Pegaso 650 I.E. Strada (2005) - Motor APRILIA - Besplatni korisnički priručnik
Pronađite besplatno priručnik za uređaj Pegaso 650 I.E. Strada (2005) APRILIA u PDF formatu.
Pitanja korisnika o Pegaso 650 I.E. Strada (2005) APRILIA
0 pitanje o ovom uređaju. Odgovorite na one koje znate ili postavite svoje.
Postavi novo pitanje o ovom uređaju
Preuzmite upute za vaš Motor u PDF formatu besplatno! Pronađite svoj priručnik Pegaso 650 I.E. Strada (2005) - APRILIA i uzmite svoju elektroničku napravu natrag u ruke. Na ovoj stranici objavljeni su svi dokumenti potrebni za korištenje vaše naprave. Pegaso 650 I.E. Strada (2005) marke APRILIA.
KORISNIČKI PRIRUČNIK Pegaso 650 I.E. Strada (2005) APRILIA
aprilia
PEGASO 650 I.E. STRADA



aprilia part# 8104897
use+maintenancebook

© 2005 aprilia s.p.a. - Noale (VE)
Eerste editie: april 2005
Herdruk:
Opgesteld en gedrukt door:
DECA s.r.l.
Via Giardini, 11 - Lugo (RA) - Italië
Tel. +39 - 0545 216611
Fax +39 - 0545 216610
E-mail: deca@vftis.spx.com
www.vftis.com
In opdracht van:
aprilia s.p.a.
via G. Galilei, 1 - 30033 Noale (VE) - Italië
Tel. +39 - 041 58 29 111
Fax +39 - 041 44 10 54
www.aprilia.com
WAARSCHUWINGSBOODSCHAPPEN
De volgende waarschuwingen worden in heel deze handleiding gebruikt om de volgende boodschappen over te brengen:
Veiligheidswaarschuwing. Wanneer u dit symbool aantreft op de motorfiets of in de handleiding, dient u rekening te houden met potentieel gevaar voor persoonlijk letsel. Nietnaleving van de aanwijzingen die worden gegeven in de boodschappen voorafgegaan door dit symbool kan resulteren in ernstige risico's voor de veiligheid van uzelf en anderen en voor de motorfiets!
⚠ WAARSCHUWING
Duidt op een potentieel gevaar dat kan resulteren in ernstig letsel of zelfs de dood.
OPGELET
Duidt op een potentieel gevaar dat kan resulteren in licht persoonlijk letsel of schade aan de motorfiets.
OPMERKING Het woord
"OPMERKING" in deze handleiding gaat belangrijke informatie of richtlijnen vooraf.
INFORMATIE
★ Bewerkingen voorafgegaan door dit symbool dienen aan de andere kant van de motorfiets te worden herhaald. Indien niet expliciet anders vermeld, moet u voor de montage van de onderdelen de stappen voor demontage in omgekeerde volgorde herhalen.
Daar waar de termen "rechts" en "links" worden gebruikt, wordt ervan uitgegaan dat de rijder in normale rijhouding op de motorfiets zit.
WAARSCHUWINGEN - VOORZORGSMAATREGELEN - ALGEMENE OPMERKINGEN
Voordat u de motor start, dient u aandachtig dit boekje te lezen, in het bijzonder het gedeelte "VEILIG RIJDEN".
Uw veiligheid en die van anderen hangt niet alleen af van de snelheid van uw reflexen en uw behendigheid, maar ook van de kennis van de motorfiets, van de staat van onderhoud en van de basisregels voor VEILIG RIJDEN. Daarom is het belangrijk de motorfiets goed te leren kennen, zodat u er zich veilig mee in het verkeer kunt begeven.
OPMERKING Houd bij de motorfiets een typespecifiek lampje in voorraad (zie technische gegevens).
OPMERKING Dit =boekje =hoort onlosmakelijk bij de motorfiets en moet in geval van verkoop worden overgedragen.
aprilia heeft bij de samenstelling van dit boekje de grootste zorg aan de dag gelegd, teneinde de gebruiker correcte en actuele informatie te verschaffen. Daar aprilia echter voortdurend het ontwerp van zijn producten verbetert, kunnen de kenmerken van uw motorfiets lichtjes afwijken van de in dit boekje beschrokenmerken. Indien u vragen heeft met betrekking tot de informatie in dit boekje, aarzel dan niet om contact op te nemen met uw officiële aprilia-dealer.
Voor controles en reparaties die niet expliciet in deze publicatie staan beschreven, de aanschaf van originele aprilia-reserveonderdelen, accessoires en andere producten, alsook specifieke adviezen, dient u zich uitsluitend te wenden tot de officiële aprilia-dealers en onderhoudscentra, die een betrouwbare en snelle service garanderen.
Wij danken u omdat u voor aprilia heeft gekozen en wensen u veel rijplezier.
Alle rechten voor wat betreft elektronische opslag, reproductie en volledige of gedeeltelijke aanpassing, op welke manier ook, zijn voorbehouden voor alle landen.
OPMERKING In = sommige = landen vereisen = de = van = kracht = zijnde milieuwetgeving en geluidsvoorschriften periodieke inspecties.
In deze landen moet de gebruiker van het voertuig:
--=contact opnemen met een officiële aprilia-dealer =om =de =niet- goedgekeurde onderdelen te laten vervangen =door =onderdelen = goedgekeurd zijn in het betreffende land; --=voer de vereiste periodieke inspecties uit.
OPMERKING Bij = aankoop = van deze motorfiets dient u in de navolgende figuur de identificatiegegevens te vermelden die op het IDENTIFICATIE-ETIKET VERVANGINGSONDERDELEN STAAN. Dit etiket bevindt zich aan de linkerzijde van de zadelpen; om het te kunnen lezen, dient u het zadel te verwijderen, =zie = pag. =24 (ONTGRENDELEN/VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).
| I | UK | A | P | SF | B | D | F | E | GR |
| NL | CH | DK | J | SGP | SLO | IL | ROK | MAL | RCH |
| HR | AUS | USA | BR | RSA | NZ | CDN |
Dit zijn identificatiegegevens van:
--=YEAR = bouwjaar (Y, 1, 2, ...); --=I.M. = wijzigingscode (A, B, C, ...); --=LANDENCODES == land = van homologatie (I, UK, A, ...).
Ze dienen te worden doorgegeven aan de officiële aprilia-dealer bij de aankoop van vervangingsonderdelen of accessoires die specifiek zijn voor uw model.
In deze handleiding worden de volgende symbolen gebruikt om de verschillende versies aan te duiden:
OPT optie
VERSIE VOOR:
| I | Italië | SGP | Singapore |
| UK | Verenigd Koninkrijk | SLO | Slovenië |
| A | Oostenrijk | IL | Israël |
| P | Portugal | ROK | Zuid-Korea |
| SF | Finland | MAL | Maleisië |
| B | België | RCH | Chili |
| D | Duitsland | HR | Kroatië |
| F | Frankrijk | AUS | Australië |
| E | Spanje | USA | Verenigde Staten |
| GR | Griekenland | BR | Brazilië |
| NL | Nederland | RSA | Zuid-Afrika |
| CH | Zwitserland | NZ | Nieuw-Zeeland |
| DK | Denemarken | CDN | Canada |
| J | Japan |
ALGEMENE INHOUD
WAARSCHUWINGSBOODSCHAPPEN 2
INFORMATIE 2
WAARSCHUWINGEN -
VOORZORGSMAATREGELEN -
ALGEMENE OPMERKINGEN 2
BASISREGELS VOOR DE VEILIGHEID ...... 6
KLEDING 8
ACCESSOIRES 8
LADING....9
PLAATSING VAN DE HOOFDELEMENTEN ..... 10
PLAATSING VAN DE
INSTRUMENTEN/BEDIENINGSELEMENTEN..... 12
INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES ..... 13
TABEL INSTRUMENTEN EN
CONTROLELAMPJES.... 14
MULTIFUNCTIONELE COMPUTER 16
MENU 17
SERVICEBEURT 21
TONEN ALARMEN 21
BELANGRIJKSTE ONAFHANKELIJKE
BEDIENINGSELEMENTEN 22
BEDIENINGSELEMENTEN OP DE
LINKERSTUURHELFT 22
BEDIENINGSELEMENTEN OP DE
RECHTERSTUURHELFT 22
CONTACTSCHAKELAAR 23
STUURSLOT 24
HULPUITRUSTING 24
ONTGRENDELEN/VERGRENDELEN
VAN HET ZADEL 24
DOCUMENTENVAK 25
GEREEDSCHAPSVAK 25
SPECIAAL GEREEDSCHAP OPT 26
ACCESSOIRES OPT 27
BELANGRIJKSTE ONDERDELEN
BRANDSTOF 28
REMVLOEISTOF - aanbevelingen 30
SCHIJFREMMEN 31
VOORREM 32
ACHTERREM 34
KOELVLOEISTOF 35
BANDEN 37
MOTOROLIE.... 38
KOPPELING 39
AFSTELLEN VAN DE SPELING VAN HET
ACHTERREMPEDAAL 40
UITLAATDEMPERS 40
UITLAATDEMPERS.... 41
RICHTLIJNEN VOOR GEBRUIK 41
OP- EN AFSTAPPEN 41
CONTROLES VOORAF 43
TABEL MET CONTROLES VOORAF.... 44
STARTEN 45
VERTREKKEN EN RIJDEN.... 47
INRIJDEN.... 50
STOPPEN 51
PARKEREN 51
DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD
ZETTEN 52
RAADGEVINGEN TER VOORKOMING
VAN DIEFSTAL.... 53
ONDERHOUD 54
ONDERHOUDSSCHEMA.... 55
IDENTIFICATIEGEGEVENS 57
KOPPELINGEN MET KLIKKLEMMEN EN
SLANGKLEMMEN MET EEN SCHROEF...... 57
CONTROLEREN VAN
HET MOTOROLIEPEIL EN BIJVULLEN 58
VOORWIEL.... 59
ACHTERWIEL 61
DE MOTORFIETS OP DE ACHTERSTE
STANDAARD ZETTEN OPT 64
PLAATS HET VOERTUIG OP DE
VOORSTANDAARD OPT 64
AANDRIJFKETTING 65
DEMONTAGE VAN DE
CARTERBESCHERMPLAAT 67
DEMONTAGE VAN DE AFSCHERMINGEN
VAN DE AANDRIJFKETTING.... 67
ACHTEROPHANGING 67
CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE
VAN DE REMBLOKJES.... 69
AFSTELLING VAN HET STATIONAIRE
TOERENTAL....70
AFSTELLEN VAN DE GASHENDEL 71
BOUGIE 72
ACCU 74
CONTROLEREN EN REINIGEN
VAN DE ACCU-AANSLUITINGEN.... 75
DEMONTEREN VAN DE ACCU 76
ACCULADER 77
DE ACCU INSTALLEREN.... 77
NA LANGE INACTIVITEIT VAN DE ACCU...... 78
CONTROLEREN VAN DE SCHAKELAARS..... 78
VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN 79
AFSTELLEN VAN DE VERTICALE LICHTBUNDEL
VAN DE KOPLAMP 80
DASHBOARDVERLICHTING 80
GLOEILAMPEN 81
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN
VAN DE KOPLAMP 81
VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP
VAN DE KENTEKENPLAATVERLICHTING ..... 83
VERVOER.... 83
REINIGING 83
LANGE PERIODE VAN STILSTAND.... 85
TECHNISCHE GEGEVENS.... 87
SMEERMIDDELENTABEL.... 91
ELEKTRISCH SCHEMA - Pegaso 650 I.E..... 92
LEGENDA ELEKTRISCH SCHEMA -
Pegaso 650 I.E. 93
OFFICIÈLE DEALERS EN
SERVICECENTRA.... 96

BASISREGELS VOOR DE VEILIGHEID
Om de motorfiets te mogen besturen, moet u aan alle wettelijke verplichtingen voldoen (rijbewijs, geestelijke en lichamelijke gezondheid, verzekering, nummerplaat, enz.).
U wordt aangeraden zich de motorfiets geleidelijk eigen te maken daar waar weinig verkeer is of op terreinen die privé-eigendom zijn.
Het gebruik van bepaalde medicijnen, alcohol en verdovende middelen benadeelt in aanzienlijke mate de rijveiligheid.
Verzekert u zich ervan dat u geestelijk en lichamelijk goed in staat bent te rijden, en rijd vooral niet als u lichamelijk vermoeid en slaperig bent.

Het merendeel van de ongelukken is te wijten aan onervarenheid van de rijder.
Leen de motorfiets NOOIT uit aan beginners en overtuigt u zich er in ieder geval van dat de rijder in het bezit is van de wettelijke vereisten voor het rijden.
Volg nauwgezet de verkeersaanwijzingen en houd u aan de nationale en plaatselijke verkeersregels.
Vermijd abrupte manoeuvres die gevaarlijk zijn voor u en anderen (bijvoorbeeld: steigeren, het overschrijden van snelheidsbeperkingen enz.); houd bovendien altijd rekening met de staat van het wegdek, het zicht enz..
Bots niet tegen obstakels die schade aan het voertuig kunnen toebrengen of de controle over het voertuig kunnen doen verliezen.
Rijd niet vlak achter andere voertuigen om u mee te laten "zuigen".

natural_image
Illustration of a person sitting on a chair holding a tool, no text or symbols present⚠ WAARSCHUWING
Houd altijd beide handen aan het stuur en de voeten op de pedalen (of de voetplanken) en neem een correcte rijhouding aan.
Vermijd absoluut rechtop te gaan staan of uw ledematen te strekken tijdens het rijden.

De rijder moet zich nooit af laten leiden of laten beïnvloeden door personen of handelingen (niet roken, eten, drinken, lezen, enz.) tijdens het rijden.
Gebruik de voorgeschreven koelvloeistof en olie, zoals beschreven in de "SMEERMIDDELENTABEL"; controleer steeds of de niveaus van de olie en de koelvloeistof de voorgeschreven niveaus hebben.
Controleer, als de motorfiets bij een ongeluk betrokken is geweest, of de bedieningsknoppen, -kabels, -slangen, het remsysteem en de vitale delen niet beschadigd zijn.

natural_image
Illustration of a crane lifting a truck with a hand operating it (no text or symbols)Laat de motorfiets eventueel nakijken door een Officiële aprilia-dealer, met speciale aandacht voor het frame, het stuur, de vering, de veiligheidsonderdelen en de onderdelen waarvan de gebruiker zelf niet in staat is te beoordelen of ze beschadigd zijn.
Meld elk mankement bij het functioneren aan de technici/mecaniciens opdat de reparatiewerkzaamheden vergemakkelijkt worden.
Rijd absoluut niet met de motorfiets wanneer de beschadiging de rijveiligheid in gevaar brengt.
Verander nooit de plaats, de stand of de kleur van: de kentekenplaat, de richting-aanwijzers, de lichten en de claxon.
Modificaties aan de motorfiets doen de garantie onherroepelijk vervallen.

Elke eventuele verandering die aangebracht wordt aan de motorfiets of de verwijdering van originele delen kunnen de prestaties negatief beïnvloeden en de veiligheid in gevaar brengen of de motorfiets onwettig maken.
U wordt geadviseerd om zich altijd te houden aan alle nationale en plaatselijke wettelijke voorschriften en regels op het punt van de uitrusting van de motorfiets.
In het bijzonder moeten technische veranderingen vermeden worden die de prestaties beïnvloeden of in ieder geval de oorspronkelijke eigenschappen van de motorfiets veranderen.
Houd geen snelheidswedstrijden met andere voertuigen.

natural_image
Illustration of a sports outfit including a jacket, gloves, and helmet (no text or symbols)KLEDING
Voordat u gaat rijden dient u eraan te denken dat u altijd de helm op hebt; deze moet op de juiste wijze gedragen worden. Controleer of de helm gekeurd is, niet-beschadigd is, de juiste maat heeft en of het vizier schoon is.
Draag beschermende kleding; mogelijkkerwijs met een heldere en/of reflecterende kleur. Zodoende bent u goed zichtbaar voor de andere weggebruikers en beperkt u hiermee het risico aangereden te worden. Bij een val hebt u zodoende ook een betere bescherming.
De kleding moet goed passen en aan de uiteinden gesloten zijn; Koorden, ceintuur en das mogen niet los hangen; voorkom dat deze of andere objecten het rijden kunnen beïnvloeden doordat ze verstrikt raken in bewegende delen of bedieningselementen.

Zorg ervoor dat u geen voorwerpen in uw zakken hebt die mogelijk gevaar opleveren bij een val, zoals puntige objecten als sleutels, pennen, glazen voorwerpen (hetzelfde geldt voor de eventuele passagier).

natural_image
Illustration of three mechanical parts: a flat bracket, a box with a strap, and a briefcase (no text or symbols)ACCESSOIRES
De gebruiker is persoonlijk verantwoordelijk voor de keuze van de installatie en het gebruik van de accessoires.
Denkt u er tijdens de montage aan dat geen onderdelen zoals de lichten of onderdelen die dienen voor het aangeven van de richting of voor geluidssignalen bedekt worden, waardoor deze onderdelen geheel of gedeeltelijk hun functie verliezen; belemmer ook niet de uitslag van de vering en de stuurhoek en de werking van de bedieningselementen.
Vermijd het gebruik van accessoires die de toegang tot de bedieningselementen belemmeren, omdat zo de reactietijd in noodgevallen langer kan worden.
De grote kappen en windschermen van de motorfiets kunnen aërodynamische krachten doen ontstaan die de stabiliteit van de motorfiets beïnvloeden, vooral bij hoge snelheid.

natural_image
Illustration of a motorcycle with two briefcases on the back (no text or symbols)Controleer of de accessoires op degelijke wijze bevestigd zijn aan de motorfiets en geen gevaar opleveren tijdens het rijden. Niets toevoegen aan de elektrische installatie of hier iets aan veranderen, waardoor het maximale vermogen van de motorfiets overschreden zou kunnen worden. Hierdoor zou de motorfiets tijdens het rijden plotseling kunnen stoppen of er zou zich een gevaarlijk stroomtekort kunnen voordoen, zodat de claxon en de lichten niet meer functioneren.
aprilia raadt het gebruik van originele accessoires aan (originele aprilia accessoires).
LADING
Wees voorzichtig bij het opladen van bagage en vervoer niet te veel lading. De bagage moet zich zo dicht mogelijk bij het

natural_image
Top-down illustration of a motorcycle with no visible text or symbols on the bodyzwaartepunt van de motorfiets bevinden en evenwichtig verdeeld zijn naar beide zijden van de motorfiets zodat er een optimale balans is. Zorg er verder voor dat de lading goed is vastgemaakt op de motorfiets, vooral voor een lange rit.
Bevestig absoluut geen grote, zware en/of gevaarlijke voorwerpen aan het stuur, de spatborden en de vorken: dit vertraagt de reactiesnelheid van de motorfiets in de bochten en hindert de controle tijdens het rijden.
Bevestig niet teveel ruimte innemende bagage aan de zijkant van de motorfiets, aangezien deze tegen personen of voorwerpen zou kunnen stoten, waardoor u de controle over de motorfiets zou kunnen verliezen.

Deze zaken zouden tegen personen of voorwerpen kunnen stoten, waardoor de rijder de controle over de motorfiets zou kunnen verliezen.
Denk eraan dat de bagage niet voor of over de verlichting, de akoestische en visuele signalering hangt.
Vervoer geen dieren of kinderen op het handschoenkastje of op de bagagedrager.
Overschrijd niet de limiet voor vervoer die geldt voor iedere zijtas.
Teveel lading beïnvloedt de stabiliteit en de manoeuvreerbaarheid van de motorfiets.
PLAATSING VAN DE HOOFDELEMENTEN

LEGENDA
1) Koplamp
2) Contactschakelaar/stuurslot
3) Linker achteruitkijkspiegel
4) Tankdop
5) Brandstoftank
6) Accu
7) Elektronische besturingseenheid
8) Zekeringenhouder
9) Passagiershandvat
10) Documentenvakje
11) Achtervork
12) Linkervoetsteun passagier (klikwerking, ingeklapt/uitgeklapt)
13) Zijstandaard
14) Linkervoetsteun bestuurder
15) Schakelpedaal
16) Zadelslot
17) Aandrijfketting
18) Motoroliereservoir
19) Gereedschapskit
20) Stelschroef voor stationairloop
21) Doppen olieafvoer
22) Ruimte onder het zadel

LEGENDA
1) Achterlicht
2) Passagiershandvat
3) Zadel
4) Achterremvloeistofreservoir
5) Luchtfilter
6) Achterste schokdemper
7) Dop/peilstift motoroliepeil
8) Voorremvloeistofreservoir
9) Rechterachteruitkijkspiegel
10) Claxon
11) Motoroliefilter
12) Rempedaal achterrem
13) Rechtervoetsteun bestuurder
14) Achterrempomp
15) Rechtervoetsteun passagier (klikwerking, ingeklapt/uitgeklapt)
16) Dop expansievat koelvloeistof
17) Expansievat koelvloeistof
18) Dop CO-peilstok
PLAATSING VAN DE INSTRUMENTEN/BEDIENINGSELEMENTEN

LEGENDA
1) Koppelingshendel
2) Instrumenten en controlelampjes
3) Contactschakelaar/ schakelaar stuurslot (○-⊗-∅)
4) Voorremhendel
5) Gashendel
6) Knop alarmlicht (△)
7) Start- en stopschakelaar motor (⊗-○-③)
8) Lichtschakelaar (ED-ED)
9) Knop openen klepje brandstoftank
10) Drukknop claxon (▶)
11) Schakelaar richtingaanwijzers (⇔→)
12) MODE-schakelaar
INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES

LEGENDA
1) Toerenteller
2) Waarschuwingslampje: onderhoud voertuig ( ) rood
3) Waarschuwingslampje richtingaanwijzer (↔→) groen
4) Waarschuwingslampje grootlicht (ID) blauw
5) Waarschuwingslampje brandstofreserve (■) oranje
6) Waarschuwingslampje neutraalstand (N) groen
7) Lampje zijstandaard ( 1) geel
8) Lampje ABS-systeem ( ) (a) een voor voertuigen uitgerust met ABS-systeem) oranje
9) Lampje handvatverwarming ( ) OPT oranje
10) Digitaal multifunctioneel scherm
TABEL INSTRUMENTEN EN CONTROLELAMPJES
Alle lampjes, behalve het lampje "Verwarmde handvaten", gaan ongeveer 3 seconden branden iedere keer als de contactschakelaar op "○" wordt gezet en de motor niet aanstaat. Op deze manier wordt de werking van de LED's getest. Als een of meerdere lampjes niet gaan branden, neem dan contact op met uw Officiële aprilia-dealer.
| Beschrijving Functie | ||
| Digital multifunctioneel scherm | Snelheidsmeter (km/h - MPH) | Toont de rijsnelheid op dat moment of de gemiddelde of maximumsnelheid (in kilometers of mijlen) op basis van de instellingen, zie pag. 16 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER). |
| Kilometerteller/Mijlenteller ( KM - Mi) | Toont de totale of dagstand van de gereden kilometers of mijlen, zie pag. 16 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER). | |
| Temperatuur koelvloeistof (°C/°F) | Toont de temperatuur van de koelvloeistof in de motor, zie pag. 16 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER).⚠ OPGELET Zet de contactschakelaar niet op “☒” omdat de koelventilator dan, los van de temperatuur van de koelvloeistof, wordt uitgeschakeld. In dat geval zal de temperatuur verder stijgen.Als de temperatuur in de gevarenzone komt, de motor uitzetten, de contactsleutel op “○” zetten en wachten totdat het koelsysteem stilstaat.Zet nu de contactslutel op “☒” en controleer het koelvloeistofniveau, zie pag. 35 (KOELVLOEISTOF).Neem contact op met een Officiële aprilia-dealer.⚠ OPGELET Als de maximaal toegestane temperatuur wordt overschreden (118 °C - 244 °F), kan de motor ernstige schade oplopen. | |
| Brandstofniveau ⚪ | Toont de hoeveelheid brandstof aanwezig in de tank, zie pag. 16 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER). | |
| Klok | Toont de tijd in uren en minuten op basis van de instelling, zie pag. 16 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER). | |
| Accuspanning V BATT ⚗ | Toont de accuspanning in Volt, zie pag. 16 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER). | |
| LAP TIMER | Toont de verschillend tijdmetingen op basis van de instellingen, zie pag. 16 (MULTIFUNCTIONELE COMPUTER). | |
| DIAGNOSIS | In het geval van een ernstig alarm, waardoor de integriteit van het voertuig of van personen in gevaar komt, wordt aangegeven met een icoon die de oorzaak aangeeft (bijvoorbeeld: oliedruk ☐, onderhoudsbeurt ⚙️⚠ OPGELET Als het woord “△SERVICE” verschijnt tijdens de normale werking van de motor, betekent dit dat de elektronische besturingseenheid of het dashboard een storing hebben waargenomen. Meestal blijft de motor dan beperkt functionerend doordraaien; wend u zich onmiddellijk tot een Officiële aprilia-dealer. | |
| Toerenteller (tpm/rpm) | Geeft het aantal toeren per minuut van de motor aan.⚠ OPGELET Overschrijd nooit het maximale toerental van de motor, zie pag. 50 (INRIJDEN). | |
| Signaleringslampje storing | Deze gaat branden om een storing aan te geven in het geval van: alarm oliedruk, alarm oververhitting, problemen met het injectiesysteem of als het maximale toerental overschreden wordt.Als de motor uitstaat, knippert dit lampje om aan te geven dat het anti-diefstalsysteem ingeschakeld is.Gaat knipperen als het maximaal toegestane toerental wordt overschreden.⚠ OPGELET Als het lampje blijft branden na het starten of als hij gaat branden bij een normaal functionerende motor, gelijktijdig met een van de twee symbolen op het scherm: “EFI”, “,”, betekent dit dat er een storing is ontstaan in het injectiesysteem (EFI), of er onvoldoende oliedruk is (,”). Zet in dit geval de motor onmiddellijk uit en neem contact op met een Officiële aprilia-dealer. | |
| Waarschuwingslampje richtingaanwijzers | Knippert wanneer de richtingaanwijzers aan staan. | |
| Waarschuwingslampje grootlicht | Gaat branden als het grootlicht aan is of als er met het grootlicht geknippert wordt. | |
| Waarschuwingslampje laag brandstofpeil | Gaat branden zodra er in de brandstoftankongeveer 3 /brandstof zit.Vul in dit geval de tank zo snel mogelijk bij, zie pag. 28 (BRANDSTOF). | |
| Waarschuwingslampje neutraalstand | Licht op wanneer de versnelling in neutraal staat. | |
| Lampje zijstandaard uitgeklapt | Gaat branden als de zijstandaard uitgeklapt is. | |
| Lampje ABS-systeem (indien ABS-installatie aanwezig) (alleen voor voertuigen uitgerust met ABS-systeem) | Gaat branden indien het ABS-systeem storing heeft. | |
| Lampje handvatverwarming (indien handvatverwarming aanwezig) | Gaat branden als de handvatverwarming aangezet wordt. | |

MULTIFUNCTIONELE COMPUTER
Zet de contactsleutel op positie "O", op het dashboard verschijnt 2 seconden lang:
- Het logo "PEGASO 650 STRADA"
- Alle lampjes, behalve het "Lampje verwarmde handvaten"
- De back lighting
De wijzer van de toerenteller (1) gaat naar de maximale waarde, ingesteld door de gebruiker.
Na de begincontrole tonen alle instrumenten onmiddellijk de huidige waarde van de gemeten grootheden.
De standaardinstellingen die op het scherm zichtbaar zijn, zijn:
A) temperatuur koelvloeistof;
B) hoeveelheid brandstof;
C) klok;
D) snelheidsmeter;
E) odometer;
F) reiscomputer en bijkomende functies.

natural_image
Technical diagram of a mechanical device with labeled component (no text or symbols present)De MODE-schakelaar (2) heeft drie standen: in de linkerstand worden de numerieke waarden verlaagd en kan er door de drop-down menu's gescrolld worden, in de rechrstand worden de numerieke waarden verhoogd en kan er door de drop-down menu's aan de andere kant gescrolld worden, terwijl in de middelste stand kunnen de waarden door het indrukken van de knop bevestigd worden.

Via de schakelaar (2) worden op het LCD-scherm de vensters getoond die in de ruimte (F) de volgende hoeveelheden weergeven:
A) GEDEELTELIJKE ODOMETER 1
B) TIJD VAN AFGELEGDE AFSTAND 1
C) GEDEELTELIJKE ODOMETER 2
D) TIJD VAN AFGELEGDE AFSTAND 2
E) MAXIMALE SNELHEID
F) CRONOMETER
G) ACCUSPANNING
H) RESERVEKM (af te leggen afstand op reservetank voor trajecten langer dan 2 km).
De gedeeltelijke odometer 1 en de gedeeltelijke odometer 2 kunnen op nul gesteld worden door de schakelaar (2) langere tijd op de middelste stand ingedrukt te houden en stelt alle waarden met betrekking tot de actieve gedeeltelijke odometer op nul.
Na het venster van de af te leggen afstand met de reservetank (RESERVEKM), wordt het venster MENU alleen zichtbaar als het voertuig niet in beweging is.

MENU
Als het voertuig stilstaat, is het mogelijk via het venster MENU het configuratiemenu binnen te gaan. Druk hiervoor de MODE-schakelaar in de middelste stand. Als het voertuig in beweging is, gaat het scherm terug naar het venster van de GEDEELTELIJKE ODOMETER 1.
De menuonderdelen van het configuratiemenu zijn de volgenden:
EXIT
SETTINGS
LAP TIMER
DIAGNOSIS
LANGUAGE
INSTELLINGEN (SETTINGS)
Als de functie SETTINGS gekozen wordt, verschijnt er een venster met de volgende opties:
EXIT
TIME SETTINGS
GEAR SHIFT INDICATOR
INTENSITY BACK LIGHTING
CHANGE THE CODE
UNLOCK SAFETY LOCKS
Aan het eind van de bewerkingen gaat het dashboard terug naar het hoofdmenu.
INSTELLEN TIJD (TIME SETTINGS)
Hier kan de tijd ingesteld worden. Ga in het hoofdscherm naar "TIME SETTINGS".
Als hier de minuten ingevoerd worden, verdwijnen dezen en blijven alleen de uren over. Met iedere beweging naar rechts van de MODE-schakelaar gaat de uurwaarde omhoog, bij 12 uur springt hij terug op 0. Iedere keer dat de MODE-schakelaar naar links bewogen wordt, gaat de uurwaarde naar beneden, bij 12 uur springt hij terug op nul. Wordt de knop nogmaals naar links bewogen wordt, springt hij terug op 12.
Door het uur te bevestigen, wordt de ingestelde waarde opgeslagen en kunnen de minuten ingesteld worden.
Als hier de uren ingevoerd worden, verdwijnen dezen en blijven alleen de minuten over. Met iedere beweging naar rechts van de MODE-schakelaar gaat de minuutwaarde omhoog, bij 59 minuten springt hij terug op 0. ledere keer dat de MODE-schakelaar naar links bewogen wordt, gaat de waarde naar beneden, bij 59 minuten springt hij terug op nul. Wordt de knop nogmaals naar links bewogen wordt, springt hij terug op 59.
Door de waarde te bevestigen, wordt de ingestelde waarde opgeslagen en wordt de mogelijkheid tot het instellen van de tijd afgesloten.

DREMPEL SCHAKELEN (GEAR SHIFT INDICATOR)
Hier kan de schakeldrempel ingesteld worden. Het hoofdvenster verschijnt met het bericht "GEAR SHIFT INDICATOR".
ledere keer dat de MODE-schakelaar naar rechts bewogen wordt, gaat de drempelwaarde met 100 RPM omhoog, en andersom, iedere keer dat de MODE-schakelaar naar links bewogen wordt, gaat de waarde met 100 RPM omlaag.
Bij het bereiken van de bovenste of de onderste limiet heeft het indrukken van de schakelaar geen enkel effect.
Het instellen wordt beëindigd door de MODE-schakelaar in de middelste stand in te drukken. Nu wordt de ingestelde waarde opgeslagen, de wijzer gaan naar nul en het dashboard gaat terug naar de pagina van het configuratiemenu.
De eerste keer dat de accu aangesloten wordt, toont het dashboard eerst het stationaire toerental en de volgende keren steeds de laatst ingestelde waarde.
STATIONAIR TOERENTAL: 5000
MINIMUM TOERENTAL: 4000
MAXIMUM TOERENTAL: 8000
Bij het overschrijden van de vastgestelde drempel, gaat het waarschuwingslampje (3) op het dashboard knipperen totdat het toerental tot onder de drempel wordt teruggebracht.

DISPLAYVERLICHTING (BACK LIGHTING)
Met deze functie kan de intensiteit van de achtergrondverlichting ingesteld worden op drie niveau's. ledere keer dat de MODE-schakelaar naar rechts of links wordt bewogen, ziet de gebruiker de volgende iconen:
LOW
MEAN
HIGH
Aan het einde van de handeling gaat, door de MODE-schakelaar in te drukken in de middelste stand, het dashboard terug naar het menu SETTINGS.

CODE AANPASSEN (CHANGE THE CODE)
Deze functie is verbonden met het diagnostisch systeem, en dus alleen toegankelijk voor de servicecentres van aprilia.
UNLOCK SAFETY LOCKS
In het geval van storing aan de sensor van de standaard, de neutral en de koppelingshendel wordt, via de functie "Unlock Safety Locks" de veiligheidsinrichting omzeild zodat de motor gestart kan worden.
Op het scherm verschijnt het woord "SERVICE".
Als de motor uitgezet wordt, wordt de veilgiheidsinrichting weer opnieuw ingeschakeld.
⚠ WAARSCHUWING
Deze functie ma noodgevallen gebruikt worden.
| CHRONO | |
| 40 | 00'00"00 |
| 39 | 59'59"98 |
| 38 | 21'37"00 |
| 37 | 22'03"19 |
| 36 | 19'08"39 |
CHRONOMETER (LAP TIMER)
Als de functie LAP TIMER gekozen wordt, verschijnt er een venster met de volgende opties:
EXIT
VIEW TIMES
DELETE TIMES
METINGEN TON EN (VIEW TIMES)
Deze functie toont de verkregen tijdmetingen. Door de MODE-schakelaar steeds kort naar rechts en naar linkste bewegen, bladert u door de pagina's van de metingen, door de schakelaar langere tijd gedraaid te houden, gaat u terug naar het menu LAP TIMER. Als de accu wordt lodgekoppeld, gaan alle tijden in het geheugen verloren.
METINGEN VERWIJDEREN (DELETE TIMES)
Deze functie verwijdert de verkregen tijdmetingen. Er wordt bevestiging van het verwijderen gevraagd. Aan het eind van de bewerking gaat het scherm terug naar het menu LAP TIMER.

Werking chronometer
Zet voor het gebruik van de chronometer het scherm op het hoofdvenster met daarop het woord CHRONO, in afwachting van het begin van de metingen.
Door de MODE-schakelaar kort in te drukken in de middelste stand, begint de chronometer de tijd te registreren. Druk opnieuw op de MODE-schakelaar in de middelste stand binnen 10 seconden na de start, de meting wordt geannuleerd en een nieuwe wordt gestart. Druk opnieuw op de MODE-schakelaar in de middelste stand na 10 seconden na de start, de meting wordt onderbroken en opgeslagen, en een nieuwe wordt gestart. De serie metingen wordt onderbroken door langere tijd de MODE-schakelaar in de middelste stand in te drukken.
Na 40 metingen worden de metingen beëindigd en verschijnt het woord "FULL". Om alle tijdmetingen te kunnen aflezen moet eerst de motorfiets stilgezet wordt, zie pag. 51 (STOPPEN), ga dan naar de functie VIEW TIMES in het menu LAP TIMER.
Een nieuwe sessie van metingen kan alleen uitgevoerd worden als alle andere metingen verwijderd worden. Ga hiervoor naar de functie DELETE TIMES in het menu LAP TIMER.
DIAGNOSTICA (DIAGNOSIS)
Dit MENU communiceert met de systemen die aanwezig zijn in de motor en voert daar diagnoses op uit. Op deze in te schakelen moet er een toegangscodes ingetoetst worden die alleen de servicecentres van aprilia in bezit hebben.
Taal (Language)
In dit menu kan de taal van de gebruikersinterface ingesteld worden.
ITALIANO
ENGLISH
FRANCAIS
DEUTCH
ESPAGNOL

SERVICEBEURT
Als het tijd is voor een onderhoudsbeurt verschijnt er de icoon met het symbool van een Engelse sleutel.
TONEN ALARMEN
In het geval er zich een ernstig probleem voordoet, waardoor de integriteit van het voertuig of de persoon in gevaar komt, wordt op de plek waar normaal gesproken de afstandsmeter zichtbaar is, een icoon zichtbaar die de oorzaak aangeeft.
De alarmen worden onderverdeeld in twee groepen op basis van hun prioriteit:
◆ Hoge prioriteit: oververhitting, fouten in de besturingseenheid, fouten in het bedieningspaneel;
◆ Lage prioriteit: richtingaanwijzers.

De aanduiding dat de richtingaanwijzers defect zijn, verschijnt alleen als alle led's van de richtingaanwijzer defect zijn.
Indien er gelijktijdig meerdere alarmen zijn van dezelfde prioriteit, worden de iconen om en om zichtbaar.
De alarmen van hoge prioriteit verdringen de iconen van de alarmen van lage prioriteit.
Het kort branden van de storingslampjes en de icoon SERVICE, zijn geen indicatie van storing.
BELANGRIJKSTE ONAFHANKELIJKE BEDIENINGSELEMENTEN

BEDIENINGSELEMENTEN OP DE LINKERSTUURHELFT
OPMERKING De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de contactschakelaar in de stand "O" staat.
1) CLAXONKNOP (☐)
De claxon treedt in werking wanneer de drukknop wordt ingedrukt.
2) SCHAKELAAR
RICHTINGAANWIJZERS (⇔⇔)
De schakelaar naar links zetten om aan te geven dat u links gaat afslaan; de schakelaar naar rechts drukken om aan te geven dat u rechts gaat afslaan.
Op het midden van de schakelaar drukken om de richtingaanwijzer uit te zetten.
3) MODEKNOP
Door de MODE-joystick naar links en rechts te bewegen of door deze in te
drukken wordt de UP/DOWN uitgevoerd en kunnen de schermen van het multifunctionele scherm gekozen worden.
4) LICHTSCHAKELAAR (ED-ED) In stand "ED" branden altijd de parkeerlichten, de dashboardverlichting en het dimlicht. In stand "ED" links brandt het grootlicht. In stand "ED" rechts knippert het grootlicht, in geval van gevaar of nood. 5) KNOP OPENEN KLEPJE BRANDSTOFTANK Door deze knop in te drukken, gaat het klepje van de brandstoftank open zodat de dop van de tank toegankelijk is.
BEDIENINGSELEMENTEN OP DE RECHTERSTUURHELFT
OPMERKING De elektrische onderdelen werken enkel wanneer de contactschakelaar in de stand "○" staat.
6) START-/STOPSCHAKELAAR (○-⊗-③) Door de schakelaar in stand ○ te zetten en hem in te drukken in stand ③ kan de motor gestart worden; de startmotor laat de motor draaien. Voor het starten, zie pag. 45 (STARTEN).
In stand ✉ stopt de motor.
⚠ WAARSCHUWING
Zet de schakelaar niet in stand Ⓧ tijdens het rijden.

OPGELET
Als de motor uitstaat en de schakelaar in stand "O", kan de accu ontladen worden.
Laat als de motor stilstaat en na de motor uit te hebben gezet, de schakelaar op stand "☒" staan.
7) KNOP ALARMLICHTEN (A) Door het indrukken van deze knop gaan beide richtingaanwijzers aan. Het aan- en uitzetten kan alleen als de contactschakelaar in stand "O" staat. Als aangezet blijven de richtingaanwijzers aan ook als de sleutel uit het contact gehaald wordt. Om ze uit te zetten, moet de contactschakelaar weer in stand "O" gezet worden.


natural_image
Mechanical component with a labeled part (2) and no visible text or symbols
natural_image
Diagram of a vehicle interior showing a circular engine and dashboard (no text or symbols)
CONTACTSCHAKELAAR
De contactschakelaar (1) bevindt zich op de stuurkolomplaat.
OPMERKING De sleutel activeert de contactschakelaar/stuurslot, de knop (2) van de klep van de brandstoftank (3) en het zadelslot (4).
Bij de motorfiets worden twee sleutels geleverd (één reservesleutel).
OPMERKING Bewaar de reservesleutel niet in de motorfiets.
| Stand Functie | Uittrekken sleutel | |
| [4805]Stuurslot | Het stuur is vergrendeld. De motor kan niet worden gestart. | De sleutel kan uit het contact worden getrokken. |
| [4351] | De motor kan niet worden gestart. | De sleutel kan uit het contact worden getrokken. |
| [17th4] | De motor kan worden gestart. | De sleutel kan niet uit het contact worden getrokken. |

STUURSLOT
⚠ WAARSCHUWING
Draai de sleutel nooit in de stand “ ^2 ” terwijl u rijdt, om te vermijden dat u de controle over de motorfiets verliest.
BEDIENING
Om het stuur te vergrendelen:
◆ Draai het stuur helemaal naar links of helemaal naar rechts.
♦ Draai de sleutel (1) in de positie “☒”.
◆ Druk de sleutel (1) in en draai hem in de stand “☐”.
♦ Trek de sleutel (1) eruit.
HULPUITRUSTING

ONTGRENDELEN/VERGRENDELEN VAN HET ZADEL
◆ Zet de motorfiets op de standaard, zie pag. 52 (DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD ZETTEN).
♦ Steek de sleutel (1) in het zadelslot (2).
♦ Draai de sleutel (1) rechtsom en zet het zadel omhoog en verwijder het.

natural_image
Warning symbol with exclamation mark inside a triangle (no text or numbers)Vergrendelen van het zadel:
◆ Plaats de tongetjes (3) in de daarvoor bestemde zitting, plaats het zadel omlaag en druk erop zodat het slot vastklikt.
⚠ WAARSCHUWING
Controleer voor het rijden of het zadel goed vergrendeld is.

natural_image
Mechanical component diagram showing a device with a labeled part (no text or symbols present)
natural_image
Diagram of a device interior with labeled parts (no text or symbols present)DOCUMENTENVAK
Het openen van het documentenvak (2):
◆ Zet de contactschakelaar in stand "O" en druk op de knop voor het openen van de klep van de brandstoftank (1).
GEREEDSCHAPSVAK
Het openen van het gereedschapsvak:
◆ Verwijder het zadel, zie pag. 24 (ONTGRENDELEN/VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).
De kit bestaat uit:
- opvouwbare ringsleutels met zeskant 3, 4 mm (3);
- dubbele steeksleutel van 8 - 10 mm (4);
- dubbele steeksleutel van 11 - 13 mm (5);
– dopsleutel van 16 mm voor bougie (6);
– dubbele kruiskop-/platte schroevendraaier (7); - gereedschapstasje (8);
-combinatiesleutel 13 mm.

Maximaal toegestaan gewicht: 1,5 kg.

natural_image
Gray icon of an 'i' inside a square frame (no text or symbols)SPECIAAL GEREEDSCHAP OPT
Voor het uitvoeren van specifieke werkzaamheden is het raadzaam het volgende speciaal gereedschap te gebruiken (verkrijgbaar bij een Officiële aprilia-dealer):
| Gereedschap Werkzaamheden | |
| Achterste standaard (1), zie pag. 64 (PLAATS HET VOERTUIG OP DE VOORSTANDAARD OPT). | Demontage van het achterwiel.Afstelling van de aandrijfketting. |
| Voorste standaard (2), zie pag. 64 (DE MOTORFIETS OP DE ACHTERSTE STANDAARD ZETTEN OPT). | Demonteren van voorwiel. |
| Montagetang klikklemmen (3), zie pag. 57 (KLIKKLEMMEN). | Montage klikklemmen. |


ACCESSOIRES OPT
Het voertuig kan met de volgende accessoires worden uitgerust (wend u tot de Officiële aprilia-dealer):
– Halfharde kofferset en bevestigingen (1)
- Bagagerek (2)
- Koffertje achter 28 lt. (3)
- Koffer achter 45 lt. (3)
- Bol glas instelbaar in twee posities door middel van schroeven (4)
- Kit hoofdstandaard (5)
- Tankcovers
- Rugzak tank
(te bevestigen aan het voertuig door hem aan de tankcover te haken)
- Verhoogd zadel
- Instelbare voorremhendel
BELANGRIJKSTE ONDERDELEN

natural_image
Prohibition sign with no smoking symbol (no text or numbers present)BRANDSTOF
⚠ WAARSCHUWING
De brandstof die gebruikt wordt voor verbrandingsmotoren is uiterst ontvlambaar en kan in bepaalde omstandigheden explosief worden.
Het is belangrijk dat het tanken en de onderhoudswerkzaamheden in een goed geventileerde ruimte gebeuren en met afgezette motor.
Niet roken gedurende het tanken of in de nabijheid van benzinedampen; in elk geval absoluut contact mijden met open vlammen, vonken en elke andere warmtebron, om te voorkomen dat de brandstof vlam vat of explodeert.

natural_image
Illustration of a hand cleaning a camera lens with sparkles (no text or symbols)⚠ WAARSCHUWING
Verder moet u ook voorkomen dat er benzine uit de tankopening stroomt, aangezien ze vlam kan vatten bij contact met de gloeiende delen van de motor.
Voor het geval per ongeluk benzine buiten de tank terechtkomt, moet u controleren of de plek waar de benzine is terechtgekomen geheel droog is en voor u gaat rijden moet u er zich van vergewissen dat er geen benzine op de hals van de benzinemond is achtergebleven.
Loodvrije benzine zet uit onder invloed van zonnewarmte en zonnestraling. Vul de tank daarom nooit tot de rand.

natural_image
Warning symbol with exclamation mark inside a triangle (no text or numbers)⚠ WAARSCHUWING
Mijd contact van benzine met de huid en inademing van dampen. Zuig geen benzine op en breng de benzine niet over van één vat in een ander met behulp van een slang.
LOOS BRANDSTOF NIET IN HET MILIEU.
BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
Gebruik uitsluitend loodvrije benzine, in overeenstemming met de norm DIN 51 607, min. octaangetal 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.)

Ga als volgt te werk om te tanken:
- Steek de sleutel (1) in de contactschakelaar en zet hem in de stand "○".
◆ Druk op de knop voor het openen van de klep van de brandstoftank (2).
◆ Het klepje (3) openen.
♦ Schroef de dop (4) los.
NUTTIGE INHOUD BRANDSTOFTANK (reserve inbegrepen): 15 ±0,5 ℓ
TANKRESERVE: ongeveer 3 l
▲ OPGELET
De tank heeft lichte overdruk. Bij het opendraaien van de dop van de brandstoftank is een licht geluid van ontsnappende lucht te horen. De dop goed vasthouden totdat alle lucht ontsnapt is.

natural_image
Warning symbol with exclamation mark inside a triangle (no text or numbers)OPGELET
Voeg geen additieven of andere substanties toe aan de brandstof.
Als u een trechter of soortgelijke voorwerpen gebruikt, zorg er dan voor dat ze perfect schoon zijn.
⚠ WAARSCHUWING
Vul de tank niet volledig; het brandstofpeil mag maximaal tot de onderste rand van de vulhals reiken (zie afbeelding).
OPGELET
Pas tijdens het tanken op dat u de binnenzijde van de tank niet beschadigd met het slangmondstuk.
◆ Vul brandstof bij.

Na het bijvullen:
♦ Schroef de dop (4) er weer op.
⚠ WAARSCHUWING
Zorg dat de dop goed dichtgedraaid is.
◆ Druk de klep (3) dicht.
◆ Haal de sleutel uit de contactschakelaar.

natural_image
Technical illustration of a motorcycle showing front and side views with mechanical components (no text or symbols)REMVLOEISTOF - aanbevelingen
OPMERKING
Deze motorfiets is
uitgerust met schijfremmen vooraan en achteraan, met afzonderlijke hydraulische circuits.
De volgende informatie heeft betrekking op slechts één remsysteem, maar geldt voor beide.
⚠ WAARSCHUWING
Plotselinge weerstand of verschillen in speling op de remhendel kunnen te wijten zijn aan onregelmatigheden in het hydraulische systeem.
In geval van twijfel met betrekking tot het goed functioneren van remsysteem en als u niet in staat bent de normale controles zelf uit te voeren, moet u te rade gaan bij uw Officiële aprilia-dealer.

natural_image
Technical line drawing of mechanical components and assembly (no text or symbols)⚠ WAARSCHUWING
Zie er goed op toe dat de remschijven niet vettig of smerig zijn, in het bijzonder na uitvoering van onderhoudswerkzaamheden of controles.
Controleer of de remleidingen niet gedraaid of versleten zijn.
Let op dat geen water of stof per ongeluk in het circuit terechtkomt.
Het is aangeraden latex handschoenen te gebruiken om onderhoudswerken te voeren.
Ais de remvloeistof in contact komt met de huid of de ogen, kan dit leiden ernstige irritatie.

natural_image
Warning triangle with water droplet symbol inside, no text or numbers present⚠ WAARSCHUWING
Spoel de lichaamsdelen die in contact komen met de vloeistof goed af. Raadpleeg een oogarts of een gewone arts als de vloeistof in contact komt met de ogen.
LOOS VLOEISTOF NIET IN HET MILIEU. BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
OPGELET
uitWanneer u de remvloeistof gebruikt, moet u erop letten dat u er niet mee morst op de plastic of gelakte delen, omdat deze door de vloeistof kunnen tof worden aangetast.

natural_image
Technical illustration of mechanical components with no visible text or symbolsSCHIJFREMMEN
⚠ WAARSCHUWING
De remmen zijn de belangrijkste onderdelen voor uw veiligheid, dus moeten zij te allen tijde in perfecte staat verkeren; controleer ze voor elke rit.
Een vuile schijf verontreinigt de remblokjes, wat zal resulteren in een verminderde remkracht.
Vuile remblokjes moeten worden vervangen; vuile schijven moeten worden gereinigd met een ontvettingsmiddel van hoge kwaliteit.
De remvloeistof moet om de twee jaar vervangen worden door een Officiële aprilia-dealer.
Gebruik remvloeistof van het type dat is aangegeven in het smeerschema, zie pag. 91 (SMEERMIDDELENTABEL).

natural_image
Mechanical assembly diagram showing a component with a highlighted section and arrow (no text or symbols)OPMERKING Dit voertuig is uitgerust met schijfremmen en heeft twee remsystemen, voor en achter, met afzonderlijke hydraulische circuits.
Het remsysteem aan de voorzijde beschikt over een schijf (linkerzijde).
Het achterste remsysteem heeft een schijf (linkerkant).
De volgende informatie heeft betrekking op slechts één remsysteem, maar geldt voor beide.
Naarmate de remblokjes afslijten, neemt het vloeistofpeil af om de slijtage automatisch te compenseren.
Het voorremvloeistofreservoir bevindt zich op de rechterstuurhelft, naast de bevestiging van de voorremhendel.
Het achterste remvloeistofreservoir bevindt zich aan de rechterzijde van de motorfiets, vlakbij de achterremhendel.

natural_image
Mechanical assembly diagram showing a hand operating a wheel with a black arrow pointing to a component (no text or symbols present)OPMERKING Voer
onderhoudswerkzaamheden twee keer zo vaak uit als voorgeschreven, wanneer met de motorfiets in regenachtige, stoffige of oneffen omgevingen wordt gereden.
Laat na de eerste 1000 km (625 mi) en vervolgens om de 10000 km (6250 mi) de staat van de remschijven controleren en wend u daartoe tot een Officiële aprilia-dealer.
Controleer voor u vertrekt het remvloeistofpeil in de reservoirs, zie pag. 32 (VOORREM), pag. 34 (ACHTERREM) en de slijtage van de remblokjes, zie pag. 69 (CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKJES).
Laat de remvloeistof om de twee jaar vervangen door een Officiële aprilia-dealer.
⚠ WAARSCHUWING
Rijd niet met de motorfiets als er vloeistof uit het remsysteem lekt.

VOORREM
CONTROLE
Houd de motorfiets rechtop en draai het stuur zodat de vloeistof in het reservoir parallel staat aan het deksel van het remvloeistofreservoir.
◆ Controleer of het vloeistofpeil boven het "MIN"-streepje staat.
MIN = minimumpeil
Als de vloeistof niet minstens tot het "MIN"-streepje reikt:
▲ OPGELET
Naarmate de remblokjes afslijten, neemt het vloeistofpeil af om de slijtage automatisch te compenseren.
◆ Controleer de slijtage van de remblokjes, zie pag. 69 (CONTROLLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKJES) en van de schijf.
Als de remblokjes en/of de schijf niet moet worden vervangen, moet u vloeistof bijvullen.

BIJVULLEN
Lees aandachtig pag. 30 (REMVLOEISTOF - aanbevelingen).
OPGELET
De remvloeistof kan uit het reservoir lopen. Bedien de voorremhandel niet wanneer de schroeven (1) of (2) los zijn en zeker niet wanneer het deksel van het remvloeistofreservoir is verwijderd.
OPGELET
Leg een doek onder het rem vloeistofreservoir ter bescherming tegen eventuele lekkage.
Houd de motorfiets rechtop en draai het stuur zodat de vloeistof in het reservoir parallel staat aan het deksel van het remvloeistofreservoir.
◆ Draai = met = behulp = van = een = korte kruisschroevendraaier de schroef (1) uit.

♦ Draai de schroef (2) los.
⚠ WAARSCHUWING
Vermijd langdurige blootstelling van de remvloeistof aan lucht.
De remvloeistof is hygroscopisch, d.w.z. het neemt bij contact met lucht het in de lucht aanwezige vocht op.
Laat de remvloeistofhouder niet LANGER openstaan dan nodig tijdens het bijvullen.

◆ Verwijder de kap (3) compleet met de schroeven (1) en (2) en de bescherming (4).
◆ Verwijder de pakking (5).
OPGELET
Schud niet met de motorfiets terwijl u het remvloeistofreservoir vult, om te vermijden dat vloeistof wordt gemorst.
Voeg geen additieven of andere substanties toe aan de vloeistof.
Als u een trechter of soortgelijke voorwerpen gebruikt, zorg er dan dat ze perfect schoon zijn.
OPMERKING Om het "MAX"-peil te bereiken, moet u bijvullen tot het glas (6) volledig is bedekt, met de rand van het remvloeistofreservoir evenwijdig met de grond.

◆ Vul het reservoir (7) bij met remvloeistof, zie pag. 91 (SMEERMIDDELENTABEL), tot het juiste peil is bereikt.
OPGELET
Vul nooit bij tot boven het "MAX"-niveau.
Enkel wanneer nieuwe remblokjes worden gebruikt, is het aangeraden het reservoir tot het "MAX"-niveau te vullen.
Vul het reservoir niet tot het "MAX"-Oiveau wanneer de remblokjes versleten zijn, om te vermijden dat de vloeistof naar buiten stroomt wanneer de remblokjes worden vervangen.

natural_image
Line drawing of a hand gripping a mechanical component (no text or symbols)◆ Plaats de pakking (5) correct terug in haar zitting.
◆ Plaats de bescherming (4) samen met de kap (3) terug.
♦ Schroef de schroef (2) in en draai ze aan.
♦ Schroef de schroef (1) in en draai ze aan.
⚠ WAARSCHUWING
Controleer de werking van de remmen.
Neem in geval van overmatige speling van de remhendel of een verminderde werking van de remmen contact op met een Officiële aprilia-dealer, aangezien in dit geval het systeem mogelijk moet worden ontlucht.

natural_image
Warning triangle with water droplet symbol inside, no text or numbers presentACHTERREM
CONTROLE
◆ Houd de motorfiets recht.
◆ Controleer of het vloeistofpeil boven het "MIN"-streepje staat.
MIN=minimumpeil
MAX= maximum peil
Als de vloeistof niet minstens tot het "MIN"-streepje reikt:
OPGELET
Naarmate de remblokjes afslijten, neemt het vloeistofpeil af om de slijtage automatisch te compenseren.
◆ Controleer =de =slijtage =van =de remblokjes, =zie =pag. =69 (CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKJES) en van de schijf.
Als de remblokjes en/of de schijf niet moet worden vervangen, moet u vloeistof bijvullen.

BIJVULLEN
Lees aandachtig pag. 30 (REMVLOEISTOF - aanbevelingen).
OPGELET
De remvloeistof kan uit het reservoir lopen. Gebruik de achterremhendel niet terwijl het deksel van het remvloeistofreservoir is verwijderd.
⚠ WAARSCHUWING
Vermijd langdurige blootstelling van de remvloeistof aan lucht.
De remvloeistof is hygroscopisch, d.w.z. het neemt bij contact met in het in de lucht aanwezige vocht op.
Laat de remvloeistofhouder niet LANGER openstaan dan nodig tijdens het bijvullen.
♦ Schroef de dop (1) los en verwijder hem.
◆ Verwijder de pakking (2).
OPGELET
Zorg dat de vloeistof in het reservoir evenwijdig met de rand blijft staan (in horizontale stand), zodat tijdens het bijvullen geen remvloeistof wordt gemorst.
Voeg geen additieven of andere substanties toe aan de vloeistof.
Als u een trechter of soortgelijke voorwerpen gebruikt, zorg er dan voor dat ze perfect schoon zijn.
- Vul het reservoir (3) bij met remvloeistof, zie pag. 91 (SMEERMIDDELENTABEL), tot het juiste niveau tussen de "MIN"- en de "MAX"-markering is bereikt.
OPGELET
Enkel wanneer nieuwe remblokjes worden gebruikt, is het aangeraden het reservoir tot het "MAX"-niveau te vullen.
Vul het reservoir niet tot het "MAX"-niveau wanneer de remblokjes versleten zijn, om te vermijden dat de vloeistof naar buiten stroomt wanneer de remblokjes worden vervangen.
hControleer de werking van de remmen.
Neem in geval van overmatige speling van de remhendel of een verminderde werking van de remmen contact op met een Officiële aprilia-dealer, aangezien in dit geval het systeem mogelijk moet worden ontlucht.
KOELVLOEISTOF
OPGELET
Gebruik de motorfiets niet als het koelvloeistofpeil onder het voorgeschreven minimum ligt "MIN".
OPMERKING Voer
onderhoudswerkzaamheden twee keer zo vaak uit als voorgeschreven, wanneer met de motorfiets in regenachtige, stoffige of oneffen omgevingen wordt gereden.
Controleer voor u vertrekt het koelvloeistofpeil, zie pag. 36 (CONTROLEREN EN BIJVULLEN); laat de koelvloeistof om de twee jaar verversen door een Officiële aprilia-dealer.
⚠ WAARSCHUWING
De koelvloeistof is giftig: slik ze niet als de koelvloeistof in contact komt met de huid of de ogen, kan dit leiden ernstige irritatie.
Als de vloeistof in contact komt met de huid of de ogen, overvloedig spoelen met water en een arts raadplegen. Als de koelvloeistof wordt ingeslikt, het braken opwekken, mond en keel overvloedig spoelen met water en onmiddellijk een arts raadplegen.
BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
LOOS VLOEISTOF NIET IN HET MILIEU.
⚠ WAARSCHUWING
Let op dat u geen koelvloeistof morst op de hete onderdelen van de motor: de vloeistof kan vlam vatten en onzichtbare vlammen veroorzaken.
Het is aangeraden latex handschoenen te gebruiken om onderhoudswerken uit te voeren.
OPGELET
Laat de koelvloeistof verversen door een Officiële aprilia-dealer.
De koelvloeistof is samengesteld uit 50% water en 50% antivries.
Dit mengsel is ideaal voor de meeste motortemperaturen en garandeert een goede bescherming tegen roest.
in; Het is handig hetzelfde mengsel ook in de zomer te gebruiken, aangezien zo het toterlies ten gevolge van verdamping tot een minimum wordt beperkt, zodat het niet nodig is zeer regelmatig bij te vullen.
Op die manier neemt de aanwezigheid van minerale zoutresten in de radiator veroorzaakt door verdampt water af en is de goede werking van het koelsysteem verzekerd.
Als de buitentemperatuur minder dan 0°C bedraagt, moet u het koelcircuit regelmatig controleren en zo nodig de concentratie van antivries verhogen (tot maximum 60%).

natural_image
Technical diagram of a mechanical component with numbered callouts (1), showing internal structure without any readable text or symbols.Gebruik voor de koeloplossing gedistilleerd water, om schade aan de motor te voorkomen.
⚠ WAARSCHUWING
Niet de dop van het expansievat (1) verwijderen als de motor nog heet is, aangezien de koelvloeistof erg heet kan zijn.
Contact met de huid of met kleding kan ernstige brandwonden en/of schade veroorzaken.

CONTROLEREN EN BIJVULLEN
⚠ WAARSCHUWING
Controleer het koelvloeistofpeil en vul de expansietank bij koude motor.
◆ Zet =de =motor =af =en =wacht =tot =hij =is afgekoeld.
◆ Laat de motorfiets rechtop staan met de twee wielen op de grond.
◆ Controleer =of =de =vloeistof =in =het expansievat (2) tussen de "MAX COLD LEVEL" en "MIN" staat.
MAX COLD LEVEL= maximumpeil
MIN= minimumpeil
Zo niet:
◆ Schroef =de =vuldop =(1) =los =en =verwijder hem.

natural_image
Warning symbol with exclamation mark inside a triangle (no text or numbers)⚠ WAARSCHUWING
De koelvloeistof is giftig: slik ze niet in; als de koelvloeistof in contact komt met de huid of de ogen, kan dit leiden tot ernstige irritatie.
sGebruik nooit uw vingers of een ander voorwerp om het koelvloeistofpeil te controleren.
OPGELET
Voeg geen additieven of andere substanties toe aan de vloeistof.
Als u een trechter of soortgelijke voorwerpen gebruikt, zorg er dan voor dat ze perfect schoon zijn.
◆ Vul =de =expansietank =bij =met koelvloeistof, =zie =pag. =91 (SMEERMIDDELENTABEL), tot het "MAX"-niveau bijna is bereikt. Vul niet bij tot boven dit niveau, anders zal de vloeistof naar buiten stromen terwijl de motor draait.
◆ Plaats de vuldop (1) terug.
! OPGELET
In geval van overmatig verbruik van koelvloeistof of wanneer de tank leeg blijft, moet u controleren of er geen lekken zijn in het circuit. Laat eventuele lekken herstellen door een Officiële aprilia-dealer.
BANDEN
Dit voertuig is uitgerust met tubeless banden.
OPMERKING Voer
onderhoudswerkzaamheden twee keer zo vaak uit als voorgeschreven, wanneer met de motorfiets in regenachtige, stoffige of oneffen omgevingen wordt gereden.
⚠ WAARSCHUWING
Controleer eens per twee weken de bandenspanning bij kamertemperatuur.
Controleer om de 1000 km (625 mi) de staat van de banden en de bandenspanning bij kamertemperatuur, zie pag. 87 (TECHNISCHE GEGEVENS).
⚠ WAARSCHUWING
Controleer regelmatig de bandenspanning bij kamertemperatuur, zie pag. 87 (TECHNISCHE GEGEVENS).
Als de banden warm zijn, is de meting niet correct.
In het bijzonder moet de bandenspanning vóór en na iedere lange rit gemeten worden.
Als de bandenspanning te hoog is, worden de oneffenheden in de weg waarop u rijdt niet opgevangen daardoor overgebracht op het stuur, waardoor het rijcomfort in het gedrang komt en de wegligging in bochten afneemt.

Als daarentegen de bandenspanning te laag is, komen de zijkanten van de banden (1) onder grotere druk te staan en bestaat het gevaar dat de band over de rand van de velg glijdt of loskomt, waardoor u de controle over de motorfiets verliest.
Ingeval u plots remt zouden de banden van de velg kunnen afschuiven.
Bovendien zou de motorfiets uit de bocht kunnen schuiven.
⚠ WAARSCHUWING
Controleer de staat van het bandenoppervlak en de slijtage, want als de banden in slechte staat zijn, erhebben ze minder grip en neemt de bestuurbaarheid van de motorfiets af.
Sommige voor deze motorfiets goedgekeurde bandensoorten zijn voorzien van slijtage-indicators.
Er zijn verschillende soorten slijtage-indicators. Neem contact op met uw dealer voor meer informatie over het controleren van slijtage.
Controleer visueel of de banden versleten zijn en vervang ze als dit het geval is.
Vervang de band als hij versleten is of als er een gat van meer dan 5 mm groot in het loopvlak zit.
Laat na het herstellen van een band de wielen uitbalanceren.
⚠ WAARSCHUWING
Als de banden worden vervangen, moet u het door de fabrikant aanbevolen type en model van banden gebruiken, zie pag. 87 (TECHNISCHE GEGEVENS); het gebruik van andere dan de voorgeschreven banden kan een nadelige invloed hebben op bestuurbaarheid van het voertuig.
Monteer geen banden met binnenband op velgen voor tubeless banden en vice versa.
Zorg dat de ventielen altijd voorzien zijn van ventieldopjes (2), om te vermijden dat de banden plotseling leeglopen.
Vervanging, herstelling, onderhoud en uitbalancering zijn van het grootste belang en moeten daarom door ervaren vakmensen met het juiste gereedschap worden uitgevoerd.

⚠ WAARSCHUWING
Om die reden is het raadzaar bovenstaande handelingen te laten uitvoeren door een Officiële aprilia-dealer.
Nieuwe banden zijn mogelijk bedekt met een gladde laag: rijd voorzichtig tijdens de eerste kilometers. Smeer de banden niet in met vloeistoffen die daarvoor ongeschikt zijn. Als de banden oud zijn, kunnen ze zelfs als ze niet volledig afgesleten zijn hard worden en is het mogelijk dat een goede wegligging niet langer is verzekerd. In dit geval moet u de banden vervangen.
MINIMALE DIEPTE BANDENPROFIEL (3): voor en achter 2 mm en in ieder geval niet minder dan voorgeschreven door de voorschriften die in het land waar het voertuig wordt gebruikt van kracht zijn.
MOTOROLIE
⚠ WAARSCHUWING
Olie kan leiden tot ernstige beschadiging van de huid bij dagelijkse en langdurige aanraking.
Na gebruik van olie uw handen goed wassen.
BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.
LOOS DE OLIE NIET IN HET MILIEU.
Bewaar de olie in een afgesloten vat en breng afgewerkte olie naar benzinestation of naar een gemeentelijk verzamelpunt.
Het is aangeraden latex handschoenen te gebruiken om onderhoudswerken te voeren.
OPGELET
Als het waarschuwingslampje (1) samen met de icoon van de olidruk op de LCD-scherm aan gaat tijdens rijden, betekent dit dat er niet genoeg druk is in de olieleiding.
Controleer in dit geval het motoroliepeil, zie pag. 58 (CONTROLEREN VAN HET MOTOROLIEPEIL EN BIJVULLEN); als het peil niet correct is, zet de motor dan onmiddellijk af en neem contact op met een Officiële aprilia-dealer.

OPGELET
Ga voorzichtig te werk. Mors geen olie!
Let op dat onderdelen, de plaats waar u uit werkt of de onmiddellijke omgeving niet worden besmeurd. Veeg oliesporen zorgvuldig op.
Neem in geval van lekkages of defecten contact op met een Officiële aprilia-dealer.
het Controleer regelmatig het motoroliepeil, zie pag. 58 (CONTROLEREN VAN HET MOTOROLIEPEIL EN BIJVULLEN).
Voor het verversen van de motorolie, zie pag. 55 (ONDERHOUDSSCHEMA).
OPMERKING Gebruik 15W - 50 olie van hoge kwaliteit, zie pag. 91 (SMEERMIDDELENTABEL).

KOPPELING
AFSTELLEN VAN DE KOPPELING
Stel de koppeling na de eerste 1000 km (625 mi) en vervolgens om de 10000 km (6250 mi) af. Doe dit ook wanneer de motor afslaat, de motorfiets - terwijl de koppelingshendel is aangetrokken en de versnelling is ingeschakeld - de neiging heeft om vooruit te rijden of de koppeling slipt, waardoor een vertraging ontstaat in de acceleratie ten opzichte van het motortoerental.

Voer de afstelling als volgt uit:
◆ Zet de motorfiets op de standaard, zie pag. 52 (DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD ZETTEN).
◆ Haal de beschermingscover (1) weg.
♦ Draai de borgmoer (2) los.
♦ Draai aan de stelmoer (3) totdat de stationaire speling van de koppelingshendel ongeveer 10 mm bedraagt.
♦ Draai de borgmoer (2) vast en controleer de afstelling.
◆ Start de motor, zie pag. 45 (STARTEN).
◆ Trek de koppelingshendel helemaal aan en schakel naar de eerste versnelling.
Controleer of de motor niet afslaat, of de motorfiets niet de neiging heeft om vooruit te rijden en of de koppeling niet slipt tijdens het accelereren of het rijden.

natural_image
Warning symbol with exclamation mark inside a triangle (no text or numbers)⚠ WAARSCHUWING
Neem contact op met uw Officiële aprilia-dealer als u er niet in slaagt de koppeling correct af te stellen of als de koppeling niet werkt zoals het hoort.
OPGELET
Controleer of de koppelingskabel intact is: hij mag nergens geplet zijn en de isolatie mag nergens versleten zijn.

AFSTELLEN VAN DE SPELING VAN HET ACHTERREMPEDAAL
Het achterrempedaal is ergonomisch geplaatst tijdens de constructie van de motorfiets.
Indien nodig kan de speling van de remhendel worden aangepast:
♦ Schroef de remstelmoer (2) volledig vast.
♦ Schroef de borgmoer (3) volledig tegen de pompregelstang (4).
♦ Draai de pompregelstang (4) volledig vast en daarna 3 – 4 slagen losser.
♦ Schroef de remstelmoer (2) los tot het rempedaal op de gewenste hoogte staat.
♦ Draai de pompregelstang (4) los en laat hem contact maken met de pompzuiger.
♦ Draai de stang vast zodanig dat een minimale speling ontstaat van 0,5 – 1 mm tussen de pompregelstang (4) en de pompzuiger.
OPGELET
Zorg dat er een zekere speling is in de beweging van het pedaal (5), om te voorkomen dat de rem aangetrokken blijft, met vroegtijdige slijtage van de remonderdelen als gevolg.
Speling van het pedaal (5): 4 mm (gemeten op het uiteinde van de hendel).
◆ Zet de pompregelstang (4) vast met de borgmoer (3).
OPGELET
Controleer na het afstellen of het wiel vrij ronddraait als de rem losgelaten wordt.
Controleer de werking van de remmen. Neem zo nodig contact op met een Officiële aprilia-dealer.
UITLAATDEMPERS
OPMERKING De navolgende informatie heeft betrekking op een enkele uitlaatdemper, maar geldt voor beide.
⚠ WAARSCHUWING
Parkeer de motorfiets met katalysator niet in de nabijheid van droge struiken of op plaatsen waar kinderen kunnen komen, aangezien de katalysator tijdens het gebruik zeer hoge temperaturen bereikt; wees dus uiterst voorzichtig en vermijd elk contact totdat hij geheel is afgekoeld.
Het motorfiets met katalysator is voorzien van een geluiddemper met metalen katalysator van het type "platinum-rhodium tweeweg".
Deze dient voor de oxidatie van de CO (koolmonoxide) en van de HC (onverbrande koolwaterstoffen) die zich in de uitlaatgassen bevinden. Deze verbindingen worden omgezet in respectievelijk kooldioxide en stoom.
OPGELET
Gebruik geen loodhoudende benzine, want deze vernietigt de katalysator.
UITLAATDEMPERS
⚠ WAARSCHUWING
Het is verboden te knoeien met het geluiddempingssysteem.
Eigenaars worden er op attent gemaakt dat de wet het volgende kan verbieden:
- het verwijderen of buiten werking stellen door welke persoon ook, tenzij voor onderhoud, het herstellen of vervangen van enig onderdeel of element van het ontwerp dat in een nieuwe motorfiets is geïntegreerd met het oog op geluiddemping vóór verkoop of levering aan de uiteindelijke koper of terwijl de motorfiets in gebruik is;
- het gebruik van de motorfiets nadat dergelijk onderdeel of element van het ontwerp is verwijderd of buiten werking gesteld door welke persoon ook.
Controleer de uitlaatdemper en de uitlaatdemperpijpen om u ervan te vergewissen dat ze geen tekenen van roest of gaten vertonen en dat het uitlaatsysteem goed functioneert.
Als het door het uitlaatsysteem voortgebrachte geluid toeneemt, neem dan onmiddellijk contact op met uw Officiële aprilia-dealer.
RICHTLIJNEN VOOR GEBRUIK

OP- EN AFSTAPPEN
De navolgende aanwijzingen verdienen bijzondere aandacht. Ze zijn opgesteld in verband met de veiligheid en t voorkoming van schade aan personen en zaken en aan de motorfiets, die ontstaan is doordat de rijder of de passagier is komen te vallen of doordat de motorfiets is gevallen of omgeslagen.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar van vallen en omslaan. Ga voorzichtig te werk.
Zorg ervoor dat u bij het op- en afstappen nergens door wordt gehinderd en de handen vrij hebt (houd geen voorwerpen, helm, handschoenen of bril vast).
De motorfiets beschikt over twee standaards: een middenstandaard en een zijstandaard.

OPGELET
Start de motor niet terwijl de motorfiets op de middenstandaard staat. Bij het inschakelen van de versnelling kunt u de controle over de motorfiets kwijtraken.
Noch de bestuurder, noch de passagier mag op de motorfiets stappen terwijl deze op de middenstandaard rust.
Het is niet toegestaan de motorfiets vanuit de bestuurderspositie op de middenstandaard te plaatsen.
Stap altijd aan de linkerzijde van de motorfiets op en af terwijl de zijstandaard is uitgeklapt.
OPGELET
Laat uw gewicht of dat van de passagier niet op de zijstandaard rusten.

De standaard is ontworpen om het gewicht van de motorfiets en een beperkte lading te dragen, zonder rijder en passagier.
De rijder mag alleen op de op de zijstandaard rustende motorfiets stappen om vallen of omslaan te voorkomen. Het is niet de bedoeling het gewicht van de rijder en de passagier op de zijstandaard te laten rusten.
Bij het op- en afstappen kan het motorfietsgewicht ervoor zorgen dat u uit evenwicht raakt, met vallen en omslaan tot gevolg.
OPMERKING De rijder dient altijd als eerste op de motorfiets te stappen en als laatste af te stappen. Hij dient de motorfiets in evenwicht en stabiel te houden terwijl de passagier op- of afstapt.
Overigens dient de passagier voorzichtig op en af te stappen, om de motorfiets en de rijder niet uit evenwicht te brengen.

OPMERKING De rijder dient de passagier te instrueren over hoe op en af te stappen.
Voor het op- en afstappen van de passagier beschikt de motorfiets over speciale voetsteunen. De passagier dient altijd via de linkervoetsteun van de motorfiets op en af te stappen.
Tracht nooit van de motorfiets af springen of met één voet op de grond af te stappen. In beide gevallen raakt de motorfiets uit evenwicht en wordt die instabiel.
OPMERKING Bagage of andere zaken die achterop de motorfiets zijn bevestigd, kunnen een belemmering vormen bij het op- en afstappen.
Voer in elk geval een gecontroleerde beweging met het rechterbeen uit, dat over de achterzijde van de motorfiets of de bagage dient te worden getild, zonder dat de motorfiets uit evenwicht raakt.
OPSTAPPEN
♦ Pak het stuur op de juiste wijze vast en stap op de motorfiets zonder uw gewicht op de zijstandaard te laten rusten.
OPMERKING Mocht u niet met beide voeten de grond raken, zet dan alleen de rechtervoet op de grond (raakt u uit evenwicht, dan bevindt zich links in elk geval de zijstandaard) en houd de linkervoet klaar om op de grond te zetten.
◆ Zet beide voeten op de grond en plaats de motorfiets in de rijpositie, terwijl u hem recht houdt.
OPMERKING De rijder mag voetsteunen voor de duopassagier niet eitklappen of hier een poging toe doen vanaf de bestuurderspositie. De motorfiets kan dan uit evenwicht raken en instabiel worden.
- Laat de passagier de twee voetsteunen uitklappen.
◆ Laat de passagier zien hoe op de motorfiets te stappen.
◆ Klap de zijstandaard met de linkervoet helemaal op.

AFSTAPPEN
◆ Zoek een parkeerplaats, zie pag. 51 (PARKEREN).
◆ Stop de motorfiets, zie pag. 51 (STOPPEN).
⚠ WAARSCHUWING
Controleer of de parkeerplaats vrij, stevig en vlak is.
◆ Druk met de hak van uw linkervoet op de standaardhendel en klap de zijstandaard helemaal uit.
OPMERKING Mocht u niet met beide voeten de grond raken, zet dan alleen de rechtervoet op de grond (raakt u uit evenwicht, dan bevindt zich links in elk geval de zijstandaard) en houd de linkervoet klaar om op de grond te zetten.
◆ Zet beide voeten op de grond en houd de motorfiets recht in de rijpositie.
◆ Laat de passagier zien hoe van de motorfiets af te stappen.
OPGELET
Gevaar van vallen en omslaan.
Controleer of de passagier daadwerkelijk is afgestapt. Laat uw gewicht niet op de zijstandaard rusten.
◆ Kantel de motorfiets tot de standaard op de grond rust.
♦ Pak het stuur op de juiste wijze vast en stap van de motorfiets af.
♦ Draai het stuur volledig naar links.
◆ Klap de voetsteunen op.
OPGELET
Zorg dat de motorfiets stabiel staat.
CONTROLES VOORAF
⚠ WAARSCHUWING
Voer voor het vertrek steeds een voorafgaande controle uit om na te gaan of de motorfiets juist en veilig functioneert (zie de "TABEL MET CONTROLES VOORAF" hieronder).
Het niet uitvoeren van deze controles kan leiden tot ernstige letsels of schade aan de motorfiets.
Aarzel niet raad te vragen aan uw Officiële aprilia-dealer ingeval u iets niet begrijpt i.v.m. de werking van bepaalde bedieningselementen of als u bepaalde onregelmatigheden vermoedt of vaststelt.
Een controle vergt weinig tijd en verhoogt de veiligheid aanzienlijk.
TABEL MET CONTROLES VOORAF
| Onderdeel Controle Pagina | ||
| Voorste en achterste schijfremmen | Controleer de werking, de stationaire speling van de bedieningshendels en het vloeistofpeil en kijk of er geen lekken zijn.Controleer of de slijtage van de remblokjes.Vul indien nodig bij met vloeistof. | 30 (REMVLOEISTOF - aanbevelingen), 31 (SCHIJFREMMEN), 32 (VOORREM), 34 (ACHTERREM), 69 (CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKJES). |
| Gashendel | Controleer of hij soepel werkt en of hij volledig kan worden open- en dichtgedraaid, bij alle standen van het stuur. Zo nodig bijstellen en/of smeren. | 71 (AFSTELLEN VAN DE GASHENDEL) |
| Motorolie Controleren | en/of zo nodig bijvullen. | 38 (MOTOROLIE), 58 (CONTROLEREN VAN HET MOTOROLIEPEIL EN BIJVULLEN). |
| Wielen/banden | Controleer het loopvlak van de banden, de bandenspanning, slijtage en eventuele beschadiging.Verwijder indien nodig vuil uit de groeven van het loopvlak. | 37 (BANDEN) |
| Remhendels | Controleer of ze soepel werken.Smeer indien nodig de scharnierpunten en stel de speling af. | 40 (AFSTELLEN VAN DE SPELING VAN HET ACHTERREMPEDAAL) |
| Koppeling | De stationaire speling aan het uiteinde van de koppelingshendel moet circa 10 mm bedragen; de koppeling moet zonder schokken en/of slippen werken. | 39 (KOPPELING) |
| Stuur Controleer of het stuur soepel draait, zonder speling. | – | |
| Zij- en middenstandaard OPT (standaard in de landen waar die is voorzien) | Controleer of deze goed werkt. Controleer of de standaard zonder wrijving kan worden op- en neergeklapt en of de veer de standaard weer naar zijn oorspronkelijke positie doet terugkeren.Zo nodig scharnierpunten en draaiende delen smeren.Controleer of de veiligheidsschakelaar op de zijstandaard correct werkt. | 78 (CONTROLEREN VAN DE SCHAKELAARS) |
| Bevestigingselement en | Controleer of de bevestigingselementen niet loszitten. Stel ze zo nodig af of draai ze aan. | – |
| Aandrijfketting Controleer de speling. | 65 (AANDRIJFKETTING) | |
| Brandstoftank | Controleer het peil en vul zo nodig bij.Controleer het circuit op lekkage.Controleer of de brandstofdop goed is dichtgedraaid. | 28 (BRANDSTOF) |
| Koelvloeistof | Het peil in de expansietank moet zich tussen de “MAX COLD LEVEL”- en “MIN”-markeringen bevinden. | 35 (KOELVLOEISTOF), 36 (CONTROLEREN EN BIJVULLEN) |
| Start-/stopschakelaar (○ - ≡ - Ⓑ) | Controleer of hij goed werkt. | 22 [START-/STOPSCHAKELAAR (○-⊗-®)] |
| Lampen, LED-lampjes, akoestische waarschuwssystee, schakelaar remlicht achter en elektrische inrichting | Controleer de goede werking van akoestische en visuele voorzieningen. In geval van defect de lampjes vervangen of het defect repareren. | 74 (ACCU)83 (VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP VAN DE KENTEKENPLAATVERLICHTING) |

natural_image
Warning symbol with exclamation mark inside a triangle (no text or numbers)STARTEN
⚠ WAARSCHUWING
Plaats geen voorwerp aan de binnenkant van het voorste scherm (tussen het stuur en het dashboard), om te vermijden dat de draaibewegingen van het stuur en het zicht op het dashboard zouden worden belemmerd.
OPMERKING Lees alvorens de motor te starten aandachtig het hoofdstuk "veilig rijden", zie pag. 5 (VEILIG RIJDEN).
⚠ WAARSCHUWING
Uitlaatgassen bevatten koolmonoxide, dat uiterst giftig is bij inademing. Start de motorfiets niet in een gesloten of slecht geventileerde ruimte. Het niet opvolgen van deze raadgevingen kan leiden tot bewusteloosheid of zelfs tot de dood door verstikking.

natural_image
Mechanical component diagram showing a cylindrical assembly with a labeled part (1), no visible text or symbols.
natural_image
Technical diagram of a mechanical device with labeled parts (no readable text or symbols)OPMERKING Met de motorfiets op de zijstandaard kan de motor enkel worden gestart als de versnelling in neutraal staat; als u in dit geval de versnellingen probeert in te schakelen, stopt de motor.
Met de zijstandaard opgetrokken kan de motor worden gestart met de versnelling in neutraal of met de versnelling ingeschakeld en de koppelingshendel aangetrokken.
◆ Ga op de bestuurderspositie zitten, zie pag. 41 (OP- EN AFSTAPPEN).
◆ Controleer of de standaard volledig is opgeklapt.
◆ Zorg dat de dimlichtschakelaar (1) in de stand "∅D" staat.
◆ Zet de start-/stopschakelaar (2) in de stand "○".
◆ Verdraai de sleutel (3) en zet de contactschakelaar in de stand "O".


Op dit punt gaan op het dashboard alle lampjes branden en gaan onmiddellijk weer uit.
De brandstofpomp zet het brandstoftoevoercircuit onder druk en brengt een zoemend geluid voort dat ongeveer drie seconden duurt.
OPGELET
Als op het dashboard het waarschuwingslampje van de brandstofreserve "☐" (4) oplicht, tank dan zo snel mogelijk brandstof, zie pag. 28 (BRANDSTOF).

♦ Trek de voorrem helemaal in.
♦ Trek de koppelingshendel (5) helemaal in en plaats de versnellingsschakelaar (6) in de vrijstand [groene waarschuwingslampje "N" (7) brandt].
! OPGELET
Om de accu niet nodeloos te belasten, mag u de start-/stopschakelaar niet langer dan vijftien seconden in de stand "③" ingedrukt houden.
Als de motor binnen deze tijdspanne niet start, wacht dan tien seconden en druk de start-/stopschakelaar in de stand “©” nogmaals in.

natural_image
Mechanical component diagram showing a lever and adjustment knob with numbered label (8), no readable text or symbols present.Druk de start-/stopschakelaar (8) in de stand "③" in zonder gas te geven en laat hem los zodra de motor start.
OPGELET
Druk de start-/stopschakelaar (8) in de stand "②" niet in terwijl de motor draait, want zo kunt u de startmot beschadigen.
Als het waarschuwingslampje (9) samen met de icoon van de olidruk op de LCD-scherm gaat branden tijdens het rijden, betekent dit dat er niet genoeg druk is in de olieleiding. Zet in dit geval de motor onmiddellijk af en neem contact op met een Officiële aprilia-dealer.
◆ Houd minstens één remhendel aangetrokken en geef geen gas vóór u vertrekt.

OPGELET
Rijd niet weg met een koude motor.
Om de uitstoot van vervuilende stoffen en het brandstofverbruik te beperken, moet u de motor eerst laten warm draaien door gedurende de eerste
- kilometers met lage snelheid te rijden.
OPGELET
Als het lampje (9) blijft branden of gaat branden tijdens de normale werking van de motor, samen met het symbool "EFI" op het scherm, betekent dit dat de besturingseenheid een storing heeft ontdekt.
Meestal blijft de motor dan beperkt functionerend doordraaien; wend u onmiddellijk tot een Officiële aprilia-dealer.

VERTREKKEN EN RIJDEN
⚠ WAARSCHUWING
Plaats geen voorwerp aan de binnenkant van het voorste scherm (tussen het stuur en het dashboard), om te vermijden dat de draaibewegingen van het stuur en het zicht op het dashboard zouden worden belemmerd.
OPMERKING Lees voor u vertrekt aandachtig het hoofdstuk "veilig rijden", zie pag. 5 (VEILIG RIJDEN).
OPGELET
Als het waarschuwingslampje voor laag brandstofpeil "☐" (1) op het dashboard oplicht tijdens het rijden, betekent dit dat er nog 5 /brandstof in de tank zit. Tank zo snel mogelijk bij, zie pag. 28 (BRANDSTOF).

⚠ WAARSCHUWING
Wanneer u zonder duopassagier rijdt, moeten de voetsteunen van passagier ingeklapt zijn.
Houd tijdens het rijden uw handen aan de handvatten en uw voeten op de voetsteunen.
NEEM NOOIT EEN ANDERE DAN DE AANGEGEVEN RIJHOUDINGEN AAN.
⚠ WAARSCHUWING
Als u een duopassagier meeneemt, zeg hem/haar dan dat hij/zij niet in de gaat zitten tijdens het manoeuvreren.
Zorg dat de standaard volledig is opgeklapt vóór u vertrekt.

Vertrekken:
◆ Start de motor, zie pag. 45 (STARTEN).
♦ Stel de hoek van de achteruitkijkspiegels juist in.
OPGELET
Tracht uzelf vertrouwd te maken met het gebruik van de achteruitkijkspiegels met de motorfiets in rusttoestand. De spiegel is convex, waardoor voorwerpen verder weg lijken dan ze in werkelijkheid zijn. De spiegels geven een "breedhoekbeeld" en enkel door ervaring kan u de afstand tot achteropkomende voertuigen correctenschatten.
- Laat de gashendel (2) los (Pos.A) en trek bij stationaire motor de koppelingshendel (3) volledig aan.
◆ Schakel in eerste versnelling door het schakelpedaal (4) omlaag te drukken.
◆ Laat de remhendel los (aangetrokken tijdens het starten).

⚠ WAARSCHUWING
Bij het vertrek kan het abrupt loslaten van de koppelingshendel ertoe leiden dat de motor stilvalt of dat de motorfiets gaat schokken.
Nooit plots of te sterk versnellen wanneer u de koppelingshendel loslaat, om te voorkomen dat de koppeling gaat "slippen" (trage ontkoppeling) of dat het voorwiel van de grond komt "steigeren" (snelle ontkoppeling).
- Laat de koppelingshendel (3) langzaam los en geef tegelijk gas door zachtjes aan de gashendel (2) te draaien (Pos.B). De motorfiets zet zich in beweging.
◆ Rijd de eerste kilometers met gematigde snelheid, zodat de motor kan opwarmen.

OPGELET
Overschrijd nooit het aanbevolen toerental, zie pag. 50 (INRIJDEN).
◆ Verhoog de snelheid door zachtjes aan de gashendel (2) te draaien (Pos.B), zonder het aanbevolen toerental te overschrijden, zie pag. 50 (INRIJDEN).
Schakel als volgt de tweede versnelling in:
OPGELET
Ga snel te werk.
Rijd nooit met een te laag toerental.
Laat de gashendel (2) (Pos.A) los, trek de koppelingshendel (3) aan en zet de schakelhendel (4) omhoog. Laat de koppelingshendel (3) los en versnel.
◆ Herhaal de laatste twee handelingen en schakel in hogere versnellingen.
OPGELET
Als het lampje (5) brandt of gaat branden, samen met de icoon van de oliedruk op het scherm, tijdens het rijden, betekent dit dat er niet genoeg druk is in de olieleiding.
Zet in dit geval de motor onmiddellijk af en neem contact op met een Officiële aprilia-dealer.
Terugschakelen moet gebeuren in de volgende situaties:
- Wanneer u een helling afrijdt of wanneer u remt, om het remeffect te versterken door de compressie van de motor.
- Wanneer u een helling oprijdt, als de ingeschakelde versnelling niet is aangepast aan de snelheid (hoge versnelling, gematigde snelheid) en het toerental van de motor daalt.
OPGELET
Schakel de versnellingen één voor één in; wanneer met meer dan één versnelling tegelijk wordt teruggeschakeld, is het mogelijk dat het maximale toerental (wegrijsnelheid) wordt overschreden.
Laat vóór en tijdens het terugschakelen de gashendel los.
Het bereiken van het maximale ingestelde toerental wordt aangegeven door het knipperen van het lampje ⚠ (5).

Schakel als volgt terug:
◆ Laat de gashendel (2) (Pos.A) los.
- Trek zo nodig de remhendels geleidelijk aan en vertraag de snelheid van de motorfiets.
♦ Trek de koppelingshendel (3) aan en druk de schakelpedaal (4) omlaag om terug te schakelen.
- Laat de remhendels los indien u ze heeft aangetrokken.
- Laat de koppelingshendel los en versnel geleidelijk.
OPGELET
Als op het scherm de foutmelding " 1/2" verschijnt, betekent dit dat de temperatuur van de koelvloeistof boven de 118° C ligt: zet het voertuig stil en laat de motor ongeveer twee minuten stationair lopen zodat de koelvloeistof normaal door het hele systeem kan lopen; zet dan de start-/stopschakelaar op de stand " 2/3" en controleer het niveau van de koelvloeistof, zie pag. 35
(KOELVLOEISTOF).
Indien na een controle van koelvloeistofpeil op het dashboard dezelfde omstandigheden worden getoond, start de motorfiets dan niet, maar wend u tot een Officiële aprilia-dealer.
Plaats de contactsleutel niet op "⊗", omdat de koelventilator anders wordt uitgeschakeld, los van de temperatuur van de koelvloeistof. In dat geval zal de temperatuur verder toenemen.
Als de foutmelding "△ SERVICE" tijdens de normale werking van de motor in het scherm verschijnt, betekent dit dat de elektronische besturingseenheid een storing heeft opgemerkt.
Meestal blijft de motor dan beperkt functionerend doordraaien; wend u onmiddellijk tot een Officiële aprilia-dealer.
Om oververhitting van de koppeling te vermijden, laat u de motor gedurende zo kort mogelijke tijd draaien terwijl het voertuig in ruststand staat, versnellingen zijn ingeschakeld en de koppelingshendel is aangetrokken.
WAARSCHUWING
Draai de gashendel niet herhaaldelijk en zonder onderbreking open en dicht om te vermijden dat u per ongeluk de controle over de motorfiets verliest. Als u remmen, laat u de gashendel los trekt u beide remmen aan, zodat de druk op de remdelen gelijkmatig wordt verdeelt en de snelheid zonder stoten vermindert.
Door enkel de voorrem of enkel de het achterrem aan te trekken neemt de remkracht gevoelig af en bestaat het gevaar dat een wiel blokkeert, waardoor de motorfiets zijn grip op de baan verliest.
Als u op een helling stopt, moet u de gashendel volledig loslaten en enkel de remmen gebruiken om de motorfiets stabiel te houden.
Als u de motor gebruikt om de motorfiets stabiel te houden, bestaat het risico dat de koppeling oververhit raakt.
Voor u een bocht neemt, snelheid minderen of remmen en de bocht met matige en constante snelheid nemen of lichtjes versnellen; rem niet op het laatste moment: de motorfiets raakt dan heel waarschijnlijk aan het slippen.
Door voortdurend gebruik van de remmen in afdalingen, kunnen de wrijvingsvlakken oververhit raken, waardoor de remkracht afneemt. Maak gebruik van de motorcompressie en schakel terug door beide remmen afwisselend te gebruiken.
Nooit een helling met afgezette motor afrijden!
Bij onvoldoende zichtbaarheid moet u de dimlichten ook overdag ontsteken om uw motorfiets beter zichtbaar te maken. Bij nat wegdek of een slechte grip (sneeuw, ijs, modder, enz.) moet u met matige snelheid rijden en plots remmen of manoeuvres die kunnen leiden tot het verlies van de grip op de weg of tot een val vermijden.
⚠ WAARSCHUWING
Let zeer goed op ieder obstakel of een verandering in het wegdek.
Oneffen wegen, wielsporen, putdeksels, wegmarkeringen, metalen platen ter aanduiding van wegenwerken kunnen bij regen uiterst glad worden. Om die reden moeten al deze obstakels zeer voorzichtig worden omzeild, ervoor zorgend dat u zonder schokken rijdt en de motorfiets niet onnodig overhellen.
Gebruik bij verandering van rijstrook of rijrichting altijd tijdig de richtingaanwijzers en vermijd bruuske en gevaarlijke manoeuvres.
Schakel de richtingaanwijzers uit zodra u van richting bent veranderd.
Wees uiterst voorzichtig wanneer u andere voertuigen inhaalt of zelf ingehaald wordt.
Bij regenval kan het watergordijn veroorzaakt door grote voertuigen de zichtbaarheid verminderen; door de luchtverplaatsing kan u de controle over de motorfiets verliezen.
INRIJDEN
Het inrijden van de motor is van het grootste belang voor een lange levensduur en een goede werking ervan.
Rijd zo mogelijk op heuvelachtige wegen en/of wegen met veel bochten, zodat de motor, de vering en de remmen goed kunnen worden ingereden.
Rij tijdens het inrijden met wisselende snelheid.
Op die manier worden de onderdelen eerst laa "belast" en dan "ontlast" en kunnen de motoronderdelen afkoelen.
Hoewel het belangrijk is dat tijdens het inrijden de motoronderdelen worden belast, mag u hierin niet overdrijven.
OPMERKING Pas na een inrijperiode van 2000 km (1250 mi) mag u optimale prestaties verwachten van de motorfiets.
Houd u aan de volgende regels:
◆ De gashendel niet plots volledig opendraaien bij lage snelheid; dit geldt zowel tijdens als na de inrijperiode.
Rem tijdens de eerste 500 km (312 mi) voorzichtig en vermijd bruusk en langdurig remmen. Op die manier kunnen de blokjes op de remschijf rustig inlopen.
◆ Tijdens de eerste 500 km (312 mi) nooit met een toerental van meer dan 4000 tpm (rpm) rijden.
- Overschrijd tussen een gereden afstand van 500 km (312 mi) en 1000 km (625 mi) nooit de 5000 tpm.
⚠ WAARSCHUWING
Laat na de eerste 1000 km (625 mi) door een Officiële aprilia-dealer de controles uitvoeren die zijn aangegeven in de kolom "Na het inrijden" van het onderhoudsschema, zie pag. 55 (ONDERHOUDSSHEMA), om letsels bij uzelf of anderen en/of schade aan de motorfiets te voorkomen.
Tussen de eerste 1000 km (625 mi) en 2000 km (1250 mi) mag u sportiever rijden, de snelheid variëren en slechts enkele seconden de maximale acceleratie gebruiken, om zo een beter inlopen van de onderdelen te verzekeren; nooit met een toerental van meer dan 5500 tpm (rpm) rijden (zie tabel).
◆ Na 2000 km (1250 mijl) mag gelijkmatig betere prestaties van de motor geëist worden.
| Voorgeschreven maximaal motortoerental | |
| Aantal km (mi) | tpm (rpm) |
| 0 – 500 (0 – 312) | 4000 |
| 500 – 1000 (312 – 625) | 5000 |
| 1000 – 2000 (625 – 1250) | 5500 |


STOPPEN
⚠ WAARSCHUWING
Vermijd indien mogelijk bruusk stoppen, plots vertragen en remmen op het laatste moment.
Laat de gashendel los (1) (Pos.A), trek de remmen geleidelijk aan en schakel tegelijk terug om snelheid te minderen, zie pag. 47 (VERTREKKEN EN RIJDEN).
Ga, zodra de snelheid is geminderd, als volgt te werk vóór u de motorfiets stopt:
♦ Trek de koppelingshendel (2) aan om te voorkomen dat de motor stilvalt.
Wanneer de motorfiets tot stilstand gekomen:
◆ Plaats de versnellingsschakelaar in de vrijstand (groen waarschuwingslampje "N" brandt).
◆ Laat de koppelingshendel (2) los.
◆ Houd in geval van kortstondig halt houden minstens één rem aangetrokken.


natural_image
Mechanical device with labeled component (3), no visible text or symbolsPARKEREN
Het kiezen van de juiste parkeerplaats is erg belangrijk. Let daarbij op de 'verkeersborden en de navolgende aanwijzingen.
⚠ WAARSCHUWING
Parkeer de motorfiets op een stevige en effen ondergrond om te voorkomen dat hij omvalt.
De motorfiets niet tegen een muur zetten of plat op de grond leggen.
Zorg dat de motorfiets en in het bijzonder de gloeiende delen ervan geen gevaar formen voor personen en kinderen. Laat de motorfiets niet onbeheerd achter met de motor aan of met het sleuteltje nog de contactschakelaar.
Kom niet in de buurt van koelventilator, ook niet als die stilstaat. Hij kan weer in werking treden en kleding, haar enz. vastgrijpen.
⚠ WAARSCHUWING
Als de motorfiets valt of overmatig helt, kan brandstof wegstromen.
De brandstof die gebruikt wordt voor verbrandingsmotoren is uiterst ontvlambaar en kan in bepaalde omstandigheden explosief worden.
OPGELET
Laat uw gewicht of dat van de passagier niet op de zijstandaard rusten.
Parkeer de motorfiets als volgt:
◆ Kies een parkeerplaats.
◆ Stop de motorfiets, zie pag. 51 (STOPPEN).
◆ Zet de start-/stopschakelaar in stand Ⓧ.
◆ Draai de sleutel (4) en zet de contactschakelaar (5) in de stand “☒”.
⚠ WAARSCHUWING
Volg nauwgezet de aanwijzingen voor het op- en afstappen, zie pag. 41 (OP-EN AFSTAPPEN).
- Laat overeenkomstig de aanwijzingen de passagier afstappen (indien aanwezig) en stap vervolgens zelf af.
♦ Vergrendel het stuur, zie pag. 24 n (STUURSLOT) en trek de sleutel uit het contact.
⚠ WAARSCHUWING
Zorg dat de motorfiets stabiel staat.

DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD ZETTEN
ZIJSTANDAARD
Om de motorfiets vanaf de bestuurderspositie op de zijstandaard te plaatsen, zie pag. 41 (OP- EN AFSTAPPEN).
Wanneer de motorfiets is verplaatst en de standaard moet worden opgeklapt om de motorfiets weer op de standaard te kunnen plaatsen, doe dan het volgende:
⚠ WAARSCHUWING
Controleer of de parkeerplaats vrij, stevig en vlak is.
◆ Zoek een parkeerplaats, zie pag. 51 (PARKEREN).
◆ Neem de linkerknop (1) en de handgreep (2) vast.
◆ Druk tegen de zijstandaard met uw rechtervoet en klap hem volledig uit (3).
- Kantel de motorfiets tot de standaard op de grond rust.
♦ Draai het stuur volledig naar links.
⚠ WAARSCHUWING
Zorg dat de motorfiets stabiel staat.
MIDDENSTANDAARD OPT (standaard in de landen waar die is voorzien)
⚠ WAARSCHUWING
Het is niet toegestaan de motorfiets vanuit de bestuurderspositie op de middenstandaard te plaatsen.
⚠ WAARSCHUWING
Controleer of de parkeerplaats vrij, stevig en vlak is.

◆ Zoek een parkeerplaats, zie pag. 51 (PARKEREN).
◆ Neem de linkerknop (1) en de handgreep (2) vast.
OPGELET
Met het oog op de veiligheid verdient het aanbeveling de zijstandaard uit te klappen om te voorkomen dat de motorfiets uit balans raakt en valt of omslaat.
OPMERKING Plaats de
zijstandaard niet op de grond. Houd de motorfiets recht.
◆ Druk tegen de zijstandaard met uw rechtervoet en klap hem volledig uit (3).
◆ Druk op de hendel (4) (Pos.A) van de middenstandaard en plaats deze op de grond.

OPGELET
Ga voorzichtig te werk.
Door het gewicht van de motorfiets kan het moeilijk zijn deze op de middenstandaard te plaatsen. Laat de knop (1) en de handgreep (2) pas los nadat de motorfiets op de standaard staat.
- Plaats uw gewicht op de hendel (4) (Pos.B) van de middenstandaard en verplaats tegelijkertijd het zwaartepunt naar de achterzijde van de motorfiets (Pos.C).
⚠ WAARSCHUWING
Zorg dat de motorfiets stabiel staat.
◆ Klap de zijstandaard uit.

RAADGEVINGEN TER VOORKOMING VAN DIEFSTAL
OPGELET
Geen schijfvergrendelingen gebruiken. Als dit voorschrift wordt overtreden, kan dit ernstige schade aan remleiding veroorzaken en ongevallen met verwondingen of de dood tot gevolg.
Laat het sleuteltje NOOIT in het contact zitten (1) en gebruik altijd het stuurslot "☐".
Parkeer de motorfiets op een veilige plaats, indien mogelijk in een garage of op een bewaakte plaats.
Gebruik indien mogelijk een extra anti-diefstalvoorziening.
Zorg dat alle documenten in orde zijn en dat u uw kentekenbewijs op zak heeft.

natural_image
Illustration of a hand writing on an open notebook with blank sheeting (no text or symbols visible)Noteer uw persoonlijke gegevens en uw telefoonnummer op dit blad, om de identificatie van de eigenaar te vergemakkelijken ingeval de motorfiets na diefstal wordt teruggevonden.
ΦAMILIENAAM:......
NAAM:
ADRES:
TELEFOONNR:
OPMERKING In vele gevallen worden gestolen motorfietsen geïdentificeerd aan de hand van de gegevens in het gebruik en onderhoudsboekje.
ONDERHOUD

natural_image
Simple icon of a hammer inside a square frame (no text or symbols)Lees aandachtig pag. 2 (WAARSCHUWINGSBOODSCHAPPEN) (INFORMATIE), (WAARSCHUWINGEN - VOORZORGSMAATREGELEN - ALGEMENE OPMERKINGEN).
⚠ WAARSCHUWING
Brandgevaar.
Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de buurt van de elektrische onderdelen.
Voor u begint met om het even welke vorm van onderhoud of inspectie van de motorfiets, moet u de motor afzetten, de sleutel uit het contact trekken, wachten tot de motor en de uitlaat zijn afgekoeld en indien mogelijk de motorfiets op een stevige en effen ondergrond optillen met speciaal

natural_image
Warning symbol with exclamation mark inside a triangle (no text or numbers)⚠ WAARSCHUWING
Controleer vóór u begint of de ruimte waarin u werkt goed geventileerd is.
Blijf uit de buurt van de gloeiende delen van de motor en van het uitlaatsysteem, om brandwonden te vermijden.
Ondersteun geen mechanische onderdelen of ander onderdeel van de motorfiets met de mond: geen van onderdelen is voor consumptig geschikt; sommige zijn schadelijk voor de gezondheid of zelfs giftig.
OPGELET
Indien niet expliciet anders vermeld, moet u voor de montage van de onderdelen de stappen voor demontage in omgekeerde volgorde herhalen.
Het is aangeraden latex handschoenen te gebruiken om onderhoudswerken uit te voeren.
Routineonderhoud kan gewoonlijk worden uitgevoerd door de gebruiker, maar vereist soms specifiek gereedschap en specifieke technische kennis.
Neem voor periodiek onderhoud, hulp of technisch advies contact op met een Officiële aprilia-dealer, die u een snelle en degelijke service garandeert.
Vraag uw Officiële aprilia-dealer om de motorfiets op de weg te testen na een reparatie of periodiek onderhoud.
Voer in ieder geval zelf de "Controles vooraf" uit na een onderhoudsbeurt, zie pag. 44 (TABEL MET CONTROLES VOORAF).
ONDERHOUDSSCHEMA
WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE Officiële aprilia-dealer (DIE OOK KUNNEN WORDEN UITGEVOERD DOOR DE GEBRUIKER).
Legenda
① = = controleren = en = schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
② = =schoonmaken;
③ = vervangen;
④ = =afstellen.
OPMERKING Voer
onderhoudswerkzaamheden twee keer zo vaak uit als voorgeschreven, wanneer met de motorfiets in regenachtige, stoffige of oneffen omgevingen wordt gereden.
(*)===Eens per twee weken of bij de aangegeven intervallen controleren.
(**)===OPT (standaard in de landen waar die is voorzien).
CO = koolmonoxide.
| Onderdeel | Na het inrijden [1000 km (625 mi)] | Om de 10000 km (6250 mi) of 12 maanden | Om de 20000 km (12500 mi) of 24 maanden |
| Accu - Klemschroefmoment=1 | 1 | - | |
| Bougie=--=13 | |||
| Vork=1--=1 | |||
| Werking/richting van de lampen=--=1- | |||
| Lichtsysteem | 1 | 1 | |
| Veiligheidsschakelaars | |||
| Remvloeistof=11 | - | ||
| Koelvloeistof=--=1 | |||
| Koppelingspennen zijtassen (**) | -=1 | - | |
| Banden | om de 1000 km (625 mi): 1 | ||
| Bandenspanning (*) | om de 1000 km (625 mi): 4 | ||
| Stationair motortoerental en CO | 4 | 4 | - |
| Bevestigingssloten zijtassen en achterkoffer (**) | -=1 | - | |
| Waarschuwingslampje | telkens bij het starten: 1 | ||
| Buffers van de flexibele koppeling en sliprol | bij elke vervanging van de eindoverbrenging: 3 | ||
| Spanning en smering aandrijfketting | om de 500 km (375 mi): 1 | ||
| Slijtage van de remblokjes | 1 | voor elke rit en om de 2000 km (1250 mi): 1 | |
| Slijtage van de buffers van de flexibele koppeling en speling van de flexibele-koppelinggroep | - | - | 1 |
OPGELET
Laat de staat van de eindtransmissie (rondsel, kroonwiel, ketting) iedere 5000 km (3125 mijl) door een Officiële aprilia-dealer.
WERKZAAMHEDEN UIT TE VOEREN DOOR DE Officiële aprilia-dealer
Legenda
① = controleren = en = schoonmaken, afstellen, smeren of indien nodig vervangen;
② = =schoonmaken;
③ = vervangen;
④ = =afstellen.
OPMERKING Voer
onderhoudswerkzaamheden twee keer zo vaak uit als voorgeschreven, wanneer met de motorfiets in regenachtige, stoffige of oneffen omgevingen wordt gereden.
CO = koolmonoxide.
| Onderdeel | Na het inrijden [1000 km (625 mi)] | Om de 10000 km (6250 mi) of 12 maanden | Om de 20000 km (12500 mi) of 24 maanden |
| Achterste schokdemper=--=1 | |||
| Accu - Klemschroefmoment=1- | |||
| Carburatie, CO-regeling=11 | - | ||
| Transmissieketting=--=1- | |||
| Transmissiekabels en hendels | 1 | 1 | - |
| Wielcentrering | --=1- | ||
| Lagers van stangenstelsel achterwielophanging | --=1 | ||
| Stuurlagers en stuurspeling | 1 | 1 | - |
| Wiellagers | --=1- | ||
| Remschijven | 1 | 1 | |
| Filter brandstofpomp | - | - | 1 |
| Luchtfilter | --=1 | 3 | |
| Motoroliefilter | 3 | 3 | |
| Motoroliefilter (op oliereservoir) | 2 | - | 2 |
| Algemene werking van de motorfiets | 1 | 1 | - |
| Koppelingspeling | 4 | 4 | |
| Afstellen klepspeling | 4-=4 | ||
| Remsystemen | 1 | 1 | |
| Koelsysteem | --=1- | ||
| Remvloeistof | om de 2 jaar: 3 | ||
| Koelvloeistof | |||
| Vorkolie | - | - | 3 |
| Motorolie | 3 | 3 (*) | - |
| Vorkoliepakkingen | na de eerste 30000 km (18750 mi) en vervolgens om de 20000 km (12500 mi): 3 | ||
| Remblokjes | indien versleten: 3 | ||
| Wielen/Banden | 1 | 1 | - |
| aanhaalmoment moeren, bouten, schroeven | - | ||
| Ophangingen en rijgedrag | 1 | - | 1 |
| Spanning spaken | 1 | 1 | |
| Eindoverbrenging (ketting, kroonwiel en pignon)=om de 5000 km (3125 mi): 1 | |||
| Brandstofleidingen | - | 1 | om de 4 jaar: 3 |
| Koppelingslijtage | --=1- | ||

IDENTIFICATIEGEGEVENS
Het is aan te raden het frame- en het motornummer te noteren in de daarvoor bestemde ruimte in dit boekje.
Het framenummer kan van pas komen bij de aankoop van reserveonderdelen.
OPMERKING Het veranderen van de identificatienummers kan leiden tot zware straffen en administratieve sancties. Met name het veranderen van het framenummer leidt tot een onmiddellijke nietigverklaring van het kenteken.
FRAMENUMMER
Het framenummer (1) is op de rechterkant van het balhoofd ingeslagen.
Framenr.
MOTORNUMMER
Het motornummer (2) is op het achterste deel van de motor, naast de schokbreker, ingeslagen.
Motornr.
KOPPELINGEN MET KLIKKLEMMEN EN SLANGKLEMMEN MET EEN SCHROEF
OPGELET
Verwijder ALLE onderhoudsprocedure aangegeven klemmen.
De volgende tekst houdt niet in dat willekeurige klemmen van het voertuig mogen worden verwijderd.
⚠ WAARSCHUWING
Ga alvorens een klem te verwijderen na of hierdoor geen vloeistoflekkage kan optreden. Is dat wel het geval, voorkom dan lekkage en bescherm de onderdelen rondom de koppeling.
KLIKKLEMMEN
Voor de demontage kan een gewone tang worden gebruikt, maar voor de montage is speciaal gereedschap nodig (zie hieronder).
Zorg dat u over alle benodigdheden voor een juiste montage beschikt, alvorens tot demontage over te gaan.
OPMERKING Zorg dat u bezit bent van het speciale gereedschap OPT:
- montagetang klemmen, zie pag. 26 (SPECIAAL GEREEDSCHAP OPT).
OPGELET
Vervang de verwijderde klikklem bij de hermontage door een nieuwe klikklem van vergelijkbare afmetingen. Deze zijn verkrijgbaar bij een Officiële aprilia-dealer.
Monteer nooit een gebruikte klikklem. Eenmaal verwijderd, is de klem onbruikbaar.
Vervang een klikklem nooit door een slangklem met een schroef of door een ander type klem.
OPGELET
Ga voorzichtig te werk om geen koppelingonderdelen te beschadigen.
◆ Druk met de tang op de klemkop totdat die opent.
SLANGKLEMMEN MET EEN SCHROEF
Voor de demontage en montage kan een gewone schroevendraaier worden gebruikt.
OPGELET
Controleer de staat van de klem en verhang haar indien nodig door een nieuwe van hetzelfde type en dezelfde afmetingen. Deze zijn verkrijgbaar bij een Officiële aprilia-dealer.
Let bij het vastdraaien van de klem op de afdichting van de koppeling.

natural_image
Warning sign depicting a car with a drop, no text or symbols presentCONTROLEREN VAN HET MOTOROLIEPEIL EN BIJVULLEN
Lees aandachtig pag. 54 (ONDERHOUD) en pag. 38 (MOTOROLIE).
Controleer regelmatig het motoroliepeil, ververs de olie na de eerste 1000 km (625 mi) en daarna telkens om de 10000 km (6250 mi) of 12 maanden. Laat de koelvloeistof verversen door een Officiële aprilia-dealer.
Controleer als volgt:
OPMERKING Laat =de =motor =niet stationair draaien terwijl de motorfiets stilstaat om de motor op te warmen en de motorolie op bedrijfstemperatuur te brengen. De juiste procedure is een controle uitvoeren na een reis of na een rit van ongeveer 15 km (10 mi) buiten de stad (voldoende =om =de =motorolie =op temperatuur te brengen).

◆ Stop de motor, zie pag. 51 (STOPPEN).
- Laat de motorfiets rechtop staan met de twee wielen op de grond.
◆ Steek =de =dop/peilstift =(1) =volledig =in de vulopening (2) zonder hem vast te draaien.
♦ Trek =de =dop/peilstift =(1) =opnieuw =uit =e lees het =oliepeil af =van de schaalstreepjes:
MAX = maximumniveau
MIN=minimumniveau.
Het verschil tussen "MAX" en "MIN" bedraagt ongeveer 300 cm³.
- Het peil is correct wanneer de olie bijna tot de "MAX"-markering reikt.
OPGELET
Vul nooit bij tot boven het "MAX"-streepje en zorg er ook voor dat het peil nooit tot onder het "MIN"-streepje zakt, anders kan ernstige schade aan de motor ontstaan.

Vul indien nodig motorolie bij op de volgende manier:
OPGELET
Voeg geen additieven of andere substanties toe aan de olie.
Als u een trechter of soortgelijke voorwerpen gebruikt, zorg er dan voor dat ze perfect schoon zijn.
OPMERKING Gebruik =15W =- =50 olie van hoge kwaliteit, zie pag. 91 (SMEERMIDDELENTABEL).
◆ Vul zo nodig olie bij door de vulopening (2), nadat u eerst de dop/peilstift (1) hebt uitgetrokken, =zie =pag. =91 (SMEERMIDDELENTABEL).
VOORWIEL
OPGELET
Het demonteren en opnieuw monteren van het voorwiel kan een probleem zijn voor personen zonder enige ervaring terzake.
Neem zo nodig contact op met een Officiële aprilia-dealer.
Volg de aanwijzingen hieronder als u dit zelf wil doen.
Lees aandachtig pag. 54 (ONDERHOUD).
Let op dat u tijdens het demonteren monteren van het wiel de remleidingen, de schijf en de remblokjes beschadigt.
⚠ WAARSCHUWING
Het rijden met beschadigde velgen kan de veiligheid van de rijder, van anderen en van de motorfiets in gevaar brengen.
Controleer de staat waarin de velg verkeert. Vervang haar indien nodig.
OPGELET
Gebruik voor het demonteren en monteren van een wiel alleen een intalebare torsiesleutel voor het juiste aanhaalmoment.
OPMERKING Leeg gewicht van het voertuig: 180 kg.

natural_image
Line drawing of a motorcycle with visible engine and wheel components (no text or symbols)DEMONTEREN
en Zet de motorfiets op de voorste standaard, zie pag. 64 (PLAATS HET VOERTUIG OP DE VOORSTANDAARD OPT).
◆ Plaats een steun (1) onder de band, zodat het wiel in positie blijft nadat het is losgemaakt.
OPGELET
Controleer of de motorfiets stabiel staat.
◆ Verwijder de remklauw door de bevestigingsschroeven (2) los te draaien.
OPGELET
Niets aan de remklauw voor veranderen.
◆ Draai de klemmoer van de wielas (3) los.
◆ Draai de klemschroeven (4) aan beide kanten van de wielas (5) gedeeltelijk los.
♦ Draai de wielas (5) helemaal los.

OPMERKING Til het wiel lichtjes op om het uittrekken van de wielas te vergemakkelijken.
◆ Ondersteun het voorwiel en trek de wielas (5) met de hand uit.
◆ Verwijder de afstandshouders van beide kanten van het wiel.
◆ Demonteer het wiel door het vanaf de voorkant weg te trekken.
OPGELET
Trek nooit de voorremhendel aan nadat het wiel is gedemonteerd; anders kunnen de remklauwzuigers uit hun houders schieten, waardoor de remvloeistof zou wegstromen. Neem als dit gebeurt contact op met uw Officiële aprilia-dealer, die het nodige onderhoud zal verrichten.

OPNIEUW MONTEREN
◆ Breng een film smeerolie aan over de hele lengte van de wielas (5), zie pag. 91 (SMEERMIDDELENTABEL).
OPGELET
Let op dat u tijdens het monteren van het wiel de remleidingen, de schijven en de remblokjes niet beschadigt.
◆ Plaats het wiel tussen de vorkpoten op de steun (1).
OPGELET
Ga voorzichtig te werk terwijl u de schijf in de remklauw terugplaatst.
⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel. Gebruik nooit uw vingers om de gaten uit te lijnen.
◆ Verplaats het wiel zodanig dat het gat in het midden van het wiel op één lijn staat met de gaten in de vork.
◆ Plaats een van de twee afstandshouders tussen de wielnaaf en de rechtersteel van de vork.

◆ Plaats de andere afstandshouder tussen de wielnaaf en de linkersteel van de vork.
♦ Steek de wielas (5) er volledig van de rechterzijde in.
♦ Draai de klemschroeven van de wielas rechterkant (4) aan.
♦ Draai moer van de wielas (3) aan.
♦ Draai de klemschroeven van de wielas linkerkant (6) aan.
♦ Draai de klemschroeven van de wielas rechterkant (4) los.
◆ Lijn de stangen uit door het voorstel een aantal maal in te drukken.
♦ Draai de klemschroeven van de wielas rechterkant (4) aan.
aanhaalmoment wielasmoer (3): 80 Nm (8 kgm).
Verwijder de steun (1) die tijdens de demontage onder de band was geplaatst. Plaats de remklauw terug door de bevestigingsschroeven (2) aan te draaien.
Aanhaalmoment schroeven remklauw (2): 50 Nm (5 kgm).
⚠ WAARSCHUWING
Gezien het gewicht en de afmetingen van de motorfiets, kan de volgende handeling niet door een persoon alleen worden uitgevoerd.
OPMERKING
Leeg gewicht van het
voertuig: 180 kg.
◆ Verwijder de voorstandaard, zie pag. 64 (PLAATS HET VOERTUIG OP DE VOORSTANDAARD OPT).
◆ Verwijder de achterste steun, zie pag. 64 (DE MOTORFIETS OP DE ACHTERSTE STANDAARD ZETTEN OPT).
◆ Pomp de vork herhaaldelijk op en neer door met dichtgeknepen voorrem op het stuur te drukken. Op die manier worden de vorkpoten gelijnd.
◆ Zet de motorfiets op de standaard, zie pag.
52 (DE MOTORFIETS STANDAARD ZETTEN).
♦ Draai de klemschroeven van de wielas (4) aan beide kanten aan.
Aanhaalmoment voor wielasklemschroef (4): 12 Nm (1,2 kgm).
◆ Vergewis u ervan dat de volgende onderdelen niet vuil zijn:
-band;
- wiel;
- remschijven.
WAARSCHUWING
Knijp na het monteren de voorrem herhaaldelijk dicht om te zien of het remsysteem goed werkt.
Laat het aanhaalmoment, de uitlijning en de uitbalancering van het wiel nakijken door uw Officiële aprilia-dealer, om ongelukken te voorkomen die ernstige letsels bij uzelf of bij anderen zouden kunnen veroorzaken.

natural_image
Technical line drawing of a motorcycle showing internal components and suspension mechanism (no text or labels)ACHTERWIEL
OPGELET
Het demonteren en opnieuw monteren van het achterwiel kan een probleem zijn voor personen zonder enige ervaring terzake.
Neem zo nodig contact op met een Officiële aprilia-dealer.
Volg de aanwijzingen hieronder als u dit zelf wil doen.
Lees aandachtig pag. 54 (ONDERHOUD).
⚠ WAARSCHUWING
Laat vóór het uitvoeren van onderstaande handelingen de motor en de uitlaatdemper afkoelen tot kamertemperatuur, om brandwonden te vermijden.

WAARSCHUWING
Het rijden met beschadigde velgen kan de veiligheid van de rijder, van anderen en van de motorfiets in gevaar brengen. Controleer de staat waarin de velg verkeert. Vervang haar indien nodig.
DEMONTEREN
Zet de motorfiets op de achterste standaard, zie pag. 64 (DE MOTORFIETS OP DE ACHTERSTE STANDAARD ZETTEN OPT).
◆ Plaats een steun (1) onder de band, zodat het wiel in positie blijft nadat het is losgemaakt.
♦ Schroef de moer (2) los en verwijder hem en neem sluitring (3) weg te nemen.
aanhaalmoment voor wielmoer (2): 100 Nm (10 kgm).

OPMERKING Til het wiel lichtjes op om het uittrekken van de wielas te vergemakkelijken.
◆ Haal de wielas (4) er aan de rechterzijde uit.
OPMERKING Haal de aandrijfketting (5) van het kettingwiel (6).
◆ Draai het wiel door en haal de aandrijfketting (5) van het kettingwiel (6).
◆ Trek het wiel langs achteren uit de achtervork, hierbij voorzichtig de schijf uit de remklauw trekkend.
◆ Verwijder de steunplaat (7) helemaal van de remklauw (8).

OPGELET
Bedien de achterremhendel niet nadat het wiel is gedemonteerd, aangezien de pennen dan uit hun zittingen kunnen schieten, met lekkage van remvloeistof tot gevolg. Neem als dit gebeurt contact op met uw Officiële aprilia-dealer, die het nodige onderhoud zal verrichten.
Ga voorzichtig te werk. Indien de eindoverbrengingsgroep (9) is aangebracht op de houder van de flexibele koppeling (10), kantel of draai de kant van de ringwiel (A) van het achterwiel niet horizontaal. De eindoverbrengingsgroep kan er dan uitvallen, waardoor de tandring (6) kan beschadigen.


OPMERKING De
eindoverbrengingsgroep hoeft niet te worden verwijderd als het wiel in de rijstand (verticaal) wordt geplaatst of horizontaal met de tandkrans naar boven. In beide gevallen dient ervoor te worden gezorgd dat het wiel niet kan omdraaien.
OPMERKING Draai in geen geval de vijf moeren (11) los. De eindoverbrengingsgroep wordt volledig uit de houder van de flexibele koppeling genomen.
Haal, parallel aan de wielas de eindoverbrengingsgroep (9), door (B) met beide handen aan de buitenrand van de tandringwiel vast te pakken.
◆ Verwijder de vijf buffers van de flexibele koppeling uit de houder van de flexibele koppeling (10).
OPMERKING Controleer of de vijf buffers van de flexibele koppeling intact zijn; zijn ze beschadigd of overmatig versleten, vervang ze dan, zie pag. 55 (ONDERHOUDSSCHEMA).
OPNIEUW MONTEREN
OPMERKING Steek de
eindoverbrengingsgroep parallel aan de wielas in en plaats de aandrijfpinnen in de bijbehorende zittingen tussen de buffers van de flexibele koppeling.
- Breng de vijf buffers van de flexibele koppeling aan in de daarvoor bestemde zittingen op de houder van de flexibele koppeling (10).
Plaats, parallel aan de wielas de eindoverbrengingsgroep (9) in de houder van de flexibele koppeling (10) aan, door (C) met beide handen aan de buitenrand van de tandringwiel (6) vast te pakken.

natural_image
Technical line drawing of a motorcycle showing internal components and suspension mechanism (no text or labels)OPGELET
Controleer alvorens het wiel opnieuw te monteren of de steunplaat (8) van de remklauw (9) correct geplaatst is; gleuf van de plaat moet in de voorziene aanslagpen aan de binnenkant van de rechterpoot van de achtervork passen.
Breng de schijf voorzichtig in de remklauw.
◆ Plaats het wiel tussen de achtervorkpoten op de steun (1).
⚠ WAARSCHUWING
Uw vingers niet tussen de ketting en het kettingwiel steken.
◆ Draai het wiel door en haal de aandrijfketting (5) van het kettingwiel (6).
◆ Breng gelijkmatig een geringe hoeveelheid vet aan op de wielas (4), zie pag. 91 (SMEERMIDDELENTABEL).

⚠ WAARSCHUWING
Gevaar voor letsel.
Gebruik nooit uw vingers om de gaten deit te lijnen.
- Beweeg het wiel naar achteren tot het gat in het midden van het wiel en de gaten op de achtervork op één lijn staan.
- Draai de steunplaat (8), met de remklauw (9) en de draaipen op de aanslagpen, tot ze is uitgelijnd met de gaten.
◆ Steek de wielas (4) volledig in vanaf de linkerzijde.
OPMERKING Controleer of de wielas (4) volledig is ingestoken.
◆ Breng de ring (3) aan en draai de wielmoer (2) met de hand vast.
◆ Blokkeer de rotatie van de wielas (4) met behulp van een geschikte sleutel en draai de moer (2) vast.
aanhaalmoment wielasmoer (2): 100 Nm (10 kgm).

♦ Vergewis u ervan dat de volgende onderdelen niet vuil zijn:
-band;
- wiel;
- remschijven.
OPGELET
Trek na het hermonteren enkele malen de achterremhendel aan en controleer of het remsysteem goed werkt.
Laat het aanhaalmoment, de uitlijning en de uitbalancering van het wiel nakijken door uw Officiële aprilia-dealer, om ongelukken te voorkomen die ernstige letsels bij uzelf of bij anderen zouden kunnen veroorzaken.

DE MOTORFIETS OP DE ACHTERSTE STANDAARD ZETTEN OPT
♦ Trek de voorremhendel (4) volledig aan, breng een klein stukje karton (5) aan op het handvat en houd de voorrem aangetrokken door hem aan het handvat vast te maken met een plastic band (6).
⚠ WAARSCHUWING
Hef de motorfiets uitsluitend op aan de twee achtervorkarmen.
◆ Plaats vanaf de achterzijde van de motorfiets de standaard zo dat de twee steunpennen (3) haken achter de pennen op steunen de voorvork.
OPMERKING Roep de hulp in van een andere persoon om de motorfiets in verticale stand te houden met de twee wielen op de grond.
- Steun met één voet op de achterkant van de standaard (7).
◆ Druk de standaard (7) omlaag tot het einde van zijn slag (zie afbeelding).

PLAATS HET VOERTUIG OP DE VOORSTANDAARD OPT
OPMERKING Om de motorfiets op de voorste steun te plaatsen, dient gebruik te worden gemaakt van de daarvoor bestemde achtersteun OPT.
◆ Zet de motorfiets op de achterste standaard OPT, zie pag. 64 (DE MOTORFIETS OP DE ACHTERSTE STANDAARD ZETTEN OPT).
- Lijn de twee uiteinden van de standaard (9) uit met de twee gaten (10) in de onderste stukken van de voorvork.
♦ Steun met één voet op de voorkant van de standaard (11).
◆ Druk de standaard (11) omlaag tot het einde van zijn slag (zie afbeelding).

AANDRIJFKETTING
Lees aandachtig pag. 54 (ONDERHOUD).
De motorfiets is voorzien van een ketting uit één stuk, waarin de hoofdschakel niet wordt gebruikt.
OPGELET
Een te slappe ketting kan geluiden veroorzaken of de ketting doen rammelen, met slijtage van de schoen en van de kettinggeleideplaat als gevolg. Controleer regelmatig de speling en regel eventueel bij, zie pag. 65 (REGELEN). Laat indien nodig de ketting vervangen door een Officiële aprilia-dealer, die zal zorgen voor een degelijke en snelle service.
Als de onderhoudswerkzaamheden niet correct worden uitgevoerd, kan dit leiden tot voortijdige slijtage van de ketting en/of schade aan de tandwielen.
OPGELET
Voer het onderhoud vaker uit als u de motorfiets in veeleisende omstandigheden of op stoffige en/of modderige wegen gebruikt.
CONTROLEREN VAN DE SPELING
Controleer de speling als volgt:
◆ Stop de motor, zie pag. 51 (STOPPEN).
Zet de motorfiets op de achterste standaard, zie pag. 64 (DE MOTORFIETS OP DE ACHTERSTE STANDAARD ZETTEN OPT).
◆ Zet de schakelhendel in neutraal.
- Controleer of de verticale speling, op een punt in het midden tussen pignon en kroonwiel in het onderste gedeelte van de ketting, 20–25 mm bedraagt.
- Draai het wiel met de hand rond om de verticale speling van de ketting ook in andere posities te controleren; de speling moet constant blijven tijdens alle draaibewegingen van het wiel.
OPGELET
Als er op bepaalde delen van de ketting een grotere speling is, wijst dit erop dat sommige schakels beschadigd of vastgevreten zijn; neem in dit geval contact op met een Officiële aprilia-dealer. Om het risico op vastgevreten schakels te vermijden, moet de ketting regelmatig worden gesmeerd, zie pag. 66 (REINIGING EN SMERING).

natural_image
Mechanical assembly diagram showing a chain and gear mechanism (no text or labels)Als de speling overal even groot is, maar meer dan 25 mm of minder dan 20 mm bedraagt, dient de ketting te worden afgesteld, zie pag. 65 (REGELEN).
REGELEN
Mocht het na controle nodig blijken de kettingspanning af te stellen, dan dient de ketting te worden verslapt om de speling te vergroten en te worden aangespannen om de speling te verkleinen.
Zet de motorfiets op de achterste standaard, zie pag. 64 (DE MOTORFIETS OP DE ACHTERSTE STANDAARD ZETTEN OPT).
♦ Draai de moer (1).

OPMERKING Voor het centreren van het wiel zijn er op stelen van de vork referentietallen aangebracht die overeenkomen met de beweging van de stelschroeven (2) en (3) op de stelen van de voorvork.
♦ Draai aan de stelmoeren links (2) en rechts (3) en stel de kettingspeling af. Controleer aan weerszijden van de motorfiets of de referentiepunten in de openingen overeenkomen.
♦ Draai de moer (1) vast.
aanhaalmoment wielasmoer (1): 100 Nm (10 kgm).
◆ Controleer de speling van de ketting, zie pag. 65 (CONTROLEREN VAN DE SPELING).
CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE KETTING, HET VOOR - EN ACHTERTANDWIEL
Controleer vervolgens de ketting, het voor en achtertandwiel en ga na of ze geen van de volgende mankementen vertonen:
- beschadigde rollen;
- losse bouten;
- droge, verroeste, afgeplatte of vastgevreten schakels;
- extreme slijtage;
- ontbrekende O-ringen;
- extreme slijtage of beschadiging van de tanden van de tandwielen.
OPGELET
Indien de kettingrollen beschadigd zijn, de bouten loszitten en/of de O-ringen beschadigd zijn of ontbreken, moet het volledige kettingelement worden vervangen (voor - en achtertandwiel en ketting).
OPGELET
Smeer de ketting regelmatig, vooral als bepaalde delen droog of roestig zijn.
De beschadigde of vastgevreten schakels moeten gesmeerd en gerepareerd worden.
Als dat niet mogelijk is, moet u contact opnemen met een Officiële aprilia-dealer, die de ketting zal vervangen.
◆ Controleer de slijtage van de beschermschoen van de vork.
- Controleer de slijtage van de onderste kettingrol. Vervang deze indien nodig.
REINIGING EN SMERING
OPGELET
De transmissieketting is voorzien van O- ringen tussen de schakels, die dienen om het vet vast te houden.
Wees uiterst voorzichtig bij het afstellen, smeren, reinigen en vervangen van de ketting.
Reinig de ketting nooit met een waterspuit, stoom, water onder druk en licht ontvlambare oplosmiddelen.
◆ Was de ketting af met nafta of kerosine. Voer het onderhoud vaker uit als de ketting de neiging heeft snel te roesten.
Smeer de ketting om de 500 km (312 mi) en telkens wanneer nodig.
- Laat na het wassen de ketting drogen, smeer ze met spuitvet voor kettingen met afdichtringen, zie pag. 91 (SMEERMIDDELENTABEL).
OPGELET
De in de handel verkrijgbare smeermiddelen voor kettingen kunnen substanties bevatten die gevaarlijk zijn voor de rubberen afdichtringen van de ketting.
OPMERKING Rijd niet met de motorfiets kort nadat de ketting is gesmeerd, om te voorkomen dat het smeermiddel door centrifugaalkracht naar buiten wordt gespoten en de buurt bevuilt.

DEMONTAGE VAN DE CARTERBESCHERMPLAAT
Lees aandachtig pag. 54 (ONDERHOUD).
⚠ WAARSCHUWING
Wacht tot de motor en de uitlaatdemper volledig zijn afgekoeld.
◆ Zet de motorfiets op de standaard, zie pag. 52 (DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD ZETTEN).
♦ Schroef de twee schroeven (1) los en verwijder ze.
OPGELET
Behandel de plastic en gelakte delen voorzichtig, om te vermijden dat deze worden bekrast of beschadigd.
◆ Verwijder de carterbeschermplaat (2).
OPMERKING Als het geluidsabsorberende materiaal in de carterbeschermplaat (2) stuk is, wend u dan tot een Officiële aprilia-dealer om het te laten vervangen.

DEMONTAGE VAN DE AFSCHERMINGEN VAN DE AANDRIJFKETTING
Lees aandachtig 54 (ONDERHOUD).
◆ Zet de motorfiets op de standaard, zie pag. 52 (DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD ZETTEN).
♦ Schroef de twee schroeven (1) los en verwijder ze.
◆ Draai de schroef (2) los en verwijder deze vanaf de tegenoverliggende zijde.

ACHTEROPHANGING
De achterwielophanging bestaat uit een veerschokdemper, die aan het frame is bevestigd door middel van een kogelgewricht en aan de achtervork door middel van hefboomsystemen.
Voor het uitlijnen van de motorfiets, is de schokbreker voorzien van het volgende:
- een regelaar met schroef (1) voor het afstellen van de hydraulische remmen bij het uitveren;
- van een instelmoer (2) voor het instellen van de voorspanning van de veer.
AFSTELLEN VAN DE ACHTERSTE SCHOKBREKER
Controleer om de 20000 km (12500 mi) de achterschokbreker en stel deze eventueel af.
De achterschokbreker is standaard zo afgesteld dat die geschikt is voor de meeste rijomstandigheden.
Bij de standaardfabrieksafstelling is uitgegaan van een rijder van ongeveer 70 kg.
In geval van afwijkende gewichten en vereisten en wanneer wordt gereden met een passagier of volle belading, is het raadzaam u te wenden tot een Officiële aprilia-dealer.
Afhankelijk van de gebruiksomstandigheden van de motorfiets, is het mogelijk het hydraulische remmen bij uitvering van de schokbreker af te stellen door aan de schroef (1) draaien; houd u tijdens het afstellen aan de volgende aanwijzingen:
Wegdek in slechte staat of onregelmatig – harde afstelling (HARD):
♦ Draai de schroef (1) naar rechts (met de klok mee).
Normaal of regelmatig wegdek – zachte afstelling (SOFT):
♦ Draai de schroef (1) naar links (tegen de klok in).
OPGELET
Stel de voorbelasting van de veer en de hydraulische demping af overeenkomstig de gebruiksomstandigheden van de motorfiets.
Wanneer de voorbelasting van de veer wordt verhoogd, moet ook de uitgaande demping worden verhoogd, om plotse schokken tijdens het rijden voorkomen.
Neem zo nodig contact op met een Officiële aprilia-dealer.
Test het voertuig herhaaldelijk op de weg tot de optimale afstelling is verkregen.

natural_image
Mechanical assembly diagram showing interconnected components and parts (no readable text or symbols)e
TABEL ACHTERSCHOKBREKERAFSTELLING
| Achterste schokdemper | Voorbelastingschokdemper (alle streepjes zichtbaar) | Hydraulische rem(click is helemaal gesloten/gedraaid) | Pneumtaische druk voor/achter |
| Alleen bestuurder(Instelling SOFT) | 3 | 1 | 1 |
| Bestuurder + bagage of passagier(Instelling MEDIUM) | 9 | 5 (1/2 draai) | 1.9/2.2 |
| Bestuurder + passagier+ bagage(Instelling HARD) | 9 | 3 (1/4 draai) | 1.9/2.2 |
(1 dra.

CONTROLEREN VAN DE SLIJTAGE VAN DE REMBLOKJES
Lees aandachtig pag. 30 (REMVLOEISTOF - aanbevelingen), pag. 31 (SCHIJFREMMEN), en pag. 54 (ONDERHOUD).
OPMERKING De volgende informatie heeft betrekking op één remsysteem, maar geldt voor beide.
Controleer op slijtage van de remblokjes na de eerste 1000 km (625 mi) en vervolgens om de 2000 km (1250 mi). Controleer ze in elk geval voor elke reis.
De slijtage van de remblokjes hangt af van het gebruik, de rijstijl en de staat van het wegdek.
⚠ WAARSCHUWING
Controleer de slijtage van de remblokjes in het bijzonder voor elke rit.

natural_image
Mechanical assembly diagram showing a lever mechanism with a black arrow pointing to a component (no text or labels present)
Voor een snelle controle van de slijtage van de remblokjes gaat u als volgt te werk:
◆ Zet de motorfiets op de standaard, zie pag. 52 (DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD ZETTEN).
- Voer een visuele controle uit door tussen de schijf en de remblokjes te kijken. Ga als volgt te werk:
- vanaf de onderzijde, op de voorkant, voor de voorremklauw (1);
- vanaf bovenachter voor de achterremklauw (2).
OPGELET
Overmatige slijtage van de remvoering zou contact van het metalen steunvlak van de remblokjes met de schijf veroorzaken, met een metaalachtig geluid en vonkvorming door remklauw als gevolg; de efficiëntie van de remmen, de veiligheid en de staat


van de remschijf zouden daardoor negatief worden beïnvloed.
Doe het volgende als de dikte van het wrijvingsmateriaal [zelfs bij een remblokje voor (3) of achter (4)] is afgenomen tot ongeveer 1,5 mm (of als een van de slijtage-indicators niet meer zichtbaar is):
- bij de voorremklauw moeten beide remblokjes van de voorremklauw worden vervangen.
- laat bij de achterremklauw beide remblokjes van de achterremklauw vervangen.
⚠ WAARSCHUWING
Laat de remblokjes vervangen door uw Officiële aprilia-dealer.
de
AFSTELLING VAN HET STATIONAIRE TOERENTAL
Lees aandachtig pag. 54 (ONDERHOUD).
OPMERKING In het g normale functioneringstemperatuur nog niet bereikt is, kan dit komen door onregelmatigheid in het minimale toerental van de motor. Dit is normaal; het minimummotortoerental wordt weer normaal zodra de motor de normale bedrijfstemperatuur bereikt.
Om het minimumtoerental van de motor correct te controleren:
◆ Rijd enkele kilometers tot de normale rijtemperatuur is bereikt, zie pag. 14 (meter koelvloeistoftemperatuur “-”).
◆ Zet de motor in de neutrale stand (groen waarschuwingslampje "N" licht op).
◆ Controleer het stationaire toerental van de motor op de toerenteller.
De stationaire snelheid van de motor moet ongeveer 1500 ± 100 tpm (rpm) bedragen.
Als het minimumtoerental van de motor binnen de gegeven waarden valt, voer dan geen wijzigingen uit.

OPGELET
In geval van een onregelmatig minimumtoerental van de motor, dient u zich uitsluitend tot een Officiële aprilia-dealer te wenden.
Een overmatige stijging van het minimumtoerental van de motor kan een onregelmatige werking van de motor tot gevolg hebben en de motor en andere onderdelen beschadigen.
Het is raadzaam alleen afstellingen te verrichten wanneer dat echt nodig is (wanneer bij het loslaten van de gashendel de motor uitgaat of met een hoger toerental blijft draaien dan wordt aangegeven) en wanneer het onmogelijk is een Officiële aprilia-dealer te bereiken.
Alleen wanneer het echt nodig is:
OPGELET
Gevaar voor brandwonden.
Sommige onderdelen worden zeer heet (bijvoorbeeld de uitlaat en in mindere mate de afscherming van de uitlaat).
Draag altijd beschermende handschoenen als u aan hete onderdelen werkt.
Ga voorzichtig te werk. Leun nooit op de afscherming van de uitlaat.
◆ Demonteer het zadel, zie pag. 24 (ONTGRENDELEN/VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).
◆ Verdraai aan de stelschroef (1).
- DOOR ZE VASTER TE SCHROEVEN (rechtsom) verhoogt u het toerental;
- DOOR ZE LOSSE R TE SCHROEVEN (linksom) verlaagt u het toerental;
- Draai de gashendel een paar maal open en dicht om de juiste werking te controleren en om na te gaan of het stationaire toerental constant is.

♦ Draai na het afstellen de borgmoer (2) vast en controleer de speling opnieuw.
◆ Plaats het beschermingselement (1) terug.
OPGELET
Controleer na het afstellen of de rotatie van het stuur geen verandering van het stationair toerental tot gevolg heeft en of de gashendel vlot en automatisch naar zijn beginpositie terugkeert wanneer hij wordt losgelaten.
AFSTELLEN VAN DE GASHENDEL
Lees aandachtig pag. 54 (ONDERHOUD).
Laat na de eerste 1000 km (625 mi) en vervolgens om de 10000 km (6250 mi) de gashendelkabels vervangen en wend u daartoe tot een Officiële aprilia-dealer.
De speling van de gashendel moet 2-3 mm zijn, gemeten op het uiteinde van de greep.
Zo niet:
◆ Zet de motorfiets op de standaard, zie pag. 52 (DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD ZETTEN).
♦ Trek het beschermingselement (1) weg.
♦ Draai de borgmoer (2) los.
◆ Verdraai de stelschroef (3) zo dat de voorgeschreven waarde wordt bereikt.

BOUGIE
Lees aandachtig pag. 54 (ONDERHOUD).
Controleer de bougie om de 10000 km (6250 mi) en vervang ze om de 20000 km (12500 mi).
Draai de bougie van tijd tot tijd los, verwijder zorgvuldig koolstofresten en vervang ze zo nodig.
U komt als volgt bij de bougie:
⚠ WAARSCHUWING
Laat vóór het uitvoeren van onderstaande handelingen de motor en de uitlaatdemper afkoelen tot kamertemperatuur, om brandwonden te vermijden.

natural_image
Mechanical assembly diagram showing a hand using a wrench to adjust internal components (no text or labels visible)Ga als volgt te werk om de standaard te verwijderen:
◆ Verwijder de dop (1) van de bougie (2).
◆ Verwijder alle vuilsporen van de voet van de bougie.
◆ Steek de speciale sleutel, die u vindt in de gereedschapset, in de bougie.
♦ Schroef de bougie los en trek ze uit haar zitting, ervoor zorgend dat er geen stof of ander vreemd materiaal in de cilinder terechtkomt.

Voor de controle en reiniging:
Legenda:
- middenelektrode (3);
- isolator (4);
- massaelektrode (5).
- Controleer of de elektroden en de isolator van de bougie geen koolstofaanslag of roestvlekken vertonen; maak deze onderdelen eventueel schoon met perslucht.
Als de bougie scheurtjes vertoont in de isolator, als de elektroden verroest zijn, als er sprake is van overmatige koolstofaanslag of als de top (6) van de middenelektrode (3) rond is geworden, dan dient de bougie te worden vervangen.

OPGELET
Let bij het vervangen van de bougie op de draadgang en de lengte van de schroefdraad.
Als de schroefdraad te kort is, kan koolstofaanslag neerslaan op de zitting van de schroefdraad. Als vervolgens een juiste bougie wordt gemonteerd, bestaat de kans dat de motor wordt beschadigd. Gebruik uitsluitend het aanbevolen type van bougie, zie pag. 87 (TECHNISCHE GEGEVENS) om de prestaties en de levensduur van de motor niet in het gedrang te brengen.
◆ Controleer de elektrodenafstand met een diktemeter.
De elektrodenafstand moet 0,7 - 0,8 mm bedragen; is dat niet het geval, pas de afstand dan aan door de middenelektrode (6) voorzichtig iets om te buigen.
◆ Controleer of de sluitring (7) in goede staat is.

Installeren van de bougie:
Is de sluitring (7) gemonteerd, draai dan met de hand de bougie in om beschadiging van de schroefdraad te voorkomen.
Zet de bougie vast door deze met de bougiesleutel in de gereedschapset een halve slag aan te draaien om de sluitring aan te drukken.
Aanhaalmoment bougie: 20 Nm (2,0 kgm).
OPGELET
De bougie moet goed aangedraaid zijn; anders kan de motor oververhitten en ernstig worden beschadigd.

OPGELET
Controleer of de kap (1) goed op de bougie (2) zit. In geval van een verkeerde plaatsing kan de kap door het trillen van de motor losraken, met ernstige motorbeschadiging tot gevolg.
◆ Plaats de kap (1) goed op de bougie (2) totdat die klikt.

natural_image
Warning sign with hand gesture and droplet symbol (no text)ACCU
Lees aandachtig pag. 54 (ONDERHOUD).
⚠ WAARSCHUWING
Brandgevaar.
Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de buurt van de elektrische onderdelen.
De accu scheidt explosieve gassen af en moet daarom uit de buurt van vlammen, vonken, sigaretten en iedere andere warmtebron worden gehouden.
Tijdens opladen of gebruik van de moet de ruimte goed geventileerd zijn en moet u inademing van de tijdens het opladen vrijgekomen gassen vermijden.
BUITEN HET BEREIK VAN KINDEREN HOUDEN.

natural_image
Prohibition sign showing a cigarette crossed out of a diagonal line, indicating no smoking or rejection (no text present)OPGELET
Draai nooit de aansluiting van de accukabels om.
Bij het aan- en loskoppelen van de accu dient de contactschakelaar in de stand "?" te staan, om te vermijden dat sommige onderdelen worden beschadigd.
Sluit eerst de positieve kabel (+) aan, daarna de negatieve (−). Loskoppelen gebeurt in omgekeerde volgorde.

natural_image
Diagram of a mechanical device with a rotary knob and dial, showing no text or symbols

CONTROLEREN EN REINIGEN VAN DE ACCU-AANSLUITINGEN
Lees aandachtig pag. 74 (ACCU).
◆ Controleer of het contactslot in de stand "☒" staat.
◆ Verwijder het zadel, zie pag. 24 (ONTGRENDELEN/VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).
- Controleer of de kabelaansluitingen (1) en de accupolen (2):
- in goede staat zijn (niet verroest of bedekt met koolresten);
- ingesmeerd met neutraal vet of vaseline.
Indien nodig:
◆ Demonteer de accu, zie pag. 76 (DEMONTEREN VAN DE ACCU).
◆ Borstel de kabeleinden (1) en de klemmen (2) van de accu af met een staalborstel om roest te verwijderen.
◆ Installeer de accu, zie pag. 77 (DE ACCU INSTALLEREN).
◆ Plaats het zadel terug, zie pag. 24 (ONTGRENDELEN/VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).

DEMONTEREN VAN DE ACCU
Lees aandachtig pag. 74 (ACCU).
◆ Zorg dat de contactschakelaar in de stand "⊗" staat.
◆ Verwijder het zadel, zie pag. 24 (ONTGRENDELEN/VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).
♦ Schroef de schroeven (1) los en verwijder ze.
◆ Verwijder het accudeksel (2).
♦ Draai de schroef (3) van de negatieve klem (−) los en verwijder hem.
◆ Beweeg de negatieve kabel (4) zijwaarts.
♦ Draai de schroef (5) van de positieve klem (+) los en verwijder hem.
◆ De positieve kabel opzij duwen (6).
◆ Hal uit de respectievelijke zittingen de zekeringhouder (7) en het startrelais (8) en leg op zij.

OPGELET
Wees voorzichtig dat u de elektrische kabels niet beschadigt.
♦ Pak de accu (9) stevig vast en trek hem naar buiten gericht uit zijn houder.
⚠ WAARSCHUWING
Zodra de accu is gedemonteerd, moet hij op een veilige plaats buiten het bereik van kinderen worden bewaard.
◆ Plaats de accu op een effen oppervlak in een koele en droge ruimte.
◆ Plaats het zadel terug, zie pag. 24 (ONTGRENDELEN/VERGRENDELEN VAN HET ZADEL)

natural_image
Warning symbol with a lightning bolt inside a triangle (no text or numbers)⚠ WAARSCHUWING
Sluit bij het hermonteren eerst de positieve (+) en dan de negatieve kabel (−) aan.
OPMERKING Voor de installatie van de accu, zie pag. 77 (DE ACCU INSTALLEREN).

natural_image
Simple line drawing of a battery with two connected cables and positive and negative terminals (no text or symbols)ACCULADER
Lees aandachtig pag. 74 (ACCU).
◆ Demonteer de accu, zie pag. 76 (DEMONTEREN VAN DE ACCU).
◆ Zorg voor een goede accuoplader speciaal voor MF-accu's.
◆ Stel de lader in op het gewenste type oplading.
OPMERKING Opladen met een amperage gelijk aan 1/10 van de accucapaciteit wordt aanbevolen.
◆ Sluit de accu aan op een acculader.
⚠ WAARSCHUWING
Tijdens opladen of gebruik van de accu moet de ruimte goed geventileerd zijn en moet u inademing van de tijdens het opladen vrijgekomen gassen vermijden.
♦ Schakel de acculader in.

⚠ WAARSCHUWING
Wacht 5/10 minuten na het loskoppelen van de lader alvorens de accu opnieuw te monteren, aangezien de accu nog een korte tijd gas blijft produceren.
DE ACCU INSTALLEREN
Lees aandachtig pag. 74 (ACCU).
◆ Zorg dat de contactschakelaar in de stand "○" staat.
◆ Verwijder het zadel, zie pag. 24 (ONTGRENDELEN/VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).
OPMERKING De accu (1) dient zo in zijn houder te worden geplaatst dat de klemmen naar buiten staan.
♦ Steek de accu (1) in de accuhouder.

⚠ WAARSCHUWING
Sluit bij het hermonteren eerst de positieve (+) en dan de negatieve kabel (-) aan.
◆ Sluit de positieve klem (+) aan met de schroef (2).
◆ Sluit de negatieve klem (−) aan met de schroef (3).
OPGELET
Sluit bij het hermonteren altijd de ontluchtingspijp van de accu aan om te vermijden dat de zwavelzuurdampen het elektrische systeem, de gelakte delen, de rubberen elementen of de pakkingen aantasten wanneer ze vrijkomen.
◆ Breng het accudeksel (4) weer aan.
◆ Breng de schroeven (5) aan en draai deze vast.
◆ Plaats het zadel terug, zie pag. 24 (ONTGRENDELEN/VERGRENDELEN VAN HET ZADEL)

natural_image
Warning symbol with exclamation mark inside a triangle (no text or numbers)NA LANGE INACTIVITEIT VAN DE ACCU
Als de motorfiets langer dan vijftien dagen ongebruikt blijft, moet de accu worden opgeladen, om sulfatering van de accu te voorkomen, zie pag. 77 (ACCULADER).
◆ Demonteer de accu, zie pag. 76 (DEMONTEREN VAN DE ACCU) en bewaar hem op een koele en droge plaats.
Het is belangrijk de lading van tijd tot tijd te controleren (ongeveer één keer per maand) in de winter of wanneer de motorfiets niet gebruikt wordt om kwaliteitsverlies van de accu te voorkomen.
◆ Laad de accu langzaam volledig op, zie pag. 77 (ACCULADER).
Als de accu op de motorfiets blijft zitten, moet u kabels van de klemmen loskoppelen.


CONTROLEREN VAN DE SCHAKELAARS
Lees aandachtig pag. 54 (ONDERHOUD).
De motorfiets is uitgerust met vier schakelaars:
1) Remlichtschakelaar op de achterrempedaal;
2) Stoplichtschakelaar op de voorremhendel;
3) Veiligheidsschakelaar op de zijstandaard;
4) Schakelaar op de koppelingshendel.


- Controleer of de schakelaar vrij is van vuil of modder; de pen moet onbelemmerd kunnen bewegen en automatisch terugkeren naar de beginpositie.
◆ Controleer of de kabels correct zijn aangesloten.
◆ Controleer de veer (5): ze mag niet beschadigd, versleten of verzwakt zijn.

natural_image
Diagram of a mechanical device with a dial and pointer, showing no text or symbolsVERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN
Lees aandachtig pag. 54 (ONDERHOUD).
OPGELET
Tracht geen defecte zekeringen te herstellen.
Gebruik nooit andere dan de aanbevolen zekeringen. Het gebruik van ongeschikte zekeringen kan schade aan het elektrische systeem of, in geval van een kortsluiting veroorzaken.
OPMERKING Als een zekering regelmatig doorbrandt, is er waarschijnlijk een kortsluiting of een overbelasting in het elektrische systeem.
In dit geval wordt aangeraden een Officiële aprilia-dealer te raadplegen.
Als een elektrisch onderdeel niet werkt of onregelmatigheden vertoont of als de motor niet start, moeten de zekeringen gecontroleerd worden.

natural_image
Technical line drawing of a mechanical component with labeled parts (no text or symbols present)Controleer als volgt:
♦ Draai de contactschakelaar naar “☒” om kortsluiting te vermijden.
◆ Demonteer het zadel, zie pag. 24 (ONTGRENDELEN/VERGRENDELEN VAN HET ZADEL).
◆ Trek de zekeringen een voor een uit en controleer of de smeltdraad (1) is doorgebrand.
◆ Probeer voor u een zekering vervangt te achterhalen wat de oorzaak van het , prozleem was.s brand
◆ Vervang de beschadigde zekering door een nieuwe met hetzelfde amperage.
OPMERKING Als u een van de reservezekeringen gebruikt, moet u een nieuwe zekering in de juiste houder steken.

PLAATSING VAN DE ZEKERINGEN
A) Zekering van 20 A (Geel) - Van de accu naar:
contactschakelaar, spanningsregelaar, elektrische koelventilator.
B) Zekering van 15 A (Lichtblauw) - Van de contactschakelaar naar: alle verlichtingsbelastingen.
C) Zekering van 7,5 A (rood) – Van de contactschakelaar naar:
inschakeling, startbeveiligingslogica.
OPMERKING Drie zekeringen zijn reservezekeringen.

AFSTELLEN VAN DE VERTICALE LICHTBUNDEL VAN DE KOPLAMP
OPMERKING Het controleren van de richting van de lichtbundel van de koplamp moet volgens specifieke procedures gebeuren, in overeenstemming met de voorschriften die in het land waar het voertuig wordt gebruikt van kracht zijn.

natural_image
Technical diagram of a mechanical assembly with coiled components and mounting brackets (no text or symbols)De afstelling van de lichtbundel van de koplamp gebeurt als volgt:
◆ Zet de motorfiets op de standaard, zie pag. 52 (DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD ZETTEN).
♦ Draai aan de onderkant van het bolle glas een de knop (1).
DOOR HEM NAAR RECHTS TE
DRAAIEN, richt u de lichtbundel hoger.
DOOR HEM NAAR LINKS TE
DRAAIEN, richt u de lichtbundel lager.
Doe na het afstellen het volgende:
⚠ WAARSCHUWING
Controleer of de lichtbundel op de juiste hoogte schijnt.

DASHBOARDVERLICHTING
Indien u hulp of technisch advies nodig heeft, raadpleeg dan uw Officiële aprilia-dealer, die een snelle en degelijke service garandeert.

natural_image
Diagram of a rotary dial with labeled zones (no text or symbols beyond labels)GLOEILAMPEN
Lees aandachtig pag. 54 (ONDERHOUD).
⚠ WAARSCHUWING
Brandgevaar.
Houd brandstof en andere ontvlambare substanties uit de buurt van de elektrische onderdelen.
OPGELET
Draai, alvorens een gloeilamp te vervangen, de contactschakelaar naar de stand "☒" en wacht enkele minuten, zodat de gloeilamp kan afkoelen.
Vervang de lampen met schone handschoenen of met behulp van een schone droge doek.
Laat geen vingerafdrukken achter op de lampen, want daardoor kunnen de lampen oververhit raken en kapot gaan.

natural_image
Warning sign with a light bulb inside a triangle (no text or symbols)Als u een lamp met de blote hand aanraakt, moet u vingerafdrukken wegvegen met alcohol, om te vermijden dat de lamp snel defect raakt.
WEES VOORZICHTIG DAT U ELEKTRISCHE KABELS NIET BESCHADIGT.
OPMERKING Controleer de zekeringen voor u een gloeilamp vervangt, zie pag. 79 (VERVANGEN VAN DE ZEKERINGEN).

VERVANGEN VAN DE GLOEILAMPEN VAN DE KOPLAMP
Lees aandachtig pag. 81 (GLOEILAMPEN).
DE In de koplamp zitten:
- een lamp voor het grootlicht (1) (onder);
- een gloeilamp van het parkeerlicht (2) (links in het midden).
-een lamp voor het dimlicht (3) (boven);
Vervang de gloeilampen als volgt:
◆ Zet de motorfiets op de standaard, zie pag. 52 (DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD ZETTEN).
OPMERKING Werk vanaf de zijde van het te vervangen lampje.

GLOEILAMPEN VAN HET GROOTLICHT
♦ Draai de lampgroepen van het grootlicht (4) naar links.
◆ Neem de elektrische aansluiting (5) vast, trek eraan en verwijder hem van de lamp (1).
◆ Vervang de lamp (1) door een nieuwe van hetzelfde type.
OPMERKING Steek de lamp in de fitting, ervoor zorgend dat de pennen perfect in de geleiders worden gepast.

GLOEILAMP VAN HET PARKEERLICHT
OPGELET
Trek niet aan de elektrische draden om de lampfitting uit te trekken.
◆ Neem de lampfitting van het parkeerlicht (6) vast, trek en verwijder hem uit zijn zitting.
♦ Trek de gloeilamp van het parkeerlicht (2) uit en vervang ze door een lamp van hetzelfde type.

LAMPJE DIMLICHT
♦ Draai de lampgroepen van het dimlicht (7) naar links.
◆ Neem de elektrische aansluiting (8) vast, trek eraan en verwijder hem van de lamp (3).
◆ Vervang de lamp (3) door een nieuwe van hetzelfde type.


VERVANGEN VAN DE GLOEILAMP VAN DE KENTEKENPLAATVERLICHTING
Lees aandachtig pag. 81 (GLOEILAMPEN).
Vervang de gloeilampen als volgt:
◆ Zet de motorfiets op de standaard, zie pag. 52 (DE MOTORFIETS OP DE STANDAARD ZETTEN).
♦ Schroef de schroef (1) los en verwijder ze.
◆ Verwijder de lichtunit (2).
OPGELET
Trek niet aan de elektrische draden om de lampfitting uit te trekken.
◆ Neem de lampfitting (3) vast trek eraan en neem hem uit zijn houder.
♦ Trek de gloeilamp (4) uit en vervang ze door een nieuwe lamp van hetzelfde type.
VERVOER


natural_image
Illustration of a person riding a bicycle crossing a road with a cross symbol (no text or symbols present)OPMERKING Tijdens transport moet de motorfiets in verticale positie blijven staan, moet hij goed vastgemaakt zijn en moet de 1ste versnelling ingeschakeld zijn, om lekkage van brandstof, olie of koelvloeistof te vermijden.
OPGELET
In geval van pech mag de motorfiets niet worden gesleept, maar moet u hulp inroepen.
REINIGING

natural_image
Line drawing of a motorcycle with visible engine, wheels, and exhaust plumes (no text or symbols)Reinig de motorfiets regelmatig als hij in bepaalde gebieden of onder bijzondere omstandigheden wordt gebruikt, namelijk:
- In vervuilde gebieden (steden en industriezones).
- In gebieden gekenmerkt door een hoog percentage zout en vocht (zeegebieden, hete en vochtige klimaten).
- In speciale omstandigheden (gebruik van zout en chemische producten tegen ijsvorming op de wegen in de winter).
- Laat geen resten van industriële en vervuilende poeders, teervlekken, dode insecten, vogeluitwerpselen, enz. op de carrosserie zitten.
- Parkeer de motorfiets niet onder een boom, aangezien in sommige seizoenen bepaalde stoffen, hars, fruit of bladeren uit de bomen kunnen vallen, die bestanddelen bevatten die de lak mogelijk aantasten.

natural_image
Illustration of a motorcycle under rain with a cross symbol, no text or symbols present⚠ WAARSCHUWING
Na het reinigen van de motorfiets, is het mogelijk dat de werking van de remmen tijdelijk te wensen overlaat omwille van de aanwezigheid van water op de greepoppervlakken.
Bijgevolg moet u, om ongevallen te vermijden, er rekening mee houden dat de remafstanden langer kunnen zijn.
Rem veelvuldig om dit euvel zo snel mogelijk te verhelpen.
Voer de controles vooraf uit, zie pag. 44 (TABEL MET CONTROLES VOORAF).

Voor het verwijderen van vuil en modder van de gelakte delen moet u een lagedrukwaterspuit gebruiken; maak de vuile delen goed nat, veeg modder en vuil weg met een zachte autospons die in een oplossing van water en shampoo is gedrenkt (2 - 4% shampoo in water). Vervolgens afspoelen met veel water en afdrogen met een zeemlap.
Voor het reinigen van de buitenkant van de motor moet u een ontvettingsmiddel, kwastjes en stoflappen gebruiken.

natural_image
Warning symbol with exclamation mark inside a triangle (no text or numbers)OPGELET
Gebruik voor het reinigen van de koplampen een spons gedrenkt in een oplossing van een neutraal reinigingsmiddel en water. Poets de oppervlakken zachtjes en spoel veelvuldig af met veel water.
Poets de motorfiets pas op met siliconenwas nadat hij zorgvuldig is gereinigd.
Maak dof geworden lak nooit glanzend met polijstpasta.
Reinig de motorfiets niet in de zon, vooral niet in de zomer, als de carrosserie nog warm is, want als de shampoo opdroogt voor hij wordt weggespoeld, kan hij de lak aantasten.
Gebruik geen of andere vloeistoffen met een temperatuur van 40°C om de plastic onderdelen van de motorfiets te reinigen.

natural_image
Warning symbol with exclamation mark inside a triangle (no text or numbers)OPGELET
Gebruik geen water- of luchtspuiten onder hoge druk en evenmin stoom om de volgende onderdelen te reinigen: wielnaven, bedieningselementen op de rechter- en de linkerhelft van het stuur, lagers, rempompen, instrumenten en controlelampjes, uitlaatdempers, handschoen-/gereedschapssetkastje, contactschakelaar/stuurslot, radiateurribben, brandstoftankdop, koplampen en elektrische verbindingen.
Reinig onderdelen van rubber en kunststof en het zadel niet met alcohol, benzine of oplosmiddelen, maar gebruik uitsluitend water en een neutrale zeep.
⚠ WAARSCHUWING
Breng geen beschermende was aan op het zadel om te vermijden dat het glibberig wordt.

LANGE PERIODE VAN STILSTAND
Nadat de motorfiets gedurende een lange periode heeft stilgestaan, dienen enkele maatregelen te worden getroffen om problemen te vermijden.
Verder is het ook belangrijk de nodige reparaties en een groot onderhoud te laten uitvoeren vóór een periode van stilstand, om te vermijden dat u dit later vergeet.
Ga als volgt te werk:
◆ Demonteer de accu, zie pag. 76 (DEMONTEREN VAN DE ACCU) en pag. 78 (NA LANGE INACTIVITEIT VAN DE ACCU).
◆ Reinig de motorfiets en laat hem drogen, zie pag. 83 (REINIGING).
◆ Poets de gelakte delen op met was.
◆ Pomp de banden op, zie pag. 37 (BANDEN).

natural_image
Technical line drawing of a motorcycle under a protective cover (no text or symbols)- Plaats de motorfiets in een onverwarmde, niet-vochtige ruimte, beschermd tegen zonlicht en met een minimum aan temperatuurschommelingen.
OPMERKING Plaats de motorfiets op de voorsteun OPT en de achtersteun OPT, zodat beide banden van de grond geheven zijn.
◆ Zet de motorfiets op de voorste standaard, zie pag. 64 (PLAATS HET VOERTUIG OP DE VOORSTANDAARD OPT).
- Bind een plasticzak vast op beide uitlaatuiteinden om te voorkomen dat hierin vocht binnendringt.
♦ Dek de motorfiets af, maar bij voorkeur niet met plastic of waterdichte materialen.

natural_image
Warning symbol with exclamation mark inside a triangle (no text or numbers)NA EEN LANGE PERIODE VAN STILSTAND
OPMERKING Neem de plasticzakken van de uitlaatuiteinden.
◆ Haal de motorfiets onder de afdekking vandaan en maak hem schoon, zie pag. 83 (REINIGING).
◆ Controleer de laadtoestand van de accu, zie pag. 77 (ACCULADER) en monteer hem, zie pag. 77 (DE ACCU INSTALLEREN).
◆ Vul de brandstoftank, zie pag. 28 (BRANDSTOF).
◆ Voer de controles vooraf uit, zie pag. 44 (TABEL MET CONTROLES VOORAF).
⚠ WAARSCHUWING
Maak een testrit met lage snelheid in een gebied waar weinig verkeer is.
TECHNISCHE GEGEVENS
AFMETINGEN Max. lengte 2173 mm
Max. breedte.... 810 mm
Max. hoogte (voorste deel van de stuurkap 1150 mm inbegrepen)....
Hoogte zadel.... 780 mm
Wielbasis.... 1490 mm
Min. grondspeling.... 200 mm
Netto drooggewicht 180 kg
MOTOR Model ..... MY660
Type ...... eencilinder viertakt met 4 kleppen en, eenarmig met bovenliggende nokkenassen
Aantal cilinders.... 1
Totaal slagvolume 660 cm ^3
Boring/slag.... 100 mm/84 mm
Compressieverhouding 10 ± 0,5: 1
Starten ...... elektrisch
Stationair toerental.... 1500 ± 100 tpm (rpm)
Koppeling...... meerdere schijven met oliebadsmering en bediening op de linkerzijde van het stuur
Smeersysteem .... dry sump met apart oliereservoir
Luchtfilter met droog filterpatroon
Koeling...... vloeistofgekoeld
TRANSMISSIE Type ....
mechanisch, 5 versnellingen met voetbediening op de linkerzijde van de motor.
| INHOUD=Brandstof (reserve inbegrepen)=......=15±0,5 | |||
| Brandstofreserve......=3 /ongeveer | |||
| Motorolie=...... olieverversing 2500 cm^3 – olieverversing en vervanging oliefilter 2700 cm^3 | |||
| Vorkolie ...... 105 mm lucht (voor iedere stang gemeten zonder veer) | |||
| Koelvloeistof...... 1,2 (50% water + 50% antivries met ethylglycol) | |||
| Zitplaatsen=......=2 | |||
| Maximaal toelaatbare last ...... 210 kg (rijder + passagier + bagage + vloeistoffen) | |||
| VERHOUDINGEN=Verhouding=Primair=Secundair=Eindoverbrenging=Totaalverhouding | |||
| 1^a=36/75 = 1 : 2,083=12/30 = 1 : 2,500 15/44 = 1 : 2,933 15,278 | |||
| 2^a 16/26 = 1 : 1,625 9,930 | |||
| 3^a 20/23 = 1 : 1,150 7,028 | |||
| 4^a 22/20 = 1 : 0,909 5,556 | |||
| 5^a 26/20 = 1 : 0,769 4,700 | |||
| AANDRIJFKETTING | Type ...... eindeloos (zonder verbindingsschakel) met afgedichte schakels | ||
| BRANDSTOF-SYSTEEM | Type=......=elektronische injectie | ||
| Doorlaat=......=∅ 45,5 mm | |||
| BRANDSTOF-TOEVOER | Brandstof...... Loodvrije benzine overeenkomstig DIN 51 607, min. octaangetal 95 (N.O.R.M.) en 85 (N.O.M.M.) | ||
| FRAME | Type ...... stalen constructie met demonteerbaar achterzadel | ||
| OPHANGING | Voor...... | omgekeerde telescoopvork met hydraulische werking, vorkpoot ∅ 45 mm |
| Veerweg...... | 140 mm | |
| Achter...... | oscilerende voorvork met instelbare hydraulische monoschokbreker | |
| Veerweg (wiel)...... | 130 mm (nuttig) | |
| REMMEN | Voor...... | schijfrem – ∅ 320 mm – met hydraulische overbrenging |
| Achter...... | schijfrem – ∅ 240 mm – met hydraulische overbrenging | |
| WIELVELGEN Type ...... lichtgewicht | ||
| BANDEN VOOR ...... 110/70 ZR 17 54W | ||
| BANDEN ACHTER ...... 160/60 ZR 17 69W | ||
| ONTSTEKING | Type ...... | DENSO - met inductieve ontsteking |
BOUGIES Standaard ...... NGK CR7E
Elektrodenafstand 0,7 – 0,8 mm
Weerstand.... 5 kW
ELEKTRISCH Accu 12 V – 12 Ah
SYSTEEM Zekeringen 7,5 A – 15 A – 20 A
Dynamo (met permanente magneet) 12 V - 290 W
GLOEILAMPEN Dimlicht 12 V – 55 W
Grootlicht 12 V - 60 W
Voorste parkeerlicht 12 V - 5 W
Richtingaanwijzers 12 V - 3 W (amber)
Achterste Led
parkeerlicht/Kentekenplaatverlichting/remlicht.....
Kentekenplaatverlichting.... 12 V - 5 W
Toerenteller ....Led
WAARSCHUWINGS- LAMPJES Neutraalstand...... Led
Richtingaanwijzers ....Led
Brandstofreserve.... Led
Grootlicht.... Led
Alarm.... Led
Zijsteun ....Led
ABS....Led
Verwarmde handvaten ....Led
SMEERMIDDELENTABEL
Motorolie (aanbevolen): = EXTRARIDE 4, SAE 15W - 50 of = GEAR SYNTH, SAE 75W - 90.
In plaats van de aanbevolen olie, kunt u ook merkolies gebruiken die voldoen aan de voorschriften CCMC G-4, A.P.I. SG of hoger.
Voorvorkolie (aanbevolen): = F.A. 5W, = F.A. 20W ofwel = FORK 5W of = FORK 20W. Agip
Als u een product wenst dat het midden houdt tussen F.A5W en F.A 20W ofwel Agip FORK 5W of Agip FORK 20W, kunt u de producten als volgt mengen:
SAE 10W = =F.A. 5W 67% van het volume + =F.A. 20W 33% van het volume.
Agip FORK 5W 67% van het volume + FORK 20W 33% van het volume.
SAE 15W = F A. 5W 33% van het volume + = F A. 20W 67% van het volume.
Agip FORK 5W 33% van het volume + FORK 20W 67% van het volume.
Kussenblokken en andere smeerpunten (aanbevolen): AUTOGREASE MP of +GREASE 30
Gebruik als alternatief voor het aanbevolen product een kwaliteitsvet voor wentellagers, nuttig temperatuurbereik -30°C ... +140°C , druppelpunt 150°C ....230°C, hoge corrosiefactor, goede water- en oxidatiebestendigheid.
Accupolenbeveiliging: Neutraal vet of vaseline.
Vetspray voor kettingen (aanbevolen): = CHAIN SPRAY of Agip CHAIN LUBE.
⚠ WAARSCHUWING
Gebruik alleen nieuwe remvloeistof. Meng geen verschillende merken of soorten olie met elkaar zonder te controleren of ze compatibel zijn.
Remvloeistof (aanbevolen): F.F. DOT 4 (compatibile DOT 5) of +BRAKE 5.1, DOT 4 (Compatibel DOT 5)
⚠ WAARSCHUWING
Gebruik uitsluitend antivries en anticorrosiemiddelen zonder nitriet, die een bescherming tot minstens -35°C bieden.
Koelvloeistof motor (aanbevolen): ECOBLU -40 °C of COOL
ELEKTRISCH SCHEMA - Pegaso 650 I.E.

flowchart
graph TD
A["ECU"] --> B["Switch 51"]
A --> C["Switch 52"]
A --> D["Switch 53"]
A --> E["Switch 54"]
A --> F["Switch 55"]
A --> G["Switch 56"]
A --> H["Switch 57"]
A --> I["Switch 58"]
A --> J["Switch 59"]
A --> K["Switch 60"]
A --> L["Switch 61"]
A --> M["Switch 62"]
A --> N["Switch 63"]
A --> O["Switch 64"]
A --> P["Switch 65"]
A --> Q["Switch 66"]
A --> R["Switch 67"]
A --> S["Switch 68"]
A --> T["Switch 69"]
A --> U["Switch 70"]
A --> V["Switch 71"]
A --> W["Switch 72"]
A --> X["Switch 73"]
A --> Y["Switch 74"]
A --> Z["Switch 75"]
A --> AA["Switch 76"]
A --> AB["Switch 77"]
A --> AC["Switch 78"]
A --> AD["Switch 79"]
A --> AE["Switch 80"]
A --> AF["Switch 81"]
A --> AG["Switch 82"]
A --> AH["Switch 83"]
A --> AI["Switch 84"]
A --> AJ["Switch 85"]
A --> AK["Switch 86"]
A --> AL["Switch 87"]
A --> AM["Switch 88"]
A --> AN["Switch 89"]
A --> AO["Switch 90"]
A --> AP["Switch 91"]
A --> AQ["Switch 92"]
A --> AR["Switch 93"]
A --> AS["Switch 94"]
A --> AT["Switch 95"]
A --> AU["Switch 96"]
A --> AV["Switch 97"]
A --> AW["Switch 98"]
A --> AX["Switch 99"]
A --> AY["Switch 100"]
B --> B1["Control Unit 11"]
C --> C1["Control Unit 12"]
D --> D1["Control Unit 13"]
E --> E1["Control Unit 14"]
F --> F1["Control Unit 15"]
G --> G1["Control Unit 16"]
H --> H1["Control Unit 17"]
I --> I1["Control Unit 18"]
J --> J1["Control Unit 19"]
K --> K1["Control Unit 20"]
L --> L1["Control Unit 21"]
M --> M1["Control Unit 22"]
N --> N1["Control Unit 23"]
O --> O1["Control Unit 24"]
P --> P1["Control Unit 25"]
Q --> Q1["Control Unit 26"]
R --> R1["Control Unit 27"]
S --> S1["Control Unit 28"]
T --> T1["Control Unit 29"]
U --> U1["Control Unit 30"]
V --> V1["Control Unit 31"]
W --> W1["Control Unit 32"]
X --> X1["Control Unit 33"]
Y --> Y1["Control Unit 34"]
Z --> Z1["Control Unit 35"]
AA --> AA1["Control Unit 36"]
AB --> AB1["Control Unit 37"]
AC --> AC1["Control Unit 38"]
AD --> AD1["Control Unit 39"]
LEGENDA ELEKTRISCH SCHEMA - Pegaso 650 I.E.
| 1) Multistekker | 36) Map sensor |
| 2) Neutraalschakelaar | 37) Secundaire lucht |
| 3) Koppelingschakelaar. | 38) Injector |
| 4) Valsensor | 39) Gasklepsensor (TPS) |
| 5) Schakelaar zijstandaard | 40) Temperatuursensor water |
| 6) Snelheidssensor | 41) Temperatuursensor lucht |
| 7) Dashboard | 42) Bougie |
| 8) Relais logica lampen | 43) Bobine |
| 9) ---- | 44) ECU boordcomputer |
| 10) Claxon | 45) Richtingaanwijzer rechts voor |
| 11) Linkerdimlichtschakelaar | 46) Lampje van het dimlicht |
| 12) Rechterdimlichtschakelaar | 47) Lampje van het stadslicht |
| 13) Achtergrondverlichting hazard-knop | 48) Lampje van het groot licht |
| 14) Richtingaanwijzer links achter | 49) Koplamp |
| 15) Achterlicht | 50) Richtingaanwijzer links voor |
| 16) Nummerplaatverlichting | 51) Connector autodiagnostica |
| 17) Richtingaanwijzer rechts achter | 52) Diode |
| 18) --- | 53) Diodemodule |
| 19) Achterste remlichtschakelaar | |
| 20) Voorste remlichtschakelaar | |
| 21) Elektroslot | |
| 22) Antenne immobilizer | |
| 23) Sleutelcontact | |
| 24) Klep | |
| 25) Relais klepbesturing | |
| 26) Relais injectie | |
| 27) Relais start | |
| 28) Startmotor | |
| 29) Zekeringen | |
| 30) Accu | |
| 31) Spanningsregelaar | |
| 32) Dynamo | |
| 33) Pick-up | |
| 34) Benzinepomp | |
| 35) Brandstofniveausensor |
KLEUREN KABELS
| Ar | Oranje |
| Az | Lichtblauw |
| B | Blauw |
| Bi | Wit |
| G | Geel |
| Gr | Grijs |
| M | Bruin |
| N | Zwart |
| R | Rood |
| Ro | Roze |
| V | Groen |
| Vi | Paars |
OPMERKINGEN

VRAAG ALTIJD ORIGINELE ONDERDELEN
OPMERKINGEN
aprilia
VRAAG ALTIJD ORIGINELE ONDERDELEN
aprilia
OFFICIËLE DEALERS EN SERVICECENTRA
DE WAARDE VAN DE SERVICE
Dankzij constante technische updates en aanpassingen van de speciale opleidingsprogramma's ten aanzien van de aprilia producten, kennen alleen de monteurs van het Officiële aprilia Netwerk dit voertuig door en door en beschikken zij over het benodigde speciale gereedschap om de onderhoudswerkzaamheden en reparaties op de juiste manier uit te voeren.
De betrouwbaarheid van de motorfiets is ook afhankelijk van de mechanische staat ervan. Controle vóór het rijden, regelmatig onderhoud en gebruik van uitsluitend originele aprilia onderdelen zijn bijzonder belangrijke factoren!
Kijk voor informatie over de officiële dealer en/of het dichtstbijzijnde servicecentrum in de Gouden Gids of zoek rechtstreeks op de landkaart die u op onze officiële Internetsite aantreft:
www.aprilia.com
Alleen als er originele aprilia onderdelen gebruikt worden heeft men een product dat reeds tijdens de ontwerpfase van de motorfiets ontwikkeld en getest is. De originele aprilia reserveonderdelen worden stelselmatig onderworpen aan kwaliteitscontroleprocedures, om volledige betrouwbaarheid en duurzaamheid ervan te garanderen.
aprilia s.p.a. bedankt haar klanten voor de aanschaf van deze bromfiets:
- Laat geen olie, brandstof, vervuilende stoffen en onderdelen in het milieu terechtkomen.
- Laat de motor niet onnodig draaien.
- Veroorzaak geen geluidsoverlast.
- Heb eerbied voor de natuur.