60280 KG - Koelkast AEG-ELECTROLUX - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding
Vind de handleiding van het apparaat gratis 60280 KG AEG-ELECTROLUX in PDF-formaat.
Gebruikersvragen over 60280 KG AEG-ELECTROLUX
0 vraag over dit apparaat. Beantwoord die u kent of stel uw eigen vraag.
Stel een nieuwe vraag over dit apparaat
Download de handleiding voor uw Koelkast in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding 60280 KG - AEG-ELECTROLUX en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. 60280 KG van het merk AEG-ELECTROLUX.
GEBRUIKSAANWIJZING 60280 KG AEG-ELECTROLUX
Dubbeldeurs-koelautomaat
Gebrauchsanweisung
Gebruiksaanwijzing
AEG Hausgeräte GmbH
Postfach 1036
D-90327 Nürnberg
2222 348-12---02/04 Wijzigingen voorbehouden
Waarschuwing! Gevaar voor elektrische schok! Voor het vervangen van de lamp het apparaat uitzetten en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.
Lampgegevens: 220-240 V, max. 15 W
- Om het apparaat uit te zetten de temperatuurregelaar op stand „0" draaien.
- Stekker uit het stopcontact trekken.
- Voor het vervangen van de lamp bevestigingsschroef eruit draaien.
- Op de afdekking van het lampje drukken en dit naar achteren weg-schuiven.
- Defecte lamp vervangen.
- De afdekking weer monteren en de bevestigingsschroef aandraaien.
- De koelkast aanzetten.

Doel, normen, richtlijnen
Het koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd en is met inacht-neming van de voor deze apparaten geldende normen gemaakt. Bij de fabricage zijn speciaal die maatregelen genomen die vereist zijn volgens de Duitse wet op de veiligheid van apparaten (GSG), volgens de Duitse voorschriften ter voorkoming van ongevallen bij koudeinstallaties (VBG 20) en volgens de bepalingen van de vereniging van Duitse elektotechnici (VDE). De koudecirculatie is op dichtheid getest.

Dit apparaat voldoet aan de volgende EU-richtlijnen:
- 73/23/EG van 19.2.1973 - Laagspanningsrichtlijn
- 89/336/EG van 3.5.1989
(met inbegrip van Wijzigingsrichtlijn 92/31/EG) - EMC-richtlijn
Inhalt
Sicherheit 4
Entsorgung 6
| Storing Mogelijke oorzaken Oplossing | ||
| Apparaat koelt te sterk. | Temperatuur is te laag ingc-steld. | Temperatuurregelaar tijdcijk op een hogere stand zetten. |
| Temperatuur is niet juist inge-steld. | Zie hoofdstuk "Ingebruikname". | |
| De levensmiddelen zijn te warm. | Deur heeft te lang openge-staan. | Deur slechts zo lang open laten als nodig is. |
| In de laatste 24 uur zijn gro-tere hoeveelheden warme levensmiddelen opgeslagen. | Temperatuurregelaar op een koudere stand zetten. | |
| Het apparaat staat naast een warmlebron. | Zie hoofdstuk "Opstelplaats". | |
| Binnenverlichting werkt niet. | Lamp is kapot. | Zie hoofdstuk "Lamp vervan-gen". |
| Sterke rijpvorming in het apparaat, eventueel ook aan de deurafdichting. | Deurafdichting is lek (even-tueel na het overzetten van het deurscharnier). | Op de ondichte plaatsen de deurafdichting voorzichtig met een föhn verwarmen (nict hcter dan ca. 50 °C). Tegelijkertijd de verwarmde deurafdicht-ting met de hand zo in vorm trekken dat hij weer helemaal sluit. |
| Ongewone geluiden. | Apparaat staat niet recht. | Stelvoetjes bijstellen. |
| Apparaat komt tegen de muur of tegen andere voorwerpen aan. | Apparaat iets wegtrekken. | |
| Een onderdeel, bijv. een leiding, aan de achterkant van het apparaat komt tegen een ander onderdeel van het appa-raat aan of tegen de muur. | Dit onderdeel voorzichtig weg-buigen. | |
| Na het wijzigen van de tempe-ratuurinstelling start de com-pressor niet direct. | Dit is normaal, het betreft geen storing. | De compressor start na enige tijd automatisch. |
| Water op de bodem van de koelruimte of op de leg-vlakken. | Doolwaterafvoer is verstopt. | Zie hoofdstuk "Reiniging en onderhoud". |

Tips om energie te besparen
- Het apparaat niet in de buurt van kachels, verwarmingselementen of andere warmtebronnen plaatsen. Bij een hoge omgevingstemperatuur werkt de compressor vaker en langer.
- Zorgen voor voldoende be- en ontluchting aan de onderkant van het apparaat. Ventilatieopeningen nooit afdekken.
- Geen warme spijzen in het apparaat zetten. Warme spijzen eerst laten afkoelen.
- Deur slechts zo lang open laten als nodig is.
- De temperatuur niet lager dan nodig instellen.
- Diepvriesartikelen voor het ontdooien in de koelruimte leggen. De koude in de diepvriesartikelen wordt zo voor koeling van de koelruimte gebruikt.
- Houd de warmte afgevende verdamper, het metalen rooster aan de achterzijde van het apparaat, schoon.
Wat te doen als ...
Hulp bij storingen
Het kan bij een storing om kleine defecten gaan die zelf u aan de hand van de volgende aanwijzingen kunt oplossen. Voer zelf geen verdere werkzaamheden uit als de volgende informatie in concrete gevallen niet verder helpt.

Waarschuwing! Reparaties aan het koelapparaat mogen alleen door geschoold personeel uitgevoerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan voor de gebruiker. Wend u bij reparatie tot onze service-afdeling.
| Storing Mogelijke oorzaken Oplossing | ||
| Apparaat werkt niet. | Apparaat is niet aangezet. Apparaat aanzetten. | |
| Stekker zit niet in het stopcontact of zit los. | Stekker in stopcontact steken. | |
| Zekering is los of kapot. | Zekering controleren, eventueel vernieuwen | |
| Stopcontact is kapot. | Storingen in het lichtnet door uw elektrovakman laten verhelpen. | |
Reiniging en onderhoud

Om hygiënische redenen dient het apparaat aan de binnenkant met toebehoren geregeld gereinigd te worden.
Waarschuwing!
- Het apparaat mag tijden het schoonmaken niet op het elektriciteitsnet aangesloten zijn. Gevaar voor schokken! Zet voor het schoonmaken het apparaat uit en trek de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering uit.
- Het apparaat nooit met stoomreinigingsapparaten schoonmaken. Er kan vocht in de elektrische onderdelen komen. Gevaar voor schokken! Hete damp kan kunstof onderdelen beschadigen.
- Het apparaat dient droog te zijn voordat het weer in gebruik genomen wordt.
Let op!
- Etherische oliën en organische oplosmiddelen kunnen kunststof onderdelen aantasten, bijv.
- Sap van citroen- of sinaasappelschillen;
- boterzuur;
- schoonmaakmiddelen die azijnzuren bevatten.
Dergelijke substanties niet in contact brengen met apparaatonderdelen.
- Geen schurende schoonmaakmiddelen gebruiken.
- Koel- en diepvriesartikelen er uit halen. Diepvriesartikelen in meerdere lagen kranten verpakken. Alles afgedekt op een koele plaats leggen.
- Vriesvak voor het schoonmaken ontdooien (zie hoofdstuk "Ontdooien").
- Apparaat uitzetten en de stekker uit het stopcontact halen of de zekering in de huisinstallatie uitschakelen.
- Apparaat en interieur met een doek en lauwwarm water schoonmaken. Eventueel een beetje normaal afwasmiddel gebruiken.
- Daarna met schoon water afnemen en droogmaken.

Stof op de condensor verhoogt het energieverbruik. Daarom eenmaal per jaar de condensor aan de achterkant van het apparaat met een zachte borstel of met de stofzuiger voorzichtig schoonmaken.
- Het dooiwaterafvoergat aan de achterwand van de koelruimte controleren. Een verstopt dooiwaterafvoergat met behulp van het groene stopje dat met het toestel is meegeleverd schoonmaken.
- Als alles droog is, de levensmiddelen er weer in doen en het apparaat weer in bedrijf nemen.
van circa 4 mm vormt. Gebruik hiervoor het plastic spatel. Voor het uitvoeren van deze handeling hoeft u het aparaat niet uit te schakelen of het vriesvak leeg te maken. Wanneer zich een dikke laag ijs gevormd heeft, dient u het gehele apparaat te ontdooien.
Ga als volgt te werk:
- Verwijder de diepvriesproducten en bewaar ze op een koele plaats.
- Schakel het apparaat uit en haal de stekker uit het stopcontact of schakel de zekering in de huisinstallatie uit.
- Laat de deur van de vriesruimte openstaan.
- Steek de kunststof schraper in de opening onder de vriesruimte en plaats daar een schaaltje of teiltje onder.
- Draai de thermostaatknop in de gewenste stand of steek de stekker weer in het stopcontact. Na twee of drie uur kunt u de diepvriesproducten weer terugplaatsen.

Belangrijk Gebruik voor het verwijderen van de rijp nooit metalen voorwerpen; u zou uw koelkast kunnen beschadigen.
Geen voorwerpen of methods gebruiken om het ontdooiproces te versnel- len die niet door de fabrikant zijn aangegeven.
Temperatuurstijging van diepvriesproducten kan hun houdbaarheids-duur verkorten.

Voor het uitzetten van de koeling de temperatuurregelaar op stand "0" draaien.
Als het apparaat gedurende langere tijd niet gebruikt wordt:
- Levensmiddelen uit koelruimte en vriesvak nemen.
- Apparaat uitzetten, daartoe de temperatuurregelaar op stand "0" draaien.
- Stekker uit het stopcontact halen of zekering in de huisinstallatie uitschakelen.
- Diepvriesruimte ontdooien en grondig reinigen (zie hoofdstuk "Reiniging en onderhoud").
Aufstellen
Aufstellort
Maken van ijsblokjes
-
Usbakje voor 3/4 met koud water vullen, in de vriesruimte plaatsen en laten bevriezen.
-
Om de ijsblokjes los te maken het ijsbakje omdraaien of kort onder stromend water houden.
Attentie! Een eventueel vastgevroren ijsbakje in geen geval met spitse of scherpe voorwerpen losmaken.
Diepvrieskalender
- De symbolen geven de diverse soorten diepvriesproducten aan.
- De getallen geven voor iedere soort diepvriesproduct de bewaartijd in maanden aan. Of de hoogste of de laagste waarde van de aangegeven bewaartijd geldt, hangt af van de kwaliteit van de levensmiddelen en de behandeling voorafgaand aan het invriezen. Voor levensmiddelen met een hoog vetgehalte geldt altijd de laagste waarde.

Ontdooien van het apparaat
Het ontdooien van de koelruimte
Het ontdooien van de koelkast heeft automatisch plaats elke keer dat de compressor stopt. Het dooiwater wordt via een afvoerkanaaltje opgevangen in een bakje dat zich aan de achterkant van het apparaat boven de compressor bevindt. Hier verdampt het water.
Wij raden u aan het gaatje in het afvoerkanaal regelmatig schoon te maken, teneinde te
voorkomen dat het dooiwater de levensmiddelen nat maakt. Gebruik voor het doorprikken het staafje dat zich in het gaatje bevindt.
Het ontdooien van de vriesruimte
In het vriesvak dient u echter de rijp te verwijderen, wanneer deze een laag

Invriezenen en diepgevroren bewaren
In uw koelapparaat kunt u diepvriesproducten bewaren en verse levensmiddelen zelf invriezen.
Attentie!
- Voor het invriezen van levensmiddelen dient de temperatuur in de vriesruimte -18^ of lager te zijn.
- Let op het op het typeplaatje aangegeven vriesvermogen. Het vriesvermogen is de maximale hoeveelheid verse waren die binnen 24 uur ingevroen kunnen worden. Als er gedurende meerdere dagen achter elkaar ingevroen wordt, neem dan slechts 2/3 tot 3/4 van de hoeveelheid aangegeven op het typeplaatje. De kwaliteit is beter, als de levensmiddelen snel tot in de kern bevriezen.
- Warme levensmiddelen voor het invriezen laten afkoelen. De warmte leidt tot verhoogde ijsvorming en verhoogt het energieverbruik.
- Bij het bewaren van kant en klare diepvriesproducten dient u zich beslist aan de door de fabrikant opgegeven bewaartijd te houden.
- Eenmaal ontdooide levensmiddelen zonder verdere verwerking (bereiden tot panklare gerechten) in geen geval een tweede keer invriezen.
- Containers met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lek raken door de inwerking van koude. Explosiegevaar! Leg geen containers met brandbare stoffen zoals bijv. spraybussen, aanstekers, navullingen van aanstekers etc. in het vriesapparaat.
- Flessen en blikken mogen niet in de vriesruimte. Ze kunnen springen als de inhoud bevriest – bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen! Leg noit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in de vriesruimte. Uitzondering: sterke drank met een zeer hoog alcoholpercentage kan in de vriesruimte gelegd worden.
- Alle levensmiddelen voor het invriezen luchtdicht verpakken, zodat ze niet uitdrogen, de smaak niet verloren gaat en de smaak niet op andere diepvriesproducten overgebracht wordt.
Voorzichtig! Diepvriesartikelen niet met natte handen aanraken. De handen kunnen daaraan vast vriezen.
- De verpakte levensmiddelen in de laden leggen. De in te vriezen levensmiddelen in de bowenste lade van het apparaat plaatsen. Niet-bevroren artikelen mogen niet in aanraking komen met reeds bevroren waren omdat anders de bevroren artikelen kunnen ontdooien.
- Voor het invriezen dient u 3 uur voor het inbrengen van de levensmiddlen de klimaatschakelaar in te schakelen. Het lampje licht op.
- Diepvriesartikelen het liefst naar soort apart in de laden leggen.
Vorgehensweise
Naargelang de behoefte kunnen de deurvakbodems er naar boven uitgenomen worden en op andere plaatsen gezet worden.
Koelen van levensmiddelen
Voor een optimaal gebruik van de koelruimte adviseren wij u de volgende eenvoudige regels in acht te nemen:
- Plaats geen warme of dampende spijzen of dranken in de koelruimte;
- dek vooral sterk geurend voedsel af of verpak het;
- plaats de levensmiddelen zo, dat de lucht vrij eromheen kan circuleren.
Enkele belangrijke tips:
Vlees (alle soorten): wordt in plastic zakjes op de glazen plaat boven de groentelade geplaatst.
Bewaar vlees niet langer dan één of twee dagen.
Gekookt voedsel, koude schotels enz.: kunnen, goed afgedekt, op elk legvlakgeplaatst worden.
Fruit en groente: worden schoongemaakt in de groentelade(n) gelegd.
Boter en kaas: worden, om blootstelling aan de lucht te voorkomen, in speciale koeldozen bewaard of in plastic- of aluminiumfolie verpakt.
Flessen melk: worden, goed gesloten, in het flessenrek geplaatst.
Bewaar niet-luchtdicht verpakte bananen, aardappelen, uien of knoflook niet in de koelkast.
De temperaturen in koelruimte en vriesvak kunnen niet gescheiden geregeld worden.
Als verse levensmiddelen snel moeten worden ingevroren, kunt u stand „6“ kiezen. Let u erop, dat de temperatuur in de koelruimte niet beneden 0°C komt en zet de temperatuurregelaar tijdig op stand „3“ of „4“ terug.
Belangrijk!
Hoge omgevingstemperatuur (bijv. op hete zomerdagen) en koude instelling van de temperatuurregelaar (stand "5" tot "6") kunnen er voor zorgen dat de compressor continu werkt.
Zet in dat geval de temperatuurregelaar op een warmere stand (stand "3" tot "4"). Bij deze instelling wordt de compressor geregeld en begint het ont-dooien weer automatisch.
Klimaatschakelaar
Indien de temperatuur in het vertrek waarin zich het apparaat bevindt onder +16°C daalt, dient u de klimaatschakelaar in te drukken. Het rode controlelampje licht op.
Attentie! Als de omgevingstemperatuur onder +10°C daalt, kunnen wij de werking van het apparaat niet garanderen. Zorg er daarom voor dat de omgevingstemperatuur minimaal + 10°C is.

Naargelang het model is het apparaat voorzien van glas legvlakken.
Het legvlak van glazen boven de groente- en fruitbakken moet altijd op die plaats blijven liggen, opdat groente en fruit langer vers blijven.
De overige legvlakken zijn in hoogte verstelbaar:

Daartoe het legvlak zover naar voren trekken tot het naar boven of onderen bewogen kan worden en eruit gehaald kan worden.
Om de legvlakken op een andere hoogte te zetten in omgekeerde volgorde te werk gaan.
Elektrische aansluiting
Voor de elektrische aansluiting is een volgens de voorschriften geïnstalleerde contactdoos met randaarde vereist. De contactdoos moet zodanig worden geïnstalleerd, dat de stekker altijd uit de contactdoos kan worden getrokken.
De elektrische zekering dient minstens 10 Ampère te zijn.
Indien het stopcontact bij een ingebouwd apparaat niet meer toegankelijk is, dient een maatregel in de elektrische installatie er voor te zorgen dat het apparaat van de stroom kan worden afgesloten (bijv. zekering, beveiligingsschakelaar, aardlekschakelaar of dergelijke met een contactopeningsbreedte van minimaal 3 mm).
- Voor ingebruikneming op het typeplaatje van het apparaat controleren of de netspanning en stroomsoort overeenkomen met de waarden van het lichtnet op de plaats waar het apparaat komt te staan.
Bijv.: AC 220 ... 240 V 50 Hz of
220 ... 240 V\~ 50 Hz
(d.w.z. 220 tot 240 Volt wisselstroom, 50 Hertz)
Het typeplaatje bevindt zich links aan de binnenkant van het apparaat.
Voor ingebruikname
- Het interieur van het apparaat en alle accessoires schoonmaken voor het eerste gebruik (zie Hoofdstuk "Reiniging en Onderhoud").
In gebruik nemen en temperatuurregeling
- U steekt de stekker van de koelkast in een stopcontact met randaarde. Als u de koelkastdeur opent, wordt de binnenverlichting ingeschakeld. De draaiknop voor de temperatuukeuze bevindt zich rechts in de koelruimte.
Stand „1" betekent: hoogste binnentemperatuur, warmste instelling.
Stand „6" betekent: laagste binnentemperatuur, koudste instelling.
Bij het instellen van de juiste stand dient u er rekening mee te houden dat de temperatuur in het apparaat afhankelijk is van:
- de kamertemperatuur;
- de frequentie waarmee de deuren geopend worden;
- de hoeveelheid levensmiddelen in de kast;
-
de plaats van het apparaat.
-
Draai met een schroevendraaier de twee beschermdopjes op de gaatjes links los en monteer ze aan de rechterkant.
- Draai de stift van het bovenscharnier los en monteer haar aan de linkerkant.
- Plaats de deur van de koelruimte op de bovenstift.
- Plaats het middenscharnier in het onderste deel van de deur van de koelruimte; vergeet de sluitringetjes niet.
- Schroef het middenscharnier stevig vast.
- Plaats de deur van de vriesruimte op het middenscharnier.
- Hermonteer het onderscharnier (E) aan de andere kant door middel van de twee schroeven die u eerder verwijderd hebt.
- Verwijder het stopstuk (F) uit het ventilatierooster (D) door het naar de pijlrichting te duwen en breng het aan de andere kant weer aan.
- Hermonteer het ventilatierooster (D), voer het door palwerk in.
- De handgreep losschroeven. Aan de andere kant van de deur bevestigen nadat u de dopjes met een priem doorgeprikt heeft. De vrijgekomen gaatjes afsluiten met de bijgeleverde dopjes; deze vindt u in het zakje van de documentatie.
Belangrijk
Na het omkeren van de deurdraairichting moet u controleren of het deur-rubber rondom goed op de sponning sluit. In een koud vertrek (in de winter) kan het gebeuren dat dat niet het geval is. Na enkele dagen zal het rubber zich echter aangepast hebben. Wilt u dat bespoedigen, dan kunt u het rubber warm maken met een föhn.

Uw koelapparaat heeft lucht nodig
Om veiligheidsredenen moet de ventilatie zodanig zijn als aangegeven de afbeelding.
Attentie: zorg ervoor dat de ventilatie openingen tijdens gebruik niet worden afgedekt.
Muur-afstandshouders
In het documentenzakje bevinden zich twee afstandshouders die volgens de figuur geplaatst dienen te worden.
Steek de afstandshouders in de gaten en let erop dat de pijl (a) staat zoals in de afbeelding; draai de afstandshouders dan 45° (pijl staat verticaal) zodat ze vast komen te zitten.
Overzetten van het deurscharnier
Het deurscharnier kan van rechts (stand waarin het wordt afgeleverd) naar links overgezet worden als dat voor de opstelplaats nodig is.

Waarschuwing! Bij het overzetten van de deurscharnieren mag het apparaat niet op het lichtnet aangesloten zijn. Van te voren de stekker uit het stopcontact halen.
Ga nu verder als volgt te werk:
- Trek het ventilatierooster (D), dat door palwerk vastgezet is, uit.
- Verwijder het onderscharnier (E); verwijder de deur van de vriesruimte door.
- Verwijder de beschermdopjes van de schroeven linksonder en plaats ze op de schroeven rechts.
- Schroef het middenscharnier los; verwijder de deur van de koelruimte door.

text_image
100 mm 10 mm 10 mm NPCB
text_image
A 45° P=60C
Het apparaat in een goed geventileerde en droge ruimte neerzetten.
De omgevingstemperatuur heeft invloed op het stroomverbruik.
Het apparaat daarom
- niet aan directe straling van de zon blootstellen;
- niet bij radiatoren, naast een kachel of andere warmtebronnen plaatsen;
- alleen op een plaats neerzetten waarvan de omgevingstemperatuur overeenkomt met de klimaatklasse waarvoor het apparaat is ontworpen.
De klimaatklassees staan op het typeplaatje dat zich links aan de binnenkant van het apparaat bevindt.
De volgende tabel geeft aan welke omgevingstemperatuur bij welke klimaatklasse behoort:
| Klimaatklasse voor een omgevingstemperatuur van | |
| SN +10 tot +32 °C | |
| N +16 tot +32 °C | |
| ST +18 tot +38 °C | |
| T +18 tot +43 °C | |
Als het onvermijdelijk is het apparaat naast een warmtebron te plaat-sen, aan weerszijden minimaal de volgende afstanden aanhouden:
- tot elektrische fornuizen 3 cm;
- tot olie- en kolenfornuizen 30 cm.
Als men zich niet aan deze afstanden kan houden, is een warmte-isolerendeplaat tussen fornuis en koelapparaat aan te bevelen.
Als het koclapparaat naast een ander koel- of diepvriesapparaat staat, is een afstand van 5 cm aan weerszijden aan te bevelen, zodat zich geen condens vormt aan de buitenkant van de apparaten.
Gefrierkalender
Informatie over de verpakking van het apparaat
Alle gebruikte grondstoffen zijn milieuvriendelijk! Ze kunnen zonder gevaar weggegooid of in de vuilverbrandingsoven verbrand worden!
De grondstoffen: de kunststoffen kunnen ook opnieuw gebruikt worden en worden als volgt gekarakteriseerd:
PE< voor polyethyleen, bijv. bij de buitenste verpakking en de zakken binnen in.
PS< voor schuimpolystyrol, bijv. bij de bekledingsdelen, in principe CFK-vrij.
De kartonnen delen zijn van oud papier gemaakt en kunnen ook weer bij het oud-papier gedaan worden.
Weggooien van oude apparaten
Wegens milieuredenen dienen koelapparaten vakkundig ontmanteld te worden. Dit geldt voor Uw huidige apparaat en - als het ook aan vervanging toe is - ook voor Uw nieuwe apparaat.
Waarschuwing! Apparaten die hun tijd gehad hebben onbruikbaar maken voordat ze weggegooid worden. Stekker er afhalen, netsnoer doorknippen, eventuele snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Hierdoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten worden (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terechtkomen.
Aanwijzingen voor het weggooien:
- Het apparaat mag niet bij het huis- of grofvuil gezet worden.
- Het koelvloeistofcircuit, in het bijzonder de warmtewisselaar aan de achterkant, mag niet beschadigd worden.
- Informatie over afhaaltijden of inzamelplaatsen zijn te verkrijgen bij de plaatselijke reinigingsdienst of op het gemeentehuis.
Transportbescherming verwijderen
Het apparaat alsmede de onderdelen van het interieur zijn voor het transport beschermd.
- Alle plakband alsmede bekledingsdelen uit het interieur verwijderen.
stopcontact trekken, stroomkabel doorknippen, eventucel aanwezige snap- of grendelsloten verwijderen of kapotmaken. Daardoor wordt voorkomen dat spelende kinderen in het apparaat opgesloten raken (verstikkingsgevaar!) of in andere levensgevaarlijke situaties terecht komen.
- Kinderen kunnen gevaren die in het omgaan met huishoudelijke appara- ten schuilen vaak niet herkennen. Zorg daarom voor de nodige toezicht en laat kinderen niet met het apparaat spelen.
Bij dagelijks gebruik
- Containers met brandbare gassen of vloeistoffen kunnen lek raken door de inwerking van koude. Explosiegevaar! Leg geen containers met brandbare stoffen zoals bijv. spraybussen, aanstekers, navullingen van aanstekers etc. in het koelapparaat.
- Flessen en blikken mogen niet in het vriesvak. Ze kunnen springen als de inhoud bevriest - bij koolzuurhoudende inhoud zelfs exploderen! Leg nooit limonades, sappen, bier, wijn, champagne etc. in het vriesvak. Uitzondering: sterke drank met een zeer hoog alcoholpercentage kan in het vriesvak gelegd worden.
- Consumptie-ijs en ijsblokjes niet direct vanuit de vriesruimte in de mond steken. Zeer koud ijs kan aan de lippen of de tong vastvriezen en verwondingen veroorzaken.
- Niet met natte handen aan diepvriesartikelen komen. De handen kunnen daaraan vastvriezen.
- Geen elektrische apparaten (bijv. elektrische ijsmachines, mixers etc.) in het koelapparaat gebruiken.
- Voor het schoonmaken het apparaat altijd uitzetten en de stekker uit het stopcontact trekken of de zekering in de uitschakelen huisinstallatie.
- De stekker altijd aan de stekker zelf uit het stopcontact trekken, nooit aan het snoer.
Bij storing
- Als er een storing aan het apparaat optreedt eerst in de gebruiksaanwijzing kijken onder "Wat te doen als ...". Als de daar gegeven aanwijzingen niet verder helpen zelf niet verder aan het apparaat werken.
- Koelapparaten mogen alleen door geschoold personeel gerepareerd worden. Door ondeskundige reparaties kunnen grote gevaren ontstaan. Wend u zich bij reparaties tot uw vakhandel of tot onze service-afdeling.
De veiligheid van onze koelapparaten voldoet aan de Europese en Nederlandse normen. Desondanks zien wij ons genoodzaakt u met de volgende veiligheidsaanwijzingen vertrouwd te maken:
Reglementaire toepassing
- Het koelapparaat is voor huishoudelijk gebruik bestemd. Het is geschikt voor het koelen, invriezen en diepgevroren bewaren van levensmiddelen en voor het maken van ijs. Als het apparaat voor andere doeleinden gebruikt wordt kan de fabrikant geen verantwoording nemen voor eventuele schaden.
- Het ombouwen van of veranderingen aan het koelapparaat aanbrengen is uit veiligheidsoverwegingen niet toegestaan.
- Als het koelapparaat commercieel of voor andere doeleinden dan voor het koelen, diepgevroren bewaren en invriezen van levensmiddelen gebruikt wordt, s.v.p. letten op de hiervoor van kracht zijnde wettelijke bepalingen.
Voordat het apparaat voor de eerste keer in gebruik genomen wordt
- Controleer het koelapparaat op transportschaden. Een beschadigd apparaat in geen geval aansluiten! Wend u in geval van schade tot de leverancier.
Koelmiddelen
Het apparaat bevat in het koelvloeistofe circuit de koelvloeistof Isobutan (R600a), een natuurlijk, zeer milieuvriendelijk gas, dat echter wel brandbaar is.
- Bij het transport en het opstellen van het apparaat erop letten dat geen onderdelen van het koelvloeistofcircuit beschadigd worden.
- Bij beschadiging van het koelvloeistofcircuit:
- open vuur en brandhaarden absoluut vermijden;
- het vertrek waar het apparaat staat goed ventileren.
Veiligheid van kinderen
- Verpakkingsdelen (bijv. folies, piepschuim) kunnen voor kinderen gevaarlijk zijn. Verstikkingsgevaar! Verpakkingsmateriaal van kinderen weghouden!
- Oude apparaten voor het weggooien onbruikbaar maken. Stekker uit het
Inhoud
Veiligheid 23
Weggooien 25
Informatie over de verpakking van het apparaat .....25
Weggooien van oude apparaten 25
Transportbescherming verwijderen....25
Opstellen 26
Opstelplaats 26
Uw koelapparaat heeft lucht nodig 27
Muur-afstandshouders 27
Overzetten van het deurscharnier 27
Elektrische aansluiting ....29
Voor ingebruikname ....29
In gebruik nemen en temperatuurregeling ....29
Interieur ....30
Legvlakken 30
Variable binnendeur ....31
Koelen van levensmiddelen ....31
Invriezen en diepgevroren bewaren ....32
Maken van ijsblokjes ....33
Diepvrieskalender ....33
Ontdooien van het apparaat....33
Apparaat uitzetten ....34
Reiniging en onderhoud ....35
Tips om energie te besparen ....36
Wat te doen als ....36
Hulp bij storingen 36
Lamp vervangen ....38
Doel, normen, richtlijnen ....38
Lees eerst aandachtig de gebruiksaanwijzing door voordat u uw nieuwe koelapparaat in gebruik neemt. Hierin staat belangrijke informatie over een veilig gebruik, over het opstellen en over het onderhoud van het apparaat. De gebruiksaanwijzing s.v.p. bewaren om lager nog eens iets na te kunnen lezen.. Aan eventuele volgende bezitters van het apparaat doorgeven.
Deze gebruiksaanwijzing is voor meerdere, technisch vergelijkbare modellen in diverse uitvoeringen bestemd. S.v.p. alleen op de aanwijzingen letten die op uw apparaat betrekking hebben.

Met de waarschuwingsdriehoek en/of door signaalwoorden (Waarschuwing!, Voorzichtig!, Let op!) wordt de aandacht gevestigd op aanwijzingen die belangrijk zijn voor uw veiligheid of voor het juist functioneren van het apparaat. Hier absoluut op letten.

Na dit symbool wordt uitleg gegeven over de bediening en het praktisch gebruik van het apparaat.

Met het klaverblad worden tips en aanwijzingen voor een economischen milieuvriendelijk gebruik van het apparaat aangegeven.
Voor eventueel optredende storingen staan in de handleiding aanwijzingen om deze zelf op te lossen, zie Hoofdstuk "Wat te doen als...". Als deze aanwijzingen niet voldoende informatie bieden staat onze service-afdeling u te allen tijde ter beschikking.
Gedrukt op milieuvriendelijk vervaardigd papier wie ecologisch denkt, handelt ook zo ...