbaar zijn, hetgeen ongevallen kan veroorzaken.

DMC42010

CHOKEKNOP

Als u deze knop uittrekt (instelling op AAN) wordt een rijk mengsel toegevoerd dat vereist is voor het starten van de motor.

OPMERKING:

De chokeknop voor het model met afstandsbediening heeft dezelfde functie als de chokeschakelaar op de afstandsbedieningskast.

IMC87011

Moet zo worden geregeld dat de besturingsbediening zowel naar links als naar rechts kan worden gedraaid met dezelfde krachtinspanning.

⚠ WAARSCHUWING

Een verkeerd afgesteld trimvlak kan een moeilijke besturing veroorzaken. Maak steeds een proefvaart nadat het trimvlak werd geïnstalleerd of vervangen om zeker te zijn dat de besturing correct functioneert. Vergeet niet de bout weer stevig aan te spannen na het instellen van het trimvlak.

① Trimvlak
② Bout
③ Kapje

A. Wanneer de boot de neiging vertoont af te drijven naar links (bakboordzijde) :
Draai het achtereind van het trimvlak naar links (bakboordzijde)......
......“A” op de afbeelding.
B. Wanneer de boot de neiging vertoont naar rechts af te drijven (stuurboordzijde) :
Draai het achtereind van het trimvlak naar rechts (stuurboordzijde) ......
......“B” op de afbeelding

OPGELET:

Het trimvlak doet ook dienst als anode om de motor te beschermen tegen elektrochemische corrosie. U mag het trimvlak nooit schilderen want dan kan het niet langer als anode fungeren.

IMD04010

De trim- en kantelbekrachtiging stelt de motorhoek ook in ten opzichte van de hekplank. De trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar bevindt zich op de zijkant van de onderste motorkap. Wanneer u op de schakelaar UP (omhoog) drukt, wordt de motor opwaarts getrimd en vervolgens opwaarts gekanteld. Wanneer u op de schakelaar DN (omlaag) drukt, wordt de motor neerwaarts getrimd en vervolgens neerwaarts gekanteld. Wanneer u de schakelaar loslaat, blijft de motor staan in de positie waarin hij zich op dat ogenblik bevond.

WAARSCHUWING

Gebruik de trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar op de onderste motorkap uitsluitend wanneer de boot volledig stilligt en de motor niet draait. Als u de trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar tracht te gebruiken wanneer de boot vaart kan het risico op overboord vallen vergroten en kan de bestuurder worden afgeleid, waardoor het risico op aanvaring met andere vaartuigen of met hindernissen wordt verhoogd.

OPMERKING:

Zie de hoofdstukken "De trimhoek instellen" en "Omhoog/omlaag kantelen" voor gebruiks-instructies.

HMU01125

INTERRUTTORE POWER TRIM E TILT

Deze meter omvat de toerenteller, de trimmeter, de urenmeter, de oliepeilmeter en de oververhittingsverklikker.

① Toerenteller
② Trimmeter
③ Urenmeter
④ Oliepeilmeter
⑤ Oververhittingsverklikker
⑥ Instelknop
⑦ Modusknop

OPMERKING:

Alle segmenten van het display lichten kort op na het omdraaien van de hoofdschakelaar en keren daarna terug naar hun normale werking.

HMU01614

CONTAGIRI DIGITALE

Deze meter geeft het motortoerental aan.

HMU00136

Contagiri

Deze meter geeft de trimhoek van uw buiten- boordmotor aan.

OPMERKING:

  • Onthoud de trimhoeken die het best functioneren voor uw boot in moeilijke bedrijfsomstandigheden. Stel de gewenste trimhoek in door de trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar te bedienen.
  • Als de trimhoek van uw buitenboordmotor de opgegeven hoek overschrijdt, begint het bovenste segment van het trimmeterdisplay te knipperen.

HMU01109

Deze meter geeft het aantal bedrijfsuren van de motor aan. Deze kan zodanig worden ingesteld dat hij het totale aantal uren of het aantal uren voor de huidige trip aangeeft. Het display kan ook worden aan- en uitgezet.

  • Het displayformaat wijzigen
    Door het indrukken van de MODE-knop ver- andert het displayformaat in de volgende sequentie:
    Totaal aantal uren - Tripuren - Display uit
    • De tripuren terugstellen
    Door gelijktijdig indrukken van de SET- en MODE-knoppen gedurende meer dan 1 seconde terwijl de tripuren worden weergegeven, wordt de tripteller gereset op 0 (nul).

OPMERKING:

Het totale aantal bedrijfsuren van de motor kan niet worden gereset.

HMU01620

Contaore

Deze meter geeft het motoroliepeil aan. Als het motoroliepeil daalt tot onder de benedenlimiet, begint het waarschuwingslampje te knipperen. Zie de hoofdstukken "OLIE BIJVULLEN" en "OLIEPEILWAARSCHUWING" voor meer uitleg hieromtrent.

① Oliepeilmeter

OPGELET:

Laat de motor niet draaien zonder olie. Dit leidt ongetwijfeld tot ernstige motorschade.

HMU00138

Als de motortemperatuur te hoog wordt, zal de verklikker beginnen te knipperen.Zie voor verdere informatie "OVERVERHITTINGS-WAARSCHUWING".

① Oververhittingsverklikker

OPGELET:

Laat de motor niet langer draaien als een verklikker geactiveerd wordt. Raadpleeg indien nodig het hoofdstuk "PROBLEMEN VERHELPEN" in deze handleiding. Raadpleeg uw dealer als u het probleem niet kunt vinden en oplossen.

HMU01553

Deze meter omvat de snelheidsmeter, de brandstofmeter met verklikkerlamp, tripmeter, klok en voltmeter met verklikkerlamp.

① Snelheidsmeter
② Brandstofmeter
③ Tripmeter/klok/voltmeter
④ Verklikker

OPMERKING:

Nadat u de hoofdschakelaar voor het eerst hebt omgedraaid, gaan alle elementen van de meter aan ter controle. Na enkele seconden gaan de meters over op normale werking. Houd de meter in het oog bij het omdraaien van de hoofdschakelaar om zeker te zijn dat alle segmenten aan gaan.

HMU00140

CONTAMIGLIA DIGITALE

Deze meter geeft de bootsnelheid aan.

OPMERKING:

De snelheidsmeter geeft de waarde aan in km/u, mijlen/u of knopen, afhankelijk van de voorkeur van de bediener. Kies de gewenste meeteenheid door de keuzeschakelaar aan de achterkant van de meter erop in te stellen. Zie de illustratie voor de juiste instelling.

① Kap
② Keuzeschakelaar (voor snelheidsmeter)
③ Keuzeschakelaar (voor brandstofmeter)

HMU00141

Deze meter geeft de afstand aan die de boot heeft afgelegd sinds de meter voor het laatst werd teruggesteld. Druk meermaals op de "mode"-knop en laat deze telkens weer los tot de indicator aan de voorzijde van de meter op "TRIP" gericht is. Om de tripmeter weer op nul te stellen, moet u de Set- en Mode-toetsen tegelijk tesamen indrukken.

OPMERKING:

  • De tripafstand wordt in kilometers of mijlen aangegeven afhankelijk van de door de snel-heidsmeter geselecteerde meeteenheid.
  • De tripafstand wordt door de accuvoeding in het geheugen bewaard. De opgeslagen gegevens gaan verloren als de accu wordt losgekoppeld.

HMU01274

Deze meter geeft de tijd aan. Druk meermaals op de “mode”-knop en laat deze telkens weer los tot de indicator aan de voorzijde van de meter op “TIME” staat. Om de klok in te stellen moet u er zich van vergewissen dat de meter in de “TIME”-stand staat. Druk op de “set”-knop; het urendisplay begint te knipperen. Druk op de “mode”-knop tot het gewenste uur wordt aangegeven. Druk nogmaals op de “set”-knop, het minutendisplay begint te knipperen. Druk op de “mode”-knop tot de gewenste minuten worden aangegeven. Druk nogmaals op de “set”-knop om de klok te starten.

OPMERKING:

De klok werkt op accu-voeding. Als u de accu loskoppelt, valt de klok stil. Stel de klok opnieuw in na het aankoppelen van de accu.

HMU01275

Orologio

Het brandstofpeil wordt aangegeven door acht segmenten. Als alle segmenten zichtbaar zijn, is de brandstoftank vol.

OPGELET:

De Yamaha-brandstoftanksensor verschilt van een conventioneel type sensor. Een verkeerde instelling van de keuzeschakelaar op de meter leidt tot een verkeerde meteraanduiding. Raadpleeg uw Yamaha-dealer voor de juiste instelling.

OPMERKING:

De brandstofpeilaanduiding kan worden beïnvloed door de stand van de sensor in de brandstoftank en het gedrag van de boot in het water. Varen met een triminstelling met de boeg omhoog of continu wenden van de boot kunnen verkeerde meteraanduidingen veroorzaken.

HMU00144

Als het brandstofpeil zakt tot één segment ①, begint het brandstofpeilverklikkerlampje te knipperen.

- Accuspanning

Als de accuspanning daalt, wordt het display ② automatisch ingeschakeld en begint te knipperen.

OPGELET:

Laat de motor niet langer draaien als een waarschuwingselement geactiveerd is. Zie het hoofdstuk PROBLEMEN VERHELPEN in deze handleiding. Raadpleeg een Yamaha-dealer als het probleem niet kan worden gevonden en opgelost.

HMU00145

Spie

- Carburante

Om de buitenboordmotor in de omhooggekantelde stand te houden, moet u de kantelsteunhendel aan de klembeugel vastmaken.

IMD60010

LEVA DI SUPPORTO DEL TILT

Om de motorbovenkap af te nemen, moet u de voorste en achterste vergrendelhendels omhoog trekken. Neem vervolgens de kap af. Bij het heraanbrengen van de kap moet u controleren of deze wel goed op de rubberen dichtingsring past. Vergrendel de kap vervolgens opnieuw door de hendels naar onder te duwen.

IMD63210

BOVENKAPONTGRENDELHENDEL typ met V4-motor

De bovenkap kan worden verwijderd door de kapontgrendelhendel te bedienen.

Als u aan de vooraan gemonteerde hendel trekt wordt de bovenkap ontgrendeld zodat u ze kunt afnemen.

Voor het heraanbrengen van de bovenkap.

1) Plaats de bovenkap recht op de motor, waarbij u er moet op letten dat er geen bougiekabels of andere bedrading tussen geklemd raakt.

2) Breng de drie kaphaken in lijn met de grendels op de onderkap.

3) Druk de bovenkap vooraan en aan beide zijden achteraan naar onder tot de drie sloten vastklikken.

4) Om zeker te zijn dat de kap goed vergren- deld is, moet u er aan alle kanten tegen duwen. Als ze daardoor omhoog komt, her- haal dan stap 3.

IMD64010

Controleer dat de kapvergrendeling-verbindingskabel correct functioneert voor u de bovenkap weer aanbrengt.

  • Als u de ontgrendelhendel bedient, moeten de voorste en achterste kaphaken tegelijkertijd loskomen. Als dit niet gebeurt, stel de kabelregelaar dan bij voor de achterklemmen.
  • Vergewis er u van dat de kabel goed functioneert en roestvrij is.
  • Controleer of de kabel wel goed in de houder zit.
  • Bij het heraanbrengen van de kap moet u nagaan of de voorste en achterste grendels goed gefunctioneerd hebben.

Als de kap niet correct vergrendeld is, kunnen sommige onderdelen beschadigd raken door het schudden van de motorkap tijdens het motorbedrijf.

ATTENZIONE:

Als de kap niet wil ontgrendelen

Als de kap vergrendeld blijft bij het bedienen van deä hendel, kan de kabel beschadigd of slecht afgeregeld zijn.

1) Trek aan de kapontgrendelhendel ① om het voorste slot te ontgrendelen.
2) Trek aan de noodkapontgrendeldraad ② die uit het gat aan de zijkant van het voorgeboord gat in de onderkap steekt om de achterste grendel aan bakboordzijde te ont-grendelen.
3) Til de bovenkap aan bakboordzijde omhoog om de noodkapontgrendeldraad ③ aan bakboordzijde van de onderkap uit te trekken.
4) Trek aan de noodkapontgrendeldraad ③ om de achterste grendel aan stuurboordzijde te ontgrendelen.

OPGELET:

Zorg dat het probleem met de kapvergren- deling hersteld is voor u de kap weer aan- brengt.

Laat de motor niet verder draaien als het waarschuwingssysteem geactiveerd is. Raadpleeg uw Yamaha-dealer als het probleem niet kan worden gevonden en opgelost.

DMD82310

OVERVERHITTINGS- WAARSCHUWING

Deze motor is voorzien van een oververhittingswaarschuwingsvoorziening.

Als de motortemperatuur te hoog wordt, wordt het waarschuwingssysteem geactiveerd.

  1. Het motortoerental wordt beperkt tot ongeveer 2.000 toeren/min. om de motor te helpen beschermen.
  2. De zoemer op de afstandsbedieningskast/schakelpaneel weerklinkt.

OPMERKING:

In geval van aandrijving met twee motoren: als het oververhittingswaarschuwingssysteem van één motor in werking treedt, vertraagt deze en de zoemer weerklinkt. Dit zorgt ervoor dat de andere motor ook vertraagt en dat de zoemer daarvan ook weerklinkt. Voor de andere motor kan het waarschuwingssysteem worden uitgeschakeld door de afstandsbedieningshendel in neutrale stand te zetten.

Als het waarschuwingssysteem geactiveerd is, moet u de motor stilleggen en controleren of de waterinlaat niet verstopt zit.

IMD80010

Deze motor heeft een oliepeilwaarschuwings- systeem.

Als het oliepeil tot onder de onderlimiet zakt, wordt de waarschuwingsvoorziening geactiveerd.

  1. Het motortoerental daalt automatisch om de motor te helpen beschermen.
  2. Het lampje op de onderkap of op het instrument gaat aan. Bij modellen met afstandsbediening weerklinkt ook de zoemer.

Als het waarschuwingssysteem geactiveerd is, zet de motor dan uit en zoek de oorzaak van de waarschuwing.

OPMERKING:

De waarschuwing voor oliefilterverstopping is gelijkwaardig aan de waarschuwingen voor laag oliepeil en oververhitting. Voor een vlot verhelpen van het probleem is het aan te raden eerst de oververhitting van de motor na te gaan, vervolgens het oliepeil en tenslotte de verstopping van de oliefilter.

① Oliefilter

IMD84310

SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO

De verschillende functies van het oliepeilsysteem zien er als volgt uit:

Oliepeilmeter(digitale tachometer)Oliepeilmeter(analoge tachometer)MotorolietankOlietank op afstandOpmerkingen
YAMAHA 200F (2002) - SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO - 1GroenYAMAHA 200F (2002) - SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO - 2Meer dan 300 cm3YAMAHA 200F (2002) - SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO - 3Meer dan 1.500 cm3YAMAHA 200F (2002) - SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO - 4·Hoeft niet te wor-den bijgevuld.
YAMAHA 200F (2002) - SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO - 5GeelYAMAHA 200F (2002) - SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO - 6Meer dan 300 cm3[2ZD8]1.500 cm3 of minder[DSDT]·Voeg olie toe, zie bijvullen van de olie.
YAMAHA 200F (2002) - SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO - 7Rood GroenYAMAHA 200F (2002) - SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO - 8300 cm3 of minderYAMAHA 200F (2002) - SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO - 9Meer dan 1.500 cm3YAMAHA 200F (2002) - SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO - 10·Controleer of oliefilter niet ver-stopt zit.·Controleer de accukabelaansluiting.·De zoemer weer-klinkt.·Het motortoeren-tal wordt automa-tisch verminderd tot ongeveer 2.000 tpm.
YAMAHA 200F (2002) - SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO - 11RoodYAMAHA 200F (2002) - SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO - 12300 cm3 of minderYAMAHA 200F (2002) - SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO - 131.500 cm3 of minderYAMAHA 200F (2002) - SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO - 14·Er werd geen olie toegevoegd.·De zoemer weer-klinkt.·Het motortoeren-tal wordt automa-tisch verminderd tot ongeveer 2.000 tpm.·Zie volgende pag.

YAMAHA 200F (2002) - SISTEMA DI SEGNALAZIONE DEL LIVEL- LO DELL'OLIO/SISTEMA DI SEGNALA- ZIONE DI INTASAMENTO DEL FILTRO DELL'OLIO - 15

HMU00200**

Rood segment verschijnt op oliepeilindicator Als het oliepeil te laag zakt, verschijnt het rode segment op de oliepeilindicator, de zoemer weerklinkt en het motortoerental wordt beperkt tot ongeveer 2.000 toeren/min. Als dit gebeurt, kan een reservehoeveelheid olie van de olietank op afstand naar de motorolietank worden gepompt.

⚠ WAARSCHUWING

Vergeet niet de motor uit te schakelen voor u deze procedure uitvoert.

1) Neem de bovenkap af.
2) Zet de hoofdschakelaar in de 'AAN'-stand.
3) Kantel de noodschakelaar omhoog om extra olie van de olietank op afstand naar de motorolietank te pompen.

OPMERKING:

De inhoud van de reserveolietank bedraagt maximum 1.500 cm ^3 .

4) Na bediening van de noodschakelaar moet u de hoofdschakelaar uitzetten en vervolgens weer aanzetten. Hierdoor wordt het waarschuwingssysteem teruggesteld voor normale werking. Het gele segment verschijnt tegelijkertijd op de oliepeilindicator.
5) Start de motor en keer terug naar de dichtstbijzijnde haven om olie bij te vullen.

  • Als de noodschakelaar te lang ingeschakeld wordt gehouden, wordt teveel olie naar de motortank gepompt, waardoor deze overstroomt. Laat de schakelaar los wanneer de olie het bovenniveau van de motorolietank bereikt.
  • De olietoevoerpomp werkt niet als de motor meer dan 35° gekanteld is. Plaats de motor in rechte stand voor u de noodschakelaar bedient.
  • Gebruik deze noodprocedure slechts als de oliepeilwaarschuwingslampjes geïnstalleerd zijn en ook functioneren.

ATTENZIONE:

Hoofdstuk 3 BEDIENING

De buitenboordmotor monteren....3-2

BRANDSTOF EN MOTOROLIE

BIJVULLEN 3-4

Brandstof bijtanken 3-4

Olie bijvullen....3-4

Mengsel van benzine en olie....3-6

PROCEDURE VOORAFGAAND

AAN DE INGEBRUIKNAME....3-8

Gebruik na een lange opslagperiode......3-9

De trimhoek aanpassen....3-21

TWEE-MOTORENINSTALLATIE/

EEN-MOTORBEDRIJF....3-23

OMHOOG/OMLAAGKANTELEN......3-24

ANDERE

VAAROMSTANDIGHEDEN....3-26

Verkeerde motorhoogte of belemmeringen voor een gelijkmatige waterstroming (zoals het ontwerp of de toestand van de boot of het toebehoren zoals hekladders/dieptezoekers) kunnen opspuitend water veroorzaken terwijl de boot vaart.

Ernstige motorschade kan optreden wan- neer de motor continu wordt gebruikt met opspuitende waterstraal.

OPMERKING:

Tijdens de watertesten moet u het drijfvermogen van de boot controleren in rusttoestand, met maximale belasting. Controleer of het statisch waterpeil op de uitlaatbehuizing voldoende laag is om te voorkomen dat water binnendringt in het motorblok, wanneer het water stijgt door de golven terwijl de motor niet draait.

IMF10010

INSTALLAZIONE

ATTENZIONE:

Verkeerde montage van de buitenboordmotor kan gevaarlijke situaties opleveren zoals een slechte bestuurbaarheid, controleverlies of brandgevaar. Neem volgende punten in acht:

  • De in dit hoofdstuk vermelde informatie dient uitsluitend als referentie. Het is niet mogelijk volledige instructies te geven voor elke mogelijke boot/motorcombinatie. Een goede montage is gedeeltelijk afhankelijk van ervaring en de specifieke boot/motorcombinatie.
  • Uw dealer of een andere ervaren persoon in dit werk moet de motor voor u monteren. Als u de motor zelf wilt monteren, moet u daarvoor door een ervaren persoon worden opgeleid. [permanent gemonteerde type]
  • Uw dealer of een andere persoon met ervaring in een goede montage van buitenboordmotoren moet u tonen hoe de motor te monteren. [draagbaar type]

Monteer de buitenboordmotor op de middellijn (kiellijn) van de boot en zorg ervoor dat de boot zelf goed is uitgebalanceerd. Zo niet zal de boot moeilijk te besturen zijn. Voor boten zonder kiel of voor asymmetrische boten kunt u best uw dealer raadplegen.

① Middellijn (Kiellijn)

IMF12210

COME MONTARE IL MOTORE FUORIBORDO

AVVERTENZA

Een te groot motorvermogen kan de boot heel onstabiel maken. Installeer geen buitenboordmotor met meer vermogen dan het voorziene maximumvermogen op de capaciteitsplaat van de boot. Als de boot geen capaciteitsplaat heeft, raadpleeg dan de bootfabrikant.

DMU01299

Montagehoogte

Om uw boot zo efficiënt mogelijk te maken, moet de waterweerstand van de boot en de buitenboordmotor zo klein mogelijk worden gemaakt. De montagehoogte van de buitenboordmotor heeft een grote invloed op de waterweerstand. Als de montagehoogte te groot is, treedt gemakkelijk cavitatie op, waardoor de voortstuwing wordt verminderd; en als de schroefpunten door de lucht snijden, zal het motortoerental abnormaal stijgen en oververhitting van de motor veroorzaken. Als de montagehoogte te laag is, zal de waterweerstand verhogen en alzo het motorrendement verminderen. Monteer de motor zodanig dat de anti-cavitatieplaat in lijn staat met de bodem van de boot.

OPMERKING:

- De optimale montagehoogte van de buitenboordmotor wordt beïnvloed door de boot/motor-combinatie. Testvaarten met verschillende hoogten kunnen de optimale montagehoogte helpen bepalen.

- Zie het hoofdstuk "TRIMMEN VAN BUITENBOORDMOTOR" voor instructies over het instellen van de trimhoek van de buitenboordmotor.

AVVERTENZA

1) Verwijder de tankdop.
2) Vul de brandstof zorgvuldig bij.
3) Draai de vuldop goed vast na het tanken. Veeg eventueel gemorste brandstof onmiddellijk op.

DMF33210

OLIE BIJVULLEN

(voor een model met Autolube-systeem)

Deze motor maakt gebruik van het YAMAHA AUTOLUBE-SYSTEEM, dat een superieure smering biedt door de correcte olieverhouding te waarborgen in alle bedrijfsomstandigheden. De brandstof hoeft niet vooraf te worden gemengd (behalve tijdens de inloopperiode). Giet de benzine gewoon in de brandstoftank en de olie in de olietank.

Handige indicatorsegmenten geven het oliepeil aan. Raadpleeg hiervoor het oliewaarschuwingssysteem.

Om de motorolie bij te vullen in de motorolie-tank, gaat u als volgt te werk.

WAARSCHUWING

Giet geen benzine in de olietank. Dit kan immers brand of explosie veroorzaken.

Inhoud motorolietank : zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, Pag. 4-1.

HMU00186

Bij gebruik van een olietank op afstand :

Giet olie in de olietank op afstand en draai de hoofdschakelaar naar 'AAN', waarna het YAMAHA AUTOLUBE-SYSTEEM de olie automatisch van de olietank op afstand naar de motorolietank in de bovenkap voert.

Draai de hoofdschakelaar na het bijvullen naar 'UIT'. Start vervolgens de motor. Als u dit niet doet, kan het oliepeil-waarschuwingssysteem het klimmen van het motortoerental verhinderen.

OPGELET:

Wanneer de motor voor het eerst in gebruik wordt genomen of voor langere tijd wordt opgeslagen, moet minimum 5 liter olie in de op afstand geplaatste olietank worden gehouden. Zoniet, zal de kamer van de olievoedingspomp niet met olie worden gevuld en zal geen olie worden toegevoerd.

① Motorolie
② Benzine
2) Meng de brandstof dan grondig door de tank te schudden.
3) Controleer of de olie goed vermengd is met de benzine.

OPGELET:

  • Gebruik nooit olie van een ander dan het aangeduide type.
  • Gebruik een grondig vermengd brandstofoliemengsel.
  • Als het mengsel niet grondig gemengd is, of als deä mengverhouding verkeerd is, kunnen de volgende problemen optreden:

●Lage olieverhouding:

Een oliegebrek kan ernstige motorschade veroorzaken, zoals vastlopen van de zuiger.

●Hoge olieverhouding:

Te veel olie kan vervuilde bougies, een rokerige uitlaat en zware koolstofafzetting veroorzaken.

HMU00201

Bij gebruik van een permanent geïnstalleerde tank moet u de olie geleidelijk ingieten naarge- lang benzine wordt bijgevuld in de tank.

NOTA:

Als enig element bij de controle voorafgaand aan de ingebruikname niet behoorlijk functioneert, moet u het laten inspecteren en herstellen voor u de buitenboordmotor in gebruik neemt. Zonder deze voorzorgsmaatregelen kan zich een ongeval voordoen.

Brandstof

Controleer het brandstofpeil om zeker te zijn dat u voldoende brandstof hebt voor uw trip. Controleer of er geen brandstoflekken zijn en of er enige rook ontsnapt.

Vergewis er u van dat de brandstofslang niet plat gedrukt of geplooid wordt door voorwerpen in de boot en dat er zich geen scherpe voorwerpen in de omgeving bevinden.

Olie

Controleer het oliepeil om zeker te zijn dat u voldoende olie hebt voor uw trip.

Bedieningselementen

Controleer de goede werking van gashendel, schakelhendel en besturing voor u de motor start.

De bedieningselementen moeten vlot werken, zonder te klemmen of abnormaal veel speling. Controleer of er geen losse of beschadigde aan-sluitingen zijn.

Controleer de werking van de starter en de stopschakelaars als de buitenboordmotor in het water ligt.

Motor

Controleer de motor en de motorbevestiging. Controleer of er geen losse of beschadigde bevestigingselementen zijn. Controleer de schroef op schade.

OPGELET:

Start de motor niet terwijl hij uit het water hangt. Dit kan immers oververhitting en ernstige motorschade veroorzaken.

IMF40110

PROCEDURA PRELIMINARE

AVVERTENZA

(voor model met Autolube-systeem)

Als u de motor na een lange periode (12 maanden) opslag weer in gebruik neemt, ga dan als volgt te werk :

1) Gebruik een 50/1 brandstof-oliemengsel om de motor te starten.
2) Start de motor. Laat hem stationair draaien.

⚠ WAARSCHUWING

  • Raak geen elektrische onderdelen aan en verwijder ze ook niet bij het starten of tijdens het motorbedrijf.
  • Houd handen, haar en kleding verwijderd van het vliegwiel en andere draaiende onderdelen terwijl de motor draait.
    3) Controleer of de olie door de olieleidingen stroomt. Nadat de eventueel aanwezige lucht in de olieleidingen werd uitgedreven, moet het YAMAHA-AUTOLUBE-SYS-TEEM de olie normaal toevoeren. Als na 10 minuten stationair draaien nog geen olie is beginnen stromen, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.

OPGELET:

Als u de motor na een lange opslagperiode in gebruik neemt, vergeet dan niet de bovenstaande stappen één na één uit te voeren; zoniet zou de motor wel eens kunnen vastlopen.

IMF45010

Uw nieuwe motor vereist een inloopperiode om de in contact komende oppervlakken van bewegende onderdelen gelijkmatig te laten afslijten. Een correcte inloopperiode helpt er voor zorgen dat u over goede prestaties en een langere levensduur kunt beschikken.

OPGELET:

  • Als u de inloopprocedure niet respecteert, kan dit tot een kortere levensduur of ernstige schade aan de motor leiden.
  • Voorgemengde brandstof moet worden gebruikt tijdens de inloopperiode naast de olie in het YAMAHA-AUTOLUBE-SYS-TEEM.

Inloopperiode : 10 uren

Inloop-voormengverhouding (voor voormengmodel): Benzine/Motorolie = 25 : 1 Zie “Benzine- en oliemengsel”.

Inloop-voormengverhouding (voor model met Autolube-systeem): Benzine/Motorolie = 50 : 1

DMU00225

Benzine/motoroliemenschema

Mengverhouding50:1
Benzine1 L 12L 14 L 24 L
Motorolie0,02 L 0,24 L 0,28 L0,48 L

HMU00223

RODAGGIO DEL MOTORE

Zorg dat u de benzine en de olie goed mengt, zoniet kan schade aan uw buitenboordmotor ontstaan.

DMU00230

Laat de motor onder belasting draaien (aangesloten op de schroef van een boot) met inachtneming van het volgende schema.

1) Eerste 10 minuten:

Laat de motor aan het laagst mogelijke toerental draaien. Een snel stationair toerental in neutrale stand is het best.

2) De volgende 50 minuten:

Ga niet hoger dan half-geopende gashendel (ongeveer 3.000 toeren/min.). Varieer het motortoerental af en toe. Als u een makkelijk scherende boot hebt, zet de gashendel dan volledig open tot u de plané-positie bereikt, en verlaag het toerental dan onmiddellijk terug tot 3.000 toeren/min. of minder.

3) Tweede uur:

Trek voluit op tot plané-positie, verlaag het motortoerental dan tot driekwart-geopende gashendel (ongeveer 4.000 toeren/min). Varieer het motortoerental af en toe. Zet de gasklep gedurende één minuut volledig open en laat de motor dan weer ongeveer 10 minuten bij driekwart-geopende gashendel of minder draaien om hem enigszins te laten afkoelen.

4) Derde tot het tiende uur:

Laat de motor niet meer dan 5 minuten na elkaar met volle gas draaien. Laat de motor tussen twee periodes van volle gas enigszins afkoelen. Varieer het motortoerental af en toe.

ATTENZIONE:

5) Na de eerste tien uren kunt u de motor nor- maal gebruiken. Gebruik de standaard voormengverhouding benzine/olie. (Zie "Benzine- en oliemengsel".)

Model met Autolube-systeem

5) Na de eerste tien uren kunt u de motor normaal laten werken. Gebruik gewone benzine in de brandstoftank; het YAMAHA-AUTOLUBE-SYSTEEM zorgt voor een goede smering bij normaal bedrijf.

  • Voor u de motor start, moet u nagaan of hij stevig is aangemeerd en dat u veilig kunt wegvaren zonder enige obstakels te moeten vermijden. Controleer of er geen zwemmers in het water liggen in de omgeving van de schroef.
  • Als de ontluchtingsschroef wordt losgedraaid, komen benzinedampen vrij. Benzine is uiterst ontvlambaar en de dampen ervan zijn ontvlambaar en explosief. Rook niet en blijf uit de buurt van open vlammen en vonken terwijl u de ontluchtingsschroef losdraait.
  • Dit product stoot uitlaatgassen uit die koolmonoxide bevatten, wat een kleurloos, geurloos gas is dat hersenschade of de dood kan veroorzaken bij inademing. Enkele typische symptomen zijn misselijkheid, duizeligheid en sufheid. Zorg voor een goede ventilatie in cockpit- en cabinezones. Vermijd blokkering van de uitlaatopeningen.

1) Als er een ontluchtingsschroef op de tankdop is voorzien, draai deze dan 2 tot 3 slagen los.
2) Als een brandstofleiding-koppelstuk of een brandstofkraan voorzien is op de boot, sluit de brandstofleiding dan stevig aan op dit koppelstuk of open de brandstofkraan.
3) Knijp in de voorinspuitpeer met de uitlaat-opening naar boven tot u deze stevig voelt worden.

AVVERTENZA

4) Plaats de schakelhendel in de neutrale stand.

OPMERKING: ____

Met de beveiliging tegen starten in versnelling kan de motor slechts worden gestart als hij in neutraal staat.

HMU00248

PROCEDURA PER IL MODELLO CON COMANDO A DISTANZA

4) Mettere la leva del comando a distanza in folle (Neutral).

NOTA:

5) Maak de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats vast aan de kleding, uw arm of been. Installeer de vergrendelplaat aan het andere uiteinde van het snoer vervolgens op de motorstopschakelaar.

WAARSCHUWING

  • Maak de motorstop-snoerschakelaar op een veilige plaats vast aan uw kleding, uw arm of been tijdens het motorbedrijf.
  • Maak het snoer niet vast aan kleding die kan losscheuren. Zorg dat het snoer niet verstrikt kan geraken, want dit zou de werking ervan kunnen belemmeren.
  • Voorkom ongewenst trekken aan het snoer tijdens het normale motorbedrijf. Een verlies van motorvermogen betekent ook dat de controle over de besturing grotendeels verloren gaat. Zonder motorvermogen kan de boot ook snel vertragen. Daardoor kunnen mensen en voorwerpen in de boot onverwachts naar voor worden geworpen.

6) Zet de hoofdschakelaar op 'AAN'.

OPMERKING:

Bij bedrijf met twee buitenboordmotoren, zal de zoemer enkele seconden weerklinken en dan automatisch uitschakelen bij het aanzetten van de hoofdschakelaar. Als één van beide motoren stilvalt, zal de zoemer weer in werking treden.

Model met elektrische starter

7) Zet de gashendel zonder te schakelen een stukje open met de vrijloopgashendel of vrije-acceleratiehendel.

Zet de gashendel weer in de uitgangsstand nadat de motor gestart is.

OPMERKING:

De rotatiehoek van de vrijloopgashendel of van de vrije-acceleratiehendel moet worden bepaald volgens de motortemperatuur. (Als de motor koud is, moet u de hendel een stukje verder verdraaien).

HMU00252

8) Druk de hoofdschakelaar in en houd hem in deze stand om het chokesysttem op afstand in te schakelen (De chokeschakelaar op afstand keert terug naar zijn uitgangsstand als u de schakelaar loslaat. Daarom moet u de schakelaar ingedrukt houden).

OPMERKING:

  • U hoeft de choke niet te gebruiken bij warmemotor.
  • Zet de chokeknop in de uitgangsstand, zo niet zal het chokesysteem op afstand niet werken.
    9) Zet de hoofdschakelaar op 'START' en houd hem maximum 5 seconden in die stand.
    10) Als de motor start, moet u de hoofdschakelaar onmiddellijk loslaten zodat deze kan terugkeren naar de 'AAN'-stand.

OPGELET:

  • Zet de hoofdschakelaar niet op 'START' terwijl de motor draait.
  • Laat de startmotor niet meer dan 5 seconden draaien met de hoofdschakelaar in de 'START'-stand. Als de motor niet binnen vijf seconden start, zet de hoofdschakelaar dan weer op 'AAN', wacht 10 seconden en start de motor dan opnieuw. (Als u de startmotor meer dan 5 seconden continu laat draaien, kan de starter beschadigd raken. De accu zal ook snel uitgeput raken, waardoor de motor nog moeilijker te starten is.)
  1. Voor u wegvaart, moet u de motor in vrij-loop-toerental gedurende 3 minuten laten warmdraaien. (Als u dit niet doet, zal dit de levensduur van de motor verkorten.)
  2. Controleer of er wel een constante waterstroom uit de koelwater-uitstroomopening komt.

OPGELET:

Een continue waterstroom uit het uitstroomgat geeft aan dat de waterpomp water via de koelingsdoorgangen pompt. Als er niet constant water uit de uitstroomopening stroomt terwijl de motor draait, zet de motor dan uit om oververhitting en ernstige motorschade te voorkomen. Zet de motor uit en controleer of de waterinlaat in de onderkap niet geblokkeerd is. Als het probleem niet kan worden opgespoord en verholpen, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.

IMG00010

RISCALDAMENTO DEL MOTORE

Voor u de schakelhendel bedient, moet u nagaan dat er zich geen zwemmers of hinderpalen in het water bevinden in de omgeving van de boot.

OPGELET:

Om de schakelpositie van vooruit naar achteruit of omgekeerd te veranderen, moet u de gashendel eerst dichtdraaien zodat de motor stationair draait (of met laag toerental draait).

VOORUIT:

Trek de vrijloop-vergrendeltrekker (indien voorzien) omhoog en plaats de afstandsbedieningshendel snel en kordaat van neutrale stand in vooruit.

ACHTERUIT:

Trek de vrijloop-vergrendeltrekker (indien voorzien) omhoog en plaats de afstandsbedieningshendel snel en kordaat van de neutrale stand in achteruit.

WAARSCHUWING

In achteruit is het aan te raden heel traag te varen. Zet de gashendel niet meer dan half-open. Zoniet kan de boot onstabiel worden, waardoor u de controle over de besturing kunt verliezen en een ongeval veroorzaken.

IMG20310*

COME INNESTARE LE MARCE

AVVERTENZA

Laat hem eerst enkele minuten in vrijloopstand of bij laag toerental afkoelen. Het is niet aan te raden de motor onmiddellijk na bedrijf bij hoge toerentallen uit te zetten.

IMG38010

COME ARRESTARE IL MOTORE

1) Zet de hoofdschakelaar op UIT.

OPMERKING:

De motor kan ook worden uitgezet door aan het snoer van de motorstopschakelaar te trekken (en de hoofdschakelaar vervolgens op UIT te zetten).

IMG41511

2) Draai deze dan aan na het uitzetten van de motor als een ontluchtingsschroef op de tankdop voorzien is.
3) Haal de sleutel uit het contact als u van plan bent de boot enige tijd onbewaakt achter te laten.

De trimhoek van de buitenboordmotor helpt de positie van de boeg van de boot in het water bepalen. De correcte trimhoek helpt de prestaties en het brandstofverbruik verbeteren en zorgt tegelijk voor minder belasting van de motor. De correcte trimhoek is afhankelijk van de combinatie van boot, motor en schroef. Een correcte trim wordt ook beïnvloed door variabelen zoals de lading in de boot, de zeetoestand en de vaarsnelheid.

WAARSCHUWING

Teveel trim voor de gebruiksomstandigheden (hetzij opwaartse hetzij neerwaartse trim) kan ervoor zorgen dat de boot onstabiel en moeilijk bestuurbaar wordt. Dat verhoogt het risico op ongevallen. Wanneer de boot onstabiel aanvoelt of moeilijk bestuurbaar wordt, dient u onmiddellijk te vertragen en/of de trimhoek bij te regelen.

OPMERKING:

Zie het hoofdstuk "DE TRIMHOEK AAN-PASSEN" voor de gebruiksinstructies.

① Trimhoek

HMU01412

COME METTERE IN ASSETTO IL MOTORE FUORIBORDO

Model met trim-en kantelbekrachtiging

⚠ WAARSCHUWING

  • Zorg dat niemand in de onmiddellijke omgeving van de buitenboordmotor staat bij het veranderen van de trim/kantelhoek en let ook op dat geen lichaamsdelen geklemd raken tussen de aandrijfeenheid en de klembeugel.
  • Wees voorzichtig wanneer u een trimpositie voor het eerst uitprobeert. Verhoog de snelheid geleidelijk en let op voor enige tekenen van instabiliteit of controleproblemen.
  • Gebruik de trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar die zich op de motoronderkap bevindt (indien voorzien) uitsluitend als de boot volledig stil ligt met de motor uitgezet.

De trimhoek van de buitenboordmotor kan worden geregeld met behulp van de trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar ①.

Om de boeg te doen stijgen ("trim-out") drukt u op de schakelaar UP (omhoog).

Om de boeg te doen dalen ("trim-in") drukt u op de schakelaar DN (omlaag).

Ga proefvaren met verschillende trimhoeken om de positie te vinden die het best werkt voor uw boot en vaaromstandigheden.

OPMERKING:

Om de trimhoek in te stellen terwijl de boot vaart, gebruikt u de trim- en kantelbekrachtingsschakelaar op de afstandsbediening of op de stuurboomhendel, als de boot daarmee is uitgerust.

Als de boot zich op vlak water bevindt, zal een opwaartse boegneiging leiden tot minder waterweerstand, een grotere stabiliteit en een grotere doeltreffendheid. Dit wordt in het algemeen bereikt wanneer de kiellijn van de boot ongeveer 3 tot 5° omhoog staat. Bij buitenwaartse trim kan de boot meer neiging hebben om van de ene naar de andere kant te sturen. Compenseer dit in de besturing. Het trimvlak kan ook worden aangepast om dit effect te helpen compenseren.

Te veel buitenwaartse trim brengt de boeg van de boot te hoog in het water. De prestaties en het brandstofverbruik worden negatief beïnvloed omdat de scheepsromp tegen het water duwt en er daardoor meer luchtweerstand ontstaat.

Te veel opwaartse trim kan ertoe leiden dat de schroef gaat ventileren, waardoor de prestaties nogmaals worden beïnvloed. Als een boot te veel buitenwaarts getrimd is, kan hij springen in het water, waardoor bestuurder en passagiers overboord kunnen worden gegooid.

DMU00283

Boeg omlaag

Wanneer de boeg van de boot omlaag staat, is het makkelijker om van een staande start te accelereren naar over het water scheren.

Te veel binnenwaartse trim doet de boot ‘ploegen’ door het water, waardoor het brandstofverbruik de hoogte ingaat en de snelheid nog moeilijk kan worden verhoogd.

Varen met te veel binnenwaartse trim bij hoge snelheden maakt de boot ook onstabiel. De weerstand aan de boeg wordt sterk verhoogd, waardoor er meer gevaar ontstaat voor “boegbesturing” en het varen moeilijk en gevaarlijk wordt.

HMU00282

Prua alta

Bij gebruik van slechts één van de motoren in een noodgeval, moet u ervoor zorgen de ongebruikte motor omhooggekanteld te houden en de andere motor met laag toerental te laten draaien.

OPGELET:

Als de boot wordt gebruikt met één nietdraaiende motor in het water, dan kan er water in de uitlaatpijp terecht komen door de golfslag, wat motorpech tot gevolg kan hebben.

OPMERKING:

Als u met trage snelheid manoeuvreert, zoals bij een aanlegsteiger, is het aan te raden beide motoren te laten draaien met één motor in neutrale stand.

Als de motor die u gebruikt dan stilvalt, kunt u onmiddellijk overschakelen op de andere motor.

IMH40011

IMPIANTO CON DOPPIO MOTORE/NAVIGAZIONE CON MOTORE UNICO

Als de motor voor enige tijd wordt stilgelegd of als de boot wordt aangemeerd in ondiep water, moet de motor worden omhoog gekanteld om de schroef en de behuizing te beschermen tegen beschadiging door aanvaringen met obstakels en ook om de zoutinwerking te beperken.

OPGELET:

Voor u de motor kantelt, moet u de procedures onder de titel "MOTOR UITZETTEN" uitvoeren. Kantel de motor nooit terwijl hij draait. Dit kan immers ernstige schade door oververhitting veroorzaken.

⚠ WAARSCHUWING

Zorg ervoor dat alle mensen uit de buurt blijven van de buitenboordmotor bij het aanpassen van de kantelhoek, en let ook op dat u geen enkel lichaamsdeel tussen de aandrijfeenheid en de motorbracket klemt.

⚠ WAARSCHUWING

Weglekkende brandstof zorgt voor brandgevaar. Maak de brandstofleiding los van de motor of sluit de brandstofkraan wanneer de motor meer dan enkele minuten omhoog gekanteld moet blijven. Doet u dit niet, dan kan er eventueel brandstof weglekken. (Als het brandstofleiding-koppelstuk voorzien is op de motor).

DMU01201

PROCEDURE VOOR OMHOOG KANTELEN VAN DE MOTOR Vermogens-trim en kantel model

1) Als de boot voorzien is van een koppelstuk voor brandstofleiding of brandstofkraan, maak de brandstofleiding dan los of sluit de brandstofkraan.

HMU01200

COME SOLLEVARE E ABBASSARE IL MOTORE

2) Duw de trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar omhoog tot de buitenboordmotor volledig omhoog gekanteld is.
3) Draai de kantelsteunhendel naar u toe en ondersteun de motor.

⚠ WAARSCHUWING

Na het kantelen van de motor mag u niet vergeten deze te ondersteunen met de kantelsteunhendel. Als u dit niet doet, kan de motor plots terug naar onder vallen als de olie in de trim- en kantelbekrachtigingseenheid haar druk zou verliezen.

4) Zodra de motor ondersteund is met de kantelsteunhendel, moet u de trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar naar ONDER duwen om de trimstangen in te trekken.

OPGELET:

Vergeet niet de trimstangen volledig in te trekken tijdens het aanmeren van de boot. Dit beschermt de stangen tegen begroeiing en corrosie die het trim- en kantelbekrachtigingsmechanisme kunnen beschadigen.

1) Om de motor te laten zakken, moet u de trimen kantelbekrachtigingsschakelaar OMHOOG duwen tot de motor ondersteund wordt door de kantelstang.
2) Ontgrendel de kantelsteunhendel.
3) Duw de trim- en kantelbekrachtiägingsschakelaar vervolgens naar ONDER om de motor tot de gewenste stand te laten zakken.

HMU00303

Na het varen in zout water moet u de koelwaterdoorgangen uitspoelen met leidingwater om te voorkomen dat ze verstopt raken door zoutophoping.

OPMERKING:

Zie de uitspoelinstructies voor het koelsysteem in het hoofdstuk VERVOEREN EN OPSLAAN VAN DE BUITENBOORDMO-TOR.

VAREN IN TROEBEL WATER

Het is ten zeerste aan te bevelen de optionele verchroomde waterpompkit te installeren als de buitenboordmotor in troebel (modderig) water moet worden gebruikt.

IMH60010

Hoofdstuk 4 ONDERHOUD

De buitenboordmotor vervoeren......4-7

De buitenboordmotor opbergen .....4-8

ONDERHOUD EN BIJREGELING.....4-11

Reinigings- en inspectieschema......4-11

Wisselstukken....4-12

De bougie schoonmaken en bijstellen.....4-12

Brandstofsysteem controleren....4-14

Brandstofffilter reinigen....4-15

Stationair toerental bijregelen......4-16

De watervergaarbak onder de motorolietank controleren....4-17

Een zekering vervangen....4-18

Bedrading en connectoren controleren....4-18

Uitlaatlek 4-18

Waterlek 4-18

Smeren....4-19

Het trim-en kantelbekrachtigingssysteem controleren....4-20

De schroef controleren....4-21

Tandwielolie verversen....4-23

Anodes inspecteren en vervangen......4-24

De accu controleren....4-25

Bouten en moeren controleren....4-29

Motorbuitenkant 4-29

De bootbodem voorzien van een coating ....4-29

SPECIFICHE....4-1

COME TRASPORTARE E RIPORRE IL MOTORE FUORIBORDO....4-7

Model ElementEenheid115CETO
AFMETINGEN
●Totale lengte mm●Totale hoogte L/X mm●Totale breedte mm●Hekplankhoogte L/X mm●Gewicht L/X kg8081.472/1.599582516/642167/171
PRESTATIES
●Bedrijfsbereik bij volle gas toeren/min.●Maximum vermogen kW●Stationair toerental toeren/min.4.500 ~ 5.50084,6 bij 5.000 toeren/min.700~800
MOTOR
●TypeAantal cilindersCilinderinhoud cmBoring · slag mm●Ontstekingssysteem●Bougie NGKBougiekap mm●Besturingssysteem●Startsysteem●Accuvermogen V-AH●Alternatorvermogen●Startcarburatiesysteem3V-Amp2-takt, 90°V41.73090,0 · 68,0C.D.I.-systeemBR8HS-100,9~1,0AfstandsbedieningElektrische starter12-70 (252)~100 (360)12-20Chokeklep-startsysteem
AANDRIJFEENHEID
●VersnellingspositiesOverbrengingsverhouding●Trim/Kantelsysteem●SchroefmarkeringVooruit - Neutraal - Achteruit2,00 (26/13)Trim- en kantelbekrachtigingK
BRANDSTOF EN OLIE
●BrandstofInhoud brandstoftank●Aanbevolen motorolieliterNormale benzine—YAMALUBE TWEETAKT MOTOROLEVOOR SCHEEPVAART of eengelljkwaardige olie met TC-W3-kwalificatievoor buitenboordmotoren
Inhoud motorolietankliterAfstandsbediening: 10,5Motor: 0,9YAMAHAZELFSMEREND SYSTEEM
Brandstof/olieverhouding●Aanbevolen tandwielkastolieInhoud tandwielkastcm3Tandwielkast-olie (SAE 90)760
DRAAIKOPPELS
●Bougie●SchroefmoerN·mN·m2555
130BETO L130BETO150AET
8081.472/1.599582516/642167/171808—/1.599582—/642—/1718281.577/1.703600516/642178/182
5.000~6.00095,6 bij 5.500 toeren/min.700~8005.000~6.00095,6 bij 5.500 toeren/min.700~8004.500~5.500110,3 bij 5.000 toeren/min.675~725
2-takt, 90°V41.73090,0·68,0C.D.I.-systeemBR9HS-100,9~1,0AfstandsbedieningElektrische starter12-70 (252)~100 (360)12-20Chokeklep-startsysteem2-takt, 90°V41.73090,0·68,0C.D.I.-systeemBR9HS-100,9~1,0AfstandsbedieningElektrische starter12-70 (252)~100 (360)12-20Chokeklep-startsysteem2-takt, 90°V62.59690,0·68,0C.D.I.-systeemBR7HS-100,9~1,0AfstandsbedieningElektrische starter12-70 (252)~100 (360)12-25Chokeklep-startsysteem
Vooruit - Neutraal - Achteruit2,00 (26/13)Trim- en kantelbekrachtigingKVooruit - Neutraal - Achteruit2,00 (26/13)Trim- en kantelbekrachtigingKLVooruit - Neutraal - Achteruit1,86 (26/14)Trim-en kantelbekrachtigingM
Normale benzine—YAMALUBE TWEETAKT MOTOROLEVOOR SCHEEPVAART of cengelljkwaardige olie met TC-W3-kwalificatievoor buitenboordmotorenAfstandsbediening: 10,5Motor: 0,9YAMAHAZELFSMEREND SYSTEEMTandwielkast-olie (SAE 90)760Normale benzine—YAMALUBE TWEETAKT MOTOROLEVOOR SCHEEPVAART of cengelljkwaardige olie met TC-W3-kwalificatievoor buitenboordmotorenAfstandsbediening: 10,5Motor: 0,9YAMAHAZELFSMEREND SYSTEEMTandwielkast-olie (SAE 90)715Normale benzine—YAMALUBE TWEETAKT MOTOROLEVOOR SCHEEPVAART of cengelljkwaardige olie met TC-W3-kwalificatie voor buitenboordmotorenAfstandsbediening: —Motor: 0,950 : 1Tandwielkast-olie (SAE 90)980
255525552555

YAMAHA 200F (2002) - COME TRASPORTARE E RIPORRE IL MOTORE FUORIBORDO....4-7 - 1

TECHNISCHE GEGEVENS

Model ElementEenheid150FETO
AFMETINGEN
●Totale lengte mm●Totale hoogte L/X mm●Totale breedte mm●Hekplankhoogte L/X mm●Gewicht L/X kg8231.615/1.742577516/642194/198
PRESTATIES
●Bedrijfsbereik bij volle gas toeren/min.●Maximum vermogen kW●Stationair toerental toeren/min.4.500 ~ 5.500110,3 bij 5.000 toeren/min.675~725
MOTOR
●TypeAantal cilindersCilinderinhoud cmBoring · slag mm●Ontstekingssysteem●Bougie NGKBougiekap mm●Besturingssysteem●Startsysteem●Accuvermogen V-AH●Alternatorvermogen●Startcarburatiesysteem3V-Amp2-takt, 90°V62.59690,0 · 68,0C.D.I.-systeemBR7HS-100,9~1,0AfstandsbedieningElektrische starter12-70 (252)~100 (360)12-25Chokeklep-startsysteem
AANDRIJFEENHEID
●VersnellingspositiesOverbrengingsverhouding●Trim/Kantelsysteem●SchroefmarkeringVooruit - Neutraal - Achteruit1,86 (26/14)Trim-en kantelbekrachtigingM
BRANDSTOF EN OLIE
●BrandstofInhoud brandstoftank●Aanbevolen motorolieliterNormale benzine—YAMALUBE TWEETAKT MOTOROLEVOOR SCHEEPVAART of eengelljkwaardige olie met TC-W3-kwalificatievoor buitenboordmotoren
Inhoud motorolietankliterAfstandsbediening: 10,5Motor: 0,9YAMAHA ZELFSMEREND SYSTEEMTandwielkast-olie (SAE 90)980
Brandstof/olieverhouding●Aanbevolen tandwielkastolieInhoud tandwielkastcm3
DRAAIKOPPELS
●Bougie●SchroefmoerN·mN·m2555
L150FETO 175DETO200FETO
8231.615/1.742577516/642196/2008231.615/1.742577516/642194/1988231.615/1.742577516/642194/198
4.500 ~ 5.500111,3 bij 5.000 toeren/min.675~7254.500 ~ 5.500128,7 bij 5.000 toeren/min.675~7254.500 ~ 5.500147,1 bij 5.000 toeren/min.675~725
2-takt, 90°V62.59690,0 · 68,0C.D.I.-systeem (Microcompter)BR7HS-100,9~1,0AfstandsbedieningElektrische starter12-70 (252)~100 (360)12-25Chokeklep-startsystem2-takt, 90°V62.59690,0 · 68,0C.D.I.-systeem (Microcompter)BR8HS-100,9~1,0AfstandsbedieningElektrische starter12-70 (252)~100 (360)12-25Chokeklep-startsystem2-takt, 90°V62.59690,0 · 68,0C.D.I.-systeem (Microcompter)BR8HS-100,9-1,0AfstandsbedieningElektrische starter12-70 (252)~100 (360)12-25Chokeklep-startsystem
Vooruit - Neutraal - Achteruit1,86 (26/14)Trim- en kantelbekrachtigingMLVooruit - Neutraal - Achteruit1,86 (26/14)Trim- en kantelbekrachtigingMVooruit - Neutraal - Achteruit1,86 (26/14)Trim- en kantelbekrachtigingM
Normale benzine—YAMALUBE TWEETAKT MOTOROLEVOOR SCHEEPVAART of eengelljkwaardige olie met TC-W3-kwalificatievoor buitenboordmotorenAfstandsbediening: 10,5Motor: 0,9YAMAHAZELFSMEREND SYSTEEMTandwielkast-olie (SAE 90)870Normale benzine—YAMALUBE TWEETAKT MOTOROLEVOOR SCHEEPVAART of eengelljkwaardige olie met TC-W3-kwalificatievoor buitenboordmotorenAfstandsbediening: 10,5Motor: 0,9YAMAHAZELFSMEREND SYSTEEMTandwielkast-olie (SAE 90)980Normale benzine—YAMALUBE TWEETAKT MOTOROLEVOOR SCHEEPVAART of eengelljkwaardige olie met TC-W3-kwalificatievoor buitenboordmotorenAfstandsbediening: 10,5Motor: 0,9YAMAHAZELFSMEREND SYSTEEMTandwielkast-olie (SAE 90)980
255525552555

YAMAHA 200F (2002) - COME TRASPORTARE E RIPORRE IL MOTORE FUORIBORDO....4-7 - 2

TECHNISCHE GEGEVENS

Model ElementEenheid L200FETO
AFMETINGEN
●Totale lengte mm●Totale hoogte L/X mm●Totale breedte mm●Hekplankhoogte L/X mm●Gewicht L/X kg8231.615/1.742577516/642196/200
PRESTATIES
●Bedrijfsbereik bij volle gas toeren/min.●Maximum vermogen kW●Stationair toerental toeren/min.4.500 ~ 5.500147,1 bij 5.000 toeren/min.675~725
MOTOR
●TypeAantal cilindersCilinderinhoud cmBoring · slag mm●Ontstekingssysteem●Bougie NGKBougiekap mm●Besturingssysteem●Startsysteem●Accuvermogen●Alternatorvermogen●Startcarburatiesysteem3V-AHV-Amp2-takt, 90°V62.59690,0 · 68,0C.D.I.-systeem (Microcompter)BR8HS-100,9~1,0AfstandsbedieningElektrische starter12-70 (252)~100 (360)12-25Chokeklep-startsysteem
AANDRIJFEENHEID
●VersnellingspositiesOverbrengingsverhouding●Trim/Kantelsysteem●SchroefmarkeringVooruit - Neutraal - Achteruit1,86 (26/14)Trim-en kantelbekrachtigingML
BRANDSTOF EN OLIE
●BrandstofInhoud brandstoftank●Aanbevolen motorolieliterNormale benzine—YAMALUBE TWEETAKT MOTOROLEVOOR SCHEEPVAART of eengelljkwaardige olie met TC-W3-kwalificatievoor buitenboordmotoren
Inhoud motorolietankliterAfstandsbediening: 10,5Motor: 0,9YAMAHA ZELFSMEREND SYSTEEMTandwielkast-olie (SAE 90)870
Brandstof/olieverhouding●Aanbevolen tandwielkastolieInhoud tandwielkastcm3
DRAAIKOPPELS
●Bougie●SchroefmoerN·mN·m2555
225DETO
8231.61/1.742577516/642194/198
5.000 ~ 6.000165,5 bij 5.500 toeren/min.675~725
2-takt, 90°V62.59690,0 · 68,0C.D.I.-systeem (Microcompter)BR8HS-100,9~1,0AfstandsbedieningElektrische starter12-100 (360)~120 (432)12-25Chokeklep-startsysteem
Vooruit - Neutraal - Achteruit1,86 (26/14)Trim- en kantelbekrachtigingM
Normale benzine—YAMALUBE TWEETAKT MOTOROLEVOOR SCHEEPVAART of eengelljkwaardige olie met TC-W3-kwalificatievoor buitenboordmotorenAfstandsbediening: 10,5Motor: 0,9YAMAHAZELFSMEREND SYSTEEMTandwielkast-olie (SAE 90)980
2555

SPECIFICHE

De motor moet worden vervoerd en opgeborgen in de normale bedrijfspositie. Als de vrije hoogte ten opzichte van het wegdek in deze stand onvoldoende is, vervoer de motor dan in de omhoog gekantelde stand en breng daartoe een motorsteunelement zoals een hekbalkbeschermstang aan.

OPGELET:

Gebruik nooit de kantelsteunhendel/knop bij het verplaatsen van de boot. De buitenboordmotor kan door het schudden losraken van de kantelsteun en naar beneden vallen. Als de motor niet kan worden vervoerd in de naar onder gekantelde stand, gebruik dan een bijkomend steunelement om hem in de omhoog gekantelde stand vast te zetten.

WAARSCHUWING

  • Begeef u nooit onder de motor terwijl deze omhoog gekanteld is, zelfs als een motors- teunstang is aangebracht. U kunt immers ernstige kwetsuren oplopen als de buiten- boordmotor onverwachts naar onder valt.
  • WEES UITERST VOORZICHTIG bij het vervoeren van de brandstoftank, ongeacht of deze in de boot of de wagen staat.
    VUL de brandstoftank NOOIT tot de rand.
    Benzine zet sterk uit bij opwarming en kan druk veroorzaken in de brandstof-tank. Hierdoor kan brandstof weglekken en zo brandgevaar opleveren.

IMK20010

COME TRASPORTARE E RIPORRE IL MOTORE FUORIBORDO

COME TRASPORTARE IL MOTORE FUORIBORDO

Om de buitenboordmotor op te bergen, moet u volgende procedure volgen :

1) Spoel de koelwaterdoorgang uit met leidingwater (zie 'Koelsysteem uitspoelen') en was de motor af (zie 'BUITENKANT MOTOR').
2) Maak de brandstofleiding-koppelstukken los van de motor, indien voorzien.
3) Laat de motor stationair draaien tot de carburator is leeggedraaid.
4) Laat het water volledig uit de buitenboord-motor lopen en maak de motor grondig schoon.
5) Verwijder de bougie, giet een theelepeltje schone motorolie in de cilinder en breng de bougie weer aan.

OPGELET:

-Plaats de motor niet op zijn zijkant voor het koelwater volledig is weggelopen, zoniet kan water in de cilinder terechtkomen via de uitlaatopening en problemen veroorzaken.
- Bewaar de motor op een droge, goed verluchte plaats, niet in direct zonlicht.

IMK23110

COME RIPORRE IL MOTORE FUORIBORDO

Koelsysteem uitspoelen

⚠ WAARSCHUWING

  • Raak geen elektrische onderdelen aan en neem ze ook niet weg bij het starten of tijdens het bedrijf van de motor.
  • Houd handen, haar en kleding verwijderd van het vliegwiel en andere draaiende delen terwijl de motor in bedrijf is.

Bevestig de uitspoelkoppeling (optie) in de juiste stand op de onderkap van de motor, zodat de rubberen kappen de waterinlaatopening afdekken. De aansluiting van dit element moet aan de voorkant van de onderkap gebeuren. Sluit een tuinslang aan tussen de uitspoelinrichting en de waterkraan. Zet de schakelhendel vervolgens in NEUTRAAL en start de motor terwijl u water toevoert, en laat hem dan gedurende enkele minuten met laag toerental draaien.

OPGELET:

Laat de motor nooit, zelfs niet even, draaien zonder stromend koelwater. Zoniet zal ofwel de waterpomp beschadigd raken of de motor zal oververhitten. Voor u de motor start moet u de uitspoelinrichting installeren en water toevoeren.

WAARSCHUWING

Voor u de uitspoelinrichting gebruikt moet u de schroef demonteren. Houd iedereen en uzelf uit de buurt van de schroefas.

Accu-elektrolyt is giftig en gevaarlijk en kan ernstige brandwonden en dergelijke veroorzaken. Het bevat zwavelzuur. Vermijd contact met de huid, ogen of de kleding.

Tegengift :

UITWENDIG: spoel met water.

INWENDIG: drink grote hoeveelheden water of melk. Neem vervolgens melk of magnesium, geklopte eieren of plantaardige olie in. Roep onmiddellijk een dokter ter hulp.

OGEN: spoel gedurende 15 min. met water en vraag daarna onmiddellijk medische hulp.

Accu's produceren explosieve gassen : houd vonken, vlammen, sigaretten enz. ervan verwijderd. Zorg voor de nodige verluchting bij het opladen of gebruiken van de accu in een gesloten ruimte. Draag steeds oogbescherming bij het werken in de omgeving van accu's.

HOUD ACCU'S BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN.

OPMERKING:

Accu's variëren afhankelijk van de fabrikant. Bijgevolg kunnen de onderstaande procedures in sommige gevallen niet van toepassing zijn. Raadpleeg de instructies van uw accu-fabrikant.

1) Koppel de accu los en haal hem uit de boot. Koppel de zwarte negatiefdraad steeds eerst los om kortsluitingsgevaar te voorkomen.

2) Maak de accu-behuizing en -polen schoon. Vul elke accu-cel tot het bovenniveau met gedistilleerd water.

3) Bewaar de accu op een vlakke plaats in een koele, droge, goed verluchte ruimte buiten het bereik van direct zonlicht.

4) Controleer één keer per maand de zuurdichtheid van het elektrolyt en laadt de accu bij volgens de vereisten om de levensduur ervan te verlengen.

IMK29010

Uso della batteria

AVVERTENZA

Vergeet niet de motor uit te schakelen wanneer u onderhoudswerken wilt uitvoeren, tenzij anders aangeduid.

Als de eigenaar niet vertrouwd is met het onderhoud van de machine, moet dit werk worden gedaan door een Yamaha-dealer of een andere bekwame mecanicien.

REINIGINGS- EN INSPECTIESCHEMA

De frequentie van de onderhoudsverrichtingen mag worden aangepast volgens de bedrijfsomstandigheden, maar de volgende tabel geeft algemene richtlijnen.

Het merkteken (•) geeft de controles aan die u zelf kunt uitvoeren.

Het merkteken (○) geeft werk aan dat door uw Yamaha-dealer moet worden uitgevoerd.

Element\IntervalEerste beurt Daarna om deZie pag.
10 u50 u (3 m.)100 u (6 m.)200 u (1 j.)
CarburatorReinigen
Brandstoftank Reinigen
Brandstofffilter Reinigen4-15
Brandstofsysteem Inspectie4-14
Gasklepverbinding Inspectie/bijregeling
Koelwaterdoorgang Reinigen4-9
Stationair toerental Inspectie/bijregeling4-16
BougieReinigen/bijregelen/vervangen4-12
Olietankwaterafvoer Reinigen4-17
Oliepomp Inspectie/bijregeling
Trim- en kantelbekrachtigingssysteem *1Inspectie4-20
Bedrading en connectorInspectie/heraansluiten4-18
Uitlaatlek Inspectie4-18
Waterlek Inspectie4-18
Smeerpunten Smeren4-19
Tandwielolie Verversen4-23
Bouten en moeren Heraanspannen4-29
Motorkapklem Inspectie
AnodeInspectie4-24
Schroef Inspectie4-21
Buitenkant motor Inspectie4-29
AccuInspectie●(elke maand)4-25

*1....Modell mit trim- en kantelbekrachtiging/Model met kantelbekrachtiging

OPMERKING:

Koelwaterdoorgangen

Bij bedrijf in zout-, troebel of modderig water, moet de motor worden gespoeld met schoon water na elk gebruik.

Als wisselstukken vereist zijn, gebruik dan uitsluitend oorspronkelijke Yamaha-onderdelen of gelijkwaardige onderdelen van hetzelfde type en van dezelfde sterkte en materiaaltypes. Elk onderdeel van minderwaardige kwaliteit kan tot slechte werking leiden en het hieruit voortvloeiende controleverlies kan de bediener en zijn passagiers in gevaar brengen.

Originele Yamaha-wisselstukken en -toebehoren zijn verkrijgbaar bij uw Yamaha-dealer.

DMU01202

DE BOUGIE SCHOONMAKEN EN BIJSTELLEN

WAARSCHUWING

Bij het uithalen of indraaien van een bougie moet u opletten dat u de isolator niet beschadigt. Een beschadigde isolator kan externe vonken veroorzaken, wat tot ontploffing of brand kan leiden.

De bougie is een belangrijk motoronderdeel en kan makkelijk worden geïnspecteerd. De toestand van de bougie kan ons iets vertellen over de toestand van de motor. Als het centrale elektrodeporselein bijvoorbeeld heel wit is, kan dit wijzen op een inlaatluchtlek of carburatie-probleem in die cilinder. Probeer zelf geen diagnose van de gevonden problemen te stellen. Breng de buitenboordmotor liever naar een Yamaha-dealer. U moet de bougie regelmatig uithalen en inspecteren, want hitte en neerslag zorgen ervoor dat de bougie langzaam verslijt en aftakelt. Als de elektrode-erosie te groot wordt, of als er te veel koolstof- en andere neerslag is, moet u de bougie vervangen door een nieuwe bougie van het correcte type.

IMK33011

RICAMBI

Voor u de bougie aanbrengt, moet u de elektrodespleet meten met een draaddiktemeter; breng de spleet indien nodig overeen met de voorschriften.

Bougiespleet : Zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, pag. 4-1.

Bij het aanbrengen van de bougie moet u het oppervlak van de pakking reinigen en een nieuwe pakking gebruiken. Veeg eventuele vuilafzetting van de schroefdraad en schroef de bougie in tot het correcte draaikoppel.

Bougiedraaikoppel : Zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, pag. 4-1.

OPMERKING:

Als u niet over een momentsleutel kunt beschikken bij het aanbrengen van de bougie, kunt u het correcte draaikoppel goed inschatten door de bougie 1/4 tot 1/2 slag voorbij handvast aan te draaien. Laat de bougie zo snel mogelijk op het correcte draaikoppel brengen met behulp van een momentsleutel.

Initiaal van bougie ID-merktekenMomentsleutelmaat
B 21 mm
C/BK 16 mm
D 18,3 mm

Candela standard: Vedi "SPECIFICHE", pag. 4-1.

① Bougiespleet
② Bougie-identificatiemerkteken (NGK)

V4 106031

YAMAHA 200F (2002) - OPMERKING: - 2

flowchart
graph TD
    A["Component"] --> B["Flow Line"]
    B --> C["Valve"]
    C --> D["Main Component"]
    D --> E["Valve"]
    E --> F["Bottom Component"]
    F --> G["Valve"]
    G --> H["Bottom Component"]
    H --> I["Valve"]
    I --> J["Bottom Component"]
    J --> K["Valve"]
    K --> L["Bottom Component"]
    L --> M["Valve"]
    M --> N["Bottom Component"]
    N --> O["Valve"]
    O --> P["Bottom Component"]
    P --> Q["Valve"]
    Q --> R["Bottom Component"]
    R --> S["Valve"]
    S --> T["Bottom Component"]
    T --> U["Valve"]
    U --> V["Bottom Component"]
    V --> W["Valve"]
    W --> X["Bottom Component"]
    X --> Y["Valve"]
    Y --> Z["Bottom Component"]
    Z --> AA["Valve"]
    AA --> AB["Bottom Component"]
    AB --> AC["Valve"]
    AC --> AD["Bottom Component"]
    AD --> AE["Valve"]
    AE --> AF["Bottom Component"]

GMK38010

ÜBERPRÜFUNG DES KRAFTSTOFFSYSTEMS

⚠️WARNUNG

Benzine en benzinedampen zijn uiterst ontvlambaar en explosief. Houd vonken, sigaretten, open vlammen of andere ontstekingsbronnen uit de buurt.

Controleer of er geen lekken, scheuren of gebreken zitten in de brandstofleiding. Als u enig probleem vindt, moet u dit onmiddellijk laten herstellen door een Yamaha-dealer of een andere bekwame mecanicien.

Controlepunten

• Lekken in brandstofsysteemonderdelen
- Lekken in brandstofleiding-koppelstuk
- Scheuren of andere schade aan de brandsto-fleiding
• Lek in de brandstofconnector

⚠ WAARSCHUWING

Weglekkende brandstof kan brand of ontploffing veroorzaken.

  • Controleer regelmatig of er geen brandstoflekken zijn.
  • Als u een brandstoflek aantreft, moet u het brandstofsysteem laten herstellen door een bekwame mecanicien.

Gebrekkige herstellingen kunnen de buitenboordmotor onveilig maken.

IMK38010

CONTROLLO DELL'IMPIANTO DEL CARBURANTE

AVVERTENZA

Benzine is uiterst ontvlambaar en benzine-dampen zijn ontvlambaar en explosief.

  • Als u enige vragen hebt over een goede uitvoering van deze procedure, raadpleeg dan uw Yamaha-dealer.
  • Voer deze procedure niet uit op een hete of draaiende motor. Laat de motor eerst afkoelen.
  • Er zal brandstof aanwezig zijn in de brandstofffilter.
    Houd vonken, sigaretten, open vlammen of andere ontstekingsbronnen uit de buurt.
  • Bij deze procedure zal er enige brandstof gemorst worden. Vang deze op in een doek. Veeg eventueel gemorste brandstof onmiddellijk op.
  • De brandstofffilter moet zorgvuldig weer gemonteerd worden met O-ring, filterbeker en slangen op de juiste plaats aangebracht.
    Een verkeerde assemblage kan tot een brandstoflek leiden, wat dan weer brand of ontploffingsgevaar kan veroorzaken.

Om de brandstofffilter te reinigen

1) Verwijder de moer die het brandstofffiltergeheel bij elkaar houdt (indien voorzien).
2) Schroef de filterbeker los en vang daarbij de gemorste brandstof op in een doek.
3) Verwijder het filterelement en was het in oplosmiddel. Laat de filter drogen. Inspecteer het element en de O-ring om zeker te zijn dat ze in goede staat verkeren. Vervang ze indien nodig.
4) Monteer het filterelement opnieuw in de filterbeker. Controleer of de O-ring goed in de beker zit. Schroef de filterbeker stevig op het filterhuis.

IMK50011

PULIZIA DEL FILTRO DEL CARBURANTE

AVVERTENZA

5) Bevestig het filtergeheel aan de beugel waarmee de brandstofleidingen aan het filtergeheel zijn bevestigd.

6) Laat de motor draaien en controleer of er geen lekken in het filtergeheel zitten.

① Filterelement

② O-ring

③ Filterbeker

④ Filterhuis

DMK54110

STATIONAIR TOERENTAL BIJREGELEN

⚠ WAARSCHUWING

  • Raak geen elektrische onderdelen aan en verwijder ze ook niet bij het starten of tijdens het motorbedrijf.
  • Houd handen, haar en kleding verwijderd van het vliegwiel en andere draaiende delen terwijl de motor in werking is.

OPGELET:

Deze procedure moet worden uitgevoerd terwijl de buitenboordmotor met de schroef in het water ligt. Een uitspoelinrichting of testtank kan worden gebruikt.

Procedure

OPMERKING:

Een diagnose-toerenteller moet voor deze procedure worden gebruikt.

1) Start de motor en laat hem volledig warm draaien in neutrale stand tot hij heel gelijkmatig draait.
Als de buitenboordmotor op een boot gemonteerd is, zorg dan dat deze boot goed vastligt.

2) Regel de gasklepstopschroef zodanig af dat het stationair toerental volgens de richtlijnen is ingesteld (zie 'TECHNISCHE GEGEVENS') door de stopschroef rechtsom te draaien om het vrijlooptoerental te verhogen en linksom om datzelfde vrijlooptoerental te verlagen.

OPMERKING:

Een correcte instelling van het stationair toerental is slechts mogelijk als de motor volledig is opgewarmd. Als dat niet het geval is, zal de toerentalinstelling meestal te hoog zijn.

Als u problemen hebt met het instellen van het voorziene stationair toerental, raadpleeg dan een Yamaha-dealer of een andere bekwame mecanicien.

① Gasklepstopschroef

Op de bodem van de motorolietank zit een vergaarbak. Als water of vreemde materialen in deze bak zichtbaar zijn, raadpleeg dan een Yamaha-dealer.

① Vergaarbak
② Motorlietank

IMK56010

CONTROLLO DEL SEPARATORE D'ACQUA SOTTO IL SERBATOIO DELL'OLIO MOTORE

Als de zekering is doorgeslagen bij een model met elektrische starter, open dan de zekeringhouder en vervang de zekering door een nieuw exemplaar van de juiste sterkte.

⚠ WAARSCHUWING

Zorg dat u het aanbevolen zekeringtype gebruikt.

Een verkeerde zekering of een stuk draad kunnen een te grote stroomsterkte doorla- ten. Dit kan schade aan het elektrisch sys- teem en brandgevaar veroorzaken.

OPMERKING:

Als de nieuwe zekering onmiddellijk ook doorsmelt, raadpleeg dan een Yamaha-dealer.

① Zekeringhouder
② Zekering (20A / 30A)

DMK78010

BEDRADING EN CONNECTOREN CONTROLLEREN

1) Controleer of elke massadraad wel behoorlijk is bevestigd.
2) Controleer of elke connector wel stevig is ingestoken.

UITLAATLEK

Start de motor en controleer of er geen uitlaat-lek te merken is via de voegen tussen het uitlaatdeksel, de cilinderkop en het carter.

WATERLEK

Start de motor en controleer of er geen water lekt uit de voegen tussen het uitlaatdeksel, de cilinderkop en het carter.

HMU01329

SOSTITUZIONE DEL FUSIBILE

  • Begeef u nooit onder de motor terwijl deze omhoog gekanteld is, zelfs wanneer de kantelsteunhendel vergrendeld is. U kunt immers ernstige kwetsuren oplopen indien de buitenboordmotor ongewild naar bene-den valt.
  • Zorg dat er zich niemand onder de buitenboordmotor bevindt voor u deze test uitvoert.

1) Controleer de trim- en kantelbekrachtigingseenheid op enige tekenen van olielekken.
2) Bedien de trim- en kantelbekrachtigingsschakelaars op de afstandsbediening en de motoronderkap (indien voorzien) om te controleren of alle schakelaars werken.
3) Kantel de motor omhoog en controleer of de kantelstang en de trimstangen wel volledig naar buiten worden geduwd.
4) Gebruik de kantelsteunhendel om de motor in de OPWAARTSE stand te vergrendelen. Bedien de schakelaar voor naar onder kan- telen even zodat de motor wordt onder- steund door de kantelsteunhendel.
5) Controleer of de kantelstang en de trim- stangen wel vrij zijn van roestvorming en andere gebreken.
6) Activeer de omlaagkantelschakelaar tot de trimstangen volledig in de cilinders geschoven zijn.
7) Activeer de opwaartse-trimschakelaar tot de kantelstang volledig uitgeschoven is. Ontgrendel de kantelsteunhendel.
8) Bedien de motor tot deze omlaag gekanteld is. Controleer of de kantelstang en de trimstangen vlot hun werk doen.

IML02011

CONTROLLO DEL POWER TRIM E TILT

AVVERTENZA

Als niet alles normaal werkt, raadpleeg dan een Yamaha-dealer.

Aanbevolen vloeistof: Yamaha trimbekrachtings- & kantelvloeistof of ATF (DEXRON-II).

NOTA:

U kunt ernstige kwetsuren oplopen als de motor per ongeluk start terwijl u zich in de omgeving van de schroef bevindt.

- Voor u de schroef inspecteert, verwijdert of installeert, moet u de bougiekappen van de bougies verwijderen. Zet de schakelhendel ook in neutraal, zet de hoofdschakelaar in de UIT-stand en verwijder de sleutel, verwijder de snoerschakelaar van de motorstopschakelaar. Zet de accuonderbrekingsschakelaar uit als uw boot hiermee voorzien is.

- Gebruik nooit uw hand om de schroef vast te houden bij het los- of aandraaien van de schroefmoer. Steek een houten blok tussen de anti-cavitatieplaat en de schroef om te voorkomen dat de schroef kan draaien.

1) Controleer de schroefbladen op slijtage, erosie door cavitatie of ventilatie of enige andere schade.
2) Controleer of de sleuven niet versleten of beschadigd zijn geraakt.
3) Controleer of er zich geen vislijnen rond de schroefas hebben gewikkeld. Controleer of de oliedichting van de schroefas geen schade heeft opgelopen.

IML08210

CONTROLLO DELL'ELICA

AVVERTENZA

[Hoe de schroef verwijderen]

1) Gebruik de bijgeleverde tang, maak de splitpen recht en trek ze uit.
2) Verwijder de schroefmoer.
3) Verwijder de schroef.

① Drukring ④ Tussenring
② Schroef ⑤ Schroefmoer
③ Afstandsstuk ⑥ Splitpen

[Hoe de schroef installeren]

1) Breng Yamaha-marinevet A (waterbestendig vet) aan op de schroefas.
2) Schuif de schroef over de schroefas.

OPGELET:

Vergeet niet de drukring te installeren voor u de schroef aanbrengt, zoniet kunnen onderkast en schroefnaaf beschadigd raken.
3) Span de schroefmoer aan tot het voorgeschreven draaikoppel.

Draaikoppel : Zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, Pag 4-1.

4) Breng de schroefmoer in overeenstemming met het schroefasgat. Steek een nieuwe splitpen in het gat en plooi de uiteinden van die pen om.

OPMERKING:

Als de schroefmoer niet overeenkomt met het schroefasgat na het vastdraaien ervan tot het voorziene aanhaalkoppel, span de moer dan verder aan om het gat te doen overeenkomen.

OPGELET:

Vergeet niet een nieuwe splitpen te gebruiken en de uiteinden goed om te plooien. Doet u dit niet, dan kan de schroef eventueel loskomen tijdens het varen en verloren raken.

Ga nooit onder de motor staan terwijl hij gekanteld is, zelfs als de kantelsteunhendel vergrendeld is. Dit kan immers tot ernstige kwetsuren leiden als de buitenboordmotor onverwachts terugvalt.

1) Plaats de buitenboordmotor in een verticale stand (niet gekanteld).

⚠ WAARSCHUWING

Zorg dat de buitenboordmotor stevig is vastgemaakt aan de hekplank of een stabiele staander. U kunt immers ernstige kwetsuren oplopen als de motor op u valt.

2) Plaats een geschikte opvangbak onder de tandwielkast.
3) Verwijder de olieaftapplug.

OPMERKING:

De olieaftapplug is magnetisch. Verwijder alle metaaldeeltjes van de plug voor u deze weer aanbrengt.

4) Verwijder de oliepeilplug om de olie volledig te laten weglopen.

① Oliepeilplug
② Olieaftapplug

OPGELET:

Inspecteer de gebruikte olie nadat ze werd afgetapt. Als de olie melkachtig is, komt er water in de tandwielkast dat schade aan de tandwielen kan veroorzaken. Raadpleeg een Yamaha-dealer voor herstelling van de onderbakdichtingen.

OPMERKING:

Voor het opruimen van de gebruikte olie kunt u uw Yamaha-dealer raadplegen.

IML20010

SOSTITUZIONE DELL'OLIO DEL CAMBIO

AVVERTENZA

5) Met de buitenboordmotor in verticale stand kunt u tandwielolie in het gat van de olieaf-tapplug inspuiten met behulp van een slang of een drukvullingssysteem.

Tandwieloliecapaciteit: Zie “TECHNISCHE GEGEVENS”, Pag. 4-1.

6) Als de olie uit het oliepeilpluggat begint te stromen, zet u de oliepeilplug weer in en draait hem vast.

7) Zet de olieaftapplug weer in en draai deze vast.

De Yamaha-buitenboordmotor is tegen corrosie beschermd door oplosanodes.

Controleer deze oplosanodes af en toe en verwijder de afzetting van hun oppervlak.

Voor vervanging kunt u best uw Yamaha-dealer raadplegen.

OPGELET:

Schilder de anodes niet, aangezien ze hierdoor onbruikbaar worden.

IML24010

(voor model met elektrische starter)

⚠ WAARSCHUWING

Accu-elektrolyt is gevaarlijk; deze vloeistof bevat zwavelzuur en is bijgevolg giftig en uiterst bijtend.

Neem dan ook steeds de volgende preventieve maatregelen :

  • Vermijd lichamelijk contact met elektrolytische vloeistof, aangezien deze ernstige brandwonden of permanente oogkwetsuren kan veroorzaken.
  • Draag een beschermbril bij het hanteren van of werken in de buurt van accu's. Tegengif (UITWENDIG) :
    • HUID - spoel met water.
  • OGEN - spoel met water gedurende 15 minuten en vraag onmiddellijke medische bijstand.

Tegengif (INWENDIG) :

  • Drink grote hoeveelheden water of melk gevolgd door melk of magnesium, geklopte eieren of plantaardige olie. Vraag onmiddellijk medische bijstand.
    Accu's wekken ook explosief waterstofgas op; daarom moet u steeds de volgende preventieve maatregelen nemen :
  • Laad accu's steeds op in een goed verluchte ruimte.
  • Houd accu's steeds verwijderd van vuur, vonken of open vlammen (bijvoorbeeld lasapparatuur, brandende sigaretten enz.).
  • ROOK NIET bij het opladen of hanteren van accu's.
    • HOUD ACCU'S EN ELEKTROLY-TISCHE VLOEISTOF BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN.

IML26010

Een slecht onderhouden accu zal snel verslijten.

1) Controleer het elektrolytpeil minstens eenmaal per maand. Vul het indien nodig bij tot het door de fabrikant aanbevolen peil. Vul uitsluitend bij met gedistilleerd water (of zuiver gedeïoniseerd water dat geschikt is voor gebruik in accu's).

OPGELET:

Gewoon leidingwater bevat mineralen die schadelijk zijn voor een accu en kan beter niet worden gebruikt voor het bijvullen.

2) Houd de accu steeds in goede ladingstaat. Door een voltmeter te installeren, kunt u de staat van uw accu beter in het oog houden. Als u van plan bent de boot een maand of langer niet te gebruiken, haal de accu dan uit de boot en bewaar hem op een koele, donkere plaats. Laad de accu volledig weer op voor u hem in gebruik neemt. 3) Als de accu langer dan een maand moet worden opgeborgen, controleer dan de zuurdichtheid van de vloeistof minstens eenmaal per maand en laad de accu op wanneer die dichtheid te laag is.

ATTENZIONE:

Monteer de accuhouder stevig op een droge, goed verluchte en trillingsvrije plaats in de boot. Installeer de volledig opgeladen accu in de houder.

OPGELET:

  • Zorg dat de hoofdschakelaar (bij toepasselijke modellen) op "OFF" staat vooraleer u aan de accu werkt.
  • Omwisselen van de accukabels zal de gelijkrichter beschadigen.
  • Sluit de RODE draad eerst aan bij het installeren van de accu en maak de RODE draad het laatst weer los bij het verwijderen. Anders kan het elektrisch systeem beschadigd raken.
  • De elektrische contacten van de accu en kabels moeten schoon en goed aangesloten zijn, anders zal de accu de motor niet kunnen starten.

Sluit de RODE kabel eerst aan op de POSITIEVE (+)-pool. Sluit vervolgens de ZWARTE kabel aan op de NEGATIEVE (−)-pool.

- Gebruik van één enkele accu

Sluit beide rode kabels ① en ② aan op de (+)-pool.

⚠ WAARSCHUWING

Laat kabel ② niet onaangesloten. Als deze kabel ongewild in contact komt met de NEGATIEVE pool (−) van de accu, krijgt u kortsluiting. Dit kan beschadiging van het elektrisch systeem en zelfs brand veroorza-ken.

① Dikke rode draad voor het starten van de accu
② Dunne rode draad voor het opladen van de hulpaccu
③ Dijke zwarte draad
④ Accu

HMU01304

- Een hulpaccu gebruiken

Gebruik een verbindingskabel tussen de (−)-polen van de startaccu en de hulpaccu. Zie hiervoor de afbeeldingen van de bedradingsverbindingen.

Deze kabel moet worden gemaakt van hetzelf-de draadtype als gebruikt voor de kabel van de startaccu ③.

WAARSCHUWING

Gebruik van een dunnere draad kan brand veroorzaken.

① Startaccu
② Hulpaccu
③ Dikke rode draad voor startaccu
④ Dunne rode draad voor opladen van hulpaccu
⑤ Dikke zwarte draad
⑥ Verbindingskabel met negatieve pool

OPMERKING:

Als een accukeuzeschakelaar gewenst is, raadpleeg dan uw YAMAHA-dealer over de correcte bedrading.

DMU01280

De accu loskoppelen

Maak de ZWARTE draad eerst los van de NEGATIEVE (−) pool. Maak vervolgens de RODE draad los van de POSITIEVE (+) pool.

1) Controleer of de bouten die de cilinderkop en de motor op hun plaats houden en de bevestigingsmoer van het vliegwiel wel degelijk zijn aangespannen met hun opge- geven draaikoppel.
2) Controleer de draaikoppels van andere bouten en moeren.

DML42010

MOTORBUITENKANT

De buitenboordmotor reinigen

Na het gebruik moet u de buitenkant van de buitenboordmotor met leidingwater schoonmaken. Spoel het koelsysteem uit met leidingwater.

Om de koelwaterdoorgangen te reinigen

OPMERKING:

Zie de uitspoelinstructies voor het koelsysteem in het hoofdstuk DE BUITENBOORDMOTOR OPBERGEN EN TRANSPORTEREN.

Het geschilderde oppervlak van de motor controleren

Controleer of het motoroppervlak geen krassen of deuken heeft opgelopen en of de verf niet afbladert. Zones met beschadigd verfwerk lopen meer gevaar op roestvorming.

Maak deze zones indien nodig schoon en verf ze opnieuw.

Raadpleeg een Yamaha-dealer voor verfhers- tellingen.

DML44010

DE BOOTBODEM VOORZIEN VAN EEN COATING

Een schone scheepsromp verbetert de vaarprestaties van de boot.

De bootbodem moet zo veel mogelijk vrij van begroeiing worden gehouden.

Indien nodig kan de bootbodem worden gecoat met een in uw land goedgekeurde vuilafstotende verflaag om begroeiing van het scheepsrompoppervlak te voorkomen.

Gebruik geen vuilafstotende verf die koper of grafiet bevat. Deze verftypes kunnen het roesten van de motor versnellen.

IML40010

CONTROLLO DI BULLONI E DADI

Hoofdstuk 5 PROGLEMEN VERHELPEN

PROBLEMEN VERHELPEN....5-1

TIJDELIJKE ACTIE IN NOODGEVAL....5-5

Impactschade 5-5

Trim/kantelbekrachtiging werkt niet......5-5

Starter wil niet werken....5-6

Motor wil niet starten 5-8

Behandeling van ondergedompelde motor 5-9

Een storing in het brandstof-, compressie- of ontstekingssysteem kan zorgen voor startproblemen, vermogensverlies of andere problemen. De troubleshooting-kaart bevat beschrijvingen van eenvoudige procedures voor het opsporen en verhelpen van problemen. (Die kaart wordt bij alle Yamaha-buitenboordmotoren geleverd en bevat een aantal items die niet van toepassing zijn op het model dat u bezit.)

Als uw buitenboordmotor moet worden hersteld, dient u hem naar een Yamaha-dealer te brengen.

Probleem Mogelijke oorzaak Oplossing
A. De starter werkt nietAccu zwak of bijna leegAccu-aansluitingen losgeraakt of verroest.Zekering van elektrische starter-stroomkring doorgesmolten.Defecte startercomponentenMotorstop-snoerschakelaar niet bevestigd.Schakelhendel staat in versnelling.Controleer de accutoestand.Gebruik een accu van het aanbev-olen type.Maak de accukabels zorgvuldig vast en maak de accupolen schoon.Zoek de oorzaak van de elektrische overbelasting en herstel die. Vervang de zekering door een nieuw exemplaar van de correcte sterkte.Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.Maak de snoerschakelaar vast.Plaats de hendel in neutraal.
B. Motor wil niet starten (starter werkt)Brandstoftank leegBrandstof vervuild of verschaaldBrandstofffilter verstopt.Verkeerde startprocedure.Defecte brandstofpompBougie(s) vervuild of van het ver-keerde typeBougiekap(pen) verkeerd aange-brachtSlechte aansluitingen of beschadigde ontstekingsdraadVul de tank met schone, verse brandstof.Vul de tank met schone, verse brandstof.Reinig of vervang de filter.Lees de gebruikershandleiding zorgvuldig door.Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.Inspecteer de bougie(s). Reinig of vervang ze door het aanbevolen type.Controleer dit en plaats de kap(pen) eventueel in de correcte stand.Controleer of de draden geen slij-tage of breuken hebben opgelopen.Zet alle losse aansluitingen weer vast.Vervang versleten of gebroken draden.
B. Motor wil niet starten (starter werkt)9. Defecte ontstekingsonderdelen10. Motorstop-snoerschakelaar niet bevestigd.11. Schakelhendel staat in versnelling.12. Interne motoronderdelen beschadigd.9. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.10. Bevestig het snoer.11. Plaats de hendel in neutraal.12. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.
C. Stationair motorto-erental onregel-matig of motor valt stil1. Bougie(s) vervuild of van het ver-keerde type.2. Brandstofsysteem geblokkeerd.3. Brandstof vervuild of verschaald.4. Brandstofffilter verstopt.5. Defecte ontstekingsonderdelen.6. Waarschuwingssysteem geactiveerd.7. Bougiespleet niet correct.8. Slechte aansluitingen of beschadigde ontstekingsdraad9. Aanbevolen motorolie niet gebruikt.10. Thermostaten defect of verstopt.11. Carburatorafstellingen niet correct.12. Brandstofpomp beschadigd.13. Ontluchtingsschroef gesloten.14. Chokeknop is uitgetrokken.15. Motorkantelhoek is te hoog.16. Carburator is verstopt.17. Brandstofleidings-koppelstuk is ver-keerd verbonden.18. Gasklep stelt verkeerd bij19. Accukabel is losgekoppeld1. Inspecteer de bougie(s). Maak ze schoon of vervang ze door het aan-bevolen type.2. Controleer of de brandstofleiding niet dichtgeklemd of geplooid zit en of er zich geen andere obstructies in het brandstofsysteem bevinden.3. Vul de tank met schone, verse brandstof.4. Reinig of vervang de filter.5. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.6. Zoek en herstel de oorzaak.7. Inspecteer de bougie en stel de spleet in volgens de specificaties.8. Controleer of de draden geen slij-tage of breuken hebben opgelopen. Zet alle losse aansluitingen weer vast.9. Controleer dit en vervang de olie door het gespecificeerde type.10. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.11. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.12. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.13. Open de ontluchtingsschroef.14. Zet de knop weer dicht.15. Breng de motor weer in de normale bedrijfsstand.16. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.17. Breng de verbinding weer in orde.18. Laat nakijken door Yamaha-dealer19. Stevig aansluiten
D. Waarschuwings-zoemer weerklinkt of verklikkerlamp gaat aan1. Koelstysteem verstopt.2. Motoroliepeil te laag.3. Verkeerd warmtebereik van de bougie.4. Aanbevolen motorolie niet gebruikt.5. Motorolie vervuild of te lang gebruikt.6. Oliefilter verstopt.7. Olietoevoer/injectiepomp defect.8. Lading op de boot slecht verdeeld.9. Waterpomp/thermostaat defect.10. Overtollig water in brandstofffilter-beker.1. Controleer waterinlaat op belem-meringen.2. Vul de olietank bij met aanbevolen motorolie.3. Controleer de toestand van de bougie en vervang deze door een exemplaar van het correcte type.4. Controleer dit en vervang de olie door het aanbevolen type.5. Vervang de olie door verse olie van het aanbevolen type.6. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.7. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.8. Verdeel de lading gelijkmatig over de boot zodat deze vlak in het water ligt.9. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.10. Tap filterbeker af.
E. Motor-vermo-gensverlies1. Schroef beschadigd.2. Verkeerde schroefspoel of diameter.3. Verkeerde trimhoek4. Motor op de verkeerde hoogte op de hekplank gemontceerd.5. WAARSCHUWINGssysteem geactiveerd.6. Bootbodem vervuild door begroei-ing.7. Bougie(s) vervuild of van het ver-keerde type.8. Zeewier of andere vreemde materi-alen verstrengeld rond tandwielkast.9. Brandstofsysteem verstopt.1. Laat schroef herstellen of vervan-gen.2. Installeer een schroef van het cor-recte type om de buitenboordmotor met het aanbevolen toerentalbereik te kunnen gebruiken.3. Stel de trimhoek opnieuw in om een zo doeltreffend mogelijk motorbedrijf te bekomen.4. Laat de motor op de juiste hek-plankhoogte monteren.5. Zoek en herstel de oorzaak.6. Maak de bootbodem schoon.7. Inspecteer de bougie (s). Reinig of vervang ze door het aanbevolen type.8. Verwijder het zeewier en maak de onderkast schoon.9. Controleer of de brandstofleiding niet geplet of geplooid zit en of er geen andere obstructies in het brandstofsysteem zitten.
E. Motor-vermo-gensverlies10. Brandstofffilter verstopt.11. Brandstof vervuild of verschaald.12. Slecht afgestelde bougiespleet.13. Slechte verbindingen of beschadigde ontstekingsbedrading14. Defecte ontstekingsonderdelen15. Aanbevolen motorolietype niet gebruikt.16. Thermostaat defect of verstopt.17. Ontluchtingsschroef is gesloten.18. Brandstofpomp beschadigd.19. Brandstofleiding-koppelstuk slecht verbonden20. Verkeerd warmtebereik van de bougie.21. Motor reageert niet behoorlijk om stand van schakelhendel.10. Maak de filter schoon of vervang hem.11. Vul de tank met schone, verse brand-stof.12. Inspecteer de bougie en stel de spleet in op de aanbevolen afstand.13. Controleer of de bedrading geen slij-tage of breuken heeft opgelopen.Zet alle losse verbindingen vast.Vervang versleten of gebroken draden.14. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.15. Controleer dit en vervang de olie door het aanbevolen type.16. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.17. Draai de ontluchtingsschroef open.18. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.19. Breng de aansluiting in orde.20. Controleer de toestand van de bougie en vervang deze door een exemplaar van het correcte type.21. Laten herstellen door een Yamaha-dealer.
F. Overmatige motor-trilling1. Schroef beschadigd.2. Schroefas beschadigd.3. Zeewier of andere vreemde materi-alen rond de schroef verstrengeld.4. Motorbevestigingsbout is los-gekomen.5. Besturingsdraaias is losgekomen of beschadigd.1. Laat schroef herstellen of vervangen.2. Vraag assistentie aan Yamaha-dealer.3. Verwijder deze materialen en reinig de schroef.4. Zet de bout weer vast.5. Zet deze vast of vraag assistentie aan Yamaha-dealer.

De buitenboordmotor kan ernstig beschadigd raken door een aanvaring tijdens varen met of slepen van de boot. De schade kan de boot daarna onveilig om te besturen maken.

Als de buitenboordmotor een voorwerp in het water raakt, volg dan onderstaande procedure:

1) Zet de motor onmiddellijk uit.
2) Ga na of besturingssysteem en alle onderdelen geen schade hebben opgelopen. Onderzoek ook de schade aan de boot.
3) Vaar voorzichtig en langzaam terug naar de haven.
4) Laat een Yamaha-dealer de buitenboord-motor inspecteren voor u hem opnieuw in gebruik neemt.

IMN20010

INTERVENTI TEMPORANEI DI EMERGENZA

IMH80010

DANNI CAUSATI DA URTI

AVVERTENZA

Als de motor niet omhoog of omlaag kan worden gekanteld door het trim- en kantelbekrachtigingsmechanisme omwille van een platte accu of een defect van de trim- en kantelbekrachtigingseenheid, dan kan de motor manueel worden gekanteld. Draai de schroef van de manuele klep linksom tot de aanslag. Zet de motor in de gewenste stand en draai de schroef van de manuele klep dan weer rechtsom vast.

IMG65110

IL POWER TILT E TRIM NON FUNZIONA

Als het startermechanisme niet wil werken (motor kan niet worden gestart met de starter), dan kan de motor worden gestart met een noodstartsnoer.

IMN30210

LO STARTER NON FUNZIONA

  • Pas deze procedure uitsluitend toe in een noodgeval en uitsluitend om terug te keren naar de haven voor herstellingswerken.
  • Als het noodstartsnoer wordt gebruikt om de motor te starten, zal de beschermings- voorziening tegen starten in versnelling niet werken. Zorg dus dat de transmissie in neutraal staat. Doet u dit niet, dan kan de boot onverwachts beginnen bewegen, wat tot een ongeval kan leiden.
  • Controleer of er niemand achter u staat wanneer u aan het startsnoer moet trekken. Het snoer kan immers naar achter vliegen en zo iemand kwetsen.
  • Een niet-afgeschermd draaiend vliegwiel is uiterst gevaarlijk. Houd losse kledij en andere voorwerpen uit de buurt bij het starten van de motor. Gebruik het noodstartsnoer uitsluitend volgens de instructies. Raak het vliegwiel of andere bewegen-de onderdelen niet aan terwijl de motor draait. Het startermechanisme op de bovenkap mag u ook niet installeren terwijl de motor al draait.
  • Raak de ontstekingsspoel, de hoogspanningsdraad, de bougiekap of andere elektrische componenten niet aan bij het starten of terwijl de motor draait. U kuntä hierdoor immers een elektrische schok oplopen.

AVVERTENZA

1) Verwijder de bovenkap.
2) Verwijder het vliegwieldeksel door de schroeven uit te draaien.

Procedura

3) Bereid de motor voor op het starten. Zie het hoofdstuk MOTOR STARTEN voor de te volgen procedure. Zorg dat de motor in neutraal staat en dat het snoer bevestigd is aan de motorstopschakelaar. De hoofdschakelaar moet aan staan.

OPMERKING:

  • In dit geval zal de chokeschakelaar niet werken. Trek de chokeknop uit wanneer de motor koud is.
  • Zonder de hoofdschakelaar op AAN te zetten, kan de motor onmogelijk worden gestart.

4) Om de motor met het noodstartsnoer te starten, moet u het geknoopte uiteinde van het snoer in de inkeping van de vliegwiel-rotor steken en het snoer meerdere slagen rechtsom op het vliegwiel draaien. Geef dan een korte krachtige ruk aan het snoer om de motor te starten. Herhaal deze handeling indien nodig.

⚠ WAARSCHUWING

Breng de bovenkap niet opnieuw aan terwijl de motor draait.

Als de accuspanning laag is of in het onwaarschijnlijke geval dat het ontstekingssysteem slecht werkt, kan het motortoerental onregelmatig worden of de motor kan stilvallen.

In dergelijk geval moet u de aansluiting van het gele snoer (noodcircuit) losmaken om naar de haven terug te keren.

⚠ WAARSCHUWING

Als de aansluiting is losgemaakt, zullen stationaire en lagere toerentallen iets hoger zijn dan normaal. Let dan ook op bij het starten of uitzetten van de motor.

① CDI-eenheid
② Geel snoer

OPGELET:

Volg deze procedure uitsluitend in noodgevallen en net lang genoeg om naar de haven terug te keren voor herstellingen.

IMN32110

IL MOTORE NON PARTE

motore tipo V6

Als de buitenboordmotor ondergedompeld raakt, breng hem dan onmiddellijk naar een Yamaha-verdeler. Zo niet kan de roestvorming onmiddellijk inzetten. Als u de buitenboordmotor niet onmiddellijk naar een Yamaha-verdeler kunt brengen, voer dan onderstaande procedure uit om de motorschade tot een minimum te beperken.

1) Spoel modder, zout, zeewier enzovoort af met zoet water.
2) Demonteer de bougies en draai de bougiegaten naar onder om eventueel aanwezig water, modder of bezoedelende stoffen te laten wegyloeien.
3) Tap de brandstof af uit de carburator.
4) Voer sluierolie of motorolie door de carburators en de bougiegaten terwijl u de manuele starter of het noodstartsnoer bedient.
5) Breng de buitenboordmotor zo spoedig mogelijk naar een Yamaha-verdeler.

OPGELET:

Probeer de motor niet in werking te stellen vooraleer deze volledig werd geïnspecteerd.

IMN50011

Behandeling van ondergedompelde motor ...5-9

Benzine....1-4

Benzine bijvullen....3-4

Benzine/motoroliemengschema....3-10

Beveiliging tegen starten in versnelling .....1-7

Boeg omhoog 3-22

Boeg omlaag....3-22

Bouten en moeren controleren....4-29

Bovenkapontgrendelhendel ......2-17

Bovenkapvergrendelhendels....2-17

Brandstof en motorolie bijvullen....3-4

Brandstofffilter reinigen 4-15

Brandstofmeter....2-15

Brandstofsysteem controleren ....4-14

C

Chokeknop 2-8

Chokeschakelaar....2-4

Controlepunten....4-14

D

De accu aansluiten....4-27

De accu controleren....4-25

De accu loskoppelen....4-28

De anode inspecteren en vervangen......4-24

De bootbodem voorzien van een coating....4-29

De bougie schoonmaken en bijstellen .....4-12

De buitenboordmotor opbergen......4-8

De buitenboordmotor reinigen....4-29

De buitenboordmotor transporteren en opbergen....4-7

De buitenboordmotor trimmen ....3-20

De buitenboordmotor vervoeren....4-7

De motor inlopen....3-10

De motor laten warmdraaien ....3-17

De motor starten....3-13

De motor uitzetten....3-19

De schroef controleren ....4-21

De trimhoek aanpassen....3-21

Digitale snelheidsmeter....2-13

Digitale toerenteller....2-11

E

Een zekering vervangen 4-18

G

Gebruik na een lange opslagperiode......3-9

H

Het geschilderde oppervlak van de motor controleren....4-29

Het trim- en kantelbekrachtigingssysteem controleren....4-20

Hoofdcomponenten 2-1

Hoofdschakelaar....2-4

I

Identificatienummers document .....1-1

Impactschade....5-5

Index 6-1

Installatie....3-1

Instructies voor het tanken 1-4

K

Kantelsteunhendel 2-16

Klok....2-15

Koelsysteem uitspoelen....4-9

L

Lage-snelheidswrijvingsregelschroef ......2-8

M

Mengsel van benzine en olie ....3-6

Montage van de buitenboordmotor....3-2

Montagehoogte....3-3

Motor wil niet starten....5-8

Motorbuitenkant....4-29

Motorolie....1-5

Motorolietank controleren op aanwezigheid van water....4-17

Motorstop-snoerschakelaar....2-5

0

Olie bijvullen....3-4

Oliepeilindicator....3-21

Oliepeilverklikkerlampje....2-13

Oliepeilwaarschuwingssysteem/ oliefilterverstopping- waarschuwingssysteem....2-20

Omhoog/omlaagkantelen....3-24

Onderhoud en bijregeling......4-11

Oververhittingsverklikker....2-13

Oververhittingswaarschuwing....2-19

P

Procedure voorafgaand aan de ingebruikname....3-8

Proglemen verhelpen....5-1

R

Reinigings- en inspectieschema....4-11

S

Schakelen 3-18

Schroefkeuze....1-6

Serienummer buitenboordmotor....1-1

Sleutelnummer 1-1

Smeren 4-19

Snelheidsmeter 2-14

Starter wil niet werken 5-6

Stationair toerental bijregelen....4-16

T

Tandwielolie verversen 4-23

Tijdelijke actie in noodgeval 5-5

Toerenteller 2-11

Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaar ...2-10

Trim- en kantelbekrachtigingsschakelaars....2-6

Trim/kantelbekrachtiging werkt niet ......5-5

Trimmeter....2-12

Trimvlak....2-9

Tripmeter....2-14

Twee-motoreninstallatie / een-motorbedrijf....3-23

U

Uitlaatlek....4-18

Urenmeter....2-12

V

Varen in troebel water....3-26

Veiligheids-informatie....1-2

Verklikkers....2-16

Vooruit 3-18

Vrije acceleratorknop 2-7

Vrijloop-gashendel....2-3

Vrijloop-vergrendeltrekker....2-3

W

Waarschuwingssysteem....2-19

Waterlek....4-18

Werking van bedieningselementen en andere functies ....2-2

Wisselstukken....4-12

YAMAHA 200F (2002) - W - 1

IMP10010

INDICE

A

Gedrukt op recyclagepapier

Inhoudsopgave Klik op een titel om deze te openen
Handleidingassistent
Aangedreven door Anthropic
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : YAMAHA

Model : 200F (2002)

Categorie : Buitenboordmotor