SIEMENS ET61RBKB8E - Fornuis

ET61RBKB8E - Fornuis SIEMENS - Gratis gebruiksaanwijzing en handleiding

Vind de handleiding van het apparaat gratis ET61RBKB8E SIEMENS in PDF-formaat.

📄 56 pagina's Nederlands NL 💬 AI-vraag
Notice SIEMENS ET61RBKB8E - page 41
Bekijk de handleiding : Français FR Deutsch DE Italiano IT Nederlands NL
Handleidingassistent
Aangedreven door ChatGPT
Wachten op uw bericht
Productinformatie

Merk : SIEMENS

Model : ET61RBKB8E

Categorie : Fornuis

Download de handleiding voor uw Fornuis in PDF-formaat gratis! Vind uw handleiding ET61RBKB8E - SIEMENS en neem uw elektronisch apparaat weer in handen. Op deze pagina staan alle documenten die nodig zijn voor het gebruik van uw apparaat. ET61RBKB8E van het merk SIEMENS.

GEBRUIKSAANWIJZING ET61RBKB8E SIEMENS

1 Veiligheid Neem de volgende veiligheidsvoorschriften in acht. 1.1 Algemene aanwijzingen ¡ Lees deze gebruiksaanwijzing zorgvuldig door. ¡ Bewaar de gebruiksaanwijzingen, de appa- raatpas en de productinformatie voor later gebruik of voor volgende eigenaren. ¡ Sluit het apparaat in geval van transport- schade niet aan. 1.2 Bestemming van het apparaat Apparaten zonder stekker mogen alleen door geschoold personeel worden aangesloten. Bij schade door een verkeerde aansluiting kunt u geen aanspraak maken op garantie. Gebruik het apparaat uitsluitend: ¡ om voedsel en dranken te bereiden. ¡ onder toezicht. Houd kortstondige kookpro- cessen ononderbroken in het oog. ¡ voor huishoudelijk gebruik en in gesloten ruimtes binnen de huiselijke omgeving. ¡ tot een hoogte van 2000m boven zeeni- veau. Gebruik het apparaat niet: ¡ met een externe timer of een separate af- standsbediening. Dit geldt niet voor het ge- val dat de werking middels de door EN50615 genoemde apparaten wordt uit- geschakeld. 1.3 Inperking van de gebruikers Dit apparaat kan worden bediend door kinde- ren vanaf 8 jaar en door personen met fysie- ke, sensorische of geestelijke beperkingen of met gebrekkige ervaring en/of kennis, indien zij onder toezicht staan of zijn geïnstrueerd in het veilige gebruik van het apparaat en de daaruit resulterende gevaren hebben begre- pen. Kinderen mogen niet met het apparaat spe- len. Reiniging en gebruikersonderhoud mogen niet worden uitgevoerd door kinderen, tenzij ze 15jaar of ouder zijn en onder toezicht staan. Zorg ervoor dat kinderen die jonger zijn dan 8 jaar niet bij het apparaat of de aansluitkabel kunnen komen. 1.4 Veilig gebruik WAARSCHUWING‒Kans op brand! Zonder toezicht koken op kookplaten met vet of olie kan gevaarlijk zijn en brand veroorza- ken. ▶ Verlies hete oliën en vetten daarom nooit uit het oog. ▶ Nooit proberen om een vuur met water te blussen, maar het apparaat uitschakelen en dan de vlammen bijv. met een deksel of een blusdeken afdekken.nl Veiligheid

Het kookvlak wordt erg heet. ▶ Nooit brandbare voorwerpen op het kook- vlak of in de directe omgeving leggen. ▶ Nooit voorwerpen op het kookvlak bewa- ren. Het apparaat wordt heet. ▶ Nooit brandbare voorwerpen of spuitbus- sen bewaren in laden direct onder de kook- plaat. Als de kookplaat wordt afgedekt, kan dat on- gelukken veroorzaken, bijvoorbeeld door oververhitting, in brand vliegen of ontploffende materialen. ▶ Dek de kookplaat niet af. Levensmiddelen kunnen vuur vatten. ▶ Er moet toezicht worden gehouden op het kookproces. Een korte procedure moet permanent worden gecontroleerd. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden! Tijdens het gebruik worden het apparaat en zijn aanraakbare onderdelen heet, vooral een eventueel aanwezig kookplaatframe. ▶ Wees voorzichtig om het aanraken van ver- warmingselementen te voorkomen. ▶ Kinderen jonger dan 8 jaar moeten uit de buurt worden gehouden. Kookplaatbeschermroosters kunnen tot onge- vallen leiden. ▶ Nooit kookplaatbeschermroosters gebrui- ken. Het apparaat wordt heet tijdens het gebruik. ▶ Het apparaat voor het schoonmaken laten afkoelen. WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveon- derdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat wordt be- schadigd, moet het door geschoold vakper- soneel worden vervangen. Een beschadigd apparaat of een beschadigd netsnoer is gevaarlijk. ▶ Nooit een beschadigd apparaat gebruiken. ▶ Is het oppervlak gescheurd, dan het appa- raat uitschakelen om een mogelijke elektri- sche schok te vermijden. Hiervoor het ap- paraat niet aan de hoofdschakelaar, maar via de zekering in de meterkast uitschake- len. ▶ Contact opnemen met de servicedienst.

  • Pagina51 Binnendringend vocht kan een elektrische schok veroorzaken. ▶ Geen stoomreiniger of hogedrukreiniger gebruiken om het apparaat te reinigen. Bij hete apparaatonderdelen kan de kabeliso- latie van elektrische apparaten smelten. ▶ Zorg ervoor dat de aansluitkabel van elek- trische apparaten nooit in contact komt met hete onderdelen van het apparaat. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Wanneer er vloeistof zit tussen de bodem van de pan en de kookzone, kunnen kookpannen plotseling omhoog springen. ▶ Zorg ervoor dat de kookzone en de bodem van de pan altijd droog zijn. WAARSCHUWING‒Kans op verstikking! Kinderen kunnen verpakkingsmateriaal over het hoofd trekken en hierin verstrikt raken en stikken. ▶ Verpakkingsmateriaal uit de buurt van kin- deren houden. ▶ Laat kinderen niet met verpakkingsmateri- aal spelen. Kinderen kunnen kleine onderdelen inademen of inslikken en hierdoor stikken. ▶ Kleine onderdelen uit de buurt van kinde- ren houden. ▶ Kinderen niet met kleine onderdelen laten spelen. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden! De grepen van het kookgerei kunnen tijdens het gebruik heet worden. Als de grepen bo- ven de verwarmingszone komen te liggen, kunnen de grepen bijzonder heet worden. ▶ Altijd de volledige verwarmingszone met het kookgereik afdekken. ▶ Een pannenlap gebruiken.Materiële schade voorkomen nl

Materiële schade voorkomen 2  Materiële schade voorkomen LET OP! Door ruwe bodems van pannen ontstaan krassen op de glaskeramiek. ▶ Kookgerei controleren. Door droogkoken kan het kookgerei of het apparaat beschadigd raken. ▶ Nooit pannen zonder inhoud op een hete kookzone zetten of laten droogkoken. Verkeerd geplaatst kookgerei kan tot oververhitting van het apparaat leiden. ▶ Nooit hete kook- of bakpannen op de bedienings- elementen of de kookplaatrand zetten. Wanneer er harde en puntige voorwerpen op de kook- plaat vallen, kan deze beschadigd raken. ▶ Geen harde of puntige voorwerpen op de kookplaat laten vallen. Hittegevoelige materialen smelten op de hete kookzo- nes. ▶ Geen beschermingsfolie op de kookplaat gebruiken. ▶ Geen aluminiumfolie of kunststof vormen gebruiken. 2.1 Overzicht van de meest voorkomende schade Hier vindt u de meest voorkomende schade en tips om deze te voorkomen. Schade Oorzaak Maatregel Vlekken Overgelopen etenswaar Overgelopen etenswaar onmiddellijk verwijderen met een schraper voor vi- trokeramische kookplaat. Schade Oorzaak Maatregel Vlekken Ongeschikte reinigingsmid- delen Gebruik alleen reinigings- middelen die geschikt zijn voor glaskeramiek. Krassen Zout, suiker of zand Gebruik de kookplaat niet als werkblad of plateau om iets neer te zetten. Krassen Ruwe bodems van pannen Het kookgerei controle- ren. Verkleu- ring Ongeschikte reinigingsmid- delen Gebruik alleen reinigings- middelen die geschikt zijn voor glaskeramiek. Verkleu- ring Slijtage van pannen, bijv. aluminium Pannen optillen om ze te verplaatsen. Schelp- vormige bescha- diging van het opper- vlak Suiker of sterk suikerhoudend voedsel Overgelopen etenswaar onmiddellijk verwijderen met een schraper voor vi- trokeramische kookplaat. Milieubescherming en besparing 3  Milieubescherming en besparing 3.1 Afvoeren van de verpakking De verpakkingsmaterialen zijn milieuvriendelijk en kun- nen worden hergebruikt.

De afzonderlijke componenten op soort gescheiden afvoeren. 3.2 Energie besparen Als u deze aanwijzingen opvolgt, verbruikt het apparaat minder energie. Een kookzone kiezen die bij de grootte van de pan past. Het kookgerei gecentreerd plaatsen. Gebruik kookgerei met een bodemdiameter die over- eenkomt met de diameter van de kookzone. Tip:Fabrikanten van kookgerei geven vaak de boven- diameter van de pan aan. Die is dikwijls groter dan de bodemdiameter.

Niet-passend kookgerei of niet volledig afgedekte kookzones verbruiken veel energie. Pannen afsluiten met een passend deksel.

Wanneer u zonder deksel kookt, heeft het apparaat aanzienlijk meer energie nodig. Deksel zo min mogelijk oplichten.

Wanneer u het deksel oplicht, ontsnapt er veel energie. Glazen deksel gebruiken.

Door het glazen deksel kunt u in de pan kijken zon- der het deksel op te lichten. Pannen met vlakke bodem gebruiken.

Als de bodem niet vlak is, wordt het energiever- bruik hoger. Gebruik kookgerei dat past bij de hoeveelheid levens- middel.

Groot kookgerei met weinig product heeft meer energie nodig om op te warmen. Met weinig water koken.

Hoe meer water er in het kookgerei zit, des te meer energie is er nodig om op te warmen. Tijdig terugschakelen naar een lagere kookstand.

Met een te hoge doorkookstand verspilt u energie. De restwarmte van de kookplaat gebruiken. Bij lange- re bereidingstijden de kookzone 5-10minuten vóór het einde van de bereidingstijd uitschakelen.

Onbenutte restwarmte verhoogt het energiever- bruik.nl Milieubescherming en besparing

Productinformatie conform (EU) 66/2014 vindt u op de meegeleveerde apparaatpas en op het intern op de productpagina van uw apparaat.Uw apparaat leren kennen nl

Uw apparaat leren kennen 4  Uw apparaat leren kennen De gebruiksaanwijzing geldt voor verschillende kook- platen. De afmetingen van de kookplaten vindt u in het typeoverzicht. →Pagina2 4.1 Bedieningspaneel Via het bedieningsveld kunt u alle functies van uw apparaat instellen en informatie krijgen over de gebruikstoestand. 4.2 Indicaties De indicaties geven ingestelde waarden en functies aan. Indicatie Naam - Kookstanden / Restwarmte Timer 4.3 Touchvelden Touch-velden zijn aanraakgevoelige oppervlakken. Om een functie te kiezen het betreffende veld selecteren. Touch- veld Naam Hoofdschakelaar Keuze kookzone Kinderslot Instelvelden of Bijschakeling van kook- of braadzones Timer Opmerkingen ¡ Houd het bedieningspaneel altijd droog. Vocht heeft een nadelige invloed op de werking. ¡ Zorg dat er geen pannen in de buurt van indicaties en touchvelden komen. De elektronica kan overver- hit raken. 4.4 Kookzones Hier vindt u een overzicht van de verschillende bijscha- kelingen van de kookzones. Wanneer u de bijschakelingen activeert, branden de bijbehorende indicaties. Wanneer u een kookzone inschakelt, wordt deze in de laatst ingestelde grootte ingeschakeld. Kook- plaat Naam Bijschakelen en uitschake- len Kookzone met één ring Kookzone kiezen. Kookzone met twee ringen Kookzone kiezen en op of tippen. Braadzone Kookzone kiezen en op tippen. Opmerkingen ¡ Donkere gedeelten in het gloeibeeld van de kookzo- ne hebben een technische oorzaak. Ze zijn niet van invloed op de werking van de kookzone. ¡ De kookzone regelt de temperatuur door de verwar- ming in en uit te schakelen. Ook bij het hoogste ver- mogen kan de verwarming inschakelen en uitscha- kelen. ¡ Bij kookzones met meerdere ringen kunnen de ver- warmingselementen van de kookzone en de bijge- schakelde gedeelten op verschillende tijdstippen worden in- en uitgeschakeld. Redenen: – Gevoelige componenten worden beschermd te- gen oververhitting. – Het apparaat wordt beschermd tegen elektrische overbelasting. – Er wordt een beter kookresultaat bereikt.nl De Bediening in essentie

4.5 Restwarmte-indicatie De kookplaat heeft voor elke kookzone een restwarm- te-indicatie met twee standen. De kookzone niet aanra- ken zolang de restwarmte-indicatie brandt. Indicatie Betekenis De kookplaat is zo heet dat u kleine ge- rechten kunt warmhouden of couvertu- res kunt smelten. De kookzone is heet. De Bediening in essentie 5  De Bediening in essentie 5.1 Kookplaat inschakelen of uitschakelen U schakelt de kookplaat met de hoofdschakelaar in en uit. Wanneer u de kookplaat binnen de eerste 4seconden na het uitschakelen weer inschakelt, treedt hij in wer- king met de vorige instellingen. 5.2 Kookplaat inschakelen

Op tippen. a Het indicatielampje boven brandt. a De indicaties branden. a De kookplaat is klaar voor gebruik. 5.3 Kookplaat uitschakelen Wanneer alle kookzones een bepaalde tijd (10-60se- conden) uitgeschakeld zijn, wordt de kookplaat auto- matisch uitgeschakeld.

Op tippen. a Het indicatielampje boven gaat uit. a De indicaties verdwijnen. a Alle kookzones zijn uitgeschakeld. a De restwarmte-indicatie blijft verlicht totdat de kook- zones voldoende zijn afgekoeld. 5.4 Instellen van de kookzones Om een kookzone te kunnen instellen, moet deze ge- kozen zijn. In het instelgedeelte stelt u de gewenste kookstanden in. Kookstand 1 laagste stand 9 hoogste stand . Elke kookstand heeft een tussenstand, bijv. 4. . 5.5 Kookstanden instellen Vereiste:De kookplaat is ingeschakeld.

Met de kookzone kiezen. a In de kookstandindicatie brandt .

In de volgende 10 seconden op of tippen.

De basisinstelling verschijnt. – kookstand9 – kookstand4 5.6 Kookstanden wijzigen

Met de kookzone kiezen.

Op of tippen tot de gewenste kookstand ver- schijnt. 5.7 Kookzone uitschakelen U kunt de kookzone op 2manieren uitschakelen

2keer op tippen. a In de kookstandindicatie verschijnt . a Na 10seconden verschijnt de restwarmte-indicatie.

De kookzone kiezen en op of tippen tot in de kookstandindicatie verschijnt. a Na 10seconden verschijnt de restwarmte-indicatie. Opmerking:De laatst ingestelde kookzone blijft geacti- veerd. U kunt de kookzone instellen zonder opnieuw te hoeven kiezen. 5.8 Aanbevolen instellingen om te koken Hier krijgt u een overzicht van verschillende gerechten en de bijbehorende kookstanden. De bereidingstijd varieert afhankelijk van de soort, het gewicht, de dikte en de kwaliteit van de gerechten. De doorkookstand is afhankelijk van de gebruikte pan. Aanwijzingen voor de bereiding ¡ Voor het aan de kook brengen kookstand9 gebrui- ken. ¡ Dikvloeibaar voedsel af en toe omroeren. ¡ Levensmiddelen die snel en heet worden aangebra- den of waarbij tijdens het aanbraden veel vloeistof vrijkomt, in kleine porties aanbraden. ¡ Tips voor energiebesparend koken. →Pagina43Kinderslot nl

Bereid het gerecht zonder deksel. Ontdooien en opwarmen Spinazie, diepvries 2.-3. 10-20 Goulash, diepvries 2.-3. 20-30 Gaarstoven of zachtjes laten koken Knoedels, balletjes 1, 2 4.-5. 20-30 Vis 1, 2 4-5 10-15 Witte saus, bijv. bechamelsaus 1-2 3-6 Geklopte sauzen, bijv. bearnai- sesaus of hollandaisesaus 3-4 8-12

Het water met afgesloten deksel aan de kook bren- gen.

Kook het gerecht verder zonder deksel. Koken, stomen of stoven Rijst met dubbele hoeveelheid water 2-3 15-30 Rijstepap 1.-2. 35-45 Aardappelen in schil 4-5 25-30 Gekookte aardappelen 4-5 15-25 Deegwaren, pasta 1, 2 6-7 6-10 Eenpansgerecht, soep 3.-4. 15-60 Groente, vers 2.-3. 10-20 Groente, diepvries 3.-4. 10-20 Voedsel in de snelkookpan 4-5 -

Het water met afgesloten deksel aan de kook bren- gen.

Kook het gerecht verder zonder deksel. Sudderen Rollades 4-5 50-60 Stoofvlees 4-5 60-100 Goulash 2.-3. 50-60 Braden met weinig olie De gerechten zonder deksel braden. Schnitzel, al dan niet gepa- neerd 6-7 6-10 Schnitzel, diepvries 6-7 8-12 Koteletten, al dan niet gepaneerd

6-7 10-20 Borst van gevogelte, 2cm dik

5-6 10-20 Borst van gevogelte, diepvries

5-6 10-30 Vis of visfilet, ongepaneerd 5-6 8-20 Vis of visfilet, gepaneerd 6-7 8-20 Vis of visfilet, gepaneerd en diepvries, bijv. vissticks 6-7 8-12 Scampi, garnalen 7-8 4-10 Groente of paddestoelen vers, sauteren 7-8 10-20 Groente of vlees in reepjes op Aziatische wijze 7.-8. 15-20 Pangerechten, diepvries 6-7 6-10 Pannenkoeken 6-7 ononder- broken Omelet 3.-4. ononder- broken Spiegeleieren 5-6 3-6

Het gerecht meerdere malen keren. Frituren De levensmiddelen in porties van 150-200g in 1-2l olie frituren. De gerechten zonder deksel bereiden. Diepvriesproducten, bijv. frites of chicken nuggets 8-9 - Kroketten, diepvries 7-8 - Vlees, bijv. kip 6-7 - Vis, gepaneerd of in bierdeeg 5-6 - Groente of paddestoelen, gepa- neerd of in bierdeeg Tempura 5-6 - Klein gebak, bijv. beignets of Berlinerbollen, fruit in bierdeeg 4-5 - Kinderslot 6  Kinderslot Met het kinderslot kunt u voorkomen dat kinderen de kookplaat inschakelen. 6.1 Kinderslot inschakelen Vereiste:De kookplaat is uitgeschakeld.

ca.4seconden ingedrukt houden. a Het indicatielampje boven brandt 10seconden. a De kookplaat is geblokkeerd.nl Tijdfuncties

6.2 Kinderslot uitschakelen

ca.4seconden ingedrukt houden. a De blokkering is opgeheven. 6.3 Automatisch kinderslot Met deze functie wordt het kinderslot automatisch inge- schakeld wanneer u de kookplaat uitschakelt. Het automatische kinderslot kunt u in de basisinstellin- gen activeren. →Pagina49 Tijdfuncties 7  Tijdfuncties Uw apparaat beschikt over verschillende tijdfuncties waarmee u een tijdsduur of een timer kunt instellen. 7.1 Tijdsduur Voer een tijdsduur voor de gewenste kookzone in. Na afloop van de tijdsduur gaat de kookzone automatisch uit. U kunt een tijdsduur tot 99minuten instellen. Tijdsduur instellen Vereiste:De kookzone is gekozen.

Op tippen. a Het indicatielampje van de kookzone bij brandt. In de timer-indicatie brandt .

De voorgestelde waarde wordt weergegeven. – 30minuten. – 10minuten. a De tijdsduur loopt af. Wanneer u voor meerdere kookzones een tijdsduur hebt ingesteld, wordt de tijdsduur van de gekozen kookzone weergegeven. a Na afloop van de ingestelde tijd wordt de kookzone uitgeschakeld. Er klinkt een signaal en in de indica- tie brandt gedurende 10seconden. Tijdsduur corrigeren of wissen

Met of de tijdsduur wijzigen of op zetten. Tijdsduursignaal uitschakelen U kunt het signaal handmatig uitschakelen.

Op een willekeurig symbool tippen. a De indicaties gaan uit en het geluidssignaal stopt. Automatische timer Met deze functie kunt u vooraf een tijdsduur voor alle kookzones instellen. Na het inschakelen van een kook- zone loopt steeds de vooraf ingestelde tijdsduur af. Na afloop van de tijdsduur gaat de kookzone automatisch uit. De automatische timer schakelt u in de basisinstellin- gen in. →Pagina49 Tip:De automatische timer geldt voor alle kookzones. Voor een afzonderlijke kookzone kunt u de tijdsduur verkleinen of wissen. →Pagina48 7.2 Kookwekker U kunt een tijd tot 99minuten vastleggen na afloop waarvan een signaal klinkt. De kookwekker is onafhan- kelijk van alle andere instellingen. Kookwekker instellen

De kookwekker inschakelen. U kunt de kookwekker op 2verschillende manieren inschakelen. Bij geselecteerde kook- zone. Twee keer binnen 10seconden op tip- pen. Bij niet geselecteerde kookzone. Op tippen. a De indicatie brandt.

Met of de tijd instellen. a De tijd loopt af. a Wanneer de tijd is verstreken, klinkt er een geluids- signaal. In de timerindicatie brandt . Na 10se- conden verdwijnt de indicatie. Tijd weergeven

Met de kookwekker kiezen. a De tijd wordt 10seconden weergegeven. Tijd corrigeren

Met de kookwekker kiezen.

Met of de gewenste tijd instellen. Wekkersignaal uitschakelen U kunt het signaal handmatig uitschakelen.

Op een willekeurig touchveld tippen. a De indicatie gaat uit en het geluidssignaal stopt. Automatische uitschakeling 8  Automatische uitschakeling Als u de instellingen van een kookzone lange tijd niet wijzigt, wordt de automatische uitschakeling actief.Basisinstellingen nl

Het tijdstip waarop de kookzone wordt uitgeschakeld, wordt bepaald door de ingestelde kookstand (1 tot10uur). Het verwarmen van de kookzone wordt uitgeschakeld. In de kookzone-indicatie knipperen afwisselend en de restwarmte-indicatie / . 8.1 Na automatische uitschakeling verdergaan met koken

Op een willekeurig touchveld tippen. a De indicatie verdwijnt.

Opnieuw instellen. Basisinstellingen 9  Basisinstellingen U kunt de basisinstellingen van uw apparaat volgens uw wensen instellen. 9.1 Overzicht van de basisinstellingen Hier krijgt u een overzicht van de basisinstellingen en de vooraf ingestelde fabriekswaarden. Indica- tie Keuze Automatisch kinderslot – Uitgeschakeld

– Ingeschakeld – Handmatig en automatisch kinderslot zijn uitgeschakeld. Geluidssignaal – Bevestigingssignaal en het signaal Ver- keerde bediening zijn uitgeschakeld. Het hoofdschakelaarsignaal blijft ingeschakeld. – Alleen het signaal Verkeerde bediening is ingeschakeld. – Alleen het bevestigingssignaal is inge- schakeld. – Bevestigingssignaal en het signaal Ver- keerde bediening zijn ingeschakeld.

Automatische timer – Uitgeschakeld.

- – Tijdsduur waarna de kookzones wor- den uitgeschakeld. Tijdsduur van het signaal timer-einde – 10seconden.

– 30seconden. – 1minuut. Bijschakeling van verwarmingselementen – Uitgeschakeld – Ingeschakeld – De laatste instelling voordat de kookzone wordt uitgeschakeld.

Keuzetijd van de kookzones – Onbegrensd: u kunt de laatst gekozen kookzone altijd instellen, zonder deze op- nieuw te hoeven selecteren.

– U kunt de laatst gekozen kookzone bin- nen 10seconden na het selecteren instellen. Daarna moet u de kookzone opnieuw selec- teren om deze in te stellen. Resetten naar de fabrieksinstelling – Uitgeschakeld

Fabrieksinstelling 9.2 Basisinstelling wijzigen Vereiste:De kookplaat is uitgeschakeld.

De kookplaat inschakelen.

In de volgende 10seconden 4seconden inge- drukt houden. a In het linkerdisplay knipperen en afwisselend. a In het rechterdisplay brandt .

Net zo vaak op tippen tot in het linkerdisplay de gewenste indicatie verschijnt.

Met of de gewenste waarde instellen.

4seconden ingedrukt houden. a De instelling is geactiveerd. Tip:Om de basisinstellingen zonder op te slaan af te sluiten de kookplaat uitschakelen met . De kookplaat weer inschakelen en opnieuw instellen.nl Reiniging en onderhoud

Reiniging en onderhoud 10  Reiniging en onderhoud Reinig en onderhoud uw apparaat zorgvuldig om er voor te zorgen dat het lang goed blijft werken. 10.1 Reinigingsmiddelen Geschikte reinigingsmiddelen en schraper voor vitroke- ramische kookplaat zijn verkrijgbaar bij de service- dienst, in de online-shop of in de vakhandel. LET OP! Ongeschikte reinigingsmiddelen kunnen de oppervlak- ken van het apparaat beschadigen. ▶ Nooit ongeschikte reinigingsmiddelen gebruiken. Ongeschikte reinigingsmiddelen ¡ Onverdund afwasmiddel ¡ Reinigingsmiddelen voor de vaatwasser ¡ Schuurmiddelen ¡ Agressieve reinigingsmiddelen, bijv. ovensprays of vlekverwijderaars ¡ Krassende sponzen ¡ Hogedrukreinigers of stoomstraalapparaten 10.2 Glaskeramiek reinigen Reinig de kookplaat na elk gebruik om te voorkomen dat kookresten inbranden. Opmerking:Neem de informatie over de ongeschikte reinigingsmiddelen in acht. →Pagina50 Vereiste:De kookplaat is afgekoeld.

Verwijder hardnekkig vuil met een schraper voor vi- trokeramische kookplaat.

Reinig de kookplaat met een reinigingsmiddel voor glaskeramiek. Houd u aan de reinigingsinstructies die op de ver- pakking van het reinigingsmiddel staan. Tip:Met een speciale spons voor glaskeramiek kunt u goede reinigingsresultaten boeken. Storingen verhelpen 11  Storingen verhelpen Kleinere storingen aan het apparaat kunt u zelf verhel- pen. Raadpleeg voordat u contact opneemt met de klantenservice de informatie over het verhelpen van storingen. Zo voorkomt u onnodige kosten. WAARSCHUWING‒Kans op letsel! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen geschoold vakpersoneel mag reparaties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Bel de servicedienst als het apparaat defect is.

  • "Servicedienst", Pagina51 WAARSCHUWING‒Kans op elektrische schok! Ondeskundige reparaties zijn gevaarlijk. ▶ Alleen daarvoor geschoold vakpersoneel mag repa- raties aan het apparaat uitvoeren. ▶ Er mogen uitsluitend originele reserveonderdelen worden gebruikt voor reparatie van het apparaat. ▶ Als het netsnoer van dit apparaat wordt beschadigd, moet het door geschoold vakpersoneel worden ver- vangen. WAARSCHUWING‒Kans op brandwonden! De kookzone warmt op, maar de indicatie functioneert niet ▶ Schakel de zekering in de meterkast uit. ▶ Neem contact op met de klantenservice. WAARSCHUWING‒Kans op brand! De kookplaat schakelt vanzelf uit en kan niet meer wor- den bediend. Hij kan later per ongeluk worden inge- schakeld. ▶ Schakel de zekering in de meterkast uit. ▶ Neem contact op met de klantenservice. 11.1 Aanwijzingen op het display Storing Oorzaak en probleemoplossing Geen Stroomvoorziening is uitgevallen.

Controleer in de meterkast de zekering voor het apparaat.

Controleer aan de hand van andere elektrische apparaten of er sprake is van een stroomuitval. Alle indicaties knippe- ren Bedieningspaneel is nat of er liggen voorwerpen op.

Maak het bedieningspaneel droog of verwijder het voorwerp. Op meerdere kookzones is gedurende langere tijd op een hoge stand gekookt. Ter be- scherming van de elektronica is de kookplaat uitgeschakeld.

Tik op een willekeurig touchveld. a Wanneer de melding niet meer verschijnt, is de elektronica voldoende afgekoeld. U kunt het koken voortzetten.Afvoeren nl

Storing Oorzaak en probleemoplossing Ondanks de uitschakeling met is de elektronica nog heter geworden. Daarom zijn alle kookzones uitgeschakeld.

Tik op een willekeurig touchveld. a Wanneer de melding niet meer verschijnt, is de elektronica voldoende afgekoeld. U kunt het koken voortzetten. en de kookstand knipperen afwisse- lend. Er klinkt een ge- luidssignaal. Hete pan in de omgeving van het bedieningspaneel. De elektronica dreigt oververhit te ra- ken.

Neem de pan weg. a De indicatie verdwijnt even later. en geluidssignaal Hete pan in de omgeving van het bedieningspaneel. Ter bescherming van de elektronica is de kookzone uitgeschakeld.

Tik op een willekeurig touchveld. a Wanneer de melding niet meer verschijnt, is de elektronica voldoende afgekoeld. U kunt het koken voortzetten. De kookzone is te lang in gebruik geweest en is automatisch uitgeschakeld. U kunt de kookzone direct weer inschakelen. en kookzones worden niet warm Demomodus is geactiveerd.

Haal de stroom gedurende 30seconden van het apparaat door de zekering in de meter- kast uit te schakelen.

Tik binnen de daaropvolgende 3minuten op een willekeurig touchveld. Melding met "E" ver- schijnt in het display, bijv. E0111. De elektronica heeft een fout geconstateerd.

Schakel het apparaat uit en weer in. a Als de storing eenmalig was, verdwijnt de melding.

Verschijnt de melding opnieuw, neem dan contact op met de klantenservice. Geef tijdens het telefoongesprek de exacte foutmelding door.

  • "Servicedienst", Pagina51 Afvoeren 12  Afvoeren 12.1 Afvoeren van uw oude apparaat Door een milieuvriendelijke afvoer kunnen waardevolle grondstoffen opnieuw worden gebruikt.

Voer het apparaat milieuvriendelijk af. Bij uw dealer en uw gemeente- of deelraadskantoor kunt u informatie verkrijgen over de actuele afvoer- methoden. Dit apparaat is gekenmerkt in over- eenstemming met de Europese richt- lijn 2012/19/EU betreffende afge- dankte elektrische en elektronische apparatuur (waste electrical and elec- tronic equipment - WEEE). De richtlijn geeft het kader aan voor de in de EU geldige terugneming en verwerking van oude apparaten. Servicedienst 13  Servicedienst Originele vervangende onderdelen die relevant zijn voor de werking in overeenstemming met de desbetref- fende Ecodesign-verordening kunt u voor de duur van ten minste 10 jaar vanaf het moment van in de handel brengen van het apparaat binnen de Europese Econo- mische Ruimte bij onze servicedienst verkrijgen. Opmerking:Het inschakelen van de servicedienst in het kader van de fabrieksgarantievoorwaarden is gratis. Gedetailleerde informatie over de garantieperiode en garantievoorwaarden in uw land kunt u opvragen bij onze servicedienst, uw dealer of op onze website. Als u contact opneemt met de servicedienst, hebt u het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) van het apparaat nodig. De contactgegevens van de servicedienst vindt u in de meegeleverde servicedienstlijst of op onze website. 13.1 Productnummer (E-nr.) en productienummer (FD) Het productnummer (E-Nr.) en het productienummer (FD) vindt u op het typeplaatje van het apparaat. Het typeplaatje vindt u: ¡ op de apparaatpas. ¡ aan de onderkant van de kookplaat.nl Montagehandleiding

Om uw apparaatgegevens en de servicedienst-tele- foonnummers snel terug te kunnen vinden, kunt u de gegevens noteren. Montagehandleiding 14  Montagehandleiding Houd rekening met deze informatie bij de montage van het apparaat.  14.1 Veilige montage Neem bij het monteren van het apparaat de veiligheidsaanwijzingen in acht. ¡ Elektrische aansluiting: alleen door een er- kend vakman. In geval van een verkeerde aansluiting komt de garantie te vervallen. ¡ Alleen als de inbouw op deskundige wijze en conform dit installatievoorschrift wordt uitgevoerd, is de veiligheid bij het gebruik gegarandeerd. Bij schade als gevolg van een niet-deskundige inbouw is de monteur aansprakelijk. 14.2 Onderbouw Geen koelapparaten, vaatwasmachines, ovens zonder ventilatie en wasmachines onderbouwen. ¡ Als u een oven onderbouwt, moet de werkbladdikte minstens 20 mm bedragen, in sommige gevallen ook meer. Neem de aanwijzingen in de installatie- handleiding bij de oven in acht. ¡ Let erop dat uitstekende delen, zoals de behuizing of het snoer van de netaansluiting, niet in botsing komen met bijvoorbeeld een lade. 14.3 Tussenbodem Wanneer de onderkant van de kookplaat kan worden aangeraakt, moet er een tussenschot worden gemon- teerd. ¡ Informeer in de vakhandel of er een tussenschot als accessoire verkrijgbaar is. ¡ Wanneer u een eigen tussenschot gebruikt, moet de minimale afstand tot de netaansluiting van het appa- raat 10mm zijn. 14.4 Meubel voorbereiden Het werkblad dient egaal, waterpas en stabiel te zijn. ¡ De inbouwmeubelen inclusief wandafsluitstrips moe- ten minstens 90°C hittebestendig zijn. ¡ Een nisbekleding binnen 50mm afstand tot de ach- terwand mag niet brandbaar zijn (bijv. tegels, steen). ¡ De snijvlakken hittebestendig afdichten om te voor- komen dat het werkblad door vocht uitzet. 14.5 Elektrische aansluiting Ter bescherming het apparaat eerst uit de piepschuim- verpakking halen, wanneer u het apparaat in de uitspa- ring drukt. Plaats het apparaat niet rechtop op een zij- kant van het apparaat. ¡ Controleer de elektrische installatie van de woning vóórdat u het apparaat aansluit. ¡ Het apparaat voldoet aan veiligheidsklasse I en mag alleen in combinatie met een geaarde aansluiting worden gebruikt.Montagehandleiding nl

¡ De geïnstalleerde elektrische installatie dient vol- gens de opbouwvoorschriften in de fasen te worden voorzien van een separator. ¡ Als op het display van het apparaat verschijnt, is het verkeerd aangesloten. Scheid het apparaat van het net, controleer de aansluiting. Aansluiting met 3-aderige leiding Zorg voor een geschikte beveiliging van de huisinstalla- tie. Neem de kleurcodering van de netaansluitkabel in acht. ¡ Groen-geel is de aarddraad . ¡ Blauw is de nulleider. ¡ Bruin is de fase (buitendraad). ¡ De kabel kan indien nodig door een meerfasige aansluitkabel worden vervangen. Bij het vervangen van de kabel volgende paragraaf in acht nemen. Aansluiting zonder voorgemonteerde kabel Sluit de kookplaat alleen aan volgens het aansluitsche- ma. ¡ Bouw indien nodig de meegeleverde koperbruggen in. ¡ De hoofdleiding moet van het type H05 VV-F of ho- ger zijn. ¡ De draaddiameter moet overeenkomstig de stroom- belasting worden bepaald. Niet toegestaan is een diameter <1,5mm². Aansluiting met voorgemonteerde 5-aderige aansluitleiding Alleen geschoold servicepersoneel mag de aansluitlei- ding verwisselen. 14.6 Kookplaat inbrengen Zorg ervoor dat de aansluitkabel niet beklemd raakt en niet over scherpe randen wordt geleid. ¡ Is er een oven onder de kookplaat geplaatst, dan de leiding via de achterste hoeken van de oven naar de aansluitdoos leiden. ¡ De kookplaat kan ook in een voorhanden 500 mm diep uitsparing worden ingebouwd. ¡ Hij moet vooraan en achteraan even ver uitsteken. 14.7 Uitbouw van de kookplaat

Maak het apparaat spanningsloos.