SIEMENS

WXB1060NL - Wasmachine SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis WXB1060NL SIEMENS in PDF-formaat.

📄 48 pagina's PDF ⬇️ Nederlands NL 💬 AI-vraag 🖨️ Afdrukken
Notice SIEMENS WXB1060NL - page 3
Bekijk de handleiding : Français FR Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SIEMENS

Model : WXB1060NL

Categorie : Wasmachine

Download de handleiding voor uw Wasmachine in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding WXB1060NL - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. WXB1060NL van het merk SIEMENS.

GEBRUIKSAANWIJZING WXB1060NL SIEMENS

electronic Inhoud Waarop u moet letten Bladzijde Algemene veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat . . . . . Milieubescherming/ besparingstips . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Installatie van het apparaat Transportbeveiligingen verwijderen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Installatie van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Stellen van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Wateraansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Waterafvoer van het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Elektrische aansluiting . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Kennismaking met het appara Kennismaking met het apparaat . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Programmakiezer en centrifuge-toerentalkiezer . . . . . . . . . . Indicatielampjes . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Functiekiezer en «Start» . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Het wassen van textiel Vuldeur openen en sluiten / trommel vullen met wasgoed . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Het wassen van textiel . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . Na afloop van het programma / Wasgoed uit de trommel halen . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . . .

Schoonmaken/onderhoud/be scherming tegen vorst Schoonmaken / Onderhoud / Bescherming tegen vorst . . .

Algemene veiligheidsvoorschriften en waarschuwingen Dit apparaat voldoet aan de geldende veiligheidsvoorschriften voor deze branche. Neem a.u.b. vóór het eerste gebruik van het apparaat de volgende punten in acht:

Lees voordat u het apparaat voor het eerst in gebruik neemt deze aanwijzingen nauwkeurig door. U vindt daarin belangrijke informatie over installatie, gebruik en veiligheid van het apparaat. Bewaar de gebruiksaanwijzing voor een eventuele latere bezitter van het apparaat. Het apparaat uitsluitend volgens het installatievoorschrift installeren. Transportbeveiliging verwijderen en bewaren. Een (bijv. tijdens het transport) zichtbaar beschadigd apparaat niet op het elektriciteitsnet aansluiten. Neem in geval van twijfel contact op met de Servicedienst of met uw leverancier. Een beschadigde kabel mag alleen door de Servicedienst vervangen worden. Neem bij het wassen van textiel de volgende punten in acht:

Het apparaat alleen met koud water van de gemeentelijke waterleiding gebruiken. Het apparaat alleen gebruiken voor het wassen van huishoudelijk textiel dat in de wasmachine gewassen mag worden. Kinderen nooit zonder toezicht bij het apparaat laten. Huisdieren uit de buurt van het apparaat houden. 4 nl

Wees voorzichtig tijdens het afpompen van het hete sop. Knipperende indicatielampjes zijn geen foutmeldingen! Zie hoofdstuk «Indicatielampjes». Neem ter bescherming van het apparaat de volgende punten in acht:

Niet op het apparaat klimmen.

De vuldeur niet als opstapje gebruiken of erop leunen. Neem om het apparaat te transporteren de volgende punten in acht:

Let erop dat er geen water in het apparaat is achtergebleven.

Wees voorzichtig tijdens het transport! Gebruik geen bedieningselementen om het apparaat tegen te houden of op te tillen! Afvoeren van de verpakking en van uw oude apparaat Afvoeren van de verpakking van uw nieuwe apparaat

Het verpakkingsmateriaal volgens de geldende milieuvoorschriften (laten) afvoeren. Verpakkingsmateriaal is geen speelgoed. Door het bewerken en recyclen of door het hergebruik kan op grondstoffen bespaard worden waardoor de hoeveelheid rest- en afvalstoffen vermindert. Het gebruikte verpakkingsmateriaal is milieuvriendelijk en geschikt voor bewerking of hergebruik. Het karton bestaat voor 80% tot 100% uit oudpapier. Het doorzichtige foliemateriaal is van polyetheen (PE), de banden van polypropeen (PP) en het opvulmateriaal van CFK-vrij geschuimd polystyreen (PS). Deze materialen zijn zuivere koolwaterstof-verbindingen en kunnen gerecycled worden. Afvoeren van het oude apparaat Vóór het afvoeren van uw oude apparaat het apparaat onbruikbaar maken: stekker uit het stopcontact trekken. De aansluitkabel doorknippen en samen met de stekker verwijderen. Vergrendeling of slot van de vuldeur demonteren of onklaar maken. Hiermee voorkomt u dat kinderen zichzelf tijdens het spelen in het apparaat opsluiten en in levensgevaar geraken (kans op stikken). Afgedankte apparaten bevatten waardevolle grondstoffen die opnieuw gebruikt kunnen worden. U kunt bij de reinigingsdienst in uw gemeente informeren hoe u uw oude apparaat en het verpakkingsmateriaal van het nieuwe apparaat kunt (laten) afvoeren. Help daarom mee en zorg dat uw afgedankte apparaat milieuvriendelijk wordt afgevoerd.

Milieubescherming/ besparingstips m Milieuvriendelijk en zo zuinig mogelijk wast u als u de maximale hoeveelheid wasgoed in de trommel doet: witte en bonte was (stevig textiel) 4,50 kg kreukherstellend 2,25 kg fijne was en wol 2,00 kg m Zo bespaart u energie Bij kleinere hoeveelheden wasgoed wordt door de waterdoseer-automaat het wateren energieverbruik, afhankelijk van de belading, gereduceerd. Kies het programma «Vlekken / Intensief» 60º C, i.p.v. «Witte was» 90º C (stevig textiel). Door de verlenging van de wastijd met aanzienlijk minder energieverbruik wordt een vergelijkbaar wasresultaat bereikt als bij het wassen met 90°C. m Zo bespaart u water, energie en wasmiddel: bij licht of normaal vervuild textiel geen voorwas kiezen. m Zo bespaart u tijd en energie: bij licht vervuild textiel de korte programma's overeenkomstig het soort textiel kiezen. m Zo bespaart u wasmiddel: bij het doseren van het wasmiddel rekening houden met de waterhardheid, de mate van vervuiling en de hoeveelheid wasgoed. Neem de aanwijzingen van de fabrikant op de verpakking in acht.

Transportbeveiligingen verwijderen

Vóór het eerste gebruik beslist de transportbeveiligingen verwijderen die zich aan de achterzijde van het apparaat bevinden.

Als u zelf geen geschikte pijp- of steeksleutel hebt, gebruik dan de meegeleverde sleutel.

Attentie! Kans op verwondingen als u met de sleutel uitglijdt!

1. De 4 bevestigingsschroeven «A», de beugel en de afdichting

losschroeven en eraf halen.

2. Hierna de vier afstandsbussen «B» die op de grond zijn

gevallen, verwijderen. Het apparaat hiertoe iets schuin zetten.

3. De in een zakje samen met de gebruiksaanwijzing van uw

apparaat meegeleverde afdekkapjes «C» monteren.

De transportbeveiliging voor een later transport (bijv. bij verhuizing of naar een andere ruimte) bewaren. Het apparaat mag alleen met gemonteerde transportbeveiliging getransporteerd worden. Hiertoe moet de achterwand «D» aan de achterkant van het apparaat gedemonteerd worden en de hierboven beschreven stappen in omgekeerde volgorde worden voorgenomen. Installatie van het apparaat

Bij de installatie van het apparaat, het aansluiten op de watertoevoer en -afvoer en op het elektriciteitsnet moeten de volgende veiligheidsvoorschriften, waarschuwingen, algemene bepalingen en de algemene voorschriften en verordeningen van het waterleiding- en energiebedrijf in uw gemeente in acht worden genomen.

Wees voorzichtig bij het optillen van het apparaat! Kans op verwondingen!

Het apparaat niet aan de bedieningselementen of vooruitstekende delen optillen!

Neem in geval van twijfel contact op met een vakkundig monteur om het apparaat op het elektriciteitsnet en de waterleiding aan te sluiten. Alle apparaten worden in de fabriek aan een aantal controles en testen onder normale gebruiksomstandigheden onderworpen. Een kleine hoeveelheid vocht en resten water in het apparaat of in de afvoerslang zijn aan deze testen te wijten. 6 nl Plaatsen van het apparaat Om een veilige en stabiele stand van het apparaat tijdens het centrifugeren te garanderen, moet de vloer resp. de ondergrond stevig en waterpas zijn. Niet geschikt is zachte vloerbedekking, bijv. tapijt of vloerbedekking met een foamrug.

Bij plaatsing op een , het apparaat op een watervaste houten plaat van 30 mm dik zetten die op de vloer is geschroefd. Het apparaat altijd in een hoek plaatsen. Het apparaat met bevestigingsbeugels op de vloer schroeven (vooral bij montage van een was-droogzuil bestaande uit een was- en droogautomaat).

Bij plaatsing op een sokkel moeten de voetjes van het apparaat met bevestigingsbeugels worden vastgezet om ongecontroleerde bewegingen tijdens het centrifugeren te voorkomen. Bevestigingsbeugels zijn tegen meerprijs bij uw leverancier verkrijgbaar. Stellen van het apparaat

Het apparaat moet stevig en waterpas op de vier voetjes staan en mag niet wankelen. m Hiertoe het apparaat met een waterpas stellen. Indien nodig moet het hoogteverschil door middel van de verstelbare voetjes van de machine gecorrigeerd worden. m Contramoeren 1 losdraaien. m De hoogte van de voetjes corrigeren m De contramoeren stevig vastdraaien om te voorkomen dat de hoogte van het apparaat ongemerkt verandert.

Wateraansluiting Voor de koudwatertoevoer is een drinkwateraansluiting nodig met een waterdruk van minimaal 1 bar (per minuut moet ca. 8 liter water uit de helemaal opengedraaide kraan stromen). Als de waterdruk hoger is dan 10 bar, dan moet tussen het apparaat en de watertoevoer een drukreduceer-ventiel geïnstalleerd worden.

Het apparaat nooit op de mengkraan van een drukloze geiser of boiler aansluiten! In geval van twijfel het apparaat door een vakkundig monteur laten plaatsen en op de waterleiding en waterafvoer laten aansluiten.

Attentie! De aansluitingen of verbindingen tussen het apparaat en de waterleiding staan onder de volle waterdruk. Controleer op dichtheid door de kraan tot de aanslag open te draaien!

De filters aan het einde van het magneetventiel alleen eruit halen om schoon te maken. Het andere filter bevindt zich aan het einde van de slang in de plastic schroefkoppeling die aan de kraan wordt geschroefd. Het filter moet in de slang gereinigd worden omdat het er niet uit gehaald kan worden.

Om eventuele schade of zelfs overstroming door naar buiten komend water te voorkomen: de kraan na een wasprogramma en bij langere afwezigheid altijd dichtdraaien.

De kunststof schroefkoppelingen aan de slangverbindingen alleen met de hand vastdraaien. Waterafvoer van het apparaat 8 nl

Bij de montage en de aansluiting van het apparaat op de waterafvoer de slang niet knikken of platdrukken. Ook niet aan de slang trekken!

Bij afvoer via een wastafel ervoor zorgen dat de afvoerslang er niet uit kan schieten. Controleer ook of het water snel genoeg wegloopt. Let erop dat de stop niet in de wastafel zit. Kans op overstroming! Elektrische aansluiting Het apparaat uitsluitend via een volgens de voorschriften aangebracht, randgeaard stopcontact op wisselstroom aansluiten. De netspanning moet overeenkomen met de op het typeplaatje aangegeven spanning. De aansluitwaarde alsmede de vereiste zekering zijn op het typeplaatje aangegeven. Overtuig u ervan dat de stekker in het stopcontact past, dat de diameter van de elektrische leiding groot genoeg is en dat het aardingssysteem volgens de voorschriften geïnstalleerd is . Geen meervoudige stekkers/contactdozen en verlengkabels gebruiken. Bij gebruik van een aardlekschakelaar mag alleen een type met het symbool 7 gebruikt worden. Alleen aardlekschakelaars met dit symbool voldoen aan de nu geldende voorschriften. De kabel altijd aan de stekker uit het stopcontact trekken. Om aan de veiligheidsvoorschriften te voldoen, moet de stekĆ ker waarmee de wasautomaat op de stroomtoevoer wordt aangesloten toegankelijk zijn voor de gebruiker. Als daaraan niet kan worden voldaan, dient er in de vaste bedrading een systeem voor uitschakelen te worden geplaatst.

Kennismaking met het apparaat

2. Wasmiddellade voor wasmiddel en wasverzorgingsmiddelen.

3. Bedieningspaneel (met opgedrukte beschrijving, symbolen of

volledige tekst, afhankelijk van de uitvoering van het apparaat).

6. Handgreep voor het openen van de vuldeur.

7. Afvoerpomp achter de plint.

9. Verstelbare voetjes om het apparaat te stellen.

10. Waterafvoerslang.

11. Watertoevoerslang.

(afhankelijk van de uitvoering van het apparaat)

12. Programmakiezer.

13. Indicatielampjes.

14. Centrifugetoerental-kiezer met optie «Spoelstop C/5»

- Toets Start». Programmakiezer en centrifuge-toerentalkiezer Met de ! worden de programma's gekozen en ingesteld. Hiertoe de programmakiezer met de wijzers van de klok mee (naar rechts) draaien. De instelmarkering van de programmakiezer op het gewenste programma zetten. Attentie: Tijdens het programmaverloop draait de programmakiezer niet. Hij blijft op de ingestelde positie staan! Met de centrifugetoerental-kiezer kan het gewenste centrifugetoerental of de optie «Spoelstop C/ 5» traploos geregeld worden. Om een voorzichtige behandeling van het wasgoed te garanderen wordt het maximale centrifugetoerental in de wasprogramma's «Kreukherstellend» , «Fijne was» en «Wol» automatisch begrensd. Optie «Spoelstop C/ 5»:het wasgoed blijft in het laatste spoelwater liggen om kreuken te voorkomen. Indicatielampjes Functiekiezer en «Start»

Bij het indrukken van deze toets activeert de wasautomaat het gekozen programma. Het indicatielampje «wassen Q/startklaar d» brandt. Tevoren moet wel het wasprogramma gekozen worden. Attentie: Om de veiligheid van het apparaat te verhogen start de wasautomaat niet als de vuldeur niet correct gesloten is, ook niet als het indicatielampje «wassen Q/startklaar d» brandt en de toets «Start 3» wordt ingedrukt. De vuldeur van de wasautomaat kan tijdens het wassen niet geopend worden. Om de vuldeur te openen eerst de machine uitzetten (programmakiezer op «Uit»). Controleer of het indicatielampje «centrifugeren 5/klaar m» uit is. De vuldeur kan ca. 2 minuten na het uitzetten van de machine geopend worden. r+ - Extra spoelen Als deze toets is ingedrukt, brandt de bijbehorende indicatie. Er vindt een extra spoelbeurt plaats om resten wasmiddel te verwijderen. Aan te bev elen voor het spoelen van gevoelig wasgoed, vitrage etc. Het indicatielampje «wassen Q/startklaar d» knippert na keuze van het gewenste programma. Als de toets «Start 3» wordt ingedrukt en het programmaverloop begint, blijft het indicatielampje branden. Het indicatielampje «spoelen r» brandt (voortdurend) tijdens het verloop van het spoelprogramma. Als de wasautomaat centrifugeert en het water wordt afgepompt, brandt het indicatielampje «centrifugeren 5/klaar m» voortdurend . Na afloop van het programma knippert dit lampje. Om uit te schakelen de programmakiezer op «Uit» zetten. nl 11 Wasmiddel en wasverzorgingsmiddelen U kunt alle in de handel verkrijgbare waspoeders of vloeibare wasmiddelen voor wasautomaten gebruiken. Hoeveelheid wasmiddel

Gebruik nooit wasmiddelen voor de handwas. Deze produceren teveel schuim.

Gebruik in de wasautomaat geen wasmiddelen die een oplosmiddel bevatten! Kans op voor explosie!

Sprays die vuil en vlekken verwijderen en die een oplosmiddel bevatten, mogen niet in de buurt van het apparaat gebruikt worden. Deze middelen kunnen schade aan het apparaat veroorzaken.

Wasmiddelen en wasverzorgingsmiddelen op een veilige plaats buiten het bereik van kinderen bewaren. Alleen een juiste hoeveelheid wasmiddel garandeert goede wasresultaten. Let daarom op de gegevens op de verpakking . Gebruik voor vloeibare wasmiddelen de bijbehorende doseerhulpjes, bijv. doseerbolletjes, maatbekers of zakjes die in de verpakking van het wasmiddel zijn bijgesloten. Vul het inspoelbakje nooit tot boven de markering «MAX». De hoeveelheid wasmiddel is afhankelijk van de volgende factoren: - de hardheid van het water

de mate van vervuiling van het wasgoed

de hoeveelheid wasgoed

de voor elk soort wasmiddel aanbevolen dosering. Gebruik van te weinig wasmiddel is pas na een aantal keren te merken: - het wasgoed wordt grauw en niet schoon

het wasgoed kan grijsbruine puntjes of vlekken vertonen

op de verwarmingselementen ontstaat kalkafzetting Gebruik van teveel wasmiddel heeft tot gevolg: - onnodige belasting van het milieu

minder wasbewegingen in de wasautomaat door te sterke schuimontwikkeling met als gevolg een ontoereikend wasresultaat De op de verpakking van het wasmiddel aangegeven dosering is van toepassing op een vol beladen trommel. Bij kleinere hoeveelheden of minder vuil wasgoed de hoeveelheid wasmiddel reduceren. 12 nl Attentie

Het wasmiddelbakje 2 van de wasmiddellade met wasverzachter vullen. Nooit tot boven de markering «MAX» (ten hoogste tot de onderste rand van inspoelbakje . Anders wordt de wasverzachter samen met het wasmiddel al bij aanvang van het wasprogramma ingespoeld waardoor hij geen effect heeft bij het zachtspoelen. Dikvloeibare wasverzachter van tevoren met een beetje water aanlengen.

Ook bijvullen met bleekmiddel in poedervorm of vlekkenzout is mogelijk. Let op de gegevens op de verpakking. Eerst de wasmiddellade met wasmiddel vullen, daarna wasmiddelbakje met bleekmiddel in poedervorm of met vlekkenzout vullen. Wasgoed voorbereiden Sorteren m Het wasgoed sorteren aan de hand van de symbolen op de wasmerkjes.

Bij breigoed van wol of gedeeltelijk van wol moet op het wasmerk vermeld zijn: «vervilt niet», «niet verviltend» of «geschikt voor wasmachine». Anders kan het wasgoed vervilten. In de wasautomaat uitsluitend textiel met de volgende wasbehandelingssymbolen wassen: Witte was 90°C

Bonte was 60°C, 40°C, 30°C cba Kreukherstellend 60°C, 40°C, 30°C hgf Fijne was 40°C, 30°C l gkf Wol die met de hand en in de wasmachine gewassen mag worden, 40°C, 30°C 6l gkf Wasgoed met het volgende symbool mag niet in de wasautomaat gewassen worden: niet geschikt voor de wasmachine B m Het wasgoed op kleur sorteren. Witte en bonte was afzonderlijk wassen. Anders wordt de witte was grauw.

Nieuwe bonte was altijd apart wassen. m Neem tijdens het sorteren de maximale belading van de wasautomaat in acht. De wasautomaat niet te vol beladen. Hierdoor worden de prestaties en het wasresultaat aanzienlijk verslechterd. nl 13 Maximaal toelaatbare capaciteit van de wasautomaat voor het wassen van: vuile of erg vuile witte of bonte was van stevig, kleurecht textiel 4,50 kg kreukherstellend wasgoed 2,25 kg fijne was en wol 2,00 kg Praktische tips m Vreemde voorwerpen en metalen voorwerpen zoals veiligheidsspelden, paperclips, naalden etc., uit het wasgoed verwijderen. m Zand uit zakken en omslagen borstelen. m Ritssluitingen en knopen dichtdoen. m Haken van gordijnen verwijderen. m Tere weefsels zoals panty's of vitrage of klein wasgoed zoals sokken en zakdoeken in een net of een kussensloop wassen. m Broeken, gebreide kleding en tricot binnenstebuiten keren (bijv. truien, T-shirts, sweatshirts etc.). m Let erop dat BH's met beugels etc. geschikt zijn voor de wasmachine.

Verwijderen van vlekken 14 nl BH's met beugels in een kussensloop wassen. De beugels kunnen tijdens het wassen loslaten en schade veroorzaken. Vlekken liefst onmiddellijk nadat ze gemaakt zijn, voorbehandelen of verwijderen. Probeer eerst eens met water en zeep. Niet wrijven of met een hard borsteltje behandelen. Hardnekkige en ingedroogde vlekken verdwijnen soms pas na een aantal keren wassen.

De eerste keer om de restjes water te verwijderen die tijdens de tests in de fabriek in de machine zijn achtergebleven. m Controleer of de transportbeveiliging verwijderd is die zich aan de achterzijde van het apparaat bevindt (zie het installatievoorschrift). m Kraan opendraaien. m Wasmiddellade tot de aanslag uittrekken. m Bakje van de wasmiddellade met een liter water vullen. m Wasmiddelbakje met een halve maatbeker normaal wasmiddel vullen. Geen wasmiddel voor fijne was of wol gebruiken laangezien dit soort wasmiddel normaal gesproken veel schuim ontwikkelt. m Programmakiezer naar rechts draaien (met de wijzers van de klok mee) en op het programma zetten. Het indicatielampje «wassen Q/startklaar d» knippert. m Toets «Start 3» indrukken.Het programma begint, het indicatielampje «wassen Q/startklaar d» brandt. m Na afloop van het programma knippert het indicatielampje «centrifugeren 5/klaar m» . Programmakiezer op «Uit» zetten. Het indicatielampje gaat uit. nl 15 Vuldeur openen en sluiten / trommel vullen met wasgoed Vuldeur openen m Aan de handgreep van de vuldeur trekken. Trommel vullen met wasgoed

Wasgoed dat vóór het wassen met een reinigingsmiddel met oplosmiddel (bijv. vlekkenmiddel, wasbenzine etc.), is behandeld, vóór het wassen in de frisse lucht laten drogen. Kans op explosie!

Voordat u de trommel met wasgoed vult, erop letten dat zich in de trommel geen vreemde voorwerpen of dieren bevinden. m Het wasgoed uit elkaar vouwen en naast elkaar in de trommel leggen. Grote en kleine stukken wasgoed zoveel mogelijk door elkaar. Sluiten van de vuldeur

Let erop dat bij het sluiten van de vuldeur geen kledingstukken tussen de vuldeur en de rubber afdichting beklemd zijn geraakt. m De vuldeur sluiten: vuldeur dichtdrukken tot de vergrendeling hoorbaar vastklikt. Vullen met wasmiddel en kraan opendraaien m Wasmiddelbakje vullen. II van de wasmiddellade met wasmiddel Wasmiddel nooit tot boven de markering MAX vullen. 16 nl

Wasmiddelbakje I : wasmiddel voor de voorwas.

Wasmiddelbakje II: wasmiddel voor de hoofdwas, waterontharder, stijfsel, bleekmiddel en vlekkenzout.

Wasmiddelbakje 2 : wasverzorgingsmiddelen voor de laatste spoelbeurt, bijv. wasverzachter. Het wassen van textiel Keuze van een wasprogramma Kies het gewenste programma ** was, 90 ºC - y Intensief programma voor stevig textiel van katoen of linnen. Vlekken/Intensief, 60 ºC - v Voor erg vuil wasgoed met vlekken. Energiebesparend programma. Door de verlenging van de wastijd met aanzienlijk minder energieverbruik wordt een vergelijkbaar wasresultaat bereikt als met het 90°C programma. Bonte was, 60 ºC, met voorwas - +P. Voor erg vuil, stevig wasgoed. Bonte was, 30, 40, 60 ºC - y Kledingstukken van stevig textiel. Kreukherstellend, 30, 40, 60 ºC (synthetisch) - A Voor het wassen van kreukherstellend wasgoed van katoen, synthetische of gemengde weefsels. Fijne was, 30 ºC (Fijne was) - J Voor het wassen van erg gevoelig wasgoed van katoen, zijde, synthetische of gemengde weefsels, vitrage. In deze programma's wordt tussen de spoelbeurten niet gecentrifugeerd. Wol, 6 ,30 ºC ,koud, - U Voor het wassen van textiel van wol of met wol gemengde weefsels dat geschikt is voor de wasmachine. wordt vóór het centrifugeren van het wasgoed afgepompt. Afpompen (leeg laten lopen) -b Afpompen van het spoelwater als een wasprogramma met de optie «Spoelstop C/5» voor een voorzichtige behandeling van gevoelig wasgoed werd gekozen. «Spoelstop C/5»:deze optie kan via de centrifuge-toerentalkiezer gekozen worden. Het wasgoed blijft in het laatste spoelwater liggen om kreuken te voorkomen. Programmaverfijningen Extra spoelen r + In het programma vindt een extra spoelbeurt plaats. Starten van een programma m Programmakiezer op het gewenste programma zetten. m Het indicatielampje «wassen Q/startklaar d» knippert. m Het gewenste centrifuge-toerental of «Spoelstop C/5» kiezen. Om een voorzichtige behandeling van het wasgoed te garanderen wordt in de programma's «Kreukherstellend (synthetisch)», «Fijne was» en «Wol» het maximale centrifuge-toerental automatisch begrensd. m Indien gewenst de toets(en) voor programmaverfijningen indrukken. Het indicatielampje van de gekozen functie gaat branden. Spoelen - r Een aparte spoelbeurt, met centrifugeren. Voor kreukherstellend textiel. m Toets «Start 3» indrukken. Het indicatielampje «wassen Q/startklaar d» brandt. Het wasprogramma begint. Het indicatielampje «wassen Q/startklaar d» brandt tijdens het hele verloop van het gekozen wasprogramma. Centrifugeren - 4 Een aparte centrifugegang. Sop of spoelwater m Tijdens het programmaverloop «Spoelen», brandt het indicatielampje «spoelenr». Speciale programma's nl 17 Na afloop van het programma / Wasgoed uit de trommel halen Programmaverloop veranderen Als u een verkeerd programma hebt gekozen en gestart, dan kunt u het als volgt corrigeren: m programmakiezer op «Uit» zetten. m Programmakiezer op het gewenste wasprogramma zetten. Het indicatielampje «wassen Q/startklaar d» knippert. Het indicatielampje «centrifugeren 4/klaar m» gaat knipperen. m Programmakiezer op «Uit» zetten. m Toets «Start 3» indrukken. Het indicatielapje «wassenQ/startklaar d» brandt. Het nieuw gekozen programma begint. Indien nodig: Onderbreken van een lopend programma m Toets «Start 3» indrukken. Een lopend programma onderbreken: m Na afloop van het speciale programma de programmakiezer op «Uit» zetten. m programmakiezer op «Uit» zetten. m Programmakiezer op «Afpompen b» of «Centrifugeren 4» zetten. Het indicatielampje «centrifugeren 4/klaar m» knippert. Als u de functie «Centrifugeren» hebt gekozen, dan moet het gewenste centrifuge-toerental worden ingesteld (niet «Spoelstop C/5» kiezen!): m Toets «Start 3» indrukken. Het indicatielampje «centrifugeren 4/klaar m» brandt. m een speciaal programma kiezen («Afpompen b», «Centrifugeren 4» of «Spoelen r». Wasgoed uit de trommel halen m Kraan dichtdraaien. m Vuldeur openen. Als de vuldeur niet geopend kan worden: 2 minuten wachten (de veiligheidsfunctie is geactiveerd) of: na het kiezen van de optie «Spoelstop C/5» is er nog water in de wasautomaat. Kies een speciaal programma («Afpompen b» of «Centrifugeren 4») om het water af te pompen. m Wasgoed uit de trommel halen.

Vreemde voorwerpen en metalen voorwerpen (paperclips, spelden, munten etc.) die zich eventueel in de trommel of in de rubber afdichting bevinden, verwijderen.

Vuldeur open laten staan zodat de binnenkant van de wasautomaat kan drogen. 18 nl Schoonmaken / Onderhoud / Bescherming tegen vorst Schoonmaken van de buitenkant van het apparaat

het uitvoeren van onderhoudswerkzaamheden aan het apparaat de stekker uit het stopcontact trekken of de trekschakelaar uitschakelen en de kraan dichtdraaien.

Geen oplosmiddelen gebruiken! Deze kunnen onderdelen van het apparaat beschadigen, voor de gezondheid schadelijke dampen ontwikkelen of explosies veroorzaken.

Het apparaat niet met water schoonspuiten! De buitenkant van het apparaat en het bedieningspaneel alleen met lauw zeepsop of een in de handel verkrijgbaar reinigingsmiddel schoonmaken. Geen schuurmiddelen of agressieve schoonmaakmiddelen gebruiken. Het apparaat met een zachte doek droogwrijven. Schoonmaken van de wasmiddellade

1. De wasmiddellade helemaal uit het apparaat halen. Om de

lade uit de vergrendeling te trekken: op het beweeglijke deel achterin het bakje voor wasverzachter drukken. Het beweeglijke deel ingedrukt houden en de lade uit het apparaat halen.

2. Alle delen en onderdelen onder stromend water

3. De wasmiddellade weer in het apparaat schuiven.

Ontkalken van het apparaat Als het wasmiddel juist gedoseerd is, hoeft het apparaat in het algemeen niet ontkalkt te worden.

Ontkalkingsmiddelen bevatten zuren die onderdelen van het apparaat kunnen aantasten en het wasgoed ontkleuren. Als u toch wilt ontkalken, houd u dan strikt aan de aanwijzingen van de fabrikant. nl 19 Schoonmaken van de trommel De door metalen voorwerpen veroorzaakte roestvlekken moeten met schoonmaakmiddelen die geen chloor bevatten, gereinigd worden (neem de aanwijzingen van de fabrikant in acht): Nooit staalwol gebruiken! De watertoevoerslang Om eventuele schade en zelfs overstromingen door naar buiten komend water te voorkomen, adviseren wij de toestand van de toevoerslang elke vijf jaar door een vakkundig monteur te laten controleren. Schoonmaken van de afvoerpomp Schoonmaken hiervan kan om de volgende redenen noodzakelijk zijn: m vreemde voorwerpen (bijv. knopen, paperclips, spelden etc.) blokkeren de afvoerpomp. Het sop kan niet weglopen . m Na het wassen van erg pluizend textiel. Vóór het schoonmaken van de afvoerpomp moet het resterende water in het apparaat worden afgevoerd. Als de pomp verstopt is, dan kan het wel gaan om 20 liter water. Zo gaat u te werk:

1. plint aan de voorkant van de wasautomaat eraf halen.

Kans op verbrandingen! Het sop laten afkoelen.

2. Zet een lage bak onder het pompdeksel (afvoerzeef). Deksel

losdraaien zonder het er helemaal af te halen zodat het water geleidelijk wegloopt. Als de bak vol is, het deksel weer vastschroeven. Net zolang herhalen tot er geen water meer uitkomt. Het resterende water met een dweil opnemen.

3. Het pompdeksel eraf schroeven.

4. Vreemde voorwerpen en pluizen verwijderen . Binnenkant

van de pomp schoonmaken. De vleugels van de pomp moeten gedraaid kunnen worden.

5. Pompdeksel weer erin zetten en vastdraaien.

6. Plint weer monteren en vastzetten.

7. 2 liter water in de wasmiddellade gieten en het speciale

programma «Afpompen (leeg laten lopen) b» laten draaien. Hiermee wordt voorkomen dat bij de volgende wasbeurt ongebruikt wasmiddel in de afvoer verdwijnt. 20 nl Schoonmaken van de zeven in de wateraansluiting De zeven in de wateraansluiting moeten worden schoongemaakt als er bij geopende kraan geen of niet genoeg water in de wasautomaat stroomt. De zeven bevinden zich in de schroefkoppeling tussen de toevoerslang en de kraan en in de aansluiting op het magneetventiel aan de achterkant van het apparaat. Zo gaat u te werk:

1. Eerst de druk in de watertoevoerslang verminderen:

m Kraan dichtdraaien. m Programmakiezer op een willekeurig programma «Centrifugeren B» of «Afpompen b» (behalve m Toets «Start M» indrukken. Het programma ca. 40 seconden laten draaien. m Programmakiezer op «Uit» zetten.

2. De toevoerslang van de kraan schroeven. De zeef onder

stromend water schoonmaken.

3. Hierna de slang weer op de kraan aansluiten.

4. De toevoerslang van de aansluiting op de achterkant van het

apparaat afschroeven.

5. De zeef met een platte tang eruit trekken, schoonmaken en

6. Slang weer aansluiten

7. Kraan opendraaien. Let erop dat er geen water lekt

8. Kraan dichtdraaien.

Als uw wasautomaat in een voor lage temperaturen gevoelige ruimte staat, dan moet u na elke wasbeurt het resterende water in de pomp en de toevoerslang laten weglopen. Bescherming tegen vorst Afvoerpomp leegmaken: Zie hoofdstuk «Schoonmaken van de afvoerpomp». Watertoevoerslang leegmaken:

1. Kraan dichtdraaien.

2. Toevoerslang van de kraan schroeven. Het einde van de

slang in een bakje leggen.

3. Een willekeurig programma kiezen en 40 seconden laten

draaien. Het water in de slang wordt nu afgevoerd.

4. De toevoerslang weer aansluiten op de kraan

nl 21 Kleine storingen zelf verhelpen

Reparaties mogen alleen door de Servicedienst of een vakkundig monteur worden uitgevoerd. Ondeskundige reparaties kunnen aanzienlijke schade opleveren voor de gebruiker. Storing Eventuele oorzaak/advies De indicatielampjes branden niet - De stekker zit niet of niet goed in het stopcontact. - De zekering in de meterkast is doorgeslagen. - De stroom is uitgevallen. Bij het uitvallen van de stroom of bij een defect aan het apparaat kunt u het water laten weglopen (zie hoofdstuk «Schoonmaken van de afvoerpomp») om het wasgoed uit de machine te halen. De toets «Start 3» ist niet ingedrukt. De vuldeur is niet dicht. Niets aan de hand! Het water bevindt zich onderin en is daarĆ door niet te zien. De mate van vervuiling van het wasgoed is groter dan normaal. De dosering van het wasmiddel is ontoereikend. Wasmiddel doseren volgens de aanwijzingen van de fabrikant. Kies de beste temperatuur en het meest geschikte wasproĆ gramma voor het wasgoed. Er werd te veel wasmiddel gebruikt. Het apparaat ca. 5-10 minuten uitschakelen. Om de schuimvorming te stoppen: een eetlepel wasverzachter in het wasmiddelbakje doen en met een halve liter water inspoelen. De volgende keer minder wasmiddel gebruiken. Sommige wasmiddelen hebben de neiging tot sterke schuimĆ vorming. Dit heeft geen invloed op het spoelresultaat. Niets aan de hand! Tijdens het indraaien van de motor kunt u een geluid horen. Niets aan de hand! Als de pomp gaat werken en bij het leegloĆ pen van de afvoerpomp zijn deze geluiden normaal. De transportbeveiliging is niet verwijderd. Let op de aanwijzinĆ gen in het installatievoorschrift. De verstelbare voetjes van het apparaat zijn bij het plaatsen niet vastgezet. Het apparaat met een waterpas stellen en de voetjes volgens het installatievoorschrift vastzetten. De afvoerpomp is verstopt. De afvoerslang is geknikt of verĆ stopt. De veiligheidsfuncite is geactiveerd. De functie «Spoelstop C / 5» werd gekozen. De kraan is dicht. De zeven aan de watertoevoer zijn verstopt. Stroomuitval Het wasprogramma start niet Tijdens het wassen is geen water te zien Geen goed wasresultaat Er komt schuim uit de wasmiddellade Na de laatste spoelbeurt is er nog schuim te zien De motor maakt merkwaardige geluiden De afvoerpomp maakt geluiden De machine vibreert tijdens het wassen en centrifugeren Het apparaat centrifugeert niet of het water wordt niet afgepompt De vuldeur kan niet geopend worĆ den Er stroomt geen water in het apparaat 22 nl Servicedienst m Probeer, alvorens de Servicedienst in te schakelen, eerst of u de storing zelf kunt verhelpen (zie hoofdstuk «Kleine storingen zelf verhelpen»). Als u om een monteur vraagt en het blijkt dat hij alleen maar een advies (bijv. over de bediening of het onderhoud van het apparaat) hoeft te geven om de storing te verhelpen, dan moet u, ook in de garantietijd, de volledige kosten van dat bezoek betalen. Als u aan de hand van bovenstaande aanwijzingen de storing niet kunt verhelpen: apparaat uitschakelen, stekker uit het stopcontact trekken, kraan dichtdraaien en contact opnemen met de Servicedienst. Als u de Servicedienst inschakelt, vergeet dan niet het typenummer (E-nummer) en fabricagenummer (FD-nummer) op te geven. U vindt deze nummers op het typeplaatje aan de binnenkant van de rand van de vuldeuropening en op het plaatje aan de binnenkant van de afdekplaat onder de plint. Noteer hier de nummers van uw apparaat E-Nr. Typenummer

fabricagenummer Door deze nummers aan de Servicedienst door te geven, voorkomt u onnodig heen en weer rijden van de monteur en bespaart u de hieraan verbonden extra kosten. Technische gegevens a - Breedte b - Hoogte c - Diepte Gewicht Capaciteit van de trommel Gewicht van het droge wasgoed Netspanning Zekering Waterdruk 59,5 cm 85,0 cm 56,0 cm ca. 70 kg zie het typeplaatje 1-10 bar nl 23 Verbruikswaarden Programma Belading Bonte was 40º C Verbruikswaarden ** Stroom Water Duur 4,50 kg* 2,00 kg 0,60 KWh 0,45 KWh 54 l 33 l 118 min 70 min Bonte was 60º C 4,50 kg* 2,00 kg 0,86 KWh 0,60 KWh 54 l 33 l 118 min 70 min Witte was 90ºC 4,50 kg 1,70 KWh 61 l 118 min Kreukherstellend 40ºC 2,25 kg* 0,40 KWh 50 l 75 min Fijne was 30ºC 2 00 kg 2,00 0 30 KWh 0,30 55 l 50 min Wol 30ºC 2,00 kg* 0,20 KWh 35 l 60 min